Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio

Met de situering van Marche trappen we onze nieuwe zondagse reeks officieel op gang. Beetje bij beetje pellen we deze regio verder af en duiken we dieper in een werkelijk fascinerend stuk Italië. Hoewel het ondertussen al enige tijd geleden is dat we zelf op ontdekkingstocht trokken door Marche, staan de beelden me nog scherp voor de geest. Het was een instant crush, die intussen is uitgegroeid tot een diepe genegenheid voor deze minder toeristische, maar ronduit bloedmooie regio.

En waar het hart van vol is, daar komen vroeg of laat vragen van. Zo wilden goede vrienden van ons weten wat ze absoluut moeten bezoeken wanneer ze hun jaarlijkse vakantie in Marche doorbrengen. Vermits ik beter schrijf dan spreek, kom ik op deze wijze graag tegemoet aan hun verzoek.

Sommige regio’s in Italië zijn zo bekend dat je er nauwelijks nog iets over hoeft te zeggen. Marche hoort daar niet bij. Gelukkig maar. Wie hierheen reist, krijgt niet het gevoel in een decor terecht te komen dat al eindeloos is opgevoerd. Marche voelt echt. Menselijk ook. Eens je er bent, kom je ogen tekort, proef je gulzig van al het goede dat de regio te bieden heeft, rijd je van de ene bestemming naar de andere, trek je de natuur in en neem je af en toe bewust de tijd om alles rustig te laten bezinken.

Maak je dus klaar voor veel Marche. Tegen het einde van deze reeks heb je wellicht al een vliegticket geboekt en een verblijf vastgelegd. Gewoon, omdat je het met eigen ogen wilt zien. Marche: een parel tussen de Adriatische kust en de Apennijnen.

Eerst even de kaart erbij

We openen met saaie geografische kost. Marche ligt aan de oostkant van Midden Italië, aan de Adriatische Zee. Ten noorden grenst de regio aan Emilia Romagna en San Marino. Ten westen liggen Toscane en Umbrië. In het zuiden sluiten Lazio en Abruzzo aan. Op de kaart oogt Marche misschien niet als de grootste regio van Italië, maar ze heeft wel een indrukwekkende rijkdom aan landschappen. Dat heeft alles te maken met haar langgerekte vorm tussen zee en bergketen. De Adriatische kust tekent de oostelijke grens. De Apennijnen vormen in het westen een stevige ruggengraat. Daartussen ligt een golvend heuvelland dat traag reizen als de normaalste zaak van de wereld beschouwt. Na enige tijd pas je je vanzelf aan dat ritme aan en lijkt de ratrace van bij ons plots heel ver weg.

Vanuit België heb je in de praktijk twee logische opties om naar Marche te reizen: met de wagen of met het vliegtuig. Die keuze is vooral persoonlijk en hangt af van het soort reis dat je wilt maken. Wij kozen voor het vliegtuig. Hoewel Ancona wel degelijk een luchthaven heeft, bleek die voor ons niet de meest evidente optie. Bologna werd uiteindelijk ons aankomstpunt, en dat was allerminst een slechte keuze. Daar huurden we een wagen, die tijdens onze veertiendaagse ontdekkingsreis een onmisbare compagnon werd.

Vanuit Bologna reden we richting Rimini en vervolgens de snelweg op die langs de Adriatische kust loopt, helemaal zuidwaarts, tot diep in Puglia. Aanvankelijk zijn dat brede, vlot berijdbare wegen. Hoe verder je zuidwaarts trekt, hoe minder ruim alles aanvoelt. De snelweg wordt smaller, het traject bochtiger en het comfort wat minder vanzelfsprekend. Echt onveilig wordt het gelukkig nooit. Zelf moesten we niet zo ver doorrijden, want vlak voor Ancona gaf onze gps aan dat we de snelweg moesten verlaten.

Voor wie wil rondtrekken, blijft een wagen ter plaatse echt wel onmisbaar. Op de kaart lijken veel afstanden best mee te vallen, maar in werkelijkheid ben je vaak langer onderweg dan je zou denken. Voor heel wat verplaatsingen rij je eerst richting de snelweg langs de Adriatische kust, om daarna opnieuw landinwaarts te trekken.

Federico II, Stupor Mundi

Wat doet de geschiedenis van Marche ter zake, zal je je misschien wel afvragen. Dit heeft toch weinig te maken met wat er vandaag te bezoeken valt in de regio. Toch wel. Zoals in haast elke Italiaanse regio is het verleden ook hier een blijvend hangijzer. Marche vormt daarop geen uitzondering. Zeker niet wanneer we later ook nog wat dieper in de wijnen willen duiken.

De aanwezigheid van de Picenen, de Romeinen en de ontwikkeling van handelsroutes hebben allemaal hun belang gehad, maar voor ons verhaal moeten we vrij snel richting middeleeuwen kijken. Daar begint Marche zich echt te tonen als een gebied met sterke steden, lokale machtscentra en een ingewikkeld kluwen van pauselijke, keizerlijke en regionale invloeden. Precies in die context duikt Federico II op, een van de meest fascinerende figuren uit de middeleeuwse Europese geschiedenis, geboren in 1194 in Jesi. Jawel, Jesi, het hart van de Verdicchio.

Dat we net hem hier extra in de verf zetten, is geen toeval. Als keizer van het Heilige Roomse Rijk en koning van Sicilië combineerde Federico II politieke macht met een opvallende intellectuele nieuwsgierigheid. Hij hield zich bezig met recht, wetenschap, talen, filosofie en natuurstudie. Die zeldzame combinatie bezorgde hem de bijnaam Stupor Mundi, verwondering van de wereld. Laat ons zeggen dat de man zijn tijd op veel vlakken vooruit was en in heel Italië zijn sporen heeft nagelaten. Als valkenier trok hij er geregeld op uit, en volgens de overlevering zou ook Montefalco in het naburige Umbrië zijn naam aan die passie te danken hebben. Of dat historisch tot op de letter waterdicht is, laten we hier even in het midden.

Helemaal tastbaar wordt Federico II in het noorden van Puglia, bij Castel del Monte. Dat kasteel, hoog op een heuvel bij Andria gelegen en uitkijkend over het landschap richting Adriatische kust, is een van de meest markante bouwwerken die met zijn naam verbonden zijn. De strakke, achthoekige vorm was voor die tijd bijzonder vernieuwend. Vandaag is het een van de meest bezochte plaatsen van Puglia en nog altijd een indrukwekkende herinnering aan de visionaire kant van Federico II.

De eenmaking van Italië werd pas in 1861 werkelijkheid, met Victor Emmanuel II, Cavour en Garibaldi als de grote namen. Naar persoonlijke interpretatie en met enige zin voor overdrijving zou je kunnen stellen dat Federico II al veel eerder een soort voorgevoel belichaamde van wat Italië ooit zou kunnen worden. Als keizer van het Heilige Roomse Rijk en als koning van Sicilië had hij macht over een enorm gebied en stond hij dichter bij een politieke samenhang op het Italiaanse schiereiland dan veel anderen voor hem. Dat is uiteraard geen letterlijke voorafname op het latere Italië, maar het zegt wel iets over de reikwijdte van zijn ambitie en zijn historische gewicht.

En hier raken we stilaan ook aan de band tussen Federico II en de wijn van Marche. De verwijzing naar de Castelli di Jesi roept niet alleen een geografische zone op, maar ook een historisch verhaal. Die castelli, de versterkte nederzettingen rond Jesi, zouden onder zijn invloed, of minstens binnen die bredere keizerlijke context, mee zijn uitgegroeid als bescherming van de stad en haar territorium. Vandaag zijn die plaatsen nog altijd zichtbaar aanwezig in het landschap.

Ancona, de hoofdstad van Marche

Ancona is de hoofdstad van Marche, en veel reizigers beschouwen de stad vooral als toegangspoort, als plek van aankomst of vertrek. Dat is begrijpelijk, want Ancona is een havenstad en speelt logistiek een belangrijke rol.

De stad ligt prachtig aan de Adriatische kust en heeft van oudsher een sterke band met de zee. Dat voel je nog altijd. Ancona kijkt niet alleen landinwaarts naar de regio, maar ook over het water naar de bredere wereld. Die maritieme gerichtheid gaf haar doorheen de geschiedenis een heel eigen karakter. Ze was een handelsstad, een strategisch punt en een plek waar invloeden samenkwamen. Daardoor heeft Ancona een ander profiel dan veel charmante binnenlandse steden van Marche. Ze is levendiger en voelt mondialer aan.

Ancona is zeker de moeite om te bezoeken, maar het is wellicht niet de stad die het langst nazindert na een verblijf in Marche. Dat neemt niet weg dat ze cultureel wel degelijk haar waarde heeft. Voor reizigers die net dat culturele willen opzoeken, is Ancona zeker een bezoek waard. Tijdens onze reis bleef de stad zelf uiteindelijk eerder een voetnoot.

De omgeving van Jesi als ideale uitvalsbasis

Op de Verdicchio wijngebieden rond Jesi en Matelica komen we in het slotartikel van deze reeks, naar aanleiding van onze masterclass, uitgebreid terug. Hier willen we het vooral hebben over de omgeving van Jesi, die voor ons tijdens deze reis een ideale uitvalsbasis bleek om Marche te verkennen.

De zone rond Jesi ligt centraal in Marche, op een half uurtje rijden van Ancona en de kust. Het is dus een bijzonder geschikte uitvalsbasis om zowel de noordelijke als de zuidelijke Marche te verkennen. Je zit er bovendien in een aantrekkelijk heuvellandschap met wijngaarden, charmante dorpjes en, voor de sportievelingen, een sterke aanwezigheid van strade bianche. Dat betekent dat je hier gemakkelijk dagen kunt afwisselen tussen wijndomeinen, stadsbezoek, lunches in het binnenland en uitstappen naar zee. Dat soort evenwicht maakt reizen gewoon aangenaam.

Wij verbleven tijdens onze reis in San Marcello en kozen, zoals we bijna altijd doen, voor een rustig wine resort. Filodivino is veel meer dan zomaar een verblijfplaats. Je vindt er rust, er is slechts een beperkt aantal kamers en dat is voor ons ideaal. Tijdens onze vakantie zijn we niet meteen op zoek naar sociaal contact. Je vindt er alle luxe en comfort, met een vriendelijke gastheer en gastvrouw. Je verblijft er midden in een wine resort, wat betekent dat de wijn, Verdicchio in dit geval, altijd aanwezig is. Voor ons was het de perfecte plek om de dag af te sluiten met een spannend boek en een lekker glas wijn, gewoon met zicht op de weidse wijngaarden terwijl de zon stilaan onderging.

Uitkijken naar wat komen gaat

Met deze eerste situering hebben we Marche eigenlijk nog maar amper aangeraakt. De regio ligt nu op tafel, de grote lijnen zijn uitgezet, maar het echte werk moet nog beginnen. In het verdere verloop van de reeks gaan we op zoek naar de vele gezichten, de vele mooie hoeken, de verrassende diversiteit op wijngebied en veel te veel plekken waar je net iets langer wilt blijven hangen dan je vooraf had gepland.

Voor onze vrienden is hiermee hopelijk een eerste aanzet gegeven. Voor ons, en vooral voor mezelf, is dit een terugblik op onze beleving ginds. Eentje die nog altijd helder voor de geest staat en die me tijdens het schrijven constant een smile bezorgde. Memories like they were only from yesterday!

Durella, van schaduwrol naar eigen stijl

Stel je het landschap van oostelijk Verona voor, zoals het er zo’n 50 miljoen jaar geleden uitzag. Waar nu heuvels, weiden en wijngaarden liggen, bevond zich toen een ondiepe zee met warm, tropisch water. Rond die zee groeide een weelderige vegetatie en leefde een fauna die intussen al lang verdwenen is. Af en toe werd dat rustige landschap verstoord door vulkanische activiteit onder water.

Vandaag is dat landschap uiteraard verdwenen, maar het verleden ervan werkt nog altijd door in de streek. De zee heeft plaatsgemaakt voor heuvels en landbouwgronden, en de vulkanische activiteit is al lang tot rust gekomen. Wat bleef, is een gebied met een bijzondere geologische opbouw en een opvallende rijkdom aan fossielen.

In die omgeving groeit Durella. Het is een authentiek en opvallend ras uit het grensgebied van Verona en Vicenza. De druif staat niet bekend om uitbundige aromatiek of een zacht profiel, maar om frisheid, spanning en een uitgesproken zuurstructuur.

De populariteit van Durella is de voorbije jaren duidelijk toegenomen. Als ik alleen al naar mezelf kijk, dan moet ik toegeven dat ik enkele jaren geleden heel bewust op zoek ben gegaan naar de wijnen, en vooral de bubbels, die deze druif kan voortbrengen. En ik ben daarin zeker niet de enige. Durella heeft stilaan heel wat wijnliefhebbers nieuwsgierig gemaakt.

Opmerkelijk misschien, want Durella is allesbehalve een recente ontdekking. Het gaat om een oud, inheems ras met een duidelijke eigen identiteit en een lange band met de Lessinische heuvels. Lange tijd stond de druif vooral in de schaduw van eenvoudiger mousserende wijnen in Martinotti stijl. Vandaag lijkt voor Durella een nieuwe fase aangebroken: die frisse, fruitige stijl blijft bestaan, maar daarnaast ontwikkelt Durella zich steeds nadrukkelijker in de richting van complexere metodo classico wijnen.

Geschiedenis en naamgeving

Durella is een oud ras dat al eeuwen voorkomt in het oosten van Veneto. Op basis van historische verwijzingen wordt aangenomen dat ze mogelijk verband houdt met de Uva Durasena, die al in 1292 vermeld werd in de statuten van Costozza, in de Colli Berici. Helemaal sluitend is die identificatie niet, maar ze wijst wel op een zeer oude aanwezigheid van dit type druif in de regio.

Een eerste meer zekere vermelding van het ras zelf duikt op in 1825, in het werk van Giuseppe Acerbi over Italiaanse druiven. Daarmee krijgt Durella een duidelijke plaats in de geschreven wijnhistorie.

De officiële naam is Durella Bianca, maar op het etiket verschijnt ze zowel als Durella als Durello. In essentie gaat het om dezelfde druif. Durella verwijst in de eerste plaats naar de druif zelf, terwijl Durello vaker opduikt in de benaming van de wijn. Het verschil is dus vooral een kwestie van gebruik en taal, niet van een ander ras. De naam zelf verwijst naar iets hards of stevigs, een duidelijke verwijzing naar de dikke en taaie schil van de bes, een van de meest kenmerkende eigenschappen van deze druif.

Daarnaast circuleren lokaal nog andere benamingen. In de heuvels van Asolo werd ze ook Rabiosa of Rabbiosa genoemd. In een hoger gelegen deel van de heuvels ten westen van Schio, in de provincie Vicenza, dook ook de naam Cagnina op. Die benaming mag niet verward worden met de blauwe Cagnina uit de vlakte van Ravenna, want het gaat hier wel degelijk om een witte druif. Mogelijk houdt die lokale naam verband met het nog strengere en zuurdere karakter dat de wijn op grotere hoogte kon aannemen.

Ook de bekendere druif Nosiola uit Trentino werd ooit als synoniem van Durello vermeld. Later onderzoek heeft die koppeling echter niet bevestigd. Verwarring met andere rassen, zoals een vroegere Rabiosa bianca uit de zone van Raboso Piave, werd evenmin bevestigd.

Rond Durella ontstonden in de loop van de tijd ook allerlei verhalen en overtuigingen. Zo werden de druif en haar wijn vroeger in verband gebracht met een geneeskrachtige werking, onder meer door de hoge natuurlijke zuren en het vitamine C-gehalte. Er deden zelfs verhalen de ronde dat de wijn werd ingezet tegen scheurbuik en ooit via apotheken werd verkocht. Zulke anekdotes verdienen enige nuance, maar ze tonen wel hoe sterk Durella deel uitmaakte van de lokale cultuur.

Herkomst en terroir

Het kerngebied van Durella ligt in het Lessini gebergte, op de grens van Verona en Vicenza. In dit heuvelachtige landschap, op de overgang van de Povlakte naar hoger reliëf, vindt de druif de omstandigheden waarin ze het duidelijkst tot haar recht komt. Wijngaarden liggen hier vaak tussen 400 en 600 meter hoogte, waar koelere omstandigheden en een tragere rijping helpen om de natuurlijke frisheid en strakke stijl van de wijn te behouden.

De bodems zijn hier vulkanisch van oorsprong, vaak donker van kleur en op sommige plaatsen vermengd met mariene sedimenten. In delen van de streek werden ook fossiele resten van vissen en schelpdieren gevonden, een tastbare herinnering aan een ver verleden waarin dit gebied er volledig anders uitzag. Die geologische gelaagdheid geeft het gebied een uitgesproken eigenheid en werkt mee door in het karakter van de wijnen op basis van Durella. Ook het landschap draagt daartoe bij, met wijngaarden die vaak tussen bosranden, hellingen en andere vegetatie liggen.

Waar vinden we Durella vandaag?

Veel wijnliefhebbers hebben wellicht nog nooit van Durella gehoord, en dat is niet onlogisch. Het is nooit een druif van grote volumes geweest. Meer nog, het areaal is in de loop van de voorbije decennia duidelijk teruggelopen. Waar bij de opname in het nationale register nog sprake was van 1.080 hectare, wordt vandaag meestal uitgegaan van ongeveer 430 tot 450 hectare.

Tegelijk is het interessant om te kijken welke richting de toekomst uitgaat. De hernieuwde belangstelling voor Durella, en vooral voor de meer ambitieuze mousserende wijnen die ze kan voortbrengen, zou op termijn opnieuw tot extra aanplant kunnen leiden. Zeker nu mousserende wijn ook bij jongere Italiaanse consumenten aan populariteit blijft winnen, valt dat scenario niet uit te sluiten.

Wie Durella in het glas wil ontdekken, komt in de eerste plaats uit bij Lessini Durello DOC en Monti Lessini DOC. Lessini Durello verwijst naar schuimwijnen volgens de metodo Martinotti, terwijl Monti Lessini de benaming is voor schuimwijnen volgens de metodo classico.

Daarnaast blijft de druif ook aanwezig binnen bredere IGT benamingen zoals Veneto, Verona of Veronese, en Trevenezie. Daar duikt ze vooral op in droge, stille wijnen, meestal als blendpartner en slechts zelden als monocépage wijn.
Buiten Veneto komt Durella zelden voor, en ook buiten Italië is er vandaag geen noemenswaardige verspreiding van de druif.

Ampelografie

Durella heeft in de wijngaard een duidelijk herkenbaar profiel. De wijnstok is krachtig en robuust. De scheuttop is behaard en de jonge blaadjes tonen groene tot goudachtige tinten. De volwassen bladeren zijn middelgroot, meestal licht drielobbig of soms bijna gaaf, met een open V-vormige bladsteelinsnijding. Aan de onderzijde is het blad kaal, terwijl het in de herfst geel verkleurt.

De tros is klein tot middelgroot, kort en gedrongen, vaak met een vleugel. De bessen zijn middelgroot en ovaal. Hun schil is geelgroen tot goudkleurig, duidelijk bedekt met een waslaag, dik en taai. Net die stevige schil is een van de meest kenmerkende eigenschappen van de druif. Ook het vruchtvlees is vrij eenvoudig van smaak, maar duidelijk zuur.

Durella is bovendien een laat ras in al zijn facetten. Ze loopt laat uit, ook de verkleuring komt laat op gang, en de oogst valt meestal in de tweede helft van september of begin oktober. De groeikracht is groot en de productie wordt als constant en overvloedig omschreven. Opvallend is dat de druif haar zuren goed weet te behouden, ook wanneer ze langer aan de stok blijft hangen. In natte voorjaren kan er wel gevoeligheid zijn voor coulure.

We hebben al verschillende keren aangegeven dat Durella wijnen voortbrengt met een hoge aciditeit, ook wanneer ze langer aan de stok blijft hangen. Dat hoge zuurgehalte is in de eerste plaats eigen aan het ras zelf, dat van nature rijk is aan appelzuur en zijn zuren tijdens de rijping goed weet te behouden. De dikke, harde schil, waaraan de druif haar naam dankt, is bovendien een eigenschap die mee helpt verklaren waarom Durella haar aciditeit zo goed weet vast te houden tijdens de rijping.

Durella in het glas

Dat hoge zuurgehalte proef je ook letterlijk in het glas: een strakke, frisse wijn zonder veel overbodige franjes. In de bubbels komt dat profiel het scherpst naar voren. Jonge wijnen tonen vaak aroma’s van grapefruit en witte bloesem, met een mondgevoel dat slank, energiek en uitgesproken levendig is. De zuren geven de wijn draagkracht en lengte.

Met langere rijping wint Durella duidelijk aan complexiteit. Dan verschuift het profiel van puur citrusgedreven frisheid naar meer gelaagde aroma’s, met florale toetsen, kamille, lichte broodtoetsen, vuursteen, ziltigheid en soms ook een subtiele amandeltoets. Ook de mineraliteit treedt dan duidelijker op de voorgrond. De beste voorbeelden combineren die extra complexiteit met dezelfde strakke ruggengraat die de druif van nature meebrengt.

Ook in stille wijn blijft dat karakter herkenbaar. Durella geeft doorgaans bleek strogele wijnen, vaak met licht groenige reflecties, en een eerder ingetogen aromatisch profiel. Ook daar draait het om frisheid, citrus en spanning. Toch ligt haar sterkste expressie vandaag zonder twijfel bij de schuimwijnen.

Laat je verrassen

Durella is dus nog altijd een relatief onbekende druif. De volgende keer dat je een wijnkaart bekijkt of bij een wijnhandel tussen de flessen snuistert, kijk dan eens of je een Monti Lessini op de kaart of in het schap ziet staan. Laat je dus gerust verleiden om eens een glas Durello te proberen.

Als schuimwijn toont ze zich van haar beste kant. Een brut werkt uitstekend als aperitief, terwijl een extra brut moeiteloos aansluiting vindt bij oesters en andere ziltige gerechten. Enfin, met de veelzijdigheid van deze druif begeleid je moeiteloos een hele maaltijd. Durella bewijst zo dat onbekend in wijn lang niet altijd onbemind hoeft te blijven. Misschien word je ook wel, net als ik, een aanhanger van deze druif.

Vegan wijn: helder label, troebele werkelijkheid

Het gaat snel, dat is wel het minste wat je kan zeggen. Plots zie je ook in de wijnwereld flessen opduiken met het bekende V label op het rugetiket. In de food- en non-foodwereld was dat al veel langer ingeburgerd, maar intussen heeft het label ook duidelijk zijn plaats gevonden in wijn.

Dat het fenomeen niet meer weg te denken is, lijkt me duidelijk. Toch stel ik me daar wel de nodige vragen bij. Niet zozeer omdat ik het belang van duidelijke informatie voor de consument in twijfel trek, wel omdat ik me afvraag wat de echte meerwaarde van zo’n label in wijn precies is. Zeker in een sector waar de fles vandaag al omringd wordt door een hele stoet aan andere keurmerken en claims: Ecocert, Biodyvin, Demeter, Terra Vitis, Fairtrade, VIVA, Equalitas en nog heel wat meer. Op de duur zie je de bomen door het bos niet meer.

Wie wat dieper graaft, merkt bovendien al snel dat vegan allerminst een eenduidig begrip is. Zodra je achter het etiket kijkt, kom je terecht in een wereld van verschillende definities, overtuigingen en grijze zones. Voor de ene producent betekent vegan eenvoudigweg dat er tijdens de vinificatie geen dierlijke producten zijn gebruikt. Voor de ene consument volstaat dat. Voor de andere begint de discussie daar pas echt.

Op het eerste gezicht lijkt vegan wijn zelfs een bijna overbodige term. Wijn wordt tenslotte gemaakt van druiven, en druiven groeien aan een plant. Maar tussen druif en fles schuilt een hele reeks keuzes, handelingen en materialen die het verhaal minder vanzelfsprekend maken. Mag er bijenwas op een capsule zitten? Is een wijn nog vegan als een paard de wijngaard ploegt? En wat met biodynamische domeinen die dierlijke onderdelen gebruiken in hun preparaten? Daarom lijkt het me de moeite om verder te kijken dan het logo alleen.

Wat bedoelen we eigenlijk met vegan wijn?

Wie zich in vegan wijn verdiept, merkt al snel dat het begrip minder eenduidig is dan het etiket doet vermoeden. In de praktijk circuleren namelijk twee lezingen naast elkaar.

De meest gangbare en beperkte invulling is technisch van aard. Daarbij betekent vegan wijn eenvoudigweg dat er tijdens de vinificatie geen dierlijke producten zijn gebruikt. Dat is ook de definitie waarop veel wijnbedrijven zich in de praktijk baseren. Wanneer zij op hun website of etiket vermelden dat hun wijn vegan is, bedoelen ze meestal precies dit, niet meer en niet minder.

Voor een deel van het publiek ligt de lat echter hoger. Daar volstaat het niet dat de wijn in de kelder zonder dierlijke hulpmiddelen is gemaakt. In die strengere lezing moet in de volledige productieketen elke vorm van dierlijk gebruik worden vermeden, voor zover dat mogelijk en praktisch haalbaar is.

Precies daar begint de verwarring. Veel consumenten denken nog altijd in één brede categorie van plantaardig of diervrij, terwijl in de praktijk verschillende definities, gevoeligheden en overtuigingen naast elkaar bestaan. Wie het echt nauw neemt, wil dus niet alleen weten of een wijn vegan is, maar ook volgens welke lezing dat precies wordt bedoeld.

Waarom klaring het klassieke discussiepunt werd

De bekendste discussie rond vegan wijn draait nog altijd om de klaring. Daarbij worden stoffen toegevoegd die zich binden aan kleine deeltjes in de wijn, zodat die nadien verwijderd kunnen worden. Traditioneel gebeurde dat met dierlijke stoffen zoals eiwit, caseïne of vislijm.

Vanuit klassiek oenologisch standpunt is dat niets uitzonderlijks. Het gaat om een technische ingreep die helpt om de wijn helderder en stabieler te maken. Precies daar wringt het voor vegan consumenten. Ook al blijft er in theorie niets of nauwelijks iets achter in de uiteindelijke wijn, het dierlijke product is wel gebruikt tijdens het proces.

Daarom kiezen veel producenten die vegan willen werken voor alternatieven zoals bentoniet of plantaardige eiwitten, bijvoorbeeld op basis van erwten. Anderen laten klaring volledig achterwege. Vooral bij rode wijnen is dat geen uitzondering. Het resultaat hoeft daar niet onder te lijden. Een zorgvuldig gemaakte wijn kan perfect zonder dierlijke klaringsmiddelen tot een zuiver en aantrekkelijk eindresultaat komen.

Voor veel producenten en consumenten eindigt de discussie ook precies daar. Zodra er in de kelder geen dierlijke hulpmiddelen zijn gebruikt, geldt de wijn voor hen als vegan.

De wijngaard als moreel terrein

Als we de advocaat van de duivel mogen spelen, dan is het heel eenvoudig: het debat stopt niet bij de klassieke klaring. Wie het onderwerp consequent doordenkt, komt onvermijdelijk uit bij minder voor de hand liggende vragen. Wat betekent vegan eigenlijk in een landbouwproduct dat midden in de natuur ontstaat? Zodra je het debat volledig opentrekt, kom je al snel uit bij allerlei vraagtekens, en misschien ook bij echte twistpunten. Ik pik er, eerder willekeurig, alvast enkele uit.

Ten eerste komt er bij mechanische oogst soms meer dan alleen druiven binnen op het domein. Wie ooit een sorteertafel van dichtbij heeft gezien, weet dat tussen het fruit ook blaadjes, takjes en af en toe kleine dieren of insecten kunnen opduiken. Muizen, slakken en hagedissen horen daar uiteraard evenmin thuis: het valt allemaal onder wat men wel eens ‘matter other than grapes’ noemt. Bij handmatige pluk is die kans kleiner, maar volledig uitsluiten kan je het nooit. Moderne sorteertechnieken, zoals optische sortering, kunnen veel ongewenst materiaal eruit halen, maar ook dat is geen absolute garantie. Moeten we dan zover gaan dat voor vegan wijn enkel handmatige oogst nog aanvaardbaar zou zijn?

Ten tweede kunnen er vragen worden gesteld bij de dierlijke hulpmiddelen die wijnbouwers inzetten bij het beheer van hun wijngaarden. Sommige producenten gebruiken paarden om te ploegen, schapen om begroeiing te beheren of eenden als natuurlijke hulp in het ecosysteem van de wijngaard. Dat kan je zien als een mooi voorbeeld van gemengde landbouw en respectvolle samenwerking met dieren. Je kan het ook bekijken als functioneel gebruik van dieren binnen een productiesysteem. En precies daar wordt het voor een deel van het vegan publiek moeilijker te verantwoorden.

Ten derde duikt ook bemesting op als een gevoelig punt. Sommige wijnbouwers gebruiken organische meststoffen van dierlijke oorsprong, terwijl anderen overschakelen op plantaardige alternatieven, niet alleen om praktische redenen, maar ook om het vegan vraagstuk te vermijden. Meststof komt natuurlijk niet rechtstreeks in het glas terecht, maar wel in de bodem waarin de wijnstok groeit. Voor sommigen is dat geen probleem. Voor anderen hoort ook dat bij de ethische beoordeling van de wijn.

Net daar wordt ook duidelijk hoe breed de discussie is geworden. In een absolute filosofische lezing van veganisme kan zelfs dierlijke mest problematisch zijn. In de landbouwpraktijk blijkt een totaalverbod daarop echter nauwelijks werkbaar. Veel systemen, ook duurzame, biologische en regeneratieve, steunen nog altijd op organische bemesting waarin dierlijke mest een plaats heeft. Precies daarom kiezen sommige vegan standaarden voor een pragmatische aanpak. Ze aanvaarden dierlijke mest, omdat een volledig verbod in de praktijk een groot deel van de landbouwproductie zou uitsluiten. Dat is begrijpelijk, maar het toont ook hoe zelfs strenge definities niet altijd volledig consequent kunnen zijn.

Trek je de redenering nog verder door, dan kom je bovendien uit bij alles wat rond de fles gebeurt. Ook een capsule op basis van bijenwas lijkt op het eerste gezicht een detail, maar kan in een strikte vegan lezing problematisch worden. Zo verschuift het debat steeds verder weg van wat in het glas zit, naar de volledige keten errond. En dan mag je je toch stilaan de vraag stellen waar de grens precies ligt.

Die vraag is dus niet alleen technisch, maar ook filosofisch. Gaat vegan wijn enkel over wat rechtstreeks in contact komt met de wijn, of ook over elk onderdeel van het systeem waarin die wijn ontstaat? Op dat punt bestaat vandaag geen universeel aanvaard antwoord.

Biodynamie, natuur en de onverwachte botsing

Nu we toch op dreef zijn, mogen we ook die vraag stellen: is biodynamie eigenlijk wel verenigbaar met vegan wijn? Het is een van de boeiendste spanningsvelden binnen dit debat. Op het eerste gezicht lijken beide werelden elkaar namelijk te vinden in hun zoektocht naar een meer bewuste omgang met natuur en landbouw. Toch lopen ze op cruciale punten uit elkaar.

Biodynamische wijnbouw maakt gebruik van preparaten waarin dierlijke onderdelen, zoals koehoorns, een rol spelen. Voor veel strikte vegan interpretaties is dat onverenigbaar met het basisprincipe. En precies daar ontstaat een opvallende paradox: sommige domeinen die bijzonder zorgvuldig, ecologisch en nauwkeurig met hun bodem en biodiversiteit omgaan, vallen daardoor toch buiten een strenge vegan lezing.

Dat maakt één zaak meteen duidelijk: vegan is geen synoniem voor biologisch, duurzaam of regenererend. Er kan overlap zijn, zeker, maar het blijven verschillende kaders. Een wijn kan vegan zijn zonder uitgesproken duurzaam te zijn. En een biodynamische wijn kan op ecologisch vlak bijzonder sterk staan, maar toch niet als vegan gelden.

Dat levert een bijna ironische spanning op. Een producent kan biodynamisch werken, de biodiversiteit in de wijngaard verhogen, synthetische ingrepen vermijden en tegelijk toch niet als vegan gecertificeerd worden. Omgekeerd kan een wijn perfect vegan gelabeld zijn in technische zin, terwijl de bredere duurzaamheidsbalans minder overtuigend is.

De echte les: transparantie boven slogans

Misschien is dat wel de kern van het hele debat. Niet dat elke wijnproducent plots een moreel filosoof moet worden, wel dat er minder mysterie en meer openheid mag zijn over hoe wijn wordt gemaakt.

Veel consumenten kennen enkel het verhaal van klaring met eiwit of vislijm. Maar wie iets dieper kijkt, merkt al snel dat de discussie veel verder reikt: van accidenteel contact tijdens de oogst tot meststoffen, biodynamische preparaten, werkdieren, capsulewas, kurk en lijm. Wie dat alles ernstig neemt, beseft snel dat vegan wijn geen simpele aan of uit knop is.

Precies daarom is een transparante producent vandaag geloofwaardiger dan een vage claim. Niet de slogan “vegan friendly” op zich is doorslaggevend, wel de uitleg erachter. Tegelijk schuilt daar ook een risico. Want zodra het debat herleid wordt tot een logo op het rugetiket, dreig je in een vorm van holle frasering terecht te komen. Dan lijken duidelijk afgebakende systemen zoals bio of biodynamie plots minder relevant, terwijl een overduidelijk conventioneel gemaakte wijn met een vegan label veel te gemakkelijk een moreel geloofwaardig imago kan krijgen, zelfs wanneer de wijngaard intussen zonder veel scrupules chemisch wordt bewerkt.

En precies daar wringt het voor mij. Vegan kan een nuttige aanduiding zijn, maar het mag geen alibi worden dat alle andere vragen overstemt. Niet over landbouw, niet over duurzaamheid, en niet over de bredere manier waarop een wijn tot stand komt.

Tegelijk heeft de realiteit het debat misschien al deels ingehaald. De klant die vandaag bij mij in de winkel binnenstapt en op een fles het woord vegan ziet staan, neemt die vaak ook mee naar huis en voelt zich goed bij die keuze. Zo eenvoudig werkt het soms ook.


Marche op zondag – Op ontdekking met de levensgenieter

De komende weken duiken we op zondag de Marche in. De aanleiding voor deze nieuwe zondagse reeks kwam van goede vrienden van ons. “Wim, wij trekken komende zomer naar de Marche”, kreeg ik te horen. “Jij gaat ons toch wel kunnen zeggen wat we daar absoluut moeten zien en doen?”

Dat zette meteen iets in gang. Marche is namelijk zo’n boeiende, aangename en mooie regio dat ze, eens je er geweest bent, onder je huid kruipt. Geen seconde hebben we ons er verveeld. Van noord tot zuid trokken we er elke dag op uit, telkens op zoek naar een ander stukje Marche dat ons wist te verrassen.

Mijn antwoord kon dus moeilijk anders luiden: ik ga die tips niet alleen aan jullie vertellen, ik ga ze uitschrijven in een blogreeks.

Zo kunnen ook jullie mee genieten van alles wat Marche te bieden heeft. En misschien begint het dan ook bij jullie te kriebelen om er zelf vakantie te plannen.

🍇 Wat mag je verwachten?

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
    We openen met de regio zelf: waar ligt Marche precies, hoe geraak je er, welke grote lijnen uit de geschiedenis zijn relevant, en waarom is Verdicchio de ideale eerste sleutel om dit verhaal te beginnen?
  2. Offida DOCG: zuidelijke Marche in het glas
    In het zuiden van Marche ontdekken we een nog te weinig bekende DOCG die perfect weergeeft hoe veelzijdig deze regio eigenlijk is. Offida toont zich hier niet alleen met expressieve witte wijnen van Pecorino en Passerina, maar ook met een stevige rode zijde waarin Montepulciano bepalend is.
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en rode wijn elkaar vinden
    Rond de Monte Conero toont Marche zich van een van zijn meest markante kanten. Het Parco Naturale del Conero zorgt voor een spectaculair decor, Conero DOCG voor karaktervolle rode wijn, en de mosciolo di Portonovo verbindt het geheel met de zilte keuken van de kust.
  4. De kust van Marche: zee, sfeer en stadjes met karakter
    Wie Marche alleen met heuvels en wijn associeert, mist een belangrijk deel van het verhaal. Langs de Adriatische kust liggen badplaatsen, vissersstadjes en elegante zeepromenades die de regio een heel eigen dynamiek en uitstraling geven.
  5. Hidden gems van Marche, deel 1
    We kiezen niet voor de meest voor de hand liggende plekken, maar voor plaatsjes die je onverwacht raken: charmant, authentiek en veelzeggend voor het karakter van de regio.
  6. Hidden gems van Marche, deel 2
    We verlaten de meer voor de hand liggende routes en trekken dieper het binnenland in, naar dorpen, kleine steden en de Monti Sibillini, waar Marche zich van een ruigere, stillere en minstens even boeiende kant laat zien.
  7. Marche aan tafel: van brodetto tot vincisgrassi
    Hoewel de keuken van Marche minder naam heeft dan die van sommige andere Italiaanse regio’s, is ze bijzonder boeiend. Ze is vaak sober van uitstraling, maar rijk aan smaak, stevig verankerd in het landschap en vol gerechten die meer indruk maken dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.
  8. De rode veelzijdigheid van Marche
    Marche wordt vaak in de eerste plaats met witte wijn geassocieerd, maar daarmee is lang niet alles gezegd. Rosso Piceno, Lacrima di Morro d’Alba en Vernaccia di Serrapetrona tonen samen hoe veelzijdig, eigenzinnig en boeiend de rode kant van deze regio eigenlijk is.
  9. Bonus – Masterclass Marche
    We sluiten af met een van de boeiendste proeverijen die ik de voorbije tijd deed. We plaatsen Castelli di Jesi Verdicchio, in Superiore en Riserva, naast Verdicchio di Matelica, in de gewone versie en in Riserva, en gaan op zoek naar de subtiele verschillen tussen deze wijnen.

In deze reeks houden we het bewust ruimer en beperken we ons niet tot wijn en gastronomie alleen. Tegen het einde ligt er zo een alternatieve minireisgids door Marche op tafel. Kerken, musea en andere klassieke cultuurstops laten we doelbewust buiten beeld. Daarvoor bestaan al genoeg klassieke reisgidsen. Wij trekken vanaf volgende zondag op ontdekking vanuit het perspectief van de levensgenieter. Soms leidt het glas. Soms het bord. Soms het landschap. Meestal vloeit alles mooi in elkaar over, zoals dat in Italië wel vaker gebeurt.

Nduja: de vurige smaakmaker uit Calabrië

Italië is rijk aan unieke streekproducten, elk met een heel eigen karakter. Hoe verder je naar het zuiden trekt, hoe pittiger de keuken vaak wordt. Peperoni duiken er haast overal op, van eenvoudige pastagerechten tot stevige vleesbereidingen. Maar wat is nu eigenlijk het pikantste ingrediënt dat Italië te bieden heeft? Grote kans dat het antwoord uit Calabrië komt: nduja.

Nduja, hoor ik je al denken, dat lijkt een schrijffout van een gezonde vloek te zijn. Best mogelijk dat je na het proeven van nduja wel degelijk enkele krachttermen gaat gebruiken. Nduja is immers een van die producten die je niet vergeet na een eerste kennismaking. Deze smeerbare, pittige worst uit Calabrië heeft iets ruws en direct, maar tegelijk ook iets bijzonder verleidelijks. Ze is vettig, kruidig, rokerig en scherp, maar vooral ongelooflijk smaakvol. Een kleine hoeveelheid volstaat om een gerecht een heel andere intensiteit te geven.

Een smeerbare salume

Nduja kaderen we binnen de grote familie van de Italiaanse salumi, al bezit het wel een heel eigen karakter. Het is een zachte, smeerbare en gefermenteerde varkenssalume uit Calabrië, meer bepaald uit Spilinga, een klein stadje in het zuiden van de regio, niet ver van de Tyrreense kust. De basis bestaat uit varkensvlees met een hoog vetgehalte, krachtig op smaak gebracht met Calabrische peper. Deze peper bepaalt het pittige karakter van nduja: hij zorgt voor de hitte, de dieprode kleur en die prikkelende, meteen herkenbare smaak.

Ook de naam heeft een geschiedenis. Vaak wordt een verband gelegd met het Franse andouille, mogelijk via het Huis Anjou, dat in de middeleeuwen over delen van Zuid Italië heerste. Daarnaast zijn er gelijkenissen met de Spaanse sobrasada, wat dan weer aan de Aragonese aanwezigheid in de regio doet denken. Boeren verkochten in die tijd de meest gegeerde delen van het varken, terwijl vet, snijresten en orgaanvlees voor eigen gebruik achterbleven. Door die te malen, stevig te kruiden, in een darm te stoppen en te laten rijpen, ontstond nduja.

Van vetgehalte tot rijping

Vergeleken met een klassieke droge worst is nduja een heel ander product. Waar de meeste salumi vooral steunen op mager vlees met een beperktere hoeveelheid vet, ligt die verhouding bij nduja bijna omgekeerd. Dat hoge vetgehalte verklaart waarom nduja ook na rijping zacht en smeerbaar blijft.

Voor de productie worden logischerwijze vooral vettere delen van het varken gebruikt, zoals guanciale, buik en schouder. In Calabrië worden daarnaast ook delen verwerkt die elders vaker voor ham of prosciutto dienen. Omdat het warme, drogere klimaat er minder geschikt is voor de klassieke productie van prosciutto, zocht men er andere manieren om vlees te conserveren. Precies uit die context groeide nduja uit tot een product met een heel eigen identiteit.

Voor nduja worden fijngemalen varkensvlees en vet vermengd met zout en een royale hoeveelheid gemalen Calabrische peper. Traditioneel ging dat mengsel in een stevige darm, meer bepaald een deel van de dikke darm van het varken. Die omhulsels konden groot en zwaar zijn en moesten vervolgens weken of zelfs maanden rijpen. Vandaag gebruikt men vaker kleinere formaten, die praktischer zijn in de winkel en thuis in de keuken.

Na het vullen laat men nduja eerst fermenteren in een warme ruimte. Tijdens die fase ontstaat die licht zurige, wat rebelse smaak die het product mee zijn eigen karakter geeft. Vervolgens rijpt ze verder in een koelere ruimte, waar haar smaak voller en dieper wordt.

Vroeger werd nduja vaak gerookt om bederf tegen te gaan. Intussen is dat vooral een kwestie van stijl en smaak. Sommige producenten kiezen nog altijd voor een duidelijk rokerig profiel, terwijl anderen het roken achterwege laten en meer nadruk leggen op het samenspel van vlees, zuur en peper.

Ook de rijping heeft invloed op nduja. Die duurt doorgaans enkele maanden, vaak ergens tussen twee en zes, afhankelijk van het formaat en de werkwijze van de producent. Vooral kleur en smaak evolueren daarbij duidelijk. Een jonge nduja is helderder rood en komt pittiger over. Naarmate ze langer rijpt, wordt de kleur dieper, richting baksteenrood, en krijgt de smaak meer rondeur. Ook het vlees en een eventuele rooktoets komen dan nadrukkelijker naar voren.

Steeds bekender buiten Calabrië

Nduja heeft lang een bescheiden reputatie gehad. Dat had wellicht te maken met haar oorsprong in een arme, landelijke keuken. Lange tijd bleef ze vooral een streekproduct dat buiten Calabrië amper bekend was. Daar is de voorbije jaren duidelijk verandering in gekomen. In restaurants duikt ze steeds vaker op, van pizza en geroosterd brood tot pastasauzen. Ook gespecialiseerde delicatessenzaken nemen haar vaker op in het assortiment. Wat vroeger moeilijk te vinden was, is vandaag een stuk toegankelijker geworden.

Wie nduja koopt, let best even op de samenstelling. Anders dan sommige andere Italiaanse specialiteiten heeft nduja geen strikt beschermde status. Daardoor loont het om de ingrediëntenlijst te bekijken. Goede nduja bestaat doorgaans uit varkensvlees, zout en Calabrische pepers. Die eenvoudige basis is belangrijk, want niet alles wat als nduja verkocht wordt, benadert het origineel. Producten die allerlei snijresten van andere charcuterie verwerken, missen vaak het typische karakter.

Nduja aan tafel

Nduja dankt haar culinaire waarde in de eerste plaats aan haar textuur. Door haar hoge vetgehalte is ze zacht, smeerbaar en bijzonder eenvoudig te verwerken. Zodra ze warmte krijgt, lost ze bijna volledig op in een gerecht. Net daardoor is ze zo bruikbaar in de keuken. Een kleine hoeveelheid volstaat vaak al om een bereiding meer kracht en karakter te geven.

Die eigenschap maakt nduja ook zo flexibel in gebruik. Voeg je haar vroeg toe aan een hete pan, dan vermengen peper, vet en vleessappen zich met de rest van het gerecht. Zo ontstaat een kruidige basis voor bijvoorbeeld tomatensaus, peulvruchten of een stoofpot. Roer je haar pas op het einde door een bereiding, dan blijft haar smaak nadrukkelijker op de voorgrond. Beide werkwijzen zijn interessant, maar ze leiden tot een ander eindresultaat.

Vooral in pastagerechten zie je goed wat nduja kan doen. In tomatensaus verdwijnt ze haast volledig, maar tegelijk wint de saus aan body en intensiteit. Ze brengt pit, vlezigheid en een subtiele rokerige toets samen in één geheel. Daardoor werkt nduja niet alleen als kruiding, maar ook als smaakversterker.

De eenvoudigste manier om haar te leren kennen blijft wellicht ook de beste. Op warm, geroosterd brood komt haar karakter meteen tot zijn recht. De warmte maakt haar nog smeuïger en met wat kaas erbij krijg je een combinatie die tegelijk eenvoudig en bijzonder doeltreffend is.

Daar stopt het natuurlijk niet. Nduja voelt zich ook thuis op pizza, in bonengerechten, bij gestoofde kool, in soep of zelfs in mayonaise. Ook in groentegerechten doet ze het verrassend goed. Met een beperkte hoeveelheid breng je al snel extra smaak in een bereiding, zonder dat je veel vlees hoeft te gebruiken. Juist dat maakt haar ook zo bruikbaar in een gewone thuiskeuken.

Zelfs met zeevruchten kan nduja verrassend goed werken. De combinatie met krab is daar een mooi voorbeeld van. Het fijne, zoete vlees krijgt door nduja meer reliëf, terwijl het vet voor afronding zorgt. Ook met mosselen of andere zeevruchten kan dat goed werken, zolang je maar met mate doseert.

Recept: Fusilloni met nduja, pecorino en zee-egel

Wie door het lezen van dit artikel zin heeft gekregen om zelf aan de slag te gaan met nduja, geef ik graag dit gastronomisch recept mee. De pittige kracht van nduja wordt hier gekoppeld aan de ziltige finesse van zee-egel en de hartige diepte van pecorino. Dat levert geen alledaagse pasta op, wel een bord waarin nduja meer doet dan alleen wat vuur toevoegen.

Voor 4 personen

300 g fusilloni
80 g vlees van zee-egel
16 datterini tomaten
10 g suiker
zout
extra vierge olijfolie
2 teentjes knoflook
basilicum
tijm
marjolein
1 citroen
3 liter water
50 g nduja
250 g geraspte pecorino, middelmatig gerijpt

Bereiding

  • Pel de datterini tomaten en snijd ze doormidden. Leg ze in een ovenschaal en kruid met olijfolie, zout, één teentje knoflook, wat citroenschil, suiker, tijm en marjolein. Laat ze vervolgens twee uur garen in een oven van 75 graden.
  • Breng één liter water aan de kook met de nduja en laat dit inkoken tot ongeveer 250 milliliter. Zeef het vocht en houd het apart.
  • Breng daarna twee liter water aan de kook met de pecorino en blijf voortdurend roeren zodat de kaas haar smaak aan het vocht afgeeft. Laat dit mengsel vervolgens een nacht rusten in de koelkast. Tegen de ochtend zal de kaas zich op de bodem hebben afgezet. Zeef dan enkel het vocht en laat dit verder inkoken tot ongeveer 500 milliliter.
  • Voeg het ndujavocht en het pecorinovocht samen.
  • Verhit in een pan wat olijfolie met het tweede teentje knoflook en voeg de datterini tomaten toe. Haal de knoflook er daarna weer uit en schenk het samengevoegde vocht erbij. Proef en breng verder op smaak met zout.
  • Kook de fusilloni eerst halfgaar in gezouten water. Laat de pasta daarna verder garen in de saus van nduja en pecorino.
  • Meng op het einde de zee-egel en wat basilicum voorzichtig door de pasta. Serveer meteen.

Meer dan een krachtterm

Nduja laat zich niet eenvoudig samenvatten als een smeerbare salume, een pittige smaakmaker of een typisch Calabrisch streekproduct. Dat klopt allemaal, maar het volstaat eigenlijk niet. Daarvoor is nduja te direct, te eigenzinnig en te pittig. Wat in eerste instantie bijna klinkt als een schrijffout van een gezonde vloek, blijkt vooral een product met karakter te zijn. Het geldt voor velen als een van de pittigste producten die Italië culinair te bieden heeft. Of dat echt zo is, daar kan je over discussiëren. Dat er goede redenen zijn om die stelling ernstig te nemen, staat dan weer buiten kijf. Proef en ondervind.

Ook praktisch heeft nduja iets dankbaars. Ongeopend is ze goed houdbaar en eens aangesneden blijft ze in de koelkast nog lang bruikbaar, zolang je het snijvlak goed afdekt. Door haar hoge vetgehalte kan je haar ook in kleine porties invriezen, handig als je telkens maar een beetje nodig hebt. Kleurt het oppervlak na een tijd wat donkerder, dan is dat meestal gewoon oxidatie en volstaat het om het buitenste laagje weg te snijden. Eén aandachtspunt blijft wel belangrijk: vet neemt gemakkelijk geuren op, dus een plek naast een halve ui is geen goed idee.

ProWein: kroniek van een terugval

ProWein is intussen alweer voorbij. De jaarlijkse wijnbeurs van Düsseldorf vond dit jaar plaats van 15 tot 17 maart. In de aanloop naar ons bezoek op zondag las ik in Winemag, een Italiaans online wijnmedium, een artikel over de terugval van wat ooit zonder veel discussie de belangrijkste wijnbeurs van Europa was. De teneur was duidelijk: ProWein was niet langer de onbetwiste reus van vroeger. Genoeg aanleiding dus om die analyse eens af te toetsen aan de werkelijkheid.

Die toets begon al bij aankomst. Toen we de immense parking opdraaiden, viel meteen op hoe weinig wagens er stonden. Ook de busdienst naar de beurs, vroeger steevast goed gevuld, was nu bijna leeg. Het waren kleine signalen, maar wel signalen die de richting van het verhaal al aangaven nog voor we één hal hadden betreden.

Van recordbeurs naar kleiner formaat

Wie ProWein al langer volgt, weet hoe indrukwekkend de beurs in haar topjaren was. In 2019 bereikte Düsseldorf een piek met meer dan 61.000 professionele bezoekers, zowat 6.900 exposanten en dertien volledig gevulde hallen. Dat was meer dan zomaar een sterke editie: het was het moment waarop ProWein zich definitief had gevestigd als de grote internationale afspraak voor wijn en distillaten.

Zes jaar later oogt het plaatje anders. De editie van 2026 vond plaats in zeven hallen, zowat de helft van wat tijdens de gloriejaren in gebruik was. Het aantal exposanten daalde tot ongeveer 3.400 en ook het bezoekersaantal bleef met ongeveer 31.000 ver onder het niveau van vóór de pandemie. Alleen al in de fysieke opstelling van de beurs werd zichtbaar wat de cijfers al langer aangeven: ProWein is vandaag een duidelijk kleiner evenement dan in zijn topjaren.

Onderstaande tabel maakt die evolutie helder zichtbaar.

JaarBezoekersExposantenHallenOpmerking
2016ca. 55.000ca. 6.20013gestage groei
201758.5026.61513internationale expansie
2018ca. 60.000ca. 6.87013bijna verzadigd
201961.000+ca. 6.90013historisch record
2020geannuleerdn.v.t.n.v.t.pandemie
2021geannuleerdn.v.t.n.v.t.pandemie
202238.0005.70013terugkeer na Covid
2023ca. 49.000ca. 6.00013gedeeltelijk herstel
202445.0825.289ca. 11 tot 13nieuwe daling van bezoekers
2025ca. 42.000ca. 4.200ca. 9 tot 11structurele inkrimping
2026ca. 31.000ca. 3.4007drastische vermindering van de opstelling, bezoekers én exposanten

De pandemie als breuklijn

De eerste grote schok kwam natuurlijk met corona. De editie van 2020 werd op het laatste moment geannuleerd. Ook 2021 viel volledig weg. Voor een beurs die draaide op internationale mobiliteit, ritme en gewoonte was dat meer dan een tijdelijke onderbreking. Het was een echte breuklijn.

Toen ProWein in 2022 terugkeerde, was het landschap veranderd. Het aantal bezoekers zakte naar ongeveer 38.000 en ook het aantal exposanten bleef ver achter op het niveau van 2019. In 2023 volgde nog een gedeeltelijk herstel, maar de vroegere dynamiek keerde niet echt terug. Vanaf 2024 werd opnieuw een daling zichtbaar, zowel in bezoekers als in exposanten. Wat eerst nog als een nasleep van Covid kon worden gezien, begon steeds meer op een structurele verschuiving te lijken.

Die terugval laat zich ook samenvatten in één compact overzicht.

Indicator20192026Verandering
Bezoekers61.000ca. 31.000-49%
Exposantenca. 6.900ca. 3.400-51%
Hallen137-46%

De werkelijkheid op de beursvloer

Dat gevoel van structurele inkrimping was dit jaar moeilijk te negeren. Natuurlijk blijft ProWein een grote, professionele en internationaal relevante beurs. Er zijn nog altijd veel producenten, veel landen en veel contacten. Maar de beleving is anders geworden: minder drukte, meer ruimte en minder vanzelfsprekende buzz. Niet overal hing nog die geladen sfeer van een evenement waar iedereen per se aanwezig moest zijn.

Dat hoeft op zich niet negatief te zijn. Minder overrompeling kan voor bezoekers zelfs comfortabeler zijn. Toch was het contrast met vroegere jaren groot genoeg om de vraag op te roepen of ProWein nog wel dezelfde plaats inneemt in de internationale wijnkalender. Ons eerste gevoel, op parking en shuttlebus, bleek binnen dus allerminst onterecht.

Tijdens ons bezoek merkten we ook bij veel wijnboeren een duidelijk pessimisme. De forse financiële inspanningen die nodig zijn om op de beurs aanwezig te zijn, lijken almaar minder te renderen. Bij verschillende producenten werden openlijk vraagtekens geplaatst bij een toekomstige deelname.

Ook voor ons als bezoeker wordt ProWein gaandeweg minder relevant. De beurs blijft aantrekkelijk door haar onmiddellijke nabijheid en door de mogelijkheid om contacten met wijnproducenten aan te halen of te verdiepen. Tegelijk stelden we vast dat er steeds minder rechtstreekse contacten aanwezig waren. Waar we vroeger moeiteloos drie volle dagen konden vullen met bezoeken aan producenten uit onze eigen portefeuille, troffen we er dit jaar nog slechts een zestal aan. Voor ons volstond één dag om de beurs af te werken.

De oplopende kost van een beursbezoek

Een belangrijke verklaring ligt bij de kost van internationale beurzen. Deelnemen aan ProWein betekent al lang niet meer simpelweg een stand boeken. Naast de huur van de oppervlakte spelen ook standbouw, logistiek, transport, personeel, reizen, overnachtingen en hospitality mee. Voor een gemiddeld wijnbedrijf loopt die totale investering al snel op tot enkele tienduizenden euro. Voor grotere spelers kan dat bedrag nog veel hoger uitvallen.

In een economisch klimaat waarin marges onder druk staan, kijken bedrijven kritischer naar het rendement van zulke uitgaven. Dat vertaalt zich op verschillende manieren. Sommige producenten kiezen voor kleinere stands. Andere slaan een jaar over. Nog andere geven de voorkeur aan meer gerichte evenementen waar de kans op concrete commerciële contacten groter is.

Ook de geschatte deelnamekosten van de grote Europese beurzen tonen waarom die afweging vandaag scherper wordt gemaakt.

BeursGemiddelde standkostDuur
ProWein30.000 tot 100.000 euro3 dagen
Wine Paris20.000 tot 70.000 euro3 dagen
Vinitaly15.000 tot 60.000 euro4 dagen

De daling van het bezoekersaantal heeft ook met die hoge kost te maken. Zo zagen we de prijs van een parkingticket stevig stijgen. Ook de catering op de beurs, vaak van bedroevend zwakke kwaliteit, is haar prijs nauwelijks waard. En dan is er nog de overnachting. Hotels in Düsseldorf trekken tijdens ProWein zonder veel schroom hun tarieven fors op. Kamers die buiten de beursperiode ongeveer 120 euro per nacht kosten, gaan tijdens de beurs vlot richting 420 euro. Tel daar parking, maaltijden en verplaatsingen bij, en het is duidelijk hoe snel de rekening oploopt.

Zelf weken wij om die reden uit naar de rand, op zo’n 30 kilometer van Düsseldorf, om de verblijfskosten te drukken. Ook daar merkten we overigens een prijsstijging door de beurs, al was die minder uitgesproken. In economisch moeilijke tijden maakt dat de drempel voor een bezoek alleen maar groter.

Wine Paris en de verschuiving van het zwaartepunt

Daar komt nog bij dat het internationale beurslandschap intussen competitiever is geworden. Waar ProWein jarenlang de toonaangevende Europese referentie was, heeft Wine Paris zich in korte tijd stevig op de kaart gezet. Die beurs is de voorbije jaren sterk gegroeid en wordt steeds vaker genoemd als de plek waar het momentum momenteel het duidelijkst voelbaar is.

Dat betekent niet dat ProWein plots irrelevant is geworden. Wel dat de machtsverhoudingen binnen de Europese beurskalender minder vanzelfsprekend zijn dan vroeger. De wijnwereld heeft vandaag niet langer één centrum waar alles samenkomt. Ze is diffuser geworden, met meer concurrentie tussen beurzen en meer keuze voor producenten en kopers.

Ook de kalender is versnipperd

Naast de opkomst van nieuwe grote beurzen is er nog een tweede evolutie: de fragmentatie van de wijnkalender. Regionale salons, thematische evenementen en meer nichegerichte businessformats hebben de laatste jaren aan belang gewonnen. Voor veel producenten is dat aantrekkelijk. Ze kunnen gerichter werken, dichter bij hun markt opereren en vaak met lagere kosten toch een relevant publiek bereiken.

Daardoor verliest het klassieke model van de allesomvattende internationale vakbeurs een deel van zijn vanzelfsprekendheid. De grote afspraak blijft bestaan, maar ze is niet langer de enige plek waar het moet gebeuren.

Geen eindverhaal, wel een kantelpunt

Toch zou het te gemakkelijk zijn om ProWein louter als een verliezer te beschrijven. De beurs blijft een sleutelmoment voor de internationale wijnhandel. Ze trekt nog steeds buyers, importeurs, distributeurs en horecaprofessionals uit de hele wereld aan. De naam ProWein heeft nog gewicht en Düsseldorf blijft logistiek sterk geplaatst.

Maar tegelijk is het duidelijk dat de beurs zich in een overgangsfase bevindt. De terugval van dertien naar zeven hallen is daarvoor misschien wel het meest sprekende beeld. Daardoor wordt tastbaar wat er veranderd is: minder omvang, meer selectiviteit, meer concurrentie en meer druk op het klassieke model.

De vraag is dus niet of ProWein nog bestaat als relevante beurs. Dat doet ze zonder twijfel. De echte vraag is welke rol ze in de toekomst wil spelen. Blijft ze inzetten op schaal en internationale breedte, of kiest ze voor een scherper profiel in een markt die niet langer automatisch dezelfde reflexen heeft als vóór 2020?

Na ons bezoek lijkt de conclusie vrij helder. Het artikel uit Winemag over de neergang van ProWein was misschien streng van toon, maar de onderliggende observatie bleek wel degelijk herkenbaar op het terrein. De beurs is niet ingestort, maar ze is ook niet meer wat ze was. Wie vandaag door Düsseldorf wandelt, ziet nog steeds een belangrijk vaksalon, alleen niet langer de onaantastbare reus van weleer.

Bonus: Masterclass Lambrusco

Na artikelen over herkomst, druivenrassen, stijlen, productie en gastronomie bleef er nog één logische slotstap over: Lambrusco opnieuw in het glas brengen. Want hoe volledig een reeks op papier ook kan zijn, uiteindelijk toont deze wijn zijn ware gezicht pas wanneer je hem proeft. Het opzet van deze masterclass was dan ook om Lambrusco in al zijn diversiteit te laten proeven, vertrekkend vanuit zijn meest voorkomende verschijningsvorm: de zoete amabile. Dat is immers nog altijd het beeld dat veel proevers van deze wijn hebben.

Van daaruit bouwde ik verder, met telkens minder restsuiker, om uiteindelijk te eindigen bij beendroge Lambrusco. Zo kregen onze proevers een helder beeld van de richting die Lambrusco vandaag uitgaat en van wat wij graag omschrijven als de moderne Lambrusco.

Tien flessen werden geopend: van amabile tot secco, van frizzante tot spumante, en van metodo Martinotti over metodo ancestrale tot metodo classico, zelfs tot brut nature. Ze stonden allemaal klaar voor een avond die moest aantonen wat we in deze reeks meermaals hebben benadrukt: Lambrusco mag je nooit vereenzelvigen met een eenheidsworst. Dat zeggen is één ding, het ook bewijzen is iets anders.

Voor een bescheiden bijdrage gingen we op zoek naar proevers. Met succes, want wat aanvankelijk als één enkele masterclass was voorzien, groeide al snel uit tot een tweede, eveneens volgeboekte avond. Zelfs dan moesten we nog verschillende geïnteresseerden teleurstellen.

Bij de aanvang stelde ik de deelnemers één eenvoudige vraag: wie lust er graag Lambrusco? Slechts één hand ging de lucht in. Na afloop volgde een tweede vraag: is uw mening over Lambrusco door deze masterclass gewijzigd? Toen gingen alle handen omhoog. Mission accomplished.

De proefnotities:

  1. Cleto Chiarli Centenario – Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC
    100% Lambrusco Grasparossa, vino frizzante amabile, gemaakt volgens de metodo Martinotti en met een restsuikergehalte van om en bij de 50 g/l. Het alcoholpercentage bedraagt 8%.
    De wijn oogt intens karmijnrood, met een levendige mousse die aanvankelijk royaal aanwezig is maar vrij snel terugvalt. In de neus staat het fruit duidelijk centraal, met rijpe rode bessen, kersen en een lichte toets van rood snoepgoed. Het is een wijn die zich meteen herkenbaar en gul toont.
    In de mond zet die stijl zich door met een duidelijk zoet, wat snoeperig karakter. De aanwezige restsuiker geeft de wijn een zachte, ronde aanzet en duwt hem nadrukkelijk in de richting van toegankelijk, eenvoudig drinkplezier. Ook hier domineert het fruit, met vooral rijpe kers, wat braam en een subtiele florale zweem. De zeer minieme pareling houdt de wijn nog enigszins in beweging, al mist hij vooral diepte en lengte. Het geheel blijft vooral trouw aan het profiel van een amabile Lambrusco zoals veel proevers die historisch hebben leren kennen: fruitig, mild en onmiskenbaar zacht van stijl.
  2. Cleto Chiarli Vigneto Cialdini 2024 – Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC
    Vigneto Cialdini is een referentiewijn als het op niet te zoete, oldschool Lambrusco aankomt. Het is een 100% Lambrusco Grasparossa, vino frizzante secco, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn klokt af op 11% alcohol en bevat 12,5 g/l restsuiker.
    Diep donkerrood van kleur, met duidelijke paarse tot violetkleurige reflecties. De mousse is fijner en overtuigender dan bij de eerdere amabile, met meer présence en een beter aansluitend frizzante karakter. In de neus is de wijn rijp van karakter, met aroma’s van braam, zwarte kers en ander donkerrood fruit, aangevuld met een florale toets en een lichte kruidigheid. Het geheel ruikt voller, compacter en duidelijk minder snoeperig.
    In de mond bevestigt hij dat profiel. Hoewel technisch als secco gepositioneerd, blijft er voldoende ronding aanwezig om de wijn zacht te houden, met alsnog een lichtzoete indruk. De aanwezigheid van tannine is duidelijk merkbaar, al kan je die bezwaarlijk stevig noemen. Het fruit staat centraal, met braam en rijpe kers op kop. De wijn bezit een correct evenwicht en heeft voldoende body en lengte, zonder zijn spontane drinkbaarheid te verliezen.
  3. Cantine Lombardini Il Signor Campanone – Lambrusco Reggiano DOC
    Il Signor Campanone is een vino spumante brut op basis van 80% Lambrusco Salamino en 20% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn behaalt 11% alcohol en bevat om en bij de 9 g/l restsuiker.
    Diep robijnrood, met violette schakeringen en een verzorgde mousse. De neus is expressief en vrij verfijnd, met donkere kersen, rijpe pruimen en een kruidige toets die doet denken aan vers gekraakte zwarte peper. Daar doorheen loopt ook iets licht floraals en een subtiele groenige frisheid.
    In de mond combineert hij sappig donker fruit met een licht drogere en ietwat strakkere lijn. De aanzet is vlot en soepel. De zuren houden het geheel levendig en geven de wijn vaart, terwijl een zachte toets van tannine voor wat grip zorgt. In de afdronk duikt nog een licht umami karakter op, wat de wijn net wat interessanter maakt. De spumante stijl geeft de wijn, in vergelijking met frizzante, meer presence en meer profiel. Dat zorgt voor extra karakter en voldoende spanning om te blijven boeien.
  4. Cantina Zucchi Marascone 2024 – Lambrusco di Modena DOC
    Marascone is een vino spumante rosso brut van 100% Lambrusco Salamino, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn bezit 11,5% alcohol en bevat 8 g/l restsuiker. Diep robijnrood, met heldere en levendige schakeringen. De mousse oogt verzorgd. De neus is rijk en behoorlijk complex, met donker bosfruit, braambes en aalbes, aangevuld met zure kers en een frisgroene toets die doet denken aan varens en een vleugje bosgrond. In de mond toont hij zich droog, kernachtig en mooi in balans. Donker bessenfruit en zure kers vormen de kern, met daaronder een frisse zurenstructuur die het geheel draagt. De textuur blijft rond genoeg om de wijn toegankelijk te houden, maar de fijne tannine en het subtiel pittige accent geven hem net wat meer reliëf. De afdronk is opvallend strak en verfrissend, wat mooi contrasteert met de vrij stevige body van de wijn. Dit is een Lambrusco met uitgesproken karakter.
  5. Cantina della Volta Rimosso 2023 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Rimosso is een vino frizzante secco van 100% Lambrusco Sorbara. Het is de eerste wijn die we proeven die gemaakt is volgens de metodo ancestrale. De wijn heeft 11,5% alcohol en bevat 11,5 g/l restsuiker. Door het ontbreken van filtratie blijft een lichte gistroebelheid aanwezig in de fles. Kersenrood, met beperkte violette reflecties. Niet helder door het bezinksel van de gisten. De neus is opvallend expressief en direct, met wilde aardbei, rode bes en een zeer frisse, haast uitbundige fruittoets. Daaronder zit ook, bijna onvermijdelijk, een lichte gisttoets, maar zonder dat dit het fruit wegdrukt. In de mond is hij energiek en een beetje nerveus, met veel framboos en een toets rabarber. Ondanks het iets hogere restsuikergehalte blijven de zuren nadrukkelijk aanwezig. Het geheel is speels, maar bezit tegelijk voldoende karakter om overeind te blijven. Dit is een Sorbara met veel fraîcheur, veel profiel en een levendig karakter. Meteen ook een compleet andere stijl dan de voorgaande wijnen.
  6. Silvia Zucchi In Purezza 2024 – Lambrusco di Sorbara DOC
    In Purezza is een vino spumante brut van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn bezit 11,5% alcohol en bevat 5,5 g/l restsuiker. Vanaf hier gaan we nadrukkelijk de drogere kant van Lambrusco op.
    Helder licht robijnrood, met levendige reflecties en een fijne, aanhoudende mousse. De neus is strak en zuiver, met rode kers, aardbei, framboos en een florale toets die aan viooltjes doet denken.
    In de mond is hij droog, fris en dynamisch, met een mooie spanning tussen het rode fruit en de levendige zuren. Kers, aardbei en framboos keren terug, ondersteund door subtiele tannine die de wijn net voldoende houvast geeft. De bubbel is duidelijk aanwezig, sluit goed aan bij het rankere profiel van de wijn en versterkt zijn fruitige karakter. De afdronk is hartig, pittig en voldoende lang. Dit is een zuivere en geslaagde interpretatie van Sorbara.
  7. Silvia Zucchi Infondo 2021 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Met Infondo gaan we helemaal de alternatieve weg op. Het is een vino spumante extra brut van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo ancestrale. De wijn bezit 11,5% alcohol en bevat amper 0,5 g/l restsuiker. Bescheiden robijnrood, met paarse schakeringen en een troebele aanblik door het aanwezige depot. De neus is fijn maar uitgesproken, met florale tonen, wilde aardbei, framboos en een lichte gisttoets die doet denken aan broodkorst en brioche. In de mond is hij strak, droog en zeer energiek. Het rode fruit blijft aanwezig, maar krijgt hier duidelijk gezelschap van frisse zuren, gistnuances en een aangename hartige ondertoon. De bubbel is levendig zonder grof te worden en past mooi bij het ranke, ietwat nerveuze profiel van de wijn. Body en zuren houden elkaar knap in evenwicht, terwijl de afdronk lang en harmonieus doorloopt. Dit is een Lambrusco voor liefhebbers van col fondo wijnen, spannend, fris en heerlijk ongepolijst.
  8. Umberto Cavicchioli Rosé del Cristo 2020 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Dit is een verhaal met een hoofdletter. Cavicchioli zette al bij de oogst van 1987 een primeur neer door het cru concept toe te passen. Ze lanceerden toen met de iconische Vigna del Cristo de eerste Lambrusco di Sorbara DOC, een wijn die de wereld liet zien wat dit druivenras waard is. Even later volgde ook deze Rosé del Cristo: een vino spumante brut van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo classico. De wijn bezit 12% alcohol en bevat 7 g/l restsuiker.
    Hiermee zitten we intussen in een nieuwe categorie van Lambrusco wijnen, namelijk de wijnen met een tweede gisting op fles en dus een lange periode van kelderrust: 24 tot 30 maanden voor deze Lambrusco.
    Helder, met opvallend genoeg een zo goed als witte kleur. Het is goed zoeken naar de lichtroze schakering. Fijne, verzorgde mousse. De neus is delicaat maar heel uitnodigend, met rozenbottel, oranjebloesem, aardbei, framboos en citruszeste. In de mond is hij fris, met een zeer mooie structuur. Het rode fruit blijft aanwezig, maar wordt hier meer gedragen door finesse en een duidelijke minerale ondertoon. De bubbel is fijn geïntegreerd en sluit perfect aan bij het ranke, zuivere profiel. De afdronk is lang, zuiver en licht ziltig. Dit is een Lambrusco van grote klasse, compleet afwijkend van het klassieke beeld, en een wijn die je waarschijnlijk zelden spontaan als Lambrusco zou herkennen.
  9. Paltrinieri Grosso 2021 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Met de Grosso van Paltrinieri gaan we helemaal de droge kant uit. Het is een vino spumante dosaggio zero van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo classico. De wijn bezit 12% alcohol en bevat 0,5 g/l restsuiker. Hij rijpt 24 maanden op de lies, gevolgd door nog eens 6 maanden flesrijping.
    Heel bleek van kleur, met een lichte oranje (je bestempelt dit nooit als een rosso) schijn en een fijne, aanhoudende mousse. De neus is verleidelijk en verfijnd, met perziksorbet, citrusolie, nectarine en wilde aardbei, aangevuld met een stenige, licht rokerige mineraliteit. Alles ruikt rank en zeer zuiver, met een aanstekelijk bouquet.
    In de mond glijdt hij opvallend soepel binnen, maar meteen volgen de zuren en de strakheid. Rijp boomgaardfruit, rode bes en een duidelijke ziltige mineraliteit vormen de kern, terwijl in de achtergrond ook iets van groene appel en een lichte amandeltoets opduikt. De wijn is strak, verticaal en bijzonder zuiver, met een frisse citrus finale die lang blijft nazinderen. Dit is een Sorbara van grote klasse: verfijnd, energiek en messcherp in zijn stijl.
  10. Cantina della Volta Rosé 2018 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Ondanks het iets hogere restsuikergehalte van 5,5 g/l dan bij de vorige wijn, kreeg deze Lambrusco bewust de slotpositie. Het is een vino spumante brut van 100% Lambrusco Sorbara, gemaakt volgens de metodo classico. De wijn bezit 12,5% alcohol. Met het oogstjaar 2018 wilde ik ook aantonen dat Lambrusco wel degelijk rijpingspotentieel kan hebben. De rijpingsperiode sur lattes bedraagt hier zelfs 60 maanden.
    Zacht lichtroze van kleur, met een fijne mousse en een aanhoudende, ragfijne pareling. De neus is rijk en verfijnd, met framboos, bosaardbei, witte aardbei, roos, wilde bloemen en een toets granaatappel, aangevuld met wat citrus en een lichte kruidigheid. Alles ruikt bijzonder aangenaam, complex zelfs, maar vooral heel uitnodigend.
    In de mond komt hij verfijnd en ziltig over, met een mooie spanning tussen rijp rood fruit, frisse zuren en een subtiel bittertje. Framboos, wilde aardbei, granaatappel en wat roze pompelmoes keren terug, terwijl ook iets van blanke amandel voor extra diepte zorgt. De bubbel is zijdezacht geïntegreerd en ondersteunt een wijn die tegelijk rank en intens overkomt. De afdronk is lang, droog, verfijnd en bijzonder watertandend. Dit is een uitzonderlijke Lambrusco, een gerijpte Sorbara die toont hoe serieus en veelzijdig deze wijnstijl kan zijn. Een meer dan waardige afsluiter van een uiterst boeiende degustatie.

De rotofermenter: techniek, tempo en stijl in de rode wijnkelder

Zelfstudie heeft me altijd al aangesproken, en het is meteen ook een van de redenen waarom ik zo vaak over wijn blog. Het gebruik van een rotofermenter bij de vinificatie van rode wijn was mij al jaren bekend, maar tegelijk besefte ik dat ik eigenlijk maar weinig wist over hoe die techniek precies werkt. Veel informatie blijkt er online niet meteen over te vinden. Daarom ben ik aan de slag gegaan met enkele korte stukken die ik wel kon opsporen, en heb ik die verwerkt tot onderstaande bijdrage. Mijn inzicht in deze techniek is daardoor in elk geval een pak ruimer geworden.

Wat is een rotofermenter precies?

Een rotofermenter is in wezen een horizontale fermentatietank waarin schillen, pitten en sap tijdens de gisting op gecontroleerde wijze met elkaar in contact worden gehouden door rotatie. Dat kan doordat de volledige tank draait, of via een intern mengsysteem dat de massa in beweging houdt.

Bij rode wijn ontstaat tijdens de alcoholische gisting vanzelf een drijvende laag van schillen, pitten en andere vaste delen boven op het sap. In vaktaal noemt men die laag de hoed. Het koolzuurgas dat door de gist wordt geproduceerd, duwt die massa omhoog. Net daarom is contactbeheer zo belangrijk: wie kleur, aroma en tannine uit de schillen wil extraheren, moet ervoor zorgen dat die hoed geregeld opnieuw met het sap in aanraking komt. Traditioneel gebeurt dat via het onderdompelen van de hoed, ook wel pigeage genoemd, of via overpompen, wat men in vaktaal remontage noemt. De rotofermenter neemt die taak over en mechaniseert dit proces.

Dat lijkt een eenvoudig principe, maar het effect kan groot zijn. Door de horizontale opstelling en de actieve vermenging verloopt het contact tussen sap en vaste delen doorgaans gelijkmatiger dan bij een traditionele gisting in een rechtopstaande tank. Daardoor kan de extractie sneller verlopen en vaak ook consistenter worden gestuurd.

Waarom wijnmakers ermee aan de slag gaan

De voornaamste aantrekkingskracht van de rotofermenter ligt in de combinatie van snelheid en controle. Wijnmakers die mikken op diepe kleur, uitgesproken fruit en een zachte, toegankelijke structuur, zien in dit systeem een bijzonder efficiënt hulpmiddel. Men kan in een relatief korte tijd veel kleur en aroma uit de schillen halen, om vervolgens de wijn al vroeg van de vaste delen te scheiden, nog voor de tannine te stevig wordt.

Voor veel producenten is dat de kern van de zaak. Niet wachten tot de gisting volledig is afgelopen om te persen, maar al vroeger beslissen: nu hebben we voldoende kleur, voldoende fruit, voldoende structuur, en nu halen we de wijn van de schillen af. Zo ontstaat er speelruimte. De verdere gisting kan dan afgewerkt worden in tank of in vat, afhankelijk van de stijl die men voor ogen heeft.

Voor grote bedrijven is er ook een praktisch voordeel. Arbeid in de kelder is duur en tijdens de oogst staat alles onder druk. Een rotofermenter kan taken overnemen die anders veel manueel werk vragen. Minder overpompen, minder fysieke interventies, minder afhankelijkheid van wie toevallig dienst heeft in de kelder. In drukke oogstjaren telt dat zwaar door.

Van techniek naar wijnstijl

Uiteindelijk draait ook hier alles om de vraag wat die techniek in het glas oplevert, want de wijnen die met dit systeem worden gemaakt, zijn vaak diep van kleur, aromatisch expressief, sappig in het fruit en relatief snel toegankelijk. Dat profiel spreekt veel consumenten aan. Het zijn rode wijnen die zich jong al aantrekkelijk presenteren en niet noodzakelijk jaren flesrijping nodig hebben om hun structuur te verfijnen.

Sommige wijnmakers beschrijven dat effect bijna provocerend: meer rood fruit, meer impact, meer onmiddellijke expressie. Dat klinkt aantrekkelijk, al zit daar ook meteen de kritiek vervat. Want wat voor de ene een levendige, genereuze wijn is, is voor de andere een stijl die te nadrukkelijk is gestuurd.

De rotofermenter wordt dan ook vaak ingezet bij druivenrassen die baat hebben bij kleur en fruitintensiteit, zonder dat men hen te ver wil doorduwen in een harde structuur. Syrah, Merlot en Cabernet Sauvignon worden in dat verband geregeld genoemd. Bij fragielere druivenrassen ligt dat anders. Pinot Noir, of Pinot Nero, vraagt doorgaans meer zachtheid en nuance. Wie daar te mechanisch of te intens mee omspringt, riskeert karakterverlies. Ook bij Nerello Mascalese is voorzichtigheid geboden, omdat finesse, spanning en detail daar vaak belangrijker zijn dan maximale extractie.

Snellere extractie, maar niet zonder risico

Zoals vaker in de wijnbouw is een voordeel tegelijk ook een valkuil. Dat de rotofermenter snel extraheert, is precies zijn kracht. Maar snelheid zonder gevoel voor timing kan omslaan in overextractie. Waar kleur en fruit snel worden vrijgemaakt, liggen ook bitterheid en een te nadrukkelijke tanninestructuur op de loer. De rotofermenter maakt niets vanzelf beter, maar toont vooral sneller wat mogelijk is, in goede én in minder goede zin.

Sommige producenten wijzen daarnaast op het risico van reductieve aroma’s. In een gesloten systeem, met veel vaste delen en een actieve gisting, kunnen wijnen aromatisch wat geslotener overkomen. Dat hoeft geen probleem te zijn wanneer men het proces goed beheerst, maar het onderstreept wel dat een rotofermenter geen wonderknop is waarmee betere wijn vanzelf ontstaat.

Bovendien verandert ook de aard van het contact tussen sap en schillen. In een klassieke rechtopstaande tank kan overpompen kanaalvorming in de hoed veroorzaken, waardoor niet alle schillen even intens met het sap in contact komen. De rotofermenter beperkt dat effect en zorgt voor een gelijkmatigere vermenging. Dat is technisch interessant, maar het maakt de extractie ook efficiënter. En efficiënter betekent in wijn lang niet altijd verfijnder.

Klassieke kuip of rotofermenter

Voor veel wijnmakers blijft de klassieke open kuip of rechtopstaande tank de referentie, net omdat die meer ruimte laat voor observatie, bijsturing en gevoel voor ritme. Het onderdompelen van de hoed kan zachter of steviger gebeuren. Overpompen kan kort of lang duren. Ook een délestage, waarbij men de most tijdelijk aftapt en daarna opnieuw over de schillen brengt, zorgt voor een ander effect. Er zit met andere woorden meer nuance in de handeling zelf.

De rotofermenter verschuift dat accent. De wijnmaker stuurt hier vooral via timing, draaisnelheid, duur en het moment waarop de wijn van de schillen wordt gehaald. Ook dat is precisie, maar van een andere soort. Minder ambacht in het fysieke gebaar, meer sturing via parameters.

Dat verklaart waarom dit toestel zo vaak opduikt in discussies tussen zogenoemde modernisten en traditionalisten. In regio’s waar structuur, langzame maceratie en terroirexpressie hoog in het vaandel staan, wordt de rotofermenter soms met argwaan bekeken, net omdat hij wordt geassocieerd met een rondere, gladdere en meer gepolijste stijl. In andere regio’s, waar fruitexpressie en vroege drinkbaarheid centraal staan, geldt hij dan weer als een logische bondgenoot.

Oud principe, moderne toepassingen

Toen ik me in het gebruik van de rotofermenter verdiepte, was mijn eerste verrassing vooral historisch van aard. Ik had eerlijk gezegd niet verwacht dat de eerste sporen van dit systeem al teruggaan tot het begin van de jaren 1970. Dat het toestel aanvankelijk in Australië opduikt, voelt ergens wel logisch. In Europa liet de bredere doorbraak langer op zich wachten. In Piemonte bijvoorbeeld wordt Enrico Scavino vaak genoemd als de eerste producent in de Langhe die met een rotofermenter werkte, en dat zou in 1993 zijn geweest. Dat sluit mooi aan bij het bredere verhaal van de modernistische golf in Barolo en Barbaresco.

Een principe dat al zo lang meegaat, is uiteraard niet onveranderd gebleven. Ook de rotofermenter heeft in de loop der jaren een duidelijke evolutie doorgemaakt. Modernere systemen werken vandaag met verfijndere rotatiecycli, nauwkeuriger temperatuurcontrole en een hogere graad van automatisering. Sommige toestellen laten bovendien ook andere toepassingen toe, zoals cryomaceratie of koolzuurmaceratie. Zo brengt ook dit onderwerp weer nieuwe begrippen met zich mee en nodigt het bijna vanzelf uit tot een volgende ronde zelfstudie.

Verdicchio in tweevoud: Jesi versus Matelica

Ik ben fan van Verdicchio. Bij deze: een spontane bekentenis. Ik keek dan ook enorm uit naar de degustatie rond de twee prominente gezichten van deze druif, die ik mocht leiden tijdens onze maandelijkse proefsessie van wijnclub Het Negende Vat.

Ik zeg dat bewust zo expliciet, omdat er nog te vaak te minachtend geoordeeld wordt over deze witte parel uit de Marche. Waarschijnlijk hebben Verdicchio-producenten dat voor een deel ook aan zichzelf te danken. Of toch aan de manier waarop ze deze wijn in het verleden in de markt hebben gezet: die speciaal ontworpen, amfoorachtige fles met de vis als herkenbaar symbool, vaak gevuld met een wijn die niet altijd liet zien waartoe de druif werkelijk in staat is.

Oké, ik geef het toe: een gewone Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico is vaak een instapwijn zonder de grootste complexiteit of diepgang. Maar zodra je opschuift naar Superiore of Riserva, krijg je vaak een heel ander verhaal.

Verdicchio hoort vandaag onmiskenbaar thuis in de Marche, al geeft de geschiedenis van de druif misschien een iets complexer en minder eenduidig beeld. Binnen die regio toont Verdicchio in elk geval duidelijk twee gezichten. Enerzijds is er Verdicchio dei Castelli di Jesi, het grotere en bekendere gebied, dichter bij de Adriatische invloed en met een brede waaier aan stijlen. Anderzijds is er Verdicchio di Matelica, meer landinwaarts gelegen, kleiner, meer ingesloten en doorgaans strakker van profiel. Het zijn geen absolute tegenpolen, maar wel twee interpretaties van dezelfde druif die opvallend andere accenten kunnen leggen.

Precies daarom leek het mij binnen onze wijnclub een bijzonder interessante oefening om beide gebieden rechtstreeks naast elkaar te zetten. We plaatsten vier Verdicchio dei Castelli di Jesi-wijnen tegenover vier Verdicchio di Matelica-wijnen. Aan de Jesi-kant kozen we voor flessen uit het Superiore- en Riserva-segment. Omdat Matelica geen Superiore kent, kozen we daar voor een combinatie van reguliere bottelingen en Riserva’s.

Om onze proevers een idee te geven van wat ze in het glas mochten verwachten, maakte ik eerst een schets van de typische karakteristieken van de druif. Dat is ook nodig, want Verdicchio laat zich niet gemakkelijk reduceren tot één eenvoudig smaakprofiel. Jazeker, citrus, wit fruit, venkel, amandel en een zekere ziltigheid keren vaak terug. Maar afhankelijk van de plek krijg je meer structuur en sappigheid, of net meer aciditeit en verticale strengheid. Voeg daar flesrijping, bâtonnage, houtgebruik of een langere liesopvoeding aan toe, en je merkt al snel hoe veelzijdig Verdicchio eigenlijk is. En wees maar zeker: de betere versies kunnen bijzonder mooi rijpen.

Verdicchio – enkele weetjes

  • Verdicchio behoort tot de grote klassieke witte druiven van Midden-Italië en vindt zijn historische thuisbasis in de Marche.
  • De regio ligt aan de Adriatische kust en de belangrijkste Verdicchio-zones situeren zich vooral in de provincies Ancona en Macerata.
  • De twee referentiegebieden zijn Verdicchio dei Castelli di Jesi en Verdicchio di Matelica.
  • Jesi is het grotere en commercieel bekendere gebied, met een breed spectrum aan stijlen en producenten.
  • Matelica is kleiner en ligt meer landinwaarts, wat doorgaans voor een meer continentale toets en uitgesproken frisheid zorgt.
  • Zowel Jesi als Matelica kregen in 2010 voor hun Riserva de status van DOCG.
  • Bij de beste wijnen toont Verdicchio zich als een druif met frisheid, bitters, ziltigheid, venkeltoetsen, citrus, witte bloesem en opvallend goed bewaarpotentieel.
  • DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat Verdicchio genetisch samenvalt met Trebbiano di Soave en Turbiana.
  • Precies daarom loopt er al geruime tijd onderzoek en debat over de feitelijke oorsprong van de druif. Die zou mogelijk eerder in Veneto kunnen liggen dan in de Marche, waar Verdicchio vandaag wel zijn natuurlijke habitat heeft gevonden en zijn reputatie heeft opgebouwd.
  • Voor beide Riserva’s geldt een minimale rijpingsperiode van 18 maanden. Houtgebruik is daarbij niet verplicht.
  • Voor beide Verdicchio-zones lopen bovendien dossiers om de benaming van de appellatie verder te vereenvoudigen. Zo zou Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG op termijn kunnen evolueren naar Castelli di Jesi DOCG, terwijl Verdicchio di Matelica Riserva DOCG mogelijk zou transformeren naar Matelica DOCG. Het blijft in beide gevallen uiteraard om Verdicchio-wijnen gaan, maar de naam van de druif zou dan uit de appellatie verdwijnen.

Jesi vs Matelica – De verschillen

Jesi

  • Gelegen langs de Esino-rivier, in de richting van de kust.
  • Duidelijke maritieme invloed, op ongeveer 20 kilometer van de zee.
  • Een warmer microklimaat met meer gematigde dag-nachtverschillen.
  • Bodemstructuren die variëren, maar vaak uitkomen op een combinatie van kalksteen en klei.
  • Wijngaarden tussen 80 en 600 meter, al ligt ongeveer 75% op maximaal 280 meter.
  • Door de lagere ligging doorgaans minder intense zonne-instraling dan in Matelica.
  • In het glas vaak ziltig, expressief en fruitgedreven.
    Jong meestal toegankelijker, met wat zachtere zuren.
    Vaak voller, soepeler en breder in zijn expressie, met een lange afdronk.

Matelica

  • Gelegen in een noord-zuid georiënteerde vallei, meer geïsoleerd in het binnenland.
  • Geen maritieme invloed.
  • Een meer continentaal klimaat met duidelijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht.
  • Typische flyschbodems, met afwisselende lagen van zandsteen en kalkrijke componenten.
  • Wijngaarden doorgaans tussen 400 en 700 meter.
  • Meer zonne-instraling door de hogere ligging en de specifieke vallei-expositie.
  • In het glas vaak meer spanning, structuur en complexiteit.
    Jong vaak strenger, gesloten en hoger in zuren.
    Doorgaans strakker, nerveuzer en preciezer, maar tegelijk ook rijk en mondvullend.

De proefnotities

  1. Garofoli Supèra – Verdicchio di Matelica DOC 2023
    Heldere strogele kleur, met lichte traanvorming. De neus is zuiver en correct, zonder meteen heel uitbundig te worden. Je krijgt aroma’s van appel, witte perzik en bloesems, aangevuld met citrus, een licht notige toets, wat anijs en zelfs een vleugje ananas.
    In de mond zet de wijn vooral in op frisheid. De vele levendige zuren geven meteen vaart, met citrus op kop, gevolgd door wit boomfruit. Ook hier keert dat subtiele anijskarakter terug, vooral richting finale. De wijn blijft correct en zuiver, maar mist net wat extra lengte. Een verzorgde en frisse Verdicchio di Matelica die technisch goed in elkaar zit, maar die eerder degelijk dan echt beklijvend overkwam.
    Punten: 82/100 – Prijs: 13,50 € (te koop bij Lambrecht wijnen)
  2. Villa Bucci – Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore DOC 2023
    Villa Bucci behoort al jaren tot de vaste referenties van de appellatie, en ook deze 2023 laat mooi zien waarom. De wijn werd in inox gevinifieerd en kreeg nadien nog een rijping van 6 tot 8 maanden in grote botti. In het glas staat een heldere, strogele Verdicchio. De neus is bijzonder uitnodigend en bezit precies die combinatie van rijp fruit en verfijning die Verdicchio zo aantrekkelijk kan maken. Je ruikt ananas, rijpere peer, bloesems en perzik, met daarnaast ook pompelmoes, mirabelle, een vleugje honing en wat stro.
    Qua smaak valt de wijn op door zijn zeer frisse aanzet, maar hij blijft niet hangen in citrus en zuren alleen. Rijpere toetsen van peer en ananas keren mooi terug en geven hem extra breedte en souplesse. De afdronk is voldoende lang en verschuift geleidelijk naar een meer kruidige en minerale finale, met toetsen van munt, agrum en een subtiele ziltigheid. Daarbij zit er ook een licht notige ondertoon en zelfs iets zacht vettigs. Dit is een zeer mooie Verdicchio dei Castelli di Jesi.
    Punten: 88/100 – Prijs: 27,00 € (te koop bij Licata)
  3. Bisci Vigneto Fogliano – Verdicchio di Matelica DOC 2022
    Verdicchio druiven die afkomstig zijn van 40 jaar oude stokken op kalk- en kleibodems, gelegen op 320 tot 370 meter hoogte. De wijn werd vergist in betonnen cuves en bleef daarna nog 18 maanden rijpen in beton.
    De kleur is zuiver strogeel, met duidelijke traanvorming. De neus opent meteen erg mooi en laat zien dat we hier met een rijpere, serieuzere stijl van Verdicchio te maken hebben. Je krijgt een aantrekkelijke waaier van rijper fruit, een brede citrusmelange, kamperfoeliebloesem, meloen, ananas, honing, maar ook meer kruidige en karaktervolle toetsen van amandel, anijs en peper.
    Bij het proeven komt de wijn breed en vullend over, met een rijkere smaakstructuur en tegelijk zeer mooie zuren. De body is medium, al geeft het licht vettige middenrif hem extra volume. Ook in de smaak keren perzik en ananas terug, maar even goed ook die meer typische Verdicchio-accenten van anijs, peper en amandel. De wijn voelt vandaag nog iets te jong aan en lijkt nog niet helemaal op zijn eindpunt te zitten, maar precies dat verraadt ook zijn potentieel. De lange afdronk, met op het einde een subliem bittertje, maakt hem extra aantrekkelijk. Een zeer knappe en aangename wijn, met diepgang, voldoende complexiteit en duidelijk nog groeimarge.
    Punten: 88/100 – Prijs: 23,00 € (te koop bij De Fijne Wijnshop)
  4. Umani Ronchi Plenio – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2022
    Deze Plenio is afkomstig van stokken die ouder zijn dan 30 jaar, gelegen op leem- en kleibodems, tussen 250 en 350 meter hoogte. De wijn werd voor 60% gevinifieerd in inox en voor 40% in botti van 5.000 liter, om vervolgens nog 24 maanden te rijpen in datzelfde materiaal. In het glas toont hij zich in een mooie strogele kleur, met duidelijke traanvorming. Meteen bij het ruiken duikt de vraag op: is dit houtgelagerd? Al blijkt in de praktijk hoe subtiel die invloed eigenlijk blijft. Toch zijn er duidelijke toetsen van toast en zelfs wat vanille, naast geroosterde noten, perzik, abrikoos, een licht dierlijke nuance, wat stro, munt en bloesems.
    In eerste aanzet beleven we een tegelijk rijke en strakke smaaksensatie. Er zit duidelijk vulling en kracht in, maar de wijn blijft mooi door zijn mineraliteit, ziltigheid en een subtiel vettig toetsje. De afdronk blijft lang hangen en bevestigt het serieuze karakter van deze riserva. Dit is een zeer interessante Verdicchio, vol en complex, maar tegelijk ook verfrissend en nergens vermoeiend.
    Punten: 90/100 – Prijs: 25,90 € (te koop bij Huis Hardies)
  5. La Monacesca Mirum – Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2020
    Druiven afkomstig van wijngaarden op ongeveer 400 meter hoogte, aangeplant op kleibodems. De wijn werd vergist in betonnen cuves en kreeg vervolgens een rijping van 18 maanden in datzelfde beton.
    De wijn bezit een blinkende geelgouden kleur, met duidelijke traanvorming. De neus verraadt meteen een zekere rijping, maar zonder dat de wijn ook maar in de buurt van oxidatie komt. Je krijgt aroma’s van rijpere appel, meloen, citrus en perzik, aangevuld met meer typische Verdicchio-accenten van munt, anijs, amandel en sinaaszeste. Het geheel heeft duidelijk meer maturiteit dan de jongere wijnen op tafel, maar blijft tegelijk levendig en helder. In de mond valt vanaf de eerste aanzet meteen die duidelijke en erg aantrekkelijke anijstoets op. De wijn heeft een rijker profiel, maar de zuren blijven mooi op de voorgrond en zorgen ervoor dat alles strak en energiek blijft. Je proeft duidelijk dat deze Verdicchio wat ouder is en al aan ontwikkeling heeft gewonnen, maar tegelijk wekt hij de indruk dat hij nog lang niet op zijn hoogtepunt zit. De lange, mineraal getinte afdronk onderstreept dat nog eens extra. Dit is een subliem knappe wijn.
    Punten: 90/100 – Prijs: 29,30 € (te koop bij Wijnhandel Van Den Bossche)
  6. La Staffa Rincrocca – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2022
    La Staffa is alweer een van die referentiedomeinen die ook internationaal een stevige reputatie genieten, en met Rincrocca zetten ze duidelijk een wijn neer met ambitie. Deze riserva komt van 55 jaar oude stokken op mergel- en kalkbodems, op ongeveer 420 meter hoogte. De wijn werd gevinifieerd in betonnen cuves, rijpte daarna nog 12 maanden in beton en kreeg vervolgens nog eens 20 maanden flesrijping.
    In het glas toont de wijn zich helder en strogeel. Bij de eerste indruk in de neus verschijnt er een opmerkelijke dierlijke toets, al verdwijnt die gelukkig vrij snel na wat walsen. Daarna opent de wijn zich veel mooier, met aroma’s van ananas, appel, citrus en perzik, aangevuld met munt, peper, varens, amandel, pijnboompitten en oranjebloesem. Het is een aromatisch profiel dat minder klassiek of direct herkenbaar Verdicchio overkomt dan sommige andere wijnen op de proeftafel. Ook bij het proeven heb je diezelfde indruk. In de mond is de eerste reactie haast automatisch: wat een zuren. Die komen stevig binnen en geven de wijn meteen een uitgesproken, strak en energiek profiel. Toch draait deze Rincrocca niet alleen om frisheid. Onder die felle zuurstructuur zit duidelijk veel complexiteit verscholen. De lange finale, met een subliem citrusbittertje, tilt hem nog een niveau hoger. Ik vond dit een zeer mooie wijn, al was de algemene mening binnen de proefgroep wat meer verdeeld.
    Punten: 90/100 – Prijs: 32,10 € (niet te koop gevonden in België)
  7. Tenuta di Tavignano Misco – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2019
    Deze Misco is afkomstig van 35 jaar oude stokken op kalk- en kleibodems, gelegen tussen 200 en 400 meter hoogte. De wijn werd gevinifieerd in inox cuves en rijpte vervolgens nog 18 maanden in inox, zonder bâtonnage.
    Heldere en zuivere goudgele kleur. De neus is onmiddellijk open: zonnig fris en mineraal, met een rijke schakering aan aroma’s. Peer, ananas en perzik spelen het fruitige openingsakkoord, gevolgd door citrusvruchten en voorjaarsbloemen. Maar daar stopt het niet. Een kruidige onderstroom van munt, peper en salie voegt diepte toe, terwijl hazelnoot en een vleug buxus voor extra complexiteit zorgen. Tenslotte is er een zekere aardsheid, wat vuursteen en een aangename ziltigheid.
    Ook in de mond blijft deze Verdicchio indruk maken. De zuren zijn levendig tot pittig en zorgen voor structuur en drive, maar dit is allerminst een schrale of hoekige wijn. Integendeel: hij blijft droog en zacht tegelijk, met voldoende volume, maar ook met frisheid en evenwicht. De lange afdronk is een mooi spel van kruiden en mineraliteit, met dat kenmerkende zilte karakter dat de wijn nog meer dynamiek geeft. Een zeer mooie wijn en subliem gemaakt.
    Punten: 92/100 – Prijs 39,00 € (te koop bij Vinesse)
  8. Bisci Senex – Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Met Senex 2019 eindigden we de avond op hoog niveau. Deze riserva is afkomstig van ongeveer 50 jaar oude stokken op kalk- en kleibodems, gelegen tussen 320 en 370 meter hoogte. De wijn werd vergist in betonnen cuves en kreeg daarna een rijping van 48 maanden in beton. In het glas toont de wijn zich in een heldere, zuivere strogele kleur. Het bouquet is breed en rijk, met een mooie combinatie van fruit, florale tonen en meer hartige accenten. Je ruikt een zeer expressief fruitprofiel, samen met bloesems, anijs, varens, mandarijn, ananas, pijnboompit, amandel en honing. Daarnaast zitten er ook duidelijk een toasty toets en iets vuursteenachtigs in het geheel.
    In de mond is dit simpelweg indrukwekkend. Dit is zo’n wijn waarbij je bijna vanzelf even achteroverleunt. Hij smaakt zeer strak en mineraal, maar tegelijk ook overgoten met sappig fruit, waardoor spanning en gulheid mooi samengaan. De wijn blijft breed en complex overkomen, maar bezit tegelijk een verticaal karakter. De afdronk blijft aanhoudend aanwezig en bevestigt nogmaals de klasse van deze wijn. Een overheerlijke afsluiter van de avond, en zonder twijfel een van de meest complete en indrukwekkende flessen van de line-up.
    Punten: 94/100 – Prijs: 54,00 € (niet te koop gevonden in België)

Ik geef nog graag even mee dat de proefnotities mijn persoonlijke bevindingen zijn en niet noodzakelijk deze van alle proevers samen. Als ik de gemiddelde scores van de groep overzie, dan valt op dat telkens de Matelica-wijn een hoger gemiddelde scoorde dan de Jesi-wijn. Dit is niet steeds voor mezelf het geval, maar ik sluit me naadloos aan bij de groepsbevindingen.

Zelf heb ik ook een Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore in mijn wijnaanbod zitten, namelijk de Tenute del Cavaliere 2024 van Marchetti. Ik wou de wijn bewust niet in de selectie plaatsen en liet hem tijdens de theoretische uiteenzetting proeven met de eenvoudige vraag of hij in de te proeven serie zou thuishoren. Na afloop van de proeverij was het antwoord unaniem ja!
Voor de geïnteresseerden deel ik hieronder de proefnotities van deze wijn.

Marchetti Tenuta del Cavaliere is een 100% Verdicchio. Het is een zeer fijne Verdicchio waarvan de druiven zijn afkomstig van één enkele wijngaard. De druiven worden iets later geoogst, zodat de wijn meer volume en rijpheid krijgt zonder zijn frisheid te verliezen. Na de oogst en de vergisting rust de wijn 5 maand in inox kuipen. De wijn heeft een groengele tot strogele kleur. Mooie, uitbundige, geconcentreerde tot complexe neus met abrikoos, witte perzik, mirabel pruim, gember, diverse specerijen, florale accenten en mineraal. De wijn blijft ondanks zijn latere oogst uitermate fris in de mond. Ook hier toont hij zijn uitbundig en voornamelijk fruitig, mineraal karakter. Het middenrif heeft bovendien een lichte romige vettigheid, waarna de wijn in de afdronk opnieuw afglijdt naar subtiele citrusbittere toetsen. Dit is zeer aangenaam en uiterst smakelijk!
Prijs 14,20 € (te koop bij Wijnkennis)

Lambrusco aan tafel: een verrassend sterke gastronomische partner

Tijdens ons bezoek aan de regio hielden we halt in Modena, overigens een bijzonder aangename stad. We namen plaats bij Enoteca al Duomo en zagen hoe heel wat gasten er genoten van een schotel met lokale specialiteiten, vrijwel altijd begeleid door een glas Lambrusco. Uiteraard volgden ook wij dat voorbeeld. Er kwam een fles Lambrusco volgens de Metodo Classico op tafel, een meer verfijndere en gastronomische stijl, samen met culatello, mortadella, Parmigiano Reggiano en andere lokale lekkernijen. Ter plaatse konden we alleen maar vaststellen dat de reputatie van Lambrusco als gastronomische wijn allerminst overdreven is.

Maar Lambrusco is veel meer dan een wijn voor het aperitief. Aan tafel toont hij misschien wel zijn grootste kwaliteit: hij past zich moeiteloos aan uiteenlopende gerechten aan. Dat heeft alles te maken met zijn frisse zuren, zijn sprankelende karakter, zijn sappige fruit en, afhankelijk van de stijl, ook met voldoende structuur en tannine.

Net daarin schuilt zijn gastronomische waarde. Lambrusco kan vet counteren, zout opvangen, rijke bereidingen verlichten en hartige smaken extra reliëf geven. Van charcuterie en gevulde pasta tot bolliti, cotechino, Parmigiano Reggiano en zelfs sommige visgerechten: weinig wijnen bewegen zich zo vlot doorheen een maaltijd als Lambrusco.

Waarom Lambrusco zo goed werkt aan tafel

De vraag is niet alleen waarom Lambrusco gastronomisch inzetbaar is, maar vooral waarom hij dat in de praktijk zo overtuigend waarmaakt. De verklaring ligt in de manier waarop zuren, koolzuur, fruit en, in sommige stijlen, ook tannine en structuur reageren op textuur, vet, zout en hartigheid in gerechten.

De frisse zuren vormen daarbij een eerste belangrijke sleutel. Die zuren lossen vet niet letterlijk op, maar ze stimuleren wel de speekselproductie. Daardoor wordt de vettige film die rijke gerechten op tong en gehemelte achterlaten sneller losgemaakt en weggespoeld. Het effect merk je meteen: zulke bereidingen voelen minder zwaar aan en de mond blijft frisser, waardoor de combinatie langer aangenaam blijft.

Ook het koolzuur speelt daarin een belangrijke rol. Het versterkt het verfrissende effect van de zuren en maakt dat romige, zoute of vettige texturen minder log overkomen. Precies daardoor werkt Lambrusco zo overtuigend bij rijke en hartige bereidingen. De wijn houdt de mond fris zonder het gerecht uit balans te trekken.

Daarnaast is er het fruit. Het sappige, directe karakter van Lambrusco verzacht de impact van zout en voorkomt dat de combinatie streng of hoekig wordt. Zout vraagt vaak om een wijn met voldoende souplesse en een sappig, open smaakprofiel. Lambrusco heeft dat doorgaans van nature, zeker in goed gemaakte, droge stijlen. Dat verklaart mee waarom hij zich zo gemakkelijk voegt naar hartige gerechten met vleeswaren, kaas of gevulde pasta.

Bij krachtigere versies komt daar nog een extra dimensie bij. Meer structuur en wat meer tannine geven de wijn extra grip, waardoor hij ook bij rijkere vleesgerechten of vollere bereidingen overeind blijft. Zo behoudt Lambrusco zijn verfrissende karakter, maar heeft hij tegelijk voldoende inhoud om niet weg te vallen naast gerechten met meer gewicht.

Daarmee wordt ook duidelijk waarom Lambrusco in deze context vaak meer doet dan pakweg een Soave Classico of zelfs een Trento DOC. Ook die wijnen kunnen frisse zuren hebben, en in het geval van Trento DOC uiteraard ook koolzuur. Lambrusco brengt daar echter vaak nog sappig rood fruit, meer diepte in het smaakbeeld en soms ook een lichte grip van tannine bovenop. Daardoor verfrist hij niet alleen, maar sluit hij ook natuurlijker aan bij deze smaakwereld.

Precies die combinatie maakt Lambrusco zo interessant aan tafel. Hij brengt frisheid en dynamiek, maar tegelijk ook souplesse en grip. Daardoor kan hij vet opvangen, zout in balans brengen, rijke gerechten lichter doen aanvoelen en hartige smaken extra reliëf geven.

Een belangrijke nuance is wel dat niet elke Lambrusco die gastronomische rol op exact dezelfde manier speelt. De beschreven logica geldt in grote lijnen voor de categorie als geheel, maar aan tafel zijn het vooral de droge stijlen die het breedst inzetbaar zijn. Halfdroge en zoetere versies kunnen zeker ook werken, alleen verschuift hun natuurlijke terrein dan sneller richting aperitief, licht kruidige gerechten of dessert. Ook binnen de droge stijlen blijft het verschil groot: een slanke Sorbara gedraagt zich anders aan tafel dan een krachtigere Grasparossa.

Bij het aperitief: slank en opwekkend

Als aperitief komt Lambrusco het best tot zijn recht wanneer hij droog, fris en energiek blijft. De lichtere stijlen voelen hier het meest vanzelfsprekend aan. Vooral slankere en blekere Sorbara expressies zijn bijzonder geschikt om de eetlust op te wekken, zonder te zwaar of te nadrukkelijk te worden.

In die rol komt vooral de meest verfijnde kant van Lambrusco naar voren. Hij past goed bij kleine zoute hapjes, een eerste plankje met wat fijne charcuterie of een bescheiden selectie kazen. Hij brengt meteen sfeer en karakter in het glas, maar laat tegelijk voldoende ruimte voor wat nog moet volgen. Precies dat maakt hem zo geschikt als opener van de maaltijd.

Charcuterie en regionale tafelklassiekers

Bij charcuterie voelt Lambrusco zich volledig in zijn element. Dat is ook niet verwonderlijk: salame, mortadella, prosciutto, culatello en andere vleeswaren brengen vet, zout en kruiding samen, precies de elementen waarmee Lambrusco zo goed overweg kan. Hier toont hij waarom hij in Emilia al zo lang een vanzelfsprekende tafelwijn is.

Voor dit soort gerechten zijn het vooral de droge stijlen die het best werken. Zij houden het geheel strak, fris en levendig, zonder dat het zout of het vet uitvergroot wordt. Zoetere versies kunnen toegankelijk en charmant zijn, maar bij hartige bereidingen missen ze vaak de precisie die hier net zo belangrijk is.

Dat geldt ook voor regionale klassiekers als gnocco fritto, torta fritta, tigelle en crescentine. Zulke bereidingen vragen om een wijn die het geheel levendig houdt, zonder zelf naar de achtergrond te verdwijnen. Een droge Lambrusco doet dat met opvallend veel gemak.

Afhankelijk van de intensiteit van het bord kan je daarbij mooi in stijl schakelen. Bij een fijnere selectie vleeswaren werkt een lichtere Sorbara vaak uitstekend. Wordt het robuuster, vetter of krachtiger, dan komen Salamino, Grasparossa of een donkerdere Mantovaanse stijl beter tot hun recht.

Gevulde pasta en rijke primi

Ook bij de primi van Emilia toont Lambrusco zijn klasse. Lasagne, tortellini, cappelletti, anolini, ravioli en andere gevulde pasta’s vragen om een wijn die meer kan dan alleen fris ogen. Hier is een Lambrusco nodig met voldoende inhoud, maar zonder dat hij het gerecht verzwaart.

Droge stijlen zijn hier doorgaans de veiligste keuze. Salamino, Reggiano en Colli di Scandiano e di Canossa voelen zich bijzonder goed thuis naast pasta’s met rijke vulling, boter, bouillon of vleessaus. Ze brengen niet alleen frisheid, maar ook genoeg smaak om de intensiteit van het gerecht te volgen.

Ook pasta in brodo kan verrassend goed samengaan met Lambrusco. De wijn moet dan voldoende inhoud hebben om de vulling te volgen, maar tegelijk strak genoeg blijven om de bouillon niet log te maken. Precies in dat spanningsveld blijkt Lambrusco vaak sterker dan men vooraf zou vermoeden.

Van wit vlees tot bolliti en stoofgerechten

Ook bij vleesgerechten toont Lambrusco hoe breed inzetbaar hij kan zijn. Alleen verschuift hier het zwaartepunt duidelijk naar de drogere stijlen met meer structuur. Bij bolliti, cotechino, zampone, stoofpotten en andere rijke bereidingen zijn het vooral donkerdere Lambrusco’s die het best tot hun recht komen. Ze hebben voldoende body, smaakintensiteit en tannine om het gerecht te volgen, zonder het nog zwaarder te maken. Grasparossa is hier vaak de meest voor de hand liggende keuze, al kunnen ook krachtigere versies van Salamino of Reggiano uitstekend werken.

Precies daarin zit een van de sterke punten van Lambrusco aan tafel. Hij hoeft geen massieve wijn te zijn om overeind te blijven naast rijke, vettere en kruidige gerechten. Waar sommige stille rode wijnen zulke bereidingen nog zwaarder maken, houdt Lambrusco het geheel net levendig en verteerbaar.

Bij wit vlees ligt het accent iets anders. Kip, parelhoen of konijn vragen doorgaans minder kracht, maar wel voldoende frisheid en smaakdiepte. Ook hier zijn droge stijlen aangewezen, al mag het profiel soberder blijven. Salamino is dan vaak een erg bruikbare keuze, terwijl ook lichtere stijlen goed kunnen werken, zeker wanneer het gerecht geroosterde tonen heeft of gedragen wordt door een hartige saus.

Lambrusco en vis: minder vreemd dan het lijkt

Wie Lambrusco uitsluitend met vlees en charcuterie associeert, kijkt wellicht vreemd op bij vis. Toch kunnen vooral lichtere, drogere stijlen hier verrassend goed werken. Zeker in gerechten waarin zoutigheid, kruiden, tomaat of een licht vettige textuur meespelen, blijkt Lambrusco veel minder onlogisch dan vaak wordt aangenomen.

Vooral slankere en blekere expressies voelen zich in die rol het best thuis. Ze brengen frisheid en levendigheid, zonder het gerecht te overheersen. Dat maakt hen geschikt voor pasta’s met vis, bereidingen met sardines of andere gerechten waarin de vis niet alleen verfijnd, maar ook wat uitgesprokener van smaak is.

Niet elke visbereiding vraagt om Lambrusco. Bij heel delicate, subtiele gerechten ligt een andere wijn vaak meer voor de hand. Maar in de juiste context toont ook hier zijn veelzijdigheid zich. Wat op papier ongewoon lijkt, blijkt aan tafel vaak verrassend overtuigend.

Kaas als natuurlijke bondgenoot

Lambrusco voelt zich ook bijzonder goed thuis naast harde, rijpe kazen, met Parmigiano Reggiano en Grana Padano als meest vanzelfsprekende voorbeelden. Dat is geen toeval. Zulke kazen combineren zout, umami, vet en een korrelige, geconcentreerde textuur, precies de elementen waarmee Lambrusco doorgaans sterk overweg kan.

Waar de kaas kracht, hartigheid en rijpingsaroma’s aanbrengt, zorgt Lambrusco voor frisheid, sprankeling en voldoende fruit om het geheel levendig te houden. Daardoor wordt de combinatie niet zwaar, maar juist evenwichtig en zeer tafelvriendelijk. Jongere kazen sluiten vaak mooi aan bij lichtere stijlen, terwijl langer gerijpte en intensere kazen meer vragen om een Lambrusco met extra vulling en structuur.

Lambrusco als partner van dessert

Lambrusco hoeft niet noodzakelijk te stoppen bij het hoofdgerecht. In halfdroge, amabile of zoetere stijlen kan hij ook overtuigen bij dessert. Dan is het wel essentieel dat het restzoet van de wijn in verhouding staat tot het gerecht, zodat de combinatie niet schraal, hard of onevenwichtig overkomt.

Vooral fruitige desserts, verfijnd gebak en regionale klassiekers zoals een sbrisolona taart kunnen mooi samengaan met Lambrusco. De frisse zuren zorgen ervoor dat ook zachtere stijlen voldoende levendigheid behouden, waardoor het glas niet log wordt en het nagerecht aan frisheid wint.

Lambrusco hoort op tafel

Na dit alles is vooral één conclusie moeilijk te ontkennen: Lambrusco is veel meer dan een wijn voor het aperitief of een speelse opener van de maaltijd. In zijn verschillende stijlen kan hij moeiteloos mee doorheen een menu, van charcuterie en gevulde pasta tot vlees, kaas en dessert.

Precies dat maakt hem gastronomisch zo relevant. De moderne Lambrusco biedt frisheid, energie, souplesse en, waar nodig, ook structuur. Het zijn eigenschappen die hem niet alleen aantrekkelijk maken in het glas, maar vooral bijzonder bruikbaar aan tafel.

Misschien ligt daar ook een rol voor de sommelier. Wie wijnkaarten samenstelt en gasten begeleidt in hun keuzes, kan mee helpen tonen dat Lambrusco veel meer is dan het vereenvoudigde beeld dat er nog te vaak van bestaat: een volwaardige gastronomische wijn die op tafel echt iets te bieden heeft.