De kust van Marche: zee, sfeer en kustplaatsen met karakter

Als je op ontdekking bent in Marche, dan kan je niet zomaar aan de kustplaatsjes voorbij. Nochtans ben ik zelf niet meteen het type dat een hele reeks badplaatsen wil afvinken. Eén gezien, allemaal gezien, denk ik dan al snel. In Marche maakte ik toch een uitzondering. Ik had vooraf in de boekskes immers gelezen dat je de kuststeden van Marche zeker moest bezoeken, dat er wel degelijk verschil tussen zit en dat je er al helemaal geen toestanden à la Rimini zou tegenkomen. Al blijft een Italiaan een Italiaan. Als die een strand ziet, gaat die er graag uitgebreid liggen showen. In sommige gevallen is ook dat een leuke attractie.

En dus stond er een dag kustlijn volgen op onze planning. Dat bleek achteraf wat ambitieus. Alles in één dag doen is ons niet gelukt, waardoor we later nog enkele inhaalbewegingen hebben moeten maken. We gingen van noord naar zuid en reden dus eerst helemaal terug richting San Marino, om bij Pesaro de afrit te nemen, de wagen strategisch te parkeren en daarna langzaam verder te zakken richting Abruzzo.

Pesaro, een zachte start aan zee

Pesaro is een logische halte wanneer je vanuit het noorden Marche binnenrijdt. De stad ligt mooi ingeklemd tussen de Monte San Bartolo en de Colle Ardizio. Daartussen ligt een brede kuststrook met meer dan zeven kilometer zandstrand.

Van in de verte zagen we al iets blinken aan de boulevard. We werden er naartoe gezogen. Het bleek de grote bronzen bol van Arnaldo Pomodoro te zijn, door de locals simpelweg la palla genoemd. De bal dus. De aantrekkingskracht van deze bal was terecht, want je blijft er toch langer naar kijken dan je vooraf had gedacht. Voor een verdere verkenning van de stad is Piazza del Popolo een aangenaam vertrekpunt.

Pesaro heeft twee bijnamen: città della bicicletta en città della musica. Dat laatste dankt ze vooral aan Gioachino Rossini, die hier in 1792 werd geboren. Rossini kom je in Pesaro vanzelf tegen en zijn naam duikt overal op. Zelfs wie geen operakenner is, kent wellicht Il barbiere di Siviglia, of heeft minstens het galopperende slot uit Willem Tell al eens gehoord, al was het maar in een film of tekenfilm. Rossini verliet Pesaro op jonge leeftijd, maar bleef duidelijk met de stad verbonden. Bij zijn overlijden liet hij zijn fortuin na aan de gemeente. Dat verklaart meteen waarom Pesaro hem nog altijd stevig omarmt. Zelfs op het bord, want Pizza Rossini is hier een lokale specialiteit met tomaat, mozzarella, hardgekookt ei en mayonaise.

Die bijnaam als fietsstad komt ook niet uit de lucht vallen. De stad heeft met haar Bicipolitana een uitgebreid netwerk van fietsroutes, een soort metrolijnen voor fietsers. Je beweegt er vlot mee door de stad, langs de promenade en zelfs richting Fano, als je er een heuse fietstocht van wenst te maken.

Aan tafel zit je hier goed voor verse vis, zeevruchten en een eenvoudige kustkeuken. In het glas kan je kiezen voor de lokale Colli Pesaresi, al is een frisse Bianchello del Metauro misschien nog een betere keuze bij al dat lekkers uit de Adriatische Zee. Cozza Amara is een mooie tip voor wie dicht bij de haven vis wil eten, terwijl Lo Scudiero meer geschikt is voor wie de lokale keuken wat verzorgder op het bord wil krijgen.

Fano, vissersziel en brodetto

Na Pesaro reden we verder naar Fano, la città della fortuna. De stad draagt haar geluk niet toevallig in de bijnaam. De Romeinen noemden haar Fanum Fortunae, en op Piazza XX Settembre staat de Fontana della Fortuna nog altijd mooi te wezen alsof ze daar persoonlijk toezicht op houdt.

Fano heeft een aangenaam centrum waar je door kan flaneren, een terrasje op een zonovergoten pleintje kan meepikken en de lokale specialiteit Moretta kan proeven. Deze koffiedrank met rum, brandy, anijs en citroenschil hoort bij Fano en is bijna een verplichting bij een bezoek aan de stad. Ooit bedoeld als opkikker voor vissers die wel wat warmte konden gebruiken, vandaag vooral een goede reden om even aan de toog te blijven hangen. Dat doe je het best in Caffè del Porto, ook bekend als Il Ritrovo dei Lupi di Mare. Loop daarna zeker ook even door naar de vissershaven. Die ligt vlakbij en het zou zonde zijn om ze te missen.

Naast Moretta is Fano culinair vooral bekend om zijn brodetto. Deze lokale vissoep is een stevig kustgerecht waarin de vangst van de dag de hoofdrol speelt. Bij Il Bello e la Bestia, vlak bij de vismarkt, kan je die eens gaan proeven. Ook Osteria Al 26 is een fijne naam voor wie de lokale keuken in een warme, ongedwongen sfeer wil ontdekken.

Fano is ook bekend om zijn carnaval. Het Carnevale di Fano geldt als één van de oudste carnavals van Italië en vindt plaats in de weken vóór Vastenavond, met de grote optochten meestal op drie opeenvolgende zondagen. Tijdens die optochten vliegt er niet alleen confetti door de lucht, maar ook snoep en chocolade.

Senigallia, strand met stijl

Senigallia is een beetje het Oostende van Marche, de koningin der badsteden en dus een verplichte halte langs deze kustlijn. De stad dankt haar reputatie vooral aan la spiaggia di velluto, het fluwelen strand. Dat strand ligt er breed, zacht en uitnodigend bij. Je merkt ook meteen dat het drukker bezocht is dan elders, al is er ruimte genoeg. Dertien kilometer zand, een zee waar je eindeloos ver in kan stappen en een boulevard waar je vanzelf wat trager gaat wandelen. Al komt dat laatste niet alleen door de zee. Je wordt er ook vlot afgeleid door de pronkende macho’s die voorbij paraderen. En voor alle duidelijkheid: daar bedoel ik zowel mannen als vrouwen mee.

Het bekendste beeld van Senigallia is de Rotonda a Mare. Dat ronde gebouw op het water heeft iets nostalgisch. Je ziet het vaak op foto’s over Senigallia opduiken en je merkt ook meteen waarom. Het hoort gewoon bij de stad. Vroeger was het een plek voor ontspanning en vertier, vandaag blijft het vooral een herkenningspunt aan zee.

Senigallia heeft ook een aangenaam centrum. Het Foro Annonario, de oude marktplaats met zijn zuilengalerij, is een mooie plek om even binnen te lopen. Overdag is er markt, in de zomer komt er nog meer leven bij. De rivier Misa, de bruggetjes, de terrasjes en de promenade zorgen ervoor dat de stad meer is dan strand alleen.

Aan tafel zit je hier bijzonder goed. Senigallia heeft naam gemaakt als culinaire kuststad en dat merk je. Vis, pasta met vongole, passatelli, gegrilde zeevruchten, het past allemaal bij die Adriatische sfeer. L’Angolino sul Mare, vlak bij de Rotonda, is een mooie tip voor wie met zicht op zee wil eten. Ook Trattoria Vino e Cibo en Ristorante Pagaia zijn adressen voor wie van vis houdt. Wie eerst nog wat wijninspiratie wil opdoen, loopt binnen bij Galli Enoteca, onder de Portici Ercolani. Een betere plek om tussen Verdicchio en ander lekkers uit Marche te neuzen, ga je in Senigallia niet snel vinden. In het glas ligt Verdicchio hier voor de hand.

Interessant om weten voor de echte gastronomen: Marche heeft slechts één driesterrenrestaurant en dat ligt hier gewoon aan zee, tussen haven en strand. Wie stevig wil uitpakken, kan een tafeltje reserveren bij Uliassi. Je zal er wat dieper voor in de buidel moeten tasten, maar je zal het je wellicht niet beklagen. Reken voor een menu zonder dranken op minstens 260 euro. Wil je dit combineren met een aangepaste wijnselectie met enkel Italiaanse wijnen, dan komt daar nog 160 euro bovenop.

En dan is er nog het ijs. Ik weet wel dat je in principe overal in Italië wel een speciale gelateria kan vermelden, maar Paolo Brunelli is in Senigallia een naam om te onthouden. Je kan veel uitleg geven over chocolade, pistache of gekarameliseerde hazelnoot, maar soms volstaat één goed ijsje meer dan duizend woorden.

Kort na ons bezoek kreeg Senigallia een heel andere kant te zien. De stad werd, samen met verschillende plaatsen in het hinterland, getroffen door zware overstromingen. De Misa trad buiten haar oevers en de beelden van modder en water stonden in scherp contrast met de zonnige indruk die wij er net hadden opgedaan. Gelukkig leeft Senigallia vandaag opnieuw duidelijk als kuststad.

Porto Sant’Elpidio en Porto San Giorgio, de kust van Fermo

We schuiven meer en meer op richting het zuiden. Aan de Riviera del Conero hebben we een eigen artikel gewijd en Civitanova hebben we links laten liggen. We zijn meteen doorgereden naar de kustlijn in de provincie Fermo, waar we twee stops deden in Porto Sant’Elpidio en Porto San Giorgio.

Ze liggen niet ver van elkaar en waren dus perfect te combineren. Toch voelen deze plaatsen helemaal niet hetzelfde aan. Porto Sant’Elpidio is vooral een lange, ontspannen kuststrook. Brede stranden, een promenade, veel fietsers en wandelaars, strandbars en dat zomerse kustleven dat nergens veel uitleg nodig heeft. Dit is een plaats om even uit de wagen te stappen, de benen te strekken, naar zee te kijken en te beseffen dat reizen soms ook gewoon ontspanning is.

Porto San Giorgio heeft meer uitstraling. De stad ontstond als haven van Fermo, dat vijf kilometer landinwaarts op de heuvel ligt. Dit is een badplaats met palmbomen, mooie villa’s, rechte straten, een jachthaven en een zekere mondaine sfeer. Het massatoerisme heeft hier nooit echt de plak gezwaaid en dat is maar goed ook. Daardoor blijft Porto San Giorgio aangenaam om door te wandelen, langs de haven, door de winkelstraatjes of richting zee. Bovendien zijn er genoeg restaurants waar je je tegoed kan doen aan de lokale vis en zeevruchtenfestijnen.

Cupra Marittima, kleiner en rustiger

Verder naar het zuiden zakken we af richting de Riviera delle Palme en worden de plaatsjes wat kleiner en rustiger. Cupra Marittima hoort daar helemaal bij. Palmen langs de kust, een lang strand, een fietspad richting Porto d’Ascoli en een zee die hier rustig en geleidelijk dieper wordt. Dat maakt Cupra populair bij families en tegelijk ook een aangename halte onderweg.

Cupra heeft eigenlijk twee gezichten. Beneden ligt de kustplaats, ontstaan toen de vissers het op en af wandelen naar de heuvel beu waren en dichter bij zee gingen wonen. Boven ligt Marano, de oude kern op de heuvel, met smalle straatjes en een mooi uitzicht over de Adriatische Zee. Dat doet wat denken aan Grottammare, dat we al in het artikel over Offida hebben aangehaald.

Langs zee draait alles rond wandelen, fietsen en rustig kijken naar dat lange lint van palmen. Je kan je er eenvoudigweg lekker ontspannen, de tijd nemen om een aangenaam tafeltje uit te kiezen op een mooi terras en in een boek duiken terwijl je een fles Offida Pecorino soldaat maakt. Cupra Marittima past mooi in de route als je wat meer rust opzoekt. De palmbomen, het strand en Marano krijg je er gratis bovenop als extraatje.

San Benedetto del Tronto, de zuidelijke finale

Afsluiten met de kustplaatsjes doen we helemaal in het zuiden van Marche, in San Benedetto del Tronto. Hier zit je volop aan de Riviera delle Palme. Palmen langs de boulevard, een breed zandstrand, veel beweging, strandtenten en Abruzzo dat om de hoek ligt.

San Benedetto is duidelijk groter en levendiger dan Cupra Marittima. Dit is geen kleine rustige halte meer, wel een echte badstad waar het kustleven stevig draait. In de zomer is het hier druk, maar op een heel Italiaanse manier. Families huren hun vaste parasol, kinderen krijgen hun dagelijks ijsje, nonni houden alles in het oog en de vaders schuiven aan wanneer het werk het toelaat. Il mare fa bene alla salute, zeggen ze dan. En wie ben ik om daar tegenin te gaan.

De boulevard is een attractie op zich. Vier kilometer lang kan je hier wandelen tussen de duizenden palmen die de kust een bijna exotisch gevoel geven. Voor je de boulevard opgaat, merk je het kleurrijke beeld op met de tekst Lavorare, lavorare, lavorare, preferisco il rumore del mare. Werken, werken, werken, ik verkies het geluid van de zee.

De Molo Sud mag je zeker niet overslaan. De pier is ongeveer een kilometer lang en vormt tegelijk een openluchtmuseum. Grote blokken travertijn werden er door kunstenaars omgevormd tot beelden en muurschilderingen. Je wandelt dus letterlijk tussen kunst en zee, met aan het einde het rode lichtbaken en zicht op de open Adriatische Zee. Dat is een mooie plek om even te blijven staan, zeker als je onderweg al wat te veel strandstoelen en parasols hebt gezien.

San Benedetto heeft ook een echte vissershaven met zowel grote vissersboten als kleine kleurrijke bootjes. Op de kade is er bedrijvigheid genoeg en ’s nachts wordt de haven een echte vissersverzamelplaats, waar de vangst wordt verhandeld. Dat kan je de volgende dag gewoon proeven op je bord.

Frittura di paranza, gemarineerde ansjovis, pasta met zeevruchten en natuurlijk brodetto alla sambenedettese. Dat is de lokale versie van brodetto, met verschillende soorten vis, schelpdieren en schaaldieren. Paprika en azijn geven de versie van San Benedetto haar eigen karakter. Bestel je die in een restaurant, dan meld je dat best al bij de reservatie. Anders zou je wel eens achter het net kunnen vissen met je verlangen naar deze lekkernij.

We laten de kust nu achter ons en richten ons in de volgende artikels op de parels in het binnenland.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden