Hoofdpijn na wijn: mythes en triggers

Het gebeurt geregeld dat klanten in de winkel beginnen over hoofdpijn na wijn. Vaak komt er meteen een nuance achteraan: met bepaalde flessen hebben ze dat minder. Fijn om te horen, maar het neemt niet weg dat bijna iedereen wel iemand kent die zweert: “Van rode wijn krijg ik gegarandeerd hoofdpijn.” Soms duikt die pijn pas de volgende ochtend op, soms al binnen het kwartier. Net dat snelle optreden maakt het onderwerp zo gevoelig: het voelt persoonlijk, het lijkt willekeurig, en de schuldige is snel gevonden. Meestal is dat sulfiet of “slechte wijn”. Alleen klopt dat verhaal zelden.

Hoofdpijn na wijn is bijna nooit één enkele oorzaak. Vaker is het een optelsom van alcohol, individuele gevoeligheid en een paar componenten die in sommige wijnen vaker of in hogere concentraties voorkomen. De prijs van de fles speelt daarbij nauwelijks een rol. Eén uitzondering is wél voorspelbaar: overvloed. Te veel alcohol, zeker in combinatie met te weinig slaap, eindigt voor bijna iedereen met een bonkende kop, meestal pas de volgende dag.

Misverstanden die we rustig mogen parkeren

Sulfiet wordt vaak met de vinger gewezen door het overgrote deel van het publiek en is daardoor de populairste zondebok, vooral omdat het zichtbaar op het etiket staat. Alleen, als sulfiet echt dé verklaring was, dan zouden veel meer mensen ook hoofdpijn krijgen van allerlei andere voedingsmiddelen waarin sulfiet voorkomt. Bovendien bevatten witte wijnen vaak vergelijkbare of zelfs hogere sulfietgehaltes dan rode wijnen. Ons lichaam kan daar doorgaans ook prima mee om, het zet sulfiet via enzymen om naar onschuldige sulfaten. Dat betekent niet dat niemand ooit gevoelig kan reageren, maar wel dat sulfiet zelden de hoofdrol speelt in het klassieke “rode wijn, boem, hoofdpijn” verhaal.

Ook allergieën worden vaak aangehaald, met schimmels, gisten of eiwitresten als verdachte. Allergische reacties op wijn bestaan inderdaad, alleen verlopen ze meestal anders dan als pure hoofdpijn. Typischer zijn huidreacties, neus en oogklachten of benauwdheid. Hoofdpijn kan mee optreden, maar als enige klacht past het minder bij een allergische reactie.

Dan is er nog de piste van residuen van onkruid of insectenbestrijding. In de praktijk worden die streng gecontroleerd en zitten ze, als ze al aanwezig zijn, doorgaans op zeer lage niveaus. Als algemene verklaring voor terugkerende wijnhoofdpijn is dit dus weinig waarschijnlijk.

Tenslotte wordt tannine vaak aangewezen, en dat is begrijpelijk omdat rode wijn er veel meer van bevat dan witte. Alleen, tannine zit ook in thee en chocolade zonder dat dit standaard hoofdpijn geeft. Waar tannine wél nuttig is in deze discussie, is als signaalvlag. Veel tannine wijst vaak op veel extractie, en dat betekent dat er naast tannine ook meer andere fenolische stoffen uit schil en pit aanwezig kunnen zijn. Niet noodzakelijk de dader, maar wel een aanwijzing dat het glas chemisch rijker is.

Wat er wél speelt, een cocktail van triggers

Als wijn hoofdpijn uitlokt, is dat zelden één schakel. Vaker is het een optelsom van prikkels die samen net boven een persoonlijke drempel uitkomen. Die drempel verschilt per persoon en zelfs per avond. Warmte, stress, weinig slaap, weinig water of een lege maag kunnen je gevoeliger maken, nog vóór de eerste slok. Hoofdpijn en migraine hebben te maken met prikkeling van pijnbanen rond bloedvaten en hersenvliezen. Vaatveranderingen en neurochemische signalen kunnen daarbij samen hoofdpijn uitlokken. In wijn zijn er vier groepen stoffen die daarop kunnen inwerken: alcohol, foezelalcoholen, flavanoïde fenolen en aminen. Aan deze laatste wijden we een apart hoofdstuk.

Alcohol is de meest logische en daarom basisfactor, vooral wanneer het om een teveel gaat. Het werkt op meerdere fronten tegelijk: het is vaatverwijdend, het bevordert vochtverlies en het verstoort slaapkwaliteit. Daardoor kan alcohol op zichzelf al een bonkende kop uitlokken, en het verklaart ook waarom wijn op de ene avond probleemloos blijft en op een andere avond, met minder slaap of minder water, wél hard binnenkomt. “Teveel” is daarbij een persoonlijke grens die per avond kan verschuiven.

Foezelalcoholen zijn een verzamelnaam voor hogere alcoholen die naast ethanol in kleine hoeveelheden ontstaan tijdens de gisting. Ze worden vaak in verband gebracht met het zwaardere katergevoel na overmatig alcoholgebruik. Dit omdat deze bijproducten van de gisting de totale belasting voor het lichaam kunnen vergroten en sommige ervan trager worden afgebroken dan ethanol. In normale consumptie zijn foezelalcoholen zelden de hoofdschuldige, maar bij hogere inname, of bij gevoelige personen, kunnen ze mee het verschil maken in hoe lang de nawerking van alcohol blijft hangen.

Flavanoïde fenolen komen hoofdzakelijk uit schil en pit. Omdat rode wijn meestal met schil vergist, bevat rood er veel meer van dan wit. Dat is een logische verklaring waarom rode wijn vaker in verband wordt gebracht met hoofdpijn. Deze stoffen vormen geen eenvoudige, universele dader, maar ze passen wel in het mechanisme omdat ze kunnen meespelen in hoe bloedvaten en prikkeloverdracht reageren. Hoe rijker de extractie, hoe groter het pakket aan fenolen dat je in het glas krijgt.

Biogene aminen in wijn, van histamine tot tyramine

Biogene aminen zijn stikstofhoudende stoffen die je ook in andere gefermenteerde of gerijpte producten terugvindt. In wijn kunnen ze ontstaan wanneer microorganismen aminozuren omzetten tijdens de gisting of bij latere microbiële activiteit. Bij een deel van de drinkers passen ze opvallend goed bij het klassieke klachtenpakket: migraineachtige hoofdpijn, blozen, transpiratie, hartkloppingen, misselijkheid en een opgejaagd gevoel. Alcohol kan die reacties versterken, omdat alcohol de verwerking in het lichaam kan beïnvloeden en zo de drempel voor klachten bij gevoelige personen verlaagt.

Histamine is een stof die het lichaam zelf kan vrijzetten bij allergische reacties zoals bijvoorbeeld hooikoorts, vandaar dat veel mensen de naam herkennen. Net daarom reageren sommige mensen ook op histamine die ze binnenkrijgen via voeding en dranken, vooral gefermenteerde producten. In wijn kan histamine aanwezig zijn in uiteenlopende concentraties. Gemiddeld ligt het gehalte in rode wijn hoger dan in witte wijn, wat meteen verklaart waarom rood zo vaak wordt genoemd. Voor de meeste drinkers blijven die hoeveelheden bij normale consumptie laag genoeg om geen klachten te geven. Het is vooral bij mensen met migraineaanleg of histamine gevoeligheid dat histamine een plausibele trigger wordt.

Wat het onderwerp extra verraderlijk maakt, is de variatie. Metingen laten zien dat histamine in rode wijn van heel laag tot opvallend hoog kan gaan. Leeftijd van de wijn en pH lijken daarbij mee te spelen: oudere wijnen met hogere pH scoren gemiddeld vaker hoger. De logica is dat microbiële omzetting efficiënter verloopt bij hogere pH, waardoor de kans op aminevorming groter kan zijn. Dat is een patroon dat verklaart waarom de ene fles probleemloos blijft en een andere, soms uit dezelfde regio en dezelfde druif, wél een reactie kan uitlokken.

Stel je twee rode wijnen voor van dezelfde druif uit dezelfde streek. De eerste is jong en fris, met een lagere pH. Daardoor blijft de microbiële activiteit na de gisting meestal beperkt, en blijft ook het histaminegehalte vaak laag. De tweede is rijper en heeft een hogere pH. Dat maakt het makkelijker voor microorganismen om actief te blijven, waardoor de kans stijgt op aminevorming, waaronder histamine. Voor de meeste drinkers maakt dat weinig uit, maar bij histaminegevoeligheid kan net dat verschil bepalen of je probleemloos geniet of toch hoofdpijn krijgt.

Naast histamine zijn er andere biogene aminen die bij gevoelige personen migraine kunnen triggeren, zoals tyramine en fenylethylamine. Hun concentraties zijn meestal laag, maar opnieuw is de drempel persoonlijk. En ook hier speelt de optelsom: een iets hogere waarde in de wijn, een iets lagere tolerantie bij de drinker, en een avond met stress of weinig slaap kan voldoende zijn om de balans te doen kantelen.

Voor versterkte en oxidatief gerijpte stijlen zoals Madeira of Port geldt nog een extra aandachtspunt. Dat kan het effect versterken door het hogere alcoholgehalte, en omdat sommige aminen in bepaalde stijlen hoger kunnen liggen. Wie merkt dat vooral dergelijke wijnen klachten geven, heeft dus een concreet spoor om verder te testen, los van prijs of prestige.

Quercetine en je alcoholmetabolisme, een nieuwe piste

De meest interessante aanvulling van de laatste jaren komt niet uit de hoek van sulfiet, histamine of tannine, maar uit hoe je lichaam alcohol afbreekt. Dat gebeurt in twee stappen. Eerst maakt je lichaam van ethanol een tussenvorm, acetaldehyde, een stof die het lichaam liever snel weer kwijt is. Daarna ruimt een enzym, ALDH, die acetaldehyde op en zet het om naar acetate, een onschuldige stof. Bij sommige mensen gaat die tweede stap trager. Je ziet dat soms aan rood aanlopen, een warmtegevoel en bij sommigen ook snel opkomende hoofdpijn. Dan kan acetaldehyde zich sneller opstapelen, en net dat past bij het typische “slechte” gevoel dat we kennen van katerachtige klachten.

Daarop bouwt een scherpe hypothese verder. Als er in rode wijn iets aanwezig is dat ALDH afremt, dan kan zelfs een beperkte hoeveelheid alcohol bij gevoelige personen sneller tot een ophoping van acetaldehyde leiden, met hoofdpijn als mogelijk gevolg. En precies daar komt quercetine in beeld. Quercetine is een fenolische stof die vooral in druivenschillen zit. Omdat rode wijn langer met schil vergist, bevat rood er doorgaans veel meer van dan wit. In labotesten blijkt quercetine ALDH te kunnen afremmen. Dat is nog geen sluitend bewijs dat dit bij normale wijnconsumptie bij iedereen gebeurt, maar het maakt het wel een plausibele piste voor wie opvallend snel reageert.

Dit verhaal is vooral interessant omdat het iets verklaart wat histamine niet altijd kan verklaren. Waarom sommige reacties bijna onmiddellijk komen. Waarom ze soms gepaard gaan met flush. En waarom het verschil tussen rood en wit voor sommige drinkers zo uitgesproken kan zijn, zelfs wanneer andere factoren, zoals sulfiet, in vergelijkbare grootteorde liggen.

Waarom de ene wijn wel en de andere niet

Het verschil zit vaak in stijl en omstandigheden. Twee flessen kunnen even correct gemaakt zijn en toch totaal anders binnenkomen, simpelweg omdat hun chemische profiel anders is en omdat je eigen drempel per avond verschuift.

Een eerste factor is microbiologie tijdens vinificatie en rijping. Biogene aminen, zoals histamine, hangen samen met microbiële activiteit. Hoe schoon en gecontroleerd het proces verloopt, welke bacteriële activiteit ruimte krijgt, en parameters zoals pH, kunnen mee bepalen hoeveel van die aminen uiteindelijk in de fles belanden. Dat betekent niet dat een wijn met hogere waarden fout is, wel dat het voor gevoelige drinkers een reëel verschil kan maken.

Daar sluit leeftijd vaak op aan. Rijpere wijnen geven bij sommige mensen sneller klachten dan jonge, frisse wijnen. Geen absolute regel, wel een bruikbaar spoor als je patronen probeert te begrijpen.

Dan is er stijl en extractie. Krachtige, donkerdere rode wijnen met veel schilcontact en hogere alcohol stapelen meerdere mogelijke triggers in één glas: meer fenolen uit schil en pit, en vaker ook meer impact van alcohol. Een lichtere, frissere rode met lagere alcohol kan daarom voor gevoelige drinkers opvallend beter werken, zelfs als beide wijnen technisch perfect zijn.

Tot slot speelt ook de staat van de fles mee. Een wijn die lang open staat verandert door oxidatie. Aroma’s schuiven, zuren kunnen scherper aanvoelen en sommige prikkelende verbindingen kunnen toenemen. Niet iedereen merkt dat, maar wie gevoelig is kan ervaren dat een glas uit een fles die al dagen open is minder goed valt dan dezelfde wijn bij het openen.

Praktisch bekeken helpt één eenvoudige aanpak het meest: noteer een paar keer welke wijnstijl het was, hoe oud de fles was, hoe lang ze open stond, en hoe je dag ervoor eruitzag. Vaak tekent zich sneller een patroon af dan je denkt.

Praktische aanpak voor de lezer

Als afsluiter geven we een compacte leidraad voor wie merkt dat wijn regelmatig hoofdpijn uitlokt. Het is geen wondermiddel, maar het helpt wel om het probleem beter te begrijpen en gerichter te testen.

Het helpt om eerst het type hoofdpijn te herkennen. Pijn die snel opkomt, binnen een half uur, past vaker bij een triggergevoeligheid, bijvoorbeeld voor biogene aminen, of bij een effect via acetaldehyde opstapeling. Hoofdpijn pas de volgende ochtend wijst vaker op alcoholbelasting, slaapkwaliteit en hydratatie.

Wie een patroon wil vinden, test het best op een neutrale avond: uitgerust, gegeten, en met water erbij. Vergelijk dan eens bewust verschillende stijlen, een lichte rode met lagere alcohol, een witte of mousserende wijn, en een krachtigere, meer geëxtraheerde rode. Als één type consequent problemen geeft, zit je dichter bij de echte trigger dan wanneer je telkens een andere context hebt.

De basismaatregelen blijven bovendien verrassend effectief. Eten voor en tijdens het drinken, water naast de wijn, en wat voorzichtiger zijn na een korte nacht of bij stress, zeker als je migrainegevoelig bent. Ook portie speelt mee, vooral bij krachtige rode wijnen of versterkte stijlen.

Voor veel gevoelige drinkers is de eenvoudigste keuze dan ook een stijlkeuze: vaker lichtere rode wijnen met lagere alcohol en minder extractie. Niet omdat ze beter zijn, maar omdat je zo minder mogelijke triggers in één glas stapelt.

Als hoofdpijn gepaard gaat met hevig blozen, netelroos, benauwdheid of hartkloppingen, of als de klachten sterk en herhaaldelijk zijn, dan is het verstandig dit medisch te laten kaderen.

Tot slot nog dit. Dit artikel is geen medisch advies, maar een poging om wijnkennis en recente inzichten begrijpelijk te vertalen. We legden vakartikels, bestaande achtergrondinformatie en recente publicaties naast elkaar, en brachten de rode draad samen tot één bruikbaar kader voor de lezer.

Additieven in wijn: tussen noodzaak, technologie en transparantie

Wijn staat al eeuwenlang symbool voor natuur, vakmanschap en cultuur. Toch is wijn vandaag niet zomaar een product dat vanzelf ontstaat. Het is een levend en veranderlijk goedje dat tijdens zijn reis van druif tot fles vaak begeleiding nodig heeft. Enter de additieven.

Dat werd me op een ontnuchterende manier duidelijk tijdens een bezoek, jaren terug weliswaar, aan een wijnbedrijf in Alentejo Portugal. Daar kwam ’s nachts de machinale oogst binnen: karren vol witte druiven voor een frisse, toegankelijke huiswijn. Maar tussen de druiven zat ook een kleine, nog bewegende nachtmuis. “Valt wel vaker voor”, zei de wijnmaker schouderophalend. De muis verdween zonder veel ceremonie mee de pers in. Het beeld bleef hangen, niet als afschrikking, maar als herinnering dat wijn maken ook gewoon boerenwerk is.

Additieven worden dan ineens geen kunstmatige trucjes meer, maar noodzakelijke tussenstappen om een stabiel en veilig product te garanderen. En aangezien de aanwezigheid van die stoffen zelden op het etiket staat, is het hoog tijd voor een heldere blik op wat er werkelijk in je glas zit.

Let wel: dit artikel focust op de technische, stabiliserende en wettelijk toegelaten additieven in wijn. Het gaat dus niet primair over smaakversterkende of aromatische hulpstoffen, al komen die kort aan bod.

Wat moet (niet) op het etiket?

Wijn bevat alcohol, en dat verandert de spelregels. Waar producenten van voedingsmiddelen verplicht zijn om een volledige ingrediëntenlijst te vermelden, genieten alcoholhoudende dranken, vanaf 1,2% vol., een uitzonderingspositie. Tot voor kort was het perfect mogelijk om een fles wijn te kopen zonder enig idee van wat er, behalve druivensap, nog in zat. Geen vermelding van klaringsmiddelen, stabilisatoren, zuren of toegevoegde gisten. Enkel het alcoholpercentage, de oorsprong, en sinds 2005: de waarschuwing voor sulfiet.

Maar stilaan verandert dat. Onder Europese druk moeten wijnproducenten sinds eind 2023 méér open kaart spelen. Concreet betekent dat:

  • De vermelding van allergenen blijft verplicht, zoals sulfieten, melkeiwitten of ei.
  • Een digitale ingrediëntenlijst is nu verplicht, doorgaans ontsloten via een QR-code op het etiket. Die leidt naar een online overzicht van additieven, voedingswaarde en technische ingrepen.

Toch roept deze nieuwe regelgeving meer vragen op dan ze beantwoordt. Want hoewel dit transparanter lijkt, blijkt in de praktijk dat we deze elementen tot op heden nog maar zelden terug kunnen vinden op de backlabels van de flessen. Het fysieke etiket blijft grotendeels onaangeroerd. Ironisch genoeg mag een wijn dus claimen “geen toegevoegde suikers” te bevatten, terwijl hij wel suikers bevat van chaptalisatie of geconcentreerd druivensap. En een wijn met een batterij aan proceshulpstoffen kan zich nog steeds presenteren als puur natuur of onbewerkt, zolang dat niet letterlijk op een controleerbare manier gelogen is.

De nieuwe regelgeving is dus een stap in de goede richting, maar geen revolutie. Eerder een diplomatiek compromis tussen transparantie en commerciële haalbaarheid. Voor wie écht wil weten wat er in een wijn zit, blijft het voorlopig zoeken, klikken, en tussen de regels doorlezen.

Zwaveldioxide: het klassieke werkpaard

Geen enkel additief is zo bepalend in de wijnbouw als zwaveldioxide, chemisch aangeduid als SO₂. Het wordt al eeuwen gebruikt en geldt vandaag nog steeds als een hoeksteen in het wijnmaken. Hoewel de naam eerder industrieel klinkt, is het in de wijnwereld een van de meest doeltreffende hulpmiddelen. Zwaveldioxide vervult een dubbele rol: het beschermt wijn tegen oxidatie en voorkomt microbiële infecties door ongewenste gisten, bacteriën of schimmels af te remmen. Zonder deze bescherming zou wijn, zeker tijdens transport of bewaring, snel bederven of een andere richting uitgaan dan de wijnmaker voor ogen had.

In vrijwel elke wijn zit van nature al een kleine hoeveelheid sulfiet, gevormd tijdens de alcoholische fermentatie. Toch wordt er vaak extra SO₂ toegevoegd, op verschillende momenten in het proces: bij het binnenkomen van de oogst, tijdens de persing, bij het klaren of net voor het bottelen. Het helpt om oxidatieve schade te beperken, vooral bij witte en roséwijnen, en biedt een vorm van gemoedsrust voor wijnmakers die hun product over lange afstanden moeten vervoeren of enkele jaren willen laten rijpen.

De aanduiding ‘bevat sulfieten’ op het etiket is wettelijk verplicht vanaf een concentratie van 10 mg/l. Dat is bij het overgrote merendeel van de wijnen het geval. Toch heerst er veel verwarring over de terminologie. Zwaveldioxide en sulfiet worden vaak door elkaar gebruikt, hoewel het in essentie over hetzelfde gaat. ‘Sulfiet’ is het afbraakproduct dat ontstaat in ons lichaam na contact met SO₂. Omdat die term verplicht op het etiket moet verschijnen, klinkt het voor sommigen al snel als iets onnatuurlijks of gevaarlijks, wat de perceptie vertroebelt.

Het gebruik van zwavel is dus wijdverspreid, maar zeker geen vrijgeleide om te overdoseren. Te veel zwaveldioxide kan een wijn een scherpe geur geven, doet fragiele aroma’s verdwijnen en kan bij gevoelige personen hoofdpijn of ademhalingsproblemen veroorzaken. Daarom bestaan er sinds 2005 duidelijke EU-grenswaarden voor het gebruik van SO₂, afhankelijk van het type wijn. Witte wijnen mogen tot 200 mg/l bevatten, rode doorgaans iets minder, en biologische wijnen zitten onder nog strengere limieten. Toch zijn zelfs wijnen met het label ‘natuurwijn’ zelden volledig zwavelvrij, al zijn er uitzonderingen die dat wel nastreven.

Dat het gebruik van sulfieten niet per se een breuk met natuurlijkheid hoeft te betekenen, werd mooi verwoord door Sebastiano Cossia Castiglioni, voormalig eigenaar van het Toscaanse wijnhuis Querciabella. Hoewel dit domein bekendstaat om zijn zuiverheid, veganistische wijnbouw en minimale interventie, schuwt men daar het gebruik van SO₂ niet volledig. Integendeel, met de nodige nuance en vakkennis wordt het juist als onderdeel van de natuurlijke wijnbouw beschouwd.

“God made sulphite as a natural ingredient while fermenting grapes into wine,
why should we not believe nature and don’t add, yet as less as possible, of sulphites into wine.”

Een uitspraak die de essentie raakt: vertrouwen op wat de natuur zelf al doet, en daar met terughoudendheid en respect op voortbouwen. Zwaveldioxide is geen vijand van echte wijn, zolang het niet de hoofdrol opeist bij het vermijden van additieven, maar bij het helder communiceren over waarom ze gebruikt worden.

Wat mag er nog meer in de wijn?

De lijst van toegestane additieven en hulpstoffen is verrassend lang. De Internationale OIV-codex beschrijft nauwkeurig wat wanneer en waarvoor gebruikt mag worden. We onderscheiden grofweg vijf categorieën:

  1. Additieven voor de gisting
    Denk aan geselecteerde gisten zoals Saccharomyces cerevisiae, en aan voedingsstoffen zoals thiamine of stikstofbronnen die een gezonde fermentatie bevorderen.
  2. Correctiemiddelen voor de most
    Dit zijn hulpmiddelen om de balans te vinden: toevoeging van suiker (chaptalisatie), zuren (zoals wijnsteenzuur), of omgekeerd het verwijderen van overtollige zuren.
  3. Klaar- en filtermiddelen
    Om wijn helder en stabiel te maken worden producten gebruikt zoals bentoniet (klei), eiwitten uit melk of eiwit (gelatine, albumine) en plantaardige alternatieven. Sommigen hiervan kunnen allergenen bevatten, al verdwijnen ze meestal uit de uiteindelijke wijn.
  4. Stabiliserende stoffen
    Stoffen zoals kaliumbitartraat, metatartraat, ascorbinezuur of zelfs geselecteerde tannine-extracten zorgen ervoor dat de wijn stabiel blijft bij transport of opslag.
  5. Aromabehoud en oxidatiecontrole
    Behalve SO₂ worden ook enzymen en antioxidanten gebruikt om fruitige aroma’s te bewaren en oxidatie tegen te gaan.

De noodzaak van sommige van deze stoffen wordt pas echt duidelijk wanneer je een oogst van nabij hebt gezien. Bij machinale nachtoogst, vaak gebruikt voor toegankelijke, prijsvriendelijke wijnen, komt meer binnen dan enkel druiven. Bladeren, takjes, insecten en af en toe een klein nachtdier worden mee de pers in geleid. Het klinkt onaangenaam, maar het is een realiteit in grootschalige productie. Hier bewijzen additieven zoals zwaveldioxide hun waarde: ze beschermen het sap tegen bacteriële activiteit, rotting of ongewenste geurontwikkeling nog vóór het fermentatieproces begonnen is.

🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂

Kadertekst: Mag het ietsje meer zijn?
Additieven die meer doen dan beschermen alleen

Hoewel dit artikel zich hoofdzakelijk richt op functionele additieven, zijn er ook stoffen toegelaten die meer gericht zijn op smaak, textuur of mondgevoel. Ze zijn niet noodzakelijk ‘slecht’, maar wel het vermelden waard:

Arabische gom: afkomstig van de acaciaboom, verzacht tannine en geeft een ronder mondgevoel.

Glycerol: een natuurlijk bijproduct van de gisting dat soms extra toegevoegd wordt om een voller, zachter effect te bekomen.

Mannoproteïnen: afkomstig uit gistcellen, verbeteren de structuur en bevorderen de aroma-integratie.

Eikextracten: zorgen voor houttonen zoals vanille of toast zonder vatrijping, vooral gebruikt in goedkopere wijnen.

Deze toevoegingen zijn wettelijk toegelaten en vallen binnen de marges van moderne wijnbouw. Maar ze openen wel de deur naar de vraag: waar eindigt vakmanschap, en waar begint wijn op bestelling?

Later zullen we hier in een ander artikel op terugkomen en dit in detail uitdiepen.

🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂🍷🥂

Wat is er verboden?

De Europese Unie hanteert een heldere basisregel: wat niet expliciet is toegestaan, is verboden. Die regel moet de consument beschermen en de kwaliteit van wijn waarborgen. Additieven, hulpstoffen en procédés worden enkel toegelaten als ze wetenschappelijk onderbouwd én oenologisch relevant zijn. De officiële lijst van toegestane praktijken wordt opgesteld door de Internationale Organisatie voor Wijnbouw en Wijnbereiding (OIV) en overgenomen in de Europese wetgeving.

In theorie lijkt dat een strak gereguleerd systeem. In de praktijk liggen de kaarten genuanceerder.

Zo bestaan er grijze zones in de wijnwetgeving. Bepaalde technieken of stoffen zijn formeel verboden, maar worden op experimentele basis toch gebruikt in een beperkt aantal wijnbedrijven, vaak met toestemming van lokale autoriteiten. Denk aan moderne filtratiemethoden, bacteriële stabilisatie via ultrasoon geluid, of het toevoegen van nieuwe giststammen met specifieke aroma-eigenschappen. Deze experimenten vinden vaak plaats in samenwerking met onderzoeksinstituten of in het kader van EU-gefinancierde innovatieprojecten.

Daarnaast ontstaan verschillen doordat de implementatie en handhaving per lidstaat kunnen variëren. Niet elke controle-instantie werkt even streng of met dezelfde prioriteiten. Bovendien bestaat er in de EU een apart statuut voor wijnen met een beschermde oorsprongsbenaming (zoals AOP of DOCG), waarbij strengere regels gelden dan voor ‘generieke’ tafelwijnen. Een wijn die legaal gemaakt wordt onder een IGP-label in Spanje, zou binnen een Franse AOC-regio volledig afgekeurd kunnen worden.

Buiten Europa zijn de verschillen vaak nog groter. In de Verenigde Staten is het gebruik van bepaalde aroma-extracten, enzymcocktails of concentratietechnieken (zoals spinning cone columns om alcohol te verwijderen) veel breder toegestaan. In Australië en Nieuw-Zeeland zijn regels doorgaans pragmatischer, gericht op voedselveiligheid en marktconsistentie, minder op traditionele vinificatienormen.

Dat leidt tot vreemde situaties: een wijn die in Californië perfect legaal is, mag in Europa niet worden ingevoerd met het label ‘wijn’ tenzij hij aan de EU-regels voldoet.

Ook binnen de opkomende natuurwijnbeweging is de discussie over verboden producten levendig. Officieel bestaan er geen wettelijk vastgelegde regels voor ‘natuurwijn’ in de EU, maar binnen onafhankelijke netwerken zoals Vin Méthode Nature of Raw Wine worden wel duidelijke beperkingen opgelegd. Daar zijn niet alleen additieven verboden, maar ook technieken als thermovinificatie, cryo-extractie of omgekeerde osmose. In die wereld geldt: hoe minder manipulatie, hoe hoger het moreel gehalte van de wijn.

Toch blijven grijze zones ook daar bestaan. Wat doe je bijvoorbeeld met een wijn die spontaan fermenteert, zonder toegevoegde sulfiet, maar nadien toch door een keramisch filter wordt gestuurd? Of met een natuurwijn die uit een laboratorium opgekweekte ‘natuurlijke’ gist bevat?

De grens tussen toegestaan en verboden ligt dus zelden in steen gebeiteld. Ze schuift mee met de technologie, de marktverwachtingen én het ethisch kompas van de wijnmaker.

Een slot zonder additieven?

Wijn zónder enige vorm van toevoeging bestaat, maar is een zeldzaam en fragiel product. Natuurwijnen zijn vaak ongefilterd, spontaan vergist en bevatten weinig of geen sulfiet. Dat vraagt om compromisloze zorg van druif tot botteling en een consument die bereid is een beetje risico én variatie te aanvaarden.

Wijnmaken blijft, ook vandaag, een delicate dans tussen controle en vertrouwen. Additieven kunnen als hulpmiddelen dienen, niet als maskers. De toekomst ligt in transparantie en nuance, niet in zwart-witdenken. Misschien moeten we dus niet alleen vragen wat er in onze wijn zit, maar vooral waarom.

De zin van de onzin…of een persoonlijke visie over wijn

Het is best mogelijk dat ik met dit artikel mijn ‘neutrale’ wijnboekje te buiten ga, maar hey dit is een wijnblog. Hier mag, néén moet ik zelfs, mijn persoonlijke mening ventileren. Een grijze muis is niet onmiddellijk mijn favoriete huisdier. Bij deze dus…

Het afgelopen jaar hebben er me een paar keer een aantal zaken tegen gestoken wat het ‘gemekker en geblaat’ betreft omtrent wijn. Is het niet dat de één zonder schaamte durft te beweren dat wijn een ‘product’ is, waarbij je er maar op los moet sulfiteren, een suikertje meer of minder…wat maakt het uit, toevoegen maar al die additieven, behandeling van de wijngaard…erop los spuiten als in ware orgie stijl.
Van de andere kant heb je de moraalridders die elke gelegenheid te baat nemen om met een vermanend vingertje te staan zwaaien over hoe schadelijk de toevoeging van sulfiet en andere stoffen wel niet zijn. Zij zweren bij de natuurlijke wijnen en alle andere worden zonder pardon als ‘troep’ afgeschilderd.

Heeft de één gelijk? Neen totaal niet!!! Wat een klinkklare onzin! Afvoeren die troep. Je proeft het wel, niet zelden belandt dergelijke wijn gewoon in de afvoer.

Heeft de andere gelijk? Neen totaal niet!!! Maar hij vertelt tenminste geen onzin. Niet zelden echter belandt ook deze wijn gewoon in de afvoer. Ik stel me trouwens de vraag wat je dan nog mag eten en drinken… Koffie? Groenten uit de supermarkt? Gekweekte vis? Nog even aan mijn sigaretje trekken vooraleer ik verder ga.

Worden niet 99% (of misschien zelfs meer) van de wijnen gemanipuleerd al van bij de stok? Ik weet het, niet allemaal. Links en rechts zijn er wel wat uitzonderingen maar laat ons een kat een kat noemen en stellen dat er maar weinige wingerds niet geënt werden op een Amerikaanse onderstam.

Wanneer ik een wijn wil proeven, drinken, beoordelen voor mijn persoonlijk gebruik speelt afkomst (land, regio…), ras (druif, kleur) en religie (hoe gemaakt) géén enkele rol!
Wijn is voor mij een geschenk van de natuur, vervolmaakt (of verminkt) door de mens dat mij voornamelijk PLEZIER, GENOT, GELUK… moet schenken. Er speelt mij maar één criterium wanneer ik een wijn koop: Lust ik hem of niet! Is deze wijn naar mijn smaak of is hij gewoon niet mijn smaak. Het kan me geen moer schelen hoeveel sulfiet er eventueel werd toegevoegd of welke andere additieven er werden gebruikt. Ik ga geen enkele wijn kopen die ik niet lust, maar die misschien wel een tikkeltje gezonder zal zijn. Ik laat me leiden door mijn eigen smaak…niet door deze die onze consumptiemaatschappij me voorlegt. Is de wijn in mijn glas natuurlijk gemaakt, misschien wel biologisch of biodynamisch of is het gewoon een industriële wijn…who cares???? Als hij me maar smaakt!

Vooraleer je me helemaal voor het vuurpeloton plaatst, toch even dit. Het is evident dat ik het liefste heb dat de wijn die ik lekker vindt (en de meesten worden op die manier gemaakt) op een degelijke manier werd bereidt. Met respect voor de natuur en de mens.
Ik heb mijn eigen smaak best gevonden en deze ben ik bekomen door onnoemlijk veel wijnen te proeven. Uitzonderingen bevestigen altijd de regel en dus blijven we proeven!

Leef ik hierdoor een maandje minder…so be it! Dan word ik maar 98 en 9 maand in plaats van 99 jaar.
Wedden trouwens dat mijn ‘zin’ voor wijn als onzin wordt afgeschilderd. 😉