Crisisdistillatie: wanneer wijn van de markt moet verdwijnen

Hadden jullie ooit al van het woord crisisdistillatie gehoord? Ik had het zelf in het verleden al wel eens horen waaien, maar er nooit echt aandacht aan geschonken. Het was zo’n begrip dat in mijn dagelijkse wijnwereld nauwelijks opdook.

Daar kwam de afgelopen weken behoorlijk wat verandering in. Het leek wel of crisisdistillatie plots de Italiaanse wijnwereld domineerde. In de dagelijkse berichtgeving dook het woord plots opvallend vaak op. Toonaangevende Italiaanse wijnmagazines schreven artikels over problemen met overschotten en speculeerden over hoe het verder moet.

Crisisdistillatie dus… Voor wie er nog nooit van heeft gehoord, leg ik het graag even uit!

De aanleiding

De Italiaanse druivenoogst 2026 is volop bezig, terwijl in heel wat kelders nog behoorlijk wat wijn van vorige oogsten ligt. Op 31 juli bevond zich volgens Cantina Italia 42,6 miljoen hectoliter wijn in de Italiaanse kelders, 6,9 procent meer dan een jaar eerder. Daar kwam nog eens ruim 3 miljoen hectoliter most bij.

Zo’n voorraadcijfer vraagt enige nuance. Dat er wijn in een kelder ligt, betekent uiteraard niet dat die wijn onverkoopbaar is. Een deel rijpt verder, wacht op botteling of is al bestemd voor toekomstige leveringen. Het probleem ontstaat wanneer de voorraden blijven toenemen terwijl de verkoop vertraagt. En precies die combinatie tekent zich momenteel af.

In de eerste vijf maanden van 2026 daalden de verkopen van wijn in de Italiaanse grootdistributie met ongeveer 2 procent. Ook de export verloor terrein. Tijdens het eerste kwartaal zakten de uitgevoerde volumes met ongeveer 4 procent en de waarde met ruim 8 procent. Er stroomt dus minder wijn uit de kelders, terwijl een nieuwe oogst alweer binnenkomt.

De signalen komen ondertussen uit verschillende Italiaanse wijnregio’s. In Piemonte werd gesproken over ongeveer 50.000 hectoliter overtollige wijn die voor distillatie in aanmerking zou kunnen komen. Vooral de markt voor rode wijn staat er onder druk. Bepaalde rode bulkwijnen die twee jaar geleden nog ongeveer 1,20 tot 1,30 euro per liter opbrachten, zouden inmiddels rond 0,70 euro liggen. Ook de prijzen voor druiven krijgen daardoor klappen.

In Puglia wordt eveneens nadrukkelijk om maatregelen gevraagd. Producenten en sectororganisaties pleiten voor crisisdistillatie, gecombineerd met tijdelijke opslag van wijn. Sicilië trok eerder al aan dezelfde bel. Bij de coöperatieve wijnbedrijven op het eiland lag ongeveer 2,7 miljoen hectoliter wijn opgeslagen, zo’n 20 procent meer dan een jaar voordien.

Piemonte, Puglia en Sicilië verschillen sterk van elkaar in druivenrassen, wijnstijlen en marktstructuur. Dat dezelfde discussie bijna gelijktijdig in deze regio’s opduikt, maakt duidelijk dat we niet meer naar een geïsoleerd lokaal probleem kijken.

Wat is crisisdistillatie?

Het principe is vrij eenvoudig. Wanneer er zoveel wijn op de markt aanwezig is dat de voorraden oplopen en de prijzen sterk onder druk komen te staan, kan een deel van die wijn uit de markt worden genomen en gedistilleerd.

De producent ontvangt daarvoor een vergoeding. De wijn verdwijnt uit het commerciële circuit en wordt omgezet in alcohol. Bij de huidige Europese maatregelen mag die alcohol uitsluitend worden gebruikt voor industriële toepassingen, bijvoorbeeld in de farmaceutische sector, voor desinfectie of voor energieproductie. De alcohol mag dus niet enkele maanden later opnieuw als drank op de markt verschijnen. Anders zou je het probleem alleen maar verplaatsen.

Het spook van de Europese wijnplas

Crisisdistillatie is allesbehalve nieuw. Wie de Europese wijnsector al wat langer volgt, herinnert zich ongetwijfeld de beruchte Europese wijnplas. Decennialang produceerde Europa structureel meer wijn dan het kon verkopen. Miljoenen hectoliter verdwenen via gesubsidieerde distillatie.

Het systeem kreeg steeds meer kritiek omdat een noodmaatregel stilaan een onderdeel van de normale marktwerking was geworden. Producenten konden blijven produceren terwijl Europa mee betaalde om een deel van die productie opnieuw te laten verdwijnen. Het systeem schermde producenten daarmee gedeeltelijk af van de realiteit van de markt: er was onvoldoende vraag naar wat ze produceerden.

Bij de grote hervormingen van de Europese wijnmarkt werd die structurele ondersteuning dan ook grotendeels afgebouwd. De sector moest sterker marktgericht worden en zijn productie beter afstemmen op de werkelijke vraag.

Helemaal verdwenen is crisisdistillatie nooit. In uitzonderlijke omstandigheden kan het instrument opnieuw worden bovengehaald. Dat gebeurde tijdens de coronacrisis en opnieuw in 2023, toen verschillende Europese wijnregio’s met oplopende voorraden en dalende consumptie werden geconfronteerd.

In 2026 staat crisisdistillatie opnieuw nadrukkelijk op de Europese agenda.

Frankrijk en Duitsland kregen al groen licht

Frankrijk kreeg dit voorjaar groen licht voor een uitzonderlijke crisisdistillatie van rode en roséwijnen. Europa stelde daarvoor 40 miljoen euro beschikbaar. De steun mag maximaal 33 euro per hectoliter bedragen.

Ook Duitsland kreeg eind juli toestemming. Daar gaat 14,16 miljoen euro naar de distillatie van rode en roséwijnen met beschermde oorsprongsbenaming uit Württemberg en Rheinhessen.

Dat vooral rode wijn hierbij terugkomt, is geen toeval. Precies dat segment heeft het op verschillende markten moeilijk. De Europese wijnconsumptie verandert en rode wijn krijgt een aanzienlijk deel van de klappen.

Tegen die achtergrond wordt het begrijpelijk dat ook vanuit Italië steeds nadrukkelijker naar crisisdistillatie wordt gekeken.

Hoeveel moet wijn voor crisisdistillatie dan waard zijn?

Dat klinkt misschien als een eenvoudige vraag, maar als je er wat over begint na te denken, merk je vlug dat daar meteen een van de grootste problemen ligt.

Logisch, want een producent zal zijn wijn alleen voor distillatie aanbieden wanneer de vergoeding voldoende interessant is. Wordt die vergoeding te laag vastgesteld, dan houdt hij de wijn liever in zijn kelder of zoekt hij een andere bestemming.

In Italië wordt momenteel gesproken over bedragen van ongeveer 25 tot 30 cent per liter. Vanuit de handel klinkt echter de kritiek dat dit zelfs lager ligt dan wat sommige wijnen kunnen opleveren wanneer ze voor de productie van azijn worden verkocht. Met zo’n vergoeding wordt crisisdistillatie nauwelijks aantrekkelijk.

En dan begint uiteraard opnieuw de politieke discussie. Een vergoeding moet hoog genoeg liggen om daadwerkelijk wijn uit de markt te halen. Ze mag tegelijk geen comfortabele garantie worden waarbij de overheid het commerciële risico van overproductie overneemt. Want zodra een wijnbouwer vooraf weet dat overtollige wijn tegen een interessante prijs kan worden gedistilleerd, ontstaat opnieuw het systeem waarvan Europa twintig jaar geleden probeerde weg te raken. Het was toen net de bedoeling om uit deze vicieuze cirkel weg te komen!

Is er dan ook effectief te veel wijn?

Het antwoord is hierop minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Laten we vertrekken naar de basis waarop ik dit artikel heb gebaseerd, de Italiaanse wijnmarkt.

De Italiaanse oogst van 2025 werd geraamd op ongeveer 47,4 miljoen hectoliter. Dat was 8 procent meer dan in 2024, maar lag ongeveer op het gemiddelde van de voorgaande jaren. De twee oogsten daarvoor waren bovendien vrij klein. Toch zijn de voorraden in 2026 verder toegenomen.

Wat we daaruit kunnen afleiden, is dat het probleem niet uitsluitend bij de productie ligt. De afzet groeit onvoldoende mee met de hoeveelheid wijn die jaarlijks wordt geproduceerd. Binnen bepaalde categorieën daalt de vraag zelfs serieus.

Dat maakt de huidige situatie fundamenteel anders dan de Europese wijnplas van enkele decennia geleden. Toen lag het probleem vooral bij een structureel hoge productie van goedkope wijn waarvoor nauwelijks een markt bestond. Europese steunmaatregelen hielden die productie bovendien gedeeltelijk in stand.

Vandaag ligt het probleem veel sterker aan de andere kant van de markt. De gemiddelde kwaliteit van Italiaanse wijn ligt ondertussen aanzienlijk hoger dan enkele decennia geleden, maar de vraag groeit niet langer mee. Er ligt dus opnieuw te veel wijn in de kelders, alleen is de oorzaak niet helemaal dezelfde.

Dat maakt deze crisis ingewikkelder dan een klassieke situatie waarbij één uitzonderlijk grote oogst toevallig voor volle kelders zorgt. Een kleine oogst een jaar later kan zo’n tijdelijk overschot vrij snel corrigeren. Een structurele verandering in consumptie vraagt iets anders.

Mensen drinken minder wijn. Op verschillende markten daalt vooral de consumptie van rode wijn. Jongere consumenten drinken anders en vaak minder alcohol. De concurrentie van bier, cocktails, alcoholvrije dranken en andere categorieën is groot. Tegelijk ondervindt de export hinder van een zwakke economie, geopolitieke onzekerheid en handelsproblemen.

Dat maakt een structurele oplossing niet gemakkelijk.

Minder produceren komt onvermijdelijk op tafel

Daarom wordt crisisdistillatie in Italië, en ook elders, steeds vaker genoemd samen met andere maatregelen.

Verschillende consorzi beperken ondertussen de rendementen. Uit goede bronnen vernemen we dat er meer dan heftig wordt gediscussieerd over ingrijpende maatregelen, zoals het tijdelijk stopzetten van nieuwe aanplantingen en, in de zwaarst getroffen gebieden, zelfs het rooien van wijngaarden. Verschillende grote Italiaanse wijnorganisaties vragen daarbij om een veel beter beheer van het totale productiepotentieel.

Een paar honderdduizend hectoliter wijn laten verdwijnen kan een acute marktverstoring verzachten. Het kan voorkomen dat prijzen verder instorten en producenten onder hun kostprijs moeten verkopen. Voor bedrijven die met volle tanks aan een nieuwe oogst beginnen, kan dat zelfs noodzakelijk zijn. Maar… de fundamentele verhouding tussen productie en consumptie verandert er niet door.

Een noodrem, geen jaarlijks instrument

Meer dan waarschijnlijk blijft dit probleem de komende jaren op tafel liggen. Crisisdistillatie hoeft daarom geen vies woord te zijn. Een markt kan tijdelijk zo sterk uit balans raken dat ingrijpen verantwoord is. Frankrijk doet het. Duitsland doet het. Het gebruik ervan moet wel gericht blijven op de regio’s, wijncategorieën en volumes waar aantoonbaar een ernstig onevenwicht bestaat.

Met crisisdistillatie koopt de wijnsector vooral tijd. Ze kan voorraden verminderen, prijsdruk verlichten en ruimte maken voor een nieuwe oogst. De oorzaken van het probleem verdwijnen er niet mee.

Het mag dan ook geen instrument worden waar blindelings naar wordt gegrepen.

Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends

Tijdens onze zoektocht doorheen Alto Piemonte maakten we bewust halt in de enoteca van Gattinara. We wisten immers dat je daar niet alleen een grote selectie aan wijnen kon proeven en kopen, maar ook dat je er geholpen kon worden door Dottore Massimo Sacco. Deze man wordt beschouwd als een lokale encyclopedie voor de wijnen uit Alto Piemonte. We namen er onze tijd en lieten de man zijn verhaal doen over Spanna en zijn vrienden.

Spanna is hier de plaatselijke naam voor Nebbiolo en is zonder discussie de belangrijkste blauwe druif van Alto Piemonte. Maar er is een geschiedenis en zoals dat vaak gaat, wordt geschiedenis na verloop van tijd traditie. Dottore Sacco legde ons geduldig uit dat Vespolina in Alto Piemonte minstens even belangrijk wordt geacht als Nebbiolo. De druif hoorde dan ook van oudsher thuis in hun wijnen. Ook Uva Rara en Croatina behoren tot het historische druivenbestand van de streek.

De aloude gewoonte om deze druiven samen te blenden is door de toenemende populariteit van Nebbiolo misschien wat minder vanzelfsprekend geworden, maar ze is zeker niet verdwenen. Daarvoor zijn Vespolina, Uva Rara en Croatina te sterk verbonden met de geschiedenis van het gebied. In verschillende appellaties mogen ze vandaag nog steeds samen met Nebbiolo in de assemblage worden opgenomen. In sommige appellaties kan het gebruik van andere druiven naast Nebbiolo zelfs verplicht zijn.

Spanna is de naam!

Waar de naam Spanna precies vandaan komt, is voer voor discussie. Een van de verklaringen zoekt de oorsprong bij het Italiaanse woord spanna, de afstand tussen de top van de duim en die van de pink wanneer de hand volledig wordt opengespreid. De naam zou verwijzen naar de manier waarop de druiventrossen vroeger werden gemeten of naar hun vorm en omvang. Er circuleren nog andere verklaringen, maar geen daarvan heeft ooit echt overtuigend kunnen aantonen waar de naam vandaan komt. We blijven dus in het ongewisse.

Het is niet omdat Nebbiolo hier door het leven gaat onder een andere naam, dat de druif plots totaal andere eigenschappen zou bezitten. Zeker niet. Wat wel een feit is, is dat we hier voornamelijk te maken krijgen met de Michet variant van Nebbiolo, terwijl we in de Langhe, en meer bepaald in Barolo, vaak een mix hebben van Michet, Lampia en Rosé. Die laatste werd lang beschouwd als een variant van Nebbiolo, terwijl Rosé, als puntje bij paaltje komt, vandaag als een andere druif dan Nebbiolo wordt gezien.

Nebbiolo behoudt hier dan ook een aantal van zijn vertrouwde kenmerken. De druif geeft relatief weinig kleur, bezit van nature een stevige zuurgraad en kan behoorlijk wat tannine ontwikkelen. Aromatisch vinden we vooral rood fruit, rozen, viooltjes en kruiden, met verdere flesrijping aangevuld met meer aardse en kruidige aroma’s. Het typische Barolo “tar and roses” hebben we hier minder. Vooral de ontwikkeling van dat uitgesproken teeraroma blijft wat achterwege.

De echte herkomst van Nebbiolo is nog steeds niet volledig blootgelegd. Dat de druif niet geboren is in de omgeving waar ze vandaag haar grootste uitstraling heeft, namelijk Barolo en Barbaresco, lijkt ondertussen wel duidelijk. Lange tijd werd vermoed dat we voor haar oorsprong bij de buren in Lombardije moesten zijn, meer bepaald in Valtellina. Hoewel ze er in Valtellina nog altijd van overtuigd zijn dat Nebbiolo daar geboren is, wordt er steeds harder gefluisterd dat haar roots in het noorden van Piemonte liggen.

Of dat exact Alto Piemonte is of nog noordelijker, in de Valle Ossola waar ze als Prünent door het leven gaat, moet verder ontrafeld worden. Dottore Sacco heeft alvast zijn verdict klaar: volgens hem is Gattinara de geboorteplaats van Nebbiolo.

Vespolina brengt peper mee

Het was zo grappig dat ik moeite had om niet in een lachbui uit te barsten toen Dottore Sacco me een foto liet zien van een druiventros waarop een wesp zat. Dat is Vespolina en de naam is afgeleid van de aanwezige wesp, vertelde hij met een dusdanige sérieux dat ik geen andere optie had dan bevestigend te knikken.

Nu, van de begeleidende druiven is Vespolina ongetwijfeld de interessantste om afzonderlijk te bekijken. Ze is genetisch verwant aan Nebbiolo en komt vandaag vooral voor in Noord Piemonte en in het nabijgelegen Oltrepò Pavese. In de provincies Novara en Vercelli werd ze ook Nespolino genoemd. Ughetta, een naam die je eveneens geregeld tegenkomt, hoort historisch vooral thuis in Oltrepò Pavese.

Vespolina kan voor extra fruit zorgen, maar haar meest herkenbare bijdrage zit in haar aroma’s. Naast florale tonen van roos en viooltjes heeft ze dikwijls een uitgesproken peperige kruidigheid. Vespolina bevat relatief veel rotundone, dezelfde aromatische verbinding die onder meer verantwoordelijk is voor het typische peperaroma van Syrah en Schioppettino.

Dat peperige karakter kan een assemblage met Nebbiolo behoorlijk interessant maken. Het geeft extra kruidigheid en aromatische complexiteit zonder het karakter van Nebbiolo volledig over te nemen. Bovendien zorgt Vespolina voor wat extra kleur, iets wat bij de van nature blekere Nebbiolo mooi meegenomen is.

Hoewel we haar vooral kennen als onderdeel van assemblages, wordt Vespolina tegenwoordig ook steeds vaker afzonderlijk gevinifieerd. Bij ons afscheid van de enoteca kregen we een fles Vespolina 2012 van Pietro Cassina cadeau en er werd ons op het hart gedrukt dat de wijn, ondanks zijn gevorderde leeftijd, nog volledig intact zou zijn. We zijn dus benieuwd!

Uva Rara als figurant

Om eerlijk te zijn heb ik liever dat Uva Rara bij haar oude naam Bonarda Novarese wordt genoemd. We hebben het echter niet voor het zeggen en dus nemen we de druif op zoals ze vandaag in Alto Piemonte voorkomt en officieel wordt genoteerd. Uva Rara dus!

Rara heeft niets te maken met het feit dat de druif een rariteit zou zijn. Neen, Rara verwijst vermoedelijk naar de losse structuur van de tros, waarbij de bessen verder uit elkaar staan. Uva Rara kwam vroeger behoorlijk verspreid voor in Noord Piemonte en Oltrepò Pavese, al is haar aanplant ondertussen sterk verminderd.

Uva Rara zelf heeft een vrij bescheiden kleurkracht en een gematigde zuurgraad. Haar bijdrage ligt eerder bij haar geurige karakter en de toegankelijkheid van de wijn. Florale aroma’s zijn typisch en in een assemblage kan ze de strengere kant van Nebbiolo wat verzachten.

De druif heeft nog steeds haar plaats en is opgenomen in verschillende disciplinari, maar haar belang in de assemblages is duidelijk naar de achtergrond verdwenen. We zien ze dan ook steeds minder opduiken als aanvulling bij Spanna en Vespolina.

Croatina als blendalternatief?

Een koppigaard, een druif met een hoekje af, vaak dronken omwille van de alcohol… ik kan nog wel een tijdje doorgaan met Croatina enkele koosnaampjes toe te dichten. An sich doe ik dat omdat ik de druif wel kan pruimen. Toevallig ook een van de fruitige aspecten van Croatina.

Wordt ze veel gebruikt? Neen, het is echt wel als aanvulling dat ze wordt gebruikt. En dan nog is dat vooral sporadisch. Soms heb je de indruk dat de druif wat wint aan populariteit, maar ik laat me vertellen dat het geen gemakkelijke is om mee samen te werken. Niet enkel in het glas bezit de druif koppige eigenschappen. Ook in het veld durft ze wel eens de lastigaard uit te hangen.

Veelal kennen we de druif als Bonarda uit Oltrepò Pavese. Hallo verwarring met Uva Rara! Maar historisch heeft ze wel degelijk haar plaats in Alto Piemonte.

Laten we de positieve eigenschappen eens benoemen. De druif heeft aanzienlijk meer kleur dan Nebbiolo en brengt donkerder fruit mee. Croatina kan behoorlijk wat tannine leveren en heeft soms een wat vegetaal karakter. Bij voldoende rijpheid kan dat vegetale juist voor een mooie fraîcheur in het aromatische profiel zorgen. In de juiste verhouding geeft ze een assemblage extra volume, kleur en stevigheid.

In Bramaterra wordt de druif nog vrij frequent gebruikt. Elders is haar aandeel vaak eerder symbolisch.

Van assemblage naar solo

Maar waarom kreeg Nebbiolo in Alto Piemonte historisch eigenlijk Vespolina, Uva Rara en Croatina naast zich? De blik in de ogen van Dottore Sacco verraadde duidelijk dat hij deze vraag meermaals had gekregen én dat hij het antwoord erop kon geven!

Allora, devi comprendere, nel tempo il clima era totalmente differente. Più freddo… het klimaat was vroeger dus heel anders dan nu. Veel kouder, waardoor Nebbiolo het moeilijk had om elk jaar tot een ideale rijpheid te komen. Vespolina en de andere rassen stonden vaak gemengd in de wijngaarden en konden in moeilijkere jaren aanvullen waar Nebbiolo tekortkwam.

Dat bleek uiteindelijk ook in de kelder goed te werken. De verschillende druiven vulden Nebbiolo mooi aan met extra kleur, fruit, kruidigheid en parfum. Wat in de wijngaard deels uit noodzaak was ontstaan, bleek dus ook in de fles een bijzonder sterke combinatie.

Vandaag verandert dat gegeven stilaan. We zien meer en meer dat de wijnen uit Alto Piemonte evolueren van blends naar monocépagewijnen van Nebbiolo. De wijngaarden worden anders beheerd, druivenrassen staan veel vaker afzonderlijk aangeplant en de wijnbouwer heeft veel meer mogelijkheden om Nebbiolo goed rijp te krijgen. Ook het warmere klimaat speelt daarbij in het voordeel van Nebbiolo. De noodzaak om Spanna gezelschap te geven, is daardoor een stuk kleiner geworden.

En dan is er natuurlijk nog een heel belangrijke tweede reden: Nebbiolo verkoopt.

In die mate zelfs dat de fiere wijnproducenten stilaan de benaming Spanna opgeven. Nebbiolo is duidelijk meer gangbaar geworden op de etiketten. En ergens kunnen we dat betreuren. Tegelijk is die keuze niet meer dan logisch. De internationale wijnliefhebber kent Nebbiolo dankzij Barolo en Barbaresco. Met Spanna ligt dat anders. Buiten Noord Piemonte doet die naam bij veel mensen nauwelijks een belletje rinkelen.

Het levert dan ook een merkwaardige evolutie op. Net nu Alto Piemonte opnieuw volop in de belangstelling staat, verdwijnt een stukje van wat de streek zo eigen maakte langzaam naar de achtergrond. De assemblages zijn er nog en Vespolina, Uva Rara en Croatina zijn zeker niet verdwenen. Maar Spanna krijgt steeds vaker het rijk voor zich alleen. Alleen noemen we hem dan plots weer Nebbiolo.

Piemonte in een korrel – het rijstland achter risotto

Als je door Piemonte trekt, dan verwacht je heuvels, bergen, wijngaarden, hazelaars en bergmeren. Maar zowel tijdens ons verblijf in Moncalvo, in de omgeving van Asti, als tijdens ons verblijf in La Morra viel het ons op hoe snel het landschap veranderde zodra we enkele kilometers richting Torino reden. Kilometers en kilometers aaneengesloten rijstvelden doken op. Hier verdwijnen de heuvels en opent zich een immense vlakte waarin water minstens even belangrijk is als aarde. Dit is het andere culinaire Piemonte: het Piemonte van de rijst. Rijst voor de vermaarde risotto.

In het voorjaar worden de rijstvelden onder water gezet en verandert de vlakte in wat de Piemontesi graag il mare a quadretti noemen, de zee in vierkantjes. Honderden rechthoekige percelen weerspiegelen de lucht en in de verte tekenen de Alpen zich af aan de horizon. Een paar maanden later is dat spiegelende landschap dichtgegroeid met rijstplanten. Vanaf september kleuren de velden goud en begint de oogst.

Piemonte is goed voor ongeveer de helft van het Italiaanse rijstareaal, met Vercelli en Novara als belangrijkste centra van de rijstteelt. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Tijdens ons bezoek maakten we een stop om deze rijstvelden eens van dichtbij te bekijken. Op zich echt wel indrukwekkend.

Eén grote waarschuwing echter voor wie in onze voetsporen wil treden en halt wil houden in de rijstvelden. Neem je voorzorgen! Wij konden niet vlug genoeg terug in onze wagen zijn om ons in te smeren met muggenmelk. Het krioelt er van deze steekgrage beestjes.

Een waterlandschap

We waren er in de tweede helft van juli en ergens is dit wel spijtig, want er werd me ingefluisterd dat wie de rijstvelden alleen tijdens de zomer ziet, een belangrijk deel van hun schoonheid mist. De foto’s die we nadien opzochten, konden dat alleen maar bevestigen. In het voorjaar, wanneer de velden volledig onder water staan, krijg je dat typische spiegelende landschap. Naarmate de oogst in september dichterbij komt, kleuren diezelfde rijstvlakten steeds meer goud. Twee totaal verschillende gezichten dus.

Ze ondergaan dan ook een hele metamorfose in de periode van april tot september. En uiteraard speelt water daarin een hoofdrol. Het bevloeit de planten, remt de ontwikkeling van onkruid en helpt tegelijk de temperatuur rond de rijstplant te regelen.

Die natuurlijke temperatuurregulatie door het water is een cruciaal onderdeel van de rijstteelt. De rijstvelden liggen immers dicht bij de Alpen en, hoewel wij het ons deze zomer moeilijk konden voorstellen, blijven koude nachten zelfs in juli mogelijk. Water warmt langzaam op en koelt langzaam af. Daardoor worden grote temperatuurschommelingen afgevlakt. Tijdens gevoelige fases van de ontwikkeling kan het waterpeil zelfs worden verhoogd om de jonge pluim in de plant tegen koude te beschermen.

In juli verandert het uitzicht opnieuw. De rijstplanten hebben de ruimte tussen de rijen volledig ingenomen en, zoals we zelf hebben kunnen vaststellen, was er van het water nog nauwelijks iets te zien.

De ondergelopen rijstvelden hebben trouwens nog een bijkomend effect. Ze vormen tijdens lente en zomer een belangrijk leefgebied voor onder meer reigers, zwaluwen, libellen en kikkers. En zoals we zelf uitgebreid hebben mogen ondervinden: ook voor muggen!

Carnaroli, gemaakt voor risotto

Voor alle duidelijkheid: er bestaan meerdere rijstsoorten die uitstekend geschikt zijn voor risotto, zoals Arborio of Vialone Nano. Persoonlijk heeft Carnaroli altijd een ‘korreltje’ meer. Blijkbaar ben ik niet alleen, want tussen alle Italiaanse rijstsoorten heeft Carnaroli een bijzondere reputatie opgebouwd. Hij wordt geregeld de koning van de risottorijst genoemd en daar zijn goede technische redenen voor.

Carnaroli ontstond in 1945 in Paullo, bij Milaan, uit een kruising van Vialone en Lencino. De rijst heeft grote, langwerpige en parelachtige korrels en een hoog amylosegehalte. Dat laatste zorgt ervoor dat de korrel tijdens het koken stevig blijft en een grote kookvastheid heeft.

En dat is exact wat een goede risotto nodig heeft. Tijdens het garen komt voldoende zetmeel vrij om het kookvocht te binden en de risotto zijn typische romigheid te geven. Tegelijk blijft de kern van de korrel stevig en behoudt hij goed zijn vorm, ook wanneer de rijst tijdens de bereiding regelmatig wordt geroerd.

Net dat is het verschil met bijvoorbeeld Arborio. De korrel is iets langer en steviger en behoudt zijn beet langer tijdens het koken. Arborio kan sneller van beetgaar naar te zacht evolueren, terwijl Carnaroli een grotere kookvastheid heeft. Dat geeft je tijdens de bereiding iets meer speelruimte en maakt het gemakkelijker om dat belangrijke evenwicht te bereiken tussen een romige risotto en afzonderlijke korrels die nog duidelijk voelbaar zijn.

Het groeiproces van de Risone

Onwetendheid staat vaak synoniem voor onzekerheid. Zelf was ik toch al wel flink opgeschoten in mijn leven alvorens ik doorhad dat de rijstvelden niet enkel te vinden zijn in het Verre Oosten. Laat staan Italië. Het boeit me dan ook om te weten hoe dit groeiproces in elkaar steekt, want voor Carnaroli uiteindelijk als witte rijstkorrel in onze keuken belandt, heeft hij er een behoorlijk lang verblijf op het veld opzitten. Voor Carnaroli duurt dit proces ongeveer 165 dagen en het is daarmee een vrij laat rijpend ras. Wie in april zaait, komt voor de oogst dus al snel eind september uit.

Net zoals voor wijn start alles op het veld, in dit geval met de voorbereiding van de rijstvelden. Na de winter wordt de grond bewerkt en zorgvuldig geëgaliseerd. Belangrijk want het water moet later zo gelijkmatig mogelijk over het hele perceel verdeeld kunnen worden. De velden zijn daarom opgedeeld in zogenaamde camere, vlakke percelen die door lage dijken van elkaar worden gescheiden en waarin het waterpeil afzonderlijk kan worden geregeld. We zagen ter plekke dat er tussen deze camere grachten of irrigatiekanaaltjes waren aangelegd.

Het zaaien start vanaf de tweede helft van april en kan vandaag op verschillende manieren gebeuren. Bij de traditionele methode, de semina in acqua, wordt het rijstveld eerst onder een ondiepe laag water van ongeveer 3 tot 5 centimeter gezet. Vervolgens rijdt een tractor met een strooier over het perceel en wordt het rijstzaad breedwerpig en zo gelijkmatig mogelijk over het water verdeeld. De zaden zakken naar de bodem en beginnen daar te kiemen.

Daarnaast is ook de droge zaai sterk ingeburgerd. Daarbij wordt het zaad rechtstreeks in de droge bodem gezaaid, vaak in rijen. Pas later wordt het veld onder water gezet. Vanaf dan wordt het waterpeil voortdurend aangepast aan de ontwikkeling van de rijstplant.

Na de kieming verschijnen de jonge rijstplantjes en begint de zogenaamde uitstoeling. Vanuit de basis van één plant ontstaan meerdere stengels. Hoe goed die ontwikkeling verloopt, bepaalt mee hoeveel bloeistengels, de zogenaamde pluimen, de plant uiteindelijk vormt en dus ook hoeveel rijstkorrels ze kan produceren.

Naarmate de planten groeien, verdwijnt het water stilaan uit het zicht. Dat was precies het stadium waarin wij de rijstvelden in juli aantroffen. Wat vanop afstand één dicht groen tapijt lijkt, bestaat ondertussen uit planten die volop bezig zijn met de vorming van hun pluimen. Die pluim ontstaat aanvankelijk verscholen in de stengel en komt later boven de plant uit.

Daarna volgt de bloei. Aan iedere pluim zitten talrijke kleine bloempjes die na bevruchting uitgroeien tot rijstkorrels. Vanaf dat moment verschuift alle energie van de plant naar de ontwikkeling en rijping van die korrels. Tijdens de laatste weken verandert het landschap opnieuw. De planten verliezen hun felle groene kleur, de pluimen worden zwaarder en buigen door onder het gewicht van de rijst. Stilaan verschijnen de gele en goudkleurige tinten.

Voor de oogst worden de rijstvelden drooggelegd. De toevoer van irrigatiewater wordt afgesloten en via greppels, kanaaltjes en regelbare afvoerpunten laat men het water geleidelijk uit de percelen wegstromen. De zorgvuldig geëgaliseerde velden kunnen zo voldoende opdrogen zodat de bodem stevig genoeg wordt voor de oogstmachines. Vanaf september verschijnen de maaidorsers op het veld. Zij snijden de rijstplanten af en scheiden de rijstkorrels meteen van de halmen.

Wat dan wordt geoogst, lijkt echter nog helemaal niet op de witte Carnaroli die we in een verpakking kopen. Iedere korrel zit nog opgesloten in zijn harde buitenste kaf. In Italië spreekt men op dat moment van risone. Die ongepelde rijst moet eerst worden gedroogd en daarna verder worden verwerkt voor de eigenlijke witte rijstkorrel tevoorschijn komt.

Van risone naar witte rijstkorrel

Na de oogst begint de weg naar het eindproduct met het reinigen en drogen van de risone. Vers geoogste rijst bevat nog te veel vocht om veilig te kunnen bewaren. Stof, aarde, stukjes plant en andere onzuiverheden worden verwijderd en warme lucht brengt vervolgens het vochtgehalte van de korrels naar een niveau waarbij de rijst gedurende langere tijd kan worden opgeslagen zonder te gaan schimmelen of bederven.

Daarna begint de eigenlijke verwerking. De eerste stap heet in Italië sbramatura. De korrels worden tussen rollen geleid die het harde kaf, de lolla, losmaken zonder de rijstkorrel zelf te breken. Dat kaf vertegenwoordigt ongeveer een vijfde van het gewicht van de ongepelde rijst. Wat overblijft is riso integrale, zilvervliesrijst dus. De korrel heeft op dat moment zijn buitenste beschermlaag verloren, maar het vlies en de kiem zitten er nog rond en aan.

Om de witte rijst te krijgen die we voor risotto gebruiken, volgt de sbiancatura, het witten van de rijst. Daarbij worden de buitenste lagen van de korrel geleidelijk door wrijving en lichte abrasie verwijderd, een gecontroleerde schurende werking waarbij het vlies laag voor laag wordt afgesleten. Ook de kiem verdwijnt tijdens deze bewerking. Onder het bruine vlies verschijnt uiteindelijk de witte, parelachtige korrel die zo kenmerkend is voor Carnaroli.

Na het witten volgt ten slotte nog een selectie. Gebroken, onrijpe, verkleurde of afwijkende korrels worden verwijderd, tegenwoordig onder meer met optische sorteermachines die iedere rijstkorrel controleren. Pas daarna is de Carnaroli klaar om verpakt te worden.

Fan van Acquerello

De reden waarom ik Carnaroli de beste risottorijst vind, is simpelweg te herleiden tot Acquerello. Van alle merken risottorijst die ik tot op heden heb mogen proeven, is die van Acquerello mij altijd het meest bijgebleven. Toen we afgelopen zomer in Piemonte de rijstvelden bezochten, ging ik dan ook op zoek naar de reden waarom. Blijkt dat men bij Acquerello anders werkt dan we tot hier hebben beschreven. En dan vooral in het gedeelte tussen oogst en verwerking.

Na het drogen wordt de ongepelde Carnaroli opgeslagen in gekoelde silo’s bij een temperatuur onder 15 graden. Daar rijpt hij minstens één jaar voordat de verdere verwerking begint. Een klein gedeelte blijft aanzienlijk langer liggen en kan tot acht jaar rijpen.

Tijdens die rijping stabiliseert het zetmeel. Daardoor verspreidt het zich tijdens het koken minder snel in het kookvocht en kan de korrel meer vloeistof en smaak opnemen terwijl hij zijn beet goed behoudt.

Na de rijping volgt de verwerking tot witte rijst. Ook hier wijkt Acquerello af van de gebruikelijke werkwijze. Bij de klassieke sbiancatura worden de buitenste lagen van de rijst verwijderd met machines die werken op basis van abrasie en wrijving. Acquerello gebruikt daarvoor een oude helixmethode uit 1875. Die is specifiek ontwikkeld om de rijst veel zachter te witten, zodat de korrels tijdens het verwijderen van de buitenste lagen zo weinig mogelijk beschadigd raken of breken.

Het meest opvallende gebeurt daarna. Zoals we eerder schreven, verdwijnt tijdens de klassieke sbiancatura ook de kiem. Acquerello ontwikkelde een gepatenteerd procedé waarbij die kiem opnieuw met de witte rijstkorrel wordt samengebracht. Hoe dat technisch precies gebeurt, houdt men grotendeels voor zichzelf. Zo probeert men een deel van de voedingsstoffen uit de kiem te behouden zonder de eigenschappen van witte Carnaroli op te geven.

Ik ben geen rijstspecialist en het klinkt me allemaal misschien een beetje vreemd in de oren. Maar eens deze rijst in de pot zit, proef je wel degelijk waarom de koning van de risottorijst plots als de Rolls Royce van de rijst wordt omschreven. Voor mij stond het besluit dan ook vast: deze Carnaroli mocht mee in het assortiment.

Risotto al coniglio, zafferano e funghi porcini

Een van mijn favoriete risotto’s en meteen een gerecht waarin Carnaroli helemaal tot zijn recht komt. De aardse smaak van porcini, de kruidigheid van saffraan en het zachte konijn vormen samen een behoorlijk rijke risotto, zonder dat de rijst zelf naar de achtergrond verdwijnt.

Ingrediënten voor 6 personen

Voor de risotto

• 600 g Carnaroli rijst
• 1 sjalot, fijngesneden
• 1,5 dl droge witte wijn
• 40 g gedroogde porcini
• 1 potje saffraan
• 100 g Parmigiano Reggiano, fijn geraspt
• 2 el boter
• Peper en zout

Voor het konijn en de saus

• 3 konijnenruggen
• Een beetje boter om aan te bakken
• 1 dl olijfolie
• ½ dl citroensap
• 1 el fijngehakte oregano
• 2 teentjes knoflook
• 2 dl kippenbouillon
• Maïzena
• Peper en zout

Voor de bouillon

• 2 liter water
• 1 ui
• 1 wortel
• 1 stengel bleekselderij
• 1 kleine prei
• 2 takjes peterselie
• 1 laurierblad
• Enkele zwarte peperkorrels
• Zout
• Het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini

De bereiding

De porcini

Week de gedroogde porcini ongeveer 30 minuten in warm water.

Giet ze af en vang het weekwater op. Zeef dit zeer grondig, liefst tweemaal of door een fijne doek, zodat er zeker geen zand meer achterblijft.

Snijd de geweekte porcini in grove stukken en zet ze apart.

De bouillon

Snijd de ui, wortel, bleekselderij en prei grof. Doe ze samen met de peterselie, het laurierblad en enkele peperkorrels in een kookpot en overgiet met ongeveer 2 liter koud water.

Breng langzaam aan de kook en laat ongeveer 45 minuten zacht trekken.

Zeef de bouillon en voeg het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini toe. Breng licht op smaak met zout. De bouillon mag vrij neutraal blijven, want de porcini, saffraan, Parmigiano Reggiano en het konijn zorgen later voor voldoende smaak.

Neem een kleine hoeveelheid warme bouillon apart en laat hierin de saffraan enkele minuten trekken.
Houd de rest van de bouillon warm.

Het konijn en de saus

Verwarm de oven voor op 200 °C.

Kruid de konijnenruggen met peper en zout. Bak ze rondom aan in een beetje boter en leg ze vervolgens in een braadslede.

Pel de knoflook en pers hem fijn. Meng de olijfolie met het citroensap, de oregano en de knoflook. Giet dit mengsel over de konijnenruggen.

Plaats de braadslede in de oven en laat het konijn ongeveer 15 tot 20 minuten garen. Bestrijk het vlees tijdens het braden regelmatig met het braadvocht.

Haal de gare konijnenruggen uit de braadslede en houd ze warm.

Giet het braadvocht in een kleine pan, voeg de kippenbouillon toe en breng aan de kook. Meng een beetje maïzena met koud water en bind hiermee de saus lichtjes. Laat nog enkele minuten zacht koken en breng op smaak met peper en zout.

De risotto

Verhit 1 eetlepel boter in een ruime kookpot en fruit de fijngesneden sjalot zachtjes aan zonder ze te laten kleuren.

Voeg de Carnaroli toe en laat de rijst enkele minuten tostare. Roer regelmatig tot de korrels goed warm zijn.

Giet de witte wijn erbij en laat deze vrijwel volledig verdampen.

Voeg vervolgens de porcini en de apart gehouden bouillon met saffraan toe.

Roer regelmatig en voeg telkens opnieuw een pollepel warme bouillon toe zodra de rijst het vocht grotendeels heeft opgenomen. Zorg ervoor dat de rijst tijdens het garen steeds net onder de bouillon blijft staan en blijf regelmatig roeren.

Haal de kookpot ongeveer 14 minuten nadat de eerste bouillon werd toegevoegd van het vuur. De rijst moet op dat moment nog duidelijk beet hebben.

Voeg de resterende boter en de geraspte Parmigiano Reggiano toe en roer stevig door de risotto. Breng op smaak met peper en eventueel een beetje zout.

Plaats het deksel op de kookpot en laat de risotto ongeveer 2 minuten rusten.

Controleer daarna de structuur. De risotto moet romig en vloeiend zijn. Voeg indien nodig nog een kleine hoeveelheid warme bouillon toe zodat hij mooi all’onda wordt.

Afwerking

Snijd het vlees van de konijnenruggen. Je kunt het in kleinere stukken onder de risotto mengen of in grotere stukken boven op de risotto schikken. Mijn voorkeur gaat naar dat laatste, omdat zowel het konijn als de rijst dan beter herkenbaar blijven.

Verdeel de risotto over warme borden, schik het konijn erop en werk af met een beetje van de saus en enkele blaadjes oregano.

Wie het artikel tot hier gevolgd heeft, weet ondertussen welke Carnaroli bij mij hiervoor in de pot belandt: Acquerello.

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Etna Bianco: witte wijn op zwarte bodem

September is klassiek de maand waarin de sociale activiteiten opnieuw van start gaan. Dat is bij onze wijnclub Het Negende Vat niet anders. We bestaan ondertussen al 25 jaar en starten aanstaande dinsdag aan ons 26e werkjaar. Met alweer een leuk en zeer gevarieerd programma!

We gaan van start met Pinot Noir uit Oostenrijk, spelen Sancerre uit tegen Pouilly Fumé en hebben een proefavond rond Timorasso. Voor Zuid Afrika bestaat de uitdaging erin om vier Cabernet Franc wijnen tegenover vier Cabernet Sauvignon wijnen te plaatsen. Verder bekijken we wat een Vino de Paraje precies is, duiken we nog een keer Piemonte in met een variatie op Nebbiolo en komt Duitsland aan bod met Silvaner uit Franken. Ook de nieuwe Rhône cru Laudun staat op het programma.

Het jaar sluiten we af met twee klassiekers. Tijdens onze superproeverij trekken we alle registers open en combineren we een reeks mooie Italiaanse wijnen met een zestal hapjes. In juni is er opnieuw onze BYO formule, waarbij iedereen deze keer een fles Pinot Bianco of Weissburgunder uit Alto Adige moet selecteren.

Een hele omweg om terug te keren naar het slot van het vorige seizoen. Toen bestond de BYO opdracht erin om een fles Etna Bianco mee te brengen en daar samen een degustatie rond op te bouwen.

Etna is natuurlijk niet nieuw voor mij en ik heb er al meermaals over geschreven. Toen ik in 2021 een artikel schreef over de wijnen van de Etna, waren het vooral de rode wijnen die internationaal de aandacht trokken. Nerello Mascalese was aan een stevige opmars bezig en vergelijkingen met Bourgogne en Barolo waren nooit ver weg. Over de witte wijnen schreef ik toen dat ze misschien nog een groter geheim vormden en volgens mij tot de beste witte wijnen van Italië konden behoren.

Vijf jaar later is dat geheim aardig uitgelekt. Etna Bianco is ondertussen een van de sterkst groeiende categorieën binnen de appellatie. In 2025 werden ongeveer 2,2 miljoen flessen gebotteld, waarmee wit opvallend dicht bij Etna Rosso kwam. Steeds meer nieuwe wijngaarden worden met Carricante aangeplant en verschillende producenten zien witte Etna als een van de belangrijkste groeimogelijkheden van het gebied.

Tijd dus om die witte kant van de vulkaan wat grondiger te bekijken.

Etna Bianco DOC, enkele weetjes

  • Etna DOC bestaat sinds 1968 en was de eerste DOC van Sicilië. Ondertussen is de procedure opgestart om Etna te promoveren tot DOCG. De ambitie is om die stap nog in 2026 te zetten, al is de promotie voorlopig nog niet officieel afgerond.
  • De productiezone omvat delen van het grondgebied van twintig gemeenten in de provincie Catania, verspreid over verschillende flanken van de Etna. Binnen de DOC zijn 133 contrade officieel erkend. Die geografische onderverdeling krijgt steeds meer betekenis, ook voor Etna Bianco.
  • Etna Bianco moet minimaal 60 procent Carricante bevatten. Catarratto Bianco Comune en Catarratto Bianco Lucido mogen samen maximaal 40 procent uitmaken. Daarnaast mogen andere niet aromatische witte druivenrassen die in Sicilië zijn toegelaten samen maximaal 15 procent bedragen. Daarbij horen onder meer Minnella Bianca, Inzolia, Grecanico Dorato en Grillo. Vooral Minnella Bianca en Inzolia behoren tot de witte druiven die historisch samen met Carricante in de wijngaarden van Etna voorkwamen. Veel producenten kiezen vandaag echter voor 100 procent Carricante.
  • Etna Bianco Superiore mag uitsluitend worden geproduceerd met druiven uit Milo, op de oostelijke flank van de vulkaan. Voor Etna Bianco Superiore is minimaal 80 procent Carricante verplicht.

Carricante, de witte druif van de Etna

Carricante is zonder twijfel de witte druif van Etna. De druif kwam vroeger ook elders op Sicilië voor, maar haar huidige reputatie is vrijwel volledig verbonden met de vulkaan.

Carricante rijpt laat, bezit van nature een hoge zuurgraad en kan behoorlijk productief zijn. De naam zou verwijzen naar het Italiaanse caricare, laden of beladen, een verwijzing naar de hoeveelheid druiven die een wijnstok kan dragen wanneer de opbrengst niet wordt beperkt.

Op de hogere flanken van de Etna vallen verschillende puzzelstukken mooi samen. De koelere temperaturen vertragen de rijping en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht helpen om de frisheid en aroma’s te behouden. De lange groeicyclus geeft Carricante voldoende tijd om volledig rijp te worden zonder zijn kenmerkende aciditeit te verliezen.

Jonge Carricante toont vaak citrus, groene appel, witte perzik, kruiden en oranjebloesem. Daar komen geregeld stenige, rokerige en zilte indrukken bij. De stevige zuurgraad geeft de wijn structuur en zorgt bij de betere voorbeelden voor een opmerkelijk bewaarpotentieel. Met flesrijping verschijnen rijper citrusfruit, gedroogde kruiden, honing, noten en soms een lichte petroleumtoets.

Vulkanische bodem, maar welke?

Het begrip wijn van vulkanische bodem wordt ondertussen kwistig gebruikt in Italië. Toegeven, er zijn er ook wel wat te vinden en op de Etna is het uiteraard moeilijk om rond de vulkaan heen te fietsen. De situatie is hier wel van een ander type dan in vele andere Italiaanse wijngebieden met een vulkanische oorsprong. Etna is nog steeds actief en laat bijna voortdurend van zich horen.

De bodems bestaan hoofdzakelijk uit basaltisch vulkanisch materiaal, afkomstig van opeenvolgende lavastromen en erupties. Afhankelijk van plaats en ouderdom vinden we er verweerde lava, vulkanische as, zand en lapilli. Jonge lavastromen zijn nog nauwelijks verweerd en leveren zeer stenige, arme bodems op. Oudere lavastromen zijn doorheen de eeuwen verder afgebroken en kunnen daardoor een diepere en fijner opgebouwde bodem vormen. Het ene perceel kan dus op relatief jonge lava liggen, terwijl enkele honderden meters verder wijnstokken groeien op een ondergrond die vele duizenden jaren ouder is.

Daar komt nog bij dat hoogte, expositie, neerslag en de invloed van de zee sterk verschillen naargelang de flank van de vulkaan. Het terroir rond Etna vertoont daardoor een uitzonderlijk grote verscheidenheid binnen een relatief beperkt gebied.

Die verschillen krijgen vandaag steeds meer aandacht via de contrade. Een contrada is een historisch en geografisch afgebakende zone en wordt geregeld met een cru vergeleken. Twee Carricantes die slechts enkele kilometers van elkaar groeien, kunnen daardoor toch behoorlijk verschillend uit de hoek komen.

Milo, het bijzondere stukje Etna

Niet de Venus maar de Carricante van Milo staat op Etna in de spotlights. De kleine gemeente ligt op de oostelijke flank van de vulkaan, kijkt richting Ionische Zee en is als enige gemeente gerechtigd om Etna Bianco Superiore DOC te produceren.

Het klimaat wijkt er behoorlijk af van dat op andere flanken van de Etna. Vochtige lucht vanaf de Ionische Zee botst tegen de vulkaan, waardoor Milo tot de koelste en vooral natste wijnbouwzones van Etna behoort. De wijngaarden liggen bovendien op aanzienlijke hoogte en profiteren van een goede luchtcirculatie. Carricante voelt zich hier dan ook als een vis in het water.

De druiven worden vaak pas in oktober geoogst. Dat lange rijpingsseizoen geeft ze tijd om voldoende smaakontwikkeling op te bouwen terwijl de natuurlijke zuurgraad behouden blijft. Goede Etna Bianco Superiore combineert daardoor structuur en spanning met citrus, kruiden, rijper wit fruit en vaak een uitgesproken zilte toets.

De productie blijft beperkt en geschikte wijngaarden zijn schaars. De groeiende reputatie van Etna Bianco heeft de belangstelling voor Milo sterk doen toenemen, met stevig stijgende grondprijzen als logisch gevolg.

Producenten zoals Benanti en Barone di Villagrande speelden een belangrijke rol in de reputatie van Milo. Vooral Pietra Marina van Benanti bewees al vroeg dat Carricante hier witte wijnen kan voortbrengen die vele jaren kunnen ontwikkelen.

Proeverij Etna Bianco

Voor onze Bring Your Own formule van wijnclub Het Negende Vat stond er als afsluiter van het vorige proefjaar dus Etna Bianco op het programma. Er zijn wel enkele voorwaarden verbonden aan deze formule! De wijnen moesten minimaal 18 euro kosten. Er is geen plafond, dus iedereen is vrij zijn prijs te bepalen en de wijn mag onder geen enkel beding uit een supermarkt komen. Opdat er geen ‘dubbele’ flessen zouden voorkomen, geeft iedereen zijn geselecteerde wijn door aan schrijver dezes, die de gekozen flessen dan doorgeeft aan de leden. Ik geef je graag nog mijn proefnotities van deze geslaagde afsluitende avond.

  1. Firriato – Gaudensius Blanc de Blancs Brut
    100% Carricante, Metodo Classico Brut. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting in inox en tweede gisting op fles. Minimaal 36 maanden rijping op de gisten.
    Goudgele kleur met mooi aanwezige, fijne en aanhoudende belletjes. Zeer aanstekelijke en behoorlijk complexe neus met perzik, abrikoos, rijpe peer, agrum en gekonfijte ananas. Daarnaast komen peper, citroenschil, brioche, toast en gist naar voren, met wat honing en hazelnoot op de achtergrond. Zeer rijk in de mond met mooi citrus- en steenfruit, uitgesproken ziltigheid en mineraliteit. Ook amandelschaafsel komt naar voren. Ondanks die rijkdom blijft de wijn strak en verfijnd. Lang aanwezig met limoenzeste en een licht nootachtige toets van geroosterde pistache in de afdronk. Een rijkelijke en bijzonder smakelijke bubbel.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 34 € (Te koop bij Wine-Art)
  2. Sibiliana Eughenès Nato Bene Etna Bianco DOC 2022
    Carricante. Vergisting bij gecontroleerde temperatuur, gevolgd door opvoeding op de fijne lies in inox.
    Heldere bleekgouden kleur. Zeer mooie, ziltige neus met florale accenten, breed fruit, mineraliteit en een frisse, groenkruidige toets. Daarnaast komen vanille en zelfs een verrassend spoor van kers naar voren. Ook in de mond zeer aangenaam, fris met toch een licht vettig kantje. Citrusfruit is van start tot finish aanwezig, met tussendoor sappige peer. Mooi, knap en evenwichtig, met een perfecte lengte.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 25 € (Niet te koop gevonden in België)
  3. Cusumano Alta Mora Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox, gevolgd door 4 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Diepe, heldere strogele kleur. De vuursteen valt meteen op, gevolgd door perzik, abrikoos, ananas en peer. Daarnaast lentebloesems, hooi, honing, kruisbes en duidelijke zilte indrukken. In de mond vol en rijk, met een uitgesproken minerale toets die doorheen de hele smaak aanwezig blijft. Tegelijk behoudt de wijn bijzonder veel frisheid. Lange en aanhoudende afdronk met citrus en pomelo.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 22 € (Te koop bij Young Charly)
  4. Pietradolce Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Opvoeding van 4 tot 6 maanden in inox.
    Bleekgouden, heldere kleur. Wat gesloten in de aanzet. Na walsen komen wit boomfruit en geel steenfruit naar voren, met vooral abrikoos, aangevuld met florale accenten, agrum, vuursteen, munt, anijs en een sprankel honing. In de mond komt de anijs veel duidelijker terug. Zeer mineraal en breed van smaak, met een licht vettig middenstuk dat overgaat in een frisse, zesty toets van limoen. Die blijft aanwezig tot in de finale, waar ook een fijn bittertje van noot opduikt. Correcte Etna Carricante.
    Punten 85/100 – Richtprijs: 23 € (Te koop bij Wine-Art)
  5. Tenuta delle Terre Nere, Calderara Sottana Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Voor 2024 volledig gevinifieerd en 9 maanden opgevoed in inox, zonder malolactische omzetting. Normaal wordt voor deze cuvée ook hout gebruikt.
    Heldere, strogele kleur. Frisse en verfijnde neus met appel, peer, wit steenfruit en grapefruit, aangevuld met bloesems en een lichte kruidigheid. In de mond zeer mineraal en ziltig, met een duidelijke vuursteentoets, veel frisheid en een mooie aciditeit. De kruidigheid komt hier nadrukkelijker naar voren dan in de neus. Licht vettig in het middenstuk. Blijft lang aanwezig met citrus en agrum in de finale. Mooi in balans, verfijnd en vooral lekker.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 44 € (Te koop bij Licata)
  6. Giovanni Rosso Etna Bianco DOC 2023
    Carricante. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting gedurende 15 tot 20 dagen bij lage temperatuur in inox, gevolgd door 5 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Bleekgouden, heldere en tranende kleur. De vulkanische bodem laat zich hier echt wel ruiken! Daarnaast ontdekken we koninginnenbrij, rijpe peer, rijpere ananas, munt, peper en gedroogde bloemen. In de mond zeer rijk en vol, maar tegelijk verbluffend fris. Alleszins een pak frisser dan de geur deed vermoeden. De wijn blijft lang aanwezig en eindigt in een uitgesproken zesty finale van mandarijn. Tijdens het proeven vroegen we ons af of er houtlagering aan te pas was gekomen, maar de wijn wordt volledig in inox opgevoed. Een zeer smakelijke en complexe Carricante.
    Punten 91/100 – Richtprijs: 30 € (Niet te koop gevonden in België)
  7. Carranco Villa dei Baroni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox of cement bij 15 tot 16°C, gevolgd door 6 tot 7 maanden opvoeding op de fijne lies in cement.
    Zuivere goudgele kleur. Zeer uitgebreid geurenpalet met perzik, kweepeer, mandarijn, appel en peer, aangevuld met anijs, venkel, gember, citroengras en een duidelijke vuursteentoets. Ook de zeste van citrusfruit zorgt voor extra frisheid in de neus. In de mond vol en fris tegelijk met veel geel steenfruit, een uitgesproken vuursteenmineraliteit en opnieuw die frisse citrusschil. Zeer evenwichtig, sappig en lang aanwezig, met naar het einde toe een heerlijk pompelmoesbittertje dat de afdronk extra spanning geeft.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 38 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Tenuta Ferrata Veni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in Franse eiken tonneaux, gevolgd door 10 maanden opvoeding in tonneaux en verdere flesrijping.
    Zuivere goudgele kleur. Aanvankelijk wat gesloten, maar na walsen komt de wijn heerlijk open. Rijpe abrikoos, perzik en ananas worden aangevuld met honing, anijs, kweepeer, hooi, gember, bloedsinaasappel en frangipane. Bij het proeven komt vooral de mineraliteit nadrukkelijk naar voren. Ondanks de rijke en rijpere smaak blijft de wijn ontzettend fris van profiel. Knap evenwicht en een mooie lengte, met zeste van sinaasappel en honing in de afdronk. Voor de tweede keer deze avond stelden we ons de vraag of de wijn houtlagering had gekregen. In dit geval was dat gevoel terecht.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 30 € (Te koop bij Vino Salentu)
  9. Alberelli di Giodo Carricante Terre Siciliane IGT 2022
    100% Carricante. Vergisting gedurende ongeveer 20 dagen in inox, gevolgd door 6 maanden opvoeding op de fijne lies in inox en verdere flesrijping. Eigenlijk hadden we deze wijn voor de degustatie moeten weigeren, want strikt genomen is dit geen Etna Bianco DOC. We hebben wijselijk besloten dat niet te doen.
    Zuivere bleekgouden kleur. Van bij de eerste geur vallen de ziltigheid en vuursteen op. Zeer floraal met lindebloesem, aangevuld met peer, witte perzik, munt, peper, een licht animale toets, varens en fijne citrus van roze pompelmoes. Een zeer mooie neus! In de mond fris met een blijvende aciditeit. Sappig van start tot diep in de finale, met een verfijnde mineraliteit. In de afdronk komt de roze pompelmoes terug, samen met licht geroosterde nootjes. De wijn proeft alleszins nog zeer jong en is gewoonweg compleet te noemen.
    Punten 94/100 – Richtprijs: 60 € (Kopen is mogelijk via Wijnkennis)

Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems

Met de geografische ligging van Alto Piemonte trappen we deze zondagse reeks officieel af. Gedurende de volgende weken nemen we je telkens mee naar dit hoger gelegen deel van Piemonte en dompelen we je helemaal onder in de verschillende wijngebieden die deze regio rijk is.

Alto Piemonte betekent letterlijk Hoog Piemonte en ligt helemaal in het noorden van de regio, bijna letterlijk aan de voet van de Alpen. Daarmee zitten we meteen bij die zo vaak aangehaalde verklaring voor de naam Piemonte: ai piedi dei monti, aan de voet van de bergen.

Kom je via Frankrijk langs de Mont Blanctunnel of de Kleine Sint Bernardpas Italië binnen, dan rijd je door het Aostadal richting Piemonte. Voor je Alto Piemonte echt induikt, raden we je ten zeerste aan om bij Pont Saint Martin de A5 even te verlaten en een eerste halte te houden in Carema. Daarna rijd je opnieuw richting Ivrea, waarna je via de verbinding tussen de A5 en A4 naar Santhià rijdt. Vanaf daar gaat het verder oostwaarts richting de wijngebieden rond Lessona, Bramaterra en Gattinara.

Kom je langs de Gotthardtunnel en Lugano, dan heb je twee mogelijkheden. Ofwel verlaat je in Lugano de autostrade en rijd je via Ponte Tresa Italië binnen. Je komt vervolgens langs Luino aan het Lago Maggiore en rijdt via de oostelijke zijde van het meer verder richting Varese en de verbinding met de A8 en A26. Zo deden wij het dit jaar.

Ofwel blijf je op de Zwitserse A2 en volg je die tot aan de grensovergang bij Chiasso. Vanaf Como gaat het via de A9 en vervolgens de A36 richting Malpensa en de A8/A26. De A26 brengt je daarna rechtstreeks naar Borgomanero, Ghemme en Romagnano Sesia, aan de oostelijke kant van Alto Piemonte.

Vliegen kan uiteraard ook. Torino lijkt op het eerste gezicht misschien de meest logische keuze omdat Alto Piemonte nu eenmaal in Piemonte ligt, maar Milano Malpensa is voor het grootste deel van het gebied duidelijk dichterbij. Gattinara ligt op ongeveer 45 tot 50 kilometer van Malpensa, terwijl je vanaf Torino Caselle ongeveer 88 kilometer moet rekenen. Vanuit België is Malpensa bovendien bijzonder praktisch, met rechtstreekse verbindingen vanuit Brussels Airport.

Waar moeten we Alto Piemonte exact situeren?

Alto Piemonte is geen officiële administratieve regio. De naam wordt gebruikt voor de noordelijke wijngebieden van Piemonte, voornamelijk verspreid over de provincies Biella, Vercelli en Novara.

De Sesia is daarbij een belangrijke geografische as. De rivier ontspringt hoog in de Alpen, aan de voet van Monte Rosa, en stroomt vervolgens zuidwaarts door het gebied. De wijngebieden liggen aan beide zijden van de Sesia, met Lessona, Bramaterra en Gattinara ten westen van de rivier en Ghemme, Boca, Sizzano en Fara ten oosten ervan.

Wie het gebied op een kaart wil afbakenen, kan zich ruwweg een driehoek voorstellen tussen Biella in het westen, Novara in het oosten en Vercelli in het zuiden. De wijngaarden zelf liggen vooral in het noordelijke deel daarvan, waar de vlakke Povlakte langzaam overgaat in heuvels en uiteindelijk in de uitlopers van de Alpen.

Biella ligt vlak bij de westelijke wijngebieden rond Lessona en Bramaterra. Novara vormt de belangrijkste stad aan de oostelijke zijde en ligt ten zuiden van Ghemme, Fara en Sizzano. Vercelli ligt verder naar het zuiden en vormt zowat de overgang tussen het wijngebied en de brede rijstvlakten van de Povlakte.

Ten noorden daarvan domineert Monte Rosa het landschap. Met zijn 4.634 meter is het een van de hoogste bergmassieven van de Alpen en vanuit verschillende delen van Alto Piemonte opvallend aanwezig aan de horizon. Naar het oosten liggen het schilderachtige Lago d’Orta en wat verder het bekende Lago Maggiore. In het zuiden opent het landschap zich richting de Povlakte, terwijl aan de westkant de heuvels van Biella aansluiten op de Alpen.

Het is helemaal geen uitgesproken toeristisch gebied, al probeert men de regio de laatste jaren wel wat op te poetsen en aantrekkelijker te maken. Je merkt op verschillende plaatsen dat de ontwikkeling er lange tijd heeft stilgestaan. Toeristische infrastructuur is beperkt, wijndomeinen liggen vaak wat verborgen en van het uitgebouwde wijntoerisme zoals in de Langhe is hier nauwelijks sprake.

Een landschap van bos en wijngaarden

Onze uitvalsbasis lag in La Morra, midden tussen de Barolo wijngaarden. Als je van daaruit naar Alto Piemonte rijdt, merk je vrijwel meteen hoe anders en vooral hoe ruwer het landschap er wordt. Rond La Morra lijkt bijna elke geschikte helling met wijnstokken beplant en bovendien ook nog eens perfect geometrisch aangelegd, alsof er net iemand met een kam door het landschap is gegaan.

In Alto Piemonte is het zoeken geblazen naar de wijngaarden. Ze duiken veel vaker op als open plekken tussen bossen, akkers en andere landbouwgronden. Sommige liggen op zachte heuvels, andere tegen behoorlijk steile hellingen of op terrassen. Bossen komen vaak tot vlak naast de percelen en nemen op sommige plaatsen zelfs het grootste deel van het landschap in.

Dat geeft Alto Piemonte een minder verzorgd en veel minder homogeen uitzicht dan de Langhe. Eigenlijk is dat ook volkomen logisch. In Barolo ademt zowat alles wat beweegt wijn. Wijngaarden, producenten, restaurants, hotels en toerisme draaien er allemaal rond dezelfde motor. In Alto Piemonte zijn er tot op vandaag nog altijd maar een handvol wijnproducenten te vinden en moet wijnbouw zijn plaats delen met bossen, landbouw en dorpen waar wijn lang niet altijd het centrum van het bestaan vormt.

Er zit beweging in, zoveel is duidelijk. Oude percelen worden opnieuw in gebruik genomen en nieuwe producenten proberen zich een plaats te verwerven. Toch is wijnbouwer worden in Alto Piemonte nog altijd geen evidente beroepskeuze. Wanneer een jonge wijnbouwer aangeeft dat hij zich hier wil vestigen, worden de wenkbrauwen lokaal nog behoorlijk snel gefronst.

Vuur, ijs en Alpen

Alto Piemonte ligt waar de Povlakte overgaat in de eerste uitlopers van de Alpen. Als we door het gebied rijden, zien we een rustig kabbelende Sesia, al lijkt die rivier eerder droog te staan dan daadwerkelijk te kabbelen. Onder dat ogenschijnlijk rustige landschap zit een verleden dat een stuk minder rustig was. Ongeveer 280 miljoen jaar geleden was hier een enorm vulkanisch systeem actief. Daar zie je vandaag aan de oppervlakte nauwelijks iets van, maar net die geologische voorgeschiedenis heeft Alto Piemonte voor een belangrijk deel gevormd.

Een zeer zware uitbarsting deed een groot deel ervan instorten en liet enorme hoeveelheden vulkanisch materiaal achter. Veel later begon de vorming van de Alpen. De Afrikaanse en Euraziatische tektonische platen bewogen gedurende miljoenen jaren naar elkaar toe. De aardkorst werd daarbij samengedrukt, geplooid en omhooggeduwd. De oude ondergrond van Alto Piemonte werd mee gekanteld en naar boven gebracht, waardoor gesteenten die normaal diep in de aardkorst verborgen blijven veel dichter bij de oppervlakte kwamen.

Daarom duikt in Alto Piemonte op verschillende plaatsen porfier op, vaak roodbruin of okerkleurig door het aanwezige ijzer. Soms ligt het gesteente vrijwel bloot, elders is het in de loop van miljoenen jaren sterk verweerd en uiteengevallen.

Nadien deed de natuur uiteraard verder haar werk en tijdens de ijstijden schoven enorme gletsjers vanuit het noorden naar beneden. Ze sleepten rotsen, stenen, zand en fijner materiaal mee en lieten dat achter toen het ijs zich terugtrok. Rivieren, met de Sesia op kop, verplaatsten dat materiaal vervolgens verder.

Daar komen nog oude mariene afzettingen bij. Op verschillende plaatsen vinden we zand en sedimenten die herinneren aan perioden waarin delen van deze omgeving door zee werden bedekt.

Het resultaat is een bodemkaart waarop zowat alles door elkaar lijkt te liggen. Vulkanisch gesteente, zand, grind, klei, alluviale afzettingen en materiaal dat door gletsjers werd meegebracht kunnen elkaar binnen relatief korte afstand afwisselen. Binnen amper enkele tientallen kilometers gaan we dus van hard vulkanisch porfier naar verweerd vulkanisch gesteente, oude zeezanden, grind en glaciale en alluviale afzettingen. Van één typische bodem van Alto Piemonte spreken is dan ook vrij zinloos.

Veel van die bodems hebben wel één duidelijke eigenschap gemeen: hun uitgesproken zuurtegraad. Kalk ontbreekt op heel wat plaatsen vrijwel volledig. Lokaal kan de pH zelfs dalen tot ongeveer 4,3 of 4,4. Dat is extreem laag voor een wijngaardbodem. De bodems zijn bovendien vaak arm en draineren gemakkelijk. Dat remt de groeikracht van de wijnstok af en dwingt het wortelstelsel om een groter bodemvolume te benutten op zoek naar water en voedingsstoffen.

Ook bovengronds zit Alto Piemonte tussen twee werelden. In het zuiden ligt de brede Povlakte, in het noorden staat vrijwel meteen het hooggebergte. Zij bepalen de klimatologische omstandigheden. Dat klimaat is continentaal en duidelijk koeler dan verder zuidelijk in Piemonte. De streek krijgt behoorlijk wat neerslag, terwijl tijdens de zomer warme dagen kunnen worden gevolgd door zeer frisse nachten. Vanuit de bergen stroomt koelere lucht naar de lager gelegen heuvels en valleien. De verschillen tussen dag en nacht kunnen daardoor aanzienlijk zijn.

Tegelijk zorgen de beschutte ligging van sommige hellingen, hun oriëntatie en de nabijheid van de bergen voor grote lokale verschillen. Een zuidgerichte helling kan behoorlijk wat warmte verzamelen, terwijl een nabijgelegen perceel sneller in de schaduw terechtkomt of sterker onder invloed staat van koude luchtstromen.

Daarmee valt Alto Piemonte moeilijk in één eenvoudige omschrijving te vatten. Het is tegelijk alpien en continentaal, nat maar op veel hellingen goed drainerend, vulkanisch én gevormd door zee, ijs en rivieren. Precies die combinatie zorgt ervoor dat de wijnen uit Alto Piemonte bijzonder divers zijn.

Alto Piemonte versus le Langhe?

Hoewel het voor Alto Piemonte op zich eigenlijk niets ter zake doet, merken we dat veel wijnliefhebbers toch vrij snel dezelfde vraag stellen: hoe verhouden de wijnen zich tot die van de Langhe? Waarmee ze uiteraard vooral Barolo en Barbaresco bedoelen.

De vergelijking ligt voor de hand. In beide gebieden is Nebbiolo de dragende druif en met amper anderhalf uur rijden tussen de Langhe en Alto Piemonte liggen ze geografisch verrassend dicht bij elkaar. Daar houdt de gelijkenis voor een groot stuk op.

Wie Alto Piemonte beschouwt als een soort goedkopere of lichtere Barolo, doet de regio tekort. Het zijn gewoon andere wijnen. Zelfs de term baby Barolo, die vroeger nogal gemakkelijk werd bovengehaald, slaat eigenlijk nergens op. Alto Piemonte geeft een andere interpretatie van Nebbiolo en heeft daarvoor geen goedkeuring uit Barolo nodig.

Een eerste groot verschil zit onder de grond. Barolo en Barbaresco liggen hoofdzakelijk op kalkrijke mariene mergels, klei en zandsteen die ruwweg 8 tot 16 miljoen jaar oud zijn. In Alto Piemonte kan de vulkanische ondergrond teruggaan tot ongeveer 280 miljoen jaar geleden. Daarboven liggen bovendien oude zeezanden, grind en glaciale afzettingen, waardoor het geologische plaatje er veel complexer is. Dat vertaalt zich niet rechtstreeks in een bepaalde smaak, maar het beïnvloedt wel drainage, groeikracht en de manier waarop de wijnstok water en voedingsstoffen opneemt. Nebbiolo ontwikkelt zich er daardoor onder heel andere omstandigheden dan in de Langhe.

Ook klimatologisch loopt het verhaal uiteen. Alto Piemonte ligt dichter tegen de Alpen en kent gemiddeld koelere omstandigheden en grotere temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Koele lucht stroomt vanuit het gebergte naar de wijngaarden en Nebbiolo wordt er later geoogst dan in de Langhe. De hoogte van de wijngaarden verschilt trouwens minder spectaculair dan vaak wordt gedacht. Het verschil zit vooral in de noordelijkere ligging en de directe invloed van de Alpen.

Dat heeft gevolgen in het glas. De wijnen van Alto Piemonte zijn gemiddeld lichter gebouwd en komen vaak iets bleker voor de dag. De natuurlijke zuren blijven uitgesproken aanwezig en de tannine voelt meestal fijner en minder massief aan dan bij een jonge Barolo. Rode vruchten, rozen, viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en citrusachtige toetsen komen vaak sterk naar voren. Afhankelijk van bodem en herkomst kunnen daar ijzerachtige, aardse of ziltige indrukken bijkomen. Het geheel heeft meestal meer spanning dan gewicht.

Barolo en Barbaresco tonen meestal meer kracht, concentratie en structuur. Jonge wijnen kunnen hun tannine behoorlijk nadrukkelijk op tafel leggen en tonen vaak meer volume en kracht in het middenpalet. Uiteraard blijven de verschillen binnen beide appellaties groot en spelen terroir, ligging en expositie van de wijngaard een belangrijke rol. De bekende omschrijving an iron fist in a velvet glove komt dan ook niet uit de lucht vallen. In Alto Piemonte krijg je vaker een rankere Nebbiolo, met een stevig zuur geraamte en aroma’s die soms bijna belangrijker lijken te worden dan de spierkracht van de wijn.

Ook het alcoholgehalte speelt mee. Door de koelere omstandigheden en latere rijping bereikt Nebbiolo in Alto Piemonte zijn gewenste rijpheid doorgaans bij een gematigder potentieel alcoholgehalte. Waar moderne Barolo en Barbaresco in warme jaren zonder veel moeite richting 14,5 procent en hoger gaan, vind je in Alto Piemonte nog vaker wijnen rond 13 tot 13,5 procent, al is ook hier 14 procent of meer lang geen uitzondering.

Daar komt nog een verschil bij dat soms over het hoofd wordt gezien. Barolo en Barbaresco bestaan verplicht volledig uit Nebbiolo. In Alto Piemonte staat Nebbiolo eveneens centraal en heel wat wijnen worden er ook gewoon uitsluitend van Nebbiolo gemaakt. Toch heeft de regionale cultuur hier altijd ruimte gelaten voor andere druiven. Vespolina, Croatina en Uva Rara kunnen mee in de assemblage terechtkomen. Dat kan extra kruidigheid, fruit, kleur en soms een iets andere tanninestructuur geven.

Lichter van structuur betekent trouwens niet dat Alto Piemonte snel opgedronken moet worden. Nebbiolo blijft Nebbiolo. De combinatie van zuren en tannine geeft de betere wijnen een groot bewaarpotentieel. Sommige zijn jong wel toegankelijker dan een klassieke Barolo, terwijl de beste flessen zonder problemen tientallen jaren kunnen ontwikkelen.

Volgende week zondag nemen we je graag mee naar de historische achtergrond van Alto Piemonte en de evolutie die het wijngebied doorheen de jaren heeft doorgemaakt.

Op pad met James McNay – Wandelen, wijn en reizen door Italië

Enkele weken terug had ik een blij weerzien met James McNay, een collega Italian Wine Ambassador die we via de wijnwereld leerden kennen. James woont in Piemonte en omdat ik hem had verteld dat we er deze zomer twee weken zouden verblijven, hadden we afgesproken elkaar daar te ontmoeten. Nadat we samen G.D. Vajra in Barolo hadden bezocht en er enkele wijnen hadden geproefd, genoten we van een heerlijke lunch, vergezeld van een fles Barolo Ravera Riserva 2015 van Viberti.

Tijdens die lunch vroeg James of we geen zin hadden om een dag met hem de bergen in te trekken. James organiseert met MacNay Travel & Wine immers volledig uitgewerkte wandelreizen door Italiaanse wijngebieden. Voor een van zijn meerdaagse trajecten in de Valle d’Aosta wilde hij een gedeelte van de route opnieuw bekijken en verder uitwerken. Wij mochten mee op verkenning. En zo eindigde een afspraak tussen twee Italian Wine Ambassadors met wandelschoenen, rugzakken en behoorlijk wat hoogtemeters.

Van Sussex naar Piemonte

Tijdens deze wandeling raakten we meer en meer geïnteresseerd in wat er allemaal komt kijken bij het uitstippelen van volledig uitgewerkte wijnreizen en wandelreizen. We luisterden dan ook geboeid naar het verhaal van James en hoe MacNay Travel & Wine uiteindelijk het licht zag. James runt het bedrijf samen met zijn vrouw Cinzia Long. De twee leerden elkaar in 2004 kennen tijdens een opleiding tot wandelgids voor reizen in Italië. Beiden werkten daarna jarenlang als gids in onder meer Toscane, Umbrië en Ligurië.

James groeide op in East Sussex en kwam via het wandeltoerisme steeds dieper in de wereld van wijn en gastronomie terecht. In 2010 namen James en Cinzia in Heathfield de winkel Cuculo Cheese & Wine over. James bouwde er een uitgebreid Italiaans wijnassortiment uit, terwijl Cinzia zich vooral toelegde op kaas.

Ondertussen behaalde James verschillende wijnkwalificaties en werd hij Italian Wine Ambassador. Cinzia is afkomstig uit Piemonte, terwijl haar familiale wortels zowel in Piemonte als in de Valle d’Aosta liggen, waar haar familie verspreid woonde. Ze studeerde bosbouw en milieuwetenschappen aan de universiteit van Torino. Haar grote passie voor kaas bracht haar later ook richting een opleiding als kaasproever. Wijn, gastronomie, kaas, natuur en wandelen begonnen zo steeds meer in elkaar te passen.

In 2016 legde James de fundamenten voor MacNay Travel & Wine. Het eerste volledig uitgewerkte programma kreeg de naam Heart of the Italian Alps en speelde zich, gezien Cinzia’s sterke band met de streek, af in de Valle d’Aosta.

In 2022 verhuisden James, Cinzia en hun gezin naar Torre Pellice, aan de voet van de Piemontese Alpen. Vandaag organiseren ze wandelreizen en fietsreizen door verschillende Italiaanse wijngebieden. Piemonte speelt daarin vanzelfsprekend een belangrijke rol, maar ook Ligurië en de Valle d’Aosta zitten stevig in het programma. Daarnaast werken ze wijnreizen, korte verblijven en volledig op maat gemaakte reizen uit.

Vandaag komt een groot deel van hun publiek uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er in België en Nederland geen publiek bestaat voor zo’n concept.

Een wandelroute ontstaat niet achter een computer

Tijdens onze tocht werd vooral duidelijk hoeveel werk er achter zo’n wandelprogramma zit. Je kunt natuurlijk een bestaande wandelroute downloaden, een paar hotels reserveren en hopen dat iedereen zonder kleerscheuren op zijn bestemming aankomt. Dat is ongeveer het tegenovergestelde van hoe James werkt.

De trajecten worden zelf gelopen, gemeten en gecontroleerd. Onderweg wordt bekeken waar een pad precies loopt, waar er alternatieven nodig zijn, welke passages technisch moeilijker zijn en op welke plaatsen een wandelaar maar beter weet dat links nemen een aanzienlijk beter idee is dan rechts. James liep dan ook voortdurend rond met een kleine recorder waarin hij zijn instructies insprak. Thuis worden die minutieus verwerkt, zodat zijn gasten onderweg over de correcte informatie beschikken.

Dat is noodzakelijk, want tijdens de zelfstandige wandelreizen krijgen deelnemers GPS tracks en gedetailleerde routebeschrijvingen. Hun bagage wordt intussen naar het volgende hotel gebracht. Voor de start is er een briefing en tijdens de reis blijft lokale ondersteuning beschikbaar. Wij liepen die dag dus eigenlijk mee tijdens een stukje productontwikkeling.

James keek regelmatig naar zijn GPS, controleerde passages en bekeek hoe een bepaald traject het beste in een meerdaagse tocht kon worden opgenomen. Voor ons was het vakantie. Voor hem was het deels een werkdag, al zijn er slechtere kantoren denkbaar dan de Alpen.

De Valle d’Aosta te voet

Voor dit soort reizen is de Valle d’Aosta bijna gemaakt. De regio is klein, bergachtig en landschappelijk bijzonder gevarieerd. Vanuit Aosta zit je snel tussen wijngaarden, boomgaarden en bergflanken. Naarmate je verder richting het westen trekt, wordt het landschap steeds uitgesprokener alpien en komt het massief van de Monte Bianco dichterbij.

Het bestaande programma Heart of the Italian Alps loopt over zeven dagen van Aosta richting Courmayeur. De wandeldagen variëren van ongeveer 10 tot 23 kilometer. Het hoogste punt van het standaardtraject ligt rond 1.550 meter, met een optionele wandeling die tot ongeveer 2.000 meter gaat.

Je bent best een geoefende wandelaar, want er zitten stevige beklimmingen en afdalingen tussen en op bepaalde plaatsen wordt het pad technisch wat uitdagender. Dat hebben we zelf aan den lijve kunnen ondervinden. Vooral op de bijzonder steile afdalingen was het met momenten geen sinecure om overeind te blijven.

Natuurlijk zit daarin ook net de aantrekkingskracht en de uitdaging van deze wandeltochten. Het is geen jolige scoutswandeling waar je al zingend doorheen trekt. Concentratie is op bepaalde stukken absoluut vereist en je wordt er onderweg ruimschoots voor beloond. Je krijgt voortdurend een ander zicht op de Valle Centrale en de omliggende bergen. Dorpen verschijnen beneden in het dal, wijngaarden hangen tegen hellingen waarvan je je afvraagt wie ooit heeft besloten dat dit een geschikte plaats was om wijnstokken te planten en boven alles blijven de Alpen aanwezig.

Wandelen door een wijngebied

James kan je altijd blij maken met een goed glas wijn en dus blijft bij MacNay Travel & Wine de wijn nooit ver weg. Met hun thuisbasis in Piemonte zitten ze daarvoor natuurlijk op de juiste plaats.

Je hoeft het daarbij zeker niet altijd zo avontuurlijk te bekijken als de wandeling in de Valle d’Aosta die we eerder aanhaalden. In het Roero hebben ze bijvoorbeeld een meerdaagse wandeltocht uitgewerkt die Bra met Alba verbindt. Je wandelt er tussen wijngaarden, boomgaarden en de grillige Rocche del Roero, met onderweg tijd voor de lokale gastronomie en uiteraard wijn. In de Langhe is er dan weer een vierdaagse rondwandeling door de Baroloheuvels, waarbij acht van de elf Barolodorpen worden aangedaan. Wijnbezoeken en degustaties worden onderweg netjes voor je vastgelegd.

En wat gezegd van overnachten op een wijndomein? Een van hun vaste slaapplaatsen is Casa Pecchenino, de B&B van het gelijknamige wijndomein bij Dogliani. Wij kennen Pecchenino redelijk goed en zijn bijzonder liefhebber van hun Dolcettowijnen. Tijdens ons verblijf in Piemonte waren we ook onder de indruk van hun Alta Langa Spumante, gemaakt van druiven uit hoger gelegen wijngaarden. Zodanig zelfs dat we nog even langsreden om enkele flessen in te slaan.

Daardoor kregen we meteen ook een goede blik op de accommodatie. Het oude landhuis werd volledig gerestaureerd en telt slechts vijf kamers. Vanuit het domein kijk je uit over de wijngaarden en zit je meteen goed voor wandelingen richting Dogliani en de Baroloheuvels. Ik kan je verzekeren dat dit inderdaad geen onaangename plaats is om na een dag wandelen halt te houden.

Dat typeert eigenlijk mooi hoe James en Cinzia hun reizen samenstellen. Vaak vormt wandelen of fietsen de leidraad, terwijl wijndomeinen, restaurants, lokale gastronomie en bijzondere overnachtingsplaatsen mee in het parcours worden verwerkt. Soms trek je zelfstandig op pad, soms gaat James mee en op andere reizen ligt de nadruk veel sterker op wijn en gastronomie en is wandelen slechts een onderdeel van het programma.

En ze blijven nieuwe mogelijkheden zoeken. Naast Piemonte, de Valle d’Aosta en Ligurië organiseren ze ook begeleide wijnreizen en roadtrips in andere delen van Italië. Wie tussen hun bestaande programma’s zijn gading niet vindt, kan bovendien een volledig op maat gemaakte reis laten uitwerken. Het vertrekpunt kan dus evengoed een wandelvakantie zijn als een bepaalde wijnregio, een reeks producenten die je wilt bezoeken of gewoon de wens om een stuk Italië eens op een andere manier te leren kennen.

Een totaalpakket

Wat me vooral aansprak in het concept van James en Cinzia is dat ze een totaalpakket aanbieden. Je hoeft je nergens meer zorgen over te maken, alles wordt voor je geregeld. Je trekt verder, al wandelend of fietsend. Je bagage reist achter de schermen mee en staat bij aankomst netjes op je te wachten.

Een lunchpakket, het organiseren van een picknick onderweg? No stress, it’s done! Een bezoek aan een lokale kaasboer inbouwen, ervaren hoe de beroemde Salsiccia di Bra wordt gemaakt of een gerenommeerd Barolohuis bezoeken waarvan de deuren anders misschien gesloten zouden blijven? Ook dat wordt voor je geregeld.

James en Cinzia luisteren naar je wensen en proberen daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen, uiteraard rekening houdend met het budget dat je eraan wenst te spenderen. Voor verdere informatie mag je me altijd contacteren en ik breng je heel graag in contact met James. Je kunt natuurlijk ook gewoon zelf even een kijkje nemen op de website van Macnay Travel & Wine.

Zo beleef je Italië op een heel andere manier.

Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht

We hebben de voorbije zomervakantie doorgebracht in Piemonte. Daar hebben we specifiek de nodige tijd genomen om op ontdekking te gaan door Alto Piemonte. Het is een wijngebied waar we al langer een zwak voor hebben en waarvan ik tot mijn scha en schande moest vaststellen dat ik er, hoewel ik al vele malen Piemonte heb bezocht, nog niet was geraakt. Tot nu dus!

Met deze reeks surf ik wel mee op de huidige hype rond Alto Piemonte. Het lijkt wel dat deze regio zijn tweede adem heeft gevonden. De redenen moeten we niet ver gaan zoeken, hoor. Barolo, de naam is gevallen na amper zeven zinnen, is de belangrijkste wijn uit Piemonte. Daar gaat voorlopig niets of niemand verandering in kunnen brengen, ook al proberen de buren uit Barbaresco het wel en merk je hoe druk bezocht Barbaresco zelf ook is. Maar omdat de prijzen van Barolo de laatste jaren echt wel de pan beginnen uit te swingen, gaan de mensen dus op zoek naar alternatieven. We zien Langhe Nebbiolo en Nebbiolo d’Alba vlotjes terrein winnen. Hetzelfde kan gezegd worden van Alto Piemonte.

Al wil ik bij dat laatste onmiddellijk een kanttekening maken en een waarschuwend vingertje uitsteken. Ik ben wel degelijk geschrokken van de prijzen die er lokaal worden gevraagd voor deze wijnen. Dan bedoel ik uiteraard wel de ondergrens van de flesprijs. Naar boven toe is het ook wel pittig, maar de exorbitante Baroloprijzen blijven wel achterwege.

En dus nemen we je de komende weken mee naar de heuvels aan de uitlopers van de Alpen, waar de Monte Rosa aan de horizon opduikt en Nebbiolo een heel andere omgeving krijgt om zich in uit te drukken. We maken ook een kleine omweg, want hoewel Carema niet thuishoort bij Alto Piemonte, zou het zonde zijn dit prachtige wijngebied niet mee op te nemen in deze reeks.

🍇 Wat mag je verwachten?

1. Alto Piemonte: vulkanen, Alpen en oude bodems

We beginnen met het gebied zelf. Waar ligt Alto Piemonte precies, hoe ziet het landschap eruit, hoe zit de geologie in elkaar en waarom verschilt deze noordelijke wijnwereld zo sterk van de Langhe?

2. Van groot wijngebied naar bijna verdwenen wijngaarden

Vandaag oogt Alto Piemonte klein en versnipperd. Historisch lag dat helemaal anders. We bekijken hoe belangrijk de wijnbouw hier ooit was, waarom zoveel wijngaarden verdwenen en hoe het herstel van de voorbije decennia op gang kwam.

3. Nebbiolo wordt Spanna, en hij komt niet alleen

Nebbiolo vormt de rode draad doorheen Alto Piemonte, al wordt hij hier vaak Spanna genoemd. Vespolina, Uva Rara en Croatina spelen eveneens hun rol. We bekijken wat deze druiven bijdragen en waarom assemblages in het noorden van Piemonte zo vanzelfsprekend zijn.

4. Gattinara

Gattinara is wellicht de bekendste naam van Alto Piemonte en voor veel wijnliefhebbers de eerste kennismaking met de streek. De vulkanische ondergrond, de ligging en de dominantie van Nebbiolo geven Gattinara een heel eigen profiel.

5. Ghemme

Vervolgens trekken we naar Ghemme, de tweede DOCG van Alto Piemonte. De afstand tot Gattinara is beperkt, maar de bodems en de stijl van de wijnen zijn duidelijk anders.

6. Lessona

Lessona wint de laatste jaren meer en meer aan bekendheid. Reden genoeg om deze kleine appellatie een eigen zondag in de spotlights te geven. We bekijken wat Lessona zo bijzonder maakt en hoe de zandige bodems het karakter van de wijnen mee bepalen.

7. Boca en Bramaterra

Boca en Bramaterra zijn beide kleine appellaties, maar inhoudelijk bijzonder interessant. Het zijn twee gebieden die de heropleving van Alto Piemonte mooi illustreren. Kleine productie, veel oude wijngaarden en een ondergrond duidelijk mee het karakter bepaalt.

8. Fara, Sizzano en de andere denominaties

Niet elke appellatie geniet dezelfde bekendheid. Fara, Sizzano, Coste della Sesia en Colline Novaresi komen hier aan bod en maken het plaatje van Alto Piemonte een stuk completer.

9. Carema: de logische buitenstaander

Voor Carema maken we bewust een uitstap buiten wat doorgaans onder Alto Piemonte wordt verstaan. De appellatie ligt nog steeds in Piemonte, helemaal in het noorden van Canavese en tegen de grens met Valle d’Aosta. De terraswijngaarden, pergola’s en lokale interpretatie van Nebbiolo sluiten zo mooi aan bij onze reis door het noorden dat we Carema onmogelijk konden overslaan.

10. Masterclass Alto Piemonte

We sluiten de reeks af zoals een wijnreeks eigenlijk hoort te eindigen: met de flessen op tafel. Voor deze gelegenheid organiseren we een Masterclass Alto Piemonte waarin we verschillende appellaties proeven. Uiteraard krijgt ook Carema een plaats aan de proeftafel.

De oogst van druiven – Wanneer is de tijd rijp?

Het is half augustus als we dit artikel beginnen te schrijven en enkele weken geleden vertoefden we nog te midden van de wijngaarden. We konden toen al vaststellen dat de producenten druk in de weer waren met de voorbereiding van de oogst. Niet zozeer in de wijngaarden, wel in hun kelders. De oogst kondigt zich dit jaar in heel wat regio’s bijzonder vroeg aan. Bij producenten in Nizza en Asti spraken ze zelfs over drie weken vroeger dan vorig jaar. Hoog tijd dus om in de kelder alle ruimte vrij te maken die straks nodig is.

Het plukken van de druiven behoort immers tot de belangrijkste en drukste periodes in de productie van wijn. Tanks waarin soms nog wijn van de vorige oogst rust, moeten worden leeggemaakt, grondig gereinigd en opnieuw klaargemaakt voor wat eraan komt. Verschillende wijnbouwers die we bezochten, waren daarom vroeger dan aanvankelijk gepland bezig met het bottelen van hun vorige oogst.

Want zodra de druiven voldoende rijp zijn en klaar zijn voor de pluk, is er weinig ruimte meer om het werk uit te stellen. You can’t beat nature. Op dat moment moet je aan de slag.

Wanneer oogsten?

Het bepalen van de start van de oogst is niet meteen een eenduidig gegeven. Dé ideale oogstdatum bestaat immers niet. Er is een berg factoren waarmee de producent rekening moet houden. Zo heeft elk druivenras zijn eigen rijpingscyclus en kunnen zelfs binnen één domein verschillende percelen op andere momenten rijp zijn. Hoogte, oriëntatie, bodem, beschikbare hoeveelheid water, opbrengst en blootstelling aan de zon spelen allemaal een rol. Veel van die factoren worden uiteindelijk gestuurd door de natuur. Het is dan ook onmogelijk om maanden vooraf een vaste datum in de agenda te prikken met de melding: start van de pluk.

Waar de producent wel iets in te zeggen heeft, is het type wijn dat hij wil maken. Druiven voor een frisse mousserende wijn worden vroeger geoogst dan druiven bestemd voor een krachtige rode wijn. Voor zoete wijn kunnen de druiven veel langer blijven hangen en bij bepaalde wijnen wordt zelfs bewust gewacht op indroging of edele rotting. Ook dat gewenste eindresultaat bepaalt dus mee wanneer de pluk begint.

En dan komt het moment waarop de beslissing moet vallen. We hebben dit jaar enkele maanden gekend met extreme droogte en hoog oplopende temperaturen. Open ik nu mijn weerapp voor Alba, dan zie ik voor deze week bijna dagelijks regen in de voorspellingen staan. Dat betekent vloeken en nagelbijten voor de producent. Je wil niet oogsten wanneer het regent, maar tegelijk neemt de druk toe om een beslissing te nemen. Start ik toch met de oogst of stel ik die nog enkele dagen uit?

Het weer heeft uiteindelijk het laatste woord. De ideale rijpheid op papier heeft weinig waarde wanneer regen, hagel of andere weersomstandigheden ervoor kunnen zorgen dat een deel van de oogst verloren gaat.

Rijp en rijp is twee

Wat is rijp? De vraag lijkt eenvoudig. Neem een banaan. De ene vindt ze rijp zodra de schil volledig geel is. Iemand anders wacht tot de eerste bruine vlekken verschijnen. Beiden spreken over een rijpe banaan.

Met druiven is het weinig anders.

Een druif die perfect rijp is voor de productie van een basiswijn voor Champagne kan voor een volle rode wijn hopeloos vroeg geoogst lijken. Voor mousserende wijn zijn een hoge zuurgraad en een gematigd suikergehalte waardevol. Voor een krachtige rode wijn worden andere eigenschappen gezocht.

Rijpheid wordt dus niet alleen bepaald door het druivenras, het klimaat en het perceel, maar vooral door het type wijn dat men wil maken.

Met de veranderende klimaatomstandigheden zien we ook dat sommige producenten bewust hetzelfde perceel of druiven voor dezelfde wijn op verschillende momenten oogsten. Een eerste pluk kan vroeger plaatsvinden, wanneer de druiven nog wat meer zuren en frisheid bezitten. Later volgt dan een tweede oogst van rijpere druiven. Beide kunnen vervolgens afzonderlijk worden gevinifieerd en later worden samengebracht.

Opnieuw nemen we je graag mee naar de klimatologische omstandigheden van het huidige jaar. Bij aanhoudende warmte moet de producent beslissen hoe hij voldoende frisheid in de wijn kan behouden zonder te vroeg alles te oogsten. Een eerste, vroegere pluk van iets minder rijpe druiven kan daarop een antwoord zijn.

De balans in druiventaal

Poepsimpel gezegd: oogsten doe je wanneer de druif het juiste evenwicht heeft bereikt tussen zoet, zuur en rijpheid van de pitten. In de praktijk is dit helemaal niet poepsimpel! Vanaf de vruchtzetting van de kleine besjes, in het Frans zo mooi nouaison genoemd, begint een lange ontwikkeling. Eerst groeien de groene en nog bijzonder zure besjes verder. De grote omslag komt er bij de véraison, het moment waarop de druiven verkleuren en de eigenlijke rijpingsfase begint.

Het allerbelangrijkste is dat de bes gezond kan groeien en uiteindelijk uitgroeit tot een gezonde, goed ontwikkelde druif. Ook binnenin verandert er ondertussen voortdurend iets. De aanvankelijk zeer zure bes gaat tijdens de rijping steeds meer suikers opbouwen. Tegelijk neemt de hoeveelheid zuren af. De pitten evolueren stilaan van felgroen naar donkerder bruin en ook de schil verandert. Het moment waarop de druif geschikt wordt om geoogst te worden, komt steeds dichterbij.

Het bereikte suikergehalte geeft een goede aanwijzing voor het mogelijke alcoholgehalte van de latere wijn. Het kan eenvoudig worden gemeten met een refractometer. Suiker alleen vertelt echter onvoldoende. De zuurgraad is minstens even belangrijk. Daarom wordt ook de totale zuurgraad gevolgd en steeds vaker de pH gemeten. Naarmate de druif rijpt, daalt meestal de zuurgraad en stijgt de pH. Een te vroege oogst kan scherpe, groene en zure wijnen opleveren. Bij een te late oogst dreigen frisheid en spanning verloren te gaan.

Laat nu net die zoektocht naar het juiste evenwicht de laatste jaren nog belangrijker zijn geworden. Zeker in warme jaren zoals we dit jaar beleven. Hogere temperaturen versnellen de suikeropbouw en de afbraak van zuren. In heel wat wijngebieden is de oogst daardoor naar een vroeger tijdstip verschoven. Tijdens zeer warme jaren kan het suikergehalte zelfs sneller stijgen dan de aroma’s, schil en pitten verder rijpen. De wijnbouwer krijgt dan een lastig dilemma: wachten op een betere rijpheid en tegelijk een hoger alcoholgehalte en een lagere zuurgraad riskeren.

Wie ervan uitgaat dat het alleen draait om het evenwicht tussen zoet en zuur, katapulteert zichzelf een flink stuk terug in de tijd. Zeker bij blauwe druiven speelt ook de fenolische rijpheid een belangrijke rol. De schil bevat kleurstoffen en tannine die tijdens de vinificatie in de wijn terecht kunnen komen. Ook de pitten bevatten tannine. Tijdens de rijping wordt de schil soepeler, verkleuren de pitten meestal van groen naar bruin en verliest de tannine geleidelijk een deel van zijn groene en harde karakter.

Ben je tijdens de rijpingsfase op bezoek in een wijngebied, let dan maar eens goed op de producent. Je zal hem door zijn wijngaarden zien lopen, regelmatig een druif zien proeven of enkele bessen tussen zijn vingers zien pletten om aandachtig naar de pitten en de schil te kijken. Logisch, want proeven blijft een belangrijk onderdeel van het bepalen van de rijpheid. De wijnbouwer beoordeelt het vruchtvlees, kauwt op de schil en de pitten en let op groene, kruidige of rijpere aroma’s. Bij witte druiven ligt de nadruk sterker op de ontwikkeling van aroma’s en het behoud van voldoende frisheid.

Bruine pitten of een verhoute steelaanzet kunnen aanwijzingen zijn voor rijpheid en zijn dus mee bepalende factoren om het juiste evenwicht van de druif en daarmee het oogsttijdstip te bepalen. Het is wanneer de puzzelstukjes van de perfecte verhouding tussen zoet, zuur en de rijpheid van de pitten in elkaar vloeien dat de snoeischaar mag bovengehaald worden.

Handmatige of machinale oogst

Hoe je de druiven uiteindelijk gaat oogsten is de keuze van de producent. Of toch weer niet? Soms wordt gewoonweg voorgeschreven hoe je dient te oogsten. De ligging van de wijngaard kan van die aard zijn dat terrassenbouw, moeilijke bereikbaarheid en hellingsgraad machinale arbeid zo goed als onmogelijk maken. Het kan evenzeer zijn dat de regels van een bepaalde herkomstbenaming voorschrijven dat manuele oogst verplicht is. In dat geval heb je uiteraard geen andere keuze dan op zoek te gaan naar de nodige handen om je te helpen bij de oogst.

Makkelijker gezegd dan gedaan, want de tijd dat de lokale bevolking, familie en vrienden stonden te springen om de handen mee uit de mouwen te steken tijdens dit gelukzalige moment ligt al een hele tijd achter ons. Vandaag moet vaak een beroep worden gedaan op seizoenarbeiders die van regio naar regio of zelfs door verschillende landen trekken om mee te helpen aan de oogst.

Als je hierover met wijnproducenten praat, blijkt dat ook steeds minder evident te zijn. Lokale seizoenarbeiders halen er vaak hun neus voor op en ook in landen waar men bijvoorbeeld in Italië jarenlang een beroep deed op plukkers uit Albanië, Roemenië en Bulgarije, wordt het steeds moeilijker om voldoende mensen te vinden. Deze zomer kregen we zelfs te horen dat tegenwoordig seizoenarbeiders uit landen als Bangladesh worden aangetrokken. Sommige wijnbouwers waren daar niet meteen gelukkig mee, vooral omdat deze mensen vaak zonder ervaring in de wijnbouw aankomen en eerst moeten leren hoe ze zorgvuldig moeten oogsten.

Want dat een manuele oogst hard werken is, mag duidelijk zijn. Ik heb het zelf ooit mogen ervaren, weliswaar in lang vervlogen tijden, en heb dus aan den lijve kunnen vaststellen dat het niet simpel is. De herinnering staat dan ook voor eeuwig in mijn geheugen gekerfd. Het komt erop neer dat de trossen met een snoeischaar worden afgesneden en meestal in kleine bakken worden verzameld. De druiven kunnen daarbij onmiddellijk worden geselecteerd. Beschadigde, beschimmelde of onvoldoende rijpe trossen kunnen gewoon in de wijngaard achterblijven.

Handpluk is vooral belangrijk wanneer volledige trossen intact in de kelder moeten aankomen, bij kwetsbare druiven, op steile hellingen of wanneer zeer nauwkeurig geselecteerd moet worden. Bij wijnen met edele rotting kunnen zelfs verschillende passages door dezelfde wijngaard nodig zijn, waarbij telkens uitsluitend de geschikte druiven worden geplukt.

Wanneer een perceel eenmaal rijp is verklaard en de oogst ervan begint, wil je natuurlijk vooruit. Het weer kan omslaan en de druiven die vandaag perfect zijn, hoeven dat enkele dagen later niet meer te zijn. Vermoeid of niet, op zulke momenten moet er worden doorgewerkt. Dat betekent overigens niet dat het volledige domein in één ruk wordt geoogst. Andere percelen of druivenrassen kunnen gerust pas dagen of weken later aan de beurt zijn.

Leve de machinale oogst dus? Laat me dit toch even counteren en nuanceren. Ja, leve de machinale oogst als het niet de ambitie van de producent is om een kwalitatieve, hoogwaardige wijn te maken, maar eerder mooie, drinkbare volumewijnen. Voor dat type productie zijn snelheid, efficiëntie en kostprijs nu eenmaal belangrijke argumenten. Wie een topwijn wil maken en daarbij zeer streng wil selecteren, zal nog altijd vaker voor een manuele oogst kiezen.

Toch is het gelukkig zo dat de moderne oogstmachine de voorbije decennia een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt. Machinale oogst staat vandaag dus niet automatisch gelijk aan slechte kwaliteit. De machine beweegt over de wijnrij en brengt de druiven los door de wijnstok gecontroleerd te laten trillen. Bladeren en ander plantaardig materiaal kunnen al tijdens het oogsten gedeeltelijk worden verwijderd.

De voordelen van een machinale oogst zijn duidelijk. Machinaal oogsten gaat snel en vraagt veel minder personeel. Een groot perceel kan precies op het gewenste moment worden geoogst en wanneer regen wordt voorspeld, kan in enkele uren werk worden verricht waarvoor een ploeg plukkers veel langer nodig zou hebben. Bovendien kan met een oogstmachine ook ’s nachts worden gewerkt, wat zeker in warme wijngebieden een belangrijk voordeel vormt.

De vroegere gedachte dat machinale oogst automatisch druiven van mindere kwaliteit oplevert, is ondertussen achterhaald. Moderne machines kunnen zeer nauwkeurig worden ingesteld en beschikken over systemen die bladeren, steeltjes en ander ongewenst materiaal al tijdens de oogst verwijderen.

Er blijven uiteraard beperkingen. Wanneer volledige trossen nodig zijn of wanneer een zeer nauwkeurige selectie noodzakelijk is, blijft handmatige pluk de aangewezen methode. Een oogstmachine kan bovendien bessen beschadigen, waardoor sap vrijkomt. Ook bladeren, insecten en ander materiaal kunnen tussen de geoogste druiven terechtkomen, al beschikken moderne machines over steeds betere systemen om dit al tijdens de oogst te verwijderen.

De druiven pamperen

Eens je aan de oogst bent begonnen en de eerste trossen in de bakjes terechtkomen, is het zaak om de geplukte druiven zoveel mogelijk te pamperen. En dat begint met de temperatuur. Niet eenvoudig tijdens deze steeds warmere periodes, maar wel noodzakelijk. Warm geoogste druiven zijn immers kwetsbaarder. Ze worden gemakkelijker beschadigd en vrijgekomen sap oxideert sneller. Ook gisten en bacteriën worden actiever naarmate de temperatuur stijgt.

Daarom proberen steeds meer producenten vroeg in de ochtend of tijdens de nacht te oogsten. Vooral in warme gebieden is nachtelijke oogst intussen heel gewoon geworden. Mechanische oogstmachines hebben hier een praktisch voordeel omdat ze urenlang met verlichting kunnen blijven werken. Bij handmatige oogst begint men vaak zeer vroeg in de ochtend en stopt men wanneer de temperatuur te hoog oploopt.

Ook de manier waarop de druiven worden verzameld speelt een rol. Bij manuele oogst worden vaak kleine bakken gebruikt, zodat de onderste trossen niet onder het gewicht van een grote hoeveelheid druiven worden geplet. Hoe minder beschadigde bessen, hoe kleiner de kans dat sap vroegtijdig vrijkomt en begint te oxideren.

De race tegen de tijd begint dus vanaf de start van de oogst. Eens de druiven in de kratjes terechtkomen, moeten ze zo snel mogelijk naar de kelder worden gebracht. Daar kan indien nodig koeling worden ingezet en kunnen de druiven onder gecontroleerde omstandigheden verder worden verwerkt.

Ben je door de omstandigheden genoodzaakt om toch in de regen te oogsten, dan stelt zich uiteraard een ander probleem dan de temperatuur. Natte druiven brengen extra water mee naar de kelder en zijn gevoeliger voor beschadiging. Wanneer de regen gepaard gaat met langere periodes van vochtigheid, neemt bovendien het risico op rot toe. Ook dan moeten de druiven dus extra gepamperd worden, zodat ze in zo goed mogelijke conditie de kelder bereiken en aan de verwerking kunnen beginnen.

Argusogen

Eenmaal in de kelder kunnen de druiven opnieuw worden gecontroleerd. Dat gebeurt vaak op een sorteertafel, waar de druiven op een band voorbijschuiven en de trieerders de oogst met argusogen bekijken. Bladeren, beschadigde druiven, onrijpe bessen en andere ongewenste elementen worden er zorgvuldig uitgehaald.

Naast de klassieke sorteertafel bestaan ondertussen ook geavanceerde systemen waarbij druiven automatisch worden geselecteerd op basis van vorm, kleur en andere eigenschappen. Dergelijke apparatuur kan bijzonder precies werken, al blijft de eerste selectie in de wijngaard minstens even belangrijk. Wat nooit in de oogstbak terechtkomt, hoeft later ook niet meer verwijderd te worden.

Feit of fabel?

Laten we het oogstmoment op een ludieke wijze afsluiten en enkele stellingen over het oogsten bevestigen of weerleggen.

Stelling 1: Een druif rijpt verder nadat ze geplukt is

Fabel. Zodra de druif van de wijnstok wordt afgesneden, stopt haar normale rijpingsproces. Ze kan nog vocht verliezen en daardoor geconcentreerder worden, maar ze bouwt geen nieuwe suikers meer op via fotosynthese. Het oogstmoment is dus definitief.

Stelling 2: Alle druiven binnen één tros zijn even rijp

Fabel. Zelfs binnen één tros kunnen bessen verschillen in grootte, suikergehalte en rijpheid. Dat verschil kan nog groter zijn wanneer de bloei en vruchtzetting ongelijkmatig zijn verlopen. Ook daarom kan selectie tijdens de oogst belangrijk zijn.

Stelling 3: Rotte druiven zijn altijd waardeloos

Fabel. Meestal wil je rot absoluut vermijden, maar Botrytis cinerea kan onder heel specifieke omstandigheden voor edele rotting zorgen. De druiven verschrompelen dan langzaam, waardoor suiker, zuren en aroma’s zich concentreren. Zonder de juiste weersomstandigheden krijg je echter gewone grijze rot en daar wordt geen wijnbouwer vrolijk van.

Stelling 4: Na de oogst zit het zwaarste werk erop

Fabel. Voor de plukkers misschien, voor de wijnmaker allerminst. Zodra de druiven de kelder binnenkomen, begint een bijzonder intense periode waarin alles snel moet worden verwerkt en de vergistingen op gang komen. Tegelijk vraagt ook de wijngaard alweer aandacht met het oog op het volgende wijnjaar.

Stelling 5: De rijpste druiven leveren niet noodzakelijk de beste wijn op

Feit. Het klinkt misschien vreemd, maar maximale rijpheid is niet hetzelfde als optimale rijpheid. Laat je druiven steeds verder rijpen, dan kan het suikergehalte verder oplopen terwijl de zuren afnemen en het potentiële alcoholgehalte toeneemt. Op een bepaald moment kan je dus perfect rijpe druiven hebben die voor het type wijn dat je wil maken eigenlijk al te rijp zijn. De beste druif is uiteindelijk de druif die op het juiste moment wordt geplukt voor de wijn die de producent voor ogen heeft.

De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €