Sardegna op het bord, agnello con fregola e finocchio

Onlangs kwamen we met onze kookclub De Kemphanen samen om de menu’s voor de komende maanden vast te leggen. April werd zonder veel discussie een Italiaanse avond. We starten met zelfgemaakte grissini en een dip van fagioli bianchi. Daarna volgt pasta frutti di mare. De dolce ligt ook al vast: tiramisu alle fragole e sambuca. En bij de koffie maken we een amaretti biscotto.

Alleen het hoofdgerecht bleef nog even in de lucht hangen. Omdat april nu eenmaal de tijd is van de lammetjes, waren we er snel uit dat het agnello moest worden. Welk lamsgerecht precies, dat hielden we bewust open. En dus begon ik te zoeken naar een lekker en typisch Italiaans lamsgerecht.

Die zoektocht bracht me naar Sardegna, het schapeneiland, en niet toevallig. In april, met Pasen in de buurt, begint het bij veel Italianen te kriebelen: tijd voor lam, liefst sappig, kruidig en met een saus die je niet wil laten liggen. Op Sardegna is Pasen zelfs een hoogtepunt dat men “Sa Pasca Manna” noemt. Net in die periode krijgt lam op tafel extra gewicht, als gerecht om samen te tafelen.

Sardegna, het schapeneiland

Sardegna is ruig, winderig en behoorlijk droog. Het eiland is een lappendeken van heuvels, mediterraan struikgewas met onder meer mirte, en graslanden die voor akkerbouw niet altijd vanzelfsprekend zijn, maar voor beweiding net ideaal. Dat landschap heeft mee bepaald hoe het eiland eet en leeft. Herderscultuur is er een economische en culinaire ruggengraat. Op veel plekken is het schaap niet alleen vlees, maar vooral melk, en die melk vormt het fundament van een keuken die rond pecorino, ricotta en alles wat je uit wei kan halen, gebouwd is.

Die levendige en eeuwenoude herderscultuur is al lang eigen aan Sardegna. Hoewel de nuraghi geen rechtstreeks verband hebben met schapenhouderij, kan je ze moeilijk los zien van dat verhaal. Deze bronstijdtorens en stenen complexen staan nog altijd als bakens in het landschap en tonen hoe oud en verscheiden het Sardijnse binnenland is. En precies dat binnenland, met zijn afstanden, schrale gronden en seizoensritme, is de voedingsbodem waarop de schapencultuur later zo vorm kreeg.

Een prettige anekdote die me altijd aan ons bezoek aan Sardegna doet denken, is hoe zichtbaar en vanzelfsprekend de herders en hun schapen er nog zijn. Niet één keer, maar meerdere keren moesten we de wagen stilleggen om een passerende kudde rustig de weg te laten oversteken. En die wegen zelf lijken er soms even koppig als het landschap. Een put in het wegdek wordt niet per se hersteld of opgevuld, soms wordt er gewoon een tafel of stoel over geplaatst, alsof dat ook een vorm van infrastructuur is. De schapenkudde laat het zich alvast niet aan het hart komen.

Het is verleidelijk om herderscultuur te bekijken als folklore, maar op Sardegna is het vooral een logische aanpassing aan terroir en klimaat. Het eiland draagt al millennia een manier van leven die past bij schrale gronden, seizoenen en afstand, en dat proef je vandaag nog: in een inlandse keuken die sober maar doelgericht is, met venkel, citrus, mirte en andere mediterrane kruiden als vaste smaakgevers. En net zoals het landschap geen eenheidsworst is, is de keuken dat ook niet. Ze is vooral gebaseerd op wat het eiland te bieden heeft, en op de kunst om daar iets van te maken dat op tafel overtuigt, eenvoudig, kruidig en genereus.

Schapenrassen op Sardegna, van melkwerkpaard tot zwarte rariteit

De Pecora Sarda is de hoofdrolspeler op het eiland. Het is een robuust ras dat goed omgaat met wind, warmte en schralere weiden, en dat vooral geselecteerd werd op melk. Daarom leunt Sardijnse schapenhouderij historisch sterker op zuivel dan op vlees. Lam is er zeker belangrijk, maar het volgt vaker het ritme van het seizoen, terwijl melk de constante blijft.

Naast die dominante, witte melkwerker heeft Sardegna ook een ras dat meteen opvalt, de Nera di Arbus. Zoals de naam al zegt, gaat het om een zwarte, autochtone schapenpopulatie die vooral in een beperkter gebied voorkomt. Ze wordt vaak genoemd als voorbeeld van lokale biodiversiteit, minder massaal, meer streekgebonden, en precies daarom interessant. In een landschap met mediterraan struikgewas, waar beweiding vaak letterlijk tussen de struiken gebeurt, zijn dat soort rassen geen curiositeit maar een logische uitkomst van aanpassen, overleven en selecteren.

Uiteraard zal je op Sardegna ook andere rassen aantreffen dan deze twee. Dat zijn dan meestal ingevoerde rassen of kruisingen die je ook buiten Sardegna tegenkomt.

Sardijns lam met een IGP keurmerk

Een product met een IGP label is in essentie een beschermd streekproduct. Het is een Europese erkenning die een product koppelt aan een specifieke streek en vastlegt dat minstens één fase, productie, verwerking of bereiding, in dat gebied moet plaatsvinden volgens vastgelegde richtlijnen. Voor Sardijns lam betekent dat in de praktijk dat men waakt over herkomst en werkwijze, maar ook over dierenwelzijn en duurzaamheid. Het systeem stimuleert veehouders om het landschap te beheren via begrazing op open weiden, met respect voor biodiversiteit en bodem. Je kan dat ecologisch noemen, maar op Sardegna is het vooral logisch boeren op een eiland waar je met de natuur samenwerkt.

De manier van fokken speelt daarbij mee. Lammeren die vooral in omheinde systemen met beperkte beweging worden grootgebracht, bouwen sneller vet op en leveren zachter, ronder vlees. Dieren die meer op natuurlijke weiden bewegen, komen trager aan. Het vlees wordt doorgaans iets steviger van beet en kan wat meer structuur hebben. Op Sardegna is die weidecomponent net een deel van het kwaliteitsverhaal. Kruidenrijke vegetatie en buitenleven tekenen mee het aromatische karakter.

Ook de verwerking is deel van het lokale leven. Sardijnse slagers staan bekend om het volledig benutten van het dier. Naast vers vlees bestaan er ook lokale bereidingen die richting worst en charcuterie gaan. En dan is er de manier waarop je lam het vaakst ziet verschijnen op bijeenkomsten: a la griglia. Grillen boven open vuur past bij de Sardijnse manier van koken, met weinig opsmuk en met goede producten.

In de keuken vertaalt zich dat in bereidingen die de eigen smaak van het vlees centraal zetten. Geroosterd aan haard of spit, zacht gestoofd met knoflook en peterselie, of gecombineerd met aardappelen en lokale groenten zoals artisjok. Het zijn gerechten met veel aandacht voor sappigheid en pure smaak. Er bestaan ook uitgesproken deelgerechten die de tafelgedachte letterlijk maken, zoals sa tratalia, een klassieker uit de agro pastorale keuken waarbij men van het lam ook de minder evidente delen gebruikt. Het gerecht is van oorsprong een no waste bereiding, niets gaat verloren na de slacht, alles krijgt alsnog een plek op tafel, en dat levert een krachtige, hartige smaak op. Over het hele eiland bestaan varianten, met een bekende versie uit Ogliastra in het noordoosten. Niet voor iedereen, wel typisch Sardegna: niets verspillen en samen genieten aan de tafel.

Recept: Sardijns lam met fregola en venkel

Ingrediënten
Voor 4 personen

  • 8 lamskoteletjes en 300 g lamsvlees zonder been
  • 400 g fregola
  • 400 g tomatenpassata
  • 3 laurierbladeren
  • 1 liter groentebouillon, heet gehouden
  • 1 takje rozemarijn
  • 2 takjes mirte, of 1 eetlepel mirtebessen
  • 1 glas droge witte wijn
  • 1 teen knoflook
  • Saffraan
  • 1 grote ui
  • Extra vergine olijfolie
  • Zout
  • 1 grote venkelknol, of 2 kleine
  • Venkelgroen, fijn gesneden, optioneel ook wat wilde venkel indien beschikbaar
  • Pecorino sardo, geraspt, optioneel

Bereiding

  • Maak het lamsvlees schoon, verwijder overtollig vet en eventuele stukjes been, en snijd het vlees in blokjes van ongeveer 1 cm. Laat de koteletjes zoveel mogelijk intact met het bot, je gebruikt ze straks om de borden af te werken. Zet een pot groentebouillon op het vuur en hou die tegen de kook aan, de bouillon moet heet zijn telkens je hem toevoegt.
  • Maak de venkel schoon en hou het venkelgroen apart. Snijd de venkelknol in kleine blokjes. Wil je dat de venkel ook echt deel wordt van de saus, rasp dan de helft grof en snijd de andere helft in blokjes. Zo krijg je zowel textuur als een zachte venkelbasis.
  • Neem een lage stoofpan met dikke bodem. Giet er een scheut olijfolie in en voeg toe: de ui fijngehakt, een takje rozemarijn, één takje mirte of de mirtebessen, en de laurier. Laat dit een paar minuten zacht fruiten tot de ui glanst. Voeg dan de venkel toe en laat nog twee minuten mee fruiten.
  • Leg nu de lamskoteletjes en de blokjes lamsvlees in de pan en kleur ze rondom aan. Wanneer het lam mooi aangebakken is, blus je met de witte wijn. Laat op hoger vuur de wijn rustig verdampen. Voeg dan de tomatenpassata toe en een pollepel hete bouillon waarin je een beetje saffraan hebt opgelost. Zout naar smaak, vuur laag, deksel erop. Laat ongeveer 1 uur zacht stoven. Kijk af en toe, en voeg een pollepel bouillon toe als de saus te hard indikt.
  • Wanneer de saus bijna klaar is, begin je aan de fregola, die heeft ongeveer 20 minuten nodig. Neem een tweede pan zoals je voor risotto zou gebruiken. Doe er een scheut olijfolie in met de teen knoflook en laat die ongeveer 4 minuten zacht geuren. Voeg de fregola toe en rooster al roerend een paar minuten. Voeg dan twee pollepels hete bouillon toe. Verwijder de knoflook.
  • Gaar de fregola verder door telkens bouillon toe te voegen, zoals bij risotto. Ze slurpt veel vocht op, dus blijf roeren en let op dat ze niet aanzet op de bodem. Voeg halverwege de garing ook een deel van de lamsaus toe, inclusief de gestoofde venkel. Zo gaart de fregola verder in de saus en wordt het geheel één geheel.
  • Blijf bouillon en saus toevoegen tot je iets meer dan de helft van de saus in de fregola verwerkt hebt. Zodra de fregola beetgaar is, zet je het vuur uit.
  • Verdeel de fregola over de borden. Lepel er de resterende saus over en werk elk bord af met twee koteletjes, zijdelings tegen elkaar geplaatst. Strooi er fijn gesneden venkelgroen over. Serveer gloeiend heet. Pecorino sardo erbij mag, maar laat iedereen zelf beslissen, het blijft dan mooi in balans.

De Kemphanen – Koken zal nooit meer hetzelfde zijn

Met verstomming geslagen, hopeloos, hulpeloos, vol woede… Verdrietig. Hoe schrijf je dit? Moet ik dit schrijven? Kwets ik hierbij niemand? Hoe kan dit toch gebeuren? Nog geen week geleden zitten we broederlijk naast elkaar in Restaurant De Veranda – Berchem. We moesten met onze Kemphanen kookclub uitwijken omdat de keuken bezet was. Laten we zelf de voeten een keer onder tafel gaan steken werd er geopperd. Voorwaar geen slecht idee!

We hebben heerlijk gegeten, genoten van de bijhorende wijntjes, gelachen, gegrold en plannen gesmeed…
Nog geen dag later werd  je van de kaart geveegd, zwaar getroffen en met spoed opgenomen… helaas, het onbegrijpelijke tot gevolg.

Beste Chef, beste Piet, beste Patrick, mijn vriend,
Ik neem één van je mooiste creaties ter hand,
Doe de nodige inkopen en zorg voor de allerfijnste ingrediënten,
En kook, kook als nooit tevoren,
Terwijl de tranen zullen rollen in combinatie met een lach,
Met in gedachten één van de fijnste mensen die ik ooit heb mogen kennen,
Beste Chef, beste Piet, beste Patrick, mijn vriend,
Koken zal nooit meer hetzelfde zijn!

Wim.

De Perfecte Ossobuco

De Italiaanse keuken in al zijn eenvoud en veelvoud aan smaken heeft bij mij steeds een streepje voor. Eén van mijn lievelingsgerechten is ossobuco. Dit heerlijk stukje vlees van het kalf (de schenkel bevindt zich tussen de poot en de bil) wordt door vele mensen wat minachtig bekeken. Geheel ten onrechte als je het mij vraagt!
Wanneer je ossobuco gaat bestellen in een restaurant zal je vaak de ossobuco rosso geserveerd krijgen. Met tomatensaus dus. De heerlijke smaak van het vlees wordt hier echter volledig mee verdoezeld. En dat is uiteraard zonde.

Neen de perfecte ossobuco is voor mij een ossobuco alla milanese!
Bij onze laatste kooksessie van Kookclub De Kemphanen (Kempisch Genootschap ter bevordering van de eet- en tafelcultuur) stond er eindelijk een keertje ossobuco op het menu, en jawel de milanese.
Het was voor mij de heerlijkste ossobuco die ik ooit heb mogen proeven… De Perfectie!
Ik geef jullie graag het recept mee:

Ingrediënten (voor 14 personen)

  • 14 kalfsschenkels van ongeveer 4 cm dik, met been en merg
  • bloem
  • 150 gr boter
  • 3 uien – fijngehakt
  • 3 stengels selder – fijngehakt
  • 3 wortels – fijngehakt
  • 3 teentjes look – fijngehakt
  • 3 blaadjes laurier
  • 10 blaadjes salie
  • 6 dl droge witte wijn
  • 6 dl kalfsbouillon
  • 6 theelepels geraspte schil van citroen (voor de gremolata)
  • 6 eetlepels gehakte bladpeterselie (voor de gremolata)
  • 2 teentjes look – fijngehakt (voor de gremolata)

Kalfsschenkel

Bereiding

  • Kruid de kalfsschenkels met pezo en wentel ze dan door de bloem.  Verhit de boter in een grote pan en braad hierin de kalfsschenkels rondom bruin.
  • Haal ze uit de pan en stoof de ui, selder, wortel en knoflook gedurende 5 minuten.  Voeg dan de kalfsschenkels toe in één laag, giet de wijn erbij en breng aan de kook. Voeg de salie en laurierblaadjes toe en laat sudderen tot de wijn nagenoeg verdampt is.  Voeg dan 2 dl bouillon toe, doe een deksel op de pan en laat anderhalf uur sudderen.  Controleer regelmatig of er nog genoeg vocht is, en voeg zo nodig nog een beetje bouillon toe. Draai de schenkels ieder half uur voorzichtig om (zorg ervoor dat ze heel blijven en het merg er niet uit valt). De schenkels zijn klaar als het vlees loskomt van het been en het heel mals is geworden.
  • Maak  de gremolata door de ingrediënten onder mekaar te mengen.
  • De ossibuchi uit de pot halen, het vuur hoger draaien en de saus laten indikken tot de gewenste consistentie.  De helft van de gremolata toevoegen, eventueel verder op smaak brengen met peper en zout, de schenkels terug toevoegen en nog even laten doorwarmen. Strooi de rest van de gremolata over de schenkels.
  • Serveer hierbij aub géén pasta maar maak heerlijke stoomaardappels die je met wat peterselie bestrooit.

Welke wijn serveren we hierbij?

Ik heb gekozen om de Pinot Nero Riserva van St. Michael-Eppan uit Alto Adige hierbij te serveren.
De combinatie wijn en gerecht was een pure versmoltenheid en schonk het ultieme genot… Tot in De Perfectie.

Wil je dit klaarmaken bedenk dat goede basisproducten de start zijn van een goed gerecht. Bestel de kalfsschenkel bij de slager en bij voorkeur bij een slager die zijn vlees zelf nog bewerkt en uitbeent. Je zal hierdoor iets extra moeten betalen maar het verschil met een voorverpakte schenkel uit de supermarkt is gigantisch. Vraag je slager dan ook om verse ossibuchi en geen ingevroren.

Het zit het hem net in zijn heerlijke eenvoud!

St Michael Eppan Blauburgunder Riserva

Kemphanen – Geweld

Een wijnfreak met foodies-allure, zo zou je me kunnen noemen! Niet dat ik een echte ‘straffe’ ben in de keuken. Véél, héél veel heb ik er nog te leren. In dat geval is ‘goesting‘ geen slechte eigenschap, en laat me nu net steeds veel goesting hebben!
Het gaat me ook niet eenvoudig om in de potten te staan roeren, neen de magie die er achter schuilt boeit me mateloos. En voor één van die zweempjes van magie kom je net in mijn vakgebied terecht: Wijn!
Hoe een wijn een gerecht kan aanvullen, of omgekeerd, is één van de weinige zaken die niet te meten zijn. De zoektocht is dus eindeloos en ik ben dan ook van plan om mijn eindeloos leven ten dienste te stellen van mijn wetenschap ;-).

Over onze maandelijkse Kemphanen-kook-sessies zou ik gerust wat meer kunnen en mogen bloggen. Bij deze ga ik dat dan ook trachten te doen. Met z’n allen bekeken we in januari onze nog boller geworden buiken en de straffe uitspraken vlogen ons om de oren. Zelfs lelijke scheldwoorden als ‘dieet’ werden niet geschuwd!
Een paar uur later schoot er evenwel niets meer over van die grootspraak. Lekker eten, lekkere wijn en als het even kan goed en aangenaam gezelschap! Meer moet er niet zijn om het leven op de goede rails te krijgen. Deze ingrediënten waren uiteraard in overvloed aanwezig die donderdag…

Wat schafte de pot?

Aperitief – Champagne (nooit slecht natuurlijk)
*
Gepaneerd kalfslapje alla Milanese
*
Rode poon met puree en tomatenpesto
*
Moelleux van Chocolade

Het voorgerecht is werkelijk poepsimpel te maken en het is vooral heerlijk. Pas wel op dat de porties niet te groot uitvallen :-). De kalfslapjes worden vakkundig op de strafbank gelegd en tot een echte platte schijf geslagen. Nadien worden ze gepaneerd. Let even op dat je het vlees goed afkruidt nog voor dat je het gaat paneren. De gepaneerde kalfslapjes gaan de pan in tot ze mooi krokant zijn. Ondertussen snijden we aubergine en courgette in plakjes van 1 cm dikte. Deze kruiden we af en roosteren we op de gril. We serveren het geheel als een torentje en dus komt er boven- en onderaan een lapje kalf. Het midden vullen we op met de aubergine, courgette en een sneetje mozzarella.
Als wijn had ik er een Spaanse Terra Alta bij gekozen. De Cabirol Blanc (50% Macabeu + 50% Grenache Blanc) is een prachtige ontdekking. Een sublieme frisheid in combinatie met een grote mineraliteit. De combinatie met de kalfslapjes kreeg dan ook zeer veel bijval.

Voor het hoofdgerecht werd er voor de vis van het jaar, de rode poon gekozen. Nu hou ik wel van een lekker, sappig visje maar voor zover ik me kan herinneren was het de eerste keer dat ik deze verrassend lekkere vis naar binnen zou werken. Ik stond zelf in, samen met mijn 2 groepsmakkers, voor het bereiden van het hoofdgerecht. Op zich is dit een vrij eenvoudig te maken gerecht. We serveerden hierbij een puree van kappertjes en zongedroogde tomaten en een tomatenpesto (die we uiteraard vers maakten). Ik had op voorhand toch een beetje schrik dat de smaak van de puree en de pesto niet te overheersend zouden zijn en dat het fijne van de vis zou verloren gaan in de sterke smaken van de bijproducten. Het geheel was echter een festijn in de mond met overheerlijke smaken! Het moeilijkste aan het maken van dit gerecht is trouwens het verwijderen van de graten in de rode poon. Geen sinecure, zeker niet wanneer je niet over een degelijk pincet beschikt. Mannenclubje weet je wel ;-).
Ik koos voor een rode wijn voor bij dit gerecht. Vooraleer je echter je wenkbrauwen fronst, wil ik toch even stellen dat witte wijn bij vis in vele, zeer vele gevallen zelfs, de beste combinatie zal zijn. Maar die rode pesto deed me kiezen voor een echt wel overheerlijke Beaujolais. Mijn keuze viel op La Fillette van Manoir du Carra. Dit is niet zo maar een alledaagse Beaujolais, neen dit is er eentje van stokken van 70 tot 100 jaar oud. Moet het gezegd worden dat deze oude wingerds voor een pracht van een concentratie zorgen in deze wijn. Sappig rood fruit in combinatie met rijpe cassis, kers en braam zorgen voor een fles vol drinkplezier. Hoogstaand product van Frédéric Sambardier. Deze wijnmaker behoort tot de nieuwe generatie van Beaujolaisproducenten. Geen macération carbonique en een puurheid als resultaat van de combinatie druif en terroir (de wijngaarden liggen op de zachte heuvels van Fleurie en zijn bezaaid met roze graniet). En, belangrijker, de combinatie met de rode poon smolt als een perfect geheel in de mond!

Maar, de allermooiste combinatie wijn & gerecht kwam toch wel met het nagerecht. Een moelleux van chocolade die tot in de perfectie werd bereid! Een smeuïg, lopend geheel. Het blijft één van mijn lievelingetjes als dessert! Ik koos hiervoor alweer voor geen alledaagse of voor de hand liggende keuze. Je zou veilig kunnen kiezen en een Banyuls of Maury nemen. Neen, ik koos voor de Corimei van Schola Sarmenti. De intense Corimei is van 65 jaar oude stokken. Hij heeft een dwingende geur van geconfijt zwart fruit, kruiden en cacao. Volle zoete smaak van zwarte bessen, pruimenconfiture, koffie en chocolade. Het is een IGT Salento uit Puglia en wordt gemaakt van de Primitivo.
Naar mijn vermoeden is dit, in mijn rijkgevulde leven, tot nu toe de meest perfecte combinatie ooit beleefd!

Ik hoop alvast dat er nog vele mogen volgen…