Van Abruzzo naar de Marche leidt rit 8 van de Giro d’Italia ons. Het belooft een rit vol sightseeing te worden, want alle mooie kustplaatsjes van de zuidelijke Marche worden aangedaan, om uiteindelijk te eindigen in Fermo. Een sprintersetappe zou je dan op het eerste zicht denken. Maar dat is het verre van. De eerste 100 kilometer zijn biljartvlak en dan begint het geaccidenteerde parcours, met naar het einde toe nog een muurtje waar enkel de punchers zullen overleven.
Die geaccidenteerde finale brengt ons ook midden in de Falerio DOC. Een vrij groot wijngebied in het zuiden van de Marche waar de witte wijnen hoogtij vieren. Kunnen deze niet onder de gereputeerde Offida DOCG gelabeld worden, dan is Falerio DOC vaak de logische uitwijkmogelijkheid. Mijn ervaring is dat je binnen deze DOC zeer vlot drinkende, lekkere wijnen kan vinden met een sterke prijs kwaliteitverhouding.
Falerio DOC
Met 383 hectare aan wijngaarden en een gemiddelde productie van ongeveer 23.000 hectoliter, goed voor iets meer dan 3 miljoen flessen, is Falerio DOC zeker geen kleine speler. Toch blijft de naam buiten de Marche vrij discreet aanwezig. Verdicchio, Rosso Piceno en Offida nemen veel sneller het podium in. Falerio blijft dan wat aan de zijkant staan. De DOC is vandaag volledig gericht op witte wijn.
De appellatie werd in 1975 officieel erkend als DOC. De productiezone ligt in het zuiden van de Marche, in een gebied waar de Adriatische kust en het heuvelachtige binnenland dicht bij elkaar lopen. Ze omvat de geschikte wijnbouwgronden binnen de provincies Fermo en Ascoli Piceno. De wijngaarden liggen tussen 50 en 700 meter hoogte. Te vochtige valleibodems zijn uitgesloten, net als percelen boven 700 meter. Het zwaartepunt ligt weliswaar niet in hooggelegen bergwijngaarden, maar in de lagere en middelhoge heuvelzones.
De naam Falerio verwijst naar de oude Romeinse stad Faleria, later Falerio Picenus en vandaag Falerone. Hier herinneren het theater, het amfitheater en de restanten van de Romeinse tempel nog aan die periode. Ook in de archieven van Fermo vinden we al verwijzingen naar wijn uit Faleria in de dertiende eeuw. Daarbij duikt ook de oude techniek van vin cotto op, die in deze streek op kleine schaal nog altijd bestaat.
Bodem en klimaat
In de wijngaarden van Falerio DOC vinden we vooral kleiige en kalkrijke bodems met een vrij fijne structuur. Vaak zijn het bodems met voldoende diepte en porositeit. Ze houden geen overtollig water vast, maar wel genoeg vocht om de wijnstok door de drogere zomermaanden te helpen. Dat is belangrijk, want juli is doorgaans de droogste maand en de meeste regen valt pas in oktober, november en december.
Het reliëf speelt daarbij een belangrijke rol. Op de hellingen kan overtollig water vrij snel weg, waardoor de bodems niet zwaar en nat blijven. De wijngaarden liggen bovendien vaak op hellingen met een oostelijke tot zuidoostelijke oriëntatie. Ze krijgen dus voldoende licht in de eerste helft van de dag, zonder dat de warmste namiddagzon altijd vol op de druiven staat.
Het klimaat is duidelijk mediterraan, maar de cijfers tonen ook dat het geen kurkdroog gebied is. De gemiddelde jaartemperatuur ligt rond 14 graden. De zomers zijn warm, met juli en augustus gemiddeld rond 23 graden. De winters kunnen behoorlijk fris zijn, met gemiddelde temperaturen rond 5,5 tot 6,5 graden in december, januari en februari. De jaarlijkse neerslag ligt rond 700 tot 800 millimeter, maar die valt dus vooral buiten de zomerperiode.
Witte wijnen
Falerio DOC is er uitsluitend voor witte wijnen. De appellatie maakt een onderscheid tussen de algemene Falerio en de Falerio Pecorino.
Falerio is meestal een blend van drie druiven met Trebbiano Toscano als de belangrijkste. Deze moet 20 tot 50 procent moet uitmaken van de wijn. Passerina moet 10 tot 30 procent van de assemblage vormen, en dat is ook zo voor Pecorino. Andere toegelaten niet aromatische witte druiven uit de Marche mogen samen tot maximaal 20 procent worden gebruikt. Er is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. De maximale opbrengst bedraagt 13 ton druiven per hectare en het rendement van druif naar wijn mag maximaal 70 procent bedragen. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 11,5 procent.
In het glas is Falerio meestal licht tot duidelijk strogeel van kleur. De geur is licht geparfumeerd, met florale toetsen en geel fruit. Denk aan witte bloemen, peer, gele appel, citrus en soms wat perzik. De smaak is droog, licht ziltig, harmonieus en fris.
Falerio Pecorino moet voor minstens 85 procent uit Pecorino bestaan. De rest mag worden aangevuld met andere toegelaten niet aromatische witte druiven uit de Marche. Ook hier is geen verplichte rijping voorzien. De maximale opbrengst ligt lager dan bij de gewone Falerio en bedraagt 11 ton druiven per hectare. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 12 procent.
Pecorino geeft van nature meer intensiteit dan Trebbiano en Passerina. In het glas levert dat meestal een wijn op met meer geur, meer structuur en meer uitgesproken karakter. De kleur is strogeel, vaak met licht groenige waas. In de geur kunnen witte bloemen, ananas, anijs en salie opduiken. De smaak is droog, fris, licht ziltig en duidelijk voller dan bij de gewone Falerio.
We zijn ondertussen gesetteld op onze basislocatie om Marche te verkennen. Een van de eerste zaken op onze agenda is het verzamelen van proviand. In ons geval is dat uiteraard lokale wijn. We zijn geen avondtoeristen, wat wil zeggen dat we er weliswaar voor zorgen dat we van la cena kunnen genieten in een leuk lokaal restaurantje, maar dat we ons nadien graag terugtrekken op het terras van onze kamer, gewapend met een stapel boeken. We openen dan een lekker flesje lokale wijn en genieten van de ondergaande zon, de rust, het lezen en uiteraard ook gewoon van het samenzijn. En dus moet er wat verscheidenheid aan wijn aanwezig zijn om, naargelang de goesting van de avond, een fles te kunnen openen.
Vermits we in Verdicchio land zitten en we van deze wijn al een mooie lokale aanvoer hebben, trekken we eropuit op zoek naar de nodige variatie. Die vinden we in Offida. Deze appellatie is voor velen een onbekende naam, en dat is toch een beetje zonde, want als ik in mijn geheugen graaf, dan kan ik me niet herinneren ooit ook maar één slechte wijn van Offida geproefd te hebben. De witte wijnen van Passerina of Pecorino, en de rode wijnen van Montepulciano, stellen dus zelden teleur.
Bovendien zitten we tegelijk in de buurt van Rosso Piceno, het grootste wijngebied van Marche, en dicht bij de zeer uitnodigende stad Ascoli Piceno. Rosso Piceno zullen we in een later artikel nog uitgebreider aan bod laten komen. Bijkomend pluspunt is dat we dit kunnen koppelen aan een bezoek bij een van onze wijndomeinen, Terra Fageto, waarvan we de wijnen al enkele jaren importeren.
We zitten met andere woorden gebeiteld voor een eerste leuke verkenningsdag in Marche. De navigatie aan en de tocht kan beginnen. Dat we de nodige kilometers zouden verrijden in Marche, was thuis tijdens de voorbereiding al duidelijk geworden. Voor vandaag betekent dat alvast een rit van een 120-tal kilometer om op onze bestemming te raken.
Offida DOCG, een kleine appellatie met veel gezichten
Zoals aangehaald zal Offida niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, en in feite is het ook niet erg dat je dit wijngebied van 513 hectare niet meteen kent. Pas sinds 2011 hoort Offida officieel bij de DOCG gebieden. Toch is deze appellatie absoluut het ontdekken waard, want het is een van de interessantste denominaties langs de Adriatische kust. We zitten hier in het zuiden van Marche, op de grens van de provincies Ascoli Piceno en Fermo, in een landschap dat zich uitstrekt van de kuststrook tot de meer heuvelachtige zones landinwaarts. De wijngaarden liggen hier op een hoogte tussen 50 en 650 meter boven zeeniveau, en helemaal niet in één homogeen decor, maar in een gebied dat voortdurend schakelt tussen invloeden van zee en binnenland. Die invloed van de zee zal je vooral proeven in de witte wijnen, die vaak een typisch ziltig karakter vertonen.
Binnen Offida DOCG onderscheiden we drie types wijn: twee witte, Offida DOCG Pecorino en Offida DOCG Passerina, en een rode, Offida Rosso DOCG. Hoewel je hier in de praktijk meestal monocepage wijnen zal aantreffen, moet volgens de wet slechts minimum 85 procent van de vermelde druif aanwezig zijn. Pecorino en Passerina kennen een vrij beperkte verplichte rijping van een vijftal maanden en liggen dus ook vrij snel op de markt.
Dat is niet het geval voor Offida Rosso, die gemaakt wordt van Montepulciano. Deze wijn moet minstens 24 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden op hout en nog eens 3 maanden op fles. Dat levert rode wijnen op met kleur, inhoud en structuur. Qua aroma’s zit je bij rood fruit, met daarnaast ook toetsen die wat rijper en dieper gaan, zoals zoethout en chocolade. In de mond heeft Offida Rosso volume, structuur en een lange afdronk.
Wijnen van Offida Passerina DOCG zijn doorgaans frisse, droge witte wijnen met een heldere strogele kleur en een profiel dat vlot toegankelijk is. Ze zijn zeer aangenaam, bijna speels, met een duidelijk floraal profiel. Ze mikken niet op kracht, wel op drinkplezier, frisheid en levendigheid. Je zal ze hier enkel in een droge en stille vorm vinden. Wil je de Passerina druif ook eens in een bruisende Spumante versie ontdekken, of kies je liever voor de zoete passito of Vin Santo kant, dan moet je vragen naar een Terre di Offida DOC.
Ook voor Offida Pecorino DOCG spreken we over droge witte wijnen. Die hebben een heel ander karakter dan de Passerina variant. Ze bezitten doorgaans net iets meer spanning en karakter. Deze druif geeft vaak wat meer body, wat meer inhoud en wat meer temperament in het glas. Bovendien heeft Pecorino iets bijzonder sympathieks, waardoor deze wijn voor een zeer breed publiek toegankelijk is.
De enoteca in Offida, verplichte halte
Je weet nu welke wijnen de appellatie te bieden heeft, maar dan volgt natuurlijk de volgende vraag: welke flessen neem je mee om er, zoals wij, later op de avond in alle rust van te genieten in de luie zetel of op het terras van de kamer? Gelukkig is er in Offida zelf een erg aangename enoteca. Je vindt die in het historische centrum, aan de Via Giuseppe Garibaldi, in een oud kloostergebouw vlak bij het hart van het dorp.
Verwacht hier geen strakke moderne wijnbar met hippe inrichting en flessen die als designobjecten staan uitgestald. Dit is eerder een charmante, wat klassieke enoteca die perfect aansluit bij het karakter van Offida zelf. Je kan er wijnen proeven, flessen kopen en je tegelijk ook wat beter oriënteren in het aanbod van de appellatie. Wie zin heeft, kan er ook iets kleins eten bij een glas wijn, eerder in de sfeer van een aperitivo of een lokale plank dan van een echte restaurantmaaltijd. Veel spectaculaire franjes hoef je er verder niet te verwachten, maar voor een wijnliefhebber is dit wel gewoon een verplichte halte.
Je kan natuurlijk ook een directe stop maken bij de lokale wijnboeren, zoals wij deden bij Terra Fageto. Ze hebben een zeer toegankelijke cantina die druk bezocht werd door zowel toeristen als lokale bewoners. Die komen er mee genieten van het brede aanbod aan wijnen dat het domein aanbiedt, waaronder ook Offida Pecorino DOCG.
Toeristische pareltjes rond Offida
De afstand die we moesten afleggen om naar de enoteca van Offida te rijden en Terra Fageto te bezoeken, is te groot om het daarbij te laten. Er valt in deze omgeving zoveel moois te ontdekken dat je er met gemak een volledige daguitstap van maakt.
Let wel, en dit geldt eigenlijk niet enkel voor Marche maar voor zowat heel Italië: tussen 14 en 16 uur valt alles er stil. Heel wat zaken zijn gesloten en veel beweging hoef je dan ook niet te verwachten. Die middagpauze wordt er bijzonder ernstig genomen en dat is toch iets anders dan wij in België gewoon zijn. Zorg dus gewoon dat je dan comfortabel in een goed restaurant zit te genieten van een lekkere pranzo.
Niet te missen ginds is alvast Ripatransone. Het is een klein dorpje dat ongeveer 15 kilometer van Offida ligt en dat overal wordt aangegeven als een van de aantrekkelijkste balkondorpjes van Marche. Wij kunnen dat enkel maar beamen. Het uitzicht is een groot deel van de aantrekkingskracht van het dorpje. Aan de ene kant kijk je richting Adriatische Zee, aan de andere kant richting de Monti Sibillini. Alleen daarvoor loont de omweg al. Geniet niet enkel van de weidse gezichten, maar slenter ook even door het dorpje, want naar het schijnt bevindt zich daar het smalste straatje van Italië. Of dat effectief overal wordt aanvaard, laat ik even in het midden, want in Italië zijn er wel meer dorpen die graag met zulke titels uitpakken.
Ook Acquaviva Picena is absoluut de moeite om nog eens 15 kilometer extra aan de trip te breien. Het dorp ligt op een heuvel, op een goede driehonderd meter hoogte, en op de weg ernaartoe zie je al van ver het indrukwekkende fort, dat zonder twijfel de grote blikvanger is van Acquaviva Picena. Het torent boven het dorp uit en bepaalt meteen ook de sfeer van de plek. Maar er is meer dan die imposante toren. In principe begint je bezoek al nog voor je echt het centrum inwandelt. Van aan de rand van het dorp krijg je al mooie zichten over de glooiende heuvels, met wijnranken en olijfbomen, en tegelijk merk je hoe dicht de Adriatische kust eigenlijk nog ligt. Het dorp zelf heeft die typische sfeer van een oude borgo waar het dagelijkse leven nog niet volledig is weggefilterd. Je wandelt er door smalle straatjes, langs stadspoorten en kleine pleinen, en je krijgt voortdurend het gevoel dat achter elke hoek weer een ander uitzicht of een nieuw detail opduikt.
En dan is er uiteraard Ascoli Piceno. Dit is de belangrijkste stad van de zuidelijke Marche en ze ligt pal op de grens met Abruzzo. Van zodra je er rondwandelt, snap je waarom deze plek zo vaak genoemd wordt als een van de mooiste steden van Marche. Het witte travertijn geeft de stad een heel eigen uitstraling, zeker op de grote pleinen, waar het licht voortdurend verandert en de gebouwen bijna lijken mee te kleuren met het moment van de dag. Piazza Arringo en Piazza del Popolo zijn daarbij de grote blikvangers. Maak zeker een stop bij Caffè Meletti, het historische café aan Piazza del Popolo. Je kan er meteen ook van de gelegenheid gebruik maken om de beroemde olive all’ascolana te proeven als aperitivo.
In de praktijk doe je de route wellicht beter anders dan we ze hierboven weergeven. Ascoli Piceno is immers de verste halte van de trip, en daar hou je dus best eerst stop. Daarna trek je naar Offida, vervolgens naar Acquaviva Picena en dan naar Ripatransone, om uiteindelijk via de kustsnelweg terug huiswaarts te keren.
Ik spreek hier bewust nog niet over de mooie kustplaatsjes die je er kan bezoeken, maar ik kan toch niet anders dan vermelden dat je op de terugweg zeker tijd moet maken om halt te houden in Grottammare. Dit is een piepklein, niet te missen kustplaatsje waar je onmiddellijk naar het hoger gelegen deel, Grottammare Alta, moet gaan. Het is onmogelijk om er urenlang in te verdwalen, want het heeft eerder een compacte oude kern van middeleeuwse straatjes en een handvol huizen. Maar precies die charme maakt het zo memorabel.
Wij hadden bovendien het geluk dat er net op het moment van ons bezoek Borgo diVino in Tour plaatsvond. Dat is een rondreizend wijnevenement dat halt houdt in verschillende mooie Italiaanse borghi. Het concept is eenvoudig: je wandelt door het historische centrum van zo’n dorp, waar verspreid stands van wijnproducenten staan opgesteld, vaak aangevuld met lokale specialiteiten, muziek en wat extra omkadering. Extra proeven en genieten was dus ook ons deel van de trip. Ga je dit jaar, in 2026, naar Marche, plan je stop in Grottammare dan van 17 tot 19 juli. Dan kan je dit evenement zelf meepikken.
Campofilone en nog een laatste weetje
Hoewel ik me moet realiseren dat ik een blog schrijf en geen boek, kan ik het toch niet laten nog wat extra’s mee te geven. Het zou zonde zijn om het niet te vermelden, want dit deel van zuidelijke Marche heeft ook nog een gastronomische troef achter de hand: Maccheroncini di Campofilone.
Campofilone ligt op een boogscheut van Pedaso, de thuisbasis van Terra Fageto. Tijdens ons bezoek nodigde Michele ons uit om samen te lunchen. Daarbij vertelde hij het verhaal van deze bijzonder fijne eierpasta, die in de omgeving een bijna iconische status heeft. De pasta is flinterdun, wordt traditioneel zonder toegevoegd water gemaakt en heeft een opvallend korte gaartijd. Bovendien heeft deze pasta een beschermde status. Maccheroncini di Campofilone IGP geldt als de enige eierpasta in Italië met een IGP erkenning, en de productiezone is strikt verbonden aan het grondgebied van Campofilone.
En of we benieuwd waren om deze pasta te proeven. Michele nam ons mee naar restaurant Cinque Ragazze in Campofilone, waar we voor onze neus Maccheroncini di Campofilone in een heerlijke cacio e pepe bereiding zagen klaarmaken. Onze borden werden flink gevuld en we hebben gesmuld van deze werkelijk subliem lekkere pasta. Noteer dus maar dat we, indien we opnieuw in de buurt zijn, daar zonder twijfel een verplichte stop zullen houden. Kleine tip voor de gastronomen onder jullie.
Om af te ronden nog een weetje dat niets met wijn of gastronomie te maken heeft, maar wel met de modewereld. De niet zo goedkope, maar zeer comfortabele Hogan schoenen, waar ik toch wel fan van ben, komen hier vandaan. Tod’s Group, het moederbedrijf van onder meer Hogan, is immers stevig verankerd in Marche. Dat ben ik pas nadien te weten gekomen, en maar goed ook. Anders hadden er misschien nog enkele extra paren van die schoenen mee in de valies huiswaarts gezeten.
📅 Datum: Zondag 1 december 📍 Locatie: Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen
Met Terra Fageto uit Marche stellen we je het laatste van de 19 aanwezige wijndomeinen op onze Openflessendag voor. Toen Michele ons enige tijd na het versturen van de vraag of hij aanwezig kon zijn ons alsnog bevestigend antwoordde hebben we zonder twijfelen een extra tafeltje voor hem voorzien. Door omstandigheden was het hem in het verleden nog niet gelukt om aanwezig te zijn. Deze kans grepen we dan ook met beide handen en bij deze is ook Le Marche aanwezig op onze 15e editie van de Openflessendag van 1 december.
Terra Fageto ligt in het zuiden van de Marche, niet ver van Ascoli. Weg dus van de Verdicchio wijngaarden en midden in het Offida en Piceno gebied. Pecorino zwaait er de scepter in het wit, samen met Passerina. De rode Rosso Piceno wijnen zijn vooral onderschatte wijnen die een blend zijn van Sangiovese en Montepulciano. Terra Fageto is een familiebedrijf, opgericht in 1950, en het combineert traditie en innovatie en werkt volgens de biologische wijnbouw. Laat je verrassen door hun smaakvolle selectie, geproduceerd langs de Adriatische kust.
Te proeven wijnen:
Clèlia Spumante Passerina: Een biologische, mousserende wijn met frisse, delicate aroma’s van appel en perzik, ideaal als aperitief.
Falerio dei Colli Ascolani Bianco: Een blend van Trebbiano, Pecorino en Passerina. Helder van kleur, met frisse fruitige tonen en een uitgebalanceerd palet.
Falerio Pecorino: Een zachte witte wijn met nuances van peer, ananas en citrus, ondersteund door subtiele kruidigheid.
Salsedine Pecorino (Offida DOCG): Een complexe Pecorino met florale en fruitige aroma’s en een kenmerkende minerale toets van de zeebries.
Rosso Piceno: Een blend van Montepulciano en Sangiovese, met sappige kersentonen, lichte kruiden en een zijdezachte afdronk.
Rusus Rosso Piceno Superiore: Een krachtige rode wijn met een rijk bouquet en een volle, harmonieuze smaakbeleving.
Michele zal jullie deze dag een unieke kans bieden om de passie, traditie en innovatie van Terra Fageto te laten ontdekken. Laat je meevoeren door het verhaal van een familie die al drie generaties lang werkt aan wijnen die hun unieke terroir weerspiegelen.
Meer informatie over Terra Fageto en hun wijnen is beschikbaar tijdens het evenement. We zien je daar!
Stilstaan is achteruitgaan en dus is het af en toe noodzakelijk om mijn kennis omtrent de Italiaanse wijnen bij te schaven zodat ik kan mee praten over de laatste bewegingen. Zo blijkt dat de laatste benoemingen van 3 nieuwe DOCG gebieden aan me voorbij zijn gegaan. Over de zin of nog beter de onzin van al deze Italiaanse DOCG benoemingen kan je uitgebreid discussiëren en je kan de vraag stellen waar en wanneer dit gaat stoppen. We zitten immers al aan 77 verschillende DOCG nominaties en The sky blijkt hier echt wel The limit. Enfin… 3 nieuwe upgrades dus!
Tullum aka Terre Tollesi
Abruzzo heeft met Tullum zijn tweede DOCG beet. Terre Tolesi/Tullum is de eerste promotie van DOC naar DOCG sinds de benoeming van Nizza in 2014. De promotie werd op 4 juli 2019 goedgekeurd door het ministerie van Landbouw. De wijngaarden van Tullum DOCG liggen in de provincie Chieti. Er kunnen 5 verschiilende meldingen van DOCG gemaakt worden op het etiket:
Tullum DOCG Passerina
Tullum DOCG Pecorino
Tullum DOCG Rosso
Tullum DOCG Rosso Riserva
Tullum DOCG Spumante (moet minstens 60% Chardonnay bevatten + tweede gisting in de fles)
Opmerkelijk is dat de DOC Terre Tollesi/Tullum pas sinds 2008 van toepassing is en je kan stellen dat deze appellatie wel een blitzcarrière heeft gemaakt. Ook opmerkelijk is de opmars die de Pecorino druif, met Passerina in haar zog, beleefd in de diverse DOCG benoemingen de laatste 10 jaren. Blijkt deze druif dan toch meer te zijn dan een hedendaagse mode-druif? Bij Tullum DOCG Rosso of Rosso Riserva is de hoofdrol weggelegd voor de Montepulciano druif.
Tullum omvat een zeer klein productiegebied met slechts 18,05 hectare aan wijngaarden en een productie die overeenkomt met 687 hectoliter (cijfers van 2018). De wijngaarden liggen slechts enkele kilometers landinwaarts van de Adriatische Zee en liggen in en rond het dorpje Tollo. Terre Tollesi betekent eigenlijk ‘het land van Tollo’ of ‘in de buurt van Tollo’. De benaming Tullum dateert uit de 11e Eeuw waar we de benaming in de geschiedenisboeken tegenkomen als de naam van een versterkte stad. Dat Terre Tollesi/Tullum echt een mini gebied is vertaald zich dat er momenteel slechts 2 producenten zijn die het label Tullum DOCG gebruiken; Feudo Antico en Vigneti Radica. De toekomst zal uitwijzen of we een stijging van het aantal producenten zullen kennen.
Terre di Alfieri
Voor DOCG nummer 76 kunnen we ons afvragen of Roero DOCG een dubbelganger heeft gekregen! Met Terre di Alfieri bevinden we ons in Piemonte en net als in Roero zijn de witte wijnen er van de Arneis, de rode van de Nebbiolo. Als we het productiegebied bekijken lijkt het wel of Terre di Alfieri het verlengstuk is van dit van de Roero. Waar de ene ophoudt, gaat de andere verder. Bij het nagaan van de disciplinare stellen we vast dat het productiegebied 4 gemeenten in de Provincie Cuneo omvat en 7 gemeenten in de Provincie Asti.
De promotie naar DOCG kwam er in augustus 2020 en wat Terre di Alfieri gemeen heeft met Tullum is dat er ook hier in sneltempo de omschakeling is gekomen. In 2009 kwam Terre di Alfieri voor het eerst piepen als DOC! De Terre di Alfieri DOC blijft echter wel gewoon verder bestaan terwijl deze van Tullum verdwenen is. Je kan Terre di Alfieri DOCG in 5 verschillende benamingen tegenkomen op het etiket:
Terre di Alfieri DOCG Arneis
Terre di Alfieri DOCG Arneis Superiore
Terre di Alfieri DOCG Nebbiolo
Terre di Alfieri DOCG Nebbiolo Riserva
Terre di Alfieri DOCG Nebbiolo Superiore
Bij de witte wijnen moet de Arneis minimaal 85% aanwezig zijn. Voor de rode wijnen wordt hetzelfde percentage van 85% minimale aanwezigheid aangehouden voor de Nebbiolo. Het is hoe dan ook een klein productiegebied met slechts een 40-tal hectare aan wijngaarden en een 20-tal producenten.
De naam “Land van de Alfieri” verwijst naar de adellijke familie Alfieri die eeuwenlang de scepter zwaaide in dit gebied. Hun 17e-eeuwse kasteel bevindt zich in de stad Magliano Alfieri in Cuneo.
Canelli of Moscato di Canelli
En Piemonte blijft scoren! Met Canelli behaald het een 19e DOCG binnen. Geduld wordt beloond kan je wel stellen want al bijna 20 jaar proberen de producenten van de Moscato di Canelli zich af te scheuren van de Moscato d’Asti en trachten ze een eigen DOCG te bekomen. Vanaf 12 mei 2021 is het niet langer nog een subzone van Moscato d’Asti maar een volwaardige DOCG.
De benoeming komt echt wel vers van de pers. Pas vanaf de oogst 2022 mag Canelli de DOCG status activeren. Het is dus nog wel even wachten vooraleer we ze in de markt zien verschijnen. Canelli DOCG moet 100% Moscato Bianco zijn, en mag alleen geproduceerd worden in 18 gemeenten uit de provincies Asti en Cuneo. In totaal zijn er slechts 100 hectare beschikbaar, en de productie bedraagt momenteel ongeveer het equivalent van 500.000 flessen. In de DOCG Canelli mag alleen handmatig worden geoogst. Er kunnen 4 verschillende types van Moscato di Canelli op de markt gebracht worden:
Canelli of Moscato di Canelli DOCG
Canelli of Moscato di Canelli Riserva DOCG
Canelli of Moscato di Canelli Riserva Vigna DOCG
Canelli of Moscato di Canelli Vigna DOCG
Canelli wordt beschouwd als de bakermat van de Italiaanse mousserende wijnproductie. Na jaren in de Champagne in de leer te zijn geweest, experimenteerde Carlo Gancia vanaf 1850 met flesgisting en vond rond 1865 de “Moscato Champagne” uit. Canelli’s kilometerslange ondergrondse wijnkathedralen van traditionele wijnhuizen als Gancia, Bosca, Contratto en Coppo staan sinds 2014 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.