Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Etna Bianco: witte wijn op zwarte bodem

September is klassiek de maand waarin de sociale activiteiten opnieuw van start gaan. Dat is bij onze wijnclub Het Negende Vat niet anders. We bestaan ondertussen al 25 jaar en starten aanstaande dinsdag aan ons 26e werkjaar. Met alweer een leuk en zeer gevarieerd programma!

We gaan van start met Pinot Noir uit Oostenrijk, spelen Sancerre uit tegen Pouilly Fumé en hebben een proefavond rond Timorasso. Voor Zuid Afrika bestaat de uitdaging erin om vier Cabernet Franc wijnen tegenover vier Cabernet Sauvignon wijnen te plaatsen. Verder bekijken we wat een Vino de Paraje precies is, duiken we nog een keer Piemonte in met een variatie op Nebbiolo en komt Duitsland aan bod met Silvaner uit Franken. Ook de nieuwe Rhône cru Laudun staat op het programma.

Het jaar sluiten we af met twee klassiekers. Tijdens onze superproeverij trekken we alle registers open en combineren we een reeks mooie Italiaanse wijnen met een zestal hapjes. In juni is er opnieuw onze BYO formule, waarbij iedereen deze keer een fles Pinot Bianco of Weissburgunder uit Alto Adige moet selecteren.

Een hele omweg om terug te keren naar het slot van het vorige seizoen. Toen bestond de BYO opdracht erin om een fles Etna Bianco mee te brengen en daar samen een degustatie rond op te bouwen.

Etna is natuurlijk niet nieuw voor mij en ik heb er al meermaals over geschreven. Toen ik in 2021 een artikel schreef over de wijnen van de Etna, waren het vooral de rode wijnen die internationaal de aandacht trokken. Nerello Mascalese was aan een stevige opmars bezig en vergelijkingen met Bourgogne en Barolo waren nooit ver weg. Over de witte wijnen schreef ik toen dat ze misschien nog een groter geheim vormden en volgens mij tot de beste witte wijnen van Italië konden behoren.

Vijf jaar later is dat geheim aardig uitgelekt. Etna Bianco is ondertussen een van de sterkst groeiende categorieën binnen de appellatie. In 2025 werden ongeveer 2,2 miljoen flessen gebotteld, waarmee wit opvallend dicht bij Etna Rosso kwam. Steeds meer nieuwe wijngaarden worden met Carricante aangeplant en verschillende producenten zien witte Etna als een van de belangrijkste groeimogelijkheden van het gebied.

Tijd dus om die witte kant van de vulkaan wat grondiger te bekijken.

Etna Bianco DOC, enkele weetjes

  • Etna DOC bestaat sinds 1968 en was de eerste DOC van Sicilië. Ondertussen is de procedure opgestart om Etna te promoveren tot DOCG. De ambitie is om die stap nog in 2026 te zetten, al is de promotie voorlopig nog niet officieel afgerond.
  • De productiezone omvat delen van het grondgebied van twintig gemeenten in de provincie Catania, verspreid over verschillende flanken van de Etna. Binnen de DOC zijn 133 contrade officieel erkend. Die geografische onderverdeling krijgt steeds meer betekenis, ook voor Etna Bianco.
  • Etna Bianco moet minimaal 60 procent Carricante bevatten. Catarratto Bianco Comune en Catarratto Bianco Lucido mogen samen maximaal 40 procent uitmaken. Daarnaast mogen andere niet aromatische witte druivenrassen die in Sicilië zijn toegelaten samen maximaal 15 procent bedragen. Daarbij horen onder meer Minnella Bianca, Inzolia, Grecanico Dorato en Grillo. Vooral Minnella Bianca en Inzolia behoren tot de witte druiven die historisch samen met Carricante in de wijngaarden van Etna voorkwamen. Veel producenten kiezen vandaag echter voor 100 procent Carricante.
  • Etna Bianco Superiore mag uitsluitend worden geproduceerd met druiven uit Milo, op de oostelijke flank van de vulkaan. Voor Etna Bianco Superiore is minimaal 80 procent Carricante verplicht.

Carricante, de witte druif van de Etna

Carricante is zonder twijfel de witte druif van Etna. De druif kwam vroeger ook elders op Sicilië voor, maar haar huidige reputatie is vrijwel volledig verbonden met de vulkaan.

Carricante rijpt laat, bezit van nature een hoge zuurgraad en kan behoorlijk productief zijn. De naam zou verwijzen naar het Italiaanse caricare, laden of beladen, een verwijzing naar de hoeveelheid druiven die een wijnstok kan dragen wanneer de opbrengst niet wordt beperkt.

Op de hogere flanken van de Etna vallen verschillende puzzelstukken mooi samen. De koelere temperaturen vertragen de rijping en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht helpen om de frisheid en aroma’s te behouden. De lange groeicyclus geeft Carricante voldoende tijd om volledig rijp te worden zonder zijn kenmerkende aciditeit te verliezen.

Jonge Carricante toont vaak citrus, groene appel, witte perzik, kruiden en oranjebloesem. Daar komen geregeld stenige, rokerige en zilte indrukken bij. De stevige zuurgraad geeft de wijn structuur en zorgt bij de betere voorbeelden voor een opmerkelijk bewaarpotentieel. Met flesrijping verschijnen rijper citrusfruit, gedroogde kruiden, honing, noten en soms een lichte petroleumtoets.

Vulkanische bodem, maar welke?

Het begrip wijn van vulkanische bodem wordt ondertussen kwistig gebruikt in Italië. Toegeven, er zijn er ook wel wat te vinden en op de Etna is het uiteraard moeilijk om rond de vulkaan heen te fietsen. De situatie is hier wel van een ander type dan in vele andere Italiaanse wijngebieden met een vulkanische oorsprong. Etna is nog steeds actief en laat bijna voortdurend van zich horen.

De bodems bestaan hoofdzakelijk uit basaltisch vulkanisch materiaal, afkomstig van opeenvolgende lavastromen en erupties. Afhankelijk van plaats en ouderdom vinden we er verweerde lava, vulkanische as, zand en lapilli. Jonge lavastromen zijn nog nauwelijks verweerd en leveren zeer stenige, arme bodems op. Oudere lavastromen zijn doorheen de eeuwen verder afgebroken en kunnen daardoor een diepere en fijner opgebouwde bodem vormen. Het ene perceel kan dus op relatief jonge lava liggen, terwijl enkele honderden meters verder wijnstokken groeien op een ondergrond die vele duizenden jaren ouder is.

Daar komt nog bij dat hoogte, expositie, neerslag en de invloed van de zee sterk verschillen naargelang de flank van de vulkaan. Het terroir rond Etna vertoont daardoor een uitzonderlijk grote verscheidenheid binnen een relatief beperkt gebied.

Die verschillen krijgen vandaag steeds meer aandacht via de contrade. Een contrada is een historisch en geografisch afgebakende zone en wordt geregeld met een cru vergeleken. Twee Carricantes die slechts enkele kilometers van elkaar groeien, kunnen daardoor toch behoorlijk verschillend uit de hoek komen.

Milo, het bijzondere stukje Etna

Niet de Venus maar de Carricante van Milo staat op Etna in de spotlights. De kleine gemeente ligt op de oostelijke flank van de vulkaan, kijkt richting Ionische Zee en is als enige gemeente gerechtigd om Etna Bianco Superiore DOC te produceren.

Het klimaat wijkt er behoorlijk af van dat op andere flanken van de Etna. Vochtige lucht vanaf de Ionische Zee botst tegen de vulkaan, waardoor Milo tot de koelste en vooral natste wijnbouwzones van Etna behoort. De wijngaarden liggen bovendien op aanzienlijke hoogte en profiteren van een goede luchtcirculatie. Carricante voelt zich hier dan ook als een vis in het water.

De druiven worden vaak pas in oktober geoogst. Dat lange rijpingsseizoen geeft ze tijd om voldoende smaakontwikkeling op te bouwen terwijl de natuurlijke zuurgraad behouden blijft. Goede Etna Bianco Superiore combineert daardoor structuur en spanning met citrus, kruiden, rijper wit fruit en vaak een uitgesproken zilte toets.

De productie blijft beperkt en geschikte wijngaarden zijn schaars. De groeiende reputatie van Etna Bianco heeft de belangstelling voor Milo sterk doen toenemen, met stevig stijgende grondprijzen als logisch gevolg.

Producenten zoals Benanti en Barone di Villagrande speelden een belangrijke rol in de reputatie van Milo. Vooral Pietra Marina van Benanti bewees al vroeg dat Carricante hier witte wijnen kan voortbrengen die vele jaren kunnen ontwikkelen.

Proeverij Etna Bianco

Voor onze Bring Your Own formule van wijnclub Het Negende Vat stond er als afsluiter van het vorige proefjaar dus Etna Bianco op het programma. Er zijn wel enkele voorwaarden verbonden aan deze formule! De wijnen moesten minimaal 18 euro kosten. Er is geen plafond, dus iedereen is vrij zijn prijs te bepalen en de wijn mag onder geen enkel beding uit een supermarkt komen. Opdat er geen ‘dubbele’ flessen zouden voorkomen, geeft iedereen zijn geselecteerde wijn door aan schrijver dezes, die de gekozen flessen dan doorgeeft aan de leden. Ik geef je graag nog mijn proefnotities van deze geslaagde afsluitende avond.

  1. Firriato – Gaudensius Blanc de Blancs Brut
    100% Carricante, Metodo Classico Brut. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting in inox en tweede gisting op fles. Minimaal 36 maanden rijping op de gisten.
    Goudgele kleur met mooi aanwezige, fijne en aanhoudende belletjes. Zeer aanstekelijke en behoorlijk complexe neus met perzik, abrikoos, rijpe peer, agrum en gekonfijte ananas. Daarnaast komen peper, citroenschil, brioche, toast en gist naar voren, met wat honing en hazelnoot op de achtergrond. Zeer rijk in de mond met mooi citrus- en steenfruit, uitgesproken ziltigheid en mineraliteit. Ook amandelschaafsel komt naar voren. Ondanks die rijkdom blijft de wijn strak en verfijnd. Lang aanwezig met limoenzeste en een licht nootachtige toets van geroosterde pistache in de afdronk. Een rijkelijke en bijzonder smakelijke bubbel.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 34 € (Te koop bij Wine-Art)
  2. Sibiliana Eughenès Nato Bene Etna Bianco DOC 2022
    Carricante. Vergisting bij gecontroleerde temperatuur, gevolgd door opvoeding op de fijne lies in inox.
    Heldere bleekgouden kleur. Zeer mooie, ziltige neus met florale accenten, breed fruit, mineraliteit en een frisse, groenkruidige toets. Daarnaast komen vanille en zelfs een verrassend spoor van kers naar voren. Ook in de mond zeer aangenaam, fris met toch een licht vettig kantje. Citrusfruit is van start tot finish aanwezig, met tussendoor sappige peer. Mooi, knap en evenwichtig, met een perfecte lengte.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 25 € (Niet te koop gevonden in België)
  3. Cusumano Alta Mora Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox, gevolgd door 4 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Diepe, heldere strogele kleur. De vuursteen valt meteen op, gevolgd door perzik, abrikoos, ananas en peer. Daarnaast lentebloesems, hooi, honing, kruisbes en duidelijke zilte indrukken. In de mond vol en rijk, met een uitgesproken minerale toets die doorheen de hele smaak aanwezig blijft. Tegelijk behoudt de wijn bijzonder veel frisheid. Lange en aanhoudende afdronk met citrus en pomelo.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 22 € (Te koop bij Young Charly)
  4. Pietradolce Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Opvoeding van 4 tot 6 maanden in inox.
    Bleekgouden, heldere kleur. Wat gesloten in de aanzet. Na walsen komen wit boomfruit en geel steenfruit naar voren, met vooral abrikoos, aangevuld met florale accenten, agrum, vuursteen, munt, anijs en een sprankel honing. In de mond komt de anijs veel duidelijker terug. Zeer mineraal en breed van smaak, met een licht vettig middenstuk dat overgaat in een frisse, zesty toets van limoen. Die blijft aanwezig tot in de finale, waar ook een fijn bittertje van noot opduikt. Correcte Etna Carricante.
    Punten 85/100 – Richtprijs: 23 € (Te koop bij Wine-Art)
  5. Tenuta delle Terre Nere, Calderara Sottana Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Voor 2024 volledig gevinifieerd en 9 maanden opgevoed in inox, zonder malolactische omzetting. Normaal wordt voor deze cuvée ook hout gebruikt.
    Heldere, strogele kleur. Frisse en verfijnde neus met appel, peer, wit steenfruit en grapefruit, aangevuld met bloesems en een lichte kruidigheid. In de mond zeer mineraal en ziltig, met een duidelijke vuursteentoets, veel frisheid en een mooie aciditeit. De kruidigheid komt hier nadrukkelijker naar voren dan in de neus. Licht vettig in het middenstuk. Blijft lang aanwezig met citrus en agrum in de finale. Mooi in balans, verfijnd en vooral lekker.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 44 € (Te koop bij Licata)
  6. Giovanni Rosso Etna Bianco DOC 2023
    Carricante. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting gedurende 15 tot 20 dagen bij lage temperatuur in inox, gevolgd door 5 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Bleekgouden, heldere en tranende kleur. De vulkanische bodem laat zich hier echt wel ruiken! Daarnaast ontdekken we koninginnenbrij, rijpe peer, rijpere ananas, munt, peper en gedroogde bloemen. In de mond zeer rijk en vol, maar tegelijk verbluffend fris. Alleszins een pak frisser dan de geur deed vermoeden. De wijn blijft lang aanwezig en eindigt in een uitgesproken zesty finale van mandarijn. Tijdens het proeven vroegen we ons af of er houtlagering aan te pas was gekomen, maar de wijn wordt volledig in inox opgevoed. Een zeer smakelijke en complexe Carricante.
    Punten 91/100 – Richtprijs: 30 € (Niet te koop gevonden in België)
  7. Carranco Villa dei Baroni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox of cement bij 15 tot 16°C, gevolgd door 6 tot 7 maanden opvoeding op de fijne lies in cement.
    Zuivere goudgele kleur. Zeer uitgebreid geurenpalet met perzik, kweepeer, mandarijn, appel en peer, aangevuld met anijs, venkel, gember, citroengras en een duidelijke vuursteentoets. Ook de zeste van citrusfruit zorgt voor extra frisheid in de neus. In de mond vol en fris tegelijk met veel geel steenfruit, een uitgesproken vuursteenmineraliteit en opnieuw die frisse citrusschil. Zeer evenwichtig, sappig en lang aanwezig, met naar het einde toe een heerlijk pompelmoesbittertje dat de afdronk extra spanning geeft.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 38 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Tenuta Ferrata Veni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in Franse eiken tonneaux, gevolgd door 10 maanden opvoeding in tonneaux en verdere flesrijping.
    Zuivere goudgele kleur. Aanvankelijk wat gesloten, maar na walsen komt de wijn heerlijk open. Rijpe abrikoos, perzik en ananas worden aangevuld met honing, anijs, kweepeer, hooi, gember, bloedsinaasappel en frangipane. Bij het proeven komt vooral de mineraliteit nadrukkelijk naar voren. Ondanks de rijke en rijpere smaak blijft de wijn ontzettend fris van profiel. Knap evenwicht en een mooie lengte, met zeste van sinaasappel en honing in de afdronk. Voor de tweede keer deze avond stelden we ons de vraag of de wijn houtlagering had gekregen. In dit geval was dat gevoel terecht.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 30 € (Te koop bij Vino Salentu)
  9. Alberelli di Giodo Carricante Terre Siciliane IGT 2022
    100% Carricante. Vergisting gedurende ongeveer 20 dagen in inox, gevolgd door 6 maanden opvoeding op de fijne lies in inox en verdere flesrijping. Eigenlijk hadden we deze wijn voor de degustatie moeten weigeren, want strikt genomen is dit geen Etna Bianco DOC. We hebben wijselijk besloten dat niet te doen.
    Zuivere bleekgouden kleur. Van bij de eerste geur vallen de ziltigheid en vuursteen op. Zeer floraal met lindebloesem, aangevuld met peer, witte perzik, munt, peper, een licht animale toets, varens en fijne citrus van roze pompelmoes. Een zeer mooie neus! In de mond fris met een blijvende aciditeit. Sappig van start tot diep in de finale, met een verfijnde mineraliteit. In de afdronk komt de roze pompelmoes terug, samen met licht geroosterde nootjes. De wijn proeft alleszins nog zeer jong en is gewoonweg compleet te noemen.
    Punten 94/100 – Richtprijs: 60 € (Kopen is mogelijk via Wijnkennis)

Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems

Met de geografische ligging van Alto Piemonte trappen we deze zondagse reeks officieel af. Gedurende de volgende weken nemen we je telkens mee naar dit hoger gelegen deel van Piemonte en dompelen we je helemaal onder in de verschillende wijngebieden die deze regio rijk is.

Alto Piemonte betekent letterlijk Hoog Piemonte en ligt helemaal in het noorden van de regio, bijna letterlijk aan de voet van de Alpen. Daarmee zitten we meteen bij die zo vaak aangehaalde verklaring voor de naam Piemonte: ai piedi dei monti, aan de voet van de bergen.

Kom je via Frankrijk langs de Mont Blanctunnel of de Kleine Sint Bernardpas Italië binnen, dan rijd je door het Aostadal richting Piemonte. Voor je Alto Piemonte echt induikt, raden we je ten zeerste aan om bij Pont Saint Martin de A5 even te verlaten en een eerste halte te houden in Carema. Daarna rijd je opnieuw richting Ivrea, waarna je via de verbinding tussen de A5 en A4 naar Santhià rijdt. Vanaf daar gaat het verder oostwaarts richting de wijngebieden rond Lessona, Bramaterra en Gattinara.

Kom je langs de Gotthardtunnel en Lugano, dan heb je twee mogelijkheden. Ofwel verlaat je in Lugano de autostrade en rijd je via Ponte Tresa Italië binnen. Je komt vervolgens langs Luino aan het Lago Maggiore en rijdt via de oostelijke zijde van het meer verder richting Varese en de verbinding met de A8 en A26. Zo deden wij het dit jaar.

Ofwel blijf je op de Zwitserse A2 en volg je die tot aan de grensovergang bij Chiasso. Vanaf Como gaat het via de A9 en vervolgens de A36 richting Malpensa en de A8/A26. De A26 brengt je daarna rechtstreeks naar Borgomanero, Ghemme en Romagnano Sesia, aan de oostelijke kant van Alto Piemonte.

Vliegen kan uiteraard ook. Torino lijkt op het eerste gezicht misschien de meest logische keuze omdat Alto Piemonte nu eenmaal in Piemonte ligt, maar Milano Malpensa is voor het grootste deel van het gebied duidelijk dichterbij. Gattinara ligt op ongeveer 45 tot 50 kilometer van Malpensa, terwijl je vanaf Torino Caselle ongeveer 88 kilometer moet rekenen. Vanuit België is Malpensa bovendien bijzonder praktisch, met rechtstreekse verbindingen vanuit Brussels Airport.

Waar moeten we Alto Piemonte exact situeren?

Alto Piemonte is geen officiële administratieve regio. De naam wordt gebruikt voor de noordelijke wijngebieden van Piemonte, voornamelijk verspreid over de provincies Biella, Vercelli en Novara.

De Sesia is daarbij een belangrijke geografische as. De rivier ontspringt hoog in de Alpen, aan de voet van Monte Rosa, en stroomt vervolgens zuidwaarts door het gebied. De wijngebieden liggen aan beide zijden van de Sesia, met Lessona, Bramaterra en Gattinara ten westen van de rivier en Ghemme, Boca, Sizzano en Fara ten oosten ervan.

Wie het gebied op een kaart wil afbakenen, kan zich ruwweg een driehoek voorstellen tussen Biella in het westen, Novara in het oosten en Vercelli in het zuiden. De wijngaarden zelf liggen vooral in het noordelijke deel daarvan, waar de vlakke Povlakte langzaam overgaat in heuvels en uiteindelijk in de uitlopers van de Alpen.

Biella ligt vlak bij de westelijke wijngebieden rond Lessona en Bramaterra. Novara vormt de belangrijkste stad aan de oostelijke zijde en ligt ten zuiden van Ghemme, Fara en Sizzano. Vercelli ligt verder naar het zuiden en vormt zowat de overgang tussen het wijngebied en de brede rijstvlakten van de Povlakte.

Ten noorden daarvan domineert Monte Rosa het landschap. Met zijn 4.634 meter is het een van de hoogste bergmassieven van de Alpen en vanuit verschillende delen van Alto Piemonte opvallend aanwezig aan de horizon. Naar het oosten liggen het schilderachtige Lago d’Orta en wat verder het bekende Lago Maggiore. In het zuiden opent het landschap zich richting de Povlakte, terwijl aan de westkant de heuvels van Biella aansluiten op de Alpen.

Het is helemaal geen uitgesproken toeristisch gebied, al probeert men de regio de laatste jaren wel wat op te poetsen en aantrekkelijker te maken. Je merkt op verschillende plaatsen dat de ontwikkeling er lange tijd heeft stilgestaan. Toeristische infrastructuur is beperkt, wijndomeinen liggen vaak wat verborgen en van het uitgebouwde wijntoerisme zoals in de Langhe is hier nauwelijks sprake.

Een landschap van bos en wijngaarden

Onze uitvalsbasis lag in La Morra, midden tussen de Barolo wijngaarden. Als je van daaruit naar Alto Piemonte rijdt, merk je vrijwel meteen hoe anders en vooral hoe ruwer het landschap er wordt. Rond La Morra lijkt bijna elke geschikte helling met wijnstokken beplant en bovendien ook nog eens perfect geometrisch aangelegd, alsof er net iemand met een kam door het landschap is gegaan.

In Alto Piemonte is het zoeken geblazen naar de wijngaarden. Ze duiken veel vaker op als open plekken tussen bossen, akkers en andere landbouwgronden. Sommige liggen op zachte heuvels, andere tegen behoorlijk steile hellingen of op terrassen. Bossen komen vaak tot vlak naast de percelen en nemen op sommige plaatsen zelfs het grootste deel van het landschap in.

Dat geeft Alto Piemonte een minder verzorgd en veel minder homogeen uitzicht dan de Langhe. Eigenlijk is dat ook volkomen logisch. In Barolo ademt zowat alles wat beweegt wijn. Wijngaarden, producenten, restaurants, hotels en toerisme draaien er allemaal rond dezelfde motor. In Alto Piemonte zijn er tot op vandaag nog altijd maar een handvol wijnproducenten te vinden en moet wijnbouw zijn plaats delen met bossen, landbouw en dorpen waar wijn lang niet altijd het centrum van het bestaan vormt.

Er zit beweging in, zoveel is duidelijk. Oude percelen worden opnieuw in gebruik genomen en nieuwe producenten proberen zich een plaats te verwerven. Toch is wijnbouwer worden in Alto Piemonte nog altijd geen evidente beroepskeuze. Wanneer een jonge wijnbouwer aangeeft dat hij zich hier wil vestigen, worden de wenkbrauwen lokaal nog behoorlijk snel gefronst.

Vuur, ijs en Alpen

Alto Piemonte ligt waar de Povlakte overgaat in de eerste uitlopers van de Alpen. Als we door het gebied rijden, zien we een rustig kabbelende Sesia, al lijkt die rivier eerder droog te staan dan daadwerkelijk te kabbelen. Onder dat ogenschijnlijk rustige landschap zit een verleden dat een stuk minder rustig was. Ongeveer 280 miljoen jaar geleden was hier een enorm vulkanisch systeem actief. Daar zie je vandaag aan de oppervlakte nauwelijks iets van, maar net die geologische voorgeschiedenis heeft Alto Piemonte voor een belangrijk deel gevormd.

Een zeer zware uitbarsting deed een groot deel ervan instorten en liet enorme hoeveelheden vulkanisch materiaal achter. Veel later begon de vorming van de Alpen. De Afrikaanse en Euraziatische tektonische platen bewogen gedurende miljoenen jaren naar elkaar toe. De aardkorst werd daarbij samengedrukt, geplooid en omhooggeduwd. De oude ondergrond van Alto Piemonte werd mee gekanteld en naar boven gebracht, waardoor gesteenten die normaal diep in de aardkorst verborgen blijven veel dichter bij de oppervlakte kwamen.

Daarom duikt in Alto Piemonte op verschillende plaatsen porfier op, vaak roodbruin of okerkleurig door het aanwezige ijzer. Soms ligt het gesteente vrijwel bloot, elders is het in de loop van miljoenen jaren sterk verweerd en uiteengevallen.

Nadien deed de natuur uiteraard verder haar werk en tijdens de ijstijden schoven enorme gletsjers vanuit het noorden naar beneden. Ze sleepten rotsen, stenen, zand en fijner materiaal mee en lieten dat achter toen het ijs zich terugtrok. Rivieren, met de Sesia op kop, verplaatsten dat materiaal vervolgens verder.

Daar komen nog oude mariene afzettingen bij. Op verschillende plaatsen vinden we zand en sedimenten die herinneren aan perioden waarin delen van deze omgeving door zee werden bedekt.

Het resultaat is een bodemkaart waarop zowat alles door elkaar lijkt te liggen. Vulkanisch gesteente, zand, grind, klei, alluviale afzettingen en materiaal dat door gletsjers werd meegebracht kunnen elkaar binnen relatief korte afstand afwisselen. Binnen amper enkele tientallen kilometers gaan we dus van hard vulkanisch porfier naar verweerd vulkanisch gesteente, oude zeezanden, grind en glaciale en alluviale afzettingen. Van één typische bodem van Alto Piemonte spreken is dan ook vrij zinloos.

Veel van die bodems hebben wel één duidelijke eigenschap gemeen: hun uitgesproken zuurtegraad. Kalk ontbreekt op heel wat plaatsen vrijwel volledig. Lokaal kan de pH zelfs dalen tot ongeveer 4,3 of 4,4. Dat is extreem laag voor een wijngaardbodem. De bodems zijn bovendien vaak arm en draineren gemakkelijk. Dat remt de groeikracht van de wijnstok af en dwingt het wortelstelsel om een groter bodemvolume te benutten op zoek naar water en voedingsstoffen.

Ook bovengronds zit Alto Piemonte tussen twee werelden. In het zuiden ligt de brede Povlakte, in het noorden staat vrijwel meteen het hooggebergte. Zij bepalen de klimatologische omstandigheden. Dat klimaat is continentaal en duidelijk koeler dan verder zuidelijk in Piemonte. De streek krijgt behoorlijk wat neerslag, terwijl tijdens de zomer warme dagen kunnen worden gevolgd door zeer frisse nachten. Vanuit de bergen stroomt koelere lucht naar de lager gelegen heuvels en valleien. De verschillen tussen dag en nacht kunnen daardoor aanzienlijk zijn.

Tegelijk zorgen de beschutte ligging van sommige hellingen, hun oriëntatie en de nabijheid van de bergen voor grote lokale verschillen. Een zuidgerichte helling kan behoorlijk wat warmte verzamelen, terwijl een nabijgelegen perceel sneller in de schaduw terechtkomt of sterker onder invloed staat van koude luchtstromen.

Daarmee valt Alto Piemonte moeilijk in één eenvoudige omschrijving te vatten. Het is tegelijk alpien en continentaal, nat maar op veel hellingen goed drainerend, vulkanisch én gevormd door zee, ijs en rivieren. Precies die combinatie zorgt ervoor dat de wijnen uit Alto Piemonte bijzonder divers zijn.

Alto Piemonte versus le Langhe?

Hoewel het voor Alto Piemonte op zich eigenlijk niets ter zake doet, merken we dat veel wijnliefhebbers toch vrij snel dezelfde vraag stellen: hoe verhouden de wijnen zich tot die van de Langhe? Waarmee ze uiteraard vooral Barolo en Barbaresco bedoelen.

De vergelijking ligt voor de hand. In beide gebieden is Nebbiolo de dragende druif en met amper anderhalf uur rijden tussen de Langhe en Alto Piemonte liggen ze geografisch verrassend dicht bij elkaar. Daar houdt de gelijkenis voor een groot stuk op.

Wie Alto Piemonte beschouwt als een soort goedkopere of lichtere Barolo, doet de regio tekort. Het zijn gewoon andere wijnen. Zelfs de term baby Barolo, die vroeger nogal gemakkelijk werd bovengehaald, slaat eigenlijk nergens op. Alto Piemonte geeft een andere interpretatie van Nebbiolo en heeft daarvoor geen goedkeuring uit Barolo nodig.

Een eerste groot verschil zit onder de grond. Barolo en Barbaresco liggen hoofdzakelijk op kalkrijke mariene mergels, klei en zandsteen die ruwweg 8 tot 16 miljoen jaar oud zijn. In Alto Piemonte kan de vulkanische ondergrond teruggaan tot ongeveer 280 miljoen jaar geleden. Daarboven liggen bovendien oude zeezanden, grind en glaciale afzettingen, waardoor het geologische plaatje er veel complexer is. Dat vertaalt zich niet rechtstreeks in een bepaalde smaak, maar het beïnvloedt wel drainage, groeikracht en de manier waarop de wijnstok water en voedingsstoffen opneemt. Nebbiolo ontwikkelt zich er daardoor onder heel andere omstandigheden dan in de Langhe.

Ook klimatologisch loopt het verhaal uiteen. Alto Piemonte ligt dichter tegen de Alpen en kent gemiddeld koelere omstandigheden en grotere temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Koele lucht stroomt vanuit het gebergte naar de wijngaarden en Nebbiolo wordt er later geoogst dan in de Langhe. De hoogte van de wijngaarden verschilt trouwens minder spectaculair dan vaak wordt gedacht. Het verschil zit vooral in de noordelijkere ligging en de directe invloed van de Alpen.

Dat heeft gevolgen in het glas. De wijnen van Alto Piemonte zijn gemiddeld lichter gebouwd en komen vaak iets bleker voor de dag. De natuurlijke zuren blijven uitgesproken aanwezig en de tannine voelt meestal fijner en minder massief aan dan bij een jonge Barolo. Rode vruchten, rozen, viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en citrusachtige toetsen komen vaak sterk naar voren. Afhankelijk van bodem en herkomst kunnen daar ijzerachtige, aardse of ziltige indrukken bijkomen. Het geheel heeft meestal meer spanning dan gewicht.

Barolo en Barbaresco tonen meestal meer kracht, concentratie en structuur. Jonge wijnen kunnen hun tannine behoorlijk nadrukkelijk op tafel leggen en tonen vaak meer volume en kracht in het middenpalet. Uiteraard blijven de verschillen binnen beide appellaties groot en spelen terroir, ligging en expositie van de wijngaard een belangrijke rol. De bekende omschrijving an iron fist in a velvet glove komt dan ook niet uit de lucht vallen. In Alto Piemonte krijg je vaker een rankere Nebbiolo, met een stevig zuur geraamte en aroma’s die soms bijna belangrijker lijken te worden dan de spierkracht van de wijn.

Ook het alcoholgehalte speelt mee. Door de koelere omstandigheden en latere rijping bereikt Nebbiolo in Alto Piemonte zijn gewenste rijpheid doorgaans bij een gematigder potentieel alcoholgehalte. Waar moderne Barolo en Barbaresco in warme jaren zonder veel moeite richting 14,5 procent en hoger gaan, vind je in Alto Piemonte nog vaker wijnen rond 13 tot 13,5 procent, al is ook hier 14 procent of meer lang geen uitzondering.

Daar komt nog een verschil bij dat soms over het hoofd wordt gezien. Barolo en Barbaresco bestaan verplicht volledig uit Nebbiolo. In Alto Piemonte staat Nebbiolo eveneens centraal en heel wat wijnen worden er ook gewoon uitsluitend van Nebbiolo gemaakt. Toch heeft de regionale cultuur hier altijd ruimte gelaten voor andere druiven. Vespolina, Croatina en Uva Rara kunnen mee in de assemblage terechtkomen. Dat kan extra kruidigheid, fruit, kleur en soms een iets andere tanninestructuur geven.

Lichter van structuur betekent trouwens niet dat Alto Piemonte snel opgedronken moet worden. Nebbiolo blijft Nebbiolo. De combinatie van zuren en tannine geeft de betere wijnen een groot bewaarpotentieel. Sommige zijn jong wel toegankelijker dan een klassieke Barolo, terwijl de beste flessen zonder problemen tientallen jaren kunnen ontwikkelen.

Volgende week zondag nemen we je graag mee naar de historische achtergrond van Alto Piemonte en de evolutie die het wijngebied doorheen de jaren heeft doorgemaakt.

Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht

We hebben de voorbije zomervakantie doorgebracht in Piemonte. Daar hebben we specifiek de nodige tijd genomen om op ontdekking te gaan door Alto Piemonte. Het is een wijngebied waar we al langer een zwak voor hebben en waarvan ik tot mijn scha en schande moest vaststellen dat ik er, hoewel ik al vele malen Piemonte heb bezocht, nog niet was geraakt. Tot nu dus!

Met deze reeks surf ik wel mee op de huidige hype rond Alto Piemonte. Het lijkt wel dat deze regio zijn tweede adem heeft gevonden. De redenen moeten we niet ver gaan zoeken, hoor. Barolo, de naam is gevallen na amper zeven zinnen, is de belangrijkste wijn uit Piemonte. Daar gaat voorlopig niets of niemand verandering in kunnen brengen, ook al proberen de buren uit Barbaresco het wel en merk je hoe druk bezocht Barbaresco zelf ook is. Maar omdat de prijzen van Barolo de laatste jaren echt wel de pan beginnen uit te swingen, gaan de mensen dus op zoek naar alternatieven. We zien Langhe Nebbiolo en Nebbiolo d’Alba vlotjes terrein winnen. Hetzelfde kan gezegd worden van Alto Piemonte.

Al wil ik bij dat laatste onmiddellijk een kanttekening maken en een waarschuwend vingertje uitsteken. Ik ben wel degelijk geschrokken van de prijzen die er lokaal worden gevraagd voor deze wijnen. Dan bedoel ik uiteraard wel de ondergrens van de flesprijs. Naar boven toe is het ook wel pittig, maar de exorbitante Baroloprijzen blijven wel achterwege.

En dus nemen we je de komende weken mee naar de heuvels aan de uitlopers van de Alpen, waar de Monte Rosa aan de horizon opduikt en Nebbiolo een heel andere omgeving krijgt om zich in uit te drukken. We maken ook een kleine omweg, want hoewel Carema niet thuishoort bij Alto Piemonte, zou het zonde zijn dit prachtige wijngebied niet mee op te nemen in deze reeks.

🍇 Wat mag je verwachten?

1. Alto Piemonte: vulkanen, Alpen en oude bodems

We beginnen met het gebied zelf. Waar ligt Alto Piemonte precies, hoe ziet het landschap eruit, hoe zit de geologie in elkaar en waarom verschilt deze noordelijke wijnwereld zo sterk van de Langhe?

2. Van groot wijngebied naar bijna verdwenen wijngaarden

Vandaag oogt Alto Piemonte klein en versnipperd. Historisch lag dat helemaal anders. We bekijken hoe belangrijk de wijnbouw hier ooit was, waarom zoveel wijngaarden verdwenen en hoe het herstel van de voorbije decennia op gang kwam.

3. Nebbiolo wordt Spanna, en hij komt niet alleen

Nebbiolo vormt de rode draad doorheen Alto Piemonte, al wordt hij hier vaak Spanna genoemd. Vespolina, Uva Rara en Croatina spelen eveneens hun rol. We bekijken wat deze druiven bijdragen en waarom assemblages in het noorden van Piemonte zo vanzelfsprekend zijn.

4. Gattinara

Gattinara is wellicht de bekendste naam van Alto Piemonte en voor veel wijnliefhebbers de eerste kennismaking met de streek. De vulkanische ondergrond, de ligging en de dominantie van Nebbiolo geven Gattinara een heel eigen profiel.

5. Ghemme

Vervolgens trekken we naar Ghemme, de tweede DOCG van Alto Piemonte. De afstand tot Gattinara is beperkt, maar de bodems en de stijl van de wijnen zijn duidelijk anders.

6. Lessona

Lessona wint de laatste jaren meer en meer aan bekendheid. Reden genoeg om deze kleine appellatie een eigen zondag in de spotlights te geven. We bekijken wat Lessona zo bijzonder maakt en hoe de zandige bodems het karakter van de wijnen mee bepalen.

7. Boca en Bramaterra

Boca en Bramaterra zijn beide kleine appellaties, maar inhoudelijk bijzonder interessant. Het zijn twee gebieden die de heropleving van Alto Piemonte mooi illustreren. Kleine productie, veel oude wijngaarden en een ondergrond duidelijk mee het karakter bepaalt.

8. Fara, Sizzano en de andere denominaties

Niet elke appellatie geniet dezelfde bekendheid. Fara, Sizzano, Coste della Sesia en Colline Novaresi komen hier aan bod en maken het plaatje van Alto Piemonte een stuk completer.

9. Carema: de logische buitenstaander

Voor Carema maken we bewust een uitstap buiten wat doorgaans onder Alto Piemonte wordt verstaan. De appellatie ligt nog steeds in Piemonte, helemaal in het noorden van Canavese en tegen de grens met Valle d’Aosta. De terraswijngaarden, pergola’s en lokale interpretatie van Nebbiolo sluiten zo mooi aan bij onze reis door het noorden dat we Carema onmogelijk konden overslaan.

10. Masterclass Alto Piemonte

We sluiten de reeks af zoals een wijnreeks eigenlijk hoort te eindigen: met de flessen op tafel. Voor deze gelegenheid organiseren we een Masterclass Alto Piemonte waarin we verschillende appellaties proeven. Uiteraard krijgt ook Carema een plaats aan de proeftafel.

De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €

Marche, masterclass Verdicchio: Jesi versus Matelica

We zijn aan het einde gekomen van onze zondagse reeks rond Marche. Het was voor mij een terugblik met veel genoegen en het voelde alsof ik onze Marche reis helemaal opnieuw aan het beleven was. Dat deze mooie regio aan de Adriatische kust een blijvende herinnering heeft nagelaten, zal jullie intussen wel duidelijk geworden zijn. Wij hopen alleszins dat we toch enkelen onder jullie warm hebben kunnen maken om Marche ooit eens als vakantiebestemming in te plannen.

Afsluiten doen we deze reeks met een tasting van wijnen van Verdicchio die we speciaal hiervoor hebben opgezet. Eerder hadden we bij een van onze wijnclubs, Het Negende Vat, een battle op het proefprogramma staan: Jesi versus Matelica. Het leek me de perfecte afsluiter om die tasting nog wat verder te perfectioneren en als thema op te nemen voor deze masterclass. Voor meer specifieke informatie over deze regio’s verwijs ik graag naar Verdicchio in tweevoud: Jesi versus Matelica.

Voor de masterclass behield ik dezelfde opzet. We plaatsen telkens een wijn uit Jesi naast een wijn uit Matelica. De proevers weten niet welke wijn er in het glas verschijnt en moeten zelf op zoek gaan naar het wijngebied van herkomst. Geen simpele opdracht, zo zal al vlug blijken. Het wordt zoeken naar kleine nuanceverschillen, zoals zilte accenten bij Jesi en de aanwezigheid van vuursteen bij Matelica. Zo kwamen er vijf koppeltjes op tafel voor deze boeiende tasting.

Het raadsel omtrent Verdicchio

We denken met z’n allen dat Verdicchio eigen is aan Marche, en in se is dat ook absoluut het geval. De druif hoort hier thuis, heeft hier naam en faam opgebouwd en als we Verdicchio zeggen, dan denken de meeste mensen spontaan aan deze witte wijn die meestal in en rond Jesi, in de provincie Ancona, wordt gekaderd. De andere zijde van Verdicchio, die uit de provincie Macerata, met Verdicchio di Matelica DOC als exponent, blijkt vooral in het kennersmilieu gekend te zijn en wordt daar met veel egards ontvangen.

Verdicchio is zo eigen aan Marche dat we er meestal ook vanuit gaan dat we deze druif nergens anders tegenkomen in Italië. Dat moeten we onmiddellijk tegenspreken, want hoewel ze elders niet zo uitdrukkelijk aanwezig is, vinden we de druif ook terug in Umbria, Toscana en bijzonder genoeg zelfs in Puglia. Wat minder bekend is, is dat de druif zeer frequent voorkomt in Veneto.

Dat de wetenschap fantastische dingen kan doen, weten we allemaal. Via DNA onderzoek kunnen vele zaken plots een duidelijker beeld krijgen. Dat is niet enkel het geval voor ons mensen, maar ook in de plantenwereld en vooral in het onderzoek naar de afkomst en geschiedenis van druivenrassen. Zo heeft DNA onderzoek naar Verdicchio tot merkwaardige conclusies geleid. Verdicchio leek immers, genetisch gezien, als twee druppels water op Trebbiano di Soave. Ook Turbiana, de naam waarmee men in Lugana aan het Gardameer werkt, hoort in datzelfde verhaal thuis.

De wijnen smaken daarom uiteraard niet identiek. Wat overeenkomt, zijn vooral de kenmerken van de druivelaar zelf. Een druif leeft niet in een glazen stolp. Ze past zich aan aan de plaats waar ze staat, en na verloop van tijd ontstaan er lokale verschillen in geur, smaak en karakter.

Toch heeft het resultaat van dit onderzoek heel wat in beweging gebracht. Hoe komt het dat een druif die we bestempelen als inheems in Marche, ook zo duidelijk aanwezig is in Veneto, weliswaar onder een andere benaming? Dat laatste valt in Italië wel vaker voor, dus daar kijken we niet meer van op. Om dit uit te klaren, is men in de geschiedenisboeken gedoken. Daar komt een verklaring naar boven die vandaag nog altijd een dubbele bodem heeft.

Ik schets het kort, zonder in overdreven veel details te vervallen en zonder er een geschiedenisboek van te maken. Ik neem jullie mee naar de Middeleeuwen, meer bepaald naar de 14e en 15e eeuw, toen de pest danig aanwezig was. Deze vreselijke ziekte hield ook lelijk huis in Marche. Er volgde een sterke ontvolking van de regio, met logischerwijze ook een zware ontwrichting van de landbouw. Later, toen de ziekte verdwenen was, kwam Marche opnieuw op adem. Er volgde een herbevolking en ook de landbouw werd weer opgebouwd. Historische geschriften wijzen erop dat vooral landbouwers uit de omgeving van Verona zich in Marche kwamen vestigen.

Of dit de oorspronkelijke bewoners waren die Marche waren ontvlucht, is in de geschiedenisboeken niet duidelijk. Op basis van die vaststelling ontstond een logische hypothese rond Verdicchio. Hadden landbouwers de druif meegenomen naar Veneto, meer bepaald naar de omgeving van Verona, toen ze de pest ontvluchtten? Of kwam Trebbiano di Soave net mee tijdens de herbevolking van Marche, waarna de druif daar werd aangeplant en uiteindelijk de naam kreeg die we vandaag allemaal kennen: Verdicchio?

Ik ga vandaag geen statement maken over welke zijde van het verhaal de juiste is. Ik stel enkel vast dat Verdicchio een fantastische druif is om wijn van te maken. Een witte wijn die nog altijd te vaak en te veel wordt onderschat.

Masterclass Verdicchio: Jesi versus Matelica

  1. Marchetti Tenuta del Cavaliere 2024 – Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore DOC
    Dit is een zeer fijne Verdicchio waarvan de druiven afkomstig zijn van één enkele wijngaard. Ze worden iets later geoogst, waarna de wijn na de vergisting 5 maanden rust in inox kuipen. In het glas toont hij zich groengeel tot strogeel. De neus is rijp en expressief, met abrikoos, witte perzik, mirabel, anijs en een florale toets. In de mond komt de wijn rond en gul over, met sappig geel fruit, zachte kruidigheid en een milde citrusfrisheid. Hij heeft niet de strakste lijn van de avond, maar wel een zeer aangename openheid. In de afdronk blijft vooral rijp fruit hangen, aangevuld met een subtiele amandeltoets. Een toegankelijke, verzorgde Verdicchio die meteen zin geeft om verder te proeven.

    Prijs: € 14,20. Te koop bij Wijnkennis.
  2. Colpaola 2024 – Verdicchio di Matelica DOC
    De druiven zijn afkomstig van biologisch bewerkte wijngaarden op klei en kalksteen. Na de handmatige oogst volgt een zachte persing en een koude statische bezinking van de most. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur. De wijn heeft een frisse, strogele kleur. In de neus komt hij fijner en strakker over, met citrus, groene appel, witte bloemen en een lichte kruidigheid. In de mond toont hij zich eerder slank en rechtlijnig, met levendige zuren, helder fruit en een duidelijke kalkachtige toets. Alles voelt fris en precies aan, zonder overbodige franjes. De afdronk blijft mineraal en droog, met een fijne amandelbitterheid. Dit is een mooie eerste stap richting Matelica, waarbij de strengere, meer verticale stijl al voorzichtig om de hoek komt kijken.

    Prijs: € 14,90. Te koop bij Entrepot du Vin.
  3. Andrea Felici 2024 – Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore DOC
    De druiven zijn afkomstig van een assemblage van jonge en oudere wijngaarden op zand en klei. Na de manuele oogst krijgt de wijn enkele dagen schilcontact. De vergisting gebeurt in inox, gevolgd door 3 maanden rijping op de fijne lies en nog 2 maanden flesrijping voor de commercialisatie. De kleur is zeer licht bleekgeel. De neus is zuiver met citroenzeste, groene appel, witte bloemen, steenfruit en een lichte anijstoets. In de mond komt de wijn energiek en strak over, met veel citrusfruit, duidelijke zuren en een fijne, bijna krijtachtige textuur. Hij heeft iets meer spanning dan volume, maar blijft mooi in balans. De afdronk is voldoende fijn, met citrusschil, amandel en een zilte toets. Een Jesi die zijn frisheid mooi uitspeelt.

    Prijs: € 18,30. Te koop bij Wijnkennis.
  4. Bisci Vigneto Fogliano 2022 – Verdicchio di Matelica DOC
    Deze Verdicchio is afkomstig van 40 jaar oude stokken op kalk en kleibodems, gelegen op 320 tot 370 meter hoogte. De wijn werd vergist in betonnen cuves en bleef daarna nog 18 maanden rijpen in beton. De kleur is zuiver strogeel, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus opent intens en mooi. Rijpe appel en wit fruit vormen de basis, gevolgd door citrus, kamperfoeliebloesem, meloen, perzik, ananas en een fijne toets honing. Daarna komen amandel, anijs, peper, groene kruidigheid en een duidelijke toets vuursteen naar boven. In de mond is de wijn vol en gestructureerd, met rijp fruit, frisse zuren en een fijne textuur. Het licht vettige middenpalet geeft extra volume, terwijl de minerale kern alles droog en spannend houdt. De afdronk is lang, met amandel, citruszeste en een heerlijk bittertje.

    Prijs: € 24,80. Te koop bij De Fijne Wijnshop.
  5. Umani Ronchi Plenio 2022 – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG
    Deze Plenio is afkomstig van stokken ouder dan 30 jaar, aangeplant op leem en klei, tussen 250 en 350 meter hoogte. De wijn werd voor 60 procent gevinifieerd in inox en voor 40 procent in botti van 5.000 liter, waarna hij nog 24 maanden rijpte in datzelfde materiaal. In het glas toont hij zich zuiver strogeel, met duidelijke traanvorming. De neus is rijp, open en verraadt meteen dat we met een ander type Verdicchio te maken hebben. Vanille, toast en geroosterde noten zijn aanwezig, maar blijven mooi gedoseerd. Verder volgen gele appel, rijpe pruim, perzik, abrikoos, honing, amandel en anijs. In de mond is de wijn voller en ronder, met rijp geel fruit, zachte textuur en duidelijke vulling. De rijping in groot hout geeft breedte, terwijl frisheid, mineraliteit en ziltigheid de wijn mooi recht houden. De afdronk is lang, met amandel, anijs en een fijne kruidige echo.

    Prijs: € 23,60. Te koop bij Huis Hardies.
  6. La Monacesca Mirum 2021 – Verdicchio di Matelica Riserva DOCG
    De druiven zijn afkomstig van wijngaarden op ongeveer 400 meter hoogte, aangeplant op kleibodems. De wijn werd vergist in betonnen cuves en kreeg vervolgens een rijping van 18 maanden in datzelfde beton. In het glas bezit hij een blinkende geelgouden kleur. De neus is rijk en open, met gele appel, kweepeer, meloen, citrus en perzik. Daarbovenop komen honing, geroosterde amandel, anijs, munt, sinaaszeste, gedroogde kruiden en een toets vuursteen. In de mond valt vanaf de eerste aanzet meteen die duidelijke en erg mooie anijstoets op. De wijn komt krachtig en breed over, met rijp fruit, stevige materie en een rijker profiel, maar de zuren blijven knap op de voorgrond. De afdronk is lang en dragend, met honing, amandel, citruszeste, een licht rokerige toets en opnieuw die fijne minerale ondertoon. Dit is een subliem knappe wijn, complex, krachtig en tegelijk fris genoeg om geen moment zwaar aan te voelen.

    Prijs: € 24,20. Niet meer te koop gevonden in België.
  7. Andrea Felici Vigna il cantico della figura 2018 – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG
    De druiven komen van de San Francesco wijngaard, met wijnstokken van 50 jaar oud op kalk en klei. De manuele oogst gebeurt begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact. Daarna rijpt de wijn in cement, waarvan 12 maanden op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping. De neus is geconcentreerd en zuiver, met rijpe citrus, gele appel, witte bloemen, anijs, amandel en fijne kruiden. In de mond is de wijn compact met rijp fruit, levendige zuren en een fijne bitterheid. Je zou veronderstellen dat twee weken schilcontact zich duidelijk laat voelen in de smaak, maar dat is hier helemaal niet het geval. Alles blijft strak, zuiver en bijzonder goed drinkbaar. De afdronk is lang en droog, met citrusschil, amandel en ziltige accenten. Dit is een fantastisch mooie Jesi Verdicchio.

    Prijs: € 41,40. Te koop bij Wijnkennis.
  8. Borgo Paglianetto Jera 2020 – Verdicchio di Matelica Riserva DOCG
    Deze Jera komt van zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles. De neus is complex en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is dan ook rijkelijk gevuld met rijpe gele appel, abrikoos, gedroogde bloemen, amandel, vuursteen en een lichte honingtoets. In de mond komt hij gestructureerd en rustig opgebouwd over, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. De afdronk is lang, met amandel, zeste van limoen en een duidelijke minerale toets. Jera toont opnieuw hoe mooi Matelica zich kan tonen in het glas.

    Prijs: € 36,70. Te koop bij Call me Wine.
  9. Tenuta di Tavignano Misco 2019 – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG
    Deze Misco is afkomstig van 35 jaar oude stokken op kalk en klei, gelegen tussen 200 en 400 meter hoogte. De wijn werd gevinifieerd in inox cuves en rijpte vervolgens nog 18 maanden in inox, zonder bâtonnage. In het glas toont hij zich helder en zuiver goudgeel. De neus is onmiddellijk open, met rijpe citrus, peer, ananas, perzik en rijpere appel. Daarbij komen acaciabloesem, amandel, anijs, munt, peper en salie. Ook hazelnoot, een vleug buxus, wat vuursteen, een zekere aardsheid en een aangename ziltigheid zitten mooi in het geheel verweven. In de mond maakt deze Verdicchio indruk door zijn evenwicht. De zuren zijn levendig tot pittig en geven structuur en drive, terwijl de wijn tegelijk zacht en voldoende rond blijft. Rijp geel fruit, citrus en die duidelijke anijstoets komen mooi terug. De afdronk is lang, met citruszeste, amandel, kruiden en een mooie minerale ondertoon.

    Voor de duidelijkheid melden we dat dit de beschrijving is van de correcte fles die we proefden tijdens de tweede sessie van onze masterclass. De eerste fles had een zeer duidelijke oxidatieve toets in de smaak. Het woord sherry viel zelfs.

    Prijs: € 37,60. Te koop bij Vinesse.
  10. Bisci Senex 2019 – Verdicchio di Matelica Riserva DOCG
    Deze Riserva is afkomstig van ongeveer 50 jaar oude stokken op kalk en kleibodems, gelegen tussen 320 en 370 meter hoogte. De wijn werd vergist in betonnen cuves en kreeg daarna een rijping van 48 maanden in beton. In het glas toont hij zich helder en zuiver strogeel. Het bouquet is breed, rijk en bijzonder overtuigend, met rijpe appel, mandarijn, ananas en rijper geel fruit, aangevuld met florale accenten. Daarna volgen anijs, zoethout, varens, pijnboompit, amandel, honing en een duidelijk puntje vuursteen. In de mond is dit simpelweg indrukwekkend. Dit is zo’n wijn waarbij je bijna vanzelf even achteroverleunt. Hij komt krachtig binnen, met rijp fruit, stevige structuur en veel materie, maar blijft tegelijk strak, mineraal en precies. De wijn lijkt overgoten met sappig fruit, waardoor spanning en gulheid mooi samengaan. De afdronk is lang en aanhoudend, met citruszeste, amandel, anijs en een duidelijke minerale ondertoon. Een van de meest complete en indrukwekkende flessen van de line up.

    Prijs: € 55,90. Niet te koop gevonden in België.

Na deze geslaagde masterclass over Verdicchio trakteerde ik de deelnemers nog op een lekkere, huisgemaakte vincisgrassi en liet ik me de complimenten over het gerecht wel bevallen. Daarbij opende ik nog een magnum Verdicchio di Matelica 2024 van Colpaola. De L’Orante wordt enkel in magnum gemaakt, in een zeer beperkte oplage van amper 650 flessen. Uiteraard kon deze niet opboksen tegen de complexiteit die de Riserva’s te bieden hadden. We lieten het niet aan ons hart komen want het was een gepaste afsluiter van de avond.

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden
  4. De kust van Marche: zee, sfeer en kustplaatsen met karakter
  5. Marche: hidden gems, deel 1, tussen Frasassi en Verdicchioland
  6. Marche op zondag: Hidden gems, deel 2
  7. Marche aan tafel: van brodetto tot vincisgrassi
  8. De rode veelzijdigheid van Marche

Giro d’Italia 2026, rit 20: Ramandolo DOCG, van Gemona del Friuli naar Piancavallo

Het is de allerlaatste keer dat de masseurs de klimmersbenen van de renners in optimale conditie moeten krijgen. Vermoedelijk zullen er in rit 20, van Gemona del Friuli naar Piancavallo, geen grote verschuivingen meer gebeuren in het klassement, al leent het parcours zich daar wel degelijk toe. In de laatste 50 kilometer krijgen de renners nog twee stevige beklimmingen voorgeschoteld, waarvan de laatste meteen ook het eindpunt van de rit is. De aanvallers zouden hier wel eens vrij spel kunnen krijgen, zeker als de spanning voor het eindklassement al wat verdwenen is.

De keuze welk wijngebied we zouden bespreken, lag op zich vrij voor de hand. We hadden zelfs de keuze tussen Friuli Colli Orientali DOC en Friuli Grave DOC. Naar mijn mening zijn die echter voldoende bekend bij de meeste wijnliefhebbers, en bovendien zijn het ook grotere DOC gebieden. Omdat de renners door Nimis komen, lijkt het me aangewezen om deze keer een zoete wijn in de schijnwerpers te plaatsen. Een DOCG weliswaar, maar waarschijnlijk toch eentje die niet iedereen onmiddellijk zal weten te kaderen: Ramandolo DOCG.

Ramandolo DOCG

Ramandolo DOCG is een klein wijngebied in Friuli Venezia Giulia. Het productiegebied ligt rond Nimis en Tarcento, ten noorden van Udine. Ramandolo zelf is een frazione van Nimis, een kleine deelkern binnen de gemeente. De oppervlakte aan Ramandolo wijngaarden bedraagt amper 34 hectare. Dat is goed voor ongeveer 760 hectoliter wijn per jaar. De appellatie werd in 2001 als aparte DOCG erkend, nadat Ramandolo voordien als subzone binnen Colli Orientali del Friuli bestond.

De eerste bekende vermelding van Ramandolo gaat terug tot juli 1273, toen het dorp werd vermeld als Villa de Ramandul. Later duikt ook de vorm Romandolo op. Over de oorsprong van die naam bestaat discussie. Volgens één verklaring verwijst hij naar een Romeinse oorsprong, volgens een andere naar het Friulische, neolatijnse karakter van de plek. Dat past bij de ligging van Ramandolo op een oude taalgrens, met hogerop Slavische en Sloveense invloeden en lager op de heuvels de Friulische wereld.

De wijngeschiedenis van Ramandolo begint op de moeilijke te bewerken hellingen. De percelen zijn klein, steil en vaak lastig bereikbaar. Wijnbouw was hier eeuwenlang geen comfortabele landbouw, wel een manier om uit de heuvels iets leefbaars te halen. Families werkten kleine stukken grond, met lage opbrengsten, veel manuele arbeid en kennis die van generatie op generatie werd doorgegeven.

Centraal staat de druif Verduzzo Friulano, lokaal Verduzzo Giallo genoemd. Die druif heeft een stevige schil, kan goed suiker opbouwen en brengt voor een witte druif opvallend veel tannine mee.

Bodem en klimaat

De wijngaarden liggen aan de voet van Monte Bernadia. Die berg is belangrijk, want hij beschermt de wijngaarden tegen koude noordenwind. De percelen liggen op zuidelijk georiënteerde hellingen, vaak tussen ongeveer 250 en 400 meter hoogte.

De bodems bestaan vooral uit mergel uit het Eoceen, de typische ponca die ook elders in Friuli belangrijk is. In Ramandolo krijgt die ondergrond extra nuance door de nabijheid van de kalkrijke massa van Monte Bernadia.

De hellingen kunnen erg steil zijn, soms meer dan 30 procent. De terrassen zijn op sommige plaatsen bijzonder smal. Mechanisatie is daardoor beperkt en veel werk gebeurt met de hand. Snoeien, canopy management, selectie en oogst vragen hier meer tijd dan in de vlakke delen van Friuli.

Ramandolo behoort tot de koelere wijnzones van Friuli Venezia Giulia. De regenval is hoog en het aantal regendagen ligt ruim boven wat men in veel andere Italiaanse wijngebieden gewoon is. Bovendien is het risico op hagel groot. Daarom hangen in veel wijngaarden hagelnetten, wat het werk nog omslachtiger maakt.

Passito

Ramandolo is een zoete witte passito op basis van Verduzzo Friulano. Deze druif moet het volledige gewicht van de wijn dragen en is dus voor de volle honderd procent aanwezig. De druiven worden laat geoogst en kunnen gedeeltelijk aan de plant indrogen. Daarna kan het appassimento verdergaan in geschikte lokalen, met natuurlijke verluchting, temperatuurcontrole of geforceerde ventilatie. Ook droogrekken en kistjes worden gebruikt.

Tijdens het indrogen verliezen de druiven water. Suiker, zuren, aroma’s en extract worden daardoor geconcentreerd. Dat geeft Ramandolo zijn volle textuur, zijn intens goudgele kleur en zijn aromatisch profiel van gedroogd fruit, honing, noten en kruiden. In gunstige jaren kan ook edele rotting een rol spelen, wat extra complexiteit toevoegt.

Verduzzo Friulano is bijzonder geschikt voor deze werkwijze. De dikke schil beschermt de druif tijdens het indrogen en maakt een langere concentratie mogelijk. Diezelfde schil brengt ook tannine mee, uitzonderlijk voor een witte druif. Bij Ramandolo is dat een dankbaar element, omdat de zoetheid daardoor beter in evenwicht blijft en de wijn minder snel een kleverig karakter krijgt.

De appellatie kent twee types: Ramandolo en Ramandolo Riserva. De gewone Ramandolo mag pas vanaf november van het jaar na de oogst op de markt komen. Voor Ramandolo Riserva is de rijping langer en volgt de vrijgave pas vanaf 1 december van het derde jaar na de oogst. Houtopvoeding is toegelaten, maar niet verplicht. Het gebruik van de Riserva was lange tijd niet mogelijk. Het is pas sinds de aanpassing van het disciplinare in 2024 dat Ramandolo Riserva ook als aparte vermelding op het etiket mag verschijnen.

De vinificatie verschilt van producent tot producent. Sommige kiezen voor een korte schilmaceratie, waardoor de wijn meer structuur en een duidelijkere bittertoets krijgt. Andere werken meer in de richting van een klassieke witte vinificatie, met een zachtere en toegankelijkere stijl als resultaat. Houtopvoeding kan de wijn ronder maken en extra toetsen van specerijen, vanille en gedroogd fruit toevoegen. Als een rode draad doorheen het hele wijnprofiel is er steeds de amandel. Deze is zowel in geur als in smaak heel duidelijk aanwezig.

Giro d’Italia 2026, rit 19: Vigneti della Serenissima DOC, van Feltre naar Alleghe

Wil er nog een klassementsman de Giro op zijn kop zetten, dan is de rit van vandaag daar uitermate geschikt voor. Je moet van geen kleintje vervaard zijn, want in rit 19 van Feltre naar Alleghe, Piani di Pezzè, trekken we over de grens van 2000 meter. Dit is de koninginnenrit. Ben je geen geboren klimmer, dan wordt dit vooral overleven. Met amper 150 kilometer op de teller wordt het voor sommigen wellicht rekenen, afzien en hopen dat ze netjes binnen de tijd aankomen.

Serenissima DOC komt voor deze rit mooi uit de bus. We rijden door de provincie Belluno, waar we deze, en dat zeg ik met volle overtuiging, vergeten metodo classico schuimwijn kunnen ontdekken. Ik moet eerlijk bekennen dat het ook voor mij alweer een eeuwigheid geleden is dat ik deze wijn in het glas heb gehad. In september zijn we niet al te ver uit de buurt, dus misschien is dit de ideale gelegenheid om hem opnieuw op te zoeken en nog eens af te vinken.

Vigneti della Serenissima DOC

Vigneti della Serenissima o Serenissima DOC bestaat sinds 2011. De wijngaarden liggen verspreid over delen van Belluno, Treviso, Padova, Vicenza en Verona. Het gaat om heuvelachtige en bergachtige zones, met wijngaarden die maximaal tot 700 meter hoogte mogen liggen. De DOC is volledig gericht op spumante met hergisting op fles, metodo classico dus. En daarmee biedt ze een alternatief in het land van Prosecco.

Met amper 81 hectare aan wijngaarden kan deze appellatie het niet onmiddellijk groots aanpakken. De gemiddelde productie van 130 hectoliter maakt dat beeld nog wat extremer. Dat is bijna niets. En eigenlijk is dat opmerkelijk als je de echt wel brede productiezone bekijkt, die verspreid ligt over maar liefst vijf provincies. Dit betekent dat slechts een beperkt aantal percelen effectief voor Serenissima DOC wordt ingezet. Waarom? Veel producenten kiezen in Veneto sneller voor bekendere denominaties of voor IGT, terwijl metodo classico meer tijd, investering en commerciële overtuiging vraagt. Mocht je je afvragen waarom we nog niet echt van Serenissima DOC hebben gehoord, dan heb je hier de reden.

De naam Serenissima verwijst naar de Serenissima Republiek Venetië, die van de achtste eeuw tot 1797 een groot deel van Veneto en het noordoosten van Italië bestuurde. De wijnbouw op de Venetiaanse heuvels bestond al veel langer, maar kreeg onder Venetiaanse aristocraten en rijke handelaars een duidelijke kwaliteitsimpuls. Zij lieten villa’s en landgoederen bouwen in de heuvelzones van Veneto, waar naast voedsel ook wijn werd geproduceerd voor eigen gebruik, ontvangst en prestige.

Vanaf de jaren vijftig kreeg die historische basis een modern vervolg. In de regio werd intensief gewerkt rond druivenselectie, klonale keuzes, aangepaste teelttechnieken en betere keldertechnieken. Het doel was steeds duidelijker: druiven produceren die geschikt waren voor frisse witte wijnen, frizzante en spumante.

Voor Serenissima DOC is vooral die laatste evolutie belangrijk. De verfijning van de hergisting op fles gaf de regio een technische basis voor metodo classico.

Bodem en klimaat

De productiezone laat zich niet in één landschap vatten. Ze loopt van de noordelijke zones bij Belluno, dicht bij de uitlopers van de Alpen, tot de heuvelgebieden van Treviso, Padova, Vicenza en Verona. Daardoor krijg je geen uniform bodemverhaal. Het is dus geen makkelijke opdracht om deze DOC bodemkundig heel precies te typeren.

De bodems kunnen zowel vulkanisch als sedimentair van oorsprong zijn. Het gaat om bodems die eerder mineraalrijk zijn, arm aan organische stof en voldoende stenen of grover materiaal bevatten. Dat zorgt voor natuurlijke drainage. In heuvelachtige en bergachtige zones is dat belangrijk, want regenwater moet kunnen wegtrekken zonder dat de bodem meteen kurkdroog wordt. Lage, vlakke percelen onderaan de hellingen zijn uitgesloten.

Het klimaat is koeler en meer geventileerd dan in de lagere delen van Veneto. De hoogteverschillen, de nabijheid van de bergen en de ligging op hellingen zorgen voor meer luchtbeweging en frissere nachten.

Spumante

Makkelijk en herkenbaar. Net als Franciacorta, Trento of Alta Langa moet Serenissima DOC een schuimwijn zijn. Je kan hem vinden als klassieke witte spumante, rosé spumante, millesimato of riserva. Hij moet verplicht volgens de metodo classico gemaakt worden, zoals in Champagne dus.

De minimale rijping op de gisten verschilt per type. De witte spumante en rosé moeten minstens 12 maanden rijpen. Voor millesimato is dat minstens 24 maanden. Voor riserva wordt dat minstens 36 maanden. Die langere rijping zorgt natuurlijk voor meer complexiteit.

De toegelaten dosages zijn niet dezelfde voor elk type bubbel. De gewone spumante en rosé kunnen van brut nature tot sec gaan. Millesimato kan van brut nature tot dry. Riserva blijft beperkt van brut nature tot brut.

De druiven die gebruikt kunnen worden zijn Chardonnay, Pinot Bianco en Pinot Nero. Een vaste verhouding is er niet. Ook voor de rosé wordt geen minimumpercentage Pinot Nero opgelegd, al ligt het natuurlijk voor de hand dat deze druif daar een belangrijke rol speelt voor kleur en fruit. Een Serenissima DOC kan dus uit één druif bestaan, of uit een assemblage van twee of drie druiven.

Giro d’Italia 2026, rit 18: Colli di Conegliano DOCG, van Fai della Paganella naar Pieve di Soligo

Voor rit 18 maak ik een uitzondering op mijn vooropgestelde doel om telkens een onbekende DOC te bespreken. De reden is heel eenvoudig: Refrontolo. De renners passeren er en dat is werkelijk te mooi om te laten liggen.

Heel erg is die afwijking nu ook weer niet. We schuiven inderdaad door naar een DOCG, maar ik vermoed dat Colli di Conegliano DOCG voor heel wat lezers even onbekend zal zijn als de meeste kleine DOC’s die we tot nu toe hebben besproken. Zeker Refrontolo zal bij velen niet meteen herkenning oproepen. Deze streek wordt immers bijna automatisch verbonden met de bekende Prosecco uit Conegliano Valdobbiadene.

De renners trekken van Trentino naar Veneto, van Fai della Paganella naar Pieve di Soligo, door opnieuw een bijzonder mooi decor. Het parcours laat bovendien nog veel open. Op papier lijkt dit een etappe waarin snelle mannen kunnen dromen, want echte bergen moeten er niet meer over. Toch zit de angel in de finale. Na zoveel koersdagen is het maar de vraag of er nog voldoende sprintersploegen overblijven om alles te controleren, zeker met Refrontolo, de Muro di Ca’ del Poggio en de heuvels rond Pieve di Soligo in het slot.

De winnaar zal alvast getrakteerd worden op een magnumfles Cartizze.

Colli di Conegliano DOCG

Colli di Conegliano DOCG ligt in de provincie Treviso, in de heuvelzone rond Conegliano, Susegana, Pieve di Soligo, Farra di Soligo, Refrontolo, San Pietro di Feletto, Miane, Follina, Cison di Valmarino, Revine Lago, Tarzo, Vittorio Veneto, Fregona en een aantal omliggende gemeenten.

De erkenning als DOC kwam er in 1993. In 2011 volgde de promotie naar DOCG. Opvallend is vooral hoe klein de appellatie vandaag blijft. De appellatie telt amper achtentwintig hectare aan wijngaarden en een gemiddelde productie van ongeveer zeshonderdveertig hectoliter. Dat is bijzonder weinig. We komen de wijnen dan ook amper tegen buiten hun eigen kerktoren en het is dus geen wonder dat dit zo goed als onbekend terrein is.

Toch is er ook hier een rijke geschiedenis. Er was naar het schijnt al wijnbouw van in de ijzertijd, met de Paleoveneti als vroege gebruikers van de gedomesticeerde wijnstok. De Romeinen brachten meer orde in de aanplantingen. Later speelden de benedictijnen een belangrijke rol rond de versterkte centra van Ceneda, Serravalle, Conegliano en Susegana.

De band met witte wijn is al gedocumenteerd in de Statuti Coneglianesi van 1282. Onder de Republiek Venetië groeide de faam van de wijnen uit deze heuvels verder. In de vijftiende eeuw doken verwijzingen op naar de waardering voor de wijn van Feletto aan het hof van de doges. Ook de doortocht van keizer Karel V in 1532 wordt in de historische context aangehaald, met verwijzingen naar de wijnen van Feletti en Collalbrigo.

Refrontolo neemt binnen de denominatie een bijzondere plaats in. De productiezone is veel kleiner en beperkt zich tot delen van Refrontolo, Pieve di Soligo en San Pietro di Feletto. De wijn wordt vandaag gemaakt op basis van Marzemino, een druif die in deze streek al vroeg opduikt. Al in de vroege vijftiende eeuw zijn er verwijzingen van Venetiaanse edelen naar kostbare Marzeminowijnen uit deze heuvels. Giacomo Agostinetti noemt de Marzemini in 1679, en ook in de achttiende eeuw wordt de band tussen dit ras en de heuvels van Conegliano verder bevestigd.

Bodem en klimaat

De wijngaarden liggen op zachte heuvels in het oosten van Veneto. Ten noorden van de zone liggen de Dolomiti Bellunesi, zuidelijker laat de Adriatische Zee haar invloed voelen. De heuvelruggen lopen van oost naar west door het noorden van de provincie Treviso en vormen een gebied dat geschikt is voor zowel witte als rode druiven.

De Alpen en Vooralpen schermen de zone deels af tegen koude luchtstromen uit het noorden. De nabijheid van de zee tempert het klimaat. Daardoor krijg je een gematigd klimaat met voldoende warmte, maar ook met duidelijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht.

De bodems gaan terug op een oude mariene ondergrond, later verder gevormd door erosie en glaciale afzettingen. In de praktijk betekent dit dat we vaak te maken hebben met bodems van alluviale en morenische oorsprong, met grind, stenen en voldoende kalk.

Dat stenige karakter helpt bij de drainage, zeker op hellingen waar overtollig water snel moet kunnen wegtrekken. Tegelijk kunnen de diepere bodems voldoende vocht vasthouden om de wijnstok door warme zomers te helpen. Die combinatie van drainage en waterreserve is belangrijk in een streek waar behoorlijk wat neerslag kan vallen.

Ventilatie speelt eveneens een grote rol. Vooral in het noordelijke deel van de Colli di Conegliano zorgen luchtstromen voor afkoeling en voor het drogen van druiven en bladeren. Dat helpt tegen schimmeldruk. Voor de passito’s is het nog belangrijker. Refrontolo en Fregona staan bekend als plaatsen waar frisse, droge luchtstromen natuurlijke indroging mogelijk maken.

Rode wijnen

De rode Colli di Conegliano DOCG wordt gemaakt van Cabernet Franc, Cabernet Sauvignon, Marzemino en Merlot. Elk van deze druiven moet minstens tien procent aanwezig zijn. Merlot mag maximaal veertig procent van de blend uitmaken. Daarnaast mogen Manzoni Nero 2.15 en Refosco dal Peduncolo Rosso samen maximaal twintig procent toevoegen.

De gewone rosso moet minstens vierentwintig maanden rijpen, gerekend vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moet minstens zes maanden in hout en minstens drie maanden op fles gebeuren. Voor de riserva loopt de totale rijping op tot minstens zesendertig maanden, waarvan minstens twaalf maanden in hout.

In het glas mag je rijp rood en zwart fruit verwachten, met kruidigheid, voldoende body en een duidelijke maar beheerste tannine. Cabernet Franc en Cabernet Sauvignon geven ruggengraat en soms een meer groene of kruidige toets. Merlot brengt ronding. Marzemino kan voor een meer florale en fruitige inslag zorgen. Refosco en Manzoni Nero kunnen, wanneer ze gebruikt worden, extra kleur, spanning en karakter toevoegen.

Een amusant weetje is dat Colli di Conegliano rosso de eerste rode wijn met denominatie van de Sinistra Piave was, de linkeroever van de Piave. Het was bij wijze van spreken een inbreker in een gebied waar wit en mousserend, laat ons eerlijk zijn, nog altijd grotendeels de lakens uitdelen.

Refrontolo is de meest eigenzinnige rode wijn van de DOCG. Hij wordt gemaakt van minstens vijfennegentig procent Marzemino. Maximaal vijf procent andere niet-aromatische rode druiven uit de provincie Treviso mag worden toegevoegd. De druiven moeten eerst indrogen tot ze een minimaal potentieel alcoholvolume van 14,5 procent bereiken. Misschien is de vergelijking niet helemaal correct, maar je mag Refrontolo bekijken als een soort mini Amarone met Marzemino in de hoofdrol, tenminste wanneer hij droog wordt gevinifieerd. Er bestaat immers ook een passitoversie.

De wijn moet minstens vierentwintig maanden rijpen, waarvan minstens twaalf maanden in hout en drie maanden op fles. In de officiële smaakomschrijving komt Refrontolo naar voren als een robijnrode tot granaatrode wijn, warm, vol, harmonieus en met een fluwelige indruk. In het glas geeft Marzemino hier vaak rijpe kers, pruim, viooltjes, klein donker fruit en zachte specerijen.

Witte wijnen

Ook Colli di Conegliano bianco kan een blend zijn van heel wat druiven. De belangrijkste is echter Manzoni Bianco, die voor minstens dertig procent aanwezig moet zijn. Daarnaast moet minstens dertig procent bestaan uit Pinot Bianco, Chardonnay of een combinatie van beide. Sauvignon Blanc en Riesling Renano mogen samen maximaal tien procent van de blend innemen.

Manzoni Bianco verdient wat meer uitleg, want het is een streekgebonden druif zonder dat ze spontaan in de wijngaard is ontstaan. Ze werd gecreëerd door Luigi Manzoni, die jarenlang verbonden was aan de wijnbouwschool van Conegliano. Het is een kruising van Riesling Renano en Pinot Bianco, en ze past bijzonder goed bij de heuvelachtige en morenische ondergrond van deze zone. De druif voelt zich immers goed op stenige, droge en arme bodems.

De witte wijn moet minstens vier maanden rijpen en kan vanaf maart van het jaar na de oogst op de markt komen. In het glas vind je dan een wijn met een strogele kleur, aroma’s van rijp wit fruit, citrusfruit, veldbloemen en een licht kruidige toets. In de mond geeft dit een goed evenwicht tussen zuren en sappig fruit. De wijn bezit een rond mondgevoel met voldoende frisheid.

Passito

Colli di Conegliano heeft naast rood en wit nog twee heel speciale wijnen in het zoete segment: Refrontolo passito en Torchiato di Fregona. Ze verschillen sterk van elkaar en je kan ze eigenlijk in niets met elkaar vergelijken. De ene is rood, de andere wit. Het enige gemeenschappelijke punt is dat beide wijnen gemaakt worden via appassimento, het indrogen van de druiven.

Refrontolo passito wordt gemaakt van minstens vijfennegentig procent Marzemino. Maximaal vijf procent andere niet aromatische rode druiven is toegestaan. De druiven moeten indrogen tot minstens zestien procent potentieel alcoholvolume. Het maximale rendement van druif naar wijn ligt laag, met hoogstens vijfenveertig procent. De druiven worden ingedroogd op rekken tot de week voor Kerstmis.

De passito moet minstens vier maanden rijpen, waarvan minstens drie maanden op fles. Dat levert een rode passito op met de typische geuren van ingedroogde Marzemino. Denk aan rijpe kers, bosfruit, pruim, viooltjes, gedroogd fruit, specerijen en soms een licht amandelachtige toets. Als we bij de droge versie de vergelijking maakten met Amarone, dan kunnen we deze passito ergens richting Recioto plaatsen, al blijft Marzemino natuurlijk een heel andere druif.

Die andere zoete wijn, de Torchiato di Fregona, is de witte passito van de appellatie. Hij wordt gemaakt van druiven die niet vreemd klinken in deze Prosecco streek: minstens dertig procent Glera, minstens twintig procent Verdiso en minstens vijfentwintig procent Boschera. Daarnaast mag maximaal vijftien procent andere niet aromatische witte druiven worden gebruikt.

De productiezone is beperkt tot Fregona, Sarmede en Cappella Maggiore. De druiven moeten minstens honderdvijftig dagen indrogen na de oogst. Ze mogen niet vóór 1 februari van het jaar na de oogst worden geperst. De wijn moet vervolgens minstens vierentwintig maanden rijpen, waarvan minstens vijf maanden op fles. De maximale opbrengst van druif naar wijn bedraagt slechts vijfentwintig procent.

Torchiato di Fregona heeft meestal een diepe goudgele kleur. In de geur zitten honing, gedroogde abrikoos, gekonfijte citrus, rijpe appel, kruiden en noten. Verdiso helpt om frisheid te bewaren. Boschera geeft structuur en is bijzonder geschikt voor lange indroging. Glera zorgt, net zoals in Prosecco, voor primair fruit.

Giro d’Italia 2026, rit 17: Valcalepio DOC, van Cassano d’Adda naar Andalo

Na twee dagen stilte is de Giro zijn laatste week ingegaan. Maandag was er de traditionele rustdag en dinsdag bleef rit 16 volledig op Zwitsers grondgebied, waardoor we er geen Italiaanse appellatie aan konden koppelen. En dus richten we ons opnieuw op Italië, met de verraderlijke rit van Cassano d’Adda naar Andalo.

Rit 17 gaat bijna voortdurend in stijgende lijn, zonder dat er meteen een echte monsterklim op het menu staat. Dat maakt ze lastig te controleren. De punchers zouden hier wel eens vrij spel kunnen krijgen, zeker als de vlucht van de dag voldoende marge krijgt voor de finale richting Andalo.

Voor onze bespreking zag ik twee mogelijkheden die bij het ritprofiel passen. Omdat de rit eindigt in Trentino en door de Piana Rotaliana komt, zou Teroldego Rotaliano DOC zeker aangewezen zijn. Ik kies echter voor een DOC die dichter bij het eerste deel van de rit ligt, rond Bergamo: Valcalepio DOC. Minder bekend, en net daarom boeiender voor onze reeks.

Valcalepio DOC

Valcalepio DOC ligt in de provincie Bergamo, in Lombardije. De denominatie werd erkend in 1976 en omvat een heuvelzone tussen de uitlopers van de Orobie, Lago d’Iseo en Monte Canto.

Het wijngebied telt ongeveer 113 hectare wijngaardoppervlakte en een gemiddelde productie van ongeveer 5.940 hectoliter. Daarmee blijft de appellatie vrij beperkt in omvang.

De productiezone wordt nauwkeurig afgebakend. Ze vertrekt in het oosten bij de monding van de Torrente Rino in Lago d’Iseo, in de gemeente Predore, en volgt daarna een lange lijn van beken, valleien, heuvelruggen, gemeentegrenzen en oude wegen. Sarnico, Viadanica, Foresto Sparso, Berzo San Fermo, Trescore Balneario, Cenate Sopra, Scanzorosciate, Nembro, Alzano Lombardo, Ponteranica, Sorisole, Villa d’Almè, Almenno San Salvatore, Almenno San Bartolomeo, Palazzago, Pontida, Sotto il Monte Giovanni XXIII en Carvico geven een goed beeld van de brede heuvelgordel van de provincie Bergamo waarin de DOC zich uitstrekt. De grens keert uiteindelijk terug richting Sarnico en de oever van Lago d’Iseo aan de zijde van Bergamo.

Hoewel de DOC pas in 1976 werd erkend, is er al in de middeleeuwen bewijs dat Bergamo sterk was verbonden met wijnbouw. Tot het einde van de elfde eeuw zouden bijna vier vijfde van de bewerkte landbouwgronden wijngaarden zijn geweest. Ook net buiten de stad lag opvallend veel wijngaard, meer dan in veel andere landbouwgebieden rond stedelijke centra. In oude documenten worden wijngaarden bovendien hoger gewaardeerd dan akkers. Niets nieuws onder de zon dus, zou je denken. Alleen woog wijnbouw in die tijd economisch anders door dan vandaag.

Latere bronnen blijven de wijnbouw rond Bergamo vermelden. In de zestiende eeuw wordt gesproken over de vruchtbaarheid van het gebied en over uitstekende wijnen. De valleien van de Brembo en de Serio hadden een reputatie voor zowel rode als witte wijnen.

Bodem en klimaat

Het gebied is heuvelachtig en ligt tussen de Povlakte en de eerste uitlopers van de Alpen in het noorden van de provincie Bergamo. De wijngaarden liggen doorgaans op goed geëxposeerde hellingen en heuvelflanken. Voor druiven bestemd voor rode wijn werd de maximale hoogte bepaald op 600 meter. Voor Chardonnay, Pinot Bianco en Pinot Grigio gaat dat tot 700 meter.

Leuk detail, voor mezelf dan toch, is dat je heel wat detailinformatie over de bodem kan vinden met de lokale benamingen. Dat maakt het wel ingewikkeld, zeker wanneer die bodemsamenstelling zo gevarieerd is.

In de heuvelzone komen onder meer Selcifero Lombardo (kalksteen met silex), Maiolica di Bruntino (fijnkorrelige kalksteen met silex), Sass de Luna (kalksteen en mergel), flyschformaties (afwisselende lagen van zandsteen, mergel en klei), Arenaria di Sarnico (zandsteen), Pietra di Credaro (kalkrijke zandsteen) en alluviale gronden (rivierafzettingen van zand, leem, klei en grind) voor.

In het noordwestelijke deel rond Bergamo overheersen meer schistachtige en kleiige bodems. Richting Lago d’Iseo komen vaker klei en kalksteen naar voren.

Het klimaat wordt meestal omschreven als gematigd continentaal, met invloed van de heuvels en van Lago d’Iseo. Binnen de DOC worden verschillende klimaatzones onderscheiden: de westelijke heuvels, de oostelijke heuvels en de zone rond Trescore Balneario. De oostelijke zone krijgt doorgaans wat meer warmte. Hogere en beter geventileerde percelen bewaren meer frisheid.

Rode wijnen

Valcalepio rosso wordt in hoofdzaak gemaakt van Merlot en Cabernet Sauvignon. Merlot mag tussen 40 en 90 procent van de assemblage uitmaken. Cabernet Sauvignon zit tussen 10 en 60 procent. Daarnaast mag maximaal 15 procent bestaan uit Franconia, Incrocio Terzi n.1, Merera, Rebo en Petit Verdot.

Opmerkelijk is dat de verhouding tussen Merlot en Cabernet Sauvignon in 2025 nog werd aangepast. Voordien moest Cabernet Sauvignon minstens 25 procent van de assemblage uitmaken en mocht Merlot maximaal 75 procent bedragen. Daarmee krijgt Merlot duidelijk meer ruimte binnen Valcalepio rosso.

De reden voor die wijziging ligt mee in de wijngaard. Cabernet Sauvignon blijkt in deze streek gevoeliger voor aantastingen van het houtweefsel, met esca als bekendste voorbeeld. Daardoor kunnen stokken geleidelijk onproductief worden en ontstaan er meer open plekken in de wijngaard.

De wijn moet minstens één jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moeten minstens drie maanden in houten vaten gebeuren. In het glas verwacht je een robijnrode wijn, met een vrij intens aroma en een droge, volle smaak. Donker fruit, pruim, zwarte kers, cassis, kruiden en een lichte vegetale toets van Cabernet Sauvignon.

Voor Valcalepio rosso riserva mogen enkel Merlot en Cabernet Sauvignon worden gebruikt, in dezelfde verhouding als bij de gewone rosso. De rijping is strenger. Valcalepio rosso riserva moet minstens drie jaar rijpen, waarvan minstens één jaar in eikenhout. De wijn mag pas vanaf 1 november van het derde jaar na de oogst op de markt komen.

De kleur kan richting granaat gaan. In de geur krijg je naast donker fruit ook tabak, ceder, leder, specerijen en soms een wat etherische toets. De mond is voller, steviger en meer gestructureerd.

Witte wijnen

Ook bij de witte wijnen staan internationale druivenrassen centraal. Valcalepio bianco wordt gemaakt van Chardonnay en of Pinot Bianco, samen goed voor 55 tot 80 procent. Pinot Grigio vult aan met 20 tot 45 procent. Voor de witte wijn wordt geen verplichte rijpingsperiode opgelegd.

Pinot Bianco zorgt meestal voor frisheid, ingetogen fruit en een rustige structuur. Chardonnay kan wat meer volume, rijper fruit en breedte geven. Pinot Grigio brengt toegankelijkheid, sappigheid en soms een licht kruidige toets.

In het glas mag je een strogele kleur verwachten, met aroma’s van appel, peer, citrus, witte bloemen en soms wat amandel. De mond is droog, harmonieus en vrij herkenbaar.

Passito

Naast de rode en witte wijnen wordt er ook een zoete passitowijn gemaakt. Valcalepio Moscato passito vertrekt van minstens 85 procent Moscato di Scanzo. De resterende 15 procent mag bestaan uit andere druiven die in Lombardije zijn toegelaten.

Ook dit is een recente wijziging in het disciplinare. Vroeger moest de wijn volledig uit Moscato bestaan. Door de verlaging naar 85 procent krijgen producenten iets meer ruimte om het aromatische profiel van de wijn bij te sturen.

De wijn mag pas vanaf 1 april van het tweede jaar na de oogst op de markt komen. Het totaal alcoholgehalte moet minstens 17 procent bedragen. De wijn moet minimaal 30 gram restsuiker per liter bevatten.

De kleur is robijnrood, soms richting cerasuolo met granaatrode reflecties. In de geur verwacht je rijp rood fruit, kersenconfituur, rozen, gedroogde bloemen, kruiden, specerijen en soms wat honing. In de mond is Valcalepio Moscato passito zoet, geconcentreerd en aromatisch.