Giro d’Italia 2026, rit 12: Dolcetto di Ovada DOC, van Imperia naar Novi Ligure

Voor rit 12 blijven we lange tijd in Liguria, maar uiteindelijk steken we toch de grens met Piemonte over. Je zou dit een overgangsetappe kunnen noemen, al klinkt dat meteen een stuk rustiger dan wat het profiel laat zien. Vlak is deze rit voor geen meter. Het gaat de hele dag op en neer, eerst langs en boven de Ligurische kust, later door het binnenland richting Novi Ligure.

We trekken dus van Imperia het binnenland in naar Novi Ligure. Eerst blijven we nog dicht bij de Ligurische kust, maar na Stella, Colle Giovo en Bric Berton schuift de rit duidelijk richting Piemonte. Het was dit keer geen evidentie om een werkelijk onbekende DOC te selecteren. Ormeasco di Pornassio zou een logische keuze geweest zijn, maar daar kan je reeds een blog over vinden hier op Bottle Case. Willen we het ritprofiel zo strikt mogelijk volgen, dan komen we terecht bij Dolcetto di Ovada DOC en zwijgen we als vermoord over de bekendere Superiore DOCG.

Dolcetto di Ovada DOC

Dolcetto di Ovada DOC werd erkend in 1972. Het is een Piemontese DOC uit de provincie Alessandria, met Ovada als logisch middelpunt. Het was de eerste DOC voor Dolcetto in heel Piemonte. De appellatie omvat 22 gemeenten: Ovada, Belforte Monferrato, Bosio, Capriata d’Orba, Carpeneto, Casaleggio Boiro, Cassinelle, Castelletto d’Orba, Cremolino, Lerma, Molare, Montaldeo, Montaldo Bormida, Mornese, Morsasco, Parodi Ligure, Prasco, Rocca Grimalda, San Cristoforo, Silvano d’Orba, Tagliolo Monferrato en Trisobbio.

We zitten hier in het Ovadese, een gebied op de grens tussen Piemonte en Liguria. Ovada ligt tussen de heuvels van Gavi en Acqui Terme, op de samenvloeiing van de Stura en de Orba. De stad was historisch een doorgangsplaats, wat zelfs in de naam verscholen zit. Ovada wordt in verband gebracht met het Latijnse vadum, een doorwaadbare plaats.

Ovada wordt ook expliciet als Città del Vino beschouwd en het hele Ovadese geldt binnen de provincie als een gebied met een uitgesproken wijnbouwprofiel. De streek blijft daarbij ver verwijderd van grootschalige, intensieve wijnbouw. Kleine en middelgrote bedrijven bepalen hier veel sterker het beeld.

Het totale wijngaardareaal beslaat ongeveer 243 hectare. De gemiddelde productie ligt rond 10.925 hectoliter, goed voor ongeveer 121.000 kisten. Dat maakt van Dolcetto di Ovada helemaal geen kleine speler. En net daarom is het des te opmerkelijker dat de combinatie Dolcetto en Ovada bij veel wijnliefhebbers niet onmiddellijk een belletje doet rinkelen. De meesten zullen deze druif sneller linken aan Dogliani, dat een veel grotere bekendheid geniet.

Nochtans gaat de band tussen Dolcetto en het Ovadese bijzonder ver terug. De teelt van Dolcetto wordt in deze streek al vermeld in notariële akten van het einde van de dertiende eeuw. Later raakte de druif bekend onder de naam Uva di Ovada.

Ook in de negentiende eeuw stond Ovada bekend als een van de beste gebieden voor Dolcetto. Giorgio Gallesio, de grote naam achter Pomona Italiana, wees Ovada en omgeving aan als een plek waar de druif bijzonder goed tot rijpheid kwam. Volgens hem vond Dolcetto hier een klimaat waarin de druif haar volledige kwaliteit kon bereiken. Dat maakt de huidige relatieve onbekendheid van Dolcetto di Ovada alleen maar merkwaardiger.

Bodem en klimaat

Het gebied rond Ovada behoort tot het Ovadese, in het zuiden van Piemonte, dicht tegen de grens met Liguria. We zitten hier in de provincie Alessandria, in een zone waar de heuvels van Zuid Piemonte, de uitlopers richting Langhe en het Alto Monferrato elkaar raken. Het landschap is uitgesproken heuvelachtig en volgt in grote mate de omgeving rond de Orba. De wijngaarden moeten verplicht op heuvelhellingen liggen. Laaggelegen valleigronden, vochtige gronden, vlakke percelen en onvoldoende zonnige plaatsen zijn uitgesloten.

Er is altijd wat discussie over de precieze plaats van Ovada binnen het grotere wijnlandschap van Piemonte. Hoort het bij het Monferrato, of moeten we het toch eerder richting Langhe schuiven? Zeker is dat het gebied tegen beide aanleunt. Omdat Federdoc Dolcetto di Ovada onder de Langhe indeelt, volgen we die indeling hier ook.

De bodems worden omschreven als kleiig, tufsteenachtig en kalkrijk, vaak ook met combinaties van die elementen en bodems van middelmatige textuur. In het bredere landschapsbeeld gaat het om arme, droge gronden die voortkomen uit de afbraak van kalkrijke tufsteenformaties uit het Tertiair.

Belangrijk is dat Dolcetto in het Ovadese historisch vaak de beste hellingen kreeg, met een gunstige zuidelijke oriëntatie. Dat is niet overal in Piemonte vanzelfsprekend. In gebieden waar Nebbiolo of Barbera de hoofdrol spelen, belandt Dolcetto sneller op minder ideale percelen. Rond Ovada lag dat anders. Hier was Dolcetto de druif waarvoor men de juiste helling, zon en bodem reserveerde. Dat verklaart voor een deel waarom de druif hier zo overtuigend kan rijpen.

De toegelaten hoogte loopt tot 600 meter boven zeeniveau. Nieuwe aanplant of heraanplant moet minstens 3.300 stokken per hectare tellen. In de beschrijving van het gebied wordt vaak verwezen naar dichtheden vanaf 3.500 stokken per hectare. De wijnbouw blijft klassiek in opbouw, met tegenleivorm en Guyot snoei. Praktijken die de groei kunstmatig forceren, zijn verboden.

Het klimaat is typisch voor de regio, met warme zomers en frisse winters, maar de ligging richting Ligurische Apennijnen zorgt ook voor invloed van de Ligurische zee. Ventilatie, helling, oriëntatie en hoogte spelen een duidelijke rol. Dolcetto rijpt relatief vroeg, maar vraagt wel evenwicht. Bij te veel warmte wordt het fruit snel zwaar en verliest de wijn aan spanning. Bij onvoldoende rijpheid kan de tannine dan weer hard en stroef overkomen.

Rode wijnen

Qua wijn is het vrij simpel in Ovada. De wijn moet rood van kleur zijn en gemaakt worden van de Dolcetto druif. Dolcetto di Ovada DOC is dus voorbehouden aan een rode, stille en droge wijn. In het disciplinare staat Dolcetto voor 100 procent vermeld, al mag er in de wijngaard tot maximaal 3 procent andere niet aromatische druiven aanwezig zijn die in Piemonte zijn toegelaten.

Er is geen verplichte rijpingsperiode vastgelegd. De wijn hoeft niet eerst jarenlang in kelder of vat te verdwijnen voor hij op de markt mag komen. Hij mag jong en fruitig worden vrijgegeven, en is dan ook meestal bedoeld om in zijn jonge jaren gedronken te worden. Het oogstjaar moet wel verplicht op het etiket vermeld staan.

De maximale opbrengst in de wijngaard bedraagt 8 ton druiven per hectare. Bij de vinificatie mag de omzetting van druif naar wijn niet hoger liggen dan 70 procent. Omgerekend komt dat neer op maximaal 56 hectoliter wijn per hectare. Gaat men daarboven, dan mag de wijn niet onder de naam Dolcetto di Ovada DOC op de markt komen.

Dolcetto di Ovada DOC is meestal robijnrood van kleur, vaak met paarse reflecties. De geur is duidelijk fruitgedreven met florale toetsen, zonder een overdreven parfum. Denk aan kers, pruim, braam en soms blauwe bes. Daarnaast kunnen amandel, zoethout, peper en wat aardse toetsen opduiken.

In de mond is de wijn droog en meestal vrij zacht in de aanzet, fruitig en met een typisch amandelaccent. Dolcetto heeft van nature geen bijzonder hoge zuren, maar wel kleur, fruit en tannine. Daardoor krijgt Dolcetto di Ovada DOC vaak een vrij directe, sappige stijl, met voldoende beet om aan tafel overeind te blijven.