Bonus: Masterclass Lambrusco

Na artikelen over herkomst, druivenrassen, stijlen, productie en gastronomie bleef er nog één logische slotstap over: Lambrusco opnieuw in het glas brengen. Want hoe volledig een reeks op papier ook kan zijn, uiteindelijk toont deze wijn zijn ware gezicht pas wanneer je hem proeft. Het opzet van deze masterclass was dan ook om Lambrusco in al zijn diversiteit te laten proeven, vertrekkend vanuit zijn meest voorkomende verschijningsvorm: de zoete amabile. Dat is immers nog altijd het beeld dat veel proevers van deze wijn hebben.

Van daaruit bouwde ik verder, met telkens minder restsuiker, om uiteindelijk te eindigen bij beendroge Lambrusco. Zo kregen onze proevers een helder beeld van de richting die Lambrusco vandaag uitgaat en van wat wij graag omschrijven als de moderne Lambrusco.

Tien flessen werden geopend: van amabile tot secco, van frizzante tot spumante, en van metodo Martinotti over metodo ancestrale tot metodo classico, zelfs tot brut nature. Ze stonden allemaal klaar voor een avond die moest aantonen wat we in deze reeks meermaals hebben benadrukt: Lambrusco mag je nooit vereenzelvigen met een eenheidsworst. Dat zeggen is één ding, het ook bewijzen is iets anders.

Voor een bescheiden bijdrage gingen we op zoek naar proevers. Met succes, want wat aanvankelijk als één enkele masterclass was voorzien, groeide al snel uit tot een tweede, eveneens volgeboekte avond. Zelfs dan moesten we nog verschillende geïnteresseerden teleurstellen.

Bij de aanvang stelde ik de deelnemers één eenvoudige vraag: wie lust er graag Lambrusco? Slechts één hand ging de lucht in. Na afloop volgde een tweede vraag: is uw mening over Lambrusco door deze masterclass gewijzigd? Toen gingen alle handen omhoog. Mission accomplished.

De proefnotities:

  1. Cleto Chiarli Centenario – Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC
    100% Lambrusco Grasparossa, vino frizzante amabile, gemaakt volgens de metodo Martinotti en met een restsuikergehalte van om en bij de 50 g/l. Het alcoholpercentage bedraagt 8%.
    De wijn oogt intens karmijnrood, met een levendige mousse die aanvankelijk royaal aanwezig is maar vrij snel terugvalt. In de neus staat het fruit duidelijk centraal, met rijpe rode bessen, kersen en een lichte toets van rood snoepgoed. Het is een wijn die zich meteen herkenbaar en gul toont.
    In de mond zet die stijl zich door met een duidelijk zoet, wat snoeperig karakter. De aanwezige restsuiker geeft de wijn een zachte, ronde aanzet en duwt hem nadrukkelijk in de richting van toegankelijk, eenvoudig drinkplezier. Ook hier domineert het fruit, met vooral rijpe kers, wat braam en een subtiele florale zweem. De zeer minieme pareling houdt de wijn nog enigszins in beweging, al mist hij vooral diepte en lengte. Het geheel blijft vooral trouw aan het profiel van een amabile Lambrusco zoals veel proevers die historisch hebben leren kennen: fruitig, mild en onmiskenbaar zacht van stijl.
  2. Cleto Chiarli Vigneto Cialdini 2024 – Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC
    Vigneto Cialdini is een referentiewijn als het op niet te zoete, oldschool Lambrusco aankomt. Het is een 100% Lambrusco Grasparossa, vino frizzante secco, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn klokt af op 11% alcohol en bevat 12,5 g/l restsuiker.
    Diep donkerrood van kleur, met duidelijke paarse tot violetkleurige reflecties. De mousse is fijner en overtuigender dan bij de eerdere amabile, met meer présence en een beter aansluitend frizzante karakter. In de neus is de wijn rijp van karakter, met aroma’s van braam, zwarte kers en ander donkerrood fruit, aangevuld met een florale toets en een lichte kruidigheid. Het geheel ruikt voller, compacter en duidelijk minder snoeperig.
    In de mond bevestigt hij dat profiel. Hoewel technisch als secco gepositioneerd, blijft er voldoende ronding aanwezig om de wijn zacht te houden, met alsnog een lichtzoete indruk. De aanwezigheid van tannine is duidelijk merkbaar, al kan je die bezwaarlijk stevig noemen. Het fruit staat centraal, met braam en rijpe kers op kop. De wijn bezit een correct evenwicht en heeft voldoende body en lengte, zonder zijn spontane drinkbaarheid te verliezen.
  3. Cantine Lombardini Il Signor Campanone – Lambrusco Reggiano DOC
    Il Signor Campanone is een vino spumante brut op basis van 80% Lambrusco Salamino en 20% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn behaalt 11% alcohol en bevat om en bij de 9 g/l restsuiker.
    Diep robijnrood, met violette schakeringen en een verzorgde mousse. De neus is expressief en vrij verfijnd, met donkere kersen, rijpe pruimen en een kruidige toets die doet denken aan vers gekraakte zwarte peper. Daar doorheen loopt ook iets licht floraals en een subtiele groenige frisheid.
    In de mond combineert hij sappig donker fruit met een licht drogere en ietwat strakkere lijn. De aanzet is vlot en soepel. De zuren houden het geheel levendig en geven de wijn vaart, terwijl een zachte toets van tannine voor wat grip zorgt. In de afdronk duikt nog een licht umami karakter op, wat de wijn net wat interessanter maakt. De spumante stijl geeft de wijn, in vergelijking met frizzante, meer presence en meer profiel. Dat zorgt voor extra karakter en voldoende spanning om te blijven boeien.
  4. Cantina Zucchi Marascone 2024 – Lambrusco di Modena DOC
    Marascone is een vino spumante rosso brut van 100% Lambrusco Salamino, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn bezit 11,5% alcohol en bevat 8 g/l restsuiker. Diep robijnrood, met heldere en levendige schakeringen. De mousse oogt verzorgd. De neus is rijk en behoorlijk complex, met donker bosfruit, braambes en aalbes, aangevuld met zure kers en een frisgroene toets die doet denken aan varens en een vleugje bosgrond. In de mond toont hij zich droog, kernachtig en mooi in balans. Donker bessenfruit en zure kers vormen de kern, met daaronder een frisse zurenstructuur die het geheel draagt. De textuur blijft rond genoeg om de wijn toegankelijk te houden, maar de fijne tannine en het subtiel pittige accent geven hem net wat meer reliëf. De afdronk is opvallend strak en verfrissend, wat mooi contrasteert met de vrij stevige body van de wijn. Dit is een Lambrusco met uitgesproken karakter.
  5. Cantina della Volta Rimosso 2023 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Rimosso is een vino frizzante secco van 100% Lambrusco Sorbara. Het is de eerste wijn die we proeven die gemaakt is volgens de metodo ancestrale. De wijn heeft 11,5% alcohol en bevat 11,5 g/l restsuiker. Door het ontbreken van filtratie blijft een lichte gistroebelheid aanwezig in de fles. Kersenrood, met beperkte violette reflecties. Niet helder door het bezinksel van de gisten. De neus is opvallend expressief en direct, met wilde aardbei, rode bes en een zeer frisse, haast uitbundige fruittoets. Daaronder zit ook, bijna onvermijdelijk, een lichte gisttoets, maar zonder dat dit het fruit wegdrukt. In de mond is hij energiek en een beetje nerveus, met veel framboos en een toets rabarber. Ondanks het iets hogere restsuikergehalte blijven de zuren nadrukkelijk aanwezig. Het geheel is speels, maar bezit tegelijk voldoende karakter om overeind te blijven. Dit is een Sorbara met veel fraîcheur, veel profiel en een levendig karakter. Meteen ook een compleet andere stijl dan de voorgaande wijnen.
  6. Silvia Zucchi In Purezza 2024 – Lambrusco di Sorbara DOC
    In Purezza is een vino spumante brut van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo Martinotti. De wijn bezit 11,5% alcohol en bevat 5,5 g/l restsuiker. Vanaf hier gaan we nadrukkelijk de drogere kant van Lambrusco op.
    Helder licht robijnrood, met levendige reflecties en een fijne, aanhoudende mousse. De neus is strak en zuiver, met rode kers, aardbei, framboos en een florale toets die aan viooltjes doet denken.
    In de mond is hij droog, fris en dynamisch, met een mooie spanning tussen het rode fruit en de levendige zuren. Kers, aardbei en framboos keren terug, ondersteund door subtiele tannine die de wijn net voldoende houvast geeft. De bubbel is duidelijk aanwezig, sluit goed aan bij het rankere profiel van de wijn en versterkt zijn fruitige karakter. De afdronk is hartig, pittig en voldoende lang. Dit is een zuivere en geslaagde interpretatie van Sorbara.
  7. Silvia Zucchi Infondo 2021 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Met Infondo gaan we helemaal de alternatieve weg op. Het is een vino spumante extra brut van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo ancestrale. De wijn bezit 11,5% alcohol en bevat amper 0,5 g/l restsuiker. Bescheiden robijnrood, met paarse schakeringen en een troebele aanblik door het aanwezige depot. De neus is fijn maar uitgesproken, met florale tonen, wilde aardbei, framboos en een lichte gisttoets die doet denken aan broodkorst en brioche. In de mond is hij strak, droog en zeer energiek. Het rode fruit blijft aanwezig, maar krijgt hier duidelijk gezelschap van frisse zuren, gistnuances en een aangename hartige ondertoon. De bubbel is levendig zonder grof te worden en past mooi bij het ranke, ietwat nerveuze profiel van de wijn. Body en zuren houden elkaar knap in evenwicht, terwijl de afdronk lang en harmonieus doorloopt. Dit is een Lambrusco voor liefhebbers van col fondo wijnen, spannend, fris en heerlijk ongepolijst.
  8. Umberto Cavicchioli Rosé del Cristo 2020 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Dit is een verhaal met een hoofdletter. Cavicchioli zette al bij de oogst van 1987 een primeur neer door het cru concept toe te passen. Ze lanceerden toen met de iconische Vigna del Cristo de eerste Lambrusco di Sorbara DOC, een wijn die de wereld liet zien wat dit druivenras waard is. Even later volgde ook deze Rosé del Cristo: een vino spumante brut van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo classico. De wijn bezit 12% alcohol en bevat 7 g/l restsuiker.
    Hiermee zitten we intussen in een nieuwe categorie van Lambrusco wijnen, namelijk de wijnen met een tweede gisting op fles en dus een lange periode van kelderrust: 24 tot 30 maanden voor deze Lambrusco.
    Helder, met opvallend genoeg een zo goed als witte kleur. Het is goed zoeken naar de lichtroze schakering. Fijne, verzorgde mousse. De neus is delicaat maar heel uitnodigend, met rozenbottel, oranjebloesem, aardbei, framboos en citruszeste. In de mond is hij fris, met een zeer mooie structuur. Het rode fruit blijft aanwezig, maar wordt hier meer gedragen door finesse en een duidelijke minerale ondertoon. De bubbel is fijn geïntegreerd en sluit perfect aan bij het ranke, zuivere profiel. De afdronk is lang, zuiver en licht ziltig. Dit is een Lambrusco van grote klasse, compleet afwijkend van het klassieke beeld, en een wijn die je waarschijnlijk zelden spontaan als Lambrusco zou herkennen.
  9. Paltrinieri Grosso 2021 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Met de Grosso van Paltrinieri gaan we helemaal de droge kant uit. Het is een vino spumante dosaggio zero van 100% Lambrusco di Sorbara, gemaakt volgens de metodo classico. De wijn bezit 12% alcohol en bevat 0,5 g/l restsuiker. Hij rijpt 24 maanden op de lies, gevolgd door nog eens 6 maanden flesrijping.
    Heel bleek van kleur, met een lichte oranje (je bestempelt dit nooit als een rosso) schijn en een fijne, aanhoudende mousse. De neus is verleidelijk en verfijnd, met perziksorbet, citrusolie, nectarine en wilde aardbei, aangevuld met een stenige, licht rokerige mineraliteit. Alles ruikt rank en zeer zuiver, met een aanstekelijk bouquet.
    In de mond glijdt hij opvallend soepel binnen, maar meteen volgen de zuren en de strakheid. Rijp boomgaardfruit, rode bes en een duidelijke ziltige mineraliteit vormen de kern, terwijl in de achtergrond ook iets van groene appel en een lichte amandeltoets opduikt. De wijn is strak, verticaal en bijzonder zuiver, met een frisse citrus finale die lang blijft nazinderen. Dit is een Sorbara van grote klasse: verfijnd, energiek en messcherp in zijn stijl.
  10. Cantina della Volta Rosé 2018 – Lambrusco di Sorbara DOC
    Ondanks het iets hogere restsuikergehalte van 5,5 g/l dan bij de vorige wijn, kreeg deze Lambrusco bewust de slotpositie. Het is een vino spumante brut van 100% Lambrusco Sorbara, gemaakt volgens de metodo classico. De wijn bezit 12,5% alcohol. Met het oogstjaar 2018 wilde ik ook aantonen dat Lambrusco wel degelijk rijpingspotentieel kan hebben. De rijpingsperiode sur lattes bedraagt hier zelfs 60 maanden.
    Zacht lichtroze van kleur, met een fijne mousse en een aanhoudende, ragfijne pareling. De neus is rijk en verfijnd, met framboos, bosaardbei, witte aardbei, roos, wilde bloemen en een toets granaatappel, aangevuld met wat citrus en een lichte kruidigheid. Alles ruikt bijzonder aangenaam, complex zelfs, maar vooral heel uitnodigend.
    In de mond komt hij verfijnd en ziltig over, met een mooie spanning tussen rijp rood fruit, frisse zuren en een subtiel bittertje. Framboos, wilde aardbei, granaatappel en wat roze pompelmoes keren terug, terwijl ook iets van blanke amandel voor extra diepte zorgt. De bubbel is zijdezacht geïntegreerd en ondersteunt een wijn die tegelijk rank en intens overkomt. De afdronk is lang, droog, verfijnd en bijzonder watertandend. Dit is een uitzonderlijke Lambrusco, een gerijpte Sorbara die toont hoe serieus en veelzijdig deze wijnstijl kan zijn. Een meer dan waardige afsluiter van een uiterst boeiende degustatie.

Lambrusco Grasparossa: donker, krachtig en tanninerijk

Na Sorbara en Salamino komt Grasparossa. Dit is de Lambrusco die meteen ernst op tafel zet: donkerder van kleur, meer extract, meer tannine en een afdronk met duidelijke grip. Zelfs de naam verraadt het karakter. Grasparossa verwijst naar de rood verkleurende trossteel en de kleine bessensteeltjes, een wijngaarddetail dat je eens gezien niet snel vergeet.

In een proeverij is dit voor mij het glas dat mensen het meest zullen associëren met Lambrusco. De kleur voldoet aan het verwachte beeld. De stevig opkomende schuimkraag versterkt dat nog. Misschien heb je in je gedachten dat je een lichte en speelse Lambrusco hebt, maar de realiteit is een sprankelende rode met drive en structuur. Het hardnekkige cliché van goedkoop en simpel zal je heel zeker treffen, maar je kan het snel doorbreken door een glas amabile naast een glas secco te presenteren. Je merkt direct het verschil, terwijl het Lambrusco beeld wel degelijk overeind blijft.

Persoonlijk zal je me minder vaak naar een Grasparossa zien grijpen en zal ik bijna steeds het lichtere en frivolere van een Sorbara verkiezen. Uiteraard is dit een persoonlijke voorkeur en is het iedereen toegestaan om hierin zijn eigen weg te kiezen. Toch merken we dat er de voorbije jaren in Castelvetro zichtbaar iets verschoven is. Er wordt minder over volume gesproken en meer over percelen, oogstmoment en precisie. Die beweging levert flessen op die ook buiten de regio erkenning krijgen en ze trekt de stijl mee richting droger, met een groeiende aandacht voor Metodo Classico.

Castelvetro, waar de druif haar kracht vindt

Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC hoort bij de provincie Modena, met Castelvetro als kern. Je zit net ten zuiden van de stad Modena, op de overgang van de vlakkere Po omgeving naar de eerste heuvelruggen van de Apennijnen. Het gebied is dus geen klein postzegeltje rond één dorp. Het omvat het volledige grondgebied van dertien gemeenten in Modena en ook een deel van de gemeente Modena zelf. Denk aan plaatsen als Castelvetro, Maranello, Sassuolo, Formigine, Fiorano, Vignola en Spilamberto, naast nog een reeks omliggende gemeenten.

Het disciplinare beschrijft de afbakening bijna alsof je er te voet omheen kan lopen. Binnen die contouren zit net de overgang die voor Grasparossa zo bepalend is. Beneden vind je bredere, zachtere zones die sneller naar rijp fruit en rondeur sturen. Hogerop, richting de eerste heuvels, krijg je meer reliëf, meer expositie en vaker betere afwatering. Dat vertaalt zich in de wijn naar donkerder fruit, meer kruidigheid en een compacter mondgevoel.

Bodem speelt mee. In en rond Castelvetro wordt vaak gewezen op klei en kleileem. Klei houdt water vast en kan in warme zomers tegelijk buffering en stress geven, wat concentratie ondersteunt. Grasparossa profiteert daarvan, mede door zijn dikke schil, die bijdraagt aan kleurintensiteit, structuur en tannine. Voeg daar de lokale keuken aan toe en de logica wordt compleet. Prosciutto di Parma, Parmigiano Reggiano, ragù en balsamico uit Modena vragen om wijn die fris genoeg blijft, maar tegelijk structuur genoeg heeft. Castelvetro levert precies dat soort Lambrusco.

De spelregels voor Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC

De vastgelegde spelregels voor Lambrusco Grasparossa di Castelvetro zijn er met een duidelijke bedoeling: ervoor zorgen dat je in het glas altijd Castelvetro herkent, ook wanneer producenten andere keuzes maken in vinificatie en restsuiker. Je krijgt marge voor stijl, maar binnen vaste krijtlijnen.

Voor de wijngaard vertrekt men van de lokale realiteit. De omstandigheden en teeltwijze moeten passen bij wat in de zone gebruikelijk is en moeten kwaliteit ondersteunen. Irrigatie is niet verboden, wel beperkt tot noodsituaties. Aanplant, geleidingssysteem en snoei moeten aansluiten bij wat in de streek gangbaar is.

Opbrengst is strak afgelijnd. Zowel voor frizzante als spumante ligt de maximale opbrengst op 18 ton druiven per hectare. In zeer gunstige jaren bestaat er een beperkte tolerantie.

In de kelder hanteert men het principe van toegelaten en gangbare praktijken. Traditionele hergisting hoort daarbij en is zelfs essentieel voor het profiel. Belangrijk is ook de geografische verankering. Vinificatie, prise de mousse, stabilisatie, dosage, botteling en conditionering moeten in de provincie Modena gebeuren.

Wat de stijl betreft is de DOC expliciet gebouwd rond twee families. Frizzante en spumante, in rosso en rosato. Beide mogen verschillende zoetheidsniveaus hebben. Bij frizzante loopt dat van secco tot dolce, bij spumante van brut nature tot dolce. Het disciplinare legt daarnaast minimale potentiële alcoholwaarden vast bij vrijgave, 10,5 procent voor frizzante en 11 procent voor spumante, en het bewaakt basisparameters zoals minimale zuren en minimale extractwaarden. De vermelding van het restsuikerprofiel is verplicht, zowel bij frizzante en bij spumante volgens de wettelijke categorieën.

De herkenningspunten in het veld

Grasparossa heeft een sterke visuele handtekening door de link met de rood verkleurende takjes en steeltjes. Vooral later in het seizoen vallen deze rode tinten visueel heel duidelijk op. In de herfst kleurt het blad immers opvallend roodachtig, een mooi detail dat opnieuw bij de naam aansluit.

Ook de jonge groei heeft typische kenmerken. De scheuttop oogt bleekgroen met een donzige indruk en krijgt later vaak een bronsachtige schijn. Ranken zijn meestal tweedelig en keren in een regelmatig patroon terug. De bloemen zijn normaal en zelfbestuivend, wat een stabiele vruchtzetting ondersteunt.

Het blad is middelgroot en meestal rond tot vijfhoekig, vaak drielobbig. De bladsteelinsnijding is doorgaans smal en V-vormig, met beperkte laterale insnijdingen. De bovenzijde oogt donkerder en mat, de onderzijde toont lichte beharing, met kleine haarplukjes bij de nerven.

De tros is middelgroot en piramidaal, geregeld met een schouder of vleugeltje. In percelen waar men op kwaliteit mikt, zie je vaak graag een wat lossere tros, omdat dat de rijping gelijkmatiger maakt en de druiven beter laat ventileren. De bessen zijn middelgroot en eerder subovaal. De schil is dik en stevig, met een blauwzwarte kleur en een duidelijke waslaag. Dat schilmateriaal is cruciaal. Het levert kleurintensiteit, fenolen en dus tannine, precies de bouwstenen die Grasparossa in het glas zijn stevige profiel geven.

Hij rijpt meestal laat, vaak eind september tot begin oktober. De plant is vitaal en kan overvloedig en vrij constant produceren. Dat maakt selectie, snoei, groenwerk en opbrengstbeheersing extra belangrijk wanneer men mikt op een wijn met meer complexiteit en een verfijnde structuur.

Een herkenbaar glas

Begin bij het visuele. Grasparossa schenkt robijnrood tot diep robijn, vaak met violette reflectie wanneer hij jong is. Bij frizzante zie je een levendige pareling met een vlotte, schuimige indruk. Bij spumante is de mousse doorgaans fijner en aanhoudender, afhankelijk van de gekozen methode.

Ga dan naar de neus. Verwacht donker fruit, braam en zwarte kers staan vaak vooraan, met pruim en soms ook zwarte bes. Kruidigheid duikt geregeld op, denk aan zwarte peper of gedroogde kruiden. Bij rijpere versies kan ook een lichte aardse toets opduiken, terwijl de fruitkern mooi overeind blijft.

In de mond is de herkenning het duidelijkst. Tannine is merkbaar en geeft grip, vaak met een licht bittertje in de finale dat de afdronk strakker maakt. Zuren zorgen voor spanning en houden de wijn verteerbaar. Het evenwicht tussen bubbels, fruit, tannine en eventuele restsuiker is de plek waar producenten hun stijl tonen. Droge versies proeven compacter en strakker, zachtere versies tonen meer ronding, en laten die typische coca cola indruk na.

Een praktische proefstap helpt. Proef meteen na het inschenken en proef opnieuw na vijf minuten. Vaak worden fruit en kruidigheid opener, de mousse rustiger, de tannine beter geïntegreerd. Dat tweede moment toont meestal het echte evenwicht. Grasparossa is dus echt herkenbaar in het glas, op kleur en structuur.

Proef en vergelijk

Grasparossa maakt de reeks over de drie belangrijkste Lambrusco variëteiten compleet. Sorbara zet in op spanning en finesse, Salamino brengt sappigheid en balans, Grasparossa voegt structuur en karakter toe. Je proeft het meteen in kleur en fruitdruk, en vooral in tannine, die het glas grip geeft tot in de finale.

De beste manier om dit te begrijpen is vergelijken. Schenk de drie naast elkaar, het liefst in dezelfde stijl. Neem bijvoorbeeld een spumante brut volgens de metodo Martinotti. Proef in korte stappen. Kijk eerst naar kleur en schuim, ga dan naar het fruitregister, en eindig bij mondgevoel en afdronk.

Zet er vervolgens eten bij en het kwartje valt nog sneller. Parmigiano Reggiano met een paar druppels balsamico, Prosciutto di Parma, of tagliatelle al ragù, maakt meteen duidelijk waarom deze wijnen zo goed aan tafel passen. De bubbels maken het vet lichter, het fruit blijft aanwezig, de structuur draagt het geheel.

Of het nu Grasparossa, Salamino of Sorbara is, serieuze Lambrusco is gemaakt om te plezieren, tijdens een aperitivo met lekkernijen uit Emilia.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Inleiding – Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago
  2. Wat is Lambrusco? De comeback van een vergeten icoon
  3. Lambrusco – Van wilde wijnstok tot klassieker
  4. Emilia-Romagna en Mantova: het decor waar Lambrusco zijn karakter vindt
  5. Lambrusco vandaag: hoe vinificatie de stijl bepaalt
  6. Lambrusco en zijn twaalf apostelen
  7. Sorbara: de verfijnde, florale expressie van Lambrusco
  8. Salamino, de fruitige evenwichtskunstenaar van Lambrusco

Lambrusco en zijn twaalf apostelen

We zijn ondertussen al een heel eind gevorderd in onze verkenning van Lambrusco. We kennen de boeiende geschiedenis van deze ‘wilde’ druivenstok, we weten waar de wijngaarden liggen en hoe de wijn gemaakt wordt. Maar tot op heden hebben we Lambrusco bijna uitsluitend onder één noemer besproken. Technisch gezien is dat natuurlijk onjuist, want wie “Lambrusco” zegt, bedoelt zelden één druif. In wezen gaat het om een familie van autochtone variëteiten uit Emilia-Romagna (met een uitloper richting Mantova), die, afhankelijk van herkomstbenaming en producent, solo of in assemblage worden gebruikt.

In deze aflevering focussen we op de Lambrusco-familie als geheel. Je krijgt een leesbare stamboom en een overzicht van de belangrijkste variëteiten. De drie “A-spelers”, Sorbara, Salamino en Grasparossa, noemen we uiteraard, maar we laten ze hier bewust grotendeels liggen: die verdienen hun eigen artikels.

De Lambruschi-familie

Historisch was “Lambrusco” een verzamelnaam voor lokale, vaak wat wild ogende druiven die uitstekend gedijden op de vruchtbare vlaktes rond Modena en Reggio Emilia. Pas met modern ampelografisch en genetisch onderzoek werd duidelijk dat het niet om één druif gaat, maar om een cluster van nauw verwante variëteiten. Sommige zijn duidelijk als ouder en kind te koppelen; andere zijn eerder “neven en nichten”, zonder dat we vandaag een sluitend ouderpaar kunnen aanwijzen.

Wanneer we het over Lambrusco hebben als druif (en niet als wijnstijl), verwijst de naam dus niet naar één ras. In de praktijk circuleren er zelfs meer dan zestig Lambrusco-benamingen of -types. Niet al die namen zijn echter even relevant in de wijngaard of in de kelder. Voor het kwaliteitsverhaal kunnen we het veld herleiden tot een twaalftal sleutelvariëteiten: Sorbara, Salamino, Grasparossa, Foglia Frastagliata, Barghi, Maestri, Marani, Montericco, Oliva, Viadanese, Benetti en Pellegrino.

Lambrusco is doorheen de tijd uitgegroeid tot een echte druivenfamilie, met herkenbare genetische banden tussen een belangrijk deel van deze sleutelvariëteiten. Precies daarom spreken we correcter van Lambruschi. Een familie betekent dat de variëteiten dezelfde naam dragen én genetisch aan elkaar verwant zijn. “Lambruschi” dus. Een andere veel voorkomende naam in Italië, Trebbiano bijvoorbeeld, is géén familie maar een groep. Dat betekent: de variëteiten dragen dezelfde naam, maar ze zijn genetisch niet (of niet noodzakelijk) verwant. Trebbiano di Toscana, Trebbiano di Soave en Trebbiano Spoletino delen vooral een stuk van hun naam, niet hun DNA.

Een vaak voorkomend misverstand is dat Lambrusco verwant zou zijn aan de Amerikaanse soort Vitis labrusca. Dat is niet het geval: Lambrusco behoort tot de Europese wijnstoktraditie (Vitis vinifera) en staat los van Vitis labrusca.

Een poging tot stamboom

Een volledige stamboom van Lambrusco bestaat niet. Eeuwen van lokale selectie, spontane kruisingen en een flinke dosis naamverwarring hebben nu eenmaal sporen nagelaten. Toch laat modern DNA-onderzoek toe om enkele duidelijke lijnen te trekken, waardoor het geheel minder mistig wordt. Je ziet daarbij geen één allesverklarende stamvader, maar wel een paar sturende knooppunten die telkens opnieuw opduiken in de verwantschap tussen verschillende Lambruschi. Denk dus eerder aan een verwantschapskaart dan aan een klassiek genealogisch schema.

Belangrijk om mee te nemen: zo’n genetische kaart vertelt iets over verwantschap, niet automatisch over belang. De “grote drie”, Sorbara, Salamino en Grasparossa, blijven de hoofdrolspelers, maar ze laten zich niet allemaal even netjes langs éénzelfde DNA-corridor in een pijlenschema tekenen. Salamino duikt bijvoorbeeld wél in een duidelijke verwantschapslijn op; Sorbara en Grasparossa markeer je eerder als centrale referentiepunten binnen de familie, ook wanneer de genetische lijnen in de literatuur minder eenduidig of minder compact worden voorgesteld.

Eén van de knooppunten die wél herhaaldelijk terugkomt in genetische studies is Besgano nero. Die oudere variëteit fungeert als een soort familie-anker: niet als fundament van de hele Lambrusco-wereld, maar wel als cruciale schakel achter meerdere leden van de genetische kern. Vanuit Besgano nero vertrekken duidelijke lijnen naar Benetti, Barghi en Marani, en er zijn ook genetische verbanden met Salamino en Oliva. Precies dat verklaart waarom Lambrusco ondanks familiebanden nooit één smaakprofiel wordt: verwantschap creëert herkenbare trekken, maar geen uniformiteit.

Naast deze Besgano-nero lijn zie je binnen de genetische kern ook variëteiten die een eigen traject volgen. Maestri verschijnt bijvoorbeeld als een duidelijke aparte lijn en is net daarom zo relevant: hij brengt vaak een heel ander gewicht in het glas en kan een blend letterlijk “optillen” in kleur en structuur. Dat soort zijpaden tonen mooi aan dat zelfs binnen één familie de karakters uiteen kunnen lopen.

Daarnaast blijven er binnen de klassieke sleutelset namen die in de praktijk sterk met Lambrusco verbonden zijn, maar die je beter niet te hard in hetzelfde ouder-kind schema duwt. Montericco en Pellegrino passen voor veel auteurs in dat vakje: ze horen thuis in het Lambrusco-verhaal en worden vaak als sleutelvariëteiten vermeld, maar hun exacte positie in de genetische puzzel laat zich minder vlot in één duidelijke pijl gieten.

Tot slot zijn er variëteiten die in stijl en historiek zeer herkenbaar zijn, maar waarbij een te strak schema vooral nuance kapotmaakt. Foglia Frastagliata is zo’n geval: een uitgesproken identiteit, maar niet handig te reduceren tot één simpele afstammingslijn. Hetzelfde geldt voor Viadanese, dat regionaal sterk verankerd is richting Lombardije en Mantova en binnen het Lambrusco-spectrum een eigen traject en accent bewaart.

Zo krijg je een stamboom die niet pretendeert elk draadje perfect te ontwarren. Tegelijk toont ze ook waar de puzzel nog open ligt: van twee hoofdrolspelers, Sorbara en Grasparossa, is het ouderschap in de beschikbare studies niet op dezelfde manier strak in één ouder-kindlijn vast te zetten als bij sommige andere Lambruschi. Sorbara blijft in dat opzicht een kernlid met een nog niet sluitend ingevuld ouderpaar, terwijl Grasparossa wel duidelijk binnen de Lambrusco-verwantschap valt maar een andere genetische route volgt dan de Besgano-nero corridor. Over één punt bestaat wél brede overeenstemming: zowel Sorbara als Grasparossa tonen genetische verwantschap met de Lambrusco-cluster en worden als volwaardige leden van de familie beschouwd.

De negen bijrolspelers!

1. Lambrusco Marani

Lambrusco Marani is in de wijngaard herkenbaar als een groeikrachtige variëteit met een middelhoge tot hoge productie. Doordat de basale knoppen doorgaans goed vruchtbaar zijn, verdraagt hij ook een korte snoei. Hij voelt zich het best in vruchtbare omstandigheden met diepe, goed drainerende bodems en voldoende warmte. Dat verklaart waarom Marani vandaag vooral voorkomt in het noordoosten van de provincie Reggio Emilia en, in mindere mate, in vergelijkbare zones van Modena, maar ook nog terug te vinden is rond Parma en richting Mantova. Het uitlopen gebeurt gemiddeld, de rijping is middel- tot laat en valt meestal eind september tot begin oktober. Qua gevoeligheden toont hij een normale weerbaarheid tegen de klassieke wijnbouwproblemen, met in sommige situaties zelfs een opvallend goede tolerantie voor botrytis. Dat Marani al sinds de 19de eeuw rond Reggio Emilia wordt vermeld, onderstreept vooral hoe stevig hij historisch in die zone verankerd is.

Qua kleur toont Marani zich meestal levendig robijnrood, eerder helder dan diep. Die relatief lichte kleur maakt hem niet alleen geschikt voor rode Lambrusco’s, maar ook voor witte vinificatie (Lambrusco bianco) en voor mousserend. Zijn aciditeit ligt vaak vrij hoog: ze geeft extra glans aan de kleur en brengt een licht ziltige toets naar voren. Tegelijk blijft de tannine doorgaans bescheiden. In vergelijking met Lambrusco Maestri is Marani meestal minder tanninerijk en minder “vlezig”, waardoor het mondgevoel lichter kan uitvallen en in sommige jaren een vegetale toets kan opduiken. In de neus blijft het profiel fijn en delicaat, met fruittonen van marasca, ribes en zwarte bes en een florale lijn waarin viooltjes centraal staan, aangevuld met nuances van iris en pioenroos. Wanneer hij goed gemaakt is, kan Marani opvallend verfijnd, helder en sappig zijn, met een mooie kern van zwarte bes en rode kers.

Binnen Reggiano DOC Lambrusco geldt hij als een belangrijke pijler, vooral in assemblage met andere Lambruschi. Net door zijn frisse zuurstructuur en milde tannine werkt hij in blends als een betrouwbare “middenmotor”: hij brengt balans, rondt af en geeft het geheel een stabiel smaakcentrum. Tegelijk zijn de aanplantingen teruggelopen omdat moderne producenten vaker herplanten met de rijkere en fruitigere Lambrusco Maestri.

2. Lambrusco Maestri

Lambrusco Maestri wordt traditioneel gelinkt aan de provincie Parma, met als historische verwijzing het gebied rond Villa Maestri bij San Pancrazio. Vandaag ligt zijn zwaartepunt echter in Reggio Emilia, met een uitgesproken aanwezigheid in het westen van de provincie, onder meer rond Montecchio, Boretto en Gualtieri. Tegelijk is Maestri opvallend aanpasbaar: je vindt hem dan ook buiten Emilia, zelfs tot in Puglia. Hij kan zowel op minder vruchtbare hellingen als op rijkere vlaktegronden gedijen, al presteert hij vaak het best wanneer de bodem niet té weelderig is. In de wijngaard toont hij een goede weerstand tegen de belangrijkste problemen zoals peronospora en oïdium, terwijl hij voor botrytis vaak gevoeliger blijkt. Het uitlopen gebeurt gemiddeld; de rijping is eerder laat en valt meestal eind september tot begin oktober.

Maestri combineert een hoge groeikracht met een hoge productiviteit en heeft meestal een goede vruchtbaarheid van de basale knoppen, waardoor korte snoei mogelijk is (al blijkt die aanpak niet altijd de beste keuze om kwaliteit te sturen). In het glas is het profiel meteen duidelijk: Maestri is vaak de meest intens gekleurde Lambrusco, met een donker robijnrode tot paarsgetinte kleur en uitgesproken paarse reflecties. Hij levert wijnen met meer body en een stevigere tanninestructuur, maar kan tegelijk opvallend fruitig, rond en onmiddellijk aantrekkelijk overkomen. Aromatisch kan het spectrum breed zijn: donkere pruim en rijpe zwarte kers vormen vaak de kern, geregeld aangevuld met een romige toets die aan melkchocolade doet denken, een florale lijn van viooltjes en, bij bepaalde stijlen, een speels snoepjesachtig accent dat aan kauwgom of druivensnoep doet denken. Wanneer hij goed gemaakt is en de opbrengsten worden getemperd, worden de aroma’s zuiverder en duidelijker afgelijnd, met heldere tonen van kers en wilde bosbessen naast de viooltjesgeur.

In assemblage is Maestri een echte bouwsteen. Door zijn kleur en fruit wordt hij vaak ingezet om blends meer diepte en aantrekkingskracht te geven. Hij werkt mooi samen met Lambrusco Salamino en kan ook gebruikt worden om Lambrusco di Sorbara meer kleur te bezorgen. Opvallend is dat Maestri in verschillende wijngaardzones terrein heeft gewonnen ten opzichte van Marani: zijn aanpasbaarheid en zijn rijkere fruitprofiel maken hem voor moderne producenten een logische keuze bij heraanplant.

3. Lambrusco Oliva

Lambrusco Oliva is vandaag eerder zeldzaam, al genoot hij in het verleden een zekere bekendheid. Hij werd lange tijd geassocieerd met Lambrusco Oliva Grosso, in de volksmond ook wel Lambruscone genoemd, een wijn die vooral op het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw naam maakte. Die “Lambruscone” wordt in oorsprong soms gelinkt aan Lambrusco di Fiorano, wat mee verklaart waarom de naam Oliva vandaag af en toe tot verwarring leidt. Oliva dankt zijn naam aan de elliptische, olijfachtige vorm van de bes. Je komt hem vandaag nog sporadisch tegen in oude aanplantingen.

In de wijngaard is Oliva een uitgesproken rustieke en breed inzetbare variëteit. Hij kan zich aanpassen aan uiteenlopende omstandigheden, zelfs op erg vruchtbare bodems, op voorwaarde dat je zijn natuurlijke groeikracht actief onder controle houdt. Hij draagt al goed aan de eerste knoppen, waardoor korte snoei mogelijk is. In de praktijk vraagt hij echter nuance, want de productie is niet altijd constant en de scheuten kunnen vrij fragiel zijn. De rijping valt meestal in de tweede helft van september. Oliva heeft bovendien een hekel aan overdreven natte lentes en toont gevoeligheid voor zowel oïdium als peronospora.

In het glas kan Oliva daarentegen bijzonder aantrekkelijk uitpakken. Hij geeft een rijk gekleurd robijnrood met een goede intensiteit en paarse reflecties. De neus wordt vaak omschreven als intens, fijn en complex, met duidelijke tonen van rood bessig fruit, kers en kruidigheid. In de mond blijven aciditeit en astringentie relatief beperkt, terwijl de structuur goed aanwezig is. De tannine is licht, het geheel blijft evenwichtig, en volgens sommigen vertoont het smaakprofiel raakvlakken met Lambrusco Salamino.

Oliva duikt geregeld op in het overzicht van Lambrusco-variëteiten, maar je ziet hem minder vaak als monocepage op het etiket. Net in assemblage kan hij daarom nuttig zijn: zijn fruitige, milde karakter en zachte tannine helpen strengere componenten afronden.

4. Lambrusco Montericco

Lambrusco Montericco wijkt, qua uiterlijke kenmerken, duidelijk af van de andere Lambruschi. Oorspronkelijk stond hij bekend als Selvatica di Montericco en men gaat ervan uit dat hij afkomstig is uit de omgeving van Montericco di Albinea, in de provincie Reggio Emilia. Er zijn aanwijzingen dat hij er al sinds de 19de eeuw wordt aangeplant, met een historische band tussen Broletto en Montericco. Vandaag duikt hij ook elders in de provincie Reggio Emilia op, al blijft zijn natuurlijke biotoop vooral het heuvelachtige reggiano, bij voorkeur in minder vruchtbare omstandigheden.

Zijn verspreiding en reputatie worden mee bepaald door een uitgesproken neiging tot millerandage: trossen met zeer kleine, vaak verder uit elkaar staande bessen. Daarbij blijft de kleurvorming soms achter, omdat de bessen niet altijd volledig “op kleur” komen. Het gevolg is dat de wijnen minder kleurintensiteit halen dan je van Lambrusco verwacht en vaker naar lichtere, blekere roodtinten neigen. Het uitlopen is gemiddeld, maar de rijping is laat: vaak tussen 5 en 15 oktober. Montericco is bovendien geen uitgesproken groeikrachtige plant: hij groeit minder krachtig dan veel andere Lambruschi en heeft een vrij rechtopgaande groeiwijze. De vruchtbaarheid van de onderste knoppen start pas vanaf de tweede tot derde knop, waardoor hij minder vanzelfsprekend is voor extreem korte snoei.

In het glas zie je de gevolgen van die millerandage en de late, soms onvolledige kleurontwikkeling: de wijn blijft robijnrood maar niet erg intens en kan soms richting kersachtig lichtrood (bijna rosé) neigen. De structuur is gemiddeld, met een levendige zuurgraad en een lage tanninestructuur, wat de wijnen bijzonder doordrinkbaar maakt en meteen verklaart waarom Montericco ook interessant kan zijn voor mousserende stijlen. Aromatisch blijft het profiel delicaat, met fruittonen van braam en bosvruchten, aangevuld met florale accenten die aan rozenbottel en viooltjes doen denken.

5. Lambrusco Viadanese

Lambrusco Viadanese staat ook bekend onder het synoniem Groppello Ruberti. De naam verwijst naar de gemeente Viadana in Mantova, waar de variëteit vandaag het sterkst aanwezig is, naast aanplantingen in de lagere vlaktes van Reggio Emilia. Het synoniem Groppello Ruberti wordt vaak verklaard als een eerbetoon aan de agronoom Ugo Rubelli, die de druif op het einde van de 19de eeuw zou hebben geïdentificeerd, geselecteerd en mee verspreid. Daarmee is Viadanese meteen het geografische buitenbeentje binnen de Lambruschi: sterker verankerd rond Viadana en Mantova dan rond de klassieke Modena/Reggio-kern.

In de wijngaard toont Viadanese een goede groeikracht en een betrouwbare productiviteit. De eerste echt vruchtbare scheuten verschijnen meestal pas vanaf de tweede tot derde knop, waardoor hij minder geschikt is voor heel korte snoei en beter functioneert met jaarlijks te vernieuwen hout, zoals bij Guyot. Daarbij is enige voorzichtigheid nodig, want de scheuten kunnen breekbaar zijn en bij overbelasting kan de opbrengst terugvallen. Viadanese doet het vaak goed op bodems met een gemiddelde vruchtbaarheid, bij voorkeur met een kleiige inslag, zelfs wanneer die gronden zwaarder aanvoelen. Het uitlopen gebeurt gemiddeld; de rijping is middel- tot laat en valt meestal eind september tot begin oktober. Zijn rustieke karakter geeft hem bovendien een zekere tolerantie tegenover de belangrijkste schimmelziekten.

In het glas levert Viadanese een diep robijnrood met veel glans. Het profiel is stevig, met een goede zuurgraad en een merkbare tanninestructuur, maar tegelijk meestal afgerond en harmonieus van bouw. Aromatisch is hij mooi intens, met typische accenten van kers, amarena en braam, aangevuld met florale toetsen die vaak aan viooltjes doen denken. Stilistisch kan hij een iets andere toon zetten, met geregeld meer nadruk op rijper fruit en een rondere textuur, afhankelijk van opbrengst en vinificatie. Daardoor past hij goed in Lambrusco’s die een soepel, gul profiel nastreven.

6. Lambrusco Foglia Frastagliata

Lambrusco Foglia Frastagliata is binnen de Lambruschi een opvallende buitenstaander qua herkomst. Zijn domesticatie zou waarschijnlijk hebben plaatsgevonden op de morenische gronden tussen de Adige rivier en het Gardameer. Dat verklaart meteen zijn zwaartepunt: hij komt vooral voor in Trentino en in het Veronese, terwijl hij in de twee klassieke Emiliaanse provincies slechts marginaal aanwezig is. De naam is zeer letterlijk en verwijst naar de sterk ingesneden, breed uitgewaaierde bladeren met uitgesproken “sinussen”.

Foglia Frastagliata toont vaak een minder uitbundige groeikracht dan veel Lambruschi uit de vruchtbare vlaktezones rond Modena en Reggio. Hij kan zich wel aanpassen aan vruchtbare bodems, maar verkiest lichtere, lossere gronden met een grotere zandcomponent. Het uitlopen gebeurt laat, wat hem vaak helpt om aan voorjaarsvorst te ontsnappen. Ook de rijping schuift laat op: meestal in de eerste tien dagen van oktober. In de wijngaard geldt hij als een rustieke variëteit met een goede ziekteweerstand. De vegetatie groeit half rechtop en de tweede knop is vruchtbaar, wat hem in de praktijk vrij flexibel maakt in snoei en leivorm.

In het glas geeft Foglia Frastagliata vaak een rood-violette kleur met paarse reflecties. De structuur is goed, met een frisse indruk, een licht hartige toets en weinig astringentie. Aromatisch blijft het profiel uitgesproken “rustiek”, met licht vegetale accenten van wilde bloemen en viooltjes, aangevuld door fruittonen van braam, kers en bosvruchten. In de beste rijpingsjaren kan daar zelfs een nuance van gedroogd fruit bij komen, zoals pruim. Dan toont hij ook een verrassend mooie, aanhoudende geur- en smaaklengte. In assemblage waarderen wijnmakers hem omdat hij frisheid en structuur kan brengen zonder dat de wijn mager wordt: hij maakt het geheel strakker, tekent de structuur en voegt aromatische nuance toe.

7. Lambrusco Benetti

Lambrusco Benetti geldt als een vitigno minore: een minder verspreide Lambrusco die vooral voorkomt in het Modenese, met een zwaartepunt rond Campogalliano en Carpi. De eerste beschrijvingen dateren uit 1945, wat Benetti tegelijk een relatief laat gedocumenteerd, maar wel duidelijk autochtoon karakter geeft binnen die lokale context.

In de wijngaard is Benetti een rustieke, groeikrachtige en productieve variëteit, met één duidelijke zwakke plek: hij verdraagt droogte minder goed. De vruchtbaarheid van de onderste knoppen is goed, waardoor korte snoei mogelijk is. Hij start vroeg in het seizoen, maar de rijping verloopt traag en lang: theoretisch is hij begin oktober rijp, al loont het vaak om nog wat langer te wachten met oogsten. Die extra tijd aan de stok is net functioneel: Benetti heeft relatief weinig kleurstoffen in de schil, en een langere rijping helpt om meer kleur en een rijpere expressie te ontwikkelen. Praktisch is er nog een voordeel: net omdat Benetti later kan worden geplukt, kan hij helpen om de oogstplanning in de kelder te spreiden.

De trossen zijn gemiddeld los, wat hem toleranter maakt tegenover rot en hem in sommige contexten interessant maakt voor biologische teelt. In het glas levert Benetti een helder robijnrood met paarse reflecties. De neus is intens en aangenaam, met een duidelijke florale component. In de mond toont hij een evenwichtige, middelmatige structuur, gedragen door een opvallend hoge zuurgraad. Het smaakprofiel kan een licht bittertje hebben, wat hem een strakker einde geeft. Door het voorkomen van onregelmatig rijpende bessen binnen de tros kan Benetti bovendien ook richting rosé-stijlen werken, waar minder extract en kleurintensiteit net een voordeel kunnen zijn.

Benetti is zo’n klein puzzelstukje dat je zelden als hoofdrolspeler ziet, maar dat in assemblage wél betekenis krijgt. Hij ondersteunt blends met frisheid en structuur, kan het geheel strakker aflijnen en blijft tegelijk een handig instrument door het vaak iets latere plukvenster. In de kelder is hij dus meer de stille kracht: nuance, samenhang en bovendien inzetbaarheid voor rosato.

8. Lambrusco Barghi

Lambrusco Barghi heeft in Reggio Emilia een duidelijke historische voetafdruk. De variëteit werd geïntroduceerd op het domein van graaf Corbelli (Rivalta en Castelnuovo di Sotto) en was in de Reggiaanse zone al goed verspreid sinds de 19de eeuw, al wordt zijn oorsprong door sommige auteurs eerder buiten Emilia gezocht, mogelijk in Toscane of in de streek rond Piacenza. Vandaag ligt zijn kern vooral rond Montecchio en Sant’Ilario d’Enza, in de provincie Reggio Emilia. Dat hij daar standhoudt, wijst erop dat Barghi in het verleden als druif met interessante oenologische mogelijkheden werd gezien.

Toch is Barghi altijd een druif met een “maar” gebleven. Het grootste struikelblok is de lage mostopbrengst, rechtstreeks gelinkt aan de opvallend dikke schil. Die schil belooft extract en kleur, maar maakt vinificatie minder efficiënt: je krijgt relatief weinig sap, en het evenwicht tussen schil en most kan het maceratiebeheer delicaat maken. Net daarom is het interessant dat moderne vinificatietechnieken het potentieel van Barghi opnieuw in een ander licht kunnen zetten. In de wijngaard werkt die dikke schil overigens ook in zijn voordeel: samen met een gemiddeld losse tros geeft ze Barghi een goede weerstand tegen botrytis. De groeikracht is stevig, in lijn met veel Lambruschi, en de rijping valt meestal eind september.

In het glas kleurt Barghi intens robijnrood. De aromatische intensiteit is vaak middelmatig, maar het profiel kan mooi verfijnd zijn, met bramen, framboos en kers als kern. Bij langere maceraties schuift het fruitprofiel op naar gedroogde pruim, en kunnen er ook toetsen opduiken van zoethout of koffie. De zuurgraad en de hartige toets liggen meestal rond het midden. Opvallend is dat de tanninestructuur vaak bescheiden blijft, niet omdat de schil dun is, maar omdat een correcte, evenwichtige maceratie net door die verhouding schil/most moeilijker te sturen is. De finale blijft doorgaans correct, met een discrete maar aangename lengte.

Barghi is één van die namen die je minder vaak op etiketten ziet, maar die inhoudelijk boeiend blijft: historisch lokaal aanwezig, vandaag vooral interessant omdat hij kleur en extractpotentieel koppelt aan een verfijnd, klassiek aromaprofiel. In assemblage kan hij als karakterdruif extra ruggengraat en lokale identiteit geven, al vraagt hij in de kelder een zorgvuldige aanpak door zijn lage sapopbrengst en de delicate maceratiebalans. Precies daar ligt ook zijn herontdekkingswaarde: met moderne vinificatietechniek kan Barghi meer laten zien dan hij vroeger vaak mocht tonen.

9. Lambrusco del Pellegrino

Lambrusco del Pellegrino staat zelden in de spotlights, maar is inhoudelijk boeiend. De druif duikt in historische contexten ook op onder benamingen zoals Lambruscone en Lambrusco di Fiorano. Vandaag situeert zijn kern zich vooral in en rond Modena (onder meer Nonantola, Fiorano, Modena en Formigine), met daarnaast ook aanwezigheid in de heuvelzone van Reggio Emilia.

In de wijngaard is dit geen “brute kracht”-Lambrusco. De groeikracht blijft eerder beperkt en de opbrengst is doorgaans niet overdreven hoog, al is de vruchtbaarheid op de eerste knoppen opvallend goed. Hij start rond het midden van het seizoen, maar veraison en rijping schuiven laat op. Praktisch is hij interessant omdat hij een sterke tolerantie kan tonen voor botrytis, terwijl de gevoeligheid voor meeldauw en valse meeldauw eerder gemiddeld blijft.

In het glas is Pellegrino geen lichtgewicht. De druif kan behoorlijk rijp worden en dus vulling en body meebrengen, terwijl de zuurgraad voldoende levendigheid bewaart en de structuur correct overeind blijft. Het profiel is minder geparfumeerd maar biedt meer ruggengraat, zonder noodzakelijk zwaar te worden.

Als bijrolspeler is Lambrusco del Pellegrino vooral nuttig in assemblage wanneer je structuur en stabiliteit zoekt zonder hardheid. Hij kan body en vulling leveren, een blend helpen “zetten” en blijft tegelijk een handige component in uitdagende jaren.

Een mooi vooruitzicht

Wie een kwalitatieve Lambrusco drinkt, zal meestal niet rechtstreeks met deze minder bekende variëteiten geconfronteerd worden. Van de twaalf sleutelnamen focusten we hier op de negen bijrolspelers; de grote drie krijgen een eigen vervolg. Dat maakt hun rol niet kleiner, integendeel: elk van deze druiven draagt op zijn manier bij, als nuancegever, bouwsteen of stille versterker in assemblage. De komende weken zetten we Sorbara, Salamino en Grasparossa centraal, en geven we tegelijk meer aandacht aan de herkomstzones waar ze het best tot hun recht komen.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Inleiding – Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago
  2. Wat is Lambrusco? De comeback van een vergeten icoon
  3. Lambrusco – Van wilde wijnstok tot klassieker
  4. Emilia-Romagna en Mantova: het decor waar Lambrusco zijn karakter vindt
  5. Lambrusco vandaag: hoe vinificatie de stijl bepaalt

Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago

🍷 Inleiding – Lambrusco: van verguisd naar verfijnd

Wat is dat toch met Lambrusco de laatste tijd?
Plots hoor je overal nieuwe geluiden over deze ooit zo verguisde wijn. De naam duikt weer op in wijnbars, op kaarten van Italiaanse trattoria’s en zelfs in gesprekken tussen sommeliers. En dat terwijl ik Lambrusco zelf jarenlang heb afgedaan als “pompbakwijn”, de “Coca-Cola onder de Italiaanse bubbels”. Een zoete, roodschuimende wijn die vooral de Amerikaanse fastfoodcultuur bediende. Tot voor kort had ik er geen goed woord voor over.

Tot die ene dag.
Tijdens mijn opleiding tot Italian Wine Ambassador verzorgde Master of Wine Gabriele Gorelli de allereerste masterclass van de cursus. Onderwerp: Lambrusco. Mijn verwachtingsniveau? Lager dan laag.
Maar nog voor Gorelli aan zijn tweede zin toe was, voelde ik mijn houding kantelen. Zijn bevlogenheid, zijn kennis, maar vooral het verhaal achter deze wijn trokken me recht uit mijn scepsis. Lambrusco bleek geen grap, geen relikwie uit de jaren ’80, maar een levende, complexe wijnfamilie met diepe wortels in de Italiaanse geschiedenis.

Wist je dat Lambrusco waarschijnlijk één van de oudste druivenrassen van Italië is, met een oorsprong als wilde wijnstok? En dat er niet één Lambrusco bestaat, maar twaalf verschillende variëteiten. Elk met hun eigen karakter, terroir en stijl? Tijdens de proeverij die volgde, proefde ik geen zoet plakkerig drankje, maar frisse, droge, verfijnde wijnen. Apart en niet alledaags, zeker, maar het contrast met mijn vooroordelen kon niet groter zijn.

Dat moment werkte als een vonk.
Sindsdien werd ik genoeg getriggerd om mezelf ertoe te zetten me te verdiepen in de wijn die ik nooit wist te appreciëren, en eindelijk te begrijpen waarom hij het verdient om herontdekt te worden.

Daarom deze nieuwe zondagse reeks ‘Lambrusco op zondag – tien weken lang schaven aan het imago’: een ontdekkingsreis langs de geschiedenis, druiven, regio’s en smaken van Lambrusco.

🍇 Wat mag je verwachten?

  1. Wat is Lambrusco?
    We trappen af met de comeback van een vergeten icoon. Hoe een wijn die ooit synoniem stond voor zoetigheid en eenvoud vandaag opnieuw respect afdwingt.
  2. Van wilde wijnstok tot klassieker
    De geschiedenis van Lambrusco: van Romeinse tijden tot hedendaagse heropleving. Hoe een wilde druif evolueerde tot één van Italië’s oudste wijnfamilies.
  3. Waar groeit Lambrusco?
    We trekken naar Emilia-Romagna en Mantova, waar de wijn zijn ziel vindt in vruchtbare bodems, zachte heuvels en een uitgesproken eet- en wijncultuur.
  4. Hoe wordt Lambrusco gemaakt?
    Van Charmat tot Classico en Ancestrale: de verschillende vinificatiemethoden die de stijl, structuur en verfijning van Lambrusco bepalen.
  5. De Lambrusco-familie
    Een fascinerende stamboom van twaalf belangrijke variëteiten — met een hoofdrol voor Sorbara, Salamino en Grasparossa.
  6. Sorbara & Lambrusco di Sorbara DOC
    De elegante, florale expressie van Lambrusco. Licht, levendig en verrassend verfijnd.
  7. Salamino & Lambrusco Salamino di Santa Croce DOC
    De fruitige, evenwichtige middenstijl: soepel, charmant en veelzijdig aan tafel.
  8. Grasparossa & Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC
    De krachtigste van het trio: donker, intens en vol karakter.
  9. Meer dan de grote drie
    We ontdekken de overige appellaties, van Reggiano tot Modena, die het brede smaakpalet van Lambrusco vervolledigen.
  10. Lambrusco aan tafel
    Waarom Lambrusco zo’n uitzonderlijke gastronomische begeleider is — en hoe hij gerechten tot leven brengt.
  11. Bonus: Masterclass Lambrusco
    Een afsluitende proefsessie met 8 tot 10 wijnen, waarin we alles samenbrengen wat we onderweg hebben geleerd.

Deze reeks is er voor nieuwsgierige wijnliefhebbers, ontdekkers en fijnproevers die hun blik willen verruimen. Elke zondag schenken we je een nieuw hoofdstuk over Lambrusco: boeiend, verdiepend en vooral verfrissend anders.
Tijd om deze sprankelende Italiaan opnieuw op het schavot te plaatsen, en hem te proeven zoals hij echt bedoeld is.

The road to becoming an Italian Wine Ambassador (IWA) – Part 2

Donderdag 4 april: Dag 1 en start van de inleidende sessies naar het einddoel.
Stevie Kim die instaat voor de organisatie en boss is van de uitgebreide staff enthousiasmeerde ons nog meer maar temperde tegelijkertijd ook onze verwachtingen. ‘Extremely difficult and most of you won’t succeed’! Woorden die de 67 kandidaten voor het eerst, maar niet voor het laatst te horen kregen. Terecht overigens want van de om en bij 1400 kandidaten die er sinds 2015 deelnamen waren er op dat moment slechts 262 geslaagd. Een kleine rekensom leert ons dat dit minder dan 20% is. Het zelfvertrouwen daalde toch een klein beetje!

Na de inleiding werden we voorgesteld aan Sarah Heller (MW) die ons gedurende de volgende dagen zou begeleiden tijdens de sessies, bijgestaan door Andrea Lonardi (MW). Onze basis tijdens deze sessies was in Veronafiere (PalaExpo) waar de opbouw voor Vinitaly volop bezig was.

Masterclass 1 – Lambrusco

Lambrusco had de eer de aftrap te geven met Gabriele Gorelli (MW) die mijn vooroordelen over Lambrusco beetje bij beetje deed wegsmelten. De Lambrusco familie uit Emilia Romagna met de wijnen van Lambrusco di Sorbara DOC, Lambrusco Salamino di Santa Croce DOC, Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC en Reggiano DOC werden zeer boeiend besproken. Het verschil tussen de diverse Lambrusco variëteiten prima uitgelegd.

We proefden volgende wijnen:

  1. Cantina Zucchi – Lambrusco di Sorbara DOC Spumante Brut Rosè ‘Silvia Zucchi’ (18 € – Crombé wines)
  2. Francesco Bellei & C. – Lambrusco di Sorbara DOC Frizzante Secco ‘Ancestrale’ 2021 (13 € – niet in België)
  3. Cantina di Carpi e Sorbara – Lambrusco Salamino di Santa Croce DOC Frizzante Secco ‘Dedicato ad Alfredo Molinari’ (13 € – niet in België)
  4. Cantine Lombardini Reggiano DOC Lambrusco Spumante Brut ‘Il Signor Campanone’ (9,40 € – Niet in België)
  5. Zanasi – Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC Frizzante Secco ‘Bruno Zanasi’ (10,90 € – niet in België)
  6. Cleto Chiarli – Lambrusco di Castelvetro DOC Frizzante Secco ‘Vigneto Enrico Cialdini’ (17,40 € – Vino per passione)

Masterclass 2 – Franciacorta

Aldo Fiordelli bracht ons een dieper beeld in de diversiteit van de terroir van de Franciacorta Spumanti uit Lombardia, tussen Brescia en het lago di Iseo. Uiteraard kennen de meesten onder ons wel deze hoogstaande Italiaanse bubbels die gemaakt worden volgende de traditionele methode. Chardonnay, Pinot Nero en Pinot Bianco zijn de druiven die ervoor verantwoordelijk zijn. Sinds recent wordt er ook een klein percentage Erbamat toegestaan. Met deze druif, die een hoge aciditeit bezit, wordt nog volop geëxperimenteerd n.a.v. de global warming.

Op de proeftafel:

  1. Andrea Arici Azienda Agricola Colline della Stella Franciacorta DOCG Brut Nature ‘ZeroUno’ (35,90 € – Crombé wines)
  2. Barone Pizzini Franciacorta DOCG Extra Brut Rosé Millesimato ‘Edizione’ 2019 (36,50 € – Niet in België)
  3. Castello Bonomi Franciacorta DOCG Millesimato ‘CruPerdu’ 2019 (33,55 € – Vasco)
  4. Ca’ del Bosco Franciacorta DOCG Brut Satèen Millesimato ‘Vintage Collection’ 2019 (70,00 € – Young Charly)
  5. Majolini Franciacorta DOCG Brut Millesimato ‘Vintage’ 2018 (28,00 € – niet in België)
  6. Le Marchesine Franciacorta DOCG Brut Millesimato 2015 (40,00 € – niet in België)

Masterclass 3 – Brunello di Montalcino

We vielen vandaag in uitersten. Terwijl de masterclass van Lambrusco misschien deze was die het minst aangevinkt stond (vooraf weliswaar), keek iedereen uit naar de masterclass Brunello. Eén van onze Chinese deelnemers was zo enthousiast dat hij spreekster van dienst Carlotta Salvini om tips vroeg om een Brunello na te maken in zijn land. Verder dan een Brunello di Montalchina kwam hij niet aan informatie…

De flessen waren opgebouwd rond het jaar 2019 en volgende Sangiovese wijnen kregen we te proeven:

  1. Ruffino Brunello di Montalcino DOCG Greppone Mazzi 2019 (49,00 € – Niet in België)
  2. Pian delle Querci Brunello di Montalcino DOCG 2019 (30,00 € – Niet in België)
  3. Castello Romitorio Brunello di Montalcino DOCG 2019 (67,20 € – Niet in België)
  4. Carpineto Brunello di Montalcino DOCG 2019 (42,50 € – Limburgs Wijnhuis)
  5. Fattoria dei Barbi Brunello di Montalcino DOCG 2019 (52,00 € – Rouseu)
  6. Poggio di Sotto Brunello di Montalcino DOCG 2019 (255 € – Wines & Bites)

Bezoek aan Guido Berlucchi (Franciacorta)

De eerste dag werd afgerond met een bezoek aan het Franciacorta huis van Berlucchi.
Na een rondleiding in dit zeer mooie wijnhuis werden we zeer hartelijk ontvangen door Cristina Ziliani in de Palazzo Lana en werden we getrakteerd op een mooi diner op de bovenverdieping.
Uiteraard konden we proeven van de diverse Spumanti die het huis maakt. De lijn Imperiale tijdens de aperitief, de ’61 Franciacorti tijdens het voorgerecht en de Nature bubbels tijdens het hoofdgerecht. Tenslotte werd ook nog Le Riserve geopend.
Met een voldaan gevoel gingen we terug de bus op richting Verona en hotel. Veel werd er niet gespuwd tijdens dit bezoek zodat er van ‘nog wat studeren’ niet veel in huis kwam.