Marche aan tafel: van brodetto tot vincisgrassi

Voor ons is het altijd vanzelfsprekend dat we ons, wanneer we een Italiaanse regio ontdekken, niet beperken tot de lokale wijnen. We willen ook de lokale keuken leren kennen. Dat is eigenlijk een heel natuurlijke reflex, want elke Italiaanse regio heeft haar eigen keukenidentiteit, haar eigen specialiteiten en haar eigen manier van koken. Het hoort zelfs bij het voorbereidende werk thuis om op te zoeken wat die specialiteiten precies zijn en waar we ze het best kunnen proeven.

Voor Marche is dat niet anders, al heeft de keuken van deze regio minder naam dan die van sommige andere Italiaanse regio’s. Minder uitstraling betekent daarom nog niet minder boeiend. Marche loopt nu eenmaal minder in de kijker. Net daarom geven we jullie graag mee wat je zeker moet proberen wanneer je in Marche bent.

Bij het aperitief

Er valt in Marche niet te ontsnappen aan olive all’ascolana. Dit is wellicht het bekendste en meest geserveerde hapje van de regio. Waar je ook plaatsneemt op een terrasje, vroeg of laat zal je ermee geconfronteerd worden. Het zijn grote groene olijven die worden ontpit en daarna gevuld met een mengsel van vlees, kaas en een toets nootmuskaat. Ten slotte worden ze gepaneerd en gefrituurd. Ze komen uit Ascoli Piceno, helemaal in het zuiden van de regio, vandaar ook de naam van deze aperitivo.

De olijf die hiervoor gebruikt wordt, is de Ascolana Tenera del Piceno. Die is zacht van structuur, vlezig en bezit een fijne bitterheid. Als ze goed bereid worden, zijn olive all’ascolana krokant aan de buitenkant en sappig vanbinnen. In Ascoli krijg je ze vaak als onderdeel van fritto misto all’ascolana. Dan komen er naast de gevulde olijven ook gefrituurde groenten, stukjes vlees en crema fritta op tafel. Die laatste zijn blokjes zoete room, gepaneerd en gefrituurd.

Uiteraard kan het aperitivo moment veel verder gaan dan enkel een olijf. Zoals overal in Italië vind je ook hier streekeigen salumi, prosciutto en formaggi.

Bij de salumi zal je vaak ciauscolo aangeboden krijgen. Dit is een smeerbare salame die vooral in het centrum en het zuiden van Marche te vinden is. Hij wordt gemaakt van varkensvlees en vet, fijn gemalen en op smaak gebracht met onder meer knoflook, peper, witte wijn en soms venkel. De textuur is zacht en smeuïg, de smaak hartig en kruidig.

Je kan de ciauscolo dan ook breed uitsmeren op een stukje crescia. Crescia is de lokale variant op focaccia. Het is een plat brood dat in verschillende vormen voorkomt. In en rond Urbino vind je crescia sfogliata, rijker en bladeriger van structuur, vaak gemaakt met reuzel.

Een andere salame uit Marche is de salame di Fabriano. Deze specialiteit uit het binnenland van Ancona wordt al zeer lang gemaakt. In een bedankbrief van 22 april 1881 schreef Giuseppe Garibaldi aan zijn vriend Benigno Bigonzetti over de kostbare salami uit Fabriano die hij had ontvangen. Salame di Fabriano wordt gemaakt van de betere delen van het varken, vooral bil en schouder. Die worden fijngehakt en gemengd met blokjes rugspek. De kruiding bestaat uit zout, gemalen peper en hele peperkorrels. Daarna wordt de salame in een natuurlijke darm gestopt en langzaam gerijpt in kelders of goed verluchte zolders. De productie gebeurt traditioneel van het einde van september tot het begin van mei.

Als je Pesaro, Urbino en omgeving bezoekt, laat het dan niet na om een bordje Prosciutto di Carpegna te bestellen. Deze prosciutto komt uit de streek Montefeltro, in de provincie Pesaro e Urbino. Het is een DOP ham met een eigen profiel. De hammen worden gezouten, gewassen, gedroogd en daarna langzaam gerijpt. Het deel zonder zwoerd wordt beschermd met een mengsel op basis van vet, bloem en natuurlijke aroma’s. Daardoor blijft de ham tijdens de rijping mooi beschermd en ontwikkelt hij zijn zachte, aromatische smaak.

Uiteraard zal je in Marche ook pecorino in overvloed vinden, maar wens je een eigen lokale kaas te proeven, dan koop je Casciotta d’Urbino. Deze kaas wordt doorgaans gemaakt met 70 tot 80 procent schapenmelk en aangevuld met koemelk. Hij heeft een zachte, ronde smaak en een licht brokkelige structuur.

I primi, pasta met een hoofdletter

Dat Italië het pastaland bij uitstek is, is een understatement. Marche kan hier natuurlijk niet achterblijven. Je kan er dan ook behoorlijk wat lekkere pastavarianten ontdekken. In Pesaro kom je cappelletti alla pesarese tegen, een pasta die duidelijk de signatuur draagt van de nabije buren uit Emilia Romagna. Ze zijn vergelijkbaar met tortellini, al blijven het wel degelijk cappelletti, kleine gevulde pastahoedjes van eierdeeg.

De vulling is op basis van vlees, vaak varken, soms aangevuld met kalf, kip of cappone, een kapoen. Daar komen kaas, ei en nootmuskaat bij. Meestal worden cappelletti alla pesarese geserveerd in brodo, een warme vleesbouillon die het gerecht meteen zijn eigen karakter geeft.

Van ons Pesaro verhaal onthouden we vooral dat er in deze stad veel naar Rossini wordt genoemd. De lokale variant van cannelloni kreeg dan ook de benaming alla Rossini mee. Dit zijn rijk gevulde pastarolletjes uit de oven. De vulling bestaat doorgaans uit kalfsvlees of kip, soms aangevuld met kippenlevertjes, paddenstoelen, parmezaan, nootmuskaat en een scheut Marsala. Daarna worden de cannelloni bedekt met béchamel en soms ook met tomatensaus of een toets truffel.

Maccheroncini di Campofilone moet je geproefd hebben, want ze behoren tot de meest verfijnde pastaspecialiteiten. Ze komen uit Campofilone, een klein dorp in de provincie Fermo, en hebben als enige eierpasta in Europa een IGP erkenning. Ze worden gemaakt met durumtarwegriesmeel en veel verse eieren, zonder toevoeging van water. De pasta wordt bijzonder dun uitgerold en daarna in lange, fijne sliertjes gesneden.

Die fijne structuur zorgt ervoor dat maccheroncini de saus bijzonder goed opnemen. Een goede ragù is dan ook de meest aangewezen combinatie. Rasp er wat truffel uit de omgeving van Acqualagna over en je voelt je de koning te rijk.

Vincisgrassi, de bekende ovenschotel

Vincisgrassi kunnen we perfect integreren in het pastahoofdstuk, maar het gerecht is zo belangrijk in Marche dat het een eigen plaats verdient. Het wordt vaak omschreven als de lasagne van Marche en daar zit wel wat waarheid in. Alleen zijn vincisgrassi rijker, voller en vaak kruidiger. Het gerecht komt uit de omgeving van Macerata, maar je zal er in heel Marche van kunnen smullen.

De naam duikt ook op als princisgras, de eigen Maceratese benaming. Het gerecht zou aan het einde van de achttiende eeuw zijn ontstaan en groeide uit tot een klassieker voor zondagse tafels, feestdagen en familiemomenten. Dit is keuken die van grootmoeder op dochter en kleindochter werd doorgegeven.

Op het eerste gezicht lijkt vincisgrassi dus op lasagne, maar er zijn toch enkele wezenlijke verschillen. Vincisgrassi worden vaak opgebouwd in zeven lagen. Het pastadeeg wordt gemaakt met veel eieren en zonder water, waardoor het steviger en rijker is dan gewone lasagnevellen. Het grote verschil zit echter vooral in de ragù.

Die wordt traditioneel niet gemaakt als een gewone vleessaus, maar met wat vroeger op het boerenerf voorhanden was. Denk aan kip, eend, gans, konijn, varken of kalf. Ook frattaglie, zoals levertjes en andere ingewanden van gevogelte, horen in de klassieke versies thuis.

Tussen de lagen komen ragù, besciamella en geraspte kaas. Die besciamella is in wezen de klassieke béchamelsaus, gemaakt met melk, boter, bloem, zout, peper en nootmuskaat. Ze dient vooral om de lagen te binden en smeuïg te houden. Bovenaan volgt nog een laatste laag saus, wat besciamella en royaal geraspte Parmigiano Reggiano of Grana Padano. De kaas zorgt tijdens het bakken voor de gratinkorst.

Pesce dell’Adriatico

In de kustplaatsen speelt vis uiteraard een belangrijke rol. Dat zal je ook overvloedig merken in de keuken van Marche. Vis, mosselen, vongole, inktvis, ansjovis en rijk gevulde vispannen komen er geregeld op tafel. Ben je een visliefhebber, dan ga je in Marche zeker je gading vinden.

Het bekendste gerecht is brodetto. Je kan het omschrijven als een variant op vissoep, maar eigenlijk is het meer een visstoofpot. Brodetto wordt gemaakt met wat de zee op dat moment geeft. Kleine vissen, schaaldieren, weekdieren, soms wat tomaat, soms azijn, soms saffraan. Alles hangt af van waar je bent en wie er aan het fornuis staat. Naar het schijnt is vooral de volgorde waarin de vis wordt toegevoegd van cruciaal belang. Dat geloof je meteen wanneer je een goede brodetto proeft. De vis moet gaar zijn, maar mag zijn eigen smaak niet verliezen.

Elke kustplaats heeft zowat haar eigen versie. San Benedetto del Tronto staat bekend om een frissere, licht zure brodetto, vaak met azijn en groene tomaat. Ancona heeft een zachtere en rondere stijl. Porto Recanati werkt dan weer met saffraan en zonder tomaat. Fano heeft eveneens een stevige reputatie. Je kan dus perfect een kleine brodetto tour maken langs de kust, alleen al om uit te zoeken welke versie het beste bij je past. Er bestaan slechtere opdrachten.

Een van de mooiste producten van de kust zijn de moscioli van Portonovo, de wilde mosselen van de Conero kust. Ze groeien aan de rotsen en hebben een krachtiger, zilter karakter dan veel klassieke gekweekte mosselen. Ze hebben weinig nodig. Olijfolie, knoflook, peterselie, eventueel wat citroen. Meer moet dat niet zijn, want de smaak van de mossel zelf moet centraal blijven staan.

Ancona heeft daarnaast nog stoccafisso all’anconetana. Stokvis wordt hier bereid met aardappelen, tomaat, olijven en olijfolie. Dit is een stevig gerecht met een uitgesproken zilt karakter.

Tot slot zal je ook geregeld seppie con i piselli tegenkomen. Dat zijn zeekatjes, vaak kleinere seppie, die gestoofd worden met erwtjes, witte wijn, knoflook, peterselie, olijfolie en meestal wat tomaat. Het is een specialiteit die niet voor iedereen zal zijn weggelegd. Zelf ben ik er niet onmiddellijk een liefhebber van, maar dat neemt niet weg dat het wel degelijk thuishoort in de kustkeuken van Marche.

Carne, de stevigere kant van Marche

Trek je de heuvels en bergen in, dan wordt de keuken vleziger. Varkensvlees, wild, gevogelte, lam, konijn en stevige ragù’s komen dan allemaal in beeld. Een van de klassieke vleesgerechten is coniglio in porchetta.

Dat is konijn bereid in de stijl van porchetta. Het vlees wordt gekruid met wilde venkel, knoflook, rozemarijn en andere aromaten. Dit konijn is een feestmaal en heeft een intens aroma van wilde venkel, die vroeg in de zomer wordt geoogst. Daarna wordt het gebraden en belandt het op je bord.

Daarnaast kom je geregeld pollo in potacchio tegen. Dit is kip die wordt gestoofd met witte wijn, knoflook, rozemarijn, olijfolie en meestal wat tomaat.

Verder mag ook porchetta zelf niet ontbreken. Grote stukken gebraden varkensvlees, stevig gekruid met venkel, knoflook en rozemarijn. Je vindt het op markten, feesten en in broodjes, maar ook gewoon als volwaardig vleesgerecht. Het maakt meteen duidelijk hoe belangrijk varkensvlees is in de landelijke keuken van Marche.

Wie rundvlees wil, kan uitkijken naar vlees van het Marchigiana rund. Dat witte runderras hoort bij Centraal Italië en komt ook in Marche voor. Het vlees wordt vaak eenvoudig gegrild of als bistecca geserveerd. Geen ingewikkelde bereiding dus, gewoon goed vlees, vuur, zout en een glas rood erbij.

Dolce o caffè?

De typische vraag waarmee je wordt geconfronteerd bij het afsluiten van de maaltijd.

Aan te raden is, als het tenminste op de menukaart staat, om een torta di mele rosa dei Monti Sibillini te nemen. Deze kleine appeltjes zijn aromatisch en knapperig, met zoetheid en een frisse toets. Ze worden vaak verwerkt in taarten en gebak. Bovendien zijn ze erkend als Slow Food Presidio en alleen dat al is meldenswaardig.

Wil je liever een koffie, dan kan je er een Anisetta Meletti of een mistrà bijvragen. Dat zijn bekende anijslikeuren die gemaakt worden op basis van anice verde di Castignano. Deze groene anijs uit Castignano, in de provincie Ascoli Piceno, heeft een uitgesproken geur en smaak. Je drinkt deze likeuren puur, met ijs of in de koffie.

In het zuiden van Marche kom je ook vino cotto tegen. Ingekookte most, donker, zoet, kruidig en intens. Een klein glas volstaat als afsluiter van de avond.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Marche: tussen Adriatische kust, Apennijnen en Verdicchio
  2. Offida DOCG en de charme van zuidelijke Marche
  3. Monte Conero: waar natuur, zee en wijn elkaar vinden
  4. De kust van Marche: zee, sfeer en kustplaatsen met karakter
  5. Marche: hidden gems, deel 1, tussen Frasassi en Verdicchioland
  6. Marche op zondag: Hidden gems, deel 2