Snoeien en pruning – Het belang van de schaar

Het is alweer een tijd geleden dat ik de eerste woorden voor dit artikel schreef, maar ik herinner me nog goed wat de aanleiding was. Het is een ’s zondags ritueel geworden om in de vroege ochtend in de pen te kruipen. Zoals wel vaker was ik totaal verdiept in het schrijven. De pen liep, de tijd verdween en de wereld rondom mij leek even stil te staan. Tot mijn aandacht werd getrokken door wat zich buiten afspeelde. Daar stond mijn vrouw, bezig met de voorjaarssnoei in de tuin. Galant als altijd bood ik haar mijn hulp aan, maar terwijl ik snoeiafval in de kruiwagen verzamelde, ontstond het idee om een artikel te schrijven over iets dat veel wijnliefhebbers zelden bewust overwegen: het zogenaamde pruning, het snoeien van wijnstokken.

We staan er vaak niet bij stil hoe bepalend deze fase is in de wijnbouw. Nochtans vormt een doordachte, correcte snoei het begin van wat maanden later een glas wijn met karakter kan worden. Ik geef het grif toe, de meeste wijnliefhebbers richten zich vooral op de druif, de fles en het glas. Maar achter elke goede wijn gaat een wereld schuil waarin de snoeischaar een discreet maar cruciaal hoofdpersonage is. Snoeien, of zoals het internationaal vaak genoemd wordt pruning, is geen klusje dat je er zomaar bijneemt. Het is vakwerk, een ritueel en misschien wel het meest bepalende moment in het leven van de wijnstok. Juist op het moment dat de plant er stil en kaal bij staat, wordt de oogst van morgen voorbereid.

Wat is het snoeien van een wijnstok eigenlijk?

Snoeien is een ingreep die plaatsvindt tijdens de rustfase van de wijnstok, wanneer de sapstroom tot stilstand is gekomen en de plant zich in een periode van volledige stilte bevindt. In deze fase, doorgaans tussen november (het wegsnoeien van het overtollige hout) en maart, bepaalt de wijnbouwer welke delen van de plant behouden blijven en welke worden verwijderd. Zwakke, beschadigde of ongunstig gelegen scheuten worden weggeknipt. Wat overblijft is een gestructureerde basis met een beperkt aantal knoppen, of ogen. Uit deze ogen groeien in het voorjaar nieuwe scheuten met bladeren, bloei en uiteindelijk druiven.

De wijnstok zelf is een overblijvende plant met een uitgesproken groeikracht. Zodra de lente haar intrede doet en de temperatuur stijgt, ontwaakt de wijnstok uit haar winterslaap. In het groeiseizoen, dat doorgaans rond april aanvangt, kan een scheut zich tot vijf centimeter per dag verlengen. Zonder tussenkomst zou de plant zich onstuimig vertakken en haar energie verspillen aan overtollig blad. Door het aantal ogen doelgericht te beperken, wordt de kracht van de plant gericht naar een beheersbaar aantal scheuten. Zo ontstaat er meer evenwicht tussen vegetatieve groei en vruchtontwikkeling, met als resultaat gezondere druiven en een betere rijping.

De bouw van de wijnstok verklaart waarom snoei zo bepalend is. Binnen de wijnbouw wordt gewerkt met Vitis vinifera, een soort uit de Vitaceae-familie. Deze wijnstok komt voor in talloze variëteiten of cépages. De stam is verhout, met bruine schors die bij veroudering in stroken loslaat. Vanuit de stam ontwikkelen zich lange, buigzame takken met knopen waaruit nieuwe scheuten ontspringen. Enkel eenjarige scheuten die groeien op tweejarig hout dragen vruchten. Daarom bepaalt snoeien niet alleen de belasting van het huidige seizoen, maar ook welke scheuten het volgende jaar vrucht zullen dragen.

Deze jaarlijkse ingreep is dus een vorm van vooruitdenken. Niet alle planten worden op dezelfde manier benaderd. De leeftijd van de stok, de groeikracht, het druivenras en het beoogde wijntype bepalen hoe rigoureus of juist terughoudend de snoei gebeurt. De ene plant vraagt om ingrijpen, de andere om terughoudendheid. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat de keuzes die in de winter worden gemaakt, maanden later zichtbaar worden in de tros en proefbaar in het glas.

De oorsprong van snoei

Snoeien is een praktijk die bijna even oud is als de wijnbouw zelf. Al in de Oudheid begrepen mensen dat een wijnstok begeleiding nodig heeft om vruchtbaar te zijn. De Romeinen systematiseerden die kennis en verspreidden ze over heel Europa, samen met de wijnstok zelf. In geschriften van Plinius de Oudere wordt uitgebreid stilgestaan bij het belang van het inkorten van ranken en het beperken van overmatige groei. Hij beschreef hoe snoei het verschil kon maken tussen een wijn die geschikt was voor de tafel van een keizer, en een die enkel diende voor azijn.

In die tijd was snoei vooral gebaseerd op observatie en ervaring. Men zag dat een wildgroeiende wijnstok wel veel droeg, maar zelden druiven van kwaliteit voortbracht. Door selectief in te grijpen, werd de plant productiever, gezonder en duurzamer. Wat begon als een praktische ingreep om chaos te vermijden, groeide uit tot een ambacht met regels, rituelen en regionale varianten. In de middeleeuwen werd die kennis verder doorgegeven in kloosters, waar monniken experimenten uitvoerden in wijngaarden en nauwgezet documenteerden welke snoeimethoden het beste resultaat gaven.

Later, met de opkomst van de moderne oenologie in de negentiende en twintigste eeuw, werd de invloed van snoei onderbouwd met wetenschappelijke inzichten. Men begon te begrijpen welke rol knoppen, sapstromen en plantstructuur speelden in het groeiproces. Ook de samenhang tussen snoei en plantfysiologie werd steeds beter begrepen, wat leidde tot meer verfijnde technieken die afgestemd werden op specifieke druivenrassen en terroirs.

Vandaag krijgt snoei een nieuwe dimensie dankzij technologische vooruitgang. Met drones wordt de groeikracht van wijngaarden van bovenaf in kaart gebracht. Sensors in de bodem en aan de plant meten vocht, temperatuur en sapdruk. Zelfs AI-systemen doen aanbevelingen op basis van data uit voorgaande jaren. Toch blijft de uiteindelijke beslissing in handen van de wijnbouwer. De schaar wordt nog steeds gehanteerd door iemand die het ritme van de wijnstok kent, die weet wanneer er moet ingegrepen worden en wanneer men beter met rust laat.

Snoei is dus een brug tussen verleden en toekomst. Wat begon met waarneming en overlevering is geëvolueerd naar een combinatie van traditie, techniek en technologie. Maar de essentie blijft onveranderd: de wijnstok heeft begeleiding nodig. En wie goed kijkt, weet dat die begeleiding begint met wat wordt weggelaten.

Waarom is snoeien zo belangrijk?

Zonder ingreep zou de wijnstok zich ongecontroleerd vertakken, uitgroeien tot een warboel van scheuten en bladeren en uiteindelijk uitgeput raken. Overproductie en gebrekkige rijping zouden het resultaat zijn, met druiven van lage kwaliteit tot gevolg. Snoeien herstelt de balans tussen groei en rust, tussen bladontwikkeling en vruchtvorming. Het is de basis voor een gezonde plant en een geslaagde oogst.

De eerste belangrijke functie van snoei is het sturen van de opbrengst. Door het aantal knoppen bewust te beperken, kiest de wijnbouwer hoeveel scheuten zich mogen ontwikkelen tot dragers van trossen. Een evenwichtige belasting zorgt ervoor dat de druiven voldoende voeding krijgen, beter rijpen en meer concentratie ontwikkelen. In plaats van massa ontstaat er karakter.

Daarnaast speelt de verdeling van energie een essentiële rol. De kracht van de wijnstok wordt gericht naar een kleiner aantal uitlopers. Dit resulteert in sterkere scheuten, betere bloei en een homogener rijpingsproces. De druiven bereiken een hogere kwaliteit, met evenwichtige zuren, meer aromatische diepgang en een rijpere fenolische structuur.

Een open, luchtige plantstructuur is bovendien van groot belang voor de gezondheid van de wijnstok. Door overbodige en op ongunstige plekken groeiende scheuten te verwijderen, ontstaat er voldoende lichtinval en luchtcirculatie in het bladerdek. Dat beperkt het risico op schimmelziekten en maakt de plant minder aantrekkelijk voor insectenplagen. Preventie gebeurt hier letterlijk met de snoeischaar.

Tot slot draagt snoei bij aan de levensduur van de wijnstok. Een plant die jaarlijks zorgvuldig begeleid wordt, ontwikkelt zich met meer regelmaat en blijft langer vitaal. In plaats van extreme correcties toe te passen op verwaarloosde groei, zorgt regelmatige snoei voor een stabiele, duurzame opbouw. Dit vertaalt zich niet alleen in de kwaliteit van de druiven, maar ook in het rendement en de werkbaarheid op langere termijn.

Naast het reguleren van de oogst en het beschermen van de plant, is snoei ook een vorm van planning. Elke beslissing heeft gevolgen voor de groei en kwaliteit op langere termijn. De wijnbouwer kijkt dus niet alleen naar het komende seizoen, maar begeleidt de plant in een breder ritme van ontwikkeling.

De invloed op de oogst

Snoei is geen doel op zich, maar een middel om tot een evenwichtige en kwalitatieve oogst te komen. De keuzes die in de winter worden gemaakt met de snoeischaar, hebben directe gevolgen voor wat er maanden later in de wijngaard aan de ranken hangt. Niet alleen het aantal trossen, maar ook hun rijpingsniveau, concentratie en gezondheid zijn het resultaat van hoe de plant in rust is voorbereid.

De hoeveelheid ogen die behouden worden op elke scheut bepaalt hoeveel scheuten en dus hoeveel trossen zich in het voorjaar zullen ontwikkelen. Dit aantal wordt niet willekeurig gekozen, maar is afgestemd op verschillende factoren zoals de groeikracht van de plant, de bodemgesteldheid, het druivenras en de gewenste wijnstijl. Een krachtige wijnstok in een vruchtbare bodem kan meer dragen zonder aan kwaliteit in te boeten. Daar wordt vaak gekozen voor een snoei met meerdere ogen per scheut. Zwakkere planten of oudere stokken vragen om meer terughoudendheid, waarbij soms slechts één of twee ogen worden overgelaten om de energie te concentreren op een beperkt aantal trossen van hoge kwaliteit.

Wanneer er te veel ogen behouden blijven, is het risico groot dat de plant zich vertakt in een overdaad aan scheuten en bladeren. Dat leidt tot schaduw in het bladerdek, trage rijping en een verhoogde kans op schimmelinfecties. Bovendien blijft de kracht van de plant verdeeld over te veel vruchten, wat de aroma-opbouw en suikerrijpheid ondermijnt. Het resultaat is een wijn zonder spanning of diepte. Omgekeerd geldt dat een te strenge snoei de opbrengst te hard beperkt en de plant kan verzwakken omdat ze onvoldoende fotosynthetisch oppervlak ontwikkelt. Er is dus een delicate balans nodig, waarin precisie en ervaring samenkomen.

De directe gevolgen van goed snoeiwerk zijn duidelijk: homogeen rijpende druiven met voldoende suikers, gebalanceerde zuren en gezonde schillen. Maar ook de structuur van de tros wordt beïnvloed. Minder maar krachtiger scheuten geven compactere trossen met kleinere, aromatisch rijkere bessen. Dit komt vooral tot uiting in wijnstijlen waarbij concentratie en complexiteit belangrijker zijn dan volume.

Naast de kwaliteit van de oogst beïnvloedt snoei ook de werkomstandigheden tijdens het seizoen. Een overzichtelijke plantstructuur maakt het makkelijker om het bladerdek te beheren, ziekte op te sporen, trossen te beschermen en op het juiste moment te oogsten. Na de winterse snoei volgen immers nog meerdere fases van ingrijpen: het aanbinden van de scheuten, het begeleiden van de groei, het uitdunnen van overtollige bladeren en zomersnoei. Elk van die stappen bouwt verder op de structuur die in de rustperiode is aangebracht.

Verschillende snoeimethodes

Er bestaan uiteenlopende manieren om een wijnstok te snoeien, elk ontstaan vanuit specifieke klimatologische omstandigheden, druivenrassen, bodemtypes en wijnbouwtradities. De gekozen snoeivorm beïnvloedt de groeirichting van de scheuten, de spreiding van het bladerdek, het aantal trossen en de mate van luchtcirculatie. Ook de mate van mechanisatie speelt een rol: sommige methodes zijn ideaal voor handwerk, andere zijn ontworpen met machines in het achterhoofd.

De keuze voor een bepaalde snoeistijl is dus geen esthetisch of toevallig gegeven, maar het resultaat van technische en praktische overwegingen. Deze snoeivormen maken deel uit van zogenoemde geleidingssystemen, ook wel training systems genoemd, die bepalen hoe de wijnstok groeit, zich ontwikkelt en beheerd wordt doorheen het seizoen. Hieronder enkele van de meest toegepaste systemen:

  • Guyot
    Veelgebruikt in koelere regio’s zoals Bourgogne, de Loire en delen van Duitsland. Er bestaan twee varianten: bij de enkele Guyot wordt één lange scheut behouden, bij de dubbele Guyot twee, elk aan een kant van de stam. Beide worden horizontaal aangebonden aan de draad, met telkens een korte vervangscheut aan de basis. Deze snoeiwijze is geschikt voor rassen die gebaat zijn bij gecontroleerde opbrengsten en een open bladerdek. Het systeem laat een goede luchtcirculatie toe en vergemakkelijkt loofbeheer en manuele oogst.

  • Cordon de Royat
    Een horizontaal systeem met één of twee vaste armen die zich uitstrekken vanaf de stam. Op deze armen worden korte scheuten met telkens een beperkt aantal ogen gesnoeid. Deze methode leent zich uitstekend voor mechanisch snoeien, oogsten en loofbeheer. Cordon de Royat komt vaak voor in zonnige gebieden waar vegetatieve kracht onder controle moet worden gehouden.

  • Gobelet
    Een vrijstaande, compacte snoeivorm zonder draadstructuur. De scheuten groeien rondom de stam in een bekervorm, wat de trossen gedeeltelijk beschermt tegen zonneschade. Deze techniek staat internationaal ook bekend als bush vine en wordt in Zuid-Europese regio’s soms aangeduid als alberello, vooral op vulkanische bodems zoals de flanken van de Etna. Gobelet is arbeidsintensief en moeilijk te mechaniseren, maar bijzonder geschikt voor oude wijnstokken en droge, hete omstandigheden.

  • Sylvoz
    Afkomstig uit Noord-Italië en ontworpen voor druivenrassen met veel groeikracht. De scheuten worden naar beneden gebogen en vastgezet, wat zorgt voor een verticale spreiding van het loof. Deze techniek bevordert luchtcirculatie en zoninval en wordt vaak toegepast bij witte druiven zoals Glera.

  • Pergola
    Een overkappingssysteem waarbij de wijnstok omhoog geleid wordt en de scheuten horizontaal boven het hoofd van de wijnbouwer worden uitgespreid. Dit systeem komt veel voor in heuvelachtige streken zoals Trentino, het Baskenland en delen van Zuid-Amerika. Pergola biedt bescherming tegen hitte en fel zonlicht en maakt gebruik van de verticale ruimte in steile wijngaarden. Het loof vormt een natuurlijke parasol die de druiven beschaduwt, wat gunstig is in warme klimaten.

Elke van deze snoeistijlen beïnvloedt niet alleen de plant zelf, maar ook het werkritme in de wijngaard, het oogstmoment en zelfs het type wijn dat men ermee beoogt. De wijnbouwer kiest dus niet zomaar voor een systeem, maar voor een aanpak die past bij zijn druiven, zijn terrein en zijn uiteindelijke doel in het glas.

Wat is het verschil tussen wintersnoei en zomersnoei?

Snoeien is niet beperkt tot de winter. Hoewel de belangrijkste ingreep plaatsvindt tijdens de rustperiode van de wijnstok, komt er in de loop van het groeiseizoen nog een tweede fase aan bod: de zomersnoei. Beide momenten hebben een verschillend doel en een ander effect op de plant. Wie het verschil begrijpt, ziet hoe de wijnstok doorheen het jaar telkens opnieuw gestuurd en begeleid wordt, met als uiteindelijke doel een gezonde oogst en een gebalanceerde wijn.

De wintersnoei is structureel van aard. Ze bepaalt de vorm en de opbouw van de wijnstok voor het komende seizoen. Daarbij wordt het skelet van de plant gevormd en kiest de wijnbouwer welke ogen mogen uitlopen. Deze ingreep gebeurt in de maanden waarin de sapstroom stilligt, meestal tussen november en maart. In sommige wijngaarden gebeurt dat in twee stappen: een eerste grove snoei om het grootste deel van de oude scheuten te verwijderen, en later, dichter bij het voorjaar, een verfijnde correctie waarbij enkel de beste knoppen overblijven. De timing is daarbij cruciaal. Te vroeg snoeien verhoogt het risico op schade door late vorst, terwijl te laat ingrijpen de groei kan vertragen en de plant onnodige stress kan bezorgen.

Na de wintersnoei volgt in het voorjaar een periode van snelle groei. Dan start ook het werk aan het bladerdek, of canopy management. Hierbij wordt het loof gestuurd in functie van lichtinval, luchtcirculatie en evenwicht tussen blad en vrucht. De manier waarop het bladerdek zich ontwikkelt, heeft een directe impact op de rijping, de gezondheid van de druiven en de efficiëntie van de werkzaamheden in de wijngaard.

Zomersnoei, ook wel groene snoei genoemd, vindt plaats wanneer de plant in volle groei is. Deze ingrepen zijn minder ingrijpend, maar wel essentieel voor het behoud van een luchtig bladerdek en een goede rijping van de druiven. Tijdens deze fase worden overbodige scheuten verwijderd, bladeren rond de trossen uitgedund en eventueel toppen teruggesnoeid om de groei af te remmen. Dit alles met het oog op een betere lichtinval, luchtcirculatie en een evenwichtige verdeling van de suikers naar de druiven. In sommige gevallen wordt ook het aantal trossen per scheut verminderd om de kwaliteit verder te verhogen.

Waar de wintersnoei dus de structuur en het potentieel van de plant bepaalt, is zomersnoei vooral gericht op bijsturing en verfijning. Het is een vorm van onderhoud, een voortdurende correctie van wat zich in de wijngaard ontwikkelt. Beide vormen van snoei vullen elkaar aan en zijn onlosmakelijk verbonden met een doordachte wijnbouwpraktijk. De ene legt de basis, de andere begeleidt het proces. Zo ontstaat er een jaarritme waarin de wijnstok niet aan haar lot wordt overgelaten, maar voortdurend in balans wordt gehouden tussen groei en concentratie.

Alles kort gesnoeid?

Snoeien is de kunst van het weglaten. Het vereist geduld, inzicht en soms koude vingers. Maar zonder snoei geen structuur, zonder structuur geen topwijn. Wat op het eerste gezicht simpel tuinieren lijkt, is in werkelijkheid het fundament van elk groot wijnjaar. En daar sta je dan, in de winterkou, met een snoeischaar in de hand… de toekomst van de fles ligt in jouw vingers.

De Invloed van een granieten bodem op wijnbouw

In de wereld van wijn is het concept van terroir een van de belangrijkste factoren die de smaak en kwaliteit van wijn beïnvloeden. Het verwijst naar de unieke combinatie van bodem, klimaat, ligging en menselijke invloed die samen bepalen hoe een wijn smaakt. Een van de meest fascinerende bodemsoorten binnen de wijnbouw is graniet. Wijnstokken die groeien op een granieten bodem geven wijnen met bijzondere eigenschappen, zoals finesse, mineraliteit en vaak een uitgesproken structuur. In dit artikel duiken we dieper in de invloed van graniet (en ook gneis) op de wijnbouw en de uiteindelijke wijnen.

Ontstaan van graniet en gneis

Graniet is een veelvoorkomend magmatisch gesteente dat is ontstaan door langzaam afkoelende magma in de aardkorst. Hierdoor kregen de mineralen de tijd om kristallen te vormen, wat zichtbaar is in het gesteente. De belangrijkste mineralen in graniet zijn kwarts, veldspaten (een groep mineralen die tot de silicaten horen) en mica. Als graniet onder hoge druk en temperatuur verandert, ontstaat gneis, een metamorf gesteente dat vaak naast graniet voorkomt in wijnregio’s. Beide gesteenten spelen een significante rol in de samenstelling van wijngaardbodems.

Waar komt graniet voor?

Granietbodems vind je in verschillende beroemde wijngebieden. In Europa zijn veel van deze bodems ontstaan tijdens de Hercynische orogenese, een gebergtevorming die plaatsvond tussen 390 en 300 miljoen jaar geleden. Bekende wijngebieden met granietbodems zijn onder andere de Wachau (Oostenrijk), de Elzas (Frankrijk), het Noordelijke Rhône (Frankrijk), In Italië in Gallura (Sardinië) en Valtellina (Lombardia) en delen van Portugal zoals de Däo en Douro. Buiten Europa komen granieten bodems voor in belangrijke wijngebieden van Californië, Chili, Zuid-Afrika (delen van de Western Cape) en Australië (Victoria).

Kenmerken van bodems op graniet en gneis

Bodems op graniet zijn over het algemeen arm aan voedingsstoffen en humus. Graniet verweert langzaam, waarbij kwarts in de bodem een grof-zanderige structuur geeft. Deze bodems hebben een uitstekende drainage, maar kunnen vaak weinig water en voedingsstoffen vasthouden. Door hun vaak zanderige structuur et beperkte vermogen om voedingsstoffen vast te houden zijn ze niet altijd vruchtbaar, maar dit maakt ze juist geschikt voor kwaliteitswijnbouw, omdat de wijnstokken gedwongen worden diep te wortelen om aan water en voedingsstoffen te komen.

Wijngaardbodems op graniet zijn doorgaans zuur, met een pH-waarde die kan variëren van neutraal (pH 7) tot zeer zuur (pH 4,5). Dit wordt versterkt door neerslagrijke klimaten, waar mineralen uit de bodem kunnen worden weggespoeld. Granietbodems zijn vaak ondiep, vooral op hellingen, maar de wijnstokken vinden door scheuren in het gesteente toch voldoende houvast om diep te wortelen.

De invloed van graniet op wijnen

Door de arme en goed drainerende bodems van graniet krijgen druiven de neiging om sneller te rijpen en hun zuren af te bouwen. Dit maakt deze bodems minder geschikt voor aromatische witte wijnen, maar juist ideaal voor wijnen met structuur en elegantie. Vooral rode wijnen, zoals Syrah uit de noordelijke Rhône, profiteren van deze bodems door de verfijnde tannine en elegante smaak.

Het gebrek aan stikstof in de bodem kan leiden tot een reductie in aroma’s in jonge wijnen, wat vaak wordt gezien bij Syrah-wijnen. Echter, sommige experts, zoals in Duitsland en Zuid-Afrika, merken op dat wijnen van granietbodems juist waarneembaar goede zuren behouden. In de Elzas, bijvoorbeeld, wordt Riesling van graniet als slank en aromatisch beschouwd, met een sneller rijpingsproces vergeleken met Riesling van kalkrijke bodems.

Conclusie

Granieten bodems spelen een belangrijke rol in het karakter van wijnen. Door hun mineraliteit, fijne structuur en vaak elegante tannine bieden wijnen van graniet een unieke smaakervaring. Het loont de moeite om wijnen van granietbodems te vergelijken met die van andere bodemtypen, zoals kalkrijke kleibodems, om de invloed van het terroir volledig te ervaren.

Flysch als terroir

In de wereld van de wijnbouw speelt de bodem waarop de wijnstokken groeien een cruciale rol in de uiteindelijke smaak en kwaliteit van de wijn. Eén van de meest bijzondere bodemtypen die bijdraagt aan de karaktervolle wijnen van Italië, is de zogenaamde ‘flysch’. Deze complexe bodemstructuur, die zowel fascinerend als essentieel is voor de wijnproductie, komt veelvuldig voor in Italiaanse wijnstreken en geeft de wijnen een unieke signatuur.

Wat is flysch?

Flysch is een sedimentair gesteente dat is ontstaan door miljoenen jaren van geologische processen. Het is een opeenstapeling van verschillende lagen klei, zandsteen en kalksteen, afgewisseld met soms schalie of andere afzettingen. Dit gelaagde profiel van hardere en zachtere sedimenten zorgt voor een goed gedraineerde, voedingsrijke bodem waarin wijnstokken kunnen floreren. Flysch wordt vaak gevormd in mariene omgevingen, waar de afzetting van klei en zand gedurende lange periodes plaatsvindt.

Deze bodems zijn vooral te vinden in bergachtige gebieden of heuvels en zijn ontstaan door de druk van aardplaten en het verschuiven van zeebodems, een proces dat het Italiaanse landschap kenmerkt. De combinatie van gesteenten maakt de bodem niet alleen vruchtbaar, maar ook bijzonder geschikt voor de wijnbouw vanwege zijn mineralenrijkdom en goede drainagecapaciteit.

Flysch in diverse Italiaanse wijnregio’s

Flysch is een prominente factor in vele van Italië’s meest gerespecteerde wijngebieden. Hoewel een veel grotere opsomming kunnen maken (met ook onder andere Chianti en Taurasi) beperken we ons tot enkele voorbeelden!

 Een van de meest bekende regio’s waar flysch de bodem domineert, is de Cinque Terre in Ligurië, langs de steile kust van de Ligurische Zee. Hier worden op de terrassen van flysch-rijke hellingen prachtige wijnen geproduceerd, vaak met lokale druivensoorten zoals Vermentino en Bosco. De wijnstokken die in deze stenige, gelaagde bodems gedijen, worden gedwongen diep te wortelen om water en voedingsstoffen te vinden, wat resulteert in een hogere concentratie aan smaken in de druiven.

Ook in de Friuli-Venezia Giulia, een regio bekend om zijn verfijnde witte wijnen, speelt flysch een belangrijke rol. In de Collio-heuvels, gelegen nabij de grens met Slovenië, zorgt deze bodem voor uitzonderlijk mineraalrijke wijnen, met frisse zuren en een intense aromatische complexiteit. Druivensoorten zoals Friulano en Sauvignon Blanc profiteren van de minerale invloed van de flysch-bodems (lokaal Ponca genoemd), die bijdraagt aan hun kenmerkende frisheid en finesse.

Een ander voorbeeld is de regio Marche, en in het bijzonder het gebied rondom de stad Ancona, waar Verdicchio-wijnen beroemd zijn om hun zuiverheid en levendige karakter. De flysch-bodems hier dragen bij aan de mineraliteit en structuur van deze wijnen, wat ze bijzonder geschikt maakt voor veroudering.

De invloed van flysch op wijn

Het is algemeen bekend dat de bodem een belangrijke rol speelt in het ontwikkelen van het terroir van een wijn. Flysch-bodems zijn bijzonder gunstig voor wijnbouw vanwege hun unieke mix van eigenschappen: 

  1. Goede Drainage: De gelaagde structuur van flysch zorgt voor uitstekende drainage. Dit voorkomt wateroverlast en wortelrot, waardoor de wijnstokken gezond blijven.
  2. Minerale Rijkdom: Flysch is rijk aan mineralen zoals calcium, magnesium en kalium. Deze mineralen worden langzaam vrijgegeven aan de wijnstokken, wat bijdraagt aan de complexiteit en diepte van de wijn.
  3. Warmteregulatie: De donkere lagen van flysch absorberen warmte overdag en geven deze ’s nachts langzaam af. Dit helpt bij het handhaven van een stabiele temperatuur rond de wortels van de wijnstokken, wat essentieel is voor een gelijkmatige rijping van de druiven.
  4. De mogelijkheid voor diepe worteling van de wijnstokken. Dit zorgt voor evenwichtige en complexe wijnen, waarin zowel fruitige als minerale tonen sterk naar voren komen.

De stenige samenstelling van flysch zorgt ervoor dat de wijnstokken niet te veel water vasthouden. Dit resulteert in druiven met geconcentreerde suikers en zuren, wat bijdraagt aan de structuur en het bewaarpotentieel van de wijn. De minerale aanwezigheid uit de klei- en kalksteenlagen voegt daarnaast verfijning toe aan de aroma’s en de textuur, met vaak een uitgesproken frisheid en elegantie in de wijnen die op flysch groeien.

Flysch: een uitdaging én een zegen voor wijnmakers

Hoewel flysch-bodems grote voordelen bieden, vormen ze ook uitdagingen voor wijnmakers. De steile hellingen waar deze bodems vaak te vinden zijn, maken mechanisatie lastig, waardoor veel werk nog met de hand moet worden gedaan. In regio’s zoals de Cinque Terre, waar de wijngaarden als terrassen tegen de bergen zijn aangelegd, vereist de wijnbouw intensieve arbeid en zorgvuldige planning.

Desalniettemin zien wijnmakers flysch-bodems vaak als een zegen vanwege het unieke karakter dat deze bodem aan de wijn geeft. De diepe wortels die wijnstokken moeten ontwikkelen in deze omstandigheden, leiden tot een grotere resistentie tegen droogte en zorgen voor een natuurlijke beperking van de opbrengst, wat de kwaliteit van de druiven verhoogt. Dit vertaalt zich in wijnen met een bijzondere diepte, complexiteit en een uitgesproken regionaal karakter.

Conclusie

Flysch-bodems zijn zonder twijfel een van de geheime wapens van de Italiaanse wijnbouw. Hun unieke geologische samenstelling biedt wijnstokken ideale groeiomstandigheden, terwijl de moeilijkheden van het cultiveren op deze gronden bijdragen aan de hoge kwaliteit van de wijnen. Of het nu gaat om de minerale frisheid van een Vermentino uit Ligurië of de intense complexiteit van een Friulano uit Friuli, flysch draagt bij aan enkele van de meest karaktervolle en authentieke wijnen die Italië te bieden heeft. Voor wijnliefhebbers is het ontdekken van deze flysch-geïnspireerde wijnen een uitnodiging om de diepere lagen van het Italiaanse terroir te proeven.

The road to becoming an Italian Wine Ambassador (IWA) – Part 1

Begin 2024 nam ik de beslissing om de handschoen op te nemen en de studie ‘Italian Wine Ambassador (IWA) aan te vatten. Ik had immers vastgesteld dat er nog geen enkele landgenoot deze opleiding tot een goed einde had gebracht en dus in het bezit was van deze titel. Tijd om hier verandering in te brengen toch?
Deze opleiding, in het Engels, wordt jaarlijks (sinds 2015) ingericht door Vinitaly International Academy en gaat door in Verona, de week voor de start van Vinitaly (van 27 tot 31 maart indien je wenst in te schrijven voor 2025). Ik neem jullie graag mee in deze belevenis en schets in verschillende delen de weg die er moest afgelegd worden om te slagen in deze toch wel aartsmoeilijke beproeving.

Voorafgaand moet je je kandidaat stellen en moet je toegelaten worden om deel te nemen. Dit was vrij snel in orde en nadat je het inschrijvingsgeld hebt gestort krijg je toegang tot het studieplatform en krijg je de informatie omtrent de inhoud van de studie. Deze omvat een diepe focus op de vele druiven die eigen zijn aan Italië naar afkomst, stamboom, benaming en geschiedenis. Een meer dan grondige kennis van geologie, diversiteit van de bodemstructuren en het ontstaan ervan. Bovendien mag de boeiende geschiedenis van de Italiaanse wijnbouw geen vreemde zijn. Uiteraard mag Italië geen geografische geheimen meer hebben daar waar er wijngaarden aangeplant zijn. Geloof me vrij… dat zijn er nogal wat!
En tenslotte, evident uiteraard, wordt er een grote nadruk gelegd op het proeven van de wijnen, het herkennen van de inheemse druivenrassen, het kaderen van de wijn in de juiste regio van herkomst en het beschrijven van de vinificatietechnieken die er werden gebruikt.

Voorafgaand wordt er veronderstelt dat de kandidaten een voldoende brede kennis hebben van de Italiaanse wijnwetgeving, de indeling ervan en van de DOC/DOCG gebieden weten wat ze inhouden en welke wijnen ze verzorgen. Je moet bezitten over een bovengemiddelde kennis van het proeven van de wijnen. De nodige kennis bezitten van de internationale rassen die er aangeplant staan in Italië. Kennis hebben van de belangrijkste wijnbouwers en de wijnen die ze maken zal je ook verder helpen. Cru’s, MGA’s, UGA’s, contrade, subzones… horen evenzeer tot de rijke kennis.

Samengevat komt het neer: dit is wijnland Italië en hier moet je dus alles, maar dan ook alles, over weten!

Vanaf begin januari had ik 3 maanden de tijd om aan de zelfstudie te beginnen. Hierbij geeft de Academy aan dat het lezen van de boeken Italian Wine Unplugged Grape by Grape en Sangiovese, Lambrusco and other vine stories een vereiste is om een kans tot slagen te hebben, net als het aandacht beluisteren van Italian Wine Podcast.

Aanvankelijk, bij de inschrijving, ging ik ervan uit dat het slagen hiervoor niet al te moeilijk zou zijn. Ik bezit immers een redelijk brede en uitgebreide basiskennis van het Italiaanse wijnlandschap en verzorg al meer dan 15 jaar een specifieke opleiding omtrent de Italiaanse wijnen bij Wijnkennis.
Het aanschouwen van de vereisten deden me echter slikken en beseffen dat er wel enkele blind spots zijn. Er was wel voorkennis van de diversiteit in terroir en uiteraard kennen we kalk, klei of vulkanische bodems. Maar geologie op zich, het ontstaan van de bodems en waarom en hoe deze nu net voor de vandaag aanwezige terroir structuur hebben gezorgd. Dat was toch wel andere koek.

En dus begon ik 3 maanden lang, maniakaal, de geschiedenis en het ontstaan van elke DOC en DOCG, te bestuderen. Ik genoot enigszins wel van deze zelfkastijding en absorbeerde alles net zoals ik 35 jaar terug in de tijd deed wanneer wijn zijn intrede deed in mijn leven. Vele elementen kwamen hierbij ook terug naar boven die je in lang vervlogen tijden wel wist, maar die naar de achtergrond waren verdwenen.

We hebben hierdoor de basis liggen om een rijk en volledig Italiaans wijnboek te schrijven dat naar alle waarschijnlijkheid te dik en te detaillistisch zou worden!

Vinitaly International Academy bezorgde ons ook een lijst van wijnen die je beter al een keer geproefd had alvorens af te reizen naar Verona. Van Cornalin tot Tintilia, van Vespolina naar Albarola… webshops werden bezocht en besteld. Dagelijkse proefsessies werden er gehouden waarbij we ons het gebruik om de door Sarah Heller (MW) ontworpen, en voor ons dus nieuw, proefformulier eigen te worden. Gelukkig genoot ik de nodige steun van het thuisfront en werden en vele dagelijkse klussen en uren die ik normaal in onze winkel doorbracht opgevangen.

Op woensdag 3 april was het dan zover en trokken we vol enthousiasme naar Verona waar een dag later de start werd gegeven van deze opleiding met slechts één doel… de pin van Italian Wine Ambassador te ontvangen en op te spelden!

Twee wijnen, één druif – Chardonnay

Wat is wijn toch een fantastisch product. Het wordt dan ook gemaakt vol vakmanschap en liefde. Wat me persoonlijk steeds weer weet te boeien, en wat wijn voor mij ook zo aantrekkelijk maakt, is dat elke wijn steeds weer anders smaakt!
Uiteraard zal je zeggen. Een rode wijn smaakt nu eenmaal anders dan een witte wijn of een roséwijn. En er bestaan toch zo veel verschillende druivensoorten. Elke druivensoort bezit zijn eigen specifieke karakteristieken die we in het glas zullen terugvinden.
Ja oké, maar waarom smaakt geen enkele wijn gemaakt van de Syrah hetzelfde, waarom verschillen de wijnen van de Chardonnay druif zo van elkaar?

Om op zulke zaken een antwoord te kunnen geven volstaat het dikwijls logisch na te denken. Maar hebben we ook een zekere vorm van kennis en ervaring nodig. Waarom zit er toch zulk groot verschil tussen een Chardonnay afkomstig uit Bourgogne, de bakermat van de druif, en een Chardonnay afkomstig uit pakweg Australië?

Logische antwoorden

  • Vakmanschap
    Hiervoor moeten we echt niet ver gaan kijken. Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Elke wijnbouwer heeft zijn eigenheid, zijn eigen handelingen, zijn eigen geheimpjes. Vergelijk het met twee bakkers in je eigen gemeente. Het basisproduct is hetzelfde maar toch zal je verschillen in de smaak waarnemen.
  • Het klimaat
    Juist, de druif is een vrucht die tot optimale rijpheid moet komen om de beste resultaten in je glas te krijgen. Het gematigde klimaat in het noordelijk gelegen Bourgogne verschilt uiteraard met het warmere klimaat dat heerst in Australië. De rijpheid van de druiven zal dus verschillen en dat gaan we ook proeven.
    Nauwelijks rijpe Chardonnay zal naar groene appels smaken.
    Rijpere voorbeelden uit koele gebieden waar de druiven lang zijn blijven hangen, zoals Bourgogne, hebben aroma’s van peren en acacia, citroen en grapefruit, noten en biscuit, boter, honing en popcorn. Ook kan het fruit een vleugje mineraal, vuursteen of rook hebben, een beetje aan toast of brioche doen denken vanwege het eikenhout, en natuurlijk een zuurheid die in jonge wijn doordringend en strak kan lijken, die alles in balans houdt.
    Chardonnay uit warme gebieden worden tropisch, met mango, room, banaan, ananas, meloen en perzik, met boter, honing en toast. Er kan een vleugje specerijen inzitten of snoepjes. Hij bezit een zekere vetheid, een merkwaardige en karakteristieke volheid in de mond. Zijn gemiddelde zuurgraad verdwijnt makkelijk op de achtergrond in deze glycerine.
  • De bodem
    Geen enkele bodem is identiek. Geen enkele regio is hiervoor een beter voorbeeld dan Bourgogne waar er soms verschillen per m2 opgetekend worden, verschillen ontstaan door een breuk omwille van tektonische verschuivingen. De Chardonnay druif gedijt zeer goed in een kalkbodem en deze vindt hij in de Bourgogne naar believen. Ook in Australië vinden we kalk terug in de bodem. Soms zelfs zo specifiek dat de bodem uniek is. Denk maar aan de Terrarossa (rode klei over kalk) die we in Coonawarra vinden.
  • De opvoeding van de wijn
    Uiteraard denken we hier in de eerste plaats aan houtlagering of geen houtlagering. Een Chablis zal uiterst zelden een opvoeding in eiken houten vaten krijgen. In Australië was er gedurende vele jaren een voorliefde voor ‘oaky’ wijnen. Gelukkig maar hebben ze dat ondertussen een beetje bijgestuurd en zien we de laatste jaren de opkomst van unwooded Chardonnays met vreugde tegemoet.

Oenologische antwoorden

Hier moeten we vooral naar de stijl van vinificatie van de wijn gaan kijken. Uiteraard heeft elke wijnbouwer zijn eigen stijl, zoals reeds aangehaald. Maar er bestaat wel degelijk een verschil in cultuur, traditie, en uitgangspunt.
Een verschil dat in de wijnwereld meestal wordt teruggebracht tussen de stijl van wijnmaken in de ‘Old World’ en de ‘New World’.

Het grote verschil bestaat er naar het uitgangspunt naar wijn, op zich, toe. Frankrijk is de traditie, het voorbeeld dat overal ter wereld model heeft gestaan. Gelukkig heeft men in de nieuwe wereld zich niet beperkt tot het eenvoudigweg kopiëren van het Franse model. Waar men in Frankrijk, en dan vooral in de klassieke wijngebieden Bordeaux en Bourgogne, uitgaat van het maken van kwaliteitsvolle bewaarwijnen gaat men in de Nieuwe wereld van een totaal ander standpunt uit. Wijn wordt er meer als een consumptie product beschouwd met de nodige marketing eromheen. Zij gaan er vanuit dat een wijn jong moet gedronken worden en niet gedurende jaren in één of andere duistere kelder op zijn ‘moment de gloire’ moet liggen wachten.
Het gedrag van de wijndrinkende medemens in Australië of California is als volgt samen te vatten: Ik ga vandaag een wijn kopen die ik reeds vanavond zal drinken.
Bij het aankopen van een Meursault zal je moeten inschatten wanneer deze perfect op dronk gaat zijn en zal je deze wijn enkele jaren moeten laten rusten in je kelder.
Dat verschil van uitgangspunt zal resulteren in een totaal verschillende stijl van vinificatie. Bij de jong te drinken wijnen zal men veel meer het fruit gaan zoeken én benadrukken.

Technieken die voor Bourgondisch doorgaan zijn:

  • Gisting in Franse eikenhouten vaten
  • Malo-lactische gisting (bacterieel proces waarbij de stevig appelzuren worden omgezet naar de meer toegankelijke melkzuren)
  • Bâtonnage of het doorroeren van het bezinksel in het vat. Deze techniek laat boterige, romige aroma’s uit de wijn naar voren komen of voegen ze toe.

In Australië gebruikt men diverse technieken om aroma uit de neutralere druif te verkrijgen:

  • Het gebruik van aromatische gistsoorten
  • Schilweking aan koude temperaturen voor de alcoholische gisting om meer smaak aan de schil te onttrekken
  • De gisting vindt plaats in roestvrij staal ipv in eikenhouten vaten en op lagere temperaturen om meer aroma’s van tropisch fruit te produceren
  • Na de gisting wordt de wijn gelagerd op nieuwe eikenhouten vaten, gemaakt van de uitgesproken vanilleachtige Amerikaanse eik

Het resultaat was een fruitcocktail die direct aansprak.

Is dit nu altijd het geval?

De verschillen in de stijl van het wijnmaken zoals hierboven beschreven wordt met de jaren kleiner en kleiner. Zowel de old world als de new world hebben technieken van elkaar overgenomen, waardoor er nu frissere witte Bourgogne is en elegantere, terughoudender en subtielere Chardonnays uit de nieuwe wijnlanden komen.
Tegenwoordig is een mengsel van aromatische gisten en het neutrale gist meer in gebruik voor de topwijnen.
Het verschil tussen de Chardonnay-stijlen wordt minder een kwestie van gebieden, en meer van klimaten en technieken.

Het succes van de nieuwe wereldlanden heeft stilaan de ogen geopend in Frankrijk. Ze blijven niet langer blind voor deze successen en de vinificatie stijlen van the new world krijgt stilaan navolging.
Ook omgekeerd zien we deze beweging. De nieuwe wereldlanden die steeds het belang van het terroir, heilig in Frankrijk, hebben weggedrongen zijn zich ondertussen wel degelijk bewust geworden van het belang hiervan. De meest kwaliteitsvolle wijnen krijgen sinds enkele jaren dan ook het label ‘single vineyard’ opgelegd en zijn heuse bewaarwijnen geworden.

Zo blijft dit product boeiend en levendig!