Giro d’Italia 2026, rit 12: Dolcetto di Ovada DOC, van Imperia naar Novi Ligure

Voor rit 12 blijven we lange tijd in Liguria, maar uiteindelijk steken we toch de grens met Piemonte over. Je zou dit een overgangsetappe kunnen noemen, al klinkt dat meteen een stuk rustiger dan wat het profiel laat zien. Vlak is deze rit voor geen meter. Het gaat de hele dag op en neer, eerst langs en boven de Ligurische kust, later door het binnenland richting Novi Ligure.

We trekken dus van Imperia het binnenland in naar Novi Ligure. Eerst blijven we nog dicht bij de Ligurische kust, maar na Stella, Colle Giovo en Bric Berton schuift de rit duidelijk richting Piemonte. Het was dit keer geen evidentie om een werkelijk onbekende DOC te selecteren. Ormeasco di Pornassio zou een logische keuze geweest zijn, maar daar kan je reeds een blog over vinden hier op Bottle Case. Willen we het ritprofiel zo strikt mogelijk volgen, dan komen we terecht bij Dolcetto di Ovada DOC en zwijgen we als vermoord over de bekendere Superiore DOCG.

Dolcetto di Ovada DOC

Dolcetto di Ovada DOC werd erkend in 1972. Het is een Piemontese DOC uit de provincie Alessandria, met Ovada als logisch middelpunt. Het was de eerste DOC voor Dolcetto in heel Piemonte. De appellatie omvat 22 gemeenten: Ovada, Belforte Monferrato, Bosio, Capriata d’Orba, Carpeneto, Casaleggio Boiro, Cassinelle, Castelletto d’Orba, Cremolino, Lerma, Molare, Montaldeo, Montaldo Bormida, Mornese, Morsasco, Parodi Ligure, Prasco, Rocca Grimalda, San Cristoforo, Silvano d’Orba, Tagliolo Monferrato en Trisobbio.

We zitten hier in het Ovadese, een gebied op de grens tussen Piemonte en Liguria. Ovada ligt tussen de heuvels van Gavi en Acqui Terme, op de samenvloeiing van de Stura en de Orba. De stad was historisch een doorgangsplaats, wat zelfs in de naam verscholen zit. Ovada wordt in verband gebracht met het Latijnse vadum, een doorwaadbare plaats.

Ovada wordt ook expliciet als Città del Vino beschouwd en het hele Ovadese geldt binnen de provincie als een gebied met een uitgesproken wijnbouwprofiel. De streek blijft daarbij ver verwijderd van grootschalige, intensieve wijnbouw. Kleine en middelgrote bedrijven bepalen hier veel sterker het beeld.

Het totale wijngaardareaal beslaat ongeveer 243 hectare. De gemiddelde productie ligt rond 10.925 hectoliter, goed voor ongeveer 121.000 kisten. Dat maakt van Dolcetto di Ovada helemaal geen kleine speler. En net daarom is het des te opmerkelijker dat de combinatie Dolcetto en Ovada bij veel wijnliefhebbers niet onmiddellijk een belletje doet rinkelen. De meesten zullen deze druif sneller linken aan Dogliani, dat een veel grotere bekendheid geniet.

Nochtans gaat de band tussen Dolcetto en het Ovadese bijzonder ver terug. De teelt van Dolcetto wordt in deze streek al vermeld in notariële akten van het einde van de dertiende eeuw. Later raakte de druif bekend onder de naam Uva di Ovada.

Ook in de negentiende eeuw stond Ovada bekend als een van de beste gebieden voor Dolcetto. Giorgio Gallesio, de grote naam achter Pomona Italiana, wees Ovada en omgeving aan als een plek waar de druif bijzonder goed tot rijpheid kwam. Volgens hem vond Dolcetto hier een klimaat waarin de druif haar volledige kwaliteit kon bereiken. Dat maakt de huidige relatieve onbekendheid van Dolcetto di Ovada alleen maar merkwaardiger.

Bodem en klimaat

Het gebied rond Ovada behoort tot het Ovadese, in het zuiden van Piemonte, dicht tegen de grens met Liguria. We zitten hier in de provincie Alessandria, in een zone waar de heuvels van Zuid Piemonte, de uitlopers richting Langhe en het Alto Monferrato elkaar raken. Het landschap is uitgesproken heuvelachtig en volgt in grote mate de omgeving rond de Orba. De wijngaarden moeten verplicht op heuvelhellingen liggen. Laaggelegen valleigronden, vochtige gronden, vlakke percelen en onvoldoende zonnige plaatsen zijn uitgesloten.

Er is altijd wat discussie over de precieze plaats van Ovada binnen het grotere wijnlandschap van Piemonte. Hoort het bij het Monferrato, of moeten we het toch eerder richting Langhe schuiven? Zeker is dat het gebied tegen beide aanleunt. Omdat Federdoc Dolcetto di Ovada onder de Langhe indeelt, volgen we die indeling hier ook.

De bodems worden omschreven als kleiig, tufsteenachtig en kalkrijk, vaak ook met combinaties van die elementen en bodems van middelmatige textuur. In het bredere landschapsbeeld gaat het om arme, droge gronden die voortkomen uit de afbraak van kalkrijke tufsteenformaties uit het Tertiair.

Belangrijk is dat Dolcetto in het Ovadese historisch vaak de beste hellingen kreeg, met een gunstige zuidelijke oriëntatie. Dat is niet overal in Piemonte vanzelfsprekend. In gebieden waar Nebbiolo of Barbera de hoofdrol spelen, belandt Dolcetto sneller op minder ideale percelen. Rond Ovada lag dat anders. Hier was Dolcetto de druif waarvoor men de juiste helling, zon en bodem reserveerde. Dat verklaart voor een deel waarom de druif hier zo overtuigend kan rijpen.

De toegelaten hoogte loopt tot 600 meter boven zeeniveau. Nieuwe aanplant of heraanplant moet minstens 3.300 stokken per hectare tellen. In de beschrijving van het gebied wordt vaak verwezen naar dichtheden vanaf 3.500 stokken per hectare. De wijnbouw blijft klassiek in opbouw, met tegenleivorm en Guyot snoei. Praktijken die de groei kunstmatig forceren, zijn verboden.

Het klimaat is typisch voor de regio, met warme zomers en frisse winters, maar de ligging richting Ligurische Apennijnen zorgt ook voor invloed van de Ligurische zee. Ventilatie, helling, oriëntatie en hoogte spelen een duidelijke rol. Dolcetto rijpt relatief vroeg, maar vraagt wel evenwicht. Bij te veel warmte wordt het fruit snel zwaar en verliest de wijn aan spanning. Bij onvoldoende rijpheid kan de tannine dan weer hard en stroef overkomen.

Rode wijnen

Qua wijn is het vrij simpel in Ovada. De wijn moet rood van kleur zijn en gemaakt worden van de Dolcetto druif. Dolcetto di Ovada DOC is dus voorbehouden aan een rode, stille en droge wijn. In het disciplinare staat Dolcetto voor 100 procent vermeld, al mag er in de wijngaard tot maximaal 3 procent andere niet aromatische druiven aanwezig zijn die in Piemonte zijn toegelaten.

Er is geen verplichte rijpingsperiode vastgelegd. De wijn hoeft niet eerst jarenlang in kelder of vat te verdwijnen voor hij op de markt mag komen. Hij mag jong en fruitig worden vrijgegeven, en is dan ook meestal bedoeld om in zijn jonge jaren gedronken te worden. Het oogstjaar moet wel verplicht op het etiket vermeld staan.

De maximale opbrengst in de wijngaard bedraagt 8 ton druiven per hectare. Bij de vinificatie mag de omzetting van druif naar wijn niet hoger liggen dan 70 procent. Omgerekend komt dat neer op maximaal 56 hectoliter wijn per hectare. Gaat men daarboven, dan mag de wijn niet onder de naam Dolcetto di Ovada DOC op de markt komen.

Dolcetto di Ovada DOC is meestal robijnrood van kleur, vaak met paarse reflecties. De geur is duidelijk fruitgedreven met florale toetsen, zonder een overdreven parfum. Denk aan kers, pruim, braam en soms blauwe bes. Daarnaast kunnen amandel, zoethout, peper en wat aardse toetsen opduiken.

In de mond is de wijn droog en meestal vrij zacht in de aanzet, fruitig en met een typisch amandelaccent. Dolcetto heeft van nature geen bijzonder hoge zuren, maar wel kleur, fruit en tannine. Daardoor krijgt Dolcetto di Ovada DOC vaak een vrij directe, sappige stijl, met voldoende beet om aan tafel overeind te blijven.

Giro d’Italia 2026, rit 11: Golfo del Tigullio Portofino DOC, van Porcari naar Chiavari

Vandaag arriveren de renners in een van de meest idyllische omgevingen van Italië. Iedereen die Portofino al een keer bezocht, zal nu bevestigend het hoofd knikken. Niet dat de renners in Portofino zullen aankomen, want ik vermoed niet dat dit organisatorisch bijzonder praktisch zou zijn. Neen, zij die overleven, sprinten een goede twintig kilometer verderop in Chiavari, aan de Ligurische kust, voor de zege. Het startschot van etappe 11 wordt gegeven in Porcari, Toscana.

Waarom ik dan toch melding maak van Portofino, heeft alles te maken met de DOC die we aan deze rit koppelen: de Golfo del Tigullio Portofino DOC, ook wel kortweg Portofino DOC genoemd. De aankomstplaats Chiavari ligt te midden van dit wijngebied en vooral in het hart van de sottozona Costa dei Fieschi.

Golfo del Tigullio Portofino DOC

De Golfo del Tigullio Portofino DOC werd officieel erkend in 1997 en ligt in Liguria, in de provincie Genova. Het productiegebied volgt de Riviera di Levante en loopt van de omgeving van Portofino, Rapallo en Santa Margherita Ligure richting Chiavari, Lavagna en Sestri Levante.

Het is een kleine DOC. We spreken over ongeveer 37 hectare wijngaard en een gemiddelde productie van minder dan 2.000 hectoliter. Portofino roept meteen beelden op van pastelgekleurde huizen, blinkende boten en mensen die hun zonnebril waarschijnlijk duurder kochten dan mijn eerste auto. De wijn zelf blijft veel discreter aanwezig.

De appellatie heeft één subzone: Costa dei Fieschi. Die naam verwijst naar de machtige familie Fieschi, die in de middeleeuwen een belangrijke rol speelde in dit deel van Liguria. Hun invloed was sterk verbonden met Lavagna en Chiavari, maar de exacte reden waarom de subzone naar deze familie is genoemd, heb ik spijtig genoeg niet kunnen achterhalen.

Bodem en klimaat

De Golfo del Tigullio Portofino DOC ligt in een klassiek Ligurisch landschap. De kuststrook is smal, het reliëf loopt snel op en de wijngaarden liggen vaak op steile hellingen of terrassen.

De bodems zijn wisselend. Aan de kust vinden we vaak stenige, kalkrijke en zandige bodems met veel verweerd gesteente. Meer landinwaarts komen ook klei en mergel voor. Door de hellingen is drainage zelden een probleem. Water blijft niet lang hangen, terwijl de wijnstok toch voldoende reserve kan vinden op de diepere bodems.

Het klimaat is uitgesproken mediterraan, maar niet eendimensionaal warm. De zee tempert de temperaturen en zorgt voor ventilatie. Tegelijk brengt het achterland koelere luchtstromen mee.

Rode wijnen

Leuk detail is dat de rode wijnen hier vooral draaien rond druiven die bij hun buren uit Toscana en Piemonte meestal op de achtergrond blijven, namelijk Ciliegiolo en Dolcetto. Bovendien ligt een blend van deze twee druiven, gezien hun historische afkomst, niet onmiddellijk voor de hand. Hier in Portofino maken ze dit wel mogelijk, want de basis rosso moet minstens 60 procent Ciliegiolo en of Dolcetto bevatten. Daarnaast mag een wijn de benaming Ciliegiolo op het frontetiket vermelden wanneer de druif voor minstens 85 procent gebruikt wordt.

De blend van Ciliegiolo en Dolcetto levert doorgaans geen zware rode wijn op. Ciliegiolo brengt het sappige rode fruit, met kers, aardbei en soms een licht kruidige toets. Dolcetto geeft wat meer kleur, donkerder fruit en een licht bittertje in de finale. Samen kom je uit bij een vlotte, middellichte rode wijn met frisse zuren en zachte tannine. De Ciliegiolo versie is meestal nog wat directer in zijn fruitexpressie. Daar ligt de nadruk vooral op rode kers, klein rood fruit en soepele drinkbaarheid.

Daarnaast bestaat er eveneens een rosso frizzante en rosso novello.

Witte wijnen

De witte wijnen zullen we het vaakst tegenkomen in de winkelrekken. De basis bianco vertrekt van minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. Daarnaast mogen Bianchetta Genovese, Vermentino en Scimiscià ook als aparte druivennaam op het etiket verschijnen, op voorwaarde dat ze minstens 85 procent van de wijn uitmaken.

Vermentino is de bekendste druif van het gezelschap. Hij geeft hier droge witte wijnen met citrus, wit fruit, mediterrane kruiden en vaak een licht ziltige finale. De beste voorbeelden blijven fris en strak.

Bianchetta Genovese geniet veel minder bekendheid en komen we ook veel minder vaak tegen. Ze geeft lichtere witte wijnen met fijne zuren, florale toetsen en een slank profiel.

Scimiscià, ook Cimixà genoemd, is een echte curiositeit. Het is een zeldzame lokale witte druif die in deze appellatie officieel erkend wordt. Heb je de kans om ze te proeven, zoals wij tijdens ons bezoek aan Portofino, dan zou ik dat absoluut doen. Je zal er misschien niet van achterover vallen, maar het zijn wel wijnen met persoonlijkheid en karakter.

Volledigheidshalve melden we dat er ook een Moscato wordt gemaakt. Dat is een aromatische monocépage van 100 procent Moscato Bianco.

Rosato

De stijl van de rosato ligt in het verlengde van de rode wijnen, want ook deze wordt gemaakt op basis van minstens 60 procent Ciliegiolo en of Dolcetto. Verwacht lichte, frisse en sappige rosato met veel rood fruit. Eerder vlot en aangenaam dan krachtig. Denk aan rode bes, kers, een vleugje citrus en een droge afdronk. Er bestaat ook een licht parelende rosato frizzante.

Schuimwijnen

De DOC laat witte spumante toe op basis van minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. De tweede gisting mag zowel op fles als in autoclave gebeuren. De stijl kan variëren van extra brut tot dry. Hoewel de producenten wat speelruimte hebben, zullen het hier toch voornamelijk frisse, lichte schuimwijnen met een directe drinkprofiel zijn.

Dessertwijn

En ten slotte belanden we bij het zoete luik. Want ook daar kan je je gading vinden in de Golfo del Tigullio Portofino DOC. Voor de gewone passito gebruikt men minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. Voor Moscato passito is Moscato Bianco verplicht voor 100 procent.

Voor beide types moeten de druiven indrogen, op of naast de wijnstok, tot ze een hoog suikergehalte bereiken. De wijnen mogen pas vanaf 1 november van het jaar na de oogst op de markt komen.

Giro d’Italia 2026, rit 10: Candia dei Colli Apuani DOC, van Viareggio naar Massa

Al zigzaggend als een dronkaard slalommen we door het Italiaanse landschap. Voor rit 10 belanden we in Toscana, langs de Tyrreense kust. De renners volgen als het ware de kustboulevard van Viareggio, iets ten noorden van Pisa, tot aan Massa, bijna op de grens met Liguria. Individueel en om ter snelst, een tijdrit dus van net geen marathon lang. Een rustdag voor de helpers, maar super belangrijk oor wie van het roze droomt.

Qua wijn is onze keuze dus vlug gemaakt. De DOC Candia dei Colli Apuani is de logische, maar ook enige keuze die we hebben. De wijngaarden liggen immers in en rond Massa. Bovendien betwijfel ik of er al velen onder jullie van deze appellatie, die je nu zelfs even terug moet opzoeken, gehoord zullen hebben.

Candia dei Colli Apuani DOC

Candia dei Colli Apuani DOC werd officieel erkend in 1981. De appellatie ligt in Toscana, in de provincie Massa Carrara, en omvat heuvelzones binnen de gemeenten Carrara, Massa en Montignoso. Het is een kleine appellatie, met ongeveer 27 hectare wijngaard en amper 21 wijndomeinen die wijn maken onder deze benaming.

De naam verwijst naar de Colli Apuani, de heuvels aan de voet van de Alpi Apuane. Die bergen behoren geografisch tot de noordelijke Apennijnen. We zitten hier in het noordwesten van Toscana, waar zee, marmer, bergen en kuststeden dicht op elkaar liggen.

Als je de website van het consorzio raadpleegt, dan wordt de wijnbouw er omschreven als viticoltura eroica. Dat blijkt ook zo te zijn, want de wijngaarden liggen op steile hellingen en terrassen waar mechanische bewerking moeilijk blijft.

Bodem en klimaat

De wijngaarden liggen op de lagere hellingen van de Apuane, met de zee vlakbij en de bergen direct achter de kuststrook. Massa mag dan wel een badplaats zijn, maar wie enkele kilometers landinwaarts kijkt, daar waar de wijngaarden liggen, ziet meteen hoe snel het landschap de hoogte in gaat.

De productiezone geldt voor de geschikte delen van de Colli Apuani binnen Carrara, Massa en Montignoso. Het detail van die geschikte delen is uiteraard rekbaar, maar wil in principe zeggen: daar waar kleine percelen en wijngaarden tegen het reliëf van het heuvellandschap kunnen opboksen.

Het klimaat wordt sterk beïnvloed door die ligging tussen zee en bergen. De zee tempert de warmte, terwijl de hellingen bescherming bieden en voor luchtcirculatie zorgen. Daardoor krijgen de wijngaarden een zonnig klimaat. De druiven kunnen goed rijpen, terwijl de nabijheid van zee en reliëf voor voldoende frisheid zorgt.

De bodems zijn overwegend van eocene oorsprong. Je vindt er vooral compacte zandsteen, schisteuze en zandsteenachtige leisteen, compacte kalksteen, mergel en, lager op de hellingen, ook oudere kwartaire afzettingen met klei, keien en zand. Dat levert arme, stenige en goed drainerende gronden op.

Rode wijnen

De gewone Candia dei Colli Apuani DOC rosso wordt gemaakt op basis van Sangiovese. Die moet tussen 60 en 80 procent van de assemblage uitmaken. Merlot mag tot maximaal 20 procent worden gebruikt. Andere toegelaten rode druiven mogen samen ook tot maximaal 20 procent aanvullen. Dit is de meer herkenbare rode versie, met druiven die we in Toscana vaker tegenkomen.

Interessanter wordt het wanneer de DOC inzet op Massaretta. Dat is de lokale naam voor Barsaglina. Voor Candia dei Colli Apuani DOC Barsaglina of Massaretta moet minstens 85 procent Barsaglina worden gebruikt. De overige 15 procent mag bestaan uit andere toegelaten rode druiven. Barsaglina is een lokaal en weinig voorkomend druivenras en geeft doorgaans kleur, kruidigheid, donker fruit en stevige tannine.

Naast Barsaglina wordt er ook met Vermentino Nero gewerkt. Deze streekeigen druif krijgt eveneens een eigen plaats binnen de DOC. De wijn moet voor minstens 85 procent uit Vermentino Nero bestaan. In de neus verwacht je rood fruit, florale toetsen en wat kruidigheid. In de mond bezit Vermentino Nero voldoende karakter.

Voor deze rode wijnen wordt geen verplichte minimale rijping of houtlagering voorgeschreven.

Witte wijnen

Hoewel de rode wijnen met de wat minder bekende druivenrassen aanlokkelijk kunnen zijn, zijn het toch de witte wijnen die het meest gemaakt en dus ook het meest gedronken worden. Vermentino speelt hierin de hoofdrol. In de basisversie Candia dei Colli Apuani DOC bianco moet deze al minstens voor 70 procent aanwezig zijn. De rest mag bestaan uit andere toegelaten witte druiven. Die basiswijn kan droog of amabile zijn, en er is ook een frizzante versie mogelijk.

De droge bianco is meestal strogeel van kleur, met een vrij delicate neus en een droge, zachte smaak. De smaak is doorgaans niet gedreven op aciditeit, eerder mediterraan en rond, maar wel met voldoende frisheid. Denk aan citrus, gele appel, rijper wit fruit, mediterrane kruiden en soms een lichte ziltige toets.

Daarnaast bestaat er Candia dei Colli Apuani DOC Vermentino bianco. Daar moet minstens 85 procent Vermentino in de wijn zitten. Vaak worden deze wijnen echter als monocépage Vermentino op de markt gebracht, waardoor de wijn herkenbaarder wordt en nog meer een zilt karakter kan vertonen.

Rosato

Voor de basisrosato wordt dezelfde druivensamenstelling als bij de rode wijn genomen. Sangiovese moet tussen 60 en 80 procent uitmaken, Merlot mag tot maximaal 20 procent gaan en andere toegelaten rode druiven mogen samen ook tot maximaal 20 procent worden gebruikt. De kleur gaat richting kersenroze. In de neus verwacht je rood fruit, wat florale toetsen en lichte kruidigheid. De smaak hoort droog en fris te blijven.

Ook op basis van Vermentino Nero wordt er een rosato gemaakt. Die druif moet dan voor minstens 85 procent aanwezig zijn. Deze rosato blijft eveneens kersenroze van kleur, maar kan iets kruidiger en karaktervoller overkomen dan de basisrosato. Naast rood fruit en florale toetsen mag je hier wat meer spanning, een licht vegetale toets en een drogere finale verwachten.

Vin Santo en Vendemmia tardiva

Candia dei Colli Apuani DOC heeft ook een wat zoetere kant. De bianco vendemmia tardiva, gemaakt met minstens 70 procent Vermentino, kan variëren van droog tot amabile. Het gaat vooral om concentratie door latere oogst en rijpere druiven. Het minimum alcoholpercentage voor de vendemmia tardiva ligt op 14,5 procent. De kleur kan evolueren van strogeel naar goudgeel. Aromatisch kom je dan terecht bij rijp geel fruit, gedroogde abrikoos, honing, kruiden en soms een lichte toets van gekonfijte citrus. In de mond draait het om rijpheid, zachtheid en complexiteit.

Daarnaast is er Candia dei Colli Apuani DOC Vin Santo. Ook hier moet minstens 70 procent Vermentino worden gebruikt. De druiven worden zorgvuldig geselecteerd en natuurlijk gedroogd in geschikte ruimtes. Persen mag pas vanaf 1 december van het oogstjaar en ten laatste op 31 maart van het jaar nadien. Daarna volgt de rijping in houten caratelli. De Vin Santo moet minstens 16,5 procent totaal alcohol halen, waarvan minstens 14 procent effectief gevormde alcohol. Hij kan droog, abboccato of amabile zijn.

Bij Vin Santo schuift het profiel meer richting amberkleur, gedroogde vruchten, noten, honing, specerijen en een meer etherische toets. Door de droging van de druiven en de rijping in caratelli krijgt de wijn een ander karakter dan de vendemmia tardiva. In de mond is de wijn geconcentreerd, zacht en krachtiger van structuur.

Giro d’Italia 2026, rit 9: Colli Bolognesi DOC, van Cervia naar Corno alle Scale

In de Giro d’Italia bevinden we ons ondertussen in de buik van Italië, Emilia Romagna. We klimmen gestaag naar een idyllische plek die, hoe vreemd het ook mag klinken, ook een skioord is. Wie had dat in deze regio verwacht? Corno alle Scale is de bestemming die de renners bereiken na een lange rit vanuit Cervia.

De aanloop oogt op papier niet meteen spectaculair. Als renner kan je je onderweg dus nog even tegoed doen aan al het moois dat Emilia Romagna te bieden heeft. Veel tijd om rond te kijken zal er op het einde niet meer zijn, want de apotheose is een klim van meer dan tien kilometer naar de aankomst.

Misschien heb je lange tijd het gevoel dat dit wel eens jouw dag kan worden. Tot die laatste kuitenbijter opdoemt en je alsnog om je moeder roept, omdat de weg net iets gemener omhoogloopt dan je had gehoopt.

Onderweg passeren we door de Colli Bolognesi DOC. Voor wie Emilia Romagna goed kent, is dat misschien niet de meest onbekende appellatie. Voor veel wijnliefhebbers blijft ze toch een vraagteken. Eén ding is alvast duidelijk: we zitten hier rond Bologna, op het punt waar de vlakte langzaam plaatsmaakt voor de heuvels.

Colli Bolognesi DOC

Colli Bolognesi DOC werd officieel erkend in 1975. De appellatie ligt in Emilia Romagna, ten zuiden en zuidwesten van Bologna, waar de vlakte langzaam overgaat in de eerste heuvels richting Apennijnen. De DOC bezit ongeveer 78 hectare aan wijngaarden.

De naam verraadt al dat we ons in de heuvels van Bologna bevinden, met toch ook een klein stukje in de provincie Modena. De DOC omvat onder meer de heuvelachtige zones rond Monteveglio, Castello di Serravalle, Monte San Pietro, Sasso Marconi, Savigno, Marzabotto en Pianoro. Ook delen van Bazzano, Crespellano, Casalecchio di Reno, Bologna, San Lazzaro di Savena, Zola Predosa, Monterenzio en Savignano sul Panaro horen erbij.

Een belangrijk punt blijft de plaats van Pignoletto in dit verhaal. Want wie Colli Bolognesi zegt, denkt vaak meteen aan die druif. Historisch is dat logisch, want de heuvels rond Bologna zijn sterk met Pignoletto verbonden. Juridisch ligt het vandaag anders. Colli Bolognesi Classico Pignoletto werd in 2010 een aparte DOCG. Daarna kregen de Grechetto gentile wijnen die als Pignoletto bekend stonden een eigen appellatie, de Pignoletto DOC.

En dus kreeg Colli Bolognesi DOC een heel ander profiel. Vandaag draait de appellatie vooral rond andere druiven. Voor wit gaat het om Chardonnay, Pinot Bianco, Sauvignon Blanc en Riesling Italico. Voor rood zijn Barbera, Cabernet Sauvignon en Merlot de belangrijkste namen. Daarnaast bestaat er de sottozona Bologna, met Bologna Rosso, Bologna Bianco en Bologna Spumante.

Bodem en klimaat

Het landschap van de Colli Bolognesi vormt een overgangsgebied tussen de brede vlakte rond Bologna en de eerste uitlopers van de Apennijnen. Daardoor krijg je een afwisseling van valleien, ruggen, zachtere hellingen en steilere zones.

De productiezone ligt tussen de Panaro in het westen en de Idice in het oosten. Daartussen spelen ook de Reno, Samoggia en Lavino een duidelijke rol. Die waterlopen lopen vanuit de Apennijnen richting vlakte en snijden het landschap open. Voor de wijnbouw betekent dat variatie in helling, oriëntatie, drainage en temperatuur.

Geologisch is het gebied behoorlijk divers. Je vindt er zones met zandsteen, mergel en conglomeraten, maar ook kleiige heuvels met calanchi, uitgesleten erosiegeulen die het landschap een ruwer karakter geven. Dichter bij de vlakte worden de hellingen zachter, terwijl de rivierafzettingen van de Apennijnse waterlopen op andere plaatsen opnieuw een ander bodembeeld geven.

De bodems variëren van fijne, kleiige structuren met wisselende kalkgehaltes tot meer lemige en kalkrijke bodems. Vooral op de lagere heuvels en op de zachtere hellingen vinden we percelen die goed geschikt zijn voor wijnbouw. De wijngaarden liggen vaak onder de 300 meter, al loopt de zone in bredere zin op tot ongeveer 550 meter.

Het klimaat is droog, zonnig en geventileerd. De gemiddelde neerslag loopt op van ongeveer 800 millimeter aan de hoger gelegen rand van de vlakte tot ongeveer 1.200 millimeter in de hogere heuvelzones. De gemiddelde temperatuur beweegt ruwweg tussen 14 graden in de lagere zones en 12 graden in de hogere delen.

Rode wijnen

Er wordt heel wat rode wijn geproduceerd, met Barbera, Cabernet Sauvignon en Merlot als belangrijkste druivenrassen. Zodra de naam van de druif op het etiket staat, moet de wijn minstens 85 procent van die druif bevatten. De overige 15 procent mag bestaan uit andere toegelaten rode druivenrassen uit Emilia Romagna die niet aromatisch zijn.

Barbera voelt hier het meest vanzelfsprekend aan. De druif past goed bij heuvels, warmte en de keuken van de streek. Een goede Colli Bolognesi Barbera geeft rood fruit, kers, pruim, soms een florale toets en een sappige mond. De zuren zijn duidelijk aanwezig en zorgen voor vaart. De tannine blijft meestal beheerst, wat de wijn bijzonder bruikbaar maakt aan tafel.

Van de wijnen met druifvermelding op het etiket bestaat er enkel voor Barbera een riserva. Die moet minstens 36 maanden rijpen, waarvan minstens vijf maanden op fles, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Voor de gewone Barbera geldt er geen rijpingsverplichting.

Er bestaat ook een Barbera Frizzante. Dat is een wijn met een duidelijk ander profiel, waarin de lichte pareling uitstekend past bij de lokale charcuterie.

Merlot geeft doorgaans rondere en soepelere wijnen. Denk aan pruim, rood en zwart fruit, zachte kruidigheid en een mondgevoel dat minder uitgesproken door zuren wordt gedragen. Cabernet Sauvignon is steviger. Daar kom je sneller bij donker fruit, kruidigheid, wat groenere toetsen en meer tannine.

Binnen de sottozona Bologna bestaat ook Bologna Rosso. Die wijn moet minstens 50 procent Cabernet Sauvignon bevatten. De rest mag worden aangevuld met andere toegelaten rode druiven uit Emilia Romagna. Er is ook een Bologna Rosso Riserva, waarvoor dezelfde minimale rijping van 36 maanden geldt, met minstens vijf maanden flesrijping.

Witte wijnen

Chardonnay, Pinot Bianco, Sauvignon Blanc en Riesling Italico zorgen voor de belangrijkste witte wijnen binnen de DOC. Ook hier geldt dat minstens 85 procent van de vermelde druif aanwezig moet zijn. De resterende 15 procent mag bestaan uit andere toegelaten witte druiven uit Emilia Romagna die niet aromatisch zijn.

Chardonnay levert doorgaans de meest ronde witte wijn van de appellatie. Verwacht appel, peer, geel fruit en soms een iets voller mondgevoel. In eenvoudige versies blijft hij vooral correct en toegankelijk.

Pinot Bianco is discreter. Hij geeft meestal wit fruit, appel, peer en soms een lichte florale toets. Sauvignon Blanc is aromatischer. Hij kan citrus, groene kruiden, kruisbes, gras en soms wat vlierbloesem tonen. Verwacht hier doorgaans geen messcherpe Sauvignon zoals in koelere gebieden. In de Colli Bolognesi wordt hij vaak iets rijper en zachter.

Riesling Italico is de meest bescheiden witte druif in dit rijtje. Daaruit komen meestal droge, frisse en eenvoudige witte wijnen met citrus, appel en zachte florale toetsen.

Binnen de sottozona Bologna bestaat ook Bologna Bianco. Die wijn moet minstens 50 procent Sauvignon Blanc bevatten. Trebbiano mag slechts beperkt worden gebruikt, tot maximaal 15 procent. De rest kan worden aangevuld met andere toegelaten witte druiven.

Spumanti

Afronden doen we in de sottozona Bologna, waar een Spumante wordt gemaakt op basis van minstens 40 procent Chardonnay en of Pinot Bianco. De rest kan bestaan uit Sauvignon Blanc, Riesling Italico, Pinot Nero en Grechetto gentile. Het disciplinare schrijft geen verplichte productiemethode voor, waardoor dit zowel via metodo Martinotti als via metodo classico kan gebeuren, afhankelijk van de keuze van de producent. Deze kiezen meestal voor de metodo Martinotti waar ze op zoek gaan naar het primaire fruit en dus een witte schuimwijn op de markt brengen die fris en toegankelijk is. Je kan deze vinden als extra brut, brut of extra dry.

Marche aan tafel: van brodetto tot vincisgrassi

Voor ons is het altijd vanzelfsprekend dat we ons, wanneer we een Italiaanse regio ontdekken, niet beperken tot de lokale wijnen. We willen ook de lokale keuken leren kennen. Dat is eigenlijk een heel natuurlijke reflex, want elke Italiaanse regio heeft haar eigen keukenidentiteit, haar eigen specialiteiten en haar eigen manier van koken. Het hoort zelfs bij het voorbereidende werk thuis om op te zoeken wat die specialiteiten precies zijn en waar we ze het best kunnen proeven.

Voor Marche is dat niet anders, al heeft de keuken van deze regio minder naam dan die van sommige andere Italiaanse regio’s. Minder uitstraling betekent daarom nog niet minder boeiend. Marche loopt nu eenmaal minder in de kijker. Net daarom geven we jullie graag mee wat je zeker moet proberen wanneer je in Marche bent.

Bij het aperitief

Er valt in Marche niet te ontsnappen aan olive all’ascolana. Dit is wellicht het bekendste en meest geserveerde hapje van de regio. Waar je ook plaatsneemt op een terrasje, vroeg of laat zal je ermee geconfronteerd worden. Het zijn grote groene olijven die worden ontpit en daarna gevuld met een mengsel van vlees, kaas en een toets nootmuskaat. Ten slotte worden ze gepaneerd en gefrituurd. Ze komen uit Ascoli Piceno, helemaal in het zuiden van de regio, vandaar ook de naam van deze aperitivo.

De olijf die hiervoor gebruikt wordt, is de Ascolana Tenera del Piceno. Die is zacht van structuur, vlezig en bezit een fijne bitterheid. Als ze goed bereid worden, zijn olive all’ascolana krokant aan de buitenkant en sappig vanbinnen. In Ascoli krijg je ze vaak als onderdeel van fritto misto all’ascolana. Dan komen er naast de gevulde olijven ook gefrituurde groenten, stukjes vlees en crema fritta op tafel. Die laatste zijn blokjes zoete room, gepaneerd en gefrituurd.

Uiteraard kan het aperitivo moment veel verder gaan dan enkel een olijf. Zoals overal in Italië vind je ook hier streekeigen salumi, prosciutto en formaggi.

Bij de salumi zal je vaak ciauscolo aangeboden krijgen. Dit is een smeerbare salame die vooral in het centrum en het zuiden van Marche te vinden is. Hij wordt gemaakt van varkensvlees en vet, fijn gemalen en op smaak gebracht met onder meer knoflook, peper, witte wijn en soms venkel. De textuur is zacht en smeuïg, de smaak hartig en kruidig.

Je kan de ciauscolo dan ook breed uitsmeren op een stukje crescia. Crescia is de lokale variant op focaccia. Het is een plat brood dat in verschillende vormen voorkomt. In en rond Urbino vind je crescia sfogliata, rijker en bladeriger van structuur, vaak gemaakt met reuzel.

Een andere salame uit Marche is de salame di Fabriano. Deze specialiteit uit het binnenland van Ancona wordt al zeer lang gemaakt. In een bedankbrief van 22 april 1881 schreef Giuseppe Garibaldi aan zijn vriend Benigno Bigonzetti over de kostbare salami uit Fabriano die hij had ontvangen. Salame di Fabriano wordt gemaakt van de betere delen van het varken, vooral bil en schouder. Die worden fijngehakt en gemengd met blokjes rugspek. De kruiding bestaat uit zout, gemalen peper en hele peperkorrels. Daarna wordt de salame in een natuurlijke darm gestopt en langzaam gerijpt in kelders of goed verluchte zolders. De productie gebeurt traditioneel van het einde van september tot het begin van mei.

Als je Pesaro, Urbino en omgeving bezoekt, laat het dan niet na om een bordje Prosciutto di Carpegna te bestellen. Deze prosciutto komt uit de streek Montefeltro, in de provincie Pesaro e Urbino. Het is een DOP ham met een eigen profiel. De hammen worden gezouten, gewassen, gedroogd en daarna langzaam gerijpt. Het deel zonder zwoerd wordt beschermd met een mengsel op basis van vet, bloem en natuurlijke aroma’s. Daardoor blijft de ham tijdens de rijping mooi beschermd en ontwikkelt hij zijn zachte, aromatische smaak.

Uiteraard zal je in Marche ook pecorino in overvloed vinden, maar wens je een eigen lokale kaas te proeven, dan koop je Casciotta d’Urbino. Deze kaas wordt doorgaans gemaakt met 70 tot 80 procent schapenmelk en aangevuld met koemelk. Hij heeft een zachte, ronde smaak en een licht brokkelige structuur.

I primi, pasta met een hoofdletter

Dat Italië het pastaland bij uitstek is, is een understatement. Marche kan hier natuurlijk niet achterblijven. Je kan er dan ook behoorlijk wat lekkere pastavarianten ontdekken. In Pesaro kom je cappelletti alla pesarese tegen, een pasta die duidelijk de signatuur draagt van de nabije buren uit Emilia Romagna. Ze zijn vergelijkbaar met tortellini, al blijven het wel degelijk cappelletti, kleine gevulde pastahoedjes van eierdeeg.

De vulling is op basis van vlees, vaak varken, soms aangevuld met kalf, kip of cappone, een kapoen. Daar komen kaas, ei en nootmuskaat bij. Meestal worden cappelletti alla pesarese geserveerd in brodo, een warme vleesbouillon die het gerecht meteen zijn eigen karakter geeft.

Van ons Pesaro verhaal onthouden we vooral dat er in deze stad veel naar Rossini wordt genoemd. De lokale variant van cannelloni kreeg dan ook de benaming alla Rossini mee. Dit zijn rijk gevulde pastarolletjes uit de oven. De vulling bestaat doorgaans uit kalfsvlees of kip, soms aangevuld met kippenlevertjes, paddenstoelen, parmezaan, nootmuskaat en een scheut Marsala. Daarna worden de cannelloni bedekt met béchamel en soms ook met tomatensaus of een toets truffel.

Maccheroncini di Campofilone moet je geproefd hebben, want ze behoren tot de meest verfijnde pastaspecialiteiten. Ze komen uit Campofilone, een klein dorp in de provincie Fermo, en hebben als enige eierpasta in Europa een IGP erkenning. Ze worden gemaakt met durumtarwegriesmeel en veel verse eieren, zonder toevoeging van water. De pasta wordt bijzonder dun uitgerold en daarna in lange, fijne sliertjes gesneden.

Die fijne structuur zorgt ervoor dat maccheroncini de saus bijzonder goed opnemen. Een goede ragù is dan ook de meest aangewezen combinatie. Rasp er wat truffel uit de omgeving van Acqualagna over en je voelt je de koning te rijk.

Vincisgrassi, de bekende ovenschotel

Vincisgrassi kunnen we perfect integreren in het pastahoofdstuk, maar het gerecht is zo belangrijk in Marche dat het een eigen plaats verdient. Het wordt vaak omschreven als de lasagne van Marche en daar zit wel wat waarheid in. Alleen zijn vincisgrassi rijker, voller en vaak kruidiger. Het gerecht komt uit de omgeving van Macerata, maar je zal er in heel Marche van kunnen smullen.

De naam duikt ook op als princisgras, de eigen Maceratese benaming. Het gerecht zou aan het einde van de achttiende eeuw zijn ontstaan en groeide uit tot een klassieker voor zondagse tafels, feestdagen en familiemomenten. Dit is keuken die van grootmoeder op dochter en kleindochter werd doorgegeven.

Op het eerste gezicht lijkt vincisgrassi dus op lasagne, maar er zijn toch enkele wezenlijke verschillen. Vincisgrassi worden vaak opgebouwd in zeven lagen. Het pastadeeg wordt gemaakt met veel eieren en zonder water, waardoor het steviger en rijker is dan gewone lasagnevellen. Het grote verschil zit echter vooral in de ragù.

Die wordt traditioneel niet gemaakt als een gewone vleessaus, maar met wat vroeger op het boerenerf voorhanden was. Denk aan kip, eend, gans, konijn, varken of kalf. Ook frattaglie, zoals levertjes en andere ingewanden van gevogelte, horen in de klassieke versies thuis.

Tussen de lagen komen ragù, besciamella en geraspte kaas. Die besciamella is in wezen de klassieke béchamelsaus, gemaakt met melk, boter, bloem, zout, peper en nootmuskaat. Ze dient vooral om de lagen te binden en smeuïg te houden. Bovenaan volgt nog een laatste laag saus, wat besciamella en royaal geraspte Parmigiano Reggiano of Grana Padano. De kaas zorgt tijdens het bakken voor de gratinkorst.

Pesce dell’Adriatico

In de kustplaatsen speelt vis uiteraard een belangrijke rol. Dat zal je ook overvloedig merken in de keuken van Marche. Vis, mosselen, vongole, inktvis, ansjovis en rijk gevulde vispannen komen er geregeld op tafel. Ben je een visliefhebber, dan ga je in Marche zeker je gading vinden.

Het bekendste gerecht is brodetto. Je kan het omschrijven als een variant op vissoep, maar eigenlijk is het meer een visstoofpot. Brodetto wordt gemaakt met wat de zee op dat moment geeft. Kleine vissen, schaaldieren, weekdieren, soms wat tomaat, soms azijn, soms saffraan. Alles hangt af van waar je bent en wie er aan het fornuis staat. Naar het schijnt is vooral de volgorde waarin de vis wordt toegevoegd van cruciaal belang. Dat geloof je meteen wanneer je een goede brodetto proeft. De vis moet gaar zijn, maar mag zijn eigen smaak niet verliezen.

Elke kustplaats heeft zowat haar eigen versie. San Benedetto del Tronto staat bekend om een frissere, licht zure brodetto, vaak met azijn en groene tomaat. Ancona heeft een zachtere en rondere stijl. Porto Recanati werkt dan weer met saffraan en zonder tomaat. Fano heeft eveneens een stevige reputatie. Je kan dus perfect een kleine brodetto tour maken langs de kust, alleen al om uit te zoeken welke versie het beste bij je past. Er bestaan slechtere opdrachten.

Een van de mooiste producten van de kust zijn de moscioli van Portonovo, de wilde mosselen van de Conero kust. Ze groeien aan de rotsen en hebben een krachtiger, zilter karakter dan veel klassieke gekweekte mosselen. Ze hebben weinig nodig. Olijfolie, knoflook, peterselie, eventueel wat citroen. Meer moet dat niet zijn, want de smaak van de mossel zelf moet centraal blijven staan.

Ancona heeft daarnaast nog stoccafisso all’anconetana. Stokvis wordt hier bereid met aardappelen, tomaat, olijven en olijfolie. Dit is een stevig gerecht met een uitgesproken zilt karakter.

Tot slot zal je ook geregeld seppie con i piselli tegenkomen. Dat zijn zeekatjes, vaak kleinere seppie, die gestoofd worden met erwtjes, witte wijn, knoflook, peterselie, olijfolie en meestal wat tomaat. Het is een specialiteit die niet voor iedereen zal zijn weggelegd. Zelf ben ik er niet onmiddellijk een liefhebber van, maar dat neemt niet weg dat het wel degelijk thuishoort in de kustkeuken van Marche.

Carne, de stevigere kant van Marche

Trek je de heuvels en bergen in, dan wordt de keuken vleziger. Varkensvlees, wild, gevogelte, lam, konijn en stevige ragù’s komen dan allemaal in beeld. Een van de klassieke vleesgerechten is coniglio in porchetta.

Dat is konijn bereid in de stijl van porchetta. Het vlees wordt gekruid met wilde venkel, knoflook, rozemarijn en andere aromaten. Dit konijn is een feestmaal en heeft een intens aroma van wilde venkel, die vroeg in de zomer wordt geoogst. Daarna wordt het gebraden en belandt het op je bord.

Daarnaast kom je geregeld pollo in potacchio tegen. Dit is kip die wordt gestoofd met witte wijn, knoflook, rozemarijn, olijfolie en meestal wat tomaat.

Verder mag ook porchetta zelf niet ontbreken. Grote stukken gebraden varkensvlees, stevig gekruid met venkel, knoflook en rozemarijn. Je vindt het op markten, feesten en in broodjes, maar ook gewoon als volwaardig vleesgerecht. Het maakt meteen duidelijk hoe belangrijk varkensvlees is in de landelijke keuken van Marche.

Wie rundvlees wil, kan uitkijken naar vlees van het Marchigiana rund. Dat witte runderras hoort bij Centraal Italië en komt ook in Marche voor. Het vlees wordt vaak eenvoudig gegrild of als bistecca geserveerd. Geen ingewikkelde bereiding dus, gewoon goed vlees, vuur, zout en een glas rood erbij.

Dolce o caffè?

De typische vraag waarmee je wordt geconfronteerd bij het afsluiten van de maaltijd.

Aan te raden is, als het tenminste op de menukaart staat, om een torta di mele rosa dei Monti Sibillini te nemen. Deze kleine appeltjes zijn aromatisch en knapperig, met zoetheid en een frisse toets. Ze worden vaak verwerkt in taarten en gebak. Bovendien zijn ze erkend als Slow Food Presidio en alleen dat al is meldenswaardig.

Wil je liever een koffie, dan kan je er een Anisetta Meletti of een mistrà bijvragen. Dat zijn bekende anijslikeuren die gemaakt worden op basis van anice verde di Castignano. Deze groene anijs uit Castignano, in de provincie Ascoli Piceno, heeft een uitgesproken geur en smaak. Je drinkt deze likeuren puur, met ijs of in de koffie.

In het zuiden van Marche kom je ook vino cotto tegen. Ingekookte most, donker, zoet, kruidig en intens. Een klein glas volstaat als afsluiter van de avond.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden
  4. De kust van Marche: zee, sfeer en kustplaatsen met karakter
  5. Marche: hidden gems, deel 1, tussen Frasassi en Verdicchioland
  6. Marche op zondag: Hidden gems, deel 2

Giro d’Italia 2026, rit 8: Falerio DOC, van Chieti naar Fermo

Van Abruzzo naar de Marche leidt rit 8 van de Giro d’Italia ons. Het belooft een rit vol sightseeing te worden, want alle mooie kustplaatsjes van de zuidelijke Marche worden aangedaan, om uiteindelijk te eindigen in Fermo. Een sprintersetappe zou je dan op het eerste zicht denken. Maar dat is het verre van. De eerste 100 kilometer zijn biljartvlak en dan begint het geaccidenteerde parcours, met naar het einde toe nog een muurtje waar enkel de punchers zullen overleven.

Die geaccidenteerde finale brengt ons ook midden in de Falerio DOC. Een vrij groot wijngebied in het zuiden van de Marche waar de witte wijnen hoogtij vieren. Kunnen deze niet onder de gereputeerde Offida DOCG gelabeld worden, dan is Falerio DOC vaak de logische uitwijkmogelijkheid. Mijn ervaring is dat je binnen deze DOC zeer vlot drinkende, lekkere wijnen kan vinden met een sterke prijs kwaliteitverhouding.

Falerio DOC

Met 383 hectare aan wijngaarden en een gemiddelde productie van ongeveer 23.000 hectoliter, goed voor iets meer dan 3 miljoen flessen, is Falerio DOC zeker geen kleine speler. Toch blijft de naam buiten de Marche vrij discreet aanwezig. Verdicchio, Rosso Piceno en Offida nemen veel sneller het podium in. Falerio blijft dan wat aan de zijkant staan. De DOC is vandaag volledig gericht op witte wijn.

De appellatie werd in 1975 officieel erkend als DOC. De productiezone ligt in het zuiden van de Marche, in een gebied waar de Adriatische kust en het heuvelachtige binnenland dicht bij elkaar lopen. Ze omvat de geschikte wijnbouwgronden binnen de provincies Fermo en Ascoli Piceno. De wijngaarden liggen tussen 50 en 700 meter hoogte. Te vochtige valleibodems zijn uitgesloten, net als percelen boven 700 meter. Het zwaartepunt ligt weliswaar niet in hooggelegen bergwijngaarden, maar in de lagere en middelhoge heuvelzones.

De naam Falerio verwijst naar de oude Romeinse stad Faleria, later Falerio Picenus en vandaag Falerone. Hier herinneren het theater, het amfitheater en de restanten van de Romeinse tempel nog aan die periode. Ook in de archieven van Fermo vinden we al verwijzingen naar wijn uit Faleria in de dertiende eeuw. Daarbij duikt ook de oude techniek van vin cotto op, die in deze streek op kleine schaal nog altijd bestaat.

Bodem en klimaat

In de wijngaarden van Falerio DOC vinden we vooral kleiige en kalkrijke bodems met een vrij fijne structuur. Vaak zijn het bodems met voldoende diepte en porositeit. Ze houden geen overtollig water vast, maar wel genoeg vocht om de wijnstok door de drogere zomermaanden te helpen. Dat is belangrijk, want juli is doorgaans de droogste maand en de meeste regen valt pas in oktober, november en december.

Het reliëf speelt daarbij een belangrijke rol. Op de hellingen kan overtollig water vrij snel weg, waardoor de bodems niet zwaar en nat blijven. De wijngaarden liggen bovendien vaak op hellingen met een oostelijke tot zuidoostelijke oriëntatie. Ze krijgen dus voldoende licht in de eerste helft van de dag, zonder dat de warmste namiddagzon altijd vol op de druiven staat.

Het klimaat is duidelijk mediterraan, maar de cijfers tonen ook dat het geen kurkdroog gebied is. De gemiddelde jaartemperatuur ligt rond 14 graden. De zomers zijn warm, met juli en augustus gemiddeld rond 23 graden. De winters kunnen behoorlijk fris zijn, met gemiddelde temperaturen rond 5,5 tot 6,5 graden in december, januari en februari. De jaarlijkse neerslag ligt rond 700 tot 800 millimeter, maar die valt dus vooral buiten de zomerperiode.

Witte wijnen

Falerio DOC is er uitsluitend voor witte wijnen. De appellatie maakt een onderscheid tussen de algemene Falerio en de Falerio Pecorino.

Falerio is meestal een blend van drie druiven met Trebbiano Toscano als de belangrijkste. Deze moet 20 tot 50 procent moet uitmaken van de wijn. Passerina moet 10 tot 30 procent van de assemblage vormen, en dat is ook zo voor Pecorino. Andere toegelaten niet aromatische witte druiven uit de Marche mogen samen tot maximaal 20 procent worden gebruikt. Er is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. De maximale opbrengst bedraagt 13 ton druiven per hectare en het rendement van druif naar wijn mag maximaal 70 procent bedragen. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 11,5 procent.

In het glas is Falerio meestal licht tot duidelijk strogeel van kleur. De geur is licht geparfumeerd, met florale toetsen en geel fruit. Denk aan witte bloemen, peer, gele appel, citrus en soms wat perzik. De smaak is droog, licht ziltig, harmonieus en fris.

Falerio Pecorino moet voor minstens 85 procent uit Pecorino bestaan. De rest mag worden aangevuld met andere toegelaten niet aromatische witte druiven uit de Marche. Ook hier is geen verplichte rijping voorzien. De maximale opbrengst ligt lager dan bij de gewone Falerio en bedraagt 11 ton druiven per hectare. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 12 procent.

Pecorino geeft van nature meer intensiteit dan Trebbiano en Passerina. In het glas levert dat meestal een wijn op met meer geur, meer structuur en meer uitgesproken karakter. De kleur is strogeel, vaak met licht groenige waas. In de geur kunnen witte bloemen, ananas, anijs en salie opduiken. De smaak is droog, fris, licht ziltig en duidelijk voller dan bij de gewone Falerio.

Giro d’Italia 2026, rit 7: Pentro di Isernia DOC, van Formia naar Blockhaus

Rit 7 brengt ons naar de Apennijnen. Van Formia gaat het richting Blockhaus, en dus mag er een ander soort renner zijn benen beginnen insmeren. De sprinters hebben hier weinig te zoeken. De klim naar Blockhaus gaat hun petje immers te boven en het zullen de klimmersgeiten uit het peloton zijn die de macht naar zich toe gaan trekken.

We rijden van Lazio, door Molise naar Abruzzo. Vooral dat kleine Molise verdient vandaag onze aandacht. Het is de jongste regio van Italië, pas in de jaren zestig losgekomen van Abruzzi e Molise, en nog altijd zo onbekend dat je bijna zou vergeten dat er wijn wordt gemaakt. Bijna, want de renners komen door Venafro en Colli a Volturno, en precies daar zitten we in het gebied van de Pentro di Isernia DOC.

Vanaf dat punt verandert ook de koers. De vlakke aanloop is voorbij, de Apennijnen komen dichterbij en de eerste serieuze beklimmingen dienen zich aan. De kijkers mogen wat naar voren schuiven in de zetel. De Giro krijgt hier voor het eerst echt berglucht in de longen.

Pentro di Isernia DOC

Pentro di Isernia DOC Pentro di Isernia DOC werd in 1983 erkend en behoort tot de kleinste appellaties van Molise. Het wijngaardareaal wordt op ongeveer 74 hectare geschat, maar slechts een fractie daarvan verschijnt ook effectief als Pentro di Isernia DOC in de productiecijfers. Een deel van de druiven zal vermoedelijk onder andere herkomstbenamingen terechtkomen. Zeker Tintilia del Molise DOC ligt daarbij voor de hand, omdat Tintilia vandaag de meest herkenbare blauwe druif van Molise is en commercieel meer uitstraling heeft dan de veel minder bekende Pentro di Isernia DOC.

Officieel mag de wijn ook kortweg Pentro heten, maar Pentro di Isernia maakt geografisch meteen duidelijker waar we zitten.

De productiezone ligt volledig in de provincie Isernia. Ze omvat Agnone, Belmonte del Sannio, Castelverrino, Colli a Volturno, Fornelli, Isernia, Longano, Macchia d’Isernia, Miranda, Montaquila, Monteroduni, Pesche, Pietrabbondante, Poggio Sannita, Pozzilli, Sant’Agapito en Venafro.

De naam Pentro verwijst naar de Pentri, een Samnitische stam die in dit deel van het zuiden van Italië leefde. De wijnbouwgeschiedenis van de streek gaat veel verder terug dan de DOC zelf. In de oudheid werd hier al wijn gemaakt, en ook bij Plinius duiken verwijzingen op naar wijnen uit de omgeving van Isernia.

Bodem en klimaat

Het gebied rond Isernia is uitgesproken heuvelachtig. Molise bestaat grotendeels uit bergen en heuvels, en ook deze appellatie wordt bepaald door langgerekte ruggen, valleien en hellingen. Aan de voet van de omliggende hoogtes vinden we afzettingen die door waterlopen naar beneden zijn gebracht.

De wijngaarden voor Pentro di Isernia liggen op heuvelachtige percelen met een goede oriëntatie. Ze bevinden zich tussen 200 en 600 meter boven zeeniveau. Daardoor spreken we over een wijnzone waar hoogte en reliëf een duidelijke rol spelen.

De bodems zijn vrij divers. Op de heuvels vinden we vooral diepe, goed drainerende bodems met fijne textuur, kalk en stenen. Lager op de hellingen en in de zones aan de voet van de heuvels komen meer afzettingen voor van waterlopen uit de omliggende hoogtes. Geologisch zit er veel kalk, mergel, zandsteen, klei en alluviaal materiaal in de bodem.

Pentro di Isernia ligt niet in een direct kustklimaat. De gemiddelde jaartemperatuur blijft relatief gematigd en de neerslag is niet verwaarloosbaar, met het zwaartepunt in herfst en winter. De zomers kunnen warm zijn, maar hoogte, ventilatie en nachtelijke afkoeling helpen om de rijping voldoende frisheid te geven.

Witte wijnen

Pentro di Isernia Bianco is gebaseerd op Falanghina. Die moet minstens 80 procent van de blend uitmaken. Trebbiano Toscano vult aan met 15 tot 20 procent. Andere toegelaten witte druiven uit Molise mogen maximaal 5 procent worden gebruikt.

Daarmee is er in 2014 een stevige wijziging geweest. Voorheen was de witte Pentro nog gebaseerd op Trebbiano Toscano, aangevuld met Bombino Bianco, en was er van Falanghina zo goed als geen sprake. Naar mijn gevoel heeft die ommezwaai vooral een gunstig effect gehad op de kwaliteit van de wijnen. Falanghina geeft de witte Pentro meer eigenheid, meer aromatische definitie en een duidelijker zuiders profiel.

Voor Pentro di Isernia Bianco is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. In het glas gaat het om een licht strogele wijn, vaak met een groenige schijn. De geur zit eerder bij appel, peer, witte perzik, citroen en witte bloemen. Falanghina kan wat kamille, fijne kruidigheid en een licht amandelachtige toets meebrengen. Trebbiano Toscano trekt het geheel wat strakker en houdt de wijn fris en direct. In de mond blijft de wijn droog, vrij sappig en eerder slank tot middelvol, met een frisse lijn.

Rode wijnen

Pentro di Isernia Rosso is het meest representatieve type van de DOC. De wijn moet voor 75 tot 80 procent uit Montepulciano bestaan. Tintilia vult aan met 20 tot 25 procent. Andere toegelaten, niet aromatische blauwe druiven mogen maximaal 5 procent van de blend uitmaken. Montepulciano zorgt voor kleur, rijp fruit, volume en een zekere aardse kracht. Tintilia brengt lokale identiteit, kruidigheid en extra spanning.

De wijn moet minstens één jaar rijpen, waarvan minimaal zes maanden in eiken vaten. Die vaten mogen om het even welke capaciteit hebben. Het gaat dus niet noodzakelijk om barriques, maar evengoed om grotere vaten zoals Slavonische botti. De verplichte houtopvoeding wijst vooral op rijping en afronding, niet automatisch op een nadrukkelijke houtstijl.

In het glas mag je een robijnrode wijn verwachten, met kers, pruim, donker bosfruit, gedroogde kruiden, soms wat zoethout en een aardse toets. Montepulciano geeft de wijn vulling en rijp fruit, terwijl Tintilia voor wat kruidigheid en extra beet kan zorgen. De smaak is droog, harmonieus en soepel, met voldoende tannine en een eerder warme, zuiderse indruk.

Er bestaat ook een Riserva, met een langere verplichte rijping. De wijn moet minstens vier jaar rijpen, waarvan minimaal twee jaar in eiken vaten. Daarna volgt nog minstens zes maanden flesrijping. Verwacht bij de Riserva meer concentratie, rijper fruit, meer kruidigheid en een steviger mondgevoel.

Rosato

Pentro di Isernia Rosato vertrekt van dezelfde blauwe druiven als de Rosso. Ook hier bestaat de blend uit 75 tot 80 procent Montepulciano en 20 tot 25 procent Tintilia. Andere toegelaten, niet aromatische blauwe druiven mogen maximaal 5 procent worden gebruikt.

Er is geen verplichte rijpingsperiode. De wijn is dus vooral gericht op fruit, frisheid en directe drinkbaarheid. Het aroma blijft doorgaans speels, met aardbei, framboos, rode bes, florale toetsen en zachte kruidigheid. De smaak is droog, fris en sappig, met een licht fruitige indruk.

Giro d’Italia 2026, rit 6: Cilento DOC, van Paestum naar Napoli

In de Giro maken de renners de oversteek van de heuvels van Basilicata naar de kust van Campania. Rit 6 gaat van Paestum naar Napoli, de hoofdstad van Campania. De rit volgt eerst de mooie kustlijn tot aan Salerno en trekt daarna het binnenland in, om uiteindelijk langs de haven richting Piazza del Plebiscito te eindigen. Met slechts 500 hoogtemeters voor de boeg zouden de sprinters wel eens aan zet kunnen zijn, al lopen de laatste 5 kilometer nog stevig op. In Napoli krijg je bovendien zelden iets cadeau, dus enkel de sterkste beren zullen hier helemaal vooraan overleven.

Onze keuze voor de minder bekende DOC valt vandaag dan ook logisch op Cilento DOC. Paestum ligt in Capaccio Paestum, een gemeente die deel uitmaakt van de productiezone van deze appellatie. De rit doorkruist niet het volledige wijngebied van Cilento, maar het is wel een mooie aanleiding om Cilento DOC eindelijk eens wat meer te belichten. Zeker omdat Cilento zelf, net ten zuiden van de Amalfikust, een prachtige maar vaak ondergewaardeerde kustregio is. Rustiger, ruwer en minder drukbezocht dan zijn beroemde buur.

Cilento DOC

Met een goede 82 hectare aan wijngaarden en een gemiddelde productie van ongeveer 2.000 hectoliter is Cilento DOC toch iets meer uit de kluiten gewassen dan de vorige appellaties die we bespraken. Het blijft wel een relatief jonge appellatie, die pas in 1989 officieel erkend werd als DOC.

De productiezone ligt in Campania, in de provincie Salerno, en is opvallend ruim. Ze omvat 58 gemeenten, van Agropoli tot Sapri en van de Tyrreense kust tot het meer heuvelachtige binnenland richting Basilicata. De wijngaarden mogen binnen die zone niet zomaar overal aangeplant worden. Stranden, zandige kuststroken en vlakke valleibodems zijn uitgesloten. De maximale hoogte bedraagt 450 meter boven zeeniveau. Alleen in Moio della Civitella mag men tot 550 meter gaan.

Ook historisch past Paestum mooi in dit verhaal. De wijnbouwgeschiedenis gaat in deze streek tot diep in de oudheid terug. Het waren immers de Griekse kolonisten die hier wijnstokken introduceerden, onder meer in Elea en Paestum. Dat zet de verbondenheid met de startplaats van de rit extra in de verf.

Bodem en klimaat

Het landschap van Cilento is zeer divers. Je vindt er ruige heuvels, bergkammen en steile flanken, maar ook zachtere hellingen die het landschap wat minder streng maken. Daartussen snijden waterlopen diep in het reliëf. Kleine kustvlaktes en het Vallo di Diano, een oude meerbodem, zorgen voor extra afwisseling in het landschap.

Geologisch maakt Cilento deel uit van de zuidelijke Apennijnen. De ondergrond werd gevormd door tektonische bewegingen uit het Mioceen en Plioceen, waarbij gesteentelagen geplooid, verschoven en over elkaar geschoven werden. Later kwamen daar jongere afzettingen bovenop. Het resultaat is een landschap dat niet meteen makkelijk wijnbouwgebied lijkt, maar net daarin zit een deel van zijn karakter.

Ook de bodems zijn niet overal identiek, maar ze hebben wel een duidelijk gemeenschappelijk karakter. Ze zijn over het algemeen arm aan organisch materiaal en hebben vaak een basis van klei, met mergel en schist in de ondergrond. Dat zijn geen makkelijke bodems, maar net daardoor blijven de wijnstokken beter in toom.

Voor wijnbouw zijn vooral de heuvelachtige percelen met een goede ligging interessant. Daar vinden we vaker kiezelhoudende en kalkrijke gronden, die voor meer drainage, spanning en structuur kunnen zorgen. Klei geeft dan weer wat meer vulling en draagkracht. Zo krijg je een bodemprofiel dat de wijnen niet alleen rijpheid geeft, maar ook voldoende grip en frisheid.

Het klimaat is duidelijk zuiders, maar door de combinatie van zee, heuvels en binnenland is het minder eenduidig dan je op het eerste gezicht zou denken. De Tyrreense Zee zorgt voor mediterrane invloed, terwijl hoogte, hellingen en ventilatie helpen om de warmte te temperen.

Witte wijnen

Cilento DOC kent twee witte types: Cilento Bianco en Cilento Fiano. Fiano speelt daarin de hoofdrol. Bij Cilento Bianco moet Fiano 60 tot 65 procent van de blend uitmaken. Trebbiano Toscano vult aan met 20 tot 30 procent, terwijl Greco Bianco en of Malvasia Bianca samen 10 tot 15 procent mogen leveren. Andere toegelaten witte druiven uit de provincie Salerno mogen tot maximaal 10 procent worden gebruikt.

Cilento Fiano moet voor minstens 85 procent uit Fiano bestaan. De rest mag worden aangevuld met andere toegelaten, niet aromatische witte druiven uit de provincie Salerno.

Voor de witte wijnen is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. De focus ligt dus vooral op druivensamenstelling, herkomst en minimum alcoholgehalte. Voor Cilento Bianco ligt dat minimum op 11 procent. Voor Cilento Fiano is dat 12 procent.

Cilento Bianco mogen we vooral zien als de frisse, toegankelijke witte blend van de appellatie. Strogeel van kleur, met een delicaat aroma en een frisse, harmonieuze smaak. Cilento Fiano kan iets meer intensiteit en herkenbaarheid van Fiano tonen. Ook hier blijft de kleur strogeel, maar de wijn zal droog, voller en meer uitgesproken aanvoelen.

Rode wijnen

Bij de rode wijnen draait het vooral rond Aglianico. Cilento Rosso moet voor 60 tot 75 procent uit Aglianico bestaan. Piedirosso en of Primitivo vullen aan met 15 tot 20 procent. Andere toegelaten blauwe druiven uit de provincie Salerno mogen maximaal 25 procent van de blend uitmaken.

Cilento Aglianico moet voor minstens 85 procent uit Aglianico bestaan. De resterende 15 procent mag bestaan uit andere toegelaten blauwe druiven uit de provincie Salerno.

Voor Cilento Rosso is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 11,5 procent. In het glas gaat het om een robijnrode wijn, met een herkenbaar profiel van rood fruit, rijpe kers, lichte kruidigheid en een aardse toets. De smaak is droog, eerder delicaat en minder uitgesproken dan bij Cilento Aglianico.

toont wat meer kracht. Ook hier gaat het om een robijnrode wijn, maar het profiel is duidelijk steviger dan bij de gewone Rosso. Verwacht meer donker fruit, rijpe kers, pruim, kruidigheid en een hartige toets. De smaak is droog, vol en voldoende sappig. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 12 procent. De wijn moet minstens één jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Voor de Riserva geldt een langere rijpingsperiode van minimaal drie jaar, waarvan twee jaar in houten vaten, vanaf 1 januari na de oogst.

Rosato

De basis voor Cilento Rosato is Sangiovese. Die moet 70 tot 80 procent van de blend uitmaken. Aglianico is goed voor 10 tot 15 procent en Primitivo en of Piedirosso vullen eveneens aan met 10 tot 15 procent. Andere toegelaten druiven uit de provincie Salerno mogen tot maximaal 10 procent worden gebruikt.

Voor Cilento Rosato is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 11 procent. De wijn krijgt zijn roze kleur door een korte schilweking van de gekneusde druiven. Zodra de most voldoende kleur heeft opgenomen, wordt hij afgetapt en verder als rosato gevinifieerd.

In het glas kan Cilento Rosato variëren van licht tot iets intenser roze. De blend geeft hem op papier best wat inhoud. Sangiovese zorgt voor frisheid en rood fruit, Aglianico brengt wat meer structuur, terwijl Primitivo en Piedirosso extra rijpheid en een zuiders accent kunnen toevoegen. Uiteraard is de uiteindelijke samenstelling van de blend bepalend voor het karakter van de wijn.

Giro d’Italia 2026, rit 5: Terre dell’Alta Val d’Agri DOC in Basilicata

Rit 5 van de Giro trekt van Praia a Mare naar Potenza. Op papier start de dag nog heerlijk aan zee, maar wie naar het profiel kijkt, ziet al snel dat dit geen rustig kustverhaal wordt. De renners rijden Basilicata binnen, zoeken het binnenland op en krijgen onderweg een typisch Italiaans heuvelachtig parcours voorgeschoteld.

Een diepere blik op de route leert ons dat de renners in de buurt van Viggiano, Grumento Nova en de Val d’Agri passeren, om vervolgens in Potenza uit te maken wie met de ritzege aan de haal gaat. Aangezien de productiezone van Terre dell’Alta Val d’Agri DOC precies in dit deel van Basilicata ligt, is dit de meest logische appellatie om aan deze rit te koppelen.

Terre dell’Alta Val d’Agri DOC

Terre dell’Alta Val d’Agri DOC werd officieel erkend in 2003. Het is helemaal geen grote appellatie, met ongeveer 16 hectare wijngaard en een gemiddelde productie van amper 100 hectoliter. Zoals de naam aangeeft, vinden we de wijngaarden voor deze DOC in de bovenloop van de Val d’Agri. Dat is een vruchtbare vallei die zich ontvouwt tussen heuvels en calanchi, de typische uitgesleten kleiheuvels die het landschap op sommige plaatsen bijna maanachtig maken.

De productiezone ligt volledig in Basilicata, in de provincie Potenza, en omvat de gemeenten Viggiano, Grumento Nova en Moliterno. Het is een binnenlands, hooggelegen gebied waar wijnbouw veel sterker door hoogte, expositie en temperatuurverschillen wordt bepaald dan door nabijheid van de zee. Dat maakt deze DOC meteen anders dan veel zuidelijke appellaties die vooral op warmte en mediterrane invloed steunen.

De wijngaarden mogen volgens het disciplinare aangeplant zijn tot 800 meter hoogte. Ze zijn aangeplant met blauwe druivenrassen, grotendeels van Bordeaux origine, want de DOC geldt enkel voor rode en roséwijnen.

Bodem en klimaat

De wijnbouw profiteert hier van een omgeving die natuurlijk en relatief ongerept aanvoelt. De bodems zijn alluviaal van oorsprong en bevatten veel zand en klei, met weinig leem. Die samenstelling is belangrijk voor de stijl van de wijnen. Zand kan de structuur wat toegankelijker maken, terwijl klei bijdraagt aan volume, kleur en mondgevoel. Het resultaat zijn wijnen die niet alleen op fruit drijven, maar ook voldoende vulling en draagkracht krijgen.

Het klimaat heeft een uitgesproken bergkarakter. Dat compenseert de zuidelijke warmte van Basilicata. De druiven rijpen in een omgeving die zonnig genoeg is om volledige rijpheid te bereiken, maar tegelijk fris genoeg blijft om zuren en aroma’s te bewaren. Dat is precies de balans die Merlot en Cabernet Sauvignon hier nodig hebben.

Een belangrijk element zijn de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Vanaf augustus tot aan de oogst, die meestal in de tweede helft van oktober valt, begeleiden die thermische schommelingen de rijping van de druiven. Overdag krijgen ze zon en warmte, ’s nachts koelt het sterk af. Daardoor kunnen de druiven rijpen zonder hun frisheid te verliezen.

Rode wijnen

Terre dell’Alta Val d’Agri DOC is in de eerste plaats een rode wijnappellatie. De basis is een bordeauxblend, met een hoofdrol voor Merlot. Voor de Rosso en de Rosso Riserva moet minstens 50 procent Merlot worden gebruikt. Cabernet Sauvignon moet minstens 30 procent van de blend uitmaken. Andere toegelaten blauwe en witte, niet aromatische druivenrassen van de provincie Potenza mogen aanvullen tot maximaal 20 procent.

De maximale opbrengst bedraagt 12 ton druiven per hectare. De druiven voor de Rosso en Rosso Riserva moeten minstens 12 procent natuurlijk alcoholpotentieel halen. Voor de Rosso is een rijping van minstens 12 maanden voorzien, gerekend vanaf 1 december na de oogst. Daarna volgt nog een verplichte flesrijping van 3 maanden voor de wijn op de markt mag komen. De Riserva gaat duidelijk verder. Die moet minstens 24 maanden rijpen, waarvan minstens 6 maanden in hout, gevolgd door een verplichte flesrijping van 4 maanden.

In het glas kleurt de Rosso robijnrood. De wijn is aangenaam, fruitig en voldoende dragend. Denk aan rijp rood en donker fruit, pruim, kers, cassis, kruidigheid en een zekere aardse toets. Bij de Riserva komen daar sneller hout, specerijen, tabak en een steviger mondgevoel bij.

Rosato

Ook voor de roséwijn vormt Merlot de basis, met minstens 50 procent. Cabernet Sauvignon moet minstens 20 procent uitmaken en Malvasia Nera di Basilicata minstens 10 procent. Andere toegelaten blauwe en witte niet aromatische druivenrassen van de provincie Potenza mogen aanvullen tot maximaal 20 procent.

Merlot zorgt voor sappig fruit en ronding, Cabernet Sauvignon geeft wat meer structuur en kruidigheid. Malvasia Nera di Basilicata brengt het lokale accent in de blend en kan zorgen voor extra aromatische nuance, florale toetsen, rood fruit en een licht kruidige ondertoon. Daardoor krijgt de wijn meer persoonlijkheid.

Hij verschijnt op de markt vanaf 1 maart van het jaar na de oogst. Het is een wijn met een karakteristieke en aangename geur. Verwacht een diversiteit aan rood fruit, een lichte kruidigheid en een subtiel floraal accent. In de mond blijft hij droog, fris en voldoende smaakvol, met net wat meer beet dan een eenvoudige zomerrosé.

Giro d’Italia 2026, rit 4: Lamezia DOC in Calabria

Enkele dagen geleden is de 109de Giro d’Italia van start gegaan in Bulgarije. We volgen deze koers steeds met de nodige aandacht en breien er dit jaar een blogreeks aan vast. We doen dat vanaf het moment waarop de Giro Bulgarije achter zich laat en Italië binnenkomt. Per rit proberen we een minder bekende appellatie uit de omgeving in de kijker te zetten.

Wij pikken in bij rit 4, op dinsdag 12 mei. De etappe brengt ons van Catanzaro naar Cosenza. We zitten dus in Calabria, helemaal in de teen van de laars. De rit gaat vanuit Catanzaro richting Lamezia Terme en volgt daarna een flink stuk de Tyrreense kust. Daarmee komen we vanzelf uit bij een appellatie die perfect in deze reeks past: Lamezia DOC.

Lamezia DOC

Lamezia DOC werd officieel erkend in 1978. Het is een kleine appellatie van amper 10 hectare wijngaard en een gemiddelde productie van ongeveer 700 hectoliter. Omgerekend gaat het om ongeveer 93.000 flessen.

De appellatie ligt in een bijzonder smal deel van Calabria. Aan de westkant ligt de Tyrreense Zee, terwijl de Ionische Zee aan de andere kant van de regio relatief dichtbij blijft. Zee, wind en heuvels zitten hier dus dicht op elkaar.

De DOC ligt in de provincie Catanzaro en omvat delen van negen gemeenten: Curinga, Falerna, Feroleto Antico, Gizzeria, Francavilla Angitola, Maida, Pianopoli, Lamezia Terme en San Pietro a Maida. De naam verwijst naar Lamezia Terme, de stad die pas in 1968 ontstond door de samenvoeging van Sambiase, Nicastro en Sant’Eufemia.

Het productiegebied strekt zich uit rond de Piana di Sant’Eufemia, aan de zuidelijke voet van het Massiccio del Reventino. Een deel van de wijngaarden ligt in de vlakkere kustzone en op de alluviale gronden langs de waterlopen. Andere wijngaarden liggen hoger, op de heuvels rond Lamezia Terme, Falerna, Gizzeria, Maida en Curinga. De hoogteligging loopt daardoor van bijna zeeniveau in de vlakte tot enkele honderden meters in de heuvels. Binnen de afbakening van de DOC worden zelfs punten boven 600 meter vermeld.

Bodem en klimaat

Geologisch gaat het vooral om sedimentaire bodems. In grote lijnen kan je twee omgevingen onderscheiden. Enerzijds zijn er de jonge afzettingen van de kustvlakte en de alluviale bodems langs de waterlopen. Anderzijds zijn er de hoger gelegen, terrasvormige afzettingen rond de vlakte. Die hoger gelegen percelen zijn vaak beter gedraineerd en kunnen voor kwaliteitswijnbouw interessanter zijn.

Het klimaat is mediterraan, met duidelijke invloed van zee en wind. De regen valt vooral in de winter, met december als natste periode. Juli is doorgaans de droogste maand. De gemiddelde jaartemperatuur ligt rond 16 graden. In de zomer kan de warmte stevig zijn, maar de nabijheid van de Tyrreense Zee, de luchtstromen door de smalle doorgang tussen zee en reliëf en de hoger gelegen wijngaarden helpen om de druiven gezond te houden en voldoende frisheid te bewaren.

Rode wijnen

De rode wijnen vormen in de praktijk het zwaartepunt van Lamezia DOC. De gewone Lamezia rosso vertrekt vooral van Gaglioppo, Magliocco, Greco Nero en Marsigliana. Voor Lamezia rosso moeten Gaglioppo en Magliocco, samen of afzonderlijk, 35 tot 45 procent van de blend uitmaken. Greco Nero en Marsigliana moeten samen of afzonderlijk goed zijn voor 25 tot 45 procent. Andere blauwe druivenrassen die in Calabria zijn toegelaten, mogen aanvullen tot maximaal 40 procent.

Daarnaast bestaan er ook twee rode wijnen met druifvermelding: Lamezia Gaglioppo en Lamezia Greco Nero. In beide gevallen moet minstens 85 procent van het vermelde druivenras worden gebruikt. Gaglioppo brengt vaak rood fruit, kruidigheid, structuur en duidelijke tannine. Greco Nero kan de wijn wat donkerder, voller en kruidiger maken. Marsigliana is minder bekend, maar geeft de blend een uitgesproken lokaal accent.

De rosso riserva moet minstens 18 maanden rijpen. Daarvan gebeuren minstens 12 maanden in houten vaten, gevolgd door 6 maanden flesrijping. De rijping wordt gerekend vanaf 1 december van het oogstjaar. Dit type wijn zoekt meer structuur, rijpheid en bewaarpotentieel op dan de gewone rosso.

Witte wijnen

De witte wijnen van Lamezia DOC zijn minder bekend. De basis ligt vooral bij Greco Bianco en Montonico Bianco, lokaal Mantonico genoemd. Voor Lamezia bianco moet Greco Bianco minstens 50 procent van de blend vormen. Voor Lamezia Greco loopt dat op tot minstens 85 procent Greco Bianco.

Greco Bianco kan wijnen geven met geel fruit, mediterrane kruiden, soms wat amandel en een zekere hartigheid. De naam zorgt soms voor verwarring, want dit is niet dezelfde Greco als de druif die we kennen van Greco di Tufo in Campania. In Lamezia gaat het om Greco Bianco, een druif die in Calabria een eigen plaats inneemt en hier de basis vormt voor verschillende witte wijnen. De wijnen zijn doorgaans droog en combineren rijpheid met frisheid en een smaakvolle afdronk. Lamezia Greco, met minstens 85 procent Greco Bianco, zet die druif nog duidelijker centraal.

Voor Lamezia Mantonico moet minstens 85 procent van dit druivenras worden gebruikt. Het kan wijnen opleveren met body, kruidigheid, een hartige toets en soms een licht bittertje in de afdronk.

Rosato, novello, passito en spumante

Rosato wordt binnen Lamezia DOC gemaakt op basis van dezelfde druivenstructuur als de rode wijnen. Gaglioppo en Magliocco vormen, samen of afzonderlijk, 35 tot 45 procent van de blend. Greco Nero en Marsigliana moeten samen of afzonderlijk 25 tot 45 procent uitmaken. Andere blauwe druivenrassen die in Calabria zijn toegelaten, mogen aanvullen tot maximaal 40 procent.

De DOC voorziet ook een novello. Dat is de jonge, fruitige rode variant binnen de appellatie. Hij wordt gemaakt volgens de regels voor vino novello en mikt vooral op frisheid, sappig fruit en snel drinkplezier.

Aan de andere kant van het spectrum staat passito, op basis van witte druiven. Daarvoor schrijft de DOC minstens 50 procent Greco Bianco en minstens 35 procent Mantonico voor. De overige 15 procent mag bestaan uit andere toegelaten witte druivenrassen. Dit is de zoete, geconcentreerde kant van Lamezia DOC.

Daarnaast zijn ook spumante en spumante rosato toegelaten. De witte spumante wordt gemaakt op basis van minstens 85 procent Greco Bianco, Mantonico of een combinatie van beide. Voor spumante rosato bestaat de basis uit minstens 85 procent Gaglioppo, Greco Bianco, Mantonico of een combinatie daarvan. Belangrijk detail: deze mousserende wijnen moeten via tweede gisting op fles worden gemaakt, dus volgens de metodo classico. Ze rijpen minstens negen maanden op de gisten en kunnen gaan van extra brut tot dry.