Emilia-Romagna en Mantova: het decor waar Lambrusco zijn karakter vindt

Hoe kronkelig de geschiedenis van Lambrusco ook is, geografisch is zijn echte habitat opvallend afgebakend. Je vindt hem in Noord-Italië, aan de voet van de Apennijnen en in de invloedssfeer van de Povlakte, meer bepaald in Emilia-Romagna en Lombardije. En zelfs daar blijft het, binnen die grote wijnregio’s, vaak bij een relatief klein kerngebied waar Lambrusco echt thuis is.

Je zou Trentino nog kunnen noemen. Ook daar staat Lambrusco aangeplant, meestal onder de naam Enantio. Die wijn is niet te vergelijken met de Lambrusco zoals we die kennen. Het is een wijn met een eigen karakter en context. We houden het bij deze eervolle vermelding en parkeren Trentino voor een andere gelegenheid.

Tijdens mijn laatste bezoek aan Emilia-Romagna maakte ik bovendien een grote vergissing. Ik focuste vooral op Romagna, waar Sangiovese en Albana de toon zetten. Het Emilia-gedeelte ging grotendeels op aan een andere zoektocht, naar Aceto Balsamico di Modena, Prosciutto di Parma en Parmigiano Reggiano. Ik gaf Lambrusco toen niet de aandacht die hij verdiende (ik was op dat moment nog een non-believer). Vandaag zou ik het helemaal anders aanpakken. Niet getreurd, de reden voor een volgend bezoek ligt hiermee alvast op tafel.

Een wijn van de Povlakte

De Povlakte is het brede, laaggelegen hart van Noord-Italië. Ze strekt zich uit van de Alpenrand in het westen tot aan de Adriatische Zee in het oosten, met de rivier de Po als centrale slagader. Op de kaart oogt ze als een rustige, vlakke massa, maar wie erdoor reist merkt snel dat dit landschap voortdurend door water is gevormd: door de Po zelf, door haar zijrivieren en door oude rivierarmen die zich als littekens door de bodem tekenen.

Het kerngebied van Lambrusco ligt precies daar waar de Povlakte de voet van de Apennijnen raakt. Op de plek waar het vlakke land langzaam begint te golven, waar beken en riviertjes uit de heuvels komen en hun afzettingen uitwaaieren. Geen heroïsche bergterrassen, maar vruchtbare gronden die eeuwenlang als landbouwmotor hebben gefunctioneerd, en waar wijn altijd deel is geweest van het dagelijkse ritme. Daar is Lambrusco thuis.

Emilia-Romagna: waar Lambrusco een ziel krijgt

Het is in Emilia-Romagna waar Lambrusco zijn identiteit heeft gevormd, maar het zwaartepunt ligt niet verspreid over de hele regio. Het ligt in Emilia, en binnen Emilia vooral rond Modena. Deze stad, bekend om haar balsamico en als geboorteplaats van Pavarotti, fungeert als het geografische en culturele knooppunt waar Lambrusco het duidelijkst geconcentreerd is. Ook de meest geciteerde referentiezones groeperen zich hier als een krans rond de stad.

Wie dit geografisch wil plaatsen, neemt best de Via Emilia als leidraad. Die oude route loopt door het Emilia-gedeelte en verbindt de steden die als bakens werken. In het middensegment van die as ligt Modena bijna centraal, tussen Parma en Bologna, en precies daar merk je hoe Lambrusco zich in het landschap begint af te tekenen.

Binnen dat brede, licht golvende Emilia-landschap kun je drie kernzones benoemen die vaak als referentiepunten terugkeren en die alle drie in de Modenese invloedssfeer liggen. Sorbara ligt net ten noorden van Modena, in de vlakkere zone richting Carpi. Castelvetro ligt ten zuiden van Modena, waar het terrein zichtbaar begint te golven en je de overgang naar het heuvelland voelt. Santa Croce (bij Carpi) situeer je opnieuw ten noorden van Modena, als een vaste kapstok in het noordelijke deel van de provincie.

Binnen enkele weken zoomen we in op deze kernzones met meer detail, en pas dan maken we ook het onderscheid dat de herkomstbenamingen en lokale namen echt scherp stelt.

Mantova: de oostelijke spiegel

Net over de regionale grens met Emilia-Romagna, in de provincie Mantova in Lombardije, krijg je een verwant maar net iets anders smakend Lambrusco-verhaal. Geografisch zit Mantova in het zuidoosten van Lombardije, als een soort scharnierpunt tussen drie referentiesteden: Verona ligt net oostwaarts, Modena westwaarts, en Bologna zuidelijker. De provincie leunt tegen de grote Po-as aan, en dat verklaart meteen het landschap: laag, vlak en waterrijk.

Als je Mantova op de kaart zoekt, kijk dan naar het gebied waar de rivier de Mincio (die uit het Gardameer komt) in de Po-vlakte uitwaaiert en richting de Po stroomt. De stad Mantova zelf ligt als historisch eiland in dat waterlandschap, omringd door meren en kanalen. Voor Lambrusco is vooral het zuidwestelijke deel van de provincie relevant: het brede vlakke land tussen de stad Mantova en de Po, richting de grens met Emilia-Romagna.

In het glas proef je doorgaans ook een nuanceverschil met Emilia. Lambrusco uit Emilia-Romagna, zeker rond Modena en Reggio Emilia, toont geregeld net wat meer contour en spanning. Mantova is wat eenvoudiger van smaak zonder aan identiteit in te boeten. Beide zijn lokaal heel vanzelfsprekend aan tafel.

Het landschap in één zin

De Povlakte staat bekend om haar vruchtbaarheid, en Emilia-Romagna in het bijzonder geldt niet voor niets als de “buik van Italië”, omwille van haar grote culinaire waarde. Lambrusco maakt daar integraal deel van uit en is historisch met die tafelcultuur verbonden. De aperitivo waar Italië zo beroemd om is, bereikt hier misschien wel zijn hoogtepunt.

De volgende keer dat ik de regio bezoek, zal ik dat ook zo aanpakken. Wanneer mijn wagen vanuit Langhirano, waar de beste prosciutto ligt te rijpen, verder rijdt langs de rijpingskelders van Parmigiano Reggiano richting Modena, naar Il Borgo del Balsamico, zet ik heel bewust mijn richtingaanwijzer aan. Niet om door te steken naar de volgende culinaire halte, maar om even af te slaan: langs de Lambrusco-wijngaarden, met een stop bij een van die kleine, kwalitatieve producenten, zoals Silvia Zucchi of Cantina della Volta. Een terugkeer naar deze uiterst aangename regio staat met hamer en beitel in steen gebeiteld.

Zijn reeds verschenen in deze reeks:

  1. Inleiding – Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago
  2. Wat is Lambrusco? De comeback van een vergeten icoon
  3. Lambrusco – Van wilde wijnstok tot klassieker

Negroni: bitter, briljant en onweerstaanbaar Italiaans

Negroni, wie heeft er nu nog niet genipt van deze heerlijke rode Italiaanse cocktail? Ik alleszins wel. Sterker nog: hij prijkt al jaren bovenaan mijn persoonlijke favorietenlijst. We zorgen er thuis steevast voor dat alle ingrediënten in huis zijn, en na een lange werkdag is het niet ongebruikelijk dat ik mezelf aan het keukenaanrecht terugvind, met een glas in de ene hand en een barlepel in de andere. Roeren, nippen, genieten. De dag glijdt van me af. En soms, als de goesting me overvalt, wijk ik lichtjes af van het origineel en komt er een Negrappa op tafel: een kruidige knipoog met grappa in plaats van gin.

Beneath the Negroni’s deceptively simple recipe lies a history as complex as its flavour.

Achter die drie bescheiden ingrediënten schuilt een verhaal dat zich uitstrekt van de salons van Firenze tot de cocktailbijbels van Londen. Negroni lijkt een eenvoudige cocktail, en in wezen is het dat ook. Tijd om de bitterzoete waarheid achter Italië’s meest geliefde exportproduct te ontrafelen. Geen cowboyverhalen, of toch net wel?

De cowboy, de generaal en de graaf

Zoals dat gaat met grote klassiekers, hangt er rond de oorsprong van de Negroni een fijne waas van mythe en mist. Je weet wel, het soort verhalen dat je na een tweede glas plots met grote overtuiging vertelt. En bij de Negroni heb je dan nog keuze ook, want die heeft minstens twee mogelijke achtergronden.

De eerste voert ons naar het koloniale Afrika van de 19de eeuw. Daar zou een zekere generaal Pascal Olivier, graaf van Negroni, in 1857 ergens in Senegal een feestelijke cocktail hebben gecreëerd ter gelegenheid van een huwelijk. Een mengeling van vermout en andere drankjes werd er volgens de overlevering door de brave man geserveerd. Klinkt chic, klinkt geloofwaardig, ware het niet dat Campari pas in 1860 op de markt kwam. Daardoor kan dit verhaal onmogelijk over een Negroni gaan zoals die later bekend werd.

De tweede versie is nog net iets filmischer. Denk aan cowboylaarzen, stofwolken en een saloondeur die klappert in de aanhoudende wind. Daar zou, naar verluidt, een Amerikaanse cowboy genaamd Negroni op een dag een bar zijn binnengestapt, zijn Americano te zwak bevonden hebben en kordaat om gin gevraagd hebben. Een goed verhaal voor wie al wat verder gevorderd is dan twee Negroni’s en het hele tafereel moeiteloos voor zich ziet, met net dat tikkeltje meer verbeelding dan historische basis.

Leuk? Absoluut. Waarheidsgetrouw? Niet bepaald.

De oorsprong van de Negroni ligt veel dichter bij huis. Namelijk in Toscane, in Firenze. Daar begint het meest geloofwaardige hoofdstuk van deze cocktailgeschiedenis.

Florence, 1919: het jaar en de plaats waar de Negroni werd geboren

Na de Eerste Wereldoorlog herleefde Florence. De cafés vulden zich opnieuw met schrijvers, dromers, aristocraten en oude gewoontes die langzaam weer hun plaats innamen aan de toog. Eén van die cafés was Caffè Casoni, gelegen aan de Via de’ Tornabuoni, waar een zekere graaf Camillo Negroni graag zijn vaste plek aan de bar innam.

Camillo, geboren in 1868, was van nobele afkomst en had zijn deel van de wereld al gezien. Hij leefde een tijd in de Verenigde Staten als cowboy, gokker en bon vivant, en keerde uiteindelijk terug naar Italië met een voorkeur voor stevigere drank dan het destijds populaire brouwsel van vermouth, Campari en soda: de Americano.

Volgens de overlevering vroeg hij op een avond aan zijn barman, Fosco Scarselli, om zijn Americano “wat kracht bij te zetten”. De soda verdween uit het glas, gin kwam ervoor in de plaats. En om het nieuwe drankje visueel te onderscheiden, voegde Scarselli een schijfje sinaasappel toe in plaats van het klassieke citroentje.

Het resultaat sprak aan. Andere klanten vroegen al snel om “quello del Negroni“. De naam bleef hangen. En de cocktail ook. Is er een bonnetje uit 1919 dat dit allemaal bevestigt? Nee. Maar alles aan dit verhaal klopt blijkbaar wel: de plaats, de tijd, het personage, en vooral de cocktail zelf.

Van Florentijns recept tot wereldklassieker

De Negroni mag dan geboren zijn in Florence, het idee erachter zweefde al langer door de cocktailwereld. Reeds in 1895 noteerde een Amerikaanse barman in Chicago de Dundorado, een combinatie van Old Tom Gin, Italiaanse vermouth en Calisaya, een bitterlikeur. Niet identiek, maar opvallend verwant.

In 1927 doken in Parijs de Boulevardier (met bourbon in plaats van gin) en de Old Pal (met rye en droge vermouth) op in Barflies and Cocktails van Harry MacElhone. Ook zij bewijzen dat het principe van sterke drank, vermouth en bitter op meerdere plekken tegelijk leefde. De Negroni was dus niet de eerste in zijn soort, maar wél degene die alles perfect samenbracht.

Dat een cocktail met zo’n uitgesproken bitterheid wereldwijd geliefd zou worden, was niet vanzelfsprekend. Maar net die uitgesproken smaak, gecombineerd met eenvoud en evenwicht, maakte van de Negroni een blijver. Een cocktail met ballen én balans, geliefd bij wie het weet te roeren.

De internationale doorbraak kwam geleidelijk:

  • 1929, Frankrijk: een “Campari Mixte” duikt op in een cocktailboek. In alles een Negroni, behalve in naam.
  • 1949, Spanje: voor het eerst wordt de “Negroni-Cocktail” expliciet vermeld.
  • 1955, Verenigd Koninkrijk: de UK Bartenders’ Guild neemt het recept officieel op in haar handleiding. Vanaf dan is de Negroni niet langer een lokaal fenomeen, maar een vast anker in de internationale cocktailwereld.

Van een aangepaste Americano aan een Florentijnse toog naar een wereldwijde klassieker in een tumblerglas. Soms heeft een goed idee gewoon tijd nodig.

Zelf een Negroni maken: recept voor bitter geluk

Er zijn maar weinig rituelen zo bevredigend als het maken van een Negroni. Drie gelijke delen gin, vermouth rosso en een amaro (een bitter) over een groot ijsblok. Roeren tot de kleur diep robijnrood wordt. Dan de finale toets: een zeste van sinaasappel, net boven het glas getwist zodat de oliën zich zacht over het oppervlak verspreiden.

Je hebt nodig:

  • 3 cl gin
  • 3 cl rode vermouth (bijv. Professore Rosso, Essenziale DiBaldo, Cocchi of Antica Formula Carpano)
  • 3 cl amaro (bijv. Lucano, Ramazzotti, Montenegro, Averna)
  • IJsblokjes
  • Sinaasappelschil

Schenk de drie ingrediënten in een tumbler gevuld met ijs. Roer een tiental seconden tot het glas koud aanvoelt. Werk af met een zeste van sinaasappel. Wie begint te shaken, gaat de mist in: een Negroni wordt geroerd, niet geschud.

Moderne twist? Er zijn opties.

Een klassieke Negroni laat weinig ruimte voor discussie, maar dat wil niet zeggen dat er geen speelruimte is. Zelf wijk ik soms graag af van het originele trio. Eén van mijn vaste variaties is de Negrappa waarbij ik de gin vervang door een goede grappa. Het resultaat is robuuster, droger en net iets meer gestoeld op het Italiaanse temperament.

Liever iets winters? Dan is er de Christmas Negroni. Hier krijgt de gin een feestelijke upgrade via een kruidige snaps of een infusie met specerijen. Denk aan steranijs, kaneel of kruidnagel. Ideaal bij een haardvuur, en verrassend door zijn uitgesproken smaken.

En wie zijn espresso liever in cocktailvorm krijgt: de Coffee Negroni is een serieuze kandidaat. Een koffielikeur of een heldere koffiespirit neemt de plaats in van de gin en voegt een diep geroosterde toets toe aan het bitterzoete hart van de Negroni.

Uiteraard bestaan er nog talloze andere manieren om je Negroni een twist te geven. Of we al die drankjes nog met de naam Negroni mogen aanspreken, is een ander verhaal.

De laatste roerbeweging

Als afsluiter geef ik graag nog enkele persoonlijke tips mee voor de zoektocht naar een perfecte Negroni. Ga op zoek naar een vermouth die je op zich ook kan bekoren, eentje die nét iets meer diepte brengt. Hetzelfde met de amaro. De wereld van de amaro’s is zo rijk en divers en de smaken zijn enorm verscheiden. Ga voor een amaro die het bitter strak houdt, en tegelijk een kruidige gloed achterlaat. De zoektocht naar een perfecte Negroni is minstens zo plezierig als het drinken zelf.

Eenmaal je jouw favoriete combinatie hebt gevonden, kan je thuis uitpakken. Vul een grote karaf of afsluitbare fles van 3 of 5 liter, klaar om te serveren. Hij zal niet alleen een handig voorraadje zijn, maar ook een visueel pronkstuk in je cocktailkast. Die robijnrode kleur, met enkele gedroogde sinaasappelschijfjes erin, trekt meteen de aandacht. Geloof me, vrienden of gasten zullen niet ongevoelig blijven voor de charme van zo’n imposante, gevulde karaf.

Toch blijft het opletten. Een Negroni is geen lichtgewicht. Het is een stevig drankje, met stijl. Eén glas is perfect, twee kunnen nog net, drie… is misschien het moment waarop je begint te geloven in cowboys die cocktails uitvonden.

Zondagse reeks Lambrusco – Van wilde wijnstok tot klassieker

Een tijdreis door het verleden van Lambrusco is niet alleen boeiend, maar ook verrassend leerrijk. Je stuit op het ontstaan van de wijnstok die we vandaag vanzelfsprekend vinden: de overgang van de wilde wijnstok (Vitis vinifera silvestris) naar de gecultiveerde wijnstok die onze wijngaarden vormt. Begrippen als domesticatie en piantata lijken op het eerste gezicht bijkomstig, maar ze blijken cruciaal. Niet alleen voor het verhaal van Lambrusco, ook voor dat van de moderne wijnbouw.

Ook voor mij was dit een ontdekking, want het is niet het eerste waar je aan denkt bij Lambrusco. Veel mensen kennen hem vooral als zoet en eenvoudig, soms bijna frisdrankachtig, terwijl het in werkelijkheid een grote druivenfamilie is met meerdere gezichten, meestal sprankelend en uitzonderlijk ook stil. Wat je wél meteen voelt, is dat Lambrusco een wijn is met een eigen temperament. Niet alleen door die levendigheid, maar vooral door de combinatie van hoge frisheid, levendige zuren en een directe, soms pittige energie. In de beste versies is die energie geen truc, maar een handtekening: Lambrusco smaakt jong, helder en doelbewust levend.

Die levendigheid is vandaag meestal geen toeval. Vaak steunt ze op een bewust gestuurde hergisting die koolzuur vasthoudt en het fruit optilt. Dat kan strak gecontroleerd (metodo Martinotti in tank, of metodo classico op fles), of losser in de fles zoals bij metodo ancestrale of col fondo. Net daarin schuilt de paradox: Lambrusco is toegankelijk en onmiddellijk, maar hij vraagt beheersing om frisheid, structuur en stabiliteit samen te laten vallen.

Lambrusco wordt soms omschreven als mogelijk een van de oudste nog levende cultivars van Italië, ontstaan uit een lokale wilde wijnstok en uitgegroeid tot een grote druivenfamilie. Wie Lambrusco wil begrijpen, moet dus terug naar het begin: naar de wilde plant waaruit hij vertrekt, en naar de eeuwenlange weg waarop die plant langzaam een klassieker werd.

Van wilde rank naar wijngaard: domesticatie als sleutel

Lang vóór Lambrusco een naam werd, groeiden langs waterlopen en bosranden van de Povlakte wilde wijnstokken. Je ziet ze niet als keurige rijen, maar als ranken die hun weg zoeken, klimmen, licht vangen, verdwijnen en weer opduiken. Die wilde wijnstok, Vitis vinifera silvestris, spreekt tot de verbeelding, maar ze draagt ook een nuchtere beperking in zich. Veel wilde wijnstokken zijn tweehuizig: er bestaan mannelijke en vrouwelijke planten. Zonder de juiste buur en zonder bestuiving, geen druiven. Dat detail lijkt klein, maar het bepaalt mee waarom de stap van wild naar wijngaard ooit nodig werd.

Wie van zo’n plant wil leven, leert al snel dat je keuzes moet maken, en vooral dat je die keuzes moet kunnen bewaren. Domesticatie begint bij iets heel concreets: je schuift op van een wijnstok die vaak een buur nodig heeft om druiven te zetten, naar stokken die jaar na jaar betrouwbaarder dragen, ook als ze niet toevallig naast de juiste buur staan. Daarom begin je met de beste planten niet telkens opnieuw uit zaad, maar je zet ze voort via stekken (of afleggen), zodat dezelfde eigenschappen terugkeren in de volgende aanplant. Zo groeien door de tijd heen lokale varianten uit tot iets herkenbaars, steeds dichter bij wat we vandaag een cultivar noemen. Een vast type dat je telkens opnieuw kunt aanplanten.

In theorie kiest de wijngaard voor voorspelbaarheid, en verdwijnt het wilde naar de rand. Maar in de Povlakte liep dat anders. Omdat langs perceelsranden en waterlopen wilde stokken bleven opduiken, werd er op verschillende plekken geselecteerd en verder gezet. Elke boer nam als het ware zijn “beste” stok mee, en doordat die via stekken werd bewaard, werden lokale keuzes blijvende types.

In Emilia bleef die overgang daardoor minder strak afgelijnd, en precies daarom werd Lambrusco geen enkelvoudige druif, maar een familie van rassen met verschillende accenten. Bij sommige types speelt die oude biologie bovendien nog mee in de wijngaard: vruchtzetting is niet altijd vanzelfsprekend en kan zonder geschikte bestuiving beperkt of onregelmatig zijn. Lambrusco di Sorbara is daarvan het bekendste voorbeeld. Hij heeft functioneel vrouwelijke bloemen, waardoor hij een bestuiver nodig heeft en daarom vaak naast een ras als Lambrusco Salamino wordt aangeplant. Precies die combinatie van familievariatie en een wilde erfenis helpt verklaren waarom Lambrusco vandaag tegelijk herkenbaar en zo divers is.

Labrusca en piantata: van wilde groei naar geleid systeem

Vandaag is het vanzelfsprekend dat “Lambrusco” op het etiket staat. In de Romeinse tijd circuleerde in de Povlakte een ander woord voor dit type wijnstok: labrusca (later ook lambrusca). Dat was geen rasnaam, maar een herkenningswoord voor stokken die men als wild of halfwild zag, én tegelijk een streekwoord dat hoorde bij dit landschap.

Die labrusca riep ook een bepaald gedrag op. Het waren ranken die in het bos hun weg zochten, zich vastgrepen aan bomen en omhoog klommen naar licht en lucht. Zodra je zulke stokken naar de wijngaard haalt, moet je ze dus begeleiden zonder hun natuur te breken. Zo ontstaat een geleidingsvorm waarbij de wijnstok opnieuw mag klimmen, maar nu in dienst van de oogst: ranken die men langs bomen leidt, vaak langs iepen of andere steunbomen, boven het vochtige, vlakke land. Later krijgt dat systeem de naam piantata. Het maakt wijnbouw zichtbaar in het landbouwweefsel zelf: de wijnstok bovenaan, het werk op het land eronder.

Wanneer Rome wegen, steden en markten sterker met elkaar verbindt, wordt die lokale praktijk niet kleiner maar steviger. Het woord labrusca blijft rondzingen, het systeem blijft bruikbaar, en de wijnstok krijgt een vaste plek in een regio die haar landbouw steeds opnieuw organiseert. Niet omdat “Lambrusco” toen al een moderne wijn was, wel omdat hier de bedding wordt gelegd waarin een plaatselijke wijnstokfamilie kan blijven bestaan.

1670: Lambrusco wordt een naam

In de eeuwen na de oudheid wordt het stiller in de bronnen over wijnbouw in de Povlakte. Niet omdat de wijnstok verdwijnt, maar omdat het verhaal zich vooral afspeelt op het erf en in het dorp: kleinschalig en lokaal. Wijnbouw blijft bestaan waar hij praktisch blijft, dichtbij woonkernen en op percelen die men kan beheren.

Die stilte op papier heeft wel gevolgen voor de manier waarop wijnbouw wordt gedragen. Boomgeleiding en open veldsystemen vragen ruimte en organisatie. In onzekere tijden krimpt dat vanzelf, om later, wanneer het leven en het land weer stabieler worden, opnieuw op te duiken. Wat wél herkenbaar blijft, is het profiel van de lokale wijn: in beschrijvingen uit de omgeving Parma–Modena duiken wijnen op die geurig zijn en soms zelfs “schuimen”.

Het beslissende moment komt in 1670. Dan verschijnt “Lambrusco” expliciet als naam voor wijn in een lijst bestemd voor de kelder van kardinaal Rinaldo d’Este, een prominent lid van het huis Este. Dat lijkt een detail, maar het is een omslagpunt: vanaf dan is Lambrusco niet langer alleen een streekwoord of een losse aanduiding voor wilde wijnstokken, maar een benoemde wijn die men onderscheidt en noteert.

Lambrusco in de 18e en 19e eeuw: de weg naar een herkenbaar profiel

In de 18e eeuw bereikt de piantata in Emilia haar hoogtepunt, een landschap van wijnstokken die langs bomen omhoog klimmen en de streek jaar na jaar van druiven voorzien. Lambrusco hoort bij dat dagelijkse ritme. De wijn is er overvloedig en vanzelfsprekend, maar precies daardoor ook grillig: rijping en opbrengst verschillen sterk per plek en per jaar. Zolang Lambrusco vooral lokaal wordt gedronken, is dat geen bezwaar. Zodra een markt regelmaat begint te verwachten, wordt het wél een probleem.

In de 19e eeuw wordt die druk tastbaar. Schimmelziekten zoals oidium en later peronospora dwingen wijnbouwers om alerter en zorgvuldiger te werken, terwijl handel en transport tegelijk minder ruimte laten voor wisselvalligheid. Wie buiten de eigen omgeving wil verkopen, heeft een wijn nodig die herkenbaar blijft en onderweg standhoudt. In de wijngaard begint men daarom bewuster te kiezen welke Lambrusco-types het best presteren. In de kelder groeit de aandacht voor proper werken en beter bewaren, zodat oxidatie en ongewenste hergisting minder vat krijgen.

Daarmee wordt Lambrusco’s profiel scherper. Je proeft stilaan een duidelijke signatuur: vaak licht abboccato (met een restje zoetheid), geregeld met een prikkelende levendigheid. Botteling met restsuiker wordt steeds vaker ingezet om dat karakter vast te houden. De echte doorbraak, wanneer die sprankel betrouwbaar stuurbaar wordt, komt pas in de 20e eeuw.

20e eeuw: Lambrusco wordt modern en herontdekt zichzelf

De 20e eeuw is het moment waarop Lambrusco een herkenbaar, modern gezicht krijgt. Niet omdat de wijn plots “anders” wordt, wel omdat hij voortaan op grotere schaal en met meer controle wordt gemaakt, bedoeld om ook buiten de eigen streek constant te blijven. Coöperaties en later ook grote bottelaars bundelen volume, kennis en investeringskracht. Wat vroeger versnipperd gebeurde in talloze kleine kelders, wordt professioneler georganiseerd: betere hygiëne, strakkere controle op basiswijn en een betrouwbaarder pad van druif naar fles. Dat maakt Lambrusco consistenter, beter verkoopbaar en vooral makkelijker te herhalen.

De technische sleutel is de autoclave, een drukvaste tank (metodo Martinotti/Charmat). Daarmee wordt hergisting controleerbaar: niet langer afhankelijk van seizoenen, maar gestuurd in drukvaste tanks. Vroeger kon gisting in koude maanden stilvallen terwijl er nog suiker in de wijn zat, om in het voorjaar opnieuw te starten. Als de wijn dan al min of meer afgesloten was, bleef koolzuur deels gevangen en kreeg ze haar parelende karakter. Dat kon prachtig uitpakken, maar het bleef riskant: troebelheid, ontsporende hergisting en instabiliteit lagen altijd op de loer. De autoclave maakt precies dát beheersbaar en legt zo de basis voor Lambrusco als massaal herkenbare, sprankelende wijn.

Net daar ontstaat later de kentering. Het commerciële succes duwt de stijl in veel gevallen richting makkelijk, zoetig en uniform, met een imago dat voor fijnproevers al snel “banaal” werd. Die associatie keert zich tegen Lambrusco: de wijnwereld begint hem niet langer ernstig te nemen, en precies dat zet een tegenrevolutie in gang. Kleinere producenten willen opnieuw tonen wat de druiven en de herkomst kunnen, en zetten zich af tegen het dominante beeld door droger te werken, preciezer te selecteren en meer spanning toe te laten in plaats van alles rond te polijsten.

Techniek wordt daarbij opnieuw een onderscheidingsmiddel, maar nu in een andere richting. Naast de herwaardering van vrijere stijlen zoals metodo ancestrale of col fondo, kiezen sommige producenten expliciet voor tweede gisting op fles, vaak met langere rijping. Dat geeft een ander soort verfijning: niet alleen “sprankel”, maar ook textuur en meer complexiteit. Precies daar groeit de ruimte voor differentiatie: drogere interpretaties, scherpere expressie per cultivar en cuvées die niet op volume maar op karakter mikken.

Parallel loopt een bredere kwaliteitsrevolutie. In de wijngaard verschuift men naar rationelere geleidingssystemen en betere wijngaardzorg, met meer aandacht voor selectie en rijpingscontrole. In de kelder worden inox en temperatuurcontrole standaard, en men leert beter bottelen zonder zuurstofinvloed en zonder dat de sprankel wegloopt. Ook de gisting en hygiëne worden strakker beheerst, waardoor oxidatie, depot en instabiliteit veel minder kans krijgen. Zo wordt Lambrusco frisser, zuiverder en duidelijker gedefinieerd, terwijl net die tegenbeweging het oude imago begint los te weken. De weg van eenvoudige, suikerrijke rode sprankelwijn naar een Lambrusco met ambitie is ingezet; de erkenning volgt, langzaam maar zichtbaar.

Een heldere toekomst in het glas

Als deze tijdreis één ding duidelijk maakt, dan is het dit: Lambrusco is veel meer dan het beeld dat velen ervan meedragen. Achter dat ene woord op het etiket schuilt een uitzonderlijk lange geschiedenis. Wat vandaag in het glas levendig en soms sprankelend aanvoelt, steunt op een ontwikkeling van ongeveer 4.000 jaar waarin een lokale wilde wijnstok stap voor stap werd gekozen, verder gezet en herkenbaar gemaakt.

Die oorsprong verklaart meteen waarom Lambrusco geen enkelvoudige druif is, maar een familie met meerdere cultivars, elk met een eigen toon. En ze verklaart ook een detail dat je zelden proeft maar dat wel mee het verhaal draagt: niet elke Lambrusco is vanzelf vruchtbaar. Lambrusco di Sorbara is het bekendste voorbeeld. Hij is autosteriel en heeft in de wijngaard een bestuiver nodig. Dat soort biologie is precies het bewijs dat die wilde erfenis nooit helemaal is gladgestreken.

Voor mij maakt dat het slotbeeld helder. Lambrusco werd een klassieker niet door zijn wilde kant te verliezen, maar door haar te leren sturen. Eerst in de wijngaard, via selectie en ervaring, later in de kelder, via hergisting en gedurfde keuzes. En precies daarom kan Lambrusco vandaag opnieuw overtuigen: niet als zoet cliché, maar als een wijn met karakter, geschiedenis en een energie die je met open vizier moet ervaren.

Zijn reeds verschenen in deze reeks:

  1. Inleiding – Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago
  2. Wat is Lambrusco? De comeback van een vergeten icoon

Wat is Lambrusco? De comeback van een vergeten icoon

“Volgens Wikipedia is Lambrusco een Italiaanse wijn uit Emilia-Romagna en Lombardije, vernoemd naar de lambruscodruif. Hij bestaat in rood, rosé en wit, in zowel zoetere als drogere stijlen, en is vaak licht mousserend.”

Met die definitie in het achterhoofd starten we onze zondagse Lambrusco-reeks. Aan jullie om na afloop te beslissen of Wikipedia het volledig bij het rechte eind heeft, of dat er nog nuances te ontdekken vallen.

Een reeks wijden aan Lambrusco is misschien gewaagd. Dit is tenslotte een naam die lang opdook in lijstjes van “minst geliefde wijnen”, vaak door zijn zoete, eenvoudige imago. En toch willen we hem opnieuw bekijken. Lambrusco is immers een wijn die de voorbije jaren opvallend vaak opnieuw opduikt bij mensen die beroepshalve veel proeven.

Lambrusco is authentiek Italië in het glas. Een combinatie die prikkelt: meestal rood en bruisend, feestelijk én verrassend doordrinkbaar. De naam roept beelden op van zonnige wijngaarden, lange feestelijke tafels en het moment waarop een fles opengaat en iedereen even opkijkt. Het is een wijn met een zeldzame belofte: tegelijk licht en karaktervol, dorstlessend en toch complexer dan je op het eerste gezicht zou denken.

Een klassieker met een lange adem

Lambrusco heeft al een hele weg afgelegd in de Italiaanse wijngeschiedenis. Al eeuwenlang hoort hij bij het Italiaanse leven, als een bruisende rode wijn die niet bedoeld is om te imponeren, maar om plezier te geven: speels, lichtvoetig en uitnodigend. Het is een wijn die vanzelf op tafel komt, bij eten en gezelschap. Hij houdt het gesprek gaande en maakt gerechten net iets levendiger, alleen al door die frisse prikkel.

Die lange traditie verklaart meteen waarom Lambrusco niet in één vakje past. Lambrusco is geen “één wijn”, maar een familie van druivenvariëteiten die al generaties lang wordt aangeplant, met zijn oorsprong in Italië en vooral in Emilia-Romagna. Dat levert een brede waaier aan expressies op, met één duidelijke gemene deler: Lambrusco brengt sprankel in het glas.

Verderop in de reeks wordt duidelijk hoe groot die variatie kan zijn. Lambrusco kan verschillende gezichten tonen: van strak en verfrissend tot wat ronder en zachter, van droog tot soms een tikje zoeter. En ja, ook de klassieke stijl bestaat nog altijd: wijnen waarin het fruit duidelijk zoet en geconcentreerd is, gemaakt om makkelijk te behagen en vaak in grote volumes.

De herwaardering van vandaag vertrekt net van het andere uitgangspunt. Steeds meer producenten zetten in op droge en halfdroge versies, waarin het fruit jeugdig blijft en de spanning de hoofdrol speelt. Dat verschil proef je meteen, en het verklaart waarom Lambrusco vandaag opnieuw serieus genomen wordt.

De opkomst en het stigma: een wijn van zijn tijd

Buiten Italië kende Lambrusco zijn grote moment in de jaren 1970. Het was een wijn die perfect paste bij de tijdsgeest en bij een jong publiek: bruisend en toegankelijk. Maar net dat succes had een keerzijde. Het zoetere, “bubbly” karakter werd door wijnpuristen al snel weggezet als vrijblijvend. Leuk voor even, maar niet ernstig genoeg om echt mee te tellen.

Wat daarna volgde, is een scenario dat de wijnwereld goed kent: populariteit lokt schaalvergroting uit, en schaalvergroting duwt kwaliteit vaak naar de achtergrond. In de jaren 1980 en 1990 raakten buitenlandse markten overspoeld met flessen die vooral mikten op snelle verkoop. Veel Lambrusco’s werden overdreven zoet, soms zelfs wat artificieel van indruk, met een vlak profiel dat weinig vertelde over wat Lambrusco eigenlijk kan zijn.

“Vergelijk het met wat er in Frankrijk met Beaujolais Nouveau is voorgevallen. Het korte-termijnsucces gaf de regio zoveel zichtbaarheid, maar duwde tegelijk een stijl naar voren die het beeld van Beaujolais jarenlang heeft scheefgetrokken. Zelfs nu, ondanks grote vooruitgang en inspanningen, roept de naam bij velen nog altijd dat oude negatieve beeld op.”

Zo schoof de wijn stilaan van publiekslieveling naar cliché. Consumenten begonnen Lambrusco te associëren met plakkerige zoetheid en eenvoudige etiketten, terwijl intussen de internationale smaak opschoof naar “serieuzere” en meer gestructureerde wijnen. Lambrusco verdween daardoor steeds vaker naar de rand van de wijnkaart. Niet omdat de wijn ophield te bestaan, maar omdat het vertrouwen weg was. En dat is in wijn soms het moeilijkst terug te winnen.

De revival: hoe Lambrusco opnieuw “cool” werd

Het reputatieverlies van Lambrusco speelde vooral buiten Italië. In zijn thuisregio bleef hij gewoon deel van het dagelijkse leven: een wijn die je openmaakt bij eten, zonder veel poeha. Niet omdat hij “status” moet uitstralen, maar omdat hij doet wat hij moet doen aan tafel. Een wijn die past bij het ritme van het leven in Italië.

Net dat helpt om zijn comeback te begrijpen. Lambrusco wordt vandaag opnieuw bekeken vanuit zijn bedoeling: toegankelijk, makkelijk drinkbaar en gemaakt om bij eten te schenken. Dat sluit aan bij hoe veel mensen nu wijn kiezen. Minder zwaar, minder nadruk op kracht of hout, meer focus op drinkplezier en inzetbaarheid aan tafel.

Die heropleving gaat ook samen met een nieuwe generatie wijnmakers, en met gevestigde namen die hun stijl bewuster zijn gaan sturen. De focus verschuift weg van “zoet en bruisend” als standaardbeeld, richting een breder aanbod waarbij kwaliteit en aanpak opnieuw belangrijk worden. Bij sommige producenten zie je meer aandacht voor de manier waarop de bubbels worden gemaakt, met stijlen die fijner en verfijnder aanvoelen dan de klassieke frizzante-versies.

Ook de omgeving veranderde mee. Wijnbars en restaurants zetten Lambrusco vaker op de kaart omdat hij praktisch is: hij combineert makkelijk met allerlei gerechten. Dankzij zijn eigenschappen komt hij bijzonder goed tot zijn recht bij vettere of zoutere bereidingen. Het is geen toeval dat hij net in Emilia-Romagna, de gastronomische buik van Italië, altijd is blijven scoren. Daar hoort Lambrusco gewoon bij een tafel waar smaak en eten centraal staan. En omdat de Italiaanse keuken wereldwijd zo populair is, volgt de wijn mee: Lambrusco duikt opnieuw op in restaurants en wijnbars buiten Italië, dit keer met een positievere context.

Hoe drink je Lambrusco zoals hij bedoeld is?

Lambrusco drink je het best met één simpele gedachte: behandel hem niet als een klassieke rode wijn. Hij is gemaakt om aan tafel te staan. Twee principes volstaan om hem juist te benaderen.

Ten eerste is hij op zijn sterkst wanneer hij mag doen waarvoor hij bedoeld is: eten ondersteunen, smaken opfrissen en een maaltijd vlot laten doorlopen. Dankzij zijn zuren en zijn lichte sprankel werkt hij opvallend goed bij gerechten met wat meer vet, zout of umami. Daarom voelt Lambrusco zich zo thuis in een keuken waar gulheid en smaak centraal staan, en daarom past hij ook zo goed bij hoe we vandaag vaak eten: delen, verschillende schotels op tafel, informele momenten met veel smaak.

Ten tweede: serveer hem licht gekoeld. Dat bepaalt hoe je hem ervaart. Koeler geserveerd komt Lambrusco strakker over: de zuren vallen duidelijker op, het fruit blijft fris en de sprankel oogt verfijnder. Serveer je hem te warm, dan verliest hij net die levendigheid die hem zo geschikt maakt aan tafel.

En nog één praktische tip die je vanzelf ontdekt: Lambrusco werkt het best in gezelschap. Niet omdat het romantisch klinkt, maar omdat het simpelweg een wijn is die gemaakt is om te schenken, door te geven en opnieuw bij te vullen. Daar komt hij het best tot zijn recht.

Een vergeten icoon, eindelijk juist begrepen?

Lambrusco’s comeback lijkt op het eerste gezicht eenvoudig: een wijn die te lang werd afgerekend op zijn zwakste exportversies, krijgt opnieuw aandacht voor wat hij óók kan zijn. Veel droger, preciezer, met meer aandacht in wijngaard en kelder. Het is een herwaardering die voortkomt uit betere flessen, betere keuzes en een publiek dat opnieuw bereid is te proeven zonder het oude beeld als uitgangspunt te nemen.

Maar de titel verdient ook een kritische noot. Is Lambrusco “eindelijk juist begrepen”? Door sommeliers, wijnbars en een groeiende groep liefhebbers misschien wel. Buiten die kring is het verhaal minder eenduidig. De klassieke, zoete en vaak eenvoudige stijl bestaat nog altijd, en wordt nog steeds ruim geproduceerd. Voor veel consumenten is dát nog steeds het referentiepunt. De reputatie schuift dus wel, maar ze is niet overal gekanteld. Wie “Lambrusco” zegt, zegt nog niet automatisch “kwaliteit”. Je moet nog altijd weten wat je koopt, en van wie.

Toch is er reden om optimistisch te zijn. Consumenten worden nieuwsgieriger en producenten leggen de lat hoger. Dat helpt Lambrusco, omdat zijn sterkste versie niet gebouwd is op suiker of effect, maar op balans en bruikbaarheid aan tafel.

Dus ja, Lambrusco wordt opnieuw ontdekt. Alleen is het werk nog niet af. Misschien is dat ook precies de juiste conclusie voor dit openingsartikel: Lambrusco is terug, maar of hij “eindelijk juist begrepen” is, hangt af van welke fles je opent.

Volgende week kijken we terug: van wilde wijnstok tot klassieker, en hoe Lambrusco zich van Romeinse tijden tot vandaag ontwikkelde tot één van Italië’s oudste wijnfamilies.

Lambrusco op zondag – Tien weken lang schaven aan het imago

🍷 Inleiding – Lambrusco: van verguisd naar verfijnd

Wat is dat toch met Lambrusco de laatste tijd?
Plots hoor je overal nieuwe geluiden over deze ooit zo verguisde wijn. De naam duikt weer op in wijnbars, op kaarten van Italiaanse trattoria’s en zelfs in gesprekken tussen sommeliers. En dat terwijl ik Lambrusco zelf jarenlang heb afgedaan als “pompbakwijn”, de “Coca-Cola onder de Italiaanse bubbels”. Een zoete, roodschuimende wijn die vooral de Amerikaanse fastfoodcultuur bediende. Tot voor kort had ik er geen goed woord voor over.

Tot die ene dag.
Tijdens mijn opleiding tot Italian Wine Ambassador verzorgde Master of Wine Gabriele Gorelli de allereerste masterclass van de cursus. Onderwerp: Lambrusco. Mijn verwachtingsniveau? Lager dan laag.
Maar nog voor Gorelli aan zijn tweede zin toe was, voelde ik mijn houding kantelen. Zijn bevlogenheid, zijn kennis, maar vooral het verhaal achter deze wijn trokken me recht uit mijn scepsis. Lambrusco bleek geen grap, geen relikwie uit de jaren ’80, maar een levende, complexe wijnfamilie met diepe wortels in de Italiaanse geschiedenis.

Wist je dat Lambrusco waarschijnlijk één van de oudste druivenrassen van Italië is, met een oorsprong als wilde wijnstok? En dat er niet één Lambrusco bestaat, maar twaalf verschillende variëteiten. Elk met hun eigen karakter, terroir en stijl? Tijdens de proeverij die volgde, proefde ik geen zoet plakkerig drankje, maar frisse, droge, verfijnde wijnen. Apart en niet alledaags, zeker, maar het contrast met mijn vooroordelen kon niet groter zijn.

Dat moment werkte als een vonk.
Sindsdien werd ik genoeg getriggerd om mezelf ertoe te zetten me te verdiepen in de wijn die ik nooit wist te appreciëren, en eindelijk te begrijpen waarom hij het verdient om herontdekt te worden.

Daarom deze nieuwe zondagse reeks ‘Lambrusco op zondag – tien weken lang schaven aan het imago’: een ontdekkingsreis langs de geschiedenis, druiven, regio’s en smaken van Lambrusco.

🍇 Wat mag je verwachten?

  1. Wat is Lambrusco?
    We trappen af met de comeback van een vergeten icoon. Hoe een wijn die ooit synoniem stond voor zoetigheid en eenvoud vandaag opnieuw respect afdwingt.
  2. Van wilde wijnstok tot klassieker
    De geschiedenis van Lambrusco: van Romeinse tijden tot hedendaagse heropleving. Hoe een wilde druif evolueerde tot één van Italië’s oudste wijnfamilies.
  3. Waar groeit Lambrusco?
    We trekken naar Emilia-Romagna en Mantova, waar de wijn zijn ziel vindt in vruchtbare bodems, zachte heuvels en een uitgesproken eet- en wijncultuur.
  4. Hoe wordt Lambrusco gemaakt?
    Van Charmat tot Classico en Ancestrale: de verschillende vinificatiemethoden die de stijl, structuur en verfijning van Lambrusco bepalen.
  5. De Lambrusco-familie
    Een fascinerende stamboom van twaalf belangrijke variëteiten — met een hoofdrol voor Sorbara, Salamino en Grasparossa.
  6. Sorbara & Lambrusco di Sorbara DOC
    De elegante, florale expressie van Lambrusco. Licht, levendig en verrassend verfijnd.
  7. Salamino & Lambrusco Salamino di Santa Croce DOC
    De fruitige, evenwichtige middenstijl: soepel, charmant en veelzijdig aan tafel.
  8. Grasparossa & Lambrusco Grasparossa di Castelvetro DOC
    De krachtigste van het trio: donker, intens en vol karakter.
  9. Meer dan de grote drie
    We ontdekken de overige appellaties, van Reggiano tot Modena, die het brede smaakpalet van Lambrusco vervolledigen.
  10. Lambrusco aan tafel
    Waarom Lambrusco zo’n uitzonderlijke gastronomische begeleider is — en hoe hij gerechten tot leven brengt.
  11. Bonus: Masterclass Lambrusco
    Een afsluitende proefsessie met 8 tot 10 wijnen, waarin we alles samenbrengen wat we onderweg hebben geleerd.

Deze reeks is er voor nieuwsgierige wijnliefhebbers, ontdekkers en fijnproevers die hun blik willen verruimen. Elke zondag schenken we je een nieuw hoofdstuk over Lambrusco: boeiend, verdiepend en vooral verfrissend anders.
Tijd om deze sprankelende Italiaan opnieuw op het schavot te plaatsen, en hem te proeven zoals hij echt bedoeld is.

Casauria DOCG, a New Milestone for Abruzzo

Although 11 November is not a public holiday in Italy, as it is in Belgium, the date will undoubtedly be celebrated with extra enthusiasm in Abruzzo from now on. Who knows, perhaps the traditional panarda feast will one day be moved to that moment. On 11 November, Casauria received official confirmation that it would step out from under the broad umbrella of Montepulciano d’Abruzzo DOC, its former parent appellation, and begin life as a fully independent DOCG. The European Union placed its final seal of approval on the decision, and for anyone with a soft spot for Abruzzo, this is far more than a footnote. It is a well-earned recognition for a region that has pushed itself upward with quiet determination and hard work. With this new designation, Abruzzo now counts three DOCG areas.

Where It All Began

Abruzzo has a habit of elevating its lesser-known corners to DOCG status. Tullum, granted the designation only a few years ago, was already a surprise, and Casauria builds on that momentum. Let’s be honest: aside from a handful of Italy enthusiasts, few wine lovers could confidently point to Casauria on a map. And yet, the area has everything required to justify a DOCG in its own right.

Casauria takes its name from the Abbey of San Clemente a Casauria, a Romanesque complex founded in the ninth century in the valley of the Pescara River. Historical sources suggest that the name may derive from Casa Aurea, the “golden house”, in reference to the exceptional fertility of the surrounding soils. That fertility is no coincidence. Wine has been part of this landscape for centuries. Ancient rock-hewn pressing basins such as the Palmenti di Pietranico, alongside the historical influence of the Benedictines, testify to a deeply rooted and continuous winemaking tradition.

Today, the DOCG spans several municipalities in the province of Pescara, situated on hills and plateaus between two hundred and six hundred metres above sea level. The climate is mild and sunny, with warm summers and pronounced diurnal temperature shifts. These variations are essential for Montepulciano, enabling full ripening while preserving natural freshness. Altitude, airflow, and sunlight provide the grape with a balance seldom achieved in lower-lying sites across the region.

A Disciplinare That Clearly Prioritises Quality

The disciplinare for Casauria leaves no room for ambiguity. It outlines a precise stylistic profile and a firm commitment to quality.

Key provisions at a glance:
• Red wines only, made from one hundred percent Montepulciano
• Minimum alcohol of thirteen percent, and thirteen-and-a-half for Riserva
• Mandatory ageing of eighteen months, or twenty-four for Riserva, counted from 1 November following the harvest; oak is optional, not required
• Maximum yield of nine thousand kilograms of grapes per hectare and sixty-three hectolitres of wine per hectare
• Minimum planting density of three thousand five hundred vines per hectare, or three thousand two hundred for pergola-trained vineyards
• Vinification, ageing, and bottling must take place within the designated area to guarantee traceability and quality

Even transport is regulated. Bottling outside the zone is prohibited because shifts in temperature, oxidation, or microbiological instability can compromise the wine once it leaves its place of origin. The message is unambiguous: a bottle of Casauria DOCG must be a product of the zone from beginning to end.

How Does Casauria DOCG Taste?

Curious what Casauria DOCG delivers in the glass? Expect a deep ruby colour with youthful purple reflections. The nose shows ripe red fruit layered with subtle spice. As the wine evolves, or when aged in oak, warmer and more complex aromas emerge, while the fruit retains its clarity.

On the palate, the wine is full-bodied and flavourful, with fine-grained yet clearly present tannin. The interplay of altitude, abundant sunshine, and wide day-night temperature swings contributes to natural balance. These conditions give Montepulciano both ripeness and tension, resulting in wines with depth, length, and a distinct sense of place.

Casauria offers immediate pleasure in youth yet possesses the structure to age gracefully. It is a more finely etched expression of Montepulciano, typical of the higher elevations around Pescara, marked by concentration, vibrancy, and refinement.

Why This Is Not Really a Surprise

The announcement may seem unexpected to the broader world, but within Abruzzo, and among more specialised wine circles, the region’s rise has been unmistakable. Abruzzo has largely shed its former association with simple, inexpensive bulk wines and now demonstrates convincingly that its hillsides and higher-altitude vineyards are ideally suited to producing quality wine. In an era shaped by climate change, these elevations offer welcome resilience and freshness.

Montepulciano has been the subject of extensive study in recent decades. The variety has sharpened its identity and shows remarkable sensitivity to terroir and microclimate. The selection of local clones such as VCR 456, the so-called Casauria biotype, highlights the purposeful work growers have undertaken to refine their wines. The result is a distinctive style with concentration, precision, and aromatic complexity that stands apart from other expressions of Montepulciano.

Casauria DOCG is therefore much more than a new name on the map. It signals Abruzzo’s intent to demonstrate its full potential. The region has every necessary asset: high-elevation vineyards, a defined microclimate, and producers who refuse to accept mediocrity and instead aim for genuine distinction.

For wine lovers, this is an invitation to rediscover Montepulciano in a purer, more precisely articulated form. Not mass-produced, but crafted with ambition and care.

Casauria DOCG Is Ready for Its Debut

With this recognition, Italy now counts seventy-nine DOCG areas. Expectations are high, yet the region remains grounded. The potential is significant and the disciplinare is crystal clear. Casauria DOCG has every opportunity to become a benchmark within Abruzzo.

The first bottles bearing the new designation are unlikely to appear before 2028. Each wine must age for at least eighteen months, starting from 1 November following the harvest. Since producers can only begin DOCG production with the 2026 vintage, the earliest release for standard Casauria DOCG is mid-2028. Riserva wines will follow later, toward the end of 2028. Patience will be required, but anticipation will only grow.

A personal note to close: a few months ago, during an interview for the Italian Wine Podcast, I asked Professor Attilio Scienza which regions he believed were closest to earning DOCG status. My suggestions were Cirò Riserva and Casauria. Both have now become reality. And DOCG number eighty? Most observers think it’s just a matter of time. Etna is waiting, patiently or otherwise, for the volcano to give its next signal.

Casauria DOCG, een nieuwe mijlpaal voor Abruzzo

Hoewel elf november geen feestdag is in Italië, zoals in België, zal die datum voortaan ongetwijfeld met extra glans gevierd worden in Abruzzo. Wie weet verschuift la panarda ooit nog naar die dag want Casauria kreeg precies op elf november de officiële bevestiging dat het zich als voormalige subzone van de Montepulciano d’Abruzzo DOC losmaakt uit de brede appellatie en voortaan als zelfstandige DOCG erkend wordt. De Europese Unie zette er haar definitieve stempel op en voor iedereen die Abruzzo een warm hart toedraagt is dit veel meer dan een voetnoot. Het is een bekroning voor een streek die zich al jaren met stille overtuiging en hard werk naar de top heeft gewerkt. Met deze nieuwe benoeming telt Abruzzo nu drie DOCG gebieden.

Waar het allemaal begon

Abruzzo heeft er een handje van weg om zijn nieuwe DOCG gebieden niet uit de meest bekende hoek te kiezen. Tullum, enkele jaren geleden benoemd tot DOCG, was al een verrassing en Casauria doet daar nu nog een schep bovenop. Want laat ons eerlijk zijn, buiten een handvol Italië-adepten is er nauwelijks iemand die dit gebied spontaan op de kaart kan aanduiden. En toch heeft het alles in huis om een volwaardige DOCG te dragen.

Casauria ontleent zijn naam aan de abdij San Clemente a Casauria, een Romaanse site uit de negende eeuw in de vallei van de rivier de Pescara. Volgens historische bronnen zou de benaming teruggaan op Casa Aurea, het gouden huis, een verwijzing naar de uitzonderlijke vruchtbaarheid van de gronden rond de abdij. Die vruchtbaarheid is geen detail want wijn maakt hier al eeuwen deel uit van het landschap. Sporen zoals de Palmenti di Pietranico en de latere rol van de Benedictijnen vertellen een verhaal van continuïteit dat diep in de regio verankerd zit.

De nieuwe DOCG strekt zich vandaag uit over een reeks gemeenten in de provincie Pescara, op heuvels en plateaus tussen tweehonderd en zeshonderd meter hoogte. Het klimaat is mild maar zonnig, met warme zomers en uitgesproken temperatuurverschillen tussen dag en nacht. Precies die verschillen zijn cruciaal voor Montepulciano, dat rijp fruit ontwikkelt zonder aan spanning te verliezen. Het resultaat is een druif die zich dankzij hoogte, wind en licht beter kan ontplooien dan in veel lager gelegen delen van de regio.

Een disciplinare die duidelijk kiest voor kwaliteit

De nieuwe disciplinare omschrijft scherp en zonder omwegen welke stijl en kwaliteitsambitie Casauria nastreeft. Het gebied kiest resoluut voor een duidelijke identiteit en voor streng bewaakte standaarden.

De belangrijkste bepalingen in vogelvlucht:
• De wijnen zijn rood en gemaakt van honderd procent Montepulciano
• De minimale alcoholsterkte bedraagt dertien procent, voor Riserva dertien en een half
• De verplichte rijping bedraagt achttien maanden, voor Riserva vierentwintig maanden, te rekenen vanaf één november na de oogst. Houtrijping is toegestaan maar niet verplicht
• De maximale opbrengst bedraagt negen duizend kilo druiven per hectare en drieënzestig hectoliter wijn per hectare
• De plantdichtheid bedraagt minstens drie duizend vijfhonderd stokken per hectare, voor wijngaarden in pergola is dit drie duizend tweehonderd
• Productie, rijping en botteling moeten binnen de zone plaatsvinden zodat herkomst en kwaliteit volledig controleerbaar blijven

Zelfs het transport kent grenzen. Bottelen buiten het gebied is uitgesloten omdat temperatuurwisselingen, oxidatie en microbiologische schade de wijn kunnen aantasten zodra hij buiten zijn oorsprongsgebied wordt verwerkt. De boodschap is duidelijk. Een fles Casauria DOCG moet van eerste tot laatste stap een product van de zone zelf blijven.

Hoe smaakt Casauria DOCG

Ben je benieuwd naar de wijnen van Casauria DOCG? We geven je graag een idee van wat je in het glas kan verwachten. De wijn oogt alvast diep robijnrood met jeugdige paarse schakeringen. In de neus vind je rijp rood fruit aangevuld met een subtiele kruidigheid. Naarmate de wijn rijpt of tijd in hout doorbrengt, ontwikkelen zich warmere en complexere aroma’s zonder dat het fruit aan helderheid verliest.

In de mond herken je een wijn met een volle structuur en een smakelijk profiel. De tannine is aanwezig maar fijn. De combinatie van hoogte, zon en uitgesproken temperatuurverschillen tussen dag en nacht zorgt doorgaans voor een evenwichtige spanning. Die omstandigheden geven de Montepulciano druif zowel rijpheid als frisheid, wat resulteert in wijnen met body, lengte en een duidelijke identiteit.

Casauria biedt daardoor zowel drinkplezier in zijn jeugd als potentieel voor flesrijping. Het is een strakker omlijnde interpretatie van Montepulciano, typisch voor de hoger gelegen zones van Pescara en herkenbaar door zijn concentratie en verfijning.

Waarom dit eigenlijk geen verrassing is

Misschien komt de erkenning voor de buitenwereld onverwacht maar binnen Abruzzo én in de intiemere wijnkringen groeit het vertrouwen al jaren. De regio heeft het juk van eenvoudige, banale goedkope bulkwijnen grotendeels achter zich gelaten en bewijst steeds nadrukkelijker dat haar heuvels en hoger gelegen wijngaarden uitstekend geschikt zijn voor kwaliteitswijnbouw. In een tijd waarin klimaatopwarming steeds meer meespeelt, bieden die hoogtes bovendien extra stabiliteit en frisheid.

Met Montepulciano is de voorbije decennia veel onderzoek verricht. De druif heeft in de moderne tijd zijn identiteit aangescherpt en toont zich bijzonder gevoelig voor terroir en microklimaat. De selectie van lokale klonen zoals VCR 456, het Casauria biotype, illustreert hoe doelgericht producenten werken aan verfijning. Het resultaat is een stijl die duidelijk verschilt van andere wijnen op basis van dezelfde druif, met een herkenbare combinatie van concentratie, spanning en aromatische precisie.

Casauria DOCG is dus niet zomaar een nieuwe naam op de kaart. Het is een duidelijk signaal dat Abruzzo zijn potentieel wil tonen. De regio beschikt over alle voorwaarden: hooggelegen wijngaarden, een eigen microklimaat en producenten die zich niet tevreden stellen met middelmaat maar bewust kiezen voor onderscheid.

Voor wijnliefhebbers is dit vooral een uitnodiging om Montepulciano opnieuw te ontdekken in een zuiverder en strakker gedefinieerde vorm. Geen massaproductie maar een gebied dat met overtuiging kiest voor ambitie en precisie.

Casauria DOCG is klaar voor zijn debuut

Met deze benoeming staat de teller in Italië inmiddels op negenenzeventig DOCG gebieden. De verwachtingen zijn hoog maar de regio blijft tegelijk nuchter. Het potentieel is groot en de disciplinare is helder. Alles wijst erop dat Casauria DOCG kan uitgroeien tot een vaste waarde binnen Abruzzo.

De eerste flessen met het nieuwe label zullen vermoedelijk pas vanaf 2028 in de rekken verschijnen. Elke wijn moet immers minstens achttien maanden rijpen, te starten op één november van het oogstjaar. Aangezien producenten pas vanaf oogst 2026 officieel als DOCG kunnen werken, komen de eerste Casauria DOCG-flessen ten vroegste midden 2028 op de markt. Voor Riserva wordt dat zelfs einde 2028. Het wordt dus nog even wachten maar de nieuwsgierigheid zal er alleen maar groter door worden.

En dan nog iets persoonlijks. Enkele maanden geleden vroeg ik voor de Italian Wine Podcast aan professor Attilio Scienza welke wijngebieden volgens hem het dichtst bij een DOCG-status stonden. Mijn suggesties? Cirò Riserva en Casauria. Beide voorspellingen zijn ondertussen werkelijkheid geworden. Nummer tachtig lijkt voor velen een kwestie van tijd. Etna wacht (on)geduldig… tot de vulkaan weer een seintje geeft.

Pomodolce Diletto Dethona Timorasso in Knack Weekend!

Important Update: Etna on the Brink of DOCG Status

Although I had promised myself a short break from writing due to the end-of-year rush, this news is simply too important to let slip by unnoticed.
Etna is about to make history. The iconic volcano, for decades the cradle of some of Italy’s most distinctive wines, is preparing for a symbolic and strategic promotion: the transition from Etna DOC to Etna DOCG, the highest level of recognition within Italy’s wine classification system.
If all goes according to plan, the new status could already take effect with the 2026 harvest.

The announcement came during the conference “Opportunità e strumenti per la crescita del sistema Etna Wine” in Catania, where Patrizio D’Andrea, Deputy Chief of Staff at the Ministry of Agriculture (MASAF), provided an update on the process. “If the ministry receives the signatures before December, it’s a difficult but not unattainable goal,” he said — a statement that injected fresh momentum into the entire Etna wine community.

One Hundred Signatures and Only a Few Days Left

To complete the transition to DOCG, at least 51% of producers — collectively representing 51% of the vineyard area — must officially confirm their support. Only one hundred signatures now separate Etna from that goal, but the coming days will be decisive.

That final step depends largely on the small-scale growers. In just ten years, their number has nearly doubled, from 203 in 2013 to 474 in 2024. The region has evolved into a mosaic of micro-productions, with hundreds of family-run estates tending their own patch of the volcano. Their participation is crucial to ensure that the application reaches the ministry in time.

According to Marco Nicolosi, board member of the Consorzio di Tutela Etna DOC, this is where the key lies: “We already have the minimum vineyard surface required to apply for DOCG, but the small producers are essential to build the necessary consensus. They embody the identity of this territory. Our goal is to inform them, involve them, and submit all documentation to the ministry before the end of the year.”

The Power of Numbers and Vision

The Consorzio Etna DOC currently counts 230 members, accounting for 95% of all bottled wine and more than 80% of the total vineyard area. Together, they produce around 5.8 million bottles annually. Of those 230 members, fifty are exclusively grape growers, 180 are bottlers (half of them bottling for third parties), and ninety both produce and bottle their own grapes.

In 2024, Etna reached a record 1,347 hectares of DOC vineyards — a sign of the remarkable vitality of the area. This growth reflects a shared ambition to progress not only in quantity but above all in quality. The move to DOCG fits seamlessly into that vision.

A Quality Label with Impact

The DOCG designation will bring stricter controls on both production and bottling. Each bottle will bear a numbered state seal certifying its origin and authenticity. At the same time, important updates will be introduced to the production code.

For Etna’s sparkling wines, the white Carricante grape will now be permitted alongside Nerello Mascalese, and producers will be allowed to create a Pas Dosé version. For Etna Rosso with a geographical designation (Unità Geografica Aggiuntiva), the maximum yield will be reduced to further refine quality.

In addition, the number of recognized Contrade — currently 133 since 2011 — will increase, as several producers from not-yet-defined areas have requested inclusion. Under the new DOCG regulations, the name of one of the twenty municipalities may also appear as a geographical designation, provided that the grapes come entirely from that area. The boundaries of the Etna appellation itself will remain unchanged.

A Volcano Full of Ambition

For Etna, the promotion to DOCG represents far more than a new label. It marks the culmination of a long journey — a milestone that perfectly captures the balance between tradition and innovation, between small growers and major estates, between local identity and international prestige.

If the final signatures are collected before the end of 2025, Etna DOCG will debut with the 2026 harvest — almost sixty years after the original DOC recognition. A symbolic milestone that confirms Sicily has not only a proud past but also a future that shines, glass by glass, with the power of a volcano.

Etna is ready for its next eruption — now it’s up to the bureaucracy.

Belangrijke update: Etna op de drempel van DOCG-status

Hoewel ik had aangegeven even geen blog meer te schrijven omwille van de eindejaarsdrukte, is dit nieuws te belangrijk om zomaar aan me voorbij te laten gaan.
De Etna staat namelijk op het punt geschiedenis te schrijven. De iconische vulkaan, al decennia de bakermat van enkele van de meest karaktervolle wijnen van Italië, maakt zich op voor een symbolische én strategische promotie: de overgang van Etna DOC naar Etna DOCG, de hoogste erkenning binnen het Italiaanse kwaliteitsstelsel.
Als alles volgens plan verloopt, zou de nieuwe status al met de oogst van 2026 van kracht kunnen worden.

De aankondiging kwam tijdens het congres “Opportunità e strumenti per la crescita del sistema Etna Wine” in Catania, waar Patrizio D’Andrea, vicekabinetshoofd van het Ministerie van Landbouw (MASAF), de stand van zaken toelichtte. “Als het ministerie de handtekeningen vóór december ontvangt, is het een moeilijk, maar niet onhaalbaar doel,” zei hij. Een uitspraak die het tempo binnen de wijnregio in een hogere versnelling bracht.

Honderd handtekeningen en nog enkele dagen

Om de overgang naar DOCG te voltooien, moet minstens 51% van de producenten – samen goed voor 51% van de wijngaardoppervlakte – hun steun officieel bekrachtigen. Nog slechts honderd handtekeningen scheiden de Etna van dat doel, maar de komende dagen zijn cruciaal.

Die laatste stap hangt in grote mate af van de kleine wijnbouwers. In amper tien jaar tijd is hun aantal bijna verdubbeld, van 203 in 2013 tot 474 in 2024. De regio is uitgegroeid tot een mozaïek van microproducties, met honderden familiebedrijven die elk hun eigen stukje vulkaan bewerken. Hun steun is cruciaal om het dossier tijdig bij het ministerie in te dienen.

Volgens Marco Nicolosi, bestuurslid van het Consorzio di Tutela Etna DOC, ligt precies daar de sleutel: “We hebben de minimale oppervlakte om de DOCG aan te vragen, maar de kleine producenten zijn essentieel om het draagvlak te halen. Zij belichamen de identiteit van dit gebied. Ons doel is hen te informeren, te betrekken en alle documenten nog dit jaar bij het ministerie in te dienen.”

De kracht van cijfers en visie

Het Consorzio Etna DOC telt vandaag 230 leden, goed voor 95% van alle gebottelde wijn en meer dan 80% van de totale wijngaardoppervlakte. Samen produceren ze jaarlijks 5,8 miljoen flessen. Van die 230 leden zijn er vijftig uitsluitend producent, 180 zijn bottelaars (waarvan de helft in opdracht van derden) en negentig produceren én bottelen hun eigen druiven.

In 2024 werd bovendien een record gevestigd met 1.347 hectare aan DOC-wijngaarden – een teken van de ongekende dynamiek van het gebied. Die groei weerspiegelt de ambitie om niet alleen kwantitatief, maar vooral kwalitatief te blijven stijgen. De overgang naar DOCG past perfect in dat streven.

Een kwaliteitslabel met impact

De DOCG-status zal gepaard gaan met strengere controles op productie en botteling. Elke fles zal voortaan een genummerd staatszegel dragen als bewijs van herkomst en kwaliteit. Tegelijk komen er belangrijke aanpassingen in het productiehandboek.

Voor de mousserende Etna-wijnen wordt naast Nerello Mascalese voortaan ook de druif Carricante toegestaan, en zal de productie van een Pas Dosé-versie mogelijk worden. Bij de Etna Rosso met geografische aanduiding (Unità Geografica Aggiuntiva) wordt de maximale opbrengst verlaagd om de kwaliteit verder te verfijnen.

Daarnaast zal het aantal erkende Contrade – momenteel 133 sinds 2011 – toenemen, omdat meerdere producenten uit nog niet officieel afgebakende zones erkenning hebben aangevraagd. In het nieuwe DOCG-reglement zal bovendien de naam van een van de twintig gemeenten mogen worden vermeld als geografische aanduiding, op voorwaarde dat de druiven volledig uit dat gebied afkomstig zijn. De grenzen van de Etna-appellatie zelf blijven ongewijzigd.

Een vulkaan vol ambitie

De overgang naar DOCG betekent voor de Etna meer dan een label. Het is de bekroning van een lang traject, en een promotie die de nauwe band tussen traditie en innovatie, tussen kleine boeren en grote domeinen, tussen lokale identiteit en internationale uitstraling, perfect samenvat.

Als de laatste handtekeningen vóór het einde van 2025 worden verzameld, zal de Etna DOCG debuteren met de oogst van 2026 – bijna zestig jaar na de oorspronkelijke DOC-erkenning. Een symbolisch moment dat bevestigt dat Sicilië niet alleen een verleden heeft om trots op te zijn, maar ook een toekomst die schittert, glas per glas, met de kracht van een vulkaan.

De Etna is klaar voor haar volgende uitbarsting – nu de bureaucratie nog.