Maccheroncini di Campofilone IGP, pasta met opvallend veel ei

Tijdens het schrijven over onze Marche reeks speelde opnieuw de gedachte die al sinds ons bezoek ginds door mijn hoofd maalde. Ik moet iets doen met die pasta, de Maccheroncini di Campofilone. Het is zo’n uniek product dat het zonde zou zijn om het links te laten liggen. Je kan in België uiteraard een ruime keuze vinden aan pasta’s. Toch zou het een verrijking zijn mocht ik een plekje vinden voor deze fijne eierpasta uit Campofilone en ze ook kunnen aanbieden.

Ondertussen heb ik de daad bij het woord gevoegd en heb ik de pastaproducent aangesproken om te bekijken of er een mogelijkheid tot samenwerking bestaat. Ik ben alvast benieuwd naar hun reactie. Wie weet kan je binnen afzienbare tijd deze pasta ook effectief verkrijgen bij Wijnkennis.

Voor we ze ooit in onze rekken leggen, wil ik eerst goed begrijpen wat Maccheroncini di Campofilone nu precies zijn. Waar komt hun kwaliteit vandaan, waarom smaken ze anders dan gewone eierpasta en hoe kan zo’n fijne pastadraad in de keuken toch zo stevig overeind blijven?

Welke pasta is dit nu exact?

Maccheroncini di Campofilone zijn een gedroogde eierpasta uit Campofilone, een kleine gemeente in het zuiden van Marche, in de provincie Fermo. Ze horen tot de familie van de lange, fijne pasta’s, maar ze hebben toch een heel eigen karakter. De draad is dun, licht en lang, met een uitgesproken gele kleur en een duidelijke geur van ei en tarwe.

De basis is eenvoudig: tarwe en eieren. Het opvallende zit vooral in de hoeveelheid ei. Per kilo semola worden zeven tot tien verse eieren gebruikt. Water komt er niet aan te pas. Dat verklaart meteen de gele kleur, de vollere geur en de rijkere smaak.

Die band met Campofilone is zo’n typisch Italiaans verhaal dat doorheen de jaren een eigen leven is gaan leiden en dat vooral thuishoort in de oude lokale huishoudelijke keuken. Een sluitende verklaring waarom net dit dorp zo sterk met deze pasta verbonden raakte, heb ik na een lange zoektocht niet echt gevonden. Wat wel steeds terugkomt, is dat dit voor de vrouwen die het huishouden en dus ook het koken op zich namen, een logische bereiding was. Dat deze kennis daarna van generatie op generatie werd doorgegeven, van nonna naar kleindochter, is een patroon dat je wel vaker tegenkomt wanneer je in de Italiaanse keuken begint te graven.

En toch vinden we een beetje historische achtergrond. Er zijn aanwijzingen dat er in de vijftiende eeuw al naar deze fijne pasta werd verwezen, telkens in verband met Campofilone. Later duikt ze ook op in documenten rond het Concilie van Trente, waar sprake is van uiterst fijne pastadraden uit Campofilone, gemaakt met bloem en eieren. Helemaal in het begin van de twintigste eeuw werd de pasta dan stilaan meer dan een huishoudelijk product. Vrouwen uit Campofilone begonnen ze ook aan gasten voor te zetten, waardoor de bekendheid buiten het dorp verder groeide.

Vandaag zijn er dus pastabedrijven die zich speciaal op deze pasta toeleggen, zoals La Campofilone. Meer zelfs, de Maccheroncini di Campofilone hebben een unieke erkenning gekregen. Sinds 2013 mogen ze het IGP keurmerk dragen en daarmee zijn ze de enige Europese eierpasta met deze erkenning.

Tarwe en eieren, meer is het niet

Eieren en tarwe zijn de twee grondstoffen waarmee je Maccheroncini di Campofilone maakt. Als je zo weinig ingrediënten gebruikt, spreekt het voor zich dat die dan ook van de hoogste kwaliteit moeten zijn. De tarwe vormt de basis voor de semola, het griesmeel van harde tarwe, en moet voldoende structuur geven. De eieren zorgen voor kleur, geur, smaak en rijkdom.

Tijdens ons contact met La Campofilone werd al snel duidelijk dat dit met de nodige sérieux wordt aangepakt. Ze beschikken over eigen velden waar de tarwe wordt geteeld in de heuvels van Marche. Voor mij was het compleet nieuw te vernemen dat die heuvelachtige akkers betere resultaten kunnen geven dan vlakkere velden. Ze zijn doorgaans beter verlucht en houden minder makkelijk stilstaand regenwater vast. Daardoor ligt de druk van schimmels en andere ongewenste micro-organismen lager. Ook rotatie en rust van de bodems spelen daarin mee.

Ook de bewaring van de tarwe is belangrijker dan je op het eerste zicht zou denken. De tarwe ondergaat eerst nog een rijpingsproces van zes tot acht maanden in gekoelde silo’s, bij maximaal 18 graden. Die rijpingsperiode moet helpen om de zetmeelstructuur gunstiger te maken. Zo blijft de kwaliteit van de semola beter bewaard en kan de tarwe proper blijven zonder zware ingrepen achteraf. Ten slotte wordt de harde tarwe omgezet naar semola. Dit doen ze door de tarwe te reinigen, te malen en te zeven, tot je het gele griesmeel overhoudt dat voor pastadeeg wordt gebruikt.

Dan zijn er de eieren. Ze zeggen nogal resoluut dat ze enkel hun eigen eieren vertrouwen. Eigen eieren, en dus eigen kippen toch? Dat blijkt dus zo en de kippen hebben vrije loop in een luchtige omgeving bij Monsampietro Morico, aan de rand van een bos en tussen notenbomen. Hun voeder bestaat uit plantaardige ingrediënten, met granen en peulvruchten die niet genetisch gemodificeerd zijn. Er worden geen kleurstoffen, bewaarmiddelen, dierlijke eiwitten of dierlijke vetten gebruikt. Lijnzaad en soja moeten de eieren rijker maken.

De kunst van de dunne sfoglia

De sfoglia, ofwel het uitgerolde pastavel, wordt vaak omschreven als het grote geheim van Maccheroncini di Campofilone. Niets speciaals, zou je kunnen denken, want elke pasta vertrekt toch van een sfoglia? Dat klopt, alleen wordt die van de Maccheroncini uitzonderlijk dun gemaakt, vaak rond een halve millimeter.

Daar zit meteen een groot deel van de kunde. Het deeg moet zo dun worden uitgerold dat het later in fijne draadjes kan worden gesneden, zonder dat het scheurt, kleeft of zijn stevigheid verliest. Wie ooit zelf pasta heeft gemaakt, weet dat dit het moment is waarop er wel eens flink gevloekt kan worden en je het deeg opnieuw moet samenbrengen om te herbeginnen. Het is ook niet zo makkelijk als het lijkt om de dikte overal gelijkmatig te krijgen, anders krijg je pasta die op de ene plaats te snel gaart en op de andere plaats te stevig blijft.

Daarna wordt de dunne sfoglia in fijne draadjes gesneden. Binnen het voorgeschreven IGP kader zijn de slierten meestal 35 tot 60 cm lang, 0,8 tot 1,2 mm breed en 0,3 tot 0,7 mm dik. Na het snijden worden de Maccheroncini op kleine vellen carta alimentare gelegd, wit papier dat geschikt is voor contact met voedsel. Op die velletjes kunnen de fijne draadjes drogen zonder samen te klitten of hun vorm te verliezen. Het drogen zelf gebeurt langzaam en op lage temperatuur, zodat de pasta haar delicate structuur behoudt.

Door die fijne structuur is er niet veel tijd nodig om de pasta te koken. Je moet erbij blijven, want dit gaat echt wel razendsnel. Eén tot twee minuten is al voldoende voor een echte Italiaanse al dente beet. Voor een wat meer Belgische beet mag je er een minuutje aan toevoegen. Veel tijd om tussendoor de tafel te dekken is er dus niet.

Pastapairing

Eens je de pasta hebt, kan je naar hartenlust gaan combineren. We dopen dit meteen om tot een nieuw woord: pastapairing. De meest klassieke en voor de hand liggende combinatie is met een ragù marchigiano. Dat mag een stevige vleessaus zijn, rijk en langzaam gegaard, met voldoende diepte om de eierpasta aan te kunnen. Wat Pecorino erbij en je zit meteen met een zeer herkenbaar bord pasta.

Toch zou het jammer zijn om deze pasta alleen aan vleessaus te koppelen. Door de nabijheid van de Adriatische kust wordt ze ook vaak gecombineerd met vis. Denk aan een ragù van witte vis, eventueel met wat tomaat, een zachte olie, peterselie en een puntje peperoncino. Net genoeg pit om het geheel wakker te houden. Of denk aan een rijkere bereiding met vongole, aangevuld met nog wat andere frutti di mare.

Je kan er uiteraard ook een perfect veggiebordje van maken. Tenminste, als je de eieren als ingrediënt dan toelaat. Combineer de pasta dan met courgette, artisjok, asperge of erwtjes. Dat kan perfect en levert een smakelijke primo op die niet te zwaar hoeft te worden. In dit geval zou ik het kaasgebruik ook zoveel mogelijk beperken.

We hebben ze echter ter plekke mogen proeven als een eenvoudige cacio e pepe, aan tafel bereid. Ik zeg het misschien net iets te oneerbiedig door het een eenvoudig gerecht te noemen. Zij die het al eens klaargemaakt hebben, weten dat het helemaal geen eenvoudige bereiding is en dat alles zeer punctueel en minutieus gevolgd moet worden om tot het gewenste resultaat te komen. Lukt dat, dan is het effectief duimen en vingers aflikken.

Het recept: Maccheroncini con gamberi sfumati al cognac e vongole

Het was wat wikken en wegen welk recept we erbij zouden plaatsen en uiteindelijk ben ik afgestapt van de klassiekers en gegaan voor een rijkelijke pasta waar je eigenlijk al honger van krijgt nog voor je vork in het bord zit. Maccheroncini met gamba’s, geblust met cognac, en afgewerkt met vongole.

Ingrediënten voor 4 personen

  • 250 g Maccheroncini di Campofilone
  • 250 g gepelde gamberi
  • 500 g vongole veraci
  • 20 kerstomaatjes
  • 1 sjalot
  • 1 teentje look
  • 20 ml cognac
  • 1 klein glas droge witte wijn
  • Olijfolie
  • Peperoncino
  • Verse peterselie
  • Zout

Bereidingswijze

  • Laat de vongole eerst spoelen in koud gezouten water, zodat eventueel zand kan verdwijnen. Reken hiervoor minstens een half uur. Spoel ze daarna nog even na onder koud stromend water.
  • Verhit een scheut olijfolie in een ruime pan. Voeg een licht geplet teentje look toe en een klein beetje fijngesneden peperoncino. Laat kort aanzetten, zonder de look te laten kleuren. Voeg de vongole toe en blus met de witte wijn. Zet een deksel op de pan en laat de schelpjes openen.
  • Haal de vongole uit de pan zodra ze open zijn. Gesloten schelpen gooi je weg. Een deel van de vongole haal je uit de schelp, een deel hou je in de schelp voor de afwerking van het bord. Zeef het kookvocht en hou dit apart.
  • Snipper de sjalot fijn. Verhit opnieuw wat olijfolie in een brede pan en laat de sjalot zachtjes glazig worden. Voeg de gepelde gamberi toe, eventueel met het staartje er nog aan, samen met een klein beetje fijngesneden peperoncino. Laat kort bakken en blus met de cognac. Laat de alcohol even verdampen.
  • Haal de gamberi uit de pan voor ze te ver garen. Voeg de gehalveerde kerstomaatjes toe aan dezelfde pan en laat ze rustig zacht worden. Voeg daarna een beetje van het gezeefde vongolevocht toe, zodat je een lichte saus krijgt met voldoende zilte diepte.
  • Kook de Maccheroncini di Campofilone in ruim gezouten water. Dit gaat bijzonder snel. Reken één tot twee minuten voor een echte Italiaanse beet. Voor een iets zachtere beet kan je er een minuutje aan toevoegen, maar blijf erbij.
  • Doe de gamberi opnieuw bij de tomaatjes en voeg ook de vongole zonder schelp toe. Warm alles kort door, zonder de gamberi te ver te laten garen. Hou de vongole in de schelp nog even apart voor de afwerking.
  • Schep de pasta meteen bij de saus en meng alles voorzichtig door elkaar. Voeg indien nodig nog een beetje kookvocht van de pasta of wat extra vongolevocht toe. De Maccheroncini nemen snel vocht op, dus laat ze niet staan treuzelen in de pan.
  • Werk af met de vongole in de schelp, fijngesneden peterselie en een kleine straal olijfolie. Geen kaas bij deze bereiding.

Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche

We zijn ondertussen gesetteld op onze basislocatie om Marche te verkennen. Een van de eerste zaken op onze agenda is het verzamelen van proviand. In ons geval is dat uiteraard lokale wijn. We zijn geen avondtoeristen, wat wil zeggen dat we er weliswaar voor zorgen dat we van la cena kunnen genieten in een leuk lokaal restaurantje, maar dat we ons nadien graag terugtrekken op het terras van onze kamer, gewapend met een stapel boeken. We openen dan een lekker flesje lokale wijn en genieten van de ondergaande zon, de rust, het lezen en uiteraard ook gewoon van het samenzijn. En dus moet er wat verscheidenheid aan wijn aanwezig zijn om, naargelang de goesting van de avond, een fles te kunnen openen.

Vermits we in Verdicchio land zitten en we van deze wijn al een mooie lokale aanvoer hebben, trekken we eropuit op zoek naar de nodige variatie. Die vinden we in Offida. Deze appellatie is voor velen een onbekende naam, en dat is toch een beetje zonde, want als ik in mijn geheugen graaf, dan kan ik me niet herinneren ooit ook maar één slechte wijn van Offida geproefd te hebben. De witte wijnen van Passerina of Pecorino, en de rode wijnen van Montepulciano, stellen dus zelden teleur.

Bovendien zitten we tegelijk in de buurt van Rosso Piceno, het grootste wijngebied van Marche, en dicht bij de zeer uitnodigende stad Ascoli Piceno. Rosso Piceno zullen we in een later artikel nog uitgebreider aan bod laten komen. Bijkomend pluspunt is dat we dit kunnen koppelen aan een bezoek bij een van onze wijndomeinen, Terra Fageto, waarvan we de wijnen al enkele jaren importeren.

We zitten met andere woorden gebeiteld voor een eerste leuke verkenningsdag in Marche. De navigatie aan en de tocht kan beginnen. Dat we de nodige kilometers zouden verrijden in Marche, was thuis tijdens de voorbereiding al duidelijk geworden. Voor vandaag betekent dat alvast een rit van een 120-tal kilometer om op onze bestemming te raken.

Offida DOCG, een kleine appellatie met veel gezichten

Zoals aangehaald zal Offida niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, en in feite is het ook niet erg dat je dit wijngebied van 513 hectare niet meteen kent. Pas sinds 2011 hoort Offida officieel bij de DOCG gebieden. Toch is deze appellatie absoluut het ontdekken waard, want het is een van de interessantste denominaties langs de Adriatische kust. We zitten hier in het zuiden van Marche, op de grens van de provincies Ascoli Piceno en Fermo, in een landschap dat zich uitstrekt van de kuststrook tot de meer heuvelachtige zones landinwaarts. De wijngaarden liggen hier op een hoogte tussen 50 en 650 meter boven zeeniveau, en helemaal niet in één homogeen decor, maar in een gebied dat voortdurend schakelt tussen invloeden van zee en binnenland. Die invloed van de zee zal je vooral proeven in de witte wijnen, die vaak een typisch ziltig karakter vertonen.

Binnen Offida DOCG onderscheiden we drie types wijn: twee witte, Offida DOCG Pecorino en Offida DOCG Passerina, en een rode, Offida Rosso DOCG. Hoewel je hier in de praktijk meestal monocepage wijnen zal aantreffen, moet volgens de wet slechts minimum 85 procent van de vermelde druif aanwezig zijn. Pecorino en Passerina kennen een vrij beperkte verplichte rijping van een vijftal maanden en liggen dus ook vrij snel op de markt.

Dat is niet het geval voor Offida Rosso, die gemaakt wordt van Montepulciano. Deze wijn moet minstens 24 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden op hout en nog eens 3 maanden op fles. Dat levert rode wijnen op met kleur, inhoud en structuur. Qua aroma’s zit je bij rood fruit, met daarnaast ook toetsen die wat rijper en dieper gaan, zoals zoethout en chocolade. In de mond heeft Offida Rosso volume, structuur en een lange afdronk.

Wijnen van Offida Passerina DOCG zijn doorgaans frisse, droge witte wijnen met een heldere strogele kleur en een profiel dat vlot toegankelijk is. Ze zijn zeer aangenaam, bijna speels, met een duidelijk floraal profiel. Ze mikken niet op kracht, wel op drinkplezier, frisheid en levendigheid. Je zal ze hier enkel in een droge en stille vorm vinden. Wil je de Passerina druif ook eens in een bruisende Spumante versie ontdekken, of kies je liever voor de zoete passito of Vin Santo kant, dan moet je vragen naar een Terre di Offida DOC.

Ook voor Offida Pecorino DOCG spreken we over droge witte wijnen. Die hebben een heel ander karakter dan de Passerina variant. Ze bezitten doorgaans net iets meer spanning en karakter. Deze druif geeft vaak wat meer body, wat meer inhoud en wat meer temperament in het glas. Bovendien heeft Pecorino iets bijzonder sympathieks, waardoor deze wijn voor een zeer breed publiek toegankelijk is.

De enoteca in Offida, verplichte halte

Je weet nu welke wijnen de appellatie te bieden heeft, maar dan volgt natuurlijk de volgende vraag: welke flessen neem je mee om er, zoals wij, later op de avond in alle rust van te genieten in de luie zetel of op het terras van de kamer? Gelukkig is er in Offida zelf een erg aangename enoteca. Je vindt die in het historische centrum, aan de Via Giuseppe Garibaldi, in een oud kloostergebouw vlak bij het hart van het dorp.

Verwacht hier geen strakke moderne wijnbar met hippe inrichting en flessen die als designobjecten staan uitgestald. Dit is eerder een charmante, wat klassieke enoteca die perfect aansluit bij het karakter van Offida zelf. Je kan er wijnen proeven, flessen kopen en je tegelijk ook wat beter oriënteren in het aanbod van de appellatie. Wie zin heeft, kan er ook iets kleins eten bij een glas wijn, eerder in de sfeer van een aperitivo of een lokale plank dan van een echte restaurantmaaltijd. Veel spectaculaire franjes hoef je er verder niet te verwachten, maar voor een wijnliefhebber is dit wel gewoon een verplichte halte.

Je kan natuurlijk ook een directe stop maken bij de lokale wijnboeren, zoals wij deden bij Terra Fageto. Ze hebben een zeer toegankelijke cantina die druk bezocht werd door zowel toeristen als lokale bewoners. Die komen er mee genieten van het brede aanbod aan wijnen dat het domein aanbiedt, waaronder ook Offida Pecorino DOCG.

Toeristische pareltjes rond Offida

De afstand die we moesten afleggen om naar de enoteca van Offida te rijden en Terra Fageto te bezoeken, is te groot om het daarbij te laten. Er valt in deze omgeving zoveel moois te ontdekken dat je er met gemak een volledige daguitstap van maakt.

Let wel, en dit geldt eigenlijk niet enkel voor Marche maar voor zowat heel Italië: tussen 14 en 16 uur valt alles er stil. Heel wat zaken zijn gesloten en veel beweging hoef je dan ook niet te verwachten. Die middagpauze wordt er bijzonder ernstig genomen en dat is toch iets anders dan wij in België gewoon zijn. Zorg dus gewoon dat je dan comfortabel in een goed restaurant zit te genieten van een lekkere pranzo.

Niet te missen ginds is alvast Ripatransone. Het is een klein dorpje dat ongeveer 15 kilometer van Offida ligt en dat overal wordt aangegeven als een van de aantrekkelijkste balkondorpjes van Marche. Wij kunnen dat enkel maar beamen. Het uitzicht is een groot deel van de aantrekkingskracht van het dorpje. Aan de ene kant kijk je richting Adriatische Zee, aan de andere kant richting de Monti Sibillini. Alleen daarvoor loont de omweg al. Geniet niet enkel van de weidse gezichten, maar slenter ook even door het dorpje, want naar het schijnt bevindt zich daar het smalste straatje van Italië. Of dat effectief overal wordt aanvaard, laat ik even in het midden, want in Italië zijn er wel meer dorpen die graag met zulke titels uitpakken.

Ook Acquaviva Picena is absoluut de moeite om nog eens 15 kilometer extra aan de trip te breien. Het dorp ligt op een heuvel, op een goede driehonderd meter hoogte, en op de weg ernaartoe zie je al van ver het indrukwekkende fort, dat zonder twijfel de grote blikvanger is van Acquaviva Picena. Het torent boven het dorp uit en bepaalt meteen ook de sfeer van de plek. Maar er is meer dan die imposante toren. In principe begint je bezoek al nog voor je echt het centrum inwandelt. Van aan de rand van het dorp krijg je al mooie zichten over de glooiende heuvels, met wijnranken en olijfbomen, en tegelijk merk je hoe dicht de Adriatische kust eigenlijk nog ligt. Het dorp zelf heeft die typische sfeer van een oude borgo waar het dagelijkse leven nog niet volledig is weggefilterd. Je wandelt er door smalle straatjes, langs stadspoorten en kleine pleinen, en je krijgt voortdurend het gevoel dat achter elke hoek weer een ander uitzicht of een nieuw detail opduikt.

En dan is er uiteraard Ascoli Piceno. Dit is de belangrijkste stad van de zuidelijke Marche en ze ligt pal op de grens met Abruzzo. Van zodra je er rondwandelt, snap je waarom deze plek zo vaak genoemd wordt als een van de mooiste steden van Marche. Het witte travertijn geeft de stad een heel eigen uitstraling, zeker op de grote pleinen, waar het licht voortdurend verandert en de gebouwen bijna lijken mee te kleuren met het moment van de dag. Piazza Arringo en Piazza del Popolo zijn daarbij de grote blikvangers. Maak zeker een stop bij Caffè Meletti, het historische café aan Piazza del Popolo. Je kan er meteen ook van de gelegenheid gebruik maken om de beroemde olive all’ascolana te proeven als aperitivo.

In de praktijk doe je de route wellicht beter anders dan we ze hierboven weergeven. Ascoli Piceno is immers de verste halte van de trip, en daar hou je dus best eerst stop. Daarna trek je naar Offida, vervolgens naar Acquaviva Picena en dan naar Ripatransone, om uiteindelijk via de kustsnelweg terug huiswaarts te keren.

Ik spreek hier bewust nog niet over de mooie kustplaatsjes die je er kan bezoeken, maar ik kan toch niet anders dan vermelden dat je op de terugweg zeker tijd moet maken om halt te houden in Grottammare. Dit is een piepklein, niet te missen kustplaatsje waar je onmiddellijk naar het hoger gelegen deel, Grottammare Alta, moet gaan. Het is onmogelijk om er urenlang in te verdwalen, want het heeft eerder een compacte oude kern van middeleeuwse straatjes en een handvol huizen. Maar precies die charme maakt het zo memorabel.

Wij hadden bovendien het geluk dat er net op het moment van ons bezoek Borgo diVino in Tour plaatsvond. Dat is een rondreizend wijnevenement dat halt houdt in verschillende mooie Italiaanse borghi. Het concept is eenvoudig: je wandelt door het historische centrum van zo’n dorp, waar verspreid stands van wijnproducenten staan opgesteld, vaak aangevuld met lokale specialiteiten, muziek en wat extra omkadering. Extra proeven en genieten was dus ook ons deel van de trip. Ga je dit jaar, in 2026, naar Marche, plan je stop in Grottammare dan van 17 tot 19 juli. Dan kan je dit evenement zelf meepikken.

Campofilone en nog een laatste weetje

Hoewel ik me moet realiseren dat ik een blog schrijf en geen boek, kan ik het toch niet laten nog wat extra’s mee te geven. Het zou zonde zijn om het niet te vermelden, want dit deel van zuidelijke Marche heeft ook nog een gastronomische troef achter de hand: Maccheroncini di Campofilone.

Campofilone ligt op een boogscheut van Pedaso, de thuisbasis van Terra Fageto. Tijdens ons bezoek nodigde Michele ons uit om samen te lunchen. Daarbij vertelde hij het verhaal van deze bijzonder fijne eierpasta, die in de omgeving een bijna iconische status heeft. De pasta is flinterdun, wordt traditioneel zonder toegevoegd water gemaakt en heeft een opvallend korte gaartijd. Bovendien heeft deze pasta een beschermde status. Maccheroncini di Campofilone IGP geldt als de enige eierpasta in Italië met een IGP erkenning, en de productiezone is strikt verbonden aan het grondgebied van Campofilone.

En of we benieuwd waren om deze pasta te proeven. Michele nam ons mee naar restaurant Cinque Ragazze in Campofilone, waar we voor onze neus Maccheroncini di Campofilone in een heerlijke cacio e pepe bereiding zagen klaarmaken. Onze borden werden flink gevuld en we hebben gesmuld van deze werkelijk subliem lekkere pasta. Noteer dus maar dat we, indien we opnieuw in de buurt zijn, daar zonder twijfel een verplichte stop zullen houden. Kleine tip voor de gastronomen onder jullie.

Om af te ronden nog een weetje dat niets met wijn of gastronomie te maken heeft, maar wel met de modewereld. De niet zo goedkope, maar zeer comfortabele Hogan schoenen, waar ik toch wel fan van ben, komen hier vandaan. Tod’s Group, het moederbedrijf van onder meer Hogan, is immers stevig verankerd in Marche. Dat ben ik pas nadien te weten gekomen, en maar goed ook. Anders hadden er misschien nog enkele extra paren van die schoenen mee in de valies huiswaarts gezeten.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio