Croatina: Het koppige buitenbeentje

Omtrent de ontleding van de blend van de Valpolicella-wijnen en de bespreking van de druiven hebben we eerlijk gezegd even getwijfeld: verdient Croatina een eigen artikel of nemen we haar op in de laatste aflevering onder de noemer ‘overige toegestane druiven’? Die laatste aflevering volgt volgende week zondag, en zal zich richten op minder bekende druivengoden zoals Dindarella, Spigamonti en consoorten.

De twijfel was terecht. Croatina duikt zelden op in de samenstelling van een Valpolicella-wijn. Het is en blijft een buitenbeentje. Maar tegelijk is het een druif die op zichzelf misschien net te belangrijk is om in de marge te verdwijnen.

Begrijp ons dus goed: Croatina speelt vandaag zelden mee in Valpolicella. Maar wanneer dat wel gebeurt, is haar impact voelbaar. En vooral: haar verhaal speelt zich grotendeels elders in Italië af. Dáár wordt ze echt au sérieux genomen. Precies daarom verdient ze hier een eigen plaats. Geen hoofdrol in Valpolicella, wel een karakterrol in het grotere wijnverhaal.

Van Kroatië tot Casteggio

Croatina is een druif die tot vandaag met een zekere identiteitstwijfel kampt. In officiële documenten wordt ze aangeduid als Croatina N. 071, een erkenning die ze sinds 1970 draagt. Maar wie de wijngaarden van Noord-Italië doorkruist, stuit op een bont gezelschap aan synoniemen: Crovattina, Croattina, Croatino, Croata en Crovettina, om er enkele te noemen. Elk van die namen zegt iets over lokale dialecten, historische transcripties en hardnekkige gewoonte.

De grootste bron van verwarring is zonder twijfel de naam Bonarda. In Oltrepò Pavese en in de Colli Piacentini is dat een erkend synoniem voor Croatina. Maar elders in Piemonte verwijst Bonarda naar andere, volledig verschillende druiven zoals Bonarda Piemontese en Bonarda Novarese (ook wel bekend als Uva Rara). Deze zijn genetisch niet verwant aan Croatina, al doen de namen anders vermoeden. Dat leidt tot misverstanden, zelfs onder doorgewinterde wijnliefhebbers.

Nog verwarrender wordt het wanneer Croatina opduikt onder namen als Dolcetto, Nebbiolo di Gattinara of Freisa. Die foutieve benamingen kwamen vroeger vooral voor in kleinere gemeenten zoals Gattico of Sizzano in het Novarese gebied. Daar werd ze soms ook Borgogna of zelfs Uva dello zio genoemd. Het toont aan hoe diepgeworteld en lokaal deze druif was en hoe weinig uniformiteit er bestond in naamgeving.

Over haar geografische oorsprong bestaan verschillende theorieën. Een plausibele hypothese stelt dat Croatina afkomstig is uit de kustregio Primorska Hrvatska in het huidige Kroatië. Van daaruit zou ze via Slovenië haar weg gevonden hebben naar Emilia-Romagna en vervolgens naar Lombardije en Piemonte. Die migratie wordt versterkt door andere gelijkaardige druifroutes, zoals die van Primitivo, en door de betekenis van de naam zelf: Croatina wijst duidelijk op een Kroatische link.

Vanuit die hypothetische oorsprong komt de druif uiteindelijk terecht in het hart van Lombardije, waar ze haar vaste voet aan de grond vindt in Casteggio, Oltrepò Pavese. Casteggio is niet alleen een belangrijk productiegebied, het was ook een van de plaatsen waar de officiële ampelografische beschrijving van Croatina werd opgesteld. Samen met Boca in de provincie Novara geldt het als een referentie voor de moderne teelt van de druif.

Kortom, Croatina is een druif met een complexe naamgeschiedenis, een diffuse verspreiding en een migratieverhaal dat nog steeds onderwerp van discussie is.

Geschiedenis van een grensganger

Croatina kent een lange geschiedenis in Noord-Italië, met sporen die teruggaan tot de middeleeuwen. Ze werd verbouwd in Piemonte, Lombardije en delen van Emilia-Romagna, lang voor ze een officiële status kreeg. Toch bleef haar aanwezigheid eerder lokaal en versnipperd.

De eerste formele vermelding van Croatina in wijnbouwkundige literatuur dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw. In publicaties uit Novara en Rovescala wordt de druif voor het eerst systematisch beschreven.

In het dorp Rovescala, op de grens van Pavia en Piacenza, groeide Croatina uit tot een regionale trots. Daar werd ze traditioneel Bonarda genoemd en kreeg ze een duidelijke plaats in de lokale wijnbouwidentiteit. Tot op vandaag geldt Rovescala als het historische hart van Croatina.

In Novara, verder naar het noorden, bleef Croatina eveneens stevig verankerd. Daar wordt ze beschouwd als het belangrijkste rode ras van de streek. De wijnbouwers onderscheiden er verschillende types van de druif op basis van internodi (de knopen op de scheut), waarbij de kortere variant als consistenter wordt gezien in opbrengst en kwaliteit.

In Pavia was de relatie met Croatina grilliger. Haar weerstand tegen oïdium en haar degelijke opbrengst maakten haar aanvankelijk populair, maar haar neiging tot onregelmatige productie zorgde ook voor scepsis. Vooral bij natte jaren bleek ze kwetsbaar. Toch hielden veel wijnbouwers vast aan de druif omdat ze wisten wat ze eraan hadden: body, kleur en structuur.

Verspreiding en cultivering

Met een aanplant van minder dan 3.700 hectare is Croatina verrassend genoeg stabiel én geografisch breed verankerd in Noord-Italië. De meeste aanplantingen bevinden zich in Lombardije, Piemonte en delen van Emilia-Romagna, met hier en daar uitlopers naar Veneto (Valpolicella) en tot zelfs in Sardinië.

In Lombardije speelt Croatina een hoofdrol in het zuidelijke wijngebied Oltrepò Pavese, ten zuiden van de rivier de Po. Hier vormt ze het hart van de DOC Oltrepò Pavese Bonarda, waar de wet voorschrijft dat ze minstens 85% van de wijn moet uitmaken. De overige 15% mag bestaan uit druiven zoals Barbera, Vespolina of Uva Rara. Binnen dit gebied is ze dé lokale druif bij uitstek. Croatina is er synoniem met identiteit.

In Emilia-Romagna maakt ze deel uit van de assemblages in de DOC Gutturnio, vooral in het gebied rond Ziano Piacentino. Daar wordt ze gekoppeld aan Barbera, die het grootste aandeel in de blend inneemt. Croatina zorgt voor de structuur, de zuurtegraad en een extra laag tannine. Ze mag tot 45% van de wijn uitmaken, afhankelijk van het type (Basis, Superiore of Riserva). De meeste Gutturnio-wijnen zijn blends, maar de aanwezigheid van Croatina is er essentieel om de stijl te definiëren.

In Piemonte komt Croatina voor in een reeks appellaties, waaronder Colli Tortonesi, Colline Novaresi, Coste della Sesia en Bramaterra. Vooral in het noorden, rond Novara en Vercelli, heeft ze een historische voetafdruk. Ze speelt er een bescheiden maar constante rol in blends, vaak samen met Nebbiolo, Vespolina of Uva Rara. Op het etiket wordt haar bijdrage echter zelden expliciet vermeld.

Daarnaast is Croatina opgenomen in diverse DOC’s en IGT’s, waaronder San Colombano al Lambro, Buttafuoco, Casteggio, Piemonte DOC, Valli Ossolane en enkele kleinere benamingen in Veneto en op Sardinië. In die laatste twee regio’s gaat het eerder om experimentele of marginale aanplant, zonder noemenswaardige productievolumes.

De hernieuwde aandacht voor Croatina heeft alles te maken met haar aanpassingsvermogen. Ze gedijt op uiteenlopende bodems en klimaten, zolang ze voldoende zon krijgt in het naseizoen. Die flexibiliteit, gecombineerd met haar kleur, zuivere fruitaroma’s en brede inzetbaarheid in blends, maakt haar voor veel wijnmakers opnieuw interessant. Vooral producenten die bewust kiezen voor lokale druiven boven internationale variëteiten, vinden in Croatina een bondgenoot die authenticiteit koppelt aan potentieel.

De wijnstok

Croatina is een druif met een uitgesproken groeikracht en karakter, maar ook met duidelijke eisen. De wijnstok vertoont een krachtige maar beheersbare vegetatieve groei, waarbij lange snoei noodzakelijk is om haar productie in toom te houden. In traditionele wijngaarden wordt Croatina vaak op ruime afstand van elkaar geplant, met druivenranken die breed uitwaaieren. Ook moderne snoeisystemen zoals Guyot of cordon worden gebruikt, op voorwaarde dat de plant voldoende ruimte krijgt om zich uit te spreiden.

De bloei begint meestal in de tweede helft van juni, gevolgd door de kleurverandering van de bessen midden augustus (invaiatura). De rijping is laat, doorgaans in de eerste helft van oktober. Cruciaal hierbij is het weerbeeld in de nazomer: een warm en droog najaar zorgt voor rijpe trossen met voldoende fenolische ontwikkeling, terwijl regen en vochtigheid het risico op rot vergroten. In veel appellaties wordt daarom gekozen om Croatina slechts deels in de blend op te nemen, als buffer of verzekeringspolis bij onzeker weer.

De trossen zijn groot, kegelvormig en vrij compact, met een gemiddelde lengte van 20 tot 25 cm. Binnen eenzelfde perceel kunnen er aanzienlijke verschillen voorkomen in trosgrootte en bessenverdeling, wat een zorgvuldige selectie bij de oogst vereist. De bessen zijn middelgroot, bolvormig tot licht ovaal, en bedekt met een dikke blauwzwarte schil met een dunne, blauwachtige waas. Het sap is kleurloos, het vruchtvlees is sappig maar neutraal van smaak.

Ampelografisch onderscheidt de plant zich met haar donkergroene, dof glanzende bladeren, meestal vijflobbig, soms drielobbig. De bladeren zijn gemiddeld van formaat en licht komvormig, met fijne nerven en niet-uitgesproken tanden. In de herfst kleurt het blad eerst rood met groene vlekken, om vervolgens over te gaan naar een warm geel-rood palet.

Croatina is relatief goed bestand tegen oïdium en botrytis in droge jaren, maar vatbaar voor valse meeldauw en insecten zoals de tignola (de druivenmot, waarvan de rupsen schade toebrengen aan de trossen). Ook vertoont ze in sommige lentes een beperkte bloei, met minder bloemknoppen dan verwacht. De vruchtbaarheid zit meestal geconcentreerd op de derde tot vijfde knop, met gemiddeld twee (soms drie) trossen per scheut. De zijscheuten dragen zelden vruchtbare trossen die volledig rijpen.

Wat de bodem betreft, doet Croatina het goed op hellende, goed drainerende klei- of leemgronden met voldoende diepte. De wijnstok heeft baat bij goed doorlatende bodems met frisse ondergrond en zonlicht op het loof. In te rijke bodems kan ze te uitbundig groeien, met verwaterde bessen tot gevolg.

De complexiteit van Croatina als wijnstok verklaart waarom ze vaak een ondersteunende rol speelt in blends. Maar voor wie de druif door en door kent en weet hoe ze te behandelen, biedt ze meer dan louter volume en kleur en kan ze schitterende monocépage wijnen opleveren.

Wat te verwachten in het glas

Wanneer Croatina als enige druif wordt gevinifieerd, levert ze een wijn met een diepe robijnrode tot paarse kleur. Het aroma is expressief, met tonen van rijpe frambozen, zwarte bessen, amandel, kruiden en florale accenten. In de mond is ze vol en vaak zacht, met een fluwelig mondgevoel en een stevige alcoholgraad. De zuren zijn meestal gematigd, de tannine merkbaar maar niet dominant, tenzij de oogst onrijp is of het rendement te hoog lag. In dat geval kan de wijn hard en groen overkomen. Goed gemaakte Croatina blijft echter soepel en evenwichtig, met net genoeg grip om interessant te blijven. In de jeugd komt de wijn doorgaans wat ‘hoekig’ over en is er geduld nodig om een versmolten gevoel te bereiken.

In blends toont Croatina zich als een druif die diepte, grip en herkenbaarheid toevoegt. Ze neemt zelden genoegen met een figurantenrol, en dat merk je ook in het glas. Ze brengt kleur, body en een stevige onderbouw, zonder het aromatische profiel van de andere druiven te verstikken.

In Oltrepò Pavese bepaalt Croatina de toon. Hier geeft ze de wijn zijn robijnrode kleur, sappige textuur en karakteristieke combinatie van rijp rood fruit met een vleugje amandel en kruidigheid. Zelfs in de mousserende en lichtzoete varianten blijft haar handtekening voelbaar: een zekere breedte in de mond, een warme ruggengraat en een verrassend fluwelig mondgevoel. Croatina zorgt er niet voor complexiteit in de neus, maar voor draagkracht en balans in het geheel.

In Gutturnio is haar rol complementair. Barbera brengt fruit en zuren, Croatina zorgt voor de structuur. Het is die balans die Gutturnio karakter geeft: de Croatina voegt grip, lengte en een licht drogend randje toe, waardoor het fruit van Barbera strakker omlijnd wordt. Je herkent haar aan de diepte van het middenpalet en aan de iets steviger tannine, die nooit brutaal is maar wel aanwezig.

In het noorden van Piemonte speelt ze een subtielere rol. De blends met Vespolina of Bonarda Piemontese zijn aromatischer, maar het is Croatina die voor de ruggengraat zorgt. Ze voegt net voldoende volume toe om de florale en kruidige componenten te dragen. Zonder haar zouden deze wijnen eerder lichtvoetig en diffuus zijn. Met haar krijgen ze contouren en stevigheid.

Wat al deze wijnen gemeen hebben, is dat je met Croatina nooit op veilig speelt. Ze is niet vanzelfsprekend toegankelijk, maar wie haar juist gebruikt, krijgt een wijn die zich onderscheidt door kleur, fruit, ronding en een fijnkorrelige grip. Slechte jaren laten zich voelen, maar goede jaren leveren een karaktervolle wijn op.

Croatina in Valpolicella: een stil experiment

Tijdens de inleiding hebben we er al gewag van gemaakt: binnen de traditionele Valpolicella-blend speelt Croatina zo goed als geen rol. Corvina, Corvinone, Rondinella en Molinara vormen al decennia het vertrouwde viertal dat de stijl van de wijn bepaalt. Toch merken we onder de wijnbouwers een groeiende interesse in Croatina als aanvulling. Weliswaar voorlopig voorzichtig en kleinschalig als een gedeeltelijk alternatief in de samenstelling.

De aantrekkingskracht ligt in haar vermogen om kleur, sappigheid en zachtheid toe te voegen zonder het karakter van Valpolicella te overschaduwen. In tegenstelling tot sommige internationale rassen is ze niet te dominant en complementeert ze de blend door net genoeg gewicht mee om Corvina’s zuren en Rondinella’s neutraliteit te compenseren. Vooral in warmere jaren, waarin Corvina de neiging heeft om wat uitdrogend of hoekig te worden, biedt Croatina soelaas. Ze houdt het middenpalet vol en zorgt voor ronding waar dat anders verloren dreigt te gaan.

In koelere jaargangen is haar bijdrage anders: dan is het haar structuur die telt. Croatina rijpt later en bezit voldoende natuurlijke kracht om een blend die anders flets zou blijven, diepte en grip te geven. Het is net die flexibiliteit die haar interessant maakt voor wijnmakers die het klassieke kader willen uitdagen zonder de regionale stijl te verlaten.

Voorlopig blijft het bij experimenten. Er is geen officiële erkenning binnen de Valpolicella DOC-voorschriften en de druif wordt niet algemeen aangeplant. Maar wie de moeite neemt om goed te kijken, ontdekt hier en daar flessen waarin Croatina een discreet maar duidelijk verschil maakt. In ripasso’s is haar rol minimaal, in amarone nog experimenteel, maar de eerste resultaten tonen aan dat haar concentratievermogen en zachte tannine perfect inpasbaar zijn in deze rijkere stijlen.

Een blijvende toekomst

Hoewel de druif op diverse locaties een vaste voet aan de grond heeft, kan je je terecht vragen stellen bij haar toekomst. Croatina is veeleisend, vraagt aandacht in de wijngaard, levert niet altijd constante opbrengsten en krijgt zelden de commerciële aandacht die andere rassen wél genieten. Dat maakt haar niet meteen de meest aanlokkelijke van de bende.

Toch blijft ze overeind, net omdat ze iets brengt wat moeilijk te vervangen is: karakter, kleur en structuur. Haar rol in blends wordt belangrijker, en ook als monocepage wint ze mondjesmaat terrein. Ze past bij een wijnwereld die opnieuw zoekt naar identiteit, herkomst en nuance.

Laat ons hopen dat ze nog lang blijft opduiken in het glas.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 
  10. Molinara: In het verdomhoekje
  11. Oseleta: Een druif met toekomst

Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes

De bestemming is bekend, de koffers worden gepakt, de goesting groeit: wijnclub Amici trekt naar Valpolicella. Het nieuws werd met veel enthousiasme onthaald, en terecht. Want deze wijnregio in het noordoosten van Italië heeft meer te bieden dan alleen Amarone. Valpolicella is een schatkamer van druivenrassen, stijlen en persoonlijkheid die in elke fles iets nieuws onthullen.

Tussen het romantische Verona en het glinsterende Gardameer ontvouwt zich een landschap van glooiende heuvels, oude wijngaarden en pittoreske dorpjes. Het is een streek met een lange wijnbouwgeschiedenis, maar ook met een opvallende dynamiek. Producenten combineren vakmanschap en vernieuwing, waardoor het gebied blijft verrassen.

In de komende weken duiken we met jullie in de wereld van Valpolicella. In twaalf artikels nemen we je mee door het kloppend hart van de regio. Hieronder alvast een voorsmaakje van wat je mag verwachten.

1. Valpolicella geografisch
Waar ligt Valpolicella precies en wat maakt de ligging zo bijzonder? We duiken in de geschiedenis, verkennen de diversiteit van het wijngebied en ontdekken waarom de druiven hier zo goed gedijen tussen bergen en meer.

2. Valpolicella DOC & Valpolicella Classico / Superiore DOC
Wat is het verschil tussen een gewone Valpolicella en een Superiore? En wat betekent “Classico”? Deze aflevering brengt helderheid in het doolhof van regelgeving en kwaliteit.

3. Valpolicella Ripasso DOC
De Ripasso is de charmante brug tussen fris en krachtig. Hoe komt hij tot stand, waarom smaakt hij voller dan een gewone Valpolicella en waarom hij vaak de toegankelijke broer van Amarone wordt genoemd? Je ontdekt het hier.

4. Amarone della Valpolicella DOCG (Classico + Riserva)
Koninklijk, krachtig en complex: Amarone heeft een reputatie om jaloers op te zijn. Maar hoe wordt deze wijn precies gemaakt en waarom is hij zo geliefd bij zowel kenners als genieters?

5. Recioto della Valpolicella DOCG
Zoet, maar met stijl. De Recioto is de vergeten parel van de regio. Een dessertwijn met eeuwenoude roots die charmeert zonder te kleven.

6. Corvina – De belangrijkste schakel
Corvina is het ruggengraat van Valpolicella. We ontdekken wat deze druif zo typisch maakt, hoe ze zich gedraagt in verschillende stijlen en waarom je haar nooit mag onderschatten.

7. Corvinone – Een snelle opmars
Lang werd ze als variant van Corvina gezien, maar Corvinone heeft een eigen stem. Groter, krachtiger en met een verrassend zachte kant.

8. Rondinella – De stille kracht
Bescheiden, maar onmisbaar. Rondinella brengt frisheid, kleur en structuur. Geen hoofdrolspeler, wel een betrouwbare compagnon.

9. Molinara – In het verdomhoekje
Een druif met een identiteitscrisis. Ooit alomtegenwoordig, nu vaak weggelaten. Maar heeft Molinara misschien toch meer te bieden dan gedacht?

10. Oseleta – Grote vooruitzichten
Een kleine rebel die terug is van weggeweest. Tanninerijk, krachtig en intens. Ideaal voor wie durft.

11. Croatina – Het buitenbeentje
Een buitenbeentje dat soms opduikt in blends. Croatina is sappig, gul en net dat tikkeltje eigenzinnig.

12. De overige druiven
Dindarella, Spigamonti en andere zeldzame namen komen aan bod. Druiven met karakter die kleur geven aan de wijnwereld van Valpolicella.

Of je nu al jarenlang gepassioneerd bent door Valpolicella of enkel Amarone van naam kent, deze reeks belooft een ontdekkingstocht te worden. Voor sommigen wordt het een reis door vertrouwd terrein, voor anderen een eerste kennismaking met een gebied dat veel meer te bieden heeft dan verwacht. Maar één ding staat vast: boeiend wordt het zeker. We gaan de Valpolicella-blend laag per laag ontleden, zodat je straks niet kan wachten om de regio zelf in levende lijve te ontdekken.

Een dag in Piemonte – Deel 2

Dinsdag, 22 mei 2012. Goed uitgerust kan ik de dag starten met het typische Italiaanse ontbijt. Karig maar lekker! En het is maar best ook dat ik heb genoten van een goede nachtrust. De dag beloofd immers goed druk te worden. We komen stilaan op kruissnelheid en dat vind ik net goed. Ik hou ervan dat er een strak ritme inzit, dat er actie is. Geen tijd te verliezen, geen dag in het leven beleven die nutteloos verloren dreigt te gaan… Een andere reden om de dag fluitend te starten is het feit dat het zonnetje plots zijn plekje in deze wereld weer gevonden heeft. Van ’s morgens af blakert ze en streelt ze mijn frêle witte huid.

Wel hebben we nog een serieuze (nu ja) verplaatsing voor de boeg. We worden immers verwacht in Dogliani en dus sjokken we van Monferrato richting ‘mijn Piemonte‘. Jawel, ik hou van de Langhe en de omgeving van Alba. Dat het toevallig hier is dat we de grootste namen vinden is puur toeval ;-). Onderweg naar Dogliani passeren we die namen trouwens. Voor dat we Alba bereiken zien we links La Torre di Barbaresco prijken en stralen, nadien gaat het snel… La Morra a destra, Barolo a sinestra en Monforte d’Alba recht voor ons uit! Het is hier trouwens dat we een korte stop houden voor een cafeïne shot. Een cappuccino? Jawel het is nog vroeg genoeg in de morgen om ons niet te laten slijten als onwetende toerist. Het is hier trouwens dat Paolo Boschis ons komt vervoegen. Hij is de oenoloog en kelderverantwoordelijke van de Azienda Agricola Francesco Boschis. Hij zal ons gaan rondleiden doorheen de diversiteit aan cru wijngaarden die Dogliani rijk is. Ik luister geboeid naar zijn eerlijk en heerlijk verhaal! Neen Dolcetto is niet de grootste wijn, neen Dolcetto is niet de meest boeiendste druif… Paolo vertelt het heel eerlijk. Uiteraard zou hij liever de naam en de faam van zijn buren uit Barolo bezitten. Maar er is geen greintje misnoegen aan zijn hele verhaal. Hij werkt met de Dolcetto alsof deze druif zijn grootste liefde in zijn leven is, behandelt de druif met een enorm respect en probeert de best mogelijke wijnen te produceren. Hij prijst zich gelukkig met het land waarin hij kan werken en met de rijkdom waarmee de natuur hem bezegeld heeft. Ik kan u vertellen…ik ken er anderen die het kankeren op de beroemde buren maar niet kunnen laten.

Ik zat zelf reeds een tijdje met een vraag over die Dolcetto druif. Deze druif gaat immers met de bijnaam ‘kleine zoete’ door het leven terwijl de wijn helemaal niets zoet van doen heeft. Ik zag mijn kans schoon en legde Paolo op de rooster. Het antwoord is zoals steeds poepsimpel! Het moment dat de bessen beginnen rijpen zijn de bessen, vanuit het oogpunt als eetdruif, de zoetste die er groeien. Bijgevolg zijn ze zeer geliefd bij de vogels en kunnen onze gevederde vrienden hun lusten niet inhouden en vreten ze zich te pletter aan de Dolcetto. Voilà dat weten we dan ook weer! Een gigantische kennis opgedaan waardoor ik het nog ver zal schoppen in mijn leven ;-).

Theorie is één ding natuurlijk en wat ben je met de theorie als je deze niet in de praktijk kan omzetten. Tijd om te proeven dus… Hiervoor gingen we naar de Enoteca van Dogliani.
We proefden er volgende wijnen:

  1. Azienda Agricola LeViti di Silvio Levi ‘Cavalla’ – Dolcetto di Dogliani 2010
  2. Azienda Agricola Mario Cozzo ‘Madonna della Grazie’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2010
  3. Bruno Porro ‘Ribote’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2010
  4. Quinto Chionetti ‘Briccolero’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2010
  5. Osvaldo Barberis ‘Puncin’ – Dogliani DOCG 2010
  6. Pechenino ‘Siri d’Jermu’ – Dogliano DOCG 2010
  7. Marziano Abbona ‘Papà Celso’ – Dogliani DOCG 2010
  8. Boschis Francesco ‘Sorì San Martino’ – Dogliano DOCG 2010
  9. Poderi Cellario ‘Dozzetti’ – Dogliani DOCG 2009
  10. La Fusina ‘Vigna Cavagné’ – Dogliani DOCG 2009
  11. Cascina Corte ‘Pirochetta Vecchie Vigne’ – Dogliani DOCG 2009
  12. Marenco Aldo ‘Parlapa’ – Dogliani DOCG 2009
  13. Poderi La Collina ‘Bricco Castiglia’ – Dogliani DOCG 2009
  14. Poderi Surie – Dogliani DOCG 2009
  15. Eraldo Revelli ‘San Mateo’ – Dogliano DOCG 2009
  16. Poderi Luigi Einaudi ‘Vigna Tecc’ – Dogliani DOCG 2009
  17. Cascina Minella ‘Bricco’ – Dogliani DOCG 2008
  18. Del Tufo ‘Vigna Spina’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2008
  19. Anna Maria Abbona ‘San Bernardo’ – Dogliano DOCG 2007
  20. San Fereolo – Dogliani DOCG 2006

Wat vooral opviel was dat deze wijnen bijna allen een zeer aangename fraicheur bezitten. Goed nieuws voor de Dolcetto die wel eens een gebrek aan aciditeit verweten kan worden. Dit was absoluut niet het geval, bovendien bleek ook het tannine gehalte boven het gemiddelde te liggen. Wat maakt dat deze, doorgaans jong te drinken wijnen, toch enige potentie vertoonden. Sommigen waren zelfs nog je jong om nu te drinken.
Mijn lievelingen van de degustatie heb ik even gemarkeerd en de Pechenino ‘Siri d’Jermu’ kon rekenen op mijn grootste sympathie!
Nadien volgde er een ‘light’?? lunch in Ristorante Battaglino. Het moet gezegd het eten was heerlijk. Goh wat lust ik die Italiaanse keuken toch graag… Tijdens de lunch kwamen er nog eens een keer een 10-tal Dolcetto di Dogliani op de tafel. Het is dan pas dat je merkt wat een fantastisch gastronomisch product de Dolcetto wel is.

De namiddag stond volledig in het teken van een aantal jong beloftevolle wijnmakers. Dit zijn allen zeer kleinschalige wijnmakers met een zeer beperkte productie en een laag aantal ha aan wijngaarden. Ze houden er allen hun eigen filosofie aan over en maken onbevangen hun wijnen. En of ik benieuwd was…
Locatie van het gebeuren was wel zeer mooi; de Enoteca di Mango. De Young Promising Winemakers stonden ons al op te wachten, benieuwd naar wat wij van hun wijnen vonden. Er stond ons echter een helse job te wachten. De flessen stonden netjes in rij te blinken… ja het zou werkendag worden daar door te raken!
Het contact met deze gasten werd net door onze proefopdracht tot een minimum beperkt. Toch een beetje zonde want het verhaal omtrent de wijn wil je toch ook wel weten.

Dit is wat we op de proeftafel kregen:

  1. Alberto Oggero – Roero Arneis DOCG 2011
  2. Azienda Sanmarco – Langhe Nascetta DOC 2011
  3. Claudio Mariotto ‘Montemirano’ – Colli Tortonesi Croatina DOC 2008
  4. Pomodolce ‘Fontanino’ – Colli Tortonesi Croatina DOC 2007
  5. La Ganghija ‘Treiso’ – Dolcetto d’Alba DOC 2011
  6. Segni di Langa – Langhe Pinot Nero DOC 2011
  7. Sassi – Dolcetto d’Alba DOC 2011
  8. Raineri ‘Cornole’ – Dogliano DOCG 2011
  9. Azienda Agricola Ressia ‘Canova’ – Barbera d’Alba Superiore DOC 2010
  10. Socré – Barbera d’Alba Superiore DOC 2009
  11. La Ganghija – Barbera d’Alba DOC 2009
  12. Sanmarco – Barbera d’Asti Superiore DOCG 2009
  13. Romano Dogliotti ‘Monte Venere’ – Barbera d’Asti Superiore DOCG 2008
  14. Pomodolce ‘Marsén’ – Colli Tortonesi Barbera DOC 2007
  15. La Colombera ‘Elisa’ – Colli Tortonesi Barbera DOC 2008
  16. Claudio Mariotto ‘Vho’ – Colli Tortonesi Barbera DOC 2007
  17. Claudio Mariotto ‘Poggio del Rosso’ – Colli Tortonesi DOC 2004
  18. Romano Dogliotti ‘Sfacciato Facia ‘d Tola – Monferrato Nebbiolo DOC 2008
  19. Alberto Oggero – Langhe Nebbiolo DOC 2010
  20. Aldo Clerico – Langhe Nebbiolo DOC 2009
  21. Socré – Langhe Nebbiolo DOC 2009
  22. Sassi – Barbaresco DOCG 2009
  23. La Ganghija – Barbaresco DOCG 2009
  24. Sassi – Barbaresco DOCG 2008
  25. Azienda Agricola Ressia ‘Canova’ – Barbaresco DOCG 2008
  26. Socré – Barberesco DOCG 2008
  27. Azienda Agricola Ressia ‘Oro’ – Barbaresco Riserva DOCG 2005
  28. Roccheviberti ‘Rocche di Castiglione’ – Barolo DOCG 2008
  29. Roccheviberti ‘Rocche di Castiglione’ – Barolo DOCG 2006
  30. Raineri ‘Monserra’ – Barolo DOCG 2007
  31. Aldo Clerico – Barolo DOCG 2007
  32. Aldo Clerico – Barolo DOCG 2006
  33. Roccheviberti – Barolo DOCG 2004
  34. Romano Dogliotti ‘La Caudrina’ – Moscato d’Asti DOCG
  35. Sanmarco – Moscato d’Asti DOCG 2011

Bovendien proefden we er ook de Timorasso wijnen die ik reeds eerder lovend postte. Het was een waaier aan variatie. Ik heb hier echt grootse wijnen geproefd, ik heb hier eveneens absoluut door hout kapot gemaakte wijnen geproefd. Frisheid werd afgewisseld met hardheid, groen en onhandelbaar. Het is dus een helse job om je smaakpalet in conditie te houden. Water drinken tussendoor is hier de boodschap. Je wil absoluut geen ‘Freine de galle’ krijgen want dan lig je eruit en kan je niet meer volgen 😉
Bijgevolg zal ik ook geen te grootse uitspraken doen over het deel van de rode wijnen die ik er geproefd heb. Van degene die ik zeer goed tot groots vond wil ik een tweede opinie. Komen in aanmerking voor deze tweede zit: La Ganghija – Socré – Pomodolce – Claudio Mariotto (enkel met de Barbera 2007) – Roccheviberti.

Nadien volgde er nog het diner, maar de frisheid van ’s morgens vroeg was ver verdwenen. De vermoeidheid deed zijn intrede. De nacht zou goed doen want wat zou volgen stond voor mezelf met stip genoteerd in de agenda… Roero!!