Het gaat snel, dat is wel het minste wat je kan zeggen. Plots zie je ook in de wijnwereld flessen opduiken met het bekende V label op het rugetiket. In de food- en non-foodwereld was dat al veel langer ingeburgerd, maar intussen heeft het label ook duidelijk zijn plaats gevonden in wijn.
Dat het fenomeen niet meer weg te denken is, lijkt me duidelijk. Toch stel ik me daar wel de nodige vragen bij. Niet zozeer omdat ik het belang van duidelijke informatie voor de consument in twijfel trek, wel omdat ik me afvraag wat de echte meerwaarde van zo’n label in wijn precies is. Zeker in een sector waar de fles vandaag al omringd wordt door een hele stoet aan andere keurmerken en claims: Ecocert, Biodyvin, Demeter, Terra Vitis, Fairtrade, VIVA, Equalitas en nog heel wat meer. Op de duur zie je de bomen door het bos niet meer.
Wie wat dieper graaft, merkt bovendien al snel dat vegan allerminst een eenduidig begrip is. Zodra je achter het etiket kijkt, kom je terecht in een wereld van verschillende definities, overtuigingen en grijze zones. Voor de ene producent betekent vegan eenvoudigweg dat er tijdens de vinificatie geen dierlijke producten zijn gebruikt. Voor de ene consument volstaat dat. Voor de andere begint de discussie daar pas echt.
Op het eerste gezicht lijkt vegan wijn zelfs een bijna overbodige term. Wijn wordt tenslotte gemaakt van druiven, en druiven groeien aan een plant. Maar tussen druif en fles schuilt een hele reeks keuzes, handelingen en materialen die het verhaal minder vanzelfsprekend maken. Mag er bijenwas op een capsule zitten? Is een wijn nog vegan als een paard de wijngaard ploegt? En wat met biodynamische domeinen die dierlijke onderdelen gebruiken in hun preparaten? Daarom lijkt het me de moeite om verder te kijken dan het logo alleen.
Wat bedoelen we eigenlijk met vegan wijn?
Wie zich in vegan wijn verdiept, merkt al snel dat het begrip minder eenduidig is dan het etiket doet vermoeden. In de praktijk circuleren namelijk twee lezingen naast elkaar.
De meest gangbare en beperkte invulling is technisch van aard. Daarbij betekent vegan wijn eenvoudigweg dat er tijdens de vinificatie geen dierlijke producten zijn gebruikt. Dat is ook de definitie waarop veel wijnbedrijven zich in de praktijk baseren. Wanneer zij op hun website of etiket vermelden dat hun wijn vegan is, bedoelen ze meestal precies dit, niet meer en niet minder.
Voor een deel van het publiek ligt de lat echter hoger. Daar volstaat het niet dat de wijn in de kelder zonder dierlijke hulpmiddelen is gemaakt. In die strengere lezing moet in de volledige productieketen elke vorm van dierlijk gebruik worden vermeden, voor zover dat mogelijk en praktisch haalbaar is.
Precies daar begint de verwarring. Veel consumenten denken nog altijd in één brede categorie van plantaardig of diervrij, terwijl in de praktijk verschillende definities, gevoeligheden en overtuigingen naast elkaar bestaan. Wie het echt nauw neemt, wil dus niet alleen weten of een wijn vegan is, maar ook volgens welke lezing dat precies wordt bedoeld.
Waarom klaring het klassieke discussiepunt werd
De bekendste discussie rond vegan wijn draait nog altijd om de klaring. Daarbij worden stoffen toegevoegd die zich binden aan kleine deeltjes in de wijn, zodat die nadien verwijderd kunnen worden. Traditioneel gebeurde dat met dierlijke stoffen zoals eiwit, caseïne of vislijm.
Vanuit klassiek oenologisch standpunt is dat niets uitzonderlijks. Het gaat om een technische ingreep die helpt om de wijn helderder en stabieler te maken. Precies daar wringt het voor vegan consumenten. Ook al blijft er in theorie niets of nauwelijks iets achter in de uiteindelijke wijn, het dierlijke product is wel gebruikt tijdens het proces.
Daarom kiezen veel producenten die vegan willen werken voor alternatieven zoals bentoniet of plantaardige eiwitten, bijvoorbeeld op basis van erwten. Anderen laten klaring volledig achterwege. Vooral bij rode wijnen is dat geen uitzondering. Het resultaat hoeft daar niet onder te lijden. Een zorgvuldig gemaakte wijn kan perfect zonder dierlijke klaringsmiddelen tot een zuiver en aantrekkelijk eindresultaat komen.
Voor veel producenten en consumenten eindigt de discussie ook precies daar. Zodra er in de kelder geen dierlijke hulpmiddelen zijn gebruikt, geldt de wijn voor hen als vegan.
De wijngaard als moreel terrein
Als we de advocaat van de duivel mogen spelen, dan is het heel eenvoudig: het debat stopt niet bij de klassieke klaring. Wie het onderwerp consequent doordenkt, komt onvermijdelijk uit bij minder voor de hand liggende vragen. Wat betekent vegan eigenlijk in een landbouwproduct dat midden in de natuur ontstaat? Zodra je het debat volledig opentrekt, kom je al snel uit bij allerlei vraagtekens, en misschien ook bij echte twistpunten. Ik pik er, eerder willekeurig, alvast enkele uit.
Ten eerste komt er bij mechanische oogst soms meer dan alleen druiven binnen op het domein. Wie ooit een sorteertafel van dichtbij heeft gezien, weet dat tussen het fruit ook blaadjes, takjes en af en toe kleine dieren of insecten kunnen opduiken. Muizen, slakken en hagedissen horen daar uiteraard evenmin thuis: het valt allemaal onder wat men wel eens ‘matter other than grapes’ noemt. Bij handmatige pluk is die kans kleiner, maar volledig uitsluiten kan je het nooit. Moderne sorteertechnieken, zoals optische sortering, kunnen veel ongewenst materiaal eruit halen, maar ook dat is geen absolute garantie. Moeten we dan zover gaan dat voor vegan wijn enkel handmatige oogst nog aanvaardbaar zou zijn?
Ten tweede kunnen er vragen worden gesteld bij de dierlijke hulpmiddelen die wijnbouwers inzetten bij het beheer van hun wijngaarden. Sommige producenten gebruiken paarden om te ploegen, schapen om begroeiing te beheren of eenden als natuurlijke hulp in het ecosysteem van de wijngaard. Dat kan je zien als een mooi voorbeeld van gemengde landbouw en respectvolle samenwerking met dieren. Je kan het ook bekijken als functioneel gebruik van dieren binnen een productiesysteem. En precies daar wordt het voor een deel van het vegan publiek moeilijker te verantwoorden.
Ten derde duikt ook bemesting op als een gevoelig punt. Sommige wijnbouwers gebruiken organische meststoffen van dierlijke oorsprong, terwijl anderen overschakelen op plantaardige alternatieven, niet alleen om praktische redenen, maar ook om het vegan vraagstuk te vermijden. Meststof komt natuurlijk niet rechtstreeks in het glas terecht, maar wel in de bodem waarin de wijnstok groeit. Voor sommigen is dat geen probleem. Voor anderen hoort ook dat bij de ethische beoordeling van de wijn.
Net daar wordt ook duidelijk hoe breed de discussie is geworden. In een absolute filosofische lezing van veganisme kan zelfs dierlijke mest problematisch zijn. In de landbouwpraktijk blijkt een totaalverbod daarop echter nauwelijks werkbaar. Veel systemen, ook duurzame, biologische en regeneratieve, steunen nog altijd op organische bemesting waarin dierlijke mest een plaats heeft. Precies daarom kiezen sommige vegan standaarden voor een pragmatische aanpak. Ze aanvaarden dierlijke mest, omdat een volledig verbod in de praktijk een groot deel van de landbouwproductie zou uitsluiten. Dat is begrijpelijk, maar het toont ook hoe zelfs strenge definities niet altijd volledig consequent kunnen zijn.
Trek je de redenering nog verder door, dan kom je bovendien uit bij alles wat rond de fles gebeurt. Ook een capsule op basis van bijenwas lijkt op het eerste gezicht een detail, maar kan in een strikte vegan lezing problematisch worden. Zo verschuift het debat steeds verder weg van wat in het glas zit, naar de volledige keten errond. En dan mag je je toch stilaan de vraag stellen waar de grens precies ligt.
Die vraag is dus niet alleen technisch, maar ook filosofisch. Gaat vegan wijn enkel over wat rechtstreeks in contact komt met de wijn, of ook over elk onderdeel van het systeem waarin die wijn ontstaat? Op dat punt bestaat vandaag geen universeel aanvaard antwoord.
Biodynamie, natuur en de onverwachte botsing
Nu we toch op dreef zijn, mogen we ook die vraag stellen: is biodynamie eigenlijk wel verenigbaar met vegan wijn? Het is een van de boeiendste spanningsvelden binnen dit debat. Op het eerste gezicht lijken beide werelden elkaar namelijk te vinden in hun zoektocht naar een meer bewuste omgang met natuur en landbouw. Toch lopen ze op cruciale punten uit elkaar.
Biodynamische wijnbouw maakt gebruik van preparaten waarin dierlijke onderdelen, zoals koehoorns, een rol spelen. Voor veel strikte vegan interpretaties is dat onverenigbaar met het basisprincipe. En precies daar ontstaat een opvallende paradox: sommige domeinen die bijzonder zorgvuldig, ecologisch en nauwkeurig met hun bodem en biodiversiteit omgaan, vallen daardoor toch buiten een strenge vegan lezing.
Dat maakt één zaak meteen duidelijk: vegan is geen synoniem voor biologisch, duurzaam of regenererend. Er kan overlap zijn, zeker, maar het blijven verschillende kaders. Een wijn kan vegan zijn zonder uitgesproken duurzaam te zijn. En een biodynamische wijn kan op ecologisch vlak bijzonder sterk staan, maar toch niet als vegan gelden.
Dat levert een bijna ironische spanning op. Een producent kan biodynamisch werken, de biodiversiteit in de wijngaard verhogen, synthetische ingrepen vermijden en tegelijk toch niet als vegan gecertificeerd worden. Omgekeerd kan een wijn perfect vegan gelabeld zijn in technische zin, terwijl de bredere duurzaamheidsbalans minder overtuigend is.
De echte les: transparantie boven slogans
Misschien is dat wel de kern van het hele debat. Niet dat elke wijnproducent plots een moreel filosoof moet worden, wel dat er minder mysterie en meer openheid mag zijn over hoe wijn wordt gemaakt.
Veel consumenten kennen enkel het verhaal van klaring met eiwit of vislijm. Maar wie iets dieper kijkt, merkt al snel dat de discussie veel verder reikt: van accidenteel contact tijdens de oogst tot meststoffen, biodynamische preparaten, werkdieren, capsulewas, kurk en lijm. Wie dat alles ernstig neemt, beseft snel dat vegan wijn geen simpele aan of uit knop is.
Precies daarom is een transparante producent vandaag geloofwaardiger dan een vage claim. Niet de slogan “vegan friendly” op zich is doorslaggevend, wel de uitleg erachter. Tegelijk schuilt daar ook een risico. Want zodra het debat herleid wordt tot een logo op het rugetiket, dreig je in een vorm van holle frasering terecht te komen. Dan lijken duidelijk afgebakende systemen zoals bio of biodynamie plots minder relevant, terwijl een overduidelijk conventioneel gemaakte wijn met een vegan label veel te gemakkelijk een moreel geloofwaardig imago kan krijgen, zelfs wanneer de wijngaard intussen zonder veel scrupules chemisch wordt bewerkt.
En precies daar wringt het voor mij. Vegan kan een nuttige aanduiding zijn, maar het mag geen alibi worden dat alle andere vragen overstemt. Niet over landbouw, niet over duurzaamheid, en niet over de bredere manier waarop een wijn tot stand komt.
Tegelijk heeft de realiteit het debat misschien al deels ingehaald. De klant die vandaag bij mij in de winkel binnenstapt en op een fles het woord vegan ziet staan, neemt die vaak ook mee naar huis en voelt zich goed bij die keuze. Zo eenvoudig werkt het soms ook.

Filed under: oenologie, Second opinions? | Tagged: biodynamisch, biologische wijn, Italian wine ambassador, vegan, wijn, wijnblog, wijnkennis, wineblog, wineblogger | Leave a comment »










