Alto Piemonte op zondag – De Masterclass

We zijn aan het einde gekomen van onze zondagse reeks over Alto Piemonte. Als afsluiter hielden we twee masterclasses waarbij we een verscheidenheid aan wijnen konden proeven. Het werden twee boeiende avonden met wijnen die ons bijzonder konden bekoren, maar ook met enkele flessen die duidelijk minder in vorm waren. Hier is alvast mijn eigen verdict over de geproefde wijnen.

  1. Tenuta Sella Casteltorto Coste della Sesia DOC 2019
    Casteltorto is een assemblage van 60% Nebbiolo, 35% Croatina en 5% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Villa del Bosco, in het gebied van Bramaterra. De wijn vergist in roestvrijstalen tanks. Na de malolactische gisting rijpt hij 14 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een licht gefonceerde rode kleur, met een mooie traanvorming in het glas. In de neus komen de vertrouwde Nebbiolokenmerken al duidelijk naar voren. Een aangenaam floraal parfum, aangevuld met bosaardbei, een licht snoeperige toets en witte peper. Ook enkele licht branderige nuances zijn aanwezig, maar deze blijven discreet op de achtergrond. Het geheel vormt een aangenaam en uitnodigend geurpalet.
    In de mond nemen de frisse zuren onmiddellijk het voortouw, bij de aanzet zelfs enigszins dominant. Vervolgens sluiten de tannine mooi aan en raken ze goed verweven met de overige smaakcomponenten. Het rode fruit is duidelijk aanwezig, al komt het minder uitbundig naar voren dan de neus deed vermoeden. Toch zorgt het voor voldoende sappigheid en een aangename fruitige toets.
    Richtprijs: 22,00 €
  2. Paride Chiovini Sizzano DOC 2022
    Blend van 60% Nebbiolo, 30% Vespolina en 10% Uva Rara. De druiven zijn afkomstig van de wijngaarden Mot Gilai en Valfrè in Sizzano, gelegen op bodems van klei en zand. De wijn rijpt vier maanden in roestvrij staal en 24 maanden op eikenhout, gevolgd door nog drie tot vier maanden flesrijping.
    Een heldere granaatrode kleur met een lichte densiteit en de eerste tekenen van evolutie. Een mooi en expressief bouquet dat enigszins aan de stijl van de Langhe doet denken. Een aantrekkelijk rozenparfum gaat samen met een uitbundige combinatie van rood en blauw fruit. Frisse kruidigheid en duidelijk aanwezige, maar goed geïntegreerde houttoetsen vullen het geurpalet verder aan.
    In de mond behoorlijk stevig, met uitgesproken maar aangename tannine. Bij de aanzet lijkt er even een uitdrogend karakter op te duiken, maar de levendige zuren brengen het geheel bijzonder mooi in evenwicht. Het fruit blijft goed aanwezig en de wijn ontwikkelt een fraaie lengte, gevolgd door een aanhoudende afdronk. De houtinvloed, die in de neus misschien net iets nadrukkelijker aanwezig is, blijkt in de smaak uitstekend verweven.
    Richtprijs: 34,00 €
  3. Cantina Produttori Nebbiolo di Carema Riserva DOC 2021
    Deze Carema Riserva wordt volledig van Nebbiolo gemaakt. De wijn ondergaat een rijping van drie jaar, waarvan minstens twaalf maanden in grote eikenhouten vaten.
    Een granaatrode kleur met duidelijke tekenen van evolutie. Qua geur is dit duidelijk aromatisch en bijna complex te noemen, met ingedroogd fruit en een licht confituurachtig karakter dat mooi binnen de perken blijft. Vooral de uitgesproken kruidigheid trekt de aandacht. Tijm en rozemarijn worden aangevuld met koffie, mokka, thee en kaneel. Gedroogde bloemen zorgen voor een bijkomend element in dit bijzonder rijk geschakeerde geurpalet.
    In de mond volgt een verrassend andere ervaring dan de uitbundige neus doet vermoeden. De aanzet is opvallend verfijnd, met gematigde, mooi afgeronde tannine. Ook in de smaak zijn de eerste tekenen van evolutie merkbaar. De uitgesproken kruidigheid uit de neus komt hier veel minder nadrukkelijk naar voren en maakt plaats voor een zachter, meer ontwikkeld smaakprofiel.
    Richtprijs: 26,00 €
  4. Cantina Produttori Nebbiolo di Carema Carema DOC 2020
    Nebbiolodruiven, afkomstig van de heuvelwijngaarden rond Carema, in het noordelijke deel van Piemonte, vlak bij de grens met Valle d’Aosta. Rijping van minstens 24 maanden, waarvan minimaal twaalf maanden op hout.
    Een duidelijk geëvolueerde kleur, waarbij het granaatrood inmiddels een uitgesproken bruinachtige tint heeft gekregen. In de neus ontvouwt zich een boeiend en complex bouquet met licht rokerige toetsen, chocolade en een uitgesproken aards karakter. Aroma’s van bosgrond, potgrond en champignons worden aangevuld met snoeperig rood fruit, bosaardbei en een aantrekkelijk parfum van rozen. Het geurpalet heeft bijzonder veel te bieden en blijft bij iedere nieuwe kennismaking andere nuances prijsgeven.
    In de mond valt onmiddellijk de sappigheid op. De tannine zijn nadrukkelijk aanwezig en geven de wijn een stevige structuur, terwijl de frisse zuren zich perfect in een ondersteunende rol schikken. Het geheel bezit daardoor een mooi evenwicht. Opmerkelijk is de levendigheid van het fruit, dat ondanks de duidelijke evolutie in kleur en geur nog verrassend fris en sappig overkomt. Ook de afdronk blijft aangenaam fruitig, met een subtiele toets van tabak. Dit is alvast een karaktervol glas wijn.
    Richtprijs: 37,00 €
  5. Roccia Rossa Bramaterra DOC 2018
    Assemblage van 80% Nebbiolo, 15% Vespolina en 5% Croatina. De druiven worden met de hand geoogst, waarbij Vespolina en Croatina eind september worden geplukt en Nebbiolo in oktober. De alcoholische vergisting vindt plaats in roestvrijstalen tanks. Vervolgens rijpt de wijn 24 maanden in Franse eikenhouten vaten van 22 hectoliter, gevolgd door nog eens twaalf maanden flesrijping.
    Granaatrode kleur met duidelijke tekenen van evolutie. De neus is bijzonder expressief en opent met een aantrekkelijk parfum van viooltjes, gevolgd door krieken en rijpe aardbeien. Een subtiele dierlijke toets en wat gedroogd fruit geven het bouquet een eerste indruk van ontwikkeling. Naarmate de wijn wat langer in het glas zit, komen ook tertiaire aroma’s, laurier en een licht rokerige, minerale toets naar voren. Het geheel is rijk en gevarieerd, met een complex geurpalet dat blijft boeien.
    In de mond valt onmiddellijk de sappigheid op. Het rijpe rode fruit zorgt samen met de mooie, levendige zuren voor een aantrekkelijk en verfijnd smaakverloop. De tannine is krachtig en duidelijk aanwezig, maar zit uitstekend verweven in het geheel. De afdronk is lang met voldoende sappigheid. Een karaktervolle Bramaterra en een geslaagd glas wijn.
    Richtprijs: 36,00 €
  6. La Psigula Vigna Torre Bramaterra Riserva DOC 2018
    Vigna Torre Riserva is een assemblage van 80% Nebbiolo, 15% Vespolina en 5% Croatina. De wijn rijpt gedurende 24 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Wat een teleurstelling! Deze fles bleek tijdens de proeverij duidelijk fout te zijn. De wijn vertoonde uitgesproken oxidatieve kenmerken en was zijn optimale drinkstadium ver voorbij. Associaties met sherry, porto en madeira kwamen spontaan naar boven, wat meteen aangeeft hoe sterk het oorspronkelijke wijnkarakter verloren was gegaan. Een correcte beoordeling was hierdoor onmogelijk. Bijzonder jammer, want deze Bramaterra Riserva hadden we graag in dezelfde goede conditie geproefd als destijds in de Enoteca di Gattinara.
    Richtprijs: 50,00 €
  7. Pietro Cassina Tanzo Lessona DOC 2014
    Tanzo is een 100% Nebbiolo, afkomstig van een selectie van de beste druiven uit de wijngaarden van Cascina Chignalungo in Lessona. De wijnstokken groeien op bodems met zand, klei, kalksteen en silt. Vergisting in roestvrijstalen tanks. Nadien rijpt de wijn ongeveer zestig maanden in grote, ovale vaten van Zwitsers eikenhout, met een inhoud van 1.500 tot 2.500 liter.
    Een wat donkerdere, zuivere kersenrode kleur. De neus opent fruitig, met naast het klassieke rode fruit ook donkerdere toetsen van braam. Witte peper, chocolade en leder vullen het geurpalet verder aan. Ondanks de aanwezigheid van zwart fruit blijft het bouquet bijzonder herkenbaar als dat van een klassieke Nebbiolo, met een aantrekkelijke combinatie van fruit, kruidigheid en ontwikkelde aroma’s.
    Bij het proeven toont de wijn meteen zijn stevige karakter. Mooie, levendige zuren en uitgesproken tannine geven hem een structuur die bij momenten wat aan Barolo doet denken. De tannine kunnen af en toe licht uitdrogend overkomen, maar telkens zorgen het sappige fruit en de speelse zuren voor een hernieuwd evenwicht. De wijn bezit een mooie concentratie, voldoende frisheid en een lange, aanhoudende afdronk. Een breedgeschouderde Lessona met karakter, aangenaam om te drinken, maar zeker geen allemansvriend die het uitsluitend van zijn zachtheid moet hebben. Hier zit duidelijk pit in.
    Richtprijs: 62,00 €
  8. Tenuta Sella Lessona DOC 2021
    Deze Lessona is een assemblage van 90% Nebbiolo en 10% Vespolina, afkomstig van geselecteerde percelen in de heuvels van Lessona. De gemiddeld 55 jaar oude wijnstokken staan op geelachtig oranje mariene zandbodems. Na de vergisting in roestvrijstalen tanks rijpt de wijn 24 maanden in middelmatig getoaste Franse eikenhouten vaten van 50 hectoliter en barriques.
    Een mooie kleur die zich tussen granaatrood en kersenrood situeert, met een fraaie traanvorming in het glas. De neus weet vanaf het eerste moment te boeien. Een licht snoeperige toets gaat samen met een aantrekkelijke combinatie van zoete specerijen die wat aan ras el hanout doen denken. De invloed van de houtlagering is duidelijk merkbaar, met zoethout, een subtiel vleugje vanille en cederhout. Ook tabak is nadrukkelijk aanwezig, terwijl een frisse toets van munt het complexe geurpalet verder aanvult.
    In de mond nemen de stevige tannine aanvankelijk de bovenhand, maar van een uitdrogend karakter is nauwelijks sprake. Mooie, frisse zuren zorgen voor het nodige evenwicht, terwijl een overvloed aan vers fruit van kersen en krieken de wijn een bijzonder sappig en levendig karakter geeft. Naar de afdronk toe komen ook laurier en tabak duidelijk opzetten. Een karaktervolle en lekkere Lessona, met stevige tannine, veel sappigheid en een aantrekkelijke complexiteit.
    Richtprijs: 34,00 €
  9. Carlone Adele Boca DOC 2020
    85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Boca en Prato Sesia, gelegen op 400 tot 460 meter hoogte. De zuidelijk tot zuidwestelijk georiënteerde percelen hebben een bodem die rijk is aan porfier. De wijn rijpt gedurende 34 maanden, waarvan minstens achttien maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een vrij donkere kersenrode kleur. De neus opent met uitgesproken aardse en licht animale aroma’s, waarbij vooral een stalachtige toets aanvankelijk de bovenhand neemt. Wat geduld in het glas doet echter wonderen. De aardse aroma’s worden minder dominant en geleidelijk ontvouwt zich een bijzonder verrassend geurpalet. Opmerkelijk is de uitgesproken aanwezigheid van zwart fruit, met vooral braambessen die de hoofdrol opeisen. Kersen, aardbeien en frambozen laten zich eveneens kennen, maar blijven eerder voorzichtig op de achtergrond. Viooltjes, merkbare houtinvloeden en een overvloed aan Provençaalse kruiden maken het geheel complex. Omdat we deze wijn blind proeven, ontstaat het sterke vermoeden dat Croatina een aanzienlijk aandeel in de assemblage heeft.
    Ook in de mond blijft het donkere fruit prominent aanwezig. De wijn toont zich krachtig, met een stevige body en een uitgesproken karakter dat behoorlijk afwijkt van de andere Nebbiolowijnen in deze proeverij. Blind zou je hem wellicht niet onmiddellijk als Nebbiolo herkennen. Het is een wijn met een hoekje af, of moeten we zeggen met een hoekje aan? De eerste slokken vragen enige gewenning, maar naarmate je hem beter leert kennen, groeit de waardering. De kracht, het donkere fruit en de stevige structuur vormen een aantrekkelijk geheel. De afdronk is lang en aanhoudend, terwijl de wijn zich nog opvallend jong presenteert. Een atypische maar bijzonder mooie Boca, met veel body, karakter en nog heel wat toekomst voor zich. Oh ja, geen Croatina valt er te bespeuren in deze wijn. Alweer eventjes met beide voetjes op de grond geplaatst!
    Richtprijs: 45,00 €
  10. Le Piane Boca DOC 2018
    Blend van 85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Boca en Prato Sesia. De wijnstokken groeien op bodems met porfiergrind van vulkanische oorsprong. De vergisting gebeurt met natuurlijke gisten in open houten en roestvrijstalen kuipen. Nadien volgt een rijping van drie tot vier jaar in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een zuivere, klassieke licht kersenrode kleur. De neus biedt een complexe en herkenbare expressie van Nebbiolo, waarbij de evolutie zich van haar mooiste kant laat zien. Tertiaire aroma’s komen duidelijk naar voren, met tabak, een brede waaier aan kruiden en een subtiele balsamicoachtige toets, zonder daarbij een vlezig karakter te vertonen. Ondanks de ontwikkeling blijft het fruit nadrukkelijk aanwezig. Vers klein rood fruit gaat samen met toetsen van gedroogd fruit en zorgt voor een aantrekkelijk en veelzijdig bouquet.
    In de mond toont de wijn zich stevig en krachtig, met uitgesproken tannine en duidelijk aanwezige zuren. Die combinatie zorgt voor een levendig en spannend smaakverloop, waarbij kracht en verfijning mooi samengaan. Opvallend is dat het sappige, kleine rode fruit hier zelfs nadrukkelijker aanwezig is dan in de neus. De wijn ontwikkelt een mooie complexiteit en een lange afdronk. Qua finesse doet deze Boca enigszins aan een mooie Barbaresco denken. Een bijzonder geslaagde wijn met een fraaie balans tussen rijping, frisheid en structuur.
    Richtprijs: 75,00 €
  11. Paride Iaretti Gattinara Riserva DOCG 2018
    Uitsluitend Nebbiolo druiven voor deze riserva, afkomstig van ongeveer veertig jaar oude wijnstokken op vulkanische bodems met porfier in Gattinara. Vergisting in roestvrijstalen tanks, rijping voor twaalf maanden in tonneaux, gevolgd door vierentwintig maanden in grote eikenhouten vaten en nog eens twaalf maanden in roestvrij staal. Een zuivere en ietwat donkere kersenrode kleur.
    De neus is bijzonder expressief en laat een hele waaier aan aroma’s vrijkomen. Thee, rozenbottel, tabak en een aantrekkelijke kruidigheid gaan samen met florale toetsen van roos en een vleugje viooltjes. Ook een licht rokerige mineraliteit komt naar voren. Maar het is vooral de overvloed aan kersenfruit die de aandacht trekt en het geurpalet een bijzonder aantrekkelijk karakter geeft. Een complex en verleidelijk bouquet waarin telkens nieuwe nuances opduiken.
    In de mond volgt meteen een aangename verrassing. Even snel een tweede slok nemen om te bevestigen wat de eerste al liet vermoeden, want dit is werkelijk bijzonder lekker. De tannine is mooi afgerond en uitstekend verweven met het sappige fruit. Tegelijkertijd bezit de wijn een stevige structuur en voldoende kracht, zonder aan verfijning in te boeten. Alles sluit bijzonder mooi op elkaar aan en zorgt voor een harmonieus geheel. De afdronk heeft een behoorlijke lengte. Een zeer geslaagde wijn die kracht, sappigheid en verfijning op een aantrekkelijke manier samenbrengt.
    Richtprijs: 50,00 €
  12. Torraccia del Piantavigna Gattinara Riserva DOCG 2017
    Deze Riserva wordt volledig gemaakt van Nebbiolo, afkomstig van de wijngaarden Gerbidoni en Lurghe in Gattinara. De wijnstokken groeien op stenige, poreuze en goed drainerende bodems van vulkanische oorsprong, met porfier en kwarts. De wijn rijpt gedurende zestig maanden in grote Franse eikenhouten vaten.
    Een mooie kleur die zich tussen licht kersenrood en granaatrood situeert. De neus is werkelijk een heerlijkheid om aan te ruiken. Een bijzonder complex bouquet waarin alle aroma’s zo mooi met elkaar verweven zijn dat vooral het geheel indruk maakt. De afzonderlijke geuren laten zich minder gemakkelijk onderscheiden, al valt er bij aandachtig ruiken bijzonder veel te ontdekken. Frisse en rijpe kersen gaan samen met gedroogd fruit, terwijl tabak, cederhout en mokka voor een mooi ontwikkeld karakter zorgen. Peper, tijm en laurier brengen een uitgesproken kruidige dimensie, aangevuld met grafiet, licht rokerige toetsen en aardse aroma’s van bosgrond. Een bijzonder rijk en harmonieus geurpalet dat blijft boeien.
    In de mond krijgen we Nebbiolo zoals we hem graag hebben. Krachtig, complex en met een uitgesproken structuur, waarbij de stevige tannine een licht uitdrogende indruk kan geven zonder echt te storen. Het geheel heeft een smakelijk mondgevoel. Mocht iemand ons vertellen dat we een Barbaresco in het glas hebben, dan zouden we dat best kunnen geloven. Opvallend is hoe de zuren zich aanvankelijk wat op de achtergrond houden en pas in de retrofase duidelijk naar voren komen. Daar zorgen ze voor een aangename tegenhanger van de stevige tannine. Gelukkig blijft ook het fruit voldoende aanwezig om het geheel sappig en aantrekkelijk te houden. De afdronk is lang, complex en kruidig. Een mooie, klassieke Gattinara Riserva met kracht, karakter en nog duidelijk bewaarpotentieel.
    Richtprijs: 75,00 €
  13. Ioppa Santa Fé Ghemme DOCG 2006
    85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van de gelijknamige wijngaard in Romagnano Sesia. Deze zuidwestelijk georiënteerde heuvelwijngaard werd in 1969 aangeplant en heeft een kleirijke bodem. Na de oogst volgt een natuurlijke vergisting in roestvrijstalen tanks. Vervolgens rijpt de wijn 36 tot 48 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout van 25 hectoliter, gevolgd door minstens twaalf maanden flesrijping.
    Een duidelijk geëvolueerde granaatrode kleur die de leeftijd van de wijn al meteen verraadt. Ook de neus laat er weinig twijfel over bestaan dat we hier met een oudere wijn te maken hebben. Aanvankelijk domineren aardse en tertiaire aroma’s, maar wie de wijn wat tijd in het glas gunt, ontdekt een veel uitgebreider geurpalet. Tabak, cederhout, koffie, humus en paddenstoelen worden geleidelijk aangevuld met gedroogde bloemen en een uitgesproken waaier aan kruiden en specerijen. Ook het fruit laat zich nog kennen, al heeft het zijn jeugdige frisheid inmiddels ingeruild voor rijpere, gedroogde toetsen van pruimen en vijgen. Een complex en ontwikkeld bouquet dat wat geduld vraagt om zich volledig prijs te geven.
    In de mond grijpen we meteen terug naar dat fruit, want verrassend genoeg duikt hier zelfs nog wat vers rood fruit op, zij het in beperkte mate. De stevige tannine voert echter duidelijk de boventoon en geeft de wijn een behoorlijk streng karakter. Het aanwezige fruit biedt onvoldoende tegengewicht om het geheel nog de gewenste sappigheid en rondeur te bezorgen. De aromatische ontwikkeling is bijzonder interessant, maar in de smaak ontbreekt inmiddels wat evenwicht. Een fascinerende kennismaking met een gerijpte Ghemme, al hadden we deze fles wellicht liever enkele jaren eerder in het glas gehad.
    Richtprijs: 69,00 €
  14. Ioppa Bricco Balsina Ghemme DOCG 2006
    Bricco Balsina bestaat uit 85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van de gelijknamige wijngaard in Romagnano Sesia. Deze zuidwestelijk georiënteerde heuvelwijngaard heeft een grindrijke bodem van fluviatiele en alluviale oorsprong. Natuurlijke vergisting in inox. Vervolgens rijpt de wijn 36 tot 48 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout van 25 hectoliter, gevolgd door minstens twaalf maanden flesrijping. Een duidelijk geëvolueerde kleur, waarbij ook de schittering inmiddels verdwenen is. Hoewel de fles al enkele uren eerder werd geopend, zonder te decanteren, is de eerste indruk in de neus er eentje van uitgesproken reductie. Gelukkig verdwijnt die na enige tijd in het glas, al blijven de dierlijke aroma’s nadrukkelijk aanwezig. Geleidelijk komen ook mokka, chocolade en tabak naar voren. Het is echter behoorlijk zoeken naar het fruit. Vers fruit is nauwelijks nog te bespeuren en we moeten het vooral zoeken bij de gedroogde varianten, met pruimen en vijgen als voornaamste vertegenwoordigers. Een duidelijk ontwikkeld bouquet waarin de tertiaire aroma’s de bovenhand hebben. In de mond wordt het helaas nog moeilijker. Het fruit is zo goed als volledig verdwenen en wat overblijft, zijn voornamelijk zuren en tannine. De wijn mist de sappigheid en het fruitige tegengewicht om deze stevige structuur nog voldoende te ondersteunen. Het geheel komt daardoor behoorlijk streng en uit evenwicht over. Hoe boeiend de Santa Fé uit hetzelfde jaar tijdens de proeverij ook nog bleek te zijn, deze Bricco Balsina heeft duidelijk zijn beste tijd gehad. Bijzonder jammer, zeker omdat deze jaargang op het domein nog te koop wordt aangeboden als een mooi gerijpte en drinkklare wijn. Op basis van onze proefervaring kunnen we die stelling moeilijk onderschrijven.
    Richtprijs: 69,00 €

En of het boeiend is geweest! We hebben intens genoten van ons bezoek aan Alto Piemonte, het onderzoek ter plekke en het schrijven van de verschillende blogs over deze fascinerende wijnregio. Om dan nog maar te zwijgen over al dat lekkers dat tijdens de twee masterclasses in ons glas belandde.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s
  9. Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s
  10. Alto Piemonte op zondag: Carema, de logische buitenstaander

Openflessendag 2026 | Assuli Baglio voor het eerst van de partij!

📅 Zondag 22 november 2026
🕛 12u – 19u
📌 Zaal De Vrede, Sint-Jozef Olen
🎟 Gratis toegang

Assuli Baglio uit Sicilië zal dit jaar voor het eerst aanwezig zijn op onze openflessendag. Achter de proeftafel verwelkomen we Luca, die u met plezier laat kennismaken met de wijnen van het domein.

Assuli is gevestigd in het westen van Sicilië, tussen Mazara del Vallo en Trapani. Het domein wordt geleid door Roberto Caruso en beschikt over ongeveer 100 hectare eigen wijngaarden. Er wordt biologisch gewerkt, met een duidelijke focus op autochtone Siciliaanse druivenrassen zoals Grillo, Insolia, Zibibbo, Nero d’Avola en Perricone.

Tijdens onze openflessendag kan u van Assuli zes wijnen proeven:

• Dardinello Zibibbo: Een aromatische en expressieve witte wijn van 100% Zibibbo, met een uitgesproken Siciliaans karakter.

• Carinda Insolia: Een frisse en soepele Insolia, met een aangename toets van wit fruit en mediterrane aroma’s.

• Astolfo Grillo: Een Grillo met een voller mondgevoel en extra complexiteit dankzij de houtlagering.

• Fiordispina Perricone Rosato: Een gastronomische rosé van Perricone, levendig en verfijnd, met een heel eigen karakter.

• Lorlando Nero d’Avola: Een karaktervolle Nero d’Avola die het rijpe, zonnige Siciliaanse fruit mooi naar voren brengt.

• Lorlando Riserva Nero d’Avola: Een krachtigere en complexere interpretatie van Nero d’Avola, met extra concentratie, structuur en een lange afdronk.

Van Sicilië wordt weleens gezegd dat het een land op zich is binnen Italië. Luca zal jullie daar ongetwijfeld op zijn eigengereide manier van weten te overtuigen.

Openflessendag 2026 | Fattoria Zerbina bijt de spits af!

📅 Zondag 22 november 2026
🕛 12u – 19u
📌 Zaal De Vrede, Sint-Jozef Olen
🎟 Gratis toegang

De eerste die zijn komst voor onze openflessendag bevestigde, was Henri-David van Fattoria Zerbina. Hij is al jarenlang een vaste waarde op onze proefdag.

Fattoria Zerbina ligt in Marzeno, bij Faenza, en staat onder leiding van Cristina Geminiani. Op 33 hectare wijngaarden ligt de focus op twee druiven die kenmerkend zijn voor Romagna: Albana en Sangiovese.

Tijdens onze openflessendag kan u zes wijnen van Fattoria Zerbina proeven:

• Bianco di Ceparano: Een uiterst smaakvolle Albana Secco, met tonen van wit steenfruit en een prachtige minerale ondertoon.

• Rosa di Ceparano: De blend van Sangiovese met Syrah geeft ons een frisse en dynamische rosé met een zuiver, sappig en licht kruidig karakter.

• Ceregio Rosso: Een fruitige, robijnrode Sangiovese met kers en granaatappel, vergist in inox kuipen, met een frisse en toegankelijke smaak.

• Poggio Vicchio: Sangiovese met karakter, zonder houtlagering, waardoor het fruit mooi tot zijn recht komt, ondersteund door een verfijnde structuur.

• Torre di Ceparano Riserva: Een Sangiovese Riserva met kruidige en florale aroma’s, een mooie structuur en rijping op eikenhouten vaten.

• Pietramora Riserva: Het paradepaardje van Zerbina, een complexe Sangiovese Riserva met tonen van kers, kruiden en een lange afdronk. Een prachtige wijn voor liefhebbers van klassewijnen.

Een mooie gelegenheid om met Henri-David van gedachten te wisselen over de geschiedenis van Fattoria Zerbina, de wijngaarden en uiteraard de wijnen die er worden gemaakt.


🍷 OPEN FLESSEN DAG WIJNKENNIS

Zondag 22 november zetten we de deuren weer wagenwijd open voor onze jaarlijkse openflessendag.

Meer dan 100 wijnen staan klaar om geproefd te worden, samen met een mooie delegatie wijnproducenten uit Italië, Oostenrijk, Spanje, Portugal en Frankrijk. Daarnaast voorzien we ook een proeftafel met Zuid Afrikaanse wijnen.

Een namiddag om rustig te proeven, nieuwe domeinen en wijnen te ontdekken en rechtstreeks kennis te maken met enkele van onze wijnproducenten.

📅 Zondag 22 november 2026
🕛 Van 12u tot 19u
📍 Zaal De Vrede, Sint Jozef Olen
🚗 Ruime parking
🎟 Gratis toegang

Onder de aanwezigen verloten we bovendien enkele wijnpakketten.

De komende weken stellen we hier stap voor stap de aanwezige wijnproducenten voor, samen met de wijnen die tijdens de openflessendag te proeven zullen zijn.

Zet 22 november alvast in de agenda. Wij zorgen dat de flessen openstaan. 🍷

Wim, Rosy en het Wijnkennis team

Biologische wijn, met een kritische blik

Een van de vragen die ik het vaakst krijg, is er eentje waarop ik eigenlijk niet zo graag antwoord. Hebben jullie ook biologische wijn? En wat is biologische wijn eigenlijk?

Ik maak me er meestal kort vanaf door eenvoudig te antwoorden dat er geen biologische wijn bestaat maar wel wijn gemaakt van biologisch geteelde druiven. De vraag die daar dan op volgt laat zich dan al raden.

Waarom ik hier niet zo graag op antwoord, zal je je misschien afvragen. Wel, dat komt omdat ik me soms ernstige vragen stel bij de oprechtheid van wijnproducenten die plots overtuigde bioadepten zijn geworden.

Wanneer ik even naar mijn eigen wijnassortiment kijk, moet ik vaststellen dat ondertussen meer dan 80 procent van de wijnen gemaakt wordt van biologisch geteelde druiven. En zowat iedere producent die nog niet biologisch werkt, lijkt ondertussen bezig met de omschakeling naar biologische wijnbouw.

Het geeft me soms het gevoel dat het oorspronkelijke gedachtegoed achter de biologische wijnbouw stilaan is verzand in een modetrend.

Wat is biologische wijn?

Bestaat er een pasklare definitie van wat biologische wijn nu eigenlijk is? Door mijn bril bekeken bestaat die niet echt. Of ik zal het wat nuanceren. Er is wel degelijk een officiële definitie, maar eentje waarbij de producenten nog een enorme vrijheid behouden om van het biopadje af te wijken.

Want wat zegt die definitie? Biologische wijn wordt gemaakt van druiven die volgens de principes van de biologische landbouw zijn geteeld. Daarbij wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het natuurlijke evenwicht in de wijngaard, de gezondheid van de bodem en het behoud van de biodiversiteit.

In tegenstelling tot de conventionele wijnbouw gelden er binnen de biologische teelt strengere regels voor het gebruik van meststoffen en bestrijdingsmiddelen. Synthetische onkruidverdelgers en minerale stikstofmeststoffen zijn verboden. Ook het gebruik van chemisch synthetische bestrijdingsmiddelen is sterk beperkt door de biologische regelgeving.

Geen pesticiden, herbiciden en fungiciden dus? Zo eenvoudig ligt het niet.

Biologische druiven mogen immers wel degelijk bespoten worden. De wijnbouwer mag bepaalde toegelaten middelen gebruiken om ziekten en plagen te bestrijden. Een middel dat me daarbij toch wat tegen de borst stuit, is koper. Meer bepaald koperverbindingen, waaronder kopersulfaat, dat samen met kalk de bekende Bordeauxse pap vormt.

Het gebruik ervan is binnen de biologische wijnbouw toegestaan, zij het onder strikte beperkingen. Het probleem is dat koper zich in de bodem kan ophopen en schadelijk kan zijn voor het bodemleven. Een gegeven dat toch enige vragen oproept wanneer we het over milieuvriendelijke wijnbouw hebben.

Ook in de wijnkelder gelden specifieke voorschriften. Maar hoeveel vrijheid behoudt de wijnmaker eigenlijk om een wijn van biologisch geteelde druiven naar zijn hand te zetten?

Meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Zo is chaptalisatie, het toevoegen van suiker om het potentiële alcoholgehalte te verhogen, ook bij biologische wijn toegestaan, uiteraard binnen de daarvoor geldende voorschriften en met biologische suiker.

Ook Arabische gom mag worden toegevoegd om de wijn te stabiliseren. Een toevoeging die bovendien de waargenomen stroefheid en het mondgevoel kan beïnvloeden. Daarnaast zijn onder bepaalde voorwaarden ook andere toevoegingen toegestaan, zoals ascorbinezuur, metawijnsteenzuur en mannoproteïnen om de wijn te beschermen of te stabiliseren.

En dan hebben we het nog niet over de verschillende technische behandelingen die tijdens de wijnbereiding mogelijk zijn.

Al deze toepassingen zijn wettelijk toegestaan binnen de biologische wijnbereiding. Toch stel ik me de vraag in welke mate de wijn die uiteindelijk in het glas terechtkomt nog uitsluitend het resultaat is van de biologisch geteelde druiven en de natuurlijke vergisting ervan. Want een grote misvatting is dat wijn van biologisch geteelde druiven verplicht moet vergisten met de gisten die van nature op de druiven aanwezig zijn. Neen, ook het gebruik van geselecteerde, commercieel gekweekte gisten is toegestaan.

Een biologische wijngaard

Het uitgangspunt van biologische wijnbouw vind ik een fantastisch gegeven! Het behouden van een gezonde, levende bodem. De wijnbouwer probeert het bodemleven te stimuleren en de natuurlijke vruchtbaarheid van de grond te behouden. In principe zou dit de logica moeten zijn van elke producent.

Voor de bemesting wordt onder andere gebruikgemaakt van compost, dierlijke mest en groenbemesting. Daarbij kunnen tussen de wijnranken zogenaamde cover crops worden geteeld. Dit zijn bodembedekkende gewassen die de bodem beschermen, de bodemstructuur helpen verbeteren en de biodiversiteit bevorderen. Afhankelijk van het seizoen en de omstandigheden kan de wijnbouwer kiezen voor tijdelijke of permanente begroeiing.

Ook biodiversiteit speelt een belangrijke rol. Door de aanwezigheid van grassen, kruiden en bloeiende planten kunnen verschillende insecten en andere organismen zich in de wijngaard ontwikkelen. Daarbij wordt ook bewust geprobeerd nuttige insecten aan te trekken. Denk bijvoorbeeld aan lieveheersbeestjes, zweefvliegen en sluipwespen, die kunnen helpen bij de natuurlijke bestrijding van schadelijke insecten.

Ondanks alle aandacht voor een gezonde bodem en biodiversiteit blijft de bestrijding van schimmelziekten een van de grootste uitdagingen binnen de biologische wijnbouw. Vooral echte en valse meeldauw kunnen aanzienlijke schade veroorzaken.

De biologische wijnbouwer probeert deze ziekten zoveel mogelijk te voorkomen door een aangepast beheer van de wijngaard. Wanneer behandelingen noodzakelijk zijn, kan hij gebruikmaken van toegelaten middelen zoals zwavel en koperverbindingen, waaronder de eerder besproken Bordeauxse pap.

Vooral in wijngebieden met een hoge schimmeldruk kan gecertificeerde biologische wijnbouw een aanzienlijk risico inhouden. De beperktere mogelijkheden om schimmelziekten te bestrijden kunnen leiden tot grote oogstverliezen en dus ook financiële gevolgen hebben voor de wijnbouwer. In dergelijke omstandigheden is de keuze voor biologische certificering niet altijd economisch verantwoord. Uiteindelijk moet een wijnbouwer ook gewoon zijn boterham kunnen verdienen.

Wat met sulfieten?

Wat met sulfieten? Het is heel vaak een van de vervolgvragen die ik krijg. Laat me hier heel duidelijk over zijn. Een biologische wijn is niet noodzakelijk een natuurlijke wijn. Omgekeerd is dit vaak wel het geval. Het is dus een veelvoorkomend misverstand dat biologische wijn geen sulfieten zou bevatten.

Sulfieten ontstaan trouwens van nature tijdens de gisting. Deze sulfieten zijn dan ook steeds aanwezig, in elke wijn. Maar daarnaast mag de wijnmaker zwaveldioxide toevoegen om de wijn te beschermen tegen oxidatie en ongewenste microbiologische ontwikkelingen.

Ook bij biologische wijn is dit toegestaan, al liggen de maximaal toegelaten hoeveelheden lager dan bij conventionele wijn.

Binnen de Europese Unie gelden voor biologische wijn strengere beperkingen op het gebruik van sulfieten. Zo mag een droge biologische rode wijn maximaal 100 milligram sulfiet per liter bevatten, tegenover 150 milligram bij conventionele wijn. Voor witte wijn en rosé liggen die grenzen respectievelijk op 150 en 200 milligram.

Bij wijnen met meer restsuiker, de suiker die na de gisting in de wijn achterblijft, mogen vanaf 2 gram per liter hogere hoeveelheden sulfiet aanwezig zijn.

Let wel, dit zijn de wettelijk toegelaten maxima. De meeste producenten zullen minder sulfiteren dan toegelaten.

Het gebruik van sulfieten heeft een belangrijke functie bij de bescherming en houdbaarheid van wijn. Wie ervoor kiest om minder of helemaal geen sulfieten toe te voegen, moet extra aandacht besteden aan het voorkomen van oxidatie en ongewenste microbiologische ontwikkelingen.

En dan is er nog dat hardnekkige verhaal dat je van sulfieten hoofdpijn krijgt. Volgens mij is dat maar een halve waarheid. Ik denk dat verschillende factoren een rol kunnen spelen. Uiteraard de hoeveelheid toegevoegde sulfieten, maar ik stel me ook vragen bij stevige chaptalisatie en, niet onbelangrijk, de hoeveelheid wijn die iemand drinkt.

En wat met mensen die al na één slok wijn hoofdpijn krijgen? Zou dat niet eerder te maken kunnen hebben met een persoonlijke gevoeligheid voor bepaalde stoffen in wijn, zoals histamine?

Om dus alle hoofdpijn na het drinken van wijn zomaar op rekening van de sulfieten te schuiven, vind ik toch wat gemakkelijk.

Biogarantie?

Wanneer je een wijn koopt met een biolabel, heb je wel degelijk de garantie dat die wijn gemaakt is van biologisch geteelde druiven. Op papier weliswaar! Want de benaming biologische wijn is binnen de Europese Unie wettelijk beschermd. Producenten moeten voldoen aan deze regelgeving.

Een wijnbouwer die van conventionele naar biologische wijnbouw wil overschakelen, moet eerst een omschakelingsperiode doorlopen. Voor wijngaarden bedraagt die in de regel drie jaar voordat de eerste oogst als biologisch kan worden gecertificeerd. Tijdens deze periode moet de wijnbouwer de biologische voorschriften al naleven.

Erkende controleorganismen gaan minstens eenmaal per jaar na of producenten de regels naleven. Dat hoeft echter niet altijd een bezoek ter plaatse te zijn. Onder bepaalde voorwaarden mag er maximaal 24 maanden tussen twee fysieke inspecties zitten.

Bij ernstige overtredingen kan de biologische status van de betrokken producten worden ingetrokken.

Voor de consument is het Europese biologische logo het belangrijkste herkenningspunt. Dit groene logo met witte sterren in de vorm van een blad geeft aan dat de wijn aan de Europese voorschriften voor biologische productie voldoet. Bij het logo staat ook de code van het controleorganisme en een aanduiding van de herkomst van de landbouwgrondstoffen.

Dat label oogt mooi natuurlijk, maar de certificering en de bijbehorende controles kosten de producent toch redelijk wat centen. Veel kleine familiale domeinen kiezen er daarom voor om af te zien van een officiële biologische certificering. Je kan daar een probleem van maken, maar vaak werken deze producenten zelfs strenger dan de grotere wijndomeinen.

Want in de wandelgangen hoor je toch ook heel wat cowboyverhalen over het al dan niet naleven van de opgelegde regels.

Er wordt meer gesproeid dan je zou denken, hoor ik mijn brein dan samenvatten.

Kwaliteitswijn, milieuvriendelijker, gezonder?

Biologische wijn heeft de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt. De belangstelling ervoor is aanzienlijk toegenomen en ook de wetenschap heeft zich steeds meer over deze wijze van wijnbouw gebogen.

Wil dit dan ook zeggen dat een biologische wijn automatisch een betere wijn is? Deze vraag mag je gerust stellen, maar persoonlijk vind ik ze totaal overbodig. Uiteraard niet! Dat is mijn enige antwoord.

Wetenschappelijk onderzoek staaft dit ook. Bij het opzoekwerk naar dit artikel ben ik op een studie gestoten waarin veertien Chianti DOCG wijnen uit de jaargang 2016 met elkaar werden vergeleken. Het ging daarbij om biologische, biodynamische en conventionele wijnen. De onderzoekers vonden wel verschillen in de chemische samenstelling van de wijnen, maar konden geen systematisch verband aantonen tussen de gebruikte productiemethode en de uiteindelijke kwaliteit, smaakbeleving of typiciteit.

Ook andere onderzoeken tonen aan dat biologische wijnbouw bepaalde eigenschappen van wijn kan beïnvloeden, zonder dat daar noodzakelijk een herkenbaar smaakprofiel uit voortkomt.

Een biolabel is dus geen kwaliteitslabel. Het vertelt ons hoe de druiven geteeld en de wijn geproduceerd werden. Laten we vooral niet vergeten dat we eender welke wijn nog altijd zelf in het glas moeten beoordelen.

En is biologische wijn dan milieuvriendelijker?

Op dat vlak zijn er wel degelijk aantoonbare gunstige elementen. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt onder andere een positieve invloed op de biodiversiteit en de natuurlijke bestrijding van schadelijke insecten.

Maar ook hier is het allemaal niet zo eenvoudig. Het lijkt me logisch dat het vermijden van synthetische onkruidverdelgers en het beperken van chemisch synthetische bestrijdingsmiddelen een goede zaak is voor het milieu. Daar bestaat voor mij geen enkele twijfel over. Hetzelfde geldt voor de aandacht voor biodiversiteit, die enkel maar gunstig is voor het leven in de wijngaard.

Maar of je nu biologisch werkt of niet, er zijn altijd nog facetten die je niet kan uitschakelen. Je kan ze verminderen, maar volledig elimineren is in de praktijk bijna onmogelijk.

Denk maar aan de vele mechanische bewerkingen en de bijbehorende uitstoot. Of aan het uiteindelijke vervoer van de wijn naar verkooppunten en consumenten over de hele wereld. We kunnen het ecologische gedachtegoed hoog in het vaandel dragen, maar biologische wijnbouw blijft slechts een stukje van de milieupuzzel. Het ruimere plaatje vertelt soms toch iets anders.

En tot slot, is biologische wijn gezonder?

Ook hier moeten we verwijzen naar wetenschappelijk onderzoek dat verschillen heeft aangetoond in de aanwezigheid van bepaalde residuen en andere stoffen tussen biologische en conventionele wijnen. Maar daaruit kunnen we niet zomaar besluiten dat biologische wijn gezonder is om te drinken. Er kan en mag in de kelder immers nog vrij veel gebeuren. En uiteindelijk bevat biologische wijn nog altijd alcohol, met dezelfde daaraan verbonden gezondheidsrisico’s.

Of je nu kiest voor een biologische of een conventionele wijn, het blijft dus vooral belangrijk wat de wijnbouwer in de wijngaard en de wijnkelder doet. Het biolabel is tenslotte enkel maar een label!

Alto Piemonte op zondag: Carema, de logische buitenstaander

Ah Carema, zucht, het was een instant crush vanaf het eerste moment dat ik de wijnstokken zag staan, steil tegen de flanken van de Alpen in hun typische geleiding. Ik werd als het ware naar de wijnstokken toe gezogen. Uiteindelijk zijn we er dan ook wat langer blijven hangen dan voorzien.

Nochtans zat ik bij de aanvang van deze reeks met een wat gewrongen gevoel. Ik keek enorm enthousiast uit naar de ontdekking van Alto Piemonte, maar strikt genomen mocht ik Carema niet mee opnemen. Ik weet het, het is niet correct, maar als ik thuis in de opleidingen over Alto Piemonte spreek, dan rolt Carema altijd mee van de tong. Ik duid het dan wel hoor.

Hoe ik het ook uitleg, draai of keer: Carema hoort niet bij Alto Piemonte. Point finale! Het behoort tot Canavese, waar bijvoorbeeld ook Erbaluce di Caluso DOCG thuishoort, en ligt westelijker in Piemonte.

Maar in mijn hoofd behoort Carema tot dezelfde noordelijke wijncultuur waarin Nebbiolo een heel andere kant van zichzelf toont dan in de Langhe. En dus moest dit buitenbeentje mee opgenomen worden.

Op de grens van Piemonte en Valle d’Aosta

Vanuit onze uitvalsbasis in La Morra was het toch dik anderhalf uur rijden naar Carema. Net wanneer je denkt Valle d’Aosta in te rijden, moet je de afrit nemen. Carema ligt helemaal in het noorden van Canavese, bijna letterlijk op de grens met Valle d’Aosta. Wie vanuit Piemonte naar het Aostadal rijdt, ziet het landschap hier ruwer worden en vooral snel de hoogte oplopen. Je kan er trouwens magnifieke foto’s nemen.

Het dorp ligt aan de voet van Monte Maletto. De wijngaarden bevinden zich op de hellingen erboven, op ongeveer 350 tot 700 meter hoogte. Dat verbaasde me wel, want als je ziet hoe de wijngaarden tegen de berg zijn aangelegd, had ik de ondergrens toch hoger ingeschat.

Een landschap van pergola’s en steen

Het meest herkenbare element van Carema zie je bijna onmiddellijk wanneer je het dorpje komt ingereden. Ik ging bijna automatisch op de rem staan en gelukkig was er een parking waar je even kon stoppen. Bij het inrijden bots je immers ogenblikkelijk op de coöperatieve van Carema en iets verderop zie je de druivenstokken beschut staan onder de typische pergola’s van Carema.

Verwacht je niet aan de bekende pergola zoals je die onder andere in Soave of Valpolicella ziet. Neen, hier worden de wijnstokken traditioneel hoog geleid en rusten ze op karakteristieke stenen zuilen, lokaal pilun genoemd. Die hebben meestal de vorm van een afgeknotte kegel en bepalen mee het uitzicht van de wijngaarden.

Naast een visueel effect hebben deze zuilen bovendien effectief een functie. De stenen warmen overdag op in de zon en geven een deel van die warmte tijdens de nacht opnieuw af. De pergola helpt bovendien bij het creëren van een eigen microklimaat onder het bladerdek.

Een bodem gevormd door de bergen

Het loont de moeite en ik raad het iedereen aan om effectief even te wandelen tussen de wijngaarden. Je kan er perfect de tijd voor nemen en de Sentiero dei Vigneti di Carema bewandelen, waarbij je op een 4 kilometer lange tocht doorheen de wijngaarden en het dorpje wordt gestuurd. Dit pad is bovendien nog ‘te doen’, want er zijn amper 110 hoogtemeters te overbruggen.

Ga je hogerop, dan is er nauwelijks sprake van zacht glooiende wijnhellingen. De wijngaarden bevinden zich op rotsachtige berghellingen met vooral morenisch materiaal. Maar zoals tijdens de wandeling duidelijk wordt, duiken daarnaast leisteenachtige en granietachtige gesteenten op. Wortels zoeken er hun weg tussen stenen en spleten, terwijl de terrassen slechts een beperkte hoeveelheid grond vasthouden.

Generaties wijnbouwers bouwden deze terrassen tegen de berg. Machines hebben er weinig te zoeken. Snoeien, onderhoud en oogst gebeuren grotendeels met de hand. De term heroïsche wijnbouw mag in Carema zonder veel discussie gebruikt worden.

Picutener en Prugnet

Wie in Carema over Nebbiolo spreekt, komt al snel twee namen tegen: Picutener en Prugnet. Zelfs een ervaren wijnrot zoals mezelf kan nog iets bijleren. De benaming Prugnet voor Nebbiolo was me immers helemaal niet bekend. Picutener uiteraard wel. Blijkbaar zijn het lokale Nebbiolobenamingen die historisch met de wijnbouw van Carema en ook met die van Donnas, even over de grens in Aosta, verbonden zijn.

Picutener is wel degelijk de naam die het vaakst opduikt. De benaming zou in verband gebracht worden met de kleine, compacte trossen en bessen. Prugnet wordt in oudere bronnen soms ook als Pugnet geschreven. Opvallend is natuurlijk de gelijkenis met Prunent, de lokale Nebbiolobenaming die we in de Ossolavalleien tegenkomen. Ik was stomverbaasd Prugnet in het disciplinare van Carema te zien opduiken.

Daarin staat ook dat Carema voor minstens 85 procent uit Nebbiolo moet bestaan. De resterende 15 procent mag worden ingevuld met andere toegelaten, niet aromatische blauwe druivenrassen.

De invulling van die aanvullende 15 procent ziet er hier wat anders uit dan in Alto Piemonte. Hier vinden we in de praktijk lokale rassen zoals Neyrette en Ner d’Ala, maar evenzeer Barbera en Freisa.

Veel producenten houden het overigens eenvoudig en werken met 100 procent Nebbiolo.

Carema DOC sinds 1967

Carema kreeg zijn DOC in 1967 en behoort daarmee tot de oudere beschermde herkomstbenamingen van Piemonte. De productiezone is bijzonder klein en omvat de gemeente Carema. De vinificatie, bewaring en rijping moeten eveneens binnen de productiezone gebeuren, maar zijn ook toegestaan in Ivery, een frazione van Pont Saint Martin net over de grens in Valle d’Aosta.

De gewone Carema moet minimaal 24 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden in hout. Voor Carema Riserva loopt dat op tot minimaal 36 maanden, eveneens met minstens 12 maanden houtrijping.

Opvallend is dat het hout niet uitsluitend eik hoeft te zijn. Ook kastanje is toegestaan. De maximale inhoud van de vaten bedraagt 40 hectoliter.

Hoe smaakt Carema?

Lekker! Dat zou een heel simpel en correct antwoord kunnen zijn. Althans toch naar mijn smaak.

Het is een Nebbiolowijn en totaal andere aroma’s of smaken moeten we dus niet verwachten. Toch meen ik te mogen stellen dat zijn profiel net iets anders is dan in Alto Piemonte. Iets slanker misschien?

Om te starten is een Carema meestal nog iets lichter van kleur. Rood fruit, gedroogde roos en viooltjes komen vaak terug, naast kruiden, fijne aardse tonen en soms iets rokerigs of ijzerachtigs. Met flesrijping verschijnen gedroogde bloemen, tabak, specerijen en meer tertiaire aroma’s. Dat is dus niets anders dan hoe we een Nebbiolo omschrijven. Al lijkt het geurprofiel net iets fragieler te zijn.

In de mond speelt frisheid een hoofdrol. De zuren zijn uitgesproken en geven de wijn spanning. De tannine is aanwezig, zoals we van Nebbiolo verwachten, maar de combinatie van hoogte en klimaat levert doorgaans een fijner profiel op dan bij de krachtigste interpretaties uit Gattinara of Ghemme.

Een Carema daarmee wegzetten als een lichte, vlot drinkbare Nebbiolo zou een totaal verkeerde boodschap zijn en vooral de wijn tekortdoen. Goede Carema neemt je bij de lurven, heeft wel degelijk body en vooral verrassend veel lengte. En vergis je niet, deze wijnen kunnen bijzonder mooi ouderen.

Een appellatie van kleine percelen

Carema is ook vandaag nog een zeer kleine wijnwereld. We spreken over amper een twintigtal hectare wijngaarden, bovendien versnipperd over talloze terrassen. Vele percelen zijn echt wel megaklein. Ik kan niet met absolute zekerheid spreken, maar ik vermoed dat het grotere aaneengesloten wijngaardcomplex waar de eerder vermelde wandeling doorheen gaat, een van de grootste van Carema is.

Dat heeft gevolgen voor de manier waarop hier wijn wordt gemaakt. Individuele wijnbouwers beschikken vaak over onvoldoende druiven om zelfstandig een economisch leefbaar wijndomein uit te bouwen. De coöperatie speelt daarom een belangrijke rol.

De Cantina dei Produttori Nebbiolo di Carema beschikt via haar leden over een belangrijk deel van de wijngaarden en produceert zowel Carema DOC als Carema Riserva. Het is bovendien een coöperatie die op kwaliteit gestoelde wijnen maakt.

Daarnaast zijn er enkele kleine zelfstandige producenten die deze appellatie echt wel recht aandoen. Tijdens ons bezoek ginds wilde ik dan ook graag even langsgaan bij Ferrando. Een vriend van ons heeft de hele tijd zijn mond vol over zijn wijnen en ik heb tot op heden enkel nog maar zijn Erbaluce kunnen proeven. Hij is vooral lyrisch over de Etichetta Bianca en Etichetta Nera. We hadden ons bezoek niet aangekondigd en helaas bleef de poort gesloten. Die geheimen blijven voor ons dus nog steeds goed bewaard.

Ondertussen zien we ook een jongere generatie die opnieuw beweging in Carema brengt. Kleine projecten zoals Sorpasso tonen dat er opnieuw mensen bereid zijn om percelen te herstellen en zich aan deze arbeidsintensieve wijnbouw te wagen. Sorpasso begon in 2012 met een gehuurde wijngaard en groeide sindsdien tot iets meer dan één hectare.

Dat klinkt bescheiden. In Carema is één hectare echter al snel een verzameling trappen, muren, pergola’s en heel veel uren handenarbeid. Ben je er in de buurt, ga dan zelf eens tussen die wijngaarden wandelen. Je zal me overschot van gelijk geven.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s
  9. Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s

Insalata Russa – Waarom heet een Piemontese klassieker Russisch?

Tafelen in Piemonte is telkens weer een lust. Daar kan je me echt nooit mee straffen. Tijdens onze zomerreis ter plaaatse viel me toch iets op: op zowat elke menukaart stond bij de antipasti insalata russa. Wat me verbaasde, was hoe vaak het gerecht opdook. Net als de even onvermijdelijke vitello tonnato leek het een echte Piemontese klassieker. Dat zette me aan om op zoek te gaan naar het grote waarom.

Het is een bijzonder eenvoudig gerecht. Aardappel, wortel, erwten, augurk en mayonaise: meer heeft een insalata russa niet nodig. Toch varieerde de kwaliteit van wat er op ons bord belandde enorm. Ook dat verbaasde me. Hoe kan je met zulke eenvoudige ingrediënten zo uiteenlopende resultaten krijgen?

Mijn derde vraagteken was misschien het meest voor de hand liggende. Waar komt die naam vandaan, en waarom staat er geen insalata piemontese op de kaart? Bij een eerste, vluchtige blik zie ik geen enkele link met Rusland. Of is die er toch?

België boven?

Mijn zoektocht leverde meteen een verrassing op: ik belandde in mijn eigen Belgenlandje! Wie de oorsprong van insalata russa zoekt, komt vroeg of laat uit bij Lucien Olivier. Olivier werd in 1838 in Moskou geboren, maar zijn familie was van Frans-Belgische afkomst.

Olivier was mede-eigenaar van het restaurant Hermitage in Moskou. In de jaren 1860 bouwde hij het samen met zakenman Jakov Pegov uit tot een van de chicste adressen van de stad.

Deze Russische Belg zou de man achter de insalata russa zijn, en in Rusland draagt het gerecht nog altijd zijn naam: salat Olivje. Er schuilt dus wel degelijk een Russisch verhaal achter dit gerecht.

Oliviers bereiding was bestemd voor een welgesteld publiek en had weinig gemeen met de huidige groentesalade. Het recept hield hij strikt geheim, en hij nam het mee in zijn graf. Zijn creatie zou oorspronkelijk zelfs een andere naam hebben gedragen: majonez iz ditsji, mayonaise van wild.

Aan de salade kleeft een hardnekkige anekdote. Olivier zou de ingrediënten aanvankelijk apart en zorgvuldig geschikt hebben opgediend. Gasten roerden alles meteen door elkaar, waarop de chef besloot het gerecht voortaan zelf gemengd te serveren.

Hoe Oliviers salade er precies uitzag, weten we dus niet. De beste aanwijzing is een recept dat op 31 maart 1894 verscheen in het Russische tijdschrift Nasja Pisjtsja (Ons Voedsel), een van de vroegste gedrukte versies van salade Olivier. Het vroeg om hazelhoen, gekookte aardappel, augurk, slablaadjes, rivierkreeftstaarten, kappertjes, olijven en blokjes aspic. Alles werd gebonden met mayonaise.

Was Olivier wel de uitvinder?

Mijn Belgische trots kreeg al snel een deukje. Wie verder graaft, ontdekt dat de naam Russian salad al bestond voordat Olivier in Moskou furore maakte.

In 1846 nam Charles Elmé Francatelli in Londen een recept voor Russian salad op in zijn kookboek The Modern Cook. Francatelli was een leerling van de legendarische Carême en had nog voor koningin Victoria gekookt. Zijn Russian salad was pure luxe: kreeft, krab, garnalen, tonijn en ansjovis, met olijven en kappertjes onder een laag mayonaise.

Tien jaar later verscheen in Parijs La Cuisine classique van Urbain Dubois en Émile Bernard. Hun salade russe komt al verrassend dicht bij wat we vandaag kennen: gekookte aardappel, rode biet, selder, komkommer, augurk, radijs, kappertjes en ansjovis, gebonden met mayonaise.

‘Russische salade’ was in de negentiende-eeuwse grande cuisine dus eerder een verzamelnaam dan één vast recept. Olivier maakte de naam beroemd, maar wie hem dé uitvinder noemt, gaat waarschijnlijk te kort door de bocht. Laat ons stellen dat hij het gerecht een eigen signatuur bezorgde.

Dat we vandaag een eenvoudige groentesalade eten in plaats van een luxebereiding, hebben we grotendeels aan de Russische Revolutie van 1917 te danken. Nadien veranderde de samenstelling van de salade geleidelijk. In veel uitvoeringen werden kostbare ingrediënten als wild en rivierkreeftjes vervangen door goedkopere en gemakkelijker verkrijgbare producten. Vanaf de jaren 1930 dook een eenvoudiger versie op onder de naam Stolitsjny, de salade van de hoofdstad, onder meer in het Moskouse Hotel Moskva.

Na de Tweede Wereldoorlog groeide het gerecht uit tot een vast onderdeel van elk Sovjetfeest. Kip of de beroemde doktorskaja-worst namen de plaats in van het wild. Aardappel, wortel, erwten, augurk, ei en mayonaise vormden voortaan de basis. In Rusland is salade Olivier vandaag onlosmakelijk verbonden met oudejaarsavond.

Waarom dan geen insalata piemontese?

Hoe de salade precies in Italië belandde, blijft een vraagteken. Zoals zo vaak gaan er wel wat verhalen de ronde, maar een sluitend antwoord leveren ze niet op.

Het eerste en vaakst terugkerende verhaal is dat van een kok aan het hof van Savoie, die de salade zou hebben klaargemaakt ter ere van een bezoek van de Russische tsaar. Hij bond de groenten met room, als knipoog naar de Russische sneeuw.

Het tweede verhaal is taalkundig. In Piemonte bestond een salade van rode biet en gekookte groenten, in het dialect insalata rusa: rode salade. Van rusa naar russa is natuurlijk maar één letter verschil.

Meer houvast biedt Pellegrino Artusi, voor velen de vader van de moderne Italiaanse keuken. In zijn standaardwerk La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene, dat voor het eerst verscheen in 1891, nam hij een recept voor insalata russa op. Zijn bereiding bevatte onder meer aardappel, wortel, sperziebonen, rode biet, kappertjes, augurk, hardgekookt ei en ansjovis, aangevuld met mayonaise en gelatine om de salade in een vorm te laten opstijven. Artusi merkte zelf al op dat de salade in de mode was en dat elke kok er zijn eigen versie van maakte. Dat verklaart misschien ook waarom de ene insalata russa de andere niet is. In 1929 nam Ada Boni de salade op in Il talismano della felicità, met een raad die nog altijd geldt: wees zuinig met de mayonaise.

Wat we met zekerheid kunnen stellen, is dat de salade eind negentiende eeuw haar plaats in de Italiaanse keuken had veroverd. Omdat Piemonte met het hof van Savoie ook culinair een belangrijke rol speelde, lijkt het niet meer dan logisch dat het gerecht er voet aan wal zette.

En dat brengt ons terug bij de oorspronkelijke vraag. Waarom gaven de Piemontezen een gerecht dat we vandaag op bijna elke menukaart tegenkomen een Russische naam, in plaats van het gewoon insalata piemontese te dopen? Het grappige is dat ze daarin niet alleen staan. Bijna elk land waar we een gelijkaardig gerecht vinden, schuift de eer door naar een ander land. In Italië, Spanje en Frankrijk heet het een Russische salade. In Denemarken en Noorwegen spreekt men van een Italiaanse salade, in Kroatië, Slovenië en Hongarije van een Franse. Alleen de Russen zelf houden het bij de naam van de kok: salade Olivier.

Ik vrees dat we hier nooit een gefundeerde verklaring voor zullen vinden. Maar dat het om een echte klassieker gaat, kunnen we wel staven. Turismo Torino rekent de salade tot de klassieke antipasti van de streek en bevestigt dat ze al in de negentiende eeuw aan het hof van Savoie op tafel kwam. Erwten, aardappel en wortel in kleine blokjes, gekookt en afgekoeld, met wat hardgekookt ei en eventueel augurk, alles gebonden met mayonaise. Daarna rust de salade minstens een nacht in de koelkast.

Rond Kerstmis is insalata russa in Italië trouwens niet weg te denken. De Milanese delicatessenzaak Peck verkoopt in de kerstperiode alleen al bijna duizend kilo van haar klassieke versie, met tonijn, augurkjes en kappertjes. Ook topchefs lieten het gerecht niet links liggen. Carlo Cracco verwelkomt zijn gasten in Milaan al jaren met een insalata russa tussen twee flinterdunne, krokante schijfjes karamel: een hapje dat meer weg heeft van een dessert dan van een antipasto. Enrico Crippa van Piazza Duomo in Alba maakte een eigenzinnige versie met room, Tabasco en worcestersaus.

Blijft mijn tweede vraag: hoe kan zo’n eenvoudig gerecht zo verschillend smaken? Het antwoord bleek even eenvoudig als het gerecht zelf. Juist omdat er zo weinig in zit, valt elke slordigheid op. Kook de groenten elk apart tot ze net gaar zijn, laat ze volledig afkoelen, maak je mayonaise zelf en wees er, net als Ada Boni, zuinig mee. En gun de salade haar rusttijd in de koelkast.

Recept: Insalata russa / gamberi di fiume / aneto

Het was een ongelooflijk toeval. Voor onze laatste kookavond bij Kookclub De Kemphanen had ik voorgesteld om een insalata russa op het menu te zetten. Ik zocht er een klassiek recept voor op, maar vond dat het wat body en schwung miste om het in al zijn eenvoud te serveren, zoals we het in Piemonte hadden gegeten. Dus besloot ik er rivierkreeftjes in te verwerken, zonder te weten dat die ook in het oudste gedrukte Russische recept zaten. In de huidige Italiaanse groenteversie zijn ze dan misschien verdwenen, bij De Kemphanen hebben we ze in ere hersteld. Meer zelfs: we maakten er een modern recept van dat de klassieke groentebasis combineert met kreeftjes, kappertjes en verse dille.

Recept van Kookclub De Kemphanen, voor 8 à 10 personen als voorgerecht. Reken op minstens 2 uur rusttijd in de koelkast.

Ingrediënten

Voor de salade

  • 375 g geschilde aardappelen
  • 375 g geschilde wortelen
  • 190 g diepvrieserwten
  • 190 g augurken op azijn
  • 6 eieren
  • 250 à 300 g voorgekookte, gepelde rivierkreeftjes (uit de koeling)
  • 1 el fijngehakte kappertjes
  • 2 el fijngehakte verse dille
  • 1 kl appelazijn of citroensap
  • een scheutje extra vierge olijfolie
  • zout

Voor de mayonaise

  • 2 zeer verse eieren
  • 3 eidooiers
  • 375 g arachideolie
  • 1½ flinke kl mosterd
  • 1 el appelazijn
  • sap van ongeveer ½ citroen
  • zout

Voor de afwerking

  • 8 à 10 hele rivierkreeften, één per bord
  • enkele takjes verse dille
  • 1 hardgekookt ei (achtergehouden van de 6)
  • enkele kappertjes
  • flinterdunne plakjes augurk (van de 190 g)
  • eventueel wat fijn geraspte citroenzeste

Bereiding

De groenten

  1. Snijd aardappelen en wortelen in gelijke blokjes van ongeveer 1 cm.
  2. Kook elke groente apart, zodat ze elk hun ideale gaarheid behouden. Zet de aardappelen op in koud, licht gezouten water en kook ze ongeveer 10 minuten vanaf het kookpunt: gaar, maar nog in vorm.
  3. Kook de wortelen 7 à 8 minuten in gezouten water. Ze mogen nog een lichte beet hebben.
  4. Kook de erwten enkele minuten in gezouten kokend water en giet af zodra ze gaar zijn.
  5. Spreid alle groenten apart uit op schalen en laat ze volledig afkoelen en uitdampen.
  6. Breng de koude groenten op smaak met de appelazijn of het citroensap en een scheutje olijfolie. Meng voorzichtig en laat even intrekken.

Ei, augurk en kreeftjes

  1. Kook de eieren 8 minuten vanaf het kookpunt. Koel ze af, pel ze en snijd er vijf in kleine stukjes. Houd één ei apart.
  2. Snijd de augurken in kleine blokjes.
  3. Laat de rivierkreeftjes goed uitlekken en dep ze droog.

De mayonaise

  1. Doe eieren, eidooiers, mosterd, azijn, citroensap en een snuf zout in de hoge beker van een staafmixer en mix kort.
  2. Voeg al mixend geleidelijk de olie toe tot de mayonaise stevig en romig is.
  3. Proef en corrigeer. Houd de zuren beheerst: de zoetheid van de kreeftjes moet overeind blijven.

Samenstellen

  1. Meng de groenten met het ei en de augurk. Voeg kappertjes en dille toe.
  2. Schep de mayonaise er in porties door: genoeg om te binden, maar de groenten moeten herkenbaar blijven.
  3. Schep als laatste de rivierkreeftjes er voorzichtig door, zodat ze heel blijven.
  4. Proef en corrigeer met zout, citroensap of azijn.
  5. Dek af en laat minstens twee uur rusten in de koelkast. Laat je de salade een nacht staan, voeg dan een deel van de dille pas vlak voor het serveren toe.

Afwerking

Gebruik je verse, rauwe rivierkreeften voor de afwerking, kook ze dan enkele minuten in ruim gezouten kokend water tot ze knalrood zijn en laat ze afkoelen.

Schik de salade met een ronde vorm in het midden van elk bord, of schep ze in een lage schaal en strijk de bovenkant glad. Verdeel het achtergehouden ei in partjes erover, met kappertjes, plakjes augurk en een takje dille. Leg er telkens een hele rivierkreeft bovenop. Wie wil, rasp er tot slot nog een vleugje citroenzeste over, maar wees zuinig: de zeste moet de salade verfrissen, niet overheersen.

Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s

Hoewel we onze tijd namen om Alto Piemonte te verkennen, moet je toch keuzes maken. Je kan helaas niet aan elke appellatie dezelfde aandacht schenken. Nu ja, je kan dit uiteraard wel, maar dan moet je er ook wel degelijk de tijd en ruimte voor vrijmaken.

Bij de voorbereiding aan het thuisfront werd al vlug duidelijk dat Fara en Sizzano, ik zal niet zeggen het vijfde wiel aan de wagen, toch minder prominent in beeld werden gebracht in de diverse artikels en websites die we doornamen in functie van onze ontdekkingstocht.

Ik besloot me hier dan ook bij aan te sluiten en er niet dezelfde tijd voor uit te trekken als ik voor de andere appellaties wel had gedaan. Een wijze beslissing, zo bleek eens we ginds waren. Je cruiset zo door de dorpjes zonder dat je er zelfs erg in hebt. We besloten daarom van de hoofdweg af te gaan en wat meer de hoogte en de wijngaarden op te zoeken. Sporadisch kwamen we deze tegen, maar we waren al wat blij eens we in Ghemme zaten.

Misschien hebben we hierdoor de hoofdkern van Fara en Sizzano gemist, maar dat gevoel had ik helemaal niet. Ook tijdens ons bezoek aan de Enoteca in Gattinara waren deze wijnen in de minderheid. Fara stond er niet eens tussen.

Uiteraard nemen we ze wel degelijk mee op in onze blogreeks, want ze horen hier eenvoudigweg in thuis. We nemen hierbij ook de twee ruimere appellaties mee op: Coste della Sesia en het nog ruimere Colline Novaresi.

Fara, klein is hier werkelijk klein

Ten zuiden van Ghemme, aan de oostelijke zijde van de Sesia, liggen Fara Novarese en Briona. Samen vormen ze het productiegebied van Fara DOC. De appellatie bestaat sinds 1969 en behoort vandaag tot de kleinste van Alto Piemonte.

Amper vijf hectare groot, goed voor een jaarlijkse productie van ongeveer 135 hectoliter wijn. Omgerekend spreken we over nauwelijks 18.000 flessen per jaar. Netjes verdeeld onder vijf producenten!

De wijngaarden liggen op een langgerekte heuvelrug die van noord naar zuid loopt, op een hoogte van ongeveer 180 tot 300 meter. De bodem is van fluvioglaciale oorsprong en werd gevormd door afzettingen afkomstig van het Monte Rosa massief. Klei en zand worden er afgewisseld met grind en rolstenen. Op het plateau zijn de bodems dieper en bevatten ze meer klei, terwijl ze op de hellingen losser en steniger worden. Daarmee verschilt Fara duidelijk van de vulkanische ondergrond die we eerder in Boca, Bramaterra en Gattinara tegenkwamen.

Voor Fara DOC moet Nebbiolo, hier uiteraard ook Spanna genoemd, 50 tot 70 procent van de assemblage uitmaken. Vespolina en Uva Rara nemen samen 30 tot 50 procent voor hun rekening. Daarnaast mag maximaal 10 procent andere toegelaten niet aromatische blauwe druiven worden gebruikt.

De wijn moet minstens 22 maanden rijpen, waarvan 12 maanden op hout. Voor Fara Riserva loopt dat op tot 34 maanden, waarvan minstens 20 maanden op hout.

Door het relatief grote aandeel Vespolina en Uva Rara krijgt Fara een ander profiel dan een zuivere Nebbiolo. Rode vruchten, florale aroma’s en kruidigheid komen naast de zuren en tannine van Nebbiolo te staan. De wijnen kunnen daardoor relatief vroeg toegankelijk zijn, zonder het typische karakter van Alto Piemonte te verliezen.

Geen wonder eigenlijk dat er geen fles te vinden was in de Enoteca van Gattinara!

Sizzano, op weg naar Ghemme

Wie vanuit Fara opnieuw noordwaarts richting Ghemme rijdt, passeert Sizzano zonder dat hij het beseft. Ook hier hebben we te maken met een historische appellatie waarvan vandaag bijzonder weinig wijn wordt geproduceerd. Toeval of niet, we vinden exact dezelfde oppervlakte aan wijngaarden als in Fara: amper vijf hectare. De productie ligt met 170 hectoliter net iets hoger. Met negen producenten die er actief zijn, is het wijngaardwerk in Sizzano vlug uitgevoerd.

Dat kleine Sizzano genoot ooit nochtans een stevige reputatie. In 1845 stuurde de Novarese senator Giacomo Giovanetti een staal van de wijn naar Camillo Benso di Cavour. Die was behoorlijk onder de indruk en zag in Sizzano het bewijs dat Piemonte wijnen van hoog niveau kon voortbrengen. Voor het karakter van de wijn zocht hij de vergelijking bovendien eerder in Bourgogne dan in Bordeaux. Een aardig visitekaartje voor een appellatie die vandaag amper vijf hectare telt.

Sizzano kreeg zijn DOC in 1969. Het productiegebied beperkt zich tot de gemeente Sizzano en de wijngaarden liggen op de heuvels, tussen ongeveer 200 en 350 meter hoogte.

De geologie is van fluvioglaciale oorsprong en de bodems zijn behoorlijk complex samengesteld. Op het overwegend kleirijke plateau vinden we oude afzettingen uit het Pleistoceen, met een heterogene samenstelling van onder meer klei, leem, grind en rolstenen.

De samenstelling van Sizzano lijkt sterk op die van Fara. Nebbiolo vertegenwoordigt 50 tot 70 procent. Vespolina en Uva Rara vullen samen 30 tot 50 procent aan, terwijl maximaal 10 procent andere toegelaten niet aromatische blauwe druiven mag worden toegevoegd.

De verplichte rijping bedraagt minstens 22 maanden, waarvan 16 maanden op hout. Voor de Riserva zijn dat 34 maanden, waarvan 24 maanden op hout.

Sizzano levert een vrij klassieke stijl van Alto Piemonte op, met rood fruit, florale aroma’s, specerijen, frisse zuren en aanwezige tannine.

Coste della Sesia, het vizier gaat open

Rondom en tussen de diverse gemeentelijke appellaties van Alto Piemonte liggen nog twee uitgestrektere gebieden die een grotere lading dekken en veel minder strikt in herkomst beperkt zijn. Coste della Sesia en Colline Novaresi bestrijken grote delen van het gebied waar de wijnbouw ooit veel omvangrijker was dan vandaag.

De wijngaarden van de Coste della Sesia DOC strekken zich uit over delen van de provincies Biella en Vercelli, aan de westelijke zijde van de Sesia. Ze liggen er op een hoogte van 200 tot 600 meter.

Het is een relatief jonge DOC, die bestaat sinds 1996 en een gebied omvat waarin we ondertussen enkele oude bekenden tegenkomen. Lessona en Bramaterra liggen er volledig binnen, terwijl ook rond Gattinara wijngaarden onder Coste della Sesia kunnen worden geklasseerd. De grenzen van de verschillende denominaties overlappen dus gedeeltelijk.

Coste della Sesia biedt veel meer vrijheid op het vlak van druivenrassen, assemblage en stijl. Jonge wijngaarden, druiven uit verschillende percelen of een wijn die bewust vroeger op de markt wordt gebracht, kunnen hier een plaats krijgen.

Die vrijheid zien we ook in de verschillende wijntypes. Coste della Sesia kan als Rosso, Rosato en Bianco worden geproduceerd. De witte wijn wordt gemaakt van de lokale Erbaluce, die we beter kennen van de Erbaluce di Caluso DOCG.

Voor Rosato en Rosso is het logischerwijs opnieuw aan Spanna om de wijn te dragen. In beide gevallen moet Nebbiolo minstens 50 procent van de assemblage uitmaken. De rest mag worden aangevuld met andere blauwe druivenrassen die binnen het productiegebied zijn toegelaten. Vespolina, Uva Rara en Croatina zijn daarbij de rassen die we binnen Alto Piemonte het vaakst tegenkomen.

Je kan hier ook wijnen vinden met de naam van de druif op het etiket, zoals Coste della Sesia Nebbiolo, Vespolina of Croatina. Dan moet het vermelde druivenras voor minstens 85 procent aanwezig zijn. Voor Uva Rara gaat die vlieger niet op.

We zien momenteel de Coste della Sesia wijnen meer en meer op de markt verschijnen. Ergens is dit de normaalste zaak van de wereld. Nu de regio nieuwe producenten aantrekt, kan deze benaming perfect als kapstok dienen voor hun eerste wijnen of voor wijnen die niet onmiddellijk voldoen aan de strengere regels van de gemeentelijke appellaties.

Vind je een producent wiens Coste della Sesia uitmuntend is, hou die dan in de gaten. Die zou in de toekomst wel eens hoge ogen kunnen gooien wanneer ook de wijnen onder de gemeentelijke appellatie op de markt verschijnen!

Colline Novaresi, de grote paraplu aan de overkant

Steken we de Sesia opnieuw over, dan komen we terecht in het gebied van Colline Novaresi. Deze DOC bestaat sinds 1994 en vervult aan de oostelijke zijde van de rivier ongeveer dezelfde functie als Coste della Sesia aan de westelijke kant.

Het productiegebied is bijzonder uitgestrekt en omvat tientallen gemeenten in de provincie Novara. Binnen datzelfde geografische gebied liggen ook Ghemme, Boca, Fara en Sizzano. De wijngaarden liggen op een hoogte van 180 tot 550 meter.

Ook hier krijgen producenten aanzienlijk meer speelruimte. Colline Novaresi kan worden geproduceerd als Rosso, Rosato en Bianco. De Bianco bestaat voor 100 procent uit Erbaluce. Voor zowel Rosso als Rosato moet Nebbiolo, of Spanna, minstens 50 procent van de assemblage uitmaken. De overige 50 procent mag worden ingevuld met andere niet aromatische blauwe druivenrassen die in Piemonte zijn toegelaten.

Daarnaast kan de naam van het druivenras op het etiket verschijnen. Dat kan voor Nebbiolo of Spanna, Vespolina, Uva Rara, Croatina en Barbera. In dat geval moet het vermelde druivenras minstens 85 procent van de wijn uitmaken.

In grote lijnen zijn de overeenkomsten met Coste della Sesia dus behoorlijk groot. De ligging verschilt uiteraard en ook bij de druivenrassen zien we andere accenten. Vooral Uva Rara krijgt aan deze zijde van de Sesia een prominentere plaats. Dat zagen we eerder al in de assemblages van de gemeentelijke appellaties en hier kan ze zelfs afzonderlijk als Colline Novaresi Uva Rara op de markt worden gebracht.

Het grote verschil zit vooral in de oppervlakte. Colline Novaresi telt ongeveer 246 hectare wijngaarden en strekt zich een flink stuk verder noordwaarts uit. Coste della Sesia blijft met ongeveer 44 hectare een stuk kleiner. Ook naar het zuiden toe is de ruimte voor uitbreiding van Coste della Sesia beperkt. De heuvels maken er vrijwel meteen plaats voor de vlakten waar de rijstvelden het landschap overnemen.

En dan is er nog een verschil dat we waarschijnlijk in het subjectieve vak moeten steken. Mijn ervaring leert me dat onder Colline Novaresi ook behoorlijk wat minder serieuze wijnen op de markt komen. Wijnen die ik persoonlijk liever niet vereenzelvig met de kwaliteit waartoe Alto Piemonte in staat is. Dat is uiteraard een persoonlijk standpunt, maar wel eentje dat ik hier wil meegeven.

Onze kaart is compleet

Het was een enorm boeiende en vooral leerrijke ontdekking om de wijngebieden van Alto Piemonte van dichtbij te bestuderen. Ik heb er enorm lekkere wijnen geproefd, strenge exemplaren leren kennen en wijnen ontdekt die nog flink wat geduld vragen, maar de toekomst voor zich hebben.

Ik kan dan ook enkel maar reikhalzend uitkijken naar wat Alto Piemonte ons in de toekomst nog zal bieden.

Onze kaart van Alto Piemonte is daarmee volledig ingekleurd. Ook de puzzel van die kleine maar veelbelovende appellaties hebben we in elkaar gestoken. Ons verhaal is daarmee bijna ten einde.

Bijna, want helemaal in het westen wacht nog één buitenbeentje: Carema.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s

Openflessendag – Zondag 22 november 2026

Waarom vinden we vaker dierlijke aroma’s in rode wijn?


Ik blijf het, ook na meer dan dertig jaar actief met wijn bezig te zijn, fascinerend vinden hoe sterk wijnen van elkaar kunnen verschillen. Vaak kan ik mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en wil ik op zoek gaan naar het grote waarom. Eenvoudig is dat niet altijd, want soms moet je je verdiepen in een materie waarvoor je zelf niet echt een achtergrond hebt. Dan durf je je tanden wel eens stuk te bijten of blijf je soms te lang op de verkeerde nagel kloppen.

Het heeft dan ook wat tijd gekost om een gefundeerd antwoord te vinden op de vraag waarom dierlijke aroma’s prominenter voorkomen in rode wijn dan in witte wijn.

Omdat beide op een andere manier worden gevinifieerd, leek het me de logica zelve dat het verschil daar te vinden moest zijn. Het duurde echter een tijdje vooraleer ik doorhad dat ook de lagering en de manier waarop een wijn wordt gestabiliseerd een bepalende rol spelen.

Wat verstaan we eigenlijk onder dierlijke aroma’s?

Leder, paardenstal, bereden zadel, wild, vlezig, gerookt vlees. In proefnotities worden ze allemaal gemakkelijk onder dezelfde noemer geplaatst en maken we er gretig gebruik van. We herkennen die aroma’s vaak ook zonder veel moeite. Alleen blijkt het een stuk moeilijker te worden wanneer we willen verklaren wat er chemisch precies achter schuilgaat.

Groot was immers mijn verbazing toen bleek dat onze proeftermen helemaal niet zo netjes overeenkomen met afzonderlijke geurstoffen. Er bestaat bijvoorbeeld geen molecule die we simpelweg als leder of wild kunnen aanwijzen. Wat wij zo omschrijven, is meestal het resultaat van verschillende geurstoffen die samen een herkenbare indruk geven. Daarbij speelt ook de rest van het aromatische profiel van de wijn mee.

Hoe vaak noteren we op onze proefiches bijvoorbeeld niet dat een wijn een lederachtige toets bezit? Die waarneming kan perfect duidelijk zijn, maar de oorsprong ervan hoeft niet altijd dezelfde te zijn. Een lederaroma kan deel uitmaken van de normale ontwikkeling van een gerijpte rode wijn. Een uitgesproken geur van paardenstal heeft veel vaker een microbiologische oorsprong. Vleesachtige en wildachtige aroma’s kunnen dan weer samenhangen met bepaalde zwavelverbindingen.

We ruiken die aroma’s dus wel degelijk. Alleen is de chemische verklaring achter onze proefwoorden veel minder eenduidig dan de woorden zelf doen vermoeden.

Toch springt één micro-organisme onmiddellijk in het oog wanneer we willen begrijpen waarom uitgesproken animale aroma’s vooral met rode wijn worden geassocieerd.

Brettanomyces is de naam

Veel verrassingen zal dit micro organisme niet teweegbrengen, want de naam Brettanomyces zal je al wel eens vernomen hebben. Het is een gist die zich in wijn kan ontwikkelen nadat de gewone alcoholische gisting al voorbij is en we stilaan in de fase van opvoeding en stabilisatie terechtkomen. In tegenstelling tot Saccharomyces, de gist die we nodig hebben om druivensap in wijn om te zetten, is Brettanomyces een gist die we willen mijden of waarvan we de aanwezigheid liever niet dominant zien optreden.

Om het waarom te verklaren moeten we even technisch worden. Brettanomyces kan via bepaalde chemische verbindingen die in de wijn aanwezig zijn vluchtige fenolen vormen. Twee van die mogelijke vluchtige fenolen, 4 ethylfenol en 4 ethylguaiacol, kunnen duidelijke aroma’s in de wijn veroorzaken.

4 ethylguaiacol zorgt voor aroma’s zoals rook, kruidnagel en specerijen. 4 ethylfenol wordt vaak geassocieerd met een uitgesproken dierlijk karakter zoals bereden zadel, leder en paardenstal. Wanneer de concentratie daarvan te hoog oploopt, kan paardenstal zelfs het volledige aromatische profiel van de wijn gaan domineren.

Die mogelijke dominantie vormt dus het grote probleem. Een beperkte aanwezigheid kunnen we nog als complex of zelfs aangenaam ervaren. Maar een verregaande ontwikkeling waarbij steeds meer vluchtige fenolen ontstaan, is ronduit onaangenaam. Op een bepaald ogenblik verdwijnen het fruit en het karakter van de druif en blijft er enkel een stinkende paardenstal achter.

Brettanomyces is geen uniek gegeven voor rode wijn. Ook in witte wijnen kan deze gist voorkomen. Alleen stellen we vast dat dit veel minder frequent het geval is.

Waarom voelt Brettanomyces zich beter thuis in rood?

Het verschil in aanwezigheid zou grosso modo terug te brengen zijn tot twee belangrijke factoren. De aanwezige zuurtegraad en de malolactische gisting.

Laten we starten met de zuurtegraad. Rode wijn heeft meestal een hogere pH dan witte wijn en dat blijkt een enorm belangrijk gegeven te zijn.

Witte wijnen zijn dus vaak zuurder en bij een lagere pH kunnen veel micro organismen zich moeilijker ontwikkelen. Hierdoor krijgen witte wijnen van nature al iets meer microbiologische bescherming dan rode wijn en is er minder kans dat Brettanomyces zich zal kunnen ontwikkelen.

En dan is er de malolactische gisting die eveneens bepalend is. Na de alcoholische gisting is witte wijn in veel gevallen al een heel eind op weg naar zijn uiteindelijke wijnstatus en is de omzetting van het hardere appelzuur naar het zachtere melkzuur lang niet altijd noodzakelijk of gewenst.

Bij rode wijn ligt dat anders. De combinatie van tannine en het hardere appelzuur kan rode wijn behoorlijk streng en onaangenaam maken. Door de malolactische gisting actief toe te passen, wordt de wijn ronder en toegankelijker.

Nu, op zich is die malo niet verantwoordelijk voor de aanwezigheid van dierlijke aroma’s. Ze zorgt er wel voor dat de wijn microbiologisch langer actief blijft en pas later volledig kan worden gestabiliseerd.

Nadien volgt bij veel rode wijnen nog een maandenlange of zelfs jarenlange opvoeding. Een frisse witte wijn kan relatief snel worden geklaard, gefilterd, gestabiliseerd en gebotteld. Een rode wijn kan twaalf, achttien, vierentwintig maanden of langer in de kelder blijven.

En die extra tijd is vaak zeer bepalend. Brettanomyces kan naast zijn aanwezigheid in de wijn ook een plaats hebben in meestal niet voldoende hygiënische kelders. Hierdoor krijgt deze gist simpelweg meer de kans om zich te ontwikkelen en de vluchtige fenolen te vormen.
De opvoeding op eiken vaten kan dit nog mee in de hand werken door de poreusheid van het hout.

Wat met zwaveldioxide?

Naast zuurtegraad, malolactische gisting en lagering speelt ook de manier waarop de wijn wordt gestabiliseerd een rol. Zwaveldioxide is daarbij een belangrijk hulpmiddel om ongewenste microbiologische activiteit af te remmen.

Hier krijgt witte wijn opnieuw een voordeel. Door zijn doorgaans lagere pH werkt zwaveldioxide er efficiënter dan in rode wijn. Met een vergelijkbare hoeveelheid vrije zwavel kan een witte wijn microbiologisch dus beter beschermd zijn tegen gisten en bacteriën, waaronder Brettanomyces.

Dat betekent uiteraard niet dat meer sulfiet toevoegen de oplossing is. Het toont vooral aan dat de omstandigheden in witte wijn het voor een wijnmaker gemakkelijker maken om microbiologische activiteit onder controle te houden.

Maar ook de schillen maken rood anders

En uiteindelijk krijgt ook mijn initiële gedachte toch nog een rol in het verhaal. Want jawel, ook de vinificatie speelt mee. Het is te zeggen, de schillen van de druif doen dit.

Doordat rode wijn samen met de druivenschillen vergist, bevat deze veel meer fenolische stoffen. Klassiek denken we dan in de eerste plaats aan kleurstoffen en tannine, maar het effect gaat verder dan dat. De samenstelling van de wijn bepaalt namelijk ook hoe aromatische stoffen zich gedragen.

Een geurstof moet uit de vloeistof kunnen ontsnappen voordat we ze kunnen ruiken. Alcohol, zuren, fenolen en andere bestanddelen van de wijn beïnvloeden hoeveel van zo’n geurstof uiteindelijk onze neus bereikt.

De grotere hoeveelheid polyfenolen in rode wijn zorgt dus voor een andere aromatische omgeving dan bij witte wijn.

Dat wil niet zeggen dat de schillen op zich voor leder, stal of andere dierlijke aroma’s zorgen. Ze beïnvloeden wel mee hoe aanwezige geurstoffen worden vrijgegeven en uiteindelijk worden waargenomen.

En daarmee komen we bij een bijzonder interessant aspect van het geurprofiel van een wijn. Wat wij ruiken wordt niet alleen bepaald door welke stoffen aanwezig zijn. Ook hun verhouding tot elkaar bepaalt wat we uiteindelijk herkennen.

Stel dat een kleine hoeveelheid van een rokerig, kruidig of fenolisch aroma aanwezig is samen met zwarte kers, pruim, hout en tabak. Dan kan zo’n geur veel gemakkelijker mee opgaan in associaties als leder, onderhout of een aards karakter.

Plaats een vergelijkbare aromatische prikkel tussen citrus, groene appel, perzik en witte bloemen en hij zal veel sterker afsteken.

Dezelfde geurstof kan dus anders overkomen naargelang de omgeving waarin we ze waarnemen.

De schillen verklaren daarmee niet waarom dierlijke aroma’s in rode wijn ontstaan. Ze helpen wel verklaren waarom aanwezige animale en aardse aroma’s zich in een rode wijn anders kunnen tonen en gemakkelijker deel kunnen gaan uitmaken van het volledige aromatische profiel.

Leder betekent niet automatisch Brett

Waarschijnlijk heb ik hiermee een voldoende gefundeerd antwoord gevonden op mijn vraag, al zullen lang niet alle mogelijke verklaringen opgenomen zijn. Bovendien merk ik bij het herhaaldelijk doornemen van dit artikel nog een mogelijk gevaar op. We moeten opletten dat Brettanomyces geen gemakkelijke verklaring voor alles wordt.

Deze gist is verre van verantwoordelijk voor alle mogelijke dierlijke aroma’s waarmee we bepaalde wijnen associëren.

Bij een gerijpte rode wijn kan een subtiele ledertoets ontstaan als onderdeel van de normale evolutie. Primair fruit neemt af, bepaalde esters worden minder nadrukkelijk en andere aromatische componenten worden relatief belangrijker.

Een oude Barolo, rode Bourgogne of Chianti Classico kan daardoor aroma’s ontwikkelen die we als leder omschrijven zonder dat Brettanomyces daar noodzakelijk iets mee te maken heeft.

Wanneer leder gepaard gaat met een indringende geur van paardenstal of aanverwante animale tonen, wordt Brett een veel waarschijnlijkere verklaring.