Friulano, identiteit in nuance

Afgelopen weekend dook ik mijn kelder in op zoek naar een geschikte wijn voor bij een zeevruchtenpasta. Van de feestdagen waren er nog restanten kreeft en langoustine over, veel te goed om achteloos te laten verdwijnen. Het gerecht vroeg om een wijn met inhoud. Na wat wikken en wegen viel mijn oog op een Russiz Superiore Friulano 2016 Collio DOC.

De combinatie werkte perfect. De wijn gleed moeiteloos door het gerecht heen en gaf het geheel extra diepte. Om eerlijk te zijn, zelfs als de pasta was mislukt, had de wijn nog altijd overeind gebleven. Zo’n glas dus dat niet alleen ondersteunt, maar ook gerust alleen kan schitteren. Het idee om Friulano eens grondig onder de loep te nemen, liet zich op dat moment vanzelf opdringen.

Friulano is zo’n druif die je niet overdondert bij de eerste slok, maar die je wel bijblijft. In het noordoosten van Italië, vlak bij de Sloveense grens, is hij uitgegroeid tot het witte uithangbord van Friuli-Venezia Giulia. Zijn kracht zit niet in een opvallende expressie, maar in finesse, textuur en een smaak die rustig doorloopt tot in de afdronk.

Toch is Friulano allesbehalve eenvoudig. Achter dat ingetogen karakter schuilt een verhaal vol omwegen, naamswissels en identiteitsvragen die jarenlang stof deden opwaaien. Het is precies die combinatie van discretie in het glas en complexiteit in de achtergrond die Friulano zo boeiend maakt.

De naam van de druif

Vandaag heet hij gewoon Friulano op het etiket. Dat lijkt helder, maar wie iets verder kijkt, merkt al snel dat die eenvoud vooral schijn is. Jarenlang stond de druif bekend als Tocai Friulano, een naam die uiteindelijk meer problemen dan duidelijkheid opleverde. De gelijkenis met Tokaji, de beroemde Hongaarse zoete wijn, leidde tot een lange juridische strijd waarin Hongarije met succes het alleenrecht op de naam afdwong.

Sinds die Europese uitspraak verdween Tocai van Italiaanse flessen en bleef Friulano over als officiële wijnnaam. Opmerkelijk genoeg leeft de oude benaming achter de schermen verder. In technische en administratieve contexten duikt Tocai Friulano nog geregeld op, wat betekent dat we in het dagelijkse taalgebruik eigenlijk de wijn benoemen, en niet strikt de druif.

Toch is daarmee niet alle verwarring van tafel. In Italië circuleren nog steeds verschillende erkende benamingen voor dezelfde druif, afhankelijk van regio en context. Zo wordt in Veneto ook de naam Tai gebruikt. In sommige zones duikt zelfs Tuchi op, een historische variant die vandaag zelden nog buiten administratieve lijsten verschijnt.

Buiten Europa mag de historische naam in sommige gevallen zelfs nog worden gebruikt, wat het verhaal extra complex maakt. Friulano heeft zich dus niet alleen in het glas moeten bewijzen, maar ook op papier en in rechtbanken.

Franse afkomst en sauvignonasse, eenvoud bestaat hier niet

Lang werd Friulano gezien als een inheemse Italiaanse druif, of door de hardnekkige Tokaji associatie zelfs als een mogelijke import uit Hongarije. Dat beeld is de voorbije decennia grondig bijgesteld. DNA onderzoek heeft de discussie opengebroken en genetische verbanden blootgelegd met een oude, grotendeels vergeten Franse druif. Dat leidde tot de conclusie dat Friulano samenvalt met wat in Frankrijk bekendstond als sauvignonasse. Op papier lijkt dat een elegante oplossing, in de praktijk blijkt het verhaal allesbehalve rechtlijnig.

Een groot deel van de verwarring zit in historisch naamgebruik. Eeuwenlang doken woorden als Tokai, Tocai, Toccai en Tokaj op in documenten, maar zelden met een duidelijke omschrijving van de gebruikte druif. In tijden zonder strikte regelgeving kon Tokai evengoed verwijzen naar een lokale variëteit, een ingevoerde druif, een blend of zelfs een stijl. Oude vermeldingen zijn daardoor verleidelijk, maar zelden sluitend bewijs voor wat we vandaag Friulano noemen.

Ook op het niveau van uiterlijk en druifkenmerken zorgde Friulano lange tijd voor verwarring. Hij lijkt sterk op Sauvignon blanc. Genoeg om jarenlang verkeerd te worden ingedeeld, zowel in wijngaarden als in onderzoekscentra. In Frankrijk werd het verhaal nog complexer door een wirwar aan namen. Naast sauvignonasse doken ook benamingen op als Sauvignon de la Corrèze en Sauvignon à Gros Grains. Daar kwam Sauvignon Vert bovenop, een naam die in sommige landen als synoniem werd gebruikt en elders naar een heel andere druif verwees. Het gevolg was een langdurige verwarring waarin namen en identiteiten door elkaar bleven lopen.

Wat DNA onderzoek wél heeft gedaan, is de discussie verplaatsen van romantische herkomstverhalen naar genetische aannemelijkheid. Daarbij kwam nog een belangrijk argument naar voren. Sauvignonasse blijkt ouderlijk materiaal te zijn van meerdere klassieke Franse rassen met een lange geschiedenis, waaronder Chenin Blanc. Zulke ouder-kindrelaties wijzen op een langdurige aanwezigheid binnen een Franse viticulturele context en maken een Franse oorsprong waarschijnlijker dan een Italiaanse. Tegelijk blijft het mogelijk dat de druif al vroeg in Noordoost-Italië aanwezig was onder andere namen, en dat pas later een duidelijke identificatie volgde.

De meest eerlijke samenvatting is deze. De genetica wijst richting Frankrijk, maar de historische naamvoering in Italië is zo diffuus dat absolute zekerheid moeilijk blijft. Friulano heeft helaas geen eenvoudige geboorteakte.

Wat wel vaststaat, is dat de druif haar definitieve identiteit in Friuli heeft gevonden. De eeuwenlange associatie met de naam Tocai, hoe verwarrend ook, maakte deel uit van dat proces. De Europese beslissing om Tocai exclusief aan Hongarije toe te kennen betekende het einde van een tijdperk, maar tegelijk het begin van een herpositionering.

Terroir, appellaties en hedendaagse expressie

Het kloppende hart van Friulano ligt onmiskenbaar in Friuli Venezia Giulia. Hier is de druif al decennialang een vaste waarde en behoort hij tot de meest aangeplante witte rassen. Het landschap speelt daarin een sleutelrol. Heuvels, koele luchtstromen uit de Alpen en de verzachtende invloed van de Adriatische Zee zorgen samen voor een klimaat waarin Friulano zijn natuurlijke evenwicht vindt.

Binnen de regio zijn er meerdere herkomstgebieden die elk hun eigen lezing van Friulano brengen. De bekendste liggen in en rond Collio, Colli Orientali en Isonzo, maar ook twee DOCG’s spelen een belangrijke rol in het hedendaagse verhaal van de druif.

Colli Orientali, beschut door de Julische Alpen, combineert hoogte met een koeler microklimaat en arme, mineraalrijke bodems. Het resultaat zijn precieze, frisse en vaak licht zilte Friulano-wijnen met spanning en lengte. Binnen dit gebied bevindt zich ook Rosazzo DOCG, een historisch heuvelplateau rond de abdij van Rosazzo. Hier krijgt Friulano extra diepte en structuur, vaak met meer concentratie en bewaarpotentieel, zonder zijn verfijnde karakter te verliezen.

Collio, of Collio Goriziano, tegen de Sloveense grens, geldt als een van de meest dynamische wijngebieden van Italië. Duurzame wijnbouw is hier geen modewoord maar een breed gedragen overtuiging. Organische en biodynamische praktijken vormen de basis voor wijnen met uitgesproken persoonlijkheid. In Collio ontstaan ook de meest uitgesproken interpretaties van Friulano, met langere schilweking, rijping in hout of amfora en een duidelijke focus op textuur en complexiteit.

Meer naar het westen, op de overgang tussen Friuli Venezia Giulia en Veneto, ligt Lison DOCG. Deze grensoverschrijdende appellatie vormt een historische schakel tussen beide regio’s en kent een zachter, maritiem beïnvloed klimaat. Friulano speelt hier een sleutelrol en levert doorgaans rondere, soepelere wijnen met een uitgesproken aromatische finesse. Lison toont hoe Friulano ook buiten de heuvelzones verfijning kan behouden, zij het met een ander accent.

Isonzo, dichter bij de rivier en de vlaktes, levert meestal de meest directe en fruitgedreven stijlen, steeds gedragen door de frisse ondertoon die Friulano typeert.

Buiten deze kerngebieden blijft de druif relatief zeldzaam. Hij komt nog beperkt voor in delen van Veneto en Lombardije en steekt net over de grens in Slovenië, waar hij bekendstaat als jakot, een speelse omkering van de oude naam tocai. Toch blijft Friulano in essentie een kind van zijn streek. Pogingen elders leveren zelden hetzelfde resultaat op, omdat hij sterk afhankelijk is van het koele, heuvelachtige landschap en de specifieke bodems van zijn thuisregio.

Hoewel het areaal in de tweede helft van de twintigste eeuw merkbaar is afgenomen door veranderende marktvoorkeuren en de impact van de naamswijziging, blijft Friulano vandaag stevig verankerd in de regio. Voor veel wijnbouwers is hij geen nostalgisch overblijfsel, maar een bewuste keuze.

Ampelografie

Friulano is een druif met een uitgesproken groeikracht en een duidelijk eigen gedrag in de wijngaard. De wijnstok is vitaal en productief, wat hem betrouwbaar maakt voor de wijnbouwer, maar tegelijk discipline vraagt. Zonder ingrijpen neigt hij naar overvloed, en precies daar schuilt het grootste risico. Overproductie vertaalt zich snel in vlakke, weinig expressieve wijnen. Ruimte, lucht en een doordachte snoei zijn dus een noodzaak.

De trossen zijn middelgroot en meestal piramidaal van vorm. De bessen zijn ovaal en kleuren bij rijpheid goudgeel. De schil is relatief dik maar soepel, het vruchtvlees sappig en vrij neutraal van aroma. Friulano dankt zijn expressie dan ook minder aan uitgesproken geurstoffen in de druif zelf, en meer aan textuur, balans en de manier waarop hij wordt begeleid in wijngaard en kelder.

Fenologisch gezien loopt Friulano iets later uit, wat hem beschermt tegen voorjaarsvorst. De bloei verloopt gemiddeld en de rijping volgt in de tweede helft van het seizoen. Hij rijpt niet extreem laat, maar vraagt wel voldoende warmte om volledig in balans te komen. Op koelere of slecht gekozen standplaatsen kan dat leiden tot spanning tussen rijpheid en frisheid.

De opbrengsten zijn doorgaans constant en voorspelbaar, al vraagt de druif extra aandacht richting het einde van het groeiseizoen. Bij natte omstandigheden is Friulano gevoelig voor rot en kan ook echte meeldauw een rol spelen. Met gericht bladwerk, opbrengstbeperking en een open loofwand blijft dat perfect beheersbaar.

Friulano en de renaissance van Italiaanse witte wijn

Friulano speelde een sleutelrol in de herwaardering van Italiaanse witte wijn vanaf de jaren zeventig. In de decennia voordien werden witte wijnen in grote delen van Italië gekenmerkt door oxidatie, slordige wijngaardarbeid en beperkte keldertechniek. Frisheid was zeldzaam, precisie nog zeldzamer. De introductie van roestvrij staal en temperatuurgecontroleerde fermentatie betekende een kantelpunt. Friuli Venezia Giulia behoorde tot de eerste regio’s die deze nieuwe aanpak voluit omarmden en zich profileerden als referentie voor moderne, frisse witte wijnen. Friulano stond daarbij centraal, naast zowel inheemse als internationale druiven.

Die vernieuwingsdrang vertaalt zich tot vandaag in de manier waarop Friulano wordt gemaakt. In zijn meest klassieke vorm levert de druif heldere, precieze wijnen met aroma’s van peer, appel en witte bloesem. De zuren zijn rijp en verfrissend, de alcohol blijft mooi in balans. Kenmerkend is de zachte textuur en de licht bittere toets in de afdronk die aan amandel doet denken. Die bitterheid geeft spanning, lengte en maakt de wijn bijzonder gastronomisch. Van eenvoudige antipasti tot verfijnde zeevruchten, Friulano voelt zich zelden misplaatst aan tafel.

Veel Friulano wordt vandaag gemaakt met een focus op frisheid en zuiverheid. Koele fermentaties en een zorgvuldige omgang met zuurstof leveren wijnen op die helder, precies en direct zijn. Dat werkt uitstekend, al schuilt er ook een keerzijde. Wanneer iedereen dezelfde aanpak volgt, dreigt het karakter van het terroir soms wat naar de achtergrond te verdwijnen.

Daarom kiezen sommige wijnmakers voor een andere weg. Met meer tijd op de fijne lie, een vleugje hout, schilweking of zelfs amfora krijgt Friulano een ruimer spectrum. De wijnen worden voller, gelaagder en winnen aan textuur en diepte. Het fruit wordt iets minder nadrukkelijk, maar maakt plaats voor complexiteit en een stijl die rustiger evolueert in het glas en vaak ook in de fles.

Een glas dat blijft hangen

De geschiedenis van Friulano is complex en soms verwarrend. Verdere DNA studies zullen zijn dubbelzinnige afkomst misschien ooit scherper kunnen kaderen. Zijn stijl daarentegen is helder en rechtlijnig. In het glas vertaalt zich dat naar finesse, spanning en die herkenbare amandeltoets die zacht blijft nazinderen.

Desondanks zal het nooit de meest modieuze druif worden en zal Friulano buiten zijn thuisregio voor velen onder de radar blijven. Misschien is dat net zijn charme. Wijnbars, sommeliers en nieuwsgierige wijnliefhebbers kunnen hier het verschil maken, want dat Friulano een gastronomische zegen kan zijn, heb ik zelf mogen ervaren. In de juiste context kan die combinatie zorgen voor momenten die blijven hangen, lang nadat het glas leeg is.

Wilde Kemphanen

Hét seizoen is alweer aangebroken! Je kijkt rondom je heen en je merkt niets anders momenteel. Het oerinstinct breekt uit, het jachtseizoen is geopend.  Zo ook voor ons mannetjes-kemphanen! Wild, wild, wild en nog eens wild…

Bekijk elke menu in eender welk restaurant en je kan de variaties van het veder- en het pelswild overal wel terugvinden. Zelf doen we natuurlijk er ook aan mee, ahja! En dus was het november menu van Kookclub De Kemphanen ook seizoensgebonden samengesteld. Voor ons is het voornamelijk een combinatie van koken, er iets van opsteken en fun. Voor mij komt er een extra dimensie bij: De combinatie met wijn!

Een weegschaal om ons gewicht te dragen moet nog uitgevonden worden en Sonja Kimpen zou samen met haar dieet nogal vlug in de afvalcontainer gekieperd worden want die avond gaan wel alle remmen los en letten we niet zo gauw gauw op een calorietje meer of minder. We kunnen het schitterend met elkaar vinden in de keuken en niemand wil de grootste hebben. En hij die dan toch de grootste heeft, is onze Piet! Hij mag het uitleggen, hij mag ons leiden…

Ik ga trachten onze kook-kunstjes hier bij te houden en vooral de benadering van de combinatie met wijn toe te lichten.
Het Menu november 2010 dan:

Aperitief

***

Eendenborst met crème van foie gras

***

Torentje van hertekalf

***

Bosvruchtencrème

Voor het aperitief het ik een Pinot Noir in bubbels gekozen. Gemaakt volgens de méthode traditionelle maar wel komende uit Oostenrijk. Eentje van Weingut Leth uit het jaar 2007. Heerlijk schuimend, super smakend…iedereen tevreden 🙂

De eendenborst met de crème van foie gras bevatte heel wat smaakcomponenten. Zo werd er een subliem ruikende (en smakende) saus gemaakt op basis van gekookte kastanjes, kardemon, steranijs en gember. De crème van foie gras bevatte een scheut Armagnac en cayennepeper. De magrets werden gebakken in het gesmolten eigen vet. Heerlijk gerecht en dus mocht de wijn het gerecht alvast niet gaan overheersen, maar moest hij wel de nodige weerstand kunnen bieden aan die waaier van verscheidene smaken. Hiervoor koos ik voor een Roussillon Villages (Latour de France) van Domaine de l’Ausseil. De ‘La Capitelle’ is gebaseerd op oude Carignan stokken en wordt daarbij aangevuld met Syrah en Grenache. Best een stevige wijn die omwille van zijn leeftijd (2003) een voldoende mild karakter toonde.
Voor mij was het een perfecte mariage…de wijn vulde het gerecht heerlijk aan en omgekeerd!

Het hoofdgerecht was dus hertekalf (Nieuw-Zeelands), klaargemaakt met salie, tijm, sjalot, knoflook en rozemarijn. In combinatie gegeven met een wilde paddestoelmengeling en een puree afgewerkt met zaadjesmosterd. De saus, daar zat hem het venijn! Deze zou op smaak gebracht worden met perensiroop en fondant chocolade… Omwille van al deze ingrediënten was de keuze van de wijn behoorlijk snel gemaakt. Voor mij schreeuwt dit gerecht om een nieuwe wereld Shiraz. Waar kan ik deze beter vinden dan in Australië! De Penley Estate Hyland Shiraz 2007 is een wijn die voldoende kruidig is, voldoende kracht bevat (niet teveel want dat heeft ons kalf niet graag), een beetje jammy is en chocolade heeft in zijn afdronk.
De combinatie was dus opnieuw geslaagd al moet er een kanttekening geplaatst worden… Bij onze saus was er net iets teveel geëxperimenteerd met de poepgelei en de bittere chocolade. Voor mij had de saus dan ook teveel chocolade gehad om het zoete aan te vullen. Daardoor kwam de afdronk van de wijn niet geheel tot zijn recht.

Het nagerecht tenslotte. Een bosvruchtencrème met frambozensorbet en munt. Ik had hiervoor een Late Harvest van Hétszölö (Tokaj – Hongarije) genomen. De keuze was echter ondermaats. De wijn verbleekte helemaal bij het superzoete dessert. Hier had ik misschien beten voor een Moscato d’Asti gekozen…

Al bij al een zeer geslaagde avond en zoals steeds kijk ik uit naar het binnenkomen van het volgende menu. Vandaag staat er alweer wild op het menu. Dan mag ik mijn sommelier-kostuum nog een keertje aantrekken en de gasten aan tafel begeleiden in het fascinerende wereldje van de wijn…