Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s

Net zoals bij Lessona lagen de verwachtingen voor Boca en Bramaterra bij ondergetekende bijzonder hoog. Mijn eigen proefervaringen speelden daarbij mee, net als de vele positieve commentaren die mijn wijnvrienden de afgelopen paar jaar hadden meegegeven.

Boca was trouwens onze eerste stop. Correctie: onze tweede, want we waren ’s morgens vroeg vertrokken richting Carema om ons vandaaruit echt in Alto Piemonte te nestelen. De eerste indrukken waren zeer positief. Een klein centrum weliswaar, maar verzorgd en duidelijk in het teken van de wijn. Al gauw zaten we op de juiste weg en reden we midden tussen de wijngaarden. Hier moesten we dus zijn!

De schaal heb je wel vlug door: zowel Boca als Bramaterra zijn kleine appellaties en inhoudelijk bijzonder interessant. Net als Gattinara en Ghemme liggen ook deze twee appellaties aan weerszijden van de ‘droogstaande’ Sesia. En dat levert wel degelijk twee verschillende wijnen op. Boca ligt hoger en koeler en focust sterker op Spanna. Bramaterra is uitgestrekter, kent een ander bodemprofiel en ook een licht ander klimaat.

Het was trouwens middag toen we arriveerden en mijn hangry vrouw, Rosy, had al lang een doelwit uitgekozen om te lunchen. Ik kon niet wachten om die lunch in te zetten met een lokale wijn. Het zou trouwens doodzonde zijn dit restaurant verborgen te houden. Osteria Ori Pari Bistrot kan ik iedereen blindelings aanbevelen. Het was misschien wel een van de beste ontdekkingen tijdens heel onze Piemontereis. Ik zou graag de link naar hun restaurant toevoegen, maar die zal je naar Facebook leiden. Doe ik dan liever niet.

Van porfier tot bodemmozaïek

Boca ligt ten noordoosten van Gattinara, rond het dorp Boca en delen van Maggiora, Cavallirio, Prato Sesia en Grignasco. De wijngaarden bevinden zich op heuvels vanaf ongeveer 300 meter en kunnen oplopen tot 500 à 600 meter. Daarmee behoort Boca tot de hoger gelegen wijngebieden van Alto Piemonte. De producenten vertellen ons graag over de vele bossen die we er vandaag treffen. Volgens hen zou dit vroeger grotendeels één aaneengesloten wijngaardgebied geweest zijn.

We kunnen er ons qua bodemgesteldheid gemakkelijk vanaf maken en zeggen dat deze uit vulkanisch porfier bestaat. Maar dat zou niet helemaal correct zijn! Porfier speelt er een belangrijke rol, samen met verweerd vulkanisch materiaal. Daarnaast komen zand, klei en moreneafzettingen met onder meer graniet en ander gesteente voor. Zelfs binnen de kleine appellatie verschillen ligging en expositie behoorlijk. De hoogte en de koele lucht zorgen voor uitgesproken verschillen tussen dag en nacht, waardoor Nebbiolo hier langzaam kan rijpen en zijn zuren goed bewaart.

Ook binnen zo’n kleine appellatie duiken enkele wijngaardnamen geregeld op. Mottosergo, Meridiana, Valvecchi en Traversagna behoren tot de locaties die als bijzonder geschikt worden beschouwd. Montalbano is dan weer interessant vanwege zijn oude wijngaarden die volgens het traditionele Maggiorina systeem zijn aangelegd, met stokken die deels meer dan honderd jaar oud zijn. Ook Vigna Cristiana behoort tot de historische wijngaarden van Boca.

Om door te rijden naar Bramaterra moet je westelijker gaan. Maak je dezelfde fout als ik en geef je Bramaterra in je gps in, dan zal je geen reactie krijgen. Bramaterra is immers geen dorp, maar de naam van een wijngebied dat zeven gemeenten omvat: Masserano, Brusnengo, Curino, Roasio, Villa del Bosco, Sostegno en Lozzolo. De appellatie bestrijkt daardoor een veel ruimer en geologisch minder uniform gebied.

Die verschillen zijn binnen Bramaterra dan ook duidelijk zichtbaar. Rond Masserano vinden we rotsachtige, ijzerrijke porfierbodems. Brusnengo is warmer en wordt beschouwd als een interessante plaats voor Croatina. Villa del Bosco heeft donkerdere bodems met onder meer kwarts, terwijl Lozzolo geologisch dichter aansluit bij Gattinara. Bramaterra laat zich daardoor moeilijk vastpinnen op één exact bodemprofiel. Het gemeenschappelijke vertrekpunt bestaat uit oude, zure bodems waarin porfier sterk aanwezig is.

Waar Boca enkele uitgesproken single vineyards kent, ligt dat in Bramaterra minder voor de hand. Toch bouwen bepaalde locaties steeds duidelijker een eigen reputatie op. In Masserano duiken vooral Cottignano en Pian di Peu op, terwijl in Brusnengo Cavazucchi op de heuvel Mesola en het historische Robino interessante referentiepunten zijn.

Spanna krijgt wat meer gezelschap

Boca kreeg zijn DOC in 1969. Nebbiolo, hier uiteraard Spanna genoemd, moet 70 tot 90 procent van de assemblage uitmaken. De resterende 10 tot 30 procent bestaat uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina komt wel voor in het gebied, maar maakt geen deel uit van de toegelaten assemblage voor Boca DOC.

We hebben een gewone Boca en een Boca Riserva. De klassieke Boca moet minstens 34 maanden rijpen, waarvan 18 maanden op hout. Voor Boca Riserva loopt dat op tot 46 maanden, waarvan minstens 24 maanden op hout. Die lange rijping is echt wel noodzakelijk voor deze wijnen die van nature veel zuren en voldoende tannine bezitten om verder te ontwikkelen op fles.

Tien jaar later, in 1979, volgde de Bramaterra DOC. Mocht je bij een Boca al tot 30 procent met andere druiven dan Spanna werken, dan gaat Bramaterra nog wat verder, tot de helft van de assemblage. Het is te zeggen, dat kan en is helemaal niet verplicht. Om correct te zijn moet Nebbiolo hier slechts 50 tot 80 procent van de wijn uitmaken. Croatina mag tot 30 procent worden gebruikt, terwijl Uva Rara en Vespolina samen maximaal 20 procent mogen vertegenwoordigen. Het aandeel Croatina is dus wel wezenlijk anders dan in de appellaties die we tot op heden hebben besproken.

De gewone Bramaterra moet minstens 22 maanden rijpen, waarvan 18 maanden op hout. Voor een Riserva bedraagt dat 34 maanden, met minstens 24 maanden houtrijping. De minimumrijping is dus korter dan in Boca, al kiezen verschillende producenten in de praktijk voor een langere opvoeding.

Uiteenlopende smaken!

Zowel Boca als Bramaterra krijgen dus meer speelruimte om een assemblagewijn te maken. Het is dan ook logisch dat de wijnen van deze twee appellaties behoorlijk uiteenlopende eigenschappen in het glas kunnen tonen.

De reputatie van Boca is de afgelopen jaren duidelijk gestegen en de wijnen behoren ondertussen tot de meest uitgesproken van Alto Piemonte. De kleur blijft vrij transparant, zoals we van Nebbiolo verwachten, maar de geur kan bijzonder complex zijn. Rood bosfruit, viooltjes, kruiden en citrus komen regelmatig terug. Vooral bloedsinaasappel wordt opvallend vaak opgemerkt. Met flesrijping verschijnen meer aardse tonen, tabak en gedroogde kruiden.

In de mond vallen vooral de levendige zuren op. De tannine kan jong duidelijk aanwezig zijn, maar blijft meestal zeer fijn van structuur. De hogere ligging en het relatief koele klimaat geven Boca een strakke smaaklijn. Goede Boca heeft voldoende concentratie, maar behoudt door zijn hoge zuren en fijne tannine altijd veel spanning en frisheid.

Bramaterra is minder gemakkelijk onder één smaakprofiel te vatten. Daarvoor verschillen de zeven gemeenten en hun bodems te sterk. Bij het proeven keren enkele kenmerken toch regelmatig terug. Rode bessen, donkere kersen, kruiden en peper worden gecombineerd met aardse en soms licht rokerige toetsen. Bij sommige wijnen komen daar uitgesproken minerale en vlezige toetsen bij.

De grotere rol van Croatina geeft Bramaterra vaak iets meer kleur en een bredere smaak dan Boca. De zuren blijven duidelijk aanwezig en zorgen ervoor dat de wijn zijn frisheid behoudt. Ook deze wijnen kunnen jong al interessant zijn en tegelijk zonder problemen verder rijpen.

Overlevers!

Dat zowel Boca als Bramaterra overlevers zijn, is nog zacht uitgedrukt! Boca kwam echt wel bijzonder dicht bij volledige verdwijning. In de negentiende eeuw stonden hier duizenden hectares wijngaard. Tegen het begin van de jaren negentig bleven nog amper ongeveer tien hectare over.

Ondertussen is het tij duidelijk gekeerd. Boca telt vandaag ongeveer 27 hectare wijngaard. En het is volgens de lokale geluiden nog groeiende. Ook het aantal actieve producenten is opnieuw gegroeid, al blijft het vandaag om slechts een handvol domeinen gaan.

Een beslissende rol in de heropbouw van Boca was weggelegd voor Christoph Künzli. De Zwitserse wijnhandelaar leerde Boca eind jaren tachtig kennen en proefde oude wijnen van Antonio Cerri, een van de laatste producenten in het gebied. Van Antonio Cerri nam hij diens kleine wijngaard, kelder en oude voorraden over. Daarna volgde jarenlang het samenbrengen van kleine percelen. Voor de uitbouw van Le Piane waren uiteindelijk tientallen afzonderlijke grondaankopen nodig.

Le Piane groeide zo uit tot het referentiedomein van Boca. De Boca van Le Piane wordt hoofdzakelijk uit Nebbiolo en Vespolina samengesteld en rijpt jarenlang in grote houten vaten. Künzli werkt daarnaast nog met oude wijnstokken en met percelen waar de historische Maggiorina snoeiwijze bewaard bleef. Podere ai Valloni vormt een andere belangrijke historische naam. Hun Vigna Cristiana was in 1970 de eerste officieel geregistreerde wijngaard van de appellatie.

Bij Bramaterra was de terugval misschien niet zo drastisch als bij Boca, maar ook deze appellatie ontsnapte niet aan de enorme achteruitgang die Alto Piemonte in de twintigste eeuw trof. Vandaag spreken we opnieuw over ongeveer 60 hectare, wat relatief groot is voor een appellatie in Alto Piemonte, maar nog altijd slechts een fractie van wat het ooit was. De echte wederopbouw is trouwens vrij recent, want in 2017 stond nog maar ongeveer 25 hectare wijngaard geregistreerd.

Net als in Boca is er ook in Bramaterra een belangrijke rol weggelegd voor een van de voortrekkers van deze heropleving. In dit geval Cristiano Garella. Hij was nog bijzonder jong toen hij in het gebied begon en werd later betrokken bij zowel Colombera & Garella als Le Pianelle. Bij Colombera & Garella werkt hij samen met Giacomo Colombera, wiens familie al druiven in Bramaterra bezat.

Le Pianelle ontstond vanaf 2004 toen Dieter Heuskel samen met Peter Dipoli grond begon te kopen in Bramaterra. Garella sloot later als partner aan. Oude, verwilderde wijngaarden werden hersteld en opnieuw in productie gebracht.

Het respect voor deze overlevers wordt alleen maar groter eens je de wijnen in het glas hebt gehad!

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem

Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem

Ik kan het waarom niet exact plaatsen, maar om één of andere reden keek ik enorm uit om Lessona te ontdekken. Is het omdat ik de wijnen van Sperino wel kan pruimen of omdat ik al enige tijd probeer om de wijnen van Tenute Sella aan mijn portfolio toe te voegen? Feit is dat ik Lessona dus wel vrij hoog heb zitten.

Een bezoek aan het dorpje ginds was enigszins teleurstellend. Niet enkel omdat er een loopwedstrijd gaande was en de toegang daardoor bemoeilijkt werd. Neen, ook omdat het ontiegelijk klein is en er bijna niets te beleven viel. We waren bijna een koffiehuisje binnengesukkeld waarvan we eerst dachten: ‘Ah, kijk hier, een Enoteca.’ Viel dat even tegen!

Dan maar op zoek naar de 20 hectare aan wijngaarden die de appellatie rijk is. Deze liggen verspreid en vaak gewoon aanpalend aan de domeinen.

We mogen dus wel stellen dat het opmerkelijk is, en niet enkel bij mezelf, dat Lessona de laatste jaren meer en meer aan bekendheid wint. Want het is en het blijft toch een piepkleine appellatie die zelfs bij liefhebbers van Piemonte nog geregeld onder de radar blijft.

Dat heeft alvast niets met een gebrek aan geschiedenis te maken. Wijngaarden worden hier al in 1436 in documenten vermeld en in de negentiende eeuw genoot de wijn van Lessona een bijzonder stevige reputatie. Quintino Sella zou er zelfs mee hebben geklonken op de eenheid van Italië.

Een oude zeebodem als basis

Lessona ligt in de provincie Biella, helemaal aan de westelijke kant van het gebied dat we tot Alto Piemonte rekenen. De DOC omvat uitsluitend het grondgebied van de gemeente Lessona. De wijngaarden liggen op heuvels, vaak rond 300 tot 400 meter hoogte.

Hier domineren zeer zure zandbodems van mariene oorsprong uit het Plioceen. Ze zijn enkele miljoenen jaren oud en vormen als het ware een laag boven een veel oudere porfirische ondergrond. In het zand worden zelfs fossiele schelpen gevonden. IJzer, magnesium en kalium behoren tot de mineralen die in deze bodems aanwezig zijn. Plaatselijk komen ook leemachtige afzettingen voor. Die zandbodem is bijzonder arm en heeft een uitstekende drainage. Water en voedingsstoffen zijn er beperkt beschikbaar en de natuurlijke groeikracht van de wijnstok blijft daardoor eerder gering.

Lessona heeft daardoor binnen Alto Piemonte een zeer herkenbare eigen identiteit. De lichte, losse zandbodem draagt bij tot wijnen met minder gewicht, een verfijnd karakter en een opvallend aromatisch profiel.

Een van de historische plekken is San Sebastiano allo Zoppo. Op deze heuvel bezit Tenute Sella vandaag nog wijngaarden en er bestaan documenten waarin hier al in 1436 een wijngaard wordt vermeld. Zes eeuwen later groeit er nog altijd Nebbiolo. De San Sebastiano allo Zoppo van Tenute Sella proefden we ondertussen al verscheidene keren en telkens wist hij ons te verrassen. De laatste keer was in Trattoria dell’Orso in Orvieto, waar ik een flesje 2012 in het aanbod zag staan. De uitbater glunderde toen ik het bestelde. Even later wisten we waarom!

Uiteraard Spanna, bijna steeds alleen!

Lessona kreeg zijn DOC in 1976. Zoals we ondertussen gewend zijn in Alto Piemonte heet Nebbiolo hier Spanna en hij moet minstens 85 procent van de assemblage uitmaken. Net zoals in de meeste appellaties van Alto Piemonte mag een Lessona dus perfect uit 100 procent Nebbiolo bestaan.

Besluit men toch te blenden, dan mag de resterende 15 procent bestaan uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina behoort niet tot de toegelaten druivenrassen voor de DOC Lessona.

Bij veel producenten ligt het aandeel Nebbiolo trouwens dicht tegen 100 procent aan. Proprietà Sperino bracht bijvoorbeeld al een Lessona uit die volledig uit Nebbiolo bestond, terwijl andere producenten kleine hoeveelheden Vespolina gebruiken om extra florale en kruidige nuances toe te voegen.

De klassieke Lessona moet minimaal 22 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden op hout. Voor de Riserva zijn de regels sinds 2026 gewijzigd. De verplichte rijping bedraagt nu minimaal 42 maanden, waarvan 30 maanden op hout. Oudere publicaties kunnen nog wijzen op een verplichte rijping van 46 maanden. Dat was tot het voorjaar van 2026 dus correct.

Ook de regels rond de vermelding vigna werden aangepast. Die kan voortaan zowel bij Lessona als bij Lessona Riserva worden gebruikt wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan en de druiven volledig uit de vermelde wijngaard afkomstig zijn. Voor gewone Lessona bedraagt het maximale rendement 8 ton per hectare. Voor Riserva ligt dat op 7,2 ton.

Voor alle duidelijkheid: de benaming vigna verwijst dus naar een wijn waarvan de druiven afkomstig zijn uit één welbepaalde en officieel vermelde wijngaard. San Sebastiano allo Zoppo is daar een voorbeeld van.

Hoe smaakt Lessona?

Lessona behoort tot de meest verfijnde Spannawijnen in Alto Piemonte. De kleur is meestal vrij licht en evolueert met de jaren van robijn naar granaat.

Rode bessen, kersen, rozen en viooltjes vormen vaak de basis. Citrus duikt opvallend geregeld op, vooral sinaasappel en sinaasappelschil. Met flesrijping komen gedroogde bloemen, kruiden, tabak en aardse tonen naar voren.

In de mond valt vooral de combinatie van frisse zuren, fijne tannine en een vrij licht mondgevoel op. De wijn heeft voldoende complexiteit en lengte, zonder zwaar of massief te worden. In verschillende beschrijvingen van Lessona duiken ook zilte toetsen en zelfs associaties met jodium op. Het is verleidelijk om die indruk rechtstreeks aan de mariene zandbodem te koppelen, maar dat zou ik toch durven nuanceren.

Wat wel duidelijk is: Nebbiolo gedraagt zich op deze arme zandbodems anders dan op compactere bodems. Lessona combineert een hoge natuurlijke zuurgraad met een relatief lichte structuur en aromatische verfijning. De tannine kan in jonge wijnen behoorlijk aanwezig zijn, maar voelt door het beperkte gewicht van de wijn anders aan dan bij krachtigere Nebbiolo.

We hebben dus zelf perfect kunnen ervaren dat een goede Lessona ook bijzonder geschikt is voor flesrijping. De primaire rode vruchten verdwijnen langzaam naar de achtergrond en gedroogde bloemen, kruiden, tabak en aardse aroma’s nemen hun plaats in.

Twintig hectare gedeeld door negen

Lessona kan je echt geen mastodont noemen. Het is en blijft een minuscule wijnregio met weinig mogelijkheden tot echt grote expansie. De actuele oppervlakte wijngaarden wordt op ongeveer twintig hectare geschat. Het Consorzio vermeldt negen producenten die Lessona maken. Tel dus zelf maar uit wat de gemiddelde grootte is per producent.

Tenute Sella vormt zowat het historische ankerpunt. Comino Sella kocht er in 1671 wijngaarden en de familie bleef sindsdien actief in de wijnbouw. Het merendeel van hun wijngaarden ligt weliswaar in Bramaterra, maar afhankelijk van de diverse bronnen wordt hun aandeel in Lessona tussen de 5 en 7 hectare geschat. Een zwaargewicht tussen de producenten dus.

Een tweede cruciale naam die we absoluut moeten melden, is uiteraard Proprietà Sperino. Paolo De Marchi, bekend van Isole e Olena in Chianti Classico, keerde eind jaren negentig terug naar de familiale wortels in Lessona. Samen met zijn zoon Luca bouwde hij Proprietà Sperino uit tot een van de producenten die de appellatie internationaal opnieuw op de kaart zette. Alleen al de bekendheid van de naam De Marchi zorgde ervoor dat Lessona opnieuw veel meer aandacht kreeg buiten de regio.

Massimo Clerico vertegenwoordigt een veel kleiner bedrijf, eveneens met diepe lokale roots. Zijn familie bewerkt hier al sinds de achttiende eeuw wijngaarden en bezit vandaag slechts enkele hectare. Zijn Lessona behoort tot de wijnen die bijzonder goed tonen hoe licht van kleur en tegelijk uitgesproken een Nebbiolo van deze zandbodems kan zijn.

Daarnaast zijn onder andere Pietro Cassina, Colombera & Garella, La Prevostura, Noah, Villa Guelpa en La Badina actief binnen de appellatie.

Twintig hectare blijft natuurlijk twintig hectare. Maar misschien spreken we in de toekomst net iets anders over Lessona en staan er wel opnieuw voldoende sterke producenten klaar om van die paar zandige heuvels serieus werk te maken. Het wat slaperige dorpje zal er niet onmiddellijk door veranderen. De wijnen blijven me echter stuk voor stuk bekoren.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien

Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien

Gattinara en Ghemme worden vaak in één adem genoemd. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid komt dit omdat het de twee DOCG appellaties van Alto Piemonte zijn. Bovendien grenzen ze aan elkaar en worden ze enkel gescheiden door de Sesia. Hoewel de afstand tot Gattinara beperkt is, is de stijl van de wijn toch anders.

Beide plaatsen liggen amper 10 kilometer uit elkaar. In principe is dat niet echt verwonderlijk, want alle appellaties van Alto Piemonte liggen als het ware op een steenworp van elkaar. Toch belanden we hier in een andere wereld. Alleen al door de Sesia over te steken, komen we in een andere provincie terecht. Met Ghemme belanden we immers in Novara, terwijl Gattinara in Vercelli ligt. De DOC Ghemme werd erkend in 1969, twee jaar na Gattinara. In 1997 volgde de promotie naar DOCG.

Ghemme mag dan wel de tweede grote naam zijn, een bezoek aan het dorp is zo voorbij. Het heeft een klein centrum en buiten het bord dat aangeeft dat Ghemme deel uitmaakt van de wijngebieden van Alto Piemonte, doet weinig vermoeden dat je hier in een vooraanstaand wijngebied bent terechtgekomen.

Dat wil helemaal niet zeggen dat er geen grandeur te vinden is. Wij hielden halt bij Ioppa, een van de grotere producenten in Ghemme. Ze beschikken over een mooi uitgerust proeflokaal waar je terechtkunt en met de glimlach wordt verder geholpen.

Op een plateau van ijs en water

De productiezone van Ghemme omvat delen van de gemeenten Ghemme en Romagnano Sesia. De wijngaarden bevinden zich tussen 220 en 400 meter hoogte en liggen op de heuvels die zich boven de vlakte van de Sesia verheffen. Hun ontstaan is rechtstreeks verbonden met de gletsjers die tijdens het Pleistoceen vanuit het massief van Monte Rosa naar het zuiden kwamen.

De bodems van Ghemme worden vaak eenvoudigweg omschreven als morenegronden. Dat is eigenlijk wat te kort door de bocht. Hier vinden we een combinatie van glaciale en alluviale afzettingen. Bij het smelten en terugtrekken van de oude gletsjers werden enorme hoeveelheden gesteente en sediment achtergelaten en verplaatst. Ook waterlopen en de Sesia speelden vervolgens een rol in de verdere afzetting van fijner materiaal.

Onder de wijnstokken vinden we daardoor een behoorlijk bont mengsel van klei, leem, zand en keien, met daarin onder meer graniet, kwarts en ander verweerd gesteente. Vooral de hoeveelheid klei is kenmerkend voor Ghemme. De combinatie met het door de Sesia aangevoerde slib maakt de bodems bovendien vruchtbaarder en rijker aan voedingsstoffen en organisch materiaal dan in veel andere delen van Alto Piemonte.

Ook binnen Ghemme zijn de verschillen duidelijk. Op het plateau is de bodem dieper, compacter en rijker aan klei. Naar de westelijke hellingen toe wordt hij losser en steniger en neemt het aandeel zand en keien toe. Een vrij kleine appellatie blijkt daardoor behoorlijk wat variatie in zijn bodems te herbergen.

Binnen Ghemme genieten enkele afzonderlijke wijngaarden een bijzondere reputatie, zonder dat er een officiële cruclassificatie bestaat. Collis Breclemae behoort tot de bekendste. Daarnaast worden onder meer Collis Carellae en Signore di Bayard afzonderlijk gebotteld als belangrijke wijngaardselecties.

Spanna staat centraal

Nebbiolo, of Spanna zoals hij hier traditioneel wordt genoemd, moet minstens 85 procent van een Ghemme DOCG uitmaken. De resterende 15 procent mag bestaan uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina is niet toegestaan. Een Ghemme mag uiteraard ook volledig uit Nebbiolo bestaan.

Een Ghemme DOCG moet minimaal 34 maanden rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moeten minstens 18 maanden op hout plaatsvinden. Voor een Riserva loopt de minimale rijping op tot 46 maanden, waarvan minstens 24 maanden op hout. De gewone Ghemme mag ten vroegste op 1 september van het derde jaar na de oogst op de markt komen, voor een Riserva wordt dat 1 september van het vierde jaar.

De maximale opbrengst bedraagt 8 ton druiven per hectare. De druiven moeten bij de oogst een minimaal natuurlijk alcoholpotentieel van 12% vol. bereiken. Voor een Riserva ligt dat op 12,5% vol.

Als een producent de naam van een specifieke wijngaard op het etiket wil vermelden, gelden strengere voorwaarden. De vermelding vigna wordt gevolgd door een toponiem of historische wijngaardnaam. De betreffende wijngaard moet minstens zeven jaar oud zijn, de maximale opbrengst daalt naar 7,2 ton druiven per hectare en het minimale natuurlijke alcoholpotentieel stijgt naar 12,5% vol. De wijn uit dat perceel moet bovendien afzonderlijk worden gevinifieerd en bewaard.

Hoe smaakt een Ghemme?

Ghemme is in zijn jeugd vaak een behoorlijk stevige wijn. De tannine kan nadrukkelijk aanwezig zijn en wordt gedragen door frisse zuren. Vooral in de meer geconcentreerde wijnen zorgt dat voor een strakke structuur die enige flesrijping goed kan gebruiken.

In het fruit keren kers en donkere kers regelmatig terug, aangevuld met rode en donkere bessen. Daarnaast behoren viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en peper tot het typische aromatische register. In sommige Ghemme duikt ook een toets van zoethout op.

De kleirijke bodems spelen mee in het karakter van de wijn. Ze leveren vaak Ghemme met meer gewicht en een stevigere tannine. Toch blijft de wijn doorgaans vrij verticaal en fris. Vooral die combinatie van spanning, uitgesproken zuren en een behoorlijke hoeveelheid tannine geeft Ghemme zijn herkenbare karakter.

Ghemme heeft bovendien tijd aan zijn kant. Met flesrijping wordt de tannine zachter en verschuift het fruit naar gedroogde kers en ander gedroogd rood fruit. Tabak, gedroogde bloemen, bosgrond en donkere specerijen komen dan sterker naar voren. Ook een aardse toets en wat leder kunnen zich ontwikkelen.

De betere wijnen uit Ghemme kunnen gemakkelijk vijftien tot twintig jaar ouderen. Bij de beste wijnen en sterke oogstjaren kan dat nog aanzienlijk langer zijn. Vooral de combinatie van zuren, tannine en voldoende fruitconcentratie maakt dat mogelijk. Met de afsluiter van onze masterclass zullen we zelf kunnen testen of dat ook in de praktijk klopt. We openen er namelijk een twintig jaar oude Ghemme.

69 hectare en een twintigtal producenten

Met ongeveer 69 hectare wijngaarden blijft Ghemme een bijzonder kleine DOCG. Toch zijn er een twintigtal producenten actief. De productie blijft eveneens bescheiden. De meest recente productiecijfers komen uit op 2.227 hl Ghemme, goed voor omgerekend bijna 300.000 flessen.

De appellatie is de voorbije jaren wel gegroeid. Nog geen tien jaar geleden werd in verschillende bronnen amper 25 tot 35 hectare aan Ghemme toegeschreven. Vandaag ligt het effectief aangegeven areaal dus ongeveer dubbel zo hoog. De heropleving van Alto Piemonte laat zich hier misschien zelfs meer dan elders voelen.

Antichi Vigneti di Cantalupo behoort tot de historische referenties van Ghemme. De familie Arlunno is al generaties verbonden met de plaatselijke wijnbouw en bezit een belangrijk aandeel van de wijngaarden. Het domein beschikt bovendien over enkele van de bekendste percelen van de appellatie.

Ook Ioppa behoort tot de gevestigde namen. Het domein werd opgericht in 1852 en bleef doorheen verschillende generaties met Ghemme verbonden. Rovellotti kan nog verder terugkijken. De familie heeft roots in Ghemme die minstens tot het einde van de vijftiende eeuw teruggaan en maakt zijn wijn nog altijd in de kelders van het middeleeuwse Ricetto.

Daarnaast moeten we zeker ook melding maken van producenten zoals Torraccia del Piantavigna, Francesco Brigatti, Tiziano Mazzoni en Ca’ Nova. De laatste jaren kwamen daar verschillende nieuwe, voornamelijk kleine producenten bij.

De evolutie in Ghemme is duidelijk nog niet ten einde en blijft dus bijzonder interessant om te volgen.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems

Met de geografische ligging van Alto Piemonte trappen we deze zondagse reeks officieel af. Gedurende de volgende weken nemen we je telkens mee naar dit hoger gelegen deel van Piemonte en dompelen we je helemaal onder in de verschillende wijngebieden die deze regio rijk is.

Alto Piemonte betekent letterlijk Hoog Piemonte en ligt helemaal in het noorden van de regio, bijna letterlijk aan de voet van de Alpen. Daarmee zitten we meteen bij die zo vaak aangehaalde verklaring voor de naam Piemonte: ai piedi dei monti, aan de voet van de bergen.

Kom je via Frankrijk langs de Mont Blanctunnel of de Kleine Sint Bernardpas Italië binnen, dan rijd je door het Aostadal richting Piemonte. Voor je Alto Piemonte echt induikt, raden we je ten zeerste aan om bij Pont Saint Martin de A5 even te verlaten en een eerste halte te houden in Carema. Daarna rijd je opnieuw richting Ivrea, waarna je via de verbinding tussen de A5 en A4 naar Santhià rijdt. Vanaf daar gaat het verder oostwaarts richting de wijngebieden rond Lessona, Bramaterra en Gattinara.

Kom je langs de Gotthardtunnel en Lugano, dan heb je twee mogelijkheden. Ofwel verlaat je in Lugano de autostrade en rijd je via Ponte Tresa Italië binnen. Je komt vervolgens langs Luino aan het Lago Maggiore en rijdt via de oostelijke zijde van het meer verder richting Varese en de verbinding met de A8 en A26. Zo deden wij het dit jaar.

Ofwel blijf je op de Zwitserse A2 en volg je die tot aan de grensovergang bij Chiasso. Vanaf Como gaat het via de A9 en vervolgens de A36 richting Malpensa en de A8/A26. De A26 brengt je daarna rechtstreeks naar Borgomanero, Ghemme en Romagnano Sesia, aan de oostelijke kant van Alto Piemonte.

Vliegen kan uiteraard ook. Torino lijkt op het eerste gezicht misschien de meest logische keuze omdat Alto Piemonte nu eenmaal in Piemonte ligt, maar Milano Malpensa is voor het grootste deel van het gebied duidelijk dichterbij. Gattinara ligt op ongeveer 45 tot 50 kilometer van Malpensa, terwijl je vanaf Torino Caselle ongeveer 88 kilometer moet rekenen. Vanuit België is Malpensa bovendien bijzonder praktisch, met rechtstreekse verbindingen vanuit Brussels Airport.

Waar moeten we Alto Piemonte exact situeren?

Alto Piemonte is geen officiële administratieve regio. De naam wordt gebruikt voor de noordelijke wijngebieden van Piemonte, voornamelijk verspreid over de provincies Biella, Vercelli en Novara.

De Sesia is daarbij een belangrijke geografische as. De rivier ontspringt hoog in de Alpen, aan de voet van Monte Rosa, en stroomt vervolgens zuidwaarts door het gebied. De wijngebieden liggen aan beide zijden van de Sesia, met Lessona, Bramaterra en Gattinara ten westen van de rivier en Ghemme, Boca, Sizzano en Fara ten oosten ervan.

Wie het gebied op een kaart wil afbakenen, kan zich ruwweg een driehoek voorstellen tussen Biella in het westen, Novara in het oosten en Vercelli in het zuiden. De wijngaarden zelf liggen vooral in het noordelijke deel daarvan, waar de vlakke Povlakte langzaam overgaat in heuvels en uiteindelijk in de uitlopers van de Alpen.

Biella ligt vlak bij de westelijke wijngebieden rond Lessona en Bramaterra. Novara vormt de belangrijkste stad aan de oostelijke zijde en ligt ten zuiden van Ghemme, Fara en Sizzano. Vercelli ligt verder naar het zuiden en vormt zowat de overgang tussen het wijngebied en de brede rijstvlakten van de Povlakte.

Ten noorden daarvan domineert Monte Rosa het landschap. Met zijn 4.634 meter is het een van de hoogste bergmassieven van de Alpen en vanuit verschillende delen van Alto Piemonte opvallend aanwezig aan de horizon. Naar het oosten liggen het schilderachtige Lago d’Orta en wat verder het bekende Lago Maggiore. In het zuiden opent het landschap zich richting de Povlakte, terwijl aan de westkant de heuvels van Biella aansluiten op de Alpen.

Het is helemaal geen uitgesproken toeristisch gebied, al probeert men de regio de laatste jaren wel wat op te poetsen en aantrekkelijker te maken. Je merkt op verschillende plaatsen dat de ontwikkeling er lange tijd heeft stilgestaan. Toeristische infrastructuur is beperkt, wijndomeinen liggen vaak wat verborgen en van het uitgebouwde wijntoerisme zoals in de Langhe is hier nauwelijks sprake.

Een landschap van bos en wijngaarden

Onze uitvalsbasis lag in La Morra, midden tussen de Barolo wijngaarden. Als je van daaruit naar Alto Piemonte rijdt, merk je vrijwel meteen hoe anders en vooral hoe ruwer het landschap er wordt. Rond La Morra lijkt bijna elke geschikte helling met wijnstokken beplant en bovendien ook nog eens perfect geometrisch aangelegd, alsof er net iemand met een kam door het landschap is gegaan.

In Alto Piemonte is het zoeken geblazen naar de wijngaarden. Ze duiken veel vaker op als open plekken tussen bossen, akkers en andere landbouwgronden. Sommige liggen op zachte heuvels, andere tegen behoorlijk steile hellingen of op terrassen. Bossen komen vaak tot vlak naast de percelen en nemen op sommige plaatsen zelfs het grootste deel van het landschap in.

Dat geeft Alto Piemonte een minder verzorgd en veel minder homogeen uitzicht dan de Langhe. Eigenlijk is dat ook volkomen logisch. In Barolo ademt zowat alles wat beweegt wijn. Wijngaarden, producenten, restaurants, hotels en toerisme draaien er allemaal rond dezelfde motor. In Alto Piemonte zijn er tot op vandaag nog altijd maar een handvol wijnproducenten te vinden en moet wijnbouw zijn plaats delen met bossen, landbouw en dorpen waar wijn lang niet altijd het centrum van het bestaan vormt.

Er zit beweging in, zoveel is duidelijk. Oude percelen worden opnieuw in gebruik genomen en nieuwe producenten proberen zich een plaats te verwerven. Toch is wijnbouwer worden in Alto Piemonte nog altijd geen evidente beroepskeuze. Wanneer een jonge wijnbouwer aangeeft dat hij zich hier wil vestigen, worden de wenkbrauwen lokaal nog behoorlijk snel gefronst.

Vuur, ijs en Alpen

Alto Piemonte ligt waar de Povlakte overgaat in de eerste uitlopers van de Alpen. Als we door het gebied rijden, zien we een rustig kabbelende Sesia, al lijkt die rivier eerder droog te staan dan daadwerkelijk te kabbelen. Onder dat ogenschijnlijk rustige landschap zit een verleden dat een stuk minder rustig was. Ongeveer 280 miljoen jaar geleden was hier een enorm vulkanisch systeem actief. Daar zie je vandaag aan de oppervlakte nauwelijks iets van, maar net die geologische voorgeschiedenis heeft Alto Piemonte voor een belangrijk deel gevormd.

Een zeer zware uitbarsting deed een groot deel ervan instorten en liet enorme hoeveelheden vulkanisch materiaal achter. Veel later begon de vorming van de Alpen. De Afrikaanse en Euraziatische tektonische platen bewogen gedurende miljoenen jaren naar elkaar toe. De aardkorst werd daarbij samengedrukt, geplooid en omhooggeduwd. De oude ondergrond van Alto Piemonte werd mee gekanteld en naar boven gebracht, waardoor gesteenten die normaal diep in de aardkorst verborgen blijven veel dichter bij de oppervlakte kwamen.

Daarom duikt in Alto Piemonte op verschillende plaatsen porfier op, vaak roodbruin of okerkleurig door het aanwezige ijzer. Soms ligt het gesteente vrijwel bloot, elders is het in de loop van miljoenen jaren sterk verweerd en uiteengevallen.

Nadien deed de natuur uiteraard verder haar werk en tijdens de ijstijden schoven enorme gletsjers vanuit het noorden naar beneden. Ze sleepten rotsen, stenen, zand en fijner materiaal mee en lieten dat achter toen het ijs zich terugtrok. Rivieren, met de Sesia op kop, verplaatsten dat materiaal vervolgens verder.

Daar komen nog oude mariene afzettingen bij. Op verschillende plaatsen vinden we zand en sedimenten die herinneren aan perioden waarin delen van deze omgeving door zee werden bedekt.

Het resultaat is een bodemkaart waarop zowat alles door elkaar lijkt te liggen. Vulkanisch gesteente, zand, grind, klei, alluviale afzettingen en materiaal dat door gletsjers werd meegebracht kunnen elkaar binnen relatief korte afstand afwisselen. Binnen amper enkele tientallen kilometers gaan we dus van hard vulkanisch porfier naar verweerd vulkanisch gesteente, oude zeezanden, grind en glaciale en alluviale afzettingen. Van één typische bodem van Alto Piemonte spreken is dan ook vrij zinloos.

Veel van die bodems hebben wel één duidelijke eigenschap gemeen: hun uitgesproken zuurtegraad. Kalk ontbreekt op heel wat plaatsen vrijwel volledig. Lokaal kan de pH zelfs dalen tot ongeveer 4,3 of 4,4. Dat is extreem laag voor een wijngaardbodem. De bodems zijn bovendien vaak arm en draineren gemakkelijk. Dat remt de groeikracht van de wijnstok af en dwingt het wortelstelsel om een groter bodemvolume te benutten op zoek naar water en voedingsstoffen.

Ook bovengronds zit Alto Piemonte tussen twee werelden. In het zuiden ligt de brede Povlakte, in het noorden staat vrijwel meteen het hooggebergte. Zij bepalen de klimatologische omstandigheden. Dat klimaat is continentaal en duidelijk koeler dan verder zuidelijk in Piemonte. De streek krijgt behoorlijk wat neerslag, terwijl tijdens de zomer warme dagen kunnen worden gevolgd door zeer frisse nachten. Vanuit de bergen stroomt koelere lucht naar de lager gelegen heuvels en valleien. De verschillen tussen dag en nacht kunnen daardoor aanzienlijk zijn.

Tegelijk zorgen de beschutte ligging van sommige hellingen, hun oriëntatie en de nabijheid van de bergen voor grote lokale verschillen. Een zuidgerichte helling kan behoorlijk wat warmte verzamelen, terwijl een nabijgelegen perceel sneller in de schaduw terechtkomt of sterker onder invloed staat van koude luchtstromen.

Daarmee valt Alto Piemonte moeilijk in één eenvoudige omschrijving te vatten. Het is tegelijk alpien en continentaal, nat maar op veel hellingen goed drainerend, vulkanisch én gevormd door zee, ijs en rivieren. Precies die combinatie zorgt ervoor dat de wijnen uit Alto Piemonte bijzonder divers zijn.

Alto Piemonte versus le Langhe?

Hoewel het voor Alto Piemonte op zich eigenlijk niets ter zake doet, merken we dat veel wijnliefhebbers toch vrij snel dezelfde vraag stellen: hoe verhouden de wijnen zich tot die van de Langhe? Waarmee ze uiteraard vooral Barolo en Barbaresco bedoelen.

De vergelijking ligt voor de hand. In beide gebieden is Nebbiolo de dragende druif en met amper anderhalf uur rijden tussen de Langhe en Alto Piemonte liggen ze geografisch verrassend dicht bij elkaar. Daar houdt de gelijkenis voor een groot stuk op.

Wie Alto Piemonte beschouwt als een soort goedkopere of lichtere Barolo, doet de regio tekort. Het zijn gewoon andere wijnen. Zelfs de term baby Barolo, die vroeger nogal gemakkelijk werd bovengehaald, slaat eigenlijk nergens op. Alto Piemonte geeft een andere interpretatie van Nebbiolo en heeft daarvoor geen goedkeuring uit Barolo nodig.

Een eerste groot verschil zit onder de grond. Barolo en Barbaresco liggen hoofdzakelijk op kalkrijke mariene mergels, klei en zandsteen die ruwweg 8 tot 16 miljoen jaar oud zijn. In Alto Piemonte kan de vulkanische ondergrond teruggaan tot ongeveer 280 miljoen jaar geleden. Daarboven liggen bovendien oude zeezanden, grind en glaciale afzettingen, waardoor het geologische plaatje er veel complexer is. Dat vertaalt zich niet rechtstreeks in een bepaalde smaak, maar het beïnvloedt wel drainage, groeikracht en de manier waarop de wijnstok water en voedingsstoffen opneemt. Nebbiolo ontwikkelt zich er daardoor onder heel andere omstandigheden dan in de Langhe.

Ook klimatologisch loopt het verhaal uiteen. Alto Piemonte ligt dichter tegen de Alpen en kent gemiddeld koelere omstandigheden en grotere temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Koele lucht stroomt vanuit het gebergte naar de wijngaarden en Nebbiolo wordt er later geoogst dan in de Langhe. De hoogte van de wijngaarden verschilt trouwens minder spectaculair dan vaak wordt gedacht. Het verschil zit vooral in de noordelijkere ligging en de directe invloed van de Alpen.

Dat heeft gevolgen in het glas. De wijnen van Alto Piemonte zijn gemiddeld lichter gebouwd en komen vaak iets bleker voor de dag. De natuurlijke zuren blijven uitgesproken aanwezig en de tannine voelt meestal fijner en minder massief aan dan bij een jonge Barolo. Rode vruchten, rozen, viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en citrusachtige toetsen komen vaak sterk naar voren. Afhankelijk van bodem en herkomst kunnen daar ijzerachtige, aardse of ziltige indrukken bijkomen. Het geheel heeft meestal meer spanning dan gewicht.

Barolo en Barbaresco tonen meestal meer kracht, concentratie en structuur. Jonge wijnen kunnen hun tannine behoorlijk nadrukkelijk op tafel leggen en tonen vaak meer volume en kracht in het middenpalet. Uiteraard blijven de verschillen binnen beide appellaties groot en spelen terroir, ligging en expositie van de wijngaard een belangrijke rol. De bekende omschrijving an iron fist in a velvet glove komt dan ook niet uit de lucht vallen. In Alto Piemonte krijg je vaker een rankere Nebbiolo, met een stevig zuur geraamte en aroma’s die soms bijna belangrijker lijken te worden dan de spierkracht van de wijn.

Ook het alcoholgehalte speelt mee. Door de koelere omstandigheden en latere rijping bereikt Nebbiolo in Alto Piemonte zijn gewenste rijpheid doorgaans bij een gematigder potentieel alcoholgehalte. Waar moderne Barolo en Barbaresco in warme jaren zonder veel moeite richting 14,5 procent en hoger gaan, vind je in Alto Piemonte nog vaker wijnen rond 13 tot 13,5 procent, al is ook hier 14 procent of meer lang geen uitzondering.

Daar komt nog een verschil bij dat soms over het hoofd wordt gezien. Barolo en Barbaresco bestaan verplicht volledig uit Nebbiolo. In Alto Piemonte staat Nebbiolo eveneens centraal en heel wat wijnen worden er ook gewoon uitsluitend van Nebbiolo gemaakt. Toch heeft de regionale cultuur hier altijd ruimte gelaten voor andere druiven. Vespolina, Croatina en Uva Rara kunnen mee in de assemblage terechtkomen. Dat kan extra kruidigheid, fruit, kleur en soms een iets andere tanninestructuur geven.

Lichter van structuur betekent trouwens niet dat Alto Piemonte snel opgedronken moet worden. Nebbiolo blijft Nebbiolo. De combinatie van zuren en tannine geeft de betere wijnen een groot bewaarpotentieel. Sommige zijn jong wel toegankelijker dan een klassieke Barolo, terwijl de beste flessen zonder problemen tientallen jaren kunnen ontwikkelen.

Volgende week zondag nemen we je graag mee naar de historische achtergrond van Alto Piemonte en de evolutie die het wijngebied doorheen de jaren heeft doorgemaakt.

Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht

We hebben de voorbije zomervakantie doorgebracht in Piemonte. Daar hebben we specifiek de nodige tijd genomen om op ontdekking te gaan door Alto Piemonte. Het is een wijngebied waar we al langer een zwak voor hebben en waarvan ik tot mijn scha en schande moest vaststellen dat ik er, hoewel ik al vele malen Piemonte heb bezocht, nog niet was geraakt. Tot nu dus!

Met deze reeks surf ik wel mee op de huidige hype rond Alto Piemonte. Het lijkt wel dat deze regio zijn tweede adem heeft gevonden. De redenen moeten we niet ver gaan zoeken, hoor. Barolo, de naam is gevallen na amper zeven zinnen, is de belangrijkste wijn uit Piemonte. Daar gaat voorlopig niets of niemand verandering in kunnen brengen, ook al proberen de buren uit Barbaresco het wel en merk je hoe druk bezocht Barbaresco zelf ook is. Maar omdat de prijzen van Barolo de laatste jaren echt wel de pan beginnen uit te swingen, gaan de mensen dus op zoek naar alternatieven. We zien Langhe Nebbiolo en Nebbiolo d’Alba vlotjes terrein winnen. Hetzelfde kan gezegd worden van Alto Piemonte.

Al wil ik bij dat laatste onmiddellijk een kanttekening maken en een waarschuwend vingertje uitsteken. Ik ben wel degelijk geschrokken van de prijzen die er lokaal worden gevraagd voor deze wijnen. Dan bedoel ik uiteraard wel de ondergrens van de flesprijs. Naar boven toe is het ook wel pittig, maar de exorbitante Baroloprijzen blijven wel achterwege.

En dus nemen we je de komende weken mee naar de heuvels aan de uitlopers van de Alpen, waar de Monte Rosa aan de horizon opduikt en Nebbiolo een heel andere omgeving krijgt om zich in uit te drukken. We maken ook een kleine omweg, want hoewel Carema niet thuishoort bij Alto Piemonte, zou het zonde zijn dit prachtige wijngebied niet mee op te nemen in deze reeks.

🍇 Wat mag je verwachten?

1. Alto Piemonte: vulkanen, Alpen en oude bodems

We beginnen met het gebied zelf. Waar ligt Alto Piemonte precies, hoe ziet het landschap eruit, hoe zit de geologie in elkaar en waarom verschilt deze noordelijke wijnwereld zo sterk van de Langhe?

2. Van groot wijngebied naar bijna verdwenen wijngaarden

Vandaag oogt Alto Piemonte klein en versnipperd. Historisch lag dat helemaal anders. We bekijken hoe belangrijk de wijnbouw hier ooit was, waarom zoveel wijngaarden verdwenen en hoe het herstel van de voorbije decennia op gang kwam.

3. Nebbiolo wordt Spanna, en hij komt niet alleen

Nebbiolo vormt de rode draad doorheen Alto Piemonte, al wordt hij hier vaak Spanna genoemd. Vespolina, Uva Rara en Croatina spelen eveneens hun rol. We bekijken wat deze druiven bijdragen en waarom assemblages in het noorden van Piemonte zo vanzelfsprekend zijn.

4. Gattinara

Gattinara is wellicht de bekendste naam van Alto Piemonte en voor veel wijnliefhebbers de eerste kennismaking met de streek. De vulkanische ondergrond, de ligging en de dominantie van Nebbiolo geven Gattinara een heel eigen profiel.

5. Ghemme

Vervolgens trekken we naar Ghemme, de tweede DOCG van Alto Piemonte. De afstand tot Gattinara is beperkt, maar de bodems en de stijl van de wijnen zijn duidelijk anders.

6. Lessona

Lessona wint de laatste jaren meer en meer aan bekendheid. Reden genoeg om deze kleine appellatie een eigen zondag in de spotlights te geven. We bekijken wat Lessona zo bijzonder maakt en hoe de zandige bodems het karakter van de wijnen mee bepalen.

7. Boca en Bramaterra

Boca en Bramaterra zijn beide kleine appellaties, maar inhoudelijk bijzonder interessant. Het zijn twee gebieden die de heropleving van Alto Piemonte mooi illustreren. Kleine productie, veel oude wijngaarden en een ondergrond duidelijk mee het karakter bepaalt.

8. Fara, Sizzano en de andere denominaties

Niet elke appellatie geniet dezelfde bekendheid. Fara, Sizzano, Coste della Sesia en Colline Novaresi komen hier aan bod en maken het plaatje van Alto Piemonte een stuk completer.

9. Carema: de logische buitenstaander

Voor Carema maken we bewust een uitstap buiten wat doorgaans onder Alto Piemonte wordt verstaan. De appellatie ligt nog steeds in Piemonte, helemaal in het noorden van Canavese en tegen de grens met Valle d’Aosta. De terraswijngaarden, pergola’s en lokale interpretatie van Nebbiolo sluiten zo mooi aan bij onze reis door het noorden dat we Carema onmogelijk konden overslaan.

10. Masterclass Alto Piemonte

We sluiten de reeks af zoals een wijnreeks eigenlijk hoort te eindigen: met de flessen op tafel. Voor deze gelegenheid organiseren we een Masterclass Alto Piemonte waarin we verschillende appellaties proeven. Uiteraard krijgt ook Carema een plaats aan de proeftafel.

De mystiek van een mythisch wijnjaar – Amici plaatst 2016 onder de loep!

Vintage, millesimato, colheita… Het jaartal op het etiket blijft iets magisch hebben. Bij het schenken van een glas wijn komt vaak de vraag terug welk jaartal het is, niet zelden gevolgd door de klassieker: “En, was het een goed jaar?” Toch ben ik persoonlijk een koele minnaar van jaargangen. Het idee dat één topjaar overal ter wereld automatisch topwijn oplevert, is een hardnekkige mythe. Klimaat, ligging, druif en vooral de kunde van de wijnboer spelen immers elk hun eigen rol.

Bovendien lijkt het belang van jaargangen af te nemen. Steeds minder wijnliefhebbers beschikken over een kelder waar flessen rustig kunnen rijpen. De jongere generatie zit vaak met een wijnklimaatkastje in plaats van een kelder, en de periode tussen aankoop en consumptie wordt alsmaar korter. In zo’n context verliest het jaartal deels zijn betekenis.

Maar de wijnliefhebber in mij protesteert. Wij beschikken immers wél over een mooie kelderruimte waar de flessen hun plaats vinden om tot rust te komen. En dan wordt het jaartal plots weer heel belangrijk: wanneer open je zo’n zorgvuldig bewaarde fles op haar piekmoment?

Tijdens onze recente Amici-proefavond selecteerde wijnmeester Peter negen flessen uit wat in Italië omschreven wordt als het mythische jaar 2016. Hij zoomde in op de vraag wat een wijnjaar goed, minder goed of uitzonderlijk maakt. De hamvraag? Klimaat. En in 2016 viel in veel delen van Noord- en Midden-Italië werkelijk alles in de plooi. Een jaar waarin, bij wijze van spreken, zelfs de minder geïnspireerde wijnboer per ongeluk iets moois op fles kon krijgen.

Daarmee raakte Peter onverwacht één van mijn stokpaardjes: fenolische rijpheid. Hét criterium dat ik altijd hanteer bij het selecteren van nieuwe wijnen. Geen enkele wijnboer ontsnapt eraan: hij moet me overtuigen van zijn aanpak om die cruciale rijpheid te bereiken, en van zijn, soms delicate, evenwichtsoefening om fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid op één lijn te krijgen.

Fenolische rijpheid gaat namelijk verder dan suikers of aroma’s. Het draait om textuur, balans en tanninestructuur. In rode wijn bepaalt schilcontact de stijl; in witte wijn, zeker bij rassen met dikke schillen of bij maceratie, beïnvloeden fenolen bitterheid, oxidatiegevoeligheid en mondgevoel. Complexe, traag rijpende tannine geven lengte zonder agressie. Daarom kauwt de wijnbouwer obsessief op pitten: hij wacht op dat ene moment waarop de druif als geheel écht rijp is.
(Het hele artikel lezen kan via: De vele gezichten van rijpheid: wanneer is een druif echt klaar?)

En precies dát maakt 2016 zo’n uitzonderlijk jaar. Het klimaat zorgde in grote delen van Italië voor perfect evenwicht tussen fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid. Je moest bijna moeite dóen om slechte wijn te maken.

Met die gedachte in het achterhoofd gingen we aan tafel, verwachtingsvol en nieuwsgierig naar Peters selectie. We werden niet teleurgesteld: hij serveerde een reeks wijnen die het mythische karakter van 2016 volledig waarmaakten — een likkebaardende proeftocht door een schitterend jaar.

Het proefrelaas:

  1. St. Michael-Eppan Sanct Valentin Sauvignon Blanc 2016 – Südtirol/Alto Adige DOC
    100% Sauvignon Blanc – opgevoed deels in inox (90%) en deels in eiken vaten, met langdurige rijping op zijn droesem.
    De Sanct Valentin 2016 toont zich meteen als een Sauvignon Blanc met een reputatie die hij moeiteloos waarmaakt. De neus opent met een waaier aan gele vruchtjes, rijpe citrus, kruisbes, geflankeerd door een rokerige finesse, een bijna krijtachtige mineraliteit en een vleugje salie. In de mond is de wijn opvallend complex: enerzijds strak en verfrissend, anderzijds rond en smeuïg dankzij de rijping op de lies. De textuur is zijdeachtig, de zuren zijn speels prikkelend en het geheel wordt gedragen door een diepe minerale kern. De afdronk is lang en licht ziltig, met een subtiele bitterheid die eerder diepgang dan scherpte biedt. Op dronk, ja, maar met gemak nog jaren evolutie voor de boeg.
    Punten: 89/100
    Prijs: ± 30,00 € (Te koop op verschillende plaatsen in België)
  2. Coppo Pomorosso 2016 – Nizza DOCG
    100% Barbera – 14 maanden opgevoed in Franse eik.
    Vol tot intens donkerrood in het glas, zonder het minste spoortje evolutie, met gekleurde tranen langs de rand. De neus stijgt warm en uitnodigend op, met rijpe kersen (Mon Chéri), zwarte pruimen en bramen, onderbouwd door verfijnde toetsen van munt, mokka, cacao en zoethout. Alles is mooi verweven, zonder dat het hout ook maar even de bovenhand neemt. Daarnaast noteren we een vleugje alcoholwarmte, een subtiele sous-bois geur en een florale toets van viooltjes. Een evenwichtige, rijke en toch ingetogen neus, met veel rijp fruit dat net niet overdone wordt.
    In de mond toont de wijn zich opmerkelijk harmonieus: sappig, vol en stevig in het fruit, met correcte zuren en afgeronde tannine. De smaak ontwikkelt zich gestaag, van sappige kers naar donker fruit, een vleugje balsamico en fijne kruiden, eindigend in een lange, licht kruidige finale.
    De Pomorosso 2016 is een volle, genereuze crowdpleaser die nu al veel genoegen schenkt, maar ook probleemloos een aantal jaren verdere evolutie aankan.
    Punten: 86/100
    Prijs: €50,70 (Te koop bij Amante)
  3. Piaggia Riserva 2016 – Carmignano DOCG
    70% Sangiovese, 20% Cabernet Sauvignon & Cabernet Franc, 10% Merlot – minimaal 14 maanden rijping op Franse barriques.
    De wijn toont zich donker kersenrood, met duidelijk gekleurde tranen. De neus is sappig en verleidelijk, gedragen door diep rijpe kersen en pruimen, maar evenzeer door een warme waaier van cacao, mokka, karamel en tabak. Een subtiele florale toets duikt tussen de lagen door op, geflankeerd door een indrukwekkend spectrum aan fijne kruiden. Het is een bijzonder mooie neus, een feest van zwart en rood fruit met een voorbeeldige houtintegratie.
    In de mond komt de wijn volledig tot leven: intens, smaakvol en perfect in balans. De sappige zuren houden de stevige tannine moeiteloos in toom. Het lijkt bijna een duel, maar dan eentje waarbij beide kampen elkaar naar een hoger niveau tillen. Het fruit blijft prominent aanwezig, het hout blijft perfect verweven en het geheel mondt uit in een lange, aanhoudende, fris-kruidige finale. Deze wijn lijkt me nu op zijn hoogtepunt te bevinden.
    Punten: 90/100
    Prijs: €45,00 (Te koop bij Licata)
  4. Falkenstein Blauburgunder 2016 – Südtirol Vinschgau DOC
    100% Pinot Noir (Blauburgunder) – voor release rijpt de wijn 1 jaar in eiken barriques, gevolgd door 7 maanden in botti en nadien nog 24 maanden op fles.
    In het glas toont deze 2016 een lichte evolutie, met een granaatrode, kersenachtige tint en een prachtige traanvorming. De neus is ingetogen, maar bezit wel degelijk mooie complexiteit. Even walsen is nodig om alles volledig te ontwaren, maar dan ontvouwt zich een bijzonder fraaie mengeling van fruit (aardbei, kers, framboos), kruiden (munt, peper, jeneverbes, kaneel, laurier), perfect geïntegreerde houttonen (ceder, mokka, vlezig), aardse nuances van paddenstoel en een vleugje alcoholwarmte.
    In de mond krijg je een pittige, uitnodigende ansichtkaart. Mooie, sappige en ronde, maar niet overdreven volle smaken kleuren het plaatje. De zuren zijn zeer aanwezig en bijzonder aanstekelijk, de tannine nooit bijtend maar juist fijn en ondersteunend. De wijn is uiterst mineraal en bomvol frisse kruiden. Alles zit mooi in balans en de smaak verveelt geen seconde. Vandaag al heerlijk, maar minstens even boeiend om te volgen de komende jaren.
    Punten: 90/100
    Prijs: 24,50 € (Te koop bij De Fijne Wijnshop)
  5. Volpaia Coltassalla 2016 – Chianti Classico Gran Selezione DOCG
    95% Sangiovese, 5% Mammolo – minimaal 24 maanden rijping in Franse barriques, gevolgd door 6 maanden verdere flesrust.
    De Coltassala 2016 presenteert zich nog vrij donkerrood, helder en met de nodige traanvorming. In de neus vinden we een pure, elegante expressie van Sangiovese: rode kers, wilde aardbei en rode bes vormen de kern, geflankeerd door viooltjes, fijne groenkruidige toetsen en een subtiele houtimpact met hints van ceder, tabak en een vleugje leder. Een delicate aardse ondertoon van sous-bois en humus geeft het geheel extra diepte.
    In de mond toont de wijn zijn klasse. De zuren zijn levendig maar perfect geïntegreerd, en vormen de ruggengraat, maar toch halen de tannine lichtjes de bovenhand. Het smaakprofiel evolueert van fris rood fruit naar meer hartige, kruidige lagen, met nuances van rozemarijn, theebladeren en een lichte minerale toets. De finale is lang en verfijnd, waarbij het sappige fruit countert met het licht uitdrogende mondgevoel. Dit is een volle, krachtige, zeer geconcentreerde Gran Selezione met prachtige pure-chocolade-geladen tannine. Nu al heerlijk, maar met een duidelijk potentieel om nog een decennium verder te groeien.
    Punten: 91/100
    Prijs: 85,00 € (Te koop bij TG Fine Wines)
  6. Ferrando Etichetta Nera 2016 – Carema DOC
    100% Nebbiolo (Picotener) – rijping op grote Slavonische botti voor minimaal 24 maanden.
    De wijn kleurt licht robijnrood met een subtiele oranjerand. In de neus treedt meteen de fragiliteit op de voorgrond: aardbei, framboos en kers worden verweven met roos, viooltjes en gedroogde kruiden. Onder die florale laag duiken aardse nuances op die doen denken aan een paddenstoelkwekerij die nét wat werd bijgemest (en dat bedoelen we zo positief mogelijk, want het is geenszins afstotend). Daarnaast vinden we een uiterst subtiele houttoets. De geur heeft bovendien iets etherisch, wellicht vuursteen, en is tegelijk ongelofelijk complex, met een schitterende tertiaire integratie.
    In de mond toont de wijn zich rank, mineraal en intens verfijnd. Hoewel de intensiteit vrij krachtig te noemen is, zijn de tannine niet overweldigend aanwezig. De zuren maken zonder enige twijfel de wijn. Het smaakprofiel bouwt op van rood fruit naar kruidigheid en een zilte mineraliteit. De afdronk benadrukt nogmaals zijn sappig-fris-fruitig karakter, dat een haast aanstekelijke invloed uitoefent.
    Het bleek een wijn te zijn die de nodige dualiteit opwekte onder de proevers. Uit bovenstaande kan je afleiden dat ik tot de positivo’s hoorde. Ik beschouw dit dan ook als een heerlijk complexe wijn die ik zonder problemen nog enkele jaren in mijn kelder zou willen laten verder ontwikkelen.
    Punten: 92/100
    Prijs: 102,50 € (Te koop bij La Nebbia)
  7. Fèlsina Fontalloro 2016 – Toscana IGT
    100% Sangiovese – opgevoed voor 18–22 maanden in eikenhouten vaten, gevolgd door een jaartje flessenrust.
    De wijn bezit een donkere, helder robijnrode kleur met fijne, gekleurde tranen. Gun de wijn de nodige tijd in het glas, hij heeft er baat bij. Hoe langer hij openstaat, hoe beter de wijn tot zijn recht komt. In de neus krijgen we een prachtig pure en rijke expressie van Sangiovese: donkere kers, zwarte bes en rijpe aardbei, omringd door florale hints, leder, munt en de geur van een aangename boswandeling. Je zou zweren dat je opnieuw een roker bent: cederhout, sigarenkistje en tabak prikkelen de neus. Even later lijkt het alsof je een zak verse koffiebonen opent, terwijl onder de oppervlakte een gelaagde mineraliteit blijft sluimeren. De drang om te proeven wordt zo alleen maar groter.
    Die smaak is een toonbeeld van evenwicht. De wijn is groots zonder log te worden: niet overdreven krachtig, maar wel voorzien van voldoende stevige tannine die voor souplesse zorgen. De zuurtjes spelen hier perfect op in en tillen de wijn naar een hoger niveau van complexiteit. De smaak evolueert van rood en zwart fruit naar een meer kruidige afdronk met een subtiel bittertje. Het is begrijpelijk dat je moeite zal hebben om deze wijn nog met rust te laten. Toch kan dat gerust, want het einde van zijn latijn is nog lang niet in zicht.
    Punten: 93/100
    Prijs: 58,90 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Poggio al Tesoro Sondraia 2016 – Bolgheri Superiore DOC
    65% Cabernet Sauvignon, 25% Merlot & 10% Cabernet Franc – 22 maanden rijping in Franse barriques.
    Zeer donkere, jeugdige, bijna paarse kleur. Stevig en kleurend tranend. Dit is duidelijk een ander profiel dan al het voorgaande. In plaats van verfijning en fragiliteit vinden we hier een breed, stevig en weelderig samenspel van geuren met cassis, rijpe bramen en zwarte kers. Deze worden omarmd door ceder, zoethout, grafiet, paprika en een subtiele vanilletoets met invloeden van chocola. Naarmate hij opent, komen tabak, mokka, mediterrane kruiden (eucalyptus) en een warme, vlezige, balsamico-achtige toets naar voren. Het geheel is zowel krachtig als gepolijst.
    In de mond is de wijn vooral genereus te noemen, met een perfecte combinatie van rijp donker fruit, kruiden en hout. De tannine zijn rijp, rond en stevig, terwijl de zuren moeite hebben om dit machogedrag bij te benen. Het smaakprofiel evolueert van cassis en pruim naar cacao, espresso, laurier en een vleugje grafiet. De finale is lang, warm en met een aanhoudende kruidigheid. Een Sondraia die het topjaar 2016 voluit belichaamt: kracht en diepte in één glas. Naar persoonlijke smaak mocht de wijn wat finesserijker zijn. Nu nog gewoonweg te jong, maar met nog jaren potentieel.
    Punten: 90/100
    Prijs: 85,00 € – Te koop bij Tavino
  9. Aldo Conterno Cicala Bussia 2016 – Barolo DOCG
    100% Nebbiolo – 29 maanden in houten vaten van Slavonisch eiken van 25 hectoliter. De wijn toont een gematigd kersenrode kleur met een subtiel granaatrandje. Neus in het glas, ruiken… Nebbiolo! Het lijkt vanzelfsprekend maar het is zoveel meer dan dat. Het geurpalet biedt een indrukwekkend samenspel van kracht en finesse: viooltjes, rozenblaadjes, bosaardbei, kers en framboos worden ondersteund door teer, drop, balsamico, gedroogde kruiden, munt en chocolade. Naarmate de wijn opent, duiken cederhout, tabak, sinaasappelschil, paddenstoel en zelfs een zweem van witte truffel op. Het is een uiterst verfijnde neus waarvoor je de tijd móét nemen. Wat volgt, is eenvoudigweg adembenemend mooi.
    Eenmaal in de mond verval je al snel in superlatieven. De tannine zijn stevig maar uiterst verfijnd van textuur. De zuren zijn levendig en dragen het rode fruit met veel zorg. De smaak evolueert van framboos en kers naar teer, zoethout, kruiden en een prachtige, hartige diepgang die uitmondt in een lange, gelaagde finale vol fraîcheur en minerale spanning. Cicala 2016 is een toonbeeld van klassieke Barolo-stijl. Hoewel het hart al vele sprongetjes maakt bij het proeven van deze schoonheid, toch dit: Gun deze wijn zijn tijd. Ja, hij is nu al bijzonder mooi en Barolo-liefhebbers zullen hem zeker weten te waarderen. De wijn is sappig, in bezit van heerlijke zuren, maar de tannine moeten nog wat plooien. Zodra dat gebeurt, besef je ten volle hoe heerlijk Nebbiolo kan zijn.
    Punten: 96/100
    Prijs: 190,00 € (Te koop bij Licata)

De decadentie van een wijnclub – Lekker hé!

Het is een traditie geworden bij Het Negende Vat en ODK, wijnclubs waar ik lid van ben, om één keer per jaar een superdegustatie in te lassen. We degusteren die avond wijnen waarvan het budget hoger ligt dan tijdens een klassieke maandelijkse proefavond en bovendien serveren we een 6-tal gastronomische hapjes hierbij. Gezien ik die avonden de touwtjes in handen heb komen er enkel Italiaanse wijnen op de proeftafel. Er durft wel eens een licht protest hiertegen optreden maar die vegen we dan vakkundig van de tafel. Koppig hou ik me vast aan de keuze voor Italië als wijnland.

Dit is geen nieuw verhaal voor de volgers van de Bottle Case blog. Vanaf de start van deze superdegustatie dagen brengen we immers verslag uit. Hieronder volgen dan ook de proefnotities van de gepresenteerde wijnen in 2022:

In het bord:

  1. Kortgebakken heilbot met asperges
  2. Poussin met dragonsaus
  3. Varkenshaasje met paddenstoelrisotto en salie- pepersaus
  4. Kalfs, gestoofde little gem harten en aardappelroosjes
  5. Jonge hoeveduif, bonen, pijnboompitten, katenspek
  6. Holsteinrund, geroosterd merg, zwarte look, zoetzure sjalot

In het glas:

  1. Azienda Agricola Inama I Palchi Foscarino Grande Cuvée 2019 – Soave Classico DOC – Veneto
    100% Garganega. Vergisting en rijping voor 60% in eiken barriques en 40% in grote fusten met battonage gedurende 6 maanden. Nadien nog enkele maanden rijping in inox kuipen.
    Zuivere, heldere bleekgouden kleur en tranend. Zeer mooie volle en rijke neus die zeer veel prijsgeeft. Een waaier aan citrusfruit met limoen, pompelmoes, mandarijn en zeste. Perzik en abrikoos vullen de fruitkorf. Oranjebloesem, dragon, peper, anijs, vanille, geroosterde noten, hooi, honing en boter zijn na walsen mee waar te nemen. Het smaakprofiel is intens aangenaam, krachtig, lang en zeer mineraal. Deze prachtige, rijke wijn komt nog te jong over maar toont zijn enorm potentieel!
    Punten: 88/100 – Niet te koop in België (richtprijs 45,00 à 50,00 €)
  2.  Tiefenbrunner Vigna Rachtl Riserva 2015 – Alto Adige DOC – Alto Adige
    100% Sauvignon Blanc. 50% vergist en rijpt in tonneaux, 50% in grote fusten gedurende 12 maanden. Nadien rijpt de wijn nog 6 maanden in inox kuipen.
    Intens bleekgoud van kleur en tranend. Wat een fantastisch mooi neus! Een genot van het allerbeste citrusfruit met roze pompelmoes en bergamot. Ook de typische Sauvignon Blanc geuren zijn aanwezig met knoesels, appel, amandelen, buxus en varens. Het florale van jasmijn, munt en salie zorgen voor de kruiden. Lichte aanwezigheid van honing en vanille. Het mondgevoel is een sensatie voor witte wijnliefhebbers die zelfs de niet Sauvignon Blanc liefhebbers overstag doen gaan. Levendig, krachtig, uiterst gebalanceerd en fris. Het is die mooie aciditeit die samen met het mollige een hoogstaand duel aangaat dat wel oneindig lang lijkt aan te houden. Wat mij betreft is dit waanzinnig lekker!
    Punten: 95/100 – Niet te koop in België (richtprijs 65,00 à 70,00 €)
  3. Benanti Pietra Marina 2014 – Etna Bianco Superiore DOC – Sicilia
    Carricante van stokken die meer dan 80 jaar oud zijn. De wijn blijft maar liefst 3 jaar rusten in de roestvrijstalen vaten. Overrompelende fijne neus! Heerlijk is alvast die subtiel overheersende vuursteentoets doorheen het totale aromabouquet. Het fruit is alvast divers te noemen met peer (boomfruit), perzik (steenfruit), klassieke citrus en zeste van mandarijn. Bloesems van jasmijn, het friskruidige van munt en salie, stro, notig en licht animaal. Het verlangen tot proeven is alleszins fel aangewakkerd. Dit is zeer bevestigend met een sublieme mineraliteit die het geheel nog boeiender maakt. Prachtige zuren, voldoende mollig, rond en rijk. Een lange lengte en een zeer mooi kruidig accent. Het is een zeer stevige, evenwichtige en prachtige wijn waar ik ten volle heb genoten van het zeer mooie bittertje in de afdronk.
    Punten: 93/100 – Te koop bij Swaffou (Richtprijs 132,50 €)
  4. Garolfoli La Selezione Giocchino Garolfoli 2008 – Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore Riserva DOCG – Marche
    100% Verdicchio met klassieke vinificatie en een rijping van 18 maanden in inox kuipen, gevolgd door 6 tot 12 maanden flessenrust. Volle, goudgele kleur. De neus is op het randje! Hij is zeer geëvolueerd en op het oxidatieve af. Rijpe appel dus. Maar beperkt het fruit zich niet toe, neen, we hebben ook banaan, rozijn, kweepeer, meloen, gekonfijte abrikoos en rijpe ananas. Verder ruiken we anijs, munt, amandel, toast, vanille, bijenwas en honing. Voldoende mooie aanvullende accenten dus. De mond vult zich met een romige vettigheid en biedt een stevig mondprofiel. De wijn is absoluut op dronk maar bevindt zich niet in de ‘versleten’ toestand waar even voor werd gevreesd. Mineraal profiel bovendien.
    Punten: 83/100 – Te koop bij Wineplus (richtprijs 33,00 €)
  5. Velenosi Vini Verso Sera 2018 – Colline Teramane Montepulciano Abruzzo DOCG – Abruzzo
    100% Montepulciano die gedurende 10 maanden rijpt in 30HL fusten.
    Zuiver donkerrood van kleur met gekleurde tranen. Alsof je aan een specerijenkraampje staat zo haalt de kruidigheid (jeneverbes, munt, kruidnagel, peper, tijm, laurier) de bovenhand in deze wijn. Niet dat het donkere zwarte fruit (pruim, zwarte kers, braam, cassis) veel moet onderdoen hoor. Mooie aanwezigheid van de grafiet, tabak, leder en paprika met een licht aardse toets. Krachtig en breed van smaak met sappige tannine en de kruiden en het fruit dat overvloedig terugkomt. De alcohol prikkelt net een tikkeltje te fel zonder de balans al te fel te verstoren.
    Punten: 87/100 – Te koop bij Wijnen Declerck (prijs 50,84 €)
  6. Oasi Degli Angeli Kurni 2016 – Marche IGT – Marche
    Montepulciano druiven die gedurende 22 maanden heeft gerijpt in barriques. Vinificatie voor 60% in deze barriques en 40% in inox kuipen. Rijke uitbundige neus met stevig, donker fruit (pruim, braam, cassis, zwarte kers), vele specerijen, schimmels, humus, paprika, grafiet, vleesjus en een doorlopend gevoel van de branderige houtlageringstoetsen (eik, ceder, karamel, chocolade, koffie, tabak, leder). Je moet van stevige wijnen houden anders gaat dit compleet aan je voorbij! Krachtige, rijke tannine, voldoende levendige zuren die de frisheid op peil houden. Het geheel is doorspekt met dezelfde fruitvariaties die we in de neus ontdekten en die op het randje van overrijp balanceren. Een krachtige boy is het minste dat je kan zeggen!
    Punten: 91/100 – Te koop bij Touch wijnen (richtprijs 120,00 €)
  7. Cascina Valle Asinari 2018 – Nizza DOCG – Piemonte
    100% Barbera met 12 maanden rijping in eiken vaten.
    Heldere, kersenrode kleur. We genieten van een complexe, mooie, fruitige neus met een goede integratie van het hout. Zowel het rode (aardbei, kers), het blauwe met de aalbes als het zwarte fruit van de bramen zijn aanwezig. Mooi geparfumeerd met zowel rozen als viooltjes. Positieve animale invloed en de branderige aroma’s van ceder, karamel, koffie en tabak. Licht vlezig. Die vlezige toets zet zich absoluut door in de smaak. Een smaak die bovendien mooie en krachtige tannine als hoge zuurtjes bevat. De afdronk mocht wat langer dragen en de alcohol stoort lichtjes. We hadden net iets meer verwacht van deze wijn.
    Punten: 85/100 – Te koop bij Vyvin (prijs 30,00 €)
  8. Conte Vistarino Bertone 2015 – Provincia di Pavia IGT – Lombardia
    Pinot Noir in purezza die een jaartje houtlagering heeft gekregen in Franse eiken vaten. Gematigd volle, heldere kersenrode kleur. Het is noodzakelijk even te werken, walsen, met het glas om de aanwezige aroma’s wakker te schudden. De typische Pinot Noir aroma’s komen dan wel degelijk opzetten. Rijpe bosaardbei, rijpe kers, myrtilles. Het fruit is op het snoeperige af. Heel duidelijk komt het floraal accent opzetten met een samenspel tussen viool en roos. Munt, laurier, thee, mokka sousbois en een vleugje rokerige tabak ronden het bouquet af. Die tabak is bij het proeven ook zeer duidelijk waar te nemen. Het fruit is sappig aanwezig. De tannine zijn niet te krachtig en lekker. De zuren zijn gelukkig (we hadden twijfels door het snoeperige neusje) optimaal present. De niet te zware, kruidige afdronk maakt dit een prettig glas Pinot Noir.
    Punten: 86/100 – Niet te koop in België (richtprijs 32,00 tot 38,00 €)
  9. Markus Prackwieser (Gump Hof) Renaissance Pinot Noir Riserva 2016 – Alto Adige DOC – Alto Adige
    100% Pinot Noir met vergisting en rijping in 50% nieuwe barriques en een verdere rijping gedurende 5 maanden in groten fusten. Lichte, heldere kersenrode kleur en tranend. Dit is wel een zeer aantrekkelijke neus die doet dromen van de meest heerlijke, sappige geneugtes! Het typische klein rood fruit en de florale accenten springen ervan in den beginne uit… framboos, aardbei, kers en roosjes. Ceder, sigaar, tabak, paddenstoel volgen niet veel later en geven samen met de laurier en pepermunt een bedwelmend effect. Helemaal in een roes raken we echter wanneer we deze Pinot Noir proeven! Dit is zo verfijnd en versmolten met sappige, smakelijke tannine met kaatsende zuurtjes. Eenvoudigweg heerlijk genieten waarbij het geheel blijft door zinderen.
    Punten: 94/100 – Te koop bij Wijnkennis (prijs 65,60 €)
  10. Cesari Jema 2013 – Corvina Veronese IGT – Veneto
    Enkel en alleen maar Corvina van voor 20 dagen ingedroogde druiven. Houtlagering in Franse barriques gedurende 18 maanden + 6 maanden in foeders en 12 maanden op fles. Het resultaat is een tranende, intens volle, heldere robijnrode kleur. Complexe uitgesproken neus met enorm vele geurcomponenten. Hel vlezige, balsamico gevoel samen met het naar het overrijpe neigende fruit van kers, braam en bessen geeft alvast een weelderig bouquet. De viooltjes springen hierbij uit maar evenzeer het zoethout, de vanille en de chocolade. Aardse toetsen, vegetaal met grafiet, paprika en laurier vervolledigen samen met de tijm en peper het geurgeheel. In de mond is dat naar wat overrijp fruit neigende gevoel zeer zeker terug. Uiteraard zijn de ingedroogde druiven hiervoor medeverantwoordelijk. Ik noem dit een Rubens wijn! Hij proeft rijk en weelderig maar het geheel is te volumineus.
    Punten: 87/100 – Te koop in Hanos (richtprijs 23,00 à 30,00 €)
  11. Casa Brancaia 2017 – Chianti Classico Riserva DOCG – Toscana
    80% Sangiovese en 20% Merlot. Rijping gedurende 16 maanden in tonneaux voor de Sangiovese en in barriques voor de Merlot. Helder en kersenrood van kleur. Veel belovende neus en dit reeds zonder walsen. Het klassieke rode fruit van kers met aardbei is aanwezig samen met zwarte braam. De kruidigheid is aanstekelijk met peper, oregano en salie. Een vleugje vegetaal (paprika, laurier), wat sousbois en een verwevenheid van de houtrijping met ceder, cacao, mokka, tabak en leder. Het proeven van de wijn laat je kennis maken met de prachtige zuren die doorheen de wijn walsen. Het lichte rode fruit blijft tot diep in de finale aanwezig die door de aanwezigheid van bittere chocolade een extra facet krijgt. De Riserva 2017 van Brancaia is zonder twijfel een mooie wijn maar doet toch onder tegen de 2015 die complexer is in zijn geheel.
    Punten: 90/100 – Te koop bij Leirovins (prijs 33,00 €)
  12. Riecine di Riecine 2013 – Toscana IGT – Toscana
    Enkel maar Sangiovese druiven die een opvoeding krijgen voor 36 maanden in betonnen eivormige tank. De neus is frivool, verfijnd mooi floraal en bulkend van de verse kersjes. Vele aparte geuren zijn er niet onmiddellijk in de aanvulling hiervan (munt, peper, koffie, thee, paddenstoel en sousbois), maar het geheel komt zo bedwelmend mooi over en vloeit zo in elkaar dat dit helemaal geen gemis is. De smaak is eenvoudigweg hopeloos, betoverend lekker! Zo fragiel, zo verfijnd, zo fris zonder in te boeten aan de nodige kracht. Dit blijft gelukkig ook nog eens zeer lang aanwezig. Dat kunnen we enkel maar extra toejuichen!
    Punten: 93/100 – Te koop bij Portovino (Richtprijs 59,00 €)
  13. Podere Salicutti Piaggone 2017 – Brunello di Montalcino DOCG – Toscana
    Pure Sangiovese (Brunello). Rijping van 3 jaar in grote eiken fusten van 10, 20 en 40 hectoliter. Nadien verdere rijping in de fles gedurende 12 maanden. Volle, heldere kersenrode kleur met traanvorming. De neus is op zijn minst aanstekelijk te noemen met een veelvoud aan fruit. Vooral de rijke, donkere kersen komen mooi door samen met aardbei en braam. Op het licht snoeperige af… Verder is het een waar geurfestijn in het glas. Rozen, munt, peper, oregano, salie, tijm, laurier, cederhout, vanille, mokka, balsamico, tabak, paddenstoel en humus. Ze passeren allemaal de revue. In de mond zet die rijkdom zich onverminderd verder. Krachtig mondgevoel met de nodige zuurtegraad en een kruidige, chocolade geladen lange afdronk. Wat me enorm pleziert is dat dit een Brunello is die niet ‘té’ overkomt.
    Punten: 91/100 – Niet te koop in België (Richtprijs 90,00 à 100,00 €)
  14. Rocca di Frassinello 2015 – Maremma Toscana DOC – Toscana
    Blend van 60% Sangiovese met 20% Cabernet Sauvignon en 20% Merlot. Rijping voor 80% in nieuwe Franse eiken vaten en 11 maanden in de fles. Intens robijnrood, helder en tranend. Stevige neus met veel houtaroma’s (ceder, tabak, leder, chocolade) en zwart fruit. Daarnaast de nodige kruiden en op de achtergrond licht aanwezige florale toets, paprika en dierlijke accenten van voornamelijk potgrond. Pfoeh, de stevige zware tannine verraden duidelijk een wijn met pit en kracht. Fruit en kruiden zitten er in overvloed in deze krachtpatser die duidelijk nog nood heeft aan extra kelderrust.
    Punten: 90/100 – Te koop bij Vinesse (richtprijs 45,00 €)
  15. Le Piane 2015 – Boca DOC – Piemonte
    We zitten in Alto Piemonte en in dit geval krijgt de Nebbiolo (85%) het gezelschap van de lokaal vaak voorkomende Vespolina (15%). Het geheel krijgt een opvoeding in Slavonische eiken fusten gedurende 3 jaar. Nadien volgt nog een flessenrust van 1 jaar. Gematigde tot volle, heldere kersenrode kleur. Genietneusje! In eerste instantie blijf je reuken en genieten van het glas dat bomvol fijn rood fruit (Aardbei, kers, framboos, rode aalbes) zit. Uiteraard komen de branderige toetsen (ceder, sigarenkistje, tabak, koffie, leder) opzetten maar dit is zo aangenaam, subtiel! Bloemen (roos, viool), kruiden (peper, tijm, laurier), grafiet en humus vullen het ruime bouquet aan. In de mond is het genieten van de zeer fijne tannine die omringd worden met de beste zuren zoals dit enkel bij Nebbiolo het geval kan zijn. Vol, rond, kruidig, fruitig, evenwichtig en lang.
    Punten: 91/100 – Te koop bij Vintology (Richtprijs 75,00 €)
  16. Pira & Figli Mosconi 2011 – Barolo DOCG – Piemonte
    De Nebbiolo druiven rijpen gedurende 24 maanden in Franse eiken vaten van 2000 liter terwijl de vinificatie plaats vond in inox kuipen. Gematigde, heldere kersenrode kleur met evolutie. Ruiken = gelukkig zijn! Het is een zeer getemperde maar uiterst mooie neus waarbij de geuren alen uiterst subtiel hun best doen om onze geurhersenen te prikkelen. Naast kers en braam ook het leuke framboostoetsje, rozengeur alsof je pas bij de bloemist bent gepasseerd, subtiele kruiden met het speelse en frisse van munt naast de witte peper. Tabak, koffie, thee, truffel en de bompa die rondkomt met het oeroude echte sigarenkistje! De smaak is… tja, zo mooi… De krachtige tannine die samen met het hout als een Siamese tweeling in elkaar verstrengeld zitten en zich zachtjes geven in het jarenlange verzet. De hoge zuurtjes die de wijn ragfijn fris laten overkomen. Een net geijkte weegschaal die daardoor de optimale balans vormt. Perfecte afsluiter van een hoogstaande sterrenmaaltijd!
    Punten: 95/1000 – Te koop op diverse plaatsen in België (Richtprijs tussen de 70,00 en 90,00 €)
  17. Mamete Prevostini Albareda – Sforsato di Valtellina DOCG – Lombardia
    100% Sciavenasca (Nebbiolo) van ingedroogde druiven die gedurende 20 maanden rijpen in houten vaten en nadien nog 10 maanden flessenrust ondergaat. Intense robijnrode kleur met gekleurde tranen. Je waant je bijna in een parfumerie, zo stuiven de rozen en viooltjes geuren het glas uit. Weliswaar overgoten door een flinke portie donker fruit en de nodige specerijen. Uiteraard is de houtlagering duidelijk waarneembaar maar is het voornamelijk de mokka en cacao die het winnen van de tabak en ceder. Een truffelgeurtje rond het geheel af. De smaak is vooral zeer rond en zoals één van de proevers het sappig verwoordde: Lekker hé! Krachtige, rijke tannine met voldoende zuren en een optimale balans. Amarone gevoel zonder de daad van overvloed!
    Punten: 94/100 – Te koop bij De Fijne Wijnshop (richtprijs 50,00 €)
  18. Tenuta Santa Maria 2015 – Amarone delle Valpolicella Classico Riserva DOCG – Veneto
    Uiteraard de klassieke Amarone blend met 75% Corvina, 15% Corvinone en 10% Rondinella. De druiven worden gedurende 4 tot 5 maanden ingedroogd alvorens de vinificatie te starten. Nadien volgt er een rijpingsperiode van 48 maanden in eiken foeders en 6 maanden in de fles. Helder, intense, donkerrode kleur met gekleurde traanvorming. De weelderige rijkdom aan aroma’s geven zich onmiddellijk prijs. Braam, vijg, pruim, zwarte kers maar ook een vleugje aardbei vullen het fruitaccent. Dit komt wel snoeperig, licht geconfituurd over. Verder vinden we heel veel kruidige en branderige accenten. Gaande van kruidnagel, munt, peper en tijm tot chocolade, vanille, koffie, balsamico, tabak en leder. Een licht aards accent is aanwezig. De neus triggert absoluut tot proeven en daar stellen we vast dat die overvloedige weelde absoluut terugkomt. Het geheel komt zeer rijk en rijp over waar de tannine fluweel zijn en de zuren de nodige moeite hebben om weerstand te kunnen bieden aan al deze rijkdom. Positief is alvast dat de hoge alcoholgraad niet dominant of storend is. Toch, persoonlijk, vind ik deze wijn net iets te vermoeiend. Een glas met veel plezier, een fles zou moeilijker zijn…
    Punten: 90/100 – Op diverse plaatsen te koop in België (Richtprijs 75,00 à 80,00 €)