Alto Piemonte op zondag: Spanna and friends

Tijdens onze zoektocht doorheen Alto Piemonte maakten we bewust halt in de enoteca van Gattinara. We wisten immers dat je daar niet alleen een grote selectie aan wijnen kon proeven en kopen, maar ook dat je er geholpen kon worden door Dottore Massimo Sacco. Deze man wordt beschouwd als een lokale encyclopedie voor de wijnen uit Alto Piemonte. We namen er onze tijd en lieten de man zijn verhaal doen over Spanna en zijn vrienden.

Spanna is hier de plaatselijke naam voor Nebbiolo en is zonder discussie de belangrijkste blauwe druif van Alto Piemonte. Maar er is een geschiedenis en zoals dat vaak gaat, wordt geschiedenis na verloop van tijd traditie. Dottore Sacco legde ons geduldig uit dat Vespolina in Alto Piemonte minstens even belangrijk wordt geacht als Nebbiolo. De druif hoorde dan ook van oudsher thuis in hun wijnen. Ook Uva Rara en Croatina behoren tot het historische druivenbestand van de streek.

De aloude gewoonte om deze druiven samen te blenden is door de toenemende populariteit van Nebbiolo misschien wat minder vanzelfsprekend geworden, maar ze is zeker niet verdwenen. Daarvoor zijn Vespolina, Uva Rara en Croatina te sterk verbonden met de geschiedenis van het gebied. In verschillende appellaties mogen ze vandaag nog steeds samen met Nebbiolo in de assemblage worden opgenomen. In sommige appellaties kan het gebruik van andere druiven naast Nebbiolo zelfs verplicht zijn.

Spanna is de naam!

Waar de naam Spanna precies vandaan komt, is voer voor discussie. Een van de verklaringen zoekt de oorsprong bij het Italiaanse woord spanna, de afstand tussen de top van de duim en die van de pink wanneer de hand volledig wordt opengespreid. De naam zou verwijzen naar de manier waarop de druiventrossen vroeger werden gemeten of naar hun vorm en omvang. Er circuleren nog andere verklaringen, maar geen daarvan heeft ooit echt overtuigend kunnen aantonen waar de naam vandaan komt. We blijven dus in het ongewisse.

Het is niet omdat Nebbiolo hier door het leven gaat onder een andere naam, dat de druif plots totaal andere eigenschappen zou bezitten. Zeker niet. Wat wel een feit is, is dat we hier voornamelijk te maken krijgen met de Michet variant van Nebbiolo, terwijl we in de Langhe, en meer bepaald in Barolo, vaak een mix hebben van Michet, Lampia en Rosé. Die laatste werd lang beschouwd als een variant van Nebbiolo, terwijl Rosé, als puntje bij paaltje komt, vandaag als een andere druif dan Nebbiolo wordt gezien.

Nebbiolo behoudt hier dan ook een aantal van zijn vertrouwde kenmerken. De druif geeft relatief weinig kleur, bezit van nature een stevige zuurgraad en kan behoorlijk wat tannine ontwikkelen. Aromatisch vinden we vooral rood fruit, rozen, viooltjes en kruiden, met verdere flesrijping aangevuld met meer aardse en kruidige aroma’s. Het typische Barolo “tar and roses” hebben we hier minder. Vooral de ontwikkeling van dat uitgesproken teeraroma blijft wat achterwege.

De echte herkomst van Nebbiolo is nog steeds niet volledig blootgelegd. Dat de druif niet geboren is in de omgeving waar ze vandaag haar grootste uitstraling heeft, namelijk Barolo en Barbaresco, lijkt ondertussen wel duidelijk. Lange tijd werd vermoed dat we voor haar oorsprong bij de buren in Lombardije moesten zijn, meer bepaald in Valtellina. Hoewel ze er in Valtellina nog altijd van overtuigd zijn dat Nebbiolo daar geboren is, wordt er steeds harder gefluisterd dat haar roots in het noorden van Piemonte liggen.

Of dat exact Alto Piemonte is of nog noordelijker, in de Valle Ossola waar ze als Prünent door het leven gaat, moet verder ontrafeld worden. Dottore Sacco heeft alvast zijn verdict klaar: volgens hem is Gattinara de geboorteplaats van Nebbiolo.

Vespolina brengt peper mee

Het was zo grappig dat ik moeite had om niet in een lachbui uit te barsten toen Dottore Sacco me een foto liet zien van een druiventros waarop een wesp zat. Dat is Vespolina en de naam is afgeleid van de aanwezige wesp, vertelde hij met een dusdanige sérieux dat ik geen andere optie had dan bevestigend te knikken.

Nu, van de begeleidende druiven is Vespolina ongetwijfeld de interessantste om afzonderlijk te bekijken. Ze is genetisch verwant aan Nebbiolo en komt vandaag vooral voor in Noord Piemonte en in het nabijgelegen Oltrepò Pavese. In de provincies Novara en Vercelli werd ze ook Nespolino genoemd. Ughetta, een naam die je eveneens geregeld tegenkomt, hoort historisch vooral thuis in Oltrepò Pavese.

Vespolina kan voor extra fruit zorgen, maar haar meest herkenbare bijdrage zit in haar aroma’s. Naast florale tonen van roos en viooltjes heeft ze dikwijls een uitgesproken peperige kruidigheid. Vespolina bevat relatief veel rotundone, dezelfde aromatische verbinding die onder meer verantwoordelijk is voor het typische peperaroma van Syrah en Schioppettino.

Dat peperige karakter kan een assemblage met Nebbiolo behoorlijk interessant maken. Het geeft extra kruidigheid en aromatische complexiteit zonder het karakter van Nebbiolo volledig over te nemen. Bovendien zorgt Vespolina voor wat extra kleur, iets wat bij de van nature blekere Nebbiolo mooi meegenomen is.

Hoewel we haar vooral kennen als onderdeel van assemblages, wordt Vespolina tegenwoordig ook steeds vaker afzonderlijk gevinifieerd. Bij ons afscheid van de enoteca kregen we een fles Vespolina 2012 van Pietro Cassina cadeau en er werd ons op het hart gedrukt dat de wijn, ondanks zijn gevorderde leeftijd, nog volledig intact zou zijn. We zijn dus benieuwd!

Uva Rara als figurant

Om eerlijk te zijn heb ik liever dat Uva Rara bij haar oude naam Bonarda Novarese wordt genoemd. We hebben het echter niet voor het zeggen en dus nemen we de druif op zoals ze vandaag in Alto Piemonte voorkomt en officieel wordt genoteerd. Uva Rara dus!

Rara heeft niets te maken met het feit dat de druif een rariteit zou zijn. Neen, Rara verwijst vermoedelijk naar de losse structuur van de tros, waarbij de bessen verder uit elkaar staan. Uva Rara kwam vroeger behoorlijk verspreid voor in Noord Piemonte en Oltrepò Pavese, al is haar aanplant ondertussen sterk verminderd.

Uva Rara zelf heeft een vrij bescheiden kleurkracht en een gematigde zuurgraad. Haar bijdrage ligt eerder bij haar geurige karakter en de toegankelijkheid van de wijn. Florale aroma’s zijn typisch en in een assemblage kan ze de strengere kant van Nebbiolo wat verzachten.

De druif heeft nog steeds haar plaats en is opgenomen in verschillende disciplinari, maar haar belang in de assemblages is duidelijk naar de achtergrond verdwenen. We zien ze dan ook steeds minder opduiken als aanvulling bij Spanna en Vespolina.

Croatina als blendalternatief?

Een koppigaard, een druif met een hoekje af, vaak dronken omwille van de alcohol… ik kan nog wel een tijdje doorgaan met Croatina enkele koosnaampjes toe te dichten. An sich doe ik dat omdat ik de druif wel kan pruimen. Toevallig ook een van de fruitige aspecten van Croatina.

Wordt ze veel gebruikt? Neen, het is echt wel als aanvulling dat ze wordt gebruikt. En dan nog is dat vooral sporadisch. Soms heb je de indruk dat de druif wat wint aan populariteit, maar ik laat me vertellen dat het geen gemakkelijke is om mee samen te werken. Niet enkel in het glas bezit de druif koppige eigenschappen. Ook in het veld durft ze wel eens de lastigaard uit te hangen.

Veelal kennen we de druif als Bonarda uit Oltrepò Pavese. Hallo verwarring met Uva Rara! Maar historisch heeft ze wel degelijk haar plaats in Alto Piemonte.

Laten we de positieve eigenschappen eens benoemen. De druif heeft aanzienlijk meer kleur dan Nebbiolo en brengt donkerder fruit mee. Croatina kan behoorlijk wat tannine leveren en heeft soms een wat vegetaal karakter. Bij voldoende rijpheid kan dat vegetale juist voor een mooie fraîcheur in het aromatische profiel zorgen. In de juiste verhouding geeft ze een assemblage extra volume, kleur en stevigheid.

In Bramaterra wordt de druif nog vrij frequent gebruikt. Elders is haar aandeel vaak eerder symbolisch.

Van assemblage naar solo

Maar waarom kreeg Nebbiolo in Alto Piemonte historisch eigenlijk Vespolina, Uva Rara en Croatina naast zich? De blik in de ogen van Dottore Sacco verraadde duidelijk dat hij deze vraag meermaals had gekregen én dat hij het antwoord erop kon geven!

Allora, devi comprendere, nel tempo il clima era totalmente differente. Più freddo… het klimaat was vroeger dus heel anders dan nu. Veel kouder, waardoor Nebbiolo het moeilijk had om elk jaar tot een ideale rijpheid te komen. Vespolina en de andere rassen stonden vaak gemengd in de wijngaarden en konden in moeilijkere jaren aanvullen waar Nebbiolo tekortkwam.

Dat bleek uiteindelijk ook in de kelder goed te werken. De verschillende druiven vulden Nebbiolo mooi aan met extra kleur, fruit, kruidigheid en parfum. Wat in de wijngaard deels uit noodzaak was ontstaan, bleek dus ook in de fles een bijzonder sterke combinatie.

Vandaag verandert dat gegeven stilaan. We zien meer en meer dat de wijnen uit Alto Piemonte evolueren van blends naar monocépagewijnen van Nebbiolo. De wijngaarden worden anders beheerd, druivenrassen staan veel vaker afzonderlijk aangeplant en de wijnbouwer heeft veel meer mogelijkheden om Nebbiolo goed rijp te krijgen. Ook het warmere klimaat speelt daarbij in het voordeel van Nebbiolo. De noodzaak om Spanna gezelschap te geven, is daardoor een stuk kleiner geworden.

En dan is er natuurlijk nog een heel belangrijke tweede reden: Nebbiolo verkoopt.

In die mate zelfs dat de fiere wijnproducenten stilaan de benaming Spanna opgeven. Nebbiolo is duidelijk meer gangbaar geworden op de etiketten. En ergens kunnen we dat betreuren. Tegelijk is die keuze niet meer dan logisch. De internationale wijnliefhebber kent Nebbiolo dankzij Barolo en Barbaresco. Met Spanna ligt dat anders. Buiten Noord Piemonte doet die naam bij veel mensen nauwelijks een belletje rinkelen.

Het levert dan ook een merkwaardige evolutie op. Net nu Alto Piemonte opnieuw volop in de belangstelling staat, verdwijnt een stukje van wat de streek zo eigen maakte langzaam naar de achtergrond. De assemblages zijn er nog en Vespolina, Uva Rara en Croatina zijn zeker niet verdwenen. Maar Spanna krijgt steeds vaker het rijk voor zich alleen. Alleen noemen we hem dan plots weer Nebbiolo.

Een dag in Piemonte – Deel 2

Dinsdag, 22 mei 2012. Goed uitgerust kan ik de dag starten met het typische Italiaanse ontbijt. Karig maar lekker! En het is maar best ook dat ik heb genoten van een goede nachtrust. De dag beloofd immers goed druk te worden. We komen stilaan op kruissnelheid en dat vind ik net goed. Ik hou ervan dat er een strak ritme inzit, dat er actie is. Geen tijd te verliezen, geen dag in het leven beleven die nutteloos verloren dreigt te gaan… Een andere reden om de dag fluitend te starten is het feit dat het zonnetje plots zijn plekje in deze wereld weer gevonden heeft. Van ’s morgens af blakert ze en streelt ze mijn frêle witte huid.

Wel hebben we nog een serieuze (nu ja) verplaatsing voor de boeg. We worden immers verwacht in Dogliani en dus sjokken we van Monferrato richting ‘mijn Piemonte‘. Jawel, ik hou van de Langhe en de omgeving van Alba. Dat het toevallig hier is dat we de grootste namen vinden is puur toeval ;-). Onderweg naar Dogliani passeren we die namen trouwens. Voor dat we Alba bereiken zien we links La Torre di Barbaresco prijken en stralen, nadien gaat het snel… La Morra a destra, Barolo a sinestra en Monforte d’Alba recht voor ons uit! Het is hier trouwens dat we een korte stop houden voor een cafeïne shot. Een cappuccino? Jawel het is nog vroeg genoeg in de morgen om ons niet te laten slijten als onwetende toerist. Het is hier trouwens dat Paolo Boschis ons komt vervoegen. Hij is de oenoloog en kelderverantwoordelijke van de Azienda Agricola Francesco Boschis. Hij zal ons gaan rondleiden doorheen de diversiteit aan cru wijngaarden die Dogliani rijk is. Ik luister geboeid naar zijn eerlijk en heerlijk verhaal! Neen Dolcetto is niet de grootste wijn, neen Dolcetto is niet de meest boeiendste druif… Paolo vertelt het heel eerlijk. Uiteraard zou hij liever de naam en de faam van zijn buren uit Barolo bezitten. Maar er is geen greintje misnoegen aan zijn hele verhaal. Hij werkt met de Dolcetto alsof deze druif zijn grootste liefde in zijn leven is, behandelt de druif met een enorm respect en probeert de best mogelijke wijnen te produceren. Hij prijst zich gelukkig met het land waarin hij kan werken en met de rijkdom waarmee de natuur hem bezegeld heeft. Ik kan u vertellen…ik ken er anderen die het kankeren op de beroemde buren maar niet kunnen laten.

Ik zat zelf reeds een tijdje met een vraag over die Dolcetto druif. Deze druif gaat immers met de bijnaam ‘kleine zoete’ door het leven terwijl de wijn helemaal niets zoet van doen heeft. Ik zag mijn kans schoon en legde Paolo op de rooster. Het antwoord is zoals steeds poepsimpel! Het moment dat de bessen beginnen rijpen zijn de bessen, vanuit het oogpunt als eetdruif, de zoetste die er groeien. Bijgevolg zijn ze zeer geliefd bij de vogels en kunnen onze gevederde vrienden hun lusten niet inhouden en vreten ze zich te pletter aan de Dolcetto. Voilà dat weten we dan ook weer! Een gigantische kennis opgedaan waardoor ik het nog ver zal schoppen in mijn leven ;-).

Theorie is één ding natuurlijk en wat ben je met de theorie als je deze niet in de praktijk kan omzetten. Tijd om te proeven dus… Hiervoor gingen we naar de Enoteca van Dogliani.
We proefden er volgende wijnen:

  1. Azienda Agricola LeViti di Silvio Levi ‘Cavalla’ – Dolcetto di Dogliani 2010
  2. Azienda Agricola Mario Cozzo ‘Madonna della Grazie’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2010
  3. Bruno Porro ‘Ribote’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2010
  4. Quinto Chionetti ‘Briccolero’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2010
  5. Osvaldo Barberis ‘Puncin’ – Dogliani DOCG 2010
  6. Pechenino ‘Siri d’Jermu’ – Dogliano DOCG 2010
  7. Marziano Abbona ‘Papà Celso’ – Dogliani DOCG 2010
  8. Boschis Francesco ‘Sorì San Martino’ – Dogliano DOCG 2010
  9. Poderi Cellario ‘Dozzetti’ – Dogliani DOCG 2009
  10. La Fusina ‘Vigna Cavagné’ – Dogliani DOCG 2009
  11. Cascina Corte ‘Pirochetta Vecchie Vigne’ – Dogliani DOCG 2009
  12. Marenco Aldo ‘Parlapa’ – Dogliani DOCG 2009
  13. Poderi La Collina ‘Bricco Castiglia’ – Dogliani DOCG 2009
  14. Poderi Surie – Dogliani DOCG 2009
  15. Eraldo Revelli ‘San Mateo’ – Dogliano DOCG 2009
  16. Poderi Luigi Einaudi ‘Vigna Tecc’ – Dogliani DOCG 2009
  17. Cascina Minella ‘Bricco’ – Dogliani DOCG 2008
  18. Del Tufo ‘Vigna Spina’ – Dolcetto di Dogliani DOC 2008
  19. Anna Maria Abbona ‘San Bernardo’ – Dogliano DOCG 2007
  20. San Fereolo – Dogliani DOCG 2006

Wat vooral opviel was dat deze wijnen bijna allen een zeer aangename fraicheur bezitten. Goed nieuws voor de Dolcetto die wel eens een gebrek aan aciditeit verweten kan worden. Dit was absoluut niet het geval, bovendien bleek ook het tannine gehalte boven het gemiddelde te liggen. Wat maakt dat deze, doorgaans jong te drinken wijnen, toch enige potentie vertoonden. Sommigen waren zelfs nog je jong om nu te drinken.
Mijn lievelingen van de degustatie heb ik even gemarkeerd en de Pechenino ‘Siri d’Jermu’ kon rekenen op mijn grootste sympathie!
Nadien volgde er een ‘light’?? lunch in Ristorante Battaglino. Het moet gezegd het eten was heerlijk. Goh wat lust ik die Italiaanse keuken toch graag… Tijdens de lunch kwamen er nog eens een keer een 10-tal Dolcetto di Dogliani op de tafel. Het is dan pas dat je merkt wat een fantastisch gastronomisch product de Dolcetto wel is.

De namiddag stond volledig in het teken van een aantal jong beloftevolle wijnmakers. Dit zijn allen zeer kleinschalige wijnmakers met een zeer beperkte productie en een laag aantal ha aan wijngaarden. Ze houden er allen hun eigen filosofie aan over en maken onbevangen hun wijnen. En of ik benieuwd was…
Locatie van het gebeuren was wel zeer mooi; de Enoteca di Mango. De Young Promising Winemakers stonden ons al op te wachten, benieuwd naar wat wij van hun wijnen vonden. Er stond ons echter een helse job te wachten. De flessen stonden netjes in rij te blinken… ja het zou werkendag worden daar door te raken!
Het contact met deze gasten werd net door onze proefopdracht tot een minimum beperkt. Toch een beetje zonde want het verhaal omtrent de wijn wil je toch ook wel weten.

Dit is wat we op de proeftafel kregen:

  1. Alberto Oggero – Roero Arneis DOCG 2011
  2. Azienda Sanmarco – Langhe Nascetta DOC 2011
  3. Claudio Mariotto ‘Montemirano’ – Colli Tortonesi Croatina DOC 2008
  4. Pomodolce ‘Fontanino’ – Colli Tortonesi Croatina DOC 2007
  5. La Ganghija ‘Treiso’ – Dolcetto d’Alba DOC 2011
  6. Segni di Langa – Langhe Pinot Nero DOC 2011
  7. Sassi – Dolcetto d’Alba DOC 2011
  8. Raineri ‘Cornole’ – Dogliano DOCG 2011
  9. Azienda Agricola Ressia ‘Canova’ – Barbera d’Alba Superiore DOC 2010
  10. Socré – Barbera d’Alba Superiore DOC 2009
  11. La Ganghija – Barbera d’Alba DOC 2009
  12. Sanmarco – Barbera d’Asti Superiore DOCG 2009
  13. Romano Dogliotti ‘Monte Venere’ – Barbera d’Asti Superiore DOCG 2008
  14. Pomodolce ‘Marsén’ – Colli Tortonesi Barbera DOC 2007
  15. La Colombera ‘Elisa’ – Colli Tortonesi Barbera DOC 2008
  16. Claudio Mariotto ‘Vho’ – Colli Tortonesi Barbera DOC 2007
  17. Claudio Mariotto ‘Poggio del Rosso’ – Colli Tortonesi DOC 2004
  18. Romano Dogliotti ‘Sfacciato Facia ‘d Tola – Monferrato Nebbiolo DOC 2008
  19. Alberto Oggero – Langhe Nebbiolo DOC 2010
  20. Aldo Clerico – Langhe Nebbiolo DOC 2009
  21. Socré – Langhe Nebbiolo DOC 2009
  22. Sassi – Barbaresco DOCG 2009
  23. La Ganghija – Barbaresco DOCG 2009
  24. Sassi – Barbaresco DOCG 2008
  25. Azienda Agricola Ressia ‘Canova’ – Barbaresco DOCG 2008
  26. Socré – Barberesco DOCG 2008
  27. Azienda Agricola Ressia ‘Oro’ – Barbaresco Riserva DOCG 2005
  28. Roccheviberti ‘Rocche di Castiglione’ – Barolo DOCG 2008
  29. Roccheviberti ‘Rocche di Castiglione’ – Barolo DOCG 2006
  30. Raineri ‘Monserra’ – Barolo DOCG 2007
  31. Aldo Clerico – Barolo DOCG 2007
  32. Aldo Clerico – Barolo DOCG 2006
  33. Roccheviberti – Barolo DOCG 2004
  34. Romano Dogliotti ‘La Caudrina’ – Moscato d’Asti DOCG
  35. Sanmarco – Moscato d’Asti DOCG 2011

Bovendien proefden we er ook de Timorasso wijnen die ik reeds eerder lovend postte. Het was een waaier aan variatie. Ik heb hier echt grootse wijnen geproefd, ik heb hier eveneens absoluut door hout kapot gemaakte wijnen geproefd. Frisheid werd afgewisseld met hardheid, groen en onhandelbaar. Het is dus een helse job om je smaakpalet in conditie te houden. Water drinken tussendoor is hier de boodschap. Je wil absoluut geen ‘Freine de galle’ krijgen want dan lig je eruit en kan je niet meer volgen 😉
Bijgevolg zal ik ook geen te grootse uitspraken doen over het deel van de rode wijnen die ik er geproefd heb. Van degene die ik zeer goed tot groots vond wil ik een tweede opinie. Komen in aanmerking voor deze tweede zit: La Ganghija – Socré – Pomodolce – Claudio Mariotto (enkel met de Barbera 2007) – Roccheviberti.

Nadien volgde er nog het diner, maar de frisheid van ’s morgens vroeg was ver verdwenen. De vermoeidheid deed zijn intrede. De nacht zou goed doen want wat zou volgen stond voor mezelf met stip genoteerd in de agenda… Roero!!