Corvina, het fundament van Valpolicella

In onze reeks over de Valpolicella-wijnen zijn we aan de ontleding van de blend toegekomen. De belangrijkste druiven die deel moeten of kunnen uitmaken van de Valpolicella-samenstelling, nemen we onder het vergrootglas. Uiteraard starten we met Corvina. Wie Valpolicella zegt, zegt Corvina. Deze blauwe druif is zonder twijfel de belangrijkste variëteit van de streek rond Verona. Ze vormt de ruggengraat van wijnen als Valpolicella Classico, Ripasso, Recioto en Amarone. Zonder Corvina geen Valpolicella, althans niet in zijn klassieke vorm.

De druif is wijdverspreid in het westen van Verona, van de heuvels rond het Gardameer tot diep in de Valpolicella. Haar rol gaat echter verder dan geografische aanwezigheid. Corvina geeft structuur, zuren, aromatische verfijning en de nodige spanning aan de wijnen van de regio. Ze bezit bovendien de zeldzame eigenschap om goed te gedijen in zowel frisse als warme omstandigheden, en leent zich uitstekend tot het indrogen van de druiven, een essentiële techniek voor de productie van Recioto en Amarone.

Toch blijft Corvina een druif met schakeringen. Doorheen de geschiedenis zijn verschillende biotypen en synoniemen opgetekend. Sommige zijn vrijwel verdwenen, andere leven voort in oude wijngaarden of zijn recent herontdekt. Wat ze allemaal gemeen hebben is hun bijdrage aan het unieke profiel van Valpolicella-wijnen: geurige finesse, zachte tannine en een haast moeiteloze elegantie, zelfs in de krachtigste expressies.

Ook de wijnwereld ontsnapt niet aan trends. Vernieuwing is al enige tijd aan de gang, en Corvina ontsnapt daar niet aan. Tijdens onze volgende wijnreis met Amici, komende lente, zullen we ongetwijfeld wijnbouwers ontmoeten die monocépage Corvina op de markt brengen. Enkele jaren geleden nog een uitzondering, vandaag een bon-ton keuze bij veel moderne producenten. Hetzelfde gebeurt met andere protagonisten uit de blend, zoals Oseleta of Croatina. Uiteraard vallen deze wijnen niet langer onder de Valpolicella-appellatie maar onder de bredere Veneto IGT. Een evolutie om met open blik te volgen, al blijft de klassieke blend voorlopig onaantastbaar in haar balans.

De schaduw van de raaf

Hoewel we vaak kortweg spreken over Corvina, is de officiële benaming van deze druif Corvina Veronese. In sommige documenten verschijnt ook de aanduiding Corvina N, waarbij de N staat voor nero, een verwijzing naar de blauwe kleur van de druif.

De herkomst van de naam Corvina wordt meestal verklaard vanuit het Italiaanse woord corvo, wat raaf betekent. Dat verwijst naar de intens blauwzwarte kleur van de rijpe bessen. Er bestaat echter ook een alternatieve verklaring die verwijst naar het lokale dialect uit Verona. Het woord cruina betekent daar ‘onrijp’ of ‘laat rijpend’, wat perfect aansluit bij het feit dat Corvina een laatrijpende druif is, doorgaans pas geoogst in de derde tot vierde rijpingsperiode van het seizoen.

In de loop der tijd dook Corvina onder allerlei verschillende namen op. Soms ging het echt om dezelfde druif, soms om iets anders. Namen zoals Cruina, Corbina en Cassabria kwamen geregeld voor. Daarnaast zijn er ook varianten met gelijkaardige namen zoals Corvina Gentile, Corvinella, Corvina Rizza en Corvinone. Lange tijd dacht men dat dit allemaal verschillende druiven waren, of hoogstens variaties op éénzelfde soort.

Pas recent, dankzij DNA-onderzoek en gedetailleerde druivenstudies, is er duidelijkheid gekomen. Corvina Veronese blijkt een op zichzelf staande druif te zijn, genetisch verschillend van bijvoorbeeld Corvinone. De andere namen verwijzen meestal naar kleine verschillen in uitzicht of groeiwijze van planten binnen dezelfde familie, en worden tegenwoordig beschouwd als variaties of natuurlijke afsplitsingen van het originele type.

Van bijrol naar hoofdrol

De geschiedenis van Corvina gaat niet zo heel ver terug. Slechts mondjesmaat is er geschiedkundige informatie over te vinden. De oudste bekende verwijzing komt uit de zeventiende eeuw, toen Zerveri de Gatto melding maakte van een druif die opvallend veel gelijkenissen vertoont met wat we vandaag herkennen als Corvina Veronese. Toch bleef de druif lange tijd in de schaduw van andere lokale rassen en werd ze zelden afzonderlijk benoemd. Ze maakte deel uit van een bredere familie van rode druiven die in de regio rond Verona samen werden aangeplant en verwerkt, vaak zonder strikte naamgeving of duidelijke variëteitsherkenning.

Pas in de achttiende en negentiende eeuw verschenen er meer gestructureerde ampelografische beschrijvingen. Landbouwkundigen en botanici begonnen de druivensoorten nauwkeuriger te onderscheiden, waarbij Corvina geleidelijk een herkenbaar profiel kreeg. Toch duurde het tot de twintigste eeuw vooraleer haar identiteit als afzonderlijke variëteit formeel werd vastgelegd. In 1970 werd Corvina Veronese officieel opgenomen in het Italiaanse druivenregister.

De ware doorbraak kwam er met de evolutie van de Valpolicella-regio zelf. In de loop van de twintigste eeuw groeide de vraag naar kwaliteitswijnen en daarmee de behoefte aan druiven met karakter, structuur en bewaarpotentieel. Corvina bleek perfect aan die verwachtingen te voldoen. Haar frisse zuren, zachte tannine, aromatische precisie en geschiktheid voor appassimento-technieken maakten haar tot de logische ruggengraat van wijnen als Amarone, Recioto en later ook Ripasso.

Wat aanvankelijk een druif was onder velen, groeide uit tot het fundament van een van Italië’s bekendste wijngebieden. Vandaag wordt Corvina erkend als een sleutelvariëteit die bovendien ook een verdere toekomst mogelijk maakt, zowel in blends als in pure vorm.

Veneto rules

Corvina wordt vrijwel uitsluitend geteeld in de regio Veneto, met een sterke concentratie in de provincie Verona. Binnen deze provincie is de druif vooral aanwezig in het westen, op de heuvels tussen het Gardameer en de klassieke zone van Valpolicella. Hier, in de Valpolicella Classica, bereikt ze haar hoogste expressie. Ook in de uitgebreidere zones van Valpolicella is Corvina aanwezig, zij het iets minder prominent.

In het Bardolino-gebied, aan de zuidoostelijke kant van het Gardameer, speelt Corvina eveneens een hoofdrol. Ze vormt daar de basis van zowel rode als roséwijnen, vaak in lichtere stijl dan in Valpolicella. Ook in andere kleine DOC’s rond Verona duikt Corvina geregeld op, meestal in blends.

De aanplant van Corvina is in de voorbije decennia sterk gegroeid. In 1970 werd nog minder dan 4.000 hectare geregistreerd. Vandaag staat de teller op meer dan 7.500 hectare, waarvan het overgrote deel zich situeert binnen de appellaties Valpolicella en Bardolino.

Binnen die appellaties gelden duidelijke regels. In Bardolino moet Corvina minimaal 35 procent van de blend uitmaken, en dat aandeel kan oplopen tot 95 procent. Voor Valpolicella gelden gelijkaardige cijfers: een minimum van 45 procent en een maximum van 95 procent Corvina in de assemblage. In praktijk is het aandeel vaak nog hoger, zeker bij kwaliteitsgerichte producenten.

Corvina is vandaag officieel toegelaten binnen meerdere herkomstbenamingen. Onder de DOCG’s zijn dat Amarone della Valpolicella, Recioto della Valpolicella en Bardolino Superiore. Binnen de DOC’s zijn Valpolicella, Valpolicella Ripasso, Bardolino en Garda de voornaamste gebieden. Buiten deze beschermde oorsprongsbenamingen is Corvina ook erkend in diverse IGT’s, zoals Veneto, Trevenezie en Veronese, waar ze vaak als monocépage op de markt wordt gebracht.

Daarnaast is Corvina in beperkte mate toegestaan in enkele IGT’s buiten de provincie Verona. Zo laat de IGT Vallagarina, gelegen op de grens tussen Veneto en Trentino, formeel de aanplant van Corvina toe. Ook in enkele IGT-zones van Lombardije, zoals Alpi Retiche in de provincie Sondrio, is Corvina wettelijk toegelaten, al wordt ze daar in de praktijk nauwelijks aangeplant. In deze gebieden blijft de aanwezigheid van Corvina vooral symbolisch en beperkt tot kleinschalige of experimentele projecten.

Karakter in de wijngaard

Corvina is een krachtige groeier met een uitgesproken profiel in de wijngaard. De wijnstok is stevig opgebouwd, met een robuuste houtstructuur, opvallend lange tussenstukken tussen de knopen en krachtige knoppen. Het blad is middelgroot, vijf-lobbig met scherpe tanden, donkergroen aan de bovenzijde en licht behaard aan de onderkant. In de herfst kleuren de bladeren opvallend rood, een visueel kenmerk dat haar onderscheidt van andere variëteiten.

De trossen zijn middelgroot, compact en lopen licht taps toe. Vaak dragen ze een extra vleugel, wat in de volksmond Corvina doppia wordt genoemd. De bessen zijn middelgroot, ovaal en blauw-violet van kleur. Hun schil is dik en bezit een natuurlijke waslaag die bescherming biedt tegen uitdroging. Deze stevige schil is essentieel voor appassimento: ze voorkomt rot tijdens het drogen en draagt bij aan het behoud van aroma’s en zuren.

De pulp is sappig, zachtzoet en bevat meestal twee tot drie pitten. In de schil bevinden zich hoge concentraties aan polyfenolen en antioxidanten zoals resveratrol. Die maken de druif niet alleen resistenter tegen schimmels, maar ook interessanter voor producenten die zoeken naar structuur en bewaarpotentieel in hun wijn.

Corvina rijpt laat, doorgaans pas eind september of begin oktober. Dat betekent dat ze gevoelig is voor weersomstandigheden in de laatste groeifase. Om dit op te vangen, maken veel producenten gebruik van het traditionele Veronese pergola-systeem. Deze teeltwijze biedt schaduw, betere ventilatie en extra ondersteuning voor de relatief zware trossen. Ze helpt de rijping te vertragen en verhoogt tegelijk het gehalte aan kleurstoffen en fenolische stoffen in de druif. Het systeem vraagt wel meer arbeid en dus hogere productiekosten, maar wordt om zijn effectiviteit nog altijd veel toegepast.

Kortom Corvina staat er als een stevig geheel: een robuuste wijnstok met laat rijpende trossen, dikke schillen en een natuurlijke balans tussen aromatische finesse en structurele kracht. In de wijngaard toont ze geduld, maar wie dat geduld opbrengt, wordt beloond met een druif die bestand is tegen droogte, geschikt is voor droging en garant staat voor complexe, evenwichtige wijnen.

Stijl en expressie

Corvina levert een opvallend breed scala aan wijnstijlen, van lichtvoetige rosato tot krachtige Amarone. Haar ware kracht ligt in haar veelzijdigheid: ze past zich aan de vinificatiestijl aan, zonder haar karakter te verliezen.

Als zuivere variëteit of in frisse blends geeft Corvina een wijn met een helder robijnrode kleur. In de neus komen florale en kruidige aroma’s naar voren, met viooltjes, rozemarijn en een toets van balsamico. Op het palet domineren rijpe en zure kersen, soms aangevuld met braambes, kaneel of zwarte peper. De wijn is doorgaans hoog in zuren, met zachte tot medium tannine, en daardoor bijzonder geschikt voor wijnen met een zekere elegantie en lengte.

In haar jeugd toont Corvina zich vooral fruitig en levendig. Met wat flesrijping komen meer aardse en kruidige nuances naar boven, soms zelfs minerale of tertiaire aroma’s. Goed gemaakte Corvina’s kunnen verrassend goed ouderen, zeker wanneer ze met concentratie en zorg gevinifieerd zijn. Dit geldt zowel voor blends als voor monocépagewijnen.

De appassimento-techniek, waarbij de druiven worden ingedroogd, opent een heel ander spectrum. Tijdens dit gecontroleerde proces stijgt het gehalte aan glycerine en gluconzuur in de druif, wat zorgt voor een fluwelige structuur en een bijna romige mondgevoel. “Withering is not a simple dehydration,” zoals de literatuur het kernachtig samenvatte. Het is een geleidelijke metamorfose die rijkdom, diepte en souplesse oplevert.

Uit ingedroogde Corvina ontstaan twee iconische stijlen: Recioto en Amarone. Recioto is intens geurig, zachtzoet en fluweelachtig, met aroma’s van gedroogde bloemen, krenten, kruiden en cacao. Amarone is de gespierde tegenhanger: droog, vol, krachtig en complex, maar dankzij Corvina’s frisse zuren en zachte textuur nooit log. Beide stijlen hebben een indrukwekkend verouderingspotentieel en behoren tot de absolute top van wat Italië in rood te bieden heeft.

Naast deze grote wijnen zijn er ook lichtere stijlen waarin Corvina haar finesse toont. In Bardolino bijvoorbeeld speelt ze een hoofdrol in frisse rosato’s met knapperig rood fruit en levendige zuren. Ook mousserende versies bestaan, al blijven die zeldzaam en eerder regionaal van belang.

Wat al deze stijlen bindt, is de rol van Corvina als bron van spanning, elegantie en aromatische verfijning. Of ze nu jong, droog, zoet, krachtig of luchtig gevinifieerd wordt, haar signatuur blijft herkenbaar: kers, zuren, zachte tannine en een zekere ingetogenheid die met tijd alleen maar aan diepgang wint.

Een stille verschuiving

Laat ons het glas heffen met een heerlijke La Poja van Allegrini en klinken op de toekomst van Corvina: een druif met een dubbele ziel, tegelijk delicaat en krachtig, stevig verankerd in de Valpolicella, maar open voor de toekomst.

Toch plaatsen we een kanttekening waarmee we de brug maken naar ons volgende artikel. Terwijl Corvina terecht wordt gevierd als ruggengraat van Valpolicella, zien we dat Corvinone steeds vaker opduikt als interessante aanvulling binnen de blend.

Is er een machtsverschuiving aan de gang in de wijngaarden rond Verona? Niet meteen. Maar wie goed oplet in de kelders en proeverijen van vandaag, merkt dat Corvinone in stilte aan invloed wint. Misschien geen paleisrevolutie, maar wel een stille herwaardering.

Volgende keer nemen we Corvinone onder de loep: de druif die ooit in de schaduw van Corvina leefde, en stilaan haar eigen stempel begint te drukken.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 
  6. Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse

Recioto della Valpolicella DOCG: Zoet met klasse

Nog een laatste type wijn hebben we te gaan in onze Valpolicella-reeks, alvorens we met de ontleding van de druiven van start gaan. Misschien wel de meest onderschatte en minst bekende van allen. Terwijl iedereen zijn mond vol heeft over Amarone, is de oorsprong van deze wijn enkel en alleen te danken aan de zoete Valpolicella-versie: Recioto della Valpolicella DOCG.

Waar Recioto vroeger de norm was, is het vandaag eerder de uitzondering geworden. Maar, om het met een oude uitdrukking te zeggen: we geven het u op een briefje, wie eenmaal een Recioto della Valpolicella heeft geproefd, blijft voor altijd fan.

What’s in a name?

Recioto is een naam die zijn oorsprong vindt in het dialect van de Veneto. Het woord recia betekent ‘oor’ en verwijst naar de uitstekende delen van een druiventros. Deze bovenste bessen krijgen de meeste zon, rijpen het snelst en bevatten het hoogste suikergehalte. Juist deze selectie vormde de basis voor een wijn die al generaties lang opvalt door zijn zoetheid en concentratie.

De geschiedenis van Recioto della Valpolicella is nauw verweven met die van de regio zelf. Al in de Romeinse tijd werden in deze streek wijnen gemaakt op basis van ingedroogde druiven. Plinius de Oudere en Cassiodorus maakten melding van zoete wijnen uit het gebied ten noorden van Verona, die bijzonder gegeerd waren aan keizerlijke tafels. De naam Recioto werd pas veel later officieel, maar het idee van een wijn gemaakt van de meest rijpe, ingedroogde druiven is dus allesbehalve modern.

Tot in de twintigste eeuw werd Recioto beschouwd als de meest prestigieuze wijn van de streek. Het was het visitekaartje van Valpolicella, een wijn die alleen in goede jaren werd gemaakt en waarvoor enkel de beste druiven in aanmerking kwamen. Dat veranderde toen een aantal vergistingen per ongeluk te ver doorgingen en alle restsuiker verdwenen was. Wat oorspronkelijk als een mislukking werd gezien, werd later bekend als Amarone.

Het feit dat de wijn vandaag minder vaak op tafel komt, doet niets af aan zijn belang binnen de Valpolicella-stijl. Zonder Recioto geen Amarone. Zo eenvoudig is het. De wijn belichaamt de oorspronkelijke luxe van Valpolicella, lang voordat droge krachtpatsers het discours gingen domineren.

Blend en herkomst

De gebruikte druiven voor Recioto della Valpolicella zijn identiek aan die van de gewone Valpolicella: Corvina vormt de basis van de blend, met een aandeel tussen 45 en 95 procent. Corvinone mag Corvina gedeeltelijk vervangen tot maximaal 50 procent, terwijl Rondinella tussen 5 en 30 procent van de assemblage inneemt. Andere autochtone druiven zoals Molinara, Oseleta of Croatina mogen in beperkte mate worden toegevoegd, met een gezamenlijke limiet van 25 procent en per druivensoort niet meer dan 10 procent. Voor een gedetailleerde bespreking van deze rassen en hun invloed op het karakter van de wijn verwijzen we naar de eerdere hoofdstukken in deze reeks.

Het herkomstgebied van Recioto is volledig overlappend met dat van de Valpolicella DOC. Dat betekent dat de wijn uitsluitend mag worden geproduceerd in de heuvels ten noorden van Verona, met als erkende subzones onder meer Valpantena en het historische Classico-gebied tussen Negrar, Fumane en Marano. Ook hierover is eerder in dit dossier uitgebreid geschreven. In deze zones heerst een klimaat dat dankzij de nabijheid van het Gardameer en de bescherming van de Monti Lessini ideaal is voor een geleidelijke rijping en gezonde druiven, cruciaal voor het succes van het appassimento-proces.

Het verschil bij Recioto ligt dus niet in de oorsprong of de blend, maar in het lot van de druiven na de oogst. In plaats van meteen te worden vergist, worden ze naar de fruttaia gebracht voor een gecontroleerde droogperiode van meerdere maanden.

De fruttaia en het appassimento-proces

Na de handmatige oogst in september of begin oktober, worden enkel de gezondste en meest rijpe druiventrossen geselecteerd. Die selectie is cruciaal, want enkel foutloos fruit kan de maandenlange droogperiode in de fruttaia zonder kwaliteitsverlies doorstaan. In deze droogruimte, meestal op zolders of speciaal gebouwde magazijnen met optimale ventilatie, liggen de druiven uitgespreid op houten rekken of in ondiepe kistjes. Hier start het appassimento-proces, waarbij de druiven langzaam vocht verliezen en hun suiker-, zuurte- en aromaconcentratie stijgt. Tot wel 40 procent van hun oorspronkelijke gewicht verdwijnt in de vorm van waterdamp.

Wat dit proces zo gevoelig maakt, is het evenwicht tussen droging en gezondheid: te snelle droging kan de aroma-ontwikkeling verstoren, te weinig ventilatie verhoogt het risico op schimmel en rot. Daarom worden de druiven regelmatig gecontroleerd en, indien nodig, manueel uitgesorteerd. Ventilatie, temperatuur en luchtvochtigheid worden in moderne fruttai vaak automatisch geregeld, maar de finale controle blijft in handen van de wijnmaker.

Op papier verloopt het appassimento-proces voor Amarone en Recioto op gelijkaardige wijze, maar het grote verschil komt nadien, tijdens de vinificatie. Bij Amarone wordt de gisting volledig doorgezet, waardoor alle suikers worden omgezet in alcohol en een droge wijn ontstaat met een hoog alcoholgehalte, meestal tussen 15 en 16,5 procent. Bij Recioto daarentegen wordt de gisting vroegtijdig gestopt, vaak natuurlijk doordat de gisten het hoge suikergehalte en oplopende alcohol niet langer aankunnen, of via ingrepen zoals temperatuurverlaging of filtratie. Hierdoor blijft er een aanzienlijke hoeveelheid restsuiker achter, wat resulteert in een wijn met een uitgesproken zoet karakter, een lager alcoholpercentage en een fluweelzachte structuur.

Regelgeving en type

Recioto della Valpolicella kreeg in 2010 de DOCG-status, een erkenning die niet alleen prestige verleent, maar ook gepaard gaat met strikte productie-eisen. De wijn moet een minimaal alcoholpercentage van 12 procent hebben, met nog minstens 2,8 procent potentieel alcohol uit restsuiker. In realiteit eindigen veel Recioto’s tussen 13 en 14 procent, afhankelijk van hoe ver de gisting werd doorgevoerd. De wijn moet een minimum aan totaal extract van 28 gram per liter halen, wat bijdraagt aan zijn stroperige mondgevoel.

De druiven moeten zodanig indrogen dat ze minstens 14 procent potentiële alcohol opleveren. Dat betekent in de praktijk dat de druiven zeer lang moeten indrogen en dat enkel de meest gezonde en geconcentreerde trossen worden gebruikt. Slechts 65 procent van de totale druivenoogst mag überhaupt worden geselecteerd voor Recioto. De resterende druiven mogen eventueel voor Valpolicella of Ripasso gebruikt worden.

De vergisting mag pas starten vanaf 1 december. De uiteindelijke opbrengst aan wijn mag niet meer dan 40 procent bedragen van het oorspronkelijke druivengewicht. Alles moet binnen het afgebakende productiegebied plaatsvinden: het appassimento, de vinificatie en zelfs het bottelen.

Binnen de DOCG Recioto della Valpolicella zijn ook geografische aanduidingen toegelaten: Classico voor de oorspronkelijke kernzone (zoals Negrar, Marano, Fumane…), en Valpantena voor de gelijknamige vallei ten noorden van Verona. De aanduiding Superiore is volgens de disciplinare niet van toepassing, en Riserva komt in de regelgeving evenmin voor, al hanteren sommige producenten eigen termen voor lang gerijpte versies.

Een opvallende variant binnen de DOCG is de Recioto della Valpolicella Spumante, een mousserende zoete rode wijn die zeer zelden voorkomt, maar formeel erkend is. De regelgeving voorziet hiervoor een aparte profielvereiste, inclusief fijne, persistente mousse, minimaal 12 procent alcohol en een uitgesproken aromatisch profiel. Deze spumanteversie is een nicheproduct en wordt vooral lokaal geconsumeerd of in kleine hoeveelheden geproduceerd voor specifieke markten.

In tegenstelling tot Amarone, waar kracht en droogte centraal staan, behoudt Recioto zijn suikers en levert hij een wijn op die zowel complex als toegankelijk is. De regelgeving bewaakt dit evenwicht met een strak keurslijf van regels die bedoeld zijn om de typische eigenschappen van de wijn te vrijwaren. Geen ruimte dus voor improvisatie: wie Recioto wil maken, moet het vak beheersen en zich aan het reglement houden. Dat maakt het resultaat zeldzaam en des te waardevoller.

De schoonheid van Recioto

Recioto weet kracht te combineren met zoetheid én frisheid, met een stijl die zowel rijk als dragend is. Het typische profiel is donker en intens, met aroma’s van gekonfijte kersen, cacao, pruimen en specerijen. In de mond is de wijn vol en rond, met een zachte zoetheid die gedragen wordt door voldoende zuren en een aanwezige, maar fijn verweven tanninestructuur. Deze balans maakt dat Recioto zowel gastronomisch inzetbaar is bij blauwschimmelkazen en bittere chocolade als geschikt is voor flesrijping.

Omwille van zijn eigenheid is en blijft Recioto della Valpolicella een buitenbeentje, maar wel eentje die geen extra laagje opsmuk nodig heeft om zijn schoonheid ten toon te stellen. De fles even koelen, een gepast glas en een stukje Schropshire Blue. Het leven kan mooi zijn!

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft
  5. Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus 

Amarone della Valpolicella DOCG: Van kelderfout tot cultstatus

In onze reeks over de Valpolicella-wijnen zijn we aan de grootheid van de appellatie gekomen: Amarone. Overdrijven we als we stellen dat Amarone samen met Barolo en Brunello de top drie van Italiaanse iconen vormt op de wereldmarkt? Waarschijnlijk niet. Maar het bizarre is dat de naam Amarone de lading helemaal niet dekt.

De naam komt van het Italiaanse amaro, bitter dus, met de vergrotende trap -one erachter: grote bitterheid. Heb je al een keer een Amarone geproefd? Wel, ik kan je verzekeren dat van die bitterheid meestal geen spoor te bekennen is. Laat ons maar zeggen dat de doorsnee Amarone eerder een zoet aanvoelen heeft dat naar vermoeidheid neigt! Je kan het dan ook maar beter symbolisch lezen.

Amarone is een droge, geconcentreerde wijn die zijn oorsprong vindt in de zoete Recioto della Valpolicella. Beide worden gemaakt van dezelfde druiven én via dezelfde techniek: het drogen van de druiven. Het verschil? Bij Amarone wordt de gisting volledig doorgezet, waardoor alle suikers worden omgezet in alcohol. Bij Recioto stopt men de gisting vroegtijdig, om restsuiker te behouden.

De toevallige start

De mythe rond Amarone begint in 1936 in de kelders van de Negrar Cooperative Winery. De keldermeester, Adelino Lucchese, vergat een vat Recioto in een hoek. Toen hij het jaren later terugvond, vreesde hij dat het zuur geworden was. Samen met de directeur van het wijnhuis, Dr. Gaetano Dall’Ora, proefde hij de inhoud. De wijn bleek niet bedorven, integendeel: hij was droog, krachtig en elegant. Adelino riep uit: “Dit is geen Amaro, dit is een Amarone!” Zo werd, per ongeluk, een van Italië’s meest iconische wijnen geboren.

Toch is de geschiedenis genuanceerder dan dat ene keldermoment doet vermoeden. De droge variant van Recioto bestond namelijk al langer. In een tijd zonder temperatuurregeling of moderne gistcontrole liep de fermentatie bij Recioto soms per ongeluk volledig door. Alle suikers vergisten, en het resultaat was een droge wijn met de structuur van Recioto, maar zonder zijn charme van zoetigheid. Men sprak dan van Recioto scapà, de ‘weggelopen’ Recioto. Deze droge Recioto werd aanvankelijk niet gewaardeerd en verkocht voor een appel en een ei, of belandde in lokale gerechten zoals risotto all’Amarone of pastissada de caval.

Toch waren er ook visionairen. In 1834 experimenteerde de wijnmaker De Rizzoni met het langdurig laten rijpen van een zoete wijn. Na elf jaar rijping was het grootste deel van de suikers omgezet in alcohol. De wijn kreeg de naam Rosso Austero di Costa Calda en werd met lof ontvangen door Franse kenners, die hem hoger inschatten dan Bordeaux of Hermitage. Maar zijn voorbeeld kreeg geen navolging.

Eind 19e eeuw doken de eerste bewuste experimenten met Recioto Amaro op. In 1903 won Antonio Quintarelli’s versie een gouden medaille op de Milanese wijn- en gastronomiebeurs. En in het fameuze jaar 1936 stuurde de coöperatie van Negrar een lading Recioto Amaro naar koning Vittorio Emanuele III. In de begeleidende brief werd de wijn omschreven als een roast wine, een wijn bedoeld voor bij het hoofdgerecht, niet als dessert. Hij was stevig, droog, en bedoeld om vlees te begeleiden in plaats van fruitgebak.

De naam Amarone begon pas na 1936 echt ingang te vinden. Het oudste bekende etiket met die benaming dateert van 1939 en vermeldt de vintage 1936. Op dat label staat ook Villa Novare afgebeeld, vandaag bekend als Villa Mosconi Bertani, vaak beschouwd als het symbolische geboortehuis van Amarone.

De grote commerciële doorbraak volgde in 1953, toen het wijnhuis Bolla begon met de bredere verspreiding van Amarone. Toch werd de wijn officieel pas erkend in 1968, met de oprichting van de Valpolicella DOC. Oorspronkelijk werd Amarone nog onder de noemer Recioto della Valpolicella Amarone geschaard, pas in 1990 kreeg hij een zelfstandige DOC-status. Het duurde tot 2010 voor Amarone, na jaren van zeer actief lobbyen, promoveerde tot DOCG.

Productiegebied en regels

Het productiegebied van Amarone della Valpolicella DOCG valt samen met dat van Valpolicella DOC, inclusief de erkende subzones zoals Valpantena en het historische kerngebied Classico. Ook deze subzones mogen Amarone produceren, en dat mag expliciet worden vermeld op het etiket. De vermelding Riserva is mogelijk voor Amarone die een langere rijping ondergaat, terwijl Superiore enkel van toepassing is binnen het Valpolicella DOC-gamma, en dus niet voor Amarone.

De toegelaten druiven zijn dezelfde als voor een gewone Valpolicella: Corvina (en/of Corvinone), Rondinella en andere lokale rassen zoals Molinara. Het verschil zit dus niet in de samenstelling, maar in de behandeling van de druiven na de oogst én de strikte regels rond teelt, selectie en vinificatie.

De aanplant van wijngaarden voor Amarone mag enkel gebeuren op geschikte percelen: hellingen, kalkrijke gronden en goed geventileerde zones, zoals traditioneel gebruikelijk in de regio. Wijngaarden in laaggelegen valleien, op vochtige of turfachtige bodems, zijn expliciet uitgesloten. Nieuwe aanplantingen moeten bovendien minimaal vier jaar oud zijn alvorens ze druiven voor Amarone mogen leveren.

Er gelden strikte regels voor snoeiwijze, aanplantdichtheid en leivormen. Enkel twee types geleiding zijn toegelaten: de klassieke Veronese pergola en de spalliera, een geleidingsvorm met verticale opbouw. Nieuwe aanplanten moeten zich strikt aan deze vormen houden.
De minimale plantdichtheid bedraagt 3.300 wijnstokken per hectare, tenzij het gaat om smalle terraswijngaarden in heuvelzones. In dat geval kan een lagere dichtheid toegestaan worden, mits expliciete goedkeuring van de regio.

De oogst per hectare is wettelijk begrensd op 12 ton druiven. Daarvan mag maximaal 65% geselecteerd worden voor Amarone. De rest kan gebruikt worden voor Valpolicella of Ripasso. Slechts bij uitzonderlijk gunstige jaren mag men een beperkte overschrijding van 20% toepassen, mits de totale productie per hectare dit wettigt. In slechte jaren kan de regio Veneto het rendement verplicht verlagen.

Wat betreft de uiteindelijke wijnopbrengst: van de geoogste druiven mag slechts 40% eindwijn worden geproduceerd. Deze strenge beperking garandeert concentratie. Het natuurlijke alcoholgehalte van de ingedroogde druiven moet daarbij minstens 14% vol bedragen. Elke praktijk van ‘forzatura’ (kunstmatige groeistimulatie) is verboden. Enkel ‘noodirrigatie’ in extreme droogte is toegestaan.

Na de oogst volgt de unieke stap die Amarone typeert: het indrogen van de druiven in geventileerde ruimten, de fruttaio. Dit appassimento-proces mag enkel binnen het productiegebied plaatsvinden. De oogst mag niet vóór 1 december worden gevinifieerd, tenzij bij uitzonderlijke klimatologische omstandigheden.

Het indrogen gebeurt in natuurlijke omstandigheden of in licht geconditioneerde ruimtes, maar nooit met actieve verwarming of ontvochtiging. Alles gebeurt volgens traditionele methodes. De vinificatie en rijping moeten plaatsvinden in het productiegebied.

Elke Amarone moet minstens twee jaar rijpen, te rekenen vanaf 1 januari na de oogst. Voor de vermelding Riserva is dat vier jaar, te tellen vanaf 1 november van het oogstjaar. De botteling moet plaatsvinden binnen dezelfde zones als waar de vinificatie en rijping gebeuren.

De fruttaio en het appassimento-ritueel

Na de oogst ondergaat Amarone een transformatie die haast ritueel aandoet. Enkel de beste, gezondste trossen worden met de hand geselecteerd. Deze druiven mogen maximaal 65% van de oogst per hectare uitmaken. De geselecteerde druiven worden vervolgens niet meteen geperst of gevinifieerd, maar krijgen rust. En die rust nemen ze in de fruttaio.

De fruttaio is een goed geventileerde ruimte, vaak op zolders of in speciaal ingerichte gebouwen, waar de druiven enkele maanden worden uitgespreid op houten rekken, plastic kratten of bamboematten. Hier ondergaan ze het appassimento-proces: het gecontroleerd indrogen van de druiven. Dit duurt minstens tot 1 december, maar vaak zelfs tot januari of begin februari, afhankelijk van het klimaat en de stijl van de producent. Tijdens deze periode verliezen de druiven tot wel 40% van hun gewicht, waardoor suikers, zuren, kleurstoffen en aroma’s intens geconcentreerd worden. Wat overblijft, is een compacte, rozijnachtige druif vol potentieel.

De regelgeving laat toe dat het indrogingsproces plaatsvindt in ruimtes die op natuurlijke wijze ventileren, maar ook gebruik maken van temperatuur- en vochtregeling, zolang dit gebeurt binnen de traditionele parameters. Actieve verwarming of kunstmatige droging is verboden. Alles draait om traagheid, ventilatie en constante controle. Schimmelvorming is een reëel risico en enkel wie weet wat hij doet, haalt het maximale uit deze cruciale fase.

Na het indrogen start de fermentatie, die door de hoge concentratie suikers traag en lang verloopt. Deze gisting zet alle suikers om in alcohol en levert een volledig droge wijn op. Het resultaat is een wijn met veel body, een stevig alcoholpercentage (vaak 15 tot 16%) en een smaakprofiel dat varieert van gedroogde vijgen en pruimen tot chocolade, leer, kruiden, balsamico en tabak.

Wil je dieper duiken in de techniek en geschiedenis van de fruttaio? In ons artikel “Fruttaio, cruciaal bij appassimento-wijnen” vind je een grondige blik op deze mysterieuze maar onmisbare schakel in het Amarone-verhaal.
Lees het artikel hier:
👉 Fruttaio, cruciaal bij appassimento-wijnen

Een wijn met spierballen

Het minste dat je van Amarone kan zeggen is dat hij allesbehalve een alledaagse wijn is. Het is een wijn die meer bezit dan enkel maar volume. Hij is rijk, complex en gelaagd, met een mondgevoel dat tegelijk gespierd én zijdeachtig kan aanvoelen. De structuur is robuust, de tannine stevig maar rijp, en de afdronk lang en meeslepend. Amarone bezit zonder twijfel kracht, maar als de wijn goed is gemaakt, draagt hij die met een zekere gratie.

Die dubbelheid, kracht en elegantie, komt niet enkel voort uit techniek, maar ook uit de bodem en het landschap. In de laaggelegen vallei (fondovalle) krijgen we druiven die dankzij het milde klimaat en de niet te overvloedige regenval gelijkmatig rijpen. De wijnen uit deze zones ontwikkelen mildere alcoholniveaus en vertonen een verfijnd geurprofiel, met florale tonen en een lichtere kleur. Minder kracht, meer subtiliteit.

De lage en middenheuvels (tot 300 meter boven zeeniveau), met hun zand-, grind- en kleihoudende bodems, leveren druiven met een goede suikerconcentratie, een gemiddeld zuurprofiel en een hoog gehalte aan appelzuur. Dit geeft wijnen met een evenwichtige fenolische rijpheid, waarin Rondinella, vaak onderschat, haar karakter toont: een breed en harmonieus sensorisch profiel, met fijne bitters, rode vruchten en florale toets.

In de zuidelijke en bovenste zones van de heuvelruggen, waar kalkrijke bodems domineren, wordt Amarone nog intenser. Daar boeken de druiven een uitstekende fenolische rijping met hoge concentraties aan suikers, kleurstoffen en polyfenolen. De alcoholgraad blijft gemiddeld, maar het droge extract, de kleurintensiteit en het gehalte aan totaal polyfenolen zijn hoog. Dat levert wijnen op die donker, krachtig en diep zijn, zonder hun balans te verliezen. De smaak wordt gekenmerkt door rijpe rode vruchten, florale aroma’s en een volle structuur, gedragen door goed ontwikkelde tannine afkomstig uit zowel de schil als de pitten.

Nog hogerop, op de hellingen met mergel- en kalkrijke bodems (zoals Biancone en Scaglia), krijgen we het beste van twee werelden: druiven met uitzonderlijk hoge suikerwaarden én een evenwichtige zuurgraad. De polyfenolische rijpheid is diepgaand, de kleur is intens, en de extractie levert hoogwaardige tannine op. In het glas vertaalt zich dat naar een Amarone met kracht, kleur, textuur én aromatische finesse: florale tonen, donkere kersen, gedroogde vijgen, maar ook leder en kruiden.

Het verklaart waarom sommige flessen Amarone twintig jaar of langer kunnen rijpen zonder hun frisheid te verliezen. De wijn heeft een lichaam dat ouder worden verdraagt om zijn potentieel volledig te tonen. Als gastronomische partner is enige voorzichtigheid geboden, want hij durft veel gerechten gewoonweg van de tafel te blazen. Daarom komt hij het beste tot zijn recht in stilte, zonder begeleiding, als meditatiewijn.

De wereldster die mij niet altijd raakt

Hoewel Amarone algemeen beschouwd wordt als een van de absolute toppers onder de Italiaanse wijnen op het wereldtoneel moet ik bekennen dat ik er een haat-liefdeverhouding mee heb. Of misschien beter: een verhouding waarin ik vaak bewondering voel, maar zelden echte genegenheid.

De meeste Amaronewijnen die je vandaag op de markt vindt, zijn voor mij net een beetje té van alles. Te veel alcohol, te veel concentratie, te veel extractie. De wijn voelt dan log, zwaar, vermoeiend zelfs. Geen wijn die uitnodigt tot een tweede glas, laat staan een hele fles. En dat is precies waarom er in onze privékelder maar bitter weinig Amarone te vinden is.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen: Amarones die naast kracht ook frisheid, spanning en gelaagdheid tonen. Alleen zijn ze zeldzaam én zelden vriendelijk geprijsd. Wanneer ik dan toch de kans krijg om zo’n Amarone van topniveau te proeven, ga ik helemaal overstag. Dan roep ik het uit met superlatieven, dan word ik lyrisch, dan overdrijf ik. En misschien is dat wel het meest passende eerbetoon aan deze wijnstijl: dat zelfs mijn terughoudendheid er even aan moet geloven.

Amarone is niet voor elke dag, niet voor iedereen, en niet voor elke gelegenheid. Maar als het klikt, dan is het raak. Dan toont hij waarom hij tot de groten behoort. Dan is Amarone niet langer té, maar precies genoeg. Dat is zeldzaam genoeg om te koesteren.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore
  4. Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft

Valpolicella Ripasso: Ontstaan uit boerenvernuft

In de Valpolicella-reeks gaan we een trapje hoger in de hiërarchie en trekken we op ontdekking naar de Ripasso-stijl. Hoewel je deze techniek ook elders in Italië tegenkomt, is het enkel hier, in Valpolicella, dat de naam wettelijk beschermd is en officieel op het etiket mag prijken.

Ripasso betekent letterlijk ‘opnieuw passeren’ of ‘herpasseren’. Dat is precies wat er gebeurt bij deze intrigerende wijn uit het hart van de Veneto. De basis is een klassieke Valpolicella, maar daarna komt de magie: de wijn ondergaat een tweede gisting op de uitgegiste schillen van Amarone of Recioto. Zo wordt een lichte, frisse wijn omgevormd tot iets rijkers, ronder en complexer. Ripasso is de brug tussen de levendigheid van een jonge Valpolicella en de kracht van een Amarone.

Productiegebied en subzones

Valpolicella Ripasso DOC wordt geproduceerd in hetzelfde afgebakende gebied als de gewone Valpolicella DOC. Het beslaat een aanzienlijk deel van de provincie Verona en omvat volledig of gedeeltelijk de gemeenten Marano, Fumane, Negrar, Sant’Ambrogio, San Pietro in Cariano, Dolcè, Verona, San Martino Buon Albergo, Lavagno, Mezzane, Tregnago, Illasi, Colognola ai Colli, Cazzano di Tramigna, Grezzana, Pescantina, Cerro Veronese, San Mauro di Saline en Montecchia di Crosara.

Binnen dit gebied zijn twee geografische subzones erkend die ook op het etiket mogen worden vermeld: Classico en Valpantena.

De vermelding Valpolicella Ripasso Valpantena is voorbehouden aan wijnen waarvan alle druiven afkomstig zijn uit de Valpantena-vallei, ten noorden van Verona. Deze zone heeft een eigen, officieel afgebakend gebied binnen de bredere DOC.

De term Classico verwijst naar het historische kerngebied van Valpolicella. Deze subzone omvat de vijf gemeenten Negrar, Marano, Fumane, Sant’Ambrogio en San Pietro in Cariano. Wijnen uit deze zone mogen Valpolicella Ripasso Classico op het etiket dragen.

Samengevat kunnen we op het etiket van een Ripasso de volgende combinaties tegenkomen:

  • Valpolicella Ripasso
  • Valpolicella Ripasso Superiore
  • Valpolicella Ripasso Classico
  • Valpolicella Ripasso Classico Superiore
  • Valpolicella Ripasso Valpantena
  • Valpolicella Ripasso Valpantena Superiore

Druivenrassen

De druiven zijn identiek aan die van een gewone Valpolicella. De kern wordt gevormd door Corvina Veronese die tussen 45% en 95% van de blend moet uitmaken. Binnen die marge mag Corvinone maximaal 50% van de Corvina vervangen. Met andere woorden: Corvinone mag dus niet op zichzelf de hoofdrol spelen, maar enkel als aanvulling of gedeeltelijke vervanger van Corvina.

Rondinella is de tweede verplichte component en moet tussen 5% en 30% van de samenstelling bedragen.

Daarnaast is er ruimte voor andere druiven die tot 25% van de blend mag bestaan uit aanvullende rassen. Er geldt wel een limiet: van elk gebruikt ras mag er niet meer dan 10 procent in de wijn zitten. Voor een overzicht van de precieze samenstelling en toegestane variëteiten verwijzen we naar het artikel Valpolicella – DOC, Classico, Superiore.

De unieke Ripasso-methode

De Ripasso-methode is ontstaan uit boerenvernuft. In de tijd dat de beste druiven en wijnen voorbehouden waren aan de landeigenaren, mochten de pachtboeren na de gisting de overgebleven schillen van de Recioto behouden. Wat voor de heren restafval was, werd door de boeren gebruikt om hun eigen eenvoudige Valpolicella een tweede leven te geven. Zo ontstond wat we vandaag kennen als Ripasso.

Oorspronkelijk pompten de boeren hun jonge Valpolicella over op de uitgegiste schillen van Recioto – Amarone bestond toen nog niet. Die schillen, in het jargon “vinacce” genoemd, bevatten na de gisting nog restjes suiker, kleurstoffen, aroma’s en actieve gistcellen. Door die opnieuw te benutten, kwam een tweede gisting op gang. Zo ontstond een krachtigere en voedzamere wijn, die in het boerenleven niet alleen voor smaak, maar ook voor broodnodige energie zorgde. Wat begon als een vorm van boerenslimheid en efficiëntie is vandaag uitgegroeid tot een erkende, verfijnde techniek. De werkwijze is grotendeels dezelfde gebleven: een jonge Valpolicella wordt opnieuw vergist op de warme schillen van Amarone of Recioto, die nog voldoende suikers, tannine en aroma’s bevatten om de wijn extra diepgang, structuur en alcohol te geven.

Dit proces gebeurt meestal in februari, net nadat de Amarone of Recioto hun hoofdgisting hebben afgerond. De basiswijn wordt dan niet zomaar “gemengd” met iets anders, maar ondergaat effectief een tweede gisting. Dankzij de nog aanwezige gistresten en restsuikers in de schillen komt de vergisting opnieuw op gang. De temperatuur loopt weer op, het alcoholpercentage stijgt, en de wijn krijgt meer extractie van kleur, aroma’s en tannine.

De hergisting duurt meestal tussen de 10 en 15 dagen, afhankelijk van de stijl van de producent en het type schillen (Amarone geeft doorgaans meer kracht, Recioto meer rondheid en restzoet). Dit proces vereist nauwkeurige temperatuurcontrole en een zorgvuldige overpomping om maximale extractie te garanderen, maar ook om oxidatie en ongewenste micro-organismen te vermijden.

Nadien wordt de wijn van de schillen gescheiden en daarna volgt een rijping van minstens 12 tot 18 maanden op eiken vaten, wat bijdraagt aan het fluwelige karakter van de wijn. Het type hout varieert: van grote Sloveense botti tot kleinere Franse barriques.

Productievoorschriften en classificatie

De productieregels voor Valpolicella Ripasso DOC zijn strikt gedefinieerd en bewaken zowel traditie als kwaliteit. De wijn moet een minimaal alcoholpercentage van 12,5% behalen en minstens 12 maanden rijpen. Pas vanaf 1 januari van het tweede jaar na de oogst mag hij op de markt komen. Bij wijnen met de vermelding Superiore gelden strengere normen: een natuurlijk alcoholpotentieel van minstens 13% en doorgaans een langere rijping, wat leidt tot een wijn met meer concentratie en bewaarpotentieel.

De vinificatie, het eigenlijke Ripasso-proces en de rijping moeten plaatsvinden binnen de afgebakende productiezone.

De wijn mag uitsluitend worden verkregen door hergisting van een jonge Valpolicella op de schillen van Amarone della Valpolicella of Recioto della Valpolicella. Dit moet gebeuren volgens de traditionele methode. Het volume aan geproduceerde Ripasso mag maximaal het dubbele bedragen van het volume wijn dat is verkregen uit de gebruikte vinacce. Er is dus een duidelijke limiet aan hoeveel Ripasso er per hoeveelheid schillen mag worden gemaakt.

Voor de wijngaarden zijn de regels eveneens scherp. Alleen hellingen en geschikte bodems komen in aanmerking, vlakke of vochtige gronden in valleien zijn uitgesloten. De aanplantdichtheid moet minstens 3.300 stokken per hectare bedragen, behalve in uitzonderlijke gevallen zoals smalle terrasvormige wijngaarden. Toegelaten snoei- en geleidingssystemen zijn de traditionele Veronese pergola en spalier, met beperkingen op het aantal knoppen per hectare. Dwingende maatregelen zoals kunstmatige rijpingsversnelling zijn verboden, al is irrigatie bij extreme droogte wel toegelaten.

De maximale opbrengst is vastgelegd op 12 ton druiven per hectare, met een rendement van maximaal 70% in wijn. Een extra nuance: onder voorwaarden is het toegestaan om tot 15% wijn die bestemd is voor Amarone toe te voegen aan Ripasso, bijvoorbeeld om de structuur of balans te verbeteren.

Een eigen identiteit

Een goede Ripasso herken je meteen aan zijn diepe robijnrode kleur, die met de jaren kan evolueren naar granaatrood. Het is een wijn met een uitgesproken en herkenbaar geurprofiel: aroma’s van gestoofd rood fruit, kersenconfituur en pruimen worden vaak vergezeld door kruidige toetsen, cacao of tabak. Soms duiken er ook florale en balsamische nuances op, afhankelijk van de stijl van de producent en het gebruik van hout.

In de mond is Ripasso vol en evenwichtig. Hij combineert een fluwelige textuur met voldoende fraîcheur en heeft een stevig maar zacht mondgevoel, gedragen door rijpe tannine en een fijne bitterheid in de afdronk. De wijn heeft duidelijk body, zonder log of zwaar te worden.

Die combinatie van intensiteit, frisheid en extract maakt van Ripasso een wijn die zich stevig positioneert tussen de elegante Valpolicella Classico en de krachtige Amarone. Hij draagt de levendigheid van de eerste en de structuur van de tweede, maar heeft een eigen gezicht: expressief, toegankelijk én gastronomisch breed inzetbaar.

Tussen twee werelden

Ripasso is geen Amarone light en al zeker geen opgepepte Valpolicella. Het is een stijl met een eigen gezicht, ontstaan uit een eeuwenoude techniek die eenvoud en inventiviteit verenigt. De wijn combineert het sappige karakter van een jonge Valpolicella met de diepte en structuur van Amarone, zonder zich volledig aan een van beide uitersten te binden.

Zijn succes schuilt in het evenwicht: rijk maar niet log, toegankelijk maar met inhoud. Ripasso is het resultaat van een productieproces dat voortkomt uit wat we gerust gezond boerenverstand mogen noemen. En dat werpt zijn vruchten af, want deze wijn is intussen uitgegroeid tot een vaste waarde op wijnkaarten van Brussel tot Brooklyn.

Waar Ripasso elegant laveert tussen frisheid en kracht, kiest Amarone della Valpolicella DOCG voor absolute intensiteit, concentratie en diepgang. In het volgende hoofdstuk duiken we in de wereld van appassimento, lange rijping en een wijnstijl die op kracht mikt. Zet je aangepaste wijnglas alvast klaar.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders
  3. Valpolicella – DOC, Classico, Superiore

Valpolicella – DOC, Classico, Superiore

Wie Valpolicella zegt, zegt keuze. En soms net iets té veel keuze. Want geef toe, er is wel degelijk een grote verscheidenheid onder de Valpolicella-wijnen. Als ik een gok mag wagen, dan zal Amarone bij een groot publiek wel een belletje doen rinkelen. Weinigen weten echter dat de gewone Valpolicella aan de basis ligt. Zelfde druivenblend, vaak dezelfde terroir zelfs, enkel de productiemethode verschilt.

In dit artikel brengen we helderheid over de basis van de familie: de Valpolicella DOC. En terwijl we toch bezig zijn, nemen we ook de Valpolicella Classico, Valpolicella Superiore, Valpolicella Classico Superiore en Valpolicella Valpantena mee onder de loep. (Bestaat daar trouwens ook een Superiore van? Of zelfs een Riserva?)

Je voelt het al aankomen: het is tijd om structuur te brengen in de wirwar van namen, zodat we weten wat we mogen verwachten in het glas.

Valpolicella DOC: De basiswijn

De benaming Valpolicella DOC bestaat sinds 1968 als een wettelijk beschermde herkomstbenaming voor rode wijnen afkomstig uit een specifieke zone in de provincie Verona. Dit is de thuisbasis van enkele van de meest herkenbare Italiaanse wijnen en tegelijk de meest toegankelijke expressie van wat Valpolicella te bieden heeft.

De productiezone beslaat een breed uitwaaierend gebied dat zich uitstrekt over 19 gemeenten in het noorden van Verona. Het gaat om:
Marano di Valpolicella, Fumane, Negrar di Valpolicella, Sant’Ambrogio di Valpolicella, San Pietro in Cariano, Dolcè, Verona, San Martino Buon Albergo, Lavagno, Mezzane di Sotto, Tregnago, Illasi, Colognola ai Colli, Cazzano di Tramigna, Grezzana, Pescantina, Cerro Veronese, San Mauro di Saline en Montecchia di Crosara.

Binnen deze gemeenten liggen talloze kleinere gehuchten of frazioni die een belangrijke rol spelen in de wijnbouw. Denk aan namen als Mizzole, Pian di Castagne, Quinzano, Poiano, Avesa, Montorio, Novaglie, Turano of Vigo. Deze en andere frazioni maken integraal deel uit van het productiegebied.

De DOC-regelgeving werkt met uiterste precisie en tekent de productiezone uit aan de hand van geografische coördinaten, veldwegen, beekdalen en hoogtecurves. Zo kan het gebeuren dat een wijngaard in Mizzole wél erkend is, terwijl een ander perceel even verderop buiten de zone valt. De exacte ligging binnen de officieel afgebakende percelen is bepalend. Enkel wijn die daar wordt geproduceerd, mag de naam Valpolicella DOC dragen.

Het DOC-gebied is allesbehalve homogeen. Van de steile hellingen in Fumane tot de zacht glooiende uitlopers bij San Martino Buon Albergo, van de kalkrijke bodems in Marano tot vulkanische invloeden in Mezzane: elke wijngaard draagt bij aan het mozaïek dat Valpolicella vormt. Toch is er een gemeenschappelijke stijl herkenbaar. Valpolicella DOC staat voor frisse, fruitige, elegante rode wijn met sappige zuren, fijne tannine en vooral veel drinkplezier.

Welke druiven zijn er toegelaten om een Valpolicella wijn te maken?

Valpolicella-wijnen danken hun karakter aan een zorgvuldig samengestelde blend van diverse druivenrassen, die wettelijk zijn vastgelegd, ook al gaat die regelgeving opmerkelijk ver. Deze samenstelling is van toepassing op alle types Valpolicella: van de eenvoudige Valpolicella DOC, tot Classico, Superiore, Ripasso, Amarone en Recioto. De druivenkeuze vormt dus het fundament voor de hele familie.

Het hart van elke Valpolicella-wijn wordt gevormd door Corvina Veronese en/of Corvinone. Deze twee druiven mogen samen tussen 45% en 95% van de blend uitmaken. Vaak ligt de nadruk op Corvina vanwege haar structuur en aromatische finesse, maar ook Corvinone wordt steeds meer op waarde geschat dankzij haar kracht en diepe kleur.

Daarnaast is Rondinella verplicht aanwezig in een aandeel tussen 5% en 30%. Rondinella is minder expressief op zichzelf, maar biedt kleurstabiliteit en een zekere frisheid in de assemblage.

Tot 25% van de blend mag bestaan uit andere toegelaten, niet-aromatische rode druivenrassen die erkend zijn binnen de provincie Verona. Dat zijn niet alleen lokale variëteiten zoals Molinara, Oseleta, Croatina of Dindarella, maar ook enkele nationale en internationale rassen die verrassend genoeg wettelijk zijn toegestaan. Denk aan Sangiovese, Nebbiolo, Cabernet Sauvignon, Cabernet Franc of Merlot. Deze worden zelden in grote hoeveelheden gebruikt, maar kunnen, indien zorgvuldig toegepast, finesse, structuur of een extra laag karakter toevoegen.

Deze ruime toelating laat aan wijnmakers de mogelijkheid om hun eigen stempel te drukken. Naast de vinificatiestijl kunnen ze ook via hun druivenkeuze andere accenten leggen. Dat verklaart waarom de ene Valpolicella heel klassiek en soepel kan zijn, terwijl de andere meer structuur, kruidigheid of fruitintensiteit toont.

Wat met de eigenschappen van die druiven? Daar duiken we in dit artikel nog niet diep in. Al deze elementen komen aan bod in een aparte reeks artikels waarin we elke druif onder de loep nemen. Voor nu volstaat het om te weten dat de kracht van Valpolicella niet in één druif zit, maar in het geheel. Het zijn de combinatie en balans van deze rassen die het karakter van de wijn bepalen.

Regeltjes waaraan de wijnboer moet voldoen.

Wie een Valpolicella wijn onder deze benaming wil bottelen, moet zich houden aan een hele lijst van regels die de kwaliteit, herkomst en stijl van de wijn moeten waarborgen.

Zoals reeds gemeld moeten de druiven afkomstig zijn uit aangewezen percelen binnen de erkende productiezone, met uitsluiting van vlakke, drassige bodems in de valleien. De ligging van de wijngaard, de oriëntatie en het microklimaat zijn bepalend, maar ook de manier waarop de wijnstokken worden geleid. De traditionele pergola veronese is nog altijd courant, al is ook de spalliera (een rijstructuur met verticale opbinding) toegestaan. Elke plantmethode heeft zijn eigen voorschriften qua snoei en opbrengstbeperking. Zo wordt er bijvoorbeeld nadruk gelegd op een traditionele snoeiwijze die de vegetatieve balans van de plant respecteert.

Elke nieuwe wijngaard moet een minimale dichtheid hebben van 3.300 stokken per hectare. In heuvelachtige zones met historische terrassen kan hiervan worden afgeweken, zolang het terrein een gelijkwaardige productie garandeert. Noodirrigatie mag in uitzonderlijke gevallen, maar elke vorm van kunstmatige groeistimulatie wordt uitgesloten.

Ook over de opbrengst laat de regelgeving weinig ruimte voor interpretatie: maximaal 12.000 kilogram druiven per hectare bij gespecialiseerde aanplant. Daarnaast moeten de geoogste druiven een natuurlijk alcoholgehalte halen van minstens 10%. In jaren met uitzonderlijk ongunstige weersomstandigheden kan dat minimum licht worden verlaagd, maar enkel bij expliciete toestemming.

Vinificatie en botteling moeten plaatsvinden binnen de afgebakende zone. Alleen onder voorwaarden mogen wijnen gebotteld worden buiten het gebied, en dan enkel binnen de provincie Verona. Deze bepaling is er om controle te houden over elke stap van het productieproces.

Wat de rijping betreft, stelt de regelgeving voor Valpolicella DOC zich opvallend soepel op. Er is geen verplichte minimumrijping. Dat betekent dat de wijn, zodra hij klaar is na de fermentatie, in principe meteen gebotteld mag worden. Veel producenten brengen hun wijn dan ook al binnen het jaar na de oogst op de markt (officieel mag dit vanaf 1 december van het oogstjaar).

Houtgebruik is evenmin verplicht. De meeste Valpolicella DOC-wijnen worden bewust niet op hout gelagerd om het fruitige, frisse karakter te behouden. Als een wijnmaker toch voor eiken vaten kiest, dan gebeurt dat meestal op grotere foeders en niet met het oog op uitgesproken houtinvloed. Dat laat men liever over aan wijnen met meer extractie en structuur zoals Ripasso of Amarone.

De stijl van Valpolicella DOC

Een klassieke Valpolicella DOC is de verpersoonlijking van jeugdige charme en directe drinkbaarheid. De wijn wordt vrijwel altijd jong op de markt gebracht, meestal zonder houtlagering of lange rijping. Hierdoor staat hij garant voor een frisse, levendige stijl die het fruit vooropstelt.

De officiële regelgeving, jawel, die bepaalt zelfs hoe de wijn moet ruiken en smaken, schrijft voor dat Valpolicella DOC van kleur helder robijnrood is, soms met een paarse schittering als hij piepjong is. Het aroma is herkenbaar en toegankelijk: rood fruit voert de boventoon, met sappige kersen, rode bessen en soms een vleugje viooltjes of gedroogde kruiden. In de mond is hij droog tot licht soepel, met een opvallende frisheid die gedragen wordt door levendige zuren en een zachte tanninestructuur.

Hoewel deze wijn vaak wordt beschouwd als de basis van de Valpolicella-familie, is ‘basis’ hier geen synoniem voor banaal. De eenvoud zit niet in een gebrek aan karakter, maar in de rechtlijnige, pure expressie van het druivenmateriaal en de streek. Sommige wijnmakers kiezen voor vinificatie in inox of cement om het fruit maximaal te behouden, anderen laten de wijn kort rusten op grote houten vaten voor wat extra diepte, zolang het eindresultaat maar binnen het opgelegde stijlprofiel blijft.

Valpolicella Classico: het historische hart van Valpolicella

Wanneer er ‘Classico’ op het etiket staat, betekent dat dat de druiven afkomstig zijn uit het oorspronkelijke, historisch erkende kerngebied van Valpolicella. Dit deel, gelegen ten westen van Verona, is niet alleen ouder als wijnbouwgebied, maar ook kleiner en strikter afgebakend dan de ruimere DOC-zone.

Het Classico-gebied omvat slechts vijf gemeenten: Negrar di Valpolicella, Marano di Valpolicella, Fumane, Sant’Ambrogio di Valpolicella en San Pietro in Cariano. Dit is het oude hart van de Valpolicella, waar al eeuwenlang wijn wordt gemaakt. In tegenstelling tot de uitbreiding van de DOC in de jaren ’60 naar vlakker en oostelijker gelegen gebieden, bleef de Classico-zone beperkt tot haar oorspronkelijke heuvelachtig terrein.

Regelgevingstechnisch gelden voor Valpolicella Classico dezelfde basisvoorschriften als voor een gewone Valpolicella DOC. Hetzelfde aandeel Corvina, Corvinone, Rondinella en aanvullende druiven, dezelfde toegelaten opbrengst per hectare, en dezelfde minimale alcoholgraad van 10%. Wat de wijn ‘Classico’ maakt, is dus niet een ander recept, maar wáár dat recept wordt uitgevoerd.

Dat betekent echter niet dat het eindresultaat identiek is. De natuurlijke omstandigheden in het Classico-gebied, van bodemsamenstelling tot dag-nachttemperaturen en hellingsgraad, zorgen doorgaans voor meer geconcentreerd fruit, iets meer structuur en vaak een verfijndere balans. In het glas vertaalt zich dat in Valpolicella’s die nét wat dieper geuren, met rijpere kersen, meer florale tonen of zelfs een vleugje kruiden, en een mondgevoel dat tegelijk soepel én karaktervol is.

Betekent dit dat Classico per definitie beter is dan gewone Valpolicella DOC? Niet noodzakelijk. Er zijn uitstekende producenten buiten het Classico-gebied die prachtige wijnen maken, en er zijn ook mindere flessen met het label ‘Classico’. Maar het label is wél een aanwijzing van herkomst, en in Valpolicella betekent herkomst vaak ook karakter.

Superiore: een stap hoger op de ladder

De term ‘Superiore’ staat voor een hoger kwaliteitsniveau binnen dezelfde herkomstbenaming. Het is als het ware een verdieping van de klassieke Valpolicella-stijl, met meer nadruk op concentratie, rijping en complexiteit.

Om het label ‘Superiore’ te mogen dragen, moet een Valpolicella-wijn aan strengere eisen voldoen. Zo moet het natuurlijke alcoholgehalte van de wijn minstens 11% bedragen (tegenover 10% voor de gewone Valpolicella DOC), en is een verplichte rijping van ten minste één jaar vereist. Die rijping mag plaatsvinden in inox, beton of hout, zolang het eindresultaat de nodige ontwikkeling heeft doorgemaakt. Veel producenten kiezen bewust voor grote houten vaten (botte) of gebruikte barriques, die structuur geven zonder het fruit te overheersen.

De gebruikte druiven zijn doorgaans afkomstig van beter gelegen wijngaarden, met lagere opbrengsten en rijper fruit. Hoewel het disciplinare geen specifieke droogtechniek oplegt, wordt bij sommige Superiore-wijnen een (beperkte) appassimento toegepast, waarbij de druiven enkele weken licht indrogen voor extra concentratie. Dit zorgt voor meer diepgang, een voller mondgevoel en zachtere tannine, zonder de intensiteit van een Ripasso of Amarone te benaderen.

Wat de herkomst betreft: het productiegebied voor Valpolicella Superiore is hetzelfde als dat voor de gewone Valpolicella DOC. Dit betekent dat ook een Superiore kan afkomstig zijn uit het bredere DOC-gebied. Er bestaat ook een Valpolicella Classico Superiore, wat aanduidt dat de wijn zowel uit het historische kerngebied komt als beantwoordt aan de Superiore-voorwaarden. Het is perfect mogelijk dat op het etiket zowel ‘Classico’ als ‘Superiore’ staat vermeld, mits aan beide sets regels wordt voldaan.

Valpantena: de andere Valpolicella

Naast het historische Classico-gebied bestaat er binnen de Valpolicella DOC nog een tweede officieel erkende subzone: Valpantena. Deze naam mag op het etiket worden vermeld wanneer de druiven afkomstig zijn uit deze specifieke vallei, die zich ten noordoosten van Verona uitstrekt tussen de Monte Lessini en de stad zelf.

Valpantena betekent letterlijk ‘vallei van alle goden’, een naam die niet bepaald bescheiden overkomt. Toch doet het landschap de eer aan zijn naam: glooiende heuvels, afgewisseld met olijfbomen, cipressen en goed georiënteerde wijngaarden die profiteren van ventilatie uit het noorden en zoninval vanuit het zuiden.

Het productiegebied van Valpantena is beperkt tot de vallei en omvat onder meer wijngaarden in de dorpen Poiano, Avesa, Quinto, Grezzana, Rosaro, Nesente, Novaglie en andere frazioni binnen deze vallei.

De wijn mag de aanduiding Valpantena dragen wanneer de gebruikte druiven volledig afkomstig zijn uit deze vallei. En wie nog een stap verder gaat in kwaliteit, kan ook kiezen voor Valpolicella Valpantena Superiore. Daarbij gelden dezelfde regels als voor elke Superiore: de wijn moet minstens één jaar rijpen, en de druiven moeten een natuurlijke alcoholgraad van minstens 11% bereiken.

Hoewel de druivenrassen en de basisregels dezelfde zijn als elders in de Valpolicella DOC, vertonen Valpantena-wijnen vaak subtiele verschillen in stijl. Ze worden doorgaans omschreven als iets strakker, frisser en eleganter dan hun tegenhangers uit het Classico-gebied. De kalkrijke en vulkanische bodems in de vallei, gecombineerd met het microklimaat, zorgen voor een levendige zuurgraad en een precieze fruitexpressie.

De wijnen uit Valpantena hebben misschien minder naam en faam dan die uit het Classico-gebied, maar ze winnen snel aan reputatie en worden steeds vaker als volwaardig alternatief gezien. Meer zelfs: sommige producenten uit Valpantena staan vandaag in de top van wat Valpolicella te bieden heeft.

Geen Riserva!

Wie gewend is aan termen als Riserva zal op zijn honger blijven zitten bij de basis Valpolicella wijnen. Want hoe lang je ook zoekt: een Valpolicella Riserva ga je niet vinden. Niet als gewone DOC, niet als Classico, niet als Valpantena, zelfs niet in Superiore-vorm. De reden is simpel: het mag niet.

De term Riserva is binnen de Valpolicella DOC strikt gereguleerd en is niet toegestaan voor de standaard Valpolicella-wijnen. Ook niet als de wijn extra lang rijpt, of als hij kwalitatief ruimschoots aan de eisen voldoet. Een producent kan dus wel degelijk een Valpolicella Superiore maken die drie jaar op hout heeft gelegen en daarna nog twee jaar op fles, maar hij mag die niet als Riserva op de markt brengen.

De enige Valpolicella-wijnen waarvoor een Riserva-vermelding wél is erkend, is Amarone della Valpolicella Riserva.

Producenten met naam en faam

Een regio is maar zo sterk als haar wijnmakers. En in Valpolicella vind je een indrukwekkende waaier aan producenten die elk op hun manier de identiteit van de streek hebben mee vormgegeven. Van iconische domeinen tot vernieuwende wijnmakers die traditie herinterpreteren, Valpolicella is vandaag een boeiende lappendeken van stijlen, filosofieën en persoonlijkheden.

Aan de absolute top prijkt zonder discussie de naam Giuseppe Quintarelli. Voor velen belichaamt hij het summum van wat Valpolicella kan zijn: minutieus vakmanschap, eindeloos geduld in de kelder, een eigenzinnige visie en een haast mystieke aura rond elke fles. De etiketten worden nog met de hand geschreven, de wijnen soms pas jaren na de oogst vrijgegeven. Zijn Valpolicella Classico Superiore en Amarone della Valpolicella zijn cultwijnen, geliefd om hun diepte, evenwicht en indrukwekkend bewaarpotentieel.

Maar Quintarelli staat niet alleen op het podium. De regio telt meerdere zwaargewichten die elk op hun manier geschiedenis schrijven. Enkele klinkende namen:

  • Dal Forno Romano: de moderne tegenhanger van Quintarelli, beroemd om zijn ongeziene concentratie, rigoureuze selectie en krachtige stijl. Niet voor de zwakke lever.
  • Tommasi: een van de grotere familiebedrijven in de streek, met een breed gamma en een grote internationale aanwezigheid. Betrouwbare kwaliteit en terroirgetrouw werk.
  • Tedeschi: sterke vertegenwoordiger van de Classico-stijl, met elegante, fijn gestructureerde wijnen en een scherp oog voor duurzaamheid.
  • Allegrini: innovatief en invloedrijk, met een mix van traditie en moderniteit. Bekend voor hun evenwichtige Amarone en frisse, goed gemaakte Valpolicella’s.
  • Masi: pioniers van de appassimento-techniek, groot in volume maar ook met aandacht voor kwaliteit. Hun Campofiorin was lang de brug tussen Ripasso en Amarone.
  • Speri: een familiebedrijf dat zich volledig toelegt op biologische wijnbouw en een voortrekker is in terroir-expressie binnen het Classico-gebied.
  • Bertani: een van de oudste huizen in de regio, met een klassieke stijl en een indrukwekkend archief aan gerijpte wijnen die bewijzen hoe goed Valpolicella kan ouderen.

En dan zijn er nog talloze kleinere domeinen die in stilte uitzonderlijk werk leveren: Monte dall’Ora, Zymè, Stefano Accorini, Corte Sant’Alda, Viviani, Tenuta Sant’Antonio, Secondo Marco… het loont om ze te ontdekken.

Om zin in te krijgen!

Valpolicella DOC is de fundering waarop de hele Valpolicella-wijndriehoek rust. Het is de wijn die je toelaat de regio te proeven zoals ze is: met haar heuvels, haar wisselende bodems, haar frisse bries uit de bergen en haar eeuwenoude wijntraditie.

Dat maakt de eenvoudige Valpolicella niet minder boeiend, integendeel. De finesse van Corvina, het nerveuze van Rondinella, het vakmanschap van de wijnmaker: ze komen allemaal samen in een wijn die soms ondergewaardeerd wordt, maar eigenlijk alles in zich heeft. Fris, elegant, drinkbaar en verrassend veelzijdig aan tafel.

In het volgende artikel ontdekken we hoe die mysterieuze hergisting op de Amarone-droesem een brug slaat tussen frisheid en kracht. Hoe de eenvoudige Valpolicella een tweede leven krijgt, met meer body, complexiteit en lengte. Of met andere woorden: hoe Ripasso het midden houdt tussen lichtvoetigheid en ernst. En waarom het een van de meest geliefde stijlen uit de regio is geworden.

Maar eerst nog één keer klinken op de zuivere charme van de Valpolicella DOC want wie alleen Amarone kent, mist het fundament.

Reeds verschenen in deze reeks:

  1. Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes
  2. Valpolicella – De vallei van de vele kelders

Valpolicella – De vallei van de vele kelders

De eerste keer dat ik Valpolicella bezocht, kan ik me nog perfect voorstellen. De vlucht van Zaventem of Eindhoven naar Bergamo, een wagen huren en dan via de serenissima, de A4-snelweg, richting Verona rijden. Steeds wat vroeger de afrit nemen om een aperitief te drinken in Bardolino, dan verder de Valpolicella-heuvels in. Fumane en Negrar waren toen de bestemmingen, recht in het hart van het wijngebied. Elk bezoek werd toen steevast gecombineerd met het aanpalende Soave, daar waar rood en wit op een natuurlijke manier in elkaar overvloeien.

Vandaag is Valpolicella onze vaste uitvalsbasis geworden bij ons jaarlijks bezoek aan Vinitaly, de grootste Italiaanse wijnbeurs. Professionals van over de hele wereld zakken af naar Verona om er Italiaanse wijnen te proeven en wijnmakers persoonlijk te ontmoeten. Wij hebben er intussen ook onze vaste stek gevonden, in Mezzane di Sotto bij de familie Brusco op het relais I Tamasotti. Alessandro, Giacomo en Sabina zijn vrienden geworden, en we genieten er telkens van de echt wel buitengewone kookkunsten van moeder Louisa.

Waar exact ligt Valpolicella?

Valpolicella ligt in het noordoosten van Italië, in de regio Veneto, net ten noorden van Verona. Het gebied vormt een natuurlijke overgangszone tussen de uitlopers van de Alpen en de vlakkere landschappen van de Po-vlakte. In het westen stroomt de rivier de Adige richting Adriatische Zee, terwijl het Gardameer niet veraf ligt en zijn milde invloed laat voelen. In het noorden rijzen de eerste heuvels van het Lessina-gebergte op, met kalkrijke rotsen en bossen die een natuurlijke grens vormen.

Het landschap is allesbehalve uniform: Valpolicella bestaat uit een netwerk van kleinere valleien, glooiende heuvelruggen, plateaus en terrassen. Riviertjes en beken snijden zich een weg door de heuvels en voeden zowel de bodem als het microklimaat. Die geografische variatie is essentieel, want ze zorgt ervoor dat wijnbouwers kunnen spelen met hoogte, oriëntatie en bodemsamenstelling om druiven tot hun recht te laten komen.

Valpolicella is dus geen strak afgelijnd wijngebied, maar een levendig landschap waar wijnbouw al eeuwenlang verweven is met de natuur. Die geografische complexiteit vormt de basis van de diversiteit in stijl en expressie waarvoor het gebied vandaag zo gewaardeerd wordt.

Een geschiedenis vol gedichten

Lang voor er in Valpolicella sprake was van wijnbouw, lag de basis al in de bodem. De streek rust op een geologisch fundament dat tientallen miljoenen jaren oud is. In Bolca, aan de rand van het wijngebied, werden fossielen gevonden van Ampelophyllum noeticum, een oerplant verwant aan de wijnstok, daterend uit het Midden-Eoceen, zo’n 40 miljoen jaar geleden. Deze vondst bewijst dat de wortels van de wijn hier niet alleen cultureel, maar ook letterlijk geologisch verankerd zijn.

De introductie van wijnbouw kwam met de Etrusken, die zich tussen de 7e en 5e eeuw voor Christus in deze regio vestigden. Ze brachten Vitis vinifera sativa mee, de gecultiveerde wijnstok, samen met technieken voor wijnproductie. Bij Castelrotto zijn sporen gevonden van druivenpitten en gebruiksvoorwerpen zoals rituele lepels (simpulum), die wijzen op een vroege en goed georganiseerde wijncultuur. In dezelfde periode leefden hier de Arusnati, een lokale bevolking van vermoedelijk Rhaeto-Etruskische oorsprong. Zij organiseerden hun dorpen in zogeheten vici, kleine gemeenschappen die later als voorbeeld dienden voor de Romeinse rurale structuur.

De Romeinen erkenden het belang van het gebied en gaven het de naam Vallis Polis-cellae, wat “vallei van de vele kelders” betekent. Het was een streek waar wijn niet alleen gemaakt werd, maar ook bewaard en verhandeld. De wijnen uit Valpolicella, zoals de befaamde vinum Raeticum, afkomstig van de eerste berghellingen tussen Verona en het Comomeer, werden alom geprezen. Vergilius schreef erover, Strabo vermeldde ze, en Cassiodorus, minister van de Ostrogotische koning Theodorik, beschreef in de 6e eeuw een wijn uit de streek, Acinatico, als “koninklijk van kleur, vlezig en ongelooflijk zoet”. De benaming Acinatico is tot op vandaag nog steeds in gebruik.

De groei van de wijnbouw ging gepaard met juridische en maatschappelijke structuren. In 1276 vaardigde Alberto I della Scala regels uit over de wijnproductie. De oogsttijd mocht alleen in overleg bepaald worden, en het was verboden om druiven thuis op te slaan. Een aanwijzing dat het drogen van druiven toen al voorkwam, al was het formeel nog niet toegestaan. Die praktijk, aanvankelijk verdacht, zou later uitgroeien tot het fundament van Valpolicella’s iconen: Recioto en Amarone.

Maar Valpolicella is meer dan bodem en regelgeving. Vanaf de 14e eeuw bouwden adellijke families hun villa’s tussen de wijngaarden. Deze landhuizen werden verzamelplaatsen voor dichters, geleerden en humanisten. Dankzij die kruisbestuiving van wijn en cultuur kreeg het gebied de bijnaam The valley of the poems, een term die later werd gepopulariseerd door de dichter Aleardo Aleardi. In de 18e eeuw roemde Scipione Maffei de wijnen uit de streek als “wijn van een bijzondere gratie” in zijn Verona Illustrata.

De vijf gezichten van Valpolicella

Het wijngebied Valpolicella laat zich niet vatten in één profiel. Het ontvouwt zich als een waaier van valleien die noord-zuid lopen en zich vanaf Verona richting de Lessini-bergen uitstrekken. Die waaierstructuur is niet enkel geografisch opvallend, maar ook bepalend voor de wijnbouw. Het landschap varieert van vlakke, alluviale bodems in het zuiden tot steile kalkhellingen en vulkanisch gesteente hogerop. Dit reliëf, samen met een uitgesproken geologische variatie en microklimaten, vormt de basis voor de opdeling in vijf hoofdzones.

1. Valpolicella Classico
De Classico-zone is het historische hart van Valpolicella en omvat de gemeenten Negrar, Fumane, Marano, San Pietro in Cariano en Sant’Ambrogio di Valpolicella. Hier begon alles, en hier liggen ook de oudste wijngaarden.

In Sant’Ambrogio, aan de westelijke rand van het gebied, verzachten milde winden van het Gardameer het klimaat. De sedimentaire, kalkrijke bodems zorgen voor elegante en verfijnde wijnen. San Pietro in Cariano sluit het zuiden van de zone af, met alluviale gronden en een relatief vlak landschap dat vooral zachte, fruitige wijnen oplevert. Toch zorgen enkele heuvels, zoals bij Castelrotto, voor reliëf en nuance.

Verder noordwaarts klimt de Fumane-vallei steil omhoog richting de Corno d’Aquilino. Dit is een van de koelste zones, met uitgesproken kalkbodems die zorgen voor levendige zuren en trage rijping. In de Marano-vallei komen de bodems voornamelijk uit basalt, lokaal toari genoemd, wat resulteert in krachtigere en gestructureerde wijnen. Deze vallei vormt een natuurlijk amfitheater met terrassen in droge stenen muren (marogne). Negrar ligt centraal en kent een breed scala aan bodems en microklimaten. De vallei vernauwt zich geleidelijk, waardoor koude winden uit de bergen sterker voelbaar worden. Negrar produceert complexe wijnen die balans weten te vinden tussen finesse en kracht.

2. Valpantena
Tussen de Valpolicella Classico en de oostelijke valleien ligt de Valpantena, een vallei met een uitgesproken eigen karakter. De naam betekent letterlijk “vallei van alle goden”. De Valpantena strekt zich uit van de noordelijke rand van Verona tot diep in het Lessinia-gebergte, en wordt steeds smaller naarmate men hoger klimt richting het dorp Grezzana. Deze natuurlijke trechtervorm zorgt voor een constante luchtcirculatie, wat de wijngaarden beschermt tegen vocht en ziektes, en tegelijk een optimale rijping van de druiven ondersteunt.

Valpantena biedt een combinatie van hoogteverschillen, microklimaten en een grote variatie aan bodems. In de lager gelegen zones nabij Verona vind je voornamelijk kalkrijke sedimenten, terwijl hogerop meer klei, mergel en zelfs vulkanisch gesteente voorkomt. Die geologische schakering vertaalt zich rechtstreeks in het profiel van de wijn: enerzijds fris, floraal en elegant, anderzijds gestructureerd en kruidig, met een zekere spanning in het mondgevoel. De Valpantena subzone mag als enige buiten de Classico de naam “Valpantena” vermelden op het etiket.

3. Val di Mezzane
De Val di Mezzane vormt het westelijk deel van de oostelijke Valpolicella zone en ligt als het ware ingebed tussen de stad Verona en de hogere uitlopers van de Monti Lessini. De vallei strekt zich uit van het dorp Lavagno, in het zuiden, tot aan San Mauro di Saline in het noorden, waar de heuvels overgaan in ruiger berggebied. De vallei heeft een uitgesproken lineair karakter en wordt gekenmerkt door een smalle maar diepe insnijding in het landschap, waardoor luchtstromen vrij spel hebben.

Geologisch is Val di Mezzane vrij complex. In het zuidelijke deel van de vallei overheersen kalkrijke bodems, vaak gemengd met klei en grind. Naarmate men noordwaarts klimt, komen er meer mergellagen en zwaardere, compacte gronden voor. Hier en daar komen ook sporen van basalt voor, wat extra warmte vasthoudt en structuur geeft aan de wijn. Die bodemsamenstelling biedt wijnbouwers een breed palet aan mogelijkheden, van lichtere, elegante stijlen tot krachtigere wijnen met bewaarpotentieel.

De wijngaarden liggen vaak op steile hellingen of in half-terrassen, met een oostelijke of zuidelijke oriëntatie. Hierdoor vangen ze voldoende zon, maar worden ze nooit oververhit. Corvina gedijt hier bijzonder goed, net als Corvinone en in toenemende mate Oseleta, dat in de hogere zones opvalt door zijn aromatische intensiteit.

4. Val d’Illasi
De Val d’Illasi is een van de meest karaktervolle valleien in de oostelijke Valpolicella, gelegen ten oosten van de Val di Mezzane. De vallei begint bij het dorp Illasi en klimt snel noordwaarts richting de bergdorpen Tregnago en Badia Calavena. Kenmerkend is de steile opbouw in hoogte: binnen een relatief korte afstand stijgt het landschap van ongeveer 100 tot ruim 600 meter boven zeeniveau. Dit hoogteverloop creëert uitgesproken microklimaten en maakt een verfijnde selectie van druivenpercelen mogelijk.

De bodemstructuur van de Val d’Illasi is net zo gevarieerd als het reliëf. In het zuiden domineren klei- en kalklagen met een goede waterretentie, ideaal voor jonge stokken en frissere wijnstijlen. Hogerop komen diepere lagen mergel en kalksteen voor, vaak afgewisseld met zand en basaltfragmenten. Deze minerale, goed drainerende bodems zijn uitermate geschikt voor het produceren van geconcentreerde druiven met veel structuur. Een ideale basis voor Amarone en Ripasso met lengte en kracht, maar zonder log te worden.

De vallei is bovendien cultuurhistorisch van belang. De aanwezigheid van oude villa’s, terrassen en marogne (droge stenen muurtjes) getuigt van eeuwen wijnbouw. Vele wijngaarden liggen op oude, door mensenhand aangelegde plateaus die de erosie tegenhouden en de zon maximaal laten invallen.

Steeds meer wijnmakers zetten in op kwaliteit in deze vallei. Moderne vinificatietechnieken worden gecombineerd met traditioneel respect voor bodem en klimaat. Illasi wordt daardoor steeds vaker genoemd als een van de nieuwe topzones binnen Valpolicella.

5. Val di Cazzano di Tramigna
De Val di Cazzano di Tramigna vormt het oostelijke sluitstuk van Valpolicella en grenst aan de wittewijnstreek van Soave. Geografisch sluit deze aan op de Val d’Alpone, die zelf buiten Valpolicella valt maar geologisch verwant is. De vallei is korter, smaller en meer gebald dan haar westelijke buren, met een compacter microklimaat en een opvallende terroirvariatie die steeds meer producenten aantrekt die op zoek zijn naar zuiverheid, typiciteit en concentratie.

Val di Cazzano di Tramigna heeft een uitgesproken vulkanisch karakter. Basalt en tufsteen domineren hier de hogere flanken, afgewisseld met kalkrijke mergel en zwaardere, kleiige bodems in de lagere zones. Deze vulkanische component geeft de wijnen vaak een donkere, minerale ondertoon en draagt bij aan hun kracht en structuur. De wortels van de wijnstokken moeten hier vaak diep zoeken naar voeding, wat leidt tot geconcentreerde druiven met dikke schillen en uitgesproken aromatische intensiteit.

De wijngaarden liggen verspreid over steile heuvels, vlaktes en oude terrassen. Dankzij de natuurlijke expositie op het zuiden en zuidoosten genieten veel percelen van een lange zoninval, wat rijping en fenolische concentratie bevordert. De meeste aanplant bestaat uit Corvina en Corvinone, maar ook Molinara, Oseleta en zelfs experimentele aanplanten komen meer en meer voor.

Zijn er cru’s te bespeuren?
Naast deze geografische onderverdeling kennen kenners ook de zogenaamde cru’s van Valpolicella. Het gaat hier niet om officieel afgebakende gebieden zoals in Bourgogne, maar om wijngaarden of zones die door hun ligging, bodem en historiek als uitzonderlijk worden beschouwd. Denk aan Monte Lodoletta in de buurt van Illasi, beroemd door Dal Forno Romano, of La Groletta in Negrar. Deze cru’s overstijgen vaak de grenzen van de vijf zones en illustreren het potentieel van Valpolicella als mozaïek van unieke microterroirs.

Klimaat tussen continentaal en mediterraan

Het klimaat van Valpolicella is een subtiele evenwichtsoefening tussen verschillende krachten van de natuur. Enerzijds is er de invloed van het Gardameer, dat als een groot warmtebufferend bassin fungeert en de winters milder houdt. Anderzijds zijn er de uitlopers van de Alpen en de Monti Lessini in het noorden, die ’s avonds en ’s nachts koele lucht aanvoeren. Die dubbele invloed creëert een uniek microklimaat dat nergens in de regio exact wordt gerepliceerd.

De ligging van Valpolicella, tussen de Povlakte en de bergen, zorgt voor een duidelijke klimatologische overgangszone. Overdag profiteren de wijngaarden van veel zonlicht, vooral op de zuid- en zuidoostgerichte hellingen. Die oriëntatie bevordert een gelijkmatige rijping van de druiven, essentieel voor de ontwikkeling van suikers, kleurstoffen en aroma’s. De temperatuur kan in de zomer vlot oplopen, maar dankzij de berglucht die ’s avonds via de valleien naar beneden stroomt, daalt de temperatuur ’s nachts sterk. Dat verschil tussen dag en nacht, soms tot 15 graden, is cruciaal voor het behoud van zuren, frisheid en aromatische precisie.

Waarom de druiven hier wél gelukkig zijn

Wat Valpolicella zo boeiend maakt is het eigenzinnige druivenarsenaal: Corvina, Corvinone, Rondinella, Molinara, Oseleta, Croatina, Spigamonti… druiven die je nauwelijks buiten dit gebied aantreft, zelfs niet elders in Veneto. Ze zijn stuk voor stuk inheems en vormen samen een uniek ecosysteem dat nergens anders op deze manier voorkomt.

Centraal staat Corvina, de ruggengraat van vrijwel elke Valpolicella-wijn. De andere rassen vervullen elk een ondersteunende rol, maar geen enkele is toevallig of inwisselbaar. Sommige, zoals Oseleta, zijn pas recent herontdekt, andere zijn generaties lang doorgegeven omdat ze keer op keer bleken te presteren onder de lokale omstandigheden.

Die omstandigheden zijn geen detail: het microklimaat van Valpolicella, met warme dagen, frisse nachten en constante luchtstromen, biedt precies wat deze druiven nodig hebben. Ze zijn aangepast aan het landschap, bestand tegen schimmels, en perfect geschikt voor technieken als appassimento, waarbij druiven na de oogst worden ingedroogd. Vooral Corvina, met haar losse trossen en dikke schil, lijkt daarvoor uitgevonden.

De geologische rijkdom van de streek, van kalksteen en mergel tot basalt, zorgt ervoor dat elk druivenras zijn ideale niche vindt. Door eeuwenlange observatie en selectie kozen wijnbouwers telkens voor wat het beste werkte op hun stuk grond. Er was nooit reden om druiven van elders te importeren, want het beste stond al in eigen wijngaard. De rassen van Valpolicella zijn hier dus niet toevallig beland, ze zijn hier ontstaan én gebleven. Wat hier groeit, groeit dankzij deze plek.

Het startschot is gegeven!

Met deze verkenning is het startschot gegeven voor een reeks die Valpolicella laag voor laag zal ontleden. We hebben het gebied in kaart gebracht: van de geografische structuur tot de klimatologische invloeden, van de bodemsamenstelling tot het unieke druivenbestand. Valpolicella toont zich hier al als een regio vol nuance, met een sterk eigen karakter dat nergens anders te reproduceren valt.

In het volgende artikel zoomen we in op de eerste stappen in het glas: de wijnen die simpelweg ‘Valpolicella’ heten. We nemen je mee in de herkomstbenamingen zoals Valpolicella DOC, Valpolicella Classico DOC en de toevoeging Superiore.

Valpolicella – een wijnreis in twaalf etappes

De bestemming is bekend, de koffers worden gepakt, de goesting groeit: wijnclub Amici trekt naar Valpolicella. Het nieuws werd met veel enthousiasme onthaald, en terecht. Want deze wijnregio in het noordoosten van Italië heeft meer te bieden dan alleen Amarone. Valpolicella is een schatkamer van druivenrassen, stijlen en persoonlijkheid die in elke fles iets nieuws onthullen.

Tussen het romantische Verona en het glinsterende Gardameer ontvouwt zich een landschap van glooiende heuvels, oude wijngaarden en pittoreske dorpjes. Het is een streek met een lange wijnbouwgeschiedenis, maar ook met een opvallende dynamiek. Producenten combineren vakmanschap en vernieuwing, waardoor het gebied blijft verrassen.

In de komende weken duiken we met jullie in de wereld van Valpolicella. In twaalf artikels nemen we je mee door het kloppend hart van de regio. Hieronder alvast een voorsmaakje van wat je mag verwachten.

1. Valpolicella geografisch
Waar ligt Valpolicella precies en wat maakt de ligging zo bijzonder? We duiken in de geschiedenis, verkennen de diversiteit van het wijngebied en ontdekken waarom de druiven hier zo goed gedijen tussen bergen en meer.

2. Valpolicella DOC & Valpolicella Classico / Superiore DOC
Wat is het verschil tussen een gewone Valpolicella en een Superiore? En wat betekent “Classico”? Deze aflevering brengt helderheid in het doolhof van regelgeving en kwaliteit.

3. Valpolicella Ripasso DOC
De Ripasso is de charmante brug tussen fris en krachtig. Hoe komt hij tot stand, waarom smaakt hij voller dan een gewone Valpolicella en waarom hij vaak de toegankelijke broer van Amarone wordt genoemd? Je ontdekt het hier.

4. Amarone della Valpolicella DOCG (Classico + Riserva)
Koninklijk, krachtig en complex: Amarone heeft een reputatie om jaloers op te zijn. Maar hoe wordt deze wijn precies gemaakt en waarom is hij zo geliefd bij zowel kenners als genieters?

5. Recioto della Valpolicella DOCG
Zoet, maar met stijl. De Recioto is de vergeten parel van de regio. Een dessertwijn met eeuwenoude roots die charmeert zonder te kleven.

6. Corvina – De belangrijkste schakel
Corvina is het ruggengraat van Valpolicella. We ontdekken wat deze druif zo typisch maakt, hoe ze zich gedraagt in verschillende stijlen en waarom je haar nooit mag onderschatten.

7. Corvinone – Een snelle opmars
Lang werd ze als variant van Corvina gezien, maar Corvinone heeft een eigen stem. Groter, krachtiger en met een verrassend zachte kant.

8. Rondinella – De stille kracht
Bescheiden, maar onmisbaar. Rondinella brengt frisheid, kleur en structuur. Geen hoofdrolspeler, wel een betrouwbare compagnon.

9. Molinara – In het verdomhoekje
Een druif met een identiteitscrisis. Ooit alomtegenwoordig, nu vaak weggelaten. Maar heeft Molinara misschien toch meer te bieden dan gedacht?

10. Oseleta – Grote vooruitzichten
Een kleine rebel die terug is van weggeweest. Tanninerijk, krachtig en intens. Ideaal voor wie durft.

11. Croatina – Het buitenbeentje
Een buitenbeentje dat soms opduikt in blends. Croatina is sappig, gul en net dat tikkeltje eigenzinnig.

12. De overige druiven
Dindarella, Spigamonti en andere zeldzame namen komen aan bod. Druiven met karakter die kleur geven aan de wijnwereld van Valpolicella.

Of je nu al jarenlang gepassioneerd bent door Valpolicella of enkel Amarone van naam kent, deze reeks belooft een ontdekkingstocht te worden. Voor sommigen wordt het een reis door vertrouwd terrein, voor anderen een eerste kennismaking met een gebied dat veel meer te bieden heeft dan verwacht. Maar één ding staat vast: boeiend wordt het zeker. We gaan de Valpolicella-blend laag per laag ontleden, zodat je straks niet kan wachten om de regio zelf in levende lijve te ontdekken.

Fruttaio – Cruciaal bij appassimento wijnen

Ben je ooit al eens op bezoek geweest op een wijndomein waar ze een appassimento wijn maken? Zeker wel als je tijdens je vakantie aan het gardameer, langs Valpolicella zijde, een stop hebt gedaan bij één van de vele wijnhuizen die Amarone produceren. Deze wijnbouwers zullen je vol trots hun ‘fruttaio’ tonen. En dat is met reden! Immers, wanneer je geniet van een glas Amarone della Valpolicella of Sforzato di Valtellina, proef je een wijn die diep geworteld is in een eeuwenoude traditie en die verbonden is met een bijzondere plek: de fruttaio. Deze onmisbare ruimte speelt een cruciale rol in het maken van enkele van Italië’s meest prestigieuze wijnen.

Wat is een Fruttaio?

De fruttaio is een speciaal ontworpen ruimte waar druiven worden gedroogd voordat ze worden verwerkt tot wijn. Het woord zelf komt van het Italiaanse frutta, wat “fruit” betekent, omdat deze ruimtes oorspronkelijk bedoeld waren voor de opslag en droging van fruit zoals appels en peren. In de wijnwereld heeft de fruttaio echter een unieke functie gekregen: het is de plek waar het appassimento-proces plaatsvindt. Hier worden druiven met zorg gedehydrateerd om hun smaken te concentreren en een unieke basis te creëren voor enkele van de meest gewaardeerde Italiaanse wijnen.

De geschiedenis van de Fruttaio

Het gebruik van een fruttaio om druiven te drogen gaat terug tot in de oudheid. Er zijn aanwijzingen dat de Romeinen, bekend om hun innovatieve vinificatiemethodes, een vorm van druivendroging toepasten om zoete wijnen te maken. Door de eeuwen heen werd deze methode verfijnd en groeide het gebruik van fruttai in specifieke regio’s in Noord-Italië, met name in Valpolicella en Valtellina, uit tot een essentieel onderdeel van de wijnproductie.

De fruttaio evolueerde van eenvoudige droogruimtes tot verfijnde omgevingen die geoptimaliseerd zijn voor luchtcirculatie, temperatuurregeling en vochtbeheersing. In de middeleeuwen waren appassimento-wijnen zeer gewild en gewaardeerd om hun diepgang en rijpingspotentieel. Deze traditie leeft vandaag voort, waarbij de fruttai symbool staan voor de perfecte harmonie tussen natuur en menselijk vakmanschap.

Traditionele vs. moderne Fruttaio

Een traditionele fruttaio bevindt zich vaak op zolders of in goed geventileerde ruimtes op heuvels, waar natuurlijke luchtstromen en de koele, droge herfst- en wintermaanden het ideale klimaat creëren voor een gelijkmatige en langzame droging. De druiven worden met de hand geoogst en op een specifieke manier in de fruttaio geplaatst: ofwel aan rekken gehangen, ofwel uitgespreid op strooien matten, houten rekken, of plastic kratten. De manier waarop de druiven worden gerangschikt, is cruciaal. Er moet voldoende ruimte zijn tussen de trossen om ervoor te zorgen dat de lucht vrij kan circuleren, zodat schimmel en bederf worden voorkomen.

In moderne wijnmakerijen worden fruttaio steeds vaker uitgerust met technologie om de ideale omstandigheden te creëren. Denk hierbij aan gecontroleerde ventilatiesystemen, luchtontvochtigers, en temperatuurregelaars. Deze innovaties bieden meer controle en consistentie, maar veel traditionele producenten blijven vasthouden aan het gebruik van natuurlijke methoden. In sommige regio’s, zoals Valpolicella en Valtellina, speelt de plaatselijke wind een sleutelrol: de Ora del Garda (in Veneto) en de Breva (in Lombardije) zijn beroemde winden die zorgen voor een optimale droging.

Hoe gebruik je een Fruttaio correct?

Het gebruik van een fruttaio vereist precisie en zorg, omdat de omstandigheden binnen de ruimte direct van invloed zijn op de kwaliteit van de gedroogde druiven. Belangrijke factoren die beheerd moeten worden zijn:

  • Ventilatie: Goede luchtcirculatie voorkomt schimmel en zorgt voor gelijkmatige droging. Ramen, ventilatoren en ventilatieopeningen worden strategisch geplaatst om luchtstroming te bevorderen.
  • Temperatuur: Druiven drogen het best bij koele, constante temperaturen, meestal tussen 10°C en 15°C.
  • Vochtigheid: Overmatige vochtigheid kan leiden tot rot, dus een lage luchtvochtigheid is essentieel. Traditionele fruttai maken gebruik van natuurlijke, droge winden, terwijl moderne versies soms luchtontvochtigers gebruiken voor meer controle.
  • Ruimte: Druiven worden uitgestald op rekken, stro matten of houten kisten, met voldoende ruimte tussen de trossen om een gelijkmatige droging te garanderen.

Dit proces kan twee tot vier maanden duren, afhankelijk van de druivensoort, de weersomstandigheden en de gewenste wijnstijl.

Waarom gebruik maken van een Fruttaio?

De fruttaio speelt een cruciale rol in het verbeteren van het smaakprofiel en de structurele complexiteit van de wijn. Door de druiven langzaam te dehydrateren, bereikt het appassimento-proces het volgende:

  • Concentratie van smaken: Het waterverlies versterkt de natuurlijke suikers, zuren en aromatische verbindingen in de druiven, wat resulteert in een wijn met ongeëvenaarde rijkdom.
  • Verbeterde textuur: Het droogproces verhoogt het glycerolgehalte, wat de wijn een fluweelzacht mondgevoel geeft.
  • Betere rijpingspotentie: Appassimento-wijnen profiteren van een hogere concentratie aan tannine en suikers, waardoor ze decennia lang elegant kunnen rijpen.
  • Kenmerkende stijl: De fruttaio geeft een typische gedroogd-fruit karakter aan wijnen, vaak met tonen van rozijnen, vijgen en gekonfijte sinaasappelschil.

Wijnen gemaakt via een Fruttaio

Wat de fruttaio uniek maakt, is dat deze ruimte niet alleen praktisch is, maar ook invloed heeft op het karakter van de wijn. Tijdens het drogen ondergaan de druiven een reeks chemische en fysieke veranderingen. Terwijl het water verdampt, worden de suikers, zuren en aroma’s in de druiven geconcentreerd. Daarnaast kunnen enzymatische reacties in de druiven zorgen voor complexe smaakontwikkelingen, zoals hints van gedroogd fruit, kruiden en honing. Dit proces, hoewel technisch eenvoudig, vereist veel ervaring en precisie om te zorgen dat de druiven in perfecte staat blijven.

De fruttaio is onlosmakelijk verbonden met de productie van enkele van Italië’s meest geliefde wijnen, waaronder:

  • Amarone della Valpolicella: Geproduceerd in de regio Veneto, is Amarone een volle, droge rode wijn met weelderige tonen van gedroogde kersen, chocolade en kruiden. Het begint zijn reis in de fruttaio, waar Corvina-, Corvinone-, Rondinella- en Molinara-druiven tot vier maanden worden gedroogd.
  • Recioto della Valpolicella: Een zoete, dessertachtige variant van Amarone, eveneens afkomstig uit Valpolicella, maar met een hoger restsuikergehalte.
  • Sforzato di Valtellina (Sfursat): Afkomstig uit Lombardije, wordt deze krachtige rode wijn gemaakt van Nebbiolo-druiven (lokaal bekend als Chiavennasca) die in fruttaio worden gedroogd. Sfursat biedt intense smaken van gedroogde bloemen, donkere vruchten en leer.
  • Vin Santo: Hoewel niet strikt een fruttaio-wijn, ondergaat deze beroemde dessertwijn uit Toscane een vergelijkbaar droogproces in zolderruimtes die bekend staan als vinsantaie.
  • Torcolato: Geproduceerd in de regio Veneto met Vespaiola-druiven, kenmerkt deze zoete wijn zich door zijn honingachtige, nootachtige tonen en lange afdronk, bereikt door appassimento in fruttaio.

Conclusie

De fruttaio is meer dan alleen een droogruimte; het is de ziel van het appassimento-wijnmaken. De invloed ervan reikt verder dan een technische functie en belichaamt eeuwen van traditie, innovatie en vakmanschap. Of het nu gaat om de weelderige Amarone of de krachtige Sfursat, elke slok van een wijn gemaakt met een fruttaio is een reis naar het hart van de Italiaanse wijntraditie.

Metodo Classico d’Italia Part 3 – Lessini Durello DOC

Lessini Durello is misschien een verrassende naam in de reeks van belangrijke Italiaanse Metodo Classico wijnen. Tot enkele jaren terug waren de bubbels gemaakt met een tweede gisting op de fles verre van ingeburgerd. De meeste Lessini Durello wijnen werden immers gemaakt volgens de Metodo Martinotti (zoals een Prosecco). Hoewel deze methode vandaag zeker nog gebruikt wordt, stijgt het belang van de Metodo Classico wijnen als een komeet de hoogte in. Voorlopig voor velen nog onbekend maar absoluut de moeite om op ontdekking te gaan naar deze verborgen parel uit de Veneto regio.

De naam: Lessini Durello

De naam Lessini Durello weerspiegelt zijn oorsprong en karakter. “Lessini” verwijst naar de Lessini-bergen, een vulkanische bergketen die de regio voorziet van beeldige landschappen en vruchtbare bodems. “Durello” is afgeleid van de Durella-druif, waarvan de naam afkomstig is van het Italiaanse woord dura (hard). Dit verwijst naar de dikke schil en robuuste zuurgraad van de druif.

De regio: de Lessini-bergen

Het gebied dat onder de Lessini Durello DOC valt, beslaat meer dan 30.000 hectare in de heuvelachtige oostelijke Lessini-bergen en strekt zich uit over de provincies Verona en Vicenza. Dit terrein profiteert van gematigde hoogten, koele briesjes en vulkanische bodems, waardoor het ideaal is voor de productie van mousserende wijnen met een uniek karakter.
De bodems in deze regio zijn matig diep en hebben een fijne textuur. Een basaltisch skelet, schaars aan de oppervlakte maar rijker in de diepte, voegt complexiteit toe aan het terroir. Deze mineraalrijke bodems, in combinatie met een koel klimaat, zorgen voor wijnen met levendigheid en een diepe verbinding met hun oorsprong.

Geschiedenis: van traditie naar sprankelend succes

Ongeveer vijfenveertig miljoen jaar geleden ontstonden de Monti Lessini door opstijgende bellen van magma die het gebied vanuit de diepten van de aarde omhoog tilden. De wijnbouw op de Monti Lessini begon echter pas met de komst van de Romeinen. Hoewel we weinig weten over de eerste druivenrassen die ze verbouwden, verwijst Plinius the Elder in zijn werk De Agricoltura al naar een druif genaamd duràcinus, wat “met een harde schil” betekent. Deze beschrijving legt de basis voor de naam en het karakter van de huidige Durella-druif.

In lokale documenten uit 1292 wordt een druivenvariëteit genoemd als Duràsena, waarvan de huidige Durella waarschijnlijk afstamt. Hoewel de druif oorspronkelijk werd gebruikt voor stille wijnen, maakte de zuurgraad en veerkracht van de druif haar een natuurlijke keuze voor mousserende wijnen.
De introductie van de metodo classico betekende een keerpunt voor Lessini Durello, waardoor producenten wijnen konden maken met een fijne mousse, complexiteit en elegantie. Tegenwoordig is Lessini Durello metodo classico een bewijs van het vermogen van de regio om traditie te combineren met innovatie.

Terroir: divers en rijk aan mineralen

Het terroir van Lessini Durello is een indrukwekkend ecosysteem waarin vulkanische invloeden een sleutelrol spelen. De vulkanische bodems van de Lessini-regio bestaan uit tufsteen en basalt, rijk aan ijzer, magnesium en vele andere micro-elementen. Deze elementen worden via de druiven overgebracht naar de wijn, waardoor deze een karakteristieke minerale ziltigheid krijgt. Dankzij hun porositeit zijn vulkanische gronden in staat om water en zonnewarmte op te slaan en deze langzaam vrij te geven wanneer nodig. Bovendien zijn ze rijk aan voedingsstoffen voor de wijnstok en vormen ze een natuurlijke barrière tegen bodemziekten. Dit betekent dat wijnbouw op vulkanische bodems minder externe interventies vereist, wat de kwaliteit verhoogt en het proces ecologisch duurzamer maakt.

In de Lessini-bergen liggen wijngaarden op hoogtes van 300 tot 600 meter boven zeeniveau, waar de koele temperaturen de zuurgraad van de Durella-druif behouden en het aromatisch potentieel verbeteren. Dit unieke terroir draagt bij aan de productie van mousserende wijnen met mariene en krijtachtige accenten, een kenmerkende geurige aanhoudendheid en een minerale afdronk. De levendige zuurgraad en licht bittere, ziltige nasmaak weerspiegelen verder de vulkanische oorsprong van de regio.

De druif: Durella

De kern van de Lessini Durello Metodo Classico wordt gevormd door de Durella druif, een inheemse variëteit die floreert onder de uitdagende omstandigheden van de regio. Bekend om zijn hoge groeikracht, ziekteresistentie en consistente opbrengsten, is Durella uitermate geschikt voor de productie van mousserende wijn.
De Durella-druiven vormen middelgrote, piramidevormige trossen die compact en gevleugeld zijn. De bessen hebben een dikke, leerachtige en tanninerijke schil, wat bijdraagt aan de structuur en het rijpingspotentieel van de wijn. De natuurlijke hoge zuurgraad maakt Durella bijzonder geschikt voor het metodo classico-proces.

Metodo classico en stijlen van Lessini Durello

Lessini Durello spumante wordt geproduceerd met een blend die minimaal 85% Durella-druiven vereist, aangevuld met optionele toevoegingen van Chardonnay, Garganega, Pinot Bianco en Pinot Nero. De hoge zuurgraad van de Durella-druif maakt deze uitermate geschikt voor mousserende wijnproductie.

Met de recente wijzigingen in de productievoorschriften zijn er nu twee DOC’s gewijd aan de verschillende mousseringsmethoden:

  1. Metodo Martinotti (Prosecco stijl): Dit wordt uitsluitend geproduceerd door hergisting in autoclaven, wat resulteert in een fruitige en geurige stijl die verfrissend en toegankelijk is.
  2. Metodo classico: Dit proces omvat een hergisting in de fles met een minimale rijping van 24 maanden op de droesem, en vanaf 36 maanden mag de wijn de benaming riserva dragen. Deze stijl is meer gestructureerd, romig en complex, met een potentieel om meer dan tien jaar verder te rijpen.

Beide stijlen worden gekenmerkt door een uitgesproken frisheid en een aanhoudende aromatische intensiteit.

Proefprofiel: een sprankelende ontdekking

Lessini Durello metodo classico is een wijn met opmerkelijke zintuiglijke aantrekkingskracht. Hij heeft een diepe strogele kleur met groenige reflecties. De aroma’s worden gekenmerkt door florale tonen van vlierbloesem en meidoorn, versterkt door hints van krijtmergel en jodium.
In de mond is de levendige zuurgraad het opvallendste kenmerk. De ziltige en minerale nuances, vergezeld van een hartige, licht bittere nasmaak, blijven prachtig hangen. Ondanks zijn bescheiden body tilt de persistentie en balans van de wijn hem naar een hoger niveau, wat een unieke ervaring biedt voor liefhebbers van mousserende wijnen.

De Cru’s van Lessini Durello

In navolging van onder andere Soave heeft ook Lessini Durello zijn territorium onderverdeeld en de belangrijkste terroir als een Cru bestempeld. Elke cru draagt bij aan de unieke kenmerken van de Lessini Durello-wijnen. De variatie in bodemsoorten, microklimaten en hoogtes binnen deze cru’s zorgt voor een breed scala aan smaakprofielen en aroma’s. Bijvoorbeeld, de vulkanische bodems in gebieden zoals Calvarina en Monte di Malo geven de wijnen een uitgesproken mineraliteit en frisheid.

De hoge ligging en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht in deze cru’s dragen bij aan de complexiteit en elegantie van de wijnen. Dit resulteert in sprankelende wijnen met een hoge zuurgraad en een lange levensduur.
Dit zijn de 15 Cru’s die geïdentificeerd zijn voor de Lessini Durello DOC:

  1. Piani
  2. Cattignano
  3. Vestenanova
  4. San Giovanni
  5. Madarosa
  6. Calvarina
  7. Brenton
  8. Duello
  9. Santa Margherita
  10. Agugliana
  11. Chiampo
  12. Arzignano
  13. Trissino
  14. Monte di Malo
  15. Val Leogra

Conclusie

Lessini Durello metodo classico is een sprankelende expressie van Veneto’s vulkanische erfgoed, met een ongeëvenaarde balans van frisheid, complexiteit en mineraliteit. Met zijn strakke structuur, onderscheidende smaken en connectie met het terroir nodigt Lessini Durello wijnliefhebbers uit om de minder bekende schatten van Italiaanse mousserende wijn te ontdekken. Voor wie op zoek is naar iets anders dan Champagne of Franciacorta, is Lessini Durello metodo classico een bruisende reis die de moeite waard is.

Prosecco: het sprankelende symbool van Italië

Stel je de mensen de vraag hoe de Italiaanse bubbels noemen zullen ze meestal, ondanks de stijgende reputatie van onder andere Franciacorta, Prosecco antwoorden in plaats van Spumante. Prosecco is inderdaad een van de meest geliefde wijnen van Italië, bekend om zijn levendige bubbels en frisse, veelzijdige karakter. Deze wijn wordt geproduceerd in het noordoosten van Italië en heeft de harten van wijnliefhebbers wereldwijd veroverd. Of het nu gaat om een aperitief of een feestelijke gelegenheid, Prosecco past bij elke situatie. 

Wat is Prosecco?

Prosecco is een mousserende wijn afkomstig uit de glooiende heuvels van Noordoost-Italië. Bekend om zijn frisse en levendige karakter, is prosecco uitgegroeid tot een van ’s werelds meest geliefde mousserende wijnen. De wijn wordt voornamelijk geproduceerd in de regio’s Veneto en Friuli Venezia Giulia. De belangrijkste druif die hiervoor wordt gebruikt, is Glera, een inheemse variëteit die Prosecco zijn kenmerkende eigenschappen geeft: frisheid, bloemige en fruitige aroma’s en een uitgebalanceerde zuurgraad. De naam prosecco is afgeleid van het dorp Prosecco nabij Trieste.

De Martinotti-methode

Prosecco wordt gemaakt volgens de Martinotti-methode, die internationaal beter bekend is als de Charmat-methode. Bij deze techniek vindt de tweede gisting plaats in grote roestvrijstalen tanks (autoclaven) onder druk. Dit proces behoudt de primaire aroma’s van de druif en zorgt voor een fijne mousse en een kenmerkende frisheid.

De Martinotti-methode werd in 1895 ontwikkeld door Federico Martinotti, een Italiaanse oenoloog. Op zoek naar een eenvoudiger en innovatiever proces voor de productie van mousserende wijnen, bedacht Martinotti een systeem waarbij de tweede gisting—verantwoordelijk voor de bruisende bubbels—plaatsvindt in grote, drukbestendige roestvrijstalen tanks, in plaats van in afzonderlijke flessen.

Hoewel Martinotti het concept introduceerde, verfijnde en patenteerde de Franse ingenieur Eugène Charmat de methode in 1910, wat de alternatieve naam verklaart. Toch verwijzen Italianen trots naar deze methode als de Martinotti-methode, als eerbetoon aan de bedenker..

De Martinotti-methode stroomlijnt de productie van mousserende wijn met een zorgvuldig gecontroleerd proces:

  1. Productie van de Basiswijn
    Het proces begint met stille basiswijn, gemaakt van specifieke druivensoorten. Voor Prosecco zijn dit Glera-druiven, die bekendstaan om hun bloemige en fruitige kenmerken.
  2. Tweede Gisting
    De basiswijn wordt overgebracht naar drukbestendige tanks, waar suiker en gist worden toegevoegd. Deze mix ondergaat een tweede gisting, waarbij koolzuurgas wordt gevormd—de bubbels die mousserende wijn definiëren.
  3. Temperatuurcontrole
    De tank wordt gekoeld om de gisting te stoppen bij het gewenste zoetheidsniveau. Hierdoor behoudt de wijn zijn fruitige en frisse profiel.
  4. Filtratie en Botteling
    Na de gisting wordt de wijn onder druk gefilterd om de bubbels te behouden en vervolgens gebotteld voor distributie.

De verschillende typen Prosecco

Niet alle Prosecco is hetzelfde! En hier kampt Prosecco met een probleem. Er zijn zodanig veel verschillende aanduidingen voor Prosecco dat het voor de consument lastig is om te weten met welke Prosecco ze nu te maken hebben. We proberen hierin de nodige klaarheid te scheppen.

Prosecco DOC

Dit is de meest voorkomende Prosecco! Prosecco DOC wordt geproduceerd in een uitgestrekt gebied in het noordoosten van Italië, verspreid over negen provincies in de regio’s Veneto en Friuli Venezia Giulia. Deze provincies zijn:

  • Veneto: Treviso, Venetië, Vicenza, Padua en Belluno
  • Friuli Venezia Giulia: Gorizia, Pordenone, Triëst en Udine

Het hart van de Prosecco DOC-productie ligt in de vlakke en licht heuvelachtige landschappen rond Treviso, een provincie met een rijke wijnbouwtraditie. De wijngaarden van Prosecco DOC bevinden zich vaak op vruchtbare vlaktes, waar het klimaat en de bodem perfect zijn voor de teelt van de Glera-druif.

De productie van Prosecco DOC wordt gereguleerd volgens Italiaanse en EU-wetgeving om consistentie en authenticiteit te garanderen. Belangrijke voorschriften zijn:

  • Druivenrassen: Prosecco DOC moet voor minstens 85% uit Glera bestaan. De resterende 15% mag afkomstig zijn van druivensoorten zoals Verdiso, Perera, Bianchetta of toegestane internationale variëteiten zoals Chardonnay, Pinot Grigio en Pinot Nero.
     
  • Opbrengstbeperking: Om de kwaliteit te waarborgen, is de maximale opbrengst beperkt tot 18 ton per hectare, zodat de druiven hun kenmerkende smaak en aroma behouden.
     
  • Alcoholgehalte: De wijn moet een minimaal alcoholgehalte hebben van 10,5% voor spumante (mousserend) en 10% voor frizzante (licht mousserend).

Het terroir speelt een cruciale rol in het karakter van Prosecco DOC. De regio wordt gekenmerkt door:

  • Klimaat: De wijngaarden profiteren van een mild, gematigd klimaat dat wordt beïnvloed door de Adriatische Zee en de uitlopers van de Dolomieten. Warme zomers en koele nachten zorgen voor een optimale rijping van de Glera-druiven, waarbij de zuurgraad en aromatische complexiteit behouden blijven.
     
  • Bodem: De bodems in de Prosecco DOC-zones variëren van alluviale gronden rijk aan klei en zand in de vlaktes tot kalkhoudende en leemachtige gronden in licht glooiende gebieden. Deze bodems bieden uitstekende drainage en voedingsstoffen, ideaal voor de Glera-druif.

Prosecco Asolo DOCG

De wijngaarden die Prosecco Asolo DOCG produceren, bevinden zich in de regio Veneto, in het noordoosten van Italië, specifiek in de heuvels van Colli Asolani. Deze glooiende heuvels liggen ten westen van Treviso, rondom het schilderachtige middeleeuwse stadje Asolo, dat vaak “De Parel van Veneto” wordt genoemd.
Het Asolo-gebied omvat 18 gemeenten, met wijngaarden die zich voornamelijk bevinden op een hoogte van 100 tot 400 meter boven zeeniveau.

De productie van Prosecco Asolo DOCG wordt streng gereguleerd om de kwaliteit en authenticiteit te waarborgen. Belangrijke wettelijke vereisten zijn:

  1. Druivenras: De wijn moet voornamelijk gemaakt zijn van Glera-druiven (minimaal 85%), met maximaal 15% van andere toegestane rassen zoals Verdiso, Bianchetta Trevigiana, Perera of Chardonnay.
     
  2. Geografische Beperkingen: De druiven moeten exclusief afkomstig zijn uit het aangewezen gebied binnen de Colli Asolani-heuvels.
     
  3. Oogst en Opbrengst: De maximale opbrengst per hectare is beperkt tot 13,5 ton, wat zorgt voor een focus op kwaliteit boven kwantiteit.
     
  4. Alcoholgehalte: Het minimale alcoholgehalte moet 10,5% zijn voor Spumante en 10% voor Frizzante-stijlen.
     
  5. Superiore: De term “Superiore” is gereserveerd voor Prosecco Asolo DOCG Spumante waarbij er strengere productie eisen worden opgelegd.

De unieke kenmerken van Prosecco Asolo DOCG zijn te danken aan het terroir—een harmonieus samenspel van bodem, klimaat en landschap.

  • Bodemsamenstelling: De heuvels van Asolo zijn rijk aan kalkhoudende mergel en klei, wat zorgt voor uitstekende drainage en tegelijkertijd essentiële voedingsstoffen vasthoudt. Deze bodem draagt bij aan de complexiteit en minerale tonen van de wijn.
     
  • Klimaat: De regio profiteert van een gematigd klimaat met warme dagen en koele nachten. Deze temperatuurschommelingen versterken de ontwikkeling van aromatische verbindingen in de Glera-druiven, wat resulteert in de heldere, fruitige tonen die kenmerkend zijn voor Prosecco Asolo DOCG.
     
  • Topografie: De glooiende wijngaarden maximaliseren de zoninval en verminderen het risico op vorst, wat bijdraagt aan een optimale rijping van de druiven.

Prosecco Superiore Conegliano Valdobbiadene DOCG

Genesteld in de schilderachtige heuvels van de Veneto-regio, ten noordoosten van Venetië, is de Conegliano Valdobbiadene-zone het kloppende hart van de beste Prosecco-productie. Deze wijngaarden strekken zich uit over 15 gemeenten tussen de steden Conegliano en Valdobbiadene, en beslaan ongeveer 8.700 hectare steile, zonovergoten hellingen.

Het gebied heeft de status van UNESCO-werelderfgoed vanwege zijn “cultuurlandschap”, gekenmerkt door de harmonieuze wisselwerking tussen natuurlijke schoonheid en menselijke cultivatie. Steile terrassenwijngaarden zijn bezaaid met oude dorpjes wat zorgt voor schilderachtige zichten.

De DOCG-status (Denominazione di Origine Controllata e Garantita) is de hoogste kwaliteitsaanduiding voor wijn in Italië, en de regelgeving zorgt ervoor dat Conegliano Valdobbiadene Prosecco met de grootste zorg wordt gemaakt:

  1. Druivensamenstelling: De wijn moet voornamelijk worden gemaakt van Glera, de kenmerkende witte druif van Prosecco, die ten minste 85% van de blend uitmaakt. Aanvullende variëteiten zoals Verdiso, Bianchetta Trevigiana, Perera of Pinot (Bianco, Grigio, Nero) mogen spaarzaam worden gebruikt.
     
  2. Productiezone: Druiven moeten uitsluitend afkomstig zijn uit het gedefinieerde DOCG-gebied.
     
  3. Opbrengstlimieten: Om de kwaliteit te behouden, zijn de opbrengsten beperkt tot 13,5 ton per hectare.
     
  4. Subzones: Het DOCG-gebied omvat specifieke crus zoals Cartizze en Rive,

Wat Conegliano Valdobbiadene onderscheidt, is zijn unieke terroir

  • Bodem: De bodems in de regio variëren van kalksteen en mergel in Valdobbiadene tot kleigronden rond Conegliano. Deze diversiteit geeft de wijnen complexiteit en subtiele mineraliteit.
     
  • Klimaat: Een gematigd klimaat, beïnvloed door de Dolomieten in het noorden en de Adriatische Zee in het zuiden, zorgt voor ideale rijpingsomstandigheden. Warme dagen en koele nachten versterken de aromatische intensiteit en behouden de natuurlijke zuurgraad van de druif.
  • Topografie: De steile, op het zuiden gerichte hellingen zorgen voor optimale zonblootstelling en natuurlijke drainage, wat cruciaal is voor het telen van gezonde, smaakvolle druiven.

Zeer verwarrend is dat deze Prosecco onder verschillende benamingen de markt op mag gaan! Officieel spreken we over Prosecco Conegliano Valdobbiadene DOCG. Maar je mag ook Superiore toevoegen of eenvoudigweg Prosecco Superiore DOCG gebruiken. Om nog meer verwarring te stichten mag het ook Prosecco Conegliano DOCG of Prosecco Valdobbiadene DOCG, beiden al dan niet met de toevoeging van Superiore… Men spreekt al lang om een uniformiteit hierover te vinden, tot op heden echter zonder succes.

Rive en Cartizze: het beste van het terroir

Binnen de DOCG Conegliano Valdobbiadene zijn er twee speciale aanduidingen Prosecco Rive en Prosecco Cartizze. Het zijn beide hoogwaardige varianten van Prosecco, afkomstig uit de Conegliano Valdobbiadene regio in Italië, maar ze hebben enkele belangrijke verschillen:

  • Rive: Deze term verwijst naar specifieke subzones van de heuvels in Conegliano-Valdobbiadene. Rive betekent “steile hellingen” in het lokale dialect en verwijst naar de steilste wijngaarden in de Conegliano Valdobbiadene DOCG. Alleen wijnen van de steilste hellingen met ideale bodems kunnen als Rive Prosecco Superiore worden aangeduid. Deze druiven worden met de hand geoogst. Rive wijnen tonen vaak een jaartal op het etiket.
  • Cartizze: Een klein gebied van slechts 107 hectare, beschouwd als de Grand Cru van Prosecco. Dit gebied produceert enkele van de meest geconcentreerde, elegante en verfijnde Prosecco Superiore wijnen. De wijngaarden zijn extreem steil, waardoor alles met de hand moet worden gedaan. Cartizze wijnen hebben vaak delicate aroma’s van jasmijn en roos, met smaken van peer en tropisch fruit.

    De afkomst van de naam Cartizze is nog niet helemaal duidelijk! Het zou kunnen komen van Gardiz: Dit is een historisch woord in het lokale dialect dat verwijst naar de droogrekken die werden gebruikt voor het maken van appassimento-stijl wijnen.
    Of van Cardus: Een andere theorie suggereert dat de naam komt van het woord voor “distel,” wat een verwijzing zou kunnen zijn naar de topografie van de wijngaard.

Prosecco Rosé

Prosecco heeft lange tijd enkel als een witte sprankelende wijn op de markt mogen komen. Omwille van het wereldwijde succes van de roséwijnen en om het belang van prosecco (en de productie) extra uit te breiden werd er in 2020 een marketing besluit genomen om ook een rosé versie toe te laten en op de markt te brengen. Deze beslissing stelde wijnmakers in staat om de traditionele Glera-druif, die minstens 85% van de wijn uitmaakt, te mengen met 10-15% Pinot Noir, wat een vleugje kleur en een diepte van smaak toevoegt aan de geliefde Prosecco. Het resultaat was een onmiddellijke hit, met 16,8 miljoen geproduceerde flessen in het eerste jaar alleen.

De marktrespons op Prosecco Rosé is dus niets minder dan fenomenaal. In het debuutjaar werd de wijn snel een favoriet, met grote retailers zoals Lidl en M&S die indrukwekkende verkoopcijfers rapporteerden. Tegen 2021 was de productie gestegen om aan de groeiende vraag te voldoen, met schattingen die suggereren dat er jaarlijks tot 50 miljoen flessen geproduceerd zouden kunnen worden. Deze snelle groei onderstreept de aantrekkingskracht van de wijn, die de lichte, verfrissende kwaliteiten van Prosecco combineert met de trendy allure van rosé.

De druiven van Prosecco

De ster van Prosecco is de Glera-druif, die wordt gekenmerkt door:

  • Aroma’s: Tonen van groene appel, peer, witte bloemen en citrus.
  • Zuurgraad: Levendig en fris, wat bijdraagt aan de drinkbaarheid.
  • Structuur: Licht en soepel, wat Prosecco aangenaam toegankelijk maakt.

In sommige benamingen mogen kleine hoeveelheden van andere lokale druiven, zoals Verdiso, Perera of Bianchetta, worden toegevoegd om extra complexiteit te creëren. Ook internationale rassen zoals Chardonnay, Pinot Grigio of Pinot nero zij nin kleine hoeveelheden toegestaan.

Welke stijl verkies je, Prosecco Brut of Extra Dry?

Lange tijd kwam Prosecco enkel maar op de markt als een licht zoete, extra dry bubbel. Sinds enige tijd is er een kentering ingezet die meer aanleunt bij de wereldwijde consumenten vraag naar drogere versies van schuimwijnen en dus zien we steeds meer en meer Brut of zelfs Extra brut opduiken. 

Prosecco Brut is de droogste variant van prosecco, met een restsuikergehalte van maximaal 12 gram per liter. Deze stijl staat bekend om zijn frisse en levendige smaak, waarbij de natuurlijke zuren en fruitige aroma’s goed tot hun recht komen. Prosecco Brut is ideaal voor liefhebbers van een strakke, verfrissende wijn zonder al te veel zoetheid.

Smaakprofiel:

  • Droog en knapperig
  • Frisse zuren
  • Aroma’s van groene appel, citrus en soms een vleugje mineraliteit

Hoewel de naam anders doet vermoeden, is Prosecco Extra Dry iets zoeter dan Brut, met een restsuikergehalte tussen de 12 en 17 gram per liter. Deze stijl biedt een zachtere en rondere smaakervaring, wat het een aantrekkelijke keuze maakt voor degenen die een subtiele zoetheid in hun wijn waarderen.

Smaakprofiel:

  • Licht zoet met een zachte afdronk
  • Gebalanceerde zuren
  • Aroma’s van rijpe peer, appel en een hint van bloemen

Prosecco: bewaren of meteen drinken?

Prosecco is bedoeld om jong te drinken, bij voorkeur binnen één tot twee jaar na botteling. Op deze manier blijven de frisse aroma’s en levendige bubbels optimaal behouden. Het is geen wijn die geschikt is om te rijpen, aangezien langdurige opslag de kenmerkende eigenschappen kan verminderen.

Conclusie

Prosecco is meer dan alleen een wijn: het is een symbool van de Italiaanse levensstijl, een viering van gezelligheid en eenvoud. Met zijn verschillende benamingen en het brede scala aan terroir biedt Prosecco een brede smaakervaring die elke wijnliefhebber kan waarderen. Laten we proosten op deze buitengewone Italiaanse mousserende wijn en genieten van elke sprankelende slok!