De benevelde geest van de Nebbiolo

Sinds september ben ik toegetreden tot ‘Den Bloeyenden Wijngaerdt“, de Lierse Wijngilde. Eén keer per maand komen we samen omtrent een thema en proeven we een verscheidenheid ervan. Af en toe zal ik echter wel een keertje moeten verzaken hieraan…overvolle agenda’s weet u wel.

Nebbiolo was het laatste thema en graag citeer ik even de allereerste zin in Oz Clarke’s ‘Druiven & Wijnen’ over deze druif: “Ik heb het echt geprobeerd, maar jarenlang klikte het niet tussen Nebbiolo en mij. O, ik wilde hem maar al te graag proeven als ik de kans kreeg en het liefste in zijn Barolo gedaante”. Dit klopt als een bus want jarenlang kreeg ik kop noch staart aan deze nukkige druif. Maar plots, zonder enige tastbare reden, gaat het licht aan en kan ik begrijpen waarom zovele gedegen wijnliefhebbers ‘the hots’ hebben voor deze grote mijnheer uit Noord-Italië.

Zoals zovele Italiaanse druivenrassen is Nebbiolo een naam die maar moeilijk te vatten is. In zijn habitat, Piëmonte, komt er tijdens de rijpingsperiode van de druif (september, oktober) veel mist voor in het heuvelige landschap. Ook de druif is dan met mist omgeven. Algemeen aangenomen wordt dan ook dat de Nebbiolo zijn naam hieraan te danken heeft. Nebbia betekent immers ‘mist’.

Ik ging dus vol verwachting de degustatie tegemoet. Wie de grote drijfveer was achter dit thema was me al wel even duidelijk. Kaat, een collega blogster, kan haar liefde voor de Nebbiolo (en in het bijzonder de Barolo) zelden onder stoelen of banken steken. En laat zij nu net de ‘Tante Kaat’ van de Lierse Wijngilde zijn. Eén plus één is toch nog vaak twee ;-).

Bovendien was er ook nog een flesje uit mijn eigenste collectie de degustatie binnengeslopen. En dus was ik uiteraard benieuwd naar de reacties hierop… Niet dat ik al te veel vreesde maar het was geen Nebbiolo uit Piëmonte. Wel eentje uit het onvolprezen Valtellina (Lombardia) waar hij de mondvolle benaming Chiavennasca toegedeeld krijgt. De Nino Negri Sforzato di Valtellina ‘5 Stelle’ 2004 was de naam van de diennaar.

Hij stond er tussen een deskundig uitgebouwde selectie van 6 wijnen waarvan er maar eentje ‘uit den vreemden’ kwam. Het was er eentje uit Mexico en hij was wel degelijk het buitenbeentje. Verder was er een Gattinara, Langhe Nebbiolo, een Roero, en uiteraard een Barolo (Giovanni Manzoni – Gramolere bricat 2005).
We proefden ze koppel-gewijs en vanaf nummer 4 (Roero – Monchiero Carbone ‘Srü’) begon het pas echt interessant te worden. Kaat had een mooie opbouw van de wijnen verzorgd. Als vijfde kwam de Barolo en als laatste de Sforzato. Het moet gezegd dat de 2 laatsten er met kop en schouder boven uitstaken…

Sorry Kaat…de Barolo was net … 😉