Nog rappa 1 Grappa

Liefde voor het wijnvak impliceert dat men ook de druivenrestjes met zorg behandelt!! Vandaar ook dat er zovele Grappa liefhebbers bestaan. Doorgaans kennen we echter niet zo veel van grappa.  Hier volgt een aanvulling in een gigantisch gat in de wijncultuur.

The making off…

Binnen de 24 uren nadat de druiven geperst zijn en het edele vocht de weg naar wijn opgaat, wordt de druivenkoek ondergronds opgeslagen in houten vaten gedurende de periode september en oktober. Vanaf oktober tot mei kan men de restanten van de druiven laten gisten en hieruit alcohol distilleren. In ambachtelijke distilleerderijen wordt de wijndroesem het volgende oogstseizoen zelfs als brandstof gebruikt en de as vormt nadien een ideale meststof voor de wijnranken: een milieuvriendelijkere procedure is nauwelijks denkbaar, alles wordt letterlijk opgebruikt. Het distillaat dat overblijft, maar later ook weer verbruikt wordt, heet ‘grappa’. De naam komt overigens van ‘grappolo’ of druiventros.

The birth…

Bassano del Grappa is een stadje in de Italiaanse regio Veneto. De stad behoort tot de provincie Vicenza en ligt aan de voet van de Vicentijnse Vooralpen nabij de opening van het Valsugana.  Dwars door de stad stroomt de rivier de Brenta waarover de monumentale Ponte Vecchio is gebouwd. Archeologische vondsten op de rechteroever van de Brenta hebben uitgewezen dat het gebied rondom Bassano al vanaf de 10e eeuw voor Chr. bewoond wordt.

De oprichter van Italië’s meest traditionele distilleerderij “Nardini” kocht in april 1779 een herberg aan de oever van de Brenta rivier, langs de oostkant van de ingang van de Ponte Vecchio. Een zeer strategische locatie, omdat enerzijds de aanwezigheid van zuiver overvloedig water uit de Brenta rivier één van de belangrijkste elementen is in het distillatieproces van de Grappa en anderzijds is er de toegankelijkheid naar de regionale markt. De Brenta rivier was in die tijd immers de belangrijkste rivier om goederen met schuiten tot in Venetië te krijgen. Voor de productie van grappa maakten de boeren van Trentino en Veneto valleien lukraak een soort ‘pomace acquavite’, als een soort bijproduct van het wijnmakingsproces, na de persing van de druiven. Maar Nardini veranderde het productieproces radicaal, met de moderne Italiaanse distillatie van de grappa tot gevolg.

Traditional?…

Er zijn zeer veel druiven nodig om uiteindelijk weinig flessen te vullen. Traditioneel werd de grappa gemaakt van alle soorten druivenkoek en veelal van een mengeling van druivenmost. Om een goede grappa te maken heb je een uitstekende wijndroesem nodig. De wijndroesem is de druivenschil, met een gedeelte van de most of de wijn, met de druivenpit en eventueel ook de kale druiventros.

Vandaag maakt ook de selectie van de druiven deel uit van het productieproces. De pioniers van de grappa producenten bedachten de ‘cru monovitigno’ of de grappa van één enkele druivensoort. Meer en meer maakt men nu grappa in alle regio’s van Italië.
Momenteel vindt men op de markt zowel de oude, traditionele grappa als de huidige, meer modern gemaakte grappa. Het distilleren van de afval van de druiven is een traditie van honderden jaren oud. Ondanks de bijsmaak zijn de aroma’s en de textuur van de vloeistof vandaag veel fijner. Veel topproducenten geven aan het product grappa een extra meerwaarde door ze te bottelen in zeer visuele, moderne, traditionele of beschilderde flessen met speciale kurken met lintjes, kaarsvet, gouden kapjes, enz…

Poor man’s drink…

Net zoals whisky was grappa in de eerste plaats een drank voor arme mensen, de dagdagelijkse miserie moest vergeten worden aan de hand van Dionysos, de god van de roes. Oorspronkelijk maakte men vooral grappa in Noord-Italië, de stad Bassano in Veneto zou de bakermat van de grappa cultuur zijn. De toename van de vraag heeft tot een geweldige ‘grappa-boom’ geleid en het aantal merken en producenten over heel Italië valt niet meer te overzien. Er is voor elk wat wils: gaande van het harde, clandestiene, naamloze goedje dat men ‘via-via’ kan bemachtigen tijdens een rondreis ten velde (maar dat alleen lekker is omwille van de leuke herinneringen die eraan kleven), tot het exquise flesje dat op een werkelijk speciale gelegenheid wacht.

Protected!

De Europese unie heeft een Europese wet gestemd dat de ‘grappa’ alleen maar gemaakt wordt in Italië. Een vereniging van producenten onder de officiële koepel genaamd “Istituto Nazionale Grappa”, opgericht in 1996, heeft in haar eigen regelgeving de geografische productieregio’s vastgelegd en het alcoholgehalte, dat minstens 40% moet zijn. Omwille van de natuurlijke manier van verfijning in de grappa productie is de ‘grappa maker’ het equivalent van de wijnmaker. Hij of zij hebben verantwoordelijkheid over de totale productie, de geur, de smaak en de kwaliteit van de grappa.

Drinking 🙂

Iedere grappa moet traag en aandachtig en met gezond verstand geproefd worden, de geur gevolgd door de smaak spelen de belangrijkste rol, net zoals bij het proeven van de beste wijnen. Het “Istituto Nazionale” adviseert om de grappa te serveren in een klein tulpvormig glas en aan een koele temperatuur van rond de 9 à 13°C voor de jonge grappa’s en voor de meer belegen grappa’s ietsje onder de kamertemperatuur (17°C). Behalve als digestief, of in combinatie met koffie en chocolade, of verwerkt in gerechten, heeft dit geestrijk nat nog andere verdiensten. Bij een begin van verkoudheid doodt het immers de bacteriën in mond en keel.

The taste…

Allereerst de druivensoort en de kwaliteit van de most. Ook de houtsoort van het vat waarin de grappa gerust heeft (meestal 2 tot 4 jaar), bepaalt smaak en kleur. Een vat van kerselaar geeft een zoete smaak, een eiken vat geeft de grappa een scherpe en vinnige toets. Toch is er veel discussie over de noodzaak tot vatrijping. De algemene stelregel is dat men een jonge grappa frisser mag drinken en een oudere grappa op kamertemperatuur. Ook de hand en het inzicht van de maker zijn ontzettend belangrijk. Zo heeft het vakmanschap van verschillende producenten mythische proporties aangenomen. Eens de fles geopend wordt, ledigt u deze best binnen de drie maanden vermits de fruitige aroma’s met de tijd vervliegen.
Als alles goed zit is grappa een fijn digestief en de alomtegenwoordige appreciatie voor dit edele product is meer dan gerechtvaardigd.

How to…

  • grappa moet perfect helder zijn, normaal gezien kleurloos (vooropgesteld dat de grappa niet gerijpt werd op hout)
  • bij het proeven van gedistilleerde drank wordt de belangrijkste functie uitgeoefend door de neus, zowel tijdens het evalueren van de geur, als tijdens het beoordelen van de nasmaak, want tijdens het inslikken krijgen we een interne terugkeer van de geuren in de neus
  • Bij de reukanalyse wordt de intensiteit van de geur beoordeeld, de zuiverheid van de geur en zijn volmaaktheid. Men zegt dat een goede grappa een concert van aroma’s moet zijn
  • de smaak: het proeven van een gedistilleerde drank is veel moeilijker vergeleken met de evaluatie van wijn, hoe dan ook, we moeten het evenwicht evalueren want een grappa mag niet overmatig alcoholisch zijn, het aroma en de finesse zijn belangrijk en uiteindelijk evalueren we de persistentie van de grappa tijdens het degusteren

The myth

De mythe van de grappa vindt zijn antwoord in het verleden. Grappa heeft immers een geduldige tijd en kalmte nodig om zowel tijdens het distillatieproces als in de veroudering van de grappa tot een uitstekend product te komen. Iedere grappa druppel is de vrucht van kronkelende bochten doorheen de druiventrossen, met een lage verdamping en condensatie, verkregen door vaardige technieken van haarfijne scheidingen.

Vergeten druivenrassen: Alicante Bouschet

Een druif, dat is tenminste fruit met pit! Helaas komen vele wijnliefhebbers niet verder dan de grote en bekende spelers op de markt. Ik, persoonlijk, hou op tijd en stond van wat afwisseling in het glas. Ik neem dan ook elke gelegenheid te baat onbekende druivenrassen te proeven. Italië is in dat opzicht een paradijs. Wie kent er de Pignoletto, de Raboso, de Verduzzo, de Ruché, de Glera… Nochtans hebben als deze druiven een DOCG onderscheiding gekregen. De druif waar ik wel een boontje voor heb is de Alicante Bouschet.

De Alicante Bouschet is in vele opzichten een aparte druif. Vooreerst is er uiteraard de naam. Akkoord Bouschet verwijst dan wel naar Henri Bouschet die verantwoordelijk is voor het tot stand brengen van de druif. Maar het eerste gedeelte de Alicante is tot op heden een mysterieus gegeven. Zoals u weet verwijst Alicante naar de gelijknamige Spaanse stad en zou je kunnen veronderstellen dat de roots van deze druif dan ook aan de Costa Brava liggen. Niets is echter minder waar. Hoewel de druif in de regio, en op wel meerdere plaatsen in Spanje, vaak voorkomt onder de naam Garnacha Tintorera (ze is één van de belangrijkste druiven in de DO Almansa) is ze ontstaan in het zuiden van Frankrijk.
Er is echter nog een andere reden waarom de Alicante Bouschet een buitenbeentje is onder de druivenrassen. Het is namelijk een teinturier!
Een teinturier, wat is dat zal u zich waarschijnlijk afvragen. Wel een teinturier is de benaming voor blauwe druiven die gekleurd vruchtvlees hebben en dus ook gekleurd sap. Dit is eerder een uitzondering want de meeste blauwe druiven hebben allen wit sap.

alicante_boushet

De druif Alicante Bouschet is ontstaan door het kruisen van de Petit Bouschet (dewelke ontdekt werd door de vader van Henri Bouschet) en de Grenache Noir. Petit Bouschet is dan weer een kruising tussen de onbekende druiven Teinturie du Cher x Aramon.
De Alicante Bouschet verspreidde zich vanaf 1855 vooral in het zuiden van Frankrijk waar de wijnboeren na de phylloxera plaag op zoek gingen naar druiven die in de eerste plaats een hoge opbrengst gaven. De reeds genoemde Aramon werd hier in de eerste plaats voor gebruikt. Deze gaf echter fletse nietszeggende wijnen zodat men al vlug bij de Alicante Bouschet terechtkwam. Alhoewel hij nog steeds op vele plaatsen is toegestaan komt de druif vandaag de dag “officieel” zo goed als niet meer voor in Frankrijk. Achter de schermen vernemen we echter dat in het zuiden van Frankrijk nog vele wijnboeren gebruik maken van de Alicante Bouschet om de wijn ‘bij te kleuren’. De vermelding van de druif zal je echter niet tegen komen op het etiket.

Zelf ben ik de druif tegen het lijf gelopen door mijn liefde voor de Portugese wijnen. In de Alentejo wordt deze druif immers frequent verbouwd met krachtige, diep donkerrood gekleurde wijnen met een behoorlijke body en alcoholgehalte tot gevolg. Sedertdien verschijnt deze wijn ook regelmatig in mijn glas…
Buiten het zuiden van Frankrijk, Spanje en Portugal kan je de Alicante Bouschet ook tegenkomen op Corsica, Italië (Toscane, Calabria), California, Israël, Chili en Noord-Afrika.

Het is geen verrassing dat we de druif vooral op warme plaatsen tegenkomen. De Alicante Bouschet bezit een dikke schil zodat ze dus hitte nodig heeft om tot een volledige rijpheid te kunnen komen. Het is een vroegrijpende druif die een redelijk hoge opbrengst geeft. Om tot goede resultaten te komen moet je de druif zeker en vast intomen

Les 7 du Champagne

Zij die me een beetje kennen weten het al wel… Ik drink eens graag een glaasje Champagne of andere bubbels die op de kwaliteitsladder op dezelfde hoogte mogen geplaatst worden als Champagne. Het is ondertussen toch al wel een hele tijd bezig dat ik me goed voel met een glaasje bubbels als afsluiter van de avond. De exacte reden ken ik niet echt maar naar mijn vermoeden komt het doordat ik doorgaans zoveel rode en witte wijnen dien te proeven zodat ik wel eens naar iets anders verlang. En geef toe, het is verre van een slechte keuze 🙂

Doorgaans blijf ik ver weg van alle grote en commerciële Champagnehuizen. Iedereen kent de namen wel. Het is leuk ze een keertje te bezoeken als je met een groep ginds bent en het voor velen de eerste keer is in de Champagne. Deze huizen vallen terug op een gigantische massaproductie, kopen hun druiven waar ze ze ook maar kunnen krijgen en kwaliteit is hierbij zelden hun eerste zorg. De druiven zo goedkoop mogelijk indoen daarentegen…
Neen het liefste zoek ik naar huizen die anders zijn, een beetje tegendraads zelfs (een beetje zoals mezelf dus). Al jaar en dag heb ik Tarlant liggen in mijn kelder, De Sousa is er nog zo eentje.
Tijdens mijn recentelijke doortocht bezocht ik beiden huizen nog een keertje. Het waren echter niet de enigen waar ik enige tijd bij heb doorgebracht. Zoals steeds ga ik niet onmiddellijk af op de proevertjes die ik er voorgeschoteld krijg. Ik wens ze in alle kalmte rustig te herproeven en wel thuis. En dus maak ik een budget vrij voor staalflessen. Ik weet wat gedaan dus de komende dagen en weken!

In Champagne blijkt er van crisis nog helemaal geen sprake te zijn. Het was alweer een tijdje geleden dat ik er meer dan één dag was en het verbaasde me dat je op zaterdag praktisch nergens meer terecht kon. In een niet zo ver verleden kon je die dag van het ene huis na het andere huppelen. Uit nostalgische redenen tracht ik buiten de afspraken om toch steeds nog eens een stop als in de oude tijden te doen. Gewoon aanbellen en vragen of je een bezoek kan krijgen. Vaak krijg je dan de mooiste verhalen te horen en kan je genieten van de enorme gastvrijheid die vele Champagneboeren met zich meedragen. Niet echter zo bij Bereche & Fils uit Ludes. Bij onze stop op vrijdag kregen we een norse en korte ‘pas intéressé’ te horen. Du jamais vu qua!

Maar eigenlijk wil ik het een keertje hebben over de cépages die je kan vinden in een Champagne. Iedereen kent wel de drie klassieke druivensoorten veronderstel ik… Chardonnay, Pinot Noir en Pinot Meunier. Waarbij er jaren werd neergekeken op de Pinot Meunier. Opmerkelijk is dat dit zogenaamde zwakkere broertje aan een ware revival bezig is. Steeds meer komen er Champagnes op de markt die enkel maar gemaakt zijn van deze Pinot Meunier, die een lange kelderrijping hebben gekregen, zelfs een gedeelte houtlagering. Opmerkelijk ook dat deze Champagnes die lang door velen gemeden worden nu ook een enorme appreciatie beginnen te krijgen bij het publiek. Niet ten onrechte immers want er is nergens zo’n mooi fruit te vinden als bij een Champagne van Pinot Meunier.

Klassiek gezien echter krijg je bij een Champagne een blend (mix) van de drie klassieke druivensoorten. Elk huis zoekt naar zijn eigen goût-maison. Vaak komen er wel tot 150 deelelementen bij zien om tot het uit uiteindelijke eindproduct te komen. Zo is er de samenstelling van de basiswijn uit de drie verschillende druivenrassen. Druiven die wel vanuit een 10-tal verscheidene percelen kunnen komen (dit noemen we de horizontale assemblage). Hier bovenop komt er nog eens een verticale assemblage, soms wel van 5 verschillende jaren. Als basis wordt er steeds vertrokken van het huidige oogstjaar, waarbij er dan vin de réserve uit vroegere jaren wordt toegevoegd.

Nu wat enkel voor ‘nerds’ zoals mezelf gekend is, is dat er buiten de 3 klassieke druiven waar we het steeds over hebben er nog andere rassen toegelaten zijn in Champagne. Maar liefst vier witte druivenrassen kunnen gebruikt worden in jou geliefde Champagne. Deze rassen werden van oudsher gebruikt maar waren volledig uit het beeld verdwenen. Ik heb het hier over de Pinot Blanc, Petit Meslier, Arbanne en de Fromenteau (ofwel de lokale benaming voor de Pinot Gris). Deze druiven staan als minder kwalitatief bekend en kwamen vaak voor in de allergoedkoopste Champagnes vanuit de Aube. Je kon er prat opgaan als je een ‘blanc des blancs’ uit de Aube had die je voor een appel en een ei kon kopen je er nergens een technische fiche van kon vinden. Denkende dat je een unieke Champagne had van enkel en alleen de Chardonnay kwam je in de realiteit vaak bedrogen uit.
Nu is er in de Champagne naast het stijgende gebruik van de Pinot Meunier een tweede opmerkelijk feit bezig. We merken dat er meer en meer een aanplant is van deze vier druiven en dat deze terug in herbruik komen. Het blijft zelfs niet bij gewone experimentjes. Integendeel, er worden hoogwaardige producten mee gemaakt.
Wel dient gezegd te worden dat de basis van deze Champagne toch nog steeds hoofdzakelijk gedragen wordt door de klassieke rassen en dat er slecht klein-percentsgewijs wordt aangevuld met de rariteiten.

Juich ik dit toe? Hell Yeah…Want ik heb niet liever dan een gedreven experimenterende, ietwat tegendraadse wijnbouwer 😉

Wijnhandel vs Supermarkt

Op de vooravond van het grote, almachtige Megavino word ik met de neus op de feiten gedrukt! Ik ben de Vlaamse wijnbloggersdeadline totaal vergeten. Opdracht was een schrijfsel Wijnhandel vs. Supermarkt. Net nu het loopjongetje van de Belgische supermarkten zijn Megavino presenteert. Zijn kont draaiende naar de wijnhandelaars en hen  smekend vraagt om toch maar te willen deelnemen aan deze grootste jaarlijkse Belgische orgie der wijnen.

Je merkt al onmiddellijk aan mijn toon dat ik vrij sceptisch sta tegenover dit onderwerp. Ik ga me dan ook beperken tot één enkel verhaaltje dat me ter oren is gekomen over de werkwijze van de supermarkten.

Het doel van de supermarkten is de wijn zo goedkoop mogelijk te kunnen presenteren. Niets mis mee natuurlijk want wie gaat er nu niet op zoek een uitstekende prijs/kwaliteit wijn. De werkwijze van de supermarkten om dit te kunnen bereiken stoot me echter wel tegen de borst. Vooreerst wordt er contact gezocht met een wijnboer die zijn investeringen en zijn opbrengst van het jaar zo vlug als mogelijk verzilverd wenst te zien. Contacten worden gelegd en er wordt een deal gemaakt om gedurende twee of drie jaar exclusief samen te werken tussen de betreffende supermarkt en de wijnboer. Er wordt afgedongen op de prijs en omdat de wijnboer gedurende een 3-tal jaren al op voorhand verzekerd is van zijn centen kan er een lagere prijs worden afgesproken.
Deze wijnboer gaat voor de korte termijn winst en verbrandt zich hierdoor volledig bij de overige afzet van de wijnwereld.
Omdat hij zijn omzet verzekerd ziet gedurende enkele jaren is zijn motivatie om een steeds maar betere wijn te maken in de kiem gesmoord. Waarom zou hij, meer investeren of harder werken terwijl hij al heeft moeten beknibbelen op de prijs. Bovendien is zijn oogst toch al verzekerd voor verkoop.
Nadat het eerste contract met de wijnboer afloopt, slaat de supermarkt haar slag! Er moet opnieuw onderhandeld worden en de supermarkt wil zeer graag verder werken met de betreffende wijnboer. We zijn tevreden mijnheer, maar… de prijs! Daar moeten we iets aan gaan doen. En er wordt een drastische inkrimping op de huidige afgesproken prijs voorgesteld. Uiteraard wenst onze wijnboer deze deal niet te aanvaarden, maar omwille van zijn korte termijn politiek kan hij nergens meer terecht. Elke gedegen wijnhandel houdt zijn handen af van zulke ‘besmette’ wijnboeren. De kwaliteit werd in vele gevallen niet bestendigd en er rest onze arme wijnboer geen andere optie toch opnieuw in zee te gaan met de supermarkt. Deze heeft een schandalig lage prijs bedongen, de wijnboer krijgt geen loon naar werken meer en zijn motivatie om kwaliteitsvolle wijn op de markt te brengen en te investeren daalt tot op het vriespunt…
Einde verhaal, met slechts één lachende partij…

Andere redenen waarom je geen angst zou mogen hebben de wijnhandel binnen te stappen om je wijn aan te kopen:

  • Klantvriendelijkheid
  • Gedegen advies op maat
  • Persoonlijke opbouw waarbij jou smaak centraal staat
  • Flessen die geen tijden rechtop staan in schabben waarbij ze bloot gesteld staan aan een overvloed van licht, lawaai en trillingen
  • Vervanging van uw gekurkte flessen
  • De aangeboden wijnen zijn streng geselecteerde en uitstekende prijs/kwaliteit wijnen
  • Geen eenheidsworst waarbij de smaak van wijn x parallel is aan deze van wijn y
  • De wijn heeft er een ziel

Probeer het eens, de drempel is heus niet zo groot!

Tot besluit nog een Mega-Supermarkt-Vino uitsmijter: Wanneer staat er eens iemand op om de wijnhandel te vertegenwoordigen en deze beurs op te richten voor de werkelijk professionelen. In dat geval zal ik de eerste deelnemer zijn…
Waarom neem je hieraan nog deel vraag ik me trouwens af?

Seven Springs Sauvignon Blanc 2010

Noem het intuïtie maar ik had een goed gevoel toen ik onlangs een mail ontving van Tim Pearson. Het is niet de eerste en zal zeker niet de laatste zijn waarvan je een mail ontvangt met de vraag of je interesse hebt in zijn wijnen. Maar dit was anders! Dit was geen ‘uitgebluste’ mail met de vraag of er een samenwerking mogelijk is en waarvan je op voorhand al een beetje kan inschatten dat de stalen die je opvraagt het ‘etiket’ wijn amper verdienen. Neen, deze boodschap droop van de passie, van de trots… Nu maken gepassioneerde mensen niet altijd de beste wijnen, maar het helpt alvast enorm!

Tim who??? zal je waarschijnlijk denken bij het lezen van de naam. Wel, Tim Pearson is een ‘jonge’ wijnmaker die naar aanleiding van zijn 25e huwelijksverjaardag bij wijze van geschenk zichzelf een wijngaard aankocht in het Zuid-Afrikaanse Hermanus. Het was hier dat hij zijn Hemel op Aarde vond. Seven Springs doopte hij zijn wijndomein, genaamd naar de natuurlijke bronnen die ginds aanwezig zijn. Hoewel hij initieel op zoek was naar een plaatsje in Stellenbosch was het na een bezoek aan de Hamilton Russell Vineyard en Bouchard Finlayson dat zijn besluit gemaakt was. Hier in de Hemel op Aarde Vallei in Hermanus lag zijn toekomst.
Ongelijk kan je hem niet geven want hoewel Hermanus bij het brede publiek nog steeds bekend is voor het spotten van walvissen is het voor ingewijden al langer duidelijk dat de toekomst voor de wijnbouw in Zuid-Afrika wel eens hier zou kunnen liggen. De verkoeling die de Oceaan met zich meebrengt is van cruciaal belang in het gebied. Het brengt de wijnen de nodige frisheid in de almaar hoger oplopende alcohol-busters van ginds. Geen nood om water bij de wijn te doen bij de wijnen uit Hermanus ;-).

De Sauvignon Blanc 2010 is de eerste wijn waarmee het domein op markt komt. Bovendien ben ik, volgens de woorden van Tim de ‘first Belgium guy to taste his wine’. Later zal er ook nog een Chardonnay, Shiraz en Pinot Noir volgen. Ik ben alvast benieuwd om ook deze wijnen te kunnen proeven!
De wijn is een mengeling van frisse, groene toetsen met exotisch fruit. Van groene appel, over witte perzik en via passievrucht naar limoen. Vooral fruitige accenten dus, maar boven al lekker, aangenaam en niet vermoeiend. Het eerst glas is leeg vooraleer je er erg in hebt! Verborgen in de achtergrond is er de witte peperkruidigheid. Deze is duidelijker herkenbaar in de afdronk dan bij het aroma. Tevens is deze wijn in het bezit van de nodige mineraliteit, niet té…net zoals het hoort.

Zonder enige twijfel mijn complimenten aan de wijnmaker! Ik ben er alvast van overtuigd dat het niet lang zal duren vooraleer ook deze wijn te vinden zal zijn op de Belgische markt. Het design van het label is trouwens mooi in zijn eenvoud. Het is een fles die schoonheid uitstraalt waarvan je enkel maar kan hopen deze ook in het glas aan te treffen.
Tim heeft me 2 flessen toegezonden. Deze tweede zet ik lekker weg om samen met één of meerdere wijn-vrienden te proeven.

So Tim to end with your words: ‘Passionate about wine, I have long dreamt about owning my own vineyard’! You have succeeded the first step…Now it’s up to you to continue the good work! Never give up your passion…
Your Sauvignon is excellent, it makes me curious about your other wines 🙂

A blindfolded taste…Mind foolness?

Een vraagje aan al de wijnkenners, wine geeks en dorstige fanaten van het geperste en vergistte druivensap: Hoe ga je op ontdekkingstocht doorheen een met vrienden georganiseerd proeverijtje? Laat je de flessen ‘an sich’ passeren of doe je er een papiertje, folie of een echt wijnsokje over?
De Vlaamse Wijnbloggers buigen zich over de zin, of onzin, van het blind proeven. Mijn mening is in ieder geval zeer duidelijk. Als het over het proeven van nieuwe wijnen gaat ben ik alvast een fervent naturist… Less is more. Ja zeker!

En dan heb ik het niet eenvoudig over het inpakken van de fles. Neen het liefste van al weet ik totaal niets van hetgene in mijn glas gaat belanden. Als het even kan wens ik zelfs de vorm van de fles niet te kennen, wil ik zelfs niet kunnen spieken of de fles werd afgesloten met een kurk of een schroefdop. Ik wil die wijn in zijn nakie in mijn glas!
Waarom zal je je misschien afvragen? Heel eenvoudig:

  1. Ik ben een wijngek, en bovendien nog eens gek van wijn
  2. Ik wil wijn leren begrijpen en leef me daarom graag vrij fanatiek uit in mijn hobby
  3. Ik wil elke wijn met gelijkheid behandelen en elke wijn de aandacht geven die hij verdient
  4. Elke mens heeft hoe dan ook vooroordelen, zo ook elke wijnliefhebber over bepaalde regio’s/rassen/jaren…
  5. Mind training…Mind training…Mind training… Mind training

Elke doorgedreven wijnliefhebber is een macho of machista! Daarom niet pronkerig. Maar het eert je als je in je wijnclub een wijn blind kan ontleden, de samenstelling van de wijn kan achterhalen. ‘Volgens mij is dit een wijn die een gedeeltelijke houtlagering heeft ondergaan die gemaakt werd van de klassieke Bordeaux druiven, aangevuld met Syrah. Aan de zuurtjes te proeven moet deze uit Italië komen en zal het een 2007 zijn.’ Geef toe… je geniet er op dat moment van het bij het rechte eind te hebben!

Let wel, de keren dat je dit zo doorgedreven en correct kan doen zijn zeldzaam. Je hebt dan ook wel het recht om er van te genieten.
Omgekeerd echter komt het véél vaker voor. Dat je de bal volledig misslaat!
En dat, dat zijn de momenten waar je aan doorgedreven mind training moet doen. Dan kan je de beste lessen trekken… dan moet je jezelf afvragen waarom je een verkeerde analyse maakte en welke details belangrijk zijn om dit een volgende keer te mijden.

Uiteraard kan je ver gaan, zeer ver zelfs… Want is het niet zo dat je ook voor een groot gedeelte met je ogen proeft! Wil je echt tot het uiterste gaan, dan kan je zelf geblinddoekt proeven, of uit van de speciale zwarte proefglazen. Die zijn vooral handig om als beginnende wijnliefhebber een rode van een witte of een rosé wijn te onderscheiden. Niet altijd een gemakkelijke opgave zo blijkt.
Probeer het maar eens een keertje onder vrienden. Of net zo leuk is hen een normaal glas voor te zetten en een zwart proefglas met identiek dezelfde wijn en laat hen beide wijnen ontleden. Niet zelden zal je een andere beschrijving van de wijnen te horen krijgen.

Dus ja, ik hou wel van het blind proeven. En toch zijn er uitzonderingen!

  1. Als men mijn mening vraagt omtrent een bepaalde wijn, zal ik die mening ook trachten te geven in de categorie waarin deze wijn thuishoort. In dat geval wil ik wel graag alle details weten. Evenzo als je een wijn moet recenseren of er een stuk omtrent moet schrijven. Je uitgangspunt is dan volledig anders. Je hoort zowel positief als negatief kritisch te zijn en elk detail, ook visueel kan je uiteindelijke standpunt beïnvloeden. Wat in dat geval ook hoort!
  2. En het meest belangrijke misschien. Hoe gek ik ook ben van wijn, wijn is nog steeds synoniem voor gezelligheid en plezier. Genieten moet je dus van dat glas, of 2e, of 3e, … Los van alle poespas die wij wijngekken er rond vertellen 😉

Wil je weten wat mijn collega’s Vlaamse Wijnbloggers hierover schreven. Je kan de verwijzing naar hun blog eenvoudig vinden op deze site.

Gelukkig – Goed – Gek: De nieuwe DOC’G’ toekenningen

Hoewel het in het leven roepen van het nieuwe Italiaanse kwalificatiesysteem in 1980 vooral een goed initiatief was heb ik zo mijn bedenkingen bij de jaarlijkse Oscar uitreikingen die men houdt naar aanleiding van Vin Italy. Maar liefst 10 appellaties kregen hun promotieticket naar de allerhoogste divisie. Officieel staat de teller ondertussen op 59 DOCG’s. Mijn inziens moeten dat er zelfs 61 zijn als je de Moscato d’Asti en de Asti Spumente uit elkaar haalt en nog een keertje hetzelfde doet voor de Amarone della Valpolicella en de Recioto della Valpolicella.
Waar gaan we naartoe kan je je terecht afvragen. Nog enkele jaren en je bent een uitzondering als je nog een DOC bent ;-).

Welke nieuwelingen zijn tot het sterrendom toegetreden? En meer belangrijk… Ken je deze absolute vedetten?

  1. DOCG Aglianico del Taburno (Campania)
    Een vierde onderscheiding uit de provincie van Napels en omgeving. Dat men ginds al een tijdje goed bezig was is een kleine understatement. Naast de twee witte iconen Greco di Tufo en Fiano di Avellino heeft de Taurasi een broertje gekregen. Een terechte bekroning voor één van Italië’s grootste rode druiven; de Aglianico? De Aglianico del Taburno moet zoals de naam het zegt gemaakt worden van de Aglianico druif. Al mag men voor 15% liegen… euh ik bedoel afwijken hiervan. De wijngaarden staan in de omgeving van Benevento. Je kan er ook een riserva en een rosato van vinden. Het kreeg de DOC status in 1986. De wijn moet een alcoholpercentage bevatten van minimaal 12% (13 voor de riserva) en de maximumopbrengst per hectare bedraagt 70 hl/ha (65 voor de rosato).
  2. DOCG Offida (Marche)
    De vijfde DOCG reeds uit de Marche. Naast twee Verdicchio’s (di Matelica en Castelli di Jesi, beiden in Classico), de terechte Conero en de onbekende Vernaccia di Serrapetrone. Marche is meestal vrij onbekend, maar er is wel degelijk heel wat aan kwaliteit te vinden. Het is de bekroning van vooral de Pecorino druif.Offida vinden we in de omgeving van Ascoli en Piceno. We kunnen deze wijn in een verscheidenheid terugvinden op de markt: Offida Pecorino, Offida Passerina, Offida Passerina Passito, Offida Passerina Spumante, Offida Passerina Vin Santo en Offida Rosso. Of al deze types de DOCG status hebben verkregen is nog even koffiedik kijken. De vroegere DOC Offida werd omgedoopt tot DOC Terre di Offida.
    De witte wijnen Pecorino en Passerina moeten voor minstens 85% bestaan uit de genoemde druif. De Rosso moet voor minstens de helft gemaakt zijn van de Montepulciano en moet voor minstens 30% aangevuld worden met Cabernet Sauvignon. De overige 20% moet komen van de rode druivensoorten die in de omgeving toegelaten zijn.
  3. DOCG Piave Malanotte of Malanotte del Piave (Veneto)
    Nergens is het in DOCG-land meer crazy dan in Veneto, thuishaven van Verona…daar waar jaarlijks Vin Italy plaats heeft. Deze Piave Malanotte is niet de enige die tot DOCG werd gebombardeerd. Neen nog twee anderen volgen in het zog (DOCG Lison en DOCG Colli Euganei Fior d’Arancio). Hiermee kan je aanschouwen dat Veneto qua DOCG’s belangrijker wordt dan Toscane (10 – eigenlijk 11 voor Veneto en 8 voor toscane) – Hallllllooooo????? De Piave Malanotte is een afscheuring van de DOC Piave en geldt voor de rode Raboso druif (ooit al geproefd?). De stokken vinden we terug in de omgeving van Treviso. Twee verschillende type van Raboso druiven kunnen aanwezig zijn in de wijn: minstens 70% Raboso Piave, aangevuld met maximum 30% Raboso Veronese. Van deze laatste variëteit kan trouwens 5% vervangen worden door een andere, in de omgeving toegelaten rode druif. Het alcoholpercentage moet minstens 12,5% bevatten en de opbrengst per hectare moet beperkt zijn tot… kuch kuch… 120 hl/ha.
  4. DOCG Lison (Veneto)
    De DOCG Lison is een afscheuring van de DOC Lison-Pramaggiore. Het productiegebied loopt over Veneto tot aan Treviso en Pordenone. De DOCG is enkel van toepassing op witte wijnen en geldt tevens voor de Lison Classico. De wijn moet voor minstens 85% bestaan uit de Friulano (Tocai). Het alcoholpercentage moet minstens 12% bevatten en voor de Classico moet dit 12,5% zijn. Het maximum rendement bedraagt 110hl/ha.
    Opmerkelijk is dat men in het DOCG decreet heeft opgenomen dat flessen tot 3 liter moeten afgesloten worden met kurk, terwijl de flessen van 375 cl ook met schroefdop mogen worden afgesloten.
  5. DOCG Colli Euganei Fior d’Arancio (Veneto)
    Afscheuring van DOC de Colli Euganei. De DOCG geldt voor witte wijnen die voor 95% moeten bestaan van de Moscato Giallo druif. We kunnen ze vinden in de gewone versie, een Passito of een Spumante. De wijngaarden staan in de omgeving van Padova. Het alcoholpercentage moet minstens 10,5% bedragen (15,5% voor de Passito) en het rendement mag de 120 hl/ha niet overschrijden.
  6. DOCG Erbaluce di Caluso (Piemonte)
    Piëmonte raast als een bezetene verder door het DOCG landschap. Liefst 4 nieuwelingen mag deze Noord-Italiaanse trots verwelkomen. Naast de Erbaluce di Caluso zijn dit: Ruché di Castagnole Monferrato, Alta Langa en Dolcetto Diano d’Alba. Gaan er straks nog ‘gewone’ wijntjes bestaan in Piëmonte of zijn het allemaal wijnen van een buitenaards niveau :-).De witte Erbaluce druif wordt met de DOCG Erbaluce di Caluso extra in de verf gezet. Een bekroning voor één van de oudste Piëmontese druivenrassen? Concurrentie dus voor de Cortese en de Arneis die al langer tot het sterrendom werden verheven. We vinden deze wijn naast de gewone stijl ook in Passito (en Passito Riserva) ook in Spumante. En dit is nog eens een keertje duidelijke taal! De wijn mag enkel en alleen gemaakt zijn van de Erbaluce… Basta! De stokken staan in Torino, Vercelli en Biella.
    De Passitowijnen moeten een alcohol gehalte van minstens 17% hebben en mogen pas 36 maand vanaf 1 november na de oogst op de markt komen. Voor de Riserva is dit na 48 maand.
    De andere wijnen moeten een alcohol percentage van min. 11% en 11,5% (Spumante) bevatten.
    Het maximum rendement werd vastgesteld op 110 hl/ha.
  7. DOCG Ruché di Castagnole Monferrato (Piemonte)
    Naast de witte Erbaluce werd ook de blauwe Ruché druif bekroond. Ruché hoor ik u zeggen… nog nooit van gehoord. Wel laat me je alvast geruststellen ‘je zal niet de enige zijn’. De afkomst van de druif is nog niet echt vastgelegd. Er bestaan momenteel twee theorieën waarvan de eerste zegt dat hij gewoon een inheemse druif uit Piëmonte is en een tweede die stelt dat de druif zijn oorsprong kent in de Franse Bourgogne en vandaar in de 18e eeuw zijn weg heeft gevonden naar Noord-Italië.
    Bon, als de wijn ook effectief lekker is zullen we de volgende jaren vast meer te weten komen van deze druif.De DOCG Ruché di Castagnole Monferrato is dus een rode wijn die voor 90% uit de Ruché moet bestaan en aangevuld mag worden met de Barbera en/of Brachetto. De wijngaarden vinden we in de omgeving van Asti. Het alcoholgehalte moet minstens 12,50 % zijn en het rendement maximum 90 hl/ha.
  8. DOCG Alta Langa
    Met de Alta Langa zet de traditie van de laatste jaren zich verder. Namelijk het feit dat de Italiaanse bubbels aan een opmars bezig zijn. Alta Langa is een appellatie die enkel is weggelegd voor bubbels van Chardonnay en Pinot Nero. Beide druiven moeten 90 tot 100% uitmaken van de wijn. De wijnstokken staan in de omgeving van Cuneo, Asti en Allesandria. Opmerkelijk is dat uit de DOCG de bianco is weggevallen en dat deze enkel geldt voor de rosso en de rosato. Zowel van de rosso als van de rosato bestaat er een Riserva. Deze riserva moet minstens 36 maand lageren, terwijl dit voor de gewone slechts 30 maand is. 11,5 % qua alcohol en 110 hl/ha qua rendement.
  9. DOCG Dolcetto Diano d’Alba
    Met de benoeming van de Dolcetto Diano d’Alba neemt de Dolcetto opnieuw de bovenhand op de Barbera. Naast de Dogliani Superiore en de Ovada Superiore is dit immers de 3e benoeming voor een druif die als de mindere van de Barbera staat omschreven. De Diano d’Alba DOCG geldt zowel voor de rosso als voor de superiore. Enkel Dolcetto komt in aanmerking en het rendement moet beperkt worden tot 80 hl/ha. Alcohol is minstens 12% voor de rosso en 12,5% voor de superiore.
    Volgend jaar nog een Barbera’ke erbij? 😉
  10. DOCG Primitivo di Manduria Dolce Naturale (Puglia)
    Hip hip hip hoera!!! Het zuiderse Puglia is er uiteindelijk in geslaagd zijn ‘nul’ op het DOCG laddertje van zich af te gooien. 100% Primitivo zelfs! De stokken staan in Taranto en Brindisi. De wijn moet minstens 16% alcohol bevatten. Opmerkelijk is dat van al de nieuw benoemde DOCG net het hier in Puglia is dat de kleinste rendementsbeperking werd opgelegd; nl. 70 hl/ha. Opmerkelijk omdat we in het bulkwijnland bij uitstek van Italië zitten waar opbrengsten tot wel 400 hl/ha (jawel u leest het goed) toegelaten zijn.

Nog even meegeven dat er nog 2 anderen in de wachtkamer zitten ter promotie. Tot op heden is de benoeming nog niet officieel. Het betreft Montepulciano d’Abruzzo Casauria uit Abruzzo en Prosecco di Prosecco uit Friuli. Deze laatste zou trouwens gewoonweg een compensatiebenoeming zijn zodat ook de Prosecco uit Friuli naast deze uit Veneto kan gezet worden. Foei toch… of niet?

Samengevat kunnen er alweer een aantal druiven toegevoegd worden aan het ondertussen mega-DOCG -lijstje.
Volgt u nog: Albana – Aglianico – Aleatico – Arneis – Barbera – Brachetto – Cesanese – Chardonnay – Cortese – Corvina – Dolcetto – Erbaluce – Fiano – Friulano – Garganega – Glera – Greco – Montepulciano – Moscato – Nebbiolo – Nero d’Avola – Passerina – Pecorino – Picolit – Pinot Nero – Primitivo – Raboso – Ruché – Sagrantino – Sangiovese – Verdicchio – Verduzzo – Vermentino – Vernaccia

Geen nood er zijn nog honderden andere druiven die kunnen volgen!

The wine movement…Hink-Stap-Sprong

Onlangs kreeg ik op mijn blog een aangrijpende reactie van een oude Nederlandse wijnliefhebber die vandaag de dag zijn gading niet langer meer kan vinden in het huidige wijnaanbod. De wijnen zijn niet meer als vroeger was zijn betoog, de smaak van de wijn is danig veranderd. Uiteraard is dit zonde voor deze vroegere liefhebber van een goed glas Beaujolais. Reden genoeg om er een onderwerp aan te wijten.

De eerste bedenking die ik me maak is deze: Is het inderdaad zonde dat ook de wijnwereld onderhevig is aan dermate grote veranderingen? Of moeten we net deze vooruitgang toejuichen… Ik weet in ieder geval dat ik steeds blij ben met een stuk wetenschappelijke inbreng in het wijnmaken. Ik hou er bv. van de nieuwe wineries te aanschouwen die zo modern zijn opgebouwd dat er een groot gedeelte aan het overpompen van wijn, kan vermeden worden.
Van de andere kant vind ik het zonde dat er vele wijnen niet langer, zoals vroeger, ongefilterd op de markt komt. Wat ze je ook mogen vertellen over de laatste nieuwe filtermethodes, er verdwijnt toch steeds een stukje pure smaak door deze handeling. Non collé, ni filtré…ja daar houd ik wel van.

Toch kunnen we er niet aan voorbij dat, spijtig genoeg, ook wijn een economisch product is waarvan de wijnboeren moeten leven. Hun commercieel uithangbord bij wijze van spreken. Dank zij de technologische vooruitgang, dank zij de grotere knowhow, dank zij de huidige laboratoria hoeven ze minder en minder met de poepers te zitten dat een mislukte oogst hen geen opbrengsten zal geven dat jaar. Hoewel: we kunnen de natuur meer en meer volgen en begrijpen, maar toch zullen we nog steeds van zijn grillen afhankelijk zijn. Geen enkel technologisch hoogstandje zal daartegen bestemd zijn.

Vooruitgang is dus essentieel… ook op het gebied van het maken van wijn!

En dat er de laatste decennia heel wat gewijzigd is, daar mag je donder op zeggen! Ik tracht even een lijstje te maken van wat er voor gezorgd heeft dat er zoveel verandering is gekomen in hetgeen vandaag de dag in ons glas belandt.

  1. Een enorme kwaliteitstoename dank zij de verbeterde technische processen en installaties
    Denk maar aan de temperatuur gecontroleerde vergistingstanks, de inbreng van de absolute hygiëne, de grote rol van de laboratoria, de steeds stijgende kennis over wijnbouw die ervoor zorgt dat men de druiven naar een optimale rijpheid kan brengen, de belangrijkheid van de oenologen en winemakers, de hoge standaardnormen van de huidige opleidingsvormen, de bereidheid van jonge wijnmakers de wereld rond te trekken en ogen en oren open te doen,…
  2. Comptetitie van nieuwe wijnlanden
    De ‘oude wereld’  heeft het ondertussen wel begrepen dat er steeds meer Nieuwe Wereldlanden met drang  aan de grote poort staan te kloppen. Het is zelfs een angstwekkend gegeven waarvan we vandaag de dag niet zullen weten waar dit gaat ophouden. Landen die tot nul komma nul traditie hebben in het verbouwen van druiven starten met wijnbouw en bereiken onze markt. De concurrentie verscherpt, de traditionele wijnwereld moet mee… Italië had het als één van de eerste begrepen door de wijziging in hun kwaliteitssysteem in 1980. Frankrijk, of althans sommige wijnstreken uit Frankrijk begrijpen dat ze niet langer onbetwiste marktleider zijn. Ook zij volgen, willens nillens.
  3. Distributie van de wijnen
    Vandaag de dag kan je even waar wijn verkrijgen. Enkel en alleen al in België zijn de supermarkten met hun gigantische wijnaanbouw de absolute marktleider. Het traditionele bierland België heeft echter met hun vele bierstekers tevens een aanzienlijk distributiekanaal. Beiden bovengenoemde zijn vooral de verkoopkanalen in het goedkopere segment. Eveneens in België is er een ware booming betreffende de gespecialiseerde wijnhandels. Op elke hoek van de straat is er bij wijze van spreken wel eentje te vinden.
    Dit maakt dat het aanbod bijzonder groot is en dat ook hier wijnen van waar dan ook aangeboden worden en dus ontdekt kunnen worden.
  4. Wijzigingen in het ‘drinkgedrag’ van de consumenten
    Dit is volgens mij één van de grote hoofdzaken van de wijzigingen in de huidige wijnwereld. De consument drinkt anders… We zijn meer wijnproevers geworden die meer en meer open staan voor andere smaken en die niet langer vasthouden aan het traditionele. Wijn is tevens een onderdeel geworden van onze lifestyle, het is niet langer meer weggelegd voor de happy few! Ook jonge mensen genieten in de loungebar van een glaasje wijn in plaats van het traditionele pintje bier.
    Tevens is er nog een andere belangrijke wijziging in de houding van de consument merkbaar. Steeds minder mensen bouwen een wijnkelder op waar de flesjes liggen te rijpen om binnen x aantal jaar gedronken te worden. Wijn is er voor onmiddellijke consumptie. Wat we vandaag kopen wordt als het ware morgen reeds gedronken, en het liefste van al nog vanavond 😉
    We mogen absoluut ook niet vergeten dat wijn ondertussen een standaard is geworden in onze huidige gastronomie. Wining & dining is absolutely hot!
  5. De grote rol van de media en de wijn criticasters
    De media speelt uiteraard ook een zeer grote rol in het vernieuwde wijnlandschap. Grote namen als Robert Parker, Jancis Robinson en andere hebben een zeer bepalende rol gespeeld in de huidige wijnindustrie. Vele consumenten staren zich vervolgens blind aan de hoge score wijnen. Zodanig zelfs dat de vraag er naar een hoge vlucht neemt.
    Je kan ook geen enkele krant meer openslaan of er is wel een wekelijkse wijnrubriek te vinden. Ieder magazine heeft wel zijn wijnhoekje. Heden ten dage zien we in België het belang van de wijnboeken of wijnkronieken. Frank Van Der Auwera’s wijnkoopgids van de beste wijnen onder de 10 euro zal ondertussen wel door elke Belgische wijnliefhebber gekend zijn. En zij die de eerste stappen in de wijnwereld zetten laten zich leiden door de suggesties om hun aankopen te doen. Veelal tot tevredenheid zelfs…
  6. Competitie bis
    Commerciële wijnen versus terroir gebonden wijnen
    Grote coöperatieven versus de kleine familiale wijnbedrijfjes
    Eenheidsworst versus een diversiteit aan smaken
    Marketing versus bescheidenheid
    Conventionele wijnen versus wijnen gemaakt volgens de principes van de biologische wijnbouw

Dit is nog maar een bescheiden opsommende lijst waaraan nog ettelijke andere redenen tot wijziging in het wijnlandschap kunnen opgesomd worden zoals het gebruik van vreemde ‘lies of afgestorven gistcellen’ waarop de wijn zijn opvoeding krijgt.
Tot spijt van wie het benijdt…verandering kan je niet tegen houden!

To Bio or not to Bio?

Een boeiende, al dan niet vervelende vraag, zou je kunnen stellen. Een hype jaren geleden gecreëerd door handige marketingjongens, een hype die vandaag de dag nog een keertje verder gaat met het zogenaamde summum onder de wijnen ‘de natuurlijke wijnen’…

Laat me vooreerst even stellen dat biowijnen dikke quatsch zijn wegens onbestaande. Wijnen die gemaakt worden van biologisch geteelde druiven daarentegen is wat hiermee wordt bedoeld. En wie kan er nu iets hebben tegen biologisch geteelde druiven? Als we het vandaag de dag nog niet weten… de natuur is zowat het machtigste wat er bestaat op deze aardkloot. Hij zal zichzelf steeds weer herstellen, laten we hem dan ook met het grootst mogelijke respect behandelen!

Vlotjes zijn er nog een aantal andere redenen die je kan bedenken om dat respect voor de natuur op te brengen. Als wijnbouwer ben je afhankelijk van je stukje grond, van het land dat je ter beschikking hebt gekregen om aan wijnbouw te doen. En stel je een keer de vraag wat de basis is van een goede wijn…juist de grondstof in kwestie, zijnde de druiven. Je kan best zorgen voor een zo gezond mogelijke grondstof (druiven). Het fundament voor een lekkere wijn is hiermee gelegd.

En gezien ik een voorstander ben van lekkere wijnen, ben ik logischerwijze ook een voorstander van wijnbouwers die werken met het grootste respect voor de natuur.

Tweede reden waarom ik een voorstander ben van biologisch geteelde druiven is dat telkens ik nieuwe wijnen proef, ik dit ‘blind’ doe, d.w.z. zonder enige voorkennis ervan (dat ga ik achteraf wel opzoeken als de wijn in mijn smaak valt). Nog liever zelfs, weet ik helemaal niet wat er zich in mijn glas bevindt zodat ik onbevangen en zonder enige vooroordelen een mening kan vormen over het edele vocht dat zich stilaan laat bevangen in mijn mond.
Ik kan je vertellen dat het zeer vaak zo is dat de wijnen die me het meeste bevallen gemaakt zijn van biologisch geteelde druiven, én die bovendien volgens de principes van de biodynamisch landbouwprincipes werden geteeld. Je weet wel de crazy voodoo toestanden waarbij allerlei loco(?) principes moeten gevolgd worden…

Geloof ik in die wijze van wijnbouw, die door de meeste specialisten ter zake niet eens geloofwaardig uitgelegd kunnen worden? Jazeker, dat doe ik…al was het meer omdat ik net die wijnen vaak als de beste aanschouw naar mijn persoonlijke goesting.

Maar meer dan in al die achterliggende wijzes om aan wijnbouw te doen geloof ik in de gedrevenheid van de wijnbouwer, geloof ik in zijn passie, geloof ik in zijn wil om de allerbeste wijn ter wereld te maken. Mét het nodige respect voor wat de natuur ons te bieden heeft…

Waar ik niet in geloof is in de marketingjongens die ons een weg in willen duwen waar net zij belangen in hebben en waar zij hun graantje onderweg van meepikken.
De jongens die al verheerlijken wat op een natuurlijke wijze gemaakt is de enige goede wijze is. De jongens die nadat ze dit verkondigd hebben hun 4×4 in gang blazen om hun respect aan de natuur te tonen, die evenzeer het licht aanknipperen opdat ze de broodnodige stroom krijgen, die evenzeer naar de supermarkt gaan om hun voedingswaar aan te schaffen die met de nodige additieven aangedikt zijn en die gaan afrekenen aan de kassa waar de ingescande productprijzen voor het nodige laagradioactieve afval zorgen…

Neen, nog een keer: Wijn is lekker of hij is dat niet…
Laat ons hopen dat hij op een zo ecologisch mogelijke wijze is gemaakt!
Of hij een tikkeltje gezonder kan zijn…graag, maar mag ik dan geen voedsel meer opwarmen in mijn microgolfoven?

Dit is een schrijfsel in kader van de Vlaamse Wijnblogdagen over een onderwerp dat me uitermate boeit, maar waarvan de vraag waarom me stilaan de strot uitkomt…

De Ronde van Portugal – Finish

Het Alaaf conclaaf zinderde de ochtend van de derde dag nog stevig na. Iedereen was behoorlijk stil bij het ontbijt. Te kort aan slaap, teveel aan drank, te vermoeid…wie zal het zeggen, ieder had zo wel zijn reden. Vandaar dat het goed was dat we een klein tochtje moesten maken tot aan de omgeving van Coimbra. De rust van de gezapige tocht was meer dan welkom. Lang zou die echter niet duren want omstreeks 11.00u werden we verwacht in de Bairrada regio, geprangd tussen Porto en Lissabon en in de onmiddellijke omgeving van de Atlantische Oceaan. De Bairrada is een wat minder gekende regio die vooral bekend is voor de Espumantes en de eenvoudige, lekkere kleinere wijntjes. Het is tevens het mekka van het gelakte speenvarken: de Leitão Assado.

Campolargo was onze bestemming. Een ‘ander’ stukje Portugal zou zich openbaren. Weg zijn de prachtige vergezichten vol heuvelruggen met terrasbouw. Dit is de vlakte, een stukje vervallen Portugal tevens. Als uit het niets bevinden we ons plots te midden van de wijngaarden, enkel verstoord door de gebouwen van de quinta’s die er zich in hebben genesteld. We hadden een kleine voorsprong op ons tijdschema en dus konden we nog even genieten en vooral uitwaaien tussen de wijngaarden. Ons mentaal opladen voor wat komen gaat noemen we zoiets ;-).
Na een tijdje kwam Carlos, eigenaar van Campolargo aangewaaid. Het moet zijn dat deze ‘je m’en foutiest’ een zeer gezond persoon is, gezien de twee bevallige dames die zich in zijn zog bevonden. De mooiste was voorbehouden, enkel en alleen voor het openen van de flessen. Schenken deed Carlos wel zelf!

Enfin, nadat we een rondleiding kregen door de prachtige ‘en gravité’ opgebouwde installaties volgde er een degustatie in een toch wel prachtig proeflokaal. Ondertussen vermaakte Carlos ons met zijn verhalen en gedachtegoed omtrent de wijnbouw. Opvallend, en wat mezelf betreft toch wel een beetje jammer, is dat de Franse druivenrassen hier stevig ingeburgerd zijn. De wijnen van Campolargo zijn niet noodzakelijk standaard wijnen die jaar in jaar uit hetzelfde zijn. Neen, de samenstelling of de assemblage durft ieder jaar wel eens wisselen. Naargelang de druiven die er voorradig zijn dixit Carlos…
Op de proeftafel bij Campolargo en in volgorde van proeven:

  • Vinha do Putto Branco 2009
  • Entre II Santos Branco 2009
  • Bical 2009
  • Vinha do Putto Tinto 2009
  • Os Corvos da Vinha da Costa 2008
  • Rol de Coisas 2008
  • Vinha da Costa 2005
  • Diga? 2007
  • Campolargo Arinto 2009
  • Espumante Campolargo

We waren alweer op toerental en de sfeer flirtte weer met onbekende hoogtes. Van al dat drinken krijg je honger natuurlijk 😉 en de lunch mochten we genieten in het statische, oude maar wondermooie privéhuis van Carlos Campolargo. Ze hadden dit trouwens omgebouwd tot een type luxe chambre d’hôte; Casa de Mogofores. Bij de toewijzing van onze kamers voor de nacht vielen onze monden eenvoudigweg open van verbazing. Waauuuw…
De lunch was trouwens, op verzoek uiteraard, de regionale specialiteit leitão assado.
Tijdens de lunch dronken we de volgende wijnen van Campolargo:

  • Campolargo Dão
  • Campolargo CC
  • Calda Bordaleza
  • Espumante Borga

Zo, dat hadden we dan ook alweer achter de kiezen. Van al dat eten krijg je dorst natuurlijk 😉 en dus wachtte ons volgende en tevens laatste bezoek van de trip. Hiervoor gingen we naar een quinta waar men voornamelijk Espumantes maakt; Quinta do Ortigão. We werden ontvangen door fantastische en vriendelijke mensen, die ons een zeer warm en aangenaam bezoek bezorgden. Het zijn jonge wijnmakers die aan hun weg aan het timmeren zijn. Vol trots stelden ze hun wijnen voor en ze waren uiterst geïnteresseerd in onze mening. Bovendien moesten we ook persé hun stille wijnen proeven. Ik heb niemand ook maar horen mopperen omtrent dit idee, en dus proefden we hun gastvrijheid met volle teugen.
Op de proeftafel bij Quinta do Ortigão en in volgorde van proeven:

  • Quinta do Ortigão Branco Sauvignon – Bical 2010
  • Quinta do Ortigão Tinot Baga – Touriga Nacional 2008
  • Quinta do Ortigão 4dezasseis 2009
  • Quinta do Ortigão 4dezasseis 2007
  • Espumante Quinta do Ortigão Bruto
  • Espumante Quinta do Ortigão Baga Bruto
  • Espumante Quinta do Ortigão Rosé Charming
  • Espumante Quinte do Ortigão Bruto Riserva 2008

We bleven er trouwens gezellig nababbelen met de gastheer en de door god gezegende wondermooie gastvrouw. Vergeef me trouwens van niet exact meer te weten hoeveel flessen Espumante er nog werden geopend en geledigd. Time flies when you’re havng a good time, wel het glas raakt evenzeer snel leeg…en weer vol.
Na een hartig afscheid, waarbij we ieders nog een flesje van de 4dezasseis meekregen (magnum) beseften we dat het einde naderde. Even bijkletsen over de voorbije belevenissen met een koffietje voor de één, een pilsje voor de ander. De tijd even doden, een rustpauze vooraleer aan het laatste avondmaal te beginnen. Dit deden we in een klein lokaal restaurantje, ons toegewezen door de mensen van Quinta do Ortigão. Ze bezorgden ons nog een laatste verrassing want de tafel was bedekt met flessen 4dezasseis om de maaltijd te begeleiden.

Eénmaal we bij de Casa de Mogofores kwamen doken de meesten onder ons vlug onder de dekens. Moe maar voldaan. Anderen (waaronder ondergetekende) liepen er Carlos Campolargo nog tegen het lijf. Beleefde jongens als we zijn, slaan we nog een praatje. Vooraleer je het goed en wel beseft zit je in het salon en wordt er nog gezamelijk een Calda Bordaleza geschonken. De lokale karaoke heb ik nadien wel wijselijk aan me laten voorbijgaan…

Zondagmorgen 13 maart stond de terugrit op het programma. Even de verplaatsing maken naar Porto, de huurwagen inleveren en wachten op het vliegtuig dat ons weer op Belgische bodem zou doen belanden. Impressies opnemen bij de reisgenoten en beseffen dat dit een unieke trip is geweest!
Toch nog even dit ter afsluiting: onze Nederlandse reisgezel kon vanuit Portugal, met Ryanair wél perfect mee naar België met dezelfde langdurige verblijfskaart waarvoor hij in België niet mocht instappen… Logica Belgica????

Deze trip was een pilootproject voor verder oenotoerisme doorheen Portugal.
Wat mezelf betreft was dit méér dan geslaagd!!