Het is begin april wanneer we aan dit artikel beginnen. Binnen enkele weken kijken heel wat wijnbouwers opnieuw met argusogen naar de weerberichten. Niet zonder reden. De stevige hagelbuien waarmee we de voorbije jaren almaar vaker geconfronteerd worden, kunnen in enkele minuten een wijngaard zwaar toetakelen. Wie de berichten uit het voorjaar van de laatste jaren erbij neemt, merkt al snel dat de invloed van hagel op de wijnbouw veel groter is geworden en in sommige periodes echt cruciaal is.
Hagel blijft dan ook een van de meest gevreesde fenomenen in de wijngaard. Dat was vroeger al zo, en dat is vandaag niet anders. Alleen is de manier waarop wijnbouwers ermee omgaan grondig veranderd. Hagel ontstaat in krachtige onweerscellen waarin waterdruppels door opstijgende luchtstromen herhaaldelijk bevriezen en aangroeien, tot ze uiteindelijk als ijsklompen naar beneden vallen. Voor een wijngaard vol jong en kwetsbaar groen weefsel is dat zowat het laatste wat je wil zien aankomen.
Met de alsmaar grilligere weersomstandigheden van de voorbije jaren is dit onderwerp relevanter dan ooit. De wijnbouwer volgt de weersmodellen dan ook met de nodige onrust op, in de hoop dat zijn wijngaard bij dreigend noodweer buiten schot blijft.
Hagelschade, vandaag maar ook morgen
Wie hagel enkel bekijkt als een risico op wat beschadigde trossen, onderschat grondig wat er in de wijngaard kan gebeuren. De impact hangt sterk af van het moment waarop de bui toeslaat. Vroeg in het seizoen worden vooral jonge scheuten, bladeren en bloeiwijzen geraakt. Dat zorgt voor direct verlies van groen weefsel, voor wonden op de plant en voor een verzwakking van de hele vegetatieve opbouw. De wijnstok verliest bladoppervlak, wordt gevoeliger voor infecties en ziet zijn groeicyclus fors verstoord.
Op dat moment is er gelukkig wel nog een zeker herstelpotentieel. Gezonde volwassen wijnstokken kunnen zich verrassend goed herpakken, omdat secundaire of latente knoppen opnieuw kunnen uitlopen. Dat betekent dat een vroege hagelbui, hoe hard die ook aankomt, nog ruimte laat om opnieuw functioneel blad op te bouwen en een deel van het seizoen te redden.
Complexer wordt het tussen bloei en vruchtzetting, doorgaans van juni tot in juli. In die periode raakt hagel vaak tegelijk het bladerdek en de jonge trossen. De hergroei verloopt minder gelijkmatig en het opbrengstverlies loopt sneller op. Slaagt de plant erin opnieuw voldoende functioneel blad op te bouwen, dan kan zij nog reserves aanleggen die nodig zijn voor het volgende seizoen. Lukt dat onvoldoende, dan blijft de schade langer doorwerken dan alleen in het lopende jaar.
Nog gevoeliger wordt het na de verkleuring van de druiven, meestal vanaf augustus, en in de aanloop naar de oogst. Dan zijn de bladeren de motor van de rijping en van de reserveopbouw in stam en wortels. Als in die fase een groot deel van het bladerdek verloren gaat, vertraagt de rijping en komt ook de knopvruchtbaarheid van het volgende jaar onder druk te staan. Tegelijk zijn het dan vooral de trossen zelf die zwaar lijden. Bessen kunnen kneuzen, openscheuren, beginnen rotten of gewoon voortijdig afvallen.
Daar zit net de angel in de schade die hagel kan aanrichten. De schade is zichtbaar in volume, in kwaliteit en kan zelfs gevolgen hebben voor de volgende jaren. Zware schade kan de reserves van de plant aantasten en de basis leggen voor een zwakker volgend jaar. Wie meerdere jaren na elkaar met stevige hagelschade te maken krijgt, ziet soms ook de algemene veerkracht van een perceel afnemen.
De eerste dagen na de bui
Is de wijngaard getroffen door een hagelbui, weet dan dat de eerste 24 tot 48 uur nadien vaak doorslaggevend zijn. Net in dat korte tijdsvenster moet duidelijk worden hoe zwaar de schade werkelijk is, waar snel ingrijpen nodig is en welke delen van de plant nog levensvatbaar zijn. Bij warm en vochtig weer kan een wijnstok vrij snel opnieuw beginnen uitlopen, waardoor de schade aan scheuten, vaatweefsel of blijvend hout minder zichtbaar wordt dan ze werkelijk is. Tegelijk stijgt vanaf dat moment ook het risico op infecties via open wonden. Daarom volstaat een snelle blik op een gehavend perceel niet.
Voor een goede evaluatie moet de wijnbouwer kijken naar afgebroken toppen, beschadigde bladstelen, gekneusde of opengebarsten bessen en vooral ook naar letsels aan stam of dragende ranken. Net daar zit soms schade die op het eerste gezicht minder spectaculair oogt, maar later veel zwaarder kan doorwegen.
Wie voor dergelijke schade verzekerd is, weet bovendien dat ook de eerste foto’s cruciaal kunnen zijn om een mogelijk financieel verlies later nog te verhalen via die polis.
Dan is het heropbouwen geblazen. Beschadigde percelen vragen snelle wondzorg, opvolging van het bladerdek en een nuchtere inschatting van wat nog levensvatbaar is. Het doel is dubbel: zoveel mogelijk van de huidige oogst redden waar dat nog zinvol is, en tegelijk de architectuur en de reserves van de wijnstok beschermen voor het volgende seizoen.
Als dit fenomeen zich enkele jaren na elkaar herhaalt, is het trouwens niet alleen een technische en economische belasting, maar ook een mentale. Niet elke wijnbouwer is actief in een economisch bijzonder rendabel gebied zoals Barolo, Brunello, Bourgogne of Champagne, waar een deel van de schade makkelijker kan worden opgevangen via hogere prijzen. Voor veel andere wijnboeren ligt dat compleet anders. Daar kan herhaalde hagelschade het voortbestaan van het domein echt onder druk zetten.
Herstel vraagt gericht sturen
Dat de wijnstok een opmerkelijk stukje natuur is, weten we al langer. Bovendien beschikt hij over een sterk herstelvermogen. Zelfs na zware bladschade kan hij via nieuwe scheuten en lateralen opnieuw fotosynthese opbouwen. Daardoor kan bij een goede opvolging soms nog een deel van de productie gered worden en kan de plant opvallend veel van haar functie herstellen.
Toch leert de logica ons ook dat beschadigd vaatweefsel niet zomaar weer dichtgroeit alsof er niets gebeurd is. Wonden worden afgegrendeld en overgroeid, maar niet echt ongedaan gemaakt. Hoe goed dat proces verloopt, hangt af van de energiereserves van de plant, van de keuzes die de wijnbouwer maakt en van de omstandigheden na de bui.
Een belangrijk onderdeel van dat herstel is strategisch snoeien. Bij zwaar beschadigde groene scheuten is het vaak verstandiger om terug te snoeien tot dicht bij de basis van de scheut, zodat de energie naar sterke en goed geplaatste nieuwe uitloop gaat. Zulke hergroei is doorgaans veel bruikbaarder voor de opbouw van het volgende seizoen dan zwakke lateralen die ontstaan wanneer men half beschadigde scheuten ergens in het midden terugknipt.
Half beschadigde scheuten laten staan lijkt soms geruststellend, omdat er nog iets groen hangt, maar in de praktijk levert dat vaak rommelige en weinig bruikbare hergroei op. Doelgericht terugwerken naar een sterke basis geeft de wijnstok meer kans om opnieuw orde in zijn vegetatie te brengen. Wanneer ook ranken of stam schade vertonen, wordt het ernstiger. Zeker bij jonge wijnstokken kan het dan nodig zijn om een krachtige scheut van onderaan te selecteren en de plant opnieuw op te leiden. Dat is soms gewoon de verstandigste keuze op lange termijn, hoe ingrijpend die beslissing ook is.
Ook voeding en waterbeheer vragen na hagelschade meer finesse dan kracht. Er bestaat soms de neiging om de wijnstok na zulke schade te willen overbehandelen: veel voeding, veel stimulans, veel goede bedoelingen. Alleen werkt het zo niet helemaal. Overmatig gebruik van stikstof kan leiden tot te uitbundige vegetatieve groei, en daar is de plant lang niet altijd mee geholpen. Wat nodig is, is zoals steeds evenwicht. Een verzorgde ondersteuning van de plant, met aandacht voor weefselsterkte en wondheling, is meestal verstandiger dan een groeispurt proberen forceren.
Hetzelfde geldt voor waterbeheer. De wijnstok moet functioneel blijven, maar overmatige stimulering van laterale groei helpt niet altijd. De bedoeling is niet om zoveel mogelijk nieuw groen te produceren, wel om de plant opnieuw stabiel en werkbaar te krijgen.
Wonden, infecties en de invloed op kwaliteit
Hagelwonden vergroten het risico op infecties, en die hebben op hun beurt hun invloed op de uiteindelijke kwaliteit in het glas. Vooral bij beschadigde bessen kan rot zich snel ontwikkelen. Ernstig getroffen trossen verwijderen is dan vaak gewoon noodzakelijk, liefst zo snel mogelijk, zodat de kans op verdere aantasting niet toeneemt.
Zelfs wanneer rot uitblijft, blijft beschadigd fruit een risico voor de uiteindelijke wijnkwaliteit. Ongelijkmatige rijping, verlies aan frisheid of minder zuivere aroma’s kunnen later mee het gevolg zijn wanneer te veel geraakt fruit toch in de oogst terechtkomt. Extra frustrerend voor onze wijnbouwer uiteraard. Je bent dan al blij dat er nog iets te oogsten valt, om vervolgens te merken dat ook de homogeniteit van het fruit onder druk staat.
Daarnaast schuilt er nog een minder zichtbaar gevaar in houtwonden. Beschadigingen aan blijvend hout kunnen later toegangspoorten worden voor houtziekten (zoals eutypa, botryosphaeria of esca). Net daarom vraagt schade aan stam of blijvend hout een propere en doordachte aanpak. Loshangend of zwaar beschadigd weefsel moet netjes worden weggewerkt, gereedschap hoort ontsmet te zijn en ook in de wijngaard laat je beschadigd materiaal best niet zomaar liggen. Is de stam echt gespleten of lijkt het blijvende hout zwaar geraakt, dan is het op langere termijn vaak verstandiger om een krachtige scheut van onderaan te selecteren en de plant opnieuw op te leiden, dan te rekenen op volledig herstel van zwaar beschadigd hout.
Preventief beschermen?
Het hagelkanon spreekt nog altijd tot de verbeelding. Zo’n installatie oogt indrukwekkend en suggereert daadkracht. Alleen is de realiteit minder heroïsch. Het basisidee is bekend: via schokgolven probeert men de vorming of aangroei van hagel te verstoren. De werking blijft wetenschappelijk echter zwak onderbouwd en de kans op succes is hoogst onzeker. Met dit kanon moet je dus anticiperen op wat mogelijks komen gaat. Bovendien maakt het extreem veel lawaai, wat voor irritatie bij de omgeving zorgt. Populair is dit dus niet, of beter niet langer.
Veel vaker zie je vandaag anti hagelnetten. Die zijn de voorbije jaren uitgegroeid tot de meest geloofwaardige vorm van actieve bescherming in de wijngaard. Ze vormen een echte barrière tussen hagel en tros. Ze beïnvloeden het licht, de luchtcirculatie en soms ook de algemene werking van het perceel. Ze vragen bovendien een investering, onderhoud en aanpassing in de manier van werken. Toch wegen die nadelen in veel situaties niet op tegen het voordeel van daadwerkelijke bescherming. In risicovolle zones zijn ze steeds vaker een rationele keuze geworden.
De echte vernieuwing in het hagelverhaal zit misschien wel in de manier waarop wijnbouwers informatie gebruiken. Lokale radar, gerichte weerapps, waarschuwingen per perceel en snellere communicatie hebben de voorbereiding sterk verbeterd. Hagel blijft onvoorspelbaar, maar hij komt minder vaak volledig uit het niets dan vroeger. Daardoor kan de wijnbouwer sneller reageren, sneller mensen en materiaal inzetten en na de bui ook gerichter beslissen waar eerst moet worden ingegrepen.
Verzekering blijft daarnaast voor veel domeinen de laatste verdedigingslijn. Alleen is ook dat verhaal minder eenvoudig geworden. Schade door extreme weersomstandigheden weegt steeds zwaarder door, waardoor verzekeringen duurder, selectiever of complexer worden. Voor wijnbouwers betekent dat dat een polis belangrijk blijft, maar niet langer volstaat als enige antwoord.
Een weesgegroetje bidden zal dus niet helpen, evenmin als hopen dat je buiten schot blijft. Al blijft dat laatste, alle technologie ten spijt, nog altijd een stille wens van elke wijnbouwer.

Filed under: Second opinions? | Tagged: hagel, hagelschade, Italian wine ambassador, wijn, wijnblog, wijngaard, wijnkennis, wineblog, wineblogger | Leave a comment »










