De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €

Giro d’Italia 2026, rit 13: Colline Novaresi DOC, van Alessandria naar Verbania

Ik zou voor de rit van Alessandria naar Verbania, ondertussen al rit nummer 13, alweer op het puntje van mijn stoel gaan zitten. Niet omwille van het ritprofiel, want daarvoor lijkt deze rit op papier iets te vriendelijk, maar wel om de omgeving te aanschouwen. De Giro trekt opnieuw door een zeer mooi stuk Italië, anders weliswaar dan tijdens de voorgaande ritten, maar daarom niet minder aantrekkelijk. Dit keer eindigen we in Verbania, mondain en statig gelegen aan het Lago Maggiore.

Veel kans trouwens dat de rit op een sprint zal eindigen, tenzij het knobbeltje van derde categorie in de finale daar anders over denkt. Daarna gaat het razendsnel in dalende lijn richting aankomst.

Leuk wat mij betreft dat we dit deel van Piemonte aandoen. We blijven de volledige 189 kilometer binnen dezelfde regio cruisen en trekken bovendien door Alto Piemonte. Hier zijn immers heel wat verborgen pareltjes van wijngebieden te vinden. De keuze voor vandaag viel dan ook, na wat wikken en wegen, op Colline Novaresi DOC.

Colline Novaresi DOC

Met Colline Novaresi DOC schuiven we richting het noorden van Piëmonte, naar de provincie Novara, waar de wijngaarden verspreid liggen tussen de Sesia en de Ticino. Op de achtergrond houdt Monte Rosa een oogje in het zeil.

Dit is een boeiend overgangsgebied. Ten zuiden liggen de vlaktes rond Novara, met hun rijstvelden en brede open landschap. Meer naar het noorden nemen de heuvels het over en komt Alto Piemonte nadrukkelijker in beeld. Dat maakt de streek meteen anders dan het Piëmonte van Langhe, Roero of Monferrato.

De DOC werd in 1994 erkend en telt ongeveer 246 hectare wijngaarden. De gemiddelde productie wordt op 8.000 hectoliter geschat. Dat zijn geen cijfers waarmee je de wereldmarkt overspoelt, en dat hoeft voor Colline Novaresi waarschijnlijk ook niet.

Toch heeft dit deel van Piëmonte een veel langere wijngeschiedenis dan de bescheiden omvang vandaag doet vermoeden. Alto Piemonte was ooit een belangrijk wijngebied, met Nebbiolo als een van de grote hoofdrolspelers. Druifluis, oorlogen, industrialisatie en de trek naar de steden deden het areaal fors krimpen. Heel wat wijngaarden zijn later bijna vanaf nul opnieuw opgebouwd. Oude, verwaarloosde percelen die opnieuw tot leven kwamen.

De productiezone omvat een reeks gemeenten in de provincie Novara, waaronder Boca, Bogogno, Borgomanero, Briona, Cavaglio d’Agogna, Fara Novarese, Fontaneto d’Agogna, Ghemme, Maggiora, Sizzano en Suno. Kenners zien hier meteen bekendere namen tussen staan. Boca, Fara en Sizzano hebben hun eigen DOC. Ghemme gaat nog een stap verder en heeft een DOCG.

Nebbiolo speelt hier een belangrijke rol, al komen we in Alto Piemonte vaak de lokale naam Spanna tegen. Daarnaast zijn er Vespolina, Uva rara, Croatina en Barbera. Voor de witte wijnen is er Erbaluce. Daarmee krijg je automatisch veel diversiteit in je flessen.

Een mooie bijkomende troef van het gebied is de Cammino delle Colline Novaresi, een wandelroute die wijngaarden, dorpen, natuur en lokale geschiedenis met elkaar verbindt. Wie in de omgeving is, krijgt daarmee een mooie manier om deze streek ook buiten het glas te leren kennen.

Bodem en klimaat

Het landschap van Colline Novaresi DOC is zo’n beetje vis noch vlees. Het zit tussen vlakte, heuvel en berginvloed in. Zuidelijk liggen de vlaktes rond Novara en Vercelli, met hun rijstvelden en brede open ruimte. Naar het noorden toe loopt het landschap geleidelijk op en komen de Alpen steeds nadrukkelijker in beeld.

De wijngaarden moeten op heuvelachtige liggingen staan, tussen 180 en 550 meter hoogte. Vochtige gronden in de valleibodem zijn uitgesloten. We zitten dus niet in de natte, vlakke stukken onderaan, maar op hellingen waar water weg kan en de druiven voldoende zon krijgen.

Het wijngebied ligt tussen de rivieren Sesia en Ticino. De Sesia komt uit de richting van Monte Rosa, de Ticino heeft zijn oorsprong in de Alpen. Die rivieren tekenen het gebied af en geven het landschap structuur.

Algemeen vinden we hier kleiige, lemige en zandige bodems, vaak met een morenisch en alluviaal karakter. Lager op de heuvels bevatten de bodems doorgaans wat meer leem en klei. Hogerop kunnen ze iets losser en beter drainerend worden.

Het klimaat helpt om frisheid en aromatische spanning te bewaren. De zomers kunnen warm zijn, de winters behoorlijk koud, en de verschillen tussen dag en nacht spelen een belangrijke rol.

Rode wijnen

Rode wijn domineert hier en je vindt er voldoende diversiteit. De Colline Novaresi DOC rosso zou je de instap kunnen noemen, al klinkt dat misschien wat te oneerbiedig voor een wijn die minstens voor de helft uit Nebbiolo of Spanna moet bestaan. De rest mag worden aangevuld met andere toegelaten blauwe druiven zoals Barbera, Croatina, Vespolina of Uva rara.

Je krijgt dan meestal een wijn met een robijnrode kleur, een duidelijke aanwezigheid van rood fruit, soms wat viooltjes, kruiden en een aardse toets. Vergeet niet dat Nebbiolo hier minstens de helft van de wijn uitmaakt en de tannine dus vroeg of laat de kop zal opsteken.

De Colline Novaresi DOC Nebbiolo, of Spanna, staat een stap hoger op de kwaliteitsladder. Hier moet Nebbiolo minstens 85 procent van de wijn uitmaken. Wie Barolo of Barbaresco in het achterhoofd houdt, zal wel even moeten schakelen. De wijnen hier zijn, ondanks hun tannine, niet de krachtpatsers van de hoogste rang. Spanna zit vaak in een lichter kleurenspectrum, met aroma’s van rood fruit, roos, kruiden, soms wat thee, aarde en een subtiele toets van teer naarmate de wijn ouder wordt. De zuren spelen een grote rol en geven de wijn zijn lengte.

En dan gaan we naar het festival van andere druiven die ook op het etiket mogen worden vermeld, mits ze voldoen aan de nodige voorwaarden. Voor Colline Novaresi DOC Barbera moet de wijn minstens 85 procent Barbera bevatten. Dat levert doorgaans een sappiger, toegankelijker rood op, met kersenfruit, frisse zuren en een droge finale.

Croatina mag eveneens als aparte wijn verschijnen, opnieuw met minstens 85 procent van de druif. Dit is de wijn waar je wat meer kleur, ronding en stevigheid mag verwachten. Croatina kan een donkerder fruitprofiel geven, met braam, pruim, kruiden en een mildere mondindruk. In de DOC kan ze zowel droog als amabile voorkomen.

Vespolina is een druif die in deze omgeving wel vaker opduikt en er historisch aangeplant staat. Logisch dus dat er een Colline Novaresi Vespolina bestaat. Ook hier geldt minstens 85 procent. Vespolina heeft vaak iets peperigs en kruidigs, soms met een florale toets en rood fruit. Ze wordt vaak in assemblage gebruikt, maar solo kan ze verrassend origineel zijn.

Uva rara, ook Bonarda Novarese genoemd, vervolledigt het rijtje. De naam is wat misleidend, want rara betekent zeldzaam. In dit deel van Piemonte gaan rara en zeldzaam echter niet helemaal hand in hand. Het zou pas raar zijn mocht je hier niets over deze druif horen. Ook hier geldt de grens van minstens 85 procent. De stijl is doorgaans iets zachter, fruitiger en minder streng dan Nebbiolo. Denk aan rood fruit, frisse sappigheid en een wijn die zich makkelijker laat drinken.

Omdat je in de praktijk geregeld houtlagering tegenkomt, komt het mij wat vreemd over dat er geen verplichte rijpingsperiode wordt voorgeschreven. De producenten krijgen dus de volledige vrijheid wat rijping betreft.

Witte wijnen

Driewerf hoera, want hier treffen we een van de meest onderschatte witte druiven uit Italië: Erbaluce. Nog meer goed nieuws: Colline Novaresi DOC bianco moet verplicht als monocépage op de markt komen, dus 100 procent Erbaluce. Tussen de regels door kan je lezen dat ik mijn enthousiasme amper kan temperen. Dat enthousiasme is trouwens niet gespeeld, want je kan hier heerlijke witte wijnen vinden.

Deze wijn heeft doorgaans een strogele kleur, een eerder delicaat en fris aroma en een smaak waarin frisheid gecombineerd wordt met een zekere ziltigheid. Denk aan citrus, groene appel, witte bloemen, soms een vleugje amandel en een lichte minerale indruk. Erbaluce kan wat streng zijn wanneer ze te jong of te koel gemaakt wordt, maar in de juiste handen heeft ze veel charme.

Rosato

Ook de roséwijnen uit dit wijngebied kan ik liefhebbers aanraden. Fris, voldoende pittig en niet te lichtvoetig, met dus ook voldoende body. Colline Novaresi DOC rosato wordt gemaakt met minstens 50 procent Nebbiolo of Spanna. De rest mag worden aangevuld met andere toegelaten blauwe druiven uit Piemonte. In de praktijk kom je dan opnieuw uit bij druiven zoals Vespolina, Uva rara, Croatina en Barbera.

De kleur wordt meestal omschreven als rosa cerasuolo, dus eerder kersenroze. De geur gaat meestal richting rode bes, framboos, bloedsinaasappel, een florale toets en mogelijk wat fijne kruidigheid. In de mond verwacht je vooral frisheid, maar dus niet zonder karakter. Dat is net wat deze rosato boeiend maakt.

Giro d’Italia 2026, rit 12: Dolcetto di Ovada DOC, van Imperia naar Novi Ligure

Voor rit 12 blijven we lange tijd in Liguria, maar uiteindelijk steken we toch de grens met Piemonte over. Je zou dit een overgangsetappe kunnen noemen, al klinkt dat meteen een stuk rustiger dan wat het profiel laat zien. Vlak is deze rit voor geen meter. Het gaat de hele dag op en neer, eerst langs en boven de Ligurische kust, later door het binnenland richting Novi Ligure.

We trekken dus van Imperia het binnenland in naar Novi Ligure. Eerst blijven we nog dicht bij de Ligurische kust, maar na Stella, Colle Giovo en Bric Berton schuift de rit duidelijk richting Piemonte. Het was dit keer geen evidentie om een werkelijk onbekende DOC te selecteren. Ormeasco di Pornassio zou een logische keuze geweest zijn, maar daar kan je reeds een blog over vinden hier op Bottle Case. Willen we het ritprofiel zo strikt mogelijk volgen, dan komen we terecht bij Dolcetto di Ovada DOC en zwijgen we als vermoord over de bekendere Superiore DOCG.

Dolcetto di Ovada DOC

Dolcetto di Ovada DOC werd erkend in 1972. Het is een Piemontese DOC uit de provincie Alessandria, met Ovada als logisch middelpunt. Het was de eerste DOC voor Dolcetto in heel Piemonte. De appellatie omvat 22 gemeenten: Ovada, Belforte Monferrato, Bosio, Capriata d’Orba, Carpeneto, Casaleggio Boiro, Cassinelle, Castelletto d’Orba, Cremolino, Lerma, Molare, Montaldeo, Montaldo Bormida, Mornese, Morsasco, Parodi Ligure, Prasco, Rocca Grimalda, San Cristoforo, Silvano d’Orba, Tagliolo Monferrato en Trisobbio.

We zitten hier in het Ovadese, een gebied op de grens tussen Piemonte en Liguria. Ovada ligt tussen de heuvels van Gavi en Acqui Terme, op de samenvloeiing van de Stura en de Orba. De stad was historisch een doorgangsplaats, wat zelfs in de naam verscholen zit. Ovada wordt in verband gebracht met het Latijnse vadum, een doorwaadbare plaats.

Ovada wordt ook expliciet als Città del Vino beschouwd en het hele Ovadese geldt binnen de provincie als een gebied met een uitgesproken wijnbouwprofiel. De streek blijft daarbij ver verwijderd van grootschalige, intensieve wijnbouw. Kleine en middelgrote bedrijven bepalen hier veel sterker het beeld.

Het totale wijngaardareaal beslaat ongeveer 243 hectare. De gemiddelde productie ligt rond 10.925 hectoliter, goed voor ongeveer 121.000 kisten. Dat maakt van Dolcetto di Ovada helemaal geen kleine speler. En net daarom is het des te opmerkelijker dat de combinatie Dolcetto en Ovada bij veel wijnliefhebbers niet onmiddellijk een belletje doet rinkelen. De meesten zullen deze druif sneller linken aan Dogliani, dat een veel grotere bekendheid geniet.

Nochtans gaat de band tussen Dolcetto en het Ovadese bijzonder ver terug. De teelt van Dolcetto wordt in deze streek al vermeld in notariële akten van het einde van de dertiende eeuw. Later raakte de druif bekend onder de naam Uva di Ovada.

Ook in de negentiende eeuw stond Ovada bekend als een van de beste gebieden voor Dolcetto. Giorgio Gallesio, de grote naam achter Pomona Italiana, wees Ovada en omgeving aan als een plek waar de druif bijzonder goed tot rijpheid kwam. Volgens hem vond Dolcetto hier een klimaat waarin de druif haar volledige kwaliteit kon bereiken. Dat maakt de huidige relatieve onbekendheid van Dolcetto di Ovada alleen maar merkwaardiger.

Bodem en klimaat

Het gebied rond Ovada behoort tot het Ovadese, in het zuiden van Piemonte, dicht tegen de grens met Liguria. We zitten hier in de provincie Alessandria, in een zone waar de heuvels van Zuid Piemonte, de uitlopers richting Langhe en het Alto Monferrato elkaar raken. Het landschap is uitgesproken heuvelachtig en volgt in grote mate de omgeving rond de Orba. De wijngaarden moeten verplicht op heuvelhellingen liggen. Laaggelegen valleigronden, vochtige gronden, vlakke percelen en onvoldoende zonnige plaatsen zijn uitgesloten.

Er is altijd wat discussie over de precieze plaats van Ovada binnen het grotere wijnlandschap van Piemonte. Hoort het bij het Monferrato, of moeten we het toch eerder richting Langhe schuiven? Zeker is dat het gebied tegen beide aanleunt. Omdat Federdoc Dolcetto di Ovada onder de Langhe indeelt, volgen we die indeling hier ook.

De bodems worden omschreven als kleiig, tufsteenachtig en kalkrijk, vaak ook met combinaties van die elementen en bodems van middelmatige textuur. In het bredere landschapsbeeld gaat het om arme, droge gronden die voortkomen uit de afbraak van kalkrijke tufsteenformaties uit het Tertiair.

Belangrijk is dat Dolcetto in het Ovadese historisch vaak de beste hellingen kreeg, met een gunstige zuidelijke oriëntatie. Dat is niet overal in Piemonte vanzelfsprekend. In gebieden waar Nebbiolo of Barbera de hoofdrol spelen, belandt Dolcetto sneller op minder ideale percelen. Rond Ovada lag dat anders. Hier was Dolcetto de druif waarvoor men de juiste helling, zon en bodem reserveerde. Dat verklaart voor een deel waarom de druif hier zo overtuigend kan rijpen.

De toegelaten hoogte loopt tot 600 meter boven zeeniveau. Nieuwe aanplant of heraanplant moet minstens 3.300 stokken per hectare tellen. In de beschrijving van het gebied wordt vaak verwezen naar dichtheden vanaf 3.500 stokken per hectare. De wijnbouw blijft klassiek in opbouw, met tegenleivorm en Guyot snoei. Praktijken die de groei kunstmatig forceren, zijn verboden.

Het klimaat is typisch voor de regio, met warme zomers en frisse winters, maar de ligging richting Ligurische Apennijnen zorgt ook voor invloed van de Ligurische zee. Ventilatie, helling, oriëntatie en hoogte spelen een duidelijke rol. Dolcetto rijpt relatief vroeg, maar vraagt wel evenwicht. Bij te veel warmte wordt het fruit snel zwaar en verliest de wijn aan spanning. Bij onvoldoende rijpheid kan de tannine dan weer hard en stroef overkomen.

Rode wijnen

Qua wijn is het vrij simpel in Ovada. De wijn moet rood van kleur zijn en gemaakt worden van de Dolcetto druif. Dolcetto di Ovada DOC is dus voorbehouden aan een rode, stille en droge wijn. In het disciplinare staat Dolcetto voor 100 procent vermeld, al mag er in de wijngaard tot maximaal 3 procent andere niet aromatische druiven aanwezig zijn die in Piemonte zijn toegelaten.

Er is geen verplichte rijpingsperiode vastgelegd. De wijn hoeft niet eerst jarenlang in kelder of vat te verdwijnen voor hij op de markt mag komen. Hij mag jong en fruitig worden vrijgegeven, en is dan ook meestal bedoeld om in zijn jonge jaren gedronken te worden. Het oogstjaar moet wel verplicht op het etiket vermeld staan.

De maximale opbrengst in de wijngaard bedraagt 8 ton druiven per hectare. Bij de vinificatie mag de omzetting van druif naar wijn niet hoger liggen dan 70 procent. Omgerekend komt dat neer op maximaal 56 hectoliter wijn per hectare. Gaat men daarboven, dan mag de wijn niet onder de naam Dolcetto di Ovada DOC op de markt komen.

Dolcetto di Ovada DOC is meestal robijnrood van kleur, vaak met paarse reflecties. De geur is duidelijk fruitgedreven met florale toetsen, zonder een overdreven parfum. Denk aan kers, pruim, braam en soms blauwe bes. Daarnaast kunnen amandel, zoethout, peper en wat aardse toetsen opduiken.

In de mond is de wijn droog en meestal vrij zacht in de aanzet, fruitig en met een typisch amandelaccent. Dolcetto heeft van nature geen bijzonder hoge zuren, maar wel kleur, fruit en tannine. Daardoor krijgt Dolcetto di Ovada DOC vaak een vrij directe, sappige stijl, met voldoende beet om aan tafel overeind te blijven.

Giro d’Italia 2026, rit 11: Golfo del Tigullio Portofino DOC, van Porcari naar Chiavari

Vandaag arriveren de renners in een van de meest idyllische omgevingen van Italië. Iedereen die Portofino al een keer bezocht, zal nu bevestigend het hoofd knikken. Niet dat de renners in Portofino zullen aankomen, want ik vermoed niet dat dit organisatorisch bijzonder praktisch zou zijn. Neen, zij die overleven, sprinten een goede twintig kilometer verderop in Chiavari, aan de Ligurische kust, voor de zege. Het startschot van etappe 11 wordt gegeven in Porcari, Toscana.

Waarom ik dan toch melding maak van Portofino, heeft alles te maken met de DOC die we aan deze rit koppelen: de Golfo del Tigullio Portofino DOC, ook wel kortweg Portofino DOC genoemd. De aankomstplaats Chiavari ligt te midden van dit wijngebied en vooral in het hart van de sottozona Costa dei Fieschi.

Golfo del Tigullio Portofino DOC

De Golfo del Tigullio Portofino DOC werd officieel erkend in 1997 en ligt in Liguria, in de provincie Genova. Het productiegebied volgt de Riviera di Levante en loopt van de omgeving van Portofino, Rapallo en Santa Margherita Ligure richting Chiavari, Lavagna en Sestri Levante.

Het is een kleine DOC. We spreken over ongeveer 37 hectare wijngaard en een gemiddelde productie van minder dan 2.000 hectoliter. Portofino roept meteen beelden op van pastelgekleurde huizen, blinkende boten en mensen die hun zonnebril waarschijnlijk duurder kochten dan mijn eerste auto. De wijn zelf blijft veel discreter aanwezig.

De appellatie heeft één subzone: Costa dei Fieschi. Die naam verwijst naar de machtige familie Fieschi, die in de middeleeuwen een belangrijke rol speelde in dit deel van Liguria. Hun invloed was sterk verbonden met Lavagna en Chiavari, maar de exacte reden waarom de subzone naar deze familie is genoemd, heb ik spijtig genoeg niet kunnen achterhalen.

Bodem en klimaat

De Golfo del Tigullio Portofino DOC ligt in een klassiek Ligurisch landschap. De kuststrook is smal, het reliëf loopt snel op en de wijngaarden liggen vaak op steile hellingen of terrassen.

De bodems zijn wisselend. Aan de kust vinden we vaak stenige, kalkrijke en zandige bodems met veel verweerd gesteente. Meer landinwaarts komen ook klei en mergel voor. Door de hellingen is drainage zelden een probleem. Water blijft niet lang hangen, terwijl de wijnstok toch voldoende reserve kan vinden op de diepere bodems.

Het klimaat is uitgesproken mediterraan, maar niet eendimensionaal warm. De zee tempert de temperaturen en zorgt voor ventilatie. Tegelijk brengt het achterland koelere luchtstromen mee.

Rode wijnen

Leuk detail is dat de rode wijnen hier vooral draaien rond druiven die bij hun buren uit Toscana en Piemonte meestal op de achtergrond blijven, namelijk Ciliegiolo en Dolcetto. Bovendien ligt een blend van deze twee druiven, gezien hun historische afkomst, niet onmiddellijk voor de hand. Hier in Portofino maken ze dit wel mogelijk, want de basis rosso moet minstens 60 procent Ciliegiolo en of Dolcetto bevatten. Daarnaast mag een wijn de benaming Ciliegiolo op het frontetiket vermelden wanneer de druif voor minstens 85 procent gebruikt wordt.

De blend van Ciliegiolo en Dolcetto levert doorgaans geen zware rode wijn op. Ciliegiolo brengt het sappige rode fruit, met kers, aardbei en soms een licht kruidige toets. Dolcetto geeft wat meer kleur, donkerder fruit en een licht bittertje in de finale. Samen kom je uit bij een vlotte, middellichte rode wijn met frisse zuren en zachte tannine. De Ciliegiolo versie is meestal nog wat directer in zijn fruitexpressie. Daar ligt de nadruk vooral op rode kers, klein rood fruit en soepele drinkbaarheid.

Daarnaast bestaat er eveneens een rosso frizzante en rosso novello.

Witte wijnen

De witte wijnen zullen we het vaakst tegenkomen in de winkelrekken. De basis bianco vertrekt van minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. Daarnaast mogen Bianchetta Genovese, Vermentino en Scimiscià ook als aparte druivennaam op het etiket verschijnen, op voorwaarde dat ze minstens 85 procent van de wijn uitmaken.

Vermentino is de bekendste druif van het gezelschap. Hij geeft hier droge witte wijnen met citrus, wit fruit, mediterrane kruiden en vaak een licht ziltige finale. De beste voorbeelden blijven fris en strak.

Bianchetta Genovese geniet veel minder bekendheid en komen we ook veel minder vaak tegen. Ze geeft lichtere witte wijnen met fijne zuren, florale toetsen en een slank profiel.

Scimiscià, ook Cimixà genoemd, is een echte curiositeit. Het is een zeldzame lokale witte druif die in deze appellatie officieel erkend wordt. Heb je de kans om ze te proeven, zoals wij tijdens ons bezoek aan Portofino, dan zou ik dat absoluut doen. Je zal er misschien niet van achterover vallen, maar het zijn wel wijnen met persoonlijkheid en karakter.

Volledigheidshalve melden we dat er ook een Moscato wordt gemaakt. Dat is een aromatische monocépage van 100 procent Moscato Bianco.

Rosato

De stijl van de rosato ligt in het verlengde van de rode wijnen, want ook deze wordt gemaakt op basis van minstens 60 procent Ciliegiolo en of Dolcetto. Verwacht lichte, frisse en sappige rosato met veel rood fruit. Eerder vlot en aangenaam dan krachtig. Denk aan rode bes, kers, een vleugje citrus en een droge afdronk. Er bestaat ook een licht parelende rosato frizzante.

Schuimwijnen

De DOC laat witte spumante toe op basis van minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. De tweede gisting mag zowel op fles als in autoclave gebeuren. De stijl kan variëren van extra brut tot dry. Hoewel de producenten wat speelruimte hebben, zullen het hier toch voornamelijk frisse, lichte schuimwijnen met een directe drinkprofiel zijn.

Dessertwijn

En ten slotte belanden we bij het zoete luik. Want ook daar kan je je gading vinden in de Golfo del Tigullio Portofino DOC. Voor de gewone passito gebruikt men minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. Voor Moscato passito is Moscato Bianco verplicht voor 100 procent.

Voor beide types moeten de druiven indrogen, op of naast de wijnstok, tot ze een hoog suikergehalte bereiken. De wijnen mogen pas vanaf 1 november van het jaar na de oogst op de markt komen.

Barbaresco 2019 bij Amici: Asili in de kijker

Met spijt in het hart moeten we vaststellen dat ons Amici seizoen er alweer opzit. Als we terugblikken, dan kunnen we alleen maar tevreden zijn. Er kwamen opnieuw bijzonder sterke degustaties voorbij en ook onze afsluiter was een knaller. Het thema was dan ook niet min: Barbaresco’s uit 2019. Top, misschien staat Gaja Sorì San Lorenzo wel op de proeftafel zodat ik die eindelijk kan afvinken van mijn Italian wines to taste before I die lijstje.

Er komt wel vaker Nebbiolo op de Amici proeftafel. Dat zou iets te maken kunnen hebben met de voorliefde van onze wijnmeester voor deze druif. En daar kunnen we hem alleen maar in bijtreden. Ook Barbaresco kwam dus al wel eens eerder aan bod. De details over deze DOCG hebben we eerder beschreven in onze blog Barbaresco: De verfijning van Nebbiolo in een glas. Je kan dit nalezen als je er zin in hebt.

Op de proeftafel stonden dit keer bijna uitsluitend wijnen met een MGA vermelding. Basarin, Rabajà, Martinenga, Montestefano en Asili passeerden allemaal de revue, met Vanotu als enige uitzondering op de MGA regel. Naast Rabajà en Martinenga behoort Asili tot de topterroirs van Barbaresco, hoorden we wijnmeester Peter orakelen. Hij duidde ook heel precies aan op de kaart waar we deze MGA’s binnen de appellatie kunnen vinden. We hadden bovendien het geluk dat er zelfs twee flessen uit Asili te proeven waren. Hoe zalig was dat.

Nu hoor ik velen onder jullie al denken: Asili, dat ken ik helemaal niet. Assisi ja, maar dat ligt in Umbria en heeft niets met Barbaresco te maken. We kaderen deze topcru dan ook graag even voor jullie.

Barbaresco MGA Asili

De appellatie Barbaresco loopt over een heuvelrug die van Neive in het noorden richting Barbaresco, San Rocco Seno d’Elvio en Treiso gaat. Binnen die appellatie is de gemeente Barbaresco historisch de belangrijkste. Ze is niet de grootste in oppervlakte, maar ze heeft wel een uitzonderlijk aandeel wijngaarden die geschikt zijn voor Barbaresco.

Asili ligt in die gemeente Barbaresco, in het westelijke deel van de appellatie. Dat is de zone waar meerdere van de meest gereputeerde MGA’s liggen. De buren zeggen al veel: Pora, Faset, Cars, Muncagota, Martinenga en Rabajà. Wie dat al eens in het proefglas heeft gekregen, weet dat de kwaliteit er verzekerd is.

Asili draait rond de gelijknamige bricco, de heuveltop. De wijngaarden liggen ongeveer tussen 210 en 290 meter hoogte en kijken niet allemaal dezelfde richting uit. De meest gewaardeerde delen liggen net boven Martinenga, met zuidelijke en zuidwestelijke expositie. Daar krijgt Nebbiolo de warmte die hij nodig heeft om volledig te rijpen. Ook de westelijk gerichte stukken richting Pora en Faset zijn interessant. Ze zijn iets frisser, wat met de warmere jaargangen steeds belangrijker wordt. De noordelijke hellingen vallen buiten het klassieke speelveld van Barbaresco. De disciplinare sluit noordelijk gerichte wijngaarden immers uit voor de productie van Barbaresco DOCG.

Een specifiek terroir

Asili telt ongeveer veertien hectare en behoort daarmee niet tot de grote MGA’s van Barbaresco. De wijngaarden liggen iets meer beschut dan sommige omliggende cru’s en de invloed van de Tanaro is minder rechtstreeks voelbaar. Daardoor is er een warmer microklimaat en speelt de wind er minder fel. Toch mogen we Asili niet zomaar beschouwen als een warme cru, want de beste wijnen hebben naast rijpheid ook voldoende spanning en frisheid.

De bodem van Asili is van tortonische oorsprong. Technisch gezien moeten we hiervoor teruggaan naar een fase in het Mioceen waarin dit deel van Piemonte nog onder invloed stond van oude mariene afzettingen. Vandaag vinden we in Asili vooral kalkrijke mergel, klei en een duidelijke zandcomponent. Die combinatie verklaart mee het karakter van de wijnen. De kalk en klei zorgen voor structuur, diepte en bewaarkracht. Het zand helpt om de tannine een beetje toegankelijker te maken.

Opvallend gegeven is ook dat de bodem van Asili een hoger aandeel koper en zink zou bevatten dan die van enkele andere cru’s. Interessant als detail, maar daar moeten we nu ook geen mirakelverklaring van maken. De echte waarde van Asili zit in de combinatie van beschutting, rijpheid, frisheid, kalkrijke mergel, klei en zand. Net daardoor kunnen de wijnen kracht hebben zonder zwaar te worden, en vroeg charme tonen zonder hun bewaarpotentieel te verliezen.

Producenten achter de reputatie

De reputatie van een terroir kan soms mee bepaald worden door een producent die er een wijn van uitzonderlijke kwaliteit produceert. Of door het spel van vraag en aanbod, waardoor de prijs van een bepaald terroir hoger komt te liggen dan die van een ander. Ook de boekskes, de aandacht in de media en de puntengoochelaars van dienst kunnen een reputatie maken of kraken.

Asili is daar, gelukkig maar, niet van afhankelijk. We vonden een onderzoek waaruit blijkt dat meer dan zeventig procent van de bevraagde producenten in Barbaresco Asili tot de vijf beste crus van de appellatie rekent. Dus ook producenten die zelf geen wijngaard bezitten in Asili. Dat zegt veel. De reputatie komt niet alleen van buitenaf, ze wordt ook gedragen door de mensen die Barbaresco het beste kennen.

Uiteraard gebeurt dat op basis van wat de praktijk voortbrengt. Produttori del Barbaresco begon al in 1967 met het bottelen van een afzonderlijke Asili. Bruno Giacosa deed vanaf datzelfde jaar hetzelfde. In 1969 kochten de broers Ceretto percelen in Asili. Zo kreeg Asili al vroeg enkele stevige referentiepunten, waarop latere producenten konden voortbouwen.

De proefcommentaren:

  1. Angelo Negro Basarin – Barbaresco DOCG 2019
    Basarin is een MGA in Neive. De wijngaard ligt op ongeveer 350 meter hoogte, met zuidelijke expositie. De bodem is kalkrijk, mergelachtig en zanderig. Manuele oogst. Na de vinificatie rijpt de wijn in totaal 26 maanden, deels op Slavonische eik en deels op fles.
    Klassieke granaatrode kleur. Het aroma is zeer floraal, met rozen die iets nadrukkelijker aanwezig zijn dan viooltjes. Daarnaast ruiken we bosaardbei, kers, framboos, peper, zoethout, koffie, thee en humus. De neus heeft naast een mooie kruidige structuur ook een licht aardse ondertoon. In de mond is de wijn correct en aangenaam fruitig, vooral gedragen door rood fruit. De fraîcheur is duidelijk aanwezig en de kruidigheid komt mooi terug. De zuren manifesteren zich stevig en staan wat meer op de voorgrond dan de tannine, die eerder verborgen zit, maar wel voldoende kracht bezit. Dit is niet onmiddellijk de meest grootse Barbaresco, maar wel een zeer aangenaam exemplaar.
    Score: 85/100 – Richtprijs: 28,90 € (niet te koop in België gevonden).
  2. Cascina Luisin Asili – Barbaresco DOCG 2019
    Met Luisin proeven we onze eerste Asili van de avond. De wijngaarden liggen op ongeveer 300 meter hoogte, met zuidwestelijke expositie. De stokken hebben een gemiddelde leeftijd van 65 jaar. Vinificatie in cementen cuves. Tijdens de eerste 8 dagen wordt er vaak overgepompt om voldoende extractie te bekomen. Rijping in grote Slavonische eiken botti van 30 hl.
    Lichte evolutie in de kleur, met een granaatrode tint. Zeer mooie, bijna complexe neus waaraan je blijft snuffelen. Licht snoeperig profiel van aardbei en framboos, aangevuld met anijs, munt, kaneel en de geur van wilde venkel die we ons herinneren van ons verblijf tussen de wijngaarden van Valpolicella enkele weken geleden. Rokerig en vlezig, met ceder, koffie en thee. Aards en etherisch. In de mond start de wijn sappig, maar die aanzet gaat vrij snel over in zuivere, niet te krachtpatserige tannine. De zuren zijn prominent aanwezig en de afdronk is lang. Een bijna speelse Barbaresco, voldoende gebalanceerd en verfijnd, schurkend tegen de complexiteit aan.
    Score: 89/100 – Richtprijs: 42 € (te koop bij Wine Art).
  3. Sottimano Basarin – Barbaresco DOCG 2019
    De technische fiche van de producent geeft niet te veel prijs over de rijping van de wijn. Alleen de flesrijping van meer dan een jaar wordt prijsgegeven. De raadpleging bij een betrouwbare bron online vertelt me dat de wijn 18 tot 22 maanden rijpt op barrique. Vermits ik onmiddellijk het gevoel had van een rijping op eiken vaten, ga ik hier ook van uit.
    Helder kersenrood van kleur. Het bouquet is weelderig, al wordt het fruit in eerste instantie wat weggedrukt door het houtgebruik, naar ons vermoeden barriques. Daarna komt het fruit toch opzetten, met een festival aan gekleurde bessen. Tijm, kaneel en de onvermijdelijke peper volgen mooi mee. De viooltjes geuren fris. Tabak, ceder en leder zorgen voor de branderige aroma’s. Etherische, vegetale en aardse toetsen ronden af. In de mond speelt zich hetzelfde scenario af. Ook hier doet het aanwezige fruit veel moeite om zich te manifesteren. Wanneer het daarin slaagt, zakt het even later toch opnieuw naar de achtergrond. Dit is een wijn met een heel ander profiel. Minder verfijnd, wel krachtig en vooral kruidig. Tegelijk is dit ook een wijn met een duidelijke boodschap: dit komt helemaal goed.
    Score: 91/100 – Richtprijs: 83,60 € (Te koop bij Young Charly)
  4. Giuseppe Cortese Rabajà – Barbaresco DOCG 2019
    Rabajà is een MGA in de gemeente Barbaresco en behoort tot de grote referenties van de appellatie. Giuseppe Cortese bezit ongeveer 4 hectare in Rabajà, met een zuidelijke tot zuidwestelijke expositie. De wijngaarden liggen tussen 235 en 315 meter hoogte. De bodem is kalkrijk, kleiachtig en rijk aan mineralen. De stokken zijn ongeveer 50 jaar oud. Manuele oogst. De vinificatie duurt ongeveer 30 dagen en gebeurt in inox en oude cementen cuves. Daarna rijpt de wijn 20 tot 22 maanden in Slavonische eiken vaten van 17 tot 25 hl.
    Volle kersenrode kleur. In de geur is dit van bij de start een open boek waarbij vele klassieke vakjes worden afgevinkt. Toch is er een lichte cederdominantie. Bosaardbei, kers en aalbes zorgen voor het fruit. Rozen en viooltjes fleuren het bouquet op. Munt, peper en kaneel zorgen voor de spicy kant. Een rokerig accent, cederhout, tabak, koffie en thee verraden de houtlagering. Een aangename aanwezigheid van champignon en de typische etherische toets maken het bouquet compleet. Ook in de smaak worden alle verwachte vakjes al vlug afgevinkt, al loopt dit wel ietwat stroever. Je moet er je best voor doen en er wat harder voor werken. De tannine en de aciditeit zijn wel degelijk zeer mooi, maar toch dominant aanwezig. Het fruit zit wat verscholen. Deze Barbaresco toont alweer een totaal ander profiel, maar uiteindelijk is de vraag naar verdere kelderrust en geduld de eindconclusie van deze mooie wijn.
    Score: 91/100 Richtprijs: 64,50 € (Te koop bij Grapeness)
  5. Pelissero Vanotu – Barbaresco DOCG 2019
    Vanotu is de enige wijn van de avond zonder MGA vermelding, maar het is wel de prestigewijn van het domein. De wijngaarden liggen op ongeveer 350 meter hoogte, met zuidelijke expositie. De stokken zijn meer dan 60 jaar oud. De wijn rijpt 20 tot 22 maanden in barriques, waarvan ongeveer 80% nieuw is.
    Heldere kers tot granaatrode kleur met een lichte evolutie. Vluchtig ruiken brengt al heel wat naar boven. Bij stevig walsen kunnen de geuren zich helemaal niet meer verbergen. Het moet gezegd: de geur komt niet volledig overeen met de gekende profielen van de reeds geproefde wijnen. Meer duidelijke houtaccenten, zelfs vanille, en ook wat meer snoeperigheid met een beetje gedroogd donker fruit in het bouquet. De smaak bevestigt wat we al in de geur vermoedden. Dit is een wat modernere stijl van Barbaresco, met een duidelijke aanwezigheid van barrique, een rijper fruitprofiel en stevige tannine. De verfijning is verdwenen en heeft plaatsgemaakt voor wat machogedrag. Ongetwijfeld een wijn die succes zal hebben op de markt en daarom zijn plaats in deze degustatie verdient. Toch iets minder mijn beste vriend.
    Score: 87/100 – Richtprijs: 87 € (Te koop bij Wijnhandel De Kok)
  6. Ca’ del Baio Asili – Barbaresco DOCG 2019
    Dit is onze tweede Asili van de avond en eentje die veelbelovend klinkt. Ca’ del Baio heeft namelijk op korte tijd een zekere internationale reputatie opgebouwd met deze wijn. Deze Barbaresco wordt gemaakt van 100% Nebbiolo, afkomstig van stokken die tussen 1957 en 1999 werden aangeplant. De bodem bestaat uit blauwachtige kalkrijke kleimergel en de wijngaard heeft een zuidwestelijke expositie. Vergisting in inox cuves. Daarna rijpt de wijn 24 maanden op hout, deels in grote eiken vaten en deels in kleine Franse vaten.
    Volle kersenrode kleur en mooi tranend. Mochten we een Oscar kunnen uitreiken enkel en alleen op basis van de geur, we’ve got a winner. Laten we het voor wijn misschien op 3 bicchieri houden. Alle gekheid op een stokje, deze geur maakt je simpelweg al gelukkig. Je blijft eraan ruiken tot je op een gegeven moment beseft dat je ook nog moet proeven. Het is in ieder geval een typische Nebbiolo geur met framboos, bosaardbei, rode bes, anijs, munt, peper, thee, koffie, een rokerige toets, een puntje truffel en jawel, teer. Je proeft van de wijn en vergeet ogenblikkelijk één van de basisregels van de proever. Je vergeet namelijk te spuwen. Deze wijn is zeer gebalanceerd, sappig, dragend en wat een lengte. Voor mij is dit het perfecte bewijs dat 2019 nu reeds een prachtige combinatie kan bieden tussen tannine, zuren, houtlagering, alcohol en fruit. We zijn duidelijk een trapje hoger gegaan in deze proeverij.
    Score: 94/100. Richtprijs: 36 € (Te koop bij Cavatappi, weliswaar niet meer de 2019. Maar ik zou zeggen, koop de voorraad daar leeg, want voor deze prijs is dit een koopje).
  7. Tenuta Cisa Asinari dei Marchesi di Gresy Martinenga – Barbaresco 2019
    Martinenga is een MGA in de gemeente Barbaresco en is de historische monopole van Marchesi di Grésy. De wijngaard ligt tussen ongeveer 220 en 290 meter hoogte, met zuidelijke tot zuidwestelijke expositie. De bodem bestaat uit kalksteen en blauwe mergel. De wijn rijpt 12 maanden in Franse barriques, gevolgd door 12 tot 18 maanden in Slavonische eiken vaten.
    Naar het granaatrood neigende kleur en mooi tranend. In de geur blijven we hangen in dat sublieme en typische Nebbiolo geurenpalet, weliswaar met wat meer fruitvariatie. Naast bosaardbei, framboos, kers en aalbes hebben we ook bloedsinaas. Verder vormen de koppeltjes zich opnieuw: rozen en viooltjes, peper en munt, koffie en thee, ceder en tabak. Teer is aanwezig, het rokerige accent is aanwezig en ook de schimmels laten zich opmerken. In de smaak zijn alle linkse vakjes aangekruist op het proefformulier en dat is een goed teken. Deze wijn is krachtiger, robuuster, maar minstens zo interessant, met ook nu die sublieme verwevenheid van alle bepalende elementen. Voor het eerst proeven we een duidelijk mineraal en ziltig accent. Het geheel blijft aangenaam en vooral zeer lang aanwezig. Gelukkig wisten we niet op voorhand wat er in het glas kwam, want zo kon deze notitie volledig neutraal ontstaan. Martinenga behoort immers tot mijn favoriete Barbaresco’s en geloof me: de Camp Gros Riserva is nog beter.
    Score: 95/100. Richtprijs: 75 € (Verrassend genoeg niet te koop in België gevonden).
  8. Produttori del Barbaresco Montestefano – Barbaresco Riserva 2019
    Ook Montestefano is een MGA in de gemeente Barbaresco. De wijngaard is 3,9 hectare groot, met zuidelijke tot zuidoostelijke expositie. De bodem bestaat uit voornamelijk kalksteen. De wijn rijpt 30 maanden in grote eiken vaten.
    Zuiver kersenrood en tranend. Opnieuw het geurenpalet dat ons in vervoering brengt, wat een mooie geurencompositie. De bloedsinaas komt terug en het is duidelijk geen spel van enkel rood fruit. We hebben wel degelijk een puntje zwarte bes. Meer framboos dan aardbei ook. Verder zijn er de kenmerkende geuren zoals rozen, viooltjes, jeneverbes, pepermunt, koffie, tabak, ceder, rokerige toetsen, thee, truffel, champignon, teer en drop of zoethout. In de mond krijgen we een nog rijkere stijl, met zeer sappig fruit ter ondersteuning van die krachtige maar smakelijke tannine. Vermoedelijk ook de wijn met de langste afdronk van de avond, want het geheel blijft zeer, zeer, zeer lang aanwezig. De bloedsinaas komt terug, samen met een zeer mooi ziltig en mineraal accent. Uiterst verweven en een pracht van een afsluiter.
    Score: 95/100. Richtprijs: 60 € (Te koop bij Convento).

Grissini, de krokante broodstengel uit Turijn

Mijn gedachten dwalen af terwijl ik bedenk waarover ik zou schrijven. Tegelijk loop ik in mijn hoofd al vooruit op onze komende kooksessie met kookclub De Kemphanen. Ik kijk daar eerlijk gezegd echt naar uit, want het wordt een Italiaanse avond waarop we met onze kookclub voor het eerst zelf grissini gaan maken. Wie van jullie heeft deze Italiaanse broodstengels trouwens al eens zelf gemaakt?

Iedereen kent ze natuurlijk. Grissini zijn vandaag bijna een vast onderdeel van de Italiaanse tafel. Je krijgt ze bij het aperitief, naast charcuterie of kaas, soms gewoon al op tafel nog voor je goed en wel in de kaart hebt gekeken. Voor mij wordt het vermoedelijk de derde keer dat ik ze zelf maak. Moeilijk is het op zich niet. Verfijnd werk wel, en dus vraagt het wat geduld. En zo was het onderwerp voor deze nieuwe blog meteen geboren: grissini.

Vandaag vind je ze overal: in ambachtelijke bakkerijen, op restauranttafels, in supermarkten en in talloze varianten. Klassiek, volkoren, met zaden, met kruiden of in een iets modernere uitvoering. Maar hoe breed dat aanbod intussen ook geworden is, de ziel van de grissino ligt nog altijd in Turijn.

Een vondst uit de Savoiaanse hoofdstad

Als je er even bij stilstaat, merk je dat Piemonte opvallend vaak de bakermat is van Italiaanse klassiekers. Dat is bij grissini niet anders. Hun oorsprong ligt onmiskenbaar in Turijn. Zelfs de naam verwijst naar de Piemontese traditie en zou afgeleid zijn van ghërsa, de benaming voor een langwerpig brood uit de streek. Over het precieze ontstaan van de grissino bestaan wel verschillende verhalen.

Volgens sommigen gaat de oorsprong al terug tot de veertiende eeuw in Turijn. Om de inflatie het hoofd te bieden, zouden bakkers het lokale brood kleiner en dunner zijn gaan maken. Zo zou stilaan een eerste vorm van de grissino zijn ontstaan.

Bekender is het verhaal van de jonge Vittorio Amedeo II, dat ons naar het einde van de zeventiende eeuw brengt. Als kind was hij zwak en had hij moeite om gewoon brood te verteren. Op vraag van de hofarts werkte bakker Antonio Brunero daarom een broodvorm uit zonder zachte kruim. Het resultaat was een droger, dunner en beter houdbaar brood dat lichter verteerbaar was. En zo kwam de grissino op de kaart te staan.

Of elk detail van dat verhaal historisch volledig sluitend is, valt moeilijk te zeggen. Wat wel overeind blijft, is de nauwe band tussen grissini en Turijn. Van daaruit groeiden ze uit tot een geliefd product aan het hof en later ook ver daarbuiten. Zelfs Napoleon was tuk op ‘les petits bâtons de Turin’, zoals hij ze liefkozend noemde. Naar het schijnt gebruikte hij ze ook om maagzweren te verlichten. De eerste grissini zagen er trouwens nog anders uit dan vandaag: langer, breder en minder fijn dan de broodstengels die we nu kennen. Sommige hadden zelfs een spiraalvorm.

Van lokale specialiteit tot nationaal succes

Al snel reikte het succes van grissini veel verder dan Piemonte en raakten ze in heel Italië ingeburgerd. Dat is ergens ook logisch. Ze waren lichter verteerbaar dan gewoon brood en bleven bovendien veel langer goed. Twee eigenschappen die in die tijd natuurlijk erg handig waren.

Ze doken zowat op elk moment van de dag op. Bij het ontbijt werden ze soms in melk gedoopt. Tijdens de lunch gingen ze mee in de bouillon. Tussendoor werden ze gewoon gegeten als snack. Er waren zelfs zoete bereidingen op basis van geplette grissini, melk en eieren, maar daar hoor je vandaag nog zelden iets over.

Ondertussen zijn grissini natuurlijk al lang niet meer alleen iets van Turijn of Piemonte. Je vindt ze vandaag in heel Italië, zowel ambachtelijk gemaakt als industrieel geproduceerd. En dat heeft het aanbod natuurlijk flink verbreed, iets waar wij alleen maar blij om kunnen zijn. Je kan ze gedachteloos wegknabbelen bij een glas wijn, maar evengoed bewust op tafel zetten bij charcuterie, kaas of andere hapjes.

Eenvoudig deeg, gespecialiseerd vakwerk

Eenvoud siert in de Italiaanse keuken, en dat is bij grissini niet anders. In essentie stelt het allemaal niet zo veel voor. Een eenvoudig deeg, wat basisproducten en klaar. Zo lijkt het toch, maar dat is net iets te kort door de bocht. Er schuilt best wel wat meer achter een echt lekkere grissini.

Historisch steunt de Piemontese baktraditie op een heel eenvoudige basis: tarwebloem, water, gist en zout. In sommige versies werden ook boter, reuzel of een combinatie van olie en reuzel gebruikt. Meer moet dat eigenlijk niet zijn. Doorheen de jaren is de familie van de grissini natuurlijk wel flink uitgebreid. Volkoren grissini, versies met sesam, venkelzaad, peperoncino, olijven, noten of andere granen zijn al lang geen curiositeit meer. Vandaag zien veel consumenten liever olijfolie op het etiket, maar ook die oudere werkwijze maakt gewoon deel uit van de culinaire geschiedenis van het product.

Vroeger was de bereiding trouwens allesbehalve een klus voor één persoon. In de klassieke werkwijze waren er liefst vier gespecialiseerde rollen. De stiror trok het deeg uit. De tajor sneed het daarna in stukken van ongeveer drie centimeter. De coureur legde telkens twee stengels op een lange, smalle schep en schoof die in een Piemontese houtoven, meestal verwarmd met populierenhout. Daarna was het aan de gavor om de gebakken staven uit de oven te halen en in twee te breken.

Je waant je misschien wel in een wielerpeloton, maar het toont vooral hoe elk detail minutieus werd behandeld. De juiste droogte, de juiste broosheid en de juiste lengte ontstaan nu eenmaal niet toevallig. Wie ooit echt goede grissini heeft gegeten, weet hoe belangrijk die textuur is. Ze moeten mooi breken, licht aanvoelen en tegelijk genoeg smaak hebben. Te droog en ze worden saai. Te vet en ze verliezen hun luchtigheid. Te dik en dan ben je eigenlijk een stuk van de finesse kwijt.

Robatà en stirato: twee gezichten van een klassieker

Voor de meesten onder ons vormen grissini gewoon één grote familie. In het vakwereldje wordt dat toch wat anders bekeken. Daar gaat het vooral over twee duidelijke vormen: de robatà en de stirato.

De oudste en meest traditionele vorm is de robatà, uitgesproken als rubatà. Die naam verwijst naar het rollen van het deeg. Het gaat om lange grissini van veertig tot tachtig centimeter, herkenbaar aan hun onregelmatige, knoestige vorm. Die oneffen vorm is gewoon het rechtstreekse gevolg van het handwerk. Ze ogen wat rustieker, wat robuuster en hebben iets heel ambachtelijks.

De grissino stirato is van recentere datum, maar groeide uiteindelijk uit tot de bekendste vorm. Stirato betekent uitgetrokken, en precies daar zit het verschil. Het deeg wordt hier niet opgerold, maar aan de uiteinden uitgetrokken, ongeveer over de lengte van de armen van de bakker. Dat zorgt voor een dunnere, lichtere en brozere structuur.

Het is ook precies die grotere broosheid die de stirato zo populair heeft gemaakt. Bovendien maakte deze manier van werken het al vanaf de achttiende eeuw makkelijker om de productie te mechaniseren. Daardoor kon de grissino zich sneller over Italië en later ook internationaal verspreiden.

Die verspreiding heeft er ook voor gezorgd dat grissini in verschillende regio’s hun eigen invulling kregen. Zo ontstonden doorheen de tijd ook andere vormen en varianten, al blijven robatà en stirato binnen de Piemontese traditie de twee grote referenties.

Meer dan een tafelknabbeltje

Grissini zijn makkelijk te gebruiken en ze vullen de tafel al direct prachtig mee op, maar je kan ze natuurlijk veel breder inzetten dan iets wat er zomaar wat bij ligt op tafel. Ze brengen beet, zorgen voor wat extra textuur en doen het bijzonder goed naast alles wat zachter, vetter of romiger is. Ideaal bij een dip, maar evenzeer dankbaar bij charcuterie en kaas. Ook bij een kom soep of bouillon kan je een beroep doen op grissini.

Wil je goede grissini kopen, dan loont het om even verder te kijken dan de standaardverpakking uit de supermarkt. Ga dus liefst even langs bij een goede Italiaanse delicatessenzaak. Het is vooral de gebruikte vetstof die een verschil zal maken, net zoals het zoutgehalte. Let bijkomend zeker op de lengte van de ingrediëntenlijst: hoe eenvoudiger en duidelijker, hoe beter.

Ambachtelijke grissini hebben vaak wat meer karakter en een mooier, wat onregelmatig uitzicht. Industriële versies zijn dan weer constanter en meestal langer houdbaar. Ze ogen ook lichter dan ze in werkelijkheid zijn. Door hun droge en luchtige structuur eet je ze bijzonder makkelijk weg, en voor je het weet heb je er al een heel pak van op. Ook dat hou je dus best een beetje in het achterhoofd.

Zelf grissini maken: drie smaakvolle versies

Zelf grissini maken is absoluut haalbaar. Moeilijk is het niet, maar je moet er wel wat geduld voor hebben. We kiezen hier voor drie varianten: met rozemarijn, met tomaat en met olijven. Drie mediterrane smaken die perfect werken bij een aperitief, maar evengoed gewoon tussendoor.

Ingrediënten voor het deeg

500 g bloem
300 ml lauw water
7 g droge gist
10 g zout
40 ml extra vergine olijfolie

Voor de afwerking

Voor de versie met rozemarijn
extra vergine olijfolie
fijngehakte rozemarijn

Voor de versie met tomaat
zongedroogde tomaten, fijngehakt
een beetje tomatenconcentraat
extra vergine olijfolie
een snuifje chili of wat fijngehakte verse peper

Voor de versie met olijven
zwarte olijventapenade of een zelfgemaakte puree van zwarte olijven

Bereiding

  • Meng de bloem met de droge gist.
  • Voeg het lauwe water en de olijfolie toe en begin te kneden.
  • Voeg daarna het zout toe en kneed verder tot je een soepel en elastisch deeg hebt.
  • Dek het af en laat het ongeveer een uur rijzen, tot het mooi in volume is toegenomen.
  • Rol het deeg daarna uit tot een rechthoek. Verdeel het in drie gelijke delen, zodat je voor elke smaak een aparte basis hebt.
  • Besmeer het eerste deel gewoon met wat extra vergine olijfolie en strooi er fijngehakte rozemarijn over.
  • Op het tweede deel smeer je een mengeling van fijngehakte zongedroogde tomaten, wat tomatenconcentraat, olijfolie en een klein beetje chili.
  • Het derde deel bestrijk je met olijventapenade of met fijngepureerde zwarte olijven.
  • Snij het deeg daarna in repen.
  • Draai elke reep een paar keer op zodat je die mooie, licht gedraaide vorm krijgt en de vulling mooi mee in het deeg zit.
  • Leg ze op een met bakpapier beklede bakplaat.
  • Bak de grissini in een voorverwarmde oven op 190 à 200 graden tot ze goudbruin en krokant zijn.
  • Reken op ongeveer 20 tot 25 minuten, afhankelijk van hoe dik je ze hebt gemaakt.
  • Laat ze daarna volledig afkoelen op een rooster. Pas dan krijgen ze echt die droge, krokante beet waar het allemaal om draait.

Van de drie is de rozemarijnversie wellicht de meest toegankelijke. Die met tomaat heeft net wat meer karakter en een licht pittige toets, terwijl de versie met olijven vooral in de smaak zal vallen bij wie graag wat meer mediterrane diepgang op tafel zet. Zet hier een glas TrentoDoc, Franciacorta of Classese naast, en je aperitief is helemaal vertrokken.

Panna cotta, het visitekaartje van Italiaans dessertplezier

Om wat inspiratie op te doen voor nieuwe blogs ging ik nog eens rondsnuisteren op de website van onze kookclub De Kemphanen. En zo belandde ik bij het onderwerp van vandaag. Wat is het favoriete Italiaanse dessert waarvan de naam letterlijk gekookte room betekent? Panna Cotta, natuurlijk. Het is een fris en licht zoet dessert dat vooral in de warmere maanden scoort: koel, romig, smakelijk. Je serveert het met vers fruit, of net zo goed met chocolade, karamel of een fruitsaus.

Die gekookte room is intussen uitgegroeid tot een publiekslieveling in heel Italië, en tegelijk tot één van de betere visitekaartjes in het buitenland als het over Italiaanse desserts gaat. Panna Cotta is in de kern verwarmde room met suiker, meestal met vanille, die je laat opstijven tot een zachte roompudding. Niet te stevig, niet te vloeibaar. Net voldoende structuur om uit een vormpje te komen, en zacht genoeg om op de tong te verdwijnen.

De oorsprong en geschiedenis van panna cotta

In veel receptenboeken wordt panna cotta omschreven als een dessert uit Piemonte, met wortels ergens in het begin van de twintigste eeuw. Er bestaat ook een hardnekkige legende dat het voor het eerst gemaakt werd door een vrouw van Hongaarse afkomst in de Langhe, zogezegd om een overschot aan melk en room een elegante bestemming te geven. Dat verhaal is moeilijk te bewijzen, maar het past wel in het landschap: Piemonte is kampioen in smakelijke oorsprongsverhalen.

Panna cotta betekent letterlijk gekookte room, maar het Italiaanse woordje panna (room) bestaat niet in het Piëmontese dialect. Daar spreekt men liever van fior dël làit, letterlijk bloem van de melk. Zelfs de naam die vandaag overal op menukaarten staat, voelt dus minder lokaal dan je intuïtief zou denken.

Rond het midden van de jaren zestig duikt een meer tastbaar spoor op. Ettore Songia, sterrenchef van I Tre Citroni in Cuneo, zou volgens zijn familie de panna cotta gecreëerd hebben. Of hij het dessert ook echt heeft uitgevonden, blijft onderwerp van discussie. Zekerder is dit: hij was één van de eersten die het recept in de vorm die we vandaag herkennen echt codificeerde, en het dessert op het menu van een gastronomisch restaurant zette. Dat is een belangrijk verschil. Iets uitvinden en iets vastleggen, verfijnen en bekendmaken zijn niet noodzakelijk hetzelfde, maar in de geschiedenis van gerechten wordt dat graag door elkaar geschud.

De oorsprong lijkt namelijk verder terug te gaan dan de jaren zestig. Er is een tweede verhaal dat vaak terugkeert, dat men in Noord Italië vroeger visgratenbouillon gebruikte om het dessert te verdikken. Vandaag klinkt dat exotisch, maar het idee erachter is logisch: collageen als natuurlijke binder. Moderne keukens kiezen gewoon voor gelatineblaadjes omdat die voorspelbaar werken en de textuur mooi zacht houden.

Nog interessanter is de literaire omweg. Panna cotta zou een min of meer verre afstammeling zijn van bereidingen die in de bronnen opduiken als latte e melle, lattemiele en soms ook lattismelle, afhankelijk van wie het vertelt en in welke context. Er wordt bijvoorbeeld verwezen naar een brief uit 1827 waarin Giacomo Leopardi aan zijn vader schrijft over een bereiding die hij in Bologna leerde kennen, met fior di latte en panna, een neutrale gelatine als binder, en suiker naar smaak. Dat leest als een opvallend moderne gedachte, al blijft het strikt genomen een verwant concept, geen hard bewijs dat men toen al panna cotta maakte zoals wij die vandaag kennen.

En dat brengt ons bij het grotere plaatje. Roomdesserts die opstijven bestaan al eeuwen, alleen heten ze elders anders en verschuiven de verhoudingen. Varianten die vaak genoemd worden als familie van hetzelfde idee zijn onder andere blanc manger in Frankrijk, hwit moos in Denemarken en krémes in Hongarije. In Griekenland is het opvallend: daar gebruikt men meestal gewoon de Italiaanse naam. En dat hebben ze zelf het liefste, laat de panna cotta zijn Piemontees paspoort maar behouden.

Panna Cotta vandaag

Vandaag blijft de klassieke basis herkenbaar: room, vaak wat melk, suiker, vanille en gelatine. Maar creatieve patissiers laten het daar zelden bij. Panna Cotta is een dankbaar canvas. Alles wat geur, kleur of contrast toevoegt kan werken, zolang je het romige middelpunt niet kapot drukt.

Sommigen voegen koffie toe voor meer diepte en een licht bitter randje. Anderen kiezen voor zomerse aroma’s zoals lavendel of roos, of gaan net fruitiger met granaatappel en andere frisse accenten.

Er is ook een visuele trend die je steeds vaker ziet: de schuine panna cotta. Het glaasje wordt onder een hoek gekoeld zodat de massa diagonaal opstijft, waarna je bovenop een coulis giet in een andere kleur. Het is een eenvoudig idee, maar het werkt. Het oog eet mee, en dit dessert kan dat best hebben.

En dan zijn er moderne varianten zoals kokos panna cotta met tropisch fruit. De basis blijft romig en zacht, maar het geheel krijgt een licht vakantiegevoel. Mango, ananas en passievrucht doen het hier bijzonder goed, omdat hun zuren het vet van de room precies op het juiste moment breken.

En als ik terugdenk aan onze kookclub De Kemphanen, dan zie ik hoe breed dit dessert echt is. We maakten het drie keer: in 2013, 2014 en nog eens in 2023. Drie keer anders ook: een versie met mascarpone, witte chocolade en advocaat, eentje met peer en witte chocolade en een frisse met limoen en kokos. Levende bewijsvoering dat panna cotta niet één recept is, maar een idee dat je eindeloos kan doortrekken zonder dat het zijn charme verliest.

De drie discussiepunten

Room
De eerste vraag is verrassend simpel: welke room neem je? Klassiek werk je met panna, dus slagroom van ongeveer 30 tot 35 procent vet. Dat vet is geen luxe, het is je structuur en je mondgevoel, en het verklaart waarom panna cotta zo mooi fluweelzacht kan blijven.

Wil je het lichter, dan kan je een deel room vervangen door melk. Dat werkt prima, zolang je consequent blijft. De valkuil is dat men daarna extra gelatine toevoegt om toch een strakke vorm te krijgen. Dan win je stevigheid, maar je verliest net het romige karakter dat dit dessert zo herkenbaar maakt.

Gebruik je te magere room, dan krijg je sneller een dunne, minder volle panna cotta die eerder richting melkpudding gaat dan richting roomdessert. Praktische vuistregel: hoe minder vet, hoe lastiger het wordt om die perfecte balans te houden tussen stevig genoeg en zacht genoeg.

Opstijven
In de praktijk is gelatine de norm, en dat is meteen ook het grootste discussiepunt. Niemand zit te wachten op een panna cotta die aanvoelt als Engelse jelly: te gezet en te rubberachtig. Panna cotta moet net romig en smeuïg zijn, met een zachte, fluweelachtige beweging.

Het moderne Piemontees basisrecept gebruikt daarom maar een kleine hoeveelheid gelatine, traditioneel van varkensvlees, soms ook van vis. Net genoeg om vorm te geven. Agar agar kan ook, maar gedraagt zich anders: het stolt strakker en sneller, en de structuur breekt sneller in plaats van zacht te smelten. Dat oogt vaak prachtig, maar eet minder romig.

Tegelijk zie je vandaag chefs die bewust tegen de stroom in zwemmen: zij zweren bij gekookte room in de meest letterlijke betekenis, zonder bindmiddel. Dat kan, door de room verder in te koken en de structuur te laten dragen door vet, afkoeling en techniek. Het resultaat kan fantastisch zijn, maar het is minder voorspelbaar en vraagt meer kunde.

De grootste fout blijft overdoseren, vooral met gelatine. Dan krijg je een panna cotta die perfect uit het vormpje komt, maar niet meer smelt. Panna cotta moet zacht bewegen en op de tong smelten.

Vanille
Vanille is de veilige klassieker. Ze geeft meteen herkenning, warmte en geur. Deze specerij gaat perfect samen met panna cotta, waarschijnlijk al sinds de jaren 1970, toen het dessert echt op restaurantkaarten begon op te duiken en de klassieke versie zich stilaan vastzette.

Toch is vanille geen wet. Met vanille krijg je een panna cotta die op zichzelf al afgerond aanvoelt. Zonder vanille krijg je een neutralere basis, en dat kan net interessant zijn als je werkt met uitgesproken smaken. Denk aan citrus, koffie, bittere karamel of een frisse coulis. In die gevallen kan vanille eerder afleiden dan helpen.

Panna cotta is bovendien een ideaal canvas voor andere infusies: citrusschil, amandel, laurier, saffraan of rozemarijn. Het uitgangspunt blijft simpel: kies één duidelijke richting en laat de basis meewerken.

Eén afspraak is wél nuttig. Als je vanille gebruikt, doe het doordacht. Vanillesuiker is snel, maar een echte vanillestok of een degelijk vanille extract geeft meer diepte en een natuurlijkere geur. Hou in het achterhoofd dat je vanille gebruikt als smaakmaker, niet als parfum.

Wat serveer je erbij?

Panna cotta vraagt contrast. De basis is zacht en romig, dus je wil iets dat prikkelt, of dat nu zuur is, iets bitters, of een krokante toets.

Zuur: frambozencoulis, passievrucht, citroen, rabarbercompote
Bitter en diep: karamelsaus, espresso, pure chocoladesaus
Krokant: amaretti, geroosterde hazelnoten, pistache, crumble
Fruitig en klassiek: aardbeien, perziken, vijgen

Wat meestal minder goed werkt is nog meer romigheid. Room op room is gezellig, maar vaak te vlak. Met een frisse saus of een licht bittere toets krijgt het dessert meteen meer spanning en lijkt het automatisch verfijnder.

Een modern panna cotta recept

Ik neem bewust geen van onze panna cotta recepten die we maakten bij onze kookclub. Ik kwam via een bredere zoektocht terecht bij onderstaand recept, dat we perfect kunnen integreren in één van onze volgende menu’s. We gaan panna cotta maken in combinatie met vlierbloesemsiroop en aardbeien uiteraard.

Ingrediënten
Voor 6 tot 8 porties, afhankelijk van de grootte van je vormpjes of glaasjes

Voor de crème
600 g slagroom
1 halve vanillestok
50 g suiker
1 snuifje zout
5 blaadjes gelatine
3 eetlepels vlierbloesemsiroop

Voor de fruitlaag
300 g aardbeien (frambozen kan je als alternatief nemen)
1 eetlepel poedersuiker
2 blaadjes gelatine

Voor de afwerking
Enkele verse aardbeien
2 eetlepels gehakte pistachenoten
Naar wens enkele verse vlierbloesemschermen

Bereiding
Breng de slagroom met de halve vanillestok, suiker en zout al roerend tegen de kook aan. Laat daarna op een laag vuur ongeveer 15 minuten zachtjes pruttelen.

Week intussen 5 blaadjes gelatine ongeveer 5 minuten in koud water. Knijp ze uit. Verwarm ze vervolgens in een klein pannetje op een heel zacht vuur tot ze oplossen, roer voortdurend en laat niet koken.

Haal de room van het vuur. Verwijder de vanillestok. Voeg de opgeloste gelatine al roerend toe aan de warme room. Voeg daarna de vlierbloesemsiroop toe en roer tot alles homogeen is. Laat de massa afkoelen tot lauw.

Giet de panna cotta in een tulbandvorm, siliconenvorm of in glaasjes. Zet minstens 2 uur in de koelkast. Voeg de fruitlaag pas toe wanneer de roomlaag duidelijk stevig is.

Maak intussen de fruitlaag. Pureer de aardbeien of frambozen en duw de puree door een fijne zeef. Meng met 1 eetlepel poedersuiker.

Week 2 blaadjes gelatine in koud water, knijp uit en los op zoals hierboven. Voeg vervolgens de fruitpuree geleidelijk toe aan de opgeloste gelatine terwijl je blijft roeren, zodat alles mooi mengt zonder klontertjes.

Giet de fruitlaag op de opgesteven panna cotta in de vormpjes of glaasjes. Laat opnieuw minstens 2 uur koelen, liefst een hele nacht.

Kleine tip
Werk je met een siliconenvorm, zet de volledig gekoelde panna cotta vóór het ontvormen nog ongeveer een uur in de diepvries. Zo lossen ze makkelijker en mooier uit de vorm.

Werk vlak voor het serveren af met gehakte pistachenoten en verse aardbeien. Naar wens kan je ook een klein vlierbloesemschermpje toevoegen als decoratie.

🍷 The Golden Hectare of Barolo — How Capital Is Redrawing Barolo’s Future

When I’m in the car, I almost always have a wine podcast playing. This drive was no exception. With the seatbelt fastened and the road unwinding ahead, I listened as James McNay, my friend and fellow Italian Wine Ambassador, guided the conversation on Ambassador’s Corner for the Italian Wine Podcast.
His guest was Attilio Pecchenino.

The exchange was pleasantly familiar. Terroir, tradition, Nebbiolo, Barolo as it is supposed to be discussed. I was listening closely, almost on autopilot, until James asked a question that shifted the entire frame of the conversation.

“Attilio, what is a hectare of Barolo vineyard worth today?”

Attilio said that in 2009 he had bought a parcel in the Bussia cru for around €300,000 per hectare.
Today, he replied without a pause, it is closer to €3,000,000 per hectare.

Three million euros.
For a single hectare.

In that moment, it became unmistakably clear that this story is not only about wine. It is no longer confined to grapes, vinification, or vintages. It is about capital, structural scarcity, and the defining question of the next era in the Langhe. Who will still be able to make Barolo, and on what terms?

📈 Why Barolo Vineyard Land Has Become a Luxury Asset

That Barolo vineyard land now costs a fortune is no coincidence, and certainly not a passing phase. It is the result of three forces that have been moving together for years: structural scarcity, tight regulation, and a level of demand that simply holds.

To begin with, Barolo is geographically small. The appellation covers only a limited run of hills across eleven communes, and there is very little room to expand. On top of that, new plantings are tightly controlled at European level. Through the planting authorisation system, annual vineyard growth is effectively capped at around one percent. In a zone where almost every suitable slope was planted decades ago, that means something very practical. Almost no new land is added to the Barolo equation.

And yet the world’s appetite for Barolo has not eased. Year after year, production remains broadly in the same range, often estimated at around thirteen million bottles, while Barolo has only strengthened its place on international wine lists and in collectors’ cellars. It has long since broken free of the “classic Italian red” category. Today it is treated as a global reference, spoken of in the same context as great Burgundy or top Napa.

What is striking is that this prestige has not translated into an equivalent surge in the wine’s underlying producer-side value. The price per hectolitre of Barolo, a useful proxy for the wine’s value at origin, has remained remarkably steady in recent years, hovering around €900 to €1,000. For investors, that matters. It suggests a market that is not only prestigious, but also predictable.

Then there is Barolo’s own brand power. When someone buys a Barolo parcel today, they are still investing in a product, wine made from grapes grown on a specific slope. At the same time, they are buying into an international reputation built on origin, prestige, and historical depth. In that context, each hectare works like a lever. Limited supply, structural scarcity, and global reputation keep reinforcing one another. The outcome is hard to avoid. Land prices are not rising because farming suddenly became more expensive. They are rising because Barolo itself has become an exceptional and highly coveted possession.

🔎 What Does It Cost Today?

Translate that dynamic into real numbers and you quickly arrive at the different crus. Not every hectare of Barolo is priced the same. Location, reputation, and scarcity are decisive. Conversations with producers and recent market analysis suggest the gaps are now substantial.

Indicative market values for Barolo vineyard land (2024):

  • Bussia (Monforte d’Alba): €2.5–3.0 million per hectare
    A blue-chip site with iconic producers; the reference point for Monforte.
  • Cannubi (Barolo commune): €2.0–2.5 million per hectare
    Historic cru, referenced as early as 1752; a powerful name with slightly broader availability.
  • Ravera (Novello): €1.2–1.8 million per hectare
    Rapidly rising in esteem; attractive to newer investors.
  • Vigna Rionda (Serralunga d’Alba): €2.0–3.0 million per hectare
    Extremely limited supply; discreet transactions can exceed these levels.

Sources: CREA, Gambero Rosso (2024), interviews with producers.

💼 Case Study: Vietti

“A brand can survive, but a wine style is alive.”

I still remember clearly how I used to drink Vietti. Their Rocche di Castiglione was, for me, the textbook example of what Barolo can be. Complex, refined, and at the same time unmistakably rooted in its place. These were wines with tension and personality, wines that seemed to hold a line between polish and stubbornness.

So when it became public in 2016 that Vietti had been sold to the Krause Group from Iowa, it landed like a shockwave in Barolo. It was one of the first times a historic Barolo estate, built and financed over generations within a family, passed entirely into foreign hands. On paper, everything looked reassuring. The winemaking team stayed. Mario Cordero, who had long been responsible for vinification, remained in place.

And yet wine is rarely only the sum of technique.

In the years after the takeover, I began to notice a shift in the glass. The wines were still undeniably good. Technically precise, clean, consistent. But for my taste, they felt different. Less inner tension, less personality. More polished, smoother, more obviously “correct”. As if some of the wine’s friction had been traded for international readability. It was still Barolo, but it felt less insistently Barolo.

That impression took on a human face at Vinitaly 2025. There I met Caterina Cordero, the family’s daughter, who now runs Cordero San Giorgio in Oltrepò Pavese with her brothers. She spoke openly about the changes at Vietti, about how much she missed Barolo, and about her hope of one day being active in the Langhe again. Not with bitterness, but with a visible sense of longing.

She did not come across as someone who had “lost a project”. She came across as someone who missed a place. And that is precisely why this case matters. Behind an acquisition there is never only brand strategy or investment logic. There is also a sense of style, a family history, and a way of working that does not always travel cleanly from one context to another. Even when the winemaker remains the same, the wine can change when the world around it changes.

🍇 Consequences in the Vineyard

The list of buyers in Barolo has become surprisingly diverse. Alongside the familiar family names, rooted in these hills for generations, new players are showing up more and more often. Luxury groups, private equity, even international hospitality companies are looking at Barolo as a safe and prestigious place to put their money. That flow of capital is not automatically a bad thing, but it does change the region’s rhythm.

You see it most clearly in ownership. For families who have worked the same steep slopes for decades, today’s land prices are becoming harder and harder to square with succession. When a hectare is worth millions, the estate does not only gain status. The financial pressure around handover rises as well. Inheritance tax is calculated on market value, while the cash in a wine business is often limited. The wealth sits in the vineyard, not in the bank. Add the reality of having to buy out brothers or sisters who are not active in the domaine, and the sums quickly become too heavy, even for healthy estates. Banks look at cash flow, not at heritage.

In that context, selling becomes less of a choice and more of a necessity. Not because families want to stop, but because the numbers start pushing them there. For young winemakers, the same prices create a near-impossible barrier. Barolo becomes less a place you can grow into step by step, and more a place you can only enter if serious capital is already behind you.

With new ownership also comes a shift in how winemaking is approached. In family estates, the vineyard is usually the starting point, with decisions shaped by experience, intuition, and pride in the land. In larger structures, the focus more often moves toward efficiency and control. Money goes into modern cellars, precision tools, hospitality, and international marketing. That can raise standards and professionalise the region, but it also changes what gets valued most. Winemaking becomes part of a broader business model, where consistency and scale can matter more than a personal touch.

And that has consequences for how Barolo is made today. Terroir does not disappear, but it starts playing a different role inside a tighter economic frame. The question hanging over these vineyards is not whether Barolo will lose quality. The real question is how much room will remain for identity, for interpretation, and for the kind of individual voice that made so many of us fall in love with Barolo in the first place.

👃 What Does This Mean for What’s in the Glass?

For the drinker, these changes show up first on the label. In Barolo, origin is carrying more and more weight, and you see that in the rise of the Menzioni Geografiche Aggiuntive, the MGAs. Producers increasingly choose to state exactly which cru, or even which parcel, their grapes come from. Not only out of pride or conviction, but because that kind of precision now has real value. A name like Bussia, Cannubi, or Vigna Rionda is no longer just a place on a map. It has become a clear signal in the market.

That evolution mirrors the jump in vineyard prices almost directly. As hectares become rarer and more expensive, the urge to show that value openly grows stronger. MGAs are more and more used as price anchors. They help justify higher bottle prices and they create a hierarchy inside an appellation that many people used to think of as one whole. Barolo becomes less of a single category and more of a layered landscape, where origin, reputation, and scarcity keep feeding each other.

But it does not stop at the label or the price list. It reaches into how terroir is talked about, and sometimes into how it is handled. Terroir once meant accepting the limits and the character of a specific slope. Today there is a risk that it turns into a story that needs to be easy to sell. Origin still matters, but more and more for what it adds commercially. Variation, risk, and vintage moodiness, things that used to be part of proud winemaking, can give way to consistency, predictability, and a style that reads well internationally. Anything that falls outside that frame gets smoothed out.

In the end, you can taste that shift. Many wines become more correct, cleaner, technically spotless. Yet some lose a bit of their tension and their edge. Not because they are made with less skill, but because the focus changes. The wine no longer has to speak first and foremost about where it comes from, as long as it remains recognisable and sellable within an international fine-wine language.

That is why Barolo now finds itself in a delicate place between return and identity. The challenge is not quality, that part is not in doubt. The challenge is meaning. Because when origin becomes only a marketing tool, rather than a guide for decisions in the vineyard and cellar, the soul of winemaking can slowly start to fade into the background.

🔮 Where Barolo Goes Next

The question of where Barolo is heading is not theoretical. You can feel it today in the vineyards, in the cellar, and in the market. One possible future is already easy to imagine, and it is the one many people quietly fear. Barolo becomes even more exclusive. In that scenario, it follows the road Burgundy has been on for years. The best crus become rarer and more expensive, prices keep climbing, and the bottles slowly drift out of the everyday reach of the lover of Barolo. Real growers will still be there, but their wines increasingly become things to collect and invest in. Barolo remains great, but it becomes harder to live with.

Another direction is scale and sameness. Larger groups take a stronger and stronger position, professionalise the region even further, and lift everything toward a consistent premium level. The wines are technically perfect, reliable, and instantly recognisable on the world stage. Barolo becomes a luxury product with a clean story and a clear place in the market. The downside is obvious. Differences between producers and between slopes become less pronounced. The risk is not that Barolo loses quality, but that it loses character.

Between those two extremes sits a third path, less obvious but perhaps the one most worth fighting for. A future where capital and character can live side by side. Where investors bring stability, resources, and infrastructure, while small producers keep their place by standing out through origin, interpretation, and personality. In that model, MGAs do not become marketing stickers. They stay what they are meant to be, a true expression of terroir. There is room for diversity, even inside a more professional and better resourced region.

Which way it goes will depend on who gets to lead the conversation. On who decides what matters more: return or interpretation, scale or nuance, sellability or meaning. Barolo’s future is not fixed by rules or market models. It will be shaped by choices made now, by investors and by winemakers alike. That tension carries both danger and hope. The hope is that Barolo can hold on to both quality and character, without giving away its soul.

📊 Barolo in Numbers (2024)

  • Growth in private investment since 2015: +70%
  • Average price of Barolo vineyard land: €1.8 to €3.0 million per hectare
  • Annual production: approximately 13 million bottles
  • Average export price: €21 per 0.75 litre bottle
    Sources cited in the original context include CREA, Gambero Rosso, the Consorzio Barolo Barbaresco Langhe Dogliani, and Vinous.

🕯️ Epilogue

When I stepped out of the car that day, my thoughts kept circling back to Attilio Pecchenino, to the numbers, and to the look in Caterina Cordero’s eyes.
Three million euros for a single hectare of land. But how much is a piece of history worth?

Wine has always been more than a product. It is the work of people who make choices, year after year, generation after generation. The question is whether we will still taste that story in the future, now that hectares are more and more spoken of in gold, and value threatens to outweigh meaning.

This is only one way of reading a change that touches the entire region. The conversation about Barolo’s future deserves more voices than mine alone.

For me, Barolo has always been a wine to return to. A wine to spend time with, to age, to open on the moments that matter. My hope is that it can stay that way. Not as a luxury idea, but as living wine. Even in a world where Barolo is more and more treated as a brand, and less and less as a promise.

🍷 De Gouden Hectare van Barolo – Hoe kapitaal de toekomst van Barolo hertekent

Wanneer ik in de wagen zit, staat er meestal een wijnpodcast op. Ook dit keer. Ik reed, de gordel strak om me heen, terwijl op de achtergrond James McNay, mijn vriend en mede Italian Wine Ambassador, het gesprek leidde in Ambassador’s Corner van de Italian Wine Podcast.
Zijn gast was Attilio Pecchenino.

Het gesprek kabbelde aangenaam voort. Terroir. Traditie. Druiven. Barolo zoals Barolo hoort te zijn. Ik luisterde aandachtig, bijna achteloos, tot James plots die ene vraag stelde.
Mijn adem stokte.

“Attilio, wat is vandaag een hectare Barolo-wijngaard waard?”

Attilio vertelde hoe hij in 2009 een perceel in de cru Bussia had gekocht voor ongeveer €300.000 per hectare. En vandaag?
Het antwoord kwam zonder aarzeling: €3.000.000 per hectare.

Drie miljoen euro.
Voor één hectare.

Op dat moment werd glashelder dat dit verhaal verder reikt dan wijn alleen. Dit gaat niet langer uitsluitend over druiven, vinificatie of jaargangen. Dit gaat over kapitaal, structurele schaarste en de fundamentele vraag wie Barolo in de toekomst nog kan, en zal, maken.

📈 Waarom Barolo-wijngaardgrond vandaag onbetaalbaar lijkt

Dat Barolo-wijngaardgrond vandaag een fortuin kost, is geen toeval en al zeker geen tijdelijk fenomeen. Het is het resultaat van een samenspel tussen structurele schaarste, strikte regelgeving en een vraag die al jaren standhoudt. Om te beginnen is Barolo geografisch klein. De appellatie beslaat slechts een beperkt aantal heuvels in elf gemeenten, en uitbreiding is nauwelijks mogelijk. Nieuwe aanplant wordt bovendien streng gereguleerd door de Europese Unie, die via het systeem van aanplantrechten de jaarlijkse groei van wijngaarden plafonneert op ongeveer één procent. In een regio waar bijna elke geschikte helling al decennia geleden werd aangeplant, betekent dat in de praktijk dat er nauwelijks nog grond bijkomt.

Tegelijk blijft de wereldwijde vraag naar Barolo onverminderd hoog. Jaar na jaar schommelt de productie rond hetzelfde niveau (naar schatting zo’n dertien miljoen flessen) terwijl Barolo zijn positie op internationale wijnkaarten en in verzamelkelders alleen maar verder heeft versterkt. De wijn heeft zich definitief losgemaakt van het segment van de “klassieke Italiaanse rode wijn” en wordt vandaag gezien als een mondiale referentie, vergelijkbaar met grote Bourgogne of top-Napa. Die status vertaalt zich niet in een evenredige stijging van de wijn zelf. De prijs per hectoliter Barolo, de feitelijke waarde van de wijn aan de productiekant, bleef de voorbije jaren opvallend stabiel rond de 900 à 1.000 euro. Voor investeerders is dat een cruciaal signaal. Het wijst op een markt die niet alleen prestigieus is, maar ook voorspelbaar.

Daarbovenop komt de merkwaarde van Barolo zelf. Wie vandaag een perceel Barolo koopt, investeert uiteraard nog steeds in een product: wijn, gemaakt van druiven, afkomstig van een specifieke helling. Tegelijk draagt Barolo vandaag een internationale reputatie met zich mee, gebouwd op herkomst, prestige en historische diepgang. In zo’n context werkt elke hectare als een hefboom: beperkt aanbod, structurele schaarste en wereldwijde reputatie versterken elkaar voortdurend. Het gevolg is onvermijdelijk. De prijs van de grond stijgt niet omdat wijnbouw plots duurder is geworden, maar omdat Barolo als geheel is uitgegroeid tot een uitzonderlijk en begeerd bezit.

🔎 Wat kost het vandaag?

Wie die dynamiek wil vertalen naar concrete cijfers, komt al snel uit bij de verschillende cru’s. Niet elke hectare Barolo is immers gelijk geprijsd. Ligging, reputatie en schaarste spelen een doorslaggevende rol. Gesprekken met producenten en recente marktanalyses tonen aan dat de verschillen vandaag aanzienlijk zijn.

Indicatieve marktwaardes van Barolo-wijngaardgrond (2024):

  • Bussia (Monforte d’Alba): €2,5 – 3,0 miljoen per hectare
    Toplocatie met iconische producenten; referentiepunt voor Monforte.
  • Cannubi (gemeente Barolo): €2,0 – 2,5 miljoen per hectare
    Historisch cru, al vermeld in 1752; sterke naam, iets bredere beschikbaarheid.
  • Ravera (Novello): €1,2 – 1,8 miljoen per hectare
    Sterk stijgend in aanzien; aantrekkelijk voor nieuwe investeerders.
  • Vigna Rionda (Serralunga d’Alba): €2,0 – 3,0 miljoen per hectare
    Extreem beperkt aanbod; prijzen lopen bij discrete verkopen soms hoger op.

Bronnen: CREA, Gambero Rosso (2024), interviews met producenten.

💼 Case Study: Vietti

“Een merk kan blijven bestaan, maar een wijnstijl is levend.”

Ik herinner me nog goed hoe ik vroeger de wijnen van Vietti dronk. Hun Rocche di Castiglione was voor mij het schoolvoorbeeld van wat Barolo kan zijn: complex, verfijnd en tegelijk diep verankerd in zijn terroir. Dit waren wijnen met spanning en persoonlijkheid.

Toen in 2016 bekend werd dat Vietti werd verkocht aan de Amerikaanse Krause Group uit Iowa, was dat een schok voor de Barolo-streek. Het was een van de eerste keren dat een historisch Barolo-domein dat generaties lang familie-gefinancierd was, volledig in buitenlandse handen kwam. Op papier bleef de continuïteit verzekerd: het wijnmakersteam bleef ongewijzigd en Mario Cordero, die al jarenlang verantwoordelijk was voor de vinificatie, bleef aan boord.

En toch is wijn zelden louter het resultaat van techniek alleen. In de jaren na de overname begon ik in het glas een verschuiving te ervaren. De wijnen bleven onmiskenbaar goed. Technisch verzorgd, zuiver en consistent, maar voor mijn smaak ook anders. Minder interne spanning, minder eigenzinnigheid. Netter, gladder, commerciëler. Alsof de wijn een deel van zijn frictie had ingeruild voor internationale leesbaarheid. Het bleef Barolo, maar minder uitgesproken Barolo-achtig.

Die indruk kreeg een menselijk gezicht tijdens Vinitaly 2025. Daar ontmoette ik Caterina Cordero, dochter van de familie, die vandaag samen met haar broers het domein Cordero San Giorgio runt in de Oltrepò Pavese. Ze sprak openhartig over de veranderingen bij Vietti, over haar heimwee naar Barolo en over haar hoop om ooit opnieuw actief te kunnen zijn in de Langhe. Niet met bitterheid, wel met zichtbare weemoed.

Ze stond daar niet als iemand die een project had verloren, maar als iemand die een plek miste. En precies daarin schuilt de relevantie van deze casus. Achter elke overname schuilt niet alleen een merkstrategie of een investeringslogica, maar ook een stijlgevoel, een familiegeschiedenis en een manier van werken die zich niet altijd probleemloos laat doorgeven. Zelfs wanneer de wijnmaker dezelfde blijft, verandert de wijn wanneer de context verandert.

🍇 Gevolgen in de wijngaard

De koperslijst in Barolo is vandaag opvallend divers. Naast de vertrouwde familienamen die al generaties lang verankerd zijn in de Baroloheuvels, melden zich steeds vaker nieuwe spelers. Luxegroepen, private-equityfondsen en zelfs internationale horecagroepen zien in Barolo een veilige en prestigieuze investering. Die instroom van kapitaal is op zich niet negatief, maar ze verandert onvermijdelijk de dynamiek van de streek.

Dat wordt het duidelijkst bij het eigenaarschap. Voor families die decennialang dezelfde steile hellingen hebben bewerkt, is de huidige grondprijs steeds moeilijker te verzoenen met opvolging. Wanneer een hectare miljoenen euro’s waard wordt, stijgt niet alleen de symbolische waarde van het domein, maar ook de fiscale en financiële druk bij overdracht. Successierechten worden berekend op marktwaarde, terwijl de liquiditeit van een wijnbedrijf beperkt blijft. Het vermogen zit in de grond, niet op de bank. Wie daarbovenop broers of zussen moet uitkopen die niet actief zijn in het bedrijf, botst al snel op financieringen die zelfs gezonde domeinen nauwelijks kunnen dragen. Banken kijken naar cashflow, niet naar erfgoed.

In die context wordt verkoop steeds minder een keuze en steeds vaker een noodzaak. Niet omdat families willen stoppen, maar omdat de economische realiteit hen daartoe dwingt. Voor jonge wijnmakers vormt diezelfde waardering een bijna onneembare drempel. Barolo wordt zo steeds minder een regio waar je langzaam in kan groeien, en steeds vaker een regio waar je enkel nog kan instappen met aanzienlijk kapitaal achter je.

Met dat nieuwe eigenaarschap verschuift ook de manier waarop naar wijnmaken wordt gekeken. Waar bij familiebedrijven de wijngaard traditioneel het vertrekpunt is — met beslissingen gebaseerd op ervaring, intuïtie en fierheid op het land — ligt bij grotere structuren de nadruk vaker op efficiëntie en beheersbaarheid. Er wordt geïnvesteerd in moderne kelders, precisietechnologie, hospitality en internationale marketing. Dat professionaliseert de streek, maar het verandert ook de hiërarchie van waarden. Wijnmaken wordt steeds vaker onderdeel van een breder businessmodel, waarin consistentie en schaalbaarheid belangrijker worden dan eigenzinnigheid.

Die verschuiving heeft gevolgen voor hoe Barolo vandaag wordt benaderd en gemaakt. Terroir blijft aanwezig, maar krijgt een andere rol binnen een steeds strakker economisch kader. De vraag die boven de wijngaarden hangt, is dan ook niet of Barolo aan kwaliteit zal inboeten, maar in welke mate identiteit en interpretatie ruimte blijven krijgen.

👃 Wat betekent dit voor wat we in het glas krijgen?

Wat die structurele veranderingen betekenen voor de drinker, wordt vandaag in de eerste plaats zichtbaar op het etiket. In Barolo krijgt herkomst steeds meer gewicht, en dat vertaalt zich concreet in het gebruik van de Menzioni Geografiche Aggiuntive (MGA). Producenten kiezen er steeds vaker voor om exact te benoemen van welke cru of welk perceel hun druiven afkomstig zijn. Niet alleen uit overtuiging, maar omdat die precisie vandaag economische waarde vertegenwoordigt. Een naam als Bussia, Cannubi of Vigna Rionda is geen louter geografische aanduiding meer, maar een duidelijke positionering in de markt.

Die evolutie weerspiegelt rechtstreeks de explosieve stijging van de waarde van wijngaardgrond. Naarmate hectaren schaarser en duurder worden, groeit de noodzaak om die waarde ook expliciet te communiceren. MGA’s functioneren daarbij steeds vaker als prijsankers: ze legitimeren hogere flesprijzen en creëren interne hiërarchie binnen een appellatie die vroeger als één geheel werd gepercipieerd. Barolo wordt zo minder een uniforme categorie en steeds meer een gelaagd landschap, waarin herkomst, reputatie en schaarste elkaar versterken.

Maar die verfijning blijft niet beperkt tot het etiket of de prijslijst. Ze werkt door tot in de interpretatie van terroir zelf. Waar terroir ooit betekende dat men zich schikte naar de beperkingen en eigenheden van een specifieke helling, dreigt het vandaag te verworden tot een verhaal dat vooral verkoopbaar moet zijn. Herkomst blijft belangrijk, maar steeds vaker om haar commerciële meerwaarde. Variatie, risico en grilligheid (ooit kernbegrippen van fier wijnmaken) maken plaats voor consistentie, voorspelbaarheid en internationale leesbaarheid. Wat niet binnen dat kader past, wordt bijgestuurd.

Uiteindelijk proef je die verschuiving ook in het glas. De wijnen worden correcter, schoner en technisch onberispelijk, maar verliezen soms hun spanning en eigenheid. Niet omdat ze slechter worden gemaakt, maar omdat het accent verschuift. De wijn hoeft niet langer in de eerste plaats iets te vertellen over zijn oorsprong, zolang hij maar herkenbaar en verkoopbaar is binnen een internationaal referentiekader.

In dat spanningsveld tussen rendement en identiteit staat Barolo vandaag op een kruispunt. De uitdaging voor de regio is niet het behoud van kwaliteit — die staat buiten kijf — maar het bewaken van betekenis. Want wanneer herkomst uitsluitend een marketinginstrument wordt en niet langer een leidraad voor keuzes in wijngaard en kelder, dreigt de ziel van het wijnmaken langzaam naar de achtergrond te schuiven.

🔮 Waar gaat dit heen?

De vraag waar Barolo naartoe gaat, is een meer dan realistische vraag. Ze leeft vandaag in de wijngaard, in de kelder en op de markt. Eén mogelijke toekomst ligt voor de hand: die van verdere exclusiviteit. In dat scenario volgt Barolo het pad dat Bourgogne al langer bewandelt. De beste cru’s worden steeds zeldzamer en duurder, de prijzen stijgen verder, en de flessen verdwijnen langzaam uit het dagelijkse bereik van de liefhebber. Authentieke wijnbouwers blijven bestaan, maar hun wijnen worden objecten van verzameling en investering. Barolo blijft groot, maar steeds minder bereikbaar.

Een andere richting is die van schaal en uniformiteit. Grotere groepen nemen een steeds dominantere positie in, professionaliseren de streek verder en tillen alles op naar een consistent premium niveau. De wijnen zijn technisch perfect, betrouwbaar en internationaal herkenbaar. Barolo wordt in dat geval een luxeproduct bij uitstek, met een strak verhaal en een duidelijke positionering. De keerzijde is dat verschillen tussen producenten en hellingen minder uitgesproken worden. Het risico is niet kwaliteitsverlies, maar karakterverlies.

Tussen die twee uitersten ligt een derde, minder evidente maar wellicht meest wenselijke weg. Een toekomst waarin kapitaal en karakter naast elkaar bestaan. Waar investeerders zorgen voor stabiliteit, middelen en infrastructuur, terwijl kleinschalige producenten hun plaats behouden door zich scherp te profileren via herkomst, interpretatie en persoonlijkheid. In zo’n model blijven MGA’s geen marketinglabels, maar werkelijke uitdrukking van terroir, en ontstaat er ruimte voor diversiteit binnen een professioneel kader.

Welke richting het uiteindelijk uitgaat, zal afhangen van wie het gesprek mag voeren. Van wie bepaalt wat belangrijker is: rendement of interpretatie, schaal of nuance, verkoopbaarheid of zeggingskracht. De toekomst van Barolo ligt niet vast in regels of marktmodellen, maar in de keuzes die vandaag worden gemaakt, door investeerders én door wijnmakers. In dat spanningsveld schuilt tegelijk het gevaar en de hoop: dat Barolo erin slaagt kwaliteit en karakter te verzoenen, zonder zijn ziel prijs te geven.

📊 Barolo in cijfers (2024)

– Groei particuliere investeringen sinds 2015: +70 %
– Gemiddelde prijs Barolo-wijngaardgrond: € 1,8 – 3 miljoen per hectare
– Jaarlijkse productie: ± 13 miljoen flessen
– Gemiddelde exportprijs: € 21 per fles (0,75 l)
Bronnen: CREA, Gambero Rosso, Consorzio Barolo Barbaresco Langhe Dogliani, Vinous

🕯️ Epiloog

Toen ik die dag uit de wagen stapte, bleef mijn gedachtenstroom hangen bij de woorden van Attilio Pecchenino, bij de cijfers, en bij de blik van Caterina Cordero.
Drie miljoen euro voor één hectare grond — maar hoeveel is een stuk geschiedenis waard?

Wijn is altijd meer geweest dan een product. Het is het resultaat van mensen die keuzes maken, jaar na jaar, generatie na generatie. De vraag is of we dat verhaal ook in de toekomst nog zullen blijven proeven, nu hectaren steeds vaker in goud worden uitgedrukt en waarde het dreigt te halen van betekenis.

Dit is slechts één lezing van een evolutie die de hele streek raakt, en het gesprek over de toekomst van Barolo is er één dat meer stemmen verdient dan de mijne alleen.

Barolo is voor mij altijd een wijn geweest om naar terug te keren. Een wijn om tijd mee door te brengen, om oud te laten worden, om open te maken op momenten die ertoe doen. De hoop is dat dat zo kan blijven — niet als luxe-idee, maar als levende wijn. Ook in een wereld waarin Barolo steeds vaker als merk wordt benaderd, en steeds minder als belofte.

De mystiek van een mythisch wijnjaar – Amici plaatst 2016 onder de loep!

Vintage, millesimato, colheita… Het jaartal op het etiket blijft iets magisch hebben. Bij het schenken van een glas wijn komt vaak de vraag terug welk jaartal het is, niet zelden gevolgd door de klassieker: “En, was het een goed jaar?” Toch ben ik persoonlijk een koele minnaar van jaargangen. Het idee dat één topjaar overal ter wereld automatisch topwijn oplevert, is een hardnekkige mythe. Klimaat, ligging, druif en vooral de kunde van de wijnboer spelen immers elk hun eigen rol.

Bovendien lijkt het belang van jaargangen af te nemen. Steeds minder wijnliefhebbers beschikken over een kelder waar flessen rustig kunnen rijpen. De jongere generatie zit vaak met een wijnklimaatkastje in plaats van een kelder, en de periode tussen aankoop en consumptie wordt alsmaar korter. In zo’n context verliest het jaartal deels zijn betekenis.

Maar de wijnliefhebber in mij protesteert. Wij beschikken immers wél over een mooie kelderruimte waar de flessen hun plaats vinden om tot rust te komen. En dan wordt het jaartal plots weer heel belangrijk: wanneer open je zo’n zorgvuldig bewaarde fles op haar piekmoment?

Tijdens onze recente Amici-proefavond selecteerde wijnmeester Peter negen flessen uit wat in Italië omschreven wordt als het mythische jaar 2016. Hij zoomde in op de vraag wat een wijnjaar goed, minder goed of uitzonderlijk maakt. De hamvraag? Klimaat. En in 2016 viel in veel delen van Noord- en Midden-Italië werkelijk alles in de plooi. Een jaar waarin, bij wijze van spreken, zelfs de minder geïnspireerde wijnboer per ongeluk iets moois op fles kon krijgen.

Daarmee raakte Peter onverwacht één van mijn stokpaardjes: fenolische rijpheid. Hét criterium dat ik altijd hanteer bij het selecteren van nieuwe wijnen. Geen enkele wijnboer ontsnapt eraan: hij moet me overtuigen van zijn aanpak om die cruciale rijpheid te bereiken, en van zijn, soms delicate, evenwichtsoefening om fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid op één lijn te krijgen.

Fenolische rijpheid gaat namelijk verder dan suikers of aroma’s. Het draait om textuur, balans en tanninestructuur. In rode wijn bepaalt schilcontact de stijl; in witte wijn, zeker bij rassen met dikke schillen of bij maceratie, beïnvloeden fenolen bitterheid, oxidatiegevoeligheid en mondgevoel. Complexe, traag rijpende tannine geven lengte zonder agressie. Daarom kauwt de wijnbouwer obsessief op pitten: hij wacht op dat ene moment waarop de druif als geheel écht rijp is.
(Het hele artikel lezen kan via: De vele gezichten van rijpheid: wanneer is een druif echt klaar?)

En precies dát maakt 2016 zo’n uitzonderlijk jaar. Het klimaat zorgde in grote delen van Italië voor perfect evenwicht tussen fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid. Je moest bijna moeite dóen om slechte wijn te maken.

Met die gedachte in het achterhoofd gingen we aan tafel, verwachtingsvol en nieuwsgierig naar Peters selectie. We werden niet teleurgesteld: hij serveerde een reeks wijnen die het mythische karakter van 2016 volledig waarmaakten — een likkebaardende proeftocht door een schitterend jaar.

Het proefrelaas:

  1. St. Michael-Eppan Sanct Valentin Sauvignon Blanc 2016 – Südtirol/Alto Adige DOC
    100% Sauvignon Blanc – opgevoed deels in inox (90%) en deels in eiken vaten, met langdurige rijping op zijn droesem.
    De Sanct Valentin 2016 toont zich meteen als een Sauvignon Blanc met een reputatie die hij moeiteloos waarmaakt. De neus opent met een waaier aan gele vruchtjes, rijpe citrus, kruisbes, geflankeerd door een rokerige finesse, een bijna krijtachtige mineraliteit en een vleugje salie. In de mond is de wijn opvallend complex: enerzijds strak en verfrissend, anderzijds rond en smeuïg dankzij de rijping op de lies. De textuur is zijdeachtig, de zuren zijn speels prikkelend en het geheel wordt gedragen door een diepe minerale kern. De afdronk is lang en licht ziltig, met een subtiele bitterheid die eerder diepgang dan scherpte biedt. Op dronk, ja, maar met gemak nog jaren evolutie voor de boeg.
    Punten: 89/100
    Prijs: ± 30,00 € (Te koop op verschillende plaatsen in België)
  2. Coppo Pomorosso 2016 – Nizza DOCG
    100% Barbera – 14 maanden opgevoed in Franse eik.
    Vol tot intens donkerrood in het glas, zonder het minste spoortje evolutie, met gekleurde tranen langs de rand. De neus stijgt warm en uitnodigend op, met rijpe kersen (Mon Chéri), zwarte pruimen en bramen, onderbouwd door verfijnde toetsen van munt, mokka, cacao en zoethout. Alles is mooi verweven, zonder dat het hout ook maar even de bovenhand neemt. Daarnaast noteren we een vleugje alcoholwarmte, een subtiele sous-bois geur en een florale toets van viooltjes. Een evenwichtige, rijke en toch ingetogen neus, met veel rijp fruit dat net niet overdone wordt.
    In de mond toont de wijn zich opmerkelijk harmonieus: sappig, vol en stevig in het fruit, met correcte zuren en afgeronde tannine. De smaak ontwikkelt zich gestaag, van sappige kers naar donker fruit, een vleugje balsamico en fijne kruiden, eindigend in een lange, licht kruidige finale.
    De Pomorosso 2016 is een volle, genereuze crowdpleaser die nu al veel genoegen schenkt, maar ook probleemloos een aantal jaren verdere evolutie aankan.
    Punten: 86/100
    Prijs: €50,70 (Te koop bij Amante)
  3. Piaggia Riserva 2016 – Carmignano DOCG
    70% Sangiovese, 20% Cabernet Sauvignon & Cabernet Franc, 10% Merlot – minimaal 14 maanden rijping op Franse barriques.
    De wijn toont zich donker kersenrood, met duidelijk gekleurde tranen. De neus is sappig en verleidelijk, gedragen door diep rijpe kersen en pruimen, maar evenzeer door een warme waaier van cacao, mokka, karamel en tabak. Een subtiele florale toets duikt tussen de lagen door op, geflankeerd door een indrukwekkend spectrum aan fijne kruiden. Het is een bijzonder mooie neus, een feest van zwart en rood fruit met een voorbeeldige houtintegratie.
    In de mond komt de wijn volledig tot leven: intens, smaakvol en perfect in balans. De sappige zuren houden de stevige tannine moeiteloos in toom. Het lijkt bijna een duel, maar dan eentje waarbij beide kampen elkaar naar een hoger niveau tillen. Het fruit blijft prominent aanwezig, het hout blijft perfect verweven en het geheel mondt uit in een lange, aanhoudende, fris-kruidige finale. Deze wijn lijkt me nu op zijn hoogtepunt te bevinden.
    Punten: 90/100
    Prijs: €45,00 (Te koop bij Licata)
  4. Falkenstein Blauburgunder 2016 – Südtirol Vinschgau DOC
    100% Pinot Noir (Blauburgunder) – voor release rijpt de wijn 1 jaar in eiken barriques, gevolgd door 7 maanden in botti en nadien nog 24 maanden op fles.
    In het glas toont deze 2016 een lichte evolutie, met een granaatrode, kersenachtige tint en een prachtige traanvorming. De neus is ingetogen, maar bezit wel degelijk mooie complexiteit. Even walsen is nodig om alles volledig te ontwaren, maar dan ontvouwt zich een bijzonder fraaie mengeling van fruit (aardbei, kers, framboos), kruiden (munt, peper, jeneverbes, kaneel, laurier), perfect geïntegreerde houttonen (ceder, mokka, vlezig), aardse nuances van paddenstoel en een vleugje alcoholwarmte.
    In de mond krijg je een pittige, uitnodigende ansichtkaart. Mooie, sappige en ronde, maar niet overdreven volle smaken kleuren het plaatje. De zuren zijn zeer aanwezig en bijzonder aanstekelijk, de tannine nooit bijtend maar juist fijn en ondersteunend. De wijn is uiterst mineraal en bomvol frisse kruiden. Alles zit mooi in balans en de smaak verveelt geen seconde. Vandaag al heerlijk, maar minstens even boeiend om te volgen de komende jaren.
    Punten: 90/100
    Prijs: 24,50 € (Te koop bij De Fijne Wijnshop)
  5. Volpaia Coltassalla 2016 – Chianti Classico Gran Selezione DOCG
    95% Sangiovese, 5% Mammolo – minimaal 24 maanden rijping in Franse barriques, gevolgd door 6 maanden verdere flesrust.
    De Coltassala 2016 presenteert zich nog vrij donkerrood, helder en met de nodige traanvorming. In de neus vinden we een pure, elegante expressie van Sangiovese: rode kers, wilde aardbei en rode bes vormen de kern, geflankeerd door viooltjes, fijne groenkruidige toetsen en een subtiele houtimpact met hints van ceder, tabak en een vleugje leder. Een delicate aardse ondertoon van sous-bois en humus geeft het geheel extra diepte.
    In de mond toont de wijn zijn klasse. De zuren zijn levendig maar perfect geïntegreerd, en vormen de ruggengraat, maar toch halen de tannine lichtjes de bovenhand. Het smaakprofiel evolueert van fris rood fruit naar meer hartige, kruidige lagen, met nuances van rozemarijn, theebladeren en een lichte minerale toets. De finale is lang en verfijnd, waarbij het sappige fruit countert met het licht uitdrogende mondgevoel. Dit is een volle, krachtige, zeer geconcentreerde Gran Selezione met prachtige pure-chocolade-geladen tannine. Nu al heerlijk, maar met een duidelijk potentieel om nog een decennium verder te groeien.
    Punten: 91/100
    Prijs: 85,00 € (Te koop bij TG Fine Wines)
  6. Ferrando Etichetta Nera 2016 – Carema DOC
    100% Nebbiolo (Picotener) – rijping op grote Slavonische botti voor minimaal 24 maanden.
    De wijn kleurt licht robijnrood met een subtiele oranjerand. In de neus treedt meteen de fragiliteit op de voorgrond: aardbei, framboos en kers worden verweven met roos, viooltjes en gedroogde kruiden. Onder die florale laag duiken aardse nuances op die doen denken aan een paddenstoelkwekerij die nét wat werd bijgemest (en dat bedoelen we zo positief mogelijk, want het is geenszins afstotend). Daarnaast vinden we een uiterst subtiele houttoets. De geur heeft bovendien iets etherisch, wellicht vuursteen, en is tegelijk ongelofelijk complex, met een schitterende tertiaire integratie.
    In de mond toont de wijn zich rank, mineraal en intens verfijnd. Hoewel de intensiteit vrij krachtig te noemen is, zijn de tannine niet overweldigend aanwezig. De zuren maken zonder enige twijfel de wijn. Het smaakprofiel bouwt op van rood fruit naar kruidigheid en een zilte mineraliteit. De afdronk benadrukt nogmaals zijn sappig-fris-fruitig karakter, dat een haast aanstekelijke invloed uitoefent.
    Het bleek een wijn te zijn die de nodige dualiteit opwekte onder de proevers. Uit bovenstaande kan je afleiden dat ik tot de positivo’s hoorde. Ik beschouw dit dan ook als een heerlijk complexe wijn die ik zonder problemen nog enkele jaren in mijn kelder zou willen laten verder ontwikkelen.
    Punten: 92/100
    Prijs: 102,50 € (Te koop bij La Nebbia)
  7. Fèlsina Fontalloro 2016 – Toscana IGT
    100% Sangiovese – opgevoed voor 18–22 maanden in eikenhouten vaten, gevolgd door een jaartje flessenrust.
    De wijn bezit een donkere, helder robijnrode kleur met fijne, gekleurde tranen. Gun de wijn de nodige tijd in het glas, hij heeft er baat bij. Hoe langer hij openstaat, hoe beter de wijn tot zijn recht komt. In de neus krijgen we een prachtig pure en rijke expressie van Sangiovese: donkere kers, zwarte bes en rijpe aardbei, omringd door florale hints, leder, munt en de geur van een aangename boswandeling. Je zou zweren dat je opnieuw een roker bent: cederhout, sigarenkistje en tabak prikkelen de neus. Even later lijkt het alsof je een zak verse koffiebonen opent, terwijl onder de oppervlakte een gelaagde mineraliteit blijft sluimeren. De drang om te proeven wordt zo alleen maar groter.
    Die smaak is een toonbeeld van evenwicht. De wijn is groots zonder log te worden: niet overdreven krachtig, maar wel voorzien van voldoende stevige tannine die voor souplesse zorgen. De zuurtjes spelen hier perfect op in en tillen de wijn naar een hoger niveau van complexiteit. De smaak evolueert van rood en zwart fruit naar een meer kruidige afdronk met een subtiel bittertje. Het is begrijpelijk dat je moeite zal hebben om deze wijn nog met rust te laten. Toch kan dat gerust, want het einde van zijn latijn is nog lang niet in zicht.
    Punten: 93/100
    Prijs: 58,90 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Poggio al Tesoro Sondraia 2016 – Bolgheri Superiore DOC
    65% Cabernet Sauvignon, 25% Merlot & 10% Cabernet Franc – 22 maanden rijping in Franse barriques.
    Zeer donkere, jeugdige, bijna paarse kleur. Stevig en kleurend tranend. Dit is duidelijk een ander profiel dan al het voorgaande. In plaats van verfijning en fragiliteit vinden we hier een breed, stevig en weelderig samenspel van geuren met cassis, rijpe bramen en zwarte kers. Deze worden omarmd door ceder, zoethout, grafiet, paprika en een subtiele vanilletoets met invloeden van chocola. Naarmate hij opent, komen tabak, mokka, mediterrane kruiden (eucalyptus) en een warme, vlezige, balsamico-achtige toets naar voren. Het geheel is zowel krachtig als gepolijst.
    In de mond is de wijn vooral genereus te noemen, met een perfecte combinatie van rijp donker fruit, kruiden en hout. De tannine zijn rijp, rond en stevig, terwijl de zuren moeite hebben om dit machogedrag bij te benen. Het smaakprofiel evolueert van cassis en pruim naar cacao, espresso, laurier en een vleugje grafiet. De finale is lang, warm en met een aanhoudende kruidigheid. Een Sondraia die het topjaar 2016 voluit belichaamt: kracht en diepte in één glas. Naar persoonlijke smaak mocht de wijn wat finesserijker zijn. Nu nog gewoonweg te jong, maar met nog jaren potentieel.
    Punten: 90/100
    Prijs: 85,00 € – Te koop bij Tavino
  9. Aldo Conterno Cicala Bussia 2016 – Barolo DOCG
    100% Nebbiolo – 29 maanden in houten vaten van Slavonisch eiken van 25 hectoliter. De wijn toont een gematigd kersenrode kleur met een subtiel granaatrandje. Neus in het glas, ruiken… Nebbiolo! Het lijkt vanzelfsprekend maar het is zoveel meer dan dat. Het geurpalet biedt een indrukwekkend samenspel van kracht en finesse: viooltjes, rozenblaadjes, bosaardbei, kers en framboos worden ondersteund door teer, drop, balsamico, gedroogde kruiden, munt en chocolade. Naarmate de wijn opent, duiken cederhout, tabak, sinaasappelschil, paddenstoel en zelfs een zweem van witte truffel op. Het is een uiterst verfijnde neus waarvoor je de tijd móét nemen. Wat volgt, is eenvoudigweg adembenemend mooi.
    Eenmaal in de mond verval je al snel in superlatieven. De tannine zijn stevig maar uiterst verfijnd van textuur. De zuren zijn levendig en dragen het rode fruit met veel zorg. De smaak evolueert van framboos en kers naar teer, zoethout, kruiden en een prachtige, hartige diepgang die uitmondt in een lange, gelaagde finale vol fraîcheur en minerale spanning. Cicala 2016 is een toonbeeld van klassieke Barolo-stijl. Hoewel het hart al vele sprongetjes maakt bij het proeven van deze schoonheid, toch dit: Gun deze wijn zijn tijd. Ja, hij is nu al bijzonder mooi en Barolo-liefhebbers zullen hem zeker weten te waarderen. De wijn is sappig, in bezit van heerlijke zuren, maar de tannine moeten nog wat plooien. Zodra dat gebeurt, besef je ten volle hoe heerlijk Nebbiolo kan zijn.
    Punten: 96/100
    Prijs: 190,00 € (Te koop bij Licata)