10 Italiaanse wijnen die je ooit gedronken moet hebben

Jaarlijks geven we een diepgaande opleiding over Italiaanse wijnen, gespreid over zes avonden. Afgelopen woensdag werkten we de laatste sessie af en sindsdien is het alweer aftellen naar de volgende reeks. Als afsluiter van de lessenreeks deelde ik mijn eigen lijst van tien iconische Italiaanse wijnen die je ooit in je leven gedronken moet hebben. Wat de cursisten niet wisten, was dat ik er als afsluiter eentje van deze lijst had laten binnenkomen.

Zo’n lijst is natuurlijk persoonlijk en al zeker geen vaststaand gegeven. Hij kan er volgend jaar alweer helemaal anders uitzien. Of misschien moet ik de wijnen die ik reeds proefde van de lijst afhalen en vervangen door anderen. Want ondertussen heb ik toch al de helft ervan ooit in het glas gehad.

Misschien vinden jullie dat er best wel een of andere wijn ontbreekt op deze lijst of zou die voor jou er compleet anders uitzien. Zoals je weet staan we open voor alle suggesties en mag je me overladen met tips van Italiaanse wijnen die je zelf zou opnemen op de lijst.

Ik deel alvast mijn lijst. De wijnen zijn gewoon alfabetisch geplaatst zonder dat er een rangorde achter zit. Voor de goede orde, die heb ik wel degelijk.

Amarone della Valpolicella Classico DOCG: Giuseppe Quintarelli Riserva

Misschien zijn er velen verbaasd deze wijn op de lijst te zien staan, want ik ben niet onmiddellijk een grote liefhebber van Amarone. Maar over Amarone bestaan veel misverstanden. Te zwaar, te geconcentreerd, te veel alcohol, eigenlijk net allemaal te. En dan kom je bij Quintarelli uit, en dan valt dat hele simplistische praatje gewoon stil. Ik proefde reeds zijn basis Amarone en daar word je toch even stil van. Ik zou ook zijn Selezione Giuseppe Quintarelli op het lijstje kunnen plaatsen, maar zal al vrede nemen met de Riserva.

De Riserva wordt niet elk jaar gemaakt. Enkel in de beste jaren zal je deze zien verschijnen. Hij vertrekt vanuit een persoonlijke vatselectie. De druiven komen uit de heuvels rond Negrar, in het hart van de Valpolicella Classico. Corvina en Corvinone vormen de basis, aangevuld met Rondinella en een klein aandeel andere lokale rassen. De druiven worden tijdens de oogst streng geselecteerd en daarna in houten kistjes of op rieten matten gelegd. Daarbij wordt zelfs gelet op hoe de druiven precies liggen, zodat de appassimento op een natuurlijke manier kan verlopen. In november verschijnt de edele rotting, die zich vooral in januari verder ontwikkelt.

Eind januari worden de druiven geperst. Na een maceratie van ongeveer 20 dagen start de alcoholische gisting met inheemse gisten. Die gisting duurt ongeveer 45 dagen. Daarna verhuist de wijn naar grote Slavonische eiken vaten, waar hij zeven jaar rijpt.

Quintarelli heeft Amarone mee naar een niveau gebracht waarop de wijn niet langer alleen over kracht of concentratie gaat. Tijd is hierbij cruciaal. Vooral de wijn de nodige tijd gunnen om zich helemaal te ontplooien.

Om dit te kunnen proeven zal je net iets meer dan 700 € moeten betalen. Begin juni zijn we in Valpolicella en gaan we op bezoek bij Quintarelli. Ik moet je niet vertellen dat de hoop leeft om deze daar van het lijstje te kunnen afvinken.

Barbaresco DOCG: Gaja Sorì San Lorenzo

Neem ik Gaja mee op in de lijst of niet? Ik heb toch even geworsteld met die vraag, maar uiteindelijk volmondig ja geantwoord. Over een iconische naam in de Italiaanse wijnwereld gesproken. Ik vergeef het mezelf nog steeds niet dat ik ooit de kans had om deze wijn te proeven, maar de gelegenheid aan mij voorbij heb laten gaan. Met een air van: ik proef dit later wel een keer op mijn gemak in plaats van dit nu overhaast te doen. What a mistake to make!

De Nebbiolo wijngaard Sorì San Lorenzo ligt in Barbaresco en behoort tot de absolute referenties van het domein. De naam verwijst naar de ligging waar de zon mooi op de helling valt. Angelo Gaja bracht deze wijn voor het eerst apart op de markt in de jaren zestig en zette daarmee mee de toon voor een andere manier van denken in Piemonte. Niet alleen de appellatie was belangrijk, ook de specifieke wijngaard kreeg een gezicht.

De prijzen voor deze wijn die je online ziet circuleren variëren stevig. Ik ga ervan uit dat voor een goed jaar al vlug rond de 800 € betaald zal moeten worden.

Barolo Riserva DOCG: Giacomo Conterno Monfortino

Een Barolo mag uiteraard niet ontbreken, maar welke ga ik er nu opzetten. Ik kan moeilijk een lijst maken met enkel maar Barolo, al zou het zo maar kunnen. De uiteindelijke keuze valt op Monfortino van Giacomo Conterno. Hoewel ik al veel heb mogen proeven van deze producent, is de Monfortino tot op heden steeds door de mazen van het net geslipt. Nochtans heb ik er een meer dan gezonde interesse naar.

Monfortino is geen gewone Barolo Riserva. Dit is een wijn die enkel in de beste jaren wordt gemaakt. De Nebbiolo bessen komen uit de Cascina Francia wijngaard in Serralunga d’Alba. Nog voor de oogst wordt beslist welke druiven eventueel voor Monfortino in aanmerking komen. Dit doen ze door voortdurend de bessen te proeven in de wijngaard. Het spreekt voor zich dat alleen de beste druiven in aanmerking komen.

De wijn rijpt voor minstens zeven jaar op grote Slavonische eiken vaten. Pas na jaren rijping en verschillende proefsessies beslist men of er effectief een Monfortino komt. Voldoet het vat niet aan de verwachtingen, dan verdwijnt hij in de Barolo Cascina Francia. Zoals gezegd: geen gewone Barolo dus! In een normaal jaar worden er ongeveer 7.000 flessen gemaakt.

De prijzen volgen de mythe zonder verpinken. Voor een recente jaargang zit je al snel boven de 1.000 €. Dat zijn veel centen voor een fles wijn, maar hij hoort absoluut thuis op deze lijst. Misschien moeten we hier ooit een split cost doen en de wijn delen met enkele gelijkgestemden.

Bolgheri DOC: Ornellaia Bianco

Een witte wijn uit Bolgheri op deze lijst zetten lijkt misschien een vreemde keuze. Bij Bolgheri denken we spontaan aan rood, aan Ornellaia, Sassicaia, Masseto en al die andere flessen waarbij je kredietkaart al preventief begint te zweten. Ik wou niet enkel een lijst opbouwen met enkel maar rode wijnen, wat misschien wat meer voor de hand ligt. De keuze welke witte wijn te nemen was niet eenvoudig en ik geef toe dat het lopen op een slappe koord is met de keuze voor Ornellaia Bianco. Ik wou echter per se eentje nemen die ik nog niet heb geproefd. Vraag me binnen enkele maanden het lijstje te herbekijken en deze zal er misschien niet langer nog opstaan.

Ornellaia Bianco werd voor het eerst gemaakt met jaargang 2013. Sauvignon Blanc vormt de basis, aangevuld met Viognier. De Sauvignon Blanc komt van drie kleine wijngaarden binnen het domein, percelen die volgens Ornellaia bijzonder geschikt zijn om het terroir over te brengen in de wijn.

De druiven worden met de hand geoogst. Nadien worden ze onmiddellijk gekoeld om het aromatische potentieel te bewaren. Na selectie volgt een zachte persing van volledige trossen. De gisting gebeurt in barriques, waarvan 30 procent nieuw en 70 procent gebruikt. Malolactische gisting wordt niet uitgevoerd. Daarna rijpt de wijn 10 maanden op de fijne lies met bâtonnage, gevolgd door nog 2 maanden in inox en 6 maanden flesrijping voor hij op de markt komt.

De prijs zit al snel rond 250 tot 300 €.

Brunello di Montalcino Riserva DOCG: Case Basse di Gianfranco Soldera

Soldera opnemen in deze lijst voelt bijna verplicht, al weet je tegelijk dat je jezelf daarmee in woelig water begeeft en dat je haast moet maken om deze nog effectief onder de Brunello noemer te kunnen proeven. En dat is exact wat ik eigenlijk wens. Misschien slaag ik er niet in en behoud ik de wijn toch in de lijst, maar dan in zijn huidige vorm als IGT.

Gianfranco Soldera bouwde Case Basse uit tot een van de meest legendarische domeinen van Montalcino. Alles vertrok vanuit een bijna obsessieve visie op Sangiovese Grosso. De wijngaarden werden extreem zorgvuldig beheerd, rendementen bleven laag en in de kelder werd vooral niets overhaast. Lange rijping op grote Slavonische eiken vaten, geen toegevingen aan snelle drinkbaarheid en vooral een geloof dat grote Sangiovese tijd nodig heeft.

Het verhaal van wat er in het verleden is gebeurd en wat geleid heeft tot zijn breuk met Brunello is nice to know, maar doet niets af aan de kwaliteit van de wijn. Mocht er iemand zijn die nog een flesje 2006 in zijn bezit heeft en dit met me zou willen delen: ik hoor het graag.

Colli Orientali del Friuli DOC: Miani Calvari Refosco dal Peduncolo Rosso

Ik ben grote fan van de witte wijnen van Miani en heb deze reeds meermaals kunnen proeven. Nooit kwam de gedachte in me op om ook hun Refosco te proeven. Tot ik een inside tip kreeg dat ik absoluut Calvari Refosco dal Peduncolo Rosso moest proeven. Deze tip werd me zo smakelijk en waarheidsgetrouw gebracht dat ik hem prompt nomineerde voor deze lijst.

Enzo Pontoni is de man achter Miani en in Friuli heeft hij intussen een bijna mythische status opgebouwd. Hij werkt in de Colli Orientali del Friuli met oude stokken, lage rendementen en een zorg voor detail waar je bijna zenuwachtig van wordt. Calvari is een van zijn grote referentiepercelen en Refosco dal Peduncolo Rosso bereikt hier zijn hoogste piek.

De druiven komen van de heuvels van de Colli Orientali, waar kalkrijke bodems en een geschikt microklimaat Refosco bijzonder goed liggen. De oogst gebeurt met de hand, de selectie is streng en de gisting verloopt met inheemse gisten. Daarna rijpt de wijn op eikenhouten vaten. Alles aan deze wijn toont dat grootheid in Italië niet altijd uit de meest voor de hand liggende appellaties moet komen.

Als je ervan uitgaat dat Refosco een onbekende druif is, dan zit je juist. Link je daar om die reden misschien ook een lager prijskaartje aan? Think again: drie bruine en één blauw briefje zal je moeten bovenhalen.

Süd Tirol – Alto Adige DOC: Elena Walch Aton Pinot Nero Riserva

Pinot Nero en Südtirol – Alto Adige is wat mij betreft een zeer geslaagd huwelijk. Er zijn daar heel wat Pinot Nero wijnen te vinden die je perfect op het hoogste schavotje kan plaatsen. Aton van Elena Walch hoort daar zonder twijfel bij.

De wijngaarden liggen in Glen, bij Montagna, en in Barleith, een cru uit Caldaro. Beide zijn opgenomen in de lijst van de 86 UGA’s van Alto Adige. De stokken, die meer dan 60 jaar oud zijn, staan aangeplant op een hoogte van 400 tot 600 meter. Met amper 3.395 flessen die ervan gemaakt worden, creëren ze schaarste terwijl de vraag hoog is. Ik heb deze wijn ondertussen al enkele keren in het glas gehad en kan hem dus afvinken van het lijstje. Dat hij er nog steeds op staat, bewijst zijn waarde.

Voor deze fles zal je ongeveer 175 € betalen.

Trebbiano d’Abruzzo DOC: Valentini

Deze wijn is al lang afgevinkt, maar toch was het een no brainer om hem op te nemen in de lijst. Ik ben me bewust dat er wat wenkbrauwgefrons aan te pas zal komen bij het opnemen van een Trebbiano. Maar een verticale degustatie van deze wijn, met toch wel oudere jaargangen, verantwoordt deze keuze volledig.

Valentini werkt in Abruzzo met oude stokken van Trebbiano Abruzzese. De aanpak is eigenzinnig en allesbehalve gericht op volume. De druiven komen uit de heuvels rond Loreto Aprutino, waar de combinatie van hoogte, bodem en klimaat Trebbiano een heel ander gezicht geeft dan wat veel mensen verwachten.

In de kelder wordt er weinig geforceerd. Na het persen start de gisting spontaan in grote houten vaten, enkel met inheemse gisten. Daarna rijpt de wijn ongeveer één jaar in grote eiken vaten van 50 tot 70 hectoliter. Er wordt niet geklaard en niet gefilterd.

De prijzen zijn de voorbije jaren stevig gestegen. Voor een fles zit je al snel richting 150 € of meer. Dat maakt het geen evidente aankoop. Maar dit is zo’n wijn die je moet geproefd hebben om te begrijpen waarom sommige liefhebbers er zo eerbiedig over spreken.

Trento DOC: Fratelli Lunelli Giulio Ferrari Riserva del Fondatore Collezione Metodo Classico Extra Brut

We hadden oorspronkelijk geen bubbel opgenomen, maar Italië is ondertussen zo bubbelgek geworden dat ik alsnog overstag ben gegaan. Ik ga dan wel voor het serieuze werk en laat de Prosecco’s over aan zij die het graag drinken. Hoewel ik niet direct een fan ben van de basis spumante van Ferrari, is de Riserva del Fondatore toch wel een ander kaliber. Krijg ik de kans om een glas te nippen, dan zal ik nooit neen zeggen. Bij deze weet je dus al dat hij doorstreept is.

Giulio Ferrari was de man die begin vorige eeuw in Trentino het potentieel zag voor metodo classico. De familie Lunelli heeft dat werk verdergezet en uitgebouwd tot wat vandaag zonder discussie een van de referenties is voor mousserende wijn in Italië. De Riserva del Fondatore is daar het absolute uithangbord van. De tweede gisting gebeurt op fles en de wijn rijpt vervolgens maar liefst 120 maanden op de lie. Dat is tien jaar geduld, en dat voel je in alles.

Deze cuvée wordt enkel gemaakt in de beste jaren en de productie blijft beperkt. De prijs zit rond de 180 €, wat in deze lijst bijna bescheiden aanvoelt.

Vernaccia di Oristano Riserva DOC 1968: Silvio Carta

Deze wijn is wellicht de meest eigenzinnige keuze uit de hele lijst. Bovendien is hij ook de aanleiding geweest om deze lijst effectief op te maken. Met wat bevriende wijnliefhebbers rond de tafel, snuffelend en proevend van enkele mooie Italiaanse wijnen, bracht iemand deze wijn ter sprake. This one you really must have drunk before you die’, was zijn commentaar. En dus wilde ik hem er absoluut bij.

Het gaat hier niet om Vernaccia zoals we die elders in Italië kennen. De naam verwijst vooral naar een lokale druif, en op Sardinië krijgt die een heel aparte invulling. Na de gisting rijpt de wijn in vaten die niet volledig gevuld worden. Daardoor komt er zuurstof bij en kan er flor ontstaan, een laag gistcellen die de wijn beschermt en tegelijk zijn unieke karakter geeft. Dat plaatst Vernaccia di Oristano in het kleine clubje van oxidatieve wijnen met biologische rijping.

De productiezone ligt in de benedenvallei van de Tirso, rond Oristano, met onder meer San Vero Milis, Solarussa en Simaxis als belangrijke namen. De wijnen zijn volledig droog en hebben niets te maken met het zoete of logge beeld dat sommige mensen bij oude, krachtige wijnen voor ogen hebben. Zelf weigert men dan ook te spreken over een dessertwijn.

De Riserva 1968 van Silvio Carta is natuurlijk nog een ander verhaal. We spreken hier over een fles met meer dan een halve eeuw geschiedenis, die maar liefst gedurende 50 jaar op vat heeft liggen wachten om gebotteld te worden en uiteindelijk in ons glas te belanden. Jawel, dit was absoluut de afsluiter van onze Italiaanse wijnavonden en de wijn waarmee ik de cursisten verraste. De prijs van deze fles schommelt rond de 260 €.

🍷 The Golden Hectare of Barolo — How Capital Is Redrawing Barolo’s Future

When I’m in the car, I almost always have a wine podcast playing. This drive was no exception. With the seatbelt fastened and the road unwinding ahead, I listened as James McNay, my friend and fellow Italian Wine Ambassador, guided the conversation on Ambassador’s Corner for the Italian Wine Podcast.
His guest was Attilio Pecchenino.

The exchange was pleasantly familiar. Terroir, tradition, Nebbiolo, Barolo as it is supposed to be discussed. I was listening closely, almost on autopilot, until James asked a question that shifted the entire frame of the conversation.

“Attilio, what is a hectare of Barolo vineyard worth today?”

Attilio said that in 2009 he had bought a parcel in the Bussia cru for around €300,000 per hectare.
Today, he replied without a pause, it is closer to €3,000,000 per hectare.

Three million euros.
For a single hectare.

In that moment, it became unmistakably clear that this story is not only about wine. It is no longer confined to grapes, vinification, or vintages. It is about capital, structural scarcity, and the defining question of the next era in the Langhe. Who will still be able to make Barolo, and on what terms?

📈 Why Barolo Vineyard Land Has Become a Luxury Asset

That Barolo vineyard land now costs a fortune is no coincidence, and certainly not a passing phase. It is the result of three forces that have been moving together for years: structural scarcity, tight regulation, and a level of demand that simply holds.

To begin with, Barolo is geographically small. The appellation covers only a limited run of hills across eleven communes, and there is very little room to expand. On top of that, new plantings are tightly controlled at European level. Through the planting authorisation system, annual vineyard growth is effectively capped at around one percent. In a zone where almost every suitable slope was planted decades ago, that means something very practical. Almost no new land is added to the Barolo equation.

And yet the world’s appetite for Barolo has not eased. Year after year, production remains broadly in the same range, often estimated at around thirteen million bottles, while Barolo has only strengthened its place on international wine lists and in collectors’ cellars. It has long since broken free of the “classic Italian red” category. Today it is treated as a global reference, spoken of in the same context as great Burgundy or top Napa.

What is striking is that this prestige has not translated into an equivalent surge in the wine’s underlying producer-side value. The price per hectolitre of Barolo, a useful proxy for the wine’s value at origin, has remained remarkably steady in recent years, hovering around €900 to €1,000. For investors, that matters. It suggests a market that is not only prestigious, but also predictable.

Then there is Barolo’s own brand power. When someone buys a Barolo parcel today, they are still investing in a product, wine made from grapes grown on a specific slope. At the same time, they are buying into an international reputation built on origin, prestige, and historical depth. In that context, each hectare works like a lever. Limited supply, structural scarcity, and global reputation keep reinforcing one another. The outcome is hard to avoid. Land prices are not rising because farming suddenly became more expensive. They are rising because Barolo itself has become an exceptional and highly coveted possession.

🔎 What Does It Cost Today?

Translate that dynamic into real numbers and you quickly arrive at the different crus. Not every hectare of Barolo is priced the same. Location, reputation, and scarcity are decisive. Conversations with producers and recent market analysis suggest the gaps are now substantial.

Indicative market values for Barolo vineyard land (2024):

  • Bussia (Monforte d’Alba): €2.5–3.0 million per hectare
    A blue-chip site with iconic producers; the reference point for Monforte.
  • Cannubi (Barolo commune): €2.0–2.5 million per hectare
    Historic cru, referenced as early as 1752; a powerful name with slightly broader availability.
  • Ravera (Novello): €1.2–1.8 million per hectare
    Rapidly rising in esteem; attractive to newer investors.
  • Vigna Rionda (Serralunga d’Alba): €2.0–3.0 million per hectare
    Extremely limited supply; discreet transactions can exceed these levels.

Sources: CREA, Gambero Rosso (2024), interviews with producers.

💼 Case Study: Vietti

“A brand can survive, but a wine style is alive.”

I still remember clearly how I used to drink Vietti. Their Rocche di Castiglione was, for me, the textbook example of what Barolo can be. Complex, refined, and at the same time unmistakably rooted in its place. These were wines with tension and personality, wines that seemed to hold a line between polish and stubbornness.

So when it became public in 2016 that Vietti had been sold to the Krause Group from Iowa, it landed like a shockwave in Barolo. It was one of the first times a historic Barolo estate, built and financed over generations within a family, passed entirely into foreign hands. On paper, everything looked reassuring. The winemaking team stayed. Mario Cordero, who had long been responsible for vinification, remained in place.

And yet wine is rarely only the sum of technique.

In the years after the takeover, I began to notice a shift in the glass. The wines were still undeniably good. Technically precise, clean, consistent. But for my taste, they felt different. Less inner tension, less personality. More polished, smoother, more obviously “correct”. As if some of the wine’s friction had been traded for international readability. It was still Barolo, but it felt less insistently Barolo.

That impression took on a human face at Vinitaly 2025. There I met Caterina Cordero, the family’s daughter, who now runs Cordero San Giorgio in Oltrepò Pavese with her brothers. She spoke openly about the changes at Vietti, about how much she missed Barolo, and about her hope of one day being active in the Langhe again. Not with bitterness, but with a visible sense of longing.

She did not come across as someone who had “lost a project”. She came across as someone who missed a place. And that is precisely why this case matters. Behind an acquisition there is never only brand strategy or investment logic. There is also a sense of style, a family history, and a way of working that does not always travel cleanly from one context to another. Even when the winemaker remains the same, the wine can change when the world around it changes.

🍇 Consequences in the Vineyard

The list of buyers in Barolo has become surprisingly diverse. Alongside the familiar family names, rooted in these hills for generations, new players are showing up more and more often. Luxury groups, private equity, even international hospitality companies are looking at Barolo as a safe and prestigious place to put their money. That flow of capital is not automatically a bad thing, but it does change the region’s rhythm.

You see it most clearly in ownership. For families who have worked the same steep slopes for decades, today’s land prices are becoming harder and harder to square with succession. When a hectare is worth millions, the estate does not only gain status. The financial pressure around handover rises as well. Inheritance tax is calculated on market value, while the cash in a wine business is often limited. The wealth sits in the vineyard, not in the bank. Add the reality of having to buy out brothers or sisters who are not active in the domaine, and the sums quickly become too heavy, even for healthy estates. Banks look at cash flow, not at heritage.

In that context, selling becomes less of a choice and more of a necessity. Not because families want to stop, but because the numbers start pushing them there. For young winemakers, the same prices create a near-impossible barrier. Barolo becomes less a place you can grow into step by step, and more a place you can only enter if serious capital is already behind you.

With new ownership also comes a shift in how winemaking is approached. In family estates, the vineyard is usually the starting point, with decisions shaped by experience, intuition, and pride in the land. In larger structures, the focus more often moves toward efficiency and control. Money goes into modern cellars, precision tools, hospitality, and international marketing. That can raise standards and professionalise the region, but it also changes what gets valued most. Winemaking becomes part of a broader business model, where consistency and scale can matter more than a personal touch.

And that has consequences for how Barolo is made today. Terroir does not disappear, but it starts playing a different role inside a tighter economic frame. The question hanging over these vineyards is not whether Barolo will lose quality. The real question is how much room will remain for identity, for interpretation, and for the kind of individual voice that made so many of us fall in love with Barolo in the first place.

👃 What Does This Mean for What’s in the Glass?

For the drinker, these changes show up first on the label. In Barolo, origin is carrying more and more weight, and you see that in the rise of the Menzioni Geografiche Aggiuntive, the MGAs. Producers increasingly choose to state exactly which cru, or even which parcel, their grapes come from. Not only out of pride or conviction, but because that kind of precision now has real value. A name like Bussia, Cannubi, or Vigna Rionda is no longer just a place on a map. It has become a clear signal in the market.

That evolution mirrors the jump in vineyard prices almost directly. As hectares become rarer and more expensive, the urge to show that value openly grows stronger. MGAs are more and more used as price anchors. They help justify higher bottle prices and they create a hierarchy inside an appellation that many people used to think of as one whole. Barolo becomes less of a single category and more of a layered landscape, where origin, reputation, and scarcity keep feeding each other.

But it does not stop at the label or the price list. It reaches into how terroir is talked about, and sometimes into how it is handled. Terroir once meant accepting the limits and the character of a specific slope. Today there is a risk that it turns into a story that needs to be easy to sell. Origin still matters, but more and more for what it adds commercially. Variation, risk, and vintage moodiness, things that used to be part of proud winemaking, can give way to consistency, predictability, and a style that reads well internationally. Anything that falls outside that frame gets smoothed out.

In the end, you can taste that shift. Many wines become more correct, cleaner, technically spotless. Yet some lose a bit of their tension and their edge. Not because they are made with less skill, but because the focus changes. The wine no longer has to speak first and foremost about where it comes from, as long as it remains recognisable and sellable within an international fine-wine language.

That is why Barolo now finds itself in a delicate place between return and identity. The challenge is not quality, that part is not in doubt. The challenge is meaning. Because when origin becomes only a marketing tool, rather than a guide for decisions in the vineyard and cellar, the soul of winemaking can slowly start to fade into the background.

🔮 Where Barolo Goes Next

The question of where Barolo is heading is not theoretical. You can feel it today in the vineyards, in the cellar, and in the market. One possible future is already easy to imagine, and it is the one many people quietly fear. Barolo becomes even more exclusive. In that scenario, it follows the road Burgundy has been on for years. The best crus become rarer and more expensive, prices keep climbing, and the bottles slowly drift out of the everyday reach of the lover of Barolo. Real growers will still be there, but their wines increasingly become things to collect and invest in. Barolo remains great, but it becomes harder to live with.

Another direction is scale and sameness. Larger groups take a stronger and stronger position, professionalise the region even further, and lift everything toward a consistent premium level. The wines are technically perfect, reliable, and instantly recognisable on the world stage. Barolo becomes a luxury product with a clean story and a clear place in the market. The downside is obvious. Differences between producers and between slopes become less pronounced. The risk is not that Barolo loses quality, but that it loses character.

Between those two extremes sits a third path, less obvious but perhaps the one most worth fighting for. A future where capital and character can live side by side. Where investors bring stability, resources, and infrastructure, while small producers keep their place by standing out through origin, interpretation, and personality. In that model, MGAs do not become marketing stickers. They stay what they are meant to be, a true expression of terroir. There is room for diversity, even inside a more professional and better resourced region.

Which way it goes will depend on who gets to lead the conversation. On who decides what matters more: return or interpretation, scale or nuance, sellability or meaning. Barolo’s future is not fixed by rules or market models. It will be shaped by choices made now, by investors and by winemakers alike. That tension carries both danger and hope. The hope is that Barolo can hold on to both quality and character, without giving away its soul.

📊 Barolo in Numbers (2024)

  • Growth in private investment since 2015: +70%
  • Average price of Barolo vineyard land: €1.8 to €3.0 million per hectare
  • Annual production: approximately 13 million bottles
  • Average export price: €21 per 0.75 litre bottle
    Sources cited in the original context include CREA, Gambero Rosso, the Consorzio Barolo Barbaresco Langhe Dogliani, and Vinous.

🕯️ Epilogue

When I stepped out of the car that day, my thoughts kept circling back to Attilio Pecchenino, to the numbers, and to the look in Caterina Cordero’s eyes.
Three million euros for a single hectare of land. But how much is a piece of history worth?

Wine has always been more than a product. It is the work of people who make choices, year after year, generation after generation. The question is whether we will still taste that story in the future, now that hectares are more and more spoken of in gold, and value threatens to outweigh meaning.

This is only one way of reading a change that touches the entire region. The conversation about Barolo’s future deserves more voices than mine alone.

For me, Barolo has always been a wine to return to. A wine to spend time with, to age, to open on the moments that matter. My hope is that it can stay that way. Not as a luxury idea, but as living wine. Even in a world where Barolo is more and more treated as a brand, and less and less as a promise.

🍷 De Gouden Hectare van Barolo – Hoe kapitaal de toekomst van Barolo hertekent

Wanneer ik in de wagen zit, staat er meestal een wijnpodcast op. Ook dit keer. Ik reed, de gordel strak om me heen, terwijl op de achtergrond James McNay, mijn vriend en mede Italian Wine Ambassador, het gesprek leidde in Ambassador’s Corner van de Italian Wine Podcast.
Zijn gast was Attilio Pecchenino.

Het gesprek kabbelde aangenaam voort. Terroir. Traditie. Druiven. Barolo zoals Barolo hoort te zijn. Ik luisterde aandachtig, bijna achteloos, tot James plots die ene vraag stelde.
Mijn adem stokte.

“Attilio, wat is vandaag een hectare Barolo-wijngaard waard?”

Attilio vertelde hoe hij in 2009 een perceel in de cru Bussia had gekocht voor ongeveer €300.000 per hectare. En vandaag?
Het antwoord kwam zonder aarzeling: €3.000.000 per hectare.

Drie miljoen euro.
Voor één hectare.

Op dat moment werd glashelder dat dit verhaal verder reikt dan wijn alleen. Dit gaat niet langer uitsluitend over druiven, vinificatie of jaargangen. Dit gaat over kapitaal, structurele schaarste en de fundamentele vraag wie Barolo in de toekomst nog kan, en zal, maken.

📈 Waarom Barolo-wijngaardgrond vandaag onbetaalbaar lijkt

Dat Barolo-wijngaardgrond vandaag een fortuin kost, is geen toeval en al zeker geen tijdelijk fenomeen. Het is het resultaat van een samenspel tussen structurele schaarste, strikte regelgeving en een vraag die al jaren standhoudt. Om te beginnen is Barolo geografisch klein. De appellatie beslaat slechts een beperkt aantal heuvels in elf gemeenten, en uitbreiding is nauwelijks mogelijk. Nieuwe aanplant wordt bovendien streng gereguleerd door de Europese Unie, die via het systeem van aanplantrechten de jaarlijkse groei van wijngaarden plafonneert op ongeveer één procent. In een regio waar bijna elke geschikte helling al decennia geleden werd aangeplant, betekent dat in de praktijk dat er nauwelijks nog grond bijkomt.

Tegelijk blijft de wereldwijde vraag naar Barolo onverminderd hoog. Jaar na jaar schommelt de productie rond hetzelfde niveau (naar schatting zo’n dertien miljoen flessen) terwijl Barolo zijn positie op internationale wijnkaarten en in verzamelkelders alleen maar verder heeft versterkt. De wijn heeft zich definitief losgemaakt van het segment van de “klassieke Italiaanse rode wijn” en wordt vandaag gezien als een mondiale referentie, vergelijkbaar met grote Bourgogne of top-Napa. Die status vertaalt zich niet in een evenredige stijging van de wijn zelf. De prijs per hectoliter Barolo, de feitelijke waarde van de wijn aan de productiekant, bleef de voorbije jaren opvallend stabiel rond de 900 à 1.000 euro. Voor investeerders is dat een cruciaal signaal. Het wijst op een markt die niet alleen prestigieus is, maar ook voorspelbaar.

Daarbovenop komt de merkwaarde van Barolo zelf. Wie vandaag een perceel Barolo koopt, investeert uiteraard nog steeds in een product: wijn, gemaakt van druiven, afkomstig van een specifieke helling. Tegelijk draagt Barolo vandaag een internationale reputatie met zich mee, gebouwd op herkomst, prestige en historische diepgang. In zo’n context werkt elke hectare als een hefboom: beperkt aanbod, structurele schaarste en wereldwijde reputatie versterken elkaar voortdurend. Het gevolg is onvermijdelijk. De prijs van de grond stijgt niet omdat wijnbouw plots duurder is geworden, maar omdat Barolo als geheel is uitgegroeid tot een uitzonderlijk en begeerd bezit.

🔎 Wat kost het vandaag?

Wie die dynamiek wil vertalen naar concrete cijfers, komt al snel uit bij de verschillende cru’s. Niet elke hectare Barolo is immers gelijk geprijsd. Ligging, reputatie en schaarste spelen een doorslaggevende rol. Gesprekken met producenten en recente marktanalyses tonen aan dat de verschillen vandaag aanzienlijk zijn.

Indicatieve marktwaardes van Barolo-wijngaardgrond (2024):

  • Bussia (Monforte d’Alba): €2,5 – 3,0 miljoen per hectare
    Toplocatie met iconische producenten; referentiepunt voor Monforte.
  • Cannubi (gemeente Barolo): €2,0 – 2,5 miljoen per hectare
    Historisch cru, al vermeld in 1752; sterke naam, iets bredere beschikbaarheid.
  • Ravera (Novello): €1,2 – 1,8 miljoen per hectare
    Sterk stijgend in aanzien; aantrekkelijk voor nieuwe investeerders.
  • Vigna Rionda (Serralunga d’Alba): €2,0 – 3,0 miljoen per hectare
    Extreem beperkt aanbod; prijzen lopen bij discrete verkopen soms hoger op.

Bronnen: CREA, Gambero Rosso (2024), interviews met producenten.

💼 Case Study: Vietti

“Een merk kan blijven bestaan, maar een wijnstijl is levend.”

Ik herinner me nog goed hoe ik vroeger de wijnen van Vietti dronk. Hun Rocche di Castiglione was voor mij het schoolvoorbeeld van wat Barolo kan zijn: complex, verfijnd en tegelijk diep verankerd in zijn terroir. Dit waren wijnen met spanning en persoonlijkheid.

Toen in 2016 bekend werd dat Vietti werd verkocht aan de Amerikaanse Krause Group uit Iowa, was dat een schok voor de Barolo-streek. Het was een van de eerste keren dat een historisch Barolo-domein dat generaties lang familie-gefinancierd was, volledig in buitenlandse handen kwam. Op papier bleef de continuïteit verzekerd: het wijnmakersteam bleef ongewijzigd en Mario Cordero, die al jarenlang verantwoordelijk was voor de vinificatie, bleef aan boord.

En toch is wijn zelden louter het resultaat van techniek alleen. In de jaren na de overname begon ik in het glas een verschuiving te ervaren. De wijnen bleven onmiskenbaar goed. Technisch verzorgd, zuiver en consistent, maar voor mijn smaak ook anders. Minder interne spanning, minder eigenzinnigheid. Netter, gladder, commerciëler. Alsof de wijn een deel van zijn frictie had ingeruild voor internationale leesbaarheid. Het bleef Barolo, maar minder uitgesproken Barolo-achtig.

Die indruk kreeg een menselijk gezicht tijdens Vinitaly 2025. Daar ontmoette ik Caterina Cordero, dochter van de familie, die vandaag samen met haar broers het domein Cordero San Giorgio runt in de Oltrepò Pavese. Ze sprak openhartig over de veranderingen bij Vietti, over haar heimwee naar Barolo en over haar hoop om ooit opnieuw actief te kunnen zijn in de Langhe. Niet met bitterheid, wel met zichtbare weemoed.

Ze stond daar niet als iemand die een project had verloren, maar als iemand die een plek miste. En precies daarin schuilt de relevantie van deze casus. Achter elke overname schuilt niet alleen een merkstrategie of een investeringslogica, maar ook een stijlgevoel, een familiegeschiedenis en een manier van werken die zich niet altijd probleemloos laat doorgeven. Zelfs wanneer de wijnmaker dezelfde blijft, verandert de wijn wanneer de context verandert.

🍇 Gevolgen in de wijngaard

De koperslijst in Barolo is vandaag opvallend divers. Naast de vertrouwde familienamen die al generaties lang verankerd zijn in de Baroloheuvels, melden zich steeds vaker nieuwe spelers. Luxegroepen, private-equityfondsen en zelfs internationale horecagroepen zien in Barolo een veilige en prestigieuze investering. Die instroom van kapitaal is op zich niet negatief, maar ze verandert onvermijdelijk de dynamiek van de streek.

Dat wordt het duidelijkst bij het eigenaarschap. Voor families die decennialang dezelfde steile hellingen hebben bewerkt, is de huidige grondprijs steeds moeilijker te verzoenen met opvolging. Wanneer een hectare miljoenen euro’s waard wordt, stijgt niet alleen de symbolische waarde van het domein, maar ook de fiscale en financiële druk bij overdracht. Successierechten worden berekend op marktwaarde, terwijl de liquiditeit van een wijnbedrijf beperkt blijft. Het vermogen zit in de grond, niet op de bank. Wie daarbovenop broers of zussen moet uitkopen die niet actief zijn in het bedrijf, botst al snel op financieringen die zelfs gezonde domeinen nauwelijks kunnen dragen. Banken kijken naar cashflow, niet naar erfgoed.

In die context wordt verkoop steeds minder een keuze en steeds vaker een noodzaak. Niet omdat families willen stoppen, maar omdat de economische realiteit hen daartoe dwingt. Voor jonge wijnmakers vormt diezelfde waardering een bijna onneembare drempel. Barolo wordt zo steeds minder een regio waar je langzaam in kan groeien, en steeds vaker een regio waar je enkel nog kan instappen met aanzienlijk kapitaal achter je.

Met dat nieuwe eigenaarschap verschuift ook de manier waarop naar wijnmaken wordt gekeken. Waar bij familiebedrijven de wijngaard traditioneel het vertrekpunt is — met beslissingen gebaseerd op ervaring, intuïtie en fierheid op het land — ligt bij grotere structuren de nadruk vaker op efficiëntie en beheersbaarheid. Er wordt geïnvesteerd in moderne kelders, precisietechnologie, hospitality en internationale marketing. Dat professionaliseert de streek, maar het verandert ook de hiërarchie van waarden. Wijnmaken wordt steeds vaker onderdeel van een breder businessmodel, waarin consistentie en schaalbaarheid belangrijker worden dan eigenzinnigheid.

Die verschuiving heeft gevolgen voor hoe Barolo vandaag wordt benaderd en gemaakt. Terroir blijft aanwezig, maar krijgt een andere rol binnen een steeds strakker economisch kader. De vraag die boven de wijngaarden hangt, is dan ook niet of Barolo aan kwaliteit zal inboeten, maar in welke mate identiteit en interpretatie ruimte blijven krijgen.

👃 Wat betekent dit voor wat we in het glas krijgen?

Wat die structurele veranderingen betekenen voor de drinker, wordt vandaag in de eerste plaats zichtbaar op het etiket. In Barolo krijgt herkomst steeds meer gewicht, en dat vertaalt zich concreet in het gebruik van de Menzioni Geografiche Aggiuntive (MGA). Producenten kiezen er steeds vaker voor om exact te benoemen van welke cru of welk perceel hun druiven afkomstig zijn. Niet alleen uit overtuiging, maar omdat die precisie vandaag economische waarde vertegenwoordigt. Een naam als Bussia, Cannubi of Vigna Rionda is geen louter geografische aanduiding meer, maar een duidelijke positionering in de markt.

Die evolutie weerspiegelt rechtstreeks de explosieve stijging van de waarde van wijngaardgrond. Naarmate hectaren schaarser en duurder worden, groeit de noodzaak om die waarde ook expliciet te communiceren. MGA’s functioneren daarbij steeds vaker als prijsankers: ze legitimeren hogere flesprijzen en creëren interne hiërarchie binnen een appellatie die vroeger als één geheel werd gepercipieerd. Barolo wordt zo minder een uniforme categorie en steeds meer een gelaagd landschap, waarin herkomst, reputatie en schaarste elkaar versterken.

Maar die verfijning blijft niet beperkt tot het etiket of de prijslijst. Ze werkt door tot in de interpretatie van terroir zelf. Waar terroir ooit betekende dat men zich schikte naar de beperkingen en eigenheden van een specifieke helling, dreigt het vandaag te verworden tot een verhaal dat vooral verkoopbaar moet zijn. Herkomst blijft belangrijk, maar steeds vaker om haar commerciële meerwaarde. Variatie, risico en grilligheid (ooit kernbegrippen van fier wijnmaken) maken plaats voor consistentie, voorspelbaarheid en internationale leesbaarheid. Wat niet binnen dat kader past, wordt bijgestuurd.

Uiteindelijk proef je die verschuiving ook in het glas. De wijnen worden correcter, schoner en technisch onberispelijk, maar verliezen soms hun spanning en eigenheid. Niet omdat ze slechter worden gemaakt, maar omdat het accent verschuift. De wijn hoeft niet langer in de eerste plaats iets te vertellen over zijn oorsprong, zolang hij maar herkenbaar en verkoopbaar is binnen een internationaal referentiekader.

In dat spanningsveld tussen rendement en identiteit staat Barolo vandaag op een kruispunt. De uitdaging voor de regio is niet het behoud van kwaliteit — die staat buiten kijf — maar het bewaken van betekenis. Want wanneer herkomst uitsluitend een marketinginstrument wordt en niet langer een leidraad voor keuzes in wijngaard en kelder, dreigt de ziel van het wijnmaken langzaam naar de achtergrond te schuiven.

🔮 Waar gaat dit heen?

De vraag waar Barolo naartoe gaat, is een meer dan realistische vraag. Ze leeft vandaag in de wijngaard, in de kelder en op de markt. Eén mogelijke toekomst ligt voor de hand: die van verdere exclusiviteit. In dat scenario volgt Barolo het pad dat Bourgogne al langer bewandelt. De beste cru’s worden steeds zeldzamer en duurder, de prijzen stijgen verder, en de flessen verdwijnen langzaam uit het dagelijkse bereik van de liefhebber. Authentieke wijnbouwers blijven bestaan, maar hun wijnen worden objecten van verzameling en investering. Barolo blijft groot, maar steeds minder bereikbaar.

Een andere richting is die van schaal en uniformiteit. Grotere groepen nemen een steeds dominantere positie in, professionaliseren de streek verder en tillen alles op naar een consistent premium niveau. De wijnen zijn technisch perfect, betrouwbaar en internationaal herkenbaar. Barolo wordt in dat geval een luxeproduct bij uitstek, met een strak verhaal en een duidelijke positionering. De keerzijde is dat verschillen tussen producenten en hellingen minder uitgesproken worden. Het risico is niet kwaliteitsverlies, maar karakterverlies.

Tussen die twee uitersten ligt een derde, minder evidente maar wellicht meest wenselijke weg. Een toekomst waarin kapitaal en karakter naast elkaar bestaan. Waar investeerders zorgen voor stabiliteit, middelen en infrastructuur, terwijl kleinschalige producenten hun plaats behouden door zich scherp te profileren via herkomst, interpretatie en persoonlijkheid. In zo’n model blijven MGA’s geen marketinglabels, maar werkelijke uitdrukking van terroir, en ontstaat er ruimte voor diversiteit binnen een professioneel kader.

Welke richting het uiteindelijk uitgaat, zal afhangen van wie het gesprek mag voeren. Van wie bepaalt wat belangrijker is: rendement of interpretatie, schaal of nuance, verkoopbaarheid of zeggingskracht. De toekomst van Barolo ligt niet vast in regels of marktmodellen, maar in de keuzes die vandaag worden gemaakt, door investeerders én door wijnmakers. In dat spanningsveld schuilt tegelijk het gevaar en de hoop: dat Barolo erin slaagt kwaliteit en karakter te verzoenen, zonder zijn ziel prijs te geven.

📊 Barolo in cijfers (2024)

– Groei particuliere investeringen sinds 2015: +70 %
– Gemiddelde prijs Barolo-wijngaardgrond: € 1,8 – 3 miljoen per hectare
– Jaarlijkse productie: ± 13 miljoen flessen
– Gemiddelde exportprijs: € 21 per fles (0,75 l)
Bronnen: CREA, Gambero Rosso, Consorzio Barolo Barbaresco Langhe Dogliani, Vinous

🕯️ Epiloog

Toen ik die dag uit de wagen stapte, bleef mijn gedachtenstroom hangen bij de woorden van Attilio Pecchenino, bij de cijfers, en bij de blik van Caterina Cordero.
Drie miljoen euro voor één hectare grond — maar hoeveel is een stuk geschiedenis waard?

Wijn is altijd meer geweest dan een product. Het is het resultaat van mensen die keuzes maken, jaar na jaar, generatie na generatie. De vraag is of we dat verhaal ook in de toekomst nog zullen blijven proeven, nu hectaren steeds vaker in goud worden uitgedrukt en waarde het dreigt te halen van betekenis.

Dit is slechts één lezing van een evolutie die de hele streek raakt, en het gesprek over de toekomst van Barolo is er één dat meer stemmen verdient dan de mijne alleen.

Barolo is voor mij altijd een wijn geweest om naar terug te keren. Een wijn om tijd mee door te brengen, om oud te laten worden, om open te maken op momenten die ertoe doen. De hoop is dat dat zo kan blijven — niet als luxe-idee, maar als levende wijn. Ook in een wereld waarin Barolo steeds vaker als merk wordt benaderd, en steeds minder als belofte.

De mystiek van een mythisch wijnjaar – Amici plaatst 2016 onder de loep!

Vintage, millesimato, colheita… Het jaartal op het etiket blijft iets magisch hebben. Bij het schenken van een glas wijn komt vaak de vraag terug welk jaartal het is, niet zelden gevolgd door de klassieker: “En, was het een goed jaar?” Toch ben ik persoonlijk een koele minnaar van jaargangen. Het idee dat één topjaar overal ter wereld automatisch topwijn oplevert, is een hardnekkige mythe. Klimaat, ligging, druif en vooral de kunde van de wijnboer spelen immers elk hun eigen rol.

Bovendien lijkt het belang van jaargangen af te nemen. Steeds minder wijnliefhebbers beschikken over een kelder waar flessen rustig kunnen rijpen. De jongere generatie zit vaak met een wijnklimaatkastje in plaats van een kelder, en de periode tussen aankoop en consumptie wordt alsmaar korter. In zo’n context verliest het jaartal deels zijn betekenis.

Maar de wijnliefhebber in mij protesteert. Wij beschikken immers wél over een mooie kelderruimte waar de flessen hun plaats vinden om tot rust te komen. En dan wordt het jaartal plots weer heel belangrijk: wanneer open je zo’n zorgvuldig bewaarde fles op haar piekmoment?

Tijdens onze recente Amici-proefavond selecteerde wijnmeester Peter negen flessen uit wat in Italië omschreven wordt als het mythische jaar 2016. Hij zoomde in op de vraag wat een wijnjaar goed, minder goed of uitzonderlijk maakt. De hamvraag? Klimaat. En in 2016 viel in veel delen van Noord- en Midden-Italië werkelijk alles in de plooi. Een jaar waarin, bij wijze van spreken, zelfs de minder geïnspireerde wijnboer per ongeluk iets moois op fles kon krijgen.

Daarmee raakte Peter onverwacht één van mijn stokpaardjes: fenolische rijpheid. Hét criterium dat ik altijd hanteer bij het selecteren van nieuwe wijnen. Geen enkele wijnboer ontsnapt eraan: hij moet me overtuigen van zijn aanpak om die cruciale rijpheid te bereiken, en van zijn, soms delicate, evenwichtsoefening om fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid op één lijn te krijgen.

Fenolische rijpheid gaat namelijk verder dan suikers of aroma’s. Het draait om textuur, balans en tanninestructuur. In rode wijn bepaalt schilcontact de stijl; in witte wijn, zeker bij rassen met dikke schillen of bij maceratie, beïnvloeden fenolen bitterheid, oxidatiegevoeligheid en mondgevoel. Complexe, traag rijpende tannine geven lengte zonder agressie. Daarom kauwt de wijnbouwer obsessief op pitten: hij wacht op dat ene moment waarop de druif als geheel écht rijp is.
(Het hele artikel lezen kan via: De vele gezichten van rijpheid: wanneer is een druif echt klaar?)

En precies dát maakt 2016 zo’n uitzonderlijk jaar. Het klimaat zorgde in grote delen van Italië voor perfect evenwicht tussen fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid. Je moest bijna moeite dóen om slechte wijn te maken.

Met die gedachte in het achterhoofd gingen we aan tafel, verwachtingsvol en nieuwsgierig naar Peters selectie. We werden niet teleurgesteld: hij serveerde een reeks wijnen die het mythische karakter van 2016 volledig waarmaakten — een likkebaardende proeftocht door een schitterend jaar.

Het proefrelaas:

  1. St. Michael-Eppan Sanct Valentin Sauvignon Blanc 2016 – Südtirol/Alto Adige DOC
    100% Sauvignon Blanc – opgevoed deels in inox (90%) en deels in eiken vaten, met langdurige rijping op zijn droesem.
    De Sanct Valentin 2016 toont zich meteen als een Sauvignon Blanc met een reputatie die hij moeiteloos waarmaakt. De neus opent met een waaier aan gele vruchtjes, rijpe citrus, kruisbes, geflankeerd door een rokerige finesse, een bijna krijtachtige mineraliteit en een vleugje salie. In de mond is de wijn opvallend complex: enerzijds strak en verfrissend, anderzijds rond en smeuïg dankzij de rijping op de lies. De textuur is zijdeachtig, de zuren zijn speels prikkelend en het geheel wordt gedragen door een diepe minerale kern. De afdronk is lang en licht ziltig, met een subtiele bitterheid die eerder diepgang dan scherpte biedt. Op dronk, ja, maar met gemak nog jaren evolutie voor de boeg.
    Punten: 89/100
    Prijs: ± 30,00 € (Te koop op verschillende plaatsen in België)
  2. Coppo Pomorosso 2016 – Nizza DOCG
    100% Barbera – 14 maanden opgevoed in Franse eik.
    Vol tot intens donkerrood in het glas, zonder het minste spoortje evolutie, met gekleurde tranen langs de rand. De neus stijgt warm en uitnodigend op, met rijpe kersen (Mon Chéri), zwarte pruimen en bramen, onderbouwd door verfijnde toetsen van munt, mokka, cacao en zoethout. Alles is mooi verweven, zonder dat het hout ook maar even de bovenhand neemt. Daarnaast noteren we een vleugje alcoholwarmte, een subtiele sous-bois geur en een florale toets van viooltjes. Een evenwichtige, rijke en toch ingetogen neus, met veel rijp fruit dat net niet overdone wordt.
    In de mond toont de wijn zich opmerkelijk harmonieus: sappig, vol en stevig in het fruit, met correcte zuren en afgeronde tannine. De smaak ontwikkelt zich gestaag, van sappige kers naar donker fruit, een vleugje balsamico en fijne kruiden, eindigend in een lange, licht kruidige finale.
    De Pomorosso 2016 is een volle, genereuze crowdpleaser die nu al veel genoegen schenkt, maar ook probleemloos een aantal jaren verdere evolutie aankan.
    Punten: 86/100
    Prijs: €50,70 (Te koop bij Amante)
  3. Piaggia Riserva 2016 – Carmignano DOCG
    70% Sangiovese, 20% Cabernet Sauvignon & Cabernet Franc, 10% Merlot – minimaal 14 maanden rijping op Franse barriques.
    De wijn toont zich donker kersenrood, met duidelijk gekleurde tranen. De neus is sappig en verleidelijk, gedragen door diep rijpe kersen en pruimen, maar evenzeer door een warme waaier van cacao, mokka, karamel en tabak. Een subtiele florale toets duikt tussen de lagen door op, geflankeerd door een indrukwekkend spectrum aan fijne kruiden. Het is een bijzonder mooie neus, een feest van zwart en rood fruit met een voorbeeldige houtintegratie.
    In de mond komt de wijn volledig tot leven: intens, smaakvol en perfect in balans. De sappige zuren houden de stevige tannine moeiteloos in toom. Het lijkt bijna een duel, maar dan eentje waarbij beide kampen elkaar naar een hoger niveau tillen. Het fruit blijft prominent aanwezig, het hout blijft perfect verweven en het geheel mondt uit in een lange, aanhoudende, fris-kruidige finale. Deze wijn lijkt me nu op zijn hoogtepunt te bevinden.
    Punten: 90/100
    Prijs: €45,00 (Te koop bij Licata)
  4. Falkenstein Blauburgunder 2016 – Südtirol Vinschgau DOC
    100% Pinot Noir (Blauburgunder) – voor release rijpt de wijn 1 jaar in eiken barriques, gevolgd door 7 maanden in botti en nadien nog 24 maanden op fles.
    In het glas toont deze 2016 een lichte evolutie, met een granaatrode, kersenachtige tint en een prachtige traanvorming. De neus is ingetogen, maar bezit wel degelijk mooie complexiteit. Even walsen is nodig om alles volledig te ontwaren, maar dan ontvouwt zich een bijzonder fraaie mengeling van fruit (aardbei, kers, framboos), kruiden (munt, peper, jeneverbes, kaneel, laurier), perfect geïntegreerde houttonen (ceder, mokka, vlezig), aardse nuances van paddenstoel en een vleugje alcoholwarmte.
    In de mond krijg je een pittige, uitnodigende ansichtkaart. Mooie, sappige en ronde, maar niet overdreven volle smaken kleuren het plaatje. De zuren zijn zeer aanwezig en bijzonder aanstekelijk, de tannine nooit bijtend maar juist fijn en ondersteunend. De wijn is uiterst mineraal en bomvol frisse kruiden. Alles zit mooi in balans en de smaak verveelt geen seconde. Vandaag al heerlijk, maar minstens even boeiend om te volgen de komende jaren.
    Punten: 90/100
    Prijs: 24,50 € (Te koop bij De Fijne Wijnshop)
  5. Volpaia Coltassalla 2016 – Chianti Classico Gran Selezione DOCG
    95% Sangiovese, 5% Mammolo – minimaal 24 maanden rijping in Franse barriques, gevolgd door 6 maanden verdere flesrust.
    De Coltassala 2016 presenteert zich nog vrij donkerrood, helder en met de nodige traanvorming. In de neus vinden we een pure, elegante expressie van Sangiovese: rode kers, wilde aardbei en rode bes vormen de kern, geflankeerd door viooltjes, fijne groenkruidige toetsen en een subtiele houtimpact met hints van ceder, tabak en een vleugje leder. Een delicate aardse ondertoon van sous-bois en humus geeft het geheel extra diepte.
    In de mond toont de wijn zijn klasse. De zuren zijn levendig maar perfect geïntegreerd, en vormen de ruggengraat, maar toch halen de tannine lichtjes de bovenhand. Het smaakprofiel evolueert van fris rood fruit naar meer hartige, kruidige lagen, met nuances van rozemarijn, theebladeren en een lichte minerale toets. De finale is lang en verfijnd, waarbij het sappige fruit countert met het licht uitdrogende mondgevoel. Dit is een volle, krachtige, zeer geconcentreerde Gran Selezione met prachtige pure-chocolade-geladen tannine. Nu al heerlijk, maar met een duidelijk potentieel om nog een decennium verder te groeien.
    Punten: 91/100
    Prijs: 85,00 € (Te koop bij TG Fine Wines)
  6. Ferrando Etichetta Nera 2016 – Carema DOC
    100% Nebbiolo (Picotener) – rijping op grote Slavonische botti voor minimaal 24 maanden.
    De wijn kleurt licht robijnrood met een subtiele oranjerand. In de neus treedt meteen de fragiliteit op de voorgrond: aardbei, framboos en kers worden verweven met roos, viooltjes en gedroogde kruiden. Onder die florale laag duiken aardse nuances op die doen denken aan een paddenstoelkwekerij die nét wat werd bijgemest (en dat bedoelen we zo positief mogelijk, want het is geenszins afstotend). Daarnaast vinden we een uiterst subtiele houttoets. De geur heeft bovendien iets etherisch, wellicht vuursteen, en is tegelijk ongelofelijk complex, met een schitterende tertiaire integratie.
    In de mond toont de wijn zich rank, mineraal en intens verfijnd. Hoewel de intensiteit vrij krachtig te noemen is, zijn de tannine niet overweldigend aanwezig. De zuren maken zonder enige twijfel de wijn. Het smaakprofiel bouwt op van rood fruit naar kruidigheid en een zilte mineraliteit. De afdronk benadrukt nogmaals zijn sappig-fris-fruitig karakter, dat een haast aanstekelijke invloed uitoefent.
    Het bleek een wijn te zijn die de nodige dualiteit opwekte onder de proevers. Uit bovenstaande kan je afleiden dat ik tot de positivo’s hoorde. Ik beschouw dit dan ook als een heerlijk complexe wijn die ik zonder problemen nog enkele jaren in mijn kelder zou willen laten verder ontwikkelen.
    Punten: 92/100
    Prijs: 102,50 € (Te koop bij La Nebbia)
  7. Fèlsina Fontalloro 2016 – Toscana IGT
    100% Sangiovese – opgevoed voor 18–22 maanden in eikenhouten vaten, gevolgd door een jaartje flessenrust.
    De wijn bezit een donkere, helder robijnrode kleur met fijne, gekleurde tranen. Gun de wijn de nodige tijd in het glas, hij heeft er baat bij. Hoe langer hij openstaat, hoe beter de wijn tot zijn recht komt. In de neus krijgen we een prachtig pure en rijke expressie van Sangiovese: donkere kers, zwarte bes en rijpe aardbei, omringd door florale hints, leder, munt en de geur van een aangename boswandeling. Je zou zweren dat je opnieuw een roker bent: cederhout, sigarenkistje en tabak prikkelen de neus. Even later lijkt het alsof je een zak verse koffiebonen opent, terwijl onder de oppervlakte een gelaagde mineraliteit blijft sluimeren. De drang om te proeven wordt zo alleen maar groter.
    Die smaak is een toonbeeld van evenwicht. De wijn is groots zonder log te worden: niet overdreven krachtig, maar wel voorzien van voldoende stevige tannine die voor souplesse zorgen. De zuurtjes spelen hier perfect op in en tillen de wijn naar een hoger niveau van complexiteit. De smaak evolueert van rood en zwart fruit naar een meer kruidige afdronk met een subtiel bittertje. Het is begrijpelijk dat je moeite zal hebben om deze wijn nog met rust te laten. Toch kan dat gerust, want het einde van zijn latijn is nog lang niet in zicht.
    Punten: 93/100
    Prijs: 58,90 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Poggio al Tesoro Sondraia 2016 – Bolgheri Superiore DOC
    65% Cabernet Sauvignon, 25% Merlot & 10% Cabernet Franc – 22 maanden rijping in Franse barriques.
    Zeer donkere, jeugdige, bijna paarse kleur. Stevig en kleurend tranend. Dit is duidelijk een ander profiel dan al het voorgaande. In plaats van verfijning en fragiliteit vinden we hier een breed, stevig en weelderig samenspel van geuren met cassis, rijpe bramen en zwarte kers. Deze worden omarmd door ceder, zoethout, grafiet, paprika en een subtiele vanilletoets met invloeden van chocola. Naarmate hij opent, komen tabak, mokka, mediterrane kruiden (eucalyptus) en een warme, vlezige, balsamico-achtige toets naar voren. Het geheel is zowel krachtig als gepolijst.
    In de mond is de wijn vooral genereus te noemen, met een perfecte combinatie van rijp donker fruit, kruiden en hout. De tannine zijn rijp, rond en stevig, terwijl de zuren moeite hebben om dit machogedrag bij te benen. Het smaakprofiel evolueert van cassis en pruim naar cacao, espresso, laurier en een vleugje grafiet. De finale is lang, warm en met een aanhoudende kruidigheid. Een Sondraia die het topjaar 2016 voluit belichaamt: kracht en diepte in één glas. Naar persoonlijke smaak mocht de wijn wat finesserijker zijn. Nu nog gewoonweg te jong, maar met nog jaren potentieel.
    Punten: 90/100
    Prijs: 85,00 € – Te koop bij Tavino
  9. Aldo Conterno Cicala Bussia 2016 – Barolo DOCG
    100% Nebbiolo – 29 maanden in houten vaten van Slavonisch eiken van 25 hectoliter. De wijn toont een gematigd kersenrode kleur met een subtiel granaatrandje. Neus in het glas, ruiken… Nebbiolo! Het lijkt vanzelfsprekend maar het is zoveel meer dan dat. Het geurpalet biedt een indrukwekkend samenspel van kracht en finesse: viooltjes, rozenblaadjes, bosaardbei, kers en framboos worden ondersteund door teer, drop, balsamico, gedroogde kruiden, munt en chocolade. Naarmate de wijn opent, duiken cederhout, tabak, sinaasappelschil, paddenstoel en zelfs een zweem van witte truffel op. Het is een uiterst verfijnde neus waarvoor je de tijd móét nemen. Wat volgt, is eenvoudigweg adembenemend mooi.
    Eenmaal in de mond verval je al snel in superlatieven. De tannine zijn stevig maar uiterst verfijnd van textuur. De zuren zijn levendig en dragen het rode fruit met veel zorg. De smaak evolueert van framboos en kers naar teer, zoethout, kruiden en een prachtige, hartige diepgang die uitmondt in een lange, gelaagde finale vol fraîcheur en minerale spanning. Cicala 2016 is een toonbeeld van klassieke Barolo-stijl. Hoewel het hart al vele sprongetjes maakt bij het proeven van deze schoonheid, toch dit: Gun deze wijn zijn tijd. Ja, hij is nu al bijzonder mooi en Barolo-liefhebbers zullen hem zeker weten te waarderen. De wijn is sappig, in bezit van heerlijke zuren, maar de tannine moeten nog wat plooien. Zodra dat gebeurt, besef je ten volle hoe heerlijk Nebbiolo kan zijn.
    Punten: 96/100
    Prijs: 190,00 € (Te koop bij Licata)

Barolo Chinato: De vergeten neef

Ah, Barolo. Alleen al het uitspreken van de naam doet wijnliefhebbers glunderen en dromen. Maar dit verhaal gaat niet over Barolo. Dit verhaal gaat over iets dat veel minder bekend is: Barolo Chinato.

Onlangs waren we op bezoek bij I Cipressi, onze Nobile di Montepulciano-producent, ver weg dus van Barolo-land. Manuel nodigde ons uit voor de lunch in Osteria Porta di Bacco, en op het einde van de maaltijd kregen we een glas Barolo Chinato geserveerd. Het was een eeuwigheid geleden dat ik dat nog eens in het glas had.

Waar Barolo de koning is van structuur en elegantie, is Barolo Chinato de zonderlinge neef met een kruidenkast onder de arm. Een elixer, geboren uit Nebbiolo, versterkt met alcohol, doordrenkt met schors, wortels en specerijen. Ooit bedacht in een apotheek in Serralunga d’Alba, bedoeld als medicinale versterking, niet als verwenproduct.

Barolo Chinato is niets voor haastige drinkers. Het roept herinneringen op aan een ander Piemonte: donkerder, stiller, ruwer. Een tijd waarin troost schuilging in eenvoud, en een glas Chinato eerder balsem was dan luxe.

Toch hebben zelfs doorgewinterde Barolo-liefhebbers hem vaak nog nooit geproefd. En eerlijk: dat is geen schande. Want hoewel ik genoot van het glas dat we als afsluiter kregen, bekroop me tegelijk de vraag of ik er ooit spontaan zelf om zou vragen. Barolo Chinato intrigeert, maar hij daagt ook uit. Het is geen vanzelfsprekende keuze en misschien is dat net wat hem zo boeiend maakt.

Een alchemistisch begin

Barolo Chinato ontstond aan het einde van de 19e eeuw, niet in een wijnkelder, maar in een apotheek in het dorp Serralunga d’Alba. Daar werkte Giuseppe Cappellano, apotheker en zoon van een wijnbouwer, aan een versterkend drankje dat verlichting moest bieden bij verkoudheden en maagklachten. Hij gebruikte Barolo als basis, voegde alcohol toe om het te conserveren en verrijkte het met kinabast en andere geneeskrachtige kruiden.

De formule bleef geheim, maar het resultaat verspreidde zich snel. Wat begon als een lokaal huismiddel, groeide uit tot een elixer met een haast mythische status. Volgens het wijnhuis Ceretto waren het aanvankelijk vooral apothekers uit de regio die Chinato produceerden, elk met een eigen variant. De kennis en recepten gingen mondeling over, vaak van vader op zoon, net zoals bij de kruidenmengsels die erin verwerkt werden.

Niet iedereen schrijft de uitvinding toe aan Cappellano. Ook de naam Giulio Cocchi duikt op in historische bronnen als mogelijke bedenker. Cocchi was actief in Asti en bekend om zijn gearomatiseerde wijnen. Toch wordt Cappellano doorgaans als de grondlegger erkend, niet alleen om zijn medische insteek, maar ook omdat zijn familie tot op vandaag Barolo Chinato produceert volgens dezelfde filosofie.

De keuze om Barolo als basis te gebruiken gaf het drankje extra allure. Barolo was toen al de trots van Piemonte, wat de verspreiding van Chinato zeker heeft versneld. Wijnhuizen als Roagna, Borgogno, Marcarini en Ceretto ontwikkelden elk hun eigen recept, vaak met subtiele verschillen in kruidenmengsel, suikergehalte of type alcohol.

Ondanks die vroege populariteit verdween Barolo Chinato in de tweede helft van de 20e eeuw stilaan naar de achtergrond. Het veranderende drinkgedrag, de opkomst van moderne digestieven en de relatief hoge productiekost zorgden ervoor dat steeds minder huizen het bleven maken. Vandaag is het een nicheproduct, met nog slechts een handvol producenten. In Alba zijn nog oude flessen uit de jaren ’50 te vinden. Vloeibare getuigen van een tijd waarin Chinato nog gold als medicinaal wondermiddel én gastronomische luxe.

Wat zit er eigenlijk in?

De basis van Barolo Chinato is, zoals de naam al aangeeft, Barolo. Veel producenten gebruiken zelfs Barolo Riserva of cuvées van topkwaliteit, denk aan Roagna’s Pira Riserva uit Castiglione Falletto. Alleen al die keuze onderscheidt Barolo Chinato van andere gearomatiseerde wijnen zoals vermouth, waarbij de basiswijn zelden een hoofdrol speelt.

Wat Barolo Chinato definieert, is de toevoeging van een aromatische infusie op basis van de gele kinabast. Deze schors, afkomstig van de cinchonaboom uit Zuid-Amerika, bevat kinine. Een bitterstof die oorspronkelijk werd ingezet tegen koorts en malaria, en vandaag nog steeds in tonicwater zit. In Chinato zorgt het voor de karakteristieke, kruidige bitterheid die de wijn zijn ruggengraat geeft.

Rond deze bittere kern bouwt elke producent zijn eigen kruidenmengsel. Er zijn geen vastgelegde recepten, maar wel terugkerende ingrediënten. Veelgebruikte bestanddelen zijn onder andere gentiaanwortel, rabarberwortel, kaneel, kruidnagel, kardemom, korianderzaad, steranijs, vanille, citruszeste en alpenkruiden (soms meer dan dertig verschillende soorten).

De meeste producenten houden hun recept geheim. Sommigen kiezen voor een korte lijst met pure ingrediënten, anderen werken met complexe combinaties die tot 35 kruiden kunnen omvatten. De bereidingswijze varieert eveneens: bepaalde huizen laten de kruiden macereren in grappa di Barolo, die nadien wordt toegevoegd aan de wijn. Anderen infuseren de alcohol apart of voegen de kruiden rechtstreeks toe aan de Barolo.

Een klein beetje suiker wordt vaak toegevoegd om het bitter-kruidige profiel te verzachten. Maar ook daar zijn de stijlen verdeeld: waar de ene producent op zoek gaat naar balans, kiest de andere resoluut voor een droge, strakke stijl zonder zoete afronding.

Het eindresultaat wordt meestal afgerond met een periode van houtlagering. Sommige Chinato’s rijpen slechts enkele maanden, andere, zoals bij Cappellano, liggen jarenlang in grote botti. Die rijping voegt extra diepgang en textuur toe, en maakt het eindproduct nog complexer.

Het alcoholpercentage ligt doorgaans rond de 16%, waardoor Barolo Chinato steviger is dan wijn, maar minder zwaar dan een klassieke likeur. Het resultaat is een aromatisch, gelaagd en bitterzoet digestief, dat tegelijk medicinaal én gastronomisch aanvoelt.

Is het wel degelijk geliefd?

Barolo Chinato is geen allemansvriend. Daar bestaat weinig twijfel over. Het bitterzoete profiel, de medicinale kruiden en het hoge alcoholgehalte maken het tot een uitgesproken drankje, eerder een karakterkop dan een publiekslieveling. Maar voor wie zich eraan waagt en zijn smaakpapillen even opnieuw afstemt, opent zich een wereld van gelaagdheid en finesse.

Toch is de vraag gerechtvaardigd: is Barolo Chinato werkelijk geliefd?

In commerciële termen: beperkt. Het is een nicheproduct, met een kleine, maar trouwe aanhang. De productie blijft bewust kleinschalig, en bij het grote publiek geniet het lang niet de bekendheid van vermouth of amaro. Maar binnen zijn beperkte kring heeft Barolo Chinato een bijna cultstatus.

Waarom? Net omdát het zo anders is. Hieronder enkele redenen waarom deze aromatische versterkte drank blijft voortbestaan:

1. Als digestief

Barolo Chinato komt pas echt tot zijn recht aan het einde van een maaltijd. De combinatie van bitterheid, kruidenwarmte en een vleugje zoet maakt het bijzonder geschikt om de spijsvertering af te ronden. Veel producenten beschouwen het dan ook in de eerste plaats als een vino da meditazione, eerder bedoeld voor rust dan voor dorst.

2. In de gastronomie

In Piemonte blijft Chinato een culinair statussymbool. Het wordt geserveerd bij lokale kazen, rijke vleesgerechten of, nog beter, bij pure chocolade. Die laatste combinatie wordt door sommigen als heilig beschouwd, omdat Barolo Chinato als een van de weinige dranken voldoende structuur en bitterheid heeft om niet weggevaagd te worden door donkere cacao.

3. In cocktails

De opmars van ambachtelijke mixologie heeft Chinato nieuw leven ingeblazen. Barmannen gebruiken het graag als complex, bitterzoet alternatief voor vermouth of amaro. In cocktails zoals de Piedmont Sour of Chinato Nail voegt het diepte toe zonder te domineren. Voor sommigen is het zelfs dé manier om Chinato te leren kennen, net omdat de scherpe kantjes daar wat verzacht worden.

4. Door zijn houdbaarheid

Een ander voordeel is de stabiliteit: een geopende fles Barolo Chinato blijft makkelijk enkele weken, zelfs maanden goed, zonder veel kwaliteitsverlies. Zoals Luca Roagna het treffend verwoordt:

“Het is een bijna eeuwige nectar.”

🍸 Barolo Chinato in de cocktailbar

Barolo Chinato is van oorsprong een digestief, maar vindt de laatste jaren steeds vaker zijn weg naar de cocktailbar. De uitgesproken bitterheid, het aromatische profiel en de diepe kruidigheid maken het tot een interessant alternatief voor vermouth of amaro. Barmannen die ermee werken gebruiken Chinato als een complexe component in winterse en klassieke cocktails.

We geven hieronder drie recepten waarin Barolo Chinato een hoofdrol speelt.

1. Piedmont Sour

Een kruidige, fluweelzachte variant op de klassieke Whiskey Sour, waarin Chinato voor diepte en bitterheid zorgt.

Ingrediënten

  • 45 ml bourbon
  • 22 ml Barolo Chinato
  • 22 ml versgeperst citroensap
  • 1 eiwit
  • 1 theelepel orgeat (amandelstroop)

Bereiding
Shake alle ingrediënten zonder ijs (dry shake). Voeg daarna ijs toe en shake opnieuw tot goed gekoeld. Dubbel zeven in een gekoeld tumblerglas. Serveer zonder garnering of met een vleugje nootmuskaat.

2. Darkside

Een gespierde gin-cocktail met florale bitters en de aardse ondertoon van Chinato.

Ingrediënten

  • 75 ml gin
  • 30 ml Barolo Chinato
  • 3 scheutjes Peychaud’s bitters

Bereiding
Roer alle ingrediënten met ijs in een mengglas tot goed gekoeld. Zeef in een gekoeld martiniglas. Garneer met limoenzeste en een steranijs.

3. Chinato Nail

Een Italiaanse draai aan de klassieke Rusty Nail, waarin Chinato het zoete van de Drambuie in evenwicht houdt.

Ingrediënten

  • 75 ml Scotch whisky
  • 15 ml Barolo Chinato
  • 15 ml Drambuie

Bereiding
Roer alle ingrediënten met ijs in een mengglas. Zeef in een tumbler gevuld met ijs. Serveer eventueel met een sinaasappelschil.

Moet je er een fles van in huis halen?

Goede vraag. Barolo Chinato is niet goedkoop, niet breed verkrijgbaar en zeker niet onmisbaar in elk huishouden. Je hebt er niets aan als je gewoon op zoek bent naar een snelle aperitief of iets licht verteerbaars op een zomers terras.

En toch is er iets te zeggen voor die ene fles in je kast. Niet als vaste waarde, maar als curiositeit. Iets dat je af en toe bovenhaalt wanneer het moment erom vraagt: een avond met vrienden waarop je graag verrassend uit de hoek komt, een stukje donkere chocolade op tafel zet en er een glas naast schenkt dat niemand verwacht, maar iedereen bijblijft.

Cin cin, amici.

Irrigatie in Italië: Van taboe tot hulpmiddel in tijden van droogte

In een recent beluisterde podcast liet Aldo Clerico z’n stem klinken over een onderwerp dat in Piemonte lang als heiligschennis werd beschouwd: irrigatie in Barolo. Waar het vroeger ronduit verboden was om de wijngaarden water toe te dienen, is dat vandaag niet langer ondenkbaar. Sterker nog, het mag nu gewoon. Maar wie denkt dat hiermee meteen alle problemen van de baan zijn, heeft nog geen schop in de Piemontese grond gestoken. Want ja, irrigeren mag dan wel toegestaan zijn, het water vinden om dat effectief te doen is een ander paar mouwen.

De klimaatverandering laat zich intussen steeds nadrukkelijker voelen. Lange droge periodes, zinderende zomers en een grillige neerslagverdeling dwingen wijnbouwers tot het herdenken van eeuwenoude methodes. Irrigatie is niet langer een taboe, maar eerder een noodzaak geworden. Tijd dus om de irrigatiekwestie van dichterbij te bekijken.

Wat is irrigatie eigenlijk?

Simpel gezegd: irrigatie is het kunstmatig bevochtigen van landbouwgrond. Of in het geval van wijnbouw, het geven van water aan wijnstokken op momenten dat de natuur het laat afweten. Dat klinkt eenvoudig, maar het is een wereld op zich.

In de wijngaard betekent irrigatie niet dat men zomaar de slang openzet en de boel natspuit. De moderne wijnbouw hanteert verfijnde technieken die de hoeveelheid water doseren tot op de druppel nauwkeurig. De bekendste methode is druppelirrigatie: kleine slangetjes, aangelegd tussen de rijen wijnstokken, geven via minuscule gaatjes langzaam water af. Niet over het hele veld, maar precies daar waar het telt: aan de wortelzone van de wijnstok. Dit systeem laat toe om zeer gericht en spaarzaam te werken, zonder onnodige verspilling.

Daarnaast bestaan er ondergrondse systemen waarbij leidingen onder de oppervlakte liggen en het water nog dichter bij de wortels wordt afgegeven. Die methode is duurder, maar voorkomt verdamping en verstoring van het bodemleven. Tot slot zijn er ook sproeisystemen, maar die worden in kwaliteitswijnbouw eerder vermeden. Ze zijn minder precies en verhogen het risico op ziektes door natte bladeren en druiven.

Waarom is irrigatie nodig? Omdat wijnstokken, hoe taai ze ook zijn, grenzen hebben. Bij langdurige droogte sluiten ze hun huidmondjes om vochtverlies te beperken. Maar dat betekent ook dat de fotosynthese stilvalt en de groei stokt. Te veel stress leidt tot mislukte bloei, gekreukte trossen of druiven die te snel suikers opbouwen zonder voldoende aromatische rijping. Geen prettig vooruitzicht als je mikt op een gebalanceerde wijn.

Een vaak gehoord misverstand is dat irrigatie altijd leidt tot overproductie of fletse wijn. Dat kan gebeuren bij verkeerd gebruik, maar een goed beheerde irrigatie kan net helpen om stress te beperken en de plant in balans te houden. Het draait om precisie, timing en beperking. Niet alle wijnjaren vragen om water, maar in tijden van extreme hitte of onvoorspelbare neerslag is het een vangnet geworden dat de kwaliteit kan redden.

Interessant is ook dat irrigatie niet alleen over water gaat. Het is een hefboom geworden in het beheer van de volledige wijngaard. Door irrigatie slim te combineren met snoei, bladbeheer en bodemverzorging kan de wijnbouwer subtiel sturen op groeikracht, druivenvolume en aromatische concentratie. Geen toverstaf, wel een instrument. En in een wereld met steeds warmere jaren een steeds belangrijker instrument.

Waarom is irrigatie soms verboden?

In veel Europese wijnregio’s, en zeker in gebieden met een beschermde herkomstbenaming (DOC, DOCG, AOC, enzovoort), is wijn maken niet zomaar een kwestie van druiven telen en flessen vullen. Het is een een eeuwenoud gebruik waarbij elke ingreep in de wijngaard als een ingreep in de identiteit van de wijn wordt beschouwd. En net daarom lag irrigatie zo lang onder vuur.

Het basisidee achter het verbod is eenvoudig: terroir moet spreken. De wijn moet de afdruk dragen van zijn natuurlijke omgeving: bodem, klimaat, ligging, druivenras én de jaargang. Als je kunstmatig water toevoegt, tast je dat evenwicht aan. Je geeft de plant iets wat de natuur haar niet voorziet, en dat kan volgens de klassieke leer de authenticiteit van de wijn beïnvloeden. Zeker bij druivenrassen die sterk reageren op stress, zoals Nebbiolo of Sangiovese, kan een teveel aan water leiden tot verwaterde smaken, verlies van concentratie en een afgevlakt aromatisch profiel.

Daarbovenop komt nog het juridisch-technische verhaal. Veel Europese appellaties hebben strikte regels over toegestane technieken. Irrigatie was lange tijd ronduit verboden in de meeste kwaliteitszones, behalve in uitzonderlijke omstandigheden zoals langdurige droogte. Zelfs dan moest men officiële toestemming aanvragen. Het idee daarachter was niet alleen filosofisch, maar ook praktisch: irrigatie vergroot het risico op overproductie, en Europa heeft zijn wijnoverschotten al vaker moeten indammen.

Maar er speelt ook een ecologische en economische component. Water is in veel regio’s een schaars goed. Als iedere wijnboer plots massaal gaat irrigeren, krijg je conflicten met andere landbouwers, stijgende kosten en druk op natuurlijke waterbronnen. Zeker in zuidelijke regio’s waar landbouw, toerisme en huishoudens allemaal vissen uit dezelfde vijver, is dat geen detail.

En toch is het verbod de laatste jaren aan erosie onderhevig. De reden? Klimaatverandering. De zomers worden heter, de regen valt onvoorspelbaar, en de stress op de wijnstokken neemt toe. Wat ooit gold als een luxeprobleem, wordt stilaan een overlevingskwestie. Meer en meer regio’s passen hun reglementen aan, en laten beperkte irrigatie toe, mits controle en met oog voor duurzaamheid.

Het is dus geen carte blanche, maar een noodmaatregel die toelaat om kwaliteit te behouden zonder de fundamenten van het terroir te ondergraven. Een waterige wijn blijft not done, maar een wijn die door slim en verantwoord watergebruik zijn karakter behoudt, is intussen wel bespreekbaar geworden. Traditionele waarden worden niet overboord gegooid, maar ze worden herbekeken in het licht van een veranderende realiteit.

Italië en irrigatie: een complex huwelijk

De podcast met Aldo Clerico raakte een gevoelige snaar. Niet alleen omdat hij met kennis van zaken praat over Barolo, maar ook omdat hij iets durfde te benoemen wat lang onuitgesproken bleef: dat zelfs in de meest iconische wijnregio’s van Italië, irrigatie niet langer een taboe is. Clerico, zelf actief in het hart van de Langhe, stelde vast dat de regels veranderd zijn. Wat decennialang verboden terrein was, is nu, onder voorwaarden, toegestaan. Maar wie denkt dat dit gelijkstaat aan een vrije waterkraan op de Nebbiolo, zit er flink naast.

Italië is namelijk allesbehalve eenvoudig als het over irrigatie gaat. Het land is een lappendeken van microklimaten, druivenrassen en, vooral, wijnwetgeving. Wat in Alto Adige een gangbare praktijk is, blijft in Montalcino of Montepulciano voorlopig nog een gevoelig onderwerp. In veel DOCG- en DOC-gebieden geldt nog steeds een irrigatieverbod tijdens het groeiseizoen, behalve bij uitzonderlijke droogte. Dan kan men, na een aanvraag bij de bevoegde instanties, noodirrigatie toepassen. Maar zelfs dat gebeurt onder het wakende oog van de controleorganen en met een dosis papierwerk waar Dante zelf nog een extra cirkel van de hel voor had kunnen verzinnen.

Toch heeft de praktijk de regels ingehaald. In Barolo bijvoorbeeld, waar men tot voor kort liever een hete zomer doorstond dan water toe te dienen, wordt irrigatie vandaag in specifieke gevallen toegestaan. Clerico benoemt treffend hoe dit eerder noodzaak dan keuze is geworden. De klimaatverandering laat zich niet langer negeren, en de wijnstokken trekken steeds vaker aan de alarmbel. Geen water betekent geen druiven, of druiven die in de stress veel suikers maar weinig aroma’s opbouwen. En dus grijpt men, met de nodige aarzeling, naar het water.

In Alto Adige is irrigatie al langer ingeburgerd, deels door de geografische omstandigheden. De stenige gronden en het bergklimaat vragen om ondersteuning tijdens droge periodes. Daar wordt het waterbeleid georganiseerd, efficiënt en breed gedragen. In Toscane is dat een ander verhaal: in klassiek beladen zones zoals Chianti Classico of Brunello di Montalcino wordt irrigatie nog met argwaan bekeken. De angst om het terroirverhaal te verzwakken zit diep, en men vreest reputatieschade als water de wijngaard binnenkomt.

Zuidelijker, zoals in Puglia en op Sicilië, is irrigatie een overlevingsstrategie. In regio’s waar zomers lijken op ovenstanden, en de bodem elke druppel water door de vingers laat glippen, experimenteert men al jaren met efficiënte irrigatiesystemen. Op de Etna bijvoorbeeld, wordt onder de rook van de actieve vulkaan gewerkt met druppelirrigatie die gevoed wordt door gesmolten sneeuw en regenwater uit traditionele, stenen waterreservoirs die al generaties lang worden gebruikt.

De Italiaanse wijnwetgeving, notoir traag maar niet blind, begint te reageren op deze realiteit. Proefprojecten met ondergrondse leidingen, streng gereguleerde volumes en gecontroleerde gebruiksmomenten maken hun opmars. De praktijk van vandaag is niet langer puur reactionair, maar wordt proactief doordacht. Dat betekent niet dat de sluizen openstaan, wel dat men eindelijk erkent dat klimaatadaptatie geen zwaktebod is, maar een vorm van verantwoordelijkheid.

En zo komen we terug bij Clerico. Zijn vaststelling is geen louter technocratisch detail, maar een teken van een bredere shift in mentaliteit. Waar de wijnbouwer vroeger vooral de seizoenen onderging, is hij vandaag verplicht om zich te wapenen. Water is daarbij geen vijand meer, maar een hulpmiddel om het karakter van een wijnjaar te bewaren zonder het terroir te verloochenen.

Het huwelijk tussen Italië en irrigatie is nog steeds complex, maar zoals elk goed huwelijk: het leert met de tijd. En soms is een beetje water bij de wijn doen precies wat nodig is om tot een oplossing te komen.

Waar halen wijnbouwers hun water vandaan?

Water zomaar uit de lucht plukken, dat lukt nog net niet en dat is precies het probleem waar Aldo Clerico in zijn podcast de vinger op legt. “Irrigatie is nu toegestaan,” zegt hij, “maar waar haal je in godsnaam het water vandaan?” Daarmee raakt hij aan de kern van de kwestie: de wet mag versoepeld zijn, de natuur doet niet automatisch mee.

Want het echte knelpunt zit niet in de regelgeving, maar in de bron. Italië kampt, net als veel Zuid-Europese landen, met toenemende waterschaarste. Regen valt er onregelmatiger, vaak buiten het groeiseizoen, en verdwijnt razendsnel uit de bodem. Gletsjers trekken zich terug, bronnen drogen op en grondwaterniveaus zakken elk jaar dieper. De toegang tot water is dus allesbehalve vanzelfsprekend.

Wijnbouwers proberen creatief te zijn. Sommige domeinen leggen reservoirs aan. Grote bassins waarin ze tijdens de winter en lente regenwater opvangen. Dat vraagt niet alleen ruimte, maar ook infrastructuur, geld en vooral: regen. En laat dat nu net steeds minder vanzelfsprekend worden.

In bepaalde gebieden wordt samengewerkt met landbouwverenigingen om aan te sluiten op collectieve irrigatienetwerken. Dat werkt redelijk goed in vlakke gebieden zoals de Po-vlakte, maar in heuvelachtige regio’s zoals de Langhe, waar Clerico zelf actief is, is dat een logistieke nachtmerrie. Buizen aanleggen over hellingen, pompen installeren, druk behouden op de leidingen… het vergt een investering die niet elk domein kan of wil dragen. Al mogen ze in Barolo niet klagen wat dat betreft natuurlijk.

In andere regio’s, zoals Trentino en delen van Veneto, zet men in op precisie-irrigatie. Slimme sensoren meten de vochtigheidsgraad in de bodem en geven alleen water als het écht nodig is. Zo vermijdt men verspilling en houdt men de wijnstokken net onder de stressgrens, zonder de plant te verwennen. Deze technologie is veelbelovend, maar ook kostelijk en eerder weggelegd voor grotere of technologisch vooruitstrevende domeinen.

Een andere piste is hergebruik van gezuiverd afvalwater uit dorpen of agrarische installaties. In Sicilië worden hiermee al kleinschalige proeven gedaan. Het klinkt futuristisch, maar het is vooral een kwestie van noodzaak. Want wanneer de regen uitblijft, moet je het hebben van wat er al is.

En dan is er nog het juridisch kader. In veel regio’s mag je wel irrigeren, maar niet zomaar eender welk water gebruiken. Grondwaterputten moeten geregistreerd worden, sommige bronnen zijn beschermd, en de verdeling van water is vaak een politiek mijnenveld. Wie te veel pompt, krijgt al snel de buren over zich heen en soms ook inspecteurs aan de deur.

Aldo Clerico’s punt is dan ook geen detail, maar een harde realiteit: het echte debat is niet of we mogen irrigeren, maar hoe en waarmee. Een reglement dat toelaat om water te geven zonder dat er water ís, is even bruikbaar als een wijnpers zonder druiven.

En de smaak dan?

De grote vraag blijft natuurlijk: verandert irrigatie de smaak van de wijn? Want uiteindelijk draait het daar allemaal om. Het karakter van een wijn, zijn balans, zijn intensiteit.

Het korte antwoord is: ja, irrigatie kan invloed hebben op de smaak. Maar het lange antwoord is veel genuanceerder. Het hangt allemaal af van hoe, wanneer en hoeveel water je geeft.

Wanneer wijnstokken te veel water krijgen, worden ze gemakzuchtig. Ze stoppen met zoeken, wortelen minder diep, en produceren druiven die veel sap bevatten maar weinig concentratie. Het resultaat? Een wijn met flauwe aroma’s, een vlak mondgevoel en een gebrek aan structuur. Dit is de reden waarom irrigatie in veel traditionele wijnregio’s jarenlang als vijand werd gezien.

Maar het andere uiterste is ook geen feest. Te weinig water en de wijnstok komt in overlevingsmodus. De fotosynthese valt stil, de trossen blijven klein en ongelijk, de druiven drogen uit. In plaats van finesse krijg je bitterheid, wrange tannine en vaak een overdaad aan suiker, omdat de druif zich concentreert zonder écht te rijpen. De balans is zoek, en de wijn wordt log of niet harmonieus. Zeker in hete jaren is dit geen zeldzaam scenario meer.

De sleutel zit in precisie. Een goed getimede en gedoseerde irrigatie kan net bijdragen aan een gezonde groei, een gelijkmatige rijping en een betere aromatische ontwikkeling. In de viticultuur spreekt men dan van deficit irrigation: een gecontroleerde watergift die de wijnstok net genoeg geeft om functioneel te blijven, maar niet genoeg om lui te worden. Het is een vorm van microsturing waarbij de wijnmaker het groeitempo, de trosgrootte en de fenolische rijping probeert te balanceren.

In Barolo bijvoorbeeld, waar Nebbiolo bekendstaat om zijn dunne schil en gevoeligheid voor droogtestress, kan een beperkte irrigatie tijdens kritieke fases zoals véraison (het moment waarop de druif begint te kleuren) net het verschil maken tussen elegante zuren en vermoeide druiven. Aldo Clerico hint daar ook op in zijn podcast: irrigatie is geen comfort, maar een noodinstrument om finesse te bewaren. Niet om meer wijn te maken, maar om betere wijn te redden.

Irrigatie vereist dus kennis van zaken. Het is geen wondermiddel, maar een instrument. En zoals elk instrument kan het ontroeren of vals klinken, afhankelijk van wie het hanteert. In de handen van een doordachte wijnbouwer kan irrigatie een bondgenoot zijn om elegantie te behouden, zelfs in uitdagende jaren. In de handen van een onzorgvuldige producent kan het leiden tot banale wijnen met weinig ziel.

Tot slot
Wat ooit een dogma was, wordt vandaag steeds vaker herzien onder druk van extreme weersomstandigheden. Irrigatie is in Italië niet langer een keuze tussen traditie of technologie, maar een balans tussen behoud en aanpassing. En zoals Aldo Clerico het treffend zegt: het gaat niet om meer wijn maken, maar om de juiste wijn te kunnen blijven maken.

De decadentie van een wijnclub 2025 – Grenzenloos genieten

Wat ooit begon als een eigenzinnige uitspatting, is intussen uitgegroeid tot een jaarlijks hoogtepunt binnen onze wijnclubs Het Negende Vat en ODK. Eens per jaar trekken we alle registers open voor een superdegustatie. De wijnen zijn van een hoger kaliber, de sfeer mag uitbundiger, en de gastronomische hapjes zouden niet misstaan op het menu van een sterrenzaak.

Zoals de traditie het wil, ligt de focus ook dit jaar resoluut op Italië. Andere landen worden vriendelijk maar beslist naar de achtergrond verwezen. Met dank aan mijn hardnekkige liefde voor la bella Italia. Ik heb dit jaar zelfs geen zucht van mompelend bezwaar mogen vaststellen. Much appreciated!

Trouwe lezers van de Bottle Case blog weten ondertussen wat volgt: een verslag van wat in de glazen kwam en een hint van wat er in het bord verscheen. Want de combinatie van wijn en spijs blijft de essentie van onze decadentie.

In het bord:

  1. Fish & Chips met stijl
  2. Gegrilde tongfilet met jonge prei, bloemkool en garnaal
  3. Niet zomaar met mosterd gevulde kipfilet
  4. Speenvarken op trage wijze gegaard met crumble spek risotto
  5. Gerijpte haas van Simmental rund met een mix van wortel en bloemkool
  6. Asperges, doperwten met een door vadouvanjus overgoten lamsfilet

In het glas:

Il Colombaio di Santachiara L’Albereta Riserva 2021 – Vernaccia di San Gimignano DOCG
100% Vernaccia. 12 maanden rijping in foeders.
Heldere strogele kleur met een zweem van goud. De neus is meteen raak: alles zit in harmonie. Appel en peer vormen het fruit samen met kruisbes, perzik en abrikoos, terwijl bloesems een elegante florale touch geven. Daar tussendoor zweeft een subtiele hint van anijs en munt, gevolgd door een vleugje peper en vanille. Amandel en een lichte groene plantaardige geur zorgen voor extra aanvulling, en die minerale toets? Die brengt het geheel helemaal in balans. In de mond toont deze Riserva zich levendig en energiek. De zuren zijn fris, terwijl de textuur zacht en rond aanvoelt. Het fruit blijft mooi overeind en wordt ondersteund door een extra lange lengte die een verfijnde indruk achterlaat tot lang na de slok. Deze wijn brengt je meteen in de juiste stemming. Een geweldige opener van de avond, en vooral een wijn die je niet snel vergeet.
Punten: 92/100 – Prijs: 35,00 € (te koop bij Licata)

Tenuta di Tavignano Misco Riserva 2019 – Verdicchio di Castelli di Jesi Classico Riserva DOCG
100% Verdicchio. Geen houtlagering.
Heldere en zuivere goudgele kleur. De neus is onmiddellijk open: zonnig fris en mineraal, met een rijke schakering aan aroma’s. Peer, ananas en perzik spelen het fruitige openingsakkoord, gevolgd door citrusvruchten en voorjaarsbloemen. Maar daar stopt het niet. Een kruidige onderstroom van munt, peper en salie voegt diepte toe, terwijl hazelnoot en een vleug buxus voor extra complexiteit zorgen. Tenslotte is er een zekere aardsheid, vuursteen, een aangename ziltigheid. Ook in de mond blijft deze Verdicchio indruk maken. De zuren zijn levendig tot pittig en geven structuur en spanning. Dit is helemaal geen schrale wijn, integendeel, hij blijft droog en zacht, vol en toch fris, perfect in balans. De lange afdronk is een waar spel van kruiden en mineraliteit, met dat onmiskenbare zilte karakter dat de wijn nog meer dynamiek geeft. Zeer mooie wijn en subliem gemaakt.
Punten: 90/100 – Prijs 39,00 € (Te koop bij Vinesse)

Feudo Maccari Firraru Family & Friends Single Vineyard 2021 – IGT Terre Sicilliane
100% Grillo – Lagering: 6 maanden houtlagering.
In de neus is complexiteit troef. Steenfruit voert de hoofdrol: peer, perzik, abrikoos, een vleugje mango, vergezeld van citrus en sappige meloen. Daaronder kruipt een kruidige laag van anijs, munt en salie, met een toets van vanille. Amandel en hazelnoot voegen zich subtiel in het koor, samen met minerale en aardse accenten die alles diepgang geven. In de mond zet de complexiteit zich moeiteloos door. De wijn is levendig en krachtig, met frisse aanzet en zachte textuur. Vol en rond zonder zich te bezondigen aan een ’tè gevoel’, fruitig en kruidig tegelijk. De mineraliteit blijft aanwezig, en het droge karakter (droger dan een non met stalen principes) draagt bij aan de lange, evenwichtige afdronk. Alles blijft mooi in balans, tot de laatste slok.
Punten: 89/100 Prijs 59,90 € (Te koop bij Carleone)

Livio Felluga Terre Alte Bianco 2021 – DOCG Rosazzo
Mix van Friulano, Pinot Bianco & Sauvignon Blanc – Houtlagering: 9 maanden.
Intense, heldere strogele kleur. Het aroma is zó mooi dat je bijna vergeet te proeven. Je zou kunnen blijven ruiken en telkens komt er weer wel iets nieuws tevoorschijn. Appel, kruisbes, perzik, abrikoos, citrus, bloesems, roos, jasmijn… Vervolgens een flits van anijs, munt en peper. Er zit een fijne vanilletoets in verweven, een tikje amandel, wat buxus en vers gras, plus die minerale en licht aardse kant. Het is een geur die intens binnenkomt, maar tegelijk ook iets uiterst verfijnds heeft. En dan proef je, eindelijk, en heb je meteen spijt dat je zo lang in dat glas hebt zitten snuffelen. Want de smaak is… ja, scary fine. Krachtige intensiteit, levendige zuren die droog en rechtlijnig zijn, en een mondgevoel dat bol staat van het rijpe fruit. Vol en rond, met een frisheid die blijft doortrekken tot in de afdronk. En die afdronk is een indrukwekkend slotakkoord van fruit, kruiden en mineraliteit dat maar blijft aanhouden. Er zit zelfs een oxidatief toefje in, maar dan in de meest positieve zin denkbaar. Fris, levendig, spannend. Dit is een wijn die onze Amerikaanse vrienden waarschijnlijk 100 keer amazing zou laten roepen. Wij houden het bij: Wat een topglas!
Punten: 95/100 – Prijs 105,00 € (Te Koop bij Licata)

Duemani CiFRA 2022 – IGT Costa Toscana
100% Cabernet Franc, opgevoed in betonnen cuves.
Cabernet Franc uit Toscane? Absoluut, en op z’n puurst. Hier geen houtlagering om het fruit te maskeren, maar een glas vol ongebreidelde energie en karakter. Robijnrood, tranend. De neus is een feest voor kruidenliefhebbers: een explosie van peper, kaneel en tijm, verweven met fris rood fruit zoals kers, framboos en aalbes met een licht snoeperige toets. Daarnaast duiken diepere aroma’s op: chocolade, mokka, laurier, thee en zelfs een vleugje potloodslijpsel en humus, wat het geheel een zekere complexiteit geeft. In de mond toont de wijn zijn ware kracht. De intensiteit is indrukwekkend, maar blijft soepel en speels dankzij de aanstekelijke zuren en fluweelzachte tannine. Droog, maar nooit streng. Rond en evenwichtig, met een sappige kern vol fruit en een kruidige finale die lang nazindert. Dit is een wijn met pit, zonder zwaar of log over te komen.
Punten: 89/100 – Prijs 34,00 € (Niet te koop in België)

Conte Vistarino Pernice 2018 – DOC Pinot Nero dell’Oltrepo Pavese
100% Pinot Nero – Lagering: 12 maanden in barriques.
Kers tot granaat rood, helder en licht tranend. In de neus meteen een gelaagde verfijning: rijp rood fruit zoals aardbei, kers en aalbes dartelt rond tussen florale toetsen van viooltjes en roos. Daarbovenop: munt, peper, nootmuskaat, een streepje sinaasappelzeste, cederhout, mokka en een vleug laurier. Alles rust op een aardse ondertoon die tegelijk krachtig en fijnzinnig blijft. In de mond is de wijn mineraal en kruidig, met een zekere beheersing. En smaak die vol en rond is, met sappig fruit, levendige zuren en soepele, rijke tannine die helemaal niet schuren. De intensiteit is precies aanwezig zonder te forceren. De afdronk is lang en houdt de balans feilloos vast tussen frisheid, fruit en kruidigheid. Het geheel voelt aan als een ingetogen punch: zacht, maar wel raak.
Punten: 89/100 – Prijs: 36,00 € (Niet te koop in België)

Cantina Adrian Anrar Riserva 2020 – DOC Südtirol/Alto Adige
Druif: Pinot Nero- Lagering: 12 maanden in barriques.
In het glas toont de wijn zich met een uiterst zuivere robijnrode kleur. De neus is zeer mooi en zonder twijfel complex te noemen. Hij geeft zijn volledige verhaal wel niet in één keer prijs. Je moet er wat mee werken en dan kan je laag na laag zijn totale bouquet ontdekken. Rijpe aardbei, kers, framboos en aalbes zetten de toon, florale toetsen van roos zorgen voor een verfijnde lift. Kruidigheid en houttonen vullen het geheel aan: munt, peper, kaneel, ceder, zoethout, mokka en tabak. Een geurpalet dat moeiteloos blijft evolueren met elke walsbeweging. En dan, diep in de achtergrond, een vleugje laurier, paddenstoel en sousbois, waardoor hij zich duidelijk als Pinot Noir bekend maakt. In de mond blijft de wijn het hoge niveau moeiteloos vasthouden. Dit is een krachtig smaakprofiel waarin tannine en zuren de ruggengraat vormen, zonder ooit overheersend te worden. Soepel en fris, droog maar toch zacht, met een lange finale die fruitig en kruidig blijft nazinderen. Super mooi in balans, vol en heerlijk fris. Jawel, een toonbeeld van elegantie en verfijning. Ook de finale is gewoonweg geweldig. Het soort afdronk dat je doet glimlachen en je meteen zin geeft je glas bij te vullen. Dit is een fantastisch lekkere wijn die finesse koppelt aan kracht.
Punten: 93/100 – Prijs 37,50 € (Niet te koop in België)

Azienda Gulfi 2019 – DOCG Cerasuolo di Vittoria Classico

70% Nero d’Avola & 30% Frappato. Opgevoed gedurende 12 maanden in botti van Slavonisch eiken.
De robijnrode kleur fonkelt verleidelijk in het glas. De geur is super geparfumeerd, bijna bedwelmend zelfs. Rijpe kers, braam en framboos dansen samen met rode bes en viooltjes, terwijl peper en anijs voor een kruidige spanning zorgen. Tijm en laurier brengen een vleugje mediterrane frisheid, terwijl ceder, tabak en een aardse toets van sousbois het geheel extra diepte geven. Afronden doen we met een zweem van chocolade. Dat maakt het geheel verleidelijk genoeg om over te gaan naar de proeffase. In de mond is de wijn net zo veelbelovend als in de neus. De eerste slok onthult een voldoende krachtige intensiteit en een rijke stijl, zonder ook maar een moment log of vermoeiend te worden. Levendig en fris, met een zijdezachte textuur en een harmonie die blijft boeien. Het rijpe rode fruit wordt ondersteund door kruidige nuances en een lichte, verfijnde bitterheid die voor extra spanning in de afdronk zorgt. Deze is trouwens voldoende lang, vol en perfect in balans, met een aangenaam vleugje chocolade dat zich als een laatste kus op de lippen nestelt. Zeer mooie, smakelijke en sappige wijn.
Punten: 89/100 – Prijs 32,00 € (Niet te koop in België)

Di Majo Norante Don Luigi Riserva 2019 – DOC Molise Rosso
100% Montepulciano – 12 maanden rijping op barriques.
Helder donkerrood in het glas, met een opvallend gekleurde traanvorming. Het bouquet komt meteen op je af met een lichtjes gestoofd aroma van donker zwart fruit zoals pruim, kers, braam en cassis met een kruidige mix die de hele zuiderse kruidenkast lijkt open te trekken: peper, kruidnagel, tijm, laurier. Daarbij komen toetsen van chocolade, cederhout, zoethout, een vleugje tabak, wat leder en humus. In de mond toont hij zich fors: een stevige body, krachtige intensiteit, met een sappige stroom van donker fruit en kruidigheid. De tannine zijn soepel maar rijk, de zuren levendig en fris. Alvast een combinatie die voor spanning en balans zorgt. De smaak is vol, rond en rijk aan sappig fruit, maar het zijn vooral de kruidige en frisgroene toetsen die het laatste woord nemen in de lange afdronk. Hoewel hij technisch meer dan correct is, komt hij in deze context wat minder verfijnd over. Het kneusje van de proeverij dus, maar wel eentje dat stevig in zijn schoenen staat.
Punten: 86/100 – Prijs 45,00 € (Te koop op diverse plaatsen in België)

Illuminati Zanna Riserva 2018 – DOCG Colline Teramane Montepulciano d’Abruzzo
100% Montepulciano, 24 maanden rijping in Slavonische eiken botti.
Stevig, rijk en zonder schroom, de Illuminati Zanna Riserva 2018 maakt meteen duidelijk dat hij er is. Donkerrood met kleurende tranen. De neus opent uitbundig met een explosie van zwart fruit: pruimen, kersen en bramen, begeleid door een zweem van alcohol die nét aanwezig genoeg is zonder te storen. In de achtergrond ontwikkelt zich een fascinerend spel van aroma’s: viooltjes en munt wervelen samen met peper, kruidnagel en tijm, terwijl cacao, cederhout, koffie en tabak voor een serieuze ondertoon zorgen. Een vleugje paprika, laurier en zelfs iets dierlijks voegen extra complexiteit toe. In de mond zet de wijn zich krachtig neer, zonder overdreven intensiteit, maar wel met een stevige structuur. De tannine zijn rijk en aanwezig, maar omhuld door verfrissende, levendige en broodnodige zuren. Rijkdom en balans gaan hier hand in hand: het fruit blijft overeind tussen de kruidige tonen, en in de lange, zachte afdronk komt pure chocolade subtiel om de hoek kijken. Dit is een Montepulciano met bravoure, een wijn die zowel krachtig als gelaagd is, kruidig en gul, maar altijd beheerst. Hij vraagt om geduld maar vooral om een volgend glas.
Punten: 90/100 – Prijs: 27,50 € ( Niet te koop in België)

Giuseppe Quintarelli 2017 – DOC Valpolicella Classico Superiore
Druiven:
Corvina, Corvinone, Rondinella, plus een vleugje Croatina en Molinara. Lagering: 84 maanden in grote Slavonische botti.
We ruiken, we proeven, we genieten en beseffende de complexiteit om na dit geproefd te hebben nog objectief te kunnen beschrijven. De kleur, dat gaat nog net lukken: helder blinkend robijnrood met traanvorming. Om het vervolg neer te pennen heb ik me meerdere malen op de vingers moeten tikken om niet als een ‘groupie’ over te komen! Wauw, wat een heerlijk uitnodigende geur! Dit is Valpolicella op zijn meest expressieve en verfijnde manier. De neus opent met een explosie van kers, rode en blauwe bes, pruim en florale tonen van viooltje en roos. Maar daar stopt het niet, munt, peper, tijm en rozemarijn voegen een frisse kruidigheid toe, terwijl cacao, ceder en mokka voor diepgang zorgen. Een vleugje tabak, laurier, thee en een subtiele hint van champignon en humus geven de wijn een aards randje. Er zweeft zelfs een lichte zweem van alcohol doorheen, zonder ook maar iets te overheersen. Ik absorbeer, ruik opnieuw en glimlach. Ik weet dat ik kan en mag gaan proeven! En dan de smaak beschrijven! Alles staat hier in superlatieven uitgedrukt! De intensiteit is krachtig, de tannine zijn rijk en stevig, de zuren levendig en fris. De subtiele zoetheid geeft een mooie zachtheid, terwijl de alcohol perfect in balans blijft. Dit is een volle, frisse en fruitige Valpolicella met een geweldige lengte en een afdronk die heerlijk blijft nazinderen, zowel fruitig als kruidig. Supercomplex en toch verfijnd en fris. Een wijn die moeiteloos charme en kracht combineert. Dit is Mr. Valpolicella op zijn best, een meesterwerk van geduld en precisie. Quintarelli doet het weer, met een wijn die met recht en rede zijn punten verdient.
Punten: 97/100 – Prijs 169,40 € (Te koop bij Alcavino)

Kellerei Bozen Taber Riserva 2021 – DOC Südtirol/Alto Adige
100% Lagrein – 12 maanden barrique.
Helder en diep donkerrood met een bijna paars hart en een gekleurde traanvorming die meteen iets veelbelovends verraadt. In de neus ontvouwt zich een heerlijk, gelaagd bouquet dat geen moment verveelt: pruim, kers, braam en cassis openen, gevolgd door viooltjes, zwarte peper en een zweem kruidnagel. Het aromatische palet wordt verder aangevuld met tijm, eucalyptus, rozemarijn en een aanzet van sigarenkistje, koffie en vlezigheid. En net als je denkt alles gehad te hebben, komen daar nog tabak, leder, laurier, grafiet, en sousbois bij . Dat alles met een minerale backbone. In de mond een stevige body met krachtige intensiteit: de wijn vult de mond royaal, maar zonder overdaad. Rijke tannine geven structuur, frisse zuren houden het geheel levendig en zorgen voor een verrassende dynamiek. Sappigheid is hier geen bijzaak, maar een volwaardig onderdeel van het karakter. De smaak is vol, rond en breed uitgesmeerd over het gehemelte, met een afdronk die zowel fruitige elementen als kruidige chocolade laat nazinderen. Extra lange lengte, en alles blijft in balans. Een Lagrein met overtuiging, zelfvertrouwen en een uitgesproken gevoel voor stijl.
Punten: 92/100 – Prijs 52,50 € (Te koop bij Van Eccelpoel)

San Giovenale Habemus Etichetta Bianca 2021 – IGT Lazio Rosso
Niet alledaagse blend van Grenache, Syrah, Carignano en Tempranillo. Lagering: 20 maanden in barriques.
Kleur: helder, paars, bijna zwart met gekleurde traanvorming. De intensiteit druipt haast letterlijk van het glas. De neus is een ware mokerslag van donker fruit: pruim, kers, braam, cassis, Mon Chéri bonbons zelfs, met dat licht snoeperige randje. Daaroverheen een bedwelmend boeket van viooltjes, jeneverbes, peper, kruidnagel, tijm, eucalyptus, rozemarijn. Met enige zin voor overdrijving lijkt het wel alsof iemand een kruidenkast over een fruitmand heeft uitgestrooid. De wijn is niet bang om een stevig statement te maken. Vlezig en rokerig, met tonen van chocolade, cederhout, zoethout, tabak, leder, laurier, grafiet en zelfs een hint van paddenstoel. Alles zit erin, zonder dat het uit de bocht vliegt. In de mond presenteert hij zich met een medium tot stevige body, krachtige en rijke tannine, frisse tot droge zuren en een volle, ronde smaak. Wat vooral opvalt is de balans: de fruitige sappigheid blijft prominent, maar krijgt een onmiskenbare ondersteuning van kruidige diepgang en die typisch chocolade toets in de aanhoudende afdronk. Geproefd een dag na de bekendmaking van een nieuwe paus, en tja, Habemus papam, maar vooral Habemus vinum. Een onverwachte ster in de line-up, goed!
Punten: 92/100 – Prijs: 80,00 € (Niet te koop in België)

Tenuta Sette Ponti Vigna dell’Impero 2016 – DOC Valdarno di Sopra
100% Sangiovese – 24 maanden rijping in botti.
Helder en vol kersenrood in het glas, met een licht gekleurde traan. De neus is een waar festijn voor wie houdt van gelaagde aroma’s: klein sappig rood en zwart fruit (kers, braam, framboos, aalbes), omkranst door florale toetsen van viooltjes en roos, een zweem van munt en een likje peper, kaneel en ceder. Voeg daar nog koffie, vlezigheid, tabak, laurier, grafiet en een toets sousbois aan toe, en je zit met een geurpallet dat gerust als aromatisch geparfumeerd mag worden omschreven. De aanzet in de mond is zelfverzekerd. Stevige body, met krachtige maar verrassend soepele tannine. De zuren zijn droog tot levendig, de smaak is vol en rond maar houdt een frisse kern vast die de wijn spannend houdt tot de laatste druppel. Wat volgt is een afdronk die lang blijft nazinderen met fruit, kruiden, chocolade én een ziltige mineraliteit. Een combinatie die zowel rijk als subtiel weet te zijnen dat maakt hem echt ‘wowy lekker’.
Punten: 92/100 – Prijs: 135,00 € (Te Koop bij Young Charly)

Tenute Le Colonne 2019 – DOC Bolgheri Superiore
70% Cabernet Sauvignon en 30% Cabernet Franc – 24 maanden in botti.
Helder robijn tot karmijn in kleur, met een opvallend licht gekleurde traanvorming. De neus opent met een bijzonder evenwichtig geurpallet: van pruim, braam en cassis over bessen en winegums tot een florale toets van viooltje. Daarna wordt het donkerder en boeiender: jeneverbes, munt, nootmuskaat, cederhout en sigarenkistje maken hun opwachting, gevolgd door koffie, een balsamico hint, tabak, leder, paprika, laurier, grafiet, champignon en zelfs een ondeugend vleugje meststal. In de mond toont de wijn zijn ware gestalte: stevige body, krachtige en rijke tannine die zich meteen laten voelen, maar netjes geïntegreerd blijven binnen een vol en rond geheel. De zuren zijn droog tot gematigd en precies genoeg om balans te brengen. De finale is lang en gelaagd, met fruit, kruiden en chocolade die samen een afdronk bouwen om U tegen te zeggen. Een smakelijke, rijke wijn met chirurgisch uitgevoerde rondingen.
Punten: 91/100 – Prijs: 45,00 € (Niet te koop in België)

Proprieta Sperino Uvaggio 2020 – DOC Costa della Sesia
80% Nebbiolo, 15% Vespolina, 5% Croatina. 22 maanden houtlagering.
Volle, kersenrode kleur. De neus is prachtig gelaagd en bijzonder uitnodigend, met een speels samenspel van bosaardbei, kers en framboos, omlijst door viooltjes en een pittige toets van peper en venkel. Dieper in het glas duiken ook ceder, koffie, tabak en leder op, samen met laurier, thee en een lichte toets van grafiet en paddenstoel. Een geur die blijft boeien en je telkens iets nieuws laat ontdekken. In de mond is de intensiteit krachtig, met rijpe, aanwezige tannine die de structuur stevig neerzetten zonder te domineren. De frisse zuren houden alles levendig en zorgen ervoor dat de wijn, ondanks zijn gelaagdheid, heerlijk zacht en verteerbaar blijft. De balans is voorbeeldig: rond en soepel, met een mooie wisselwerking tussen frisheid en rijp fruit. De afdronk blijft lang hangen, fruitig en kruidig tegelijk. Dit is een wijn die subtiel en complex in elkaar steekt.
Punten: 90/100 – Prijs: 33,00 € (Te koop bij Licata)

Enrico Serafino Briccolina Riserva 2016 – DOCG Barolo Riserva
100% Nebbiolo – Lagering: 36 maanden in grote botti van Sloveens eiken, gevolgd door flesrijping. Helder in het glas, met een kersenkleur die richting granaat neigt, en trage, elegante tranen. De neus is ronduit verleidelijk, eentje waar je met gemak kan aan blijven snuiven. Rijpe pruim, kers, framboos en aalbes geven een sappige opening, gevolgd door jeneverbes, munt, peper, laurier en salie die voor de kruidigheid zorgen. In de tweede golf komt het houtregister binnen: ceder, sigarenkistje, koffie en tabak, afgerond met aardse tonen paddenstoel en een witte truffel. In de mond gebeurt er iets bijzonders. Alles is aanwezig en er dwaalt een soort van geluk over je neer. De wijn heeft een stevige body, krachtige en rijke tannine, droge tot levendige zuren en een aanhoudende lengte. In de afdronk gaan fruit, kruiden én mineralen vrolijk samen, zonder dat iemand de leiding wil nemen. Vol, rond en fris, met een finesse die zich niet laat opdringen maar volledig overtuigt. Ja, dit is krachtig, maar wat een zuurtjes om dat geweld in toom te houden! Briccolina 2016 is een Barolo met een serieuze spierbundel die strak in het pak zit en uiterst elegant overkomt.
Punten: 95/100 – Prijs 139,00 € (Niet te koop in België)

Tenuta di Santa Maria 2016 – DOCG Amarone della Valpolicella Classico Riserva
75% Corvina, 15% Corvinone, 10% Rondinella. 66 maanden rijping in fust.
Heerlijk tranend en intense rode kleur. De neus is alvast een weelderig landschap: bosaardbei en pruim openen het spel, gevolgd door bloedsinaasappel en framboos, terwijl viooltjes en kruidige accenten van peper, kaneel en kruidnagel de compositie verfijnen. Na enige tijd en flink walsen duikt er een verrassende hint van mandarijn op, subtiel verweven tussen tonen van rozemarijn, melkchocolade, ceder, mokka en een vleugje tabak. Er zit zelfs een vlezig en vegetaal randje aan, terwijl de alcohol zijn rol niet onder stoelen of banken steekt. Rijk en mondvullend, met krachtige maar goed gedoseerde tannine en zuren die de boel mooi in balans houden. De smaak blijft zacht, maar vermijdt het soms té fluwelige karakter dat Amarone kan hebben. De finale is lang en meeslepend, met rijp fruit, kruiden en cacao die nog lang blijven nazinderen. Dit is een wijn die zijn kracht met stijl draagt.
Punten: 91/100 – Prijs 79,00 € (Te koop bij Burgio)

Albeisa – Message in a bottle?

Tijdens onze laatste proefsessies kwam er nogal wat wijn vanuit Piemonte op de proeftafel. Roero, Barbaresco, Barolo, Barbera… Het passeerde allemaal! Tijdens één van deze tastings kreeg ik een vraag waar ik het antwoord op schuldig moest blijven. Leergierig blijf ik ten allen tijde en dus ging ik op zoek naar het antwoord op de vraag die luidde als volgt: ‘Sommige van de proefflessen hebben allen dezelfde fles alhoewel ze niet van dezelfde producent komen. Op deze fles staat steeds Albeisa gegrafeerd. Wat wil dit zeggen?’.
Inderdaad blijkt dat deze fles een veel gebruikt type fles is in Piemonte. Bovendien moet ik vaststellen dat er achter deze kenmerkende, sierlijke fles, versierd met de naam “Albeisa” in reliëf op de hals, veel meer schuil gaat!

Het verhaal van de fles

Het verhaal van de Albeisa-fles begint in de vroege 18e eeuw, in de stad Alba, het kloppende hart van de wijncultuur van Piemonte, waarvan de naam “Albeisa” is afgeleid. In 1726 creëerden lokale wijnmakers, die hun wijnen wilden onderscheiden van die uit andere delen van Italië en Europa, een uniek flesontwerp. In die tijd werden de meeste wijnen gebotteld in generieke vormen zonder enige regionale identiteit. De Albeisa-fles ontstond als een statement van trots en als bewijs van de eigenheid van Piemontese wijnen.

Zoals veel tradities verloor ook het gebruik van de Albeisa-fles met de tijd aan populariteit. Tegen het midden van de 20e eeuw was de fles bijna volledig verdwenen, vervangen door gestandaardiseerde flessen die functionaliteit boven erfgoed stelden.

Een heropleving van regionale trots

In 1973 besloot een groep visionaire wijnmakers onder leiding van Renato Ratti (jawel die van de MGA’s) de Albeisa-fles nieuw leven in te blazen. Deze producenten zagen het belang in van het behouden van hun regionale identiteit in een steeds meer geglobaliseerde wijnmarkt. Door de fles opnieuw te introduceren, eerden ze niet alleen hun voorouders, maar creëerden ze ook een verenigend symbool voor de wijnbouwgemeenschap van Piemonte.

De Albeisa-fles kreeg al snel weer voet aan de grond bij Piemontese wijnmakers, die het zagen als een manier om de authenticiteit en het erfgoed van hun wijnen te communiceren. Vandaag de dag gebruiken meer dan 300 wijnhuizen de Albeisa-fles trots voor hun Barolo, Barbaresco, Nebbiolo, Dolcetto en andere iconische Piemontese wijnen. Elke fles is een stille proclamatie van haar oorsprong en verbindt de wijn binnenin met het terroir dat haar vormde.

Waarom wijnmakers kiezen voor de Albeisa-fles

Voor wijnmakers is de Albeisa-fles meer dan alleen een traditie; het is een keurmerk van kwaliteit. De keuze voor deze fles betekent een toewijding aan het behoud van de hoge normen van Piemonte in zowel wijnbouw als wijnproductie. Het vertelt de consument dat wat ze gaan proeven een product is dat diep geworteld is in het land, zorgvuldig is vervaardigd en het resultaat is van eeuwenlange expertise.

Het ontwerp van de fles biedt ook praktische voordelen. De stevige, sierlijke vorm beschermt de wijn tegen licht en warmte, zodat de kostbare inhoud in optimale conditie de consument bereikt. De naam “Albeisa” in reliëf voegt een tastbaar element toe, als herinnering aan het vakmanschap achter elke slok.

Een erfenis die blijft voortleven

De Albeisa-fles is uitgegroeid tot een embleem van de uitmuntendheid en veerkracht van de wijnbouw in Piemonte. Wat begon als een praktische oplossing om regionale wijnen te onderscheiden, is geëvolueerd tot een symbool van eenheid en trots. Naarmate meer consumenten het belang van deze flessen herkennen, worden ze ambassadeurs van een traditie die het verleden eert en naar de toekomst kijkt.

Dus, de volgende keer dat je een glas inschenkt uit een Albeisa-fles, neem even de tijd om het verhaal te waarderen—een verhaal dat in de rondingen en reliëfs van de fles staat gegrift, een verhaal van plaats, passie en een blijvende liefde voor geweldige wijn.

Barbaresco – De verfijning van Nebbiolo in een glas

De aanzet van het jaar 2025 bij Amici was er eentje om in te kaderen! Nebbiolo staat er vaak in de schijnwerpers, maar nu werd het podium extra opgeblonken en werd de hoogste trede nog wat opgekrikt. Dat podium werd tijdens onze tasting broederlijk en zusterlijk gedeeld onder Barolo en Barbaresco. Van de acht wijnen die we proefden, waren er vijf met het prestigieuze Barbaresco DOCG-label. Mocht je niet teveel weten van deze denominazione dan kan geef ik je graag enkele nuttige weetjes mee.

Barbaresco – enkele weetjes!

  • Herkomstgebied: Barbaresco DOCG ligt in de Langhe-regio van Piemonte, slechts enkele kilometers ten noordoosten van Alba. De oorsprongszone van Barbaresco omvat slechts vier gemeenten: Barbaresco, Neive, Treiso en het gehucht San Rocco Seno d’Elvio (bij Alba). Het gebied is strikt afgebakend en wijngaarden mogen enkel liggen op zuidelijk, oostelijk of westelijk georiënteerde hellingen. Noordelijke hellingen, valleien en vlakke gronden zijn verboden terrein.
  • DOCG-status: Net als Barolo werd ook Barbaresco in 1980 gepromoveerd van DOC naar DOCG, de hoogste kwaliteitsstatus in Italië.
  • Druivenras: Barbaresco wordt exclusief gemaakt van de Nebbiolo-druif.
  • Wijngaardoppervlakte: De totale productiezone beslaat 763,19 hectare, verdeeld als volgt: Barbaresco (249,19 ha), Neive (280,62 ha), Treiso (186,89 ha) en San Rocco Seno d’Elvio (46,49 ha).
  • Verplichte rijping: Barbaresco moet minimaal 24 maanden rijpen, waarvan minstens 9 maanden in houten vaten. Voor de Riserva-versie bedraagt de rijpingsperiode ten minste 48 maanden.
  • Opbrengst: Het maximale rendement voor Barbaresco bedraagt 56 hl/ha, gelijk aan Barolo. Wanneer een MGA vermeld wordt op het etiket, wordt dit beperkt tot 54,4 hl/ha.
  • MGA’s en wijngaarden: Barbaresco kent minder MGA-wijngaarden (Menzione Geografische Aggiuntive) dan Barolo, maar dat doet niets af aan de kwaliteit. Namen als Asili, Rabajà, Montestefano en Ovello zijn legendarisch onder liefhebbers.
  • De wijngaarden ontdekken: Auteur dezer raadt aan om de regio te verkennen tijdens een herfstwandeling door de glooiende heuvels van Langhe. Bonuspunten als je eindigt met een degustatie bij een lokale producent.
  • Geologie en Bodem:
    Het Barbaresco-gebied heeft een geologische oorsprong die teruggaat tot het Mioceen en is van mariene afkomst. De bodem bestaat voornamelijk uit kalkhoudende mergel, sedimentaire afzettingen die aan de oppervlakte kwamen toen het oerzeegebied van het Po-bekken langzaam werd opgetild.
    Twee bodemtypen maken het terroir van Barbaresco uniek:
    1. Formazione di Lequio (Tortoniano-Serravalliano): Komt voor in Treiso, San Rocco Seno d’Elvio en het zuidelijke deel van Neive. Deze bodem bevat compacte grijze mergel met lagen zand.
    2. Marne di Sant’Agata Fossili (Tortoniano): Te vinden in Barbaresco en het noordelijke deel van Neive. Deze bodem bestaat uit kalkhoudende blauwachtige mergel, wat bijdraagt aan de elegantie van de wijnen.

Barbaresco – Proefnotities!

  1. Produttori del Barbaresco – Barbaresco DOCG Pajè Riserva 2015
    Nebbiolo – Minimaal 30 maanden rijping in 25 tot 50 hl Slavonisch eiken vaten.
    Granaatrode kleur met een lichte hint van rijping, tranend. De neus biedt een intrigerende wisseling van fruit: jong en fris rood fruit zoals kersen en aardbeien evolueert naar rijpere tonen van kers en zelfs wat gedroogd fruit. Naarmate het glas zich opent, komen meer complexe aroma’s naar voren: teer, kruidnagel, leer, en een vleugje rozemarijn. Een subtiele aardse laag met paddenstoel en natte bladeren. In de mond opent de wijn krachtig, waarbij de tannine als een echte macho binnenkomen. Ze zijn stevig en aanwezig, maar al snel nemen de zuren de controle over en spelen ze de baas. De textuur voelt wat ruw aan en mocht sappiger zijn. De alcohol is duidelijk aanwezig, net iets te prominent, wat het evenwicht licht verstoort. Een voldoende lange afdronk met tonen van mokka en kruiden karakteriseren deze Riserva.
    Punten: 86/100 – Te koop bij Leuvin voor 58,00 €.
  2. Giacomo Fenocchio – Barolo DOCG Castellero 2015
    Nebbiolo – 6 maanden rijping in inox cuves worden gevolgd door 30 maanden rijping in grote Slavonische eiken vaten (20-25 hl).
    Intense granaatrode kleur met een lichte toets van evolutie. Mooi tranend. De neus is bijzonder verfijnd en kruidig, met veel diepgang. Florale tonen van viooltjes en rozen worden aangevuld met rood fruit zoals kersen en frambozen. Hieraan worden subtiele tertiaire aroma’s toegevoegd: tabak, leer, truffel, koffie en een vleugje cacao. Specerijen zoals zoethout en witte peper zorgen voor extra gelaagdheid. In de mond biedt de wijn een verfijnde en elegante smaakbeleving. Hij gaat breed, met een indrukwekkende complexiteit, zonder ook maar iets aan intensiteit in te boeten. Dit is een stevige boy, maar de zuren fluiten de tannine constant terug, wat zorgt voor een prachtig evenwicht. Donkere bessen, kruiden en aardse nuances spelen de hoofdrol, terwijl een hint van munt en warme specerijen de smaak afronden. De afdronk is lang en intens, met warme tonen van specerijen en een zachte, etherische afdronk. Een klassieke Barolo die nu al prachtig is, maar zeker nog verder zal ontwikkelen.
    Punten: 94/100 – Te koop bij Licata voor 65,00 € (andere jaargang).
  3. Sottimano – Barbaresco DOCG Pajoré 2014
    Nebbiolo – 18 tot 22 maanden rijping in Franse eiken vaten.
    Heldere robijnrode kleur met mooie traanvorming. Mooie neus met een diversiteit aan fruit en kruiden. Kersen en gedroogde rozenblaadjes domineren in eerste instantie, met subtiele hints van viooltjes, bosfruit, en een vleugje kruidigheid. Na wat lucht in het glas komt er nog heel wat meer opzetten: leer, truffel, tabak en een verfijnde toets van grafiet en cederhout. In de mond valt het op dat de tannine duidelijk de baas zijn en ze dragen wel degelijk de broek. De structuur is dik in orde, en hoewel de zuren het geheel fris en levendig houden, heeft deze wijn nog tijd nodig. Dit moet nog blijven liggen, want de wijn heeft alles om het te maken. De afdronk is lang, voldoende verfijnd, en blijft kruidig hangen met een vleugje gedroogde kruiden zoals salie en laurier.
    Punten: 90/100 – Te koop in diverse wijnhandels in België voor een prijs die varieert van 80,00 tot 89,00 € (andere jaargang).
  4. Renato Corino – Barolo DOCG Arborina 2015
    Nebbiolo – 24 maanden rijping in Franse eiken vaten.
    Heldere robijnrode kleur met een zeer lichte baksteenrode rand. De neus is verfijnd en ingetogen. Het is geen springerige, uitbundige neus, maar hij staat er wel! Rijpe kersen en subtiele florale accenten van rozenblaadjes domineren in eerste instantie, maar maken al snel plaats voor een diepere, meer complexe laag. Denk aan gedroogde pruim, tabak, ceder, cacao en een hint van truffel. Een zweem van kruiden zoals peper, munt, laurier en een vleugje vanille geven de geur een extra dimensie. De smaak biedt alles wat een goed glas wijn nodig heeft. Het mondgevoel is krachtig en stevig, maar zonder dat de structuur angstig of afkeurend aanvoelt. De verwevenheid van de smaken is perfect, met tonen van donkere chocolade, espresso en specerijen zoals nootmuskaat die fraai in balans zijn. Gaan we mierenneuken, dan stellen we dat de afdronk net een puntje langer mocht aanhouden. Toch blijft de warme, kruidige afsluiting zeer plezierig en bevredigend.
    Punten: 93/100 – Te koop bij Licata voor 65,00 € (andere jaargang).
  5. Sottimano – Barbaresco DOCG Cottá 2016
    Nebbiolo – 18 tot 22 maanden rijping in Franse eiken vaten.
    Heldere robijnrode kleur met een subtiele evolutie en tranend. De neus heeft zeker wat te bieden, maar de kruiden en branderige aroma’s winnen afgetekend van het fruit. Bosaardbei, kers, framboos en blauwe bes is er wel degelijk maar aroma’s van peper, kaneel, laurier, mokka, cederhout en tabak voeren de boventoon. Een vleugje truffel en paddenstoel voegt diepte toe, samen met een aangename toets van eucalyptus en munt. In de mond laat de wijn zich stevig voelen. De tannine zijn duidelijk aanwezig, maar de zuren doen zeker niet onder. De smaak evolueert dynamisch: van stevig naar sappig, en weer terug naar krachtig. Een kern van rijp rood fruit blijft overeind, aangevuld met mokka en een hint van specerijen. Het is wel jammer dat het licht dominante alcoholgevoel de balans enigszins verstoort en wat beter verborgen mocht zitten.
    Punten: 90/100 – Te koop in diverse wijnhandels in België voor een prijs die varieert van 80,00 tot 89,00 € (andere jaargang).
  6. Nada Fiorenzo – Barbaresco DOCG Rombone 2016
    Nebbiolo – 12maanden rijping in barrique gevolgd door 12 maanden rijping grote Slavonische foeders.
    Zuivere granaatrode kleur met een spoor van evolutie en tranend. De neus opent met een zeer kruidig en uiterst genietbaar boeket, waarin voornamelijk rood fruit zoals kersen en aardbeien een prominente rol spelen. De jeugdigheid van het fruit wordt harmonieus aangevuld door evoluerende tertiaire aroma’s van leer, zoethout, cederhout, thee en een hint van paddenstoel. Een subtiele kruidigheid met nuances van anijs, munt en tijm maakt het geheel nog verfijnder. In de smaak valt de balans direct op: niets is té, en toch ervaar je een krachtige wijn. Het geheel is prachtig verweven, met een hoofdrol voor de levendige zuren die de structuur elegant ondersteunen en de stevige, fijnkorrelige tannine in toom houden. Het fruit blijft speels aanwezig, vergezeld door tonen van mokka, donkere chocolade en een subtiele minerale toets. De afdronk is lang, verwarmend en kruidig, met een vleugje teer en balsamico die de wijn voldoende diepgang schenken.
    Punten: 91/100 – Te koop bij La Scoperta voor 64,10 € (andere jaargang).
  7. Conterno Fantino – Barolo DOCG Vigna Sorì Ginestra 2015
    Nebbiolo – 24 maanden rijping in Franse eiken vaten.
    Helder robijnrode kleur met een lichte granaattint die de eerste tekenen van rijping verraadt. De neus is uiterst genietbaar, veelbelovend en complex, met een sublieme integratie van alle componenten. Rijpe kersen en frambozen worden omhuld door een subtiel rozenparfum, terwijl tertiaire aroma’s diepe gelaagdheid toevoegen: tonen van donkere chocolade, mokka, sigarenkistje, gedroogde bladeren en een vleugje leer. Een aardse toets van truffel en paddenstoel verrijkt de ervaring, aangevuld met een frisse hint van menthol en zoethout. De smaak is zeer breed geschouderd en maakt de belofte van de neus volledig waar. Het geheel biedt een prachtige harmonie in de hogere regionen. Verbazend hoe de levendige zuren de toch zeer stevige tannine bij momenten de baas zijn, geholpen door het vele aanwezige, sappige fruit. Het mondgevoel is krachtig en elegant tegelijk, met smaken van cacao, tabak en kruidnagel die domineren in het middenpalet. De lange afdronk eindigt warmkruidig en met een verfijnde mineraliteit. Dit mag je me zonder problemen dagelijks serveren!
    Punten: 95/100 – Niet te koop in België, richtprijs 100,00 €
  8. Sottimano – Barbaresco DOCG Currá 2015
    Nebbiolo – 18 tot 22 maanden rijping in Franse eiken vaten.
    Heldere granaatrode kleur met een licht bruine omkadering. Mooi tranend.
    Hoewel de neus vrij gesloten begint, springt bij de aanzet het florale karakter eruit, met subtiele tonen van rozen en viooltjes. Pas na flink walsen opent het boeket zich volledig en komt de complexiteit naar voren. Tertiaire aroma’s van sigaar, cederhout, en zwarte thee vullen de neus aan, samen met een vleugje munt, zoethout, en een hint van sousbois. De smaak biedt een mooie balans tussen kracht en frisheid. De krachtige en fris-kruidige zuren ondersteunen een sappige rode draad van fruit, zoals kersen en frambozen. Naar het einde toe voegt een zeer aangenaam chocoladebittertje een extra laag aan de smaakbeleving toe. Dit is een wijn met een groot rijpingspotentieel, en hoewel hij nu al genietbaar is, zal het een uitdaging zijn om hem te laten liggen – hij wordt alleen maar beter.
    Punten: 94/100 – Te koop in diverse wijnhandels in België voor een prijs die rond de 110,00 € ligt (andere jaargang).

Slavonisch eikenhout in de Italiaanse wijnbouw

Hebben jullie ook al wel eens de fout gemaakt dat je bij het lezen van een rijping van de wijn in Slavonische eiken vaten dit ging benoemen als eikenhout dat afkomstig is uit Slovenië of Slovakije. Niets blijkt echter minder waar te zijn! 
In de wereld van de Italiaanse wijnbouw komt deze houtsoort frequent voor en het heeft een onmiskenbare invloed op de uiteindelijke smaak van de wijn. Inderdaad, deze specifieke houtsoort speelt een cruciale rol in de rijping van veel Italiaanse wijnen. Hoewel Frans eikenhout vaak de voorkeur krijgt in internationale wijnkringen, heeft Slavonisch eikenhout een rijke traditie die stevig verankerd is in de Italiaanse wijnproductie, vooral in klassieke wijnen zoals Barolo, Brunello di Montalcino en Chianti.

Waar ligt Slavonië?

Slavonië ligt in het oosten van Kroatië, ingeklemd tussen de rivieren de Drava in het noorden, de Donau in het oosten en de Sava in het zuiden. Deze vruchtbare vlakten vormen een ideale omgeving voor zowel landbouw als bosbouw, en het gebied staat bekend om zijn dichte eikenbossen, die eeuwenlang zijn gebruikt voor de productie van vaten. Het continentale klimaat en de rijke bodem maken het een uitstekende regio voor de langzame groei van eiken, wat resulteert in hout met een fijne nerfstructuur, ideaal voor het maken van wijntonnen. 

De eikenbossen van Slavonië zijn al eeuwenlang een bron van waardevol hout voor de wijnindustrie. De bomen in deze regio, die langzaam groeien in het relatief koele en vochtige klimaat, leveren hout dat bekend staat om zijn duurzaamheid en subtiele invloed op wijn. De combinatie van klimaat, bodem en de zorgvuldige houtkap maakt Slavonisch eikenhout tot een favoriet bij wijnmakers die zoeken naar een evenwichtige rijping.

Wat maakt Slavonisch eikenhout bijzonder?

Slavonisch eikenhout onderscheidt zich van andere eikensoorten, zoals Frans en Amerikaans eikenhout, door zijn langzame groei en fijne nerf. Hierdoor geeft het hout aroma’s en tannine geleidelijk af aan de wijn, wat leidt tot een subtiele en gecontroleerde smaakontwikkeling. Slavonisch eikenhout wordt vaak geprezen om zijn neutraliteit, wat betekent dat het wijnmakers in staat stelt om de pure expressie van het fruit en het terroir te behouden, zonder overweldigende houttonen.

Vergelijking met Frans en Amerikaans eikenhout

Hoewel Slavonisch eikenhout historisch gezien een favoriet is bij veel Italiaanse wijnmakers, worden ook Franse en Amerikaanse eiken vaten gebruikt in de wijnindustrie. Elk type eikenhout heeft unieke eigenschappen die de smaak, structuur en textuur van de wijn op verschillende manieren beïnvloeden. Hier is een vergelijking van de drie belangrijkste soorten eikenhout:

1. Slavonisch eikenhout (Kroatië:

   – Fijne nerf: Door de langzame groei van Slavonische eiken is de nerf van het hout fijn en compact, wat zorgt voor een geleidelijke afgifte van tannine en aroma’s aan de wijn.

   – Subtiele smaakontwikkeling: Slavonisch eikenhout geeft subtiele, kruidige tonen aan de wijn, zoals zoethout, specerijen en soms een vleugje florale aroma’s. Het hout domineert de wijn niet, maar ondersteunt de natuurlijke smaak van de druiven.

  – Grotere vaten (botti): Slavonische eiken vaten worden vaak in grotere formaten gebruikt, zoals de traditionele botti, wat betekent dat er een lager hout-op-wijn-ratio is, wat bijdraagt aan een meer verfijnde en langzame rijping.   

2. Frans eikenhout:

   – Middelfijne tot fijne nerf: Frans eikenhout, vooral uit de bossen van Allier, Limousin en Tronçais, groeit sneller dan Slavonisch eiken, maar heeft nog steeds een relatief fijne nerf. Dit resulteert in een meer gematigde afgifte van tannine.

   – Elegante, complexe smaken: Frans eikenhout geeft vaak meer smaak aan de wijn dan Slavonisch eikenhout, met tonen van geroosterde amandelen, cederhout, en soms subtiele specerijen zoals kaneel en kruidnagel. Vanille kan in sommige gevallen aanwezig zijn, maar komt vooral naar voren bij lichtere toasting van het hout.

   – Kleinere vaten (barriques): Franse barriques hebben een kleinere capaciteit (225 liter), waardoor er een grotere interactie is tussen de wijn en het hout. Dit versnelt de rijping en versterkt de invloed van het hout op de wijn.

3. Amerikaans eikenhout:

   – Grove nerf: Amerikaanse eikenbomen, vooral uit de staten Missouri en Virginia, groeien sneller dan Europese eiken, wat resulteert in een grovere nerf en een snellere afgifte van aroma’s en tannine.

   – Krachtige smaken: Amerikaans eiken vaten staat bekend om zijn uitgesproken aroma’s van kokos, vanille en zoetere specerijen. Deze houtsoort geeft de wijn een opvallend en intens smaakprofiel, dat vooral goed werkt bij wijnen die wat krachtiger mogen zijn, zoals Rioja en bepaalde Californische wijnen.

   – Snelle invloed: Door de grove nerf en intensere smaakprofiel is Amerikaanse eikhout vaak effectiever in kortere rijpingsperiodes, maar het kan ook overweldigend zijn voor wijnen die meer finesse vereisen.

Slavonisch eiken vaten en de Italiaanse wijnbouw

Het gebruik van Slavonisch eiken vaten in Italië heeft diepe historische wortels. Italiaanse wijnmakers, met name in regio’s zoals Toscane, Piemonte en Veneto, hebben deze houtsoort eeuwenlang gebruikt om hun wijnen te laten rijpen in grote houten vaten, de zogenaamde “botti”. Deze vaten zijn doorgaans veel groter dan de kleinere Franse barriques en kunnen duizenden liters wijn bevatten. Het resultaat is dat de houtinvloed gematigder is, wat ideaal is voor wijnen die baat hebben bij een lange rijping zonder overdreven houttonen, zoals Barolo en Brunello di Montalcino.

De keuze voor Slavonisch eiken in Italië is niet alleen een kwestie van traditie, maar ook van smaakprofiel en rijpingseffecten:

1. Langzame evolutie van de wijn: Door de fijne nerf van het hout worden aroma’s en tannine langzaam aan de wijn afgegeven. Dit is essentieel voor wijnen die baat hebben bij langdurige rijping, zoals de grote rode wijnen van Italië.

2. Zachtheid en balans: Slavonisch eikenhout zorgt voor een meer verfijnde, minder assertieve invloed op de wijn, waardoor de natuurlijke smaken van de druiven beter naar voren komen. Dit past goed bij wijnen waarin de druif en het terroir centraal staan, zoals Nebbiolo en Sangiovese.

3. Grotere duurzaamheid en ecologische waarde: Slavonisch eikenhout is meestal goedkoper dan Frans eiken en afkomstig uit duurzame bossen, wat het een aantrekkelijk alternatief maakt voor wijnmakers die aandacht hebben voor milieubewustzijn.

Slavonisch Eiken en de Toekomst

Ondanks de groeiende populariteit van kleinere Franse barriques in moderne wijnmakerijen, blijft Slavonisch eikenhout een essentieel onderdeel van de traditionele Italiaanse wijnproductie. In een tijd waarin steeds meer aandacht is voor authenticiteit en het behoud van de lokale identiteit van wijnen, wordt Slavonisch eikenhout opnieuw gewaardeerd vanwege zijn subtiele invloed en de manier waarop het de expressie van het terroir respecteert.

In de wijnwereld is er een toenemende interesse in wijnen die op natuurlijke en ambachtelijke wijze worden geproduceerd, zonder al te veel ingrijpen van buitenaf. Slavonisch eikenhout sluit perfect aan bij deze trend: het laat de wijnen langzaam en natuurlijk rijpen, met behoud van hun unieke regionale karakter. Dit maakt het gebruik van deze houtsoort bijzonder aantrekkelijk voor wijnmakers die zich richten op biologische of biodynamische productiemethoden, waarbij de zuiverheid van de wijn en de connectie met het terroir voorop staan.

Conclusie

Slavonisch eikenhout uit de bossen van het oostelijke Kroatië speelt een onmisbare rol in de Italiaanse wijnbouw. Het biedt een uniek alternatief voor Frans en Amerikaans eiken, met een subtiele, verfijnde invloed op wijnen die bedoeld zijn om te rijpen en hun complexe karakter te ontwikkelen. Voor de klassieke Italiaanse wijnen zoals een Brunello di Montalcino, Barolo of Taurasi is Slavonisch eiken een sleutel tot het behoud van traditie, terroir en finesse. Terwijl de moderne wijnproductie blijft evolueren, zal Slavonisch eikenhout een cruciale rol blijven spelen voor wijnmakers die trouw willen blijven aan de authenticiteit van hun regio en druiven.