Na twee dagen stilte is de Giro zijn laatste week ingegaan. Maandag was er de traditionele rustdag en dinsdag bleef rit 16 volledig op Zwitsers grondgebied, waardoor we er geen Italiaanse appellatie aan konden koppelen. En dus richten we ons opnieuw op Italië, met de verraderlijke rit van Cassano d’Adda naar Andalo.
Rit 17 gaat bijna voortdurend in stijgende lijn, zonder dat er meteen een echte monsterklim op het menu staat. Dat maakt ze lastig te controleren. De punchers zouden hier wel eens vrij spel kunnen krijgen, zeker als de vlucht van de dag voldoende marge krijgt voor de finale richting Andalo.
Voor onze bespreking zag ik twee mogelijkheden die bij het ritprofiel passen. Omdat de rit eindigt in Trentino en door de Piana Rotaliana komt, zou Teroldego Rotaliano DOC zeker aangewezen zijn. Ik kies echter voor een DOC die dichter bij het eerste deel van de rit ligt, rond Bergamo: Valcalepio DOC. Minder bekend, en net daarom boeiender voor onze reeks.
Valcalepio DOC
Valcalepio DOC ligt in de provincie Bergamo, in Lombardije. De denominatie werd erkend in 1976 en omvat een heuvelzone tussen de uitlopers van de Orobie, Lago d’Iseo en Monte Canto.
Het wijngebied telt ongeveer 113 hectare wijngaardoppervlakte en een gemiddelde productie van ongeveer 5.940 hectoliter. Daarmee blijft de appellatie vrij beperkt in omvang.
De productiezone wordt nauwkeurig afgebakend. Ze vertrekt in het oosten bij de monding van de Torrente Rino in Lago d’Iseo, in de gemeente Predore, en volgt daarna een lange lijn van beken, valleien, heuvelruggen, gemeentegrenzen en oude wegen. Sarnico, Viadanica, Foresto Sparso, Berzo San Fermo, Trescore Balneario, Cenate Sopra, Scanzorosciate, Nembro, Alzano Lombardo, Ponteranica, Sorisole, Villa d’Almè, Almenno San Salvatore, Almenno San Bartolomeo, Palazzago, Pontida, Sotto il Monte Giovanni XXIII en Carvico geven een goed beeld van de brede heuvelgordel van de provincie Bergamo waarin de DOC zich uitstrekt. De grens keert uiteindelijk terug richting Sarnico en de oever van Lago d’Iseo aan de zijde van Bergamo.
Hoewel de DOC pas in 1976 werd erkend, is er al in de middeleeuwen bewijs dat Bergamo sterk was verbonden met wijnbouw. Tot het einde van de elfde eeuw zouden bijna vier vijfde van de bewerkte landbouwgronden wijngaarden zijn geweest. Ook net buiten de stad lag opvallend veel wijngaard, meer dan in veel andere landbouwgebieden rond stedelijke centra. In oude documenten worden wijngaarden bovendien hoger gewaardeerd dan akkers. Niets nieuws onder de zon dus, zou je denken. Alleen woog wijnbouw in die tijd economisch anders door dan vandaag.
Latere bronnen blijven de wijnbouw rond Bergamo vermelden. In de zestiende eeuw wordt gesproken over de vruchtbaarheid van het gebied en over uitstekende wijnen. De valleien van de Brembo en de Serio hadden een reputatie voor zowel rode als witte wijnen.
Bodem en klimaat
Het gebied is heuvelachtig en ligt tussen de Povlakte en de eerste uitlopers van de Alpen in het noorden van de provincie Bergamo. De wijngaarden liggen doorgaans op goed geëxposeerde hellingen en heuvelflanken. Voor druiven bestemd voor rode wijn werd de maximale hoogte bepaald op 600 meter. Voor Chardonnay, Pinot Bianco en Pinot Grigio gaat dat tot 700 meter.
Leuk detail, voor mezelf dan toch, is dat je heel wat detailinformatie over de bodem kan vinden met de lokale benamingen. Dat maakt het wel ingewikkeld, zeker wanneer die bodemsamenstelling zo gevarieerd is.
In de heuvelzone komen onder meer Selcifero Lombardo (kalksteen met silex), Maiolica di Bruntino (fijnkorrelige kalksteen met silex), Sass de Luna (kalksteen en mergel), flyschformaties (afwisselende lagen van zandsteen, mergel en klei), Arenaria di Sarnico (zandsteen), Pietra di Credaro (kalkrijke zandsteen) en alluviale gronden (rivierafzettingen van zand, leem, klei en grind) voor.
In het noordwestelijke deel rond Bergamo overheersen meer schistachtige en kleiige bodems. Richting Lago d’Iseo komen vaker klei en kalksteen naar voren.
Het klimaat wordt meestal omschreven als gematigd continentaal, met invloed van de heuvels en van Lago d’Iseo. Binnen de DOC worden verschillende klimaatzones onderscheiden: de westelijke heuvels, de oostelijke heuvels en de zone rond Trescore Balneario. De oostelijke zone krijgt doorgaans wat meer warmte. Hogere en beter geventileerde percelen bewaren meer frisheid.
Rode wijnen
Valcalepio rosso wordt in hoofdzaak gemaakt van Merlot en Cabernet Sauvignon. Merlot mag tussen 40 en 90 procent van de assemblage uitmaken. Cabernet Sauvignon zit tussen 10 en 60 procent. Daarnaast mag maximaal 15 procent bestaan uit Franconia, Incrocio Terzi n.1, Merera, Rebo en Petit Verdot.
Opmerkelijk is dat de verhouding tussen Merlot en Cabernet Sauvignon in 2025 nog werd aangepast. Voordien moest Cabernet Sauvignon minstens 25 procent van de assemblage uitmaken en mocht Merlot maximaal 75 procent bedragen. Daarmee krijgt Merlot duidelijk meer ruimte binnen Valcalepio rosso.
De reden voor die wijziging ligt mee in de wijngaard. Cabernet Sauvignon blijkt in deze streek gevoeliger voor aantastingen van het houtweefsel, met esca als bekendste voorbeeld. Daardoor kunnen stokken geleidelijk onproductief worden en ontstaan er meer open plekken in de wijngaard.
De wijn moet minstens één jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moeten minstens drie maanden in houten vaten gebeuren. In het glas verwacht je een robijnrode wijn, met een vrij intens aroma en een droge, volle smaak. Donker fruit, pruim, zwarte kers, cassis, kruiden en een lichte vegetale toets van Cabernet Sauvignon.
Voor Valcalepio rosso riserva mogen enkel Merlot en Cabernet Sauvignon worden gebruikt, in dezelfde verhouding als bij de gewone rosso. De rijping is strenger. Valcalepio rosso riserva moet minstens drie jaar rijpen, waarvan minstens één jaar in eikenhout. De wijn mag pas vanaf 1 november van het derde jaar na de oogst op de markt komen.
De kleur kan richting granaat gaan. In de geur krijg je naast donker fruit ook tabak, ceder, leder, specerijen en soms een wat etherische toets. De mond is voller, steviger en meer gestructureerd.
Witte wijnen
Ook bij de witte wijnen staan internationale druivenrassen centraal. Valcalepio bianco wordt gemaakt van Chardonnay en of Pinot Bianco, samen goed voor 55 tot 80 procent. Pinot Grigio vult aan met 20 tot 45 procent. Voor de witte wijn wordt geen verplichte rijpingsperiode opgelegd.
Pinot Bianco zorgt meestal voor frisheid, ingetogen fruit en een rustige structuur. Chardonnay kan wat meer volume, rijper fruit en breedte geven. Pinot Grigio brengt toegankelijkheid, sappigheid en soms een licht kruidige toets.
In het glas mag je een strogele kleur verwachten, met aroma’s van appel, peer, citrus, witte bloemen en soms wat amandel. De mond is droog, harmonieus en vrij herkenbaar.
Passito
Naast de rode en witte wijnen wordt er ook een zoete passitowijn gemaakt. Valcalepio Moscato passito vertrekt van minstens 85 procent Moscato di Scanzo. De resterende 15 procent mag bestaan uit andere druiven die in Lombardije zijn toegelaten.
Ook dit is een recente wijziging in het disciplinare. Vroeger moest de wijn volledig uit Moscato bestaan. Door de verlaging naar 85 procent krijgen producenten iets meer ruimte om het aromatische profiel van de wijn bij te sturen.
De wijn mag pas vanaf 1 april van het tweede jaar na de oogst op de markt komen. Het totaal alcoholgehalte moet minstens 17 procent bedragen. De wijn moet minimaal 30 gram restsuiker per liter bevatten.
De kleur is robijnrood, soms richting cerasuolo met granaatrode reflecties. In de geur verwacht je rijp rood fruit, kersenconfituur, rozen, gedroogde bloemen, kruiden, specerijen en soms wat honing. In de mond is Valcalepio Moscato passito zoet, geconcentreerd en aromatisch.

Filed under: J(ust) F(or) F(un), Vini Italiani | Tagged: bergamo, cabernet sauvignon, chardonnay, doc, giro, Italian wine ambassador, merlot, pinot bianco, Pinot Grigio, valcalepio, wijn, wijnblog, wijnkennis, wineblog, wineblogger | Leave a comment »

















