Alto Piemonte op zondag – De Masterclass

We zijn aan het einde gekomen van onze zondagse reeks over Alto Piemonte. Als afsluiter hielden we twee masterclasses waarbij we een verscheidenheid aan wijnen konden proeven. Het werden twee boeiende avonden met wijnen die ons bijzonder konden bekoren, maar ook met enkele flessen die duidelijk minder in vorm waren. Hier is alvast mijn eigen verdict over de geproefde wijnen.

  1. Tenuta Sella Casteltorto Coste della Sesia DOC 2019
    Casteltorto is een assemblage van 60% Nebbiolo, 35% Croatina en 5% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Villa del Bosco, in het gebied van Bramaterra. De wijn vergist in roestvrijstalen tanks. Na de malolactische gisting rijpt hij 14 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een licht gefonceerde rode kleur, met een mooie traanvorming in het glas. In de neus komen de vertrouwde Nebbiolokenmerken al duidelijk naar voren. Een aangenaam floraal parfum, aangevuld met bosaardbei, een licht snoeperige toets en witte peper. Ook enkele licht branderige nuances zijn aanwezig, maar deze blijven discreet op de achtergrond. Het geheel vormt een aangenaam en uitnodigend geurpalet.
    In de mond nemen de frisse zuren onmiddellijk het voortouw, bij de aanzet zelfs enigszins dominant. Vervolgens sluiten de tannine mooi aan en raken ze goed verweven met de overige smaakcomponenten. Het rode fruit is duidelijk aanwezig, al komt het minder uitbundig naar voren dan de neus deed vermoeden. Toch zorgt het voor voldoende sappigheid en een aangename fruitige toets.
    Richtprijs: 22,00 €
  2. Paride Chiovini Sizzano DOC 2022
    Blend van 60% Nebbiolo, 30% Vespolina en 10% Uva Rara. De druiven zijn afkomstig van de wijngaarden Mot Gilai en Valfrè in Sizzano, gelegen op bodems van klei en zand. De wijn rijpt vier maanden in roestvrij staal en 24 maanden op eikenhout, gevolgd door nog drie tot vier maanden flesrijping.
    Een heldere granaatrode kleur met een lichte densiteit en de eerste tekenen van evolutie. Een mooi en expressief bouquet dat enigszins aan de stijl van de Langhe doet denken. Een aantrekkelijk rozenparfum gaat samen met een uitbundige combinatie van rood en blauw fruit. Frisse kruidigheid en duidelijk aanwezige, maar goed geïntegreerde houttoetsen vullen het geurpalet verder aan.
    In de mond behoorlijk stevig, met uitgesproken maar aangename tannine. Bij de aanzet lijkt er even een uitdrogend karakter op te duiken, maar de levendige zuren brengen het geheel bijzonder mooi in evenwicht. Het fruit blijft goed aanwezig en de wijn ontwikkelt een fraaie lengte, gevolgd door een aanhoudende afdronk. De houtinvloed, die in de neus misschien net iets nadrukkelijker aanwezig is, blijkt in de smaak uitstekend verweven.
    Richtprijs: 34,00 €
  3. Cantina Produttori Nebbiolo di Carema Riserva DOC 2021
    Deze Carema Riserva wordt volledig van Nebbiolo gemaakt. De wijn ondergaat een rijping van drie jaar, waarvan minstens twaalf maanden in grote eikenhouten vaten.
    Een granaatrode kleur met duidelijke tekenen van evolutie. Qua geur is dit duidelijk aromatisch en bijna complex te noemen, met ingedroogd fruit en een licht confituurachtig karakter dat mooi binnen de perken blijft. Vooral de uitgesproken kruidigheid trekt de aandacht. Tijm en rozemarijn worden aangevuld met koffie, mokka, thee en kaneel. Gedroogde bloemen zorgen voor een bijkomend element in dit bijzonder rijk geschakeerde geurpalet.
    In de mond volgt een verrassend andere ervaring dan de uitbundige neus doet vermoeden. De aanzet is opvallend verfijnd, met gematigde, mooi afgeronde tannine. Ook in de smaak zijn de eerste tekenen van evolutie merkbaar. De uitgesproken kruidigheid uit de neus komt hier veel minder nadrukkelijk naar voren en maakt plaats voor een zachter, meer ontwikkeld smaakprofiel.
    Richtprijs: 26,00 €
  4. Cantina Produttori Nebbiolo di Carema Carema DOC 2020
    Nebbiolodruiven, afkomstig van de heuvelwijngaarden rond Carema, in het noordelijke deel van Piemonte, vlak bij de grens met Valle d’Aosta. Rijping van minstens 24 maanden, waarvan minimaal twaalf maanden op hout.
    Een duidelijk geëvolueerde kleur, waarbij het granaatrood inmiddels een uitgesproken bruinachtige tint heeft gekregen. In de neus ontvouwt zich een boeiend en complex bouquet met licht rokerige toetsen, chocolade en een uitgesproken aards karakter. Aroma’s van bosgrond, potgrond en champignons worden aangevuld met snoeperig rood fruit, bosaardbei en een aantrekkelijk parfum van rozen. Het geurpalet heeft bijzonder veel te bieden en blijft bij iedere nieuwe kennismaking andere nuances prijsgeven.
    In de mond valt onmiddellijk de sappigheid op. De tannine zijn nadrukkelijk aanwezig en geven de wijn een stevige structuur, terwijl de frisse zuren zich perfect in een ondersteunende rol schikken. Het geheel bezit daardoor een mooi evenwicht. Opmerkelijk is de levendigheid van het fruit, dat ondanks de duidelijke evolutie in kleur en geur nog verrassend fris en sappig overkomt. Ook de afdronk blijft aangenaam fruitig, met een subtiele toets van tabak. Dit is alvast een karaktervol glas wijn.
    Richtprijs: 37,00 €
  5. Roccia Rossa Bramaterra DOC 2018
    Assemblage van 80% Nebbiolo, 15% Vespolina en 5% Croatina. De druiven worden met de hand geoogst, waarbij Vespolina en Croatina eind september worden geplukt en Nebbiolo in oktober. De alcoholische vergisting vindt plaats in roestvrijstalen tanks. Vervolgens rijpt de wijn 24 maanden in Franse eikenhouten vaten van 22 hectoliter, gevolgd door nog eens twaalf maanden flesrijping.
    Granaatrode kleur met duidelijke tekenen van evolutie. De neus is bijzonder expressief en opent met een aantrekkelijk parfum van viooltjes, gevolgd door krieken en rijpe aardbeien. Een subtiele dierlijke toets en wat gedroogd fruit geven het bouquet een eerste indruk van ontwikkeling. Naarmate de wijn wat langer in het glas zit, komen ook tertiaire aroma’s, laurier en een licht rokerige, minerale toets naar voren. Het geheel is rijk en gevarieerd, met een complex geurpalet dat blijft boeien.
    In de mond valt onmiddellijk de sappigheid op. Het rijpe rode fruit zorgt samen met de mooie, levendige zuren voor een aantrekkelijk en verfijnd smaakverloop. De tannine is krachtig en duidelijk aanwezig, maar zit uitstekend verweven in het geheel. De afdronk is lang met voldoende sappigheid. Een karaktervolle Bramaterra en een geslaagd glas wijn.
    Richtprijs: 36,00 €
  6. La Psigula Vigna Torre Bramaterra Riserva DOC 2018
    Vigna Torre Riserva is een assemblage van 80% Nebbiolo, 15% Vespolina en 5% Croatina. De wijn rijpt gedurende 24 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Wat een teleurstelling! Deze fles bleek tijdens de proeverij duidelijk fout te zijn. De wijn vertoonde uitgesproken oxidatieve kenmerken en was zijn optimale drinkstadium ver voorbij. Associaties met sherry, porto en madeira kwamen spontaan naar boven, wat meteen aangeeft hoe sterk het oorspronkelijke wijnkarakter verloren was gegaan. Een correcte beoordeling was hierdoor onmogelijk. Bijzonder jammer, want deze Bramaterra Riserva hadden we graag in dezelfde goede conditie geproefd als destijds in de Enoteca di Gattinara.
    Richtprijs: 50,00 €
  7. Pietro Cassina Tanzo Lessona DOC 2014
    Tanzo is een 100% Nebbiolo, afkomstig van een selectie van de beste druiven uit de wijngaarden van Cascina Chignalungo in Lessona. De wijnstokken groeien op bodems met zand, klei, kalksteen en silt. Vergisting in roestvrijstalen tanks. Nadien rijpt de wijn ongeveer zestig maanden in grote, ovale vaten van Zwitsers eikenhout, met een inhoud van 1.500 tot 2.500 liter.
    Een wat donkerdere, zuivere kersenrode kleur. De neus opent fruitig, met naast het klassieke rode fruit ook donkerdere toetsen van braam. Witte peper, chocolade en leder vullen het geurpalet verder aan. Ondanks de aanwezigheid van zwart fruit blijft het bouquet bijzonder herkenbaar als dat van een klassieke Nebbiolo, met een aantrekkelijke combinatie van fruit, kruidigheid en ontwikkelde aroma’s.
    Bij het proeven toont de wijn meteen zijn stevige karakter. Mooie, levendige zuren en uitgesproken tannine geven hem een structuur die bij momenten wat aan Barolo doet denken. De tannine kunnen af en toe licht uitdrogend overkomen, maar telkens zorgen het sappige fruit en de speelse zuren voor een hernieuwd evenwicht. De wijn bezit een mooie concentratie, voldoende frisheid en een lange, aanhoudende afdronk. Een breedgeschouderde Lessona met karakter, aangenaam om te drinken, maar zeker geen allemansvriend die het uitsluitend van zijn zachtheid moet hebben. Hier zit duidelijk pit in.
    Richtprijs: 62,00 €
  8. Tenuta Sella Lessona DOC 2021
    Deze Lessona is een assemblage van 90% Nebbiolo en 10% Vespolina, afkomstig van geselecteerde percelen in de heuvels van Lessona. De gemiddeld 55 jaar oude wijnstokken staan op geelachtig oranje mariene zandbodems. Na de vergisting in roestvrijstalen tanks rijpt de wijn 24 maanden in middelmatig getoaste Franse eikenhouten vaten van 50 hectoliter en barriques.
    Een mooie kleur die zich tussen granaatrood en kersenrood situeert, met een fraaie traanvorming in het glas. De neus weet vanaf het eerste moment te boeien. Een licht snoeperige toets gaat samen met een aantrekkelijke combinatie van zoete specerijen die wat aan ras el hanout doen denken. De invloed van de houtlagering is duidelijk merkbaar, met zoethout, een subtiel vleugje vanille en cederhout. Ook tabak is nadrukkelijk aanwezig, terwijl een frisse toets van munt het complexe geurpalet verder aanvult.
    In de mond nemen de stevige tannine aanvankelijk de bovenhand, maar van een uitdrogend karakter is nauwelijks sprake. Mooie, frisse zuren zorgen voor het nodige evenwicht, terwijl een overvloed aan vers fruit van kersen en krieken de wijn een bijzonder sappig en levendig karakter geeft. Naar de afdronk toe komen ook laurier en tabak duidelijk opzetten. Een karaktervolle en lekkere Lessona, met stevige tannine, veel sappigheid en een aantrekkelijke complexiteit.
    Richtprijs: 34,00 €
  9. Carlone Adele Boca DOC 2020
    85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Boca en Prato Sesia, gelegen op 400 tot 460 meter hoogte. De zuidelijk tot zuidwestelijk georiënteerde percelen hebben een bodem die rijk is aan porfier. De wijn rijpt gedurende 34 maanden, waarvan minstens achttien maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een vrij donkere kersenrode kleur. De neus opent met uitgesproken aardse en licht animale aroma’s, waarbij vooral een stalachtige toets aanvankelijk de bovenhand neemt. Wat geduld in het glas doet echter wonderen. De aardse aroma’s worden minder dominant en geleidelijk ontvouwt zich een bijzonder verrassend geurpalet. Opmerkelijk is de uitgesproken aanwezigheid van zwart fruit, met vooral braambessen die de hoofdrol opeisen. Kersen, aardbeien en frambozen laten zich eveneens kennen, maar blijven eerder voorzichtig op de achtergrond. Viooltjes, merkbare houtinvloeden en een overvloed aan Provençaalse kruiden maken het geheel complex. Omdat we deze wijn blind proeven, ontstaat het sterke vermoeden dat Croatina een aanzienlijk aandeel in de assemblage heeft.
    Ook in de mond blijft het donkere fruit prominent aanwezig. De wijn toont zich krachtig, met een stevige body en een uitgesproken karakter dat behoorlijk afwijkt van de andere Nebbiolowijnen in deze proeverij. Blind zou je hem wellicht niet onmiddellijk als Nebbiolo herkennen. Het is een wijn met een hoekje af, of moeten we zeggen met een hoekje aan? De eerste slokken vragen enige gewenning, maar naarmate je hem beter leert kennen, groeit de waardering. De kracht, het donkere fruit en de stevige structuur vormen een aantrekkelijk geheel. De afdronk is lang en aanhoudend, terwijl de wijn zich nog opvallend jong presenteert. Een atypische maar bijzonder mooie Boca, met veel body, karakter en nog heel wat toekomst voor zich. Oh ja, geen Croatina valt er te bespeuren in deze wijn. Alweer eventjes met beide voetjes op de grond geplaatst!
    Richtprijs: 45,00 €
  10. Le Piane Boca DOC 2018
    Blend van 85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van wijngaarden in Boca en Prato Sesia. De wijnstokken groeien op bodems met porfiergrind van vulkanische oorsprong. De vergisting gebeurt met natuurlijke gisten in open houten en roestvrijstalen kuipen. Nadien volgt een rijping van drie tot vier jaar in grote vaten van Slavonisch eikenhout.
    Een zuivere, klassieke licht kersenrode kleur. De neus biedt een complexe en herkenbare expressie van Nebbiolo, waarbij de evolutie zich van haar mooiste kant laat zien. Tertiaire aroma’s komen duidelijk naar voren, met tabak, een brede waaier aan kruiden en een subtiele balsamicoachtige toets, zonder daarbij een vlezig karakter te vertonen. Ondanks de ontwikkeling blijft het fruit nadrukkelijk aanwezig. Vers klein rood fruit gaat samen met toetsen van gedroogd fruit en zorgt voor een aantrekkelijk en veelzijdig bouquet.
    In de mond toont de wijn zich stevig en krachtig, met uitgesproken tannine en duidelijk aanwezige zuren. Die combinatie zorgt voor een levendig en spannend smaakverloop, waarbij kracht en verfijning mooi samengaan. Opvallend is dat het sappige, kleine rode fruit hier zelfs nadrukkelijker aanwezig is dan in de neus. De wijn ontwikkelt een mooie complexiteit en een lange afdronk. Qua finesse doet deze Boca enigszins aan een mooie Barbaresco denken. Een bijzonder geslaagde wijn met een fraaie balans tussen rijping, frisheid en structuur.
    Richtprijs: 75,00 €
  11. Paride Iaretti Gattinara Riserva DOCG 2018
    Uitsluitend Nebbiolo druiven voor deze riserva, afkomstig van ongeveer veertig jaar oude wijnstokken op vulkanische bodems met porfier in Gattinara. Vergisting in roestvrijstalen tanks, rijping voor twaalf maanden in tonneaux, gevolgd door vierentwintig maanden in grote eikenhouten vaten en nog eens twaalf maanden in roestvrij staal. Een zuivere en ietwat donkere kersenrode kleur.
    De neus is bijzonder expressief en laat een hele waaier aan aroma’s vrijkomen. Thee, rozenbottel, tabak en een aantrekkelijke kruidigheid gaan samen met florale toetsen van roos en een vleugje viooltjes. Ook een licht rokerige mineraliteit komt naar voren. Maar het is vooral de overvloed aan kersenfruit die de aandacht trekt en het geurpalet een bijzonder aantrekkelijk karakter geeft. Een complex en verleidelijk bouquet waarin telkens nieuwe nuances opduiken.
    In de mond volgt meteen een aangename verrassing. Even snel een tweede slok nemen om te bevestigen wat de eerste al liet vermoeden, want dit is werkelijk bijzonder lekker. De tannine is mooi afgerond en uitstekend verweven met het sappige fruit. Tegelijkertijd bezit de wijn een stevige structuur en voldoende kracht, zonder aan verfijning in te boeten. Alles sluit bijzonder mooi op elkaar aan en zorgt voor een harmonieus geheel. De afdronk heeft een behoorlijke lengte. Een zeer geslaagde wijn die kracht, sappigheid en verfijning op een aantrekkelijke manier samenbrengt.
    Richtprijs: 50,00 €
  12. Torraccia del Piantavigna Gattinara Riserva DOCG 2017
    Deze Riserva wordt volledig gemaakt van Nebbiolo, afkomstig van de wijngaarden Gerbidoni en Lurghe in Gattinara. De wijnstokken groeien op stenige, poreuze en goed drainerende bodems van vulkanische oorsprong, met porfier en kwarts. De wijn rijpt gedurende zestig maanden in grote Franse eikenhouten vaten.
    Een mooie kleur die zich tussen licht kersenrood en granaatrood situeert. De neus is werkelijk een heerlijkheid om aan te ruiken. Een bijzonder complex bouquet waarin alle aroma’s zo mooi met elkaar verweven zijn dat vooral het geheel indruk maakt. De afzonderlijke geuren laten zich minder gemakkelijk onderscheiden, al valt er bij aandachtig ruiken bijzonder veel te ontdekken. Frisse en rijpe kersen gaan samen met gedroogd fruit, terwijl tabak, cederhout en mokka voor een mooi ontwikkeld karakter zorgen. Peper, tijm en laurier brengen een uitgesproken kruidige dimensie, aangevuld met grafiet, licht rokerige toetsen en aardse aroma’s van bosgrond. Een bijzonder rijk en harmonieus geurpalet dat blijft boeien.
    In de mond krijgen we Nebbiolo zoals we hem graag hebben. Krachtig, complex en met een uitgesproken structuur, waarbij de stevige tannine een licht uitdrogende indruk kan geven zonder echt te storen. Het geheel heeft een smakelijk mondgevoel. Mocht iemand ons vertellen dat we een Barbaresco in het glas hebben, dan zouden we dat best kunnen geloven. Opvallend is hoe de zuren zich aanvankelijk wat op de achtergrond houden en pas in de retrofase duidelijk naar voren komen. Daar zorgen ze voor een aangename tegenhanger van de stevige tannine. Gelukkig blijft ook het fruit voldoende aanwezig om het geheel sappig en aantrekkelijk te houden. De afdronk is lang, complex en kruidig. Een mooie, klassieke Gattinara Riserva met kracht, karakter en nog duidelijk bewaarpotentieel.
    Richtprijs: 75,00 €
  13. Ioppa Santa Fé Ghemme DOCG 2006
    85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van de gelijknamige wijngaard in Romagnano Sesia. Deze zuidwestelijk georiënteerde heuvelwijngaard werd in 1969 aangeplant en heeft een kleirijke bodem. Na de oogst volgt een natuurlijke vergisting in roestvrijstalen tanks. Vervolgens rijpt de wijn 36 tot 48 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout van 25 hectoliter, gevolgd door minstens twaalf maanden flesrijping.
    Een duidelijk geëvolueerde granaatrode kleur die de leeftijd van de wijn al meteen verraadt. Ook de neus laat er weinig twijfel over bestaan dat we hier met een oudere wijn te maken hebben. Aanvankelijk domineren aardse en tertiaire aroma’s, maar wie de wijn wat tijd in het glas gunt, ontdekt een veel uitgebreider geurpalet. Tabak, cederhout, koffie, humus en paddenstoelen worden geleidelijk aangevuld met gedroogde bloemen en een uitgesproken waaier aan kruiden en specerijen. Ook het fruit laat zich nog kennen, al heeft het zijn jeugdige frisheid inmiddels ingeruild voor rijpere, gedroogde toetsen van pruimen en vijgen. Een complex en ontwikkeld bouquet dat wat geduld vraagt om zich volledig prijs te geven.
    In de mond grijpen we meteen terug naar dat fruit, want verrassend genoeg duikt hier zelfs nog wat vers rood fruit op, zij het in beperkte mate. De stevige tannine voert echter duidelijk de boventoon en geeft de wijn een behoorlijk streng karakter. Het aanwezige fruit biedt onvoldoende tegengewicht om het geheel nog de gewenste sappigheid en rondeur te bezorgen. De aromatische ontwikkeling is bijzonder interessant, maar in de smaak ontbreekt inmiddels wat evenwicht. Een fascinerende kennismaking met een gerijpte Ghemme, al hadden we deze fles wellicht liever enkele jaren eerder in het glas gehad.
    Richtprijs: 69,00 €
  14. Ioppa Bricco Balsina Ghemme DOCG 2006
    Bricco Balsina bestaat uit 85% Nebbiolo en 15% Vespolina, afkomstig van de gelijknamige wijngaard in Romagnano Sesia. Deze zuidwestelijk georiënteerde heuvelwijngaard heeft een grindrijke bodem van fluviatiele en alluviale oorsprong. Natuurlijke vergisting in inox. Vervolgens rijpt de wijn 36 tot 48 maanden in grote vaten van Slavonisch eikenhout van 25 hectoliter, gevolgd door minstens twaalf maanden flesrijping. Een duidelijk geëvolueerde kleur, waarbij ook de schittering inmiddels verdwenen is. Hoewel de fles al enkele uren eerder werd geopend, zonder te decanteren, is de eerste indruk in de neus er eentje van uitgesproken reductie. Gelukkig verdwijnt die na enige tijd in het glas, al blijven de dierlijke aroma’s nadrukkelijk aanwezig. Geleidelijk komen ook mokka, chocolade en tabak naar voren. Het is echter behoorlijk zoeken naar het fruit. Vers fruit is nauwelijks nog te bespeuren en we moeten het vooral zoeken bij de gedroogde varianten, met pruimen en vijgen als voornaamste vertegenwoordigers. Een duidelijk ontwikkeld bouquet waarin de tertiaire aroma’s de bovenhand hebben. In de mond wordt het helaas nog moeilijker. Het fruit is zo goed als volledig verdwenen en wat overblijft, zijn voornamelijk zuren en tannine. De wijn mist de sappigheid en het fruitige tegengewicht om deze stevige structuur nog voldoende te ondersteunen. Het geheel komt daardoor behoorlijk streng en uit evenwicht over. Hoe boeiend de Santa Fé uit hetzelfde jaar tijdens de proeverij ook nog bleek te zijn, deze Bricco Balsina heeft duidelijk zijn beste tijd gehad. Bijzonder jammer, zeker omdat deze jaargang op het domein nog te koop wordt aangeboden als een mooi gerijpte en drinkklare wijn. Op basis van onze proefervaring kunnen we die stelling moeilijk onderschrijven.
    Richtprijs: 69,00 €

En of het boeiend is geweest! We hebben intens genoten van ons bezoek aan Alto Piemonte, het onderzoek ter plekke en het schrijven van de verschillende blogs over deze fascinerende wijnregio. Om dan nog maar te zwijgen over al dat lekkers dat tijdens de twee masterclasses in ons glas belandde.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s
  9. Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s
  10. Alto Piemonte op zondag: Carema, de logische buitenstaander

Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s

Net zoals bij Lessona lagen de verwachtingen voor Boca en Bramaterra bij ondergetekende bijzonder hoog. Mijn eigen proefervaringen speelden daarbij mee, net als de vele positieve commentaren die mijn wijnvrienden de afgelopen paar jaar hadden meegegeven.

Boca was trouwens onze eerste stop. Correctie: onze tweede, want we waren ’s morgens vroeg vertrokken richting Carema om ons vandaaruit echt in Alto Piemonte te nestelen. De eerste indrukken waren zeer positief. Een klein centrum weliswaar, maar verzorgd en duidelijk in het teken van de wijn. Al gauw zaten we op de juiste weg en reden we midden tussen de wijngaarden. Hier moesten we dus zijn!

De schaal heb je wel vlug door: zowel Boca als Bramaterra zijn kleine appellaties en inhoudelijk bijzonder interessant. Net als Gattinara en Ghemme liggen ook deze twee appellaties aan weerszijden van de ‘droogstaande’ Sesia. En dat levert wel degelijk twee verschillende wijnen op. Boca ligt hoger en koeler en focust sterker op Spanna. Bramaterra is uitgestrekter, kent een ander bodemprofiel en ook een licht ander klimaat.

Het was trouwens middag toen we arriveerden en mijn hangry vrouw, Rosy, had al lang een doelwit uitgekozen om te lunchen. Ik kon niet wachten om die lunch in te zetten met een lokale wijn. Het zou trouwens doodzonde zijn dit restaurant verborgen te houden. Osteria Ori Pari Bistrot kan ik iedereen blindelings aanbevelen. Het was misschien wel een van de beste ontdekkingen tijdens heel onze Piemontereis. Ik zou graag de link naar hun restaurant toevoegen, maar die zal je naar Facebook leiden. Doe ik dan liever niet.

Van porfier tot bodemmozaïek

Boca ligt ten noordoosten van Gattinara, rond het dorp Boca en delen van Maggiora, Cavallirio, Prato Sesia en Grignasco. De wijngaarden bevinden zich op heuvels vanaf ongeveer 300 meter en kunnen oplopen tot 500 à 600 meter. Daarmee behoort Boca tot de hoger gelegen wijngebieden van Alto Piemonte. De producenten vertellen ons graag over de vele bossen die we er vandaag treffen. Volgens hen zou dit vroeger grotendeels één aaneengesloten wijngaardgebied geweest zijn.

We kunnen er ons qua bodemgesteldheid gemakkelijk vanaf maken en zeggen dat deze uit vulkanisch porfier bestaat. Maar dat zou niet helemaal correct zijn! Porfier speelt er een belangrijke rol, samen met verweerd vulkanisch materiaal. Daarnaast komen zand, klei en moreneafzettingen met onder meer graniet en ander gesteente voor. Zelfs binnen de kleine appellatie verschillen ligging en expositie behoorlijk. De hoogte en de koele lucht zorgen voor uitgesproken verschillen tussen dag en nacht, waardoor Nebbiolo hier langzaam kan rijpen en zijn zuren goed bewaart.

Ook binnen zo’n kleine appellatie duiken enkele wijngaardnamen geregeld op. Mottosergo, Meridiana, Valvecchi en Traversagna behoren tot de locaties die als bijzonder geschikt worden beschouwd. Montalbano is dan weer interessant vanwege zijn oude wijngaarden die volgens het traditionele Maggiorina systeem zijn aangelegd, met stokken die deels meer dan honderd jaar oud zijn. Ook Vigna Cristiana behoort tot de historische wijngaarden van Boca.

Om door te rijden naar Bramaterra moet je westelijker gaan. Maak je dezelfde fout als ik en geef je Bramaterra in je gps in, dan zal je geen reactie krijgen. Bramaterra is immers geen dorp, maar de naam van een wijngebied dat zeven gemeenten omvat: Masserano, Brusnengo, Curino, Roasio, Villa del Bosco, Sostegno en Lozzolo. De appellatie bestrijkt daardoor een veel ruimer en geologisch minder uniform gebied.

Die verschillen zijn binnen Bramaterra dan ook duidelijk zichtbaar. Rond Masserano vinden we rotsachtige, ijzerrijke porfierbodems. Brusnengo is warmer en wordt beschouwd als een interessante plaats voor Croatina. Villa del Bosco heeft donkerdere bodems met onder meer kwarts, terwijl Lozzolo geologisch dichter aansluit bij Gattinara. Bramaterra laat zich daardoor moeilijk vastpinnen op één exact bodemprofiel. Het gemeenschappelijke vertrekpunt bestaat uit oude, zure bodems waarin porfier sterk aanwezig is.

Waar Boca enkele uitgesproken single vineyards kent, ligt dat in Bramaterra minder voor de hand. Toch bouwen bepaalde locaties steeds duidelijker een eigen reputatie op. In Masserano duiken vooral Cottignano en Pian di Peu op, terwijl in Brusnengo Cavazucchi op de heuvel Mesola en het historische Robino interessante referentiepunten zijn.

Spanna krijgt wat meer gezelschap

Boca kreeg zijn DOC in 1969. Nebbiolo, hier uiteraard Spanna genoemd, moet 70 tot 90 procent van de assemblage uitmaken. De resterende 10 tot 30 procent bestaat uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina komt wel voor in het gebied, maar maakt geen deel uit van de toegelaten assemblage voor Boca DOC.

We hebben een gewone Boca en een Boca Riserva. De klassieke Boca moet minstens 34 maanden rijpen, waarvan 18 maanden op hout. Voor Boca Riserva loopt dat op tot 46 maanden, waarvan minstens 24 maanden op hout. Die lange rijping is echt wel noodzakelijk voor deze wijnen die van nature veel zuren en voldoende tannine bezitten om verder te ontwikkelen op fles.

Tien jaar later, in 1979, volgde de Bramaterra DOC. Mocht je bij een Boca al tot 30 procent met andere druiven dan Spanna werken, dan gaat Bramaterra nog wat verder, tot de helft van de assemblage. Het is te zeggen, dat kan en is helemaal niet verplicht. Om correct te zijn moet Nebbiolo hier slechts 50 tot 80 procent van de wijn uitmaken. Croatina mag tot 30 procent worden gebruikt, terwijl Uva Rara en Vespolina samen maximaal 20 procent mogen vertegenwoordigen. Het aandeel Croatina is dus wel wezenlijk anders dan in de appellaties die we tot op heden hebben besproken.

De gewone Bramaterra moet minstens 22 maanden rijpen, waarvan 18 maanden op hout. Voor een Riserva bedraagt dat 34 maanden, met minstens 24 maanden houtrijping. De minimumrijping is dus korter dan in Boca, al kiezen verschillende producenten in de praktijk voor een langere opvoeding.

Uiteenlopende smaken!

Zowel Boca als Bramaterra krijgen dus meer speelruimte om een assemblagewijn te maken. Het is dan ook logisch dat de wijnen van deze twee appellaties behoorlijk uiteenlopende eigenschappen in het glas kunnen tonen.

De reputatie van Boca is de afgelopen jaren duidelijk gestegen en de wijnen behoren ondertussen tot de meest uitgesproken van Alto Piemonte. De kleur blijft vrij transparant, zoals we van Nebbiolo verwachten, maar de geur kan bijzonder complex zijn. Rood bosfruit, viooltjes, kruiden en citrus komen regelmatig terug. Vooral bloedsinaasappel wordt opvallend vaak opgemerkt. Met flesrijping verschijnen meer aardse tonen, tabak en gedroogde kruiden.

In de mond vallen vooral de levendige zuren op. De tannine kan jong duidelijk aanwezig zijn, maar blijft meestal zeer fijn van structuur. De hogere ligging en het relatief koele klimaat geven Boca een strakke smaaklijn. Goede Boca heeft voldoende concentratie, maar behoudt door zijn hoge zuren en fijne tannine altijd veel spanning en frisheid.

Bramaterra is minder gemakkelijk onder één smaakprofiel te vatten. Daarvoor verschillen de zeven gemeenten en hun bodems te sterk. Bij het proeven keren enkele kenmerken toch regelmatig terug. Rode bessen, donkere kersen, kruiden en peper worden gecombineerd met aardse en soms licht rokerige toetsen. Bij sommige wijnen komen daar uitgesproken minerale en vlezige toetsen bij.

De grotere rol van Croatina geeft Bramaterra vaak iets meer kleur en een bredere smaak dan Boca. De zuren blijven duidelijk aanwezig en zorgen ervoor dat de wijn zijn frisheid behoudt. Ook deze wijnen kunnen jong al interessant zijn en tegelijk zonder problemen verder rijpen.

Overlevers!

Dat zowel Boca als Bramaterra overlevers zijn, is nog zacht uitgedrukt! Boca kwam echt wel bijzonder dicht bij volledige verdwijning. In de negentiende eeuw stonden hier duizenden hectares wijngaard. Tegen het begin van de jaren negentig bleven nog amper ongeveer tien hectare over.

Ondertussen is het tij duidelijk gekeerd. Boca telt vandaag ongeveer 27 hectare wijngaard. En het is volgens de lokale geluiden nog groeiende. Ook het aantal actieve producenten is opnieuw gegroeid, al blijft het vandaag om slechts een handvol domeinen gaan.

Een beslissende rol in de heropbouw van Boca was weggelegd voor Christoph Künzli. De Zwitserse wijnhandelaar leerde Boca eind jaren tachtig kennen en proefde oude wijnen van Antonio Cerri, een van de laatste producenten in het gebied. Van Antonio Cerri nam hij diens kleine wijngaard, kelder en oude voorraden over. Daarna volgde jarenlang het samenbrengen van kleine percelen. Voor de uitbouw van Le Piane waren uiteindelijk tientallen afzonderlijke grondaankopen nodig.

Le Piane groeide zo uit tot het referentiedomein van Boca. De Boca van Le Piane wordt hoofdzakelijk uit Nebbiolo en Vespolina samengesteld en rijpt jarenlang in grote houten vaten. Künzli werkt daarnaast nog met oude wijnstokken en met percelen waar de historische Maggiorina snoeiwijze bewaard bleef. Podere ai Valloni vormt een andere belangrijke historische naam. Hun Vigna Cristiana was in 1970 de eerste officieel geregistreerde wijngaard van de appellatie.

Bij Bramaterra was de terugval misschien niet zo drastisch als bij Boca, maar ook deze appellatie ontsnapte niet aan de enorme achteruitgang die Alto Piemonte in de twintigste eeuw trof. Vandaag spreken we opnieuw over ongeveer 60 hectare, wat relatief groot is voor een appellatie in Alto Piemonte, maar nog altijd slechts een fractie van wat het ooit was. De echte wederopbouw is trouwens vrij recent, want in 2017 stond nog maar ongeveer 25 hectare wijngaard geregistreerd.

Net als in Boca is er ook in Bramaterra een belangrijke rol weggelegd voor een van de voortrekkers van deze heropleving. In dit geval Cristiano Garella. Hij was nog bijzonder jong toen hij in het gebied begon en werd later betrokken bij zowel Colombera & Garella als Le Pianelle. Bij Colombera & Garella werkt hij samen met Giacomo Colombera, wiens familie al druiven in Bramaterra bezat.

Le Pianelle ontstond vanaf 2004 toen Dieter Heuskel samen met Peter Dipoli grond begon te kopen in Bramaterra. Garella sloot later als partner aan. Oude, verwilderde wijngaarden werden hersteld en opnieuw in productie gebracht.

Het respect voor deze overlevers wordt alleen maar groter eens je de wijnen in het glas hebt gehad!

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht

We hebben de voorbije zomervakantie doorgebracht in Piemonte. Daar hebben we specifiek de nodige tijd genomen om op ontdekking te gaan door Alto Piemonte. Het is een wijngebied waar we al langer een zwak voor hebben en waarvan ik tot mijn scha en schande moest vaststellen dat ik er, hoewel ik al vele malen Piemonte heb bezocht, nog niet was geraakt. Tot nu dus!

Met deze reeks surf ik wel mee op de huidige hype rond Alto Piemonte. Het lijkt wel dat deze regio zijn tweede adem heeft gevonden. De redenen moeten we niet ver gaan zoeken, hoor. Barolo, de naam is gevallen na amper zeven zinnen, is de belangrijkste wijn uit Piemonte. Daar gaat voorlopig niets of niemand verandering in kunnen brengen, ook al proberen de buren uit Barbaresco het wel en merk je hoe druk bezocht Barbaresco zelf ook is. Maar omdat de prijzen van Barolo de laatste jaren echt wel de pan beginnen uit te swingen, gaan de mensen dus op zoek naar alternatieven. We zien Langhe Nebbiolo en Nebbiolo d’Alba vlotjes terrein winnen. Hetzelfde kan gezegd worden van Alto Piemonte.

Al wil ik bij dat laatste onmiddellijk een kanttekening maken en een waarschuwend vingertje uitsteken. Ik ben wel degelijk geschrokken van de prijzen die er lokaal worden gevraagd voor deze wijnen. Dan bedoel ik uiteraard wel de ondergrens van de flesprijs. Naar boven toe is het ook wel pittig, maar de exorbitante Baroloprijzen blijven wel achterwege.

En dus nemen we je de komende weken mee naar de heuvels aan de uitlopers van de Alpen, waar de Monte Rosa aan de horizon opduikt en Nebbiolo een heel andere omgeving krijgt om zich in uit te drukken. We maken ook een kleine omweg, want hoewel Carema niet thuishoort bij Alto Piemonte, zou het zonde zijn dit prachtige wijngebied niet mee op te nemen in deze reeks.

🍇 Wat mag je verwachten?

1. Alto Piemonte: vulkanen, Alpen en oude bodems

We beginnen met het gebied zelf. Waar ligt Alto Piemonte precies, hoe ziet het landschap eruit, hoe zit de geologie in elkaar en waarom verschilt deze noordelijke wijnwereld zo sterk van de Langhe?

2. Van groot wijngebied naar bijna verdwenen wijngaarden

Vandaag oogt Alto Piemonte klein en versnipperd. Historisch lag dat helemaal anders. We bekijken hoe belangrijk de wijnbouw hier ooit was, waarom zoveel wijngaarden verdwenen en hoe het herstel van de voorbije decennia op gang kwam.

3. Nebbiolo wordt Spanna, en hij komt niet alleen

Nebbiolo vormt de rode draad doorheen Alto Piemonte, al wordt hij hier vaak Spanna genoemd. Vespolina, Uva Rara en Croatina spelen eveneens hun rol. We bekijken wat deze druiven bijdragen en waarom assemblages in het noorden van Piemonte zo vanzelfsprekend zijn.

4. Gattinara

Gattinara is wellicht de bekendste naam van Alto Piemonte en voor veel wijnliefhebbers de eerste kennismaking met de streek. De vulkanische ondergrond, de ligging en de dominantie van Nebbiolo geven Gattinara een heel eigen profiel.

5. Ghemme

Vervolgens trekken we naar Ghemme, de tweede DOCG van Alto Piemonte. De afstand tot Gattinara is beperkt, maar de bodems en de stijl van de wijnen zijn duidelijk anders.

6. Lessona

Lessona wint de laatste jaren meer en meer aan bekendheid. Reden genoeg om deze kleine appellatie een eigen zondag in de spotlights te geven. We bekijken wat Lessona zo bijzonder maakt en hoe de zandige bodems het karakter van de wijnen mee bepalen.

7. Boca en Bramaterra

Boca en Bramaterra zijn beide kleine appellaties, maar inhoudelijk bijzonder interessant. Het zijn twee gebieden die de heropleving van Alto Piemonte mooi illustreren. Kleine productie, veel oude wijngaarden en een ondergrond duidelijk mee het karakter bepaalt.

8. Fara, Sizzano en de andere denominaties

Niet elke appellatie geniet dezelfde bekendheid. Fara, Sizzano, Coste della Sesia en Colline Novaresi komen hier aan bod en maken het plaatje van Alto Piemonte een stuk completer.

9. Carema: de logische buitenstaander

Voor Carema maken we bewust een uitstap buiten wat doorgaans onder Alto Piemonte wordt verstaan. De appellatie ligt nog steeds in Piemonte, helemaal in het noorden van Canavese en tegen de grens met Valle d’Aosta. De terraswijngaarden, pergola’s en lokale interpretatie van Nebbiolo sluiten zo mooi aan bij onze reis door het noorden dat we Carema onmogelijk konden overslaan.

10. Masterclass Alto Piemonte

We sluiten de reeks af zoals een wijnreeks eigenlijk hoort te eindigen: met de flessen op tafel. Voor deze gelegenheid organiseren we een Masterclass Alto Piemonte waarin we verschillende appellaties proeven. Uiteraard krijgt ook Carema een plaats aan de proeftafel.

Croatina: Het koppige buitenbeentje

Omtrent de ontleding van de blend van de Valpolicella-wijnen en de bespreking van de druiven hebben we eerlijk gezegd even getwijfeld: verdient Croatina een eigen artikel of nemen we haar op in de laatste aflevering onder de noemer ‘overige toegestane druiven’? Die laatste aflevering volgt volgende week zondag, en zal zich richten op minder bekende druivengoden zoals Dindarella, Spigamonti en consoorten.

De twijfel was terecht. Croatina duikt zelden op in de samenstelling van een Valpolicella-wijn. Het is en blijft een buitenbeentje. Maar tegelijk is het een druif die op zichzelf misschien net te belangrijk is om in de marge te verdwijnen.

Begrijp ons dus goed: Croatina speelt vandaag zelden mee in Valpolicella. Maar wanneer dat wel gebeurt, is haar impact voelbaar. En vooral: haar verhaal speelt zich grotendeels elders in Italië af. Dáár wordt ze echt au sérieux genomen. Precies daarom verdient ze hier een eigen plaats. Geen hoofdrol in Valpolicella, wel een karakterrol in het grotere wijnverhaal.

Van Kroatië tot Casteggio

Croatina is een druif die tot vandaag met een zekere identiteitstwijfel kampt. In officiële documenten wordt ze aangeduid als Croatina N. 071, een erkenning die ze sinds 1970 draagt. Maar wie de wijngaarden van Noord-Italië doorkruist, stuit op een bont gezelschap aan synoniemen: Crovattina, Croattina, Croatino, Croata en Crovettina, om er enkele te noemen. Elk van die namen zegt iets over lokale dialecten, historische transcripties en hardnekkige gewoonte.

De grootste bron van verwarring is zonder twijfel de naam Bonarda. In Oltrepò Pavese en in de Colli Piacentini is dat een erkend synoniem voor Croatina. Maar elders in Piemonte verwijst Bonarda naar andere, volledig verschillende druiven zoals Bonarda Piemontese en Bonarda Novarese (ook wel bekend als Uva Rara). Deze zijn genetisch niet verwant aan Croatina, al doen de namen anders vermoeden. Dat leidt tot misverstanden, zelfs onder doorgewinterde wijnliefhebbers.

Nog verwarrender wordt het wanneer Croatina opduikt onder namen als Dolcetto, Nebbiolo di Gattinara of Freisa. Die foutieve benamingen kwamen vroeger vooral voor in kleinere gemeenten zoals Gattico of Sizzano in het Novarese gebied. Daar werd ze soms ook Borgogna of zelfs Uva dello zio genoemd. Het toont aan hoe diepgeworteld en lokaal deze druif was en hoe weinig uniformiteit er bestond in naamgeving.

Over haar geografische oorsprong bestaan verschillende theorieën. Een plausibele hypothese stelt dat Croatina afkomstig is uit de kustregio Primorska Hrvatska in het huidige Kroatië. Van daaruit zou ze via Slovenië haar weg gevonden hebben naar Emilia-Romagna en vervolgens naar Lombardije en Piemonte. Die migratie wordt versterkt door andere gelijkaardige druifroutes, zoals die van Primitivo, en door de betekenis van de naam zelf: Croatina wijst duidelijk op een Kroatische link.

Vanuit die hypothetische oorsprong komt de druif uiteindelijk terecht in het hart van Lombardije, waar ze haar vaste voet aan de grond vindt in Casteggio, Oltrepò Pavese. Casteggio is niet alleen een belangrijk productiegebied, het was ook een van de plaatsen waar de officiële ampelografische beschrijving van Croatina werd opgesteld. Samen met Boca in de provincie Novara geldt het als een referentie voor de moderne teelt van de druif.

Kortom, Croatina is een druif met een complexe naamgeschiedenis, een diffuse verspreiding en een migratieverhaal dat nog steeds onderwerp van discussie is.

Geschiedenis van een grensganger

Croatina kent een lange geschiedenis in Noord-Italië, met sporen die teruggaan tot de middeleeuwen. Ze werd verbouwd in Piemonte, Lombardije en delen van Emilia-Romagna, lang voor ze een officiële status kreeg. Toch bleef haar aanwezigheid eerder lokaal en versnipperd.

De eerste formele vermelding van Croatina in wijnbouwkundige literatuur dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw. In publicaties uit Novara en Rovescala wordt de druif voor het eerst systematisch beschreven.

In het dorp Rovescala, op de grens van Pavia en Piacenza, groeide Croatina uit tot een regionale trots. Daar werd ze traditioneel Bonarda genoemd en kreeg ze een duidelijke plaats in de lokale wijnbouwidentiteit. Tot op vandaag geldt Rovescala als het historische hart van Croatina.

In Novara, verder naar het noorden, bleef Croatina eveneens stevig verankerd. Daar wordt ze beschouwd als het belangrijkste rode ras van de streek. De wijnbouwers onderscheiden er verschillende types van de druif op basis van internodi (de knopen op de scheut), waarbij de kortere variant als consistenter wordt gezien in opbrengst en kwaliteit.

In Pavia was de relatie met Croatina grilliger. Haar weerstand tegen oïdium en haar degelijke opbrengst maakten haar aanvankelijk populair, maar haar neiging tot onregelmatige productie zorgde ook voor scepsis. Vooral bij natte jaren bleek ze kwetsbaar. Toch hielden veel wijnbouwers vast aan de druif omdat ze wisten wat ze eraan hadden: body, kleur en structuur.

Verspreiding en cultivering

Met een aanplant van minder dan 3.700 hectare is Croatina verrassend genoeg stabiel én geografisch breed verankerd in Noord-Italië. De meeste aanplantingen bevinden zich in Lombardije, Piemonte en delen van Emilia-Romagna, met hier en daar uitlopers naar Veneto (Valpolicella) en tot zelfs in Sardinië.

In Lombardije speelt Croatina een hoofdrol in het zuidelijke wijngebied Oltrepò Pavese, ten zuiden van de rivier de Po. Hier vormt ze het hart van de DOC Oltrepò Pavese Bonarda, waar de wet voorschrijft dat ze minstens 85% van de wijn moet uitmaken. De overige 15% mag bestaan uit druiven zoals Barbera, Vespolina of Uva Rara. Binnen dit gebied is ze dé lokale druif bij uitstek. Croatina is er synoniem met identiteit.

In Emilia-Romagna maakt ze deel uit van de assemblages in de DOC Gutturnio, vooral in het gebied rond Ziano Piacentino. Daar wordt ze gekoppeld aan Barbera, die het grootste aandeel in de blend inneemt. Croatina zorgt voor de structuur, de zuurtegraad en een extra laag tannine. Ze mag tot 45% van de wijn uitmaken, afhankelijk van het type (Basis, Superiore of Riserva). De meeste Gutturnio-wijnen zijn blends, maar de aanwezigheid van Croatina is er essentieel om de stijl te definiëren.

In Piemonte komt Croatina voor in een reeks appellaties, waaronder Colli Tortonesi, Colline Novaresi, Coste della Sesia en Bramaterra. Vooral in het noorden, rond Novara en Vercelli, heeft ze een historische voetafdruk. Ze speelt er een bescheiden maar constante rol in blends, vaak samen met Nebbiolo, Vespolina of Uva Rara. Op het etiket wordt haar bijdrage echter zelden expliciet vermeld.

Daarnaast is Croatina opgenomen in diverse DOC’s en IGT’s, waaronder San Colombano al Lambro, Buttafuoco, Casteggio, Piemonte DOC, Valli Ossolane en enkele kleinere benamingen in Veneto en op Sardinië. In die laatste twee regio’s gaat het eerder om experimentele of marginale aanplant, zonder noemenswaardige productievolumes.

De hernieuwde aandacht voor Croatina heeft alles te maken met haar aanpassingsvermogen. Ze gedijt op uiteenlopende bodems en klimaten, zolang ze voldoende zon krijgt in het naseizoen. Die flexibiliteit, gecombineerd met haar kleur, zuivere fruitaroma’s en brede inzetbaarheid in blends, maakt haar voor veel wijnmakers opnieuw interessant. Vooral producenten die bewust kiezen voor lokale druiven boven internationale variëteiten, vinden in Croatina een bondgenoot die authenticiteit koppelt aan potentieel.

De wijnstok

Croatina is een druif met een uitgesproken groeikracht en karakter, maar ook met duidelijke eisen. De wijnstok vertoont een krachtige maar beheersbare vegetatieve groei, waarbij lange snoei noodzakelijk is om haar productie in toom te houden. In traditionele wijngaarden wordt Croatina vaak op ruime afstand van elkaar geplant, met druivenranken die breed uitwaaieren. Ook moderne snoeisystemen zoals Guyot of cordon worden gebruikt, op voorwaarde dat de plant voldoende ruimte krijgt om zich uit te spreiden.

De bloei begint meestal in de tweede helft van juni, gevolgd door de kleurverandering van de bessen midden augustus (invaiatura). De rijping is laat, doorgaans in de eerste helft van oktober. Cruciaal hierbij is het weerbeeld in de nazomer: een warm en droog najaar zorgt voor rijpe trossen met voldoende fenolische ontwikkeling, terwijl regen en vochtigheid het risico op rot vergroten. In veel appellaties wordt daarom gekozen om Croatina slechts deels in de blend op te nemen, als buffer of verzekeringspolis bij onzeker weer.

De trossen zijn groot, kegelvormig en vrij compact, met een gemiddelde lengte van 20 tot 25 cm. Binnen eenzelfde perceel kunnen er aanzienlijke verschillen voorkomen in trosgrootte en bessenverdeling, wat een zorgvuldige selectie bij de oogst vereist. De bessen zijn middelgroot, bolvormig tot licht ovaal, en bedekt met een dikke blauwzwarte schil met een dunne, blauwachtige waas. Het sap is kleurloos, het vruchtvlees is sappig maar neutraal van smaak.

Ampelografisch onderscheidt de plant zich met haar donkergroene, dof glanzende bladeren, meestal vijflobbig, soms drielobbig. De bladeren zijn gemiddeld van formaat en licht komvormig, met fijne nerven en niet-uitgesproken tanden. In de herfst kleurt het blad eerst rood met groene vlekken, om vervolgens over te gaan naar een warm geel-rood palet.

Croatina is relatief goed bestand tegen oïdium en botrytis in droge jaren, maar vatbaar voor valse meeldauw en insecten zoals de tignola (de druivenmot, waarvan de rupsen schade toebrengen aan de trossen). Ook vertoont ze in sommige lentes een beperkte bloei, met minder bloemknoppen dan verwacht. De vruchtbaarheid zit meestal geconcentreerd op de derde tot vijfde knop, met gemiddeld twee (soms drie) trossen per scheut. De zijscheuten dragen zelden vruchtbare trossen die volledig rijpen.

Wat de bodem betreft, doet Croatina het goed op hellende, goed drainerende klei- of leemgronden met voldoende diepte. De wijnstok heeft baat bij goed doorlatende bodems met frisse ondergrond en zonlicht op het loof. In te rijke bodems kan ze te uitbundig groeien, met verwaterde bessen tot gevolg.

De complexiteit van Croatina als wijnstok verklaart waarom ze vaak een ondersteunende rol speelt in blends. Maar voor wie de druif door en door kent en weet hoe ze te behandelen, biedt ze meer dan louter volume en kleur en kan ze schitterende monocépage wijnen opleveren.

Wat te verwachten in het glas

Wanneer Croatina als enige druif wordt gevinifieerd, levert ze een wijn met een diepe robijnrode tot paarse kleur. Het aroma is expressief, met tonen van rijpe frambozen, zwarte bessen, amandel, kruiden en florale accenten. In de mond is ze vol en vaak zacht, met een fluwelig mondgevoel en een stevige alcoholgraad. De zuren zijn meestal gematigd, de tannine merkbaar maar niet dominant, tenzij de oogst onrijp is of het rendement te hoog lag. In dat geval kan de wijn hard en groen overkomen. Goed gemaakte Croatina blijft echter soepel en evenwichtig, met net genoeg grip om interessant te blijven. In de jeugd komt de wijn doorgaans wat ‘hoekig’ over en is er geduld nodig om een versmolten gevoel te bereiken.

In blends toont Croatina zich als een druif die diepte, grip en herkenbaarheid toevoegt. Ze neemt zelden genoegen met een figurantenrol, en dat merk je ook in het glas. Ze brengt kleur, body en een stevige onderbouw, zonder het aromatische profiel van de andere druiven te verstikken.

In Oltrepò Pavese bepaalt Croatina de toon. Hier geeft ze de wijn zijn robijnrode kleur, sappige textuur en karakteristieke combinatie van rijp rood fruit met een vleugje amandel en kruidigheid. Zelfs in de mousserende en lichtzoete varianten blijft haar handtekening voelbaar: een zekere breedte in de mond, een warme ruggengraat en een verrassend fluwelig mondgevoel. Croatina zorgt er niet voor complexiteit in de neus, maar voor draagkracht en balans in het geheel.

In Gutturnio is haar rol complementair. Barbera brengt fruit en zuren, Croatina zorgt voor de structuur. Het is die balans die Gutturnio karakter geeft: de Croatina voegt grip, lengte en een licht drogend randje toe, waardoor het fruit van Barbera strakker omlijnd wordt. Je herkent haar aan de diepte van het middenpalet en aan de iets steviger tannine, die nooit brutaal is maar wel aanwezig.

In het noorden van Piemonte speelt ze een subtielere rol. De blends met Vespolina of Bonarda Piemontese zijn aromatischer, maar het is Croatina die voor de ruggengraat zorgt. Ze voegt net voldoende volume toe om de florale en kruidige componenten te dragen. Zonder haar zouden deze wijnen eerder lichtvoetig en diffuus zijn. Met haar krijgen ze contouren en stevigheid.

Wat al deze wijnen gemeen hebben, is dat je met Croatina nooit op veilig speelt. Ze is niet vanzelfsprekend toegankelijk, maar wie haar juist gebruikt, krijgt een wijn die zich onderscheidt door kleur, fruit, ronding en een fijnkorrelige grip. Slechte jaren laten zich voelen, maar goede jaren leveren een karaktervolle wijn op.

Croatina in Valpolicella: een stil experiment

Tijdens de inleiding hebben we er al gewag van gemaakt: binnen de traditionele Valpolicella-blend speelt Croatina zo goed als geen rol. Corvina, Corvinone, Rondinella en Molinara vormen al decennia het vertrouwde viertal dat de stijl van de wijn bepaalt. Toch merken we onder de wijnbouwers een groeiende interesse in Croatina als aanvulling. Weliswaar voorlopig voorzichtig en kleinschalig als een gedeeltelijk alternatief in de samenstelling.

De aantrekkingskracht ligt in haar vermogen om kleur, sappigheid en zachtheid toe te voegen zonder het karakter van Valpolicella te overschaduwen. In tegenstelling tot sommige internationale rassen is ze niet te dominant en complementeert ze de blend door net genoeg gewicht mee om Corvina’s zuren en Rondinella’s neutraliteit te compenseren. Vooral in warmere jaren, waarin Corvina de neiging heeft om wat uitdrogend of hoekig te worden, biedt Croatina soelaas. Ze houdt het middenpalet vol en zorgt voor ronding waar dat anders verloren dreigt te gaan.

In koelere jaargangen is haar bijdrage anders: dan is het haar structuur die telt. Croatina rijpt later en bezit voldoende natuurlijke kracht om een blend die anders flets zou blijven, diepte en grip te geven. Het is net die flexibiliteit die haar interessant maakt voor wijnmakers die het klassieke kader willen uitdagen zonder de regionale stijl te verlaten.

Voorlopig blijft het bij experimenten. Er is geen officiële erkenning binnen de Valpolicella DOC-voorschriften en de druif wordt niet algemeen aangeplant. Maar wie de moeite neemt om goed te kijken, ontdekt hier en daar flessen waarin Croatina een discreet maar duidelijk verschil maakt. In ripasso’s is haar rol minimaal, in amarone nog experimenteel, maar de eerste resultaten tonen aan dat haar concentratievermogen en zachte tannine perfect inpasbaar zijn in deze rijkere stijlen.

Een blijvende toekomst

Hoewel de druif op diverse locaties een vaste voet aan de grond heeft, kan je je terecht vragen stellen bij haar toekomst. Croatina is veeleisend, vraagt aandacht in de wijngaard, levert niet altijd constante opbrengsten en krijgt zelden de commerciële aandacht die andere rassen wél genieten. Dat maakt haar niet meteen de meest aanlokkelijke van de bende.

Toch blijft ze overeind, net omdat ze iets brengt wat moeilijk te vervangen is: karakter, kleur en structuur. Haar rol in blends wordt belangrijker, en ook als monocepage wint ze mondjesmaat terrein. Ze past bij een wijnwereld die opnieuw zoekt naar identiteit, herkomst en nuance.

Laat ons hopen dat ze nog lang blijft opduiken in het glas.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 
  10. Molinara: In het verdomhoekje
  11. Oseleta: Een druif met toekomst