Alto Piemonte op zondag: Carema, de logische buitenstaander

Ah Carema, zucht, het was een instant crush vanaf het eerste moment dat ik de wijnstokken zag staan, steil tegen de flanken van de Alpen in hun typische geleiding. Ik werd als het ware naar de wijnstokken toe gezogen. Uiteindelijk zijn we er dan ook wat langer blijven hangen dan voorzien.

Nochtans zat ik bij de aanvang van deze reeks met een wat gewrongen gevoel. Ik keek enorm enthousiast uit naar de ontdekking van Alto Piemonte, maar strikt genomen mocht ik Carema niet mee opnemen. Ik weet het, het is niet correct, maar als ik thuis in de opleidingen over Alto Piemonte spreek, dan rolt Carema altijd mee van de tong. Ik duid het dan wel hoor.

Hoe ik het ook uitleg, draai of keer: Carema hoort niet bij Alto Piemonte. Point finale! Het behoort tot Canavese, waar bijvoorbeeld ook Erbaluce di Caluso DOCG thuishoort, en ligt westelijker in Piemonte.

Maar in mijn hoofd behoort Carema tot dezelfde noordelijke wijncultuur waarin Nebbiolo een heel andere kant van zichzelf toont dan in de Langhe. En dus moest dit buitenbeentje mee opgenomen worden.

Op de grens van Piemonte en Valle d’Aosta

Vanuit onze uitvalsbasis in La Morra was het toch dik anderhalf uur rijden naar Carema. Net wanneer je denkt Valle d’Aosta in te rijden, moet je de afrit nemen. Carema ligt helemaal in het noorden van Canavese, bijna letterlijk op de grens met Valle d’Aosta. Wie vanuit Piemonte naar het Aostadal rijdt, ziet het landschap hier ruwer worden en vooral snel de hoogte oplopen. Je kan er trouwens magnifieke foto’s nemen.

Het dorp ligt aan de voet van Monte Maletto. De wijngaarden bevinden zich op de hellingen erboven, op ongeveer 350 tot 700 meter hoogte. Dat verbaasde me wel, want als je ziet hoe de wijngaarden tegen de berg zijn aangelegd, had ik de ondergrens toch hoger ingeschat.

Een landschap van pergola’s en steen

Het meest herkenbare element van Carema zie je bijna onmiddellijk wanneer je het dorpje komt ingereden. Ik ging bijna automatisch op de rem staan en gelukkig was er een parking waar je even kon stoppen. Bij het inrijden bots je immers ogenblikkelijk op de coöperatieve van Carema en iets verderop zie je de druivenstokken beschut staan onder de typische pergola’s van Carema.

Verwacht je niet aan de bekende pergola zoals je die onder andere in Soave of Valpolicella ziet. Neen, hier worden de wijnstokken traditioneel hoog geleid en rusten ze op karakteristieke stenen zuilen, lokaal pilun genoemd. Die hebben meestal de vorm van een afgeknotte kegel en bepalen mee het uitzicht van de wijngaarden.

Naast een visueel effect hebben deze zuilen bovendien effectief een functie. De stenen warmen overdag op in de zon en geven een deel van die warmte tijdens de nacht opnieuw af. De pergola helpt bovendien bij het creëren van een eigen microklimaat onder het bladerdek.

Een bodem gevormd door de bergen

Het loont de moeite en ik raad het iedereen aan om effectief even te wandelen tussen de wijngaarden. Je kan er perfect de tijd voor nemen en de Sentiero dei Vigneti di Carema bewandelen, waarbij je op een 4 kilometer lange tocht doorheen de wijngaarden en het dorpje wordt gestuurd. Dit pad is bovendien nog ‘te doen’, want er zijn amper 110 hoogtemeters te overbruggen.

Ga je hogerop, dan is er nauwelijks sprake van zacht glooiende wijnhellingen. De wijngaarden bevinden zich op rotsachtige berghellingen met vooral morenisch materiaal. Maar zoals tijdens de wandeling duidelijk wordt, duiken daarnaast leisteenachtige en granietachtige gesteenten op. Wortels zoeken er hun weg tussen stenen en spleten, terwijl de terrassen slechts een beperkte hoeveelheid grond vasthouden.

Generaties wijnbouwers bouwden deze terrassen tegen de berg. Machines hebben er weinig te zoeken. Snoeien, onderhoud en oogst gebeuren grotendeels met de hand. De term heroïsche wijnbouw mag in Carema zonder veel discussie gebruikt worden.

Picutener en Prugnet

Wie in Carema over Nebbiolo spreekt, komt al snel twee namen tegen: Picutener en Prugnet. Zelfs een ervaren wijnrot zoals mezelf kan nog iets bijleren. De benaming Prugnet voor Nebbiolo was me immers helemaal niet bekend. Picutener uiteraard wel. Blijkbaar zijn het lokale Nebbiolobenamingen die historisch met de wijnbouw van Carema en ook met die van Donnas, even over de grens in Aosta, verbonden zijn.

Picutener is wel degelijk de naam die het vaakst opduikt. De benaming zou in verband gebracht worden met de kleine, compacte trossen en bessen. Prugnet wordt in oudere bronnen soms ook als Pugnet geschreven. Opvallend is natuurlijk de gelijkenis met Prunent, de lokale Nebbiolobenaming die we in de Ossolavalleien tegenkomen. Ik was stomverbaasd Prugnet in het disciplinare van Carema te zien opduiken.

Daarin staat ook dat Carema voor minstens 85 procent uit Nebbiolo moet bestaan. De resterende 15 procent mag worden ingevuld met andere toegelaten, niet aromatische blauwe druivenrassen.

De invulling van die aanvullende 15 procent ziet er hier wat anders uit dan in Alto Piemonte. Hier vinden we in de praktijk lokale rassen zoals Neyrette en Ner d’Ala, maar evenzeer Barbera en Freisa.

Veel producenten houden het overigens eenvoudig en werken met 100 procent Nebbiolo.

Carema DOC sinds 1967

Carema kreeg zijn DOC in 1967 en behoort daarmee tot de oudere beschermde herkomstbenamingen van Piemonte. De productiezone is bijzonder klein en omvat de gemeente Carema. De vinificatie, bewaring en rijping moeten eveneens binnen de productiezone gebeuren, maar zijn ook toegestaan in Ivery, een frazione van Pont Saint Martin net over de grens in Valle d’Aosta.

De gewone Carema moet minimaal 24 maanden rijpen, waarvan minstens 12 maanden in hout. Voor Carema Riserva loopt dat op tot minimaal 36 maanden, eveneens met minstens 12 maanden houtrijping.

Opvallend is dat het hout niet uitsluitend eik hoeft te zijn. Ook kastanje is toegestaan. De maximale inhoud van de vaten bedraagt 40 hectoliter.

Hoe smaakt Carema?

Lekker! Dat zou een heel simpel en correct antwoord kunnen zijn. Althans toch naar mijn smaak.

Het is een Nebbiolowijn en totaal andere aroma’s of smaken moeten we dus niet verwachten. Toch meen ik te mogen stellen dat zijn profiel net iets anders is dan in Alto Piemonte. Iets slanker misschien?

Om te starten is een Carema meestal nog iets lichter van kleur. Rood fruit, gedroogde roos en viooltjes komen vaak terug, naast kruiden, fijne aardse tonen en soms iets rokerigs of ijzerachtigs. Met flesrijping verschijnen gedroogde bloemen, tabak, specerijen en meer tertiaire aroma’s. Dat is dus niets anders dan hoe we een Nebbiolo omschrijven. Al lijkt het geurprofiel net iets fragieler te zijn.

In de mond speelt frisheid een hoofdrol. De zuren zijn uitgesproken en geven de wijn spanning. De tannine is aanwezig, zoals we van Nebbiolo verwachten, maar de combinatie van hoogte en klimaat levert doorgaans een fijner profiel op dan bij de krachtigste interpretaties uit Gattinara of Ghemme.

Een Carema daarmee wegzetten als een lichte, vlot drinkbare Nebbiolo zou een totaal verkeerde boodschap zijn en vooral de wijn tekortdoen. Goede Carema neemt je bij de lurven, heeft wel degelijk body en vooral verrassend veel lengte. En vergis je niet, deze wijnen kunnen bijzonder mooi ouderen.

Een appellatie van kleine percelen

Carema is ook vandaag nog een zeer kleine wijnwereld. We spreken over amper een twintigtal hectare wijngaarden, bovendien versnipperd over talloze terrassen. Vele percelen zijn echt wel megaklein. Ik kan niet met absolute zekerheid spreken, maar ik vermoed dat het grotere aaneengesloten wijngaardcomplex waar de eerder vermelde wandeling doorheen gaat, een van de grootste van Carema is.

Dat heeft gevolgen voor de manier waarop hier wijn wordt gemaakt. Individuele wijnbouwers beschikken vaak over onvoldoende druiven om zelfstandig een economisch leefbaar wijndomein uit te bouwen. De coöperatie speelt daarom een belangrijke rol.

De Cantina dei Produttori Nebbiolo di Carema beschikt via haar leden over een belangrijk deel van de wijngaarden en produceert zowel Carema DOC als Carema Riserva. Het is bovendien een coöperatie die op kwaliteit gestoelde wijnen maakt.

Daarnaast zijn er enkele kleine zelfstandige producenten die deze appellatie echt wel recht aandoen. Tijdens ons bezoek ginds wilde ik dan ook graag even langsgaan bij Ferrando. Een vriend van ons heeft de hele tijd zijn mond vol over zijn wijnen en ik heb tot op heden enkel nog maar zijn Erbaluce kunnen proeven. Hij is vooral lyrisch over de Etichetta Bianca en Etichetta Nera. We hadden ons bezoek niet aangekondigd en helaas bleef de poort gesloten. Die geheimen blijven voor ons dus nog steeds goed bewaard.

Ondertussen zien we ook een jongere generatie die opnieuw beweging in Carema brengt. Kleine projecten zoals Sorpasso tonen dat er opnieuw mensen bereid zijn om percelen te herstellen en zich aan deze arbeidsintensieve wijnbouw te wagen. Sorpasso begon in 2012 met een gehuurde wijngaard en groeide sindsdien tot iets meer dan één hectare.

Dat klinkt bescheiden. In Carema is één hectare echter al snel een verzameling trappen, muren, pergola’s en heel veel uren handenarbeid. Ben je er in de buurt, ga dan zelf eens tussen die wijngaarden wandelen. Je zal me overschot van gelijk geven.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG
  6. Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien
  7. Alto Piemonte op zondag: Lessona en een oude zeebodem
  8. Boca en Bramaterra: de comeback van twee kleine DOC’s
  9. Alto Piemonte op zondag: Fara, Sizzano en de grote DOC’s

Pergola: een klassiek systeem in een nieuw daglicht

Indien je bij het lezen van de titel denkt aan een houten constructie in de tuin waarlangs planten omhoog klimmen, dan heb je waarschijnlijk nog niet veel tijd doorgebracht tussen de wijngaarden. Wie door de steile hellingen van Trentino, Aosta, Ligurië of zelfs Veneto wandelt, merkt meteen dat de wijnranken er anders geleid worden dan in de meeste klassieke regio’s. Geen guyot of cordon, maar een pergola.

Zelf heb ik lange tijd meewarig gekeken naar wijnbouwers die dit systeem gebruikten. In mijn ogen draaide het vooral om het behalen van zoveel mogelijk volume in plaats van de bescherming tegen natuurelementen. Ondertussen heb ik dat oordeel lang achter mij gelaten. Meer nog: vandaag zie ik het nut, en op sommige plaatsen zelfs de absolute noodzaak, van dit oude geleidingssysteem.

Pergola stond lange tijd symbool voor een voorbijgestreefde manier van wijnbouw. Vandaag is het systeem geen curiositeit meer, maar opnieuw volop onderwerp van aandacht. Dankzij, of beter: door, de opwarming van de aarde. Wat ooit werd afgedaan als passé, blijkt bijzonder actueel.

Wat is het Pergola geleidingsysteem eigenlijk?

Het pergola geleidingsysteem is een manier om wijnstokken te leiden waarbij de scheuten niet verticaal omhoog groeien, zoals bij guyot of cordon, maar horizontaal worden uitgeleid over een latwerk dat zich boven het hoofd van de wijnbouwer bevindt. De ranken vormen zo een doorlopend bladerdak, terwijl de druiventrossen onder het loof hangen.

Dat bladerdak is geen esthetisch detail, maar een functioneel onderdeel van het systeem. Het werkt als een natuurlijke bescherming tegen zon, regen en wind. De druiven blijven uit de directe zon, wat het risico op zonnebrand en uitdroging beperkt. Tegelijk zorgt de open structuur ervoor dat lucht kan circuleren, wat helpt om schimmelziektes onder controle te houden.

De naam ‘pergola’ is dan ook geen toeval. Ze komt uit het Latijn pergula, wat een afdak of overdekte doorgang betekent. In de wijngaard krijgt die betekenis een heel concrete invulling: een levende overkapping van bladeren waaronder gewerkt en geoogst wordt.

Het onderhoud van een pergola wijngaard is arbeidsintensief. Snoeien, aanbinden en oogsten gebeuren vaak met de armen boven het hoofd of zelfs in gebogen houding. Vooral in steile of moeilijk toegankelijke wijngaarden vraagt dat een flinke fysieke inspanning. Hoewel het systeem dus letterlijk en figuurlijk ‘boven het hoofd groeit’, is het tegelijk een doordachte, eeuwenoude manier van wijnbouw die vandaag opnieuw aan belang wint.

Waarom werd het systeem vergeten?

In de twintigste eeuw werd traditie al te vaak gelijkgesteld aan achterstand. Nieuwe technieken, mechanisatie, agrochemie en de opmars van internationale druivenrassen zorgden voor een grootschalige modernisering in de wijngaard. Ambachtelijke wijnbouw, gebaseerd op lokale ervaring en handwerk, werd ingeruild voor strak geleide draadsystemen met lage stokken en hogere efficiëntie.

De pergola viel daarbij uit de gratie. Het systeem kreeg het etiket van ouderwets, inefficiënt en gericht op massaproductie. In regio’s als Trentino werden complete hellingen gerooid. De lokale druif Schiava (ook bekend als Vernatsch), die makkelijk veel draagt en lang het beeld van de streek bepaalde, werd vaak vervangen door internationale rassen en marktgerichte aanplant, zoals Cabernet Sauvignon en Pinot Grigio. Het resultaat? Meer opbrengst, meer standaardisatie… maar ook het verlies van biodiversiteit en een uniek cultureel landschap.

Dat oordeel bleef lang hangen: de pergola stond symbool voor flauwe wijn, overproductie en achterhaalde technieken. Veel wijnbouwers lieten zich overtuigen door consultants die beweerden dat guyot en VSP (Vertical Shoot Positioning – een rechtop geleid, modern draadgeleidingssysteem) efficiënter, kwalitatiever en vooral moderner waren.

Toch verandert dat beeld vandaag snel. Wijnmakers, onderzoekers én consumenten herontdekken de kwaliteiten van het systeem. Niet uit nostalgie, maar uit noodzaak. Klimaatverandering, arbeidstekorten en de zoektocht naar duurzamere wijnbouw brengen de pergola terug op het voorplan. Daardoor krijgt dit geleidingsysteem vandaag een nieuwe invulling in een veranderend klimaat.

Schaduw voor druif én druivenplukker

In een tijd waarin temperaturen stijgen en de wijnbouw onder druk staat van extreme weersomstandigheden én arbeidskrapte, biedt het pergolasysteem een opvallend praktisch antwoord.

Een driejarige studie van Amaroneproducent Masi toonde aan dat druiven onder een pergola op hete zomerdagen tot wel 20°C koeler blijven dan druiven geleid via het guyot-systeem. Dat verschil is meer dan een voetnoot: het voorkomt zonnebrand, verlaagt verdamping en vermindert stress voor de plant. Het resultaat? Meer kleurstoffen (anthocyanen), minder tannine, en minder risico op overrijping. Zeker relevant voor wijnen die gebaat zijn bij evenwichtige concentratie, zoals Amarone.

Maar ook op sociaal vlak scoort de pergola. Volgens Andrea Lonardi MW is het een systeem dat beter inspeelt op het veranderende arbeidspotentieel in de wijnbouw. In tegenstelling tot VSP-systemen, die veel loofbeheer vereisen (scheuten dunnen, bladeren verwijderen, draden spannen), is het werk bij een pergola meer gespreid en minder geconcentreerd in korte piekmomenten.

En dan is er nog een bijna ironisch voordeel: onder een pergola werk je in de schaduw. Wie met de hand oogst, zoals in veel kwaliteitsregio’s nog steeds gebeurt, hoeft geen trossen te plukken in de brandende zon, maar kan letterlijk wat koelte vinden tussen de bladeren.

Heroïsche wijnbouw: kruipen onder de druiven

De pergola mag dan schaduw en werkcomfort bieden in veel regio’s, dat is niet overal het geval. In gebieden zoals Ligurië en de Valle d’Aosta krijgt het systeem een heel andere dimensie. Daar volgt de pergola niet de mens, maar het landschap. En dat landschap is vaak allesbehalve vriendelijk.

Op steile hellingen, tussen rotspartijen en eeuwenoude terrassen, worden de pergola’s bewust laag gehouden, vaak omschreven als pergola bassa. Soms om te profiteren van de warmere luchtlagen dicht bij de grond, soms gewoon omdat de geografie niets anders toelaat. Hoog bouwen is daar geen optie, en dus groeit de wijnstok net boven de stenen.

Het resultaat: oogsten gebeurt gebukt, gehurkt of, in het ergste geval, half liggend op de buik tussen de druiventrossen. Het is geen werk voor wie houdt van ergonomie of rechte rijen. In Ligurië spreekt men dan ook niet voor niets van viticoltura eroica – heroïsche wijnbouw. Een vorm van landbouw die niet alleen wijn oplevert, maar ook knieën die het terrein letterlijk ondergaan, en een doorzettingsvermogen dat geen machine evenaart.

Dit soort wijngaarden zijn geen Instagram-decor, maar levend erfgoed. Ze tonen tot hoever wijnbouwers bereid zijn te gaan om hun hellingen te blijven bewerken, druiven te telen op plaatsen waar de machine allang heeft afgehaakt, en wijn te maken die de strijd met het terrein weerspiegelt.

Vele gezichten, één gedachte

De herwaardering van de pergola stopt niet aan de Italiaanse grens. Al sinds de oudheid werden wijnranken omhoog geleid om lucht en licht te benutten, en door de eeuwen heen paste het systeem zich telkens aan aan streek, druif en klimaat. Vandaag raakt het opnieuw ingeburgerd in uiteenlopende delen van de wijnwereld. In Galicië bijvoorbeeld grijpen wijnbouwers terug naar de pergola voor Albariño. In Argentinië is het systeem al lang in gebruik voor Bonarda, onder de naam parral. Zelfs in Napa overwegen gerenommeerde domeinen om Cabernet Sauvignon onder pergola te leiden, uit bezorgdheid over oververhitting.

Die internationale verspreiding gaat gepaard met een rijke variatie aan vormen, aangepast aan het klimaat, de druif en het landschap:

  1. De Pergola Veronese, klassiek en nog steeds wijdverspreid in Valpolicella.
  2. De tendone of ‘grote tent’, een draadgestuurde overkapping, typisch voor Abruzzo
  3. Latada, een Portugese benaming voor pergola achtige overkappingen in de wijngaard.
  4. De dubbele pergola in Soave, met loof aan weerszijden van de druivenrij.
  5. De Parral in Zuid-Amerika, vooral in Argentinië en Chili.
  6. De betonnen, witgeschilderde zuilen in Valle d’Aosta.

Sommige systemen doen zelfs denken aan moderne innovaties zoals de Geneva Double Curtain, al is het doel daar om de zon toe te laten, in plaats van haar buiten te houden.

Hoe verschillend ook in vorm, al deze varianten delen dezelfde filosofie: streven naar perfectie, passend bij het microklimaat, bescherming van de druif, en een leidingsysteem dat zich voegt naar de plek, niet omgekeerd.

En nee, een pergola hoeft heus geen waterige wijn op te leveren. Het is immers vaak niet het systeem zelf dat zorgt voor uitgezakte trossen, maar de manier waarop ermee omgegaan wordt. In een test met Schiava druiven van pergola’s in Alto-Adige bleek het verschil duidelijk: de overrijpe, opgeblazen bessen kwamen van een perceel dat geïrrigeerd werd, de geconcentreerde, evenwichtige bessen kwamen van dezelfde druif, maar zonder kunstmatige watergift. De les? Het succes van een pergola hangt niet af van de hoogte van het bladerdak, maar van de visie van de wijnbouwer eronder.

Een nieuwe toekomst voor de pergola?

Wie vandaag opnieuw een pergola wil aanleggen, moet daar niet licht over denken. Het systeem vraagt een serieuze investering, is moeilijker te mechaniseren en vraagt planning op lange termijn. Maar tegenover die inspanning staan duidelijke voordelen: duurzaamheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit, en een herwaardering van erfgoed die meer is dan nostalgie.

De pergola herinnert ons eraan dat niet alles wat ‘modern’ oogt ook een verbetering is. Soms ligt de vooruitgang in het herontdekken van vergeten kennis. Een goed begrepen traditie is geen ballast, maar een bron van veerkracht.

Dat betekent niet dat de pergola een wondermiddel is. Voor krachtige, geconcentreerde wijnen met veel extract en stevige tannine kan een systeem als guyot of VSP nog steeds geschikter zijn. De pergola geeft vaak wijnen met meer luchtigheid, finesse en verteerbaarheid. Geen brute kracht, maar verfijning met spanning. En laat net dat het profiel zijn waar veel wijnliefhebbers opnieuw naar verlangen.