De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €

Giro d’Italia 2026, rit 6: Cilento DOC, van Paestum naar Napoli

In de Giro maken de renners de oversteek van de heuvels van Basilicata naar de kust van Campania. Rit 6 gaat van Paestum naar Napoli, de hoofdstad van Campania. De rit volgt eerst de mooie kustlijn tot aan Salerno en trekt daarna het binnenland in, om uiteindelijk langs de haven richting Piazza del Plebiscito te eindigen. Met slechts 500 hoogtemeters voor de boeg zouden de sprinters wel eens aan zet kunnen zijn, al lopen de laatste 5 kilometer nog stevig op. In Napoli krijg je bovendien zelden iets cadeau, dus enkel de sterkste beren zullen hier helemaal vooraan overleven.

Onze keuze voor de minder bekende DOC valt vandaag dan ook logisch op Cilento DOC. Paestum ligt in Capaccio Paestum, een gemeente die deel uitmaakt van de productiezone van deze appellatie. De rit doorkruist niet het volledige wijngebied van Cilento, maar het is wel een mooie aanleiding om Cilento DOC eindelijk eens wat meer te belichten. Zeker omdat Cilento zelf, net ten zuiden van de Amalfikust, een prachtige maar vaak ondergewaardeerde kustregio is. Rustiger, ruwer en minder drukbezocht dan zijn beroemde buur.

Cilento DOC

Met een goede 82 hectare aan wijngaarden en een gemiddelde productie van ongeveer 2.000 hectoliter is Cilento DOC toch iets meer uit de kluiten gewassen dan de vorige appellaties die we bespraken. Het blijft wel een relatief jonge appellatie, die pas in 1989 officieel erkend werd als DOC.

De productiezone ligt in Campania, in de provincie Salerno, en is opvallend ruim. Ze omvat 58 gemeenten, van Agropoli tot Sapri en van de Tyrreense kust tot het meer heuvelachtige binnenland richting Basilicata. De wijngaarden mogen binnen die zone niet zomaar overal aangeplant worden. Stranden, zandige kuststroken en vlakke valleibodems zijn uitgesloten. De maximale hoogte bedraagt 450 meter boven zeeniveau. Alleen in Moio della Civitella mag men tot 550 meter gaan.

Ook historisch past Paestum mooi in dit verhaal. De wijnbouwgeschiedenis gaat in deze streek tot diep in de oudheid terug. Het waren immers de Griekse kolonisten die hier wijnstokken introduceerden, onder meer in Elea en Paestum. Dat zet de verbondenheid met de startplaats van de rit extra in de verf.

Bodem en klimaat

Het landschap van Cilento is zeer divers. Je vindt er ruige heuvels, bergkammen en steile flanken, maar ook zachtere hellingen die het landschap wat minder streng maken. Daartussen snijden waterlopen diep in het reliëf. Kleine kustvlaktes en het Vallo di Diano, een oude meerbodem, zorgen voor extra afwisseling in het landschap.

Geologisch maakt Cilento deel uit van de zuidelijke Apennijnen. De ondergrond werd gevormd door tektonische bewegingen uit het Mioceen en Plioceen, waarbij gesteentelagen geplooid, verschoven en over elkaar geschoven werden. Later kwamen daar jongere afzettingen bovenop. Het resultaat is een landschap dat niet meteen makkelijk wijnbouwgebied lijkt, maar net daarin zit een deel van zijn karakter.

Ook de bodems zijn niet overal identiek, maar ze hebben wel een duidelijk gemeenschappelijk karakter. Ze zijn over het algemeen arm aan organisch materiaal en hebben vaak een basis van klei, met mergel en schist in de ondergrond. Dat zijn geen makkelijke bodems, maar net daardoor blijven de wijnstokken beter in toom.

Voor wijnbouw zijn vooral de heuvelachtige percelen met een goede ligging interessant. Daar vinden we vaker kiezelhoudende en kalkrijke gronden, die voor meer drainage, spanning en structuur kunnen zorgen. Klei geeft dan weer wat meer vulling en draagkracht. Zo krijg je een bodemprofiel dat de wijnen niet alleen rijpheid geeft, maar ook voldoende grip en frisheid.

Het klimaat is duidelijk zuiders, maar door de combinatie van zee, heuvels en binnenland is het minder eenduidig dan je op het eerste gezicht zou denken. De Tyrreense Zee zorgt voor mediterrane invloed, terwijl hoogte, hellingen en ventilatie helpen om de warmte te temperen.

Witte wijnen

Cilento DOC kent twee witte types: Cilento Bianco en Cilento Fiano. Fiano speelt daarin de hoofdrol. Bij Cilento Bianco moet Fiano 60 tot 65 procent van de blend uitmaken. Trebbiano Toscano vult aan met 20 tot 30 procent, terwijl Greco Bianco en of Malvasia Bianca samen 10 tot 15 procent mogen leveren. Andere toegelaten witte druiven uit de provincie Salerno mogen tot maximaal 10 procent worden gebruikt.

Cilento Fiano moet voor minstens 85 procent uit Fiano bestaan. De rest mag worden aangevuld met andere toegelaten, niet aromatische witte druiven uit de provincie Salerno.

Voor de witte wijnen is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. De focus ligt dus vooral op druivensamenstelling, herkomst en minimum alcoholgehalte. Voor Cilento Bianco ligt dat minimum op 11 procent. Voor Cilento Fiano is dat 12 procent.

Cilento Bianco mogen we vooral zien als de frisse, toegankelijke witte blend van de appellatie. Strogeel van kleur, met een delicaat aroma en een frisse, harmonieuze smaak. Cilento Fiano kan iets meer intensiteit en herkenbaarheid van Fiano tonen. Ook hier blijft de kleur strogeel, maar de wijn zal droog, voller en meer uitgesproken aanvoelen.

Rode wijnen

Bij de rode wijnen draait het vooral rond Aglianico. Cilento Rosso moet voor 60 tot 75 procent uit Aglianico bestaan. Piedirosso en of Primitivo vullen aan met 15 tot 20 procent. Andere toegelaten blauwe druiven uit de provincie Salerno mogen maximaal 25 procent van de blend uitmaken.

Cilento Aglianico moet voor minstens 85 procent uit Aglianico bestaan. De resterende 15 procent mag bestaan uit andere toegelaten blauwe druiven uit de provincie Salerno.

Voor Cilento Rosso is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 11,5 procent. In het glas gaat het om een robijnrode wijn, met een herkenbaar profiel van rood fruit, rijpe kers, lichte kruidigheid en een aardse toets. De smaak is droog, eerder delicaat en minder uitgesproken dan bij Cilento Aglianico.

toont wat meer kracht. Ook hier gaat het om een robijnrode wijn, maar het profiel is duidelijk steviger dan bij de gewone Rosso. Verwacht meer donker fruit, rijpe kers, pruim, kruidigheid en een hartige toets. De smaak is droog, vol en voldoende sappig. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 12 procent. De wijn moet minstens één jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Voor de Riserva geldt een langere rijpingsperiode van minimaal drie jaar, waarvan twee jaar in houten vaten, vanaf 1 januari na de oogst.

Rosato

De basis voor Cilento Rosato is Sangiovese. Die moet 70 tot 80 procent van de blend uitmaken. Aglianico is goed voor 10 tot 15 procent en Primitivo en of Piedirosso vullen eveneens aan met 10 tot 15 procent. Andere toegelaten druiven uit de provincie Salerno mogen tot maximaal 10 procent worden gebruikt.

Voor Cilento Rosato is geen verplichte rijpingsperiode voorzien. Het minimum alcoholgehalte bedraagt 11 procent. De wijn krijgt zijn roze kleur door een korte schilweking van de gekneusde druiven. Zodra de most voldoende kleur heeft opgenomen, wordt hij afgetapt en verder als rosato gevinifieerd.

In het glas kan Cilento Rosato variëren van licht tot iets intenser roze. De blend geeft hem op papier best wat inhoud. Sangiovese zorgt voor frisheid en rood fruit, Aglianico brengt wat meer structuur, terwijl Primitivo en Piedirosso extra rijpheid en een zuiders accent kunnen toevoegen. Uiteraard is de uiteindelijke samenstelling van de blend bepalend voor het karakter van de wijn.

Pomodorino del Piennolo – De tomaat van de Vesuvius

De aanleiding tot dit artikel is in feite iets totaal anders dan tomaat. Limoncello is de dader. Om mijn eigen huisgemaakte Limoncello te bereiden, wou ik de échte citroenen uit Sorrento hebben. Tijdens mijn zoektocht vond ik een webshop die deze citroenen tot in België verzendt. Terwijl ik door hun aanbod scrollde, passeerden ook andere typische producten uit Campania. En daar verschenen ze: de Pomodorino del Piennolo.

Die trossen kleine tomaatjes waren me niet vreemd. Vorig jaar, tijdens ons bezoek aan onze Taurasi-producent Fiorentino in het binnenland van Campania, zagen we ze overal hangen: in keukens, op balkons, aan veranda’s. Ze triggerden me toen al. En voor ik er erg in had, klikte ik op ’toevoegen’ en zaten ze mee in mijn winkelmandje.

Vraag een Napolitaan naar de beste tomaat ter wereld en je krijgt geen discussie, maar een vastberaden antwoord: Pomodorino del Piennolo del Vesuvio. Klein, intens, met dat herkenbare puntje eraan. Achter die tomaat schuilt echter een hele geschiedenis. Hij duikt op in verhalen van grootmoeders, hangt als trossen onder schoorstenen en prijkt zelfs in de Napolitaanse kerststal, waar hij al sinds 1858 symbool staat voor overvloed. Volgens de lokale legende ontstond hij uit de tranen van Jezus, die de verdorde hellingen van de Vesuvius weer vruchtbaar maakten. Nu worden in Zuid-Italië wel meer dingen aan die tranen toegeschreven, en dus trok ik op onderzoek naar het echte verhaal.

Wat zijn Pomodorino del Piennolo?

De Pomodorino del Piennolo del Vesuvio is geen tomaat die je in België zomaar zal vinden in het groenterek van de supermarkt. Het is een nicheproduct, verbonden aan één welbepaald terroir: de flanken van de Vesuvius.

Deze tomaat bezit een opmerkelijke vorm: klein, ovaal, compact, met een spits puntje aan de onderzijde dat de Napolitanen pizzo noemen. Dat lijkt een banaal detail, maar is deel van zijn identiteit en en fungeert zelfs als herkenbaar visueel kenmerk binnen de DOP-specificaties. De stevige schil en het dichte vruchtvlees zorgen ervoor dat de tomaat bijna knapperig aanvoelt in vergelijking met doorsnee kerstomaten.

Qua smaakprofiel is de Pomodorino een kleine paradox. Hij combineert natuurlijke zoetheid met een duidelijke aciditeit en een vleugje bitterheid. Dat maakt hem spannend in de mond: levendig, maar nooit eendimensionaal. Zijn vrij harde schil geeft hem ook een stevige bite.

Terwijl de meeste tomaten binnen enkele dagen hun frisheid verliezen, blijft de Pomodorino, eenmaal geoogst en opgehangen in trossen (al piennolo), maandenlang goed. Niet in een koelkast of vacuümverpakking, maar gewoon in een droge, luchtige ruimte. Dit uitzonderlijke bewaarpotentieel is uniek.

Hoewel hun formaat en vorm doen denken aan kerstomaten, gaat het om een totaal ander product. Waar een kerstomaat vooral zoet en licht sappig is, biedt de Pomodorino concentratie, spanning en een stevige textuur. Hij is minder snacktomaat en veel meer culinaire bouwsteen.

Oorsprong en geschiedenis

Il Pomodorino del Piennolo è una vera eccellenza della tradizione campana, una cultivar dalle origini antiche e dal sapore unico. De oorsprong van deze tomaat gaat terug tot de 17e eeuw. Boeren ontdekten al vroeg dat deze kleine tomaten uitzonderlijk goed bewaard konden worden wanneer ze in trossen werden samengebonden en opgehangen in goed verluchte ruimtes. Zo ontstond het gebruik van de piennolo, letterlijk de tros of bundel waaraan de tomaten maandenlang konden blijven hangen. In de winter hing er zo eetbaar goud onder de plafonds.

De eerste gedetailleerde beschrijvingen verschenen in de 19e eeuw. In 1858 schreef Achille Bruni in zijn werk Degli ortaggi e loro coltivazione presso la città di Napoli over kersvormige tomaten die hun kwaliteit tot in de lente konden behouden, mits ze in trossen aan de zolderbalken werden opgehangen. Enkele decennia later, in 1885, bevestigde Palmieri in het jaarboek van de landbouwschool van Portici die praktijk van bewaren in schaduwrijke, geventileerde ruimtes.

Aan het begin van de 20e eeuw ging professor Francesco De Rosa nog een stap verder. In zijn publicatie in Italia Orticola (1902) beschreef hij niet alleen de rassen die toen in gebruik waren, maar ook de volledige teelt- en bewaartechniek. Daarmee maakte hij duidelijk dat er rond deze tomaat een hele micro-economie was ontstaan: van het kweken van zaailingen tot de verkoop van geconserveerde trossen. In 1916 zou professor Marzio Cozzolino dit verder uitwerken met economische gegevens, die de arbeidsintensiteit en het belang van deze teelt onderstreepten.

Naast de geschreven bronnen zijn er ook de verhalen uit de orale traditie. Volgens de legende waren het de vrouwen van Torre del Greco, ervaren in het knopen van visnetten, die hun kunde toepasten bij het vlechten van de tomatentrossen. Daarmee werd de Pomodorino een symbool van de verbondenheid tussen land en zee, tussen landbouw en visserij.

Die eeuwenoude band tussen product, landschap en gemeenschap wordt vandaag erkend en beschermd. In 2009 kreeg de Pomodorino del Piennolo de DOP-status, die garandeert dat elke stap – van teelt tot verwerking – plaatsvindt in de afgebakende zone rond de Vesuvius.

Waar groeit hij?

De Pomodorino del Piennolo vindt zijn thuis op de flanken van de Vesuvius, binnen het vulkanische complex van de Somma-Vesuvius. Het productiegebied strekt zich uit over verschillende gemeenten, waaronder Ercolano, Torre Annunziata, San Giorgio a Cremano en Torre del Greco.

De lavagrond waarin deze tomaten aangeplant staan, is rijk aan pyroklastisch gesteente: as, lava en mineralen die in de loop van eeuwen door uitbarstingen van de vulkaan zijn afgezet. Deze bodem werkt als een natuurlijke voedingsbron en spons tegelijk: hij houdt vocht vast in droge zomers en geeft mineralen af die de tomaten hun uitgesproken smaak en stevige structuur bezorgen.

Het klimaat draagt daar nog eens extra aan bij. De dagen zijn er heet en zonnig, de nachten fris en luchtig, waardoor de vruchten langzaam rijpen en hun volle smaak ontwikkelen. Voeg daar de nabijheid van de zee bij, die zorgt voor constante ventilatie en een subtiele invloed van ziltigheid, en je krijgt een microklimaat dat je zelden elders kan treffen.

Kweken met geduld

De teelt van de Pomodorino del Piennolo is volledig afgestemd op de natuur. De planten worden op terrassen aangelegd in de vruchtbare lavagrond van de Vesuvius. Die bodem, rijk aan mineralen en poreus als een spons, houdt regenwater vast en geeft warmte af, waardoor kunstmatige irrigatie nauwelijks nodig is. Regen en zon doen hier het werk.

De cyclus begint in het voorjaar, wanneer boeren de zaden uitselecteren en uitzaaien. De planten krijgen de tijd om zich te ontwikkelen en de vruchten rijpen langzaam tot diep in de zomer. Oogsten gebeurt niet vluchtig of machinaal, maar zorgvuldig en met de hand. Pas wanneer ongeveer zeventig procent van de tomaten aan de tros rood kleurt, wordt de volledige tros geoogst.

Daarna volgt het typische ritueel waarbij de trossen met henneptouw worden samengevlochten tot bundels, klassieke piennolo-trossen. Deze worden vervolgens opgehangen aan balken, veranda’s of zolders, waar ze in goed verluchte ruimtes verder kunnen rijpen en maandenlang bewaard blijven. Het hele proces is arbeidsintensief en traag, maar juist daardoor ontstaat er een uniek en waardevol product.

Waarom wordt hij als één van de lekkerste beschouwd?

De Pomodorino del Piennolo wordt geroemd om zijn unieke evenwicht. Hij combineert een hoge concentratie aan suikers, zuren en oplosbare vaste stoffen, wat resulteert in een uitgesproken maar verfijnde smaak. Zoet en zuur ondersteunen elkaar, terwijl een lichte bitterheid voor diepte zorgt. Die typische acidulità – de sprankelende frisheid die eigen is aan deze tomaat – is bij wijze van spreken zijn handelsmerk.

Het is bovendien een karaktervolle tomaat. Terwijl veel tomaten bij verhitting uit elkaar vallen en zich laten reduceren tot een vlakke massa, houdt de Pomodorino stand. Hij bewaart zijn structuur, geeft zijn sappen pas vrij in de pan en bouwt zo een saus die rijk en gelaagd is. Voor veel chefs is dat de ultieme kwaliteit, precies dat maakt de tomaat zo geliefd in de gastronomische keuken.

Rauw, gebakken of in saus?

De Pomodorino del Piennolo is veelzijdig te gebruiken. Rauw is hij al een feest als een bruschetta: gehalveerd met wat olijfolie, een snuf zeezout en eventueel een stukje buffelmozzarella. Het frisse zuurtje en de stevige bite maken hem perfect als antipasto of als lichte zomerse hap.

Toch komen zijn eigenschappen het best tot hun recht op het vuur. In de pan barsten de tomaten open, geven hun sap vrij en veranderen in enkele minuten in een fluweelzachte saus. Die heeft nauwelijks iets extra’s nodig: wat look, basilicum en een scheut goede olijfolie volstaan. Niet toevallig wordt hij in Napels beschouwd als een van de beste basisingrediënten voor pizza’s, pasta’s en visgerechten, vooral in combinatie met vongole of mosselen.

Naast verse bereidingen is er ook de eeuwenoude techniek van de pacchetelle: de tomaten worden doormidden gesneden en in glazen potten bewaard, vaak in olie, zodat ze de hele winter beschikbaar blijven. Lang voordat het woord “fermentatie” populair werd, was dit al een vanzelfsprekende manier om de oogst te bewaren.

En de Pomodorino blijft niet in de traditionele keuken steken. Lokale topchefs gebruiken hem vandaag in moderne gerechten zoals ceviche, tonijntartaar of zelfs in verrassende cocktails met mezcal. Daarmee bewijst deze kleine tomaat dat hij niet enkel thuishoort in de cucina della nonna, maar net zo goed in de hedendaagse gastronomie kan schitteren.

Recept: Spaghetti al Pomodorino del Piennolo

Je kan deze tomaatjes dus zeer veelzijdig gebruiken. Wij gaan zelf voor een heel eenvoudige spaghetti met een saus op basis van de Pomodorino del Piennolo waaraan we de tijd en de rust geven om alles langzaam zijn werk te laten doen.

Ingrediënten (voor 4 personen)

  • 320 g spaghettoni
  • 1 kg Pomodorino del Piennolo
  • 4 teentjes knoflook, geplet
  • Extra vergine olijfolie
  • Verse basilicum
  • Gedroogde oregano
  • Zout en peper naar smaak

Bereiding

1. De conserva maken (vooruit te bereiden)

  • Was de tomaten zorgvuldig, verwijder de steeltjes en snijd ze in de lengte doormidden.
  • Vul er gesteriliseerde bokalen mee en sluit ze goed af.
  • Plaats de bokalen in een grote pan met water, breng aan de kook en laat ongeveer 1 uur zacht doorkoken.
  • Laat de bokalen afkoelen in het kookvocht. Zo heb je altijd een voorraadje Pomodorino klaar voor gebruik.

2. De saus bereiden

  • Verhit een royale scheut olijfolie in een pan en laat de knoflook langzaam garen, zonder te verbranden, zodat hij zijn aroma afgeeft.
  • Voeg de tomaten toe, samen met een snuif oregano en verse basilicum. Laat dit rustig sudderen gedurende 20 minuten.
  • Passeer de saus door een grofmazige zeef om schilletjes, zaadjes en knoflookrestjes te verwijderen. Het resultaat: een fluweelzachte, geconcentreerde saus.

3. De pasta koken en afwerken

  • Kook de spaghettoni 4 minuten korter dan de aangegeven kooktijd.
  • Voeg ze dan toe aan de saus en laat verder garen zodat het zetmeel uit de pasta zich bindt met de tomatensaus.
  • Werk af met extra basilicum en een draai van de pepermolen.

Tips van de chef

  • Neem de tijd voor de knoflook: hoe trager hij gaart, hoe voller zijn smaak.
  • Laat de saus niet haasten, langzaam koken brengt de diepte van de Pomodorino naar boven.
  • Zeef de saus altijd voor een perfect mondgevoel: glad, zijdezacht en intens.

Een bord vol zon en vulkanische kracht, recht uit Campania.

Limoncello, zon in een fles

Jullie hebben het vast al gemerkt, naast mijn passie voor wijn koester ik een grote liefde voor koken en gastronomie. Bezig zijn in de keuken, roeren in de potten, dat brengt rust, en als de gelegenheid zich voordoet neem ik er graag de tijd voor. Ik ben verre van een chef, ik noem mezelf met plezier een gemiddelde hobbykok. Om dat bij te schaven maak ik al meer dan vijftien jaar deel uit van Kookclub De Kemphanen.

Vanuit die kookclub maak ik het bruggetje naar limoncello. Het gebeurt zelden, af en toe haakt een van onze twaalf leden af en komt er een nieuw lid bij. Die nieuweling mag niet zomaar toetreden, er hoort een ritueel bij. Bij De Kemphanen is dat een traktatie met zelfgemaakte limoncello.

Ik was er vanaf het begin bij, dus het ritueel ging aan mij voorbij. Geen reden om niet zelf een keer een Kempense limoncello te maken. Toen het idee begon te sluimeren duurde het niet lang voor ik aan de slag ging. Voorwaarde: de citroenen moesten de echte zijn, afkomstig uit de baai van Sorrento.

Nu, zes weken later, is mijn zelfgemaakte limoncello klaar. Uitmuntend is hij.

Wat is limoncello?

Limoncello is een citroenlikeur die je na de maaltijd ijskoud serveert. In het glas kleurt hij helder geel met de geur van rijpe zeste, in de mond zacht zoet en verfrissend met een schone citrusfinale. De kern bestaat uit vier elementen, de gele schil van citroenen, neutrale alcohol, water en suiker. De schil levert de aroma’s, de alcohol extraheert die aroma’s, water en suiker brengen spanning en rondheid in balans. Alleen de gele zeste hoort erin, het witte deel van de schil geeft ongewenste bitterheid.

Qua stijl herken je limoncello aan een levendige kleur en een fluweelzachte textuur bij lage temperatuur. De likeur laat bij walsen vaak een fijne oliefilm op het glas achter, een teken van rijke citrusoliën. Als je hem zeer koud schenkt, kan een lichte waas ontstaan, dat is normaal en duidt op een vol extract. De geur moet zuiver naar zeste en bloesem gaan, zonder scherpe alcohol of kunstmatige citroenaroma’s. De balans is de graadmeter, voldoende frisheid om de zoetheid te dragen, voldoende body om niet waterig te worden.

Limoncello hoort rechttoe rechtaan te smaken, helder, levendig en zonder plakkerigheid. Wie een romiger interpretatie zoekt komt uit bij crema di limoncello, een variant met room die zachter en dessertachtiger proeft.

De naam zegt precies wat het is. Limone betekent citroen in het Italiaans. Het verkleinende en verzachtende achtervoegsel cello geeft een warme, toegankelijke bijklank. Limoncello klinkt licht en uitnodigend, net zoals het glas dat je voor je hebt.

Oorsprong en geschiedenis

Limoncello heeft geen geboortecertificaat. Vraag het in Sorrento, Amalfi of Capri en je krijgt drie overtuigde antwoorden. Ook op Sicilië hoor je soms de claim dat het daar begon. Feit blijft dat wat men vandaag als limoncello herkent is geworteld aan de Tyrrheense kust, waar de drank als traditie en als naam vorm kreeg. Dat sluit de rol van Sicilië niet uit, het eiland heeft een grote citroencultuur en een eigen geschiedenis met citroenlikeuren, maar de meeste sporen van de vastlegging wijzen naar de kust van Campanië.

De lange aanloop begint bij de citroen die al in de oudheid rond Pompei opduikt. Via Spanje bereikte de citroen vroeg Sicilië, van daaruit verspreidde de teelt zich verder naar het vasteland. Handel en zeevaart zorgden voor uitwisseling van kennis en plantgoed. Op zee ontdekte men bovendien een praktisch voordeel, de overvloed aan vitamine C hielp tegen scheurbuik. Dat maakte citroenen strategisch belangrijk en verklaart de sterke uitbreiding van boomgaarden tussen vijftiende en negentiende eeuw langs de zuidelijke kusten.

Uit die context groeide een huiselijke gewoonte die je in meerdere kuststreken terugvindt, zeste van rijpe citroenen laten trekken in alcohol, nadien zoeten en laten rusten. De verhalen mengen zich met de feiten, er zijn verwijzingen naar kloosters en familiehuizen, naast geliefde anekdotes die de kustplaatsen elk hun hoofdstuk in de ontstaansgeschiedenis geven.

De moderne, herkenbare limoncello krijgt aan het begin van de twintigste eeuw gestalte langs de Amalfikust. In bekende vertellingen keert een kleine bar of pension terug, waar een gastvrouw haar familierecept schonk aan bezoekers. Wat volgt is verankering in de streek, doorgeven van recepten en tegen het einde van de eeuw ook een formele merkregistratie. In de jaren tachtig stapt limoncello uit de regionale schaduw, eerst nationaal, daarna internationaal.

En Sicilië. Het eiland produceert al lang citroenlikeuren en levert kwaliteitsfruit dat in heel Italië wordt gewaardeerd. Die parallelle traditie verklaart waarom Sicilianen soms mee spreken over oorsprong. Strikt historisch is er echter geen sluitend bewijs dat limoncello als gedefinieerde drank daar werd geboren. Het meest consistente beeld is dat de naam en de hedendaagse stijl zich aan de Tyrrheense kust hebben gevormd, terwijl Sicilië belangrijk was voor de verspreiding van de citroen, voor eigen interpretaties en voor de brede cultuur rond citrus.

Limoncello vs limoncino

Limoncello en limoncino zijn verwant, beide citroenlikeuren op basis van zeste, neutrale alcohol, water en suiker, maar ze spreken een ander dialect van hetzelfde idee. Limoncello hoort van oudsher bij Campanië met Sorrento, de Amalfikust en Capri als bakermatten. Daar gebruikt men vooral twee citroenrassen, de langgerekte Sfusato Amalfitano en de ovale Limone di Sorrento, beide met een beschermde geografische aanduiding IGP.

Limoncino is de Ligurische tegenhanger, verbonden met de Cinque Terre en de Riviera, waar lokale citroenen zoals die van Monterosso het profiel mee bepalen. In het noorden, vooral rond het Gardameer, kom je de benaming limoncino ook tegen voor likeuren op basis van citroenen uit de historische limonaie, dit zijn terrasvormige citroentuinen met stenen muren en seizoensramen van hout en glas die in de winter worden geplaatst om de bomen vorstvrij te houden. De stijl uit dat gebied sluit vaak aan bij de ranke Ligurische benadering, lichter van kleur, frisser in geur en slanker in mondgevoel.

Het verschil proef je vooral in stijl, niet in het procedé. In Campanië laat men de zeste vaak wat langer trekken in alcohol met hoge graad. Dat onttrekt meer aromatische olie uit de schil en geeft doorgaans een diepere gele kleur, een voller mondgevoel en uitgesproken toetsen van citroenschil en bloesem. In Ligurië en aan het Gardameer is de inweektijd vaak iets korter waardoor het profiel lichter blijft, frisser, soms met een kruidige indruk van blad en schil. Denk bij die verschillen minder aan chemie en meer aan geuren die je herkent, zoete schil tegen strakke citroentoets, romig citrus tegen rank en knapperig. Het zijn tendensen, geen wetten, elke producent zoekt zijn eigen evenwicht tussen inweektijd, alcoholgraad en suikerdosering.

Voor een uitgesproken Zuid Italiaans karakter zoek je verwijzingen naar Limone di Sorrento IGP of Costa d’Amalfi IGP. Bij limoncino let je op oorsprong uit Ligurië of uit het Gardagebied. Alcoholgraden tussen dertig en vijftig zijn normaal. Een lichte waas bij heel koude service is geen fout, het wijst op rijk extract. In het glas kies je wat het moment vraagt, zonnig, rond en intens bij limoncello, licht, knapperig en maritiem fris bij limoncino.

Waarom is het zo populair?

Je kunt gerust stellen dat limoncello populair is. In onze kookclub wordt er met zichtbaar plezier aan versgemaakte limoncello genipt zodra de gelegenheid zich voordoet. Hoe komt het dat een eenvoudig gemaakte drank zo geliefd is? Drie dingen springen eruit: herkenbaarheid, toegankelijkheid en beleving.

Herkenbaarheid, de neus geeft meteen pure citroen zonder kunstmatige randjes en in de mond volgt een heldere balans tussen zoet en fris. Dat evenwicht maakt dat je er na het eten spontaan naar grijpt, het rondt af zonder te verzwaren en laat de mond schoon achter.

Toegankelijkheid, je hoeft geen kenner te zijn om limoncello te begrijpen. Het smaakt zoals het heet en doet wat je verwacht, verfrissen, verzoeten en afronden. De drempel is laag, kleine fles, klein glas, geen ingewikkelde service, en bij koel en donker bewaren blijft de kwaliteit stabiel.

Beleving, serveertemperatuur en uiterlijk spelen mee. IJskoud wordt de textuur zijdezacht, de citrusoliën tonen zich voller en de smaken vallen mooi in lijn. De zonnig gele kleur is uitnodigend, de geur van zeste en bloesem roept zee en vakantie op nog voor de eerste slok.

En eerlijk is eerlijk, het is gewoonweg lekker.

Culinaire en cocktail inspiratie

Je kan limoncello perfect gebruiken in de keuken. Wens je dit te doen dan gelden er drie gouden spelregels: koel serveren, spaarzaam doseren, pas toevoegen wanneer de basis niet meer heet is. Zo blijven de citrusoliën helder en elegant.

Enkele snelle ideeën die werken. Geef crèmes en vullingen een lift met een scheutje voor geur, bestrijk biscuit of cake licht met een eenvoudige siroop met limoncello voor frisheid, roer een lepel door een glazuur voor glans en zeste in de neus.

In koude bereidingen zoals semifreddo, mousse of roomijs houdt de alcohol de textuur soepeler. Voeg pas toe wanneer de basis is afgekoeld, dan blijft het geheel luchtig en schoon.

Hartig vraagt finesse. Blus de pan van vis of zeevruchten heel kort met limoncello, laat even doorwarmen en werk af met een klontje boter. Weinig gebruiken, de basis blijft de ster.

Voor drankjes zijn er drie duidelijke toepassingen. Als hoofdsmaker maak je een spritz met mousserende wijn en sodawater, waarbij limoncello de bitter vervangt en het citruskarakter op kop zet. Als lange dorstlesser combineer je limoncello met bruiswater of tonic, de geur staat voorop en de afdronk blijft droog. Als nuance geef je een sour een kleine scheut limoncello naast citroensap of limoensap, zo houden zoet en fris elkaar in evenwicht. Serveer altijd met veel ijs, dan blijven structuur en aroma strak.

Bij het gebruik van limoncello in de keuken of in de mixologie zijn er enkele valkuilen die je beter vermijdt. Let op vier punten: voeg limoncello pas toe aan afgekoelde bereidingen of haal de pan van het vuur, doseer suiker en likeur spaarzaam, bouw in kleine stapjes op en proef, en serveer nooit te warm zodat textuur en frisheid behouden blijven.

Recept, zelf limoncello maken

Dit basisrecept levert ongeveer anderhalve liter op. Werk netjes en geduldig, dat proef je terug in het glas. In mijn inleiding liet ik de schillen zes weken trekken. Dat kan perfect en geeft een diepe, olie-rijke stijl. Korter kan ook, verderop staat hoe je de tijd kunt afstemmen op de gekozen alcohol.

hoofdingrediënten

  • Citroenen: kies onbespoten vruchten met een dikke, geurende schil. De zeste is je smaakbron. Was en droog zorgvuldig. Schil alleen het gele deel, het witte geeft bitterheid. Rassen uit de kuststreek zoals Sfusato Amalfitano of Limone di Sorrento zijn ideaal door hun aromatische oliën en stevige schil. Deze zijn online goed verkrijgbaar en worden ook in België geleverd.
  • Alcohol: neutrale alcohol van vijfennegentig procent extraheert snel en diep. Gebruik je wodka van veertig procent, dan wordt de stijl lichter en duurt de maceratie langer.
  • Suiker: bepaalt de stijl. Vijfhonderd gram houdt het frisser, zeshonderdvijftig gram maakt ronder en zoeter.
  • Water: neem zacht en neutraal water. Gefilterd of bronwater bewaart de zuiverheid van het aroma.

benodigdheden
• Grote glazen bokaal met goed sluitend deksel
• Fijne zeef en koffiefilters of een neteldoek
• Schone, droge flessen

Stappenplan

  1. Was en droog de citroenen. Schil met een dunschiller alleen de gele zeste.
  2. Doe de zeste in de bokaal en giet de alcohol erbij. Sluit af en zet koel en donker.
  3. Laat trekken. Voor de batch met zes weken maceratie: zwenk de bokaal dagelijks. Stop zodra de schillen flets zijn en de alcohol diep geel en geurig is. Korter kan ook. Met alcohol van vijfennegentig procent volstaan meestal zeven tot tien dagen voor een heldere, strakke stijl. Met wodka reken je twintig tot dertig dagen voor een lichtere, ranke stijl.
  4. Maak suikersiroop. Breng water en suiker aan de kook tot alles is opgelost. Laat volledig afkoelen.
  5. Filter de citroenalcohol eerst grof zodat de schillen verwijderd zijn, daarna fijn door koffiefilter of neteldoek tot een heldere likeur.
  6. Meng de koude siroop met de gefilterde citroenalcohol. Proef en finetune. Iets extra siroop maakt zoeter en verlaagt de kracht, een scheut water verzacht zonder extra zoet.
  7. Bottel in schone, droge flessen. Laat twee tot vier weken rusten zodat de smaken binden en de textuur zachter wordt. Een extract dat zes weken trok, heeft vaak baat bij drie tot vier weken rijping in fles.
  8. Serveer ijskoud en bewaar koel en donker. Limoncello blijft maanden stabiel.

Kwaliteitstips
• Kies citroenen met dikke, geurende schil. De schil is de smaakbron.
• Gebruik glas voor het trekken. Kunststof kan geur vasthouden.
• Werk rustig. Overhaaste extractie geeft scherpte en bitterheid.
• Noteer datum, recept en aanpassingen. Zo bouw je aan je eigen huisstijl.

Proeven en serveren
Kleur is levendig geel. In de neus citroenschil, citroenbloesem, lichte suikertoets. In de mond zacht, romig en fris met een zuivere citroenfinale. Schenk in kleine glaasjes, rechtstreeks uit de diepvries, als digestief of bij een citroensorbet.

Fiano di Avellino: Een onverwachte liefde

Tot voor kort dacht ik stellig dat Greco mijn favoriete witte druif uit Campania was. Karaktervol, met pit en een duidelijke signatuur. Fiano leek me altijd net iets te gereserveerd. Tot ik in Irpinia belandde. Daar proefde ik de Fiano in zijn natuurlijke habitat, en eerlijk, het was een openbaring. Fiano bleek veel meer dan ik verwacht had: verfijnd, gelaagd en allesbehalve terughoudend.

Een oude nobele dame, diep geworteld in Irpinia

Fiano behoort tot de oudste druivenrassen van Italië. De oorsprong ligt in de heuvelachtige streek rond het dorp Lapio, in het hart van Irpinia. Daar, op de kleirijke bodems en onder invloed van het koele binnenlandse klimaat, ontwikkelde de druif het profiel waarmee ze vandaag nog altijd uitblinkt: elegant, complex en nooit overdadig.

De eerste schriftelijke vermeldingen van Fiano dateren al uit de 12de eeuw. Haar naam zou afgeleid zijn van ‘Apiana’, een verwijzing naar de bijen die zich aangetrokken voelden tot het zoete sap van de bessen. Andere bronnen spreken dan weer over ‘Latina’, wat mee verklaart waarom ze ook opdook onder synoniemen als Latina Bianca, Uva Latina of Santa Sofia. Die variatie aan benamingen, gecombineerd met haar genetische verwantschap aan andere oude rassen zoals Greco, heeft lang voor verwarring gezorgd. Maar recent genetisch onderzoek laat weinig twijfel: Fiano heeft een duidelijk eigen identiteit.

Toch hing haar voortbestaan aan een zijden draadje. De druifluis, twee wereldoorlogen en een tanende belangstelling voor traditionele druivenrassen deden Fiano bijna verdwijnen. Het was Antonio Mastroberardino die haar na de Tweede Wereldoorlog uit de vergeethoek haalde. Hij herplantte haar op de oorspronkelijke gronden rond Avellino en legde zo de basis voor wat vandaag bekendstaat als Fiano di Avellino DOCG. Dankzij zijn visie en volharding kreeg deze vergeten druif opnieuw een toekomst.

Binnen die appellatie zijn enkele gemeenten en wijngaardzones uitgegroeid tot referentie. Montefredane, Summonte en natuurlijk Lapio zelf leveren steevast wijnen met precisie en diepgang. Maar het is het kleine gehucht Arianiello, net boven Lapio, dat door kenners vaak als het ultieme Fiano-terroir wordt gezien. Niet toevallig liggen hier de wijngaarden van topproducenten zoals Colli di Lapio. De combinatie van grote hoogte, een oostelijke expositie, sterk kleihoudende bodems en constante luchtcirculatie zorgt er voor een optimale rijping. De druiven krijgen er overdag voldoende zon en koelen ’s nachts sterk af, wat de aroma’s scherp houdt en de zuren bewaart. Die spanning tussen rijpheid en frisheid levert Fiano op zijn best.

Dankzij dat microklimaat en de ondergrond ontwikkelt Arianiello-Fiano een uitgesproken structuur, met aroma’s die van florale subtiliteit evolueren naar vuursteen en bijenwas na enkele jaren op fles. Het zijn wijnen die zowel jong als gerijpt indruk maken, met een transparantie en lengte die zelden geëvenaard worden.

Wispelturig maar weerbaar in de wijngaard

Deze druif is best een nukkige dame en wie Fiano in de wijngaard wil temmen, moet van goede huize zijn. Fiano is een laatbloeier, met een groeicyclus die zich uitstrekt tot laat in september of zelfs oktober. Ze gedijt bij voorkeur op hoogte, zoals in de heuvelachtige zones van Irpinia. Daar zorgen de combinatie van vulkanische bodems, koele nachten en warme dagen voor een langzame en gelijkmatige rijping. Ideaal voor de ontwikkeling van haar aromatische precisie.

De standplaats is cruciaal: oriëntatie, luchtcirculatie en drainage maken het verschil tussen een vlakke wijn en een dragende wijn. In regio’s zoals Lapio en specifiek het gehucht Arianiello, komt Fiano volledig tot haar recht. Kleihoudende gronden zorgen daar voor grip en structuur, terwijl het frisse microklimaat haar elegantie bewaart.

De plant zelf is krachtig en expansief. De vegetatie groeit fors, met lange ranken en stevige houtstructuren. Een doordachte snoei is essentieel om haar groeikracht te temperen en de kwaliteit te bewaken.
De druif is best wel gevoelig voor ziektes als peronospora en oidium, vooral rond de bloei, wanneer de jonge trossen bescherming nodig hebben. Ze vraagt dus om een zorgvuldige aanpak in de wijngaard.

Gelukkig heeft ze ook troeven. De druiven hebben een stevige, leerachtige schil, die bescherming biedt tegen botrytis en helpt om de trossen gezond te houden tijdens de lange rijpingsperiode. Dat maakt Fiano opmerkelijk geschikt voor laat geoogste stijlen, zonder risico op rot of verlies aan frisheid. In droge, goed doorlatende bodems produceert ze minder fruit, maar wel druiven met meer concentratie en aromatische kracht.

Fiano levert compacte trossen van kleine tot middelgrote omvang, meestal piramidaal van vorm met een uitgesproken zijvleugel. De bessen zijn middelgroot, ovaal en goudgeel met een vleugje amber aan de zonzijde. Het sap is kleurloos, de smaak mild zoet met een licht krokante textuur. In de kelder betekent dit: veel vrijheid. Fiano laat zich vinifiëren in uiteenlopende stijlen, van strak mineraal tot rijk en romig, zelfs houtgelagerd of als passito. Zonder haar kern te verliezen.

Fiano is dus wispelturig in de wijngaard, maar wie haar leert kennen en begrijpt wat ze nodig heeft, wordt beloond met wijnen die méér doen dan plezieren. Ze weerspiegelen het landschap waaruit ze komen: precies, complex en altijd met karakter. En dat maakt haar tot een van de meest intrigerende witte druiven van Zuid-Italië.

In het glas: ingetogen complexiteit

Verwacht geen tropische fruitbom, geen overdreven aromatische intensiteit. Wat je wél krijgt, is een verfijnde structuur, een subtiel geurenspectrum en een opmerkelijke evolutie in het glas én in de fles.

Bij het inschenken toont Fiano zich lichtgeel, vaak met een wat groenige schijn. De eerste indrukken in de neus zijn floraal: acacia, jasmijn en lindebloesem domineren. Daaronder ligt een laagje fris wit fruit, meestal peer en groene appel, dat de wijn een jeugdige levendigheid geeft.

Fiano bezit een vermogen om zich fantastisch te ontwikkelen. Met wat flesrijping schuiven de aroma’s langzaam op richting amandel, hazelnoot, bijenwas en acaciahoning. Die aromatische verdieping gaat samen met een verandering in textuur: het mondgevoel wordt zachter, voller, romiger, zelfs licht olieachtig, maar zonder in logheid te vervallen. De wijn behoudt haar frisheid dankzij haar natuurlijke zuren, die haar ruggengraat vormen.

Bij oudere Fiano’s treden tertiaire tonen op de voorgrond. Rook, vuursteen, een hint van toast. Weliswaar nooit dominant, altijd in balans. Deze evolutie maakt Fiano niet alleen verrassend complex, maar ook geschikt voor flesrijping. Tien jaar is geen uitzondering, en wie geduld heeft, wordt beloond met een witte wijn die spanning, gelaagdheid en finesse combineert.

De hazelnoottoets: signatuur of subtiele schim?

Elk artikel dat je er over Fiano op naslaat komt terug op dat ene aspect dat typisch zou zijn voor een Fiano wijn, namelijk hazelnoot. Meer bepaald zou er bij gerijpte exemplaren een subtiele hazelnoottoets kunnen optreden. Deze aanwezigheid van geroosterde hazelnoot zit dan vooral in het aromaprofiel. Er zijn, zoals dat dan gaat, onderzoeken naar gevoerd en tijdens een sensorische analyse van tien Fiano-wijnen door zestig ervaren proefpanelleden, werd hazelnoot als geurcomponent consistent waargenomen. Weliswaar niet als dominant kenmerk, maar als element van complexiteit.

Die toets van ‘nocciola tostata’ is wat Fiano onderscheidt van veel andere witte druivenrassen. Ze verschijnt vaak samen met tertiaire aroma’s zoals bijenwas, honing en vuursteen, en draagt bij aan de herkenbaarheid van de druif na flesrijping. Voor sommigen is het net die hazelnoottoets die Fiano zijn typisch ‘volwassen’ karakter geeft.

Veelzijdigheid op tafel én in stijl

Fiano is niet in één stijl te vatten. Hoewel ze doorgaans droog en stil gevinifieerd wordt, vertoont ze een indrukwekkend palet aan stijlen. Afhankelijk van terroir, rijpingsgraad en vinificatietechniek beweegt Fiano zich moeiteloos tussen fris en lineair tot vol, gestructureerd en krachtig. Wat haar verbindt over die variatie heen, is een zekere ingetogen klasse die steeds de nodige complexiteit zal vertonen.

De jeugdige Fiano toont zich levendig en verteerbaar. Hier draait het om mineraliteit, frisse zuren en citrusachtige spanning, ideaal bij lichte mediterrane gerechten zoals vis, schaal- en schelpdieren, zomerse salades of antipasti met een zuurtje. Dankzij haar florale kant en haar gecontroleerde fruitigheid voelt ze zich ook prima thuis bij gerechten op basis van tomaat of met een kruidige toets. Zelfs een pittige bouillabaisse krijgt er een elegante partner bij.

Wanneer de wijn wat ouder is of afkomstig uit meer kleihoudende terroirs zoals Lapio of Arianiello, verandert haar rol aan tafel. Dan schuift Fiano op richting gevogelte, kalfsvlees of zelfs een sappige varkenskarbonade. De extra textuur, een vettiger mondgevoel en tertiaire aroma’s zoals hazelnoot, bijenwas en rook maken haar tot een witte wijn met de draagkracht van een rode.

Naast de droge varianten zijn er ook zoetere interpretaties. Zowel laat geoogste Fiano als passito wijnen, waarbij de druiven ingedroogd worden, leveren een geconcentreerd resultaat met honingachtige tonen, maar zonder hun elegantie te verliezen. Deze stijlen zijn zeldzamer, maar tonen des te meer de mogelijkheden van de druif.

DOCG Fiano di Avellino en verder

Hoewel Fiano di Avellino het bekendst is, wordt de druif ook elders in Italië aangeplant. Daar, in het heuvelachtige hart van Irpinia, liggen zowel haar historische wortels als haar hoogste expressie. De herkomstbenaming Fiano di Avellino DOCG geldt dan ook terecht als het referentiepunt.

Ook buiten de DOCG duikt Fiano op in diverse appellaties in Campanië, zoals Irpinia DOC, Cilento DOC en Sannio DOC. In Puglia wordt ze verbouwd onder de naam Fiano Minutolo. Deze is genetisch verwant, maar aromatisch heel anders, vaak expressiever en floraler van stijl. Op Sicilië wordt Fiano ingezet in onder meer Contessa Entellina DOC en Sicilia DOC, waar ze in een rijpere, warmere gedaante verschijnt.

Toch blijft Fiano di Avellino dé maatstaf. Niet alleen vanwege het terroir, maar ook door de wijnmakers die er de afgelopen decennia hun stempel op hebben gedrukt. Namen als Mastroberardino, Ciro Picariello, Pietracupa, Villa Diamante, Villa Raiano en Feudi di San Gregorio hebben elk hun eigen interpretatie, van strak mineraal tot rijp en houtgelagerd. Aan dat rijtje mogen zonder twijfel ook Colli di Lapio en Rocca del Principe worden toegevoegd. Beide producenten leveren jaar na jaar wijnen met precisie, diepgang. Hun wijngaarden liggen in het centrum van Arianiello en dat proef je gewoonweg. De kwaliteit spat ervan af.

Tot slot: een druif herbekeken

Mijn bezoek aan Irpinia heeft mijn kijk op Fiano grondig veranderd. Waar ik jarenlang zonder veel twijfel naar Greco greep, heeft Fiano zich daar van een andere, rijkere kant laten zien. Het is duidelijk een druif met een eigen profiel: zuiver, genuanceerd en met een opmerkelijk verouderingspotentieel.

Wat me vooral is bijgebleven, is hoe scherp de rol van terroir tot uiting komt. De hoogte, de bodems, het microklimaat. Dit blijken geen losse elementen te zijn maar bouwstenen die Fiano maken tot wat ze kan zijn. En dan heb je nog de wijnmakers die haar potentieel lezen en vormgeven, elk op hun manier.

Fiano is voor mij geen ontdekking in de zin van iets nieuws, maar een correctie van een onderschatting. Vanaf nu krijgt deze druif de aandacht die ze verdient. En ja, die fles Fiano di Avellino zal voortaan niet meer onopgemerkt naast de Greco blijven staan. Integendeel.

Spaghetti aglio, olio e peperoncino: Middernachtspaghetti die eenvoud siert als kunst

Heb jij al gehoord van middernachtspaghetti? Ik geef eerlijk toe: de term was ook voor mij nieuw, tot ik hem tegenkwam in een artikel over Spaghetti aglio, olio e peperoncino. Deze klassieker wordt zo genoemd omdat hij de essentie van Italiaanse gezelligheid belichaamt. Na een lange aperitivo, een avond wijn proeven of simpelweg een goeie tijd met vrienden, is er niets beter dan een snelle, eenvoudige, spontane maaltijd om kleine of grote honger te stillen. Een laatste moment van samenzijn, vlak voor je elkaar buonanotte wenst.

Dat is waar Spaghetti aglio, olio e peperoncino, ofwel de middernachtspaghetti, voor staat. Ironisch genoeg is het weer zo’n gerecht dat op papier verdacht simpel lijkt, maar in de praktijk draait om precisie, gevoel en smaak. Geen bergen ingrediënten, geen ingewikkelde sauzen. Gewoon pasta, knoflook, olijfolie en chilipeper. Maar wie denkt dat daarmee de kous af is, onderschat dit schijnbaar eenvoudige bord comfort food. En ja, wie het verkeerd aanpakt, kan zomaar eindigen met een nachtshift aan het fornuis.

Een gerecht met koninklijke roots

Spaghetti aglio, olio e peperoncino is diep geworteld in het zuiden van Italië, meer bepaald in Campanië, waar Napels als culinair hart al eeuwenlang zijn stempel drukt op de Italiaanse eetcultuur. In deze regio ontstond het gerecht in zijn oervorm: pasta met knoflook en olijfolie. De ingrediënten waren goedkoop, lang houdbaar en altijd beschikbaar in huishoudens waar geld schaars was maar smaak nooit ontbrak. De chilipeper, die het gerecht vandaag zijn karakteristieke pit geeft, maakte pas later zijn intrede. Aanvankelijk was het een bord pasta dat warmte en comfort bracht met enkel olie en knoflook.

In Napels stond het bekend als vermicelli alla Borbonica, een benaming die verwees naar de heersende dynastie van het Koninkrijk Napels. Koning Ferdinand IV van Bourbon zou een uitgesproken voorkeur hebben gehad voor deze eenvoudige pasta. Zijn voorliefde voor het gerecht was zo groot dat hij een praktische innovatie liet uitvoeren die uiteindelijk culinaire geschiedenis schreef. Tot diep in de 18de eeuw at men pasta met de vingers of met een vork met slechts twee tanden. Dat werkte prima voor droge pasta of kleine porties, maar was weinig efficiënt bij een bord vermicelli met olie. De koning stimuleerde het gebruik van een vork met vier tanden, een innovatie die het draaien van lange slierten pasta vergemakkelijkte en uiteindelijk de standaard werd in Italiaanse tafelschikking. Het lijkt een voetnoot, maar deze aanpassing was cruciaal in de verspreiding van pasta als hoofdgerecht door heel Italië. Het werd eenvoudiger om te eten, zelfs aan een koninklijk banket.

Wat het gerecht speciaal maakt in zijn historische ontwikkeling, is dat het zowel een product was van armoede als van verfijning. In arme gezinnen bracht het dagelijkse voeding, bij de elite werd het gewaardeerd voor zijn pure smaak en zijn vermogen om te verrassen zonder spektakel. Die dubbelzinnige status maakte het tot een blijver in alle lagen van de samenleving.

De toevoeging van peperoncino kwam pas later, toen de pittige peper steeds meer zijn weg vond naar Zuid-Italiaanse keukens. Met zijn scherpe, aardse toets gaf hij het gerecht een nieuwe gelaagdheid. De chili werd al snel een vaste waarde, behalve bij wie het liever zacht houdt. De naam veranderde mee: wat ooit bekend stond als vermicelli alla Borbonica of gewoon aglio e olio, kreeg een pittigere identiteit als spaghetti aglio, olio e peperoncino.

Toch blijft de basis altijd hetzelfde: een gerecht geboren uit noodzaak, groot geworden door smaak en techniek, en uitgegroeid tot een nationaal symbool van wat de Italiaanse keuken zo bijzonder maakt. Geen overdaad, geen opsmuk, maar een subtiele perfectie die generaties blijft aanspreken.

Een les in eenvoud

Aglio, olio e peperoncino. Drie woorden die geen geheimen lijken te verbergen. Dit is een recept dat recht in je gezicht zegt wat het is: knoflook, olie en chilipeper. En toch is de eenvoud maar schijn. De kracht van dit gerecht zit niet in wat je toevoegt, maar in wat je níét kunt verbergen.

Het is precies die bedrieglijke eenvoud die van spaghetti aglio, olio e peperoncino een klassieker maakt in heel Italië. Het staat bekend als het gerecht dat je maakt als je nauwelijks iets in huis hebt, maar toch iets fatsoenlijks wilt eten. Binnen een kwartier staat het op tafel. Het vult, het verwarmt en het verrast telkens opnieuw.

Studenten maken het uit gemak en budget. Chef-koks zetten het op het menu om net hun techniek te tonen. Want wie denkt dat dit zomaar een snel bordje pasta is, vergist zich. De juiste knoflookkleur, de perfecte temperatuur van de olie, de juiste dosering van de chili: alles vraagt precisie. Elke fout is genadeloos zichtbaar op het bord.

Bij een gerecht dat zo weinig verbergt, komt het aan op de ingrediënten. Niet zomaar pasta, maar spaghetti van degelijke kwaliteit, bij voorkeur van harde tarwe met een ruwe textuur die de olie vasthoudt. Je scoort uiteraard extra pluspunten als je de spaghetti zelf hebt gemaakt in plaats van aangekocht.

De olijfolie moet fruitig zijn en extra vierge. Geen alledaagse braadolie, maar de fles die je anders bewaart voor bijzondere gelegenheden. Liefst eentje met karakter: een olie uit frantoio-olijven uit Toscane of Umbrië, of een nocellara del Belice uit Sicilië. Wie het graag iets verfijnder aanpakt, kan ervoor kiezen om slechts een deel van de olie te verhitten en op het einde nog een paar lepels rauw toe te voegen. Zo breng je diepte, spanning en frisheid samen in één bord.

De rol van knoflook in dit gerecht wordt vaak onderschat. Toch maakt net de juiste soort een wereld van verschil in smaak en verfijning. Kies je voor een hoogwaardige variëteit zoals de rode knoflook uit Nubia, met zijn krachtige maar gebalanceerde aroma, of Vessalico uit Liguria met zijn delicate toets, dan til je het gerecht meteen naar een hoger niveau. Wie de voorkeur geeft aan een zachter profiel, kan de tenen in hun geheel gebruiken om enkel de olie te aromatiseren en ze daarna weer verwijderen. Op die manier krijg je een subtiele achtergrond zonder dat de knoflook alles gaat domineren.

Voor de peperoncini gaat er niets boven een Spaanse peper uit Calabrië. Die geven niet alleen hitte, maar ook een volle, warme smaak met die kenmerkende zuiderse intensiteit. Het vuur is er, maar nooit vlak of scherp. Het bouwt op, blijft hangen en ondersteunt de andere ingrediënten zonder ze te overheersen.

Sommigen voegen nog wat fijngehakte peterselie toe voor kleur en frisheid. Anderen laten het weg uit principe. Beide zijn juist. Dat is het mooie aan dit gerecht: je proeft altijd de hand van de maker.

Vergeet niet dat dit puurheid in essentie is, en dat elke fout genadeloos wordt uitvergroot. Er is weinig ruimte voor vergissingen. Laat de knoflook of peterselie niet aanbranden, want een hint van bitterheid haalt het hele bord onderuit. Doseer de peperoncino met verstand, zodat het gerecht pittig blijft zonder agressief te worden. En let tenslotte op de balans tussen olie en pasta: te droog mist het smeuïgheid, te vettig maakt het log en onevenwichtig.

Het is de eenvoud die overtuigt, de diepgang die verrast en het karakter dat blijft hangen. Dat maakt van deze klassieker geen bijgerecht of noodoplossing, maar een waardige hoofdrolspeler in elke Italiaanse keuken.

Het originele recept – Spaghetti aglio, olio e peperoncino

Ingrediënten (voor 4 personen)

  • 400 g spaghetti
  • 70 ml extra vierge olijfolie van hoge kwaliteit
  • 3 gedroogde of verse rode chilipepers
  • 3 teentjes knoflook
  • Grof zeezout
  • Optioneel: fijngehakte verse peterselie voor afwerking

Bereidingstijd
Voorbereiding: 10 minuten
Koken: 12 minuten
Niveau: zeer eenvoudig

Bereidingswijze

  1. Pasta koken
    Breng een grote pot water aan de kook. Voeg grof zout toe zodra het borrelt en kook de spaghetti tot ze net al dente is. Giet niet alles af: hou een paar eetlepels kookvocht apart.
  2. De olie infuseren
    Verhit intussen de olijfolie op een laag vuur in een ruime pan. Pel de knoflook en voeg die toe aan de olie. Je kan kiezen hoe je hem gebruikt: heel, in twee gesneden of fijn in schijfjes. Hoe fijner je hem snijdt, hoe intenser de smaak. Doe hetzelfde met de chilipeper: verwijder de steeltjes, snij in dunne ringetjes en voeg toe aan de olie. Voor een minder pittige versie kun je de zaadjes verwijderen.
  3. Let op het vuur
    Laat knoflook en chilipeper zachtjes bakken op laag vuur, zodat ze een mooie goudkleur krijgen. Verbranden is uit den boze. Dit proces duurt niet langer dan twee minuten en vraagt je volle aandacht.
  4. Pasta erbij
    Zodra de pasta gaar is, voeg je ze direct toe aan de pan met olie. Meng goed door en voeg een beetje van het bewaarde kookvocht toe om de smaken te laten binden. Laat alles samen nog even kort bakken op hoog vuur, zodat de olie mooi rond de spaghetti kleeft.
  5. Afwerken en serveren
    Serveer onmiddellijk, terwijl de aroma’s nog dampend uit het bord opstijgen. Voor een frisse afwerking kan je wat fijngehakte peterselie over het bord strooien, maar dat is geen verplichting.

Klaar? Smullen maar!

Dit is een gerecht dat werkt omdat het op traditie steunt én op de kracht van basisingrediënten. De knoflook is niet alleen smaakmaker maar ook een natuurlijk antibioticum. Gebruik hem in zijn geheel voor een zachtere toets, of hak hem fijn als je zijn volle karakter wil benutten. Chilipeper voegt niet alleen pit toe, maar heeft ook een weldadig effect op de luchtwegen, de spijsvertering én het humeur.

Dit gerecht vraagt geen Parmezaan of room. Enkel precisie en liefde voor eenvoud. En uiteraard hoort een goed glas wijn erbij. Maar dat is een ander verhaal.

Spaghetti alle vongole: Pasta met zeelucht en een snufje roem

Een zeer goede vriend van me is gek op spaghetti alle vongole. Onlangs vertelde hij me, bij een goed glas wijn uiteraard, een verhaal over hoe hij dit gerecht nog eens had besteld in een restaurant en compleet verbouwereerd was toen het bord werd geserveerd. Het was namelijk overstrooid met Parmezaanse kaas. De Italianen gebruiken kaas bij het merendeel van hun pasta’s, maar op een vongole is dat, bij wijze van spreken, een doodzonde.

Opdat dit soort fouten niet meer gemaakt worden, duiken we vandaag dieper in de spaghetti alle vongole. Het is een iconisch gerecht waarin de Italiaanse eenvoud perfect tot uiting komt. Dit meesterwerkje is al lang bekend tot ver buiten de grenzen van zijn geboortestreek Campania. En terecht: het is een combinatie van smaken die recht naar de essentie gaat. Zee, knoflook, olijfolie en al dente pasta. En natuurlijk… de vongole.

Van vissersboot tot trattoria

De oorsprong van spaghetti alle vongole ligt aan de kust van Campania, meer bepaald in de omgeving van Napels. Daar, waar vissers in de vroege ochtend hun boten vol verse vangst binnenbrachten, ontstond een gerecht dat simpel oogt maar ervaring vereist. De vongole, de kleine schelpjes die bij elke aanvoer op tafel belandden, gaven het gerecht zijn naam. Volgens de overlevering waren sommige vissersboten zó trouw aan hun lading dat ze in de volksmond zelfs le vongole werden genoemd. Maar laten we duidelijk zijn: het waren de schelpen, niet de boten, die de naam op het bord brachten.

Aanvankelijk werd het gerecht klaargemaakt op vissersboten of in eenvoudige keukens vlak bij de haven. Geen menu, geen witte wijn, enkel wat er beschikbaar was: knoflook, olijfolie, chilipeper en een pan. Maar al snel vond dit bescheiden bordje zijn weg naar de trattoria’s in Napels en omstreken. De eenvoud bleef behouden, maar de presentatie werd verfijnder, en de ingrediënten iets selectiever.

Hoewel Campania algemeen erkend wordt als de bakermat van het gerecht, met Napels als spirituele thuisbasis, kent spaghetti alle vongole intussen vele regionale varianten langs de Italiaanse kust. Zo kwam Abruzzo met zijn clams di Abruzzo in beeld: kleine, karaktervolle schelpen die door vissers liefkozend “de paparazzi” werden genoemd. Niet omwille van hun nieuwsgierigheid, maar om het geluid dat ze maken wanneer ze openen, alsof een dozijn fototoestellen tegelijk afgaat.

Een schijnbaar simpel gerecht vol valkuilen

Wie ooit spaghetti alle vongole heeft geprobeerd te maken, weet dat achter de eenvoud een hoop valkuilen schuilen. Het zijn weinig ingrediënten, ja, maar dat maakt het net zo verraderlijk. Alles moet kloppen: de kwaliteit van de schelpen, de timing van het koken, de balans tussen zout en olie. Misschien is dat net waarom dit gerecht zo populair is geworden.

Het is ook hét zomergerecht bij uitstek geworden in de Italiaanse kustkeukens. Licht, fris en vol smaak van de zee. In Campania hoort het zelfs bij het kerstmenu, de cena della Vigilia: op 24 december, tijdens het traditionele visdiner, is spaghetti alle vongole een vaste waarde. Volgens sommige verhalen werd het eerste officiële bord zelfs geserveerd in 1762 aan het hof van koning Ferdinand IV van Bourbon in Napels. Koning of niet, hij wist duidelijk wat lekker was.

De oudste geschreven versie vinden we terug in het boek Cucina teorico-pratica van Ippolito Cavalcanti uit 1837. Daarin staat een recept voor vermicelli all’aglio con le vongole, waarin het sap van de geopende schelpen wordt gebruikt als smaakvolle bouillon voor de pasta. Klinkt bekend, niet?

Wit of rood: een twist die blijft duren

Over welke spaghetti alle vongole nu de echte is, wordt er binnen Italië al decennialang gediscussieerd. Er zijn een paar essentiële vragen die telkens terugkomen: met of zonder tomaten? Met of zonder schelpen? Met of zonder wijn? We tackelen ze één voor één, te beginnen met misschien wel de meest omstreden kwestie: moet een echte spaghetti alle vongole bianco of rosso zijn?

Voor de puristen is er geen discussie: bianco, zonder tomaat. Alleen vongole, knoflook, olijfolie, chili en peterselie. Toch bestaat er ook een ‘vervuilde’ versie met een paar zacht geplette kerstomaatjes, die net genoeg kleur en zoetheid geven zonder het gerecht te overheersen. Maar pas op met passata of tomatensaus: dat haalt de zilte finesse van de vongole volledig onderuit. En dan kan je evengoed spaghetti allo scoglio gaan maken.

Wijn hoort erbij, maar ook als ingrediënt?

Moet er nu wijn in een spaghetti alle vongole of net niet? Het is een vraag die je zelfs bij Italiaanse chefs tot verhitte discussies kan leiden. Laten we meteen duidelijk zijn: als er wijn gebruikt wordt, dan is het altijd witte wijn. Maar zelfs dan is de keuze niet eenduidig.

Het gebruik van witte wijn in de bereiding voegt een subtiel zuur accent toe dat het gerecht frisheid en diepte kan geven. Voor veel koks is dat net wat de smaken openbreekt: de wijn helpt het zilte sap van de vongole te balanceren, en versterkt de aroma’s van knoflook en chili. Een goeie slok droge witte wijn verdampt tijdens het koken en laat alleen de essentie achter: frisheid, mineraliteit, spanning.

Maar er is ook een andere school van denken. Die stelt dat je met wijn net de delicate smaak van de vongole verstoort. Zeker als je echt kwalitatieve clams gebruikt, wil je net hun eigen sap centraal zetten. Dan wordt de wijn een indringer, een extra laag die het natuurlijke karakter overschaduwt. In dat geval laat je hem beter achterwege en werk je enkel met het pure kookvocht van de schelpen.

Wat is dan juist? Zoals wel vaker in de Italiaanse keuken: het hangt af van de streek, de kok en de gelegenheid. In sommige Napolitaanse recepten ontbreekt wijn volledig, terwijl het in andere versies, vaak iets noordelijker, een standaard is.

Wat je ook doet in de pan, één ding is zeker: aan tafel hoort er wijn bij. En liefst eentje die de frisheid van de zee en de eenvoud van het gerecht ondersteunt. Ga voor een minerale en droge witte wijn, zoals een Greco di Tufo, Falanghina, Passerina, Verdicchio of een goede Vermentino. Ze zorgen niet alleen voor harmonie met het bord, maar tillen het hele moment naar een hoger niveau. Geen zware houtgerijpte krachtpatsers dus, maar levendige wijnen met zuren en finesse.

Spaghetti alle vongole… fujute?

We kunnen het niet over spaghetti alle vongole hebben zonder ook de spaghetti alle vongole fujute te vermelden, oftewel… “gevlucht”. Wat betekent dat precies? In dit gerecht zorgt de overvloedige aanwezigheid van peterselie, met zijn sterke en doordringende aroma, voor de illusie dat je de smaak van vongole proeft, ook al zitten ze er niet in.

Het is geen echt twistpunt, eerder een totaal andere interpretatie. Je zou je kunnen afvragen of je een spaghetti alle vongole zonder vongole überhaupt nog wel zo mag noemen. De Italianen hebben daar een charmante oplossing voor gevonden: ze plakken er gewoon fujute achteraan. Probleem opgelost.

De legende wil dat deze ‘ontschelpte’ variant werd bedacht door Eduardo De Filippo, de beroemde Napolitaanse acteur. Na een lange werkdag kwam hij thuis met reuzenhonger, maar vond niets anders dan pasta, peterselie, chili en knoflook. Hij maakte ermee wat hij kon en merkte op dat de geur en smaak hem deden denken aan vongole, ook al zaten ze er niet in.

Stadslegende of waarheid? We zullen het wellicht nooit zeker weten… Waarschijnlijker is dat het gerecht ontstond in de armere Napolitaanse wijken, waar vongole, een ogenschijnlijk alledaags maar niet goedkoop ingrediënt, niet altijd binnen handbereik waren. Peterselie nam de rol van smaakdrager over. Eén ding is zeker: aan creativiteit en vindingrijkheid heeft het de Napolitanen nooit ontbroken.

Voor de duidelijkheid: in het klassieke gerecht worden de schelpen zeker niet verwijderd. Wat je wél doet: laat ze minstens een uur in gezouten water weken zodat al het zand eruit komt, en spoel ze daarna nog een drietal keer goed schoon. Want schelpen met een knarsje zijn allesbehalve feestelijk.

Kaas laten we liggen!

Kaas gebruiken in een spaghetti alle vongole is een regelrecht taboe. Mijn goede vriend had dus groot gelijk dat hij ontzet en verbaasd was toen zijn bordje werd geserveerd met een wolkje Parmezaan erbovenop. Het mag dan goed bedoeld zijn geweest, maar in Italië is zoiets vergelijkbaar met ketchup op een ossobuco. Een regelrechte culinaire heiligschennis.

Waarom ligt dat zo gevoelig? Het antwoord zit zowel in smaaklogica als in culturele traditie.

Ten eerste: kaas en zeevruchten botsen qua smaakprofiel. Parmezaan, pecorino of grana hebben een rijke, umami-achtige zoutsmaak met een romige, ietwat zoete afdronk. Vongole daarentegen zijn zilt en mineraal, met een fijn maritiem aroma. Voeg je daar kaas aan toe, dan duw je het gerecht in een volledig andere richting. Je overrompelt de finesse van de schelpen en drukt hun subtiele karakter plat onder een deken van melkachtig vet.

Ten tweede: de Italiaanse culinaire traditie volgt geen vastgelegde regels, maar wel duidelijke gewoontes. In die traditie worden zuivelproducten bijna nooit gecombineerd met vis of schaaldieren, tenzij het om gerechten uit het noorden van het land gaat waar room en boter vaker opduiken. Maar in het zuiden is de combinatie van zeevruchten en kaas zo goed als ondenkbaar. Het wordt gezien als een disbalans, een clash tussen land en zee.

En ten derde: de eenvoud van het gerecht is precies zijn kracht. Spaghetti alle vongole draait om pure smaken, om een paar goed gekozen ingrediënten die elkaar niet overschaduwen. Elke toevoeging, of het nu kaas, truffelolie of room is, maakt het minder ‘vongole’ en meer ‘fusion’. En daar is op zich niets mis mee, maar noem het dan geen spaghetti alle vongole meer.

Wil je het gerecht echt afwerken? Dan is een drupje extra vierge olijfolie en wat verse peterselie alles wat je nodig hebt.

De schelpkeuze!

Rest er nog de hamvraag, of beter gezegd de ‘schelpvraag’! Er is een overvloed aan aanbod als het over schelpen gaat, maar welke zijn nu net gepast om als hoofdingrediënt gebruikt te worden voor onze Spaghetti alle vongole? We maken een suggestie voor de juiste schelpen die je hiervoor gebruikt:

1. Vongola verace (Ruditapes decussatus)

Deze schelp, ook bekend als de geruite tapijtschelp, is de aristocraat onder de vongole. Met een stevige, ovale schelp en een patroon van fijne ribbels, is hij niet alleen visueel aantrekkelijk maar ook culinair gewaardeerd. De vongola verace leeft in lagunes en estuaria, waar het brakke water bijdraagt aan zijn delicate, lichtzoete smaak. Bij het koken opent hij gemakkelijk en geeft een helder, geurig kookvocht af dat de basis vormt voor een sublieme saus.

2. Vongola comune (Chamelea gallina)

Deze kleinere schelp, vaak aangeduid als gestreepte venusschelp, is een favoriet in de Adriatische keuken. Met een afgeronde driehoekige vorm en een patroon van bruine strepen, biedt hij een stevige textuur en een uitgesproken zilte smaak. De vongola comune leeft in schone zandbodems en wordt vaak met hydraulische methoden geoogst. Hoewel hij iets minder verfijnd is dan de vongola verace, levert hij een robuuste smaak die goed standhoudt in eenvoudige bereidingen.

3. Tellina (Donax trunculus)

De tellina, of wigschelp, is klein maar krachtig. Met een gladde, driehoekige schelp en een lengte van slechts 10 tot 30 mm, is hij een delicate toevoeging aan pasta’s. De tellina leeft in ondiepe, schone zandstranden en staat bekend om zijn zoetige, verfijnde smaak. Vanwege zijn kleine formaat wordt hij vaak in grote hoeveelheden gebruikt, wat resulteert in een subtiele, maar complexe saus.

De keuze hangt af van persoonlijke voorkeur en beschikbaarheid. Voor een klassieke, verfijnde Spaghetti alle vongole is de vongola verace de beste keuze. Voor een meer robuuste, zilte smaak is de vongola comune ideaal. En voor een subtiele, zoetige toets is de tellina een uitstekende optie. Ongeacht de keuze, zorg ervoor dat de schelpen vers zijn en goed zijn schoongemaakt om zand en gruis te verwijderen.

Het recept: puur en krachtig

Ingrediënten voor 2 personen

  • 500 g verse vongole
  • 200 g spaghetti
  • 2 à 3 tenen knoflook, fijngehakt
  • 1 klein rood pepertje of wat gedroogde chili
  • 4 eetlepels goede olijfolie
  • 100 ml droge witte wijn (optioneel)
  • Verse peterselie, fijngehakt
  • Zout (maar wees voorzichtig, de vongole zijn al zout)

Zo maak je het

  1. Maak zeker dat je de gebroken of open schelpen verwijderd hebt uit de selectie. Spoel de resterende vongole grondig, laat ze minstens een uur in gezouten water staan zodat ze het zand uitspuwen. Geef ze nadien nog minstens 3 extra wasbeurten.
  2. Verhit ondertussen de olijfolie in een ruime pan, fruit de knoflook met het pepertje (ontdaan van de zaadjes) met een klein beetje peterselie op zacht vuur.
  3. Voeg de uitgelekte vongole toe, bak ze 1 minuut op een hoger vuur, giet eventueel de witte wijn erbij en laat die dan verdampen, dek af en laat een paar minuten koken tot de schelpen opengaan. Laat ze niet te lang op het vuur staan, anders worden ze rubberachtig en dus onsmakelijk.
  4. Gooi nog dicht gebleven schelpen weg.
  5. Zeef de schelpen en vangt het kookvocht op.
  6. Breng gezouten water aan de kook en doe daarin de spaghetti. Kook deze al dente.
  7. Verhit wat olijfolie in een pan. Voeg de overgebleven knoflook, rode peper (naar smaak) en het gezeefde sap toe.
  8. Voeg de uitgelekte pasta toe aan de pan, zet deze op een hoger vuur en laat enkele minuten nog verder koken. Voeg indien nodig nog een extra pollepel van het kookvocht toe.
  9. Haal van het vuur en roer er alle schelpen met een scheutje olijfolie door.
  10. Werk af met peterselie en serveer onmiddellijk.

Tot slot

Geen kaas. Nooit. Echt niet. Zelfs geen schaafsel uit nieuwsgierigheid hoort thuis in een spaghetti alle vongole. Je mag je bord met een gerust gemoed, en dit artikel als sluitend bewijs, teruggeven als je het geserveerd krijgt door een onwetende would-be kok.

De ingrediënten van een spaghetti alle vongole zijn een sacristie, en dus heilig. Alles draait om die typische Italiaanse keuken waar eenvoud en kwaliteit elkaar ontmoeten. Als je dat weet te respecteren én te combineren, zit je goed. En wie weet, hoor je dan zelfs het klikken van een paar paparazzi-schelpen in je bord.

Ontdek Colli di Lapio: Pure expressie uit Campanië

In het hart van de heuvels van Irpinia, in het kleine dorpje Lapio, vinden we Colli di Lapio, een authentiek familiebedrijf onder leiding van Clelia Romano. Dit domein, dat vandaag ook wordt ondersteund door haar dochter Carmela, brengt wijnen voort die het terroir van Campanië op een meesterlijke manier weerspiegelen: mineraal, verfijnd en vol leven.

Lapio en dan voornamelijk de contrade Arianiello, staat bekend als het kloppende hart van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. Hier profiteren de wijngaarden van grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, een kalkrijke vulkanische bodem en constante ventilatie – de ideale omstandigheden voor het creëren van wijnen met spanning, frisheid en diepe aromatische expressie.

Met trots stellen we drie wijnen van Colli di Lapio voor, nu beschikbaar in ons assortiment:

🍇 Fiano di Avellino DOCG 2024

Een zuivere en elegante interpretatie van de Fiano-druif, met aroma’s van witte bloemen, perzik en citrus, ondersteund door een verfrissende mineraliteit. Deze wijn straalt puurheid en finesse uit en is een perfecte match voor zeevruchten en lichte gerechten.

🍇 Fiano di Avellino ‘Clelia’ DOCG 2021

Afkomstig van de oudste wijngaarden van het domein, biedt deze cuvée een rijke en weelderige ervaring. Rijpe perzik, honingbloemen, een subtiele kruidigheid en een levendige minerale kern maken deze wijn ideaal voor fijnproevers en een uitstekende keuze om te laten ouderen.

🍇 Greco di Tufo ‘Alèxandros’ DOCG 2024

Een krachtige en expressieve witte wijn, afkomstig van de tufstenen bodems van Tufo. Rijp wit fruit, vuursteen en een levendige frisheid zorgen voor een perfecte balans tussen kracht en elegantie – een schitterende begeleider van visgerechten en schaal- en schelpdieren.


Nieuwsgierig geworden?
Ontdek deze fantastische wijnen nu in onze webshop:
👉 Bekijk Colli di Lapio bij Wijnkennis

Volg ons voor meer nieuws en inspiratie over Italiaanse topwijnen:
📸 Instagram
💼 LinkedIn
📘 Facebook

Zoals Gambero Rosso het treffend samenvat:
“Neem alle klassieke wijntermen – topterroir, gepassioneerde wijnmaker, mineraliteit – en je hebt Colli di Lapio perfect beschreven.”

Taurasi tasting bij ODK

Taurasi en met uitbreiding de Aglianico druif, is een geliefd onderwerp hier op onze blog. Beiden durven wel eens opduiken in diverse schrijfsels en voornamelijk Taurasi werd al gedetailleerd besproken; cfr. Taurasi DOCG – The Barolo of the south en Aglianico the battle! Vulture vs Taurasi.
Voor de achtergrond van onze tasting bij wijnclub ODK moeten we enkele maanden terug de tijd ingaan. In september brachten we immers een bezoekje bij Giovanni, Gianni voor de vrienden, Fiorentino. Onze Taurasi producer die we exclusief verdelen in België. Tijdens ons bezoek hadden we een uitgebreid gesprek over Irpinia en dan vooral specifiek over de Taurasi zone binnen Irpinia. We hadden dit immers opgerakeld tijdens een podcast gesprek dat ik met Gianni hield voor de Italian Wine Podcast. De diversiteit van de terroir was er een belangrijk onderdeel en deze verscheidenheid werd tijdens ons bezoek terplekke extra duidelijk. We namen met hartzeer afscheid van deze mooie wijnregio maar met de belofte van Gianni op zak dat hij ons een aantal flessen zou bezorgen die volgens hem de verschillen in Taurasi terroir zouden benadrukken. Geen loze woorden van de man want enkele maanden later werden deze flessen geopend tijdens een ODK proefsessie! Het werd een memorabele proefavond ook al was niet elke wijn in optima forma…

  1. Mastroberardino Taurasi Riserva DOCG Historia 2016
    Druif: Aglianico
    Houtlagering: 24 maanden in barriques en grote botti
    Dat noemen ze dus met de deur in huis vallen. Een proefsessie starten met de Riserva Historia, jawadde! Dit is direct een referentie en vooral: het is geen wijn die zichzelf meteen helemaal blootgeeft op deze nog jeugdige leeftijd. De geur opent met een heerlijk aroma van donker zwart fruit zoals bramen, cassis en zwarte bes, dat zich moeiteloos vermengt met gedroogde pruimen. Daarachter ontvouwt zich een kruidige laag met tijm, laurier en een snufje zwarte peper, terwijl cacao, tabak, leder en een portie grafiet het geheel extra diepgang geven. Zelfs een zweem van inkt lijkt subtiel mee te spelen. Je zou zeggen dat de wijn zijn eigen geschiedenis in geur uitschrijft.
    In de mond toont de wijn zijn volle kracht. Stevig en vullend, maar met een opvallend prima evenwicht tussen rijpe tannine en sappige zuren. Het mondgevoel is krachtig zonder log te worden, de afdronk lang en gelaagd met een aangenaam kruidige toets. Een wijn die geen compromissen sluit en zich niet in een hoekje laat plaatsen. Een wijn met karakter, voor mensen met geduld. Het zal niet de laatste keer zijn dat we deze referentie moeten maken.
    Punten: 92/100
  2. Fiorentino Taurasi Riserva DOCG 2016
    100% Aglianico, 18 maanden rijping in botti.
    Diepe karmijnrode kleur en stevig tranend. De neus is een donkere, kruidige wolk waarnaast donker bijna zwart fruit, tabak en leder ook prominent op de voorgrond treden. De houtintegratie is voorbeeldig: subtiel aanwezig, nooit overheersend, en perfect versmolten met het kruidige karakter. In de mond gaat het kruidige thema onverminderd door. De tannine komen stevig binnen, maar de levendige zuren houden de boel strak en fris. Het sappige fruit blijft meespelen en krijgt gezelschap van een uitgesproken mineraliteit. De afdronk is lang, kruidig en veelbelovend! Het is alsof de wijn je influistert dat hij alleen maar beter gaat worden.
    Punten: 93/100
  3. Cavalier Pepe La Loggia del Cavaliere Taurasi DOCG 2015
    Druif: 100% Aglianico
    Lagering: 24 maanden rijping in eikenhouten tonneaux en botti
    Sommige wijnen verkrijgen gewoon je aandacht. Cavalier Pepe’s La Loggia del Cavaliere is zo’n wijn. In de neus opent hij met rijp zwart fruit, waarbij cassis de boventoon voert, eerder dan braam. De eerste indruk is diep en complex: sigarenkistje, peper, munt en laurier vermengen zich subtiel met tonen van grafiet, cacao en theebladeren. Er is een licht animale toets, die de wijn een extra laag van intrige geeft. Na het walsen verschijnt het frisse van anijs.
    In het glas toont hij zich bijna ondoorzichtig donkerrood met een traanvorming waar menig kerk jaloers op zou zijn! De eerste slok bevestigt wat de geur al voorspelde: krachtig en gelaagd. De tannine zijn stevig en de zuren hoog, maar altijd in balans met voldoende fruit. De wijn blijft lang hangen en trekt zich niet te snel terug. Dit is duidelijk een wijn met een présence. In de finale een fijne toets van kaneel, die de afdronk een warme elegantie meegeeft.
    Punten: 91/100
  4. Lonardo, Taurasi Vigne d’Alto DOCG 2015
    100% Aglianico. 18 maanden rijping in tonneaux.
    Een diepe robijnrode kleur met traanvorming. In de neus ontvouwt zich een gelaagd aroma van zowel rood als zwart fruit, al moet je er even op wachten. Kruidige tonen van peper en zoethout mengen zich met accenten van tabak en een vleugje versleten leer, wat het geheel een klassiek randje geeft. Het pallet komt verschillend over dan bij de vorige wijnen.
    In de mond toont de wijn zich onverbiddelijk. De tannine zijn stevig, zelfs stroef, en laten weinig ruimte voor verzachting. Het fruit dat in de geur nog meldenswaardig aanwezig was, lijkt hier verdwenen, waardoor de zuren onverbiddelijk doorkomen zonder de nodige tegenspraak. Het geheel voelt gefragmenteerd, alsof de verschillende elementen niet met elkaar in gesprek zijn. We besluiten in groep dat er iets mis zal zijn met deze fles en geven geen verder beoordeling.
  5. Salvatore Molettieri Taurasi Vigna Cinque Querce DOCG 2014
    Aglianico, 48 maanden in barriques en botti
    Prachtige donkere kleur, heerlijke traanvorming. De neus is zeer uitnodigend, complex zelfs! Zwart en rood fruit, van framboos naar braam. Daarachter een sublieme houtinfusie, en een perfect gedoseerde kruiding: tabak, ceder, mokka, vanille, peper(munt), tijm, laurier, thee, potloodslijpsel, champignon, sous-bois. Een geurpalet dat je doet twijfelen of je nu een wijn in je glas hebt of een kunstwerk in geurvorm. Molettieri stelt zelden teleur, en ook deze Vigna Cinque Querce bewijst waarom je de wijn jaarlijks op het OperaWine event bij de opening van Vinitaly kan proeven. In de mond krachtig en vol, maar met een balans waar menig luchtacrobaat jaloers op zou zijn. Rijk, diep, dragend en met een afdronk die je nog minutenlang bijblijft. De tannine laten zich gelden, maar nooit zonder finesse. Dit is Taurasi op zijn best: onverschrokken en intens, maar met een innerlijke harmonie die alleen de groten weten te bereiken. Topglas!
    Punten: 95/100.
  6. Feudo di San Gregorio Taurasi Piano di Montevergine DOCG 2013
    100% Aglianico. 18 tot 24 maanden rijping in barriques en tonneaux, gevolgd door een lange flesrust.
    We gaan verder met een andere ‘grote naam’ in Taurasi wereld en al gauw wordt ons duidelijk waarom. Sommige wijnen fluisteren, anderen zingen maar deze 2013 Taurasi declameert! Vanaf de eerste snuf wordt duidelijk dat we hier met een uitgesproken persoonlijkheid te maken hebben. Een stevige geuraanzet van donker zwart fruit – cassis en bramen – verweven met tabak, cacao en grafiet. Daarbovenop wervelen tonen van inkt, cederhout en viooltjes, terwijl kruiden en specerijen als tijm, peper, laurier en jeneverbes een intrigerende complexiteit toevoegen. En dan volgt een lichte dierlijke toets. In de mond bewijst de wijn dat hij niet alleen op zijn geur kan teren. Het sappige fruit zet direct de toon, breed en rijp, terwijl de tannine kracht tonen zonder een brute patserige vorm. Er zit een ongelofelijke energie in, een levendigheid die nauwelijks doet vermoeden dat deze wijn al sinds 2013 op ons wacht. De toekomst? Zeer lang en veelbelovend. Dit is opnieuw een Taurasi met présence, een wijn die zijn afkomst eert en zijn potentieel nog lang niet heeft uitgespeeld. En dit is dan nog bescheiden omschreven!
    Punten: 93/100
  7. Borgodangelo Taurasi DOCG 2011
    100% Aglianico. 18 maanden in tonneaux.
    De kleur is diep granaatrood met een zweem van baksteen aan de rand, een eerste knipoog naar zijn leeftijd. Het fruit is wat gerijpt, gestoofd en gedroogd, met een intense kruidigheid die de geur een intrigerende diepgang geeft. Heerlijke tertiaire aroma’s van leer, tabak en een vleugje donkere chocolade, prachtig verweven met een subtiel aanwezige houtintegratie.
    Waar de geur rijp en zwoel aanvoelt, verrast de eerste slok met een onverwachte frisheid. De wijn is super in balans gekomen: sappig rood en zwart fruit smelten samen met kruidige accenten van zoethout en zwarte peper. De tannine zijn verfijnd en ondersteunen een lange, gelaagde afdronk. Dit is een heerlijk geheel dat stilletjes aan op dronk begint te komen.
    Punten: 92/100
  8. Michele Perillo Taurasi Riserva DOCG 2011
    100% Aglianico, 24maanden rijping in 24HL botti.
    Helaas eindigen we in mineur! De kurkduivel heeft bezit genomen van deze fles. En dat is zonde! Een Taurasi Riserva 2011 van Perillo verdient een groots podium, maar als kurk een rol opeist, blijft het doek helaas gesloten. Tenzij we met z’n allen hard roepen… Gianni, Heeeeelp!!

Alberata Aversana – Hoogteleiding

Het leiden of geleiden van de wijnstokken zien we veelal terug in de door ons gekende systemen zoals guyot of cordon in enkele of dubbele vorm. Gobelet (bush vine) of Pergola zullen we ook wel kennen. Maar er zijn nog vele andere geleidingssystemen en in sommige regio’s van Italië houden ze zich echt nog aan de vroegere tradities!
In het zuiden van Italië bijvoorbeeld, waar de zon gulzig schijnt en de aarde nog verhalen uit lang vervlogen tijden fluistert, vinden we een wijngaardtechniek die zowel bizar als betoverend is: de Alberata Aversana. Dit oude leidingsysteem voor wijnbouw, dat nog steeds wordt toegepast in delen van Caserta in Campanië, is een levend anachronisme in een wereld waarin efficiëntie en modernisering de boventoon voeren.

Een wijnstok die de hoogte Zoekt

Terwijl de meeste wijnstokken vandaag de dag laag over de aarde kronkelen, als soldaten in strakke rijen, neemt de Alberata Aversana een luchtigere benadering. Letterlijk. De wijnranken slingeren zich metershoog omhoog langs populieren, een techniek die al sinds de Romeinse tijd wordt gebruikt. Dit systeem is niet alleen een staaltje agrarische acrobatiek, het is ook een manier om de druiven veilig te houden van de vochtige grond en vraatzuchtige dieren. De druiven hangen hoog boven het hoofd, badend in zonlicht, dansend op de warme bries die uit de Tyrreense Zee komt aanwaaien.

Een oude techniek in een moderne wereld

In een tijdperk waarin wijnbouw steeds wetenschappelijker en meer gecontroleerd wordt, is de Alberata Aversana een schoolvoorbeeld van hoe traditie koppig standhoudt. Het is een methode die in moderne wijnkringen soms met opgetrokken wenkbrauwen wordt bekeken. De hoge aanplant maakt het plukken een halsbrekend werkje: arbeiders moeten met ladders en manden in de weer, balancerend tussen de slanke boomstammen, als ware acrobaten van de wijnoogst. Het oogsten gebeurt meestal met de hand, en op een manier die bijna theatraal aandoet. Een verkeerd geplaatste stap en de druivenplukker maakt een minder elegante afdaling dan gepland.

De druif die hoog rijst

De druivensoorten die op deze manier worden geteeld, zijn meestal Asprinio di Aversa, een inheemse variëteit die bekendstaat om zijn strakke zuren en levendige frisheid. Vroeger werd deze wijn vooral gebruikt als basis voor schuimwijn – en terecht, want de druiven behouden door hun unieke teeltwijze een ongekende frisheid. De hoge groei zorgt ervoor dat de druiven langzaam rijpen, beschermd tegen overtollige hitte en schimmels, waardoor de wijn een eigenzinnig karakter krijgt dat elders moeilijk te repliceren valt.

Een traditie onder druk

Ondanks de charme van deze methode, heeft de Alberata Aversana het moeilijk. De moderne wijnbouw heeft weinig geduld voor technieken die veel arbeid en expertise vergen, en de jongere generaties trekken liever naar de steden dan zich in ladders en wijnranken te wringen. Toch houden enkele gepassioneerde wijnmakers vast aan deze traditie, niet alleen uit romantiek, maar ook uit respect voor een systeem dat eeuwenlang heeft gewerkt. In een tijd waarin ‘terroir’ en authenticiteit hoog op de wijnagenda staan, biedt de Alberata Aversana een verhaal dat niet gemanipuleerd is, maar puur en onversneden de geschiedenis ademt.

Een laatste blik naar boven

Wie door Caserta reist en de lucht in kijkt, kan zomaar een glimp opvangen van deze zwevende wijngaarden. Misschien klinkt het ouderwets, misschien onpraktisch, maar als je eenmaal een glas Asprinio in de hand hebt, met die knisperende zuren en die elegante eenvoud, dan begrijp je ineens waarom sommige tradities het waard zijn om, letterlijk en figuurlijk, in stand te houden.