Hoewel we onze tijd namen om Alto Piemonte te verkennen, moet je toch keuzes maken. Je kan helaas niet aan elke appellatie dezelfde aandacht schenken. Nu ja, je kan dit uiteraard wel, maar dan moet je er ook wel degelijk de tijd en ruimte voor vrijmaken.
Bij de voorbereiding aan het thuisfront werd al vlug duidelijk dat Fara en Sizzano, ik zal niet zeggen het vijfde wiel aan de wagen, toch minder prominent in beeld werden gebracht in de diverse artikels en websites die we doornamen in functie van onze ontdekkingstocht.
Ik besloot me hier dan ook bij aan te sluiten en er niet dezelfde tijd voor uit te trekken als ik voor de andere appellaties wel had gedaan. Een wijze beslissing, zo bleek eens we ginds waren. Je cruiset zo door de dorpjes zonder dat je er zelfs erg in hebt. We besloten daarom van de hoofdweg af te gaan en wat meer de hoogte en de wijngaarden op te zoeken. Sporadisch kwamen we deze tegen, maar we waren al wat blij eens we in Ghemme zaten.
Misschien hebben we hierdoor de hoofdkern van Fara en Sizzano gemist, maar dat gevoel had ik helemaal niet. Ook tijdens ons bezoek aan de Enoteca in Gattinara waren deze wijnen in de minderheid. Fara stond er niet eens tussen.
Uiteraard nemen we ze wel degelijk mee op in onze blogreeks, want ze horen hier eenvoudigweg in thuis. We nemen hierbij ook de twee ruimere appellaties mee op: Coste della Sesia en het nog ruimere Colline Novaresi.
Fara, klein is hier werkelijk klein
Ten zuiden van Ghemme, aan de oostelijke zijde van de Sesia, liggen Fara Novarese en Briona. Samen vormen ze het productiegebied van Fara DOC. De appellatie bestaat sinds 1969 en behoort vandaag tot de kleinste van Alto Piemonte.
Amper vijf hectare groot, goed voor een jaarlijkse productie van ongeveer 135 hectoliter wijn. Omgerekend spreken we over nauwelijks 18.000 flessen per jaar. Netjes verdeeld onder vijf producenten!
De wijngaarden liggen op een langgerekte heuvelrug die van noord naar zuid loopt, op een hoogte van ongeveer 180 tot 300 meter. De bodem is van fluvioglaciale oorsprong en werd gevormd door afzettingen afkomstig van het Monte Rosa massief. Klei en zand worden er afgewisseld met grind en rolstenen. Op het plateau zijn de bodems dieper en bevatten ze meer klei, terwijl ze op de hellingen losser en steniger worden. Daarmee verschilt Fara duidelijk van de vulkanische ondergrond die we eerder in Boca, Bramaterra en Gattinara tegenkwamen.
Voor Fara DOC moet Nebbiolo, hier uiteraard ook Spanna genoemd, 50 tot 70 procent van de assemblage uitmaken. Vespolina en Uva Rara nemen samen 30 tot 50 procent voor hun rekening. Daarnaast mag maximaal 10 procent andere toegelaten niet aromatische blauwe druiven worden gebruikt.
De wijn moet minstens 22 maanden rijpen, waarvan 12 maanden op hout. Voor Fara Riserva loopt dat op tot 34 maanden, waarvan minstens 20 maanden op hout.
Door het relatief grote aandeel Vespolina en Uva Rara krijgt Fara een ander profiel dan een zuivere Nebbiolo. Rode vruchten, florale aroma’s en kruidigheid komen naast de zuren en tannine van Nebbiolo te staan. De wijnen kunnen daardoor relatief vroeg toegankelijk zijn, zonder het typische karakter van Alto Piemonte te verliezen.
Geen wonder eigenlijk dat er geen fles te vinden was in de Enoteca van Gattinara!
Sizzano, op weg naar Ghemme
Wie vanuit Fara opnieuw noordwaarts richting Ghemme rijdt, passeert Sizzano zonder dat hij het beseft. Ook hier hebben we te maken met een historische appellatie waarvan vandaag bijzonder weinig wijn wordt geproduceerd. Toeval of niet, we vinden exact dezelfde oppervlakte aan wijngaarden als in Fara: amper vijf hectare. De productie ligt met 170 hectoliter net iets hoger. Met negen producenten die er actief zijn, is het wijngaardwerk in Sizzano vlug uitgevoerd.
Dat kleine Sizzano genoot ooit nochtans een stevige reputatie. In 1845 stuurde de Novarese senator Giacomo Giovanetti een staal van de wijn naar Camillo Benso di Cavour. Die was behoorlijk onder de indruk en zag in Sizzano het bewijs dat Piemonte wijnen van hoog niveau kon voortbrengen. Voor het karakter van de wijn zocht hij de vergelijking bovendien eerder in Bourgogne dan in Bordeaux. Een aardig visitekaartje voor een appellatie die vandaag amper vijf hectare telt.
Sizzano kreeg zijn DOC in 1969. Het productiegebied beperkt zich tot de gemeente Sizzano en de wijngaarden liggen op de heuvels, tussen ongeveer 200 en 350 meter hoogte.
De geologie is van fluvioglaciale oorsprong en de bodems zijn behoorlijk complex samengesteld. Op het overwegend kleirijke plateau vinden we oude afzettingen uit het Pleistoceen, met een heterogene samenstelling van onder meer klei, leem, grind en rolstenen.
De samenstelling van Sizzano lijkt sterk op die van Fara. Nebbiolo vertegenwoordigt 50 tot 70 procent. Vespolina en Uva Rara vullen samen 30 tot 50 procent aan, terwijl maximaal 10 procent andere toegelaten niet aromatische blauwe druiven mag worden toegevoegd.
De verplichte rijping bedraagt minstens 22 maanden, waarvan 16 maanden op hout. Voor de Riserva zijn dat 34 maanden, waarvan 24 maanden op hout.
Sizzano levert een vrij klassieke stijl van Alto Piemonte op, met rood fruit, florale aroma’s, specerijen, frisse zuren en aanwezige tannine.
Coste della Sesia, het vizier gaat open
Rondom en tussen de diverse gemeentelijke appellaties van Alto Piemonte liggen nog twee uitgestrektere gebieden die een grotere lading dekken en veel minder strikt in herkomst beperkt zijn. Coste della Sesia en Colline Novaresi bestrijken grote delen van het gebied waar de wijnbouw ooit veel omvangrijker was dan vandaag.
De wijngaarden van de Coste della Sesia DOC strekken zich uit over delen van de provincies Biella en Vercelli, aan de westelijke zijde van de Sesia. Ze liggen er op een hoogte van 200 tot 600 meter.
Het is een relatief jonge DOC, die bestaat sinds 1996 en een gebied omvat waarin we ondertussen enkele oude bekenden tegenkomen. Lessona en Bramaterra liggen er volledig binnen, terwijl ook rond Gattinara wijngaarden onder Coste della Sesia kunnen worden geklasseerd. De grenzen van de verschillende denominaties overlappen dus gedeeltelijk.
Coste della Sesia biedt veel meer vrijheid op het vlak van druivenrassen, assemblage en stijl. Jonge wijngaarden, druiven uit verschillende percelen of een wijn die bewust vroeger op de markt wordt gebracht, kunnen hier een plaats krijgen.
Die vrijheid zien we ook in de verschillende wijntypes. Coste della Sesia kan als Rosso, Rosato en Bianco worden geproduceerd. De witte wijn wordt gemaakt van de lokale Erbaluce, die we beter kennen van de Erbaluce di Caluso DOCG.
Voor Rosato en Rosso is het logischerwijs opnieuw aan Spanna om de wijn te dragen. In beide gevallen moet Nebbiolo minstens 50 procent van de assemblage uitmaken. De rest mag worden aangevuld met andere blauwe druivenrassen die binnen het productiegebied zijn toegelaten. Vespolina, Uva Rara en Croatina zijn daarbij de rassen die we binnen Alto Piemonte het vaakst tegenkomen.
Je kan hier ook wijnen vinden met de naam van de druif op het etiket, zoals Coste della Sesia Nebbiolo, Vespolina of Croatina. Dan moet het vermelde druivenras voor minstens 85 procent aanwezig zijn. Voor Uva Rara gaat die vlieger niet op.
We zien momenteel de Coste della Sesia wijnen meer en meer op de markt verschijnen. Ergens is dit de normaalste zaak van de wereld. Nu de regio nieuwe producenten aantrekt, kan deze benaming perfect als kapstok dienen voor hun eerste wijnen of voor wijnen die niet onmiddellijk voldoen aan de strengere regels van de gemeentelijke appellaties.
Vind je een producent wiens Coste della Sesia uitmuntend is, hou die dan in de gaten. Die zou in de toekomst wel eens hoge ogen kunnen gooien wanneer ook de wijnen onder de gemeentelijke appellatie op de markt verschijnen!
Colline Novaresi, de grote paraplu aan de overkant
Steken we de Sesia opnieuw over, dan komen we terecht in het gebied van Colline Novaresi. Deze DOC bestaat sinds 1994 en vervult aan de oostelijke zijde van de rivier ongeveer dezelfde functie als Coste della Sesia aan de westelijke kant.
Het productiegebied is bijzonder uitgestrekt en omvat tientallen gemeenten in de provincie Novara. Binnen datzelfde geografische gebied liggen ook Ghemme, Boca, Fara en Sizzano. De wijngaarden liggen op een hoogte van 180 tot 550 meter.
Ook hier krijgen producenten aanzienlijk meer speelruimte. Colline Novaresi kan worden geproduceerd als Rosso, Rosato en Bianco. De Bianco bestaat voor 100 procent uit Erbaluce. Voor zowel Rosso als Rosato moet Nebbiolo, of Spanna, minstens 50 procent van de assemblage uitmaken. De overige 50 procent mag worden ingevuld met andere niet aromatische blauwe druivenrassen die in Piemonte zijn toegelaten.
Daarnaast kan de naam van het druivenras op het etiket verschijnen. Dat kan voor Nebbiolo of Spanna, Vespolina, Uva Rara, Croatina en Barbera. In dat geval moet het vermelde druivenras minstens 85 procent van de wijn uitmaken.
In grote lijnen zijn de overeenkomsten met Coste della Sesia dus behoorlijk groot. De ligging verschilt uiteraard en ook bij de druivenrassen zien we andere accenten. Vooral Uva Rara krijgt aan deze zijde van de Sesia een prominentere plaats. Dat zagen we eerder al in de assemblages van de gemeentelijke appellaties en hier kan ze zelfs afzonderlijk als Colline Novaresi Uva Rara op de markt worden gebracht.
Het grote verschil zit vooral in de oppervlakte. Colline Novaresi telt ongeveer 246 hectare wijngaarden en strekt zich een flink stuk verder noordwaarts uit. Coste della Sesia blijft met ongeveer 44 hectare een stuk kleiner. Ook naar het zuiden toe is de ruimte voor uitbreiding van Coste della Sesia beperkt. De heuvels maken er vrijwel meteen plaats voor de vlakten waar de rijstvelden het landschap overnemen.
En dan is er nog een verschil dat we waarschijnlijk in het subjectieve vak moeten steken. Mijn ervaring leert me dat onder Colline Novaresi ook behoorlijk wat minder serieuze wijnen op de markt komen. Wijnen die ik persoonlijk liever niet vereenzelvig met de kwaliteit waartoe Alto Piemonte in staat is. Dat is uiteraard een persoonlijk standpunt, maar wel eentje dat ik hier wil meegeven.
Onze kaart is compleet
Het was een enorm boeiende en vooral leerrijke ontdekking om de wijngebieden van Alto Piemonte van dichtbij te bestuderen. Ik heb er enorm lekkere wijnen geproefd, strenge exemplaren leren kennen en wijnen ontdekt die nog flink wat geduld vragen, maar de toekomst voor zich hebben.
Ik kan dan ook enkel maar reikhalzend uitkijken naar wat Alto Piemonte ons in de toekomst nog zal bieden.
Onze kaart van Alto Piemonte is daarmee volledig ingekleurd. Ook de puzzel van die kleine maar veelbelovende appellaties hebben we in elkaar gestoken. Ons verhaal is daarmee bijna ten einde.
Bijna, want helemaal in het westen wacht nog één buitenbeentje: Carema.
Reeds verschenen in deze reeks:
- Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
- Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
- Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
- Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
- Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
- Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
- Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
- Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s

Filed under: Vini Italiani | Tagged: Colline novaresi, coste della sesia, croatina, fara, Italian wine ambassador, nebbiolo, piemonte, sizzano, spanna, uva rara, vespolina, wijn, wijnblog, wijnkennis, wineblog, wineblogger | Leave a comment »









