September is voor ons traditioneel het moment om een van onze wijnbouwers op te zoeken. Dit jaar gaat de reis richting Ourense, in Galicië. Midden in het hart van het Ribeirogebied ligt ons doel: Coto de Gomariz. De ligging? Rustig gesteld: afgelegen. Zo afgelegen zelfs dat het plannen van een rechtstreekse vlucht niet evident bleek. Uiteindelijk viel de keuze op Porto als aankomstplaats, met een huurwagen die ons via de Dourovallei naar Spanje brengt. En wanneer je door de Douro rijdt, denk je automatisch aan vrienden. In ons geval: die van Quinta do Crasto. Een halte daar ligt voor de hand: even bijpraten, banden aanhalen, en genieten van de vertrouwde omgeving.
En daarmee zijn we waar dit artikel over gaat: field blends. Een vanzelfsprekendheid in de Dourovallei, maar evenzeer een vaste waarde bij Coto de Gomariz. Aanleiding dus om een ouder artikel over dat onderwerp op te frissen en in lijn te brengen met hoe wijnbouw er vandaag uitziet.
Wat is een field blend?
Een field blend is een wijn die ontstaat uit druiven van verschillende rassen die samen in één en dezelfde wijngaard staan aangeplant, gelijktijdig worden geoogst en in één enkele vinificatie worden vergist. De beslissing over de blend gebeurt dus niet in de kelder, maar in de wijngaard zelf.
In tegenstelling tot klassieke assemblages, waarbij wijnen van verschillende rassen apart worden gevinifieerd en nadien geblend, is een field blend het resultaat van een collectieve oogst en een gezamenlijke gisting. Het eindproduct is doorgaans minder gericht op de expressie van een specifiek druivenras, en meer op het geheel: het samenspel van variëteiten, rijpingsgraden, zuurtegraad en aromatische profielen, gestuurd door de plaats waar ze samen groeien.
Het aantal rassen in zo’n wijngaard varieert sterk. In sommige percelen gaat het om drie tot vijf soorten, elders zijn er meer dan twintig terug te vinden. In uitzonderlijke gevallen, zoals bij oude portwijngaarden, telt men tot dertig verschillende druivenrassen. Niet zelden weten wijnmakers zelfs niet exact wat er allemaal in hun veld groeit. Vooral bij oude aanplanten ontbreekt vaak gedetailleerde documentatie, en wordt de druivenmix bepaald door ervaring, waarneming en historische overlevering.
De filosofie achter field blends gaat uit van complementariteit. Rassen met verschillende eigenschappen, vroeg of laat rijpend, meer of minder gevoelig voor droogte, verschillend in zuren en aroma’s, worden gecombineerd in de hoop dat ze samen een gebalanceerd geheel opleveren. Dat vereist keuzes: een exacte rijpheid per ras is onmogelijk. De oogst gebeurt op een moment dat voor het geheel aanvaardbaar is, wat impliceert dat sommige rassen net iets onderrijp zijn en andere net iets verder in hun ontwikkeling. Dit is tegelijk het grootste risico én de grootste charme van het systeem.
Van old fashion tot hipsterfavoriet
De tijd dat druivenrassen netjes gescheiden groeiden in aparte percelen is verrassend recent. Tot diep in de 19e eeuw was het net omgekeerd: wijnboeren plantten verschillende variëteiten door elkaar in dezelfde wijngaard. Niet omdat ze toen al droomden van terroirexpressie of complexiteit, maar simpelweg omdat ze weinig andere keuze hadden.
Field blends ontstonden uit pragmatiek. Wijnbouwers werkten vaak zonder kennis van rasverschillen of ziektes, en beschikten niet over gecertificeerd plantmateriaal. Stekken werden doorgegeven van buur tot buur, zonder veel controle of uniformiteit. Een perceel met vijf, tien of meer druivenrassen was het gevolg van beschikbaarheid.
De gemengde aanplant had wel zijn voordelen. Door verschillende rassen samen te zetten, kon men de risico’s van misoogsten beperken. Als het ene ras te vroeg uitliep en ten prooi viel aan vorst, kon een later uitlopend ras de oogst nog redden. Bij regen in de herfst kon een vroeg rijpende variëteit al geoogst zijn. Het was een vorm van natuurlijke verzekering.
Daarnaast speelde ook de sociale en economische context een grote rol. In het pachtsysteem, waar boeren op het land van anderen werkten en een deel van de opbrengst moesten afstaan, was kwantiteit belangrijker dan kwaliteit. Er werd wijn gemaakt voor consumptie, niet voor finesse. Monocépagewijngaarden waren zeldzaam en vooral voorbehouden aan kapitaalkrachtige domeinen of uitzonderlijke terroirs.
Vandaag zien we een opvallende omkering van perspectief. Wat ooit als wanordelijk en inefficiënt werd gezien, wordt nu herontdekt als authentiek en karaktervol. Field blends zijn opnieuw populair, geliefd bij sommeliers, wijnschrijvers en liefhebbers die het verleden romantiseren. Oude wijngaarden met gemengde aanplant krijgen hierdoor opnieuw een tweede leven.
Toch is het belangrijk die romantiek in perspectief te plaatsen. De veldblend van toen was geen filosofisch statement, maar een gevolg van improvisatie, armoede en beperkte middelen. Dat doet niets af aan het potentieel van field blends vandaag, maar vraagt wel om nuance. Wie deze aanpak nu bewust kiest, doet dat meestal met een andere ingesteldheid: met meer kennis, betere selectie en een duidelijk doel voor ogen.
Van vergeten naar gewild
Field blends zijn opnieuw in trek. Niet alleen bij wijnmakers, maar ook bij een publiek dat moe is van voorspelbaarheid in het glas. In een wereld waar wijn vaak gestroomlijnd wordt tot een commercieel herkenbaar product, groeit de aantrekkingskracht van het ongecontroleerde, het gelaagde en het onverwachte. Field blends bieden precies dat: wijnen die niet altijd perfect zijn, maar zelden saai.
De heropleving is deels een tegenreactie op de globalisering van smaak. De dominante aanwezigheid van internationale druivenrassen, gestandaardiseerde vinificatietechnieken en eenduidige stijlvoorkeuren heeft de laatste decennia gezorgd voor een zekere eenvormigheid. Field blends positioneren zich daar lijnrecht tegenover. Ze worden geassocieerd met authenticiteit, lokale geschiedenis en terroirgebondenheid. Oude wijngaarden waarin rassen zij aan zij groeien, worden vandaag niet langer gezien als verouderd, maar als levend erfgoed.
Dat erfgoed krijgt een nieuwe invulling. Wijnmakers zien hun gemengde percelen niet langer als een curiositeit uit het verleden, maar als een bewuste keuze. Ze spreken over natuurlijke balans, over co-evolutie van rassen, over een symbiose in de wijngaard. Elk druivenras draagt volgens hen bij aan het geheel.
Die beeldspraak werkt. Zeker bij consumenten die gevoelig zijn voor verhalen. In een markt waar herkomst steeds vaker op zoek gaat naar betekenis, is het idee van een ‘symfonie van druiven’ aantrekkelijk. Field blends vinden daardoor vandaag vlot hun plaats op wijnkaarten en in gespecialiseerde winkels.
Maar achter dat verhaal schuilt ook een zekere marketinglogica. Er wordt opvallend weinig kritisch geschreven over het fenomeen. Veel publicaties herhalen het discours van de producent zonder het in vraag te stellen. Het lijkt soms makkelijker om het romantische beeld in stand te houden dan om lastige vragen te stellen. Wat als die oude field blend gewoon de enige overgebleven optie was, en niet het resultaat van inzicht? Wat als de kwaliteit van de wijn eerder te danken is aan de leeftijd van de stokken dan aan de gemengde aanplant?
De ongemakkelijke vragen
De heropleving van field blends gaat gepaard met veel enthousiasme, maar zelden met een grondige analyse. De meeste verhalen die de ronde doen, zijn positief, soms zelfs lyrisch. Maar bij wie iets verder kijkt dan het marketingverhaal, duiken vragen op die moeilijk te negeren zijn.
Timing: wie oogst voor wie?
De eerste vraag is misschien ook de meest evidente: hoe rijp je druiven met verschillende fenologische profielen tegelijkertijd optimaal? Neem de Dourovallei, waar rassen als Touriga Nacional, touriga Franca, Tinta Barroca, Sousão en Bastardo samen in oude wijngaarden staan. Touriga Franca rijpt relatief laat, terwijl Tinta Barroca veel vroeger op optimale suikerrijpheid zit, maar gevoeliger is voor hitte en oxidatie. Voeg daar een ras als Sousão aan toe, dat rijk is aan zuren en kleur, maar zijn structuur pas opbouwt in de allerlaatste rijpingsfase, en je zit met een timingpuzzel die moeilijk op te lossen valt.
Een vergelijkbaar spanningsveld zien we in Wenen, waar een Gemischter Satz wettelijk uit minstens drie druivenrassen moet bestaan, samen geoogst en vergist. Zoals eerder aangehaald, verschillen die variëteiten sterk in rijpingstijd en gevoeligheid voor weersomstandigheden. Toch wordt er vaak voor gekozen om alles in één keer te plukken, met het idee dat het geheel zichzelf corrigeert. Maar de praktijk wijst uit dat dit zelden ideaal is: het ene ras is al op zijn piek, het andere nog net niet of net voorbij. ‘Gemiddelde rijpheid’ klinkt evenwichtig, maar levert zelden een perfect resultaat op.
Bodem: één terroir, vele rassen?
Een tweede fundamentele bedenking betreft de bodem. Terroir speelt een centrale rol in de moderne wijnbouwfilosofie, maar het is naïef om te denken dat één perceel tegelijk de ideale voedingsbodem vormt voor een breed scala aan druivenrassen. Wat goed is voor de ene druif is zelden ideaal voor de andere. Toch staan zulke combinaties soms zij aan zij. Als terroir iets betekent, dan vereist het een zekere afstemming tussen druif en grond. Wie dat negeert, zet het terroirverhaal onder druk.
Oud is niet per se slim
Dan is er nog het argument van de oude stokken. Veel geprezen field blends komen uit percelen met wijnstokken van veertig, zestig of zelfs honderd jaar oud. En inderdaad: oude stokken leveren vaak minder druiven, maar wel met meer concentratie en diepgang. Alleen is het de vraag of de kwaliteit van zulke wijnen écht te danken is aan de gemengde aanplant, of eerder aan de leeftijd van de planten. Het is best mogelijk dat een monocepage van diezelfde oude stokken minstens even goed zou presteren. Die hypothese wordt zelden onderzocht.
Het compromis als standaard
Wie field blends verdedigt, spreekt vaak over balans, harmonie en complexiteit. Maar als die balans voortkomt uit het midden van een reeks compromissen, dan is dat niet noodzakelijk een kwaliteitsgarantie. Het idee dat een wijn ‘alles een beetje’ moet zijn, is misschien interessant op papier, maar zelden een recept voor uitmuntendheid. In veel gevallen ontstaat er eerder ruis dan synergie.
Waar werkt het wél?
Field blends mogen dan kritisch bevraagd worden, er zijn regio’s waar ze aantoonbaar werken. Meestal is dit omdat de omstandigheden – historisch, klimatologisch én cultureel – het toelaten. In zulke gevallen leveren ze wijnen die niet alleen boeiend zijn, maar ook karaktervol en consistent van kwaliteit.
Douro: complexiteit uit traditie
De Dourovallei in Portugal is het klassieke voorbeeld. Hier zijn field blends nooit weggeweest. Oude, steile wijngaarden bevatten soms tientallen druivenrassen door elkaar aangeplant, vaak zonder dat precies geweten is wat er allemaal groeit. Deze diversiteit is geen experiment, maar het resultaat van eeuwenlange praktijk.
Een van de sterkste bewijzen van hun potentieel is de Old Vines Reserva van Quinta do Crasto. De wijn is afkomstig van meer dan veertig oude percelen, waarvan sommige stokken tot honderd jaar oud zijn. De complexiteit van het eindresultaat spreekt voor zich: rijk, evenwichtig en vol karakter. Niet omdat één ras uitblinkt, maar omdat het geheel van boven de dertig rassen meer is dan de som der delen. Hier wordt de field blend niet als curiosum gepresenteerd, maar als structurele pijler van een topcuvée.
Wenen: precisie in diversiteit
In Oostenrijk kreeg de field blend een wettelijk kader via de Wiener Gemischter Satz DAC. De regels zijn duidelijk: minstens drie druivenrassen, samen aangeplant, samen geoogst, samen vergist. Dit is het schoolvoorbeeld van een wijngaardpraktijk die uiteindelijk is uitgegroeid tot een erkend model van gecontroleerde variëteit.
De sterkte van Gemischter Satz zit in zijn beheersbaarheid. Waar de Douro draait op ervaring en intuïtie, bouwt Wenen op structuur en regelgeving. De veldblends zijn doordacht samengesteld en afgestemd op bodem, ligging en microklimaat. Het resultaat: frisse, energieke wijnen die toegankelijk zijn maar toch een zekere diepgang bezitten.
Ribeiro: terug naar de wortels
In het noordwesten van Spanje, in de DOP Ribeiro, is gemengde aanplant geen reliek uit het verleden, maar een levende traditie. In de vaak terrasvormige wijngaarden op granietrijke bodems staan lokale rassen als Treixadura, Albariño, Godello, Lado, Loureira en Torrontés sinds generaties samen aangeplant. Deze percelen zijn zelden volledig heringericht, waardoor een opmerkelijke biodiversiteit behouden bleef.
Die traditie wordt vandaag met overtuiging verdergezet door producenten als Coto de Gomariz, waar blends zoals Finca O Figueiral ontstaan uit historische wijngaarden met tientallen lokale variëteiten. De druiven worden samen geoogst en vergist, in een poging het terroir niet per component, maar als geheel te laten spreken. Het resultaat is geen technische assemblage, maar een natuurlijke gelaagdheid die alleen in deze context kan ontstaan.
Van Alsace tot Tasmania
Field blends zijn lang niet beperkt tot een handvol uitzonderingen. Naast Douro, Wenen en Ribeiro komen ze ook elders voor, zij het in verschillende gedaantes. In Californië zijn oude wijngaarden in Napa en Sonoma, vaak aangeplant met Zinfandel, Carignan, Petite Sirah en Alicante Bouschet, stille getuigen van een praktijk die teruggaat tot de 19e eeuw. In Australië herontdekken domeinen in onder meer Barossa en Tasmanië het principe met moderne, vaak witte field blends.
In de Elzas leeft de traditie van edelzwicker voort bij producenten als Marcel Deiss, al gaat het daar zelden om échte gemengde aanplant. En in Alto Piemonte, op de Canarische Eilanden en delen van Zuid-Frankrijk blijven oude co-aanplanten bestaan, vaak aangeplant door vroegere generaties.
Maar zijn alle orkesten even goed?
Opvallend is dat ondanks de waardering voor field blends de laatste jaren sterk is toegenomen, ze zelden onderwerp zijn van grondige wetenschappelijke studie. Terwijl wijnmakers en sommeliers vlot spreken over balans, harmonie en terroirexpressie, ontbreekt het aan objectieve gegevens die deze kwaliteiten fundamenteel onderbouwen.
Er is geen breed gedragen bewijs dat field blends complexere of beter gebalanceerde wijnen opleveren dan zorgvuldig samengestelde assemblages of precieze monocepagewijnen. Integendeel, de praktijk leert dat het co-vergisten van rassen met uiteenlopende rijptijden en fysiologische behoeften vaak leidt tot een compromis: sommige druiven zijn nog niet rijp, anderen al over hun piek. Het idee dat rassen zich aan elkaar aanpassen in rijping of gedrag binnen een perceel is voorlopig eerder anekdotisch dan bewezen.
Uiteraard bestaan er field blends die overtuigen. Vaak komen die uit oude wijngaarden met decennialange geschiedenis, aangeplant vóór er sprake was van klonale selectie of wetenschappelijk onderbouwde plantkeuze. Denk aan die bepaalde percelen in Douro, waar de druivenkeuze niet voortkwam uit een plan, maar uit generatieslange ervaring, geografische toevalligheden en praktische noodzaak. De kracht van deze wijnen ligt niet per se in het principe van de field blend, maar in de rijpheid van de stokken, de natuurlijke selectie die plaatsvond door de jaren heen, en de intimiteit tussen wijnbouwer en perceel.
Dat maakt de vraag des te relevanter: wat gebeurt er als een wijnbouwer vandaag besluit een nieuwe field blend aan te leggen? De kans is reëel dat de uitkomst minder overtuigend is dan gehoopt. Zonder die opgebouwde veldkennis, zonder de ingesleten balans tussen rassen, zonder het organisch gegroeide evenwicht van oude aanplant, blijft het risico bestaan dat de wijn ongericht, onevenwichtig of vlak wordt. De complexiteit van een historische field blend is vaak niet het gevolg van de blend op zich, maar van de geschiedenis die eraan voorafging.
En precies daar ligt het antwoord op de vraag in de titel: niet elk orkest speelt vanzelf goed samen. Sommige hebben jaren nodig om op elkaar ingespeeld te raken. Andere klinken harmonieus enkel omdat de partituur generaties geleden al werd geschreven.
Een revival van nooit weggeweest
Ook al erkennen we de bedenkingen uit het voorgaande hoofdstuk, toch vraagt de realiteit vandaag om nuance. Je kan moeilijk om de hype heen die een Gemischter Satz uit Wenen momenteel teweegbrengt. Het succes van dit type wijn maakt field blends opnieuw aantrekkelijk voor wijnmakers die willen meedeinen op die golf én voor een publiek dat openstaat voor iets anders dan de vertrouwde smaken.
Field blends hebben wel degelijk hun plek in de wijnwereld. Ze verrassen, verleiden en brengen vaak een smaakervaring die buiten de lijntjes kleurt. Maar ze zijn geen shortcut naar grote wijn, geen automatische route naar complexiteit of expressie. Zoals zo vaak ligt de waarheid ergens tussen passie en precisie, tussen traditie en techniek. En vooral: in het glas.
Hun revival is dus terecht. Soms als hype, soms als herontdekking. Maar laten we mild nostalgisch zijn, en erkennen dat deze wijnen nooit helemaal zijn verdwenen. Ze zijn er altijd geweest. Het is alleen onze blik die veranderd is.
Filed under: oenologie | Tagged: Douro, field blend, gemischter satz, Italian wine ambassador, ribeiro, wijn, wijnkennis | Leave a comment »