Giro d’Italia 2026, rit 11: Golfo del Tigullio Portofino DOC, van Porcari naar Chiavari

Vandaag arriveren de renners in een van de meest idyllische omgevingen van Italië. Iedereen die Portofino al een keer bezocht, zal nu bevestigend het hoofd knikken. Niet dat de renners in Portofino zullen aankomen, want ik vermoed niet dat dit organisatorisch bijzonder praktisch zou zijn. Neen, zij die overleven, sprinten een goede twintig kilometer verderop in Chiavari, aan de Ligurische kust, voor de zege. Het startschot van etappe 11 wordt gegeven in Porcari, Toscana.

Waarom ik dan toch melding maak van Portofino, heeft alles te maken met de DOC die we aan deze rit koppelen: de Golfo del Tigullio Portofino DOC, ook wel kortweg Portofino DOC genoemd. De aankomstplaats Chiavari ligt te midden van dit wijngebied en vooral in het hart van de sottozona Costa dei Fieschi.

Golfo del Tigullio Portofino DOC

De Golfo del Tigullio Portofino DOC werd officieel erkend in 1997 en ligt in Liguria, in de provincie Genova. Het productiegebied volgt de Riviera di Levante en loopt van de omgeving van Portofino, Rapallo en Santa Margherita Ligure richting Chiavari, Lavagna en Sestri Levante.

Het is een kleine DOC. We spreken over ongeveer 37 hectare wijngaard en een gemiddelde productie van minder dan 2.000 hectoliter. Portofino roept meteen beelden op van pastelgekleurde huizen, blinkende boten en mensen die hun zonnebril waarschijnlijk duurder kochten dan mijn eerste auto. De wijn zelf blijft veel discreter aanwezig.

De appellatie heeft één subzone: Costa dei Fieschi. Die naam verwijst naar de machtige familie Fieschi, die in de middeleeuwen een belangrijke rol speelde in dit deel van Liguria. Hun invloed was sterk verbonden met Lavagna en Chiavari, maar de exacte reden waarom de subzone naar deze familie is genoemd, heb ik spijtig genoeg niet kunnen achterhalen.

Bodem en klimaat

De Golfo del Tigullio Portofino DOC ligt in een klassiek Ligurisch landschap. De kuststrook is smal, het reliëf loopt snel op en de wijngaarden liggen vaak op steile hellingen of terrassen.

De bodems zijn wisselend. Aan de kust vinden we vaak stenige, kalkrijke en zandige bodems met veel verweerd gesteente. Meer landinwaarts komen ook klei en mergel voor. Door de hellingen is drainage zelden een probleem. Water blijft niet lang hangen, terwijl de wijnstok toch voldoende reserve kan vinden op de diepere bodems.

Het klimaat is uitgesproken mediterraan, maar niet eendimensionaal warm. De zee tempert de temperaturen en zorgt voor ventilatie. Tegelijk brengt het achterland koelere luchtstromen mee.

Rode wijnen

Leuk detail is dat de rode wijnen hier vooral draaien rond druiven die bij hun buren uit Toscana en Piemonte meestal op de achtergrond blijven, namelijk Ciliegiolo en Dolcetto. Bovendien ligt een blend van deze twee druiven, gezien hun historische afkomst, niet onmiddellijk voor de hand. Hier in Portofino maken ze dit wel mogelijk, want de basis rosso moet minstens 60 procent Ciliegiolo en of Dolcetto bevatten. Daarnaast mag een wijn de benaming Ciliegiolo op het frontetiket vermelden wanneer de druif voor minstens 85 procent gebruikt wordt.

De blend van Ciliegiolo en Dolcetto levert doorgaans geen zware rode wijn op. Ciliegiolo brengt het sappige rode fruit, met kers, aardbei en soms een licht kruidige toets. Dolcetto geeft wat meer kleur, donkerder fruit en een licht bittertje in de finale. Samen kom je uit bij een vlotte, middellichte rode wijn met frisse zuren en zachte tannine. De Ciliegiolo versie is meestal nog wat directer in zijn fruitexpressie. Daar ligt de nadruk vooral op rode kers, klein rood fruit en soepele drinkbaarheid.

Daarnaast bestaat er eveneens een rosso frizzante en rosso novello.

Witte wijnen

De witte wijnen zullen we het vaakst tegenkomen in de winkelrekken. De basis bianco vertrekt van minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. Daarnaast mogen Bianchetta Genovese, Vermentino en Scimiscià ook als aparte druivennaam op het etiket verschijnen, op voorwaarde dat ze minstens 85 procent van de wijn uitmaken.

Vermentino is de bekendste druif van het gezelschap. Hij geeft hier droge witte wijnen met citrus, wit fruit, mediterrane kruiden en vaak een licht ziltige finale. De beste voorbeelden blijven fris en strak.

Bianchetta Genovese geniet veel minder bekendheid en komen we ook veel minder vaak tegen. Ze geeft lichtere witte wijnen met fijne zuren, florale toetsen en een slank profiel.

Scimiscià, ook Cimixà genoemd, is een echte curiositeit. Het is een zeldzame lokale witte druif die in deze appellatie officieel erkend wordt. Heb je de kans om ze te proeven, zoals wij tijdens ons bezoek aan Portofino, dan zou ik dat absoluut doen. Je zal er misschien niet van achterover vallen, maar het zijn wel wijnen met persoonlijkheid en karakter.

Volledigheidshalve melden we dat er ook een Moscato wordt gemaakt. Dat is een aromatische monocépage van 100 procent Moscato Bianco.

Rosato

De stijl van de rosato ligt in het verlengde van de rode wijnen, want ook deze wordt gemaakt op basis van minstens 60 procent Ciliegiolo en of Dolcetto. Verwacht lichte, frisse en sappige rosato met veel rood fruit. Eerder vlot en aangenaam dan krachtig. Denk aan rode bes, kers, een vleugje citrus en een droge afdronk. Er bestaat ook een licht parelende rosato frizzante.

Schuimwijnen

De DOC laat witte spumante toe op basis van minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. De tweede gisting mag zowel op fles als in autoclave gebeuren. De stijl kan variëren van extra brut tot dry. Hoewel de producenten wat speelruimte hebben, zullen het hier toch voornamelijk frisse, lichte schuimwijnen met een directe drinkprofiel zijn.

Dessertwijn

En ten slotte belanden we bij het zoete luik. Want ook daar kan je je gading vinden in de Golfo del Tigullio Portofino DOC. Voor de gewone passito gebruikt men minstens 60 procent Bianchetta Genovese en of Vermentino. Voor Moscato passito is Moscato Bianco verplicht voor 100 procent.

Voor beide types moeten de druiven indrogen, op of naast de wijnstok, tot ze een hoog suikergehalte bereiken. De wijnen mogen pas vanaf 1 november van het jaar na de oogst op de markt komen.