Als je door Piemonte trekt, dan verwacht je heuvels, bergen, wijngaarden, hazelaars en bergmeren. Maar zowel tijdens ons verblijf in Moncalvo, in de omgeving van Asti, als tijdens ons verblijf in La Morra viel het ons op hoe snel het landschap veranderde zodra we enkele kilometers richting Torino reden. Kilometers en kilometers aaneengesloten rijstvelden doken op. Hier verdwijnen de heuvels en opent zich een immense vlakte waarin water minstens even belangrijk is als aarde. Dit is het andere culinaire Piemonte: het Piemonte van de rijst. Rijst voor de vermaarde risotto.
In het voorjaar worden de rijstvelden onder water gezet en verandert de vlakte in wat de Piemontesi graag il mare a quadretti noemen, de zee in vierkantjes. Honderden rechthoekige percelen weerspiegelen de lucht en in de verte tekenen de Alpen zich af aan de horizon. Een paar maanden later is dat spiegelende landschap dichtgegroeid met rijstplanten. Vanaf september kleuren de velden goud en begint de oogst.
Piemonte is goed voor ongeveer de helft van het Italiaanse rijstareaal, met Vercelli en Novara als belangrijkste centra van de rijstteelt. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Tijdens ons bezoek maakten we een stop om deze rijstvelden eens van dichtbij te bekijken. Op zich echt wel indrukwekkend.
Eén grote waarschuwing echter voor wie in onze voetsporen wil treden en halt wil houden in de rijstvelden. Neem je voorzorgen! Wij konden niet vlug genoeg terug in onze wagen zijn om ons in te smeren met muggenmelk. Het krioelt er van deze steekgrage beestjes.
Een waterlandschap
We waren er in de tweede helft van juli en ergens is dit wel spijtig, want er werd me ingefluisterd dat wie de rijstvelden alleen tijdens de zomer ziet, een belangrijk deel van hun schoonheid mist. De foto’s die we nadien opzochten, konden dat alleen maar bevestigen. In het voorjaar, wanneer de velden volledig onder water staan, krijg je dat typische spiegelende landschap. Naarmate de oogst in september dichterbij komt, kleuren diezelfde rijstvlakten steeds meer goud. Twee totaal verschillende gezichten dus.
Ze ondergaan dan ook een hele metamorfose in de periode van april tot september. En uiteraard speelt water daarin een hoofdrol. Het bevloeit de planten, remt de ontwikkeling van onkruid en helpt tegelijk de temperatuur rond de rijstplant te regelen.
Die natuurlijke temperatuurregulatie door het water is een cruciaal onderdeel van de rijstteelt. De rijstvelden liggen immers dicht bij de Alpen en, hoewel wij het ons deze zomer moeilijk konden voorstellen, blijven koude nachten zelfs in juli mogelijk. Water warmt langzaam op en koelt langzaam af. Daardoor worden grote temperatuurschommelingen afgevlakt. Tijdens gevoelige fases van de ontwikkeling kan het waterpeil zelfs worden verhoogd om de jonge pluim in de plant tegen koude te beschermen.
In juli verandert het uitzicht opnieuw. De rijstplanten hebben de ruimte tussen de rijen volledig ingenomen en, zoals we zelf hebben kunnen vaststellen, was er van het water nog nauwelijks iets te zien.
De ondergelopen rijstvelden hebben trouwens nog een bijkomend effect. Ze vormen tijdens lente en zomer een belangrijk leefgebied voor onder meer reigers, zwaluwen, libellen en kikkers. En zoals we zelf uitgebreid hebben mogen ondervinden: ook voor muggen!

Carnaroli, gemaakt voor risotto
Voor alle duidelijkheid: er bestaan meerdere rijstsoorten die uitstekend geschikt zijn voor risotto, zoals Arborio of Vialone Nano. Persoonlijk heeft Carnaroli altijd een ‘korreltje’ meer. Blijkbaar ben ik niet alleen, want tussen alle Italiaanse rijstsoorten heeft Carnaroli een bijzondere reputatie opgebouwd. Hij wordt geregeld de koning van de risottorijst genoemd en daar zijn goede technische redenen voor.
Carnaroli ontstond in 1945 in Paullo, bij Milaan, uit een kruising van Vialone en Lencino. De rijst heeft grote, langwerpige en parelachtige korrels en een hoog amylosegehalte. Dat laatste zorgt ervoor dat de korrel tijdens het koken stevig blijft en een grote kookvastheid heeft.
En dat is exact wat een goede risotto nodig heeft. Tijdens het garen komt voldoende zetmeel vrij om het kookvocht te binden en de risotto zijn typische romigheid te geven. Tegelijk blijft de kern van de korrel stevig en behoudt hij goed zijn vorm, ook wanneer de rijst tijdens de bereiding regelmatig wordt geroerd.
Net dat is het verschil met bijvoorbeeld Arborio. De korrel is iets langer en steviger en behoudt zijn beet langer tijdens het koken. Arborio kan sneller van beetgaar naar te zacht evolueren, terwijl Carnaroli een grotere kookvastheid heeft. Dat geeft je tijdens de bereiding iets meer speelruimte en maakt het gemakkelijker om dat belangrijke evenwicht te bereiken tussen een romige risotto en afzonderlijke korrels die nog duidelijk voelbaar zijn.
Het groeiproces van de Risone
Onwetendheid staat vaak synoniem voor onzekerheid. Zelf was ik toch al wel flink opgeschoten in mijn leven alvorens ik doorhad dat de rijstvelden niet enkel te vinden zijn in het Verre Oosten. Laat staan Italië. Het boeit me dan ook om te weten hoe dit groeiproces in elkaar steekt, want voor Carnaroli uiteindelijk als witte rijstkorrel in onze keuken belandt, heeft hij er een behoorlijk lang verblijf op het veld opzitten. Voor Carnaroli duurt dit proces ongeveer 165 dagen en het is daarmee een vrij laat rijpend ras. Wie in april zaait, komt voor de oogst dus al snel eind september uit.
Net zoals voor wijn start alles op het veld, in dit geval met de voorbereiding van de rijstvelden. Na de winter wordt de grond bewerkt en zorgvuldig geëgaliseerd. Belangrijk want het water moet later zo gelijkmatig mogelijk over het hele perceel verdeeld kunnen worden. De velden zijn daarom opgedeeld in zogenaamde camere, vlakke percelen die door lage dijken van elkaar worden gescheiden en waarin het waterpeil afzonderlijk kan worden geregeld. We zagen ter plekke dat er tussen deze camere grachten of irrigatiekanaaltjes waren aangelegd.
Het zaaien start vanaf de tweede helft van april en kan vandaag op verschillende manieren gebeuren. Bij de traditionele methode, de semina in acqua, wordt het rijstveld eerst onder een ondiepe laag water van ongeveer 3 tot 5 centimeter gezet. Vervolgens rijdt een tractor met een strooier over het perceel en wordt het rijstzaad breedwerpig en zo gelijkmatig mogelijk over het water verdeeld. De zaden zakken naar de bodem en beginnen daar te kiemen.
Daarnaast is ook de droge zaai sterk ingeburgerd. Daarbij wordt het zaad rechtstreeks in de droge bodem gezaaid, vaak in rijen. Pas later wordt het veld onder water gezet. Vanaf dan wordt het waterpeil voortdurend aangepast aan de ontwikkeling van de rijstplant.
Na de kieming verschijnen de jonge rijstplantjes en begint de zogenaamde uitstoeling. Vanuit de basis van één plant ontstaan meerdere stengels. Hoe goed die ontwikkeling verloopt, bepaalt mee hoeveel bloeistengels, de zogenaamde pluimen, de plant uiteindelijk vormt en dus ook hoeveel rijstkorrels ze kan produceren.
Naarmate de planten groeien, verdwijnt het water stilaan uit het zicht. Dat was precies het stadium waarin wij de rijstvelden in juli aantroffen. Wat vanop afstand één dicht groen tapijt lijkt, bestaat ondertussen uit planten die volop bezig zijn met de vorming van hun pluimen. Die pluim ontstaat aanvankelijk verscholen in de stengel en komt later boven de plant uit.
Daarna volgt de bloei. Aan iedere pluim zitten talrijke kleine bloempjes die na bevruchting uitgroeien tot rijstkorrels. Vanaf dat moment verschuift alle energie van de plant naar de ontwikkeling en rijping van die korrels. Tijdens de laatste weken verandert het landschap opnieuw. De planten verliezen hun felle groene kleur, de pluimen worden zwaarder en buigen door onder het gewicht van de rijst. Stilaan verschijnen de gele en goudkleurige tinten.
Voor de oogst worden de rijstvelden drooggelegd. De toevoer van irrigatiewater wordt afgesloten en via greppels, kanaaltjes en regelbare afvoerpunten laat men het water geleidelijk uit de percelen wegstromen. De zorgvuldig geëgaliseerde velden kunnen zo voldoende opdrogen zodat de bodem stevig genoeg wordt voor de oogstmachines. Vanaf september verschijnen de maaidorsers op het veld. Zij snijden de rijstplanten af en scheiden de rijstkorrels meteen van de halmen.
Wat dan wordt geoogst, lijkt echter nog helemaal niet op de witte Carnaroli die we in een verpakking kopen. Iedere korrel zit nog opgesloten in zijn harde buitenste kaf. In Italië spreekt men op dat moment van risone. Die ongepelde rijst moet eerst worden gedroogd en daarna verder worden verwerkt voor de eigenlijke witte rijstkorrel tevoorschijn komt.
Van risone naar witte rijstkorrel
Na de oogst begint de weg naar het eindproduct met het reinigen en drogen van de risone. Vers geoogste rijst bevat nog te veel vocht om veilig te kunnen bewaren. Stof, aarde, stukjes plant en andere onzuiverheden worden verwijderd en warme lucht brengt vervolgens het vochtgehalte van de korrels naar een niveau waarbij de rijst gedurende langere tijd kan worden opgeslagen zonder te gaan schimmelen of bederven.
Daarna begint de eigenlijke verwerking. De eerste stap heet in Italië sbramatura. De korrels worden tussen rollen geleid die het harde kaf, de lolla, losmaken zonder de rijstkorrel zelf te breken. Dat kaf vertegenwoordigt ongeveer een vijfde van het gewicht van de ongepelde rijst. Wat overblijft is riso integrale, zilvervliesrijst dus. De korrel heeft op dat moment zijn buitenste beschermlaag verloren, maar het vlies en de kiem zitten er nog rond en aan.
Om de witte rijst te krijgen die we voor risotto gebruiken, volgt de sbiancatura, het witten van de rijst. Daarbij worden de buitenste lagen van de korrel geleidelijk door wrijving en lichte abrasie verwijderd, een gecontroleerde schurende werking waarbij het vlies laag voor laag wordt afgesleten. Ook de kiem verdwijnt tijdens deze bewerking. Onder het bruine vlies verschijnt uiteindelijk de witte, parelachtige korrel die zo kenmerkend is voor Carnaroli.
Na het witten volgt ten slotte nog een selectie. Gebroken, onrijpe, verkleurde of afwijkende korrels worden verwijderd, tegenwoordig onder meer met optische sorteermachines die iedere rijstkorrel controleren. Pas daarna is de Carnaroli klaar om verpakt te worden.
Fan van Acquerello
De reden waarom ik Carnaroli de beste risottorijst vind, is simpelweg te herleiden tot Acquerello. Van alle merken risottorijst die ik tot op heden heb mogen proeven, is die van Acquerello mij altijd het meest bijgebleven. Toen we afgelopen zomer in Piemonte de rijstvelden bezochten, ging ik dan ook op zoek naar de reden waarom. Blijkt dat men bij Acquerello anders werkt dan we tot hier hebben beschreven. En dan vooral in het gedeelte tussen oogst en verwerking.
Na het drogen wordt de ongepelde Carnaroli opgeslagen in gekoelde silo’s bij een temperatuur onder 15 graden. Daar rijpt hij minstens één jaar voordat de verdere verwerking begint. Een klein gedeelte blijft aanzienlijk langer liggen en kan tot acht jaar rijpen.
Tijdens die rijping stabiliseert het zetmeel. Daardoor verspreidt het zich tijdens het koken minder snel in het kookvocht en kan de korrel meer vloeistof en smaak opnemen terwijl hij zijn beet goed behoudt.
Na de rijping volgt de verwerking tot witte rijst. Ook hier wijkt Acquerello af van de gebruikelijke werkwijze. Bij de klassieke sbiancatura worden de buitenste lagen van de rijst verwijderd met machines die werken op basis van abrasie en wrijving. Acquerello gebruikt daarvoor een oude helixmethode uit 1875. Die is specifiek ontwikkeld om de rijst veel zachter te witten, zodat de korrels tijdens het verwijderen van de buitenste lagen zo weinig mogelijk beschadigd raken of breken.
Het meest opvallende gebeurt daarna. Zoals we eerder schreven, verdwijnt tijdens de klassieke sbiancatura ook de kiem. Acquerello ontwikkelde een gepatenteerd procedé waarbij die kiem opnieuw met de witte rijstkorrel wordt samengebracht. Hoe dat technisch precies gebeurt, houdt men grotendeels voor zichzelf. Zo probeert men een deel van de voedingsstoffen uit de kiem te behouden zonder de eigenschappen van witte Carnaroli op te geven.
Ik ben geen rijstspecialist en het klinkt me allemaal misschien een beetje vreemd in de oren. Maar eens deze rijst in de pot zit, proef je wel degelijk waarom de koning van de risottorijst plots als de Rolls Royce van de rijst wordt omschreven. Voor mij stond het besluit dan ook vast: deze Carnaroli mocht mee in het assortiment.
Risotto al coniglio, zafferano e funghi porcini
Een van mijn favoriete risotto’s en meteen een gerecht waarin Carnaroli helemaal tot zijn recht komt. De aardse smaak van porcini, de kruidigheid van saffraan en het zachte konijn vormen samen een behoorlijk rijke risotto, zonder dat de rijst zelf naar de achtergrond verdwijnt.
Ingrediënten voor 6 personen
Voor de risotto
• 600 g Carnaroli rijst
• 1 sjalot, fijngesneden
• 1,5 dl droge witte wijn
• 40 g gedroogde porcini
• 1 potje saffraan
• 100 g Parmigiano Reggiano, fijn geraspt
• 2 el boter
• Peper en zout
Voor het konijn en de saus
• 3 konijnenruggen
• Een beetje boter om aan te bakken
• 1 dl olijfolie
• ½ dl citroensap
• 1 el fijngehakte oregano
• 2 teentjes knoflook
• 2 dl kippenbouillon
• Maïzena
• Peper en zout
Voor de bouillon
• 2 liter water
• 1 ui
• 1 wortel
• 1 stengel bleekselderij
• 1 kleine prei
• 2 takjes peterselie
• 1 laurierblad
• Enkele zwarte peperkorrels
• Zout
• Het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini
De bereiding
De porcini
Week de gedroogde porcini ongeveer 30 minuten in warm water.
Giet ze af en vang het weekwater op. Zeef dit zeer grondig, liefst tweemaal of door een fijne doek, zodat er zeker geen zand meer achterblijft.
Snijd de geweekte porcini in grove stukken en zet ze apart.
De bouillon
Snijd de ui, wortel, bleekselderij en prei grof. Doe ze samen met de peterselie, het laurierblad en enkele peperkorrels in een kookpot en overgiet met ongeveer 2 liter koud water.
Breng langzaam aan de kook en laat ongeveer 45 minuten zacht trekken.
Zeef de bouillon en voeg het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini toe. Breng licht op smaak met zout. De bouillon mag vrij neutraal blijven, want de porcini, saffraan, Parmigiano Reggiano en het konijn zorgen later voor voldoende smaak.
Neem een kleine hoeveelheid warme bouillon apart en laat hierin de saffraan enkele minuten trekken.
Houd de rest van de bouillon warm.
Het konijn en de saus
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Kruid de konijnenruggen met peper en zout. Bak ze rondom aan in een beetje boter en leg ze vervolgens in een braadslede.
Pel de knoflook en pers hem fijn. Meng de olijfolie met het citroensap, de oregano en de knoflook. Giet dit mengsel over de konijnenruggen.
Plaats de braadslede in de oven en laat het konijn ongeveer 15 tot 20 minuten garen. Bestrijk het vlees tijdens het braden regelmatig met het braadvocht.
Haal de gare konijnenruggen uit de braadslede en houd ze warm.
Giet het braadvocht in een kleine pan, voeg de kippenbouillon toe en breng aan de kook. Meng een beetje maïzena met koud water en bind hiermee de saus lichtjes. Laat nog enkele minuten zacht koken en breng op smaak met peper en zout.
De risotto
Verhit 1 eetlepel boter in een ruime kookpot en fruit de fijngesneden sjalot zachtjes aan zonder ze te laten kleuren.
Voeg de Carnaroli toe en laat de rijst enkele minuten tostare. Roer regelmatig tot de korrels goed warm zijn.
Giet de witte wijn erbij en laat deze vrijwel volledig verdampen.
Voeg vervolgens de porcini en de apart gehouden bouillon met saffraan toe.
Roer regelmatig en voeg telkens opnieuw een pollepel warme bouillon toe zodra de rijst het vocht grotendeels heeft opgenomen. Zorg ervoor dat de rijst tijdens het garen steeds net onder de bouillon blijft staan en blijf regelmatig roeren.
Haal de kookpot ongeveer 14 minuten nadat de eerste bouillon werd toegevoegd van het vuur. De rijst moet op dat moment nog duidelijk beet hebben.
Voeg de resterende boter en de geraspte Parmigiano Reggiano toe en roer stevig door de risotto. Breng op smaak met peper en eventueel een beetje zout.
Plaats het deksel op de kookpot en laat de risotto ongeveer 2 minuten rusten.
Controleer daarna de structuur. De risotto moet romig en vloeiend zijn. Voeg indien nodig nog een kleine hoeveelheid warme bouillon toe zodat hij mooi all’onda wordt.
Afwerking
Snijd het vlees van de konijnenruggen. Je kunt het in kleinere stukken onder de risotto mengen of in grotere stukken boven op de risotto schikken. Mijn voorkeur gaat naar dat laatste, omdat zowel het konijn als de rijst dan beter herkenbaar blijven.
Verdeel de risotto over warme borden, schik het konijn erop en werk af met een beetje van de saus en enkele blaadjes oregano.
Wie het artikel tot hier gevolgd heeft, weet ondertussen welke Carnaroli bij mij hiervoor in de pot belandt: Acquerello.

Filed under: Cibo Italiano | Tagged: acquerello, carnaroli, Italian wine ambassador, piemonte, rijst, risotto, wijn, wijnblog, wijnkennis, wineblog, wineblogger | Leave a comment »









