Marche: hidden gems, deel 1, tussen Frasassi en Verdicchioland

Via de vorige artikels zal je al wel gemerkt hebben dat mijn goesting om Marche te verkennen enorm was. Thuis had ik mijn huiswerk dan ook zeer grondig gedaan en een, toegegeven, veel te lang lijstje opgemaakt van wat er allemaal bezocht moest worden.

Marche kent immers heel wat verborgen plekjes die je onverwacht raken door hun schoonheid, hun ligging of gewoon door de sfeer die er hangt. Hidden gems dus. En omdat het er zoveel zijn, splits ik ze op in twee artikels. In dit eerste deel blijven we vooral in en rond de Vallesina, het land van Verdicchio, grotten, middeleeuwse dorpen, muren en prachtige uitzichten.

Met onderweg uiteraard ruimte voor een goed glas wijn.

Genga: kalksteen, grotten en stilte

Wandelen stond uiteraard op onze lijst, al hielden we daarvoor de weersvoorspellingen nauwgezet in het oog. De temperatuur mocht niet te hoog oplopen, want een zomerse klim in Marche kan behoorlijk stevig aanvoelen. Voor onze eerste wandeltocht trokken we naar Genga, en wie Genga zegt, komt bijna vanzelf bij de Gola di Frasassi terecht.

Het dorp ligt in een landschap van kalksteen, rotswanden en nauwe doorgangen, met de rivier de Sentino die zich door de Gola di Frasassi heeft gewerkt. Die kloof werd vroeger de Gola del Sentino genoemd en is ongeveer drie kilometer lang. Aan de ene kant rijst Monte Frasassi op, aan de andere kant Monte Valmontagnana.

De grotten van Frasassi zijn natuurlijk de grote trekpleister. Terecht ook. Vooral de Abisso Ancona, de enorme eerste zaal, zet je meteen op scherp. Plots sta je in een ondergrondse ruimte waar je gevoel voor hoogte, afstand en verhouding even overhoop wordt gehaald. Stalactieten, stalagmieten en grillige kalkformaties maken het beeld compleet, maar het is vooral die combinatie van stilte, omvang en ligging in de Gola di Frasassi die indruk maakt.

Tijdens onze wandeling namen we ook het pad omhoog naar de Tempio del Valadier. Dat is geen lange afstand, maar onderschat ze niet en neem toch maar een flesje water mee. Zeker in de warmte voel je die klim wel in de benen. Je volgt het pad tussen de rotsen, met onderweg steeds mooiere zichten op de kloof en de omgeving.

Boven wordt de inspanning beloond. In de grot liggen twee heiligdommen op korte afstand van elkaar. Santa Maria infra Saxa is de oudste van de twee en ligt letterlijk onder de rotsen. De plek gaat terug op een vroegere religieuze aanwezigheid in de bergwand. Enkele meters verder staat het eigenlijke eindpunt van de wandeling: de Tempio del Valadier, gebouwd in opdracht van Annibale della Genga, de latere paus Leo XII, die zelf uit Genga afkomstig was.

De tempel ligt indrukwekkend tegen de rotswand, bijna verscholen in de grot. Je hoeft er geen uitgebreid kunsthistorisch verhaal bij te vertellen om te voelen dat dit een bijzondere plek is.

Serra San Quirico: onder de copertelle

Serra San Quirico kan je perfect combineren met een bezoek aan Genga. Het dorp ligt op een kleine 15 kilometer daarvandaan.
Als je het nadert, lijkt het stevig tegen de heuvelrug genesteld. Eenmaal aangekomen merk je onmiddellijk het gesloten, middeleeuwse karakter. De naam serra verwijst trouwens naar een omsloten of moeilijk bereikbaar gebied. Het dorp is compact, overzichtelijk en bijzonder aangenaam om gewoon in rond te dwalen.

Het mooiste aan Serra San Quirico zijn zonder twijfel de copertelle. Dat zijn overdekte doorgangen in de oude stadsmuren, die vroeger gebruikt werden als verdediging en als schuilplaats. Vandaag vormen ze vooral een heerlijke wandelplek. Je loopt beschut door de muren, met telkens weer een ander uitzicht door de openingen. Het ene moment kijk je naar daken en stenen gevels, even later naar de heuvels en de vallei rondom het dorp. Het leuke is dat sommige doorgangen op verschillende niveaus liggen. Daardoor krijg je niet zomaar één rondgang, maar een klein netwerk van gangen, trappen en doorkijkjes.

Vanaf Piazza della Libertà krijg je bovendien een mooi zicht op de Valle dell’Esino, de vallei die onlosmakelijk verbonden is met Verdicchio. Je hoeft geen uren uit te trekken voor Serra San Quirico. Het is vooral een plek die mooi in een dagtrip past: even rondwandelen, de copertelle meepikken, naar de vallei kijken en daarna weer verder.

Cupramontana en Poggio Cupro: midden in Verdicchioland

Het mooie zicht op de Valle dell’Esino ruilen we in voor een plek midden in het hart van Verdicchio dei Castelli di Jesi. Als wijnliefhebber zijn er hier een paar stops die je niet mag missen. Cupramontana is er daar alvast eentje van. Het wordt gezien als de hoofdstad van Verdicchio en dat merk je al vlug. Het dorp, de heuvels, de kronkelende wegen en de rijen wijnstokken lopen mooi in elkaar over.

Parkeren doe je makkelijk langs Viale Vittoria. Van daaruit krijg je meteen een mooi uitzicht richting de Apennijnen en, bij helder weer, zelfs richting zee. Dat is typisch voor dit stuk Marche. Je staat in een wijndorp, kijkt naar de bergen en merkt tegelijk dat de Adriatische kust nooit echt ver weg is.

Je zoektocht naar een goed glas kan je best aanvatten vanuit het centrale plein. Als je goed oplet, zie je er op de grond nog de lijnen die aangeven waar vroeger huizen en steegjes stonden. Tot in de vorige eeuw was dit plein immers nog volgebouwd. Vandaag is het een open plek waar feesten, ontmoetingen en het dagelijkse dorpsleven samenkomen. Ook het rode bankje op het plein valt op. Het werd geplaatst op 8 maart, tijdens La Festa della Donna, als duidelijk signaal tegen geweld op vrouwen.

In Cupramontana moet je natuurlijk ook iets met Verdicchio doen. Daarvoor is EnoCupra de meest logische plek. In deze enoteca komen de wijnen van lokale producenten samen en kan je gericht proeven hoe Verdicchio uit Cupramontana smaakt. Als aperitivo is dit ideaal.

Wil je er lunchen, dan zou ik eerder richting Da Fiorina kijken. Deze trattoria ligt net buiten Cupramontana en maakt deel uit van het wijndomein Sparapani Frati Bianchi. Trattoria Anita is een goed alternatief voor wie gewoon zin heeft in een eenvoudige, lokale maaltijd in het dorp.

Vlak bij Cupramontana ligt Poggio Cupro, eigenlijk het kleine zusje van het dorp. Je betreedt het via een oude stadspoort en komt meteen terecht in een compacte wirwar van steegjes, muren en stille hoekjes. Poggio Cupro was ooit een versterkte kern en dat voel je nog altijd. Een bezoek neemt hooguit een kwartiertje van je tijd in, maar is wel een echte aanrader.

Staffolo: het balkon van de Vallesina

Het is logisch dat je na Cupramontana ook halt houdt in Staffolo en nadien nog Jesi zelf. Staffolo zou ik vooral aanraden als wijn je interessepunt is. Het is één van de castelli waarnaar het wijngebied is genoemd. Het dorp ligt op ongeveer 400 meter hoogte boven de Esino vallei en wordt niet toevallig het balkon van de Vallesina genoemd. Hoewel de ligging prachtig is, met dat typische heuvelachtige en golvende landschap, overgoten met wijngaarden, is de enoteca van het dorp voor mij de enige echte reden om hier halt te houden.

Vineritage, zoals de enoteca heet, is tegelijk ook een wijnmuseum. Je vindt er oude wijnwerktuigen, persen en allerlei andere vintage spullen die eigen zijn aan zo’n plek. Je ruikt er de geschiedenis van Verdicchio voor je ze nadien ook effectief in het glas krijgt. Want uiteraard kan je er ook proeven van de diversiteit van de wijnen uit de omgeving van Jesi.

Nice to know en een extra troef als je er in de juiste periode bent: in augustus wordt hier ook de Festa del Verdicchio georganiseerd, met proeverijen, muziek en ontmoetingen rond de wijn die Staffolo mee op de kaart heeft gezet. Wij waren er in juli en hebben dit dus niet kunnen meepikken. Anders stonden we daar zeker op de eerste rij. Met een glas in de hand, dat spreekt voor zich.

Jesi: de stad achter de Verdicchio

Jesi een hidden gem noemen is waarschijnlijk wat overdreven, maar als we op verkenning zijn in Verdicchioland, dan mag een bezoek aan deze stad absoluut niet ontbreken. Wel opmerkelijk is dat Jesi zelf niet één van de castelli is waarnaar het gebied is genoemd. Nu, eerlijk is eerlijk, Marche doorkruisen en Jesi links laten liggen is zonde, want de stad heeft heel wat te bieden en het is er eenvoudigweg aangenaam vertoeven.

De stad ligt op de linkeroever van de Esino en is bijzonder handig gelegen. Je zit hier tussen binnenland en kust, tussen de heuvels van Verdicchio en de richting Ancona, Senigallia of Fabriano. Je hoeft hier geen halve dag in musea te verdwijnen om de stad te waarderen. Gewoon te voet het historische centrum in, dat zal je zonder enige twijfel waarderen.

Jesi heeft nog een groot deel van haar middeleeuwse stadsmuren bewaard en dat geeft de stad meteen karakter. Binnen die muren krijg je een compact centrum met pleinen, palazzi, poorten en straatjes. Op zich heb je zelfs geen plan nodig om op ontdekking te gaan. Piazza Federico II is misschien het ideale vertrekpunt. Volgens de overlevering werd keizer Federico II hier in 1194 geboren. Gezien het belang van deze man geeft dat Jesi toch wat extra uitstraling.

Ook Piazza della Repubblica mag je niet overslaan. Het is de ideale plek om je op een terrasje te nestelen en de mensen die passeren gade te slaan. Aan te raden is om dit na 16 uur te doen, wanneer de zon wat naar de achtergrond verdwijnt en de lokale bevolking als mieren uit de grond tevoorschijn komt.

Voor wie graag wat meer wandelt, zijn de oude muren en de toegangspoorten misschien het fijnste deel van de stad. Je krijgt onderweg mooie doorkijkjes en voelt hoe Jesi vroeger als versterkte kern boven de vallei lag. Porta Valle en de omgeving rond de muren geven de stad dat beetje extra stevigheid.

Morro d’Alba: klein dorp, grote geur

Vanuit Jesi kan je perfect verder richting Morro d’Alba. Het dorp ligt op een heuvel, op korte afstand van de Adriatische kust, en is nog altijd mooi omsloten door zijn oude muren. Dit is een behapbare stop, maar wel eentje met karakter, met smalle straatjes, bakstenen gevels en kleine pleinen.

Het leukste aan Morro d’Alba is de wandeling over en langs de oude omwalling. De zogenaamde Scarpa is een overdekte rondgang die het dorp een heel eigen gezicht geeft. Je loopt er beschut rond de oude kern, met aan de ene kant het dorp en aan de andere kant het landschap. In een kwartier ben je in principe al rond.

Toch is Morro d’Alba vooral bekend door zijn wijn. Lacrima di Morro d’Alba is een van die wijnen die je blind bijna meteen herkent. De geur is uitbundig, met rozen, viooltjes, rood fruit, kruiden en soms iets dat bijna aan druivensap doet denken, maar dan met meer sérieux. Ik ga hier nog niet te veel palaveren over deze wijn, want in een later artikel zullen we er uitgebreider op terugkomen. Toch nog even dit: ook al is Morro d’Alba bekend om zijn rode Lacrima, het is tegelijk ook één van de Castelli di Jesi. Verdicchio zal je hier dus ook nog vinden.

Naast gewone wijn kom je hier ook vino di visciola tegen, een zoete wijnachtige drank op basis van rode wijn en zure kersen. Ideaal voor wie na de maaltijd nog iets kleins in het glas wil.

Wij hebben Morro d’Alba enkele keren bezocht tijdens ons verblijf omdat het, al is dat relatief in Marche, niet zo ver van ons logeeradres lag en we er een zeer aangenaam restaurantje hadden ontdekt. Osteria DeGustibus kunnen we iedereen zonder probleem aanraden. Dit restaurant ligt in het dorp zelf, in Via Roma, en past mooi bij wat de lokale keuken te bieden heeft. Er wordt mooi gewerkt met seizoensproducten en reserveren is zeer aan te raden.

Corinaldo: muren, trappen en een put vol verhalen

Voor een bezoek aan Corinaldo maakten we graag de nodige tijd. Ik had gelezen dat een bezoek aan dit dorp de moeite zou zijn, en dus was het koste wat kost dit dorp zou bezocht worden. Geen seconde heb ik het me beklaagd! Het ligt strategisch tussen Urbino en Ancona en is vooral bekend om zijn bijna volledig bewaarde middeleeuwse muren, waarover je een volledige wandeling kan maken. Goed voor 912 meter rond het dorp. Een bonus: bij helder weer kijk je zelfs tot aan Monte Conero.

Binnen die stevige muren krijg je een bijzonder charmant dorp. Het kloppend hart is La Piaggia, een brede trappartij van honderd treden, met rode bakstenen huizen die er mooi tegenaan liggen. Als je ervoor staat denk je bij jezelf: mmm, ga ik die trappen wel oplopen? Doen is mijn enige advies.

Halverwege La Piaggia hou je eigenlijk verplicht halt bij Il Pozzo della Polenta, de waterput waaraan een hele legende vasthangt. Volgens die legende kwam een man met een zware zak graan het dorp binnen. Bij de put zette hij de zak even neer om op adem te komen, maar die tuimelde naar beneden. Toen hij probeerde het graan te redden, belandde hij zelf ook in de put. Niet veel later ging het verhaal rond dat hij daar beneden rustig polenta zat te eten, gemaakt van het gevallen graan en het water uit de put. Vandaar dus Il Pozzo della Polenta.

Dit verhaal is vandaag nog steeds springlevend tijdens La Contesa del Pozzo della Polenta, een historisch feest dat op de derde zondag van juli wordt gevierd. Dan komt het verhaal opnieuw tot leven met kostuums, optochten en natuurlijk polenta.

Verder dwaal je door het rustige dorpje. Links en rechts is er altijd wel een terrasje waar je even kan neerploffen of waar je bijna een dutje kan doen, dromend van het moment dat je zelf in de waterput tuimelt met een zak graan.

Tot slot een culinaire ‘hidden gem’

Het was pas op het einde van onze reis dat we deze culinaire parel ontdekten. Ik heb even gefoeterd dat dit niet vroeger was gebeurd, want Taverna degli Archi in Belvedere Ostrense is exact wat ik zoek telkens ik in Italië ben. Een kleine osteria waar de sfeer heerlijk ongedwongen is en waar het duimen en vingers aflikken is.

Om mijn schade in te halen zijn we er liefst drie dagen op rij gaan eten. Ik kan jullie maar één ding meegeven: je bent een grote stommeling als je deze plek links laat liggen. Verwacht geen chique bedoening. Het zoontje fietst er met zijn speelgoedfietsje tussen de tafels, dat zal hij vandaag wel ontgroeid zijn, en je wordt er met een brede glimlach ontvangen.

Antonio Ciotola en Manola Mariani staan er aan het roer en hier wordt gewoonweg uitstekend gekookt. Met verve de beste carbonara ever gegeten, een tagliata di manzo tot in de perfectie en de grootste wijnen, zoals bijvoorbeeld Gaja of Tignanello, staan er, zoals wel vaker in Italië, net iets te warm in houten kistjes tegen de muur. De zever drupt uit mijn mond als ik eraan terugdenk.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden
  4. De kust van Marche: zee, sfeer en kustplaatsen met karakter


De kust van Marche: zee, sfeer en kustplaatsen met karakter

Als je op ontdekking bent in Marche, dan kan je niet zomaar aan de kustplaatsjes voorbij. Nochtans ben ik zelf niet meteen het type dat een hele reeks badplaatsen wil afvinken. Eén gezien, allemaal gezien, denk ik dan al snel. In Marche maakte ik toch een uitzondering. Ik had vooraf in de boekskes immers gelezen dat je de kuststeden van Marche zeker moest bezoeken, dat er wel degelijk verschil tussen zit en dat je er al helemaal geen toestanden à la Rimini zou tegenkomen. Al blijft een Italiaan een Italiaan. Als die een strand ziet, gaat die er graag uitgebreid liggen showen. In sommige gevallen is ook dat een leuke attractie.

En dus stond er een dag kustlijn volgen op onze planning. Dat bleek achteraf wat ambitieus. Alles in één dag doen is ons niet gelukt, waardoor we later nog enkele inhaalbewegingen hebben moeten maken. We gingen van noord naar zuid en reden dus eerst helemaal terug richting San Marino, om bij Pesaro de afrit te nemen, de wagen strategisch te parkeren en daarna langzaam verder te zakken richting Abruzzo.

Pesaro, een zachte start aan zee

Pesaro is een logische halte wanneer je vanuit het noorden Marche binnenrijdt. De stad ligt mooi ingeklemd tussen de Monte San Bartolo en de Colle Ardizio. Daartussen ligt een brede kuststrook met meer dan zeven kilometer zandstrand.

Van in de verte zagen we al iets blinken aan de boulevard. We werden er naartoe gezogen. Het bleek de grote bronzen bol van Arnaldo Pomodoro te zijn, door de locals simpelweg la palla genoemd. De bal dus. De aantrekkingskracht van deze bal was terecht, want je blijft er toch langer naar kijken dan je vooraf had gedacht. Voor een verdere verkenning van de stad is Piazza del Popolo een aangenaam vertrekpunt.

Pesaro heeft twee bijnamen: città della bicicletta en città della musica. Dat laatste dankt ze vooral aan Gioachino Rossini, die hier in 1792 werd geboren. Rossini kom je in Pesaro vanzelf tegen en zijn naam duikt overal op. Zelfs wie geen operakenner is, kent wellicht Il barbiere di Siviglia, of heeft minstens het galopperende slot uit Willem Tell al eens gehoord, al was het maar in een film of tekenfilm. Rossini verliet Pesaro op jonge leeftijd, maar bleef duidelijk met de stad verbonden. Bij zijn overlijden liet hij zijn fortuin na aan de gemeente. Dat verklaart meteen waarom Pesaro hem nog altijd stevig omarmt. Zelfs op het bord, want Pizza Rossini is hier een lokale specialiteit met tomaat, mozzarella, hardgekookt ei en mayonaise.

Die bijnaam als fietsstad komt ook niet uit de lucht vallen. De stad heeft met haar Bicipolitana een uitgebreid netwerk van fietsroutes, een soort metrolijnen voor fietsers. Je beweegt er vlot mee door de stad, langs de promenade en zelfs richting Fano, als je er een heuse fietstocht van wenst te maken.

Aan tafel zit je hier goed voor verse vis, zeevruchten en een eenvoudige kustkeuken. In het glas kan je kiezen voor de lokale Colli Pesaresi, al is een frisse Bianchello del Metauro misschien nog een betere keuze bij al dat lekkers uit de Adriatische Zee. Cozza Amara is een mooie tip voor wie dicht bij de haven vis wil eten, terwijl Lo Scudiero meer geschikt is voor wie de lokale keuken wat verzorgder op het bord wil krijgen.

Fano, vissersziel en brodetto

Na Pesaro reden we verder naar Fano, la città della fortuna. De stad draagt haar geluk niet toevallig in de bijnaam. De Romeinen noemden haar Fanum Fortunae, en op Piazza XX Settembre staat de Fontana della Fortuna nog altijd mooi te wezen alsof ze daar persoonlijk toezicht op houdt.

Fano heeft een aangenaam centrum waar je door kan flaneren, een terrasje op een zonovergoten pleintje kan meepikken en de lokale specialiteit Moretta kan proeven. Deze koffiedrank met rum, brandy, anijs en citroenschil hoort bij Fano en is bijna een verplichting bij een bezoek aan de stad. Ooit bedoeld als opkikker voor vissers die wel wat warmte konden gebruiken, vandaag vooral een goede reden om even aan de toog te blijven hangen. Dat doe je het best in Caffè del Porto, ook bekend als Il Ritrovo dei Lupi di Mare. Loop daarna zeker ook even door naar de vissershaven. Die ligt vlakbij en het zou zonde zijn om ze te missen.

Naast Moretta is Fano culinair vooral bekend om zijn brodetto. Deze lokale vissoep is een stevig kustgerecht waarin de vangst van de dag de hoofdrol speelt. Bij Il Bello e la Bestia, vlak bij de vismarkt, kan je die eens gaan proeven. Ook Osteria Al 26 is een fijne naam voor wie de lokale keuken in een warme, ongedwongen sfeer wil ontdekken.

Fano is ook bekend om zijn carnaval. Het Carnevale di Fano geldt als één van de oudste carnavals van Italië en vindt plaats in de weken vóór Vastenavond, met de grote optochten meestal op drie opeenvolgende zondagen. Tijdens die optochten vliegt er niet alleen confetti door de lucht, maar ook snoep en chocolade.

Senigallia, strand met stijl

Senigallia is een beetje het Oostende van Marche, de koningin der badsteden en dus een verplichte halte langs deze kustlijn. De stad dankt haar reputatie vooral aan la spiaggia di velluto, het fluwelen strand. Dat strand ligt er breed, zacht en uitnodigend bij. Je merkt ook meteen dat het drukker bezocht is dan elders, al is er ruimte genoeg. Dertien kilometer zand, een zee waar je eindeloos ver in kan stappen en een boulevard waar je vanzelf wat trager gaat wandelen. Al komt dat laatste niet alleen door de zee. Je wordt er ook vlot afgeleid door de pronkende macho’s die voorbij paraderen. En voor alle duidelijkheid: daar bedoel ik zowel mannen als vrouwen mee.

Het bekendste beeld van Senigallia is de Rotonda a Mare. Dat ronde gebouw op het water heeft iets nostalgisch. Je ziet het vaak op foto’s over Senigallia opduiken en je merkt ook meteen waarom. Het hoort gewoon bij de stad. Vroeger was het een plek voor ontspanning en vertier, vandaag blijft het vooral een herkenningspunt aan zee.

Senigallia heeft ook een aangenaam centrum. Het Foro Annonario, de oude marktplaats met zijn zuilengalerij, is een mooie plek om even binnen te lopen. Overdag is er markt, in de zomer komt er nog meer leven bij. De rivier Misa, de bruggetjes, de terrasjes en de promenade zorgen ervoor dat de stad meer is dan strand alleen.

Aan tafel zit je hier bijzonder goed. Senigallia heeft naam gemaakt als culinaire kuststad en dat merk je. Vis, pasta met vongole, passatelli, gegrilde zeevruchten, het past allemaal bij die Adriatische sfeer. L’Angolino sul Mare, vlak bij de Rotonda, is een mooie tip voor wie met zicht op zee wil eten. Ook Trattoria Vino e Cibo en Ristorante Pagaia zijn adressen voor wie van vis houdt. Wie eerst nog wat wijninspiratie wil opdoen, loopt binnen bij Galli Enoteca, onder de Portici Ercolani. Een betere plek om tussen Verdicchio en ander lekkers uit Marche te neuzen, ga je in Senigallia niet snel vinden. In het glas ligt Verdicchio hier voor de hand.

Interessant om weten voor de echte gastronomen: Marche heeft slechts één driesterrenrestaurant en dat ligt hier gewoon aan zee, tussen haven en strand. Wie stevig wil uitpakken, kan een tafeltje reserveren bij Uliassi. Je zal er wat dieper voor in de buidel moeten tasten, maar je zal het je wellicht niet beklagen. Reken voor een menu zonder dranken op minstens 260 euro. Wil je dit combineren met een aangepaste wijnselectie met enkel Italiaanse wijnen, dan komt daar nog 160 euro bovenop.

En dan is er nog het ijs. Ik weet wel dat je in principe overal in Italië wel een speciale gelateria kan vermelden, maar Paolo Brunelli is in Senigallia een naam om te onthouden. Je kan veel uitleg geven over chocolade, pistache of gekarameliseerde hazelnoot, maar soms volstaat één goed ijsje meer dan duizend woorden.

Kort na ons bezoek kreeg Senigallia een heel andere kant te zien. De stad werd, samen met verschillende plaatsen in het hinterland, getroffen door zware overstromingen. De Misa trad buiten haar oevers en de beelden van modder en water stonden in scherp contrast met de zonnige indruk die wij er net hadden opgedaan. Gelukkig leeft Senigallia vandaag opnieuw duidelijk als kuststad.

Porto Sant’Elpidio en Porto San Giorgio, de kust van Fermo

We schuiven meer en meer op richting het zuiden. Aan de Riviera del Conero hebben we een eigen artikel gewijd en Civitanova hebben we links laten liggen. We zijn meteen doorgereden naar de kustlijn in de provincie Fermo, waar we twee stops deden in Porto Sant’Elpidio en Porto San Giorgio.

Ze liggen niet ver van elkaar en waren dus perfect te combineren. Toch voelen deze plaatsen helemaal niet hetzelfde aan. Porto Sant’Elpidio is vooral een lange, ontspannen kuststrook. Brede stranden, een promenade, veel fietsers en wandelaars, strandbars en dat zomerse kustleven dat nergens veel uitleg nodig heeft. Dit is een plaats om even uit de wagen te stappen, de benen te strekken, naar zee te kijken en te beseffen dat reizen soms ook gewoon ontspanning is.

Porto San Giorgio heeft meer uitstraling. De stad ontstond als haven van Fermo, dat vijf kilometer landinwaarts op de heuvel ligt. Dit is een badplaats met palmbomen, mooie villa’s, rechte straten, een jachthaven en een zekere mondaine sfeer. Het massatoerisme heeft hier nooit echt de plak gezwaaid en dat is maar goed ook. Daardoor blijft Porto San Giorgio aangenaam om door te wandelen, langs de haven, door de winkelstraatjes of richting zee. Bovendien zijn er genoeg restaurants waar je je tegoed kan doen aan de lokale vis en zeevruchtenfestijnen.

Cupra Marittima, kleiner en rustiger

Verder naar het zuiden zakken we af richting de Riviera delle Palme en worden de plaatsjes wat kleiner en rustiger. Cupra Marittima hoort daar helemaal bij. Palmen langs de kust, een lang strand, een fietspad richting Porto d’Ascoli en een zee die hier rustig en geleidelijk dieper wordt. Dat maakt Cupra populair bij families en tegelijk ook een aangename halte onderweg.

Cupra heeft eigenlijk twee gezichten. Beneden ligt de kustplaats, ontstaan toen de vissers het op en af wandelen naar de heuvel beu waren en dichter bij zee gingen wonen. Boven ligt Marano, de oude kern op de heuvel, met smalle straatjes en een mooi uitzicht over de Adriatische Zee. Dat doet wat denken aan Grottammare, dat we al in het artikel over Offida hebben aangehaald.

Langs zee draait alles rond wandelen, fietsen en rustig kijken naar dat lange lint van palmen. Je kan je er eenvoudigweg lekker ontspannen, de tijd nemen om een aangenaam tafeltje uit te kiezen op een mooi terras en in een boek duiken terwijl je een fles Offida Pecorino soldaat maakt. Cupra Marittima past mooi in de route als je wat meer rust opzoekt. De palmbomen, het strand en Marano krijg je er gratis bovenop als extraatje.

San Benedetto del Tronto, de zuidelijke finale

Afsluiten met de kustplaatsjes doen we helemaal in het zuiden van Marche, in San Benedetto del Tronto. Hier zit je volop aan de Riviera delle Palme. Palmen langs de boulevard, een breed zandstrand, veel beweging, strandtenten en Abruzzo dat om de hoek ligt.

San Benedetto is duidelijk groter en levendiger dan Cupra Marittima. Dit is geen kleine rustige halte meer, wel een echte badstad waar het kustleven stevig draait. In de zomer is het hier druk, maar op een heel Italiaanse manier. Families huren hun vaste parasol, kinderen krijgen hun dagelijks ijsje, nonni houden alles in het oog en de vaders schuiven aan wanneer het werk het toelaat. Il mare fa bene alla salute, zeggen ze dan. En wie ben ik om daar tegenin te gaan.

De boulevard is een attractie op zich. Vier kilometer lang kan je hier wandelen tussen de duizenden palmen die de kust een bijna exotisch gevoel geven. Voor je de boulevard opgaat, merk je het kleurrijke beeld op met de tekst Lavorare, lavorare, lavorare, preferisco il rumore del mare. Werken, werken, werken, ik verkies het geluid van de zee.

De Molo Sud mag je zeker niet overslaan. De pier is ongeveer een kilometer lang en vormt tegelijk een openluchtmuseum. Grote blokken travertijn werden er door kunstenaars omgevormd tot beelden en muurschilderingen. Je wandelt dus letterlijk tussen kunst en zee, met aan het einde het rode lichtbaken en zicht op de open Adriatische Zee. Dat is een mooie plek om even te blijven staan, zeker als je onderweg al wat te veel strandstoelen en parasols hebt gezien.

San Benedetto heeft ook een echte vissershaven met zowel grote vissersboten als kleine kleurrijke bootjes. Op de kade is er bedrijvigheid genoeg en ’s nachts wordt de haven een echte vissersverzamelplaats, waar de vangst wordt verhandeld. Dat kan je de volgende dag gewoon proeven op je bord.

Frittura di paranza, gemarineerde ansjovis, pasta met zeevruchten en natuurlijk brodetto alla sambenedettese. Dat is de lokale versie van brodetto, met verschillende soorten vis, schelpdieren en schaaldieren. Paprika en azijn geven de versie van San Benedetto haar eigen karakter. Bestel je die in een restaurant, dan meld je dat best al bij de reservatie. Anders zou je wel eens achter het net kunnen vissen met je verlangen naar deze lekkernij.

We laten de kust nu achter ons en richten ons in de volgende artikels op de parels in het binnenland.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden

Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden

In het rood aangeduid op mijn wishlist voor onze Marche reis stond een bezoek aan het Parco Naturale del Conero, de Conero Riviera en Le Due Sorelle. Hoewel het dus bovenaan mijn lijstje stond, heb ik het bezoek bewust niet tijdens de start van onze reis geplaatst. Je hebt dan altijd nog iets om naar uit te kijken. Het was één van de kortste verplaatsingen die we moesten maken. Monte Conero ligt immers net ten zuiden van Ancona.

Tussen Ancona en Numana rijst Monte Conero op als een markante witte kalkmassa, met kliffen, baaien, bos en dorpen die mooi in dat decor lijken te zijn neergelegd. Je merkt het vlug als je er naartoe rijdt. Het landschap krijgt al snel een ander gezicht. Alles wordt er ruwer en steiler zodra je de kaap nadert. Het Parco del Conero strekt zich uit over ruim 6.000 hectare in de zones van Ancona, Camerano, Numana en Sirolo, met een kustlijn van witte rotsen en een groen binnenland dat mee het karakter van dit gebied bepaalt.

Je kan hier gerust een volledige daguitstap van maken. Wie ten volle van de schoonheid wil genieten, inclusief wandeling en tijd op het strand van Le Due Sorelle, heeft er misschien wel twee dagen voor nodig.

Het ruwe gezicht van de kust

Ik vind het opmerkelijk hoe weinig bekend Monte Conero is wanneer je erover vertelt tegen mensen die zelf al in Marche geweest zijn. Dat is zonde natuurlijk, want het beeld van de kustlijn verandert hier helemaal. Plots krijg je steile kalkrotsen, bos, kliffen en wandelpaden, op een stuk Adriatische kust dat elders meestal veel vlakker oogt. Met zijn 572 meter is Monte Conero hier een unieke verschijning.

Geologisch ontstond Monte Conero uit mariene sedimentatie die al in het Jura begon. Pas in het Plioceen kwam de berg boven water. Het park zelf werd in 1987 opgericht om de rijkdom aan flora, fauna en cultureel erfgoed te beschermen, en dat voel je ook wanneer je er rondloopt. Wij waren er in juli en hoewel het er dan zeer warm kan zijn, is dit een heerlijke plek om rond te trekken. Er zijn verschillende goed aangeduide wandelroutes, ook voor mountainbike en paardrijden. Je merkt onderweg hoe sterk zee en landschap hier in elkaar grijpen. Achter bijna elke bocht verandert het uitzicht. Het ene moment wandel je tussen groen en kalksteen, wat later kijk je ineens uit over de Adriatische kust en sta je toch weer even stil bij die mooie vergezichten.

Passo del Lupo, volg het pad van de wolf

Als je er zin in hebt neem je best je wandelschoenen en wandelstokken mee. De Passo del Lupo is een van de bekendste wandelroutes van het park. Vanuit Sirolo, met start aan het kerkhof op ongeveer een kilometer van het centrale plein, wandel je hier over de zuidelijke kalkflanken van Monte Conero naar een uitzichtpunt dat je niet snel meer vergeet. De route volgt wandelpad 302 en is goed bewegwijzerd. De wandeling zelf is technisch niet bijzonder zwaar en het hoogteverschil blijft vrij beperkt, al vraagt het laatste stuk wel wat voorzichtigheid. Zeker wie last heeft van hoogtevrees blijft daar beter attent.

Onderweg wandel je door een afwisselend landschap van bos, kalkrotsen en mediterrane vegetatie. Geregeld trekt het uitzicht open en krijg je dat typische samenspel van groen, wit en blauw dat deze kust zo herkenbaar maakt. Na ongeveer een uur stappen bereik je het uitzichtpunt boven Le Due Sorelle. Dat is zo’n plek waar iedereen automatisch even stilvalt. Voor je ligt de besloten baai met het witte strand, het heldere water en natuurlijk de twee rotsen die als twee wachters uit zee oprijzen. Dat beeld is intussen zowat het icoon van de Conero Riviera geworden, en terecht. Het is gewoon indrukwekkend.

Sirolo en Numana, twee parels van de Riviera del Conero

Ben je niet zo’n liefhebber van avontuurlijke wandelingen, dan kan je hier ook gewoon heerlijk flaneren langs de Riviera del Conero. Hier liggen immers enkele van de mooiste kustplaatsen van Marche. Sirolo en Numana zijn dan de ideale haltes.

Sirolo is zonder twijfel een van de mooiste kustplaatsen van de Conero Riviera. Het oude middeleeuwse centrum ligt hoog boven zee en kijkt uit over een van de fraaiste stukken Adriatische kust van Marche. Je wandelt er door smalle straatjes en kleine steegjes die nog duidelijk de sfeer van het oude vestingdorp bewaren. Sirolo combineert dat historische karakter ook nog eens met de ligging aan enkele van de bekendste stranden van de streek, zoals Spiaggia Urbani, San Michele en natuurlijk Le Due Sorelle. De witte rotsen van Monte Conero duiken hier de zee in en vormen baaien en inhammen. Ook het centrale plein speelt een belangrijke rol. Dat is in de zomer echt een ontmoetingsplek, met zicht op zee, een ijsje of aperitief binnen handbereik en net genoeg leven om het gezellig te houden.

Amper een kilometer verder, en perfect te voet te doen, ligt Numana. Het hogere deel is Numana Alta. Hier voel je nog duidelijk de oorsprong van het oude vissersdorp. Alles oogt er kleiner, intiemer en wat rustiger. Van daaruit daal je via de Costarella, de oude trap die vissers vroeger gebruikten, af naar de haven. Beneden verandert de sfeer. Daar zit je dichter bij het strand, de bars, de promenade en dat typische kustleven dat in de zomer volop draait.

Le Due Sorelle, het beeld van Conero

We hebben al een paar keer verwezen naar Le Due Sorelle, het indrukwekkende visitekaartje van de regio. Die twee witte rotspunten die uit zee oprijzen voor de kust zijn intussen uitgegroeid tot een echt symbool van dit gebied. En eerlijk, dat is volkomen begrijpelijk.

Deze baai ligt voor de kust van Sirolo en officieel spreken we over Spiaggia delle Velare. Maar zowat iedereen kent ze gewoon als het strand van Le Due Sorelle. Het strand zelf bestaat uit witte kiezel, rotsachtige uitlopers en helder water. Je gaat online ongetwijfeld heel mooie foto’s van Le Due Sorelle vinden, maar in werkelijkheid maakt deze plek nog meer indruk. Vroeger kon je Le Due Sorelle ook te voet bereiken via de Passo del Lupo, maar deze toegangsweg is al geruime tijd afgesloten. Vandaag geraak je er enkel over zee, met een boot of shuttle. Je moet er dus wat moeite voor doen om deze schoonheid van dichtbij te bewonderen.

Rond Le Due Sorelle hangt ook een oude legende. Men vertelt dat in deze wateren ooit een verleidelijke sirene leefde die met haar gezang zeelieden lokte en hen vervolgens in een grot gevangen hield. Een zeedemon zou haar daarbij geholpen hebben. Volgens het verhaal werd dat monster door de goden gestraft en in steen veranderd, waarbij het in twee delen brak. Zo zouden de twee rotsen ontstaan zijn. Vergeet dus zeker je waterpistool niet om deze demonen af te schrikken.

De baai van Portonovo

Aan de noordkant van de Conero, op ongeveer 15 kilometer van Sirolo, richting Ancona, ligt Portonovo. Deze baai ligt verscholen in het groen van het Parco del Conero, helemaal tegen de flanken van Monte Conero aan, en heeft een heel eigen sfeer. Zodra je er aankomt voel je dat dit geen gewone badplaats is. Alles oogt hier natuurlijker, rustiger en ook net dat tikkeltje ruiger.

De baai zelf bestaat uit grind, stenen en helder water. Je hebt er publieke stukken strand en een aantal beach clubs, maar zelfs dan blijft het geheel vrij ongerept aanvoelen. Je zit hier midden in het groen, met de berg bijna in je rug en de zee vlak voor je. Veel dichter op elkaar kan natuur en kust bijna niet zitten.

Portonovo heeft ook nog wat extra’s. Het witte Fortino Napoleonico springt in het oog. Dat militaire verleden voel je hier nog wel een beetje. Verder ligt er ook nog de Torre Clementina, ooit gebouwd om de kust te bewaken. En uiteraard kom je in Portonovo ook voor wat er uit die zee op tafel belandt. Dan kom je automatisch uit bij een van de bekendste specialiteiten van de streek: de mosciolo di Portonovo.

Dit is een erkende en beschermde term die specifiek verwijst naar wilde mosselen die zich vasthechten aan de rotsen van Monte Conero. Ze worden niet gekweekt, maar groeien volledig natuurlijk in het heldere zeewater van dit natuurgebied. Dankzij de uitzonderlijke waterkwaliteit, die tot de zuiverste van Italië behoort, krijgen de moscioli het label ‘Categorie A’, de hoogste classificatie voor consumptieschelpdieren. In 2004 werden ze erkend als Slow Food Presidium, een eer die enkel is weggelegd voor producten met een uitgesproken identiteit en sterke regionale verankering.

We schreven er eerder al uitgebreid over. Wie er meer over wil weten, kan ook ons artikel ‘De wilde mossel van Portonovo‘ lezen.

Camerano, het kloppend hart van Rosso Conero

De wijnliefhebbers zijn misschien wat op hun honger blijven zitten maar als je ervan uitging dat er rond Monte Conero geen wijn te vinden is, dan heb je het goed fout. Camerano ligt tussen de heuvels van de Conero Riviera en wordt niet voor niets gezien als een van de echte wijnplaatsen van dit gebied. Dit is immers het hart van Rosso Conero, de rode wijn die hier al sinds 1967 een eigen DOC heeft. Sinds 2004 kreeg de riserva het DOCG statuut onder de naam Conero DOCG. Sinds 26 september 2024 zijn binnen die DOCG ook de rosé wijnen, inclusief een spumante, officieel toegelaten.

Die wijnen steunen in hoofdzaak op Montepulciano, goed voor minstens 85 procent van de blend. Voor de DOCG mag Sangiovese nog een aanvullende rol spelen, maar slechts tot maximaal 15 procent. Bij Rosso Conero DOC ligt dat iets ruimer. Ook daar moet Montepulciano minstens 85 procent halen, maar de resterende 15 procent mag bestaan uit andere niet aromatische blauwe druivenrassen die in Marche toegelaten zijn. In het glas levert dat rode wijnen op met kleur, kracht, rijp donker fruit, kruidigheid en duidelijke tannine.

Voor Rosso Conero DOC is geen verplichte rijping vastgelegd vooraleer de wijn op de markt komt. Bij Conero DOCG ligt dat anders: de riserva moet minstens twee jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. De rosato binnen de DOCG mag dan weer pas vanaf 1 januari van het jaar na de oogst in de handel worden gebracht. Voor de rosato spumante ligt het nog strikter, want die moet via een verplichte tweede gisting op fles volgens de metodo classico worden gemaakt en minstens 18 maanden op de gisten rijpen.

Het productiegebied omvat onder meer Ancona, Offagna, Camerano, Sirolo en Numana, met ook delen van Castelfidardo en Osimo. De wijngaarden liggen op de heuvels rond de kaap, waar de Adriatische Zee nooit ver weg is. Dat samenspel van reliëf, zeebries en zon geeft deze wijnen hun eigen profiel.

Staat de wijn voor je centraal, dan kan je perfect de Strada del Rosso Conero volgen. Je kan onderweg niet alleen een stop maken bij een of meerdere van de 22 wijnbouwers die hier actief zijn. Je zal ook langs de meeste plaatsen komen die we in dit artikel beschreven. Inclusief Camerano zelf, want dit dorpje is evenzeer een bezoek waard. Het dorp heeft een eigen sfeer en staat ook bekend om zijn ondergrondse gangen en ruimtes. Ook geschiedenis en cultuur zijn hier nooit ver weg. Camerano kent een lange voorgeschiedenis die teruggaat tot de prehistorie en groeide in de middeleeuwen uit tot een onafhankelijk kasteel.

Culinaire tips

Tijdens je bezoek aan de Monte Conero, de Riviera del Conero of onderweg op de Strada del Rosso Conero zal je zonder moeite heel wat culinaire stops kunnen inlassen. Je kan er zelfs perfect een extra bezoek aan Ancona aan breien, waardoor de culinaire mogelijkheden nog breder gaan.

Graag geven we ter afronding van dit artikel nog enkele adressen mee waar het goed tafelen is.

In Portonovo springt Clandestino Susci Bar eruit als een van de meest uitgesproken adressen. Voor wie aan de baai een echt gastronomisch moment wil inbouwen, zit daar goed. Wie het liever iets minder uitgesproken maar nog altijd bijzonder smaakvol houdt, kan in Portonovo ook terecht bij Marcello. Iets verder van de kustdrukte, maar nog altijd helemaal in de sfeer van het gebied, is Trattoria Mafalda een adres om te onthouden.

In Sirolo is L’Officina een aanrader voor wie verfijnd wil eten in een hedendaagse setting. Wie daarnaast ook een meer verborgen adres zoekt, kan Da Silvio meenemen. Dat is zo’n plek die minder nadrukkelijk in de spotlights staat, maar net daarom extra interessant blijft.

In Numana zijn In Riva a Numana en Casa Rapisarda twee adressen om te onthouden. Het eerste mikt duidelijk op een meer gastronomische ervaring, het tweede voelt iets intiemer aan maar blijft culinair bijzonder interessant. Daarnaast zijn ook La Spiaggiola en La Torre twee mooie tips voor wie in Numana graag wat verder kijkt dan de meest voor de hand liggende namen.

Wie nog een kleine omweg wil maken buiten de directe kuststrook kan ook Andreina in Loreto meenemen. Dat is een mooie extra halte voor wie de regio graag ook via het bord verder verkent. En wil je je culinaire uitstap doortrekken tot in Ancona zelf, dan is Ginevra het Michelinsteradres van de stad. Wie liever wat minder formeel tafelt maar nog altijd bijzonder goed wil eten, kan in Ancona ook Sot’Ajarchi meenemen, dat met een Bib Gourmand in de Michelingids is opgenomen..

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche

Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche

We zijn ondertussen gesetteld op onze basislocatie om Marche te verkennen. Een van de eerste zaken op onze agenda is het verzamelen van proviand. In ons geval is dat uiteraard lokale wijn. We zijn geen avondtoeristen, wat wil zeggen dat we er weliswaar voor zorgen dat we van la cena kunnen genieten in een leuk lokaal restaurantje, maar dat we ons nadien graag terugtrekken op het terras van onze kamer, gewapend met een stapel boeken. We openen dan een lekker flesje lokale wijn en genieten van de ondergaande zon, de rust, het lezen en uiteraard ook gewoon van het samenzijn. En dus moet er wat verscheidenheid aan wijn aanwezig zijn om, naargelang de goesting van de avond, een fles te kunnen openen.

Vermits we in Verdicchio land zitten en we van deze wijn al een mooie lokale aanvoer hebben, trekken we eropuit op zoek naar de nodige variatie. Die vinden we in Offida. Deze appellatie is voor velen een onbekende naam, en dat is toch een beetje zonde, want als ik in mijn geheugen graaf, dan kan ik me niet herinneren ooit ook maar één slechte wijn van Offida geproefd te hebben. De witte wijnen van Passerina of Pecorino, en de rode wijnen van Montepulciano, stellen dus zelden teleur.

Bovendien zitten we tegelijk in de buurt van Rosso Piceno, het grootste wijngebied van Marche, en dicht bij de zeer uitnodigende stad Ascoli Piceno. Rosso Piceno zullen we in een later artikel nog uitgebreider aan bod laten komen. Bijkomend pluspunt is dat we dit kunnen koppelen aan een bezoek bij een van onze wijndomeinen, Terra Fageto, waarvan we de wijnen al enkele jaren importeren.

We zitten met andere woorden gebeiteld voor een eerste leuke verkenningsdag in Marche. De navigatie aan en de tocht kan beginnen. Dat we de nodige kilometers zouden verrijden in Marche, was thuis tijdens de voorbereiding al duidelijk geworden. Voor vandaag betekent dat alvast een rit van een 120-tal kilometer om op onze bestemming te raken.

Offida DOCG, een kleine appellatie met veel gezichten

Zoals aangehaald zal Offida niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, en in feite is het ook niet erg dat je dit wijngebied van 513 hectare niet meteen kent. Pas sinds 2011 hoort Offida officieel bij de DOCG gebieden. Toch is deze appellatie absoluut het ontdekken waard, want het is een van de interessantste denominaties langs de Adriatische kust. We zitten hier in het zuiden van Marche, op de grens van de provincies Ascoli Piceno en Fermo, in een landschap dat zich uitstrekt van de kuststrook tot de meer heuvelachtige zones landinwaarts. De wijngaarden liggen hier op een hoogte tussen 50 en 650 meter boven zeeniveau, en helemaal niet in één homogeen decor, maar in een gebied dat voortdurend schakelt tussen invloeden van zee en binnenland. Die invloed van de zee zal je vooral proeven in de witte wijnen, die vaak een typisch ziltig karakter vertonen.

Binnen Offida DOCG onderscheiden we drie types wijn: twee witte, Offida DOCG Pecorino en Offida DOCG Passerina, en een rode, Offida Rosso DOCG. Hoewel je hier in de praktijk meestal monocepage wijnen zal aantreffen, moet volgens de wet slechts minimum 85 procent van de vermelde druif aanwezig zijn. Pecorino en Passerina kennen een vrij beperkte verplichte rijping van een vijftal maanden en liggen dus ook vrij snel op de markt.

Dat is niet het geval voor Offida Rosso, die gemaakt wordt van Montepulciano. Deze wijn moet minstens 24 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden op hout en nog eens 3 maanden op fles. Dat levert rode wijnen op met kleur, inhoud en structuur. Qua aroma’s zit je bij rood fruit, met daarnaast ook toetsen die wat rijper en dieper gaan, zoals zoethout en chocolade. In de mond heeft Offida Rosso volume, structuur en een lange afdronk.

Wijnen van Offida Passerina DOCG zijn doorgaans frisse, droge witte wijnen met een heldere strogele kleur en een profiel dat vlot toegankelijk is. Ze zijn zeer aangenaam, bijna speels, met een duidelijk floraal profiel. Ze mikken niet op kracht, wel op drinkplezier, frisheid en levendigheid. Je zal ze hier enkel in een droge en stille vorm vinden. Wil je de Passerina druif ook eens in een bruisende Spumante versie ontdekken, of kies je liever voor de zoete passito of Vin Santo kant, dan moet je vragen naar een Terre di Offida DOC.

Ook voor Offida Pecorino DOCG spreken we over droge witte wijnen. Die hebben een heel ander karakter dan de Passerina variant. Ze bezitten doorgaans net iets meer spanning en karakter. Deze druif geeft vaak wat meer body, wat meer inhoud en wat meer temperament in het glas. Bovendien heeft Pecorino iets bijzonder sympathieks, waardoor deze wijn voor een zeer breed publiek toegankelijk is.

De enoteca in Offida, verplichte halte

Je weet nu welke wijnen de appellatie te bieden heeft, maar dan volgt natuurlijk de volgende vraag: welke flessen neem je mee om er, zoals wij, later op de avond in alle rust van te genieten in de luie zetel of op het terras van de kamer? Gelukkig is er in Offida zelf een erg aangename enoteca. Je vindt die in het historische centrum, aan de Via Giuseppe Garibaldi, in een oud kloostergebouw vlak bij het hart van het dorp.

Verwacht hier geen strakke moderne wijnbar met hippe inrichting en flessen die als designobjecten staan uitgestald. Dit is eerder een charmante, wat klassieke enoteca die perfect aansluit bij het karakter van Offida zelf. Je kan er wijnen proeven, flessen kopen en je tegelijk ook wat beter oriënteren in het aanbod van de appellatie. Wie zin heeft, kan er ook iets kleins eten bij een glas wijn, eerder in de sfeer van een aperitivo of een lokale plank dan van een echte restaurantmaaltijd. Veel spectaculaire franjes hoef je er verder niet te verwachten, maar voor een wijnliefhebber is dit wel gewoon een verplichte halte.

Je kan natuurlijk ook een directe stop maken bij de lokale wijnboeren, zoals wij deden bij Terra Fageto. Ze hebben een zeer toegankelijke cantina die druk bezocht werd door zowel toeristen als lokale bewoners. Die komen er mee genieten van het brede aanbod aan wijnen dat het domein aanbiedt, waaronder ook Offida Pecorino DOCG.

Toeristische pareltjes rond Offida

De afstand die we moesten afleggen om naar de enoteca van Offida te rijden en Terra Fageto te bezoeken, is te groot om het daarbij te laten. Er valt in deze omgeving zoveel moois te ontdekken dat je er met gemak een volledige daguitstap van maakt.

Let wel, en dit geldt eigenlijk niet enkel voor Marche maar voor zowat heel Italië: tussen 14 en 16 uur valt alles er stil. Heel wat zaken zijn gesloten en veel beweging hoef je dan ook niet te verwachten. Die middagpauze wordt er bijzonder ernstig genomen en dat is toch iets anders dan wij in België gewoon zijn. Zorg dus gewoon dat je dan comfortabel in een goed restaurant zit te genieten van een lekkere pranzo.

Niet te missen ginds is alvast Ripatransone. Het is een klein dorpje dat ongeveer 15 kilometer van Offida ligt en dat overal wordt aangegeven als een van de aantrekkelijkste balkondorpjes van Marche. Wij kunnen dat enkel maar beamen. Het uitzicht is een groot deel van de aantrekkingskracht van het dorpje. Aan de ene kant kijk je richting Adriatische Zee, aan de andere kant richting de Monti Sibillini. Alleen daarvoor loont de omweg al. Geniet niet enkel van de weidse gezichten, maar slenter ook even door het dorpje, want naar het schijnt bevindt zich daar het smalste straatje van Italië. Of dat effectief overal wordt aanvaard, laat ik even in het midden, want in Italië zijn er wel meer dorpen die graag met zulke titels uitpakken.

Ook Acquaviva Picena is absoluut de moeite om nog eens 15 kilometer extra aan de trip te breien. Het dorp ligt op een heuvel, op een goede driehonderd meter hoogte, en op de weg ernaartoe zie je al van ver het indrukwekkende fort, dat zonder twijfel de grote blikvanger is van Acquaviva Picena. Het torent boven het dorp uit en bepaalt meteen ook de sfeer van de plek. Maar er is meer dan die imposante toren. In principe begint je bezoek al nog voor je echt het centrum inwandelt. Van aan de rand van het dorp krijg je al mooie zichten over de glooiende heuvels, met wijnranken en olijfbomen, en tegelijk merk je hoe dicht de Adriatische kust eigenlijk nog ligt. Het dorp zelf heeft die typische sfeer van een oude borgo waar het dagelijkse leven nog niet volledig is weggefilterd. Je wandelt er door smalle straatjes, langs stadspoorten en kleine pleinen, en je krijgt voortdurend het gevoel dat achter elke hoek weer een ander uitzicht of een nieuw detail opduikt.

En dan is er uiteraard Ascoli Piceno. Dit is de belangrijkste stad van de zuidelijke Marche en ze ligt pal op de grens met Abruzzo. Van zodra je er rondwandelt, snap je waarom deze plek zo vaak genoemd wordt als een van de mooiste steden van Marche. Het witte travertijn geeft de stad een heel eigen uitstraling, zeker op de grote pleinen, waar het licht voortdurend verandert en de gebouwen bijna lijken mee te kleuren met het moment van de dag. Piazza Arringo en Piazza del Popolo zijn daarbij de grote blikvangers. Maak zeker een stop bij Caffè Meletti, het historische café aan Piazza del Popolo. Je kan er meteen ook van de gelegenheid gebruik maken om de beroemde olive all’ascolana te proeven als aperitivo.

In de praktijk doe je de route wellicht beter anders dan we ze hierboven weergeven. Ascoli Piceno is immers de verste halte van de trip, en daar hou je dus best eerst stop. Daarna trek je naar Offida, vervolgens naar Acquaviva Picena en dan naar Ripatransone, om uiteindelijk via de kustsnelweg terug huiswaarts te keren.

Ik spreek hier bewust nog niet over de mooie kustplaatsjes die je er kan bezoeken, maar ik kan toch niet anders dan vermelden dat je op de terugweg zeker tijd moet maken om halt te houden in Grottammare. Dit is een piepklein, niet te missen kustplaatsje waar je onmiddellijk naar het hoger gelegen deel, Grottammare Alta, moet gaan. Het is onmogelijk om er urenlang in te verdwalen, want het heeft eerder een compacte oude kern van middeleeuwse straatjes en een handvol huizen. Maar precies die charme maakt het zo memorabel.

Wij hadden bovendien het geluk dat er net op het moment van ons bezoek Borgo diVino in Tour plaatsvond. Dat is een rondreizend wijnevenement dat halt houdt in verschillende mooie Italiaanse borghi. Het concept is eenvoudig: je wandelt door het historische centrum van zo’n dorp, waar verspreid stands van wijnproducenten staan opgesteld, vaak aangevuld met lokale specialiteiten, muziek en wat extra omkadering. Extra proeven en genieten was dus ook ons deel van de trip. Ga je dit jaar, in 2026, naar Marche, plan je stop in Grottammare dan van 17 tot 19 juli. Dan kan je dit evenement zelf meepikken.

Campofilone en nog een laatste weetje

Hoewel ik me moet realiseren dat ik een blog schrijf en geen boek, kan ik het toch niet laten nog wat extra’s mee te geven. Het zou zonde zijn om het niet te vermelden, want dit deel van zuidelijke Marche heeft ook nog een gastronomische troef achter de hand: Maccheroncini di Campofilone.

Campofilone ligt op een boogscheut van Pedaso, de thuisbasis van Terra Fageto. Tijdens ons bezoek nodigde Michele ons uit om samen te lunchen. Daarbij vertelde hij het verhaal van deze bijzonder fijne eierpasta, die in de omgeving een bijna iconische status heeft. De pasta is flinterdun, wordt traditioneel zonder toegevoegd water gemaakt en heeft een opvallend korte gaartijd. Bovendien heeft deze pasta een beschermde status. Maccheroncini di Campofilone IGP geldt als de enige eierpasta in Italië met een IGP erkenning, en de productiezone is strikt verbonden aan het grondgebied van Campofilone.

En of we benieuwd waren om deze pasta te proeven. Michele nam ons mee naar restaurant Cinque Ragazze in Campofilone, waar we voor onze neus Maccheroncini di Campofilone in een heerlijke cacio e pepe bereiding zagen klaarmaken. Onze borden werden flink gevuld en we hebben gesmuld van deze werkelijk subliem lekkere pasta. Noteer dus maar dat we, indien we opnieuw in de buurt zijn, daar zonder twijfel een verplichte stop zullen houden. Kleine tip voor de gastronomen onder jullie.

Om af te ronden nog een weetje dat niets met wijn of gastronomie te maken heeft, maar wel met de modewereld. De niet zo goedkope, maar zeer comfortabele Hogan schoenen, waar ik toch wel fan van ben, komen hier vandaan. Tod’s Group, het moederbedrijf van onder meer Hogan, is immers stevig verankerd in Marche. Dat ben ik pas nadien te weten gekomen, en maar goed ook. Anders hadden er misschien nog enkele extra paren van die schoenen mee in de valies huiswaarts gezeten.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio

Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio

Met de situering van Marche trappen we onze nieuwe zondagse reeks officieel op gang. Beetje bij beetje pellen we deze regio verder af en duiken we dieper in een werkelijk fascinerend stuk Italië. Hoewel het ondertussen al enige tijd geleden is dat we zelf op ontdekkingstocht trokken door Marche, staan de beelden me nog scherp voor de geest. Het was een instant crush, die intussen is uitgegroeid tot een diepe genegenheid voor deze minder toeristische, maar ronduit bloedmooie regio.

En waar het hart van vol is, daar komen vroeg of laat vragen van. Zo wilden goede vrienden van ons weten wat ze absoluut moeten bezoeken wanneer ze hun jaarlijkse vakantie in Marche doorbrengen. Vermits ik beter schrijf dan spreek, kom ik op deze wijze graag tegemoet aan hun verzoek.

Sommige regio’s in Italië zijn zo bekend dat je er nauwelijks nog iets over hoeft te zeggen. Marche hoort daar niet bij. Gelukkig maar. Wie hierheen reist, krijgt niet het gevoel in een decor terecht te komen dat al eindeloos is opgevoerd. Marche voelt echt. Menselijk ook. Eens je er bent, kom je ogen tekort, proef je gulzig van al het goede dat de regio te bieden heeft, rijd je van de ene bestemming naar de andere, trek je de natuur in en neem je af en toe bewust de tijd om alles rustig te laten bezinken.

Maak je dus klaar voor veel Marche. Tegen het einde van deze reeks heb je wellicht al een vliegticket geboekt en een verblijf vastgelegd. Gewoon, omdat je het met eigen ogen wilt zien. Marche: een parel tussen de Adriatische kust en de Apennijnen.

Eerst even de kaart erbij

We openen met saaie geografische kost. Marche ligt aan de oostkant van Midden Italië, aan de Adriatische Zee. Ten noorden grenst de regio aan Emilia Romagna en San Marino. Ten westen liggen Toscane en Umbrië. In het zuiden sluiten Lazio en Abruzzo aan. Op de kaart oogt Marche misschien niet als de grootste regio van Italië, maar ze heeft wel een indrukwekkende rijkdom aan landschappen. Dat heeft alles te maken met haar langgerekte vorm tussen zee en bergketen. De Adriatische kust tekent de oostelijke grens. De Apennijnen vormen in het westen een stevige ruggengraat. Daartussen ligt een golvend heuvelland dat traag reizen als de normaalste zaak van de wereld beschouwt. Na enige tijd pas je je vanzelf aan dat ritme aan en lijkt de ratrace van bij ons plots heel ver weg.

Vanuit België heb je in de praktijk twee logische opties om naar Marche te reizen: met de wagen of met het vliegtuig. Die keuze is vooral persoonlijk en hangt af van het soort reis dat je wilt maken. Wij kozen voor het vliegtuig. Hoewel Ancona wel degelijk een luchthaven heeft, bleek die voor ons niet de meest evidente optie. Bologna werd uiteindelijk ons aankomstpunt, en dat was allerminst een slechte keuze. Daar huurden we een wagen, die tijdens onze veertiendaagse ontdekkingsreis een onmisbare compagnon werd.

Vanuit Bologna reden we richting Rimini en vervolgens de snelweg op die langs de Adriatische kust loopt, helemaal zuidwaarts, tot diep in Puglia. Aanvankelijk zijn dat brede, vlot berijdbare wegen. Hoe verder je zuidwaarts trekt, hoe minder ruim alles aanvoelt. De snelweg wordt smaller, het traject bochtiger en het comfort wat minder vanzelfsprekend. Echt onveilig wordt het gelukkig nooit. Zelf moesten we niet zo ver doorrijden, want vlak voor Ancona gaf onze gps aan dat we de snelweg moesten verlaten.

Voor wie wil rondtrekken, blijft een wagen ter plaatse echt wel onmisbaar. Op de kaart lijken veel afstanden best mee te vallen, maar in werkelijkheid ben je vaak langer onderweg dan je zou denken. Voor heel wat verplaatsingen rij je eerst richting de snelweg langs de Adriatische kust, om daarna opnieuw landinwaarts te trekken.

Federico II, Stupor Mundi

Wat doet de geschiedenis van Marche ter zake, zal je je misschien wel afvragen. Dit heeft toch weinig te maken met wat er vandaag te bezoeken valt in de regio. Toch wel. Zoals in haast elke Italiaanse regio is het verleden ook hier een blijvend hangijzer. Marche vormt daarop geen uitzondering. Zeker niet wanneer we later ook nog wat dieper in de wijnen willen duiken.

De aanwezigheid van de Picenen, de Romeinen en de ontwikkeling van handelsroutes hebben allemaal hun belang gehad, maar voor ons verhaal moeten we vrij snel richting middeleeuwen kijken. Daar begint Marche zich echt te tonen als een gebied met sterke steden, lokale machtscentra en een ingewikkeld kluwen van pauselijke, keizerlijke en regionale invloeden. Precies in die context duikt Federico II op, een van de meest fascinerende figuren uit de middeleeuwse Europese geschiedenis, geboren in 1194 in Jesi. Jawel, Jesi, het hart van de Verdicchio.

Dat we net hem hier extra in de verf zetten, is geen toeval. Als keizer van het Heilige Roomse Rijk en koning van Sicilië combineerde Federico II politieke macht met een opvallende intellectuele nieuwsgierigheid. Hij hield zich bezig met recht, wetenschap, talen, filosofie en natuurstudie. Die zeldzame combinatie bezorgde hem de bijnaam Stupor Mundi, verwondering van de wereld. Laat ons zeggen dat de man zijn tijd op veel vlakken vooruit was en in heel Italië zijn sporen heeft nagelaten. Als valkenier trok hij er geregeld op uit, en volgens de overlevering zou ook Montefalco in het naburige Umbrië zijn naam aan die passie te danken hebben. Of dat historisch tot op de letter waterdicht is, laten we hier even in het midden.

Helemaal tastbaar wordt Federico II in het noorden van Puglia, bij Castel del Monte. Dat kasteel, hoog op een heuvel bij Andria gelegen en uitkijkend over het landschap richting Adriatische kust, is een van de meest markante bouwwerken die met zijn naam verbonden zijn. De strakke, achthoekige vorm was voor die tijd bijzonder vernieuwend. Vandaag is het een van de meest bezochte plaatsen van Puglia en nog altijd een indrukwekkende herinnering aan de visionaire kant van Federico II.

De eenmaking van Italië werd pas in 1861 werkelijkheid, met Victor Emmanuel II, Cavour en Garibaldi als de grote namen. Naar persoonlijke interpretatie en met enige zin voor overdrijving zou je kunnen stellen dat Federico II al veel eerder een soort voorgevoel belichaamde van wat Italië ooit zou kunnen worden. Als keizer van het Heilige Roomse Rijk en als koning van Sicilië had hij macht over een enorm gebied en stond hij dichter bij een politieke samenhang op het Italiaanse schiereiland dan veel anderen voor hem. Dat is uiteraard geen letterlijke voorafname op het latere Italië, maar het zegt wel iets over de reikwijdte van zijn ambitie en zijn historische gewicht.

En hier raken we stilaan ook aan de band tussen Federico II en de wijn van Marche. De verwijzing naar de Castelli di Jesi roept niet alleen een geografische zone op, maar ook een historisch verhaal. Die castelli, de versterkte nederzettingen rond Jesi, zouden onder zijn invloed, of minstens binnen die bredere keizerlijke context, mee zijn uitgegroeid als bescherming van de stad en haar territorium. Vandaag zijn die plaatsen nog altijd zichtbaar aanwezig in het landschap.

Ancona, de hoofdstad van Marche

Ancona is de hoofdstad van Marche, en veel reizigers beschouwen de stad vooral als toegangspoort, als plek van aankomst of vertrek. Dat is begrijpelijk, want Ancona is een havenstad en speelt logistiek een belangrijke rol.

De stad ligt prachtig aan de Adriatische kust en heeft van oudsher een sterke band met de zee. Dat voel je nog altijd. Ancona kijkt niet alleen landinwaarts naar de regio, maar ook over het water naar de bredere wereld. Die maritieme gerichtheid gaf haar doorheen de geschiedenis een heel eigen karakter. Ze was een handelsstad, een strategisch punt en een plek waar invloeden samenkwamen. Daardoor heeft Ancona een ander profiel dan veel charmante binnenlandse steden van Marche. Ze is levendiger en voelt mondialer aan.

Ancona is zeker de moeite om te bezoeken, maar het is wellicht niet de stad die het langst nazindert na een verblijf in Marche. Dat neemt niet weg dat ze cultureel wel degelijk haar waarde heeft. Voor reizigers die net dat culturele willen opzoeken, is Ancona zeker een bezoek waard. Tijdens onze reis bleef de stad zelf uiteindelijk eerder een voetnoot.

De omgeving van Jesi als ideale uitvalsbasis

Op de Verdicchio wijngebieden rond Jesi en Matelica komen we in het slotartikel van deze reeks, naar aanleiding van onze masterclass, uitgebreid terug. Hier willen we het vooral hebben over de omgeving van Jesi, die voor ons tijdens deze reis een ideale uitvalsbasis bleek om Marche te verkennen.

De zone rond Jesi ligt centraal in Marche, op een half uurtje rijden van Ancona en de kust. Het is dus een bijzonder geschikte uitvalsbasis om zowel de noordelijke als de zuidelijke Marche te verkennen. Je zit er bovendien in een aantrekkelijk heuvellandschap met wijngaarden, charmante dorpjes en, voor de sportievelingen, een sterke aanwezigheid van strade bianche. Dat betekent dat je hier gemakkelijk dagen kunt afwisselen tussen wijndomeinen, stadsbezoek, lunches in het binnenland en uitstappen naar zee. Dat soort evenwicht maakt reizen gewoon aangenaam.

Wij verbleven tijdens onze reis in San Marcello en kozen, zoals we bijna altijd doen, voor een rustig wine resort. Filodivino is veel meer dan zomaar een verblijfplaats. Je vindt er rust, er is slechts een beperkt aantal kamers en dat is voor ons ideaal. Tijdens onze vakantie zijn we niet meteen op zoek naar sociaal contact. Je vindt er alle luxe en comfort, met een vriendelijke gastheer en gastvrouw. Je verblijft er midden in een wine resort, wat betekent dat de wijn, Verdicchio in dit geval, altijd aanwezig is. Voor ons was het de perfecte plek om de dag af te sluiten met een spannend boek en een lekker glas wijn, gewoon met zicht op de weidse wijngaarden terwijl de zon stilaan onderging.

Uitkijken naar wat komen gaat

Met deze eerste situering hebben we Marche eigenlijk nog maar amper aangeraakt. De regio ligt nu op tafel, de grote lijnen zijn uitgezet, maar het echte werk moet nog beginnen. In het verdere verloop van de reeks gaan we op zoek naar de vele gezichten, de vele mooie hoeken, de verrassende diversiteit op wijngebied en veel te veel plekken waar je net iets langer wilt blijven hangen dan je vooraf had gepland.

Voor onze vrienden is hiermee hopelijk een eerste aanzet gegeven. Voor ons, en vooral voor mezelf, is dit een terugblik op onze beleving ginds. Eentje die nog altijd helder voor de geest staat en die me tijdens het schrijven constant een smile bezorgde. Memories like they were only from yesterday!

Marche op zondag – Op ontdekking met de levensgenieter

De komende weken duiken we op zondag de Marche in. De aanleiding voor deze nieuwe zondagse reeks kwam van goede vrienden van ons. “Wim, wij trekken komende zomer naar de Marche”, kreeg ik te horen. “Jij gaat ons toch wel kunnen zeggen wat we daar absoluut moeten zien en doen?”

Dat zette meteen iets in gang. Marche is namelijk zo’n boeiende, aangename en mooie regio dat ze, eens je er geweest bent, onder je huid kruipt. Geen seconde hebben we ons er verveeld. Van noord tot zuid trokken we er elke dag op uit, telkens op zoek naar een ander stukje Marche dat ons wist te verrassen.

Mijn antwoord kon dus moeilijk anders luiden: ik ga die tips niet alleen aan jullie vertellen, ik ga ze uitschrijven in een blogreeks.

Zo kunnen ook jullie mee genieten van alles wat Marche te bieden heeft. En misschien begint het dan ook bij jullie te kriebelen om er zelf vakantie te plannen.

🍇 Wat mag je verwachten?

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
    We openen met de regio zelf: waar ligt Marche precies, hoe geraak je er, welke grote lijnen uit de geschiedenis zijn relevant, en waarom is Verdicchio de ideale eerste sleutel om dit verhaal te beginnen?
  2. Offida DOCG: zuidelijke Marche in het glas
    In het zuiden van Marche ontdekken we een nog te weinig bekende DOCG die perfect weergeeft hoe veelzijdig deze regio eigenlijk is. Offida toont zich hier niet alleen met expressieve witte wijnen van Pecorino en Passerina, maar ook met een stevige rode zijde waarin Montepulciano bepalend is.
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en rode wijn elkaar vinden
    Rond de Monte Conero toont Marche zich van een van zijn meest markante kanten. Het Parco Naturale del Conero zorgt voor een spectaculair decor, Conero DOCG voor karaktervolle rode wijn, en de mosciolo di Portonovo verbindt het geheel met de zilte keuken van de kust.
  4. De kust van Marche: zee, sfeer en stadjes met karakter
    Wie Marche alleen met heuvels en wijn associeert, mist een belangrijk deel van het verhaal. Langs de Adriatische kust liggen badplaatsen, vissersstadjes en elegante zeepromenades die de regio een heel eigen dynamiek en uitstraling geven.
  5. Hidden gems van Marche, deel 1
    We kiezen niet voor de meest voor de hand liggende plekken, maar voor plaatsjes die je onverwacht raken: charmant, authentiek en veelzeggend voor het karakter van de regio.
  6. Hidden gems van Marche, deel 2
    We verlaten de meer voor de hand liggende routes en trekken dieper het binnenland in, naar dorpen, kleine steden en de Monti Sibillini, waar Marche zich van een ruigere, stillere en minstens even boeiende kant laat zien.
  7. Marche aan tafel: van brodetto tot vincisgrassi
    Hoewel de keuken van Marche minder naam heeft dan die van sommige andere Italiaanse regio’s, is ze bijzonder boeiend. Ze is vaak sober van uitstraling, maar rijk aan smaak, stevig verankerd in het landschap en vol gerechten die meer indruk maken dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.
  8. De rode veelzijdigheid van Marche
    Marche wordt vaak in de eerste plaats met witte wijn geassocieerd, maar daarmee is lang niet alles gezegd. Rosso Piceno, Lacrima di Morro d’Alba en Vernaccia di Serrapetrona tonen samen hoe veelzijdig, eigenzinnig en boeiend de rode kant van deze regio eigenlijk is.
  9. Bonus – Masterclass Marche
    We sluiten af met een van de boeiendste proeverijen die ik de voorbije tijd deed. We plaatsen Castelli di Jesi Verdicchio, in Superiore en Riserva, naast Verdicchio di Matelica, in de gewone versie en in Riserva, en gaan op zoek naar de subtiele verschillen tussen deze wijnen.

In deze reeks houden we het bewust ruimer en beperken we ons niet tot wijn en gastronomie alleen. Tegen het einde ligt er zo een alternatieve minireisgids door Marche op tafel. Kerken, musea en andere klassieke cultuurstops laten we doelbewust buiten beeld. Daarvoor bestaan al genoeg klassieke reisgidsen. Wij trekken vanaf volgende zondag op ontdekking vanuit het perspectief van de levensgenieter. Soms leidt het glas. Soms het bord. Soms het landschap. Meestal vloeit alles mooi in elkaar over, zoals dat in Italië wel vaker gebeurt.

Verdicchio in tweevoud: Jesi versus Matelica

Ik ben fan van Verdicchio. Bij deze: een spontane bekentenis. Ik keek dan ook enorm uit naar de degustatie rond de twee prominente gezichten van deze druif, die ik mocht leiden tijdens onze maandelijkse proefsessie van wijnclub Het Negende Vat.

Ik zeg dat bewust zo expliciet, omdat er nog te vaak te minachtend geoordeeld wordt over deze witte parel uit de Marche. Waarschijnlijk hebben Verdicchio-producenten dat voor een deel ook aan zichzelf te danken. Of toch aan de manier waarop ze deze wijn in het verleden in de markt hebben gezet: die speciaal ontworpen, amfoorachtige fles met de vis als herkenbaar symbool, vaak gevuld met een wijn die niet altijd liet zien waartoe de druif werkelijk in staat is.

Oké, ik geef het toe: een gewone Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico is vaak een instapwijn zonder de grootste complexiteit of diepgang. Maar zodra je opschuift naar Superiore of Riserva, krijg je vaak een heel ander verhaal.

Verdicchio hoort vandaag onmiskenbaar thuis in de Marche, al geeft de geschiedenis van de druif misschien een iets complexer en minder eenduidig beeld. Binnen die regio toont Verdicchio in elk geval duidelijk twee gezichten. Enerzijds is er Verdicchio dei Castelli di Jesi, het grotere en bekendere gebied, dichter bij de Adriatische invloed en met een brede waaier aan stijlen. Anderzijds is er Verdicchio di Matelica, meer landinwaarts gelegen, kleiner, meer ingesloten en doorgaans strakker van profiel. Het zijn geen absolute tegenpolen, maar wel twee interpretaties van dezelfde druif die opvallend andere accenten kunnen leggen.

Precies daarom leek het mij binnen onze wijnclub een bijzonder interessante oefening om beide gebieden rechtstreeks naast elkaar te zetten. We plaatsten vier Verdicchio dei Castelli di Jesi-wijnen tegenover vier Verdicchio di Matelica-wijnen. Aan de Jesi-kant kozen we voor flessen uit het Superiore- en Riserva-segment. Omdat Matelica geen Superiore kent, kozen we daar voor een combinatie van reguliere bottelingen en Riserva’s.

Om onze proevers een idee te geven van wat ze in het glas mochten verwachten, maakte ik eerst een schets van de typische karakteristieken van de druif. Dat is ook nodig, want Verdicchio laat zich niet gemakkelijk reduceren tot één eenvoudig smaakprofiel. Jazeker, citrus, wit fruit, venkel, amandel en een zekere ziltigheid keren vaak terug. Maar afhankelijk van de plek krijg je meer structuur en sappigheid, of net meer aciditeit en verticale strengheid. Voeg daar flesrijping, bâtonnage, houtgebruik of een langere liesopvoeding aan toe, en je merkt al snel hoe veelzijdig Verdicchio eigenlijk is. En wees maar zeker: de betere versies kunnen bijzonder mooi rijpen.

Verdicchio – enkele weetjes

  • Verdicchio behoort tot de grote klassieke witte druiven van Midden-Italië en vindt zijn historische thuisbasis in de Marche.
  • De regio ligt aan de Adriatische kust en de belangrijkste Verdicchio-zones situeren zich vooral in de provincies Ancona en Macerata.
  • De twee referentiegebieden zijn Verdicchio dei Castelli di Jesi en Verdicchio di Matelica.
  • Jesi is het grotere en commercieel bekendere gebied, met een breed spectrum aan stijlen en producenten.
  • Matelica is kleiner en ligt meer landinwaarts, wat doorgaans voor een meer continentale toets en uitgesproken frisheid zorgt.
  • Zowel Jesi als Matelica kregen in 2010 voor hun Riserva de status van DOCG.
  • Bij de beste wijnen toont Verdicchio zich als een druif met frisheid, bitters, ziltigheid, venkeltoetsen, citrus, witte bloesem en opvallend goed bewaarpotentieel.
  • DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat Verdicchio genetisch samenvalt met Trebbiano di Soave en Turbiana.
  • Precies daarom loopt er al geruime tijd onderzoek en debat over de feitelijke oorsprong van de druif. Die zou mogelijk eerder in Veneto kunnen liggen dan in de Marche, waar Verdicchio vandaag wel zijn natuurlijke habitat heeft gevonden en zijn reputatie heeft opgebouwd.
  • Voor beide Riserva’s geldt een minimale rijpingsperiode van 18 maanden. Houtgebruik is daarbij niet verplicht.
  • Voor beide Verdicchio-zones lopen bovendien dossiers om de benaming van de appellatie verder te vereenvoudigen. Zo zou Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG op termijn kunnen evolueren naar Castelli di Jesi DOCG, terwijl Verdicchio di Matelica Riserva DOCG mogelijk zou transformeren naar Matelica DOCG. Het blijft in beide gevallen uiteraard om Verdicchio-wijnen gaan, maar de naam van de druif zou dan uit de appellatie verdwijnen.

Jesi vs Matelica – De verschillen

Jesi

  • Gelegen langs de Esino-rivier, in de richting van de kust.
  • Duidelijke maritieme invloed, op ongeveer 20 kilometer van de zee.
  • Een warmer microklimaat met meer gematigde dag-nachtverschillen.
  • Bodemstructuren die variëren, maar vaak uitkomen op een combinatie van kalksteen en klei.
  • Wijngaarden tussen 80 en 600 meter, al ligt ongeveer 75% op maximaal 280 meter.
  • Door de lagere ligging doorgaans minder intense zonne-instraling dan in Matelica.
  • In het glas vaak ziltig, expressief en fruitgedreven.
    Jong meestal toegankelijker, met wat zachtere zuren.
    Vaak voller, soepeler en breder in zijn expressie, met een lange afdronk.

Matelica

  • Gelegen in een noord-zuid georiënteerde vallei, meer geïsoleerd in het binnenland.
  • Geen maritieme invloed.
  • Een meer continentaal klimaat met duidelijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht.
  • Typische flyschbodems, met afwisselende lagen van zandsteen en kalkrijke componenten.
  • Wijngaarden doorgaans tussen 400 en 700 meter.
  • Meer zonne-instraling door de hogere ligging en de specifieke vallei-expositie.
  • In het glas vaak meer spanning, structuur en complexiteit.
    Jong vaak strenger, gesloten en hoger in zuren.
    Doorgaans strakker, nerveuzer en preciezer, maar tegelijk ook rijk en mondvullend.

De proefnotities

  1. Garofoli Supèra – Verdicchio di Matelica DOC 2023
    Heldere strogele kleur, met lichte traanvorming. De neus is zuiver en correct, zonder meteen heel uitbundig te worden. Je krijgt aroma’s van appel, witte perzik en bloesems, aangevuld met citrus, een licht notige toets, wat anijs en zelfs een vleugje ananas.
    In de mond zet de wijn vooral in op frisheid. De vele levendige zuren geven meteen vaart, met citrus op kop, gevolgd door wit boomfruit. Ook hier keert dat subtiele anijskarakter terug, vooral richting finale. De wijn blijft correct en zuiver, maar mist net wat extra lengte. Een verzorgde en frisse Verdicchio di Matelica die technisch goed in elkaar zit, maar die eerder degelijk dan echt beklijvend overkwam.
    Punten: 82/100 – Prijs: 13,50 € (te koop bij Lambrecht wijnen)
  2. Villa Bucci – Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore DOC 2023
    Villa Bucci behoort al jaren tot de vaste referenties van de appellatie, en ook deze 2023 laat mooi zien waarom. De wijn werd in inox gevinifieerd en kreeg nadien nog een rijping van 6 tot 8 maanden in grote botti. In het glas staat een heldere, strogele Verdicchio. De neus is bijzonder uitnodigend en bezit precies die combinatie van rijp fruit en verfijning die Verdicchio zo aantrekkelijk kan maken. Je ruikt ananas, rijpere peer, bloesems en perzik, met daarnaast ook pompelmoes, mirabelle, een vleugje honing en wat stro.
    Qua smaak valt de wijn op door zijn zeer frisse aanzet, maar hij blijft niet hangen in citrus en zuren alleen. Rijpere toetsen van peer en ananas keren mooi terug en geven hem extra breedte en souplesse. De afdronk is voldoende lang en verschuift geleidelijk naar een meer kruidige en minerale finale, met toetsen van munt, agrum en een subtiele ziltigheid. Daarbij zit er ook een licht notige ondertoon en zelfs iets zacht vettigs. Dit is een zeer mooie Verdicchio dei Castelli di Jesi.
    Punten: 88/100 – Prijs: 27,00 € (te koop bij Licata)
  3. Bisci Vigneto Fogliano – Verdicchio di Matelica DOC 2022
    Verdicchio druiven die afkomstig zijn van 40 jaar oude stokken op kalk- en kleibodems, gelegen op 320 tot 370 meter hoogte. De wijn werd vergist in betonnen cuves en bleef daarna nog 18 maanden rijpen in beton.
    De kleur is zuiver strogeel, met duidelijke traanvorming. De neus opent meteen erg mooi en laat zien dat we hier met een rijpere, serieuzere stijl van Verdicchio te maken hebben. Je krijgt een aantrekkelijke waaier van rijper fruit, een brede citrusmelange, kamperfoeliebloesem, meloen, ananas, honing, maar ook meer kruidige en karaktervolle toetsen van amandel, anijs en peper.
    Bij het proeven komt de wijn breed en vullend over, met een rijkere smaakstructuur en tegelijk zeer mooie zuren. De body is medium, al geeft het licht vettige middenrif hem extra volume. Ook in de smaak keren perzik en ananas terug, maar even goed ook die meer typische Verdicchio-accenten van anijs, peper en amandel. De wijn voelt vandaag nog iets te jong aan en lijkt nog niet helemaal op zijn eindpunt te zitten, maar precies dat verraadt ook zijn potentieel. De lange afdronk, met op het einde een subliem bittertje, maakt hem extra aantrekkelijk. Een zeer knappe en aangename wijn, met diepgang, voldoende complexiteit en duidelijk nog groeimarge.
    Punten: 88/100 – Prijs: 23,00 € (te koop bij De Fijne Wijnshop)
  4. Umani Ronchi Plenio – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2022
    Deze Plenio is afkomstig van stokken die ouder zijn dan 30 jaar, gelegen op leem- en kleibodems, tussen 250 en 350 meter hoogte. De wijn werd voor 60% gevinifieerd in inox en voor 40% in botti van 5.000 liter, om vervolgens nog 24 maanden te rijpen in datzelfde materiaal. In het glas toont hij zich in een mooie strogele kleur, met duidelijke traanvorming. Meteen bij het ruiken duikt de vraag op: is dit houtgelagerd? Al blijkt in de praktijk hoe subtiel die invloed eigenlijk blijft. Toch zijn er duidelijke toetsen van toast en zelfs wat vanille, naast geroosterde noten, perzik, abrikoos, een licht dierlijke nuance, wat stro, munt en bloesems.
    In eerste aanzet beleven we een tegelijk rijke en strakke smaaksensatie. Er zit duidelijk vulling en kracht in, maar de wijn blijft mooi door zijn mineraliteit, ziltigheid en een subtiel vettig toetsje. De afdronk blijft lang hangen en bevestigt het serieuze karakter van deze riserva. Dit is een zeer interessante Verdicchio, vol en complex, maar tegelijk ook verfrissend en nergens vermoeiend.
    Punten: 90/100 – Prijs: 25,90 € (te koop bij Huis Hardies)
  5. La Monacesca Mirum – Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2020
    Druiven afkomstig van wijngaarden op ongeveer 400 meter hoogte, aangeplant op kleibodems. De wijn werd vergist in betonnen cuves en kreeg vervolgens een rijping van 18 maanden in datzelfde beton.
    De wijn bezit een blinkende geelgouden kleur, met duidelijke traanvorming. De neus verraadt meteen een zekere rijping, maar zonder dat de wijn ook maar in de buurt van oxidatie komt. Je krijgt aroma’s van rijpere appel, meloen, citrus en perzik, aangevuld met meer typische Verdicchio-accenten van munt, anijs, amandel en sinaaszeste. Het geheel heeft duidelijk meer maturiteit dan de jongere wijnen op tafel, maar blijft tegelijk levendig en helder. In de mond valt vanaf de eerste aanzet meteen die duidelijke en erg aantrekkelijke anijstoets op. De wijn heeft een rijker profiel, maar de zuren blijven mooi op de voorgrond en zorgen ervoor dat alles strak en energiek blijft. Je proeft duidelijk dat deze Verdicchio wat ouder is en al aan ontwikkeling heeft gewonnen, maar tegelijk wekt hij de indruk dat hij nog lang niet op zijn hoogtepunt zit. De lange, mineraal getinte afdronk onderstreept dat nog eens extra. Dit is een subliem knappe wijn.
    Punten: 90/100 – Prijs: 29,30 € (te koop bij Wijnhandel Van Den Bossche)
  6. La Staffa Rincrocca – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2022
    La Staffa is alweer een van die referentiedomeinen die ook internationaal een stevige reputatie genieten, en met Rincrocca zetten ze duidelijk een wijn neer met ambitie. Deze riserva komt van 55 jaar oude stokken op mergel- en kalkbodems, op ongeveer 420 meter hoogte. De wijn werd gevinifieerd in betonnen cuves, rijpte daarna nog 12 maanden in beton en kreeg vervolgens nog eens 20 maanden flesrijping.
    In het glas toont de wijn zich helder en strogeel. Bij de eerste indruk in de neus verschijnt er een opmerkelijke dierlijke toets, al verdwijnt die gelukkig vrij snel na wat walsen. Daarna opent de wijn zich veel mooier, met aroma’s van ananas, appel, citrus en perzik, aangevuld met munt, peper, varens, amandel, pijnboompitten en oranjebloesem. Het is een aromatisch profiel dat minder klassiek of direct herkenbaar Verdicchio overkomt dan sommige andere wijnen op de proeftafel. Ook bij het proeven heb je diezelfde indruk. In de mond is de eerste reactie haast automatisch: wat een zuren. Die komen stevig binnen en geven de wijn meteen een uitgesproken, strak en energiek profiel. Toch draait deze Rincrocca niet alleen om frisheid. Onder die felle zuurstructuur zit duidelijk veel complexiteit verscholen. De lange finale, met een subliem citrusbittertje, tilt hem nog een niveau hoger. Ik vond dit een zeer mooie wijn, al was de algemene mening binnen de proefgroep wat meer verdeeld.
    Punten: 90/100 – Prijs: 32,10 € (niet te koop gevonden in België)
  7. Tenuta di Tavignano Misco – Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2019
    Deze Misco is afkomstig van 35 jaar oude stokken op kalk- en kleibodems, gelegen tussen 200 en 400 meter hoogte. De wijn werd gevinifieerd in inox cuves en rijpte vervolgens nog 18 maanden in inox, zonder bâtonnage.
    Heldere en zuivere goudgele kleur. De neus is onmiddellijk open: zonnig fris en mineraal, met een rijke schakering aan aroma’s. Peer, ananas en perzik spelen het fruitige openingsakkoord, gevolgd door citrusvruchten en voorjaarsbloemen. Maar daar stopt het niet. Een kruidige onderstroom van munt, peper en salie voegt diepte toe, terwijl hazelnoot en een vleug buxus voor extra complexiteit zorgen. Tenslotte is er een zekere aardsheid, wat vuursteen en een aangename ziltigheid.
    Ook in de mond blijft deze Verdicchio indruk maken. De zuren zijn levendig tot pittig en zorgen voor structuur en drive, maar dit is allerminst een schrale of hoekige wijn. Integendeel: hij blijft droog en zacht tegelijk, met voldoende volume, maar ook met frisheid en evenwicht. De lange afdronk is een mooi spel van kruiden en mineraliteit, met dat kenmerkende zilte karakter dat de wijn nog meer dynamiek geeft. Een zeer mooie wijn en subliem gemaakt.
    Punten: 92/100 – Prijs 39,00 € (te koop bij Vinesse)
  8. Bisci Senex – Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Met Senex 2019 eindigden we de avond op hoog niveau. Deze riserva is afkomstig van ongeveer 50 jaar oude stokken op kalk- en kleibodems, gelegen tussen 320 en 370 meter hoogte. De wijn werd vergist in betonnen cuves en kreeg daarna een rijping van 48 maanden in beton. In het glas toont de wijn zich in een heldere, zuivere strogele kleur. Het bouquet is breed en rijk, met een mooie combinatie van fruit, florale tonen en meer hartige accenten. Je ruikt een zeer expressief fruitprofiel, samen met bloesems, anijs, varens, mandarijn, ananas, pijnboompit, amandel en honing. Daarnaast zitten er ook duidelijk een toasty toets en iets vuursteenachtigs in het geheel.
    In de mond is dit simpelweg indrukwekkend. Dit is zo’n wijn waarbij je bijna vanzelf even achteroverleunt. Hij smaakt zeer strak en mineraal, maar tegelijk ook overgoten met sappig fruit, waardoor spanning en gulheid mooi samengaan. De wijn blijft breed en complex overkomen, maar bezit tegelijk een verticaal karakter. De afdronk blijft aanhoudend aanwezig en bevestigt nogmaals de klasse van deze wijn. Een overheerlijke afsluiter van de avond, en zonder twijfel een van de meest complete en indrukwekkende flessen van de line-up.
    Punten: 94/100 – Prijs: 54,00 € (niet te koop gevonden in België)

Ik geef nog graag even mee dat de proefnotities mijn persoonlijke bevindingen zijn en niet noodzakelijk deze van alle proevers samen. Als ik de gemiddelde scores van de groep overzie, dan valt op dat telkens de Matelica-wijn een hoger gemiddelde scoorde dan de Jesi-wijn. Dit is niet steeds voor mezelf het geval, maar ik sluit me naadloos aan bij de groepsbevindingen.

Zelf heb ik ook een Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore in mijn wijnaanbod zitten, namelijk de Tenute del Cavaliere 2024 van Marchetti. Ik wou de wijn bewust niet in de selectie plaatsen en liet hem tijdens de theoretische uiteenzetting proeven met de eenvoudige vraag of hij in de te proeven serie zou thuishoren. Na afloop van de proeverij was het antwoord unaniem ja!
Voor de geïnteresseerden deel ik hieronder de proefnotities van deze wijn.

Marchetti Tenuta del Cavaliere is een 100% Verdicchio. Het is een zeer fijne Verdicchio waarvan de druiven zijn afkomstig van één enkele wijngaard. De druiven worden iets later geoogst, zodat de wijn meer volume en rijpheid krijgt zonder zijn frisheid te verliezen. Na de oogst en de vergisting rust de wijn 5 maand in inox kuipen. De wijn heeft een groengele tot strogele kleur. Mooie, uitbundige, geconcentreerde tot complexe neus met abrikoos, witte perzik, mirabel pruim, gember, diverse specerijen, florale accenten en mineraal. De wijn blijft ondanks zijn latere oogst uitermate fris in de mond. Ook hier toont hij zijn uitbundig en voornamelijk fruitig, mineraal karakter. Het middenrif heeft bovendien een lichte romige vettigheid, waarna de wijn in de afdronk opnieuw afglijdt naar subtiele citrusbittere toetsen. Dit is zeer aangenaam en uiterst smakelijk!
Prijs 14,20 € (te koop bij Wijnkennis)

🍷 Azienda Agricola Marchetti – Te gast op de Wijnkennis Openflessendag!

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Vanuit het hart van de Conero-heuvels in de Marche (Italië) verwelkomen we met trots Maurizio Marchetti en zijn prachtige wijnen op de Wijnkennis Openflessendag 2025!
Gelegen nabij Ancona, aan de Adriatische kust, vinden we Azienda Agricola Marchetti, midden in het schilderachtige Parco Naturale del Conero.
Tussen zee en bergen, op de kalksteenrijke hellingen rond de Monte Conero, komt de Montepulciano-druif tot volle expressie en vormen ze de basis voor de krachtige, dieprode Rosso Conero-wijnen waarvoor Marchetti zo geroemd wordt.

Daarnaast bezit het domein ook wijngaarden nabij Cupramontana en Staffolo, in het hart van de appellatie Verdicchio dei Castelli di Jesi.
Hier ontstaan frisse, minerale witte wijnen die perfect de puurheid van het terroir benaderen. wijnen met een levendige frisheid en een subtiele zilte toets in de afdronk.

Te proeven wijnen van Azienda Agricola Marchetti 2025:
🍇 Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico – Fris en levendig, met tonen van witte perzik, citrus en een subtiel limoenbittertje in de afdronk.
🍇 Tenuta del Cavaliere Verdicchio dei Castelli di Jesi Classico Superiore DOC – Rijk en mineraal, met aroma’s van abrikoos, witte perzik en gember. Volle textuur met frisse spanning en een subtiele citrusafdronk.
🍇 Castro di San Silvestro Rosso Conero DOC – Rijp en kruidig, met aroma’s van rood en donker fruit, munt en een fijne houttoets. Vol en sappig in de mond, met frisheid, cacao en een vleugje kruidigheid in de afdronk.
🍇 Villa Bonomi Conero Riserva DOCG – Diep en krachtig, met zwart fruit, kruiden, vanille en pure chocolade. Rijpe tannine, perfect geïntegreerd hout en een lange, fluwelige afdronk.

Ontdek zelf waarom Marchetti Wines al jaren geliefd is bij onze klanten en een vaste waarde vormt binnen het Italiaanse gamma van Wijnkennis.
Maurizio Marchetti vertelt je met plezier meer over zijn wijnen, zijn wijngaarden en de passie die in elke fles te proeven is.

➡️ Meer info: Marchetti Wines – Marche
Mis het niet – tot 23 november in Olen! 🇮🇹🍷

De wilde mossel van Portonovo

Er is geen twijfel mogelijk: ook jullie hebben het vast gelezen in zowat elke krant van vorige week. Het mosselseizoen is officieel geopend. Bij ons betekent dat maar één ding: de Zeeuwse mosselen zijn terug van weggeweest, en de verleiding van een dampende pot vol schelpjes lonkt alweer. Toch laat ik de starthype graag aan mij voorbijgaan. Ik wacht liever nog een maandje, want met een beetje extra geduld worden de mosseltjes alleen maar beter.

Mosselen zijn lang niet uitsluitend een Belgische aangelegenheid. Dat klinkt misschien vreemd, want ze zijn hier mateloos populair, maar het merendeel komt gewoon uit Nederland. Aan onze eigen kust worden ze slechts op kleine schaal gekweekt.

Wat velen niet weten, is dat ook Italië een rijke mosselcultuur heeft. De mosselen die je daar aantreft zijn niet te vergelijken met de onze, maar verdienen absoluut hun plek op tafel. Hoewel de mossel vooral schittert in de keuken van Puglia, vind je haar langs vrijwel de hele kustlijn: van de Golf van La Spezia tot diep in de Adriatische wateren.

In dit artikel neem ik je mee naar de regio Marche, waar we tijdens een reis de bijzondere mosselen van Portonovo leerden kennen: de wilde Moscioli Selvatici, met een karakter dat even uitgesproken is als het landschap waarin ze groeien.

Portonovo en zijn mosselcultuur

Rijd je zuidwaarts langs de Adriatische kust van Le Marche, dan verandert het landschap abrupt na Ancona. De Riviera del Conero verschijnt als een grillige onderbreking van de eindeloze zandstranden, waar kalkstenen kliffen zich met bruuske elegantie in de zee storten. Le Due Sorelle, twee rotspunten die trots uit het water rijzen, heten je welkom in een ongerept stukje kust. Te midden van dit decor ligt de baai van Portonovo, een plek die niet alleen visueel indruk maakt, maar ook culinair. Hier leeft een van de meest unieke mosselsoorten van Italië: de Mosciolo Selvatico di Portonovo.

In het Italiaans spreekt men van cozze wanneer het over mosselen gaat, maar hier in de streek rond Ancona gebruikt men een ander woord: moscioli. Het is een erkende en beschermde term die specifiek verwijst naar wilde mosselen die zich vasthechten aan de rotsen van de Monte Conero. Ze worden niet gekweekt, maar groeien volledig natuurlijk in het heldere zeewater van dit natuurgebied. Dankzij de uitzonderlijke waterkwaliteit, die tot de zuiverste van Italië behoort, krijgen de moscioli het label ‘Categorie A’, de hoogste classificatie voor consumptieschelpdieren. In 2004 werden ze erkend als Slow Food Presidium, een eer die enkel is weggelegd voor producten met een uitgesproken identiteit en sterke regionale verankering.

De vangst van deze mosselen is geen eenvoudige klus. De Cooperativa Pescatori Portonovo beheert het gebied waar ze worden geoogst, van La Trave, een lange, smalle rots die zich een kilometer de zee in uitstrekt, tot aan de Scogli delle Due Sorelle bij Sirolo. Hier zorgen de zuivere stroming, het rijke voedselaanbod en de grillige rotskust voor mosselen met een uitgesproken smaak, rijk aan Omega 3 en met een subtiele zoetheid die verschilt van de Belgische of Nederlandse varianten. De vissers vertrekken vroeg in de ochtend, vaak al om vier uur, gewapend met een hark die aan de arm bevestigd wordt en een net dat via een eenvoudige lier omhooggehaald wordt. Ze duiken zonder zuurstofflessen, slechts met een slang verbonden aan de boot, en schrapen de moscioli met het lichaam dicht tegen de rotsen gedrukt. Het is zwaar, intens werk dat enkel door een handvol boten wordt uitgevoerd.

Ben je in Portonovo, ga dan zeker op zoek naar de vissershut van Sandro Stecconi. Hij bouwde ze in de jaren vijftig, pal aan het water, samen met enkele vrienden. Vandaag is het een van de laatste overgebleven hutten in de baai, een stille getuige van een visserscultuur die langzaam verdwijnt. In de jaren zeventig lagen hier nog tachtig boten voor anker, nu zijn er amper vijf. De fysieke belasting van het werk, de lage opbrengsten en de concurrentie van goedkopere geïmporteerde cozze maken het voortbestaan van deze lokale praktijk onzeker. Toch leeft de mosciolo voort in de restaurants van de baai, waar hij trots op de kaart prijkt, of bij de coöperatieve naast restaurant Emilia, het historische etablissement dat als eerste deze mosselen serveerde aan de elite van Ancona die er per boot arriveerde. Tijdens het jaarlijkse festival Mosciolando, dat plaatsvindt in het derde weekend van juni, komt het hele dorp samen om de mossel te vieren. Eenvoudige bereidingen op een oud gasvuur, niets meer dan water, zout en mosselvocht, vergezeld van een glas Verdicchio uit Staffolo, tonen hoe weinig er nodig is om groots te smaken.

Toch blijft dit verhaal grotendeels onder de radar. Hoewel moscioli intussen ook hun weg vonden naar enkele restaurants in Milaan en Rome, blijft de productie vooral lokaal verankerd. De meeste Italianen hebben er zelfs nog nooit van gehoord. Niet uit keuze, maar uit noodzaak. De schaal is bescheiden en het werk intensief. Kennis van de zee, fysieke inzet en een zekere koppigheid zijn onmisbaar. Voor jonge mensen die moeten kiezen tussen een stabiel leven aan land of urenlange duikarbeid in de vroege ochtend, zonder garantie op inkomen, is het geen voor de hand liggende keuze.

De wilde mossel vs de gekweekte

Waar Noord-Europa zijn mosselen kweekt op uitgestrekte zeepercelen met gecontroleerde omstandigheden, laat de Mosciolo Selvatico di Portonovo zich niet temmen. Hij groeit waar hij wil, hecht zich aan rotsen waar de stroming het sterkst is, en laat zich enkel oogsten wanneer de zee dat toelaat. Deze wilde mosselsoort is strikt beschermd en wordt met de hand geoogst, duikend langs de steile wanden van de Monte Conero. Machines komen er niet aan te pas, noch artificiële voedering of rotatie van kweekzones.

Waar gekweekte mosselen worden verplaatst van zaadpercelen naar groeizones en vaak binnen twee jaar op tafel liggen, volgt de mosciolo een vrijer maar grilliger pad. Wat je krijgt, is een mossel met karakter: een schelp die getuigt van strijd met de elementen, en mosselvlees dat zich voedde met precies wat de zee op die plek en op dat moment te bieden had. Het resultaat is een smaak die zilt en mineraal aanvoelt, met een vleug jodium en een volle, bijna nootachtige intensiteit.

Wie beide mossels naast elkaar proeft, merkt het verschil meteen. Niet beter of slechter, maar anders. De ene is betrouwbaar, de andere eigenzinnig. De ene voedzaam, de andere verrassend gelaagd. Het is een verschil dat niet in woorden valt te vatten, maar dat zich pas echt laat begrijpen met een bord voor je neus. Bestel dus gerust een dampende pot Mosciolo Selvatico di Portonovo bij je bezoek aan Ancona of omgeving, en proef het zelf.

Culinair genot

De Italiaanse keuken begrijpt als geen ander dat eenvoud geen gebrek is, maar een troef. Zeker wanneer het gaat om een ingrediënt dat op zichzelf al zo uitgesproken is als de Mosciolo Selvatico di Portonovo. Geen zware sauzen, geen culinaire kapriolen, maar pure bereidingen die de natuurlijke smaak versterken, niet verdoezelen.

Langs de kustlijn van Ancona tot Numana verschijnen moscioli in de zomer op vrijwel elk bord. Vaak gegrild, met een scheutje olijfolie, peterselie en niets meer dan een beetje citroen om het jodium en de ziltigheid nog net iets levendiger te maken. Wie het traditioneel aanpakt, serveert ze a crudo, geopend met een mes en overgoten met enkele druppels citroensap en olie. Fris, eerlijk en oprecht.

Er zijn ook variaties voor wie het iets voller mag. Zo worden de schelpen soms even op de grill gelegd en warm geserveerd met geroosterd brood, perfect om het opgevangen vocht – het goud van de schelp – tot de laatste druppel op te nemen. In de vissershutten vind je ook moscioli arrosto, geroosterd boven open vuur, of verwerkt in een eenvoudige tomatensaus voor bij pasta. Een stevige pasta zoals scialatielli, kort en dik gesneden, vangt de smaken perfect op.

Soms kom je ook de naam moscioli alla tarantina tegen, al is dat eerder een zuiderse interpretatie waarbij tomatenpuree een hoofdrol speelt. Lokale vissers geven doorgaans de voorkeur aan rauw of licht gegaard, net zolang tot de schelpen zich openen. Daarna nemen olijfolie, look, peterselie en citroen het over.

Een van de meest geliefde bereidingen is Moscioli di Portonovo alla marinara. Dit gerecht wordt zowel warm als koud geserveerd en doet het uitstekend als voorgerecht of lichte lunch. De bereiding is eenvoudig, de smaak allesbehalve.

Moscioli di Portonovo alla marinara

Ingrediënten
1,5 kg moscioli
1 citroen
1 teentje knoflook
3 eetlepels extra vergine olijfolie
een handvol verse peterselie
zwarte peper naar smaak

Bereiding
Spoel de moscioli zorgvuldig schoon door ze stevig tegen elkaar te wrijven.
Doe ze vervolgens in een grote pot met een bodempje water, dek af en laat ze op middelhoog vuur net lang genoeg garen tot ze opengaan.
Verwijder het bisso (de ‘baard’) en haal één helft van de schelp weg.
Filter het kookvocht met een fijne zeef en een gaasje om eventuele zandresten te verwijderen.
Pers het sap van een halve citroen en snijd de andere helft in kleine stukjes.
Hak de knoflook en de peterselie fijn.
Schik de mosselen op een schaal, bedruppel ze met het gezeefde kookvocht en werk af met het citroensap, de olijfolie, peterselie, knoflook, de stukjes citroen en een snuifje zwarte peper.

Serveer ze lauw of gekoeld en wat geroosterd brood.

Afsluiten doen we met een passende wijn!

Afsluiten doen we met uiteraard een passende wijn. Een pintje bij de mosselen? Dat laten we met plezier aan de Belgen. De Mosciolo vraagt om iets anders. Iets met frisheid, zuren en een lichte zilte toets die aansluit bij zijn maritiem karakter. Kortom: een glas witte wijn waarin je het kustlandschap van Le Marche subtiel herkent.

De klassieker in de regio blijft natuurlijk Verdicchio dei Castelli di Jesi, fris en floraal, of de iets strengere en mineralere Verdicchio di Matelica, die iets hoger en koeler groeit en daardoor net wat nerveuzer is in het glas. Deze wijnen combineren moeiteloos met de zilte intensiteit van de moscioli, zeker bij bereidingen a crudo of kort gestoomd met wat citroen.

Maar Le Marche biedt meer dan alleen Verdicchio. Wie de streek iets verder wil verkennen, komt uit bij Offida Pecorino, een wijn met meer structuur en een kruidige ondertoon die mooi overeind blijft bij gegrilde mosselen of rijkere sauzen. Iets lichter en speelser, maar niet minder karaktervol, is Passerina: zacht aromatisch, levendig in zuren en perfect als begeleider van koude bereidingen zoals moscioli alla marinara.

Wie het buiten de regio zoekt, kan kiezen voor een Vermentino uit Ligurië of Sardinië, strak en kruidig tegelijk. Of een Etna Bianco, voor wie houdt van spanning en vulkanische flair. En wie het liever laat sprankelen in het glas: een Franciacorta Brut Nature of een elegante Metodo Classico uit Trentino biedt sprankeling zonder de smaak van de zee te overstemmen.

Worden de bereidingen complexer, met toevoeging van tomaten, look, bottarga of zelfs wat ‘nduja, dan mag je ook je glas aanpassen. Kies dan voor een wijn met wat meer vulling en diepgang: een Fiano di Avellino, een Greco di Tufo, Soave Classico of een Lugana Superiore doen het uitstekend. Ze blijven wit, maar durven tegen een duwtje.

De regel is eenvoudig: hoe puurder de bereiding, hoe frisser en strakker de wijn. En hoe meer je toevoegt in de pot, hoe ronder het glas mag zijn. Maar of je nu eindigt met een Verdicchio of een Pecorino, als de mosciolo goed is en de wijn eerlijk, dan zit je altijd goed. Zoals zo vaak in Italië, komt het uiteindelijk neer op balans.

Terra Fageto uit de Marche is voor het eerst aanwezig – Zondag 1 december

📅 Datum: Zondag 1 december
📍 Locatie: Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Met Terra Fageto uit Marche stellen we je het laatste van de 19 aanwezige wijndomeinen op onze Openflessendag voor. Toen Michele ons enige tijd na het versturen van de vraag of hij aanwezig kon zijn ons alsnog bevestigend antwoordde hebben we zonder twijfelen een extra tafeltje voor hem voorzien. Door omstandigheden was het hem in het verleden nog niet gelukt om aanwezig te zijn. Deze kans grepen we dan ook met beide handen en bij deze is ook Le Marche aanwezig op onze 15e editie van de Openflessendag van 1 december.

Terra Fageto ligt in het zuiden van de Marche, niet ver van Ascoli. Weg dus van de Verdicchio wijngaarden en midden in het Offida en Piceno gebied. Pecorino zwaait er de scepter in het wit, samen met Passerina. De rode Rosso Piceno wijnen zijn vooral onderschatte wijnen die een blend zijn van Sangiovese en Montepulciano. Terra Fageto is een familiebedrijf, opgericht in 1950, en het combineert traditie en innovatie en werkt volgens de biologische wijnbouw. Laat je verrassen door hun smaakvolle selectie, geproduceerd langs de Adriatische kust.

Te proeven wijnen:

  • Clèlia Spumante Passerina: Een biologische, mousserende wijn met frisse, delicate aroma’s van appel en perzik, ideaal als aperitief.
  • Falerio dei Colli Ascolani Bianco: Een blend van Trebbiano, Pecorino en Passerina. Helder van kleur, met frisse fruitige tonen en een uitgebalanceerd palet.
  • Falerio Pecorino: Een zachte witte wijn met nuances van peer, ananas en citrus, ondersteund door subtiele kruidigheid.
  • Salsedine Pecorino (Offida DOCG): Een complexe Pecorino met florale en fruitige aroma’s en een kenmerkende minerale toets van de zeebries.
  • Rosso Piceno: Een blend van Montepulciano en Sangiovese, met sappige kersentonen, lichte kruiden en een zijdezachte afdronk.
  • Rusus Rosso Piceno Superiore: Een krachtige rode wijn met een rijk bouquet en een volle, harmonieuze smaakbeleving.

Michele zal jullie deze dag een unieke kans bieden om de passie, traditie en innovatie van Terra Fageto te laten ontdekken. Laat je meevoeren door het verhaal van een familie die al drie generaties lang werkt aan wijnen die hun unieke terroir weerspiegelen.

Meer informatie over Terra Fageto en hun wijnen is beschikbaar tijdens het evenement. We zien je daar!