Piemonte in een korrel – het rijstland achter risotto

Als je door Piemonte trekt, dan verwacht je heuvels, bergen, wijngaarden, hazelaars en bergmeren. Maar zowel tijdens ons verblijf in Moncalvo, in de omgeving van Asti, als tijdens ons verblijf in La Morra viel het ons op hoe snel het landschap veranderde zodra we enkele kilometers richting Torino reden. Kilometers en kilometers aaneengesloten rijstvelden doken op. Hier verdwijnen de heuvels en opent zich een immense vlakte waarin water minstens even belangrijk is als aarde. Dit is het andere culinaire Piemonte: het Piemonte van de rijst. Rijst voor de vermaarde risotto.

In het voorjaar worden de rijstvelden onder water gezet en verandert de vlakte in wat de Piemontesi graag il mare a quadretti noemen, de zee in vierkantjes. Honderden rechthoekige percelen weerspiegelen de lucht en in de verte tekenen de Alpen zich af aan de horizon. Een paar maanden later is dat spiegelende landschap dichtgegroeid met rijstplanten. Vanaf september kleuren de velden goud en begint de oogst.

Piemonte is goed voor ongeveer de helft van het Italiaanse rijstareaal, met Vercelli en Novara als belangrijkste centra van de rijstteelt. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Tijdens ons bezoek maakten we een stop om deze rijstvelden eens van dichtbij te bekijken. Op zich echt wel indrukwekkend.

Eén grote waarschuwing echter voor wie in onze voetsporen wil treden en halt wil houden in de rijstvelden. Neem je voorzorgen! Wij konden niet vlug genoeg terug in onze wagen zijn om ons in te smeren met muggenmelk. Het krioelt er van deze steekgrage beestjes.

Een waterlandschap

We waren er in de tweede helft van juli en ergens is dit wel spijtig, want er werd me ingefluisterd dat wie de rijstvelden alleen tijdens de zomer ziet, een belangrijk deel van hun schoonheid mist. De foto’s die we nadien opzochten, konden dat alleen maar bevestigen. In het voorjaar, wanneer de velden volledig onder water staan, krijg je dat typische spiegelende landschap. Naarmate de oogst in september dichterbij komt, kleuren diezelfde rijstvlakten steeds meer goud. Twee totaal verschillende gezichten dus.

Ze ondergaan dan ook een hele metamorfose in de periode van april tot september. En uiteraard speelt water daarin een hoofdrol. Het bevloeit de planten, remt de ontwikkeling van onkruid en helpt tegelijk de temperatuur rond de rijstplant te regelen.

Die natuurlijke temperatuurregulatie door het water is een cruciaal onderdeel van de rijstteelt. De rijstvelden liggen immers dicht bij de Alpen en, hoewel wij het ons deze zomer moeilijk konden voorstellen, blijven koude nachten zelfs in juli mogelijk. Water warmt langzaam op en koelt langzaam af. Daardoor worden grote temperatuurschommelingen afgevlakt. Tijdens gevoelige fases van de ontwikkeling kan het waterpeil zelfs worden verhoogd om de jonge pluim in de plant tegen koude te beschermen.

In juli verandert het uitzicht opnieuw. De rijstplanten hebben de ruimte tussen de rijen volledig ingenomen en, zoals we zelf hebben kunnen vaststellen, was er van het water nog nauwelijks iets te zien.

De ondergelopen rijstvelden hebben trouwens nog een bijkomend effect. Ze vormen tijdens lente en zomer een belangrijk leefgebied voor onder meer reigers, zwaluwen, libellen en kikkers. En zoals we zelf uitgebreid hebben mogen ondervinden: ook voor muggen!

Carnaroli, gemaakt voor risotto

Voor alle duidelijkheid: er bestaan meerdere rijstsoorten die uitstekend geschikt zijn voor risotto, zoals Arborio of Vialone Nano. Persoonlijk heeft Carnaroli altijd een ‘korreltje’ meer. Blijkbaar ben ik niet alleen, want tussen alle Italiaanse rijstsoorten heeft Carnaroli een bijzondere reputatie opgebouwd. Hij wordt geregeld de koning van de risottorijst genoemd en daar zijn goede technische redenen voor.

Carnaroli ontstond in 1945 in Paullo, bij Milaan, uit een kruising van Vialone en Lencino. De rijst heeft grote, langwerpige en parelachtige korrels en een hoog amylosegehalte. Dat laatste zorgt ervoor dat de korrel tijdens het koken stevig blijft en een grote kookvastheid heeft.

En dat is exact wat een goede risotto nodig heeft. Tijdens het garen komt voldoende zetmeel vrij om het kookvocht te binden en de risotto zijn typische romigheid te geven. Tegelijk blijft de kern van de korrel stevig en behoudt hij goed zijn vorm, ook wanneer de rijst tijdens de bereiding regelmatig wordt geroerd.

Net dat is het verschil met bijvoorbeeld Arborio. De korrel is iets langer en steviger en behoudt zijn beet langer tijdens het koken. Arborio kan sneller van beetgaar naar te zacht evolueren, terwijl Carnaroli een grotere kookvastheid heeft. Dat geeft je tijdens de bereiding iets meer speelruimte en maakt het gemakkelijker om dat belangrijke evenwicht te bereiken tussen een romige risotto en afzonderlijke korrels die nog duidelijk voelbaar zijn.

Het groeiproces van de Risone

Onwetendheid staat vaak synoniem voor onzekerheid. Zelf was ik toch al wel flink opgeschoten in mijn leven alvorens ik doorhad dat de rijstvelden niet enkel te vinden zijn in het Verre Oosten. Laat staan Italië. Het boeit me dan ook om te weten hoe dit groeiproces in elkaar steekt, want voor Carnaroli uiteindelijk als witte rijstkorrel in onze keuken belandt, heeft hij er een behoorlijk lang verblijf op het veld opzitten. Voor Carnaroli duurt dit proces ongeveer 165 dagen en het is daarmee een vrij laat rijpend ras. Wie in april zaait, komt voor de oogst dus al snel eind september uit.

Net zoals voor wijn start alles op het veld, in dit geval met de voorbereiding van de rijstvelden. Na de winter wordt de grond bewerkt en zorgvuldig geëgaliseerd. Belangrijk want het water moet later zo gelijkmatig mogelijk over het hele perceel verdeeld kunnen worden. De velden zijn daarom opgedeeld in zogenaamde camere, vlakke percelen die door lage dijken van elkaar worden gescheiden en waarin het waterpeil afzonderlijk kan worden geregeld. We zagen ter plekke dat er tussen deze camere grachten of irrigatiekanaaltjes waren aangelegd.

Het zaaien start vanaf de tweede helft van april en kan vandaag op verschillende manieren gebeuren. Bij de traditionele methode, de semina in acqua, wordt het rijstveld eerst onder een ondiepe laag water van ongeveer 3 tot 5 centimeter gezet. Vervolgens rijdt een tractor met een strooier over het perceel en wordt het rijstzaad breedwerpig en zo gelijkmatig mogelijk over het water verdeeld. De zaden zakken naar de bodem en beginnen daar te kiemen.

Daarnaast is ook de droge zaai sterk ingeburgerd. Daarbij wordt het zaad rechtstreeks in de droge bodem gezaaid, vaak in rijen. Pas later wordt het veld onder water gezet. Vanaf dan wordt het waterpeil voortdurend aangepast aan de ontwikkeling van de rijstplant.

Na de kieming verschijnen de jonge rijstplantjes en begint de zogenaamde uitstoeling. Vanuit de basis van één plant ontstaan meerdere stengels. Hoe goed die ontwikkeling verloopt, bepaalt mee hoeveel bloeistengels, de zogenaamde pluimen, de plant uiteindelijk vormt en dus ook hoeveel rijstkorrels ze kan produceren.

Naarmate de planten groeien, verdwijnt het water stilaan uit het zicht. Dat was precies het stadium waarin wij de rijstvelden in juli aantroffen. Wat vanop afstand één dicht groen tapijt lijkt, bestaat ondertussen uit planten die volop bezig zijn met de vorming van hun pluimen. Die pluim ontstaat aanvankelijk verscholen in de stengel en komt later boven de plant uit.

Daarna volgt de bloei. Aan iedere pluim zitten talrijke kleine bloempjes die na bevruchting uitgroeien tot rijstkorrels. Vanaf dat moment verschuift alle energie van de plant naar de ontwikkeling en rijping van die korrels. Tijdens de laatste weken verandert het landschap opnieuw. De planten verliezen hun felle groene kleur, de pluimen worden zwaarder en buigen door onder het gewicht van de rijst. Stilaan verschijnen de gele en goudkleurige tinten.

Voor de oogst worden de rijstvelden drooggelegd. De toevoer van irrigatiewater wordt afgesloten en via greppels, kanaaltjes en regelbare afvoerpunten laat men het water geleidelijk uit de percelen wegstromen. De zorgvuldig geëgaliseerde velden kunnen zo voldoende opdrogen zodat de bodem stevig genoeg wordt voor de oogstmachines. Vanaf september verschijnen de maaidorsers op het veld. Zij snijden de rijstplanten af en scheiden de rijstkorrels meteen van de halmen.

Wat dan wordt geoogst, lijkt echter nog helemaal niet op de witte Carnaroli die we in een verpakking kopen. Iedere korrel zit nog opgesloten in zijn harde buitenste kaf. In Italië spreekt men op dat moment van risone. Die ongepelde rijst moet eerst worden gedroogd en daarna verder worden verwerkt voor de eigenlijke witte rijstkorrel tevoorschijn komt.

Van risone naar witte rijstkorrel

Na de oogst begint de weg naar het eindproduct met het reinigen en drogen van de risone. Vers geoogste rijst bevat nog te veel vocht om veilig te kunnen bewaren. Stof, aarde, stukjes plant en andere onzuiverheden worden verwijderd en warme lucht brengt vervolgens het vochtgehalte van de korrels naar een niveau waarbij de rijst gedurende langere tijd kan worden opgeslagen zonder te gaan schimmelen of bederven.

Daarna begint de eigenlijke verwerking. De eerste stap heet in Italië sbramatura. De korrels worden tussen rollen geleid die het harde kaf, de lolla, losmaken zonder de rijstkorrel zelf te breken. Dat kaf vertegenwoordigt ongeveer een vijfde van het gewicht van de ongepelde rijst. Wat overblijft is riso integrale, zilvervliesrijst dus. De korrel heeft op dat moment zijn buitenste beschermlaag verloren, maar het vlies en de kiem zitten er nog rond en aan.

Om de witte rijst te krijgen die we voor risotto gebruiken, volgt de sbiancatura, het witten van de rijst. Daarbij worden de buitenste lagen van de korrel geleidelijk door wrijving en lichte abrasie verwijderd, een gecontroleerde schurende werking waarbij het vlies laag voor laag wordt afgesleten. Ook de kiem verdwijnt tijdens deze bewerking. Onder het bruine vlies verschijnt uiteindelijk de witte, parelachtige korrel die zo kenmerkend is voor Carnaroli.

Na het witten volgt ten slotte nog een selectie. Gebroken, onrijpe, verkleurde of afwijkende korrels worden verwijderd, tegenwoordig onder meer met optische sorteermachines die iedere rijstkorrel controleren. Pas daarna is de Carnaroli klaar om verpakt te worden.

Fan van Acquerello

De reden waarom ik Carnaroli de beste risottorijst vind, is simpelweg te herleiden tot Acquerello. Van alle merken risottorijst die ik tot op heden heb mogen proeven, is die van Acquerello mij altijd het meest bijgebleven. Toen we afgelopen zomer in Piemonte de rijstvelden bezochten, ging ik dan ook op zoek naar de reden waarom. Blijkt dat men bij Acquerello anders werkt dan we tot hier hebben beschreven. En dan vooral in het gedeelte tussen oogst en verwerking.

Na het drogen wordt de ongepelde Carnaroli opgeslagen in gekoelde silo’s bij een temperatuur onder 15 graden. Daar rijpt hij minstens één jaar voordat de verdere verwerking begint. Een klein gedeelte blijft aanzienlijk langer liggen en kan tot acht jaar rijpen.

Tijdens die rijping stabiliseert het zetmeel. Daardoor verspreidt het zich tijdens het koken minder snel in het kookvocht en kan de korrel meer vloeistof en smaak opnemen terwijl hij zijn beet goed behoudt.

Na de rijping volgt de verwerking tot witte rijst. Ook hier wijkt Acquerello af van de gebruikelijke werkwijze. Bij de klassieke sbiancatura worden de buitenste lagen van de rijst verwijderd met machines die werken op basis van abrasie en wrijving. Acquerello gebruikt daarvoor een oude helixmethode uit 1875. Die is specifiek ontwikkeld om de rijst veel zachter te witten, zodat de korrels tijdens het verwijderen van de buitenste lagen zo weinig mogelijk beschadigd raken of breken.

Het meest opvallende gebeurt daarna. Zoals we eerder schreven, verdwijnt tijdens de klassieke sbiancatura ook de kiem. Acquerello ontwikkelde een gepatenteerd procedé waarbij die kiem opnieuw met de witte rijstkorrel wordt samengebracht. Hoe dat technisch precies gebeurt, houdt men grotendeels voor zichzelf. Zo probeert men een deel van de voedingsstoffen uit de kiem te behouden zonder de eigenschappen van witte Carnaroli op te geven.

Ik ben geen rijstspecialist en het klinkt me allemaal misschien een beetje vreemd in de oren. Maar eens deze rijst in de pot zit, proef je wel degelijk waarom de koning van de risottorijst plots als de Rolls Royce van de rijst wordt omschreven. Voor mij stond het besluit dan ook vast: deze Carnaroli mocht mee in het assortiment.

Risotto al coniglio, zafferano e funghi porcini

Een van mijn favoriete risotto’s en meteen een gerecht waarin Carnaroli helemaal tot zijn recht komt. De aardse smaak van porcini, de kruidigheid van saffraan en het zachte konijn vormen samen een behoorlijk rijke risotto, zonder dat de rijst zelf naar de achtergrond verdwijnt.

Ingrediënten voor 6 personen

Voor de risotto

• 600 g Carnaroli rijst
• 1 sjalot, fijngesneden
• 1,5 dl droge witte wijn
• 40 g gedroogde porcini
• 1 potje saffraan
• 100 g Parmigiano Reggiano, fijn geraspt
• 2 el boter
• Peper en zout

Voor het konijn en de saus

• 3 konijnenruggen
• Een beetje boter om aan te bakken
• 1 dl olijfolie
• ½ dl citroensap
• 1 el fijngehakte oregano
• 2 teentjes knoflook
• 2 dl kippenbouillon
• Maïzena
• Peper en zout

Voor de bouillon

• 2 liter water
• 1 ui
• 1 wortel
• 1 stengel bleekselderij
• 1 kleine prei
• 2 takjes peterselie
• 1 laurierblad
• Enkele zwarte peperkorrels
• Zout
• Het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini

De bereiding

De porcini

Week de gedroogde porcini ongeveer 30 minuten in warm water.

Giet ze af en vang het weekwater op. Zeef dit zeer grondig, liefst tweemaal of door een fijne doek, zodat er zeker geen zand meer achterblijft.

Snijd de geweekte porcini in grove stukken en zet ze apart.

De bouillon

Snijd de ui, wortel, bleekselderij en prei grof. Doe ze samen met de peterselie, het laurierblad en enkele peperkorrels in een kookpot en overgiet met ongeveer 2 liter koud water.

Breng langzaam aan de kook en laat ongeveer 45 minuten zacht trekken.

Zeef de bouillon en voeg het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini toe. Breng licht op smaak met zout. De bouillon mag vrij neutraal blijven, want de porcini, saffraan, Parmigiano Reggiano en het konijn zorgen later voor voldoende smaak.

Neem een kleine hoeveelheid warme bouillon apart en laat hierin de saffraan enkele minuten trekken.
Houd de rest van de bouillon warm.

Het konijn en de saus

Verwarm de oven voor op 200 °C.

Kruid de konijnenruggen met peper en zout. Bak ze rondom aan in een beetje boter en leg ze vervolgens in een braadslede.

Pel de knoflook en pers hem fijn. Meng de olijfolie met het citroensap, de oregano en de knoflook. Giet dit mengsel over de konijnenruggen.

Plaats de braadslede in de oven en laat het konijn ongeveer 15 tot 20 minuten garen. Bestrijk het vlees tijdens het braden regelmatig met het braadvocht.

Haal de gare konijnenruggen uit de braadslede en houd ze warm.

Giet het braadvocht in een kleine pan, voeg de kippenbouillon toe en breng aan de kook. Meng een beetje maïzena met koud water en bind hiermee de saus lichtjes. Laat nog enkele minuten zacht koken en breng op smaak met peper en zout.

De risotto

Verhit 1 eetlepel boter in een ruime kookpot en fruit de fijngesneden sjalot zachtjes aan zonder ze te laten kleuren.

Voeg de Carnaroli toe en laat de rijst enkele minuten tostare. Roer regelmatig tot de korrels goed warm zijn.

Giet de witte wijn erbij en laat deze vrijwel volledig verdampen.

Voeg vervolgens de porcini en de apart gehouden bouillon met saffraan toe.

Roer regelmatig en voeg telkens opnieuw een pollepel warme bouillon toe zodra de rijst het vocht grotendeels heeft opgenomen. Zorg ervoor dat de rijst tijdens het garen steeds net onder de bouillon blijft staan en blijf regelmatig roeren.

Haal de kookpot ongeveer 14 minuten nadat de eerste bouillon werd toegevoegd van het vuur. De rijst moet op dat moment nog duidelijk beet hebben.

Voeg de resterende boter en de geraspte Parmigiano Reggiano toe en roer stevig door de risotto. Breng op smaak met peper en eventueel een beetje zout.

Plaats het deksel op de kookpot en laat de risotto ongeveer 2 minuten rusten.

Controleer daarna de structuur. De risotto moet romig en vloeiend zijn. Voeg indien nodig nog een kleine hoeveelheid warme bouillon toe zodat hij mooi all’onda wordt.

Afwerking

Snijd het vlees van de konijnenruggen. Je kunt het in kleinere stukken onder de risotto mengen of in grotere stukken boven op de risotto schikken. Mijn voorkeur gaat naar dat laatste, omdat zowel het konijn als de rijst dan beter herkenbaar blijven.

Verdeel de risotto over warme borden, schik het konijn erop en werk af met een beetje van de saus en enkele blaadjes oregano.

Wie het artikel tot hier gevolgd heeft, weet ondertussen welke Carnaroli bij mij hiervoor in de pot belandt: Acquerello.

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Etna Bianco: witte wijn op zwarte bodem

September is klassiek de maand waarin de sociale activiteiten opnieuw van start gaan. Dat is bij onze wijnclub Het Negende Vat niet anders. We bestaan ondertussen al 25 jaar en starten aanstaande dinsdag aan ons 26e werkjaar. Met alweer een leuk en zeer gevarieerd programma!

We gaan van start met Pinot Noir uit Oostenrijk, spelen Sancerre uit tegen Pouilly Fumé en hebben een proefavond rond Timorasso. Voor Zuid Afrika bestaat de uitdaging erin om vier Cabernet Franc wijnen tegenover vier Cabernet Sauvignon wijnen te plaatsen. Verder bekijken we wat een Vino de Paraje precies is, duiken we nog een keer Piemonte in met een variatie op Nebbiolo en komt Duitsland aan bod met Silvaner uit Franken. Ook de nieuwe Rhône cru Laudun staat op het programma.

Het jaar sluiten we af met twee klassiekers. Tijdens onze superproeverij trekken we alle registers open en combineren we een reeks mooie Italiaanse wijnen met een zestal hapjes. In juni is er opnieuw onze BYO formule, waarbij iedereen deze keer een fles Pinot Bianco of Weissburgunder uit Alto Adige moet selecteren.

Een hele omweg om terug te keren naar het slot van het vorige seizoen. Toen bestond de BYO opdracht erin om een fles Etna Bianco mee te brengen en daar samen een degustatie rond op te bouwen.

Etna is natuurlijk niet nieuw voor mij en ik heb er al meermaals over geschreven. Toen ik in 2021 een artikel schreef over de wijnen van de Etna, waren het vooral de rode wijnen die internationaal de aandacht trokken. Nerello Mascalese was aan een stevige opmars bezig en vergelijkingen met Bourgogne en Barolo waren nooit ver weg. Over de witte wijnen schreef ik toen dat ze misschien nog een groter geheim vormden en volgens mij tot de beste witte wijnen van Italië konden behoren.

Vijf jaar later is dat geheim aardig uitgelekt. Etna Bianco is ondertussen een van de sterkst groeiende categorieën binnen de appellatie. In 2025 werden ongeveer 2,2 miljoen flessen gebotteld, waarmee wit opvallend dicht bij Etna Rosso kwam. Steeds meer nieuwe wijngaarden worden met Carricante aangeplant en verschillende producenten zien witte Etna als een van de belangrijkste groeimogelijkheden van het gebied.

Tijd dus om die witte kant van de vulkaan wat grondiger te bekijken.

Etna Bianco DOC, enkele weetjes

  • Etna DOC bestaat sinds 1968 en was de eerste DOC van Sicilië. Ondertussen is de procedure opgestart om Etna te promoveren tot DOCG. De ambitie is om die stap nog in 2026 te zetten, al is de promotie voorlopig nog niet officieel afgerond.
  • De productiezone omvat delen van het grondgebied van twintig gemeenten in de provincie Catania, verspreid over verschillende flanken van de Etna. Binnen de DOC zijn 133 contrade officieel erkend. Die geografische onderverdeling krijgt steeds meer betekenis, ook voor Etna Bianco.
  • Etna Bianco moet minimaal 60 procent Carricante bevatten. Catarratto Bianco Comune en Catarratto Bianco Lucido mogen samen maximaal 40 procent uitmaken. Daarnaast mogen andere niet aromatische witte druivenrassen die in Sicilië zijn toegelaten samen maximaal 15 procent bedragen. Daarbij horen onder meer Minnella Bianca, Inzolia, Grecanico Dorato en Grillo. Vooral Minnella Bianca en Inzolia behoren tot de witte druiven die historisch samen met Carricante in de wijngaarden van Etna voorkwamen. Veel producenten kiezen vandaag echter voor 100 procent Carricante.
  • Etna Bianco Superiore mag uitsluitend worden geproduceerd met druiven uit Milo, op de oostelijke flank van de vulkaan. Voor Etna Bianco Superiore is minimaal 80 procent Carricante verplicht.

Carricante, de witte druif van de Etna

Carricante is zonder twijfel de witte druif van Etna. De druif kwam vroeger ook elders op Sicilië voor, maar haar huidige reputatie is vrijwel volledig verbonden met de vulkaan.

Carricante rijpt laat, bezit van nature een hoge zuurgraad en kan behoorlijk productief zijn. De naam zou verwijzen naar het Italiaanse caricare, laden of beladen, een verwijzing naar de hoeveelheid druiven die een wijnstok kan dragen wanneer de opbrengst niet wordt beperkt.

Op de hogere flanken van de Etna vallen verschillende puzzelstukken mooi samen. De koelere temperaturen vertragen de rijping en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht helpen om de frisheid en aroma’s te behouden. De lange groeicyclus geeft Carricante voldoende tijd om volledig rijp te worden zonder zijn kenmerkende aciditeit te verliezen.

Jonge Carricante toont vaak citrus, groene appel, witte perzik, kruiden en oranjebloesem. Daar komen geregeld stenige, rokerige en zilte indrukken bij. De stevige zuurgraad geeft de wijn structuur en zorgt bij de betere voorbeelden voor een opmerkelijk bewaarpotentieel. Met flesrijping verschijnen rijper citrusfruit, gedroogde kruiden, honing, noten en soms een lichte petroleumtoets.

Vulkanische bodem, maar welke?

Het begrip wijn van vulkanische bodem wordt ondertussen kwistig gebruikt in Italië. Toegeven, er zijn er ook wel wat te vinden en op de Etna is het uiteraard moeilijk om rond de vulkaan heen te fietsen. De situatie is hier wel van een ander type dan in vele andere Italiaanse wijngebieden met een vulkanische oorsprong. Etna is nog steeds actief en laat bijna voortdurend van zich horen.

De bodems bestaan hoofdzakelijk uit basaltisch vulkanisch materiaal, afkomstig van opeenvolgende lavastromen en erupties. Afhankelijk van plaats en ouderdom vinden we er verweerde lava, vulkanische as, zand en lapilli. Jonge lavastromen zijn nog nauwelijks verweerd en leveren zeer stenige, arme bodems op. Oudere lavastromen zijn doorheen de eeuwen verder afgebroken en kunnen daardoor een diepere en fijner opgebouwde bodem vormen. Het ene perceel kan dus op relatief jonge lava liggen, terwijl enkele honderden meters verder wijnstokken groeien op een ondergrond die vele duizenden jaren ouder is.

Daar komt nog bij dat hoogte, expositie, neerslag en de invloed van de zee sterk verschillen naargelang de flank van de vulkaan. Het terroir rond Etna vertoont daardoor een uitzonderlijk grote verscheidenheid binnen een relatief beperkt gebied.

Die verschillen krijgen vandaag steeds meer aandacht via de contrade. Een contrada is een historisch en geografisch afgebakende zone en wordt geregeld met een cru vergeleken. Twee Carricantes die slechts enkele kilometers van elkaar groeien, kunnen daardoor toch behoorlijk verschillend uit de hoek komen.

Milo, het bijzondere stukje Etna

Niet de Venus maar de Carricante van Milo staat op Etna in de spotlights. De kleine gemeente ligt op de oostelijke flank van de vulkaan, kijkt richting Ionische Zee en is als enige gemeente gerechtigd om Etna Bianco Superiore DOC te produceren.

Het klimaat wijkt er behoorlijk af van dat op andere flanken van de Etna. Vochtige lucht vanaf de Ionische Zee botst tegen de vulkaan, waardoor Milo tot de koelste en vooral natste wijnbouwzones van Etna behoort. De wijngaarden liggen bovendien op aanzienlijke hoogte en profiteren van een goede luchtcirculatie. Carricante voelt zich hier dan ook als een vis in het water.

De druiven worden vaak pas in oktober geoogst. Dat lange rijpingsseizoen geeft ze tijd om voldoende smaakontwikkeling op te bouwen terwijl de natuurlijke zuurgraad behouden blijft. Goede Etna Bianco Superiore combineert daardoor structuur en spanning met citrus, kruiden, rijper wit fruit en vaak een uitgesproken zilte toets.

De productie blijft beperkt en geschikte wijngaarden zijn schaars. De groeiende reputatie van Etna Bianco heeft de belangstelling voor Milo sterk doen toenemen, met stevig stijgende grondprijzen als logisch gevolg.

Producenten zoals Benanti en Barone di Villagrande speelden een belangrijke rol in de reputatie van Milo. Vooral Pietra Marina van Benanti bewees al vroeg dat Carricante hier witte wijnen kan voortbrengen die vele jaren kunnen ontwikkelen.

Proeverij Etna Bianco

Voor onze Bring Your Own formule van wijnclub Het Negende Vat stond er als afsluiter van het vorige proefjaar dus Etna Bianco op het programma. Er zijn wel enkele voorwaarden verbonden aan deze formule! De wijnen moesten minimaal 18 euro kosten. Er is geen plafond, dus iedereen is vrij zijn prijs te bepalen en de wijn mag onder geen enkel beding uit een supermarkt komen. Opdat er geen ‘dubbele’ flessen zouden voorkomen, geeft iedereen zijn geselecteerde wijn door aan schrijver dezes, die de gekozen flessen dan doorgeeft aan de leden. Ik geef je graag nog mijn proefnotities van deze geslaagde afsluitende avond.

  1. Firriato – Gaudensius Blanc de Blancs Brut
    100% Carricante, Metodo Classico Brut. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting in inox en tweede gisting op fles. Minimaal 36 maanden rijping op de gisten.
    Goudgele kleur met mooi aanwezige, fijne en aanhoudende belletjes. Zeer aanstekelijke en behoorlijk complexe neus met perzik, abrikoos, rijpe peer, agrum en gekonfijte ananas. Daarnaast komen peper, citroenschil, brioche, toast en gist naar voren, met wat honing en hazelnoot op de achtergrond. Zeer rijk in de mond met mooi citrus- en steenfruit, uitgesproken ziltigheid en mineraliteit. Ook amandelschaafsel komt naar voren. Ondanks die rijkdom blijft de wijn strak en verfijnd. Lang aanwezig met limoenzeste en een licht nootachtige toets van geroosterde pistache in de afdronk. Een rijkelijke en bijzonder smakelijke bubbel.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 34 € (Te koop bij Wine-Art)
  2. Sibiliana Eughenès Nato Bene Etna Bianco DOC 2022
    Carricante. Vergisting bij gecontroleerde temperatuur, gevolgd door opvoeding op de fijne lies in inox.
    Heldere bleekgouden kleur. Zeer mooie, ziltige neus met florale accenten, breed fruit, mineraliteit en een frisse, groenkruidige toets. Daarnaast komen vanille en zelfs een verrassend spoor van kers naar voren. Ook in de mond zeer aangenaam, fris met toch een licht vettig kantje. Citrusfruit is van start tot finish aanwezig, met tussendoor sappige peer. Mooi, knap en evenwichtig, met een perfecte lengte.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 25 € (Niet te koop gevonden in België)
  3. Cusumano Alta Mora Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox, gevolgd door 4 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Diepe, heldere strogele kleur. De vuursteen valt meteen op, gevolgd door perzik, abrikoos, ananas en peer. Daarnaast lentebloesems, hooi, honing, kruisbes en duidelijke zilte indrukken. In de mond vol en rijk, met een uitgesproken minerale toets die doorheen de hele smaak aanwezig blijft. Tegelijk behoudt de wijn bijzonder veel frisheid. Lange en aanhoudende afdronk met citrus en pomelo.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 22 € (Te koop bij Young Charly)
  4. Pietradolce Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Opvoeding van 4 tot 6 maanden in inox.
    Bleekgouden, heldere kleur. Wat gesloten in de aanzet. Na walsen komen wit boomfruit en geel steenfruit naar voren, met vooral abrikoos, aangevuld met florale accenten, agrum, vuursteen, munt, anijs en een sprankel honing. In de mond komt de anijs veel duidelijker terug. Zeer mineraal en breed van smaak, met een licht vettig middenstuk dat overgaat in een frisse, zesty toets van limoen. Die blijft aanwezig tot in de finale, waar ook een fijn bittertje van noot opduikt. Correcte Etna Carricante.
    Punten 85/100 – Richtprijs: 23 € (Te koop bij Wine-Art)
  5. Tenuta delle Terre Nere, Calderara Sottana Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Voor 2024 volledig gevinifieerd en 9 maanden opgevoed in inox, zonder malolactische omzetting. Normaal wordt voor deze cuvée ook hout gebruikt.
    Heldere, strogele kleur. Frisse en verfijnde neus met appel, peer, wit steenfruit en grapefruit, aangevuld met bloesems en een lichte kruidigheid. In de mond zeer mineraal en ziltig, met een duidelijke vuursteentoets, veel frisheid en een mooie aciditeit. De kruidigheid komt hier nadrukkelijker naar voren dan in de neus. Licht vettig in het middenstuk. Blijft lang aanwezig met citrus en agrum in de finale. Mooi in balans, verfijnd en vooral lekker.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 44 € (Te koop bij Licata)
  6. Giovanni Rosso Etna Bianco DOC 2023
    Carricante. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting gedurende 15 tot 20 dagen bij lage temperatuur in inox, gevolgd door 5 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Bleekgouden, heldere en tranende kleur. De vulkanische bodem laat zich hier echt wel ruiken! Daarnaast ontdekken we koninginnenbrij, rijpe peer, rijpere ananas, munt, peper en gedroogde bloemen. In de mond zeer rijk en vol, maar tegelijk verbluffend fris. Alleszins een pak frisser dan de geur deed vermoeden. De wijn blijft lang aanwezig en eindigt in een uitgesproken zesty finale van mandarijn. Tijdens het proeven vroegen we ons af of er houtlagering aan te pas was gekomen, maar de wijn wordt volledig in inox opgevoed. Een zeer smakelijke en complexe Carricante.
    Punten 91/100 – Richtprijs: 30 € (Niet te koop gevonden in België)
  7. Carranco Villa dei Baroni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox of cement bij 15 tot 16°C, gevolgd door 6 tot 7 maanden opvoeding op de fijne lies in cement.
    Zuivere goudgele kleur. Zeer uitgebreid geurenpalet met perzik, kweepeer, mandarijn, appel en peer, aangevuld met anijs, venkel, gember, citroengras en een duidelijke vuursteentoets. Ook de zeste van citrusfruit zorgt voor extra frisheid in de neus. In de mond vol en fris tegelijk met veel geel steenfruit, een uitgesproken vuursteenmineraliteit en opnieuw die frisse citrusschil. Zeer evenwichtig, sappig en lang aanwezig, met naar het einde toe een heerlijk pompelmoesbittertje dat de afdronk extra spanning geeft.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 38 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Tenuta Ferrata Veni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in Franse eiken tonneaux, gevolgd door 10 maanden opvoeding in tonneaux en verdere flesrijping.
    Zuivere goudgele kleur. Aanvankelijk wat gesloten, maar na walsen komt de wijn heerlijk open. Rijpe abrikoos, perzik en ananas worden aangevuld met honing, anijs, kweepeer, hooi, gember, bloedsinaasappel en frangipane. Bij het proeven komt vooral de mineraliteit nadrukkelijk naar voren. Ondanks de rijke en rijpere smaak blijft de wijn ontzettend fris van profiel. Knap evenwicht en een mooie lengte, met zeste van sinaasappel en honing in de afdronk. Voor de tweede keer deze avond stelden we ons de vraag of de wijn houtlagering had gekregen. In dit geval was dat gevoel terecht.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 30 € (Te koop bij Vino Salentu)
  9. Alberelli di Giodo Carricante Terre Siciliane IGT 2022
    100% Carricante. Vergisting gedurende ongeveer 20 dagen in inox, gevolgd door 6 maanden opvoeding op de fijne lies in inox en verdere flesrijping. Eigenlijk hadden we deze wijn voor de degustatie moeten weigeren, want strikt genomen is dit geen Etna Bianco DOC. We hebben wijselijk besloten dat niet te doen.
    Zuivere bleekgouden kleur. Van bij de eerste geur vallen de ziltigheid en vuursteen op. Zeer floraal met lindebloesem, aangevuld met peer, witte perzik, munt, peper, een licht animale toets, varens en fijne citrus van roze pompelmoes. Een zeer mooie neus! In de mond fris met een blijvende aciditeit. Sappig van start tot diep in de finale, met een verfijnde mineraliteit. In de afdronk komt de roze pompelmoes terug, samen met licht geroosterde nootjes. De wijn proeft alleszins nog zeer jong en is gewoonweg compleet te noemen.
    Punten 94/100 – Richtprijs: 60 € (Kopen is mogelijk via Wijnkennis)

Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems

Met de geografische ligging van Alto Piemonte trappen we deze zondagse reeks officieel af. Gedurende de volgende weken nemen we je telkens mee naar dit hoger gelegen deel van Piemonte en dompelen we je helemaal onder in de verschillende wijngebieden die deze regio rijk is.

Alto Piemonte betekent letterlijk Hoog Piemonte en ligt helemaal in het noorden van de regio, bijna letterlijk aan de voet van de Alpen. Daarmee zitten we meteen bij die zo vaak aangehaalde verklaring voor de naam Piemonte: ai piedi dei monti, aan de voet van de bergen.

Kom je via Frankrijk langs de Mont Blanctunnel of de Kleine Sint Bernardpas Italië binnen, dan rijd je door het Aostadal richting Piemonte. Voor je Alto Piemonte echt induikt, raden we je ten zeerste aan om bij Pont Saint Martin de A5 even te verlaten en een eerste halte te houden in Carema. Daarna rijd je opnieuw richting Ivrea, waarna je via de verbinding tussen de A5 en A4 naar Santhià rijdt. Vanaf daar gaat het verder oostwaarts richting de wijngebieden rond Lessona, Bramaterra en Gattinara.

Kom je langs de Gotthardtunnel en Lugano, dan heb je twee mogelijkheden. Ofwel verlaat je in Lugano de autostrade en rijd je via Ponte Tresa Italië binnen. Je komt vervolgens langs Luino aan het Lago Maggiore en rijdt via de oostelijke zijde van het meer verder richting Varese en de verbinding met de A8 en A26. Zo deden wij het dit jaar.

Ofwel blijf je op de Zwitserse A2 en volg je die tot aan de grensovergang bij Chiasso. Vanaf Como gaat het via de A9 en vervolgens de A36 richting Malpensa en de A8/A26. De A26 brengt je daarna rechtstreeks naar Borgomanero, Ghemme en Romagnano Sesia, aan de oostelijke kant van Alto Piemonte.

Vliegen kan uiteraard ook. Torino lijkt op het eerste gezicht misschien de meest logische keuze omdat Alto Piemonte nu eenmaal in Piemonte ligt, maar Milano Malpensa is voor het grootste deel van het gebied duidelijk dichterbij. Gattinara ligt op ongeveer 45 tot 50 kilometer van Malpensa, terwijl je vanaf Torino Caselle ongeveer 88 kilometer moet rekenen. Vanuit België is Malpensa bovendien bijzonder praktisch, met rechtstreekse verbindingen vanuit Brussels Airport.

Waar moeten we Alto Piemonte exact situeren?

Alto Piemonte is geen officiële administratieve regio. De naam wordt gebruikt voor de noordelijke wijngebieden van Piemonte, voornamelijk verspreid over de provincies Biella, Vercelli en Novara.

De Sesia is daarbij een belangrijke geografische as. De rivier ontspringt hoog in de Alpen, aan de voet van Monte Rosa, en stroomt vervolgens zuidwaarts door het gebied. De wijngebieden liggen aan beide zijden van de Sesia, met Lessona, Bramaterra en Gattinara ten westen van de rivier en Ghemme, Boca, Sizzano en Fara ten oosten ervan.

Wie het gebied op een kaart wil afbakenen, kan zich ruwweg een driehoek voorstellen tussen Biella in het westen, Novara in het oosten en Vercelli in het zuiden. De wijngaarden zelf liggen vooral in het noordelijke deel daarvan, waar de vlakke Povlakte langzaam overgaat in heuvels en uiteindelijk in de uitlopers van de Alpen.

Biella ligt vlak bij de westelijke wijngebieden rond Lessona en Bramaterra. Novara vormt de belangrijkste stad aan de oostelijke zijde en ligt ten zuiden van Ghemme, Fara en Sizzano. Vercelli ligt verder naar het zuiden en vormt zowat de overgang tussen het wijngebied en de brede rijstvlakten van de Povlakte.

Ten noorden daarvan domineert Monte Rosa het landschap. Met zijn 4.634 meter is het een van de hoogste bergmassieven van de Alpen en vanuit verschillende delen van Alto Piemonte opvallend aanwezig aan de horizon. Naar het oosten liggen het schilderachtige Lago d’Orta en wat verder het bekende Lago Maggiore. In het zuiden opent het landschap zich richting de Povlakte, terwijl aan de westkant de heuvels van Biella aansluiten op de Alpen.

Het is helemaal geen uitgesproken toeristisch gebied, al probeert men de regio de laatste jaren wel wat op te poetsen en aantrekkelijker te maken. Je merkt op verschillende plaatsen dat de ontwikkeling er lange tijd heeft stilgestaan. Toeristische infrastructuur is beperkt, wijndomeinen liggen vaak wat verborgen en van het uitgebouwde wijntoerisme zoals in de Langhe is hier nauwelijks sprake.

Een landschap van bos en wijngaarden

Onze uitvalsbasis lag in La Morra, midden tussen de Barolo wijngaarden. Als je van daaruit naar Alto Piemonte rijdt, merk je vrijwel meteen hoe anders en vooral hoe ruwer het landschap er wordt. Rond La Morra lijkt bijna elke geschikte helling met wijnstokken beplant en bovendien ook nog eens perfect geometrisch aangelegd, alsof er net iemand met een kam door het landschap is gegaan.

In Alto Piemonte is het zoeken geblazen naar de wijngaarden. Ze duiken veel vaker op als open plekken tussen bossen, akkers en andere landbouwgronden. Sommige liggen op zachte heuvels, andere tegen behoorlijk steile hellingen of op terrassen. Bossen komen vaak tot vlak naast de percelen en nemen op sommige plaatsen zelfs het grootste deel van het landschap in.

Dat geeft Alto Piemonte een minder verzorgd en veel minder homogeen uitzicht dan de Langhe. Eigenlijk is dat ook volkomen logisch. In Barolo ademt zowat alles wat beweegt wijn. Wijngaarden, producenten, restaurants, hotels en toerisme draaien er allemaal rond dezelfde motor. In Alto Piemonte zijn er tot op vandaag nog altijd maar een handvol wijnproducenten te vinden en moet wijnbouw zijn plaats delen met bossen, landbouw en dorpen waar wijn lang niet altijd het centrum van het bestaan vormt.

Er zit beweging in, zoveel is duidelijk. Oude percelen worden opnieuw in gebruik genomen en nieuwe producenten proberen zich een plaats te verwerven. Toch is wijnbouwer worden in Alto Piemonte nog altijd geen evidente beroepskeuze. Wanneer een jonge wijnbouwer aangeeft dat hij zich hier wil vestigen, worden de wenkbrauwen lokaal nog behoorlijk snel gefronst.

Vuur, ijs en Alpen

Alto Piemonte ligt waar de Povlakte overgaat in de eerste uitlopers van de Alpen. Als we door het gebied rijden, zien we een rustig kabbelende Sesia, al lijkt die rivier eerder droog te staan dan daadwerkelijk te kabbelen. Onder dat ogenschijnlijk rustige landschap zit een verleden dat een stuk minder rustig was. Ongeveer 280 miljoen jaar geleden was hier een enorm vulkanisch systeem actief. Daar zie je vandaag aan de oppervlakte nauwelijks iets van, maar net die geologische voorgeschiedenis heeft Alto Piemonte voor een belangrijk deel gevormd.

Een zeer zware uitbarsting deed een groot deel ervan instorten en liet enorme hoeveelheden vulkanisch materiaal achter. Veel later begon de vorming van de Alpen. De Afrikaanse en Euraziatische tektonische platen bewogen gedurende miljoenen jaren naar elkaar toe. De aardkorst werd daarbij samengedrukt, geplooid en omhooggeduwd. De oude ondergrond van Alto Piemonte werd mee gekanteld en naar boven gebracht, waardoor gesteenten die normaal diep in de aardkorst verborgen blijven veel dichter bij de oppervlakte kwamen.

Daarom duikt in Alto Piemonte op verschillende plaatsen porfier op, vaak roodbruin of okerkleurig door het aanwezige ijzer. Soms ligt het gesteente vrijwel bloot, elders is het in de loop van miljoenen jaren sterk verweerd en uiteengevallen.

Nadien deed de natuur uiteraard verder haar werk en tijdens de ijstijden schoven enorme gletsjers vanuit het noorden naar beneden. Ze sleepten rotsen, stenen, zand en fijner materiaal mee en lieten dat achter toen het ijs zich terugtrok. Rivieren, met de Sesia op kop, verplaatsten dat materiaal vervolgens verder.

Daar komen nog oude mariene afzettingen bij. Op verschillende plaatsen vinden we zand en sedimenten die herinneren aan perioden waarin delen van deze omgeving door zee werden bedekt.

Het resultaat is een bodemkaart waarop zowat alles door elkaar lijkt te liggen. Vulkanisch gesteente, zand, grind, klei, alluviale afzettingen en materiaal dat door gletsjers werd meegebracht kunnen elkaar binnen relatief korte afstand afwisselen. Binnen amper enkele tientallen kilometers gaan we dus van hard vulkanisch porfier naar verweerd vulkanisch gesteente, oude zeezanden, grind en glaciale en alluviale afzettingen. Van één typische bodem van Alto Piemonte spreken is dan ook vrij zinloos.

Veel van die bodems hebben wel één duidelijke eigenschap gemeen: hun uitgesproken zuurtegraad. Kalk ontbreekt op heel wat plaatsen vrijwel volledig. Lokaal kan de pH zelfs dalen tot ongeveer 4,3 of 4,4. Dat is extreem laag voor een wijngaardbodem. De bodems zijn bovendien vaak arm en draineren gemakkelijk. Dat remt de groeikracht van de wijnstok af en dwingt het wortelstelsel om een groter bodemvolume te benutten op zoek naar water en voedingsstoffen.

Ook bovengronds zit Alto Piemonte tussen twee werelden. In het zuiden ligt de brede Povlakte, in het noorden staat vrijwel meteen het hooggebergte. Zij bepalen de klimatologische omstandigheden. Dat klimaat is continentaal en duidelijk koeler dan verder zuidelijk in Piemonte. De streek krijgt behoorlijk wat neerslag, terwijl tijdens de zomer warme dagen kunnen worden gevolgd door zeer frisse nachten. Vanuit de bergen stroomt koelere lucht naar de lager gelegen heuvels en valleien. De verschillen tussen dag en nacht kunnen daardoor aanzienlijk zijn.

Tegelijk zorgen de beschutte ligging van sommige hellingen, hun oriëntatie en de nabijheid van de bergen voor grote lokale verschillen. Een zuidgerichte helling kan behoorlijk wat warmte verzamelen, terwijl een nabijgelegen perceel sneller in de schaduw terechtkomt of sterker onder invloed staat van koude luchtstromen.

Daarmee valt Alto Piemonte moeilijk in één eenvoudige omschrijving te vatten. Het is tegelijk alpien en continentaal, nat maar op veel hellingen goed drainerend, vulkanisch én gevormd door zee, ijs en rivieren. Precies die combinatie zorgt ervoor dat de wijnen uit Alto Piemonte bijzonder divers zijn.

Alto Piemonte versus le Langhe?

Hoewel het voor Alto Piemonte op zich eigenlijk niets ter zake doet, merken we dat veel wijnliefhebbers toch vrij snel dezelfde vraag stellen: hoe verhouden de wijnen zich tot die van de Langhe? Waarmee ze uiteraard vooral Barolo en Barbaresco bedoelen.

De vergelijking ligt voor de hand. In beide gebieden is Nebbiolo de dragende druif en met amper anderhalf uur rijden tussen de Langhe en Alto Piemonte liggen ze geografisch verrassend dicht bij elkaar. Daar houdt de gelijkenis voor een groot stuk op.

Wie Alto Piemonte beschouwt als een soort goedkopere of lichtere Barolo, doet de regio tekort. Het zijn gewoon andere wijnen. Zelfs de term baby Barolo, die vroeger nogal gemakkelijk werd bovengehaald, slaat eigenlijk nergens op. Alto Piemonte geeft een andere interpretatie van Nebbiolo en heeft daarvoor geen goedkeuring uit Barolo nodig.

Een eerste groot verschil zit onder de grond. Barolo en Barbaresco liggen hoofdzakelijk op kalkrijke mariene mergels, klei en zandsteen die ruwweg 8 tot 16 miljoen jaar oud zijn. In Alto Piemonte kan de vulkanische ondergrond teruggaan tot ongeveer 280 miljoen jaar geleden. Daarboven liggen bovendien oude zeezanden, grind en glaciale afzettingen, waardoor het geologische plaatje er veel complexer is. Dat vertaalt zich niet rechtstreeks in een bepaalde smaak, maar het beïnvloedt wel drainage, groeikracht en de manier waarop de wijnstok water en voedingsstoffen opneemt. Nebbiolo ontwikkelt zich er daardoor onder heel andere omstandigheden dan in de Langhe.

Ook klimatologisch loopt het verhaal uiteen. Alto Piemonte ligt dichter tegen de Alpen en kent gemiddeld koelere omstandigheden en grotere temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Koele lucht stroomt vanuit het gebergte naar de wijngaarden en Nebbiolo wordt er later geoogst dan in de Langhe. De hoogte van de wijngaarden verschilt trouwens minder spectaculair dan vaak wordt gedacht. Het verschil zit vooral in de noordelijkere ligging en de directe invloed van de Alpen.

Dat heeft gevolgen in het glas. De wijnen van Alto Piemonte zijn gemiddeld lichter gebouwd en komen vaak iets bleker voor de dag. De natuurlijke zuren blijven uitgesproken aanwezig en de tannine voelt meestal fijner en minder massief aan dan bij een jonge Barolo. Rode vruchten, rozen, viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en citrusachtige toetsen komen vaak sterk naar voren. Afhankelijk van bodem en herkomst kunnen daar ijzerachtige, aardse of ziltige indrukken bijkomen. Het geheel heeft meestal meer spanning dan gewicht.

Barolo en Barbaresco tonen meestal meer kracht, concentratie en structuur. Jonge wijnen kunnen hun tannine behoorlijk nadrukkelijk op tafel leggen en tonen vaak meer volume en kracht in het middenpalet. Uiteraard blijven de verschillen binnen beide appellaties groot en spelen terroir, ligging en expositie van de wijngaard een belangrijke rol. De bekende omschrijving an iron fist in a velvet glove komt dan ook niet uit de lucht vallen. In Alto Piemonte krijg je vaker een rankere Nebbiolo, met een stevig zuur geraamte en aroma’s die soms bijna belangrijker lijken te worden dan de spierkracht van de wijn.

Ook het alcoholgehalte speelt mee. Door de koelere omstandigheden en latere rijping bereikt Nebbiolo in Alto Piemonte zijn gewenste rijpheid doorgaans bij een gematigder potentieel alcoholgehalte. Waar moderne Barolo en Barbaresco in warme jaren zonder veel moeite richting 14,5 procent en hoger gaan, vind je in Alto Piemonte nog vaker wijnen rond 13 tot 13,5 procent, al is ook hier 14 procent of meer lang geen uitzondering.

Daar komt nog een verschil bij dat soms over het hoofd wordt gezien. Barolo en Barbaresco bestaan verplicht volledig uit Nebbiolo. In Alto Piemonte staat Nebbiolo eveneens centraal en heel wat wijnen worden er ook gewoon uitsluitend van Nebbiolo gemaakt. Toch heeft de regionale cultuur hier altijd ruimte gelaten voor andere druiven. Vespolina, Croatina en Uva Rara kunnen mee in de assemblage terechtkomen. Dat kan extra kruidigheid, fruit, kleur en soms een iets andere tanninestructuur geven.

Lichter van structuur betekent trouwens niet dat Alto Piemonte snel opgedronken moet worden. Nebbiolo blijft Nebbiolo. De combinatie van zuren en tannine geeft de betere wijnen een groot bewaarpotentieel. Sommige zijn jong wel toegankelijker dan een klassieke Barolo, terwijl de beste flessen zonder problemen tientallen jaren kunnen ontwikkelen.

Volgende week zondag nemen we je graag mee naar de historische achtergrond van Alto Piemonte en de evolutie die het wijngebied doorheen de jaren heeft doorgemaakt.

Op pad met James McNay – Wandelen, wijn en reizen door Italië

Enkele weken terug had ik een blij weerzien met James McNay, een collega Italian Wine Ambassador die we via de wijnwereld leerden kennen. James woont in Piemonte en omdat ik hem had verteld dat we er deze zomer twee weken zouden verblijven, hadden we afgesproken elkaar daar te ontmoeten. Nadat we samen G.D. Vajra in Barolo hadden bezocht en er enkele wijnen hadden geproefd, genoten we van een heerlijke lunch, vergezeld van een fles Barolo Ravera Riserva 2015 van Viberti.

Tijdens die lunch vroeg James of we geen zin hadden om een dag met hem de bergen in te trekken. James organiseert met MacNay Travel & Wine immers volledig uitgewerkte wandelreizen door Italiaanse wijngebieden. Voor een van zijn meerdaagse trajecten in de Valle d’Aosta wilde hij een gedeelte van de route opnieuw bekijken en verder uitwerken. Wij mochten mee op verkenning. En zo eindigde een afspraak tussen twee Italian Wine Ambassadors met wandelschoenen, rugzakken en behoorlijk wat hoogtemeters.

Van Sussex naar Piemonte

Tijdens deze wandeling raakten we meer en meer geïnteresseerd in wat er allemaal komt kijken bij het uitstippelen van volledig uitgewerkte wijnreizen en wandelreizen. We luisterden dan ook geboeid naar het verhaal van James en hoe MacNay Travel & Wine uiteindelijk het licht zag. James runt het bedrijf samen met zijn vrouw Cinzia Long. De twee leerden elkaar in 2004 kennen tijdens een opleiding tot wandelgids voor reizen in Italië. Beiden werkten daarna jarenlang als gids in onder meer Toscane, Umbrië en Ligurië.

James groeide op in East Sussex en kwam via het wandeltoerisme steeds dieper in de wereld van wijn en gastronomie terecht. In 2010 namen James en Cinzia in Heathfield de winkel Cuculo Cheese & Wine over. James bouwde er een uitgebreid Italiaans wijnassortiment uit, terwijl Cinzia zich vooral toelegde op kaas.

Ondertussen behaalde James verschillende wijnkwalificaties en werd hij Italian Wine Ambassador. Cinzia is afkomstig uit Piemonte, terwijl haar familiale wortels zowel in Piemonte als in de Valle d’Aosta liggen, waar haar familie verspreid woonde. Ze studeerde bosbouw en milieuwetenschappen aan de universiteit van Torino. Haar grote passie voor kaas bracht haar later ook richting een opleiding als kaasproever. Wijn, gastronomie, kaas, natuur en wandelen begonnen zo steeds meer in elkaar te passen.

In 2016 legde James de fundamenten voor MacNay Travel & Wine. Het eerste volledig uitgewerkte programma kreeg de naam Heart of the Italian Alps en speelde zich, gezien Cinzia’s sterke band met de streek, af in de Valle d’Aosta.

In 2022 verhuisden James, Cinzia en hun gezin naar Torre Pellice, aan de voet van de Piemontese Alpen. Vandaag organiseren ze wandelreizen en fietsreizen door verschillende Italiaanse wijngebieden. Piemonte speelt daarin vanzelfsprekend een belangrijke rol, maar ook Ligurië en de Valle d’Aosta zitten stevig in het programma. Daarnaast werken ze wijnreizen, korte verblijven en volledig op maat gemaakte reizen uit.

Vandaag komt een groot deel van hun publiek uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er in België en Nederland geen publiek bestaat voor zo’n concept.

Een wandelroute ontstaat niet achter een computer

Tijdens onze tocht werd vooral duidelijk hoeveel werk er achter zo’n wandelprogramma zit. Je kunt natuurlijk een bestaande wandelroute downloaden, een paar hotels reserveren en hopen dat iedereen zonder kleerscheuren op zijn bestemming aankomt. Dat is ongeveer het tegenovergestelde van hoe James werkt.

De trajecten worden zelf gelopen, gemeten en gecontroleerd. Onderweg wordt bekeken waar een pad precies loopt, waar er alternatieven nodig zijn, welke passages technisch moeilijker zijn en op welke plaatsen een wandelaar maar beter weet dat links nemen een aanzienlijk beter idee is dan rechts. James liep dan ook voortdurend rond met een kleine recorder waarin hij zijn instructies insprak. Thuis worden die minutieus verwerkt, zodat zijn gasten onderweg over de correcte informatie beschikken.

Dat is noodzakelijk, want tijdens de zelfstandige wandelreizen krijgen deelnemers GPS tracks en gedetailleerde routebeschrijvingen. Hun bagage wordt intussen naar het volgende hotel gebracht. Voor de start is er een briefing en tijdens de reis blijft lokale ondersteuning beschikbaar. Wij liepen die dag dus eigenlijk mee tijdens een stukje productontwikkeling.

James keek regelmatig naar zijn GPS, controleerde passages en bekeek hoe een bepaald traject het beste in een meerdaagse tocht kon worden opgenomen. Voor ons was het vakantie. Voor hem was het deels een werkdag, al zijn er slechtere kantoren denkbaar dan de Alpen.

De Valle d’Aosta te voet

Voor dit soort reizen is de Valle d’Aosta bijna gemaakt. De regio is klein, bergachtig en landschappelijk bijzonder gevarieerd. Vanuit Aosta zit je snel tussen wijngaarden, boomgaarden en bergflanken. Naarmate je verder richting het westen trekt, wordt het landschap steeds uitgesprokener alpien en komt het massief van de Monte Bianco dichterbij.

Het bestaande programma Heart of the Italian Alps loopt over zeven dagen van Aosta richting Courmayeur. De wandeldagen variëren van ongeveer 10 tot 23 kilometer. Het hoogste punt van het standaardtraject ligt rond 1.550 meter, met een optionele wandeling die tot ongeveer 2.000 meter gaat.

Je bent best een geoefende wandelaar, want er zitten stevige beklimmingen en afdalingen tussen en op bepaalde plaatsen wordt het pad technisch wat uitdagender. Dat hebben we zelf aan den lijve kunnen ondervinden. Vooral op de bijzonder steile afdalingen was het met momenten geen sinecure om overeind te blijven.

Natuurlijk zit daarin ook net de aantrekkingskracht en de uitdaging van deze wandeltochten. Het is geen jolige scoutswandeling waar je al zingend doorheen trekt. Concentratie is op bepaalde stukken absoluut vereist en je wordt er onderweg ruimschoots voor beloond. Je krijgt voortdurend een ander zicht op de Valle Centrale en de omliggende bergen. Dorpen verschijnen beneden in het dal, wijngaarden hangen tegen hellingen waarvan je je afvraagt wie ooit heeft besloten dat dit een geschikte plaats was om wijnstokken te planten en boven alles blijven de Alpen aanwezig.

Wandelen door een wijngebied

James kan je altijd blij maken met een goed glas wijn en dus blijft bij MacNay Travel & Wine de wijn nooit ver weg. Met hun thuisbasis in Piemonte zitten ze daarvoor natuurlijk op de juiste plaats.

Je hoeft het daarbij zeker niet altijd zo avontuurlijk te bekijken als de wandeling in de Valle d’Aosta die we eerder aanhaalden. In het Roero hebben ze bijvoorbeeld een meerdaagse wandeltocht uitgewerkt die Bra met Alba verbindt. Je wandelt er tussen wijngaarden, boomgaarden en de grillige Rocche del Roero, met onderweg tijd voor de lokale gastronomie en uiteraard wijn. In de Langhe is er dan weer een vierdaagse rondwandeling door de Baroloheuvels, waarbij acht van de elf Barolodorpen worden aangedaan. Wijnbezoeken en degustaties worden onderweg netjes voor je vastgelegd.

En wat gezegd van overnachten op een wijndomein? Een van hun vaste slaapplaatsen is Casa Pecchenino, de B&B van het gelijknamige wijndomein bij Dogliani. Wij kennen Pecchenino redelijk goed en zijn bijzonder liefhebber van hun Dolcettowijnen. Tijdens ons verblijf in Piemonte waren we ook onder de indruk van hun Alta Langa Spumante, gemaakt van druiven uit hoger gelegen wijngaarden. Zodanig zelfs dat we nog even langsreden om enkele flessen in te slaan.

Daardoor kregen we meteen ook een goede blik op de accommodatie. Het oude landhuis werd volledig gerestaureerd en telt slechts vijf kamers. Vanuit het domein kijk je uit over de wijngaarden en zit je meteen goed voor wandelingen richting Dogliani en de Baroloheuvels. Ik kan je verzekeren dat dit inderdaad geen onaangename plaats is om na een dag wandelen halt te houden.

Dat typeert eigenlijk mooi hoe James en Cinzia hun reizen samenstellen. Vaak vormt wandelen of fietsen de leidraad, terwijl wijndomeinen, restaurants, lokale gastronomie en bijzondere overnachtingsplaatsen mee in het parcours worden verwerkt. Soms trek je zelfstandig op pad, soms gaat James mee en op andere reizen ligt de nadruk veel sterker op wijn en gastronomie en is wandelen slechts een onderdeel van het programma.

En ze blijven nieuwe mogelijkheden zoeken. Naast Piemonte, de Valle d’Aosta en Ligurië organiseren ze ook begeleide wijnreizen en roadtrips in andere delen van Italië. Wie tussen hun bestaande programma’s zijn gading niet vindt, kan bovendien een volledig op maat gemaakte reis laten uitwerken. Het vertrekpunt kan dus evengoed een wandelvakantie zijn als een bepaalde wijnregio, een reeks producenten die je wilt bezoeken of gewoon de wens om een stuk Italië eens op een andere manier te leren kennen.

Een totaalpakket

Wat me vooral aansprak in het concept van James en Cinzia is dat ze een totaalpakket aanbieden. Je hoeft je nergens meer zorgen over te maken, alles wordt voor je geregeld. Je trekt verder, al wandelend of fietsend. Je bagage reist achter de schermen mee en staat bij aankomst netjes op je te wachten.

Een lunchpakket, het organiseren van een picknick onderweg? No stress, it’s done! Een bezoek aan een lokale kaasboer inbouwen, ervaren hoe de beroemde Salsiccia di Bra wordt gemaakt of een gerenommeerd Barolohuis bezoeken waarvan de deuren anders misschien gesloten zouden blijven? Ook dat wordt voor je geregeld.

James en Cinzia luisteren naar je wensen en proberen daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen, uiteraard rekening houdend met het budget dat je eraan wenst te spenderen. Voor verdere informatie mag je me altijd contacteren en ik breng je heel graag in contact met James. Je kunt natuurlijk ook gewoon zelf even een kijkje nemen op de website van Macnay Travel & Wine.

Zo beleef je Italië op een heel andere manier.

Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht

We hebben de voorbije zomervakantie doorgebracht in Piemonte. Daar hebben we specifiek de nodige tijd genomen om op ontdekking te gaan door Alto Piemonte. Het is een wijngebied waar we al langer een zwak voor hebben en waarvan ik tot mijn scha en schande moest vaststellen dat ik er, hoewel ik al vele malen Piemonte heb bezocht, nog niet was geraakt. Tot nu dus!

Met deze reeks surf ik wel mee op de huidige hype rond Alto Piemonte. Het lijkt wel dat deze regio zijn tweede adem heeft gevonden. De redenen moeten we niet ver gaan zoeken, hoor. Barolo, de naam is gevallen na amper zeven zinnen, is de belangrijkste wijn uit Piemonte. Daar gaat voorlopig niets of niemand verandering in kunnen brengen, ook al proberen de buren uit Barbaresco het wel en merk je hoe druk bezocht Barbaresco zelf ook is. Maar omdat de prijzen van Barolo de laatste jaren echt wel de pan beginnen uit te swingen, gaan de mensen dus op zoek naar alternatieven. We zien Langhe Nebbiolo en Nebbiolo d’Alba vlotjes terrein winnen. Hetzelfde kan gezegd worden van Alto Piemonte.

Al wil ik bij dat laatste onmiddellijk een kanttekening maken en een waarschuwend vingertje uitsteken. Ik ben wel degelijk geschrokken van de prijzen die er lokaal worden gevraagd voor deze wijnen. Dan bedoel ik uiteraard wel de ondergrens van de flesprijs. Naar boven toe is het ook wel pittig, maar de exorbitante Baroloprijzen blijven wel achterwege.

En dus nemen we je de komende weken mee naar de heuvels aan de uitlopers van de Alpen, waar de Monte Rosa aan de horizon opduikt en Nebbiolo een heel andere omgeving krijgt om zich in uit te drukken. We maken ook een kleine omweg, want hoewel Carema niet thuishoort bij Alto Piemonte, zou het zonde zijn dit prachtige wijngebied niet mee op te nemen in deze reeks.

🍇 Wat mag je verwachten?

1. Alto Piemonte: vulkanen, Alpen en oude bodems

We beginnen met het gebied zelf. Waar ligt Alto Piemonte precies, hoe ziet het landschap eruit, hoe zit de geologie in elkaar en waarom verschilt deze noordelijke wijnwereld zo sterk van de Langhe?

2. Van groot wijngebied naar bijna verdwenen wijngaarden

Vandaag oogt Alto Piemonte klein en versnipperd. Historisch lag dat helemaal anders. We bekijken hoe belangrijk de wijnbouw hier ooit was, waarom zoveel wijngaarden verdwenen en hoe het herstel van de voorbije decennia op gang kwam.

3. Nebbiolo wordt Spanna, en hij komt niet alleen

Nebbiolo vormt de rode draad doorheen Alto Piemonte, al wordt hij hier vaak Spanna genoemd. Vespolina, Uva Rara en Croatina spelen eveneens hun rol. We bekijken wat deze druiven bijdragen en waarom assemblages in het noorden van Piemonte zo vanzelfsprekend zijn.

4. Gattinara

Gattinara is wellicht de bekendste naam van Alto Piemonte en voor veel wijnliefhebbers de eerste kennismaking met de streek. De vulkanische ondergrond, de ligging en de dominantie van Nebbiolo geven Gattinara een heel eigen profiel.

5. Ghemme

Vervolgens trekken we naar Ghemme, de tweede DOCG van Alto Piemonte. De afstand tot Gattinara is beperkt, maar de bodems en de stijl van de wijnen zijn duidelijk anders.

6. Lessona

Lessona wint de laatste jaren meer en meer aan bekendheid. Reden genoeg om deze kleine appellatie een eigen zondag in de spotlights te geven. We bekijken wat Lessona zo bijzonder maakt en hoe de zandige bodems het karakter van de wijnen mee bepalen.

7. Boca en Bramaterra

Boca en Bramaterra zijn beide kleine appellaties, maar inhoudelijk bijzonder interessant. Het zijn twee gebieden die de heropleving van Alto Piemonte mooi illustreren. Kleine productie, veel oude wijngaarden en een ondergrond duidelijk mee het karakter bepaalt.

8. Fara, Sizzano en de andere denominaties

Niet elke appellatie geniet dezelfde bekendheid. Fara, Sizzano, Coste della Sesia en Colline Novaresi komen hier aan bod en maken het plaatje van Alto Piemonte een stuk completer.

9. Carema: de logische buitenstaander

Voor Carema maken we bewust een uitstap buiten wat doorgaans onder Alto Piemonte wordt verstaan. De appellatie ligt nog steeds in Piemonte, helemaal in het noorden van Canavese en tegen de grens met Valle d’Aosta. De terraswijngaarden, pergola’s en lokale interpretatie van Nebbiolo sluiten zo mooi aan bij onze reis door het noorden dat we Carema onmogelijk konden overslaan.

10. Masterclass Alto Piemonte

We sluiten de reeks af zoals een wijnreeks eigenlijk hoort te eindigen: met de flessen op tafel. Voor deze gelegenheid organiseren we een Masterclass Alto Piemonte waarin we verschillende appellaties proeven. Uiteraard krijgt ook Carema een plaats aan de proeftafel.

De oogst van druiven – Wanneer is de tijd rijp?

Het is half augustus als we dit artikel beginnen te schrijven en enkele weken geleden vertoefden we nog te midden van de wijngaarden. We konden toen al vaststellen dat de producenten druk in de weer waren met de voorbereiding van de oogst. Niet zozeer in de wijngaarden, wel in hun kelders. De oogst kondigt zich dit jaar in heel wat regio’s bijzonder vroeg aan. Bij producenten in Nizza en Asti spraken ze zelfs over drie weken vroeger dan vorig jaar. Hoog tijd dus om in de kelder alle ruimte vrij te maken die straks nodig is.

Het plukken van de druiven behoort immers tot de belangrijkste en drukste periodes in de productie van wijn. Tanks waarin soms nog wijn van de vorige oogst rust, moeten worden leeggemaakt, grondig gereinigd en opnieuw klaargemaakt voor wat eraan komt. Verschillende wijnbouwers die we bezochten, waren daarom vroeger dan aanvankelijk gepland bezig met het bottelen van hun vorige oogst.

Want zodra de druiven voldoende rijp zijn en klaar zijn voor de pluk, is er weinig ruimte meer om het werk uit te stellen. You can’t beat nature. Op dat moment moet je aan de slag.

Wanneer oogsten?

Het bepalen van de start van de oogst is niet meteen een eenduidig gegeven. Dé ideale oogstdatum bestaat immers niet. Er is een berg factoren waarmee de producent rekening moet houden. Zo heeft elk druivenras zijn eigen rijpingscyclus en kunnen zelfs binnen één domein verschillende percelen op andere momenten rijp zijn. Hoogte, oriëntatie, bodem, beschikbare hoeveelheid water, opbrengst en blootstelling aan de zon spelen allemaal een rol. Veel van die factoren worden uiteindelijk gestuurd door de natuur. Het is dan ook onmogelijk om maanden vooraf een vaste datum in de agenda te prikken met de melding: start van de pluk.

Waar de producent wel iets in te zeggen heeft, is het type wijn dat hij wil maken. Druiven voor een frisse mousserende wijn worden vroeger geoogst dan druiven bestemd voor een krachtige rode wijn. Voor zoete wijn kunnen de druiven veel langer blijven hangen en bij bepaalde wijnen wordt zelfs bewust gewacht op indroging of edele rotting. Ook dat gewenste eindresultaat bepaalt dus mee wanneer de pluk begint.

En dan komt het moment waarop de beslissing moet vallen. We hebben dit jaar enkele maanden gekend met extreme droogte en hoog oplopende temperaturen. Open ik nu mijn weerapp voor Alba, dan zie ik voor deze week bijna dagelijks regen in de voorspellingen staan. Dat betekent vloeken en nagelbijten voor de producent. Je wil niet oogsten wanneer het regent, maar tegelijk neemt de druk toe om een beslissing te nemen. Start ik toch met de oogst of stel ik die nog enkele dagen uit?

Het weer heeft uiteindelijk het laatste woord. De ideale rijpheid op papier heeft weinig waarde wanneer regen, hagel of andere weersomstandigheden ervoor kunnen zorgen dat een deel van de oogst verloren gaat.

Rijp en rijp is twee

Wat is rijp? De vraag lijkt eenvoudig. Neem een banaan. De ene vindt ze rijp zodra de schil volledig geel is. Iemand anders wacht tot de eerste bruine vlekken verschijnen. Beiden spreken over een rijpe banaan.

Met druiven is het weinig anders.

Een druif die perfect rijp is voor de productie van een basiswijn voor Champagne kan voor een volle rode wijn hopeloos vroeg geoogst lijken. Voor mousserende wijn zijn een hoge zuurgraad en een gematigd suikergehalte waardevol. Voor een krachtige rode wijn worden andere eigenschappen gezocht.

Rijpheid wordt dus niet alleen bepaald door het druivenras, het klimaat en het perceel, maar vooral door het type wijn dat men wil maken.

Met de veranderende klimaatomstandigheden zien we ook dat sommige producenten bewust hetzelfde perceel of druiven voor dezelfde wijn op verschillende momenten oogsten. Een eerste pluk kan vroeger plaatsvinden, wanneer de druiven nog wat meer zuren en frisheid bezitten. Later volgt dan een tweede oogst van rijpere druiven. Beide kunnen vervolgens afzonderlijk worden gevinifieerd en later worden samengebracht.

Opnieuw nemen we je graag mee naar de klimatologische omstandigheden van het huidige jaar. Bij aanhoudende warmte moet de producent beslissen hoe hij voldoende frisheid in de wijn kan behouden zonder te vroeg alles te oogsten. Een eerste, vroegere pluk van iets minder rijpe druiven kan daarop een antwoord zijn.

De balans in druiventaal

Poepsimpel gezegd: oogsten doe je wanneer de druif het juiste evenwicht heeft bereikt tussen zoet, zuur en rijpheid van de pitten. In de praktijk is dit helemaal niet poepsimpel! Vanaf de vruchtzetting van de kleine besjes, in het Frans zo mooi nouaison genoemd, begint een lange ontwikkeling. Eerst groeien de groene en nog bijzonder zure besjes verder. De grote omslag komt er bij de véraison, het moment waarop de druiven verkleuren en de eigenlijke rijpingsfase begint.

Het allerbelangrijkste is dat de bes gezond kan groeien en uiteindelijk uitgroeit tot een gezonde, goed ontwikkelde druif. Ook binnenin verandert er ondertussen voortdurend iets. De aanvankelijk zeer zure bes gaat tijdens de rijping steeds meer suikers opbouwen. Tegelijk neemt de hoeveelheid zuren af. De pitten evolueren stilaan van felgroen naar donkerder bruin en ook de schil verandert. Het moment waarop de druif geschikt wordt om geoogst te worden, komt steeds dichterbij.

Het bereikte suikergehalte geeft een goede aanwijzing voor het mogelijke alcoholgehalte van de latere wijn. Het kan eenvoudig worden gemeten met een refractometer. Suiker alleen vertelt echter onvoldoende. De zuurgraad is minstens even belangrijk. Daarom wordt ook de totale zuurgraad gevolgd en steeds vaker de pH gemeten. Naarmate de druif rijpt, daalt meestal de zuurgraad en stijgt de pH. Een te vroege oogst kan scherpe, groene en zure wijnen opleveren. Bij een te late oogst dreigen frisheid en spanning verloren te gaan.

Laat nu net die zoektocht naar het juiste evenwicht de laatste jaren nog belangrijker zijn geworden. Zeker in warme jaren zoals we dit jaar beleven. Hogere temperaturen versnellen de suikeropbouw en de afbraak van zuren. In heel wat wijngebieden is de oogst daardoor naar een vroeger tijdstip verschoven. Tijdens zeer warme jaren kan het suikergehalte zelfs sneller stijgen dan de aroma’s, schil en pitten verder rijpen. De wijnbouwer krijgt dan een lastig dilemma: wachten op een betere rijpheid en tegelijk een hoger alcoholgehalte en een lagere zuurgraad riskeren.

Wie ervan uitgaat dat het alleen draait om het evenwicht tussen zoet en zuur, katapulteert zichzelf een flink stuk terug in de tijd. Zeker bij blauwe druiven speelt ook de fenolische rijpheid een belangrijke rol. De schil bevat kleurstoffen en tannine die tijdens de vinificatie in de wijn terecht kunnen komen. Ook de pitten bevatten tannine. Tijdens de rijping wordt de schil soepeler, verkleuren de pitten meestal van groen naar bruin en verliest de tannine geleidelijk een deel van zijn groene en harde karakter.

Ben je tijdens de rijpingsfase op bezoek in een wijngebied, let dan maar eens goed op de producent. Je zal hem door zijn wijngaarden zien lopen, regelmatig een druif zien proeven of enkele bessen tussen zijn vingers zien pletten om aandachtig naar de pitten en de schil te kijken. Logisch, want proeven blijft een belangrijk onderdeel van het bepalen van de rijpheid. De wijnbouwer beoordeelt het vruchtvlees, kauwt op de schil en de pitten en let op groene, kruidige of rijpere aroma’s. Bij witte druiven ligt de nadruk sterker op de ontwikkeling van aroma’s en het behoud van voldoende frisheid.

Bruine pitten of een verhoute steelaanzet kunnen aanwijzingen zijn voor rijpheid en zijn dus mee bepalende factoren om het juiste evenwicht van de druif en daarmee het oogsttijdstip te bepalen. Het is wanneer de puzzelstukjes van de perfecte verhouding tussen zoet, zuur en de rijpheid van de pitten in elkaar vloeien dat de snoeischaar mag bovengehaald worden.

Handmatige of machinale oogst

Hoe je de druiven uiteindelijk gaat oogsten is de keuze van de producent. Of toch weer niet? Soms wordt gewoonweg voorgeschreven hoe je dient te oogsten. De ligging van de wijngaard kan van die aard zijn dat terrassenbouw, moeilijke bereikbaarheid en hellingsgraad machinale arbeid zo goed als onmogelijk maken. Het kan evenzeer zijn dat de regels van een bepaalde herkomstbenaming voorschrijven dat manuele oogst verplicht is. In dat geval heb je uiteraard geen andere keuze dan op zoek te gaan naar de nodige handen om je te helpen bij de oogst.

Makkelijker gezegd dan gedaan, want de tijd dat de lokale bevolking, familie en vrienden stonden te springen om de handen mee uit de mouwen te steken tijdens dit gelukzalige moment ligt al een hele tijd achter ons. Vandaag moet vaak een beroep worden gedaan op seizoenarbeiders die van regio naar regio of zelfs door verschillende landen trekken om mee te helpen aan de oogst.

Als je hierover met wijnproducenten praat, blijkt dat ook steeds minder evident te zijn. Lokale seizoenarbeiders halen er vaak hun neus voor op en ook in landen waar men bijvoorbeeld in Italië jarenlang een beroep deed op plukkers uit Albanië, Roemenië en Bulgarije, wordt het steeds moeilijker om voldoende mensen te vinden. Deze zomer kregen we zelfs te horen dat tegenwoordig seizoenarbeiders uit landen als Bangladesh worden aangetrokken. Sommige wijnbouwers waren daar niet meteen gelukkig mee, vooral omdat deze mensen vaak zonder ervaring in de wijnbouw aankomen en eerst moeten leren hoe ze zorgvuldig moeten oogsten.

Want dat een manuele oogst hard werken is, mag duidelijk zijn. Ik heb het zelf ooit mogen ervaren, weliswaar in lang vervlogen tijden, en heb dus aan den lijve kunnen vaststellen dat het niet simpel is. De herinnering staat dan ook voor eeuwig in mijn geheugen gekerfd. Het komt erop neer dat de trossen met een snoeischaar worden afgesneden en meestal in kleine bakken worden verzameld. De druiven kunnen daarbij onmiddellijk worden geselecteerd. Beschadigde, beschimmelde of onvoldoende rijpe trossen kunnen gewoon in de wijngaard achterblijven.

Handpluk is vooral belangrijk wanneer volledige trossen intact in de kelder moeten aankomen, bij kwetsbare druiven, op steile hellingen of wanneer zeer nauwkeurig geselecteerd moet worden. Bij wijnen met edele rotting kunnen zelfs verschillende passages door dezelfde wijngaard nodig zijn, waarbij telkens uitsluitend de geschikte druiven worden geplukt.

Wanneer een perceel eenmaal rijp is verklaard en de oogst ervan begint, wil je natuurlijk vooruit. Het weer kan omslaan en de druiven die vandaag perfect zijn, hoeven dat enkele dagen later niet meer te zijn. Vermoeid of niet, op zulke momenten moet er worden doorgewerkt. Dat betekent overigens niet dat het volledige domein in één ruk wordt geoogst. Andere percelen of druivenrassen kunnen gerust pas dagen of weken later aan de beurt zijn.

Leve de machinale oogst dus? Laat me dit toch even counteren en nuanceren. Ja, leve de machinale oogst als het niet de ambitie van de producent is om een kwalitatieve, hoogwaardige wijn te maken, maar eerder mooie, drinkbare volumewijnen. Voor dat type productie zijn snelheid, efficiëntie en kostprijs nu eenmaal belangrijke argumenten. Wie een topwijn wil maken en daarbij zeer streng wil selecteren, zal nog altijd vaker voor een manuele oogst kiezen.

Toch is het gelukkig zo dat de moderne oogstmachine de voorbije decennia een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Machinale oogst staat vandaag dus niet automatisch gelijk aan slechte kwaliteit. De machine beweegt over de wijnrij en brengt de druiven los door de wijnstok gecontroleerd te laten trillen. Bladeren en ander plantaardig materiaal kunnen al tijdens het oogsten gedeeltelijk worden verwijderd.

De voordelen van een machinale oogst zijn duidelijk. Machinaal oogsten gaat snel en vraagt veel minder personeel. Een groot perceel kan precies op het gewenste moment worden geoogst en wanneer regen wordt voorspeld, kan in enkele uren werk worden verricht waarvoor een ploeg plukkers veel langer nodig zou hebben. Bovendien kan met een oogstmachine ook ’s nachts worden gewerkt, wat zeker in warme wijngebieden een belangrijk voordeel vormt.

De vroegere gedachte dat machinale oogst automatisch druiven van mindere kwaliteit oplevert, is ondertussen achterhaald. Moderne machines kunnen zeer nauwkeurig worden ingesteld en beschikken over systemen die bladeren, steeltjes en ander ongewenst materiaal al tijdens de oogst verwijderen.

Er blijven uiteraard beperkingen. Wanneer volledige trossen nodig zijn of wanneer een zeer nauwkeurige selectie noodzakelijk is, blijft handmatige pluk de aangewezen methode. Een oogstmachine kan bovendien bessen beschadigen, waardoor sap vrijkomt. Ook bladeren, insecten en ander materiaal kunnen tussen de geoogste druiven terechtkomen, al beschikken moderne machines over steeds betere systemen om dit al tijdens de oogst te verwijderen.

De druiven pamperen

Eens je aan de oogst bent begonnen en de eerste trossen in de bakjes terechtkomen, is het zaak om de geplukte druiven zoveel mogelijk te pamperen. En dat begint met de temperatuur. Niet eenvoudig tijdens deze steeds warmere periodes, maar wel noodzakelijk. Warm geoogste druiven zijn immers kwetsbaarder. Ze worden gemakkelijker beschadigd en vrijgekomen sap oxideert sneller. Ook gisten en bacteriën worden actiever naarmate de temperatuur stijgt.

Daarom proberen steeds meer producenten vroeg in de ochtend of tijdens de nacht te oogsten. Vooral in warme gebieden is nachtelijke oogst intussen heel gewoon geworden. Mechanische oogstmachines hebben hier een praktisch voordeel omdat ze urenlang met verlichting kunnen blijven werken. Bij handmatige oogst begint men vaak zeer vroeg in de ochtend en stopt men wanneer de temperatuur te hoog oploopt.

Ook de manier waarop de druiven worden verzameld speelt een rol. Bij manuele oogst worden vaak kleine bakken gebruikt, zodat de onderste trossen niet onder het gewicht van een grote hoeveelheid druiven worden geplet. Hoe minder beschadigde bessen, hoe kleiner de kans dat sap vroegtijdig vrijkomt en begint te oxideren.

De race tegen de tijd begint dus vanaf de start van de oogst. Eens de druiven in de kratjes terechtkomen, moeten ze zo snel mogelijk naar de kelder worden gebracht. Daar kan indien nodig koeling worden ingezet en kunnen de druiven onder gecontroleerde omstandigheden verder worden verwerkt.

Ben je door de omstandigheden genoodzaakt om toch in de regen te oogsten, dan stelt zich uiteraard een ander probleem dan de temperatuur. Natte druiven brengen extra water mee naar de kelder en zijn gevoeliger voor beschadiging. Wanneer de regen gepaard gaat met langere periodes van vochtigheid, neemt bovendien het risico op rot toe. Ook dan moeten de druiven dus extra gepamperd worden, zodat ze in zo goed mogelijke conditie de kelder bereiken en aan de verwerking kunnen beginnen.

Argusogen

Eenmaal in de kelder kunnen de druiven opnieuw worden gecontroleerd. Dat gebeurt vaak op een sorteertafel, waar de druiven op een band voorbijschuiven en de trieerders de oogst met argusogen bekijken. Bladeren, beschadigde druiven, onrijpe bessen en andere ongewenste elementen worden er zorgvuldig uitgehaald.

Naast de klassieke sorteertafel bestaan ondertussen ook geavanceerde systemen waarbij druiven automatisch worden geselecteerd op basis van vorm, kleur en andere eigenschappen. Dergelijke apparatuur kan bijzonder precies werken, al blijft de eerste selectie in de wijngaard minstens even belangrijk. Wat nooit in de oogstbak terechtkomt, hoeft later ook niet meer verwijderd te worden.

Feit of fabel?

Laten we het oogstmoment op een ludieke wijze afsluiten en enkele stellingen over het oogsten bevestigen of weerleggen.

Stelling 1: Een druif rijpt verder nadat ze geplukt is

Fabel. Zodra de druif van de wijnstok wordt afgesneden, stopt haar normale rijpingsproces. Ze kan nog vocht verliezen en daardoor geconcentreerder worden, maar ze bouwt geen nieuwe suikers meer op via fotosynthese. Het oogstmoment is dus definitief.

Stelling 2: Alle druiven binnen één tros zijn even rijp

Fabel. Zelfs binnen één tros kunnen bessen verschillen in grootte, suikergehalte en rijpheid. Dat verschil kan nog groter zijn wanneer de bloei en vruchtzetting ongelijkmatig zijn verlopen. Ook daarom kan selectie tijdens de oogst belangrijk zijn.

Stelling 3: Rotte druiven zijn altijd waardeloos

Fabel. Meestal wil je rot absoluut vermijden, maar Botrytis cinerea kan onder heel specifieke omstandigheden voor edele rotting zorgen. De druiven verschrompelen dan langzaam, waardoor suiker, zuren en aroma’s zich concentreren. Zonder de juiste weersomstandigheden krijg je echter gewone grijze rot en daar wordt geen wijnbouwer vrolijk van.

Stelling 4: Na de oogst zit het zwaarste werk erop

Fabel. Voor de plukkers misschien, voor de wijnmaker allerminst. Zodra de druiven de kelder binnenkomen, begint een bijzonder intense periode waarin alles snel moet worden verwerkt en de vergistingen op gang komen. Tegelijk vraagt ook de wijngaard alweer aandacht met het oog op het volgende wijnjaar.

Stelling 5: De rijpste druiven leveren niet noodzakelijk de beste wijn op

Feit. Het klinkt misschien vreemd, maar maximale rijpheid is niet hetzelfde als optimale rijpheid. Laat je druiven steeds verder rijpen, dan kan het suikergehalte verder oplopen terwijl de zuren afnemen en het potentiële alcoholgehalte toeneemt. Op een bepaald moment kan je dus perfect rijpe druiven hebben die voor het type wijn dat je wil maken eigenlijk al te rijp zijn. De beste druif is uiteindelijk de druif die op het juiste moment wordt geplukt voor de wijn die de producent voor ogen heeft.

De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €

Maccheroncini di Campofilone IGP, pasta met opvallend veel ei

Tijdens het schrijven over onze Marche reeks speelde opnieuw de gedachte die al sinds ons bezoek ginds door mijn hoofd maalde. Ik moet iets doen met die pasta, de Maccheroncini di Campofilone. Het is zo’n uniek product dat het zonde zou zijn om het links te laten liggen. Je kan in België uiteraard een ruime keuze vinden aan pasta’s. Toch zou het een verrijking zijn mocht ik een plekje vinden voor deze fijne eierpasta uit Campofilone en ze ook kunnen aanbieden.

Ondertussen heb ik de daad bij het woord gevoegd en heb ik de pastaproducent aangesproken om te bekijken of er een mogelijkheid tot samenwerking bestaat. Ik ben alvast benieuwd naar hun reactie. Wie weet kan je binnen afzienbare tijd deze pasta ook effectief verkrijgen bij Wijnkennis.

Voor we ze ooit in onze rekken leggen, wil ik eerst goed begrijpen wat Maccheroncini di Campofilone nu precies zijn. Waar komt hun kwaliteit vandaan, waarom smaken ze anders dan gewone eierpasta en hoe kan zo’n fijne pastadraad in de keuken toch zo stevig overeind blijven?

Welke pasta is dit nu exact?

Maccheroncini di Campofilone zijn een gedroogde eierpasta uit Campofilone, een kleine gemeente in het zuiden van Marche, in de provincie Fermo. Ze horen tot de familie van de lange, fijne pasta’s, maar ze hebben toch een heel eigen karakter. De draad is dun, licht en lang, met een uitgesproken gele kleur en een duidelijke geur van ei en tarwe.

De basis is eenvoudig: tarwe en eieren. Het opvallende zit vooral in de hoeveelheid ei. Per kilo semola worden zeven tot tien verse eieren gebruikt. Water komt er niet aan te pas. Dat verklaart meteen de gele kleur, de vollere geur en de rijkere smaak.

Die band met Campofilone is zo’n typisch Italiaans verhaal dat doorheen de jaren een eigen leven is gaan leiden en dat vooral thuishoort in de oude lokale huishoudelijke keuken. Een sluitende verklaring waarom net dit dorp zo sterk met deze pasta verbonden raakte, heb ik na een lange zoektocht niet echt gevonden. Wat wel steeds terugkomt, is dat dit voor de vrouwen die het huishouden en dus ook het koken op zich namen, een logische bereiding was. Dat deze kennis daarna van generatie op generatie werd doorgegeven, van nonna naar kleindochter, is een patroon dat je wel vaker tegenkomt wanneer je in de Italiaanse keuken begint te graven.

En toch vinden we een beetje historische achtergrond. Er zijn aanwijzingen dat er in de vijftiende eeuw al naar deze fijne pasta werd verwezen, telkens in verband met Campofilone. Later duikt ze ook op in documenten rond het Concilie van Trente, waar sprake is van uiterst fijne pastadraden uit Campofilone, gemaakt met bloem en eieren. Helemaal in het begin van de twintigste eeuw werd de pasta dan stilaan meer dan een huishoudelijk product. Vrouwen uit Campofilone begonnen ze ook aan gasten voor te zetten, waardoor de bekendheid buiten het dorp verder groeide.

Vandaag zijn er dus pastabedrijven die zich speciaal op deze pasta toeleggen, zoals La Campofilone. Meer zelfs, de Maccheroncini di Campofilone hebben een unieke erkenning gekregen. Sinds 2013 mogen ze het IGP keurmerk dragen en daarmee zijn ze de enige Europese eierpasta met deze erkenning.

Tarwe en eieren, meer is het niet

Eieren en tarwe zijn de twee grondstoffen waarmee je Maccheroncini di Campofilone maakt. Als je zo weinig ingrediënten gebruikt, spreekt het voor zich dat die dan ook van de hoogste kwaliteit moeten zijn. De tarwe vormt de basis voor de semola, het griesmeel van harde tarwe, en moet voldoende structuur geven. De eieren zorgen voor kleur, geur, smaak en rijkdom.

Tijdens ons contact met La Campofilone werd al snel duidelijk dat dit met de nodige sérieux wordt aangepakt. Ze beschikken over eigen velden waar de tarwe wordt geteeld in de heuvels van Marche. Voor mij was het compleet nieuw te vernemen dat die heuvelachtige akkers betere resultaten kunnen geven dan vlakkere velden. Ze zijn doorgaans beter verlucht en houden minder makkelijk stilstaand regenwater vast. Daardoor ligt de druk van schimmels en andere ongewenste micro-organismen lager. Ook rotatie en rust van de bodems spelen daarin mee.

Ook de bewaring van de tarwe is belangrijker dan je op het eerste zicht zou denken. De tarwe ondergaat eerst nog een rijpingsproces van zes tot acht maanden in gekoelde silo’s, bij maximaal 18 graden. Die rijpingsperiode moet helpen om de zetmeelstructuur gunstiger te maken. Zo blijft de kwaliteit van de semola beter bewaard en kan de tarwe proper blijven zonder zware ingrepen achteraf. Ten slotte wordt de harde tarwe omgezet naar semola. Dit doen ze door de tarwe te reinigen, te malen en te zeven, tot je het gele griesmeel overhoudt dat voor pastadeeg wordt gebruikt.

Dan zijn er de eieren. Ze zeggen nogal resoluut dat ze enkel hun eigen eieren vertrouwen. Eigen eieren, en dus eigen kippen toch? Dat blijkt dus zo en de kippen hebben vrije loop in een luchtige omgeving bij Monsampietro Morico, aan de rand van een bos en tussen notenbomen. Hun voeder bestaat uit plantaardige ingrediënten, met granen en peulvruchten die niet genetisch gemodificeerd zijn. Er worden geen kleurstoffen, bewaarmiddelen, dierlijke eiwitten of dierlijke vetten gebruikt. Lijnzaad en soja moeten de eieren rijker maken.

De kunst van de dunne sfoglia

De sfoglia, ofwel het uitgerolde pastavel, wordt vaak omschreven als het grote geheim van Maccheroncini di Campofilone. Niets speciaals, zou je kunnen denken, want elke pasta vertrekt toch van een sfoglia? Dat klopt, alleen wordt die van de Maccheroncini uitzonderlijk dun gemaakt, vaak rond een halve millimeter.

Daar zit meteen een groot deel van de kunde. Het deeg moet zo dun worden uitgerold dat het later in fijne draadjes kan worden gesneden, zonder dat het scheurt, kleeft of zijn stevigheid verliest. Wie ooit zelf pasta heeft gemaakt, weet dat dit het moment is waarop er wel eens flink gevloekt kan worden en je het deeg opnieuw moet samenbrengen om te herbeginnen. Het is ook niet zo makkelijk als het lijkt om de dikte overal gelijkmatig te krijgen, anders krijg je pasta die op de ene plaats te snel gaart en op de andere plaats te stevig blijft.

Daarna wordt de dunne sfoglia in fijne draadjes gesneden. Binnen het voorgeschreven IGP kader zijn de slierten meestal 35 tot 60 cm lang, 0,8 tot 1,2 mm breed en 0,3 tot 0,7 mm dik. Na het snijden worden de Maccheroncini op kleine vellen carta alimentare gelegd, wit papier dat geschikt is voor contact met voedsel. Op die velletjes kunnen de fijne draadjes drogen zonder samen te klitten of hun vorm te verliezen. Het drogen zelf gebeurt langzaam en op lage temperatuur, zodat de pasta haar delicate structuur behoudt.

Door die fijne structuur is er niet veel tijd nodig om de pasta te koken. Je moet erbij blijven, want dit gaat echt wel razendsnel. Eén tot twee minuten is al voldoende voor een echte Italiaanse al dente beet. Voor een wat meer Belgische beet mag je er een minuutje aan toevoegen. Veel tijd om tussendoor de tafel te dekken is er dus niet.

Pastapairing

Eens je de pasta hebt, kan je naar hartenlust gaan combineren. We dopen dit meteen om tot een nieuw woord: pastapairing. De meest klassieke en voor de hand liggende combinatie is met een ragù marchigiano. Dat mag een stevige vleessaus zijn, rijk en langzaam gegaard, met voldoende diepte om de eierpasta aan te kunnen. Wat Pecorino erbij en je zit meteen met een zeer herkenbaar bord pasta.

Toch zou het jammer zijn om deze pasta alleen aan vleessaus te koppelen. Door de nabijheid van de Adriatische kust wordt ze ook vaak gecombineerd met vis. Denk aan een ragù van witte vis, eventueel met wat tomaat, een zachte olie, peterselie en een puntje peperoncino. Net genoeg pit om het geheel wakker te houden. Of denk aan een rijkere bereiding met vongole, aangevuld met nog wat andere frutti di mare.

Je kan er uiteraard ook een perfect veggiebordje van maken. Tenminste, als je de eieren als ingrediënt dan toelaat. Combineer de pasta dan met courgette, artisjok, asperge of erwtjes. Dat kan perfect en levert een smakelijke primo op die niet te zwaar hoeft te worden. In dit geval zou ik het kaasgebruik ook zoveel mogelijk beperken.

We hebben ze echter ter plekke mogen proeven als een eenvoudige cacio e pepe, aan tafel bereid. Ik zeg het misschien net iets te oneerbiedig door het een eenvoudig gerecht te noemen. Zij die het al eens klaargemaakt hebben, weten dat het helemaal geen eenvoudige bereiding is en dat alles zeer punctueel en minutieus gevolgd moet worden om tot het gewenste resultaat te komen. Lukt dat, dan is het effectief duimen en vingers aflikken.

Het recept: Maccheroncini con gamberi sfumati al cognac e vongole

Het was wat wikken en wegen welk recept we erbij zouden plaatsen en uiteindelijk ben ik afgestapt van de klassiekers en gegaan voor een rijkelijke pasta waar je eigenlijk al honger van krijgt nog voor je vork in het bord zit. Maccheroncini met gamba’s, geblust met cognac, en afgewerkt met vongole.

Ingrediënten voor 4 personen

  • 250 g Maccheroncini di Campofilone
  • 250 g gepelde gamberi
  • 500 g vongole veraci
  • 20 kerstomaatjes
  • 1 sjalot
  • 1 teentje look
  • 20 ml cognac
  • 1 klein glas droge witte wijn
  • Olijfolie
  • Peperoncino
  • Verse peterselie
  • Zout

Bereidingswijze

  • Laat de vongole eerst spoelen in koud gezouten water, zodat eventueel zand kan verdwijnen. Reken hiervoor minstens een half uur. Spoel ze daarna nog even na onder koud stromend water.
  • Verhit een scheut olijfolie in een ruime pan. Voeg een licht geplet teentje look toe en een klein beetje fijngesneden peperoncino. Laat kort aanzetten, zonder de look te laten kleuren. Voeg de vongole toe en blus met de witte wijn. Zet een deksel op de pan en laat de schelpjes openen.
  • Haal de vongole uit de pan zodra ze open zijn. Gesloten schelpen gooi je weg. Een deel van de vongole haal je uit de schelp, een deel hou je in de schelp voor de afwerking van het bord. Zeef het kookvocht en hou dit apart.
  • Snipper de sjalot fijn. Verhit opnieuw wat olijfolie in een brede pan en laat de sjalot zachtjes glazig worden. Voeg de gepelde gamberi toe, eventueel met het staartje er nog aan, samen met een klein beetje fijngesneden peperoncino. Laat kort bakken en blus met de cognac. Laat de alcohol even verdampen.
  • Haal de gamberi uit de pan voor ze te ver garen. Voeg de gehalveerde kerstomaatjes toe aan dezelfde pan en laat ze rustig zacht worden. Voeg daarna een beetje van het gezeefde vongolevocht toe, zodat je een lichte saus krijgt met voldoende zilte diepte.
  • Kook de Maccheroncini di Campofilone in ruim gezouten water. Dit gaat bijzonder snel. Reken één tot twee minuten voor een echte Italiaanse beet. Voor een iets zachtere beet kan je er een minuutje aan toevoegen, maar blijf erbij.
  • Doe de gamberi opnieuw bij de tomaatjes en voeg ook de vongole zonder schelp toe. Warm alles kort door, zonder de gamberi te ver te laten garen. Hou de vongole in de schelp nog even apart voor de afwerking.
  • Schep de pasta meteen bij de saus en meng alles voorzichtig door elkaar. Voeg indien nodig nog een beetje kookvocht van de pasta of wat extra vongolevocht toe. De Maccheroncini nemen snel vocht op, dus laat ze niet staan treuzelen in de pan.
  • Werk af met de vongole in de schelp, fijngesneden peterselie en een kleine straal olijfolie. Geen kaas bij deze bereiding.

Giro d’Italia 2026, rit 21: Roma DOC

We zijn aan het einde van de Giro d’Italia 2026 gekomen. Rit 21 voelt eerder aan als een criterium, met rondjes in en om Roma en een parcours dat opvallend dicht bij Vaticaanstad flirt. De nonnetjes zullen even opkijken wanneer er geen paus in een wit gewaad passeert, wel een peloton vol renners die nog één keer de benen opensmijten.

De sprinters die deze zware editie hebben overleefd, mogen nog een laatste keer hun hart ophalen en mikken op de bloemen in de hoofdstad. Daarmee komt ook een einde aan ons verhaal rond de minder bekende DOC’s. Ik vond het zelf enorm boeiend om dit te brengen: zoeken, lezen, twijfelen, de disciplinari uitpluizen en telkens opnieuw ontdekken hoeveel wijngebieden in Italië nog altijd te weinig in ons glas verschijnen.

Afsluiten doen we op het lokale circuit, met Roma DOC. Een appellatie met een naam die iedereen kent, terwijl de wijn zelf voor velen nog verrassend onbekend blijft.

Roma DOC

Je zou verwachten dat een wijngebied in en rond Rome al veel langer met een DOC bezegeld zou zijn. Voor Roma DOC is dat zeker niet het geval, want de appellatie werd pas in 2011 erkend. De productiezone ligt in het centrale deel van Lazio, in de provincie Roma. Het afgebakende gebied gaat wel wat verder dan simpelweg de stad en haar directe omgeving. Het totale gebied omvat maar liefst 330.000 hectare, met kustzones, de Sabina romana, de Colli Albani, de Colli Prenestini en een deel van de Campagna romana. De effectieve wijngaardoppervlakte kunnen we wel flink reduceren en terugbrengen tot ongeveer 305 hectare.

De afbakening omvat een lange reeks gemeenten in de provincie Roma, met daarnaast ook delen van Fiumicino en Roma zelf. Bij Fiumicino is Isola Sacra uitgesloten. Bij Roma valt het gebied binnen de Grande Raccordo Anulare buiten de DOC, net als een specifiek deel richting Tevere, Via del Mare en de Tyrreense kust.

De vermelding classico mag gebruikt worden voor de oudste herkomstzone, maar niet voor spumante. In het disciplinare wordt die classico zone beperkt tot het aangeduide deel van de gemeente Roma zelf.

Bodem en klimaat

Als we over zo’n groot gebied spreken, kan er uiteraard geen uniformiteit bestaan in de samenstelling van de bodem. We gaan dan ook uit van het globale beeld dat we kunnen schetsen. De wijngaarden liggen van zeeniveau tot ongeveer 600 meter hoogte. De hellingen zijn meestal gericht naar het westen, zuidwesten en zuiden.

Geologisch steunt Roma DOC op twee grote pijlers: sedimentaire formaties en vulkanische formaties. In de vlakke zones van de valleien van de Tiber en de Aniene vinden we vooral alluviale en mariene afzettingen, met kalksteenachtige formaties (travertijn), zand, grind, leem en kleiige stukken. Richting kust komen daar ook zandige, kleiige en kustgebonden afzettingen bij.

Daarnaast is er de vulkanische invloed van het Sabatino complex en de oude Vulcano Laziale. Daar komen tufsteen, as, lapilli, pozzolane en lavaresten in beeld. Pozzolane vormen zandige, diepe en goed doorlatende bodems. Andere tufsteenbodems zijn harder en minder doorlaatbaar, waardoor diepere bodembewerking nodig kan zijn.

Het klimaat is mediterraan. De gemiddelde jaartemperatuur ligt rond 14,2 graden. De jaarlijkse neerslag is vrij ruim, maar in de zomer wordt het duidelijk droger. Juli en augustus zijn de droogste maanden, en in de lagere zones kan de droogte al vanaf mei of juni voelbaar zijn. In september en oktober is er doorgaans nog voldoende warmte en zon, terwijl de temperatuurverschillen tussen dag en nacht toenemen.

Rode wijnen

Ook al is Roma DOC een blend waarin verschillende druiven gebruikt mogen worden, toch is de hoofdrol in de rosso weggelegd voor Montepulciano. De druif moet minstens 50 procent van de blend vormen. Daarnaast moet minstens 35 procent bestaan uit Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio mag de assemblage aanvullen.

Montepulciano zorgt voor kleur, rijp donker fruit en structuur. Cesanese brengt de link met Lazio sterker naar voren, met kruidigheid, rood fruit en een eigenzinnige toets. Sangiovese kan frisheid en spanning geven. Cabernet en Syrah kunnen zorgen voor extra diepte, donkerder fruit en meer schouderbreedte.

Daarnaast kan Roma DOC rosso ook verschijnen als classico, rosso riserva en classico rosso riserva. Voor de gewone rosso en de classico rosso is geen verplichte opvoeding voorzien. De riserva vraagt minstens 24 maanden rijping vanaf 1 november van het oogstjaar, waarvan minstens 9 maanden in houten vaten van minimaal 499 liter. Ik vind het toch wel een beetje opmerkelijk dat men over minimaal 499 liter spreekt.

Dit getal komt niet frequent, of zeg maar nooit, voor als inhoudsmaat van eiken vaten. Ik vond het zo merkwaardig dat ik verder op zoek ging naar enige duiding hieromtrent. Blijkt dat dit pas met de laatste wijziging van het disciplinare in 2025 is opgenomen. Naar het waarom bleef het zoeken. Ik heb er dan maar mijn eigen logica op losgelaten en vermoed dat dit getal vooral praktisch bedoeld is. Ik veronderstel dat men het gebruik van barriques, kleinere eiken vaten dus, wenst uit te sluiten en dat men vooral richting tonneaux, vaten van ongeveer 500 liter, wil sturen. Hierdoor is de houtopvoeding minder nadrukkelijk aanwezig dan bij een klassieke rijping op barrique.

Witte wijnen

Bij Roma DOC bianco staat Malvasia del Lazio centraal, ook bekend als Malvasia Puntinata. Die druif moet minstens 50 procent van de blend vormen. Daarnaast moet minstens 35 procent bestaan uit Bellone, Bombino Bianco, Greco Bianco, Trebbiano Giallo en Trebbiano Verde, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten witte druiven uit Lazio mag worden gebruikt.

Roma DOC bianco heeft een strogele kleur. In de geur toont de wijn zich eerder fijn dan uitbundig, met florale toetsen, wit fruit en rijper geel fruit. In de mond blijft hij fris en evenwichtig, met voldoende body om niet vlak of neutraal over te komen. Afhankelijk van de ligging van de wijngaarden kan er ook een subtiele ziltige toets aanwezig zijn.

Voor Bellone en Malvasia Puntinata, die apart vermeld mogen worden, moet minstens 85 procent van de genoemde druif aanwezig zijn. Bellone heeft meer body, rijper geel fruit en soms een licht kruidige ondertoon. Malvasia Puntinata gaat eerder richting florale aroma’s, rijper fruit en een zachtere mondstructuur.

De witte wijnen kunnen ook verschijnen als classico. Dat geldt voor Roma DOC bianco, Bellone en Malvasia Puntinata. Sinds de wijziging van het disciplinare in 2025 bestaat ook Roma DOC bianco riserva, eveneens met de mogelijkheid om classico te vermelden. Voor de gewone bianco, classico bianco, Bellone, classico Bellone, Malvasia Puntinata en classico Malvasia Puntinata is geen verplichte opvoeding voorzien.

Roma DOC bianco riserva en Roma DOC bianco classico riserva moeten minstens 12 maanden rijpen vanaf 1 november van het oogstjaar, waarvan minstens 4 maanden op fles.

Zoals gebruikelijk in dit soort brede wijngebieden wordt het er niet eenvoudiger op wanneer druivenrassen ook afzonderlijk op het etiket mogen verschijnen en die wijnen bovendien nog eens uit de classico zone kunnen komen. Gelukkig blijft een superiore hier achterwege.

Rosato

Roma DOC rosato vertrekt uit dezelfde druivenbasis als de rode wijn. Montepulciano moet minstens 50 procent uitmaken van de samenstelling. Minstens 35 procent moet bestaan uit Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio mag worden gebruikt.

Ook Roma DOC rosato kan als classico verschijnen, wanneer de druiven uit de afgebakende classico zone komen. Voor rosato is geen verplichte opvoeding voorzien.

Roma DOC rosato heeft een rosékleur die best wat intensiteit mag tonen, zeker wanneer Montepulciano nadrukkelijk aanwezig is. In de geur zit vooral rood fruit, met aardbei, framboos, rode bes en soms een florale toets. In de mond blijft de wijn fris en fruitgedreven, met voldoende vulling. De betere versies hebben naast het fruit ook wat kruidigheid en een licht ziltige toets.

Spumanti

Voor spumante geldt dezelfde druivenbasis als voor bianco: minstens 50 procent Malvasia del Lazio, minstens 35 procent Bellone, Bombino Bianco, Greco Bianco, Trebbiano Giallo en Trebbiano Verde, alleen of samen, en maximaal 15 procent andere toegelaten witte druiven uit Lazio.

Voor spumante rosato geldt dezelfde druivenbasis als voor rosato en rosso: minstens 50 procent Montepulciano, minstens 35 procent Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen, en maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio.

De spumanti mogen worden gemaakt via de Martinotti methode, ook bekend als Charmat, maar ook via metodo classico.
Een aparte minimumrijping wordt vreemd genoeg niet opgelegd. Dat had je toch verwacht bij metodo classico. De stijlen mogen gaan van dosaggio zero tot extradry.

Historisch kwamen mousserende wijnen uit deze omgeving op de markt met de vermelding Romanella spumante op het etiket. Romanella is de oude Romeinse naam voor een licht sprankelende wijn, vooral verbonden met lokaal en direct drinkplezier. Die vermelding mag volgens het disciplinare nog steeds op het etiket verschijnen, waardoor deze oudere Romeinse wijnnaam ook binnen de huidige DOC behouden blijft.