Cirò Classico DOCG – Een historisch moment voor Calabria

Mogen we het een verrassing noemen dat Calabria op 18 juli 2025 met Cirò Classico de goedkeuring kreeg als 78ste DOCG van Italië? Voor velen ongetwijfeld wel, maar voor mij persoonlijk iets minder. Begin mei 2025 stelde ik tijdens een aflevering van de Italian Wine Podcast (beluister de podcast) de vraag aan professor Attilio Scienza welke nieuwe DOCG’s hij in het vizier had. In dat gesprek schoof ik zelf al Cirò naar voren als kanshebber, samen met Casauria uit Abruzzo.

Dat mijn voorspelling zo snel zou uitkomen, had ik echter niet verwacht. In alle eerlijkheid dacht ik dat de eerste nieuwe DOCG-titel naar Etna zou gaan. Daarover gonzen de geruchten immers al jaren. Toch viel de eer aan Calabria te beurt, en wel aan Cirò Classico, het vlaggenschip van de regio en een van de oudste appellaties van Italië.

Met de toekenning van de status tot DOCG is een mijlpaal bereikt voor Calabria, dat tot voor kort een van de weinige regio’s zonder DOCG-erkenning was. Nu blijven enkel Valle d’Aosta, Alto Adige/Trentino, Ligurië en Molise achter. Deze stap geeft producenten en consumenten een helder kader: strengere regels zorgen voor meer herkomstkarakter en vooral krijgt de inheemse Gaglioppo de nodige erkenning.

Oorsprong en geschiedenis

De wijnbouw in Cirò gaat diep terug tot in de tijd van de Griekse kolonies die zich in Zuid Italië vestigden. In oude verhalen duikt de naam Krimisa op, een wijn die volgens de overlevering werd aangeboden aan de overwinnaars van de Olympische Spelen in het nabijgelegen Crotone. In diezelfde stad werd de beroemde atleet Milon vereerd, die zijn triomfen volgens de mythe graag vierde met de wijn van zijn geboortestreek. Of dit volledig historisch klopt of niet, Cirò draagt het aura van een wijn die vanaf het begin verbonden was met roem en symboliek.

Ook in middeleeuwse bronnen blijft de wijn van Cirò opduiken, vaak genoemd als een product dat tot ver buiten Calabrië werd gewaardeerd. Tijdens de Normandische en later de Angevijnse heerschappij werd Cirò beschreven als een van de meest prestigieuze wijnen van het zuiden, een vast onderdeel van wat toen al werd gezien als Calabria felix: een vruchtbaar en welvarend land.

Eeuwenlang speelde de inheemse druif Gaglioppo de hoofdrol. Deze druif, uniek voor Calabria, bleek bijzonder goed bestand tegen de hete zomers en droge omstandigheden. De zandige, kalkrijke bodems, in combinatie met de nabijheid van de Ionische zee en de beschermende heuvelruggen van de Sila, vormden een terroir dat perfect aansloot bij zijn karakter.

Cirò werd zo de krachtpatser van Calabria, een wijn die door de eeuwen heen symbool bleef staan voor de eigenheid van de regio. In de twintigste eeuw kreeg hij internationale bekendheid, onder meer toen hij in 1968 werd geserveerd als officiële wijn van de Olympische Spelen in Mexico. Daarmee sloot de cirkel zich haast op poëtische wijze: van geschenk voor atleten in de klassieke oudheid tot olympische wijn van de moderne tijd.

Vandaag vormt Cirò nog steeds de ruggengraat van de Calabrische wijnbouw. Met de bekroning tot DOCG wordt die eeuwenoude continuïteit officieel erkend, en krijgt Cirò een plaats in de hoogste regionen van de Italiaanse wijnhiërarchie.

De naam, wat staat er nu op het etiket

De officiële aanduiding luidt Cirò Classico DOCG. Het woord Classico verwijst naar het historische kerngebied, de heuvels rond Cirò en Cirò Marina, waar de wijn al eeuwenlang wordt gemaakt. Het gaat dus niet om een nieuw territorium, maar om een verstrakking van de vroegere DOC: enkel het meest authentieke deel van de productie, met strengere regels en hogere eisen, mag voortaan de DOCG-status dragen.

Belangrijk detail: alleen de Cirò Rosso Riserva is verheven tot Cirò Classico DOCG. De overige wijnen – Cirò Bianco, Rosato, Rosso, Rosso Classico, Rosso Classico Superiore en Rosso Superiore blijven binnen de DOC. Zo wordt duidelijk afgebakend welke wijn het visitekaartje vormt van de regio, en welke stijlen een ondersteunende rol behouden.

De regels, helder op een rij

In het nieuwe disciplinare voor Cirò Classico DOCG worden de regels en de voorwaarden streng en precies omschreven:

Stijl: uitsluitend rode, droge wijn
Druiven: minimaal 90% Gaglioppo, aangevuld met maximaal 10% Magliocco en of Greco Nero, internationale rassen zijn uitgesloten
Herkomst: druiven moeten volledig afkomstig zijn uit de gemeenten Cirò en Cirò Marina
Aanplant in de wijngaard: minimaal 4.000 stokken per hectare, in traditionele vormen als alberello of cordone speronato
Opbrengst: maximaal 80 quintalen (8 ton) druiven per hectare
Rendement: maximaal 70%
Alcohol: druiven moeten een natuurlijk alcoholpotentieel van minstens 13% bezitten
Rijping: minimaal 36 maanden vanaf 1 januari na de oogst, waarvan minstens 6 maanden in hout
Vinificatie en botteling: verplicht binnen het productiegebied, met beperkte historische uitzonderingen
Sensorische en analytische kenmerken bij verkoop: kleur robijnrood tot granaat, aroma intens en complex met rood fruit en specerijen, smaak droog, vol en harmonieus, minimaal alcohol 13%, totale zuurgraad minstens 4,5 g/l, extract minstens 27 g/l
Verpakking: uitsluitend glazen flessen met klassieke sluiting, kunststofdoppen zijn verboden

Hoe proeft Cirò Classico DOCG

Cirò Classico DOCG bezit een robijnrode kleur die met de jaren kan evolueren naar granaat. In de neus vinden we rijp rood fruit, kruidigheid en soms een vleugje aardse of mediterrane tonen. In de mond is de wijn droog en stevig, gedragen door stevige tannine en ondersteund door een frisse aciditeit en een mooie lengte. Met rijping komt er meer zachtheid en complexiteit bij, maar zonder dat de robuuste ruggengraat verdwijnt. Het alcoholgehalte ligt minimaal op 13 procent en wordt in de betere wijnen mooi ingebouwd in de structuur, wat zorgt voor harmonie en balans.

En nu met z’n allen op zoek naar een Cirò Classico DOCG

Zo eenvoudig zal dit niet zijn! De officiële erkenning kwam er in 2025 en de wijn moet minimaal 36 maanden rijpen. Het zal dus nog even duren voor we de eerste flessen Cirò Classico DOCG effectief in de rekken zien en dus in ons glas kunnen zien verschijnen.

De viering van de nieuwe DOCG werd trots zichtbaar tijdens het 18de Cirò Wine Festival. Drie dagen lang kleurden proeverijen, masterclasses, e-bike tochten, muziek en diners onder de sterren de straten van Cirò en Cirò Marina. Het hoogtepunt kwam op 10 augustus, toen de hele gemeenschap in de Saraceense markten het glas hief. Het was meer dan een feest, het was een collectieve toost op verleden, heden en toekomst en op de kracht van Calabrische wijn.

Nu is het wachten op nummer 79! Wordt het Etna of toch nog Casauria? De geruchtenmolen draait alvast op volle toeren.

Italiaanse wijnavonden – Deel 6

Aan alle goede dingen komt helaas een einde. Zo ook aan onze Italiaanse wijnavonden. Gedurende 6 vrijdagavonden nam ik 13 wijn-dorstige gelijkgestemde zielen mee in dit Italiaans avontuur. Afsluiten deden we op de meest zuiderse wijze…Campania, Puglia, Basilicata, Calabria en de eilanden Sicilia en Sardegna kwamen aan bod. Strenge schoolmeester zijnde had ik al een waarschuwend vingertje opgestoken dat de stijl van de wijnen abrupt zouden veranderen en dat we van de typische hoge zuurtegraad, die vele Italiaanse wijnen zo kenmerken, wel eens exemplaren zouden kunnen treffen die net een tekort aan die zo broodnodige eigenschap hebben. Het evenwicht zou met andere woorden wel eens zoek kunnen zijn.

Maar toch was het alweer likkebaarden geblazen. Eén van mijn favoriete regio’s stond immers op het programma: Campania!! Met graagte laat ik de ‘tranen van Christus’ aan me voorbij gaan. Lacryma Christi in wit wordt gemaakt van (hoofdzakelijk) de Coda di Volpe druif, wat zoveel als vossenstaart betekent. Dit is werkelijk zoiets als ‘What’s in a name’… 😉
Neen ik kijk vol verlangen uit naar die andere mooie witte parels die komen uit het land om en rond de Vesuvius. Greco bijvoorbeeld of die andere hoogstaande druif, Fiano!! Dit zijn werkelijk druiven die de allermooiste witte wijnen uit Italië kunnen maken. Meer dan terecht dat ze bekroond werden met een DOCG! Onbegrijpelijk echter dat sommige andere witte wijnen op gelijke voet worden geplaatst met dit hoogstaand wit genot!!
Zelfs van de Falanghina worden betere wijnen gemaakt dan pakweg van de Albana di Romagna…
Is er dan geen rood te vinden in Campania? Oh jawel…Eén van de Italiaanse topdruiven is hier heerser. Aglianico zorgt voor krachtpatsers in onder andere de Taurasi DOCG. Je leest her en der wel eens dat hij de grote broer is van de Barolo of de Barbera. Tja, een mens leest zoveel 😉

Wat kunnen we er nog treffen ginds in het zuiden? Bulkwijn…heel veel bulkwijn. Ongeveer 90% van de druiven zijn bestemd voor distillaten of voor grote coöperaties. De kwaliteitswijn die op de markt wordt gebracht kent de laatste jaren echt wel een meer dan gestage groei. Zeer mooie resultaten zien we van de Primitivo’s en Negroamaro’s uit Puglia, Aglianico heeft nog een tweede thuis op de flanken van de Vulture vulkaan in Basilicata. Canonnau laat u bij wijlen de Franse Grenaches vergeten met ontroerende resultaten op Sardegna. En dan is er ten slotte nog Sicilia!! Heerlijke wijnen van de Nero d’Avola en de laatste jaren steeds betere en betere resultaten van de Syrah. Vooral de blends tussen deze 2 druiven zijn zeer te pruimen 😉
In alle bescheidenheid moet ik je vragen Calabria te vergeten als wijngebied. Mooi vakantiegebied en de wijntjes zullen ginds ongetwijfeld kunnen bekoren. Laat ze echter ginds ;-).

De proeftafel had opnieuw 8 wijnen te bieden…althans in theorie! Mijn gasten druppelden binnen en het ene na het andere flesje werden mij toevertrouwd. Zelf had ik ook nog wat voor de afterparty opzij gezet. Enkele wijnen die bij de voorbije avonden de mist in gingen en die ik wou rechtzetten. Zo hadden we een gekurkte Dolcetto en was de Barbera niet echt optimaal. Er was dus een nieuwe Dolcetto en ik had nog 2 Barbera’s voorzien (was er toch niet eentje opnieuw gebeten door die donderse kurkduivel zeker!).

Starten deden we braafjes met een Vermentino di Gallura Van Piero Mancini. De prijs van de Primo kwam helemaal niet overeen met het resultaat in het glas. Eerlijke en correcte wijn, een beetje gebrek aan de nodige zuren. Nadien volgde het Di Meo Festijn met de Greco di Tufo en de Fiano di Avellino. Manmanman, wat is die Greco toch een heerlijke druif!!! Fris en toch vol van smaak, bomvol mineralen, heerlijk lang uitgesponnen en dan die afdronk…pure zeste van sinaas en mandarijn. Stilte…nog eens proeven…stilte…goedkeurend gemopper! Dan weet je dat het goed zit :-).
De Fiano ging op hetzelfde elan verder, opnieuw de frisse volheid, de mineralen maar een andere afdronk. Meer kruidigheid ook in ons glas. Yeah…wit Campania had zijn naam meer dan gemaakt!!

Met goed gemoed konden we het rood aanvangen. Opnieuw viel Piero Mancini door de mand. Dit keer met de Canonnau di Sardegna. Gelukkig had één van mijn gasten ook voor een Canonnau gezorgd. De Dule van Gabbas was van een hele andere kwaliteit. Het moet gezegd zijn dat ook de prijs het dubbele was van de eerste fles…maar toch!
Hoofdstuk Puglia dan maar met het fijne en kwaliteitsdragende Schola Sarmenti. Ik had in de officiële degustatie de Roccamora (Negroamaro uit Nardo DOC) en de Cubardì Primitivo voorzien. Beide wijnen zijn totaal uiteenlopend. De Roccamora is een geweldige Negroamaro, een ware fruitexplosie. Voor de meesten de verrassing van de avond. De Primitivo was verfijnd en elegant, 2004 reeds en verre van versleten. Dit is Primitivo zoals hij hoort te zijn! Achteraf kwam er nog een andere Negroamaro de Nerio en een zoete Primitivo (verrassend mooi).

Afsluiten deden we met een pure Nero d’Avola van Sallier de la Tour en uiteraard een Taurasi DOCG. De Sciliaan viel tegen…ik ken de wijn al lang en hij draagt niet langer meer. Spijtig want dit was ooit super.
Voor de Taurasi gingen we terug naar Di Meo. Eentje van het jaar 2001 en voor het eerst gedurende de avond hadden we discussie. Heerlijk voor één, niet goed voor de ander. Proef hem een keertje en laat me jullie bevindingen maar weten 😉

En zo doken we met de nodige pollo de avond in! Het moet gezegd zijn dat ‘La Mamma‘ blij haar applaus in ontvangst nam. Tevens ben ik een tevreden man. Op geen moment had ik met een mopperende bende te maken. En blije en vrolijke gezichten, genietend van al dat moois. Het niveau van de groep was uitermate hoog. Dat maakt het natuurlijk makkelijker en menig discussie werd gevoerd…steeds met het nodige respect voor de ander zijn mening. Dit is het waar wijnproeven voor moet staan…Plezier, vreugde, dorst naar kennis, dorst naar deze godendrank…maar steeds met de nodige ernst en respect voor elkaar.

Ohja…Luc werd verkozen tot de “neus” van de avonden. Hij verdiende dan ook de rosé bubbels van Berlucchi (Franciacorta). Als bij wonder stond hij echter gekoeld en waren er ‘toevallig’ champagneglazen voorhanden 😉

Bravissimo e Grazie!! Alla Prossima Volta!