Aciditeit in wijn: ruggengraat, smaakmaker en hoeder van kwaliteit

We zijn al jarenlang actief in verschillende wijnclubs en geven intussen meer dan twintig jaar wijnopleidingen, waaronder de basiscursus wijnproeven. En telkens opnieuw laait dezelfde discussie op: de zuurtegraad van wijn. Of het nu over wit of rood gaat, de aanwezigheid van zuren blijft een bron van meningsverschillen.

Proeven is geen exacte wetenschap, maar wie zich wil verdiepen in het onderwerp, vindt net in die exacte wetenschap de nodige helderheid. Tijdens het proeven lijkt het eenvoudig: speekselaanmaak in de mond betekent dat er zuren aanwezig zijn. In werkelijkheid ligt het een stuk complexer.

Zuur: meer dan een bijsmaak

In het dagelijks taalgebruik klinkt zuur vaak negatief: zuurpruim, iemand het leven zuur maken, zure regen. Ook aan tafel roept het woord soms weerstand op. Een gerecht dat “zuur” wordt genoemd, lijkt plots minder verfijnd, alsof zuur gelijkstaat aan fout. Toch is dat een misvatting. In wijn is zuur geen tegenstander maar een essentieel onderdeel van het geheel.

Zuur geeft spanning en richting aan een wijn. Het is de structuur die de aroma’s draagt, het ritme waarop smaak en textuur zich ontvouwen. Het maakt een wijn levendig, zuiver en doordrinkbaar. Een wijn zonder zuur is als muziek zonder maat, een schilderij zonder contrast. Zonder zuur verliest wijn zijn spanning en drinkbaarheid.

Zuren wekken speeksel op, prikkelen de tong en doen de mond licht samentrekken, waardoor de wijn dynamiek krijgt. Dat kleine moment van weerstand maakt de proever alert en prikkelt tot aandacht.

In evenwicht zijn zuren een teken van vitaliteit. Ze accentueren fruit, verlengen de afdronk en laten een wijn groeien in de fles. Een goed gemaakte wijn toont zuur niet als scherpte, maar als spanning.

pH: de kern van zuurbegrip

De zuurgraad van wijn drukken we uit in pH, een begrip dat op het eerste gezicht wat abstract klinkt, maar in de praktijk veel vertelt over de persoonlijkheid van een wijn. De pH meet de concentratie vrije waterstofionen (H+) in een vloeistof. Hoe meer van die ionen aanwezig zijn, hoe lager de pH, en hoe zuurder de vloeistof aanvoelt. Zuiver water heeft een pH van 7 en is neutraal. Wijn bevindt zich meestal tussen 2,8 en 4, en zit dus duidelijk in het zure gebied.

Om dat in perspectief te plaatsen: cola heeft een pH rond 2,5 en is dus nog iets zuurder, terwijl fruitsap ongeveer 3,5 haalt. Toch smaakt wijn frisser en levendiger dan cola, omdat smaak niet enkel afhangt van de pH. Suiker, koolzuur, temperatuur en aroma’s spelen mee in de manier waarop zuur ervaren wordt.

Voor de wijnmaker is pH geen theoretisch cijfer maar een praktische leidraad. Een kleine wijziging van 0,1 op de pH-schaal kan grote gevolgen hebben voor de stabiliteit en de smaak van de wijn. Een nuance die nauwlettend wordt opgevolgd tijdens de vinificatie.

De pH beïnvloedt onder meer:

  • De microbiologische stabiliteit: bij een lage pH hebben ongewenste bacteriën en gisten veel minder kans om zich te ontwikkelen.
  • De kleur en frisheid van rode wijn: anthocyanen, de kleurstoffen uit druivenschillen, blijven stabieler bij lagere pH-waarden.
  • De werking van zwaveldioxide (SO₂): dit natuurlijke conserveermiddel is veel effectiever bij lage pH, waardoor minder hoeft te worden toegevoegd.
  • Oxidatie en bruining: bij een hogere pH oxideert wijn sneller, wat vooral bij witte wijn kan leiden tot kleurverandering en doffe aroma’s.
  • De klaring en eiwitstabiliteit: de pH beïnvloedt hoe goed stoffen zoals bentoniet onzuiverheden kunnen binden en verwijderen.

Een wijn met lage pH is dus frisser, stabieler en doorgaans beter bewaarbaar. Een hogere pH maakt de wijn zachter, ronder en toegankelijker, maar ook gevoeliger voor oxidatie en bederf. Het is de taak van de wijnmaker om dat evenwicht te vinden: genoeg zuur voor levendigheid, niet te veel om scherpte te vermijden.

Daarom wordt pH vaak al tijdens de oogst gecontroleerd. Ze is als een kompas dat de wijnmaker vertelt waar de balans tussen frisheid, kracht en stabiliteit ligt.

Zuur en SO₂: de beschermers van het evenwicht

Zuur en zwaveldioxide (SO₂) zijn twee natuurlijke pijlers die samen de stabiliteit van wijn ondersteunen. Zuren zorgen voor frisheid en spanning, terwijl SO₂ een beschermende rol speelt tegen oxidatie en ongewenste micro-organismen.

Dit hoofdstuk gaat niet over de overtuiging van een wijnmaker om al dan niet SO₂ toe te voegen, en evenmin over het debat rond het nut of de wenselijkheid van die toevoeging. Het is een eenvoudige, neutrale weergave van hoe SO₂ functioneert binnen het natuurlijke evenwicht van wijn.

Zwaveldioxide is namelijk niet louter een toevoeging. Het ontstaat ook spontaan tijdens de gisting, als natuurlijk bijproduct van gistactiviteit. In elke wijn is dus van nature een kleine hoeveelheid aanwezig, zelfs wanneer men niets extra toevoegt.

Wanneer een wijnmaker wél extra SO₂ gebruikt, doet hij dat doorgaans om een fragiel evenwicht te beschermen. De effectiviteit ervan hangt sterk af van de pH van de wijn. Bij een lage pH is het actieve, beschermende deel van SO₂ sterker aanwezig. Naarmate de pH stijgt, vermindert dat effect en is er meer nodig om dezelfde bescherming te bieden.

Het gebruik van SO₂ is geen zwart-witverhaal, maar een kwestie van nuance en ervaring. Te veel kan de wijn afsluiten of ruwer maken, te weinig maakt hem kwetsbaar voor oxidatie en bederf. In warme jaren, waarin druiven vaak een hogere pH hebben, vraagt dit om bijzonder fijngevoelig werk.

Goed gebruikt fungeert SO₂ als een stille wachter: onzichtbaar, maar cruciaal in het bewaren van evenwicht, frisheid en zuiverheid. Dat gebeurt niet tegen de natuur in, maar in samenwerking ermee.

Titratie en pH: twee verschillende meetschalen

Om de zuurtegraad van wijn goed te begrijpen, volstaat één meting niet. Naast de pH gebruiken wijnmakers ook de titratie van zuren, uitgedrukt als titratable acidity (TA). Beide cijfers zeggen iets over het zuur in wijn, maar ze meten niet hetzelfde.

De pH vertelt hoeveel van de aanwezige zuren actief zijn, of met andere woorden: hoeveel vrije waterstofionen (H⁺) op dat moment in de wijn rondzweven. Die ionen bepalen de scherpte, de frisheid en de microbiologische stabiliteit van de wijn.

De titratable acidity (TA) daarentegen drukt uit hoeveel zuur er in totaal aanwezig is, of het nu actief is of niet. Ze meet de totale potentiële hoeveelheid protonen die vrijkomt als men het zuur zou neutraliseren. De waarde wordt meestal weergegeven in gram wijnsteenzuur per liter.

Daarom kunnen twee wijnen met dezelfde TA heel verschillend smaken. Een wijn met hoge pH en hoge TA kan zacht en rond overkomen, terwijl een wijn met lage pH en gelijke TA juist levendiger en strakker smaakt. Het gaat dus niet alleen om hoeveel zuur er is, maar vooral om hoe dat zuur zich gedraagt in de wijn.

Voor wijnmakers is het samenspel van pH en TA cruciaal bij het sturen van stijl en stabiliteit. De pH geeft directe informatie over hoe de wijn zich gedraagt tijdens de gisting, rijping en bewaring. TA helpt vooral bij het vergelijken van wijnen of bij het beoordelen van balans in smaak.

Schommelingen van TA tijdens de gisting
Tijdens de gisting daalt de totale zuurgraad (TA) doorgaans licht, omdat wijnsteenzuur zich bindt tot kalium en neerslaat als kaliumbitartraat. In sommige rode wijnen kan de TA echter tijdelijk stijgen door de vorming van succinzuur, een natuurlijk bijproduct van de gisting dat door bepaalde giststammen in hogere concentraties wordt geproduceerd.

Vorming van wijnsteenzuurkristallen (kaliumbitartraat)

Zuur is in wijn geen vaststaand gegeven. Ook na de gisting blijft het in beweging. Een van de meest zichtbare gevolgen daarvan is het neerslaan van wijnsteenkristallen, in de kelder beter bekend als kaliumwaterstoftartraat of kaliumbitartraat (KHT).

Deze kristallen ontstaan wanneer wijnsteenzuur, het meest stabiele en dominante zuur in wijn, gedeeltelijk reageert met kaliumionen die van nature in druiven aanwezig zijn. In oplossing blijft dit kaliumwaterstoftartraat nog zuur van aard, maar zodra de wijn wordt blootgesteld aan lagere temperaturen of veranderingen in samenstelling, kan het uitkristalliseren en neerslaan.

Pas op dat moment verdwijnt dit zout effectief uit de wijn, wat een subtiele maar meetbare invloed heeft op zowel de pH als de titratable acidity (TA):

  • Bij een lage pH (onder 3,65) daalt de pH nog iets verder, samen met de TA.
  • Bij een hogere pH (boven 3,65) stijgt de pH licht, terwijl de TA toch afneemt.

Voor de wijnmaker is dit proces belangrijk om te begrijpen, omdat het natuurlijke zuur-evenwicht van de wijn ook na de gisting kan blijven evolueren. Wanneer wijnsteen neerslaat, vermindert het effectieve zuurgehalte van de wijn licht, waardoor de smaak iets ronder en zachter wordt. In zeldzame gevallen waarin de zuurbalans bewust werd bijgestuurd (bijvoorbeeld in warme oogstjaren) kan een deel van die correctie later deels worden geneutraliseerd door deze kristalvorming.

Om dit gecontroleerd te laten verlopen, passen wijnmakers vaak koude stabilisatie toe. Daarbij wordt de wijn gekoeld zodat overtollige wijnsteen zich in het vat afzet en niet later in de fles verschijnt.

Voor de consument zijn deze kristallen volkomen onschadelijk, al worden ze soms verward met glasdeeltjes of fouten. In werkelijkheid zijn ze een natuurlijk teken van een weinig bewerkte wijn.

De oorsprong en rol van zuren in wijn

Zuren zijn geen toevalstreffers in wijn, maar het natuurlijke resultaat van wat in de druif gebeurt vóór en tijdens de gisting. Hun concentratie en samenstelling worden bepaald door het druivenras, het klimaat en de rijpheid bij de oogst.

De belangrijkste zuren zijn wijnsteenzuur en appelzuur.

  • Wijnsteenzuur is het meest stabiele en karakteristieke wijnzuur. Het vormt de ruggengraat van de zuurgraad en blijft nagenoeg onveranderd tijdens de gisting.
  • Appelzuur is levendiger en scherper van smaak. Tijdens de zogenaamde malolactische gisting zetten melkzuurbacteriën het om in melkzuur, dat zachter en romiger aanvoelt. Rode wijnen ondergaan dit proces meestal volledig, waardoor ze ronder en stabieler worden. Bij witte wijnen wordt het vaak bewust vermeden om hun frisse spanning te bewaren.

Naast deze twee hoofdrolspelers komen er ook kleinere hoeveelheden citroenzuur en succinezuur voor. Citroenzuur draagt subtiel bij aan frisheid, terwijl succinezuur, gevormd tijdens de alcoholische gisting, een licht ziltig of bitter accent kan toevoegen dat de complexiteit verhoogt.

In zoete witte wijnen, zoals Sauternes of Trockenbeerenauslese, krijgt zuur een andere betekenis. Daar fungeert het als tegengewicht voor de suikers. Zonder voldoende zuur zouden deze wijnen log of plakkerig aanvoelen. Met de juiste dosis zuurgraad blijven ze fris, spannend en elegant.

Klimaat en rijpheid

Niet alleen de chemie, ook de natuur bepaalt hoeveel zuur in een wijn aanwezig is. De hoeveelheid zuur in wijn wordt al bepaald lang vóór de oogst. Tijdens de groei slaan druiven zuren op in hun bessen. In het vroege stadium zijn die zuren, vooral wijnsteenzuur en appelzuur, in hoge concentraties aanwezig. Naarmate de druif rijpt en de temperatuur stijgt, beginnen die zuren langzaam af te breken door natuurlijke ademhaling.

In warme klimaten verloopt dat proces sneller. De druif ademt haar zuur uit, terwijl ze tegelijk meer suikers opbouwt. Het resultaat is een wijn met rijp fruit, hogere alcohol en lagere zuurgraad. Zulke wijnen kunnen rond en zwoel aanvoelen, maar missen soms spanning. Wijnmakers grijpen daar soms in door wat wijnsteenzuur toe te voegen of door vroeger te oogsten om het evenwicht te bewaren.

In koelere regio’s gebeurt net het omgekeerde. De druif rijpt trager, houdt meer zuur vast, maar produceert minder suiker. Dat levert frissere, levendigere wijnen op met een lager alcoholgehalte. Het risico daar is dat de zuren te dominant worden, waardoor de wijn streng of onrijp kan smaken.

De kunst van de wijnmaker zit precies in het kiezen van het juiste oogstmoment, wanneer suiker en zuur in evenwicht zijn. Dat moment kan per perceel of druivenras verschillen, en vraagt ervaring, kennis en soms ook durf.

Hoe proeven we zuur?

Zuur is een van de eerste smaaksensaties die we waarnemen wanneer wijn de mond raakt. Zodra de wijn zich vermengt met speeksel, komen de vrije waterstofionen in contact met de smaakreceptoren op de tong en het zachte gehemelte. Deze receptoren sturen elektrische signalen naar de hersenen, waar ze worden gecombineerd met indrukken van zoetheid, bitterheid, aroma en textuur.

Zuur voelen we niet alleen als een smaak, maar ook als een fysieke prikkel: het doet de speekselklieren werken, laat de tong licht samentrekken en wekt een gevoel van spanning in de mond. Die reactie is een verdedigingsmechanisme van het lichaam tegen te sterke zuren, maar in wijn zorgt het juist voor levendigheid en verfrissing.

Niet iedereen ervaart zuur even sterk. Leeftijd, speekselproductie, temperatuur van de wijn en zelfs het moment van de dag kunnen de gevoeligheid beïnvloeden. Wie veel frisse wijnen proeft, ontwikkelt een zekere gewenning, waardoor dezelfde wijn voor een beginnende proever veel scherper kan lijken dan voor een ervaren degustator.

De zuursensatie wordt bovendien nooit op zichzelf beleefd. Zoet (uit suiker, alcohol of glycerol) verzacht het zuur en maakt het ronder. Bitterheid en tannine versterken het tegenovergestelde effect en laten de wijn strakker en pittiger overkomen. Daarom kan een wijn met identieke pH totaal anders aanvoelen afhankelijk van zijn restsuiker, textuur of houtlagering.

Wijnproevers gebruiken woorden als fris, levendig, pittig of verkwikkend voor goed geïntegreerd zuur. Bij overdaad spreken ze van scherp, agressief of groen, terwijl een gebrek aan zuur de wijn vlak of log maakt. Het geheim van een grote wijn ligt vaak precies in die fragiele grens: genoeg zuur om spanning te geven, maar niet zoveel dat het het geheel overheerst.

Conclusie

Aciditeit is geen detail, maar de ruggengraat van wijn. Ze bepaalt frisheid, balans, aromaprofiel, microbiologische stabiliteit en bewaarpotentieel. pH en TA samen geven inzicht in het zuur-evenwicht, maar in de praktijk is pH vaak de doorslaggevende graadmeter voor kwaliteit en levensduur.

Cola mag dan op papier zuurder zijn, in wijn is zuur geen toevallig bijproduct maar een zorgvuldig bewaakte structuurdrager. Het houdt de wijn levend, zuiver en spannend. Een wijn zonder zuur verliest zijn ziel, een wijn met goed geïntegreerd zuur blijft groeien, verleiden en verrassen.

Cognac, het verhaal achter de geest van Charente

Is de geest van Charente achterhaald, of ontwaakt hij juist opnieuw? Cognac draagt een grote reputatie mee, tegelijk kleeft er voor sommigen een oubollig imago aan. Whisky lijkt de wereldspeler van het moment. Zonde, want een echte cognac is een hemels digestief, en meer dan dat. Jonge drinkers ontdekken hem opnieuw via bars, cocktails en verfijnde pairings.

Je kan het verhaal van cognac ook vertellen als een dialoog tussen geschiedenis en toekomst. Ja, het is een eeuwenoud product, geworteld in traditie. Maar tegelijk is het een levende, veranderende categorie waarin terroir, druivenrassen en vakmanschap elkaar blijven beïnvloeden.

Van de krijtrijke hellingen van Grande Champagne tot de zandige kuststroken van Bois Ordinaires, elk terroir geeft zijn stempel mee. De keuze voor druiven bepaalt mee de frisheid en de zuiverheid van de basiswijn. Die basiswijn, in de streek bekend als Vin de Chaudière, is geen pronkwijn voor aan tafel: laag in alcohol, hoog in zuren, discreet in aroma. Maar precies die eigenschappen maken hem ideaal voor de dubbele distillatie in de iconische koperen alambic charentais.

Herkomst en afbakening

Cognac is een strikt beschermde herkomstbenaming (Appellation d’Origine Contrôlée) met nauwkeurig vastgelegde geografische grenzen. De contouren van het productiegebied werden in 1909 bepaald op basis van geologische en bodemkundige studies, en in 1936 wettelijk verankerd. Het gebied strekt zich uit over delen van vier departementen in het zuidwesten van Frankrijk: Charente, Charente-Maritime (inclusief de eilanden Île de Ré en Île d’Oléron), een deel van Deux-Sèvres en het noorden van de Dordogne.

Binnen deze AOC worden zes officiële crus onderscheiden, elk met een eigen terroir en smaakprofiel: Grande Champagne, Petite Champagne, Borderies, Fins Bois, Bons Bois en Bois Ordinaires. Ze liggen als concentrische zones rond de stad Cognac, met Grande Champagne in het centrum als hoogst gewaardeerde herkomst. De aanduiding Fine Champagne verwijst naar een blend van Grande en Petite Champagne, met minimaal 50% Grande Champagne in de assemblage.

Bodem en geologie

De ondergrond van de Cognacstreek is gevarieerd en beïnvloedt rechtstreeks de stijl van de geproduceerde soorten cognac.

  • Grande Champagne & Petite Champagne: bodems rijk aan kalk en klei, met een krijtachtige kalkonderlaag die water vasthoudt en de wortels diep laat reiken. In Grande Champagne is deze krijtlaag dikker, wat resulteert in wijnen met groot rijpingspotentieel en een uitgesproken finesse.
  • Borderies: zanderige en kleiige bodems met een hoog gehalte aan vuursteen (silex). Dit terroir geeft ronde, florale aroma’s die sneller tot ontwikkeling komen.
  • Fins Bois: gedomineerd door groies – klei-kalkbodems met veel keien op een harde kalkondergrond – en delen met Pays-Bas-gronden, rijk aan klei. De eaux-de-vie zijn hier fruitig, met een kortere rijpingstijd.
  • Bons Bois & Bois Ordinaires: lichte, vaak vrijwel zuivere zandbodems (sables), vooral in kuststreken. Ze leveren aromatisch eenvoudige distillaten die sneller op dronk zijn.

Deze combinatie van klimaat, bodem en ligging maakt dat elke cru een eigen bijdrage levert aan de diversiteit van cognac. Die bodemeigenschappen bepalen niet alleen de druivengroei, maar ook hoe de basiswijn zich tijdens distillatie en rijping ontwikkelt. Een distillaat uit kalkrijke bodems zal bijvoorbeeld anders verouderen dan een distillaat uit zandgronden. Voor producenten is de keuze van herkomst en verhoudingen in de blend een essentieel instrument om stijl en kwaliteit te sturen.

Van druif tot Vin de Chaudière

De belangrijkste druif van de cognacproductie is Ugni Blanc. Deze druif rijpt laat, heeft een hoge natuurlijke zuurtegraad en levert wijnen met een laag alcoholpercentage, eigenschappen die essentieel zijn voor een zuivere distillatie. Daarnaast zijn ook Colombard, Folle Blanche, Montils en Sémillon toegestaan, maar hun aandeel in de aanplant is beperkt. Folle Blanche en Colombard geven aromatischere distillaten, maar zijn gevoeliger voor ziekten en minder productief, waardoor ze vooral bij kleinere producenten voorkomen die op zoek zijn naar specifieke stijlen.

De wijn die bestemd is voor distillatie wordt in de streek Vin de Chaudière genoemd. Het is geen wijn die bedoeld is om te drinken. Het alcoholgehalte ligt rond de 8 à 9%, de zuren zijn uitgesproken en de aroma’s bescheiden. Juist deze bescheidenheid is gewenst: een te uitgesproken basiswijn zou tijdens distillatie te dominante smaken ontwikkelen.

De wet schrijft voor dat de basiswijn volledig natuurlijk moet zijn. Het toevoegen van suiker, zuurcorrectie, smaakstoffen of conserveermiddelen is verboden. Sulfiet is uitgesloten, omdat het tijdens de dubbele distillatie zou concentreren en storende aroma’s kan veroorzaken. Deze strikte benadering zorgt ervoor dat de uiteindelijke eau-de-vie puur het resultaat is van druif, terroir en vergisting.

De oogst vindt doorgaans in oktober plaats, afhankelijk van druivenras en klimaat in het oogstjaar. Meteen na de pluk worden de druiven geperst. De most vergist vervolgens één tot twee weken, vaak bij relatief lage temperaturen en zonder ingrijpen van de wijnmaker. Het resultaat is een jonge, levendige wijn, zuur en laag in alcohol, klaar om getransformeerd te worden in de volgende fase: de distillatie tot cognac.

Distillatie: het hart van de creatie

Na de oogst en gisting volgt de fase waarin wijn wordt omgevormd tot eau-de-vie: de dubbele distillatie in de alambic charentais. Dit traditionele koperen apparaat bestaat uit vier hoofdonderdelen:

  • Ketel (chaudière) waar de basiswijn wordt verwarmd.
  • Kap (chapiteau) die de opstijgende alcoholdampen opvangt.
  • Zwanenhals (col de cygne) die de dampen naar de condensor leidt.
  • Condensor waarin de dampen afkoelen en terug vloeibaar worden.

Sommige distilleerders gebruiken ook een chauffe-vin, een warmtewisselaar die de wijn voorverwarmt met restwarmte uit de condensor. Dit bespaart energie en zorgt voor een gelijkmatigere opwarming. De capaciteit van de ketels is wettelijk beperkt tot 30 hectoliter, met een maximale vulling van 25 hectoliter per distillatie. Vorm, afmetingen en materiaal zijn strikt gereglementeerd.

De methode à repasse bestaat uit twee opeenvolgende distillaties. De eerste distillatie duurt 8 tot 10 uur en levert de brouillis op: een troebele vloeistof van 28 tot 32% alcohol. Deze bevat alle basisaroma’s, maar is nog ruw en ongeraffineerd.

In de tweede distillatie, bonne chauffe, wordt de brouillis opnieuw verhit. De distillateur scheidt drie fracties:

  • Têtes: het eerste deel, rond 80-85% alcohol, rijk aan vluchtige stoffen zoals methanol en esters; wordt apart gehouden.
  • Coeur: het hart van de distillatie, met 60–70% alcohol, zuiver van geur en smaak; dit is de toekomstige cognac.
  • Queues: het laatste deel, met zware, minder gewenste componenten.

Têtes en queues worden samen met nieuwe brouillis of wijn opnieuw gedistilleerd, zodat geen waardevolle aroma’s verloren gaan.

Na de bonne chauffe is de eau-de-vie kleurloos, met een scherpe maar frisse geur die vaak wordt vergeleken met vochtige wijngaardgrond na regen. Het alcoholpercentage ligt rond de 70%, ideaal voor verdere rijping.

De distillatieperiode loopt van de oogst tot uiterlijk 31 maart van het daaropvolgende jaar. Tijdens deze maanden is de activiteit intensief: ketels draaien vaak 24 uur per dag, en distillateurs blijven op locatie om het proces voortdurend te controleren. Elke stap vraagt aandacht: van de kwaliteit en helderheid van de basiswijn tot de beheersing van de verhitting, de snelheid van destillatie en de precieze selectie van het hart. Deze combinatie van techniek en ervaring bepaalt in hoge mate de kwaliteit en stijl van de uiteindelijke cognac.

Rijping en het werk van de keldermeester

Na de distillatie wordt de jonge eau-de-vie overgebracht in eikenhouten vaten van 270 tot 450 liter. Alleen hout uit de Franse bossen van Limousin en Tronçais is toegestaan. Limousin-eik heeft een grove nerf waardoor de extractie van tannine en aromatische stoffen sneller verloopt, wat krachtigere, robuustere cognacs oplevert. Tronçais-eik is fijner van structuur en geeft een subtielere, meer verfijnde houtinvloed.

Nieuwe vaten worden vaak slechts 12 tot 18 maanden gebruikt voor de eerste rijping. In deze periode vindt de meest intense overdracht van kleur- en smaakstoffen plaats. Daarna wordt de cognac overgestoken naar oudere vaten om verdere rijping trager en evenwichtiger te laten verlopen.

Het rijpingsproces kent drie kernfases:

  1. Extractie: fenolen, kleurstoffen en aroma’s lossen uit het hout in de eau-de-vie, waardoor de kleur van kleurloos naar licht goudgeel evolueert.
  2. Oxidatie: onder invloed van zuurstof ontwikkelt de spirit complexere aroma’s, de kleur verdiept richting amber en mahonie, en de eerste tonen van rancio verschijnen.
  3. Polymerisatie en versmelting: tannine breken af en binden zich aan aromacomponenten, wat de cognac zachter, ronder en homogener maakt.

Jaarlijks verdampt ongeveer 3% van het volume, la part des anges, wat zowel alcohol als water betreft. De verhouding tussen beide verdampingen wordt mede bepaald door de vochtigheid van de kelder: droge kelders laten vooral water verdampen en verhogen zo het alcoholgehalte, vochtige kelders doen het omgekeerde.

De keldermeester (maître de chai) bewaakt elk detail van dit proces. Hij beslist wanneer een cognac wordt overgestoken naar een ander vat, of verplaatst wordt naar een andere kelder met een ander microklimaat. Soms kiest hij voor hout met een specifieke doorlaatbaarheid om de verdamping te sturen. Hij kan ook experimenteren met vaten van verschillende leeftijden om het rijpingsprofiel te beïnvloeden.

Tijdens de rijping reduceert de keldermeester geleidelijk het alcoholgehalte. Dit gebeurt door kleine hoeveelheden gedistilleerd of gedemineraliseerd water toe te voegen, zodat de sterkte langzaam daalt tot het wettelijke minimum van 40% alcohol, of iets hoger indien gewenst voor stijl en balans.

Pas wanneer de keldermeester van mening is dat de eau-de-vie het gewenste aromatische en texturale evenwicht heeft bereikt, besluit hij tot botteling. Dat kan als single vintage of na assemblage met andere jaargangen, afhankelijk van het beoogde karakter. Zo begeleidt hij de cognac van ruwe jeugd tot volwassenheid, totdat het moment komt om te bepalen of verdere rijping op vat nog zinvol is.

Leeftijd en classificaties

Wettelijk moet cognac minimaal twee jaar op eikenhouten vaten rijpen voordat hij mag worden verkocht. Die rijping verloopt traag. De inwoners van de streek worden niet voor niets les cagouillards genoemd, “de slakken”, een verwijzing naar hun geduld. Tijdens deze periode neemt de eau-de-vie tannine en aroma’s op uit het hout, wordt de kleur dieper, daalt het alcoholgehalte met gemiddeld één graad per jaar en ontstaan door oxidatie nieuwe geuren en smaken.

In de regio geldt de overtuiging dat een cognac na ongeveer vijftig jaar op vat zijn natuurlijke evolutie voltooit. Dan wordt hij overgebracht naar grote glazen flessen (dame-jeannes), afgesloten van lucht. In deze vorm blijft hij stabiel, zonder verdere ontwikkeling. Vanaf dat moment wordt hij bewaard voor toekomstige assemblages of als zeldzame, op zichzelf staande botteling. Vanwege de hoge kosten is het tegenwoordig zeldzaam dat producenten een cognac zo lang laten rijpen, al zijn er huizen zoals Frapin, Ragnaud-Sabourin, Martell en Rémy Martin die aanzienlijke voorraden in dame-jeannes bewaren.

De leeftijd van een cognac wordt weergegeven met officiële classificaties:

  • VS (Very Special) of ***: minimaal 2 jaar rijping.
  • VSOP (Very Superior Old Pale): minimaal 4 jaar rijping.
  • Napoléon: minimaal 6 jaar rijping.
  • XO (Extra Old): minimaal 10 jaar rijping.
  • XXO (Extra Extra Old): minimaal 14 jaar rijping.
  • Hors d’Âge: geen wettelijke definitie boven XO, maar in de praktijk vaak 30 tot 50 jaar oud.
  • Millésimé (Vintage): cognac uit één oogstjaar, met het jaartal op het etiket.

Hoewel sommige uitzonderlijke cognacs ouder zijn dan vijftig jaar, bereikt het merendeel zijn optimale balans veel eerder. Het is de taak van de keldermeester om het ideale moment te bepalen waarop de cognac zijn beoogde stijl en karakter heeft bereikt.

Blenden of single cru

Het merendeel van de cognacs die op de markt komen, is het resultaat van een zorgvuldig samengestelde blend (assemblage) van verschillende eaux-de-vie. Daarbij kan het gaan om distillaten uit meerdere cru’s, verschillende oogstjaren of zelfs diverse percelen binnen één wijngaard. Het doel is steeds hetzelfde: een stabiele huisstijl creëren die van jaar tot jaar herkenbaar blijft. Voor prestigieuze XO’s gebruiken grote huizen soms meer dan 150 afzonderlijke eaux-de-vie, waarbij elke component een specifieke rol speelt in geur, smaak en textuur.

Het samenstellen van een blend vraagt encyclopedische kennis van de inhoud van de vaten én een fijnzinnig gevoel voor balans. Een maître de chai werkt vaak tientallen jaren onder begeleiding van een ervaren voorganger voordat hij zelfstandig verantwoordelijk is voor de assemblages. Hij moet niet alleen weten hoe elke eau-de-vie zich ontwikkelt, maar ook hoe zij op elkaar reageren in een blend.

Niet alle producenten mengen distillaten van verschillende herkomst. Bij een single cru komt alle eau-de-vie uit één erkende cru, zoals Grande Champagne of Borderies. Soms worden wel verschillende jaren of percelen gecombineerd, maar het terroirkarakter blijft volledig behouden. Deze stijl benadrukt de specifieke aroma’s van het gebied: florale finesse in Grande Champagne, de meer fruitige en toegankelijke varianten van Petite Champagne, ronde parfums in Borderies, rijp fruit in Fins Bois en een vleugje ziltigheid in Bons Bois.

Kleur en misverstanden

De kleur van cognac is geen vanzelfsprekende graadmeter voor leeftijd of kwaliteit. Jonge eau-de-vie is volledig kleurloos. Pas tijdens de rijping in eiken vaten ontwikkelt zij tinten die variëren van licht strogeel tot diep mahonie.

De kleur ontstaat hoofdzakelijk door extractie van houtcomponenten. Nieuwe vaten geven sneller kleur en meer tannine dan gebruikte vaten. Ook de toastgraad van het hout speelt een rol: licht getoast eikenhout geeft subtielere tinten, zwaar getoast hout zorgt voor diepere kleuren, maar kan aanvankelijk ook bitterheid meebrengen die tijd nodig heeft om te verzachten. Veel keldermeesters laten cognac daarom slechts kort in nieuwe, eventueel sterker getoaste vaten rijpen (12 tot 18 maanden) en zetten de verdere rijping voort in oudere vaten.

Kleinere vaten hebben een groter contactoppervlak tussen hout en eau-de-vie, wat de kleurontwikkeling versnelt. Limousin-eik, met zijn grove nerf, geeft doorgaans sneller kleur en smaak af dan het fijnere Tronçais-eikenhout.

Naast natuurlijke extractie mag een keldermeester binnen de AOC-regels bepaalde toevoegingen gebruiken om de kleur subtiel te corrigeren:

  • Boisé: een donkere infusie van eikenhout, vooral bedoeld om structuur en tannine te beïnvloeden, en kan als bijkomend effect ook de kleur verdiepen.
  • Caramel E150a: vrijwel smaakloos en alleen gebruikt om kleurverschillen tussen vaten of batches te egaliseren.

Het gebruik van deze middelen verschilt per producent. Sommige huizen vermijden toevoegingen volledig, anderen gebruiken ze met mate om consistentie te waarborgen.

Hoewel langere rijping vaak samengaat met een diepere kleur, is dit geen vaste regel. Vatkeuze, toastgraad, vatgrootte, opslagomstandigheden en eventuele kleurcorrectie spelen allemaal een rol. Een jonge cognac kan door rijping in kleine, nieuwe, zwaar getoaste vaten opvallend donker zijn, terwijl een oudere cognac uit grote, gebruikte vaten juist lichter van kleur blijft.

Het is daarom verstandiger om bij de beoordeling van cognac te vertrouwen op geur, smaak en balans, in plaats van op kleur alleen.

Traditie en toekomst

Cognac blijft een van de meest verfijnde distillaten ter wereld. Van de stille wijngaarden in de Charente tot de donkere kelders waar eaux-de-vie decennialang rusten, draait alles om geduld, precisie en kennis die vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Vandaag staat cognac op een kruispunt. De grote huizen blijven het wereldbeeld bepalen, maar kleinschalige producenten tonen dat authenticiteit en terroir net zo goed een publiek vinden. Innovatie en traditie bestaan er naast elkaar: klassieke blends worden niet alleen puur genoten, maar ook verwerkt in verfijnde cocktails, terwijl liefhebbers ontdekken dat cask strength en single cru expressies een heel ander spectrum aan smaken openen.

De toekomst van cognac zal afhangen van hoe de sector inspeelt op veranderende klimaatomstandigheden en nieuwe smaakvoorkeuren, zonder het evenwicht te verliezen tussen traditie en vernieuwing. Eén ding blijft zeker: een goed gemaakte cognac is geen modetrend, maar een tijdloze expressie van plaats, vakmanschap en geduld.

Pinot Noir – De wijn van het jaar 2025

Pinot Noir als wijn van het jaar. Zo zou men zonder veel overdrijving ons persoonlijk wijnjaar kunnen samenvatten. Wie even terugblikt op de flessen die de voorbije maanden over onze proeftafel passeerden, kan niet anders dan vaststellen dat Pinot Noir in al haar gedaanten: Pinot Nero, Spätburgunder, Blauburgunder een opvallende hoofdrol opeiste. En vooral de laatste maanden van het jaar groeide die aanwezigheid uit tot wat men gerust een orgelpunt mag noemen.

Ook binnen onze clubactiviteiten was dat niet anders. De Südtirol / Alto Adige Deep Dive stond dit jaar nadrukkelijk in het teken van Pinot Noir. In november organiseerde ik met wijnclub Het Negende Vat een uitgebreide Pinot Noir-degustatie, en bij wijnclub Amici vormde deze druif de afsluiter van het proefjaar.

Bij Amici beperkte wijnmeester Peter zich gelukkig niet tot ons, terecht geliefde wijnland Italië. Er werd breder gekeken, en dat was een verstandige keuze. Als er één Franse druif is die werkelijk internationale erkenning verdient, dan is het Pinot Noir. Ze doet de andere Franse soortgenoten verbleken, paradoxaal genoeg terwijl ze zelf de lichtste is, althans wat kleur betreft. Tijdens de degustatie werd meermaals verwezen naar whole cluster fermentation, een vinificatietechniek die de voorbije jaren steeds vaker opduikt bij kwaliteitsgerichte wijnmakers. Daarover later meer — dit thema verdient een afzonderlijke, diepgravende bespreking, en ik werk al enige tijd aan een artikel over dat onderwerp.

Dat Pinot Noir een nukkige en veeleisende druif is, hoeft nauwelijks nog betoog. Haar notoire reputatie is al eeuwen gevestigd. Feit is dat Pinot Noir de ouder is van vele andere druivenrassen. Denken we maar aan Chardonnay, Pinot Blanc, Pinot Gris, naast tal van andere mutaties. Al in de Romeinse tijd stond ze bekend als Helvenacia Minor, en haar historische thuisbasis is Bourgogne, waar ze al sinds de vierde eeuw vóór Christus wordt gecultiveerd. Wie dagelijks tussen Fixin en Santenay mag paraderen, zou zelf ook weinig reden tot klagen hebben.

Toch is Pinot Noir allesbehalve vergevingsgezind. Een behoorlijke kleurextractie is moeilijk door het lage gehalte aan anthocyanen, wat resulteert in die kenmerkende, lichte robijnkleur, al van jongs af aan zichtbaar. Voor de wijnbouwer is deze druif een genadeloze toetssteen: wie haar niet beheerst, valt onverbiddelijk door de mand. De lijst van uitdagingen is indrukwekkend. Pinot Noir is vroeg rijp, maar heeft baat bij een lange rijpingsperiode; ze is gevoelig voor warmte, maar heeft die tegelijk nodig; ze houdt niet van natte voeten, maar prefereert wel een vochtig klimaat; ze bot vroeg en is daardoor kwetsbaar voor lentevorst. Tijdens de vinificatie kan de gisting heftig en moeilijk controleerbaar zijn, aroma’s gaan snel verloren, en zowel te rijp als te onrijp geoogst fruit leidt vaak tot onevenwichtige wijn. Oxidatie ligt voortdurend op de loer, houtgebruik vergt uiterste voorzichtigheid, en eenmaal gebotteld kan Pinot Noir ronduit wispelturig zijn.

En toch, of misschien juist daarom, blijft ze fascineren. Want wanneer alles samenvalt, wanneer kunde, terroir en timing elkaar vinden, levert Pinot Noir wijnen op die ongeëvenaard zijn in verfijning, nuance en emotionele duidingskracht. Aan sommige exemplaren beleef ik dubbel zoveel genot aan de geurfase dan aan de proeffase.

Dat ze bovendien resveratrol en saponines bevat, nemen we graag mee als voetnoot. Gezondheid is nooit de hoofdreden om Pinot Noir te drinken, maar het is een aangename bijkomstigheid.

Met die gedachte in het achterhoofd doken we bij wijnclub Amici de proefglazen in. Wat volgt zijn mijn proefnotities van een degustatie die perfect illustreert waarom Pinot Noir tegelijk vloek en zegen blijft.

Proefnotities van de Amici Pinot Noir tasting:

  1. Shannon Vineyards Rockn Rolla Pinot Noir 2020 – Elgin (Zuid-Afrika)
    Pinot Noir die een houtlagering krijgt van 12 maanden in Franse eiken vaten.
    Granaatrood van kleur. De neus is zuiver en aantrekkelijk, met aroma’s van aardbei, kers, framboos en rode bes. Daarbovenop komen florale toetsen van roos, gevolgd door kruidige accenten van peper en laurier. Na het walsen ontwikkelen zich aroma’s van sigarenkistje, mokka en tabak, ondersteund door een lichte aardse ondertoon. De neus neigt naar complexiteit, maar behoudt tegelijk een speels en open karakter. In de mond is de wijn mooi in evenwicht, met een perfecte aciditeit die voor frisheid en spanning zorgt. De structuur is verfijnd, met weinig aanwezige tannine en rijp, zuiver fruit dat de wijn een licht belegen indruk geeft zonder aan levendigheid in te boeten. De mond blijft fris en speels tot in de afdronk. Geen grote Pinot Noir in termen van kracht of concentratie, maar wel een bijzonder aangename en harmonieus opgebouwde wijn.
    Punten: 85/100 – Te koop bij Cape & Grapes (richtprijs 40,20 €)
  2. Grosjean Pinot Noir Vigne Tzeriat 2021 – Vallée d’Aosta DOC (Italië)
    Pinot Noir die 15 tot 18 maanden rijpt in barriques en vervolgens nog 12 maanden op fles.
    Licht robijnrood van kleur. De neus is complex en uitgesproken terroirgedreven. Typisch rood fruit zoals bosaardbei, kers en framboos vormt de kern, aangevuld met nuances van zwart fruit, met name braam. Florale toetsen van viooltjes zijn duidelijk aanwezig en bovendien heeft de wijn een licht vlezige indruk. Daarnaast ontvouwen zich aardse aroma’s van champignon, sous-bois en bosgrond, gevolgd door accenten van koffie, tabak, peper en laurier. Opvallend is dat na elke stilstand in het glas de bosgrond telkens opnieuw als eerste naar voren komt, wat de wijn een zeer herkenbare signatuur geeft. In de mond is het profiel steviger dan gemiddeld voor Pinot Noir, zowel wat tanninestructuur als aciditeit betreft. De zuren zijn uitgesproken maar goed geïntegreerd. In de smaak komen zeer duidelijk florale indrukken naar voren die doen denken aan viooltjessnoepjes (de paarse sjabbekes), wat contrasteert met het aardse karakter van de neus. Naar de afdronk toe neemt het boskarakter opnieuw de bovenhand, met bosaardbei, bospaddenstoel en bosgrond als leidraad. Dit is een karaktervolle Pinot Noir waarin finesse en structuur elkaar ontmoeten. Duidelijk geen allemansvriend.
    Punten: 87/100 – Te koop bij Licata (richtprijs: 30,00 €)
  3. Weingut Nelles Spätburgunder B-48 Grosses Gewächs 2020 – Ahr (Duitsland)
    Spätburgunder, specifiek afkomstig van het perceel B-48, waar steile hellingen en leisteenrijke bodems zorgen voor rijper fruit. De wijn kreeg een opvoeding in Franse eiken vaten, deels nieuw en deels gebruikt.
    De neus is breed en uitgesproken, met aroma’s die variëren van klein rood fruit zoals kriek, kers, aardbei en framboos tot een stevig en expressief rozenboeket. Daarbovenop komen frisse kruidige accenten van munt, peper en salie. Na het walsen ontwikkelen zich duidelijke tertiaire aroma’s van sigarenkistje, mokka en tabak, omkaderd door een aangename staltoets en een fijn verweven houtinvloed. In de mond volgt een duidelijk contrast met het uitbundige geurpalet. Hier toont de wijn zich rijper en zwoeler van stijl dan de neus doet vermoeden, met een uitgesproken indruk van vlierbes die het smaakbeeld domineert. De tannine zijn soepel en afgerond, de zuren net voldoende fris om het geheel in balans te houden. Het mondgevoel is zacht, fruitig en kruidig, met minder spanning dan verwacht, maar wel met een zekere rondheid en comfort. Dit is een Spätburgunder die meer inzet op rijpheid en toegankelijkheid dan op strakheid of finesse.
    Punten: 85/100 – Te koop bij Langbeen (richtprijs: 35,00 €)
  4. Domaine Louis Boillot & Fils Volnay 1er Cru Les Brouillards 2017 – Bourgogne (Frankrijk)
    Pinot Noir die een opvoeding kreeg van 18 maanden in Franse eiken vaten, waarvan 30% nieuw.
    Helder robijnrood van kleur, met een lichte evolutie passend bij de jaargang. De neus blijft almaar boeien: bij aanzet is het aromatisch palet al opvallend breed, en hoe langer de wijn openstaat, hoe complexer het bouquet zich ontvouwt. In willekeurige volgorde komen aroma’s naar voren van bosaardbei, framboos en kriek, viooltjes, peper en kaneel, gevolgd door koffie, ceder en tabak. Verder ook thee, laurier, humus, boschampignon en uitgesproken sous-bois. Het geheel is complex, harmonieus en verveelt geen enkele seconde. In de mond zet de wijn deze veelbelovende geurfase moeiteloos verder. De tannine zijn mooi en zuiver, voldoende krachtig maar fijn van textuur. De zuren zijn levendig en dragen de wijn over de volledige lengte van de smaak. Alles valt hier voorbeeldig op zijn plaats: sappig = acide = heeft voldoende tannine = super in balans = mineraal = bovenal subliem lekker!
    Punten: 93/100 – Niet te koop in België (richtprijs 75,00 €)
  5. Kellerei Girlan Pinot Noir Riserva Trattmann 2016 – Südtirol/Alto Adige DOC (Italië)
    Deze Pinot Noir ondergaat verscheidene lageringen alvorens hij op de markt komt. Vooreerst krijgt hij een opvoeding, deels in barriques (225 liter) en grote botti van 12 hectoliter voor 12 maanden. Nadien volgt een rijping van 8 maanden in 70 hectoliter vaten en tenslotte rust de wijn verder in de fles gedurende 8 maanden.
    Dit complex rijpingsproces uit zich al onmiddellijk als je een eerste snuif doet aan het glas. We geven voor de volledigheid nog mee dat de wijn een mooie volle kersenrode kleur heeft. De neus is rijp, diep en complex, met een fantastisch mooie roodfruitmelange van voornamelijk (bos)aardbei, kers en framboos. Bovendien is de wijn heerlijk geparfumeerd. Zowel de geurige roosjes als de diepere florale toetsen van viooltjes komen opzetten. Fijn kruidig met een initiële aanzet van tertiaire aroma’s van tabak, sigarenkistje, en cederhout, met nuances van mokka, koffie en op de achtergrond een subtiele aardse toets van humus en bosgrond. Alles is mooi geïntegreerd en straalt een levendige rijkheid en complexiteit. De verwachtingen bij het proeven zijn alvast hoog! Hoewel wijnmeester Peter 2 van de vier flessen (terecht) heeft afgekeurd en we als gevolg hiervan maar een mierenlek in het glas kregen stelde dit wijnplasje totaal niet teleur. Integendeel, deze Pinot Noir toont zich met een zachte maar toch krachtige, serieuze en vooral uitgebalanceerde stijl. De tannine zijn rijp, aanwezig en geven de wijn een duidelijke structuur. De zuren zijn nog steeds levendig genoeg om het geheel fris te houden, en staan volledig in dienst van balans en lengte. Het fruit is wat rijper wat het geheel een wat ronder mondgevoel geeft. De afdronk is lang, sappig en gedragen, met minerale en kruidige accenten. Dit is geen speelse Pinot Noir, maar een volwassen, vlotte, geconcentreerde en harmonieus opgebouwde wijn.
    Punten: 90/100 – Te koop bij Het Wijnsalon (richtprijs: 38,50 €)
  6. Weingut Dr. Wehrheim Sonnenschein Spätburgunder Grosses Gewächs 2020 – Pfalz (Duitsland)
    Spätburgunder die gedurende 12 tot 14 maanden rijpt in eiken barriques.
    Helder robijnrood van kleur met een frisse, nog vrij jeugdige glans. Hoewel er wat donkerder fruit in de geur aanwezig is, zonder echt zwart fruit te worden, staat het rode fruit centraal met aroma’s van zure kers, kriek, rode bes en bosaardbei. Daarbovenop komen duidelijke florale toetsen van viooltjes, gevolgd door een verfijnde kruidigheid van witte peper en een hint van laurier. Na het walsen ontwikkelen zich zelfs wat meer balsamische toetsen maar ook meer aardse en minerale nuances. Het aromatische profiel is eerder ingetogen dan uitbundig. In de mond toont deze Spätburgunder zich strak en energiek, met een stevige doorzetting van de kers/kriek. Dit zorgt voor een uitgesproken aciditeit die de wijn lengte en spanning geeft. De tannine zijn fijn maar licht nerveus aanwezig. Voldoende lange lengte. Al bij al is dit een zeer aangename wijn die nog wat jong overkomt maar die het niveau van de vorige twee wijnen niet kan bereiken. Een kleine terugval.
    Punten: 87/100 – Te koop bij Langbeen (richtprijs 49,60 €)
  7. Cristom Vineyards Pinot Noir Mt. Jefferson Cuvée 2023 – Eola Amity Hills Willamette Valley (VS)
    Deze Pinot Noir, die een rijping krijgt van 11 maanden in barriques, kreeg een mooie notering (11e plaats) in de Wine Spectator top 100 van 2025. Ik geef graag even mee wat de WS commentaar is over deze wijn: ‘This impressive Pinot is polished and detailed, offering dynamic flavors of raspberry and blueberry, with mineral and brown baking spice hints that build richness toward fine-grained tannins.’ Ik toets deze even af met mijn proefnotitie.
    Zuivere kersenrode kleur met een frisse, jeugdige glans en mooi tranend. De neus is open en expressief, met een duidelijke focus op het aardse, bosaspect (boschampignon, sousbois, potgrond). Nadien volgt er een ware kruidenexplosie (peper, kaneel, jeneverbes, salie, munt, laurier…). Koffie en thee volgen snel. Het fruit laat echt wel op zich wachten. Even walsen, ruiken, wat heviger walsen. Het glas wegzetten en wat laten rusten en uiteindelijk is het daar: rood fruit van voornamelijk kers, kriek, framboos en rode bes, aangevuld met frisse toetsen van bosaardbei. Gelukkig is het fruit van bij de eerste slok wel aanwezig. Het mondgevoel is fris en levendig, met een uitgesproken maar stevig evenwichtige aciditeit die meteen voor spanning zorgt. Jeugdig, te jeugdig momenteel waardoor de wijn lichtjes nerveus overkomt. Mocht het thema niet als Pinot Noir gekend zijn, ik had op een blinde proef de wijn nooit als een Pinot Noir omschreven. Misschien leest dit net iets te negatief en dat is niet de bedoeling want ik kon de wijn wel zeer appreciëren.
    Punten: 89/100 – Niet te koop in België (richtprijs: 45,00 €)
  8. Domaine Fourrier Vieilles Vignes Pinot Noir 2012 – Gevrey Chambertin (Frankrijk)
    Pinot Noir die 18 maanden rijpt in Franse eiken vaten met een beperkt aandeel (20%) nieuw hout.
    Granaatrood van kleur met duidelijke evolutie en licht troebel. De neus is uitgesproken Bourgondisch met uiteraard wat oudere geuren en volop tertiaire aroma’s. Maar desondanks staat het rode fruit nog steeds centraal met aroma’s van kers, kriek maar ook gedroogde framboos. Florale toetsen zijn aanwezig maar ingetogen, richting gedroogde roos. Daaronder ontvouwt zich een complex tertiair palet van sous-bois, humus, natte bladeren en bospaddenstoel, gevolgd door accenten van thee, tabak, cederhout en een lichte kruidigheid van peper en laurier. Alles is perfect versmolten. In de mond is de wijn zacht en harmonieus opgebouwd. De tannine zijn volledig afgerond, de zuren nog levendig maar subtiel geïntegreerd. Het fruit is geëvolueerd maar nog mooi aanwezig. De afdronk is lang, verfijnd en aangenaam. Dit is geen expressieve of opulente Pinot Noir, maar een klassiek, mature Gevrey-Chambertin die inzet op balans, diepgang en sereniteit. Wat mij betreft dan ook een heerlijke afsluiter van een zeer mooie proeverij!
    Punten: 90/100 – Niet te koop in België (richtprijs 75,00 €)

Pomodorino del Piennolo – De tomaat van de Vesuvius

De aanleiding tot dit artikel is in feite iets totaal anders dan tomaat. Limoncello is de dader. Om mijn eigen huisgemaakte Limoncello te bereiden, wou ik de échte citroenen uit Sorrento hebben. Tijdens mijn zoektocht vond ik een webshop die deze citroenen tot in België verzendt. Terwijl ik door hun aanbod scrollde, passeerden ook andere typische producten uit Campania. En daar verschenen ze: de Pomodorino del Piennolo.

Die trossen kleine tomaatjes waren me niet vreemd. Vorig jaar, tijdens ons bezoek aan onze Taurasi-producent Fiorentino in het binnenland van Campania, zagen we ze overal hangen: in keukens, op balkons, aan veranda’s. Ze triggerden me toen al. En voor ik er erg in had, klikte ik op ‘toevoegen’ en zaten ze mee in mijn winkelmandje.

Vraag een Napolitaan naar de beste tomaat ter wereld en je krijgt geen discussie, maar een vastberaden antwoord: Pomodorino del Piennolo del Vesuvio. Klein, intens, met dat herkenbare puntje eraan. Achter die tomaat schuilt echter een hele geschiedenis. Hij duikt op in verhalen van grootmoeders, hangt als trossen onder schoorstenen en prijkt zelfs in de Napolitaanse kerststal, waar hij al sinds 1858 symbool staat voor overvloed. Volgens de lokale legende ontstond hij uit de tranen van Jezus, die de verdorde hellingen van de Vesuvius weer vruchtbaar maakten. Nu worden in Zuid-Italië wel meer dingen aan die tranen toegeschreven, en dus trok ik op onderzoek naar het echte verhaal.

Wat zijn Pomodorino del Piennolo?

De Pomodorino del Piennolo del Vesuvio is geen tomaat die je in België zomaar zal vinden in het groenterek van de supermarkt. Het is een nicheproduct, verbonden aan één welbepaald terroir: de flanken van de Vesuvius.

Deze tomaat bezit een opmerkelijke vorm: klein, ovaal, compact, met een spits puntje aan de onderzijde dat de Napolitanen pizzo noemen. Dat lijkt een banaal detail, maar is deel van zijn identiteit en en fungeert zelfs als herkenbaar visueel kenmerk binnen de DOP-specificaties. De stevige schil en het dichte vruchtvlees zorgen ervoor dat de tomaat bijna knapperig aanvoelt in vergelijking met doorsnee kerstomaten.

Qua smaakprofiel is de Pomodorino een kleine paradox. Hij combineert natuurlijke zoetheid met een duidelijke aciditeit en een vleugje bitterheid. Dat maakt hem spannend in de mond: levendig, maar nooit eendimensionaal. Zijn vrij harde schil geeft hem ook een stevige bite.

Terwijl de meeste tomaten binnen enkele dagen hun frisheid verliezen, blijft de Pomodorino, eenmaal geoogst en opgehangen in trossen (al piennolo), maandenlang goed. Niet in een koelkast of vacuümverpakking, maar gewoon in een droge, luchtige ruimte. Dit uitzonderlijke bewaarpotentieel is uniek.

Hoewel hun formaat en vorm doen denken aan kerstomaten, gaat het om een totaal ander product. Waar een kerstomaat vooral zoet en licht sappig is, biedt de Pomodorino concentratie, spanning en een stevige textuur. Hij is minder snacktomaat en veel meer culinaire bouwsteen.

Oorsprong en geschiedenis

Il Pomodorino del Piennolo è una vera eccellenza della tradizione campana, una cultivar dalle origini antiche e dal sapore unico. De oorsprong van deze tomaat gaat terug tot de 17e eeuw. Boeren ontdekten al vroeg dat deze kleine tomaten uitzonderlijk goed bewaard konden worden wanneer ze in trossen werden samengebonden en opgehangen in goed verluchte ruimtes. Zo ontstond het gebruik van de piennolo, letterlijk de tros of bundel waaraan de tomaten maandenlang konden blijven hangen. In de winter hing er zo eetbaar goud onder de plafonds.

De eerste gedetailleerde beschrijvingen verschenen in de 19e eeuw. In 1858 schreef Achille Bruni in zijn werk Degli ortaggi e loro coltivazione presso la città di Napoli over kersvormige tomaten die hun kwaliteit tot in de lente konden behouden, mits ze in trossen aan de zolderbalken werden opgehangen. Enkele decennia later, in 1885, bevestigde Palmieri in het jaarboek van de landbouwschool van Portici die praktijk van bewaren in schaduwrijke, geventileerde ruimtes.

Aan het begin van de 20e eeuw ging professor Francesco De Rosa nog een stap verder. In zijn publicatie in Italia Orticola (1902) beschreef hij niet alleen de rassen die toen in gebruik waren, maar ook de volledige teelt- en bewaartechniek. Daarmee maakte hij duidelijk dat er rond deze tomaat een hele micro-economie was ontstaan: van het kweken van zaailingen tot de verkoop van geconserveerde trossen. In 1916 zou professor Marzio Cozzolino dit verder uitwerken met economische gegevens, die de arbeidsintensiteit en het belang van deze teelt onderstreepten.

Naast de geschreven bronnen zijn er ook de verhalen uit de orale traditie. Volgens de legende waren het de vrouwen van Torre del Greco, ervaren in het knopen van visnetten, die hun kunde toepasten bij het vlechten van de tomatentrossen. Daarmee werd de Pomodorino een symbool van de verbondenheid tussen land en zee, tussen landbouw en visserij.

Die eeuwenoude band tussen product, landschap en gemeenschap wordt vandaag erkend en beschermd. In 2009 kreeg de Pomodorino del Piennolo de DOP-status, die garandeert dat elke stap – van teelt tot verwerking – plaatsvindt in de afgebakende zone rond de Vesuvius.

Waar groeit hij?

De Pomodorino del Piennolo vindt zijn thuis op de flanken van de Vesuvius, binnen het vulkanische complex van de Somma-Vesuvius. Het productiegebied strekt zich uit over verschillende gemeenten, waaronder Ercolano, Torre Annunziata, San Giorgio a Cremano en Torre del Greco.

De lavagrond waarin deze tomaten aangeplant staan, is rijk aan pyroklastisch gesteente: as, lava en mineralen die in de loop van eeuwen door uitbarstingen van de vulkaan zijn afgezet. Deze bodem werkt als een natuurlijke voedingsbron en spons tegelijk: hij houdt vocht vast in droge zomers en geeft mineralen af die de tomaten hun uitgesproken smaak en stevige structuur bezorgen.

Het klimaat draagt daar nog eens extra aan bij. De dagen zijn er heet en zonnig, de nachten fris en luchtig, waardoor de vruchten langzaam rijpen en hun volle smaak ontwikkelen. Voeg daar de nabijheid van de zee bij, die zorgt voor constante ventilatie en een subtiele invloed van ziltigheid, en je krijgt een microklimaat dat je zelden elders kan treffen.

Kweken met geduld

De teelt van de Pomodorino del Piennolo is volledig afgestemd op de natuur. De planten worden op terrassen aangelegd in de vruchtbare lavagrond van de Vesuvius. Die bodem, rijk aan mineralen en poreus als een spons, houdt regenwater vast en geeft warmte af, waardoor kunstmatige irrigatie nauwelijks nodig is. Regen en zon doen hier het werk.

De cyclus begint in het voorjaar, wanneer boeren de zaden uitselecteren en uitzaaien. De planten krijgen de tijd om zich te ontwikkelen en de vruchten rijpen langzaam tot diep in de zomer. Oogsten gebeurt niet vluchtig of machinaal, maar zorgvuldig en met de hand. Pas wanneer ongeveer zeventig procent van de tomaten aan de tros rood kleurt, wordt de volledige tros geoogst.

Daarna volgt het typische ritueel waarbij de trossen met henneptouw worden samengevlochten tot bundels, klassieke piennolo-trossen. Deze worden vervolgens opgehangen aan balken, veranda’s of zolders, waar ze in goed verluchte ruimtes verder kunnen rijpen en maandenlang bewaard blijven. Het hele proces is arbeidsintensief en traag, maar juist daardoor ontstaat er een uniek en waardevol product.

Waarom wordt hij als één van de lekkerste beschouwd?

De Pomodorino del Piennolo wordt geroemd om zijn unieke evenwicht. Hij combineert een hoge concentratie aan suikers, zuren en oplosbare vaste stoffen, wat resulteert in een uitgesproken maar verfijnde smaak. Zoet en zuur ondersteunen elkaar, terwijl een lichte bitterheid voor diepte zorgt. Die typische acidulità – de sprankelende frisheid die eigen is aan deze tomaat – is bij wijze van spreken zijn handelsmerk.

Het is bovendien een karaktervolle tomaat. Terwijl veel tomaten bij verhitting uit elkaar vallen en zich laten reduceren tot een vlakke massa, houdt de Pomodorino stand. Hij bewaart zijn structuur, geeft zijn sappen pas vrij in de pan en bouwt zo een saus die rijk en gelaagd is. Voor veel chefs is dat de ultieme kwaliteit, precies dat maakt de tomaat zo geliefd in de gastronomische keuken.

Rauw, gebakken of in saus?

De Pomodorino del Piennolo is veelzijdig te gebruiken. Rauw is hij al een feest als een bruschetta: gehalveerd met wat olijfolie, een snuf zeezout en eventueel een stukje buffelmozzarella. Het frisse zuurtje en de stevige bite maken hem perfect als antipasto of als lichte zomerse hap.

Toch komen zijn eigenschappen het best tot hun recht op het vuur. In de pan barsten de tomaten open, geven hun sap vrij en veranderen in enkele minuten in een fluweelzachte saus. Die heeft nauwelijks iets extra’s nodig: wat look, basilicum en een scheut goede olijfolie volstaan. Niet toevallig wordt hij in Napels beschouwd als een van de beste basisingrediënten voor pizza’s, pasta’s en visgerechten, vooral in combinatie met vongole of mosselen.

Naast verse bereidingen is er ook de eeuwenoude techniek van de pacchetelle: de tomaten worden doormidden gesneden en in glazen potten bewaard, vaak in olie, zodat ze de hele winter beschikbaar blijven. Lang voordat het woord “fermentatie” populair werd, was dit al een vanzelfsprekende manier om de oogst te bewaren.

En de Pomodorino blijft niet in de traditionele keuken steken. Lokale topchefs gebruiken hem vandaag in moderne gerechten zoals ceviche, tonijntartaar of zelfs in verrassende cocktails met mezcal. Daarmee bewijst deze kleine tomaat dat hij niet enkel thuishoort in de cucina della nonna, maar net zo goed in de hedendaagse gastronomie kan schitteren.

Recept: Spaghetti al Pomodorino del Piennolo

Je kan deze tomaatjes dus zeer veelzijdig gebruiken. Wij gaan zelf voor een heel eenvoudige spaghetti met een saus op basis van de Pomodorino del Piennolo waaraan we de tijd en de rust geven om alles langzaam zijn werk te laten doen.

Ingrediënten (voor 4 personen)

  • 320 g spaghettoni
  • 1 kg Pomodorino del Piennolo
  • 4 teentjes knoflook, geplet
  • Extra vergine olijfolie
  • Verse basilicum
  • Gedroogde oregano
  • Zout en peper naar smaak

Bereiding

1. De conserva maken (vooruit te bereiden)

  • Was de tomaten zorgvuldig, verwijder de steeltjes en snijd ze in de lengte doormidden.
  • Vul er gesteriliseerde bokalen mee en sluit ze goed af.
  • Plaats de bokalen in een grote pan met water, breng aan de kook en laat ongeveer 1 uur zacht doorkoken.
  • Laat de bokalen afkoelen in het kookvocht. Zo heb je altijd een voorraadje Pomodorino klaar voor gebruik.

2. De saus bereiden

  • Verhit een royale scheut olijfolie in een pan en laat de knoflook langzaam garen, zonder te verbranden, zodat hij zijn aroma afgeeft.
  • Voeg de tomaten toe, samen met een snuif oregano en verse basilicum. Laat dit rustig sudderen gedurende 20 minuten.
  • Passeer de saus door een grofmazige zeef om schilletjes, zaadjes en knoflookrestjes te verwijderen. Het resultaat: een fluweelzachte, geconcentreerde saus.

3. De pasta koken en afwerken

  • Kook de spaghettoni 4 minuten korter dan de aangegeven kooktijd.
  • Voeg ze dan toe aan de saus en laat verder garen zodat het zetmeel uit de pasta zich bindt met de tomatensaus.
  • Werk af met extra basilicum en een draai van de pepermolen.

Tips van de chef

  • Neem de tijd voor de knoflook: hoe trager hij gaart, hoe voller zijn smaak.
  • Laat de saus niet haasten, langzaam koken brengt de diepte van de Pomodorino naar boven.
  • Zeef de saus altijd voor een perfect mondgevoel: glad, zijdezacht en intens.

Een bord vol zon en vulkanische kracht, recht uit Campania.

Orange wines: tussen historische realiteit en persoonlijke weerstand

Het gaat voor mijn vrienden ongetwijfeld bizar overkomen dat ik dit onderwerp aansnij en een artikel schrijf over orange wines. Zij weten immers maar al te goed hoezeer ik deze wijnen hekel en hoe weinig ik me thuis voel binnen deze categorie. Wanneer een discussie hierover ontstaat, is mijn antwoord steevast hetzelfde: tannine in witte wijn stoort me. Ik zoek het niet en ik wil het niet.

Voor mij moet een witte wijn fris zijn, strak waar mogelijk, gedragen door voldoende aciditeit en liefst ondersteund door een duidelijke minerale onderbouw. Zo’n wijn krijgt bij mij nog een streepje voor wanneer hij een macération pelliculaire heeft ondergaan, een korte, koude schilweking dus, maar expliciet geen langdurig schilcontact.

Tegelijk besef ik maar al te goed dat de wijnwereld niet naar mijn pijpen danst en dat mijn persoonlijke voorkeur niet noodzakelijk die is van de mondiale wijnliefhebber. Gelukkig maar. In mijn omgeving merk ik bovendien dat jongere wijnliefhebbers zich veel minder afkerig tonen tegenover orange wines, of zoals wijnbouwers ze liever noemen, amber wines. En dus moet deze zogenaamd conservatieve liefhebber mee met zijn tijd.

Ik mag blijven genieten van mijn eigen goesting in het glas, maar wanneer het over les goûts et les couleurs gaat, hoort daar ook respect bij voor wie bewust voor een ander type wijn kiest. Mijn innerlijke ik behoudt wel het recht om zachtjes te protesteren en mijn favoriete boutade te blijven herhalen wanneer men mijn mening vraagt over orange wines: er is een reden dat doorheen de eeuwen witte wijn als witte wijn werd gemaakt en rode wijn als rode wijn. Een witte wijn maak je dus niet als een rode wijn.

Voor het vervolg van dit artikel parkeer ik mijn subjectieve visie en probeer ik het verhaal met de nodige afstand en objectiviteit te schetsen.

Van persoonlijke weerstand naar historische realiteit

Los van persoonlijke voorkeuren staat één zaak vast: wijnen met schilcontact bij witte druiven behoren tot de oudste wijnstijlen ter wereld. Lang voor technische precisie, temperatuurcontrole en helder gefilterde witte wijnen hun intrede deden, werd wijn gemaakt volgens methodes die vandaag vaak als onconventioneel worden bestempeld. Om te begrijpen waarom orange wines vandaag opnieuw zo nadrukkelijk aanwezig zijn in het wijnlandschap, is een blik op hun oorsprong en ontwikkeling onmisbaar.

Lange tijd werd witte wijn geassocieerd met helderheid, frisheid en directe drinkbaarheid. Tegen die achtergrond zorgt de heropleving van oude vinificatietechnieken vandaag voor nieuwe spanning en verdieping. Orange wine is daarvan een sprekend voorbeeld. Ondanks de naam heeft deze wijn niets te maken met citrusvruchten. Het gaat om witte wijn die wordt gemaakt volgens principes die traditioneel met rode wijn worden geassocieerd. Door witte druiven te vergisten mét schil ontstaat een wijn met een opvallende kleur, meer structuur en een uitgesproken eigen identiteit.

Die aanpak levert wijnen op die zich moeilijk laten vergelijken met klassieke witte stijlen. De aanwezigheid van tannine, extra aromatische complexiteit en een vaak tastbare textuur zorgen voor een profiel dat bewust afwijkt van wat decennialang als norm gold. Net dat eigenzinnige karakter verklaart waarom deze stijl de voorbije jaren een vaste plaats heeft veroverd bij sommeliers, natuurwijnliefhebbers en wijnbouwers die streven naar maximale expressie van druif en herkomst, eerder dan naar uniformiteit en technische perfectie.

Wat maakt een wine orange

Bij klassieke witte wijnproductie wordt het sap vrijwel onmiddellijk na het persen gescheiden van de schillen. Bij orange wine blijft dat sap daarentegen gedurende uren, dagen of zelfs maanden in contact met de schillen en soms ook met pitten of steeltjes. Deze maceratie leidt tot de extractie van kleurstoffen, aromatische componenten en tannine.

Het resultaat is een wijn met een amberkleurige tot oranje tint, meer body en een duidelijk aanwezige textuur. Sensorisch bevindt orange wine zich op het snijvlak tussen wit en rood, zonder zich volledig in een van beide categorieën te laten onderbrengen. Net die hybride positie verklaart zowel de aantrekkingskracht als de weerstand die deze stijl oproept.

De term orange wine ontstond begin jaren 2000 en verwijst in hoofdzaak naar het visuele aspect van de wijn. Hoewel de benaming technisch niet correct is, biedt ze een snel herkenbaar kader voor een stijl die anders moeilijk te vatten valt. Inhoudelijk draait het immers niet om kleur alleen, maar om een fundamenteel andere benadering van witte wijnvinificatie.

Historische wortels in de Kaukasus

De oorsprong van orange wine ligt duizenden jaren terug in de Kaukasus, in het huidige Georgië. Daar werden witte druiven traditioneel vergist met schil in qvevri, grote aardewerken amforen die ondergronds werden ingegraven. Deze methode combineerde lange schilweking met natuurlijke temperatuurstabiliteit en resulteerde in wijnen met een diepe kleur, uitgesproken structuur en een opmerkelijk bewaarpotentieel. De techniek wordt al meer dan achtduizend jaar toegepast en geldt als een van de oudste vormen van wijnmaken die we kennen.

Die aanpak was niet louter cultureel bepaald, maar ook praktisch. Door het langdurige contact met de schillen kreeg de wijn extra tannine en stabiliteit, waardoor hij beter bestand was tegen oxidatie. Vanuit Georgië verspreidde deze manier van werken zich geleidelijk naar andere regio’s, waaronder delen van het huidige Slovenië en Noordoost Italië. Met de opkomst van moderne wijnbouw in de negentiende en twintigste eeuw raakte deze stijl echter op de achtergrond. Strakkere, technisch controleerbare witte wijnen werden de norm en schilcontact bij witte druiven werd steeds vaker gezien als te rustiek en te weinig voorspelbaar.

De heropleving in de eenentwintigste eeuw

De hernieuwde belangstelling voor orange wine staat niet op zichzelf. Ze past binnen een bredere herwaardering van ambacht, authenticiteit en herkomst. Steeds meer wijnliefhebbers tonen interesse in wijnen die minder gestuurd zijn door techniek en meer ruimte laten voor druif, bodem en tijd. In die context kreeg ook schilcontact bij witte druiven opnieuw aandacht.

Orange wine vertelt immers een verhaal dat verder reikt dan vinificatietechniek alleen. Het gaat om een bewuste keuze voor minimale interventie, voor het accepteren van variatie en voor het loslaten van uniformiteit. Dat verklaart waarom deze stijl vooral aansluiting vond bij wijnbouwers en consumenten die zoeken naar expressie en identiteit, eerder dan naar technische perfectie.

Friuli en Slovenië als modern epicentrum

Dat grote wijn geen politieke grenzen kent, wordt treffend geïllustreerd door het grensgebied tussen Friuli Venezia Giulia in Noordoost Italië en Primorska in West Slovenië. Samen ontwikkelden deze regio’s zich tot het hedendaagse epicentrum van schilcontactwijnen van witte druivenrassen. Het was hier dat deze stijl eind jaren negentig opnieuw internationale aandacht kreeg, lang voor hij wereldwijd navolging vond.

Georgië blijft het historische referentiepunt, met wijnen die vaak diep amberkleurig en krachtig gestructureerd zijn. Friuli Venezia Giulia groeide uit tot een kernregio voor een meer hedendaagse interpretatie, met druivenrassen als Ribolla Gialla en Friulano. In Slovenië, met name in Brda en Vipava, ligt de nadruk vaak op finesse en balans.

Ook buiten Europa wordt schilcontact vandaag bewust en doordacht toegepast. In Oostenrijk, Spanje, Australië, Zuid Afrika, Californië, Oregon en delen van Zuid Amerika experimenteren wijnmakers met deze techniek als volwaardig instrument om structuur, textuur en herkomst tot uitdrukking te brengen. Vaak gebeurt dat los van Europese voorbeelden, vanuit een eigen terroir interpretatie en binnen uiteenlopende wijntradities. Orange wine is daarmee geen regionale curiositeit gebleven, maar uitgegroeid tot een mondiale stijltaal met vele accenten.

Radikon en Gravner als sleutelfiguren

In de heuvels van Collio DOC speelden Stanko Radikon en Josko Gravner een bepalende rol in de herwaardering van schilcontact bij witte wijn. Vanaf de jaren negentig keerden zij zich bewust af van de toenemende industrialisering van de regionale wijnbouw. Hogere opbrengsten en verregaande technische correcties haalden volgens hen de essentie uit de wijn. Hun antwoord was radicaal, maar historisch onderbouwd: terug naar lange schilweking bij witte druiven.

Binnen het domein Radikon wordt bewust afstand genomen van de term orange wine en spreekt men liever over wijnen met schilcontact. Saša Radikon, die het domein verderzet sinds 2016, erkent dat de gangbare benaming weinig precies is, maar wel helpt om het concept te duiden. De stijl van het huis omvat zowel meer toegankelijke interpretaties met beperkte maceratie als uitgesproken wijnen met langdurig schilcontact en lange rijping, waarbij structuur en bewaarpotentieel centraal staan.

Josko Gravner ging nog een stap verder door na de eeuwwisseling volledig over te schakelen op fermentatie in qvevri. Die keuze, geïnspireerd door eeuwenoude Georgische praktijken, resulteert in wijnen die bewust traag evolueren en pas na lange rijping op de markt komen. De combinatie van schilcontact, natuurlijke gisting en geduldige opvoeding levert wijnen op met grote diepte, uitgesproken structuur en een uitzonderlijke levensduur.

Vinificatie en keuzes van de wijnmaker

De productiemethode vormt het hart van deze wijnstijl. De duur van de maceratie, de keuze van het druivenras en het gebruikte vinificatiemateriaal bepalen samen het uiteindelijke profiel van de wijn. Sommige wijnmakers opteren voor een korte schilweking en streven naar relatief frisse, toegankelijkere interpretaties. Anderen laten de most weken tot maanden in contact met de schillen en soms ook met de steeltjes, wat resulteert in krachtigere wijnen met uitgesproken structuur en duidelijke tannine.

Naast traditionele qvevri worden vandaag uiteenlopende vaten ingezet. Grote houten foeders, betonnen eieren en roestvrij staal komen allemaal voor, afhankelijk van de gewenste expressie. Vaak verloopt de gisting spontaan met natuurlijke gisten en wordt sulfiet slechts beperkt gebruikt of volledig achterwege gelaten. Door de aanwezigheid van tannine uit de schillen beschikt de wijn immers over een zekere natuurlijke stabiliteit, wat filtering en correcties minder noodzakelijk maakt.

Die manier van werken laat weinig ruimte voor standaardisatie. Schilcontactvinificatie is geen exacte wetenschap en verdraagt geen vaste recepten. Elke oogst, elke druif en elke keldercontext vraagt nieuwe keuzes en aanpassingen. Net die onzekerheid dwingt wijnmakers tot voortdurende reflectie en verklaart waarom deze stijl zo sterk verbonden is met persoonlijke visie en ervaring.

Smaak, structuur en balans

Orange wines bestrijken een opvallend breed aromatisch spectrum. In de neus komen vaak tonen naar voren van gedroogde appel en abrikoos, sinaasappelschil, noten, honing en kruidigheid. In de mond staat vooral het mondgevoel centraal. De aanwezigheid van tannine geeft grip en lengte, terwijl zuren zorgen voor spanning en evenwicht.

Afhankelijk van druivenras en vinificatie kunnen deze wijnen uiteenlopen van relatief fris en aromatisch tot uitgesproken aards en krachtig. Rassen met van nature hoge aciditeit blijken het meest geschikt voor langduriger schilcontact. Die frisheid vormt samen met de tannine een stevig kader dat voorkomt dat de wijn log of zwaar wordt. Dat verklaart het succes van druiven als Ribolla Gialla, in Slovenië bekend als Rebula, Friulano en Rkatsiteli binnen deze stijl.

Het is precies deze combinatie van structuur en frisheid die orange wine zo eigen maakt. Ze zorgt voor wijnen die zich niet onmiddellijk prijsgeven, maar zich langzaam ontvouwen in het glas en aan tafel. De balans tussen extractie en spanning bepaalt daarbij of een wijn overtuigt of net weerstand oproept.

Orange wine aan tafel

Dankzij hun uitgesproken structuur en aromatische diepte zijn orange wines bijzonder geschikt voor gastronomische inzet. De combinatie van tannine, body en frisse zuren geeft deze wijnen een draagkracht die klassieke witte wijn vaak mist, zonder de dominantie van rood te benaderen. Net daardoor nemen ze aan tafel een unieke positie in.

Kruidige keukens uit het Midden Oosten, Noord Afrika en Azië vormen een natuurlijke match. Specerijen en intense smaaklagen worden opgevangen door de structuur van de wijn, terwijl de zuren zorgen voor frisheid en verteerbaarheid. Ook bij geroosterde groenten, paddenstoelen, peulvruchten en andere umamirijke bereidingen bewijzen orange wines hun meerwaarde. Ze verbinden smaken waar wit soms tekortschiet en rood te zwaar aanvoelt.

De aromatische signatuur van orange wine speelt daarbij een sleutelrol. Tonen van gedroogd fruit, kruiden, noten en soms een lichte oxidatieve nuance sluiten naadloos aan bij gerechten met diepte en complexiteit. De volle, gelaagde mondstructuur met tastbare grip nodigt uit tot eten en versterkt de interactie tussen wijn en gerecht.

Ook kazen vormen een overtuigend pairingdomein. Gerijpte harde kazen, bergkazen en zelfs blauwschimmelkaas vinden in orange wine een evenwichtige partner, dankzij het samenspel van zout, vet en structuur. Juist aan tafel tonen deze wijnen hun volledige potentieel, ook wanneer ze afkomstig zijn van een kortere maceratie en daardoor toegankelijker blijven.

Binnen die gastronomische context blijft er uiteraard ruimte voor persoonlijke voorkeur. Ook wanneer een pairing technisch klopt, hoeft ze niet noodzakelijk aan te sluiten bij wat een gast zoekt in het glas. Wanneer ik ga tafelen in een gereputeerd restaurant, vind ik het dan ook vanzelfsprekend dat ik aan de sommelier kan aangeven dat orange wines niet tot mijn persoonlijke voorkeur behoren. Indien dit type wijn deel uitmaakt van de aangepaste wijnen, kies ik bewust voor een alternatief.

Bij gastronomische menu’s met aangepaste wijnen gaat het vaak om een aanzienlijke investering. Het is dan niet meer dan logisch dat een gast zijn smaakvoorkeuren kenbaar maakt. Een goede sommelier begrijpt dat een geslaagde pairing niet alleen technisch juist moet zijn, maar ook rekening houdt met de verwachtingen en het comfort van de gast. Luisteren weegt in dat geval zwaarder dan overtuigen.

Afronding: plaatsbepaling en persoonlijke reflectie

De hedendaagse positie van orange wine laat zich moeilijk los zien van de bredere natuurwijnbeweging. Biologische en biodynamische wijngaarden, spontane vergisting en minimale ingrepen in de kelder vormen geen marketingkeuzes maar een logisch gevolg van een bepaalde visie op wijn maken. Voor veel producenten is schilcontact geen statement, maar een middel om druif en herkomst zo ongefilterd mogelijk te laten spreken.

Tegelijk spreekt deze stijl een publiek aan dat verder kijkt dan smaak alleen. Vooral jongere wijnliefhebbers hechten belang aan het verhaal achter de fles, aan authenticiteit en aan het idee dat wijn meer mag zijn dan een technisch foutloos product. Ook sommeliers spelen daarin een rol. Orange wines bieden hen de mogelijkheid om gasten kennis te laten maken met andere structuren en smaakprofielen, zonder noodzakelijk te choqueren. Hun gastronomische inzetbaarheid en uitgesproken persoonlijkheid maken ze tot een volwaardig instrument binnen de hedendaagse wijnkaart.

Dat alles betekent niet dat orange wine een universele oplossing is, of een stijl die iedereen moet omarmen. Integendeel. Net doordat deze wijnen polariseren, behouden ze hun relevantie. Ze vragen aandacht, tijd en bereidheid tot interpretatie. Ze maken keuzes zichtbaar, in de wijngaard en in de kelder, en laten weinig ruimte voor vrijblijvendheid. In een wijnwereld waar snelheid en uniformiteit vaak primeren, vormen ze een bewuste tegenbeweging die inzet op traagheid en essentie.

En daar sluit de cirkel zich met het vertrekpunt van dit artikel. Mijn persoonlijke voorkeur blijft uitgaan naar strakke, frisse witte wijnen met duidelijke aciditeit en minerale spanning. Orange wines zullen nooit mijn natuurlijke habitat worden. Maar dat hoeft ook niet. Wijncultuur leeft juist bij gratie van verschil, van debat en van uiteenlopende smaken. Door mijn eigen weerstand tijdelijk te parkeren en deze stijl met open blik te benaderen, groeit het respect voor wat ze probeert te zijn, ook wanneer ze niet is wat ik zoek in mijn glas.

Orange wine vraagt geen consensus. Ze vraagt begrip. En misschien is dat, los van persoonlijke voorkeur, haar grootste verdienste.

De mystiek van een mythisch wijnjaar – Amici plaatst 2016 onder de loep!

Vintage, millesimato, colheita… Het jaartal op het etiket blijft iets magisch hebben. Bij het schenken van een glas wijn komt vaak de vraag terug welk jaartal het is, niet zelden gevolgd door de klassieker: “En, was het een goed jaar?” Toch ben ik persoonlijk een koele minnaar van jaargangen. Het idee dat één topjaar overal ter wereld automatisch topwijn oplevert, is een hardnekkige mythe. Klimaat, ligging, druif en vooral de kunde van de wijnboer spelen immers elk hun eigen rol.

Bovendien lijkt het belang van jaargangen af te nemen. Steeds minder wijnliefhebbers beschikken over een kelder waar flessen rustig kunnen rijpen. De jongere generatie zit vaak met een wijnklimaatkastje in plaats van een kelder, en de periode tussen aankoop en consumptie wordt alsmaar korter. In zo’n context verliest het jaartal deels zijn betekenis.

Maar de wijnliefhebber in mij protesteert. Wij beschikken immers wél over een mooie kelderruimte waar de flessen hun plaats vinden om tot rust te komen. En dan wordt het jaartal plots weer heel belangrijk: wanneer open je zo’n zorgvuldig bewaarde fles op haar piekmoment?

Tijdens onze recente Amici-proefavond selecteerde wijnmeester Peter negen flessen uit wat in Italië omschreven wordt als het mythische jaar 2016. Hij zoomde in op de vraag wat een wijnjaar goed, minder goed of uitzonderlijk maakt. De hamvraag? Klimaat. En in 2016 viel in veel delen van Noord- en Midden-Italië werkelijk alles in de plooi. Een jaar waarin, bij wijze van spreken, zelfs de minder geïnspireerde wijnboer per ongeluk iets moois op fles kon krijgen.

Daarmee raakte Peter onverwacht één van mijn stokpaardjes: fenolische rijpheid. Hét criterium dat ik altijd hanteer bij het selecteren van nieuwe wijnen. Geen enkele wijnboer ontsnapt eraan: hij moet me overtuigen van zijn aanpak om die cruciale rijpheid te bereiken, en van zijn, soms delicate, evenwichtsoefening om fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid op één lijn te krijgen.

Fenolische rijpheid gaat namelijk verder dan suikers of aroma’s. Het draait om textuur, balans en tanninestructuur. In rode wijn bepaalt schilcontact de stijl; in witte wijn, zeker bij rassen met dikke schillen of bij maceratie, beïnvloeden fenolen bitterheid, oxidatiegevoeligheid en mondgevoel. Complexe, traag rijpende tannine geven lengte zonder agressie. Daarom kauwt de wijnbouwer obsessief op pitten: hij wacht op dat ene moment waarop de druif als geheel écht rijp is.
(Het hele artikel lezen kan via: De vele gezichten van rijpheid: wanneer is een druif echt klaar?)

En precies dát maakt 2016 zo’n uitzonderlijk jaar. Het klimaat zorgde in grote delen van Italië voor perfect evenwicht tussen fenolische, alcoholische en aromatische rijpheid. Je moest bijna moeite dóen om slechte wijn te maken.

Met die gedachte in het achterhoofd gingen we aan tafel, verwachtingsvol en nieuwsgierig naar Peters selectie. We werden niet teleurgesteld: hij serveerde een reeks wijnen die het mythische karakter van 2016 volledig waarmaakten — een likkebaardende proeftocht door een schitterend jaar.

Het proefrelaas:

  1. St. Michael-Eppan Sanct Valentin Sauvignon Blanc 2016 – Südtirol/Alto Adige DOC
    100% Sauvignon Blanc – opgevoed deels in inox (90%) en deels in eiken vaten, met langdurige rijping op zijn droesem.
    De Sanct Valentin 2016 toont zich meteen als een Sauvignon Blanc met een reputatie die hij moeiteloos waarmaakt. De neus opent met een waaier aan gele vruchtjes, rijpe citrus, kruisbes, geflankeerd door een rokerige finesse, een bijna krijtachtige mineraliteit en een vleugje salie. In de mond is de wijn opvallend complex: enerzijds strak en verfrissend, anderzijds rond en smeuïg dankzij de rijping op de lies. De textuur is zijdeachtig, de zuren zijn speels prikkelend en het geheel wordt gedragen door een diepe minerale kern. De afdronk is lang en licht ziltig, met een subtiele bitterheid die eerder diepgang dan scherpte biedt. Op dronk, ja, maar met gemak nog jaren evolutie voor de boeg.
    Punten: 89/100
    Prijs: ± 30,00 € (Te koop op verschillende plaatsen in België)
  2. Coppo Pomorosso 2016 – Nizza DOCG
    100% Barbera – 14 maanden opgevoed in Franse eik.
    Vol tot intens donkerrood in het glas, zonder het minste spoortje evolutie, met gekleurde tranen langs de rand. De neus stijgt warm en uitnodigend op, met rijpe kersen (Mon Chéri), zwarte pruimen en bramen, onderbouwd door verfijnde toetsen van munt, mokka, cacao en zoethout. Alles is mooi verweven, zonder dat het hout ook maar even de bovenhand neemt. Daarnaast noteren we een vleugje alcoholwarmte, een subtiele sous-bois geur en een florale toets van viooltjes. Een evenwichtige, rijke en toch ingetogen neus, met veel rijp fruit dat net niet overdone wordt.
    In de mond toont de wijn zich opmerkelijk harmonieus: sappig, vol en stevig in het fruit, met correcte zuren en afgeronde tannine. De smaak ontwikkelt zich gestaag, van sappige kers naar donker fruit, een vleugje balsamico en fijne kruiden, eindigend in een lange, licht kruidige finale.
    De Pomorosso 2016 is een volle, genereuze crowdpleaser die nu al veel genoegen schenkt, maar ook probleemloos een aantal jaren verdere evolutie aankan.
    Punten: 86/100
    Prijs: €50,70 (Te koop bij Amante)
  3. Piaggia Riserva 2016 – Carmignano DOCG
    70% Sangiovese, 20% Cabernet Sauvignon & Cabernet Franc, 10% Merlot – minimaal 14 maanden rijping op Franse barriques.
    De wijn toont zich donker kersenrood, met duidelijk gekleurde tranen. De neus is sappig en verleidelijk, gedragen door diep rijpe kersen en pruimen, maar evenzeer door een warme waaier van cacao, mokka, karamel en tabak. Een subtiele florale toets duikt tussen de lagen door op, geflankeerd door een indrukwekkend spectrum aan fijne kruiden. Het is een bijzonder mooie neus, een feest van zwart en rood fruit met een voorbeeldige houtintegratie.
    In de mond komt de wijn volledig tot leven: intens, smaakvol en perfect in balans. De sappige zuren houden de stevige tannine moeiteloos in toom. Het lijkt bijna een duel, maar dan eentje waarbij beide kampen elkaar naar een hoger niveau tillen. Het fruit blijft prominent aanwezig, het hout blijft perfect verweven en het geheel mondt uit in een lange, aanhoudende, fris-kruidige finale. Deze wijn lijkt me nu op zijn hoogtepunt te bevinden.
    Punten: 90/100
    Prijs: €45,00 (Te koop bij Licata)
  4. Falkenstein Blauburgunder 2016 – Südtirol Vinschgau DOC
    100% Pinot Noir (Blauburgunder) – voor release rijpt de wijn 1 jaar in eiken barriques, gevolgd door 7 maanden in botti en nadien nog 24 maanden op fles.
    In het glas toont deze 2016 een lichte evolutie, met een granaatrode, kersenachtige tint en een prachtige traanvorming. De neus is ingetogen, maar bezit wel degelijk mooie complexiteit. Even walsen is nodig om alles volledig te ontwaren, maar dan ontvouwt zich een bijzonder fraaie mengeling van fruit (aardbei, kers, framboos), kruiden (munt, peper, jeneverbes, kaneel, laurier), perfect geïntegreerde houttonen (ceder, mokka, vlezig), aardse nuances van paddenstoel en een vleugje alcoholwarmte.
    In de mond krijg je een pittige, uitnodigende ansichtkaart. Mooie, sappige en ronde, maar niet overdreven volle smaken kleuren het plaatje. De zuren zijn zeer aanwezig en bijzonder aanstekelijk, de tannine nooit bijtend maar juist fijn en ondersteunend. De wijn is uiterst mineraal en bomvol frisse kruiden. Alles zit mooi in balans en de smaak verveelt geen seconde. Vandaag al heerlijk, maar minstens even boeiend om te volgen de komende jaren.
    Punten: 90/100
    Prijs: 24,50 € (Te koop bij De Fijne Wijnshop)
  5. Volpaia Coltassalla 2016 – Chianti Classico Gran Selezione DOCG
    95% Sangiovese, 5% Mammolo – minimaal 24 maanden rijping in Franse barriques, gevolgd door 6 maanden verdere flesrust.
    De Coltassala 2016 presenteert zich nog vrij donkerrood, helder en met de nodige traanvorming. In de neus vinden we een pure, elegante expressie van Sangiovese: rode kers, wilde aardbei en rode bes vormen de kern, geflankeerd door viooltjes, fijne groenkruidige toetsen en een subtiele houtimpact met hints van ceder, tabak en een vleugje leder. Een delicate aardse ondertoon van sous-bois en humus geeft het geheel extra diepte.
    In de mond toont de wijn zijn klasse. De zuren zijn levendig maar perfect geïntegreerd, en vormen de ruggengraat, maar toch halen de tannine lichtjes de bovenhand. Het smaakprofiel evolueert van fris rood fruit naar meer hartige, kruidige lagen, met nuances van rozemarijn, theebladeren en een lichte minerale toets. De finale is lang en verfijnd, waarbij het sappige fruit countert met het licht uitdrogende mondgevoel. Dit is een volle, krachtige, zeer geconcentreerde Gran Selezione met prachtige pure-chocolade-geladen tannine. Nu al heerlijk, maar met een duidelijk potentieel om nog een decennium verder te groeien.
    Punten: 91/100
    Prijs: 85,00 € (Te koop bij TG Fine Wines)
  6. Ferrando Etichetta Nera 2016 – Carema DOC
    100% Nebbiolo (Picotener) – rijping op grote Slavonische botti voor minimaal 24 maanden.
    De wijn kleurt licht robijnrood met een subtiele oranjerand. In de neus treedt meteen de fragiliteit op de voorgrond: aardbei, framboos en kers worden verweven met roos, viooltjes en gedroogde kruiden. Onder die florale laag duiken aardse nuances op die doen denken aan een paddenstoelkwekerij die nét wat werd bijgemest (en dat bedoelen we zo positief mogelijk, want het is geenszins afstotend). Daarnaast vinden we een uiterst subtiele houttoets. De geur heeft bovendien iets etherisch, wellicht vuursteen, en is tegelijk ongelofelijk complex, met een schitterende tertiaire integratie.
    In de mond toont de wijn zich rank, mineraal en intens verfijnd. Hoewel de intensiteit vrij krachtig te noemen is, zijn de tannine niet overweldigend aanwezig. De zuren maken zonder enige twijfel de wijn. Het smaakprofiel bouwt op van rood fruit naar kruidigheid en een zilte mineraliteit. De afdronk benadrukt nogmaals zijn sappig-fris-fruitig karakter, dat een haast aanstekelijke invloed uitoefent.
    Het bleek een wijn te zijn die de nodige dualiteit opwekte onder de proevers. Uit bovenstaande kan je afleiden dat ik tot de positivo’s hoorde. Ik beschouw dit dan ook als een heerlijk complexe wijn die ik zonder problemen nog enkele jaren in mijn kelder zou willen laten verder ontwikkelen.
    Punten: 92/100
    Prijs: 102,50 € (Te koop bij La Nebbia)
  7. Fèlsina Fontalloro 2016 – Toscana IGT
    100% Sangiovese – opgevoed voor 18–22 maanden in eikenhouten vaten, gevolgd door een jaartje flessenrust.
    De wijn bezit een donkere, helder robijnrode kleur met fijne, gekleurde tranen. Gun de wijn de nodige tijd in het glas, hij heeft er baat bij. Hoe langer hij openstaat, hoe beter de wijn tot zijn recht komt. In de neus krijgen we een prachtig pure en rijke expressie van Sangiovese: donkere kers, zwarte bes en rijpe aardbei, omringd door florale hints, leder, munt en de geur van een aangename boswandeling. Je zou zweren dat je opnieuw een roker bent: cederhout, sigarenkistje en tabak prikkelen de neus. Even later lijkt het alsof je een zak verse koffiebonen opent, terwijl onder de oppervlakte een gelaagde mineraliteit blijft sluimeren. De drang om te proeven wordt zo alleen maar groter.
    Die smaak is een toonbeeld van evenwicht. De wijn is groots zonder log te worden: niet overdreven krachtig, maar wel voorzien van voldoende stevige tannine die voor souplesse zorgen. De zuurtjes spelen hier perfect op in en tillen de wijn naar een hoger niveau van complexiteit. De smaak evolueert van rood en zwart fruit naar een meer kruidige afdronk met een subtiel bittertje. Het is begrijpelijk dat je moeite zal hebben om deze wijn nog met rust te laten. Toch kan dat gerust, want het einde van zijn latijn is nog lang niet in zicht.
    Punten: 93/100
    Prijs: 58,90 € (Te koop bij Wijnkennis)
  8. Poggio al Tesoro Sondraia 2016 – Bolgheri Superiore DOC
    65% Cabernet Sauvignon, 25% Merlot & 10% Cabernet Franc – 22 maanden rijping in Franse barriques.
    Zeer donkere, jeugdige, bijna paarse kleur. Stevig en kleurend tranend. Dit is duidelijk een ander profiel dan al het voorgaande. In plaats van verfijning en fragiliteit vinden we hier een breed, stevig en weelderig samenspel van geuren met cassis, rijpe bramen en zwarte kers. Deze worden omarmd door ceder, zoethout, grafiet, paprika en een subtiele vanilletoets met invloeden van chocola. Naarmate hij opent, komen tabak, mokka, mediterrane kruiden (eucalyptus) en een warme, vlezige, balsamico-achtige toets naar voren. Het geheel is zowel krachtig als gepolijst.
    In de mond is de wijn vooral genereus te noemen, met een perfecte combinatie van rijp donker fruit, kruiden en hout. De tannine zijn rijp, rond en stevig, terwijl de zuren moeite hebben om dit machogedrag bij te benen. Het smaakprofiel evolueert van cassis en pruim naar cacao, espresso, laurier en een vleugje grafiet. De finale is lang, warm en met een aanhoudende kruidigheid. Een Sondraia die het topjaar 2016 voluit belichaamt: kracht en diepte in één glas. Naar persoonlijke smaak mocht de wijn wat finesserijker zijn. Nu nog gewoonweg te jong, maar met nog jaren potentieel.
    Punten: 90/100
    Prijs: 85,00 € – Te koop bij Tavino
  9. Aldo Conterno Cicala Bussia 2016 – Barolo DOCG
    100% Nebbiolo – 29 maanden in houten vaten van Slavonisch eiken van 25 hectoliter. De wijn toont een gematigd kersenrode kleur met een subtiel granaatrandje. Neus in het glas, ruiken… Nebbiolo! Het lijkt vanzelfsprekend maar het is zoveel meer dan dat. Het geurpalet biedt een indrukwekkend samenspel van kracht en finesse: viooltjes, rozenblaadjes, bosaardbei, kers en framboos worden ondersteund door teer, drop, balsamico, gedroogde kruiden, munt en chocolade. Naarmate de wijn opent, duiken cederhout, tabak, sinaasappelschil, paddenstoel en zelfs een zweem van witte truffel op. Het is een uiterst verfijnde neus waarvoor je de tijd móét nemen. Wat volgt, is eenvoudigweg adembenemend mooi.
    Eenmaal in de mond verval je al snel in superlatieven. De tannine zijn stevig maar uiterst verfijnd van textuur. De zuren zijn levendig en dragen het rode fruit met veel zorg. De smaak evolueert van framboos en kers naar teer, zoethout, kruiden en een prachtige, hartige diepgang die uitmondt in een lange, gelaagde finale vol fraîcheur en minerale spanning. Cicala 2016 is een toonbeeld van klassieke Barolo-stijl. Hoewel het hart al vele sprongetjes maakt bij het proeven van deze schoonheid, toch dit: Gun deze wijn zijn tijd. Ja, hij is nu al bijzonder mooi en Barolo-liefhebbers zullen hem zeker weten te waarderen. De wijn is sappig, in bezit van heerlijke zuren, maar de tannine moeten nog wat plooien. Zodra dat gebeurt, besef je ten volle hoe heerlijk Nebbiolo kan zijn.
    Punten: 96/100
    Prijs: 190,00 € (Te koop bij Licata)

Il Borgo del Balsamico – de ziel van Modena op je lepel

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

We sluiten onze openflessendagvoorstelling af met iets bijzonders: geen wijnhuis, maar een eeuwenoude traditie in vloeibare vorm. Vanuit Botteghe di Albinea, vlak bij Modena, brengen de zussen Cristina en Silvia Crotti hun verfijnde Aceto Balsamico mee – een cultuur die al meer dan duizend jaar voortleeft in Emilia Romagna.

Bij Il Borgo del Balsamico begint alles met druivenmost van lokale rassen, langzaam ingekookt in open vaten. Wat daarna volgt, is pure alchemie: jarenlange rijping in een reeks houten vaten – kers, kastanje, jeneverbes, eik – elk met zijn eigen signatuur. De moedervaten, rijk aan generaties microflora, vormen het hart van het huis en geven elke balsamico een herkenbaar karakter. De tijd doet de rest: concentratie, diepte, lagen van geur en smaak die zich geduldig opbouwen tot een verrassend levendig geheel.

Tijdens de Openflessendag kan je een brede selectie ontdekken, van de zachte toegankelijkheid van de Il Tinello-lijn tot de meer mature, gelaagde balsamico’s van Il Borgo del Balsamico zelf:
Aged Balsamico Yellow label
Aged Balsamico Orange label
Il Tinello Balsamico Yellow label
Il Tinello Balsamico Orange label
Il Tinello Balsamico Red label

Ook de vinegars staan klaar om je te verrassen. Je proeft de vertrouwde klassiekers, maar dan in hun meest zuivere en smakelijke vorm:
Il Tinello White vinegar
Il Tinello Red vinegar
Il Tinello Apple vinegar

Een smaakreis door Modena, druppel per druppel. Eefje staat je graag met raad en daad bij tijdens deze bijzondere ontdekkingstocht.

Meer info kan je vinden op onze website: www.wijnkennis.be

Weingut Schmelzer – Burgenland in volle expressie 🇦🇹

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Vanuit Gols, vlak bij de Neusiedlersee, komt Georg Schmelzer als vanouds naar onze Openflessendag. Hij brengt niet alleen een reeks karaktervolle wijnen mee, maar ook de warmte en gastvrijheid van het Burgenland zelf. De familie Schmelzer staat bekend om haar evenwicht tussen traditie en moderniteit – wijnen doordrongen van puur fruit, finesse en die typische kruidigheid van hun terroir.

🍇 Te proeven wijnen:
🥂 Muskat Ottonel – droog en aromatisch, met verfijnde muskaattoetsen, rijpe kruiden en een frisse, lichtvoetige afdronk.
🥂 Sauvignon Blanc – levendig en expressief, met citrus, kruisbes en een minerale toets.
🌸 Rosé – gemaakt van Zweigelt en Cabernet Sauvignon; fris, fruitig en kruidig met aroma’s van framboos en rode bes, een zonnige, vlotte charmeur in het glas.
🍷 Blaufränkisch – soepel en fruitgedreven, met rijpe bessen en zachte kruidigheid.
🍷 Blaufränkisch Selection – krachtiger, met donkere vruchten, cacao en een vleug tabak.
🍷 Zweigelt – elegant rood met kers, braam en subtiele houttoets.
🍷 Zweigelt Barrique Reserve – rijp en intens, met diepte en verfijnde houtstructuur.
🍷 Gols Cuvée – een blend van Blaufränkisch, St. Laurent en Zweigelt; fluwelig en complex.
🍷 Barcaso – krachtige blend van Blaufränkisch, Zweigelt en Cabernet Sauvignon, met intens zwart fruit, verfijnde kruiden, zijdezachte tannine en een lange, harmonieuze finale.

Georg zal er persoonlijk bij zijn om zijn wijnen toe te lichten en verhalen te delen over zijn werk in de wijngaard en kelder. De Neusiedlersee zal nooit zo dichtbij geweest zijn!

Ontdek Burgenland door de wijnen van Weingut Schmelzer Horst + Georg op de Wijnkennis Openflessendag 2025.
Meer informatie over het domein en de wijnen vind je op onze website.

🌞 Casa Clara – Brengt de zon uit de Alentejo naar Olen

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Tussen de glooiende heuvels van Serpa, vlak bij Moura, vinden we Casa Clara. Dit domein, gelegen aan de oevers van de Guadiana, ademt rust en karakter. Hier zet de familie Roque do Vale al drie generaties lang haar stempel op de Alentejo – vandaag met Mariana Roque do Vale aan het roer, bijgestaan door wijnmaakster Alexandra Mendes, die al meer dan tien jaar de signatuur van het huis vormgeeft.

De kalkrijke, arme bodems en het warme, droge klimaat creëren wijnen met frisheid, diepte en een spanning die zeldzaam is in de Alentejo. Casa Clara is een verhaal van moed, familietrots en de zoektocht naar balans tussen kracht en finesse.

🍷 Te proeven op de Openflessendag:
🥂 Capela Branco, Rosé & Tinto – drie wijnen met een gemeenschappelijke signatuur: rijp fruit, zuiverheid en een verfrissend evenwicht dat het zonovergoten terroir weerspiegelt.
🥂 Monte da Capela Verdelho – levendig wit met citrus, wit fruit en fijne kruidigheid.
🥂 Monte da Capela Viosinho – subtiel aromatisch, met een zilte toets en lange afdronk.
🥂 Monte da Capela Branco Reserva – rijper en complexer, met textuur en diepte van houtlagering.
🍇 Monte da Capela Tinto Reserva – fluweelzacht rood met rijpe bessen, kruidigheid en gestructureerde tannine.
🍏 Herdade da Capela Branco Grande Reserva – rijke, gelaagde witte wijn met finesse en lengte.
🍇 Herdade da Capela Tinto Grande Reserva – de pure expressie van Alentejo-kracht en terroir, vol, geconcentreerd en harmonieus.

Of het nu Mariana of wijnmaakster Alexandra is die aanwezig zal zijn, één ding staat vast: ze brengen de zon van de Alentejo met zich mee. Met warmte, enthousiasme en trots laten ze je kennismaken met de wijnen van Casa Clara – elk glas een stukje van hun land, hun familie en hun verhaal.

Kom proeven, luisteren en genieten op de Wijnkennis Openflessendag 2025.

Meer info vind je op www.wijnkennis.be.

🌿 Coto de Gomariz – pioniers uit het hart van Ribeiro

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Coto de Gomariz is een naam die klinkt als erfgoed in Ribeiro (Galicia). In de vallei van de Avia-rivier, waar al sinds de 10de eeuw wijn wordt gemaakt, ligt deze “Golden Mile of Ribeiro” – de oudste wijnstreek van het Iberisch Schiereiland en een bron van uitzonderlijke terroirs.

Het domein werd in de jaren 70 heropgebouwd door Ricardo Carreiro Ameijeiras, die na zijn terugkeer uit Zuid-Amerika zijn droom waarmaakte: Ribeiro opnieuw laten schitteren als historische wijnregio. Zijn zoon Ricardo Carreiro (Junior) zette dat levenswerk verder en transformeerde Coto de Gomariz tot een van de meest vernieuwende wijnhuizen van Galicia. Oude familiewijngaarden werden gecombineerd met nieuwe aanplant, steeds met de focus op terroir, authenticiteit en maximale expressie.

Sinds 2004 werken ze volgens ecologische principes geïnspireerd door Fukuoka, met groot respect voor het natuurlijke evenwicht van de wijngaard. De naam van het domein verwijst vandaag naar hun bekendste wijn: The Flower and the Bee – een symbool van harmonie tussen natuur en mens.

Te proeven wijnen:
🥂 The Flower and the Bee Treixadura – biologisch geteeld en op de lie gerijpt: fris, levendig en mineraal met citrus, wit fruit en een subtiel zilt-bittere finale – een pure, karaktervolle wijn.
🥂 Gomariz White – blend van Treixadura, Godello, Loureira en Albariño: strak en mineraal, met citrus, witte bloesem en een vleugje gember; levendig en sappig, met die frisse spanning tussen sinaasappelzeste en limoen.
🥂 Gomariz X Albariño – Albariño van schistterrassen langs de Avia-rivier: helder, zilt en levendig met limoen, groene appel en abrikoos; fris-mineraal met een subtiel romig midden en een energieke finale.
🥂 Gomariz X Godello – Godello van de single vineyard O Taboleiro: intens en mineraal met kiwi, citruszeste en vuursteen; fris en gelaagd van smaak, met een lange, levendige afdronk.
🥂 Coto de Gomariz Finca o Figueiral – een meesterlijke wijn van Treixadura, Godello, Loureira, Torrontés, Lado en Albariño uit de single vineyard O Figueiral: rijk en complex met geel steenfruit, kweepeer, vijg en jasmijn; subtiele houttoets, perfecte balans tussen rijpheid, frisheid en mineraliteit – een wijn die simpelweg compleet aanvoelt.
🍇 Abadía de Gomariz – Sousón, Ferrol, Brancellao en Mencía, 12 maanden gerijpt op Frans eiken: donker kersenrood met aroma’s van rijpe kers, vanille en kruidigheid; levendige zuren en fijne tannine geven een harmonieuze, minerale rode wijn met verfijning en diepgang.

🎉 Wijnmaakster Inma Pazos en haar man Miguel Montoto zullen persoonlijk aanwezig zijn om deze wijnen te laten proeven en je mee te nemen in het verhaal van hun land, hun druiven en hun passie.

👉 Ontdek meer over dit huis op www.wijnkennis.be