De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €

Giro d’Italia 2026, rit 21: Roma DOC

We zijn aan het einde van de Giro d’Italia 2026 gekomen. Rit 21 voelt eerder aan als een criterium, met rondjes in en om Roma en een parcours dat opvallend dicht bij Vaticaanstad flirt. De nonnetjes zullen even opkijken wanneer er geen paus in een wit gewaad passeert, wel een peloton vol renners die nog één keer de benen opensmijten.

De sprinters die deze zware editie hebben overleefd, mogen nog een laatste keer hun hart ophalen en mikken op de bloemen in de hoofdstad. Daarmee komt ook een einde aan ons verhaal rond de minder bekende DOC’s. Ik vond het zelf enorm boeiend om dit te brengen: zoeken, lezen, twijfelen, de disciplinari uitpluizen en telkens opnieuw ontdekken hoeveel wijngebieden in Italië nog altijd te weinig in ons glas verschijnen.

Afsluiten doen we op het lokale circuit, met Roma DOC. Een appellatie met een naam die iedereen kent, terwijl de wijn zelf voor velen nog verrassend onbekend blijft.

Roma DOC

Je zou verwachten dat een wijngebied in en rond Rome al veel langer met een DOC bezegeld zou zijn. Voor Roma DOC is dat zeker niet het geval, want de appellatie werd pas in 2011 erkend. De productiezone ligt in het centrale deel van Lazio, in de provincie Roma. Het afgebakende gebied gaat wel wat verder dan simpelweg de stad en haar directe omgeving. Het totale gebied omvat maar liefst 330.000 hectare, met kustzones, de Sabina romana, de Colli Albani, de Colli Prenestini en een deel van de Campagna romana. De effectieve wijngaardoppervlakte kunnen we wel flink reduceren en terugbrengen tot ongeveer 305 hectare.

De afbakening omvat een lange reeks gemeenten in de provincie Roma, met daarnaast ook delen van Fiumicino en Roma zelf. Bij Fiumicino is Isola Sacra uitgesloten. Bij Roma valt het gebied binnen de Grande Raccordo Anulare buiten de DOC, net als een specifiek deel richting Tevere, Via del Mare en de Tyrreense kust.

De vermelding classico mag gebruikt worden voor de oudste herkomstzone, maar niet voor spumante. In het disciplinare wordt die classico zone beperkt tot het aangeduide deel van de gemeente Roma zelf.

Bodem en klimaat

Als we over zo’n groot gebied spreken, kan er uiteraard geen uniformiteit bestaan in de samenstelling van de bodem. We gaan dan ook uit van het globale beeld dat we kunnen schetsen. De wijngaarden liggen van zeeniveau tot ongeveer 600 meter hoogte. De hellingen zijn meestal gericht naar het westen, zuidwesten en zuiden.

Geologisch steunt Roma DOC op twee grote pijlers: sedimentaire formaties en vulkanische formaties. In de vlakke zones van de valleien van de Tiber en de Aniene vinden we vooral alluviale en mariene afzettingen, met kalksteenachtige formaties (travertijn), zand, grind, leem en kleiige stukken. Richting kust komen daar ook zandige, kleiige en kustgebonden afzettingen bij.

Daarnaast is er de vulkanische invloed van het Sabatino complex en de oude Vulcano Laziale. Daar komen tufsteen, as, lapilli, pozzolane en lavaresten in beeld. Pozzolane vormen zandige, diepe en goed doorlatende bodems. Andere tufsteenbodems zijn harder en minder doorlaatbaar, waardoor diepere bodembewerking nodig kan zijn.

Het klimaat is mediterraan. De gemiddelde jaartemperatuur ligt rond 14,2 graden. De jaarlijkse neerslag is vrij ruim, maar in de zomer wordt het duidelijk droger. Juli en augustus zijn de droogste maanden, en in de lagere zones kan de droogte al vanaf mei of juni voelbaar zijn. In september en oktober is er doorgaans nog voldoende warmte en zon, terwijl de temperatuurverschillen tussen dag en nacht toenemen.

Rode wijnen

Ook al is Roma DOC een blend waarin verschillende druiven gebruikt mogen worden, toch is de hoofdrol in de rosso weggelegd voor Montepulciano. De druif moet minstens 50 procent van de blend vormen. Daarnaast moet minstens 35 procent bestaan uit Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio mag de assemblage aanvullen.

Montepulciano zorgt voor kleur, rijp donker fruit en structuur. Cesanese brengt de link met Lazio sterker naar voren, met kruidigheid, rood fruit en een eigenzinnige toets. Sangiovese kan frisheid en spanning geven. Cabernet en Syrah kunnen zorgen voor extra diepte, donkerder fruit en meer schouderbreedte.

Daarnaast kan Roma DOC rosso ook verschijnen als classico, rosso riserva en classico rosso riserva. Voor de gewone rosso en de classico rosso is geen verplichte opvoeding voorzien. De riserva vraagt minstens 24 maanden rijping vanaf 1 november van het oogstjaar, waarvan minstens 9 maanden in houten vaten van minimaal 499 liter. Ik vind het toch wel een beetje opmerkelijk dat men over minimaal 499 liter spreekt.

Dit getal komt niet frequent, of zeg maar nooit, voor als inhoudsmaat van eiken vaten. Ik vond het zo merkwaardig dat ik verder op zoek ging naar enige duiding hieromtrent. Blijkt dat dit pas met de laatste wijziging van het disciplinare in 2025 is opgenomen. Naar het waarom bleef het zoeken. Ik heb er dan maar mijn eigen logica op losgelaten en vermoed dat dit getal vooral praktisch bedoeld is. Ik veronderstel dat men het gebruik van barriques, kleinere eiken vaten dus, wenst uit te sluiten en dat men vooral richting tonneaux, vaten van ongeveer 500 liter, wil sturen. Hierdoor is de houtopvoeding minder nadrukkelijk aanwezig dan bij een klassieke rijping op barrique.

Witte wijnen

Bij Roma DOC bianco staat Malvasia del Lazio centraal, ook bekend als Malvasia Puntinata. Die druif moet minstens 50 procent van de blend vormen. Daarnaast moet minstens 35 procent bestaan uit Bellone, Bombino Bianco, Greco Bianco, Trebbiano Giallo en Trebbiano Verde, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten witte druiven uit Lazio mag worden gebruikt.

Roma DOC bianco heeft een strogele kleur. In de geur toont de wijn zich eerder fijn dan uitbundig, met florale toetsen, wit fruit en rijper geel fruit. In de mond blijft hij fris en evenwichtig, met voldoende body om niet vlak of neutraal over te komen. Afhankelijk van de ligging van de wijngaarden kan er ook een subtiele ziltige toets aanwezig zijn.

Voor Bellone en Malvasia Puntinata, die apart vermeld mogen worden, moet minstens 85 procent van de genoemde druif aanwezig zijn. Bellone heeft meer body, rijper geel fruit en soms een licht kruidige ondertoon. Malvasia Puntinata gaat eerder richting florale aroma’s, rijper fruit en een zachtere mondstructuur.

De witte wijnen kunnen ook verschijnen als classico. Dat geldt voor Roma DOC bianco, Bellone en Malvasia Puntinata. Sinds de wijziging van het disciplinare in 2025 bestaat ook Roma DOC bianco riserva, eveneens met de mogelijkheid om classico te vermelden. Voor de gewone bianco, classico bianco, Bellone, classico Bellone, Malvasia Puntinata en classico Malvasia Puntinata is geen verplichte opvoeding voorzien.

Roma DOC bianco riserva en Roma DOC bianco classico riserva moeten minstens 12 maanden rijpen vanaf 1 november van het oogstjaar, waarvan minstens 4 maanden op fles.

Zoals gebruikelijk in dit soort brede wijngebieden wordt het er niet eenvoudiger op wanneer druivenrassen ook afzonderlijk op het etiket mogen verschijnen en die wijnen bovendien nog eens uit de classico zone kunnen komen. Gelukkig blijft een superiore hier achterwege.

Rosato

Roma DOC rosato vertrekt uit dezelfde druivenbasis als de rode wijn. Montepulciano moet minstens 50 procent uitmaken van de samenstelling. Minstens 35 procent moet bestaan uit Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio mag worden gebruikt.

Ook Roma DOC rosato kan als classico verschijnen, wanneer de druiven uit de afgebakende classico zone komen. Voor rosato is geen verplichte opvoeding voorzien.

Roma DOC rosato heeft een rosékleur die best wat intensiteit mag tonen, zeker wanneer Montepulciano nadrukkelijk aanwezig is. In de geur zit vooral rood fruit, met aardbei, framboos, rode bes en soms een florale toets. In de mond blijft de wijn fris en fruitgedreven, met voldoende vulling. De betere versies hebben naast het fruit ook wat kruidigheid en een licht ziltige toets.

Spumanti

Voor spumante geldt dezelfde druivenbasis als voor bianco: minstens 50 procent Malvasia del Lazio, minstens 35 procent Bellone, Bombino Bianco, Greco Bianco, Trebbiano Giallo en Trebbiano Verde, alleen of samen, en maximaal 15 procent andere toegelaten witte druiven uit Lazio.

Voor spumante rosato geldt dezelfde druivenbasis als voor rosato en rosso: minstens 50 procent Montepulciano, minstens 35 procent Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen, en maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio.

De spumanti mogen worden gemaakt via de Martinotti methode, ook bekend als Charmat, maar ook via metodo classico.
Een aparte minimumrijping wordt vreemd genoeg niet opgelegd. Dat had je toch verwacht bij metodo classico. De stijlen mogen gaan van dosaggio zero tot extradry.

Historisch kwamen mousserende wijnen uit deze omgeving op de markt met de vermelding Romanella spumante op het etiket. Romanella is de oude Romeinse naam voor een licht sprankelende wijn, vooral verbonden met lokaal en direct drinkplezier. Die vermelding mag volgens het disciplinare nog steeds op het etiket verschijnen, waardoor deze oudere Romeinse wijnnaam ook binnen de huidige DOC behouden blijft.

De rode veelzijdigheid van Marche

Nu onze verkenningsronde in de Marche er bijna op zit, is het hoog tijd om opnieuw de wijngaarden in te duiken. Deze keer richten we onze blik op de rode zijde van de regio, voorbij het klassieke witte wijnbeeld waarmee Marche zo vaak wordt geassocieerd. In de voorbije artikels hebben we al gesproken over Conero en Offida, waar rode wijnen een prominente rol spelen. Maar er is meer. Veel meer zelfs. Marche is zodanig veelzijdig, ook op wijngebied, dat zowat elke wijnliefhebber er zijn gading kan vinden.

Vandaag wil ik het dan ook wat uitgebreider hebben over die rode veelzijdigheid. Ik realiseer me ten volle dat ik niet alles gedetailleerd zal kunnen weergeven en dat ik keuzes moet maken. Die keuzes heb ik doelbewust gemaakt en ik deel ze graag met jullie.

Rosso Piceno, de ruggengraat

Logischerwijze starten we met Rosso Piceno. Waarom ik zeg dat dit logisch is, heeft alles te maken met de bekendheid van deze wijn. Dit is de wijn die veel mensen het snelst met Marche associëren wanneer we vragen welke rode wijn ze uit de regio kennen. Je zal dat ook meteen begrijpen als je zelf door de Marche reist. Deze rode wijn wordt zowat overal aangeboden en je ziet hem in overvloed op de lokale wijnkaarten staan. Officieel spreken we over Rosso Piceno of Piceno DOC.

De wijngaarden liggen verspreid over een groot deel van Marche, van de provincie Ancona over Macerata en Fermo tot Ascoli Piceno. Alleen moeten we er meteen bij zeggen dat dit geen klein afgebakend hoekje is waar alles op één hoopje kan worden gegooid. Ik raad iedereen aan om de strada del vino Rosso Piceno Superiore te volgen, die via Ripatransone over Offida naar Acquaviva Picena loopt. Dan pas merk je echt de omvang van het gebied en de diversiteit ervan. Vergeet onderweg vooral niet enkele haltes te maken om kennis te maken met de wijn.

Je begrijpt dan ook dat het bodemverhaal niet eenvoudig te verklaren is. Je vindt wijngaarden op klei, kalkrijke bodems, zandiger percelen en bodems met meer steenachtig materiaal. Vooral in het zuiden, richting Offida, Ripatransone, Acquaviva Picena en Ascoli Piceno, kom je vaak uit bij heuvels waar klei en kalk een belangrijke rol spelen. Dat geeft wijnen die voldoende kleur, fruit en meer body hebben.

Rosso Piceno zal steeds gemaakt worden van Montepulciano en Sangiovese. De samenstelling van deze blend kan wel schommelen, maar vaak zal er meer Montepulciano aanwezig zijn dan Sangiovese. Wil je de exacte verplichte samenstelling kennen waaraan de producenten zich dienen te houden, dan is dit tussen 35 en 85 procent Montepulciano en tussen 15 en 50 procent Sangiovese. Theoretisch gezien mogen de producenten nog 15 procent andere rode druivenrassen, eigen aan Marche, toevoegen, maar in de praktijk zal je dit zelden zien.

Die basis geldt ook voor de Novello en de Superiore. De Novello is de jonge wijn die vooral vlug soldaat moet worden gemaakt en niet bedoeld is om te bewaren. Die kan perfect licht gekoeld worden geschonken bij een plankje lokale charcuterie of een bord pasta.

Daarnaast zijn er de serieuzere en complexere wijnen die op de markt komen als Rosso Piceno Superiore. Die Superiore komt uit een beperktere zone in het zuiden van Marche, rond Ascoli Piceno, en moet minstens een jaar rijpen, al dan niet in eiken vaten, voor hij gecommercialiseerd mag worden.

Het wordt een ander verhaal als je een wijn koopt waarop de benaming Rosso Piceno Sangiovese DOC staat. Dan staat deze druif centraal en moet Sangiovese voor minstens 85 procent aanwezig zijn in de wijn. Ook hier leert de praktijk ons dat het veelal om monocépage Sangiovese wijnen zal gaan.

Wie deze wijnen ter plaatse wil proeven, zou ik vooral richting Offida sturen. Daar bevindt zich de Enoteca Regionale delle Marche, in het voormalige klooster van San Francesco. Dat is interessant omdat je er een hele reeks Rosso Piceno wijnen kunt ontdekken en meteen ook een ruimer beeld krijgt van de wijnen uit het zuiden van Marche. Bovendien zit ook het Consorzio Vini Piceni in Offida.

Lacrima di Morro d’Alba, de geurige eigenzinnigheid

Morro d’Alba is een klein maar boeiend plaatsje in het midden van Marche en is bovendien een van de 22 Castelli die deel uitmaken van het Castelli di Jesi wijngebied. Er is echter iets bijzonders aan de hand ginds. Er wordt in en om het dorpje historisch gezien ook een rode wijn gemaakt, de Lacrima di Morro d’Alba. Deze wijn bleef lange tijd volledig onder de radar en er werd amper melding van gemaakt. Daar is de laatste jaren echter een serieuze kentering in gekomen. We kunnen deze wijnen ondertussen niet enkel, zoals vroeger vaak het geval was, ter plaatse consumeren. Neen, we zien de wijn steeds meer opduiken bij ons in de wijnhandel.

In principe juich ik dit volledig toe, want Lacrima di Morro d’Alba is volgens mij een van de meest fascinerende rode wijnen van Marche. Dat heeft natuurlijk te maken met zijn geur. Wie voor de eerste keer een goed glas Lacrima onder de neus krijgt, begrijpt dat meteen. Rozen, viooltjes, rood fruit, soms wat zwarte kers, soms iets kruidigs. Dit kan je natuurlijk van heel wat rode wijnen zeggen, maar bij een Lacrima di Morro d’Alba is dit al snel overduidelijk merkbaar.

Het gebied is bijzonder klein. We bevinden ons in de provincie Ancona, in en rond Morro d’Alba, met ook wijngaarden in Monte San Vito, San Marcello, Belvedere Ostrense, Ostra en een deel van Senigallia. Ondanks dat kleine productiegebied zijn er toch ongeveer 182 hectare aan wijngaarden beplant met deze druif. Of dit cijfer de laatste jaren mee de hoogte is ingegaan door de betere bekendheid, heb ik niet onmiddellijk kunnen achterhalen. We zitten vooral op heuvelgronden met klei en kalk, aangevuld met onderlagen die eerder kleiachtig en kalkzanderig van aard zijn. Het zijn bodems die voldoende voeding en water kunnen vasthouden.

De wijn moet voor minstens 85 procent uit Lacrima bestaan. Maar ook hier leert de praktijk ons dat het meestal gewoon monocépagewijnen zijn. Ergens is dat ook de normaalste zaak van de wereld, want de identiteit van deze wijn hangt zo sterk samen met de druif zelf dat je deze kwaliteiten beter ten volle benut.

We komen deze druif bij wijze van spreken, met uitzondering van wat IGT wijnen uit Puglia, nergens anders tegen. De vraag stelt zich dus waarom deze druif precies in dit kleine gebied is blijven hangen. Het antwoord valt historisch niet volledig te achterhalen. We weten wel dat Lacrima in de tweede helft van de negentiende eeuw al beschreven werd als een waardevolle lokale druif. Daarna is de aanplant sterk teruggelopen, zoals met zoveel oude druivenrassen gebeurde, om later opnieuw opgepikt te worden door producenten die begrepen dat ze iets waardevols in handen hadden.

Makkelijk is het voor de producenten nochtans niet met de Lacrima druif. Het is immers een zeer kwetsbare druif. Ze loopt vroeg uit, waardoor voorjaarsvorst een reëel risico kan vormen. Daarbovenop heeft ze een dunne, gevoelige schil die bij volle rijpheid kan openbarsten. Vandaar ook de naam Lacrima, de traan. Wanneer de bes begint te barsten, kan het sap als een druppel naar buiten komen. Mooi beeld, maar voor de wijnbouwer is dat vooral een teken dat hij niet alert genoeg is geweest.

Er worden drie types Lacrima wijn gemaakt. De gewone Lacrima di Morro d’Alba is de meest directe en meest herkenbare versie. Die komt meestal vrij jong op de markt en speelt volop op fruit en bloemen. Dat is het type wijn dat je gerust licht gekoeld kunt schenken. De tannine is doorgaans aanwezig, maar zelden hard. Het aromatische karakter blijft de hoofdrol spelen.

Daarnaast bestaat er ook Lacrima di Morro d’Alba Superiore. Die komt later op de markt en bezit wat meer concentratie en body. Aangezien het parfum en het fruit als essentieel worden beschouwd voor deze wijn, is er geen overdreven lange rijpingsperiode voorzien. Bij een Superiore is die uiteraard iets langer dan bij de gewone Rosso. Tien tot elf maanden in plaats van twee maanden.

Ten slotte is er ook een zoete wijn. Voor de Passito worden de druiven ingedroogd en schuiven we richting rijkere wijnen met een ander profiel. Vaak met donker fruit, bloemen, specerijen en een zachte, bijna fluwelige mondstructuur.

Morro d’Alba hadden we al aangehaald bij de hidden gems en is dus zeker het bezoeken waard. Bovendien is de Enoteca Comunale daar een bijzonder interessante halte. Ze werd speciaal ingericht door de producenten om de Lacrima wijn zichtbaar te maken en toegankelijker te maken voor consumenten die deze kunnen proeven en uiteraard ook kopen.

We geven nog mee dat er in Morro d’Alba jaarlijks, in oktober, het Lacrima Wine and Truffle Festival plaatsvindt. The best of both worlds, verenigd in één groot dorpsfeest. Ik zet het alvast in mijn agenda!

Vernaccia di Serrapetrona, een curiositeit

We sluiten het rode drieluik af met misschien wel de meest bijzondere wijn van het hele gezelschap: Vernaccia di Serrapetrona DOCG. Om meteen met de deur in huis te vallen: we spreken hier over een rode spumante, droog of zoet, gemaakt van de Vernaccia Nera druif.

Vooraleer ik verder ga met de beschrijving van het wijngebied en de wijn zelf, wil ik toch eerst even kaderen waarom ik dit als de meest bijzondere wijn bestempel. Hoeveel wijnen kennen jullie die drie vergistingen ondergaan? Wel, vanaf nu al minstens eentje, want de manier waarop deze wijn wordt gemaakt, is echt wel fascinerend te noemen. We proberen het voldoende helder te schetsen.

Na de oogst ondergaat een deel van de druiven een onmiddellijke vinificatie. Dat is de eerste vergisting. Het resterende deel, minstens 40 procent van de druiven, wordt ingedroogd en ondergaat het appassimento proces. Die druiven verliezen water, waardoor suiker, aroma en smaak zich concentreren. Nadien worden ook deze ingedroogde druiven geperst en vergist. Dat is de tweede vergisting.

Daarna volgt de assemblage. De wijn van de eerste vergisting en de wijn van de tweede vergisting worden samengevoegd. Vervolgens brengt men nog een derde vergisting op gang in een drukvat, de autoclaaf, om de belletjes te vormen. Zeg maar dat men hier ook nog eens de metodo Martinotti op loslaat.

Nu dit duidelijk is, kunnen we verder met de DOCG, want dat is Vernaccia di Serrapetrona sinds 2004. Met slechts een handvol producenten en amper 9 hectare aan wijngaarden is dit echt wel een nicheproduct. Maar wel eentje dat ik je kan aanraden als je, ik zeg maar wat, een moelleux zou maken of een krachtige gorgonzola zou nuttigen. De wijngaarden voor Vernaccia di Serrapetrona liggen in de provincie Macerata, rond Serrapetrona zelf en delen van Belforte del Chienti en San Severino Marche.

Serrapetrona ligt landinwaarts, richting de hogere heuvels en met de Monti Sibillini niet zo gek veraf. De wijngaarden liggen vaak op een behoorlijke hoogte, ergens tussen 400 en 700 meter. De bodems zijn overwegend mergelachtig en kalkrijk, met in sommige zones ook dunnere, stenige bodems en elders meer zandige en kleiachtige elementen.

De wijn wordt gemaakt van minstens 85 procent Vernaccia Nera. De overige 15 procent mag bestaan uit andere blauwe druivenrassen die in Marche zijn toegestaan. In de praktijk draait alles natuurlijk rond Vernaccia Nera zelf. Officieel gaat het bij Vernaccia di Serrapetrona DOCG om een rode spumante, in twee types: secco en dolce.

De droge wijn kan behoorlijk gastronomisch zijn, met rood fruit, kruidigheid, frisse zuren en een lichte tannine in combinatie met de pareling. De zoete versie zit meer in de richting van rijper fruit, confituur, bloemen, specerijen en een zachtere smaakimpressie. De wijn komt pas ongeveer 9 maanden na de oogst op de markt.

Wie deze wijn ter plaatse wil ontdekken, plant zijn bezoek best in november. Dan zijn er de Appassimenti Aperti feesten. De producenten openen hun deuren en de droogruimtes staan centraal, waar de druiven hangen of in kistjes liggen te drogen. Het ideale moment om deze wijn te leren kennen.

Plus superest

Vrij vertaald: en er is nog meer. Uiteraard is er nog meer, want het Marche IGT aanbod biedt hier de nodige ruimte voor. Internationale druivenrassen zoals Cabernet, Merlot of Syrah kan je binnen dat aanbod vinden en geloof me vrij, ze zijn vaak een pak beter dan hun Franse voorbeelden.

Ik kan soms amper begrijpen hoe het mogelijk is dat een druif zoals Pinot Noir hier zulke fantastische resultaten kan neerzetten. Geloof je me niet? Als je met je wagen Marche binnenrijdt vanuit Emilia Romagna, hou dan een eerste halte in Pesaro. Je weet wel, een van de kustplaatsjes die we eerder al op onze route hadden gezet. Geef Fattoria Mancini in op je gps en proef hun Pinot Noir wijnen. Vergeet zeker hun Spumante niet.

En de rest? Dat moet je zelf maar ter plekke ontdekken.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden
  4. De kust van Marche: zee, sfeer en kustplaatsen met karakter
  5. Marche: hidden gems, deel 1, tussen Frasassi en Verdicchioland
  6. Marche op zondag: Hidden gems, deel 2
  7. Marche aan tafel: van brodetto tot vincisgrassi

Giro d’Italia 2026, rit 7: Pentro di Isernia DOC, van Formia naar Blockhaus

Rit 7 brengt ons naar de Apennijnen. Van Formia gaat het richting Blockhaus, en dus mag er een ander soort renner zijn benen beginnen insmeren. De sprinters hebben hier weinig te zoeken. De klim naar Blockhaus gaat hun petje immers te boven en het zullen de klimmersgeiten uit het peloton zijn die de macht naar zich toe gaan trekken.

We rijden van Lazio, door Molise naar Abruzzo. Vooral dat kleine Molise verdient vandaag onze aandacht. Het is de jongste regio van Italië, pas in de jaren zestig losgekomen van Abruzzi e Molise, en nog altijd zo onbekend dat je bijna zou vergeten dat er wijn wordt gemaakt. Bijna, want de renners komen door Venafro en Colli a Volturno, en precies daar zitten we in het gebied van de Pentro di Isernia DOC.

Vanaf dat punt verandert ook de koers. De vlakke aanloop is voorbij, de Apennijnen komen dichterbij en de eerste serieuze beklimmingen dienen zich aan. De kijkers mogen wat naar voren schuiven in de zetel. De Giro krijgt hier voor het eerst echt berglucht in de longen.

Pentro di Isernia DOC

Pentro di Isernia DOC Pentro di Isernia DOC werd in 1983 erkend en behoort tot de kleinste appellaties van Molise. Het wijngaardareaal wordt op ongeveer 74 hectare geschat, maar slechts een fractie daarvan verschijnt ook effectief als Pentro di Isernia DOC in de productiecijfers. Een deel van de druiven zal vermoedelijk onder andere herkomstbenamingen terechtkomen. Zeker Tintilia del Molise DOC ligt daarbij voor de hand, omdat Tintilia vandaag de meest herkenbare blauwe druif van Molise is en commercieel meer uitstraling heeft dan de veel minder bekende Pentro di Isernia DOC.

Officieel mag de wijn ook kortweg Pentro heten, maar Pentro di Isernia maakt geografisch meteen duidelijker waar we zitten.

De productiezone ligt volledig in de provincie Isernia. Ze omvat Agnone, Belmonte del Sannio, Castelverrino, Colli a Volturno, Fornelli, Isernia, Longano, Macchia d’Isernia, Miranda, Montaquila, Monteroduni, Pesche, Pietrabbondante, Poggio Sannita, Pozzilli, Sant’Agapito en Venafro.

De naam Pentro verwijst naar de Pentri, een Samnitische stam die in dit deel van het zuiden van Italië leefde. De wijnbouwgeschiedenis van de streek gaat veel verder terug dan de DOC zelf. In de oudheid werd hier al wijn gemaakt, en ook bij Plinius duiken verwijzingen op naar wijnen uit de omgeving van Isernia.

Bodem en klimaat

Het gebied rond Isernia is uitgesproken heuvelachtig. Molise bestaat grotendeels uit bergen en heuvels, en ook deze appellatie wordt bepaald door langgerekte ruggen, valleien en hellingen. Aan de voet van de omliggende hoogtes vinden we afzettingen die door waterlopen naar beneden zijn gebracht.

De wijngaarden voor Pentro di Isernia liggen op heuvelachtige percelen met een goede oriëntatie. Ze bevinden zich tussen 200 en 600 meter boven zeeniveau. Daardoor spreken we over een wijnzone waar hoogte en reliëf een duidelijke rol spelen.

De bodems zijn vrij divers. Op de heuvels vinden we vooral diepe, goed drainerende bodems met fijne textuur, kalk en stenen. Lager op de hellingen en in de zones aan de voet van de heuvels komen meer afzettingen voor van waterlopen uit de omliggende hoogtes. Geologisch zit er veel kalk, mergel, zandsteen, klei en alluviaal materiaal in de bodem.

Pentro di Isernia ligt niet in een direct kustklimaat. De gemiddelde jaartemperatuur blijft relatief gematigd en de neerslag is niet verwaarloosbaar, met het zwaartepunt in herfst en winter. De zomers kunnen warm zijn, maar hoogte, ventilatie en nachtelijke afkoeling helpen om de rijping voldoende frisheid te geven.

Witte wijnen

Pentro di Isernia Bianco is gebaseerd op Falanghina. Die moet minstens 80 procent van de blend uitmaken. Trebbiano Toscano vult aan met 15 tot 20 procent. Andere toegelaten witte druiven uit Molise mogen maximaal 5 procent worden gebruikt.

Daarmee is er in 2014 een stevige wijziging geweest. Voorheen was de witte Pentro nog gebaseerd op Trebbiano Toscano, aangevuld met Bombino Bianco, en was er van Falanghina zo goed als geen sprake. Naar mijn gevoel heeft die ommezwaai vooral een gunstig effect gehad op de kwaliteit van de wijnen. Falanghina geeft de witte Pentro meer eigenheid, meer aromatische definitie en een duidelijker zuiders profiel.

Voor Pentro di Isernia Bianco is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. In het glas gaat het om een licht strogele wijn, vaak met een groenige schijn. De geur zit eerder bij appel, peer, witte perzik, citroen en witte bloemen. Falanghina kan wat kamille, fijne kruidigheid en een licht amandelachtige toets meebrengen. Trebbiano Toscano trekt het geheel wat strakker en houdt de wijn fris en direct. In de mond blijft de wijn droog, vrij sappig en eerder slank tot middelvol, met een frisse lijn.

Rode wijnen

Pentro di Isernia Rosso is het meest representatieve type van de DOC. De wijn moet voor 75 tot 80 procent uit Montepulciano bestaan. Tintilia vult aan met 20 tot 25 procent. Andere toegelaten, niet aromatische blauwe druiven mogen maximaal 5 procent van de blend uitmaken. Montepulciano zorgt voor kleur, rijp fruit, volume en een zekere aardse kracht. Tintilia brengt lokale identiteit, kruidigheid en extra spanning.

De wijn moet minstens één jaar rijpen, waarvan minimaal zes maanden in eiken vaten. Die vaten mogen om het even welke capaciteit hebben. Het gaat dus niet noodzakelijk om barriques, maar evengoed om grotere vaten zoals Slavonische botti. De verplichte houtopvoeding wijst vooral op rijping en afronding, niet automatisch op een nadrukkelijke houtstijl.

In het glas mag je een robijnrode wijn verwachten, met kers, pruim, donker bosfruit, gedroogde kruiden, soms wat zoethout en een aardse toets. Montepulciano geeft de wijn vulling en rijp fruit, terwijl Tintilia voor wat kruidigheid en extra beet kan zorgen. De smaak is droog, harmonieus en soepel, met voldoende tannine en een eerder warme, zuiderse indruk.

Er bestaat ook een Riserva, met een langere verplichte rijping. De wijn moet minstens vier jaar rijpen, waarvan minimaal twee jaar in eiken vaten. Daarna volgt nog minstens zes maanden flesrijping. Verwacht bij de Riserva meer concentratie, rijper fruit, meer kruidigheid en een steviger mondgevoel.

Rosato

Pentro di Isernia Rosato vertrekt van dezelfde blauwe druiven als de Rosso. Ook hier bestaat de blend uit 75 tot 80 procent Montepulciano en 20 tot 25 procent Tintilia. Andere toegelaten, niet aromatische blauwe druiven mogen maximaal 5 procent worden gebruikt.

Er is geen verplichte rijpingsperiode. De wijn is dus vooral gericht op fruit, frisheid en directe drinkbaarheid. Het aroma blijft doorgaans speels, met aardbei, framboos, rode bes, florale toetsen en zachte kruidigheid. De smaak is droog, fris en sappig, met een licht fruitige indruk.

Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden

In het rood aangeduid op mijn wishlist voor onze Marche reis stond een bezoek aan het Parco Naturale del Conero, de Conero Riviera en Le Due Sorelle. Hoewel het dus bovenaan mijn lijstje stond, heb ik het bezoek bewust niet tijdens de start van onze reis geplaatst. Je hebt dan altijd nog iets om naar uit te kijken. Het was één van de kortste verplaatsingen die we moesten maken. Monte Conero ligt immers net ten zuiden van Ancona.

Tussen Ancona en Numana rijst Monte Conero op als een markante witte kalkmassa, met kliffen, baaien, bos en dorpen die mooi in dat decor lijken te zijn neergelegd. Je merkt het vlug als je er naartoe rijdt. Het landschap krijgt al snel een ander gezicht. Alles wordt er ruwer en steiler zodra je de kaap nadert. Het Parco del Conero strekt zich uit over ruim 6.000 hectare in de zones van Ancona, Camerano, Numana en Sirolo, met een kustlijn van witte rotsen en een groen binnenland dat mee het karakter van dit gebied bepaalt.

Je kan hier gerust een volledige daguitstap van maken. Wie ten volle van de schoonheid wil genieten, inclusief wandeling en tijd op het strand van Le Due Sorelle, heeft er misschien wel twee dagen voor nodig.

Het ruwe gezicht van de kust

Ik vind het opmerkelijk hoe weinig bekend Monte Conero is wanneer je erover vertelt tegen mensen die zelf al in Marche geweest zijn. Dat is zonde natuurlijk, want het beeld van de kustlijn verandert hier helemaal. Plots krijg je steile kalkrotsen, bos, kliffen en wandelpaden, op een stuk Adriatische kust dat elders meestal veel vlakker oogt. Met zijn 572 meter is Monte Conero hier een unieke verschijning.

Geologisch ontstond Monte Conero uit mariene sedimentatie die al in het Jura begon. Pas in het Plioceen kwam de berg boven water. Het park zelf werd in 1987 opgericht om de rijkdom aan flora, fauna en cultureel erfgoed te beschermen, en dat voel je ook wanneer je er rondloopt. Wij waren er in juli en hoewel het er dan zeer warm kan zijn, is dit een heerlijke plek om rond te trekken. Er zijn verschillende goed aangeduide wandelroutes, ook voor mountainbike en paardrijden. Je merkt onderweg hoe sterk zee en landschap hier in elkaar grijpen. Achter bijna elke bocht verandert het uitzicht. Het ene moment wandel je tussen groen en kalksteen, wat later kijk je ineens uit over de Adriatische kust en sta je toch weer even stil bij die mooie vergezichten.

Passo del Lupo, volg het pad van de wolf

Als je er zin in hebt neem je best je wandelschoenen en wandelstokken mee. De Passo del Lupo is een van de bekendste wandelroutes van het park. Vanuit Sirolo, met start aan het kerkhof op ongeveer een kilometer van het centrale plein, wandel je hier over de zuidelijke kalkflanken van Monte Conero naar een uitzichtpunt dat je niet snel meer vergeet. De route volgt wandelpad 302 en is goed bewegwijzerd. De wandeling zelf is technisch niet bijzonder zwaar en het hoogteverschil blijft vrij beperkt, al vraagt het laatste stuk wel wat voorzichtigheid. Zeker wie last heeft van hoogtevrees blijft daar beter attent.

Onderweg wandel je door een afwisselend landschap van bos, kalkrotsen en mediterrane vegetatie. Geregeld trekt het uitzicht open en krijg je dat typische samenspel van groen, wit en blauw dat deze kust zo herkenbaar maakt. Na ongeveer een uur stappen bereik je het uitzichtpunt boven Le Due Sorelle. Dat is zo’n plek waar iedereen automatisch even stilvalt. Voor je ligt de besloten baai met het witte strand, het heldere water en natuurlijk de twee rotsen die als twee wachters uit zee oprijzen. Dat beeld is intussen zowat het icoon van de Conero Riviera geworden, en terecht. Het is gewoon indrukwekkend.

Sirolo en Numana, twee parels van de Riviera del Conero

Ben je niet zo’n liefhebber van avontuurlijke wandelingen, dan kan je hier ook gewoon heerlijk flaneren langs de Riviera del Conero. Hier liggen immers enkele van de mooiste kustplaatsen van Marche. Sirolo en Numana zijn dan de ideale haltes.

Sirolo is zonder twijfel een van de mooiste kustplaatsen van de Conero Riviera. Het oude middeleeuwse centrum ligt hoog boven zee en kijkt uit over een van de fraaiste stukken Adriatische kust van Marche. Je wandelt er door smalle straatjes en kleine steegjes die nog duidelijk de sfeer van het oude vestingdorp bewaren. Sirolo combineert dat historische karakter ook nog eens met de ligging aan enkele van de bekendste stranden van de streek, zoals Spiaggia Urbani, San Michele en natuurlijk Le Due Sorelle. De witte rotsen van Monte Conero duiken hier de zee in en vormen baaien en inhammen. Ook het centrale plein speelt een belangrijke rol. Dat is in de zomer echt een ontmoetingsplek, met zicht op zee, een ijsje of aperitief binnen handbereik en net genoeg leven om het gezellig te houden.

Amper een kilometer verder, en perfect te voet te doen, ligt Numana. Het hogere deel is Numana Alta. Hier voel je nog duidelijk de oorsprong van het oude vissersdorp. Alles oogt er kleiner, intiemer en wat rustiger. Van daaruit daal je via de Costarella, de oude trap die vissers vroeger gebruikten, af naar de haven. Beneden verandert de sfeer. Daar zit je dichter bij het strand, de bars, de promenade en dat typische kustleven dat in de zomer volop draait.

Le Due Sorelle, het beeld van Conero

We hebben al een paar keer verwezen naar Le Due Sorelle, het indrukwekkende visitekaartje van de regio. Die twee witte rotspunten die uit zee oprijzen voor de kust zijn intussen uitgegroeid tot een echt symbool van dit gebied. En eerlijk, dat is volkomen begrijpelijk.

Deze baai ligt voor de kust van Sirolo en officieel spreken we over Spiaggia delle Velare. Maar zowat iedereen kent ze gewoon als het strand van Le Due Sorelle. Het strand zelf bestaat uit witte kiezel, rotsachtige uitlopers en helder water. Je gaat online ongetwijfeld heel mooie foto’s van Le Due Sorelle vinden, maar in werkelijkheid maakt deze plek nog meer indruk. Vroeger kon je Le Due Sorelle ook te voet bereiken via de Passo del Lupo, maar deze toegangsweg is al geruime tijd afgesloten. Vandaag geraak je er enkel over zee, met een boot of shuttle. Je moet er dus wat moeite voor doen om deze schoonheid van dichtbij te bewonderen.

Rond Le Due Sorelle hangt ook een oude legende. Men vertelt dat in deze wateren ooit een verleidelijke sirene leefde die met haar gezang zeelieden lokte en hen vervolgens in een grot gevangen hield. Een zeedemon zou haar daarbij geholpen hebben. Volgens het verhaal werd dat monster door de goden gestraft en in steen veranderd, waarbij het in twee delen brak. Zo zouden de twee rotsen ontstaan zijn. Vergeet dus zeker je waterpistool niet om deze demonen af te schrikken.

De baai van Portonovo

Aan de noordkant van de Conero, op ongeveer 15 kilometer van Sirolo, richting Ancona, ligt Portonovo. Deze baai ligt verscholen in het groen van het Parco del Conero, helemaal tegen de flanken van Monte Conero aan, en heeft een heel eigen sfeer. Zodra je er aankomt voel je dat dit geen gewone badplaats is. Alles oogt hier natuurlijker, rustiger en ook net dat tikkeltje ruiger.

De baai zelf bestaat uit grind, stenen en helder water. Je hebt er publieke stukken strand en een aantal beach clubs, maar zelfs dan blijft het geheel vrij ongerept aanvoelen. Je zit hier midden in het groen, met de berg bijna in je rug en de zee vlak voor je. Veel dichter op elkaar kan natuur en kust bijna niet zitten.

Portonovo heeft ook nog wat extra’s. Het witte Fortino Napoleonico springt in het oog. Dat militaire verleden voel je hier nog wel een beetje. Verder ligt er ook nog de Torre Clementina, ooit gebouwd om de kust te bewaken. En uiteraard kom je in Portonovo ook voor wat er uit die zee op tafel belandt. Dan kom je automatisch uit bij een van de bekendste specialiteiten van de streek: de mosciolo di Portonovo.

Dit is een erkende en beschermde term die specifiek verwijst naar wilde mosselen die zich vasthechten aan de rotsen van Monte Conero. Ze worden niet gekweekt, maar groeien volledig natuurlijk in het heldere zeewater van dit natuurgebied. Dankzij de uitzonderlijke waterkwaliteit, die tot de zuiverste van Italië behoort, krijgen de moscioli het label ‘Categorie A’, de hoogste classificatie voor consumptieschelpdieren. In 2004 werden ze erkend als Slow Food Presidium, een eer die enkel is weggelegd voor producten met een uitgesproken identiteit en sterke regionale verankering.

We schreven er eerder al uitgebreid over. Wie er meer over wil weten, kan ook ons artikel ‘De wilde mossel van Portonovo‘ lezen.

Camerano, het kloppend hart van Rosso Conero

De wijnliefhebbers zijn misschien wat op hun honger blijven zitten maar als je ervan uitging dat er rond Monte Conero geen wijn te vinden is, dan heb je het goed fout. Camerano ligt tussen de heuvels van de Conero Riviera en wordt niet voor niets gezien als een van de echte wijnplaatsen van dit gebied. Dit is immers het hart van Rosso Conero, de rode wijn die hier al sinds 1967 een eigen DOC heeft. Sinds 2004 kreeg de riserva het DOCG statuut onder de naam Conero DOCG. Sinds 26 september 2024 zijn binnen die DOCG ook de rosé wijnen, inclusief een spumante, officieel toegelaten.

Die wijnen steunen in hoofdzaak op Montepulciano, goed voor minstens 85 procent van de blend. Voor de DOCG mag Sangiovese nog een aanvullende rol spelen, maar slechts tot maximaal 15 procent. Bij Rosso Conero DOC ligt dat iets ruimer. Ook daar moet Montepulciano minstens 85 procent halen, maar de resterende 15 procent mag bestaan uit andere niet aromatische blauwe druivenrassen die in Marche toegelaten zijn. In het glas levert dat rode wijnen op met kleur, kracht, rijp donker fruit, kruidigheid en duidelijke tannine.

Voor Rosso Conero DOC is geen verplichte rijping vastgelegd vooraleer de wijn op de markt komt. Bij Conero DOCG ligt dat anders: de riserva moet minstens twee jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. De rosato binnen de DOCG mag dan weer pas vanaf 1 januari van het jaar na de oogst in de handel worden gebracht. Voor de rosato spumante ligt het nog strikter, want die moet via een verplichte tweede gisting op fles volgens de metodo classico worden gemaakt en minstens 18 maanden op de gisten rijpen.

Het productiegebied omvat onder meer Ancona, Offagna, Camerano, Sirolo en Numana, met ook delen van Castelfidardo en Osimo. De wijngaarden liggen op de heuvels rond de kaap, waar de Adriatische Zee nooit ver weg is. Dat samenspel van reliëf, zeebries en zon geeft deze wijnen hun eigen profiel.

Staat de wijn voor je centraal, dan kan je perfect de Strada del Rosso Conero volgen. Je kan onderweg niet alleen een stop maken bij een of meerdere van de 22 wijnbouwers die hier actief zijn. Je zal ook langs de meeste plaatsen komen die we in dit artikel beschreven. Inclusief Camerano zelf, want dit dorpje is evenzeer een bezoek waard. Het dorp heeft een eigen sfeer en staat ook bekend om zijn ondergrondse gangen en ruimtes. Ook geschiedenis en cultuur zijn hier nooit ver weg. Camerano kent een lange voorgeschiedenis die teruggaat tot de prehistorie en groeide in de middeleeuwen uit tot een onafhankelijk kasteel.

Culinaire tips

Tijdens je bezoek aan de Monte Conero, de Riviera del Conero of onderweg op de Strada del Rosso Conero zal je zonder moeite heel wat culinaire stops kunnen inlassen. Je kan er zelfs perfect een extra bezoek aan Ancona aan breien, waardoor de culinaire mogelijkheden nog breder gaan.

Graag geven we ter afronding van dit artikel nog enkele adressen mee waar het goed tafelen is.

In Portonovo springt Clandestino Susci Bar eruit als een van de meest uitgesproken adressen. Voor wie aan de baai een echt gastronomisch moment wil inbouwen, zit daar goed. Wie het liever iets minder uitgesproken maar nog altijd bijzonder smaakvol houdt, kan in Portonovo ook terecht bij Marcello. Iets verder van de kustdrukte, maar nog altijd helemaal in de sfeer van het gebied, is Trattoria Mafalda een adres om te onthouden.

In Sirolo is L’Officina een aanrader voor wie verfijnd wil eten in een hedendaagse setting. Wie daarnaast ook een meer verborgen adres zoekt, kan Da Silvio meenemen. Dat is zo’n plek die minder nadrukkelijk in de spotlights staat, maar net daarom extra interessant blijft.

In Numana zijn In Riva a Numana en Casa Rapisarda twee adressen om te onthouden. Het eerste mikt duidelijk op een meer gastronomische ervaring, het tweede voelt iets intiemer aan maar blijft culinair bijzonder interessant. Daarnaast zijn ook La Spiaggiola en La Torre twee mooie tips voor wie in Numana graag wat verder kijkt dan de meest voor de hand liggende namen.

Wie nog een kleine omweg wil maken buiten de directe kuststrook kan ook Andreina in Loreto meenemen. Dat is een mooie extra halte voor wie de regio graag ook via het bord verder verkent. En wil je je culinaire uitstap doortrekken tot in Ancona zelf, dan is Ginevra het Michelinsteradres van de stad. Wie liever wat minder formeel tafelt maar nog altijd bijzonder goed wil eten, kan in Ancona ook Sot’Ajarchi meenemen, dat met een Bib Gourmand in de Michelingids is opgenomen..

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche

Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche

We zijn ondertussen gesetteld op onze basislocatie om Marche te verkennen. Een van de eerste zaken op onze agenda is het verzamelen van proviand. In ons geval is dat uiteraard lokale wijn. We zijn geen avondtoeristen, wat wil zeggen dat we er weliswaar voor zorgen dat we van la cena kunnen genieten in een leuk lokaal restaurantje, maar dat we ons nadien graag terugtrekken op het terras van onze kamer, gewapend met een stapel boeken. We openen dan een lekker flesje lokale wijn en genieten van de ondergaande zon, de rust, het lezen en uiteraard ook gewoon van het samenzijn. En dus moet er wat verscheidenheid aan wijn aanwezig zijn om, naargelang de goesting van de avond, een fles te kunnen openen.

Vermits we in Verdicchio land zitten en we van deze wijn al een mooie lokale aanvoer hebben, trekken we eropuit op zoek naar de nodige variatie. Die vinden we in Offida. Deze appellatie is voor velen een onbekende naam, en dat is toch een beetje zonde, want als ik in mijn geheugen graaf, dan kan ik me niet herinneren ooit ook maar één slechte wijn van Offida geproefd te hebben. De witte wijnen van Passerina of Pecorino, en de rode wijnen van Montepulciano, stellen dus zelden teleur.

Bovendien zitten we tegelijk in de buurt van Rosso Piceno, het grootste wijngebied van Marche, en dicht bij de zeer uitnodigende stad Ascoli Piceno. Rosso Piceno zullen we in een later artikel nog uitgebreider aan bod laten komen. Bijkomend pluspunt is dat we dit kunnen koppelen aan een bezoek bij een van onze wijndomeinen, Terra Fageto, waarvan we de wijnen al enkele jaren importeren.

We zitten met andere woorden gebeiteld voor een eerste leuke verkenningsdag in Marche. De navigatie aan en de tocht kan beginnen. Dat we de nodige kilometers zouden verrijden in Marche, was thuis tijdens de voorbereiding al duidelijk geworden. Voor vandaag betekent dat alvast een rit van een 120-tal kilometer om op onze bestemming te raken.

Offida DOCG, een kleine appellatie met veel gezichten

Zoals aangehaald zal Offida niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, en in feite is het ook niet erg dat je dit wijngebied van 513 hectare niet meteen kent. Pas sinds 2011 hoort Offida officieel bij de DOCG gebieden. Toch is deze appellatie absoluut het ontdekken waard, want het is een van de interessantste denominaties langs de Adriatische kust. We zitten hier in het zuiden van Marche, op de grens van de provincies Ascoli Piceno en Fermo, in een landschap dat zich uitstrekt van de kuststrook tot de meer heuvelachtige zones landinwaarts. De wijngaarden liggen hier op een hoogte tussen 50 en 650 meter boven zeeniveau, en helemaal niet in één homogeen decor, maar in een gebied dat voortdurend schakelt tussen invloeden van zee en binnenland. Die invloed van de zee zal je vooral proeven in de witte wijnen, die vaak een typisch ziltig karakter vertonen.

Binnen Offida DOCG onderscheiden we drie types wijn: twee witte, Offida DOCG Pecorino en Offida DOCG Passerina, en een rode, Offida Rosso DOCG. Hoewel je hier in de praktijk meestal monocepage wijnen zal aantreffen, moet volgens de wet slechts minimum 85 procent van de vermelde druif aanwezig zijn. Pecorino en Passerina kennen een vrij beperkte verplichte rijping van een vijftal maanden en liggen dus ook vrij snel op de markt.

Dat is niet het geval voor Offida Rosso, die gemaakt wordt van Montepulciano. Deze wijn moet minstens 24 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden op hout en nog eens 3 maanden op fles. Dat levert rode wijnen op met kleur, inhoud en structuur. Qua aroma’s zit je bij rood fruit, met daarnaast ook toetsen die wat rijper en dieper gaan, zoals zoethout en chocolade. In de mond heeft Offida Rosso volume, structuur en een lange afdronk.

Wijnen van Offida Passerina DOCG zijn doorgaans frisse, droge witte wijnen met een heldere strogele kleur en een profiel dat vlot toegankelijk is. Ze zijn zeer aangenaam, bijna speels, met een duidelijk floraal profiel. Ze mikken niet op kracht, wel op drinkplezier, frisheid en levendigheid. Je zal ze hier enkel in een droge en stille vorm vinden. Wil je de Passerina druif ook eens in een bruisende Spumante versie ontdekken, of kies je liever voor de zoete passito of Vin Santo kant, dan moet je vragen naar een Terre di Offida DOC.

Ook voor Offida Pecorino DOCG spreken we over droge witte wijnen. Die hebben een heel ander karakter dan de Passerina variant. Ze bezitten doorgaans net iets meer spanning en karakter. Deze druif geeft vaak wat meer body, wat meer inhoud en wat meer temperament in het glas. Bovendien heeft Pecorino iets bijzonder sympathieks, waardoor deze wijn voor een zeer breed publiek toegankelijk is.

De enoteca in Offida, verplichte halte

Je weet nu welke wijnen de appellatie te bieden heeft, maar dan volgt natuurlijk de volgende vraag: welke flessen neem je mee om er, zoals wij, later op de avond in alle rust van te genieten in de luie zetel of op het terras van de kamer? Gelukkig is er in Offida zelf een erg aangename enoteca. Je vindt die in het historische centrum, aan de Via Giuseppe Garibaldi, in een oud kloostergebouw vlak bij het hart van het dorp.

Verwacht hier geen strakke moderne wijnbar met hippe inrichting en flessen die als designobjecten staan uitgestald. Dit is eerder een charmante, wat klassieke enoteca die perfect aansluit bij het karakter van Offida zelf. Je kan er wijnen proeven, flessen kopen en je tegelijk ook wat beter oriënteren in het aanbod van de appellatie. Wie zin heeft, kan er ook iets kleins eten bij een glas wijn, eerder in de sfeer van een aperitivo of een lokale plank dan van een echte restaurantmaaltijd. Veel spectaculaire franjes hoef je er verder niet te verwachten, maar voor een wijnliefhebber is dit wel gewoon een verplichte halte.

Je kan natuurlijk ook een directe stop maken bij de lokale wijnboeren, zoals wij deden bij Terra Fageto. Ze hebben een zeer toegankelijke cantina die druk bezocht werd door zowel toeristen als lokale bewoners. Die komen er mee genieten van het brede aanbod aan wijnen dat het domein aanbiedt, waaronder ook Offida Pecorino DOCG.

Toeristische pareltjes rond Offida

De afstand die we moesten afleggen om naar de enoteca van Offida te rijden en Terra Fageto te bezoeken, is te groot om het daarbij te laten. Er valt in deze omgeving zoveel moois te ontdekken dat je er met gemak een volledige daguitstap van maakt.

Let wel, en dit geldt eigenlijk niet enkel voor Marche maar voor zowat heel Italië: tussen 14 en 16 uur valt alles er stil. Heel wat zaken zijn gesloten en veel beweging hoef je dan ook niet te verwachten. Die middagpauze wordt er bijzonder ernstig genomen en dat is toch iets anders dan wij in België gewoon zijn. Zorg dus gewoon dat je dan comfortabel in een goed restaurant zit te genieten van een lekkere pranzo.

Niet te missen ginds is alvast Ripatransone. Het is een klein dorpje dat ongeveer 15 kilometer van Offida ligt en dat overal wordt aangegeven als een van de aantrekkelijkste balkondorpjes van Marche. Wij kunnen dat enkel maar beamen. Het uitzicht is een groot deel van de aantrekkingskracht van het dorpje. Aan de ene kant kijk je richting Adriatische Zee, aan de andere kant richting de Monti Sibillini. Alleen daarvoor loont de omweg al. Geniet niet enkel van de weidse gezichten, maar slenter ook even door het dorpje, want naar het schijnt bevindt zich daar het smalste straatje van Italië. Of dat effectief overal wordt aanvaard, laat ik even in het midden, want in Italië zijn er wel meer dorpen die graag met zulke titels uitpakken.

Ook Acquaviva Picena is absoluut de moeite om nog eens 15 kilometer extra aan de trip te breien. Het dorp ligt op een heuvel, op een goede driehonderd meter hoogte, en op de weg ernaartoe zie je al van ver het indrukwekkende fort, dat zonder twijfel de grote blikvanger is van Acquaviva Picena. Het torent boven het dorp uit en bepaalt meteen ook de sfeer van de plek. Maar er is meer dan die imposante toren. In principe begint je bezoek al nog voor je echt het centrum inwandelt. Van aan de rand van het dorp krijg je al mooie zichten over de glooiende heuvels, met wijnranken en olijfbomen, en tegelijk merk je hoe dicht de Adriatische kust eigenlijk nog ligt. Het dorp zelf heeft die typische sfeer van een oude borgo waar het dagelijkse leven nog niet volledig is weggefilterd. Je wandelt er door smalle straatjes, langs stadspoorten en kleine pleinen, en je krijgt voortdurend het gevoel dat achter elke hoek weer een ander uitzicht of een nieuw detail opduikt.

En dan is er uiteraard Ascoli Piceno. Dit is de belangrijkste stad van de zuidelijke Marche en ze ligt pal op de grens met Abruzzo. Van zodra je er rondwandelt, snap je waarom deze plek zo vaak genoemd wordt als een van de mooiste steden van Marche. Het witte travertijn geeft de stad een heel eigen uitstraling, zeker op de grote pleinen, waar het licht voortdurend verandert en de gebouwen bijna lijken mee te kleuren met het moment van de dag. Piazza Arringo en Piazza del Popolo zijn daarbij de grote blikvangers. Maak zeker een stop bij Caffè Meletti, het historische café aan Piazza del Popolo. Je kan er meteen ook van de gelegenheid gebruik maken om de beroemde olive all’ascolana te proeven als aperitivo.

In de praktijk doe je de route wellicht beter anders dan we ze hierboven weergeven. Ascoli Piceno is immers de verste halte van de trip, en daar hou je dus best eerst stop. Daarna trek je naar Offida, vervolgens naar Acquaviva Picena en dan naar Ripatransone, om uiteindelijk via de kustsnelweg terug huiswaarts te keren.

Ik spreek hier bewust nog niet over de mooie kustplaatsjes die je er kan bezoeken, maar ik kan toch niet anders dan vermelden dat je op de terugweg zeker tijd moet maken om halt te houden in Grottammare. Dit is een piepklein, niet te missen kustplaatsje waar je onmiddellijk naar het hoger gelegen deel, Grottammare Alta, moet gaan. Het is onmogelijk om er urenlang in te verdwalen, want het heeft eerder een compacte oude kern van middeleeuwse straatjes en een handvol huizen. Maar precies die charme maakt het zo memorabel.

Wij hadden bovendien het geluk dat er net op het moment van ons bezoek Borgo diVino in Tour plaatsvond. Dat is een rondreizend wijnevenement dat halt houdt in verschillende mooie Italiaanse borghi. Het concept is eenvoudig: je wandelt door het historische centrum van zo’n dorp, waar verspreid stands van wijnproducenten staan opgesteld, vaak aangevuld met lokale specialiteiten, muziek en wat extra omkadering. Extra proeven en genieten was dus ook ons deel van de trip. Ga je dit jaar, in 2026, naar Marche, plan je stop in Grottammare dan van 17 tot 19 juli. Dan kan je dit evenement zelf meepikken.

Campofilone en nog een laatste weetje

Hoewel ik me moet realiseren dat ik een blog schrijf en geen boek, kan ik het toch niet laten nog wat extra’s mee te geven. Het zou zonde zijn om het niet te vermelden, want dit deel van zuidelijke Marche heeft ook nog een gastronomische troef achter de hand: Maccheroncini di Campofilone.

Campofilone ligt op een boogscheut van Pedaso, de thuisbasis van Terra Fageto. Tijdens ons bezoek nodigde Michele ons uit om samen te lunchen. Daarbij vertelde hij het verhaal van deze bijzonder fijne eierpasta, die in de omgeving een bijna iconische status heeft. De pasta is flinterdun, wordt traditioneel zonder toegevoegd water gemaakt en heeft een opvallend korte gaartijd. Bovendien heeft deze pasta een beschermde status. Maccheroncini di Campofilone IGP geldt als de enige eierpasta in Italië met een IGP erkenning, en de productiezone is strikt verbonden aan het grondgebied van Campofilone.

En of we benieuwd waren om deze pasta te proeven. Michele nam ons mee naar restaurant Cinque Ragazze in Campofilone, waar we voor onze neus Maccheroncini di Campofilone in een heerlijke cacio e pepe bereiding zagen klaarmaken. Onze borden werden flink gevuld en we hebben gesmuld van deze werkelijk subliem lekkere pasta. Noteer dus maar dat we, indien we opnieuw in de buurt zijn, daar zonder twijfel een verplichte stop zullen houden. Kleine tip voor de gastronomen onder jullie.

Om af te ronden nog een weetje dat niets met wijn of gastronomie te maken heeft, maar wel met de modewereld. De niet zo goedkope, maar zeer comfortabele Hogan schoenen, waar ik toch wel fan van ben, komen hier vandaan. Tod’s Group, het moederbedrijf van onder meer Hogan, is immers stevig verankerd in Marche. Dat ben ik pas nadien te weten gekomen, en maar goed ook. Anders hadden er misschien nog enkele extra paren van die schoenen mee in de valies huiswaarts gezeten.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio

Casauria DOCG, a New Milestone for Abruzzo

Although 11 November is not a public holiday in Italy, as it is in Belgium, the date will undoubtedly be celebrated with extra enthusiasm in Abruzzo from now on. Who knows, perhaps the traditional panarda feast will one day be moved to that moment. On 11 November, Casauria received official confirmation that it would step out from under the broad umbrella of Montepulciano d’Abruzzo DOC, its former parent appellation, and begin life as a fully independent DOCG. The European Union placed its final seal of approval on the decision, and for anyone with a soft spot for Abruzzo, this is far more than a footnote. It is a well-earned recognition for a region that has pushed itself upward with quiet determination and hard work. With this new designation, Abruzzo now counts three DOCG areas.

Where It All Began

Abruzzo has a habit of elevating its lesser-known corners to DOCG status. Tullum, granted the designation only a few years ago, was already a surprise, and Casauria builds on that momentum. Let’s be honest: aside from a handful of Italy enthusiasts, few wine lovers could confidently point to Casauria on a map. And yet, the area has everything required to justify a DOCG in its own right.

Casauria takes its name from the Abbey of San Clemente a Casauria, a Romanesque complex founded in the ninth century in the valley of the Pescara River. Historical sources suggest that the name may derive from Casa Aurea, the “golden house”, in reference to the exceptional fertility of the surrounding soils. That fertility is no coincidence. Wine has been part of this landscape for centuries. Ancient rock-hewn pressing basins such as the Palmenti di Pietranico, alongside the historical influence of the Benedictines, testify to a deeply rooted and continuous winemaking tradition.

Today, the DOCG spans several municipalities in the province of Pescara, situated on hills and plateaus between two hundred and six hundred metres above sea level. The climate is mild and sunny, with warm summers and pronounced diurnal temperature shifts. These variations are essential for Montepulciano, enabling full ripening while preserving natural freshness. Altitude, airflow, and sunlight provide the grape with a balance seldom achieved in lower-lying sites across the region.

A Disciplinare That Clearly Prioritises Quality

The disciplinare for Casauria leaves no room for ambiguity. It outlines a precise stylistic profile and a firm commitment to quality.

Key provisions at a glance:
• Red wines only, made from one hundred percent Montepulciano
• Minimum alcohol of thirteen percent, and thirteen-and-a-half for Riserva
• Mandatory ageing of eighteen months, or twenty-four for Riserva, counted from 1 November following the harvest; oak is optional, not required
• Maximum yield of nine thousand kilograms of grapes per hectare and sixty-three hectolitres of wine per hectare
• Minimum planting density of three thousand five hundred vines per hectare, or three thousand two hundred for pergola-trained vineyards
• Vinification, ageing, and bottling must take place within the designated area to guarantee traceability and quality

Even transport is regulated. Bottling outside the zone is prohibited because shifts in temperature, oxidation, or microbiological instability can compromise the wine once it leaves its place of origin. The message is unambiguous: a bottle of Casauria DOCG must be a product of the zone from beginning to end.

How Does Casauria DOCG Taste?

Curious what Casauria DOCG delivers in the glass? Expect a deep ruby colour with youthful purple reflections. The nose shows ripe red fruit layered with subtle spice. As the wine evolves, or when aged in oak, warmer and more complex aromas emerge, while the fruit retains its clarity.

On the palate, the wine is full-bodied and flavourful, with fine-grained yet clearly present tannin. The interplay of altitude, abundant sunshine, and wide day-night temperature swings contributes to natural balance. These conditions give Montepulciano both ripeness and tension, resulting in wines with depth, length, and a distinct sense of place.

Casauria offers immediate pleasure in youth yet possesses the structure to age gracefully. It is a more finely etched expression of Montepulciano, typical of the higher elevations around Pescara, marked by concentration, vibrancy, and refinement.

Why This Is Not Really a Surprise

The announcement may seem unexpected to the broader world, but within Abruzzo, and among more specialised wine circles, the region’s rise has been unmistakable. Abruzzo has largely shed its former association with simple, inexpensive bulk wines and now demonstrates convincingly that its hillsides and higher-altitude vineyards are ideally suited to producing quality wine. In an era shaped by climate change, these elevations offer welcome resilience and freshness.

Montepulciano has been the subject of extensive study in recent decades. The variety has sharpened its identity and shows remarkable sensitivity to terroir and microclimate. The selection of local clones such as VCR 456, the so-called Casauria biotype, highlights the purposeful work growers have undertaken to refine their wines. The result is a distinctive style with concentration, precision, and aromatic complexity that stands apart from other expressions of Montepulciano.

Casauria DOCG is therefore much more than a new name on the map. It signals Abruzzo’s intent to demonstrate its full potential. The region has every necessary asset: high-elevation vineyards, a defined microclimate, and producers who refuse to accept mediocrity and instead aim for genuine distinction.

For wine lovers, this is an invitation to rediscover Montepulciano in a purer, more precisely articulated form. Not mass-produced, but crafted with ambition and care.

Casauria DOCG Is Ready for Its Debut

With this recognition, Italy now counts seventy-nine DOCG areas. Expectations are high, yet the region remains grounded. The potential is significant and the disciplinare is crystal clear. Casauria DOCG has every opportunity to become a benchmark within Abruzzo.

The first bottles bearing the new designation are unlikely to appear before 2028. Each wine must age for at least eighteen months, starting from 1 November following the harvest. Since producers can only begin DOCG production with the 2026 vintage, the earliest release for standard Casauria DOCG is mid-2028. Riserva wines will follow later, toward the end of 2028. Patience will be required, but anticipation will only grow.

A personal note to close: a few months ago, during an interview for the Italian Wine Podcast, I asked Professor Attilio Scienza which regions he believed were closest to earning DOCG status. My suggestions were Cirò Riserva and Casauria. Both have now become reality. And DOCG number eighty? Most observers think it’s just a matter of time. Etna is waiting, patiently or otherwise, for the volcano to give its next signal.

Casauria DOCG, een nieuwe mijlpaal voor Abruzzo

Hoewel elf november geen feestdag is in Italië, zoals in België, zal die datum voortaan ongetwijfeld met extra glans gevierd worden in Abruzzo. Wie weet verschuift la panarda ooit nog naar die dag want Casauria kreeg precies op elf november de officiële bevestiging dat het zich als voormalige subzone van de Montepulciano d’Abruzzo DOC losmaakt uit de brede appellatie en voortaan als zelfstandige DOCG erkend wordt. De Europese Unie zette er haar definitieve stempel op en voor iedereen die Abruzzo een warm hart toedraagt is dit veel meer dan een voetnoot. Het is een bekroning voor een streek die zich al jaren met stille overtuiging en hard werk naar de top heeft gewerkt. Met deze nieuwe benoeming telt Abruzzo nu drie DOCG gebieden.

Waar het allemaal begon

Abruzzo heeft er een handje van weg om zijn nieuwe DOCG gebieden niet uit de meest bekende hoek te kiezen. Tullum, enkele jaren geleden benoemd tot DOCG, was al een verrassing en Casauria doet daar nu nog een schep bovenop. Want laat ons eerlijk zijn, buiten een handvol Italië-adepten is er nauwelijks iemand die dit gebied spontaan op de kaart kan aanduiden. En toch heeft het alles in huis om een volwaardige DOCG te dragen.

Casauria ontleent zijn naam aan de abdij San Clemente a Casauria, een Romaanse site uit de negende eeuw in de vallei van de rivier de Pescara. Volgens historische bronnen zou de benaming teruggaan op Casa Aurea, het gouden huis, een verwijzing naar de uitzonderlijke vruchtbaarheid van de gronden rond de abdij. Die vruchtbaarheid is geen detail want wijn maakt hier al eeuwen deel uit van het landschap. Sporen zoals de Palmenti di Pietranico en de latere rol van de Benedictijnen vertellen een verhaal van continuïteit dat diep in de regio verankerd zit.

De nieuwe DOCG strekt zich vandaag uit over een reeks gemeenten in de provincie Pescara, op heuvels en plateaus tussen tweehonderd en zeshonderd meter hoogte. Het klimaat is mild maar zonnig, met warme zomers en uitgesproken temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Precies die verschillen zijn cruciaal voor Montepulciano, dat rijp fruit ontwikkelt zonder aan spanning te verliezen. Het resultaat is een druif die zich dankzij hoogte, wind en licht beter kan ontplooien dan in veel lager gelegen delen van de regio.

Een disciplinare die duidelijk kiest voor kwaliteit

De nieuwe disciplinare omschrijft scherp en zonder omwegen welke stijl en kwaliteitsambitie Casauria nastreeft. Het gebied kiest resoluut voor een duidelijke identiteit en voor streng bewaakte standaarden.

De belangrijkste bepalingen in vogelvlucht:
• De wijnen zijn rood en gemaakt van honderd procent Montepulciano
• De minimale alcoholsterkte bedraagt dertien procent, voor Riserva dertien en een half
• De verplichte rijping bedraagt achttien maanden, voor Riserva vierentwintig maanden, te rekenen vanaf één november na de oogst. Houtrijping is toegestaan maar niet verplicht
• De maximale opbrengst bedraagt negen duizend kilo druiven per hectare en drieënzestig hectoliter wijn per hectare
• De plantdichtheid bedraagt minstens drie duizend vijfhonderd stokken per hectare, voor wijngaarden in pergola is dit drie duizend tweehonderd
• Productie, rijping en botteling moeten binnen de zone plaatsvinden zodat herkomst en kwaliteit volledig controleerbaar blijven

Zelfs het transport kent grenzen. Bottelen buiten het gebied is uitgesloten omdat temperatuurwisselingen, oxidatie en microbiologische schade de wijn kunnen aantasten zodra hij buiten zijn oorsprongsgebied wordt verwerkt. De boodschap is duidelijk. Een fles Casauria DOCG moet van eerste tot laatste stap een product van de zone zelf blijven.

Hoe smaakt Casauria DOCG

Ben je benieuwd naar de wijnen van Casauria DOCG? We geven je graag een idee van wat je in het glas kan verwachten. De wijn oogt alvast diep robijnrood met jeugdige paarse schakeringen. In de neus vind je rijp rood fruit aangevuld met een subtiele kruidigheid. Naarmate de wijn rijpt of tijd in hout doorbrengt, ontwikkelen zich warmere en complexere aroma’s zonder dat het fruit aan helderheid verliest.

In de mond herken je een wijn met een volle structuur en een smakelijk profiel. De tannine is aanwezig maar fijn. De combinatie van hoogte, zon en uitgesproken temperatuurverschillen tussen dag en nacht zorgt doorgaans voor een evenwichtige spanning. Die omstandigheden geven de Montepulciano druif zowel rijpheid als frisheid, wat resulteert in wijnen met body, lengte en een duidelijke identiteit.

Casauria biedt daardoor zowel drinkplezier in zijn jeugd als potentieel voor flesrijping. Het is een strakker omlijnde interpretatie van Montepulciano, typisch voor de hoger gelegen zones van Pescara en herkenbaar door zijn concentratie en verfijning.

Waarom dit eigenlijk geen verrassing is

Misschien komt de erkenning voor de buitenwereld onverwacht maar binnen Abruzzo én in de intiemere wijnkringen groeit het vertrouwen al jaren. De regio heeft het juk van eenvoudige, banale goedkope bulkwijnen grotendeels achter zich gelaten en bewijst steeds nadrukkelijker dat haar heuvels en hoger gelegen wijngaarden uitstekend geschikt zijn voor kwaliteitswijnbouw. In een tijd waarin klimaatopwarming steeds meer meespeelt, bieden die hoogtes bovendien extra stabiliteit en frisheid.

Met Montepulciano is de voorbije decennia veel onderzoek verricht. De druif heeft in de moderne tijd zijn identiteit aangescherpt en toont zich bijzonder gevoelig voor terroir en microklimaat. De selectie van lokale klonen zoals VCR 456, het Casauria biotype, illustreert hoe doelgericht producenten werken aan verfijning. Het resultaat is een stijl die duidelijk verschilt van andere wijnen op basis van dezelfde druif, met een herkenbare combinatie van concentratie, spanning en aromatische precisie.

Casauria DOCG is dus niet zomaar een nieuwe naam op de kaart. Het is een duidelijk signaal dat Abruzzo zijn potentieel wil tonen. De regio beschikt over alle voorwaarden: hooggelegen wijngaarden, een eigen microklimaat en producenten die zich niet tevreden stellen met middelmaat maar bewust kiezen voor onderscheid.

Voor wijnliefhebbers is dit vooral een uitnodiging om Montepulciano opnieuw te ontdekken in een zuiverder en strakker gedefinieerde vorm. Geen massaproductie maar een gebied dat met overtuiging kiest voor ambitie en precisie.

Casauria DOCG is klaar voor zijn debuut

Met deze benoeming staat de teller in Italië inmiddels op negenenzeventig DOCG gebieden. De verwachtingen zijn hoog maar de regio blijft tegelijk nuchter. Het potentieel is groot en de disciplinare is helder. Alles wijst erop dat Casauria DOCG kan uitgroeien tot een vaste waarde binnen Abruzzo.

De eerste flessen met het nieuwe label zullen vermoedelijk pas vanaf 2028 in de rekken verschijnen. Elke wijn moet immers minstens achttien maanden rijpen, te starten op één november van het oogstjaar. Aangezien producenten pas vanaf oogst 2026 officieel als DOCG kunnen werken, komen de eerste Casauria DOCG-flessen ten vroegste midden 2028 op de markt. Voor Riserva wordt dat zelfs einde 2028. Het wordt dus nog even wachten maar de nieuwsgierigheid zal er alleen maar groter door worden.

En dan nog iets persoonlijks. Enkele maanden geleden vroeg ik voor de Italian Wine Podcast aan professor Attilio Scienza welke wijngebieden volgens hem het dichtst bij een DOCG-status stonden. Mijn suggesties? Cirò Riserva en Casauria. Beide voorspellingen zijn ondertussen werkelijkheid geworden. Nummer tachtig lijkt voor velen een kwestie van tijd. Etna wacht (on)geduldig… tot de vulkaan weer een seintje geeft.

Vanuit Montepulciano: I Cipressi op onze Openflessendag

📅 Datum: Zondag 23 november 2025
📍 Locatie: Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Vanuit het hart van Montepulciano keert Manuel Frangiosa van I Cipressi terug naar Olen voor onze Wijnkennis Openflessendag 2025. Zijn wijnen brengen een zuivere vertaling van de Toscaanse heuvels – krachtig en verfijnd, met die herkenbare spanning tussen rijp fruit, frisheid en kruidigheid.

Over I Cipressi

Het domein werd in 1998 opgericht door Luigi Frangiosa en zijn vader, die in de jaren 60 vanuit Campania neerstreken in Toscane. Vandaag runt Luigi samen met zijn zoon Manuel het 6,5 hectare grote wijngoed volledig volgens duurzame en biologische principes. Hun focus ligt op authenticiteit en terroirexpressie, met Sangiovese (Prugnolo Gentile) als rode draad doorheen hun gamma.

Te proeven wijnen

🍇 Rosso di Montepulciano – levendig en sappig, met rood fruit en een kruidige toets.
🍇 Vino Nobile di Montepulciano – klassiek en gestructureerd, met aroma’s van rijpe kersen, specerijen en een evenwichtige frisheid.
🍇 Vino Nobile di Montepulciano Riserva – dieper en complexer, met tonen van donker fruit, tabak en een lange, zijdeachtige finale.
🍇 Rosso Toscana IGT – soepel en toegankelijk, Sangiovese met een vleugje Cabernet Sauvignon en Merlot die het geheel rond maken.

Ontdek waarom I Cipressi een vaste waarde blijft binnen onze Toscaanse selectie en laat je meevoeren door de passie van Manuel Frangiosa aan de proeftafel.

Meer informatie over deze wijnen en alle deelnemende domeinen vind je op www.wijnkennis.be.

🍷 Azienda Agricola Marchetti – Te gast op de Wijnkennis Openflessendag!

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Vanuit het hart van de Conero-heuvels in de Marche (Italië) verwelkomen we met trots Maurizio Marchetti en zijn prachtige wijnen op de Wijnkennis Openflessendag 2025!
Gelegen nabij Ancona, aan de Adriatische kust, vinden we Azienda Agricola Marchetti, midden in het schilderachtige Parco Naturale del Conero.
Tussen zee en bergen, op de kalksteenrijke hellingen rond de Monte Conero, komt de Montepulciano-druif tot volle expressie en vormen ze de basis voor de krachtige, dieprode Rosso Conero-wijnen waarvoor Marchetti zo geroemd wordt.

Daarnaast bezit het domein ook wijngaarden nabij Cupramontana en Staffolo, in het hart van de appellatie Verdicchio dei Castelli di Jesi.
Hier ontstaan frisse, minerale witte wijnen die perfect de puurheid van het terroir benaderen. wijnen met een levendige frisheid en een subtiele zilte toets in de afdronk.

Te proeven wijnen van Azienda Agricola Marchetti 2025:
🍇 Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico – Fris en levendig, met tonen van witte perzik, citrus en een subtiel limoenbittertje in de afdronk.
🍇 Tenuta del Cavaliere Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore DOC – Rijk en mineraal, met aroma’s van abrikoos, witte perzik en gember. Volle textuur met frisse spanning en een subtiele citrusafdronk.
🍇 Castro di San Silvestro Rosso Conero DOC – Rijp en kruidig, met aroma’s van rood en donker fruit, munt en een fijne houttoets. Vol en sappig in de mond, met frisheid, cacao en een vleugje kruidigheid in de afdronk.
🍇 Villa Bonomi Conero Riserva DOCG – Diep en krachtig, met zwart fruit, kruiden, vanille en pure chocolade. Rijpe tannine, perfect geïntegreerd hout en een lange, fluwelige afdronk.

Ontdek zelf waarom Marchetti Wines al jaren geliefd is bij onze klanten en een vaste waarde vormt binnen het Italiaanse gamma van Wijnkennis.
Maurizio Marchetti vertelt je met plezier meer over zijn wijnen, zijn wijngaarden en de passie die in elke fles te proeven is.

➡️ Meer info: Marchetti Wines – Marche
Mis het niet – tot 23 november in Olen! 🇮🇹🍷