Tijdens het schrijven over onze Marche reeks speelde opnieuw de gedachte die al sinds ons bezoek ginds door mijn hoofd maalde. Ik moet iets doen met die pasta, de Maccheroncini di Campofilone. Het is zo’n uniek product dat het zonde zou zijn om het links te laten liggen. Je kan in België uiteraard een ruime keuze vinden aan pasta’s. Toch zou het een verrijking zijn mocht ik een plekje vinden voor deze fijne eierpasta uit Campofilone en ze ook kunnen aanbieden.
Ondertussen heb ik de daad bij het woord gevoegd en heb ik de pastaproducent aangesproken om te bekijken of er een mogelijkheid tot samenwerking bestaat. Ik ben alvast benieuwd naar hun reactie. Wie weet kan je binnen afzienbare tijd deze pasta ook effectief verkrijgen bij Wijnkennis.
Voor we ze ooit in onze rekken leggen, wil ik eerst goed begrijpen wat Maccheroncini di Campofilone nu precies zijn. Waar komt hun kwaliteit vandaan, waarom smaken ze anders dan gewone eierpasta en hoe kan zo’n fijne pastadraad in de keuken toch zo stevig overeind blijven?
Welke pasta is dit nu exact?
Maccheroncini di Campofilone zijn een gedroogde eierpasta uit Campofilone, een kleine gemeente in het zuiden van Marche, in de provincie Fermo. Ze horen tot de familie van de lange, fijne pasta’s, maar ze hebben toch een heel eigen karakter. De draad is dun, licht en lang, met een uitgesproken gele kleur en een duidelijke geur van ei en tarwe.
De basis is eenvoudig: tarwe en eieren. Het opvallende zit vooral in de hoeveelheid ei. Per kilo semola worden zeven tot tien verse eieren gebruikt. Water komt er niet aan te pas. Dat verklaart meteen de gele kleur, de vollere geur en de rijkere smaak.
Die band met Campofilone is zo’n typisch Italiaans verhaal dat doorheen de jaren een eigen leven is gaan leiden en dat vooral thuishoort in de oude lokale huishoudelijke keuken. Een sluitende verklaring waarom net dit dorp zo sterk met deze pasta verbonden raakte, heb ik na een lange zoektocht niet echt gevonden. Wat wel steeds terugkomt, is dat dit voor de vrouwen die het huishouden en dus ook het koken op zich namen, een logische bereiding was. Dat deze kennis daarna van generatie op generatie werd doorgegeven, van nonna naar kleindochter, is een patroon dat je wel vaker tegenkomt wanneer je in de Italiaanse keuken begint te graven.
En toch vinden we een beetje historische achtergrond. Er zijn aanwijzingen dat er in de vijftiende eeuw al naar deze fijne pasta werd verwezen, telkens in verband met Campofilone. Later duikt ze ook op in documenten rond het Concilie van Trente, waar sprake is van uiterst fijne pastadraden uit Campofilone, gemaakt met bloem en eieren. Helemaal in het begin van de twintigste eeuw werd de pasta dan stilaan meer dan een huishoudelijk product. Vrouwen uit Campofilone begonnen ze ook aan gasten voor te zetten, waardoor de bekendheid buiten het dorp verder groeide.
Vandaag zijn er dus pastabedrijven die zich speciaal op deze pasta toeleggen, zoals La Campofilone. Meer zelfs, de Maccheroncini di Campofilone hebben een unieke erkenning gekregen. Sinds 2013 mogen ze het IGP keurmerk dragen en daarmee zijn ze de enige Europese eierpasta met deze erkenning.
Tarwe en eieren, meer is het niet
Eieren en tarwe zijn de twee grondstoffen waarmee je Maccheroncini di Campofilone maakt. Als je zo weinig ingrediënten gebruikt, spreekt het voor zich dat die dan ook van de hoogste kwaliteit moeten zijn. De tarwe vormt de basis voor de semola, het griesmeel van harde tarwe, en moet voldoende structuur geven. De eieren zorgen voor kleur, geur, smaak en rijkdom.
Tijdens ons contact met La Campofilone werd al snel duidelijk dat dit met de nodige sérieux wordt aangepakt. Ze beschikken over eigen velden waar de tarwe wordt geteeld in de heuvels van Marche. Voor mij was het compleet nieuw te vernemen dat die heuvelachtige akkers betere resultaten kunnen geven dan vlakkere velden. Ze zijn doorgaans beter verlucht en houden minder makkelijk stilstaand regenwater vast. Daardoor ligt de druk van schimmels en andere ongewenste micro-organismen lager. Ook rotatie en rust van de bodems spelen daarin mee.
Ook de bewaring van de tarwe is belangrijker dan je op het eerste zicht zou denken. De tarwe ondergaat eerst nog een rijpingsproces van zes tot acht maanden in gekoelde silo’s, bij maximaal 18 graden. Die rijpingsperiode moet helpen om de zetmeelstructuur gunstiger te maken. Zo blijft de kwaliteit van de semola beter bewaard en kan de tarwe proper blijven zonder zware ingrepen achteraf. Ten slotte wordt de harde tarwe omgezet naar semola. Dit doen ze door de tarwe te reinigen, te malen en te zeven, tot je het gele griesmeel overhoudt dat voor pastadeeg wordt gebruikt.
Dan zijn er de eieren. Ze zeggen nogal resoluut dat ze enkel hun eigen eieren vertrouwen. Eigen eieren, en dus eigen kippen toch? Dat blijkt dus zo en de kippen hebben vrije loop in een luchtige omgeving bij Monsampietro Morico, aan de rand van een bos en tussen notenbomen. Hun voeder bestaat uit plantaardige ingrediënten, met granen en peulvruchten die niet genetisch gemodificeerd zijn. Er worden geen kleurstoffen, bewaarmiddelen, dierlijke eiwitten of dierlijke vetten gebruikt. Lijnzaad en soja moeten de eieren rijker maken.
De kunst van de dunne sfoglia
De sfoglia, ofwel het uitgerolde pastavel, wordt vaak omschreven als het grote geheim van Maccheroncini di Campofilone. Niets speciaals, zou je kunnen denken, want elke pasta vertrekt toch van een sfoglia? Dat klopt, alleen wordt die van de Maccheroncini uitzonderlijk dun gemaakt, vaak rond een halve millimeter.
Daar zit meteen een groot deel van de kunde. Het deeg moet zo dun worden uitgerold dat het later in fijne draadjes kan worden gesneden, zonder dat het scheurt, kleeft of zijn stevigheid verliest. Wie ooit zelf pasta heeft gemaakt, weet dat dit het moment is waarop er wel eens flink gevloekt kan worden en je het deeg opnieuw moet samenbrengen om te herbeginnen. Het is ook niet zo makkelijk als het lijkt om de dikte overal gelijkmatig te krijgen, anders krijg je pasta die op de ene plaats te snel gaart en op de andere plaats te stevig blijft.
Daarna wordt de dunne sfoglia in fijne draadjes gesneden. Binnen het voorgeschreven IGP kader zijn de slierten meestal 35 tot 60 cm lang, 0,8 tot 1,2 mm breed en 0,3 tot 0,7 mm dik. Na het snijden worden de Maccheroncini op kleine vellen carta alimentare gelegd, wit papier dat geschikt is voor contact met voedsel. Op die velletjes kunnen de fijne draadjes drogen zonder samen te klitten of hun vorm te verliezen. Het drogen zelf gebeurt langzaam en op lage temperatuur, zodat de pasta haar delicate structuur behoudt.
Door die fijne structuur is er niet veel tijd nodig om de pasta te koken. Je moet erbij blijven, want dit gaat echt wel razendsnel. Eén tot twee minuten is al voldoende voor een echte Italiaanse al dente beet. Voor een wat meer Belgische beet mag je er een minuutje aan toevoegen. Veel tijd om tussendoor de tafel te dekken is er dus niet.
Pastapairing
Eens je de pasta hebt, kan je naar hartenlust gaan combineren. We dopen dit meteen om tot een nieuw woord: pastapairing. De meest klassieke en voor de hand liggende combinatie is met een ragù marchigiano. Dat mag een stevige vleessaus zijn, rijk en langzaam gegaard, met voldoende diepte om de eierpasta aan te kunnen. Wat Pecorino erbij en je zit meteen met een zeer herkenbaar bord pasta.
Toch zou het jammer zijn om deze pasta alleen aan vleessaus te koppelen. Door de nabijheid van de Adriatische kust wordt ze ook vaak gecombineerd met vis. Denk aan een ragù van witte vis, eventueel met wat tomaat, een zachte olie, peterselie en een puntje peperoncino. Net genoeg pit om het geheel wakker te houden. Of denk aan een rijkere bereiding met vongole, aangevuld met nog wat andere frutti di mare.
Je kan er uiteraard ook een perfect veggiebordje van maken. Tenminste, als je de eieren als ingrediënt dan toelaat. Combineer de pasta dan met courgette, artisjok, asperge of erwtjes. Dat kan perfect en levert een smakelijke primo op die niet te zwaar hoeft te worden. In dit geval zou ik het kaasgebruik ook zoveel mogelijk beperken.
We hebben ze echter ter plekke mogen proeven als een eenvoudige cacio e pepe, aan tafel bereid. Ik zeg het misschien net iets te oneerbiedig door het een eenvoudig gerecht te noemen. Zij die het al eens klaargemaakt hebben, weten dat het helemaal geen eenvoudige bereiding is en dat alles zeer punctueel en minutieus gevolgd moet worden om tot het gewenste resultaat te komen. Lukt dat, dan is het effectief duimen en vingers aflikken.
Het recept: Maccheroncini con gamberi sfumati al cognac e vongole
Het was wat wikken en wegen welk recept we erbij zouden plaatsen en uiteindelijk ben ik afgestapt van de klassiekers en gegaan voor een rijkelijke pasta waar je eigenlijk al honger van krijgt nog voor je vork in het bord zit. Maccheroncini met gamba’s, geblust met cognac, en afgewerkt met vongole.
Ingrediënten voor 4 personen
- 250 g Maccheroncini di Campofilone
- 250 g gepelde gamberi
- 500 g vongole veraci
- 20 kerstomaatjes
- 1 sjalot
- 1 teentje look
- 20 ml cognac
- 1 klein glas droge witte wijn
- Olijfolie
- Peperoncino
- Verse peterselie
- Zout
Bereidingswijze
- Laat de vongole eerst spoelen in koud gezouten water, zodat eventueel zand kan verdwijnen. Reken hiervoor minstens een half uur. Spoel ze daarna nog even na onder koud stromend water.
- Verhit een scheut olijfolie in een ruime pan. Voeg een licht geplet teentje look toe en een klein beetje fijngesneden peperoncino. Laat kort aanzetten, zonder de look te laten kleuren. Voeg de vongole toe en blus met de witte wijn. Zet een deksel op de pan en laat de schelpjes openen.
- Haal de vongole uit de pan zodra ze open zijn. Gesloten schelpen gooi je weg. Een deel van de vongole haal je uit de schelp, een deel hou je in de schelp voor de afwerking van het bord. Zeef het kookvocht en hou dit apart.
- Snipper de sjalot fijn. Verhit opnieuw wat olijfolie in een brede pan en laat de sjalot zachtjes glazig worden. Voeg de gepelde gamberi toe, eventueel met het staartje er nog aan, samen met een klein beetje fijngesneden peperoncino. Laat kort bakken en blus met de cognac. Laat de alcohol even verdampen.
- Haal de gamberi uit de pan voor ze te ver garen. Voeg de gehalveerde kerstomaatjes toe aan dezelfde pan en laat ze rustig zacht worden. Voeg daarna een beetje van het gezeefde vongolevocht toe, zodat je een lichte saus krijgt met voldoende zilte diepte.
- Kook de Maccheroncini di Campofilone in ruim gezouten water. Dit gaat bijzonder snel. Reken één tot twee minuten voor een echte Italiaanse beet. Voor een iets zachtere beet kan je er een minuutje aan toevoegen, maar blijf erbij.
- Doe de gamberi opnieuw bij de tomaatjes en voeg ook de vongole zonder schelp toe. Warm alles kort door, zonder de gamberi te ver te laten garen. Hou de vongole in de schelp nog even apart voor de afwerking.
- Schep de pasta meteen bij de saus en meng alles voorzichtig door elkaar. Voeg indien nodig nog een beetje kookvocht van de pasta of wat extra vongolevocht toe. De Maccheroncini nemen snel vocht op, dus laat ze niet staan treuzelen in de pan.
- Werk af met de vongole in de schelp, fijngesneden peterselie en een kleine straal olijfolie. Geen kaas bij deze bereiding.

Filed under: Cibo Italiano | Tagged: Cibo Italiano, foodblog, foodblogger, italian food, Italian wine ambassador, maccheroncini, Marche, pasta, wijn, wijnkennis | Leave a comment »









