Piemonte in een korrel – het rijstland achter risotto

Als je door Piemonte trekt, dan verwacht je heuvels, bergen, wijngaarden, hazelaars en bergmeren. Maar zowel tijdens ons verblijf in Moncalvo, in de omgeving van Asti, als tijdens ons verblijf in La Morra viel het ons op hoe snel het landschap veranderde zodra we enkele kilometers richting Torino reden. Kilometers en kilometers aaneengesloten rijstvelden doken op. Hier verdwijnen de heuvels en opent zich een immense vlakte waarin water minstens even belangrijk is als aarde. Dit is het andere culinaire Piemonte: het Piemonte van de rijst. Rijst voor de vermaarde risotto.

In het voorjaar worden de rijstvelden onder water gezet en verandert de vlakte in wat de Piemontesi graag il mare a quadretti noemen, de zee in vierkantjes. Honderden rechthoekige percelen weerspiegelen de lucht en in de verte tekenen de Alpen zich af aan de horizon. Een paar maanden later is dat spiegelende landschap dichtgegroeid met rijstplanten. Vanaf september kleuren de velden goud en begint de oogst.

Piemonte is goed voor ongeveer de helft van het Italiaanse rijstareaal, met Vercelli en Novara als belangrijkste centra van de rijstteelt. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Tijdens ons bezoek maakten we een stop om deze rijstvelden eens van dichtbij te bekijken. Op zich echt wel indrukwekkend.

Eén grote waarschuwing echter voor wie in onze voetsporen wil treden en halt wil houden in de rijstvelden. Neem je voorzorgen! Wij konden niet vlug genoeg terug in onze wagen zijn om ons in te smeren met muggenmelk. Het krioelt er van deze steekgrage beestjes.

Een waterlandschap

We waren er in de tweede helft van juli en ergens is dit wel spijtig, want er werd me ingefluisterd dat wie de rijstvelden alleen tijdens de zomer ziet, een belangrijk deel van hun schoonheid mist. De foto’s die we nadien opzochten, konden dat alleen maar bevestigen. In het voorjaar, wanneer de velden volledig onder water staan, krijg je dat typische spiegelende landschap. Naarmate de oogst in september dichterbij komt, kleuren diezelfde rijstvlakten steeds meer goud. Twee totaal verschillende gezichten dus.

Ze ondergaan dan ook een hele metamorfose in de periode van april tot september. En uiteraard speelt water daarin een hoofdrol. Het bevloeit de planten, remt de ontwikkeling van onkruid en helpt tegelijk de temperatuur rond de rijstplant te regelen.

Die natuurlijke temperatuurregulatie door het water is een cruciaal onderdeel van de rijstteelt. De rijstvelden liggen immers dicht bij de Alpen en, hoewel wij het ons deze zomer moeilijk konden voorstellen, blijven koude nachten zelfs in juli mogelijk. Water warmt langzaam op en koelt langzaam af. Daardoor worden grote temperatuurschommelingen afgevlakt. Tijdens gevoelige fases van de ontwikkeling kan het waterpeil zelfs worden verhoogd om de jonge pluim in de plant tegen koude te beschermen.

In juli verandert het uitzicht opnieuw. De rijstplanten hebben de ruimte tussen de rijen volledig ingenomen en, zoals we zelf hebben kunnen vaststellen, was er van het water nog nauwelijks iets te zien.

De ondergelopen rijstvelden hebben trouwens nog een bijkomend effect. Ze vormen tijdens lente en zomer een belangrijk leefgebied voor onder meer reigers, zwaluwen, libellen en kikkers. En zoals we zelf uitgebreid hebben mogen ondervinden: ook voor muggen!

Carnaroli, gemaakt voor risotto

Voor alle duidelijkheid: er bestaan meerdere rijstsoorten die uitstekend geschikt zijn voor risotto, zoals Arborio of Vialone Nano. Persoonlijk heeft Carnaroli altijd een ‘korreltje’ meer. Blijkbaar ben ik niet alleen, want tussen alle Italiaanse rijstsoorten heeft Carnaroli een bijzondere reputatie opgebouwd. Hij wordt geregeld de koning van de risottorijst genoemd en daar zijn goede technische redenen voor.

Carnaroli ontstond in 1945 in Paullo, bij Milaan, uit een kruising van Vialone en Lencino. De rijst heeft grote, langwerpige en parelachtige korrels en een hoog amylosegehalte. Dat laatste zorgt ervoor dat de korrel tijdens het koken stevig blijft en een grote kookvastheid heeft.

En dat is exact wat een goede risotto nodig heeft. Tijdens het garen komt voldoende zetmeel vrij om het kookvocht te binden en de risotto zijn typische romigheid te geven. Tegelijk blijft de kern van de korrel stevig en behoudt hij goed zijn vorm, ook wanneer de rijst tijdens de bereiding regelmatig wordt geroerd.

Net dat is het verschil met bijvoorbeeld Arborio. De korrel is iets langer en steviger en behoudt zijn beet langer tijdens het koken. Arborio kan sneller van beetgaar naar te zacht evolueren, terwijl Carnaroli een grotere kookvastheid heeft. Dat geeft je tijdens de bereiding iets meer speelruimte en maakt het gemakkelijker om dat belangrijke evenwicht te bereiken tussen een romige risotto en afzonderlijke korrels die nog duidelijk voelbaar zijn.

Het groeiproces van de Risone

Onwetendheid staat vaak synoniem voor onzekerheid. Zelf was ik toch al wel flink opgeschoten in mijn leven alvorens ik doorhad dat de rijstvelden niet enkel te vinden zijn in het Verre Oosten. Laat staan Italië. Het boeit me dan ook om te weten hoe dit groeiproces in elkaar steekt, want voor Carnaroli uiteindelijk als witte rijstkorrel in onze keuken belandt, heeft hij er een behoorlijk lang verblijf op het veld opzitten. Voor Carnaroli duurt dit proces ongeveer 165 dagen en het is daarmee een vrij laat rijpend ras. Wie in april zaait, komt voor de oogst dus al snel eind september uit.

Net zoals voor wijn start alles op het veld, in dit geval met de voorbereiding van de rijstvelden. Na de winter wordt de grond bewerkt en zorgvuldig geëgaliseerd. Belangrijk want het water moet later zo gelijkmatig mogelijk over het hele perceel verdeeld kunnen worden. De velden zijn daarom opgedeeld in zogenaamde camere, vlakke percelen die door lage dijken van elkaar worden gescheiden en waarin het waterpeil afzonderlijk kan worden geregeld. We zagen ter plekke dat er tussen deze camere grachten of irrigatiekanaaltjes waren aangelegd.

Het zaaien start vanaf de tweede helft van april en kan vandaag op verschillende manieren gebeuren. Bij de traditionele methode, de semina in acqua, wordt het rijstveld eerst onder een ondiepe laag water van ongeveer 3 tot 5 centimeter gezet. Vervolgens rijdt een tractor met een strooier over het perceel en wordt het rijstzaad breedwerpig en zo gelijkmatig mogelijk over het water verdeeld. De zaden zakken naar de bodem en beginnen daar te kiemen.

Daarnaast is ook de droge zaai sterk ingeburgerd. Daarbij wordt het zaad rechtstreeks in de droge bodem gezaaid, vaak in rijen. Pas later wordt het veld onder water gezet. Vanaf dan wordt het waterpeil voortdurend aangepast aan de ontwikkeling van de rijstplant.

Na de kieming verschijnen de jonge rijstplantjes en begint de zogenaamde uitstoeling. Vanuit de basis van één plant ontstaan meerdere stengels. Hoe goed die ontwikkeling verloopt, bepaalt mee hoeveel bloeistengels, de zogenaamde pluimen, de plant uiteindelijk vormt en dus ook hoeveel rijstkorrels ze kan produceren.

Naarmate de planten groeien, verdwijnt het water stilaan uit het zicht. Dat was precies het stadium waarin wij de rijstvelden in juli aantroffen. Wat vanop afstand één dicht groen tapijt lijkt, bestaat ondertussen uit planten die volop bezig zijn met de vorming van hun pluimen. Die pluim ontstaat aanvankelijk verscholen in de stengel en komt later boven de plant uit.

Daarna volgt de bloei. Aan iedere pluim zitten talrijke kleine bloempjes die na bevruchting uitgroeien tot rijstkorrels. Vanaf dat moment verschuift alle energie van de plant naar de ontwikkeling en rijping van die korrels. Tijdens de laatste weken verandert het landschap opnieuw. De planten verliezen hun felle groene kleur, de pluimen worden zwaarder en buigen door onder het gewicht van de rijst. Stilaan verschijnen de gele en goudkleurige tinten.

Voor de oogst worden de rijstvelden drooggelegd. De toevoer van irrigatiewater wordt afgesloten en via greppels, kanaaltjes en regelbare afvoerpunten laat men het water geleidelijk uit de percelen wegstromen. De zorgvuldig geëgaliseerde velden kunnen zo voldoende opdrogen zodat de bodem stevig genoeg wordt voor de oogstmachines. Vanaf september verschijnen de maaidorsers op het veld. Zij snijden de rijstplanten af en scheiden de rijstkorrels meteen van de halmen.

Wat dan wordt geoogst, lijkt echter nog helemaal niet op de witte Carnaroli die we in een verpakking kopen. Iedere korrel zit nog opgesloten in zijn harde buitenste kaf. In Italië spreekt men op dat moment van risone. Die ongepelde rijst moet eerst worden gedroogd en daarna verder worden verwerkt voor de eigenlijke witte rijstkorrel tevoorschijn komt.

Van risone naar witte rijstkorrel

Na de oogst begint de weg naar het eindproduct met het reinigen en drogen van de risone. Vers geoogste rijst bevat nog te veel vocht om veilig te kunnen bewaren. Stof, aarde, stukjes plant en andere onzuiverheden worden verwijderd en warme lucht brengt vervolgens het vochtgehalte van de korrels naar een niveau waarbij de rijst gedurende langere tijd kan worden opgeslagen zonder te gaan schimmelen of bederven.

Daarna begint de eigenlijke verwerking. De eerste stap heet in Italië sbramatura. De korrels worden tussen rollen geleid die het harde kaf, de lolla, losmaken zonder de rijstkorrel zelf te breken. Dat kaf vertegenwoordigt ongeveer een vijfde van het gewicht van de ongepelde rijst. Wat overblijft is riso integrale, zilvervliesrijst dus. De korrel heeft op dat moment zijn buitenste beschermlaag verloren, maar het vlies en de kiem zitten er nog rond en aan.

Om de witte rijst te krijgen die we voor risotto gebruiken, volgt de sbiancatura, het witten van de rijst. Daarbij worden de buitenste lagen van de korrel geleidelijk door wrijving en lichte abrasie verwijderd, een gecontroleerde schurende werking waarbij het vlies laag voor laag wordt afgesleten. Ook de kiem verdwijnt tijdens deze bewerking. Onder het bruine vlies verschijnt uiteindelijk de witte, parelachtige korrel die zo kenmerkend is voor Carnaroli.

Na het witten volgt ten slotte nog een selectie. Gebroken, onrijpe, verkleurde of afwijkende korrels worden verwijderd, tegenwoordig onder meer met optische sorteermachines die iedere rijstkorrel controleren. Pas daarna is de Carnaroli klaar om verpakt te worden.

Fan van Acquerello

De reden waarom ik Carnaroli de beste risottorijst vind, is simpelweg te herleiden tot Acquerello. Van alle merken risottorijst die ik tot op heden heb mogen proeven, is die van Acquerello mij altijd het meest bijgebleven. Toen we afgelopen zomer in Piemonte de rijstvelden bezochten, ging ik dan ook op zoek naar de reden waarom. Blijkt dat men bij Acquerello anders werkt dan we tot hier hebben beschreven. En dan vooral in het gedeelte tussen oogst en verwerking.

Na het drogen wordt de ongepelde Carnaroli opgeslagen in gekoelde silo’s bij een temperatuur onder 15 graden. Daar rijpt hij minstens één jaar voordat de verdere verwerking begint. Een klein gedeelte blijft aanzienlijk langer liggen en kan tot acht jaar rijpen.

Tijdens die rijping stabiliseert het zetmeel. Daardoor verspreidt het zich tijdens het koken minder snel in het kookvocht en kan de korrel meer vloeistof en smaak opnemen terwijl hij zijn beet goed behoudt.

Na de rijping volgt de verwerking tot witte rijst. Ook hier wijkt Acquerello af van de gebruikelijke werkwijze. Bij de klassieke sbiancatura worden de buitenste lagen van de rijst verwijderd met machines die werken op basis van abrasie en wrijving. Acquerello gebruikt daarvoor een oude helixmethode uit 1875. Die is specifiek ontwikkeld om de rijst veel zachter te witten, zodat de korrels tijdens het verwijderen van de buitenste lagen zo weinig mogelijk beschadigd raken of breken.

Het meest opvallende gebeurt daarna. Zoals we eerder schreven, verdwijnt tijdens de klassieke sbiancatura ook de kiem. Acquerello ontwikkelde een gepatenteerd procedé waarbij die kiem opnieuw met de witte rijstkorrel wordt samengebracht. Hoe dat technisch precies gebeurt, houdt men grotendeels voor zichzelf. Zo probeert men een deel van de voedingsstoffen uit de kiem te behouden zonder de eigenschappen van witte Carnaroli op te geven.

Ik ben geen rijstspecialist en het klinkt me allemaal misschien een beetje vreemd in de oren. Maar eens deze rijst in de pot zit, proef je wel degelijk waarom de koning van de risottorijst plots als de Rolls Royce van de rijst wordt omschreven. Voor mij stond het besluit dan ook vast: deze Carnaroli mocht mee in het assortiment.

Risotto al coniglio, zafferano e funghi porcini

Een van mijn favoriete risotto’s en meteen een gerecht waarin Carnaroli helemaal tot zijn recht komt. De aardse smaak van porcini, de kruidigheid van saffraan en het zachte konijn vormen samen een behoorlijk rijke risotto, zonder dat de rijst zelf naar de achtergrond verdwijnt.

Ingrediënten voor 6 personen

Voor de risotto

• 600 g Carnaroli rijst
• 1 sjalot, fijngesneden
• 1,5 dl droge witte wijn
• 40 g gedroogde porcini
• 1 potje saffraan
• 100 g Parmigiano Reggiano, fijn geraspt
• 2 el boter
• Peper en zout

Voor het konijn en de saus

• 3 konijnenruggen
• Een beetje boter om aan te bakken
• 1 dl olijfolie
• ½ dl citroensap
• 1 el fijngehakte oregano
• 2 teentjes knoflook
• 2 dl kippenbouillon
• Maïzena
• Peper en zout

Voor de bouillon

• 2 liter water
• 1 ui
• 1 wortel
• 1 stengel bleekselderij
• 1 kleine prei
• 2 takjes peterselie
• 1 laurierblad
• Enkele zwarte peperkorrels
• Zout
• Het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini

De bereiding

De porcini

Week de gedroogde porcini ongeveer 30 minuten in warm water.

Giet ze af en vang het weekwater op. Zeef dit zeer grondig, liefst tweemaal of door een fijne doek, zodat er zeker geen zand meer achterblijft.

Snijd de geweekte porcini in grove stukken en zet ze apart.

De bouillon

Snijd de ui, wortel, bleekselderij en prei grof. Doe ze samen met de peterselie, het laurierblad en enkele peperkorrels in een kookpot en overgiet met ongeveer 2 liter koud water.

Breng langzaam aan de kook en laat ongeveer 45 minuten zacht trekken.

Zeef de bouillon en voeg het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini toe. Breng licht op smaak met zout. De bouillon mag vrij neutraal blijven, want de porcini, saffraan, Parmigiano Reggiano en het konijn zorgen later voor voldoende smaak.

Neem een kleine hoeveelheid warme bouillon apart en laat hierin de saffraan enkele minuten trekken.
Houd de rest van de bouillon warm.

Het konijn en de saus

Verwarm de oven voor op 200 °C.

Kruid de konijnenruggen met peper en zout. Bak ze rondom aan in een beetje boter en leg ze vervolgens in een braadslede.

Pel de knoflook en pers hem fijn. Meng de olijfolie met het citroensap, de oregano en de knoflook. Giet dit mengsel over de konijnenruggen.

Plaats de braadslede in de oven en laat het konijn ongeveer 15 tot 20 minuten garen. Bestrijk het vlees tijdens het braden regelmatig met het braadvocht.

Haal de gare konijnenruggen uit de braadslede en houd ze warm.

Giet het braadvocht in een kleine pan, voeg de kippenbouillon toe en breng aan de kook. Meng een beetje maïzena met koud water en bind hiermee de saus lichtjes. Laat nog enkele minuten zacht koken en breng op smaak met peper en zout.

De risotto

Verhit 1 eetlepel boter in een ruime kookpot en fruit de fijngesneden sjalot zachtjes aan zonder ze te laten kleuren.

Voeg de Carnaroli toe en laat de rijst enkele minuten tostare. Roer regelmatig tot de korrels goed warm zijn.

Giet de witte wijn erbij en laat deze vrijwel volledig verdampen.

Voeg vervolgens de porcini en de apart gehouden bouillon met saffraan toe.

Roer regelmatig en voeg telkens opnieuw een pollepel warme bouillon toe zodra de rijst het vocht grotendeels heeft opgenomen. Zorg ervoor dat de rijst tijdens het garen steeds net onder de bouillon blijft staan en blijf regelmatig roeren.

Haal de kookpot ongeveer 14 minuten nadat de eerste bouillon werd toegevoegd van het vuur. De rijst moet op dat moment nog duidelijk beet hebben.

Voeg de resterende boter en de geraspte Parmigiano Reggiano toe en roer stevig door de risotto. Breng op smaak met peper en eventueel een beetje zout.

Plaats het deksel op de kookpot en laat de risotto ongeveer 2 minuten rusten.

Controleer daarna de structuur. De risotto moet romig en vloeiend zijn. Voeg indien nodig nog een kleine hoeveelheid warme bouillon toe zodat hij mooi all’onda wordt.

Afwerking

Snijd het vlees van de konijnenruggen. Je kunt het in kleinere stukken onder de risotto mengen of in grotere stukken boven op de risotto schikken. Mijn voorkeur gaat naar dat laatste, omdat zowel het konijn als de rijst dan beter herkenbaar blijven.

Verdeel de risotto over warme borden, schik het konijn erop en werk af met een beetje van de saus en enkele blaadjes oregano.

Wie het artikel tot hier gevolgd heeft, weet ondertussen welke Carnaroli bij mij hiervoor in de pot belandt: Acquerello.

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Etna Bianco: witte wijn op zwarte bodem

September is klassiek de maand waarin de sociale activiteiten opnieuw van start gaan. Dat is bij onze wijnclub Het Negende Vat niet anders. We bestaan ondertussen al 25 jaar en starten aanstaande dinsdag aan ons 26e werkjaar. Met alweer een leuk en zeer gevarieerd programma!

We gaan van start met Pinot Noir uit Oostenrijk, spelen Sancerre uit tegen Pouilly Fumé en hebben een proefavond rond Timorasso. Voor Zuid Afrika bestaat de uitdaging erin om vier Cabernet Franc wijnen tegenover vier Cabernet Sauvignon wijnen te plaatsen. Verder bekijken we wat een Vino de Paraje precies is, duiken we nog een keer Piemonte in met een variatie op Nebbiolo en komt Duitsland aan bod met Silvaner uit Franken. Ook de nieuwe Rhône cru Laudun staat op het programma.

Het jaar sluiten we af met twee klassiekers. Tijdens onze superproeverij trekken we alle registers open en combineren we een reeks mooie Italiaanse wijnen met een zestal hapjes. In juni is er opnieuw onze BYO formule, waarbij iedereen deze keer een fles Pinot Bianco of Weissburgunder uit Alto Adige moet selecteren.

Een hele omweg om terug te keren naar het slot van het vorige seizoen. Toen bestond de BYO opdracht erin om een fles Etna Bianco mee te brengen en daar samen een degustatie rond op te bouwen.

Etna is natuurlijk niet nieuw voor mij en ik heb er al meermaals over geschreven. Toen ik in 2021 een artikel schreef over de wijnen van de Etna, waren het vooral de rode wijnen die internationaal de aandacht trokken. Nerello Mascalese was aan een stevige opmars bezig en vergelijkingen met Bourgogne en Barolo waren nooit ver weg. Over de witte wijnen schreef ik toen dat ze misschien nog een groter geheim vormden en volgens mij tot de beste witte wijnen van Italië konden behoren.

Vijf jaar later is dat geheim aardig uitgelekt. Etna Bianco is ondertussen een van de sterkst groeiende categorieën binnen de appellatie. In 2025 werden ongeveer 2,2 miljoen flessen gebotteld, waarmee wit opvallend dicht bij Etna Rosso kwam. Steeds meer nieuwe wijngaarden worden met Carricante aangeplant en verschillende producenten zien witte Etna als een van de belangrijkste groeimogelijkheden van het gebied.

Tijd dus om die witte kant van de vulkaan wat grondiger te bekijken.

Etna Bianco DOC, enkele weetjes

  • Etna DOC bestaat sinds 1968 en was de eerste DOC van Sicilië. Ondertussen is de procedure opgestart om Etna te promoveren tot DOCG. De ambitie is om die stap nog in 2026 te zetten, al is de promotie voorlopig nog niet officieel afgerond.
  • De productiezone omvat delen van het grondgebied van twintig gemeenten in de provincie Catania, verspreid over verschillende flanken van de Etna. Binnen de DOC zijn 133 contrade officieel erkend. Die geografische onderverdeling krijgt steeds meer betekenis, ook voor Etna Bianco.
  • Etna Bianco moet minimaal 60 procent Carricante bevatten. Catarratto Bianco Comune en Catarratto Bianco Lucido mogen samen maximaal 40 procent uitmaken. Daarnaast mogen andere niet aromatische witte druivenrassen die in Sicilië zijn toegelaten samen maximaal 15 procent bedragen. Daarbij horen onder meer Minnella Bianca, Inzolia, Grecanico Dorato en Grillo. Vooral Minnella Bianca en Inzolia behoren tot de witte druiven die historisch samen met Carricante in de wijngaarden van Etna voorkwamen. Veel producenten kiezen vandaag echter voor 100 procent Carricante.
  • Etna Bianco Superiore mag uitsluitend worden geproduceerd met druiven uit Milo, op de oostelijke flank van de vulkaan. Voor Etna Bianco Superiore is minimaal 80 procent Carricante verplicht.

Carricante, de witte druif van de Etna

Carricante is zonder twijfel de witte druif van Etna. De druif kwam vroeger ook elders op Sicilië voor, maar haar huidige reputatie is vrijwel volledig verbonden met de vulkaan.

Carricante rijpt laat, bezit van nature een hoge zuurgraad en kan behoorlijk productief zijn. De naam zou verwijzen naar het Italiaanse caricare, laden of beladen, een verwijzing naar de hoeveelheid druiven die een wijnstok kan dragen wanneer de opbrengst niet wordt beperkt.

Op de hogere flanken van de Etna vallen verschillende puzzelstukken mooi samen. De koelere temperaturen vertragen de rijping en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht helpen om de frisheid en aroma’s te behouden. De lange groeicyclus geeft Carricante voldoende tijd om volledig rijp te worden zonder zijn kenmerkende aciditeit te verliezen.

Jonge Carricante toont vaak citrus, groene appel, witte perzik, kruiden en oranjebloesem. Daar komen geregeld stenige, rokerige en zilte indrukken bij. De stevige zuurgraad geeft de wijn structuur en zorgt bij de betere voorbeelden voor een opmerkelijk bewaarpotentieel. Met flesrijping verschijnen rijper citrusfruit, gedroogde kruiden, honing, noten en soms een lichte petroleumtoets.

Vulkanische bodem, maar welke?

Het begrip wijn van vulkanische bodem wordt ondertussen kwistig gebruikt in Italië. Toegeven, er zijn er ook wel wat te vinden en op de Etna is het uiteraard moeilijk om rond de vulkaan heen te fietsen. De situatie is hier wel van een ander type dan in vele andere Italiaanse wijngebieden met een vulkanische oorsprong. Etna is nog steeds actief en laat bijna voortdurend van zich horen.

De bodems bestaan hoofdzakelijk uit basaltisch vulkanisch materiaal, afkomstig van opeenvolgende lavastromen en erupties. Afhankelijk van plaats en ouderdom vinden we er verweerde lava, vulkanische as, zand en lapilli. Jonge lavastromen zijn nog nauwelijks verweerd en leveren zeer stenige, arme bodems op. Oudere lavastromen zijn doorheen de eeuwen verder afgebroken en kunnen daardoor een diepere en fijner opgebouwde bodem vormen. Het ene perceel kan dus op relatief jonge lava liggen, terwijl enkele honderden meters verder wijnstokken groeien op een ondergrond die vele duizenden jaren ouder is.

Daar komt nog bij dat hoogte, expositie, neerslag en de invloed van de zee sterk verschillen naargelang de flank van de vulkaan. Het terroir rond Etna vertoont daardoor een uitzonderlijk grote verscheidenheid binnen een relatief beperkt gebied.

Die verschillen krijgen vandaag steeds meer aandacht via de contrade. Een contrada is een historisch en geografisch afgebakende zone en wordt geregeld met een cru vergeleken. Twee Carricantes die slechts enkele kilometers van elkaar groeien, kunnen daardoor toch behoorlijk verschillend uit de hoek komen.

Milo, het bijzondere stukje Etna

Niet de Venus maar de Carricante van Milo staat op Etna in de spotlights. De kleine gemeente ligt op de oostelijke flank van de vulkaan, kijkt richting Ionische Zee en is als enige gemeente gerechtigd om Etna Bianco Superiore DOC te produceren.

Het klimaat wijkt er behoorlijk af van dat op andere flanken van de Etna. Vochtige lucht vanaf de Ionische Zee botst tegen de vulkaan, waardoor Milo tot de koelste en vooral natste wijnbouwzones van Etna behoort. De wijngaarden liggen bovendien op aanzienlijke hoogte en profiteren van een goede luchtcirculatie. Carricante voelt zich hier dan ook als een vis in het water.

De druiven worden vaak pas in oktober geoogst. Dat lange rijpingsseizoen geeft ze tijd om voldoende smaakontwikkeling op te bouwen terwijl de natuurlijke zuurgraad behouden blijft. Goede Etna Bianco Superiore combineert daardoor structuur en spanning met citrus, kruiden, rijper wit fruit en vaak een uitgesproken zilte toets.

De productie blijft beperkt en geschikte wijngaarden zijn schaars. De groeiende reputatie van Etna Bianco heeft de belangstelling voor Milo sterk doen toenemen, met stevig stijgende grondprijzen als logisch gevolg.

Producenten zoals Benanti en Barone di Villagrande speelden een belangrijke rol in de reputatie van Milo. Vooral Pietra Marina van Benanti bewees al vroeg dat Carricante hier witte wijnen kan voortbrengen die vele jaren kunnen ontwikkelen.

Proeverij Etna Bianco

Voor onze Bring Your Own formule van wijnclub Het Negende Vat stond er als afsluiter van het vorige proefjaar dus Etna Bianco op het programma. Er zijn wel enkele voorwaarden verbonden aan deze formule! De wijnen moesten minimaal 18 euro kosten. Er is geen plafond, dus iedereen is vrij zijn prijs te bepalen en de wijn mag onder geen enkel beding uit een supermarkt komen. Opdat er geen ‘dubbele’ flessen zouden voorkomen, geeft iedereen zijn geselecteerde wijn door aan schrijver dezes, die de gekozen flessen dan doorgeeft aan de leden. Ik geef je graag nog mijn proefnotities van deze geslaagde afsluitende avond.

  1. Firriato – Gaudensius Blanc de Blancs Brut
    100% Carricante, Metodo Classico Brut. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting in inox en tweede gisting op fles. Minimaal 36 maanden rijping op de gisten.
    Goudgele kleur met mooi aanwezige, fijne en aanhoudende belletjes. Zeer aanstekelijke en behoorlijk complexe neus met perzik, abrikoos, rijpe peer, agrum en gekonfijte ananas. Daarnaast komen peper, citroenschil, brioche, toast en gist naar voren, met wat honing en hazelnoot op de achtergrond. Zeer rijk in de mond met mooi citrus- en steenfruit, uitgesproken ziltigheid en mineraliteit. Ook amandelschaafsel komt naar voren. Ondanks die rijkdom blijft de wijn strak en verfijnd. Lang aanwezig met limoenzeste en een licht nootachtige toets van geroosterde pistache in de afdronk. Een rijkelijke en bijzonder smakelijke bubbel.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 34 € (Te koop bij Wine-Art)
  2. Sibiliana Eughenès Nato Bene Etna Bianco DOC 2022
    Carricante. Vergisting bij gecontroleerde temperatuur, gevolgd door opvoeding op de fijne lies in inox.
    Heldere bleekgouden kleur. Zeer mooie, ziltige neus met florale accenten, breed fruit, mineraliteit en een frisse, groenkruidige toets. Daarnaast komen vanille en zelfs een verrassend spoor van kers naar voren. Ook in de mond zeer aangenaam, fris met toch een licht vettig kantje. Citrusfruit is van start tot finish aanwezig, met tussendoor sappige peer. Mooi, knap en evenwichtig, met een perfecte lengte.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 25 € (Niet te koop gevonden in België)
  3. Cusumano Alta Mora Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox, gevolgd door 4 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Diepe, heldere strogele kleur. De vuursteen valt meteen op, gevolgd door perzik, abrikoos, ananas en peer. Daarnaast lentebloesems, hooi, honing, kruisbes en duidelijke zilte indrukken. In de mond vol en rijk, met een uitgesproken minerale toets die doorheen de hele smaak aanwezig blijft. Tegelijk behoudt de wijn bijzonder veel frisheid. Lange en aanhoudende afdronk met citrus en pomelo.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 22 € (Te koop bij Young Charly)
  4. Pietradolce Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Opvoeding van 4 tot 6 maanden in inox.
    Bleekgouden, heldere kleur. Wat gesloten in de aanzet. Na walsen komen wit boomfruit en geel steenfruit naar voren, met vooral abrikoos, aangevuld met florale accenten, agrum, vuursteen, munt, anijs en een sprankel honing. In de mond komt de anijs veel duidelijker terug. Zeer mineraal en breed van smaak, met een licht vettig middenstuk dat overgaat in een frisse, zesty toets van limoen. Die blijft aanwezig tot in de finale, waar ook een fijn bittertje van noot opduikt. Correcte Etna Carricante.
    Punten 85/100 – Richtprijs: 23 € (Te koop bij Wine-Art)
  5. Tenuta delle Terre Nere, Calderara Sottana Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Voor 2024 volledig gevinifieerd en 9 maanden opgevoed in inox, zonder malolactische omzetting. Normaal wordt voor deze cuvée ook hout gebruikt.
    Heldere, strogele kleur. Frisse en verfijnde neus met appel, peer, wit steenfruit en grapefruit, aangevuld met bloesems en een lichte kruidigheid. In de mond zeer mineraal en ziltig, met een duidelijke vuursteentoets, veel frisheid en een mooie aciditeit. De kruidigheid komt hier nadrukkelijker naar voren dan in de neus. Licht vettig in het middenstuk. Blijft lang aanwezig met citrus en agrum in de finale. Mooi in balans, verfijnd en vooral lekker.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 44 € (Te koop bij Licata)
  6. Giovanni Rosso Etna Bianco DOC 2023
    Carricante. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting gedurende 15 tot 20 dagen bij lage temperatuur in inox, gevolgd door 5 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Bleekgouden, heldere en tranende kleur. De vulkanische bodem laat zich hier echt wel ruiken! Daarnaast ontdekken we koninginnenbrij, rijpe peer, rijpere ananas, munt, peper en gedroogde bloemen. In de mond zeer rijk en vol, maar tegelijk verbluffend fris. Alleszins een pak frisser dan de geur deed vermoeden. De wijn blijft lang aanwezig en eindigt in een uitgesproken zesty finale van mandarijn. Tijdens het proeven vroegen we ons af of er houtlagering aan te pas was gekomen, maar de wijn wordt volledig in inox opgevoed. Een zeer smakelijke en complexe Carricante.
    Punten 91/100 – Richtprijs: 30 € (Niet te koop gevonden in België)
  7. Carranco Villa dei Baroni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox of cement bij 15 tot 16°C, gevolgd door 6 tot 7 maanden opvoeding op de fijne lies in cement.
    Zuivere goudgele kleur. Zeer uitgebreid geurenpalet met perzik, kweepeer, mandarijn, appel en peer, aangevuld met anijs, venkel, gember, citroengras en een duidelijke vuursteentoets. Ook de zeste van citrusfruit zorgt voor extra frisheid in de neus. In de mond vol en fris tegelijk met veel geel steenfruit, een uitgesproken vuursteenmineraliteit en opnieuw die frisse citrusschil. Zeer evenwichtig, sappig en lang aanwezig, met naar het einde toe een heerlijk pompelmoesbittertje dat de afdronk extra spanning geeft.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 38 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Tenuta Ferrata Veni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in Franse eiken tonneaux, gevolgd door 10 maanden opvoeding in tonneaux en verdere flesrijping.
    Zuivere goudgele kleur. Aanvankelijk wat gesloten, maar na walsen komt de wijn heerlijk open. Rijpe abrikoos, perzik en ananas worden aangevuld met honing, anijs, kweepeer, hooi, gember, bloedsinaasappel en frangipane. Bij het proeven komt vooral de mineraliteit nadrukkelijk naar voren. Ondanks de rijke en rijpere smaak blijft de wijn ontzettend fris van profiel. Knap evenwicht en een mooie lengte, met zeste van sinaasappel en honing in de afdronk. Voor de tweede keer deze avond stelden we ons de vraag of de wijn houtlagering had gekregen. In dit geval was dat gevoel terecht.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 30 € (Te koop bij Vino Salentu)
  9. Alberelli di Giodo Carricante Terre Siciliane IGT 2022
    100% Carricante. Vergisting gedurende ongeveer 20 dagen in inox, gevolgd door 6 maanden opvoeding op de fijne lies in inox en verdere flesrijping. Eigenlijk hadden we deze wijn voor de degustatie moeten weigeren, want strikt genomen is dit geen Etna Bianco DOC. We hebben wijselijk besloten dat niet te doen.
    Zuivere bleekgouden kleur. Van bij de eerste geur vallen de ziltigheid en vuursteen op. Zeer floraal met lindebloesem, aangevuld met peer, witte perzik, munt, peper, een licht animale toets, varens en fijne citrus van roze pompelmoes. Een zeer mooie neus! In de mond fris met een blijvende aciditeit. Sappig van start tot diep in de finale, met een verfijnde mineraliteit. In de afdronk komt de roze pompelmoes terug, samen met licht geroosterde nootjes. De wijn proeft alleszins nog zeer jong en is gewoonweg compleet te noemen.
    Punten 94/100 – Richtprijs: 60 € (Kopen is mogelijk via Wijnkennis)

Op pad met James McNay – Wandelen, wijn en reizen door Italië

Enkele weken terug had ik een blij weerzien met James McNay, een collega Italian Wine Ambassador die we via de wijnwereld leerden kennen. James woont in Piemonte en omdat ik hem had verteld dat we er deze zomer twee weken zouden verblijven, hadden we afgesproken elkaar daar te ontmoeten. Nadat we samen G.D. Vajra in Barolo hadden bezocht en er enkele wijnen hadden geproefd, genoten we van een heerlijke lunch, vergezeld van een fles Barolo Ravera Riserva 2015 van Viberti.

Tijdens die lunch vroeg James of we geen zin hadden om een dag met hem de bergen in te trekken. James organiseert met MacNay Travel & Wine immers volledig uitgewerkte wandelreizen door Italiaanse wijngebieden. Voor een van zijn meerdaagse trajecten in de Valle d’Aosta wilde hij een gedeelte van de route opnieuw bekijken en verder uitwerken. Wij mochten mee op verkenning. En zo eindigde een afspraak tussen twee Italian Wine Ambassadors met wandelschoenen, rugzakken en behoorlijk wat hoogtemeters.

Van Sussex naar Piemonte

Tijdens deze wandeling raakten we meer en meer geïnteresseerd in wat er allemaal komt kijken bij het uitstippelen van volledig uitgewerkte wijnreizen en wandelreizen. We luisterden dan ook geboeid naar het verhaal van James en hoe MacNay Travel & Wine uiteindelijk het licht zag. James runt het bedrijf samen met zijn vrouw Cinzia Long. De twee leerden elkaar in 2004 kennen tijdens een opleiding tot wandelgids voor reizen in Italië. Beiden werkten daarna jarenlang als gids in onder meer Toscane, Umbrië en Ligurië.

James groeide op in East Sussex en kwam via het wandeltoerisme steeds dieper in de wereld van wijn en gastronomie terecht. In 2010 namen James en Cinzia in Heathfield de winkel Cuculo Cheese & Wine over. James bouwde er een uitgebreid Italiaans wijnassortiment uit, terwijl Cinzia zich vooral toelegde op kaas.

Ondertussen behaalde James verschillende wijnkwalificaties en werd hij Italian Wine Ambassador. Cinzia is afkomstig uit Piemonte, terwijl haar familiale wortels zowel in Piemonte als in de Valle d’Aosta liggen, waar haar familie verspreid woonde. Ze studeerde bosbouw en milieuwetenschappen aan de universiteit van Torino. Haar grote passie voor kaas bracht haar later ook richting een opleiding als kaasproever. Wijn, gastronomie, kaas, natuur en wandelen begonnen zo steeds meer in elkaar te passen.

In 2016 legde James de fundamenten voor MacNay Travel & Wine. Het eerste volledig uitgewerkte programma kreeg de naam Heart of the Italian Alps en speelde zich, gezien Cinzia’s sterke band met de streek, af in de Valle d’Aosta.

In 2022 verhuisden James, Cinzia en hun gezin naar Torre Pellice, aan de voet van de Piemontese Alpen. Vandaag organiseren ze wandelreizen en fietsreizen door verschillende Italiaanse wijngebieden. Piemonte speelt daarin vanzelfsprekend een belangrijke rol, maar ook Ligurië en de Valle d’Aosta zitten stevig in het programma. Daarnaast werken ze wijnreizen, korte verblijven en volledig op maat gemaakte reizen uit.

Vandaag komt een groot deel van hun publiek uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er in België en Nederland geen publiek bestaat voor zo’n concept.

Een wandelroute ontstaat niet achter een computer

Tijdens onze tocht werd vooral duidelijk hoeveel werk er achter zo’n wandelprogramma zit. Je kunt natuurlijk een bestaande wandelroute downloaden, een paar hotels reserveren en hopen dat iedereen zonder kleerscheuren op zijn bestemming aankomt. Dat is ongeveer het tegenovergestelde van hoe James werkt.

De trajecten worden zelf gelopen, gemeten en gecontroleerd. Onderweg wordt bekeken waar een pad precies loopt, waar er alternatieven nodig zijn, welke passages technisch moeilijker zijn en op welke plaatsen een wandelaar maar beter weet dat links nemen een aanzienlijk beter idee is dan rechts. James liep dan ook voortdurend rond met een kleine recorder waarin hij zijn instructies insprak. Thuis worden die minutieus verwerkt, zodat zijn gasten onderweg over de correcte informatie beschikken.

Dat is noodzakelijk, want tijdens de zelfstandige wandelreizen krijgen deelnemers GPS tracks en gedetailleerde routebeschrijvingen. Hun bagage wordt intussen naar het volgende hotel gebracht. Voor de start is er een briefing en tijdens de reis blijft lokale ondersteuning beschikbaar. Wij liepen die dag dus eigenlijk mee tijdens een stukje productontwikkeling.

James keek regelmatig naar zijn GPS, controleerde passages en bekeek hoe een bepaald traject het beste in een meerdaagse tocht kon worden opgenomen. Voor ons was het vakantie. Voor hem was het deels een werkdag, al zijn er slechtere kantoren denkbaar dan de Alpen.

De Valle d’Aosta te voet

Voor dit soort reizen is de Valle d’Aosta bijna gemaakt. De regio is klein, bergachtig en landschappelijk bijzonder gevarieerd. Vanuit Aosta zit je snel tussen wijngaarden, boomgaarden en bergflanken. Naarmate je verder richting het westen trekt, wordt het landschap steeds uitgesprokener alpien en komt het massief van de Monte Bianco dichterbij.

Het bestaande programma Heart of the Italian Alps loopt over zeven dagen van Aosta richting Courmayeur. De wandeldagen variëren van ongeveer 10 tot 23 kilometer. Het hoogste punt van het standaardtraject ligt rond 1.550 meter, met een optionele wandeling die tot ongeveer 2.000 meter gaat.

Je bent best een geoefende wandelaar, want er zitten stevige beklimmingen en afdalingen tussen en op bepaalde plaatsen wordt het pad technisch wat uitdagender. Dat hebben we zelf aan den lijve kunnen ondervinden. Vooral op de bijzonder steile afdalingen was het met momenten geen sinecure om overeind te blijven.

Natuurlijk zit daarin ook net de aantrekkingskracht en de uitdaging van deze wandeltochten. Het is geen jolige scoutswandeling waar je al zingend doorheen trekt. Concentratie is op bepaalde stukken absoluut vereist en je wordt er onderweg ruimschoots voor beloond. Je krijgt voortdurend een ander zicht op de Valle Centrale en de omliggende bergen. Dorpen verschijnen beneden in het dal, wijngaarden hangen tegen hellingen waarvan je je afvraagt wie ooit heeft besloten dat dit een geschikte plaats was om wijnstokken te planten en boven alles blijven de Alpen aanwezig.

Wandelen door een wijngebied

James kan je altijd blij maken met een goed glas wijn en dus blijft bij MacNay Travel & Wine de wijn nooit ver weg. Met hun thuisbasis in Piemonte zitten ze daarvoor natuurlijk op de juiste plaats.

Je hoeft het daarbij zeker niet altijd zo avontuurlijk te bekijken als de wandeling in de Valle d’Aosta die we eerder aanhaalden. In het Roero hebben ze bijvoorbeeld een meerdaagse wandeltocht uitgewerkt die Bra met Alba verbindt. Je wandelt er tussen wijngaarden, boomgaarden en de grillige Rocche del Roero, met onderweg tijd voor de lokale gastronomie en uiteraard wijn. In de Langhe is er dan weer een vierdaagse rondwandeling door de Baroloheuvels, waarbij acht van de elf Barolodorpen worden aangedaan. Wijnbezoeken en degustaties worden onderweg netjes voor je vastgelegd.

En wat gezegd van overnachten op een wijndomein? Een van hun vaste slaapplaatsen is Casa Pecchenino, de B&B van het gelijknamige wijndomein bij Dogliani. Wij kennen Pecchenino redelijk goed en zijn bijzonder liefhebber van hun Dolcettowijnen. Tijdens ons verblijf in Piemonte waren we ook onder de indruk van hun Alta Langa Spumante, gemaakt van druiven uit hoger gelegen wijngaarden. Zodanig zelfs dat we nog even langsreden om enkele flessen in te slaan.

Daardoor kregen we meteen ook een goede blik op de accommodatie. Het oude landhuis werd volledig gerestaureerd en telt slechts vijf kamers. Vanuit het domein kijk je uit over de wijngaarden en zit je meteen goed voor wandelingen richting Dogliani en de Baroloheuvels. Ik kan je verzekeren dat dit inderdaad geen onaangename plaats is om na een dag wandelen halt te houden.

Dat typeert eigenlijk mooi hoe James en Cinzia hun reizen samenstellen. Vaak vormt wandelen of fietsen de leidraad, terwijl wijndomeinen, restaurants, lokale gastronomie en bijzondere overnachtingsplaatsen mee in het parcours worden verwerkt. Soms trek je zelfstandig op pad, soms gaat James mee en op andere reizen ligt de nadruk veel sterker op wijn en gastronomie en is wandelen slechts een onderdeel van het programma.

En ze blijven nieuwe mogelijkheden zoeken. Naast Piemonte, de Valle d’Aosta en Ligurië organiseren ze ook begeleide wijnreizen en roadtrips in andere delen van Italië. Wie tussen hun bestaande programma’s zijn gading niet vindt, kan bovendien een volledig op maat gemaakte reis laten uitwerken. Het vertrekpunt kan dus evengoed een wandelvakantie zijn als een bepaalde wijnregio, een reeks producenten die je wilt bezoeken of gewoon de wens om een stuk Italië eens op een andere manier te leren kennen.

Een totaalpakket

Wat me vooral aansprak in het concept van James en Cinzia is dat ze een totaalpakket aanbieden. Je hoeft je nergens meer zorgen over te maken, alles wordt voor je geregeld. Je trekt verder, al wandelend of fietsend. Je bagage reist achter de schermen mee en staat bij aankomst netjes op je te wachten.

Een lunchpakket, het organiseren van een picknick onderweg? No stress, it’s done! Een bezoek aan een lokale kaasboer inbouwen, ervaren hoe de beroemde Salsiccia di Bra wordt gemaakt of een gerenommeerd Barolohuis bezoeken waarvan de deuren anders misschien gesloten zouden blijven? Ook dat wordt voor je geregeld.

James en Cinzia luisteren naar je wensen en proberen daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen, uiteraard rekening houdend met het budget dat je eraan wenst te spenderen. Voor verdere informatie mag je me altijd contacteren en ik breng je heel graag in contact met James. Je kunt natuurlijk ook gewoon zelf even een kijkje nemen op de website van Macnay Travel & Wine.

Zo beleef je Italië op een heel andere manier.

De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €

Giro d’Italia 2026, rit 21: Roma DOC

We zijn aan het einde van de Giro d’Italia 2026 gekomen. Rit 21 voelt eerder aan als een criterium, met rondjes in en om Roma en een parcours dat opvallend dicht bij Vaticaanstad flirt. De nonnetjes zullen even opkijken wanneer er geen paus in een wit gewaad passeert, wel een peloton vol renners die nog één keer de benen opensmijten.

De sprinters die deze zware editie hebben overleefd, mogen nog een laatste keer hun hart ophalen en mikken op de bloemen in de hoofdstad. Daarmee komt ook een einde aan ons verhaal rond de minder bekende DOC’s. Ik vond het zelf enorm boeiend om dit te brengen: zoeken, lezen, twijfelen, de disciplinari uitpluizen en telkens opnieuw ontdekken hoeveel wijngebieden in Italië nog altijd te weinig in ons glas verschijnen.

Afsluiten doen we op het lokale circuit, met Roma DOC. Een appellatie met een naam die iedereen kent, terwijl de wijn zelf voor velen nog verrassend onbekend blijft.

Roma DOC

Je zou verwachten dat een wijngebied in en rond Rome al veel langer met een DOC bezegeld zou zijn. Voor Roma DOC is dat zeker niet het geval, want de appellatie werd pas in 2011 erkend. De productiezone ligt in het centrale deel van Lazio, in de provincie Roma. Het afgebakende gebied gaat wel wat verder dan simpelweg de stad en haar directe omgeving. Het totale gebied omvat maar liefst 330.000 hectare, met kustzones, de Sabina romana, de Colli Albani, de Colli Prenestini en een deel van de Campagna romana. De effectieve wijngaardoppervlakte kunnen we wel flink reduceren en terugbrengen tot ongeveer 305 hectare.

De afbakening omvat een lange reeks gemeenten in de provincie Roma, met daarnaast ook delen van Fiumicino en Roma zelf. Bij Fiumicino is Isola Sacra uitgesloten. Bij Roma valt het gebied binnen de Grande Raccordo Anulare buiten de DOC, net als een specifiek deel richting Tevere, Via del Mare en de Tyrreense kust.

De vermelding classico mag gebruikt worden voor de oudste herkomstzone, maar niet voor spumante. In het disciplinare wordt die classico zone beperkt tot het aangeduide deel van de gemeente Roma zelf.

Bodem en klimaat

Als we over zo’n groot gebied spreken, kan er uiteraard geen uniformiteit bestaan in de samenstelling van de bodem. We gaan dan ook uit van het globale beeld dat we kunnen schetsen. De wijngaarden liggen van zeeniveau tot ongeveer 600 meter hoogte. De hellingen zijn meestal gericht naar het westen, zuidwesten en zuiden.

Geologisch steunt Roma DOC op twee grote pijlers: sedimentaire formaties en vulkanische formaties. In de vlakke zones van de valleien van de Tiber en de Aniene vinden we vooral alluviale en mariene afzettingen, met kalksteenachtige formaties (travertijn), zand, grind, leem en kleiige stukken. Richting kust komen daar ook zandige, kleiige en kustgebonden afzettingen bij.

Daarnaast is er de vulkanische invloed van het Sabatino complex en de oude Vulcano Laziale. Daar komen tufsteen, as, lapilli, pozzolane en lavaresten in beeld. Pozzolane vormen zandige, diepe en goed doorlatende bodems. Andere tufsteenbodems zijn harder en minder doorlaatbaar, waardoor diepere bodembewerking nodig kan zijn.

Het klimaat is mediterraan. De gemiddelde jaartemperatuur ligt rond 14,2 graden. De jaarlijkse neerslag is vrij ruim, maar in de zomer wordt het duidelijk droger. Juli en augustus zijn de droogste maanden, en in de lagere zones kan de droogte al vanaf mei of juni voelbaar zijn. In september en oktober is er doorgaans nog voldoende warmte en zon, terwijl de temperatuurverschillen tussen dag en nacht toenemen.

Rode wijnen

Ook al is Roma DOC een blend waarin verschillende druiven gebruikt mogen worden, toch is de hoofdrol in de rosso weggelegd voor Montepulciano. De druif moet minstens 50 procent van de blend vormen. Daarnaast moet minstens 35 procent bestaan uit Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio mag de assemblage aanvullen.

Montepulciano zorgt voor kleur, rijp donker fruit en structuur. Cesanese brengt de link met Lazio sterker naar voren, met kruidigheid, rood fruit en een eigenzinnige toets. Sangiovese kan frisheid en spanning geven. Cabernet en Syrah kunnen zorgen voor extra diepte, donkerder fruit en meer schouderbreedte.

Daarnaast kan Roma DOC rosso ook verschijnen als classico, rosso riserva en classico rosso riserva. Voor de gewone rosso en de classico rosso is geen verplichte opvoeding voorzien. De riserva vraagt minstens 24 maanden rijping vanaf 1 november van het oogstjaar, waarvan minstens 9 maanden in houten vaten van minimaal 499 liter. Ik vind het toch wel een beetje opmerkelijk dat men over minimaal 499 liter spreekt.

Dit getal komt niet frequent, of zeg maar nooit, voor als inhoudsmaat van eiken vaten. Ik vond het zo merkwaardig dat ik verder op zoek ging naar enige duiding hieromtrent. Blijkt dat dit pas met de laatste wijziging van het disciplinare in 2025 is opgenomen. Naar het waarom bleef het zoeken. Ik heb er dan maar mijn eigen logica op losgelaten en vermoed dat dit getal vooral praktisch bedoeld is. Ik veronderstel dat men het gebruik van barriques, kleinere eiken vaten dus, wenst uit te sluiten en dat men vooral richting tonneaux, vaten van ongeveer 500 liter, wil sturen. Hierdoor is de houtopvoeding minder nadrukkelijk aanwezig dan bij een klassieke rijping op barrique.

Witte wijnen

Bij Roma DOC bianco staat Malvasia del Lazio centraal, ook bekend als Malvasia Puntinata. Die druif moet minstens 50 procent van de blend vormen. Daarnaast moet minstens 35 procent bestaan uit Bellone, Bombino Bianco, Greco Bianco, Trebbiano Giallo en Trebbiano Verde, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten witte druiven uit Lazio mag worden gebruikt.

Roma DOC bianco heeft een strogele kleur. In de geur toont de wijn zich eerder fijn dan uitbundig, met florale toetsen, wit fruit en rijper geel fruit. In de mond blijft hij fris en evenwichtig, met voldoende body om niet vlak of neutraal over te komen. Afhankelijk van de ligging van de wijngaarden kan er ook een subtiele ziltige toets aanwezig zijn.

Voor Bellone en Malvasia Puntinata, die apart vermeld mogen worden, moet minstens 85 procent van de genoemde druif aanwezig zijn. Bellone heeft meer body, rijper geel fruit en soms een licht kruidige ondertoon. Malvasia Puntinata gaat eerder richting florale aroma’s, rijper fruit en een zachtere mondstructuur.

De witte wijnen kunnen ook verschijnen als classico. Dat geldt voor Roma DOC bianco, Bellone en Malvasia Puntinata. Sinds de wijziging van het disciplinare in 2025 bestaat ook Roma DOC bianco riserva, eveneens met de mogelijkheid om classico te vermelden. Voor de gewone bianco, classico bianco, Bellone, classico Bellone, Malvasia Puntinata en classico Malvasia Puntinata is geen verplichte opvoeding voorzien.

Roma DOC bianco riserva en Roma DOC bianco classico riserva moeten minstens 12 maanden rijpen vanaf 1 november van het oogstjaar, waarvan minstens 4 maanden op fles.

Zoals gebruikelijk in dit soort brede wijngebieden wordt het er niet eenvoudiger op wanneer druivenrassen ook afzonderlijk op het etiket mogen verschijnen en die wijnen bovendien nog eens uit de classico zone kunnen komen. Gelukkig blijft een superiore hier achterwege.

Rosato

Roma DOC rosato vertrekt uit dezelfde druivenbasis als de rode wijn. Montepulciano moet minstens 50 procent uitmaken van de samenstelling. Minstens 35 procent moet bestaan uit Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen. Maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio mag worden gebruikt.

Ook Roma DOC rosato kan als classico verschijnen, wanneer de druiven uit de afgebakende classico zone komen. Voor rosato is geen verplichte opvoeding voorzien.

Roma DOC rosato heeft een rosékleur die best wat intensiteit mag tonen, zeker wanneer Montepulciano nadrukkelijk aanwezig is. In de geur zit vooral rood fruit, met aardbei, framboos, rode bes en soms een florale toets. In de mond blijft de wijn fris en fruitgedreven, met voldoende vulling. De betere versies hebben naast het fruit ook wat kruidigheid en een licht ziltige toets.

Spumanti

Voor spumante geldt dezelfde druivenbasis als voor bianco: minstens 50 procent Malvasia del Lazio, minstens 35 procent Bellone, Bombino Bianco, Greco Bianco, Trebbiano Giallo en Trebbiano Verde, alleen of samen, en maximaal 15 procent andere toegelaten witte druiven uit Lazio.

Voor spumante rosato geldt dezelfde druivenbasis als voor rosato en rosso: minstens 50 procent Montepulciano, minstens 35 procent Cesanese Comune, Cesanese di Affile, Sangiovese, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc en Syrah, alleen of samen, en maximaal 15 procent andere toegelaten rode druiven uit Lazio.

De spumanti mogen worden gemaakt via de Martinotti methode, ook bekend als Charmat, maar ook via metodo classico.
Een aparte minimumrijping wordt vreemd genoeg niet opgelegd. Dat had je toch verwacht bij metodo classico. De stijlen mogen gaan van dosaggio zero tot extradry.

Historisch kwamen mousserende wijnen uit deze omgeving op de markt met de vermelding Romanella spumante op het etiket. Romanella is de oude Romeinse naam voor een licht sprankelende wijn, vooral verbonden met lokaal en direct drinkplezier. Die vermelding mag volgens het disciplinare nog steeds op het etiket verschijnen, waardoor deze oudere Romeinse wijnnaam ook binnen de huidige DOC behouden blijft.

Giro d’Italia 2026, rit 20: Ramandolo DOCG, van Gemona del Friuli naar Piancavallo

Het is de allerlaatste keer dat de masseurs de klimmersbenen van de renners in optimale conditie moeten krijgen. Vermoedelijk zullen er in rit 20, van Gemona del Friuli naar Piancavallo, geen grote verschuivingen meer gebeuren in het klassement, al leent het parcours zich daar wel degelijk toe. In de laatste 50 kilometer krijgen de renners nog twee stevige beklimmingen voorgeschoteld, waarvan de laatste meteen ook het eindpunt van de rit is. De aanvallers zouden hier wel eens vrij spel kunnen krijgen, zeker als de spanning voor het eindklassement al wat verdwenen is.

De keuze welk wijngebied we zouden bespreken, lag op zich vrij voor de hand. We hadden zelfs de keuze tussen Friuli Colli Orientali DOC en Friuli Grave DOC. Naar mijn mening zijn die echter voldoende bekend bij de meeste wijnliefhebbers, en bovendien zijn het ook grotere DOC gebieden. Omdat de renners door Nimis komen, lijkt het me aangewezen om deze keer een zoete wijn in de schijnwerpers te plaatsen. Een DOCG weliswaar, maar waarschijnlijk toch eentje die niet iedereen onmiddellijk zal weten te kaderen: Ramandolo DOCG.

Ramandolo DOCG

Ramandolo DOCG is een klein wijngebied in Friuli Venezia Giulia. Het productiegebied ligt rond Nimis en Tarcento, ten noorden van Udine. Ramandolo zelf is een frazione van Nimis, een kleine deelkern binnen de gemeente. De oppervlakte aan Ramandolo wijngaarden bedraagt amper 34 hectare. Dat is goed voor ongeveer 760 hectoliter wijn per jaar. De appellatie werd in 2001 als aparte DOCG erkend, nadat Ramandolo voordien als subzone binnen Colli Orientali del Friuli bestond.

De eerste bekende vermelding van Ramandolo gaat terug tot juli 1273, toen het dorp werd vermeld als Villa de Ramandul. Later duikt ook de vorm Romandolo op. Over de oorsprong van die naam bestaat discussie. Volgens één verklaring verwijst hij naar een Romeinse oorsprong, volgens een andere naar het Friulische, neolatijnse karakter van de plek. Dat past bij de ligging van Ramandolo op een oude taalgrens, met hogerop Slavische en Sloveense invloeden en lager op de heuvels de Friulische wereld.

De wijngeschiedenis van Ramandolo begint op de moeilijke te bewerken hellingen. De percelen zijn klein, steil en vaak lastig bereikbaar. Wijnbouw was hier eeuwenlang geen comfortabele landbouw, wel een manier om uit de heuvels iets leefbaars te halen. Families werkten kleine stukken grond, met lage opbrengsten, veel manuele arbeid en kennis die van generatie op generatie werd doorgegeven.

Centraal staat de druif Verduzzo Friulano, lokaal Verduzzo Giallo genoemd. Die druif heeft een stevige schil, kan goed suiker opbouwen en brengt voor een witte druif opvallend veel tannine mee.

Bodem en klimaat

De wijngaarden liggen aan de voet van Monte Bernadia. Die berg is belangrijk, want hij beschermt de wijngaarden tegen koude noordenwind. De percelen liggen op zuidelijk georiënteerde hellingen, vaak tussen ongeveer 250 en 400 meter hoogte.

De bodems bestaan vooral uit mergel uit het Eoceen, de typische ponca die ook elders in Friuli belangrijk is. In Ramandolo krijgt die ondergrond extra nuance door de nabijheid van de kalkrijke massa van Monte Bernadia.

De hellingen kunnen erg steil zijn, soms meer dan 30 procent. De terrassen zijn op sommige plaatsen bijzonder smal. Mechanisatie is daardoor beperkt en veel werk gebeurt met de hand. Snoeien, canopy management, selectie en oogst vragen hier meer tijd dan in de vlakke delen van Friuli.

Ramandolo behoort tot de koelere wijnzones van Friuli Venezia Giulia. De regenval is hoog en het aantal regendagen ligt ruim boven wat men in veel andere Italiaanse wijngebieden gewoon is. Bovendien is het risico op hagel groot. Daarom hangen in veel wijngaarden hagelnetten, wat het werk nog omslachtiger maakt.

Passito

Ramandolo is een zoete witte passito op basis van Verduzzo Friulano. Deze druif moet het volledige gewicht van de wijn dragen en is dus voor de volle honderd procent aanwezig. De druiven worden laat geoogst en kunnen gedeeltelijk aan de plant indrogen. Daarna kan het appassimento verdergaan in geschikte lokalen, met natuurlijke verluchting, temperatuurcontrole of geforceerde ventilatie. Ook droogrekken en kistjes worden gebruikt.

Tijdens het indrogen verliezen de druiven water. Suiker, zuren, aroma’s en extract worden daardoor geconcentreerd. Dat geeft Ramandolo zijn volle textuur, zijn intens goudgele kleur en zijn aromatisch profiel van gedroogd fruit, honing, noten en kruiden. In gunstige jaren kan ook edele rotting een rol spelen, wat extra complexiteit toevoegt.

Verduzzo Friulano is bijzonder geschikt voor deze werkwijze. De dikke schil beschermt de druif tijdens het indrogen en maakt een langere concentratie mogelijk. Diezelfde schil brengt ook tannine mee, uitzonderlijk voor een witte druif. Bij Ramandolo is dat een dankbaar element, omdat de zoetheid daardoor beter in evenwicht blijft en de wijn minder snel een kleverig karakter krijgt.

De appellatie kent twee types: Ramandolo en Ramandolo Riserva. De gewone Ramandolo mag pas vanaf november van het jaar na de oogst op de markt komen. Voor Ramandolo Riserva is de rijping langer en volgt de vrijgave pas vanaf 1 december van het derde jaar na de oogst. Houtopvoeding is toegelaten, maar niet verplicht. Het gebruik van de Riserva was lange tijd niet mogelijk. Het is pas sinds de aanpassing van het disciplinare in 2024 dat Ramandolo Riserva ook als aparte vermelding op het etiket mag verschijnen.

De vinificatie verschilt van producent tot producent. Sommige kiezen voor een korte schilmaceratie, waardoor de wijn meer structuur en een duidelijkere bittertoets krijgt. Andere werken meer in de richting van een klassieke witte vinificatie, met een zachtere en toegankelijkere stijl als resultaat. Houtopvoeding kan de wijn ronder maken en extra toetsen van specerijen, vanille en gedroogd fruit toevoegen. Als een rode draad doorheen het hele wijnprofiel is er steeds de amandel. Deze is zowel in geur als in smaak heel duidelijk aanwezig.

Giro d’Italia 2026, rit 19: Vigneti della Serenissima DOC, van Feltre naar Alleghe

Wil er nog een klassementsman de Giro op zijn kop zetten, dan is de rit van vandaag daar uitermate geschikt voor. Je moet van geen kleintje vervaard zijn, want in rit 19 van Feltre naar Alleghe, Piani di Pezzè, trekken we over de grens van 2000 meter. Dit is de koninginnenrit. Ben je geen geboren klimmer, dan wordt dit vooral overleven. Met amper 150 kilometer op de teller wordt het voor sommigen wellicht rekenen, afzien en hopen dat ze netjes binnen de tijd aankomen.

Serenissima DOC komt voor deze rit mooi uit de bus. We rijden door de provincie Belluno, waar we deze, en dat zeg ik met volle overtuiging, vergeten metodo classico schuimwijn kunnen ontdekken. Ik moet eerlijk bekennen dat het ook voor mij alweer een eeuwigheid geleden is dat ik deze wijn in het glas heb gehad. In september zijn we niet al te ver uit de buurt, dus misschien is dit de ideale gelegenheid om hem opnieuw op te zoeken en nog eens af te vinken.

Vigneti della Serenissima DOC

Vigneti della Serenissima o Serenissima DOC bestaat sinds 2011. De wijngaarden liggen verspreid over delen van Belluno, Treviso, Padova, Vicenza en Verona. Het gaat om heuvelachtige en bergachtige zones, met wijngaarden die maximaal tot 700 meter hoogte mogen liggen. De DOC is volledig gericht op spumante met hergisting op fles, metodo classico dus. En daarmee biedt ze een alternatief in het land van Prosecco.

Met amper 81 hectare aan wijngaarden kan deze appellatie het niet onmiddellijk groots aanpakken. De gemiddelde productie van 130 hectoliter maakt dat beeld nog wat extremer. Dat is bijna niets. En eigenlijk is dat opmerkelijk als je de echt wel brede productiezone bekijkt, die verspreid ligt over maar liefst vijf provincies. Dit betekent dat slechts een beperkt aantal percelen effectief voor Serenissima DOC wordt ingezet. Waarom? Veel producenten kiezen in Veneto sneller voor bekendere denominaties of voor IGT, terwijl metodo classico meer tijd, investering en commerciële overtuiging vraagt. Mocht je je afvragen waarom we nog niet echt van Serenissima DOC hebben gehoord, dan heb je hier de reden.

De naam Serenissima verwijst naar de Serenissima Republiek Venetië, die van de achtste eeuw tot 1797 een groot deel van Veneto en het noordoosten van Italië bestuurde. De wijnbouw op de Venetiaanse heuvels bestond al veel langer, maar kreeg onder Venetiaanse aristocraten en rijke handelaars een duidelijke kwaliteitsimpuls. Zij lieten villa’s en landgoederen bouwen in de heuvelzones van Veneto, waar naast voedsel ook wijn werd geproduceerd voor eigen gebruik, ontvangst en prestige.

Vanaf de jaren vijftig kreeg die historische basis een modern vervolg. In de regio werd intensief gewerkt rond druivenselectie, klonale keuzes, aangepaste teelttechnieken en betere keldertechnieken. Het doel was steeds duidelijker: druiven produceren die geschikt waren voor frisse witte wijnen, frizzante en spumante.

Voor Serenissima DOC is vooral die laatste evolutie belangrijk. De verfijning van de hergisting op fles gaf de regio een technische basis voor metodo classico.

Bodem en klimaat

De productiezone laat zich niet in één landschap vatten. Ze loopt van de noordelijke zones bij Belluno, dicht bij de uitlopers van de Alpen, tot de heuvelgebieden van Treviso, Padova, Vicenza en Verona. Daardoor krijg je geen uniform bodemverhaal. Het is dus geen makkelijke opdracht om deze DOC bodemkundig heel precies te typeren.

De bodems kunnen zowel vulkanisch als sedimentair van oorsprong zijn. Het gaat om bodems die eerder mineraalrijk zijn, arm aan organische stof en voldoende stenen of grover materiaal bevatten. Dat zorgt voor natuurlijke drainage. In heuvelachtige en bergachtige zones is dat belangrijk, want regenwater moet kunnen wegtrekken zonder dat de bodem meteen kurkdroog wordt. Lage, vlakke percelen onderaan de hellingen zijn uitgesloten.

Het klimaat is koeler en meer geventileerd dan in de lagere delen van Veneto. De hoogteverschillen, de nabijheid van de bergen en de ligging op hellingen zorgen voor meer luchtbeweging en frissere nachten.

Spumante

Makkelijk en herkenbaar. Net als Franciacorta, Trento of Alta Langa moet Serenissima DOC een schuimwijn zijn. Je kan hem vinden als klassieke witte spumante, rosé spumante, millesimato of riserva. Hij moet verplicht volgens de metodo classico gemaakt worden, zoals in Champagne dus.

De minimale rijping op de gisten verschilt per type. De witte spumante en rosé moeten minstens 12 maanden rijpen. Voor millesimato is dat minstens 24 maanden. Voor riserva wordt dat minstens 36 maanden. Die langere rijping zorgt natuurlijk voor meer complexiteit.

De toegelaten dosages zijn niet dezelfde voor elk type bubbel. De gewone spumante en rosé kunnen van brut nature tot sec gaan. Millesimato kan van brut nature tot dry. Riserva blijft beperkt van brut nature tot brut.

De druiven die gebruikt kunnen worden zijn Chardonnay, Pinot Bianco en Pinot Nero. Een vaste verhouding is er niet. Ook voor de rosé wordt geen minimumpercentage Pinot Nero opgelegd, al ligt het natuurlijk voor de hand dat deze druif daar een belangrijke rol speelt voor kleur en fruit. Een Serenissima DOC kan dus uit één druif bestaan, of uit een assemblage van twee of drie druiven.

Giro d’Italia 2026, rit 18: Colli di Conegliano DOCG, van Fai della Paganella naar Pieve di Soligo

Voor rit 18 maak ik een uitzondering op mijn vooropgestelde doel om telkens een onbekende DOC te bespreken. De reden is heel eenvoudig: Refrontolo. De renners passeren er en dat is werkelijk te mooi om te laten liggen.

Heel erg is die afwijking nu ook weer niet. We schuiven inderdaad door naar een DOCG, maar ik vermoed dat Colli di Conegliano DOCG voor heel wat lezers even onbekend zal zijn als de meeste kleine DOC’s die we tot nu toe hebben besproken. Zeker Refrontolo zal bij velen niet meteen herkenning oproepen. Deze streek wordt immers bijna automatisch verbonden met de bekende Prosecco uit Conegliano Valdobbiadene.

De renners trekken van Trentino naar Veneto, van Fai della Paganella naar Pieve di Soligo, door opnieuw een bijzonder mooi decor. Het parcours laat bovendien nog veel open. Op papier lijkt dit een etappe waarin snelle mannen kunnen dromen, want echte bergen moeten er niet meer over. Toch zit de angel in de finale. Na zoveel koersdagen is het maar de vraag of er nog voldoende sprintersploegen overblijven om alles te controleren, zeker met Refrontolo, de Muro di Ca’ del Poggio en de heuvels rond Pieve di Soligo in het slot.

De winnaar zal alvast getrakteerd worden op een magnumfles Cartizze.

Colli di Conegliano DOCG

Colli di Conegliano DOCG ligt in de provincie Treviso, in de heuvelzone rond Conegliano, Susegana, Pieve di Soligo, Farra di Soligo, Refrontolo, San Pietro di Feletto, Miane, Follina, Cison di Valmarino, Revine Lago, Tarzo, Vittorio Veneto, Fregona en een aantal omliggende gemeenten.

De erkenning als DOC kwam er in 1993. In 2011 volgde de promotie naar DOCG. Opvallend is vooral hoe klein de appellatie vandaag blijft. De appellatie telt amper achtentwintig hectare aan wijngaarden en een gemiddelde productie van ongeveer zeshonderdveertig hectoliter. Dat is bijzonder weinig. We komen de wijnen dan ook amper tegen buiten hun eigen kerktoren en het is dus geen wonder dat dit zo goed als onbekend terrein is.

Toch is er ook hier een rijke geschiedenis. Er was naar het schijnt al wijnbouw van in de ijzertijd, met de Paleoveneti als vroege gebruikers van de gedomesticeerde wijnstok. De Romeinen brachten meer orde in de aanplantingen. Later speelden de benedictijnen een belangrijke rol rond de versterkte centra van Ceneda, Serravalle, Conegliano en Susegana.

De band met witte wijn is al gedocumenteerd in de Statuti Coneglianesi van 1282. Onder de Republiek Venetië groeide de faam van de wijnen uit deze heuvels verder. In de vijftiende eeuw doken verwijzingen op naar de waardering voor de wijn van Feletto aan het hof van de doges. Ook de doortocht van keizer Karel V in 1532 wordt in de historische context aangehaald, met verwijzingen naar de wijnen van Feletti en Collalbrigo.

Refrontolo neemt binnen de denominatie een bijzondere plaats in. De productiezone is veel kleiner en beperkt zich tot delen van Refrontolo, Pieve di Soligo en San Pietro di Feletto. De wijn wordt vandaag gemaakt op basis van Marzemino, een druif die in deze streek al vroeg opduikt. Al in de vroege vijftiende eeuw zijn er verwijzingen van Venetiaanse edelen naar kostbare Marzeminowijnen uit deze heuvels. Giacomo Agostinetti noemt de Marzemini in 1679, en ook in de achttiende eeuw wordt de band tussen dit ras en de heuvels van Conegliano verder bevestigd.

Bodem en klimaat

De wijngaarden liggen op zachte heuvels in het oosten van Veneto. Ten noorden van de zone liggen de Dolomiti Bellunesi, zuidelijker laat de Adriatische Zee haar invloed voelen. De heuvelruggen lopen van oost naar west door het noorden van de provincie Treviso en vormen een gebied dat geschikt is voor zowel witte als rode druiven.

De Alpen en Vooralpen schermen de zone deels af tegen koude luchtstromen uit het noorden. De nabijheid van de zee tempert het klimaat. Daardoor krijg je een gematigd klimaat met voldoende warmte, maar ook met duidelijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht.

De bodems gaan terug op een oude mariene ondergrond, later verder gevormd door erosie en glaciale afzettingen. In de praktijk betekent dit dat we vaak te maken hebben met bodems van alluviale en morenische oorsprong, met grind, stenen en voldoende kalk.

Dat stenige karakter helpt bij de drainage, zeker op hellingen waar overtollig water snel moet kunnen wegtrekken. Tegelijk kunnen de diepere bodems voldoende vocht vasthouden om de wijnstok door warme zomers te helpen. Die combinatie van drainage en waterreserve is belangrijk in een streek waar behoorlijk wat neerslag kan vallen.

Ventilatie speelt eveneens een grote rol. Vooral in het noordelijke deel van de Colli di Conegliano zorgen luchtstromen voor afkoeling en voor het drogen van druiven en bladeren. Dat helpt tegen schimmeldruk. Voor de passito’s is het nog belangrijker. Refrontolo en Fregona staan bekend als plaatsen waar frisse, droge luchtstromen natuurlijke indroging mogelijk maken.

Rode wijnen

De rode Colli di Conegliano DOCG wordt gemaakt van Cabernet Franc, Cabernet Sauvignon, Marzemino en Merlot. Elk van deze druiven moet minstens tien procent aanwezig zijn. Merlot mag maximaal veertig procent van de blend uitmaken. Daarnaast mogen Manzoni Nero 2.15 en Refosco dal Peduncolo Rosso samen maximaal twintig procent toevoegen.

De gewone rosso moet minstens vierentwintig maanden rijpen, gerekend vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moet minstens zes maanden in hout en minstens drie maanden op fles gebeuren. Voor de riserva loopt de totale rijping op tot minstens zesendertig maanden, waarvan minstens twaalf maanden in hout.

In het glas mag je rijp rood en zwart fruit verwachten, met kruidigheid, voldoende body en een duidelijke maar beheerste tannine. Cabernet Franc en Cabernet Sauvignon geven ruggengraat en soms een meer groene of kruidige toets. Merlot brengt ronding. Marzemino kan voor een meer florale en fruitige inslag zorgen. Refosco en Manzoni Nero kunnen, wanneer ze gebruikt worden, extra kleur, spanning en karakter toevoegen.

Een amusant weetje is dat Colli di Conegliano rosso de eerste rode wijn met denominatie van de Sinistra Piave was, de linkeroever van de Piave. Het was bij wijze van spreken een inbreker in een gebied waar wit en mousserend, laat ons eerlijk zijn, nog altijd grotendeels de lakens uitdelen.

Refrontolo is de meest eigenzinnige rode wijn van de DOCG. Hij wordt gemaakt van minstens vijfennegentig procent Marzemino. Maximaal vijf procent andere niet-aromatische rode druiven uit de provincie Treviso mag worden toegevoegd. De druiven moeten eerst indrogen tot ze een minimaal potentieel alcoholvolume van 14,5 procent bereiken. Misschien is de vergelijking niet helemaal correct, maar je mag Refrontolo bekijken als een soort mini Amarone met Marzemino in de hoofdrol, tenminste wanneer hij droog wordt gevinifieerd. Er bestaat immers ook een passitoversie.

De wijn moet minstens vierentwintig maanden rijpen, waarvan minstens twaalf maanden in hout en drie maanden op fles. In de officiële smaakomschrijving komt Refrontolo naar voren als een robijnrode tot granaatrode wijn, warm, vol, harmonieus en met een fluwelige indruk. In het glas geeft Marzemino hier vaak rijpe kers, pruim, viooltjes, klein donker fruit en zachte specerijen.

Witte wijnen

Ook Colli di Conegliano bianco kan een blend zijn van heel wat druiven. De belangrijkste is echter Manzoni Bianco, die voor minstens dertig procent aanwezig moet zijn. Daarnaast moet minstens dertig procent bestaan uit Pinot Bianco, Chardonnay of een combinatie van beide. Sauvignon Blanc en Riesling Renano mogen samen maximaal tien procent van de blend innemen.

Manzoni Bianco verdient wat meer uitleg, want het is een streekgebonden druif zonder dat ze spontaan in de wijngaard is ontstaan. Ze werd gecreëerd door Luigi Manzoni, die jarenlang verbonden was aan de wijnbouwschool van Conegliano. Het is een kruising van Riesling Renano en Pinot Bianco, en ze past bijzonder goed bij de heuvelachtige en morenische ondergrond van deze zone. De druif voelt zich immers goed op stenige, droge en arme bodems.

De witte wijn moet minstens vier maanden rijpen en kan vanaf maart van het jaar na de oogst op de markt komen. In het glas vind je dan een wijn met een strogele kleur, aroma’s van rijp wit fruit, citrusfruit, veldbloemen en een licht kruidige toets. In de mond geeft dit een goed evenwicht tussen zuren en sappig fruit. De wijn bezit een rond mondgevoel met voldoende frisheid.

Passito

Colli di Conegliano heeft naast rood en wit nog twee heel speciale wijnen in het zoete segment: Refrontolo passito en Torchiato di Fregona. Ze verschillen sterk van elkaar en je kan ze eigenlijk in niets met elkaar vergelijken. De ene is rood, de andere wit. Het enige gemeenschappelijke punt is dat beide wijnen gemaakt worden via appassimento, het indrogen van de druiven.

Refrontolo passito wordt gemaakt van minstens vijfennegentig procent Marzemino. Maximaal vijf procent andere niet aromatische rode druiven is toegestaan. De druiven moeten indrogen tot minstens zestien procent potentieel alcoholvolume. Het maximale rendement van druif naar wijn ligt laag, met hoogstens vijfenveertig procent. De druiven worden ingedroogd op rekken tot de week voor Kerstmis.

De passito moet minstens vier maanden rijpen, waarvan minstens drie maanden op fles. Dat levert een rode passito op met de typische geuren van ingedroogde Marzemino. Denk aan rijpe kers, bosfruit, pruim, viooltjes, gedroogd fruit, specerijen en soms een licht amandelachtige toets. Als we bij de droge versie de vergelijking maakten met Amarone, dan kunnen we deze passito ergens richting Recioto plaatsen, al blijft Marzemino natuurlijk een heel andere druif.

Die andere zoete wijn, de Torchiato di Fregona, is de witte passito van de appellatie. Hij wordt gemaakt van druiven die niet vreemd klinken in deze Prosecco streek: minstens dertig procent Glera, minstens twintig procent Verdiso en minstens vijfentwintig procent Boschera. Daarnaast mag maximaal vijftien procent andere niet aromatische witte druiven worden gebruikt.

De productiezone is beperkt tot Fregona, Sarmede en Cappella Maggiore. De druiven moeten minstens honderdvijftig dagen indrogen na de oogst. Ze mogen niet vóór 1 februari van het jaar na de oogst worden geperst. De wijn moet vervolgens minstens vierentwintig maanden rijpen, waarvan minstens vijf maanden op fles. De maximale opbrengst van druif naar wijn bedraagt slechts vijfentwintig procent.

Torchiato di Fregona heeft meestal een diepe goudgele kleur. In de geur zitten honing, gedroogde abrikoos, gekonfijte citrus, rijpe appel, kruiden en noten. Verdiso helpt om frisheid te bewaren. Boschera geeft structuur en is bijzonder geschikt voor lange indroging. Glera zorgt, net zoals in Prosecco, voor primair fruit.

Giro d’Italia 2026, rit 17: Valcalepio DOC, van Cassano d’Adda naar Andalo

Na twee dagen stilte is de Giro zijn laatste week ingegaan. Maandag was er de traditionele rustdag en dinsdag bleef rit 16 volledig op Zwitsers grondgebied, waardoor we er geen Italiaanse appellatie aan konden koppelen. En dus richten we ons opnieuw op Italië, met de verraderlijke rit van Cassano d’Adda naar Andalo.

Rit 17 gaat bijna voortdurend in stijgende lijn, zonder dat er meteen een echte monsterklim op het menu staat. Dat maakt ze lastig te controleren. De punchers zouden hier wel eens vrij spel kunnen krijgen, zeker als de vlucht van de dag voldoende marge krijgt voor de finale richting Andalo.

Voor onze bespreking zag ik twee mogelijkheden die bij het ritprofiel passen. Omdat de rit eindigt in Trentino en door de Piana Rotaliana komt, zou Teroldego Rotaliano DOC zeker aangewezen zijn. Ik kies echter voor een DOC die dichter bij het eerste deel van de rit ligt, rond Bergamo: Valcalepio DOC. Minder bekend, en net daarom boeiender voor onze reeks.

Valcalepio DOC

Valcalepio DOC ligt in de provincie Bergamo, in Lombardije. De denominatie werd erkend in 1976 en omvat een heuvelzone tussen de uitlopers van de Orobie, Lago d’Iseo en Monte Canto.

Het wijngebied telt ongeveer 113 hectare wijngaardoppervlakte en een gemiddelde productie van ongeveer 5.940 hectoliter. Daarmee blijft de appellatie vrij beperkt in omvang.

De productiezone wordt nauwkeurig afgebakend. Ze vertrekt in het oosten bij de monding van de Torrente Rino in Lago d’Iseo, in de gemeente Predore, en volgt daarna een lange lijn van beken, valleien, heuvelruggen, gemeentegrenzen en oude wegen. Sarnico, Viadanica, Foresto Sparso, Berzo San Fermo, Trescore Balneario, Cenate Sopra, Scanzorosciate, Nembro, Alzano Lombardo, Ponteranica, Sorisole, Villa d’Almè, Almenno San Salvatore, Almenno San Bartolomeo, Palazzago, Pontida, Sotto il Monte Giovanni XXIII en Carvico geven een goed beeld van de brede heuvelgordel van de provincie Bergamo waarin de DOC zich uitstrekt. De grens keert uiteindelijk terug richting Sarnico en de oever van Lago d’Iseo aan de zijde van Bergamo.

Hoewel de DOC pas in 1976 werd erkend, is er al in de middeleeuwen bewijs dat Bergamo sterk was verbonden met wijnbouw. Tot het einde van de elfde eeuw zouden bijna vier vijfde van de bewerkte landbouwgronden wijngaarden zijn geweest. Ook net buiten de stad lag opvallend veel wijngaard, meer dan in veel andere landbouwgebieden rond stedelijke centra. In oude documenten worden wijngaarden bovendien hoger gewaardeerd dan akkers. Niets nieuws onder de zon dus, zou je denken. Alleen woog wijnbouw in die tijd economisch anders door dan vandaag.

Latere bronnen blijven de wijnbouw rond Bergamo vermelden. In de zestiende eeuw wordt gesproken over de vruchtbaarheid van het gebied en over uitstekende wijnen. De valleien van de Brembo en de Serio hadden een reputatie voor zowel rode als witte wijnen.

Bodem en klimaat

Het gebied is heuvelachtig en ligt tussen de Povlakte en de eerste uitlopers van de Alpen in het noorden van de provincie Bergamo. De wijngaarden liggen doorgaans op goed geëxposeerde hellingen en heuvelflanken. Voor druiven bestemd voor rode wijn werd de maximale hoogte bepaald op 600 meter. Voor Chardonnay, Pinot Bianco en Pinot Grigio gaat dat tot 700 meter.

Leuk detail, voor mezelf dan toch, is dat je heel wat detailinformatie over de bodem kan vinden met de lokale benamingen. Dat maakt het wel ingewikkeld, zeker wanneer die bodemsamenstelling zo gevarieerd is.

In de heuvelzone komen onder meer Selcifero Lombardo (kalksteen met silex), Maiolica di Bruntino (fijnkorrelige kalksteen met silex), Sass de Luna (kalksteen en mergel), flyschformaties (afwisselende lagen van zandsteen, mergel en klei), Arenaria di Sarnico (zandsteen), Pietra di Credaro (kalkrijke zandsteen) en alluviale gronden (rivierafzettingen van zand, leem, klei en grind) voor.

In het noordwestelijke deel rond Bergamo overheersen meer schistachtige en kleiige bodems. Richting Lago d’Iseo komen vaker klei en kalksteen naar voren.

Het klimaat wordt meestal omschreven als gematigd continentaal, met invloed van de heuvels en van Lago d’Iseo. Binnen de DOC worden verschillende klimaatzones onderscheiden: de westelijke heuvels, de oostelijke heuvels en de zone rond Trescore Balneario. De oostelijke zone krijgt doorgaans wat meer warmte. Hogere en beter geventileerde percelen bewaren meer frisheid.

Rode wijnen

Valcalepio rosso wordt in hoofdzaak gemaakt van Merlot en Cabernet Sauvignon. Merlot mag tussen 40 en 90 procent van de assemblage uitmaken. Cabernet Sauvignon zit tussen 10 en 60 procent. Daarnaast mag maximaal 15 procent bestaan uit Franconia, Incrocio Terzi n.1, Merera, Rebo en Petit Verdot.

Opmerkelijk is dat de verhouding tussen Merlot en Cabernet Sauvignon in 2025 nog werd aangepast. Voordien moest Cabernet Sauvignon minstens 25 procent van de assemblage uitmaken en mocht Merlot maximaal 75 procent bedragen. Daarmee krijgt Merlot duidelijk meer ruimte binnen Valcalepio rosso.

De reden voor die wijziging ligt mee in de wijngaard. Cabernet Sauvignon blijkt in deze streek gevoeliger voor aantastingen van het houtweefsel, met esca als bekendste voorbeeld. Daardoor kunnen stokken geleidelijk onproductief worden en ontstaan er meer open plekken in de wijngaard.

De wijn moet minstens één jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moeten minstens drie maanden in houten vaten gebeuren. In het glas verwacht je een robijnrode wijn, met een vrij intens aroma en een droge, volle smaak. Donker fruit, pruim, zwarte kers, cassis, kruiden en een lichte vegetale toets van Cabernet Sauvignon.

Voor Valcalepio rosso riserva mogen enkel Merlot en Cabernet Sauvignon worden gebruikt, in dezelfde verhouding als bij de gewone rosso. De rijping is strenger. Valcalepio rosso riserva moet minstens drie jaar rijpen, waarvan minstens één jaar in eikenhout. De wijn mag pas vanaf 1 november van het derde jaar na de oogst op de markt komen.

De kleur kan richting granaat gaan. In de geur krijg je naast donker fruit ook tabak, ceder, leder, specerijen en soms een wat etherische toets. De mond is voller, steviger en meer gestructureerd.

Witte wijnen

Ook bij de witte wijnen staan internationale druivenrassen centraal. Valcalepio bianco wordt gemaakt van Chardonnay en of Pinot Bianco, samen goed voor 55 tot 80 procent. Pinot Grigio vult aan met 20 tot 45 procent. Voor de witte wijn wordt geen verplichte rijpingsperiode opgelegd.

Pinot Bianco zorgt meestal voor frisheid, ingetogen fruit en een rustige structuur. Chardonnay kan wat meer volume, rijper fruit en breedte geven. Pinot Grigio brengt toegankelijkheid, sappigheid en soms een licht kruidige toets.

In het glas mag je een strogele kleur verwachten, met aroma’s van appel, peer, citrus, witte bloemen en soms wat amandel. De mond is droog, harmonieus en vrij herkenbaar.

Passito

Naast de rode en witte wijnen wordt er ook een zoete passitowijn gemaakt. Valcalepio Moscato passito vertrekt van minstens 85 procent Moscato di Scanzo. De resterende 15 procent mag bestaan uit andere druiven die in Lombardije zijn toegelaten.

Ook dit is een recente wijziging in het disciplinare. Vroeger moest de wijn volledig uit Moscato bestaan. Door de verlaging naar 85 procent krijgen producenten iets meer ruimte om het aromatische profiel van de wijn bij te sturen.

De wijn mag pas vanaf 1 april van het tweede jaar na de oogst op de markt komen. Het totaal alcoholgehalte moet minstens 17 procent bedragen. De wijn moet minimaal 30 gram restsuiker per liter bevatten.

De kleur is robijnrood, soms richting cerasuolo met granaatrode reflecties. In de geur verwacht je rijp rood fruit, kersenconfituur, rozen, gedroogde bloemen, kruiden, specerijen en soms wat honing. In de mond is Valcalepio Moscato passito zoet, geconcentreerd en aromatisch.