Giro d’Italia 2026, rit 14: Valle d’Aosta Nus DOC, van Aosta naar Pila

Tot nu toe hebben we het hooggebergte, misschien met uitzondering van de rit naar Blockhaus, nog niet echt aangedaan. Zodra we in Valle d’Aosta terechtkomen, verandert dat. Het profiel van rit 14, van Aosta naar Pila, laat weinig twijfel bestaan: dit wordt een dag van klimmen, dalen, opnieuw klimmen en nog eens dalen, met een aankomst bergop in Pila. Vlakke meters zullen de renners hier niet zoeken.

Om trouw te blijven aan mijn opzet om bij elke rit een passende DOC te bespreken, zijn zulke bergetappes een kleine nachtmerrie. Hoe hoger je het gebergte intrekt, hoe minder vanzelfsprekend wijnbouw wordt — en het moet dan ook nog eens een minder bekende naam zijn. Gelukkig telt de enige DOC van Valle d’Aosta zeven subdenominaties. Het ritprofiel brengt ons het dichtst in de buurt van Nus, en dus vind je hieronder de specificaties van Valle d’Aosta Nus.

Valle d’Aosta DOC Nus

Valle d’Aosta is de kleinste wijnregio van Italië, en dat merk je aan de indeling van de herkomstbenamingen. De regio heeft geen DOCG en geen IGT, maar één DOC: Valle d’Aosta of Vallée d’Aoste DOC, erkend in 1971 en nadien meermaals aangepast. Namen als Donnas, Chambave, Torrette, Enfer d’Arvier, Blanc de Morgex et de La Salle en Nus kregen daardoor toch een eigen gezicht binnen die ene brede DOC.

De schaal van Nus is uiteraard nog kleiner dan die van Valle d’Aosta als geheel. Voor Nus gaat het om amper 3,65 hectare ingeschreven wijngaard, voor Nus Malvoisie om 2,62 hectare. Samen kom je dus aan 6,27 hectare. Piepklein dus, en de kans dat je deze wijnen zomaar even bij je lokale wijnhandel zal treffen, is dan ook uiterst gering.

De productiezone van Nus ligt aan beide zijden van de Dora Baltea. Aan de kant van Fénis mag wijnbouw tot 650 meter hoogte. Aan de kant van Nus, Quart, Saint Christophe en Aosta loopt de toegelaten zone hoger, tot 850 meter. Dat verschil heeft vooral met zon te maken. De hellingen aan de kant van Nus kijken grotendeels naar het zuiden en krijgen daardoor meer warmte en licht. In Valle d’Aosta noemt men die zonnige zijde de adret. Aan de overkant, bij Fénis, kijken de hellingen vaker naar het noorden. Dat is de koelere envers. Daar wordt het sneller te fris om druiven betrouwbaar rijp te krijgen, waardoor de hoogtegrens lager ligt.

Bodem en klimaat

Nus ligt in het centrale deel van Valle d’Aosta, in een droge alpiene vallei waar wijnbouw vooral mogelijk is op plaatsen waar helling, zon en beschutting voldoende aanwezig zijn. Percelen met natte gronden of te weinig zon komen niet in aanmerking.

De bodems volgen het reliëf van de vallei. Dicht bij de Dora Baltea en op plaatsen waar water en erosie materiaal uit de hoger gelegen hellingen hebben afgezet, vind je vooral colluviale en alluviale gronden. Die kunnen wat dieper zijn, maar blijven vaak stenig en goed drainerend. Op de steilere hellingen worden de bodems dunner en armer, met meer stenen en grof puin. Waterhuishouding speelt daardoor een grote rol. De bodem moet genoeg reserve bieden om de wijnstok door droge periodes te helpen, maar mag nooit zwaar of drassig worden.

Het klimaat is continentaal en droog, met duidelijke invloed van de Alpen. Het centrale deel van de vallei behoort tot de drogere zones van Valle d’Aosta. De neerslag blijft beperkt, terwijl het aantal zonuren hoog is. Vooral aan het einde van het groeiseizoen worden de verschillen tussen dag en nacht belangrijk. Overdag kunnen de druiven verder rijpen, terwijl de koele nachten helpen om zuren en aromatische precisie te behouden.

Rode wijn

Valle d’Aosta Nus is een droge rode wijn op basis van Vien de Nus en Petit Rouge, samen goed voor minstens 70 procent van de assemblage. Binnen dat aandeel moet Vien de Nus minstens 40 procent vertegenwoordigen. Andere toegelaten blauwe druiven uit Valle d’Aosta mogen tot maximaal 30 procent worden toegevoegd. Beide druiven zijn sterk verbonden met Valle d’Aosta en spelen buiten de regio nauwelijks een rol. Petit Rouge is daarbij de bekendere en ruimer verspreide van de twee, terwijl Vien de Nus veel specifieker aan deze zone gelinkt blijft.

Nus heeft doorgaans een intense rode kleur met granaatreflecties. In de geur zitten voornamelijk aroma’s van sappig rood fruit, wilde bessen en een lichte florale toets, vaak aangevuld met kruidigheid, aardse toetsen en soms een licht vegetaal accent. De mond is eerder soepel dan krachtig, met fijne tannine, frisse zuren en een kruidige ondertoon.

De verplichte rijping bedraagt vijf maanden vanaf 1 december van het oogstjaar. Voor de vermelding superiore loopt dat op tot minstens acht maanden. Houtlagering is daarbij niet verplicht. Producenten kunnen dus zelf bepalen hoe ze die rijping invullen, zolang het karakter van de wijn bewaard blijft.

Witte wijn

De witte wijn uit Nus kan voor verwarring zorgen. Hij komt immers op de markt als Nus Malvoisie. De link met Malvasia wordt dan bijna automatisch gelegd, maar het gaat wel degelijk om Pinot Grigio, met de verplichting om deze druif voor de volle 100 procent te gebruiken.

Verwacht hier een wijn met een goudgele kleur. De geur is intens, met rijpere peer, gele appel, bloemen, zachte kruidigheid en soms een lichte amandeltoets. De smaak is dankzij het bergkarakter frisser dan je doorgaans van Pinot Grigio verwacht.

Naast de droge versie bestaat er ook een passito. Lokaal wordt deze stijl ook wel flétri genoemd. De druiven drogen na de oogst verder in een goed geventileerde ruimte, tot ze minstens 26 procent suiker bereiken. Mostconcentraat mag daarbij niet worden toegevoegd. De passito mag pas vanaf 1 november van het jaar na de oogst op de markt komen.

Dit geeft een intens kopergele wijn, met een krachtige geur en een zoete, warme smaak. Die warmte komt niet alleen van de alcohol, maar ook van de concentratie door het indrogen van de druiven. De minimale vereiste ligt op 16,5 procent totaal alcoholvolume, waarvan minstens 14 procent effectief vergist alcohol.

Lard d’Arnad, van doils tot aperitivo

Onze Italiaanse wijnavonden zijn opnieuw van start gegaan. Zes weken lang is dit een opleiding waarin ik je gidst door het Italiaanse wijnlandschap, met een proeftafel die bewust breed wordt opgebouwd. De focus ligt op wijn, maar er is altijd een link met de Italiaanse gastronomie, simpelweg omdat je in Italië zelden over het ene spreekt zonder het andere.

Na afloop van een proefavond schuif ik de flessen even opzij en zet ik de tafel vol met typische Italiaanse lekkernijen. Ik zoek die producten gericht uit en laat ze overkomen uit Italië. Als knipoog naar het gezellige aperitivo moment: je belandt in de namiddag in een enoteca of bar, bestelt een glas wijn, en krijgt er vanzelf een bordje kleine hapjes bij.

Tussen die vaste waarden duikt ook lardo geregeld op, flinterdun gesneden. Dit jaar lag er een Lard d’Arnad op tafel, een delicatessenproduct uit de Valle d’Aosta dat op je tong wegsmelt. Eén hap volstaat om te begrijpen dat dit geen gewone charcuterie is.

Wat is Lard d’Arnad precies

Lard d’Arnad is gepekeld en gerijpt varkensrugvet. Het wordt gesneden uit de onderhuidse vetlaag van de rug en verwerkt tot compacte stukken met een duidelijke dikte, doorgaans minstens 3 cm. Visueel herken je het aan zijn bleke buitenkant, met vaak een licht rosé kern.

In smaak en geur is het mild en zacht. De textuur is smeuïg, soms bijna romig. Knoflook, laurier, rozemarijn en salie vormen de klassieke basis, eventueel aangevuld met jeneverbes, kruidnagel of nootmuskaat, waarbij de klassieke kruiden dominant blijven.

De naam is even precies als het product. Lard d’Arnad moet uit Arnad komen, een gemeente in de Bassa Valle d’Aosta. Arnad ligt op ongeveer 10 km van Pont Saint Martin en op 4 km van het Forte di Bard. Het is één van de eerste dorpen die je tegenkomt wanneer je vanuit Piemonte de Valle d’Aosta binnenrijdt.

Voor Lard d’Arnad gelden duidelijke voorschriften voor de suini, de varkens die ervoor gebruikt mogen worden. De dieren moeten minstens negen maanden oud zijn en een slachtgewicht hebben van minimaal 160 kg, met een tolerantie van ongeveer 10%. Ze moeten bovendien geboren, gekweekt en geslacht zijn binnen een afgebakende reeks regio’s: Valle d’Aosta, Piemonte, Lombardije, Veneto en Emilia Romagna. Ook voeding wordt expliciet gestuurd: het voer moet uit natuurlijke bronnen komen en sluit geïntegreerde voeders uit.

Geschiedenis, handel en doils

De vroegste sporen van Lard d’Arnad duiken al op in documenten uit de 16de eeuw. In enkele verwijzingen komt ook ruilhandel aan bod waarbij het product gekoppeld werd aan Zwitsers zout. In die tijd was zout waardevol, en wie een methode had om voedsel stabiel te bewaren, beschikte over een bepaalde economische zekerheid.

De bewaartechniek van Lard d’Arnad steunt op één centraal hulpmiddel: de doils. Deze houten kuipen vormen het herkenbare hart van de productie. Het rugvet wordt er laag per laag in ingelegd en afgedekt. Toegelaten houtsoorten zijn kastanje, eik en lariks. Hout stuurt het rijpingsmilieu door de manier waarop het met vocht en temperatuur omgaat. De eerste tastbare aanwijzingen voor dit gebruik duiken op tegen het einde van de 18de eeuw, toen men doils terugvond in de oude keukens van het kasteel van Arnad.

De werkwijze zelf bleef doorheen de tijd opmerkelijk stabiel. Het vet wordt in lagen geschikt met zout en aromaten. De kruiding volgt de klassieke basis die je bij Lard d’Arnad verwacht, met ruimte voor subtiele accenten per producent. Daarna volgt een afdekking met een mengsel van water en gekristalliseerd zout, bedoeld om de volledige inhoud te verzadigen. Zo ontstaat een aromatische pekeling die de textuur vormt en de smaak langzaam verdiept.

Lard d’Arnad kreeg midden 20ste eeuw een herkenbaar eigen imago. De familie Bertolin opende in 1957 een slagerij in het dorp en het product werd een vaste referentie. Later groeide het aantal producenten, met onder meer Le Vieux Salumificio Arnad en andere lokale families. Daardoor kreeg het product meer zichtbaarheid en continuïteit, met dezelfde kern als vertrekpunt: tijd in de doils, de juiste kruiden, en een pekelbad. Sinds 1996 draagt Lard d’Arnad bovendien het DOP label, en het wordt vaak aangehaald als de enige lardo in Europa met die bescherming.

Verschillen in rijpheid

De rijping van Lard d’Arnad start met een vaste minimumduur: minstens drie maanden in de doils. Daarna volgt het deel waar producenten hun eigen stijl bepalen. Sommige laten de lardo verder rijpen tot twaalf maanden, en soms zelfs tot vijftien maanden. Die extra tijd proef je duidelijk in het uiteindelijke profiel.

Bij een kortere rijping blijft de lardo frisser en milder. De geur is lichter, de smaak eerder zoet dan uitgesproken kruidig, en de textuur smelt sneller. Bij een langere rijping krijgt de lardo meer diepte. Je proeft meer kruidigheid, het aroma wordt complexer, en de beet wordt steviger en compacter.

Naast de rijpingsduur sturen ook kleinere parameters het eindresultaat. De kruiding kan subtiel variëren binnen de regels. Ook het houttype van de doils geeft nuance in het rijpingsverloop en in de ontwikkeling van de aroma’s. Na de rijping wordt Lard d’Arnad vacuüm verpakt of in glazen potten verkocht.

Waarom het zeldzaam is op je bord

Lard d’Arnad blijft klein in schaal. De productie zit geconcentreerd in één dorp en in een heel beperkte groep makers. In recente berichtgeving wordt gesproken over slechts vier producenten. Mede daardoor blijven ook de volumes bescheiden. In oudere, maar vaak aangehaalde beschrijvingen wordt een jaarlijkse productie van ongeveer 600 quintali (60 ton) vermeld, wat meteen duidelijk maakt waarom dit geen product is dat je in elk rek van de supermarkt terugvindt.

Daarnaast is het productieproces strikt en tijdsgebonden. Het rugvet moet snel in verwerking gaan en de rijping vraagt maanden. Dat betekent ruimte, hygiëne, controle en vakkennis, plus een omgeving waarin je die rijping stabiel kan laten verlopen. De tijd is een cruciaal element in het eindproduct en dit proces versnellen is dus uit den boze.

Ten slotte speelt ook de grondstof mee. De voorschriften rond de varkens, suini, zijn duidelijk: minimumleeftijd, minimumgewicht, afgebakende herkomstregio’s en voeder uit natuurlijke bronnen. Dat maakt de basisstroom kleiner en beter controleerbaar. Voeg daar het lokale consumptiepatroon aan toe, en je krijgt een eenvoudig gevolg: een aanzienlijk deel blijft ter plaatse, lang voor het richting export kan vertrekken.

Lard d’Arnad versus Lardo di Colonnata

Omwille van de beperkte schaal is Lard d’Arnad minder bekend dan sommige andere Italiaanse lardo. De naam die het vaakst opduikt bij het grote publiek is Lardo di Colonnata. Ze vertrekken van dezelfde basis, vet van de varkensrug, en toch kom je uit bij twee producten met een duidelijk eigen profiel. Plaats, rijpingsmateriaal en kruiding sturen elk hun eigen richting.

Lard d’Arnad hoort bij de Valle d’Aosta en bij het bergleven waar vet jarenlang het vaste condiment was. Lardo di Colonnata komt uit Colonnata bij Carrara, een omgeving die historisch samenhangt met marmergroeven. Daar groeide lardo uit tot dagelijkse kost, snel en voedzaam, voor wie in en rond de groeve werkte.

Het rijpingsmateriaal is het meest tastbare verschil. In Arnad rijpt de lardo in houten doils, met kastanje, eik of lariks als houtsoorten. In Colonnata rijpt de lardo in marmeren bakken. Hout en marmer sturen het microklimaat elk op hun manier, vooral via temperatuurstabiliteit en vochtbeleving. Dat werkt door op textuur en aroma.

Ook de kruiding vertrekt vanuit een ander vertrekpunt. Bij Lard d’Arnad ligt de klassieke basis bij knoflook, rozemarijn, salie en laurier. Daar kunnen extra accenten bij komen zoals jeneverbes, kruidnagel of nootmuskaat, met de klassieke kruiden als leidraad. Bij Lardo di Colonnata ligt de kern vaak bij zeezout, knoflook, rozemarijn en zwarte peper. Sommige producenten werken daarnaast met extra specerijen, met doseringen die per familie en huisstijl verschillen.

De rijping zelf geeft het tweede grote onderscheid. Bij Colonnata hoor je vaak een rijping rond een half jaar, met een uitgesproken kruidigheid en een zeer zijdeachtige beet. Bij Arnad start de rijping met een minimum van drie maanden en kan ze doorlopen tot twaalf of vijftien maanden. Die langere rijping geeft meer complexiteit en een stevigere, compactere structuur, met een kruidigheid die vaak sterker geïntegreerd aanvoelt.

In de keuken blijven beide het sterkst in eenvoud. Lardo di Colonnata schittert flinterdun op warm brood, op crostini, of als smeltlaag op een warme bereiding. Lard d’Arnad kan dat ook, en sluit daarnaast naadloos aan bij de Valdostaanse serveerstijl met roggebrood, pan dür en kastanjehoning. Bij warmere gerechten werkt het als smaakdrager, zeker wanneer het net genoeg warmte krijgt om te glanzen en zacht te worden.

Recept: Pane di segale met Lard d’Arnad DOP, kastanjes en kastanjehoning

Dit is een Valdostaanse klassieker. Eenvoudig, en precies daarom zo afhankelijk van de kwaliteit van je ingrediënten. De bereiding vertrekt vanuit brood, roggebrood, in de Valle d’Aosta vaak Pan Ner genoemd. Tarwe geeft in koude bergzones traditioneel minder zekere resultaten, rogge kan beter tegen lagere temperaturen en werd daarom een logische keuze. Vroeger werd dat zwarte brood slechts enkele keren per jaar gebakken. Na het bakken droogde men het op rekken, ratelé, zodat het lang kon bewaren. Later maakte men het opnieuw bruikbaar door het te weken in water of melk, bijvoorbeeld als basis voor soepen.

Ingrediënten voor 1 stevige boterham
Neem één dunne snee roggebrood. Voorzie twee plakken Lard d’Arnad DOP, twee tot drie gekookte kastanjes die je verkruimelt, kastanjehoning en enkele naaldjes rozemarijn.

Bereiding
Leg het roggebrood klaar. Beleg met de plakken Lard d’Arnad DOP. Strooi er de verkruimelde kastanjes over, voeg enkele naaldjes rozemarijn toe en werk af met een lepeltje kastanjehoning.

Tip voor de juiste textuur
Pan Ner smaakt vaak nog beter wanneer het minstens een dag oud is, dun gesneden en zonder korst. De lardo hoeft niet te bakken. Wie toch warmte wil, verwarmt het brood heel licht zodat de lardo net begint te glanzen.

Zelf Pan Ner maken, basisrecept voor twee kleine broden

Ingrediënten
Gebruik 300 g roggemeel en 200 g tarwebloem type 0. Voorzie 15 g bakkersgist, één eetlepel zonnebloempitten, één theelepel lijnzaad, ongeveer 250 ml water en 6 g zout.

Bereiding
Meng het roggemeel met de tarwebloem. Los de gist op in lauw water en voeg toe, samen met zout, zonnebloempitten en lijnzaad. Kneed stevig en lang, reken op 15 tot 20 minuten, en voeg water toe tot het deeg zacht blijft zonder plakkerig te worden. Laat ongeveer twee uur rijzen. Geef het deeg daarna een driedubbele plooi, herhaal dit twee tot drie keer, en laat nog een uur rusten. Vorm twee kleine broden, snijd de bovenkant in en laat opnieuw ongeveer een uur rijzen op bakpapier. Bak in een voorverwarmde oven op 220 °C gedurende 20 minuten. Laat afkoelen op een rooster.

La festa del lard d’Arnad

Plan je een bezoek aan de Valle d’Aosta en ben je nieuwsgierig geworden naar Lard d’Arnad, dan is er een mooi excuus om je reisagenda rond één weekend te bouwen. In Arnad vindt namelijk elk jaar, tegen het einde van de zomer, een festival plaats dat volledig in het teken staat van deze lokale lardo. Voor 2026 valt het festival op donderdag 27 augustus tot en met zondag 30 augustus.

Volgens de organisatie trekt het evenement rond de 50.000 bezoekers uit heel Europa. Dat merk je aan de sfeer: Arnad wordt vier dagen lang een levend proeflokaal waar je niet alleen Lard d’Arnad kan proeven, maar ook andere typische producten uit de regio. Denk aan streekstandjes, degustatiemomenten en het soort losse gezelligheid dat je enkel krijgt wanneer eten en dorp samen één verhaal maken.

Het leukste aan zo’n festival is dat het je proeven context geeft. Je kan Lard d’Arnad natuurlijk kopen, meenemen en thuis serveren. Je kan het ook eerst daar eten, in zijn natuurlijke habitat, tussen mensen die precies weten hoe dun je het snijdt, hoe weinig je nodig hebt, en waarom dit product al generaties lang een vaste plek heeft in de Valdostaanse keuken.

Valle d’Aosta: klein, maar niet te onderschatten

Vraag een kenner naar Italiaanse wijnregio’s, en namen als Piemonte, Toscane en Veneto rollen vanzelf over de tong. De Valle d’Aosta? Die wordt opvallend vaak vergeten en dat is volkomen onterecht. Want achter dat Alpenimago schuilt een verrassend rijke schatkamer aan inheemse druivenrassen, met wijnen die een uitgesproken eigen stijl hebben en in sommige gevallen ronduit indrukwekkend zijn.

Toch staan Aosta-wijnen zelden in de schijnwerpers. De wijnbouw is hier geen massaproject: het areaal is klein, de productie beperkt, en de regio leeft op het ritme van toerisme en outdoor. Veel flessen verdwijnen simpelweg via lokale consumptie, lang vóór ze elders kunnen opduiken.

De grootste uitdaging? Wijngaarden liggen vaak op steile hellingen en terrassen, het werk is zwaar en grotendeels manueel, en het klimaat is grillig: korte groeiseizoenen, grote temperatuurverschillen en elk jaar opnieuw het risico op hagel, vorst of plotse weersomslagen. Heroïsche wijnbouw is zo’n term die snel als cliché klinkt, tot je in Aosta ziet wat ze ermee bedoelen.

Die context verklaart ook iets anders: het prijskaartje. Vrienden van mij brachten onlangs vakantie door in de Valle d’Aosta en gingen op zoek naar lokale wijnen. Hun verdict klonk teleurgesteld: “Wim, je vindt daar niet echt lekkere wijnen.” Maar terwijl ze vertelden, hoorde ik vooral iets anders: onbekende namen, weinig houvast, en prijzen die hoger liggen dan wat de doorsnee wijndrinker spontaan wil betalen. Precies daar wringt vaak het schoentje van de perceptie. Aosta heeft wel degelijk sterke wijnen, maar zelden in het goedkope segment. En dat is, gezien die werkomstandigheden, bijna onvermijdelijk.

Voor mij blijft de Valle d’Aosta bovendien onlosmakelijk verbonden met een moment dat je niet vergeet. Tijdens het eindexamen voor Italian Wine Ambassador kregen we een rode wijn blind in het glas. Het bleek een Fumin, een van die typische lokale druiven waar de regio trots op mag zijn. Ik beschreef de wijn correct en plaatste hem zonder twijfel in het noordwesten van Italië. Maar dat het Fumin was? Dat kwam niet eens in me op. Resultaat: sindsdien is die druif voorgoed in mijn geheugen gegrift en was mijn nieuwsgierigheid naar Aosta alleen maar groter geworden.

Valle d’Aosta DOC – Enkele weetjes

  • Valle d’Aosta is Italië’s kleinste wijnregio, ingeklemd tussen Frankrijk en Zwitserland, met de Dora Baltea als ruggengraat van de vallei.
  • Het is een belangrijk “kruispunt” om Italië binnen te komen via de Mont-Blanctunnel en de Grote en Kleine Sint-Bernhardpas.
  • De wijngaarden liggen vrijwel altijd op steile hellingen en terrassen: een schoolvoorbeeld van heroïsche wijnbouw, met veel manuele arbeid. Slechts een beperkt deel ligt op relatief toegankelijke percelen.
  • Pergola is er een logisch en historisch ingeburgerd geleidingssysteem.
  • De aanplant is piepklein (grofweg rond 400–460 hectare), wat de wijnen zeldzaam maakt en vaak lastig te vinden buiten de regio.
  • Valle d’Aosta behoort tot de hoogst gelegen wijngaardgebieden van Italië: veel percelen liggen tussen ca. 300 en 1.200 meter, met uitgesproken dag-nachtverschillen.
  • Eén overkoepelende appellatie domineert: Valle d’Aosta / Vallée d’Aoste DOC (sinds de jaren ’80 officieel vastgelegd).
  • Binnen die DOC duiken bekende (sub)benamingen op zoals Donnas, Enfer d’Arvier, Torrette, Nus, Chambave, Arnad-Montjovet en Blanc de Morgex et de La Salle.
  • De verhouding tussen rood en wit is bijna in balans, met rood net in de meerderheid (vaak rond 60%).
  • Belangrijkste lokale blauwe rassen: Petit Rouge (vaak het hart van blends en Torrette), Fumin, Cornalin, Mayolet en Vien de Nus.
  • Aan de grens met Piemonte vind je wijnen op basis van Picotendro: de lokale benaming (in het patois) voor Nebbiolo. Carema ligt op een steenworp afstand.
  • Belangrijkste lokale witte rassen: Prié Blanc (zeker rond Morgex), Petite Arvine en enkele andere alpine specialiteiten.
  • Internationale rassen zoals Chardonnay, Moscato en Pinot Noir zijn er stevig ingeburgerd.
  • Lokale gastronomische iconen zijn Fontina en Lard d’Arnad: gepekeld spek met kruiden en specerijen zoals jeneverbes, laurier, nootmuskaat, salie en rozemarijn.

De proefnotities

  1. Laurent Theodule – Valle d’Aosta Chambave Muscat DOC 2024
    Gisting en rijping in inox. Muscat roept al snel het beeld op van weelderige aroma’s en (half)zoete stijl, maar deze Chambave bewijst dat het ook anders kan. In het glas strogeel en helder. De neus is typisch muskaat en meteen zeer expressief: perzik, rozen, iets floraals dat richting potpourri neigt, met ook dat herkenbare “druivensap”-aroma en een lichte kruidigheid. In de mond komt er effectief een ander verhaal: dit is een uitgesproken droge Muscat, gedragen door fijne zuren en een frisse lijn die voor spanning zorgt. Een subtiel citroenbittertje sluit mooi aan bij het geheel, en in de finale komt die kruidige toets mooier naar voren, met een afdronk die langer uitdeint dan je op basis van het lichte profiel zou verwachten.
    Niet iedereen houdt van droge Muscat, maar wie dat profiel zoekt, zit hier heel goed.
    Punten: 82/100 – Prijs: 21,40 €
  2. Ermes Pavese – Valle d’Aosta Blanc de Morgex et de la Salle DOC 2023
    Een 100% Prié Blanc, vergist in inox cuves en vervolgens 9 maanden in inox op de droesem gerijpt.
    In het glas helder geelgroen. De neus belooft veel: citrusfruit en appel op de voorgrond, gevolgd door hooi, witte perzik en een florale toets. Daaroverheen ligt een brede kruidenmix die het aromatische register open trekt.
    In de mond verrast hij door zijn strakke lijn en het uiterst frisse mondgevoel. Het fruit toont zich smaakmatig zelfs gevarieerder dan je op basis van de geur verwacht, en het geheel blijft opvallend lang aanwezig op het palet. De finale wordt gekleurd met een pompelmoesbittertje dat de frisheid blijft aandrijven. Een mooie, smakelijke en strak gesneden wijn, met een heerlijk minerale ruggengraat.
    Punten: 86/100 – Prijs: 25,40 €
  3. La Crotta di Vegneron – Valle d’Aosta Petite Arvine DOC 2022
    Fermentatie in inox en rijping in dezelfde inox cuves met de nodige bâttonage.
    In het glas toont deze Petite Arvine een geëvolueerde, oudgouden kleur die al meteen richting rijpere tonen wijst. De neus bevestigt dat beeld en gaat duidelijk oxidatief: rijpe appel, rabarber en een notige toets domineren. Na het walsen komt er ook wat agrum bij en een lichte florale zweem. Het blijft een geurprofiel dat niet meteen aanstekelijk werkt.
    In de mond wordt wel duidelijk dat dit niet zomaar een fout-oxidatieve indruk is, maar eerder een bewuste stijlkeuze. Opvallend is de lichte tanninestructuur die als eerste binnenkomt. Daarna volgen opnieuw appel, notigheid en kruidigheid. In de finale duiken rozijn, noten en sinaas op. Die finale mocht trouwens best wat langer aanhouden.
    Er zal ongetwijfeld een publiek zijn dat dit interessant vindt, maar persoonlijk is het niet onmiddellijk de grote liefde.
    Punten: 70/100 – Prijs: 16,90 €
  4. Maison Anselmet – Valle d’Aosta Petite Arvine DOC 2024
    Vergist in tonneaux en vervolgens 8 maanden verder gerijpt.
    In het glas zuiver strogeel. Al bij de eerste snuif merk je dat dit – gelukkig – een heel ander type Arvine is dan de oxydatieve stijl die we eerder hadden. De neus komt bijna “grappig” over, al is het moeilijk exact te duiden waarom: jasmijn, perzik, anijs, een vleug hout en honing lijken tegelijk samen te smelten én zich apart te laten ontdekken, alsof je bij een blinde geurproef verschillende aroma’s in één maatbeker hebt samengebracht. Na het walsen komen er nog bergkruiden en citruszeste bij. In de mond is het simpelweg lekker, maar allesbehalve alledaags. Ondanks het ronde, volle mondprofiel blijft de frisheid voortdurend aanwezig en bezorgt ze de wijn de nodige spanning. De finale is lang en bijzonder smakelijk: zesty agrum-citrusfruit, kruidig, en vooral opvallend ziltig en mineraal. Een zeer knappe wijn die me moeiteloos kan bekoren.
    Punten: 89/100 – Prijs: 33,80 €
  5. Maison Anselmet ‘Rune Brune’ – Valle d’Aosta Mayolet DOC 2022
    100% Mayolet, vergist en gerijpt in inox. In het glas kriekenrood met een paarse rand. De neus is fris en uitnodigend: noorderkers en framboos op de voorgrond, met florale accenten, pepermunt en een aangename groen-kruidigheid. In de mond keert de kriek- en kerscomponent terug, dit keer in een aantrekkelijke, sappige vorm. Rond dat fruit hangt een uitgesproken kruidigheid die het geheel veel karakter geeft. De zuren blijven levendig van links naar rechts springen in de mond, omstuwd door voldoende tannine. Geen grootse, complexe wijn, maar wel eentje die precies biedt wat je hoopt: sappig, smakelijk en gemaakt om te plezieren.
    Punten: 83/100 – Prijs: 19,60 €
  6. Maison Anselmet ‘Broblan’ – Valle d’Aosta Cornalin DOC 2022
    Pure Cornalin die geen hout heeft gezien: gisting en rijping volledig in inox cuves. In het glas zuiver robijnrood met duidelijke traanvorming. De neus is meteen raak en fruitgedreven: kers en framboos springen eruit, met bosaardbei als logische aanvulling. Daarna volgen laurier en salie, peper, en na wat tijd in het glas ook een steeds duidelijker viooltjestoets. In de mond start de wijn heerlijk sappig en smakelijk. Het rode fruit uit de geur is er opnieuw, maar gaandeweg verschuift het smaakbeeld richting wat donkerder, zwarter fruit. Frisse pepermunt blijft van begin tot einde present en houdt alles levendig. De tannine is vrij stevig, maar hebben een aangenaam, smakelijk karakter. De finale is knap peperkruidig, met een klein puntje cacao als afronding.
    Punten: 86/100 – Prijs: 20,00 €
  7. Maison Anselmet – Valle d’Aosta Torrette Superieur DOC 2023
    Blend van 70% Petit Rouge, 25% Fumin en 5% Cornalin. Vergisting in inox, gevolgd door 12 maanden rijping in barriques. In het glas donker kersenrood. De neus laat er geen twijfel over bestaan dat deze wijn houtlagering heeft gekregen: naast die duidelijke barrique-signatuur spat ook een uitgesproken veelkruidigheid uit het glas. Je gaat bijna automatisch op ontdekkingstocht en vindt cederhout, peper en tijm, kers, sigarenkistje, laurier en zelfs een lichte grafiettoets. Jawel, de neus kan zeker bekoren. In de mond is er de nodige sappigheid, al blijven het toch de kruiden die het meest manifest aanwezig zijn. De tannine is mooi gevuld en worden strak omlijnd door een knappe, acide frisheid. De afdronk is vrij lang en fraai, met diezelfde kruidige gelaagdheid als leidraad. Een volle, vullende en gul-sappige wijn die net door die sappigheid zijn stevige profiel weet te temperen.
    Punten: 88/100 – Prijs: 20,00 €
  8. La Crotta di Vegneron ‘Esprit Follet’ – Valle d’Aosta Fumin DOC 2020
    100% Fumin, met fermentatie in inox en daarna 12 maanden rijping in diverse formaten van eiken vaten. In het glas stevig donkerrood, duidelijk met traanvorming. Braambes! Dat is het eerste wat je ruikt: een verse braambes, alsof je ze net plukt tijdens een boswandeling. Dat bosgevoel wordt nog versterkt door sous-bois en humus. Daarnaast tekenen ook zwarte kers en pruim present, en viooltjes komen opvallend overvloedig door. Verder volgen ceder, leder en iets wat doet denken aan een thee-trekkende kruidentuil. Het bouquet is ronduit charmant en gelaagd. In de mond bevestigt de wijn dat beeld volmondig: een en al sappigheid, met kruiden die consequent aanwezig blijven en pas helemaal op het einde van de aanhoudende afdronk hun apotheose kennen. Het evenwicht zit goed: verfrissende zuren, krachtige maar smakelijke tannine, en een mooi geïntegreerde houtlagering die ondersteunt zonder te domineren. Een glas dat je met plezier blijft inschenken, en niet snel beu wordt.
    Punten: 90/100 – Prijs: 25,60 €

Pollo alla valdostana: comfortfood recht uit de Alpen

Het is zondag, dus zit ik achter mijn scherm te schrijven aan mijn blogs. De ochtend is al wat verder gevorderd en in gedachten dwaal ik af naar de kippenkraam die elke zondag voor onze winkeldeur staat. Ik weet dat de lokroep onvermijdelijk is, en dat ik er straks weer van zit te smikkelen. Voor wie het nog niet wist: ik ben verzot op kip.

En toch dringt het tot me door dat ik nog nooit een Italiaans kipgerecht heb beschreven. Tegelijk ben ik bezig met de voorbereiding van een Valle d’Aosta-degustatie die ik binnenkort ga geven. Waarom die twee niet combineren?

Enter: pollo alla valdostana.

Wat is pollo alla valdostana?

Pollo alla valdostana, ook wel scaloppine di pollo alla valdostana genoemd, is een klassiek Italiaans kipgerecht uit de Val d’Aosta. Dunne lapjes kip worden lichtjes met bloem bestoven, gebakken in boter en olie, overgoten met een scheutje witte wijn en vervolgens bedekt met een plakje ham en smeltende kaas. De kaas smelt tot een zachte, glanzende laag over het vlees, zonder dat het een uitgelopen massa wordt.

Het resultaat? Een gerecht dat voelt als een warme jas in de winter: hartig, zacht, rijk van smaak en toch verrassend licht verteerbaar. Pollo alla valdostana is comfort food met een zekere elegantie, zonder te pretentieus te worden. Ideaal voor een zondagse lunch waar je net iets meer van verwacht dan kip aan ’t spit.

Waar komt dit gerecht vandaan?

Zoals de naam al doet vermoeden, is pollo alla valdostana afkomstig uit de Valle d’Aosta, een kleine autonome regio in het uiterste noordwesten van Italië, tegen de grens met Frankrijk en Zwitserland. De streek staat bekend om haar kazen, haar liefde voor stevige gerechten én haar alpine ligging.

De term alla valdostana is intussen meer dan een geografisch label geworden. Het is bijna een codewoord in de Italiaanse keuken. Zie je het op een menukaart staan, dan weet je dat je een bereiding met gesmolten kaas en ham mag verwachten, meestal in combinatie met vlees of gevogelte. De meest iconische kaas uit de regio is fontina, een halfharde kaas met een licht nootachtig aroma en een fluweelzachte smelttextuur. Deze wordt vaak gecombineerd met prosciutto cotto, een milde gekookte ham, of met prosciutto crudo, afhankelijk van de bereiding.

Die combinatie van vlees, ham en gesmolten kaas komt ook voor in andere regionale klassiekers zoals de cotoletta alla valdostana (de luxueuze neef van de schnitzel).

Recept: Petto di pollo alla valdostana

Het recept dat we meegeven zal je duidelijk maken dat dit gerecht eenvoudig te bereiden is met, zoals we in Italië gewoon zijn, opvallend weinig ingrediënten voor veel smaak: kipfilet, ham, kaas, salie en een klein beetje vuurvast geduld. Perfect voor wie zijn kip een andere richting wil uitsturen dan het eeuwige grillpatroon.

Ingrediënten (voor 4 personen):

  • 700 g kipfilet, in plakken gesneden
  • 180 g gekookte ham (prosciutto cotto)
  • 200 g fontina (of fontal), in dunne plakjes
  • 2 eetlepels bloem (of rijstbloem/maïszetmeel voor een glutenvrije versie)
  • ½ glas droge witte wijn
  • Enkele blaadjes verse salie (optioneel)
  • 3 eetlepels extra vergine olijfolie
  • 20 g boter
  • Zout en peper, naar smaak

Bereiding:

  1. Voorbereiding van de kip:
    Snijd de kipfilets in niet te dunne plakken, maar zeker ook niet te dik. Je wil een goede balans tussen snelheid van garen en sappigheid. Bestrooi de kipplakken aan beide zijden lichtjes met bloem en schud de overtollige bloem af.
  2. Bakken:
    Verwarm de olijfolie samen met de boter in een grote antikleefpan. Zodra het vet goed heet is, leg je de kip in de pan. Bak de plakken ongeveer 1 minuut aan elke kant op middelhoog vuur tot ze goudgeel beginnen kleuren. Kruid met zout en peper.
  3. Afblussen:
    Verhoog kort het vuur en blus de pan met de witte wijn. Laat de alcohol verdampen tot het vocht een licht stroperige textuur krijgt. Zet dan het vuur weer wat lager en leg een deksel op de pan. Laat de kip 5 à 6 minuten verder garen, tot ze helemaal gaar is vanbinnen.
  4. De afwerking:
    Verwijder het deksel en beleg elke plak kip met een sneetje ham en daarboven een plakje fontina. Voeg eventueel een vers salieblaadje toe voor een kruidige toets. Dek de pan opnieuw af en laat het geheel nog een minuut zachtjes smelten. Niet langer, anders wordt de kip droog en je kaas rubber.
  5. Serveren:
    Zet het vuur uit, serveer de kip meteen, overgoten met een beetje van het braadvocht. Een eenvoudige groene salade of wat gestoomde aardappelen erbij en je zit goed.

Kleine tip:
Gebruik bij voorkeur fontina d’Aosta, de trots van de regio. Geen fontina in huis? Een zachte taleggio of jonge comté werkt ook prima, zolang de kaas maar vlot smelt. En indien kip niet je favoriet is kan je dit gerecht ook bereiden met kalfsvlees of kalkoen, of laat de salie weg als je het liever puur houdt. De combinatie ham-kaas blijft overeind, wat je ook kiest.

Een kip met een skihelm

Pollo alla valdostana is geen haute cuisine, maar het is ook geen simpele schnitzel met kaas. Het is een gerecht dat ontstaan is vanuit de hoogste toppen van de Valle d’Aosta. We zetten de kip een skihelm op en sturen haar de berg af, waar ze met een sierlijke sprong in de pan belandt.
Wie heeft er nu nog nood aan die zondagse kippenkraam?

Pinot Noir – De wijn van het jaar 2025

Pinot Noir als wijn van het jaar. Zo zou men zonder veel overdrijving ons persoonlijk wijnjaar kunnen samenvatten. Wie even terugblikt op de flessen die de voorbije maanden over onze proeftafel passeerden, kan niet anders dan vaststellen dat Pinot Noir in al haar gedaanten: Pinot Nero, Spätburgunder, Blauburgunder een opvallende hoofdrol opeiste. En vooral de laatste maanden van het jaar groeide die aanwezigheid uit tot wat men gerust een orgelpunt mag noemen.

Ook binnen onze clubactiviteiten was dat niet anders. De Südtirol / Alto Adige Deep Dive stond dit jaar nadrukkelijk in het teken van Pinot Noir. In november organiseerde ik met wijnclub Het Negende Vat een uitgebreide Pinot Noir-degustatie, en bij wijnclub Amici vormde deze druif de afsluiter van het proefjaar.

Bij Amici beperkte wijnmeester Peter zich gelukkig niet tot ons, terecht geliefde wijnland Italië. Er werd breder gekeken, en dat was een verstandige keuze. Als er één Franse druif is die werkelijk internationale erkenning verdient, dan is het Pinot Noir. Ze doet de andere Franse soortgenoten verbleken, paradoxaal genoeg terwijl ze zelf de lichtste is, althans wat kleur betreft. Tijdens de degustatie werd meermaals verwezen naar whole cluster fermentation, een vinificatietechniek die de voorbije jaren steeds vaker opduikt bij kwaliteitsgerichte wijnmakers. Daarover later meer — dit thema verdient een afzonderlijke, diepgravende bespreking, en ik werk al enige tijd aan een artikel over dat onderwerp.

Dat Pinot Noir een nukkige en veeleisende druif is, hoeft nauwelijks nog betoog. Haar notoire reputatie is al eeuwen gevestigd. Feit is dat Pinot Noir de ouder is van vele andere druivenrassen. Denken we maar aan Chardonnay, Pinot Blanc, Pinot Gris, naast tal van andere mutaties. Al in de Romeinse tijd stond ze bekend als Helvenacia Minor, en haar historische thuisbasis is Bourgogne, waar ze al sinds de vierde eeuw vóór Christus wordt gecultiveerd. Wie dagelijks tussen Fixin en Santenay mag paraderen, zou zelf ook weinig reden tot klagen hebben.

Toch is Pinot Noir allesbehalve vergevingsgezind. Een behoorlijke kleurextractie is moeilijk door het lage gehalte aan anthocyanen, wat resulteert in die kenmerkende, lichte robijnkleur, al van jongs af aan zichtbaar. Voor de wijnbouwer is deze druif een genadeloze toetssteen: wie haar niet beheerst, valt onverbiddelijk door de mand. De lijst van uitdagingen is indrukwekkend. Pinot Noir is vroeg rijp, maar heeft baat bij een lange rijpingsperiode; ze is gevoelig voor warmte, maar heeft die tegelijk nodig; ze houdt niet van natte voeten, maar prefereert wel een vochtig klimaat; ze bot vroeg en is daardoor kwetsbaar voor lentevorst. Tijdens de vinificatie kan de gisting heftig en moeilijk controleerbaar zijn, aroma’s gaan snel verloren, en zowel te rijp als te onrijp geoogst fruit leidt vaak tot onevenwichtige wijn. Oxidatie ligt voortdurend op de loer, houtgebruik vergt uiterste voorzichtigheid, en eenmaal gebotteld kan Pinot Noir ronduit wispelturig zijn.

En toch, of misschien juist daarom, blijft ze fascineren. Want wanneer alles samenvalt, wanneer kunde, terroir en timing elkaar vinden, levert Pinot Noir wijnen op die ongeëvenaard zijn in verfijning, nuance en emotionele duidingskracht. Aan sommige exemplaren beleef ik dubbel zoveel genot aan de geurfase dan aan de proeffase.

Dat ze bovendien resveratrol en saponines bevat, nemen we graag mee als voetnoot. Gezondheid is nooit de hoofdreden om Pinot Noir te drinken, maar het is een aangename bijkomstigheid.

Met die gedachte in het achterhoofd doken we bij wijnclub Amici de proefglazen in. Wat volgt zijn mijn proefnotities van een degustatie die perfect illustreert waarom Pinot Noir tegelijk vloek en zegen blijft.

Proefnotities van de Amici Pinot Noir tasting:

  1. Shannon Vineyards Rockn Rolla Pinot Noir 2020 – Elgin (Zuid-Afrika)
    Pinot Noir die een houtlagering krijgt van 12 maanden in Franse eiken vaten.
    Granaatrood van kleur. De neus is zuiver en aantrekkelijk, met aroma’s van aardbei, kers, framboos en rode bes. Daarbovenop komen florale toetsen van roos, gevolgd door kruidige accenten van peper en laurier. Na het walsen ontwikkelen zich aroma’s van sigarenkistje, mokka en tabak, ondersteund door een lichte aardse ondertoon. De neus neigt naar complexiteit, maar behoudt tegelijk een speels en open karakter. In de mond is de wijn mooi in evenwicht, met een perfecte aciditeit die voor frisheid en spanning zorgt. De structuur is verfijnd, met weinig aanwezige tannine en rijp, zuiver fruit dat de wijn een licht belegen indruk geeft zonder aan levendigheid in te boeten. De mond blijft fris en speels tot in de afdronk. Geen grote Pinot Noir in termen van kracht of concentratie, maar wel een bijzonder aangename en harmonieus opgebouwde wijn.
    Punten: 85/100 – Te koop bij Cape & Grapes (richtprijs 40,20 €)
  2. Grosjean Pinot Noir Vigne Tzeriat 2021 – Vallée d’Aosta DOC (Italië)
    Pinot Noir die 15 tot 18 maanden rijpt in barriques en vervolgens nog 12 maanden op fles.
    Licht robijnrood van kleur. De neus is complex en uitgesproken terroirgedreven. Typisch rood fruit zoals bosaardbei, kers en framboos vormt de kern, aangevuld met nuances van zwart fruit, met name braam. Florale toetsen van viooltjes zijn duidelijk aanwezig en bovendien heeft de wijn een licht vlezige indruk. Daarnaast ontvouwen zich aardse aroma’s van champignon, sous-bois en bosgrond, gevolgd door accenten van koffie, tabak, peper en laurier. Opvallend is dat na elke stilstand in het glas de bosgrond telkens opnieuw als eerste naar voren komt, wat de wijn een zeer herkenbare signatuur geeft. In de mond is het profiel steviger dan gemiddeld voor Pinot Noir, zowel wat tanninestructuur als aciditeit betreft. De zuren zijn uitgesproken maar goed geïntegreerd. In de smaak komen zeer duidelijk florale indrukken naar voren die doen denken aan viooltjessnoepjes (de paarse sjabbekes), wat contrasteert met het aardse karakter van de neus. Naar de afdronk toe neemt het boskarakter opnieuw de bovenhand, met bosaardbei, bospaddenstoel en bosgrond als leidraad. Dit is een karaktervolle Pinot Noir waarin finesse en structuur elkaar ontmoeten. Duidelijk geen allemansvriend.
    Punten: 87/100 – Te koop bij Licata (richtprijs: 30,00 €)
  3. Weingut Nelles Spätburgunder B-48 Grosses Gewächs 2020 – Ahr (Duitsland)
    Spätburgunder, specifiek afkomstig van het perceel B-48, waar steile hellingen en leisteenrijke bodems zorgen voor rijper fruit. De wijn kreeg een opvoeding in Franse eiken vaten, deels nieuw en deels gebruikt.
    De neus is breed en uitgesproken, met aroma’s die variëren van klein rood fruit zoals kriek, kers, aardbei en framboos tot een stevig en expressief rozenboeket. Daarbovenop komen frisse kruidige accenten van munt, peper en salie. Na het walsen ontwikkelen zich duidelijke tertiaire aroma’s van sigarenkistje, mokka en tabak, omkaderd door een aangename staltoets en een fijn verweven houtinvloed. In de mond volgt een duidelijk contrast met het uitbundige geurpalet. Hier toont de wijn zich rijper en zwoeler van stijl dan de neus doet vermoeden, met een uitgesproken indruk van vlierbes die het smaakbeeld domineert. De tannine zijn soepel en afgerond, de zuren net voldoende fris om het geheel in balans te houden. Het mondgevoel is zacht, fruitig en kruidig, met minder spanning dan verwacht, maar wel met een zekere rondheid en comfort. Dit is een Spätburgunder die meer inzet op rijpheid en toegankelijkheid dan op strakheid of finesse.
    Punten: 85/100 – Te koop bij Langbeen (richtprijs: 35,00 €)
  4. Domaine Louis Boillot & Fils Volnay 1er Cru Les Brouillards 2017 – Bourgogne (Frankrijk)
    Pinot Noir die een opvoeding kreeg van 18 maanden in Franse eiken vaten, waarvan 30% nieuw.
    Helder robijnrood van kleur, met een lichte evolutie passend bij de jaargang. De neus blijft almaar boeien: bij aanzet is het aromatisch palet al opvallend breed, en hoe langer de wijn openstaat, hoe complexer het bouquet zich ontvouwt. In willekeurige volgorde komen aroma’s naar voren van bosaardbei, framboos en kriek, viooltjes, peper en kaneel, gevolgd door koffie, ceder en tabak. Verder ook thee, laurier, humus, boschampignon en uitgesproken sous-bois. Het geheel is complex, harmonieus en verveelt geen enkele seconde. In de mond zet de wijn deze veelbelovende geurfase moeiteloos verder. De tannine zijn mooi en zuiver, voldoende krachtig maar fijn van textuur. De zuren zijn levendig en dragen de wijn over de volledige lengte van de smaak. Alles valt hier voorbeeldig op zijn plaats: sappig = acide = heeft voldoende tannine = super in balans = mineraal = bovenal subliem lekker!
    Punten: 93/100 – Niet te koop in België (richtprijs 75,00 €)
  5. Kellerei Girlan Pinot Noir Riserva Trattmann 2016 – Südtirol/Alto Adige DOC (Italië)
    Deze Pinot Noir ondergaat verscheidene lageringen alvorens hij op de markt komt. Vooreerst krijgt hij een opvoeding, deels in barriques (225 liter) en grote botti van 12 hectoliter voor 12 maanden. Nadien volgt een rijping van 8 maanden in 70 hectoliter vaten en tenslotte rust de wijn verder in de fles gedurende 8 maanden.
    Dit complex rijpingsproces uit zich al onmiddellijk als je een eerste snuif doet aan het glas. We geven voor de volledigheid nog mee dat de wijn een mooie volle kersenrode kleur heeft. De neus is rijp, diep en complex, met een fantastisch mooie roodfruitmelange van voornamelijk (bos)aardbei, kers en framboos. Bovendien is de wijn heerlijk geparfumeerd. Zowel de geurige roosjes als de diepere florale toetsen van viooltjes komen opzetten. Fijn kruidig met een initiële aanzet van tertiaire aroma’s van tabak, sigarenkistje, en cederhout, met nuances van mokka, koffie en op de achtergrond een subtiele aardse toets van humus en bosgrond. Alles is mooi geïntegreerd en straalt een levendige rijkheid en complexiteit. De verwachtingen bij het proeven zijn alvast hoog! Hoewel wijnmeester Peter 2 van de vier flessen (terecht) heeft afgekeurd en we als gevolg hiervan maar een mierenlek in het glas kregen stelde dit wijnplasje totaal niet teleur. Integendeel, deze Pinot Noir toont zich met een zachte maar toch krachtige, serieuze en vooral uitgebalanceerde stijl. De tannine zijn rijp, aanwezig en geven de wijn een duidelijke structuur. De zuren zijn nog steeds levendig genoeg om het geheel fris te houden, en staan volledig in dienst van balans en lengte. Het fruit is wat rijper wat het geheel een wat ronder mondgevoel geeft. De afdronk is lang, sappig en gedragen, met minerale en kruidige accenten. Dit is geen speelse Pinot Noir, maar een volwassen, vlotte, geconcentreerde en harmonieus opgebouwde wijn.
    Punten: 90/100 – Te koop bij Het Wijnsalon (richtprijs: 38,50 €)
  6. Weingut Dr. Wehrheim Sonnenschein Spätburgunder Grosses Gewächs 2020 – Pfalz (Duitsland)
    Spätburgunder die gedurende 12 tot 14 maanden rijpt in eiken barriques.
    Helder robijnrood van kleur met een frisse, nog vrij jeugdige glans. Hoewel er wat donkerder fruit in de geur aanwezig is, zonder echt zwart fruit te worden, staat het rode fruit centraal met aroma’s van zure kers, kriek, rode bes en bosaardbei. Daarbovenop komen duidelijke florale toetsen van viooltjes, gevolgd door een verfijnde kruidigheid van witte peper en een hint van laurier. Na het walsen ontwikkelen zich zelfs wat meer balsamische toetsen maar ook meer aardse en minerale nuances. Het aromatische profiel is eerder ingetogen dan uitbundig. In de mond toont deze Spätburgunder zich strak en energiek, met een stevige doorzetting van de kers/kriek. Dit zorgt voor een uitgesproken aciditeit die de wijn lengte en spanning geeft. De tannine zijn fijn maar licht nerveus aanwezig. Voldoende lange lengte. Al bij al is dit een zeer aangename wijn die nog wat jong overkomt maar die het niveau van de vorige twee wijnen niet kan bereiken. Een kleine terugval.
    Punten: 87/100 – Te koop bij Langbeen (richtprijs 49,60 €)
  7. Cristom Vineyards Pinot Noir Mt. Jefferson Cuvée 2023 – Eola Amity Hills Willamette Valley (VS)
    Deze Pinot Noir, die een rijping krijgt van 11 maanden in barriques, kreeg een mooie notering (11e plaats) in de Wine Spectator top 100 van 2025. Ik geef graag even mee wat de WS commentaar is over deze wijn: ‘This impressive Pinot is polished and detailed, offering dynamic flavors of raspberry and blueberry, with mineral and brown baking spice hints that build richness toward fine-grained tannins.’ Ik toets deze even af met mijn proefnotitie.
    Zuivere kersenrode kleur met een frisse, jeugdige glans en mooi tranend. De neus is open en expressief, met een duidelijke focus op het aardse, bosaspect (boschampignon, sousbois, potgrond). Nadien volgt er een ware kruidenexplosie (peper, kaneel, jeneverbes, salie, munt, laurier…). Koffie en thee volgen snel. Het fruit laat echt wel op zich wachten. Even walsen, ruiken, wat heviger walsen. Het glas wegzetten en wat laten rusten en uiteindelijk is het daar: rood fruit van voornamelijk kers, kriek, framboos en rode bes, aangevuld met frisse toetsen van bosaardbei. Gelukkig is het fruit van bij de eerste slok wel aanwezig. Het mondgevoel is fris en levendig, met een uitgesproken maar stevig evenwichtige aciditeit die meteen voor spanning zorgt. Jeugdig, te jeugdig momenteel waardoor de wijn lichtjes nerveus overkomt. Mocht het thema niet als Pinot Noir gekend zijn, ik had op een blinde proef de wijn nooit als een Pinot Noir omschreven. Misschien leest dit net iets te negatief en dat is niet de bedoeling want ik kon de wijn wel zeer appreciëren.
    Punten: 89/100 – Niet te koop in België (richtprijs: 45,00 €)
  8. Domaine Fourrier Vieilles Vignes Pinot Noir 2012 – Gevrey Chambertin (Frankrijk)
    Pinot Noir die 18 maanden rijpt in Franse eiken vaten met een beperkt aandeel (20%) nieuw hout.
    Granaatrood van kleur met duidelijke evolutie en licht troebel. De neus is uitgesproken Bourgondisch met uiteraard wat oudere geuren en volop tertiaire aroma’s. Maar desondanks staat het rode fruit nog steeds centraal met aroma’s van kers, kriek maar ook gedroogde framboos. Florale toetsen zijn aanwezig maar ingetogen, richting gedroogde roos. Daaronder ontvouwt zich een complex tertiair palet van sous-bois, humus, natte bladeren en bospaddenstoel, gevolgd door accenten van thee, tabak, cederhout en een lichte kruidigheid van peper en laurier. Alles is perfect versmolten. In de mond is de wijn zacht en harmonieus opgebouwd. De tannine zijn volledig afgerond, de zuren nog levendig maar subtiel geïntegreerd. Het fruit is geëvolueerd maar nog mooi aanwezig. De afdronk is lang, verfijnd en aangenaam. Dit is geen expressieve of opulente Pinot Noir, maar een klassiek, mature Gevrey-Chambertin die inzet op balans, diepgang en sereniteit. Wat mij betreft dan ook een heerlijke afsluiter van een zeer mooie proeverij!
    Punten: 90/100 – Niet te koop in België (richtprijs 75,00 €)

Italiaanse wijnavonden – Deel 2

Na de inleiding over het wijnland Italië is het vanaf nu ‘full-speed ahead’! We halen onze Vespa van stal, starten de scooter en snorren Italië door. Af en toe parkeren we even en snoepen we van het lekkers dat het land ons te bieden heeft.

Noordwest Italië was het te ontginnen gebied. Na een korte walk-over van de vakantieparadijsjes Aosta en Liguria ging het al gauw over naar het betere werk van de avond…Lombardia en Piemonte.
Aosta is trouwens een zalig gebied om uit te leggen! Slechts 1 gezamenlijke DOC, geen DOCG, geen IGT. Het is wachten tot de Abruzzen om dergelijk poepsimpelheid nog een keertje tegen te komen in het Italiaanse wijnkluwen.

We bevinden ons vanavond in alle geval in Nebbiolo land! Nebbiolo, Spanna, Chiavennasca, Picotendro…allemaal dezelfde benaming voor wat deze soms sublieme, soms vlug te vergeten druif ons kan brengen.
Het zou de druiven, en uiteraard ook de wijnen, die gedoemd zijn in de schaduw te leven van deze grootse koppigaard onrecht aandoen hen ook niet met de nodige aandacht te behandelen. En dus passeerden Barbera, Dolcetto, Arneis, Cortese en andere ook de revue.

Dat het niet al Piemonte hoeft te zijn wat de klok slaagt, was de deelnemers na afloop wel duidelijk. Hoewel de wijnen van Aosta en Liguria op stal werden gelaten, parkeerden we onze Vespa wel op de trein om even een bezoekje te brengen aan Lombardia. Niet naar Milaan, wel naar het Lago di Iseo en vooral richting Valtellina!

Nu Lombardia, dat is Franciacorta en Franciacorta is een zaligheid van een mousserende wijn. Dat heb je in een vorig ‘blogje’ al wel kunnen lezen. Maar je hebt er nog de sublieme wijnen van Valtellina (ik weet het wel daar heb je die verdomde druif weer ;-)).

Wat stond er op de proeftafel te trappelen van ongeduld?

Uiteraard was de start eentje met bubbels van het edelste Lombardijnse vocht. De Berlucchi ’61’ Cuvee Storica was als vanouds, zacht aangenaam en subliem smakend.  Basis van deze schuimwijn was Chardonnay, aangevuld met Pinot Nero. Het zou trouwens de laatste keer zijn dat we ‘vreemd’ gingen wat de druiven betrof.

Volgde een duo van de hoogst aangeschreven witte wijnen vanuit Piemonte. Starten deden we met een DOCG Gavi. De Granée van Beni di Batasiolo. Een Gavi dat is Cortese in ons glas! Cortese staat aangeschreven als een hoogstaande druif, of moet het eerder hoogmoedig zijn? Geur en aanzet waren prima, het vervolg te zwak om als hoogstaand omschreven te worden.
Andere grote witte speler is de Arneis. Vroeger gebruikt om de strenge Nebbiolo af te vlakken, nu speelt de druif soloslim in voornamelijk het Roero gebied. Zoals gewoonlijk, zeer apart van aroma en van smaak. Moeilijk om er ‘op zich’ van te genieten want hoort, in mijn ogen, een passend gezelschap te krijgen in de vorm van een gerecht (asperges). We proefden de Marcarini Roero Arneis.

Tijd om over te schakelen naar rood. Vol verwachting werd de Dolcetto d’Alba Vignalunga van Albino Rocca ontkurkt en ingeschonken om met ontzetting te moeten vaststellen dat de kurkduivel ons vanavond niet ongemoeid zou laten. Zonde toch…!
En dus moesten we vroeger dan verwacht ons Nebbiolo hoofdstuk aansnijden. Drie uiteenlopende wijnen van deze druif kregen de gasten blind voorgeschoteld: De Bric del Baio van Ca’Del Baio (DOC Langhe Nebbiolo), de Vigneti Brich Ronchi van Albino Rocca (DOCG Barbaresco) en tot slot de 5 Stelle van Nino Negri (DOCG Sforsato di Valtellina).
Het ging dan ook gestaag crescendo. Dat er bij de eerste wijn nog geopperd werd van ‘amaai is dat nu die grote Nebbiolo’, werd er bij de Barbaresco al wat minder protest genoteerd…tot de prijs bekend werd! 37 € en een klets…lekker ja, dat wel maar is de prijs rechtvaardig?
Wanneer echter de Sforzato in het glas verscheen (ik had bewust geen Barolo genomen) ging iedereen zalig languit liggen. Vespa aan de kant, het gras in en genieten. Mensen, de 5 Stelle is een zaligheid van ongekende hoogtes! Zijn alcohol (15,5° vol) moet je erbij nemen want hij zal je hoegenaamd niet storen in het glas. Supercomplexe aroma’s, een smaaksensatie waar je enkel maar van kan dromen en een constante wisselwerking, zowel in geur als in smaak. Er werd behoorlijk minder geargumenteerd om de prijs van dit pareltje!

Als afsluiter tenslotte de reeds eerder besproken Moscato d’Asti Vecchia Vigna van Ca’D’Gal.

Besluit…missie geslaagd! Nebbiolo op zijn voetstuk geplaatst, maar niet daar waar men het verwacht…

Alla Prossima Volta!