Alto Piemonte op zondag: Ghemme, Spanna op klei en keien

Gattinara en Ghemme worden vaak in één adem genoemd. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid komt dit omdat het de twee DOCG appellaties van Alto Piemonte zijn. Bovendien grenzen ze aan elkaar en worden ze enkel gescheiden door de Sesia. Hoewel de afstand tot Gattinara beperkt is, is de stijl van de wijn toch anders.

Beide plaatsen liggen amper 10 kilometer uit elkaar. In principe is dat niet echt verwonderlijk, want alle appellaties van Alto Piemonte liggen als het ware op een steenworp van elkaar. Toch belanden we hier in een andere wereld. Alleen al door de Sesia over te steken, komen we in een andere provincie terecht. Met Ghemme belanden we immers in Novara, terwijl Gattinara in Vercelli ligt. De DOC Ghemme werd erkend in 1969, twee jaar na Gattinara. In 1997 volgde de promotie naar DOCG.

Ghemme mag dan wel de tweede grote naam zijn, een bezoek aan het dorp is zo voorbij. Het heeft een klein centrum en buiten het bord dat aangeeft dat Ghemme deel uitmaakt van de wijngebieden van Alto Piemonte, doet weinig vermoeden dat je hier in een vooraanstaand wijngebied bent terechtgekomen.

Dat wil helemaal niet zeggen dat er geen grandeur te vinden is. Wij hielden halt bij Ioppa, een van de grotere producenten in Ghemme. Ze beschikken over een mooi uitgerust proeflokaal waar je terechtkunt en met de glimlach wordt verder geholpen.

Op een plateau van ijs en water

De productiezone van Ghemme omvat delen van de gemeenten Ghemme en Romagnano Sesia. De wijngaarden bevinden zich tussen 220 en 400 meter hoogte en liggen op de heuvels die zich boven de vlakte van de Sesia verheffen. Hun ontstaan is rechtstreeks verbonden met de gletsjers die tijdens het Pleistoceen vanuit het massief van Monte Rosa naar het zuiden kwamen.

De bodems van Ghemme worden vaak eenvoudigweg omschreven als morenegronden. Dat is eigenlijk wat te kort door de bocht. Hier vinden we een combinatie van glaciale en alluviale afzettingen. Bij het smelten en terugtrekken van de oude gletsjers werden enorme hoeveelheden gesteente en sediment achtergelaten en verplaatst. Ook waterlopen en de Sesia speelden vervolgens een rol in de verdere afzetting van fijner materiaal.

Onder de wijnstokken vinden we daardoor een behoorlijk bont mengsel van klei, leem, zand en keien, met daarin onder meer graniet, kwarts en ander verweerd gesteente. Vooral de hoeveelheid klei is kenmerkend voor Ghemme. De combinatie met het door de Sesia aangevoerde slib maakt de bodems bovendien vruchtbaarder en rijker aan voedingsstoffen en organisch materiaal dan in veel andere delen van Alto Piemonte.

Ook binnen Ghemme zijn de verschillen duidelijk. Op het plateau is de bodem dieper, compacter en rijker aan klei. Naar de westelijke hellingen toe wordt hij losser en steniger en neemt het aandeel zand en keien toe. Een vrij kleine appellatie blijkt daardoor behoorlijk wat variatie in zijn bodems te herbergen.

Binnen Ghemme genieten enkele afzonderlijke wijngaarden een bijzondere reputatie, zonder dat er een officiële cruclassificatie bestaat. Collis Breclemae behoort tot de bekendste. Daarnaast worden onder meer Collis Carellae en Signore di Bayard afzonderlijk gebotteld als belangrijke wijngaardselecties.

Spanna staat centraal

Nebbiolo, of Spanna zoals hij hier traditioneel wordt genoemd, moet minstens 85 procent van een Ghemme DOCG uitmaken. De resterende 15 procent mag bestaan uit Vespolina en Uva Rara, afzonderlijk of samen. Croatina is niet toegestaan. Een Ghemme mag uiteraard ook volledig uit Nebbiolo bestaan.

Een Ghemme DOCG moet minimaal 34 maanden rijpen, te rekenen vanaf 1 november van het oogstjaar. Daarvan moeten minstens 18 maanden op hout plaatsvinden. Voor een Riserva loopt de minimale rijping op tot 46 maanden, waarvan minstens 24 maanden op hout. De gewone Ghemme mag ten vroegste op 1 september van het derde jaar na de oogst op de markt komen, voor een Riserva wordt dat 1 september van het vierde jaar.

De maximale opbrengst bedraagt 8 ton druiven per hectare. De druiven moeten bij de oogst een minimaal natuurlijk alcoholpotentieel van 12% vol. bereiken. Voor een Riserva ligt dat op 12,5% vol.

Als een producent de naam van een specifieke wijngaard op het etiket wil vermelden, gelden strengere voorwaarden. De vermelding vigna wordt gevolgd door een toponiem of historische wijngaardnaam. De betreffende wijngaard moet minstens zeven jaar oud zijn, de maximale opbrengst daalt naar 7,2 ton druiven per hectare en het minimale natuurlijke alcoholpotentieel stijgt naar 12,5% vol. De wijn uit dat perceel moet bovendien afzonderlijk worden gevinifieerd en bewaard.

Hoe smaakt een Ghemme?

Ghemme is in zijn jeugd vaak een behoorlijk stevige wijn. De tannine kan nadrukkelijk aanwezig zijn en wordt gedragen door frisse zuren. Vooral in de meer geconcentreerde wijnen zorgt dat voor een strakke structuur die enige flesrijping goed kan gebruiken.

In het fruit keren kers en donkere kers regelmatig terug, aangevuld met rode en donkere bessen. Daarnaast behoren viooltjes, gedroogde bloemen, kruiden en peper tot het typische aromatische register. In sommige Ghemme duikt ook een toets van zoethout op.

De kleirijke bodems spelen mee in het karakter van de wijn. Ze leveren vaak Ghemme met meer gewicht en een stevigere tannine. Toch blijft de wijn doorgaans vrij verticaal en fris. Vooral die combinatie van spanning, uitgesproken zuren en een behoorlijke hoeveelheid tannine geeft Ghemme zijn herkenbare karakter.

Ghemme heeft bovendien tijd aan zijn kant. Met flesrijping wordt de tannine zachter en verschuift het fruit naar gedroogde kers en ander gedroogd rood fruit. Tabak, gedroogde bloemen, bosgrond en donkere specerijen komen dan sterker naar voren. Ook een aardse toets en wat leder kunnen zich ontwikkelen.

De betere wijnen uit Ghemme kunnen gemakkelijk vijftien tot twintig jaar ouderen. Bij de beste wijnen en sterke oogstjaren kan dat nog aanzienlijk langer zijn. Vooral de combinatie van zuren, tannine en voldoende fruitconcentratie maakt dat mogelijk. Met de afsluiter van onze masterclass zullen we zelf kunnen testen of dat ook in de praktijk klopt. We openen er namelijk een twintig jaar oude Ghemme.

69 hectare en een twintigtal producenten

Met ongeveer 69 hectare wijngaarden blijft Ghemme een bijzonder kleine DOCG. Toch zijn er een twintigtal producenten actief. De productie blijft eveneens bescheiden. De meest recente productiecijfers komen uit op 2.227 hl Ghemme, goed voor omgerekend bijna 300.000 flessen.

De appellatie is de voorbije jaren wel gegroeid. Nog geen tien jaar geleden werd in verschillende bronnen amper 25 tot 35 hectare aan Ghemme toegeschreven. Vandaag ligt het effectief aangegeven areaal dus ongeveer dubbel zo hoog. De heropleving van Alto Piemonte laat zich hier misschien zelfs meer dan elders voelen.

Antichi Vigneti di Cantalupo behoort tot de historische referenties van Ghemme. De familie Arlunno is al generaties verbonden met de plaatselijke wijnbouw en bezit een belangrijk aandeel van de wijngaarden. Het domein beschikt bovendien over enkele van de bekendste percelen van de appellatie.

Ook Ioppa behoort tot de gevestigde namen. Het domein werd opgericht in 1852 en bleef doorheen verschillende generaties met Ghemme verbonden. Rovellotti kan nog verder terugkijken. De familie heeft roots in Ghemme die minstens tot het einde van de vijftiende eeuw teruggaan en maakt zijn wijn nog altijd in de kelders van het middeleeuwse Ricetto.

Daarnaast moeten we zeker ook melding maken van producenten zoals Torraccia del Piantavigna, Francesco Brigatti, Tiziano Mazzoni en Ca’ Nova. De laatste jaren kwamen daar verschillende nieuwe, voornamelijk kleine producenten bij.

De evolutie in Ghemme is duidelijk nog niet ten einde en blijft dus bijzonder interessant om te volgen.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends
  5. Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG

Oostenrijkse Pinot Noir onder de loep

Begin september ging bij wijnclub Het Negende Vat het nieuwe proefjaar van start, en dit voor de 26e keer. Nerveus ben je daar na al die jaren al lang niet meer voor, al waren er dit keer enkele nieuwe leden aanwezig. Wat wel steeds moeilijker wordt, is het invullen van de thema’s die we zullen proeven. Na zoveel tijd hebben we immers al heel wat druiven, regio’s, landen en thema’s aangekaart.

Ook Pinot Noir stond al meermaals op de agenda. Een degustatie volledig gewijd aan Oostenrijk hadden we echter nog niet gedaan. Het initiële idee was om ons uitsluitend op Thermenregion te richten, maar acht verschillende flessen verzamelen, met voldoende variatie in producenten en tegelijk binnen het budget blijven, bleek moeilijker dan gedacht. En dus werd het Pinot Noir uit Oostenrijk in plaats van Pinot Noir uit Thermenregion.

Waar we wel de nodige stress voor kenden, was het tijdig toekomen van de flessen. Ik had ze online besteld in Oostenrijk, maar het bleef lang stil vanuit die richting. Te lang. Kort voor de degustatiedatum kreeg ik bericht dat men niet naar België leverde en moest ik in allerijl voor vervanging zorgen.

Dat lukte wonderwel, al volgde er nog een laatste verrassing. Kollwentz Ried Dürr 2021 stond aanvankelijk op het programma, maar de fles arriveerde gebroken. Weingut Leth Pinot Noir Reserve 2022 uit Wagram nam zijn plaats in. Bij de selectie nam ik de punten van Falstaff mee als maatstaf.

Pinot Noir en Oostenrijk: enkele weetjes

  • Pinot Noir wordt in Oostenrijk ook Blauburgunder of Blauer Burgunder genoemd.
  • Pinot Noir is zo oud dat zijn exacte ouders niet met zekerheid bekend zijn. Genetisch onderzoek toont wel een directe verwantschap in de eerste graad met Savagnin, ook bekend als Traminer.
  • 602,74 hectare is het cijfer achter de totale Oostenrijkse aanplant. Dat is amper 1,4% van het wijngaardareaal. Het zwaartepunt ligt duidelijk in Niederösterreich en Burgenland, met respectievelijk 303,71 en 241,16 hectare. De rest staat niet eens op de finishfoto.
  • Binnen Niederösterreich is Thermenregion de belangrijkste regio voor Pinot Noir. In Burgenland ligt de grootste aanplant in Neusiedlersee.
  • In Oostenrijk wint Pinot Noir steeds meer aan belang. Austrian Wine benadrukt daarbij dat de druif middelmatig laat tot laat rijpt en goede, vroeg opwarmende wijngaarden nodig heeft. Warme bodems waarin de wortels diep kunnen doordringen en die tegelijk voldoende water beschikbaar houden, zijn een duidelijke troef. Pinot Noir blijft wel veeleisend en is bijzonder gevoelig voor Botrytis en chlorose.
  • Veel daarvan klinkt natuurlijk bekend voor iedereen die Pinot Noir ook buiten Oostenrijk volgt.
  • Qua aanplant is Pinot Noir de vierde blauwe druif van Oostenrijk, na Zweigelt, Blaufränkisch en de onvermijdelijke Merlot.
  • Kalk komt opvallend vaak terug op interessante Oostenrijkse Pinot Noirlocaties. Dat kan kalksteen zijn, kalkrijke löss, kalkschotter of kalkhoudende sedimenten.
  • Falstaff rangschikt in zijn Rotweinguide jaarlijks ook de beste Oostenrijkse Pinot Noirs. In de editie 2026 ging de eerste plaats naar Weingut Hartl Ried Kräutergarten Beere für Beere 2023. Ried Graf Weingartl 1ÖTW 2023 van hetzelfde domein en Familie Reinisch Gumpoldskirchen Alte Reben 2023 eindigden eveneens helemaal bovenaan. Thermenregion was dus bijzonder sterk vertegenwoordigd.
  • Beere für Beere viel buiten ons budget. De andere twee stonden wel op de proeftafel, zij het niet in hetzelfde jaartal.

Waarom Thermenregion en Pinot Noir?

Wie Oostenrijkse Pinot Noir wat verder uitspit, belandt vrij snel in Thermenregion. De regio heeft geen officieel kroontje op het hoofd en Pinot Noir is er zelfs lang niet de meest aangeplante druif. Zweigelt, Grüner Veltliner en ook St. Laurent staan er meer. Qua bekendheid moet Pinot Noir bovendien concurreren met Rotgipfler en Zierfandler, twee druiven die veel sterker met Thermenregion worden vereenzelvigd.

Toch geldt Thermenregion vandaag als dé referentie voor Oostenrijkse Pinot Noir. Met 113,28 hectare neemt de druif er 6,2 procent van het wijngaardareaal in. Dat lijkt weinig, maar voor Oostenrijk is het behoorlijk veel. Vooral in het zuidelijke deel, rond Tattendorf en Oberwaltersdorf, heeft Pinot Noir al lang een vaste plaats. Ook verder noordelijk, rond Gumpoldskirchen en de hellingen van de Anninger, vinden we interessante percelen.

Het klimaat is hier een duidelijke troef. Vanuit het oosten komt warme Pannonische lucht binnen, terwijl het Wienerwald voor verkoeling en frissere nachten zorgt. Zo krijgt Pinot Noir voldoende warmte om rijp te worden zonder dat de zuren te snel verloren gaan.

Daar komt de bodem bij. Kalk loopt als een rode draad door een groot deel van Thermenregion. Kalksteen, kalkrijke sedimenten, kalkschotter, grind en leem wisselen elkaar af. Rond Tattendorf en Oberwaltersdorf zijn de bodems vaak arm en goed drainerend. Richting Gumpoldskirchen verandert de geologie, maar ook daar speelt kalk opnieuw een belangrijke rol. Precies die combinatie van warmte, nachtelijke afkoeling en kalkrijke bodems geeft Pinot Noir hier bijzonder goede kaarten.

Alleen terroir maakt natuurlijk nog geen reputatie. Thermenregion heeft daarnaast een opvallende concentratie producenten die Pinot Noir al jaren ernstig nemen en verschillende wijngaarden afzonderlijk bottelen. Daardoor is er ondertussen ook een duidelijke kwaliteitsgeschiedenis opgebouwd. Dat zie je terug in proeverijen en competities.

Dat is misschien het doorslaggevende argument. Thermenregion heeft niet alleen geschikte omstandigheden voor Pinot Noir, er bestaat ook al eeuwen ervaring met Bourgondische druivenrassen. Daarbovenop bewijzen meerdere producenten jaar na jaar dat hier op hoog niveau Pinot Noir kan worden gemaakt.

De degustatie

Hieronder kan je mijn proefnotities vinden van de wijnen die op de proeftafel stonden.

1. Josef Pöckl Pinot Noir Classique 2022, Burgenland

100% Pinot Noir. Afkomstig uit Mönchhof in Burgenland, van kalkrijke en zandige bodems. Rijping gedurende 15 maanden in gebruikte vaten. Robijn tot kersenrood en tranend. Meteen een vrij open neus met kers en klein rood fruit, aangevuld met zoete kruiden zoals kaneel en een lichte toets van zoethout. Zeer geparfumeerd. Verder wat dierlijke toetsen en geuren van de houtlagering. In de mond sappig en vlot, met frisse zuren, soepele tannine en opnieuw dat kruidige karakter. Correcte lengte en een afdronk die wat peper en tabak brengt. Geen complexe wijn en ook niet onmiddellijk eentje die blijft boeien.

Punten: 75/100 – Prijs: 18,50 € – Punten Falstaff: 93
Te koop bij: Wine at the heart

2. Weingut Leth Pinot Noir Reserve 2022, Wagram

100% Pinot Noir uit Ried Brunnthal in Fels am Wagram. Zuidgerichte terrassen rond 300 meter op diepe lössbodems met een zeer hoog kalkgehalte. Rijping voor 18 maanden in barriques. De kleur is helder. Meer neigend naar granaatrood dan naar robijn. In de neus aardbei, framboos en kers, met daarnaast rozenbottel en florale toetsen van viooltjes. Daar komen peper, bosgrond, ceder en champignon bij, met een lichte geroosterde indruk van de houtlagering. In de mond fijne, smakelijke zuren en soepele tannine. Een wijn met een speels karakter en een behoorlijke lengte. Een vrij complete wijn die toegankelijk blijft.

Punten 87/100 – Prijs: 21,10 € – Punten Falstaff: 92
Te koop bij: Wijnkennis

3. Johanneshof Reinisch Pinot Noir Gumpoldskirchen Alte Reben 2022, Thermenregion

100% Pinot Noir. Afkomstig van oude stokken op de zuidoostgerichte hellingen van de Anninger bij Gumpoldskirchen, op kalksteen. Gedeeltelijke whole cluster fermentation, gevolgd door 16 maanden rijping in houten vaten van verschillende grootte. Zuivere kersenrode kleur met een paarse glans. Tranend. De neus is duidelijk complexer, met rood fruit, donkere bessen, viooltjes, peper en een lichte animale toets. Daar komen cacao, ceder en wat zoetkruidigheid bij. Vrij stevig mondprofiel met meer structuur en duidelijk aanwezige tannine. Framboos en donkerder fruit keren terug, gevolgd door een lange afdronk. Een ander type Pinot Noir, maar wel een heel lekkere!

Punten 88/100 – Prijs: 25,60 € – Punten Falstaff: 93
Te koop bij: Entrepot du Vin

4. Heinrich Hartl Pinot Noir Ried Kräutergarten 2022, Thermenregion

100% Pinot Noir uit Ried Kräutergarten in Oberwaltersdorf. Arme alluviale grindbodem met zeer hoog kalkgehalte. 65% ontsteeld en gekneusd, 25% volledige bessen en 10% volledige trossen. 18 maanden rijping in Franse barriques, waarvan 50% nieuw. Heldere en zuivere granaatrode kleur. In de neus veel klein rood fruit, een waaier van rozen, kruiden en munt, met daarnaast een lichte cederhouttoets. Wat een enorm verfijnd mondprofiel met stevige maar goed omringde zuurtjes. Het fruit blijft mooi aanwezig en de kruidigheid loopt door tot in de afdronk. Het karakter is speels, sappig, complex en supersmakelijk!

Punten 91/100 – Prijs: 27,80 € – Punten Falstaff: 93
Te koop bij Wijnkennis

5. Willi Bründlmayer Pinot Noir 2019, Kamptal

100% Pinot Noir uit Langenlois, voornamelijk afkomstig uit Dechant en Käferberg. Bodems met kalkrijke löss en leem, aangevuld met oud gesteente, grind, kleimergel en mariene afzettingen. 18 maanden rijping in gebruikte Oostenrijkse en Franse eiken vaten. Met 2019 als oudste wijn van de degustatie en hoewel de kleur met zijn zuivere kersenrode glans dat nog niet verraadt, merk je het vrij snel in de geurfase. De neus toont meer tertiaire aroma’s, naast een ware fruitmelange van verse vruchten, viooltjes en kruiden. Ook leder, potgrond, theebladeren en ceder komen naar voren. Het hout is mooi geïntegreerd. In de mond zijn de zuren nog mooi aanwezig en is de tannine verfijnd, maar nog stevig aanwezig. De extra flesrijping heeft de wijn duidelijk wat zachter en complexer gemaakt.

Punten 90/100 – Prijs: 29,90 € – Punten Falstaff: 92
Te koop bij: Niet te koop gevonden in België

6. Paul Achs Pinot Noir Reserve Selektion P 2022, Burgenland

100% Pinot Noir uit een selectie van percelen rond Gols. Kalkrijke bodems met leem, zand en kalksteen. Vergisting in inox en 17 maanden rijping in barriques en vaten van 300 liter, met 15% nieuw hout. Duidelijk tranend en kersenrood van kleur. De neus opent met aardbei en viooltjes, gevolgd door een animale toets, laurier, cacao en wat donkerder fruit. Het hout is hier subtiel aanwezig en zit mooi verweven in het bouquet. In de mond behoorlijk vol en rijk, met rijp fruit. De houtlagering manifesteert zich bij het proeven duidelijk sterker dan bij het ruiken. Het geheel blijft lang aanwezig, is zeer kruidig en behoorlijk sappig.

Punten 90/100 – Prijs: 42,50 € – Punten Falstaff: 94 tot 96
Te koop bij: Vitis Vin

7. Heinrich Hartl Pinot Noir Ried Graf Weingartl 1ÖTW 2021, Thermenregion

100% Pinot Noir uit Ried Graf Weingartl in Oberwaltersdorf. Ondiepe alluviale bodem met 30 tot 50 cm Schwarzerde boven zuiver kalkschotter. 55% ontsteeld en gekneusd, 30% volledige bessen en 15% volledige trossen. Spontane vergisting en 16 maanden rijping in Franse barriques, waarvan 50% nieuw. Tranend en een zuivere kersenrode kleur. Van bij de start ben je bedwelmd door een subliem zalig geurprofiel dat Pinot Noir ademt. Alles is tot in de perfectie geïntegreerd. Speels rood fruit, pepermunt, kaneel, sigarenkistje, bosgrond, paddenstoel, parfum en licht vlezig. Bij het walsen komt er telkens wel iets nieuws opzetten. Ook in de mond valt die perfecte balans op. Sappig, lang aanhoudend, met zuren en tannine die bijzonder mooi op hun plaats zitten. Alles klopt hier, zonder dat één element zich opdringt. Voor mij een van de meest complete wijnen van de avond.

Punten 94/100 – Prijs: 37,20 € – Punten Falstaff: 95
Te koop bij: Wijnkennis

8. Johanneshof Reinisch Pinot Noir Ried Holzspur 2020, Thermenregion

100% Pinot Noir uit Ried Holzspur in Tattendorf. Dunne bruine bodemlaag boven kalkrijke gletsjerafzettingen. Vergisting en maceratie in houten Stockinger kuipen, met 70% volledige bessen en 30% volledige trossen. Daarna 14 maanden rijping in barriques, waarvan 45% nieuw hout. De kleur is wat donkerder en ook de neus heeft meer diepte, met kers, myrtille en een puntje zwart fruit. Florale toetsen van viooltjes. Heel kruidig profiel en de houtopvoeding is duidelijk aanwezig maar mooi geïntegreerd. In de mond vol en sappig, met kracht, frisse zuren en een mooi opgebouwde tannine. De kruidigheid neemt toe richting finale en de wijn blijft lang doorgaan. Een krachtige en zeer smakelijke Pinot Noir.

Punten 93/100 – Prijs: 51,50 € – Punten Falstaff: 94
Te koop bij: Entrepot du Vin

Alto Piemonte op zondag: Gattinara DOCG

We hebben de contouren van Alto Piemonte de voorbije drie zondagen voldoende geschetst. Laat ons eens wat meer in detail ontdekken welke appellaties er te vinden zijn en wat er zo specifiek aan is.

Ere wie ere toekomt en dus is de grootste aandacht weggelegd voor Gattinara DOCG. Gattinara ligt ten westen van de Sesia, in de provincie Vercelli. De DOCG beperkt zich volledig tot het grondgebied van de gemeente Gattinara. Met ongeveer 90 tot 100 hectare wijngaarden blijft het naar internationale normen piepklein, maar binnen Alto Piemonte behoort het tot de grotere en belangrijkste appellaties.

Als je Gattinara samen met de andere appellaties bezoekt, merk je ook dat dit het grootste en bedrijvigste dorpje is, want dat is het wel degelijk. Betekent dit ook dat Gattinara de uitstraling heeft van een wijndorpje? Verre van zelfs. Als je de Enoteca Regionale di Gattinara e dell’Alto Piemonte buiten beschouwing laat, zou je misschien zelfs verdwaald raken in je zoektocht naar wijn.

Moeilijk is dat niet, want vandaag wordt Gattinara DOCG door amper een veertiental producenten gemaakt. En ze hebben lang niet allemaal hun domein in Gattinara. Ironisch genoeg zijn in een omgeving als Alto Piemonte veertien producenten zelfs ‘veel’ te noemen. Bij de andere appellaties die we nog gaan bespreken, zal blijken hoe relatief dat begrip hier wel is.

Alles op één heuvel

De wijngaarden van Gattinara liggen opvallend geconcentreerd op één heuvel ten noorden en noordwesten van het dorp. Ze bevinden zich ruwweg tussen 300 en 480 meter hoogte. En met die heuvel komen we terecht bij wat we in het geografieartikel over Alto Piemonte al schreven. Dit is de vulkanische heuvel waarvan de oorsprong teruggaat tot de enorme vulkanische activiteit van ongeveer 280 miljoen jaar geleden.

De wijngaarden liggen er op zeer oude, zure en bijzonder arme bodems die zijn ontstaan uit de verwering van vulkanisch gesteente. Vooral porfier is kenmerkend. Het gesteente bevat veel ijzerhoudende mineralen, wat ook de roodachtige kleur van de bodem mee verklaart. Op verschillende plaatsen ligt het verweerde gesteente gewoon zichtbaar tussen de wijnstokken.

Die bodems bevatten nauwelijks kalk en weinig organisch materiaal. Ze zijn stenig en sterk drainerend, waardoor de wijnstok diep moet wortelen om voldoende water en voedingsstoffen te vinden.

Dat alle wijngaarden op één heuvel liggen, betekent echter niet dat Gattinara één homogeen terroir vormt. De heuvel kent verschillen in hoogte, expositie, hellingsgraad en de mate waarin het vulkanische gesteente is verweerd. Doorheen de geschiedenis kregen verschillende wijngaarden en zones dan ook een eigen naam. Osso San Grato, San Francesco, Molsino, Valferana en Lurghe behoren tot de bekendste.

Ze worden vaak de cru’s van Gattinara genoemd, al zijn het geen officieel afgebakende cru’s of MGA’s zoals we die in Barolo kennen. Verschillende van deze historische wijngaardnamen verschijnen vandaag wel op het etiket van afzonderlijke bottelingen.

Spanna steelt de show

Heel wat Gattinarawijnen die we tegenkomen, zijn monocépages van 100% Nebbiolo, of Spanna zoals hij hier traditioneel wordt genoemd. Nochtans hoeft dit niet zo te zijn, want Nebbiolo moet minstens 90 procent van een Gattinara DOCG uitmaken. Dat wil zeggen dat er een kleine ruimte is voor de andere toegelaten druivenrassen. Vespolina mag maximaal 4% van de assemblage uitmaken en Uva Rara maximaal 10%. Samen mogen ze nooit meer dan 10% vertegenwoordigen. Croatina is niet toegestaan voor een Gattinara DOCG.

Gattinara kreeg zijn DOC in 1967 en promoveerde in 1990 tot DOCG. Daarmee was het de eerste appellatie van Alto Piemonte die de hoogste Italiaanse herkomststatus kreeg.

Een Gattinara DOCG moet minimaal 35 maanden rijpen, waarvan minstens 24 maanden op hout. Voor een Riserva loopt de minimale rijping op tot 47 maanden, waarvan minstens 36 maanden op hout. De druiven voor een Gattinara moeten bij de oogst een minimaal natuurlijk alcoholpotentieel van 12% vol. bereiken. Voor een Riserva ligt dat op 12,5% vol.

Wat krijg je in het glas?

Gattinara behoort binnen Alto Piemonte tot de stevigere en rijpere wijnen. Verwacht daarbij geen donkere krachtpatser. De kleur is vrij transparant robijnrood en evolueert al vrij snel naar granaatrood.

In de neus staat rood fruit vaak centraal, met kers en framboos, aangevuld met rozen, viooltjes, kruiden en geregeld een aardse, rokerige of ijzerachtige toets. Vooral dat laatste wordt nogal eens met Gattinara geassocieerd. Met flesrijping verschuift het fruit meer naar de achtergrond en komen gedroogde bloemen, tabak, leer en aardse aroma’s nadrukkelijker naar voren.

De zuren zijn uitgesproken en de tannine is duidelijk aanwezig. In jonge wijnen kan die combinatie behoorlijk strak overkomen, al is de tannine vaak fijner dan het stevige profiel op het eerste gezicht doet vermoeden. Met enkele jaren flesrijping wordt die tannine zachter en komen fruit, zuren en kruidigheid meer bij elkaar.

De meeste Gattinarawijnen kunnen gemakkelijk enkele tientallen jaren verder ontwikkelen en oude flessen kunnen nog verrassend levendig zijn. Antoniolo heeft doorheen de jaren meermaals oude jaargangen uit de eigen kelders opnieuw op de markt gebracht en daarmee overtuigend aangetoond hoe goed Gattinara kan ouderen.

Zestig hectare in dezelfde handen

Met amper een veertiental producenten is het sowieso een kleine wereld, maar zelfs daarbinnen zijn de verhoudingen opmerkelijk. Travaglini bezit ongeveer 60 van de zowat 100 hectare wijngaard van Gattinara. Eén familie heeft dus meer dan de helft van de appellatie in handen.

Travaglini werd internationaal ook het herkenbaarste gezicht van Gattinara. Het domein kreeg vanaf 1958 onder Giancarlo Travaglini zijn huidige vorm. Uit datzelfde jaar dateert de beroemde asymmetrische fles. Die vreemde vorm is tot onze verbazing een bewuste praktische keuze. De gebogen schouder houdt bij het uitschenken het bezinksel tegen, zodat een oudere Gattinara in principe rechtstreeks uit de fles kan worden geschonken. Het ontwerp schopte het zelfs tot de permanente collectie van het Museum of Modern Art in New York.

De andere historische referentie is Antoniolo, opgericht in 1948. Het domein was een pionier in het afzonderlijk bottelen van wijngaarden binnen Gattinara. Namen als Osso San Grato, San Francesco en Castelle kregen daardoor een eigen plaats op het etiket en hielpen mee om de verschillen tussen individuele wijngaarden zichtbaar te maken.

En dan is er Nervi, dat in 2018 plots opnieuw nadrukkelijk in de internationale belangstelling kwam te staan. Roberto Conterno, van het beroemde Barolohuis Giacomo Conterno, verwierf toen 90% van het historische domein. Dat was een behoorlijk duidelijk signaal. Een van de meest gerespecteerde producenten uit de Langhe zag voldoende potentieel in Gattinara om er zelf zwaar in te investeren.

Samen met onder meer Paride Iaretti, Franchino en enkele andere kleine producenten vormen deze domeinen vandaag een appellatie die numeriek nauwelijks iets voorstelt. Een kleine honderd hectare en een veertiental producenten, meer is Gattinara eigenlijk niet. De reputatie is een stuk groter dan de appellatie zelf.

De toekomst zal uitwijzen of de hernieuwde belangstelling voor Gattinara groot genoeg is om ook nieuwe producenten aan te trekken. Het potentieel is er alleszins!

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Alto Piemonte op zondag: oude wijngaarden, nieuwe aandacht
  2. Alto Piemonte op zondag: vulkanen, Alpen en oude bodems
  3. Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug
  4. Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends

Crisisdistillatie: wanneer wijn van de markt moet verdwijnen

Hadden jullie ooit al van het woord crisisdistillatie gehoord? Ik had het zelf in het verleden al wel eens horen waaien, maar er nooit echt aandacht aan geschonken. Het was zo’n begrip dat in mijn dagelijkse wijnwereld nauwelijks opdook.

Daar kwam de afgelopen weken behoorlijk wat verandering in. Het leek wel of crisisdistillatie plots de Italiaanse wijnwereld domineerde. In de dagelijkse berichtgeving dook het woord plots opvallend vaak op. Toonaangevende Italiaanse wijnmagazines schreven artikels over problemen met overschotten en speculeerden over hoe het verder moet.

Crisisdistillatie dus… Voor wie er nog nooit van heeft gehoord, leg ik het graag even uit!

De aanleiding

De Italiaanse druivenoogst 2026 is volop bezig, terwijl in heel wat kelders nog behoorlijk wat wijn van vorige oogsten ligt. Op 31 juli bevond zich volgens Cantina Italia 42,6 miljoen hectoliter wijn in de Italiaanse kelders, 6,9 procent meer dan een jaar eerder. Daar kwam nog eens ruim 3 miljoen hectoliter most bij.

Zo’n voorraadcijfer vraagt enige nuance. Dat er wijn in een kelder ligt, betekent uiteraard niet dat die wijn onverkoopbaar is. Een deel rijpt verder, wacht op botteling of is al bestemd voor toekomstige leveringen. Het probleem ontstaat wanneer de voorraden blijven toenemen terwijl de verkoop vertraagt. En precies die combinatie tekent zich momenteel af.

In de eerste vijf maanden van 2026 daalden de verkopen van wijn in de Italiaanse grootdistributie met ongeveer 2 procent. Ook de export verloor terrein. Tijdens het eerste kwartaal zakten de uitgevoerde volumes met ongeveer 4 procent en de waarde met ruim 8 procent. Er stroomt dus minder wijn uit de kelders, terwijl een nieuwe oogst alweer binnenkomt.

De signalen komen ondertussen uit verschillende Italiaanse wijnregio’s. In Piemonte werd gesproken over ongeveer 50.000 hectoliter overtollige wijn die voor distillatie in aanmerking zou kunnen komen. Vooral de markt voor rode wijn staat er onder druk. Bepaalde rode bulkwijnen die twee jaar geleden nog ongeveer 1,20 tot 1,30 euro per liter opbrachten, zouden inmiddels rond 0,70 euro liggen. Ook de prijzen voor druiven krijgen daardoor klappen.

In Puglia wordt eveneens nadrukkelijk om maatregelen gevraagd. Producenten en sectororganisaties pleiten voor crisisdistillatie, gecombineerd met tijdelijke opslag van wijn. Sicilië trok eerder al aan dezelfde bel. Bij de coöperatieve wijnbedrijven op het eiland lag ongeveer 2,7 miljoen hectoliter wijn opgeslagen, zo’n 20 procent meer dan een jaar voordien.

Piemonte, Puglia en Sicilië verschillen sterk van elkaar in druivenrassen, wijnstijlen en marktstructuur. Dat dezelfde discussie bijna gelijktijdig in deze regio’s opduikt, maakt duidelijk dat we niet meer naar een geïsoleerd lokaal probleem kijken.

Wat is crisisdistillatie?

Het principe is vrij eenvoudig. Wanneer er zoveel wijn op de markt aanwezig is dat de voorraden oplopen en de prijzen sterk onder druk komen te staan, kan een deel van die wijn uit de markt worden genomen en gedistilleerd.

De producent ontvangt daarvoor een vergoeding. De wijn verdwijnt uit het commerciële circuit en wordt omgezet in alcohol. Bij de huidige Europese maatregelen mag die alcohol uitsluitend worden gebruikt voor industriële toepassingen, bijvoorbeeld in de farmaceutische sector, voor desinfectie of voor energieproductie. De alcohol mag dus niet enkele maanden later opnieuw als drank op de markt verschijnen. Anders zou je het probleem alleen maar verplaatsen.

Het spook van de Europese wijnplas

Crisisdistillatie is allesbehalve nieuw. Wie de Europese wijnsector al wat langer volgt, herinnert zich ongetwijfeld de beruchte Europese wijnplas. Decennialang produceerde Europa structureel meer wijn dan het kon verkopen. Miljoenen hectoliter verdwenen via gesubsidieerde distillatie.

Het systeem kreeg steeds meer kritiek omdat een noodmaatregel stilaan een onderdeel van de normale marktwerking was geworden. Producenten konden blijven produceren terwijl Europa mee betaalde om een deel van die productie opnieuw te laten verdwijnen. Het systeem schermde producenten daarmee gedeeltelijk af van de realiteit van de markt: er was onvoldoende vraag naar wat ze produceerden.

Bij de grote hervormingen van de Europese wijnmarkt werd die structurele ondersteuning dan ook grotendeels afgebouwd. De sector moest sterker marktgericht worden en zijn productie beter afstemmen op de werkelijke vraag.

Helemaal verdwenen is crisisdistillatie nooit. In uitzonderlijke omstandigheden kan het instrument opnieuw worden bovengehaald. Dat gebeurde tijdens de coronacrisis en opnieuw in 2023, toen verschillende Europese wijnregio’s met oplopende voorraden en dalende consumptie werden geconfronteerd.

In 2026 staat crisisdistillatie opnieuw nadrukkelijk op de Europese agenda.

Frankrijk en Duitsland kregen al groen licht

Frankrijk kreeg dit voorjaar groen licht voor een uitzonderlijke crisisdistillatie van rode en roséwijnen. Europa stelde daarvoor 40 miljoen euro beschikbaar. De steun mag maximaal 33 euro per hectoliter bedragen.

Ook Duitsland kreeg eind juli toestemming. Daar gaat 14,16 miljoen euro naar de distillatie van rode en roséwijnen met beschermde oorsprongsbenaming uit Württemberg en Rheinhessen.

Dat vooral rode wijn hierbij terugkomt, is geen toeval. Precies dat segment heeft het op verschillende markten moeilijk. De Europese wijnconsumptie verandert en rode wijn krijgt een aanzienlijk deel van de klappen.

Tegen die achtergrond wordt het begrijpelijk dat ook vanuit Italië steeds nadrukkelijker naar crisisdistillatie wordt gekeken.

Hoeveel moet wijn voor crisisdistillatie dan waard zijn?

Dat klinkt misschien als een eenvoudige vraag, maar als je er wat over begint na te denken, merk je vlug dat daar meteen een van de grootste problemen ligt.

Logisch, want een producent zal zijn wijn alleen voor distillatie aanbieden wanneer de vergoeding voldoende interessant is. Wordt die vergoeding te laag vastgesteld, dan houdt hij de wijn liever in zijn kelder of zoekt hij een andere bestemming.

In Italië wordt momenteel gesproken over bedragen van ongeveer 25 tot 30 cent per liter. Vanuit de handel klinkt echter de kritiek dat dit zelfs lager ligt dan wat sommige wijnen kunnen opleveren wanneer ze voor de productie van azijn worden verkocht. Met zo’n vergoeding wordt crisisdistillatie nauwelijks aantrekkelijk.

En dan begint uiteraard opnieuw de politieke discussie. Een vergoeding moet hoog genoeg liggen om daadwerkelijk wijn uit de markt te halen. Ze mag tegelijk geen comfortabele garantie worden waarbij de overheid het commerciële risico van overproductie overneemt. Want zodra een wijnbouwer vooraf weet dat overtollige wijn tegen een interessante prijs kan worden gedistilleerd, ontstaat opnieuw het systeem waarvan Europa twintig jaar geleden probeerde weg te raken. Het was toen net de bedoeling om uit deze vicieuze cirkel weg te komen!

Is er dan ook effectief te veel wijn?

Het antwoord is hierop minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Laten we vertrekken naar de basis waarop ik dit artikel heb gebaseerd, de Italiaanse wijnmarkt.

De Italiaanse oogst van 2025 werd geraamd op ongeveer 47,4 miljoen hectoliter. Dat was 8 procent meer dan in 2024, maar lag ongeveer op het gemiddelde van de voorgaande jaren. De twee oogsten daarvoor waren bovendien vrij klein. Toch zijn de voorraden in 2026 verder toegenomen.

Wat we daaruit kunnen afleiden, is dat het probleem niet uitsluitend bij de productie ligt. De afzet groeit onvoldoende mee met de hoeveelheid wijn die jaarlijks wordt geproduceerd. Binnen bepaalde categorieën daalt de vraag zelfs serieus.

Dat maakt de huidige situatie fundamenteel anders dan de Europese wijnplas van enkele decennia geleden. Toen lag het probleem vooral bij een structureel hoge productie van goedkope wijn waarvoor nauwelijks een markt bestond. Europese steunmaatregelen hielden die productie bovendien gedeeltelijk in stand.

Vandaag ligt het probleem veel sterker aan de andere kant van de markt. De gemiddelde kwaliteit van Italiaanse wijn ligt ondertussen aanzienlijk hoger dan enkele decennia geleden, maar de vraag groeit niet langer mee. Er ligt dus opnieuw te veel wijn in de kelders, alleen is de oorzaak niet helemaal dezelfde.

Dat maakt deze crisis ingewikkelder dan een klassieke situatie waarbij één uitzonderlijk grote oogst toevallig voor volle kelders zorgt. Een kleine oogst een jaar later kan zo’n tijdelijk overschot vrij snel corrigeren. Een structurele verandering in consumptie vraagt iets anders.

Mensen drinken minder wijn. Op verschillende markten daalt vooral de consumptie van rode wijn. Jongere consumenten drinken anders en vaak minder alcohol. De concurrentie van bier, cocktails, alcoholvrije dranken en andere categorieën is groot. Tegelijk ondervindt de export hinder van een zwakke economie, geopolitieke onzekerheid en handelsproblemen.

Dat maakt een structurele oplossing niet gemakkelijk.

Minder produceren komt onvermijdelijk op tafel

Daarom wordt crisisdistillatie in Italië, en ook elders, steeds vaker genoemd samen met andere maatregelen.

Verschillende consorzi beperken ondertussen de rendementen. Uit goede bronnen vernemen we dat er meer dan heftig wordt gediscussieerd over ingrijpende maatregelen, zoals het tijdelijk stopzetten van nieuwe aanplantingen en, in de zwaarst getroffen gebieden, zelfs het rooien van wijngaarden. Verschillende grote Italiaanse wijnorganisaties vragen daarbij om een veel beter beheer van het totale productiepotentieel.

Een paar honderdduizend hectoliter wijn laten verdwijnen kan een acute marktverstoring verzachten. Het kan voorkomen dat prijzen verder instorten en producenten onder hun kostprijs moeten verkopen. Voor bedrijven die met volle tanks aan een nieuwe oogst beginnen, kan dat zelfs noodzakelijk zijn. Maar… de fundamentele verhouding tussen productie en consumptie verandert er niet door.

Een noodrem, geen jaarlijks instrument

Meer dan waarschijnlijk blijft dit probleem de komende jaren op tafel liggen. Crisisdistillatie hoeft daarom geen vies woord te zijn. Een markt kan tijdelijk zo sterk uit balans raken dat ingrijpen verantwoord is. Frankrijk doet het. Duitsland doet het. Het gebruik ervan moet wel gericht blijven op de regio’s, wijncategorieën en volumes waar aantoonbaar een ernstig onevenwicht bestaat.

Met crisisdistillatie koopt de wijnsector vooral tijd. Ze kan voorraden verminderen, prijsdruk verlichten en ruimte maken voor een nieuwe oogst. De oorzaken van het probleem verdwijnen er niet mee.

Het mag dan ook geen instrument worden waar blindelings naar wordt gegrepen.

Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends

Tijdens onze zoektocht doorheen Alto Piemonte maakten we bewust halt in de enoteca van Gattinara. We wisten immers dat je daar niet alleen een grote selectie aan wijnen kon proeven en kopen, maar ook dat je er geholpen kon worden door Dottore Massimo Sacco. Deze man wordt beschouwd als een lokale encyclopedie voor de wijnen uit Alto Piemonte. We namen er onze tijd en lieten de man zijn verhaal doen over Spanna en zijn vrienden.

Spanna is hier de plaatselijke naam voor Nebbiolo en is zonder discussie de belangrijkste blauwe druif van Alto Piemonte. Maar er is een geschiedenis en zoals dat vaak gaat, wordt geschiedenis na verloop van tijd traditie. Dottore Sacco legde ons geduldig uit dat Vespolina in Alto Piemonte minstens even belangrijk wordt geacht als Nebbiolo. De druif hoorde dan ook van oudsher thuis in hun wijnen. Ook Uva Rara en Croatina behoren tot het historische druivenbestand van de streek.

De aloude gewoonte om deze druiven samen te blenden is door de toenemende populariteit van Nebbiolo misschien wat minder vanzelfsprekend geworden, maar ze is zeker niet verdwenen. Daarvoor zijn Vespolina, Uva Rara en Croatina te sterk verbonden met de geschiedenis van het gebied. In verschillende appellaties mogen ze vandaag nog steeds samen met Nebbiolo in de assemblage worden opgenomen. In sommige appellaties kan het gebruik van andere druiven naast Nebbiolo zelfs verplicht zijn.

Spanna is de naam!

Waar de naam Spanna precies vandaan komt, is voer voor discussie. Een van de verklaringen zoekt de oorsprong bij het Italiaanse woord spanna, de afstand tussen de top van de duim en die van de pink wanneer de hand volledig wordt opengespreid. De naam zou verwijzen naar de manier waarop de druiventrossen vroeger werden gemeten of naar hun vorm en omvang. Er circuleren nog andere verklaringen, maar geen daarvan heeft ooit echt overtuigend kunnen aantonen waar de naam vandaan komt. We blijven dus in het ongewisse.

Het is niet omdat Nebbiolo hier door het leven gaat onder een andere naam, dat de druif plots totaal andere eigenschappen zou bezitten. Zeker niet. Wat wel een feit is, is dat we hier voornamelijk te maken krijgen met de Michet variant van Nebbiolo, terwijl we in de Langhe, en meer bepaald in Barolo, vaak een mix hebben van Michet, Lampia en Rosé. Die laatste werd lang beschouwd als een variant van Nebbiolo, terwijl Rosé, als puntje bij paaltje komt, vandaag als een andere druif dan Nebbiolo wordt gezien.

Nebbiolo behoudt hier dan ook een aantal van zijn vertrouwde kenmerken. De druif geeft relatief weinig kleur, bezit van nature een stevige zuurgraad en kan behoorlijk wat tannine ontwikkelen. Aromatisch vinden we vooral rood fruit, rozen, viooltjes en kruiden, met verdere flesrijping aangevuld met meer aardse en kruidige aroma’s. Het typische Barolo “tar and roses” hebben we hier minder. Vooral de ontwikkeling van dat uitgesproken teeraroma blijft wat achterwege.

De echte herkomst van Nebbiolo is nog steeds niet volledig blootgelegd. Dat de druif niet geboren is in de omgeving waar ze vandaag haar grootste uitstraling heeft, namelijk Barolo en Barbaresco, lijkt ondertussen wel duidelijk. Lange tijd werd vermoed dat we voor haar oorsprong bij de buren in Lombardije moesten zijn, meer bepaald in Valtellina. Hoewel ze er in Valtellina nog altijd van overtuigd zijn dat Nebbiolo daar geboren is, wordt er steeds harder gefluisterd dat haar roots in het noorden van Piemonte liggen.

Of dat exact Alto Piemonte is of nog noordelijker, in de Valle Ossola waar ze als Prünent door het leven gaat, moet verder ontrafeld worden. Dottore Sacco heeft alvast zijn verdict klaar: volgens hem is Gattinara de geboorteplaats van Nebbiolo.

Vespolina brengt peper mee

Het was zo grappig dat ik moeite had om niet in een lachbui uit te barsten toen Dottore Sacco me een foto liet zien van een druiventros waarop een wesp zat. Dat is Vespolina en de naam is afgeleid van de aanwezige wesp, vertelde hij met een dusdanige sérieux dat ik geen andere optie had dan bevestigend te knikken.

Nu, van de begeleidende druiven is Vespolina ongetwijfeld de interessantste om afzonderlijk te bekijken. Ze is genetisch verwant aan Nebbiolo en komt vandaag vooral voor in Noord Piemonte en in het nabijgelegen Oltrepò Pavese. In de provincies Novara en Vercelli werd ze ook Nespolino genoemd. Ughetta, een naam die je eveneens geregeld tegenkomt, hoort historisch vooral thuis in Oltrepò Pavese.

Vespolina kan voor extra fruit zorgen, maar haar meest herkenbare bijdrage zit in haar aroma’s. Naast florale tonen van roos en viooltjes heeft ze dikwijls een uitgesproken peperige kruidigheid. Vespolina bevat relatief veel rotundone, dezelfde aromatische verbinding die onder meer verantwoordelijk is voor het typische peperaroma van Syrah en Schioppettino.

Dat peperige karakter kan een assemblage met Nebbiolo behoorlijk interessant maken. Het geeft extra kruidigheid en aromatische complexiteit zonder het karakter van Nebbiolo volledig over te nemen. Bovendien zorgt Vespolina voor wat extra kleur, iets wat bij de van nature blekere Nebbiolo mooi meegenomen is.

Hoewel we haar vooral kennen als onderdeel van assemblages, wordt Vespolina tegenwoordig ook steeds vaker afzonderlijk gevinifieerd. Bij ons afscheid van de enoteca kregen we een fles Vespolina 2012 van Pietro Cassina cadeau en er werd ons op het hart gedrukt dat de wijn, ondanks zijn gevorderde leeftijd, nog volledig intact zou zijn. We zijn dus benieuwd!

Uva Rara als figurant

Om eerlijk te zijn heb ik liever dat Uva Rara bij haar oude naam Bonarda Novarese wordt genoemd. We hebben het echter niet voor het zeggen en dus nemen we de druif op zoals ze vandaag in Alto Piemonte voorkomt en officieel wordt genoteerd. Uva Rara dus!

Rara heeft niets te maken met het feit dat de druif een rariteit zou zijn. Neen, Rara verwijst vermoedelijk naar de losse structuur van de tros, waarbij de bessen verder uit elkaar staan. Uva Rara kwam vroeger behoorlijk verspreid voor in Noord Piemonte en Oltrepò Pavese, al is haar aanplant ondertussen sterk verminderd.

Uva Rara zelf heeft een vrij bescheiden kleurkracht en een gematigde zuurgraad. Haar bijdrage ligt eerder bij haar geurige karakter en de toegankelijkheid van de wijn. Florale aroma’s zijn typisch en in een assemblage kan ze de strengere kant van Nebbiolo wat verzachten.

De druif heeft nog steeds haar plaats en is opgenomen in verschillende disciplinari, maar haar belang in de assemblages is duidelijk naar de achtergrond verdwenen. We zien ze dan ook steeds minder opduiken als aanvulling bij Spanna en Vespolina.

Croatina als blendalternatief?

Een koppigaard, een druif met een hoekje af, vaak dronken omwille van de alcohol… ik kan nog wel een tijdje doorgaan met Croatina enkele koosnaampjes toe te dichten. An sich doe ik dat omdat ik de druif wel kan pruimen. Toevallig ook een van de fruitige aspecten van Croatina.

Wordt ze veel gebruikt? Neen, het is echt wel als aanvulling dat ze wordt gebruikt. En dan nog is dat vooral sporadisch. Soms heb je de indruk dat de druif wat wint aan populariteit, maar ik laat me vertellen dat het geen gemakkelijke is om mee samen te werken. Niet enkel in het glas bezit de druif koppige eigenschappen. Ook in het veld durft ze wel eens de lastigaard uit te hangen.

Veelal kennen we de druif als Bonarda uit Oltrepò Pavese. Hallo verwarring met Uva Rara! Maar historisch heeft ze wel degelijk haar plaats in Alto Piemonte.

Laten we de positieve eigenschappen eens benoemen. De druif heeft aanzienlijk meer kleur dan Nebbiolo en brengt donkerder fruit mee. Croatina kan behoorlijk wat tannine leveren en heeft soms een wat vegetaal karakter. Bij voldoende rijpheid kan dat vegetale juist voor een mooie fraîcheur in het aromatische profiel zorgen. In de juiste verhouding geeft ze een assemblage extra volume, kleur en stevigheid.

In Bramaterra wordt de druif nog vrij frequent gebruikt. Elders is haar aandeel vaak eerder symbolisch.

Van assemblage naar solo

Maar waarom kreeg Nebbiolo in Alto Piemonte historisch eigenlijk Vespolina, Uva Rara en Croatina naast zich? De blik in de ogen van Dottore Sacco verraadde duidelijk dat hij deze vraag meermaals had gekregen én dat hij het antwoord erop kon geven!

Allora, devi comprendere, nel tempo il clima era totalmente differente. Più freddo… het klimaat was vroeger dus heel anders dan nu. Veel kouder, waardoor Nebbiolo het moeilijk had om elk jaar tot een ideale rijpheid te komen. Vespolina en de andere rassen stonden vaak gemengd in de wijngaarden en konden in moeilijkere jaren aanvullen waar Nebbiolo tekortkwam.

Dat bleek uiteindelijk ook in de kelder goed te werken. De verschillende druiven vulden Nebbiolo mooi aan met extra kleur, fruit, kruidigheid en parfum. Wat in de wijngaard deels uit noodzaak was ontstaan, bleek dus ook in de fles een bijzonder sterke combinatie.

Vandaag verandert dat gegeven stilaan. We zien meer en meer dat de wijnen uit Alto Piemonte evolueren van blends naar monocépagewijnen van Nebbiolo. De wijngaarden worden anders beheerd, druivenrassen staan veel vaker afzonderlijk aangeplant en de wijnbouwer heeft veel meer mogelijkheden om Nebbiolo goed rijp te krijgen. Ook het warmere klimaat speelt daarbij in het voordeel van Nebbiolo. De noodzaak om Spanna gezelschap te geven, is daardoor een stuk kleiner geworden.

En dan is er natuurlijk nog een heel belangrijke tweede reden: Nebbiolo verkoopt.

In die mate zelfs dat de fiere wijnproducenten stilaan de benaming Spanna opgeven. Nebbiolo is duidelijk meer gangbaar geworden op de etiketten. En ergens kunnen we dat betreuren. Tegelijk is die keuze niet meer dan logisch. De internationale wijnliefhebber kent Nebbiolo dankzij Barolo en Barbaresco. Met Spanna ligt dat anders. Buiten Noord Piemonte doet die naam bij veel mensen nauwelijks een belletje rinkelen.

Het levert dan ook een merkwaardige evolutie op. Net nu Alto Piemonte opnieuw volop in de belangstelling staat, verdwijnt een stukje van wat de streek zo eigen maakte langzaam naar de achtergrond. De assemblages zijn er nog en Vespolina, Uva Rara en Croatina zijn zeker niet verdwenen. Maar Spanna krijgt steeds vaker het rijk voor zich alleen. Alleen noemen we hem dan plots weer Nebbiolo.

Piemonte in een korrel – het rijstland achter risotto

Als je door Piemonte trekt, dan verwacht je heuvels, bergen, wijngaarden, hazelaars en bergmeren. Maar zowel tijdens ons verblijf in Moncalvo, in de omgeving van Asti, als tijdens ons verblijf in La Morra viel het ons op hoe snel het landschap veranderde zodra we enkele kilometers richting Torino reden. Kilometers en kilometers aaneengesloten rijstvelden doken op. Hier verdwijnen de heuvels en opent zich een immense vlakte waarin water minstens even belangrijk is als aarde. Dit is het andere culinaire Piemonte: het Piemonte van de rijst. Rijst voor de vermaarde risotto.

In het voorjaar worden de rijstvelden onder water gezet en verandert de vlakte in wat de Piemontesi graag il mare a quadretti noemen, de zee in vierkantjes. Honderden rechthoekige percelen weerspiegelen de lucht en in de verte tekenen de Alpen zich af aan de horizon. Een paar maanden later is dat spiegelende landschap dichtgegroeid met rijstplanten. Vanaf september kleuren de velden goud en begint de oogst.

Piemonte is goed voor ongeveer de helft van het Italiaanse rijstareaal, met Vercelli en Novara als belangrijkste centra van de rijstteelt. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Water uit de Alpen en een uitgebreid systeem van kanalen maakten het mogelijk om hier op grote schaal rijst te verbouwen. Tijdens ons bezoek maakten we een stop om deze rijstvelden eens van dichtbij te bekijken. Op zich echt wel indrukwekkend.

Eén grote waarschuwing echter voor wie in onze voetsporen wil treden en halt wil houden in de rijstvelden. Neem je voorzorgen! Wij konden niet vlug genoeg terug in onze wagen zijn om ons in te smeren met muggenmelk. Het krioelt er van deze steekgrage beestjes.

Een waterlandschap

We waren er in de tweede helft van juli en ergens is dit wel spijtig, want er werd me ingefluisterd dat wie de rijstvelden alleen tijdens de zomer ziet, een belangrijk deel van hun schoonheid mist. De foto’s die we nadien opzochten, konden dat alleen maar bevestigen. In het voorjaar, wanneer de velden volledig onder water staan, krijg je dat typische spiegelende landschap. Naarmate de oogst in september dichterbij komt, kleuren diezelfde rijstvlakten steeds meer goud. Twee totaal verschillende gezichten dus.

Ze ondergaan dan ook een hele metamorfose in de periode van april tot september. En uiteraard speelt water daarin een hoofdrol. Het bevloeit de planten, remt de ontwikkeling van onkruid en helpt tegelijk de temperatuur rond de rijstplant te regelen.

Die natuurlijke temperatuurregulatie door het water is een cruciaal onderdeel van de rijstteelt. De rijstvelden liggen immers dicht bij de Alpen en, hoewel wij het ons deze zomer moeilijk konden voorstellen, blijven koude nachten zelfs in juli mogelijk. Water warmt langzaam op en koelt langzaam af. Daardoor worden grote temperatuurschommelingen afgevlakt. Tijdens gevoelige fases van de ontwikkeling kan het waterpeil zelfs worden verhoogd om de jonge pluim in de plant tegen koude te beschermen.

In juli verandert het uitzicht opnieuw. De rijstplanten hebben de ruimte tussen de rijen volledig ingenomen en, zoals we zelf hebben kunnen vaststellen, was er van het water nog nauwelijks iets te zien.

De ondergelopen rijstvelden hebben trouwens nog een bijkomend effect. Ze vormen tijdens lente en zomer een belangrijk leefgebied voor onder meer reigers, zwaluwen, libellen en kikkers. En zoals we zelf uitgebreid hebben mogen ondervinden: ook voor muggen!

Carnaroli, gemaakt voor risotto

Voor alle duidelijkheid: er bestaan meerdere rijstsoorten die uitstekend geschikt zijn voor risotto, zoals Arborio of Vialone Nano. Persoonlijk heeft Carnaroli altijd een ‘korreltje’ meer. Blijkbaar ben ik niet alleen, want tussen alle Italiaanse rijstsoorten heeft Carnaroli een bijzondere reputatie opgebouwd. Hij wordt geregeld de koning van de risottorijst genoemd en daar zijn goede technische redenen voor.

Carnaroli ontstond in 1945 in Paullo, bij Milaan, uit een kruising van Vialone en Lencino. De rijst heeft grote, langwerpige en parelachtige korrels en een hoog amylosegehalte. Dat laatste zorgt ervoor dat de korrel tijdens het koken stevig blijft en een grote kookvastheid heeft.

En dat is exact wat een goede risotto nodig heeft. Tijdens het garen komt voldoende zetmeel vrij om het kookvocht te binden en de risotto zijn typische romigheid te geven. Tegelijk blijft de kern van de korrel stevig en behoudt hij goed zijn vorm, ook wanneer de rijst tijdens de bereiding regelmatig wordt geroerd.

Net dat is het verschil met bijvoorbeeld Arborio. De korrel is iets langer en steviger en behoudt zijn beet langer tijdens het koken. Arborio kan sneller van beetgaar naar te zacht evolueren, terwijl Carnaroli een grotere kookvastheid heeft. Dat geeft je tijdens de bereiding iets meer speelruimte en maakt het gemakkelijker om dat belangrijke evenwicht te bereiken tussen een romige risotto en afzonderlijke korrels die nog duidelijk voelbaar zijn.

Het groeiproces van de Risone

Onwetendheid staat vaak synoniem voor onzekerheid. Zelf was ik toch al wel flink opgeschoten in mijn leven alvorens ik doorhad dat de rijstvelden niet enkel te vinden zijn in het Verre Oosten. Laat staan Italië. Het boeit me dan ook om te weten hoe dit groeiproces in elkaar steekt, want voor Carnaroli uiteindelijk als witte rijstkorrel in onze keuken belandt, heeft hij er een behoorlijk lang verblijf op het veld opzitten. Voor Carnaroli duurt dit proces ongeveer 165 dagen en het is daarmee een vrij laat rijpend ras. Wie in april zaait, komt voor de oogst dus al snel eind september uit.

Net zoals voor wijn start alles op het veld, in dit geval met de voorbereiding van de rijstvelden. Na de winter wordt de grond bewerkt en zorgvuldig geëgaliseerd. Belangrijk want het water moet later zo gelijkmatig mogelijk over het hele perceel verdeeld kunnen worden. De velden zijn daarom opgedeeld in zogenaamde camere, vlakke percelen die door lage dijken van elkaar worden gescheiden en waarin het waterpeil afzonderlijk kan worden geregeld. We zagen ter plekke dat er tussen deze camere grachten of irrigatiekanaaltjes waren aangelegd.

Het zaaien start vanaf de tweede helft van april en kan vandaag op verschillende manieren gebeuren. Bij de traditionele methode, de semina in acqua, wordt het rijstveld eerst onder een ondiepe laag water van ongeveer 3 tot 5 centimeter gezet. Vervolgens rijdt een tractor met een strooier over het perceel en wordt het rijstzaad breedwerpig en zo gelijkmatig mogelijk over het water verdeeld. De zaden zakken naar de bodem en beginnen daar te kiemen.

Daarnaast is ook de droge zaai sterk ingeburgerd. Daarbij wordt het zaad rechtstreeks in de droge bodem gezaaid, vaak in rijen. Pas later wordt het veld onder water gezet. Vanaf dan wordt het waterpeil voortdurend aangepast aan de ontwikkeling van de rijstplant.

Na de kieming verschijnen de jonge rijstplantjes en begint de zogenaamde uitstoeling. Vanuit de basis van één plant ontstaan meerdere stengels. Hoe goed die ontwikkeling verloopt, bepaalt mee hoeveel bloeistengels, de zogenaamde pluimen, de plant uiteindelijk vormt en dus ook hoeveel rijstkorrels ze kan produceren.

Naarmate de planten groeien, verdwijnt het water stilaan uit het zicht. Dat was precies het stadium waarin wij de rijstvelden in juli aantroffen. Wat vanop afstand één dicht groen tapijt lijkt, bestaat ondertussen uit planten die volop bezig zijn met de vorming van hun pluimen. Die pluim ontstaat aanvankelijk verscholen in de stengel en komt later boven de plant uit.

Daarna volgt de bloei. Aan iedere pluim zitten talrijke kleine bloempjes die na bevruchting uitgroeien tot rijstkorrels. Vanaf dat moment verschuift alle energie van de plant naar de ontwikkeling en rijping van die korrels. Tijdens de laatste weken verandert het landschap opnieuw. De planten verliezen hun felle groene kleur, de pluimen worden zwaarder en buigen door onder het gewicht van de rijst. Stilaan verschijnen de gele en goudkleurige tinten.

Voor de oogst worden de rijstvelden drooggelegd. De toevoer van irrigatiewater wordt afgesloten en via greppels, kanaaltjes en regelbare afvoerpunten laat men het water geleidelijk uit de percelen wegstromen. De zorgvuldig geëgaliseerde velden kunnen zo voldoende opdrogen zodat de bodem stevig genoeg wordt voor de oogstmachines. Vanaf september verschijnen de maaidorsers op het veld. Zij snijden de rijstplanten af en scheiden de rijstkorrels meteen van de halmen.

Wat dan wordt geoogst, lijkt echter nog helemaal niet op de witte Carnaroli die we in een verpakking kopen. Iedere korrel zit nog opgesloten in zijn harde buitenste kaf. In Italië spreekt men op dat moment van risone. Die ongepelde rijst moet eerst worden gedroogd en daarna verder worden verwerkt voor de eigenlijke witte rijstkorrel tevoorschijn komt.

Van risone naar witte rijstkorrel

Na de oogst begint de weg naar het eindproduct met het reinigen en drogen van de risone. Vers geoogste rijst bevat nog te veel vocht om veilig te kunnen bewaren. Stof, aarde, stukjes plant en andere onzuiverheden worden verwijderd en warme lucht brengt vervolgens het vochtgehalte van de korrels naar een niveau waarbij de rijst gedurende langere tijd kan worden opgeslagen zonder te gaan schimmelen of bederven.

Daarna begint de eigenlijke verwerking. De eerste stap heet in Italië sbramatura. De korrels worden tussen rollen geleid die het harde kaf, de lolla, losmaken zonder de rijstkorrel zelf te breken. Dat kaf vertegenwoordigt ongeveer een vijfde van het gewicht van de ongepelde rijst. Wat overblijft is riso integrale, zilvervliesrijst dus. De korrel heeft op dat moment zijn buitenste beschermlaag verloren, maar het vlies en de kiem zitten er nog rond en aan.

Om de witte rijst te krijgen die we voor risotto gebruiken, volgt de sbiancatura, het witten van de rijst. Daarbij worden de buitenste lagen van de korrel geleidelijk door wrijving en lichte abrasie verwijderd, een gecontroleerde schurende werking waarbij het vlies laag voor laag wordt afgesleten. Ook de kiem verdwijnt tijdens deze bewerking. Onder het bruine vlies verschijnt uiteindelijk de witte, parelachtige korrel die zo kenmerkend is voor Carnaroli.

Na het witten volgt ten slotte nog een selectie. Gebroken, onrijpe, verkleurde of afwijkende korrels worden verwijderd, tegenwoordig onder meer met optische sorteermachines die iedere rijstkorrel controleren. Pas daarna is de Carnaroli klaar om verpakt te worden.

Fan van Acquerello

De reden waarom ik Carnaroli de beste risottorijst vind, is simpelweg te herleiden tot Acquerello. Van alle merken risottorijst die ik tot op heden heb mogen proeven, is die van Acquerello mij altijd het meest bijgebleven. Toen we afgelopen zomer in Piemonte de rijstvelden bezochten, ging ik dan ook op zoek naar de reden waarom. Blijkt dat men bij Acquerello anders werkt dan we tot hier hebben beschreven. En dan vooral in het gedeelte tussen oogst en verwerking.

Na het drogen wordt de ongepelde Carnaroli opgeslagen in gekoelde silo’s bij een temperatuur onder 15 graden. Daar rijpt hij minstens één jaar voordat de verdere verwerking begint. Een klein gedeelte blijft aanzienlijk langer liggen en kan tot acht jaar rijpen.

Tijdens die rijping stabiliseert het zetmeel. Daardoor verspreidt het zich tijdens het koken minder snel in het kookvocht en kan de korrel meer vloeistof en smaak opnemen terwijl hij zijn beet goed behoudt.

Na de rijping volgt de verwerking tot witte rijst. Ook hier wijkt Acquerello af van de gebruikelijke werkwijze. Bij de klassieke sbiancatura worden de buitenste lagen van de rijst verwijderd met machines die werken op basis van abrasie en wrijving. Acquerello gebruikt daarvoor een oude helixmethode uit 1875. Die is specifiek ontwikkeld om de rijst veel zachter te witten, zodat de korrels tijdens het verwijderen van de buitenste lagen zo weinig mogelijk beschadigd raken of breken.

Het meest opvallende gebeurt daarna. Zoals we eerder schreven, verdwijnt tijdens de klassieke sbiancatura ook de kiem. Acquerello ontwikkelde een gepatenteerd procedé waarbij die kiem opnieuw met de witte rijstkorrel wordt samengebracht. Hoe dat technisch precies gebeurt, houdt men grotendeels voor zichzelf. Zo probeert men een deel van de voedingsstoffen uit de kiem te behouden zonder de eigenschappen van witte Carnaroli op te geven.

Ik ben geen rijstspecialist en het klinkt me allemaal misschien een beetje vreemd in de oren. Maar eens deze rijst in de pot zit, proef je wel degelijk waarom de koning van de risottorijst plots als de Rolls Royce van de rijst wordt omschreven. Voor mij stond het besluit dan ook vast: deze Carnaroli mocht mee in het assortiment.

Risotto al coniglio, zafferano e funghi porcini

Een van mijn favoriete risotto’s en meteen een gerecht waarin Carnaroli helemaal tot zijn recht komt. De aardse smaak van porcini, de kruidigheid van saffraan en het zachte konijn vormen samen een behoorlijk rijke risotto, zonder dat de rijst zelf naar de achtergrond verdwijnt.

Ingrediënten voor 6 personen

Voor de risotto

• 600 g Carnaroli rijst
• 1 sjalot, fijngesneden
• 1,5 dl droge witte wijn
• 40 g gedroogde porcini
• 1 potje saffraan
• 100 g Parmigiano Reggiano, fijn geraspt
• 2 el boter
• Peper en zout

Voor het konijn en de saus

• 3 konijnenruggen
• Een beetje boter om aan te bakken
• 1 dl olijfolie
• ½ dl citroensap
• 1 el fijngehakte oregano
• 2 teentjes knoflook
• 2 dl kippenbouillon
• Maïzena
• Peper en zout

Voor de bouillon

• 2 liter water
• 1 ui
• 1 wortel
• 1 stengel bleekselderij
• 1 kleine prei
• 2 takjes peterselie
• 1 laurierblad
• Enkele zwarte peperkorrels
• Zout
• Het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini

De bereiding

De porcini

Week de gedroogde porcini ongeveer 30 minuten in warm water.

Giet ze af en vang het weekwater op. Zeef dit zeer grondig, liefst tweemaal of door een fijne doek, zodat er zeker geen zand meer achterblijft.

Snijd de geweekte porcini in grove stukken en zet ze apart.

De bouillon

Snijd de ui, wortel, bleekselderij en prei grof. Doe ze samen met de peterselie, het laurierblad en enkele peperkorrels in een kookpot en overgiet met ongeveer 2 liter koud water.

Breng langzaam aan de kook en laat ongeveer 45 minuten zacht trekken.

Zeef de bouillon en voeg het zorgvuldig gezeefde weekwater van de porcini toe. Breng licht op smaak met zout. De bouillon mag vrij neutraal blijven, want de porcini, saffraan, Parmigiano Reggiano en het konijn zorgen later voor voldoende smaak.

Neem een kleine hoeveelheid warme bouillon apart en laat hierin de saffraan enkele minuten trekken.
Houd de rest van de bouillon warm.

Het konijn en de saus

Verwarm de oven voor op 200 °C.

Kruid de konijnenruggen met peper en zout. Bak ze rondom aan in een beetje boter en leg ze vervolgens in een braadslede.

Pel de knoflook en pers hem fijn. Meng de olijfolie met het citroensap, de oregano en de knoflook. Giet dit mengsel over de konijnenruggen.

Plaats de braadslede in de oven en laat het konijn ongeveer 15 tot 20 minuten garen. Bestrijk het vlees tijdens het braden regelmatig met het braadvocht.

Haal de gare konijnenruggen uit de braadslede en houd ze warm.

Giet het braadvocht in een kleine pan, voeg de kippenbouillon toe en breng aan de kook. Meng een beetje maïzena met koud water en bind hiermee de saus lichtjes. Laat nog enkele minuten zacht koken en breng op smaak met peper en zout.

De risotto

Verhit 1 eetlepel boter in een ruime kookpot en fruit de fijngesneden sjalot zachtjes aan zonder ze te laten kleuren.

Voeg de Carnaroli toe en laat de rijst enkele minuten tostare. Roer regelmatig tot de korrels goed warm zijn.

Giet de witte wijn erbij en laat deze vrijwel volledig verdampen.

Voeg vervolgens de porcini en de apart gehouden bouillon met saffraan toe.

Roer regelmatig en voeg telkens opnieuw een pollepel warme bouillon toe zodra de rijst het vocht grotendeels heeft opgenomen. Zorg ervoor dat de rijst tijdens het garen steeds net onder de bouillon blijft staan en blijf regelmatig roeren.

Haal de kookpot ongeveer 14 minuten nadat de eerste bouillon werd toegevoegd van het vuur. De rijst moet op dat moment nog duidelijk beet hebben.

Voeg de resterende boter en de geraspte Parmigiano Reggiano toe en roer stevig door de risotto. Breng op smaak met peper en eventueel een beetje zout.

Plaats het deksel op de kookpot en laat de risotto ongeveer 2 minuten rusten.

Controleer daarna de structuur. De risotto moet romig en vloeiend zijn. Voeg indien nodig nog een kleine hoeveelheid warme bouillon toe zodat hij mooi all’onda wordt.

Afwerking

Snijd het vlees van de konijnenruggen. Je kunt het in kleinere stukken onder de risotto mengen of in grotere stukken boven op de risotto schikken. Mijn voorkeur gaat naar dat laatste, omdat zowel het konijn als de rijst dan beter herkenbaar blijven.

Verdeel de risotto over warme borden, schik het konijn erop en werk af met een beetje van de saus en enkele blaadjes oregano.

Wie het artikel tot hier gevolgd heeft, weet ondertussen welke Carnaroli bij mij hiervoor in de pot belandt: Acquerello.

Alto Piemonte op zondag: de lange weg terug

Uiteraard had ik als voorbereiding op ons bezoek aan de wijngebieden van Alto Piemonte grondig mijn huiswerk gemaakt en het nodige opzoekwerk gedaan. Eens we ginds ter plekke waren, viel het pas echt op hoe klein en versnipperd die wijngaarden over Alto Piemonte verspreid liggen.

Soms merkte ik wel een grotere concentratie van wijngaarden, zoals in Boca, langs de Strada della Traversagna, de SP32 richting Grignasco, waar we verschillende wijngaarden gingen opzoeken. Maar niets, werkelijk niets, doet vermoeden dat hier ooit op grote schaal aan wijnbouw werd gedaan en dat Alto Piemonte zelfs tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde.

De glamour van de 19e eeuw

In de diverse vakliteratuur die ik ter voorbereiding doornam, ontdekte ik dat Alto Piemonte rond het einde van de negentiende eeuw ongeveer 40.000 hectare wijngaarden telde. Vandaag blijft daar met zowat 800 hectare nog maar een fractie van over. Het gebied behoorde destijds tot de belangrijkste wijngebieden van Noord Italië en was voor Nebbiolo een absolute referentie. Gattinara, Ghemme, Lessona, Boca, Bramaterra en Sizzano genoten een stevige reputatie. Hun wijnen werden verkocht in Turijn en Milaan en vonden ook buiten Piemonte afzet. De nabijheid van Lombardije en de handelsroutes richting Centraal Europa maakten Noord Piemonte commercieel interessant.

Dat de wijnen ook kwalitatief hoog werden ingeschat, blijkt uit een bekende brief uit 1845. Camillo Benso di Cavour kreeg toen enkele flessen Sizzano toegestuurd door Giacomo Giovanetti uit Novara. Cavour was onder de indruk. Hij vergeleek het bouquet van de wijn met dat van Bourgogne en schreef dat de heuvels rond Novara volgens hem met die van Bourgogne konden wedijveren.

Vandaag wordt Cavour vooral met Barolo in verband gebracht. Midden negentiende eeuw keek hij voor grote Piemontese wijn dus ook nadrukkelijk naar het noorden.

Van 40.000 hectare naar enkele honderden

Merkwaardig genoeg begonnen de eerste tekenen van achteruitgang in dezelfde periode waarin Alto Piemonte nog tot de belangrijke wijngebieden van Noord Italië behoorde. In 1846 verhoogde Oostenrijk de invoerrechten op Piemontese wijn naar het Lombardisch Venetiaanse Koninkrijk fors. Een belangrijke afzetmarkt werd daardoor moeilijker bereikbaar. Dat probleem trof uiteraard niet alleen Alto Piemonte, maar ook de andere Piemontese wijngebieden.

De tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw brachten bovendien de bekende problemen waarmee zowat heel Europa af te rekenen kreeg. Oidium, peronospora en phylloxera troffen ook Alto Piemonte en verplichtten wijnbouwers tot zware investeringen en heraanplant. In 1905 kwam daar lokaal nog een verwoestende hagelstorm bovenop, waarna ook de beide wereldoorlogen hun tol eisten.

Dat alles versnelde de terugval, maar verklaart nog niet waarom Alto Piemonte uiteindelijk zoveel sterker kromp dan veel andere historische wijngebieden. De echte omslag kwam er door de industrialisering van de regio en de geleidelijke uittocht uit de landbouw. Vanaf het begin van de negentiende eeuw industrialiseerde de textielnijverheid rond Biella in snel tempo en groeide de streek uit tot een belangrijk centrum voor wol en textiel. Na de Tweede Wereldoorlog nam die beweging nog sterk toe. De economische groei in Noord Italië creëerde steeds meer werk buiten de landbouw, zowel in de eigen regio als in grotere industriële centra zoals Turijn en Milaan. Een vaste baan en een verzekerd inkomen werden voor veel jongeren aantrekkelijker dan het onzekere bestaan in de wijngaard.

Daar kon een steile wijngaard moeilijk tegen concurreren. Snoeien, aanbinden, onderhouden en oogsten vergden veel handenarbeid en het inkomen bleef afhankelijk van het weer en de opbrengst. Voor veel gezinnen werd de keuze steeds eenvoudiger. De fabriek bood zekerheid, de wijngaard veel minder.

Wijngaarden werden verwaarloosd, heraanplantingen bleven achterwege en steeds meer percelen werden verlaten. Struiken en bomen namen de plaats van de wijnstokken in en complete hellingen veranderden opnieuw in bos. Door erfenissen raakte het grondbezit ondertussen steeds verder versnipperd. Kleine percelen kwamen terecht bij verschillende kinderen en kleinkinderen, van wie sommigen al lang niet meer in de streek woonden. Die versnippering zou later een bijkomende hindernis vormen voor wie oude wijngaarden opnieuw in productie wilde brengen.

De cijfers maken duidelijk hoe groot de terugval uiteindelijk was. Van ongeveer 40.000 hectare rond het einde van de negentiende eeuw bleven tegen de tweede helft van de twintigste eeuw nog slechts enkele honderden hectaren over. Boca zakte op een bepaald moment tot ongeveer tien hectare. Ook Lessona, Bramaterra, Ghemme en Gattinara hielden nog maar een fractie over van hun vroegere oppervlakte.

Gelukkig stopte niet iedereen. Een handvol historische producenten bleef ook tijdens de moeilijkste decennia wijn maken. Vallana verwierf in de jaren 1950 en 1960 zelfs internationale faam met zijn Spanna, terwijl onder meer Nervi, Travaglini en Antoniolo in Gattinara en Tenute Sella in Lessona actief bleven. Daardoor verdween de wijnbouw nooit volledig en bleef er enige continuïteit bestaan waarop een volgende generatie later kon voortbouwen.

Voorzichtig begint de weg terug

‘Everything dies, baby, that’s a fact, but maybe everything that dies someday comes back’ wist Bruce Springsteen ons al te vertellen. Zo lijkt het dus ook wel met Alto Piemonte! Dat voorzichtig timmeren aan de weg terug begon stilaan vorm te krijgen vanaf het einde van de jaren 1980 en vooral tijdens de jaren 1990. Plots was er interesse in oude vervallen wijngaarden die er op de verlaten hellingen stonden. Een kleine groep mensen begreep het potentieel en zag er een nieuwe toekomst in.

Een van hen was de Zwitser Christoph Künzli. Rond het begin van de jaren 1990 leerde hij Boca kennen en enkele jaren later begon hij er oude percelen samen te brengen voor Le Piane. Dat bleek allesbehalve eenvoudig door de versnipperde eigendomsstructuur en de toestand waarin veel voormalige wijngaarden verkeerden.

Ook Paolo De Marchi keerde in 1999 samen met zijn zoon Luca terug naar de familiale gronden in Lessona en begon er aan de heropbouw van Proprietà Sperino. Rond dezelfde periode en in de jaren daarna verscheen een nieuwe generatie lokale wijnmakers, met onder anderen Cristiano Garella als een van de belangrijke figuren.

Het herstel kwam zo vanuit verschillende richtingen. Historische families investeerden opnieuw, een jongere generatie wijnmakers zag opnieuw toekomst in de streek en mensen van buiten Alto Piemonte begonnen oude percelen op te kopen en te herstellen. Tegelijk veranderden ook de economische omstandigheden. De textielindustrie, die decennialang veel arbeidskrachten uit de landbouw had gehaald, verloor vanaf het einde van de twintigste eeuw een deel van haar dominante positie door toenemende internationale concurrentie.

Ook binnen de wijnwereld zelf begon er iets te verschuiven. De belangstelling voor historische appellaties, oude wijngaarden en Nebbiolo buiten Barolo en Barbaresco nam toe. Dat fenomeen zien we overigens wel vaker in Italië. Zodra een wijngebied momentum krijgt en duidelijk wordt dat er kwalitatief en commercieel iets te rapen valt, verschijnen ook de kapitaalkrachtige spelers op het toneel. Franciacorta kende zo een periode waarin gevestigde wijnhuizen en ondernemers massaal mee op de trein sprongen. Hetzelfde gebeurde in Bolgheri, waar vanaf de jaren 1990 steeds meer grote namen en investeerders opdoken die voordien weinig of niets met de streek te maken hadden. Ook rond Etna zagen we later een vergelijkbare beweging en in de Colli Tortonesi trok de herwaardering van Timorasso eveneens producenten van buiten het gebied aan.

En toen kwam Conterno

De heropleving was dus al jaren, weliswaar vrijwel anoniem, bezig tot Roberto Conterno in 2018 een belang van 90 procent in Nervi in Gattinara verwierf. Het was alsof er een bom ontplofte. Dit nieuws trok onmiddellijk de aandacht van de internationale wijnwereld. Uiteraard, want Giacomo Conterno behoort tot de grote namen van Barolo. Wanneer een producent met die reputatie investeert in Alto Piemonte, kijken sommeliers, importeurs, verzamelaars en andere producenten plots een stuk geïnteresseerder mee.

De streek kreeg daardoor in korte tijd veel meer zichtbaarheid. Producenten die al jarenlang bezig waren met het herstel van hun appellaties profiteerden mee van die toegenomen belangstelling. Tegelijk waren wijnliefhebbers steeds nadrukkelijker op zoek naar alternatieven voor de almaar duurder wordende Barolo en Barbaresco. Alto Piemonte bood Nebbiolo, historische appellaties en bovendien nog prijzen die een stuk toegankelijker lagen.

Die combinatie maakte de optelsom compleet. De diverse appellaties van Alto Piemonte begonnen opnieuw hip te worden.

Etna Bianco: witte wijn op zwarte bodem

September is klassiek de maand waarin de sociale activiteiten opnieuw van start gaan. Dat is bij onze wijnclub Het Negende Vat niet anders. We bestaan ondertussen al 25 jaar en starten aanstaande dinsdag aan ons 26e werkjaar. Met alweer een leuk en zeer gevarieerd programma!

We gaan van start met Pinot Noir uit Oostenrijk, spelen Sancerre uit tegen Pouilly Fumé en hebben een proefavond rond Timorasso. Voor Zuid Afrika bestaat de uitdaging erin om vier Cabernet Franc wijnen tegenover vier Cabernet Sauvignon wijnen te plaatsen. Verder bekijken we wat een Vino de Paraje precies is, duiken we nog een keer Piemonte in met een variatie op Nebbiolo en komt Duitsland aan bod met Silvaner uit Franken. Ook de nieuwe Rhône cru Laudun staat op het programma.

Het jaar sluiten we af met twee klassiekers. Tijdens onze superproeverij trekken we alle registers open en combineren we een reeks mooie Italiaanse wijnen met een zestal hapjes. In juni is er opnieuw onze BYO formule, waarbij iedereen deze keer een fles Pinot Bianco of Weissburgunder uit Alto Adige moet selecteren.

Een hele omweg om terug te keren naar het slot van het vorige seizoen. Toen bestond de BYO opdracht erin om een fles Etna Bianco mee te brengen en daar samen een degustatie rond op te bouwen.

Etna is natuurlijk niet nieuw voor mij en ik heb er al meermaals over geschreven. Toen ik in 2021 een artikel schreef over de wijnen van de Etna, waren het vooral de rode wijnen die internationaal de aandacht trokken. Nerello Mascalese was aan een stevige opmars bezig en vergelijkingen met Bourgogne en Barolo waren nooit ver weg. Over de witte wijnen schreef ik toen dat ze misschien nog een groter geheim vormden en volgens mij tot de beste witte wijnen van Italië konden behoren.

Vijf jaar later is dat geheim aardig uitgelekt. Etna Bianco is ondertussen een van de sterkst groeiende categorieën binnen de appellatie. In 2025 werden ongeveer 2,2 miljoen flessen gebotteld, waarmee wit opvallend dicht bij Etna Rosso kwam. Steeds meer nieuwe wijngaarden worden met Carricante aangeplant en verschillende producenten zien witte Etna als een van de belangrijkste groeimogelijkheden van het gebied.

Tijd dus om die witte kant van de vulkaan wat grondiger te bekijken.

Etna Bianco DOC, enkele weetjes

  • Etna DOC bestaat sinds 1968 en was de eerste DOC van Sicilië. Ondertussen is de procedure opgestart om Etna te promoveren tot DOCG. De ambitie is om die stap nog in 2026 te zetten, al is de promotie voorlopig nog niet officieel afgerond.
  • De productiezone omvat delen van het grondgebied van twintig gemeenten in de provincie Catania, verspreid over verschillende flanken van de Etna. Binnen de DOC zijn 133 contrade officieel erkend. Die geografische onderverdeling krijgt steeds meer betekenis, ook voor Etna Bianco.
  • Etna Bianco moet minimaal 60 procent Carricante bevatten. Catarratto Bianco Comune en Catarratto Bianco Lucido mogen samen maximaal 40 procent uitmaken. Daarnaast mogen andere niet aromatische witte druivenrassen die in Sicilië zijn toegelaten samen maximaal 15 procent bedragen. Daarbij horen onder meer Minnella Bianca, Inzolia, Grecanico Dorato en Grillo. Vooral Minnella Bianca en Inzolia behoren tot de witte druiven die historisch samen met Carricante in de wijngaarden van Etna voorkwamen. Veel producenten kiezen vandaag echter voor 100 procent Carricante.
  • Etna Bianco Superiore mag uitsluitend worden geproduceerd met druiven uit Milo, op de oostelijke flank van de vulkaan. Voor Etna Bianco Superiore is minimaal 80 procent Carricante verplicht.

Carricante, de witte druif van de Etna

Carricante is zonder twijfel de witte druif van Etna. De druif kwam vroeger ook elders op Sicilië voor, maar haar huidige reputatie is vrijwel volledig verbonden met de vulkaan.

Carricante rijpt laat, bezit van nature een hoge zuurgraad en kan behoorlijk productief zijn. De naam zou verwijzen naar het Italiaanse caricare, laden of beladen, een verwijzing naar de hoeveelheid druiven die een wijnstok kan dragen wanneer de opbrengst niet wordt beperkt.

Op de hogere flanken van de Etna vallen verschillende puzzelstukken mooi samen. De koelere temperaturen vertragen de rijping en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht helpen om de frisheid en aroma’s te behouden. De lange groeicyclus geeft Carricante voldoende tijd om volledig rijp te worden zonder zijn kenmerkende aciditeit te verliezen.

Jonge Carricante toont vaak citrus, groene appel, witte perzik, kruiden en oranjebloesem. Daar komen geregeld stenige, rokerige en zilte indrukken bij. De stevige zuurgraad geeft de wijn structuur en zorgt bij de betere voorbeelden voor een opmerkelijk bewaarpotentieel. Met flesrijping verschijnen rijper citrusfruit, gedroogde kruiden, honing, noten en soms een lichte petroleumtoets.

Vulkanische bodem, maar welke?

Het begrip wijn van vulkanische bodem wordt ondertussen kwistig gebruikt in Italië. Toegeven, er zijn er ook wel wat te vinden en op de Etna is het uiteraard moeilijk om rond de vulkaan heen te fietsen. De situatie is hier wel van een ander type dan in vele andere Italiaanse wijngebieden met een vulkanische oorsprong. Etna is nog steeds actief en laat bijna voortdurend van zich horen.

De bodems bestaan hoofdzakelijk uit basaltisch vulkanisch materiaal, afkomstig van opeenvolgende lavastromen en erupties. Afhankelijk van plaats en ouderdom vinden we er verweerde lava, vulkanische as, zand en lapilli. Jonge lavastromen zijn nog nauwelijks verweerd en leveren zeer stenige, arme bodems op. Oudere lavastromen zijn doorheen de eeuwen verder afgebroken en kunnen daardoor een diepere en fijner opgebouwde bodem vormen. Het ene perceel kan dus op relatief jonge lava liggen, terwijl enkele honderden meters verder wijnstokken groeien op een ondergrond die vele duizenden jaren ouder is.

Daar komt nog bij dat hoogte, expositie, neerslag en de invloed van de zee sterk verschillen naargelang de flank van de vulkaan. Het terroir rond Etna vertoont daardoor een uitzonderlijk grote verscheidenheid binnen een relatief beperkt gebied.

Die verschillen krijgen vandaag steeds meer aandacht via de contrade. Een contrada is een historisch en geografisch afgebakende zone en wordt geregeld met een cru vergeleken. Twee Carricantes die slechts enkele kilometers van elkaar groeien, kunnen daardoor toch behoorlijk verschillend uit de hoek komen.

Milo, het bijzondere stukje Etna

Niet de Venus maar de Carricante van Milo staat op Etna in de spotlights. De kleine gemeente ligt op de oostelijke flank van de vulkaan, kijkt richting Ionische Zee en is als enige gemeente gerechtigd om Etna Bianco Superiore DOC te produceren.

Het klimaat wijkt er behoorlijk af van dat op andere flanken van de Etna. Vochtige lucht vanaf de Ionische Zee botst tegen de vulkaan, waardoor Milo tot de koelste en vooral natste wijnbouwzones van Etna behoort. De wijngaarden liggen bovendien op aanzienlijke hoogte en profiteren van een goede luchtcirculatie. Carricante voelt zich hier dan ook als een vis in het water.

De druiven worden vaak pas in oktober geoogst. Dat lange rijpingsseizoen geeft ze tijd om voldoende smaakontwikkeling op te bouwen terwijl de natuurlijke zuurgraad behouden blijft. Goede Etna Bianco Superiore combineert daardoor structuur en spanning met citrus, kruiden, rijper wit fruit en vaak een uitgesproken zilte toets.

De productie blijft beperkt en geschikte wijngaarden zijn schaars. De groeiende reputatie van Etna Bianco heeft de belangstelling voor Milo sterk doen toenemen, met stevig stijgende grondprijzen als logisch gevolg.

Producenten zoals Benanti en Barone di Villagrande speelden een belangrijke rol in de reputatie van Milo. Vooral Pietra Marina van Benanti bewees al vroeg dat Carricante hier witte wijnen kan voortbrengen die vele jaren kunnen ontwikkelen.

Proeverij Etna Bianco

Voor onze Bring Your Own formule van wijnclub Het Negende Vat stond er als afsluiter van het vorige proefjaar dus Etna Bianco op het programma. Er zijn wel enkele voorwaarden verbonden aan deze formule! De wijnen moesten minimaal 18 euro kosten. Er is geen plafond, dus iedereen is vrij zijn prijs te bepalen en de wijn mag onder geen enkel beding uit een supermarkt komen. Opdat er geen ‘dubbele’ flessen zouden voorkomen, geeft iedereen zijn geselecteerde wijn door aan schrijver dezes, die de gekozen flessen dan doorgeeft aan de leden. Ik geef je graag nog mijn proefnotities van deze geslaagde afsluitende avond.

  1. Firriato – Gaudensius Blanc de Blancs Brut
    100% Carricante, Metodo Classico Brut. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting in inox en tweede gisting op fles. Minimaal 36 maanden rijping op de gisten.
    Goudgele kleur met mooi aanwezige, fijne en aanhoudende belletjes. Zeer aanstekelijke en behoorlijk complexe neus met perzik, abrikoos, rijpe peer, agrum en gekonfijte ananas. Daarnaast komen peper, citroenschil, brioche, toast en gist naar voren, met wat honing en hazelnoot op de achtergrond. Zeer rijk in de mond met mooi citrus- en steenfruit, uitgesproken ziltigheid en mineraliteit. Ook amandelschaafsel komt naar voren. Ondanks die rijkdom blijft de wijn strak en verfijnd. Lang aanwezig met limoenzeste en een licht nootachtige toets van geroosterde pistache in de afdronk. Een rijkelijke en bijzonder smakelijke bubbel.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 34 € (Te koop bij Wine-Art)
  2. Sibiliana Eughenès Nato Bene Etna Bianco DOC 2022
    Carricante. Vergisting bij gecontroleerde temperatuur, gevolgd door opvoeding op de fijne lies in inox.
    Heldere bleekgouden kleur. Zeer mooie, ziltige neus met florale accenten, breed fruit, mineraliteit en een frisse, groenkruidige toets. Daarnaast komen vanille en zelfs een verrassend spoor van kers naar voren. Ook in de mond zeer aangenaam, fris met toch een licht vettig kantje. Citrusfruit is van start tot finish aanwezig, met tussendoor sappige peer. Mooi, knap en evenwichtig, met een perfecte lengte.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 25 € (Niet te koop gevonden in België)
  3. Cusumano Alta Mora Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox, gevolgd door 4 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Diepe, heldere strogele kleur. De vuursteen valt meteen op, gevolgd door perzik, abrikoos, ananas en peer. Daarnaast lentebloesems, hooi, honing, kruisbes en duidelijke zilte indrukken. In de mond vol en rijk, met een uitgesproken minerale toets die doorheen de hele smaak aanwezig blijft. Tegelijk behoudt de wijn bijzonder veel frisheid. Lange en aanhoudende afdronk met citrus en pomelo.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 22 € (Te koop bij Young Charly)
  4. Pietradolce Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Opvoeding van 4 tot 6 maanden in inox.
    Bleekgouden, heldere kleur. Wat gesloten in de aanzet. Na walsen komen wit boomfruit en geel steenfruit naar voren, met vooral abrikoos, aangevuld met florale accenten, agrum, vuursteen, munt, anijs en een sprankel honing. In de mond komt de anijs veel duidelijker terug. Zeer mineraal en breed van smaak, met een licht vettig middenstuk dat overgaat in een frisse, zesty toets van limoen. Die blijft aanwezig tot in de finale, waar ook een fijn bittertje van noot opduikt. Correcte Etna Carricante.
    Punten 85/100 – Richtprijs: 23 € (Te koop bij Wine-Art)
  5. Tenuta delle Terre Nere, Calderara Sottana Etna Bianco DOC 2024
    100% Carricante. Voor 2024 volledig gevinifieerd en 9 maanden opgevoed in inox, zonder malolactische omzetting. Normaal wordt voor deze cuvée ook hout gebruikt.
    Heldere, strogele kleur. Frisse en verfijnde neus met appel, peer, wit steenfruit en grapefruit, aangevuld met bloesems en een lichte kruidigheid. In de mond zeer mineraal en ziltig, met een duidelijke vuursteentoets, veel frisheid en een mooie aciditeit. De kruidigheid komt hier nadrukkelijker naar voren dan in de neus. Licht vettig in het middenstuk. Blijft lang aanwezig met citrus en agrum in de finale. Mooi in balans, verfijnd en vooral lekker.
    Punten 88/100 – Richtprijs: 44 € (Te koop bij Licata)
  6. Giovanni Rosso Etna Bianco DOC 2023
    Carricante. Zachte persing van de volledige trossen, vergisting gedurende 15 tot 20 dagen bij lage temperatuur in inox, gevolgd door 5 maanden opvoeding op de fijne lies in inox.
    Bleekgouden, heldere en tranende kleur. De vulkanische bodem laat zich hier echt wel ruiken! Daarnaast ontdekken we koninginnenbrij, rijpe peer, rijpere ananas, munt, peper en gedroogde bloemen. In de mond zeer rijk en vol, maar tegelijk verbluffend fris. Alleszins een pak frisser dan de geur deed vermoeden. De wijn blijft lang aanwezig en eindigt in een uitgesproken zesty finale van mandarijn. Tijdens het proeven vroegen we ons af of er houtlagering aan te pas was gekomen, maar de wijn wordt volledig in inox opgevoed. Een zeer smakelijke en complexe Carricante.
    Punten 91/100 – Richtprijs: 30 € (Niet te koop gevonden in België)
  7. Carranco Villa dei Baroni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in inox of cement bij 15 tot 16°C, gevolgd door 6 tot 7 maanden opvoeding op de fijne lies in cement.
    Zuivere goudgele kleur. Zeer uitgebreid geurenpalet met perzik, kweepeer, mandarijn, appel en peer, aangevuld met anijs, venkel, gember, citroengras en een duidelijke vuursteentoets. Ook de zeste van citrusfruit zorgt voor extra frisheid in de neus. In de mond vol en fris tegelijk met veel geel steenfruit, een uitgesproken vuursteenmineraliteit en opnieuw die frisse citrusschil. Zeer evenwichtig, sappig en lang aanwezig, met naar het einde toe een heerlijk pompelmoesbittertje dat de afdronk extra spanning geeft.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 38 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Tenuta Ferrata Veni Etna Bianco DOC 2022
    100% Carricante. Vergisting in Franse eiken tonneaux, gevolgd door 10 maanden opvoeding in tonneaux en verdere flesrijping.
    Zuivere goudgele kleur. Aanvankelijk wat gesloten, maar na walsen komt de wijn heerlijk open. Rijpe abrikoos, perzik en ananas worden aangevuld met honing, anijs, kweepeer, hooi, gember, bloedsinaasappel en frangipane. Bij het proeven komt vooral de mineraliteit nadrukkelijk naar voren. Ondanks de rijke en rijpere smaak blijft de wijn ontzettend fris van profiel. Knap evenwicht en een mooie lengte, met zeste van sinaasappel en honing in de afdronk. Voor de tweede keer deze avond stelden we ons de vraag of de wijn houtlagering had gekregen. In dit geval was dat gevoel terecht.
    Punten 89/100 – Richtprijs: 30 € (Te koop bij Vino Salentu)
  9. Alberelli di Giodo Carricante Terre Siciliane IGT 2022
    100% Carricante. Vergisting gedurende ongeveer 20 dagen in inox, gevolgd door 6 maanden opvoeding op de fijne lies in inox en verdere flesrijping. Eigenlijk hadden we deze wijn voor de degustatie moeten weigeren, want strikt genomen is dit geen Etna Bianco DOC. We hebben wijselijk besloten dat niet te doen.
    Zuivere bleekgouden kleur. Van bij de eerste geur vallen de ziltigheid en vuursteen op. Zeer floraal met lindebloesem, aangevuld met peer, witte perzik, munt, peper, een licht animale toets, varens en fijne citrus van roze pompelmoes. Een zeer mooie neus! In de mond fris met een blijvende aciditeit. Sappig van start tot diep in de finale, met een verfijnde mineraliteit. In de afdronk komt de roze pompelmoes terug, samen met licht geroosterde nootjes. De wijn proeft alleszins nog zeer jong en is gewoonweg compleet te noemen.
    Punten 94/100 – Richtprijs: 60 € (Kopen is mogelijk via Wijnkennis)

Op pad met James McNay – Wandelen, wijn en reizen door Italië

Enkele weken terug had ik een blij weerzien met James McNay, een collega Italian Wine Ambassador die we via de wijnwereld leerden kennen. James woont in Piemonte en omdat ik hem had verteld dat we er deze zomer twee weken zouden verblijven, hadden we afgesproken elkaar daar te ontmoeten. Nadat we samen G.D. Vajra in Barolo hadden bezocht en er enkele wijnen hadden geproefd, genoten we van een heerlijke lunch, vergezeld van een fles Barolo Ravera Riserva 2015 van Viberti.

Tijdens die lunch vroeg James of we geen zin hadden om een dag met hem de bergen in te trekken. James organiseert met MacNay Travel & Wine immers volledig uitgewerkte wandelreizen door Italiaanse wijngebieden. Voor een van zijn meerdaagse trajecten in de Valle d’Aosta wilde hij een gedeelte van de route opnieuw bekijken en verder uitwerken. Wij mochten mee op verkenning. En zo eindigde een afspraak tussen twee Italian Wine Ambassadors met wandelschoenen, rugzakken en behoorlijk wat hoogtemeters.

Van Sussex naar Piemonte

Tijdens deze wandeling raakten we meer en meer geïnteresseerd in wat er allemaal komt kijken bij het uitstippelen van volledig uitgewerkte wijnreizen en wandelreizen. We luisterden dan ook geboeid naar het verhaal van James en hoe MacNay Travel & Wine uiteindelijk het licht zag. James runt het bedrijf samen met zijn vrouw Cinzia Long. De twee leerden elkaar in 2004 kennen tijdens een opleiding tot wandelgids voor reizen in Italië. Beiden werkten daarna jarenlang als gids in onder meer Toscane, Umbrië en Ligurië.

James groeide op in East Sussex en kwam via het wandeltoerisme steeds dieper in de wereld van wijn en gastronomie terecht. In 2010 namen James en Cinzia in Heathfield de winkel Cuculo Cheese & Wine over. James bouwde er een uitgebreid Italiaans wijnassortiment uit, terwijl Cinzia zich vooral toelegde op kaas.

Ondertussen behaalde James verschillende wijnkwalificaties en werd hij Italian Wine Ambassador. Cinzia is afkomstig uit Piemonte, terwijl haar familiale wortels zowel in Piemonte als in de Valle d’Aosta liggen, waar haar familie verspreid woonde. Ze studeerde bosbouw en milieuwetenschappen aan de universiteit van Torino. Haar grote passie voor kaas bracht haar later ook richting een opleiding als kaasproever. Wijn, gastronomie, kaas, natuur en wandelen begonnen zo steeds meer in elkaar te passen.

In 2016 legde James de fundamenten voor MacNay Travel & Wine. Het eerste volledig uitgewerkte programma kreeg de naam Heart of the Italian Alps en speelde zich, gezien Cinzia’s sterke band met de streek, af in de Valle d’Aosta.

In 2022 verhuisden James, Cinzia en hun gezin naar Torre Pellice, aan de voet van de Piemontese Alpen. Vandaag organiseren ze wandelreizen en fietsreizen door verschillende Italiaanse wijngebieden. Piemonte speelt daarin vanzelfsprekend een belangrijke rol, maar ook Ligurië en de Valle d’Aosta zitten stevig in het programma. Daarnaast werken ze wijnreizen, korte verblijven en volledig op maat gemaakte reizen uit.

Vandaag komt een groot deel van hun publiek uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Ik kan me moeilijk voorstellen dat er in België en Nederland geen publiek bestaat voor zo’n concept.

Een wandelroute ontstaat niet achter een computer

Tijdens onze tocht werd vooral duidelijk hoeveel werk er achter zo’n wandelprogramma zit. Je kunt natuurlijk een bestaande wandelroute downloaden, een paar hotels reserveren en hopen dat iedereen zonder kleerscheuren op zijn bestemming aankomt. Dat is ongeveer het tegenovergestelde van hoe James werkt.

De trajecten worden zelf gelopen, gemeten en gecontroleerd. Onderweg wordt bekeken waar een pad precies loopt, waar er alternatieven nodig zijn, welke passages technisch moeilijker zijn en op welke plaatsen een wandelaar maar beter weet dat links nemen een aanzienlijk beter idee is dan rechts. James liep dan ook voortdurend rond met een kleine recorder waarin hij zijn instructies insprak. Thuis worden die minutieus verwerkt, zodat zijn gasten onderweg over de correcte informatie beschikken.

Dat is noodzakelijk, want tijdens de zelfstandige wandelreizen krijgen deelnemers GPS tracks en gedetailleerde routebeschrijvingen. Hun bagage wordt intussen naar het volgende hotel gebracht. Voor de start is er een briefing en tijdens de reis blijft lokale ondersteuning beschikbaar. Wij liepen die dag dus eigenlijk mee tijdens een stukje productontwikkeling.

James keek regelmatig naar zijn GPS, controleerde passages en bekeek hoe een bepaald traject het beste in een meerdaagse tocht kon worden opgenomen. Voor ons was het vakantie. Voor hem was het deels een werkdag, al zijn er slechtere kantoren denkbaar dan de Alpen.

De Valle d’Aosta te voet

Voor dit soort reizen is de Valle d’Aosta bijna gemaakt. De regio is klein, bergachtig en landschappelijk bijzonder gevarieerd. Vanuit Aosta zit je snel tussen wijngaarden, boomgaarden en bergflanken. Naarmate je verder richting het westen trekt, wordt het landschap steeds uitgesprokener alpien en komt het massief van de Monte Bianco dichterbij.

Het bestaande programma Heart of the Italian Alps loopt over zeven dagen van Aosta richting Courmayeur. De wandeldagen variëren van ongeveer 10 tot 23 kilometer. Het hoogste punt van het standaardtraject ligt rond 1.550 meter, met een optionele wandeling die tot ongeveer 2.000 meter gaat.

Je bent best een geoefende wandelaar, want er zitten stevige beklimmingen en afdalingen tussen en op bepaalde plaatsen wordt het pad technisch wat uitdagender. Dat hebben we zelf aan den lijve kunnen ondervinden. Vooral op de bijzonder steile afdalingen was het met momenten geen sinecure om overeind te blijven.

Natuurlijk zit daarin ook net de aantrekkingskracht en de uitdaging van deze wandeltochten. Het is geen jolige scoutswandeling waar je al zingend doorheen trekt. Concentratie is op bepaalde stukken absoluut vereist en je wordt er onderweg ruimschoots voor beloond. Je krijgt voortdurend een ander zicht op de Valle Centrale en de omliggende bergen. Dorpen verschijnen beneden in het dal, wijngaarden hangen tegen hellingen waarvan je je afvraagt wie ooit heeft besloten dat dit een geschikte plaats was om wijnstokken te planten en boven alles blijven de Alpen aanwezig.

Wandelen door een wijngebied

James kan je altijd blij maken met een goed glas wijn en dus blijft bij MacNay Travel & Wine de wijn nooit ver weg. Met hun thuisbasis in Piemonte zitten ze daarvoor natuurlijk op de juiste plaats.

Je hoeft het daarbij zeker niet altijd zo avontuurlijk te bekijken als de wandeling in de Valle d’Aosta die we eerder aanhaalden. In het Roero hebben ze bijvoorbeeld een meerdaagse wandeltocht uitgewerkt die Bra met Alba verbindt. Je wandelt er tussen wijngaarden, boomgaarden en de grillige Rocche del Roero, met onderweg tijd voor de lokale gastronomie en uiteraard wijn. In de Langhe is er dan weer een vierdaagse rondwandeling door de Baroloheuvels, waarbij acht van de elf Barolodorpen worden aangedaan. Wijnbezoeken en degustaties worden onderweg netjes voor je vastgelegd.

En wat gezegd van overnachten op een wijndomein? Een van hun vaste slaapplaatsen is Casa Pecchenino, de B&B van het gelijknamige wijndomein bij Dogliani. Wij kennen Pecchenino redelijk goed en zijn bijzonder liefhebber van hun Dolcettowijnen. Tijdens ons verblijf in Piemonte waren we ook onder de indruk van hun Alta Langa Spumante, gemaakt van druiven uit hoger gelegen wijngaarden. Zodanig zelfs dat we nog even langsreden om enkele flessen in te slaan.

Daardoor kregen we meteen ook een goede blik op de accommodatie. Het oude landhuis werd volledig gerestaureerd en telt slechts vijf kamers. Vanuit het domein kijk je uit over de wijngaarden en zit je meteen goed voor wandelingen richting Dogliani en de Baroloheuvels. Ik kan je verzekeren dat dit inderdaad geen onaangename plaats is om na een dag wandelen halt te houden.

Dat typeert eigenlijk mooi hoe James en Cinzia hun reizen samenstellen. Vaak vormt wandelen of fietsen de leidraad, terwijl wijndomeinen, restaurants, lokale gastronomie en bijzondere overnachtingsplaatsen mee in het parcours worden verwerkt. Soms trek je zelfstandig op pad, soms gaat James mee en op andere reizen ligt de nadruk veel sterker op wijn en gastronomie en is wandelen slechts een onderdeel van het programma.

En ze blijven nieuwe mogelijkheden zoeken. Naast Piemonte, de Valle d’Aosta en Ligurië organiseren ze ook begeleide wijnreizen en roadtrips in andere delen van Italië. Wie tussen hun bestaande programma’s zijn gading niet vindt, kan bovendien een volledig op maat gemaakte reis laten uitwerken. Het vertrekpunt kan dus evengoed een wandelvakantie zijn als een bepaalde wijnregio, een reeks producenten die je wilt bezoeken of gewoon de wens om een stuk Italië eens op een andere manier te leren kennen.

Een totaalpakket

Wat me vooral aansprak in het concept van James en Cinzia is dat ze een totaalpakket aanbieden. Je hoeft je nergens meer zorgen over te maken, alles wordt voor je geregeld. Je trekt verder, al wandelend of fietsend. Je bagage reist achter de schermen mee en staat bij aankomst netjes op je te wachten.

Een lunchpakket, het organiseren van een picknick onderweg? No stress, it’s done! Een bezoek aan een lokale kaasboer inbouwen, ervaren hoe de beroemde Salsiccia di Bra wordt gemaakt of een gerenommeerd Barolohuis bezoeken waarvan de deuren anders misschien gesloten zouden blijven? Ook dat wordt voor je geregeld.

James en Cinzia luisteren naar je wensen en proberen daar zoveel mogelijk aan tegemoet te komen, uiteraard rekening houdend met het budget dat je eraan wenst te spenderen. Voor verdere informatie mag je me altijd contacteren en ik breng je heel graag in contact met James. Je kunt natuurlijk ook gewoon zelf even een kijkje nemen op de website van Macnay Travel & Wine.

Zo beleef je Italië op een heel andere manier.

De decadentie van een wijnclub, editie 2026

Naar goede jaarlijkse gewoonte plannen we bij twee van onze wijnclubs, Het Negende Vat en ODK onze superdegustatie in. Voor wie hier nog niet vertrouwd mee is leg ik het concept heel graag nog een keertje uit. We noemen dit onze superdegustatie omdat we een aanzienlijk deel van ons jaarbudget uittrekken voor deze degustatie. We proeven die avond immers negen topflessen uit Italië. Dat budget ramen we trouwens op een 500 €.

Maar er is meer! We proeven niet enkel deze schitterende wijnen, maar zorgen telkens ook voor de gepaste catering. Ik ga dus niet enkel op zoek naar nieuwe Italiaanse pareltjes van wijnen. Ik hou het in ere dat er geen wijnen op tafel komen die we al eens in een van de voorgaande superdegustaties hebben gestoken. Ik ga daarenboven ook nog eens in de kookboeken snuisteren om zes gepaste hapjes te selecteren die ons begeleiden doorheen deze proefavond.

Dat is trouwens niet zo eenvoudig als het op het eerste zicht lijkt want ook hier is het noodzakelijk een correcte opbouw te hebben en de nodige variatie in het aanbod te brengen. Bovendien komt de bijdrage hiervoor rechtstreeks van onze leden en willen we dan ook niet dat het een orgie aan superdure ingrediënten wordt. We hebben graag iedereen aan boord!

Ik geef alvast de begeleidende hapjes van 2026 mee alvorens we van start gaan met de bespreking van de geproefde wijnen. Want jawel, alles wordt netjes genoteerd en besproken.

  1. Tartaar van makreel met langoustine
  2. Roodbaars met spitskool en beurre blanc
  3. Coniglio alle Ligure
  4. Gebakken pluma ibérico met een crème van bloemkool en een rodewijnsaus
  5. Ribstuk van kalf met verse béarnaise en pommes pont neuf
  6. Agnello alla sarda con fregola e finocchio

De geproefde wijnen tijdens deze twee avonden

  1. Terra Fageto Salsedine, Offida Pecorino DOCG 2022
    Zuivere Pecorino van biologisch geteelde druiven. De wijngaarden bevinden zich in Pedaso, Monte Serrone en contrada Belvedere. Vooral het perceel van Monte Serrone biedt ons een prachtig uitzicht. Vanop 250 meter hoogte kijken we er uit over zee. De zeebries is er constant aanwezig en zorgt voor de ziltige toets in de wijn. Hiervan is ook de naam Salsedine afgeleid. De bodem is rijk aan een kleiachtige leemstructuur, met een aanvulling van kalksteen. De wijn krijgt een houtopvoeding van 5 maanden met bâtonnage. Twintig procent van de Pecorino vergist trouwens in nieuwe eiken vaten.

    Zuivere, heldere bleekgele kleur met een strogele nuance. De neus bulkt van het fruit in het wat rijpere segment, met peer, abrikoos, perzik en ananas. Schil van limoen en salie vullen mooi aan. Ook florale toetsen van acacia en lindebloesem komen mee naar voren. Een lichte vanilletoets geeft extra complexiteit. Het ziltige komt onmiddellijk opzetten in de smaak, mooi ondersteund door fijne zuren en een heel verfijnd agrumbittertje. De wijn blijft sappig, levendig en smakelijk. Hij toont zich nog wat jong en was wellicht gebaat geweest bij vroeger ontkurken.

    Volledigheidshalve geven we mee dat deze wijn een vervanger werd voor de Soave Classico La Frosca 2016 van Gini, die helaas gekurkt bleek te zijn.

    Punten: 88/100 – Prijs: 25,90 €
  2. Borgo Paglianetto Jera, Verdicchio di Matelica Riserva DOCG 2019
    Zuidelijk georiënteerde wijngaarden met 35 jaar oude stokken. De bodem is rijk aan klei en kalk. De druiven worden midden oktober geoogst. De vergisting gebeurt in inox bij gecontroleerde temperatuur, waarna de wijn 36 maanden rijpt in inox en nog 8 maanden op fles.

    Heldere en blinkende strogele kleur. De neus is zeer fijn, maar tegelijk vol en mooi opgebouwd. Het is zo’n typische neus waar je aan blijft ruiken en op zoek blijft gaan naar nieuwe aroma’s die komen opzetten. Het bouquet is zeer aanlokkelijk en rijkelijk gevuld met stevig aanwezig geel steenfruit zoals perzik en nectarine, aangevuld met rijpe gele appel, abrikoos, voorjaarsbloesems, amandel, anijs, peper, vuursteen en een lichte honingtoets.

    In de mond opent hij met zeer mooie zuren. Meteen komt opnieuw die mineraliteit naar voren, aangevuld met zelfs een ziltige toets. Het geheel is gestructureerd en rustig opgebouwd, met rijp fruit, frisse zuren en veel draagkracht. Het amandelbittertje is duidelijk present. De afdronk is lang en blijft mooi aanwezig, met edel citrusfruit, zeste van limoen, witte peper, anijs, amandel en een duidelijke minerale toets. Prachtige wijn.

    Punten: 90/100 – Prijs: 28,80 €
  3. Andrea Felici Vigna Il Cantico della Figura, Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG 2018
    De druiven voor deze Vigna Il Cantico della Figura komen van de San Francesco wijngaard, waar de stokken inmiddels 50 jaar oud zijn. Ze staan op een bodem van kalk en klei. De oogst gebeurt manueel begin oktober. De vergisting verloopt met twee weken schilcontact, waarna de wijn rijpt in cement. Daarvan brengt hij 12 maanden door op de fijne lies, gevolgd door nog 6 maanden flesrijping.

    Bleekgeel van kleur, blinkend en zeer zuiver in het glas. De neus is bijzonder mooi, fris en tegelijk rijk en complex. Citrusfruit en appel zetten de toon, gevolgd door perzik, witte bloesems, fijne kruiden en een ziltige mineraliteit. Daarna komen ook amandel, peper, venkel en een toets ananas naar voren. Er zit veel in deze geur, maar alles blijft mooi afgelijnd.

    De smaak is breed en sappig, met een vettig middenpalet. De zuren houden het geheel strak en levendig. Ook in de mond komt die minerale indruk duidelijk terug, aangevuld met een plezierig citrusbittertje naar het einde toe. In de finale duikt opnieuw die knappe pepertoets op, samen met een puntje salinity. De afdronk is lang, droog en verfijnd, met een zesty feeling, amandel en ziltige accenten.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,40 €
  4. Colli di Lapio Clelia, Fiano di Avellino DOCG 2021
    De wijngaarden voor deze Fiano liggen op 620 meter hoogte in Arianiello, bij Lapio, zowat het epicentrum van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. De druiven worden begin november met de hand geoogst. Ongeveer 20 procent van de druiven droogt licht in aan de stok. Na een zachte persing vergist de wijn langzaam in roestvrijstalen tanks. Daarna volgt een langdurige rijping sur lie, zonder houtgebruik, en nog eens twaalf maanden flesrijping voor de wijn op de markt komt.

    Zuiver geelgoud, helder en blinkend. De neus zit duidelijk in het rijke fruitsegment, vooral met geel steenfruit zoals rijpere perzik en abrikoos. Daarnaast komen er florale accenten naar voren, hazelnoot, een fijne kruidige toets, een puntje honing, iets van hooi en stro, en de schil van mandarijn. Bij wat lucht krijgt de wijn nog meer complexiteit, met een lichte munttoets en een minerale onderbouw.

    In de mond manifesteert zich opnieuw die rijke stijl. De wijn is breed en dragend, bijna gul, zonder warm of zwaar te worden. Het fruit blijft sappig, met rijpe perzik en boomgaardfruit. De textuur is zacht en vol, terwijl de zuren alles mooi recht houden. Het geheel dendert lang door en sluit af met een heel mooi zesty bittertje, opnieuw in de richting van mandarijnschil. Zeer smakelijke Fiano.

    Punten: 91/100- Prijs: 52,80 €
  5. Torre Zambra Villamagna, Villamagna DOC 2022
    Pure Montepulciano afkomstig van wijngaarden die worden geleid volgens de Pergola Abruzzese. Na de vergisting in roestvrij staal volgt een lange schilweking van 45 dagen. De rijping gebeurt vervolgens 6 maanden in betonnen cuves, 10 maanden in Franse en Slavonische tonneaux en nog 6 maanden op fles.

    Diepe karmijnrode kleur met gekleurde tranen. De neus is ronduit uitbundig, met een overladen geurprofiel waarin rijk en rijp fruit de toon zet. Kersen, pruimen en bramen komen gul naar voren, gevolgd door paprika, grafiet, peper, jeneverbes, leder, tabak, zoethout, aardse toetsen, koffie, laurier en eucalyptus.

    De smaak trekt die lijn gewoon door. Zeer sappig, rijk en stevig kruidig, balancerend op het randje en juist niet overdone. De tannine is smakelijk en duidelijk aanwezig, de zuren houden dit gelukkig voldoende in balans. De alcohol kan zich niet helemaal wegsteken, al stoort hij niet echt. De finale blijft lang aanwezig, met rijp zwart fruit, kruiden, koffie en een licht aardse toets.

    Punten: 87/100 – Prijs: 25,00 €
  6. Cantina Gungui Berteru Riserva, Cannonau di Sardegna DOC 2021
    De wijngaarden voor de Berteru Riserva liggen in Mamoiada, in de heuvels van Barbagia. De wijn wordt gemaakt van 100 procent Cannonau, afkomstig van biologisch bewerkte alberello stokken die in 1952 werden aangeplant. De wijngaard ligt op 650 tot 700 meter hoogte, zuidoostelijk gericht, op verweerd graniet. De vergisting gebeurt in inox met inheemse gisten, waarbij 40 procent volledige trossen gebruikt worden. Nadien rijpt de wijn 8 tot 10 maanden in botti van 1000 liter, gevolgd door 8 maanden inox en 4 maanden flesrijping.

    Kersenrood van kleur, met duidelijke traanvorming in het glas. De neus is een plezier om ruiken. Fruitig getint vooral, met bosaardbei, kers en een puntje zwart fruit van braambes. Daarbij komen mooie geparfumeerde florale accenten, een fijne toevoeging van peper en een houtlagering die duidelijk present geeft, zonder dominant te worden.

    De smaak is eenvoudigweg supersappig te noemen. Wat een plezier om drinken. Zeer kruidig bovendien, met een lange afdronk waarin de aanwezige tannine heerlijk versmolten zit en de mooie zuurtjes helemaal tot hun recht komen. In die finale duiken ook koffieboon en munt op, met zelfs een klein After Eight gevoel. Ook de mineraliteit komt daar mooi naar voren. Het is lang geleden dat ik nog eens een Cannonau van dit niveau heb geproefd.

    Punten: 91/100 – Prijs: 41,90 €
  7. Vigneti Vecchio Crasà Contrada, Etna Rosso DOC 2021
    De Contrada Crasà is een ‘cru’ op de noordflank van de Etna op een hoogte van 640 meter. De basis is 90% Nerello Mascalese, aangevuld met lokale variëteiten zoals Inzolia, Grecanico en Catarratto. De stokken zijn bijna 100 jaar oud en werden in 1930 aangeplant. De druiven vergisten samen in inox, met 15 dagen schilweking. Daarna volgt de malolactische omzetting en rijpt de wijn 9 maanden in eiken vaten van 500 liter, gevolgd door 8 maanden flesrust.

    Helder robijnrood. De neus is mooi en fijn opgebouwd. Kers en kriek zitten meteen vooraan, gevolgd door framboos, wat laurier, garrigue en een licht vegetaal accent. Daarna komen er wat rokerige en branderige toetsen bij. Cederhout geeft de neus nog wat extra reliëf.

    In de smaak komt de wijn fris binnen, opnieuw vooral met kers en kriek. De tannine is duidelijk aanwezig, maar mooi aanvullend en niet storend. Naar het middenstuk toe duikt opnieuw dat kruidige en licht vegetale accent op, met wat laurier, rood fruit en een subtiele houttoets. De afdronk is lang, aangenaam en blijft hangen op frisse kers en een fijne kruidigheid.

    Punten: 88/100 – Prijs: 41,90 €
  8. Tenute Rubino Torre Testa, Brindisi DOC 2017
    Torre Testa is de topcuvée van Tenute Rubino en wordt gemaakt van Susumaniello. De wijngaarden liggen in Jaddico Giancòla, bij Brindisi, op zeeniveau en op zandige kleibodems. De druiven worden met de hand geoogst wanneer ze al licht indrogen aan de stok. De vergisting gebeurt in inox, met een schilweking van 10 tot 12 dagen. Nadien rijpt de wijn gedurende 12 maanden in Franse barriques.

    Diepe karmijnrode kleur, bijna ondoordringbaar, met dikke ongekleurde tranen aan het glas. De geur is meteen royaal en vol. Donker en zwart fruit nemen de leiding met pruim, braam, cassis en zwarte kers, maar tegelijk zit er ook aardbei en rode aalbes doorheen. Daarboven komt een flinke kruidigheid met tijm, peper, paprika en drop. Viooltjes zorgen voor een fijne florale toets, terwijl chocolade en mokka de rijpe, zuiderse diepte nog wat extra kracht geven. Er zit ontzettend veel in deze geur.

    De smaak bevestigt de neus volledig. Rijpe pruim, braam, mokka en chocolade openen breed en gul, met een sappigheid die meteen voor evenwicht zorgt. De tannine is rijk, kruidig en stevig aanwezig. De zuren ondersteunen voldoende en houden de wijn levendig. Naar de finale toe blijft dat sappige karakter mooi doorlopen, met opnieuw donkere vrucht, kruidigheid, mokka en een lange chocoladeachtige afdronk. Sublieme wijn uit Puglia, wat ik eerlijk gezegd nooit gedacht had te zullen schrijven.

    Punten: 94/100 – Prijs: 60,00 €
  9. Castellare Castellina Il Poggiale, Chianti Classico Riserva 2023
    Classico van de Il Poggiale wijngaard. De assemblage bestaat uit 90% Sangiovese, aangevuld met 5% Canaiolo en 5% Ciliegiolo. De vergisting gebeurt in inox, waarna de wijn 12 tot 18 maanden rijpt in barrique, waarvan 20% nieuw, gevolgd door 12 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op 350 tot 400 meter hoogte, op kalkrijke bodems.

    Zuiver kersenrood, helder en mooi tranend. De neus is meteen raak. Kersjes en noordkrieken nemen duidelijk de leiding, fris, rijp en bijzonder aantrekkelijk. Daarachter komen cederhout, rozenparfum, peper, kaneel, mokka, thee en een klein puntje sousbois.

    De smaakpapillen gillen van de spanning die de zuurtjes bezorgen en zijn omringd met fijne tannine. Het fruit zorgt voor de nodige sappigheid en maakt dat de wijn nooit streng of schraal wordt. Naar het einde toe rondt de wijn vol, verfijnd en mineraal af, met een lange afdronk waarin het rode fruit, de kruidigheid en dat fijne hout mooi blijven hangen. Love it, al is dit vandaag nog duidelijk een baby. Wel eentje met een heel schoon groeipotentieel.

    Punten: 90/100 – Prijs: 45,00 €
  10. Rocca di Frassinello, Maremma Toscana DOC 2021
    De blend bestaat uit 60% Sangiovese, 20% Merlot en 20% Cabernet Sauvignon. De vinificatie gebeurt in inox, gevolgd door 24 maanden rijping in barriques, waarvan 80% nieuw hout, en daarna nog 11 maanden flesrijping. De wijngaarden liggen op ongeveer 90 meter hoogte, op kleirijke bodems met veel stenen in de ondergrond.

    Donker karmijnrood met duidelijke traanvorming. De neus zet meteen sappig en rijk aan. Kersen, bramen en een zoetere toets van cassis vullen het fruitprofiel in. Daar rond komen paprika, laurier, mokka, cederhout, garrigue, tabak, potloodslijpsel en peper. Het is een geur die veel geeft, zonder log te worden.

    Ook in de mond is die sappigheid volop aanwezig. De wijn komt rijk en mondvullend binnen, met mooie tannine en smakelijke zuren die voor een bijzonder knappe balans zorgen. Alles blijft lang dragen, met in de finale nog kers, kriek, peper en tabak. Dit is krachtig, maar bijzonder goed gemaakt en gewoonweg verslavend lekker.

    Punten: 93/100 – Prijs: 45,00 €
  11. Fattoria Zerbina Monografia 3, Romagna Sangiovese Marzeno Riserva 2018
    Met het Monografia project wil Zerbina telkens een specifieke expressie van de eigen wijngaarden tonen, met aandacht voor bodem, microklimaat, Sangiovese kloon en jaargang. De vergisting gebeurt in tonneau en de opvoeding verloopt 18 maanden in Franse eiken vaten. De productie blijft zeer beperkt, de producent vermeldt gemiddeld 660 genummerde flessen.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte evolutie en duidelijke traanvorming. Dit is Sangiovese ten top in de neus. Kersen en noorderkriek zetten meteen de toon, met een klein puntje braambes. Daarrond komt een brede kruidenwaaier met munt, peper, tijm en kaneel. Verder rozen(bottle), thee en laurier, gevolgd door een aangename, licht animale toets van champignon. Cederhout en mokka ronden het geheel af. De verwachtingen liggen hier dan ook behoorlijk hoog om dit te proeven.

    Zoeken we bevestiging, dan krijgen we die onmiddellijk. Wow, wat een fantastische aciditeit, perfect verbonden met supermooie tannine. Dit zorgt voor een knappe balans, temeer omdat het fruit alles tot in de puntjes omringt. Het hout is volledig geïntegreerd en het geheel blijft aanhoudend lang aanwezig. Dit is een subliem, complex en bijzonder verfijnd glas Sangiovese uit Romagna. Toscane mag gerust even verbaasd zijn.

    Punten: 96/100 – Prijs: 67,00 €
  12. Salustri Terre d’Alviero, Montecucco Sangiovese DOCG 2016
    Een wijn uit de Maremma, aan de voet van Monte Amiata. De wijn wordt gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 24 maanden in grote eiken vaten van 25 hl, gevolgd door nog eens 24 maanden flesrijping. De wijngaard werd begin jaren vijftig aangeplant op een bodem van gebroken zandsteen met een lichte zuidelijke helling. De opbrengst blijft bijzonder laag, amper iets meer dan 25 quintali per hectare.

    Mooie robijnrode kleur met een lichte vorm van evolutie en duidelijke traanvorming. De neus is subliem en heel herkenbaar door Sangiovese getekend. Kers en kriek openen het bal, gevolgd door kreupelhout, rozen, kaneel, grafiet, laurier en een lichte animale toets. Daarbovenop komt een bijzonder fijne kruidigheid die blijft veranderen in het glas. Het is zo’n aroma waarbij je even vergeet dat er ook nog geproefd moet worden.

    De smaak bevestigt volledig de hoge verwachtingen die de geur opbouwde. De zuren zijn waanzinnig mooi en geven de wijn meteen zijn diepte. De tannine is heerlijk aanwezig, rijp, levendig en prachtig versmolten. Alles zit hier op zijn plaats: fruit, kruidigheid, houtlagering, sappigheid en lengte. De wijn blijft werkelijk aanhoudend aanwezig, zonder ook maar ergens zwaar of vermoeiend te worden. Dit is gewoonweg heerlijk. Een Sangiovese uit Montecucco die met bijzonder veel overtuiging toont dat we niet altijd automatisch richting Montalcino moeten kijken. Sterker nog, deze steekt menig buur uit Brunello eenvoudigweg de loef af.

    Punten: 98/100 – Prijs: 52,90 €
  13. Le Ragnaie Casanovina Montosoli, Brunello di Montalcino DOCG 2019
    Le Ragnaie is een domein dat intussen een stevige reputatie heeft opgebouwd in Montalcino, met Riccardo Campinoti als bezieler. De Casanovina Montosoli komt uit de bekende Montosoli zone, aan de noordelijke kant van Montalcino. De wijn is gemaakt van 100% Sangiovese en rijpt 36 maanden in grote vaten van Slavonische eik.

    Licht robijnrood van kleur, met opvallend veel traanvorming in het glas. De neus opent rijp en meteen vrij aanwezig. Rijpe kersen vullen het bouquet, met daarnaast braam, aardbei, rozen, kaneel en tabak. De alcohol tekent zich duidelijk af, zonder het geheel volledig uit balans te trekken. Er zit ook een balsamische toets in die een wat vlezig accent geeft.

    In de mond opent de wijn met verrassend stevige tannine en even duidelijke zuren. Gelukkig is er voldoende sappig fruit aanwezig. Rijpe kers, wat donkere bes en kruidigheid blijven mooi hangen. Naar het einde van de afdronk komt er nog een fijn bittertje opzetten. Toch blijft het geheel voor mij wat te gepolijst. Complex is dit zonder discussie, alleen ontbreekt voor mij dat tikje verrassing dat een wijn op dit niveau nog wat extra kan geven. We proeven hem vermoedelijk nog te jong en zeker nog vóór zijn beste moment, maar vandaag moet hij duidelijk de duimen leggen voor de Salustri uit Montecucco.

    Punten: 91/100 – Prijs: 129,00 €
  14. Planeta Didacus, Menfi DOC 2017
    Didacus wordt gemaakt van 100 procent Cabernet Franc en rijpte twintig maanden in Franse barriques. De wijn komt op de markt als een Menfi DOC, een minder gekende appellatie uit Sicilia.

    Donker kersenrood van kleur en stevig tranend. De neus is breed en rijk, met werkelijk alle fruitregisters tegelijk open. Rood fruit, blauw fruit en zwart fruit lopen door elkaar, met een melange van fris jong fruit, rijper fruit en zelfs een toets licht ingedroogde vrucht. Denk aan kers, rode bes, pruim, cassis en braam. De viooltjes zorgen voor een mooi parfumerend accent, waarna zoethout, drop, grafiet, sousbois, chocolade, tijm, laurier en tomatenblad de Cabernet Franc mooi herkenbaar maken.

    In de mond zet de wijn krachtig en stevig aan. Er zit veel fruit, best wat volume en een rijpe, donkere ondertoon, maar de aciditeit zorgt ervoor dat hij niet log wordt. De tannine is aanwezig en ondersteunt de wijn correct, al blijft het geheel eerder aan de krachtige dan aan de verfijnde kant. Naar het einde toe komt de chocolade duidelijk terug, samen met donker fruit, grafiet en een licht kruidige toets. De afdronk heeft goede lengte en blijft mooi gedragen.
    Ik heb lang getwijfeld waar deze wijn exact moest komen in de line up. Uiteindelijk ben ik vooral blij dat hij perfect tot zijn recht is gekomen.

    Punten: 90/100 – Prijs: 60,00 €
  15. Galardi Terra di Lavoro, Campania Rosso IGT 2021
    Terra di Lavoro is een assemblage van 80% Aglianico en 20% Piedirosso. De druiven komen uit San Carlo di Sessa Aurunca, aan de voet van de uitgedoofde vulkaan Roccamonfina. De wijngaarden liggen op ongeveer 500 meter hoogte en kijken uit richting de Golf van Gaeta. De schilweking duurt ongeveer twintig dagen. De malolactische omzetting gebeurt in inox, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in Franse barriques, waarvan veertig procent nieuw hout. Daarna volgt nog een lange flesrijping.

    In het glas krijgen we een donkere, karmijnrode kleur met gekleurde traanvorming. De eerste aroma’s brengen meteen veel braambes, gevolgd door grafiet, potlood en peper. Na het walsen komt er een ander fruitsegment naar boven, met kers en zelfs framboos. Cacao, mokka, tabak en champignon vullen mooi aan.

    In de smaak is het eigenlijk vrij makkelijk noteren, want heel veel uit de neus komt gewoon keurig terug. Braambes, kers, peper, cacao, mokka en tabak zetten zich duidelijk door. Het geheel is sappig en kruidig, met mooie tannine en dito zuren. De afdronk is aangenaam lang en krijgt een chocoladetoets die nog even blijft hangen.
    Ik had persoonlijk heel hard uitgekeken naar deze wijn, vooral door de goede kritieken die ik erover had opgevangen. In the end vind ik dit absoluut een zeer mooie wijn, daar moeten we niet moeilijk over doen. Alleen komt hij voor mij net iets te gepolijst over. Alles zit mooi op zijn plaats, misschien zelfs iets te mooi, waardoor ik een klein stukje karakter mis. Dat klinkt misschien strenger dan het bedoeld is, want dit blijft natuurlijk een knappe fles.

    Punten: 91/100 – Prijs: 79,00 €
  16. Monte Maletto Sole e Roccia, Carema DOC 2022
    Monte Maletto is een jonge producent uit Carema, helemaal in het noorden van Piemonte, tegen de grens met Valle d’Aosta. De Sole e Roccia is zuivere Nebbiolo, afkomstig van hooggelegen wijngaarden tussen 350 en 500 meter. De stokken zijn tot 75 jaar oud en staan op bodems met veel zand, aangevuld met glaciale stenen van serpentine en gneis, plus een kleine hoeveelheid kalk. De druiven worden met de hand geoogst rond midden oktober. Ongeveer 70 procent wordt ontsteeld, waarna de vergisting spontaan verloopt met een maceratie van 35 tot 40 dagen. De wijn rijpt minstens 18 maanden in gebruikte barriques en krijgt daarna nog minstens 6 maanden flesrijping. De productie blijft bijzonder beperkt met ongeveer 1.800 flessen.

    Lichte kersenrode kleur, helder. De neus is mooi geparfumeerd, met meteen rozenbottel die zich breed aanmeldt. Daarna volgen volle kersen, bosaardbei en zelfs een klein accent zwart fruit. Ook kruidigheid is duidelijk aanwezig, met tijm, laurier en een frisse groenkruidige toets. Cederhout en tabak geven extra diepte, terwijl een lichte animale nuance de wijn net dat ruwe randje geeft.

    In de smaak opent de wijn met stevige tannine, maar die wordt meteen gecounterd door subliem mooie zuren. Het kleine rode fruit brengt de nodige sappigheid en blijft lang aanwezig in de finale. De kruidigheid keert daar opnieuw terug, fris en licht vegetaal, met voldoende lengte om nog een tijdje te blijven nazinderen. Zeer mooie, zeer lekkere wijn met een uitgesproken friskruidig profiel.

    Punten: 93/100 – Prijs: 56,00 €
  17. Dirupi Vigna Gèss, Valtellina Superiore Grumello DOCG 2019
    Vigna Gèss is de Grumello cru van Dirupi, gemaakt van Chiavennasca, de lokale benaming voor Nebbiolo. Voor deze 2019 gaat het om een selectie uit de wijngaard Gèss, op 455 tot 550 meter hoogte. De wijn krijgt een lange schilweking van 25 dagen en rijpt vervolgens twee jaar in Franse eik van 225 en 500 liter.

    Heldere granaatrode kleur met mooie traanvorming. De neus is meteen zeer floraal, maar evenzeer fruitig. Bosaardbei, framboos, kers, kriek en pruim vullen het glas, met daaronder duidelijk aanwezige bosaroma’s. We gaan hier richting een complex geheel. Peper, laurier, tijm, kaneel, grafiet, sigaar en tabak sluiten zich vlot aan. Met de nodige knipoog durven we hier gerust noteren: een met fantasie op hol geslagen geur.

    De smaak zet stevig aan. Nebbiolo troef dus, met uitgesproken zuren en krachtige tannine. Toch komt het geheel nergens streng of droog over, want het sappige fruit zit er mooi rond gevouwen. De wijn neigt duidelijk naar de kruidige kant, blijft lang aanwezig en is tegelijk bijzonder aantrekkelijk en smakelijk. Ook belangrijk: dit is nog jong. De structuur, de zuren en de tannine geven duidelijk aan dat deze fles nog een mooie toekomst voor zich heeft.

    Punten: 94/100 – Prijs: 53,80 €
  18. Voerzio Martini Monvigliero, Barolo DOCG 2019
    Deze Barolo komt uit de cru Monvigliero in Verduno, van Nebbiolo aangeplant in 1990 op ongeveer 300 meter hoogte. De wijngaard heeft een zuidelijke tot zuidoostelijke expositie en rust op losse, kalkrijke bodems met klei, slib en fijn zand. De vergisting gebeurt in inox. Nadien rijpt de wijn 24 tot 30 maanden in Franse eiken tonneaux van 500 liter.

    Zuiver granaatrood, met een lichte evolutie aan de rand. De neus is meteen complex en mooi open. Framboos, kers en bosaardbei vormen de fruitige kern, waarna de meer typische Barolo toetsen vlot aansluiten: rokerigheid, peper, munt, anijs, teer, koffie, cederhout, laurier en drop. Je hoeft er inderdaad geen tekening bij te maken dat dit voor de nodige complexiteit zorgt.

    In de mond komt hij zeer rijk over, met veel smaakintensiteit en een bijzonder aangename sappigheid. De zuren zitten perfect terwijl de duidelijk aanwezige tannine voor structuur en lengte zorgt. Alles blijft lang hangen, met opnieuw dat samenspel van rood fruit, kruidigheid, ceder, drop en een lichte teertoets in de finale. Niet de grootste Barolo, maar wel eentje die je met zekerheid nog enkele jaren een mooi plaatsje in je kelder kan geven. Op latere leeftijd zal hij ongetwijfeld met plezier worden ontkurkt.

    Punten: 93/100 – Prijs: 75,00 €