Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem

Ik kan het waarom niet exact plaatsen, maar om één of andere reden keek ik enorm uit om Lessona te ontdekken. Is het omdat ik de wijnen van Sperino wel kan pruimen of omdat ik al enige tijd probeer om de wijnen van Tenute Sella aan mijn portfolio toe te voegen? Feit is dat ik Lessona dus wel vrij hoog heb zitten.

Een bezoek aan het dorpje ginds was enigszins teleurstellend. Niet enkel omdat er een loopwedstrijd gaande was en de toegang daardoor bemoeilijkt werd. Neen, ook omdat het ontiegelijk klein is en er bijna niets te beleven viel. We waren bijna een koffiehuisje binnengesukkeld waarvan we eerst dachten: ‘Ah, kijk hier, een Enoteca.’ Viel dat even tegen!

Dan maar op zoek naar de 20 hectare aan wijngaarden die de appellatie rijk is. Deze liggen verspreid en vaak gewoon aanpalend aan de domeinen.

We mogen dus wel stellen dat het opmerkelijk is, en niet enkel bij mezelf, dat Lessona de laatste jaren meer en meer aan bekendheid wint. Want het is en het blijft toch een piepkleine appellatie die zelfs bij liefhebbers van Piemonte nog geregeld onder de radar blijft.

Dat heeft alvast niets met een gebrek aan geschiedenis te maken. Wijngaarden worden hier al in 1436 in documenten vermeld en in de negentiende eeuw genoot de wijn van Lessona een bijzonder stevige reputatie. Quintino Sella zou er zelfs mee hebben geklonken op de eenheid van Italië.

Een oude zeebodem als basis

Lessona ligt in de provincie Biella, helemaal aan de westelijke kant van het gebied dat we tot Alto Piemonte rekenen. De DOC omvat uitsluitend het grondgebied van de gemeente Lessona. De wijngaarden liggen op heuvels, vaak rond 300 tot 400 meter hoogte.

Hier domineren zeer zure zandbodems van mariene oorsprong uit het Plioceen. Ze zijn enkele miljoenen jaren oud en vormen als het ware een laag boven een veel oudere porfirische ondergrond. In het zand worden zelfs fossiele schelpen gevonden. IJzer, magnesium en kalium behoren tot de mineralen die in deze bodems aanwezig zijn. Plaatselijk komen ook leemachtige afzettingen voor. Die zandbodem is bijzonder arm en heeft een uitstekende drainage. Water en voedingsstoffen zijn er beperkt beschikbaar en de natuurlijke groeikracht van de wijnstok blijft daardoor eerder gering.

Lessona heeft daardoor binnen Alto Piemonte een zeer herkenbare eigen identiteit. De lichte, losse zandbodem draagt bij tot wijnen met minder gewicht, een verfijnd karakter en een opvallend aromatisch profiel.

Een van de historische plekken is San Sebastiano allo Zoppo. Op deze heuvel bezit Tenute Sella vandaag nog wijngaarden en er bestaan documenten waarin hier al in 1436 een wijngaard wordt vermeld. Zes eeuwen later groeit er nog altijd Nebbiolo. De San Sebastiano allo Zoppo van Tenute Sella proefden we ondertussen al verscheidene keren en telkens wist hij ons te verrassen. De laatste keer was in Trattoria dell’Orso in Orvieto, waar ik een flesje 2012 in het aanbod zag staan. De uitbater glunderde toen ik het bestelde. Even later wisten we waarom!

Uiteraard Spanna, bijna steeds alleen!

Lessona kreeg zijn DOC in 1976. Zoals we ondertussen gewend zijn in Alto Piemonte heet Nebbiolo hier Spanna en hij moet minstens 85 procent van de assemblage uitmaken. Net zoals in de meeste appellaties van Alto Piemonte mag een Lessona dus perfect uit 100 procent Nebbiolo bestaan.

Besluit men toch te blenden, dan mag de resterende 15 procent bestaan uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina behoort niet tot de toegelaten druivenrassen voor de DOC Lessona.

Bij veel producenten ligt het aandeel Nebbiolo trouwens dicht tegen 100 procent aan. Proprietà Sperino bracht bijvoorbeeld al een Lessona uit die volledig uit Nebbiolo bestond, terwijl andere producenten kleine hoeveelheden Vespolina gebruiken om extra florale en kruidige nuances toe te voegen.

De klassieke Lessona moet minimaal 22 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden op hout. Voor de Riserva zijn de regels sinds 2026 gewijzigd. De verplichte rijping bedraagt nu minimaal 42 maanden, waarvan 30 maanden op hout. Oudere publicaties kunnen nog wijzen op een verplichte rijping van 46 maanden. Dat was tot het voorjaar van 2026 dus correct.

Ook de regels rond de vermelding vigna werden aangepast. Die kan voortaan zowel bij Lessona als bij Lessona Riserva worden gebruikt wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan en de druiven volledig uit de vermelde wijngaard afkomstig zijn. Voor gewone Lessona bedraagt het maximale rendement 8 ton per hectare. Voor Riserva ligt dat op 7,2 ton.

Voor alle duidelijkheid: de benaming vigna verwijst dus naar een wijn waarvan de druiven afkomstig zijn uit één welbepaalde en officieel vermelde wijngaard. San Sebastiano allo Zoppo is daar een voorbeeld van.

Hoe smaakt Lessona?

Lessona behoort tot de meest verfijnde Spannawijnen in Alto Piemonte. De kleur is meestal vrij licht en evolueert met de jaren van robijn naar granaat.

Rode bessen, kersen, rozen en viooltjes vormen vaak de basis. Citrus duikt opvallend geregeld op, vooral sinaasappel en sinaasappelschil. Met flesrijping komen gedroogde bloemen, kruiden, tabak en aardse tonen naar voren.

In de mond valt vooral de combinatie van frisse zuren, fijne tannine en een vrij licht mondgevoel op. De wijn heeft voldoende complexiteit en lengte, zonder zwaar of massief te worden. In verschillende beschrijvingen van Lessona duiken ook zilte toetsen en zelfs associaties met jodium op. Het is verleidelijk om die indruk rechtstreeks aan de mariene zandbodem te koppelen, maar dat zou ik toch durven nuanceren.

Wat wel duidelijk is: Nebbiolo gedraagt zich op deze arme zandbodems anders dan op compactere bodems. Lessona combineert een hoge natuurlijke zuurgraad met een relatief lichte structuur en aromatische verfijning. De tannine kan in jonge wijnen behoorlijk aanwezig zijn, maar voelt door het beperkte gewicht van de wijn anders aan dan bij krachtigere Nebbiolo.

We hebben dus zelf perfect kunnen ervaren dat een goede Lessona ook bijzonder geschikt is voor flesrijping. De primaire rode vruchten verdwijnen langzaam naar de achtergrond en gedroogde bloemen, kruiden, tabak en aardse aroma’s nemen hun plaats in.

Twintig hectare gedeeld door negen

Lessona kan je echt geen mastodont noemen. Het is en blijft een minuscule wijnregio met weinig mogelijkheden tot echt grote expansie. De actuele oppervlakte wijngaarden wordt op ongeveer twintig hectare geschat. Het Consorzio vermeldt negen producenten die Lessona maken. Tel dus zelf maar uit wat de gemiddelde grootte is per producent.

Tenute Sella vormt zowat het historische ankerpunt. Comino Sella kocht er in 1671 wijngaarden en de familie bleef sindsdien actief in de wijnbouw. Het merendeel van hun wijngaarden ligt weliswaar in Bramaterra, maar afhankelijk van de diverse bronnen wordt hun aandeel in Lessona tussen de 5 en 7 hectare geschat. Een zwaargewicht tussen de producenten dus.

Een tweede cruciale naam die we absoluut moeten melden, is uiteraard Proprietà Sperino. Paolo De Marchi, bekend van Isole e Olena in Chianti Classico, keerde eind jaren negentig terug naar de familiale wortels in Lessona. Samen met zijn zoon Luca bouwde hij Proprietà Sperino uit tot een van de producenten die de appellatie internationaal opnieuw op de kaart zette. Alleen al de bekendheid van de naam De Marchi zorgde ervoor dat Lessona opnieuw veel meer aandacht kreeg buiten de regio.

Massimo Clerico vertegenwoordigt een veel kleiner bedrijf, eveneens met diepe lokale roots. Zijn familie bewerkt hier al sinds de achttiende eeuw wijngaarden en bezit vandaag slechts enkele hectare. Zijn Lessona behoort tot de wijnen die bijzonder goed tonen hoe licht van kleur en tegelijk uitgesproken een Nebbiolo van deze zandbodems kan zijn.

Daarnaast zijn onder andere Pietro Cassina, Colombera & Garella, La Prevostura, Noah, Villa Guelpa en La Badina actief binnen de appellatie.

Twintig hectare blijft natuurlijk twintig hectare. Maar misschien spreken we in de toekomst net iets anders over Lessona en staan er wel opnieuw voldoende sterke producenten klaar om van die paar zandige heuvels serieus werk te maken. Het wat slaperige dorpje zal er niet onmiddellijk door veranderen. De wijnen blijven me echter stuk voor stuk bekoren.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht

We hebben de voorbije zomervakantie doorgebracht in Piemonte. Daar hebben we specifiek de nodige tijd genomen om op ontdekking te gaan door Alto Piemonte. Het is een wijngebied waar we al langer een zwak voor hebben en waarvan ik tot mijn scha en schande moest vaststellen dat ik er, hoewel ik al vele malen Piemonte heb bezocht, nog niet was geraakt. Tot nu dus!

Met deze reeks surf ik wel mee op de huidige hype rond Alto Piemonte. Het lijkt wel dat deze regio zijn tweede adem heeft gevonden. De redenen moeten we niet ver gaan zoeken, hoor. Barolo, de naam is gevallen na amper zeven zinnen, is de belangrijkste wijn uit Piemonte. Daar gaat voorlopig niets of niemand verandering in kunnen brengen, ook al proberen de buren uit Barbaresco het wel en merk je hoe druk bezocht Barbaresco zelf ook is. Maar omdat de prijzen van Barolo de laatste jaren echt wel de pan beginnen uit te swingen, gaan de mensen dus op zoek naar alternatieven. We zien Langhe Nebbiolo en Nebbiolo d’Alba vlotjes terrein winnen. Hetzelfde kan gezegd worden van Alto Piemonte.

Al wil ik bij dat laatste onmiddellijk een kanttekening maken en een waarschuwend vingertje uitsteken. Ik ben wel degelijk geschrokken van de prijzen die er lokaal worden gevraagd voor deze wijnen. Dan bedoel ik uiteraard wel de ondergrens van de flesprijs. Naar boven toe is het ook wel pittig, maar de exorbitante Baroloprijzen blijven wel achterwege.

En dus nemen we je de komende weken mee naar de heuvels aan de uitlopers van de Alpen, waar de Monte Rosa aan de horizon opduikt en Nebbiolo een heel andere omgeving krijgt om zich in uit te drukken. We maken ook een kleine omweg, want hoewel Carema niet thuishoort bij Alto Piemonte, zou het zonde zijn dit prachtige wijngebied niet mee op te nemen in deze reeks.

🍇 Wat mag je verwachten?

1. Alto Piemonte: vulkanen, Alpen en oude bodems

We beginnen met het gebied zelf. Waar ligt Alto Piemonte precies, hoe ziet het landschap eruit, hoe zit de geologie in elkaar en waarom verschilt deze noordelijke wijnwereld zo sterk van de Langhe?

2. Van groot wijngebied naar bijna verdwenen wijngaarden

Vandaag oogt Alto Piemonte klein en versnipperd. Historisch lag dat helemaal anders. We bekijken hoe belangrijk de wijnbouw hier ooit was, waarom zoveel wijngaarden verdwenen en hoe het herstel van de voorbije decennia op gang kwam.

3. Nebbiolo wordt Spanna, en hij komt niet alleen

Nebbiolo vormt de rode draad doorheen Alto Piemonte, al wordt hij hier vaak Spanna genoemd. Vespolina, Uva Rara en Croatina spelen eveneens hun rol. We bekijken wat deze druiven bijdragen en waarom assemblages in het noorden van Piemonte zo vanzelfsprekend zijn.

4. Gattinara

Gattinara is wellicht de bekendste naam van Alto Piemonte en voor veel wijnliefhebbers de eerste kennismaking met de streek. De vulkanische ondergrond, de ligging en de dominantie van Nebbiolo geven Gattinara een heel eigen profiel.

5. Ghemme

Vervolgens trekken we naar Ghemme, de tweede DOCG van Alto Piemonte. De afstand tot Gattinara is beperkt, maar de bodems en de stijl van de wijnen zijn duidelijk anders.

6. Lessona

Lessona wint de laatste jaren meer en meer aan bekendheid. Reden genoeg om deze kleine appellatie een eigen zondag in de spotlights te geven. We bekijken wat Lessona zo bijzonder maakt en hoe de zandige bodems het karakter van de wijnen mee bepalen.

7. Boca en Bramaterra

Boca en Bramaterra zijn beide kleine appellaties, maar inhoudelijk bijzonder interessant. Het zijn twee gebieden die de heropleving van Alto Piemonte mooi illustreren. Kleine productie, veel oude wijngaarden en een ondergrond duidelijk mee het karakter bepaalt.

8. Fara, Sizzano en de andere denominaties

Niet elke appellatie geniet dezelfde bekendheid. Fara, Sizzano, Coste della Sesia en Colline Novaresi komen hier aan bod en maken het plaatje van Alto Piemonte een stuk completer.

9. Carema: de logische buitenstaander

Voor Carema maken we bewust een uitstap buiten wat doorgaans onder Alto Piemonte wordt verstaan. De appellatie ligt nog steeds in Piemonte, helemaal in het noorden van Canavese en tegen de grens met Valle d’Aosta. De terraswijngaarden, pergola’s en lokale interpretatie van Nebbiolo sluiten zo mooi aan bij onze reis door het noorden dat we Carema onmogelijk konden overslaan.

10. Masterclass Alto Piemonte

We sluiten de reeks af zoals een wijnreeks eigenlijk hoort te eindigen: met de flessen op tafel. Voor deze gelegenheid organiseren we een Masterclass Alto Piemonte waarin we verschillende appellaties proeven. Uiteraard krijgt ook Carema een plaats aan de proeftafel.