Friulano, identiteit in nuance

Afgelopen weekend dook ik mijn kelder in op zoek naar een geschikte wijn voor bij een zeevruchtenpasta. Van de feestdagen waren er nog restanten kreeft en langoustine over, veel te goed om achteloos te laten verdwijnen. Het gerecht vroeg om een wijn met inhoud. Na wat wikken en wegen viel mijn oog op een Russiz Superiore Friulano 2016 Collio DOC.

De combinatie werkte perfect. De wijn gleed moeiteloos door het gerecht heen en gaf het geheel extra diepte. Om eerlijk te zijn, zelfs als de pasta was mislukt, had de wijn nog altijd overeind gebleven. Zo’n glas dus dat niet alleen ondersteunt, maar ook gerust alleen kan schitteren. Het idee om Friulano eens grondig onder de loep te nemen, liet zich op dat moment vanzelf opdringen.

Friulano is zo’n druif die je niet overdondert bij de eerste slok, maar die je wel bijblijft. In het noordoosten van Italië, vlak bij de Sloveense grens, is hij uitgegroeid tot het witte uithangbord van Friuli-Venezia Giulia. Zijn kracht zit niet in een opvallende expressie, maar in finesse, textuur en een smaak die rustig doorloopt tot in de afdronk.

Toch is Friulano allesbehalve eenvoudig. Achter dat ingetogen karakter schuilt een verhaal vol omwegen, naamswissels en identiteitsvragen die jarenlang stof deden opwaaien. Het is precies die combinatie van discretie in het glas en complexiteit in de achtergrond die Friulano zo boeiend maakt.

De naam van de druif

Vandaag heet hij gewoon Friulano op het etiket. Dat lijkt helder, maar wie iets verder kijkt, merkt al snel dat die eenvoud vooral schijn is. Jarenlang stond de druif bekend als Tocai Friulano, een naam die uiteindelijk meer problemen dan duidelijkheid opleverde. De gelijkenis met Tokaji, de beroemde Hongaarse zoete wijn, leidde tot een lange juridische strijd waarin Hongarije met succes het alleenrecht op de naam afdwong.

Sinds die Europese uitspraak verdween Tocai van Italiaanse flessen en bleef Friulano over als officiële wijnnaam. Opmerkelijk genoeg leeft de oude benaming achter de schermen verder. In technische en administratieve contexten duikt Tocai Friulano nog geregeld op, wat betekent dat we in het dagelijkse taalgebruik eigenlijk de wijn benoemen, en niet strikt de druif.

Toch is daarmee niet alle verwarring van tafel. In Italië circuleren nog steeds verschillende erkende benamingen voor dezelfde druif, afhankelijk van regio en context. Zo wordt in Veneto ook de naam Tai gebruikt. In sommige zones duikt zelfs Tuchi op, een historische variant die vandaag zelden nog buiten administratieve lijsten verschijnt.

Buiten Europa mag de historische naam in sommige gevallen zelfs nog worden gebruikt, wat het verhaal extra complex maakt. Friulano heeft zich dus niet alleen in het glas moeten bewijzen, maar ook op papier en in rechtbanken.

Franse afkomst en sauvignonasse, eenvoud bestaat hier niet

Lang werd Friulano gezien als een inheemse Italiaanse druif, of door de hardnekkige Tokaji associatie zelfs als een mogelijke import uit Hongarije. Dat beeld is de voorbije decennia grondig bijgesteld. DNA onderzoek heeft de discussie opengebroken en genetische verbanden blootgelegd met een oude, grotendeels vergeten Franse druif. Dat leidde tot de conclusie dat Friulano samenvalt met wat in Frankrijk bekendstond als sauvignonasse. Op papier lijkt dat een elegante oplossing, in de praktijk blijkt het verhaal allesbehalve rechtlijnig.

Een groot deel van de verwarring zit in historisch naamgebruik. Eeuwenlang doken woorden als Tokai, Tocai, Toccai en Tokaj op in documenten, maar zelden met een duidelijke omschrijving van de gebruikte druif. In tijden zonder strikte regelgeving kon Tokai evengoed verwijzen naar een lokale variëteit, een ingevoerde druif, een blend of zelfs een stijl. Oude vermeldingen zijn daardoor verleidelijk, maar zelden sluitend bewijs voor wat we vandaag Friulano noemen.

Ook op het niveau van uiterlijk en druifkenmerken zorgde Friulano lange tijd voor verwarring. Hij lijkt sterk op Sauvignon blanc. Genoeg om jarenlang verkeerd te worden ingedeeld, zowel in wijngaarden als in onderzoekscentra. In Frankrijk werd het verhaal nog complexer door een wirwar aan namen. Naast sauvignonasse doken ook benamingen op als Sauvignon de la Corrèze en Sauvignon à Gros Grains. Daar kwam Sauvignon Vert bovenop, een naam die in sommige landen als synoniem werd gebruikt en elders naar een heel andere druif verwees. Het gevolg was een langdurige verwarring waarin namen en identiteiten door elkaar bleven lopen.

Wat DNA onderzoek wél heeft gedaan, is de discussie verplaatsen van romantische herkomstverhalen naar genetische aannemelijkheid. Daarbij kwam nog een belangrijk argument naar voren. Sauvignonasse blijkt ouderlijk materiaal te zijn van meerdere klassieke Franse rassen met een lange geschiedenis, waaronder Chenin Blanc. Zulke ouder-kindrelaties wijzen op een langdurige aanwezigheid binnen een Franse viticulturele context en maken een Franse oorsprong waarschijnlijker dan een Italiaanse. Tegelijk blijft het mogelijk dat de druif al vroeg in Noordoost-Italië aanwezig was onder andere namen, en dat pas later een duidelijke identificatie volgde.

De meest eerlijke samenvatting is deze. De genetica wijst richting Frankrijk, maar de historische naamvoering in Italië is zo diffuus dat absolute zekerheid moeilijk blijft. Friulano heeft helaas geen eenvoudige geboorteakte.

Wat wel vaststaat, is dat de druif haar definitieve identiteit in Friuli heeft gevonden. De eeuwenlange associatie met de naam Tocai, hoe verwarrend ook, maakte deel uit van dat proces. De Europese beslissing om Tocai exclusief aan Hongarije toe te kennen betekende het einde van een tijdperk, maar tegelijk het begin van een herpositionering.

Terroir, appellaties en hedendaagse expressie

Het kloppende hart van Friulano ligt onmiskenbaar in Friuli Venezia Giulia. Hier is de druif al decennialang een vaste waarde en behoort hij tot de meest aangeplante witte rassen. Het landschap speelt daarin een sleutelrol. Heuvels, koele luchtstromen uit de Alpen en de verzachtende invloed van de Adriatische Zee zorgen samen voor een klimaat waarin Friulano zijn natuurlijke evenwicht vindt.

Binnen de regio zijn er meerdere herkomstgebieden die elk hun eigen lezing van Friulano brengen. De bekendste liggen in en rond Collio, Colli Orientali en Isonzo, maar ook twee DOCG’s spelen een belangrijke rol in het hedendaagse verhaal van de druif.

Colli Orientali, beschut door de Julische Alpen, combineert hoogte met een koeler microklimaat en arme, mineraalrijke bodems. Het resultaat zijn precieze, frisse en vaak licht zilte Friulano-wijnen met spanning en lengte. Binnen dit gebied bevindt zich ook Rosazzo DOCG, een historisch heuvelplateau rond de abdij van Rosazzo. Hier krijgt Friulano extra diepte en structuur, vaak met meer concentratie en bewaarpotentieel, zonder zijn verfijnde karakter te verliezen.

Collio, of Collio Goriziano, tegen de Sloveense grens, geldt als een van de meest dynamische wijngebieden van Italië. Duurzame wijnbouw is hier geen modewoord maar een breed gedragen overtuiging. Organische en biodynamische praktijken vormen de basis voor wijnen met uitgesproken persoonlijkheid. In Collio ontstaan ook de meest uitgesproken interpretaties van Friulano, met langere schilweking, rijping in hout of amfora en een duidelijke focus op textuur en complexiteit.

Meer naar het westen, op de overgang tussen Friuli Venezia Giulia en Veneto, ligt Lison DOCG. Deze grensoverschrijdende appellatie vormt een historische schakel tussen beide regio’s en kent een zachter, maritiem beïnvloed klimaat. Friulano speelt hier een sleutelrol en levert doorgaans rondere, soepelere wijnen met een uitgesproken aromatische finesse. Lison toont hoe Friulano ook buiten de heuvelzones verfijning kan behouden, zij het met een ander accent.

Isonzo, dichter bij de rivier en de vlaktes, levert meestal de meest directe en fruitgedreven stijlen, steeds gedragen door de frisse ondertoon die Friulano typeert.

Buiten deze kerngebieden blijft de druif relatief zeldzaam. Hij komt nog beperkt voor in delen van Veneto en Lombardije en steekt net over de grens in Slovenië, waar hij bekendstaat als jakot, een speelse omkering van de oude naam tocai. Toch blijft Friulano in essentie een kind van zijn streek. Pogingen elders leveren zelden hetzelfde resultaat op, omdat hij sterk afhankelijk is van het koele, heuvelachtige landschap en de specifieke bodems van zijn thuisregio.

Hoewel het areaal in de tweede helft van de twintigste eeuw merkbaar is afgenomen door veranderende marktvoorkeuren en de impact van de naamswijziging, blijft Friulano vandaag stevig verankerd in de regio. Voor veel wijnbouwers is hij geen nostalgisch overblijfsel, maar een bewuste keuze.

Ampelografie

Friulano is een druif met een uitgesproken groeikracht en een duidelijk eigen gedrag in de wijngaard. De wijnstok is vitaal en productief, wat hem betrouwbaar maakt voor de wijnbouwer, maar tegelijk discipline vraagt. Zonder ingrijpen neigt hij naar overvloed, en precies daar schuilt het grootste risico. Overproductie vertaalt zich snel in vlakke, weinig expressieve wijnen. Ruimte, lucht en een doordachte snoei zijn dus een noodzaak.

De trossen zijn middelgroot en meestal piramidaal van vorm. De bessen zijn ovaal en kleuren bij rijpheid goudgeel. De schil is relatief dik maar soepel, het vruchtvlees sappig en vrij neutraal van aroma. Friulano dankt zijn expressie dan ook minder aan uitgesproken geurstoffen in de druif zelf, en meer aan textuur, balans en de manier waarop hij wordt begeleid in wijngaard en kelder.

Fenologisch gezien loopt Friulano iets later uit, wat hem beschermt tegen voorjaarsvorst. De bloei verloopt gemiddeld en de rijping volgt in de tweede helft van het seizoen. Hij rijpt niet extreem laat, maar vraagt wel voldoende warmte om volledig in balans te komen. Op koelere of slecht gekozen standplaatsen kan dat leiden tot spanning tussen rijpheid en frisheid.

De opbrengsten zijn doorgaans constant en voorspelbaar, al vraagt de druif extra aandacht richting het einde van het groeiseizoen. Bij natte omstandigheden is Friulano gevoelig voor rot en kan ook echte meeldauw een rol spelen. Met gericht bladwerk, opbrengstbeperking en een open loofwand blijft dat perfect beheersbaar.

Friulano en de renaissance van Italiaanse witte wijn

Friulano speelde een sleutelrol in de herwaardering van Italiaanse witte wijn vanaf de jaren zeventig. In de decennia voordien werden witte wijnen in grote delen van Italië gekenmerkt door oxidatie, slordige wijngaardarbeid en beperkte keldertechniek. Frisheid was zeldzaam, precisie nog zeldzamer. De introductie van roestvrij staal en temperatuurgecontroleerde fermentatie betekende een kantelpunt. Friuli Venezia Giulia behoorde tot de eerste regio’s die deze nieuwe aanpak voluit omarmden en zich profileerden als referentie voor moderne, frisse witte wijnen. Friulano stond daarbij centraal, naast zowel inheemse als internationale druiven.

Die vernieuwingsdrang vertaalt zich tot vandaag in de manier waarop Friulano wordt gemaakt. In zijn meest klassieke vorm levert de druif heldere, precieze wijnen met aroma’s van peer, appel en witte bloesem. De zuren zijn rijp en verfrissend, de alcohol blijft mooi in balans. Kenmerkend is de zachte textuur en de licht bittere toets in de afdronk die aan amandel doet denken. Die bitterheid geeft spanning, lengte en maakt de wijn bijzonder gastronomisch. Van eenvoudige antipasti tot verfijnde zeevruchten, Friulano voelt zich zelden misplaatst aan tafel.

Veel Friulano wordt vandaag gemaakt met een focus op frisheid en zuiverheid. Koele fermentaties en een zorgvuldige omgang met zuurstof leveren wijnen op die helder, precies en direct zijn. Dat werkt uitstekend, al schuilt er ook een keerzijde. Wanneer iedereen dezelfde aanpak volgt, dreigt het karakter van het terroir soms wat naar de achtergrond te verdwijnen.

Daarom kiezen sommige wijnmakers voor een andere weg. Met meer tijd op de fijne lie, een vleugje hout, schilweking of zelfs amfora krijgt Friulano een ruimer spectrum. De wijnen worden voller, gelaagder en winnen aan textuur en diepte. Het fruit wordt iets minder nadrukkelijk, maar maakt plaats voor complexiteit en een stijl die rustiger evolueert in het glas en vaak ook in de fles.

Een glas dat blijft hangen

De geschiedenis van Friulano is complex en soms verwarrend. Verdere DNA studies zullen zijn dubbelzinnige afkomst misschien ooit scherper kunnen kaderen. Zijn stijl daarentegen is helder en rechtlijnig. In het glas vertaalt zich dat naar finesse, spanning en die herkenbare amandeltoets die zacht blijft nazinderen.

Desondanks zal het nooit de meest modieuze druif worden en zal Friulano buiten zijn thuisregio voor velen onder de radar blijven. Misschien is dat net zijn charme. Wijnbars, sommeliers en nieuwsgierige wijnliefhebbers kunnen hier het verschil maken, want dat Friulano een gastronomische zegen kan zijn, heb ik zelf mogen ervaren. In de juiste context kan die combinatie zorgen voor momenten die blijven hangen, lang nadat het glas leeg is.

Ribolla Gialla: De oude ziel van Friuli in een modern jasje

Wijnliefhebbers, opgelet. Maak kennis met Ribolla Gialla! Een druif die ouder is dan je overgrootmoeder en toch helemaal van nu lijkt te zijn. Als je dacht dat Italiaanse witte wijn alleen draaide om Pinot Grigio en Vermentino, think again: Ribolla Gialla is bezig aan een glorieuze comeback, en eerlijk gezegd, wij zijn helemaal aan boord.

Oud, ouder, oudst (maar springlevend)

Ribolla Gialla is niet zomaar een oude bekende. Het is een druif met serieuze levenservaring. Je komt haar tegen in documenten die teruggaan tot 1296, waar ze opduikt als “Rabolla wine”. En in 1324 werd ze al expliciet genoemd in de wijnarchieven van Friuli en Istrië. We hebben het hier dus over een druif die al wijn maakte toen Dante nog zijn Divina Commedia aan het dichten was. Respect.

De naam “Ribolla” werd eeuwenlang vrij losjes gebruikt, een beetje zoals “Malvasia”. Soms als druivennaam, soms gewoon als wijn, niet noodzakelijk van Ribolla, met kwaliteitslabel. In de Venetiaanse Republiek werd Ribolla-wijn zelfs zo populair dat het bijna een merknaam werd, vooral bij de adel in Venetië in de 13e en 14e eeuw. Iedereen wilde Ribolla, want dat stond voor klasse. Er werd gespeculeerd of deze Rabolla misschien zelfs verwant was aan de Griekse Robola. Wijnhistorici zijn er nog niet helemaal uit.

Tegelijkertijd zijn er een heleboel spellingvarianten in omloop geweest: Rabola, Rabiola, Rebolla, Ribuèle. Taalbarrières, lokale dialecten en creatieve middeleeuwse spelling zorgden ervoor dat het allemaal een beetje troebel werd. Maar één ding bleef overeind: Ribolla was speciaal.

Sommige ampelografen (druivenwetenschappers, ja dat is een ding) vermoeden zelfs een genetische link met de Gouais Blanc, die op zijn beurt een van de ouders is van o.a. Chardonnay, Aligoté en Gamay. Dat plaatst Ribolla Gialla dus in bijzonder goed gezelschap.

En dan is er natuurlijk de verwarring rondom haar “familieleden”.

  • Ribolla Verde: een zeldzame, wat bescheiden verschijning met minder aromatische impact.
  • Ribolla Nera: leuk feitje – dat is gewoon een andere naam voor Schioppettino, een robuuste rode druif uit dezelfde streek. Klinkt verwant, maar is genetisch en organoleptisch compleet anders.
  • Rebula: de Sloveense tegenhanger van Ribolla Gialla. Dezelfde druif, andere taal, en vaak een ander wijnmaakfilosofie.

Maar laat je niet misleiden: Ribolla Gialla is geen verzamelnaam of generiek begrip. Ze is een op zichzelf staande variëteit met een uniek profiel, eigenzinnig temperament, en een grote historische én culturele waarde.

En het mooiste? Ze is allesbehalve stoffig. Na eeuwen van respect, verwaarlozing en herontdekking is Ribolla Gialla vandaag relevanter dan ooit. Als klassiek witte wijn én als speerpunt van de orange wine revival. Een veteraan met een comeback waar zelfs Mick Jagger jaloers op zou zijn.

Diva met diepgang – Waar Ribolla Gialla zich écht thuis voelt

Ribolla Gialla is geen makkelijke meid. Ze vraagt veel, want als er één druif is die het liefst met de voeten in kalkrijke mergel staat, het hoofd in de frisse berglucht en de zon subtiel op haar schouders, dan is het Ribolla Gialla wel. Deze wijnpersoonlijkheid bij uitstek floreert niet zomaar overal. Ze heeft duidelijke eisen. Maar geef haar wat ze nodig heeft, en ze geeft je een wijn met verfijning, kracht én spanning.

Gelegen in het uiterste noordoosten van Italië, tegen de grens met Slovenië, ligt een regio die net zo complex is als de druif zelf. Friuli Venezia Giulia is een kruispunt van culturen, klimaten en bodems. Adriatische invloeden vermengen zich hier met alpine frisheid, en dat zie je terug in de stijl en finesse van de wijnen. Hier voelt Ribolla Gialla zich thuis als een vis in het water.

Haar ware karakter komt pas naar boven op heuvelachtig terrein met goed doorlatende bodems. In de vruchtbare vlaktes is ze haarzelf niet: daar verliest ze haar zuren, haar frisheid, haar kenmerkende grip. Ze wordt flauw, voorspelbaar. En dat is nu precies wat Ribolla Gialla niet is. Ze is een druif die piekt als ze moet vechten voor haar plek, diep moet wortelen in arme grond, en het zonlicht net moet verdienen.

Wat deze regio uniek maakt, en Ribolla Gialla haar fundament geeft, is de bodemsoort die lokaal bekendstaat als ponca. Deze brokkelige, gelaagde mix van mergel en zandsteen komt vooral voor in de heuvels van Collio en Oslavia. Ponca is niet alleen goed waterdoorlatend, maar ook licht alkalisch en mineraalrijk. Perfect om zuren te behouden, mineraliteit te accentueren en wortels diep te laten graven.

Het effect op de wijn is spectaculair: strakke, zinderende zuren, een kalkachtige textuur, en een subtiele ziltigheid die Ribolla’s pure stijl onderscheidt van andere witte druiven. Hier, in deze fragiele maar krachtige bodem, ontwikkelt ze die kenmerkende combinatie van energie en elegantie.

De vier gezichten van Ribolla: terroir in kaart

Binnen Friuli zijn er vier sleutelregio’s waar Ribolla Gialla haar potentieel ten volle laat zien. Elk met een eigen profiel en stijl.

1. Collio DOC

De Collio is een zachtglooiend gebied op de grens met Slovenië, beroemd om zijn witte wijnen. Hier vinden we klassieke Ribolla Gialla: droog, fris, lichtvoetig maar met diepgang, en vaak vinificatie in staal of beton om haar levendigheid te bewaren. De invloed van ponca is hier groot, wat resulteert in een zeer mineraal profiel, met aroma’s van citrus, appel en witte bloemen.

2. Friuli Colli Orientali DOC

Ten oosten van Udine vinden we de Colli Orientali, een net iets warmer gebied dan Collio. Hier zie je variatie: zowel klassieke stijlen als houtgerijpte en zelfs licht gemacereerde versies komen voor. De zuren blijven hoog, maar de wijnen kunnen net iets voller aanvoelen, met tonen van peer, rijpe appel en soms een vleugje honing.

3. Oslavia

Oslavia, geen aparte DOC maar wel een mythische naam binnen Collio, verdient een hoofdstuk op zich, maar laten we proberen het kort te houden. Dit is het spirituele hart van de orange wine-beweging in Italië. Hier krijgt Ribolla Gialla de “amfora-behandeling”: lange schilweking, spontane fermentatie, vaak rijping in grote houten vaten. Het resultaat? Amberkleurige wijnen met grip, spanning en lagen van citruszest, thee, noten en kruiden. Oslavia’s hoger gelegen wijngaarden leveren zuren van chirurgische precisie. Hier laat Ribolla zien dat wit niet per se licht hoeft te zijn.

4. Rosazzo DOCG (binnen Friuli Colli Orientali DOC)

Rosazzo ligt op een kruising van warme zuidelijke invloeden en koele bergbriesjes. Dit gebied produceert rijpere, zachtere Ribolla met een rijkere body en aroma’s die neigen naar gele perzik, abrikoos en bloesemhoning. Het is Ribolla met fluwelen handschoenen. Iets ronder, iets verleidelijker, zonder haar spanning te verliezen.

Ribolla Gialla is geen massaproduct. Ze heeft ouderdom nodig. Wijnstokken van twintig, dertig jaar en ouder geven complexiteit. Ze heeft lage opbrengsten nodig, anders verwatert haar persoonlijkheid. En ze vraagt om aandacht in de kelder: sommige wijnmakers kiezen voor beschermde vergisting in staal om haar frisheid te behouden, anderen durven schilcontact of zelfs oxidatie toe te laten, om haar ziel bloot te leggen. Moderne wijnmakers buiten Italië experimenteren met Ribolla, van Californië tot Australië, vaak met verrassend goede resultaten. Toch blijft Friuli haar spirituele thuis.

Enter “Ribolla di Oslavia”!

In een recent beluisterde podcast (de aanleiding tot het schrijven van dit artikel) werd het prachtig uitgelegd: Ribolla di Oslavia is niet zomaar een wijn, het is een beweging die een levensovertuiging accentueert. Wat begon als een nieuwsgierige verkenning van een lokale druif, mondde uit in een ontmoeting met een diepe, haast filosofische wijncultuur. Want daar, in de heuvels rond het dorpje Oslavia, is Ribolla Gialla geen neutrale witte wijn, maar een karaktervolle, amberkleurige vertelling over traditie, terroir en tijd.

Wat deze wijnen zo bijzonder maakt, is hun bereidingswijze: maceratie, ofwel het langdurig contact tussen sap en schillen. Iets wat normaal gesproken alleen bij rode wijn gebeurt en wat we benoemen als een Orange Wine. In Oslavia laten ze Ribolla Gialla wekenlang, soms maandenlang, vergisten mét schil. Daardoor krijgt de wijn kleur, structuur, tannine en een complexiteit die veel verder reikt dan het frisse citrusprofiel van haar lichtere familieleden uit andere delen van Friuli. Hier proef je sinaasappelschil, gedroogde abrikozen, kamille, bijenwas, thee, specerijen. Allemaal gedragen door een bijna ziltige mineraliteit en een indrukwekkende frisheid.

Maar Ribolla di Oslavia is meer dan een stijl of techniek. Het is een collectieve houding, ontstaan uit een vorm van verzet. Begin jaren ’90 besloten enkele wijnmakers dat ze niet langer wilden bijdragen aan de standaardisering van wijn. Ze wilden terug naar iets echts, iets dat niet gladgestreken was door technologie en commercie, maar gevormd werd door hun omgeving en hun handen. Wijnmakers als Josko Gravner, Stanko Radikon, Dario Princic, en collega’s van La Castellada, Primosic, en Il Carpino vormden samen de Associazione Ribolla di Oslavia. Niet als merk of keurmerk, maar als een cultureel pact. Hun uitgangspunten waren helder: spontane vergisting, geen klaring of filtering, weinig tot geen sulfiet, en bovenal: geduld. Deze wijnen worden niet in een seizoen gemaakt, maar in jaren.

Wat hen bindt, is niet alleen hun visie, maar ook hun grond. De beroemde ponca-bodem, een fragiele mengeling van mergel en zandsteen, is bepalend voor het karakter van de wijn. De wortels reiken diep, de opbrengsten zijn laag, en de expressie is puur. De Ribolla’s uit Oslavia zijn amberkleurig, maar nooit zwaar; krachtig, maar altijd levendig. Het zijn wijnen die niet vragen om aandacht, maar die haar opeisen.

En ja, ze zijn uitdagend. Deze wijnen passen zich niet aan. Ze vragen de drinker om zich aan te passen. Ze zijn niet gemaakt voor wie wijn zoekt als dorstlesser, maar voor wie wijn wil begrijpen als uitdrukking van plaats en filosofie. Je kunt ze moeilijk vinden in het schap van een doorsnee wijnhandel. En terecht. Ribolla di Oslavia wil niet geconsumeerd worden, ze wil begrepen worden.

De podcast besloot met een rake uitspraak: “Ribolla di Oslavia is geen trend, maar een herontdekking van wat we nooit hadden mogen vergeten.” En dat is precies wat deze wijnen zijn. Een herinnering in vloeibare vorm. Aan een tijd waarin wijn traag, eerlijk en mysterieus mocht zijn. Aan wijnmakers die liever een stap terug deden, dan in te leveren op karakter.

De druif in de wijngaard

Op het eerste gezicht oogt Ribolla Gialla misschien ingetogen, bijna bescheiden. Maar vergis je niet: deze druif is een stille kracht in de wijngaard. Geen theatrale trossen of flamboyante kleuren, maar een geconcentreerde, compacte verschijning die duidelijk laat zien waar haar prioriteiten liggen: finesse, zuiverheid en structuur.

Als we even nerdy worden dan kunnen we de wijnstok en de druif als volgt omschrijven.
De druiventros is compact tot middelmatig van formaat, met een kenmerkende cilindrisch-piramidale vorm. De bessen zijn middelgroot en licht afgeplat, met een geel-alabastrine schil die een delicate waas draagt van natuurlijke was (pruina). De schil is stevig genoeg voor maceratie, een belangrijke eigenschap, zeker in Oslavia-stijl vinificatie, terwijl de pulp juist neutraal en sappig blijft, met een friszuur karakter en een lichte astringentie. Vaak zijn de bessen subtiel gevlekt, wat in Friuliaans aangeduid wordt als “punzecchiata”: een soort roodachtig stippenpatroon op de schil.

Ribolla Gialla is een laatrijpende variëteit, wat betekent dat de oogst doorgaans pas eind september of later plaatsvindt. Die lange rijpingstijd, gecombineerd met haar natuurlijke zuurbalans, maakt haar tot een ideale kandidaat voor complexe witte wijnen – fris, krachtig of lang op schil geweekt.

Haar groeicyclus start traag. De knoppen lopen laat uit, wat haar beschermt tegen voorjaarsvorst. Een welkom voordeel in de heuvelachtige, soms koele wijngaarden van Friuli. De bloei en kleurverandering verlopen gemiddeld, met een gestage, robuuste ontwikkeling door het seizoen heen.

Wat teelt betreft is Ribolla Gialla redelijk genereus en stabiel, met meestal één tot twee trossen per scheut en een behoorlijke groeikracht. Toch vraagt ze om aandacht: in vochtige jaren is ze vatbaar voor coulure (slechte vruchtzetting) en botrytis (grijsrot). Goede luchtcirculatie en een beheerste opbrengst zijn daarom essentieel.

Dankzij haar hoge zuurgraad, subtiele aromaprofiel en stevige schil is Ribolla Gialla breed inzetbaar: ze leent zich perfect voor frisse vinificatie in inox, maar ook voor houtlagering, mousserende wijn, en voor orange wines met lange maceratie. Haar neutrale pulp werkt als een blanco canvas waarop het terroir en de hand van de wijnmaker zich volledig kunnen uitleven.

En hoe smaakt de wijn?

Ribolla Gialla is een wijn die zich langzaam zal openen. In het glas oogt ze bescheiden maar elegant, met een kleur die varieert van helder strogeel tot goudgeel. Zodra je je neus boven het glas brengt, zal je merken dat deze langzaam tot bloei komt. De geur is subtiel maar gelaagd: florale tonen van acaciabloesem en kamille worden afgewisseld met hints van citrus (citroenschil, mandarijn) en groene elementen als venkel of vers gemaaid gras. Soms duikt er een minerale ondertoon op, die doet denken aan natte steen of krijt.

In de mond ontvouwt Ribolla Gialla zich met een verrassende combinatie van strakheid en textuur. Ze is droog, levendig en helder, maar met een subtiele diepgang die zich pas na enkele slokken laat voelen. De zuren zijn altijd aanwezig, fris en pittig maar nooit scherp, en zorgen voor een lineaire spanning die de wijn elegant en energiek houdt. Door haar relatief neutrale pulp laat Ribolla Gialla niet meteen een uitbundig fruitbombardement los, maar juist die ingetogenheid geeft ruimte aan terroir, rijping en de hand van de wijnmaker. Het is wijn die vorm krijgt door structuur, niet door expressieve aroma’s.

Die structuur maakt haar ook uitermate geschikt voor rijping, zowel in hout als op fles. Een beetje houtrijping, bij voorkeur op groot hout of acacia in plaats van op barrique, voegt geen zwaarte toe, maar verrijkt het palet met tonen van bijenwas, amandel, subtiele specerijen en iets wat doet denken aan de geur van oud papier of droge bloemen. Na een paar jaar rijping ontwikkelt de wijn zich richting kweepeer, honing, gekonfijte citrus en zelfs een vleugje gember, zonder ooit haar frisheid te verliezen. Dat is haar geheim: ze verandert, maar wordt nooit log of vermoeid.

En dan is er natuurlijk haar andere gezicht. Dat van de maceratie, de orange wine-stijl. Wanneer Ribolla Gialla weken- of maandenlang op haar schillen fermenteert, zoals in Oslavia, verandert ze radicaal. De kleur wordt diep amber, de geur evolueert naar sinaasappelschil, thee, hars, gedroogde abrikoos en kruiden. De textuur krijgt grip, de wijn wordt bijna tactiel, met zachte tannine en een lange, gelaagde afdronk. Dit is Ribolla in haar meest filosofische gedaante: niet zomaar een witte wijn, maar een meditatieve, levendige expressie van druif, bodem en tijd.

Of ze nu jong, fris en strak is of gerijpt en diep, Ribolla Gialla toont zich altijd met een zekere terughoudendheid die intrigeert. Het is een wijn die niet gemaakt is om snel te behagen, maar om langzaam te overtuigen. Geen spektakel in het glas, maar een subtiele spanningsboog die zich uitstrekt van de eerste slok tot ver na de laatste. Een wijn die, net als haar beste makers, meer geïnteresseerd is in eerlijkheid dan in effect.

Waarom je deze wijn móét proeven

Ribolla Gialla is zo’n wijn die zich moeilijk in één stijl laat vangen, maar juist daarin schuilt haar kracht. Ze combineert frisheid, structuur en subtiliteit op een manier die je zelden tegenkomt. In haar jeugdige vorm is ze levendig en dorstlessend. Ideaal bij lichte antipasti, rauwe vis of een bord dampende vongole. Maar geef haar wat tijd, of kies een versie die wat hout of maceratie heeft gezien, en je ontdekt een wijn die moeiteloos overeind blijft naast gerechten met meer body: geroosterde kip met citroen, paddenstoelenrisotto, zelfs kruidige Aziatische keuken met gember of miso. De levendige zuren en minerale ruggengraat zorgen voor balans, zelfs bij uitgesproken gerechten.

Kortom: of je nu zin hebt in een verfrissend glas op een zomerse middag of een diepgravende wijn voor een avond vol gesprekken, Ribolla Gialla, in al haar verschijningsvormen, verdient een plek in je kelder, je glas en je geheugen. Klinken met een glas Ribolla doen we het best op gepaste Friulische wijze: Salût!

De uitzwaai van wijnmeester Frans – De Amici stoelendans

Content heb ik altijd een schoon woord gevonden! Bovendien is content zijn een schone deugd en is het een situatie waar ik zeer graag in vertoef. Ik ben dan ook zeer content dat de start van de nieuwe seizoenen van de diverse wijnclubs waar ik lid van ben, opnieuw in gang geschoten worden. Zo ook bij Amici! Ware het niet dat de aftrap dit keer een dubbel gevoel gaf.

Frans, onze Amici wijnmeester sinds jaar en dag, had al enkele jaren te kennen gegeven dat hij het tijd vond om de fakkel door te geven. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven ik van mening was dat, hoewel Frans dit al geruime tijd aangaf, hij dit eigenlijk helemaal niet wilde. En dus was ik toch wel verrast dat op het einde van het vorige proefjaar het nieuws doorsijpelde dat het dan toch zo ver was en dat Frans spreekwoordelijk ‘zijn kurkentrekker aan de haak ging hangen’.

En zo stond de eerste Amici bijeenkomst van het nieuwe seizoen helemaal in het teken van de uitzwaai van Frans als wijnmeester. Hierbij speelde hij nog één keer de orkestmeester en selecteerde hij wijnen die bij hemzelf in de hoogste schuif liggen. Als het de bedoeling was om onze nieuwsgierigheid aan te wakkeren is hij daar alvast in geslaagd.

De uitzwaai van de oude wijnmeester gaat uiteraard hand in hand met de intrede van vernieuwing. Al kunnen we de intrede van oud voorzitter Peter als nieuwe wijnmeester misschien niet onmiddellijk als een vernieuwing beschouwen. Ook al kent Peter het reilen en zeilen van Amici als zijn broekzak, toch zal het ook voor hem geen sinecure zijn om in de voetsporen van Frans te treden. Frans was/is immers een autoriteit op gebied van Italiaanse wijnen en dit niet enkel binnen Amici maar in heel ons belgenlandje. Als Frans sprak, dan luisterde je! We wensen Peter dan ook alle succes en zijn ervan overtuigd dat hij onze volgende proefavonden in goede banen zal leiden.

Beste Frans, je blijft gelukkig nog aanwezig als zeer gewaardeerd lid van Amici, ik ben alvast uitermate content dat je mijn wijnmeester was!

Over naar de orde van de avond en het proeven van de wijnen. Het werd een selectie van 3 witte en 5 rode wijnen. Vooraf hadden we geen enkele kennis van wat er in het glas zou komen (altijd leuk). Hieronder kan mijn bevindingen over de geproefde wijnen.

  1. Falkenstein Riesling 2017 – Südtirol Vinschgau DOC – Alto Adige
    Riesling die gedurende 10 maanden rijpt in grote acacia vaten en vervolgens 12 maanden in de fles.
    Volle intense strogele kleur, tranend. Van bij de aanzet, zonder walsen, heb je al een volle rijke neus waarbij de rijpheid van de ananas goed tot zijn recht komt. Helemaal geen eenzijdig ananas-fruitgebeuren trouwens want ook appel, sterfruit, perzik en een waaier aan citrusvruchten tekenen present. Goed walsen doet de wijn zeker deugd want hierdoor komt zijn anijs/notig karakter boven en wordt het volle rijke gecounterd door een zeer mooie frisheid.
    In de mond zet die heerlijke volheid in combinatie met een sublieme aciditeit zicht trouwens door! De mineraliteit geeft nog een extra dimensie en de lengte van de afdronk zorgt voor een goedkeurend knikje. De aftrap is gegeven met een subliem mooie wijn!
    Punten: 94/100 – Te koop bij TG Fine wines (prijs 22,00 €)
  2. Venica & Venica Ronco delle Mele Sauvignon Blanc 2020 – Collio DOC – Friuli
    Sauvignon Blanc die deels vergist en rijpt in 20/27 hectoliter vaten en deels in inox kuipen gedurende 5 maanden.
    Heldere bleekgouden kleur met traanvorming. De neus gaat 2 seconden in het glas en de initialen S.B. staan op het proefformulier. Heel herkenbaar Sauvignon Blanc dus waar de aanwezigheid van varen, roze pompelmoes, appel en kruisbes vanzelfsprekend is. Het is een mooie volle neus die toch wat complexer is en meer te bieden heeft dan de initiële aroma’s. Zo is er ook de zeste van mandarijn, pepermunt, blanke amandel, en een etherische toets die de aanwezigheid van het hout etaleert. De smaak kan niet anders dan vele van deze elementen bevestigen. Hoewel primair de frisheid van de wijn opvalt neemt naarmate de wijn naar zijn smaakhoogtepunt gaat de ‘vettigheid’ licht over. Bovendien is er een zeer leuke vulkanische mineraliteit aanwezig. Tijdens de lange afdronk neemt de frisheid opnieuw de bovenhand en komt het edele citrusfruit opzetten en is er die smakelijke zesty schwung.
    Punten: 91/100 – Te koop bij Baeten Vinopolis (prijs 45,00 €)
  3. Marisa Cuomo Fiorduva 2019 – Costa d’Amalfi DOC – Campania
    Blend van 40% Ripoli, 30% Ginestra en 30% Fenile. De overrijpe druiven gisten gedurende 3 maanden in barriques en rijpen vervolgens voor 4 maanden in inox kuipen.
    Helder, bleekgoud. Hoewel de neus bij aanzet gesloten is kan hij de zilte toets niet verbergen. Wat werken met het glas brengt slechts een beetje soelaas. Peer, ananas, perzik en citrus tekenen het fruit. Verder licht zweterig, floraal, kruidig, houtimpressies, notig en etherisch. In de mond treedt bij aanvang vooral het filmende naar voor en wordt de wijn als ‘aangenaam vettig en sappig, rond’ omschreven. Bij een tweede slok valt toch ook de verscholen en zeer mooi ondersteunende aciditeit van de wijn op. Mineraal en ziltig in de afdronk, die weliswaar een puntje langer aanwezig mocht blijven.
    Punten: 86/100 – Te koop bij Wine-Art (Prijs 62,00 €)
  4. San Giusto a Rentennano La Ricolma Merlot 2006 – Toscana IGT – Toscana
    Merlot die gedurende 22 maanden rijpt in Franse eiken vaten.
    Terwijl er links en rechts mooie commentaren over deze wijn op te vangen waren kwam ik niet verder dan dat de aanwezigheid van de alcohol en kruiden al het andere maskeerde. Eén van de flessen bleek niet 100% correct te zijn (mijn glas), bij gevolg heb ik deze wijn dan ook geen bespreking gegeven.
    Geen punten – Te koop bij Stappato (momenteel staat hij daar op uitverkocht en is er geen prijs zichtbaar. De prijzen op het internet voor recentere jaargangen zijn zeer divers en variëren tussen de 170 en de 500 €)
  5. Kellerei Girlan Vigna Ganger Pinot Noir Riserva 2017 – Alto Adige DOC Mazon – Alto Adige
    Pinot Noir die 20 maanden rijpt in barriques en vervolgens 18 maanden flessenrust krijgt.
    Heldere zuivere granaatrode kleur. Wat een heerlijk, uitnodigende, fragiele en typische Alto Adige Pinot Noir neus is dit. Het doet je stralen van contentement… De ontleding van deze complex geurexplosie gaat in fases want telkens komen er nieuwe elementen opzetten. Framboosjes, aardbeien, kers/kriek. Het kleine fijne rode fruit is er allemaal. Duidelijke aanwezigheid van de roosjes, mooie kruidigheid. De houtopvoeding zorgt voor branderige aroma’s zoals mokka, koffie, sigarenkistje. Een vegetale toets en een snuif humus ronden af.
    Tiptop zuren vullen de mond, gespekt met het sappige rode fruit en een verscholen body. Dat de afdronk tot ongekende lengtes present blijft zorgt voor extra genot. Ja, dit is helemaal mijn ding (part one)!
    Punten: 94/100 – Te koop bij Wijnsalon (prijs 135,00 €)
  6. Pietradolce Vigna Barbagalli 2016 – Etna Rosso – Sicilia
    Nerello Mascalese met een opvoeding in eiken vaten voor 20 maanden.
    Gematigd granaatrood en helder van kleur. De neus biedt een gevarieerd boeket met een licht vlezige balsamico toets. Pruim, aardbei, kers, rode bes, viool, roos, anijs, munt, chocolade, mokka, wat dierlijk en alcohol. Alles is mooi aanwezig om me ook een mooi mondgevoel te bezorgen. Hier blijf ik echter wat op mijn honger zitten. De wijn is voldoende sappig, mooi kruidig, zelfs evenwichtig maar komt me net iets te snoeperig over.
    Mijn verbazing is dan ook groot dat het de Vigna Babagalli is waar ik meestal lyrisch over ben…
    Punten: 84/100 – Te koop bij Wine-Art (Prijs 102,00 €)
  7. Kellerei Bozen Taber Lagrein Riserva 2017 – Alto Adige DOC – Alto Adige
    Lagrein die vergist in grote foeders en een opvoeding geniet in barriques gedurende 12 maanden.
    De kleur is bijna zwart te noemen, hij is helder en in bezit van een heerlijke gekleurde traanvorming.
    De geur bulkt van de sulfiet en doet me zweren dat we met een Aglianico/Taurasi te maken hebben. Lagrein kwam even op in de gedachten maar het zwoelere karakter dreef me definitief zuidwaarts.
    De neus biedt exact wat ik graag heb in krachtpatsers van wijn. Die grafiet die licht dominant is, het vlezige van braadjus, het donkerste fruit dat de bijna zwarte kleur van de wijn in de verf zet. Het overvloedige aan kruiden (jeneverbes, tijm, peper, laurier, munt en salie) de houtintegratie die grommend zijn aanwezigheid laat blijken met tabak, leder, chocolade en mokka. Lichte integratie van sousbois, thee en paprika… Samengevat: uitbundig!
    Wat mij betreft wordt die bijna overdreven uitbundigheid nog eens verdergezet in de mond. De tannine die spreekt ‘hier ben ik’ waarna het sappige smeuïge zwarte fruit dit vlug de kop in drukt. De oh zo belangrijke aanwezigheid van de zuren en de grootse lengte brengen de noodzakelijke balans.
    Dit is gigantisch lekker, eten & drinken tegelijkertijd en helemaal mijn ding (part two)!
    Punten: 95/100 – Te koop bij Van Eccelpoel (prijs 52,50 €)
  8. Aldo Conterno Bussia Colonnello 2016 – Barolo DOCG – Piemonte
    Nebbiolo oude stijl met opvoeding gedurende 29 maanden in 25 hl grote Slavonische eiken vaten.
    Heldere, lichte kersenrode kleur. Herkenbare Nebbiolo aroma’s waarbij we instant een dwaze gelukzalige lach op ons gezicht krijgen. Je zou het boeket in een bokaaltje moeten kunnen opvangen waar je stiekem van tijd tot stond aan kan ruiken. Het is trouwens blijven ruiken en blijven ontdekken want het is een heerlijk complex gebeuren. Beeld je in dat je deze tijd van het jaar het bos in trekt. Bosaardbeien, paddenstoelen, zwammen, truffel, humus, sousbois… noem het maar! De aanwezigheid van framboos, roosjes en thee zijn bijna een evidentie. Munt, ceder, sigaar, koffie en tabak spelen de tweede viool.
    Qua smaak kan je allerlei superlatieven bovenhalen. Ik hou het bescheiden op subtiel, elegant, fragiel, fris, dragend, complex… kortweg Nebbiolo! En dus helemaal mijn ding (part three).
    Punten 97/100 – Te koop bij Licata (Prijs 120,00 €).

Collio Friuli – Adembenemend (mooi & lekker)

Collio, doet dit een belletje rinkelen? Bij de liefhebbers van de beste Italiaanse witte wijnen ongetwijfeld. Dit betrekkelijk kleine wijngebied in het Noordoosten van Friuli, grenzend, zeg maar grensoverschrijdend met Slovenië bergt van de lekkerste witte wijnen die je kan vinden in Italië! Maar Collio is zoveel meer dan enkel maar een uitstekend wijngebied. Het is een pracht van een omgeving waar je in alle rust en stilte één kan worden met de natuur. De golvende heuvels waar de wijngaarden op staan baden in de rust. Ben je wandelliefhebber en heb je een zwak voor Süd Tirol/Alto Adige, trek eens wat verder tot de omgeving van Gorizia of Cormons. Het is een verborgen juweeltje waar je je hart zal verliezen. Buiten de uitstekende wijnen, de natuur en de rust heeft de regio trouwens nog extra troeven! Trieste is, naar mijn persoonlijke mening, één van de allermooiste steden en een bezoek aan Grado is een must! En wat dan te zeggen van Cividale op amper 50 km van de Friulaanse prosciutto bakermat San Daniele.
Overtuigd? Boek je een weekje in het Relais Russiz Superiore, reserveer een tafeltje bij Osteria La Subida (sublieme wijnkaart trouwens) en geniet met volle teugen! Oh ja, ga zeker de grens over want de pracht loopt grenzeloos verder in het Sloveense Brda én stop er ook om de wijnen te proeven!! Ze worden niet voor niet de ‘Wines with no border‘ genoemd.

Genoeg promo talk! Ik moet het uiteraard over wijn hebben en geen reisleider spelen. Bij Amici had Frans een wit avondje Friuli ingepland. Van de 8 wijnen waren er 5 afkomstig uit Collio. Wat volgt is enige informatie omtrent het wijngebied Collio en de geproefde wijnen. Het verslag van een uiterst geslaagde proefavond!

Collio DOC, enkele weetjes!

  • Collio DOC is de afgeknotte naam, je mag evenzeer Collio Goriziano DOC gebruiken
  • Collio kunnen we vinden in de regio Friuli-Venezia-Giulia aan het stadje Gorizia. Cormons is het wijndorpje bij uitstek. In de lokale enoteca kan je wijnen van bijna alle huizen vinden.
  • Sinds 1968 bestaat de DOC Collio
  • Het is geen groot wijngebied van ongeveer 1.500 hectare wijnaarden. De wijngaarden liggen op een hoogte tussen de 60 en 270 meter boven de zeespiegel.
  • Hoewel je er zeker rode wijnen kan vinden is het voornamelijk een wit-wijn-land.
  • De belangrijkste witte druiven die je er kan vinden zijn: Friulano, Ribolla Giallo, Sauvignon Blanc, Pinot Bianco, Pinot Grigio, Chardonnay en Malvasia Istriana. Daarnaast kan je ook wijnen vinden van Traminer, Muller-Thurgau, Riesling en Welshriesling (Riesling Italico).
  • De belangrijkste rode druivenrassen zijn: Cabernet Sauvignon en Merlot. Verder is er ook aanplant van Pinot Nero, Cabernet Franc en Carmenère. Hoewel Refosco dal Peduncolo Rosso niet met vermelding van de druif gebruikt mag worden in de Collio DOC kunnen we de wijnen van deze druif ten zeerste aanraden (geef ze wel de nodige tijd om zich te ontwikkelen).
  • Indien je melding maakt van het druivenras op het etiket moet dit minimaal voor 85% aanwezig zijn (zowel voor witte als voor rode wijnen).
  • Voor een Riserva is er een rijpingsperiode van minimaal 20 maanden voor de witte wijnen en 30 maanden voor de rode (waarvan minstens 6 maanden in het vat).
  • De unieke bodem die we treffen in Collio wordt de Ponca bodem genoemd en bestaat uit gelaagde mergel en zandsteen met vulkanische componenten die de wijnen een ziltig karakter bezorgen en een hoge mineraliteit geven.
    Dit gegeven verklaart waarom ik in de proeverij vaak een vuursteen mineraliteit heb genoteerd.

De proeverij!

  1. Tiare Sauvignon Blanc 2017 – Collio DOC
    100% Sauvignon Blanc – Inox
    Heldere citroengele kleur. De neus kan de Sauvignon Blanc niet verbergen. Kruisbessen, varens en citrusfruit komen je als eerste tegemoet. De neus geeft zich mooi prijs want aroma’s van peer, ananas, jasmijn en noten komen eveneens opzetten. De tong wordt geprikkeld door de stevig aanwezige zuurtjes. De smaak kent wel een mooie opbouw gaande van citrus aanzet naar een wat vettiger middenstuk om dan citrus/kruidig te eindigen. De afdronk kent een prominent bittertje.
    Punten: 81/100 – Prijs: 18,95 € (te koop bij Wine-Art)
  2. Venica e Venica Ronco delle Cime 2015 – Collio DOC
    100% Friulano – 40% rijpt gedurende 6 maanden in foeders, 60% in inox
    Stevig goudgeel doorkleurd. Walsen doet de wijn absoluut deugd en laat het bouquet wat openen. Vollere, rijpere aroma’s alleszins met rijpere appel, honing, perzik/abrikoos, mango en citrusfruit. Je waant jezelf wandelend in Italië want de Jasmijn geur komt opzetten. Vanille, hazelnoot, licht vegetaal en anijs zijn in de achtergrond aanwezig. Qua smaak treffen we een volle, rijke wijn die ondanks zijn rondeur de nodige frisheid bergt. Leuk toetsje Ricard/Sambuca (anijs dus). Lange afdronk met een vuursteen-mineralige aanwezigheid. Zeer kruidig ook doorspekt met een citrus aanwezigheid.
    Punten: 84/100 – Prijs: 28,40 € (te koop bij Baeten Vinopolis)
  3. Russiz Superiore Pinot Bianco Riserva 2015 – Collio DOC
    100% Pinot Bianco – Vergisting in eiken vaten en verdere rijping gedurende 3 jaren
    Helder goudgele kleur. Vrij complexe neus met een mooie toasty toets erdoorheen. Uitgebreid fruitpallet met het witte fruit van appel en peer. Perzik en meloen als geel fruit en tenslotte zowel verse citrusvruchten als de zeste van sinaasappel. Floraal met jasmijn en honing, kruidig met munt en peper. Het toasty vertalen we naar vanille en geroosterde pijnboompitten. De smaak brengt een lichte anijsaanwezigheid en is voornamelijk vettig en rond te noemen in de aanzet. Nadien komt de aciditeit opzetten evenals de specerijen (peper) en een licht puntje bijenwas. De lange afdronk bergt een mooi puntje roze pompelmoes.
    Punten 88/100 – Prijs: 30,80 € (te koop bij Wijnkennis)
  4. Edi Keber 2016 – Collio DOC
    Blend van Friulano, Ribolla Giallo en Malvasia Istriana – Vergisting en opvoeding in betonnen cuves
    Strogeel van kleur, helder en zuiver. Je moet echt wel werken met het glas om de nodige aroma’s te ontdekken. Fruit met naast citrus ook perzik en abrikoos. Floraal, licht kruidig, notig en vegetaal. Individuele aroma’s blijven moeilijk te ontdekken. Zeer fris van smaak waar de zuurtjes van start tot einde spelen doorheen de wijn. Finesserijk, niet te krachtig van smaak. Voldoende lange afdronk met de kenmerkende minerale onderbouwing.
    Punten: 83/100 – Prijs: 22,75 € (te koop bij Stappato)
  5. Eugenio Collavini Broy 2018 – Collio DOC
    50% Friulano, 30% Chardonnay, 20% Sauvignon Blanc – Gedeeltelijke houtlagering in barriques en tonneaux
    Blinkend goudgeel. Alvast een intrigerende neus met heel duidelijk herkenbaar de aanwezigheid van mandarijn! Ander aanwezig fruit zijn appel en perzik. Ook opvallend aanwezig is de koninginnenbrij. Verder munt, peper, karamel lichte toasting, amandel en vegetaal. Vol van smaak, lichtjes oxydatief zelfs maar wel in de goede zin. Heel knap evenwicht, fijn en toch vol van smaak. De zeste van mandarijn komt terug in de afdronk evenals de kruidigheid. Dit is een mooie wijn maar alleszins geen allemansvriend.
    Punten: 89/100 – Prijs: 33,20 € (Niet te koop gevonden bij een Belgische wijnhandel)
  6. Silvio Jermann Vintage Tunnina 2015 – Venezia Giulia IGT
    Blend van Sauvignon Blanc, Chardonnay, Ribolla Gialla, Malvasia en Picolit – Vergisting en opvoeding in eiken vaten
    Duidelijke geelgouden kleur. Geparfumeerde, zeer verfijnde, aangename en complexe neus. Ik som op: appel, peer, perzik, abrikoos, citrusfruit, jasmijn, anijs, munt, pijnboompit, toast, varens, boter… De smaak brengt ons licht in vervoering! Zeer mooie wijn met een mix van fruit, dragende zuren! Daar is de Sambuca opnieuw. Een lange afdronk met fijne pompelmoes. Uiterst mineraal ook. Samengevat: een fluwelig, verfijnde wijn met een vettig hoekje.
    Punten: 92/100 – Prijs: 56,10 € (te koop bij Young Charly)
  7. Vie di Romans Piere 2015 – Friuli Isonzo DOC
    100% Sauvignon Blanc – 7 maanden rijping in inox + 10 maanden in de fles
    Helder geelgouden kleur. Uitnodigende, mooi geparfumeerde geur waar de Sauvignon Blanc impressies (varen, kruisbes, citrus fruit) opnieuw duidelijk aanwezig zijn. Maar, er is meer dan enkel dat. Geroosterde amandelen, rijpere peer, ananas, witte bloesems, munt en peper om wat te noemen. Speelse zuren prikkelen de smaakzinnen met verfijnde citrusvruchten. Een puntje rondeur komt opzetten en het einde deint uit met een subliem bittertje. Opvallend is dat deze wijn helemaal niet terugvalt na de schitterende Jermann!
    Punten: 91/100 – Prijs: 29,95 € (te koop bij Ad Bibendum)
  8. Livon Braide Alte 2018 – Venezia Giulia IGT
    Blend van Sauvignon Blanc, Chardonnay, Picolit en Moscato Giallo – Vergisting in nieuwe eiken vaten en rijping gedurende 8 maanden in deze vaten.
    Strogele, heldere kleur. Mooie uitnodigende neus met een diversiteit aan fruit: verse ananas, sappige peren, gedroogde abrikoos en limoen. Honingraat (ook in de smaak), geroosterde witte amandel, jasmijn, en peperkruidig. Niet waargenomen als geur maar de venkel/anijs proef je wel. In tegenstelling tot de vorige 2 wijnen moeten de zuren ditmaal wel degelijk weerwerk bieden en daar slagen ze wonderwel in. Gedroogd/gekonfijt fruit, vuursteen-mineralig en een lang en vooral schoon einde!
    Punten: 90/100 – Prijs: 30,00 € (te koop bij Magnus)

De laatste 3 wijnen waren wat mij betreft de beste van de degustatie! Daar gaat mijn theorie dat Collio DOC de beste wijnen geeft uit Friuli…