Onder het motto, het hoeft niet altijd wijn te zijn starten we een nieuwe zondagse reeks over een onderwerp dat toch wel een zeer stevige connectie kent met wijn… Aceto Balsamico di Modena! Laten we even eerlijk zijn: azijn heeft doorgaans niet de meest opwindende reputatie. Het is een simpele smaakmaker, een werkpaard in de keuken dat in de schaduw van olijfolie leeft. Totdat je Aceto Balsamico di Modena ontmoet. Dit is niet zomaar azijn, dit is de Rolls-Royce onder de zuren, een smaakbom die al eeuwenlang de harten (en tongen) van fijnproevers verovert.
Maar wat maakt deze donkere, stroperige vloeistof zo speciaal? Hoe komt het dat een paar druppels Aceto Balsamico een simpele maaltijd kunnen transformeren van ‘mwah’ naar ‘mamma mia!’? En waarom betaal je voor sommige flesjes de prijs van een goede fles wijn?
In deze reeks duiken we diep in de fascinerende wereld van Aceto Balsamico di Modena. Verwacht geen droge kost want we nemen je mee op een smakelijke reis vol traditie, vakmanschap en een paar culinaire verrassingen. Dit zijn de hoofdstukken die we zullen behandelen:
1. Wat is Aceto Balsamico di Modena en hoe is dit ontstaan?
We beginnen bij het begin. Want waarom heet het eigenlijk di Modena? Hoe is deze azijn ontstaan en waarom wordt hij nog steeds op traditionele wijze gemaakt? Dit deel neemt je mee door de geschiedenis, van de middeleeuwen tot de moderne gastronomie.
2. Het productieproces van Aceto Balsamico di Modena
Hoe wordt deze goddelijke vloeistof eigenlijk gemaakt? Spoiler: het is geen kwestie van druivensap in een flesje gieten en hopen op magie. Er komt een complex proces bij kijken, met een strikte controle en eeuwenoude methodes. We ontleden stap voor stap hoe Aceto Balsamico ontstaat.
3. Het verschil tussen gewone Aceto Balsamico en DOP Aceto Balsamico di Modena
Niet alle balsamico’s zijn gelijk. Sommige flessen zijn spotgoedkoop, andere kosten een fortuin. Hoe zit dat? We leggen uit wat het verschil is tussen de supermarktvariant en de authentieke, met een keurmerk beschermde, DOP Aceto Balsamico.
4. De verschillende stijlen en rijping van Aceto Balsamico di Modena
Van jong en fris tot oud en intens – Aceto Balsamico kent verschillende rijpingsprocessen en stijlen. Dit hoofdstuk helpt je om de verschillen te begrijpen en de juiste balsamico te kiezen voor je gerechten.
5. Culinaire mogelijkheden: hoe gebruik je Aceto Balsamico di Modena?
Een scheutje hier, een druppeltje daar, maar hoe gebruik je deze smaakmaker nou écht optimaal? Van klassieke combinaties met kaas en vlees tot verrassende toepassingen in desserts en cocktails.
6. Het flesje en het label: waar moet je op letten?
Last but not least: de verpakking. Het etiket kan je veel vertellen over de kwaliteit en authenticiteit van je balsamico. Wat betekenen al die termen op de fles? En hoe voorkom je dat je een goedkope namaakvariant in huis haalt?
Waarom je deze reeks niet mag missen
Of je nu een culinaire avonturier bent of gewoon eens wil begrijpen waarom sommige mensen lyrisch worden over balsamico, deze reeks zal je kijk op azijn voorgoed veranderen. Verwacht feiten, verhalen en praktische tips. En misschien zelfs een paar recepten om zelf meteen aan de slag te gaan.
Dus trek je smaakpapillen alvast in gang en bereid je voor op een diepe duik in de wereld van Aceto Balsamico di Modena. Want geloof ons: na deze reeks kijk je nooit meer op dezelfde manier naar dat donkere goedje in je keukenkastje.
Voor we erin vliegen: eerst even een dikke chapeau. En dan bedoel ik écht een dikke chapeau. Bij Amici zijn we wel wat gewend, het niveau van onze proeverijen ligt standaard hoog, maar soms overtreft een sessie zelfs onze stoutste verwachtingen. De lat lag dit keer op olympisch niveau. Wijnmeester Peter had acht wijnen geselecteerd. Op zich niets ongewoons, zou je denken. Maar het werd pas echt interessant toen bleek dat het om vier duo’s ging: telkens een oude en een jongere jaargang van dezelfde wijn. Italiaans, uiteraard. Vier keer een monocépage, vier verschillende druiven, en telkens proefden we de wijnen naast elkaar. Blind. We kregen geen jaartal, geen regio, geen druif. Alleen onze zintuigen als gids.
Onze opdracht? Proef, vergelijk en benoem. Welke druif zit in je glas? Uit welke regio komt deze wijn? En voor de durvers: van welk huis zou dit pareltje afkomstig kunnen zijn?
Het resultaat was een mini-reeks van vier blinde verticale proeverijen. Compact, intens en, laat ons eerlijk zijn, ronduit heerlijk. En zo komen we vanzelf bij het onderwerp van dit artikel: de verticale proeverij.
Zoals jullie ondertussen wel weten, hebben wijnliefhebbers vreemde gewoontes. Ze praten met hun glas, ruiken aan kurken alsof daar geheime boodschappen op staan, en organiseren proeverijen die meer weghebben van een archeologische expeditie dan van een gezellige borrel. Een van die bijzondere (en bijzonder geliefde) rituelen is de verticale proeverij. Geen acrobatiek vereist, wel een flinke portie nieuwsgierigheid, concentratie en liefde voor detail.
Wat is een verticale proeverij?
Een verticale proeverij draait niet om de positie van je glas, maar om het jaar op het etiket. Je proeft meerdere jaargangen van één en dezelfde wijn, van één producent, afkomstig van dezelfde wijngaard of appellatie. Denk aan een rij flessen Quinta do Crasto Old Vines Reserve van 2001 tot 2012 die we hier al eerder hebben gepost. De druiven zijn dezelfde, de plek ook, maar de jaargang wisselt. Wat je proeft, is de invloed van de tijd en het klimaat op dezelfde wijn-DNA.
Waarom ‘verticaal’?
De term komt voort uit hoe wijnproeverijen vaak worden opgesteld: verticaal betekent dat je in de tijd reist, van de oudste jaargang naar de jongste of andersom. In tegenstelling tot een horizontale proeverij, waarbij je verschillende producenten of druiven van hetzelfde jaar vergelijkt, leg je hier de focus op evolutie.
Wat leer je ervan?
Heel veel. Een verticale proeverij is een soort live les in wijnbouw, keldertechniek én klimatologie. Je ontdekt hoe een wijn zich ontwikkelt: hoe jeugdige zuren rijpen, hoe tannine zachter worden, hoe aroma’s verschuiven van fruitig en fris naar aards en complex. Je leert ook hoe goed (of niet) een wijn veroudert en hoe consistent de wijnmaker is. Krijg je een breuk in de lijn, een jaargang die plots helemaal anders smaakt, dan is dat voer voor discussie: was het het weer, een kelderexperiment, of gewoon een off-day?
Waarom zijn wijnnerds er zo gek op?
Omdat verticale proeverijen wijn tot leven brengen. Je proeft geen losse flessen, je proeft een tijdlijn. Deze tijdlijn kan verrassend zijn, ontroerend, of zelfs licht chaotisch, net als een goede roman. Voor sommigen is het pure nostalgie: de wijn uit het jaar van je huwelijk naast de wijn van het geboortejaar van je kind. Voor anderen is het een tactisch spel: wanneer opent deze wijn zich het mooist? Hoe lang moet ik nog wachten met mijn 2016?
Hoe organiseer je er zelf één?
Kies je wijn Begin met een wijn die al meerdere jaren op de markt is geweest en waarvan de kwaliteit en het bewaarpotentieel bewezen zijn. Italië biedt hier een rijk buffet aan mogelijkheden. Denk aan klassiekers zoals Barolo of Chianti Classico, waarvan producenten vaak terug te vinden zijn tot in de jaren ’60 of eerder. Ook Etna Rosso, met z’n vurige vulkanische karakter, is een fascinerende kandidaat voor een verticale opstelling, zeker gezien de sterke jaargangverschillen op de flanken van de Etna. Hou je van krachtige rode wijnen met een stevig verouderingspotentieel? Dan is Taurasi of Sagrantino di Montefalco een absolute aanrader. Liever iets internationaler van stijl? Bolgheri levert wijnen die niet alleen goed oud worden, maar ook stilistische evoluties tonen door de jaren heen. En voor de witte wijnliefhebber: onderschat Sauvignon Blanc uit Alto Adige niet. Deze bergwijnen kunnen verrassend goed rijpen en tonen na enkele jaren complexere kruidige en minerale tonen, ver voorbij het cliché van frisse citrus. Enfin, voorbeelden genoeg om aan de slag te gaan!
Spreid je jaargangen Idealiter heb je een reeks van minstens vijf à acht jaargangen, met wat spreiding (bijvoorbeeld 2008, 2010, 2013, 2015, 2016, 2019). Hoe groter het verschil, hoe spannender de proefervaring.
Zorg voor de juiste volgorde Proef van jong naar oud als je nieuwsgierig bent naar hoe de wijn zich ontwikkelt. Proef van oud naar jong als je je smaakpapillen wilt laten wennen aan de krachtigere, frissere structuren. Wat je ook doet, wees consequent.
Glazen en notities Geef elke wijn z’n eigen glas, dat is stap één. Maar let op: gebruik voor alle wijnen hetzelfde type glas. Het lijkt misschien pietluttig, maar het maakt een wereld van verschil. Een wijnglas is geen neutraal instrument; het beïnvloedt hoe aroma’s vrijkomen, hoe de wijn in je mond valt, en zelfs hoe je de zuren en tannine ervaart. Zorg dus voor een reeks identieke glazen. Dat hoeft niet per se luxe kristal te zijn, wel uniform van vorm en grootte. Dat maakt terugproeven en vergelijken eerlijker en zinvoller. Noteer je indrukken: geur, kleur, structuur, afdronk. Wat valt op, wat verandert er tussen de jaargangen? Maar laat ook ruimte voor verwondering. Een wijn hoeft niet in vakjes te passen om indruk te maken. Soms zegt een stil “wow” meer dan tien adjectieven.
Deel het moment Een verticale proeverij wordt beter in gezelschap. Nodig mensen uit die nieuwsgierig zijn, niet noodzakelijk doorgewinterde wijnsnobs. De mooiste gesprekken ontstaan wanneer iemand zonder jargon zegt: “Deze smaakt alsof je een herfstbos inademt.”
En dan?
Niets kan je nu nog tegenhouden om van start te gaan. Dat is ook exact wat wij gedaan hebben en de proefresultaten kan je netjes hieronder vinden!
Vietti – Vigna Scarrone – Barbera d’Alba DOC – 2020 vs 2017
100% Barbera, afkomstig van de Scarrone-wijngaard in Castiglione Falletto. Rijping gedurende 18 maanden, deels op inox, deels in grote fusten en deels in barriques.
Jaargang 2020 In het glas toont de wijn een diepe, donkere robijnrode kleur met paarse reflecties. De neus is direct en levendig, met veel jong zwart en blauw fruit: rijpe zwarte kersen, pruimen en blauwe bessen. Aangevuld met een toets van viooltjes, verse kruiden en een lichte hint van branderige houttonen. In de mond is hij energiek en sappig, met een levendige, haast pulserende zuurtegraad. De tannine is fijn en discreet. De wijn geeft meteen plezier, is gul en rond zonder zwaar te worden, en eindigt met een frisse, fruitige afdronk. Score: 88/100
Jaargang 2017 De kleur is iets meer geëvolueerd, al blijven de verschillen beperkt: robijnrood, waarbij de jeugdige paarse rand is verdwenen. De neus is ingetogener maar complexer, met aroma’s van een startende fase naar gedroogd fruit, specerijen (kaneel, kruidnagel), een zweem van tabak en leer. In de mond is de wijn net iets voller en breder maar vooral duidelijk rijper. De zuren zijn mooi geïntegreerd en de tannine is fijn ontwikkeld. De alcohol woedt iets feller maar blijft beheerst en in balans. De afdronk reikt even lang maar toont iets meer gelaagdheid en eindigt met een zacht bittertje. Je proeft vooral meer tertiaire en aardse tonen die wijzen op een wijn die verder in zijn ontwikkeling staat dan de 2020. Score: 87/100
Conclusie De 2020 is expressief, fris en genereus en zeer zeker een wijn die nu al charmeert. De 2017 daarentegen spreekt met meer diepte, nuance en rust: een Barbera die zijn jeugdige juk van zich afgeschud heeft. Ondanks het verschil in stijl liggen beide jaargangen, met slechts drie jaar tussen, opvallend dicht bij elkaar. De verschillen zitten in de details. Mijn persoonlijke voorkeur ging op dit moment uit naar de jeugdigheid en de energie van 2020. Te koop bij Licata – Prijs huidige jaargang: € 49,00
Argiano – Brunello di Montalcino DOCG – 2019 vs 2010
100% Sangiovese met rijping op grote Slavonische en Franse eiken vaten gedurende 30 maanden
Jaargang 2019 De wijn toont een zuivere kersenrode kleur. De neus is een fruitfestijn met vooral kersen, rode bes en framboos. Na walsen komt er iets floraals naar boven dat we later als roos omschrijven, In het kruidige segment kregen kaneel, peper en oregano een omcirkeling. Een subtiele houttoets, naast een klein vleugje tabak en sous-bois ronden af. In de mond is de structuur jeugdig maar elegant met een middellange afdronk met impressies van rood fruit. De wijn zit zeer mooi in zijn zuren en, gelukkig maar, steken de tannine hun kop op. Deze wijn moet zijn evolutiefase nog doorlopen, maar dat dit grandioos zal lukken daar twijfelen we geen moment aan! Score: 91/100
Jaargang 2010 Visueel toont de wijn zich iets meer geëvolueerd. Het rood van kers neigt meer naar granaat. De neus is ‘a touch of joy’, complex en rijp, met tertiaire tonen die direct opvallen: gedroogde kersen en pruimen, tabak, theeblad, truffel, leer en een vleugje balsamico. De kruidenmolen blijft nagenoeg intact. In de mond is de wijn zijdezacht, met perfect geïntegreerde zuren en fluweelachtige tannine. De smaak is gelaagd, breed en harmonieus. Aroma’s van donkere kersen, umami-tonen, kruiden en wat sous-bois begeleiden een lange, aanhoudende afdronk. De wijn is volledig opengebloeid en toont zich op een nobele manier rijp, zonder over de top te zijn. Score: 94/100
Conclusie De 2019 laat al veel kwaliteit zien: precisie, frisheid en toekomst. Maar de 2010 bewijst waarom Brunello zo’n naam heeft opgebouwd: het is een toonbeeld van evolutie en balans. Waar de 2019 je uitnodigt tot geduld, nodigt de 2010 uit tot rustig genieten, maar dan wel met de volle aandacht. Hoewel het verschil in jaren in alle fases van het proeven duidelijk was, waren er toch ook nog voldoende elementen die de verwantschap tussen beide jaargangen onderstrepen. Ik had eerlijk gezegd meer imperfectie verwacht in de 2010. De voorkeur ligt momenteel bij de ultieme balans van de 2010 terwijl 2019 in de kelder het label aangehangen krijgt: nog enkele jaren afblijven. Te koop bij Licata – Prijs huidige jaargang: € 70,00
Cavalotto – Barolo DOCG Bricco Boschis – 2019 vs 2010
100% Nebbiolo afkomstig van de iconische cru Bricco Boschis in Castiglione Falletto. Traditionele vinificatie met lange schilweking en rijping op grote Slavonische eiken vaten gedurende 36 tot 42 maanden. Cavalotto staat bekend om zijn pure, sobere stijl met groot verouderingspotentieel.
Jaargang 2019 De wijn toont een heldere en zeer zuivere kersenrode kleur met een lichte transparantie aan de rand. De neus is jeugdig en verraadt kracht, met aroma’s van zure kersen, rozenbottel, wilde aardbei en frisse kruiden. Er bloeit iets floraals, roos en kamperfoelie, naast een minerale toets, koffie, tabak en een geur van een ochtendwandeling door het bos. In de mond is de structuur strak, met hooggeplaatste zuren en aanwezige, korrelige tannine. De wijn is lineair en gefocust, maar toont nu al zijn innerlijke kracht en precisie. De afdronk is lang, fris en licht droogtrekkend. Een stevige binnenkomer dus, maar het uitdrogende van de tannine sterft stilaan uit. De frisse zuren en het sappige kleine fruit steken mooi de kop op. Een Barolo die zich nog volledig moet ontvouwen, maar nu al getuigt van klasse. Score: 92/100
Jaargang 2010 De kleur is meer geëvolueerd: robijn met een baksteenoranje rand. Wow, dit is een zeer verlangende en open neus, met lagen van potpourri, fijne kruiden, tabak, truffel, cederhout en gedroogd fruit van pruim en vijg. Een lichte animale toets en tertiaire aroma’s zorgen voor die typische Barolo-noblesse. In de mond is de wijn een genot, de tannine perfect versmolten, de zuren nog levendig maar volledig ingebed in het geheel. De smaak is breed en harmonieus met een lange, kruidige afdronk die echoot met nuances van potgrond, en gedroogde kersen. Dit is Barolo op kruissnelheid. En toch, als je het geduld hebt, zou ik hem nog drie à vier jaar proberen te negeren. Score: 95/100
Conclusie De verschillen tussen beide wijnen zijn voelbaar in elk aspect (structuur, aroma, textuur), maar de onderliggende stijl van Bricco Boschis blijft herkenbaar. De nuances zijn duidelijk: het fruit verliest zijn jeugdigheid en droogt langzaam in, het frisse parfum van roos vervaagt naar ingedroogde bloemen. De frisse branderige aroma’s ondergaan hun eigen metamorfose: koffie wordt mokka, cederhout wordt sigarenkistje, de cacaoboon transformeert tot een volwaardige reep pure chocolade. En de ochtendwandeling door het bos eindigt in een verzameling paddenstoelen. Twijfel bestaat er echter niet: 2010 is zeer, zeer mooi. En 2019? Die volgt deze geplaveide weg binnen, aheum, negen jaartjes? Te koop bij Levipe – Prijs huidige jaargang: € 99,70
Le Macchiole – Toscana IGT Paleo Rosso – 2019 vs 2012
100% Cabernet Franc van de Toscaanse kust, Maremma, Bolgheri. Paleo Rosso rijpt 16 maanden op deels Franse eik, deels conische houten vaten (conical trunks) en deels amphora.
Jaargang 2019 In het glas toont de wijn een diepe, bijna ondoorzichtige karmijnrode kleur met paarse reflecties. De neus is compact en intens: cassis, zwarte bes, verse paprika, munt en een toets van zoethout. Na wat zuurstof komen florale tonen (viooltjes, iris) opzetten, samen met een subtiele hint van cacao en potloodslijpsel. In de mond is de wijn krachtig maar verfijnd, met fijne maar stevig aanwezige tannine. De zuren zijn fris, de smaak lang en gefocust, met een afdronk waarin fruit, kruiden en een hint van eik mooi in balans komen. Nu nog een tikkeltje streng en jeugdig, maar de architectuur staat er. Score: 94/100
Jaargang 2012 Er valt amper een kleurverschil waar te nemen. Wel is de jeugdige spiegelende glans verdwenen, misschien het enige zichtbare teken van ouderdom. De neus is weelderig, rijp en complex, met duidelijk meer aardse toetsen. Een opsomming: zwarte kersen, pruimen, bramen, leder, grafiet, oregano, munt en donkere chocolade. Een zweem van truffel, humus en cederhout zorgt voor die extra laag. In de mond is de wijn rond, vol, fluwelig. De tannine is volledig versmolten, de zuren nog levendig genoeg om spanning te geven. De smaak is dragend, de afdronk lang, met echo’s van tabak, peper en ingedroogd zwart fruit. Dit is een Cabernet Franc in topvorm! Op het hoogtepunt van zijn evolutie? Dat durf ik sterk te betwijfelen. Hij kan nog een hele tijd mee al zal het een bijzonder zware opgave zijn deze wijn te ontwijken! Score: 94/100
Conclusie In dit geval heb ik geen uitgesproken voorkeur voor de jongere of oudere wijn. Beiden bekoren me tot in het diepste van mijn wijnhart. De 2019 is als een gespannen boog: strak, gecontroleerd en beloftevol, maar nog niet helemaal losgelaten. De 2012 toont wat mogelijk is na een decennium: wat zachter, wat rijker, wat meer versmolten. Het is fascinerend hoe dicht beide wijnen bij elkaar liggen, ondanks een verschil van zeven jaar. Te koop bij Licata – Prijs huidige jaargang: € 130,00
Vraag een gemiddelde wijndrinker wat er allemaal komt kijken bij een fles wijn, en je krijgt waarschijnlijk iets te horen over druivensoorten, houtrijping of terroir. Maar wat veel mensen niet weten: achter de schermen wordt er in de wijngaard een subtiel spel gespeeld tussen wetenschap, natuur en… seks.
Of nou ja, het gebrek daaraan. Welkom in de wereld van sexual confusion.
Geen romantiek in de lucht
Voor wie dacht dat de wijngaard vooral het decor is van zonovergoten ranken, fluitende vogels en een kabbelend briesje, komt hier een reality check. Want onder de bladeren speelt zich een venijnig liefdesdrama af. Of beter gezegd: het liefdesdrama wordt expres gesaboteerd door de wijnboer. En dat met volle overtuiging.
De hoofdrolspelers zijn klein maar invloedrijk: motten, en dan vooral de druivenbladroller. Deze mot legt zijn eitjes op jonge druivenbloemen of onrijpe trossen, en de larven die eruit kruipen zijn geen fijnproevers. Ze boren zich dwars door het vruchtvlees heen, maken gangen in de bessen en beschadigen de schil. Niet alleen wordt de druif er direct minder van, maar die beschadigingen maken de plant ook vatbaarder voor schimmels zoals Botrytis cinerea — wat je niet wil, tenzij je opzettelijk zoete wijn maakt. Denk aan grijze rot in plaats van edele rotting. En geloof me: daar proef je het verschil van in het glas.
Maar het punt waar sexual confusion ingrijpt, is dus nog vóór de eieren, vóór de larven, vóór de schade. Het richt zich op het moment waarop motten elkaar proberen te vinden om te paren. In de schemering komt het vrouwtje tevoorschijn en verspreidt een loksignaal in de vorm van feromonen. Dat geurtje is haar Tinderprofiel, en het mannetje gaat er blind (en letterlijk neus-vooruit) op af. In normale omstandigheden zou hij haar feilloos weten te vinden.
Maar als de hele wijngaard doordrongen is van datzelfde geurspoor, dankzij die feromoondispensers, dan wordt het mannetje compleet gedesoriënteerd. Hij blijft zoeken, draait rondjes, landt op de verkeerde plekken, of geeft het gewoon op. De wijngaard is veranderd in een soort nachtclub waar iedereen hetzelfde parfum draagt en niemand nog weet wie wie is.
Resultaat? Totale radiostilte in het mottenliefdesleven en de wijngaard haalt opgelucht adem. De wijngaard blijft gespaard van een motteninvasie zonder dat er een druppel gif aan te pas komt. En dat is cruciaal, want pesticiden zijn niet alleen schadelijk voor de plaag zelf, maar ook voor alles eromheen: bijen, vlinders, bodemleven, zelfs vogels die op insecten jagen. Bovendien kan overmatig pesticidengebruik leiden tot resistentie bij de plaag. En dan zit je pas echt met de gebakken peren.
Door dus in te grijpen op het niveau van insectenseks, halen wijnbouwers het meest natuurlijke wapen boven: verwarring. Geen geweld, geen chemie, gewoon een liefde die nooit van de grond komt. En die stilte in de lucht? Dat is het geluid van een wijngaard die opgelucht ademhaalt.
Hoe werkt het precies?
Het principe van sexual confusion klinkt bijna te elegant om waar te zijn: je zet een geurval op zonder val, en de motten verliezen het noorden. Maar hoe zit dat technisch gezien?
In de praktijk worden er in de wijngaard honderden tot duizenden kleine capsules of buisjes verspreid. Je hebt ze vast al wel zien hangen als je door een wijngaard aan het slenteren bent, die kleine bruine buisjes of strips die aan de leidraden hangen. Deze dispensers bevatten een synthetische versie van het feromoon dat vrouwelijke druivenbladrollers (Lobesia botrana) uitscheiden om mannetjes aan te trekken. Dit feromoon is uiterst soortspecifiek (andere insecten reageren er niet op) en wordt met een trage, continue afgifte in de lucht verspreid, gedurende het hele actieve seizoen van de mot. Denk lente tot vroege herfst.
De kracht zit hem in de overdaad. Door het feromoon op veel plekken tegelijk en in hoge concentratie in de lucht te brengen, raakt het mannetje overprikkeld. Hij wordt letterlijk gebombardeerd met signalen die hem in alle richtingen sturen. Zijn reukorgaan (want ja, motten ruiken met hun antennes) raakt zo overvoerd dat hij de weg naar het echte vrouwtje niet meer vindt. Het resultaat? Geen paring, geen eitjes, geen larven, geen vraatschade.
Er zijn verschillende methodes om die feromonen in de wijngaard te brengen:
Passieve dispensers – meestal kleine buisjes, strengen of strips van plastic of rubber die handmatig aan de wijnranken worden gehangen. Deze zijn goedkoop en eenvoudig, maar wel arbeidsintensief om aan te brengen.
Aërosolvernevelaars – deze high-tech apparaten spuiten op gezette tijden een microdosis feromoon in de lucht. Ze werken op zonne-energie of batterijen, zijn programmeerbaar, en vereisen minder installatiewerk. Een soort automatische parfumdiffuser, maar dan met een duidelijke boodschap: geen seks hier.
Microcapsules of sprays – sommige wijnbouwers gebruiken een feromoonspray of zelfs drones die microcapsules in het bladerdak verstuiven. Minder duurzaam op de lange termijn, maar handig als aanvulling of in lastige hoekjes.
Afhankelijk van de grootte van de wijngaard, de ligging en de druk van de plaag kan de wijnbouwer kiezen voor een specifieke methode of een combinatie ervan. In alle gevallen geldt: het is een preventieve maatregel. Sexual confusion werkt alleen als de populatie motten nog relatief laag is. Heb je al een plaag op gang? Dan moet je mogelijk bijsturen met biologische bestrijding of zelfs een noodbehandeling.
Een extra voordeel: het feromoon is geurloos voor mensen, niet giftig, en laat geen residu achter in de druiven of op de plant. Je interfereert dus met het gedrag van één specifieke soort, zonder het ecosysteem als geheel te verstoren. Het is high precision landbouw, maar dan zonder lasers of pesticiden. Alleen met een onzichtbaar, geurend signaal.
Dat klinkt bijna als sciencefiction, maar het is pure toegepaste entomologie. En het resultaat mag er zijn: gezondere druiven, meer biodiversiteit in de wijngaard en uiteindelijk betere wijn in de fles. Niet slecht voor een technologie die eigenlijk alleen maar motjes in de war brengt.
Werkt het altijd?
Zoals met veel mooie ideeën in de landbouw geldt: sexual confusion is geen toverstaf. Het werkt goed, vaak zelfs uitstekend, maar niet overal en niet onder alle omstandigheden. Het is dus geen garantie op succes, maar wel een krachtig wapen, mits juist ingezet.
De effectiviteit hangt sterk af van een aantal factoren:
1. Grootte en vorm van het perceel Deze techniek heeft het meeste effect in aaneengesloten wijngaarden van een zekere schaal. Denk aan minstens een paar hectare, zonder al te veel onderbrekingen of open grenzen. In kleine of gefragmenteerde percelen kunnen feromonen zich moeilijk gelijkmatig verspreiden, en is het risico groter dat motten van buiten alsnog invliegen. Als je een lapje grond hebt naast een conventionele buur die niks doet tegen de mot, dan dans je alsnog mee op zijn mottenfeest.
2. Wind en ligging De feromonen werken via luchtverspreiding. Wind speelt daarbij dus een cruciale rol. In heuvelachtige of winderige regio’s kunnen geurstoffen sneller vervliegen of ongelijk verspreid worden. Daardoor ontstaan ‘blinde zones’ waar de verwarring minder groot is, en dus meer kans op een geslaagde paring. Goede plaatsing en dichtheid van de dispensers is daarom belangrijk, en soms moet je bijsturen tijdens het seizoen.
3. Beginpopulatie van de plaag Sexual confusion werkt preventief, niet curatief. Als je al een zware mottenplaag in je wijngaard hebt zitten, is het simpelweg te laat om ze te verwarren. Dan zijn er al paringen geweest en eitjes gelegd. In dat geval moet je extra maatregelen nemen. Dit doe je door bijvoorbeeld biologische insecticiden zoals Bacillus thuringiensis (Bt), of natuurlijke vijanden inschakelen zoals sluipwespen. Zie het als brandpreventie: je voorkomt vuur, maar als het eenmaal brandt, heb je blusmiddelen nodig.
4. Omgeving en samenwerking Een van de grote lessen uit het gebruik van sexual confusion is dat het succes groter wordt als buren meedoen. Als meerdere wijngaarden binnen een vallei of regio tegelijk inzetten op feromoonverwarring, dan wordt de hele mottenpopulatie onder druk gezet. Geen toevluchtsoorden meer, geen buitenposten. Daarom zijn coöperaties, wijncollectieven of biodistrict-initiatieven ideaal: samen sta je sterker, en de motten staan zwakker.
5. Monitoring blijft cruciaal Ook al gebruik je feromonen, je moet blijven meten. Wijnbouwers plaatsen vaak controlevallen met lokferomonen om te controleren of er toch nog mannetjes worden gevangen. Op die manier kunnen ze tijdig ingrijpen als de verwarring niet volledig werkt. Het is geen ‘instellen en vergeten’-systeem. Goede observatie is onderdeel van de methode.
Dus: werkt het altijd?
Nee. Maar onder de juiste omstandigheden, met een beetje planning, samenwerking en monitoring, is sexual confusion een van de meest effectieve en duurzame methoden om motten onder controle te houden. Het vraagt meer denkwerk dan een chemische spuitbeurt, maar levert op de lange termijn meer op: gezonde druiven, een levendig ecosysteem, en een wijngaard waarin de natuur niet bestreden, maar gestuurd wordt.
En de wijn?
Uiteindelijk draait alles in de wijngaard om wat er in het glas belandt. En ook daar heeft sexual confusion invloed, al proef je die niet letterlijk. Het is geen smaakje, geen aroma. Wat je wél proeft, is het resultaat van een gezondere wijngaard.
Minder vraatschade betekent dat de druiven gelijkmatiger rijpen, met een betere balans tussen suikers, zuren en aroma-opbouw. Omdat de plant minder stress ervaart, hoeft de wijnmaker minder te corrigeren in de kelder. Geen nood aan overmatige filtering, zuren bijstellen of restsuiker maskeren. De wijn wordt zuiverder, preciezer, vaak ook eleganter.
Daar komt bij: het gebruik van sexual confusion past vaak in een bredere duurzame aanpak. Wijnmakers die hiervoor kiezen, zijn meestal ook bezig met bodemgezondheid, biodiversiteit en minimale interventie. En dat voel je: er zit meer levendigheid in de wijn, meer expressie van de plek.
Dus nee, je proeft geen feromonen. Maar je proeft wel rust. Balans. En een druif die in vrede heeft kunnen groeien. Zonder drama in de lucht.
Vraag een kenner naar de grootste wijnregio’s van Portugal, en namen als Douro, Alentejo en Vinho Verde zullen gretig over de tong rollen. De Dāo? Die blijft vaak achterwege. Volkomen onterecht. De Dāo is het kloppend hart van Portugals stille grandeur: een wijnstreek die zelden op de voorgrond treedt, maar wel consequent enkele van de meest elegante en genuanceerde wijnen van het land voortbrengt.
Voor wie bereid is te luisteren, vertelt Dāo haar verhaal! In geuren van wilde bloemen, graniet en laurier, in texturen van zijde en structuur. En geen druif drukt dat verhaal beter uit dan Touriga Nacional.
Touriga Nacional in Dāo – Waar kracht en elegantie samenvallen
Hoewel Touriga Nacional vaak wordt geassocieerd met de krachtige blends uit de Douro en de iconische Portwijnen, is het in de Dāo dat deze druif haar ware karakter toont. Hier, in het hooggelegen, koele binnenland van Portugal, drukt ze zich uit met een zeldzame finesse: aroma’s van viooltjes, bosbessen, rozen en specerijen, gedragen door zijdezachte tannine en een levendige zuurgraad.
In de Dāo krijgt Touriga Nacional geregeld een solorol toebedeeld, als monocépage, en toont ze een diepte en harmonie die elders moeilijk te evenaren is. Vandaag weten wijnbouwers perfect hoe ze haar moeten temmen: met ingetogen houtgebruik, precieze extractie en geduld.
Dat mochten we recent zelf ondervinden tijdens een boeiende degustatieavond met wijnclub Het Negende Vat, volledig gewijd aan Touriga Nacional-wijnen uit de Dāo. Elke wijn, afkomstig van een andere producent, en uit een ander oogstjaar, liet een andere nuance van deze druif zien. Maar wat ze allen deelden: een combinatie van finesse, karakter en evenwicht die je zelden proeft.
Dāo DOC – Enkele weetjes:
Het herkomstgebied van de Dāo ligt in Centraal-Portugal, in de regio Beira Alta, ten zuiden van de stad Viseu.
Dāo staat vooral bekend om zijn rode wijnen, maar produceert ook enkele opmerkelijke witte wijnen.
De wijnregio werd officieel erkend in 1908 en kreeg de status van DOC (Denominação de Origem Controlada) in 1990.
De totale aanplant in de Dāo bedraagt ongeveer 20.000 hectare. De gemiddelde productie ligt rond de 250.000 hectoliter per jaar. De cijfers verschillen naargelang de geraadpleegde bronnen.
De regio is volledig omgeven door bergketens zoals de Serra da Estrela, Serra do Caramulo en Serra do Buçaco, die het gebied beschermen tegen maritieme invloeden.
De wijngaarden liggen op een hoogte tussen 400 en 700 meter, wat zorgt voor koelere nachten en aromatische complexiteit.
De bodem bestaat voornamelijk uit graniet met zandige bovenlagen. Op sommige locaties zijn ook leisteen- en klei-insluitsels aanwezig.
Touriga Nacional is de belangrijkste druif in de regio en wordt zowel in blends als solitair gevinifieerd.
Andere blauwe druivenrassen zijn Tinta Roriz (Tempranillo), Jaen (Mencía), Alfrocheiro en Baga.
Voor witte wijnen is Encruzado de referentie, naast Malvasia Fina, Bical en Cerceal Branco.
Er zijn geen formele subzones binnen de Dāo, maar er is wel een duidelijk verschil in stijl tussen de valleien en de hoger gelegen wijngaarden.
De meeste kwaliteitswijnen worden als Dāo DOC of Dāo DOC Reserva geclassificeerd.
Dāo DOC: Minimale rijping vereist, vaak jong op de markt.
Dāo DOC Reserva: Minstens 2 jaar rijping, waarvan een deel op hout en fles.
Dāo DOC Garrafeira: Minstens 3 jaar rijping, waarvan 12 maanden op fles.
De wijnen zijn doorgaans elegant, mineraal en gestructureerd, met een opmerkelijk verouderingspotentieel.
Touriga Nacional vindt vermoedelijk haar oorsprong in de Dāo. In deze regio toont ze haar meest florale, genuanceerde en evenwichtige karakter.
De proefnotities
Dom Vicente Espumante Reserva Blanc de Noirs Een blanc de noirs van Touriga Nacional is geen alledaagse verschijning, maar wel eentje die meteen nieuwsgierig maakt. In het glas: een bleke goudkleur met een subtiele, koperachtige glans. De mousse is gelijkmatig en gecontroleerd. De neus opent met rijpe appel en gedroogde abrikoos. Daarbovenop komen duidelijke tonen van toast en gist, met een florale toets van potpourri die voor wat aromatische diepgang zorgt. Het geheel is breed en uitnodigend zonder te vervallen in uitbundigheid. In de mond valt vooral het rijpe, gelaagde karakter op. De appel keert terug, dit keer ondersteund door een briochetoets die pas in de afdronk echt naar voren komt. Er zit een zachte peperigheid in de staart, net genoeg om het ritme even te breken. De zuren zijn in balans, de bubbel is fijn en bescheiden. Een licht citrusbittertje zorgt voor spanning en een cleane finish. Punten: 79/100 – Prijs: 23,50 €
Julia Kemper Quinta do Cruzeiro Touriga Nacional 2012 De wijn laat meteen merken dat hij zijn wilde jaren wel gehad heeft. In de neus presenteert hij zich met de kalmte van iemand die weet wat hij waard is: donkere bessen en gedroogde pruimen vormen de kern, omringd door laagjes van cacao, tabak en een vleug humus. Bosaarde na een herfstbui, zwarte peper, laurier en een hint paprika geven diepgang zonder zwaar op de hand te worden. Een snuifje garrigue ontbreekt hier niet. In de mond sluit alles naadloos aan. De tannine zijn mooi verweven, niets steekt uit of schuurt, en de zuren doen wat ze moeten doen: ondersteunen zonder zich op te dringen. Er sluimert nog net een zweem van jong fruit, maar de wijn is overwegend belegen, ingetogen, en mooi afgerond. De afdronk brengt opnieuw wat cacao, blijft zo’n vijf seconden hangen en laat een nette indruk achter. Geen spektakel, geen grote gebaren, maar een zeer correcte wijn die laat zien dat Touriga Nacional ook op rustiger toon heel overtuigend kan spreken. Punten: 82/100 – Prijs: 26,75 €
Quinta dos Roques Touriga Nacional 2018 Zeer donkere paarsrode kleur, met opvallend gekleurde tranen die meteen een zekere intensiteit verraden. In de neus is er geen gebrek aan complexiteit: braam, cassis en pruim vormen de kern, omlijst door de toetsen van 13 maanden rijping op het vat: cederhout, tabak en een toets zoethout. Daarbovenop komen eucalyptus, peper en kruidnagel, met rozemarijn, laurier en een vleugje sous-bois die alles mooi bijeenhouden. De bloedsinaasappel in de achtergrond zorgt voor een subtiel frisse lift. In de mond is deze wijn stevig van structuur. De tannine drukken nog duidelijk hun stempel. Niet onvriendelijk, maar wel aanwezig. Ze worden vergezeld door ondersteunende zuren die de wijn net voldoende souplesse geven. Het jonge zwarte fruit blijft sappig en levendig, zonder overdaad. De afdronk is uitgesproken kruidig en eindigt op donkere, bittere chocolade. De lengte houdt een seconde of vijf aan – niet spectaculair, wel zuiver. Deze Touriga Nacional is nog in ontwikkeling, met een duidelijk bewaarpotentieel. Op dit moment toont hij zich vooral als karaktervol en veelbelovend, met een zekere ernst die tegelijk uitnodigt om hem over enkele jaren opnieuw te ontmoeten. Punten: 87/100 – Prijs: 32,95 €
Quinta do Mondego Munda Touriga Nacional 2014 Karmijnrood, met gekleurde tranen die traag van de wand glijden. De neus opent met laurier, eucalyptus en een toets sous-bois. Donker fruit volgt, samen met specerijen als peper en jeneverbes. Wie even de tijd neemt en walsend het glas verkent, ontdekt kruidnagel, rozemarijn, paprika, grafiet, koffie en een vleugje tabak. In de mond is het profiel krachtig maar verfijnd. De tannine is nog uitgesproken aanwezig, maar goed verweven in het geheel. De zuren houden alles fris, met jong fruit dat nog steeds levendig doorkomt. Deze wijn staat nog stevig in zijn schoenen, zonder haast om ergens heen te gaan. De afdronk is lang en draagt het geheel met overtuiging. Geen moment dat de wijn inzakt of zijn grip verliest. De Munda 2014 is duidelijk nog niet aan zijn eind, en bewijst vooral dat geduld in de Dão beloond wordt. Punten: 92/100 – Prijs: 27,15 €
Chão de San Francisco Signatures Touriga Nacional 2016 Diep donkerrood in het glas, met stomende gekleurde tranen die langzaam zakken. De neus is breed, met cassis en pruim op kop, gevolgd door rijper fruittonen en een koele eucalyptusnoot. Daarachter duikt een kruidige laag op: peper, munt, tijm, laurier en ceder, met subtiele toetsen van cacao en paprika. Een licht lactisch accent komt even piepen zonder te overheersen. In de mond keert dat lactische gevoel terug, wat een zekere ronding geeft, al speelt de alcohol iets nadrukkelijker mee dan nodig. De tannine is stevig, maar het geheel blijft sappig, met voldoende spanning en lengte om het boeiend te houden. Het profiel wijkt duidelijk af van de voorgaande wijnen in de reeks: Wat meer gepolijst, meer afgerond, wat meer op smaak van de consument. Punten: 82/100
Quinta do Cavão Reserva Touriga Nacional 2017 Karmijnrood in het glas, met kleurende tranen. De neus is complex en gelaagd: braam en rijpe pruim als basis, met daarboven accenten van tabak, leder, grafiet en een toets munt die voor frisheid zorgt. Wat zwarte peper en een hint van sousbois geven het geheel diepgang zonder het zwaar te maken. De aanzet is opvallend sappig. Bijna fluwelig qua textuur, maar met genoeg stevigheid om niet weg te glijden. De frisse zuren zorgen voor spanning en houden alles levendig. Het donkere fruit krijgt richting het einde gezelschap van kruiden die stilaan opkomen en blijven hangen tot in de lange, smakelijke afdronk. De wijn is evenwichtig, precies gemaakt en biedt genoeg karakter om meer dan één glas lang te boeien. Punten: 92/100 – Prijs: 36,35 €
Quinta Mendes Pereira Reserva Touriga Nacional 2010 Karmijnrood met zwaar kleurende tranen: visueel laat deze wijn er geen twijfel over bestaan dat hij nog volop leeft. In de neus opent zich een rijk palet dat weinig aan de verbeelding overlaat. Gedroogde pruim en dadel vormen de basis, maar daarbovenuit stijgt eucalyptus, een stevige dosis tabak, cederhout en paprika. Grafiet en koffie duiken dieper op, samen met thee, sousbois, champignon en een hele kruidige lading – van zwarte peper tot kruidnagel. De eerste slok verrast door de jeugd van het fruit in de mond. Wat in de geur al rijp en wat belegen leek, blijkt aan het gehemelte levendiger en frisser, met een verrassend heldere toets van kers en zwarte bes. De structuur is klassiek opgebouwd, met fijne zuren en goed gedoseerde tannine die nergens wringen. Het smaakprofiel is uitgesproken kruidig, zonder te overheersen. De afdronk is lang, breed en vooral getekend door tabak en kruiden. Hier geen vermoeide wijn op leeftijd, maar een fles die ondanks zijn leeftijd, duidelijk nog rek vertoont en zich met rust en vertrouwen laat drinken. Punten: 92/100 – Prijs: 37,05 €
Dom Bella Grande Reserva Touriga Nacional 2013 Zeer donkerrood van kleur met gekleurde traanvorming. De intensiteit in het glas zet zich voort in de neus, die onmiddellijk een kruidig profiel toont. Peper en tabak domineren het eerste contact, gevolgd door grafiet en een toets koffie. Het zwart fruit komt iets later, met bramen en zwarte kersen. Er is een lichte aanwezigheid van alcohol waarneembaar, maar die blijft netjes binnen de lijnen. Kruidnagel, rozemarijn en paprika voegen extra schakeringen toe, met daaronder een vleugje sousbois, viooltjes, munt en eucalyptus die voor frisheid zorgen. In de mond presenteert de wijn zich krachtig. De tannine is stevig, maar verfijnd van textuur. Hoge zuren zorgen voor de nodige spanning en geven tegelijk ondersteuning aan het sappige fruit dat het geheel draaglijk en levendig houdt. Dit is geen wijn die zoekt naar compromissen: het karakter is uitgesproken en pittig, zonder hoekig te worden. De finale is lang, blijft breed en complex nazinderen. Een wijn met precisie en intensiteit waarvan het duidelijk is dat hij nog jààààààààren mee kan! al maakt de balans tussen structuur en fraîcheur hem nu al boeiend. Deze wijn benadert de perfectie! Punten: 98/100 – Prijs: 60,25 €
In deze laatste aflevering van onze zondagse reeks ‘UGA Classificatie revisted’ eindigen we waar de Chianti letterlijk tot grote hoogten stijgt: in Lamole. Geen UGA is zo tot de verbeelding sprekend als deze. Lamole is een naam die klinkt als een belofte: van hoogte, lichtheid, finesse en een adembenemend uitzicht. Maar wie verder kijkt dan het postkaartlandschap, ontdekt een wijngebied dat even intrigerend als uniek is, met een stijl die nauwelijks te vergelijken valt met die van de rest van Chianti Classico. Dit is het balkon van de appellatie, en de wijnen die hier geboren worden, hebben iets etherisch, iets dat je niet vast kunt pinnen maar dat je bijblijft.
Een oase van hoogte en rust
Lamole ligt als een adelaarshorst op de flanken boven Greve in Chianti en is met slechts 985 hectare de kleinste UGA van de appellatie. Nog indrukwekkender: amper 68 hectare zijn daadwerkelijk beplant met Chianti Classico-wijngaarden. Toch is dit kleine gebied groots in betekenis. De wijngaarden bevinden zich op hoogtes tussen de 425 en 715 meter, met percelen zoals La Sala, Casole Alta en Grilli die de grens van 700 meter overschrijden. Dit zijn de hoogstgelegen wijnstokken van heel Chianti Classico.
Omringd door dichte bossen, maar liefst 76 procent van Lamole is bebost, ademt het landschap een bijna alpiene sereniteit uit. Het is deze combinatie van hoogte, koelte en natuurlijke isolatie die de basis legt voor een wijnstijl die nergens anders zo luchtig en bloemig is.
De geologie van Lamole
Van alle elf UGAs is Lamole niet alleen de kleinste, maar ook de eenvoudigste om geologisch te beschrijven. De wijngaarden liggen geconcentreerd op één enkele helling, voornamelijk oostelijk georiënteerd, op een gemiddelde hoogte van ongeveer 500 meter. Wat Lamole duidelijk onderscheidt van de rest van de Greve-vallei, waar het formeel deel van uitmaakt, is de combinatie van dichte bebossing en hoge ligging. Die zorgen samen voor een bijzonder koel microklimaat, wat zich rechtstreeks vertaalt in de elegante, vaak subtiele stijl van de wijnen.
Die stijl is ook diep geworteld in de geologie van het gebied. De bodems van Lamole zijn volledig afkomstig uit de Macignoformatie. Deze armzalige ondergrond dwingt de wijnstok tot diepe worteling, wat de concentratie en finesse van de druiven ten goede komt.
Bovendien is Lamole een van de weinige zones waar terrasbouw nog wijdverspreid voorkomt. Veel wijngaarden liggen op kleine, eeuwenoude terrassen die met de hand zijn aangelegd. De wijnstokken worden er vaak nog geleid volgens het traditionele Lamolese systeem van albarello of struikvorm, passend bij het ruwe terrein en de beperkte ruimte.
De terroir van Lamole
Wat Lamole extra bijzonder maakt, is zijn ondergrond. De bodems bestaan hier voornamelijk uit macigno, een zandsteen met een lage pH (onder 7,5), wat voor een ietwat zuurdere en minder kalkrijke bodem zorgt dan in veel andere delen van Chianti Classico. Dit resulteert paradoxaal genoeg in druiven met een iets lager natuurlijk zuurgehalte, maar de hoge ligging van de wijngaarden, met hun koelere temperaturen en trage rijping, balanceert dat effect. Wat overblijft is een wijn met een kern van fraîcheur, gekarakteriseerd door helder fruit en een florale lift.
Centraal in de bodemstructuur staat dus macigno (beter bekend als macigno del Chianti). Deze rotsformatie is ontstaan in het Mioceen, uit oude mariene afzettingen, en bestaat voornamelijk uit compacte lagen zandsteen met fijne, korrelige structuur. Door erosie breekt dit gesteente af tot een lichte, losse bodem die zeer goed draineert en rijk is aan kwarts en mica.
Deze eigenschap maakt de bodems van Lamole arm en droog, wat de wijnstokken dwingt om diep te wortelen op zoek naar water en mineralen. Dat proces vertraagt de groei, verlaagt de opbrengst en verhoogt de concentratie van de druiven. Drie elementen die rechtstreeks bijdragen aan de elegantie en finesse van de wijnen. De wortels groeien door een geologisch medium dat hard en onherbergzaam is, en dat zie je terug in de verticale spanning van de wijn.
Macigno draagt bovendien bij aan een donkere kleur in de wijnen, ondanks hun lichte structuur. De bodem is zanderig maar met veel stenen, wat de temperatuur overdag verhoogt en bijdraagt aan een gelijkmatige rijping, zelfs op hoogtes van boven de 600 meter.
De losse, arme gronden zijn niet alleen ideaal voor Sangiovese, maar ook voor de teelt van iris, een bloem die al eeuwen in Lamole wordt gekweekt voor parfumerie. Veel wijnetiketten uit de regio verwijzen naar deze florale traditie, en dat is geen toeval: de wijnen uit Lamole behoren tot de meest florale en etherische van heel Chianti Classico. De geuren van viooltjes, iris en rozen lijken rechtstreeks uit de wijngaarden te komen.
Het klimaat: frisheid en finesse
De hoogte van Lamole zorgt niet alleen voor prachtige panorama’s, maar ook voor een uitgesproken microklimaat. Koele nachten en frisse winden uit het noorden vertragen de rijping en bevorderen de aromatische complexiteit. Tegelijkertijd garandeert de zuidelijke expositie voldoende zonlicht om volledige fenolische rijpheid te bereiken, zelfs in lastige jaren.
In een tijd waarin klimaatverandering steeds meer invloed heeft op de stijl van Chianti Classico, komt Lamole in het vizier als een soort natuurlijke remedie: een zone waar frisheid behouden blijft, zuren niet wegsmelten en balans de norm is. Geen wonder dat steeds meer producenten hun oog op deze UGA laten vallen.
De stijl in het glas: florale precisie en luchtige structuur
De wijnen van Lamole onderscheiden zich door hun verfijning, precisie en frisse expressie. Binnen het spectrum van Chianti Classico vertegenwoordigt Lamole een stijl die men met recht kan omschrijven als ‘alpine Sangiovese’: wijnen die licht en verfijnd zijn, maar toch diepgang en spanning bieden.
Wat meteen opvalt, is het aromatische profiel. De neus is vaak opvallend floraal, met tonen van viooltjes, iris en rozen, aangevuld door kruiden zoals munt en wilde tijm. Deze expressieve geurigheid is kenmerkend voor Lamole en wordt versterkt door de hoogte, de dichte bosomgeving en de luchtige macigno-bodem. In tegenstelling tot veel warmere UGAs waar rijp fruit domineert, ligt de nadruk hier op finesse en geurige elegantie.
Het fruit is helder en precies: zure kers, rode bes, wilde aardbei, soms met een toets van sinaasappelschil. De rijping verloopt langzaam, wat de aromaontwikkeling ten goede komt. De zuren blijven levendig, dankzij de koelte op hoogte, en zorgen voor frisheid en structuur in het glas. De balans tussen rijp fruit en frisse kern is een van de sterke punten van Lamole.
Wat de textuur betreft, zijn de wijnen doorgaans lichtvoetig met goed geïntegreerde, fijne tannine. Ze voelen slank aan, zonder schraal te worden. De combinatie van een elegante structuur en levendige zuren geeft de wijnen een zekere energie en spanning, waardoor ze toegankelijk zijn maar toch voldoende grip en lengte bieden om interessant te blijven naarmate ze rijpen.
In de afdronk duikt regelmatig een mineraal accent op: iets krijtachtigs of ziltigs, soms zelfs iets rokerigs. Deze toets weerspiegelt de stenige, goed drainerende bodems van macigno en geeft een extra dimensie aan het geheel.
In vergelijking met andere UGAs zijn Lamole-wijnen over het algemeen subtieler en lichter van bouw, maar ze missen daarbij zeker geen complexiteit. Waar sommige wijnen indruk maken door volume of kracht, doen Lamole-wijnen dat door helderheid, precisie en lengte. Het zijn wijnen die vaak wat gesloten starten in hun jeugd, maar zich met flesrijping mooi openvouwen en extra lagen prijsgeven.
Lamole is daarmee geen zone van uitgesproken kracht, maar wel van verfijnde expressie. De term ‘alpine Sangiovese’ vat dit goed samen: wijnen met frisse hoogten, florale diepgang en een duidelijke identiteit. Een stijl die niet domineert, maar intrigeert.
Lamole in flessen: producenten die het verschil maken
Hoewel Lamole klein is, telt het een indrukwekkende reeks producenten die het terroir met precisie, respect en karakter tot uitdrukking brengen. Enkele van de belangrijkste namen:
Filetta di Lamole (Fontodi) Een project van de bekende producent Fontodi, met als doel de puurheid van Lamole Sangiovese te vangen. Referentiewijn: Filetta di Lamole Chianti Classico – intens floraal, met nervositeit en focus.
I Fabbri Biologisch werkend familiebedrijf dat al generaties lang op grote hoogte actief is. Referentiewijn: ‘Terra di Lamole’ – energiek, verfijnd en boordevol bloemen en kruiden.
Lamole di Lamole (eigendom van Santa Margherita Prosecco) Een historisch domein dat werkt met een grote focus op terroirexpressie en traditionele waarden. Referentiewijn: Chianti Classico Riserva – soepel, floraal en met een opvallend licht karakter.
Le Masse di Lamole Een kleine, ambachtelijke producent die de nadruk legt op precisie en authenticiteit. Referentiewijn: Chianti Classico – een mooie balans tussen fruit, kruiden en elegantie.
Podere Castellinuzza Kleinschalig, puur en traditioneel werkend domein dat trouw blijft aan zijn terroir. Referentiewijn: Chianti Classico – licht, fris en delicaat, met minerale precisie.
Waarom Lamole een blijvende indruk nalaat
Lamole is in veel opzichten een buitenbeentje binnen Chianti Classico. Het is de kleinste UGA, met de hoogst gelegen wijngaarden, een zeer beperkte productie en een geologisch profiel dat sterk afwijkt van de rest van de regio. Toch, of juist daarom, heeft Lamole een duidelijke plaats verdiend in het kwaliteitslandschap van de appellatie.
Wie Lamole bezoekt, merkt al snel dat het hier net iets anders voelt dan in andere delen van Chianti Classico. De ligging is afgelegen, het ritme trager, het landschap steiler en dichter bebost. De combinatie van hoogte, expositie en bosrijke omgeving creëert een microklimaat dat uniek is in de streek. Dat vertaalt zich rechtstreeks in de stijl van de wijnen: fris, floraal, licht van structuur maar rijk aan detail.
Opvallend is dat Lamole, net als Montefioralle, pas vanaf de oogst van 2027 officieel als UGA erkend zal worden. De reden hiervoor is technisch van aard: de afbakening en administratieve procedures voor deze twee kleine gebieden vroegen meer tijd om correct te verwerken. Ondanks die latere officiële ingang wordt Lamole vandaag al breed erkend als een van de meest unieke terroirs binnen de appellatie, zowel door producenten als door wijnliefhebbers.
Bedankt voor het meereizen
We heffen nog een laatste keer het glas en klinken met een Podere Castellinuzza Chianti Classico Riserva 2020 want met Lamole sluiten we deze verkenningstocht door de UGAs van Chianti Classico af. Wat begon als een nieuwsgierige blik op een vernieuwde classificatie, groeide uit tot een ode aan de diversiteit van een streek die niet alleen de geografische diversiteit van Chianti Classico heeft blootgelegd, maar vooral heeft aangetoond hoeveel verschil terroir kan maken, zelfs binnen één appellatie, en soms op slechts enkele kilometers afstand van elkaar. Van het ruige Gaiole tot het verfijnde Lamole: Chianti Classico leeft, ademt en verrast. Het is geen uniforme wijn, maar een lappendeken van stijlen en persoonlijkheden. Hopelijk heeft deze uitgebreide reeks dat ook voor jullie duidelijk gemaakt.
Wie de flanken van de Etna beklimt, kan niet om ze heen: eeuwenoude stenen gebouwen, half verstopt tussen wijngaarden, met mysterieuze houten balken en grote holtes in de vloer. Dit zijn palmento’s. Eeuwenlang vormden ze het kloppend hart van de Siciliaanse wijnproductie. Tegenwoordig zijn ze vooral stille getuigen van een rijke wijncultuur. Zelf hebben we er eentje in detail kunnen aanschouwen bij ons bezoek bij Tenuta Tascante tijdens de afgelopen Etna trip. De Palmento moest er voornamelijk voor een visuele meerwaarde zorgen en was deels in gebruik als een opslagruimte voor de leuke, grotere flesformaten en deels als een proeflocatie.
Wat is een palmento?
Een palmento is een traditioneel wijnhuis gebouwd uit lokale lavasteen, meestal met een eenvoudige rechthoekige structuur. Binnenin vind je drie hoofdcomponenten: de pista (waar de druiven worden geperst, vaak met de voeten), de mosto opvangbak (waar het sap naartoe loopt) en de fermentatiekuip (waar het vergistingsproces begon). Alles werkte op zwaartekracht: druiven gingen bovenin, wijn kwam er beneden uit. Simpel, doeltreffend en volledig analoog.
Het fascinerende aan de palmenti etnei gaat verder dan hun robuuste schoonheid. Ze zijn het resultaat van eeuwen wijnbouwervaring, waarin technieken uit de klassieke oudheid steeds verder verfijnd werden. De centrale rol was weggelegd voor de pers: aanvankelijk een hefboomsysteem, later vervangen door een mechanische schroef, wat een technologische sprong betekende. Dankzij deze vooruitgang transformeerden de heuvelachtige terreinen van de Etna snel in uitgebreide wijngaarden. Zo werd de palmento niet enkel een wijntechnisch hulpmiddel, maar ook een economische, sociale en politieke motor.
De typische structuur bestond uit een verdieping op een terras, gedragen door krachtige bogen, waaronder zich de wijnkelders bevonden. Deze maakte slim gebruik van het natuurlijke hoogteverschil: druiven kwamen boven binnen en sap stroomde via lavastenen kanalen naar lagergelegen opvangbakken. Mechanische hulpmiddelen waren niet nodig. De druiven, vervoerd in gevlochten manden (coffe of cufini), werden door teams (ciurme) via een zijraam naar de pista gebracht. Daar persten pistaturi de druiven al zingend, vaak blootsvoets of met zware schoenen, soms geholpen door een met wilgentakken gevlochten wiel (sceccu) waarop zij gezamenlijk sprongen om de druiven extra te persen.
Het sap vloeide via smalle lavastenen kanalen naar een lagergelegen bassin (tina), waarin ook de schillen en stelen teruggeplaatst werden voor verdere extractie. Vandaag de dag zijn veel palmenti nog steeds voorzien van originele kastanjeboompersen, indrukwekkend uitgehouwen uit massieve boomstammen.
Een vleugje geschiedenis
De palmento is zo oud als de wijnbouw op Sicilië zelf. Reeds in de tijd van de oude Grieken, vanaf de achtste eeuw voor Christus, floreerde de wijnproductie op het eiland. Griekse kolonisten brachten wijnstokken en hun kennis van vinificatie mee en legden de basis voor een cultuur die tot op de dag van vandaag voortleeft. Tijdens de Romeinse periode kende de wijnbouw een verdere uitbreiding, waarbij men gebruik maakte van het torcularium, een persinstallatie die als voorloper van de latere palmento gezien kan worden.
In de Middeleeuwen, onder Byzantijnse en later Arabische invloed, bleef de wijnbouw bestaan, hoewel de nadruk soms verschoven werd naar andere landbouwproducten. Pas onder de Normandiërs en vooral tijdens de Spaanse overheersing vanaf de zestiende eeuw, bloeide de wijnbouw op Sicilië opnieuw spectaculair op. De Etna werd met zijn vulkanische bodems gezien als een ideale plek voor hoogwaardige druiventeelt. De bouw van talloze palmenti betekende een fundamentele verandering in de wijnbouwpraktijken: van losse productie naar gestructureerde, gemechaniseerde vinificatie.
Deze gebouwen symboliseerden economische macht en verbonden families direct met de wijnhandel. Palmenti waren niet enkel productie-eenheden, maar ook statussymbolen. Tot ver in de twintigste eeuw bleven ze in gebruik, totdat modernere methodes en regelgeving hun lot bezegelden.
Waarom ze niet meer gebruikt mogen worden?
Charmant als ze zijn, voldoen palmento’s helaas niet aan de moderne hygiënestandaarden voor wijnproductie. Sinds 1991 is het in Italië wettelijk verboden om wijn commercieel te vinifiëren in een palmento. De voornaamste problemen zijn hygiëne, temperatuurcontrole en arbeidsomstandigheden.
De open stenen kuipen waarin de druiven werden geperst en vergist, zijn moeilijk volledig schoon te maken. Bacteriën, wilde gisten en schimmels kunnen zich makkelijk ophopen in de poreuze steen. Dit verhoogt niet alleen het risico op bederf en contaminatie van de wijn, maar maakt het ook onmogelijk om een consistente, gecontroleerde fermentatie te garanderen. Wat essentieel is in de moderne wijnindustrie.
Temperatuurcontrole vormt een ander groot probleem. Tijdens de vergisting stijgt de temperatuur van het druivensap, wat zonder koeling kan leiden tot ongewenste aromatische afwijkingen, oxidatie of zelfs stilvallen van de fermentatie. In een open palmento, blootgesteld aan de seizoensgebonden temperaturen van de Etna, is dit proces volledig afhankelijk van de grillen van het weer.
Daarnaast speelt ook de fysieke arbeid een rol. Het handmatig persen met de voeten (of moeten we dit voetmatig noemen) en het verplaatsen van druiven en most is extreem arbeidsintensief en niet meer in lijn met de huidige normen voor arbeidsveiligheid en efficiëntie.
De combinatie van deze factoren maakt het gebruik van palmenti voor commerciële vinificatie onhoudbaar binnen de huidige wet- en regelgeving. De romantiek van de oude methoden kan helaas niet op tegen de vereisten van hygiëne, controle en arbeidsomstandigheden die vandaag de dag gelden.
Herbestemming of herleving?
Toch is het verhaal van de palmento nog niet ten einde. Sommige wijnmakers gebruiken ze weer, zij het symbolisch: voor een eerste zachte persing, of als fermentatieplek voor kleine experimentele batches. Wettelijk mag dat alleen als de wijn niet commercieel verkocht wordt. Anderen transformeren de gebouwen tot proeflokalen, musea, of zelfs als evenementenlocaties. Palmento als trouwzaal? Ja hoor, met uitzicht op lavavelden en wijngaarden.
Vandaag de dag zijn palmento’s erfgoed, letterlijk en figuurlijk. Ze vertellen het verhaal van wijnbouw op de Etna, van generatie op generatie doorgegeven. Sommige producenten zetten zich actief in voor het behoud ervan, juist om de link met het verleden levend te houden. De stenen muren, de geul waar ooit most door stroomde, de geur van oude oogsten die nooit helemaal verdwijnt: het is een tastbare herinnering aan een tijd waarin wijnmaken nog voetenwerk was.
Is er een verband tussen palmento en lagares (Porto)?
Wie bekend is met de traditionele Portugese wijnbouw, herkent in de palmento direct een familielid van de lagar, het beroemde perssysteem dat gebruikt wordt voor de productie van portwijn. Zowel de palmento op de Etna als de lagar in de Dourovallei zijn gebaseerd op hetzelfde eenvoudige maar ingenieuze principe: druiven worden in een stenen of betonnen bak geperst, meestal met de voeten. Het zachte persen voorkomt beschadiging van de pitten, waardoor bitterheid in de wijn wordt vermeden, en tegelijkertijd wordt een maximale extractie van kleur en smaakstoffen bereikt.
Beide systemen maken gebruik van zwaartekracht om het druivensap te verplaatsen naar opvangbakken of fermentatievaten die lager liggen. Ze zijn ambachtelijk van aard, gebouwd met lokaal beschikbare materialen zoals lavasteen voor de palmento en graniet of beton voor de lagar, en vereisen intensieve handarbeid.
Het belangrijkste verschil is dat lagares in Portugal, dankzij moderne aanpassingen en hygiënische verbeteringen, nog steeds commercieel gebruikt mogen worden. Vooral bij de productie van hoogwaardige vintage ports blijft het traditionele trapwerk essentieel.
Eindwoord
De palmento vertegenwoordigt een diep erfgoed van menselijke arbeid, technische eenvoud en verbondenheid met het land. Deze robuuste gebouwen zijn stille getuigen van een tijd waarin wijnmaken een collectieve inspanning was, gedreven door traditie en het ritme van de seizoenen. Hoewel de palmento niet langer actief bijdraagt aan de moderne wijnproductie, blijft hij als een prachtig monument van het verleden overeind staan. Een levende herinnering aan een cultuur waar vakmanschap, gemeenschap en respect voor het land centraal stonden, gekoesterd door iedereen die van de geschiedenis van wijn houdt.
Laat ons even eerlijk zijn: als pistachenoten mensen waren, dan zouden de Pistacchio di Bronte de VIP-ruimte bezetten, champagne nippend en selfies makend met beroemdheden. Zó speciaal zijn ze. Dit hebben we maar al te goed kunnen ervaren tijdens ons afgelopen bezoek op Etna. Wie had gedacht dat de pistachenoot daar evenveel aanzien genoot als de wijn? Uiteraard was mijn nieuwsgierigheid gewekt om hier meer over te weten te komen.
Overigens, even een taalkundig weetje: het woord “pistache” komt van het Oud-Perzische “pistah” (wat ‘noot’ betekent), via het Grieks “pistákion” en het Latijnse “pistacium”. Onderweg zijn er zoals altijd wat letters gesneuveld. In het Italiaans werd het “pistacchio”, en zo kwamen we bij de elegante naam die we vandaag zo liefkozend gebruiken.
Wat is een pistachenoot eigenlijk?
Een pistachenoot is de eetbare zaadkern (steenvrucht) van de Pistacia vera, een subtropische boom die houdt van warme zomers en milde winters. Ze bestaat uit drie lagen: een vruchtwand, die eruitziet als een flexibel geelrood membraan, een endocarp, en een pit, de eetbare kern die lichtgroen is met prachtige fuchsia accenten. De endocarp waarin de noten groeien is een harde, beige schaal die bij rijping vaak een beetje openbarst. Mother Nature’s manier om te zeggen: “Kom maar halen, deze is klaar!”
De Pistacia vera plant is een bijzonder sterke en langlevende boom die ouder dan tweehonderd jaar kan worden. Voordat hij echter vruchten begint te dragen, moet hij eerst tien jaar geduldig groeien en rijpen. De boom lijkt qua uiterlijk een beetje op een vijgenboom, met brede, dikke bladeren. Hij heeft een korte stam, diepe wortels en kronkelige takken die zich tot zo’n vijf meter (of iets meer) in de hoogte uitstrekken.
De pistachevruchten groeien in grote trossen, vergelijkbaar met kersentrossen maar dan aanzienlijk groter en rijker gevuld. In Bronte tref je zowel traditionele, ‘wilde’ boomconfiguraties aan, die spontaan uit de rotsachtige bodem zijn ontstaan, als modernere boomgaarden waarin netjes in rijen geplante bomen staan. Wat ze gemeen hebben? De uitzonderlijke bodem- en klimaatcondities die nergens anders te repliceren zijn.
Er zijn zelfs pogingen gedaan om Bronte-cultivars elders in de wereld, bijvoorbeeld in de VS, te kweken. Maar eerlijk is eerlijk: geen enkele locatie weet dezelfde uitmuntende kwaliteit te bereiken.
De oorsprong en geschiedenis van pistachenoten
De pistachenoot heeft een lange en avontuurlijke geschiedenis. De oorsprong ligt in West-Azië en Klein-Azië. De Romeinen introduceerden de pistache rond 30 n.Chr. vanuit Syrië naar Italië, eerst in Campanië, waarna de plant zijn weg vond naar Sicilië. Tijdens de Arabische overheersing van het eiland (827 – 1040 n.Chr.) werd de teelt van pistachenoten actief gestimuleerd en uitgebreid.
Pas in de twintigste eeuw werd de economische waarde van de pistache-industrie officieel erkend in documenten. Tegen die tijd concentreerde bijna alle pistacheteelt zich op Sicilië. Na de Tweede Wereldoorlog onderging de sector grote veranderingen: veel plantages in Agrigento, Caltanissetta en Palermo werden verlaten, terwijl de teelt in de provincie Catania, en vooral in Bronte, aanzienlijk uitbreidde. Tegenwoordig bevindt meer dan negentig procent van de Siciliaanse pistacheteelt zich in Catania, waarvan ongeveer 3500 hectare in Bronte ligt.
De oogst van de pistacchio
De combinatie van rotsachtige, steile hellingen en een snoeimethode die resulteert in lage, onregelmatige takken maakt mechanische oogst vrijwel onmogelijk. Daarom worden de pistachenoten met de hand geoogst. Arbeiders verzamelen het fruit door het direct in containers op hun rug te laten vallen of door de bomen voorzichtig te schudden en de vruchten op doeken op de grond op te vangen.
De oogst is tweejaarlijks en vindt plaats in de oneven jaren, tussen eind augustus en begin september. De opbrengst per boom varieert sterk: de meeste bomen leveren tussen de 5 en 15 kg fruit op, hoewel sommige uitzonderlijke bomen tot wel 30 kg kunnen produceren.
De gemiddelde boomgaard beslaat slechts 1 tot 2 hectare, waardoor veel kleine boeren betrokken zijn. In de even jaren wordt volgens eeuwenoude traditie een ‘groene snoei’ uitgevoerd: jonge knoppen worden met de hand verwijderd zodat de plant kan rusten en zich optimaal kan voorbereiden op de volgende oogst.
Bij een succesvolle oogst ligt de totale productie tussen de 3000 en 3500 ton. Hoewel dit slechts ongeveer 1% van de wereldproductie vertegenwoordigt, is de vraag naar de superieure Bronte-pistachenoten enorm, vooral bij Europese gelato- en patissiers. Ook lokale ambachtslieden maken er beroemde Siciliaanse specialiteiten mee.
Voor opslag worden de pistachenoten eerst mechanisch gewreven om de vruchtenschil te verwijderen. Daarna worden ze drie tot vier dagen in de zon gedroogd, wat de smaak van de kern intensifieert. Omdat de meeste Bronte-pistachenoten hun schaal niet volledig opensplijten, zijn ze minder geschikt voor directe consumptie in de schaal en worden ze voornamelijk verwerkt en verkocht als gepelde of zelfs geblancheerde producten.
Waarom is de Pistacchio di Bronte zó bijzonder?
Stel je voor: een vruchtbare vulkanische bodem (dankjewel, Etna!), een perfect microklimaat en eeuwenoude teelttradities. In Bronte, een stadje aan de westflank van de Etna, worden pistachenoten geteeld die intenser groen zijn, krachtiger van smaak, en rijker aan aroma’s dan hun broertjes en zusjes uit andere regio’s. Ze zijn zó uniek dat ze sinds 2009 een DOP-status (Denominazione di Origine Protetta) hebben: een officieel keurmerk van excellentie. Bovendien zijn ze door slow food opgenomen als keurmerk.
Voor de mensen van Bronte is het wereldwijde succes van hun pistachenoten een overwinning op eeuwenlange ontberingen. Generaties lang werkten zij als uitgebuite pachters op deze harde, onvruchtbare gronden. Toch gaven ze nooit op: gesteund door hun respect voor de natuur en hun onverzettelijke toewijding, hebben ze van lavastenen en dorre bodems een vruchtbare regio gemaakt.
De omgeving van Bronte is uniek: steile, rotsachtige hellingen met droge, dunne vulkanische bodems afkomstig van de nabijgelegen Etna. De pistache is hier vrijwel het enige gewas dat succesvol kan worden geteeld. Boeren gebruiken traditionele “in situ” entmethoden waarbij wilde, spontaan opgekomen pistacheplanten direct in het veld geënt worden met geselecteerde hoogwaardige pistachevariëteiten. Deze techniek, die volledig met de hand wordt uitgevoerd, maakt optimaal gebruik van de sterke wortels van de inheemse planten, die perfect zijn aangepast aan de zware, rotsachtige bodem. Dit resulteert in grote variaties in het aantal bomen per hectare (tussen de 50 en 500) en vereist volledig handmatig oogsten. Het resultaat? Pistachenoten met een ongeëvenaarde intensiteit van kleur (heldergroen) en smaak. Een wereldwijd begeerd topproduct.
Het “groene goud” van de Pistacchio di Bronte is daarmee niet enkel een bron van welvaart, maar ook een symbool van trots, veerkracht en respect voor traditie. Het succesverhaal van de Bronte-pistache is dus niet alleen te danken aan de buitengewone kwaliteit van de noot, maar ook aan de onvermoeibare inzet en harde arbeid van de lokale bevolking. De pistachenoot geeft Bronte voorspoed, maar de mensen van Bronte geven de pistachenoot haar ziel.
De vele gezichten van de pistachenoot
Pistachenoten zijn net Italiaanse nonna’s: veelzijdig, inventief en altijd klaar om je te verrassen. Hier een overzichtje:
Pistacchio fresco: Verse pistachenoten, seizoensgebonden lekkernij, sappiger en zoeter.
Pistacchio essiccato con guscio: Gedroogd met schaal, ideaal om zelf te kraken (en je frustraties af te reageren).
Pistacchio essiccato ed scusciato: Gedroogd zonder schaal — snacken maar!
Pistacchio pelato: Gepelde pistache, meestal kort geblancheerd om de schil te verwijderen, perfecte basis voor fijne patisserie.
Olio di pistacchio: Pistacheolie, een groene nectar voor dressings en het kort sauteren van delicate ingrediënten zoals groenten of vis.
Pasta pura di pistacchio: 100% pure pistachepasta, goddelijk voor gelato of als geheim ingrediënt in desserts.
Farina di pistacchio: Pistachemeel, ideaal voor cakes en macarons.
Granella di pistacchio: Pistachestukjes, de kroon op ijsjes, yoghurt en pasta’s.
Pistacchio di Bronte en de Pesto Siciliano di Mortaio
Ah, de fameuze Pesto Siciliano di Mortaio! Hier geen basilicumfeestje zoals bij de klassieke pesto Genovese, maar een elegante symfonie waarin de Pistacchio di Bronte de absolute ster is. De traditionele bereidingswijze vraagt om geduld en liefde: pistachenoten, extra vergine olijfolie, knoflook, zout en soms een vleugje verse ricotta worden met de hand fijngestampt in een stenen vijzel (mortaio). Geen brute kracht, maar ritmische, zachte bewegingen die de smaken vrijlaten zonder ze te breken.
Het gebruik van een mortaio is geen nostalgische gimmick: deze methode zorgt ervoor dat de delicate oliën en aroma’s van de pistachenoten optimaal behouden blijven. Machinale verwerking kan de pistachenoten verhitten, waardoor kostbare nuances verloren gaan. Door de langzame, liefdevolle wrijving ontstaat een pesto met een ongekende diepte: fluweelzacht, licht zoet, intens nootachtig en verrassend fris.
De Pesto Siciliano di Mortaio wordt in Sicilië vaak gebruikt om verse busiate-pasta te omhullen, maar je vindt hem ook terug als topping voor bruschetta, als vulling in gevogelte of simpelweg als dip bij een goed stuk brood.
Recept: authentieke Busiate al pesto Siciliano di mortaio
Ingrediënten (voor 4 personen):
350g busiate pasta (of andere korte pasta waar de saus zich goed aan kan hechten)
2 el Pesto siciliano al mortaio
2 el extra vergine olijfolie
20 gr fijngehakte Pistacchio di Bronte
30g Caciocavallo kaas (kan je eventueel vervangen door Parmezaan of Pecorino)
60 gr in reepjes gesneden pancetta
Een halve ui
Zout en peper naar smaak
Een paar blaadjes basilicum (optioneel, als je rebel bent)
Bereiding:
Breng een grote pot gezouten water aan de kook.
Kook hierin de busiate al dente.
Giet de pasta af, houd een beetje kookwater apart.
Snij de ui zeer fijn en fruit deze in olijfolie in een pan.
Voeg de reepjes pancetta toe en bak 3 à 4 minuten. Zet uw vuur hiervoor niet te hoog.
Voeg de pesto toe en voeg wat kookwater toe voor extra smeuïgheid.
Meng het geheel door de afgekookte pasta.
Breng op smaak met peper en zout
Serveer met een glimlach en, als je wil, strooi je er geraspte kaas en Granella di pistacchio over en werk je af met enkele blaadjes basilicum.
In onze zondagsreeks ‘UGA ‘Classificatie revisted’ trekken we vandaag naar het hart van de Chianti Classico, naar een plaats die klein van omvang is, maar groots in wijnhistorie en karakter: Montefioralle. Met deze piepkleine UGA bevinden we ons in de heuvels boven Greve in Chianti, waar een van de meest verfijnde microzones van de appellatie schuilgaat. Lang voor de UGAs officieel erkend werden, wisten kenners al: wie finesse en concentratie zoekt, moet in Montefioralle zijn. En hoewel Montefioralle pas in een latere fase officieel van kracht wordt als UGA (2027), wordt ze nu al beschouwd als een van de meest expressieve en herkenbare terroirs van de regio. Hier, tussen middeleeuwse muren, steile wijngaardterrassen en olijfboomgaarden, worden wijnen geboren die uitblinken in precisie, charme en diepgang.
Een historisch kruispunt
Montefioralle, gelegen binnen de gemeente Greve in Chianti, beslaat een totaal oppervlak van 1.545 hectare, waarvan slechts 143 hectare is aangeplant met Chianti Classico-wijngaarden. Daarmee is het na Lamole de kleinste UGA van de appellatie. Wat het aan grootte mist, maakt het goed in geschiedenis en reputatie. Dit was ooit een strategisch bolwerk in de middeleeuwen; vandaag is het een betoverend dorpje omringd door steile terrassen, olijfbomen en wijngaarden die op hoogte dansen tussen 230 en 540 meter boven zeeniveau.
Het dorp Montefioralle zelf wordt vaak beschouwd als een van de oudste versterkte nederzettingen van Chianti. Strategisch gelegen op een heuvelrug die de valleien van de Greve en de Pesa scheidt, bevond Montefioralle zich eeuwenlang op een kruispunt van handelsroutes, militaire linies en culturele invloeden. Deze ligging maakte het tot een plek van ontmoeting en confrontatie. Tussen Siena en Florence, tussen boeren en edelen, tussen verleden en toekomst.
Tijdens de middeleeuwen diende Montefioralle als een belangrijk verdedigingspunt binnen het territorium van Florence. De cirkelvormige stadsmuur die het dorp nog steeds omringt, getuigt van deze militaire rol. Tegelijkertijd was het dorp ook een agrarisch centrum waar wijnbouw, olijventeelt en ambachtelijk vakmanschap samensmolten in een zelfvoorzienende microkosmos.
Vandaag vinden we dat historische kruispunt terug in de landschappelijke gelaagdheid. Middeleeuwse architectuur, eeuwenoude terrassen, traditionele landbouw en moderne kwaliteitswijnbouw bestaan hier naast elkaar in een delicaat evenwicht. De hellingen rond het dorp, ooit gebruikt voor gemengde teelt, zijn inmiddels grotendeels beplant met Sangiovese. Maar de historische mozaïek van bos, olijfgaarden en kleinschalige wijngaarden is behouden gebleven. Dit draagt niet alleen bij aan biodiversiteit, maar geeft ook de wijnen van Montefioralle hun unieke, ingetogen karakter.
De geologie van Montefioralle
De UGA Montefioralle is genoemd naar het eeuwenoude dorp dat het hart van deze zone vormt. Hoewel het gebied geologisch relatief homogeen is, met vooral alberese en pietraforte als dominante bodemformaties, kan het toch worden opgedeeld in drie duidelijk te onderscheiden subzones met elk hun eigen kenmerken.
De eerste zone, gelegen tussen de grens met de UGA Panzano en het dorp Montefioralle zelf, wordt gekenmerkt door een grotere aanwezigheid van pietraforte (een kalkrijke zandsteen), steile terrassen, talrijke olijfbomen en kleinschalige landbouwbedrijven. Het is een ruig, bijna handgesmeed landschap dat het karakter van de wijn, mineraal, gefocust, verfijnd, weerspiegelt.
De tweede zone begint bij de plaats Zano en strekt zich noordwaarts uit richting Calcinaia en Greti. Hier zijn de hellingen zachter, de wijngaarden groter van opzet en de hoogte gemiddeld lager. Deze streek is duidelijk gedomineerd door kalk-klei bodems die gelinkt zijn aan de albereseformatie. De wijnen uit dit deel zijn vaak iets ronder, voller en toegankelijker, met uitgesproken fruittonen.
Een derde gebied, wat meer afgezonderd en omgeven door bossen, bevindt zich rond Verrazzano. Hier blijft alberese het dominante bodemtype, wat bijdraagt aan een stijl met fijne zuren, ingetogen kracht en mooie spanning.
Tot slot strekt de UGA zich uit tot aan de heuvelkam die de valleien van de Greve en de Pesa scheidt, met hoogtes die kunnen oplopen tot boven de 500 meter. Deze hogere percelen combineren koelte met zonexpositie, wat ideaal is voor langzame, aromatische rijping van de druiven.
Het terroir van Montefioralle: steen, helling en warmte
Montefioralle is een compact en uitgesproken terroir, waar de combinatie van hoogte, expositie en ondergrond het karakter van de wijnen diepgaand bepaalt. De bodems in deze UGA worden gedomineerd door twee geologische formaties: alberese en pietraforte, beide typerend voor de meest prestigieuze delen van Chianti Classico, maar met elk een eigen invloed op de wijnstijl.
Alberese is een harde, kalkhoudende mergel die rijk is aan calciumcarbonaat. Deze gesteentesoort breekt met de tijd af in een fijn, mineraalrijk stof dat de wortels dwingt om diep te gaan. Dit bevordert een evenwichtige vegetatieve groei en een natuurlijke beperking van de opbrengst, wat leidt tot geconcentreerde druiven. Wijnen van alberese tonen vaak een heldere structuur, levendige zuren, florale tonen en een ingetogen kracht. Het zijn wijnen die langzamer rijpen en bijzonder goed ouderen.
Pietraforte, daarentegen, is een compacte kalkzandsteen die harder is dan alberese. Deze formatie levert nog drogere, stenige bodems op, met een hoge weerstand tegen erosie. Waar alberese finesse en lift geeft, zorgt pietraforte eerder voor grip, textuur en een robuustere structuur, wat bijdraagt aan een robuuste bouw en warmtevasthoudende eigenschappen, met invloed op de concentratie en extractie van de druif. In Montefioralle komt pietraforte vooral voor in de zone richting Panzano, waar het terrein steil is en de terrassen oud en smal zijn.
Het microklimaat speelt hierin een belangrijke rol. Montefioralle is relatief warm voor een binnenlandse UGA, met goede zonexpositie en bescherming tegen koude luchtstromen dankzij de omringende heuvels. De hoge ligging van veel percelen, tot boven de 500 meter, compenseert deze warmte met nachtelijke afkoeling en een trage, regelmatige rijping. Hierdoor blijven zuren behouden en ontwikkelen de aroma’s zich gelaagd.
Het terrein zelf is ruig en sterk geaccidenteerd, met veel terrassen en steile hellingen. De wijngaarden liggen versnipperd tussen bossen en olijfgaarden, wat bijdraagt aan biodiversiteit en microklimatische variatie. De meeste percelen worden kleinschalig bewerkt, vaak door familiebedrijven die nauw verbonden zijn met hun land.
De stijl in het glas: sappige charme en diepte
De Chianti Classico’s uit Montefioralle hebben een herkenbare stijl die zich ergens bevindt tussen elegantie en diepte. Ze zijn zelden massief, maar altijd gelaagd, zuiver en met een zekere ingetogen kracht.
In het glas valt meteen het fruitprofiel op: rijpe rode kers staat centraal, vaak met een vlezige, sappige textuur. Daarnaast komen ook aroma’s van rozenbottel, gedroogde kruiden, cederhout en soms een vleugje sinaasappelschil naar voren. Opvallend is ook de frisheid die in de kern van de wijn blijft doorspelen, ongeacht het warme microklimaat van de zone.
De tannines zijn doorgaans fijnkorrelig en zijdeachtig, de zuren levendig maar goed geïntegreerd. In de afdronk duikt regelmatig een mineraal accent op, dat kan doen denken aan krijt of natte steen – een reflectie van de alberese en pietraforte in de bodem.
Dankzij de combinatie van rijp fruit, frisse kern en genuanceerde structuur zijn deze wijnen vaak al jong verleidelijk, maar bezitten ze ook voldoende ruggengraat en spanning om mooi te evolueren op fles. Montefioralle levert Chianti Classico die uitnodigt tot drinken, maar ook tot herontdekken met de tijd.
Producenten die Montefioralle op de kaart zetten
Ondanks (of misschien juist dankzij) zijn kleinschaligheid, telt Montefioralle een indrukwekkend aantal ambitieuze en terroirgerichte domeinen. Deze producenten combineren traditie met innovatie en laten zien hoe groots wijn uit een kleine zone kan zijn.
Montefioralle Winery Een kleinschalig familiebedrijf dat diep geworteld is in het dorp zelf. Werkt biologisch en volledig met eigen druiven. De stijl is zuiver, evenwichtig en doordrenkt van plaatselijke identiteit. Referentiewijn: Montefioralle Chianti Classico Riserva – een klassieke, elegante Sangiovese met helder fruit, verfijnde zuren en fijne kruidigheid.
Villa Calcinaia Historisch landgoed in handen van de Conti Capponi, met een filosofie die traditie koppelt aan experimentele precisie. Biodiversiteit staat centraal, net als een sobere, evenwichtige stijl. Referentiewijn: Villa Calcinaia Chianti Classico – een schoolvoorbeeld van ingetogen kracht met rijpe kers, droge kruiden en kalkachtige frisheid.
Podere Campriano Gerund door een familie die zowel wijngaard als kelder volledig zelf beheert. Biologisch gecertificeerd en gericht op minimale interventie. Referentiewijn: Campriano Chianti Classico – een pure, energieke wijn met spanning, rood fruit en een opvallend mineraal profiel.
Tenute del Cabreo Onderdeel van Ambrogio e Giovanni Folonari, met moderne faciliteiten en een duidelijke focus op elegantie en drinkbaarheid. De stijl is verfijnd en gepolijst, zonder terroir uit het oog te verliezen. Referentiewijn: Cabreo Il Borgo Chianti Classico Gran Selezione – rijp en soepel, met donkere kers, zachte tannine en lange, harmonieuze afdronk.
Viticcio Produceert wijnen die traditie combineren met internationale finesse. Toegankelijk, maar steeds met een duidelijke structuur en herkenbare Montefioralle-signatuur. Referentiewijn: Viticcio Chianti Classico Riserva – intens, sappig en mooi gelaagd, met fruitige rijkdom en een vleugje balsamico.
Isola delle Falcole Kleine producent die organisch werkt en de voorkeur geeft aan pure, sobere vinificatie. De stijl is delicaat en gefocust, met nadruk op fraîcheur en terroir. Referentiewijn: Isola delle Falcole Chianti Classico – levendig en lichtvoetig, met florale tonen, rode besjes en opvallend kalkachtige structuur.
Castello di Verrazzano Hoewel groter in schaal, bezit Verrazzano belangrijke percelen in Montefioralle. Hun aanpak combineert historische flair met een eigentijdse visie op precisie. Referentiewijn: Verrazzano Chianti Classico Gran Selezione Sassello – geconcentreerd, kruidig en rijk aan structuur, met duidelijke terroirverankering.
Bibi Graetz Bekend van Toscaanse cultwijnen, maar bezit ook kleine percelen in Montefioralle. Zijn stijl is artistiek, eigenzinnig en gefocust op pure expressie. Referentiewijn: Bibi Graetz Colore Rosso – genereus, sensueel en met diepe structuur, al is dit technisch geen Chianti Classico.
Waarom Montefioralle niet mag ontbreken in je Chianti Classico-reis
Montefioralle is misschien klein in oppervlakte, maar groots in karakter. Het is een UGA die alles in zich draagt wat Chianti Classico bijzonder maakt: een rijke geschiedenis, een gevarieerd maar consistent terroir, uitgesproken wijnen met identiteit én een landschap dat traditie en ambacht uitademt.
De wijnen uit deze zone combineren rijp fruit met frisheid, structuur met souplesse, en charme met precisie. Of het nu gaat om een elegante basiswijn of een diepgaande Gran Selezione, Montefioralle laat telkens zien dat terroir zich ook op kleine schaal groots kan uitdrukken.
En toch, deze UGA gaat pas vanaf de oogst van 2027 officieel van kracht binnen de regelgeving van Chianti Classico. Daarmee is Montefioralle een van de laatst toegevoegde schakels in het mozaïek van subzones, maar eentje die nu al wordt erkend om zijn eigenheid en kwaliteit. De officiële status mag dan nog in de toekomst liggen, in het glas bewijst Montefioralle zich al lang.
Terwijl ik dit artikel afrond, geniet ik van mijn laatste flesje Bibi Graetz Soffocone di Vincigliata 2019. Geen Chianti Classico, dat weet ik, maar wel een Sangiovese in zijn meest pure en verleidelijke vorm. Een wijn met eenzelfde soort spanning en karakter als ik zo vaak terugvind in Montefioralle. Ideaal gezelschap tijdens het schrijven van dit artikel.
Volgende week sluiten we deze zondagse reeks af met een laatste halte: Lamole, het hoogste balkon van Chianti, waar finesse, hoogte en luchtigheid samenkomen in een stijl die je niet snel vergeet.
In het hart van de heuvels van Irpinia, in het kleine dorpje Lapio, vinden we Colli di Lapio, een authentiek familiebedrijf onder leiding van Clelia Romano. Dit domein, dat vandaag ook wordt ondersteund door haar dochter Carmela, brengt wijnen voort die het terroir van Campanië op een meesterlijke manier weerspiegelen: mineraal, verfijnd en vol leven.
Lapio en dan voornamelijk de contrade Arianiello, staat bekend als het kloppende hart van de appellatie Fiano di Avellino DOCG. Hier profiteren de wijngaarden van grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht, een kalkrijke vulkanische bodem en constante ventilatie – de ideale omstandigheden voor het creëren van wijnen met spanning, frisheid en diepe aromatische expressie.
Met trots stellen we drie wijnen van Colli di Lapio voor, nu beschikbaar in ons assortiment:
🍇 Fiano di Avellino DOCG 2024
Een zuivere en elegante interpretatie van de Fiano-druif, met aroma’s van witte bloemen, perzik en citrus, ondersteund door een verfrissende mineraliteit. Deze wijn straalt puurheid en finesse uit en is een perfecte match voor zeevruchten en lichte gerechten.
🍇 Fiano di Avellino ‘Clelia’ DOCG 2021
Afkomstig van de oudste wijngaarden van het domein, biedt deze cuvée een rijke en weelderige ervaring. Rijpe perzik, honingbloemen, een subtiele kruidigheid en een levendige minerale kern maken deze wijn ideaal voor fijnproevers en een uitstekende keuze om te laten ouderen.
🍇 Greco di Tufo ‘Alèxandros’ DOCG 2024
Een krachtige en expressieve witte wijn, afkomstig van de tufstenen bodems van Tufo. Rijp wit fruit, vuursteen en een levendige frisheid zorgen voor een perfecte balans tussen kracht en elegantie – een schitterende begeleider van visgerechten en schaal- en schelpdieren.
Volg ons voor meer nieuws en inspiratie over Italiaanse topwijnen: 📸 Instagram 💼 LinkedIn 📘 Facebook
Zoals Gambero Rosso het treffend samenvat: “Neem alle klassieke wijntermen – topterroir, gepassioneerde wijnmaker, mineraliteit – en je hebt Colli di Lapio perfect beschreven.”
Zet je schrap voor een wijnverhaal dat letterlijk vonkt. We nemen je mee naar de ruige, betoverende flanken van de Etna, Europa’s meest actieve vulkaan, waar lava, as en druiven al eeuwenlang samen een intens verhaal schrijven. Hier, tussen de gestolde lavavelden en terrassen die als trappen naar de hemel lijken te leiden, vind je een druif met evenveel karakter als het landschap waarin hij groeit: Nerello Mascalese.
Dit is geen wijn die zich zomaar prijsgeeft. Geen makkelijke doordrinker of internationale allemansvriend. Nerello Mascalese is complex, koppig en uitgesproken. Eeuwenlang bleef hij een goed bewaard geheim van Siciliaanse wijnboeren. Zijn naam klonk bekend in de dorpen aan de voet van de vulkaan, maar ver daarbuiten was hij zelden onderwerp van gesprek. Tot recent. Want stilaan begint de wereld te beseffen wat voor karakter hier uit het glas stroomt. Nerello Mascalese is opgestaan. Van lokale legende tot nieuw ankerpunt voor liefhebbers van terroirgedreven elegantie. En laten we eerlijk zijn: dat werd tijd.
Roots van rots en rook
Nerello Mascalese is zonder twijfel een van de meest karaktervolle druiven van oostelijk Sicilië, met als kloppend hart de flanken van de Etna. Zijn naam verwijst naar de Mascali-vlakte bij Catania, waar hij vermoedelijk al eeuwen aanwezig is in de wijngaarden. In de volksmond draagt hij namen als Niureddu of Nireddu. Soms wordt hij nog wel eens verward met Pignatello nero, maar dat is een vergissing die zijn unieke identiteit tekortdoet. Nerello Mascalese is een druif met een duidelijke eigen stempel, gevormd door het vulkanisch terroir waarop hij groeit.
Jarenlang bleef zijn potentieel grotendeels onder de radar, zeker buiten Sicilië. Maar sinds het begin van deze eeuw is er een duidelijke kentering. Nieuwe generaties wijnmakers, vaak met moderne technieken en internationale ambities, investeerden volop in wijngaarden rond de Etna. Die kwaliteitsimpuls binnen de Etna DOC heeft ervoor gezorgd dat Nerello Mascalese vandaag de dag een sleutelrol speelt in de heropleving van Siciliaanse kwaliteitswijn.
De exacte afkomst van de druif is niet met zekerheid vastgelegd, maar genetisch onderzoek wijst op een mogelijke spontane kruising tussen Sangiovese en Mantonico Bianco. Wat wel zeker is, is dat Nerello Mascalese in de loop der eeuwen een brede genetische diversiteit heeft ontwikkeld. Het grote aantal biotypen maakt hem moeilijk te categoriseren, wat meteen verklaart waarom hij zich zo sterk laat beïnvloeden door terroir en microklimaat.
In 1970 werd de druif officieel erkend binnen de Italiaanse wijnwetgeving. Toen stond hij nog op meer dan 14.000 hectare aangeplant. Sindsdien is dat areaal gestaag afgenomen tot net onder de 3.000 hectare, mede door veranderende wijnbouwtrends en de moeilijke omstandigheden waarin hij gedijt. Toch geldt vandaag meer dan ooit: wat overblijft is geen massaproductie, maar puur kwaliteitsmateriaal. Stokken op hoogte, in moeilijke omstandigheden, met lage opbrengsten en hoge expressie. Geen volume, wel persoonlijkheid.
Nerello Mascalese is geen druif die zich makkelijk laat sturen. Hij stelt eisen aan zijn omgeving en zijn wijnmaker. Maar wie met geduld en respect werkt, krijgt er een wijn voor terug die een precieze afdruk is van zijn plek en zijn geschiedenis. Een druif die tegelijk de ruigheid van lavasteen en de subtiliteit van een oude ziel in zich draagt.
Ampelografie voor gevorderden (of wijnnerds)
De wijnstok van Nerello Mascalese straalt kracht en vitaliteit uit. Hij groeit robuust en gedijt het beste in moeilijke omstandigheden, wat goed past bij zijn natuurlijke habitat op de flanken van de Etna. De trossen zijn groot, langgerekt en conisch van vorm, soms met kleine vleugels. De bessen zijn middelgroot tot langwerpig, met een opvallende blauwgrijze kleur. De schil is dik, stevig en bedekt met een uitgesproken waslaag, wat hem goed beschermt tegen uitdroging maar tegelijk ook zijn aromatische intensiteit bewaart.
De bladeren zijn pentagonaal en trilobaat, met soms twee extra, licht ontwikkelde lobben. De bovenkant van het blad is matgroen en licht golvend, terwijl de onderzijde een kenmerkend behaard, fluweelachtig oppervlak heeft. In de herfst krijgt het loof een geelgroene kleur met rode schakeringen, wat extra visuele flair geeft aan de wijngaard.
In de traditionele Siciliaanse wijnbouw wordt Nerello Mascalese vaak geleid volgens het alberello-systeem. Deze lage struikvorm is uitermate geschikt voor de steile, stenige hellingen en de intense zon die kenmerkend zijn voor het vulkanische landschap. De combinatie van hoogte, arme lavagrond en goede ventilatie zorgt ervoor dat de druif zich volledig kan uitdrukken, mits hij met zorg wordt behandeld.
Fenologisch gezien is Nerello Mascalese een laatrijpende variëteit. Het ontluiken van de knoppen begint al vroeg in het voorjaar, meestal rond de tweede helft van maart. De rijping van de druiven voltrekt zich langzaam, met oogstmomenten die doorgaans tussen eind september en de eerste helft van oktober vallen. Op grotere hoogten kan die rijping extra tijd vragen, wat het risico op onrijpe of onregelmatig ontwikkelde bessen verhoogt, vooral in koelere jaren.
De plant biedt redelijke weerstand tegen ziektes en parasieten in het algemeen, maar blijft gevoelig voor oidium en botrytis, vooral in hoger gelegen wijngaarden waar het microklimaat grilliger is. Bij instabiel weer kan onvolledige ontwikkeling van de bessen optreden, waarbij sommige druiven in de tros klein en roodgroen blijven. Dit komt vooral voor boven de duizend meter hoogte.
Toch ligt precies in die moeilijkheid de charme. In optimale omstandigheden, met een lage opbrengst en de juiste balans tussen bladgroei en rijping, levert Nerello Mascalese wijnen met een ongeziene precisie en diepgang. Een waar uithangbord van zijn terroir, met een opmerkelijk vermogen om bodemstructuur, hoogte en jaargang te weerspiegelen in geur en smaak.
Van lavabodem naar Bourgondische elegantie
Nerello Mascalese is geen wijn die je gedachteloos inschenkt. Hij nodigt uit tot stilstaan, tot ruiken, proeven en herproeven. Deze druif wil ademen, maar vooral ook vertellen met overtuiging en detail. Zijn finesse, zijn lichtvoetigheid en zijn transparantie maken dat hij vaak wordt vergeleken met Pinot Noir. Niet omdat hij hetzelfde smaakt, maar omdat hij hetzelfde kan: zijn terroir verklanken, zijn maker weerspiegelen, en het ritme van het wijnjaar voelbaar maken in elke slok. Hij is de Bourgogne van het zuiden, maar dan met lava onder zijn voeten.
Wie een glas Nerello Mascalese inschenkt, ziet doorgaans een lichte tot medium robijnrode kleur. De wijn oogt delicaat, maar wat volgt is allesbehalve vlak. In de neus openbaart zich een gelaagd boeket van rode kers, granaatappel, kruiden als rozemarijn en tijm, maar ook tabak, cederhout en bij rijpere exemplaren zelfs florale tonen zoals viooltjes of gedroogde rozenblaadjes. Soms zweemt er iets rokerigs of aards doorheen, een echo van de vulkanische oorsprong van de druif.
In de mond toont hij zich slank maar gespierd, met frisse zuren die voor levendigheid zorgen en fijnkorrelige tannine die structuur bieden zonder te domineren. Wat veel proevers opvalt is de opmerkelijke mineraliteit, een ziltige of steenachtige ondertoon die rechtstreeks lijkt voort te komen uit de lavabodem waarin de stokken geworteld zijn. Die spanning tussen luchtigheid en diepte, tussen elegantie en energie, maakt hem zo bijzonder.
Veel wijnen op basis van Nerello Mascalese winnen aan diepte met enkele jaren flesrijping, waarin de scherpe kantjes verzachten en tertiaire aroma’s naar voren komen. Houtgebruik varieert sterk tussen producenten, van strakke inox-vinificatie tot rijping op grote Slavonische vaten of neutrale barriques. Het resultaat blijft telkens trouw aan zijn essentie: een wijn met helderheid, lengte en een zekere ingetogen kracht.
Wie hem leert kennen, ontdekt een druif die niet mikt op effectbejag, maar op gelaagde expressie. Een wijn die boeit zonder te vermoeien, die verrast zonder te overrompelen. Intens, maar nooit zwaar. Serieus, maar nooit saai.
De blends, de DOC’s en de toppers
Binnen de Etna Rosso DOC is Nerello Mascalese zonder twijfel de hoofdrolspeler. Hij vormt er het overgrote deel van de blend, vaak tot tachtig procent of meer, aangevuld met een kleinere hoeveelheid Nerello Cappuccio. Die laatste zorgt voor extra kleur, iets rondere tannine en een tikje fruitige charme. Mascalese daarentegen levert de ruggengraat, de structuur en het karakter. Waar Cappuccio soepelheid brengt, geeft Mascalese richting en diepte. Samen vormen ze een complementair duo, maar het is duidelijk wie de hoofdtoon zet.
Opvallend is dat steeds meer wijnmakers bewust kiezen voor wijnen die volledig op Nerello Mascalese zijn gebaseerd. Er is een duidelijke trend richting monocepagewijnen, waarin het pure karakter van de druif ten volle wordt uitgedrukt. Deze beweging past binnen een bredere herwaardering van terroir en authenticiteit, en biedt wijnliefhebbers de kans om de gelaagdheid, elegantie en minerale diepte van Mascalese in zijn meest onversneden vorm te ervaren.
Hoewel de Etna het epicentrum blijft, duikt Nerello Mascalese ook elders in Sicilië op. In de Faro DOC, in het noordoosten van het eiland, maakt hij deel uit van een complexe blend met lokale variëteiten zoals Nocera. In Marsala is hij toegestaan binnen de DOC, al komt hij daar minder prominent voor. Buiten Sicilië vinden we hem ook in Calabrië, onder meer in de Lamezia DOC, waar hij op kleinere schaal wordt verbouwd.
Wat Nerello Mascalese zo bijzonder maakt, is zijn vermogen om zich aan te passen aan het terroir zonder zijn identiteit te verliezen. Wijnen van lagere hellingen en jongere stokken zijn vaak lichtvoetig en aromatisch, met levendige zuren en fris rood fruit. Naarmate de aanplant hoger ligt, of de stokken ouder zijn, neemt de complexiteit toe. Dan verschijnen er tonen van kruiden, rook, grafiet en aarde, met een diepere structuur en meer concentratie. Elke wijngaard spreekt zijn eigen taal, maar de druif vertaalt telkens met heldere precisie.
Er is een groeiende groep producenten die zich ten volle toewijdt aan het potentieel van Nerello Mascalese en hem internationaal op de kaart hebben gezet. Naast de vaak genoemde referenties zoals Benanti, Tenuta delle Terre Nere, Passopisciaro, Graci en Salvo Foti, zijn ook wijnhuizen als Frank Cornelissen, Girolamo Russo, Pietradolce, Tascante en Carranco relevante namen binnen het Etna-spectrum. Ieder met hun eigen interpretatie van de vulkaan, van natuurlijk en ongefilterd tot precies en klassiek.
Waarom jij deze wijn moet proberen
Voor liefhebbers van karaktervolle wijnen die spanning combineren met finesse is Nerello Mascalese een ontdekking die je niet mag missen. Dit is geen wijn die zich makkelijk laat samenvatten. Hij spreekt met subtiele kracht, met een zekere ingetogen intensiteit, en nodigt uit om aandachtig te proeven. In elke slok voel je het contrast tussen het ruwe landschap waar hij groeit en de verfijning waarmee hij zich in het glas toont.
Proeven is hier meer dan smaak. Het is een ervaring. Je waant je op een lavaterras, met uitzicht over de valleien van de Etna, rookpluimen die loom aan de horizon hangen, en de geur van warme aarde en kruiden in de lucht. Wat je drinkt is niet zomaar wijn, maar een directe afdruk van plaats, klimaat en geschiedenis.
Nerello Mascalese is bovendien verrassend veelzijdig aan tafel. Zijn frisse zuren en minerale structuur maken hem een dankbare begeleider van uiteenlopende gerechten. Denk aan gegrilde aubergine met olijfolie en knoflook, een smeuïge ossobuco, geroosterde lamskoteletjes of een Siciliaanse klassieker als caponata met zoetzure groentetoetsen. Hij voelt zich ook thuis bij gerechten met paddestoelen, harde kazen of zelfs bij tonijn van de grill.
Maar soms vraagt hij om geen gezelschap, behalve dat van een groot glas en een moment van rust. Dan volstaat hij op zichzelf. Geen eten, geen gesprek. Enkel jij, de wijn, en een stille gedachte aan de vulkanische helling die zijn karakter vormt.