Pomodolce Diletto Dethona Timorasso in Knack Weekend!

Stoelendans bij Amici – Rond Nebbiolo

Het nieuwe proefjaar werd afgelopen woensdag officieel geopend bij Amici. De avond werd klassiek ingezet door onze voorzitter, maar de avond bleek allesbehalve klassiek. Want jawel: het was Ruben die als kersvers voorzitter de aftrap mocht geven. Oud-voorzitter (vanaf nu dus écht “ex”) Luc had de fakkel doorgegeven, en Ruben bracht zijn maiden speech – met verve geslaagd trouwens!

Highlights uit zijn betoog:

  • Luc werd bedankt voor zijn voorzitterschap met een mooie magnum.
  • Ook penningmeester Frank vond het welletjes (voor hem lag er óók een magnum klaar). Vanaf nu is Rudy onze euro-man!
  • De functie van reislei(ij)der schoof door van Ruben naar Gerald. Aan hem de taak om de komende Veneto-reis in goede banen te leiden.
  • We onthouden ook dat Amici niet langer een Commanderij is, maar een wijnclub… what’s in a name?
  • En gelukkig kan wijnmeester Peter gewoon zijn voortreffelijk werk verderzetten.

Onze eerste avond draaide rond Nebbiolo uit de kleinere appellaties van Piemonte.

Proeverij

Het opzet van de tasting was anders dan anders: veertien geblindeerde flessen, vrije rondgang, en iedereen kon proeven op zijn tempo. Kunst was vooral om je niet te laten meeslepen door de proefcommentaren die als een soort aromatisch behang in de zaal hingen en als vanzelf je oren binnendruppelden. Aan het einde mocht iedereen zijn persoonlijke top drie doorsturen via de poll in de Amici WhatsApp-groep.
Ping Ping Ping… And the winner is…

Omdat er in zo’n setting weinig ruimte is om uitgebreid notities te maken, geef ik hier mijn korte proefcommentaren weer.

Wijn 1: Accornero Girotondo 2019 – Monferrato DOC (Wineart – 20,00 €)
Duidelijk Nebbiolo. Voldoende sappig, correcte tanninestructuur, goede zuurtjes. Afdronk mocht langer aanhouden.

Wijn 2: Bruno Rocca Fralù 2021 – Langhe Nebbiolo DOC (Grapeness – 27,90 €)
Donkerder, steviger en breder geschouderd. Zit vooral op zijn kracht met duidelijke Nebbiolo tannine. Gewoon correct.

Wijn 3: Le Piane 2022 – Colline Novaresi Nebbiolo DOC (Leuvin – 20,00 €)
Wat meer zwart fruit naast het klassieke rode fruit. In de aanzet komen de tannine opzetten, nadien springen de zuren in en op het einde heb je zowaar een sappig fruit gevoel. Leuke Nebbiolo.

Wijn 4: Cavalloto 2021 – Langhe Nebbiolo DOC (8wines – 34,50 €)
Nebbiolo met een rijpere structuur. Ook qua smaak is er rijper fruit. De zuren zijn prominent aanwezig, misschien zelfs net iets meer dan de tannine. Kan me wel bekoren.

Wijn 5: Renato Corino 2022 – Langhe Nebbiolo DOC (Licata – 21,00 €)
Herkenbare Nebbiolo. Tannine openen wat stroef maar de zuren vullen snel en positief aan. Mooie fruitstructuur en een meer dan correcte afdronk. Enig geduld is vereist. 3e plaats.

Wijn 6: Hilberg PasQuero Val Martin 2020 – Nebbiolo d’Alba Superiore DOC (Niet in België – Richtprijs 25,00 €)
Doet me niet onmiddellijk aan een klassieke Nebbiolo denken. Zacht van stijl, wat gepolijster en wat zoeter ook. Niets mis mee, maar ik mis wat pit.

Wijn 7: Le Strette Pasinot 2021 – Nebbiolo d’Alba DOC (Châteaux Vini – 26,00 €)
Stevig in aanzet waarin de Nebbiolo kenmerken onmiddellijk opvallen. Nog jong gevoel maar het geheel blijft wel leuk hangen. Niet te ruw van stijl met zuurtjes naar mijn smaak. 1e plaats.

Wijn 8: Costamagna Isacco Castrum Roche 2023 – Langhe Nebbiolo DOC (Leuvin – 37,00 €)
Zeer floraal en aromatisch in de neus. Het mondgevoel is een totaal contrast en geeft niet wat de neus belooft. Veel te stroef!

Wijn 9: Pescaia Tuké 2023 – Terre di Alfieri DOCG (Young Charly – 16,00 €)
Toegankelijke Nebbiolo, niet te zwaar en goed gemaakt. Leuk voor de beginnende Nebbiolo drinkers.

Wijn 10: Aldo Conterno Il Favot 2017 – Langhe Nebbiolo DOC (Licata – 50,00 €)
Een hoopje wrangheid in het glas met een zwerm van zoethout erbovenop. Teleurstellend.

Wijn 11: Schiavenza 2021 – Langhe Nebbiolo DOC (Licata – 20,00 €)
Licht snoeperig gevoel met toch ietwat body. Net iets te toegankelijk.

Wijn 12: Giacomo Fenocchio 2022 – Langhe Nebbiolo DOC (Licata – 24,00 €)
Leuke opener in het glas met een zeer mooi aroma. Ook het smaakprofiel bevestigt dat. De wijn lijkt wel al op dronk te zijn.

Wijn 13: La Spinetta 2023 – Langhe Nebbiolo DOC (Licata – 27,00 €)
Voor het eerst heb ik wat dierlijke impressies en sousbois in de neus (ik verzin het niet!). Mooie lengte en body. Een Nebbiolo die nu kan bekoren. 2e plaats.

Wijn 14: Vietti Perbacco 2021 – Langhe Nebbiolo DOC (Licata – 27,00 €)
Wat stroevere aanzet maar net geen overload (je kan dit wel dulden van Nebbiolo). Het mondgevoel geeft de wijn vakjesgewijs weer. Er is geen samenhang. Het zijn allemaal losse componenten die geen geheel vormen.

Er klonken heel wat verrassende aah’s en ooh’s bij de ontmaskering van de flessen – soms positief, soms ook licht teleurstellend. Uiteindelijk werden de drie winnaars bekendgemaakt. De laureaten: wijn zes, zeven en dertien.

Barolo Chinato: De vergeten neef

Ah, Barolo. Alleen al het uitspreken van de naam doet wijnliefhebbers glunderen en dromen. Maar dit verhaal gaat niet over Barolo. Dit verhaal gaat over iets dat veel minder bekend is: Barolo Chinato.

Onlangs waren we op bezoek bij I Cipressi, onze Nobile di Montepulciano-producent, ver weg dus van Barolo-land. Manuel nodigde ons uit voor de lunch in Osteria Porta di Bacco, en op het einde van de maaltijd kregen we een glas Barolo Chinato geserveerd. Het was een eeuwigheid geleden dat ik dat nog eens in het glas had.

Waar Barolo de koning is van structuur en elegantie, is Barolo Chinato de zonderlinge neef met een kruidenkast onder de arm. Een elixer, geboren uit Nebbiolo, versterkt met alcohol, doordrenkt met schors, wortels en specerijen. Ooit bedacht in een apotheek in Serralunga d’Alba, bedoeld als medicinale versterking, niet als verwenproduct.

Barolo Chinato is niets voor haastige drinkers. Het roept herinneringen op aan een ander Piemonte: donkerder, stiller, ruwer. Een tijd waarin troost schuilging in eenvoud, en een glas Chinato eerder balsem was dan luxe.

Toch hebben zelfs doorgewinterde Barolo-liefhebbers hem vaak nog nooit geproefd. En eerlijk: dat is geen schande. Want hoewel ik genoot van het glas dat we als afsluiter kregen, bekroop me tegelijk de vraag of ik er ooit spontaan zelf om zou vragen. Barolo Chinato intrigeert, maar hij daagt ook uit. Het is geen vanzelfsprekende keuze en misschien is dat net wat hem zo boeiend maakt.

Een alchemistisch begin

Barolo Chinato ontstond aan het einde van de 19e eeuw, niet in een wijnkelder, maar in een apotheek in het dorp Serralunga d’Alba. Daar werkte Giuseppe Cappellano, apotheker en zoon van een wijnbouwer, aan een versterkend drankje dat verlichting moest bieden bij verkoudheden en maagklachten. Hij gebruikte Barolo als basis, voegde alcohol toe om het te conserveren en verrijkte het met kinabast en andere geneeskrachtige kruiden.

De formule bleef geheim, maar het resultaat verspreidde zich snel. Wat begon als een lokaal huismiddel, groeide uit tot een elixer met een haast mythische status. Volgens het wijnhuis Ceretto waren het aanvankelijk vooral apothekers uit de regio die Chinato produceerden, elk met een eigen variant. De kennis en recepten gingen mondeling over, vaak van vader op zoon, net zoals bij de kruidenmengsels die erin verwerkt werden.

Niet iedereen schrijft de uitvinding toe aan Cappellano. Ook de naam Giulio Cocchi duikt op in historische bronnen als mogelijke bedenker. Cocchi was actief in Asti en bekend om zijn gearomatiseerde wijnen. Toch wordt Cappellano doorgaans als de grondlegger erkend, niet alleen om zijn medische insteek, maar ook omdat zijn familie tot op vandaag Barolo Chinato produceert volgens dezelfde filosofie.

De keuze om Barolo als basis te gebruiken gaf het drankje extra allure. Barolo was toen al de trots van Piemonte, wat de verspreiding van Chinato zeker heeft versneld. Wijnhuizen als Roagna, Borgogno, Marcarini en Ceretto ontwikkelden elk hun eigen recept, vaak met subtiele verschillen in kruidenmengsel, suikergehalte of type alcohol.

Ondanks die vroege populariteit verdween Barolo Chinato in de tweede helft van de 20e eeuw stilaan naar de achtergrond. Het veranderende drinkgedrag, de opkomst van moderne digestieven en de relatief hoge productiekost zorgden ervoor dat steeds minder huizen het bleven maken. Vandaag is het een nicheproduct, met nog slechts een handvol producenten. In Alba zijn nog oude flessen uit de jaren ’50 te vinden. Vloeibare getuigen van een tijd waarin Chinato nog gold als medicinaal wondermiddel én gastronomische luxe.

Wat zit er eigenlijk in?

De basis van Barolo Chinato is, zoals de naam al aangeeft, Barolo. Veel producenten gebruiken zelfs Barolo Riserva of cuvées van topkwaliteit, denk aan Roagna’s Pira Riserva uit Castiglione Falletto. Alleen al die keuze onderscheidt Barolo Chinato van andere gearomatiseerde wijnen zoals vermouth, waarbij de basiswijn zelden een hoofdrol speelt.

Wat Barolo Chinato definieert, is de toevoeging van een aromatische infusie op basis van de gele kinabast. Deze schors, afkomstig van de cinchonaboom uit Zuid-Amerika, bevat kinine. Een bitterstof die oorspronkelijk werd ingezet tegen koorts en malaria, en vandaag nog steeds in tonicwater zit. In Chinato zorgt het voor de karakteristieke, kruidige bitterheid die de wijn zijn ruggengraat geeft.

Rond deze bittere kern bouwt elke producent zijn eigen kruidenmengsel. Er zijn geen vastgelegde recepten, maar wel terugkerende ingrediënten. Veelgebruikte bestanddelen zijn onder andere gentiaanwortel, rabarberwortel, kaneel, kruidnagel, kardemom, korianderzaad, steranijs, vanille, citruszeste en alpenkruiden (soms meer dan dertig verschillende soorten).

De meeste producenten houden hun recept geheim. Sommigen kiezen voor een korte lijst met pure ingrediënten, anderen werken met complexe combinaties die tot 35 kruiden kunnen omvatten. De bereidingswijze varieert eveneens: bepaalde huizen laten de kruiden macereren in grappa di Barolo, die nadien wordt toegevoegd aan de wijn. Anderen infuseren de alcohol apart of voegen de kruiden rechtstreeks toe aan de Barolo.

Een klein beetje suiker wordt vaak toegevoegd om het bitter-kruidige profiel te verzachten. Maar ook daar zijn de stijlen verdeeld: waar de ene producent op zoek gaat naar balans, kiest de andere resoluut voor een droge, strakke stijl zonder zoete afronding.

Het eindresultaat wordt meestal afgerond met een periode van houtlagering. Sommige Chinato’s rijpen slechts enkele maanden, andere, zoals bij Cappellano, liggen jarenlang in grote botti. Die rijping voegt extra diepgang en textuur toe, en maakt het eindproduct nog complexer.

Het alcoholpercentage ligt doorgaans rond de 16%, waardoor Barolo Chinato steviger is dan wijn, maar minder zwaar dan een klassieke likeur. Het resultaat is een aromatisch, gelaagd en bitterzoet digestief, dat tegelijk medicinaal én gastronomisch aanvoelt.

Is het wel degelijk geliefd?

Barolo Chinato is geen allemansvriend. Daar bestaat weinig twijfel over. Het bitterzoete profiel, de medicinale kruiden en het hoge alcoholgehalte maken het tot een uitgesproken drankje, eerder een karakterkop dan een publiekslieveling. Maar voor wie zich eraan waagt en zijn smaakpapillen even opnieuw afstemt, opent zich een wereld van gelaagdheid en finesse.

Toch is de vraag gerechtvaardigd: is Barolo Chinato werkelijk geliefd?

In commerciële termen: beperkt. Het is een nicheproduct, met een kleine, maar trouwe aanhang. De productie blijft bewust kleinschalig, en bij het grote publiek geniet het lang niet de bekendheid van vermouth of amaro. Maar binnen zijn beperkte kring heeft Barolo Chinato een bijna cultstatus.

Waarom? Net omdát het zo anders is. Hieronder enkele redenen waarom deze aromatische versterkte drank blijft voortbestaan:

1. Als digestief

Barolo Chinato komt pas echt tot zijn recht aan het einde van een maaltijd. De combinatie van bitterheid, kruidenwarmte en een vleugje zoet maakt het bijzonder geschikt om de spijsvertering af te ronden. Veel producenten beschouwen het dan ook in de eerste plaats als een vino da meditazione, eerder bedoeld voor rust dan voor dorst.

2. In de gastronomie

In Piemonte blijft Chinato een culinair statussymbool. Het wordt geserveerd bij lokale kazen, rijke vleesgerechten of, nog beter, bij pure chocolade. Die laatste combinatie wordt door sommigen als heilig beschouwd, omdat Barolo Chinato als een van de weinige dranken voldoende structuur en bitterheid heeft om niet weggevaagd te worden door donkere cacao.

3. In cocktails

De opmars van ambachtelijke mixologie heeft Chinato nieuw leven ingeblazen. Barmannen gebruiken het graag als complex, bitterzoet alternatief voor vermouth of amaro. In cocktails zoals de Piedmont Sour of Chinato Nail voegt het diepte toe zonder te domineren. Voor sommigen is het zelfs dé manier om Chinato te leren kennen, net omdat de scherpe kantjes daar wat verzacht worden.

4. Door zijn houdbaarheid

Een ander voordeel is de stabiliteit: een geopende fles Barolo Chinato blijft makkelijk enkele weken, zelfs maanden goed, zonder veel kwaliteitsverlies. Zoals Luca Roagna het treffend verwoordt:

“Het is een bijna eeuwige nectar.”

🍸 Barolo Chinato in de cocktailbar

Barolo Chinato is van oorsprong een digestief, maar vindt de laatste jaren steeds vaker zijn weg naar de cocktailbar. De uitgesproken bitterheid, het aromatische profiel en de diepe kruidigheid maken het tot een interessant alternatief voor vermouth of amaro. Barmannen die ermee werken gebruiken Chinato als een complexe component in winterse en klassieke cocktails.

We geven hieronder drie recepten waarin Barolo Chinato een hoofdrol speelt.

1. Piedmont Sour

Een kruidige, fluweelzachte variant op de klassieke Whiskey Sour, waarin Chinato voor diepte en bitterheid zorgt.

Ingrediënten

  • 45 ml bourbon
  • 22 ml Barolo Chinato
  • 22 ml versgeperst citroensap
  • 1 eiwit
  • 1 theelepel orgeat (amandelstroop)

Bereiding
Shake alle ingrediënten zonder ijs (dry shake). Voeg daarna ijs toe en shake opnieuw tot goed gekoeld. Dubbel zeven in een gekoeld tumblerglas. Serveer zonder garnering of met een vleugje nootmuskaat.

2. Darkside

Een gespierde gin-cocktail met florale bitters en de aardse ondertoon van Chinato.

Ingrediënten

  • 75 ml gin
  • 30 ml Barolo Chinato
  • 3 scheutjes Peychaud’s bitters

Bereiding
Roer alle ingrediënten met ijs in een mengglas tot goed gekoeld. Zeef in een gekoeld martiniglas. Garneer met limoenzeste en een steranijs.

3. Chinato Nail

Een Italiaanse draai aan de klassieke Rusty Nail, waarin Chinato het zoete van de Drambuie in evenwicht houdt.

Ingrediënten

  • 75 ml Scotch whisky
  • 15 ml Barolo Chinato
  • 15 ml Drambuie

Bereiding
Roer alle ingrediënten met ijs in een mengglas. Zeef in een tumbler gevuld met ijs. Serveer eventueel met een sinaasappelschil.

Moet je er een fles van in huis halen?

Goede vraag. Barolo Chinato is niet goedkoop, niet breed verkrijgbaar en zeker niet onmisbaar in elk huishouden. Je hebt er niets aan als je gewoon op zoek bent naar een snelle aperitief of iets licht verteerbaars op een zomers terras.

En toch is er iets te zeggen voor die ene fles in je kast. Niet als vaste waarde, maar als curiositeit. Iets dat je af en toe bovenhaalt wanneer het moment erom vraagt: een avond met vrienden waarop je graag verrassend uit de hoek komt, een stukje donkere chocolade op tafel zet en er een glas naast schenkt dat niemand verwacht, maar iedereen bijblijft.

Cin cin, amici.

Croatina: Het koppige buitenbeentje

Omtrent de ontleding van de blend van de Valpolicella-wijnen en de bespreking van de druiven hebben we eerlijk gezegd even getwijfeld: verdient Croatina een eigen artikel of nemen we haar op in de laatste aflevering onder de noemer ‘overige toegestane druiven’? Die laatste aflevering volgt volgende week zondag, en zal zich richten op minder bekende druivengoden zoals Dindarella, Spigamonti en consoorten.

De twijfel was terecht. Croatina duikt zelden op in de samenstelling van een Valpolicella-wijn. Het is en blijft een buitenbeentje. Maar tegelijk is het een druif die op zichzelf misschien net te belangrijk is om in de marge te verdwijnen.

Begrijp ons dus goed: Croatina speelt vandaag zelden mee in Valpolicella. Maar wanneer dat wel gebeurt, is haar impact voelbaar. En vooral: haar verhaal speelt zich grotendeels elders in Italië af. Dáár wordt ze echt au sérieux genomen. Precies daarom verdient ze hier een eigen plaats. Geen hoofdrol in Valpolicella, wel een karakterrol in het grotere wijnverhaal.

Van Kroatië tot Casteggio

Croatina is een druif die tot vandaag met een zekere identiteitstwijfel kampt. In officiële documenten wordt ze aangeduid als Croatina N. 071, een erkenning die ze sinds 1970 draagt. Maar wie de wijngaarden van Noord-Italië doorkruist, stuit op een bont gezelschap aan synoniemen: Crovattina, Croattina, Croatino, Croata en Crovettina, om er enkele te noemen. Elk van die namen zegt iets over lokale dialecten, historische transcripties en hardnekkige gewoonte.

De grootste bron van verwarring is zonder twijfel de naam Bonarda. In Oltrepò Pavese en in de Colli Piacentini is dat een erkend synoniem voor Croatina. Maar elders in Piemonte verwijst Bonarda naar andere, volledig verschillende druiven zoals Bonarda Piemontese en Bonarda Novarese (ook wel bekend als Uva Rara). Deze zijn genetisch niet verwant aan Croatina, al doen de namen anders vermoeden. Dat leidt tot misverstanden, zelfs onder doorgewinterde wijnliefhebbers.

Nog verwarrender wordt het wanneer Croatina opduikt onder namen als Dolcetto, Nebbiolo di Gattinara of Freisa. Die foutieve benamingen kwamen vroeger vooral voor in kleinere gemeenten zoals Gattico of Sizzano in het Novarese gebied. Daar werd ze soms ook Borgogna of zelfs Uva dello zio genoemd. Het toont aan hoe diepgeworteld en lokaal deze druif was en hoe weinig uniformiteit er bestond in naamgeving.

Over haar geografische oorsprong bestaan verschillende theorieën. Een plausibele hypothese stelt dat Croatina afkomstig is uit de kustregio Primorska Hrvatska in het huidige Kroatië. Van daaruit zou ze via Slovenië haar weg gevonden hebben naar Emilia-Romagna en vervolgens naar Lombardije en Piemonte. Die migratie wordt versterkt door andere gelijkaardige druifroutes, zoals die van Primitivo, en door de betekenis van de naam zelf: Croatina wijst duidelijk op een Kroatische link.

Vanuit die hypothetische oorsprong komt de druif uiteindelijk terecht in het hart van Lombardije, waar ze haar vaste voet aan de grond vindt in Casteggio, Oltrepò Pavese. Casteggio is niet alleen een belangrijk productiegebied, het was ook een van de plaatsen waar de officiële ampelografische beschrijving van Croatina werd opgesteld. Samen met Boca in de provincie Novara geldt het als een referentie voor de moderne teelt van de druif.

Kortom, Croatina is een druif met een complexe naamgeschiedenis, een diffuse verspreiding en een migratieverhaal dat nog steeds onderwerp van discussie is.

Geschiedenis van een grensganger

Croatina kent een lange geschiedenis in Noord-Italië, met sporen die teruggaan tot de middeleeuwen. Ze werd verbouwd in Piemonte, Lombardije en delen van Emilia-Romagna, lang voor ze een officiële status kreeg. Toch bleef haar aanwezigheid eerder lokaal en versnipperd.

De eerste formele vermelding van Croatina in wijnbouwkundige literatuur dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw. In publicaties uit Novara en Rovescala wordt de druif voor het eerst systematisch beschreven.

In het dorp Rovescala, op de grens van Pavia en Piacenza, groeide Croatina uit tot een regionale trots. Daar werd ze traditioneel Bonarda genoemd en kreeg ze een duidelijke plaats in de lokale wijnbouwidentiteit. Tot op vandaag geldt Rovescala als het historische hart van Croatina.

In Novara, verder naar het noorden, bleef Croatina eveneens stevig verankerd. Daar wordt ze beschouwd als het belangrijkste rode ras van de streek. De wijnbouwers onderscheiden er verschillende types van de druif op basis van internodi (de knopen op de scheut), waarbij de kortere variant als consistenter wordt gezien in opbrengst en kwaliteit.

In Pavia was de relatie met Croatina grilliger. Haar weerstand tegen oïdium en haar degelijke opbrengst maakten haar aanvankelijk populair, maar haar neiging tot onregelmatige productie zorgde ook voor scepsis. Vooral bij natte jaren bleek ze kwetsbaar. Toch hielden veel wijnbouwers vast aan de druif omdat ze wisten wat ze eraan hadden: body, kleur en structuur.

Verspreiding en cultivering

Met een aanplant van minder dan 3.700 hectare is Croatina verrassend genoeg stabiel én geografisch breed verankerd in Noord-Italië. De meeste aanplantingen bevinden zich in Lombardije, Piemonte en delen van Emilia-Romagna, met hier en daar uitlopers naar Veneto (Valpolicella) en tot zelfs in Sardinië.

In Lombardije speelt Croatina een hoofdrol in het zuidelijke wijngebied Oltrepò Pavese, ten zuiden van de rivier de Po. Hier vormt ze het hart van de DOC Oltrepò Pavese Bonarda, waar de wet voorschrijft dat ze minstens 85% van de wijn moet uitmaken. De overige 15% mag bestaan uit druiven zoals Barbera, Vespolina of Uva Rara. Binnen dit gebied is ze dé lokale druif bij uitstek. Croatina is er synoniem met identiteit.

In Emilia-Romagna maakt ze deel uit van de assemblages in de DOC Gutturnio, vooral in het gebied rond Ziano Piacentino. Daar wordt ze gekoppeld aan Barbera, die het grootste aandeel in de blend inneemt. Croatina zorgt voor de structuur, de zuurtegraad en een extra laag tannine. Ze mag tot 45% van de wijn uitmaken, afhankelijk van het type (Basis, Superiore of Riserva). De meeste Gutturnio-wijnen zijn blends, maar de aanwezigheid van Croatina is er essentieel om de stijl te definiëren.

In Piemonte komt Croatina voor in een reeks appellaties, waaronder Colli Tortonesi, Colline Novaresi, Coste della Sesia en Bramaterra. Vooral in het noorden, rond Novara en Vercelli, heeft ze een historische voetafdruk. Ze speelt er een bescheiden maar constante rol in blends, vaak samen met Nebbiolo, Vespolina of Uva Rara. Op het etiket wordt haar bijdrage echter zelden expliciet vermeld.

Daarnaast is Croatina opgenomen in diverse DOC’s en IGT’s, waaronder San Colombano al Lambro, Buttafuoco, Casteggio, Piemonte DOC, Valli Ossolane en enkele kleinere benamingen in Veneto en op Sardinië. In die laatste twee regio’s gaat het eerder om experimentele of marginale aanplant, zonder noemenswaardige productievolumes.

De hernieuwde aandacht voor Croatina heeft alles te maken met haar aanpassingsvermogen. Ze gedijt op uiteenlopende bodems en klimaten, zolang ze voldoende zon krijgt in het naseizoen. Die flexibiliteit, gecombineerd met haar kleur, zuivere fruitaroma’s en brede inzetbaarheid in blends, maakt haar voor veel wijnmakers opnieuw interessant. Vooral producenten die bewust kiezen voor lokale druiven boven internationale variëteiten, vinden in Croatina een bondgenoot die authenticiteit koppelt aan potentieel.

De wijnstok

Croatina is een druif met een uitgesproken groeikracht en karakter, maar ook met duidelijke eisen. De wijnstok vertoont een krachtige maar beheersbare vegetatieve groei, waarbij lange snoei noodzakelijk is om haar productie in toom te houden. In traditionele wijngaarden wordt Croatina vaak op ruime afstand van elkaar geplant, met druivenranken die breed uitwaaieren. Ook moderne snoeisystemen zoals Guyot of cordon worden gebruikt, op voorwaarde dat de plant voldoende ruimte krijgt om zich uit te spreiden.

De bloei begint meestal in de tweede helft van juni, gevolgd door de kleurverandering van de bessen midden augustus (invaiatura). De rijping is laat, doorgaans in de eerste helft van oktober. Cruciaal hierbij is het weerbeeld in de nazomer: een warm en droog najaar zorgt voor rijpe trossen met voldoende fenolische ontwikkeling, terwijl regen en vochtigheid het risico op rot vergroten. In veel appellaties wordt daarom gekozen om Croatina slechts deels in de blend op te nemen, als buffer of verzekeringspolis bij onzeker weer.

De trossen zijn groot, kegelvormig en vrij compact, met een gemiddelde lengte van 20 tot 25 cm. Binnen eenzelfde perceel kunnen er aanzienlijke verschillen voorkomen in trosgrootte en bessenverdeling, wat een zorgvuldige selectie bij de oogst vereist. De bessen zijn middelgroot, bolvormig tot licht ovaal, en bedekt met een dikke blauwzwarte schil met een dunne, blauwachtige waas. Het sap is kleurloos, het vruchtvlees is sappig maar neutraal van smaak.

Ampelografisch onderscheidt de plant zich met haar donkergroene, dof glanzende bladeren, meestal vijflobbig, soms drielobbig. De bladeren zijn gemiddeld van formaat en licht komvormig, met fijne nerven en niet-uitgesproken tanden. In de herfst kleurt het blad eerst rood met groene vlekken, om vervolgens over te gaan naar een warm geel-rood palet.

Croatina is relatief goed bestand tegen oïdium en botrytis in droge jaren, maar vatbaar voor valse meeldauw en insecten zoals de tignola (de druivenmot, waarvan de rupsen schade toebrengen aan de trossen). Ook vertoont ze in sommige lentes een beperkte bloei, met minder bloemknoppen dan verwacht. De vruchtbaarheid zit meestal geconcentreerd op de derde tot vijfde knop, met gemiddeld twee (soms drie) trossen per scheut. De zijscheuten dragen zelden vruchtbare trossen die volledig rijpen.

Wat de bodem betreft, doet Croatina het goed op hellende, goed drainerende klei- of leemgronden met voldoende diepte. De wijnstok heeft baat bij goed doorlatende bodems met frisse ondergrond en zonlicht op het loof. In te rijke bodems kan ze te uitbundig groeien, met verwaterde bessen tot gevolg.

De complexiteit van Croatina als wijnstok verklaart waarom ze vaak een ondersteunende rol speelt in blends. Maar voor wie de druif door en door kent en weet hoe ze te behandelen, biedt ze meer dan louter volume en kleur en kan ze schitterende monocépage wijnen opleveren.

Wat te verwachten in het glas

Wanneer Croatina als enige druif wordt gevinifieerd, levert ze een wijn met een diepe robijnrode tot paarse kleur. Het aroma is expressief, met tonen van rijpe frambozen, zwarte bessen, amandel, kruiden en florale accenten. In de mond is ze vol en vaak zacht, met een fluwelig mondgevoel en een stevige alcoholgraad. De zuren zijn meestal gematigd, de tannine merkbaar maar niet dominant, tenzij de oogst onrijp is of het rendement te hoog lag. In dat geval kan de wijn hard en groen overkomen. Goed gemaakte Croatina blijft echter soepel en evenwichtig, met net genoeg grip om interessant te blijven. In de jeugd komt de wijn doorgaans wat ‘hoekig’ over en is er geduld nodig om een versmolten gevoel te bereiken.

In blends toont Croatina zich als een druif die diepte, grip en herkenbaarheid toevoegt. Ze neemt zelden genoegen met een figurantenrol, en dat merk je ook in het glas. Ze brengt kleur, body en een stevige onderbouw, zonder het aromatische profiel van de andere druiven te verstikken.

In Oltrepò Pavese bepaalt Croatina de toon. Hier geeft ze de wijn zijn robijnrode kleur, sappige textuur en karakteristieke combinatie van rijp rood fruit met een vleugje amandel en kruidigheid. Zelfs in de mousserende en lichtzoete varianten blijft haar handtekening voelbaar: een zekere breedte in de mond, een warme ruggengraat en een verrassend fluwelig mondgevoel. Croatina zorgt er niet voor complexiteit in de neus, maar voor draagkracht en balans in het geheel.

In Gutturnio is haar rol complementair. Barbera brengt fruit en zuren, Croatina zorgt voor de structuur. Het is die balans die Gutturnio karakter geeft: de Croatina voegt grip, lengte en een licht drogend randje toe, waardoor het fruit van Barbera strakker omlijnd wordt. Je herkent haar aan de diepte van het middenpalet en aan de iets steviger tannine, die nooit brutaal is maar wel aanwezig.

In het noorden van Piemonte speelt ze een subtielere rol. De blends met Vespolina of Bonarda Piemontese zijn aromatischer, maar het is Croatina die voor de ruggengraat zorgt. Ze voegt net voldoende volume toe om de florale en kruidige componenten te dragen. Zonder haar zouden deze wijnen eerder lichtvoetig en diffuus zijn. Met haar krijgen ze contouren en stevigheid.

Wat al deze wijnen gemeen hebben, is dat je met Croatina nooit op veilig speelt. Ze is niet vanzelfsprekend toegankelijk, maar wie haar juist gebruikt, krijgt een wijn die zich onderscheidt door kleur, fruit, ronding en een fijnkorrelige grip. Slechte jaren laten zich voelen, maar goede jaren leveren een karaktervolle wijn op.

Croatina in Valpolicella: een stil experiment

Tijdens de inleiding hebben we er al gewag van gemaakt: binnen de traditionele Valpolicella-blend speelt Croatina zo goed als geen rol. Corvina, Corvinone, Rondinella en Molinara vormen al decennia het vertrouwde viertal dat de stijl van de wijn bepaalt. Toch merken we onder de wijnbouwers een groeiende interesse in Croatina als aanvulling. Weliswaar voorlopig voorzichtig en kleinschalig als een gedeeltelijk alternatief in de samenstelling.

De aantrekkingskracht ligt in haar vermogen om kleur, sappigheid en zachtheid toe te voegen zonder het karakter van Valpolicella te overschaduwen. In tegenstelling tot sommige internationale rassen is ze niet te dominant en complementeert ze de blend door net genoeg gewicht mee om Corvina’s zuren en Rondinella’s neutraliteit te compenseren. Vooral in warmere jaren, waarin Corvina de neiging heeft om wat uitdrogend of hoekig te worden, biedt Croatina soelaas. Ze houdt het middenpalet vol en zorgt voor ronding waar dat anders verloren dreigt te gaan.

In koelere jaargangen is haar bijdrage anders: dan is het haar structuur die telt. Croatina rijpt later en bezit voldoende natuurlijke kracht om een blend die anders flets zou blijven, diepte en grip te geven. Het is net die flexibiliteit die haar interessant maakt voor wijnmakers die het klassieke kader willen uitdagen zonder de regionale stijl te verlaten.

Voorlopig blijft het bij experimenten. Er is geen officiële erkenning binnen de Valpolicella DOC-voorschriften en de druif wordt niet algemeen aangeplant. Maar wie de moeite neemt om goed te kijken, ontdekt hier en daar flessen waarin Croatina een discreet maar duidelijk verschil maakt. In ripasso’s is haar rol minimaal, in amarone nog experimenteel, maar de eerste resultaten tonen aan dat haar concentratievermogen en zachte tannine perfect inpasbaar zijn in deze rijkere stijlen.

Een blijvende toekomst

Hoewel de druif op diverse locaties een vaste voet aan de grond heeft, kan je je terecht vragen stellen bij haar toekomst. Croatina is veeleisend, vraagt aandacht in de wijngaard, levert niet altijd constante opbrengsten en krijgt zelden de commerciële aandacht die andere rassen wél genieten. Dat maakt haar niet meteen de meest aanlokkelijke van de bende.

Toch blijft ze overeind, net omdat ze iets brengt wat moeilijk te vervangen is: karakter, kleur en structuur. Haar rol in blends wordt belangrijker, en ook als monocepage wint ze mondjesmaat terrein. Ze past bij een wijnwereld die opnieuw zoekt naar identiteit, herkomst en nuance.

Laat ons hopen dat ze nog lang blijft opduiken in het glas.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 
  10. Molinara: In het verdomhoekje
  11. Oseleta: Een druif met toekomst

Agnolotti alla Piemontese: Een kneepje van het vak

In onze zoektocht naar interessante gerechten om volgend seizoen op het menu van kookclub De Kemphanen te zetten, stuitte ik op een bijzondere Piemontese variant van ravioli. Het leek me meteen een leuk idee, niet alleen omdat het gerecht vrij onbekend is, maar vooral omdat het sterk lokaal verankerd is in de Italiaanse eetcultuur. Want ja, daar in het glooiende Piemonte, in het noorden van Italië, vind je een opmerkelijk pastagerecht: Agnolotti alla Piemontese. Deze gevulde pasta wordt vaak beschouwd als de “ravioli van Piemonte”. Vooral de verfijnde variant Agnolotti del Plin, herkenbaar aan de typische sluiting met een kneepje, staat symbool voor de rijke culinaire traditie waar deze regio zo bekend om staat.

Wat is Agnolotti alla Piemontese?

Agnolotti alla Piemontese behoort tot de categorie van de gevulde pasta’s, maar onderscheidt zich door zijn compacte vorm, zijn fijne structuur en vooral door zijn uitgesproken regionale karakter. In tegenstelling tot klassieke ravioli, waarbij de vulling vaak romig is en het deeg wat dikker, kenmerkt agnolotti zich door dun uitgerolde pasta met een stevige, hartige vulling, op basis van gekookt of gestoofd vlees. Vaak worden restjes rund, varken of konijn gecombineerd met bladgroenten zoals spinazie of scarola, een milde soort andijvie die veel gebruikt wordt in de Italiaanse keuken, en op smaak gebracht met nootmuskaat, ei en Parmezaanse kaas.

In de Piemontese traditie worden opsmuk en zware sauzen vermeden. De pastakussentjes worden bewust geserveerd met eenvoudige begeleiders: gesmolten boter en salie, een lichte jus van gebraden vlees (sugo d’arrosto), of soms zelfs in een geurige bouillon. Zo blijft de aandacht volledig op de kwaliteit van de pasta en haar vulling gericht. In Piemonte is het zelfs gebruikelijk om ‘al tovagliolo’ te serveren. Zonder saus, tussen twee lagen doek, zodat de pasta haar eigen smaak volledig kan tonen. Dit toont het vertrouwen in de kwaliteit van de ingrediënten én in het vakmanschap van de bereider.

📜 Traditie op z’n puurst: Agnolotti al tovagliolo

──────────────────────────────
🧵 “Al tovagliolo” betekent letterlijk “in het servet”. In deze traditionele serveervorm uit Piemonte worden vers gekookte agnolotti zonder saus gepresenteerd tussen een opgevouwen linnen doek.

💡 Deze ingetogen manier van serveren vindt haar oorsprong in de boerenkeukens van vroeger: het hield de pasta warm, droogde haar lichtjes, en liet de smaken van deeg en vulling volledig tot hun recht komen.

🍽️ Vandaag herontdekken sommige trattoria’s deze sobere maar krachtige stijl, als eerbetoon aan de essentie van de Piemontese keuken: eenvoud, kookkunst en respect voor het product.

Probeer het zelf eens uit. Geen saus, geen franjes. Alleen pasta, warmte en smaak.

──────────────────────────────

Een bijzondere uitvoering van dit gerecht is Agnolotti del Plin, waarbij de pasta over de vulling wordt gevouwen en met een snelle kneep, de plin, tussen de vingers wordt dichtgedrukt. Deze techniek, afkomstig uit de Langhe- en Roero-streek, zorgt voor de karakteristieke gerimpelde vorm en vraagt om handigheid en een geoefend gevoel voor detail. In veel Piemontese huishoudens wordt de plin nog steeds met de hand uitgevoerd.

Geschiedenis en oorsprong

De oorsprong van agnolotti gaat terug tot minstens de 14e eeuw, een tijd waarin voedselverspilling geen optie was en elk restje zorgvuldig werd benut. In deze context ontstond agnolotti als een boerengerecht bij uitstek: een praktische manier om restjes gebraden of gestoofd vlees, groenten van het seizoen en stukjes kaas te verwerken in een voedzame en smakelijke maaltijd.

Het gerecht groeide uit tot een vaste waarde in de landelijke feestkeuken van Piemonte. Bij oogstfeesten, winterse familiemaaltijden of religieuze vieringen werd het deeg met de hand uitgerold en gevuld met een vulling die weerspiegelde wat het huis te bieden had. In deze periode ontwikkelde zich ook de eenvoud van het gerecht.

Vanaf de 18e en 19e eeuw, toen Piemonte steeds meer invloed kreeg als cultureel en politiek centrum binnen het Koninkrijk Sardinië en later het verenigde Italië, verschoof het gerecht van boerentafel naar bankettafel. Agnolotti werd geserveerd in de paleizen van Turijn en bij de adellijke families van de Langhe en Monferrato. De vulling werd rijker, het deeg dunner, en de vorm strakker. Het symbool van noodzaak werd zo een teken van verfijning en vakmanschap.

📜 Over de naam: Angiolino of anellus?
De etymologie van het woord agnolotti is onderwerp van discussie. Een populaire theorie wijst naar een zekere Angiolino, een legendarische kok uit Monferrato, ook wel “Angelòt” genoemd, die het gerecht naar verluidt als eerste op deze wijze bereidde. Zijn naam zou via het dialect zijn verbasterd tot “agnolotti.”

Een alternatieve uitleg verbindt het woord met het Latijnse “anellus”, wat “ring” betekent. Sommigen vermoeden dat deze naam verwijst naar een oudere, ronde vorm van gevulde pasta die aan agnolotti voorafging. Wat wel vaststaat: de benaming verschilt per vallei, per dorp en soms zelfs per familie.

En elders in Italië?

Hoewel Agnolotti onlosmakelijk verbonden is met Piemonte, heeft het gerecht zich verspreid naar enkele naburige regio’s, waar het telkens een eigen invulling heeft gekregen.

In Lombardije, in de provincie Pavia, komt men agnolotti di brasato tegen: gevulde pasta met gestoofd rundvlees, vaak geserveerd met een rijke vleesjus. De vorm is vergelijkbaar, maar het deeg is soms iets dikker, en de vulling eenvoudiger gekruid. Het blijft echter meer een ‘import’ dan een traditie van eigen bodem.

In Ligurië duikt een soortgelijke pasta op onder de naam pansoti. Iets groter, vaak halfmaanvormig en meestal gevuld met ricotta en wilde kruiden (preboggion). Hoewel pansoti eerder een vegetarisch broertje is dan een directe afstammeling van agnolotti, toont het wel hoe het idee van gevulde pasta in heel Noord-Italië leeft.

Zelfs in delen van Emilia-Romagna, waar tortellini en cappelletti regeren, wordt met bewondering gekeken naar de verfijning van Agnolotti del Plin. Het komt er zelden op het menu, maar bij chef-koks die op zoek zijn naar pure smaken en sobere elegantie, duikt het af en toe op als eerbetoon aan het Piemontese ambacht.

Toch blijft Piemonte het kloppend hart van dit gerecht. Buiten de regio wordt agnolotti vaak als “nog een soort ravioli” gezien. Een misvatting die alleen verdwijnt wanneer men het gerecht proeft zoals het bedoeld is: handgemaakt, met stevige vulling en eenvoudige begeleiding.

Hoe maak je ‘het kneepje’

Het kenmerkende plin, het kneepje, is misschien het kleinste gebaar in de bereiding van Agnolotti del Plin, maar tegelijk het meest betekenisvolle. Het is een snelle, trefzekere kneep tussen duim en wijsvinger waarmee de pasta tussen de vullingen wordt dichtgedrukt. Je werkt op een lange strook uitgerold deeg, waarop kleine porties vulling in een rij worden gelegd. Daarna vouw je het deeg over de vulling, zodat je een gesloten flap krijgt, en dan volgt het ritme: duim, wijsvinger, kneep – nog eens, nog eens, tot het hele lint in kussentjes verdeeld is.

Het lijkt eenvoudig, maar vraagt in de praktijk oefening. Te zacht, en de pasta komt open tijdens het koken. Te hard, en de vulling wordt eruit gedrukt. Het vergt een zekere soepelheid in de vingers, gevoel voor druk en vooral: ervaring.

🍝 Tips voor een goede plin:

  • Deegdikte is cruciaal
    Het deeg moet dun genoeg zijn om soepel te plooien, maar sterk genoeg om de kneep aan te kunnen zonder te scheuren. Een stand 6 of 7 op een klassieke pastamachine is meestal ideaal.
  • Afstand houden
    Plaats de vulling met regelmaat: zo’n 2 cm tussenruimte is optimaal. Te dicht, en je krijgt geen duidelijke scheiding. Te ver, en je verliest de typische vorm.
  • Lucht eruit
    Druk eerst zachtjes rondom de vulling om lucht te verwijderen, voor je de kneep zet. Luchtbellen zorgen voor barsten tijdens het koken.
  • Werk droog, maar niet stoffig
    Te veel bloem op het werkvlak kan maken dat de pasta niet goed sluit. Licht bebloemen volstaat.

Recept: Agnolotti del Plin (voor 4 personen)

Voor de vulling

  • 200 g varkenshaas
  • 250 g rundvlees (bij voorkeur stoofvlees)
  • 200 g konijnenbouten
  • 300 g wortelen
  • 100 g bleekselderij
  • 150 g ui
  • 30 g spinazie
  • 30 g escarole
  • 1 ei
  • 15 g Parmezaanse kaas (geraspt)
  • zout en peper naar smaak
  • extra vierge olijfolie
  • rode wijn (voor het deglaceren)
  • vleesbouillon

Voor het pastadeeg

  • 150 g bloem (type 00)
  • 100 g eidooiers
  • 1 extra eidooier (losgeklopt, om het deeg te bestrijken)

Voor de afwerking

  • 20 g bloem
  • 20 g boter
  • 200 g braadvocht of fond van het gestoofde vlees

Bereidingswijze

1. Het deeg
Meng de bloem met de eidooiers tot een glad, homogeen deeg. Wikkel in plasticfolie en laat het minstens 30 minuten rusten in de koelkast.

2. De vulling bereiden
Snijd het vlees in kleine stukken en de ui in fijne ringen. Haal het vlees licht door de bloem en schud het overtollige eraf. Verhit een diepe pan met een scheutje olijfolie en bak het vlees goudbruin aan. Voeg de ui toe en blus het geheel met een scheut rode wijn. Laat de alcohol verdampen en voeg bouillon toe tot het vlees net onderstaat. Laat alles rustig garen tot het vlees boterzacht is en het vocht is ingekookt tot een geconcentreerde jus.

Voeg in de laatste fase de gekookte en fijngehakte groenten toe (wortel, bleekselderij, spinazie, escarole). Laat nog kort stoven. Maal het geheel fijn in een keukenmachine en meng er het ei en de Parmezaanse kaas door. Breng op smaak met peper en zout. Laat de vulling afkoelen.

3. De agnolotti vormen
Rol het deeg uit tot zeer dunne stroken van ongeveer 7 cm breed. Bestrijk één helft van de deegstrook licht met losgeklopt eigeel. Dit helpt om het deeg goed te laten hechten en voorkomt dat de agnolotti tijdens het koken openbarsten.

Plaats kleine porties van de vulling in een rechte rij, telkens met ongeveer 1,5 cm tussenruimte. Vouw het deeg over de vulling, druk voorzichtig de lucht rondom weg en maak vervolgens het typische plin, een snelle kneep tussen duim en wijsvinger, tussen elke portie.

Snijd de pasta los met een gekartelde roller zodat je compacte, gelijkmatige pastakussentjes krijgt.

4. Afwerking
Kook de agnolotti in ruim gezouten water tot ze boven komen drijven. Giet af.
Maak ondertussen een eenvoudige roux van de boter en bloem, voeg het gereduceerde braadvocht toe en laat tot een lichte jus binden. Meng de agnolotti voorzichtig onder deze saus.

Serveertip

Serveer de agnolotti direct, met eventueel een paar extra druppels van de jus. Doe er geen kaas bovenop, geen overdaad.

Irrigatie in Italië: Van taboe tot hulpmiddel in tijden van droogte

In een recent beluisterde podcast liet Aldo Clerico z’n stem klinken over een onderwerp dat in Piemonte lang als heiligschennis werd beschouwd: irrigatie in Barolo. Waar het vroeger ronduit verboden was om de wijngaarden water toe te dienen, is dat vandaag niet langer ondenkbaar. Sterker nog, het mag nu gewoon. Maar wie denkt dat hiermee meteen alle problemen van de baan zijn, heeft nog geen schop in de Piemontese grond gestoken. Want ja, irrigeren mag dan wel toegestaan zijn, het water vinden om dat effectief te doen is een ander paar mouwen.

De klimaatverandering laat zich intussen steeds nadrukkelijker voelen. Lange droge periodes, zinderende zomers en een grillige neerslagverdeling dwingen wijnbouwers tot het herdenken van eeuwenoude methodes. Irrigatie is niet langer een taboe, maar eerder een noodzaak geworden. Tijd dus om de irrigatiekwestie van dichterbij te bekijken.

Wat is irrigatie eigenlijk?

Simpel gezegd: irrigatie is het kunstmatig bevochtigen van landbouwgrond. Of in het geval van wijnbouw, het geven van water aan wijnstokken op momenten dat de natuur het laat afweten. Dat klinkt eenvoudig, maar het is een wereld op zich.

In de wijngaard betekent irrigatie niet dat men zomaar de slang openzet en de boel natspuit. De moderne wijnbouw hanteert verfijnde technieken die de hoeveelheid water doseren tot op de druppel nauwkeurig. De bekendste methode is druppelirrigatie: kleine slangetjes, aangelegd tussen de rijen wijnstokken, geven via minuscule gaatjes langzaam water af. Niet over het hele veld, maar precies daar waar het telt: aan de wortelzone van de wijnstok. Dit systeem laat toe om zeer gericht en spaarzaam te werken, zonder onnodige verspilling.

Daarnaast bestaan er ondergrondse systemen waarbij leidingen onder de oppervlakte liggen en het water nog dichter bij de wortels wordt afgegeven. Die methode is duurder, maar voorkomt verdamping en verstoring van het bodemleven. Tot slot zijn er ook sproeisystemen, maar die worden in kwaliteitswijnbouw eerder vermeden. Ze zijn minder precies en verhogen het risico op ziektes door natte bladeren en druiven.

Waarom is irrigatie nodig? Omdat wijnstokken, hoe taai ze ook zijn, grenzen hebben. Bij langdurige droogte sluiten ze hun huidmondjes om vochtverlies te beperken. Maar dat betekent ook dat de fotosynthese stilvalt en de groei stokt. Te veel stress leidt tot mislukte bloei, gekreukte trossen of druiven die te snel suikers opbouwen zonder voldoende aromatische rijping. Geen prettig vooruitzicht als je mikt op een gebalanceerde wijn.

Een vaak gehoord misverstand is dat irrigatie altijd leidt tot overproductie of fletse wijn. Dat kan gebeuren bij verkeerd gebruik, maar een goed beheerde irrigatie kan net helpen om stress te beperken en de plant in balans te houden. Het draait om precisie, timing en beperking. Niet alle wijnjaren vragen om water, maar in tijden van extreme hitte of onvoorspelbare neerslag is het een vangnet geworden dat de kwaliteit kan redden.

Interessant is ook dat irrigatie niet alleen over water gaat. Het is een hefboom geworden in het beheer van de volledige wijngaard. Door irrigatie slim te combineren met snoei, bladbeheer en bodemverzorging kan de wijnbouwer subtiel sturen op groeikracht, druivenvolume en aromatische concentratie. Geen toverstaf, wel een instrument. En in een wereld met steeds warmere jaren een steeds belangrijker instrument.

Waarom is irrigatie soms verboden?

In veel Europese wijnregio’s, en zeker in gebieden met een beschermde herkomstbenaming (DOC, DOCG, AOC, enzovoort), is wijn maken niet zomaar een kwestie van druiven telen en flessen vullen. Het is een een eeuwenoud gebruik waarbij elke ingreep in de wijngaard als een ingreep in de identiteit van de wijn wordt beschouwd. En net daarom lag irrigatie zo lang onder vuur.

Het basisidee achter het verbod is eenvoudig: terroir moet spreken. De wijn moet de afdruk dragen van zijn natuurlijke omgeving: bodem, klimaat, ligging, druivenras én de jaargang. Als je kunstmatig water toevoegt, tast je dat evenwicht aan. Je geeft de plant iets wat de natuur haar niet voorziet, en dat kan volgens de klassieke leer de authenticiteit van de wijn beïnvloeden. Zeker bij druivenrassen die sterk reageren op stress, zoals Nebbiolo of Sangiovese, kan een teveel aan water leiden tot verwaterde smaken, verlies van concentratie en een afgevlakt aromatisch profiel.

Daarbovenop komt nog het juridisch-technische verhaal. Veel Europese appellaties hebben strikte regels over toegestane technieken. Irrigatie was lange tijd ronduit verboden in de meeste kwaliteitszones, behalve in uitzonderlijke omstandigheden zoals langdurige droogte. Zelfs dan moest men officiële toestemming aanvragen. Het idee daarachter was niet alleen filosofisch, maar ook praktisch: irrigatie vergroot het risico op overproductie, en Europa heeft zijn wijnoverschotten al vaker moeten indammen.

Maar er speelt ook een ecologische en economische component. Water is in veel regio’s een schaars goed. Als iedere wijnboer plots massaal gaat irrigeren, krijg je conflicten met andere landbouwers, stijgende kosten en druk op natuurlijke waterbronnen. Zeker in zuidelijke regio’s waar landbouw, toerisme en huishoudens allemaal vissen uit dezelfde vijver, is dat geen detail.

En toch is het verbod de laatste jaren aan erosie onderhevig. De reden? Klimaatverandering. De zomers worden heter, de regen valt onvoorspelbaar, en de stress op de wijnstokken neemt toe. Wat ooit gold als een luxeprobleem, wordt stilaan een overlevingskwestie. Meer en meer regio’s passen hun reglementen aan, en laten beperkte irrigatie toe, mits controle en met oog voor duurzaamheid.

Het is dus geen carte blanche, maar een noodmaatregel die toelaat om kwaliteit te behouden zonder de fundamenten van het terroir te ondergraven. Een waterige wijn blijft not done, maar een wijn die door slim en verantwoord watergebruik zijn karakter behoudt, is intussen wel bespreekbaar geworden. Traditionele waarden worden niet overboord gegooid, maar ze worden herbekeken in het licht van een veranderende realiteit.

Italië en irrigatie: een complex huwelijk

De podcast met Aldo Clerico raakte een gevoelige snaar. Niet alleen omdat hij met kennis van zaken praat over Barolo, maar ook omdat hij iets durfde te benoemen wat lang onuitgesproken bleef: dat zelfs in de meest iconische wijnregio’s van Italië, irrigatie niet langer een taboe is. Clerico, zelf actief in het hart van de Langhe, stelde vast dat de regels veranderd zijn. Wat decennialang verboden terrein was, is nu, onder voorwaarden, toegestaan. Maar wie denkt dat dit gelijkstaat aan een vrije waterkraan op de Nebbiolo, zit er flink naast.

Italië is namelijk allesbehalve eenvoudig als het over irrigatie gaat. Het land is een lappendeken van microklimaten, druivenrassen en, vooral, wijnwetgeving. Wat in Alto Adige een gangbare praktijk is, blijft in Montalcino of Montepulciano voorlopig nog een gevoelig onderwerp. In veel DOCG- en DOC-gebieden geldt nog steeds een irrigatieverbod tijdens het groeiseizoen, behalve bij uitzonderlijke droogte. Dan kan men, na een aanvraag bij de bevoegde instanties, noodirrigatie toepassen. Maar zelfs dat gebeurt onder het wakende oog van de controleorganen en met een dosis papierwerk waar Dante zelf nog een extra cirkel van de hel voor had kunnen verzinnen.

Toch heeft de praktijk de regels ingehaald. In Barolo bijvoorbeeld, waar men tot voor kort liever een hete zomer doorstond dan water toe te dienen, wordt irrigatie vandaag in specifieke gevallen toegestaan. Clerico benoemt treffend hoe dit eerder noodzaak dan keuze is geworden. De klimaatverandering laat zich niet langer negeren, en de wijnstokken trekken steeds vaker aan de alarmbel. Geen water betekent geen druiven, of druiven die in de stress veel suikers maar weinig aroma’s opbouwen. En dus grijpt men, met de nodige aarzeling, naar het water.

In Alto Adige is irrigatie al langer ingeburgerd, deels door de geografische omstandigheden. De stenige gronden en het bergklimaat vragen om ondersteuning tijdens droge periodes. Daar wordt het waterbeleid georganiseerd, efficiënt en breed gedragen. In Toscane is dat een ander verhaal: in klassiek beladen zones zoals Chianti Classico of Brunello di Montalcino wordt irrigatie nog met argwaan bekeken. De angst om het terroirverhaal te verzwakken zit diep, en men vreest reputatieschade als water de wijngaard binnenkomt.

Zuidelijker, zoals in Puglia en op Sicilië, is irrigatie een overlevingsstrategie. In regio’s waar zomers lijken op ovenstanden, en de bodem elke druppel water door de vingers laat glippen, experimenteert men al jaren met efficiënte irrigatiesystemen. Op de Etna bijvoorbeeld, wordt onder de rook van de actieve vulkaan gewerkt met druppelirrigatie die gevoed wordt door gesmolten sneeuw en regenwater uit traditionele, stenen waterreservoirs die al generaties lang worden gebruikt.

De Italiaanse wijnwetgeving, notoir traag maar niet blind, begint te reageren op deze realiteit. Proefprojecten met ondergrondse leidingen, streng gereguleerde volumes en gecontroleerde gebruiksmomenten maken hun opmars. De praktijk van vandaag is niet langer puur reactionair, maar wordt proactief doordacht. Dat betekent niet dat de sluizen openstaan, wel dat men eindelijk erkent dat klimaatadaptatie geen zwaktebod is, maar een vorm van verantwoordelijkheid.

En zo komen we terug bij Clerico. Zijn vaststelling is geen louter technocratisch detail, maar een teken van een bredere shift in mentaliteit. Waar de wijnbouwer vroeger vooral de seizoenen onderging, is hij vandaag verplicht om zich te wapenen. Water is daarbij geen vijand meer, maar een hulpmiddel om het karakter van een wijnjaar te bewaren zonder het terroir te verloochenen.

Het huwelijk tussen Italië en irrigatie is nog steeds complex, maar zoals elk goed huwelijk: het leert met de tijd. En soms is een beetje water bij de wijn doen precies wat nodig is om tot een oplossing te komen.

Waar halen wijnbouwers hun water vandaan?

Water zomaar uit de lucht plukken, dat lukt nog net niet en dat is precies het probleem waar Aldo Clerico in zijn podcast de vinger op legt. “Irrigatie is nu toegestaan,” zegt hij, “maar waar haal je in godsnaam het water vandaan?” Daarmee raakt hij aan de kern van de kwestie: de wet mag versoepeld zijn, de natuur doet niet automatisch mee.

Want het echte knelpunt zit niet in de regelgeving, maar in de bron. Italië kampt, net als veel Zuid-Europese landen, met toenemende waterschaarste. Regen valt er onregelmatiger, vaak buiten het groeiseizoen, en verdwijnt razendsnel uit de bodem. Gletsjers trekken zich terug, bronnen drogen op en grondwaterniveaus zakken elk jaar dieper. De toegang tot water is dus allesbehalve vanzelfsprekend.

Wijnbouwers proberen creatief te zijn. Sommige domeinen leggen reservoirs aan. Grote bassins waarin ze tijdens de winter en lente regenwater opvangen. Dat vraagt niet alleen ruimte, maar ook infrastructuur, geld en vooral: regen. En laat dat nu net steeds minder vanzelfsprekend worden.

In bepaalde gebieden wordt samengewerkt met landbouwverenigingen om aan te sluiten op collectieve irrigatienetwerken. Dat werkt redelijk goed in vlakke gebieden zoals de Po-vlakte, maar in heuvelachtige regio’s zoals de Langhe, waar Clerico zelf actief is, is dat een logistieke nachtmerrie. Buizen aanleggen over hellingen, pompen installeren, druk behouden op de leidingen… het vergt een investering die niet elk domein kan of wil dragen. Al mogen ze in Barolo niet klagen wat dat betreft natuurlijk.

In andere regio’s, zoals Trentino en delen van Veneto, zet men in op precisie-irrigatie. Slimme sensoren meten de vochtigheidsgraad in de bodem en geven alleen water als het écht nodig is. Zo vermijdt men verspilling en houdt men de wijnstokken net onder de stressgrens, zonder de plant te verwennen. Deze technologie is veelbelovend, maar ook kostelijk en eerder weggelegd voor grotere of technologisch vooruitstrevende domeinen.

Een andere piste is hergebruik van gezuiverd afvalwater uit dorpen of agrarische installaties. In Sicilië worden hiermee al kleinschalige proeven gedaan. Het klinkt futuristisch, maar het is vooral een kwestie van noodzaak. Want wanneer de regen uitblijft, moet je het hebben van wat er al is.

En dan is er nog het juridisch kader. In veel regio’s mag je wel irrigeren, maar niet zomaar eender welk water gebruiken. Grondwaterputten moeten geregistreerd worden, sommige bronnen zijn beschermd, en de verdeling van water is vaak een politiek mijnenveld. Wie te veel pompt, krijgt al snel de buren over zich heen en soms ook inspecteurs aan de deur.

Aldo Clerico’s punt is dan ook geen detail, maar een harde realiteit: het echte debat is niet of we mogen irrigeren, maar hoe en waarmee. Een reglement dat toelaat om water te geven zonder dat er water ís, is even bruikbaar als een wijnpers zonder druiven.

En de smaak dan?

De grote vraag blijft natuurlijk: verandert irrigatie de smaak van de wijn? Want uiteindelijk draait het daar allemaal om. Het karakter van een wijn, zijn balans, zijn intensiteit.

Het korte antwoord is: ja, irrigatie kan invloed hebben op de smaak. Maar het lange antwoord is veel genuanceerder. Het hangt allemaal af van hoe, wanneer en hoeveel water je geeft.

Wanneer wijnstokken te veel water krijgen, worden ze gemakzuchtig. Ze stoppen met zoeken, wortelen minder diep, en produceren druiven die veel sap bevatten maar weinig concentratie. Het resultaat? Een wijn met flauwe aroma’s, een vlak mondgevoel en een gebrek aan structuur. Dit is de reden waarom irrigatie in veel traditionele wijnregio’s jarenlang als vijand werd gezien.

Maar het andere uiterste is ook geen feest. Te weinig water en de wijnstok komt in overlevingsmodus. De fotosynthese valt stil, de trossen blijven klein en ongelijk, de druiven drogen uit. In plaats van finesse krijg je bitterheid, wrange tannine en vaak een overdaad aan suiker, omdat de druif zich concentreert zonder écht te rijpen. De balans is zoek, en de wijn wordt log of niet harmonieus. Zeker in hete jaren is dit geen zeldzaam scenario meer.

De sleutel zit in precisie. Een goed getimede en gedoseerde irrigatie kan net bijdragen aan een gezonde groei, een gelijkmatige rijping en een betere aromatische ontwikkeling. In de viticultuur spreekt men dan van deficit irrigation: een gecontroleerde watergift die de wijnstok net genoeg geeft om functioneel te blijven, maar niet genoeg om lui te worden. Het is een vorm van microsturing waarbij de wijnmaker het groeitempo, de trosgrootte en de fenolische rijping probeert te balanceren.

In Barolo bijvoorbeeld, waar Nebbiolo bekendstaat om zijn dunne schil en gevoeligheid voor droogtestress, kan een beperkte irrigatie tijdens kritieke fases zoals véraison (het moment waarop de druif begint te kleuren) net het verschil maken tussen elegante zuren en vermoeide druiven. Aldo Clerico hint daar ook op in zijn podcast: irrigatie is geen comfort, maar een noodinstrument om finesse te bewaren. Niet om meer wijn te maken, maar om betere wijn te redden.

Irrigatie vereist dus kennis van zaken. Het is geen wondermiddel, maar een instrument. En zoals elk instrument kan het ontroeren of vals klinken, afhankelijk van wie het hanteert. In de handen van een doordachte wijnbouwer kan irrigatie een bondgenoot zijn om elegantie te behouden, zelfs in uitdagende jaren. In de handen van een onzorgvuldige producent kan het leiden tot banale wijnen met weinig ziel.

Tot slot
Wat ooit een dogma was, wordt vandaag steeds vaker herzien onder druk van extreme weersomstandigheden. Irrigatie is in Italië niet langer een keuze tussen traditie of technologie, maar een balans tussen behoud en aanpassing. En zoals Aldo Clerico het treffend zegt: het gaat niet om meer wijn maken, maar om de juiste wijn te kunnen blijven maken.

Gran Bollito Misto Piemontese: Een bijzonder tafelmoment

Wie ooit in Piemonte is geweest, heeft ongetwijfeld kennisgemaakt met een van de meest opmerkelijke gerechten uit de regio: Gran bollito misto. Deze specialiteit van gekookt vlees doet velen zich afvragen of ze dit nu lekker vinden of niet.
Op de meeste menukaarten tref je het eenvoudigweg aan als bollito misto, maar achter die naam schuilt een grote traditie van Piemontese eetcultuur. Wat ooit begon als een sobere manier om vlees traag te laten sudderen, is uitgegroeid tot een rijk gevulde, feestelijke maaltijd die bol staat van ritueel en symboliek. Gran bollito misto weerspiegelt de essentie van de Piemontese keuken: eenvoudig van oorsprong, maar verfijnd in uitvoering. Vandaag blijft het een vaste waarde tijdens de koudere maanden, wanneer families en vrienden samenkomen rond een tafel vol warme smaken.

Wat is Bollito Misto en wat is het verschil met Gran Bollito Misto Piemontese?

Bollito misto is een klassieke stoofpot die zijn oorsprong vindt in de transalpijnse keukens van Noord-Italië. Door de eeuwen heen heeft het gerecht zich verspreid over verschillende regio’s, waar het uitgroeide tot een vertrouwd tafereel in de huiskamers van grote gezinnen. De naam betekent letterlijk ‘gemengd gekookt vlees’ en verwijst naar de essentie van de bereiding: verschillende stukken vlees worden langzaam gegaard in een geurige bouillon op basis van water, groenten en kruiden.

De bereidingswijze is eenvoudig. Het langzaam garen maakt zelfs de taaiere delen boterzacht. Het resultaat is een hartige vleesbereiding die meestal vergezeld wordt van smaakvolle sauzen. Van oorsprong was bollito misto vooral een praktische manier om het hele dier te benutten en om tijdens de koude maanden voedzame maaltijden op tafel te zetten. Varianten van het gerecht bestaan in meerdere regio’s van Noord- en Midden-Italië, waaronder Veneto, Lombardije en Emilia-Romagna, telkens met een eigen regionale toets.

In Piemonte kreeg het gerecht echter een heel andere status. Daar groeide de eenvoudige bollito misto uit tot een culinair ritueel onder de naam Gran bollito misto Piemontese. Deze versie wordt beschouwd als een hoogtepunt van de regionale gastronomie. Het onderscheid zit niet alleen in de rijkdom van de ingrediënten, maar ook in de zorgvuldige structuur van de maaltijd. Minstens zeven soorten vlees, waaronder stukken rund, kalf, kip en varken, worden gebruikt, vaak aangevuld met orgaanvlees zoals kalfstong of runderlip. Elk stuk vlees wordt afzonderlijk gegaard in een aromatische bouillon, zodat smaak en textuur optimaal behouden blijven.

De maaltijd begint traditioneel met een kopje bouillon, als opwarmer, gevolgd door de vleesgangen. De beleving draait om harmonie en contrast: het zachte vlees wordt gecombineerd met klassieke sauzen die elk hun eigen karakter meebrengen. De frisse bagnet verde op basis van peterselie en ansjovis, de licht pittige bagnet rosso met tomaat en paprika, en de zoet-pikante mostarda di frutta, waarin gekonfijte vruchten zorgen voor een verrassende toets.

In restaurants krijgt het gerecht vaak een theatrale dimensie dankzij de ‘carrello dei bolliti’, een serveerwagen waarop het vlees aan tafel wordt gesneden. Gasten kunnen hun portie zelf samenstellen, wat het ritueel nog persoonlijker maakt. Tot slot is er nog een bijzonder gebruik dat de maaltijd afrondt: het drinken van een kopje bouillon, aangelengd met rode wijn. Deze warme, hartige afsluiter symboliseert het idee achter Gran bollito misto: niets wordt verspild, alles wordt met aandacht beleefd.

Enige historische achtergrond

De Gran bollito misto Piemontese vindt zijn oorsprong in de landelijke traditie van Piemonte, waar grote ketels met vlees op het vuur stonden tijdens veemarkten en winterse bijeenkomsten. In een regio met een rijke veeteeltcultuur werd deze manier van bereiden vooral gebruikt om minder edele stukken vlees langzaam gaar te maken. De bereiding paste perfect bij het ritme van het boerenleven: traag, eenvoudig, voedzaam en bedoeld om gedeeld te worden.

In de 19e eeuw kreeg het gerecht een heel andere status dankzij de Savoje-dynastie. Koning Vittorio Emanuele II, de eerste koning van het eengemaakte Italië, was een uitgesproken liefhebber van deze vleesbereiding. Hij liet het regelmatig serveren tijdens informele diners, weg van de officiële hofetikette. Ook Camillo Benso, graaf van Cavour, stond bekend als bewonderaar van dit gerecht. Beiden maakten deel uit van de politieke elite die de Italiaanse eenmaking leidde, waardoor het gerecht niet alleen culinair, maar ook een symbolische waarde kreeg als een nationaal bindmiddel.

Aan het begin van de 20e eeuw begon bollito zich te verspreiden over heel Italië, met sterke regionale accenten. In Lombardije gebruikt men vooral rundvlees, aangevuld met kalfstong, kopvlees, kip en cotechino, geserveerd met bijgerechten als aardappelen, spinazie of Cremonese mosterd. In Veneto hoort er traditioneel pearà bij, een saus op basis van merg, oud brood, bouillon en peper. In Emilia-Romagna werd de Gran bollito alla Bolognese zelfs officieel geregistreerd bij de Kamer van Koophandel: een nauwkeurig afgewogen combinatie van rund-, kalfs- en varkensvlees, aangevuld met capoen, cotechino of zampone.

Toch blijft Piemonte het epicentrum van deze traditie. De Accademia Italiana della Cucina reconstrueerde zelfs het Gran Bollito Risorgimentale Piemontese, met de beroemde “regel van zeven”: zeven specifieke stukken rundvlees en zeven ornamenten zoals tong, staart, kip, rolletjes van buikspek en cotechino. Deze codificatie onderstreept de plechtige, bijna ceremoniële status die het gerecht heeft verworven in zijn oorspronkelijke regio.

Een ritueel van smaken en texturen

Het serveren van een gran bollito misto bezit een bijna choreografische structuur. Het is een opeenvolging van zorgvuldig opgebouwde smaken, waarin elk stuk vlees zijn eigen moment krijgt. De presentatie is bewust gescheiden: rund, kalf, kip, varken en eventuele orgaanvleesstukken worden apart gehouden, zowel om hun specifieke gaarpunten te respecteren als om hun karakter te laten spreken.

De maaltijd ontvouwt zich stap voor stap. Vaak begint men met een lichte bouillon, helder en geurig, als een manier om het gehemelte te openen en de eetlust op te wekken. Daarna volgt het vlees, uitgeserveerd in volgorde van kracht: van mild naar uitgesproken, van mager naar vetter. Deze opbouw nodigt uit tot aandachtig eten, proeven en vergelijken.

De ervaring draait niet om overvloed, maar om nuance. Textuur speelt hierin een centrale rol: het fluweelzachte van runderschouder, het steviger mondgevoel van kalfstong, het smeuïge van cotechino of rolata. Elke structuur vraagt een andere snijwijze, een andere temperatuur, een ander tempo aan tafel. In die zin is het eten van Gran bollito misto bijna zintuiglijk ritueel.

De sauzen worden niet klakkeloos over het vlees gegoten, maar afzonderlijk gepresenteerd in kleine kommen. Ze zijn er niet om iets te verdoezelen, maar om accenten aan te brengen: het frisse zuur van azijn in de bagnet verde naast de romigheid van vet vlees, het licht zoete van mostarda dat contrasteert met zoutig kopvlees, het kruidige vuur van bagnet rosso dat het geheel spanning geeft. Geen enkele saus overheerst.

Aan tafel ontstaat een vorm van interactie die typisch is voor Gran bollito misto: men wijst aan, bespreekt voorkeuren, vergelijkt, ontdekt. Er wordt tijd genomen. Het tempo ligt laag, het gesprek vloeit vanzelf. Alles in de manier van serveren en eten bevordert verbondenheid: tussen gasten, tussen gast en kok, tussen verleden en heden.

Ingrediënten voor Gran Bollito Misto Piemontese

De kracht van Gran bollito misto Piemontese schuilt in de zorgvuldige selectie van ingrediënten en in de aandacht waarmee elk stuk wordt voorbereid. Zowel de keuze van het vlees als de bouillon en de sauzen dragen bij aan de rijkdom en gelaagdheid van de uiteindelijke smaak.

Vleesselectie
Voor een traditionele Gran bollito misto worden minimaal zeven soorten vlees gebruikt. Elk stuk heeft zijn eigen structuur, vetgehalte en gaartijd. Door het vlees afzonderlijk te koken of met verschillende timing toe te voegen aan dezelfde bouillon, behoudt elk stuk zijn karakter.

  • Rundvlees: borst, ribstuk en staart – sappig en stevig, met een volle smaak
  • Kalfsvlees: tong, schenkel, hoofd of kopvlees – zacht, gelatineus en rijk aan smaak
  • Varkensvlees: cotechino (gekookte verse worst) en zampone (gevulde varkenspoot) – vetter, kruidiger en romig van textuur
  • Gevogelte: kippenbout of een halve kip – mild en delicaat
  • Orgaanvlees (optioneel): kalfsuier, runderhart, runderlip – intens, met een uitgesproken textuur, vooral gewaardeerd door kenners

Bouillonbasis
De bouillon is het fundament van het gerecht. Hij zorgt voor warmte, geur en diepte. Gebruik bij voorkeur een grote pan en werk met koud water om een heldere bouillon te verkrijgen. Vermijd het toevoegen van te veel zout in het begin; dit kan beter later worden gecorrigeerd.

  • 2 wortelen
  • 2 stengels bleekselderij
  • 1 ui, in kwarten gesneden
  • 2 teentjes knoflook, licht gekneusd
  • 2 laurierblaadjes
  • Enkele takjes rozemarijn en tijm
  • Een tiental zwarte peperkorrels
  • Grof zeezout naar smaak

Laat de groenten en kruiden minstens 10 minuten zachtjes trekken voor je het vlees toevoegt. Voeg daarna het vlees toe, gespreid in tijd volgens type, en schuim regelmatig af.

De drie traditionele sauzen
De sauzen zijn geen bijzaak, maar een essentieel onderdeel van de smaakbeleving. Elke saus brengt een andere nuance: kruidig, pittig, zuur, zoet of zelfs een combinatie daarvan. Ze worden altijd apart bereid en koel of op kamertemperatuur geserveerd.

Bagnet verde (groene saus)
Een pittige, frisse saus met peterselie als basis.

Ingrediënten:

  • 1 stevige bos platte peterselie
  • 1 teentje knoflook
  • 2 à 3 ansjovisfilets (uit olie)
  • 1 eetlepel kappertjes
  • 1 à 2 sneetjes oud witbrood, zonder korst
  • Wittewijnazijn naar smaak
  • Goede olijfolie

Bereiding:
Week het brood kort in een scheutje witte wijnazijn en knijp uit. Hak de peterselie, knoflook, kappertjes en ansjovis fijn met een mes of gebruik een vijzel voor een grovere structuur. Meng alles met het geweekte brood en voeg olijfolie toe tot een smeuïge saus ontstaat. Laat minstens een uur rusten voor het opdienen.

Bagnet rosso (rode saus)
Vol en licht pittig, met tomaat en paprika als basis.

Ingrediënten:

  • 2 rijpe tomaten of 150 g tomatenblokjes
  • 1 rode paprika, geroosterd en ontveld
  • 1 à 2 teentjes knoflook
  • 1 kleine chilipeper (optioneel)
  • Wittewijnazijn
  • 1 theelepel suiker
  • Olijfolie

Bereiding:
Fruit de knoflook zachtjes in olijfolie, voeg de tomaat en paprika toe en laat sudderen tot het meeste vocht verdampt is. Voeg de chili, azijn en suiker toe en laat nog even inkoken. Mix tot een gladde saus. Laat volledig afkoelen voor gebruik.

Mostarda di frutta
Een zoet-pittige bereiding van gekonfijte vruchten in mosterdsiroop, typisch voor Noord-Italië.

Ingrediënten:

  • Gekonfijte vruchten (zoals peer, kers, abrikoos, pompelmoes)
  • Mosterdessence of mosterdolie (zeer geconcentreerd)
  • Suiker
  • Water

Bereiding:
Maak een lichte suikersiroop van gelijke delen suiker en water, en voeg op het einde enkele druppels mosterdessence toe (wees voorzichtig, deze is zeer krachtig). Voeg de gekonfijte vruchten toe aan de afgekoelde siroop en laat enkele uren trekken. Serveer op kamertemperatuur als zoet en aromatisch tegengewicht bij vet vlees zoals cotechino.

Recept voor Gran Bollito Misto Piemontese

Bereidingstijd: 3 tot 4 uur

Porties: 8 tot 10 personen

1. Bouillon voorbereiden

  1. Vul een grote pan met water en voeg groenten, kruiden, peper en zout toe
  2. Breng aan de kook en laat 10 minuten trekken voor een aromatische basis

2. Vlees koken in volgorde

  1. Start met de hardere vleessoorten zoals rundvlees en kalfstong
  2. Voeg na 1,5 uur de zachtere delen toe zoals kip, cotechino en eventueel orgaanvlees
  3. Zorg dat elk stuk vlees apart wordt gekookt in dezelfde bouillon of in afzonderlijke pannen voor zuivere smaken
  4. Schep schuim af tijdens het koken voor helderheid

3. Sauzen bereiden

Zie de volledige bereidingswijze in het vorige hoofdstuk. Zorg dat ze op kamertemperatuur klaarstaan voor het serveren.

4. Serveren

  1. Snijd het vlees in dikke plakken en presenteer het op een warme schaal
  2. Serveer met kommetjes saus, aardappelen, prei of andere seizoensgroenten
  3. Begin met de bouillon als voorgerecht, gevolgd door het vlees in etappes

Culturele waarde van Gran Bollito Misto

Met zijn diepe wortels in de Piemontese cultuur en zijn gelaagde smaken is Gran bollito misto Piemontese veel meer dan een gerecht. Het is een eerbetoon aan ambacht, seizoenen en samen eten. Of je nu valt voor de subtiele smaak van kalfstong, de smeuïgheid van cotechino of de verrassende kracht van een salsa: dit gerecht nodigt uit tot ontdekken, proeven en waarderen.

Dus, of je nu na je eerste hap nog twijfelt of je dit nu echt lekker vindt of niet, één ding is zeker: je moet het minstens een keer geprobeerd hebben. Want pas dan begrijp je waarom dit ritueel al generaties lang overeind blijft. Met dit recept breng je niet alleen een stukje Piemonte naar je tafel, je stapt ook even binnen in een wereld waar eten tijd, aandacht en betekenis krijgt.

De decadentie van een wijnclub 2025 – Grenzenloos genieten

Wat ooit begon als een eigenzinnige uitspatting, is intussen uitgegroeid tot een jaarlijks hoogtepunt binnen onze wijnclubs Het Negende Vat en ODK. Eens per jaar trekken we alle registers open voor een superdegustatie. De wijnen zijn van een hoger kaliber, de sfeer mag uitbundiger, en de gastronomische hapjes zouden niet misstaan op het menu van een sterrenzaak.

Zoals de traditie het wil, ligt de focus ook dit jaar resoluut op Italië. Andere landen worden vriendelijk maar beslist naar de achtergrond verwezen. Met dank aan mijn hardnekkige liefde voor la bella Italia. Ik heb dit jaar zelfs geen zucht van mompelend bezwaar mogen vaststellen. Much appreciated!

Trouwe lezers van de Bottle Case blog weten ondertussen wat volgt: een verslag van wat in de glazen kwam en een hint van wat er in het bord verscheen. Want de combinatie van wijn en spijs blijft de essentie van onze decadentie.

In het bord:

  1. Fish & Chips met stijl
  2. Gegrilde tongfilet met jonge prei, bloemkool en garnaal
  3. Niet zomaar met mosterd gevulde kipfilet
  4. Speenvarken op trage wijze gegaard met crumble spek risotto
  5. Gerijpte haas van Simmental rund met een mix van wortel en bloemkool
  6. Asperges, doperwten met een door vadouvanjus overgoten lamsfilet

In het glas:

Il Colombaio di Santachiara L’Albereta Riserva 2021 – Vernaccia di San Gimignano DOCG
100% Vernaccia. 12 maanden rijping in foeders.
Heldere strogele kleur met een zweem van goud. De neus is meteen raak: alles zit in harmonie. Appel en peer vormen het fruit samen met kruisbes, perzik en abrikoos, terwijl bloesems een elegante florale touch geven. Daar tussendoor zweeft een subtiele hint van anijs en munt, gevolgd door een vleugje peper en vanille. Amandel en een lichte groene plantaardige geur zorgen voor extra aanvulling, en die minerale toets? Die brengt het geheel helemaal in balans. In de mond toont deze Riserva zich levendig en energiek. De zuren zijn fris, terwijl de textuur zacht en rond aanvoelt. Het fruit blijft mooi overeind en wordt ondersteund door een extra lange lengte die een verfijnde indruk achterlaat tot lang na de slok. Deze wijn brengt je meteen in de juiste stemming. Een geweldige opener van de avond, en vooral een wijn die je niet snel vergeet.
Punten: 92/100 – Prijs: 35,00 € (te koop bij Licata)

Tenuta di Tavignano Misco Riserva 2019 – Verdicchio di Castelli di Jesi Classico Riserva DOCG
100% Verdicchio. Geen houtlagering.
Heldere en zuivere goudgele kleur. De neus is onmiddellijk open: zonnig fris en mineraal, met een rijke schakering aan aroma’s. Peer, ananas en perzik spelen het fruitige openingsakkoord, gevolgd door citrusvruchten en voorjaarsbloemen. Maar daar stopt het niet. Een kruidige onderstroom van munt, peper en salie voegt diepte toe, terwijl hazelnoot en een vleug buxus voor extra complexiteit zorgen. Tenslotte is er een zekere aardsheid, vuursteen, een aangename ziltigheid. Ook in de mond blijft deze Verdicchio indruk maken. De zuren zijn levendig tot pittig en geven structuur en spanning. Dit is helemaal geen schrale wijn, integendeel, hij blijft droog en zacht, vol en toch fris, perfect in balans. De lange afdronk is een waar spel van kruiden en mineraliteit, met dat onmiskenbare zilte karakter dat de wijn nog meer dynamiek geeft. Zeer mooie wijn en subliem gemaakt.
Punten: 90/100 – Prijs 39,00 € (Te koop bij Vinesse)

Feudo Maccari Firraru Family & Friends Single Vineyard 2021 – IGT Terre Sicilliane
100% Grillo – Lagering: 6 maanden houtlagering.
In de neus is complexiteit troef. Steenfruit voert de hoofdrol: peer, perzik, abrikoos, een vleugje mango, vergezeld van citrus en sappige meloen. Daaronder kruipt een kruidige laag van anijs, munt en salie, met een toets van vanille. Amandel en hazelnoot voegen zich subtiel in het koor, samen met minerale en aardse accenten die alles diepgang geven. In de mond zet de complexiteit zich moeiteloos door. De wijn is levendig en krachtig, met frisse aanzet en zachte textuur. Vol en rond zonder zich te bezondigen aan een ’tè gevoel’, fruitig en kruidig tegelijk. De mineraliteit blijft aanwezig, en het droge karakter (droger dan een non met stalen principes) draagt bij aan de lange, evenwichtige afdronk. Alles blijft mooi in balans, tot de laatste slok.
Punten: 89/100 Prijs 59,90 € (Te koop bij Carleone)

Livio Felluga Terre Alte Bianco 2021 – DOCG Rosazzo
Mix van Friulano, Pinot Bianco & Sauvignon Blanc – Houtlagering: 9 maanden.
Intense, heldere strogele kleur. Het aroma is zó mooi dat je bijna vergeet te proeven. Je zou kunnen blijven ruiken en telkens komt er weer wel iets nieuws tevoorschijn. Appel, kruisbes, perzik, abrikoos, citrus, bloesems, roos, jasmijn… Vervolgens een flits van anijs, munt en peper. Er zit een fijne vanilletoets in verweven, een tikje amandel, wat buxus en vers gras, plus die minerale en licht aardse kant. Het is een geur die intens binnenkomt, maar tegelijk ook iets uiterst verfijnds heeft. En dan proef je, eindelijk, en heb je meteen spijt dat je zo lang in dat glas hebt zitten snuffelen. Want de smaak is… ja, scary fine. Krachtige intensiteit, levendige zuren die droog en rechtlijnig zijn, en een mondgevoel dat bol staat van het rijpe fruit. Vol en rond, met een frisheid die blijft doortrekken tot in de afdronk. En die afdronk is een indrukwekkend slotakkoord van fruit, kruiden en mineraliteit dat maar blijft aanhouden. Er zit zelfs een oxidatief toefje in, maar dan in de meest positieve zin denkbaar. Fris, levendig, spannend. Dit is een wijn die onze Amerikaanse vrienden waarschijnlijk 100 keer amazing zou laten roepen. Wij houden het bij: Wat een topglas!
Punten: 95/100 – Prijs 105,00 € (Te Koop bij Licata)

Duemani CiFRA 2022 – IGT Costa Toscana
100% Cabernet Franc, opgevoed in betonnen cuves.
Cabernet Franc uit Toscane? Absoluut, en op z’n puurst. Hier geen houtlagering om het fruit te maskeren, maar een glas vol ongebreidelde energie en karakter. Robijnrood, tranend. De neus is een feest voor kruidenliefhebbers: een explosie van peper, kaneel en tijm, verweven met fris rood fruit zoals kers, framboos en aalbes met een licht snoeperige toets. Daarnaast duiken diepere aroma’s op: chocolade, mokka, laurier, thee en zelfs een vleugje potloodslijpsel en humus, wat het geheel een zekere complexiteit geeft. In de mond toont de wijn zijn ware kracht. De intensiteit is indrukwekkend, maar blijft soepel en speels dankzij de aanstekelijke zuren en fluweelzachte tannine. Droog, maar nooit streng. Rond en evenwichtig, met een sappige kern vol fruit en een kruidige finale die lang nazindert. Dit is een wijn met pit, zonder zwaar of log over te komen.
Punten: 89/100 – Prijs 34,00 € (Niet te koop in België)

Conte Vistarino Pernice 2018 – DOC Pinot Nero dell’Oltrepo Pavese
100% Pinot Nero – Lagering: 12 maanden in barriques.
Kers tot granaat rood, helder en licht tranend. In de neus meteen een gelaagde verfijning: rijp rood fruit zoals aardbei, kers en aalbes dartelt rond tussen florale toetsen van viooltjes en roos. Daarbovenop: munt, peper, nootmuskaat, een streepje sinaasappelzeste, cederhout, mokka en een vleug laurier. Alles rust op een aardse ondertoon die tegelijk krachtig en fijnzinnig blijft. In de mond is de wijn mineraal en kruidig, met een zekere beheersing. En smaak die vol en rond is, met sappig fruit, levendige zuren en soepele, rijke tannine die helemaal niet schuren. De intensiteit is precies aanwezig zonder te forceren. De afdronk is lang en houdt de balans feilloos vast tussen frisheid, fruit en kruidigheid. Het geheel voelt aan als een ingetogen punch: zacht, maar wel raak.
Punten: 89/100 – Prijs: 36,00 € (Niet te koop in België)

Cantina Adrian Anrar Riserva 2020 – DOC Südtirol/Alto Adige
Druif: Pinot Nero- Lagering: 12 maanden in barriques.
In het glas toont de wijn zich met een uiterst zuivere robijnrode kleur. De neus is zeer mooi en zonder twijfel complex te noemen. Hij geeft zijn volledige verhaal wel niet in één keer prijs. Je moet er wat mee werken en dan kan je laag na laag zijn totale bouquet ontdekken. Rijpe aardbei, kers, framboos en aalbes zetten de toon, florale toetsen van roos zorgen voor een verfijnde lift. Kruidigheid en houttonen vullen het geheel aan: munt, peper, kaneel, ceder, zoethout, mokka en tabak. Een geurpalet dat moeiteloos blijft evolueren met elke walsbeweging. En dan, diep in de achtergrond, een vleugje laurier, paddenstoel en sousbois, waardoor hij zich duidelijk als Pinot Noir bekend maakt. In de mond blijft de wijn het hoge niveau moeiteloos vasthouden. Dit is een krachtig smaakprofiel waarin tannine en zuren de ruggengraat vormen, zonder ooit overheersend te worden. Soepel en fris, droog maar toch zacht, met een lange finale die fruitig en kruidig blijft nazinderen. Super mooi in balans, vol en heerlijk fris. Jawel, een toonbeeld van elegantie en verfijning. Ook de finale is gewoonweg geweldig. Het soort afdronk dat je doet glimlachen en je meteen zin geeft je glas bij te vullen. Dit is een fantastisch lekkere wijn die finesse koppelt aan kracht.
Punten: 93/100 – Prijs 37,50 € (Niet te koop in België)

Azienda Gulfi 2019 – DOCG Cerasuolo di Vittoria Classico

70% Nero d’Avola & 30% Frappato. Opgevoed gedurende 12 maanden in botti van Slavonisch eiken.
De robijnrode kleur fonkelt verleidelijk in het glas. De geur is super geparfumeerd, bijna bedwelmend zelfs. Rijpe kers, braam en framboos dansen samen met rode bes en viooltjes, terwijl peper en anijs voor een kruidige spanning zorgen. Tijm en laurier brengen een vleugje mediterrane frisheid, terwijl ceder, tabak en een aardse toets van sousbois het geheel extra diepte geven. Afronden doen we met een zweem van chocolade. Dat maakt het geheel verleidelijk genoeg om over te gaan naar de proeffase. In de mond is de wijn net zo veelbelovend als in de neus. De eerste slok onthult een voldoende krachtige intensiteit en een rijke stijl, zonder ook maar een moment log of vermoeiend te worden. Levendig en fris, met een zijdezachte textuur en een harmonie die blijft boeien. Het rijpe rode fruit wordt ondersteund door kruidige nuances en een lichte, verfijnde bitterheid die voor extra spanning in de afdronk zorgt. Deze is trouwens voldoende lang, vol en perfect in balans, met een aangenaam vleugje chocolade dat zich als een laatste kus op de lippen nestelt. Zeer mooie, smakelijke en sappige wijn.
Punten: 89/100 – Prijs 32,00 € (Niet te koop in België)

Di Majo Norante Don Luigi Riserva 2019 – DOC Molise Rosso
100% Montepulciano – 12 maanden rijping op barriques.
Helder donkerrood in het glas, met een opvallend gekleurde traanvorming. Het bouquet komt meteen op je af met een lichtjes gestoofd aroma van donker zwart fruit zoals pruim, kers, braam en cassis met een kruidige mix die de hele zuiderse kruidenkast lijkt open te trekken: peper, kruidnagel, tijm, laurier. Daarbij komen toetsen van chocolade, cederhout, zoethout, een vleugje tabak, wat leder en humus. In de mond toont hij zich fors: een stevige body, krachtige intensiteit, met een sappige stroom van donker fruit en kruidigheid. De tannine zijn soepel maar rijk, de zuren levendig en fris. Alvast een combinatie die voor spanning en balans zorgt. De smaak is vol, rond en rijk aan sappig fruit, maar het zijn vooral de kruidige en frisgroene toetsen die het laatste woord nemen in de lange afdronk. Hoewel hij technisch meer dan correct is, komt hij in deze context wat minder verfijnd over. Het kneusje van de proeverij dus, maar wel eentje dat stevig in zijn schoenen staat.
Punten: 86/100 – Prijs 45,00 € (Te koop op diverse plaatsen in België)

Illuminati Zanna Riserva 2018 – DOCG Colline Teramane Montepulciano d’Abruzzo
100% Montepulciano, 24 maanden rijping in Slavonische eiken botti.
Stevig, rijk en zonder schroom, de Illuminati Zanna Riserva 2018 maakt meteen duidelijk dat hij er is. Donkerrood met kleurende tranen. De neus opent uitbundig met een explosie van zwart fruit: pruimen, kersen en bramen, begeleid door een zweem van alcohol die nét aanwezig genoeg is zonder te storen. In de achtergrond ontwikkelt zich een fascinerend spel van aroma’s: viooltjes en munt wervelen samen met peper, kruidnagel en tijm, terwijl cacao, cederhout, koffie en tabak voor een serieuze ondertoon zorgen. Een vleugje paprika, laurier en zelfs iets dierlijks voegen extra complexiteit toe. In de mond zet de wijn zich krachtig neer, zonder overdreven intensiteit, maar wel met een stevige structuur. De tannine zijn rijk en aanwezig, maar omhuld door verfrissende, levendige en broodnodige zuren. Rijkdom en balans gaan hier hand in hand: het fruit blijft overeind tussen de kruidige tonen, en in de lange, zachte afdronk komt pure chocolade subtiel om de hoek kijken. Dit is een Montepulciano met bravoure, een wijn die zowel krachtig als gelaagd is, kruidig en gul, maar altijd beheerst. Hij vraagt om geduld maar vooral om een volgend glas.
Punten: 90/100 – Prijs: 27,50 € ( Niet te koop in België)

Giuseppe Quintarelli 2017 – DOC Valpolicella Classico Superiore
Druiven:
Corvina, Corvinone, Rondinella, plus een vleugje Croatina en Molinara. Lagering: 84 maanden in grote Slavonische botti.
We ruiken, we proeven, we genieten en beseffende de complexiteit om na dit geproefd te hebben nog objectief te kunnen beschrijven. De kleur, dat gaat nog net lukken: helder blinkend robijnrood met traanvorming. Om het vervolg neer te pennen heb ik me meerdere malen op de vingers moeten tikken om niet als een ‘groupie’ over te komen! Wauw, wat een heerlijk uitnodigende geur! Dit is Valpolicella op zijn meest expressieve en verfijnde manier. De neus opent met een explosie van kers, rode en blauwe bes, pruim en florale tonen van viooltje en roos. Maar daar stopt het niet, munt, peper, tijm en rozemarijn voegen een frisse kruidigheid toe, terwijl cacao, ceder en mokka voor diepgang zorgen. Een vleugje tabak, laurier, thee en een subtiele hint van champignon en humus geven de wijn een aards randje. Er zweeft zelfs een lichte zweem van alcohol doorheen, zonder ook maar iets te overheersen. Ik absorbeer, ruik opnieuw en glimlach. Ik weet dat ik kan en mag gaan proeven! En dan de smaak beschrijven! Alles staat hier in superlatieven uitgedrukt! De intensiteit is krachtig, de tannine zijn rijk en stevig, de zuren levendig en fris. De subtiele zoetheid geeft een mooie zachtheid, terwijl de alcohol perfect in balans blijft. Dit is een volle, frisse en fruitige Valpolicella met een geweldige lengte en een afdronk die heerlijk blijft nazinderen, zowel fruitig als kruidig. Supercomplex en toch verfijnd en fris. Een wijn die moeiteloos charme en kracht combineert. Dit is Mr. Valpolicella op zijn best, een meesterwerk van geduld en precisie. Quintarelli doet het weer, met een wijn die met recht en rede zijn punten verdient.
Punten: 97/100 – Prijs 169,40 € (Te koop bij Alcavino)

Kellerei Bozen Taber Riserva 2021 – DOC Südtirol/Alto Adige
100% Lagrein – 12 maanden barrique.
Helder en diep donkerrood met een bijna paars hart en een gekleurde traanvorming die meteen iets veelbelovends verraadt. In de neus ontvouwt zich een heerlijk, gelaagd bouquet dat geen moment verveelt: pruim, kers, braam en cassis openen, gevolgd door viooltjes, zwarte peper en een zweem kruidnagel. Het aromatische palet wordt verder aangevuld met tijm, eucalyptus, rozemarijn en een aanzet van sigarenkistje, koffie en vlezigheid. En net als je denkt alles gehad te hebben, komen daar nog tabak, leder, laurier, grafiet, en sousbois bij . Dat alles met een minerale backbone. In de mond een stevige body met krachtige intensiteit: de wijn vult de mond royaal, maar zonder overdaad. Rijke tannine geven structuur, frisse zuren houden het geheel levendig en zorgen voor een verrassende dynamiek. Sappigheid is hier geen bijzaak, maar een volwaardig onderdeel van het karakter. De smaak is vol, rond en breed uitgesmeerd over het gehemelte, met een afdronk die zowel fruitige elementen als kruidige chocolade laat nazinderen. Extra lange lengte, en alles blijft in balans. Een Lagrein met overtuiging, zelfvertrouwen en een uitgesproken gevoel voor stijl.
Punten: 92/100 – Prijs 52,50 € (Te koop bij Van Eccelpoel)

San Giovenale Habemus Etichetta Bianca 2021 – IGT Lazio Rosso
Niet alledaagse blend van Grenache, Syrah, Carignano en Tempranillo. Lagering: 20 maanden in barriques.
Kleur: helder, paars, bijna zwart met gekleurde traanvorming. De intensiteit druipt haast letterlijk van het glas. De neus is een ware mokerslag van donker fruit: pruim, kers, braam, cassis, Mon Chéri bonbons zelfs, met dat licht snoeperige randje. Daaroverheen een bedwelmend boeket van viooltjes, jeneverbes, peper, kruidnagel, tijm, eucalyptus, rozemarijn. Met enige zin voor overdrijving lijkt het wel alsof iemand een kruidenkast over een fruitmand heeft uitgestrooid. De wijn is niet bang om een stevig statement te maken. Vlezig en rokerig, met tonen van chocolade, cederhout, zoethout, tabak, leder, laurier, grafiet en zelfs een hint van paddenstoel. Alles zit erin, zonder dat het uit de bocht vliegt. In de mond presenteert hij zich met een medium tot stevige body, krachtige en rijke tannine, frisse tot droge zuren en een volle, ronde smaak. Wat vooral opvalt is de balans: de fruitige sappigheid blijft prominent, maar krijgt een onmiskenbare ondersteuning van kruidige diepgang en die typisch chocolade toets in de aanhoudende afdronk. Geproefd een dag na de bekendmaking van een nieuwe paus, en tja, Habemus papam, maar vooral Habemus vinum. Een onverwachte ster in de line-up, goed!
Punten: 92/100 – Prijs: 80,00 € (Niet te koop in België)

Tenuta Sette Ponti Vigna dell’Impero 2016 – DOC Valdarno di Sopra
100% Sangiovese – 24 maanden rijping in botti.
Helder en vol kersenrood in het glas, met een licht gekleurde traan. De neus is een waar festijn voor wie houdt van gelaagde aroma’s: klein sappig rood en zwart fruit (kers, braam, framboos, aalbes), omkranst door florale toetsen van viooltjes en roos, een zweem van munt en een likje peper, kaneel en ceder. Voeg daar nog koffie, vlezigheid, tabak, laurier, grafiet en een toets sousbois aan toe, en je zit met een geurpallet dat gerust als aromatisch geparfumeerd mag worden omschreven. De aanzet in de mond is zelfverzekerd. Stevige body, met krachtige maar verrassend soepele tannine. De zuren zijn droog tot levendig, de smaak is vol en rond maar houdt een frisse kern vast die de wijn spannend houdt tot de laatste druppel. Wat volgt is een afdronk die lang blijft nazinderen met fruit, kruiden, chocolade én een ziltige mineraliteit. Een combinatie die zowel rijk als subtiel weet te zijnen dat maakt hem echt ‘wowy lekker’.
Punten: 92/100 – Prijs: 135,00 € (Te Koop bij Young Charly)

Tenute Le Colonne 2019 – DOC Bolgheri Superiore
70% Cabernet Sauvignon en 30% Cabernet Franc – 24 maanden in botti.
Helder robijn tot karmijn in kleur, met een opvallend licht gekleurde traanvorming. De neus opent met een bijzonder evenwichtig geurpallet: van pruim, braam en cassis over bessen en winegums tot een florale toets van viooltje. Daarna wordt het donkerder en boeiender: jeneverbes, munt, nootmuskaat, cederhout en sigarenkistje maken hun opwachting, gevolgd door koffie, een balsamico hint, tabak, leder, paprika, laurier, grafiet, champignon en zelfs een ondeugend vleugje meststal. In de mond toont de wijn zijn ware gestalte: stevige body, krachtige en rijke tannine die zich meteen laten voelen, maar netjes geïntegreerd blijven binnen een vol en rond geheel. De zuren zijn droog tot gematigd en precies genoeg om balans te brengen. De finale is lang en gelaagd, met fruit, kruiden en chocolade die samen een afdronk bouwen om U tegen te zeggen. Een smakelijke, rijke wijn met chirurgisch uitgevoerde rondingen.
Punten: 91/100 – Prijs: 45,00 € (Niet te koop in België)

Proprieta Sperino Uvaggio 2020 – DOC Costa della Sesia
80% Nebbiolo, 15% Vespolina, 5% Croatina. 22 maanden houtlagering.
Volle, kersenrode kleur. De neus is prachtig gelaagd en bijzonder uitnodigend, met een speels samenspel van bosaardbei, kers en framboos, omlijst door viooltjes en een pittige toets van peper en venkel. Dieper in het glas duiken ook ceder, koffie, tabak en leder op, samen met laurier, thee en een lichte toets van grafiet en paddenstoel. Een geur die blijft boeien en je telkens iets nieuws laat ontdekken. In de mond is de intensiteit krachtig, met rijpe, aanwezige tannine die de structuur stevig neerzetten zonder te domineren. De frisse zuren houden alles levendig en zorgen ervoor dat de wijn, ondanks zijn gelaagdheid, heerlijk zacht en verteerbaar blijft. De balans is voorbeeldig: rond en soepel, met een mooie wisselwerking tussen frisheid en rijp fruit. De afdronk blijft lang hangen, fruitig en kruidig tegelijk. Dit is een wijn die subtiel en complex in elkaar steekt.
Punten: 90/100 – Prijs: 33,00 € (Te koop bij Licata)

Enrico Serafino Briccolina Riserva 2016 – DOCG Barolo Riserva
100% Nebbiolo – Lagering: 36 maanden in grote botti van Sloveens eiken, gevolgd door flesrijping. Helder in het glas, met een kersenkleur die richting granaat neigt, en trage, elegante tranen. De neus is ronduit verleidelijk, eentje waar je met gemak kan aan blijven snuiven. Rijpe pruim, kers, framboos en aalbes geven een sappige opening, gevolgd door jeneverbes, munt, peper, laurier en salie die voor de kruidigheid zorgen. In de tweede golf komt het houtregister binnen: ceder, sigarenkistje, koffie en tabak, afgerond met aardse tonen paddenstoel en een witte truffel. In de mond gebeurt er iets bijzonders. Alles is aanwezig en er dwaalt een soort van geluk over je neer. De wijn heeft een stevige body, krachtige en rijke tannine, droge tot levendige zuren en een aanhoudende lengte. In de afdronk gaan fruit, kruiden én mineralen vrolijk samen, zonder dat iemand de leiding wil nemen. Vol, rond en fris, met een finesse die zich niet laat opdringen maar volledig overtuigt. Ja, dit is krachtig, maar wat een zuurtjes om dat geweld in toom te houden! Briccolina 2016 is een Barolo met een serieuze spierbundel die strak in het pak zit en uiterst elegant overkomt.
Punten: 95/100 – Prijs 139,00 € (Niet te koop in België)

Tenuta di Santa Maria 2016 – DOCG Amarone della Valpolicella Classico Riserva
75% Corvina, 15% Corvinone, 10% Rondinella. 66 maanden rijping in fust.
Heerlijk tranend en intense rode kleur. De neus is alvast een weelderig landschap: bosaardbei en pruim openen het spel, gevolgd door bloedsinaasappel en framboos, terwijl viooltjes en kruidige accenten van peper, kaneel en kruidnagel de compositie verfijnen. Na enige tijd en flink walsen duikt er een verrassende hint van mandarijn op, subtiel verweven tussen tonen van rozemarijn, melkchocolade, ceder, mokka en een vleugje tabak. Er zit zelfs een vlezig en vegetaal randje aan, terwijl de alcohol zijn rol niet onder stoelen of banken steekt. Rijk en mondvullend, met krachtige maar goed gedoseerde tannine en zuren die de boel mooi in balans houden. De smaak blijft zacht, maar vermijdt het soms té fluwelige karakter dat Amarone kan hebben. De finale is lang en meeslepend, met rijp fruit, kruiden en cacao die nog lang blijven nazinderen. Dit is een wijn die zijn kracht met stijl draagt.
Punten: 91/100 – Prijs 79,00 € (Te koop bij Burgio)

Verticale proeverijen: Beter kan je een wijn niet leren kennen!

Voor we erin vliegen: eerst even een dikke chapeau. En dan bedoel ik écht een dikke chapeau. Bij Amici zijn we wel wat gewend, het niveau van onze proeverijen ligt standaard hoog, maar soms overtreft een sessie zelfs onze stoutste verwachtingen. De lat lag dit keer op olympisch niveau.
Wijnmeester Peter had acht wijnen geselecteerd. Op zich niets ongewoons, zou je denken. Maar het werd pas echt interessant toen bleek dat het om vier duo’s ging: telkens een oude en een jongere jaargang van dezelfde wijn. Italiaans, uiteraard. Vier keer een monocépage, vier verschillende druiven, en telkens proefden we de wijnen naast elkaar. Blind. We kregen geen jaartal, geen regio, geen druif. Alleen onze zintuigen als gids.

Onze opdracht? Proef, vergelijk en benoem. Welke druif zit in je glas? Uit welke regio komt deze wijn? En voor de durvers: van welk huis zou dit pareltje afkomstig kunnen zijn?

Het resultaat was een mini-reeks van vier blinde verticale proeverijen. Compact, intens en, laat ons eerlijk zijn, ronduit heerlijk. En zo komen we vanzelf bij het onderwerp van dit artikel: de verticale proeverij.

Zoals jullie ondertussen wel weten, hebben wijnliefhebbers vreemde gewoontes. Ze praten met hun glas, ruiken aan kurken alsof daar geheime boodschappen op staan, en organiseren proeverijen die meer weghebben van een archeologische expeditie dan van een gezellige borrel. Een van die bijzondere (en bijzonder geliefde) rituelen is de verticale proeverij. Geen acrobatiek vereist, wel een flinke portie nieuwsgierigheid, concentratie en liefde voor detail.

Wat is een verticale proeverij?

Een verticale proeverij draait niet om de positie van je glas, maar om het jaar op het etiket. Je proeft meerdere jaargangen van één en dezelfde wijn, van één producent, afkomstig van dezelfde wijngaard of appellatie. Denk aan een rij flessen Quinta do Crasto Old Vines Reserve van 2001 tot 2012 die we hier al eerder hebben gepost. De druiven zijn dezelfde, de plek ook, maar de jaargang wisselt. Wat je proeft, is de invloed van de tijd en het klimaat op dezelfde wijn-DNA.

Waarom ‘verticaal’?

De term komt voort uit hoe wijnproeverijen vaak worden opgesteld: verticaal betekent dat je in de tijd reist, van de oudste jaargang naar de jongste of andersom. In tegenstelling tot een horizontale proeverij, waarbij je verschillende producenten of druiven van hetzelfde jaar vergelijkt, leg je hier de focus op evolutie.

Wat leer je ervan?

Heel veel. Een verticale proeverij is een soort live les in wijnbouw, keldertechniek én klimatologie. Je ontdekt hoe een wijn zich ontwikkelt: hoe jeugdige zuren rijpen, hoe tannine zachter worden, hoe aroma’s verschuiven van fruitig en fris naar aards en complex. Je leert ook hoe goed (of niet) een wijn veroudert en hoe consistent de wijnmaker is. Krijg je een breuk in de lijn, een jaargang die plots helemaal anders smaakt, dan is dat voer voor discussie: was het het weer, een kelderexperiment, of gewoon een off-day?

Waarom zijn wijnnerds er zo gek op?

Omdat verticale proeverijen wijn tot leven brengen. Je proeft geen losse flessen, je proeft een tijdlijn. Deze tijdlijn kan verrassend zijn, ontroerend, of zelfs licht chaotisch, net als een goede roman. Voor sommigen is het pure nostalgie: de wijn uit het jaar van je huwelijk naast de wijn van het geboortejaar van je kind. Voor anderen is het een tactisch spel: wanneer opent deze wijn zich het mooist? Hoe lang moet ik nog wachten met mijn 2016?

Hoe organiseer je er zelf één?

  1. Kies je wijn
    Begin met een wijn die al meerdere jaren op de markt is geweest en waarvan de kwaliteit en het bewaarpotentieel bewezen zijn. Italië biedt hier een rijk buffet aan mogelijkheden. Denk aan klassiekers zoals Barolo of Chianti Classico, waarvan producenten vaak terug te vinden zijn tot in de jaren ’60 of eerder. Ook Etna Rosso, met z’n vurige vulkanische karakter, is een fascinerende kandidaat voor een verticale opstelling, zeker gezien de sterke jaargangverschillen op de flanken van de Etna. Hou je van krachtige rode wijnen met een stevig verouderingspotentieel? Dan is Taurasi of Sagrantino di Montefalco een absolute aanrader. Liever iets internationaler van stijl? Bolgheri levert wijnen die niet alleen goed oud worden, maar ook stilistische evoluties tonen door de jaren heen.
    En voor de witte wijnliefhebber: onderschat Sauvignon Blanc uit Alto Adige niet. Deze bergwijnen kunnen verrassend goed rijpen en tonen na enkele jaren complexere kruidige en minerale tonen, ver voorbij het cliché van frisse citrus. Enfin, voorbeelden genoeg om aan de slag te gaan!
  2. Spreid je jaargangen
    Idealiter heb je een reeks van minstens vijf à acht jaargangen, met wat spreiding (bijvoorbeeld 2008, 2010, 2013, 2015, 2016, 2019). Hoe groter het verschil, hoe spannender de proefervaring.
  3. Zorg voor de juiste volgorde
    Proef van jong naar oud als je nieuwsgierig bent naar hoe de wijn zich ontwikkelt. Proef van oud naar jong als je je smaakpapillen wilt laten wennen aan de krachtigere, frissere structuren. Wat je ook doet, wees consequent.
  4. Glazen en notities
    Geef elke wijn z’n eigen glas, dat is stap één. Maar let op: gebruik voor alle wijnen hetzelfde type glas. Het lijkt misschien pietluttig, maar het maakt een wereld van verschil. Een wijnglas is geen neutraal instrument; het beïnvloedt hoe aroma’s vrijkomen, hoe de wijn in je mond valt, en zelfs hoe je de zuren en tannine ervaart. Zorg dus voor een reeks identieke glazen. Dat hoeft niet per se luxe kristal te zijn, wel uniform van vorm en grootte. Dat maakt terugproeven en vergelijken eerlijker en zinvoller.
    Noteer je indrukken: geur, kleur, structuur, afdronk. Wat valt op, wat verandert er tussen de jaargangen? Maar laat ook ruimte voor verwondering. Een wijn hoeft niet in vakjes te passen om indruk te maken. Soms zegt een stil “wow” meer dan tien adjectieven.
  5. Deel het moment
    Een verticale proeverij wordt beter in gezelschap. Nodig mensen uit die nieuwsgierig zijn, niet noodzakelijk doorgewinterde wijnsnobs. De mooiste gesprekken ontstaan wanneer iemand zonder jargon zegt: “Deze smaakt alsof je een herfstbos inademt.”

En dan?

Niets kan je nu nog tegenhouden om van start te gaan. Dat is ook exact wat wij gedaan hebben en de proefresultaten kan je netjes hieronder vinden!

100% Barbera, afkomstig van de Scarrone-wijngaard in Castiglione Falletto.
Rijping gedurende 18 maanden, deels op inox, deels in grote fusten en deels in barriques.

Jaargang 2020
In het glas toont de wijn een diepe, donkere robijnrode kleur met paarse reflecties. De neus is direct en levendig, met veel jong zwart en blauw fruit: rijpe zwarte kersen, pruimen en blauwe bessen. Aangevuld met een toets van viooltjes, verse kruiden en een lichte hint van branderige houttonen. In de mond is hij energiek en sappig, met een levendige, haast pulserende zuurtegraad. De tannine is fijn en discreet. De wijn geeft meteen plezier, is gul en rond zonder zwaar te worden, en eindigt met een frisse, fruitige afdronk.
Score: 88/100

Jaargang 2017
De kleur is iets meer geëvolueerd, al blijven de verschillen beperkt: robijnrood, waarbij de jeugdige paarse rand is verdwenen. De neus is ingetogener maar complexer, met aroma’s van een startende fase naar gedroogd fruit, specerijen (kaneel, kruidnagel), een zweem van tabak en leer. In de mond is de wijn net iets voller en breder maar vooral duidelijk rijper. De zuren zijn mooi geïntegreerd en de tannine is fijn ontwikkeld. De alcohol woedt iets feller maar blijft beheerst en in balans. De afdronk reikt even lang maar toont iets meer gelaagdheid en eindigt met een zacht bittertje. Je proeft vooral meer tertiaire en aardse tonen die wijzen op een wijn die verder in zijn ontwikkeling staat dan de 2020.
Score: 87/100

Conclusie
De 2020 is expressief, fris en genereus en zeer zeker een wijn die nu al charmeert. De 2017 daarentegen spreekt met meer diepte, nuance en rust: een Barbera die zijn jeugdige juk van zich afgeschud heeft. Ondanks het verschil in stijl liggen beide jaargangen, met slechts drie jaar tussen, opvallend dicht bij elkaar. De verschillen zitten in de details. Mijn persoonlijke voorkeur ging op dit moment uit naar de jeugdigheid en de energie van 2020.
Te koop bij Licata – Prijs huidige jaargang: € 49,00

100% Sangiovese met rijping op grote Slavonische en Franse eiken vaten gedurende 30 maanden

Jaargang 2019
De wijn toont een zuivere kersenrode kleur. De neus is een fruitfestijn met vooral kersen, rode bes en framboos. Na walsen komt er iets floraals naar boven dat we later als roos omschrijven, In het kruidige segment kregen kaneel, peper en oregano een omcirkeling. Een subtiele houttoets, naast een klein vleugje tabak en sous-bois ronden af. In de mond is de structuur jeugdig maar elegant met een middellange afdronk met impressies van rood fruit. De wijn zit zeer mooi in zijn zuren en, gelukkig maar, steken de tannine hun kop op. Deze wijn moet zijn evolutiefase nog doorlopen, maar dat dit grandioos zal lukken daar twijfelen we geen moment aan!
Score: 91/100

Jaargang 2010
Visueel toont de wijn zich iets meer geëvolueerd. Het rood van kers neigt meer naar granaat. De neus is ‘a touch of joy’, complex en rijp, met tertiaire tonen die direct opvallen: gedroogde kersen en pruimen, tabak, theeblad, truffel, leer en een vleugje balsamico. De kruidenmolen blijft nagenoeg intact. In de mond is de wijn zijdezacht, met perfect geïntegreerde zuren en fluweelachtige tannine. De smaak is gelaagd, breed en harmonieus. Aroma’s van donkere kersen, umami-tonen, kruiden en wat sous-bois begeleiden een lange, aanhoudende afdronk. De wijn is volledig opengebloeid en toont zich op een nobele manier rijp, zonder over de top te zijn.
Score: 94/100

Conclusie
De 2019 laat al veel kwaliteit zien: precisie, frisheid en toekomst. Maar de 2010 bewijst waarom Brunello zo’n naam heeft opgebouwd: het is een toonbeeld van evolutie en balans. Waar de 2019 je uitnodigt tot geduld, nodigt de 2010 uit tot rustig genieten, maar dan wel met de volle aandacht. Hoewel het verschil in jaren in alle fases van het proeven duidelijk was, waren er toch ook nog voldoende elementen die de verwantschap tussen beide jaargangen onderstrepen. Ik had eerlijk gezegd meer imperfectie verwacht in de 2010.
De voorkeur ligt momenteel bij de ultieme balans van de 2010 terwijl 2019 in de kelder het label aangehangen krijgt: nog enkele jaren afblijven.
Te koop bij Licata – Prijs huidige jaargang: € 70,00

100% Nebbiolo afkomstig van de iconische cru Bricco Boschis in Castiglione Falletto. Traditionele vinificatie met lange schilweking en rijping op grote Slavonische eiken vaten gedurende 36 tot 42 maanden. Cavalotto staat bekend om zijn pure, sobere stijl met groot verouderingspotentieel.

Jaargang 2019
De wijn toont een heldere en zeer zuivere kersenrode kleur met een lichte transparantie aan de rand. De neus is jeugdig en verraadt kracht, met aroma’s van zure kersen, rozenbottel, wilde aardbei en frisse kruiden. Er bloeit iets floraals, roos en kamperfoelie, naast een minerale toets, koffie, tabak en een geur van een ochtendwandeling door het bos. In de mond is de structuur strak, met hooggeplaatste zuren en aanwezige, korrelige tannine. De wijn is lineair en gefocust, maar toont nu al zijn innerlijke kracht en precisie. De afdronk is lang, fris en licht droogtrekkend. Een stevige binnenkomer dus, maar het uitdrogende van de tannine sterft stilaan uit. De frisse zuren en het sappige kleine fruit steken mooi de kop op. Een Barolo die zich nog volledig moet ontvouwen, maar nu al getuigt van klasse.
Score: 92/100

Jaargang 2010
De kleur is meer geëvolueerd: robijn met een baksteenoranje rand. Wow, dit is een zeer verlangende en open neus, met lagen van potpourri, fijne kruiden, tabak, truffel, cederhout en gedroogd fruit van pruim en vijg. Een lichte animale toets en tertiaire aroma’s zorgen voor die typische Barolo-noblesse. In de mond is de wijn een genot, de tannine perfect versmolten, de zuren nog levendig maar volledig ingebed in het geheel. De smaak is breed en harmonieus met een lange, kruidige afdronk die echoot met nuances van potgrond, en gedroogde kersen. Dit is Barolo op kruissnelheid. En toch, als je het geduld hebt, zou ik hem nog drie à vier jaar proberen te negeren.
Score: 95/100

Conclusie
De verschillen tussen beide wijnen zijn voelbaar in elk aspect (structuur, aroma, textuur), maar de onderliggende stijl van Bricco Boschis blijft herkenbaar. De nuances zijn duidelijk: het fruit verliest zijn jeugdigheid en droogt langzaam in, het frisse parfum van roos vervaagt naar ingedroogde bloemen. De frisse branderige aroma’s ondergaan hun eigen metamorfose: koffie wordt mokka, cederhout wordt sigarenkistje, de cacaoboon transformeert tot een volwaardige reep pure chocolade. En de ochtendwandeling door het bos eindigt in een verzameling paddenstoelen.
Twijfel bestaat er echter niet: 2010 is zeer, zeer mooi. En 2019? Die volgt deze geplaveide weg binnen, aheum, negen jaartjes?
Te koop bij Levipe – Prijs huidige jaargang: € 99,70

100% Cabernet Franc van de Toscaanse kust, Maremma, Bolgheri. Paleo Rosso rijpt 16 maanden op deels Franse eik, deels conische houten vaten (conical trunks) en deels amphora.

Jaargang 2019
In het glas toont de wijn een diepe, bijna ondoorzichtige karmijnrode kleur met paarse reflecties. De neus is compact en intens: cassis, zwarte bes, verse paprika, munt en een toets van zoethout. Na wat zuurstof komen florale tonen (viooltjes, iris) opzetten, samen met een subtiele hint van cacao en potloodslijpsel. In de mond is de wijn krachtig maar verfijnd, met fijne maar stevig aanwezige tannine. De zuren zijn fris, de smaak lang en gefocust, met een afdronk waarin fruit, kruiden en een hint van eik mooi in balans komen. Nu nog een tikkeltje streng en jeugdig, maar de architectuur staat er.
Score: 94/100

Jaargang 2012
Er valt amper een kleurverschil waar te nemen. Wel is de jeugdige spiegelende glans verdwenen, misschien het enige zichtbare teken van ouderdom. De neus is weelderig, rijp en complex, met duidelijk meer aardse toetsen. Een opsomming: zwarte kersen, pruimen, bramen, leder, grafiet, oregano, munt en donkere chocolade. Een zweem van truffel, humus en cederhout zorgt voor die extra laag. In de mond is de wijn rond, vol, fluwelig. De tannine is volledig versmolten, de zuren nog levendig genoeg om spanning te geven. De smaak is dragend, de afdronk lang, met echo’s van tabak, peper en ingedroogd zwart fruit. Dit is een Cabernet Franc in topvorm! Op het hoogtepunt van zijn evolutie? Dat durf ik sterk te betwijfelen. Hij kan nog een hele tijd mee al zal het een bijzonder zware opgave zijn deze wijn te ontwijken!
Score: 94/100

Conclusie
In dit geval heb ik geen uitgesproken voorkeur voor de jongere of oudere wijn. Beiden bekoren me tot in het diepste van mijn wijnhart. De 2019 is als een gespannen boog: strak, gecontroleerd en beloftevol, maar nog niet helemaal losgelaten. De 2012 toont wat mogelijk is na een decennium: wat zachter, wat rijker, wat meer versmolten. Het is fascinerend hoe dicht beide wijnen bij elkaar liggen, ondanks een verschil van zeven jaar.
Te koop bij Licata – Prijs huidige jaargang: € 130,00

Timorasso: De Witte Feniks uit Piemonte

Ik ben het vlug even gaan opzoeken alvorens ik aan de ontleding van de Timorasso druif begin. Sinds 2012 heb ik Timorasso wijnen in mijn assortiment heb opgenomen. De aanleiding was een uiterst aangename reis naar Piemonte met een aantal internationale wijnschrijvers. Eén van de opgezette proeverijen kreeg als titel mee ‘Young promising winemakers’. Hier stonden toen de Timorasso wijnen van onder andere Pomodolce, La Colombera en Claudio Mariotto tussen. De druif fascineerde me zodanig dat ik enkele maanden later aanklopte bij Pomodolce en een samenwerking met hen startte.

Een druif met geschiedenis én karakter

Timorasso is inheems aan Zuid-Piemonte, met name het gebied rond Tortona (vroeger bekend als Derthona) in de provincie Alessandria, waar de eerste schriftelijke vermelding van de druif al dateert uit de 14e eeuw. In de 19e eeuw was het zelfs de meest aangeplante variëteit in die regio — volgens het ampelografisch bulletin van de familie Di Rovasenda uit 1885.

Toch verdween Timorasso bijna volledig van het toneel. Moeilijke bloei, onregelmatige opbrengsten, gevoeligheid voor weersomstandigheden, en druiven die bij wind gewoon van de tros vallen: dit is geen druif voor luie wijnmakers.

Tot Walter Massa in de jaren ’80 besloot dat Timorasso gered moest worden. Met amper 500 overgebleven stokken op zijn domein vinifieerde hij in 1987 zijn eerste 100% Timorasso. Hij stelde dat deze wijn niet per se baat had bij houtlagering, maar wél aan complexiteit wint door rijping “sur lie”. De rest is geschiedenis. Vandaag vormt Timorasso de ziel van de subzone Colli Tortonesi Derthona DOC.

Die wedergeboorte is ondertussen ook de veel rijkere Barolo boeren ter ore gekomen. We zien een toename van investeringen in wijngaarden rondom Tortona van deze grote namen en een serieuze stijging in de aanplant van de druif. Je kan vandaag al Timorasso wijnen van onder andere Vietti en Borgnono vinden op de markt.

Synoniemen en foute vrienden

Timorasso komt in het veld ook wel eens onder andere namen tegen: Timorosso, Timorazza en vroeger ook Morasso. De naam Barbassese wordt soms nog genoemd, maar dat is officieel een foute toewijzing.

Hoe groeit ze, hoe bloeit ze?

Ampelografisch gezien is Timorasso een beauty met karakter. De trossen zijn middelgroot tot groot, conisch tot piramidaal van vorm en vaak voorzien van een extra ‘vleugel’. De bessen zijn geelgroen, stevig van schil en hebben een sappige, licht vlezige pulp. De smaak is neutraal als druif, maar met serieuze potentie in het glas.

Ze gedijt goed op middelhoge aanplantingen, wordt doorgaans geleid volgens het Guyot-systeem en voelt zich het best op klei-kalkrijke bodems. Haar groeicyclus is uitgebalanceerd: knoppen breken door in april, de bloei volgt in juni, véraison in augustus en de oogst vindt plaats eind september. Toch is ze gevoelig voor ongunstige weersomstandigheden in het voorjaar, wat kan leiden tot misbloei en een onregelmatige opbrengst.

In de wijngaard herken je Timorasso aan haar jonge scheuten met een witgroene kleur en karminroze randjes, bedekt met zachte haartjes. De bladeren zijn middelgroot, vijf- tot zevenlobbig en vertonen een gesloten, U-vormige bladsteelsinus. De trossen zijn meestal compact en hebben een duidelijke piramidale vorm, soms met zijtrosjes. De bessen zijn groot en geelgroen van kleur, met een stevige, wasachtige schil en een sappige, neutrale pulp. Meestal bevatten ze twee zaden per bes. De houtstructuur van de plant is robuust, met een grijsbruine kleur en opvallende knopen.

De druif rijpt laat, maar vaak ongelijkmatig. Door florale abortie en de kwetsbare verbinding tussen bes en steel verliest de plant makkelijk druiven, zeker bij wind. Een goed gekozen wijngaardlocatie met voldoende beschutting en ventilatie is daarom cruciaal, net als nauwgezette zorg tijdens de rijpingsfase.

Herkomst en verspreiding

Hoewel Timorasso vandaag vrijwel synoniem is met de Colli Tortonesi DOC, is hij officieel erkend sinds 1970 en toegestaan in zowel Piemonte als Lombardije. Je vindt hem ook terug in een reeks IGT’s zoals Ronchi Varesini, Bergamasca, Provincia di Pavia en Sebino.

Timorasso werd officieel erkend in 1970, maar pas sinds 2010 schiet de aanplant de lucht in — van 21 hectare in 2000 naar 129 hectare in 2010. En dat stijgt gestaag. Er zijn momenteel twee geregistreerde klonen: CVT 13 en CVT 31, beiden erkend in 2015. De aanplant van gecertificeerde stokken stijgt jaarlijks — in 2023 werden er bijna 450.000 stokken geproduceerd.

De wijn: rijk, rijp en serieus goed

Wie voor het eerst een glas Timorasso inschenkt, merkt meteen dat dit geen wijn is die zich opdringt. De druif vraagt om aandacht en tijd, maar beloont die generositeit met gelaagdheid en karakter. De kleur is diep citroengeel en de neus opent met aroma’s van rijpe peer, perzik en abrikoos. Daarbovenop komen toetsen van tropisch fruit en florale accenten zoals acacia en meidoorn. Honingtonen geven het geheel een zachte en gulle ondertoon.

Na enkele jaren flesrijping komt er een fascinerende transformatie op gang. De uitbundige fruitigheid maakt plaats voor meer diepgang en spanning. De mineraliteit wordt prominenter en doet denken aan natte kalksteen of vuursteen. Tegelijk ontwikkelen zich tertiaire aroma’s zoals petroleum, bijenwas en gedroogde kruiden. Deze evolutie roept vergelijkingen op met grote gerijpte Rieslings, maar Timorasso behoudt altijd zijn eigenzinnige identiteit.

In de mond presenteert hij zich met een brede structuur, levendige zuren en een vol, rijk mondgevoel. Wat deze wijn typeert is de combinatie van complexiteit, evenwicht en lengte. Timorasso wordt altijd gemaakt als een droge, stille witte wijn. Houtopvoeding is niet nodig. Integendeel, de wijn ontwikkelt zijn complexiteit door langdurige rijping op de fijne lies.

Dankzij zijn stevige structuur en frisse zuren is Timorasso uitstekend geschikt om te bewaren. Vijf tot tien jaar rijping in de fles is gebruikelijk, en in topjaren of bij getalenteerde wijnmakers kan hij nog veel langer meegaan. Dit is een wijn met kracht, spanning en finesse die zich prachtig ontwikkelt in de tijd.

Wat eet je erbij?

Timorasso is een veelzijdige begeleider aan tafel, zolang de gerechten zijn karakter en intensiteit kunnen evenaren. In zijn jeugdige vorm combineert hij bijzonder goed met geitenkaas, vitello tonnato of licht gekruide kipgerechten met een oosterse toets. Zijn frisse zuren en florale aroma’s zorgen voor een mooie balans met deze verfijnde smaken.

Wanneer de wijn meer rijping heeft gehad, verandert ook de gastronomische inzetbaarheid. Rijpere Timorasso’s verdienen gerechten met meer diepte en romigheid. Denk aan een romige risotto met saffraan en truffel, waarbij de aardse tonen perfect harmoniëren met de minerale onderbouw van de wijn. Ook bij schaal- en schelpdieren zoals oesters of sappige garnalen komt zijn zilte frisheid volledig tot zijn recht. Voor wie van umami houdt, is risotto ai funghi een schot in de roos, waarbij de wijn de hartigheid van het gerecht elegant omarmt en versterkt.

Timorasso is een wijn die zich graag laat uitdagen en die, mits juist gecombineerd, elke maaltijd naar een hoger niveau tilt.

Waarom je ‘m echt moet proberen

Timorasso is een wijn met persoonlijkheid en inhoud. Geen snelle verleider, maar een ras dat zich pas toont aan wie bereid is aandacht te geven aan wat er in het glas gebeurt. Zijn combinatie van frisheid, diepgang, structuur en evolutief potentieel maakt hem uniek binnen het Italiaanse witte wijnaanbod.

Voor liefhebbers van wijnen die spanning en complexiteit bieden, is Timorasso geen curiositeit maar een logische keuze. Niet omdat hij zeldzaam is, maar omdat hij goed is. Ontdekken dus, niet als trend, maar als blijvende verrijking van je wijnervaring.