Gelukkig – Goed – Gek: De nieuwe DOC’G’ toekenningen

Hoewel het in het leven roepen van het nieuwe Italiaanse kwalificatiesysteem in 1980 vooral een goed initiatief was heb ik zo mijn bedenkingen bij de jaarlijkse Oscar uitreikingen die men houdt naar aanleiding van Vin Italy. Maar liefst 10 appellaties kregen hun promotieticket naar de allerhoogste divisie. Officieel staat de teller ondertussen op 59 DOCG’s. Mijn inziens moeten dat er zelfs 61 zijn als je de Moscato d’Asti en de Asti Spumente uit elkaar haalt en nog een keertje hetzelfde doet voor de Amarone della Valpolicella en de Recioto della Valpolicella.
Waar gaan we naartoe kan je je terecht afvragen. Nog enkele jaren en je bent een uitzondering als je nog een DOC bent ;-).

Welke nieuwelingen zijn tot het sterrendom toegetreden? En meer belangrijk… Ken je deze absolute vedetten?

  1. DOCG Aglianico del Taburno (Campania)
    Een vierde onderscheiding uit de provincie van Napels en omgeving. Dat men ginds al een tijdje goed bezig was is een kleine understatement. Naast de twee witte iconen Greco di Tufo en Fiano di Avellino heeft de Taurasi een broertje gekregen. Een terechte bekroning voor één van Italië’s grootste rode druiven; de Aglianico? De Aglianico del Taburno moet zoals de naam het zegt gemaakt worden van de Aglianico druif. Al mag men voor 15% liegen… euh ik bedoel afwijken hiervan. De wijngaarden staan in de omgeving van Benevento. Je kan er ook een riserva en een rosato van vinden. Het kreeg de DOC status in 1986. De wijn moet een alcoholpercentage bevatten van minimaal 12% (13 voor de riserva) en de maximumopbrengst per hectare bedraagt 70 hl/ha (65 voor de rosato).
  2. DOCG Offida (Marche)
    De vijfde DOCG reeds uit de Marche. Naast twee Verdicchio’s (di Matelica en Castelli di Jesi, beiden in Classico), de terechte Conero en de onbekende Vernaccia di Serrapetrone. Marche is meestal vrij onbekend, maar er is wel degelijk heel wat aan kwaliteit te vinden. Het is de bekroning van vooral de Pecorino druif.Offida vinden we in de omgeving van Ascoli en Piceno. We kunnen deze wijn in een verscheidenheid terugvinden op de markt: Offida Pecorino, Offida Passerina, Offida Passerina Passito, Offida Passerina Spumante, Offida Passerina Vin Santo en Offida Rosso. Of al deze types de DOCG status hebben verkregen is nog even koffiedik kijken. De vroegere DOC Offida werd omgedoopt tot DOC Terre di Offida.
    De witte wijnen Pecorino en Passerina moeten voor minstens 85% bestaan uit de genoemde druif. De Rosso moet voor minstens de helft gemaakt zijn van de Montepulciano en moet voor minstens 30% aangevuld worden met Cabernet Sauvignon. De overige 20% moet komen van de rode druivensoorten die in de omgeving toegelaten zijn.
  3. DOCG Piave Malanotte of Malanotte del Piave (Veneto)
    Nergens is het in DOCG-land meer crazy dan in Veneto, thuishaven van Verona…daar waar jaarlijks Vin Italy plaats heeft. Deze Piave Malanotte is niet de enige die tot DOCG werd gebombardeerd. Neen nog twee anderen volgen in het zog (DOCG Lison en DOCG Colli Euganei Fior d’Arancio). Hiermee kan je aanschouwen dat Veneto qua DOCG’s belangrijker wordt dan Toscane (10 – eigenlijk 11 voor Veneto en 8 voor toscane) – Hallllllooooo????? De Piave Malanotte is een afscheuring van de DOC Piave en geldt voor de rode Raboso druif (ooit al geproefd?). De stokken vinden we terug in de omgeving van Treviso. Twee verschillende type van Raboso druiven kunnen aanwezig zijn in de wijn: minstens 70% Raboso Piave, aangevuld met maximum 30% Raboso Veronese. Van deze laatste variëteit kan trouwens 5% vervangen worden door een andere, in de omgeving toegelaten rode druif. Het alcoholpercentage moet minstens 12,5% bevatten en de opbrengst per hectare moet beperkt zijn tot… kuch kuch… 120 hl/ha.
  4. DOCG Lison (Veneto)
    De DOCG Lison is een afscheuring van de DOC Lison-Pramaggiore. Het productiegebied loopt over Veneto tot aan Treviso en Pordenone. De DOCG is enkel van toepassing op witte wijnen en geldt tevens voor de Lison Classico. De wijn moet voor minstens 85% bestaan uit de Friulano (Tocai). Het alcoholpercentage moet minstens 12% bevatten en voor de Classico moet dit 12,5% zijn. Het maximum rendement bedraagt 110hl/ha.
    Opmerkelijk is dat men in het DOCG decreet heeft opgenomen dat flessen tot 3 liter moeten afgesloten worden met kurk, terwijl de flessen van 375 cl ook met schroefdop mogen worden afgesloten.
  5. DOCG Colli Euganei Fior d’Arancio (Veneto)
    Afscheuring van DOC de Colli Euganei. De DOCG geldt voor witte wijnen die voor 95% moeten bestaan van de Moscato Giallo druif. We kunnen ze vinden in de gewone versie, een Passito of een Spumante. De wijngaarden staan in de omgeving van Padova. Het alcoholpercentage moet minstens 10,5% bedragen (15,5% voor de Passito) en het rendement mag de 120 hl/ha niet overschrijden.
  6. DOCG Erbaluce di Caluso (Piemonte)
    Piëmonte raast als een bezetene verder door het DOCG landschap. Liefst 4 nieuwelingen mag deze Noord-Italiaanse trots verwelkomen. Naast de Erbaluce di Caluso zijn dit: Ruché di Castagnole Monferrato, Alta Langa en Dolcetto Diano d’Alba. Gaan er straks nog ‘gewone’ wijntjes bestaan in Piëmonte of zijn het allemaal wijnen van een buitenaards niveau :-).De witte Erbaluce druif wordt met de DOCG Erbaluce di Caluso extra in de verf gezet. Een bekroning voor één van de oudste Piëmontese druivenrassen? Concurrentie dus voor de Cortese en de Arneis die al langer tot het sterrendom werden verheven. We vinden deze wijn naast de gewone stijl ook in Passito (en Passito Riserva) ook in Spumante. En dit is nog eens een keertje duidelijke taal! De wijn mag enkel en alleen gemaakt zijn van de Erbaluce… Basta! De stokken staan in Torino, Vercelli en Biella.
    De Passitowijnen moeten een alcohol gehalte van minstens 17% hebben en mogen pas 36 maand vanaf 1 november na de oogst op de markt komen. Voor de Riserva is dit na 48 maand.
    De andere wijnen moeten een alcohol percentage van min. 11% en 11,5% (Spumante) bevatten.
    Het maximum rendement werd vastgesteld op 110 hl/ha.
  7. DOCG Ruché di Castagnole Monferrato (Piemonte)
    Naast de witte Erbaluce werd ook de blauwe Ruché druif bekroond. Ruché hoor ik u zeggen… nog nooit van gehoord. Wel laat me je alvast geruststellen ‘je zal niet de enige zijn’. De afkomst van de druif is nog niet echt vastgelegd. Er bestaan momenteel twee theorieën waarvan de eerste zegt dat hij gewoon een inheemse druif uit Piëmonte is en een tweede die stelt dat de druif zijn oorsprong kent in de Franse Bourgogne en vandaar in de 18e eeuw zijn weg heeft gevonden naar Noord-Italië.
    Bon, als de wijn ook effectief lekker is zullen we de volgende jaren vast meer te weten komen van deze druif.De DOCG Ruché di Castagnole Monferrato is dus een rode wijn die voor 90% uit de Ruché moet bestaan en aangevuld mag worden met de Barbera en/of Brachetto. De wijngaarden vinden we in de omgeving van Asti. Het alcoholgehalte moet minstens 12,50 % zijn en het rendement maximum 90 hl/ha.
  8. DOCG Alta Langa
    Met de Alta Langa zet de traditie van de laatste jaren zich verder. Namelijk het feit dat de Italiaanse bubbels aan een opmars bezig zijn. Alta Langa is een appellatie die enkel is weggelegd voor bubbels van Chardonnay en Pinot Nero. Beide druiven moeten 90 tot 100% uitmaken van de wijn. De wijnstokken staan in de omgeving van Cuneo, Asti en Allesandria. Opmerkelijk is dat uit de DOCG de bianco is weggevallen en dat deze enkel geldt voor de rosso en de rosato. Zowel van de rosso als van de rosato bestaat er een Riserva. Deze riserva moet minstens 36 maand lageren, terwijl dit voor de gewone slechts 30 maand is. 11,5 % qua alcohol en 110 hl/ha qua rendement.
  9. DOCG Dolcetto Diano d’Alba
    Met de benoeming van de Dolcetto Diano d’Alba neemt de Dolcetto opnieuw de bovenhand op de Barbera. Naast de Dogliani Superiore en de Ovada Superiore is dit immers de 3e benoeming voor een druif die als de mindere van de Barbera staat omschreven. De Diano d’Alba DOCG geldt zowel voor de rosso als voor de superiore. Enkel Dolcetto komt in aanmerking en het rendement moet beperkt worden tot 80 hl/ha. Alcohol is minstens 12% voor de rosso en 12,5% voor de superiore.
    Volgend jaar nog een Barbera’ke erbij? 😉
  10. DOCG Primitivo di Manduria Dolce Naturale (Puglia)
    Hip hip hip hoera!!! Het zuiderse Puglia is er uiteindelijk in geslaagd zijn ‘nul’ op het DOCG laddertje van zich af te gooien. 100% Primitivo zelfs! De stokken staan in Taranto en Brindisi. De wijn moet minstens 16% alcohol bevatten. Opmerkelijk is dat van al de nieuw benoemde DOCG net het hier in Puglia is dat de kleinste rendementsbeperking werd opgelegd; nl. 70 hl/ha. Opmerkelijk omdat we in het bulkwijnland bij uitstek van Italië zitten waar opbrengsten tot wel 400 hl/ha (jawel u leest het goed) toegelaten zijn.

Nog even meegeven dat er nog 2 anderen in de wachtkamer zitten ter promotie. Tot op heden is de benoeming nog niet officieel. Het betreft Montepulciano d’Abruzzo Casauria uit Abruzzo en Prosecco di Prosecco uit Friuli. Deze laatste zou trouwens gewoonweg een compensatiebenoeming zijn zodat ook de Prosecco uit Friuli naast deze uit Veneto kan gezet worden. Foei toch… of niet?

Samengevat kunnen er alweer een aantal druiven toegevoegd worden aan het ondertussen mega-DOCG -lijstje.
Volgt u nog: Albana – Aglianico – Aleatico – Arneis – Barbera – Brachetto – Cesanese – Chardonnay – Cortese – Corvina – Dolcetto – Erbaluce – Fiano – Friulano – Garganega – Glera – Greco – Montepulciano – Moscato – Nebbiolo – Nero d’Avola – Passerina – Pecorino – Picolit – Pinot Nero – Primitivo – Raboso – Ruché – Sagrantino – Sangiovese – Verdicchio – Verduzzo – Vermentino – Vernaccia

Geen nood er zijn nog honderden andere druiven die kunnen volgen!

Italiaanse wijnavonden – Deel 6

Aan alle goede dingen komt helaas een einde. Zo ook aan onze Italiaanse wijnavonden. Gedurende 6 vrijdagavonden nam ik 13 wijn-dorstige gelijkgestemde zielen mee in dit Italiaans avontuur. Afsluiten deden we op de meest zuiderse wijze…Campania, Puglia, Basilicata, Calabria en de eilanden Sicilia en Sardegna kwamen aan bod. Strenge schoolmeester zijnde had ik al een waarschuwend vingertje opgestoken dat de stijl van de wijnen abrupt zouden veranderen en dat we van de typische hoge zuurtegraad, die vele Italiaanse wijnen zo kenmerken, wel eens exemplaren zouden kunnen treffen die net een tekort aan die zo broodnodige eigenschap hebben. Het evenwicht zou met andere woorden wel eens zoek kunnen zijn.

Maar toch was het alweer likkebaarden geblazen. Eén van mijn favoriete regio’s stond immers op het programma: Campania!! Met graagte laat ik de ‘tranen van Christus’ aan me voorbij gaan. Lacryma Christi in wit wordt gemaakt van (hoofdzakelijk) de Coda di Volpe druif, wat zoveel als vossenstaart betekent. Dit is werkelijk zoiets als ‘What’s in a name’… 😉
Neen ik kijk vol verlangen uit naar die andere mooie witte parels die komen uit het land om en rond de Vesuvius. Greco bijvoorbeeld of die andere hoogstaande druif, Fiano!! Dit zijn werkelijk druiven die de allermooiste witte wijnen uit Italië kunnen maken. Meer dan terecht dat ze bekroond werden met een DOCG! Onbegrijpelijk echter dat sommige andere witte wijnen op gelijke voet worden geplaatst met dit hoogstaand wit genot!!
Zelfs van de Falanghina worden betere wijnen gemaakt dan pakweg van de Albana di Romagna…
Is er dan geen rood te vinden in Campania? Oh jawel…Eén van de Italiaanse topdruiven is hier heerser. Aglianico zorgt voor krachtpatsers in onder andere de Taurasi DOCG. Je leest her en der wel eens dat hij de grote broer is van de Barolo of de Barbera. Tja, een mens leest zoveel 😉

Wat kunnen we er nog treffen ginds in het zuiden? Bulkwijn…heel veel bulkwijn. Ongeveer 90% van de druiven zijn bestemd voor distillaten of voor grote coöperaties. De kwaliteitswijn die op de markt wordt gebracht kent de laatste jaren echt wel een meer dan gestage groei. Zeer mooie resultaten zien we van de Primitivo’s en Negroamaro’s uit Puglia, Aglianico heeft nog een tweede thuis op de flanken van de Vulture vulkaan in Basilicata. Canonnau laat u bij wijlen de Franse Grenaches vergeten met ontroerende resultaten op Sardegna. En dan is er ten slotte nog Sicilia!! Heerlijke wijnen van de Nero d’Avola en de laatste jaren steeds betere en betere resultaten van de Syrah. Vooral de blends tussen deze 2 druiven zijn zeer te pruimen 😉
In alle bescheidenheid moet ik je vragen Calabria te vergeten als wijngebied. Mooi vakantiegebied en de wijntjes zullen ginds ongetwijfeld kunnen bekoren. Laat ze echter ginds ;-).

De proeftafel had opnieuw 8 wijnen te bieden…althans in theorie! Mijn gasten druppelden binnen en het ene na het andere flesje werden mij toevertrouwd. Zelf had ik ook nog wat voor de afterparty opzij gezet. Enkele wijnen die bij de voorbije avonden de mist in gingen en die ik wou rechtzetten. Zo hadden we een gekurkte Dolcetto en was de Barbera niet echt optimaal. Er was dus een nieuwe Dolcetto en ik had nog 2 Barbera’s voorzien (was er toch niet eentje opnieuw gebeten door die donderse kurkduivel zeker!).

Starten deden we braafjes met een Vermentino di Gallura Van Piero Mancini. De prijs van de Primo kwam helemaal niet overeen met het resultaat in het glas. Eerlijke en correcte wijn, een beetje gebrek aan de nodige zuren. Nadien volgde het Di Meo Festijn met de Greco di Tufo en de Fiano di Avellino. Manmanman, wat is die Greco toch een heerlijke druif!!! Fris en toch vol van smaak, bomvol mineralen, heerlijk lang uitgesponnen en dan die afdronk…pure zeste van sinaas en mandarijn. Stilte…nog eens proeven…stilte…goedkeurend gemopper! Dan weet je dat het goed zit :-).
De Fiano ging op hetzelfde elan verder, opnieuw de frisse volheid, de mineralen maar een andere afdronk. Meer kruidigheid ook in ons glas. Yeah…wit Campania had zijn naam meer dan gemaakt!!

Met goed gemoed konden we het rood aanvangen. Opnieuw viel Piero Mancini door de mand. Dit keer met de Canonnau di Sardegna. Gelukkig had één van mijn gasten ook voor een Canonnau gezorgd. De Dule van Gabbas was van een hele andere kwaliteit. Het moet gezegd zijn dat ook de prijs het dubbele was van de eerste fles…maar toch!
Hoofdstuk Puglia dan maar met het fijne en kwaliteitsdragende Schola Sarmenti. Ik had in de officiële degustatie de Roccamora (Negroamaro uit Nardo DOC) en de Cubardì Primitivo voorzien. Beide wijnen zijn totaal uiteenlopend. De Roccamora is een geweldige Negroamaro, een ware fruitexplosie. Voor de meesten de verrassing van de avond. De Primitivo was verfijnd en elegant, 2004 reeds en verre van versleten. Dit is Primitivo zoals hij hoort te zijn! Achteraf kwam er nog een andere Negroamaro de Nerio en een zoete Primitivo (verrassend mooi).

Afsluiten deden we met een pure Nero d’Avola van Sallier de la Tour en uiteraard een Taurasi DOCG. De Sciliaan viel tegen…ik ken de wijn al lang en hij draagt niet langer meer. Spijtig want dit was ooit super.
Voor de Taurasi gingen we terug naar Di Meo. Eentje van het jaar 2001 en voor het eerst gedurende de avond hadden we discussie. Heerlijk voor één, niet goed voor de ander. Proef hem een keertje en laat me jullie bevindingen maar weten 😉

En zo doken we met de nodige pollo de avond in! Het moet gezegd zijn dat ‘La Mamma‘ blij haar applaus in ontvangst nam. Tevens ben ik een tevreden man. Op geen moment had ik met een mopperende bende te maken. En blije en vrolijke gezichten, genietend van al dat moois. Het niveau van de groep was uitermate hoog. Dat maakt het natuurlijk makkelijker en menig discussie werd gevoerd…steeds met het nodige respect voor de ander zijn mening. Dit is het waar wijnproeven voor moet staan…Plezier, vreugde, dorst naar kennis, dorst naar deze godendrank…maar steeds met de nodige ernst en respect voor elkaar.

Ohja…Luc werd verkozen tot de “neus” van de avonden. Hij verdiende dan ook de rosé bubbels van Berlucchi (Franciacorta). Als bij wonder stond hij echter gekoeld en waren er ‘toevallig’ champagneglazen voorhanden 😉

Bravissimo e Grazie!! Alla Prossima Volta!