Limoncello, zon in een fles

Jullie hebben het vast al gemerkt, naast mijn passie voor wijn koester ik een grote liefde voor koken en gastronomie. Bezig zijn in de keuken, roeren in de potten, dat brengt rust, en als de gelegenheid zich voordoet neem ik er graag de tijd voor. Ik ben verre van een chef, ik noem mezelf met plezier een gemiddelde hobbykok. Om dat bij te schaven maak ik al meer dan vijftien jaar deel uit van Kookclub De Kemphanen.

Vanuit die kookclub maak ik het bruggetje naar limoncello. Het gebeurt zelden, af en toe haakt een van onze twaalf leden af en komt er een nieuw lid bij. Die nieuweling mag niet zomaar toetreden, er hoort een ritueel bij. Bij De Kemphanen is dat een traktatie met zelfgemaakte limoncello.

Ik was er vanaf het begin bij, dus het ritueel ging aan mij voorbij. Geen reden om niet zelf een keer een Kempense limoncello te maken. Toen het idee begon te sluimeren duurde het niet lang voor ik aan de slag ging. Voorwaarde: de citroenen moesten de echte zijn, afkomstig uit de baai van Sorrento.

Nu, zes weken later, is mijn zelfgemaakte limoncello klaar. Uitmuntend is hij.

Wat is limoncello?

Limoncello is een citroenlikeur die je na de maaltijd ijskoud serveert. In het glas kleurt hij helder geel met de geur van rijpe zeste, in de mond zacht zoet en verfrissend met een schone citrusfinale. De kern bestaat uit vier elementen, de gele schil van citroenen, neutrale alcohol, water en suiker. De schil levert de aroma’s, de alcohol extraheert die aroma’s, water en suiker brengen spanning en rondheid in balans. Alleen de gele zeste hoort erin, het witte deel van de schil geeft ongewenste bitterheid.

Qua stijl herken je limoncello aan een levendige kleur en een fluweelzachte textuur bij lage temperatuur. De likeur laat bij walsen vaak een fijne oliefilm op het glas achter, een teken van rijke citrusoliën. Als je hem zeer koud schenkt, kan een lichte waas ontstaan, dat is normaal en duidt op een vol extract. De geur moet zuiver naar zeste en bloesem gaan, zonder scherpe alcohol of kunstmatige citroenaroma’s. De balans is de graadmeter, voldoende frisheid om de zoetheid te dragen, voldoende body om niet waterig te worden.

Limoncello hoort rechttoe rechtaan te smaken, helder, levendig en zonder plakkerigheid. Wie een romiger interpretatie zoekt komt uit bij crema di limoncello, een variant met room die zachter en dessertachtiger proeft.

De naam zegt precies wat het is. Limone betekent citroen in het Italiaans. Het verkleinende en verzachtende achtervoegsel cello geeft een warme, toegankelijke bijklank. Limoncello klinkt licht en uitnodigend, net zoals het glas dat je voor je hebt.

Oorsprong en geschiedenis

Limoncello heeft geen geboortecertificaat. Vraag het in Sorrento, Amalfi of Capri en je krijgt drie overtuigde antwoorden. Ook op Sicilië hoor je soms de claim dat het daar begon. Feit blijft dat wat men vandaag als limoncello herkent is geworteld aan de Tyrrheense kust, waar de drank als traditie en als naam vorm kreeg. Dat sluit de rol van Sicilië niet uit, het eiland heeft een grote citroencultuur en een eigen geschiedenis met citroenlikeuren, maar de meeste sporen van de vastlegging wijzen naar de kust van Campanië.

De lange aanloop begint bij de citroen die al in de oudheid rond Pompei opduikt. Via Spanje bereikte de citroen vroeg Sicilië, van daaruit verspreidde de teelt zich verder naar het vasteland. Handel en zeevaart zorgden voor uitwisseling van kennis en plantgoed. Op zee ontdekte men bovendien een praktisch voordeel, de overvloed aan vitamine C hielp tegen scheurbuik. Dat maakte citroenen strategisch belangrijk en verklaart de sterke uitbreiding van boomgaarden tussen vijftiende en negentiende eeuw langs de zuidelijke kusten.

Uit die context groeide een huiselijke gewoonte die je in meerdere kuststreken terugvindt, zeste van rijpe citroenen laten trekken in alcohol, nadien zoeten en laten rusten. De verhalen mengen zich met de feiten, er zijn verwijzingen naar kloosters en familiehuizen, naast geliefde anekdotes die de kustplaatsen elk hun hoofdstuk in de ontstaansgeschiedenis geven.

De moderne, herkenbare limoncello krijgt aan het begin van de twintigste eeuw gestalte langs de Amalfikust. In bekende vertellingen keert een kleine bar of pension terug, waar een gastvrouw haar familierecept schonk aan bezoekers. Wat volgt is verankering in de streek, doorgeven van recepten en tegen het einde van de eeuw ook een formele merkregistratie. In de jaren tachtig stapt limoncello uit de regionale schaduw, eerst nationaal, daarna internationaal.

En Sicilië. Het eiland produceert al lang citroenlikeuren en levert kwaliteitsfruit dat in heel Italië wordt gewaardeerd. Die parallelle traditie verklaart waarom Sicilianen soms mee spreken over oorsprong. Strikt historisch is er echter geen sluitend bewijs dat limoncello als gedefinieerde drank daar werd geboren. Het meest consistente beeld is dat de naam en de hedendaagse stijl zich aan de Tyrrheense kust hebben gevormd, terwijl Sicilië belangrijk was voor de verspreiding van de citroen, voor eigen interpretaties en voor de brede cultuur rond citrus.

Limoncello vs limoncino

Limoncello en limoncino zijn verwant, beide citroenlikeuren op basis van zeste, neutrale alcohol, water en suiker, maar ze spreken een ander dialect van hetzelfde idee. Limoncello hoort van oudsher bij Campanië met Sorrento, de Amalfikust en Capri als bakermatten. Daar gebruikt men vooral twee citroenrassen, de langgerekte Sfusato Amalfitano en de ovale Limone di Sorrento, beide met een beschermde geografische aanduiding IGP.

Limoncino is de Ligurische tegenhanger, verbonden met de Cinque Terre en de Riviera, waar lokale citroenen zoals die van Monterosso het profiel mee bepalen. In het noorden, vooral rond het Gardameer, kom je de benaming limoncino ook tegen voor likeuren op basis van citroenen uit de historische limonaie, dit zijn terrasvormige citroentuinen met stenen muren en seizoensramen van hout en glas die in de winter worden geplaatst om de bomen vorstvrij te houden. De stijl uit dat gebied sluit vaak aan bij de ranke Ligurische benadering, lichter van kleur, frisser in geur en slanker in mondgevoel.

Het verschil proef je vooral in stijl, niet in het procedé. In Campanië laat men de zeste vaak wat langer trekken in alcohol met hoge graad. Dat onttrekt meer aromatische olie uit de schil en geeft doorgaans een diepere gele kleur, een voller mondgevoel en uitgesproken toetsen van citroenschil en bloesem. In Ligurië en aan het Gardameer is de inweektijd vaak iets korter waardoor het profiel lichter blijft, frisser, soms met een kruidige indruk van blad en schil. Denk bij die verschillen minder aan chemie en meer aan geuren die je herkent, zoete schil tegen strakke citroentoets, romig citrus tegen rank en knapperig. Het zijn tendensen, geen wetten, elke producent zoekt zijn eigen evenwicht tussen inweektijd, alcoholgraad en suikerdosering.

Voor een uitgesproken Zuid Italiaans karakter zoek je verwijzingen naar Limone di Sorrento IGP of Costa d’Amalfi IGP. Bij limoncino let je op oorsprong uit Ligurië of uit het Gardagebied. Alcoholgraden tussen dertig en vijftig zijn normaal. Een lichte waas bij heel koude service is geen fout, het wijst op rijk extract. In het glas kies je wat het moment vraagt, zonnig, rond en intens bij limoncello, licht, knapperig en maritiem fris bij limoncino.

Waarom is het zo populair?

Je kunt gerust stellen dat limoncello populair is. In onze kookclub wordt er met zichtbaar plezier aan versgemaakte limoncello genipt zodra de gelegenheid zich voordoet. Hoe komt het dat een eenvoudig gemaakte drank zo geliefd is? Drie dingen springen eruit: herkenbaarheid, toegankelijkheid en beleving.

Herkenbaarheid, de neus geeft meteen pure citroen zonder kunstmatige randjes en in de mond volgt een heldere balans tussen zoet en fris. Dat evenwicht maakt dat je er na het eten spontaan naar grijpt, het rondt af zonder te verzwaren en laat de mond schoon achter.

Toegankelijkheid, je hoeft geen kenner te zijn om limoncello te begrijpen. Het smaakt zoals het heet en doet wat je verwacht, verfrissen, verzoeten en afronden. De drempel is laag, kleine fles, klein glas, geen ingewikkelde service, en bij koel en donker bewaren blijft de kwaliteit stabiel.

Beleving, serveertemperatuur en uiterlijk spelen mee. IJskoud wordt de textuur zijdezacht, de citrusoliën tonen zich voller en de smaken vallen mooi in lijn. De zonnig gele kleur is uitnodigend, de geur van zeste en bloesem roept zee en vakantie op nog voor de eerste slok.

En eerlijk is eerlijk, het is gewoonweg lekker.

Culinaire en cocktail inspiratie

Je kan limoncello perfect gebruiken in de keuken. Wens je dit te doen dan gelden er drie gouden spelregels: koel serveren, spaarzaam doseren, pas toevoegen wanneer de basis niet meer heet is. Zo blijven de citrusoliën helder en elegant.

Enkele snelle ideeën die werken. Geef crèmes en vullingen een lift met een scheutje voor geur, bestrijk biscuit of cake licht met een eenvoudige siroop met limoncello voor frisheid, roer een lepel door een glazuur voor glans en zeste in de neus.

In koude bereidingen zoals semifreddo, mousse of roomijs houdt de alcohol de textuur soepeler. Voeg pas toe wanneer de basis is afgekoeld, dan blijft het geheel luchtig en schoon.

Hartig vraagt finesse. Blus de pan van vis of zeevruchten heel kort met limoncello, laat even doorwarmen en werk af met een klontje boter. Weinig gebruiken, de basis blijft de ster.

Voor drankjes zijn er drie duidelijke toepassingen. Als hoofdsmaker maak je een spritz met mousserende wijn en sodawater, waarbij limoncello de bitter vervangt en het citruskarakter op kop zet. Als lange dorstlesser combineer je limoncello met bruiswater of tonic, de geur staat voorop en de afdronk blijft droog. Als nuance geef je een sour een kleine scheut limoncello naast citroensap of limoensap, zo houden zoet en fris elkaar in evenwicht. Serveer altijd met veel ijs, dan blijven structuur en aroma strak.

Bij het gebruik van limoncello in de keuken of in de mixologie zijn er enkele valkuilen die je beter vermijdt. Let op vier punten: voeg limoncello pas toe aan afgekoelde bereidingen of haal de pan van het vuur, doseer suiker en likeur spaarzaam, bouw in kleine stapjes op en proef, en serveer nooit te warm zodat textuur en frisheid behouden blijven.

Recept, zelf limoncello maken

Dit basisrecept levert ongeveer anderhalve liter op. Werk netjes en geduldig, dat proef je terug in het glas. In mijn inleiding liet ik de schillen zes weken trekken. Dat kan perfect en geeft een diepe, olie-rijke stijl. Korter kan ook, verderop staat hoe je de tijd kunt afstemmen op de gekozen alcohol.

hoofdingrediënten

  • Citroenen: kies onbespoten vruchten met een dikke, geurende schil. De zeste is je smaakbron. Was en droog zorgvuldig. Schil alleen het gele deel, het witte geeft bitterheid. Rassen uit de kuststreek zoals Sfusato Amalfitano of Limone di Sorrento zijn ideaal door hun aromatische oliën en stevige schil. Deze zijn online goed verkrijgbaar en worden ook in België geleverd.
  • Alcohol: neutrale alcohol van vijfennegentig procent extraheert snel en diep. Gebruik je wodka van veertig procent, dan wordt de stijl lichter en duurt de maceratie langer.
  • Suiker: bepaalt de stijl. Vijfhonderd gram houdt het frisser, zeshonderdvijftig gram maakt ronder en zoeter.
  • Water: neem zacht en neutraal water. Gefilterd of bronwater bewaart de zuiverheid van het aroma.

benodigdheden
• Grote glazen bokaal met goed sluitend deksel
• Fijne zeef en koffiefilters of een neteldoek
• Schone, droge flessen

Stappenplan

  1. Was en droog de citroenen. Schil met een dunschiller alleen de gele zeste.
  2. Doe de zeste in de bokaal en giet de alcohol erbij. Sluit af en zet koel en donker.
  3. Laat trekken. Voor de batch met zes weken maceratie: zwenk de bokaal dagelijks. Stop zodra de schillen flets zijn en de alcohol diep geel en geurig is. Korter kan ook. Met alcohol van vijfennegentig procent volstaan meestal zeven tot tien dagen voor een heldere, strakke stijl. Met wodka reken je twintig tot dertig dagen voor een lichtere, ranke stijl.
  4. Maak suikersiroop. Breng water en suiker aan de kook tot alles is opgelost. Laat volledig afkoelen.
  5. Filter de citroenalcohol eerst grof zodat de schillen verwijderd zijn, daarna fijn door koffiefilter of neteldoek tot een heldere likeur.
  6. Meng de koude siroop met de gefilterde citroenalcohol. Proef en finetune. Iets extra siroop maakt zoeter en verlaagt de kracht, een scheut water verzacht zonder extra zoet.
  7. Bottel in schone, droge flessen. Laat twee tot vier weken rusten zodat de smaken binden en de textuur zachter wordt. Een extract dat zes weken trok, heeft vaak baat bij drie tot vier weken rijping in fles.
  8. Serveer ijskoud en bewaar koel en donker. Limoncello blijft maanden stabiel.

Kwaliteitstips
• Kies citroenen met dikke, geurende schil. De schil is de smaakbron.
• Gebruik glas voor het trekken. Kunststof kan geur vasthouden.
• Werk rustig. Overhaaste extractie geeft scherpte en bitterheid.
• Noteer datum, recept en aanpassingen. Zo bouw je aan je eigen huisstijl.

Proeven en serveren
Kleur is levendig geel. In de neus citroenschil, citroenbloesem, lichte suikertoets. In de mond zacht, romig en fris met een zuivere citroenfinale. Schenk in kleine glaasjes, rechtstreeks uit de diepvries, als digestief of bij een citroensorbet.

Het verhaal achter Grappa

Dit is het derde artikel in onze zondagse reeks over grappa. Na de ontdekking van wat grappa precies is en waar haar geografische wortels liggen, duiken we vandaag de geschiedenis in. Vraag je een doorsnee Italiaan wanneer grappa precies is ontstaan, dan krijg je steevast een glimlach en een schouderophalen. Het is een drank die nooit echt een officiële geboortedatum heeft gekregen, en eigenlijk is het logisch dat je dit ook niet hoeft af te vragen wanneer je een glaasje grappa inschenkt. Je denkt dan aan genieten, niet onmiddellijk aan een reis door het grappa-verleden.

Toch trachten we vandaag dat verleden op te rakelen en gaan we op zoek naar de tijd van de eerst geschonken grappa.

Een ongrijpbare oorsprong

Het blijft gissen naar het exacte beginpunt van grappa. Rond de 14de en 15de eeuw zijn er de eerste schriftelijke sporen van distillatie, onder meer in het traktaat De Conficienda Aqua Vitae van Michele Savonarola. Hij beschreef daarin de bereiding van levenswater, een medicinale drank die eerder in de apotheek thuishoorde dan in het glas. Het toont hoe de techniek van distillatie aanvankelijk meer verband hield met geneeskunde en alchemie dan met plezier en ontspanning.

Een veel gehoord verhaal is de anekdotische geschiedenis van Enrico di ser Everardo uit Cividale del Friuli. In zijn testament uit 1451 zou hij een distilleerketel en een eenvoudig hulpmiddel voor distillatie hebben nagelaten, waarvan de exacte betekenis verloren is gegaan. Of dit document ooit werkelijk heeft bestaan, weet niemand. Er is geen origineel teruggevonden en geen archief kan het bevestigen. Toch heeft dit verhaal zijn weg gevonden naar talloze publicaties, alsof men behoefte had om grappa een concrete, bijna mythische vaderfiguur te geven.

Ook buiten Friuli circuleerden gelijkaardige verhalen. Sommige bronnen suggereren dat soldaten of monniken de eersten waren om druivenresten te distilleren, anderen verwijzen naar boeren die niets verloren wilden laten gaan van hun oogst. Zeker is dat grappa ontstond in een context van schaarste en inventiviteit, waar restproducten een tweede leven kregen.

Wat vaststaat, is dat grappa van bij haar oorsprong omgeven is door verhalen die balanceren tussen legende en realiteit. Misschien is dat net de charme: een drank die uit restjes geboren werd, zonder officiële geboortedatum, en daardoor een stukje collectief geheugen van Italië is geworden. Iedere regio claimt wel een rol, elke generatie vertelt het verhaal een beetje anders. Het is alsof grappa zelf liever een mysterie blijft.

Een drank van het volk

Grappa hoorde eeuwenlang bij de eenvoudige bevolking. Terwijl de hogere klasse wijn en verfijnde distillaten dronk, kregen boeren en soldaten de schillen, pitten en steeltjes. Wat zij daaruit distilleerden was scherp, droog en vaak meedogenloos van smaak.

Die volksverbondenheid maakte dat grappa een plek kreeg in het dagelijkse leven. Het was de drank die boeren in de vroege ochtend dronken voor ze het veld in trokken, die soldaten verwarmde tijdens nachtwachten en die arbeiders troostte na lange werkdagen. In veel dorpen stond een fles op de tafel van de herberg, naast het brood en de soep, als eenvoudige beloning voor wie hard gewerkt had.

Grappa fungeerde niet alleen als drank, maar ook als huisremedie. Een scheut in de koffie tegen de kou, een glaasje bij maagklachten, zelfs inwrijven bij spierpijn of verkoudheid: het distillaat had voor velen een bijna magische status. Het paste bij een tijd waarin de grens tussen voeding, drank en medicijn niet scherp getrokken werd.

Gelukkig is dat karakter van volksdrank nooit helemaal verdwenen. Zelfs vandaag, nu grappa in elegante flessen wordt geschonken in sterrenrestaurants, blijft dat toegankelijke voor iedereen duidelijk voelbaar.

Grappa tussen oorlog en accijnzen

Tot het einde van de 19de eeuw bleef grappa een uitgesproken volksdrank. Ze werd gezien als een stoere drank, bijna uitsluitend voor mannen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd grappa een symbool van vloeibare moed, waarmee de Alpini, de Italiaanse bergtroepen, zich wapenden tegen kou, gevaar en ontberingen op de Monte Grappa. Voor velen was een klein flesje grappa even belangrijk in het veldrantsoen als brood of kogels. Het verwarmde, gaf moed en schonk zelfs een gevoel van kameraadschap. Er werd verteld dat de Alpini hun veldflessen niet enkel vulden met water, maar er ook steevast een scheut grappa in lieten glijden om de ellende draaglijker te maken.

Naast die militaire aanwezigheid kreeg grappa ook een officiële plaats in het economische systeem. In 1870 voerde de Italiaanse staat accijnzen in op alcoholische dranken. Producenten waren verplicht een zegel te plaatsen op de flessen die de markt op gingen. Dat zegel veranderde mee met de politieke geschiedenis van Italië. Eerst de adelaar en het Savoyaardse wapen, daarna in de jaren dertig de de fasces, het symbool van het fascisme. Gevolgd door het neutrale vrouwenprofiel na de val van het regime, en tenslotte de ster van de jonge Republiek.

Deze kleine stukjes papier of aluminium, vaak gedachteloos weggegooid bij het openen van een fles, vertellen dus op hun beurt een stukje Italiaanse geschiedenis. Vanaf 1952 verschenen naast de metalen sluitingen ook papieren zegels, en sinds 1959 is enkel dat papieren stempel nog geldig.

Diezelfde staatscontrole speelde later een niet te onderschatten rol bij de verschuiving naar massaproductie. Waar kleine distilleerders worstelden met bureaucratie en belastingen, konden grotere industriële producenten hun voordeel doen met schaalgrootte en efficiënte processen. De accijnszegels, ooit een noodzakelijk kwaad, werden in de tweede helft van de 20ste eeuw een vanzelfsprekend onderdeel van een groeiende markt waarin goedkope, industrieel gemaakte grappa de toon begon te zetten. En zo bereidde de politieke en fiscale context onbewust de weg voor de industrialisering die vanaf de jaren zestig het landschap volledig zou veranderen.

De industrialisering

Vanaf de jaren 60 verschenen de eerste continue distilleerinstallaties, machines die dag en nacht konden draaien en enorme hoeveelheden goedkope grappa op de markt brachten. Voor de ambachtelijke distilleerderijen betekende dit een zware slag. Waar er rond 1900 nog bijna tweeduizend producenten actief waren, zijn dat er vandaag nog maar een negentigtal.

Deze industriële installaties waren uiterst efficiënt. Ze leverden een constante stroom distillaat tegen lage kosten en maakten grappa plots massaal beschikbaar in supermarkten en cafés. De keerzijde was duidelijk: de smaak werd vlakker, de ziel die in kleine ketels en met veel zorg tot stand kwam, ging grotendeels verloren.

Grote merken profiteerden volop van die massaproductie. Reclamecampagnes in de jaren 70 en 80 positioneerden grappa als een moderne volksdrank, vaak gepresenteerd in eenvoudige flessen zonder aandacht voor uitstraling. Het paste in een tijd waarin kwantiteit en betaalbaarheid zwaarder wogen dan traditie of verfijning.

Gelukkig is hun erfgoed niet verloren gegaan. Het Poli Grappa Museum bracht meer dan tweeduizend oude flessen samen, afkomstig van meer dan vijfhonderd distilleerderijen, waarvan velen inmiddels verdwenen zijn. Een stille hulde aan een industrieel tijdperk dat winsten opleverde, maar ook vele kleine spelers van de kaart veegde. De collectie laat zien hoe divers het aanbod ooit was en hoe groot het aantal namen dat vandaag enkel nog in vergeelde etiketten voortleeft.

Een modern kantelpunt

De echte ommekeer kwam pas midden 20ste eeuw, toen moderne distillatie zijn intrede deed. Continue distilleerinstallaties, betere temperatuurcontrole en een fijnere selectie van vinaccia gaven grappa een heel ander karakter.

Belangrijk was vooral dat distillateurs leerden hun ketels met veel meer precisie te beheersen. Waar vroeger de temperatuur te hoog opliep en vluchtige, scherpe stoffen het distillaat domineerden, kon men nu veel subtieler werken. Het resultaat was een schonere en elegantere grappa, waarin fruitige en bloemige aroma’s bewaard bleven in plaats van weggebrand.

Ook de keuze van de grondstof veranderde. In plaats van willekeurig bij elkaar gegooide resten, werd er bewuster geselecteerd uit druivensoorten met een uitgesproken karakter. Zo ontstonden de eerste grappa’s die niet enkel een algemene indruk gaven van alcohol en kracht, maar ook de aroma’s van Moscato, Prosecco of Nebbiolo konden laten spreken. Daarmee kreeg grappa voor het eerst een herkenbare identiteit per herkomst of druif, iets wat voorheen vooral aan wijn was voorbehouden.

Daarnaast werd er meer aandacht besteed aan rijping en afwerking. Distillateurs begonnen te experimenteren met houten vaten en gecontroleerde veroudering, waardoor grappa een zachtere structuur kreeg en nieuwe smaaklagen ontwikkelde. Het beeld van een boerse, branderige drank maakte langzaam plaats voor dat van een distillaat dat zich kon meten met Cognac of Armagnac.

Van noodoplossing tot exportproduct

Vandaag is grappa een product dat internationale erkenning geniet en herkenning oproept bij consumenten overal ter wereld. Het heeft een lange weg van transformatie afgelegd en is uitgegroeid tot een spirit die van alle markten thuis is, met een stijl en karakter voor elke liefhebber.

Tegenwoordig wordt grappa geschonken in kristallen glazen, gepresenteerd in sierlijke flessen en besproken door sommeliers met dezelfde ernst als grote wijnen. Toch is het een drank die haar wortels nooit verloochent. Elke slok draagt nog iets van de eenvoud en de koppigheid van haar oorsprong.

Juist die combinatie maakt grappa uniek: ze belichaamt zowel de volksgeest als de verfijning, het ruwe verleden én de moderne trots. Italië heeft haar restproduct weten te verheffen tot cultureel exportgoed, zonder het verhaal van de mensen achter de ketel uit te wissen.

Zijn reeds verschenen in deze reeks:

  1. Grappa: Wat is het en hoe wordt het gemaakt?
  2. Grappa en zijn regionale wortels

Alto Adige / Südtirol Pinot Nero: Finesse from the Mountains

As an Italian Wine Ambassador I was once again invited by the Alto Adige / Südtirol Consorzio to contribute to the October promotion month in Belgium. Last year I kept the scope broad, this time I chose focus. A grape with a nearly indestructible reputation in Burgundy that also delivers wines of class in northern Italy, Pinot Nero. Or, if you prefer, Pinot Noir. What started as an idea became a deep dive into Alto Adige / Südtirol, with attention to location, altitude and soils, and to the way producers shape the grape in the cellar and the vineyard. I measured it against two benchmarks, the famous wines of Burgundy and the style of neighbouring Trentino. The result is a journey through an Alpine landscape where cool nights, sun-drenched slopes and limestone-rich soils meet, and where Pinot Nero shows precision, fine red fruit and a taut arc of tension. A story about how terroir in Alto Adige / Südtirol speaks today as convincingly as in its illustrious French cradle.

Alto Adige / Südtirol: Viticulture between the Alps and the Mediterranean

Say Alto Adige / Südtirol and you say contrast. This small wine region at the far north of Italy, part of Austria until 1919, is wedged between the Alps and the Dolomites and borders Austria and Switzerland. Bilingualism, German and Italian, reflects not only history but also the interplay of cultures in this unique area. The name refers to the Adige River, Etsch in German, which winds from north to south through the valleys and shapes the wine landscape.

With barely 5,800 hectares of vineyards, Alto Adige / Südtirol is one of Italy’s smallest wine regions, accounting for less than one percent of the national area. Yet the diversity is remarkably large. 4.800 winegrowers work an average of only 1.2 hectares, often on steep slopes between 200 and 1,000 meters altitude. Here wine is literally made on the mountainsides.

Although the region was traditionally known for red wines from Schiava, Vernatsch, Alto Adige / Südtirol is today above all a white wine region. Sixty-five percent of production is white varieties such as Pinot Bianco, Sauvignon Blanc and Gewürztraminer. The remaining thirty-five percent is red, dominated by Pinot Nero and Lagrein, which achieve a strikingly precise and refined style here.

Quality is central. Ninety-eight percent of all wines carry DOC status, unique in Italy. With production around forty million bottles per year, one third exported, Alto Adige / Südtirol proves that greatness lies not in size but in character.

Geology and Soils: The Backbone of Alto Adige / Südtirol

To understand the complex structure of Alto Adige / Südtirol, you must start with the soil. The region is a geological wonder, shaped by the collision of the European and African tectonic plates. That ancient fault line, the so-called Periadriatic Seam, runs right through the area and creates exceptional diversity of rock.

Within this small wine region there are more than one hundred and fifty different soil types, ranging from volcanic porphyry and weathered quartz and mica to limestone and marl. Even within a single vineyard the composition can change perceptibly. This mosaic explains the wide variation in style, tension and texture of the wines.

In the south, volcanic porphyry soils dominate, especially around Bolzano and the Bassa Atesina. They give power, color and depth. In the valleys and higher up we find light, weathered soils of quartz and mica that contribute finesse and aromatic precision. Farther north toward the Dolomites, limestone and marl take over, giving the wines marked minerality and energy.

A unique element is the presence of dolomitic limestone, formed from ancient marine deposits. These weathered rock soils are rich in minerals and offer an exceptional terroir for characterful wines. The vine roots must search deep, which results in wines with complexity, expression and a recognizable saline touch.

The combination of geological complexity with steep slopes and shifting elevations makes Alto Adige / Südtirol one of the most varied wine regions in the world.

Climate: Where Alpine Air Meets Mediterranean Sun

The climate of Alto Adige / Südtirol is one of the keys to its wine character. The region sits at the crossroads of two worlds, the cool, mountainous Alps to the north and warmer Mediterranean influences that enter via the Po Valley and Lake Garda. The interplay delivers a near paradoxical harmony of freshness and ripeness.

On average, Alto Adige / Südtirol enjoys more than three hundred days of sunshine per year, exceptional for a mountain region. The Alps form a natural barrier against cold northerly winds, while from the south warm air flows up into the valleys. Between these two air masses countless microclimates arise, each with its own balance of temperature, wind and humidity.

The Dolomites play a key role. They divide the landscape into narrow valleys with different orientations, which creates a large variety of mesoclimates. A vineyard at 400 meters in Caldaro can have a completely different microclimate than a plot at 900 meters in the Val Venosta.

The day to night temperature swings are among the largest in Europe. Slopes warm strongly during the day, while night time cooling lets the grapes breathe and preserves aromas. This natural temperature pendulum is essential for freshness, color and aromatic intensity, especially for Pinot Nero.

Pinot Nero in Alto Adige / Südtirol: Precision at Altitude

Pinot Nero, internationally better known as Pinot Noir, is one of the oldest cultivated grape varieties in our regions. The variety arose more than two thousand years ago from a cross between wild Vitis vinifera sylvestris and an early cultivated vine. In Burgundy it was already described in the early Middle Ages and from there it spread across the Alps to northern Italy. The long history also explains the wealth of names, Pinot Nero, Blauburgunder, Spätburgunder, all pointing to the same noble grape.

The first plantings in Alto Adige / Südtirol date to around 1835, with a clear intensification around 1860 in Merano, Egna and Appiano. The region proved ideal, cool enough to preserve freshness, yet with enough sun to ripen the fruit.

Pinot Nero is not an easy grape. It demands care and precision in vineyard and cellar. In Alto Adige / Südtirol it is mainly planted in three areas, Oltradige with Appiano and Caldaro, Bassa Atesina around Montagna, Egna and Salorno, and Merano with the Val Venosta. The best results come from west facing slopes at 400 to 500 meters, where the grape benefits from sun and air circulation and is protected from extreme heat.

Within the new UGA classification, Unità Geografiche Aggiuntive, officially approved on 18 October 2024, Mazzon near Egna and Glen near Montagna are regarded as top references for Pinot Nero. Both sites combine limestone rich soils with ideal gradient and altitude, which results in wines with depth, finesse and a recognizable tension.

Worldwide Pinot Noir covers about 118,000 hectares, with France, Burgundy and Champagne, as the leading producer. Italy has around 5,000 hectares, with Lombardy, Oltrepò Pavese, the largest by area, but Alto Adige / Südtirol is the epicenter of quality with about 600 hectares. Plantings have grown steadily since the nineteen sixties, driven by demand for cool climate wines.

Pinot Noir: One Grape, Three Faces

Burgundy, Alto Adige / Südtirol and Trentino Compared

Pinot Noir is a grape that rarely simply adapts. It is fascinating to see how three regions, Burgundy, Alto Adige / Südtirol and Trentino, each developed its own interpretation of the same grape, with clearly recognizable signatures.

Burgundy: The Benchmark

This is where the story began. Vineyards sit at 200 to 400 meters, in a cool continental climate distinguished by subtle microclimates between the Côte de Nuits and the Côte de Beaune. Limestone and marl soils, Kimmeridgian and Bathonian, are decisive, as is the fine-grained cru structure that has existed for centuries.
Pinot Noir shows delicate, earthy and layered character. Aromas of red cherry, raspberry and forest floor, sometimes leather or mushroom with age. The color is often light and evolves quickly toward garnet. The structure is fine and linear, carried by lively acidity. Burgundy excels in tension between fruit and complexity. Young wines are often restrained, but they mature into a symphony of truffle, sous-bois and dried flowers.

Alto Adige / Südtirol: Precision

Pinot Nero from Alto Adige / Südtirol plays a different register. The Alpine climate with strong day night shifts and a longer growing cycle creates an unusual interplay of freshness and ripeness. Vineyards lie between 400 and 800 meters, often on west facing slopes that profit from sun and cool mountain breezes.
The soils are geologically complex. Volcanic porphyry, mica, quartz, limestone and sandstone alternate from valley to valley. Clonal selection is considered. Burgundy clones 115 and 777 bring fruit and structure, while Swiss Mariafeld, and German, Freiburg, clones give looser bunches and healthier harvests.
The result is a wine with more color intensity than Burgundy, bright aromas of raspberry, blackberry, cherry and violets, and a hint of white pepper or clove. On the palate it shows fine yet slightly firmer tannin, great precision and palpable mineral tension. Pinot Nero from Alto Adige / Südtirol is usually fruit driven and combines mountain freshness with energy. It can age well, though it aims more for clarity than for tertiary complexity.

Trentino: Riper in Tone

Trentino sits right next to Alto Adige / Südtirol, yet the climate differs. Alpine and sub Mediterranean influences meet here, with slightly higher temperatures and softer day night contrasts. Vineyards are between 300 and 700 meters, often on steep terraces in the Cembra Valley or the slopes of the Vallagarina.
Soils are very diverse, limestone and alluvial material to volcanic porphyry, which yields different styles. Producers mainly use Burgundy clones, 115, 777, 943, for structure and ripening, supplemented with Swiss Mariafeld clones in cooler plots.
In the glass Trentino Pinot Nero is round, ripe and more accessible than its neighbor to the north. Aromas lean toward red cherry, strawberry and plum, sometimes with Mediterranean herbs or a balsamic accent. Acidity is softer, tannin rounder, body a touch fuller. The style combines mountain freshness with a hint of warmth, less strict, yet seductive and generous.

The Tasting: Pinot Nero in All Its Faces

To make the story of Pinot Nero tangible, we organised a tasting that let the diversity of the grape in the mountains speak. The setup was simple and deliberate, four wineries, two wines each, to show how terroir, altitude and winemaking set the tone.

We chose not to lose ourselves in the scale of cooperatives and focused on small, family run estates.

We also wanted contrast. So we added a neighbor from Trentino alongside Alto Adige / Südtirol wines. The tasting could then give a truthful picture of how this grape behaves in two adjacent yet clearly different terroirs.

At each estate we started with the classic Pinot Nero, then moved to the more ambitious cuvée, the wine where selection, maturation and altitude come together. That double approach made it possible to taste evolution and ambition within one house and to discover how subtly style shifts in Alto Adige / Südtirol.

Pojer e Sandri, Pinot Nero 2024, IGT Vigneti delle Dolomiti

The vineyards of Pojer e Sandri lie in the heart of the Cembra Valley, between the villages of Faedo and Palai, at elevations of 300 to 700 metres. The subsoil is a mix of volcanic rock with inclusions of sandstone, slate and marl. Part of the wine ages briefly in wood to add structure and depth, the rest remains in stainless steel.
In the glass the wine is light ruby and translucent, with an immediately charming nose. Fresh aromas of strawberry and raspberry stand out, supported by a subtle floral touch. The palate follows suit, light footed, with a clear acid line that gives tension and length. The fruit is playful and juicy with a fine, lively texture. This Pinot Nero celebrates pure red fruit, with a refreshing acidity that drives the flavour from start to finish.
Price: €20.20, available via Wijnkennis

Franz Haas, Pinot Nero 2022, DOC Südtirol / Alto Adige

The Pinot Nero from Franz Haas comes from the steep slopes of Montagna, a historic reference area for this grape in the Bassa Atesina. Vineyards are scattered between 350 and 900 metres on loam and limestone. The altitude differences bring tension to the wine. Lower plots deliver ripe fruit, higher plots add freshness and structure. Fermentation takes place in stainless steel tanks, followed by twelve months in barriques.
The result is a Pinot Nero that couples finesse with depth. In the glass it shows a light ruby colour with cherry red highlights. The aroma is expressive and lively, with blueberry, riper cherry and even plum, complemented by violets, lavender, rosehip and wild herbs. Subtle notes of bay, pine needles and orange peel appear. The taste is refined, precise and silky, with fine grained-tannin and energetic acidity. It is juicy, fresh and tightly structured, with a long, lightly spicy finish. Pinot Nero with great freshness and precision, a wine that unites tension and beauty, masterfully executed by Franz Haas.
Price: €28.40, available via Wijnkennis

Gump Hof, Praesulis Pinot Nero 2022, DOC Südtirol / Alto Adige

A visit to Markus Prackwieser, like his wines, is enriching. From his Gump Hof estate, tucked against the steep flanks of the Sciliar massif in the Valle Isarco, he manages some of the highest Pinot Noir vineyards. The plots lie between 500 and 550 metres, with slopes up to 55 percent, on complex soils of volcanic porphyry with limestone moraine deposits. Although Prackwieser likes to describe himself as a white wine specialist, his Praesulis Pinot Noir proves the contrary.
The wine comes from meticulous work in the vineyard with low yields, 45 hectolitres per hectare, and vinification where precision is central. Fermentation in stainless steel tanks preserves pure fruit aromas, followed by twelve months ageing in French barriques that add structure and complexity without overshadowing the fruit.
In the glass the wine shines bright cherry red. The nose opens with red and black berries, cherry, plum and subtle touches of leather and spice. The palate is juicy, fresh and balanced, with fine acidity and a silky structure. Wood use remains discreet and woven in, so the wine keeps balance and purity. The finish is long, spicy and precise, carried by mineral tension. Complex, harmonious and crystal clear, a Pinot Noir that illustrates the craftsmanship of Markus Prackwieser and convincingly brings the finesse and potential of the Valle Isarco into the glass.
Price: €35.00, available via Wijnkennis

Weingut Pfitscher, Fuchsleiten Pinot Nero 2018, DOC Südtirol / Alto Adige

Say Montagna and you say Pinot Nero. The steep, sunlit slopes above the Adige have been the epicenter for this grape in Alto Adige / Südtirol for decades. The vineyards of Pfitscher lie between 350 and 700 metres, where loam and limestone dominate. Fermentation in stainless steel tanks for ten to fourteen days, followed by a few months of ageing in oak to give the wine rounding and depth without weighing it down.
In the glass the wine shines bright ruby. The nose is seductive and complex, a mix of small red fruit, wild strawberries, raspberry, and darker tones of cherry and blackberry, with a subtle floral note and a hint of earth. With some swirling, nuances of mushroom and humus appear, wrapped in a fine smoky accent that elegantly reveals the wood. The taste is silky and harmonious, with lively acidity that keeps the fruit fresh and tannin that is very fine yet present. Juicy, seductive and well balanced.
Price: €23.90, available via Wijnkennis

Franz Haas, Pinot Nero Schweizer 2020, DOC Südtirol / Alto Adige

Pinot Nero Schweizer is one of the most emblematic wines of Franz Haas, a cuvée made only from the best grapes from carefully selected plots in Montagna. After careful cluster selection, fermentation takes place in stainless steel to preserve fruit, followed by twelve months ageing in barriques.
In the glass the wine shines ruby with a subtle gloss. The nose is alluring and intense, with ripe berries and cherries, a hint of pepper, leather and gentle spice. The aromas unfold in layers and give a sense of elegance and depth. The palate is balanced, silky and very refined. Tannin is subtle and polished, structure is seamlessly woven and acidity provides vibrancy and tension. The finish is long, harmonious and subtly spicy. Franz Haas describes this wine as for those who live intense emotions, and that is no exaggeration. Pinot Nero Schweizer combines power and grace, made for those who seek emotion in a glass.
Price: €42.90, available via Wijnkennis

Pojer e Sandri, Pinot Nero Rodel Pianezzi 2018, IGT Vigneti delle Dolomiti

Pinot Nero Rodel Pianezzi is a wine with a pronounced mountain character, from vines over 35 years old in the Rodel Pianezzi hamlet near Faedo in Trentino. The vineyard lies around 500 metres. The soil is an intriguing mix of volcanic rock, sandstone, slate and marl. Vinification takes place in open wooden vats. After fermentation, the wine ages twelve months in barriques, followed by another year in bottle.
This patience yields a Pinot Nero that is powerful, refined and crystal clear. In the glass the wine shows deep ruby. The nose is open and inviting, with wild strawberry, raspberry, ripe cherry and plum, surrounded by fine notes of tobacco, sage and clove. With some aeration, hints of sweet spice, liquorice and mint unfold, adding extra complexity. The palate is harmonious and equally complex, with perfect balance. The structure is round, supple and nuanced, supported by subtle spice and a saline, mineral tone. The wood aging is discreet and well integrated, so the wine retains its fine balance. The finish is long and refined, with echoes of cinnamon and licorice that slowly fade. A Pinot Nero of class and character, a wine that couples strength to refinement and clearly proves why Faedo is among the most intriguing terroirs of Trentino.
Price: €37.20, available via Wijnkennis

Weingut Pfitscher, Pinot Nero Riserva Matan 2016, DOC Südtirol / Alto Adige, UGA Glen

Matan Riserva comes from the Glen vineyard in Montagna, one of the most valued crus within the UGAs of Alto Adige / Südtirol, officially reconised on 18 October 2024. Vines grow here at 550 to 600 metres on slopes of loam and limestone. Fermentation in stainless steel for fourteen to sixteen days, followed by twelve to fifteen months ageing in a combination of French barriques, 225 liters, and larger oak casks.
In the glass the wine shines bright ruby. The nose is intense and complex, with ripe red fruit, blueberries and black cherries, framed by subtle notes of vanilla and light spice. There is refined tension between ripeness and freshness on the palate. It is powerful and balanced, with perfect harmony between fine acidity and ripe fruit. The structure is impressive, carried by silky tannin that shows fully only in the long finish. Matan Riserva unfolds gradually. A Pinot Nero with depth, suppleness and a serene balance.
Price: €48.50, available via Wijnkennis

Gump Hof, Pinot Nero Riserva Renaissance 2020, DOC Südtirol / Alto Adige

Stand high on the steep slopes of the Sciliar massif near Fiè allo Sciliar and you immediately understand why Markus Prackwieser finds inspiration here. Renaissance Riserva is his masterpiece, a wine that translates the character of this exceptional place with striking precision. The vineyards lie between 500 and 550 metres, with slopes up to 55 percent, cooled constantly by night winds from the Dolomites, while during the day warm air rises from Lake Garda. These unique airflows, combined with limestone rich moraine soils full of quartz and porphyry, yield wines with tension, aromatic finesse and near unmatched refinement.
The grapes ferment in stainless steel, followed by eighteen months ageing in French barriques and another six months in large wooden casks. The long maturation brings structure, depth and an almost velvety texture without the wine losing its mountain fresh energy. In the glass Renaissance is garnet red, lively and bright. The nose enchants, black cherry, wild berries and red fruit compote alongside red flowers, wild herbs, humus and sous-bois. A subtle earthy touch adds depth, a signature of the terroir.
The palate is delicate and intense at once. The wine opens spicy, with notes of pepper and sous bois, then unfolds with a silky structure and refined freshness. The finish is long, complex and layered, with mineral tension that resonates.
Price: €79.70, available via Wijnkennis

Closing Thoughts

The tasting was carefully built, with wines that together sketched a clear picture of what Pinot Nero from northern Italy can do. What lingers most is the diversity within an apparently small area. Within Alto Adige / Südtirol the style of Pinot Nero proved not only grand, it was layered and nuanced. Even within one and the same municipality, Montagna, home to both Weingut Pfitscher and Franz Haas, the difference is almost astonishing. The hand of the winemaker certainly plays a role, but just as decisive is the precise position of the plots. Orientation, altitude and soil composition leave an indelible mark on the final result.

The comparison with Trentino yielded compelling insights. On paper the differences seem subtle, in the glass they were tangible. None of the other wines had such a pronounced acid profile as the opener from Pojer e Sandri. The wine was anything but overripe, rather lively and energetic, with a playful character that charmed immediately. It is a wine that will appeal to lovers of lighter, fresher styles, where acidity carries the wine without sharpness. Rodel Pianezzi, by contrast, fit perfectly into the Trentino Pinot Nero story.

Montagna confirmed its status as one of the most impressive terroirs of Alto Adige, a place where Pinot Nero finds its most pure form, wines with energy, length and character. Then there was the surprise of the Valle Isarco, often underexposed in the literature, yet a revelation in the glass. The wines of Gump Hof proved that farther north, in cooler valleys, Pinot Nero can reach a stunning expression, mountain air in liquid form.

This tasting showed that Pinot Nero in Alto Adige / Südtirol cannot be captured in a single style or typology. It is a grape that here, more than anywhere else in Italy, translates the landscape into finesse, tension and emotion. That is precisely where its greatness lies.

Alto Adige / Südtirol Pinot Nero – Finesse uit de bergen

Als Italian Wine Ambassador kreeg ik ook dit jaar de vraag van het Consorzio van Alto Adige / Südtirol om mee te werken aan de promomaand van oktober in België. Vorig jaar hield ik het bewust breed, dit keer koos ik voor focus. Een druif met een haast onverwoestbare reputatie in Bourgogne, die in het noorden van Italië evenzeer voor wijnen met klasse zorgt, Pinot Nero. Of, voor wie wil, Pinot Noir. Wat begon als een idee groeide uit tot een Deep Dive van Alto Adige / Südtirol, met aandacht voor ligging, hoogte en bodem, en voor de manier waarop producenten de druif vormgeven in kelder en wijngaard. Ik leg bovendien de lat naast twee referenties, de beroemde wijnen uit Bourgogne en de stijl van de buren in Trentino. Het resultaat is een reis door een Alpenlandschap waar koele nachten, zonrijke hellingen en kalkrijke bodems samenkomen en waar Pinot Nero z’n precisie, fraai rood fruit en spanningsboog toont. Een verhaal over hoe terroir in Alto Adige / Südtirol vandaag net zo overtuigend spreekt als in zijn illustere Franse bakermat.
Op vraag van het Consorzio vertalen we dit artikel ook naar het Engels.

Alto Adige / Südtirol – Wijnbouw tussen Alpen en Middellandse Zee

Wie Alto Adige / Südtirol zegt, zegt contrast. Dit kleine wijngebied in het uiterste noorden van Italië, dat tot 1919 deel uitmaakte van Oostenrijk, ligt ingeklemd tussen de Alpen en de Dolomieten en grenst aan Oostenrijk en Zwitserland. De tweetaligheid – Duits en Italiaans – weerspiegelt niet alleen de geschiedenis, maar ook het samenspel van culturen uit deze unieke regio. De naam verwijst naar de rivier de Adige (Etsch in het Duits), die van noord naar zuid door de valleien slingert en het wijnlandschap zijn vorm geeft.

Met amper 5.800 hectare wijngaarden is Alto Adige / Südtirol een van de kleinste wijngebieden van Italië, goed voor minder dan één procent van het nationale areaal. Toch is de diversiteit er opmerkelijk groot. 4.800 wijnboeren bewerken gemiddeld slechts 1,2 hectare, vaak op steile hellingen tussen 200 en 1.000 meter hoogte. Hier wordt wijn letterlijk op de bergflanken gemaakt.

Hoewel de regio traditioneel bekend stond om haar rode wijnen van Schiava (Vernatsch), is Alto Adige / Südtirol vandaag vooral een wittewijnregio: 65% van de productie bestaat uit witte variëteiten zoals Pinot Bianco, Sauvignon Blanc en Gewürztraminer. De resterende 35% rode wijnen worden gedomineerd door Pinot Nero en Lagrein, die hier een opvallend precieze, verfijnde stijl bereiken.

Kwaliteit staat centraal: 98% van alle wijnen draagt een DOC-status, een unicum in Italië. Met een productie van ongeveer 40 miljoen flessen per jaar, waarvan een derde zijn weg vindt naar exportmarkten, bewijst Alto Adige / Südtirol dat grootheid niet in omvang schuilt maar in karakter.

Geologie en bodem – de ruggengraat van Alto Adige / Südtirol

Wie de complexe structuur van Alto Adige / Südtirol wil begrijpen, moet beginnen bij de bodem. De regio is een geologisch wonder, gevormd door de botsing van de Europese en Afrikaanse aardplaat. Die eeuwenoude krachtlijn, de zogenoemde Periadriatic Seam, loopt dwars door het gebied en zorgt voor een uitzonderlijke diversiteit aan gesteenten.

Binnen dit kleine wijngebied komen meer dan 150 verschillende bodemtypes voor, variërend van vulkanische porfier en verweerde kwarts- en micagesteenten tot kalk- en mergelbodems. Zelfs binnen één enkele wijngaard kan de samenstelling voelbaar verschillen. Die mozaïek aan bodems verklaart de enorme variatie in stijl, spanning en textuur van de wijnen.

In het zuiden domineren de vulkanische bodems van porfier, vooral rond Bolzano en de Bassa Atesina. Ze geven kracht, kleur en diepte. In de valleien en hogerop vinden we lichte, verweerde gronden van kwarts en mica, die bijdragen aan finesse en aromatische precisie. Nog verder naar het noorden, richting Dolomieten, nemen de kalkrijke en mergelhoudende bodems het over. Ze geven de wijnen een opvallende mineraliteit en spanning.

Een uniek element is de aanwezigheid van de dolomietkalk, ontstaan uit eeuwenoude mariene afzettingen. Deze verweerde rotsbodems bevatten een hoog gehalte aan mineralen en bieden een uitzonderlijk terroir voor karaktervolle wijnen. De wortels van de wijnstok moeten hier diep zoeken, wat resulteert in wijnen met complexiteit, expressie en een herkenbare ziltige toets.

De combinatie van deze geologische complexiteit met de steile hellingen en wisselende hoogtes maakt van Alto Adige / Südtirol een van de meest gevarieerde wijngebieden ter wereld.

Klimaat – waar Alpenlucht en mediterrane zon elkaar raken

Het klimaat van Alto Adige / Südtirol is een van de sleutels tot zijn wijnkarakter. De regio ligt op het kruispunt van twee werelden: de koele, bergachtige Alpen in het noorden en de warmere, mediterrane invloeden die via de Povlakte en het Gardameer binnendringen. Dat samenspel levert een bijna paradoxale harmonie op tussen frisheid en rijpheid.

Gemiddeld telt Alto Adige / Südtirol meer dan 300 dagen zon per jaar, een uitzonderlijke hoeveelheid voor een bergregio. De Alpen vormen een natuurlijke barrière tegen koude noordelijke winden, terwijl vanuit het zuiden warme luchtstromen opklimmen die de valleien doordringen. Tussen deze twee luchtmassa’s ontstaan talloze microklimaten, elk met een eigen balans tussen temperatuur, wind en vochtigheid.

De Dolomieten spelen hierbij een sleutelrol: ze verdelen het landschap in smalle valleien met verschillende oriëntaties, waardoor een grote variatie aan mesoklimaten ontstaat. Zo kan een wijngaard op 400 meter hoogte in Caldaro een volledig ander microklimaat hebben dan een perceel op 900 meter in de Val Venosta.

De temperatuurverschillen tussen dag en nacht behoren tot de grootste van Europa. Overdag warmen de hellingen sterk op, terwijl de nachtelijke afkoeling de druiven laat ademen en hun aroma’s conserveert. Die natuurlijke temperatuurslinger is essentieel voor het behoud van frisheid, kleur en aromatische intensiteit, vooral voor Pinot Nero.

Pinot Nero in Alto Adige / Südtirol – precisie op hoogte

De Pinot Nero, internationaal beter bekend als Pinot Noir, is een van de oudste gecultiveerde druivenrassen in onze streken. De variëteit ontstond meer dan tweeduizend jaar geleden uit een kruising tussen de wilde Vitis vinifera sylvestris en een vroege gecultiveerde wijnstok. In Bourgogne werd ze al in de vroege Middeleeuwen beschreven en van daaruit verspreidde ze zich via de Alpen naar het noorden van Italië. De lange geschiedenis verklaart ook de rijkdom aan namen: Pinot Nero, Blauburgunder, Spätburgunder: allemaal verwijzingen naar hetzelfde edele ras.

De eerste aanplantingen in Alto Adige / Südtirol dateren van omstreeks 1835, met een duidelijke intensivering rond 1860 in Merano, Egna en Appiano. De regio bleek ideaal: koel genoeg om de frisheid te bewaren, maar met voldoende zon om het fruit te laten rijpen.

Pinot Nero is geen eenvoudige druif. Hij vraagt zorg en precisie in zowel wijngaard als kelder. In Alto Adige / Südtirol wordt hij voornamelijk aangeplant in drie gebieden: Oltradige (met Appiano en Caldaro), Bassa Atesina (rond Montagna, Egna en Salorno) en Merano met de Val Venosta. De beste resultaten komen van westgerichte hellingen op 400 tot 500 meter hoogte, waar de druif profiteert van zon en luchtcirculatie, maar ook bescherming geniet tegen extreme hitte.

Binnen de nieuwe UGA-indeling (Unità Geografiche Aggiuntive), die op 18 oktober 2024 officieel werd bekrachtigd, gelden Mazzon bij Egna en Glen bij Montagna als absolute topreferenties voor Pinot Nero. Beide locaties combineren kalkrijke bodems met een ideale hellingsgraad en hoogte, wat resulteert in wijnen met diepte, verfijning en een herkenbare spanning.

Wereldwijd beslaat Pinot Noir ongeveer 118.000 hectare, waarvan Frankrijk met Bourgogne en Champagne de belangrijkste producent blijft. Italië telt zo’n 5.000 hectare, met Lombardije (Oltrepò Pavese) als grootste regio, maar Alto Adige / Südtirol is met ongeveer 600 hectare het epicentrum van kwaliteit. De aanplant groeit gestaag sinds de jaren zestig, aangewakkerd door de vraag naar koelklimaatwijnen.

Pinot Noir – drie gezichten van één druif

Bourgogne, Alto Adige / Südtirol en Trentino vergeleken

De Pinot Noir is een druif die zich zelden zomaar aanpast. Daarom is het fascinerend om te zien hoe drie verschillende regio’s – Bourgogne, Alto Adige / Südtirol en Trentino – elk hun eigen interpretatie hebben ontwikkeld van dezelfde druif, met duidelijk herkenbare signaturen.

Bourgogne – de maatstaf

In Bourgogne begon het verhaal. De wijngaarden liggen op 200 tot 400 meter hoogte, met een koel continentaal klimaat dat zich onderscheidt door subtiele microklimaten tussen de Côte de Nuits en de Côte de Beaune. De bodems van kalksteen en mergel (Kimmeridgian, Bathonian) zijn hier bepalend, net als de fijnmazige cru-indeling die al eeuwen bestaat.
Pinot Noir toont zich hier delicaat, aards en gelaagd: aroma’s van rode kers, framboos en bosgrond, soms met leer of paddenstoel in rijping. De kleur is vaak licht en evolueert snel naar granaat. De structuur is fijn en lineair, gedragen door levendige zuren. Bourgogne excelleert in spanning tussen fruit en complexiteit: jonge wijnen zijn vaak ingetogen, maar rijpen uit tot een symfonie van truffel, sous-bois en gedroogde bloemen.

Alto Adige / Südtirol – de precisie

Pinot Nero uit Alto Adige / Südtirol speelt in een ander register. Het alpiene klimaat met sterke dag/nachtverschillen en een langere groeicyclus zorgt voor een ongewoon samenspel van frisheid en rijpheid. De wijngaarden liggen tussen 400 en 800 meter hoogte, vaak op westhellingen die profiteren van zon maar ook van koele bergwinden.
De bodems zijn geologisch complex: vulkanische porfier, mica, kwarts, kalk en zandsteen wisselen elkaar af per vallei. De klonale selectie is doordacht: Bourgogne-klonen 115 en 777 brengen fruit en structuur, terwijl Zwitserse (Mariafeld) en Duitse (Freiburg) klonen zorgen voor lossere trossen en een gezondere oogst.
Het resultaat is een wijn met meer kleurintensiteit dan Bourgogne, heldere aroma’s van framboos, braam, kers en viooltjes, en een toets van peper of kruidnagel. In de mond toont hij fijne maar iets steviger tannine, veel precisie en een voelbare minerale spanning. Pinot Nero uit Alto Adige / Südtirol is doorgaans fruitgedreven en combineert bergfrisheid met energie. Hij kan mooi rijpen, maar mikt meer op helderheid dan op tertiaire complexiteit.

Trentino – rijper van toon

Trentino ligt letterlijk naast Alto Adige / Südtirol, maar het klimaat verschilt wezenlijk. Hier ontmoeten het Alpiene en submediterrane klimaat elkaar, met iets hogere temperaturen en zachtere dag/nacht-contrasten. De wijngaarden liggen tussen 300 en 700 meter, vaak op steile terrassen in de Cembra-vallei of de hellingen van de Vallagarina.
De bodems zijn zeer divers – van kalk en alluviaal materiaal tot vulkanisch porfier – wat verschillende stijlen oplevert. De producenten gebruiken vooral Bourgogne-klonen (115, 777, 943) voor structuur en rijping, aangevuld met Zwitserse Mariafeld-klonen in koelere percelen.
In het glas is Trentino-Pinot Nero rond, rijp en toegankelijker dan zijn buur uit Alto Adige / Südtirol. De aroma’s neigen naar rode kers, aardbei en pruim, soms met mediterrane kruidigheid of een balsamicoaccent. De zuren zijn zachter, de tannine ronder, de body iets voller. De stijl combineert bergfrisheid met een vleug warmte: minder streng, maar verleidelijk en gul.

De proeverij – Pinot Nero in al zijn gezichten

Om het verhaal van Pinot Nero tastbaar te maken, organiseerden we een proeverij die de diversiteit van de druif binnen de bergen liet spreken. De opzet was eenvoudig maar doelbewust: vier wijnhuizen, telkens twee wijnen, met de bedoeling om te tonen hoe terroir, hoogte en vinificatie de toon zetten.

We kozen ervoor om ons niet te verliezen in de grootschaligheid van coöperaties, maar om te focussen op kleine, familiaal geleide domeinen.

Daarnaast wilden we ook het contrast opzoeken. Daarom namen we niet enkel Pinot Nero’s uit Alto Adige / Südtirol, maar voegden we ook een buur uit Trentino toe. Zo kon de proeverij een waarheidsgetrouw beeld geven van hoe deze druif zich gedraagt in twee aangrenzende, maar toch duidelijk verschillende terroirs.

Bij elk domein startten we met hun “basiswijn”, de klassieke Pinot Nero, om vervolgens over te schakelen naar de meer ambitieuze cuvée: de wijn waarin selectie, opvoeding en hoogte samenkomen. Die dubbele aanpak maakte het mogelijk om evolutie en ambitie binnen één huis te proeven, en tegelijk te ontdekken hoe subtiel de stijlverschuivingen in Alto Adige / Südtirol kunnen zijn.

  1. Pojer e Sandri – Pinot Nero 2024, IGT Vigneti delle Dolomiti

    De wijngaarden van Pojer e Sandri liggen in het hart van de Valle di Cembra, tussen de dorpjes Faedo en Palai, op hoogtes van 300 tot 700 meter. De ondergrond is een mengeling van vulkanisch gesteente met insluitsels van zandsteen, leisteen en mergel. Een deel van de wijn rijpt kort op hout om structuur en diepgang te geven, terwijl de rest op inox verblijft.
    In het glas toont de wijn zich licht robijnrood en doorschijnend, met een neus die onmiddellijk charmeert. Frisse aroma’s van aardbei en framboos springen eruit, ondersteund door een subtiele florale toets. De mond volgt trouw: lichtvoetig maar met een heldere zuurlijn die spanning en lengte geeft. Het fruit is speels en sappig, de textuur fijn en levendig. Deze Pinot Nero is een ode aan klein rood fruit. Zijn verfrissende zuren dragen de smaak van begin tot einde.
    Prijs: 20,20 € – Te koop via Wijnkennis
  2. Franz Haas – Pinot Nero 2022, DOC Südtirol / Alto Adige

    De Pinot Nero van Franz Haas komt uit de steile hellingen van Montagna, een historisch referentiegebied voor deze druif in de Bassa Atesina. De wijngaarden liggen verspreid tussen 350 en 900 meter hoogte, op bodems van leem en kalksteen. De hoogteverschillen brengen spanning in de wijn: de lagere percelen leveren rijp fruit, de hogere zorgen voor frisheid en structuur. De vergisting gebeurt in inox kuipen, gevolgd door een rijping van twaalf maanden in barriques. Het resultaat is een Pinot Nero die finesse koppelt aan diepte. In het glas toont hij een lichte robijnrode kleur met kersrode reflecties. De geur is expressief en levendig, met aroma’s van blauwe bessen, rijpere kersjes en zelfs pruimen, aangevuld met viooltjes, lavendel, rozebottel en wilde kruiden. Er komen subtiele tonen van laurier, dennennaalden en sinaasappelschil bij. De smaak is verfijnd, precies en zijdeachtig, met een fijne korrel tannine en een energieke zuurtegraad. Het geheel is sappig, fris en strak gestructureerd, met een lange, licht kruidige afdronk. Dit is Pinot Nero met veel frisheid en precisie, een wijn die spanning en schoonheid verenigt – een toonbeeld van wat Alto Adige / Südtirol te bieden heeft, meesterlijk uitgevoerd door Franz Haas.
    Prijs: 28,40 € – Te koop via Wijnkennis
  3. Gump Hof – Praesulis Pinot Nero 2022, DOC Südtirol / Alto Adige
    Een bezoek aan Markus Prackwieser is, net als zijn wijnen, een verrijking. Vanuit zijn wijndomein Gump Hof, genesteld tegen de steile flanken van het Sciliar-massief in de Valle Isarco, beheert hij enkele hoogstgelegen Pinot Noir-wijngaarden. De percelen liggen tussen 500 en 550 meter hoogte, met hellingsgraden tot 55%, en rusten op een complexe bodem van vulkanische porfier met kalkmorene afzettingen. Hoewel Prackwieser zichzelf graag omschrijft als een specialist in witte wijnen, bewijst zijn Praesulis Pinot Noir het tegendeel. De wijn komt voort uit een nauwgezet werk in de wijngaard met lage rendementen (45 hl/ha) en een vinificatie waarin precisie centraal staat: vergisting in inox kuipen om de pure fruitaroma’s te behouden, gevolgd door 12 maanden rijping in Franse barriques die structuur en complexiteit toevoegen zonder het fruit te overheersen. In het glas schittert de wijn met een heldere, kersenrode kleur. De neus opent met rode en zwarte bessen, kers, pruim en subtiele toetsen van leder en specerijen. In de mond toont hij zich sappig, fris en evenwichtig, met fijne zuren en een zijdeachtige structuur. Het houtgebruik blijft discreet en verweven, waardoor de wijn balans en zuiverheid behoudt. De afdronk is lang, kruidig en precies, gedragen door een minerale spanning. Complex, harmonieus en loepzuiver, een Pinot Noir die niet enkel het vakmanschap van Markus Prackwieser illustreert, maar ook de finesse en het potentieel van de Valle Isarco overtuigend in het glas brengt.
    Prijs: 35,00 € – Te koop via Wijnkennis
  4. Weingut Pfitscher – Fuchsleiten Pinot Nero 2018, DOC Südtirol / Alto Adige
    Wie Montagna zegt, zegt Pinot Nero. De steile, zonrijke hellingen boven de Adige gelden al decennialang als het epicentrum voor deze druif in Alto Adige / Südtirol. De wijngaarden van Pfitscher liggen tussen 350 en 700 meter hoogte, waar leem en kalksteen de bodem domineren. Vergisting in inox kuipen gedurende 10 tot 14 dagen, gevolgd door enkele maanden rijping in eiken vaten om de wijn afronding en diepte te geven zonder hem te verzwaren. In het glas schittert de wijn met een helder robijnrode kleur. De neus is verleidelijk en complex, een mix van klein rood fruit, wilde bosaardbeitjes, framboos, en donkerder tonen van kers en braam, aangevuld met een subtiele florale toets en een vleugje aardsheid. Na wat walsen komen nuances van paddenstoel en humus lichtjes naar voren, omhuld door een fijn rokerig accent dat het houtgebruik elegant verraadt. De smaak is zijdezacht en harmonieus, met een levendige zuurgraad die het fruit fris houdt en tannine die ragfijn maar aanwezig is. De wijn is sappig, verleidelijk en mooi in balans.
    Prijs: 23,90 € – Te koop via Wijnkennis
  5. Franz Haas – Pinot Nero Schweizer 2020, DOC Südtirol / Alto Adige
    De Pinot Nero Schweizer is een van de meest emblematische wijnen van Franz Haas, een cuvée die enkel wordt gemaakt met de beste druiven uit zorgvuldig geselecteerde percelen in Montagna. Na een zorgvuldige selectie van de trossen volgt de vergisting in inox kuipen om het fruit optimaal te behouden, waarna de wijn twaalf maanden rijpt in barriques. In het glas schittert de wijn robijnrood met een subtiele glans. De neus is verleidelijk en intens, met rijpe bessen en kersen, een zweem van peper, leder en zachte kruiden. De aroma’s ontvouwen zich in lagen en geven een gevoel van elegantie en diepte. In de mond is de wijn evenwichtig, zijdeachtig en uiterst verfijnd. De tannine is subtiel en gepolijst, de structuur naadloos verweven en de zuren zorgen voor levendigheid en spanning. De afdronk is lang, harmonieus en subtiel kruidig. Franz Haas omschrijft deze wijn als “for those who live intense emotions”, en dat is niet overdreven: de Pinot Nero Schweizer is een combinatie van kracht en gratie, gemaakt voor wie emoties in een glas zoekt.
    Prijs: 42,90 € – Te koop via Wijnkennis
  6. Pojer e Sandri – Pinot Nero Rodel Pianezzi 2018, IGT Vigneti delle Dolomiti
    De Pinot Nero Rodel Pianezzi is een wijn met een uitgesproken bergkarakter, afkomstig van stokken van ruim 35 jaar oud uit de frazione Rodel-Pianezzi, vlak bij Faedo in Trentino. De wijngaard ligt op ongeveer 500 meter hoogte. De bodem bestaat uit een intrigerende mix van vulkanisch gesteente, zandsteen, leisteen en mergel. De vinificatie gebeurt in open houten kuipen. Na de gisting rijpt de wijn twaalf maanden in barriques, gevolgd door nog eens een jaar flesrust. Dit geduld levert een Pinot Nero op die tegelijk krachtig, verfijnd en loepzuiver is. In het glas toont de wijn een diep robijnrode kleur. De neus is open en uitnodigend, met aroma’s van wilde aardbei, framboos, rijpe kers en pruim, omringd door fijne toetsen van tabak, salie en kruidnagel. Met wat zuurstof ontplooien zich hints van zoete specerijen, drop en munt, die de geur extra complexiteit geven. In de mond is de wijn harmonieus en evenzeer complex, met een perfect evenwicht. De structuur is rond, zacht en genuanceerd, ondersteund door een subtiele kruidigheid en een ziltige, minerale toon. De houtlagering is discreet en mooi verweven in het geheel, waardoor de wijn zijn fraaie balans behoudt. De afdronk is lang en verfijnd, met echo’s van kaneel en zoethout die langzaam uitdoven. Dit is een Pinot Nero van klasse en karakter, een wijn die kracht koppelt aan raffinement en duidelijk bewijst waarom Faedo tot de meest intrigerende terroirs van Trentino behoort.
    Prijs: 37,20 € – Te koop via Wijnkennis
  7. Weingut Pfitscher – Pinot Nero Riserva Matan 2016, DOC Südtirol / Alto Adige – UGA Glen

    De Matan Riserva uit de Glen-wijngaard in Montagna, een van de meest gewaardeerde cru’s binnen de recent officieel erkende UGA’s van Alto Adige / Südtirol. De wijnstokken groeien hier op 550 tot 600 meter hoogte, op hellingen van leem en kalksteen. Vergisting in inox kuipen gedurende 14 tot 16 dagen, gevolgd door een rijping van 12 tot 15 maanden in een combinatie van Franse barriques (225 liter) en grotere eiken fusten.
    In het glas schittert de wijn met een helder robijnrode kleur. De neus is intens en complex, met rijp rood fruit, bosbessen en zwarte kersen, omlijst door subtiele toetsen van vanille en lichte kruidigheid. Er zit een verfijnde spanning tussen rijpheid en frisheid in de smaak. Deze is krachtig en evenwichtig, met een perfecte harmonie tussen fijn zuur en rijp fruit. De structuur is indrukwekkend, gedragen door zijdezachte tannine die zich pas in de lange afdronk volledig toont. De Matan Riserva is een wijn die zich geleidelijk ontplooit. Een Pinot Nero met diepte, souplesse en een bijna serene balans.
    Prijs: 48,50 € – Te koop via Wijnkennis
  8. Gump Hof – Pinot Nero Riserva Renaissance 2020, DOC Südtirol / Alto Adige

    Wie boven op de steile hellingen van het Sciliar-massief bij Fiè allo Sciliar staat, begrijpt onmiddellijk waarom Markus Prackwieser hier zijn inspiratie vindt. De Renaissance Riserva is zijn meesterstuk, een wijn die het karakter van deze uitzonderlijke plek met verbluffende precisie vertaalt. De wijngaarden liggen tussen 500 en 550 meter hoogte, met hellingsgraden tot 55%, en worden voortdurend gekoeld door de nachtwinden uit de Dolomieten terwijl overdag warme lucht uit het Gardameer opwaait. Deze unieke luchtstromen, gecombineerd met kalkrijke morenegronden vol kwarts en porfier, zorgen voor wijnen met spanning, aromatische finesse en een haast onnavolgbare verfijning. De druiven worden vergist in inox kuipen, gevolgd door een rijping van 18 maanden in Franse barriques en nog eens zes maanden in grote houten foeders. Die lange opvoeding brengt structuur, diepte en een haast fluwelen textuur, zonder dat de wijn zijn bergfrisse energie verliest. In het glas toont de Renaissance zich granaatrood, levendig en schitterend. De neus is ronduit betoverend: zwarte kers, wilde bessen en compote van rood fruit gaan hand in hand met rode bloemen, wilde kruiden, humus en kreupelhout. Er is een subtiele aardse toets die diepte geeft, een signatuur van het terroir. De smaak is delicaat en intens tegelijk. De wijn opent kruidig, met toetsen van peper en sousbois, en ontvouwt zich vervolgens met een zijdezachte structuur en verfijnde frisheid. De afdronk is lang, complex en gelaagd, met een minerale spanning die lang nazindert.
    Prijs: 79,70 € – Te koop via Wijnkennis

Slotbeschouwing

De degustatie werd zorgvuldig opgebouwd, met wijnen die samen een duidelijk beeld schetsten van wat Pinot Nero van Noord-Italië vermag. Wat vooral bijblijft, is de diversiteit binnen een ogenschijnlijk klein gebied. Binnen Alto Adige / Südtirol bleek de stijl van Pinot Nero niet alleen groot, maar ook gelaagd en genuanceerd. Zelfs binnen één en dezelfde gemeente, Montagna, waar zowel Weingut Pfitscher als Franz Haas hun thuisbasis hebben, is het verschil haast verbluffend. De hand van de wijnmaker speelt zonder twijfel een rol, maar even bepalend is de precieze ligging van de percelen – oriëntatie, hoogte en bodemsamenstelling drukken er een onuitwisbare stempel op het eindresultaat.

De vergelijking met Trentino leverde boeiende inzichten op. Op papier lijken de verschillen subtiel, in het glas werden ze opvallend tastbaar. Geen enkele van de andere geproefde wijnen had zo’n uitgesproken zuurprofiel als de opener van Pojer e Sandri. De wijn was allerminst rijp te noemen, maar juist levendig en energiek, met een speels karakter dat onmiddellijk charmeerde. Het is een wijn die de liefhebbers van lichtere, frissere stijlen zal aanspreken, waar de zuurstructuur de wijn draagt zonder scherpte te tonen. Rodel Pianezzi sloot daarentegen perfect aan bij het Trentino-Pinot-Nero verhaal.

Montagna bevestigde zijn status als een van de meest indrukwekkende terroirs van Alto Adige, een plek waar de Pinot Nero zijn meest pure vorm vindt, wijnen met energie, lengte en karakter. En dan was er nog de verrassing van de Valle Isarco, vaak onderbelicht in de literatuur, maar in het glas een openbaring. De wijnen van Gump Hof bewezen dat ook noordelijker, in koelere valleien, Pinot Nero een verbluffende expressie kan bereiken: berglucht in vloeibare vorm.

Deze proeverij toonde dat Pinot Nero in Alto Adige / Südtirol zich niet laat vatten in één stijl of typologie. Het is een druif die hier, meer dan waar ook in Italië, het landschap vertaalt in finesse, spanning en emotie. En precies daarin schuilt haar grootsheid.

Trento DOC – De sprankelende stem van de bergen

Vraag een liefhebber naar de grote mousserende wijnen van de wereld, en Champagne, Franciacorta of misschien zelfs Cava zullen al snel worden genoemd. Trento DOC? Die naam blijft vaak achterwege. En dat is jammer. Want Trento is de wieg van de Italiaanse methode classica: mousserende wijnen met de grandeur van de Alpen en de elegantie van het noorden.

Die ingetogen klasse van deze spumanti mochten we tijdens een sprankelende degustatieavond van onze wijnclub Het Negende Vat zelf ervaren. Acht flessen toonden hoe deze appellatie het midden houdt tussen precisie en emotie. Chardonnay en Pinot Noir vonden er een natuurlijke harmonie, gedragen door de koele berglucht en de lange rijping op gist. Een avond vol bubbels, maar bovenal: vol karakter.

Trento DOC – Enkele weetjes (zie ook Trento DOC):

  • Ligging: Trento DOC bevindt zich in de provincie Trentino, in het noorden van Italië. De wijngaarden liggen verspreid over de heuvels rond de stad Trento, aan de voet van de Dolomieten.
  • Hoogte & klimaat: Wijngaarden tussen 200 en 800 m, met koele nachten, zonrijke dagen en de milde invloed van het Gardameer zorgt voor frisheid en balans.
  • Bodem: Kalkrijke en silica-houdende bodems met perfecte drainage. Ze geven de wijnen hun typische minerale spanning.
  • Druivenrassen: Chardonnay is de absolute ster, goed voor het grootste deel van de aanplant; Pinot Nero (Pinot Noir) brengt structuur en diepte, terwijl Pinot Bianco en Pinot Meunier slechts in kleine hoeveelheden voorkomen.
  • Vinificatie: Alle Trento DOC-wijnen worden gemaakt volgens de Metodo Classico (tweede gisting op fles), dezelfde methode als in Champagne.
  • Rijping:
    • Trento DOC: minimaal 15 maanden sur lattes
    • Millesimato (jaargang): minimaal 24 maanden
    • Riserva: minimaal 36 maanden
  • Stijl: Van levendige Brut tot pure Pas Dosé en elegante Rosé; Riserva’s tonen extra kracht en complexiteit.
  • Geschiedenis: In 1902 bracht Giulio Ferrari de methode champenoise naar Trentino. Sinds 1993 is Trento DOC de eerste Italiaanse DOC exclusief voor metodo classico.
  • Producenten: Meer dan 60 huizen, met Ferrari als icoon, naast Rotari, Altemasi, Cesarini Sforza, en jonge talenten als Cenci en Mas dei Chini.
  • Karakter: Trento DOC combineert de diepte van Champagne met de bergfrisheid van Trentino – wijnen met een zuivere expressie, lange levensduur en een verfijnde balans tussen kracht en elegantie.
  • DOCG?: De producenten van Trento DOC tonen geen enkele ambitie om te promoveren naar DOCG, zoals hun collega’s in Franciacorta. Ze vinden dat het merk ‘Trento DOC’ sterk genoeg is en niet gebaat is bij extra classificaties.

De proefnotities:

  1. Revi – Dossaggio Zero Millesimato 2023 – Trento DOC
    Blend: 80% Chardonnay – 20% Pinot Nero
    Rijping: 33 maanden sur lattes
    Bleekgoud van kleur met een levendige stroom van vele, superfijne belletjes.In de neus opent deze Dosaggio Zero met verfijnde aroma’s van perzik, abrikoos en rijpe peer, aangevuld met frisse tonen van citrus en groene appel. Een subtiele toets van brioche geeft het geheel diepte en complexiteit. Een subtiele toets van brioche geeft het geheel wat diepte en complexiteit. In de mond is de wijn strak en levendig, gedragen door mooie frisse zuren. De appelaroma’s zetten zich door en worden ondersteund door een duidelijke mineraliteit. Naar het einde toe ontplooit zich een licht kruidige toets en een hint van pompelmoes, die samen zorgen voor een aangenaam bittertje in de finale. Een pure, verfijnde en energieke Trento DOC met karakter en lengte.
    Beoordeling: 80/100 – Te koop bij Raineri – 31,65 €
  2. Tonini – Nature Millesimato 2020 – Trento DOC
    De blend bestaat uit 70% Chardonnay en 30% Pinot Bianco, afkomstig van kalkrijke bodems met veel silica. De wijn verbleef 30 maanden sur lattes.
    In het glas toont deze Nature Millesimato zich strogeel met vele en fijne belletjes. In de neus komen aroma’s van appel, ananas, peer, perzik, amandel, toast en citrus naar voren, met daaronder een subtiele, licht dierlijke toets die de bubbel een eigen karakter geeft. In de mond start hij met een frisse aanzet waarin een citrusbittertje meteen aanwezig is. De appeltonen worden omringd door sappige ananas en rijp steenfruit, wat zorgt voor een goede balans tussen frisheid en rijpheid. Het profiel blijft strak en mineraal, met een lange, droge finale. Ook in de smaak keert dat licht dierlijke element subtiel terug. Een correcte Trento DOC met duidelijke expressie van terroir en stijl, al ligt hij iets minder in mijn persoonlijke smaak.
    Punten: 75/100 – Niet in België – richtprijs 25,80 €
  3. Bellaveder – Brut Nature Millesimato 2020 – Trento DOC
    100% Chardonnay met een rijping van 36 maanden sur lattes.
    Strogeel in het glas met vele belletjes die iets minder fijn zijn, maar wel een levendige mousse vormen. In de neus ontvouwt zich een rijk palet van broodkruim, toast en gegrilde nootjes, gevolgd door gele appel, peer, witte perzik, een kruidige toets en hints van ananas en citrus. De gedeeltelijke houtlagering van de basiswijn komt subtiel naar voren en geeft extra diepte aan het geheel.
    In de mond proef je meer appel dan in de geur. De aanzet is fijn en zacht, maar tegelijk strak en precies, met voldoende rondheid en volheid om het geheel te dragen. De wijn toont een uitgesproken mineraal karakter dat elegant doorloopt tot in de lange afdronk. De geroosterde nootjes keren duidelijk terug, samen met een schoon, licht bittertje dat de wijn extra spanning geeft. Een zeer mooie Trento DOC met karakter, finesse en balans.
    Punten: 88/100 – Niet in België – richtprijs 28,00 €
  4. Maso Martis – Dosaggio Zero Riserva Millesimato 2020 – Trento DOC
    De blend bestaat uit 70% Pinot Nero en 30% Chardonnay. De wijn heeft 36 maanden sur lattes gerijpt, waardoor hij een prachtige complexiteit en verfijning heeft ontwikkeld. In het glas schittert hij bleekgoud, met heerlijke, fijne en vele belletjes die een levendige mousse vormen die lang aanwezig blijft. De neus is zeer verfijnd, uitgesproken en bijzonder complex, met aroma’s van citrus, perzik, peer, gegrilde pijnboompit, een lichte toasttoets en een subtiele kruidigheid. In de mond zet diezelfde fijnheid zich moeiteloos voort. Peer en perzik spelen de hoofdrol, ondersteund door een uitgesponnen, mineraal profiel dat nooit afwezig is. Een fijn citrusbittertje, wat nootjes, citruszeste en een vleugje peper in de lange afdronk zorgen voor extra spanning en karakter. Een heerlijke Trento DOC die precisie, verfijning en diepte combineert in een harmonieuze balans.
    Punten: 92/100 – Niet in België – richtprijs 40,00 €
  5. Ferrari – Perlé Brut Millesimato 2018 – Trento DOC
    100% Chardonnay met een lange rijping van 54 maanden sur lattes.
    Bleekgoud in het glas met vele, fijne belletjes en een mousse die niet te lang aanwezig blijft. De geur is uitnodigend en klassiek: toast, noot, perzik en citrus, met een duidelijke minerale ondertoon.
    In de mond proef je meteen dat dit een brut is met wat meer dosage. Dit geeft de wijn meer rondheid en toegankelijkheid. Hij toont een mooie fruitdiversiteit, waarbij het rijpe fruit mooi verweven is met uitgesproken notige toetsen. De structuur is zacht en evenwichtig, de afdronk voldoende lang met een fijn, aangenaam bittertje. Een elegante en herkenbare Trento DOC die de stijl van Ferrari perfect weerspiegelt: verfijnd, betrouwbaar en steeds van hoge kwaliteit.
    Punten: 83/100 – Te koop bij Licata – Prijs 45,00 €
  6. Villa Corniole – Salisa Zero Millesimato 2016 – Trento DOC
    100% Chardonnay
    Rijping sur lattes: 40 maanden
    De kleur is strogeel; de belletjes zijn beperkt aanwezig. In de neus toont de wijn zich correct maar wat ingetogen, met aroma’s van appel, citrus, perzik en een lichte toets van toast. Alles is mooi in balans, al mocht het geheel wat expressiever zijn. Ook in de smaak blijft dat gevoel overeind: het is allemaal correct zonder meer, maar er ontbreekt wat spanning. We proeven vooral veel appel, een zekere frisheid en een lichte kruidigheid die uitmondt in een mineraal getinte finale. De stijl blijft zuiver en droog, maar mist de expressieve kracht die andere Trento DOC’s in deze reeks wel toonden. Een correcte bubbel, maar met minder karakter en diepgang.
    Punten: 75/100 – Te koop bij J&W Wines – Prijs 35,00 €
  7. Moser – Brut Nature Millesimato 2016 – Trento DOC
    100% Chardonnay met een rijping van meer dan 60 maanden sur lattes.
    Strogeel in het glas met fijne, levendige belletjes en een lange, elegante aanwezigheid van de mousse. De neus is bijzonder fraai en gelaagd: nootjes en citrus worden ondersteund door toasty briochetonen, sappige perzik, verse ananas en appel, aangevuld met een subtiele toets van venkel en een hint van framboos.
    In de mond toont de wijn zich opvallend fris ondanks zijn rijker mondgevoel. De gegrilde noten en belegen appel keren prachtig terug, wat zorgt voor een harmonieuze balans tussen rijpheid en frisheid. De smaak blijft lang hangen en toont karakter en diepte. Dit is geen eenvoudige aperitiefbubbel, maar een volwaardige tafelgenoot. In de afdronk verschijnen een subtiel citrusbittertje, anijs en fijne kruiden, met een mineraal accent. Ik vermoedde dat de basiswijn enige houtopvoeding had gehad, maar dat bleek niet het geval. Een bijzonder smakelijke en verfijnde Trento DOC met veel complexiteit.
    Punten: 92/100 – Niet in België – Richtprijs 43,00 €
  8. Cantina di Trento – Brut Zell Rosé – Trento DOC
    Een 100% Pinot Nero die 24 tot 30 maanden rijpt sur lattes.
    Zalmroze van kleur met vele en fijne belletjes die lang in het glas blijven dansen. De mousse houdt mooi aan. In de neus vinden we citrus in de aanzet, gevolgd door appel, framboos en rijpere kersjes, met een lichte kruidigheid. In de mond toont de wijn zich zacht en rond, waarbij het rode fruit duidelijk aanwezig blijft. De zuren zijn wat gemaskeerd, wat de wijn toegankelijk maakt maar ook wat spanning wegneemt. De afdronk is correct, net als het geheel: prettig en evenwichtig, maar zonder echt te verrassen.
    Punten 75/100 – Niet in België – Richtprijs 25,00 €

Grappa en zijn regionale wortels

In aflevering twee van onze zondagse reeks over grappa gaan we op zoek naar de wortels van grappa en naar de geografie waar dit distillaat thuishoort. Om meteen duidelijk te zijn, grappa is Italiaans. De officiële definitie laat geen ruimte voor twijfel: grappa is een beschermde benaming voor een distillaat op basis van Italiaanse marc, afkomstig van druiven die in Italië zijn geteeld en gevinifieerd en in Italië zijn gestookt. Uiteraard is het net iets ingewikkelder dan we hier schetsen. Italië is een lange tuin in zee, met heuvels, bergen en kusten, rijk aan een grote variatie aan autochtone druiven. In die lappendeken van landschappen kreeg grappa een thuis en een karakter, of misschien beter gezegd meerdere thuizen en meerdere karakters.

Een land, negen accenten

Je zou denken dat het helder is welk karakter grappa heeft. De regels lijken duidelijk. In de praktijk is grappa allesbehalve uniform. Het karakter wordt in de eerste plaats bepaald door de herkomst. Laten we dat beter kaderen en duiden.

Voor grappa bestaat een officieel duidingssysteem, de TGI, die herkomst en karakter zichtbaar maakt. Zie het als een smaakkompas, de naam op het etiket is gekoppeld aan een precies Italiaans gebied en zet meteen de toon voor wat je in het glas mag verwachten.

TGI staat voor Typical Geographical Indication, in het Nederlands Typische Geografische Aanduiding. Het is een officiële herkomstspecificatie binnen de Europese bescherming van grappa. Een TGI legt twee zaken vast, waar de marc, vinaccia, vandaan komt en waar de distillatie plaatsvindt. Zo wordt de band met de plek controleerbaar en krijgt de consument een duidelijke stijlverwachting.

Het systeem is historisch gegroeid. In 1989 duidde de Europese Gemeenschap zes regio’s en één subregio aan als bakermat. In 2008 volgde een uitbreiding met Sicilië en Marsala. Zo kwamen we tot negen TGI. De bedoeling was helder, namen beschermen tegen misbruik, transparantie bieden aan de consument en producenten stimuleren om het lokale karakter te tonen.

Op het etiket lees je Grappa gevolgd door een regio of subregio, bijvoorbeeld Grappa del Trentino of Grappa di Barolo. De inhoudelijke uitdieping van de negen TGI volgt in de volgende hoofdstukken, hier volstaat het om te weten dat dit systeem je gericht laat kiezen en proeven met herkomst als leidraad.

Topografie als smaakkompas

Hoogte, expositie en de afstand tot zee bepalen mee de stijl. In bergvalleien zorgt het temperatuurverschil tussen dag en nacht voor spanning en precisie. Hoger gelegen percelen kennen koelere nachten en tragere rijping, lager in de vallei proef je gul fruit en een rondere textuur.
Afstand tot water, zee en meren dempen hitte en verlengen het seizoen. Dat maakt geuren open en lagen duidelijker. Rivieren brengen ochtendmist en een zachtere aanzet.
Bodem kleurt het profiel. Klei en vulkanische gronden geven vaak een diepere kruidigheid. Waar kalk domineert krijg je meestal een strakker, meer mineraal profiel. Alluviale bodems leveren sappigheid en breedte.
Wind speelt mee. Een constante bries houdt aroma helder. Warme zuidenwinden stimuleren rijpheid, koele noordenwinden brengen strakheid.
Dit zijn geen absolute wetten, wel betrouwbare parameters voor wie de kaart naast het glas wil leggen.

Van Alpen tot eilanden, het landschap spreekt

Veneto, open en vriendelijk, wit fruit, bloesem, een amandeltoets.
Trentino en Alto Adige, hoogte en koele nachten geven precisie, bergkruiden en citrus, een glas met spanning.
Friuli Venezia Giulia, kalk en zeewind brengen appel en perzik, witte bloemen en een frisse finale waarin Sgnape, de Friulaanse benaming voor grappa, meerdere registers bespeelt.
Lombardije, meren en bergen leveren rijp fruit en open geur, met frisheid als tegengewicht.
Piemonte, lengte en ruggengraat, rood fruit, specerijen en een tikje tannine.
Barolo, nog meer gelaagdheid, rozenblaadjes en teerachtige nuance, een lange, resonerende finale.
Sicilië, zon en wind met hoogte als koorddanser, mediterrane kruiden en rijp steenfruit.
Marsala, een uitgesproken accent van gedroogd fruit, sinaasappelschil en specerijen, rijk van geur en toch droog van mondgevoel.

Dit zijn de negen TGI gebieden in een notendop. In de volgende hoofdstukken zoomen we per TGI in op de plaats, de belangrijkste druiven en landschapsfactoren zoals hoogte, expositie en nabijheid van water. We koppelen die herkomst aan herkenbare geur en textuur en tonen hoe dat op het etiket verschijnt.

Grappa del Veneto, het kloppende hart

Venetië, Bassano del Grappa en Monte Grappa zijn al eeuwen met aquavite verbonden. Of de term grappa rechtstreeks naar de berg verwijst is onzeker, wél zeker is de sleutelrol van deze streek. Aquavite was lang de brede noemer voor sterke dranken, grappa is vandaag de precies afgebakende Italiaanse identiteit binnen die familie.

De fascinatie gaat ver terug. Een arts uit Padua, Michele Savonarola, publiceerde in de vijftiende eeuw het eerste traktaat over aquavite. In 1601 verenigden aquavite makers in Venetië zich in een gilde. De activiteit was zo levendig dat er begin achttiende eeuw in de lagunestad zelfs een Calle en een Ponte della Acquavita bestonden.

Vanuit de Adriatische kust trekt de kaart landinwaarts naar heuvels en vlakte. Nabij zee tempert de bries de hitte en blijven geuren open en vriendelijk. Hoger landinwaarts geven hoogte en expositie meer spanning. Dat levert het Veneto accent op dat we in deze reeks gebruiken als referentie, wit fruit, bloesem, een amandeltoets, helder en uitnodigend.

Vandaag is Veneto een van de grootste wijnproducenten van Italië, met zwaartepunten in Verona en Treviso. De druivenwaaier is breed. Bij wit Glera, Moscato Bianco, Friulano (Tai), Sauvignon, Verduzzo, Chardonnay, Pinot Bianco en Vespaiolo. Bij rood Cabernet, Merlot, Tai rosso, Corvina, Molinara, Rondinella en Raboso. Zoveel wijn betekent een constante aanvoer van verse vinaccia. Veneto is daardoor ook de grootste producent van grappa. Het resultaat is een rijke stilistische spreiding per subzone, maritiem getemperd nabij de Adriatische Zee en frisser op hoger gelegen plekken landinwaarts.

Grappa del Friuli Venezia Giulia, tussen traditie en moderniteit

Friuli heeft een uitgesproken wijnbouwkundige traditie. Distilleren is er al eeuwen deel van het dagelijks leven. Toen de Republiek Venetië haar invloed vanaf de vijftiende eeuw uitbreidde, kreeg de handel in aquavite extra vaart. Het werk van Michele Savonarola vond hier weerklank en het Venetiaanse gilde van 1601 liet zijn invloed voelen in Friulaanse steden en dorpen.

Eind negentiende eeuw zette Emilio Comboni een markeringspunt met zijn stoomgestookte mandketel. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er continu systemen bij. Zo ontstond een tweesporenlandschap van grotere productie naast kleinschalig ambacht, met meer variatie in het glas zonder de regionale signatuur te verliezen.

De druivenwaaier is rijk. Bij wit gaat het om Friulano, Malvasia Istriana, Ribolla Gialla, Riesling, Sauvignon, Chardonnay en Pinot Bianco. Bij rood proef je Franconia, Refosco dal Peduncolo Rosso, Pignolo, Schioppettino, Cabernet, Merlot en Pinot Nero. De geografie helpt die rijkdom richting te geven. Kalkrijke bodems en nabijheid van de Adriatische Zee geven lucht en soms een lichte ziltigheid. Vallei en hoogte zorgen voor spanning en precisie. Dat vertaalt zich in de geur naar appel en perzik, witte bloesem en een frisse finale.

In de volksmond heet grappa hier vaak Sgnape. Die naam past bij het dubbele karakter dat je in Friuli vindt. Aan de ene kant trouw aan de droge, krachtige traditie, aan de andere kant zachtere, meer fruitige interpretaties met elegantie en florale toetsen.

Grappa del Trentino, de triomf van de bain marie

Trentino staat bekend om kwaliteit en eerbied voor traditie, een plek waar het terroir duidelijk te merken is in het glas. Grappa maakt al lang deel uit van de cultuur van de streek. De zorg voor het land is zichtbaar, vandaag heeft meer dan negentig procent van de wijngaarden een DOC status, een stevige garantie op herkomst en niveau.
De druivenmix is vooral eigenzinnig en duidelijk regionaal. Bij rood domineren Schiava, Teroldego en Marzemino. Bij wit vallen Moscato, Müller Thurgau, Traminer, Riesling, Silvaner en Nosiola op. Die basis geeft grappa met een herkenbare spanning en een geparfumeerde neus.
Hoogte en koele nachten brengen precisie, de vallei levert wat meer rondte. Nabijheid van meren dempt de hitte en verlengt het seizoen, de geuren blijven open en gelaagd. Zo ontstaat de combinatie van frisheid, helder fruit en een strakke lijn die we in Trentino herkennen.
Wat de Trentino identiteit extra kleurt is de voorkeur voor de bain marie ketel. Industriële continue systemen kregen hier weinig voet aan de grond. Vakmanschap en namen als ketelbouwer Tullio Zadra drukken hun stempel op het beeld van de regio. In het glas vertaalt dat zich naar zachtheid en geurige precisie, zachte, verfijnde fruittonen en veel frisheid, zeker wanneer er geen hout aan te pas komt.

Grappa Altoatesina, zuiverheid en aromatiek

In principe moeten we Grappa Altoatesina of Grappa dell’Alto Adige zeggen, want dit is hoe de grappa van deze regio op het etiket verschijnt. Südtirol, ook bekend als Alto Adige, is overwegend bergachtig, met dalen die geschiedenis ademen. Romeinse legers trokken erdoor op weg naar het noorden en keizer Frederik Barbarossa doorkruiste deze passen tijdens zijn tocht naar Italië. De bevolking vormde tuinen uit ruig terrein en legde terrassen aan waar mogelijk. Benedictijnen, Augustijnen en het prinsbisdom Brixen drukten hun stempel op de streek, dat karakter zie je vandaag nog in het landschap.
Het klimaat balanceert op de grens van het mediterrane, ideaal voor aromatische witte rassen. Gewürztraminer en Goldmuskateller staan in de frontlinie, daarnaast vind je Weissburgunder, Chardonnay, Riesling, Kerner en Veltliner. Bij rood tonen Lagrein, Merlot, Cabernet en Pinot Nero de typiciteit van de valleien. Zo’n mozaïek levert rijke vinaccia aan de distilleerketels, met een sterke traditie van bain marie als zachte verwarmingsmethode.
De grappa uit Südtirol ademt de frisheid van bergwater en de aromatiek van de witte druiven. Het fruit is intens maar beheerst. Rijping op hout kan, toch schitteren veel bottelingen jong, met een helder, precies profiel met bergkruiden en citrus dat de hoogte en de koele nachten weerspiegelt.

Grappa di Lombardia, oude wortels en nieuwe uitdagingen

Lombardije draagt een lange traditie van distilleren. Volgens onbevestigde theorieën paste jezuïet Francesco Terzi Lana uit Brescia in de zeventiende eeuw zijn fysica toe op het stoken, mogelijk in dialoog met Athanasius Kircher.
De wijngaarden vormen een mozaïek. Oltrepò Pavese voert in Italië aan in Pinot Nero. Rond Brescia met Franciacorta en in Bergamo is de aanvoer van verse vinaccia rijk en divers. Valtellina verdient een aparte vermelding, daar geeft Nebbiolo een eigen stem in wijnen als Sfursat. Daarnaast blijven streekrassen als Bonarda, Croatina en Groppello Gentile het palet verbreden. De kaart helpt het glas te lezen. Meren dempen de hitte en verlengen het seizoen, Alpen en valleien brengen frisheid en spanning. Het regionale accent dat wij aanhouden is rijp fruit en een open geur met frisheid als tegengewicht.
De regio kende de voorbije halve eeuw een sterke terugloop in het aantal distilleerderijen. Naast grote wijnhuizen die hun eigen grappa maken of bottelen, bleven vele stokerijen nadrukkelijk ambachtelijk, vaak met ketels op stromende stoom. In de jaren zestig deden continu systemen hun intrede, wat zoals elders in Italië het sluitstuk betekende voor heel wat kleine installaties. Toch blijft Lombardije een boeiende kruising van traditie en aanpassing, met herkomst als constante.

Grappa di Piemonte, branda is de naam

Piemonte toont hoe herkomst en ambacht samen het profiel vormen. De streek koestert een oude distilleertraditie, gevoed door rijke wijngaarden. De vinaccia van Nebbiolo, Dolcetto en Barbera levert een uitgesproken basis, terwijl witte rassen zoals Moscato bianco, Arneis en Erbaluce voor een fris aromatisch register zorgen. In dialect heet grappa hier branda.
Veel huizen bleven weg van continu systemen en werkten met kleine ketels op stromende stoom, anderen met bain marie, direct vuur komt zelden voor. Dat er vroeg organisatie was blijkt uit de oprichting in 1739 van het Turijnse gilde van suikerbakkers en distilleerders van aquavite met duidelijke regels voor het ambacht.
Verwacht van Grappa di Piemonte lengte en ruggengraat, rood fruit, specerijen en een tikje tannine, soms met een toets wit fruit, soms verdiept door hout, altijd met een duidelijke signatuur.

Grappa di Barolo, de Langhe als partner

Naast Grappa di Piemonte bestaat er een tweede beschermde geografische aanduiding, Grappa di Barolo. De herkomst is sprekend, uitsluitend vinaccia van Barolo DOCG uit de heuvels van de Langhe, een gebied van ongeveer tweeduizend hectare in het zuiden van de regio, dicht bij de zuidwestelijke Alpen. Dat levert een grappa op met een uitgesproken karakter dat nauw aanleunt bij de wijn, strakker en gelaagder, rozenblaadjes, een teerachtige nuance en een lange, uitgesproken finale. Op het etiket lees je Grappa di Barolo, in het glas proef je de Langhe.

Grappa Siciliana, tussen Marsala en de traditie van limoncello

Op Sicilië is limoncello de populairste alcoholische drank, wereldwijd bekend om zijn frisse en aromatische karakter. Toch speelt grappa op het eiland een belangrijke rol, met een eigen geografische aanduiding die de herkomst beschermt.
Het profiel van Sicilië combineert zon, wind en hoogte. Aan de kusten houdt de zeebries het profiel open en levendig, in het binnenland geven hoger gelegen gaarden meer spanning. Dat levert het accent op dat we aan Sicilië koppelen, mediterrane kruiden, rijp steenfruit, warmte die toch fris blijft.
De druivenwaaier is royaal. Bij rood vallen Nero d’Avola en Frappato op, bij wit Grillo en Inzolia. De vinaccia van elk ras geeft zijn eigen kleur aan de grappa, van kruidige diepte tot citrus en geel fruit.

Een bijzonder accent is Grappa di Marsala. In de stad die beroemd is om de versterkte wijn wordt grappa gedistilleerd die vervolgens rijpt in vaten die eerder de wijn hebben gedragen. Dat zorgt voor een rijk en complex geurprofiel met gedroogd fruit, sinaasappelschil en zachte specerijen, vol maar droog van mondgevoel.

Regio’s zonder TGI, toch een eigen accent

Bij het lezen van dit artikel zal je misschien beginnen sputteren dat je toch ook wel een grappa hebt geproefd die niet afkomstig was uit één van de vermelde TGI gebieden. Dat kan perfect! Niet elke streek werkt met een typische geografische aanduiding. Ook buiten dat kader leeft grappa, met duidelijke lokale accenten.
Valle d’Aosta is een autonome regio waar het wettelijk toegestaan blijft om in de privésfeer voor eigen gebruik te distilleren. Het aantal professionele distilleerderijen is klein, de focus ligt op kwaliteit meer dan op volume.
Ligurië levert veel van zijn uitstekende vinaccia aan het nabije Piemonte en telt intern een handvol bedrijven, zowel rechtstreekse producenten als bottelaars die elders gedistilleerde grappa onder eigen etiket brengen.
In Emilia Romagna domineren grote merken in brandewijn en likeuren. Slechts enkele bedrijven distilleren er vinaccia, doorgaans met continue installaties.
Toscane bruist in de wijn, maar minder in het stoken. Veel domeinen laten hun vinaccia extern verwerken, waardoor verschillende grappa’s uit dezelfde ketel kunnen komen met elk een eigen label.
In Midden en Zuid Italië is de traditie minder omvangrijk dan in het noorden, al groeit de groep liefhebbers gestaag. Een bijzonder erfstuk is de Sardijnse aquavite Filu e ferru. De naam verwijst naar een oude manier om clandestiene flessen te verbergen, ze werden onder de grond begraven met een draad rond de hals die net zichtbaar bleef zodat men ze later kon terugvinden.

Waarom die band met de regio zo belangrijk is

Je hoeft niet gestudeerd te hebben om dit te begrijpen. Zoals bij wijn haalt grappa zijn identiteit uit de plek. Het is de combinatie van druif, bodem, hoogte en klimaat die de toon zet.

De TGI maakt die band met de plek zichtbaar en controleerbaar. Ze is een belofte op het etiket over wat je mag verwachten in het glas. Daar ligt de kern van de wortels van grappa. Een distillaat dat Italië niet alleen vermeldt, het draagt het land in zijn stijl.

Ook andere elementen kleuren de uiteindelijke smaak, zoals rijpingstijd, houtlagering en vatkeuze. Deze factoren hebben we hier niet besproken, maar ze duwen de grappa vanzelfsprekend mee in zijn eindsmaak.

Volgende week duiken we in de geschiedenis van grappa en gaan we op zoek naar het verhaal achter grappa.

Zijn reeds verschenen in deze reeks:

  1. Grappa: Wat is het en hoe wordt het gemaakt?

Barolo Chinato: De vergeten neef

Ah, Barolo. Alleen al het uitspreken van de naam doet wijnliefhebbers glunderen en dromen. Maar dit verhaal gaat niet over Barolo. Dit verhaal gaat over iets dat veel minder bekend is: Barolo Chinato.

Onlangs waren we op bezoek bij I Cipressi, onze Nobile di Montepulciano-producent, ver weg dus van Barolo-land. Manuel nodigde ons uit voor de lunch in Osteria Porta di Bacco, en op het einde van de maaltijd kregen we een glas Barolo Chinato geserveerd. Het was een eeuwigheid geleden dat ik dat nog eens in het glas had.

Waar Barolo de koning is van structuur en elegantie, is Barolo Chinato de zonderlinge neef met een kruidenkast onder de arm. Een elixer, geboren uit Nebbiolo, versterkt met alcohol, doordrenkt met schors, wortels en specerijen. Ooit bedacht in een apotheek in Serralunga d’Alba, bedoeld als medicinale versterking, niet als verwenproduct.

Barolo Chinato is niets voor haastige drinkers. Het roept herinneringen op aan een ander Piemonte: donkerder, stiller, ruwer. Een tijd waarin troost schuilging in eenvoud, en een glas Chinato eerder balsem was dan luxe.

Toch hebben zelfs doorgewinterde Barolo-liefhebbers hem vaak nog nooit geproefd. En eerlijk: dat is geen schande. Want hoewel ik genoot van het glas dat we als afsluiter kregen, bekroop me tegelijk de vraag of ik er ooit spontaan zelf om zou vragen. Barolo Chinato intrigeert, maar hij daagt ook uit. Het is geen vanzelfsprekende keuze en misschien is dat net wat hem zo boeiend maakt.

Een alchemistisch begin

Barolo Chinato ontstond aan het einde van de 19e eeuw, niet in een wijnkelder, maar in een apotheek in het dorp Serralunga d’Alba. Daar werkte Giuseppe Cappellano, apotheker en zoon van een wijnbouwer, aan een versterkend drankje dat verlichting moest bieden bij verkoudheden en maagklachten. Hij gebruikte Barolo als basis, voegde alcohol toe om het te conserveren en verrijkte het met kinabast en andere geneeskrachtige kruiden.

De formule bleef geheim, maar het resultaat verspreidde zich snel. Wat begon als een lokaal huismiddel, groeide uit tot een elixer met een haast mythische status. Volgens het wijnhuis Ceretto waren het aanvankelijk vooral apothekers uit de regio die Chinato produceerden, elk met een eigen variant. De kennis en recepten gingen mondeling over, vaak van vader op zoon, net zoals bij de kruidenmengsels die erin verwerkt werden.

Niet iedereen schrijft de uitvinding toe aan Cappellano. Ook de naam Giulio Cocchi duikt op in historische bronnen als mogelijke bedenker. Cocchi was actief in Asti en bekend om zijn gearomatiseerde wijnen. Toch wordt Cappellano doorgaans als de grondlegger erkend, niet alleen om zijn medische insteek, maar ook omdat zijn familie tot op vandaag Barolo Chinato produceert volgens dezelfde filosofie.

De keuze om Barolo als basis te gebruiken gaf het drankje extra allure. Barolo was toen al de trots van Piemonte, wat de verspreiding van Chinato zeker heeft versneld. Wijnhuizen als Roagna, Borgogno, Marcarini en Ceretto ontwikkelden elk hun eigen recept, vaak met subtiele verschillen in kruidenmengsel, suikergehalte of type alcohol.

Ondanks die vroege populariteit verdween Barolo Chinato in de tweede helft van de 20e eeuw stilaan naar de achtergrond. Het veranderende drinkgedrag, de opkomst van moderne digestieven en de relatief hoge productiekost zorgden ervoor dat steeds minder huizen het bleven maken. Vandaag is het een nicheproduct, met nog slechts een handvol producenten. In Alba zijn nog oude flessen uit de jaren ’50 te vinden. Vloeibare getuigen van een tijd waarin Chinato nog gold als medicinaal wondermiddel én gastronomische luxe.

Wat zit er eigenlijk in?

De basis van Barolo Chinato is, zoals de naam al aangeeft, Barolo. Veel producenten gebruiken zelfs Barolo Riserva of cuvées van topkwaliteit, denk aan Roagna’s Pira Riserva uit Castiglione Falletto. Alleen al die keuze onderscheidt Barolo Chinato van andere gearomatiseerde wijnen zoals vermouth, waarbij de basiswijn zelden een hoofdrol speelt.

Wat Barolo Chinato definieert, is de toevoeging van een aromatische infusie op basis van de gele kinabast. Deze schors, afkomstig van de cinchonaboom uit Zuid-Amerika, bevat kinine. Een bitterstof die oorspronkelijk werd ingezet tegen koorts en malaria, en vandaag nog steeds in tonicwater zit. In Chinato zorgt het voor de karakteristieke, kruidige bitterheid die de wijn zijn ruggengraat geeft.

Rond deze bittere kern bouwt elke producent zijn eigen kruidenmengsel. Er zijn geen vastgelegde recepten, maar wel terugkerende ingrediënten. Veelgebruikte bestanddelen zijn onder andere gentiaanwortel, rabarberwortel, kaneel, kruidnagel, kardemom, korianderzaad, steranijs, vanille, citruszeste en alpenkruiden (soms meer dan dertig verschillende soorten).

De meeste producenten houden hun recept geheim. Sommigen kiezen voor een korte lijst met pure ingrediënten, anderen werken met complexe combinaties die tot 35 kruiden kunnen omvatten. De bereidingswijze varieert eveneens: bepaalde huizen laten de kruiden macereren in grappa di Barolo, die nadien wordt toegevoegd aan de wijn. Anderen infuseren de alcohol apart of voegen de kruiden rechtstreeks toe aan de Barolo.

Een klein beetje suiker wordt vaak toegevoegd om het bitter-kruidige profiel te verzachten. Maar ook daar zijn de stijlen verdeeld: waar de ene producent op zoek gaat naar balans, kiest de andere resoluut voor een droge, strakke stijl zonder zoete afronding.

Het eindresultaat wordt meestal afgerond met een periode van houtlagering. Sommige Chinato’s rijpen slechts enkele maanden, andere, zoals bij Cappellano, liggen jarenlang in grote botti. Die rijping voegt extra diepgang en textuur toe, en maakt het eindproduct nog complexer.

Het alcoholpercentage ligt doorgaans rond de 16%, waardoor Barolo Chinato steviger is dan wijn, maar minder zwaar dan een klassieke likeur. Het resultaat is een aromatisch, gelaagd en bitterzoet digestief, dat tegelijk medicinaal én gastronomisch aanvoelt.

Is het wel degelijk geliefd?

Barolo Chinato is geen allemansvriend. Daar bestaat weinig twijfel over. Het bitterzoete profiel, de medicinale kruiden en het hoge alcoholgehalte maken het tot een uitgesproken drankje, eerder een karakterkop dan een publiekslieveling. Maar voor wie zich eraan waagt en zijn smaakpapillen even opnieuw afstemt, opent zich een wereld van gelaagdheid en finesse.

Toch is de vraag gerechtvaardigd: is Barolo Chinato werkelijk geliefd?

In commerciële termen: beperkt. Het is een nicheproduct, met een kleine, maar trouwe aanhang. De productie blijft bewust kleinschalig, en bij het grote publiek geniet het lang niet de bekendheid van vermouth of amaro. Maar binnen zijn beperkte kring heeft Barolo Chinato een bijna cultstatus.

Waarom? Net omdát het zo anders is. Hieronder enkele redenen waarom deze aromatische versterkte drank blijft voortbestaan:

1. Als digestief

Barolo Chinato komt pas echt tot zijn recht aan het einde van een maaltijd. De combinatie van bitterheid, kruidenwarmte en een vleugje zoet maakt het bijzonder geschikt om de spijsvertering af te ronden. Veel producenten beschouwen het dan ook in de eerste plaats als een vino da meditazione, eerder bedoeld voor rust dan voor dorst.

2. In de gastronomie

In Piemonte blijft Chinato een culinair statussymbool. Het wordt geserveerd bij lokale kazen, rijke vleesgerechten of, nog beter, bij pure chocolade. Die laatste combinatie wordt door sommigen als heilig beschouwd, omdat Barolo Chinato als een van de weinige dranken voldoende structuur en bitterheid heeft om niet weggevaagd te worden door donkere cacao.

3. In cocktails

De opmars van ambachtelijke mixologie heeft Chinato nieuw leven ingeblazen. Barmannen gebruiken het graag als complex, bitterzoet alternatief voor vermouth of amaro. In cocktails zoals de Piedmont Sour of Chinato Nail voegt het diepte toe zonder te domineren. Voor sommigen is het zelfs dé manier om Chinato te leren kennen, net omdat de scherpe kantjes daar wat verzacht worden.

4. Door zijn houdbaarheid

Een ander voordeel is de stabiliteit: een geopende fles Barolo Chinato blijft makkelijk enkele weken, zelfs maanden goed, zonder veel kwaliteitsverlies. Zoals Luca Roagna het treffend verwoordt:

“Het is een bijna eeuwige nectar.”

🍸 Barolo Chinato in de cocktailbar

Barolo Chinato is van oorsprong een digestief, maar vindt de laatste jaren steeds vaker zijn weg naar de cocktailbar. De uitgesproken bitterheid, het aromatische profiel en de diepe kruidigheid maken het tot een interessant alternatief voor vermouth of amaro. Barmannen die ermee werken gebruiken Chinato als een complexe component in winterse en klassieke cocktails.

We geven hieronder drie recepten waarin Barolo Chinato een hoofdrol speelt.

1. Piedmont Sour

Een kruidige, fluweelzachte variant op de klassieke Whiskey Sour, waarin Chinato voor diepte en bitterheid zorgt.

Ingrediënten

  • 45 ml bourbon
  • 22 ml Barolo Chinato
  • 22 ml versgeperst citroensap
  • 1 eiwit
  • 1 theelepel orgeat (amandelstroop)

Bereiding
Shake alle ingrediënten zonder ijs (dry shake). Voeg daarna ijs toe en shake opnieuw tot goed gekoeld. Dubbel zeven in een gekoeld tumblerglas. Serveer zonder garnering of met een vleugje nootmuskaat.

2. Darkside

Een gespierde gin-cocktail met florale bitters en de aardse ondertoon van Chinato.

Ingrediënten

  • 75 ml gin
  • 30 ml Barolo Chinato
  • 3 scheutjes Peychaud’s bitters

Bereiding
Roer alle ingrediënten met ijs in een mengglas tot goed gekoeld. Zeef in een gekoeld martiniglas. Garneer met limoenzeste en een steranijs.

3. Chinato Nail

Een Italiaanse draai aan de klassieke Rusty Nail, waarin Chinato het zoete van de Drambuie in evenwicht houdt.

Ingrediënten

  • 75 ml Scotch whisky
  • 15 ml Barolo Chinato
  • 15 ml Drambuie

Bereiding
Roer alle ingrediënten met ijs in een mengglas. Zeef in een tumbler gevuld met ijs. Serveer eventueel met een sinaasappelschil.

Moet je er een fles van in huis halen?

Goede vraag. Barolo Chinato is niet goedkoop, niet breed verkrijgbaar en zeker niet onmisbaar in elk huishouden. Je hebt er niets aan als je gewoon op zoek bent naar een snelle aperitief of iets licht verteerbaars op een zomers terras.

En toch is er iets te zeggen voor die ene fles in je kast. Niet als vaste waarde, maar als curiositeit. Iets dat je af en toe bovenhaalt wanneer het moment erom vraagt: een avond met vrienden waarop je graag verrassend uit de hoek komt, een stukje donkere chocolade op tafel zet en er een glas naast schenkt dat niemand verwacht, maar iedereen bijblijft.

Cin cin, amici.

Grappa: Wat is het en hoe wordt het gemaakt?

Nadat we vorige week een korte introductie en een overzicht hebben gegeven, trekken we vanaf vandaag zes zondagen lang alle registers van Grappa open. Grappa is voor velen nog onbekend, maar ze heeft een duidelijke aantrekkingskracht. Komt het door het onbekende, door de uitstekende Italiaanse marketing of door de coole flessen waarin ze wordt aangeboden? Hoog tijd om Grappa op het hoofdpodium te plaatsen en haar geheimen te ontrafelen. Vandaag beginnen we met deel één, wat is Grappa en hoe wordt Grappa gemaakt.

Wat is Grappa

Grappa is een Italiaanse brandewijn gemaakt uit vinaccia, de druivenresten die overblijven na het persen. Je vertrekt niet van wijn, maar van schillen, pitten en soms steeltjes. Precies daar zitten aroma, structuur en tannine. Het resultaat is een eigenzinnige spirit met een uitgesproken druivenkarakter.

Vinaccia draait in de kern om de schil van de druif. Die schil zit boordevol geur en kleurstoffen. Omdat je van zo’n aromarijke bron vertrekt, draagt Grappa vaak duidelijke druifexpressie. Denk aan florale en fruitige tonen, soms aangevuld met zoete specerijen en citrus, afhankelijk van de gebruikte druif en hoe schoon de schillen worden aangeleverd.

Grappa verschilt van veel andere distillaten. Dat komt door de vaste oorsprong van de grondstof. Je distilleert geen wijn of sap, maar de vaste componenten van de druif. Dat geeft een directe link naar de wijngaard en verklaart de vaak uitgesproken textuur en grip in de mond.

Grappa ontstaat pas nadat de vinaccia eerst is vergist en daarna is gedistilleerd. Die twee stappen horen bij het maakproces en leggen de basis voor het karakter in het glas.

De drie pijlers van Grappa

Drie elementen zijn onmisbaar bij de bereiding van Grappa: vinaccia, de ketel en de meester distillateur. De grondstof brengt het druivenprofiel, de ketel vertaalt dat profiel naar textuur en intensiteit, de distillateur beslist wanneer hij ingrijpt. Zonder goede vinaccia geen karakter, zonder passende ketel geen textuur en intensiteit, zonder vakkennis geen finesse. Dit trio bepaalt de huissignatuur.

Vinaccia is waar het allemaal mee start. Wat telt is versheid, zuiver aanleveren en een scherp oog bij de selectie. Schone schillen geven een levendige geur en een heldere smaak. De kwaliteit van Grappa begint bij de kwaliteit van de vinaccia. Elke vorm van veroudering van de schillen proef je onherroepelijk terug. De grappaproducent bewaakt daarom de doorstroming, liever snel in de ketel dan lang bewaren. Moet vergiste vinaccia toch wachten, dan is zorgvuldige bewaring essentieel om bederf en schimmel te voorkomen. Het beste geheim is eenvoudig, distilleer verse schillen zonder het bewaren te rekken. De gebruikte druif bepaalt de richting waar de rest op voortbouwt.

De ketel is het instrument waar het gebeurt. Vorm, inhoud en warmteoverdracht bepalen hoe zacht of stevig de spirit aanvoelt. Langzaam en gelijkmatig verwarmen kan aroma’s behouden en de mondstructuur rond laten aanvoelen, sneller werken geeft vaak meer pit. Contact met koper helpt om geuren te polijsten en de spirit schoon te laten ruiken.

De meester distillateur is de dirigent. Hij plant, ruikt, proeft en neemt beslissingen op het juiste moment. Hij bewaakt hygiëne en tempo, kiest hoe ver hij gaat in concentratie en hoe zacht hij de spirit wil laten overkomen. Zijn ervaring zet de toon, van de eerste vulling van de ketel tot de rust na afloop. Zo krijgt Grappa een herkenbaar karakter door consequente keuzes.

Vinaccia, de grondstof en haar aroma’s

Vinaccia, ook wel marc genoemd, is de grondstof voor Grappa. Het gaat om de druivenschillen die overblijven na het persen, soms met wat pitten en steeltjes. Vinaccia arriveert niet altijd in dezelfde staat. Bij witte wijn worden de druiven vóór de vergisting geperst, de vinaccia is dan onvergist, rijk aan suiker maar zonder alcohol en moet eerst volledig vergisten. Bij rosé is er een korte maceratie geweest, de vinaccia is gedeeltelijk vergist en bevat al wat alcohol. Bij rode wijn vergisten de schillen mee met de most, de vinaccia is volledig vergist en klaar voor distillatie. In alle gevallen geldt dat een schone, gecontroleerde vergisting met aandacht voor temperatuur, zuurstof en hygiëne de beste basis legt. Onvergiste en gedeeltelijk vergiste vinaccia laat de distillateur eerst gecontroleerd uitgisten. Pas daarna volgt de distillatie.

Elke druif draagt een schil van slechts 2 tot 10 duizendste millimeter dik. In die flinterdunne laag zitten grote hoeveelheden geur en kleurstoffen waarop de Grappa distillateur zich richt. De schil vormt de primaire aromabron van Grappa, daarom herken je in vinaccia van bijvoorbeeld Moscato vaak florale en fruitige toetsen.

Maak een onderscheid tussen intensiteit en complexiteit. Intensiteit gaat over de kracht van de indruk, complexiteit over het aantal lagen. Honderd rode rozen geven veel intensiteit, een boeket met honderd verschillende bloemen geeft vooral rijkere complexiteit. Zo draagt Grappa, als resultaat van de schil, een breed palet met schakeringen van bloemen en fruit tot zoete specerijen, citrus, gekonfijt fruit en soms een lichte medicinale toets. Weinig distillaten bieden zo een omvangrijk geur en smaakpalet dat rechtstreeks uit vinaccia komt.

Distilleren, van damp naar vloeistof

Om tot Grappa te komen wordt de gefermenteerde vinaccia gedistilleerd. Distillatie is een praktische scheikundige stap. Je verwarmt de vinaccia in de ketel, alcoholdampen met aroma stijgen op en worden na koeling weer vloeistof. Ethylalcohol kookt bij 78,4 graden Celsius en water bij 100 graden. Omdat alcohol en water samen een oplossing vormen, verschuift het kookpunt met hun onderlinge verhouding. Meer water verhoogt het kookpunt, minder water verlaagt het. Die kennis geeft de distillateur houvast. Te heet geeft ruwe randen, te voorzichtig kan het distillaat vlak maken.

Wat gebeurt er onderweg? De damp die uit de ketel opstijgt is rijker aan alcohol en vluchtige aroma’s dan de vloeistof die achterblijft. Door die damp gecontroleerd te condenseren in de koeler ontstaat een vloeistof met een hogere sterkte. De distillateur stuurt dit met drie praktische knoppen: de temperatuur in ketel en dampkap, het debiet van de uitstromende damp en het koelwater in de condensor. Rustig en gelijkmatig werken houdt de aromastroom stabiel.

Omdat je met vaste bestanddelen werkt, is warmteoverdracht cruciaal. De vinaccia moet overal voldoende warm worden zonder aan te branden. Zachte, gelijkmatige verhitting helpt de damp door de massa te trekken en neemt geurcomponenten mee. Een goed gevulde maar luchtige ketel levert vaak een schonere, levendige dampstroom.

Batch of continu

Er bestaan ketels die continu werken, efficiënt en geschikt voor grote volumes. Ambachtelijke Grappa ontstaat meestal in batches, per lading vinaccia. Dat geeft de distillateur de vrijheid om per partij te beslissen hoe snel je verwarmt, hoe lang je laat doorlopen en waar je de snedes legt, wat we verderop toelichten in het hoofdstuk Kop, hart en staart.

Bij batch werken staat maatwerk centraal. Je laadt een afgebakende portie vinaccia, je stuurt op het ritme van die ene lading en je kunt keuzes achteraf herzien voor de volgende. Dat maakt het makkelijk om verschillen in herkomst of oogstjaar zichtbaar te houden en om kleine aanpassingen te doen zonder het hele proces te veranderen.

Continu werken draait om stabiliteit en rendement. De ketel krijgt een gelijkmatige aanvoer, de parameters blijven zo veel mogelijk constant en de uitkomst is doorgaans zeer consistent. Het systeem is gemaakt voor lange runs met weinig stilstand, geschikt wanneer je veel liters met een gelijk profiel wilt afleveren.

Geen van beide is per definitie beter. Batch geeft flexibiliteit en karaktersturing per lading, continu levert schaal en gelijkmatigheid. In dit deel focussen we op batch, omdat ambachtelijke Grappa doorgaans zo wordt gemaakt.

De cadans van de cotta

Ambachtelijke ketels werken discontinu. Een cotta is één volledige batch, van vullen tot leegmaken. Na elke run stopt het proces, de uitgeputte vinaccia gaat eruit, de ketel wordt gereinigd en opnieuw gevuld, daarna start de volgende ronde.

Een cotta verloopt in vaste stappen. Eerst voorbereiden en de ketel sluiten. Dan opwarmen tot het beoogde werkgebied en gecontroleerd laten lopen. Tot slot stoppen en veilig drukloos maken. De looptijd verschilt per lading en ketelgrootte. Tijdens de run worden de belangrijkste proceswaarden geregistreerd, denk aan temperaturen, debieten en uitloop per tijdsblok, zodat de volgende cotta met dezelfde instellingen kan starten.

Na het stilleggen volgt het warme deel van de arbeid. De vinaccia wordt afgevoerd, oppervlakken die met damp en vloeistof in contact komen worden gespoeld en visueel gecontroleerd. Pakkingen, kranen en verbindingen krijgen een korte check op dichtheid. Een schone ketel verkleint de kans op afwijkende geuren in de volgende run en houdt de cadans strak.

Omdat je in batches werkt, ontstaat er een ritme over de dag. Terwijl de ene cotta nog loopt, wordt de volgende lading voorbereid. Zo beperk je stilstand en bouw je een reeks runs op met een vergelijkbaar profiel. De gewenste fracties uit opeenvolgende cottas worden vaak samengebracht in een tussentank, zodat de uiteindelijke partij homogeen is zonder dat je de individuele controle per run verliest.

Wie een cotta meemaakt, ziet daarom meer dan alleen damp en koper. Het is het herhalen van dezelfde zorgvuldige handelingen op het juiste moment, soms bedachtzaam, soms sneller, altijd gericht op samenhang in geur en smaak. Dat ritme, de cadans van de cotta, is een kenmerk van ambachtelijk werken.

Ambachtelijke ketels in de praktijk

Dat distillatieproces speelt zich af in de ketel. De keuze van het instrument kleurt de uiteindelijke Grappa mee. Drie types kom je het vaakst tegen. Stoomalambieken met kleine ketels laten zachte hitte door de vinaccia stromen, dat beperkt het risico op aanbranden en helpt om frisse aroma’s mee te nemen. Au bain marie werkt met een mantel gevuld met water of een warmtegeleidende vloeistof, de warmte is nog gelijkmatiger en dus zeer geschikt om delicate geuren te bewaren. Direct vuur verwarmt de ketelbodem rechtstreeks en geeft een intensere warmtedynamiek, dat kan zorgen voor een steviger mondgevoel. Het vraagt wel een alerte distillateur en vaak een roerwerk of valse bodem zodat schillen niet vastkoeken.

Naast de warmtebron spelen vorm en inhoud een rol. Een compacte helm en korte verbinding naar de koeler houden terugvloei beperkt en leveren vaak een expressieve, directe spirit. Een slankere helm en langere weg geven meer interne terugvloei, wat de spirit verfijnt. Kleine ketels geven ruimte om per partij vinaccia te sturen, grotere ketels bieden rust en herhaalbaarheid. Contact met koper is gewenst omdat het geuren polijst en de spirit schoon houdt, daarom zijn dampwegen en koeler meestal in koper uitgevoerd of ermee bekleed.

Rectificatie en de meester distillateur

In vinaccia zitten naast gewenste aroma’s ook stoffen die je niet in het glas wilt. Rectificatie is het fijnmazig zuiveren van de jonge spirit. De distillateur gebruikt het verschil in vluchtigheid om ongewenste componenten te vermijden en de gewenste juist te bewaren. Zo krijg je een distillaat dat helder ruikt, zuiver smaakt en in balans is.

In de praktijk gebeurt rectificatie stap voor stap. De damp wordt geconcentreerd, gekoeld en opgevangen. Daarna verdeelt de distillateur de uitloop in afzonderlijke fracties. Hij werkt met een combinatie van zintuig en meting. Hij ruikt en proeft, en volgt tegelijk signalen zoals temperatuur, alcoholgraad en doorstroom. Kleine aanpassingen in warmte en koeling maken het scheiden preciezer en houden de aromastroom stabiel.

De meester distillateur is de bewaker van stijl. Hij beslist hoe strikt hij scheidt om een ranke, frisse expressie te krijgen of juist iets breder om meer body mee te nemen. Fracties die op de grens zitten worden apart gehouden en later al dan niet gebruikt. Zo ontstaat een herkenbare huissignatuur die van run tot run herhaalbaar blijft.

Kop, hart en staart

Tijdens de distillatie maakt de distillateur bewuste scheidingen, de snedes. De uitloop wordt verdeeld in drie delen, kop, hart en staart. Juist scheiden houdt het aroma helder en de textuur schoon.

De kop is de eerste fractie. Ze ruikt vaak prikkelend en scherp, met vluchtige tonen die de neus domineren. Deze fractie gaat niet in de fles. Een beetje kop in het hart maakt de geur snel stekend en onrustig, daarom wordt ze strikt apart gehouden.

Het hart is de centrale fractie en de kern van de Grappa. Hier proef je de zuiverste druifexpressie. Het hart combineert helder aroma met een evenwichtige mondstructuur en een schone afdronk. Dit deel vormt de basis van de uiteindelijke cuvée.

De staart is de laatste fractie. Ze brengt zwaardere, olieachtige componenten mee. In geur kan dat richting notig, kruidig of groene accenten gaan, in de mond geeft het snel een plakkerig gevoel. De staart hoort niet in de fles omdat ze de frisheid en precisie vertroebelt. Ze wordt apart gehouden en meestal opnieuw gedistilleerd om alcohol te recupereren, de rest wordt technisch verwerkt of afgevoerd.

De kunst zit in het juist bepalen van de overgangen. De kop sluit je af zodra de prikkelende toppen wegvallen en het hart open en zuiver ruikt. De staart begint wanneer de aromatische spanning wegebt en de vloeistof zwaarder aanvoelt. Dat moment verschilt per lading vinaccia en per beoogde stijl. Een ervaren meester distillateur is dus een vereiste om de snedes exact te leggen.

Sterkte verlagen en rust

Na het distilleren staat er een jonge spirit met een hoog alcoholpercentage, vaak tussen 65 en 86 procent alcohol. Uiteraard is deze nog niet klaar om te consumeren. De producent verlaagt de sterkte met gedemineraliseerd, gedistilleerd of onthard water tot de gewenste bottelsterkte. Voor Grappa ligt die doorgaans tussen 37,5 en 60 procent. De gekozen sterkte moet in balans zijn met de overige vluchtige componenten zodat alcohol het aroma niet overstemt.

Het verdunnen gebeurt bij voorkeur in stappen. Je voegt een deel water toe, mengt rustig, laat de spirit tot rust komen en beoordeelt opnieuw. Zo bouw je de gewenste spanning in geur en mondgevoel zorgvuldig op. Het water is smaakneutraal en arm aan mineralen, de temperatuur van spirit en water ligt dicht bij elkaar om schokken te vermijden. De alcoholgraad wordt nauwkeurig gemeten bij een vaste referentietemperatuur, meestal rond 20 graden Celsius.

Na het terugbrengen van de sterkte volgt rust. In gesloten, schone tanks, vaak roestvrij staal of glas, en bij stabiele keldertemperaturen krijgen geur en mondgevoel tijd om te versmelten. Die rust kan variëren van enkele dagen tot enkele weken. Aan het einde van die periode proeft de meester distillateur opnieuw en bevestigt de bottelsterkte.

Filtratie en helderheid

Door olieachtige, slecht oplosbare componenten kan het toevoegen van water de jonge Grappa licht troebel maken. Om de kristalheldere aanblik te herstellen wordt de spirit eerst teruggekoeld, vaak naar een temperatuur tussen min vier en min vijftien graden Celsius, daarna volgt de filtratie.

In de praktijk gebruikt men meestal twee stappen. Eerst een dieptefiltratie met platen of kiezelaarde om het grove werk op te vangen. Daarna een polijstfiltratie met fijne pads of membranen om de laatste zwevende deeltjes te verwijderen. De stroom en de druk blijven laag, zo blijft de aromatische lading intact.

Soms kiest de producent voor een kleine correctie met actieve kool om een onzuivere toon te verzachten. Dat gebeurt spaarzaam, want te veel kool kan ook gewenste geuren wegnemen. Na de koude filtratie volgt een eenvoudige stabiliteitscheck, denk aan een koude proef waarbij de Grappa enkele uren bij lage temperatuur helder moet blijven.

Wanneer de spirit helder door de filters komt en de stabiliteit is bevestigd, is de Grappa klaar om te bottelen.

En dus hebben we Grappa!

Dit was al een hele boterham om mee van start te gaan. Je zal het ongetwijfeld met me eens zijn dat er heel wat bij komt kijken om van druivenschillen een sterke drank als Grappa te kunnen maken. Daar hoef je niet aan te denken wanneer je later op de avond een klein glas inschenkt, Grappa is er om van te genieten. Doe dat met de nodige tijd en zonder te overdrijven, dan geeft dat kleine borreltje ook morgen evenveel plezier.

Volgende zondag reizen we door de oorsprong van Grappa en de rol van de regio waarin deze wordt gemaakt.

Grappa op zondag: zes weken lang proeven, ontdekken en begrijpen

Wie wijn zegt, zegt liefde voor druiven. En wie écht van wijn houdt, behandelt ook de resten van de druif met zorg. Grappa is daar het schoolvoorbeeld van.

Mijn eerste ontmoeting met grappa vond plaats tijdens een Rome-reis, op een verborgen pleintje na een stevige maaltijd. Een glas witte, ongerijpte grappa: scherp, bijtend, onverwacht. Geen liefde op het eerste gezicht. Pas later, dankzij mijn vrouw en haar indrukwekkende verzameling flessen thuis, ontdekte ik hoe veelzijdig en verfijnd grappa kan zijn. Van zachte, bloemige aroma’s tot krachtige, kruidige distillaten, er ging een wereld voor me open.

Opvallend genoeg kennen veel mensen de naam grappa, maar blijft de inhoud voor velen een mysterie. Daarom starten we vanaf nu een zesdelige zondagse blogreeks waarin we deze Italiaanse drank van top tot teen verkennen. Elke week duiken we in een ander aspect, zodat je na afloop niet alleen weet wat er in je glas zit, maar het ook op de juiste manier kunt waarderen.

Wat mag je verwachten?

  1. Wat is grappa en hoe wordt grappa gemaakt?
    Van druivenschil tot distillaat, met aandacht voor het proces, de ingrediënten en de rol van de distilleerder.
  2. De wortels van grappa
    Waar in Italië begon het allemaal, en waarom is de band met de regio zo belangrijk?
  3. Het verhaal achter grappa
    Van eenvoudige dorpsdrank tot een product dat wereldwijd erkenning krijgt.
  4. De vele gezichten van grappa
    Jonge, gerijpte, monovitigno, gearomatiseerde varianten: hoe stijl en druif het karakter bepalen.
  5. Grappa vandaag en de regels eromheen
    Bescherming, kwaliteitsnormen en wat een distillaat tot échte grappa maakt.
  6. Grappa proeven en gebruiken
    De juiste temperatuur, het perfecte glas, en hoe grappa ook in de keuken en in cocktails schittert.

Deze reeks is voor nieuwsgierige fijnproevers, beginnende ontdekkers en doorwinterde liefhebbers. Elke zondag schenken we je nieuwe kennis, boeiende achtergrond en praktische tips.

Of je nu leest met een glaasje grappa in de hand of gewoon vanuit de luie stoel, de wereld van grappa wordt de komende weken een stuk minder mysterieus.

De overige toegelaten druiven in de Valpolicella blend

Het afsluitende artikel in onze reeks over de Valpolicella-wijnen is zonder twijfel het stuk waarvoor het meeste opzoekwerk nodig was. Er zijn namelijk talloze druivenrassen toegestaan in de wijnen van deze appellatie. De hoofdrolspelers hebben we al besproken, net als de meest voorkomende figuranten. Wat resteert zijn piepkleine bijrollen voor soms obscure, bijna vergeten namen, maar ook voor rassen die wereldwijd bekendstaan om hun klassewijnen. Denk aan Sangiovese en Nebbiolo, maar ook aan enkele grote Franse namen. Op het etiket zal je ze zelden afzonderlijk vermeld zien, vaak verdwijnen ze onder de noemer ‘overige toegelaten druiven – 10%’. In dit artikel proberen we daar wat licht op te werpen.

De overige toegelaten druiven in de Valpolicella blend

Om een beter beeld te krijgen van welke druivenrassen een plek mogen krijgen in een Valpolicella-wijn, is het zinvol eerst naar de wetgeving te kijken. Artikel 2 van het disciplinare voor Valpolicella DOC zegt in essentie het volgende:

De Valpolicella wijnen moeten worden gemaakt van druiven die afkomstig zijn van wijngaarden met deze samenstelling:

  • Corvina Veronese (ook Cruina of Corvina genoemd): tussen 45% en 95%. Binnen dat percentage mag maximaal 50% Corvina vervangen worden door Corvinone.
  • Rondinella: tussen 5% en 30%.
  • Daarnaast mogen er tot maximaal 25% andere druiven gebruikt worden, mits ze voldoen aan deze voorwaarden:
    • Niet-aromatische rode druiven die toegelaten zijn voor de provincie Verona (zoals vastgelegd in het nationale register), tot maximaal 15% totaal, met per afzonderlijk druivenras een limiet van 10%.
    • Italiaanse autochtone rode druiven (volgens wet 82/06) die zijn toegelaten in de provincie Verona, tot het resterende maximum van 10%.

Wie het nationale register van Italiaanse druivenrassen bekijkt voor de IGT Veronese, vindt een lijst van ongeveer vijfenveertig toegelaten rode variëteiten. Filter je daaruit de niet-aromatische rassen, dan blijft nog altijd een indrukwekkend aantal over. Namen als Ancelotta, Barbera, Cabernet Sauvignon, Carmenère, Casetta, Corvina, Corvinone, Croatina, Dindarella, Forsellina, Gamay, Lagrein, Marselan, Marzemino, Merlot, Molinara, Negrara, Oseleta, Petit Verdot, Pinot Nero, Raboso Veronese, Rebo, Regent, Rondinella, Rossignola, Sangiovese, Schiava, Syrah en Teroldego passeren de revue. Het is echter geen sluitende lijst. In de praktijk blijkt dat ook druivenrassen als Cabernet Franc en Nebbiolo hun weg naar Valpolicella vinden, zoals bij de meesterlijke wijnen van Giuseppe Quintarelli. Spigamonti, gebruikt door Tedeschi, is eveneens een voorbeeld van een variëteit die niet in de standaardoverzichten voorkomt, maar wel degelijk een rol speelt. Elders zoals bij Tenuta Santa Maria zie je dan weer namen als Enantio en Turchetta.

Het is duidelijk dat een volledig overzicht van toegelaten en daadwerkelijk gebruikte druiven vrijwel onhaalbaar is. De keuzemogelijkheden zijn simpelweg te groot. Daarom beperken we ons in het vervolg tot een handvol oude inheemse rassen. Ze worden zelden gebruikt, maar dragen bij aan het rijke verhaal van Valpolicella en geven een glimp van de diversiteit die schuilgaat achter de bekende namen op het etiket.

Dindarella

Dindarella is een oud inheems ras uit het Veneto dat ooit veel wijngaarden sierde, maar in de loop van de twintigste eeuw bijna volledig verdween. De naam zou volgens sommige bronnen komen van het dialectwoord ‘dindare’, dat ‘trillen’ of ‘wiegen’ betekent, mogelijk een verwijzing naar de losse trossen die gemakkelijk in de wind bewegen. Na de bloei zijn de trossen vaak open en de bessen gedeeltelijk bloot, wat de opbrengst beperkt. Juist die losse structuur, samen met de dikke, bedauwde schil, stevige structuur en het vermogen om goed te drogen, maakt Dindarella geschikt voor appassimento en dus inzetbaar in Amarone en vooral in aromatisch rijke Recioto.

De aanplant bevindt zich voornamelijk in Valpolicella, met kleinere percelen bij het Gardameer en in de Valdadige. De bessen zijn middelgroot, onregelmatig van vorm en blauw van kleur. De rijping vindt plaats in het midden van het seizoen, waarna de druif uitstekend indroogt zonder haar frisheid te verliezen.

Forsellina

Ook Forsellina is een oud inheems ras uit de provincie Verona dat vandaag nog maar op ongeveer vijftien hectare wordt aangeplant. De eerste vermelding dateert uit 1824 in de catalogus van Veronese druivenrassen van de botanicus Ciro Pollini. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw werd ze door verschillende auteurs beschreven, tot ze in 1971 officieel werd opgenomen in het nationale druivenregister.

De plant groeit rechtop en vertoont gelijkenissen met Molinara, maar de kwaliteit van de opbrengst wordt lager ingeschat. De middelgrote, compacte trossen zijn cilindrisch en soms licht gevleugeld. De bessen zijn onregelmatig ovaal, met een dunne, bedauwde schil en kleurloos sap met een neutrale smaak. Door de compacte trossen leent Forsellina zich niet goed voor droging, waardoor ze zelden wordt gebruikt in passito-wijnen zoals Amarone of Recioto.

Forsellina rijpt in het middenseizoen en past zich goed aan aan minder ideale omstandigheden. Ze wordt toegestaan in de DOC’s Valpolicella en Bardolino, evenals in de IGT’s Verona, Vallagarina en Trevenezie. In de blend geeft ze een heldere, lichte robijnrode kleur, florale en fruitige aroma’s en een evenwichtige smaak waarin zachtheid en frisheid mooi samenkomen.

Negrara

Negrara Veronese behoort tot de bredere familie van Negrare, waartoe ook de beter bekende Negrara Trentina behoort. Hoewel de namen vaak door elkaar worden gebruikt, hebben ze duidelijke verschillen in bladstructuur en bessen. De eerste vermelding van Negrara gaat terug tot 1824 in het werk van Ciro Pollini, waarin hij meerdere typen onderscheidde, waaronder de Negrara bastarda, die waarschijnlijk overeenkomt met de huidige Negrara Veronese. In het begin van de twintigste eeuw besloeg de Negrare-familie zo’n twintig procent van de aanplant in de provincie Verona. Sinds 1970 staat Negrara officieel in het nationale druivenregister.

De aanplant is vandaag beperkt en verspreid, met aanwezigheid in Valpolicella, Bardolino, Breganze Rosso en Valdadige, en in kleine percelen in Padova en Vicenza. De trossen zijn middelgroot tot groot, cilindrisch, vaak gevleugeld en matig compact. De bessen zijn vrij groot, blauwzwart en sterk bedauwd, met een dikke, leerachtige en licht wrange schil. De rijping valt laat in het seizoen, terwijl de knopontplooiing eveneens later plaatsvindt.

Negrara levert constant goede opbrengsten, maar is gevoelig voor valse meeldauw, echte meeldauw, mijten en trosschimmels. In de kelder geeft ze een robijnrode kleur met violette schakeringen, aroma’s van zure kers, een kruidige toets en soms een vleug groene peper die met rijping milder wordt. In de mond presenteert de wijn zich licht van body maar verfijnd, met een frisse, sappige aanzet en een goede balans tussen tannine en kleurstoffen. In blends voor Valpolicella, Amarone en Recioto mag ze tot tien procent worden gebruikt, waar ze kruidigheid, frisheid en een subtiel gespannen structuur toevoegt.

Spigamonti

Spigamonti is een zeldzaam en recent herontdekt druivenras dat in Valpolicella slechts op enkele plekken voorkomt, onder andere in Tedeschi’s wijngaard Maternigo. Opvallend aan de plant zijn de bladeren met een rood-koperkleurige gloed en de dieprode kleur van de bloemstelen. Het is een teinturier, wat betekent dat ook het vruchtvlees rood is. Daardoor levert Spigamonti extra kleurintensiteit en structuur in blends, zowel voor Valpolicella als voor Amarone.

Het ras is van oorsprong Frans en staat ook bekend onder de naam Aspiran Bouschet. Het werd in 1865 door Henri Bouschet gekweekt uit een kruising tussen Aspiran Noir en Bouschet Gros, familie van de bekende Alicante Bouschet. In Italië werd Spigamonti pas in 2013 officieel toegelaten. De ontdekking in Valpolicella gebeurde door een teler nabij Montecchio di Negrar, die de druif aanleverde aan Cantina Negrar.

De teelt is uiterst kleinschalig en beperkt tot enkele percelen. De trossen zijn compact en het vruchtvlees is rijk aan anthocyanen. In kleine hoeveelheden kan Spigamonti een blend spanning, kleurkracht en kruidigheid meegeven.

Op uitstap!

Met deze laatste etappe ronden we onze reis door de Valpolicella-wijngaarden af. Nu is het aftellen tot de echte reis kan beginnen, samen met Amici. Want niets is mooier dan theorie omzetten in praktijk. De voorbije twaalf etappes hebben de kiemen gelegd, en de tijd van de floraison is aangebroken. Op naar de proeftochten bij wijnboeren, om ons te laven aan de vele gezichten en smaken van de Valpolicella-wijnen.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 
  10. Molinara: In het verdomhoekje
  11. Oseleta: Een druif met toekomst
  12. Croatina: Het koppige buitenbeentje