Italië is rijk aan unieke streekproducten, elk met een heel eigen karakter. Hoe verder je naar het zuiden trekt, hoe pittiger de keuken vaak wordt. Peperoni duiken er haast overal op, van eenvoudige pastagerechten tot stevige vleesbereidingen. Maar wat is nu eigenlijk het pikantste ingrediënt dat Italië te bieden heeft? Grote kans dat het antwoord uit Calabrië komt: nduja.
Nduja, hoor ik je al denken, dat lijkt een schrijffout van een gezonde vloek te zijn. Best mogelijk dat je na het proeven van nduja wel degelijk enkele krachttermen gaat gebruiken. Nduja is immers een van die producten die je niet vergeet na een eerste kennismaking. Deze smeerbare, pittige worst uit Calabrië heeft iets ruws en direct, maar tegelijk ook iets bijzonder verleidelijks. Ze is vettig, kruidig, rokerig en scherp, maar vooral ongelooflijk smaakvol. Een kleine hoeveelheid volstaat om een gerecht een heel andere intensiteit te geven.
Een smeerbare salume
Nduja kaderen we binnen de grote familie van de Italiaanse salumi, al bezit het wel een heel eigen karakter. Het is een zachte, smeerbare en gefermenteerde varkenssalume uit Calabrië, meer bepaald uit Spilinga, een klein stadje in het zuiden van de regio, niet ver van de Tyrreense kust. De basis bestaat uit varkensvlees met een hoog vetgehalte, krachtig op smaak gebracht met Calabrische peper. Deze peper bepaalt het pittige karakter van nduja: hij zorgt voor de hitte, de dieprode kleur en die prikkelende, meteen herkenbare smaak.
Ook de naam heeft een geschiedenis. Vaak wordt een verband gelegd met het Franse andouille, mogelijk via het Huis Anjou, dat in de middeleeuwen over delen van Zuid Italië heerste. Daarnaast zijn er gelijkenissen met de Spaanse sobrasada, wat dan weer aan de Aragonese aanwezigheid in de regio doet denken. Boeren verkochten in die tijd de meest gegeerde delen van het varken, terwijl vet, snijresten en orgaanvlees voor eigen gebruik achterbleven. Door die te malen, stevig te kruiden, in een darm te stoppen en te laten rijpen, ontstond nduja.
Van vetgehalte tot rijping
Vergeleken met een klassieke droge worst is nduja een heel ander product. Waar de meeste salumi vooral steunen op mager vlees met een beperktere hoeveelheid vet, ligt die verhouding bij nduja bijna omgekeerd. Dat hoge vetgehalte verklaart waarom nduja ook na rijping zacht en smeerbaar blijft.
Voor de productie worden logischerwijze vooral vettere delen van het varken gebruikt, zoals guanciale, buik en schouder. In Calabrië worden daarnaast ook delen verwerkt die elders vaker voor ham of prosciutto dienen. Omdat het warme, drogere klimaat er minder geschikt is voor de klassieke productie van prosciutto, zocht men er andere manieren om vlees te conserveren. Precies uit die context groeide nduja uit tot een product met een heel eigen identiteit.
Voor nduja worden fijngemalen varkensvlees en vet vermengd met zout en een royale hoeveelheid gemalen Calabrische peper. Traditioneel ging dat mengsel in een stevige darm, meer bepaald een deel van de dikke darm van het varken. Die omhulsels konden groot en zwaar zijn en moesten vervolgens weken of zelfs maanden rijpen. Vandaag gebruikt men vaker kleinere formaten, die praktischer zijn in de winkel en thuis in de keuken.
Na het vullen laat men nduja eerst fermenteren in een warme ruimte. Tijdens die fase ontstaat die licht zurige, wat rebelse smaak die het product mee zijn eigen karakter geeft. Vervolgens rijpt ze verder in een koelere ruimte, waar haar smaak voller en dieper wordt.
Vroeger werd nduja vaak gerookt om bederf tegen te gaan. Intussen is dat vooral een kwestie van stijl en smaak. Sommige producenten kiezen nog altijd voor een duidelijk rokerig profiel, terwijl anderen het roken achterwege laten en meer nadruk leggen op het samenspel van vlees, zuur en peper.
Ook de rijping heeft invloed op nduja. Die duurt doorgaans enkele maanden, vaak ergens tussen twee en zes, afhankelijk van het formaat en de werkwijze van de producent. Vooral kleur en smaak evolueren daarbij duidelijk. Een jonge nduja is helderder rood en komt pittiger over. Naarmate ze langer rijpt, wordt de kleur dieper, richting baksteenrood, en krijgt de smaak meer rondeur. Ook het vlees en een eventuele rooktoets komen dan nadrukkelijker naar voren.
Steeds bekender buiten Calabrië
Nduja heeft lang een bescheiden reputatie gehad. Dat had wellicht te maken met haar oorsprong in een arme, landelijke keuken. Lange tijd bleef ze vooral een streekproduct dat buiten Calabrië amper bekend was. Daar is de voorbije jaren duidelijk verandering in gekomen. In restaurants duikt ze steeds vaker op, van pizza en geroosterd brood tot pastasauzen. Ook gespecialiseerde delicatessenzaken nemen haar vaker op in het assortiment. Wat vroeger moeilijk te vinden was, is vandaag een stuk toegankelijker geworden.
Wie nduja koopt, let best even op de samenstelling. Anders dan sommige andere Italiaanse specialiteiten heeft nduja geen strikt beschermde status. Daardoor loont het om de ingrediëntenlijst te bekijken. Goede nduja bestaat doorgaans uit varkensvlees, zout en Calabrische pepers. Die eenvoudige basis is belangrijk, want niet alles wat als nduja verkocht wordt, benadert het origineel. Producten die allerlei snijresten van andere charcuterie verwerken, missen vaak het typische karakter.
Nduja aan tafel
Nduja dankt haar culinaire waarde in de eerste plaats aan haar textuur. Door haar hoge vetgehalte is ze zacht, smeerbaar en bijzonder eenvoudig te verwerken. Zodra ze warmte krijgt, lost ze bijna volledig op in een gerecht. Net daardoor is ze zo bruikbaar in de keuken. Een kleine hoeveelheid volstaat vaak al om een bereiding meer kracht en karakter te geven.
Die eigenschap maakt nduja ook zo flexibel in gebruik. Voeg je haar vroeg toe aan een hete pan, dan vermengen peper, vet en vleessappen zich met de rest van het gerecht. Zo ontstaat een kruidige basis voor bijvoorbeeld tomatensaus, peulvruchten of een stoofpot. Roer je haar pas op het einde door een bereiding, dan blijft haar smaak nadrukkelijker op de voorgrond. Beide werkwijzen zijn interessant, maar ze leiden tot een ander eindresultaat.
Vooral in pastagerechten zie je goed wat nduja kan doen. In tomatensaus verdwijnt ze haast volledig, maar tegelijk wint de saus aan body en intensiteit. Ze brengt pit, vlezigheid en een subtiele rokerige toets samen in één geheel. Daardoor werkt nduja niet alleen als kruiding, maar ook als smaakversterker.
De eenvoudigste manier om haar te leren kennen blijft wellicht ook de beste. Op warm, geroosterd brood komt haar karakter meteen tot zijn recht. De warmte maakt haar nog smeuïger en met wat kaas erbij krijg je een combinatie die tegelijk eenvoudig en bijzonder doeltreffend is.
Daar stopt het natuurlijk niet. Nduja voelt zich ook thuis op pizza, in bonengerechten, bij gestoofde kool, in soep of zelfs in mayonaise. Ook in groentegerechten doet ze het verrassend goed. Met een beperkte hoeveelheid breng je al snel extra smaak in een bereiding, zonder dat je veel vlees hoeft te gebruiken. Juist dat maakt haar ook zo bruikbaar in een gewone thuiskeuken.
Zelfs met zeevruchten kan nduja verrassend goed werken. De combinatie met krab is daar een mooi voorbeeld van. Het fijne, zoete vlees krijgt door nduja meer reliëf, terwijl het vet voor afronding zorgt. Ook met mosselen of andere zeevruchten kan dat goed werken, zolang je maar met mate doseert.
Recept: Fusilloni met nduja, pecorino en zee-egel
Wie door het lezen van dit artikel zin heeft gekregen om zelf aan de slag te gaan met nduja, geef ik graag dit gastronomisch recept mee. De pittige kracht van nduja wordt hier gekoppeld aan de ziltige finesse van zee-egel en de hartige diepte van pecorino. Dat levert geen alledaagse pasta op, wel een bord waarin nduja meer doet dan alleen wat vuur toevoegen.
Voor 4 personen
300 g fusilloni
80 g vlees van zee-egel
16 datterini tomaten
10 g suiker
zout
extra vierge olijfolie
2 teentjes knoflook
basilicum
tijm
marjolein
1 citroen
3 liter water
50 g nduja
250 g geraspte pecorino, middelmatig gerijpt
Bereiding
- Pel de datterini tomaten en snijd ze doormidden. Leg ze in een ovenschaal en kruid met olijfolie, zout, één teentje knoflook, wat citroenschil, suiker, tijm en marjolein. Laat ze vervolgens twee uur garen in een oven van 75 graden.
- Breng één liter water aan de kook met de nduja en laat dit inkoken tot ongeveer 250 milliliter. Zeef het vocht en houd het apart.
- Breng daarna twee liter water aan de kook met de pecorino en blijf voortdurend roeren zodat de kaas haar smaak aan het vocht afgeeft. Laat dit mengsel vervolgens een nacht rusten in de koelkast. Tegen de ochtend zal de kaas zich op de bodem hebben afgezet. Zeef dan enkel het vocht en laat dit verder inkoken tot ongeveer 500 milliliter.
- Voeg het ndujavocht en het pecorinovocht samen.
- Verhit in een pan wat olijfolie met het tweede teentje knoflook en voeg de datterini tomaten toe. Haal de knoflook er daarna weer uit en schenk het samengevoegde vocht erbij. Proef en breng verder op smaak met zout.
- Kook de fusilloni eerst halfgaar in gezouten water. Laat de pasta daarna verder garen in de saus van nduja en pecorino.
- Meng op het einde de zee-egel en wat basilicum voorzichtig door de pasta. Serveer meteen.
Meer dan een krachtterm
Nduja laat zich niet eenvoudig samenvatten als een smeerbare salume, een pittige smaakmaker of een typisch Calabrisch streekproduct. Dat klopt allemaal, maar het volstaat eigenlijk niet. Daarvoor is nduja te direct, te eigenzinnig en te pittig. Wat in eerste instantie bijna klinkt als een schrijffout van een gezonde vloek, blijkt vooral een product met karakter te zijn. Het geldt voor velen als een van de pittigste producten die Italië culinair te bieden heeft. Of dat echt zo is, daar kan je over discussiëren. Dat er goede redenen zijn om die stelling ernstig te nemen, staat dan weer buiten kijf. Proef en ondervind.
Ook praktisch heeft nduja iets dankbaars. Ongeopend is ze goed houdbaar en eens aangesneden blijft ze in de koelkast nog lang bruikbaar, zolang je het snijvlak goed afdekt. Door haar hoge vetgehalte kan je haar ook in kleine porties invriezen, handig als je telkens maar een beetje nodig hebt. Kleurt het oppervlak na een tijd wat donkerder, dan is dat meestal gewoon oxidatie en volstaat het om het buitenste laagje weg te snijden. Eén aandachtspunt blijft wel belangrijk: vet neemt gemakkelijk geuren op, dus een plek naast een halve ui is geen goed idee.

Filed under: Cibo Italiano | Tagged: calabria, Cibo Italiano, foodblog, foodblogger, foodie, Italiaanse keuken, italian food, Italian wine ambassador, nduja, salame, wijn, wijnkennis | Leave a comment »








