10 Italiaanse wijnen die je ooit gedronken moet hebben

Jaarlijks geven we een diepgaande opleiding over Italiaanse wijnen, gespreid over zes avonden. Afgelopen woensdag werkten we de laatste sessie af en sindsdien is het alweer aftellen naar de volgende reeks. Als afsluiter van de lessenreeks deelde ik mijn eigen lijst van tien iconische Italiaanse wijnen die je ooit in je leven gedronken moet hebben. Wat de cursisten niet wisten, was dat ik er als afsluiter eentje van deze lijst had laten binnenkomen.

Zo’n lijst is natuurlijk persoonlijk en al zeker geen vaststaand gegeven. Hij kan er volgend jaar alweer helemaal anders uitzien. Of misschien moet ik de wijnen die ik reeds proefde van de lijst afhalen en vervangen door anderen. Want ondertussen heb ik toch al de helft ervan ooit in het glas gehad.

Misschien vinden jullie dat er best wel een of andere wijn ontbreekt op deze lijst of zou die voor jou er compleet anders uitzien. Zoals je weet staan we open voor alle suggesties en mag je me overladen met tips van Italiaanse wijnen die je zelf zou opnemen op de lijst.

Ik deel alvast mijn lijst. De wijnen zijn gewoon alfabetisch geplaatst zonder dat er een rangorde achter zit. Voor de goede orde, die heb ik wel degelijk.

Amarone della Valpolicella Classico DOCG: Giuseppe Quintarelli Riserva

Misschien zijn er velen verbaasd deze wijn op de lijst te zien staan, want ik ben niet onmiddellijk een grote liefhebber van Amarone. Maar over Amarone bestaan veel misverstanden. Te zwaar, te geconcentreerd, te veel alcohol, eigenlijk net allemaal te. En dan kom je bij Quintarelli uit, en dan valt dat hele simplistische praatje gewoon stil. Ik proefde reeds zijn basis Amarone en daar word je toch even stil van. Ik zou ook zijn Selezione Giuseppe Quintarelli op het lijstje kunnen plaatsen, maar zal al vrede nemen met de Riserva.

De Riserva wordt niet elk jaar gemaakt. Enkel in de beste jaren zal je deze zien verschijnen. Hij vertrekt vanuit een persoonlijke vatselectie. De druiven komen uit de heuvels rond Negrar, in het hart van de Valpolicella Classico. Corvina en Corvinone vormen de basis, aangevuld met Rondinella en een klein aandeel andere lokale rassen. De druiven worden tijdens de oogst streng geselecteerd en daarna in houten kistjes of op rieten matten gelegd. Daarbij wordt zelfs gelet op hoe de druiven precies liggen, zodat de appassimento op een natuurlijke manier kan verlopen. In november verschijnt de edele rotting, die zich vooral in januari verder ontwikkelt.

Eind januari worden de druiven geperst. Na een maceratie van ongeveer 20 dagen start de alcoholische gisting met inheemse gisten. Die gisting duurt ongeveer 45 dagen. Daarna verhuist de wijn naar grote Slavonische eiken vaten, waar hij zeven jaar rijpt.

Quintarelli heeft Amarone mee naar een niveau gebracht waarop de wijn niet langer alleen over kracht of concentratie gaat. Tijd is hierbij cruciaal. Vooral de wijn de nodige tijd gunnen om zich helemaal te ontplooien.

Om dit te kunnen proeven zal je net iets meer dan 700 € moeten betalen. Begin juni zijn we in Valpolicella en gaan we op bezoek bij Quintarelli. Ik moet je niet vertellen dat de hoop leeft om deze daar van het lijstje te kunnen afvinken.

Barbaresco DOCG: Gaja Sorì San Lorenzo

Neem ik Gaja mee op in de lijst of niet? Ik heb toch even geworsteld met die vraag, maar uiteindelijk volmondig ja geantwoord. Over een iconische naam in de Italiaanse wijnwereld gesproken. Ik vergeef het mezelf nog steeds niet dat ik ooit de kans had om deze wijn te proeven, maar de gelegenheid aan mij voorbij heb laten gaan. Met een air van: ik proef dit later wel een keer op mijn gemak in plaats van dit nu overhaast te doen. What a mistake to make!

De Nebbiolo wijngaard Sorì San Lorenzo ligt in Barbaresco en behoort tot de absolute referenties van het domein. De naam verwijst naar de ligging waar de zon mooi op de helling valt. Angelo Gaja bracht deze wijn voor het eerst apart op de markt in de jaren zestig en zette daarmee mee de toon voor een andere manier van denken in Piemonte. Niet alleen de appellatie was belangrijk, ook de specifieke wijngaard kreeg een gezicht.

De prijzen voor deze wijn die je online ziet circuleren variëren stevig. Ik ga ervan uit dat voor een goed jaar al vlug rond de 800 € betaald zal moeten worden.

Barolo Riserva DOCG: Giacomo Conterno Monfortino

Een Barolo mag uiteraard niet ontbreken, maar welke ga ik er nu opzetten. Ik kan moeilijk een lijst maken met enkel maar Barolo, al zou het zo maar kunnen. De uiteindelijke keuze valt op Monfortino van Giacomo Conterno. Hoewel ik al veel heb mogen proeven van deze producent, is de Monfortino tot op heden steeds door de mazen van het net geslipt. Nochtans heb ik er een meer dan gezonde interesse naar.

Monfortino is geen gewone Barolo Riserva. Dit is een wijn die enkel in de beste jaren wordt gemaakt. De Nebbiolo bessen komen uit de Cascina Francia wijngaard in Serralunga d’Alba. Nog voor de oogst wordt beslist welke druiven eventueel voor Monfortino in aanmerking komen. Dit doen ze door voortdurend de bessen te proeven in de wijngaard. Het spreekt voor zich dat alleen de beste druiven in aanmerking komen.

De wijn rijpt voor minstens zeven jaar op grote Slavonische eiken vaten. Pas na jaren rijping en verschillende proefsessies beslist men of er effectief een Monfortino komt. Voldoet het vat niet aan de verwachtingen, dan verdwijnt hij in de Barolo Cascina Francia. Zoals gezegd: geen gewone Barolo dus! In een normaal jaar worden er ongeveer 7.000 flessen gemaakt.

De prijzen volgen de mythe zonder verpinken. Voor een recente jaargang zit je al snel boven de 1.000 €. Dat zijn veel centen voor een fles wijn, maar hij hoort absoluut thuis op deze lijst. Misschien moeten we hier ooit een split cost doen en de wijn delen met enkele gelijkgestemden.

Bolgheri DOC: Ornellaia Bianco

Een witte wijn uit Bolgheri op deze lijst zetten lijkt misschien een vreemde keuze. Bij Bolgheri denken we spontaan aan rood, aan Ornellaia, Sassicaia, Masseto en al die andere flessen waarbij je kredietkaart al preventief begint te zweten. Ik wou niet enkel een lijst opbouwen met enkel maar rode wijnen, wat misschien wat meer voor de hand ligt. De keuze welke witte wijn te nemen was niet eenvoudig en ik geef toe dat het lopen op een slappe koord is met de keuze voor Ornellaia Bianco. Ik wou echter per se eentje nemen die ik nog niet heb geproefd. Vraag me binnen enkele maanden het lijstje te herbekijken en deze zal er misschien niet langer nog opstaan.

Ornellaia Bianco werd voor het eerst gemaakt met jaargang 2013. Sauvignon Blanc vormt de basis, aangevuld met Viognier. De Sauvignon Blanc komt van drie kleine wijngaarden binnen het domein, percelen die volgens Ornellaia bijzonder geschikt zijn om het terroir over te brengen in de wijn.

De druiven worden met de hand geoogst. Nadien worden ze onmiddellijk gekoeld om het aromatische potentieel te bewaren. Na selectie volgt een zachte persing van volledige trossen. De gisting gebeurt in barriques, waarvan 30 procent nieuw en 70 procent gebruikt. Malolactische gisting wordt niet uitgevoerd. Daarna rijpt de wijn 10 maanden op de fijne lies met bâtonnage, gevolgd door nog 2 maanden in inox en 6 maanden flesrijping voor hij op de markt komt.

De prijs zit al snel rond 250 tot 300 €.

Brunello di Montalcino Riserva DOCG: Case Basse di Gianfranco Soldera

Soldera opnemen in deze lijst voelt bijna verplicht, al weet je tegelijk dat je jezelf daarmee in woelig water begeeft en dat je haast moet maken om deze nog effectief onder de Brunello noemer te kunnen proeven. En dat is exact wat ik eigenlijk wens. Misschien slaag ik er niet in en behoud ik de wijn toch in de lijst, maar dan in zijn huidige vorm als IGT.

Gianfranco Soldera bouwde Case Basse uit tot een van de meest legendarische domeinen van Montalcino. Alles vertrok vanuit een bijna obsessieve visie op Sangiovese Grosso. De wijngaarden werden extreem zorgvuldig beheerd, rendementen bleven laag en in de kelder werd vooral niets overhaast. Lange rijping op grote Slavonische eiken vaten, geen toegevingen aan snelle drinkbaarheid en vooral een geloof dat grote Sangiovese tijd nodig heeft.

Het verhaal van wat er in het verleden is gebeurd en wat geleid heeft tot zijn breuk met Brunello is nice to know, maar doet niets af aan de kwaliteit van de wijn. Mocht er iemand zijn die nog een flesje 2006 in zijn bezit heeft en dit met me zou willen delen: ik hoor het graag.

Colli Orientali del Friuli DOC: Miani Calvari Refosco dal Peduncolo Rosso

Ik ben grote fan van de witte wijnen van Miani en heb deze reeds meermaals kunnen proeven. Nooit kwam de gedachte in me op om ook hun Refosco te proeven. Tot ik een inside tip kreeg dat ik absoluut Calvari Refosco dal Peduncolo Rosso moest proeven. Deze tip werd me zo smakelijk en waarheidsgetrouw gebracht dat ik hem prompt nomineerde voor deze lijst.

Enzo Pontoni is de man achter Miani en in Friuli heeft hij intussen een bijna mythische status opgebouwd. Hij werkt in de Colli Orientali del Friuli met oude stokken, lage rendementen en een zorg voor detail waar je bijna zenuwachtig van wordt. Calvari is een van zijn grote referentiepercelen en Refosco dal Peduncolo Rosso bereikt hier zijn hoogste piek.

De druiven komen van de heuvels van de Colli Orientali, waar kalkrijke bodems en een geschikt microklimaat Refosco bijzonder goed liggen. De oogst gebeurt met de hand, de selectie is streng en de gisting verloopt met inheemse gisten. Daarna rijpt de wijn op eikenhouten vaten. Alles aan deze wijn toont dat grootheid in Italië niet altijd uit de meest voor de hand liggende appellaties moet komen.

Als je ervan uitgaat dat Refosco een onbekende druif is, dan zit je juist. Link je daar om die reden misschien ook een lager prijskaartje aan? Think again: drie bruine en één blauw briefje zal je moeten bovenhalen.

Süd Tirol – Alto Adige DOC: Elena Walch Aton Pinot Nero Riserva

Pinot Nero en Südtirol – Alto Adige is wat mij betreft een zeer geslaagd huwelijk. Er zijn daar heel wat Pinot Nero wijnen te vinden die je perfect op het hoogste schavotje kan plaatsen. Aton van Elena Walch hoort daar zonder twijfel bij.

De wijngaarden liggen in Glen, bij Montagna, en in Barleith, een cru uit Caldaro. Beide zijn opgenomen in de lijst van de 86 UGA’s van Alto Adige. De stokken, die meer dan 60 jaar oud zijn, staan aangeplant op een hoogte van 400 tot 600 meter. Met amper 3.395 flessen die ervan gemaakt worden, creëren ze schaarste terwijl de vraag hoog is. Ik heb deze wijn ondertussen al enkele keren in het glas gehad en kan hem dus afvinken van het lijstje. Dat hij er nog steeds op staat, bewijst zijn waarde.

Voor deze fles zal je ongeveer 175 € betalen.

Trebbiano d’Abruzzo DOC: Valentini

Deze wijn is al lang afgevinkt, maar toch was het een no brainer om hem op te nemen in de lijst. Ik ben me bewust dat er wat wenkbrauwgefrons aan te pas zal komen bij het opnemen van een Trebbiano. Maar een verticale degustatie van deze wijn, met toch wel oudere jaargangen, verantwoordt deze keuze volledig.

Valentini werkt in Abruzzo met oude stokken van Trebbiano Abruzzese. De aanpak is eigenzinnig en allesbehalve gericht op volume. De druiven komen uit de heuvels rond Loreto Aprutino, waar de combinatie van hoogte, bodem en klimaat Trebbiano een heel ander gezicht geeft dan wat veel mensen verwachten.

In de kelder wordt er weinig geforceerd. Na het persen start de gisting spontaan in grote houten vaten, enkel met inheemse gisten. Daarna rijpt de wijn ongeveer één jaar in grote eiken vaten van 50 tot 70 hectoliter. Er wordt niet geklaard en niet gefilterd.

De prijzen zijn de voorbije jaren stevig gestegen. Voor een fles zit je al snel richting 150 € of meer. Dat maakt het geen evidente aankoop. Maar dit is zo’n wijn die je moet geproefd hebben om te begrijpen waarom sommige liefhebbers er zo eerbiedig over spreken.

Trento DOC: Fratelli Lunelli Giulio Ferrari Riserva del Fondatore Collezione Metodo Classico Extra Brut

We hadden oorspronkelijk geen bubbel opgenomen, maar Italië is ondertussen zo bubbelgek geworden dat ik alsnog overstag ben gegaan. Ik ga dan wel voor het serieuze werk en laat de Prosecco’s over aan zij die het graag drinken. Hoewel ik niet direct een fan ben van de basis spumante van Ferrari, is de Riserva del Fondatore toch wel een ander kaliber. Krijg ik de kans om een glas te nippen, dan zal ik nooit neen zeggen. Bij deze weet je dus al dat hij doorstreept is.

Giulio Ferrari was de man die begin vorige eeuw in Trentino het potentieel zag voor metodo classico. De familie Lunelli heeft dat werk verdergezet en uitgebouwd tot wat vandaag zonder discussie een van de referenties is voor mousserende wijn in Italië. De Riserva del Fondatore is daar het absolute uithangbord van. De tweede gisting gebeurt op fles en de wijn rijpt vervolgens maar liefst 120 maanden op de lie. Dat is tien jaar geduld, en dat voel je in alles.

Deze cuvée wordt enkel gemaakt in de beste jaren en de productie blijft beperkt. De prijs zit rond de 180 €, wat in deze lijst bijna bescheiden aanvoelt.

Vernaccia di Oristano Riserva DOC 1968: Silvio Carta

Deze wijn is wellicht de meest eigenzinnige keuze uit de hele lijst. Bovendien is hij ook de aanleiding geweest om deze lijst effectief op te maken. Met wat bevriende wijnliefhebbers rond de tafel, snuffelend en proevend van enkele mooie Italiaanse wijnen, bracht iemand deze wijn ter sprake. This one you really must have drunk before you die’, was zijn commentaar. En dus wilde ik hem er absoluut bij.

Het gaat hier niet om Vernaccia zoals we die elders in Italië kennen. De naam verwijst vooral naar een lokale druif, en op Sardinië krijgt die een heel aparte invulling. Na de gisting rijpt de wijn in vaten die niet volledig gevuld worden. Daardoor komt er zuurstof bij en kan er flor ontstaan, een laag gistcellen die de wijn beschermt en tegelijk zijn unieke karakter geeft. Dat plaatst Vernaccia di Oristano in het kleine clubje van oxidatieve wijnen met biologische rijping.

De productiezone ligt in de benedenvallei van de Tirso, rond Oristano, met onder meer San Vero Milis, Solarussa en Simaxis als belangrijke namen. De wijnen zijn volledig droog en hebben niets te maken met het zoete of logge beeld dat sommige mensen bij oude, krachtige wijnen voor ogen hebben. Zelf weigert men dan ook te spreken over een dessertwijn.

De Riserva 1968 van Silvio Carta is natuurlijk nog een ander verhaal. We spreken hier over een fles met meer dan een halve eeuw geschiedenis, die maar liefst gedurende 50 jaar op vat heeft liggen wachten om gebotteld te worden en uiteindelijk in ons glas te belanden. Jawel, dit was absoluut de afsluiter van onze Italiaanse wijnavonden en de wijn waarmee ik de cursisten verraste. De prijs van deze fles schommelt rond de 260 €.

Friulano, identiteit in nuance

Afgelopen weekend dook ik mijn kelder in op zoek naar een geschikte wijn voor bij een zeevruchtenpasta. Van de feestdagen waren er nog restanten kreeft en langoustine over, veel te goed om achteloos te laten verdwijnen. Het gerecht vroeg om een wijn met inhoud. Na wat wikken en wegen viel mijn oog op een Russiz Superiore Friulano 2016 Collio DOC.

De combinatie werkte perfect. De wijn gleed moeiteloos door het gerecht heen en gaf het geheel extra diepte. Om eerlijk te zijn, zelfs als de pasta was mislukt, had de wijn nog altijd overeind gebleven. Zo’n glas dus dat niet alleen ondersteunt, maar ook gerust alleen kan schitteren. Het idee om Friulano eens grondig onder de loep te nemen, liet zich op dat moment vanzelf opdringen.

Friulano is zo’n druif die je niet overdondert bij de eerste slok, maar die je wel bijblijft. In het noordoosten van Italië, vlak bij de Sloveense grens, is hij uitgegroeid tot het witte uithangbord van Friuli-Venezia Giulia. Zijn kracht zit niet in een opvallende expressie, maar in finesse, textuur en een smaak die rustig doorloopt tot in de afdronk.

Toch is Friulano allesbehalve eenvoudig. Achter dat ingetogen karakter schuilt een verhaal vol omwegen, naamswissels en identiteitsvragen die jarenlang stof deden opwaaien. Het is precies die combinatie van discretie in het glas en complexiteit in de achtergrond die Friulano zo boeiend maakt.

De naam van de druif

Vandaag heet hij gewoon Friulano op het etiket. Dat lijkt helder, maar wie iets verder kijkt, merkt al snel dat die eenvoud vooral schijn is. Jarenlang stond de druif bekend als Tocai Friulano, een naam die uiteindelijk meer problemen dan duidelijkheid opleverde. De gelijkenis met Tokaji, de beroemde Hongaarse zoete wijn, leidde tot een lange juridische strijd waarin Hongarije met succes het alleenrecht op de naam afdwong.

Sinds die Europese uitspraak verdween Tocai van Italiaanse flessen en bleef Friulano over als officiële wijnnaam. Opmerkelijk genoeg leeft de oude benaming achter de schermen verder. In technische en administratieve contexten duikt Tocai Friulano nog geregeld op, wat betekent dat we in het dagelijkse taalgebruik eigenlijk de wijn benoemen, en niet strikt de druif.

Toch is daarmee niet alle verwarring van tafel. In Italië circuleren nog steeds verschillende erkende benamingen voor dezelfde druif, afhankelijk van regio en context. Zo wordt in Veneto ook de naam Tai gebruikt. In sommige zones duikt zelfs Tuchi op, een historische variant die vandaag zelden nog buiten administratieve lijsten verschijnt.

Buiten Europa mag de historische naam in sommige gevallen zelfs nog worden gebruikt, wat het verhaal extra complex maakt. Friulano heeft zich dus niet alleen in het glas moeten bewijzen, maar ook op papier en in rechtbanken.

Franse afkomst en sauvignonasse, eenvoud bestaat hier niet

Lang werd Friulano gezien als een inheemse Italiaanse druif, of door de hardnekkige Tokaji associatie zelfs als een mogelijke import uit Hongarije. Dat beeld is de voorbije decennia grondig bijgesteld. DNA onderzoek heeft de discussie opengebroken en genetische verbanden blootgelegd met een oude, grotendeels vergeten Franse druif. Dat leidde tot de conclusie dat Friulano samenvalt met wat in Frankrijk bekendstond als sauvignonasse. Op papier lijkt dat een elegante oplossing, in de praktijk blijkt het verhaal allesbehalve rechtlijnig.

Een groot deel van de verwarring zit in historisch naamgebruik. Eeuwenlang doken woorden als Tokai, Tocai, Toccai en Tokaj op in documenten, maar zelden met een duidelijke omschrijving van de gebruikte druif. In tijden zonder strikte regelgeving kon Tokai evengoed verwijzen naar een lokale variëteit, een ingevoerde druif, een blend of zelfs een stijl. Oude vermeldingen zijn daardoor verleidelijk, maar zelden sluitend bewijs voor wat we vandaag Friulano noemen.

Ook op het niveau van uiterlijk en druifkenmerken zorgde Friulano lange tijd voor verwarring. Hij lijkt sterk op Sauvignon blanc. Genoeg om jarenlang verkeerd te worden ingedeeld, zowel in wijngaarden als in onderzoekscentra. In Frankrijk werd het verhaal nog complexer door een wirwar aan namen. Naast sauvignonasse doken ook benamingen op als Sauvignon de la Corrèze en Sauvignon à Gros Grains. Daar kwam Sauvignon Vert bovenop, een naam die in sommige landen als synoniem werd gebruikt en elders naar een heel andere druif verwees. Het gevolg was een langdurige verwarring waarin namen en identiteiten door elkaar bleven lopen.

Wat DNA onderzoek wél heeft gedaan, is de discussie verplaatsen van romantische herkomstverhalen naar genetische aannemelijkheid. Daarbij kwam nog een belangrijk argument naar voren. Sauvignonasse blijkt ouderlijk materiaal te zijn van meerdere klassieke Franse rassen met een lange geschiedenis, waaronder Chenin Blanc. Zulke ouder-kindrelaties wijzen op een langdurige aanwezigheid binnen een Franse viticulturele context en maken een Franse oorsprong waarschijnlijker dan een Italiaanse. Tegelijk blijft het mogelijk dat de druif al vroeg in Noordoost-Italië aanwezig was onder andere namen, en dat pas later een duidelijke identificatie volgde.

De meest eerlijke samenvatting is deze. De genetica wijst richting Frankrijk, maar de historische naamvoering in Italië is zo diffuus dat absolute zekerheid moeilijk blijft. Friulano heeft helaas geen eenvoudige geboorteakte.

Wat wel vaststaat, is dat de druif haar definitieve identiteit in Friuli heeft gevonden. De eeuwenlange associatie met de naam Tocai, hoe verwarrend ook, maakte deel uit van dat proces. De Europese beslissing om Tocai exclusief aan Hongarije toe te kennen betekende het einde van een tijdperk, maar tegelijk het begin van een herpositionering.

Terroir, appellaties en hedendaagse expressie

Het kloppende hart van Friulano ligt onmiskenbaar in Friuli Venezia Giulia. Hier is de druif al decennialang een vaste waarde en behoort hij tot de meest aangeplante witte rassen. Het landschap speelt daarin een sleutelrol. Heuvels, koele luchtstromen uit de Alpen en de verzachtende invloed van de Adriatische Zee zorgen samen voor een klimaat waarin Friulano zijn natuurlijke evenwicht vindt.

Binnen de regio zijn er meerdere herkomstgebieden die elk hun eigen lezing van Friulano brengen. De bekendste liggen in en rond Collio, Colli Orientali en Isonzo, maar ook twee DOCG’s spelen een belangrijke rol in het hedendaagse verhaal van de druif.

Colli Orientali, beschut door de Julische Alpen, combineert hoogte met een koeler microklimaat en arme, mineraalrijke bodems. Het resultaat zijn precieze, frisse en vaak licht zilte Friulano-wijnen met spanning en lengte. Binnen dit gebied bevindt zich ook Rosazzo DOCG, een historisch heuvelplateau rond de abdij van Rosazzo. Hier krijgt Friulano extra diepte en structuur, vaak met meer concentratie en bewaarpotentieel, zonder zijn verfijnde karakter te verliezen.

Collio, of Collio Goriziano, tegen de Sloveense grens, geldt als een van de meest dynamische wijngebieden van Italië. Duurzame wijnbouw is hier geen modewoord maar een breed gedragen overtuiging. Organische en biodynamische praktijken vormen de basis voor wijnen met uitgesproken persoonlijkheid. In Collio ontstaan ook de meest uitgesproken interpretaties van Friulano, met langere schilweking, rijping in hout of amfora en een duidelijke focus op textuur en complexiteit.

Meer naar het westen, op de overgang tussen Friuli Venezia Giulia en Veneto, ligt Lison DOCG. Deze grensoverschrijdende appellatie vormt een historische schakel tussen beide regio’s en kent een zachter, maritiem beïnvloed klimaat. Friulano speelt hier een sleutelrol en levert doorgaans rondere, soepelere wijnen met een uitgesproken aromatische finesse. Lison toont hoe Friulano ook buiten de heuvelzones verfijning kan behouden, zij het met een ander accent.

Isonzo, dichter bij de rivier en de vlaktes, levert meestal de meest directe en fruitgedreven stijlen, steeds gedragen door de frisse ondertoon die Friulano typeert.

Buiten deze kerngebieden blijft de druif relatief zeldzaam. Hij komt nog beperkt voor in delen van Veneto en Lombardije en steekt net over de grens in Slovenië, waar hij bekendstaat als jakot, een speelse omkering van de oude naam tocai. Toch blijft Friulano in essentie een kind van zijn streek. Pogingen elders leveren zelden hetzelfde resultaat op, omdat hij sterk afhankelijk is van het koele, heuvelachtige landschap en de specifieke bodems van zijn thuisregio.

Hoewel het areaal in de tweede helft van de twintigste eeuw merkbaar is afgenomen door veranderende marktvoorkeuren en de impact van de naamswijziging, blijft Friulano vandaag stevig verankerd in de regio. Voor veel wijnbouwers is hij geen nostalgisch overblijfsel, maar een bewuste keuze.

Ampelografie

Friulano is een druif met een uitgesproken groeikracht en een duidelijk eigen gedrag in de wijngaard. De wijnstok is vitaal en productief, wat hem betrouwbaar maakt voor de wijnbouwer, maar tegelijk discipline vraagt. Zonder ingrijpen neigt hij naar overvloed, en precies daar schuilt het grootste risico. Overproductie vertaalt zich snel in vlakke, weinig expressieve wijnen. Ruimte, lucht en een doordachte snoei zijn dus een noodzaak.

De trossen zijn middelgroot en meestal piramidaal van vorm. De bessen zijn ovaal en kleuren bij rijpheid goudgeel. De schil is relatief dik maar soepel, het vruchtvlees sappig en vrij neutraal van aroma. Friulano dankt zijn expressie dan ook minder aan uitgesproken geurstoffen in de druif zelf, en meer aan textuur, balans en de manier waarop hij wordt begeleid in wijngaard en kelder.

Fenologisch gezien loopt Friulano iets later uit, wat hem beschermt tegen voorjaarsvorst. De bloei verloopt gemiddeld en de rijping volgt in de tweede helft van het seizoen. Hij rijpt niet extreem laat, maar vraagt wel voldoende warmte om volledig in balans te komen. Op koelere of slecht gekozen standplaatsen kan dat leiden tot spanning tussen rijpheid en frisheid.

De opbrengsten zijn doorgaans constant en voorspelbaar, al vraagt de druif extra aandacht richting het einde van het groeiseizoen. Bij natte omstandigheden is Friulano gevoelig voor rot en kan ook echte meeldauw een rol spelen. Met gericht bladwerk, opbrengstbeperking en een open loofwand blijft dat perfect beheersbaar.

Friulano en de renaissance van Italiaanse witte wijn

Friulano speelde een sleutelrol in de herwaardering van Italiaanse witte wijn vanaf de jaren zeventig. In de decennia voordien werden witte wijnen in grote delen van Italië gekenmerkt door oxidatie, slordige wijngaardarbeid en beperkte keldertechniek. Frisheid was zeldzaam, precisie nog zeldzamer. De introductie van roestvrij staal en temperatuurgecontroleerde fermentatie betekende een kantelpunt. Friuli Venezia Giulia behoorde tot de eerste regio’s die deze nieuwe aanpak voluit omarmden en zich profileerden als referentie voor moderne, frisse witte wijnen. Friulano stond daarbij centraal, naast zowel inheemse als internationale druiven.

Die vernieuwingsdrang vertaalt zich tot vandaag in de manier waarop Friulano wordt gemaakt. In zijn meest klassieke vorm levert de druif heldere, precieze wijnen met aroma’s van peer, appel en witte bloesem. De zuren zijn rijp en verfrissend, de alcohol blijft mooi in balans. Kenmerkend is de zachte textuur en de licht bittere toets in de afdronk die aan amandel doet denken. Die bitterheid geeft spanning, lengte en maakt de wijn bijzonder gastronomisch. Van eenvoudige antipasti tot verfijnde zeevruchten, Friulano voelt zich zelden misplaatst aan tafel.

Veel Friulano wordt vandaag gemaakt met een focus op frisheid en zuiverheid. Koele fermentaties en een zorgvuldige omgang met zuurstof leveren wijnen op die helder, precies en direct zijn. Dat werkt uitstekend, al schuilt er ook een keerzijde. Wanneer iedereen dezelfde aanpak volgt, dreigt het karakter van het terroir soms wat naar de achtergrond te verdwijnen.

Daarom kiezen sommige wijnmakers voor een andere weg. Met meer tijd op de fijne lie, een vleugje hout, schilweking of zelfs amfora krijgt Friulano een ruimer spectrum. De wijnen worden voller, gelaagder en winnen aan textuur en diepte. Het fruit wordt iets minder nadrukkelijk, maar maakt plaats voor complexiteit en een stijl die rustiger evolueert in het glas en vaak ook in de fles.

Een glas dat blijft hangen

De geschiedenis van Friulano is complex en soms verwarrend. Verdere DNA studies zullen zijn dubbelzinnige afkomst misschien ooit scherper kunnen kaderen. Zijn stijl daarentegen is helder en rechtlijnig. In het glas vertaalt zich dat naar finesse, spanning en die herkenbare amandeltoets die zacht blijft nazinderen.

Desondanks zal het nooit de meest modieuze druif worden en zal Friulano buiten zijn thuisregio voor velen onder de radar blijven. Misschien is dat net zijn charme. Wijnbars, sommeliers en nieuwsgierige wijnliefhebbers kunnen hier het verschil maken, want dat Friulano een gastronomische zegen kan zijn, heb ik zelf mogen ervaren. In de juiste context kan die combinatie zorgen voor momenten die blijven hangen, lang nadat het glas leeg is.

Refosco dal Peduncolo Rosso: Karakter in elke druppel

Ik herinner me nog goed de vraag die Roberto Felluga me stelde tijdens ons bezoek aan zijn fantastische Relais de Russiz Superiore, nadat ik hem vertelde dat ik, naast zijn witte wijnen, ook de Refosco dal Peduncolo Rosso in mijn gamma heb zitten. “Why and how is it possible you try to sell this wine in Belgium?” was zijn onverwachte reactie. Mijn antwoord ontlokte een grote glimlach op zijn gezicht. “Because I like the wine, Roberto!”

In het mozaïek van Italiaanse druivenrassen is Refosco dal Peduncolo Rosso zonder twijfel een van de meest markante figuren. Deze inheemse held uit Friuli Venezia Giulia is niet alleen de bekendste binnen de Refosco-groep, maar geldt ook, samen met Pignolo en Schiopettino, als een van de vaandeldragers van de regio’s autochtone rode druiven. Geen doorsnee wijn, maar een druif met uitgesproken identiteit.

Zijn naam verwijst naar een van zijn unieke kenmerken: Peduncolo Rosso betekent “rode steel”, een knipoog naar de karakteristiek roodgekleurde trossteel wanneer de druif volledig rijp is. En laat dat nu net de sleutel zijn bij deze variëteit: volledige rijping is essentieel, want onrijpe Refosco dal Peduncolo Rosso kan groene, vegetale tonen à la Cabernet vertonen. Iets waar elke serieuze wijnmaker voor op zijn hoede is.

Een druif met pit (en een rode steel!)

De trossen zijn middelgroot, piramidaal van vorm en bevatten elliptische, diepblauw gekleurde druiven met een stevige, vrij dikke schil. Die maakt deze druif resistenter dan hij op het eerste gezicht lijkt. Die robuustheid proef je terug in het glas.

De plant zelf is een taaie doorzetter. Zet hem in arme, steenachtige of droge bodems en hij groeit zonder klagen door. Rijping gebeurt doorgaans laat, eind september of begin oktober. Al komt hij verrassend genoeg net iets eerder tot rijpheid dan andere Refosco-varianten.

Herkomst en geschiedenis: Een vat vol karakter

Refosco dal Peduncolo Rosso is de meest expressieve en bekendste vertegenwoordiger van de grotere Refosco-groep, waartoe ook Refosco Bianco, Refosco Gentile, Refoscone en Refosco Nostrano behoren. Het zijn stuk voor stuk inheemse druivenvariëteiten met diepe wortels in het noordoosten van Italië en Slovenië, ook al delen ze genetisch niet allemaal dezelfde achtergrond.

Binnen deze diverse groep heeft Refosco dal Peduncolo Rosso zich het duidelijkst weten te profileren: hij is het breedst aangeplant en het sterkst vertegenwoordigd in zowel wijngaard als wijnkelder.

Zijn genetische achtergrond was lange tijd voer voor discussie. Men dacht ooit dat hij identiek was aan Mondeuse Noire, of verwant aan Syrah of Pinot Noir. Inmiddels is duidelijk: hij is genetisch uniek, maar wél de afstammeling van Marzemino en zelf ouder van Corvina, een sleutelvariëteit in Valpolicella. Verder deelt hij verwantschap met druiven als Teroldego en Lagrein, wat zijn structuur en aromatische gelaagdheid deels verklaart.

De eerste officiële beschrijving verscheen in het Atlante Ampelografico van G. Poggi (1939). In 1971 werd de druif officieel erkend in het Italiaanse druivenregister (staatsblad van 24 april).

Ampelografie: Het DNA van een overlever

Wat maakt Refosco dal Peduncolo Rosso herkenbaar in het veld?

  • Scheut: groenachtig-wit, met een bruine tint en een donslaagje
  • Blad: groot, vijflobbig, met een diep groene bovenkant en behaarde onderkant
  • Tros: middelgroot, los, piramidaal, vaak met zijtakje
  • Druif: elliptisch, dikschillig, diep paars, met rijke anthocyanen
  • Zaden: groot, meestal drie per bes
  • Hout: dun, roodachtig, met korte internodiën

De plant is krachtig en productief, maar gevoelig voor oidium (echte meeldauw), wat om zorgvuldige wijngaardcontrole vraagt.

Van ruwe bolster tot verfijnde charmeur

In zijn jeugdige vorm is Refosco dal Peduncolo Rosso eerder streng dan soepel: veel zuren, robuuste tannine en een laag alcoholpercentage. Toch schuilt er, met geduld en vakmanschap, een wijn achter die initieel ruwe façade die stilaan opent als een boek met karakter.

In zijn pure vorm toont hij aroma’s van frisse kersen, bessen en een kruidige toets. Maar met houtlagering komt de verfijning: cacao, tabak, vanille en geroosterde specerijen tillen de wijn naar een hoger niveau. Eikenhout helpt bovendien om reductieve aroma’s, waarvoor de druif gevoelig is, onder controle te houden.

Aromatisch is hij zonder twijfel de meest complexe van zijn groep. In het glas opent hij zich met:

  • gedroogde rode kers
  • verse mediterrane kruiden
  • amandel
  • viooltjes, lavendel en geranium

De geuren zijn intens maar vluchtig. Perfect rijpen én correct schenken zijn dus essentieel.

Naast droge stille wijnen toont de druif potentie voor appassimento-stijl: halfzoete of versterkte wijnen van ingedroogde druiven, met een geconcentreerd en fluwelig profiel.

Waar groeit deze druif eigenlijk?

Het epicentrum ligt in Friuli Venezia Giulia, vooral in de provincie Udine (Torreano en Faedis). Daarnaast komt hij voor in DOC’s zoals:

  • Carso, Friuli Aquileia, Friuli Annia, Colli Orientali, Grave, Isonzo, Latisana en Lison-Pramaggiore
  • In Veneto: Merlara, Riviera del Brenta
  • En in IGT-zones: Trevenezie, Toscane, Puglia en Sardinië

Wat eet je erbij?

Dit is geen wijn voor lichte salades of subtiele visgerechten. Refosco dal Peduncolo Rosso vraagt om stevige kost. Denk aan wildgerechten, geroosterd vlees, oude kazen en stoofpotten. Zijn zuren snijden moeiteloos door vet en zijn tannine houden stand tegen intense smaken. Perfect dus voor een herfstige avond met een goed stuk hert of een stoofpot van everzwijn.

Waarom je ‘m echt moet proberen

Refosco dal Peduncolo Rosso is misschien niet de meest voor de hand liggende keuze in de wijnwinkel, maar dat maakt ‘m juist zo interessant. Wie hem de tijd geeft, ontdekt een wijn met gelaagdheid, karakter en bewaarpotentieel. Dus, de volgende keer dat je voor het wijnrek staat, loop eens voorbij die voorspelbare Merlot en Cabernet. Ga voor avontuur, ga voor karakter, ga voor Refosco dal Peduncolo Rosso. Je smaakpapillen zullen je dankbaar zijn.