Giro d’Italia 2026, rit 18: Colli di Conegliano DOCG, van Fai della Paganella naar Pieve di Soligo

Voor rit 18 maak ik een uitzondering op mijn vooropgestelde doel om telkens een onbekende DOC te bespreken. De reden is heel eenvoudig: Refrontolo. De renners passeren er en dat is werkelijk te mooi om te laten liggen.

Heel erg is die afwijking nu ook weer niet. We schuiven inderdaad door naar een DOCG, maar ik vermoed dat Colli di Conegliano DOCG voor heel wat lezers even onbekend zal zijn als de meeste kleine DOC’s die we tot nu toe hebben besproken. Zeker Refrontolo zal bij velen niet meteen herkenning oproepen. Deze streek wordt immers bijna automatisch verbonden met de bekende Prosecco uit Conegliano Valdobbiadene.

De renners trekken van Trentino naar Veneto, van Fai della Paganella naar Pieve di Soligo, door opnieuw een bijzonder mooi decor. Het parcours laat bovendien nog veel open. Op papier lijkt dit een etappe waarin snelle mannen kunnen dromen, want echte bergen moeten er niet meer over. Toch zit de angel in de finale. Na zoveel koersdagen is het maar de vraag of er nog voldoende sprintersploegen overblijven om alles te controleren, zeker met Refrontolo, de Muro di Ca’ del Poggio en de heuvels rond Pieve di Soligo in het slot.

De winnaar zal alvast getrakteerd worden op een magnumfles Cartizze.

Colli di Conegliano DOCG

Colli di Conegliano DOCG ligt in de provincie Treviso, in de heuvelzone rond Conegliano, Susegana, Pieve di Soligo, Farra di Soligo, Refrontolo, San Pietro di Feletto, Miane, Follina, Cison di Valmarino, Revine Lago, Tarzo, Vittorio Veneto, Fregona en een aantal omliggende gemeenten.

De erkenning als DOC kwam er in 1993. In 2011 volgde de promotie naar DOCG. Opvallend is vooral hoe klein de appellatie vandaag blijft. De appellatie telt amper achtentwintig hectare aan wijngaarden en een gemiddelde productie van ongeveer zeshonderdveertig hectoliter. Dat is bijzonder weinig. We komen de wijnen dan ook amper tegen buiten hun eigen kerktoren en het is dus geen wonder dat dit zo goed als onbekend terrein is.

Toch is er ook hier een rijke geschiedenis. Er was naar het schijnt al wijnbouw van in de ijzertijd, met de Paleoveneti als vroege gebruikers van de gedomesticeerde wijnstok. De Romeinen brachten meer orde in de aanplantingen. Later speelden de benedictijnen een belangrijke rol rond de versterkte centra van Ceneda, Serravalle, Conegliano en Susegana.

De band met witte wijn is al gedocumenteerd in de Statuti Coneglianesi van 1282. Onder de Republiek Venetië groeide de faam van de wijnen uit deze heuvels verder. In de vijftiende eeuw doken verwijzingen op naar de waardering voor de wijn van Feletto aan het hof van de doges. Ook de doortocht van keizer Karel V in 1532 wordt in de historische context aangehaald, met verwijzingen naar de wijnen van Feletti en Collalbrigo.

Refrontolo neemt binnen de denominatie een bijzondere plaats in. De productiezone is veel kleiner en beperkt zich tot delen van Refrontolo, Pieve di Soligo en San Pietro di Feletto. De wijn wordt vandaag gemaakt op basis van Marzemino, een druif die in deze streek al vroeg opduikt. Al in de vroege vijftiende eeuw zijn er verwijzingen van Venetiaanse edelen naar kostbare Marzeminowijnen uit deze heuvels. Giacomo Agostinetti noemt de Marzemini in 1679, en ook in de achttiende eeuw wordt de band tussen dit ras en de heuvels van Conegliano verder bevestigd.

Bodem en klimaat

De wijngaarden liggen op zachte heuvels in het oosten van Veneto. Ten noorden van de zone liggen de Dolomiti Bellunesi, zuidelijker laat de Adriatische Zee haar invloed voelen. De heuvelruggen lopen van oost naar west door het noorden van de provincie Treviso en vormen een gebied dat geschikt is voor zowel witte als rode druiven.

De Alpen en Vooralpen schermen de zone deels af tegen koude luchtstromen uit het noorden. De nabijheid van de zee tempert het klimaat. Daardoor krijg je een gematigd klimaat met voldoende warmte, maar ook met duidelijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht.

De bodems gaan terug op een oude mariene ondergrond, later verder gevormd door erosie en glaciale afzettingen. In de praktijk betekent dit dat we vaak te maken hebben met bodems van alluviale en morenische oorsprong, met grind, stenen en voldoende kalk.

Dat stenige karakter helpt bij de drainage, zeker op hellingen waar overtollig water snel moet kunnen wegtrekken. Tegelijk kunnen de diepere bodems voldoende vocht vasthouden om de wijnstok door warme zomers te helpen. Die combinatie van drainage en waterreserve is belangrijk in een streek waar behoorlijk wat neerslag kan vallen.

Ventilatie speelt eveneens een grote rol. Vooral in het noordelijke deel van de Colli di Conegliano zorgen luchtstromen voor afkoeling en voor het drogen van druiven en bladeren. Dat helpt tegen schimmeldruk. Voor de passito’s is het nog belangrijker. Refrontolo en Fregona staan bekend als plaatsen waar frisse, droge luchtstromen natuurlijke indroging mogelijk maken.

Rode wijnen

De rode Colli di Conegliano DOCG wordt gemaakt van Cabernet Franc, Cabernet Sauvignon, Marzemino en Merlot. Elk van deze druiven moet minstens tien procent aanwezig zijn. Merlot mag maximaal veertig procent van de blend uitmaken. Daarnaast mogen Manzoni Nero 2.15 en Refosco dal Peduncolo Rosso samen maximaal twintig procent toevoegen.

De gewone rosso moet minstens vierentwintig maanden rijpen, gerekend vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moet minstens zes maanden in hout en minstens drie maanden op fles gebeuren. Voor de riserva loopt de totale rijping op tot minstens zesendertig maanden, waarvan minstens twaalf maanden in hout.

In het glas mag je rijp rood en zwart fruit verwachten, met kruidigheid, voldoende body en een duidelijke maar beheerste tannine. Cabernet Franc en Cabernet Sauvignon geven ruggengraat en soms een meer groene of kruidige toets. Merlot brengt ronding. Marzemino kan voor een meer florale en fruitige inslag zorgen. Refosco en Manzoni Nero kunnen, wanneer ze gebruikt worden, extra kleur, spanning en karakter toevoegen.

Een amusant weetje is dat Colli di Conegliano rosso de eerste rode wijn met denominatie van de Sinistra Piave was, de linkeroever van de Piave. Het was bij wijze van spreken een inbreker in een gebied waar wit en mousserend, laat ons eerlijk zijn, nog altijd grotendeels de lakens uitdelen.

Refrontolo is de meest eigenzinnige rode wijn van de DOCG. Hij wordt gemaakt van minstens vijfennegentig procent Marzemino. Maximaal vijf procent andere niet-aromatische rode druiven uit de provincie Treviso mag worden toegevoegd. De druiven moeten eerst indrogen tot ze een minimaal potentieel alcoholvolume van 14,5 procent bereiken. Misschien is de vergelijking niet helemaal correct, maar je mag Refrontolo bekijken als een soort mini Amarone met Marzemino in de hoofdrol, tenminste wanneer hij droog wordt gevinifieerd. Er bestaat immers ook een passitoversie.

De wijn moet minstens vierentwintig maanden rijpen, waarvan minstens twaalf maanden in hout en drie maanden op fles. In de officiële smaakomschrijving komt Refrontolo naar voren als een robijnrode tot granaatrode wijn, warm, vol, harmonieus en met een fluwelige indruk. In het glas geeft Marzemino hier vaak rijpe kers, pruim, viooltjes, klein donker fruit en zachte specerijen.

Witte wijnen

Ook Colli di Conegliano bianco kan een blend zijn van heel wat druiven. De belangrijkste is echter Manzoni Bianco, die voor minstens dertig procent aanwezig moet zijn. Daarnaast moet minstens dertig procent bestaan uit Pinot Bianco, Chardonnay of een combinatie van beide. Sauvignon Blanc en Riesling Renano mogen samen maximaal tien procent van de blend innemen.

Manzoni Bianco verdient wat meer uitleg, want het is een streekgebonden druif zonder dat ze spontaan in de wijngaard is ontstaan. Ze werd gecreëerd door Luigi Manzoni, die jarenlang verbonden was aan de wijnbouwschool van Conegliano. Het is een kruising van Riesling Renano en Pinot Bianco, en ze past bijzonder goed bij de heuvelachtige en morenische ondergrond van deze zone. De druif voelt zich immers goed op stenige, droge en arme bodems.

De witte wijn moet minstens vier maanden rijpen en kan vanaf maart van het jaar na de oogst op de markt komen. In het glas vind je dan een wijn met een strogele kleur, aroma’s van rijp wit fruit, citrusfruit, veldbloemen en een licht kruidige toets. In de mond geeft dit een goed evenwicht tussen zuren en sappig fruit. De wijn bezit een rond mondgevoel met voldoende frisheid.

Passito

Colli di Conegliano heeft naast rood en wit nog twee heel speciale wijnen in het zoete segment: Refrontolo passito en Torchiato di Fregona. Ze verschillen sterk van elkaar en je kan ze eigenlijk in niets met elkaar vergelijken. De ene is rood, de andere wit. Het enige gemeenschappelijke punt is dat beide wijnen gemaakt worden via appassimento, het indrogen van de druiven.

Refrontolo passito wordt gemaakt van minstens vijfennegentig procent Marzemino. Maximaal vijf procent andere niet aromatische rode druiven is toegestaan. De druiven moeten indrogen tot minstens zestien procent potentieel alcoholvolume. Het maximale rendement van druif naar wijn ligt laag, met hoogstens vijfenveertig procent. De druiven worden ingedroogd op rekken tot de week voor Kerstmis.

De passito moet minstens vier maanden rijpen, waarvan minstens drie maanden op fles. Dat levert een rode passito op met de typische geuren van ingedroogde Marzemino. Denk aan rijpe kers, bosfruit, pruim, viooltjes, gedroogd fruit, specerijen en soms een licht amandelachtige toets. Als we bij de droge versie de vergelijking maakten met Amarone, dan kunnen we deze passito ergens richting Recioto plaatsen, al blijft Marzemino natuurlijk een heel andere druif.

Die andere zoete wijn, de Torchiato di Fregona, is de witte passito van de appellatie. Hij wordt gemaakt van druiven die niet vreemd klinken in deze Prosecco streek: minstens dertig procent Glera, minstens twintig procent Verdiso en minstens vijfentwintig procent Boschera. Daarnaast mag maximaal vijftien procent andere niet aromatische witte druiven worden gebruikt.

De productiezone is beperkt tot Fregona, Sarmede en Cappella Maggiore. De druiven moeten minstens honderdvijftig dagen indrogen na de oogst. Ze mogen niet vóór 1 februari van het jaar na de oogst worden geperst. De wijn moet vervolgens minstens vierentwintig maanden rijpen, waarvan minstens vijf maanden op fles. De maximale opbrengst van druif naar wijn bedraagt slechts vijfentwintig procent.

Torchiato di Fregona heeft meestal een diepe goudgele kleur. In de geur zitten honing, gedroogde abrikoos, gekonfijte citrus, rijpe appel, kruiden en noten. Verdiso helpt om frisheid te bewaren. Boschera geeft structuur en is bijzonder geschikt voor lange indroging. Glera zorgt, net zoals in Prosecco, voor primair fruit.

Pergola: een klassiek systeem in een nieuw daglicht

Indien je bij het lezen van de titel denkt aan een houten constructie in de tuin waarlangs planten omhoog klimmen, dan heb je waarschijnlijk nog niet veel tijd doorgebracht tussen de wijngaarden. Wie door de steile hellingen van Trentino, Aosta, Ligurië of zelfs Veneto wandelt, merkt meteen dat de wijnranken er anders geleid worden dan in de meeste klassieke regio’s. Geen guyot of cordon, maar een pergola.

Zelf heb ik lange tijd meewarig gekeken naar wijnbouwers die dit systeem gebruikten. In mijn ogen draaide het vooral om het behalen van zoveel mogelijk volume in plaats van de bescherming tegen natuurelementen. Ondertussen heb ik dat oordeel lang achter mij gelaten. Meer nog: vandaag zie ik het nut, en op sommige plaatsen zelfs de absolute noodzaak, van dit oude geleidingssysteem.

Pergola stond lange tijd symbool voor een voorbijgestreefde manier van wijnbouw. Vandaag is het systeem geen curiositeit meer, maar opnieuw volop onderwerp van aandacht. Dankzij, of beter: door, de opwarming van de aarde. Wat ooit werd afgedaan als passé, blijkt bijzonder actueel.

Wat is het Pergola geleidingsysteem eigenlijk?

Het pergola geleidingsysteem is een manier om wijnstokken te leiden waarbij de scheuten niet verticaal omhoog groeien, zoals bij guyot of cordon, maar horizontaal worden uitgeleid over een latwerk dat zich boven het hoofd van de wijnbouwer bevindt. De ranken vormen zo een doorlopend bladerdak, terwijl de druiventrossen onder het loof hangen.

Dat bladerdak is geen esthetisch detail, maar een functioneel onderdeel van het systeem. Het werkt als een natuurlijke bescherming tegen zon, regen en wind. De druiven blijven uit de directe zon, wat het risico op zonnebrand en uitdroging beperkt. Tegelijk zorgt de open structuur ervoor dat lucht kan circuleren, wat helpt om schimmelziektes onder controle te houden.

De naam ‘pergola’ is dan ook geen toeval. Ze komt uit het Latijn pergula, wat een afdak of overdekte doorgang betekent. In de wijngaard krijgt die betekenis een heel concrete invulling: een levende overkapping van bladeren waaronder gewerkt en geoogst wordt.

Het onderhoud van een pergola wijngaard is arbeidsintensief. Snoeien, aanbinden en oogsten gebeuren vaak met de armen boven het hoofd of zelfs in gebogen houding. Vooral in steile of moeilijk toegankelijke wijngaarden vraagt dat een flinke fysieke inspanning. Hoewel het systeem dus letterlijk en figuurlijk ‘boven het hoofd groeit’, is het tegelijk een doordachte, eeuwenoude manier van wijnbouw die vandaag opnieuw aan belang wint.

Waarom werd het systeem vergeten?

In de twintigste eeuw werd traditie al te vaak gelijkgesteld aan achterstand. Nieuwe technieken, mechanisatie, agrochemie en de opmars van internationale druivenrassen zorgden voor een grootschalige modernisering in de wijngaard. Ambachtelijke wijnbouw, gebaseerd op lokale ervaring en handwerk, werd ingeruild voor strak geleide draadsystemen met lage stokken en hogere efficiëntie.

De pergola viel daarbij uit de gratie. Het systeem kreeg het etiket van ouderwets, inefficiënt en gericht op massaproductie. In regio’s als Trentino werden complete hellingen gerooid. De lokale druif Schiava (ook bekend als Vernatsch), die makkelijk veel draagt en lang het beeld van de streek bepaalde, werd vaak vervangen door internationale rassen en marktgerichte aanplant, zoals Cabernet Sauvignon en Pinot Grigio. Het resultaat? Meer opbrengst, meer standaardisatie… maar ook het verlies van biodiversiteit en een uniek cultureel landschap.

Dat oordeel bleef lang hangen: de pergola stond symbool voor flauwe wijn, overproductie en achterhaalde technieken. Veel wijnbouwers lieten zich overtuigen door consultants die beweerden dat guyot en VSP (Vertical Shoot Positioning – een rechtop geleid, modern draadgeleidingssysteem) efficiënter, kwalitatiever en vooral moderner waren.

Toch verandert dat beeld vandaag snel. Wijnmakers, onderzoekers én consumenten herontdekken de kwaliteiten van het systeem. Niet uit nostalgie, maar uit noodzaak. Klimaatverandering, arbeidstekorten en de zoektocht naar duurzamere wijnbouw brengen de pergola terug op het voorplan. Daardoor krijgt dit geleidingsysteem vandaag een nieuwe invulling in een veranderend klimaat.

Schaduw voor druif én druivenplukker

In een tijd waarin temperaturen stijgen en de wijnbouw onder druk staat van extreme weersomstandigheden én arbeidskrapte, biedt het pergolasysteem een opvallend praktisch antwoord.

Een driejarige studie van Amaroneproducent Masi toonde aan dat druiven onder een pergola op hete zomerdagen tot wel 20°C koeler blijven dan druiven geleid via het guyot-systeem. Dat verschil is meer dan een voetnoot: het voorkomt zonnebrand, verlaagt verdamping en vermindert stress voor de plant. Het resultaat? Meer kleurstoffen (anthocyanen), minder tannine, en minder risico op overrijping. Zeker relevant voor wijnen die gebaat zijn bij evenwichtige concentratie, zoals Amarone.

Maar ook op sociaal vlak scoort de pergola. Volgens Andrea Lonardi MW is het een systeem dat beter inspeelt op het veranderende arbeidspotentieel in de wijnbouw. In tegenstelling tot VSP-systemen, die veel loofbeheer vereisen (scheuten dunnen, bladeren verwijderen, draden spannen), is het werk bij een pergola meer gespreid en minder geconcentreerd in korte piekmomenten.

En dan is er nog een bijna ironisch voordeel: onder een pergola werk je in de schaduw. Wie met de hand oogst, zoals in veel kwaliteitsregio’s nog steeds gebeurt, hoeft geen trossen te plukken in de brandende zon, maar kan letterlijk wat koelte vinden tussen de bladeren.

Heroïsche wijnbouw: kruipen onder de druiven

De pergola mag dan schaduw en werkcomfort bieden in veel regio’s, dat is niet overal het geval. In gebieden zoals Ligurië en de Valle d’Aosta krijgt het systeem een heel andere dimensie. Daar volgt de pergola niet de mens, maar het landschap. En dat landschap is vaak allesbehalve vriendelijk.

Op steile hellingen, tussen rotspartijen en eeuwenoude terrassen, worden de pergola’s bewust laag gehouden, vaak omschreven als pergola bassa. Soms om te profiteren van de warmere luchtlagen dicht bij de grond, soms gewoon omdat de geografie niets anders toelaat. Hoog bouwen is daar geen optie, en dus groeit de wijnstok net boven de stenen.

Het resultaat: oogsten gebeurt gebukt, gehurkt of, in het ergste geval, half liggend op de buik tussen de druiventrossen. Het is geen werk voor wie houdt van ergonomie of rechte rijen. In Ligurië spreekt men dan ook niet voor niets van viticoltura eroica – heroïsche wijnbouw. Een vorm van landbouw die niet alleen wijn oplevert, maar ook knieën die het terrein letterlijk ondergaan, en een doorzettingsvermogen dat geen machine evenaart.

Dit soort wijngaarden zijn geen Instagram-decor, maar levend erfgoed. Ze tonen tot hoever wijnbouwers bereid zijn te gaan om hun hellingen te blijven bewerken, druiven te telen op plaatsen waar de machine allang heeft afgehaakt, en wijn te maken die de strijd met het terrein weerspiegelt.

Vele gezichten, één gedachte

De herwaardering van de pergola stopt niet aan de Italiaanse grens. Al sinds de oudheid werden wijnranken omhoog geleid om lucht en licht te benutten, en door de eeuwen heen paste het systeem zich telkens aan aan streek, druif en klimaat. Vandaag raakt het opnieuw ingeburgerd in uiteenlopende delen van de wijnwereld. In Galicië bijvoorbeeld grijpen wijnbouwers terug naar de pergola voor Albariño. In Argentinië is het systeem al lang in gebruik voor Bonarda, onder de naam parral. Zelfs in Napa overwegen gerenommeerde domeinen om Cabernet Sauvignon onder pergola te leiden, uit bezorgdheid over oververhitting.

Die internationale verspreiding gaat gepaard met een rijke variatie aan vormen, aangepast aan het klimaat, de druif en het landschap:

  1. De Pergola Veronese, klassiek en nog steeds wijdverspreid in Valpolicella.
  2. De tendone of ‘grote tent’, een draadgestuurde overkapping, typisch voor Abruzzo
  3. Latada, een Portugese benaming voor pergola achtige overkappingen in de wijngaard.
  4. De dubbele pergola in Soave, met loof aan weerszijden van de druivenrij.
  5. De Parral in Zuid-Amerika, vooral in Argentinië en Chili.
  6. De betonnen, witgeschilderde zuilen in Valle d’Aosta.

Sommige systemen doen zelfs denken aan moderne innovaties zoals de Geneva Double Curtain, al is het doel daar om de zon toe te laten, in plaats van haar buiten te houden.

Hoe verschillend ook in vorm, al deze varianten delen dezelfde filosofie: streven naar perfectie, passend bij het microklimaat, bescherming van de druif, en een leidingsysteem dat zich voegt naar de plek, niet omgekeerd.

En nee, een pergola hoeft heus geen waterige wijn op te leveren. Het is immers vaak niet het systeem zelf dat zorgt voor uitgezakte trossen, maar de manier waarop ermee omgegaan wordt. In een test met Schiava druiven van pergola’s in Alto-Adige bleek het verschil duidelijk: de overrijpe, opgeblazen bessen kwamen van een perceel dat geïrrigeerd werd, de geconcentreerde, evenwichtige bessen kwamen van dezelfde druif, maar zonder kunstmatige watergift. De les? Het succes van een pergola hangt niet af van de hoogte van het bladerdak, maar van de visie van de wijnbouwer eronder.

Een nieuwe toekomst voor de pergola?

Wie vandaag opnieuw een pergola wil aanleggen, moet daar niet licht over denken. Het systeem vraagt een serieuze investering, is moeilijker te mechaniseren en vraagt planning op lange termijn. Maar tegenover die inspanning staan duidelijke voordelen: duurzaamheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit, en een herwaardering van erfgoed die meer is dan nostalgie.

De pergola herinnert ons eraan dat niet alles wat ‘modern’ oogt ook een verbetering is. Soms ligt de vooruitgang in het herontdekken van vergeten kennis. Een goed begrepen traditie is geen ballast, maar een bron van veerkracht.

Dat betekent niet dat de pergola een wondermiddel is. Voor krachtige, geconcentreerde wijnen met veel extract en stevige tannine kan een systeem als guyot of VSP nog steeds geschikter zijn. De pergola geeft vaak wijnen met meer luchtigheid, finesse en verteerbaarheid. Geen brute kracht, maar verfijning met spanning. En laat net dat het profiel zijn waar veel wijnliefhebbers opnieuw naar verlangen.

Metodo Classico d’Italia Part 5 – Trento DOC

Het is 31 december wanneer we dit artikel schrijven. Ongetwijfeld zullen er tijdens de jaar overgang wereldwijd weer miljoenen flessen ploppen om het oude jaar af te sluiten en elkaar in het nieuwe jaar al het beste toe te wensen. Misschien zullen daarbij zelfs enkele flessen Trento DOC sneuvelen want ondertussen zijn we aanbelandt bij de bubbels die ikzelf misschien wel het hoogst heb zitten van alle Metodo Classico appellaties die Italië rijk is… Trento DOC. Waarom is dit zo? Ongetwijfeld speelt de frisheid hierbij een zeer grote rol. Trento DOC combineert een zeer mooie frisse toets met de nodige vulling en minerale rijkheid. Daar waar ik Franciacorta te gehypet en commercieel noem, deze van Alta Langa te beschermend opgezet in een klein kringetje van producenten, deze van Oltrepo Pavese ronduit de beste op basis van Pinot Noir vind en deze van Lessini Durello een schat voor de toekomst noem zijn de bubbels van Trento DOC het meest veelzijdig en bieden ze het breedste smaakpallet. Enfin, dat dit een persoonlijke mening is moge duidelijk wezen!

Wat is Trento DOC?

De term Trento DOC staat synoniem voor hoogwaardige metodo classico-spumante, geproduceerd in Trentino, een regio in het noordoosten van Italië. De benaming, die in 1993 officieel werd erkend, was baanbrekend: het was de eerste Italiaanse mousserende wijnregio die zich exclusief wijdde aan de metodo classico, oftewel de traditionele methode voor mousserende wijnen. Deze methode omvat een tweede gisting in de fles, een nauwgezet en tijdsintensief proces dat wijnen oplevert met verfijnde bubbels, complexe smaken en een uitstekend rijpingspotentieel.

De DOC-certificering (Denominazione di Origine Controllata) is een garantie voor de kwaliteit en herkomst. Het waarborgt dat Trento DOC-wijnen voldoen aan strikte productie-eisen, van druiventeelt tot rijping, zodat consumenten alleen het beste van Trentino’s mousserende wijntraditie krijgen.

Een spectaculair landschap vol wijngaarden

Trento DOC bevindt zich in Trentino, een autonome regio in het noordoosten van Italië, bekend om zijn adembenemende alpenlandschappen. Hier beslaan de wijngaarden meer dan 10.000 hectare, ingebed in een fantastisch decor van met sneeuw bedekte bergen en glooiende heuvels. Het landschap wordt gedomineerd door de imposante Dolomieten, een UNESCO-werelderfgoed en een essentiële natuurlijke hulpbron voor Trento DOC.

De wijngaarden bevinden zich op hoogten tussen 200 en 800 meter boven zeeniveau, een kenmerk dat het karakter van de wijnen sterk beïnvloedt. Het grote hoogteverschil zorgt voor diverse microklimaten en maakt het mogelijk om druiven met verschillende kenmerken te telen. Bovendien wordt de omgeving gekenmerkt door aanzienlijke temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Deze temperatuurvariaties zijn essentieel voor de ontwikkeling van aromatische complexiteit, elegantie en levendige zuurgraad in de druiven.

Geschiedenis: een eeuw van visie en samenwerking

Het verhaal van Trento DOC begint met de visionaire Giulio Ferrari, een jonge wijnmaker uit Trentino die in 1902 de productie van metodo classico-wijnen naar zijn geboorteregio bracht. Na een reis naar Frankrijk, waar hij de prestigieuze Champagne-traditie leerde kennen, introduceerde hij Chardonnay in Trentino. Ferrari geloofde dat het koele klimaat en de kalkrijke bodems van zijn regio perfect waren om mousserende wijnen van wereldklasse te maken. Zijn inspanningen waren een groot succes en zijn wijnen vonden al snel internationale erkenning.

In 1984 volgde een belangrijke mijlpaal: de oprichting van het Trento-instituut, waarin producenten uit de regio hun krachten bundelden om de kwaliteit van hun wijnen te waarborgen en Trentino als mousserende wijnregio te promoten. Dit samenwerkingsverband legde de basis voor uniforme kwaliteitsnormen en internationale erkenning.

De formele erkenning kwam in 1993, toen Trento DOC werd gecertificeerd als Denominazione di Origine Controllata. Met deze certificering werden strikte regels ingesteld voor druiventeelt, productie en rijping, wat bijdroeg aan de reputatie van de regio als leider in metodo classico-productie.

Een nieuwe stap volgde in 2007 met de creatie van het Trento DOC-merk, een collectieve identiteit die het territorium en de gedeelde tradities van de regio benadrukte. Dit merk gaf producenten een sterkere positie op de internationale markten, terwijl het tegelijkertijd de unieke kwaliteiten van Trentino in de schijnwerpers zette.

Vandaag groeide de gemeenschap van Trento DOC-producenten verder, met maar liefst 67 producenten die zich aansloten bij het Trento DOC-instituut. Deze groei onderstreept het succes van de regio en de gedeelde passie van de wijnmakers voor kwaliteit en vakmanschap.

Unieke bodems en klimaat

De bodems in de regio zijn even indrukwekkend als de bergen die het landschap omringen. Ze hebben uitstekende drainage en beluchting, waardoor de wortels van de wijnstokken gezond en goed gevoed blijven. Rijk aan kalksteen en met een hoog gehalte aan silica, voegen deze bodems een unieke mineraliteit toe aan de wijnen van Trento DOC.

Het klimaat in Trentino is een harmonieuze mix van Alpine, continentale en mediterrane invloeden. De koele temperaturen die uit de Dolomieten stromen, zorgen voor frisheid en balans, terwijl het milde klimaat van het nabijgelegen Gardameer een verzachtend effect heeft en bijdraagt aan een langere rijpingsperiode. Deze combinatie creëert een ideaal groeiklimaat waarin druiven hun volle potentieel kunnen bereiken.

Trentino pergola

De steile berghellingen van Trentino hebben geleid tot het ontstaan van een uniek systeem van wijnstokgeleiding dat nog steeds veel wordt gebruikt: de Trentino Pergola. Dit methodische snoeisysteem is specifiek ontworpen voor de topografische uitdagingen van de regio. Het maakt het mogelijk om de wijnstokken optimaal van zonlicht te voorzien, wat de rijping van de druiven ten goede komt.

Bovendien biedt de pergola een praktische oplossing voor het snoeien en het vastbinden van de wijnstokken, waardoor het werk in de wijngaard efficiënter verloopt. Hoewel de pergola een integraal onderdeel blijft van de wijnbouwtraditie in Trentino, worden ook andere geleidingssystemen gebruikt, zoals guyot en spurred cordon. Elk systeem draagt bij aan het diversifiëren van de stijl en structuur van de wijnen die in de regio worden geproduceerd.

De druiven: klassieke variëteiten met alpenexpressie

Chardonnay is zonder twijfel de ster van Trento DOC. Deze druif is perfect afgestemd op het klimaat van Trentino, waar de combinatie van koele nachten en zonnige dagen een ideale omgeving biedt voor zijn ontwikkeling. Chardonnay geeft de wijnen finesse, aroma’s en een opmerkelijk lang verouderingspotentieel. Het is de onbetwiste basis voor de meeste Trento DOC-wijnen en speelt een sleutelrol in het succes van de regio.

Pinot Nero (Pinot Noir) is de tweede ster in de Trento DOC-wijngaarden. Deze druif staat bekend om het geven van wijnen met body, structuur en elegantie. Hoewel Pinot Nero zich uitstekend heeft aangepast aan het klimaat van Trentino, vereist het veel zorg in zowel de wijngaard als de wijnmakerij. Het is een uitdagende druif, maar de inspanningen worden rijkelijk beloond in de vorm van complexe, gebalanceerde wijnen.

Pinot Meunier wordt minder vaak gebruikt in Trento DOC, maar wordt gewaardeerd om zijn flexibiliteit. De druif kan zich aanpassen aan uiteenlopende terroirs en onvoorspelbare klimatologische omstandigheden. Hoewel het gebruik beperkt is, biedt Pinot Meunier een nuttige aanvulling in blends, met zijn vermogen om consistentie te brengen, zelfs onder uitdagende omstandigheden.

Pinot Bianco (Pinot Blanc) wordt minder frequent toegepast in vergelijking met Chardonnay en Pinot Nero, maar het speelt een belangrijke rol in het verrijken van de aroma’s van het boeket. Het voegt subtiele fruitige tonen toe, die de elegantie van de wijnen verhogen zonder de dominante kenmerken van de andere druiven te overheersen.

Soorten Trento DOC-wijnen

Trento DOC biedt een scala aan mousserende wijnen, elk met een eigen karakter en weerspiegeling van het terroir:

  • Trento DOC Brut: Moet minimaal 15 maanden rijpen op de lie. Het resultaat is een frisse, levendige wijn die perfect in balans is en een uitstekende kennismaking biedt met de regio.
  • Trento DOC Extra Brut en Pas Dosé: Deze stijlen, die ook minimaal 15 maanden op de lie rijpen, benadrukken de puurheid van de druiven en het terroir dankzij minimale of geen toegevoegde suiker.
  • Trento DOC Rosé: Gemaakt met Pinot Nero in de blend, minimaal 25%, en een rijping van minimaal 15 maanden, tonen deze wijnen delicate aroma’s van rood fruit en een elegante, romige textuur.
  • Trento DOC Millesimato: Deze wijnen, afkomstig uit één uitzonderlijk oogstjaar, rijpen minimaal 24 maanden op de lie. Ze laten de unieke kenmerken van dat specifieke jaar schitteren.
  • Trento DOC Riserva: De absolute top van de productie, met een rijping van minimaal 36 maanden op de lie. Deze wijnen bieden een opmerkelijke complexiteit, diepte en rijpingspotentieel.

De producenten: bewakers van traditie

Geen enkele naam is zo onlosmakelijk verbonden met Trento DOC als Ferrari. Sinds de oprichting in 1902 door Giulio Ferrari is het huis de onbetwiste vaandeldrager van de regio. Ferrari heeft niet alleen de standaard gezet voor kwaliteit, maar heeft ook bijgedragen aan de wereldwijde erkenning van Trento DOC. Hun wijnen staan bekend om hun elegantie, finesse en consistentie, en ze hebben talloze internationale prijzen gewonnen. De visie en vastberadenheid van de Lunelli-familie, die het huis nu leidt, blijven een inspiratiebron voor zowel gevestigde als opkomende producenten. Hun Riserva del Fondatore is en blijft een iconische bubbel.

Naast Ferrari zijn er ook andere prominente spelers zoals Rotari, bekend om hun duurzame praktijken, Altemasi, dat terroirgedreven wijnen maakt, en Cesarini Sforza, dat zich richt op kleinschalige productie. Mezzacorona, een grote coöperatieve, levert ook een belangrijke bijdrage aan de regio met hoogwaardige wijnen.

De toekomst van Trento DOC wordt mede vormgegeven door een nieuwe generatie van kleinere producenten die zich toeleggen op ambachtelijke, hoogwaardige wijnen. Cenci, bijvoorbeeld, is een producent die bekendstaat om zijn beperkte maar precieze productie, waarbij het terroir van Trentino centraal staat in elke fles. De Vigili, een familiebedrijf, combineert traditionele methoden met moderne technieken om unieke, karaktervolle Trento DOC-wijnen te creëren. Mas dei Chini is een ander veelbelovend huis dat zich onderscheidt door zijn expressieve wijnen, waarbij duurzame en lokale praktijken een sleutelrol spelen.

Deze kleinere producenten dragen bij aan de diversiteit en dynamiek van Trento DOC, en laten zien dat de toekomst van deze regio stevig verankerd is in kwaliteit, innovatie en respect voor traditie.

Een sprankelende toekomst

Trento DOC heeft zich stevig gevestigd als leider in Italië’s metodo classico-traditie, waar de kunst van mousserende wijnproductie samenkomt met de natuurlijke schoonheid van de Alpen. Met zijn ongerepte terroir, toewijding aan kwaliteit en gepassioneerde producenten vertegenwoordigt Trento DOC de top van Italiaanse mousserende wijnvakmanschap.