Twee keer nieuwe identiteit in mousserend Italië

Bij het opruimen van mijn bureau kwam ik een vergeten bierviltje tegen waarop ik vlug wat had neergekrabbeld tijdens Vinitaly 2025. Tussen de krabbels stond: “blogje schrijven over Classese en Lessini Durello.” Het viltje was in een verloren stapel terechtgekomen en daardoor uit het oog verloren. Voor ik het definitief in de papiercontainer gooi, voldoe ik bij deze alsnog aan die gedachte van enkele maanden geleden.

In het dynamische landschap van Italiaanse mousserende wijnen zijn recent hervormingen doorgevoerd die zowel helderheid als ambitie uitstralen. Twee herkomstgebieden, Oltrepò Pavese Metodo Classico DOCG en Lessini Durello DOC, ondergaan belangrijke naamswijzigingen en structurele aanpassingen. Die zetten zijn bedoeld om de positionering van hun Metodo Classico- en Metodo Martinotti (Charmat)–wijnen te versterken, zowel op de binnenlandse markt als internationaal.

Van Oltrepò Pavese Metodo Classico DOCG naar Classese DOCG: Een nieuwe identiteit voor traditie

Wat al langer in de lucht hing, is nu officieel: Oltrepò Pavese Metodo Classico DOCG krijgt een nieuwe naam en een eigen gezicht. Classese is de toekomst van mousserende wijn in het zuiden van Lombardije. Klinkt dat als een rebranding? Zeker. Maar het is meer dan een nieuwe naam op het etiket. Het is een bewuste positionering van een regio die haar potentieel volop wil benutten.

Op Vinitaly 2025 gonste het al in de wandelgangen, en nu is het formeel: het Consorzio Vini Oltrepò Pavese heeft Classese niet alleen uitgeroepen tot nieuwe DOCG voor mousserende wijnen op basis van Pinot Nero, het heeft ook zijn hele visuele identiteit eromheen herbouwd. Het nieuwe logo is doordrenkt van symboliek. De vier valleien die van het Apennijnengebergte richting de Via Emilia lopen, de wortels van de wijnstok, het handwerk van de wijnboer en de elegante belletjes van een lang gerijpte fles Metodo Classico: al deze elementen komen samen in een helder, grafisch beeldmerk.

Het is de visuele vertaling van een diepere ambitie: de wedergeboorte van een van de historische wijngebieden van Italië, dat sinds een jaar of anderhalf in een herlanceringsproces zit. De naam “Classese” maakt vanaf nu officieel deel uit van de benaming van het Consorzio zelf. Een duidelijke keuze, die het belang van deze wijnstijl in de regio niet alleen erkent, maar ook bekrachtigt.

De eerste flessen met het collectieve “Classese”-merk worden later dit jaar verwacht op de markt. Ondertussen is de wijziging van het productiereglement (disciplinare) in een vergevorderd stadium: de aanvraag is al gepubliceerd in het officiële bulletin van de regio Lombardije. Zodra het dossier wordt goedgekeurd, is de naamsverandering officieel beklonken.

Het bestaande consorzio-logo blijft nog wel bestaan, maar zal voortaan enkel gebruikt worden voor de DOC-wijnen. Zo ontstaat er een duidelijk tweesporenbeleid, waarin de verschillende gezichten van het Oltrepò-terroir elk hun eigen podium krijgen: stil voor DOC, bruisend en ambitieus voor DOCG.

Het is trouwens niet de eerste keer dat het Oltrepò Pavese consorzio met een naamswijziging afkomt. Herinner je nog Cruasé voor de rosé metodo classico bubbels. Echt dragend is die naam niet geworden en ze is zelfs met een stille dood gestorven. Hopelijk bereikt men met de herbenaming naar Classese wel het beoogde effect. Het bekt in ieder geval al beter dan Oltrepò Pavese Metodo Classico!

Lessini Durello maakt onderscheid tussen Charmat en Metodo Classico

Ook in het noordoosten van Italië waait een vernieuwingswind. De appellatie Lessini Durello DOC heeft sinds kort haar productie opgesplitst in twee duidelijk onderscheiden categorieën, elk met een eigen naam:

  • Lessini Durello DOC: voor mousserende wijnen geproduceerd volgens de Metodo Martinotti/Charmat, waarbij de tweede gisting plaatsvindt in druktanks.
  • Lessini Durello Metodo Classico DOC: exclusief voor wijnen die de traditionele flesvergisting ondergaan.

De stap is een logische erkenning van de stijgande kwaliteit en ambities van de Metodo Classico-producenten in de regio. Hoewel de Durella-druif dezelfde blijft, bekend om haar hoge zuren en uitgesproken mineraliteit, verschilt het karakter van de wijn fundamenteel per methode. De flesgerijpte wijnen zijn complexer, rijper en vaak geschikt voor langere flesrijping, terwijl de Charmat-versies doorgaans fruitiger en frisser zijn.

Door deze formele splitsing worden consumenten en professionals beter geïnformeerd over wat ze kunnen verwachten in het glas. Het is een stap richting transparantie, positionering en kwaliteitssegmentatie.

Conclusie

Zowel Classese als Lessini Durello zetten met hun hervormingen in op herkenbaarheid, kwaliteit en onderscheidend vermogen. Dat is geen overbodige luxe in een landschap waar mousserende wijn steeds vaker moet opboksen tegen gevestigde grootheden. Italië laat zien dat het niet alleen traditie in huis heeft, maar ook de durf om te vernieuwen.

Zo behoud je de bubbel: Inschenken speelt een grotere rol dan je denkt

Belletjes verliezen, daar draait het in dit artikel om. Een schuimwijn zonder bubbels is als Romeo zonder Juliet: ondenkbaar. De pareling is geen detail, maar een essentie. We moeten er dus alles aan doen om die bubbels ook effectief in het glas te houden.

En daar wringt soms het schoentje. Want wist je dat je met een paar eenvoudige ingrepen het CO₂-verlies, en dus de bubbelkracht, drastisch kan beperken? Jawel: door simpelweg te letten op de temperatuur en de manier van inschenken, maak je al een wereld van verschil.

We gaan er al te vaak van uit dat schuimwijn inschenken een achteloze handeling is. In werkelijkheid grijpt dit moment rechtstreeks in op een van de belangrijkste eigenschappen van de wijn: het gehalte aan opgeloste koolstofdioxide (CO₂). Deze bruisende component beïnvloedt niet alleen het karakter van de bubbels, maar ook het mondgevoel én het aroma van de schuimwijn.

Het risico van inschenken: Twee technieken, twee uitkomsten

We gaan even technisch worden. Een fles champagne bevat ongeveer 11,4 gram opgeloste CO₂ per liter, goed voor zo’n 5 liter gas dat moet ontsnappen zodra de kurk knalt. Dat ontsnappen gebeurt op twee manieren. Enerzijds zijn er de zichtbare bubbels die opstijgen vanuit kleine krasjes, stofdeeltjes of luchtbelletjes aan de binnenkant van het glas. Op die plekjes verzamelt zich gas, en dat vormt het startpunt van een bel. Anderzijds is er een veel discretere vijand: onzichtbare diffusie. Voor elke CO₂-molecule die zichtbaar opstijgt als bubbel, verdwijnen er naar schatting vier stilletjes via het vloeistofoppervlak. Met andere woorden, het gros van de CO₂ verdwijnt zonder dat we het merken.

En daar komt de serveertechniek in beeld. De manier waarop champagne wordt ingeschonken, beïnvloedt het oppervlak en de turbulentie van de wijn in het glas. En dat heeft directe gevolgen voor het behoud van koolzuur. De manier van inschenken is niet eindeloos variabel. In de praktijk komt het neer op twee opties: de klassieke champagnestijl en de zachtere bierstijl.

De champagnestijl is de klassieke methode: de wijn valt verticaal in het glas en raakt de bodem met volle kracht. Het resultaat kan spectaculair zijn. Een bruisende fontein en een schuimkraag die snel opbouwt. Wat minder zichtbaar is: het enorme verlies aan opgeloste CO₂. De impact van de stroom veroorzaakt turbulentie, luchtinsluiting en menging in de vloeistof, wat de ontsnapping van CO₂ sterk versnelt. Deze methode, hoe feestelijk ook, is een efficiënt afschudmechanisme voor koolzuur.

Bij de bierstijl stroomt de wijn zachtjes langs de schuine wand van het glas. De turbulentie wordt beperkt, het contactoppervlak met de lucht blijft kleiner en de schuimvorming is minimaal. Het resultaat: een veel rustiger inschenkproces én beduidend minder CO₂-verlies.

Ik heb de vakliteratuur er even bijgehaald en de cijfers spreken boekdelen. Bij een temperatuur van 4 °C verliest champagne bij de champagnestijl 3,0 gram CO₂ per liter. Bij de bierstijl zakt dat verlies tot slechts 1,6 gram per liter. Bij een temperatuur van 12 °C loopt het verschil verder op: 3,3 gram verlies bij klassiek inschenken versus 2,0 gram bij de zachte methode. En bij een temperatuur van 18 °C (ik weet het wel, geen kat die een bubbel aan deze temperatuur zal schenken) wordt het verschil dramatisch: 4,0 gram tegenover 3,7 gram. De cijfers tonen hoe turbulentie en temperatuur elkaar versterken in hun effect op het CO₂-verlies.

Nice to know maar waarom is dit belangrijk?

Opgeloste CO₂ is veel meer dan een visueel spektakel. Het is de drijvende kracht achter wat schuimwijn zo uniek maakt. Zonder bruis geen lift. De aroma’s blijven hangen, het mondgevoel wordt vlakker, en het feestgevoel verdwijnt.

De koolzuurbelletjes werken als minuscule transporteurs. Bij het opstijgen nemen ze vluchtige aromacomponenten mee naar het oppervlak, waar ze vrijkomen en ons reukorgaan prikkelen. Dit effect zorgt voor die kenmerkende ‘lift’ van fruitige, florale of brioche-achtige tonen net boven het glas. Minder bubbels betekent minder aromatische intensiteit. En dat maakt een wereld van verschil, zeker bij verfijnde champagnes of mousserende wijnen met rijping.

Ook in de mond speelt CO₂ een rol. Het bruisen veroorzaakt een lichte druk, tinteling en een verfrissende sensatie die het gehemelte opwekt en de wijn levendig houdt. Bovendien reageert het koolzuur met speeksel, waarbij koolzuur omgezet wordt in een lichte zuurgraad die het geheel spannender maakt. Neem dat weg, en je blijft achter met iets wat, hoe goed ook, minder elegant en minder prikkelend aanvoelt.

Daarom is het niet zomaar een academische oefening om stil te staan bij het inschenken. De manier waarop je inschenkt, bepaalt mee wat je uiteindelijk ervaart. De bierstijl mag er misschien wat gewoontjes uitzien, maar ze respecteert de structuur van de wijn. Ze voorkomt overdreven schuimvorming, houdt het CO₂-niveau hoger, en laat zo de wijn in zijn meest expressieve vorm tot zijn recht komen.

Temperatuur als sleutelvariabele

Temperatuur beïnvloedt schuimwijn op fundamenteel niveau. Niet alleen tijdens het schenken, maar ook in het glas zelf. Wanneer een schuimwijn warmer wordt, neemt de bewegingsvrijheid van CO₂-moleculen toe. Ze worden letterlijk actiever, minder gebonden aan de vloeistof, en dus ook sneller geneigd om te ontsnappen. Warmte geeft het gas als het ware een duwtje richting de uitgang.

Maar er speelt nog iets mee: de perceptie van de wijn. Bij hogere temperaturen komt niet alleen meer CO₂ vrij, ook aroma’s ontwikkelen zich anders. Wat in sommige stille wijnen gewenst is, leidt bij schuimwijnen tot een vervaging van het evenwicht. De frisheid neemt af, zuren worden minder strak en de wijn kan wat logger. De subtiele spanning tussen zuur, mousse en aroma wordt vlakker.

Een ander punt is het effect op de beleving van bubbels. Bij een koude schuimwijn zijn de belletjes fijner, strakker en eleganter. Naarmate de temperatuur stijgt, worden ze grover en agressiever. Dat heeft invloed op het mondgevoel: wat eerst fluweelzacht tintelde, kan bij hogere temperaturen plots prikken of zelfs bijten. Dat is geen toeval, maar een direct gevolg van de veranderende oplosbaarheid en gasdruk in de wijn.

Daarnaast vertraagt een koele temperatuur de evolutie in het glas. Een koude schuimwijn houdt zijn CO₂ beter vast, blijft langer levendig en behoudt zijn structuur over meerdere minuten. In een warmer glas neemt het verval sneller toe. Zelfs de beste fles verliest dan zijn magie vóór het glas leeg is.

Kortom: temperatuur is niet alleen een technisch aspect, maar een bepalende factor voor finesse, balans en timing. Wie de serveertemperatuur respecteert, rekt het ideale drinkvenster maximaal uit en gunt zichzelf meer tijd om van de schuimwijn te genieten zoals hij bedoeld is.

Zien wat normaal verborgen blijft: schuimwijn in infrarood

Hoe weet je nu zeker wat er allemaal verloren gaat bij het inschenken? Hoe toon je iets aan dat je met het blote oog niet ziet? Het antwoord komt verrassend genoeg uit de hoek van de technologie: infraroodthermografie.

Een mondvol, maar het idee is eenvoudig én spectaculair. Onderzoekers maakten gebruik van een infraroodcamera, uitgerust met een filter die specifiek gevoelig is voor CO₂. Die gasmoleculen zenden namelijk een klein beetje infraroodstraling uit, onzichtbaar voor ons, maar perfect op te vangen met de juiste apparatuur. En plots wordt het onzichtbare zichtbaar.

De beelden die dat oplevert zijn ronduit fascinerend: zodra de schuimwijn wordt ingeschonken, zie je een nevel van koud gas zich uit het glas storten. Geen stijgende damp zoals bij warmte, maar een sluier die langzaam naar beneden glijdt. Dat komt omdat CO₂ ongeveer anderhalve keer zwaarder is dan lucht. Het stroomt niet weg, maar zakt als een stille waterval langs de glaswand.

Nog interessanter is dat het verschil tussen warme en koude schuimwijn letterlijk zichtbaar wordt. Bij hogere temperaturen is de uitstroom van CO₂ massaal. Dikke, dichte wolken van gas rollen over de rand van het glas. Bij koele schuimwijn blijft de uitstoot beperkt en eleganter. Hetzelfde geldt voor de manier van schenken: bij de klassieke champagnestijl gutst de CO₂ eruit, bij de bierstijl blijft de uitstroom veel bescheidener.

Deze visuele bevestiging laat geen ruimte voor twijfel. Wat eerder louter meetbaar was via chemische analyses, wordt nu tastbaar in beeld gebracht. De sluier van CO₂ verraadt alles: de temperatuur, de techniek, het verlies. Geen theorie, maar een zichtbaar verhaal.

En misschien is dat wel het mooiste aan deze technologie: ze onthult de kwetsbaarheid van schuimwijn. Wat je niet ziet, doet er wél toe. En als je het eenmaal gezien hebt, schenk je nooit meer gedachteloos in.

Conclusie

De manier waarop schuimwijn in het glas belandt, is allesbehalve banaal. Serveerstijl en temperatuur hebben een meetbare én merkbare invloed op het behoud van CO₂, en dus op de totale beleving van de wijn. Wie het bruisende karakter wil behouden, kiest best voor koel schenken en een rustige, schuine inschenkhoek.

Wat ik bijzonder fijn vond aan dit onderzoek, is dat het wetenschappelijk bevestigt wat ik al jaren verkondig: Schenk uw champagne zoals een goed getapt biertje. Minder spektakel misschien, maar des te meer genot.

Wilde Kemphanen

Hét seizoen is alweer aangebroken! Je kijkt rondom je heen en je merkt niets anders momenteel. Het oerinstinct breekt uit, het jachtseizoen is geopend.  Zo ook voor ons mannetjes-kemphanen! Wild, wild, wild en nog eens wild…

Bekijk elke menu in eender welk restaurant en je kan de variaties van het veder- en het pelswild overal wel terugvinden. Zelf doen we natuurlijk er ook aan mee, ahja! En dus was het november menu van Kookclub De Kemphanen ook seizoensgebonden samengesteld. Voor ons is het voornamelijk een combinatie van koken, er iets van opsteken en fun. Voor mij komt er een extra dimensie bij: De combinatie met wijn!

Een weegschaal om ons gewicht te dragen moet nog uitgevonden worden en Sonja Kimpen zou samen met haar dieet nogal vlug in de afvalcontainer gekieperd worden want die avond gaan wel alle remmen los en letten we niet zo gauw gauw op een calorietje meer of minder. We kunnen het schitterend met elkaar vinden in de keuken en niemand wil de grootste hebben. En hij die dan toch de grootste heeft, is onze Piet! Hij mag het uitleggen, hij mag ons leiden…

Ik ga trachten onze kook-kunstjes hier bij te houden en vooral de benadering van de combinatie met wijn toe te lichten.
Het Menu november 2010 dan:

Aperitief

***

Eendenborst met crème van foie gras

***

Torentje van hertekalf

***

Bosvruchtencrème

Voor het aperitief het ik een Pinot Noir in bubbels gekozen. Gemaakt volgens de méthode traditionelle maar wel komende uit Oostenrijk. Eentje van Weingut Leth uit het jaar 2007. Heerlijk schuimend, super smakend…iedereen tevreden 🙂

De eendenborst met de crème van foie gras bevatte heel wat smaakcomponenten. Zo werd er een subliem ruikende (en smakende) saus gemaakt op basis van gekookte kastanjes, kardemon, steranijs en gember. De crème van foie gras bevatte een scheut Armagnac en cayennepeper. De magrets werden gebakken in het gesmolten eigen vet. Heerlijk gerecht en dus mocht de wijn het gerecht alvast niet gaan overheersen, maar moest hij wel de nodige weerstand kunnen bieden aan die waaier van verscheidene smaken. Hiervoor koos ik voor een Roussillon Villages (Latour de France) van Domaine de l’Ausseil. De ‘La Capitelle’ is gebaseerd op oude Carignan stokken en wordt daarbij aangevuld met Syrah en Grenache. Best een stevige wijn die omwille van zijn leeftijd (2003) een voldoende mild karakter toonde.
Voor mij was het een perfecte mariage…de wijn vulde het gerecht heerlijk aan en omgekeerd!

Het hoofdgerecht was dus hertekalf (Nieuw-Zeelands), klaargemaakt met salie, tijm, sjalot, knoflook en rozemarijn. In combinatie gegeven met een wilde paddestoelmengeling en een puree afgewerkt met zaadjesmosterd. De saus, daar zat hem het venijn! Deze zou op smaak gebracht worden met perensiroop en fondant chocolade… Omwille van al deze ingrediënten was de keuze van de wijn behoorlijk snel gemaakt. Voor mij schreeuwt dit gerecht om een nieuwe wereld Shiraz. Waar kan ik deze beter vinden dan in Australië! De Penley Estate Hyland Shiraz 2007 is een wijn die voldoende kruidig is, voldoende kracht bevat (niet teveel want dat heeft ons kalf niet graag), een beetje jammy is en chocolade heeft in zijn afdronk.
De combinatie was dus opnieuw geslaagd al moet er een kanttekening geplaatst worden… Bij onze saus was er net iets teveel geëxperimenteerd met de poepgelei en de bittere chocolade. Voor mij had de saus dan ook teveel chocolade gehad om het zoete aan te vullen. Daardoor kwam de afdronk van de wijn niet geheel tot zijn recht.

Het nagerecht tenslotte. Een bosvruchtencrème met frambozensorbet en munt. Ik had hiervoor een Late Harvest van Hétszölö (Tokaj – Hongarije) genomen. De keuze was echter ondermaats. De wijn verbleekte helemaal bij het superzoete dessert. Hier had ik misschien beten voor een Moscato d’Asti gekozen…

Al bij al een zeer geslaagde avond en zoals steeds kijk ik uit naar het binnenkomen van het volgende menu. Vandaag staat er alweer wild op het menu. Dan mag ik mijn sommelier-kostuum nog een keertje aantrekken en de gasten aan tafel begeleiden in het fascinerende wereldje van de wijn…

Osterreichischer Sekt, Ernte 2007

Osterreichischer Sekt, Ernte 2007 staat er te lezen op het etiket van de fles die ik momenteel aan het proeven ben. Het is dus een Oostenrijkse schuimwijn, gemaakt volgens de traditionele methode van het Weingut Leth. Deze is meer bepaald van de Pinot Noir druif, een blanc de Noirs dus.

Nu moet je mij al een hele tijd niet meer vertellen dat we de Oostenrijkse wijnen met meer dan gewone interesse in de gaten moeten houden. De kwaliteit die ons de laatste jaren van dat land aan het toestromen is, is eerlijk gezegd adembenemend!

Het Weingut Leth is al enkele jaren een gevestigde waarde in ons land en hoeft niet echt nog verder betoog. Anderen volgen of waren ze al voor.

Zo heb ik onder andere besloten de wijnen van Triebaumer uit Burgenland gaan op te volgen. Later misschien meer hierover.

Even terug naar de Sekt, ofte schuimwijn die hier mijn lippen heeft beroerd en mijn smaakzin op uiterst aangename manier heeft geprikkeld. Wat onmiddellijk opvalt, is de uiterst fijne pareling en de bijzondere intensiteit ervan. Ook de mousse (kraag) houdt voldoende lang stand. Belovend dus vanuit visueel standpunt.

Het ruiken vind ik persoonlijk steeds het moeilijkste bij een schuimende wijn…het koolzuur beneemt meestal alle tastzin, gevolgd door het gist. Pas nadien kan je andere geuren vrijwaren. Ik dit geval heb ik geluk want er komen vanaf de aanzet onmiddellijk de kleine vruchtjes opzetten, framboosjes en myrtilles.
Proeven dan maar met een uiterste waakzaamheid voor de CO2! Deze is helemaal niet agressief, zacht zelfs en geeft naar het einde toe zelfs een licht zalvend gevoel. Heerlijk fris en vooral zeer zuiver van smaak.
Alweer ben ik zeer aangenaam en prettig verrast door Oostenrijk.

Strauss hoeft zich voor het eerst, wat wijn betreft, nog niet om te draaien in zijn graf! Zijn nalatenschap is verzekerd want als er één ding is dat je momenteel met zekerheid kan stellen is dat: Oostenrijkse wijn walst!

Cava Privat Laietà – Kan Cava groots zijn?

Hoe vaak ook Cava als het kleine broertje onder de schuimwijnen wordt beschouwd…
Hoe vaak ook we geconfronteerd worden met een lichtvoetige, speelse Cava…
Hoe vaak ook we het groene onrijpe, spitse fruit proeven…
Hoe vaak ook eenvoud wordt verheerlijkt…

Cava is hip…Cava is trendy…Cava is overal!

Kan Cava ook groots zijn?
Absoluut! Getuige hiervan is de Cava Privat Laietà. Gemaakt van de Chardonnay druif. Het is een Brut Nature Gran Reserva die 24 maanden rijping heeft ondergaan.
Wijnhuis Alta Allela maakt deze bio-cava volgens de traditionele methode en laat de basiswijn vergisten op zijn natuurlijke gistcellen.
Het geheel wordt in een zeer speciaal kader gegoten en elke fles wordt, zeer zichtbaar, bestempeld met de datum van degorgement.

Groots van kwaliteit waartegenover een prijskaartje van 21,50 € moet worden geplaatst…Het blijft groots!