Molinara: In het verdomhoekje

Alvorens we van start gaan met de ontleding van de minder bekende druivenrassen in de Valpolicella-blend, blijven we eerst nog even stilstaan bij het raadsel dat Molinara heet. Wat is er precies aan de hand met deze druif die ooit verplicht deel uitmaakte van de assemblage, maar vandaag volledig optioneel is? Dat ze hierdoor aan populariteit heeft verloren, is als een open deur intrappen. De druif wordt door heel wat wijnbouwers in de regio bewust gemeden. Vraag je hen waarom, dan halen ze smalend de schouders op.

Toch zijn er ook andere geluiden. Sommige traditionele wijnmakers blijven Molinara trouw, niet uit nostalgie, maar misschien omdat ze iets zien wat anderen over het hoofd lijken te zien. De toekomst zal uitwijzen of Molinara haar plaats terugvindt, of verder wegglijdt in de schaduw van haar krachtigere collega’s.

Een naam met meel aan de handen

Molinara is een blauwe druif uit de provincie Verona. Haar naam verwijst naar het meest kenmerkende visuele detail: een dikke laag pruina op de schil, een witachtig waasje dat doet denken aan bloem. Alsof de druifbes net uit een molen is gerold. Die vergelijking ligt aan de basis van de naam Molinara, afgeleid van het Italiaanse molino, of molen. Ze kreeg ooit ook de bijnaam Uva del Mulino, de molendruif, als eerbetoon aan dat bloemige waasje dat haar eigen maakt.

In het lokale dialect werd ze ook aangeduid als Mulinara, terwijl ze in verschillende regio’s andere namen kreeg die telkens verwijzen naar dezelfde eigenschap. Zo sprak men in de morenische gebieden rond het Gardameer van Rossanella, en langs de oevers van het meer van Rossara (niet te verwarren met de gelijknamige Trentino-variant, dat een totaal ander ras is). In de valleien van Illasi en Tramigna klonk dan weer de naam Brepon molinaro, een oud synoniem dat door botanicus Acerbi in 1825 werd gekoppeld aan de Molinara. Hij maakte een eind aan de verwarring en toonde aan dat het om één en hetzelfde ras ging.

De afkomst van Molinara is een blinde vlek in de druivenstamboom. Maar hoewel haar precieze oorsprong niet met zekerheid te bepalen is, staat vast dat Molinara al eeuwen een vaste waarde is in de wijnbouw van Verona. We gaan er dan ook vanuit dat haar geboorte daar ergens ten velde heeft plaats gevonden.

Een wortel in de Veronese geschiedenis

Dat de geschiedenis van Molinara stevig verankerd is met de wijnbouwtraditie van Verona is voldoende bewezen in geschiedkundige geschriften. De eerste gedocumenteerde vermeldingen dateren uit het begin van de 19e eeuw. In zijn catalogus van druivenrassen uit de provincie Verona (1818–1823) onderscheidde Ciro Pollini Molinara en Brepon molinara nog als afzonderlijke variëteiten. Enkele jaren later, in 1825, bracht botanist Acerbi duidelijkheid: het ging om één en hetzelfde ras. Hij prees haar vruchtbaarheid en haar geschiktheid voor zware gronden. De wijn die ze opleverde was volgens hem “niet erg zwart, maar wel duurzaam”.

In de loop van de 19e eeuw bevestigde de druif haar aanwezigheid in meerdere gezaghebbende bronnen. Ze werd opgenomen in het Catalogo delle varietà di viti del Regno Veneto van graaf Pietro di Maniago (1823) en later door Zantedeschi (1862). Volgens een verslag van G.P. Perez uit 1900 was Molinara verspreid over vrijwel alle wijnbouwzones van Verona. In 1901 noteerde Zava zelfs aanplant in de provincie Padua.

Tijdens de wederopbouw van de wijngaarden na de vernietigende druifluisepidemie in de late 19e eeuw werd Molinara door vooraanstaande onderzoekers zoals Dalmasso, Cosmo en Dall’Olio erkend als een van de lokale rassen waarop opnieuw ingezet moest worden. Haar betrouwbaarheid, opbrengst en regionale verankering speelden daarin een cruciale rol.

In de jaren 1950 werd haar belang opnieuw bevestigd door Montanari en Ceccarelli, die haar als essentieel beschouwden voor de productie in Bardolino, Custoza, Valpolicella en de omliggende valleien. Volgens hun analyse leverde Molinara, samen met Corvina, tot wel 90% van de druiven in deze zones.

Deze historische documenten schetsen een duidelijk beeld: Molinara was geen randfiguur, maar een spil in de ontwikkeling van de wijnbouw rond Verona. Ze was jarenlang een vanzelfsprekend onderdeel van de streek, zichtbaar in de rijen wijngaarden maar zelden benoemd in de fles.

Aanwezig maar op de achtergrond

Hoewel Molinara vandaag een bescheiden rol speelt in de wijngaarden van de Veneto, is ze nog altijd aanwezig. Binnen de DOC Valpolicella neemt ze ongeveer 5 tot 7 procent van de aanplant voor haar rekening. In blends voor de diverse Valpolicella wijnen mag ze tot 25% van de assemblage uitmaken. In Bardolino, inclusief Chiaretto en spumante-versies, varieert haar toegelaten aandeel doorgaans tussen 10% en 20%.

Buiten de klassieke zones van Valpolicella duikt ze nog op in het zuidelijker gelegen Garda-gebied, meer bepaald in de Garda Orientale. In enkele delen van Trentino is ze ook terug te vinden. In de provincie Mantua werd ze tot voor kort zelfs verplicht opgenomen in de DOC Colli Morenici Mantovani del Garda – met een aandeel van 40 tot 80% in de rode en roséwijnen. Vandaag is haar gebruik daar echter sterk teruggelopen.

Ze maakt ook deel uit van diverse IGT-zones, zoals Veneto, Veronese en Alto Mincio.

In een handvol wijnkelders duikt Molinara vandaag opnieuw op in een glansrol, zij het in een andere vorm: als basis voor roséwijnen. Dankzij haar uitgesproken zuren en zilte mineraliteit leent ze zich uitstekend voor elegante, verfrissende wijnen met laag alcoholgehalte en subtiele fruitigheid. Het is een bescheiden comeback, maar een die aantoont dat de druif nog niet volledig is uitgeklonken.

Groei, vorm en gevoeligheid van de Molinara-rank

Molinara is een druif die krachtig groeit, maar die tegelijk ook om ruimte vraagt. De plant ontwikkelt lange, licht gebogen scheuten en voelt zich het best thuis in de pergola veronese, de traditionele opleidingsvorm van Verona die haar toelaat breed uit te waaieren. Het eerste vruchtbare oog bevindt zich pas vanaf de vierde of vijfde knoop, waardoor een langere snoei noodzakelijk is. Ze doet het goed op zwaardere bodems, die rijk zijn aan klei en leem, waar haar groeidrang zich gecontroleerd kan ontwikkelen.

De bladeren vertellen hun eigen verhaal. Jong blad toont een witgroene kleur met zacht rosé aan de randen, vaak fijn behaard met spinachtige draden. Naarmate het blad ouder wordt, ontwikkelt het een herkenbare trilobale vorm en een doffe, grijsgroene kleur. De onderzijde is licht behaard langs de nerven, terwijl de bovenzijde glad en mat blijft. De bladstructuur is vrij regelmatig, met stompe tanden en een uitgesproken V-vormige uitsparing aan de bladsteel.

De trossen zijn middelgroot tot groot, los van structuur en meestal piramidaal opgebouwd, met twee korte zijvleugels. Deze luchtige opbouw maakt haar minder gevoelig voor rot. De bessen zijn gemiddeld van grootte, vaak iets ovaal, met een opvallend blauwviolette kleur en een dikke laag pruina. De schil is stevig, de pulp kleurloos en zoet, zonder uitgesproken aroma’s. Elke bes bevat doorgaans twee pitten.

De fenologische cyclus van Molinara is uitgesproken laat. De bloei valt meestal begin juni, de verkleuring van de bessen volgt in de tweede helft van augustus en de rijping is pas volledig tussen 10 en 30 oktober. Dat maakt haar gevoelig voor het grillige herfstweer. Toch is ze opvallend resistent tegen rot, een eigenschap die uitstekend van pas komt bij het nadrogen van druiven voor Amarone of Recioto.

De productie is overvloedig en doorgaans stabiel, maar Molinara is niet zonder eigenaardigheden. Ze is gevoelig voor vruchtval en onregelmatige vruchtzetting, wat bij stressvolle jaren kan leiden tot ongelijke rijping of opbrengstverlies. Tegen ziekten zoals echte en valse meeldauw is ze redelijk bestand. Ze trekt bovendien minder druivenmotten aan dan veel andere Veronese rassen.

Wat brengt ze in het glas?

Molinara is zelden een solist, maar wie haar als enige druif vinifieert, krijgt een opvallend resultaat. 100% Molinara toont een heldere, robijnrode kleur met schakeringen van rode kers. De neus is fris en delicaat, met aroma’s van framboos, wilde aardbei en een lichte toets van bosbes. Soms duiken er subtiele kruidige nuances op, zoals rozemarijn of laurier. In de mond valt vooral het frisse, speelse karakter op. De wijn is licht van body, laag in alcohol en heeft een uitgesproken zuurgraad. Wat ze mist aan structuur, compenseert ze met een ziltige mineraliteit die lang blijft hangen.

Net omwille van dat profiel wordt Molinara door enkele producenten herontdekt als basis voor rosé. Wijnmakers zoals de Fratelli Vogadori kiezen ervoor om de schillen slechts kort te laten weken, net genoeg om kleur en aroma’s op te vangen zonder bitterstoffen te extraheren. Het resultaat is een rosé met spanning, elegantie en een uitgesproken droge finale.

Toch ligt haar belangrijkste rol niet in solo-optredens, maar in de harmonie van blends. In de klassieke Valpolicella-samenstelling voegt Molinara iets toe wat haar partners vaak missen: levendigheid en spanning. Corvina brengt de ruggengraat en het fruit, Rondinella vult aan met zachte rondingen, maar het is Molinara die zuur, frisheid en structuur binnenbrengt. Die eigenschappen zijn cruciaal, zeker bij wijnen die bedoeld zijn om te rijpen.

In krachtige stijlen zoals Amarone della Valpolicella en Recioto speelt Molinara een verfrissende bijrol. Ze brengt zuur en finesse tegenover de intensiteit van Corvina en de neutraliteit van Rondinella. Die balans zorgt ervoor dat Amarone niet log wordt, maar elegant blijft, zelfs na jaren kelderrust. In Recioto ondersteunt ze het zoete profiel met een backbone van aciditeit, waardoor de wijn levendig en verteerbaar blijft.

Tot 2003 was Molinara verplicht in deze blends. Nadien werd haar rol facultatief, en haar aanplant daalde snel. Veel producenten kozen voor andere druiven met meer kleur en extractie. Toch blijft haar bijdrage in sommige wijnen van onschatbare waarde omdat ze alles samenbrengt zonder op de voorgrond te treden.

Van sleutelras tot schaduwbestaan

Molinara werd decennialang beschouwd als een vaste waarde binnen de Valpolicella-blends. Ze bleef weliswaar steeds op de achtergrond, maar haar rol in de samenstelling van Valpolicella, Ripasso, Amarone en Recioto stond buiten kijf. Tot 2003 was haar aanwezigheid zelfs verplicht. Met de wijziging van de regelgeving werd haar aandeel facultatief. En dat bracht een grote wijzing in het gebruik en toekomst van de druif.

De reden ligt in haar profiel. Molinara is lichtvoetig, zuurhoudend en bescheiden van aroma. In een tijd waarin de wijnmarkt hunkerde naar concentratie, kleur en alcohol, werd dat geen voordeel maar een minpunt. Haar zachte structuur, haar bleke kleur in vergelijking met Corvina, en haar delicate karakter pasten niet bij de stijlen die internationaal succes oogstten. Wijnmakers kozen steeds vaker voor rassen die krachtiger presteerden in de kelder én in de marketing.

Daar kwam bij dat Molinara makkelijk hoge opbrengsten geeft, wat bij gebrek aan zorgvuldige vinificatie tot vlakke, weinig gelaagde wijnen kan leiden. Haar ster doofde geleidelijk. In de wijngaarden werd ze vervangen, blendpercentages werden aangepast, en haar aanwezigheid in de fles raakte op de achtergrond.

En vandaag?

De dominantie van geconcentreerde, alcoholrijke wijnen vertoont barsten. Producenten en wijnliefhebbers keren zich steeds vaker af van overdaad, op zoek naar elegantie, spanning en verteerbaarheid. Molinara past onverwacht goed in dat veranderende landschap.

Haar kwaliteiten zijn precies de elementen waar moderne blends vaak naar verlangen. In roséwijnen speelt ze zelfs een hoofdrol: lichtvoetig, dorstlessend, met karakter. In Valpolicella-blends, waar ze nog altijd is toegestaan, durven sommige wijnbouwers haar opnieuw inschakelen om evenwicht te brengen tussen rijp fruit en structuur.

Molinara is misschien geen druif die een wijn vanzelf naar grote hoogten tilt. Maar om haar dan in het verdomhoekje te zetten? Dat is een brug te ver. Haar bescheiden comeback zegt veel over de evolutie van smaak, én over het belang van druiven die niet zijn ontworpen voor impact, maar voor samenhang. Haar terugkeer is geen nostalgisch gebaar, maar een bewuste keuze voor balans, souplesse en terroir.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella
  9. Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella 

Rondinella – De stille kracht van de Valpolicella

In onze reeks over de Valpolicella wijnen hebben we eerder al de hoofdrolspelers Corvina en Corvinone belicht. Terecht, want zij dragen de stijl, het karakter en het fundament van de blend. Ze staan op het hoogste schavotje, met reden.

Maar wat dan met Rondinella, de druif die zelden het woord krijgt, maar wél verplicht aanwezig is in de assemblage? Vaak wordt ze nog net mee opgesomd, en dan begint de motor te sputteren. We weten dat ze erbij hoort, maar wat ze precies bijdraagt of waarin ze uitblinkt, blijft vaag. Ze is een naam die bekend klinkt, maar zelden tot leven komt. Known by name, not by character.

Over de oorsprong van haar naam bestaan twee theorieën. De eerste verwijst naar de zwarte, glanzende schil van de druif, die doet denken aan het verenkleed van de zwaluw, of ‘rondine’. De tweede legt het verband met diezelfde vogels, die zich graag tegoed doen aan de rijpe bessen. In beide gevallen is de link met de fauna van de Veneto poëtisch.

Een geschiedenis tussen gemak en veerkracht

De precieze oorsprong van Rondinella is onbekend, maar haar eerste vermeldingen in officiële bronnen dateren uit het einde van de 19e eeuw. In 1882 dook haar naam op in landbouwverslagen uit Verona, en sindsdien is haar aanwezigheid in de streek onafgebroken gebleven. Rondinella werd op 25 mei 1970 officieel erkend als toegelaten druivenras in Italië en staat sindsdien geregistreerd als ‘Rondinella N. (Nera)’.

Genetisch onderzoek wijst uit dat Rondinella een nakomeling is van Corvina, de centrale druif van de Valpolicella. Die verwantschap verklaart deels haar affiniteit met de regio, maar haar populariteit dankt ze vooral aan haar praktische kwaliteiten in de wijngaard.

Na de verwoestende doortocht van phylloxera, die het Europese wijngaardlandschap aan het einde van de 19e eeuw zwaar trof, gingen wijnbouwers op zoek naar robuuste variëteiten die zich snel konden aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Rondinella bleek een schot in de roos. Ze liet zich vlot enten op Amerikaanse onderstammen, toonde zich bestand tegen kou, droogte en ziektes, en leverde stabiele opbrengsten.

Die combinatie van veerkracht en betrouwbaarheid maakte haar tot een geliefde keuze in de heropbouw van de wijngaarden in de Veneto. Bovendien bleek ze bijzonder geschikt voor het drogen van druiven: haar bessen hebben een dikke schil, behouden hun vorm tijdens het indrogen en slaan makkelijk suikers op. Dat maakt haar tot een ideale partner in de productie van wijnen volgens de appassimento-techniek, zoals Amarone en Recioto della Valpolicella.

Het is belangrijk om Rondinella Nera niet te verwarren met Rondinella Rosa RS. Deze laatste is een kleurmutatie van Rondinella Nera. De druif onderscheidt zich door haar rozige schil, lichtere expressie en wijnen met een bleke kleur en subtiel florale aroma’s. Hoewel genetisch verwant, wordt ze apart beheerd en blijft haar aanplant voorlopig beperkt tot enkele proefvelden in de provincie Verona. Ze werd ontdekt in een wijngaard van het wijnhuis Zymè in Illasi, waar enkele stokken opvallend lichtere bessen vertoonden.

Verspreiding: een vertrouwd gezicht in de Veneto

Rondinella is sterk verankerd in de provincie Verona en is haast onlosmakelijk verbonden met de Valpolicella-regio. Hoewel ze zelden buiten Veneto voorkomt, is haar rol binnen deze zone niet te onderschatten. De druif speelde lange tijd een dominante rol in de wijngaarden van Valpolicella, met een aandeel dat ooit de helft van de aanplant benaderde. Hoewel haar aandeel sindsdien is teruggelopen, blijft ze een vaste waarde dankzij haar betrouwbaarheid, weerstand tegen ziektes en voorspelbare opbrengst. Haar rol mag dan minder prominent zijn geworden, ze blijft essentieel in het evenwicht van de Valpolicella-blend.

In de praktijk vinden we Rondinella terug in vrijwel alle belangrijke appellaties van de streek: Valpolicella DOC, Valpolicella Superiore Ripasso DOC, Amarone della Valpolicella DOCG en Recioto della Valpolicella DOCG. Haar aandeel in de blends varieert doorgaans tussen 5 en 30 procent, waarbij ze een ondersteunende rol speelt naast Corvina en Corvinone.

Ook in de Bardolino DOC en Bardolino Superiore DOCG is Rondinella prominent aanwezig, met een aandeel dat kan oplopen tot 40 procent. In deze appellatie wordt ze soms ook ingezet voor het maken van rosato, al blijft ze, net als elders, zelden als monocepage gevinifieerd.

Buiten Verona is Rondinella erkend in Lombardia, en toegelaten in diverse IGT’s zoals Trevenezie, Veneto, en Provincia di Verona. Toch blijft haar verspreiding buiten de Veneto zeer beperkt, wat haar regionale identiteit des te sterker maakt. Ze is dus niet de druif die verre horizonten opzoekt, maar wel een vaste waarde in haar thuisgebied.

De wijnstok: betrouwbaar en efficiënt

Rondinella is een druivenras dat wijnbouwers vertrouwen inboezemt. Ze is voorspelbaar, bezit veerkracht en belangrijk, een constante kwaliteit. Wat ze mist aan expressieve flair in de wijngaard, maakt ze ruimschoots goed door haar praktische kwaliteiten.

De plant vertoont een stevige groeikracht en voelt zich thuis op uiteenlopende bodems. Ze verdraagt zowel droogte als kou en toont een hoge natuurlijke weerstand tegen ziektes, schimmels en rot. Dit maakt haar uitermate geschikt voor duurzame teelt, zonder overmatige afhankelijkheid van chemische tussenkomst.

Rondinella heeft gemiddeld twee tot drie bloemtrossen per scheut, soms zelfs vier, wat bijdraagt aan haar stabiele productie. De trossen zelf zijn middelgroot, piramidaal van vorm en vaak voorzien van een of twee kleine zijarmen. Ze zijn eerder compact en hangen aan korte, stevige steeltjes.

De bessen zijn rond, gemiddeld van grootte, met een dikke, donkerblauw tot zwart-violette schil die bedekt is met een fijne waslaag. Deze schil beschermt niet alleen tegen rot, maar maakt de druif ook bijzonder geschikt voor het drogen, wat essentieel is voor appassimento-wijnen.

De pulp is sappig, met een zoete, neutrale smaak, wat ze ideaal maakt als ondersteunende component in blends. De rijping verloopt vrij regelmatig en vindt doorgaans plaats in de tweede helft van september, wat haar tot een laatrijpende variëteit maakt.

Rondinella vraagt doorgaans om een langere snoei en gedijt goed in ruime, open geleidingssystemen. Ze is dus geen lastige druif om te telen, maar ze vraagt wel wat ruimte om haar potentieel volledig te benutten. Kortom, Rondinella is de metronoom van de wijngaard: discreet, precies en betrouwbaar. Ze groeit regelmatig, geeft stabiele opbrengsten en vraagt zelden om extra aandacht. In die zin sluit haar gedrag mooi aan bij de vermoedelijke oorsprong van haar naam: de zwaluw (rondine), een vogel die beweeglijk en standvastig is, maar zelden op de voorgrond treedt.

De wijn: steunpilaar in de blend

Hoewel we zelden tot nooit een monocépage wijn van Rondinella zullen tegenkomen kenmerkt de wijn op basis van deze druif zich door een heldere tot diepe robijnrode kleur. In de neus duiken vooral tonen op van rode kersen, viooltjes en subtiele kruidigheid. Het aroma is niet uitgesproken complex, maar wel zuiver.

In de mond toont Rondinella zich evenwichtig: medium van body, met frisse zuren, lage tannine en een zachte, toegankelijke structuur. Die combinatie maakt haar wijnen licht verteerbaar, levendig en bijzonder stabiel.

Rondinella is dus zelden de ster van het podium. Haar kracht ligt in de blend, waar ze zelden meer dan een ondersteunende rol speelt. In de Valpolicella-blends staat ze naast Corvina, Corvinone en soms Molinara, waarbij ze kleur, zuren en een zekere frisheid toevoegt, zonder de expressie van de hoofdvariëteiten te overschaduwen.

Diezelfde eigenschappen maken haar ook geschikt voor appassimento-wijnen zoals Recioto della Valpolicella, waar haar vermogen om suiker op te slaan van cruciaal belang is. In deze stijl draagt ze bij aan de balans tussen zoetheid, zuren en structuur.

Rondinella is zelden opvallend aanwezig in het glas, maar wel essentieel voor het evenwicht. Ze biedt precies wat een blend nodig heeft: stabiliteit, frisheid en draagkracht, zonder de ambitie om zelf te domineren.

Waarom geen monocépage wijnen?

Het is een vraag die zich bijna opdringt: waarom wordt van de ene druif wel een monocépage gemaakt en van de andere niet? Rondinella, bijvoorbeeld, kom je zelden of nooit solo tegen in het schap. En eerlijk gezegd, een sluitend antwoord is moeilijk te geven.

Misschien is het omdat ze op zichzelf te weinig expressie heeft, of omdat haar profiel te lineair wordt zonder de steun van Corvina of Corvinone. Misschien ook omdat ze juist zó goed werkt in een blend, dat niemand ooit echt behoefte gevoeld heeft om haar alleen in de schijnwerper te plaatsen. Je proeft haar meestal enkel op vat of uit de tank, in het overgangsmoment tussen druif en assemblage. Dat maakt het moeilijk om haar als individu volledig te doorgronden.

Is ze te neutraal? Te correct? Of net te dienstbaar? Dat is voer voor discussie. Er zal ongetwijfeld een goede reden achter zitten, en misschien is het niet eens één reden, maar een optelsom van technische keuzes, historische gewoontes en marktlogica.

Met de Amici-reis naar Valpolicella in het vooruitzicht lijkt dit het uitgelezen moment om daar eindelijk eens een goed gesprek over te voeren. Op de plek zelf, met de mensen die er dagelijks mee werken. Want als er één plek is waar Rondinella wél volwaardig aan tafel zit, dan is het daar.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella
  8. Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella

Corvinone ontbolstert: de stille kracht achter moderne Valpolicella

Dat er behoorlijk wat druiven zijn toegelaten in de blend van Valpolicella wijnen, is nog zacht uitgedrukt. Naast de gebruikelijke verdachten duiken ook minder bekende namen op. Zo was tot voor kort ook Corvinone een nobele onbekende. Maar wat moeten we eigenlijk denken van deze Corvinone? Lange tijd werd ze gezien als een variant van Corvina, en waren het vooral blends met Corvina, Rondinella en Molinara die de dienst uitmaakten. Vandaag is Corvinone niet alleen een erkende variëteit, maar ook een vanzelfsprekend onderdeel van het team. Het is maar weinige druiven gegeven om zo snel en overtuigend binnen te dringen in wat jarenlang gold als een perfect uitgebalanceerde ploeg.

Van naam tot identiteit

De naam Corvinone laat weinig aan de verbeelding over. Het achtervoegsel -one betekent in het Italiaans ‘groot’ of ‘groter’, waardoor de term letterlijk vertaald kan worden als ‘grote Corvina’. Die benaming heeft geleid tot een hardnekkige veronderstelling: dat Corvinone een grotere variant of mutatie van Corvina zou zijn. En toegegeven, die aanname lag voor de hand.

Beide druiven worden vaak samen aangeplant, delen gelijkaardige aroma’s van kersen en kruiden, en vertonen op het eerste gezicht fysieke gelijkenissen in trosstructuur en kleur. Bovendien was het gebruik van Corvinone in blends lange tijd ondergeschikt aan Corvina, wat de indruk versterkte van een ondersteunende, eerder afgeleide rol.

Toch bleek die verwantschap slechts schijn. In de jaren 1980 werd in Italië genetisch onderzoek opgestart, onder andere door het Istituto Sperimentale per la Viticoltura di Conegliano en zijn afdeling in Verona. De conclusie liet weinig ruimte voor twijfel: Corvinone is géén mutatie of kloon van Corvina, maar een genetisch afzonderlijke druivensoort.

De officiële erkenning liet nog enkele jaren op zich wachten. Op 15 juli 1993 werd Corvinone opgenomen in het Italiaanse nationale druivenregister. Daarmee kreeg de druif een symbolische rehabilitatie als volwaardige variëteit. Vandaag is duidelijk dat Corvinone een eigen identiteit heeft, zowel in de wijngaard als in het glas. Haar naam mag dan nog verwijzen naar een vermeende familieband, de druif staat stevig op eigen benen.

De stille revolutie van Corvinone

Corvinone kende jarenlang een bescheiden bestaan in de schaduw van grotere namen binnen Valpolicella. Vandaag is dat beeld grondig bijgesteld. De plots toegenomen belangstelling voor deze druif is niet te verklaren door één enkele eigenschap, maar door een samenspel van kwaliteiten die net nu bijzonder relevant zijn.

Voor wijnbouwers biedt Corvinone zekerheid. De plant is relatief sterk en minder vatbaar voor ziekten, wat belangrijk is in een regio waar de herfstmaanden het verschil maken tussen een degelijk en een groot wijnjaar. De trossen zijn stevig en compact, maar tegelijk luchtig genoeg om gecontroleerd te kunnen indrogen, wat cruciaal is voor appassimento. Die geschiktheid voor droging heeft ertoe geleid dat Corvinone snel terrein won in de productie van Amarone en Recioto, twee wijnen die internationaal aanzien genieten en waar de druk op kwaliteit bijzonder hoog ligt.

Ook in termen van smaakprofiel biedt Corvinone precies wat veel wijnmakers zoeken. De druif levert niet alleen volume, maar ook frisheid en een herkenbare kruidigheid die voor spanning zorgt in het smaakprofiel. Wie Amarone maakt, weet dat structuur belangrijk is, maar dat overextractie het risico met zich meebrengt van vermoeiende wijnen. Corvinone weet daarin het midden te vinden: kracht met behoud van finesse.

De keuze voor Corvinone is dus zelden louter technisch. Ze is een manier geworden om Valpolicella opnieuw te definiëren, met wijnen die expressief en gastronomisch inzetbaar zijn, maar die tegelijk trouw blijven aan hun oorsprong. De druif past in een evolutie die gericht is op zuiverheid, balans en regionale identiteit. Precies dat maakt haar op vandaag zo gegeerd, niet enkel bij producenten die mikken op volume, maar net zo goed bij wie inzet op finesse.

De snelle verspreiding van Corvinone is niet het resultaat van toeval of trends. Ze is het logische gevolg van een zoektocht naar druiven die zowel wijngaard als kelder aankunnen, die technische kwaliteit koppelen aan stijl, en die kunnen meegroeien met een publiek dat geen genoegen meer neemt met generiek of voorspelbaar. In dat verhaal speelt Corvinone geen bijrol meer. Ze is uitgegroeid tot een discreet maar doorslaggevend hoofdpersonage.

Een grillige groeier met potentieel

Wie Corvinone in de wijngaard observeert, merkt al snel dat het geen alledaagse druif is, maar wel een die duidelijk potentieel toont De wijnstok combineert een uitgesproken morfologie met eigenschappen die haar zowel uitdagend als aantrekkelijk maken voor wijnbouwers met oog voor detail.

De bladeren zijn groot, vijflobbig en hebben een uitgesproken V-vormige bladsteelinsnijding. De onderzijde is kaal en licht bobbelig, wat typisch is voor deze variëteit. De jonge scheuten zijn groen, met een licht behaard topje. Ook fenologisch is Corvinone wat vertraagd: de knopbreuk is laat, de bloei valt gemiddeld, en de rijping gebeurt pas in de tweede helft van oktober.

De trossen zijn robuust, groot en piramidaal, vaak met één of twee zijvleugels. Ondanks hun volume zijn ze compact gebouwd, wat een dubbel effect heeft. Enerzijds is er voldoende bescherming van de bessen, anderzijds zorgt de dichte structuur voor een ongelijke rijping. Die asynchroniciteit dwingt de wijnbouwer tot zorgvuldige selectie, vooral als de druiven bestemd zijn voor directe vinificatie in plaats van droging. Wie daar onvoldoende op anticipeert, riskeert ruwe tannine of groene tonen in het eindproduct.

De bessen zelf zijn ellipsvormig, middelgroot tot groot, met een dikke, blauwzwarte schil die rijk is aan pruïna. Dit maakt Corvinone minder gevoelig voor schimmels en bevordert haar geschiktheid voor appassimento. De robuuste schil vertraagt oxidatie en beschermt de druif tijdens het indrogingsproces, een troef die ze deelt met Corvina maar in grotere mate bezit.

Op agronomisch vlak is Corvinone betrouwbaar, maar veeleisend. Ze vraagt een geschikte bodemstructuur, voldoende ventilatie in de troszone en een oogst die niet uitsluitend op rendement is gericht. Wanneer aan die voorwaarden wordt voldaan, levert de plant druiven die rijpheid, aromatische diepte en technische stabiliteit combineren.

Wortels in Verona, vleugels in Valpolicella

De aanwezigheid van Corvinone is vandaag onlosmakelijk verbonden met de regio Veneto, en meer bepaald met de provincie Verona. Daar ligt haar oorsprong, daar ontwikkelde ze zich, en daar beleeft ze vandaag haar tweede jeugd. Met ongeveer 900 hectare aangeplante oppervlakte in 2023 is ze nog steeds bescheidener dan Corvina, maar de kloof wordt kleiner. Rond 1990 telde men nog amper 90 hectare, wat haar heropleving des te opvallender maakt.

Binnen Verona concentreert Corvinone zich vooral in de oostelijke delen van Valpolicella, waar de heuvels, de ventilatie en het verschil in dag- en nachttemperaturen haar eigenschappen ten volle tot uiting laten komen. Op de vlaktes doet ze het minder goed: de luchtcirculatie is er beperkter, de bodem vaak te rijk, en de druif verliest er haar focus.

In de DOC-gebieden van Valpolicella, Valpolicella Superiore, Valpolicella Ripasso en Bardolino is Corvinone vandaag een vast onderdeel van het toegestane druivenpakket. Ook in de prestigieuze DOCG’s zoals Amarone della Valpolicella, Recioto della Valpolicella en Bardolino Superiore is ze wettelijk erkend. Binnen deze appellaties mag Corvinone tot 50 procent van de blend uitmaken, naast onder andere Corvina, Rondinella en Molinara. Buiten de klassieke zones komt ze voor in enkele IGT-wijnen, zoals Veneto, Trevenezie en Verona, waar haar naam zelfs expliciet op het etiket vermeld mag worden.

Corvinone wordt vrijwel nooit als monocepage gevinifieerd, maar is een vaste waarde in blends. Ze wordt vaak samen met Corvina aangeplant, wat de timing van de oogst vereenvoudigt en het vinificatieproces stroomlijnt.

Karakter in de blend

Het potentieel van Corvinone is groot, maar komt pas echt tot uiting onder de juiste omstandigheden. Dat verklaart waarom ze zelden als monocepage op de markt verschijnt. Wie het toch probeert, stuit vaak op een complex profiel dat krachtig maar stroef kan uitvallen, zeker wanneer de bessen niet homogeen rijpen. Zonder strikte selectie in de wijngaard ontstaat het risico op te groene of hoekige toetsen die het fruit overschaduwen.

Binnen blends ligt haar ware kracht. In combinatie met Corvina brengt Corvinone een opvallende hoeveelheid structuur, zuur en kruidigheid in het glas. Ze biedt een tegengewicht voor de zachte rondingen van Corvina, zonder de balans te verstoren. De hogere zuurtegraad zorgt voor spanning en een langere, frissere afdronk. In een warm klimaat als dat van de Valpolicella is dat een absolute troef.

De kleur van een wijn met Corvinone is doorgaans diep robijnrood, een gevolg van de dikke, intens gekleurde schil. Het aromatische profiel draait rond zwarte kers, zwarte bes en specerijen, met vaak een herkenbare toets van zwarte peper. Die laatste is het resultaat van een verhoogde concentratie rotundone, een molecule die ook in Syrah druiven voorkomt. Het geeft de wijn een herkenbaar en gelaagd karakter.

De tannine van Corvinone is merkbaar hoger dan die van Corvina. In jeugdige wijnen kan dat voor wat stroefheid zorgen, maar met flesrijping ontwikkelt zich een fijne, dragende structuur. Vooral in Amarone en Ripasso vormt ze daardoor een cruciale schakel. Zonder haar zouden veel van deze wijnen aan grip verliezen.

Corvinone is dus geen solist, maar wel een onmisbare stem in het ensemble. Ze zorgt voor basiskracht, aromatische diepte en technische stabiliteit. Mits zorgvuldige vinificatie levert ze wijnen met een gelaagdheid die in de Valpolicella vandaag als een kwaliteitskenmerk geldt.

De vraag is niet óf Corvinone een belangrijkere rol zal spelen, maar hoe snel die evolutie zich voltrekt in de definitieve signatuur van Valpolicella.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse
  7. Corvina, het fundament van Valpolicella

Corvina, het fundament van Valpolicella

In onze reeks over de Valpolicella-wijnen zijn we aan de ontleding van de blend toegekomen. De belangrijkste druiven die deel moeten of kunnen uitmaken van de Valpolicella-samenstelling, nemen we onder het vergrootglas. Uiteraard starten we met Corvina. Wie Valpolicella zegt, zegt Corvina. Deze blauwe druif is zonder twijfel de belangrijkste variëteit van de streek rond Verona. Ze vormt de ruggengraat van wijnen als Valpolicella Classico, Ripasso, Recioto en Amarone. Zonder Corvina geen Valpolicella, althans niet in zijn klassieke vorm.

De druif is wijdverspreid in het westen van Verona, van de heuvels rond het Gardameer tot diep in de Valpolicella. Haar rol gaat echter verder dan geografische aanwezigheid. Corvina geeft structuur, zuren, aromatische verfijning en de nodige spanning aan de wijnen van de regio. Ze bezit bovendien de zeldzame eigenschap om goed te gedijen in zowel frisse als warme omstandigheden, en leent zich uitstekend tot het indrogen van de druiven, een essentiële techniek voor de productie van Recioto en Amarone.

Toch blijft Corvina een druif met schakeringen. Doorheen de geschiedenis zijn verschillende biotypen en synoniemen opgetekend. Sommige zijn vrijwel verdwenen, andere leven voort in oude wijngaarden of zijn recent herontdekt. Wat ze allemaal gemeen hebben is hun bijdrage aan het unieke profiel van Valpolicella-wijnen: geurige finesse, zachte tannine en een haast moeiteloze elegantie, zelfs in de krachtigste expressies.

Ook de wijnwereld ontsnapt niet aan trends. Vernieuwing is al enige tijd aan de gang, en Corvina ontsnapt daar niet aan. Tijdens onze volgende wijnreis met Amici, komende lente, zullen we ongetwijfeld wijnbouwers ontmoeten die monocépage Corvina op de markt brengen. Enkele jaren geleden nog een uitzondering, vandaag een bon-ton keuze bij veel moderne producenten. Hetzelfde gebeurt met andere protagonisten uit de blend, zoals Oseleta of Croatina. Uiteraard vallen deze wijnen niet langer onder de Valpolicella-appellatie maar onder de bredere Veneto IGT. Een evolutie om met open blik te volgen, al blijft de klassieke blend voorlopig onaantastbaar in haar balans.

De schaduw van de raaf

Hoewel we vaak kortweg spreken over Corvina, is de officiële benaming van deze druif Corvina Veronese. In sommige documenten verschijnt ook de aanduiding Corvina N, waarbij de N staat voor nero, een verwijzing naar de blauwe kleur van de druif.

De herkomst van de naam Corvina wordt meestal verklaard vanuit het Italiaanse woord corvo, wat raaf betekent. Dat verwijst naar de intens blauwzwarte kleur van de rijpe bessen. Er bestaat echter ook een alternatieve verklaring die verwijst naar het lokale dialect uit Verona. Het woord cruina betekent daar ‘onrijp’ of ‘laat rijpend’, wat perfect aansluit bij het feit dat Corvina een laatrijpende druif is, doorgaans pas geoogst in de derde tot vierde rijpingsperiode van het seizoen.

In de loop der tijd dook Corvina onder allerlei verschillende namen op. Soms ging het echt om dezelfde druif, soms om iets anders. Namen zoals Cruina, Corbina en Cassabria kwamen geregeld voor. Daarnaast zijn er ook varianten met gelijkaardige namen zoals Corvina Gentile, Corvinella, Corvina Rizza en Corvinone. Lange tijd dacht men dat dit allemaal verschillende druiven waren, of hoogstens variaties op éénzelfde soort.

Pas recent, dankzij DNA-onderzoek en gedetailleerde druivenstudies, is er duidelijkheid gekomen. Corvina Veronese blijkt een op zichzelf staande druif te zijn, genetisch verschillend van bijvoorbeeld Corvinone. De andere namen verwijzen meestal naar kleine verschillen in uitzicht of groeiwijze van planten binnen dezelfde familie, en worden tegenwoordig beschouwd als variaties of natuurlijke afsplitsingen van het originele type.

Van bijrol naar hoofdrol

De geschiedenis van Corvina gaat niet zo heel ver terug. Slechts mondjesmaat is er geschiedkundige informatie over te vinden. De oudste bekende verwijzing komt uit de zeventiende eeuw, toen Zerveri de Gatto melding maakte van een druif die opvallend veel gelijkenissen vertoont met wat we vandaag herkennen als Corvina Veronese. Toch bleef de druif lange tijd in de schaduw van andere lokale rassen en werd ze zelden afzonderlijk benoemd. Ze maakte deel uit van een bredere familie van rode druiven die in de regio rond Verona samen werden aangeplant en verwerkt, vaak zonder strikte naamgeving of duidelijke variëteitsherkenning.

Pas in de achttiende en negentiende eeuw verschenen er meer gestructureerde ampelografische beschrijvingen. Landbouwkundigen en botanici begonnen de druivensoorten nauwkeuriger te onderscheiden, waarbij Corvina geleidelijk een herkenbaar profiel kreeg. Toch duurde het tot de twintigste eeuw vooraleer haar identiteit als afzonderlijke variëteit formeel werd vastgelegd. In 1970 werd Corvina Veronese officieel opgenomen in het Italiaanse druivenregister.

De ware doorbraak kwam er met de evolutie van de Valpolicella-regio zelf. In de loop van de twintigste eeuw groeide de vraag naar kwaliteitswijnen en daarmee de behoefte aan druiven met karakter, structuur en bewaarpotentieel. Corvina bleek perfect aan die verwachtingen te voldoen. Haar frisse zuren, zachte tannine, aromatische precisie en geschiktheid voor appassimento-technieken maakten haar tot de logische ruggengraat van wijnen als Amarone, Recioto en later ook Ripasso.

Wat aanvankelijk een druif was onder velen, groeide uit tot het fundament van een van Italië’s bekendste wijngebieden. Vandaag wordt Corvina erkend als een sleutelvariëteit die bovendien ook een verdere toekomst mogelijk maakt, zowel in blends als in pure vorm.

Veneto rules

Corvina wordt vrijwel uitsluitend geteeld in de regio Veneto, met een sterke concentratie in de provincie Verona. Binnen deze provincie is de druif vooral aanwezig in het westen, op de heuvels tussen het Gardameer en de klassieke zone van Valpolicella. Hier, in de Valpolicella Classica, bereikt ze haar hoogste expressie. Ook in de uitgebreidere zones van Valpolicella is Corvina aanwezig, zij het iets minder prominent.

In het Bardolino-gebied, aan de zuidoostelijke kant van het Gardameer, speelt Corvina eveneens een hoofdrol. Ze vormt daar de basis van zowel rode als roséwijnen, vaak in lichtere stijl dan in Valpolicella. Ook in andere kleine DOC’s rond Verona duikt Corvina geregeld op, meestal in blends.

De aanplant van Corvina is in de voorbije decennia sterk gegroeid. In 1970 werd nog minder dan 4.000 hectare geregistreerd. Vandaag staat de teller op meer dan 7.500 hectare, waarvan het overgrote deel zich situeert binnen de appellaties Valpolicella en Bardolino.

Binnen die appellaties gelden duidelijke regels. In Bardolino moet Corvina minimaal 35 procent van de blend uitmaken, en dat aandeel kan oplopen tot 95 procent. Voor Valpolicella gelden gelijkaardige cijfers: een minimum van 45 procent en een maximum van 95 procent Corvina in de assemblage. In praktijk is het aandeel vaak nog hoger, zeker bij kwaliteitsgerichte producenten.

Corvina is vandaag officieel toegelaten binnen meerdere herkomstbenamingen. Onder de DOCG’s zijn dat Amarone della Valpolicella, Recioto della Valpolicella en Bardolino Superiore. Binnen de DOC’s zijn Valpolicella, Valpolicella Ripasso, Bardolino en Garda de voornaamste gebieden. Buiten deze beschermde oorsprongsbenamingen is Corvina ook erkend in diverse IGT’s, zoals Veneto, Trevenezie en Veronese, waar ze vaak als monocépage op de markt wordt gebracht.

Daarnaast is Corvina in beperkte mate toegestaan in enkele IGT’s buiten de provincie Verona. Zo laat de IGT Vallagarina, gelegen op de grens tussen Veneto en Trentino, formeel de aanplant van Corvina toe. Ook in enkele IGT-zones van Lombardije, zoals Alpi Retiche in de provincie Sondrio, is Corvina wettelijk toegelaten, al wordt ze daar in de praktijk nauwelijks aangeplant. In deze gebieden blijft de aanwezigheid van Corvina vooral symbolisch en beperkt tot kleinschalige of experimentele projecten.

Karakter in de wijngaard

Corvina is een krachtige groeier met een uitgesproken profiel in de wijngaard. De wijnstok is stevig opgebouwd, met een robuuste houtstructuur, opvallend lange tussenstukken tussen de knopen en krachtige knoppen. Het blad is middelgroot, vijf-lobbig met scherpe tanden, donkergroen aan de bovenzijde en licht behaard aan de onderkant. In de herfst kleuren de bladeren opvallend rood, een visueel kenmerk dat haar onderscheidt van andere variëteiten.

De trossen zijn middelgroot, compact en lopen licht taps toe. Vaak dragen ze een extra vleugel, wat in de volksmond Corvina doppia wordt genoemd. De bessen zijn middelgroot, ovaal en blauw-violet van kleur. Hun schil is dik en bezit een natuurlijke waslaag die bescherming biedt tegen uitdroging. Deze stevige schil is essentieel voor appassimento: ze voorkomt rot tijdens het drogen en draagt bij aan het behoud van aroma’s en zuren.

De pulp is sappig, zachtzoet en bevat meestal twee tot drie pitten. In de schil bevinden zich hoge concentraties aan polyfenolen en antioxidanten zoals resveratrol. Die maken de druif niet alleen resistenter tegen schimmels, maar ook interessanter voor producenten die zoeken naar structuur en bewaarpotentieel in hun wijn.

Corvina rijpt laat, doorgaans pas eind september of begin oktober. Dat betekent dat ze gevoelig is voor weersomstandigheden in de laatste groeifase. Om dit op te vangen, maken veel producenten gebruik van het traditionele Veronese pergola-systeem. Deze teeltwijze biedt schaduw, betere ventilatie en extra ondersteuning voor de relatief zware trossen. Ze helpt de rijping te vertragen en verhoogt tegelijk het gehalte aan kleurstoffen en fenolische stoffen in de druif. Het systeem vraagt wel meer arbeid en dus hogere productiekosten, maar wordt om zijn effectiviteit nog altijd veel toegepast.

Kortom Corvina staat er als een stevig geheel: een robuuste wijnstok met laat rijpende trossen, dikke schillen en een natuurlijke balans tussen aromatische finesse en structurele kracht. In de wijngaard toont ze geduld, maar wie dat geduld opbrengt, wordt beloond met een druif die bestand is tegen droogte, geschikt is voor droging en garant staat voor complexe, evenwichtige wijnen.

Stijl en expressie

Corvina levert een opvallend breed scala aan wijnstijlen, van lichtvoetige rosato tot krachtige Amarone. Haar ware kracht ligt in haar veelzijdigheid: ze past zich aan de vinificatiestijl aan, zonder haar karakter te verliezen.

Als zuivere variëteit of in frisse blends geeft Corvina een wijn met een helder robijnrode kleur. In de neus komen florale en kruidige aroma’s naar voren, met viooltjes, rozemarijn en een toets van balsamico. Op het palet domineren rijpe en zure kersen, soms aangevuld met braambes, kaneel of zwarte peper. De wijn is doorgaans hoog in zuren, met zachte tot medium tannine, en daardoor bijzonder geschikt voor wijnen met een zekere elegantie en lengte.

In haar jeugd toont Corvina zich vooral fruitig en levendig. Met wat flesrijping komen meer aardse en kruidige nuances naar boven, soms zelfs minerale of tertiaire aroma’s. Goed gemaakte Corvina’s kunnen verrassend goed ouderen, zeker wanneer ze met concentratie en zorg gevinifieerd zijn. Dit geldt zowel voor blends als voor monocépagewijnen.

De appassimento-techniek, waarbij de druiven worden ingedroogd, opent een heel ander spectrum. Tijdens dit gecontroleerde proces stijgt het gehalte aan glycerine en gluconzuur in de druif, wat zorgt voor een fluwelige structuur en een bijna romige mondgevoel. “Withering is not a simple dehydration,” zoals de literatuur het kernachtig samenvatte. Het is een geleidelijke metamorfose die rijkdom, diepte en souplesse oplevert.

Uit ingedroogde Corvina ontstaan twee iconische stijlen: Recioto en Amarone. Recioto is intens geurig, zachtzoet en fluweelachtig, met aroma’s van gedroogde bloemen, krenten, kruiden en cacao. Amarone is de gespierde tegenhanger: droog, vol, krachtig en complex, maar dankzij Corvina’s frisse zuren en zachte textuur nooit log. Beide stijlen hebben een indrukwekkend verouderingspotentieel en behoren tot de absolute top van wat Italië in rood te bieden heeft.

Naast deze grote wijnen zijn er ook lichtere stijlen waarin Corvina haar finesse toont. In Bardolino bijvoorbeeld speelt ze een hoofdrol in frisse rosato’s met knapperig rood fruit en levendige zuren. Ook mousserende versies bestaan, al blijven die zeldzaam en eerder regionaal van belang.

Wat al deze stijlen bindt, is de rol van Corvina als bron van spanning, elegantie en aromatische verfijning. Of ze nu jong, droog, zoet, krachtig of luchtig gevinifieerd wordt, haar signatuur blijft herkenbaar: kers, zuren, zachte tannine en een zekere ingetogenheid die met tijd alleen maar aan diepgang wint.

Een stille verschuiving

Laat ons het glas heffen met een heerlijke La Poja van Allegrini en klinken op de toekomst van Corvina: een druif met een dubbele ziel, tegelijk delicaat en krachtig, stevig verankerd in de Valpolicella, maar open voor de toekomst.

Toch plaatsen we een kanttekening waarmee we de brug maken naar ons volgende artikel. Terwijl Corvina terecht wordt gevierd als ruggengraat van Valpolicella, zien we dat Corvinone steeds vaker opduikt als interessante aanvulling binnen de blend.

Is er een machtsverschuiving aan de gang in de wijngaarden rond Verona? Niet meteen. Maar wie goed oplet in de kelders en proeverijen van vandaag, merkt dat Corvinone in stilte aan invloed wint. Misschien geen paleisrevolutie, maar wel een stille herwaardering.

Volgende keer nemen we Corvinone onder de loep: de druif die ooit in de schaduw van Corvina leefde, en stilaan haar eigen stempel begint te drukken.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse

Valpolicella – De vallei van de vele kelders

De eerste keer dat ik Valpolicella bezocht, kan ik me nog perfect voorstellen. De vlucht van Zaventem of Eindhoven naar Bergamo, een wagen huren en dan via de serenissima, de A4-snelweg, richting Verona rijden. Steeds wat vroeger de afrit nemen om een aperitief te drinken in Bardolino, dan verder de Valpolicella-heuvels in. Fumane en Negrar waren toen de bestemmingen, recht in het hart van het wijngebied. Elk bezoek werd toen steevast gecombineerd met het aanpalende Soave, daar waar rood en wit op een natuurlijke manier in elkaar overvloeien.

Vandaag is Valpolicella onze vaste uitvalsbasis geworden bij ons jaarlijks bezoek aan Vinitaly, de grootste Italiaanse wijnbeurs. Professionals van over de hele wereld zakken af naar Verona om er Italiaanse wijnen te proeven en wijnmakers persoonlijk te ontmoeten. Wij hebben er intussen ook onze vaste stek gevonden, in Mezzane di Sotto bij de familie Brusco op het relais I Tamasotti. Alessandro, Giacomo en Sabina zijn vrienden geworden, en we genieten er telkens van de echt wel buitengewone kookkunsten van moeder Louisa.

Waar exact ligt Valpolicella?

Valpolicella ligt in het noordoosten van Italië, in de regio Veneto, net ten noorden van Verona. Het gebied vormt een natuurlijke overgangszone tussen de uitlopers van de Alpen en de vlakkere landschappen van de Po-vlakte. In het westen stroomt de rivier de Adige richting Adriatische Zee, terwijl het Gardameer niet veraf ligt en zijn milde invloed laat voelen. In het noorden rijzen de eerste heuvels van het Lessina-gebergte op, met kalkrijke rotsen en bossen die een natuurlijke grens vormen.

Het landschap is allesbehalve uniform: Valpolicella bestaat uit een netwerk van kleinere valleien, glooiende heuvelruggen, plateaus en terrassen. Riviertjes en beken snijden zich een weg door de heuvels en voeden zowel de bodem als het microklimaat. Die geografische variatie is essentieel, want ze zorgt ervoor dat wijnbouwers kunnen spelen met hoogte, oriëntatie en bodemsamenstelling om druiven tot hun recht te laten komen.

Valpolicella is dus geen strak afgelijnd wijngebied, maar een levendig landschap waar wijnbouw al eeuwenlang verweven is met de natuur. Die geografische complexiteit vormt de basis van de diversiteit in stijl en expressie waarvoor het gebied vandaag zo gewaardeerd wordt.

Een geschiedenis vol gedichten

Lang voor er in Valpolicella sprake was van wijnbouw, lag de basis al in de bodem. De streek rust op een geologisch fundament dat tientallen miljoenen jaren oud is. In Bolca, aan de rand van het wijngebied, werden fossielen gevonden van Ampelophyllum noeticum, een oerplant verwant aan de wijnstok, daterend uit het Midden-Eoceen, zo’n 40 miljoen jaar geleden. Deze vondst bewijst dat de wortels van de wijn hier niet alleen cultureel, maar ook letterlijk geologisch verankerd zijn.

De introductie van wijnbouw kwam met de Etrusken, die zich tussen de 7e en 5e eeuw voor Christus in deze regio vestigden. Ze brachten Vitis vinifera sativa mee, de gecultiveerde wijnstok, samen met technieken voor wijnproductie. Bij Castelrotto zijn sporen gevonden van druivenpitten en gebruiksvoorwerpen zoals rituele lepels (simpulum), die wijzen op een vroege en goed georganiseerde wijncultuur. In dezelfde periode leefden hier de Arusnati, een lokale bevolking van vermoedelijk Rhaeto-Etruskische oorsprong. Zij organiseerden hun dorpen in zogeheten vici, kleine gemeenschappen die later als voorbeeld dienden voor de Romeinse rurale structuur.

De Romeinen erkenden het belang van het gebied en gaven het de naam Vallis Polis-cellae, wat “vallei van de vele kelders” betekent. Het was een streek waar wijn niet alleen gemaakt werd, maar ook bewaard en verhandeld. De wijnen uit Valpolicella, zoals de befaamde vinum Raeticum, afkomstig van de eerste berghellingen tussen Verona en het Comomeer, werden alom geprezen. Vergilius schreef erover, Strabo vermeldde ze, en Cassiodorus, minister van de Ostrogotische koning Theodorik, beschreef in de 6e eeuw een wijn uit de streek, Acinatico, als “koninklijk van kleur, vlezig en ongelooflijk zoet”. De benaming Acinatico is tot op vandaag nog steeds in gebruik.

De groei van de wijnbouw ging gepaard met juridische en maatschappelijke structuren. In 1276 vaardigde Alberto I della Scala regels uit over de wijnproductie. De oogsttijd mocht alleen in overleg bepaald worden, en het was verboden om druiven thuis op te slaan. Een aanwijzing dat het drogen van druiven toen al voorkwam, al was het formeel nog niet toegestaan. Die praktijk, aanvankelijk verdacht, zou later uitgroeien tot het fundament van Valpolicella’s iconen: Recioto en Amarone.

Maar Valpolicella is meer dan bodem en regelgeving. Vanaf de 14e eeuw bouwden adellijke families hun villa’s tussen de wijngaarden. Deze landhuizen werden verzamelplaatsen voor dichters, geleerden en humanisten. Dankzij die kruisbestuiving van wijn en cultuur kreeg het gebied de bijnaam The valley of the poems, een term die later werd gepopulariseerd door de dichter Aleardo Aleardi. In de 18e eeuw roemde Scipione Maffei de wijnen uit de streek als “wijn van een bijzondere gratie” in zijn Verona Illustrata.

De vijf gezichten van Valpolicella

Het wijngebied Valpolicella laat zich niet vatten in één profiel. Het ontvouwt zich als een waaier van valleien die noord-zuid lopen en zich vanaf Verona richting de Lessini-bergen uitstrekken. Die waaierstructuur is niet enkel geografisch opvallend, maar ook bepalend voor de wijnbouw. Het landschap varieert van vlakke, alluviale bodems in het zuiden tot steile kalkhellingen en vulkanisch gesteente hogerop. Dit reliëf, samen met een uitgesproken geologische variatie en microklimaten, vormt de basis voor de opdeling in vijf hoofdzones.

1. Valpolicella Classico
De Classico-zone is het historische hart van Valpolicella en omvat de gemeenten Negrar, Fumane, Marano, San Pietro in Cariano en Sant’Ambrogio di Valpolicella. Hier begon alles, en hier liggen ook de oudste wijngaarden.

In Sant’Ambrogio, aan de westelijke rand van het gebied, verzachten milde winden van het Gardameer het klimaat. De sedimentaire, kalkrijke bodems zorgen voor elegante en verfijnde wijnen. San Pietro in Cariano sluit het zuiden van de zone af, met alluviale gronden en een relatief vlak landschap dat vooral zachte, fruitige wijnen oplevert. Toch zorgen enkele heuvels, zoals bij Castelrotto, voor reliëf en nuance.

Verder noordwaarts klimt de Fumane-vallei steil omhoog richting de Corno d’Aquilino. Dit is een van de koelste zones, met uitgesproken kalkbodems die zorgen voor levendige zuren en trage rijping. In de Marano-vallei komen de bodems voornamelijk uit basalt, lokaal toari genoemd, wat resulteert in krachtigere en gestructureerde wijnen. Deze vallei vormt een natuurlijk amfitheater met terrassen in droge stenen muren (marogne). Negrar ligt centraal en kent een breed scala aan bodems en microklimaten. De vallei vernauwt zich geleidelijk, waardoor koude winden uit de bergen sterker voelbaar worden. Negrar produceert complexe wijnen die balans weten te vinden tussen finesse en kracht.

2. Valpantena
Tussen de Valpolicella Classico en de oostelijke valleien ligt de Valpantena, een vallei met een uitgesproken eigen karakter. De naam betekent letterlijk “vallei van alle goden”. De Valpantena strekt zich uit van de noordelijke rand van Verona tot diep in het Lessinia-gebergte, en wordt steeds smaller naarmate men hoger klimt richting het dorp Grezzana. Deze natuurlijke trechtervorm zorgt voor een constante luchtcirculatie, wat de wijngaarden beschermt tegen vocht en ziektes, en tegelijk een optimale rijping van de druiven ondersteunt.

Valpantena biedt een combinatie van hoogteverschillen, microklimaten en een grote variatie aan bodems. In de lager gelegen zones nabij Verona vind je voornamelijk kalkrijke sedimenten, terwijl hogerop meer klei, mergel en zelfs vulkanisch gesteente voorkomt. Die geologische schakering vertaalt zich rechtstreeks in het profiel van de wijn: enerzijds fris, floraal en elegant, anderzijds gestructureerd en kruidig, met een zekere spanning in het mondgevoel. De Valpantena subzone mag als enige buiten de Classico de naam “Valpantena” vermelden op het etiket.

3. Val di Mezzane
De Val di Mezzane vormt het westelijk deel van de oostelijke Valpolicella zone en ligt als het ware ingebed tussen de stad Verona en de hogere uitlopers van de Monti Lessini. De vallei strekt zich uit van het dorp Lavagno, in het zuiden, tot aan San Mauro di Saline in het noorden, waar de heuvels overgaan in ruiger berggebied. De vallei heeft een uitgesproken lineair karakter en wordt gekenmerkt door een smalle maar diepe insnijding in het landschap, waardoor luchtstromen vrij spel hebben.

Geologisch is Val di Mezzane vrij complex. In het zuidelijke deel van de vallei overheersen kalkrijke bodems, vaak gemengd met klei en grind. Naarmate men noordwaarts klimt, komen er meer mergellagen en zwaardere, compacte gronden voor. Hier en daar komen ook sporen van basalt voor, wat extra warmte vasthoudt en structuur geeft aan de wijn. Die bodemsamenstelling biedt wijnbouwers een breed palet aan mogelijkheden, van lichtere, elegante stijlen tot krachtigere wijnen met bewaarpotentieel.

De wijngaarden liggen vaak op steile hellingen of in half-terrassen, met een oostelijke of zuidelijke oriëntatie. Hierdoor vangen ze voldoende zon, maar worden ze nooit oververhit. Corvina gedijt hier bijzonder goed, net als Corvinone en in toenemende mate Oseleta, dat in de hogere zones opvalt door zijn aromatische intensiteit.

4. Val d’Illasi
De Val d’Illasi is een van de meest karaktervolle valleien in de oostelijke Valpolicella, gelegen ten oosten van de Val di Mezzane. De vallei begint bij het dorp Illasi en klimt snel noordwaarts richting de bergdorpen Tregnago en Badia Calavena. Kenmerkend is de steile opbouw in hoogte: binnen een relatief korte afstand stijgt het landschap van ongeveer 100 tot ruim 600 meter boven zeeniveau. Dit hoogteverloop creëert uitgesproken microklimaten en maakt een verfijnde selectie van druivenpercelen mogelijk.

De bodemstructuur van de Val d’Illasi is net zo gevarieerd als het reliëf. In het zuiden domineren klei- en kalklagen met een goede waterretentie, ideaal voor jonge stokken en frissere wijnstijlen. Hogerop komen diepere lagen mergel en kalksteen voor, vaak afgewisseld met zand en basaltfragmenten. Deze minerale, goed drainerende bodems zijn uitermate geschikt voor het produceren van geconcentreerde druiven met veel structuur. Een ideale basis voor Amarone en Ripasso met lengte en kracht, maar zonder log te worden.

De vallei is bovendien cultuurhistorisch van belang. De aanwezigheid van oude villa’s, terrassen en marogne (droge stenen muurtjes) getuigt van eeuwen wijnbouw. Vele wijngaarden liggen op oude, door mensenhand aangelegde plateaus die de erosie tegenhouden en de zon maximaal laten invallen.

Steeds meer wijnmakers zetten in op kwaliteit in deze vallei. Moderne vinificatietechnieken worden gecombineerd met traditioneel respect voor bodem en klimaat. Illasi wordt daardoor steeds vaker genoemd als een van de nieuwe topzones binnen Valpolicella.

5. Val di Cazzano di Tramigna
De Val di Cazzano di Tramigna vormt het oostelijke sluitstuk van Valpolicella en grenst aan de wittewijnstreek van Soave. Geografisch sluit deze aan op de Val d’Alpone, die zelf buiten Valpolicella valt maar geologisch verwant is. De vallei is korter, smaller en meer gebald dan haar westelijke buren, met een compacter microklimaat en een opvallende terroirvariatie die steeds meer producenten aantrekt die op zoek zijn naar zuiverheid, typiciteit en concentratie.

Val di Cazzano di Tramigna heeft een uitgesproken vulkanisch karakter. Basalt en tufsteen domineren hier de hogere flanken, afgewisseld met kalkrijke mergel en zwaardere, kleiige bodems in de lagere zones. Deze vulkanische component geeft de wijnen vaak een donkere, minerale ondertoon en draagt bij aan hun kracht en structuur. De wortels van de wijnstokken moeten hier vaak diep zoeken naar voeding, wat leidt tot geconcentreerde druiven met dikke schillen en uitgesproken aromatische intensiteit.

De wijngaarden liggen verspreid over steile heuvels, vlaktes en oude terrassen. Dankzij de natuurlijke expositie op het zuiden en zuidoosten genieten veel percelen van een lange zoninval, wat rijping en fenolische concentratie bevordert. De meeste aanplant bestaat uit Corvina en Corvinone, maar ook Molinara, Oseleta en zelfs experimentele aanplanten komen meer en meer voor.

Zijn er cru’s te bespeuren?
Naast deze geografische onderverdeling kennen kenners ook de zogenaamde cru’s van Valpolicella. Het gaat hier niet om officieel afgebakende gebieden zoals in Bourgogne, maar om wijngaarden of zones die door hun ligging, bodem en historiek als uitzonderlijk worden beschouwd. Denk aan Monte Lodoletta in de buurt van Illasi, beroemd door Dal Forno Romano, of La Groletta in Negrar. Deze cru’s overstijgen vaak de grenzen van de vijf zones en illustreren het potentieel van Valpolicella als mozaïek van unieke microterroirs.

Klimaat tussen continentaal en mediterraan

Het klimaat van Valpolicella is een subtiele evenwichtsoefening tussen verschillende krachten van de natuur. Enerzijds is er de invloed van het Gardameer, dat als een groot warmtebufferend bassin fungeert en de winters milder houdt. Anderzijds zijn er de uitlopers van de Alpen en de Monti Lessini in het noorden, die ’s avonds en ’s nachts koele lucht aanvoeren. Die dubbele invloed creëert een uniek microklimaat dat nergens in de regio exact wordt gerepliceerd.

De ligging van Valpolicella, tussen de Povlakte en de bergen, zorgt voor een duidelijke klimatologische overgangszone. Overdag profiteren de wijngaarden van veel zonlicht, vooral op de zuid- en zuidoostgerichte hellingen. Die oriëntatie bevordert een gelijkmatige rijping van de druiven, essentieel voor de ontwikkeling van suikers, kleurstoffen en aroma’s. De temperatuur kan in de zomer vlot oplopen, maar dankzij de berglucht die ’s avonds via de valleien naar beneden stroomt, daalt de temperatuur ’s nachts sterk. Dat verschil tussen dag en nacht, soms tot 15 graden, is cruciaal voor het behoud van zuren, frisheid en aromatische precisie.

Waarom de druiven hier wél gelukkig zijn

Wat Valpolicella zo boeiend maakt is het eigenzinnige druivenarsenaal: Corvina, Corvinone, Rondinella, Molinara, Oseleta, Croatina, Spigamonti… druiven die je nauwelijks buiten dit gebied aantreft, zelfs niet elders in Veneto. Ze zijn stuk voor stuk inheems en vormen samen een uniek ecosysteem dat nergens anders op deze manier voorkomt.

Centraal staat Corvina, de ruggengraat van vrijwel elke Valpolicella-wijn. De andere rassen vervullen elk een ondersteunende rol, maar geen enkele is toevallig of inwisselbaar. Sommige, zoals Oseleta, zijn pas recent herontdekt, andere zijn generaties lang doorgegeven omdat ze keer op keer bleken te presteren onder de lokale omstandigheden.

Die omstandigheden zijn geen detail: het microklimaat van Valpolicella, met warme dagen, frisse nachten en constante luchtstromen, biedt precies wat deze druiven nodig hebben. Ze zijn aangepast aan het landschap, bestand tegen schimmels, en perfect geschikt voor technieken als appassimento, waarbij druiven na de oogst worden ingedroogd. Vooral Corvina, met haar losse trossen en dikke schil, lijkt daarvoor uitgevonden.

De geologische rijkdom van de streek, van kalksteen en mergel tot basalt, zorgt ervoor dat elk druivenras zijn ideale niche vindt. Door eeuwenlange observatie en selectie kozen wijnbouwers telkens voor wat het beste werkte op hun stuk grond. Er was nooit reden om druiven van elders te importeren, want het beste stond al in eigen wijngaard. De rassen van Valpolicella zijn hier dus niet toevallig beland, ze zijn hier ontstaan én gebleven. Wat hier groeit, groeit dankzij deze plek.

Het startschot is gegeven!

Met deze verkenning is het startschot gegeven voor een reeks die Valpolicella laag voor laag zal ontleden. We hebben het gebied in kaart gebracht: van de geografische structuur tot de klimatologische invloeden, van de bodemsamenstelling tot het unieke druivenbestand. Valpolicella toont zich hier al als een regio vol nuance, met een sterk eigen karakter dat nergens anders te reproduceren valt.

In het volgende artikel zoomen we in op de eerste stappen in het glas: de wijnen die simpelweg ‘Valpolicella’ heten. We nemen je mee in de herkomstbenamingen zoals Valpolicella DOC, Valpolicella Classico DOC en de toevoeging Superiore.

Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes

De bestemming is bekend, de koffers worden gepakt, de goesting groeit: wijnclub Amici trekt naar Valpolicella. Het nieuws werd met veel enthousiasme onthaald, en terecht. Want deze wijnregio in het noordoosten van Italië heeft meer te bieden dan alleen Amarone. Valpolicella is een schatkamer van druivenrassen, stijlen en persoonlijkheid die in elke fles iets nieuws onthullen.

Tussen het romantische Verona en het glinsterende Gardameer ontvouwt zich een landschap van glooiende heuvels, oude wijngaarden en pittoreske dorpjes. Het is een streek met een lange wijnbouwgeschiedenis, maar ook met een opvallende dynamiek. Producenten combineren vakmanschap en vernieuwing, waardoor het gebied blijft verrassen.

In de komende weken duiken we met jullie in de wereld van Valpolicella. In twaalf artikels nemen we je mee door het kloppend hart van de regio. Hieronder alvast een voorsmaakje van wat je mag verwachten.

1. Valpolicella geografisch
Waar ligt Valpolicella precies en wat maakt de ligging zo bijzonder? We duiken in de geschiedenis, verkennen de diversiteit van het wijngebied en ontdekken waarom de druiven hier zo goed gedijen tussen bergen en meer.

2. Valpolicella DOC & Valpolicella Classico / Superiore DOC
Wat is het verschil tussen een gewone Valpolicella en een Superiore? En wat betekent “Classico”? Deze aflevering brengt helderheid in het doolhof van regelgeving en kwaliteit.

3. Valpolicella Ripasso DOC
De Ripasso is de charmante brug tussen fris en krachtig. Hoe komt hij tot stand, waarom smaakt hij voller dan een gewone Valpolicella en waarom hij vaak de toegankelijke broer van Amarone wordt genoemd? Je ontdekt het hier.

4. Amarone della Valpolicella DOCG (Classico + Riserva)
Koninklijk, krachtig en complex: Amarone heeft een reputatie om jaloers op te zijn. Maar hoe wordt deze wijn precies gemaakt en waarom is hij zo geliefd bij zowel kenners als genieters?

5. Recioto della Valpolicella DOCG
Zoet, maar met stijl. De Recioto is de vergeten parel van de regio. Een dessertwijn met eeuwenoude roots die charmeert zonder te kleven.

6. Corvina – De belangrijkste schakel
Corvina is het ruggengraat van Valpolicella. We ontdekken wat deze druif zo typisch maakt, hoe ze zich gedraagt in verschillende stijlen en waarom je haar nooit mag onderschatten.

7. Corvinone – Een snelle opmars
Lang werd ze als variant van Corvina gezien, maar Corvinone heeft een eigen stem. Groter, krachtiger en met een verrassend zachte kant.

8. Rondinella – De stille kracht
Bescheiden, maar onmisbaar. Rondinella brengt frisheid, kleur en structuur. Geen hoofdrolspeler, wel een betrouwbare compagnon.

9. Molinara – In het verdomhoekje
Een druif met een identiteitscrisis. Ooit alomtegenwoordig, nu vaak weggelaten. Maar heeft Molinara misschien toch meer te bieden dan gedacht?

10. Oseleta – Grote vooruitzichten
Een kleine rebel die terug is van weggeweest. Tanninerijk, krachtig en intens. Ideaal voor wie durft.

11. Croatina – Het buitenbeentje
Een buitenbeentje dat soms opduikt in blends. Croatina is sappig, gul en net dat tikkeltje eigenzinnig.

12. De overige druiven
Dindarella, Spigamonti en andere zeldzame namen komen aan bod. Druiven met karakter die kleur geven aan de wijnwereld van Valpolicella.

Of je nu al jarenlang gepassioneerd bent door Valpolicella of enkel Amarone van naam kent, deze reeks belooft een ontdekkingstocht te worden. Voor sommigen wordt het een reis door vertrouwd terrein, voor anderen een eerste kennismaking met een gebied dat veel meer te bieden heeft dan verwacht. Maar één ding staat vast: boeiend wordt het zeker. We gaan de Valpolicella-blend laag per laag ontleden, zodat je straks niet kan wachten om de regio zelf in levende lijve te ontdekken.

The road to becoming an Italian Wine Ambassador (IWA) – Part 6 – Examination day!

Maandag 8 april – Dag vijf

Dit is de ultieme dag en deze waar het allemaal om draait… Do I make it or do I break it!
Goed geslapen, relaxed en ontspannen was het gevoel dat zich van me meester had gemaakt. Je kan niets meer doen, vanaf nu moet je ondergaan. Met een positief gevoel vatten we de tocht naar het ultieme doel aan.
Het examen zelf is drieledig en was ingedeeld in een blindproef van 2 wijnen, een schriftelijk examen en een multiple-choice van 100 vragen waarvoor je 90 minuten de tijd kreeg én waarvoor je 85% moest halen.

The Video Project

Voorafgaand én voor de start van het examen moest er nog een videoproject ingediend worden dat je met 3 andere medestudenten diende op te maken. Samen met mijn Zweedse (Nicklas), Mexicaanse (Raul) en Amerikaanse (David) partners in crime moesten we in een maximaal 5 minuten durende video 4 wijnen, regio’s of appellaties bespreken die bestempeld gingen worden als ‘the next big collectible’. In een introductie diende je uit te leggen wat dit exact betekende en welke elementen er aanwezig moeten zijn om als next big collectible bestempeld te worden.

Ik koos ervoor om Timorasso uit de Colli Tortonesi (Piedmont) te bespreken. In één minuut (wow wat is dit kort zeg), moet je de karakteristieken van de wijn, de kwaliteitsfactoren wat van deze wijn een collectible maakt, de geschiedenis, de wijncultuur, de geografie en enkele vooraanstaande wijnproducenten en wijnen vermelden.

Nicklas sprak over Lugana, Raul over Lessini Durello Spumante en David over Schiopettino uit de Colli di Friuli Orientale.
We hadden afgesproken onze video thuis voor het vertrek naar Verona te maken zodat we ginds meer tijd hadden ons voor te bereiden op het examen. David plakte de 5 verschillende video’s vakkundig aan elkaar. Het eindresultaat zag er behoorlijk uit. Winnen gaan we hier niet mee doen maar we gaan er wel een correcte score voor krijgen.
Het videoproject was goed voor 10% van de punten.

The white and red blindproof

Hoe ontspannen ik ook was en een volledig vertrouwen had in mijn proefzin, toch slaagde Sarah Heller erin me supernerveus te krijgen. Voor de start van het examen haalde ze het immers in haar hoofd dat we met zijn allen eerst vijf minuutjes een yogasessie moesten doen! We zouden ons dan meer relaxed voelen… niet dus 😊.

Na dit huppeldepup waren we dus officieel klaar om de grote eindtest aan te vatten! Startende met het praktische  deel van het examen: een blindproef van een witte en rode wijn.
Alle persoonlijke spullen moesten voorafgaand verwijderd worden zodat er geen smartphones of smartwatches geraadpleegd konden worden. En dan werden beide wijnen voor ons uitgeschonken. We moesten onze proefnotities schriftelijk pennen en kregen hiervoor exact een half uurtje de tijd. Ik volgde mijn gevoel, zoals ik steeds doe, en maakte zoals ik gewoon ben een prozastukje van mijn besprekingen. Ik voel me daar zekerder bij dan dat ik in bullet points de bevindingen noteer.
Ruim binnen de tijd had ik de wijnen geproefd en mijn notities gemaakt. Dat gaf me de ruimte om deze rustig te overlopen en na te kijken of ik geen noodzakelijke elementen (zoals het eenvoudig noteren dat het ‘a still wine’ is). Ik hield alvast een goed gevoel over aan deze proefsessie en zat voor beide wijnen in het noorden van Italië. Wat we juist geproefd hadden werd niet gemeld. Pas later op de dag bij de pinning ceremonie werd dit meegedeeld.
De witte wijn die we te proeven kregen was een Pecorino uit Offida (Marche). Niemand van de deelnemers had dit juist! Zoals velen van mijn medestudenten was ik een Soave uit Veneto aan het beschrijven.

De rode wijn was een moeilijke en in de verste verte had ik nooit gedacht dat dit een Fumin uit Valle d’Aosta was. Eén enkele deelnemer uit Hong Kong had dit correct! Wow, als dit geen gok was, een hele dikke proficiat. In de voorbereiding had ik wel twee Fumin wijnen laten afkomen en geproefd, maar die herkennen? Hou maar…
Net zoals bij de witte wijn zat ik in mijn beschrijving van de proefbevindingen en vinificatietechnieken echter wel in de juiste richting. Een Barbera uit Asti was mijn slotconclusie. Dit zat dus wel oké, ook al wist ik het niet op dat moment.
Helemaal geen evidentie was deze blindproef. In de vele wijnen die we tijdens de proefsessies en masterclasses proefden was er slechts éen enkel Pecorino en een Fumin zat er zelfs niet tussen. Geen evidente wijnkeuze dus wat dan ook bewezen werd door het feit dat er maar één iemand er in slaagde om één enkele wijn te herkennen. Maar had ik anders kunnen verwachten met de rijkheid aan de vele Italiaanse druiven, dat ze ons een Sangiovese of Nebbiolo zouden laten proeven?
De blindproef was goed voor 20% van de punten.

The written test: Two open ended questions, requiring short answers

Na 5 minuutjes pauze volgde het tweede gedeelte: de schriftelijke proef die bestond uit 2 vragen. Beiden binnen het half uur te beantwoorden.

Vraag 1: Noem 3 verschillende DOC(G) gebieden die een verschillende terroir hebben. Deze terroir moet van vulkanische, alluviale, moraine of marine oorsprong zijn. Verklaar hierbij het ontstaan van deze bodem, welk effect het heeft op de druivenrassen die er aangeplant staan, verklaar waarom net deze druivenrassen hier aangeplant staan en welk effect de bodem heeft op de karakteristieken van de wijn.

Vraag 2: Je dient een publicitair event te organiseren voor een DOC(G) uit Friuli. Hoe zou je dit organiseren? Vernoem de plaats waar je dit organiseert, wie nodig je hiervoor uit en waarom, welke wijnboeren zou je aanwezig willen zien op dit event en welke wijnen zou je serveren. Welke lokale gerechten serveer je hierbij en waarom denk je dat uw event een succes zal zijn.

De tijdspanne van een half uur tijd was een regelrechte aanslag op de schrijfkunsten waarbij er waarschijnlijk nieuwe Engelse woorden zijn ontstaan. Het was zo goed als onmogelijk dit alles neer te pennen binnen de gestelde tijdslimiet van een half uur! Ik was nog volop bezig aan de tweede DOC(G) van vraag 1 of er restte me nog maar 10 minuten.
Short answers was vooropgesteld. Hallo?, heb je die vragen gelezen en de punten gezien die je moet aanhalen terwijl het hier verboden was om in bullet points te werken. Dit moest full-tekst zijn. Puffen en zweten, but… we made it right in time!

Bij vraag 1 pende ik alles neer wat ik dacht te weten over 1) Etna DOC, 2) Valetellina Superiore DOCG en 3) Verdicchio di Mantelica (Riserva) DOC(G). Bij de derde had ik de tijd niet meer om zo ruim en volledig te zijn als bij de anderen. Ik kon enkel hopen dat het ten eerste leesbaar was wat ik had geschreven (of misschien net niet 😉) en ten tweede dat ik toch voldoende elementen die vereist waren had aangehaald.

Ik had vraag 2 niet op voorhand gelezen en was direct beginnen noteren bij het lezen van de eerste vraag. Ik was dan ook blij met de wat minder technische vraag omtrent de organisatie van het evenement en zeer tevreden dat het over Friuli ging. Ik kom me immers focussen op mijn random kennis. Het Castello di Spessa in Capriva del Friuli leek me een unieke plek hiervoor en ik kon met de Enoteca di Cormons nog een alternatief aanbieden. Enkele gekende boeren noteren net als de wijnen. Journalisten, sommeliers en cavisten leek me het perfecte publiek en voor de lokale streekgerechten kon ik pluggen uit mijn receptenbibliotheek die ik thuis heb! Stinco, Fricco… Tijdens ons bezoek bij Marco Felluga/Russiz Superiore zagen we vele hertjes dartelen tussen de wijngaarden. Het is bovendien de regio van de Prosciutto di San Daniele en met Trieste heb je een belangrijke haven waar de verse vis en schaal-en schelpdieren voorhanden zijn.
Ik denk het wereldrecord letters per seconde schrijven verbeterd te hebben want alles wat er moest staan stond er met nog exact 1 seconde op de teller! Give me a break please…
The written test was goed voor 20% van de punten

100 Multiple-choice questions in 90 minutes

En tenslotte moest de monstertest nog komen. 100 multiple-choice vragen met 5 mogelijke antwoorden die je binnen de 90 minuten moet beantwoorden en waarop je minimum 85% (slik) moest behalen.Ik noem het de monstertest omdat de vragen zeer divers waren en helemaal niet evident…Doe even de test voor jezelf met volgende voorbeelden:

  1. Which of the following most strongly supports the claim that Sardegna was likely a secondary center of domestication for the vine?
    1. The ubiquity on the island of ancient vines trained on live supports in the Etruscan style
    2. The presence of numerous vine cultivars including many wild grapevines that have sometimes been used to produce wine
    3. The archaeological remains of primitive winemaking equipment such as Nuraghi and skyphoi
    4. The presence on the island of many grapes of Georgian origin
    5. The fact that there are many “Greco” named grapes cultivated on the island
  2. Which group of grapes can be considered the “founder varieties” of the Adriatic coast of Italy?
    1. Uva Tosca, Garganega, Greco Bianco
    2. Verdicchio, Susumaniello, Primitivo
    3. Visparola, Bombino Bianco, Garganega
    4. Termarina, Uva di Troia, Sangiovese
    5. Montonico Bianco, Pignoletto, Grechetto di Todi
  3. What is a common difficulty in producing high quality Montepulciano-based wines?
    1. It drops acidity very quickly
    2. It produces wines with overly low pH
    3. It has very low levels of acylated anthocyanins
    4. Its pips and skins ripen at different rates so that the wines can be overripe but with green seed tannins
    5. It has a tendency to oxidise unless fermented at very low temperatures

De correct antwoorden zijn respectievelijk: 1b, 2c en 3d.
Voor de antwoorden kregen we een ipad en ook een invulblad (voor het geval de ipad een fout zou geven) ter beschikking. Dit invulblad was handig want hier kon ik op aanduiden over welke vragen ik niet 100% zeker was. Waardoor ik makkelijk en eenvoudig terug kon gaan naar deze vragen.
Maar is er nog voldoende tijd daarvoor? 90 minuten vliegen zeer snel voorbij om deze vragen te beantwoorden. Bekijk maar eens hoeveel tijd je neemt om de vraag en antwoorden te lezen. Je moet bovendien elke vraag grondig en correct lezen want een ‘does or does not’ is vlug overlooked. Ik ging dus zeer rustig en analytisch te werk waardoor er me nog 10 minuten restten die ik kon gebruiken om zeer snel elke vraag te overlopen en twijfelgevallen een correcte interpretatie te geven (niet altijd evident in een andere taal).

En dan is er ‘The end’, de ipad en het invulblad indienen en een gevoel met één groot vraagteken. Ik wist dat het thuisfront met veel spanning zat mee te duimen en had beloofd onmiddellijk contact op te nemen. Met de woorden ‘schatteke, ik ga ongelooflijk veel juist hebben maar 85% op die multiple-choice is echt wel gigantisch veel en ik weet niet of ik dit zal halen en zit dus met een twijfelgevoel… Ik sloot af met de woorden dat je echt wel een enorme grote nerd moet zijn om hiervoor te slagen’!

Het is dan 4 uur wachten geblazen, wachten op de pinning ceremonie. Je gaat dan een hapje eten en de adrenaline verdrinken in Verona met wat medestudenten. Uiteraard heb je het dan over de vragen en krijg je, zoals gebruikelijk, nog meer twijfels over de antwoorden die je wel degelijk correct had!
Het multiple-choice gedeelte staat voor 50% van de punten (maar zoals gezegd moet je eerst 85% correct hebben om ook maar door te gaan).

Pinning cermony – I got pinned !!

Bij het indienen van het examen druip je van de adrenaline. Je ben helemaal niet overtuigd dat je zal slagen. Vooral het behalen van 85% bij de multiple choice deed me zeer zwaar twijfelen. Het moment dat je je naam hoort afroepen bij de pinning ceremonie is onbeschrijflijk. Eerste deelname en onmiddellijk geslaagd. Dit geeft een enorme ontlading bij de start en dan trots… Trots dat je als eerste België kan vertegenwoordigen als Italian Wine Ambassador, samen met mijn Belgische medekandidaat die na mij werd afgeroepen.
Het was de 27e editie en ondertussen zijn er wereldwijd, van de om en bij 1400 kandidaten, net geen 400 die geslaagd zijn in dit examen dat ik voor mezelf bestempel als het meest moeilijke dat ik ooit heb moeten afleggen. We gaan met Wijnkennis er alles aan doen om Italië nog beter te vertegenwoordigen en de passie voor de wijn en het land nog dieper voelbaar te maken.

Het was een ongelooflijk boeiend avontuur en ik kan het iedereen aanraden. Je mag geen schrik hebben om te studeren, want zonder voorafgaand en diepgaand studiewerk is dit zo goed als onmogelijk!

Wim Sas – Italian Wine Ambassador

The road to becoming an Italian Wine Ambassador (IWA) – Part 4

Zaterdag 6 april: Dag 3
Het beloofde aan gelijkaardige dag te worden als de dag voordien. Al wijzigde ik wel het ochtendritueel door wat minder lang te ontbijten zodat er extra half uurtje was voor de studies én liet de transfer bus van het hotel naar Veronafiere aan me passeren. Aan een wandeling zou mijn lichaam meer genot hebben. Het beloofde immers zware kost te worden van bij de start.
Professor Scienza zat vol ongeduld op ons zat te wachten om een betoog te houden over de toekomstige problemen waar de wijnbouw voor staat omwille van de global warming. En dus kregen we een, alweer heerlijk boeiend, betoog over ‘How climate change will impact places of production, varieties and cultivation techniques in Italy. What can we learn from the past?’
Op de eerste dag kregen we al te horen hoe ze in Franciacorta aan het experimenteren zijn met de druif Erbamat om zicht hiertegen te wapenen. Vandaag hoorden we een veel diepgaander betoog. Professor Scienza voorspelde dat de geleidings- en snoeitechnieken die vandaag het meest gangbaar zijn zoals o.a. guyot, cordon,… opnieuw vervangen zullen worden door deze die in het verleden gebruikt werden. Pergola, bushvine training, alberello en dergelijke gaan opnieuw meer en meer gebruikt worden. Het opzoeken van hogere hoogtes lijkt een evidentie en is al even aan de gang. In dit opzicht ziet de professor een hoofdrol weggelegd in Abruzzo met Montepulciano die daar in de hoger gelegen gebieden rond de Gran Sasso een perfecte habitat zal vinden. Eenzelfde verhaal in Alto Adige maar dan voornamelijk met Schiava in de hoofdrol. Tenslotte is men al volop onderzoek aan het doen naar de ontwikkeling van nieuwe druiven die beter bestand zouden zijn tegen de warmte die dan de huidige druiven zullen vervangen.
De toekomst zal ons uitwijzen of de glazen bol zijn voorspellingen zullen uitkomen!

Guided tasting Session 3 + 4

Na de zware theoretische kost volgde er alweer een nieuwe uitgebreide proefsessie waarbij Sarah en Andrea ons bij onze hand namen en ons doorheen de te proeven wijnen loodsten. Ook vandaag kregen we de eerste twee wijnen blind geserveerd en mochten we een gok wagen naar de druif die we in het glas hadden. Gokken, ach… we weten het gewoon toch zeker (niet) 😉.
Hup, here we go!

  1. Baglio del Cristo di Campobello Grillo ‘Laluci’ 2023 (17,50 € – Vinvino)
  2. Tenute Rubino Brindisi DOC Susumaniello ‘Oltreme’ 2020 (14,40 € – Wijnkennis)
  3. Casa d’Ambra Ischia Doc Biancolella 2022 (14,60 € – Licata)
  4. Di Meo Fiano di Avellino DOCG 2022 (22 € – Niet in België)
  5. Mustilli Falanghina del Sannio DOC Sant’Agata dei Goti ‘Vigna Segreta’ 2021 (20 € – Niet in België)
  6. Cantine I Favati Greco di Tufo DOCG ‘Terrantica’ 2022 (20 € – Vandenbulcke)
  7. Masciarelli Trebbiano d’Abruzzo DOC Superiore ‘Castello di Semivicoli’ 2020 (28,40 € – Wijnkennis)
  8. Tenuta Ulisse Terre di Chieti IGP Pecorino 2023 (12 € – te koop op diverse plaatsen in België)
  9. Velenosi Marche IGT Passerina ‘Villa Angela’ 2023 (14 € – Niet in België)
  10. Decugnano dei Barbi Orvieto DOC Classico Superiore ‘Mare Antico’ 2022 (20 € – te koop op diverse plaatsen in België)
  11. Villa Simone Frascati Superiore DOCG ‘Villa dei Preti’ 2022 (15 € – Licata)
  12. Giangirolami Lazio IGT Malvasia Puntinata ‘Cardito’ 2022 (12,50 € – Caveman Wines)
  13. Bio Vio Riviera Ligure di Ponente DOC Pigato ‘Bon in da Bon’ 2022 (29 € – Il gusto Italiana in Belgio)
  14. Lunae Bosoni Colli di Luni DOC Vermentino ‘Cavagino’ 2022 (25 € – Niet in België)
  15. Pala Vermentino di Sardegna DOC ‘Soprasole’ 2022 (12,55 € – Bevovini)
  16. Capichera Vermentino di Gallura DOCG Superiore ‘Vign’Angena’ 2022 (29 € – Niet in België)
  17. Speri Valpolicella DOC Classico 2023 (12,50 € – Wijnen Michel)
  18. Bertani Valpolicella Ripasso DOC Valpantena 2021 (17,55 € – E-Wines)
  19. Monte del Frà Valpolicella Ripasso DOC Classico Superiore ‘Tenuta Lena di Mezzo’ 2020 (16,30 € – Uniquato)
  20. Le Gualte di Noemi Valpolicella DOC Classico Superiore 2013 (31 € – Wijnhuis Les terroirs)
  21. Zenato Amarone della Valpolicella DOCG Classico 2018 (52 € – te koop op diverse plaatsen in België)
  22. Grillo Iole Friuli Colli Orientali DOC Schioppettino di Prepotto 2020 (20 € – Niet in België)
  23. Volpe Pasini Friuli Colli Orientale Refosco dal Peduncolo Rosso ‘Zuc di Volpe’ 2013 (26,40 € – La Scoperta)
  24. Elena Walch Alto Adige DOC Lagrein 2022 (18,80 € – Young Charly)
  25. Cantina Rotaliana Teroldego Rotaliana DOC ‘Clesurae’ 2016 (30 € – Niet in België)
  26. Tenuta Maffone Ormeasco di Pornassio DOC 2020 (16 € – Niet in België)
  27. Braida Barbera d’Asti DOCG ‘Montebruna’ 2021 (23,50 € – Licata)

Masterclass Verdicchio dei Castelli di Jesi

Er is heel wat aan het bewegen in de Italiaanse Verdicchio wereld. Zowel Jesi, Mantelica als Lugana (Turbiana of Trebbiano di Soave is immers Verdicchio) stijgen er ontzettend in aanzien en de wijnen worden er meer en meer populair (terecht overigens wat mij betreft). Eleonara Marconi van het Instituto Marchigiano di Tutela Vini kwam er dan ook, met wel heel veel passie, haar zeg over doen. Ze was in de volle overtuiging dat de status van vooral de Verdicchio Superiore wijnen nog meer zullen winnen aan populariteit.
Uiteraard bracht ze ook enkele proefflessen mee voor ons:

  1. Vignamato Verdicchio dei Castelli di Jesi DOC Classico Superiore ‘Versiano’ 2022 (12,50 € – Vino Salentu)
  2. Sartarelli Verdicchio dei Castelli di Jesi DOC Classico Superiore ‘Balciana’ 2021 (25 € – Cavatappi)
  3. Fattoria Coroncino Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG Classico ‘Gaiospino’ 2021 (28 € – Niet in België)
  4. Andrea Felici Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG Classico ‘Vigna il Cantico della Figura’ 2020 (43,90 € – Grappolo)
  5. La Staffa Castelli di Jesi Verdicchio Riserva DOCG Classico ‘Rincrocca’ 2020 (29 € – Niet in België)
  6. Garofoli Verdicchio dei Castelli di Jesi DOC Classico Superiore ‘Selezione Gioacchino Garofoli’ 2016 (33 € – Wineplus)

Masterclass Primitivo di Manduria

De dag werd afgesloten met een sessie over Primitivo di Manduria. Insiders weten dat ik de druif niet onmiddellijk een warm hart toedraag en dat ze wat mij betreft helemaal naar Zin-California verbannen mag worden… Nochtans begrijp ik volledig dat er ook vele liefhebbers bestaan van deze suikerrijke druif en haar hoog alcoholvolume. Het steeds aanwezige zoetgehalte maakt dat deze wijnen toegankelijker zijn dan de op aciditeit gebouwde kwaliteitsdruiven (of ben ik nu te negatief?). Gezien het consorzio di Tutela del Primitivo di Manduria wel enkele wijnen maar voornamelijk hun kat hadden gestuurd nam Sarah Heller MW het heft in handen om ons te overtuigen van de kwaliteit van deze druif en ons meer te verdieping in het terra rossa rijke Manduria en omgeving. Soms sprak de mimiek van Sarah echter boekdelen! Nice try zou ik zeggen…

  1. Cantine Lizzano Primitivo di Manduria DOC ‘Macchia’ 2021 (9,40 € – Niet in België)
  2. Claudio Quarta Vignaiolo (Tenuta Eméra) Primitivo di Manduria DOC ‘Anima di Primitivo’ 2021 (14,50 € – Niet in België)
  3. Masseria Cicella Primitivo di Manduria DOC ‘Pepe Nero’ 2021 (14 € – Niet in België)
  4. Masseria Cuturi Primitivo di Manduria DOC ‘Chidro’ 2021 (19 € – Niet in België)
  5. Vinicola Savese Pichierri Primitivo di Manduria DOC ‘Ajanoa’ 2020 (16 € – Niet in België)
  6. Apollonio Vini Primitivo di Manduria DOC ‘Mani del Sud’ 2018 (16 € – Il Sodo)


En zo hadden we dag 3 bijna overleefd. We zochten nog vlug iets lekkers om de Primitivo mee weg te spoelen, gingen vandaag voor een Prociutto e funghi pizza en de boeken vlogen terug de hotelkamer in het rond op zoek naar nog ontbrekende informatie en vooral het uittekenen van de familie stambomen van de Italiaanse druiven zodat die vers in het geheugen zaten!

The road to becoming an Italian Wine Ambassador (IWA) – Part 3

Vrijdag 5 april: Dag 2
En deze startte met een 2-uur durend betoog van Professore Attilio Scienza over de ‘history and domestication of the Italian vines’ genaamd ‘Magna Graecia: Where it all began’. We hadden vooraf de nodige literatuur doorgenomen omtrent dit onderwerp maar het boeiende betoog van Professor Scienza (het was muisstil in de zaal en iedereen hing aan ’s mans lippen) legde alle puzzelstukjes op de juiste plaats. Plots was alles wat nog in schuifjes vervat zat glashelder. Attilio is bijna 80 jaar oud maar we hopen dat hij nog vele jaren kan doorgaan met het verhalen van de geschiedenis, mythes en ophelderingen.

Guided tasting Session 1 + 2

Nadien gingen we van start met een eerste proefmarathon van 30 wijnen. Master of Wine Sarah Heller had een mooie selectie gemaakt en samen met Master of Wine Andrea Lonardi proefden we de wijnen, werden ze geologisch en geografisch gekaderd en deelden ze hun proefondervindingen zodat we ons deze eigen konden maken voor de praktische proef tijdens het examen.
Zorgen dat je het speedy tempo kon volgen werd al snel duidelijk want tijd om oeverloos te discussiëren was er nu eenmaal niet. De aandacht kon geen moment ontsnappen.
De eerste twee wijnen proefden we blind en werd er ons gevraagd welke druif(ven) we proefden en welke DOC(G) we in het glas hadden.

We proefden volgende selectie:

  1. Inama Soave Classico DOC ‘I Palchi Foscarino Grande Cuvée’ 2021 (47,50 € – Niet in België)
  2. Montalbera Rucché di Castagnole Monferrato DOCG ‘Laccento’ 2022 (13,80 € – Niet in België)
  3. Cave Mont Blanc Vallée d’Aoste DOC Blanc de Morgex et de La Salle ‘Vini Estremi’ 2022 (15,20 € – Niet in België)
  4. Broglia Gavi DOCG Del Comune di Gavi ‘Bruno Broglia’ 2019 (21,25 € – J&W Wines)
  5. Suavia Bianco Veronese IGT Trebbiano di Soave ‘Massifitti’ 2020 (17,90 € – Magnus)
  6. Le Morette Lugana DOC ‘Mandolara’ 2022 (13,80 € – Bevovini)
  7. Tenute San Sisto Verdicchio dei Castelli di Jesi DOC Classico Superiore ‘Massaccio’ 2021 (15,20 € – Niet in België)
  8. Cantine Provima Verdicchio di Matelica Riserva DOCG ‘90° Anniversario’ 2019 (25 € – Niet in België)
  9. Tornatore Etna DOC Bianco ‘Pietrarizzo’ 2021 (29,35 € – Bovino)
  10. Terlan Alto Adige DOC Pinot Bianco ‘Tradition’ 2023 (22,50 € – De Heerlyckheid)
  11. La Colombera Colli Tortonesi DOC Timorasso Derthona ‘Il Montino’ 2021 (30 € – Pura Passione)
  12. Angelo Negro Roero Arneis DOCG Riserva ‘Perdaudin’ 2021 (17 € – Niet in België)
  13. Marco Felluga Collio DOC Pinot Grigio ‘Mongris’ 2022 (16,90 € – Wijnkennis)
  14. Livio Felluga Friuli Colli Orientali DOC Friulano 2022 (28 € – Licata)
  15. Elvio Cogno Langhe DOC Nascetta del Comune di Novello ‘Anas-cëtta’ 2022 (25 € – Niet in België)
  16. Tramin Alto Adige DOC Gewürztraminer ‘Nussbaumer’ 2022 (28,90 € – Bovino)
  17. Fratelli Alessandria Verduno Pelaverga DOC ‘Speziale’ 2022 (18,90 € – Wijnkennis)
  18. Cantina Girlan Alto Adige DOC Schiava ‘Gschleier’ 2022 (19,90 € – Niet in België)
  19. Hic et Nunc Grignolino del Monferrato Casalese DOC ‘Altromondo’ 2022 (18 € – Niet in België)
  20. Balbiano Freisa di Chieri DOC ‘Vigna villa della Regina’ 2018 (24 € – Niet in België)
  21. Valle dell’Acate Vittoria DOC Frappato ‘Il Frappato’ 2022 (18,90 € – Wijnkennis)
  22. Tasca d’Almerita Tenuta Tascante Etna DOC Rosso Contrada Pianodario 2020 (49,30 € – Rainieri)
  23. Grosjean Vins Valle d’Aosta Cornalin ‘Vigne Rovettaz’ 2022 (24 € – Niet in België)
  24. Ar.Pe.Pe. Valtellina Superiore DOCG Sassella Riserva ‘Rocce Rosse’ 2016 (75 € – Niet in België)
  25. Balgera Sforsato di Valtellina DOCG ‘Solstizio’ 2015 (46 € – Niet in België)
  26. Produttori del Barbaresco Barbaresco DOCG 2020 (33 € – Vino di Augusto)
  27. G.D. Vajra Barolo DOCG ‘Bricco delle Viole’ 2020 (75 € – Caves de France)
  28. Comm. G.B. Burlotto Barolo DOCG ‘Acclivi’ 2019 (190 € – Niet in België)
  29. Marchesi di Barolo Barolo DOCG ‘Sarmassa’ 2019 (82 € – Niet in België)
  30. Parusso Barolo DOCG ‘Perarmando’ 2020 (52 € – Licata)

Masterclass Montefalco

Na een snelle lunch en een welgekomen pauze gingen we in de latere namiddag verder met Umbria waar Paolo Bartolini (president of the ConsorzioTutela Vini Montefalco) ons de witte van Trebbiano Spoletino en de rode op Sagrantino gebaseerde wijnen leerde kennen en proeven.
Montefalco Bianco DOC, Spoletino DOC, Montefalco Rosso DOC en uiteraard Montefalco Sagrantino DOCG flessen werden geopend en geproefd! Na het stevige Barolo einde van de vorige proefsessie gingen we dus voor de meest tanninerijke Italiaanse druif: welkom Sagrantino!

  1. Tenuta Alzatura Montefalco DOC Bianco ‘Aria di Casa’ 2021 (21,70 € – Niet in België)
  2. Le Cimate Spoleto DOC Trebbiano Spoletino Superiore ‘Del Cavalier Bartoloni’ 2020 (22 € – Niet in België)
  3. Colle Ciocco Montefalco Rosso DOC 2020 (16,90 € – Innamorato del Vino)
  4. Antonelli Montefalco DOC 2019 (16 € – te koop op diverse locaties in België)
  5. Scacciadiavoli Montefalco Sagrantino DOCG 2018 (28 € – Te koop op diverse locaties in België)
  6. Tenuta Bellafonte Montefalco Sagrantino DOCG ‘Collenottolo’ 2016 (36 € – Entrepôt du vin)

Masterclass Italian Signature wines Academy

De dag werd afgesloten met een laatste proefsessie van ISWA. Dit staat voor Italian Signature Wines en ze groeperen 9 vooraanstaande domeinen die enkel voor de hoogste kwaliteit gaan en bovendien allen familiebedrijven zijn. De huidige generatie eigenaars van de domeinen waren allen persoonlijk aanwezig om ons hun filosofie en wijnen te delen.
Het werd een mooie afsluiter van een goed gevulde dag!

De domeinen presenteerden volgende van hun wijnen:

  1. Villa Sandi Valdobbiadene Prosecco Superiore di Cartizze DOCG Spumante Brut Millesimato ‘La Rivetta’ 2023 (37 € – Wijnkennis)
  2. Bellavista Franciacorta DOCG Brut Millesimato ‘Teatro La Scala’ 2019 (55 € – Niet in België)
  3. Planeta Etna DOC Bianco Contrada Taccione 2022 (23 € – Niet in België)
  4. Feudi di San Gregiorio Greco di Tufo DOCG Riserva ‘Cutizzi’ 2022 (20 € – Licata)
  5. Masciarelli Colline Teatine IGT Cabernet Sauvignon ‘Marina Cvetic’ 2015 (51 € – Wijnkennis)
  6. Frescobaldi Brunello di Montalcino DOCG ‘Castelgiocondo’ 2018 (55 € – Altavina)
  7. Fontanafredda Barolo DOCG ‘Propietà in Fontanafredda’ 2019 (63 € – Niet in België)
  8. Arnaldo Caprai Montefalco Sagrantino DOCG ‘Venticinque Anni’ 2020 (75 € – Licata)
  9. Allegrini Amarone della Valpolicella DOCG Classico 2020 (80 € – Licata)

Gewapend met een flesje Lessini Durello Spumante (Epoche 2021 Dossagio Zero van Muni) en een afhaalpizza sloot ik me op in mijn hotelkamer en nam de boeken en de vele notities ter hand om toch nog 1% slimmer te worden… Een ritueel dat de volgende avonden herhaald zou worden.

The road to becoming an Italian Wine Ambassador (IWA) – Part 1

Begin 2024 nam ik de beslissing om de handschoen op te nemen en de studie ‘Italian Wine Ambassador (IWA) aan te vatten. Ik had immers vastgesteld dat er nog geen enkele landgenoot deze opleiding tot een goed einde had gebracht en dus in het bezit was van deze titel. Tijd om hier verandering in te brengen toch?
Deze opleiding, in het Engels, wordt jaarlijks (sinds 2015) ingericht door Vinitaly International Academy en gaat door in Verona, de week voor de start van Vinitaly (van 27 tot 31 maart indien je wenst in te schrijven voor 2025). Ik neem jullie graag mee in deze belevenis en schets in verschillende delen de weg die er moest afgelegd worden om te slagen in deze toch wel aartsmoeilijke beproeving.

Voorafgaand moet je je kandidaat stellen en moet je toegelaten worden om deel te nemen. Dit was vrij snel in orde en nadat je het inschrijvingsgeld hebt gestort krijg je toegang tot het studieplatform en krijg je de informatie omtrent de inhoud van de studie. Deze omvat een diepe focus op de vele druiven die eigen zijn aan Italië naar afkomst, stamboom, benaming en geschiedenis. Een meer dan grondige kennis van geologie, diversiteit van de bodemstructuren en het ontstaan ervan. Bovendien mag de boeiende geschiedenis van de Italiaanse wijnbouw geen vreemde zijn. Uiteraard mag Italië geen geografische geheimen meer hebben daar waar er wijngaarden aangeplant zijn. Geloof me vrij… dat zijn er nogal wat!
En tenslotte, evident uiteraard, wordt er een grote nadruk gelegd op het proeven van de wijnen, het herkennen van de inheemse druivenrassen, het kaderen van de wijn in de juiste regio van herkomst en het beschrijven van de vinificatietechnieken die er werden gebruikt.

Voorafgaand wordt er veronderstelt dat de kandidaten een voldoende brede kennis hebben van de Italiaanse wijnwetgeving, de indeling ervan en van de DOC/DOCG gebieden weten wat ze inhouden en welke wijnen ze verzorgen. Je moet bezitten over een bovengemiddelde kennis van het proeven van de wijnen. De nodige kennis bezitten van de internationale rassen die er aangeplant staan in Italië. Kennis hebben van de belangrijkste wijnbouwers en de wijnen die ze maken zal je ook verder helpen. Cru’s, MGA’s, UGA’s, contrade, subzones… horen evenzeer tot de rijke kennis.

Samengevat komt het neer: dit is wijnland Italië en hier moet je dus alles, maar dan ook alles, over weten!

Vanaf begin januari had ik 3 maanden de tijd om aan de zelfstudie te beginnen. Hierbij geeft de Academy aan dat het lezen van de boeken Italian Wine Unplugged Grape by Grape en Sangiovese, Lambrusco and other vine stories een vereiste is om een kans tot slagen te hebben, net als het aandacht beluisteren van Italian Wine Podcast.

Aanvankelijk, bij de inschrijving, ging ik ervan uit dat het slagen hiervoor niet al te moeilijk zou zijn. Ik bezit immers een redelijk brede en uitgebreide basiskennis van het Italiaanse wijnlandschap en verzorg al meer dan 15 jaar een specifieke opleiding omtrent de Italiaanse wijnen bij Wijnkennis.
Het aanschouwen van de vereisten deden me echter slikken en beseffen dat er wel enkele blind spots zijn. Er was wel voorkennis van de diversiteit in terroir en uiteraard kennen we kalk, klei of vulkanische bodems. Maar geologie op zich, het ontstaan van de bodems en waarom en hoe deze nu net voor de vandaag aanwezige terroir structuur hebben gezorgd. Dat was toch wel andere koek.

En dus begon ik 3 maanden lang, maniakaal, de geschiedenis en het ontstaan van elke DOC en DOCG, te bestuderen. Ik genoot enigszins wel van deze zelfkastijding en absorbeerde alles net zoals ik 35 jaar terug in de tijd deed wanneer wijn zijn intrede deed in mijn leven. Vele elementen kwamen hierbij ook terug naar boven die je in lang vervlogen tijden wel wist, maar die naar de achtergrond waren verdwenen.

We hebben hierdoor de basis liggen om een rijk en volledig Italiaans wijnboek te schrijven dat naar alle waarschijnlijkheid te dik en te detaillistisch zou worden!

Vinitaly International Academy bezorgde ons ook een lijst van wijnen die je beter al een keer geproefd had alvorens af te reizen naar Verona. Van Cornalin tot Tintilia, van Vespolina naar Albarola… webshops werden bezocht en besteld. Dagelijkse proefsessies werden er gehouden waarbij we ons het gebruik om de door Sarah Heller (MW) ontworpen, en voor ons dus nieuw, proefformulier eigen te worden. Gelukkig genoot ik de nodige steun van het thuisfront en werden en vele dagelijkse klussen en uren die ik normaal in onze winkel doorbracht opgevangen.

Op woensdag 3 april was het dan zover en trokken we vol enthousiasme naar Verona waar een dag later de start werd gegeven van deze opleiding met slechts één doel… de pin van Italian Wine Ambassador te ontvangen en op te spelden!