🍷 Weingut Markus Schuller – Te gast op de Wijnkennis Openflessendag!

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Lichtaartseweg 131, Olen

Na zijn gesmaakte debuut vorig jaar is Markus Schuller opnieuw van de partij op onze Wijnkennis Openflessendag!
Vanuit het prachtige Leithaberg in Burgenland (Oostenrijk) brengt Markus een selectie wijnen die perfect de finesse en het karakter van zijn terroir weerspiegelen. Zijn wijnen combineren verfijning met spanning en mineraliteit. Een absolute aanrader voor wie houdt van precisie in het glas.

Te proeven wijnen van Markus Schuller 2025:

Te proeven wijnen van Markus Schuller 2025:
🍇 Chardonnay: Verfijnd en fris, met levendige citrusaroma’s en een elegante minerale toets.
🍇 Chardonnay Adler: Rijk en expressief, met volle fruittonen en een lange, harmonieuze afdronk. Bourgogne-like
🍇 Blaufränkisch: Klassiek en puur, met sappig rood fruit en subtiele kruidigheid.
🍇 Blaufränkisch Absalon: Complex en diep, met donkere bessen, fijne tannines en een minerale afdronk die blijft nazinderen.

Ontdek zelf waarom Markus Schuller een vaste waarde aan het worden is in onze selectie.
Markus zal je met veel passie persoonlijk vertellen over zijn wijnen en het verhaal achter zijn Weingut.
Of je nu een nieuwsgierige liefhebber bent of een ervaren wijnproever, dit is jouw kans om zijn unieke wijnen opnieuw te beleven.

➡️ Meer info op de website van Wijnkennis.
Mis het niet – tot 23 november in Olen!

🍷 Wijnkennis Openflessendag 2025 – Ontdek, proef en beleef!

📅 Zondag 23 november 2025
📍 Zaal De Vrede, Sint-Jozef Olen – 12u tot 19u
🎟️ Gratis toegang

Meer dan 100 wijnen te proeven in aanwezigheid van de wijnproducenten zelf — rechtstreeks uit Italië, Oostenrijk, Spanje, Portugal en Frankrijk.
Een unieke kans om nieuwe ontdekkingen te doen, favorieten te herproeven en gezellig bij te praten met andere wijnliefhebbers.

🍾 En wie langskomt, maakt kans op één van onze gratis wijnpakketten!
Vul gewoon je kaart in tijdens het event en wie weet neem jij straks een heerlijk pakket mee naar huis.

➡️ Vanaf morgen stellen we dagelijks één wijnhuis voor dat aanwezig zal zijn op onze Openflessendag.
Volg onze pagina om niets te missen en ontdek stap voor stap het prachtige aanbod van dit jaar!


📝 Let op: onze blogs nemen even een korte pauze. We focussen de komende weken volledig op deze reeks rond de Openflessendag.
Na de eindejaarsperiode pikken we de draad van onze artikels weer op met frisse inspiratie en nieuwe proefnotities.


🍇 Wim, Rosy & het ganse Wijnkennis-team staan paraat om jullie met veel enthousiasme te ontvangen,
jullie te laten proeven, adviseren en mee te nemen in hun passie voor wijn.

Tot binnenkort op de Openflessendag – en blijf ons volgen voor de eerste wijnhuisvoorstelling morgen!

Grappa vandaag: regels, cijfers en toekomst in één glas

Met het vijfde artikel van onze zondagse grappa-reeks kijken we naar grappa door een hedendaagse bril. We onderzoeken de regels die haar identiteit bewaken, en werpen een blik op een toekomst die er alvast veelbelovend uitziet.

Wie ooit een glas grappa dronk in een lokale osteria, herinnert zich misschien een pittige, soms meedogenloze spirit. Een slok die in de keel brandde en vooral diende om een stevige maaltijd af te sluiten. Maar wie vandaag een glas heft, ontdekt een andere wereld. Grappa is zachter geworden, eleganter en nog rijker aan geuren en smaken. Het is een distillaat dat je niet meer gedachteloos drinkt, maar waarvan je elke slok proeft zoals je dat bij een mooie wijn, whisky of cognac zou doen.

Net zoals er niet één Italiaanse keuken bestaat, bestaat er ook niet dé grappa. Elke fles heeft zijn eigen identiteit. Het begint bij de druif: Cabernet, Merlot, Pinot of Glera in Veneto, Nebbiolo in Piemonte, of Nero d’Avola in Sicilië. Daarna speelt de keuze van de distilleerketel een rol, en vooral de hand van de meester-distilleerder die met ervaring en intuïtie zijn signatuur achterlaat. Het resultaat is een waaier aan stijlen, fris en floraal of houtgerijpt en rond, die samen het mozaïek vormen van Italië in het glas.

Grappa blijft een puur Italiaans distillaat, maar haar succes reikt ver buiten de landsgrenzen. Duitsland is al jaren de grootste buitenlandse afnemer, in Noord-Amerika groeit de import gestaag, en zelfs in Zweden is er een Grappa Academy opgericht. Wereldwijd ontdekken steeds meer liefhebbers dit distillaat. Achter dat succesverhaal schuilt echter een stevig juridisch kader, verrassende cijfers en een toekomst die nog volop geschreven wordt

De wetten rond grappa

Grappa is ondertussen een beschermd erfgoed. Dat werd pas relatief recent officieel vastgelegd. Lange tijd kon zowat elk distillaat van druivenresten de naam grappa dragen, ook buiten Italië. Het keerpunt kwam in 2008, toen de Europese Unie zwart op wit vastlegde dat grappa alleen in Italië mag worden gemaakt, met Italiaanse druiven. Vanaf dat moment was duidelijk: grappa behoort tot Italië, en nergens anders.

Daarna volgden dan de onvermijdelijke reeks aan regeltjes, decreten en technische fiches die precies omschrijven hoe grappa geproduceerd, gelabeld en beschermd moet worden. Zelfs de regionale expressies kregen hun eigen erkenning: Veneto, Friuli, Zuid-Tirol, Trentino, Lombardije, Piemonte en Sicilië hebben vandaag elk hun officiële geografische aanduiding. Wie een fles grappa uit een van die regio’s koopt, kan er zeker van zijn dat die naam ook echt staat voor de lokale druiven en traditie.

Het mooie is dat die bescherming meer is dan papierwerk. Het is de zekerheid dat wat in je glas belandt, echt Italiaans is, geworteld in de wijngaarden en tradities van het noorden tot het zuiden van het land.

Voor de liefhebber maakt dit allemaal een wereld van verschil. Die wetten en verdragen klinken misschien droog, maar ze zorgen ervoor dat in jouw glas alleen de échte grappa belandt. Een distillaat dat eeuwen geschiedenis, vakmanschap en identiteit draagt, en dat vandaag meer dan ooit bewijst dat Italië zijn erfgoed niet alleen koestert, maar ook beschermt.

De toekomst van grappa

Wie vandaag grappa drinkt, doet dat bewust en met mate. Het is geen dorstlesser zoals bier of een snelle cocktail, maar een distillaat dat krachtiger is dan wijn en daardoor om bewuste consumptie vraagt. In Italië alleen al zijn er zo’n acht miljoen volwassenen die af en toe een glas nemen, bijna dubbel zoveel als in de jaren negentig. Opvallend daarbij is dat het vooral de lichte en middelgrote liefhebbers zijn die groeien, mensen die gemiddeld drie keer per maand een glas inschenken en kiezen voor kwaliteit boven kwantiteit.

Waar grappa vroeger vaak gold als een stoere mannenlikeur met stevige alcoholpercentages van 50 tot 60 procent, is het beeld de laatste decennia sterk veranderd. Het gemiddelde alcoholgehalte ligt vandaag rond de 40 procent, waardoor grappa eleganter en toegankelijker is geworden. Dat opent de deur naar een nieuw publiek: jongere consumenten tussen 25 en 35 jaar, maar ook steeds meer vrouwen ontdekken de finesse van grappa. In het eerste artikel van deze reeks vertelde ik al dat er thuis een klein grappa-schapje ontstond, en dat beeld staat niet alleen. Het illustreert hoe grappa intussen een vaste plek verovert naast wijn en andere kwaliteitsdranken.

Wat overeind blijft, is de uniciteit. Uit studies blijkt dat grappa met zijn geur en smaak onmiddellijk herkenbaar is, zelfs door onervaren proevers. Toch vinden velen het lastig om die complexiteit onder woorden te brengen. Vandaar de opkomst van cursussen en proeverijen die grappa helpen duiden, en de trend om het distillaat langzaam en aandachtig te drinken in huiselijke kring, in restaurants of wijnbars.

Het vooruitzicht is helder: grappa heeft de sprong gemaakt naar een modern publiek dat openstaat voor finesse en variatie. Grappa is niet langer het brute slotstuk van een maaltijd, maar een spirit die staat voor finesse, variatie en een zekere ingetogen elegantie.

De cijfers achter grappa

Achter de charme van grappa schuilen ook cijfers die verrassend veel vertellen, van de ketels in Veneto tot de exportcijfers richting Tokio.

Italië telt ongeveer 130 producenten, maar die zijn lang niet gelijk verspreid. Bijna twee derde van de distilleerderijen bevindt zich in het noordoosten, met Veneto als absolute koploper. Daar tellen we 45 producenten, in Trentino 38 en in Piemonte 24. Toscane en Sicilië daarentegen moeten het doen met respectievelijk vier en drie producenten. Verrassend weinig voor regio’s die internationaal toch naam hebben met wijn. Daarbij gaat het om gespecialiseerde distilleerderijen, niet om wijnhuizen die sporadisch een grappa laten stoken.

Grappa moet volgens de wet minstens 37,5% alcohol bevatten, en wie de geografische aanduiding draagt zelfs 40%. Dat maakt haar krachtiger dan wijn, maar tegelijk eleganter dan vroeger. En zoals bij alle sterke dranken gaat er bij elke fles ook een stukje naar de schatkist, in de vorm van accijnzen. Een herinnering dat grappa niet alleen smaak, maar ook economische waarde heeft.

Op het vlak van flessenformaten heeft de tijd zijn werk gedaan. De literflessen uit grootvaders tijd zijn bijna verdwenen, vandaag zwaait de 700 ml-fles de plak, terwijl mini’s van 100 ml populair zijn bij nieuwsgierige proevers. Sommige distilleerderijen halen nog wel eens een gigantische fles van 2 of 3 liter boven, maar die is vooral bedoeld als blikvanger in de etalage.

De productie kende de voorbije jaren een opmerkelijke opleving. Volgens de laatst gepubliceerde cijfers (2022) werd er 83.000 hectoliter grappa gestookt, 12% meer dan het jaar ervoor. Dat lijkt veel, maar ter vergelijking: dat zijn ruwweg 12 miljoen flessen van 700 ml. Toch blijven de volumes lager dan in de hoogdagen tussen 2012 en 2015, toen de vraag nog groter was.

Wat consumptie betreft, blijft Italië de solide basis. Ongeveer 30% van de Italianen tussen 18 en 65 jaar drinkt grappa. Bijna de helft van hen doet dat buitenshuis, in een restaurant of bar, vaak als afsluiter van een maaltijd. De traditie om grappa puur te drinken blijft stevig verankerd, maar er waait ook een frisse wind: 35% van de consumenten staat open voor cocktails op basis van grappa, een trend die vooral jonge liefhebbers aanspreekt. Volgende week gaan we hier in een laatste artikel dieper op in.

Internationaal groeit de belangstelling gestaag. De afgelopen jaren steeg de export met 32%, goed voor 60 miljoen euro. Duitsland blijft met 54% van de markt de grootste fan, maar de Verenigde Staten en Japan laten stevige groeicijfers zien.

Op weg naar het glas

Met regels en cijfers, en met een publiek dat steeds breder wordt, staat grappa vandaag steviger dan ooit op de kaart. Maar hoe breng je die veelzijdigheid nu zelf in het glas? In het volgende en laatste artikel van deze reeks kijken we naar de kunst van het proeven: de juiste temperatuur, het perfecte glas, en hoe grappa niet alleen puur schittert, maar ook een verrassende rol speelt in de keuken en in cocktails.

Reeds gepubliceerd in de grappa-reeks

  1. Grappa op zondag: zes weken lang proeven, ontdekken en begrijpen
  2. Grappa: Wat is het en hoe wordt het gemaakt?
  3. Grappa en zijn regionale wortels
  4. Het verhaal achter Grappa
  5. De vele gezichten van grappa

Riesling Italico: de naam die misleidt

Druivenrassen en hun namen zijn soms ware valkuilen. Riesling Italico is daar een schoolvoorbeeld van. Wie de naam leest, denkt vanzelf aan de nobele Riesling uit Duitsland en verwacht aromatische wijnen met bewaarpotentieel. Niets is minder waar. Riesling Italico heeft genetisch en stijlmatig helemaal niets te maken met de beroemde Riesling, die in Italië wordt aangeduid als Riesling Renano. De gelijkenis stopt bij de naam, en die zorgt al decennialang voor misverstanden en verkeerde verwachtingen.

Het is een druif die in de loop van de twintigste eeuw aan populariteit verloor, maar vandaag opnieuw aandacht krijgt van producenten en wijnliefhebbers. Daarmee verdient deze druif het om opnieuw bekeken te worden, niet door de bril van zijn naam, maar door wat hij werkelijk in de wijngaard en het glas te bieden heeft.

Wat zit er in een naam?

De aanduiding “Riesling Italico” heeft al sinds de 19e eeuw tot verwarring geleid. Enerzijds omdat de term “Riesling” onmiddellijk de link legt met de Duitse klassieker, anderzijds omdat de toevoeging Italico de indruk wekt dat het gaat om een Italiaanse variant daarvan. In werkelijkheid gaat het om een volledig aparte druif met een eigen geschiedenis.

Moderne DNA-analyses hebben dit definitief bevestigd: het enige gekende ouderras van Riesling Italico is de Coccalona Nera, een weinig voorkomende druif zonder grote rol in de hedendaagse wijnbouw. Dit gegeven onderstreept hoe misleidend de naam “Riesling” hier gebruikt is, en hoe weinig de druif gemeen heeft met zijn Duitse naamgenoot.

De naamgeving wordt nog complexer door regionale varianten. In Duitstalige gebieden staat de druif bekend als Welschriesling, letterlijk “vreemde Riesling”. In Veneto leeft ze verder onder volksnamen als Rismi, Risii en Riesli. Bovendien laten Italiaanse registers in sommige provincies etikettering onder de naam Riesling toe, wat de verwarring bij consumenten en sommeliers in stand houdt.

Juist deze onduidelijkheid rond de naam heeft de opbouw van een eigen identiteit jarenlang afgeremd. Terwijl andere druiven hun profiel konden aanscherpen, bleef Riesling Italico worstelen met verwachtingen die ze niet kan of hoeft waar te maken. Het erkennen van de Coccalona Nera als genetische bron was daarom van enorm belang: het helpt om de druif los te maken van de verkeerde associatie met de Duitse Riesling en een eigen plaats toe te wijzen binnen de wijnbouw.

Geschiedenis en verspreiding

De precieze oorsprong van Riesling Italico is al meer dan een eeuw onderwerp van discussie. Verschillende theorieën circuleren:

  • In 1876 suggereerde Goethe dat de druif zijn wortels had in de Champagne, waar hij bekend zou zijn geweest als Meslier, en later als Welschriesling naar Duitsland zou zijn overgewaaid.
  • In 1906 ontkrachtte de ampelograaf Molon dit, omdat hij in de Franse literatuur geen enkel spoor vond van de druif. Een Italiaanse oorsprong leek hem waarschijnlijker.
  • Een derde hypothese koppelt Riesling Italico aan de Aminea gemella uit de Romeinse tijd, een variëteit waarmee de Falerner-wijnen werden gemaakt.

Zekerheid over de oorsprong ontbreekt nog steeds. Wat wel vaststaat, is dat moderne DNA-analyses geen verwantschap hebben gevonden met Pignoletto of Verdicchio, druiven waarmee Riesling Italico in de loop van de tijd geregeld werd verward.

Binnen Italië kreeg de druif in de twintigste eeuw een vaste plaats, vooral in Lombardije. In de Oltrepò Pavese beslaat hij vandaag ongeveer 95 procent van de nationale aanplant. Daarnaast zijn er kleinere oppervlaktes in Veneto, Friuli en Trentino-Alto Adige, waar de druif vaak Welschriesling wordt genoemd. Sporadisch duikt hij ook op in Emilia, onder meer in de Colli Bolognesi.

De officiële erkenning van Riesling Italico binnen de Italiaanse wijnwetgeving is breed. Hij is toegelaten in meerdere provincies, zoals Verona, Vicenza, Treviso en Udine, en maakt deel uit van talrijke DOC’s waaronder Oltrepò Pavese, Collio, Garda, Custoza en Friuli Isonzo. Ook binnen de IGT-categorie komt zijn naam vaak voor, van Terre di Chieti tot Veneto en Vigneti delle Dolomiti.

Buiten Italië is Riesling Italico vooral bekend in Centraal-Europa. Daar wordt hij Welschriesling genoemd en speelt hij een belangrijke rol in Oostenrijk, Slovenië en Hongarije. In Slovenië staat hij bekend als Laški Rizling, in Hongarije als Olaszrizling, en in Kroatië als Graševina. Daarnaast duiken in historische bronnen en lokale tradities nog andere namen op, zoals Crouchen en Rieling Oslas. In deze landen geniet de druif meer aanzien dan in Italië zelf, met stijlen die variëren van lichte, frisse wijnen tot complexere versies met bewaarpotentieel.

Een druif op de dool

Riesling Italico heeft in Italië een bewogen traject achter de rug. In de jaren negentig stond er nog ruim 2.300 hectare aangeplant, maar sindsdien is de oppervlakte gestaag geslonken tot ongeveer 1.200 à 1.300 hectare vandaag. Die terugval weerspiegelt het geringe aanzien dat de druif decennialang genoot. Lange tijd werd ze beschouwd als een tweede keuze, een variëteit die zelden bewust werd gepositioneerd of gecommuniceerd.

Die situatie had ook gevolgen voor de markt. Het Consorzio van Oltrepò Pavese, waar het gros van de aanplant zich bevindt, heeft nooit een helder communicatief kader ontwikkeld om Italico van Renano te onderscheiden. Daardoor bleef de druif voor velen in een grijze zone hangen: aanwezig, maar niet erkend.

Toch tekenen zich de laatste jaren signalen van verandering af. Kleine producenten in Oltrepò Pavese kiezen ervoor om Riesling Italico opnieuw in de kijker te zetten, ditmaal met een focus op kwaliteit. Ook internationale initiatieven zoals het concours Grow du Monde hebben bijgedragen aan een herwaardering: ze tonen dat Italico, mits de juiste vinificatie, frisse en minerale wijnen kan leveren die perfect inspelen op de huidige vraag naar lichtvoetige, doordrinkbare stijlen.

Eigenschappen van de wijnstok

Riesling Italico is een wijnstok met een middelmatige groeikracht en een betrouwbare, vrij consistente productie. Op heuvelhellingen met klei-kalkrijke bodems, een goede drainage en een relatief droog klimaat presteert hij het best. In zulke omstandigheden behoudt de druif zijn frisse zuren, waardoor de wijnen levendig en evenwichtig blijven. In vlakke of vochtige wijngaarden is hij gevoeliger voor rot, waardoor de keuze van de locatie een doorslaggevende rol speelt in de kwaliteit.

Ampelografisch valt de plant op door zijn middelgrote bladeren, meestal gaaf of licht gelobd, met een heldergroene, bijna metaalachtige glans aan de bovenzijde. De trossen zijn klein, compact en vaak cilindrisch van vorm, soms met een korte vleugel. De bessen zijn middelgroot, goudgeel met een lichte groene tint en bedekt met een dunne maar stevige schil. Het vruchtvlees is sappig en zoet, eerder neutraal van karakter, maar daardoor juist geschikt om bij vinificatie frisse en subtiele aroma’s naar voren te laten komen.

De groeicyclus van Riesling Italico verloopt gemiddeld in tempo. Knopzetting, bloei en véraison volgen elkaar in een normaal ritme, en de druif bereikt zijn rijpheid in de derde tijdsperiode, doorgaans in de tweede helft van september. Dit geeft de wijnmaker de mogelijkheid om een goed evenwicht te vinden tussen rijpheid en behoud van natuurlijke aciditeit. Bij een nauwgezette oogstplanning kunnen de aroma’s zich optimaal ontwikkelen zonder dat de frisheid verloren gaat.

Het wijnprofiel

Riesling Italico levert wijnen met een lichte tot medium body en een bleke strogele kleur die vaak groene reflecties vertoont. Het aromatische profiel is ingetogen maar verfijnd, waarbij vinificatie doorgaans frisse tonen van citrus, kweepeer en abrikoos naar voren brengt, vaak ondersteund door een minerale ondertoon die de wijn een zekere spanning geeft.

In de mond proef je frisse zuren die zorgen voor levendigheid en een droge, evenwichtige stijl. Kenmerkend is een subtiel bittertje in de afdronk dat de wijnen een eigen signatuur meegeeft. Deze combinatie maakt Riesling Italico bijzonder geschikt om jong te drinken, wanneer de fruitigheid en de frisheid op hun hoogtepunt zijn.

Naast stille wijnen wordt de druif steeds vaker gebruikt voor mousserende vinificaties. De natuurlijke aciditeit en de delicate aroma’s lenen zich uitstekend voor frizzante en spumante stijlen, die vooral overtuigen in wijngaarden met heuvelachtige ligging en drogere klimaten. Daar komt de frisheid het best tot uiting en ontstaan wijnen die lichtvoetig maar karaktervol zijn. Het profiel van Riesling Italico sluit zo goed aan bij de huidige voorkeur voor toegankelijke, verteerbare wijnen die niet in kracht maar in zuiverheid en doordrinkbaarheid uitblinken.

Riesling Italico versus Riesling Renano

De verwarring tussen beide druiven is hardnekkig, maar in werkelijkheid gaat het om twee volledig verschillende druiven die zowel qua oorsprong, stijl als marktpositie weinig met elkaar gemeen hebben. Riesling Renano, de klassieke Duitse Riesling, staat internationaal bekend om zijn aromatische intensiteit en de veelzijdigheid waarmee hij uiteenlopende stijlen kan voortbrengen, van strakdroog tot edelzoet. Kenmerkend zijn de uitgesproken citrus- en steenvruchtaroma’s, florale tonen en een hoge zuurgraad die de basis vormt voor een uitzonderlijk bewaarpotentieel. Grote wijnen van Renano ontwikkelen zich in de fles vaak tientallen jaren en krijgen daarbij complexe tertiaire aroma’s zoals petroleum, honing en gedroogd fruit, eigenschappen die de druif tot een icoon van de wereldwijde wijnbouw hebben gemaakt.

Riesling Italico heeft een totaal ander profiel. De wijnen zijn lichter, minder aromatisch uitgesproken en bedoeld om jong te drinken. Het accent ligt op frisheid en toegankelijkheid, met subtiele fruittonen en een levendige maar niet overdreven hoge aciditeit. Waar Renano vaak aanzien en prestige uitstraalt, positioneert Italico zich eerder als een druif voor dagelijks drinkplezier en veelzijdige toepassingen. Juist dankzij zijn frisse karakter en doordrinkbaarheid is hij geschikt voor mousserende vinificatie, een domein waarin hij steeds vaker wordt ingezet.

Het fundamentele onderscheid tussen beide zit dus niet enkel in de genetische achtergrond, maar vooral in stijl, gebruik en perceptie. Riesling Renano is de druif van de lange adem en de grote bewaarwijnen, Riesling Italico die van de directe drinkbaarheid en de moderne trend naar lichtere, verfrissende wijnen. Beide druiven beantwoorden aan heel andere verwachtingen en markten, en precies daarom is het essentieel ze duidelijk van elkaar te onderscheiden.

Een blik op de toekomst

Riesling Italico staat op een kruispunt. Aan de ene kant blijven de officiële aanplantcijfers dalen en ontbreekt er nog altijd een eenduidige strategie van consortia of appellaties om de druif stevig te positioneren. Aan de andere kant groeit de belangstelling vanuit nichekringen, zowel bij producenten die experimenteren met nieuwe vinificatiestijlen als bij een publiek dat meer openstaat voor frisse, lichte en minder voor de hand liggende wijnen. Internationale initiatieven spelen hierbij een belangrijke rol. Het concours Grow du Monde heeft de druif zichtbaar gemaakt op een niveau waar Italië tot 2023 nauwelijks aanwezig was. De eerste inzendingen in 2024 werden positief onthaald en toonden dat Italico, mits zorgvuldig gemaakt, kan overtuigen naast voorbeelden uit Centraal-Europa.

Ook de digitale gemeenschap draagt bij aan de herwaardering. Online fora en sociale media laten zien dat er een generatie wijnliefhebbers opstaat die bewust buiten de klassieke paden kijkt en Italico prijst om mineraliteit, frisse zuren en toegankelijkheid. In die kringen wordt de druif omschreven als een onderschat alternatief, vooral geschikt voor wie een Italiaanse witte wijn zoekt met karakter maar zonder zwaarte. Dit enthousiasme onderstreept dat Italico zich in een markt kan nestelen die steeds meer waarde hecht aan verteerbaarheid en authenticiteit.

De grote uitdaging blijft communicatie. Zolang de naam verwarring zaait en er geen gecoördineerde inspanning is om de druif een eigen profiel te geven, zal Riesling Italico niet de zichtbaarheid krijgen die hij verdient. Toch zijn er tekenen van verandering: kleine producenten die het voortouw nemen, internationale erkenning die toeneemt en een consument die klaar lijkt voor iets nieuws. Als deze lijnen worden doorgetrokken, kan de druif uitgroeien tot een verrassend relevant uithangbord van hedendaagse Italiaanse wijnbouw, niet door te wedijveren met de grote Riesling Renano, maar door zijn eigen plaats te claimen in het spectrum van frisse en authentieke wijnen.

Tabula rasa

Riesling Italico verdient een nieuwe kans, maar dan zonder de ballast van een misleidende naam. Noch Riesling noch Italico weerspiegelt zijn echte identiteit. Een herstart met een andere benaming, zoals Graševina die in de Balkanlanden stevig is ingeburgerd, kan de druif de duidelijke positionering geven die ze nodig heeft. De bal ligt bij consortia en producenten: enkel door die stap te durven zetten kan deze druif uitgroeien tot een volwaardige speler in de moderne Italiaanse wijnbouw.

Pieve in Vino Nobile di Montepulciano, herkomst met meer focus

Er rommelt al ettelijke jaren van alles in de belangrijkste Italiaanse wijngebieden. We zullen Barolo bestempelen als de trendsetter van dit alles met de invoering van het MGA systeem in 2010. Strikt historisch gezien begon de wettelijke erkenning bij Barbaresco in 2007. Barolo zette het model op de kaart en gaf de beweging snelheid in Italië en daarbuiten. Al snel volgden andere gebieden, Roero met een eigen kaart van cru’s, de domeinen met Dolcetto in Diano d’Alba en Dogliani met officiële menzioni, en vervolgens een bredere golf naar andere regio’s. Denk aan Marche met Verdicchio dei Castelli di Jesi waar tal van menzioni bestaan, Soave met zijn Unità Geografiche Aggiuntive, Chianti Classico met UGA per dorp en heuvel, en heel recent Alto Adige met UGA per historische locatie. Ook Etna hoort in dit rijtje, met contrade die als geografische eenheden zijn vastgelegd.

Uiteraard kon Vino Nobile di Montepulciano niet achterblijven. In 2025 voerde het consorzio de vermelding Pieve in, met herkenbare herkomstzones op het etiket en strengere regels voor wijngaard en kelder.

Wat is een Pieve

Pieve is de herkomstvermelding die de historische wijnzones rond Montepulciano opnieuw zichtbaar maakt in het glas. In en rond de stad fungeerden deze pievi eeuwenlang als ankers van het wijngebied, vanaf de late Romeinse tijd tot diep in de middeleeuwen. Die ruggengraat krijgt nu een hedendaagse vertaling op het etiket. Het consorzio werkte sinds de jaren negentig aan bodem en terroirstudies, dat traject mondde uit in een officiële zonering met duidelijk afgebakende gebieden.

Pieve is geen aparte denominatie, het is de vermelding die je op het etiket ziet. De onderliggende juridische term voor de plaatsnaam is UGA, Unità Geografica Aggiuntiva, maar we spreken in dit dossier consequent over de twaalf Pievi. Op het etiket staat dit als Pieve plus de plaatsnaam, bijvoorbeeld Pieve Cervognano of Pieve Cerliana. De vaste volgorde is Pieve Cervognano, Vino Nobile di Montepulciano, DOCG, Toscana. Pieve plus plaatsnaam mag visueel groter worden weergegeven, terwijl de volledige benaming leesbaar blijft. Toscana is verplicht en onderstreept de geografische inbedding.

In het glas draait Pieve om plaats, niet noodzakelijk om een kwaliteitsniveau. Dat betekent wel dat strengere regels voor wijngaard en kelder beogen om consistentie en identiteit per herkomst te verzekeren. Verwacht meer focus, een strakkere definitie van fruit, fijnere tannine en een duidelijker lijn in de zuren. De officiële lijst telt twaalf Pievi binnen de gemeente Montepulciano, een vroeg gebruikte werknaam Argiano hoort daar niet bij. Hieronder de twaalf Pievi, het handige spiekbriefje bij het kiezen in winkel of wijnbar.

• Ascianello
• Badia
• Caggiole
• Cerliana
• Cervognano
• Gracciano
• Le Grazie
• San Biagio
• Sant’Albino
• Sant’Ilario
• Valardegna
• Valiano

De Pievi verschillen in bodem, hoogte en expositie, dat vertaalt zich in andere accenten in geur en structuur. De kleirijke, diepere bodems van Ascianello leveren vaak meer structuur en intensiteit, de zandiger percelen rond San Biagio geven eerder elegantie en een fijne, ziltige indruk. Zie die duiding als richtingaanwijzer bij het proeven. De beste toets blijft het glas, bij voorkeur naast elkaar geproefd per Pieve en per producent, zo leer je Montepulciano lezen per plek en wordt kiezen niet alleen eenvoudiger, het wordt ook leuker.

De verstrengde regels voor de Pievi

Voor deze nieuwe Pieve categorie werden de regels van de disciplinare herzien. De basis is en blijft uiteraard Sangiovese, minimaal vijfentachtig procent, lokaal Prugnolo Gentile. De resterende maximaal vijftien procent komt uitsluitend uit inheemse rassen, Canaiolo Nero, Ciliegiolo, Mammolo en Colorino, met Colorino tot hoogstens vijf procent. De wijngaarden zijn ten minste vijftien jaar oud, liggen tussen ongeveer tweehonderdvijftig en zeshonderd meter en worden beheerd door de producent die bottelt.

Alle druiven komen uit de betreffende Pieve. Het toegestane maximum is zevenduizend kilo per hectare.

Alle handelingen van oogst tot botteling vinden binnen de gemeente Montepulciano plaats. Elke partij voor Pieve wordt afzonderlijk gevinifieerd. De rijping duurt minimaal zesendertig maanden vanaf 1 januari na de oogst, met ten minste twaalf maanden hout en ten minste twaalf maanden fles. Assemblage kan, maar uitsluitend met wijnen uit dezelfde Pieve, de officiële keuring volgt pas na de flesrijping.

Bij vrijgave toont Pieve minimaal dertien procent alcohol, een totale zuurgraad van ten minste vijf gram per liter en een minimum aan niet reducerend extract van zesentwintig gram per liter. Deze ondergrenzen liggen hoger dan bij de basiswijn en zorgen voor meer structuur en smaak.

Wanneer een partij niet voldoet of negatief wordt beoordeeld, kan zij worden aangeboden als Vino Nobile di Montepulciano. Daarnaast is herkwalificatie naar Rosso di Montepulciano DOC mogelijk binnen zestien maanden na 1 januari volgend op de oogst, mits aan de voorwaarden wordt voldaan.

Eerste jaargang en vooruitblik

Het debuut is oogst 2021, vrijgegeven in 2025 na de verplichte zesendertig maanden rijping. In februari 2025 volgde de jaarlijkse preview met een eerste blik op stijl en plaats. Reken op beperkte volumes in de eerste lichtingen, de beschikbaarheid groeit naarmate meer percelen voldoen en producenten beslissen om als Pieve te bottelen.

Voor de kelder is de boodschap eenvoudig. De betere Pieve heeft de ruggengraat om vijf tot vijftien jaar fraai te ontwikkelen, afhankelijk van producent en jaar. Zoek naar huizen die al perceelsgetrouw werken, daar proef je de stap naar Pieve vaak als extra precisie, fijnere tannine en meer diepte.

Verwacht een gestage cadans van releases. Het rijpingsschema ligt vast, dus nieuwe jaargangen volgen elkaar voorspelbaar op. Dat geeft handel en liefhebber tijd om te proeven, te selecteren en een persoonlijke lijn uit te bouwen binnen het landschap van Montepulciano.

Tot slot de blik vooruit. De beweging die sinds Barbaresco en Barolo op gang kwam, zal andere appellaties blijven inspireren om hun herkomstpiramide te verfijnen. In Italië blijft een zucht in de ene vallei zelden zonder gevolg, soms is het zelfs een scheet en die waait vrolijk mee naar de volgende heuvel. Verwacht dus dat meer regio’s volgen.

De vele gezichten van grappa

De veelzijdigheid van grappa, daar gaan we in ons vierde artikel in de zondagse reeks over grappa dieper op in. Kenners weten al lang dat grappa lang geen uniforme drank is, maar een verzamelnaam voor een brede waaier aan stijlen. Het distillaat wordt geclassificeerd volgens leeftijd, druivenras en soms ook volgens de plantenextracten die na de distillatie worden toegevoegd. Zo ontstaat er een mozaïek aan expressies, elk een eigen karakter en smaak.

Een jonge grappa rust enkel in glas of staal en blijft daardoor transparant en direct. Grappa’s gemaakt van aromatische druiven tonen een meer geparfumeerd, eleganter profiel. De affinata krijgt tot twaalf maanden houtlagering mee, wat voor rondere texturen zorgt, terwijl de invecchiata, ouder dan twaalf maanden, diepte en zachtheid ontwikkelt. De riserva, vaak langer dan achttien maanden in vat, bereikt een complexiteit die bijna meditatief wordt.

Naast leeftijd is er het onderscheid tussen monovitigno, gemaakt van één druif, en multivitigno, een blend van varianten uit dezelfde familie. En wie verder zoekt, ontdekt ook de aromatizzata, verrijkt met kruiden, vruchten of bloemen.

Laten we de diverse types even ontleden!

Jonge grappa

Jonge grappa is de meest rechtlijnige en pure vorm van het distillaat. Na de distillatie en het verlagen van het alcoholgehalte belandt ze in roestvrij staal of glas, zonder ook maar enige houtlagering of toevoeging van kruiden. Het resultaat is een kristalheldere verschijning, een glas dat puurheid ademt en waarin de essentie van de vers gedistilleerde most onversneden tot uitdrukking komt.

Toch is niet elke jonge grappa hetzelfde. Het verschil begint al bij de keuze van de most. Rode druiven, zoals Corvina, Marzemino of Pinot Nero, gisten mee met de wijn en geven tijdens dat proces een flink deel van hun aroma’s en smaakcomponenten af. De grappa die hieruit ontstaat, toont zich krachtiger, droger en met meer diepte. Witte druiven worden daarentegen gescheiden van hun sap. De schillen bewaren hun aromatische lading, die in de distillatie nog intenser naar boven komt. Het resultaat is een jong distillaat dat doorgaans lichter, bloemiger en eleganter proeft.

Binnen die witte druivenmost vind je bovendien de aromatische grappa’s, gemaakt van variëteiten als Moscato of Gewürztraminer. Hier ontvouwt zich een explosie van bloemige parfums, fruitige tonen en subtiele kruiden. Deze stijl haalt haar geur volledig uit het druivenras zelf en moet dus niet verward worden met gearomatiseerde grappa, waar kruiden of planten na de distillatie worden toegevoegd.

Voor de distilleerder is jonge grappa misschien wel de strengste proef op de som. Er is geen hout om de scherpe randjes af te vijlen, geen infusies om complexiteit te verhullen. Wie de kwaliteit van een distilleerderij echt wil doorgronden, hoeft maar één glas te proeven: een jonge grappa, waarin niets te verbergen valt.

De kracht van één druif, of de rijkdom van een blend

In de wereld van grappa gaat veel aandacht naar het onderscheid tussen monovitigno en multivitigno. Twee benaderingen die allebei hun charme hebben en een ander verhaal vertellen.

Een multivitigno is het resultaat van het samenbrengen van most van verschillende druivenrassen. De combinatie kan subtiel of uitgesproken zijn, afhankelijk van de keuzes van de distilleerder. Het spel met verhoudingen en druivenfamilies zorgt voor een brede waaier aan profielen, van rond en toegankelijk tot krachtig en complex. Elke blend is een signatuur van de maker, een creatieve interpretatie van wat grappa kan zijn.

De monovitigno vertrekt uit een ander uitgangspunt: de wil om de identiteit van één druif zuiver in het glas te brengen. Het etiket vermeldt duidelijk de variëteit, zodat de liefhebber meteen weet welke druif hier spreekt. Een Nebbiolo kan kracht en structuur geven, een Moscato juist een bloemige en frivole toon, terwijl Glera de frisheid en het fruit laat schitteren. In deze stijl proef je de directe band met de wijngaard en het terroir.

Hoewel de term monovitigno pas in de jaren zeventig breed ingang vond, was het gebruik al veel ouder. In de Grappateca van het Poli Grappa Museum vind je flessen uit het begin van de twintigste eeuw waarin druiven als Moscato, Malvasia en Prosecco al apart werden gedistilleerd. Wat later werd vastgelegd als definitie, was in feite gewoon het voortzetten van een traditie.

Toch is het belangrijk te benadrukken dat geen van beide stijlen per definitie superieur is. De kwaliteit van een grappa hangt in de eerste plaats af van de versheid van de most en het vakmanschap van de distilleerder. Of die nu kiest voor een blend of voor de expressie van één druif, het resultaat kan in beide gevallen groots zijn.

De tijd in het vat

Waar jonge grappa helder en kristalachtig in het glas schittert, krijgt gerijpte grappa een palet aan kleuren mee dat varieert van bleek strogeel tot diep amber. Hoe langer de rustperiode en hoe rijker de houtsoort, hoe intenser de schakeringen. Meestal kiest de distilleerder voor eik, essenhout of kastanje, maar af en toe duiken er ook vaten op van kers, acacia of zelfs amandelhout.

Het vat is daarbij geen neutrale container. Hout leeft en ademt, het laat zuurstof langzaam binnen en zorgt zo voor een gecontroleerde oxidatie. Dat proces maakt de smaak zachter, maar voegt tegelijk spanning toe door een subtiele toename in zuurtebeleving. Het evenwicht dat zo ontstaat, vormt de ruggengraat van een geslaagde gerijpte grappa.

Daarnaast geeft het hout zelf zijn stempel mee. Door de poriën lossen bestanddelen op in de drank. Na verloop van tijd vertalen die stoffen zich naar aroma’s van vanille, tabak en zachte kruiden. Bij langere rijping schuift het spectrum verder richting cacao, zoethout en kaneel. Het is deze gelaagdheid die gerijpte grappa een contemplatief karakter geeft, een glas dat uitnodigt om traag te ontdekken.

De kunst van de barrique

Een barrique is geen gewoon vat maar een essentieel onderdeel dat een gerijpte grappa karakter geeft. Oorspronkelijk bedacht voor wijn, maar vandaag ook een vaste bondgenoot van grappa. Klein van formaat – meestal 225 of 228 liter – en gemaakt van zorgvuldig gespleten eiken duigen die jaren in weer en wind hebben gelegen. Regen spoelt ongewenste stoffen weg, de zon scherpt aroma’s aan. Pas daarna worden de planken gebogen, met hoepels samengebracht en van binnen met vuur getoast. Dat branden is een beslissend moment: licht, medium of zwaar, elk niveau verandert de geur en smaak die later in het distillaat opduiken.

Uiteraard is de keuze van het hout gigantisch belangrijk. De uiteindelijke beslissing voor welk soort hout je gebruikt maakt een wereld van verschil. Frans eiken uit Allier of Tronçais geeft elegantie, toetsen van vanille en fijne tannine. Limousin is robuuster, kastanje levert veel kleur en een stevige beet. Kers en acacia geven meer glans dan aroma, terwijl amandel een warme ambertoon en kruidige toetsen meebrengt. Zelfs moerbei en jeneverbes vinden soms hun weg, al is terughoudend gebruik aangewezen..

Een barrique is dus nooit louter een container. Het vat ademt, laat zuurstof toe en stuurt een langzaam proces van oxidatie en extractie. Daarbij worden tonen geboren die doen denken aan kruiden, cacao of tabak. En anders dan bij wijn, kan grappa dankzij haar hogere alcoholgehalte langer profiteren van wat het hout te bieden heeft.

De rijpingstrappen van grappa

Wie een jonge grappa naast een gerijpte zet, ziet meteen het verschil. Waar de eerste glashelder is, kleurt de tweede van zacht strogeel naar diep amber, afhankelijk van de tijd die ze in hout heeft doorgebracht. Achter die kleur schuilt meer dan enkel maar een visueel verschil.

De eerste stap is de affinata. Minder dan een jaar rust ze in houten vaten, net genoeg om de scherpe randjes af te vlakken. De frisse kern blijft behouden, maar er sluipt een zweem van vanille of een vleugje kruiden in. Een korte flirt met het vat die vooral rondheid en elegantie brengt.

Daarna komt de invecchiata, ouder dan twaalf maanden. Hier begint het hout echt mee te spreken. Het glas krijgt een warme gouden gloed en de geur opent zich naar tabak, gedroogd fruit en specerijen. Het is een grappa die zich trager laat drinken, met meer lagen en diepte.

Aan de top staat de riserva of stravecchia. Minstens anderhalf jaar, vaak veel langer, verblijft ze in het vat. Het resultaat is een grappa die haast meditatief wordt. Amberkleurig, met aroma’s van cacao, zoethout en kaneel, een textuur die zijdezacht over de tong glijdt en een afdronk die blijft hangen. Hier proef je niet alleen de druif en het hout, maar ook de tijd zelf die zijn stempel heeft gedrukt.

Elke trap in dit rijpingsproces heeft zijn eigen waarde. Van de lichte aanraking van de affinata tot de contemplatieve diepte van een riserva: het zijn schakeringen in een spectrum waar de distilleerder als dirigent de toon bepaalt.

De geurige wereld van aromatizzata

Grappa hoeft niet altijd puur te spreken. Al eeuwenlang gebruikt men alcohol om smaken en eigenschappen van planten en vruchten vast te leggen. Ooit waren dat elixers die als geneesmiddel of levensverlenger werden gezien, vandaag is het vooral een kwestie van plezier en creativiteit. Het idee blijft hetzelfde: alcohol bewaart én onttrekt aroma’s, en dat maakt grappa tot een ideale drager voor kruiden, schors, wortels of bessen.

Het aromatiseren kan op verschillende manieren. Soms wordt er eerst een krachtige alcoholoplossing met plantenextract gemaakt, die vervolgens in kleine hoeveelheid aan grappa wordt toegevoegd. In andere gevallen belandt de plant zelf rechtstreeks in het distillaat: bladeren, wortels, een takje of een handvol bessen. Zo ontstaan grappa’s met de aardse bitterheid van zoethout, het kruidige accent van wijnruit (ruta, een aromatisch kruid met een bitter-frisse smaak) of de frisse toets van bosbes.

De verhouding tussen distillaat en toevoeging is meestal vijf op één, wat betekent dat op vijf delen grappa ongeveer één deel plant of fruit wordt gebruikt. Zo krijgen de aroma’s voldoende kracht zonder dat de basis van de grappa helemaal wordt overstemd. De maceratie duurt doorgaans een week of twee. Daarna wordt het geheel gefilterd om het helder te maken, al is een lichte waas geen fout maar een teken dat de essentie zich met de drank heeft verweven.

Het resultaat is een lichtere, vaak speelsere stijl van grappa. De alcoholgraad ligt meestal wat lager en de smaak wordt toegankelijker, waardoor een proeverij minder ernstig maar niet minder boeiend wordt. Een glas aromatizzata laat zien dat grappa naast puur vakmanschap ook ruimte biedt voor verbeelding en experiment.

Uva Viva, grappa’s buitenbeentje

Mijn vrouw is een echte grappa-liefhebster. In de woonkamer heeft ze haar eigen drankschapje, enkel en alleen voor haar flesjes grappa. Tussen de bekende namen staat er ook iets bijzonders: twee flessen van Jacopo Poli, Uva Viva Italiano en Uva Viva Rossa. Opvallend detail: nergens staat er grappa op het etiket. En telkens wanneer ze dat ziet, vraagt ze me waarom. Nu kan ik eindelijk een sluitend antwoord geven.

Grappa mag in Italië enkel zo heten wanneer het gemaakt is van vinaccia, de druivenschillen die na het persen van wijn overblijven. Dat is de wettelijke definitie, zonder uitzonderingen. Uva Viva daarentegen is een acquavite d’uva, een distillaat van de hele druif: schil, sap én pit. De basis is dus niet het restproduct van wijnmaken, maar het fruit in zijn geheel. Daardoor kan het wettelijk nooit de naam grappa dragen, hoe verwant de stijl ook is.

Dat roept wel een interessante vraag op. Waarom zien we Uva Viva of vergelijkbare distillaten niet vaker opduiken bij andere producenten? Het is duidelijk geen gangbare categorie, zelfs in Italië niet. Misschien omdat de markt grappa verwacht, misschien omdat het maken van een fruitdistillaat uit hele druiven economisch minder vanzelfsprekend is. Wat vaststaat: een fles Uva Viva is een buitenbeentje in de grappa-wereld, een curiosum dat zich niet laat vangen door strikte definities.

En ja, mijn vrouw had dus helemaal gelijk toen ze het verschil opmerkte. Soms is een scherpe blik in het drankenkastje de beste aanleiding om de geheimen van distillaten beter te begrijpen.

De onderstok: wortels met een buitenlands paspoort

Wie door een wijngaard slentert, denkt al snel aan zon, druiven en wijn. Weinigen staan stil bij wat daar eigenlijk groeit. Want die ogenschijnlijk eenvoudige stokken bestaan meestal uit twee delen, netjes op elkaar gezet als een botanisch duo. Bovenaan: een Europees druivenras dat sappige besjes voortbrengt. Onderin: een Amerikaanse onderstok die met beide voeten stevig in de grond staat én ongewenste beestjes buitenhoudt.

Dat samengestelde bestaan is vandaag de norm, maar het is er niet gekomen uit liefde op het eerste gezicht. Het had meer weg van een verstandshuwelijk, gesloten onder druk van een gemeenschappelijke vijand. Die vijand? Een minuscuul luisje dat zich in de 19de eeuw door de Europese wortels werkte: phylloxera. De druifluis veroorzaakte een ware catastrofe in de wijngaarden en bracht de wijnbouw tot op de knieën.

De redding kwam van overzee. Amerikaanse stokken, die deze druifluis al langer kenden en overleefden, boden de oplossing. Europese druivenrassen werden op deze onderstokken geënt. Geen romantisch sprookje, eerder een verplichte blind date, maar wel eentje dat werkte. En tot op vandaag standhoudt.

We willen wel volledig zijn: niet elke wijnstok is gedwongen in het huwelijksbootje gestapt. Er bestaan nog altijd uitzonderingen, stokken die fier op eigen wortels staan en niet geënt zijn op een Amerikaanse onderstam. Die noemen we franc de pied. Een zeldzaam soort eigenzinnige vrijgezel in een wereld vol verstandshuwelijken. Laten we hopen dat ze resistent blijven tegen toekomstige plagen, want plan B is intussen druk bezet.

Meer dan alleen een schild tegen phylloxera

Door Amerikaanse stokken als onderstam te gebruiken en daarop Europese druivenrassen te enten, kon men de plaag ontwijken zonder afscheid te nemen van vertrouwde druiven als Riesling, Tempranillo of Chardonnay. Een biologisch huzarenstukje, dat niet alleen de wijnbouw redde maar ook nieuwe fundamenten legde voor hoe wijnstokken vandaag functioneren.

Want vanaf dat moment werd de wijnstok niet langer als één ondeelbaar geheel beschouwd. Wat boven de grond groeit en wat zich daaronder afspeelt, zijn sindsdien twee afzonderlijke componenten geworden, elk met hun eigen kenmerken, sterktes en zwakheden. De onderstok werd een selecteerbaar, stuurbaar element. Hij is een bepalende factor in hoe een wijnstok zich ontwikkelt en hoe hij zich aanpast aan zijn omgeving.

Dat inzicht heeft de manier van aanplanten drastisch veranderd. De bodem werd geen neutraal gegeven meer, maar een bepalende factor in het plantplan. Want niet alleen de druivensoort moest passen bij het terroir, ook de onderstok moest afgestemd worden op het profiel van de grond. Kalkrijk of zuur? Diep of juist oppervlakkig? Droog of net vochtig? De juiste onderstokkeuze werd een soort ondergrondse architectuur, waarop het hele groeiproces voortbouwt.

Enten: chirurgische precisie met toekomstimpact

Enten is in essentie een subtiel spel van samenvoegen en laten vergroeien. Het edele druivenras, dat verantwoordelijk is voor de smaak en kwaliteit van de wijn, wordt als jonge ent samengebracht met een zorgvuldig gekozen onderstok. Die onderstok vormt de wortelstructuur van de plant en bepaalt in grote mate hoe de stok zich zal gedragen in de bodem.

Hoewel het principe al eeuwenlang wordt toegepast – ook bij fruitbomen bijvoorbeeld – is de uitvoering in de wijnbouw vandaag bijzonder verfijnd. De inkepingen waarmee ent en onderstok in elkaar worden geschoven, zijn tot op de millimeter afgemeten. Het contactoppervlak moet perfect aansluiten om een vlotte vergroeiing mogelijk te maken. Die vergroeiing gebeurt op celniveau, en elk detail telt: de snijhoek, de vochtigheidsgraad, de temperatuur, en zelfs het moment van de dag waarop geënt wordt.

De handeling zelf gebeurt manueel of machinaal, vaak met een toestel dat inderdaad verdacht veel weg heeft van een naaimachine, maar dan voor planten. Na het enten worden de jonge stokken in een warme, vochtige omgeving geplaatst, waar ent en onderstok rustig kunnen samengroeien. Pas als de ent en de onderstok als één geheel functioneren, mogen de planten naar buiten, richting serre of tijdelijk veld, waar ze verder uitgroeien tot meer robuuste stokken.

Het enten vraagt niet alleen technische vaardigheid, maar ook vooruitziendheid. Want de keuze van ent en onderstok gebeurt met het oog op wat de wijnbouwer wil bereiken: bepaalde aroma’s, beheersing van groeikracht, aanpassing aan de bodem. Wat hier op het snijvlak gebeurt, bepaalt de komende decennia hoe een wijnstok zich zal gedragen.

Bodem en onderstok: een dynamisch duo

Een onderstok mag dan resistent zijn tegen phylloxera, dat betekent nog niet dat hij overal tot zijn recht komt. De relatie tussen onderstok en bodem is een spannend gegeven. Bodemtype, zuurgraad, kalkgehalte, drainage, hoeveelheid organisch materiaal en de aanwezigheid van een harde onderlaag: al deze factoren bepalen in welke mate een onderstok zich thuisvoelt en hoe hij zich ontwikkelt.

Hoewel de meeste wijnstokwortels zich bevinden in de bovenste zestig centimeter van de bodem, kunnen ze, als de omstandigheden het toelaten, tot meerdere meters diep reiken. Dat hangt sterk af van de bodemstructuur. In losse, goed doorlaatbare gronden gaan wortels vlot de diepte in, terwijl compacte of natte onderlagen hen dwingen dichter bij het oppervlak te blijven. En net dan is het van belang welke onderstok je gaat gebruiken: sommige types wortelen krachtig en diep, andere blijven oppervlakkiger of ontwikkelen meer zijdelingse vertakkingen.

Opvallend genoeg blijkt uit onderzoek dat onderstokken niet zozeer verschillen in waar hun wortels groeien, maar vooral in hoeveel wortels ze vormen. Die worteldichtheid blijkt cruciaal. Onderstokken die een rijker wortelnetwerk aanmaken, geven de wijnstok meer toegang tot water en voedingsstoffen, wat leidt tot meer bladmassa en doorgaans ook hogere opbrengsten. In proeven uit onder meer Californië en Zuid-Afrika werd een duidelijke correlatie vastgesteld tussen worteldichtheid, scheutgroei en vruchtproductie.

Die inzichten onderstrepen dat de keuze van een onderstok niet in een vacuüm gebeurt. Een onderstok die uitstekend presteert op kalkrijke klei, doet dat niet per se op zure zandgrond. En omgekeerd. Daarom is de juiste match tussen bodem en onderstok een van de meest bepalende keuzes in de wijngaard.

Geen eenheidsworst dus

Er bestaan tientallen variëteiten, elk met hun eigen karakter, voorkeuren en temperament. Natuurlijk zijn ze allemaal resistent tegen phylloxera maar hun invloed reikt veel verder. Sommige onderstokken zijn dorstig, andere juist zuinig. De ene houdt van kalk, de andere krijgt er spontaan bladvergeling van. Sommige stuwen de groeikracht van de plant vooruit, anderen houden ze net in toom.

Onderstokken dragen namen die eerder aan laboratoria doen denken dan aan wijngaarden: 3309 Couderc, SO4, 110R, Riparia Gloire de Montpellier… De meeste stammen uit de late 19de of vroege 20ste eeuw en zijn het resultaat van kruisingen tussen Amerikaanse soorten zoals Vitis riparia, Vitis rupestris en Vitis berlandieri.

Die genetische diversiteit maakt het mogelijk om de onderstok af te stemmen op de specifieke noden van elk perceel. Niet alleen weerstand tegen phylloxera telt, ook de beoogde wijnstijl en de match met het druivenras spelen een rol. Een onderstok die floreert op droge zandgrond met irrigatie, zoals Ramsey of 99R, zakt mogelijk door het ijs op een natte, zure kleibodem. Daar komt dan weer een robuuste 1103P beter tot zijn recht.

Ook de druivensoort zelf heeft een stem in het verhaal. Een onderstok die perfect matcht met Grenache hoeft dat niet te doen met Pinot Noir. Wat op het ene perceel een droomhuwelijk is, leidt elders tot koppige onenigheid. Daarom is lokale ervaring goud waard. Wijnbouwers die hun bodem tot op de vierkante meter kennen, maken betere keuzes. Ze kijken naar actieve kalk, zuurtegraad, drainage, bodemdiepte en het doel dat ze voor ogen hebben, of dat nu rendement, concentratie of rijpingstijd is. Al die factoren zijn beïnvloedbaar via de juiste onderstok.

Uit het oog, maar niet uit het hart

Wortels blijven onzichtbaar onder de grond, maar bepalen in grote mate de gezondheid, groeikracht en productiviteit van de wijnstok. Een onderstok die zorgt voor een vitaal wortelstelsel is goud waard. Wie wijnstokken plant zonder goed na te denken over de ondergrondse helft van de plant, loopt het risico om later met een zwakke of onevenwichtige wingerd te zitten.

Een doordachte keuze van de onderstok, afgestemd op bodem en klimaat, is geen detail. Het is het fundament waarop decennialang wijn zal groeien.

Openflessendag Wijnkennis – 23 november 2025

Limoncello, zon in een fles

Jullie hebben het vast al gemerkt, naast mijn passie voor wijn koester ik een grote liefde voor koken en gastronomie. Bezig zijn in de keuken, roeren in de potten, dat brengt rust, en als de gelegenheid zich voordoet neem ik er graag de tijd voor. Ik ben verre van een chef, ik noem mezelf met plezier een gemiddelde hobbykok. Om dat bij te schaven maak ik al meer dan vijftien jaar deel uit van Kookclub De Kemphanen.

Vanuit die kookclub maak ik het bruggetje naar limoncello. Het gebeurt zelden, af en toe haakt een van onze twaalf leden af en komt er een nieuw lid bij. Die nieuweling mag niet zomaar toetreden, er hoort een ritueel bij. Bij De Kemphanen is dat een traktatie met zelfgemaakte limoncello.

Ik was er vanaf het begin bij, dus het ritueel ging aan mij voorbij. Geen reden om niet zelf een keer een Kempense limoncello te maken. Toen het idee begon te sluimeren duurde het niet lang voor ik aan de slag ging. Voorwaarde: de citroenen moesten de echte zijn, afkomstig uit de baai van Sorrento.

Nu, zes weken later, is mijn zelfgemaakte limoncello klaar. Uitmuntend is hij.

Wat is limoncello?

Limoncello is een citroenlikeur die je na de maaltijd ijskoud serveert. In het glas kleurt hij helder geel met de geur van rijpe zeste, in de mond zacht zoet en verfrissend met een schone citrusfinale. De kern bestaat uit vier elementen, de gele schil van citroenen, neutrale alcohol, water en suiker. De schil levert de aroma’s, de alcohol extraheert die aroma’s, water en suiker brengen spanning en rondheid in balans. Alleen de gele zeste hoort erin, het witte deel van de schil geeft ongewenste bitterheid.

Qua stijl herken je limoncello aan een levendige kleur en een fluweelzachte textuur bij lage temperatuur. De likeur laat bij walsen vaak een fijne oliefilm op het glas achter, een teken van rijke citrusoliën. Als je hem zeer koud schenkt, kan een lichte waas ontstaan, dat is normaal en duidt op een vol extract. De geur moet zuiver naar zeste en bloesem gaan, zonder scherpe alcohol of kunstmatige citroenaroma’s. De balans is de graadmeter, voldoende frisheid om de zoetheid te dragen, voldoende body om niet waterig te worden.

Limoncello hoort rechttoe rechtaan te smaken, helder, levendig en zonder plakkerigheid. Wie een romiger interpretatie zoekt komt uit bij crema di limoncello, een variant met room die zachter en dessertachtiger proeft.

De naam zegt precies wat het is. Limone betekent citroen in het Italiaans. Het verkleinende en verzachtende achtervoegsel cello geeft een warme, toegankelijke bijklank. Limoncello klinkt licht en uitnodigend, net zoals het glas dat je voor je hebt.

Oorsprong en geschiedenis

Limoncello heeft geen geboortecertificaat. Vraag het in Sorrento, Amalfi of Capri en je krijgt drie overtuigde antwoorden. Ook op Sicilië hoor je soms de claim dat het daar begon. Feit blijft dat wat men vandaag als limoncello herkent is geworteld aan de Tyrrheense kust, waar de drank als traditie en als naam vorm kreeg. Dat sluit de rol van Sicilië niet uit, het eiland heeft een grote citroencultuur en een eigen geschiedenis met citroenlikeuren, maar de meeste sporen van de vastlegging wijzen naar de kust van Campanië.

De lange aanloop begint bij de citroen die al in de oudheid rond Pompei opduikt. Via Spanje bereikte de citroen vroeg Sicilië, van daaruit verspreidde de teelt zich verder naar het vasteland. Handel en zeevaart zorgden voor uitwisseling van kennis en plantgoed. Op zee ontdekte men bovendien een praktisch voordeel, de overvloed aan vitamine C hielp tegen scheurbuik. Dat maakte citroenen strategisch belangrijk en verklaart de sterke uitbreiding van boomgaarden tussen vijftiende en negentiende eeuw langs de zuidelijke kusten.

Uit die context groeide een huiselijke gewoonte die je in meerdere kuststreken terugvindt, zeste van rijpe citroenen laten trekken in alcohol, nadien zoeten en laten rusten. De verhalen mengen zich met de feiten, er zijn verwijzingen naar kloosters en familiehuizen, naast geliefde anekdotes die de kustplaatsen elk hun hoofdstuk in de ontstaansgeschiedenis geven.

De moderne, herkenbare limoncello krijgt aan het begin van de twintigste eeuw gestalte langs de Amalfikust. In bekende vertellingen keert een kleine bar of pension terug, waar een gastvrouw haar familierecept schonk aan bezoekers. Wat volgt is verankering in de streek, doorgeven van recepten en tegen het einde van de eeuw ook een formele merkregistratie. In de jaren tachtig stapt limoncello uit de regionale schaduw, eerst nationaal, daarna internationaal.

En Sicilië. Het eiland produceert al lang citroenlikeuren en levert kwaliteitsfruit dat in heel Italië wordt gewaardeerd. Die parallelle traditie verklaart waarom Sicilianen soms mee spreken over oorsprong. Strikt historisch is er echter geen sluitend bewijs dat limoncello als gedefinieerde drank daar werd geboren. Het meest consistente beeld is dat de naam en de hedendaagse stijl zich aan de Tyrrheense kust hebben gevormd, terwijl Sicilië belangrijk was voor de verspreiding van de citroen, voor eigen interpretaties en voor de brede cultuur rond citrus.

Limoncello vs limoncino

Limoncello en limoncino zijn verwant, beide citroenlikeuren op basis van zeste, neutrale alcohol, water en suiker, maar ze spreken een ander dialect van hetzelfde idee. Limoncello hoort van oudsher bij Campanië met Sorrento, de Amalfikust en Capri als bakermatten. Daar gebruikt men vooral twee citroenrassen, de langgerekte Sfusato Amalfitano en de ovale Limone di Sorrento, beide met een beschermde geografische aanduiding IGP.

Limoncino is de Ligurische tegenhanger, verbonden met de Cinque Terre en de Riviera, waar lokale citroenen zoals die van Monterosso het profiel mee bepalen. In het noorden, vooral rond het Gardameer, kom je de benaming limoncino ook tegen voor likeuren op basis van citroenen uit de historische limonaie, dit zijn terrasvormige citroentuinen met stenen muren en seizoensramen van hout en glas die in de winter worden geplaatst om de bomen vorstvrij te houden. De stijl uit dat gebied sluit vaak aan bij de ranke Ligurische benadering, lichter van kleur, frisser in geur en slanker in mondgevoel.

Het verschil proef je vooral in stijl, niet in het procedé. In Campanië laat men de zeste vaak wat langer trekken in alcohol met hoge graad. Dat onttrekt meer aromatische olie uit de schil en geeft doorgaans een diepere gele kleur, een voller mondgevoel en uitgesproken toetsen van citroenschil en bloesem. In Ligurië en aan het Gardameer is de inweektijd vaak iets korter waardoor het profiel lichter blijft, frisser, soms met een kruidige indruk van blad en schil. Denk bij die verschillen minder aan chemie en meer aan geuren die je herkent, zoete schil tegen strakke citroentoets, romig citrus tegen rank en knapperig. Het zijn tendensen, geen wetten, elke producent zoekt zijn eigen evenwicht tussen inweektijd, alcoholgraad en suikerdosering.

Voor een uitgesproken Zuid Italiaans karakter zoek je verwijzingen naar Limone di Sorrento IGP of Costa d’Amalfi IGP. Bij limoncino let je op oorsprong uit Ligurië of uit het Gardagebied. Alcoholgraden tussen dertig en vijftig zijn normaal. Een lichte waas bij heel koude service is geen fout, het wijst op rijk extract. In het glas kies je wat het moment vraagt, zonnig, rond en intens bij limoncello, licht, knapperig en maritiem fris bij limoncino.

Waarom is het zo populair?

Je kunt gerust stellen dat limoncello populair is. In onze kookclub wordt er met zichtbaar plezier aan versgemaakte limoncello genipt zodra de gelegenheid zich voordoet. Hoe komt het dat een eenvoudig gemaakte drank zo geliefd is? Drie dingen springen eruit: herkenbaarheid, toegankelijkheid en beleving.

Herkenbaarheid, de neus geeft meteen pure citroen zonder kunstmatige randjes en in de mond volgt een heldere balans tussen zoet en fris. Dat evenwicht maakt dat je er na het eten spontaan naar grijpt, het rondt af zonder te verzwaren en laat de mond schoon achter.

Toegankelijkheid, je hoeft geen kenner te zijn om limoncello te begrijpen. Het smaakt zoals het heet en doet wat je verwacht, verfrissen, verzoeten en afronden. De drempel is laag, kleine fles, klein glas, geen ingewikkelde service, en bij koel en donker bewaren blijft de kwaliteit stabiel.

Beleving, serveertemperatuur en uiterlijk spelen mee. IJskoud wordt de textuur zijdezacht, de citrusoliën tonen zich voller en de smaken vallen mooi in lijn. De zonnig gele kleur is uitnodigend, de geur van zeste en bloesem roept zee en vakantie op nog voor de eerste slok.

En eerlijk is eerlijk, het is gewoonweg lekker.

Culinaire en cocktail inspiratie

Je kan limoncello perfect gebruiken in de keuken. Wens je dit te doen dan gelden er drie gouden spelregels: koel serveren, spaarzaam doseren, pas toevoegen wanneer de basis niet meer heet is. Zo blijven de citrusoliën helder en elegant.

Enkele snelle ideeën die werken. Geef crèmes en vullingen een lift met een scheutje voor geur, bestrijk biscuit of cake licht met een eenvoudige siroop met limoncello voor frisheid, roer een lepel door een glazuur voor glans en zeste in de neus.

In koude bereidingen zoals semifreddo, mousse of roomijs houdt de alcohol de textuur soepeler. Voeg pas toe wanneer de basis is afgekoeld, dan blijft het geheel luchtig en schoon.

Hartig vraagt finesse. Blus de pan van vis of zeevruchten heel kort met limoncello, laat even doorwarmen en werk af met een klontje boter. Weinig gebruiken, de basis blijft de ster.

Voor drankjes zijn er drie duidelijke toepassingen. Als hoofdsmaker maak je een spritz met mousserende wijn en sodawater, waarbij limoncello de bitter vervangt en het citruskarakter op kop zet. Als lange dorstlesser combineer je limoncello met bruiswater of tonic, de geur staat voorop en de afdronk blijft droog. Als nuance geef je een sour een kleine scheut limoncello naast citroensap of limoensap, zo houden zoet en fris elkaar in evenwicht. Serveer altijd met veel ijs, dan blijven structuur en aroma strak.

Bij het gebruik van limoncello in de keuken of in de mixologie zijn er enkele valkuilen die je beter vermijdt. Let op vier punten: voeg limoncello pas toe aan afgekoelde bereidingen of haal de pan van het vuur, doseer suiker en likeur spaarzaam, bouw in kleine stapjes op en proef, en serveer nooit te warm zodat textuur en frisheid behouden blijven.

Recept, zelf limoncello maken

Dit basisrecept levert ongeveer anderhalve liter op. Werk netjes en geduldig, dat proef je terug in het glas. In mijn inleiding liet ik de schillen zes weken trekken. Dat kan perfect en geeft een diepe, olie-rijke stijl. Korter kan ook, verderop staat hoe je de tijd kunt afstemmen op de gekozen alcohol.

hoofdingrediënten

  • Citroenen: kies onbespoten vruchten met een dikke, geurende schil. De zeste is je smaakbron. Was en droog zorgvuldig. Schil alleen het gele deel, het witte geeft bitterheid. Rassen uit de kuststreek zoals Sfusato Amalfitano of Limone di Sorrento zijn ideaal door hun aromatische oliën en stevige schil. Deze zijn online goed verkrijgbaar en worden ook in België geleverd.
  • Alcohol: neutrale alcohol van vijfennegentig procent extraheert snel en diep. Gebruik je wodka van veertig procent, dan wordt de stijl lichter en duurt de maceratie langer.
  • Suiker: bepaalt de stijl. Vijfhonderd gram houdt het frisser, zeshonderdvijftig gram maakt ronder en zoeter.
  • Water: neem zacht en neutraal water. Gefilterd of bronwater bewaart de zuiverheid van het aroma.

benodigdheden
• Grote glazen bokaal met goed sluitend deksel
• Fijne zeef en koffiefilters of een neteldoek
• Schone, droge flessen

Stappenplan

  1. Was en droog de citroenen. Schil met een dunschiller alleen de gele zeste.
  2. Doe de zeste in de bokaal en giet de alcohol erbij. Sluit af en zet koel en donker.
  3. Laat trekken. Voor de batch met zes weken maceratie: zwenk de bokaal dagelijks. Stop zodra de schillen flets zijn en de alcohol diep geel en geurig is. Korter kan ook. Met alcohol van vijfennegentig procent volstaan meestal zeven tot tien dagen voor een heldere, strakke stijl. Met wodka reken je twintig tot dertig dagen voor een lichtere, ranke stijl.
  4. Maak suikersiroop. Breng water en suiker aan de kook tot alles is opgelost. Laat volledig afkoelen.
  5. Filter de citroenalcohol eerst grof zodat de schillen verwijderd zijn, daarna fijn door koffiefilter of neteldoek tot een heldere likeur.
  6. Meng de koude siroop met de gefilterde citroenalcohol. Proef en finetune. Iets extra siroop maakt zoeter en verlaagt de kracht, een scheut water verzacht zonder extra zoet.
  7. Bottel in schone, droge flessen. Laat twee tot vier weken rusten zodat de smaken binden en de textuur zachter wordt. Een extract dat zes weken trok, heeft vaak baat bij drie tot vier weken rijping in fles.
  8. Serveer ijskoud en bewaar koel en donker. Limoncello blijft maanden stabiel.

Kwaliteitstips
• Kies citroenen met dikke, geurende schil. De schil is de smaakbron.
• Gebruik glas voor het trekken. Kunststof kan geur vasthouden.
• Werk rustig. Overhaaste extractie geeft scherpte en bitterheid.
• Noteer datum, recept en aanpassingen. Zo bouw je aan je eigen huisstijl.

Proeven en serveren
Kleur is levendig geel. In de neus citroenschil, citroenbloesem, lichte suikertoets. In de mond zacht, romig en fris met een zuivere citroenfinale. Schenk in kleine glaasjes, rechtstreeks uit de diepvries, als digestief of bij een citroensorbet.

Het verhaal achter Grappa

Dit is het derde artikel in onze zondagse reeks over grappa. Na de ontdekking van wat grappa precies is en waar haar geografische wortels liggen, duiken we vandaag de geschiedenis in. Vraag je een doorsnee Italiaan wanneer grappa precies is ontstaan, dan krijg je steevast een glimlach en een schouderophalen. Het is een drank die nooit echt een officiële geboortedatum heeft gekregen, en eigenlijk is het logisch dat je dit ook niet hoeft af te vragen wanneer je een glaasje grappa inschenkt. Je denkt dan aan genieten, niet onmiddellijk aan een reis door het grappa-verleden.

Toch trachten we vandaag dat verleden op te rakelen en gaan we op zoek naar de tijd van de eerst geschonken grappa.

Een ongrijpbare oorsprong

Het blijft gissen naar het exacte beginpunt van grappa. Rond de 14de en 15de eeuw zijn er de eerste schriftelijke sporen van distillatie, onder meer in het traktaat De Conficienda Aqua Vitae van Michele Savonarola. Hij beschreef daarin de bereiding van levenswater, een medicinale drank die eerder in de apotheek thuishoorde dan in het glas. Het toont hoe de techniek van distillatie aanvankelijk meer verband hield met geneeskunde en alchemie dan met plezier en ontspanning.

Een veel gehoord verhaal is de anekdotische geschiedenis van Enrico di ser Everardo uit Cividale del Friuli. In zijn testament uit 1451 zou hij een distilleerketel en een eenvoudig hulpmiddel voor distillatie hebben nagelaten, waarvan de exacte betekenis verloren is gegaan. Of dit document ooit werkelijk heeft bestaan, weet niemand. Er is geen origineel teruggevonden en geen archief kan het bevestigen. Toch heeft dit verhaal zijn weg gevonden naar talloze publicaties, alsof men behoefte had om grappa een concrete, bijna mythische vaderfiguur te geven.

Ook buiten Friuli circuleerden gelijkaardige verhalen. Sommige bronnen suggereren dat soldaten of monniken de eersten waren om druivenresten te distilleren, anderen verwijzen naar boeren die niets verloren wilden laten gaan van hun oogst. Zeker is dat grappa ontstond in een context van schaarste en inventiviteit, waar restproducten een tweede leven kregen.

Wat vaststaat, is dat grappa van bij haar oorsprong omgeven is door verhalen die balanceren tussen legende en realiteit. Misschien is dat net de charme: een drank die uit restjes geboren werd, zonder officiële geboortedatum, en daardoor een stukje collectief geheugen van Italië is geworden. Iedere regio claimt wel een rol, elke generatie vertelt het verhaal een beetje anders. Het is alsof grappa zelf liever een mysterie blijft.

Een drank van het volk

Grappa hoorde eeuwenlang bij de eenvoudige bevolking. Terwijl de hogere klasse wijn en verfijnde distillaten dronk, kregen boeren en soldaten de schillen, pitten en steeltjes. Wat zij daaruit distilleerden was scherp, droog en vaak meedogenloos van smaak.

Die volksverbondenheid maakte dat grappa een plek kreeg in het dagelijkse leven. Het was de drank die boeren in de vroege ochtend dronken voor ze het veld in trokken, die soldaten verwarmde tijdens nachtwachten en die arbeiders troostte na lange werkdagen. In veel dorpen stond een fles op de tafel van de herberg, naast het brood en de soep, als eenvoudige beloning voor wie hard gewerkt had.

Grappa fungeerde niet alleen als drank, maar ook als huisremedie. Een scheut in de koffie tegen de kou, een glaasje bij maagklachten, zelfs inwrijven bij spierpijn of verkoudheid: het distillaat had voor velen een bijna magische status. Het paste bij een tijd waarin de grens tussen voeding, drank en medicijn niet scherp getrokken werd.

Gelukkig is dat karakter van volksdrank nooit helemaal verdwenen. Zelfs vandaag, nu grappa in elegante flessen wordt geschonken in sterrenrestaurants, blijft dat toegankelijke voor iedereen duidelijk voelbaar.

Grappa tussen oorlog en accijnzen

Tot het einde van de 19de eeuw bleef grappa een uitgesproken volksdrank. Ze werd gezien als een stoere drank, bijna uitsluitend voor mannen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd grappa een symbool van vloeibare moed, waarmee de Alpini, de Italiaanse bergtroepen, zich wapenden tegen kou, gevaar en ontberingen op de Monte Grappa. Voor velen was een klein flesje grappa even belangrijk in het veldrantsoen als brood of kogels. Het verwarmde, gaf moed en schonk zelfs een gevoel van kameraadschap. Er werd verteld dat de Alpini hun veldflessen niet enkel vulden met water, maar er ook steevast een scheut grappa in lieten glijden om de ellende draaglijker te maken.

Naast die militaire aanwezigheid kreeg grappa ook een officiële plaats in het economische systeem. In 1870 voerde de Italiaanse staat accijnzen in op alcoholische dranken. Producenten waren verplicht een zegel te plaatsen op de flessen die de markt op gingen. Dat zegel veranderde mee met de politieke geschiedenis van Italië. Eerst de adelaar en het Savoyaardse wapen, daarna in de jaren dertig de de fasces, het symbool van het fascisme. Gevolgd door het neutrale vrouwenprofiel na de val van het regime, en tenslotte de ster van de jonge Republiek.

Deze kleine stukjes papier of aluminium, vaak gedachteloos weggegooid bij het openen van een fles, vertellen dus op hun beurt een stukje Italiaanse geschiedenis. Vanaf 1952 verschenen naast de metalen sluitingen ook papieren zegels, en sinds 1959 is enkel dat papieren stempel nog geldig.

Diezelfde staatscontrole speelde later een niet te onderschatten rol bij de verschuiving naar massaproductie. Waar kleine distilleerders worstelden met bureaucratie en belastingen, konden grotere industriële producenten hun voordeel doen met schaalgrootte en efficiënte processen. De accijnszegels, ooit een noodzakelijk kwaad, werden in de tweede helft van de 20ste eeuw een vanzelfsprekend onderdeel van een groeiende markt waarin goedkope, industrieel gemaakte grappa de toon begon te zetten. En zo bereidde de politieke en fiscale context onbewust de weg voor de industrialisering die vanaf de jaren zestig het landschap volledig zou veranderen.

De industrialisering

Vanaf de jaren 60 verschenen de eerste continue distilleerinstallaties, machines die dag en nacht konden draaien en enorme hoeveelheden goedkope grappa op de markt brachten. Voor de ambachtelijke distilleerderijen betekende dit een zware slag. Waar er rond 1900 nog bijna tweeduizend producenten actief waren, zijn dat er vandaag nog maar een negentigtal.

Deze industriële installaties waren uiterst efficiënt. Ze leverden een constante stroom distillaat tegen lage kosten en maakten grappa plots massaal beschikbaar in supermarkten en cafés. De keerzijde was duidelijk: de smaak werd vlakker, de ziel die in kleine ketels en met veel zorg tot stand kwam, ging grotendeels verloren.

Grote merken profiteerden volop van die massaproductie. Reclamecampagnes in de jaren 70 en 80 positioneerden grappa als een moderne volksdrank, vaak gepresenteerd in eenvoudige flessen zonder aandacht voor uitstraling. Het paste in een tijd waarin kwantiteit en betaalbaarheid zwaarder wogen dan traditie of verfijning.

Gelukkig is hun erfgoed niet verloren gegaan. Het Poli Grappa Museum bracht meer dan tweeduizend oude flessen samen, afkomstig van meer dan vijfhonderd distilleerderijen, waarvan velen inmiddels verdwenen zijn. Een stille hulde aan een industrieel tijdperk dat winsten opleverde, maar ook vele kleine spelers van de kaart veegde. De collectie laat zien hoe divers het aanbod ooit was en hoe groot het aantal namen dat vandaag enkel nog in vergeelde etiketten voortleeft.

Een modern kantelpunt

De echte ommekeer kwam pas midden 20ste eeuw, toen moderne distillatie zijn intrede deed. Continue distilleerinstallaties, betere temperatuurcontrole en een fijnere selectie van vinaccia gaven grappa een heel ander karakter.

Belangrijk was vooral dat distillateurs leerden hun ketels met veel meer precisie te beheersen. Waar vroeger de temperatuur te hoog opliep en vluchtige, scherpe stoffen het distillaat domineerden, kon men nu veel subtieler werken. Het resultaat was een schonere en elegantere grappa, waarin fruitige en bloemige aroma’s bewaard bleven in plaats van weggebrand.

Ook de keuze van de grondstof veranderde. In plaats van willekeurig bij elkaar gegooide resten, werd er bewuster geselecteerd uit druivensoorten met een uitgesproken karakter. Zo ontstonden de eerste grappa’s die niet enkel een algemene indruk gaven van alcohol en kracht, maar ook de aroma’s van Moscato, Prosecco of Nebbiolo konden laten spreken. Daarmee kreeg grappa voor het eerst een herkenbare identiteit per herkomst of druif, iets wat voorheen vooral aan wijn was voorbehouden.

Daarnaast werd er meer aandacht besteed aan rijping en afwerking. Distillateurs begonnen te experimenteren met houten vaten en gecontroleerde veroudering, waardoor grappa een zachtere structuur kreeg en nieuwe smaaklagen ontwikkelde. Het beeld van een boerse, branderige drank maakte langzaam plaats voor dat van een distillaat dat zich kon meten met Cognac of Armagnac.

Van noodoplossing tot exportproduct

Vandaag is grappa een product dat internationale erkenning geniet en herkenning oproept bij consumenten overal ter wereld. Het heeft een lange weg van transformatie afgelegd en is uitgegroeid tot een spirit die van alle markten thuis is, met een stijl en karakter voor elke liefhebber.

Tegenwoordig wordt grappa geschonken in kristallen glazen, gepresenteerd in sierlijke flessen en besproken door sommeliers met dezelfde ernst als grote wijnen. Toch is het een drank die haar wortels nooit verloochent. Elke slok draagt nog iets van de eenvoud en de koppigheid van haar oorsprong.

Juist die combinatie maakt grappa uniek: ze belichaamt zowel de volksgeest als de verfijning, het ruwe verleden én de moderne trots. Italië heeft haar restproduct weten te verheffen tot cultureel exportgoed, zonder het verhaal van de mensen achter de ketel uit te wissen.

Zijn reeds verschenen in deze reeks:

  1. Grappa: Wat is het en hoe wordt het gemaakt?
  2. Grappa en zijn regionale wortels