Alto Piemonte op zondag – De Masterclass

We zijn aan het einde gekomen van onze zondagse reeks over Alto Piemonte. Als afsluiter hielden we twee masterclasses waarbij we een verscheidenheid aan wijnen konden proeven. Het werden twee boeiende avonden met wijnen die ons bijzonder konden bekoren, maar ook met enkele flessen die duidelijk minder in vorm waren. Hier is alvast mijn eigen verdict over de geproefde wijnen.

  1. Tenuta Sella Casteltorto Coste della Sesia DOC 2019
    Casteltorto is een assemblage van 60% Nebbiolo, 35% Croatina en 5% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Villa del Bosco, in het gebied van Bramaterra. De wijn vergist in roestvrijstalen tanks. Na de malolactische gisting rijpt hij 14 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een licht gefonceerde rode kleur, met een mooie traanvorming in het glas. In de neus komen de vertrouwde Nebbiolokenmerken al duidelijk naar voren. Een aangenaam floraal parfum, aangevuld met bosaardbei, een licht snoeperige toets en witte peper. Ook enkele licht branderige nuances zijn aanwezig, maar deze blijven discreet op de achtergrond. Het geheel vormt een aangenaam en uitnodigend geurpalet.
    In de mond nemen de frisse zuren onmiddellijk het voortouw, bij de aanzet zelfs enigszins dominant. Vervolgens sluiten de tannine mooi aan en raken ze goed verweven met de overige smaakcomponenten. Het rode fruit is duidelijk aanwezig, al komt het minder uitbundig naar voren dan de neus deed vermoeden. Toch zorgt het voor voldoende sappigheid en een aangename fruitige toets.
    Richtprijs: 22,00 €
  2. Paride Chiovini Sizzano DOC 2022
    Blend van 60% Nebbiolo, 30% Vespolina en 10% Uva Rara. De druiven zijn afkomstig van de wijngaarden Mot Gilai en Valfrè in Sizzano, gelegen op bodems van klei en zand. De wijn rijpt vier maanden in roestvrij staal en 24 maanden op eikenhout, gevolgd door nog drie tot vier maanden flesrijping.
    Een heldere granaatrode kleur met een lichte densiteit en de eerste tekenen van evolutie. Een mooi en expressief bouquet dat enigszins aan de stijl van de Langhe doet denken. Een aantrekkelijk rozenparfum gaat samen met een uitbundige combinatie van rood en blauw fruit. Frisse kruidigheid en duidelijk aanwezige, maar goed geïntegreerde houttoetsen vullen het geurpalet verder aan.
    In de mond behoorlijk stevig, met uitgesproken maar aangename tannine. Bij de aanzet lijkt er even een uitdrogend karakter op te duiken, maar de levendige zuren brengen het geheel bijzonder mooi in evenwicht. Het fruit blijft goed aanwezig en de wijn ontwikkelt een fraaie lengte, gevolgd door een aanhoudende afdronk. De houtinvloed, die in de neus misschien net iets nadrukkelijker aanwezig is, blijkt in de smaak uitstekend verweven.
    Richtprijs: 34,00 €
  3. Cantina Produttori Nebbiolo di Carema Riserva DOC 2021
    Deze Carema Riserva wordt volledig van Nebbiolo gemaakt. De wijn ondergaat een rijping van drie jaar, waarvan minstens twaalf maanden in grote eikenhouten vaten.
    Een granaatrode kleur met duidelijke tekenen van evolutie. Qua geur is dit duidelijk aromatisch en bijna complex te noemen, met ingedroogd fruit en een licht confituurachtig karakter dat mooi binnen de perken blijft. Vooral de uitgesproken kruidigheid trekt de aandacht. Tijm en rozemarijn worden aangevuld met koffie, mokka, thee en kaneel. Gedroogde bloemen zorgen voor een bijkomend element in dit bijzonder rijk geschakeerde geurpalet.
    In de mond volgt een verrassend andere ervaring dan de uitbundige neus doet vermoeden. De aanzet is opvallend verfijnd, met gematigde, mooi afgeronde tannine. Ook in de smaak zijn de eerste tekenen van evolutie merkbaar. De uitgesproken kruidigheid uit de neus komt hier veel minder nadrukkelijk naar voren en maakt plaats voor een zachter, meer ontwikkeld smaakprofiel.
    Richtprijs: 26,00 €
  4. Cantina Produttori Nebbiolo di Carema Carema DOC 2020
    Nebbiolodruiven, afkomstig van de heuvelwijngaarden rond Carema, in het noordelijke deel van Piemonte, vlak bij de grens met Valle d’Aosta. Rijping van minstens 24 maanden, waarvan minimaal twaalf maanden op hout.
    Een duidelijk geëvolueerde kleur, waarbij het granaatrood inmiddels een uitgesproken bruinachtige tint heeft gekregen. In de neus ontvouwt zich een boeiend en complex bouquet met licht rokerige toetsen, chocolade en een uitgesproken aards karakter. Aroma’s van bosgrond, potgrond en champignons worden aangevuld met snoeperig rood fruit, bosaardbei en een aantrekkelijk parfum van rozen. Het geurpalet heeft bijzonder veel te bieden en blijft bij iedere nieuwe kennismaking andere nuances prijsgeven.
    In de mond valt onmiddellijk de sappigheid op. De tannine zijn nadrukkelijk aanwezig en geven de wijn een stevige structuur, terwijl de frisse zuren zich perfect in een ondersteunende rol schikken. Het geheel bezit daardoor een mooi evenwicht. Opmerkelijk is de levendigheid van het fruit, dat ondanks de duidelijke evolutie in kleur en geur nog verrassend fris en sappig overkomt. Ook de afdronk blijft aangenaam fruitig, met een subtiele toets van tabak. Dit is alvast een karaktervol glas wijn.
    Richtprijs: 37,00 €
  5. Roccia Rossa Bramaterra DOC 2018
    Assemblage van 80% Nebbiolo, 15% Vespolina en 5% Croatina. De druiven worden met de hand geoogst, waarbij Vespolina en Croatina eind september worden geplukt en Nebbiolo in oktober. De alcoholische vergisting vindt plaats in roestvrijstalen tanks. Vervolgens rijpt de wijn 24 maanden in Franse eikenhouten vaten van 22 hectoliter, gevolgd door nog eens twaalf maanden flesrijping.
    Granaatrode kleur met duidelijke tekenen van evolutie. De neus is bijzonder expressief en opent met een aantrekkelijk parfum van viooltjes, gevolgd door krieken en rijpe aardbeien. Een subtiele dierlijke toets en wat gedroogd fruit geven het bouquet een eerste indruk van ontwikkeling. Naarmate de wijn wat langer in het glas zit, komen ook tertiaire aroma’s, laurier en een licht rokerige, minerale toets naar voren. Het geheel is rijk en gevarieerd, met een complex geurpalet dat blijft boeien.
    In de mond valt onmiddellijk de sappigheid op. Het rijpe rode fruit zorgt samen met de mooie, levendige zuren voor een aantrekkelijk en verfijnd smaakverloop. De tannine is krachtig en duidelijk aanwezig, maar zit uitstekend verweven in het geheel. De afdronk is lang met voldoende sappigheid. Een karaktervolle Bramaterra en een geslaagd glas wijn.
    Richtprijs: 36,00 €
  6. La Psigula Vigna Torre Bramaterra Riserva DOC 2018
    Vigna Torre Riserva is een assemblage van 80% Nebbiolo, 15% Vespolina en 5% Croatina. De wijn rijpt gedurende 24 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Wat een teleurstelling! Deze fles bleek tijdens de proeverij duidelijk fout te zijn. De wijn vertoonde uitgesproken oxidatieve kenmerken en was zijn optimale drinkstadium ver voorbij. Associaties met sherry, porto en madeira kwamen spontaan naar boven, wat meteen aangeeft hoe sterk het oorspronkelijke wijnkarakter verloren was gegaan. Een correcte beoordeling was hierdoor onmogelijk. Bijzonder jammer, want deze Bramaterra Riserva hadden we graag in dezelfde goede conditie geproefd als destijds in de Enoteca di Gattinara.
    Richtprijs: 50,00 €
  7. Pietro Cassina Tanzo Lessona DOC 2014
    Tanzo is een 100% Nebbiolo, afkomstig van een selectie van de beste druiven uit de wijngaarden van Cascina Chignalungo in Lessona. De wijnstokken groeien op bodems met zand, klei, kalksteen en silt. Vergisting in roestvrijstalen tanks. Nadien rijpt de wijn ongeveer zestig maanden in grote, ovale vaten van Zwitsers eikenhout, met een inhoud van 1.500 tot 2.500 liter.
    Een wat donkerdere, zuivere kersenrode kleur. De neus opent fruitig, met naast het klassieke rode fruit ook donkerdere toetsen van braam. Witte peper, chocolade en leder vullen het geurpalet verder aan. Ondanks de aanwezigheid van zwart fruit blijft het bouquet bijzonder herkenbaar als dat van een klassieke Nebbiolo, met een aantrekkelijke combinatie van fruit, kruidigheid en ontwikkelde aroma’s.
    Bij het proeven toont de wijn meteen zijn stevige karakter. Mooie, levendige zuren en uitgesproken tannine geven hem een structuur die bij momenten wat aan Barolo doet denken. De tannine kunnen af en toe licht uitdrogend overkomen, maar telkens zorgen het sappige fruit en de speelse zuren voor een hernieuwd evenwicht. De wijn bezit een mooie concentratie, voldoende frisheid en een lange, aanhoudende afdronk. Een breedgeschouderde Lessona met karakter, aangenaam om te drinken, maar zeker geen allemansvriend die het uitsluitend van zijn zachtheid moet hebben. Hier zit duidelijk pit in.
    Richtprijs: 62,00 €
  8. Tenuta Sella Lessona DOC 2021
    Deze Lessona is een assemblage van 90% Nebbiolo en 10% Vespolina, afkomstig van geselecteerde percelen in de heuvels van Lessona. De gemiddeld 55 jaar oude wijnstokken staan op geelachtig oranje mariene zandbodems. Na de vergisting in roestvrijstalen tanks rijpt de wijn 24 maanden in middelmatig getoaste Franse eikenhouten vaten van 50 hectoliter en barriques.
    Een mooie kleur die zich tussen granaatrood en kersenrood situeert, met een fraaie traanvorming in het glas. De neus weet vanaf het eerste moment te boeien. Een licht snoeperige toets gaat samen met een aantrekkelijke combinatie van zoete specerijen die wat aan ras el hanout doen denken. De invloed van de houtlagering is duidelijk merkbaar, met zoethout, een subtiel vleugje vanille en cederhout. Ook tabak is nadrukkelijk aanwezig, terwijl een frisse toets van munt het complexe geurpalet verder aanvult.
    In de mond nemen de stevige tannine aanvankelijk de bovenhand, maar van een uitdrogend karakter is nauwelijks sprake. Mooie, frisse zuren zorgen voor het nodige evenwicht, terwijl een overvloed aan vers fruit van kersen en krieken de wijn een bijzonder sappig en levendig karakter geeft. Naar de afdronk toe komen ook laurier en tabak duidelijk opzetten. Een karaktervolle en lekkere Lessona, met stevige tannine, veel sappigheid en een aantrekkelijke complexiteit.
    Richtprijs: 34,00 €
  9. Carlone Adele Boca DOC 2020
    85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Boca en Prato Sesia, gelegen op 400 tot 460 meter hoogte. De zuidelijk tot zuidwestelijk georiënteerde percelen hebben een bodem die rijk is aan porfier. De wijn rijpt gedurende 34 maanden, waarvan minstens achttien maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een vrij donkere kersenrode kleur. De neus opent met uitgesproken aardse en licht animale aroma’s, waarbij vooral een stalachtige toets aanvankelijk de bovenhand neemt. Wat geduld in het glas doet echter wonderen. De aardse aroma’s worden minder dominant en geleidelijk ontvouwt zich een bijzonder verrassend geurpalet. Opmerkelijk is de uitgesproken aanwezigheid van zwart fruit, met vooral braambessen die de hoofdrol opeisen. Kersen, aardbeien en frambozen laten zich eveneens kennen, maar blijven eerder voorzichtig op de achtergrond. Viooltjes, merkbare houtinvloeden en een overvloed aan Provençaalse kruiden maken het geheel complex. Omdat we deze wijn blind proeven, ontstaat het sterke vermoeden dat Croatina een aanzienlijk aandeel in de assemblage heeft.
    Ook in de mond blijft het donkere fruit prominent aanwezig. De wijn toont zich krachtig, met een stevige body en een uitgesproken karakter dat behoorlijk afwijkt van de andere Nebbiolowijnen in deze proeverij. Blind zou je hem wellicht niet onmiddellijk als Nebbiolo herkennen. Het is een wijn met een hoekje af, of moeten we zeggen met een hoekje aan? De eerste slokken vragen enige gewenning, maar naarmate je hem beter leert kennen, groeit de waardering. De kracht, het donkere fruit en de stevige structuur vormen een aantrekkelijk geheel. De afdronk is lang en aanhoudend, terwijl de wijn zich nog opvallend jong presenteert. Een atypische maar bijzonder mooie Boca, met veel body, karakter en nog heel wat toekomst voor zich. Oh ja, geen Croatina valt er te bespeuren in deze wijn. Alweer eventjes met beide voetjes op de grond geplaatst!
    Richtprijs: 45,00 €
  10. Le Piane Boca DOC 2018
    Blend van 85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Boca en Prato Sesia. De wijnstokken groeien op bodems met porfiergrind van vulkanische oorsprong. De vergisting gebeurt met natuurlijke gisten in open houten en roestvrijstalen kuipen. Nadien volgt een rijping van drie tot vier jaar in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een zuivere, klassieke licht kersenrode kleur. De neus biedt een complexe en herkenbare expressie van Nebbiolo, waarbij de evolutie zich van haar mooiste kant laat zien. Tertiaire aroma’s komen duidelijk naar voren, met tabak, een brede waaier aan kruiden en een subtiele balsamicoachtige toets, zonder daarbij een vlezig karakter te vertonen. Ondanks de ontwikkeling blijft het fruit nadrukkelijk aanwezig. Vers klein rood fruit gaat samen met toetsen van gedroogd fruit en zorgt voor een aantrekkelijk en veelzijdig bouquet.
    In de mond toont de wijn zich stevig en krachtig, met uitgesproken tannine en duidelijk aanwezige zuren. Die combinatie zorgt voor een levendig en spannend smaakverloop, waarbij kracht en verfijning mooi samengaan. Opvallend is dat het sappige, kleine rode fruit hier zelfs nadrukkelijker aanwezig is dan in de neus. De wijn ontwikkelt een mooie complexiteit en een lange afdronk. Qua finesse doet deze Boca enigszins aan een mooie Barbaresco denken. Een bijzonder geslaagde wijn met een fraaie balans tussen rijping, frisheid en structuur.
    Richtprijs: 75,00 €
  11. Paride Iaretti Gattinara Riserva DOCG 2018
    Uitsluitend Nebbiolo druiven voor deze riserva, afkomstig van ongeveer veertig jaar oude wijnstokken op vulkanische bodems met porfier in Gattinara. Vergisting in roestvrijstalen tanks, rijping voor twaalf maanden in tonneaux, gevolgd door vierentwintig maanden in grote eikenhouten vaten en nog eens twaalf maanden in roestvrij staal. Een zuivere en ietwat donkere kersenrode kleur.
    De neus is bijzonder expressief en laat een hele waaier aan aroma’s vrijkomen. Thee, rozenbottel, tabak en een aantrekkelijke kruidigheid gaan samen met florale toetsen van roos en een vleugje viooltjes. Ook een licht rokerige mineraliteit komt naar voren. Maar het is vooral de overvloed aan kersenfruit die de aandacht trekt en het geurpalet een bijzonder aantrekkelijk karakter geeft. Een complex en verleidelijk bouquet waarin telkens nieuwe nuances opduiken.
    In de mond volgt meteen een aangename verrassing. Even snel een tweede slok nemen om te bevestigen wat de eerste al liet vermoeden, want dit is werkelijk bijzonder lekker. De tannine is mooi afgerond en uitstekend verweven met het sappige fruit. Tegelijkertijd bezit de wijn een stevige structuur en voldoende kracht, zonder aan verfijning in te boeten. Alles sluit bijzonder mooi op elkaar aan en zorgt voor een harmonieus geheel. De afdronk heeft een behoorlijke lengte. Een zeer geslaagde wijn die kracht, sappigheid en verfijning op een aantrekkelijke manier samenbrengt.
    Richtprijs: 50,00 €
  12. Torraccia del Piantavigna Gattinara Riserva DOCG 2017
    Deze Riserva wordt volledig gemaakt van Nebbiolo, afkomstig van de wijngaarden Gerbidoni en Lurghe in Gattinara. De wijnstokken groeien op stenige, poreuze en goed drainerende bodems van vulkanische oorsprong, met porfier en kwarts. De wijn rijpt gedurende zestig maanden in grote Franse eikenhouten vaten.
    Een mooie kleur die zich tussen licht kersenrood en granaatrood situeert. De neus is werkelijk een heerlijkheid om aan te ruiken. Een bijzonder complex bouquet waarin alle aroma’s zo mooi met elkaar verweven zijn dat vooral het geheel indruk maakt. De afzonderlijke geuren laten zich minder gemakkelijk onderscheiden, al valt er bij aandachtig ruiken bijzonder veel te ontdekken. Frisse en rijpe kersen gaan samen met gedroogd fruit, terwijl tabak, cederhout en mokka voor een mooi ontwikkeld karakter zorgen. Peper, tijm en laurier brengen een uitgesproken kruidige dimensie, aangevuld met grafiet, licht rokerige toetsen en aardse aroma’s van bosgrond. Een bijzonder rijk en harmonieus geurpalet dat blijft boeien.
    In de mond krijgen we Nebbiolo zoals we hem graag hebben. Krachtig, complex en met een uitgesproken structuur, waarbij de stevige tannine een licht uitdrogende indruk kan geven zonder echt te storen. Het geheel heeft een smakelijk mondgevoel. Mocht iemand ons vertellen dat we een Barbaresco in het glas hebben, dan zouden we dat best kunnen geloven. Opvallend is hoe de zuren zich aanvankelijk wat op de achtergrond houden en pas in de retrofase duidelijk naar voren komen. Daar zorgen ze voor een aangename tegenhanger van de stevige tannine. Gelukkig blijft ook het fruit voldoende aanwezig om het geheel sappig en aantrekkelijk te houden. De afdronk is lang, complex en kruidig. Een mooie, klassieke Gattinara Riserva met kracht, karakter en nog duidelijk bewaarpotentieel.
    Richtprijs: 75,00 €
  13. Ioppa Santa Fé Ghemme DOCG 2006
    85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van de gelijknamige wijngaard in Romagnano Sesia. Deze zuidwestelijk georiënteerde heuvelwijngaard werd in 1969 aangeplant en heeft een kleirijke bodem. Na de oogst volgt een natuurlijke vergisting in roestvrijstalen tanks. Vervolgens rijpt de wijn 36 tot 48 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout van 25 hectoliter, gevolgd door minstens twaalf maanden flesrijping.
    Een duidelijk geëvolueerde granaatrode kleur die de leeftijd van de wijn al meteen verraadt. Ook de neus laat er weinig twijfel over bestaan dat we hier met een oudere wijn te maken hebben. Aanvankelijk domineren aardse en tertiaire aroma’s, maar wie de wijn wat tijd in het glas gunt, ontdekt een veel uitgebreider geurpalet. Tabak, cederhout, koffie, humus en paddenstoelen worden geleidelijk aangevuld met gedroogde bloemen en een uitgesproken waaier aan kruiden en specerijen. Ook het fruit laat zich nog kennen, al heeft het zijn jeugdige frisheid inmiddels ingeruild voor rijpere, gedroogde toetsen van pruimen en vijgen. Een complex en ontwikkeld bouquet dat wat geduld vraagt om zich volledig prijs te geven.
    In de mond grijpen we meteen terug naar dat fruit, want verrassend genoeg duikt hier zelfs nog wat vers rood fruit op, zij het in beperkte mate. De stevige tannine voert echter duidelijk de boventoon en geeft de wijn een behoorlijk streng karakter. Het aanwezige fruit biedt onvoldoende tegengewicht om het geheel nog de gewenste sappigheid en rondeur te bezorgen. De aromatische ontwikkeling is bijzonder interessant, maar in de smaak ontbreekt inmiddels wat evenwicht. Een fascinerende kennismaking met een gerijpte Ghemme, al hadden we deze fles wellicht liever enkele jaren eerder in het glas gehad.
    Richtprijs: 69,00 €
  14. Ioppa Bricco Balsina Ghemme DOCG 2006
    Bricco Balsina bestaat uit 85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van de gelijknamige wijngaard in Romagnano Sesia. Deze zuidwestelijk georiënteerde heuvelwijngaard heeft een grindrijke bodem van fluviatiele en alluviale oorsprong. Natuurlijke vergisting in inox. Vervolgens rijpt de wijn 36 tot 48 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout van 25 hectoliter, gevolgd door minstens twaalf maanden flesrijping. Een duidelijk geëvolueerde kleur, waarbij ook de schittering inmiddels verdwenen is. Hoewel de fles al enkele uren eerder werd geopend, zonder te decanteren, is de eerste indruk in de neus er eentje van uitgesproken reductie. Gelukkig verdwijnt die na enige tijd in het glas, al blijven de dierlijke aroma’s nadrukkelijk aanwezig. Geleidelijk komen ook mokka, chocolade en tabak naar voren. Het is echter behoorlijk zoeken naar het fruit. Vers fruit is nauwelijks nog te bespeuren en we moeten het vooral zoeken bij de gedroogde varianten, met pruimen en vijgen als voornaamste vertegenwoordigers. Een duidelijk ontwikkeld bouquet waarin de tertiaire aroma’s de bovenhand hebben. In de mond wordt het helaas nog moeilijker. Het fruit is zo goed als volledig verdwenen en wat overblijft, zijn voornamelijk zuren en tannine. De wijn mist de sappigheid en het fruitige tegengewicht om deze stevige structuur nog voldoende te ondersteunen. Het geheel komt daardoor behoorlijk streng en uit evenwicht over. Hoe boeiend de Santa Fé uit hetzelfde jaar tijdens de proeverij ook nog bleek te zijn, deze Bricco Balsina heeft duidelijk zijn beste tijd gehad. Bijzonder jammer, zeker omdat deze jaargang op het domein nog te koop wordt aangeboden als een mooi gerijpte en drinkklare wijn. Op basis van onze proefervaring kunnen we die stelling moeilijk onderschrijven.
    Richtprijs: 69,00 €

En of het boeiend is geweest! We hebben intens genoten van ons bezoek aan Alto Piemonte, het onderzoek ter plekke en het schrijven van de verschillende blogs over deze fascinerende wijnregio. Om dan nog maar te zwijgen over al dat lekkers dat tijdens de twee masterclasses in ons glas belandde.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s
  9. Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s
  10. Alto Piemonte op zondag: Carema, de logische buitenstaander

Alto Piemonte op zondag: Carema, de logische buitenstaander

Ah Carema, zucht, het was een instant crush vanaf het eerste moment dat ik de wijnstokken zag staan, steil tegen de flanken van de Alpen in hun typische geleiding. Ik werd als het ware naar de wijnstokken toe gezogen. Uiteindelijk zijn we er dan ook wat langer blijven hangen dan voorzien.

Nochtans zat ik bij de aanvang van deze reeks met een wat gewrongen gevoel. Ik keek enorm enthousiast uit naar de ontdekking van Alto Piemonte, maar strikt genomen mocht ik Carema niet mee opnemen. Ik weet het, het is niet correct, maar als ik thuis in de opleidingen over Alto Piemonte spreek, dan rolt Carema altijd mee van de tong. Ik duid het dan wel hoor.

Hoe ik het ook uitleg, draai of keer: Carema hoort niet bij Alto Piemonte. Point finale! Het behoort tot Canavese, waar bijvoorbeeld ook Erbaluce di Caluso DOCG thuishoort, en ligt westelijker in Piemonte.

Maar in mijn hoofd behoort Carema tot dezelfde noordelijke wijncultuur waarin Nebbiolo een heel andere kant van zichzelf toont dan in de Langhe. En dus moest dit buitenbeentje mee opgenomen worden.

Op de grens van Piemonte en Valle d’Aosta

Vanuit onze uitvalsbasis in La Morra was het toch dik anderhalf uur rijden naar Carema. Net wanneer je denkt Valle d’Aosta in te rijden, moet je de afrit nemen. Carema ligt helemaal in het noorden van Canavese, bijna letterlijk op de grens met Valle d’Aosta. Wie vanuit Piemonte naar het Aostadal rijdt, ziet het landschap hier ruwer worden en vooral snel de hoogte oplopen. Je kan er trouwens magnifieke foto’s nemen.

Het dorp ligt aan de voet van Monte Maletto. De wijngaarden bevinden zich op de hellingen erboven, op ongeveer 350 tot 700 meter hoogte. Dat verbaasde me wel, want als je ziet hoe de wijngaarden tegen de berg zijn aangelegd, had ik de ondergrens toch hoger ingeschat.

Een landschap van pergola’s en steen

Het meest herkenbare element van Carema zie je bijna onmiddellijk wanneer je het dorpje komt ingereden. Ik ging bijna automatisch op de rem staan en gelukkig was er een parking waar je even kon stoppen. Bij het inrijden bots je immers ogenblikkelijk op de coöperatieve van Carema en iets verderop zie je de druivenstokken beschut staan onder de typische pergola’s van Carema.

Verwacht je niet aan de bekende pergola zoals je die onder andere in Soave of Valpolicella ziet. Neen, hier worden de wijnstokken traditioneel hoog geleid en rusten ze op karakteristieke stenen zuilen, lokaal pilun genoemd. Die hebben meestal de vorm van een afgeknotte kegel en bepalen mee het uitzicht van de wijngaarden.

Naast een visueel effect hebben deze zuilen bovendien effectief een functie. De stenen warmen overdag op in de zon en geven een deel van die warmte tijdens de nacht opnieuw af. De pergola helpt bovendien bij het creëren van een eigen microklimaat onder het bladerdek.

Een bodem gevormd door de bergen

Het loont de moeite en ik raad het iedereen aan om effectief even te wandelen tussen de wijngaarden. Je kan er perfect de tijd voor nemen en de Sentiero dei Vigneti di Carema bewandelen, waarbij je op een 4 kilometer lange tocht doorheen de wijngaarden en het dorpje wordt gestuurd. Dit pad is bovendien nog ‘te doen’, want er zijn amper 110 hoogtemeters te overbruggen.

Ga je hogerop, dan is er nauwelijks sprake van zacht glooiende wijnhellingen. De wijngaarden bevinden zich op rotsachtige berghellingen met vooral morenisch materiaal. Maar zoals tijdens de wandeling duidelijk wordt, duiken daarnaast leisteenachtige en granietachtige gesteenten op. Wortels zoeken er hun weg tussen stenen en spleten, terwijl de terrassen slechts een beperkte hoeveelheid grond vasthouden.

Generaties wijnbouwers bouwden deze terrassen tegen de berg. Machines hebben er weinig te zoeken. Snoeien, onderhoud en oogst gebeuren grotendeels met de hand. De term heroïsche wijnbouw mag in Carema zonder veel discussie gebruikt worden.

Picutener en Prugnet

Wie in Carema over Nebbiolo spreekt, komt al snel twee namen tegen: Picutener en Prugnet. Zelfs een ervaren wijnrot zoals mezelf kan nog iets bijleren. De benaming Prugnet voor Nebbiolo was me immers helemaal niet bekend. Picutener uiteraard wel. Blijkbaar zijn het lokale Nebbiolobenamingen die historisch met de wijnbouw van Carema en ook met die van Donnas, even over de grens in Aosta, verbonden zijn.

Picutener is wel degelijk de naam die het vaakst opduikt. De benaming zou in verband gebracht worden met de kleine, compacte trossen en bessen. Prugnet wordt in oudere bronnen soms ook als Pugnet geschreven. Opvallend is natuurlijk de gelijkenis met Prunent, de lokale Nebbiolobenaming die we in de Ossolavalleien tegenkomen. Ik was stomverbaasd Prugnet in het disciplinare van Carema te zien opduiken.

Daarin staat ook dat Carema voor minstens 85 procent uit Nebbiolo moet bestaan. De resterende 15 procent mag worden ingevuld met andere toegelaten, niet aromatische blauwe druivenrassen.

De invulling van die aanvullende 15 procent ziet er hier wat anders uit dan in Alto Piemonte. Hier vinden we in de praktijk lokale rassen zoals Neyrette en Ner d’Ala, maar evenzeer Barbera en Freisa.

Veel producenten houden het overigens eenvoudig en werken met 100 procent Nebbiolo.

Carema DOC sinds 1967

Carema kreeg zijn DOC in 1967 en behoort daarmee tot de oudere beschermde herkomstbenamingen van Piemonte. De productiezone is bijzonder klein en omvat de gemeente Carema. De vinificatie, bewaring en rijping moeten eveneens binnen de productiezone gebeuren, maar zijn ook toegestaan in Ivery, een frazione van Pont Saint Martin net over de grens in Valle d’Aosta.

De gewone Carema moet minimaal 24 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden in hout. Voor Carema Riserva loopt dat op tot minimaal 36 maanden, eveneens met minstens 12 maanden houtrijping.

Opvallend is dat het hout niet uitsluitend eik hoeft te zijn. Ook kastanje is toegestaan. De maximale inhoud van de vaten bedraagt 40 hectoliter.

Hoe smaakt Carema?

Lekker! Dat zou een heel simpel en correct antwoord kunnen zijn. Althans toch naar mijn smaak.

Het is een Nebbiolowijn en totaal andere aroma’s of smaken moeten we dus niet verwachten. Toch meen ik te mogen stellen dat zijn profiel net iets anders is dan in Alto Piemonte. Iets slanker misschien?

Om te starten is een Carema meestal nog iets lichter van kleur. Rood fruit, gedroogde roos en viooltjes komen vaak terug, naast kruiden, fijne aardse tonen en soms iets rokerigs of ijzerachtigs. Met flesrijping verschijnen gedroogde bloemen, tabak, specerijen en meer tertiaire aroma’s. Dat is dus niets anders dan hoe we een Nebbiolo omschrijven. Al lijkt het geurprofiel net iets fragieler te zijn.

In de mond speelt frisheid een hoofdrol. De zuren zijn uitgesproken en geven de wijn spanning. De tannine is aanwezig, zoals we van Nebbiolo verwachten, maar de combinatie van hoogte en klimaat levert doorgaans een fijner profiel op dan bij de krachtigste interpretaties uit Gattinara of Ghemme.

Een Carema daarmee wegzetten als een lichte, vlot drinkbare Nebbiolo zou een totaal verkeerde boodschap zijn en vooral de wijn tekortdoen. Goede Carema neemt je bij de lurven, heeft wel degelijk body en vooral verrassend veel lengte. En vergis je niet, deze wijnen kunnen bijzonder mooi ouderen.

Een appellatie van kleine percelen

Carema is ook vandaag nog een zeer kleine wijnwereld. We spreken over amper een twintigtal hectare wijngaarden, bovendien versnipperd over talloze terrassen. Vele percelen zijn echt wel megaklein. Ik kan niet met absolute zekerheid spreken, maar ik vermoed dat het grotere aaneengesloten wijngaardcomplex waar de eerder vermelde wandeling doorheen gaat, een van de grootste van Carema is.

Dat heeft gevolgen voor de manier waarop hier wijn wordt gemaakt. Individuele wijnbouwers beschikken vaak over onvoldoende druiven om zelfstandig een economisch leefbaar wijndomein uit te bouwen. De coöperatie speelt daarom een belangrijke rol.

De Cantina dei Produttori Nebbiolo di Carema beschikt via haar leden over een belangrijk deel van de wijngaarden en produceert zowel Carema DOC als Carema Riserva. Het is bovendien een coöperatie die op kwaliteit gestoelde wijnen maakt.

Daarnaast zijn er enkele kleine zelfstandige producenten die deze appellatie echt wel recht aandoen. Tijdens ons bezoek ginds wilde ik dan ook graag even langsgaan bij Ferrando. Een vriend van ons heeft de hele tijd zijn mond vol over zijn wijnen en ik heb tot op heden enkel nog maar zijn Erbaluce kunnen proeven. Hij is vooral lyrisch over de Etichetta Bianca en Etichetta Nera. We hadden ons bezoek niet aangekondigd en helaas bleef de poort gesloten. Die geheimen blijven voor ons dus nog steeds goed bewaard.

Ondertussen zien we ook een jongere generatie die opnieuw beweging in Carema brengt. Kleine projecten zoals Sorpasso tonen dat er opnieuw mensen bereid zijn om percelen te herstellen en zich aan deze arbeidsintensieve wijnbouw te wagen. Sorpasso begon in 2012 met een gehuurde wijngaard en groeide sindsdien tot iets meer dan één hectare.

Dat klinkt bescheiden. In Carema is één hectare echter al snel een verzameling trappen, muren, pergola’s en heel veel uren handenarbeid. Ben je er in de buurt, ga dan zelf eens tussen die wijngaarden wandelen. Je zal me overschot van gelijk geven.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s
  9. Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s

Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s

Hoewel we onze tijd namen om Alto Piemonte te verkennen, moet je toch keuzes maken. Je kan helaas niet aan elke appellatie dezelfde aandacht schenken. Nu ja, je kan dit uiteraard wel, maar dan moet je er ook wel degelijk de tijd en ruimte voor vrijmaken.

Bij de voorbereiding aan het thuisfront werd al vlug duidelijk dat Fara en Sizzano, ik zal niet zeggen het vijfde wiel aan de wagen, toch minder prominent in beeld werden gebracht in de diverse artikels en websites die we doornamen in functie van onze ontdekkingstocht.

Ik besloot me hier dan ook bij aan te sluiten en er niet dezelfde tijd voor uit te trekken als ik voor de andere appellaties wel had gedaan. Een wijze beslissing, zo bleek eens we ginds waren. Je cruiset zo door de dorpjes zonder dat je er zelfs erg in hebt. We besloten daarom van de hoofdweg af te gaan en wat meer de hoogte en de wijngaarden op te zoeken. Sporadisch kwamen we deze tegen, maar we waren al wat blij eens we in Ghemme zaten.

Misschien hebben we hierdoor de hoofdkern van Fara en Sizzano gemist, maar dat gevoel had ik helemaal niet. Ook tijdens ons bezoek aan de Enoteca in Gattinara waren deze wijnen in de minderheid. Fara stond er niet eens tussen.

Uiteraard nemen we ze wel degelijk mee op in onze blogreeks, want ze horen hier eenvoudigweg in thuis. We nemen hierbij ook de twee ruimere appellaties mee op: Coste della Sesia en het nog ruimere Colline Novaresi.

Fara, klein is hier werkelijk klein

Ten zuiden van Ghemme, aan de oostelijke zijde van de Sesia, liggen Fara Novarese en Briona. Samen vormen ze het productiegebied van Fara DOC. De appellatie bestaat sinds 1969 en behoort vandaag tot de kleinste van Alto Piemonte.

Amper vijf hectare groot, goed voor een jaarlijkse productie van ongeveer 135 hectoliter wijn. Omgerekend spreken we over nauwelijks 18.000 flessen per jaar. Netjes verdeeld onder vijf producenten!

De wijngaarden liggen op een langgerekte heuvelrug die van noord naar zuid loopt, op een hoogte van ongeveer 180 tot 300 meter. De bodem is van fluvioglaciale oorsprong en werd gevormd door afzettingen afkomstig van het Monte Rosa massief. Klei en zand worden er afgewisseld met grind en rolstenen. Op het plateau zijn de bodems dieper en bevatten ze meer klei, terwijl ze op de hellingen losser en steniger worden. Daarmee verschilt Fara duidelijk van de vulkanische ondergrond die we eerder in Boca, Bramaterra en Gattinara tegenkwamen.

Voor Fara DOC moet Nebbiolo, hier uiteraard ook Spanna genoemd, 50 tot 70 procent van de assemblage uitmaken. Vespolina en Uva Rara nemen samen 30 tot 50 procent voor hun rekening. Daarnaast mag maximaal 10 procent andere toegelaten niet aromatische blauwe druiven worden gebruikt.

De wijn moet minstens 22 maanden rijpen, waarvan 12 maanden op hout. Voor Fara Riserva loopt dat op tot 34 maanden, waarvan minstens 20 maanden op hout.

Door het relatief grote aandeel Vespolina en Uva Rara krijgt Fara een ander profiel dan een zuivere Nebbiolo. Rode vruchten, florale aroma’s en kruidigheid komen naast de zuren en tannine van Nebbiolo te staan. De wijnen kunnen daardoor relatief vroeg toegankelijk zijn, zonder het typische karakter van Alto Piemonte te verliezen.

Geen wonder eigenlijk dat er geen fles te vinden was in de Enoteca van Gattinara!

Sizzano, op weg naar Ghemme

Wie vanuit Fara opnieuw noordwaarts richting Ghemme rijdt, passeert Sizzano zonder dat hij het beseft. Ook hier hebben we te maken met een historische appellatie waarvan vandaag bijzonder weinig wijn wordt geproduceerd. Toeval of niet, we vinden exact dezelfde oppervlakte aan wijngaarden als in Fara: amper vijf hectare. De productie ligt met 170 hectoliter net iets hoger. Met negen producenten die er actief zijn, is het wijngaardwerk in Sizzano vlug uitgevoerd.

Dat kleine Sizzano genoot ooit nochtans een stevige reputatie. In 1845 stuurde de Novarese senator Giacomo Giovanetti een staal van de wijn naar Camillo Benso di Cavour. Die was behoorlijk onder de indruk en zag in Sizzano het bewijs dat Piemonte wijnen van hoog niveau kon voortbrengen. Voor het karakter van de wijn zocht hij de vergelijking bovendien eerder in Bourgogne dan in Bordeaux. Een aardig visitekaartje voor een appellatie die vandaag amper vijf hectare telt.

Sizzano kreeg zijn DOC in 1969. Het productiegebied beperkt zich tot de gemeente Sizzano en de wijngaarden liggen op de heuvels, tussen ongeveer 200 en 350 meter hoogte.

De geologie is van fluvioglaciale oorsprong en de bodems zijn behoorlijk complex samengesteld. Op het overwegend kleirijke plateau vinden we oude afzettingen uit het Pleistoceen, met een heterogene samenstelling van onder meer klei, leem, grind en rolstenen.

De samenstelling van Sizzano lijkt sterk op die van Fara. Nebbiolo vertegenwoordigt 50 tot 70 procent. Vespolina en Uva Rara vullen samen 30 tot 50 procent aan, terwijl maximaal 10 procent andere toegelaten niet aromatische blauwe druiven mag worden toegevoegd.

De verplichte rijping bedraagt minstens 22 maanden, waarvan 16 maanden op hout. Voor de Riserva zijn dat 34 maanden, waarvan 24 maanden op hout.

Sizzano levert een vrij klassieke stijl van Alto Piemonte op, met rood fruit, florale aroma’s, specerijen, frisse zuren en aanwezige tannine.

Coste della Sesia, het vizier gaat open

Rondom en tussen de diverse gemeentelijke appellaties van Alto Piemonte liggen nog twee uitgestrektere gebieden die een grotere lading dekken en veel minder strikt in herkomst beperkt zijn. Coste della Sesia en Colline Novaresi bestrijken grote delen van het gebied waar de wijnbouw ooit veel omvangrijker was dan vandaag.

De wijngaarden van de Coste della Sesia DOC strekken zich uit over delen van de provincies Biella en Vercelli, aan de westelijke zijde van de Sesia. Ze liggen er op een hoogte van 200 tot 600 meter.

Het is een relatief jonge DOC, die bestaat sinds 1996 en een gebied omvat waarin we ondertussen enkele oude bekenden tegenkomen. Lessona en Bramaterra liggen er volledig binnen, terwijl ook rond Gattinara wijngaarden onder Coste della Sesia kunnen worden geklasseerd. De grenzen van de verschillende denominaties overlappen dus gedeeltelijk.

Coste della Sesia biedt veel meer vrijheid op het vlak van druivenrassen, assemblage en stijl. Jonge wijngaarden, druiven uit verschillende percelen of een wijn die bewust vroeger op de markt wordt gebracht, kunnen hier een plaats krijgen.

Die vrijheid zien we ook in de verschillende wijntypes. Coste della Sesia kan als Rosso, Rosato en Bianco worden geproduceerd. De witte wijn wordt gemaakt van de lokale Erbaluce, die we beter kennen van de Erbaluce di Caluso DOCG.

Voor Rosato en Rosso is het logischerwijs opnieuw aan Spanna om de wijn te dragen. In beide gevallen moet Nebbiolo minstens 50 procent van de assemblage uitmaken. De rest mag worden aangevuld met andere blauwe druivenrassen die binnen het productiegebied zijn toegelaten. Vespolina, Uva Rara en Croatina zijn daarbij de rassen die we binnen Alto Piemonte het vaakst tegenkomen.

Je kan hier ook wijnen vinden met de naam van de druif op het etiket, zoals Coste della Sesia Nebbiolo, Vespolina of Croatina. Dan moet het vermelde druivenras voor minstens 85 procent aanwezig zijn. Voor Uva Rara gaat die vlieger niet op.

We zien momenteel de Coste della Sesia wijnen meer en meer op de markt verschijnen. Ergens is dit de normaalste zaak van de wereld. Nu de regio nieuwe producenten aantrekt, kan deze benaming perfect als kapstok dienen voor hun eerste wijnen of voor wijnen die niet onmiddellijk voldoen aan de strengere regels van de gemeentelijke appellaties.

Vind je een producent wiens Coste della Sesia uitmuntend is, hou die dan in de gaten. Die zou in de toekomst wel eens hoge ogen kunnen gooien wanneer ook de wijnen onder de gemeentelijke appellatie op de markt verschijnen!

Colline Novaresi, de grote paraplu aan de overkant

Steken we de Sesia opnieuw over, dan komen we terecht in het gebied van Colline Novaresi. Deze DOC bestaat sinds 1994 en vervult aan de oostelijke zijde van de rivier ongeveer dezelfde functie als Coste della Sesia aan de westelijke kant.

Het productiegebied is bijzonder uitgestrekt en omvat tientallen gemeenten in de provincie Novara. Binnen datzelfde geografische gebied liggen ook Ghemme, Boca, Fara en Sizzano. De wijngaarden liggen op een hoogte van 180 tot 550 meter.

Ook hier krijgen producenten aanzienlijk meer speelruimte. Colline Novaresi kan worden geproduceerd als Rosso, Rosato en Bianco. De Bianco bestaat voor 100 procent uit Erbaluce. Voor zowel Rosso als Rosato moet Nebbiolo, of Spanna, minstens 50 procent van de assemblage uitmaken. De overige 50 procent mag worden ingevuld met andere niet aromatische blauwe druivenrassen die in Piemonte zijn toegelaten.

Daarnaast kan de naam van het druivenras op het etiket verschijnen. Dat kan voor Nebbiolo of Spanna, Vespolina, Uva Rara, Croatina en Barbera. In dat geval moet het vermelde druivenras minstens 85 procent van de wijn uitmaken.

In grote lijnen zijn de overeenkomsten met Coste della Sesia dus behoorlijk groot. De ligging verschilt uiteraard en ook bij de druivenrassen zien we andere accenten. Vooral Uva Rara krijgt aan deze zijde van de Sesia een prominentere plaats. Dat zagen we eerder al in de assemblages van de gemeentelijke appellaties en hier kan ze zelfs afzonderlijk als Colline Novaresi Uva Rara op de markt worden gebracht.

Het grote verschil zit vooral in de oppervlakte. Colline Novaresi telt ongeveer 246 hectare wijngaarden en strekt zich een flink stuk verder noordwaarts uit. Coste della Sesia blijft met ongeveer 44 hectare een stuk kleiner. Ook naar het zuiden toe is de ruimte voor uitbreiding van Coste della Sesia beperkt. De heuvels maken er vrijwel meteen plaats voor de vlakten waar de rijstvelden het landschap overnemen.

En dan is er nog een verschil dat we waarschijnlijk in het subjectieve vak moeten steken. Mijn ervaring leert me dat onder Colline Novaresi ook behoorlijk wat minder serieuze wijnen op de markt komen. Wijnen die ik persoonlijk liever niet vereenzelvig met de kwaliteit waartoe Alto Piemonte in staat is. Dat is uiteraard een persoonlijk standpunt, maar wel eentje dat ik hier wil meegeven.

Onze kaart is compleet

Het was een enorm boeiende en vooral leerrijke ontdekking om de wijngebieden van Alto Piemonte van dichtbij te bestuderen. Ik heb er enorm lekkere wijnen geproefd, strenge exemplaren leren kennen en wijnen ontdekt die nog flink wat geduld vragen, maar de toekomst voor zich hebben.

Ik kan dan ook enkel maar reikhalzend uitkijken naar wat Alto Piemonte ons in de toekomst nog zal bieden.

Onze kaart van Alto Piemonte is daarmee volledig ingekleurd. Ook de puzzel van die kleine maar veelbelovende appellaties hebben we in elkaar gestoken. Ons verhaal is daarmee bijna ten einde.

Bijna, want helemaal in het westen wacht nog één buitenbeentje: Carema.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s

Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s

Net zoals bij Lessona lagen de verwachtingen voor Boca en Bramaterra bij ondergetekende bijzonder hoog. Mijn eigen proefervaringen speelden daarbij mee, net als de vele positieve commentaren die mijn wijnvrienden de afgelopen paar jaar hadden meegegeven.

Boca was trouwens onze eerste stop. Correctie: onze tweede, want we waren ’s morgens vroeg vertrokken richting Carema om ons vandaaruit echt in Alto Piemonte te nestelen. De eerste indrukken waren zeer positief. Een klein centrum weliswaar, maar verzorgd en duidelijk in het teken van de wijn. Al gauw zaten we op de juiste weg en reden we midden tussen de wijngaarden. Hier moesten we dus zijn!

De schaal heb je wel vlug door: zowel Boca als Bramaterra zijn kleine appellaties en inhoudelijk bijzonder interessant. Net als Gattinara en Ghemme liggen ook deze twee appellaties aan weerszijden van de ‘droogstaande’ Sesia. En dat levert wel degelijk twee verschillende wijnen op. Boca ligt hoger en koeler en focust sterker op Spanna. Bramaterra is uitgestrekter, kent een ander bodemprofiel en ook een licht ander klimaat.

Het was trouwens middag toen we arriveerden en mijn hangry vrouw, Rosy, had al lang een doelwit uitgekozen om te lunchen. Ik kon niet wachten om die lunch in te zetten met een lokale wijn. Het zou trouwens doodzonde zijn dit restaurant verborgen te houden. Osteria Ori Pari Bistrot kan ik iedereen blindelings aanbevelen. Het was misschien wel een van de beste ontdekkingen tijdens heel onze Piemontereis. Ik zou graag de link naar hun restaurant toevoegen, maar die zal je naar Facebook leiden. Doe ik dan liever niet.

Van porfier tot bodemmozaïek

Boca ligt ten noordoosten van Gattinara, rond het dorp Boca en delen van Maggiora, Cavallirio, Prato Sesia en Grignasco. De wijngaarden bevinden zich op heuvels vanaf ongeveer 300 meter en kunnen oplopen tot 500 à 600 meter. Daarmee behoort Boca tot de hoger gelegen wijngebieden van Alto Piemonte. De producenten vertellen ons graag over de vele bossen die we er vandaag treffen. Volgens hen zou dit vroeger grotendeels één aaneengesloten wijngaardgebied geweest zijn.

We kunnen er ons qua bodemgesteldheid gemakkelijk vanaf maken en zeggen dat deze uit vulkanisch porfier bestaat. Maar dat zou niet helemaal correct zijn! Porfier speelt er een belangrijke rol, samen met verweerd vulkanisch materiaal. Daarnaast komen zand, klei en moreneafzettingen met onder meer graniet en ander gesteente voor. Zelfs binnen de kleine appellatie verschillen ligging en expositie behoorlijk. De hoogte en de koele lucht zorgen voor uitgesproken verschillen tussen dag en nacht, waardoor Nebbiolo hier langzaam kan rijpen en zijn zuren goed bewaart.

Ook binnen zo’n kleine appellatie duiken enkele wijngaardnamen geregeld op. Mottosergo, Meridiana, Valvecchi en Traversagna behoren tot de locaties die als bijzonder geschikt worden beschouwd. Montalbano is dan weer interessant vanwege zijn oude wijngaarden die volgens het traditionele Maggiorina systeem zijn aangelegd, met stokken die deels meer dan honderd jaar oud zijn. Ook Vigna Cristiana behoort tot de historische wijngaarden van Boca.

Om door te rijden naar Bramaterra moet je westelijker gaan. Maak je dezelfde fout als ik en geef je Bramaterra in je gps in, dan zal je geen reactie krijgen. Bramaterra is immers geen dorp, maar de naam van een wijngebied dat zeven gemeenten omvat: Masserano, Brusnengo, Curino, Roasio, Villa del Bosco, Sostegno en Lozzolo. De appellatie bestrijkt daardoor een veel ruimer en geologisch minder uniform gebied.

Die verschillen zijn binnen Bramaterra dan ook duidelijk zichtbaar. Rond Masserano vinden we rotsachtige, ijzerrijke porfierbodems. Brusnengo is warmer en wordt beschouwd als een interessante plaats voor Croatina. Villa del Bosco heeft donkerdere bodems met onder meer kwarts, terwijl Lozzolo geologisch dichter aansluit bij Gattinara. Bramaterra laat zich daardoor moeilijk vastpinnen op één exact bodemprofiel. Het gemeenschappelijke vertrekpunt bestaat uit oude, zure bodems waarin porfier sterk aanwezig is.

Waar Boca enkele uitgesproken single vineyards kent, ligt dat in Bramaterra minder voor de hand. Toch bouwen bepaalde locaties steeds duidelijker een eigen reputatie op. In Masserano duiken vooral Cottignano en Pian di Peu op, terwijl in Brusnengo Cavazucchi op de heuvel Mesola en het historische Robino interessante referentiepunten zijn.

Spanna krijgt wat meer gezelschap

Boca kreeg zijn DOC in 1969. Nebbiolo, hier uiteraard Spanna genoemd, moet 70 tot 90 procent van de assemblage uitmaken. De resterende 10 tot 30 procent bestaat uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina komt wel voor in het gebied, maar maakt geen deel uit van de toegelaten assemblage voor Boca DOC.

We hebben een gewone Boca en een Boca Riserva. De klassieke Boca moet minstens 34 maanden rijpen, waarvan 18 maanden op hout. Voor Boca Riserva loopt dat op tot 46 maanden, waarvan minstens 24 maanden op hout. Die lange rijping is echt wel noodzakelijk voor deze wijnen die van nature veel zuren en voldoende tannine bezitten om verder te ontwikkelen op fles.

Tien jaar later, in 1979, volgde de Bramaterra DOC. Mocht je bij een Boca al tot 30 procent met andere druiven dan Spanna werken, dan gaat Bramaterra nog wat verder, tot de helft van de assemblage. Het is te zeggen, dat kan en is helemaal niet verplicht. Om correct te zijn moet Nebbiolo hier slechts 50 tot 80 procent van de wijn uitmaken. Croatina mag tot 30 procent worden gebruikt, terwijl Uva Rara en Vespolina samen maximaal 20 procent mogen vertegenwoordigen. Het aandeel Croatina is dus wel wezenlijk anders dan in de appellaties die we tot op heden hebben besproken.

De gewone Bramaterra moet minstens 22 maanden rijpen, waarvan 18 maanden op hout. Voor een Riserva bedraagt dat 34 maanden, met minstens 24 maanden houtrijping. De minimumrijping is dus korter dan in Boca, al kiezen verschillende producenten in de praktijk voor een langere opvoeding.

Uiteenlopende smaken!

Zowel Boca als Bramaterra krijgen dus meer speelruimte om een assemblagewijn te maken. Het is dan ook logisch dat de wijnen van deze twee appellaties behoorlijk uiteenlopende eigenschappen in het glas kunnen tonen.

De reputatie van Boca is de afgelopen jaren duidelijk gestegen en de wijnen behoren ondertussen tot de meest uitgesproken van Alto Piemonte. De kleur blijft vrij transparant, zoals we van Nebbiolo verwachten, maar de geur kan bijzonder complex zijn. Rood bosfruit, viooltjes, kruiden en citrus komen regelmatig terug. Vooral bloedsinaasappel wordt opvallend vaak opgemerkt. Met flesrijping verschijnen meer aardse tonen, tabak en gedroogde kruiden.

In de mond vallen vooral de levendige zuren op. De tannine kan jong duidelijk aanwezig zijn, maar blijft meestal zeer fijn van structuur. De hogere ligging en het relatief koele klimaat geven Boca een strakke smaaklijn. Goede Boca heeft voldoende concentratie, maar behoudt door zijn hoge zuren en fijne tannine altijd veel spanning en frisheid.

Bramaterra is minder gemakkelijk onder één smaakprofiel te vatten. Daarvoor verschillen de zeven gemeenten en hun bodems te sterk. Bij het proeven keren enkele kenmerken toch regelmatig terug. Rode bessen, donkere kersen, kruiden en peper worden gecombineerd met aardse en soms licht rokerige toetsen. Bij sommige wijnen komen daar uitgesproken minerale en vlezige toetsen bij.

De grotere rol van Croatina geeft Bramaterra vaak iets meer kleur en een bredere smaak dan Boca. De zuren blijven duidelijk aanwezig en zorgen ervoor dat de wijn zijn frisheid behoudt. Ook deze wijnen kunnen jong al interessant zijn en tegelijk zonder problemen verder rijpen.

Overlevers!

Dat zowel Boca als Bramaterra overlevers zijn, is nog zacht uitgedrukt! Boca kwam echt wel bijzonder dicht bij volledige verdwijning. In de negentiende eeuw stonden hier duizenden hectares wijngaard. Tegen het begin van de jaren negentig bleven nog amper ongeveer tien hectare over.

Ondertussen is het tij duidelijk gekeerd. Boca telt vandaag ongeveer 27 hectare wijngaard. En het is volgens de lokale geluiden nog groeiende. Ook het aantal actieve producenten is opnieuw gegroeid, al blijft het vandaag om slechts een handvol domeinen gaan.

Een beslissende rol in de heropbouw van Boca was weggelegd voor Christoph Künzli. De Zwitserse wijnhandelaar leerde Boca eind jaren tachtig kennen en proefde oude wijnen van Antonio Cerri, een van de laatste producenten in het gebied. Van Antonio Cerri nam hij diens kleine wijngaard, kelder en oude voorraden over. Daarna volgde jarenlang het samenbrengen van kleine percelen. Voor de uitbouw van Le Piane waren uiteindelijk tientallen afzonderlijke grondaankopen nodig.

Le Piane groeide zo uit tot het referentiedomein van Boca. De Boca van Le Piane wordt hoofdzakelijk uit Nebbiolo en Vespolina samengesteld en rijpt jarenlang in grote houten vaten. Künzli werkt daarnaast nog met oude wijnstokken en met percelen waar de historische Maggiorina snoeiwijze bewaard bleef. Podere ai Valloni vormt een andere belangrijke historische naam. Hun Vigna Cristiana was in 1970 de eerste officieel geregistreerde wijngaard van de appellatie.

Bij Bramaterra was de terugval misschien niet zo drastisch als bij Boca, maar ook deze appellatie ontsnapte niet aan de enorme achteruitgang die Alto Piemonte in de twintigste eeuw trof. Vandaag spreken we opnieuw over ongeveer 60 hectare, wat relatief groot is voor een appellatie in Alto Piemonte, maar nog altijd slechts een fractie van wat het ooit was. De echte wederopbouw is trouwens vrij recent, want in 2017 stond nog maar ongeveer 25 hectare wijngaard geregistreerd.

Net als in Boca is er ook in Bramaterra een belangrijke rol weggelegd voor een van de voortrekkers van deze heropleving. In dit geval Cristiano Garella. Hij was nog bijzonder jong toen hij in het gebied begon en werd later betrokken bij zowel Colombera & Garella als Le Pianelle. Bij Colombera & Garella werkt hij samen met Giacomo Colombera, wiens familie al druiven in Bramaterra bezat.

Le Pianelle ontstond vanaf 2004 toen Dieter Heuskel samen met Peter Dipoli grond begon te kopen in Bramaterra. Garella sloot later als partner aan. Oude, verwilderde wijngaarden werden hersteld en opnieuw in productie gebracht.

Het respect voor deze overlevers wordt alleen maar groter eens je de wijnen in het glas hebt gehad!

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem

Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem

Ik kan het waarom niet exact plaatsen, maar om één of andere reden keek ik enorm uit om Lessona te ontdekken. Is het omdat ik de wijnen van Sperino wel kan pruimen of omdat ik al enige tijd probeer om de wijnen van Tenute Sella aan mijn portfolio toe te voegen? Feit is dat ik Lessona dus wel vrij hoog heb zitten.

Een bezoek aan het dorpje ginds was enigszins teleurstellend. Niet enkel omdat er een loopwedstrijd gaande was en de toegang daardoor bemoeilijkt werd. Neen, ook omdat het ontiegelijk klein is en er bijna niets te beleven viel. We waren bijna een koffiehuisje binnengesukkeld waarvan we eerst dachten: ‘Ah, kijk hier, een Enoteca.’ Viel dat even tegen!

Dan maar op zoek naar de 20 hectare aan wijngaarden die de appellatie rijk is. Deze liggen verspreid en vaak gewoon aanpalend aan de domeinen.

We mogen dus wel stellen dat het opmerkelijk is, en niet enkel bij mezelf, dat Lessona de laatste jaren meer en meer aan bekendheid wint. Want het is en het blijft toch een piepkleine appellatie die zelfs bij liefhebbers van Piemonte nog geregeld onder de radar blijft.

Dat heeft alvast niets met een gebrek aan geschiedenis te maken. Wijngaarden worden hier al in 1436 in documenten vermeld en in de negentiende eeuw genoot de wijn van Lessona een bijzonder stevige reputatie. Quintino Sella zou er zelfs mee hebben geklonken op de eenheid van Italië.

Een oude zeebodem als basis

Lessona ligt in de provincie Biella, helemaal aan de westelijke kant van het gebied dat we tot Alto Piemonte rekenen. De DOC omvat uitsluitend het grondgebied van de gemeente Lessona. De wijngaarden liggen op heuvels, vaak rond 300 tot 400 meter hoogte.

Hier domineren zeer zure zandbodems van mariene oorsprong uit het Plioceen. Ze zijn enkele miljoenen jaren oud en vormen als het ware een laag boven een veel oudere porfirische ondergrond. In het zand worden zelfs fossiele schelpen gevonden. IJzer, magnesium en kalium behoren tot de mineralen die in deze bodems aanwezig zijn. Plaatselijk komen ook leemachtige afzettingen voor. Die zandbodem is bijzonder arm en heeft een uitstekende drainage. Water en voedingsstoffen zijn er beperkt beschikbaar en de natuurlijke groeikracht van de wijnstok blijft daardoor eerder gering.

Lessona heeft daardoor binnen Alto Piemonte een zeer herkenbare eigen identiteit. De lichte, losse zandbodem draagt bij tot wijnen met minder gewicht, een verfijnd karakter en een opvallend aromatisch profiel.

Een van de historische plekken is San Sebastiano allo Zoppo. Op deze heuvel bezit Tenute Sella vandaag nog wijngaarden en er bestaan documenten waarin hier al in 1436 een wijngaard wordt vermeld. Zes eeuwen later groeit er nog altijd Nebbiolo. De San Sebastiano allo Zoppo van Tenute Sella proefden we ondertussen al verscheidene keren en telkens wist hij ons te verrassen. De laatste keer was in Trattoria dell’Orso in Orvieto, waar ik een flesje 2012 in het aanbod zag staan. De uitbater glunderde toen ik het bestelde. Even later wisten we waarom!

Uiteraard Spanna, bijna steeds alleen!

Lessona kreeg zijn DOC in 1976. Zoals we ondertussen gewend zijn in Alto Piemonte heet Nebbiolo hier Spanna en hij moet minstens 85 procent van de assemblage uitmaken. Net zoals in de meeste appellaties van Alto Piemonte mag een Lessona dus perfect uit 100 procent Nebbiolo bestaan.

Besluit men toch te blenden, dan mag de resterende 15 procent bestaan uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina behoort niet tot de toegelaten druivenrassen voor de DOC Lessona.

Bij veel producenten ligt het aandeel Nebbiolo trouwens dicht tegen 100 procent aan. Proprietà Sperino bracht bijvoorbeeld al een Lessona uit die volledig uit Nebbiolo bestond, terwijl andere producenten kleine hoeveelheden Vespolina gebruiken om extra florale en kruidige nuances toe te voegen.

De klassieke Lessona moet minimaal 22 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden op hout. Voor de Riserva zijn de regels sinds 2026 gewijzigd. De verplichte rijping bedraagt nu minimaal 42 maanden, waarvan 30 maanden op hout. Oudere publicaties kunnen nog wijzen op een verplichte rijping van 46 maanden. Dat was tot het voorjaar van 2026 dus correct.

Ook de regels rond de vermelding vigna werden aangepast. Die kan voortaan zowel bij Lessona als bij Lessona Riserva worden gebruikt wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan en de druiven volledig uit de vermelde wijngaard afkomstig zijn. Voor gewone Lessona bedraagt het maximale rendement 8 ton per hectare. Voor Riserva ligt dat op 7,2 ton.

Voor alle duidelijkheid: de benaming vigna verwijst dus naar een wijn waarvan de druiven afkomstig zijn uit één welbepaalde en officieel vermelde wijngaard. San Sebastiano allo Zoppo is daar een voorbeeld van.

Hoe smaakt Lessona?

Lessona behoort tot de meest verfijnde Spannawijnen in Alto Piemonte. De kleur is meestal vrij licht en evolueert met de jaren van robijn naar granaat.

Rode bessen, kersen, rozen en viooltjes vormen vaak de basis. Citrus duikt opvallend geregeld op, vooral sinaasappel en sinaasappelschil. Met flesrijping komen gedroogde bloemen, kruiden, tabak en aardse tonen naar voren.

In de mond valt vooral de combinatie van frisse zuren, fijne tannine en een vrij licht mondgevoel op. De wijn heeft voldoende complexiteit en lengte, zonder zwaar of massief te worden. In verschillende beschrijvingen van Lessona duiken ook zilte toetsen en zelfs associaties met jodium op. Het is verleidelijk om die indruk rechtstreeks aan de mariene zandbodem te koppelen, maar dat zou ik toch durven nuanceren.

Wat wel duidelijk is: Nebbiolo gedraagt zich op deze arme zandbodems anders dan op compactere bodems. Lessona combineert een hoge natuurlijke zuurgraad met een relatief lichte structuur en aromatische verfijning. De tannine kan in jonge wijnen behoorlijk aanwezig zijn, maar voelt door het beperkte gewicht van de wijn anders aan dan bij krachtigere Nebbiolo.

We hebben dus zelf perfect kunnen ervaren dat een goede Lessona ook bijzonder geschikt is voor flesrijping. De primaire rode vruchten verdwijnen langzaam naar de achtergrond en gedroogde bloemen, kruiden, tabak en aardse aroma’s nemen hun plaats in.

Twintig hectare gedeeld door negen

Lessona kan je echt geen mastodont noemen. Het is en blijft een minuscule wijnregio met weinig mogelijkheden tot echt grote expansie. De actuele oppervlakte wijngaarden wordt op ongeveer twintig hectare geschat. Het Consorzio vermeldt negen producenten die Lessona maken. Tel dus zelf maar uit wat de gemiddelde grootte is per producent.

Tenute Sella vormt zowat het historische ankerpunt. Comino Sella kocht er in 1671 wijngaarden en de familie bleef sindsdien actief in de wijnbouw. Het merendeel van hun wijngaarden ligt weliswaar in Bramaterra, maar afhankelijk van de diverse bronnen wordt hun aandeel in Lessona tussen de 5 en 7 hectare geschat. Een zwaargewicht tussen de producenten dus.

Een tweede cruciale naam die we absoluut moeten melden, is uiteraard Proprietà Sperino. Paolo De Marchi, bekend van Isole e Olena in Chianti Classico, keerde eind jaren negentig terug naar de familiale wortels in Lessona. Samen met zijn zoon Luca bouwde hij Proprietà Sperino uit tot een van de producenten die de appellatie internationaal opnieuw op de kaart zette. Alleen al de bekendheid van de naam De Marchi zorgde ervoor dat Lessona opnieuw veel meer aandacht kreeg buiten de regio.

Massimo Clerico vertegenwoordigt een veel kleiner bedrijf, eveneens met diepe lokale roots. Zijn familie bewerkt hier al sinds de achttiende eeuw wijngaarden en bezit vandaag slechts enkele hectare. Zijn Lessona behoort tot de wijnen die bijzonder goed tonen hoe licht van kleur en tegelijk uitgesproken een Nebbiolo van deze zandbodems kan zijn.

Daarnaast zijn onder andere Pietro Cassina, Colombera & Garella, La Prevostura, Noah, Villa Guelpa en La Badina actief binnen de appellatie.

Twintig hectare blijft natuurlijk twintig hectare. Maar misschien spreken we in de toekomst net iets anders over Lessona en staan er wel opnieuw voldoende sterke producenten klaar om van die paar zandige heuvels serieus werk te maken. Het wat slaperige dorpje zal er niet onmiddellijk door veranderen. De wijnen blijven me echter stuk voor stuk bekoren.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien

Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien

Gattinara en Ghemme worden vaak in één adem genoemd. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid komt dit omdat het de twee DOCG appellaties van Alto Piemonte zijn. Bovendien grenzen ze aan elkaar en worden ze enkel gescheiden door de Sesia. Hoewel de afstand tot Gattinara beperkt is, is de stijl van de wijn toch anders.

Beide plaatsen liggen amper 10 kilometer uit elkaar. In principe is dat niet echt verwonderlijk, want alle appellaties van Alto Piemonte liggen als het ware op een steenworp van elkaar. Toch belanden we hier in een andere wereld. Alleen al door de Sesia over te steken, komen we in een andere provincie terecht. Met Ghemme belanden we immers in Novara, terwijl Gattinara in Vercelli ligt. De DOC Ghemme werd erkend in 1969, twee jaar na Gattinara. In 1997 volgde de promotie naar DOCG.

Ghemme mag dan wel de tweede grote naam zijn, een bezoek aan het dorp is zo voorbij. Het heeft een klein centrum en buiten het bord dat aangeeft dat Ghemme deel uitmaakt van de wijngebieden van Alto Piemonte, doet weinig vermoeden dat je hier in een vooraanstaand wijngebied bent terechtgekomen.

Dat wil helemaal niet zeggen dat er geen grandeur te vinden is. Wij hielden halt bij Ioppa, een van de grotere producenten in Ghemme. Ze beschikken over een mooi uitgerust proeflokaal waar je terechtkunt en met de glimlach wordt verder geholpen.

Op een plateau van ijs en water

De productiezone van Ghemme omvat delen van de gemeenten Ghemme en Romagnano Sesia. De wijngaarden bevinden zich tussen 220 en 400 meter hoogte en liggen op de heuvels die zich boven de vlakte van de Sesia verheffen. Hun ontstaan is rechtstreeks verbonden met de gletsjers die tijdens het Pleistoceen vanuit het massief van Monte Rosa naar het zuiden kwamen.

De bodems van Ghemme worden vaak eenvoudigweg omschreven als morenegronden. Dat is eigenlijk wat te kort door de bocht. Hier vinden we een combinatie van glaciale en alluviale afzettingen. Bij het smelten en terugtrekken van de oude gletsjers werden enorme hoeveelheden gesteente en sediment achtergelaten en verplaatst. Ook waterlopen en de Sesia speelden vervolgens een rol in de verdere afzetting van fijner materiaal.

Onder de wijnstokken vinden we daardoor een behoorlijk bont mengsel van klei, leem, zand en keien, met daarin onder meer graniet, kwarts en ander verweerd gesteente. Vooral de hoeveelheid klei is kenmerkend voor Ghemme. De combinatie met het door de Sesia aangevoerde slib maakt de bodems bovendien vruchtbaarder en rijker aan voedingsstoffen en organisch materiaal dan in veel andere delen van Alto Piemonte.

Ook binnen Ghemme zijn de verschillen duidelijk. Op het plateau is de bodem dieper, compacter en rijker aan klei. Naar de westelijke hellingen toe wordt hij losser en steniger en neemt het aandeel zand en keien toe. Een vrij kleine appellatie blijkt daardoor behoorlijk wat variatie in zijn bodems te herbergen.

Binnen Ghemme genieten enkele afzonderlijke wijngaarden een bijzondere reputatie, zonder dat er een officiële cruclassificatie bestaat. Collis Breclemae behoort tot de bekendste. Daarnaast worden onder meer Collis Carellae en Signore di Bayard afzonderlijk gebotteld als belangrijke wijngaardselecties.

Spanna staat centraal

Nebbiolo, of Spanna zoals hij hier traditioneel wordt genoemd, moet minstens 85 procent van een Ghemme DOCG uitmaken. De resterende 15 procent mag bestaan uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina is niet toegestaan. Een Ghemme mag uiteraard ook volledig uit Nebbiolo bestaan.

Een Ghemme DOCG moet minimaal 34 maanden rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moeten minstens 18 maanden op hout plaatsvinden. Voor een Riserva loopt de minimale rijping op tot 46 maanden, waarvan minstens 24 maanden op hout. De gewone Ghemme mag ten vroegste op 1 september van het derde jaar na de oogst op de markt komen, voor een Riserva wordt dat 1 september van het vierde jaar.

De maximale opbrengst bedraagt 8 ton druiven per hectare. De druiven moeten bij de oogst een minimaal natuurlijk alcoholpotentieel van 12% vol. bereiken. Voor een Riserva ligt dat op 12,5% vol.

Als een producent de naam van een specifieke wijngaard op het etiket wil vermelden, gelden strengere voorwaarden. De vermelding vigna wordt gevolgd door een toponiem of historische wijngaardnaam. De betreffende wijngaard moet minstens zeven jaar oud zijn, de maximale opbrengst daalt naar 7,2 ton druiven per hectare en het minimale natuurlijke alcoholpotentieel stijgt naar 12,5% vol. De wijn uit dat perceel moet bovendien afzonderlijk worden gevinifieerd en bewaard.

Hoe smaakt een Ghemme?

Ghemme is in zijn jeugd vaak een behoorlijk stevige wijn. De tannine kan nadrukkelijk aanwezig zijn en wordt gedragen door frisse zuren. Vooral in de meer geconcentreerde wijnen zorgt dat voor een strakke structuur die enige flesrijping goed kan gebruiken.

In het fruit keren kers en donkere kers regelmatig terug, aangevuld met rode en donkere bessen. Daarnaast behoren viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en peper tot het typische aromatische register. In sommige Ghemme duikt ook een toets van zoethout op.

De kleirijke bodems spelen mee in het karakter van de wijn. Ze leveren vaak Ghemme met meer gewicht en een stevigere tannine. Toch blijft de wijn doorgaans vrij verticaal en fris. Vooral die combinatie van spanning, uitgesproken zuren en een behoorlijke hoeveelheid tannine geeft Ghemme zijn herkenbare karakter.

Ghemme heeft bovendien tijd aan zijn kant. Met flesrijping wordt de tannine zachter en verschuift het fruit naar gedroogde kers en ander gedroogd rood fruit. Tabak, gedroogde bloemen, bosgrond en donkere specerijen komen dan sterker naar voren. Ook een aardse toets en wat leder kunnen zich ontwikkelen.

De betere wijnen uit Ghemme kunnen gemakkelijk vijftien tot twintig jaar ouderen. Bij de beste wijnen en sterke oogstjaren kan dat nog aanzienlijk langer zijn. Vooral de combinatie van zuren, tannine en voldoende fruitconcentratie maakt dat mogelijk. Met de afsluiter van onze masterclass zullen we zelf kunnen testen of dat ook in de praktijk klopt. We openen er namelijk een twintig jaar oude Ghemme.

69 hectare en een twintigtal producenten

Met ongeveer 69 hectare wijngaarden blijft Ghemme een bijzonder kleine DOCG. Toch zijn er een twintigtal producenten actief. De productie blijft eveneens bescheiden. De meest recente productiecijfers komen uit op 2.227 hl Ghemme, goed voor omgerekend bijna 300.000 flessen.

De appellatie is de voorbije jaren wel gegroeid. Nog geen tien jaar geleden werd in verschillende bronnen amper 25 tot 35 hectare aan Ghemme toegeschreven. Vandaag ligt het effectief aangegeven areaal dus ongeveer dubbel zo hoog. De heropleving van Alto Piemonte laat zich hier misschien zelfs meer dan elders voelen.

Antichi Vigneti di Cantalupo behoort tot de historische referenties van Ghemme. De familie Arlunno is al generaties verbonden met de plaatselijke wijnbouw en bezit een belangrijk aandeel van de wijngaarden. Het domein beschikt bovendien over enkele van de bekendste percelen van de appellatie.

Ook Ioppa behoort tot de gevestigde namen. Het domein werd opgericht in 1852 en bleef doorheen verschillende generaties met Ghemme verbonden. Rovellotti kan nog verder terugkijken. De familie heeft roots in Ghemme die minstens tot het einde van de vijftiende eeuw teruggaan en maakt zijn wijn nog altijd in de kelders van het middeleeuwse Ricetto.

Daarnaast moeten we zeker ook melding maken van producenten zoals Torraccia del Piantavigna, Francesco Brigatti, Tiziano Mazzoni en Ca’ Nova. De laatste jaren kwamen daar verschillende nieuwe, voornamelijk kleine producenten bij.

De evolutie in Ghemme is duidelijk nog niet ten einde en blijft dus bijzonder interessant om te volgen.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG

Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG

We hebben de contouren van Alto Piemonte de voorbije drie zondagen voldoende geschetst. Laat ons eens wat meer in detail ontdekken welke appellaties er te vinden zijn en wat er zo specifiek aan is.

Ere wie ere toekomt en dus is de grootste aandacht weggelegd voor Gattinara DOCG. Gattinara ligt ten westen van de Sesia, in de provincie Vercelli. De DOCG beperkt zich volledig tot het grondgebied van de gemeente Gattinara. Met ongeveer 90 tot 100 hectare wijngaarden blijft het naar internationale normen piepklein, maar binnen Alto Piemonte behoort het tot de grotere en belangrijkste appellaties.

Als je Gattinara samen met de andere appellaties bezoekt, merk je ook dat dit het grootste en bedrijvigste dorpje is, want dat is het wel degelijk. Betekent dit ook dat Gattinara de uitstraling heeft van een wijndorpje? Verre van zelfs. Als je de Enoteca Regionale di Gattinara e dell’Alto Piemonte buiten beschouwing laat, zou je misschien zelfs verdwaald raken in je zoektocht naar wijn.

Moeilijk is dat niet, want vandaag wordt Gattinara DOCG door amper een veertiental producenten gemaakt. En ze hebben lang niet allemaal hun domein in Gattinara. Ironisch genoeg zijn in een omgeving als Alto Piemonte veertien producenten zelfs ‘veel’ te noemen. Bij de andere appellaties die we nog gaan bespreken, zal blijken hoe relatief dat begrip hier wel is.

Alles op één heuvel

De wijngaarden van Gattinara liggen opvallend geconcentreerd op één heuvel ten noorden en noordwesten van het dorp. Ze bevinden zich ruwweg tussen 300 en 480 meter hoogte. En met die heuvel komen we terecht bij wat we in het geografieartikel over Alto Piemonte al schreven. Dit is de vulkanische heuvel waarvan de oorsprong teruggaat tot de enorme vulkanische activiteit van ongeveer 280 miljoen jaar geleden.

De wijngaarden liggen er op zeer oude, zure en bijzonder arme bodems die zijn ontstaan uit de verwering van vulkanisch gesteente. Vooral porfier is kenmerkend. Het gesteente bevat veel ijzerhoudende mineralen, wat ook de roodachtige kleur van de bodem mee verklaart. Op verschillende plaatsen ligt het verweerde gesteente gewoon zichtbaar tussen de wijnstokken.

Die bodems bevatten nauwelijks kalk en weinig organisch materiaal. Ze zijn stenig en sterk drainerend, waardoor de wijnstok diep moet wortelen om voldoende water en voedingsstoffen te vinden.

Dat alle wijngaarden op één heuvel liggen, betekent echter niet dat Gattinara één homogeen terroir vormt. De heuvel kent verschillen in hoogte, expositie, hellingsgraad en de mate waarin het vulkanische gesteente is verweerd. Doorheen de geschiedenis kregen verschillende wijngaarden en zones dan ook een eigen naam. Osso San Grato, San Francesco, Molsino, Valferana en Lurghe behoren tot de bekendste.

Ze worden vaak de cru’s van Gattinara genoemd, al zijn het geen officieel afgebakende cru’s of MGA’s zoals we die in Barolo kennen. Verschillende van deze historische wijngaardnamen verschijnen vandaag wel op het etiket van afzonderlijke bottelingen.

Spanna steelt de show

Heel wat Gattinarawijnen die we tegenkomen, zijn monocépages van 100% Nebbiolo, of Spanna zoals hij hier traditioneel wordt genoemd. Nochtans hoeft dit niet zo te zijn, want Nebbiolo moet minstens 90 procent van een Gattinara DOCG uitmaken. Dat wil zeggen dat er een kleine ruimte is voor de andere toegelaten druivenrassen. Vespolina mag maximaal 4% van de assemblage uitmaken en Uva Rara maximaal 10%. Samen mogen ze nooit meer dan 10% vertegenwoordigen. Croatina is niet toegestaan voor een Gattinara DOCG.

Gattinara kreeg zijn DOC in 1967 en promoveerde in 1990 tot DOCG. Daarmee was het de eerste appellatie van Alto Piemonte die de hoogste Italiaanse herkomststatus kreeg.

Een Gattinara DOCG moet minimaal 35 maanden rijpen, waarvan minstens 24 maanden op hout. Voor een Riserva loopt de minimale rijping op tot 47 maanden, waarvan minstens 36 maanden op hout. De druiven voor een Gattinara moeten bij de oogst een minimaal natuurlijk alcoholpotentieel van 12% vol. bereiken. Voor een Riserva ligt dat op 12,5% vol.

Wat krijg je in het glas?

Gattinara behoort binnen Alto Piemonte tot de stevigere en rijpere wijnen. Verwacht daarbij geen donkere krachtpatser. De kleur is vrij transparant robijnrood en evolueert al vrij snel naar granaatrood.

In de neus staat rood fruit vaak centraal, met kers en framboos, aangevuld met rozen, viooltjes, kruiden en geregeld een aardse, rokerige of ijzerachtige toets. Vooral dat laatste wordt nogal eens met Gattinara geassocieerd. Met flesrijping verschuift het fruit meer naar de achtergrond en komen gedroogde bloemen, tabak, leer en aardse aroma’s nadrukkelijker naar voren.

De zuren zijn uitgesproken en de tannine is duidelijk aanwezig. In jonge wijnen kan die combinatie behoorlijk strak overkomen, al is de tannine vaak fijner dan het stevige profiel op het eerste gezicht doet vermoeden. Met enkele jaren flesrijping wordt die tannine zachter en komen fruit, zuren en kruidigheid meer bij elkaar.

De meeste Gattinarawijnen kunnen gemakkelijk enkele tientallen jaren verder ontwikkelen en oude flessen kunnen nog verrassend levendig zijn. Antoniolo heeft doorheen de jaren meermaals oude jaargangen uit de eigen kelders opnieuw op de markt gebracht en daarmee overtuigend aangetoond hoe goed Gattinara kan ouderen.

Zestig hectare in dezelfde handen

Met amper een veertiental producenten is het sowieso een kleine wereld, maar zelfs daarbinnen zijn de verhoudingen opmerkelijk. Travaglini bezit ongeveer 60 van de zowat 100 hectare wijngaard van Gattinara. Eén familie heeft dus meer dan de helft van de appellatie in handen.

Travaglini werd internationaal ook het herkenbaarste gezicht van Gattinara. Het domein kreeg vanaf 1958 onder Giancarlo Travaglini zijn huidige vorm. Uit datzelfde jaar dateert de beroemde asymmetrische fles. Die vreemde vorm is tot onze verbazing een bewuste praktische keuze. De gebogen schouder houdt bij het uitschenken het bezinksel tegen, zodat een oudere Gattinara in principe rechtstreeks uit de fles kan worden geschonken. Het ontwerp schopte het zelfs tot de permanente collectie van het Museum of Modern Art in New York.

De andere historische referentie is Antoniolo, opgericht in 1948. Het domein was een pionier in het afzonderlijk bottelen van wijngaarden binnen Gattinara. Namen als Osso San Grato, San Francesco en Castelle kregen daardoor een eigen plaats op het etiket en hielpen mee om de verschillen tussen individuele wijngaarden zichtbaar te maken.

En dan is er Nervi, dat in 2018 plots opnieuw nadrukkelijk in de internationale belangstelling kwam te staan. Roberto Conterno, van het beroemde Barolohuis Giacomo Conterno, verwierf toen 90% van het historische domein. Dat was een behoorlijk duidelijk signaal. Een van de meest gerespecteerde producenten uit de Langhe zag voldoende potentieel in Gattinara om er zelf zwaar in te investeren.

Samen met onder meer Paride Iaretti, Franchino en enkele andere kleine producenten vormen deze domeinen vandaag een appellatie die numeriek nauwelijks iets voorstelt. Een kleine honderd hectare en een veertiental producenten, meer is Gattinara eigenlijk niet. De reputatie is een stuk groter dan de appellatie zelf.

De toekomst zal uitwijzen of de hernieuwde belangstelling voor Gattinara groot genoeg is om ook nieuwe producenten aan te trekken. Het potentieel is er alleszins!

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends

Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends

Tijdens onze zoektocht doorheen Alto Piemonte maakten we bewust halt in de enoteca van Gattinara. We wisten immers dat je daar niet alleen een grote selectie aan wijnen kon proeven en kopen, maar ook dat je er geholpen kon worden door Dottore Massimo Sacco. Deze man wordt beschouwd als een lokale encyclopedie voor de wijnen uit Alto Piemonte. We namen er onze tijd en lieten de man zijn verhaal doen over Spanna en zijn vrienden.

Spanna is hier de plaatselijke naam voor Nebbiolo en is zonder discussie de belangrijkste blauwe druif van Alto Piemonte. Maar er is een geschiedenis en zoals dat vaak gaat, wordt geschiedenis na verloop van tijd traditie. Dottore Sacco legde ons geduldig uit dat Vespolina in Alto Piemonte minstens even belangrijk wordt geacht als Nebbiolo. De druif hoorde dan ook van oudsher thuis in hun wijnen. Ook Uva Rara en Croatina behoren tot het historische druivenbestand van de streek.

De aloude gewoonte om deze druiven samen te blenden is door de toenemende populariteit van Nebbiolo misschien wat minder vanzelfsprekend geworden, maar ze is zeker niet verdwenen. Daarvoor zijn Vespolina, Uva Rara en Croatina te sterk verbonden met de geschiedenis van het gebied. In verschillende appellaties mogen ze vandaag nog steeds samen met Nebbiolo in de assemblage worden opgenomen. In sommige appellaties kan het gebruik van andere druiven naast Nebbiolo zelfs verplicht zijn.

Spanna is de naam!

Waar de naam Spanna precies vandaan komt, is voer voor discussie. Een van de verklaringen zoekt de oorsprong bij het Italiaanse woord spanna, de afstand tussen de top van de duim en die van de pink wanneer de hand volledig wordt opengespreid. De naam zou verwijzen naar de manier waarop de druiventrossen vroeger werden gemeten of naar hun vorm en omvang. Er circuleren nog andere verklaringen, maar geen daarvan heeft ooit echt overtuigend kunnen aantonen waar de naam vandaan komt. We blijven dus in het ongewisse.

Het is niet omdat Nebbiolo hier door het leven gaat onder een andere naam, dat de druif plots totaal andere eigenschappen zou bezitten. Zeker niet. Wat wel een feit is, is dat we hier voornamelijk te maken krijgen met de Michet variant van Nebbiolo, terwijl we in de Langhe, en meer bepaald in Barolo, vaak een mix hebben van Michet, Lampia en Rosé. Die laatste werd lang beschouwd als een variant van Nebbiolo, terwijl Rosé, als puntje bij paaltje komt, vandaag als een andere druif dan Nebbiolo wordt gezien.

Nebbiolo behoudt hier dan ook een aantal van zijn vertrouwde kenmerken. De druif geeft relatief weinig kleur, bezit van nature een stevige zuurgraad en kan behoorlijk wat tannine ontwikkelen. Aromatisch vinden we vooral rood fruit, rozen, viooltjes en kruiden, met verdere flesrijping aangevuld met meer aardse en kruidige aroma’s. Het typische Barolo “tar and roses” hebben we hier minder. Vooral de ontwikkeling van dat uitgesproken teeraroma blijft wat achterwege.

De echte herkomst van Nebbiolo is nog steeds niet volledig blootgelegd. Dat de druif niet geboren is in de omgeving waar ze vandaag haar grootste uitstraling heeft, namelijk Barolo en Barbaresco, lijkt ondertussen wel duidelijk. Lange tijd werd vermoed dat we voor haar oorsprong bij de buren in Lombardije moesten zijn, meer bepaald in Valtellina. Hoewel ze er in Valtellina nog altijd van overtuigd zijn dat Nebbiolo daar geboren is, wordt er steeds harder gefluisterd dat haar roots in het noorden van Piemonte liggen.

Of dat exact Alto Piemonte is of nog noordelijker, in de Valle Ossola waar ze als Prünent door het leven gaat, moet verder ontrafeld worden. Dottore Sacco heeft alvast zijn verdict klaar: volgens hem is Gattinara de geboorteplaats van Nebbiolo.

Vespolina brengt peper mee

Het was zo grappig dat ik moeite had om niet in een lachbui uit te barsten toen Dottore Sacco me een foto liet zien van een druiventros waarop een wesp zat. Dat is Vespolina en de naam is afgeleid van de aanwezige wesp, vertelde hij met een dusdanige sérieux dat ik geen andere optie had dan bevestigend te knikken.

Nu, van de begeleidende druiven is Vespolina ongetwijfeld de interessantste om afzonderlijk te bekijken. Ze is genetisch verwant aan Nebbiolo en komt vandaag vooral voor in Noord Piemonte en in het nabijgelegen Oltrepò Pavese. In de provincies Novara en Vercelli werd ze ook Nespolino genoemd. Ughetta, een naam die je eveneens geregeld tegenkomt, hoort historisch vooral thuis in Oltrepò Pavese.

Vespolina kan voor extra fruit zorgen, maar haar meest herkenbare bijdrage zit in haar aroma’s. Naast florale tonen van roos en viooltjes heeft ze dikwijls een uitgesproken peperige kruidigheid. Vespolina bevat relatief veel rotundone, dezelfde aromatische verbinding die onder meer verantwoordelijk is voor het typische peperaroma van Syrah en Schioppettino.

Dat peperige karakter kan een assemblage met Nebbiolo behoorlijk interessant maken. Het geeft extra kruidigheid en aromatische complexiteit zonder het karakter van Nebbiolo volledig over te nemen. Bovendien zorgt Vespolina voor wat extra kleur, iets wat bij de van nature blekere Nebbiolo mooi meegenomen is.

Hoewel we haar vooral kennen als onderdeel van assemblages, wordt Vespolina tegenwoordig ook steeds vaker afzonderlijk gevinifieerd. Bij ons afscheid van de enoteca kregen we een fles Vespolina 2012 van Pietro Cassina cadeau en er werd ons op het hart gedrukt dat de wijn, ondanks zijn gevorderde leeftijd, nog volledig intact zou zijn. We zijn dus benieuwd!

Uva Rara als figurant

Om eerlijk te zijn heb ik liever dat Uva Rara bij haar oude naam Bonarda Novarese wordt genoemd. We hebben het echter niet voor het zeggen en dus nemen we de druif op zoals ze vandaag in Alto Piemonte voorkomt en officieel wordt genoteerd. Uva Rara dus!

Rara heeft niets te maken met het feit dat de druif een rariteit zou zijn. Neen, Rara verwijst vermoedelijk naar de losse structuur van de tros, waarbij de bessen verder uit elkaar staan. Uva Rara kwam vroeger behoorlijk verspreid voor in Noord Piemonte en Oltrepò Pavese, al is haar aanplant ondertussen sterk verminderd.

Uva Rara zelf heeft een vrij bescheiden kleurkracht en een gematigde zuurgraad. Haar bijdrage ligt eerder bij haar geurige karakter en de toegankelijkheid van de wijn. Florale aroma’s zijn typisch en in een assemblage kan ze de strengere kant van Nebbiolo wat verzachten.

De druif heeft nog steeds haar plaats en is opgenomen in verschillende disciplinari, maar haar belang in de assemblages is duidelijk naar de achtergrond verdwenen. We zien ze dan ook steeds minder opduiken als aanvulling bij Spanna en Vespolina.

Croatina als blendalternatief?

Een koppigaard, een druif met een hoekje af, vaak dronken omwille van de alcohol… ik kan nog wel een tijdje doorgaan met Croatina enkele koosnaampjes toe te dichten. An sich doe ik dat omdat ik de druif wel kan pruimen. Toevallig ook een van de fruitige aspecten van Croatina.

Wordt ze veel gebruikt? Neen, het is echt wel als aanvulling dat ze wordt gebruikt. En dan nog is dat vooral sporadisch. Soms heb je de indruk dat de druif wat wint aan populariteit, maar ik laat me vertellen dat het geen gemakkelijke is om mee samen te werken. Niet enkel in het glas bezit de druif koppige eigenschappen. Ook in het veld durft ze wel eens de lastigaard uit te hangen.

Veelal kennen we de druif als Bonarda uit Oltrepò Pavese. Hallo verwarring met Uva Rara! Maar historisch heeft ze wel degelijk haar plaats in Alto Piemonte.

Laten we de positieve eigenschappen eens benoemen. De druif heeft aanzienlijk meer kleur dan Nebbiolo en brengt donkerder fruit mee. Croatina kan behoorlijk wat tannine leveren en heeft soms een wat vegetaal karakter. Bij voldoende rijpheid kan dat vegetale juist voor een mooie fraîcheur in het aromatische profiel zorgen. In de juiste verhouding geeft ze een assemblage extra volume, kleur en stevigheid.

In Bramaterra wordt de druif nog vrij frequent gebruikt. Elders is haar aandeel vaak eerder symbolisch.

Van assemblage naar solo

Maar waarom kreeg Nebbiolo in Alto Piemonte historisch eigenlijk Vespolina, Uva Rara en Croatina naast zich? De blik in de ogen van Dottore Sacco verraadde duidelijk dat hij deze vraag meermaals had gekregen én dat hij het antwoord erop kon geven!

Allora, devi comprendere, nel tempo il clima era totalmente differente. Più freddo… het klimaat was vroeger dus heel anders dan nu. Veel kouder, waardoor Nebbiolo het moeilijk had om elk jaar tot een ideale rijpheid te komen. Vespolina en de andere rassen stonden vaak gemengd in de wijngaarden en konden in moeilijkere jaren aanvullen waar Nebbiolo tekortkwam.

Dat bleek uiteindelijk ook in de kelder goed te werken. De verschillende druiven vulden Nebbiolo mooi aan met extra kleur, fruit, kruidigheid en parfum. Wat in de wijngaard deels uit noodzaak was ontstaan, bleek dus ook in de fles een bijzonder sterke combinatie.

Vandaag verandert dat gegeven stilaan. We zien meer en meer dat de wijnen uit Alto Piemonte evolueren van blends naar monocépagewijnen van Nebbiolo. De wijngaarden worden anders beheerd, druivenrassen staan veel vaker afzonderlijk aangeplant en de wijnbouwer heeft veel meer mogelijkheden om Nebbiolo goed rijp te krijgen. Ook het warmere klimaat speelt daarbij in het voordeel van Nebbiolo. De noodzaak om Spanna gezelschap te geven, is daardoor een stuk kleiner geworden.

En dan is er natuurlijk nog een heel belangrijke tweede reden: Nebbiolo verkoopt.

In die mate zelfs dat de fiere wijnproducenten stilaan de benaming Spanna opgeven. Nebbiolo is duidelijk meer gangbaar geworden op de etiketten. En ergens kunnen we dat betreuren. Tegelijk is die keuze niet meer dan logisch. De internationale wijnliefhebber kent Nebbiolo dankzij Barolo en Barbaresco. Met Spanna ligt dat anders. Buiten Noord Piemonte doet die naam bij veel mensen nauwelijks een belletje rinkelen.

Het levert dan ook een merkwaardige evolutie op. Net nu Alto Piemonte opnieuw volop in de belangstelling staat, verdwijnt een stukje van wat de streek zo eigen maakte langzaam naar de achtergrond. De assemblages zijn er nog en Vespolina, Uva Rara en Croatina zijn zeker niet verdwenen. Maar Spanna krijgt steeds vaker het rijk voor zich alleen. Alleen noemen we hem dan plots weer Nebbiolo.

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems

Met de geografische ligging van Alto Piemonte trappen we deze zondagse reeks officieel af. Gedurende de volgende weken nemen we je telkens mee naar dit hoger gelegen deel van Piemonte en dompelen we je helemaal onder in de verschillende wijngebieden die deze regio rijk is.

Alto Piemonte betekent letterlijk Hoog Piemonte en ligt helemaal in het noorden van de regio, bijna letterlijk aan de voet van de Alpen. Daarmee zitten we meteen bij die zo vaak aangehaalde verklaring voor de naam Piemonte: ai piedi dei monti, aan de voet van de bergen.

Kom je via Frankrijk langs de Mont Blanctunnel of de Kleine Sint Bernardpas Italië binnen, dan rijd je door het Aostadal richting Piemonte. Voor je Alto Piemonte echt induikt, raden we je ten zeerste aan om bij Pont Saint Martin de A5 even te verlaten en een eerste halte te houden in Carema. Daarna rijd je opnieuw richting Ivrea, waarna je via de verbinding tussen de A5 en A4 naar Santhià rijdt. Vanaf daar gaat het verder oostwaarts richting de wijngebieden rond Lessona, Bramaterra en Gattinara.

Kom je langs de Gotthardtunnel en Lugano, dan heb je twee mogelijkheden. Ofwel verlaat je in Lugano de autostrade en rijd je via Ponte Tresa Italië binnen. Je komt vervolgens langs Luino aan het Lago Maggiore en rijdt via de oostelijke zijde van het meer verder richting Varese en de verbinding met de A8 en A26. Zo deden wij het dit jaar.

Ofwel blijf je op de Zwitserse A2 en volg je die tot aan de grensovergang bij Chiasso. Vanaf Como gaat het via de A9 en vervolgens de A36 richting Malpensa en de A8/A26. De A26 brengt je daarna rechtstreeks naar Borgomanero, Ghemme en Romagnano Sesia, aan de oostelijke kant van Alto Piemonte.

Vliegen kan uiteraard ook. Torino lijkt op het eerste gezicht misschien de meest logische keuze omdat Alto Piemonte nu eenmaal in Piemonte ligt, maar Milano Malpensa is voor het grootste deel van het gebied duidelijk dichterbij. Gattinara ligt op ongeveer 45 tot 50 kilometer van Malpensa, terwijl je vanaf Torino Caselle ongeveer 88 kilometer moet rekenen. Vanuit België is Malpensa bovendien bijzonder praktisch, met rechtstreekse verbindingen vanuit Brussels Airport.

Waar moeten we Alto Piemonte exact situeren?

Alto Piemonte is geen officiële administratieve regio. De naam wordt gebruikt voor de noordelijke wijngebieden van Piemonte, voornamelijk verspreid over de provincies Biella, Vercelli en Novara.

De Sesia is daarbij een belangrijke geografische as. De rivier ontspringt hoog in de Alpen, aan de voet van Monte Rosa, en stroomt vervolgens zuidwaarts door het gebied. De wijngebieden liggen aan beide zijden van de Sesia, met Lessona, Bramaterra en Gattinara ten westen van de rivier en Ghemme, Boca, Sizzano en Fara ten oosten ervan.

Wie het gebied op een kaart wil afbakenen, kan zich ruwweg een driehoek voorstellen tussen Biella in het westen, Novara in het oosten en Vercelli in het zuiden. De wijngaarden zelf liggen vooral in het noordelijke deel daarvan, waar de vlakke Povlakte langzaam overgaat in heuvels en uiteindelijk in de uitlopers van de Alpen.

Biella ligt vlak bij de westelijke wijngebieden rond Lessona en Bramaterra. Novara vormt de belangrijkste stad aan de oostelijke zijde en ligt ten zuiden van Ghemme, Fara en Sizzano. Vercelli ligt verder naar het zuiden en vormt zowat de overgang tussen het wijngebied en de brede rijstvlakten van de Povlakte.

Ten noorden daarvan domineert Monte Rosa het landschap. Met zijn 4.634 meter is het een van de hoogste bergmassieven van de Alpen en vanuit verschillende delen van Alto Piemonte opvallend aanwezig aan de horizon. Naar het oosten liggen het schilderachtige Lago d’Orta en wat verder het bekende Lago Maggiore. In het zuiden opent het landschap zich richting de Povlakte, terwijl aan de westkant de heuvels van Biella aansluiten op de Alpen.

Het is helemaal geen uitgesproken toeristisch gebied, al probeert men de regio de laatste jaren wel wat op te poetsen en aantrekkelijker te maken. Je merkt op verschillende plaatsen dat de ontwikkeling er lange tijd heeft stilgestaan. Toeristische infrastructuur is beperkt, wijndomeinen liggen vaak wat verborgen en van het uitgebouwde wijntoerisme zoals in de Langhe is hier nauwelijks sprake.

Een landschap van bos en wijngaarden

Onze uitvalsbasis lag in La Morra, midden tussen de Barolo wijngaarden. Als je van daaruit naar Alto Piemonte rijdt, merk je vrijwel meteen hoe anders en vooral hoe ruwer het landschap er wordt. Rond La Morra lijkt bijna elke geschikte helling met wijnstokken beplant en bovendien ook nog eens perfect geometrisch aangelegd, alsof er net iemand met een kam door het landschap is gegaan.

In Alto Piemonte is het zoeken geblazen naar de wijngaarden. Ze duiken veel vaker op als open plekken tussen bossen, akkers en andere landbouwgronden. Sommige liggen op zachte heuvels, andere tegen behoorlijk steile hellingen of op terrassen. Bossen komen vaak tot vlak naast de percelen en nemen op sommige plaatsen zelfs het grootste deel van het landschap in.

Dat geeft Alto Piemonte een minder verzorgd en veel minder homogeen uitzicht dan de Langhe. Eigenlijk is dat ook volkomen logisch. In Barolo ademt zowat alles wat beweegt wijn. Wijngaarden, producenten, restaurants, hotels en toerisme draaien er allemaal rond dezelfde motor. In Alto Piemonte zijn er tot op vandaag nog altijd maar een handvol wijnproducenten te vinden en moet wijnbouw zijn plaats delen met bossen, landbouw en dorpen waar wijn lang niet altijd het centrum van het bestaan vormt.

Er zit beweging in, zoveel is duidelijk. Oude percelen worden opnieuw in gebruik genomen en nieuwe producenten proberen zich een plaats te verwerven. Toch is wijnbouwer worden in Alto Piemonte nog altijd geen evidente beroepskeuze. Wanneer een jonge wijnbouwer aangeeft dat hij zich hier wil vestigen, worden de wenkbrauwen lokaal nog behoorlijk snel gefronst.

Vuur, ijs en Alpen

Alto Piemonte ligt waar de Povlakte overgaat in de eerste uitlopers van de Alpen. Als we door het gebied rijden, zien we een rustig kabbelende Sesia, al lijkt die rivier eerder droog te staan dan daadwerkelijk te kabbelen. Onder dat ogenschijnlijk rustige landschap zit een verleden dat een stuk minder rustig was. Ongeveer 280 miljoen jaar geleden was hier een enorm vulkanisch systeem actief. Daar zie je vandaag aan de oppervlakte nauwelijks iets van, maar net die geologische voorgeschiedenis heeft Alto Piemonte voor een belangrijk deel gevormd.

Een zeer zware uitbarsting deed een groot deel ervan instorten en liet enorme hoeveelheden vulkanisch materiaal achter. Veel later begon de vorming van de Alpen. De Afrikaanse en Euraziatische tektonische platen bewogen gedurende miljoenen jaren naar elkaar toe. De aardkorst werd daarbij samengedrukt, geplooid en omhooggeduwd. De oude ondergrond van Alto Piemonte werd mee gekanteld en naar boven gebracht, waardoor gesteenten die normaal diep in de aardkorst verborgen blijven veel dichter bij de oppervlakte kwamen.

Daarom duikt in Alto Piemonte op verschillende plaatsen porfier op, vaak roodbruin of okerkleurig door het aanwezige ijzer. Soms ligt het gesteente vrijwel bloot, elders is het in de loop van miljoenen jaren sterk verweerd en uiteengevallen.

Nadien deed de natuur uiteraard verder haar werk en tijdens de ijstijden schoven enorme gletsjers vanuit het noorden naar beneden. Ze sleepten rotsen, stenen, zand en fijner materiaal mee en lieten dat achter toen het ijs zich terugtrok. Rivieren, met de Sesia op kop, verplaatsten dat materiaal vervolgens verder.

Daar komen nog oude mariene afzettingen bij. Op verschillende plaatsen vinden we zand en sedimenten die herinneren aan perioden waarin delen van deze omgeving door zee werden bedekt.

Het resultaat is een bodemkaart waarop zowat alles door elkaar lijkt te liggen. Vulkanisch gesteente, zand, grind, klei, alluviale afzettingen en materiaal dat door gletsjers werd meegebracht kunnen elkaar binnen relatief korte afstand afwisselen. Binnen amper enkele tientallen kilometers gaan we dus van hard vulkanisch porfier naar verweerd vulkanisch gesteente, oude zeezanden, grind en glaciale en alluviale afzettingen. Van één typische bodem van Alto Piemonte spreken is dan ook vrij zinloos.

Veel van die bodems hebben wel één duidelijke eigenschap gemeen: hun uitgesproken zuurtegraad. Kalk ontbreekt op heel wat plaatsen vrijwel volledig. Lokaal kan de pH zelfs dalen tot ongeveer 4,3 of 4,4. Dat is extreem laag voor een wijngaardbodem. De bodems zijn bovendien vaak arm en draineren gemakkelijk. Dat remt de groeikracht van de wijnstok af en dwingt het wortelstelsel om een groter bodemvolume te benutten op zoek naar water en voedingsstoffen.

Ook bovengronds zit Alto Piemonte tussen twee werelden. In het zuiden ligt de brede Povlakte, in het noorden staat vrijwel meteen het hooggebergte. Zij bepalen de klimatologische omstandigheden. Dat klimaat is continentaal en duidelijk koeler dan verder zuidelijk in Piemonte. De streek krijgt behoorlijk wat neerslag, terwijl tijdens de zomer warme dagen kunnen worden gevolgd door zeer frisse nachten. Vanuit de bergen stroomt koelere lucht naar de lager gelegen heuvels en valleien. De verschillen tussen dag en nacht kunnen daardoor aanzienlijk zijn.

Tegelijk zorgen de beschutte ligging van sommige hellingen, hun oriëntatie en de nabijheid van de bergen voor grote lokale verschillen. Een zuidgerichte helling kan behoorlijk wat warmte verzamelen, terwijl een nabijgelegen perceel sneller in de schaduw terechtkomt of sterker onder invloed staat van koude luchtstromen.

Daarmee valt Alto Piemonte moeilijk in één eenvoudige omschrijving te vatten. Het is tegelijk alpien en continentaal, nat maar op veel hellingen goed drainerend, vulkanisch én gevormd door zee, ijs en rivieren. Precies die combinatie zorgt ervoor dat de wijnen uit Alto Piemonte bijzonder divers zijn.

Alto Piemonte versus le Langhe?

Hoewel het voor Alto Piemonte op zich eigenlijk niets ter zake doet, merken we dat veel wijnliefhebbers toch vrij snel dezelfde vraag stellen: hoe verhouden de wijnen zich tot die van de Langhe? Waarmee ze uiteraard vooral Barolo en Barbaresco bedoelen.

De vergelijking ligt voor de hand. In beide gebieden is Nebbiolo de dragende druif en met amper anderhalf uur rijden tussen de Langhe en Alto Piemonte liggen ze geografisch verrassend dicht bij elkaar. Daar houdt de gelijkenis voor een groot stuk op.

Wie Alto Piemonte beschouwt als een soort goedkopere of lichtere Barolo, doet de regio tekort. Het zijn gewoon andere wijnen. Zelfs de term baby Barolo, die vroeger nogal gemakkelijk werd bovengehaald, slaat eigenlijk nergens op. Alto Piemonte geeft een andere interpretatie van Nebbiolo en heeft daarvoor geen goedkeuring uit Barolo nodig.

Een eerste groot verschil zit onder de grond. Barolo en Barbaresco liggen hoofdzakelijk op kalkrijke mariene mergels, klei en zandsteen die ruwweg 8 tot 16 miljoen jaar oud zijn. In Alto Piemonte kan de vulkanische ondergrond teruggaan tot ongeveer 280 miljoen jaar geleden. Daarboven liggen bovendien oude zeezanden, grind en glaciale afzettingen, waardoor het geologische plaatje er veel complexer is. Dat vertaalt zich niet rechtstreeks in een bepaalde smaak, maar het beïnvloedt wel drainage, groeikracht en de manier waarop de wijnstok water en voedingsstoffen opneemt. Nebbiolo ontwikkelt zich er daardoor onder heel andere omstandigheden dan in de Langhe.

Ook klimatologisch loopt het verhaal uiteen. Alto Piemonte ligt dichter tegen de Alpen en kent gemiddeld koelere omstandigheden en grotere temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Koele lucht stroomt vanuit het gebergte naar de wijngaarden en Nebbiolo wordt er later geoogst dan in de Langhe. De hoogte van de wijngaarden verschilt trouwens minder spectaculair dan vaak wordt gedacht. Het verschil zit vooral in de noordelijkere ligging en de directe invloed van de Alpen.

Dat heeft gevolgen in het glas. De wijnen van Alto Piemonte zijn gemiddeld lichter gebouwd en komen vaak iets bleker voor de dag. De natuurlijke zuren blijven uitgesproken aanwezig en de tannine voelt meestal fijner en minder massief aan dan bij een jonge Barolo. Rode vruchten, rozen, viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en citrusachtige toetsen komen vaak sterk naar voren. Afhankelijk van bodem en herkomst kunnen daar ijzerachtige, aardse of ziltige indrukken bijkomen. Het geheel heeft meestal meer spanning dan gewicht.

Barolo en Barbaresco tonen meestal meer kracht, concentratie en structuur. Jonge wijnen kunnen hun tannine behoorlijk nadrukkelijk op tafel leggen en tonen vaak meer volume en kracht in het middenpalet. Uiteraard blijven de verschillen binnen beide appellaties groot en spelen terroir, ligging en expositie van de wijngaard een belangrijke rol. De bekende omschrijving an iron fist in a velvet glove komt dan ook niet uit de lucht vallen. In Alto Piemonte krijg je vaker een rankere Nebbiolo, met een stevig zuur geraamte en aroma’s die soms bijna belangrijker lijken te worden dan de spierkracht van de wijn.

Ook het alcoholgehalte speelt mee. Door de koelere omstandigheden en latere rijping bereikt Nebbiolo in Alto Piemonte zijn gewenste rijpheid doorgaans bij een gematigder potentieel alcoholgehalte. Waar moderne Barolo en Barbaresco in warme jaren zonder veel moeite richting 14,5 procent en hoger gaan, vind je in Alto Piemonte nog vaker wijnen rond 13 tot 13,5 procent, al is ook hier 14 procent of meer lang geen uitzondering.

Daar komt nog een verschil bij dat soms over het hoofd wordt gezien. Barolo en Barbaresco bestaan verplicht volledig uit Nebbiolo. In Alto Piemonte staat Nebbiolo eveneens centraal en heel wat wijnen worden er ook gewoon uitsluitend van Nebbiolo gemaakt. Toch heeft de regionale cultuur hier altijd ruimte gelaten voor andere druiven. Vespolina, Croatina en Uva Rara kunnen mee in de assemblage terechtkomen. Dat kan extra kruidigheid, fruit, kleur en soms een iets andere tanninestructuur geven.

Lichter van structuur betekent trouwens niet dat Alto Piemonte snel opgedronken moet worden. Nebbiolo blijft Nebbiolo. De combinatie van zuren en tannine geeft de betere wijnen een groot bewaarpotentieel. Sommige zijn jong wel toegankelijker dan een klassieke Barolo, terwijl de beste flessen zonder problemen tientallen jaren kunnen ontwikkelen.

Volgende week zondag nemen we je graag mee naar de historische achtergrond van Alto Piemonte en de evolutie die het wijngebied doorheen de jaren heeft doorgemaakt.