Giro d’Italia 2026, rit 20: Ramandolo DOCG, van Gemona del Friuli naar Piancavallo

Het is de allerlaatste keer dat de masseurs de klimmersbenen van de renners in optimale conditie moeten krijgen. Vermoedelijk zullen er in rit 20, van Gemona del Friuli naar Piancavallo, geen grote verschuivingen meer gebeuren in het klassement, al leent het parcours zich daar wel degelijk toe. In de laatste 50 kilometer krijgen de renners nog twee stevige beklimmingen voorgeschoteld, waarvan de laatste meteen ook het eindpunt van de rit is. De aanvallers zouden hier wel eens vrij spel kunnen krijgen, zeker als de spanning voor het eindklassement al wat verdwenen is.

De keuze welk wijngebied we zouden bespreken, lag op zich vrij voor de hand. We hadden zelfs de keuze tussen Friuli Colli Orientali DOC en Friuli Grave DOC. Naar mijn mening zijn die echter voldoende bekend bij de meeste wijnliefhebbers, en bovendien zijn het ook grotere DOC gebieden. Omdat de renners door Nimis komen, lijkt het me aangewezen om deze keer een zoete wijn in de schijnwerpers te plaatsen. Een DOCG weliswaar, maar waarschijnlijk toch eentje die niet iedereen onmiddellijk zal weten te kaderen: Ramandolo DOCG.

Ramandolo DOCG

Ramandolo DOCG is een klein wijngebied in Friuli Venezia Giulia. Het productiegebied ligt rond Nimis en Tarcento, ten noorden van Udine. Ramandolo zelf is een frazione van Nimis, een kleine deelkern binnen de gemeente. De oppervlakte aan Ramandolo wijngaarden bedraagt amper 34 hectare. Dat is goed voor ongeveer 760 hectoliter wijn per jaar. De appellatie werd in 2001 als aparte DOCG erkend, nadat Ramandolo voordien als subzone binnen Colli Orientali del Friuli bestond.

De eerste bekende vermelding van Ramandolo gaat terug tot juli 1273, toen het dorp werd vermeld als Villa de Ramandul. Later duikt ook de vorm Romandolo op. Over de oorsprong van die naam bestaat discussie. Volgens één verklaring verwijst hij naar een Romeinse oorsprong, volgens een andere naar het Friulische, neolatijnse karakter van de plek. Dat past bij de ligging van Ramandolo op een oude taalgrens, met hogerop Slavische en Sloveense invloeden en lager op de heuvels de Friulische wereld.

De wijngeschiedenis van Ramandolo begint op de moeilijke te bewerken hellingen. De percelen zijn klein, steil en vaak lastig bereikbaar. Wijnbouw was hier eeuwenlang geen comfortabele landbouw, wel een manier om uit de heuvels iets leefbaars te halen. Families werkten kleine stukken grond, met lage opbrengsten, veel manuele arbeid en kennis die van generatie op generatie werd doorgegeven.

Centraal staat de druif Verduzzo Friulano, lokaal Verduzzo Giallo genoemd. Die druif heeft een stevige schil, kan goed suiker opbouwen en brengt voor een witte druif opvallend veel tannine mee.

Bodem en klimaat

De wijngaarden liggen aan de voet van Monte Bernadia. Die berg is belangrijk, want hij beschermt de wijngaarden tegen koude noordenwind. De percelen liggen op zuidelijk georiënteerde hellingen, vaak tussen ongeveer 250 en 400 meter hoogte.

De bodems bestaan vooral uit mergel uit het Eoceen, de typische ponca die ook elders in Friuli belangrijk is. In Ramandolo krijgt die ondergrond extra nuance door de nabijheid van de kalkrijke massa van Monte Bernadia.

De hellingen kunnen erg steil zijn, soms meer dan 30 procent. De terrassen zijn op sommige plaatsen bijzonder smal. Mechanisatie is daardoor beperkt en veel werk gebeurt met de hand. Snoeien, canopy management, selectie en oogst vragen hier meer tijd dan in de vlakke delen van Friuli.

Ramandolo behoort tot de koelere wijnzones van Friuli Venezia Giulia. De regenval is hoog en het aantal regendagen ligt ruim boven wat men in veel andere Italiaanse wijngebieden gewoon is. Bovendien is het risico op hagel groot. Daarom hangen in veel wijngaarden hagelnetten, wat het werk nog omslachtiger maakt.

Passito

Ramandolo is een zoete witte passito op basis van Verduzzo Friulano. Deze druif moet het volledige gewicht van de wijn dragen en is dus voor de volle honderd procent aanwezig. De druiven worden laat geoogst en kunnen gedeeltelijk aan de plant indrogen. Daarna kan het appassimento verdergaan in geschikte lokalen, met natuurlijke verluchting, temperatuurcontrole of geforceerde ventilatie. Ook droogrekken en kistjes worden gebruikt.

Tijdens het indrogen verliezen de druiven water. Suiker, zuren, aroma’s en extract worden daardoor geconcentreerd. Dat geeft Ramandolo zijn volle textuur, zijn intens goudgele kleur en zijn aromatisch profiel van gedroogd fruit, honing, noten en kruiden. In gunstige jaren kan ook edele rotting een rol spelen, wat extra complexiteit toevoegt.

Verduzzo Friulano is bijzonder geschikt voor deze werkwijze. De dikke schil beschermt de druif tijdens het indrogen en maakt een langere concentratie mogelijk. Diezelfde schil brengt ook tannine mee, uitzonderlijk voor een witte druif. Bij Ramandolo is dat een dankbaar element, omdat de zoetheid daardoor beter in evenwicht blijft en de wijn minder snel een kleverig karakter krijgt.

De appellatie kent twee types: Ramandolo en Ramandolo Riserva. De gewone Ramandolo mag pas vanaf november van het jaar na de oogst op de markt komen. Voor Ramandolo Riserva is de rijping langer en volgt de vrijgave pas vanaf 1 december van het derde jaar na de oogst. Houtopvoeding is toegelaten, maar niet verplicht. Het gebruik van de Riserva was lange tijd niet mogelijk. Het is pas sinds de aanpassing van het disciplinare in 2024 dat Ramandolo Riserva ook als aparte vermelding op het etiket mag verschijnen.

De vinificatie verschilt van producent tot producent. Sommige kiezen voor een korte schilmaceratie, waardoor de wijn meer structuur en een duidelijkere bittertoets krijgt. Andere werken meer in de richting van een klassieke witte vinificatie, met een zachtere en toegankelijkere stijl als resultaat. Houtopvoeding kan de wijn ronder maken en extra toetsen van specerijen, vanille en gedroogd fruit toevoegen. Als een rode draad doorheen het hele wijnprofiel is er steeds de amandel. Deze is zowel in geur als in smaak heel duidelijk aanwezig.

Schioppettino tasting – Verrassend Friulaans

Na meer dan 25 jaar wijnclubleven is het niet vanzelfsprekend om nog écht verrassende thema’s op tafel te krijgen. Er passeerde al veel de revue, en ambitie botst soms op organisatie. Al jaren probeer ik bijvoorbeeld een proeverij rond het Sloveense Brda of het Canadese Okanagan op poten te zetten. Flessen opsporen via gespecialiseerde webshops lukt nog wel; ze veilig en betaalbaar tot in België krijgen blijkt steevast de grootste uitdaging.

Dat dreigde ook bij mijn selectie Schioppettino’s, samengesteld bij de Friulaanse specialist Vini DOC Friuli. Aanvankelijk leek verzending naar België uitgesloten, maar dankzij de gedreven hulp van Gloria raakten de flessen toch tijdig op het thuisfront. Resultaat: een proeverij die volledig in het teken stond van één druif, Schioppettino, voor wijnclubs Het Negende Vat en ODK.

Het idee om Schioppettino in de schijnwerpers te zetten ontstond nadat ik me voor een uitgebreide blog in deze Friulaanse rariteit had vastgebeten: een druif uit het noordoosten van Italië die bekendstaat om haar kruidige, peperige signatuur en tegelijk verrassend verfijnde structuur.

Voor beide clubs was Schioppettino grotendeels onbekend. Net daarom werd er met open blik geproefd en eindigde de avond met meer dan één instemmende knik. Hieronder volgen de proefnotities.

  1. Ermacora Schioppettino – Friuli Colli Orientali DOC 2022
    Vinificatie in inox, gevolgd door een rijping van 12 maanden in Franse eiken vaten voor 15% van de wijn. Zuivere kersenrode kleur. In de neus een fijne, fruitige aanzet waarbij rood en blauw fruit door elkaar vloeien, met kers en bessen in de hoofdrol. Viool tekent de florale noot, terwijl het kruidige register aanwezig is zonder dat peper overvloedig de toon zet.
    Ook de mond is, net als de neus, bescheiden te noemen. Een mooie frisse toets bepaalt het ritme, met tannine die niet streng aanvoelt. Kers en kriek komen duidelijk terug en de afdronk blijft correct en zuiver, met helemaal op het einde alsnog die typische peperprikkel.
    Punten: 80/100 – Prijs: 14,70 € – Niet te koop gevonden in België
  2. Dorigo Schioppettino – Friuli Colli Orientali DOC 2023
    Gevinifieerd in inox, gevolgd door een rijping van 8 maanden in tonneaux.
    Heldere robijnrode kleur. Het aroma is uitgesproken fruitgedreven, met verse rode en blauwe bessen, aangevuld met viooltjes en een mooie kruidigheid van peper, laurier en kaneel. Daarnaast verschijnen groene toetsen van paprika en een discreet dierlijk randje. Het bouquet is aangenaam en wordt na het walsen extra interessant door een koffietoets die komt opzetten.
    In de mond vallen de frisse zuren op, met voldoende tannine en kracht. Het fruit blijft centraal met framboos en myrtille die domineren. Ondanks het pittige kruidige karakter is dit geen peperbom. De afdronk is net voldoende lang en blijft correct, zonder uitgesproken diepgang of complexiteit.
    Het blijft een correcte, alledaagse wijn met een prettig, kruidig-fruitig register.
    Punten: 80/100 – Prijs: 15,80 € – Niet te koop gevonden in België
  3. Gigante – Venezia Giulia IGT 2018
    Vinificatie in inox gevolgd door een rijping van 36 maanden in grote eiken fusten.
    Heldere robijnrode kleur, mooi tranend langs de wand. De neus is meteen uitgesproken en herkenbaar: peper komt onmiddellijk en zeer duidelijk opzetten. Daaronder ligt fruit dat eerder richting rijp en licht geëvolueerd gaat, met ietwat belegen kers en braam. De complexiteit wordt vooral gedragen door tertiaire aroma’s van koffie, tabak en leder, aangevuld met het frisgroene van laurier en een subtiele dierlijke toets.
    In de mond is het profiel bijzonder aangenaam en vlot, gedreven door frisse, aanstekelijke zuren. Opvallend: het fruit proeft jonger dan in de neus. De kruidigheid blijft speels aanwezig, met opnieuw die peperige lijn. De tannine is ondersteunend zonder te domineren, en de houtintegratie is geslaagd. Alles samen levert dit een wijn op die mooi in balans is en nu zeer prettig drinkt. De lange afdronk sluit af met een duidelijke, opbouwende mineraliteit. De wijn is vandaag prima op dronk; verdere bewaring lijkt minder noodzakelijk.
    Punten: 85/100 – Prijs: 17,00 € – Niet te koop gevonden in België
  4. Tunella Schioppettino – Friuli Colli Orientali 2021
    Vinificatie in inox, gevolgd door een houtopvoeding van 30 maanden in grote eiken botti. In het glas: donker robijnrood en duidelijk tranend. De neus overdondert meteen bij de aanzet: volle bak peper. Die kruidige dominantie houdt echter niet aan, want al snel volgt een overvloed aan sappige zwarte kers, gedragen door braambes en viooltjes. Daaronder ontvouwt zich een complex kruidig-groen register met paprika en laurier, aangevuld met cederhout en cacao, en telkens opnieuw dat wederkerende, licht dierlijke accent.
    Ook in de mond is de aanzet uitermate sappig. Zonder haperen schuift dit door naar de peperige kruidigheid, dit keer in een rijper mondprofiel. De frisheid blijft aanwezig, overgoten met boeiende, ondersteunende tannine die structuur geeft zonder de sappigheid weg te drukken. De afdronk is pittig en aangenaam, met een pepermolen die opnieuw op volle toeren draait.
    Een lekker glas wijn dat zonder probleem opnieuw mag gevuld worden.
    Punten: 89/100 – Prijs: 22,70 € – Te koop bij Chacalli Wines
  5. Zorzettig MYO Schioppettino – Friuli Colli Orientali 2019
    Vinificatie in inox, gevolgd door rijping in eiken barriques voor 12 maanden. Opmerkelijk is dat we deze wijn in beide wijnclubs proefden en dat de kleur opvallend uiteenliep: bij de ene proeverij robijnrood met een duidelijke bruine evolutierand, bij de andere een zuivere karmijnrode tint. Geur en smaak liepen wél gelijk, met een fris en precies bouquet waarin kers en framboos het fruitprofiel bepalen, geflankeerd door duidelijke peper, laurier en die herkenbare bosgeur. Na wat lucht komen ook koffie, ceder en een puntje tabak nadrukkelijker in beeld. In de mond is hij bijzonder aangenaam en verfrissend, met verfijnde zuurtjes die het sappige fruit dragen en met aanvullende, smakelijke tannine. De finale blijft correct en voldoende lang, peperig-kruidig en zuiver. Dit is een knappe, complexe wijn zonder in extremen te gaan.
    Punten: 90/100 – Prijs: 26,40 € – Niet te koop gevonden in België
  6. Livon Picotis Schioppettino – Venezia Giulia IGT 2019
    Vinificatie in inox. Rijping van 14 maanden in Franse barriques.
    Robijnrood met een bruine rand en duidelijk gekleurde traanvorming. In de neus manifesteert de peper zich meteen heel duidelijk. Daaronder zit klein rood fruit, met af en toe een zwart besje in de fruitbowl. Het geheel heeft iets branderigs, vegetaals en dierlijks, alsof je door een bos wandelt op zoek naar bospaddenstoelen die je nadien in de pan gooit met de nodige peperige additieven. Ook tabak, cederhout, koffieboon en trekkende theebladeren duiken op.
    In de mond voelen de zuren manifest aan, met gelukkig voldoende tannine om weerwerk te bieden. Het fruit blijft eerder compact en kruidig gestuurd, met een uitgesproken peperlijn die doorheen het palet loopt. In de afdronk verschijnt een licht bitter, wat onrijp aanvoelend randje, zonder echt storend te worden.
    Een zeer correcte wijn, waarbij de neus net iets meer belooft dan wat het mondgevoel uiteindelijk inlost.
    Punten: 87/100 – Prijs: 27,60 € – Te koop bij Raineri
  7. Rodaro Romain Schioppettino – Friuli Colli Orientali DOC 2019
    Inox vinificatie en opvoeding in eiken barriques voor 24 tot 36 maanden. In het glas is hij black as hell, met een diepe, haast ondoorzichtige kleur en stevige traanvorming. Opvallend genoeg start de neus niet met zwart fruit maar met primair rood fruit, waarbij framboos meteen de hoofdrol opeist. Daarachter zit ook ingedroogd donkerder fruit verscholen en uiteraard is de peper present. Pas na het walsen wordt de houtinvloed duidelijker, met zoethout, vanille en chocolade die zich naast het fruit nestelen.
    De smaak is uitgesproken tweeledig: fris en sappig in de aanzet, met zowel jong als licht belegen fruit, gedragen door zachte, ondersteunende tannine. Gaandeweg schuift het mondprofiel richting rijper fruit, net op het randje van te rijp, zonder dat de frisheid volledig wegvalt. De finale is nadrukkelijk peperig en blijft lang nazinderen, met dat wat schizofrene spanningsveld tussen jeugdig sap en rijpere ronding.
    Punten: 85/100 – Prijs: 28,20 € – Niet te koop gevonden in België
  8. Ronco del Gnemiz Schioppettino – Friuli Colli Orientali DOC 2022
    Gevinifieerd in inox, gevolgd door een rijping op hout voor een periode van 18 maanden. Karmijnrood van kleur, zuiver en aantrekkelijk, met duidelijk gekleurde traanvorming. De neus is meteen van een hoog niveau: zeer verfijnd en tegelijk rijk geschakeerd. Het kruidige register voert de boventoon met peper op kop, maar het fruit staat er helder naast met framboos en kers, en zelfs een discreet cassisaccent. Daarachter ontvouwt zich een mooi tertiair palet met cederhout, tabak en het trekkende karakter van een theebad, aangevuld met paddenstoel en potgrond.
    De aanzet in de mond is smakelijk sappig en energiek. De tannine is stevig genoeg om de zuren uiteindelijk te overtroeven. Het hout is knap geïntegreerd, terwijl de frisheid het geheel levendig houdt. De lengte is opvallend dragend, met van begin tot einde veel peper, steeds omringd door jeugdig fruit en een subtiele minerale toets in de finale.
    Punten: 91/100 – Prijs: 48,40 € – Niet te koop gevonden in België
  9. Ronchi di Cialla Schioppettino – Friuli Colli Orientali DOC 2018
    Vinificatie in inox, gevolgd door rijping op eiken barriques voor 14 tot 18 maanden.
    In het glas toont de wijn een granaatrode kleur met traanvorming. De tertiaire en dierlijke aroma’s vullen ogenblikkelijk het glas: champignon en humus zetten de toon, gevolgd door een charmant geurende sigaar, blonde tabak en verse koffie. Het fruit zit deels verscholen en neigt naar gedroogde toetsen, maar brengt nog voldoende frisheid via bosaardbei, aangevuld met een kruidig en vegetaal randje. De neus doet denken aan een oudere wijn, met af en toe jeugdige opflakkeringen.
    In de mond is het profiel verrassend sappig, alsof het “oudje” een facelift kreeg: vlot, evenwichtig en lang aanwezig, met een aanhoudende kruidigheid en een mondgevoel waar werkelijk niets aan stoort. Tijdens de degustatie rijst de vraag of dit wel dezelfde druif is als bij de voorgaande wijnen, zo uitgesproken wijkt dit profiel af.
    Punten: 91/100 – Prijs: 39,80 € – Te koop bij Crombé Wines
  10. Moschioni Riserva – Friuli Colli Orientali DOC 2013
    Gisting op inox, gevolgd door een rijping op hout (12 maanden barrique + 24 tot 48 maanden botti).
    Diep karmijnrood in het glas, met gekleurde traanvorming. In de neus domineert rijp en eerder geconfituurd fruit, met pruimenconfituur het duidelijkst aanwezig en een uitgesproken Mon Chéri-kers die meteen herkenbaar is. Daar rond hangen oosterse kruiden en een zoete toets van melkchocolade.
    In de mond zet de wijn breed en overvloedig aan, met een rijp profiel dat snel zwaar en vermoeiend aanvoelt. De smaakbeleving blijft op dat geconcentreerde, zoet aandoende spoor en roept associaties op met een geforceerde Amarone-stijl, zonder dat er spanning of drinkplezier ontstaat. NMCOT (Not my cup of tea).
    Punten: 75/100 – Prijs: 54,90 € – Niet te koop gevonden in België
  11. Antico Broilo Schioppettino di Prepotto – Friuli Colli Orientali 2022
    Vergisting in inox. De wijn geniet een opvoeding van 24 maanden in Franse barriques.
    Robijnrood met een paarse waas en mooie traanvorming. Jong, jeugdig en wat zwaarder fruit opent het geurenfestival met aalbesjes, myrtilles en braam. In dat fruitspoor volgt al vlug de bijna obligatoire boswandeling en de even evidente twist van de pepermolen. Tabak, paprika en laurier laten zich evenzeer opmerken, met een houtkader dat strak geïntegreerd blijft.
    De smaak is vooreerst verkwikkend, breed, niet te zwaar en supermooi gebalanceerd. Alles voelt net als in de geur jeugdig aan. Een eensgezinde goedkeurende knik is merkbaar aan de proeftafel en dan moet de lange peperkruidige finale nog komen.
    Punten: 92/100 – Prijs: 25,00 € – Niet te koop gevonden in België
  12. Pitticco Schioppettino di Prepotto – Friuli Colli Orientali 2021
    Gevinifieerd in inox, gevolgd door een rijping op hout gedurende 18 maanden.
    Bijna zwart van kleur met een duidelijke paarse rand en gekleurde traanvorming. De neus start met zacht fruit van rijpere zwarte kersen. Bij elke walsbeweging komt een overvloed aan peper opzetten, waardoor de overige aroma’s geregeld naar de achtergrond schuiven. Houtinvloeden zijn merkbaar via typische branderige accenten, met cacao op de voorgrond, een subtiel dierlijk puntje en zelfs een lichte florale invloed.
    In de mond valt meteen de complexiteit op. Sappig fruit van bij de aanzet. Voor je aan de levendige zuren en de stevige, doch smakelijke tannine begint te denken is er de peper al die zijn kop opsteekt. Deze zal ook niet meer uit het smaakbeeld verdwijnen. De afdronk is lekker lang, met divers gekleurd fruit en een chocoladetoets. Het geheel stemt je gelukkig en blijft je lang en heerlijk bij.
    Punten: 93/100 – Prijs: 25,00 € – Niet te koop gevonden in België

Friulano, identiteit in nuance

Afgelopen weekend dook ik mijn kelder in op zoek naar een geschikte wijn voor bij een zeevruchtenpasta. Van de feestdagen waren er nog restanten kreeft en langoustine over, veel te goed om achteloos te laten verdwijnen. Het gerecht vroeg om een wijn met inhoud. Na wat wikken en wegen viel mijn oog op een Russiz Superiore Friulano 2016 Collio DOC.

De combinatie werkte perfect. De wijn gleed moeiteloos door het gerecht heen en gaf het geheel extra diepte. Om eerlijk te zijn, zelfs als de pasta was mislukt, had de wijn nog altijd overeind gebleven. Zo’n glas dus dat niet alleen ondersteunt, maar ook gerust alleen kan schitteren. Het idee om Friulano eens grondig onder de loep te nemen, liet zich op dat moment vanzelf opdringen.

Friulano is zo’n druif die je niet overdondert bij de eerste slok, maar die je wel bijblijft. In het noordoosten van Italië, vlak bij de Sloveense grens, is hij uitgegroeid tot het witte uithangbord van Friuli-Venezia Giulia. Zijn kracht zit niet in een opvallende expressie, maar in finesse, textuur en een smaak die rustig doorloopt tot in de afdronk.

Toch is Friulano allesbehalve eenvoudig. Achter dat ingetogen karakter schuilt een verhaal vol omwegen, naamswissels en identiteitsvragen die jarenlang stof deden opwaaien. Het is precies die combinatie van discretie in het glas en complexiteit in de achtergrond die Friulano zo boeiend maakt.

De naam van de druif

Vandaag heet hij gewoon Friulano op het etiket. Dat lijkt helder, maar wie iets verder kijkt, merkt al snel dat die eenvoud vooral schijn is. Jarenlang stond de druif bekend als Tocai Friulano, een naam die uiteindelijk meer problemen dan duidelijkheid opleverde. De gelijkenis met Tokaji, de beroemde Hongaarse zoete wijn, leidde tot een lange juridische strijd waarin Hongarije met succes het alleenrecht op de naam afdwong.

Sinds die Europese uitspraak verdween Tocai van Italiaanse flessen en bleef Friulano over als officiële wijnnaam. Opmerkelijk genoeg leeft de oude benaming achter de schermen verder. In technische en administratieve contexten duikt Tocai Friulano nog geregeld op, wat betekent dat we in het dagelijkse taalgebruik eigenlijk de wijn benoemen, en niet strikt de druif.

Toch is daarmee niet alle verwarring van tafel. In Italië circuleren nog steeds verschillende erkende benamingen voor dezelfde druif, afhankelijk van regio en context. Zo wordt in Veneto ook de naam Tai gebruikt. In sommige zones duikt zelfs Tuchi op, een historische variant die vandaag zelden nog buiten administratieve lijsten verschijnt.

Buiten Europa mag de historische naam in sommige gevallen zelfs nog worden gebruikt, wat het verhaal extra complex maakt. Friulano heeft zich dus niet alleen in het glas moeten bewijzen, maar ook op papier en in rechtbanken.

Franse afkomst en sauvignonasse, eenvoud bestaat hier niet

Lang werd Friulano gezien als een inheemse Italiaanse druif, of door de hardnekkige Tokaji associatie zelfs als een mogelijke import uit Hongarije. Dat beeld is de voorbije decennia grondig bijgesteld. DNA onderzoek heeft de discussie opengebroken en genetische verbanden blootgelegd met een oude, grotendeels vergeten Franse druif. Dat leidde tot de conclusie dat Friulano samenvalt met wat in Frankrijk bekendstond als sauvignonasse. Op papier lijkt dat een elegante oplossing, in de praktijk blijkt het verhaal allesbehalve rechtlijnig.

Een groot deel van de verwarring zit in historisch naamgebruik. Eeuwenlang doken woorden als Tokai, Tocai, Toccai en Tokaj op in documenten, maar zelden met een duidelijke omschrijving van de gebruikte druif. In tijden zonder strikte regelgeving kon Tokai evengoed verwijzen naar een lokale variëteit, een ingevoerde druif, een blend of zelfs een stijl. Oude vermeldingen zijn daardoor verleidelijk, maar zelden sluitend bewijs voor wat we vandaag Friulano noemen.

Ook op het niveau van uiterlijk en druifkenmerken zorgde Friulano lange tijd voor verwarring. Hij lijkt sterk op Sauvignon blanc. Genoeg om jarenlang verkeerd te worden ingedeeld, zowel in wijngaarden als in onderzoekscentra. In Frankrijk werd het verhaal nog complexer door een wirwar aan namen. Naast sauvignonasse doken ook benamingen op als Sauvignon de la Corrèze en Sauvignon à Gros Grains. Daar kwam Sauvignon Vert bovenop, een naam die in sommige landen als synoniem werd gebruikt en elders naar een heel andere druif verwees. Het gevolg was een langdurige verwarring waarin namen en identiteiten door elkaar bleven lopen.

Wat DNA onderzoek wél heeft gedaan, is de discussie verplaatsen van romantische herkomstverhalen naar genetische aannemelijkheid. Daarbij kwam nog een belangrijk argument naar voren. Sauvignonasse blijkt ouderlijk materiaal te zijn van meerdere klassieke Franse rassen met een lange geschiedenis, waaronder Chenin Blanc. Zulke ouder-kindrelaties wijzen op een langdurige aanwezigheid binnen een Franse viticulturele context en maken een Franse oorsprong waarschijnlijker dan een Italiaanse. Tegelijk blijft het mogelijk dat de druif al vroeg in Noordoost-Italië aanwezig was onder andere namen, en dat pas later een duidelijke identificatie volgde.

De meest eerlijke samenvatting is deze. De genetica wijst richting Frankrijk, maar de historische naamvoering in Italië is zo diffuus dat absolute zekerheid moeilijk blijft. Friulano heeft helaas geen eenvoudige geboorteakte.

Wat wel vaststaat, is dat de druif haar definitieve identiteit in Friuli heeft gevonden. De eeuwenlange associatie met de naam Tocai, hoe verwarrend ook, maakte deel uit van dat proces. De Europese beslissing om Tocai exclusief aan Hongarije toe te kennen betekende het einde van een tijdperk, maar tegelijk het begin van een herpositionering.

Terroir, appellaties en hedendaagse expressie

Het kloppende hart van Friulano ligt onmiskenbaar in Friuli Venezia Giulia. Hier is de druif al decennialang een vaste waarde en behoort hij tot de meest aangeplante witte rassen. Het landschap speelt daarin een sleutelrol. Heuvels, koele luchtstromen uit de Alpen en de verzachtende invloed van de Adriatische Zee zorgen samen voor een klimaat waarin Friulano zijn natuurlijke evenwicht vindt.

Binnen de regio zijn er meerdere herkomstgebieden die elk hun eigen lezing van Friulano brengen. De bekendste liggen in en rond Collio, Colli Orientali en Isonzo, maar ook twee DOCG’s spelen een belangrijke rol in het hedendaagse verhaal van de druif.

Colli Orientali, beschut door de Julische Alpen, combineert hoogte met een koeler microklimaat en arme, mineraalrijke bodems. Het resultaat zijn precieze, frisse en vaak licht zilte Friulano-wijnen met spanning en lengte. Binnen dit gebied bevindt zich ook Rosazzo DOCG, een historisch heuvelplateau rond de abdij van Rosazzo. Hier krijgt Friulano extra diepte en structuur, vaak met meer concentratie en bewaarpotentieel, zonder zijn verfijnde karakter te verliezen.

Collio, of Collio Goriziano, tegen de Sloveense grens, geldt als een van de meest dynamische wijngebieden van Italië. Duurzame wijnbouw is hier geen modewoord maar een breed gedragen overtuiging. Organische en biodynamische praktijken vormen de basis voor wijnen met uitgesproken persoonlijkheid. In Collio ontstaan ook de meest uitgesproken interpretaties van Friulano, met langere schilweking, rijping in hout of amfora en een duidelijke focus op textuur en complexiteit.

Meer naar het westen, op de overgang tussen Friuli Venezia Giulia en Veneto, ligt Lison DOCG. Deze grensoverschrijdende appellatie vormt een historische schakel tussen beide regio’s en kent een zachter, maritiem beïnvloed klimaat. Friulano speelt hier een sleutelrol en levert doorgaans rondere, soepelere wijnen met een uitgesproken aromatische finesse. Lison toont hoe Friulano ook buiten de heuvelzones verfijning kan behouden, zij het met een ander accent.

Isonzo, dichter bij de rivier en de vlaktes, levert meestal de meest directe en fruitgedreven stijlen, steeds gedragen door de frisse ondertoon die Friulano typeert.

Buiten deze kerngebieden blijft de druif relatief zeldzaam. Hij komt nog beperkt voor in delen van Veneto en Lombardije en steekt net over de grens in Slovenië, waar hij bekendstaat als jakot, een speelse omkering van de oude naam tocai. Toch blijft Friulano in essentie een kind van zijn streek. Pogingen elders leveren zelden hetzelfde resultaat op, omdat hij sterk afhankelijk is van het koele, heuvelachtige landschap en de specifieke bodems van zijn thuisregio.

Hoewel het areaal in de tweede helft van de twintigste eeuw merkbaar is afgenomen door veranderende marktvoorkeuren en de impact van de naamswijziging, blijft Friulano vandaag stevig verankerd in de regio. Voor veel wijnbouwers is hij geen nostalgisch overblijfsel, maar een bewuste keuze.

Ampelografie

Friulano is een druif met een uitgesproken groeikracht en een duidelijk eigen gedrag in de wijngaard. De wijnstok is vitaal en productief, wat hem betrouwbaar maakt voor de wijnbouwer, maar tegelijk discipline vraagt. Zonder ingrijpen neigt hij naar overvloed, en precies daar schuilt het grootste risico. Overproductie vertaalt zich snel in vlakke, weinig expressieve wijnen. Ruimte, lucht en een doordachte snoei zijn dus een noodzaak.

De trossen zijn middelgroot en meestal piramidaal van vorm. De bessen zijn ovaal en kleuren bij rijpheid goudgeel. De schil is relatief dik maar soepel, het vruchtvlees sappig en vrij neutraal van aroma. Friulano dankt zijn expressie dan ook minder aan uitgesproken geurstoffen in de druif zelf, en meer aan textuur, balans en de manier waarop hij wordt begeleid in wijngaard en kelder.

Fenologisch gezien loopt Friulano iets later uit, wat hem beschermt tegen voorjaarsvorst. De bloei verloopt gemiddeld en de rijping volgt in de tweede helft van het seizoen. Hij rijpt niet extreem laat, maar vraagt wel voldoende warmte om volledig in balans te komen. Op koelere of slecht gekozen standplaatsen kan dat leiden tot spanning tussen rijpheid en frisheid.

De opbrengsten zijn doorgaans constant en voorspelbaar, al vraagt de druif extra aandacht richting het einde van het groeiseizoen. Bij natte omstandigheden is Friulano gevoelig voor rot en kan ook echte meeldauw een rol spelen. Met gericht bladwerk, opbrengstbeperking en een open loofwand blijft dat perfect beheersbaar.

Friulano en de renaissance van Italiaanse witte wijn

Friulano speelde een sleutelrol in de herwaardering van Italiaanse witte wijn vanaf de jaren zeventig. In de decennia voordien werden witte wijnen in grote delen van Italië gekenmerkt door oxidatie, slordige wijngaardarbeid en beperkte keldertechniek. Frisheid was zeldzaam, precisie nog zeldzamer. De introductie van roestvrij staal en temperatuurgecontroleerde fermentatie betekende een kantelpunt. Friuli Venezia Giulia behoorde tot de eerste regio’s die deze nieuwe aanpak voluit omarmden en zich profileerden als referentie voor moderne, frisse witte wijnen. Friulano stond daarbij centraal, naast zowel inheemse als internationale druiven.

Die vernieuwingsdrang vertaalt zich tot vandaag in de manier waarop Friulano wordt gemaakt. In zijn meest klassieke vorm levert de druif heldere, precieze wijnen met aroma’s van peer, appel en witte bloesem. De zuren zijn rijp en verfrissend, de alcohol blijft mooi in balans. Kenmerkend is de zachte textuur en de licht bittere toets in de afdronk die aan amandel doet denken. Die bitterheid geeft spanning, lengte en maakt de wijn bijzonder gastronomisch. Van eenvoudige antipasti tot verfijnde zeevruchten, Friulano voelt zich zelden misplaatst aan tafel.

Veel Friulano wordt vandaag gemaakt met een focus op frisheid en zuiverheid. Koele fermentaties en een zorgvuldige omgang met zuurstof leveren wijnen op die helder, precies en direct zijn. Dat werkt uitstekend, al schuilt er ook een keerzijde. Wanneer iedereen dezelfde aanpak volgt, dreigt het karakter van het terroir soms wat naar de achtergrond te verdwijnen.

Daarom kiezen sommige wijnmakers voor een andere weg. Met meer tijd op de fijne lie, een vleugje hout, schilweking of zelfs amfora krijgt Friulano een ruimer spectrum. De wijnen worden voller, gelaagder en winnen aan textuur en diepte. Het fruit wordt iets minder nadrukkelijk, maar maakt plaats voor complexiteit en een stijl die rustiger evolueert in het glas en vaak ook in de fles.

Een glas dat blijft hangen

De geschiedenis van Friulano is complex en soms verwarrend. Verdere DNA studies zullen zijn dubbelzinnige afkomst misschien ooit scherper kunnen kaderen. Zijn stijl daarentegen is helder en rechtlijnig. In het glas vertaalt zich dat naar finesse, spanning en die herkenbare amandeltoets die zacht blijft nazinderen.

Desondanks zal het nooit de meest modieuze druif worden en zal Friulano buiten zijn thuisregio voor velen onder de radar blijven. Misschien is dat net zijn charme. Wijnbars, sommeliers en nieuwsgierige wijnliefhebbers kunnen hier het verschil maken, want dat Friulano een gastronomische zegen kan zijn, heb ik zelf mogen ervaren. In de juiste context kan die combinatie zorgen voor momenten die blijven hangen, lang nadat het glas leeg is.

Schioppettino: De Peperknal uit Friuli

Of: hoe een vergeten druif, een podcast met Petrussa en een snufje rotundone een stille revolutie in je glas ontketent

Laat me je meenemen naar een podcast die ik recent beluisterde, waarin de Friuliaanse wijnmaker Vigna Petrussa openhartig sprak over één van de spannendste druiven van Noord-Italië: Schioppettino. De passie waarmee ze vertelden over hun wijnstokken, de bodem van Prepotto, en de mysterieuze geurcomponent rotundone, die geur van gemalen zwarte peper in je glas, was zo aanstekelijk dat ik meteen het diepe indook in deze druif met een tumultueus verleden en een hopelijk sprankelende toekomst.

Wat Shakespeare voor toneel is, is Schioppettino voor Friuli

Elke regio heeft zijn grote verteller. Voor toneel was dat Shakespeare: meester van dramatische wendingen met diepgravende karakters en verhalen die eeuwenlang blijven hangen. Voor Friuli is dat, zij het in vloeibare vorm, Schioppettino. Een druif die alle elementen van een goed drama bevat: een glorieuze oorsprong, tragisch verval, onverwachte comeback en een hedendaagse cultstatus.

Schioppettino, ook bekend als Ribolla Nera of in het Sloveens Pokalza, is geen doorsnee druif. Ze is temperamentvol, lastig in de wijngaard en zeker geen allemansvriend. Maar net als bij een Shakespeareaanse held, ligt haar kracht juist in die gelaagdheid. De druif werd al in de 13e eeuw verbouwd in het oosten van Friuli, langs de grens met Slovenië. Vooral in het dal van de Judrio-rivier, rond de dorpen Prepotto, Cialla en Albana, vond ze haar natuurlijke habitat. Daar, in de koele, goed geventileerde microklimaten op mergelbodems (ponca), kon ze schitteren.

Maar het ging mis!

In de 19e eeuw werd Schioppettino zwaar getroffen door de ziektes oidium en phylloxera. Wat volgde was geen pauze, maar een bijna definitieve exit. In de 20e eeuw was er geen plaats meer voor grillige druiven met lage opbrengsten. Consistentie en commercie waren koning. Zo verdween Schioppettino uit de wijngaarden en letterlijk ook van de radar: in 1970 haalde ze het niet eens tot de officiële lijst van toegestane druiven in de nieuwe Colli Orientali del Friuli DOC.

In 1978 volgde de reïncarnatie. Dankzij een paar koppige, visionaire wijnboeren in Prepotto, onder wie de familie Petrussa, werd Schioppettino opnieuw aangeplant. Niet omdat het moest, maar omdat het mócht. De wet werd aangepast, de druif werd gerehabiliteerd. Van obscure overlevering keerde ze terug als regionale ster.

De naam zelf is al pure poëzie: Schioppettino is afgeleid van het Italiaanse schioppare, ‘knappen’ of ‘ploffen’, een verwijzing naar het knapperige mondgevoel van de druif, de licht bruisende wijnen van vroeger, of misschien wel naar het onverwachte vuurwerk aan kruidigheid en zuren in het glas.

Vandaag de dag wordt Schioppettino weer gezien als een van dé identiteitsdragers van Friuli. Niet zomaar een lokale variëteit, maar een druif die met elegantie én karakter een compleet wijnverhaal vertelt.

Waar groeit de druif dan?

Als Schioppettino het hoofdpersonage is in het Friuliaanse wijnverhaal, dan is het toneel waarop hij schittert zonder twijfel de regio rond Prepotto, in de provincie Udine, vlak tegen de Sloveense grens. Hier, in een heuvelachtig landschap dat doet denken aan Toscane vóór het massatoerisme, is de druif in haar element. Geen glitter en glamour, maar een decor van oude stenen muren, mistige ochtenden en ponca-bodem: broze mergel die afbrokkelt onder je voeten en tegelijk de ruggengraat vormt van enkele van de meest karaktervolle wijnen van Italië.

Schioppettino is hier weer helemaal terug van weggeweest, en hoe! In topappellaties zoals Colli Orientali del Friuli en Friuli Isonzo is ze niet langer een verdwaalde bijrolspeler, maar mag ze in volle glorie optreden: in purezza, dus als monocépage, zonder blends, zonder trucjes. Gewoon druif, terroir en de wijnmaker als gids.

Maar laat je niet misleiden door die wederopstanding: Schioppettino is allesbehalve makkelijk. Warmte ligt haar niet want in hete jaren verliest ze haar finesse. Ze is gevoelig voor millerandage (ongelijke rijping binnen één tros), voor ziektes zoals peronospora, en stelt hoge eisen aan haar ondergrond. Die moet bestaan uit ponca, een gelaagde mix van zandsteen en kalkhoudende klei, die water goed afvoert en tegelijk mineralen vasthoudt. Combineer dat met constante ventilatie en een breed temperatuurverschil tussen dag en nacht, en je krijgt precies wat deze druif nodig heeft om te schitteren.

Dat verklaart waarom je haar vooral vindt in dorpen zoals Prepotto, Albana en Cialla. Elk van deze zones geeft een ander karakter aan de wijn:

  • Prepotto en Albana liggen in iets warmere microklimaten. Hier levert Schioppettino wijnen op met meer rijp fruit, vollere body en uitgesproken aromatische intensiteit. Perfect voor wie houdt van structuur en geurige kracht.
  • Cialla, daarentegen, is koeler en hoger gelegen. De wijnen van hier zijn strakker, slanker en frisser, met meer nadruk op zuren en finesse. Ze zijn verfijnd, bijna Bourgondisch in hun elegantie, en kunnen prachtig ouderen.

Wat overal hetzelfde blijft? Dat typische kruidige, bijna nerveuze karakter van Schioppettino. Maar het is het samenspel tussen druif en plek dat elke fles uniek maakt. Dit is terroir in zijn puurste vorm.

De plant: een gespierde druif met elegantie

Als je Schioppettino zou tekenen als stripfiguur, zou het een soort gespierde acrobaat zijn met een fluwelen cape. Stoer, veerkrachtig, maar verrassend verfijnd als je dichterbij komt.

De trossen zijn groot, langwerpig en vaak cilindrisch van vorm, soms voorzien van een eigenzinnig ‘vleugeltje’ alsof de natuur zich bedacht heeft halverwege het ontwerp. De bessen zijn ellipsvormig en middelgroot, met een diepe blauwzwarte kleur en een stevige huid die bedekt is met een dikke laag bloeiwas. Ideaal voor een wijn met structuur en bewaarpotentieel.

De schil is dik en taai, wat de druif niet alleen resistent maakt tegen regenbuien vlak voor de oogst, maar ook zorgt voor een intense extractie van kleur en aroma’s tijdens het vinificatieproces. De pulp is vast, weinig sappig, maar smakelijk, met geen bijzondere aroma’s in de vrucht zelf. Dit suggereert dat de magie vooral in de schil zit.

Wat betreft groei, is Schioppettino een soort late bloeier met flair. De plant loopt gemiddeld laat uit (eind april), bloeit in juni en wordt meestal pas begin oktober geoogst. Wanneer de eerste herfstgeuren zich aandienen en de oogstploeg al verlangt naar risotto en fricò friulano. Het is dan ook een druif die koele nachten en lange rijpingstijd nodig heeft om haar zuren te behouden en tannine mooi te laten rijpen.

In de wijngaard is het geen makkelijke klant. De plant houdt niet van natte lentes en is gevoelig voor bloeiverlies (colatura), waarbij bloemen wel verschijnen maar zich niet ontwikkelen tot bessen. Vooral aan de top van de tros ontstaan er soms misvormde bloemetjes die simpelweg niet ‘af’ zijn, waardoor de vruchtzetting onvolledig blijft. Het gevolg: minder druiven, en vaak ongelijkmatig gevormde trossen.

Qua productie is ze ook behoorlijk eigenzinnig. In sommige jaren produceert de plant nauwelijks 40–50 quintalen per hectare, terwijl in gunstige seizoenen uitschieters tot 160 q/ha worden genoteerd. Kortom: lage opbrengst, hoge kwaliteit, als alles meezit. De suikergehaltes in het sap zijn gemiddeld (rond de 18%), net als de zuren (tot 8–9‰ tartarisch), maar het zijn de aromatische verbindingen in de schil, denk aan rotundone, die het verschil maken.

Ook opvallend: de plant groeit met matige kracht, heeft een halfopgerichte tot rechtopgaande groeiwijze, en produceert doorgaans maar één tros per scheut. Het bladerdek is middelgroot tot groot, met bladeren die vaak drie- tot vijflobbig zijn, licht behaard aan de onderzijde en frisgroen aan de bovenkant. De hele plant ademt balans: geen overdaad, maar gericht op concentratie.

Tot slot: de druif is officieel hermafrodiet, dus volledig zelfbestuivend. En de pedicels (de steeltjes waarmee de bessen aan de tros hangen) zijn stevig en moeilijk te scheiden. Een handige eigenschap bij mechanische oogst, al wordt bij kwaliteitswijnen nog vrijwel altijd met de hand geplukt.

In het glas: violette fluwelen handschoenen met een peperklap

Een glas Schioppettino inschenken en je weet dat je iets bijzonders in handen hebt. De wijn bezit een diep robijnrode kleur met paarse reflexen. Al bij het walsen van het glas voel je de spanning: dit wordt geen simpele dorstlesser, maar een glas vol gelaagdheid en karakter.

De neus is expressief. Aroma’s van rijp rood en donker fruit. Denk aan kersen, frambozen, bramen en blauwe bes die worden gedragen door een subtiele florale toets en een onmiskenbare kruidigheid. Die laatste komt van het geheimzinnige stofje rotundone, dat zorgt voor die karakteristieke geur van versgemalen zwarte peper. Het is geen hint, het is een punch. Een kleine peperklap in een fluwelen handschoen.

In de mond toont Schioppettino zijn finesse: levendige zuren, een medium body en fijnkorrelige tannine die nooit schurend worden. Het is een wijn die niet bulkt van kracht, maar juist overtuigt door balans en definitie. Hij houdt het midden tussen elegantie en bite.

Wat hem extra boeiend maakt, is zijn leeftijdspotentieel. Jong gedronken is Schioppettino levendig en speels, met de nadruk op fruit en frisse kruidigheid. Maar geef hem een paar jaar flesrijping, en de toon verschuift: de peper blijft, maar krijgt gezelschap van bosgrond, ceder, gedroogde bladeren, tabak en een vleugje teer. Dan verandert de wijn in een herfstwandeling door een vochtig bos, met modder op je laarzen en paddenstoelen in je neus.

En toch blijft hij ook dan lichtvoetig: zelfs in zijn gerijpte vorm behoudt hij een zekere luchtigheid, een bijna gewichtloos mondgevoel dat zelden voorkomt bij rode wijnen met zoveel complexiteit. Dat is misschien wel zijn grootste troef: diepgang zonder zwaarte.

Rotundone: de geur van zwarte peper en potentieel

Ah, rotundone. Daar had Petrussa het uitgebreid over in de podcast die me aan het denken zette. Niet als een vluchtige voetnoot, maar als een centraal element in het DNA van Schioppettino. En terecht, want dit geurstofje, nauwelijks waarneembaar, maar o zo bepalend, is wat deze druif onderscheidt van de massa.

In wetenschappelijke termen is rotundone een sesquiterpeen. Een type aromatische verbinding die voorkomt in de schil van bepaalde druiven, waaronder kruiden als zwarte peper, kruidnagel en oregano. In de wijnwereld staat rotundone vooral bekend als dé veroorzaker van dat karakteristieke, prikkelende aroma van zwarte peper. Als een zachte pepermolenwolk die boven je glas zweeft.

Het komt voor in enkele druivenrassen, zoals Syrah, Grüner Veltliner, en jawel: Schioppettino. Maar hier komt het: niet élke druif bevat rotundone, en zelfs binnen één druivensoort is de aanwezigheid ervan grillig. Het is extreem afhankelijk van terroir, microklimaat, rijping en vinificatie. Dat maakt het uiteraard mysterieus.

In Schioppettino gedijt rotundone bijzonder goed. Dankzij de langzame rijping in de koele, goed geventileerde heuvels van Prepotto en Cialla, kunnen de bessen zich langzaam ontwikkelen, waarbij de schil voldoende suikers, zuren én aromatische stoffen zoals rotundone opbouwt. Dat verklaart waarom je bij een goede Schioppettino meteen wordt getroffen door die geur van gemalen zwarte peper, soms aangevuld met kruidnagel, viooltjes of zelfs wierook.

Maar rotundone is meer dan een geurcomponent. Het is een soort geparfumeerde vingerafdruk die niet alleen de herkomst verraadt, maar ook het vakmanschap van de wijnmaker. Wijnen met rotundone zijn complexer, gelaagder, en vaak ook langer houdbaar. Het is niet voor niets dat sommigen rotundone “de truffel van de wijnaroma’s” noemen: zeldzaam, aards, intens en bijna onmogelijk om kunstmatig na te bootsen. Dat maakt het des te indrukwekkender dat Schioppettino, een lokale druif uit een vergeten hoekje van Noord-Italië, zo rijk kan zijn aan dit molecuul.

Slotgedachte: Waarom Schioppettino nu?

We leven in een tijd waarin wijnliefhebbers niet meer tevreden zijn met de zoveelste Merlot of Sangiovese. Er is honger naar authenticiteit, naar wijnen waar een verhaal achter schuilt en een eigen karakter. Precies daar komt Schioppettino binnengewandeld.

Deze druif, lang over het hoofd gezien, blijkt verrassend actueel: verfijnd maar uitgesproken, klassiek maar rebels, met een aromatisch profiel dat tegelijk uitnodigt én intrigeert. En zoals de podcast met Petrussa mooi illustreerde: dit is geen heropleving uit nostalgie, maar een beweging voorwaarts. De druif leeft, evolueert, en laat elk jaar nieuwe facetten zien.

Schioppettino is laat zich niet vergelijken met een andere druif, en dat is maar goed ook. Hij is de vertegenwoordiger van Friuli, krachtig in zijn subtiliteit, kruidig als het landschap, en altijd trouw aan zijn herkomst.

De decadentie van een wijnclub 2025 – Grenzenloos genieten

Wat ooit begon als een eigenzinnige uitspatting, is intussen uitgegroeid tot een jaarlijks hoogtepunt binnen onze wijnclubs Het Negende Vat en ODK. Eens per jaar trekken we alle registers open voor een superdegustatie. De wijnen zijn van een hoger kaliber, de sfeer mag uitbundiger, en de gastronomische hapjes zouden niet misstaan op het menu van een sterrenzaak.

Zoals de traditie het wil, ligt de focus ook dit jaar resoluut op Italië. Andere landen worden vriendelijk maar beslist naar de achtergrond verwezen. Met dank aan mijn hardnekkige liefde voor la bella Italia. Ik heb dit jaar zelfs geen zucht van mompelend bezwaar mogen vaststellen. Much appreciated!

Trouwe lezers van de Bottle Case blog weten ondertussen wat volgt: een verslag van wat in de glazen kwam en een hint van wat er in het bord verscheen. Want de combinatie van wijn en spijs blijft de essentie van onze decadentie.

In het bord:

  1. Fish & Chips met stijl
  2. Gegrilde tongfilet met jonge prei, bloemkool en garnaal
  3. Niet zomaar met mosterd gevulde kipfilet
  4. Speenvarken op trage wijze gegaard met crumble spek risotto
  5. Gerijpte haas van Simmental rund met een mix van wortel en bloemkool
  6. Asperges, doperwten met een door vadouvanjus overgoten lamsfilet

In het glas:

Il Colombaio di Santachiara L’Albereta Riserva 2021 – Vernaccia di San Gimignano DOCG
100% Vernaccia. 12 maanden rijping in foeders.
Heldere strogele kleur met een zweem van goud. De neus is meteen raak: alles zit in harmonie. Appel en peer vormen het fruit samen met kruisbes, perzik en abrikoos, terwijl bloesems een elegante florale touch geven. Daar tussendoor zweeft een subtiele hint van anijs en munt, gevolgd door een vleugje peper en vanille. Amandel en een lichte groene plantaardige geur zorgen voor extra aanvulling, en die minerale toets? Die brengt het geheel helemaal in balans. In de mond toont deze Riserva zich levendig en energiek. De zuren zijn fris, terwijl de textuur zacht en rond aanvoelt. Het fruit blijft mooi overeind en wordt ondersteund door een extra lange lengte die een verfijnde indruk achterlaat tot lang na de slok. Deze wijn brengt je meteen in de juiste stemming. Een geweldige opener van de avond, en vooral een wijn die je niet snel vergeet.
Punten: 92/100 – Prijs: 35,00 € (te koop bij Licata)

Tenuta di Tavignano Misco Riserva 2019 – Verdicchio di Castelli di Jesi Classico Riserva DOCG
100% Verdicchio. Geen houtlagering.
Heldere en zuivere goudgele kleur. De neus is onmiddellijk open: zonnig fris en mineraal, met een rijke schakering aan aroma’s. Peer, ananas en perzik spelen het fruitige openingsakkoord, gevolgd door citrusvruchten en voorjaarsbloemen. Maar daar stopt het niet. Een kruidige onderstroom van munt, peper en salie voegt diepte toe, terwijl hazelnoot en een vleug buxus voor extra complexiteit zorgen. Tenslotte is er een zekere aardsheid, vuursteen, een aangename ziltigheid. Ook in de mond blijft deze Verdicchio indruk maken. De zuren zijn levendig tot pittig en geven structuur en spanning. Dit is helemaal geen schrale wijn, integendeel, hij blijft droog en zacht, vol en toch fris, perfect in balans. De lange afdronk is een waar spel van kruiden en mineraliteit, met dat onmiskenbare zilte karakter dat de wijn nog meer dynamiek geeft. Zeer mooie wijn en subliem gemaakt.
Punten: 90/100 – Prijs 39,00 € (Te koop bij Vinesse)

Feudo Maccari Firraru Family & Friends Single Vineyard 2021 – IGT Terre Sicilliane
100% Grillo – Lagering: 6 maanden houtlagering.
In de neus is complexiteit troef. Steenfruit voert de hoofdrol: peer, perzik, abrikoos, een vleugje mango, vergezeld van citrus en sappige meloen. Daaronder kruipt een kruidige laag van anijs, munt en salie, met een toets van vanille. Amandel en hazelnoot voegen zich subtiel in het koor, samen met minerale en aardse accenten die alles diepgang geven. In de mond zet de complexiteit zich moeiteloos door. De wijn is levendig en krachtig, met frisse aanzet en zachte textuur. Vol en rond zonder zich te bezondigen aan een ’tè gevoel’, fruitig en kruidig tegelijk. De mineraliteit blijft aanwezig, en het droge karakter (droger dan een non met stalen principes) draagt bij aan de lange, evenwichtige afdronk. Alles blijft mooi in balans, tot de laatste slok.
Punten: 89/100 Prijs 59,90 € (Te koop bij Carleone)

Livio Felluga Terre Alte Bianco 2021 – DOCG Rosazzo
Mix van Friulano, Pinot Bianco & Sauvignon Blanc – Houtlagering: 9 maanden.
Intense, heldere strogele kleur. Het aroma is zó mooi dat je bijna vergeet te proeven. Je zou kunnen blijven ruiken en telkens komt er weer wel iets nieuws tevoorschijn. Appel, kruisbes, perzik, abrikoos, citrus, bloesems, roos, jasmijn… Vervolgens een flits van anijs, munt en peper. Er zit een fijne vanilletoets in verweven, een tikje amandel, wat buxus en vers gras, plus die minerale en licht aardse kant. Het is een geur die intens binnenkomt, maar tegelijk ook iets uiterst verfijnds heeft. En dan proef je, eindelijk, en heb je meteen spijt dat je zo lang in dat glas hebt zitten snuffelen. Want de smaak is… ja, scary fine. Krachtige intensiteit, levendige zuren die droog en rechtlijnig zijn, en een mondgevoel dat bol staat van het rijpe fruit. Vol en rond, met een frisheid die blijft doortrekken tot in de afdronk. En die afdronk is een indrukwekkend slotakkoord van fruit, kruiden en mineraliteit dat maar blijft aanhouden. Er zit zelfs een oxidatief toefje in, maar dan in de meest positieve zin denkbaar. Fris, levendig, spannend. Dit is een wijn die onze Amerikaanse vrienden waarschijnlijk 100 keer amazing zou laten roepen. Wij houden het bij: Wat een topglas!
Punten: 95/100 – Prijs 105,00 € (Te Koop bij Licata)

Duemani CiFRA 2022 – IGT Costa Toscana
100% Cabernet Franc, opgevoed in betonnen cuves.
Cabernet Franc uit Toscane? Absoluut, en op z’n puurst. Hier geen houtlagering om het fruit te maskeren, maar een glas vol ongebreidelde energie en karakter. Robijnrood, tranend. De neus is een feest voor kruidenliefhebbers: een explosie van peper, kaneel en tijm, verweven met fris rood fruit zoals kers, framboos en aalbes met een licht snoeperige toets. Daarnaast duiken diepere aroma’s op: chocolade, mokka, laurier, thee en zelfs een vleugje potloodslijpsel en humus, wat het geheel een zekere complexiteit geeft. In de mond toont de wijn zijn ware kracht. De intensiteit is indrukwekkend, maar blijft soepel en speels dankzij de aanstekelijke zuren en fluweelzachte tannine. Droog, maar nooit streng. Rond en evenwichtig, met een sappige kern vol fruit en een kruidige finale die lang nazindert. Dit is een wijn met pit, zonder zwaar of log over te komen.
Punten: 89/100 – Prijs 34,00 € (Niet te koop in België)

Conte Vistarino Pernice 2018 – DOC Pinot Nero dell’Oltrepo Pavese
100% Pinot Nero – Lagering: 12 maanden in barriques.
Kers tot granaat rood, helder en licht tranend. In de neus meteen een gelaagde verfijning: rijp rood fruit zoals aardbei, kers en aalbes dartelt rond tussen florale toetsen van viooltjes en roos. Daarbovenop: munt, peper, nootmuskaat, een streepje sinaasappelzeste, cederhout, mokka en een vleug laurier. Alles rust op een aardse ondertoon die tegelijk krachtig en fijnzinnig blijft. In de mond is de wijn mineraal en kruidig, met een zekere beheersing. En smaak die vol en rond is, met sappig fruit, levendige zuren en soepele, rijke tannine die helemaal niet schuren. De intensiteit is precies aanwezig zonder te forceren. De afdronk is lang en houdt de balans feilloos vast tussen frisheid, fruit en kruidigheid. Het geheel voelt aan als een ingetogen punch: zacht, maar wel raak.
Punten: 89/100 – Prijs: 36,00 € (Niet te koop in België)

Cantina Adrian Anrar Riserva 2020 – DOC Südtirol/Alto Adige
Druif: Pinot Nero- Lagering: 12 maanden in barriques.
In het glas toont de wijn zich met een uiterst zuivere robijnrode kleur. De neus is zeer mooi en zonder twijfel complex te noemen. Hij geeft zijn volledige verhaal wel niet in één keer prijs. Je moet er wat mee werken en dan kan je laag na laag zijn totale bouquet ontdekken. Rijpe aardbei, kers, framboos en aalbes zetten de toon, florale toetsen van roos zorgen voor een verfijnde lift. Kruidigheid en houttonen vullen het geheel aan: munt, peper, kaneel, ceder, zoethout, mokka en tabak. Een geurpalet dat moeiteloos blijft evolueren met elke walsbeweging. En dan, diep in de achtergrond, een vleugje laurier, paddenstoel en sousbois, waardoor hij zich duidelijk als Pinot Noir bekend maakt. In de mond blijft de wijn het hoge niveau moeiteloos vasthouden. Dit is een krachtig smaakprofiel waarin tannine en zuren de ruggengraat vormen, zonder ooit overheersend te worden. Soepel en fris, droog maar toch zacht, met een lange finale die fruitig en kruidig blijft nazinderen. Super mooi in balans, vol en heerlijk fris. Jawel, een toonbeeld van elegantie en verfijning. Ook de finale is gewoonweg geweldig. Het soort afdronk dat je doet glimlachen en je meteen zin geeft je glas bij te vullen. Dit is een fantastisch lekkere wijn die finesse koppelt aan kracht.
Punten: 93/100 – Prijs 37,50 € (Niet te koop in België)

Azienda Gulfi 2019 – DOCG Cerasuolo di Vittoria Classico

70% Nero d’Avola & 30% Frappato. Opgevoed gedurende 12 maanden in botti van Slavonisch eiken.
De robijnrode kleur fonkelt verleidelijk in het glas. De geur is super geparfumeerd, bijna bedwelmend zelfs. Rijpe kers, braam en framboos dansen samen met rode bes en viooltjes, terwijl peper en anijs voor een kruidige spanning zorgen. Tijm en laurier brengen een vleugje mediterrane frisheid, terwijl ceder, tabak en een aardse toets van sousbois het geheel extra diepte geven. Afronden doen we met een zweem van chocolade. Dat maakt het geheel verleidelijk genoeg om over te gaan naar de proeffase. In de mond is de wijn net zo veelbelovend als in de neus. De eerste slok onthult een voldoende krachtige intensiteit en een rijke stijl, zonder ook maar een moment log of vermoeiend te worden. Levendig en fris, met een zijdezachte textuur en een harmonie die blijft boeien. Het rijpe rode fruit wordt ondersteund door kruidige nuances en een lichte, verfijnde bitterheid die voor extra spanning in de afdronk zorgt. Deze is trouwens voldoende lang, vol en perfect in balans, met een aangenaam vleugje chocolade dat zich als een laatste kus op de lippen nestelt. Zeer mooie, smakelijke en sappige wijn.
Punten: 89/100 – Prijs 32,00 € (Niet te koop in België)

Di Majo Norante Don Luigi Riserva 2019 – DOC Molise Rosso
100% Montepulciano – 12 maanden rijping op barriques.
Helder donkerrood in het glas, met een opvallend gekleurde traanvorming. Het bouquet komt meteen op je af met een lichtjes gestoofd aroma van donker zwart fruit zoals pruim, kers, braam en cassis met een kruidige mix die de hele zuiderse kruidenkast lijkt open te trekken: peper, kruidnagel, tijm, laurier. Daarbij komen toetsen van chocolade, cederhout, zoethout, een vleugje tabak, wat leder en humus. In de mond toont hij zich fors: een stevige body, krachtige intensiteit, met een sappige stroom van donker fruit en kruidigheid. De tannine zijn soepel maar rijk, de zuren levendig en fris. Alvast een combinatie die voor spanning en balans zorgt. De smaak is vol, rond en rijk aan sappig fruit, maar het zijn vooral de kruidige en frisgroene toetsen die het laatste woord nemen in de lange afdronk. Hoewel hij technisch meer dan correct is, komt hij in deze context wat minder verfijnd over. Het kneusje van de proeverij dus, maar wel eentje dat stevig in zijn schoenen staat.
Punten: 86/100 – Prijs 45,00 € (Te koop op diverse plaatsen in België)

Illuminati Zanna Riserva 2018 – DOCG Colline Teramane Montepulciano d’Abruzzo
100% Montepulciano, 24 maanden rijping in Slavonische eiken botti.
Stevig, rijk en zonder schroom, de Illuminati Zanna Riserva 2018 maakt meteen duidelijk dat hij er is. Donkerrood met kleurende tranen. De neus opent uitbundig met een explosie van zwart fruit: pruimen, kersen en bramen, begeleid door een zweem van alcohol die nét aanwezig genoeg is zonder te storen. In de achtergrond ontwikkelt zich een fascinerend spel van aroma’s: viooltjes en munt wervelen samen met peper, kruidnagel en tijm, terwijl cacao, cederhout, koffie en tabak voor een serieuze ondertoon zorgen. Een vleugje paprika, laurier en zelfs iets dierlijks voegen extra complexiteit toe. In de mond zet de wijn zich krachtig neer, zonder overdreven intensiteit, maar wel met een stevige structuur. De tannine zijn rijk en aanwezig, maar omhuld door verfrissende, levendige en broodnodige zuren. Rijkdom en balans gaan hier hand in hand: het fruit blijft overeind tussen de kruidige tonen, en in de lange, zachte afdronk komt pure chocolade subtiel om de hoek kijken. Dit is een Montepulciano met bravoure, een wijn die zowel krachtig als gelaagd is, kruidig en gul, maar altijd beheerst. Hij vraagt om geduld maar vooral om een volgend glas.
Punten: 90/100 – Prijs: 27,50 € ( Niet te koop in België)

Giuseppe Quintarelli 2017 – DOC Valpolicella Classico Superiore
Druiven:
Corvina, Corvinone, Rondinella, plus een vleugje Croatina en Molinara. Lagering: 84 maanden in grote Slavonische botti.
We ruiken, we proeven, we genieten en beseffende de complexiteit om na dit geproefd te hebben nog objectief te kunnen beschrijven. De kleur, dat gaat nog net lukken: helder blinkend robijnrood met traanvorming. Om het vervolg neer te pennen heb ik me meerdere malen op de vingers moeten tikken om niet als een ‘groupie’ over te komen! Wauw, wat een heerlijk uitnodigende geur! Dit is Valpolicella op zijn meest expressieve en verfijnde manier. De neus opent met een explosie van kers, rode en blauwe bes, pruim en florale tonen van viooltje en roos. Maar daar stopt het niet, munt, peper, tijm en rozemarijn voegen een frisse kruidigheid toe, terwijl cacao, ceder en mokka voor diepgang zorgen. Een vleugje tabak, laurier, thee en een subtiele hint van champignon en humus geven de wijn een aards randje. Er zweeft zelfs een lichte zweem van alcohol doorheen, zonder ook maar iets te overheersen. Ik absorbeer, ruik opnieuw en glimlach. Ik weet dat ik kan en mag gaan proeven! En dan de smaak beschrijven! Alles staat hier in superlatieven uitgedrukt! De intensiteit is krachtig, de tannine zijn rijk en stevig, de zuren levendig en fris. De subtiele zoetheid geeft een mooie zachtheid, terwijl de alcohol perfect in balans blijft. Dit is een volle, frisse en fruitige Valpolicella met een geweldige lengte en een afdronk die heerlijk blijft nazinderen, zowel fruitig als kruidig. Supercomplex en toch verfijnd en fris. Een wijn die moeiteloos charme en kracht combineert. Dit is Mr. Valpolicella op zijn best, een meesterwerk van geduld en precisie. Quintarelli doet het weer, met een wijn die met recht en rede zijn punten verdient.
Punten: 97/100 – Prijs 169,40 € (Te koop bij Alcavino)

Kellerei Bozen Taber Riserva 2021 – DOC Südtirol/Alto Adige
100% Lagrein – 12 maanden barrique.
Helder en diep donkerrood met een bijna paars hart en een gekleurde traanvorming die meteen iets veelbelovends verraadt. In de neus ontvouwt zich een heerlijk, gelaagd bouquet dat geen moment verveelt: pruim, kers, braam en cassis openen, gevolgd door viooltjes, zwarte peper en een zweem kruidnagel. Het aromatische palet wordt verder aangevuld met tijm, eucalyptus, rozemarijn en een aanzet van sigarenkistje, koffie en vlezigheid. En net als je denkt alles gehad te hebben, komen daar nog tabak, leder, laurier, grafiet, en sousbois bij . Dat alles met een minerale backbone. In de mond een stevige body met krachtige intensiteit: de wijn vult de mond royaal, maar zonder overdaad. Rijke tannine geven structuur, frisse zuren houden het geheel levendig en zorgen voor een verrassende dynamiek. Sappigheid is hier geen bijzaak, maar een volwaardig onderdeel van het karakter. De smaak is vol, rond en breed uitgesmeerd over het gehemelte, met een afdronk die zowel fruitige elementen als kruidige chocolade laat nazinderen. Extra lange lengte, en alles blijft in balans. Een Lagrein met overtuiging, zelfvertrouwen en een uitgesproken gevoel voor stijl.
Punten: 92/100 – Prijs 52,50 € (Te koop bij Van Eccelpoel)

San Giovenale Habemus Etichetta Bianca 2021 – IGT Lazio Rosso
Niet alledaagse blend van Grenache, Syrah, Carignano en Tempranillo. Lagering: 20 maanden in barriques.
Kleur: helder, paars, bijna zwart met gekleurde traanvorming. De intensiteit druipt haast letterlijk van het glas. De neus is een ware mokerslag van donker fruit: pruim, kers, braam, cassis, Mon Chéri bonbons zelfs, met dat licht snoeperige randje. Daaroverheen een bedwelmend boeket van viooltjes, jeneverbes, peper, kruidnagel, tijm, eucalyptus, rozemarijn. Met enige zin voor overdrijving lijkt het wel alsof iemand een kruidenkast over een fruitmand heeft uitgestrooid. De wijn is niet bang om een stevig statement te maken. Vlezig en rokerig, met tonen van chocolade, cederhout, zoethout, tabak, leder, laurier, grafiet en zelfs een hint van paddenstoel. Alles zit erin, zonder dat het uit de bocht vliegt. In de mond presenteert hij zich met een medium tot stevige body, krachtige en rijke tannine, frisse tot droge zuren en een volle, ronde smaak. Wat vooral opvalt is de balans: de fruitige sappigheid blijft prominent, maar krijgt een onmiskenbare ondersteuning van kruidige diepgang en die typisch chocolade toets in de aanhoudende afdronk. Geproefd een dag na de bekendmaking van een nieuwe paus, en tja, Habemus papam, maar vooral Habemus vinum. Een onverwachte ster in de line-up, goed!
Punten: 92/100 – Prijs: 80,00 € (Niet te koop in België)

Tenuta Sette Ponti Vigna dell’Impero 2016 – DOC Valdarno di Sopra
100% Sangiovese – 24 maanden rijping in botti.
Helder en vol kersenrood in het glas, met een licht gekleurde traan. De neus is een waar festijn voor wie houdt van gelaagde aroma’s: klein sappig rood en zwart fruit (kers, braam, framboos, aalbes), omkranst door florale toetsen van viooltjes en roos, een zweem van munt en een likje peper, kaneel en ceder. Voeg daar nog koffie, vlezigheid, tabak, laurier, grafiet en een toets sousbois aan toe, en je zit met een geurpallet dat gerust als aromatisch geparfumeerd mag worden omschreven. De aanzet in de mond is zelfverzekerd. Stevige body, met krachtige maar verrassend soepele tannine. De zuren zijn droog tot levendig, de smaak is vol en rond maar houdt een frisse kern vast die de wijn spannend houdt tot de laatste druppel. Wat volgt is een afdronk die lang blijft nazinderen met fruit, kruiden, chocolade én een ziltige mineraliteit. Een combinatie die zowel rijk als subtiel weet te zijnen dat maakt hem echt ‘wowy lekker’.
Punten: 92/100 – Prijs: 135,00 € (Te Koop bij Young Charly)

Tenute Le Colonne 2019 – DOC Bolgheri Superiore
70% Cabernet Sauvignon en 30% Cabernet Franc – 24 maanden in botti.
Helder robijn tot karmijn in kleur, met een opvallend licht gekleurde traanvorming. De neus opent met een bijzonder evenwichtig geurpallet: van pruim, braam en cassis over bessen en winegums tot een florale toets van viooltje. Daarna wordt het donkerder en boeiender: jeneverbes, munt, nootmuskaat, cederhout en sigarenkistje maken hun opwachting, gevolgd door koffie, een balsamico hint, tabak, leder, paprika, laurier, grafiet, champignon en zelfs een ondeugend vleugje meststal. In de mond toont de wijn zijn ware gestalte: stevige body, krachtige en rijke tannine die zich meteen laten voelen, maar netjes geïntegreerd blijven binnen een vol en rond geheel. De zuren zijn droog tot gematigd en precies genoeg om balans te brengen. De finale is lang en gelaagd, met fruit, kruiden en chocolade die samen een afdronk bouwen om U tegen te zeggen. Een smakelijke, rijke wijn met chirurgisch uitgevoerde rondingen.
Punten: 91/100 – Prijs: 45,00 € (Niet te koop in België)

Proprieta Sperino Uvaggio 2020 – DOC Costa della Sesia
80% Nebbiolo, 15% Vespolina, 5% Croatina. 22 maanden houtlagering.
Volle, kersenrode kleur. De neus is prachtig gelaagd en bijzonder uitnodigend, met een speels samenspel van bosaardbei, kers en framboos, omlijst door viooltjes en een pittige toets van peper en venkel. Dieper in het glas duiken ook ceder, koffie, tabak en leder op, samen met laurier, thee en een lichte toets van grafiet en paddenstoel. Een geur die blijft boeien en je telkens iets nieuws laat ontdekken. In de mond is de intensiteit krachtig, met rijpe, aanwezige tannine die de structuur stevig neerzetten zonder te domineren. De frisse zuren houden alles levendig en zorgen ervoor dat de wijn, ondanks zijn gelaagdheid, heerlijk zacht en verteerbaar blijft. De balans is voorbeeldig: rond en soepel, met een mooie wisselwerking tussen frisheid en rijp fruit. De afdronk blijft lang hangen, fruitig en kruidig tegelijk. Dit is een wijn die subtiel en complex in elkaar steekt.
Punten: 90/100 – Prijs: 33,00 € (Te koop bij Licata)

Enrico Serafino Briccolina Riserva 2016 – DOCG Barolo Riserva
100% Nebbiolo – Lagering: 36 maanden in grote botti van Sloveens eiken, gevolgd door flesrijping. Helder in het glas, met een kersenkleur die richting granaat neigt, en trage, elegante tranen. De neus is ronduit verleidelijk, eentje waar je met gemak kan aan blijven snuiven. Rijpe pruim, kers, framboos en aalbes geven een sappige opening, gevolgd door jeneverbes, munt, peper, laurier en salie die voor de kruidigheid zorgen. In de tweede golf komt het houtregister binnen: ceder, sigarenkistje, koffie en tabak, afgerond met aardse tonen paddenstoel en een witte truffel. In de mond gebeurt er iets bijzonders. Alles is aanwezig en er dwaalt een soort van geluk over je neer. De wijn heeft een stevige body, krachtige en rijke tannine, droge tot levendige zuren en een aanhoudende lengte. In de afdronk gaan fruit, kruiden én mineralen vrolijk samen, zonder dat iemand de leiding wil nemen. Vol, rond en fris, met een finesse die zich niet laat opdringen maar volledig overtuigt. Ja, dit is krachtig, maar wat een zuurtjes om dat geweld in toom te houden! Briccolina 2016 is een Barolo met een serieuze spierbundel die strak in het pak zit en uiterst elegant overkomt.
Punten: 95/100 – Prijs 139,00 € (Niet te koop in België)

Tenuta di Santa Maria 2016 – DOCG Amarone della Valpolicella Classico Riserva
75% Corvina, 15% Corvinone, 10% Rondinella. 66 maanden rijping in fust.
Heerlijk tranend en intense rode kleur. De neus is alvast een weelderig landschap: bosaardbei en pruim openen het spel, gevolgd door bloedsinaasappel en framboos, terwijl viooltjes en kruidige accenten van peper, kaneel en kruidnagel de compositie verfijnen. Na enige tijd en flink walsen duikt er een verrassende hint van mandarijn op, subtiel verweven tussen tonen van rozemarijn, melkchocolade, ceder, mokka en een vleugje tabak. Er zit zelfs een vlezig en vegetaal randje aan, terwijl de alcohol zijn rol niet onder stoelen of banken steekt. Rijk en mondvullend, met krachtige maar goed gedoseerde tannine en zuren die de boel mooi in balans houden. De smaak blijft zacht, maar vermijdt het soms té fluwelige karakter dat Amarone kan hebben. De finale is lang en meeslepend, met rijp fruit, kruiden en cacao die nog lang blijven nazinderen. Dit is een wijn die zijn kracht met stijl draagt.
Punten: 91/100 – Prijs 79,00 € (Te koop bij Burgio)

Ribolla Gialla: De oude ziel van Friuli in een modern jasje

Wijnliefhebbers, opgelet. Maak kennis met Ribolla Gialla! Een druif die ouder is dan je overgrootmoeder en toch helemaal van nu lijkt te zijn. Als je dacht dat Italiaanse witte wijn alleen draaide om Pinot Grigio en Vermentino, think again: Ribolla Gialla is bezig aan een glorieuze comeback, en eerlijk gezegd, wij zijn helemaal aan boord.

Oud, ouder, oudst (maar springlevend)

Ribolla Gialla is niet zomaar een oude bekende. Het is een druif met serieuze levenservaring. Je komt haar tegen in documenten die teruggaan tot 1296, waar ze opduikt als “Rabolla wine”. En in 1324 werd ze al expliciet genoemd in de wijnarchieven van Friuli en Istrië. We hebben het hier dus over een druif die al wijn maakte toen Dante nog zijn Divina Commedia aan het dichten was. Respect.

De naam “Ribolla” werd eeuwenlang vrij losjes gebruikt, een beetje zoals “Malvasia”. Soms als druivennaam, soms gewoon als wijn, niet noodzakelijk van Ribolla, met kwaliteitslabel. In de Venetiaanse Republiek werd Ribolla-wijn zelfs zo populair dat het bijna een merknaam werd, vooral bij de adel in Venetië in de 13e en 14e eeuw. Iedereen wilde Ribolla, want dat stond voor klasse. Er werd gespeculeerd of deze Rabolla misschien zelfs verwant was aan de Griekse Robola. Wijnhistorici zijn er nog niet helemaal uit.

Tegelijkertijd zijn er een heleboel spellingvarianten in omloop geweest: Rabola, Rabiola, Rebolla, Ribuèle. Taalbarrières, lokale dialecten en creatieve middeleeuwse spelling zorgden ervoor dat het allemaal een beetje troebel werd. Maar één ding bleef overeind: Ribolla was speciaal.

Sommige ampelografen (druivenwetenschappers, ja dat is een ding) vermoeden zelfs een genetische link met de Gouais Blanc, die op zijn beurt een van de ouders is van o.a. Chardonnay, Aligoté en Gamay. Dat plaatst Ribolla Gialla dus in bijzonder goed gezelschap.

En dan is er natuurlijk de verwarring rondom haar “familieleden”.

  • Ribolla Verde: een zeldzame, wat bescheiden verschijning met minder aromatische impact.
  • Ribolla Nera: leuk feitje – dat is gewoon een andere naam voor Schioppettino, een robuuste rode druif uit dezelfde streek. Klinkt verwant, maar is genetisch en organoleptisch compleet anders.
  • Rebula: de Sloveense tegenhanger van Ribolla Gialla. Dezelfde druif, andere taal, en vaak een ander wijnmaakfilosofie.

Maar laat je niet misleiden: Ribolla Gialla is geen verzamelnaam of generiek begrip. Ze is een op zichzelf staande variëteit met een uniek profiel, eigenzinnig temperament, en een grote historische én culturele waarde.

En het mooiste? Ze is allesbehalve stoffig. Na eeuwen van respect, verwaarlozing en herontdekking is Ribolla Gialla vandaag relevanter dan ooit. Als klassiek witte wijn én als speerpunt van de orange wine revival. Een veteraan met een comeback waar zelfs Mick Jagger jaloers op zou zijn.

Diva met diepgang – Waar Ribolla Gialla zich écht thuis voelt

Ribolla Gialla is geen makkelijke meid. Ze vraagt veel, want als er één druif is die het liefst met de voeten in kalkrijke mergel staat, het hoofd in de frisse berglucht en de zon subtiel op haar schouders, dan is het Ribolla Gialla wel. Deze wijnpersoonlijkheid bij uitstek floreert niet zomaar overal. Ze heeft duidelijke eisen. Maar geef haar wat ze nodig heeft, en ze geeft je een wijn met verfijning, kracht én spanning.

Gelegen in het uiterste noordoosten van Italië, tegen de grens met Slovenië, ligt een regio die net zo complex is als de druif zelf. Friuli Venezia Giulia is een kruispunt van culturen, klimaten en bodems. Adriatische invloeden vermengen zich hier met alpine frisheid, en dat zie je terug in de stijl en finesse van de wijnen. Hier voelt Ribolla Gialla zich thuis als een vis in het water.

Haar ware karakter komt pas naar boven op heuvelachtig terrein met goed doorlatende bodems. In de vruchtbare vlaktes is ze haarzelf niet: daar verliest ze haar zuren, haar frisheid, haar kenmerkende grip. Ze wordt flauw, voorspelbaar. En dat is nu precies wat Ribolla Gialla niet is. Ze is een druif die piekt als ze moet vechten voor haar plek, diep moet wortelen in arme grond, en het zonlicht net moet verdienen.

Wat deze regio uniek maakt, en Ribolla Gialla haar fundament geeft, is de bodemsoort die lokaal bekendstaat als ponca. Deze brokkelige, gelaagde mix van mergel en zandsteen komt vooral voor in de heuvels van Collio en Oslavia. Ponca is niet alleen goed waterdoorlatend, maar ook licht alkalisch en mineraalrijk. Perfect om zuren te behouden, mineraliteit te accentueren en wortels diep te laten graven.

Het effect op de wijn is spectaculair: strakke, zinderende zuren, een kalkachtige textuur, en een subtiele ziltigheid die Ribolla’s pure stijl onderscheidt van andere witte druiven. Hier, in deze fragiele maar krachtige bodem, ontwikkelt ze die kenmerkende combinatie van energie en elegantie.

De vier gezichten van Ribolla: terroir in kaart

Binnen Friuli zijn er vier sleutelregio’s waar Ribolla Gialla haar potentieel ten volle laat zien. Elk met een eigen profiel en stijl.

1. Collio DOC

De Collio is een zachtglooiend gebied op de grens met Slovenië, beroemd om zijn witte wijnen. Hier vinden we klassieke Ribolla Gialla: droog, fris, lichtvoetig maar met diepgang, en vaak vinificatie in staal of beton om haar levendigheid te bewaren. De invloed van ponca is hier groot, wat resulteert in een zeer mineraal profiel, met aroma’s van citrus, appel en witte bloemen.

2. Friuli Colli Orientali DOC

Ten oosten van Udine vinden we de Colli Orientali, een net iets warmer gebied dan Collio. Hier zie je variatie: zowel klassieke stijlen als houtgerijpte en zelfs licht gemacereerde versies komen voor. De zuren blijven hoog, maar de wijnen kunnen net iets voller aanvoelen, met tonen van peer, rijpe appel en soms een vleugje honing.

3. Oslavia

Oslavia, geen aparte DOC maar wel een mythische naam binnen Collio, verdient een hoofdstuk op zich, maar laten we proberen het kort te houden. Dit is het spirituele hart van de orange wine-beweging in Italië. Hier krijgt Ribolla Gialla de “amfora-behandeling”: lange schilweking, spontane fermentatie, vaak rijping in grote houten vaten. Het resultaat? Amberkleurige wijnen met grip, spanning en lagen van citruszest, thee, noten en kruiden. Oslavia’s hoger gelegen wijngaarden leveren zuren van chirurgische precisie. Hier laat Ribolla zien dat wit niet per se licht hoeft te zijn.

4. Rosazzo DOCG (binnen Friuli Colli Orientali DOC)

Rosazzo ligt op een kruising van warme zuidelijke invloeden en koele bergbriesjes. Dit gebied produceert rijpere, zachtere Ribolla met een rijkere body en aroma’s die neigen naar gele perzik, abrikoos en bloesemhoning. Het is Ribolla met fluwelen handschoenen. Iets ronder, iets verleidelijker, zonder haar spanning te verliezen.

Ribolla Gialla is geen massaproduct. Ze heeft ouderdom nodig. Wijnstokken van twintig, dertig jaar en ouder geven complexiteit. Ze heeft lage opbrengsten nodig, anders verwatert haar persoonlijkheid. En ze vraagt om aandacht in de kelder: sommige wijnmakers kiezen voor beschermde vergisting in staal om haar frisheid te behouden, anderen durven schilcontact of zelfs oxidatie toe te laten, om haar ziel bloot te leggen. Moderne wijnmakers buiten Italië experimenteren met Ribolla, van Californië tot Australië, vaak met verrassend goede resultaten. Toch blijft Friuli haar spirituele thuis.

Enter “Ribolla di Oslavia”!

In een recent beluisterde podcast (de aanleiding tot het schrijven van dit artikel) werd het prachtig uitgelegd: Ribolla di Oslavia is niet zomaar een wijn, het is een beweging die een levensovertuiging accentueert. Wat begon als een nieuwsgierige verkenning van een lokale druif, mondde uit in een ontmoeting met een diepe, haast filosofische wijncultuur. Want daar, in de heuvels rond het dorpje Oslavia, is Ribolla Gialla geen neutrale witte wijn, maar een karaktervolle, amberkleurige vertelling over traditie, terroir en tijd.

Wat deze wijnen zo bijzonder maakt, is hun bereidingswijze: maceratie, ofwel het langdurig contact tussen sap en schillen. Iets wat normaal gesproken alleen bij rode wijn gebeurt en wat we benoemen als een Orange Wine. In Oslavia laten ze Ribolla Gialla wekenlang, soms maandenlang, vergisten mét schil. Daardoor krijgt de wijn kleur, structuur, tannine en een complexiteit die veel verder reikt dan het frisse citrusprofiel van haar lichtere familieleden uit andere delen van Friuli. Hier proef je sinaasappelschil, gedroogde abrikozen, kamille, bijenwas, thee, specerijen. Allemaal gedragen door een bijna ziltige mineraliteit en een indrukwekkende frisheid.

Maar Ribolla di Oslavia is meer dan een stijl of techniek. Het is een collectieve houding, ontstaan uit een vorm van verzet. Begin jaren ’90 besloten enkele wijnmakers dat ze niet langer wilden bijdragen aan de standaardisering van wijn. Ze wilden terug naar iets echts, iets dat niet gladgestreken was door technologie en commercie, maar gevormd werd door hun omgeving en hun handen. Wijnmakers als Josko Gravner, Stanko Radikon, Dario Princic, en collega’s van La Castellada, Primosic, en Il Carpino vormden samen de Associazione Ribolla di Oslavia. Niet als merk of keurmerk, maar als een cultureel pact. Hun uitgangspunten waren helder: spontane vergisting, geen klaring of filtering, weinig tot geen sulfiet, en bovenal: geduld. Deze wijnen worden niet in een seizoen gemaakt, maar in jaren.

Wat hen bindt, is niet alleen hun visie, maar ook hun grond. De beroemde ponca-bodem, een fragiele mengeling van mergel en zandsteen, is bepalend voor het karakter van de wijn. De wortels reiken diep, de opbrengsten zijn laag, en de expressie is puur. De Ribolla’s uit Oslavia zijn amberkleurig, maar nooit zwaar; krachtig, maar altijd levendig. Het zijn wijnen die niet vragen om aandacht, maar die haar opeisen.

En ja, ze zijn uitdagend. Deze wijnen passen zich niet aan. Ze vragen de drinker om zich aan te passen. Ze zijn niet gemaakt voor wie wijn zoekt als dorstlesser, maar voor wie wijn wil begrijpen als uitdrukking van plaats en filosofie. Je kunt ze moeilijk vinden in het schap van een doorsnee wijnhandel. En terecht. Ribolla di Oslavia wil niet geconsumeerd worden, ze wil begrepen worden.

De podcast besloot met een rake uitspraak: “Ribolla di Oslavia is geen trend, maar een herontdekking van wat we nooit hadden mogen vergeten.” En dat is precies wat deze wijnen zijn. Een herinnering in vloeibare vorm. Aan een tijd waarin wijn traag, eerlijk en mysterieus mocht zijn. Aan wijnmakers die liever een stap terug deden, dan in te leveren op karakter.

De druif in de wijngaard

Op het eerste gezicht oogt Ribolla Gialla misschien ingetogen, bijna bescheiden. Maar vergis je niet: deze druif is een stille kracht in de wijngaard. Geen theatrale trossen of flamboyante kleuren, maar een geconcentreerde, compacte verschijning die duidelijk laat zien waar haar prioriteiten liggen: finesse, zuiverheid en structuur.

Als we even nerdy worden dan kunnen we de wijnstok en de druif als volgt omschrijven.
De druiventros is compact tot middelmatig van formaat, met een kenmerkende cilindrisch-piramidale vorm. De bessen zijn middelgroot en licht afgeplat, met een geel-alabastrine schil die een delicate waas draagt van natuurlijke was (pruina). De schil is stevig genoeg voor maceratie, een belangrijke eigenschap, zeker in Oslavia-stijl vinificatie, terwijl de pulp juist neutraal en sappig blijft, met een friszuur karakter en een lichte astringentie. Vaak zijn de bessen subtiel gevlekt, wat in Friuliaans aangeduid wordt als “punzecchiata”: een soort roodachtig stippenpatroon op de schil.

Ribolla Gialla is een laatrijpende variëteit, wat betekent dat de oogst doorgaans pas eind september of later plaatsvindt. Die lange rijpingstijd, gecombineerd met haar natuurlijke zuurbalans, maakt haar tot een ideale kandidaat voor complexe witte wijnen – fris, krachtig of lang op schil geweekt.

Haar groeicyclus start traag. De knoppen lopen laat uit, wat haar beschermt tegen voorjaarsvorst. Een welkom voordeel in de heuvelachtige, soms koele wijngaarden van Friuli. De bloei en kleurverandering verlopen gemiddeld, met een gestage, robuuste ontwikkeling door het seizoen heen.

Wat teelt betreft is Ribolla Gialla redelijk genereus en stabiel, met meestal één tot twee trossen per scheut en een behoorlijke groeikracht. Toch vraagt ze om aandacht: in vochtige jaren is ze vatbaar voor coulure (slechte vruchtzetting) en botrytis (grijsrot). Goede luchtcirculatie en een beheerste opbrengst zijn daarom essentieel.

Dankzij haar hoge zuurgraad, subtiele aromaprofiel en stevige schil is Ribolla Gialla breed inzetbaar: ze leent zich perfect voor frisse vinificatie in inox, maar ook voor houtlagering, mousserende wijn, en voor orange wines met lange maceratie. Haar neutrale pulp werkt als een blanco canvas waarop het terroir en de hand van de wijnmaker zich volledig kunnen uitleven.

En hoe smaakt de wijn?

Ribolla Gialla is een wijn die zich langzaam zal openen. In het glas oogt ze bescheiden maar elegant, met een kleur die varieert van helder strogeel tot goudgeel. Zodra je je neus boven het glas brengt, zal je merken dat deze langzaam tot bloei komt. De geur is subtiel maar gelaagd: florale tonen van acaciabloesem en kamille worden afgewisseld met hints van citrus (citroenschil, mandarijn) en groene elementen als venkel of vers gemaaid gras. Soms duikt er een minerale ondertoon op, die doet denken aan natte steen of krijt.

In de mond ontvouwt Ribolla Gialla zich met een verrassende combinatie van strakheid en textuur. Ze is droog, levendig en helder, maar met een subtiele diepgang die zich pas na enkele slokken laat voelen. De zuren zijn altijd aanwezig, fris en pittig maar nooit scherp, en zorgen voor een lineaire spanning die de wijn elegant en energiek houdt. Door haar relatief neutrale pulp laat Ribolla Gialla niet meteen een uitbundig fruitbombardement los, maar juist die ingetogenheid geeft ruimte aan terroir, rijping en de hand van de wijnmaker. Het is wijn die vorm krijgt door structuur, niet door expressieve aroma’s.

Die structuur maakt haar ook uitermate geschikt voor rijping, zowel in hout als op fles. Een beetje houtrijping, bij voorkeur op groot hout of acacia in plaats van op barrique, voegt geen zwaarte toe, maar verrijkt het palet met tonen van bijenwas, amandel, subtiele specerijen en iets wat doet denken aan de geur van oud papier of droge bloemen. Na een paar jaar rijping ontwikkelt de wijn zich richting kweepeer, honing, gekonfijte citrus en zelfs een vleugje gember, zonder ooit haar frisheid te verliezen. Dat is haar geheim: ze verandert, maar wordt nooit log of vermoeid.

En dan is er natuurlijk haar andere gezicht. Dat van de maceratie, de orange wine-stijl. Wanneer Ribolla Gialla weken- of maandenlang op haar schillen fermenteert, zoals in Oslavia, verandert ze radicaal. De kleur wordt diep amber, de geur evolueert naar sinaasappelschil, thee, hars, gedroogde abrikoos en kruiden. De textuur krijgt grip, de wijn wordt bijna tactiel, met zachte tannine en een lange, gelaagde afdronk. Dit is Ribolla in haar meest filosofische gedaante: niet zomaar een witte wijn, maar een meditatieve, levendige expressie van druif, bodem en tijd.

Of ze nu jong, fris en strak is of gerijpt en diep, Ribolla Gialla toont zich altijd met een zekere terughoudendheid die intrigeert. Het is een wijn die niet gemaakt is om snel te behagen, maar om langzaam te overtuigen. Geen spektakel in het glas, maar een subtiele spanningsboog die zich uitstrekt van de eerste slok tot ver na de laatste. Een wijn die, net als haar beste makers, meer geïnteresseerd is in eerlijkheid dan in effect.

Waarom je deze wijn móét proeven

Ribolla Gialla is zo’n wijn die zich moeilijk in één stijl laat vangen, maar juist daarin schuilt haar kracht. Ze combineert frisheid, structuur en subtiliteit op een manier die je zelden tegenkomt. In haar jeugdige vorm is ze levendig en dorstlessend. Ideaal bij lichte antipasti, rauwe vis of een bord dampende vongole. Maar geef haar wat tijd, of kies een versie die wat hout of maceratie heeft gezien, en je ontdekt een wijn die moeiteloos overeind blijft naast gerechten met meer body: geroosterde kip met citroen, paddenstoelenrisotto, zelfs kruidige Aziatische keuken met gember of miso. De levendige zuren en minerale ruggengraat zorgen voor balans, zelfs bij uitgesproken gerechten.

Kortom: of je nu zin hebt in een verfrissend glas op een zomerse middag of een diepgravende wijn voor een avond vol gesprekken, Ribolla Gialla, in al haar verschijningsvormen, verdient een plek in je kelder, je glas en je geheugen. Klinken met een glas Ribolla doen we het best op gepaste Friulische wijze: Salût!

Refosco dal Peduncolo Rosso: Karakter in elke druppel

Ik herinner me nog goed de vraag die Roberto Felluga me stelde tijdens ons bezoek aan zijn fantastische Relais de Russiz Superiore, nadat ik hem vertelde dat ik, naast zijn witte wijnen, ook de Refosco dal Peduncolo Rosso in mijn gamma heb zitten. “Why and how is it possible you try to sell this wine in Belgium?” was zijn onverwachte reactie. Mijn antwoord ontlokte een grote glimlach op zijn gezicht. “Because I like the wine, Roberto!”

In het mozaïek van Italiaanse druivenrassen is Refosco dal Peduncolo Rosso zonder twijfel een van de meest markante figuren. Deze inheemse held uit Friuli Venezia Giulia is niet alleen de bekendste binnen de Refosco-groep, maar geldt ook, samen met Pignolo en Schiopettino, als een van de vaandeldragers van de regio’s autochtone rode druiven. Geen doorsnee wijn, maar een druif met uitgesproken identiteit.

Zijn naam verwijst naar een van zijn unieke kenmerken: Peduncolo Rosso betekent “rode steel”, een knipoog naar de karakteristiek roodgekleurde trossteel wanneer de druif volledig rijp is. En laat dat nu net de sleutel zijn bij deze variëteit: volledige rijping is essentieel, want onrijpe Refosco dal Peduncolo Rosso kan groene, vegetale tonen à la Cabernet vertonen. Iets waar elke serieuze wijnmaker voor op zijn hoede is.

Een druif met pit (en een rode steel!)

De trossen zijn middelgroot, piramidaal van vorm en bevatten elliptische, diepblauw gekleurde druiven met een stevige, vrij dikke schil. Die maakt deze druif resistenter dan hij op het eerste gezicht lijkt. Die robuustheid proef je terug in het glas.

De plant zelf is een taaie doorzetter. Zet hem in arme, steenachtige of droge bodems en hij groeit zonder klagen door. Rijping gebeurt doorgaans laat, eind september of begin oktober. Al komt hij verrassend genoeg net iets eerder tot rijpheid dan andere Refosco-varianten.

Herkomst en geschiedenis: Een vat vol karakter

Refosco dal Peduncolo Rosso is de meest expressieve en bekendste vertegenwoordiger van de grotere Refosco-groep, waartoe ook Refosco Bianco, Refosco Gentile, Refoscone en Refosco Nostrano behoren. Het zijn stuk voor stuk inheemse druivenvariëteiten met diepe wortels in het noordoosten van Italië en Slovenië, ook al delen ze genetisch niet allemaal dezelfde achtergrond.

Binnen deze diverse groep heeft Refosco dal Peduncolo Rosso zich het duidelijkst weten te profileren: hij is het breedst aangeplant en het sterkst vertegenwoordigd in zowel wijngaard als wijnkelder.

Zijn genetische achtergrond was lange tijd voer voor discussie. Men dacht ooit dat hij identiek was aan Mondeuse Noire, of verwant aan Syrah of Pinot Noir. Inmiddels is duidelijk: hij is genetisch uniek, maar wél de afstammeling van Marzemino en zelf ouder van Corvina, een sleutelvariëteit in Valpolicella. Verder deelt hij verwantschap met druiven als Teroldego en Lagrein, wat zijn structuur en aromatische gelaagdheid deels verklaart.

De eerste officiële beschrijving verscheen in het Atlante Ampelografico van G. Poggi (1939). In 1971 werd de druif officieel erkend in het Italiaanse druivenregister (staatsblad van 24 april).

Ampelografie: Het DNA van een overlever

Wat maakt Refosco dal Peduncolo Rosso herkenbaar in het veld?

  • Scheut: groenachtig-wit, met een bruine tint en een donslaagje
  • Blad: groot, vijflobbig, met een diep groene bovenkant en behaarde onderkant
  • Tros: middelgroot, los, piramidaal, vaak met zijtakje
  • Druif: elliptisch, dikschillig, diep paars, met rijke anthocyanen
  • Zaden: groot, meestal drie per bes
  • Hout: dun, roodachtig, met korte internodiën

De plant is krachtig en productief, maar gevoelig voor oidium (echte meeldauw), wat om zorgvuldige wijngaardcontrole vraagt.

Van ruwe bolster tot verfijnde charmeur

In zijn jeugdige vorm is Refosco dal Peduncolo Rosso eerder streng dan soepel: veel zuren, robuuste tannine en een laag alcoholpercentage. Toch schuilt er, met geduld en vakmanschap, een wijn achter die initieel ruwe façade die stilaan opent als een boek met karakter.

In zijn pure vorm toont hij aroma’s van frisse kersen, bessen en een kruidige toets. Maar met houtlagering komt de verfijning: cacao, tabak, vanille en geroosterde specerijen tillen de wijn naar een hoger niveau. Eikenhout helpt bovendien om reductieve aroma’s, waarvoor de druif gevoelig is, onder controle te houden.

Aromatisch is hij zonder twijfel de meest complexe van zijn groep. In het glas opent hij zich met:

  • gedroogde rode kers
  • verse mediterrane kruiden
  • amandel
  • viooltjes, lavendel en geranium

De geuren zijn intens maar vluchtig. Perfect rijpen én correct schenken zijn dus essentieel.

Naast droge stille wijnen toont de druif potentie voor appassimento-stijl: halfzoete of versterkte wijnen van ingedroogde druiven, met een geconcentreerd en fluwelig profiel.

Waar groeit deze druif eigenlijk?

Het epicentrum ligt in Friuli Venezia Giulia, vooral in de provincie Udine (Torreano en Faedis). Daarnaast komt hij voor in DOC’s zoals:

  • Carso, Friuli Aquileia, Friuli Annia, Colli Orientali, Grave, Isonzo, Latisana en Lison-Pramaggiore
  • In Veneto: Merlara, Riviera del Brenta
  • En in IGT-zones: Trevenezie, Toscane, Puglia en Sardinië

Wat eet je erbij?

Dit is geen wijn voor lichte salades of subtiele visgerechten. Refosco dal Peduncolo Rosso vraagt om stevige kost. Denk aan wildgerechten, geroosterd vlees, oude kazen en stoofpotten. Zijn zuren snijden moeiteloos door vet en zijn tannine houden stand tegen intense smaken. Perfect dus voor een herfstige avond met een goed stuk hert of een stoofpot van everzwijn.

Waarom je ‘m echt moet proberen

Refosco dal Peduncolo Rosso is misschien niet de meest voor de hand liggende keuze in de wijnwinkel, maar dat maakt ‘m juist zo interessant. Wie hem de tijd geeft, ontdekt een wijn met gelaagdheid, karakter en bewaarpotentieel. Dus, de volgende keer dat je voor het wijnrek staat, loop eens voorbij die voorspelbare Merlot en Cabernet. Ga voor avontuur, ga voor karakter, ga voor Refosco dal Peduncolo Rosso. Je smaakpapillen zullen je dankbaar zijn.

De smeltende magie van Fricò Friulano

Enkele weken terug zijn we van start gegaan met onze cursus ‘Italiaanse wijnavonden’. Afgelopen woensdag hadden we de derde wijnavond waarbij we het hadden over het noordoosten van Italië. Na afloop van de cursus serveerde ik een typisch Friulaans gerecht: Fricò Friulano. Het doet me steeds met heel veel plezier terugdenken aan ons verblijf ginds bij Russiz Superiore en de allereerste keer dat ik een Fricò geserveerd kreeg. Dit was in het fantastische restaurant La Subida waar Bruce Springsteen de hele avond lang door de boxen galmde… Nostalgie noemen ze dit, dacht ik.

Fricò Friulano is een eenvoudig maar smaakvol gerecht uit de Italiaanse regio Friuli-Venezia Giulia. Het is een goudbruin, knapperig kaaspannenkoekje met aardappelen dat in veel huishoudens en restaurants op tafel komt. Of het nu als voorgerecht, snack of hoofdgerecht wordt geserveerd, Fricò staat voor traditie en puurheid in de keuken. Maar wat maakt dit gerecht zo bijzonder?

Geschiedenis en oorsprong

Fricò heeft diepe wortels in de Friulaanse keuken en gaat eeuwen terug. Oorspronkelijk was het een armengerecht, bedacht door boeren die overgebleven kaasresten combineerden met aardappelen en uien om een voedzame en smakelijke maaltijd te bereiden. Volgens een legende ontving Sint Ermacora, de patroonheilige van Udine, tijdens zijn bezoek aan Carnia een eenvoudige maaltijd van polenta, wei en kaas van arme herders. Om de maaltijd te versterken, verwarmde de herbergier de wei opnieuw, voegde ricotta en kaas toe en creëerde zo een voedzamer gerecht, dat in de loop der eeuwen werd verfijnd.

De naam Fricò, die aanvankelijk werd uitgesproken met een eindaccent voordat het Friulaans verder werd geitalianiseerd, is afgeleid van het Franse ‘fricot’. Dit verwijst naar een gerecht van gekookte groenten, elders ook bekend als ‘fricandò’ of ‘fricassee’. Vandaag de dag bestaan er twee hoofdvarianten van Fricò. De eerste is de dunne en knapperige versie, die uitsluitend uit gebakken kaas bestaat en qua textuur lijkt op een krokant wafeltje. De tweede variant is hoger en zachter, gemaakt met aardappelen en kaas. Om deze zachte versie te bereiden, beginnen sommige koks met rauwe aardappelen, terwijl anderen ze eerst blancheren. De aardappelen worden vervolgens grof geraspt. In een licht ingevette pan – traditioneel met boter – wordt de ui zacht gebakken, waarna de aardappelen worden toegevoegd en langzaam gaar gestoofd totdat ze zacht zijn. Dan wordt Montasio DOP-kaas (of Latteria-kaas) in verschillende rijpingsgraden toegevoegd en goed gemengd. Het gerecht wordt verder gebakken totdat zich een korst vormt, waarna het wordt omgedraaid en de andere kant op dezelfde manier krokant wordt gebakken.

Waarom Montasio en geen andere kaas?

De sleutel tot een authentieke Fricò ligt in de kaaskeuze: Montasio. Deze DOP-kaas wordt uitsluitend geproduceerd in Friuli-Venezia Giulia en enkele aangrenzende gebieden. Montasio heeft een unieke rijping die de smaak en textuur van Fricò bepaalt. Jonge Montasio (fresco) smelt perfect en geeft een zachte, romige structuur, terwijl gerijpte Montasio (stagionato) een intensere, pittigere smaak toevoegt en een heerlijke knapperige korst vormt bij het bakken. Andere kazen missen deze specifieke eigenschappen en zouden het karakter van het gerecht veranderen. Toch kan Fricò ook met andere kazen worden bereid, afhankelijk van de regio en persoonlijke voorkeur. Alternatieve kazen die vaak worden gebruikt zijn Latteria-kaas, Asiago, Piave en zelfs Fontina, die vergelijkbare smelteigenschappen hebben en een eigen twist aan het gerecht geven.

Rode aardappel

Een ander cruciaal ingrediënt voor een geslaagde Fricò zijn de aardappelen. De keuze van de juiste soort maakt een groot verschil in de uiteindelijke textuur van het gerecht. Rode aardappelen, zoals een Roseval, zijn hier de beste optie. Ze bevatten minder zetmeel en hebben een hoger gehalte aan natuurlijke suikers dan andere aardappelsoorten. Dit zorgt ervoor dat de aardappelen tijdens het bakken niet te melig worden, maar juist een licht kleverige en stevige structuur behouden. Deze eigenschappen dragen bij aan de perfecte balans tussen smeuïgheid en krokantheid in Fricò. Een goed gekozen aardappel tilt het gerecht dus van een middelmatig resultaat naar een ware smaaksensatie!

Is Fricò populair en wat maakt het zo speciaal?

Absoluut! Fricò is niet alleen geliefd in Friuli, maar heeft ook internationaal aan bekendheid gewonnen, vooral onder liefhebbers van de authentieke Italiaanse keuken. In Friuli zelf wordt het vaak geserveerd tijdens traditionele feesten en festivals, en het blijft een trots symbool van de lokale gastronomie. Ook chef-koks buiten Italië experimenteren met het gerecht en geven er soms een moderne twist aan, maar de essentie blijft behouden: een eenvoudige, smaakvolle combinatie van kaas en aardappelen.

Wat Fricò zo bijzonder maakt, is de combinatie van knapperigheid en smeuïgheid in elke hap. De Montasio-kaas smelt en karamelliseert, waardoor een smaakvolle en textuurrijke ervaring ontstaat. Bovendien is het een uiterst veelzijdig gerecht: het kan op zichzelf worden gegeten, maar ook worden gecombineerd met polenta, salades of vleesgerechten. Het is een perfect voorbeeld van hoe de Italiaanse keuken met minimale ingrediënten maximale smaak kan bereiken.

Het Originele Fricò Recept (voor 2 personen)

Ingrediënten

  • 225 g Montasio-kaas, geraspt
  • 1 middelgrote aardappel (225 g), geschild en geraspt
  • 1 kleine ui, in dunne plakjes gesneden
  • 2 eetlepels extra vergine olijfolie
  • Zout en versgemalen zwarte peper, naar smaak

Bereidingswijze

  1. Voorbereiding van de groenten:
    Verhit de olijfolie in een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de gesneden ui toe. Bak een minuutje en voeg dan de geraspte aardappel toe. Meng de aardappel en ui goed door elkaar en breng op smaak met zout en zwarte peper. Bak dit mengsel al roerend gedurende 5-10 minuten, totdat de aardappelen licht knapperig en goudbruin zijn.
  2. Kaas toevoegen:
    Voeg de geraspte Montasio-kaas toe en meng goed met de aardappelen en ui, zodat de kaas gelijkmatig verdeeld is. Gebruik een spatel om de randen van de pan schoon te maken en vorm het mengsel tot een compacte, pannenkoekachtige schijf die de hele bodem van de pan bedekt.
  3. Frico laten garen:
    Zet het vuur lager en laat de frico ongestoord bakken. De kaas zal smelten en krokant worden, en de onderkant moet mooi bruin en knapperig zijn, wat ongeveer 5 minuten duurt. Schud de pan om de frico los te maken, leg een groot bord op de pan en draai het geheel om zodat de frico op het bord ligt. Schuif hem daarna terug in de pan met de ongekookte kant naar beneden. Bak nog eens 5 minuten tot ook deze kant goudbruin en knapperig is.
  4. Serveren:
    Haal de frico uit de pan en leg hem op een bord. Snijd in 6 punten en serveer direct.

Prosecco: het sprankelende symbool van Italië

Stel je de mensen de vraag hoe de Italiaanse bubbels noemen zullen ze meestal, ondanks de stijgende reputatie van onder andere Franciacorta, Prosecco antwoorden in plaats van Spumante. Prosecco is inderdaad een van de meest geliefde wijnen van Italië, bekend om zijn levendige bubbels en frisse, veelzijdige karakter. Deze wijn wordt geproduceerd in het noordoosten van Italië en heeft de harten van wijnliefhebbers wereldwijd veroverd. Of het nu gaat om een aperitief of een feestelijke gelegenheid, Prosecco past bij elke situatie. 

Wat is Prosecco?

Prosecco is een mousserende wijn afkomstig uit de glooiende heuvels van Noordoost-Italië. Bekend om zijn frisse en levendige karakter, is prosecco uitgegroeid tot een van ’s werelds meest geliefde mousserende wijnen. De wijn wordt voornamelijk geproduceerd in de regio’s Veneto en Friuli Venezia Giulia. De belangrijkste druif die hiervoor wordt gebruikt, is Glera, een inheemse variëteit die Prosecco zijn kenmerkende eigenschappen geeft: frisheid, bloemige en fruitige aroma’s en een uitgebalanceerde zuurgraad. De naam prosecco is afgeleid van het dorp Prosecco nabij Trieste.

De Martinotti-methode

Prosecco wordt gemaakt volgens de Martinotti-methode, die internationaal beter bekend is als de Charmat-methode. Bij deze techniek vindt de tweede gisting plaats in grote roestvrijstalen tanks (autoclaven) onder druk. Dit proces behoudt de primaire aroma’s van de druif en zorgt voor een fijne mousse en een kenmerkende frisheid.

De Martinotti-methode werd in 1895 ontwikkeld door Federico Martinotti, een Italiaanse oenoloog. Op zoek naar een eenvoudiger en innovatiever proces voor de productie van mousserende wijnen, bedacht Martinotti een systeem waarbij de tweede gisting—verantwoordelijk voor de bruisende bubbels—plaatsvindt in grote, drukbestendige roestvrijstalen tanks, in plaats van in afzonderlijke flessen.

Hoewel Martinotti het concept introduceerde, verfijnde en patenteerde de Franse ingenieur Eugène Charmat de methode in 1910, wat de alternatieve naam verklaart. Toch verwijzen Italianen trots naar deze methode als de Martinotti-methode, als eerbetoon aan de bedenker..

De Martinotti-methode stroomlijnt de productie van mousserende wijn met een zorgvuldig gecontroleerd proces:

  1. Productie van de Basiswijn
    Het proces begint met stille basiswijn, gemaakt van specifieke druivensoorten. Voor Prosecco zijn dit Glera-druiven, die bekendstaan om hun bloemige en fruitige kenmerken.
  2. Tweede Gisting
    De basiswijn wordt overgebracht naar drukbestendige tanks, waar suiker en gist worden toegevoegd. Deze mix ondergaat een tweede gisting, waarbij koolzuurgas wordt gevormd—de bubbels die mousserende wijn definiëren.
  3. Temperatuurcontrole
    De tank wordt gekoeld om de gisting te stoppen bij het gewenste zoetheidsniveau. Hierdoor behoudt de wijn zijn fruitige en frisse profiel.
  4. Filtratie en Botteling
    Na de gisting wordt de wijn onder druk gefilterd om de bubbels te behouden en vervolgens gebotteld voor distributie.

De verschillende typen Prosecco

Niet alle Prosecco is hetzelfde! En hier kampt Prosecco met een probleem. Er zijn zodanig veel verschillende aanduidingen voor Prosecco dat het voor de consument lastig is om te weten met welke Prosecco ze nu te maken hebben. We proberen hierin de nodige klaarheid te scheppen.

Prosecco DOC

Dit is de meest voorkomende Prosecco! Prosecco DOC wordt geproduceerd in een uitgestrekt gebied in het noordoosten van Italië, verspreid over negen provincies in de regio’s Veneto en Friuli Venezia Giulia. Deze provincies zijn:

  • Veneto: Treviso, Venetië, Vicenza, Padua en Belluno
  • Friuli Venezia Giulia: Gorizia, Pordenone, Triëst en Udine

Het hart van de Prosecco DOC-productie ligt in de vlakke en licht heuvelachtige landschappen rond Treviso, een provincie met een rijke wijnbouwtraditie. De wijngaarden van Prosecco DOC bevinden zich vaak op vruchtbare vlaktes, waar het klimaat en de bodem perfect zijn voor de teelt van de Glera-druif.

De productie van Prosecco DOC wordt gereguleerd volgens Italiaanse en EU-wetgeving om consistentie en authenticiteit te garanderen. Belangrijke voorschriften zijn:

  • Druivenrassen: Prosecco DOC moet voor minstens 85% uit Glera bestaan. De resterende 15% mag afkomstig zijn van druivensoorten zoals Verdiso, Perera, Bianchetta of toegestane internationale variëteiten zoals Chardonnay, Pinot Grigio en Pinot Nero.
     
  • Opbrengstbeperking: Om de kwaliteit te waarborgen, is de maximale opbrengst beperkt tot 18 ton per hectare, zodat de druiven hun kenmerkende smaak en aroma behouden.
     
  • Alcoholgehalte: De wijn moet een minimaal alcoholgehalte hebben van 10,5% voor spumante (mousserend) en 10% voor frizzante (licht mousserend).

Het terroir speelt een cruciale rol in het karakter van Prosecco DOC. De regio wordt gekenmerkt door:

  • Klimaat: De wijngaarden profiteren van een mild, gematigd klimaat dat wordt beïnvloed door de Adriatische Zee en de uitlopers van de Dolomieten. Warme zomers en koele nachten zorgen voor een optimale rijping van de Glera-druiven, waarbij de zuurgraad en aromatische complexiteit behouden blijven.
     
  • Bodem: De bodems in de Prosecco DOC-zones variëren van alluviale gronden rijk aan klei en zand in de vlaktes tot kalkhoudende en leemachtige gronden in licht glooiende gebieden. Deze bodems bieden uitstekende drainage en voedingsstoffen, ideaal voor de Glera-druif.

Prosecco Asolo DOCG

De wijngaarden die Prosecco Asolo DOCG produceren, bevinden zich in de regio Veneto, in het noordoosten van Italië, specifiek in de heuvels van Colli Asolani. Deze glooiende heuvels liggen ten westen van Treviso, rondom het schilderachtige middeleeuwse stadje Asolo, dat vaak “De Parel van Veneto” wordt genoemd.
Het Asolo-gebied omvat 18 gemeenten, met wijngaarden die zich voornamelijk bevinden op een hoogte van 100 tot 400 meter boven zeeniveau.

De productie van Prosecco Asolo DOCG wordt streng gereguleerd om de kwaliteit en authenticiteit te waarborgen. Belangrijke wettelijke vereisten zijn:

  1. Druivenras: De wijn moet voornamelijk gemaakt zijn van Glera-druiven (minimaal 85%), met maximaal 15% van andere toegestane rassen zoals Verdiso, Bianchetta Trevigiana, Perera of Chardonnay.
     
  2. Geografische Beperkingen: De druiven moeten exclusief afkomstig zijn uit het aangewezen gebied binnen de Colli Asolani-heuvels.
     
  3. Oogst en Opbrengst: De maximale opbrengst per hectare is beperkt tot 13,5 ton, wat zorgt voor een focus op kwaliteit boven kwantiteit.
     
  4. Alcoholgehalte: Het minimale alcoholgehalte moet 10,5% zijn voor Spumante en 10% voor Frizzante-stijlen.
     
  5. Superiore: De term “Superiore” is gereserveerd voor Prosecco Asolo DOCG Spumante waarbij er strengere productie eisen worden opgelegd.

De unieke kenmerken van Prosecco Asolo DOCG zijn te danken aan het terroir—een harmonieus samenspel van bodem, klimaat en landschap.

  • Bodemsamenstelling: De heuvels van Asolo zijn rijk aan kalkhoudende mergel en klei, wat zorgt voor uitstekende drainage en tegelijkertijd essentiële voedingsstoffen vasthoudt. Deze bodem draagt bij aan de complexiteit en minerale tonen van de wijn.
     
  • Klimaat: De regio profiteert van een gematigd klimaat met warme dagen en koele nachten. Deze temperatuurschommelingen versterken de ontwikkeling van aromatische verbindingen in de Glera-druiven, wat resulteert in de heldere, fruitige tonen die kenmerkend zijn voor Prosecco Asolo DOCG.
     
  • Topografie: De glooiende wijngaarden maximaliseren de zoninval en verminderen het risico op vorst, wat bijdraagt aan een optimale rijping van de druiven.

Prosecco Superiore Conegliano Valdobbiadene DOCG

Genesteld in de schilderachtige heuvels van de Veneto-regio, ten noordoosten van Venetië, is de Conegliano Valdobbiadene-zone het kloppende hart van de beste Prosecco-productie. Deze wijngaarden strekken zich uit over 15 gemeenten tussen de steden Conegliano en Valdobbiadene, en beslaan ongeveer 8.700 hectare steile, zonovergoten hellingen.

Het gebied heeft de status van UNESCO-werelderfgoed vanwege zijn “cultuurlandschap”, gekenmerkt door de harmonieuze wisselwerking tussen natuurlijke schoonheid en menselijke cultivatie. Steile terrassenwijngaarden zijn bezaaid met oude dorpjes wat zorgt voor schilderachtige zichten.

De DOCG-status (Denominazione di Origine Controllata e Garantita) is de hoogste kwaliteitsaanduiding voor wijn in Italië, en de regelgeving zorgt ervoor dat Conegliano Valdobbiadene Prosecco met de grootste zorg wordt gemaakt:

  1. Druivensamenstelling: De wijn moet voornamelijk worden gemaakt van Glera, de kenmerkende witte druif van Prosecco, die ten minste 85% van de blend uitmaakt. Aanvullende variëteiten zoals Verdiso, Bianchetta Trevigiana, Perera of Pinot (Bianco, Grigio, Nero) mogen spaarzaam worden gebruikt.
     
  2. Productiezone: Druiven moeten uitsluitend afkomstig zijn uit het gedefinieerde DOCG-gebied.
     
  3. Opbrengstlimieten: Om de kwaliteit te behouden, zijn de opbrengsten beperkt tot 13,5 ton per hectare.
     
  4. Subzones: Het DOCG-gebied omvat specifieke crus zoals Cartizze en Rive,

Wat Conegliano Valdobbiadene onderscheidt, is zijn unieke terroir

  • Bodem: De bodems in de regio variëren van kalksteen en mergel in Valdobbiadene tot kleigronden rond Conegliano. Deze diversiteit geeft de wijnen complexiteit en subtiele mineraliteit.
     
  • Klimaat: Een gematigd klimaat, beïnvloed door de Dolomieten in het noorden en de Adriatische Zee in het zuiden, zorgt voor ideale rijpingsomstandigheden. Warme dagen en koele nachten versterken de aromatische intensiteit en behouden de natuurlijke zuurgraad van de druif.
  • Topografie: De steile, op het zuiden gerichte hellingen zorgen voor optimale zonblootstelling en natuurlijke drainage, wat cruciaal is voor het telen van gezonde, smaakvolle druiven.

Zeer verwarrend is dat deze Prosecco onder verschillende benamingen de markt op mag gaan! Officieel spreken we over Prosecco Conegliano Valdobbiadene DOCG. Maar je mag ook Superiore toevoegen of eenvoudigweg Prosecco Superiore DOCG gebruiken. Om nog meer verwarring te stichten mag het ook Prosecco Conegliano DOCG of Prosecco Valdobbiadene DOCG, beiden al dan niet met de toevoeging van Superiore… Men spreekt al lang om een uniformiteit hierover te vinden, tot op heden echter zonder succes.

Rive en Cartizze: het beste van het terroir

Binnen de DOCG Conegliano Valdobbiadene zijn er twee speciale aanduidingen Prosecco Rive en Prosecco Cartizze. Het zijn beide hoogwaardige varianten van Prosecco, afkomstig uit de Conegliano Valdobbiadene regio in Italië, maar ze hebben enkele belangrijke verschillen:

  • Rive: Deze term verwijst naar specifieke subzones van de heuvels in Conegliano-Valdobbiadene. Rive betekent “steile hellingen” in het lokale dialect en verwijst naar de steilste wijngaarden in de Conegliano Valdobbiadene DOCG. Alleen wijnen van de steilste hellingen met ideale bodems kunnen als Rive Prosecco Superiore worden aangeduid. Deze druiven worden met de hand geoogst. Rive wijnen tonen vaak een jaartal op het etiket.
  • Cartizze: Een klein gebied van slechts 107 hectare, beschouwd als de Grand Cru van Prosecco. Dit gebied produceert enkele van de meest geconcentreerde, elegante en verfijnde Prosecco Superiore wijnen. De wijngaarden zijn extreem steil, waardoor alles met de hand moet worden gedaan. Cartizze wijnen hebben vaak delicate aroma’s van jasmijn en roos, met smaken van peer en tropisch fruit.

    De afkomst van de naam Cartizze is nog niet helemaal duidelijk! Het zou kunnen komen van Gardiz: Dit is een historisch woord in het lokale dialect dat verwijst naar de droogrekken die werden gebruikt voor het maken van appassimento-stijl wijnen.
    Of van Cardus: Een andere theorie suggereert dat de naam komt van het woord voor “distel,” wat een verwijzing zou kunnen zijn naar de topografie van de wijngaard.

Prosecco Rosé

Prosecco heeft lange tijd enkel als een witte sprankelende wijn op de markt mogen komen. Omwille van het wereldwijde succes van de roséwijnen en om het belang van prosecco (en de productie) extra uit te breiden werd er in 2020 een marketing besluit genomen om ook een rosé versie toe te laten en op de markt te brengen. Deze beslissing stelde wijnmakers in staat om de traditionele Glera-druif, die minstens 85% van de wijn uitmaakt, te mengen met 10-15% Pinot Noir, wat een vleugje kleur en een diepte van smaak toevoegt aan de geliefde Prosecco. Het resultaat was een onmiddellijke hit, met 16,8 miljoen geproduceerde flessen in het eerste jaar alleen.

De marktrespons op Prosecco Rosé is dus niets minder dan fenomenaal. In het debuutjaar werd de wijn snel een favoriet, met grote retailers zoals Lidl en M&S die indrukwekkende verkoopcijfers rapporteerden. Tegen 2021 was de productie gestegen om aan de groeiende vraag te voldoen, met schattingen die suggereren dat er jaarlijks tot 50 miljoen flessen geproduceerd zouden kunnen worden. Deze snelle groei onderstreept de aantrekkingskracht van de wijn, die de lichte, verfrissende kwaliteiten van Prosecco combineert met de trendy allure van rosé.

De druiven van Prosecco

De ster van Prosecco is de Glera-druif, die wordt gekenmerkt door:

  • Aroma’s: Tonen van groene appel, peer, witte bloemen en citrus.
  • Zuurgraad: Levendig en fris, wat bijdraagt aan de drinkbaarheid.
  • Structuur: Licht en soepel, wat Prosecco aangenaam toegankelijk maakt.

In sommige benamingen mogen kleine hoeveelheden van andere lokale druiven, zoals Verdiso, Perera of Bianchetta, worden toegevoegd om extra complexiteit te creëren. Ook internationale rassen zoals Chardonnay, Pinot Grigio of Pinot nero zij nin kleine hoeveelheden toegestaan.

Welke stijl verkies je, Prosecco Brut of Extra Dry?

Lange tijd kwam Prosecco enkel maar op de markt als een licht zoete, extra dry bubbel. Sinds enige tijd is er een kentering ingezet die meer aanleunt bij de wereldwijde consumenten vraag naar drogere versies van schuimwijnen en dus zien we steeds meer en meer Brut of zelfs Extra brut opduiken. 

Prosecco Brut is de droogste variant van prosecco, met een restsuikergehalte van maximaal 12 gram per liter. Deze stijl staat bekend om zijn frisse en levendige smaak, waarbij de natuurlijke zuren en fruitige aroma’s goed tot hun recht komen. Prosecco Brut is ideaal voor liefhebbers van een strakke, verfrissende wijn zonder al te veel zoetheid.

Smaakprofiel:

  • Droog en knapperig
  • Frisse zuren
  • Aroma’s van groene appel, citrus en soms een vleugje mineraliteit

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is Prosecco Extra Dry iets zoeter dan Brut, met een restsuikergehalte tussen de 12 en 17 gram per liter. Deze stijl biedt een zachtere en rondere smaakervaring, wat het een aantrekkelijke keuze maakt voor degenen die een subtiele zoetheid in hun wijn waarderen.

Smaakprofiel:

  • Licht zoet met een zachte afdronk
  • Gebalanceerde zuren
  • Aroma’s van rijpe peer, appel en een hint van bloemen

Prosecco: bewaren of meteen drinken?

Prosecco is bedoeld om jong te drinken, bij voorkeur binnen één tot twee jaar na botteling. Op deze manier blijven de frisse aroma’s en levendige bubbels optimaal behouden. Het is geen wijn die geschikt is om te rijpen, aangezien langdurige opslag de kenmerkende eigenschappen kan verminderen.

Conclusie

Prosecco is meer dan alleen een wijn: het is een symbool van de Italiaanse levensstijl, een viering van gezelligheid en eenvoud. Met zijn verschillende benamingen en het brede scala aan terroir biedt Prosecco een brede smaakervaring die elke wijnliefhebber kan waarderen. Laten we proosten op deze buitengewone Italiaanse mousserende wijn en genieten van elke sprankelende slok!

Flysch als terroir

In de wereld van de wijnbouw speelt de bodem waarop de wijnstokken groeien een cruciale rol in de uiteindelijke smaak en kwaliteit van de wijn. Eén van de meest bijzondere bodemtypen die bijdraagt aan de karaktervolle wijnen van Italië, is de zogenaamde ‘flysch’. Deze complexe bodemstructuur, die zowel fascinerend als essentieel is voor de wijnproductie, komt veelvuldig voor in Italiaanse wijnstreken en geeft de wijnen een unieke signatuur.

Wat is flysch?

Flysch is een sedimentair gesteente dat is ontstaan door miljoenen jaren van geologische processen. Het is een opeenstapeling van verschillende lagen klei, zandsteen en kalksteen, afgewisseld met soms schalie of andere afzettingen. Dit gelaagde profiel van hardere en zachtere sedimenten zorgt voor een goed gedraineerde, voedingsrijke bodem waarin wijnstokken kunnen floreren. Flysch wordt vaak gevormd in mariene omgevingen, waar de afzetting van klei en zand gedurende lange periodes plaatsvindt.

Deze bodems zijn vooral te vinden in bergachtige gebieden of heuvels en zijn ontstaan door de druk van aardplaten en het verschuiven van zeebodems, een proces dat het Italiaanse landschap kenmerkt. De combinatie van gesteenten maakt de bodem niet alleen vruchtbaar, maar ook bijzonder geschikt voor de wijnbouw vanwege zijn mineralenrijkdom en goede drainagecapaciteit.

Flysch in diverse Italiaanse wijnregio’s

Flysch is een prominente factor in vele van Italië’s meest gerespecteerde wijngebieden. Hoewel een veel grotere opsomming kunnen maken (met ook onder andere Chianti en Taurasi) beperken we ons tot enkele voorbeelden!

 Een van de meest bekende regio’s waar flysch de bodem domineert, is de Cinque Terre in Ligurië, langs de steile kust van de Ligurische Zee. Hier worden op de terrassen van flysch-rijke hellingen prachtige wijnen geproduceerd, vaak met lokale druivensoorten zoals Vermentino en Bosco. De wijnstokken die in deze stenige, gelaagde bodems gedijen, worden gedwongen diep te wortelen om water en voedingsstoffen te vinden, wat resulteert in een hogere concentratie aan smaken in de druiven.

Ook in de Friuli-Venezia Giulia, een regio bekend om zijn verfijnde witte wijnen, speelt flysch een belangrijke rol. In de Collio-heuvels, gelegen nabij de grens met Slovenië, zorgt deze bodem voor uitzonderlijk mineraalrijke wijnen, met frisse zuren en een intense aromatische complexiteit. Druivensoorten zoals Friulano en Sauvignon Blanc profiteren van de minerale invloed van de flysch-bodems (lokaal Ponca genoemd), die bijdraagt aan hun kenmerkende frisheid en finesse.

Een ander voorbeeld is de regio Marche, en in het bijzonder het gebied rondom de stad Ancona, waar Verdicchio-wijnen beroemd zijn om hun zuiverheid en levendige karakter. De flysch-bodems hier dragen bij aan de mineraliteit en structuur van deze wijnen, wat ze bijzonder geschikt maakt voor veroudering.

De invloed van flysch op wijn

Het is algemeen bekend dat de bodem een belangrijke rol speelt in het ontwikkelen van het terroir van een wijn. Flysch-bodems zijn bijzonder gunstig voor wijnbouw vanwege hun unieke mix van eigenschappen: 

  1. Goede Drainage: De gelaagde structuur van flysch zorgt voor uitstekende drainage. Dit voorkomt wateroverlast en wortelrot, waardoor de wijnstokken gezond blijven.
  2. Minerale Rijkdom: Flysch is rijk aan mineralen zoals calcium, magnesium en kalium. Deze mineralen worden langzaam vrijgegeven aan de wijnstokken, wat bijdraagt aan de complexiteit en diepte van de wijn.
  3. Warmteregulatie: De donkere lagen van flysch absorberen warmte overdag en geven deze ’s nachts langzaam af. Dit helpt bij het handhaven van een stabiele temperatuur rond de wortels van de wijnstokken, wat essentieel is voor een gelijkmatige rijping van de druiven.
  4. De mogelijkheid voor diepe worteling van de wijnstokken. Dit zorgt voor evenwichtige en complexe wijnen, waarin zowel fruitige als minerale tonen sterk naar voren komen.

De stenige samenstelling van flysch zorgt ervoor dat de wijnstokken niet te veel water vasthouden. Dit resulteert in druiven met geconcentreerde suikers en zuren, wat bijdraagt aan de structuur en het bewaarpotentieel van de wijn. De minerale aanwezigheid uit de klei- en kalksteenlagen voegt daarnaast verfijning toe aan de aroma’s en de textuur, met vaak een uitgesproken frisheid en elegantie in de wijnen die op flysch groeien.

Flysch: een uitdaging én een zegen voor wijnmakers

Hoewel flysch-bodems grote voordelen bieden, vormen ze ook uitdagingen voor wijnmakers. De steile hellingen waar deze bodems vaak te vinden zijn, maken mechanisatie lastig, waardoor veel werk nog met de hand moet worden gedaan. In regio’s zoals de Cinque Terre, waar de wijngaarden als terrassen tegen de bergen zijn aangelegd, vereist de wijnbouw intensieve arbeid en zorgvuldige planning.

Desalniettemin zien wijnmakers flysch-bodems vaak als een zegen vanwege het unieke karakter dat deze bodem aan de wijn geeft. De diepe wortels die wijnstokken moeten ontwikkelen in deze omstandigheden, leiden tot een grotere resistentie tegen droogte en zorgen voor een natuurlijke beperking van de opbrengst, wat de kwaliteit van de druiven verhoogt. Dit vertaalt zich in wijnen met een bijzondere diepte, complexiteit en een uitgesproken regionaal karakter.

Conclusie

Flysch-bodems zijn zonder twijfel een van de geheime wapens van de Italiaanse wijnbouw. Hun unieke geologische samenstelling biedt wijnstokken ideale groeiomstandigheden, terwijl de moeilijkheden van het cultiveren op deze gronden bijdragen aan de hoge kwaliteit van de wijnen. Of het nu gaat om de minerale frisheid van een Vermentino uit Ligurië of de intense complexiteit van een Friulano uit Friuli, flysch draagt bij aan enkele van de meest karaktervolle en authentieke wijnen die Italië te bieden heeft. Voor wijnliefhebbers is het ontdekken van deze flysch-geïnspireerde wijnen een uitnodiging om de diepere lagen van het Italiaanse terroir te proeven.