De komende weken duiken we op zondag de Marche in. De aanleiding voor deze nieuwe zondagse reeks kwam van goede vrienden van ons. “Wim, wij trekken komende zomer naar de Marche”, kreeg ik te horen. “Jij gaat ons toch wel kunnen zeggen wat we daar absoluut moeten zien en doen?”
Dat zette meteen iets in gang. Marche is namelijk zo’n boeiende, aangename en mooie regio dat ze, eens je er geweest bent, onder je huid kruipt. Geen seconde hebben we ons er verveeld. Van noord tot zuid trokken we er elke dag op uit, telkens op zoek naar een ander stukje Marche dat ons wist te verrassen.
Mijn antwoord kon dus moeilijk anders luiden: ik ga die tips niet alleen aan jullie vertellen, ik ga ze uitschrijven in een blogreeks.
Zo kunnen ook jullie mee genieten van alles wat Marche te bieden heeft. En misschien begint het dan ook bij jullie te kriebelen om er zelf vakantie te plannen.
🍇 Wat mag je verwachten?
Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio We openen met de regio zelf: waar ligt Marche precies, hoe geraak je er, welke grote lijnen uit de geschiedenis zijn relevant, en waarom is Verdicchio de ideale eerste sleutel om dit verhaal te beginnen?
Offida DOCG: zuidelijke Marche in het glas In het zuiden van Marche ontdekken we een nog te weinig bekende DOCG die perfect weergeeft hoe veelzijdig deze regio eigenlijk is. Offida toont zich hier niet alleen met expressieve witte wijnen van Pecorino en Passerina, maar ook met een stevige rode zijde waarin Montepulciano bepalend is.
Monte Conero: waar natuur, zee en rode wijn elkaar vinden Rond de Monte Conero toont Marche zich van een van zijn meest markante kanten. Het Parco Naturale del Conero zorgt voor een spectaculair decor, Conero DOCG voor karaktervolle rode wijn, en de mosciolo di Portonovo verbindt het geheel met de zilte keuken van de kust.
De kust van Marche: zee, sfeer en stadjes met karakter Wie Marche alleen met heuvels en wijn associeert, mist een belangrijk deel van het verhaal. Langs de Adriatische kust liggen badplaatsen, vissersstadjes en elegante zeepromenades die de regio een heel eigen dynamiek en uitstraling geven.
Hidden gems van Marche, deel 1 We kiezen niet voor de meest voor de hand liggende plekken, maar voor plaatsjes die je onverwacht raken: charmant, authentiek en veelzeggend voor het karakter van de regio.
Hidden gems van Marche, deel 2 We verlaten de meer voor de hand liggende routes en trekken dieper het binnenland in, naar dorpen, kleine steden en de Monti Sibillini, waar Marche zich van een ruigere, stillere en minstens even boeiende kant laat zien.
Marche aan tafel: van brodetto tot vincisgrassi Hoewel de keuken van Marche minder naam heeft dan die van sommige andere Italiaanse regio’s, is ze bijzonder boeiend. Ze is vaak sober van uitstraling, maar rijk aan smaak, stevig verankerd in het landschap en vol gerechten die meer indruk maken dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.
De rode veelzijdigheid van Marche Marche wordt vaak in de eerste plaats met witte wijn geassocieerd, maar daarmee is lang niet alles gezegd. Rosso Piceno, Lacrima di Morro d’Alba en Vernaccia di Serrapetrona tonen samen hoe veelzijdig, eigenzinnig en boeiend de rode kant van deze regio eigenlijk is.
Bonus – Masterclass Marche We sluiten af met een van de boeiendste proeverijen die ik de voorbije tijd deed. We plaatsen Castelli di Jesi Verdicchio, in Superiore en Riserva, naast Verdicchio di Matelica, in de gewone versie en in Riserva, en gaan op zoek naar de subtiele verschillen tussen deze wijnen.
In deze reeks houden we het bewust ruimer en beperken we ons niet tot wijn en gastronomie alleen. Tegen het einde ligt er zo een alternatieve minireisgids door Marche op tafel. Kerken, musea en andere klassieke cultuurstops laten we doelbewust buiten beeld. Daarvoor bestaan al genoeg klassieke reisgidsen. Wij trekken vanaf volgende zondag op ontdekking vanuit het perspectief van de levensgenieter. Soms leidt het glas. Soms het bord. Soms het landschap. Meestal vloeit alles mooi in elkaar over, zoals dat in Italië wel vaker gebeurt.
Onlangs kreeg ik een spontane, op het eerste gezicht onschuldige vraag van een wijnstudent. Chaptalisatie: is dat nog van deze tijd met de klimaatopwarming? Mijn eerste reactie was euh… niet omdat ik het onderwerp niet kende, maar omdat ik plots merkte hoeveel nuance er achter die ene vraag schuilt. Chaptalisatie bestaat al eeuwen. In sommige regio’s is het perfect toegestaan, elders is het strikt begrensd of verboden. Maar of het in een warmere wereld ook minder relevant wordt, dat is minder evident dan het lijkt. Ik beloofde de vraagsteller om daar later op terug te komen en trok op zoek naar de nodige antwoorden omtrent chaptalisatie.
Wat is chaptalisatie precies?
Chaptalisatie betekent dat je suiker toevoegt aan druivenmost, of aan most die al aan het vergisten is, met één doel: het potentiële alcoholgehalte verhogen. Die suiker dient als extra brandstof voor de gisten. Als de gisting normaal en volledig doorloopt, wordt die suiker omgezet in alcohol en koolzuurgas. Het resultaat is dus niet zoeter, je kan perfect een kurkdroge wijn maken met chaptalisatie.
Je ziet de techniek vooral opduiken wanneer druiven moeite hebben om voldoende natuurlijke suikers op te bouwen. Dat gebeurt typisch in koelere regio’s, in natte oogstjaren, of in streken waar de rijping in het najaar vroeg stilvalt en het een race tegen de klok wordt. In zulke omstandigheden kan een beperkte verrijking helpen om de wijn weer in balans te brengen, zeker bij stijlen die een zekere body en structuur nodig hebben.
De techniek draagt de naam van Jean Antoine Chaptal, een Franse chemicus en politicus die ze begin 19de eeuw beschreef en bekend maakte. Hij was niet de uitvinder, maar hij gaf er wel een systematische logica aan. Je hoort ook andere termen: verrijking is de neutrale benaming, in het Engels hoor je ook sugaring en enrichment.
Een belangrijke verwarring bij consumenten: chaptalisatie is iets anders dan dosage bij mousserende wijn. Dosage gebeurt na de tweede gisting en bepaalt de zoetheidsstijl. Chaptalisatie gebeurt vóór of tijdens de alcoholische gisting en stuurt alcohol, niet zoetheid.
Wie graag nog één historisch detail meeneemt: het idee om een wijn in een lastig jaar “aan te sterken” is ouder dan Chaptal. In de oudheid werkte men bijvoorbeeld met honing om wijnen voller te maken. Dat is niet chaptalisatie in moderne zin, maar het toont dat wijnmakers al eeuwen zoeken naar manieren om een seizoen dat tegenzit toch richting balans te krijgen.
Waarom wijnbouwers verrijken
Ook vandaag, in een warmer maar grilliger klimaat, blijft het basisprobleem hetzelfde. Niet elk groeiseizoen levert druiven op met voldoende natuurlijke suikers om een stabiele, evenwichtige wijn te maken. In koelere klimaten kan de rijping achterblijven door lagere temperaturen, minder zoninstraling en een nazomer die te vroeg afkoelt. In natte jaren kan regen vlak voor de oogst de bessen doen zwellen, waardoor de concentratie aan suiker en aromacomponenten in het sap daalt.
Als druiven te weinig suiker hebben, zit je bij de start meteen met een lager alcoholpotentieel. Dat is typisch voor jaren waarin de nazomer vroeg afkoelt of regen de druiven minder geconcentreerd maakt. Het resultaat kan een wijn zijn die mager aanvoelt, met hoekige zuren en aroma’s die minder gedragen worden, precies omdat het evenwicht tussen rijpheid en structuur zoek raakt. Alcohol is geen smaak op zich, maar het geeft de wijn meer draagkracht: het maakt aroma’s expressiever en rondt het geheel af. Soms is een kleine correctie genoeg om een wijn van correct maar dun naar correct en compleet te brengen.
Er is bovendien een praktische kelderrealiteit. In zulke koelere of nattere jaren vallen laag alcohol en hogere zuren vaker samen, waardoor de microbiologische marge kan verkleinen. Dat is geen vrijgeleide om te verrijken, wel een extra reden waarom sommige producenten bij moeilijke jaren liever corrigeren dan gokken.
In de praktijk is chaptalisatie minder een automatische reflex geworden dan vroeger. In veel klassieke koelere regio’s halen druiven gemiddeld vaker voldoende rijpheid, waardoor er in normale jaren minder nood is om bij te sturen. Maar de techniek is zeker niet verdwenen. Ze duikt vooral op in jaren waarin het seizoen vroeg kantelt, met een koele nazomer of veel regen rond de oogst, en in percelen of subzones die structureel later rijpen. Met andere woorden, minder routine, meer noodoplossing.
Bovendien is verrijken vandaag breder dan suiker toevoegen. Waar sucrose juridisch of stilistisch minder gewenst is, kiest men vaker voor druifgebonden opties zoals geconcentreerde most, of voor technieken die de most concentreren door water te verwijderen. En soms is de meest radicale keuze net géén ingreep, maar bewust een lager alcoholniveau aanvaarden als stijl.
Wat chaptalisatie doet in het glas?
Chaptalisatie verhoogt alcohol. Dat klinkt banaal, maar de sensorische gevolgen zijn reëel, omdat alcohol mee bepaalt hoe een wijn ruikt, aanvoelt en in balans komt.
Alcohol werkt als drager van aroma’s. Fruitige tonen kunnen duidelijker overkomen en de wijn kan voller aanvoelen. Het beïnvloedt ook hoe makkelijk geurcomponenten vrijkomen, en het kan de expressie van bepaalde gistafgeleide aroma’s versterken. Bovendien heeft alcohol zelf een licht zoetige indruk, waardoor fruit soms rijper lijkt dan het strikt genomen is. Tegelijk kan extra alcohol het fruit ronder doen lijken en sommige onrijpe randjes minder scherp maken, al hangt het effect sterk af van zuur, fenolen en de stijl.
Daar staat een duidelijke grens tegenover. Te veel alcohol geeft warmte en branderigheid, en de wijn kan log of uit evenwicht overkomen. Een dun jaar wordt door suiker geen groot jaar. Je corrigeert de basis, je herschrijft het seizoen niet.
Een nuance die vaak onderschat wordt: alcoholniveau stuurt de waarneming van rijpheid sterker dan we denken. Wijnen die naar een lager alcoholniveau worden bijgesteld kunnen plots groener en zuurder overkomen, terwijl wijnen die naar een hoger alcoholniveau worden opgetrokken sneller rijper, fruitiger of bloemiger lijken. Alcohol is dus niet enkel een cijfer op het etiket, het kleurt mee hoe we het profiel interpreteren.
Glycerol wordt in dit verband vaak genoemd omdat het tijdens de gisting ontstaat en bijdraagt aan ronding. Dat klopt, maar het effect is subtiel. Mondgevoel komt uit het totaalplaatje: alcohol, zuur, fenolische structuur, eventueel restsuiker, rijping op lie en soms hout.
Tot slot een realiteitscheck. Je kan zelden met zekerheid proeven of een wijn gechaptaliseerd is, zeker niet als het beperkt en technisch netjes gebeurt. Je proeft vooral het eindresultaat. Is het geheel in balans, dan stelt de vraag zich minder. Voelt hij branderig of uit evenwicht, dan is er vooral een discrepantie tussen alcohol en structuur, of die alcohol nu van nature hoog is of het resultaat van verrijking.
De praktische uitvoering
De klassieke methode is toevoeging van sucrose, meestal afkomstig van bieten of riet, met een zeer hoge zuiverheid. Als vuistregel geldt dat ongeveer 17 gram sucrose per liter most nodig is om het potentiële alcoholgehalte met ongeveer 1 procentpunt te verhogen. Afhankelijk van vergistingsrendement en omstandigheden wordt vaak een bandbreedte van ongeveer 16 tot 19 gram aangehouden.
Belangrijker dan de rekensom is het moment van toevoeging. Te vroeg toevoegen kan gisten stressen door een hogere osmotische druk, te laat toevoegen kan de gisting uit balans brengen en het risico op problemen verhogen. Daarom lossen producenten de suiker vaak eerst op in een deel most en voegen ze dit gecontroleerd toe zodra de gisting goed op gang is.
In de EU bestaan er ook druifgebonden opties zoals geconcentreerde druivenmost en veredelde geconcentreerde druivenmost. Die laatste is in essentie een vrijwel kleurloos, sterk gezuiverd druivensuikerconcentraat, voornamelijk glucose en fructose, met een doorgaans neutraal sensorisch effect, al is het product meestal duurder.
Daarnaast zijn er technieken die het suikergehalte verhogen door water te verwijderen, zoals omgekeerde osmose, of gedeeltelijke concentratie van most onder voorwaarden. Deze benaderingen worden vooral relevant in regio’s waar sucrose niet is toegestaan, of wanneer men de verrijking liever realiseert met druifeigen materialen dan met toegevoegde suiker.
In Europa is de keuze daarom niet louter technisch, maar ook juridisch en cultureel. Waar sucrose niet mag, verschuift men bij verrijking richting druifgebonden producten of concentratietechnieken binnen de toegelaten oenologische praktijken.
De Europese marges
De EU laat verrijking toe, maar strikt afgebakend. De basislogica is eenvoudig: verrijking is gekoppeld aan wijnbouwzones en aan een maximale stijging van de natuurlijke alcoholsterkte. In koelere zones mag dus meer bijsturing dan in warmere zones, precies omdat het risico op onvoldoende rijping er groter is.
Europa hanteert daarvoor traditioneel drie grote niveaus: zone A, zone B en zone C. Denk aan een klimaatladder van koel naar warm, met grenzen die juridisch vastliggen per land en soms per regio.
Zone A is de koelste en meest noordelijke band, met onder meer Duitsland, Luxemburg, België en Nederland. Hier mag de natuurlijke alcoholsterkte door verrijking maximaal met 3,0 procent volume stijgen.
Zone B is de volgende band, met onder meer Oostenrijk en meerdere noordelijke en oostelijke gebieden van Frankrijk zoals Alsace en Champagne, en ook zones in Slovenië. Hier mag de natuurlijke alcoholsterkte maximaal met 2,0 procent volume stijgen.
Zone C is de warmere band, opgesplitst in subzones. Ze omvat in grote lijnen de zuidelijkere wijnlanden en regio’s, zoals mediterrane zones in landen als Italië, Spanje, Portugal en Griekenland, en ook warmere delen van Frankrijk. Hier mag de natuurlijke alcoholsterkte maximaal met 1,5 procent volume stijgen.
In uitzonderlijk ongunstige jaren kunnen nationale autoriteiten die maxima tijdelijk verhogen met 0,5 procent volume, binnen de geldende procedures en meldingen. Maar ook dan blijft het uitgangspunt hetzelfde: bijsturen mag, structureel opkrikken niet.
Voor de praktijk is er nog een gevoelige nuance. Sucrose toevoegen mag in de EU niet overal. In de koelere zones is het in principe toegelaten binnen de maxima, maar in verschillende warmere landen en regio’s, waaronder grote delen van Italië, Spanje, Portugal en Griekenland, is het expliciet uitgesloten, net als delen van Zuid Frankrijk waar men het juridisch of via regionale regels niet toelaat. Wie daar toch wil verrijken, kan enkel werken met druifgebonden producten of met toegelaten concentratiemethodes, afhankelijk van de zone en de lokale regels.
Chaptalisatie in tijden van klimaatverandering
Uiteindelijk belanden we terug bij de kern van dit artikel, de vraag van mijn student of chaptalisatie met de klimaatopwarming nog wel relevant is. Dat is een terechte vraag, want het debat is de laatste jaren duidelijk verschoven. Veel klassieke chaptalisatiegebieden halen vandaag vaker rijpere oogsten dan enkele decennia geleden.
Tegelijk maakt klimaatgrilligheid het verhaal minder voorspelbaar. Er zijn nog altijd jaren waarin rijping plots stokt door regen rond de oogst, schimmeldruk of een koele nazomer die de laatste suikeraanwas afremt. In zulke jaren duikt verrijking opnieuw op als instrument om het evenwicht te bewaren.
Dat maakt chaptalisatie niet achterhaald, wel selectiever. De beste toepassing is minder routine en meer noodmaatregel. Vroeger ging het vooral over koelte, vandaag gaat het vooral over onzekerheid. Chaptalisatie wordt dus nog toegepast, maar anders dan vroeger. Minder als standaardoplossing, vaker als gerichte correctie wanneer het seizoen daar echt om vraagt.
🍷 Inleiding – Lambrusco: van verguisd naar verfijnd
Wat is dat toch met Lambrusco de laatste tijd? Plots hoor je overal nieuwe geluiden over deze ooit zo verguisde wijn. De naam duikt weer op in wijnbars, op kaarten van Italiaanse trattoria’s en zelfs in gesprekken tussen sommeliers. En dat terwijl ik Lambrusco zelf jarenlang heb afgedaan als “pompbakwijn”, de “Coca-Cola onder de Italiaanse bubbels”. Een zoete, roodschuimende wijn die vooral de Amerikaanse fastfoodcultuur bediende. Tot voor kort had ik er geen goed woord voor over.
Tot die ene dag. Tijdens mijn opleiding tot Italian Wine Ambassador verzorgde Master of Wine Gabriele Gorelli de allereerste masterclass van de cursus. Onderwerp: Lambrusco. Mijn verwachtingsniveau? Lager dan laag. Maar nog voor Gorelli aan zijn tweede zin toe was, voelde ik mijn houding kantelen. Zijn bevlogenheid, zijn kennis, maar vooral het verhaal achter deze wijn trokken me recht uit mijn scepsis. Lambrusco bleek geen grap, geen relikwie uit de jaren ’80, maar een levende, complexe wijnfamilie met diepe wortels in de Italiaanse geschiedenis.
Wist je dat Lambrusco waarschijnlijk één van de oudste druivenrassen van Italië is, met een oorsprong als wilde wijnstok? En dat er niet één Lambrusco bestaat, maar twaalf verschillende variëteiten. Elk met hun eigen karakter, terroir en stijl? Tijdens de proeverij die volgde, proefde ik geen zoet plakkerig drankje, maar frisse, droge, verfijnde wijnen. Apart en niet alledaags, zeker, maar het contrast met mijn vooroordelen kon niet groter zijn.
Dat moment werkte als een vonk. Sindsdien werd ik genoeg getriggerd om mezelf ertoe te zetten me te verdiepen in de wijn die ik nooit wist te appreciëren, en eindelijk te begrijpen waarom hij het verdient om herontdekt te worden.
Daarom deze nieuwe zondagse reeks ‘Lambrusco op zondag – tien weken lang schaven aan het imago’: een ontdekkingsreis langs de geschiedenis, druiven, regio’s en smaken van Lambrusco.
🍇 Wat mag je verwachten?
Wat is Lambrusco? We trappen af met de comeback van een vergeten icoon. Hoe een wijn die ooit synoniem stond voor zoetigheid en eenvoud vandaag opnieuw respect afdwingt.
Van wilde wijnstok tot klassieker De geschiedenis van Lambrusco: van Romeinse tijden tot hedendaagse heropleving. Hoe een wilde druif evolueerde tot één van Italië’s oudste wijnfamilies.
Waar groeit Lambrusco? We trekken naar Emilia-Romagna en Mantova, waar de wijn zijn ziel vindt in vruchtbare bodems, zachte heuvels en een uitgesproken eet- en wijncultuur.
Hoe wordt Lambrusco gemaakt? Van Charmat tot Classico en Ancestrale: de verschillende vinificatiemethoden die de stijl, structuur en verfijning van Lambrusco bepalen.
De Lambrusco-familie Een fascinerende stamboom van twaalf belangrijke variëteiten — met een hoofdrol voor Sorbara, Salamino en Grasparossa.
Sorbara & Lambrusco di Sorbara DOC De elegante, florale expressie van Lambrusco. Licht, levendig en verrassend verfijnd.
Salamino & Lambrusco Salamino di Santa Croce DOC De fruitige, evenwichtige middenstijl: soepel, charmant en veelzijdig aan tafel.
Grasparossa & Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC De krachtigste van het trio: donker, intens en vol karakter.
Meer dan de grote drie We ontdekken de overige appellaties, van Reggiano tot Modena, die het brede smaakpalet van Lambrusco vervolledigen.
Lambrusco aan tafel Waarom Lambrusco zo’n uitzonderlijke gastronomische begeleider is — en hoe hij gerechten tot leven brengt.
Bonus: Masterclass Lambrusco Een afsluitende proefsessie met 8 tot 10 wijnen, waarin we alles samenbrengen wat we onderweg hebben geleerd.
Deze reeks is er voor nieuwsgierige wijnliefhebbers, ontdekkers en fijnproevers die hun blik willen verruimen. Elke zondag schenken we je een nieuw hoofdstuk over Lambrusco: boeiend, verdiepend en vooral verfrissend anders. Tijd om deze sprankelende Italiaan opnieuw op het schavot te plaatsen, en hem te proeven zoals hij echt bedoeld is.
📅 Zondag 23 november 2025 📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen
Coto de Gomariz is een naam die klinkt als erfgoed in Ribeiro (Galicia). In de vallei van de Avia-rivier, waar al sinds de 10de eeuw wijn wordt gemaakt, ligt deze “Golden Mile of Ribeiro” – de oudste wijnstreek van het Iberisch Schiereiland en een bron van uitzonderlijke terroirs.
Het domein werd in de jaren 70 heropgebouwd door Ricardo Carreiro Ameijeiras, die na zijn terugkeer uit Zuid-Amerika zijn droom waarmaakte: Ribeiro opnieuw laten schitteren als historische wijnregio. Zijn zoon Ricardo Carreiro (Junior) zette dat levenswerk verder en transformeerde Coto de Gomariz tot een van de meest vernieuwende wijnhuizen van Galicia. Oude familiewijngaarden werden gecombineerd met nieuwe aanplant, steeds met de focus op terroir, authenticiteit en maximale expressie.
Sinds 2004 werken ze volgens ecologische principes geïnspireerd door Fukuoka, met groot respect voor het natuurlijke evenwicht van de wijngaard. De naam van het domein verwijst vandaag naar hun bekendste wijn: The Flower and the Bee – een symbool van harmonie tussen natuur en mens.
Te proeven wijnen: 🥂 The Flower and the Bee Treixadura – biologisch geteeld en op de lie gerijpt: fris, levendig en mineraal met citrus, wit fruit en een subtiel zilt-bittere finale – een pure, karaktervolle wijn. 🥂 Gomariz White – blend van Treixadura, Godello, Loureira en Albariño: strak en mineraal, met citrus, witte bloesem en een vleugje gember; levendig en sappig, met die frisse spanning tussen sinaasappelzeste en limoen. 🥂 Gomariz X Albariño – Albariño van schistterrassen langs de Avia-rivier: helder, zilt en levendig met limoen, groene appel en abrikoos; fris-mineraal met een subtiel romig midden en een energieke finale. 🥂 Gomariz X Godello – Godello van de single vineyard O Taboleiro: intens en mineraal met kiwi, citruszeste en vuursteen; fris en gelaagd van smaak, met een lange, levendige afdronk. 🥂 Coto de Gomariz Finca o Figueiral – een meesterlijke wijn van Treixadura, Godello, Loureira, Torrontés, Lado en Albariño uit de single vineyard O Figueiral: rijk en complex met geel steenfruit, kweepeer, vijg en jasmijn; subtiele houttoets, perfecte balans tussen rijpheid, frisheid en mineraliteit – een wijn die simpelweg compleet aanvoelt. 🍇 Abadía de Gomariz – Sousón, Ferrol, Brancellao en Mencía, 12 maanden gerijpt op Frans eiken: donker kersenrood met aroma’s van rijpe kers, vanille en kruidigheid; levendige zuren en fijne tannine geven een harmonieuze, minerale rode wijn met verfijning en diepgang.
🎉 Wijnmaakster Inma Pazos en haar man Miguel Montoto zullen persoonlijk aanwezig zijn om deze wijnen te laten proeven en je mee te nemen in het verhaal van hun land, hun druiven en hun passie.
Although 11 November is not a public holiday in Italy, as it is in Belgium, the date will undoubtedly be celebrated with extra enthusiasm in Abruzzo from now on. Who knows, perhaps the traditional panarda feast will one day be moved to that moment. On 11 November, Casauria received official confirmation that it would step out from under the broad umbrella of Montepulciano d’Abruzzo DOC, its former parent appellation, and begin life as a fully independent DOCG. The European Union placed its final seal of approval on the decision, and for anyone with a soft spot for Abruzzo, this is far more than a footnote. It is a well-earned recognition for a region that has pushed itself upward with quiet determination and hard work. With this new designation, Abruzzo now counts three DOCG areas.
Where It All Began
Abruzzo has a habit of elevating its lesser-known corners to DOCG status. Tullum, granted the designation only a few years ago, was already a surprise, and Casauria builds on that momentum. Let’s be honest: aside from a handful of Italy enthusiasts, few wine lovers could confidently point to Casauria on a map. And yet, the area has everything required to justify a DOCG in its own right.
Casauria takes its name from the Abbey of San Clemente a Casauria, a Romanesque complex founded in the ninth century in the valley of the Pescara River. Historical sources suggest that the name may derive from Casa Aurea, the “golden house”, in reference to the exceptional fertility of the surrounding soils. That fertility is no coincidence. Wine has been part of this landscape for centuries. Ancient rock-hewn pressing basins such as the Palmenti di Pietranico, alongside the historical influence of the Benedictines, testify to a deeply rooted and continuous winemaking tradition.
Today, the DOCG spans several municipalities in the province of Pescara, situated on hills and plateaus between two hundred and six hundred metres above sea level. The climate is mild and sunny, with warm summers and pronounced diurnal temperature shifts. These variations are essential for Montepulciano, enabling full ripening while preserving natural freshness. Altitude, airflow, and sunlight provide the grape with a balance seldom achieved in lower-lying sites across the region.
A Disciplinare That Clearly Prioritises Quality
The disciplinare for Casauria leaves no room for ambiguity. It outlines a precise stylistic profile and a firm commitment to quality.
Key provisions at a glance: • Red wines only, made from one hundred percent Montepulciano • Minimum alcohol of thirteen percent, and thirteen-and-a-half for Riserva • Mandatory ageing of eighteen months, or twenty-four for Riserva, counted from 1 November following the harvest; oak is optional, not required • Maximum yield of nine thousand kilograms of grapes per hectare and sixty-three hectolitres of wine per hectare • Minimum planting density of three thousand five hundred vines per hectare, or three thousand two hundred for pergola-trained vineyards • Vinification, ageing, and bottling must take place within the designated area to guarantee traceability and quality
Even transport is regulated. Bottling outside the zone is prohibited because shifts in temperature, oxidation, or microbiological instability can compromise the wine once it leaves its place of origin. The message is unambiguous: a bottle of Casauria DOCG must be a product of the zone from beginning to end.
How Does Casauria DOCG Taste?
Curious what Casauria DOCG delivers in the glass? Expect a deep ruby colour with youthful purple reflections. The nose shows ripe red fruit layered with subtle spice. As the wine evolves, or when aged in oak, warmer and more complex aromas emerge, while the fruit retains its clarity.
On the palate, the wine is full-bodied and flavourful, with fine-grained yet clearly present tannin. The interplay of altitude, abundant sunshine, and wide day-night temperature swings contributes to natural balance. These conditions give Montepulciano both ripeness and tension, resulting in wines with depth, length, and a distinct sense of place.
Casauria offers immediate pleasure in youth yet possesses the structure to age gracefully. It is a more finely etched expression of Montepulciano, typical of the higher elevations around Pescara, marked by concentration, vibrancy, and refinement.
Why This Is Not Really a Surprise
The announcement may seem unexpected to the broader world, but within Abruzzo, and among more specialised wine circles, the region’s rise has been unmistakable. Abruzzo has largely shed its former association with simple, inexpensive bulk wines and now demonstrates convincingly that its hillsides and higher-altitude vineyards are ideally suited to producing quality wine. In an era shaped by climate change, these elevations offer welcome resilience and freshness.
Montepulciano has been the subject of extensive study in recent decades. The variety has sharpened its identity and shows remarkable sensitivity to terroir and microclimate. The selection of local clones such as VCR 456, the so-called Casauria biotype, highlights the purposeful work growers have undertaken to refine their wines. The result is a distinctive style with concentration, precision, and aromatic complexity that stands apart from other expressions of Montepulciano.
Casauria DOCG is therefore much more than a new name on the map. It signals Abruzzo’s intent to demonstrate its full potential. The region has every necessary asset: high-elevation vineyards, a defined microclimate, and producers who refuse to accept mediocrity and instead aim for genuine distinction.
For wine lovers, this is an invitation to rediscover Montepulciano in a purer, more precisely articulated form. Not mass-produced, but crafted with ambition and care.
Casauria DOCG Is Ready for Its Debut
With this recognition, Italy now counts seventy-nine DOCG areas. Expectations are high, yet the region remains grounded. The potential is significant and the disciplinare is crystal clear. Casauria DOCG has every opportunity to become a benchmark within Abruzzo.
The first bottles bearing the new designation are unlikely to appear before 2028. Each wine must age for at least eighteen months, starting from 1 November following the harvest. Since producers can only begin DOCG production with the 2026 vintage, the earliest release for standard Casauria DOCG is mid-2028. Riserva wines will follow later, toward the end of 2028. Patience will be required, but anticipation will only grow.
A personal note to close: a few months ago, during an interview for the Italian Wine Podcast, I asked Professor Attilio Scienza which regions he believed were closest to earning DOCG status. My suggestions were Cirò Riserva and Casauria. Both have now become reality. And DOCG number eighty? Most observers think it’s just a matter of time. Etna is waiting, patiently or otherwise, for the volcano to give its next signal.