Hagel in de wijngaard: schade, herstel en bescherming

Het is begin april wanneer we aan dit artikel beginnen. Binnen enkele weken kijken heel wat wijnbouwers opnieuw met argusogen naar de weerberichten. Niet zonder reden. De stevige hagelbuien waarmee we de voorbije jaren almaar vaker geconfronteerd worden, kunnen in enkele minuten een wijngaard zwaar toetakelen. Wie de berichten uit het voorjaar van de laatste jaren erbij neemt, merkt al snel dat de invloed van hagel op de wijnbouw veel groter is geworden en in sommige periodes echt cruciaal is.

Hagel blijft dan ook een van de meest gevreesde fenomenen in de wijngaard. Dat was vroeger al zo, en dat is vandaag niet anders. Alleen is de manier waarop wijnbouwers ermee omgaan grondig veranderd. Hagel ontstaat in krachtige onweerscellen waarin waterdruppels door opstijgende luchtstromen herhaaldelijk bevriezen en aangroeien, tot ze uiteindelijk als ijsklompen naar beneden vallen. Voor een wijngaard vol jong en kwetsbaar groen weefsel is dat zowat het laatste wat je wil zien aankomen.

Met de alsmaar grilligere weersomstandigheden van de voorbije jaren is dit onderwerp relevanter dan ooit. De wijnbouwer volgt de weersmodellen dan ook met de nodige onrust op, in de hoop dat zijn wijngaard bij dreigend noodweer buiten schot blijft.

Hagelschade, vandaag maar ook morgen

Wie hagel enkel bekijkt als een risico op wat beschadigde trossen, onderschat grondig wat er in de wijngaard kan gebeuren. De impact hangt sterk af van het moment waarop de bui toeslaat. Vroeg in het seizoen worden vooral jonge scheuten, bladeren en bloeiwijzen geraakt. Dat zorgt voor direct verlies van groen weefsel, voor wonden op de plant en voor een verzwakking van de hele vegetatieve opbouw. De wijnstok verliest bladoppervlak, wordt gevoeliger voor infecties en ziet zijn groeicyclus fors verstoord.

Op dat moment is er gelukkig wel nog een zeker herstelpotentieel. Gezonde volwassen wijnstokken kunnen zich verrassend goed herpakken, omdat secundaire of latente knoppen opnieuw kunnen uitlopen. Dat betekent dat een vroege hagelbui, hoe hard die ook aankomt, nog ruimte laat om opnieuw functioneel blad op te bouwen en een deel van het seizoen te redden.

Complexer wordt het tussen bloei en vruchtzetting, doorgaans van juni tot in juli. In die periode raakt hagel vaak tegelijk het bladerdek en de jonge trossen. De hergroei verloopt minder gelijkmatig en het opbrengstverlies loopt sneller op. Slaagt de plant erin opnieuw voldoende functioneel blad op te bouwen, dan kan zij nog reserves aanleggen die nodig zijn voor het volgende seizoen. Lukt dat onvoldoende, dan blijft de schade langer doorwerken dan alleen in het lopende jaar.

Nog gevoeliger wordt het na de verkleuring van de druiven, meestal vanaf augustus, en in de aanloop naar de oogst. Dan zijn de bladeren de motor van de rijping en van de reserveopbouw in stam en wortels. Als in die fase een groot deel van het bladerdek verloren gaat, vertraagt de rijping en komt ook de knopvruchtbaarheid van het volgende jaar onder druk te staan. Tegelijk zijn het dan vooral de trossen zelf die zwaar lijden. Bessen kunnen kneuzen, openscheuren, beginnen rotten of gewoon voortijdig afvallen.

Daar zit net de angel in de schade die hagel kan aanrichten. De schade is zichtbaar in volume, in kwaliteit en kan zelfs gevolgen hebben voor de volgende jaren. Zware schade kan de reserves van de plant aantasten en de basis leggen voor een zwakker volgend jaar. Wie meerdere jaren na elkaar met stevige hagelschade te maken krijgt, ziet soms ook de algemene veerkracht van een perceel afnemen.

De eerste dagen na de bui

Is de wijngaard getroffen door een hagelbui, weet dan dat de eerste 24 tot 48 uur nadien vaak doorslaggevend zijn. Net in dat korte tijdsvenster moet duidelijk worden hoe zwaar de schade werkelijk is, waar snel ingrijpen nodig is en welke delen van de plant nog levensvatbaar zijn. Bij warm en vochtig weer kan een wijnstok vrij snel opnieuw beginnen uitlopen, waardoor de schade aan scheuten, vaatweefsel of blijvend hout minder zichtbaar wordt dan ze werkelijk is. Tegelijk stijgt vanaf dat moment ook het risico op infecties via open wonden. Daarom volstaat een snelle blik op een gehavend perceel niet.

Voor een goede evaluatie moet de wijnbouwer kijken naar afgebroken toppen, beschadigde bladstelen, gekneusde of opengebarsten bessen en vooral ook naar letsels aan stam of dragende ranken. Net daar zit soms schade die op het eerste gezicht minder spectaculair oogt, maar later veel zwaarder kan doorwegen.

Wie voor dergelijke schade verzekerd is, weet bovendien dat ook de eerste foto’s cruciaal kunnen zijn om een mogelijk financieel verlies later nog te verhalen via die polis.

Dan is het heropbouwen geblazen. Beschadigde percelen vragen snelle wondzorg, opvolging van het bladerdek en een nuchtere inschatting van wat nog levensvatbaar is. Het doel is dubbel: zoveel mogelijk van de huidige oogst redden waar dat nog zinvol is, en tegelijk de architectuur en de reserves van de wijnstok beschermen voor het volgende seizoen.

Als dit fenomeen zich enkele jaren na elkaar herhaalt, is het trouwens niet alleen een technische en economische belasting, maar ook een mentale. Niet elke wijnbouwer is actief in een economisch bijzonder rendabel gebied zoals Barolo, Brunello, Bourgogne of Champagne, waar een deel van de schade makkelijker kan worden opgevangen via hogere prijzen. Voor veel andere wijnboeren ligt dat compleet anders. Daar kan herhaalde hagelschade het voortbestaan van het domein echt onder druk zetten.

Herstel vraagt gericht sturen

Dat de wijnstok een opmerkelijk stukje natuur is, weten we al langer. Bovendien beschikt hij over een sterk herstelvermogen. Zelfs na zware bladschade kan hij via nieuwe scheuten en lateralen opnieuw fotosynthese opbouwen. Daardoor kan bij een goede opvolging soms nog een deel van de productie gered worden en kan de plant opvallend veel van haar functie herstellen.

Toch leert de logica ons ook dat beschadigd vaatweefsel niet zomaar weer dichtgroeit alsof er niets gebeurd is. Wonden worden afgegrendeld en overgroeid, maar niet echt ongedaan gemaakt. Hoe goed dat proces verloopt, hangt af van de energiereserves van de plant, van de keuzes die de wijnbouwer maakt en van de omstandigheden na de bui.

Een belangrijk onderdeel van dat herstel is strategisch snoeien. Bij zwaar beschadigde groene scheuten is het vaak verstandiger om terug te snoeien tot dicht bij de basis van de scheut, zodat de energie naar sterke en goed geplaatste nieuwe uitloop gaat. Zulke hergroei is doorgaans veel bruikbaarder voor de opbouw van het volgende seizoen dan zwakke lateralen die ontstaan wanneer men half beschadigde scheuten ergens in het midden terugknipt.

Half beschadigde scheuten laten staan lijkt soms geruststellend, omdat er nog iets groen hangt, maar in de praktijk levert dat vaak rommelige en weinig bruikbare hergroei op. Doelgericht terugwerken naar een sterke basis geeft de wijnstok meer kans om opnieuw orde in zijn vegetatie te brengen. Wanneer ook ranken of stam schade vertonen, wordt het ernstiger. Zeker bij jonge wijnstokken kan het dan nodig zijn om een krachtige scheut van onderaan te selecteren en de plant opnieuw op te leiden. Dat is soms gewoon de verstandigste keuze op lange termijn, hoe ingrijpend die beslissing ook is.

Ook voeding en waterbeheer vragen na hagelschade meer finesse dan kracht. Er bestaat soms de neiging om de wijnstok na zulke schade te willen overbehandelen: veel voeding, veel stimulans, veel goede bedoelingen. Alleen werkt het zo niet helemaal. Overmatig gebruik van stikstof kan leiden tot te uitbundige vegetatieve groei, en daar is de plant lang niet altijd mee geholpen. Wat nodig is, is zoals steeds evenwicht. Een verzorgde ondersteuning van de plant, met aandacht voor weefselsterkte en wondheling, is meestal verstandiger dan een groeispurt proberen forceren.

Hetzelfde geldt voor waterbeheer. De wijnstok moet functioneel blijven, maar overmatige stimulering van laterale groei helpt niet altijd. De bedoeling is niet om zoveel mogelijk nieuw groen te produceren, wel om de plant opnieuw stabiel en werkbaar te krijgen.

Wonden, infecties en de invloed op kwaliteit

Hagelwonden vergroten het risico op infecties, en die hebben op hun beurt hun invloed op de uiteindelijke kwaliteit in het glas. Vooral bij beschadigde bessen kan rot zich snel ontwikkelen. Ernstig getroffen trossen verwijderen is dan vaak gewoon noodzakelijk, liefst zo snel mogelijk, zodat de kans op verdere aantasting niet toeneemt.

Zelfs wanneer rot uitblijft, blijft beschadigd fruit een risico voor de uiteindelijke wijnkwaliteit. Ongelijkmatige rijping, verlies aan frisheid of minder zuivere aroma’s kunnen later mee het gevolg zijn wanneer te veel geraakt fruit toch in de oogst terechtkomt. Extra frustrerend voor onze wijnbouwer uiteraard. Je bent dan al blij dat er nog iets te oogsten valt, om vervolgens te merken dat ook de homogeniteit van het fruit onder druk staat.

Daarnaast schuilt er nog een minder zichtbaar gevaar in houtwonden. Beschadigingen aan blijvend hout kunnen later toegangspoorten worden voor houtziekten (zoals eutypa, botryosphaeria of esca). Net daarom vraagt schade aan stam of blijvend hout een propere en doordachte aanpak. Loshangend of zwaar beschadigd weefsel moet netjes worden weggewerkt, gereedschap hoort ontsmet te zijn en ook in de wijngaard laat je beschadigd materiaal best niet zomaar liggen. Is de stam echt gespleten of lijkt het blijvende hout zwaar geraakt, dan is het op langere termijn vaak verstandiger om een krachtige scheut van onderaan te selecteren en de plant opnieuw op te leiden, dan te rekenen op volledig herstel van zwaar beschadigd hout.

Preventief beschermen?

Het hagelkanon spreekt nog altijd tot de verbeelding. Zo’n installatie oogt indrukwekkend en suggereert daadkracht. Alleen is de realiteit minder heroïsch. Het basisidee is bekend: via schokgolven probeert men de vorming of aangroei van hagel te verstoren. De werking blijft wetenschappelijk echter zwak onderbouwd en de kans op succes is hoogst onzeker. Met dit kanon moet je dus anticiperen op wat mogelijks komen gaat. Bovendien maakt het extreem veel lawaai, wat voor irritatie bij de omgeving zorgt. Populair is dit dus niet, of beter niet langer.

Veel vaker zie je vandaag anti hagelnetten. Die zijn de voorbije jaren uitgegroeid tot de meest geloofwaardige vorm van actieve bescherming in de wijngaard. Ze vormen een echte barrière tussen hagel en tros. Ze beïnvloeden het licht, de luchtcirculatie en soms ook de algemene werking van het perceel. Ze vragen bovendien een investering, onderhoud en aanpassing in de manier van werken. Toch wegen die nadelen in veel situaties niet op tegen het voordeel van daadwerkelijke bescherming. In risicovolle zones zijn ze steeds vaker een rationele keuze geworden.

De echte vernieuwing in het hagelverhaal zit misschien wel in de manier waarop wijnbouwers informatie gebruiken. Lokale radar, gerichte weerapps, waarschuwingen per perceel en snellere communicatie hebben de voorbereiding sterk verbeterd. Hagel blijft onvoorspelbaar, maar hij komt minder vaak volledig uit het niets dan vroeger. Daardoor kan de wijnbouwer sneller reageren, sneller mensen en materiaal inzetten en na de bui ook gerichter beslissen waar eerst moet worden ingegrepen.

Verzekering blijft daarnaast voor veel domeinen de laatste verdedigingslijn. Alleen is ook dat verhaal minder eenvoudig geworden. Schade door extreme weersomstandigheden weegt steeds zwaarder door, waardoor verzekeringen duurder, selectiever of complexer worden. Voor wijnbouwers betekent dat dat een polis belangrijk blijft, maar niet langer volstaat als enige antwoord.

Een weesgegroetje bidden zal dus niet helpen, evenmin als hopen dat je buiten schot blijft. Al blijft dat laatste, alle technologie ten spijt, nog altijd een stille wens van elke wijnbouwer.

Pergola: een klassiek systeem in een nieuw daglicht

Indien je bij het lezen van de titel denkt aan een houten constructie in de tuin waarlangs planten omhoog klimmen, dan heb je waarschijnlijk nog niet veel tijd doorgebracht tussen de wijngaarden. Wie door de steile hellingen van Trentino, Aosta, Ligurië of zelfs Veneto wandelt, merkt meteen dat de wijnranken er anders geleid worden dan in de meeste klassieke regio’s. Geen guyot of cordon, maar een pergola.

Zelf heb ik lange tijd meewarig gekeken naar wijnbouwers die dit systeem gebruikten. In mijn ogen draaide het vooral om het behalen van zoveel mogelijk volume in plaats van de bescherming tegen natuurelementen. Ondertussen heb ik dat oordeel lang achter mij gelaten. Meer nog: vandaag zie ik het nut, en op sommige plaatsen zelfs de absolute noodzaak, van dit oude geleidingssysteem.

Pergola stond lange tijd symbool voor een voorbijgestreefde manier van wijnbouw. Vandaag is het systeem geen curiositeit meer, maar opnieuw volop onderwerp van aandacht. Dankzij, of beter: door, de opwarming van de aarde. Wat ooit werd afgedaan als passé, blijkt bijzonder actueel.

Wat is het Pergola geleidingsysteem eigenlijk?

Het pergola geleidingsysteem is een manier om wijnstokken te leiden waarbij de scheuten niet verticaal omhoog groeien, zoals bij guyot of cordon, maar horizontaal worden uitgeleid over een latwerk dat zich boven het hoofd van de wijnbouwer bevindt. De ranken vormen zo een doorlopend bladerdak, terwijl de druiventrossen onder het loof hangen.

Dat bladerdak is geen esthetisch detail, maar een functioneel onderdeel van het systeem. Het werkt als een natuurlijke bescherming tegen zon, regen en wind. De druiven blijven uit de directe zon, wat het risico op zonnebrand en uitdroging beperkt. Tegelijk zorgt de open structuur ervoor dat lucht kan circuleren, wat helpt om schimmelziektes onder controle te houden.

De naam ‘pergola’ is dan ook geen toeval. Ze komt uit het Latijn pergula, wat een afdak of overdekte doorgang betekent. In de wijngaard krijgt die betekenis een heel concrete invulling: een levende overkapping van bladeren waaronder gewerkt en geoogst wordt.

Het onderhoud van een pergola wijngaard is arbeidsintensief. Snoeien, aanbinden en oogsten gebeuren vaak met de armen boven het hoofd of zelfs in gebogen houding. Vooral in steile of moeilijk toegankelijke wijngaarden vraagt dat een flinke fysieke inspanning. Hoewel het systeem dus letterlijk en figuurlijk ‘boven het hoofd groeit’, is het tegelijk een doordachte, eeuwenoude manier van wijnbouw die vandaag opnieuw aan belang wint.

Waarom werd het systeem vergeten?

In de twintigste eeuw werd traditie al te vaak gelijkgesteld aan achterstand. Nieuwe technieken, mechanisatie, agrochemie en de opmars van internationale druivenrassen zorgden voor een grootschalige modernisering in de wijngaard. Ambachtelijke wijnbouw, gebaseerd op lokale ervaring en handwerk, werd ingeruild voor strak geleide draadsystemen met lage stokken en hogere efficiëntie.

De pergola viel daarbij uit de gratie. Het systeem kreeg het etiket van ouderwets, inefficiënt en gericht op massaproductie. In regio’s als Trentino werden complete hellingen gerooid. De lokale druif Schiava (ook bekend als Vernatsch), die makkelijk veel draagt en lang het beeld van de streek bepaalde, werd vaak vervangen door internationale rassen en marktgerichte aanplant, zoals Cabernet Sauvignon en Pinot Grigio. Het resultaat? Meer opbrengst, meer standaardisatie… maar ook het verlies van biodiversiteit en een uniek cultureel landschap.

Dat oordeel bleef lang hangen: de pergola stond symbool voor flauwe wijn, overproductie en achterhaalde technieken. Veel wijnbouwers lieten zich overtuigen door consultants die beweerden dat guyot en VSP (Vertical Shoot Positioning – een rechtop geleid, modern draadgeleidingssysteem) efficiënter, kwalitatiever en vooral moderner waren.

Toch verandert dat beeld vandaag snel. Wijnmakers, onderzoekers én consumenten herontdekken de kwaliteiten van het systeem. Niet uit nostalgie, maar uit noodzaak. Klimaatverandering, arbeidstekorten en de zoektocht naar duurzamere wijnbouw brengen de pergola terug op het voorplan. Daardoor krijgt dit geleidingsysteem vandaag een nieuwe invulling in een veranderend klimaat.

Schaduw voor druif én druivenplukker

In een tijd waarin temperaturen stijgen en de wijnbouw onder druk staat van extreme weersomstandigheden én arbeidskrapte, biedt het pergolasysteem een opvallend praktisch antwoord.

Een driejarige studie van Amaroneproducent Masi toonde aan dat druiven onder een pergola op hete zomerdagen tot wel 20°C koeler blijven dan druiven geleid via het guyot-systeem. Dat verschil is meer dan een voetnoot: het voorkomt zonnebrand, verlaagt verdamping en vermindert stress voor de plant. Het resultaat? Meer kleurstoffen (anthocyanen), minder tannine, en minder risico op overrijping. Zeker relevant voor wijnen die gebaat zijn bij evenwichtige concentratie, zoals Amarone.

Maar ook op sociaal vlak scoort de pergola. Volgens Andrea Lonardi MW is het een systeem dat beter inspeelt op het veranderende arbeidspotentieel in de wijnbouw. In tegenstelling tot VSP-systemen, die veel loofbeheer vereisen (scheuten dunnen, bladeren verwijderen, draden spannen), is het werk bij een pergola meer gespreid en minder geconcentreerd in korte piekmomenten.

En dan is er nog een bijna ironisch voordeel: onder een pergola werk je in de schaduw. Wie met de hand oogst, zoals in veel kwaliteitsregio’s nog steeds gebeurt, hoeft geen trossen te plukken in de brandende zon, maar kan letterlijk wat koelte vinden tussen de bladeren.

Heroïsche wijnbouw: kruipen onder de druiven

De pergola mag dan schaduw en werkcomfort bieden in veel regio’s, dat is niet overal het geval. In gebieden zoals Ligurië en de Valle d’Aosta krijgt het systeem een heel andere dimensie. Daar volgt de pergola niet de mens, maar het landschap. En dat landschap is vaak allesbehalve vriendelijk.

Op steile hellingen, tussen rotspartijen en eeuwenoude terrassen, worden de pergola’s bewust laag gehouden, vaak omschreven als pergola bassa. Soms om te profiteren van de warmere luchtlagen dicht bij de grond, soms gewoon omdat de geografie niets anders toelaat. Hoog bouwen is daar geen optie, en dus groeit de wijnstok net boven de stenen.

Het resultaat: oogsten gebeurt gebukt, gehurkt of, in het ergste geval, half liggend op de buik tussen de druiventrossen. Het is geen werk voor wie houdt van ergonomie of rechte rijen. In Ligurië spreekt men dan ook niet voor niets van viticoltura eroica – heroïsche wijnbouw. Een vorm van landbouw die niet alleen wijn oplevert, maar ook knieën die het terrein letterlijk ondergaan, en een doorzettingsvermogen dat geen machine evenaart.

Dit soort wijngaarden zijn geen Instagram-decor, maar levend erfgoed. Ze tonen tot hoever wijnbouwers bereid zijn te gaan om hun hellingen te blijven bewerken, druiven te telen op plaatsen waar de machine allang heeft afgehaakt, en wijn te maken die de strijd met het terrein weerspiegelt.

Vele gezichten, één gedachte

De herwaardering van de pergola stopt niet aan de Italiaanse grens. Al sinds de oudheid werden wijnranken omhoog geleid om lucht en licht te benutten, en door de eeuwen heen paste het systeem zich telkens aan aan streek, druif en klimaat. Vandaag raakt het opnieuw ingeburgerd in uiteenlopende delen van de wijnwereld. In Galicië bijvoorbeeld grijpen wijnbouwers terug naar de pergola voor Albariño. In Argentinië is het systeem al lang in gebruik voor Bonarda, onder de naam parral. Zelfs in Napa overwegen gerenommeerde domeinen om Cabernet Sauvignon onder pergola te leiden, uit bezorgdheid over oververhitting.

Die internationale verspreiding gaat gepaard met een rijke variatie aan vormen, aangepast aan het klimaat, de druif en het landschap:

  1. De Pergola Veronese, klassiek en nog steeds wijdverspreid in Valpolicella.
  2. De tendone of ‘grote tent’, een draadgestuurde overkapping, typisch voor Abruzzo
  3. Latada, een Portugese benaming voor pergola achtige overkappingen in de wijngaard.
  4. De dubbele pergola in Soave, met loof aan weerszijden van de druivenrij.
  5. De Parral in Zuid-Amerika, vooral in Argentinië en Chili.
  6. De betonnen, witgeschilderde zuilen in Valle d’Aosta.

Sommige systemen doen zelfs denken aan moderne innovaties zoals de Geneva Double Curtain, al is het doel daar om de zon toe te laten, in plaats van haar buiten te houden.

Hoe verschillend ook in vorm, al deze varianten delen dezelfde filosofie: streven naar perfectie, passend bij het microklimaat, bescherming van de druif, en een leidingsysteem dat zich voegt naar de plek, niet omgekeerd.

En nee, een pergola hoeft heus geen waterige wijn op te leveren. Het is immers vaak niet het systeem zelf dat zorgt voor uitgezakte trossen, maar de manier waarop ermee omgegaan wordt. In een test met Schiava druiven van pergola’s in Alto-Adige bleek het verschil duidelijk: de overrijpe, opgeblazen bessen kwamen van een perceel dat geïrrigeerd werd, de geconcentreerde, evenwichtige bessen kwamen van dezelfde druif, maar zonder kunstmatige watergift. De les? Het succes van een pergola hangt niet af van de hoogte van het bladerdak, maar van de visie van de wijnbouwer eronder.

Een nieuwe toekomst voor de pergola?

Wie vandaag opnieuw een pergola wil aanleggen, moet daar niet licht over denken. Het systeem vraagt een serieuze investering, is moeilijker te mechaniseren en vraagt planning op lange termijn. Maar tegenover die inspanning staan duidelijke voordelen: duurzaamheid, klimaatbestendigheid, biodiversiteit, en een herwaardering van erfgoed die meer is dan nostalgie.

De pergola herinnert ons eraan dat niet alles wat ‘modern’ oogt ook een verbetering is. Soms ligt de vooruitgang in het herontdekken van vergeten kennis. Een goed begrepen traditie is geen ballast, maar een bron van veerkracht.

Dat betekent niet dat de pergola een wondermiddel is. Voor krachtige, geconcentreerde wijnen met veel extract en stevige tannine kan een systeem als guyot of VSP nog steeds geschikter zijn. De pergola geeft vaak wijnen met meer luchtigheid, finesse en verteerbaarheid. Geen brute kracht, maar verfijning met spanning. En laat net dat het profiel zijn waar veel wijnliefhebbers opnieuw naar verlangen.

Wijn-Week van de Poëzie

In het kader van de week van de poëzie post ik graag enkele gedichten die ik reeds eerder schreef.
Uiteraard staan deze enkel in het teken van de weidse wijnomgeving!

Het leven waait met zwoele bries door mijn aderen, De omgeving slorpt gulzig aan mijn zintuigen, De atmosfeer absorbeert, Ik ben nietig en nederig als gewillig slachtoffer…

Doorheen de woeste velden der wijngaarden trekken we, dansend op de sonates der krekels, de brandende zon kleurend op het maagdelijk vlees… De heerlijke wijn pleistert!

Een klim naar de top der engelen, zwoegend puffend met een van verbazing kloppend hart, fiere ranken supporteren in stilte, strijdend vol geduld kent ook zijn vrucht geen limiet!

De wind speelt met de haren die ik verloren heb, de zon brandt verborgen over me heen. De cipressen zeggen me waardig doch statig goedendag. Toscane lacht me toe… En ik, ik laat het gebeuren!

Wine is bottle poetry